Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 MEI 2024. - Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het omgevingsbesluit
Titre
17 MAI 2024. - Décret modifiant la réglementation relative au permis d'environnement en ce qui concerne l'instauration d'une procédure modulaire de permis d'environnement et l'arrêté environnement
Informations sur le document
Numac: 2024007493
Datum: 2024-05-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024007493
Date: 2024-05-17
Moniteur: Voir
Tekst (218)
Texte (218)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement
Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° aanvraag: de aanvraag, het verzoek of het ambtshalve initiatief waarmee een of een combinatie van de procedures, vermeld in artikel 15, wordt opgestart;
  2° aanvrager: de vergunningsaanvrager, de verzoeker of het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, die een van de inhoudelijke elementen, vermeld in artikel 15, of een combinatie ervan willen verkrijgen;
  3° analoge beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  4° beroepsindiener: de persoon die conform artikel 52 beroep instelt;
  5° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;
  6° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een analoge beveiligde zending;
  b) een digitale beveiligde zending;
  7° DABM: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
  8° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld;
  9° digitale beveiligde zending:
  a) het opladen van een dossierstuk in het omgevingsloket;
  b) elke andere betekeningswijze die de Vlaamse Regering toelaat, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
  10° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend akte heeft genomen van een melding;
  11° MER: een milieueffectrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 8°, van het DABM;
  12° omgevingsbesluit: een beslissing over een aanvraag van een omgevingsvergunning op grond van een aanvraag tot wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan voor een projectgebied als vermeld in ar- tikel 7.4.4/2 van de VCRO;
  13° omgevingsloket: het digitale systeem dat Vlaanderen ter beschikking stelt om aanvragen, meldingen en beroepen in te dienen en te behandelen;
  14° omgevingsveiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 10°, van het DABM;
  15° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de bevoegde overheid tot toelating van een vergunningsplichtig project;
  16° ondersteuner: alle natuurlijke of rechtspersonen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit in naam en voor rekening van één of meerdere derden handelingen stellen in het kader van de procedures in dit decreet;
  17° project: hetzij een of een combinatie van de volgende elementen die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5:
  a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen;
  b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;
  c) het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten;
  d) het wijzigen van de vegetatie;
  hetzij het verkavelen van gronden, in voorkomend geval aangevuld met het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, het wijzigen van de vegetatie of de exploitatie, die de verkaveling bouwrijp maken;
  18° ruimtelijk veiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 9°, van het DABM;
  19° screening: een geheel van milieu-informatie over een project opgenomen in een nota als vermeld in artikel 4.3.2, § 2bis, van het DABM;
  20° toezichthouder: de persoon die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;
  21° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
  22° vergunninghouder: de persoon aan wie de vergunning is verleend, of, in voorkomend geval, aan wie de vergunning is overgedragen. De houder van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt geacht de exploitant te zijn.".
Art. 2. Dans l'article 2 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, modifié par les décrets des 15 juillet 2016, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Dans le présent décret, on entend par :
  1° demande : la demande, la requête ou l'initiative d'office par laquelle une procédure ou une combinaison des procédures mentionnées dans l'article 15 est engagée ;
  2° demandeur : le demandeur du permis, le requérant ou l'organe d'administration qui a pris l'initiative d'office, désireux d'obtenir l'un des éléments de fond mentionnés dans l'article 15 ou une combinaison de ceux-ci ;
  3° envoi sécurisé analogique : l'un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ;
  4° auteur du recours : la personne qui introduit un recours en vertu de l'article 52 ;
  5° public concerné : toute personne physique ou morale ainsi que toute association, toute organisation ou tout groupement doté de la personnalité juridique, qui est touché(e) ou qui risque d'être touché(e) par la décision concernant la délivrance ou l'actualisation d'un permis d'environnement ou des conditions dont il est assorti ou qui a un intérêt à faire valoir à cet égard, les organisations non gouvernementales qui oeuvrent en faveur de la protection de l'environnement étant réputées avoir un intérêt ;
  6° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) un envoi sécurisé analogique ;
  b) un envoi sécurisé numérique ;
  7° DABM : le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ;
  8° décision définitive : une décision qui n'est plus susceptible de recours administratif organisé ;
  9° envoi sécurisé numérique :
  a) le chargement d'une pièce du dossier dans le guichet environnement ;
  b) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude ;
  10° acte de déclaration : le document attestant que l'autorité compétente a pris acte, expressément ou tacitement, d'une déclaration ;
  11° RIE : un rapport d'incidence sur l'environnement concernant un projet tel que mentionné dans l'article 4.1.1, § 1er, 8°, du DABM ;
  12° arrêté environnement : une décision au sujet d'une demande de permis d'environnement basée sur une demande de modification du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur pour une zone de projet, au sens de l'article 7.4.4/2 du VCRO ;
  13° guichet environnement : le système numérique mis à disposition par la Flandre pour l'introduction et le traitement des demandes, déclarations et recours ;
  14° rapport de sécurité environnementale : un rapport de sécurité au sujet d'un projet, tel que mentionné dans l'article 4.1.1, § 1er, 10°, du DABM ;
  15° permis d'environnement : la décision écrite de l'autorité compétente d'autoriser un projet soumis à autorisation ;
  16° assistant : toute personne physique ou morale qui, dans l'exercice de sa profession ou de son activité, pose des actes au nom et pour le compte d'un ou de plusieurs tiers dans le cadre des procédures du présent décret ;
  17° projet : soit l'un des éléments ou une combinaison des éléments suivants soumis à l'obligation d'autorisation ou de déclaration, mentionnés dans l'article 5 :
  a) l'exécution d'actes urbanistiques ;
  b) l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée ;
  c) l'exercice d'activités de commerce de détail ;
  d) la modification de la végétation ;
  soit le lotissement de terrains complété, le cas échéant, de l'exécution d'actes urbanistiques, de la modification de la végétation ou de l'exploitation, qui rendent le lotissement constructible ;
  18° rapport de sécurité spatiale : un rapport de sécurité au sujet d'un plan d'exécution spatial tel que mentionné dans l'article 4.1.1, § 1er, 9°, du DABM ;
  19° screening : un ensemble d'informations environnementales au sujet d'un projet reprises dans une note telle que mentionnée dans l'article 4.3.2, § 2bis, du DABM ;
  20° superviseur : la personne désignée en application du titre XVI du DABM pour contrôler l'établissement classé ou l'activité classée ;
  21° VCRO : le Code flamand de l'Aménagement du territoire du 15 mai 2009 ;
  22° titulaire du permis : la personne à laquelle le permis a été accordé ou, le cas échéant, à laquelle le permis a été transféré. Le titulaire d'un permis pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée est réputé être l'exploitant. ".
Art. 3. In artikel 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° aanvraag: de aanvraag, het verzoek of het ambtshalve initiatief waarmee een of een combinatie van de procedures, vermeld in artikel 15, wordt opgestart;
  2° aanvrager: de vergunningsaanvrager, de verzoeker of het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, die een van de inhoudelijke elementen, vermeld in artikel 15, of een combinatie ervan willen verkrijgen;
  3° analoge beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  4° beroepsindiener: de persoon die conform artikel 52 beroep instelt;
  5° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;
  6° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een analoge beveiligde zending;
  b) een digitale beveiligde zending;
  7° DABM: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
  8° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld;
  9° digitale beveiligde zending:
  a) het opladen van een dossierstuk in het omgevingsloket;
  b) elke andere betekeningswijze die de Vlaamse Regering toelaat, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
  10° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend akte heeft genomen van een melding;
  11° MER: een milieueffectrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, 9°, van het DABM;
  12° omgevingsbesluit: een beslissing over een aanvraag van een omgevingsvergunning op grond van een aanvraag tot wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan voor een projectgebied als vermeld in artikel 7.4.4/2 van de VCRO;
  13° omgevingsloket: het digitale systeem dat Vlaanderen ter beschikking stelt om aanvragen, meldingen en beroepen in te dienen en te behandelen;
  14° omgevingsveiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een project als vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 5°, van het DABM;
  15° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de bevoegde overheid tot toelating van een vergunningsplichtig project;
  16° ondersteuner: alle natuurlijke of rechtspersonen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit in naam en voor rekening van één of meerdere derden handelingen stellen in het kader van de procedures in dit decreet;
  17° project: hetzij een of een combinatie van de volgende elementen die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5:
  a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen;
  b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;
  c) het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten;
  d) het wijzigen van de vegetatie;
  hetzij het verkavelen van gronden, in voorkomend geval aangevuld met het uitvoeren van handelingen, het wijzigen van de vegetatie of de exploitatie, die de verkaveling bouwrijp maken;
  18° ruimtelijk veiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 9°, van het DABM;
  19° screening: een geheel van milieu-informatie over een project als vermeld in artikel 4.1.1, 17°, van het DABM;
  20° toezichthouder: de persoon die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;
  21° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
  22° vergunninghouder: de persoon aan wie de vergunning is verleend, of, in voorkomend geval, aan wie de vergunning is overgedragen. De houder van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt geacht de exploitant te zijn.";
  2° in het tweede lid, 3°, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende".
Art. 3. A l'article 2 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, modifié par les décrets des 15 juillet 2016, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Dans le présent décret, on entend par :
  1° demande : la demande, la requête ou l'initiative d'office par laquelle une procédure ou une combinaison des procédures mentionnées dans l'article 15 est engagée ;
  2° demandeur : le demandeur du permis, le requérant ou l'organe d'administration qui a pris l'initiative d'office, désireux d'obtenir l'un des éléments de fond mentionnés dans l'article 15 ou une combinaison de ceux-ci ;
  3° envoi sécurisé analogique : l'un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ;
  4° auteur du recours : la personne qui introduit un recours en vertu de l'article 52 ;
  5° public concerné : toute personne physique ou morale ainsi que toute association, toute organisation ou tout groupement doté de la personnalité juridique, qui est touché(e) ou qui risque d'être touché(e) par la décision concernant la délivrance ou l'actualisation d'un permis d'environnement ou des conditions dont il est assorti ou qui a un intérêt à faire valoir à cet égard, les organisations non gouvernementales qui oeuvrent en faveur de la protection de l'environnement étant réputées avoir un intérêt ;
  6° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) un envoi sécurisé analogique ;
  b) un envoi sécurisé numérique ;
  7° DABM : le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ;
  8° décision définitive : une décision qui n'est plus susceptible de recours administratif organisé ;
  9° envoi sécurisé numérique :
  a) le chargement d'une pièce du dossier dans le guichet environnement ;
  b) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude ;
  10° acte de déclaration : le document attestant que l'autorité compétente a pris acte, expressément ou tacitement, d'une déclaration ;
  11° RIE : un rapport d'incidence sur l'environnement concernant un projet tel que mentionné dans l'article 4.1.1, 9°, du DABM ;
  12° arrêté environnement : une décision au sujet d'une demande de permis d'environnement basée sur une demande de modification d'un plan d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial en vigueur pour une zone de projet, au sens de l'article 7.4.4/2 du VCRO ;
  13° guichet environnement : le système numérique mis à disposition par la Flandre pour l'introduction et le traitement des demandes, déclarations et recours ;
  14° rapport de sécurité environnementale : un rapport de sécurité au sujet d'un projet, tel que mentionné dans l'article 4/1.1.1, alinéa 1er, 5°, du DABM ;
  15° permis d'environnement : la décision écrite de l'autorité compétente d'autoriser un projet soumis à autorisation ;
  16° assistant : toute personne physique ou morale qui, dans l'exercice de sa profession ou de son activité, pose des actes au nom et pour le compte d'un ou de plusieurs tiers dans le cadre des procédures du présent décret ;
  17° projet : soit l'un des éléments ou une combinaison des éléments suivants soumis à l'obligation d'autorisation ou de déclaration, mentionnés dans l'article 5 :
  a) l'exécution d'actes urbanistiques ;
  b) l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée ;
  c) l'exercice d'activités de commerce de détail ;
  d) la modification de la végétation ;
  soit le lotissement de terrains complété, le cas échéant, de l'exécution d'actes, de la modification de la végétation ou de l'exploitation, qui rendent le lotissement constructible ;
  18° rapport de sécurité spatiale : un rapport de sécurité au sujet d'un plan d'exécution spatial tel que mentionné dans l'article 4/1.1.1, alinéa 1er, 9°, du DABM ;
  19° screening : un ensemble d'informations environnementales au sujet d'un projet tel que mentionné dans l'article 4.1.1, 17°, du DABM ;
  20° superviseur : la personne désignée en application du titre XVI du DABM pour contrôler l'établissement classé ou l'activité classée ;
  21° VCRO : le Code flamand de l'Aménagement du territoire du 15 mai 2009 ;
  22° titulaire du permis : la personne à laquelle le permis a été accordé ou, le cas échéant, à laquelle le permis a été transféré. Le titulaire d'un permis pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée est réputé être l'exploitant. " ;
  2° à l'alinéa 2, 3°, le membre de phrase " du 15 juillet relatif à " est remplacé par le membre de phrase " du 15 juillet 2016 relatif à ".
Art. 4. In artikel 3, eerste lid, 3°, en tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende".
Art. 4. Dans l'article 3, alinéa 1er, 3°, et alinéa 2, 3°, du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016 et 8 décembre 2017, le membre de phrase " du 15 juillet relatif à " est remplacé par le membre de phrase " du 15 juillet 2016 relatif à ".
Art. 5. In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "aan lokale besturen" worden vervangen door de woorden "aan gemeenten en provincies";
  2° de zinsnede "voorbereiding, organisatie en" wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 4, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " aux administrations locales " sont remplacés par les mots " aux communes et provinces " ;
  2° le membre de phrase " la préparation, l'organisation et " est abrogé.
Art. 6. In artikel 5, 1°, d), van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende".
Art. 6. Dans l'article 5, 1°, d), du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016 et 8 décembre 2017, le membre de phrase " du 15 juillet relatif à " est remplacé par le membre de phrase " du 15 juillet 2016 relatif à ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de omgevingsvergunning wordt geweigerd, wordt de aktename van de melding in de beslissing geacht zonder voorwerp te zijn.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 5" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 5, 1°, a), c), d) en e), en in artikel 5, 2° ";
  3° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd: "Als voor het project een screening van de milieueffecten nodig is, behandelt die screening ook de milieueffecten van de uitvoeringsfase.".
Art. 7. A l'article 7 du même décret, modifié par le décret du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, un alinéa 2 rédigé comme suit est ajouté :
  " Si le permis d'environnement est refusé, la prise d'acte de la déclaration dans la décision est réputée sans objet. " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " visés à l'article 5 " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article 5, 1°, a), c), d) et e), et à l'article 5, 2° " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 2, la phrase suivante est ajoutée : " Si un screening des incidences sur l'environnement est nécessaire pour le projet, ce screening traite également les incidences sur l'environnement de la phase de mise en oeuvre. ".
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 15" wordt telkens vervangen door de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 17";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede ", als een realistische projectstudie voorhanden is," opgeheven;
  3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het verzoek een voldoende uitgewerkte projectstudie bevat, gaat de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar in op het verzoek.";
  4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 15, kan op eigen initiatief" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 17, of haar omgevingsambtenaar kan op eigen initiatief";
  5° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden tussen het woord "hierbij" en de woorden "het toepassingsgebied" de woorden "de inhoud van het verzoek vastleggen en" ingevoegd.
Art. 8. A l'article 8 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " autorité compétente, visée à l'article 15 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " autorité compétente mentionnée dans l'article 17 " ;
  2° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , si une étude de projet réaliste est disponible, " est abrogé ;
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Si la demande contient une étude de projet suffisamment élaborée, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement accède à la demande. " ;
  4° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, le membre de phrase " visée à l'article 15 peut, de sa propre initiative " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article 17 ou son fonctionnaire environnement peut, de sa propre initiative " ;
  5° à l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, le membre de phrase " , fixer le contenu de la demande " est inséré entre les mots " réunion de projet " et le mot " et ".
Art. 9. In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 4 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 4. Omgevingsambtenaren en omgevingsvergunningscommissies".
Art. 9. Dans le chapitre 1er du même décret, l'intitulé de la section 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 4. Fonctionnaires environnement et commissions du permis d'environnement ".
Art. 10. In artikel 9 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de aangestelde ambtenaar of ambtenaren" vervangen door de woorden "het aangewezen personeelslid of de aangewezen personeelsleden";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Als er geen gemeentelijke omgevingsambtenaar binnen de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband beschikbaar is, oefent de algemeen directeur voor een periode van maximum 12 aaneengesloten maanden de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uit of wijst hij voor een periode van maximaal 24 aaneengesloten maanden een waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar aan die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent. Paragraaf 2 is onverkort van toepassing op de persoon die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent.".
Art. 10. A l'article 9 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " le fonctionnaire désigné ou les fonctionnaires désignés " sont remplacés par les mots " le ou les agents désignés " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Si aucun fonctionnaire environnement communal n'est disponible au sein de la commune ou de l'intercommunale, le directeur général exerce, pendant une période de 12 mois consécutifs maximum, les fonctions du fonctionnaire environnement communal ou désigne, pour une période de 24 mois consécutifs maximum, un fonctionnaire environnement communal intérimaire qui exerce les fonctions du fonctionnaire environnement communal. Le paragraphe 2 s'applique intégralement à la personne exerçant les fonctions de fonctionnaire environnement communal. ".
Art. 11. In het tweede lid van artikel 10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, worden de woorden "de aangestelde ambtenaar of ambtenaren" vervangen door de woorden "het aangewezen personeelslid of de aangewezen personeelsleden".
Art. 11. A l'alinéa 2 de l'article 10 du même décret, modifié par le décret du 19 avril 2024, les mots " le fonctionnaire désigné ou les fonctionnaires désignés " sont remplacés par les mots " le ou les agents désignés ".
Art. 12. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 10/1. § 1. In iedere provincie wordt een provinciale omgevingsvergunningscommissie opgericht.
  Er wordt ook een gewestelijke omgevingsvergunningscommissie opgericht.
  § 2. De commissies zijn samengesteld uit een voorzitter, een secretaris, deskundigen en vertegenwoordigers van de instanties die bevoegd zijn om advies te geven. Het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar maakt deel uit van de commissies met raadgevende stem behalve als de aanvraag of het beroep van het college uitgaat.
  De deputatie respectievelijk de Vlaamse Regering wijst de voorzitter, de secretaris en de deskundigen aan die in de provinciale respectievelijk de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie zetelen.
  De provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie beschikken elk over een permanent secretariaat.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie.
  De Vlaamse Regering kan bepalen dat sommige adviesinstanties in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, geen deel uitmaken van de omgevingsvergunningscommissie.".
Art. 12. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 10/1 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 10/1. § 1er. Une commission provinciale du permis d'environnement est créée dans chaque province.
  Une commission régionale du permis d'environnement est également créée.
  § 2. Les commissions se composent d'un président, d'un secrétaire, d'experts et de représentants des instances compétentes pour rendre des avis. Le collège des bourgmestre et échevins ou le fonctionnaire environnement communal fait partie des commissions avec voix consultative sauf si la demande ou le recours émane du collège.
  La députation et le Gouvernement flamand désignent respectivement le président, le secrétaire et les experts qui siègent à la commission provinciale ou à la commission régionale du permis d'environnement.
  La commission provinciale et la commission régionale du permis d'environnement disposent également chacune d'un secrétariat permanent.
  § 3. Le Gouvernement flamand précise les modalités de composition et de fonctionnement de la commission provinciale et de la commission régionale du permis d'environnement.
  Le Gouvernement flamand peut prévoir que certaines instances d'avis ne font pas partie de la commission du permis d'environnement dans les cas déterminés par le Gouvernement flamand. ".
Art. 13. In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 5 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 5. Omgevingsfonds".
Art. 13. Dans le chapitre 1er du même décret, l'intitulé de la section 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 5. Fonds pour l'environnement ".
Art. 14. Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 12 du même décret est abrogé.
Art. 15. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt hoofdstuk 1, afdeling 6, die bestaat uit artikel 13, opgeheven.
Art. 15. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, le chapitre 1er, section 6, comportant l'article 13, est abrogé.
Art. 16. In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 8 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 8. Digitalisering, openbaarmaking en opvraging van gegevens en gegevensverwerking".
Art. 16. Dans le chapitre 1er du même décret, l'intitulé de la section 8 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 8. Numérisation, publication et extraction de données et traitement de données ".
Art. 17. Artikel 14/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015 en gewijzigd bij de decreten van 3 februari 2017 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 14/1. § 1. Alle aanvragen of meldingen die in dit decreet geregeld zijn, worden digitaal ingediend.
  De procedures, vermeld in dit decreet, verlopen digitaal conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan bepalen welke procedures of onderdelen daarvan analoog verlopen of kunnen verlopen.
  § 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken in geval van onbeschikbaarheid wegens technische storingen van het omgevingsloket, en daarbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke stukken digitaal geraadpleegd kunnen worden en tijdens welke termijn ze geraadpleegd kunnen worden.".
Art. 17. L'article 14/1 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2015 et modifié par les décrets des 3 février 2017 et 26 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14/1. § 1er. Toutes les demandes ou déclarations réglées dans le présent décret sont introduites par voie numérique.
  Les procédures mentionnées dans le présent décret se déroulent par voie numérique conformément aux règles définies par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand peut déterminer les procédures ou les parties de celles-ci qui se déroulent ou peuvent se dérouler par voie analogique.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut élaborer des règles plus précises en cas d'indisponibilité pour cause de défaillances techniques du guichet environnement et, à cet égard, suspendre ou allonger les délais des procédures mentionnées dans le présent décret pour la durée des défaillances techniques.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les pièces qui peuvent être consultées par voie numérique et le laps de temps pendant lequel elles peuvent être consultées. ".
Art. 18. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een artikel 14/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/2. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken in geval van onbe schikbaarheid wegens technische storingen van het interne digitale dossierbehandelingssysteem van een gemeente, een provincie of het Vlaamse Gewest, en kan daarbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen, voor een of meer gemeenten, voor een of meer provincies of voor het Vlaamse Gewest.
  In dit artikel wordt onder intern digitaal dossierbehandelingssysteem verstaan: het digitale systeem waarmee de beslissingen van de bevoegde overheid worden voorbereid, genomen en afgehandeld.".
Art. 18. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 14/2 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 14/2. Le Gouvernement flamand peut élaborer des règles plus précises en cas d'indisponibilité pour cause de défaillances techniques du système numérique interne de traitement des dossiers d'une commune, d'une province ou de la Région flamande et, à cet égard, suspendre ou allonger les délais des procédures mentionnées dans le présent décret pour la durée des défaillances techniques, pour une ou plusieurs communes, pour une ou plusieurs communes provinces ou pour la Région flamande.
  Dans le présent article, on entend par système numérique interne de traitement des dossiers : le système numérique avec lequel les décisions de l'autorité compétente sont préparées, prises et traitées. ".
Art. 19. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet 19 april 2024, wordt een artikel 14/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/3. Een ingediende aanvraag en de bijbehorende documenten en plannen worden in het omgevingsloket tijdens een eventueel openbaar onderzoek en tijdens de termijn waarin tegen een beslissing in beroep kan worden gegaan als vermeld in artikel 53 en 105 van dit decreet, openbaar gemaakt.
  De inhoud van een ingediend bezwaar of beroep, als vermeld in het eerste lid, wordt in het omgevingsloket openbaar gemaakt tijdens de termijn, vermeld in het eerste lid.
  De openbaarmaking van gegevens is noodzakelijk voor en in uitvoering van de vervulling van een taak van algemeen belang en een wettelijke verplichting die aan de verwerkingsverantwoordelijken is opgedragen.
  Het nemen van een definitieve beslissing waarmee een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of een bijstelling daarvan wordt verleend, houdt in dat het verkavelingsplan en de verkavelingsvoorschriften vrij beschikbaar zijn en de opsteller ervan afstand doet van zijn auteursrecht op dat plan en die voorschriften.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke gegevens, met inbegrip van plannen, niet openbaar worden gemaakt. Zij kan hierbij onder meer een onderscheid maken naargelang het tijdstip van de niet openbaarmaking, de gevoeligheid van de inhoud, het type van plannen of gegevens en de personen aan wie de gegevens al dan niet openbaar gemaakt zouden worden. Ze kan hierbij rekening houden met de technische mogelijkheden van het omgevingsloket.".
Art. 19. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 14/3 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 14/3. Une demande introduite et les documents et plans y afférents sont publiés dans le guichet environnement durant une éventuelle enquête publique et durant la période pendant laquelle une décision est susceptible de recours, tel que mentionné aux articles 53 et 105 du présent décret.
  Le contenu des objections ou recours introduits, tels que visés à l'alinéa 1er, est publié dans le guichet environnement pendant la période mentionnée à l'alinéa 1er.
  La publication de données est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public et au respect d'une obligation légale dont sont investis les responsables du traitement.
  La prise d'une décision définitive accordant un permis d'environnement ou son actualisation pour le lotissement de terrains implique que le plan de lotissement et les prescriptions de lotissement sont librement disponibles et que leur auteur renonce à son droit d'auteur sur ce plan et ces prescriptions.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les données, y compris les plans, qui ne sont pas publiées. A cet égard, il peut notamment établir une distinction en fonction du moment de la non-divulgation, de la sensibilité du contenu, du type de plans ou de données et des personnes auxquelles les données seraient ou non divulguées. Il peut tenir compte à cet égard des possibilités techniques du guichet environnement. ".
Art. 20. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een artikel 14/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/4. § 1. De bevoegde overheden en het Departement Omgeving treden op als verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), of als ontvangers voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van dit decreet.
  De Vlaamse Regering kan overheden of instanties aanduiden als verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens of ontvangers voor de verwerking van persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, in het kader van de uitvoering van dit decreet.
  De verwerking van persoonsgegevens is noodzakelijk voor de vervulling en uitvoering van een taak van algemeen belang die aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. Daarnaast is de verwerking noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust in het kader van specifieke technische verwerkingen, zoals de verwerking in het omgevingsloket.
  § 2. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen:
  1° de aanvragers en hun ondersteuners;
  2° de exploitanten;
  3° de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen gedurende het openbaar onderzoek;
  4° de personen die een beroep indienen, en hun ondersteuners;
  5° de personen die vermeld worden in de gegevens of documenten die bij de procedure gevoegd worden.
  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
  1° de basisidentificatiegegevens die in de tabel, vermeld in het derde lid, met basis aangeduid zijn:
  a) de voor- en achternaam;
  b) het fysieke adres;
  c) de hoedanigheid in het project;
  d) in voorkomend geval, beroepsgegevens;
  e) het inrichtingsnummer en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de exploitant;
  f) gegevens die vrijwillig meegedeeld worden en die toelaten om personen te identificeren;
  2° de achtergrondidentificatiegegevens die in de tabel, vermeld in het derde lid, met achtergrond aangeduid zijn:
  a) het rijksregisternummer;
  b) het mailadres;
  c) andere contactgegevens;
  d) andere identificatiegegevens;
  e) eigendomsgegevens.
  De volgende categorieën van personen kunnen toegang hebben tot de volgende persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van dit decreet:
Art. 20. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 14/4 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 14/4. § 1er. Les autorités compétentes et le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire agissent en tant que responsables du traitement des données à caractère personnel, au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), ou en tant que destinataires pour le traitement des données à caractère personnel dans le cadre de l'exécution du présent décret.
  Le Gouvernement flamand peut désigner des autorités ou des instances en tant que responsables du traitement des données à caractère personnel ou en tant que destinataires pour le traitement des données à caractère personnel, tels que visés à l'alinéa 1er, dans le cadre de l'exécution du présent décret.
  Le traitement des données à caractère personnel est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public dont est investi le responsable du traitement. En outre, le traitement est nécessaire au respect d'une obligation légale à laquelle le responsable du traitement est soumis dans le cadre de traitements techniques spécifiques tels que le traitement dans le guichet environnement.
  § 2. Le traitement de données à caractère personnel dans le cadre du présent décret a trait aux catégories suivantes de personnes concernées :
  1° les demandeurs et leurs assistants ;
  2° les exploitants ;
  3° les personnes qui soumettent des points de vue, remarques ou objections pendant l'enquête publique ;
  4° les personnes qui introduisent un recours, et leurs assistants ;
  5° les personnes mentionnées dans les données ou documents joints à la procédure.
  Le traitement de données à caractère personnel dans le cadre du présent décret concerne les catégories suivantes de données à caractère personnel :
  1° les données d'identification de base désignées par " base " dans le tableau figurant à l'alinéa 3 sont :
  a) le prénom et le nom ;
  b) l'adresse physique ;
  c) la qualité dans le projet ;
  d) le cas échéant, les données professionnelles ;
  e) le numéro d'établissement et, le cas échéant, le numéro d'entreprise de l'exploitant ;
  f) les données communiquées volontairement, qui permettent d'identifier des personnes ;
  2° les données d'identification d'arrière-plan désignées par " arrière-plan " dans le tableau figurant à l'alinéa 3 sont :
  a) le numéro de registre national ;
  b) l'adresse e-mail ;
  c) d'autres coordonnées ;
  d) d'autres données d'identification ;
  e) les données de propriété.
  Les catégories suivantes de personnes peuvent avoir accès aux données à caractère personnel suivantes dans le cadre de l'exécution du présent décret :
 Wie In welke dossiers Welke persoonsgegevens
de bevoegde overheden, vermeld in artikel 17 en 18, hun personeelsleden, en hun ondersteuners dossiers op hun grondgebied en op het gebied van aangrenzende gemeenten basis en achtergrond van alle persoonsgegevens
de aanvragers, de exploitanten, de melders en hun ondersteuners de dossiers die ze hebben ingediend basis en achter- grond van hun eigen persoonsgegevens
  basis van de persoonsgegevens van bezwaarindieners en beroepsindieners het mailadres en andere contactgegevens van de beroepsindieners
  in geval van een aanvraag inzake een ingedeelde inrichting of activiteit die wordt ingediend door een overheid of een overheidsinstantie, basis van de persoonsgegevens van de exploitant
de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen of van wie het stand- punt wordt gevraagd, en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens
de personen die een beroep indienen, en hun vertegenwoordigers, medewerkers en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens
  basis van de persoonsgegevens van de aanvrager en exploitant
de leden van de instanties die om advies worden gevraagd, met inbegrip van de omgevingsvergunningscommissies de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
de leidend ambtenaren, vermeld in artikel 52, 5° tot en met 8°, en hun personeelsleden alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
de personeelsleden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State het dossier waartegen een procedure bij hun Raad inge- diend wordt basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
de toezichthouder, die met toe- passing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
10° de personeelsleden die belast zijn met de uitvoering van de hand- having van dit decreet alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
Wie In welke dossiers Welke persoonsgegevens1° de bevoegde overheden, vermeld in artikel 17 en 18, hun personeelsleden, en hun ondersteuners dossiers op hun grondgebied en op het gebied van aangrenzende gemeenten basis en achtergrond van alle persoonsgegevens2° de aanvragers, de exploitanten, de melders en hun ondersteuners de dossiers die ze hebben ingediend basis en achter- grond van hun eigen persoonsgegevens
  basis van de persoonsgegevens van bezwaarindieners en beroepsindieners het mailadres en andere contactgegevens van de beroepsindieners
  in geval van een aanvraag inzake een ingedeelde inrichting of activiteit die wordt ingediend door een overheid of een overheidsinstantie, basis van de persoonsgegevens van de exploitant3° de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen of van wie het stand- punt wordt gevraagd, en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens4° de personen die een beroep indienen, en hun vertegenwoordigers, medewerkers en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens
  basis van de persoonsgegevens van de aanvrager en exploitant5° de leden van de instanties die om advies worden gevraagd, met inbegrip van de omgevingsvergunningscommissies de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens6° de leidend ambtenaren, vermeld in artikel 52, 5° tot en met 8°, en hun personeelsleden alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens7° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens8° de personeelsleden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State het dossier waartegen een procedure bij hun Raad inge- diend wordt basis en achter- grond van alle persoonsgegevens9° de toezichthouder, die met toe- passing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens10° de personeelsleden die belast zijn met de uitvoering van de hand- having van dit decreet alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens
§ 3. De persoonsgegevens worden verwerkt om de taken te vervullen, vermeld in dit decreet en de besluiten van de Vlaamse Regering die in uitvoering van dit decreet zijn genomen, die als doel hebben aanvragen van een omgevingsvergunning, standpunten, opmerkingen, bezwaren en beroepen en meldingen mogelijk te maken, te beoordelen en op te volgen, alsook toezicht op en handhaving van deze aanvragen mogelijk te maken.
  § 4. Gezien de waarde van de persoonsgegevens voor het algemeen belang en gezien de onbepaalde duur van de omgevingsvergunningen worden in het kader van beslissingen inzake omgevingsvergunningen of inzake aktenames van meldingen de persoonsgegevens van de volgende personen permanent bewaard door het Departement Omgeving:
  1° de aanvragers, de exploitanten, de melders en hun ondersteuners;
  2° de vergunninghouders;
  3° de personen die een beroep indienen, en hun vertegenwoordigers, medewerkers en hun ondersteuners.
  De persoonsgegevens van de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen of van wie het standpunt wordt gevraagd, en hun ondersteuners worden gedurende dertig jaar bewaard door het Departement Omgeving, voor zover de technologische mogelijkheden bestaan om deze gegevens te verwijderen en de verwijdering redelijk is in verhouding tot de kosten die dergelijke verwijdering met zich meebrengt.
  In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Vlaamse Regering differentieren tussen de verschillende gegevens die worden bijgehouden en hierbij kortere bewaartermijnen vastleggen.
  § 5. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de verwerking van de persoonsgegevens, de beveiliging van die gegevens en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.".
 Qui Dans quels dossiers Quelles données à caractère personnel
les autorités compétentes visées aux articles 17 et 18, leurs agents, et leurs assistants dossiers sur leur territoire et sur le territoire de communes limitrophes base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
les demandeurs, les exploitants, les déclarants et leurs assistants les dossiers qu'ils ont introduits base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel base des données à caractère personnel des réclamants et auteurs de recours
  l'adresse e-mail et d'autres coordonnées des auteurs de recours
  dans le cas d'une demande concernant un établissement classé ou une activité classée qui est introduite par une autorité ou une instance publique, base des données à caractère personnel de l'exploitant
les personnes qui soumettent des points de vue, remarques ou objections ou dont le point de vue est demandé, et leurs assistants le dossier dans lequel elles veulent faire valoir leur intérêt base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel
les personnes qui introduisent un recours et leurs représentants, leurs collaborateurs et leurs assistants le dossier dans lequel elles veulent faire valoir leur intérêt base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel
  base des données à caractère personnel du demandeur et de l'exploitant
les membres des instances dont l'avis est sollicité, y compris des commissions du permis d'environnement les dossiers dans lesquels ils sont impliqués base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
les fonctionnaires dirigeants visés à l'article 52, 5° à 8°, et leurs agents tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
les agents de la division compétente pour le rapport d'incidence sur l'environnement et le rapport de sécurité les dossiers dans lesquels ils sont impliqués base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
les agents du Conseil du Contentieux des Permis et du Conseil d'Etat le dossier contre lequel une procédure a été introduite devant leur Conseil base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
le superviseur désigné en application du titre XVI du DABM pour contrôler l'établissement classé ou l'activité classée tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
10° les agents chargés de l'application du présent décret tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
Qui Dans quels dossiers Quelles données à caractère personnel1° les autorités compétentes visées aux articles 17 et 18, leurs agents, et leurs assistants dossiers sur leur territoire et sur le territoire de communes limitrophes base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel2° les demandeurs, les exploitants, les déclarants et leurs assistants les dossiers qu'ils ont introduits base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel base des données à caractère personnel des réclamants et auteurs de recours
  l'adresse e-mail et d'autres coordonnées des auteurs de recours
  dans le cas d'une demande concernant un établissement classé ou une activité classée qui est introduite par une autorité ou une instance publique, base des données à caractère personnel de l'exploitant3° les personnes qui soumettent des points de vue, remarques ou objections ou dont le point de vue est demandé, et leurs assistants le dossier dans lequel elles veulent faire valoir leur intérêt base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel4° les personnes qui introduisent un recours et leurs représentants, leurs collaborateurs et leurs assistants le dossier dans lequel elles veulent faire valoir leur intérêt base et arrière-plan de leurs propres données à caractère personnel
  base des données à caractère personnel du demandeur et de l'exploitant5° les membres des instances dont l'avis est sollicité, y compris des commissions du permis d'environnement les dossiers dans lesquels ils sont impliqués base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel6° les fonctionnaires dirigeants visés à l'article 52, 5° à 8°, et leurs agents tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel7° les agents de la division compétente pour le rapport d'incidence sur l'environnement et le rapport de sécurité les dossiers dans lesquels ils sont impliqués base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel8° les agents du Conseil du Contentieux des Permis et du Conseil d'Etat le dossier contre lequel une procédure a été introduite devant leur Conseil base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel9° le superviseur désigné en application du titre XVI du DABM pour contrôler l'établissement classé ou l'activité classée tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel10° les agents chargés de l'application du présent décret tous les dossiers base et arrière-plan de toutes les données à caractère personnel
§ 3. Les données à caractère personnel sont traitées pour accomplir les missions mentionnées dans le présent décret et dans les arrêtés du Gouvernement flamand pris en exécution du présent décret, qui ont pour but de permettre, d'évaluer et de suivre les demandes de permis d'environnement, les points de vue, remarques, objections et recours et les déclarations ainsi que de permettre le contrôle et l'exécution de ces demandes.
  § 4. Vu la valeur des données à caractère personnel pour l'intérêt général et vu la durée indéterminée des permis d'environnement, le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire conserve de façon permanente les données à caractère personnel des personnes suivantes dans le cadre de décisions en matière de permis d'environnement ou en matière de prises d'actes de déclarations :
  1° les demandeurs, les exploitants, les déclarants et leurs assistants ;
  2° les titulaires de permis ;
  3° les personnes qui introduisent un recours et leurs représentants, leurs collaborateurs et leurs assistants.
  Le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire conserve pendant trente ans les données à caractère personnel des personnes qui soumettent des points de vue, remarques ou objections, ou dont le point de vue est demandé, et de leurs assistants dans la mesure où il existe des possibilités technologiques pour supprimer ces données et où la suppression est raisonnable au regard des coûts qu'engendre une telle suppression.
  Par dérogation aux alinéas 1er et 2, le Gouvernement flamand peut établir une distinction entre les différentes données qui sont tenues à jour et fixer à cet égard des durées de conservation plus courtes.
  § 5. Le Gouvernement flamand peut préciser les règles relatives au traitement des données à caractère personnel, à la protection de ces données et aux garanties appropriées pour les droits et libertés des personnes concernées. ".
Art. 21. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een artikel 14/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 14/5. Op gemotiveerd verzoek verstrekt de vergunninghouder of de aanvrager de bevoegde overheid, de toezichthouder en de adviesinstanties alle door hen gevraagde gegevens en documenten die nodig of nuttig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en voor de monitoring of evaluatie van de vergunning. De vergunninghouder of aanvrager bezorgt de gegevens binnen de termijn die het verzoek vermeldt.".
Art. 21. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 14/5 rédigé comme suit est inséré :
  " Article 14/5. Le titulaire du permis ou le demandeur fournit à l'autorité compétente, au superviseur et aux instances d'avis, à leur demande motivée, toutes les données et tous les documents demandés, qui sont nécessaires ou utiles à l'appréciation de la demande et au suivi ou à l'évaluation du permis. Le titulaire du permis ou le demandeur transmet les données dans le délai mentionné dans la demande. ".
Art. 22. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 2. De modulaire vergunningsprocedure".
Art. 22. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 2. La procédure modulaire de permis ".
Art. 23. In hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven.
Art. 23. Dans le chapitre 2, section 1re, du même décret, l'intitulé de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 24. Artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 15. Dit hoofdstuk is, onverminderd de specifieke regels, vermeld in hoofdstuk 5, van toepassing op de procedures strekkende tot het bekomen van:
  1° een omgevingsvergunning als vermeld in artikel 6;
  2° een bijstelling van de voorwaarden die opgelegd zijn in de omgevingsvergunning als vermeld in artikel 82;
  3° een bijstelling van het voorwerp of de duur van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 83;
  4° een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 84 tot en met 86;
  5° een bijstelling van de nog niet volledig uitgevoerde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 86/1;
  6° een hernieuwing van een omgevingsvergunning van bepaalde duur als vermeld in artikel 91;
  7° een gedeeltelijke of gehele schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 91/1;
  8° een opheffing van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 91/2;
  9° een afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden als vermeld in artikel 91/11;
  10° een vaststelling dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft als vermeld in artikel 91/13;
  11° een evaluatie en eventuele bijstelling van de milieuvoorwaarden als vermeld in artikel 5.4.12 van het DABM;
  12° een omgevingsbesluit als vermeld in artikel 2, eerste lid, 12°.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke combinaties van aanvragen toegelaten of verboden zijn.".
Art. 24. L'article 15 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15. Sans préjudice des règles spécifiques mentionnées dans le chapitre 5, le présent chapitre s'applique aux procédures tendant à l'obtention de ce qui suit :
  1° un permis d'environnement tel que mentionné dans l'article 6 ;
  2° une actualisation des conditions imposées dans le permis d'environnement, telle que mentionnée dans l'article 82 ;
  3° une actualisation de l'objet ou de la durée du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée, telle que mentionnée dans l'article 83 ;
  4° une actualisation du permis d'environnement pour le lotissement de terrains, telle que mentionnée dans les articles 84 à 86 ;
  5° une actualisation du permis d'environnement non encore entièrement mis en oeuvre pour des actes urbanistiques, telle que mentionnée dans l'article 86/1 ;
  6° un renouvellement de permis d'environnement à durée déterminée, tel que mentionné dans l'article 91 ;
  7° une suspension ou une abrogation partielle ou totale du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée, telle que mentionnée dans l'article 91/1 ;
  8° une abrogation d'un permis d'environnement pour le lotissement de terrains, tel que mentionné dans l'article 91/2 ;
  9° une dérogation aux conditions environnementales générales et sectorielles, telle que mentionnée dans l'article 91/11 ;
  10° la constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général, telle que mentionnée dans l'article 91/13 ;
  11° une évaluation et une actualisation éventuelle des conditions environnementales, telles que mentionnées dans l'article 5.4.12 du DABM ;
  12° un arrêté environnement tel que mentionné dans l'article 2, alinéa 1er, 12°.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les combinaisons de demandes qui sont autorisées ou interdites. ".
Art. 25. Artikel 15/1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 15/1 du même décret, modifié par le décret du 19 avril 2024, est abrogé.
Art. 26. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 2 opgeheven.
Art. 26. Dans le chapitre 2 du même décret, l'intitulé de la sous-section 2 est abrogé.
Art. 27. Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 16. De modulaire vergunningsprocedure in eerste administratieve aanleg en in administratief beroep bestaat, in voorkomend geval, uit een of meer van de volgende modules:
  1° de indiening van een aanvraag of administratief beroep;
  2° een onderzoek naar de ontvankelijk- en volledigheid van de aanvraag en/of het beroep;
  3° advisering;
  4° een openbaar onderzoek;
  5° de toepassing van een of meer administratieve lussen;
  6° de toepassing van een of meer wijzigingslussen;
  7° het onderzoek van en de beslissing over de aanvraag;
  8° de bekendmaking van de beslissing over de aanvraag.".
Art. 27. L'article 16 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. La procédure modulaire de permis en première instance administrative et en recours administratif comporte, le cas échéant, un ou plusieurs des modules suivants :
  1° l'introduction d'une demande ou d'un recours administratif ;
  2° un examen de la recevabilité et du caractère complet de la demande et/ou du recours ;
  3° une consultation ;
  4° une enquête publique ;
  5° l'application d'une ou de plusieurs boucles administratives ;
  6° l'application d'une ou de plusieurs boucles modificatives ;
  7° l'examen et la décision au sujet de la demande ;
  8° la publication de la décision au sujet de la demande. ".
Art. 28. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 3 opgeheven.
Art. 28. Dans le chapitre 2 du même décret, l'intitulé de la sous-section 3 est abrogé.
Art. 29. Artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 17. § 1. De Vlaamse Regering is in eerste administratieve aanleg bevoegd voor de volgende aanvragen:
  1° aanvragen die betrekking hebben op Vlaamse projecten;
  2° aanvragen die louter een aanvraag tot afwijking van algemene en sectorale milieuvoorwaarden, vermeld in artikel 91/11, omvatten;
  3° aanvragen die louter een verzoek tot vaststelling omvatten dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijke beperkte impact heeft als vermeld in artikel 91/13;
  4° projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM, over twee of meer provincies.
  De deputatie is voor haar ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor aanvragen die betrekking hebben op:
  1° provinciale projecten;
  2° projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM, over twee of meer gemeenten in hun provincie;
  3° projecten die in de eerste klasse ingedeelde inrichtingen of activiteiten omvatten die geen Vlaams project noch een gemeentelijk project of een onderdeel ervan zijn.
  Het college van burgemeester en schepenen is voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor aanvragen die betrekking hebben op:
  1° gemeentelijke projecten;
  2° alle andere projecten dan de projecten waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.
  De Vlaamse Regering stelt de lijst van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke projecten vast. Ze kan daarnaast ook een lijst vaststellen van projecten waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is maar, waar- voor geen administratieve beroepsmogelijkheid openstaat in de zin van artikel 18, derde lid.
  § 2. Van een aanvraag voor de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit, met uitzondering van de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit na de verandering behoort.
  Van een aanvraag voor de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit voor de splitsing behoort.
  In dit artikel wordt verstaan onder splitsing: splitsen als vermeld in artikel 5.1.1, 12°, d), van het DABM.
  In afwijking van het eerste lid wordt van de aanvraag die uitsluitend het slopen van een project of het herstel van de terreinen in hun oorspronkelijke staat en de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daarvoor noodzakelijk is, als voorwerp heeft, kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 en 3, eerste lid, bevoegd is voor het project.
  § 3. Voor de toepassing van paragraaf 1 en 2 wordt als project beschouwd het geheel dat een bouwtechnisch en functioneel geheel vormt en waarbij in voorkomend geval de exploitatie een samenhangend technisch geheel vormt.
  Een bedrijfswoning vormt samen met de bijbehorende bedrijfsgebouwen één geheel.
  § 4. Verschillende elementen die op zichzelf staan, kunnen als een gezamenlijk project worden aangevraagd.
  Van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het hele project.
  § 5. Voor de kennisneming van en de beslissing over een aanvraag waarvoor overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4 het college van burgemeester en schepenen bevoegd is, is in de volgende gevallen de deputatie bevoegd:
  1° er is voldaan aan de volgende twee voorwaarden:
  a) voor het project moet een MER worden opgesteld;
  b) het college van burgemeester en schepenen is initiatiefnemer of aanvrager van het project;
  2° het project of het project na verandering ligt op het grondgebied van twee of meer gemeenten.
  Voor de kennisneming van en de beslissing over een aanvraag waarvoor overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4 of het eerste lid de deputatie bevoegd is, is in de volgende gevallen de Vlaamse Regering bevoegd:
  1° er is voldaan aan de volgende twee voorwaarden:
  a) voor het project moet een MER worden opgesteld;
  b) de deputatie is initiatiefnemer of aanvrager van het project;
  2° het project of het project na verandering ligt op het grondgebied van twee of meer provincies.
  Het eerste lid, 1°, en het tweede lid, 1°, zijn niet van toepassing als louter een screening bij de aanvraag wordt gevoegd. In dat geval is artikel 21, § 2, tweede lid, van toepassing.
  § 6. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen.
  De deputatie bepaalt in welke gevallen de provinciale omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen. De deputatie maakt die regeling bekend op de website van de provincie.
  Het college van burgemeester en schepenen kan bepalen in welke gevallen de gemeentelijke omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen. Het college van burgemeester en schepenen maakt die regeling bekend op de website van de gemeente.".
Art. 29. L'article 17 du même décret, modifié par le décret du 3 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 17. § 1er. Le Gouvernement flamand est compétent en première instance administrative pour les demandes suivantes :
  1° les demandes concernant des projets flamands ;
  2° les demandes comportant uniquement une demande de dérogation aux conditions environnementales générales et sectorielles, telle que mentionnée dans l'article 91/11 ;
  3° les demandes comportant uniquement une demande de constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général, telle que mentionnée dans l'article 91/13 ;
  4° les projets comportant exclusivement des établissements ou activités mobiles ou déplaçables, tels que mentionnés dans l'article 5.1.1, 10°, du DABM, sur deux ou plusieurs provinces.
  La députation est compétente en première instance administrative, dans les limites de son ressort, pour les demandes qui concernent :
  1° des projets provinciaux ;
  2° des projets comportant exclusivement des établissements ou activités mobiles ou déplaçables, tels que mentionnés dans l'article 5.1.1, 10°, du DABM, sur deux ou plusieurs communes de sa province ;
  3° des projets comportant des établissements classés ou des activités classées de première classe qui ne sont ni un projet flamand, ni un projet communal ni n'en font partie.
  Le collège des bourgmestre et échevins est compétent en première instance administrative, dans les limites de son ressort, pour les demandes qui concernent :
  1° des projets communaux ;
  2° tous les projets autres que ceux relevant de la compétence du Gouvernement flamand ou de la députation.
  Le Gouvernement flamand établit la liste des projets flamands, provinciaux et communaux. Par ailleurs, il peut également établir une liste des projets pour lesquels le collège des bourgmestre et échevins est compétent mais qui ne sont pas susceptibles de recours administratif au sens de l'article 18, alinéa 3.
  § 2. Il est pris connaissance et statué au sujet d'une demande de modification d'un établissement classé ou d'une activité classée, à l'exception de la scission d'un établissement classé ou d'une activité classée par l'autorité qui, conformément au paragraphe 1er, est compétente pour le projet dont relève l'établissement classé ou l'activité classée après la modification.
  Il est pris connaissance et statué au sujet d'une demande de scission d'un établissement classé ou d'une activité classée par l'autorité qui, conformément au paragraphe 1er, est compétente pour le projet dont relève l'établissement classé ou l'activité classée avant la scission.
  Dans le présent article, on entend par scission : la scission telle que mentionnée dans l'article 5.1.1, 12°, d), du DABM.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorité qui, conformément aux paragraphes 1er et 3, alinéa 1er, est compétente pour le projet prend connaissance et statue au sujet de la demande qui a pour seul objet la démolition d'un projet ou la remise des terrains en leur pristin état et l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée nécessaire à cet effet.
  § 3. Pour l'application des paragraphes 1er et 2, est considéré comme projet l'ensemble qui constitue un tout du point de vue architectonique et fonctionnel et dont l'exploitation constitue, le cas échéant, un ensemble technique cohérent.
  Un logement d'exploitation constitue un ensemble avec les bâtiments d'exploitation annexes.
  § 4. Plusieurs éléments isolés peuvent faire l'objet d'une demande en tant que projet commun.
  L'autorité qui, conformément au paragraphe 1er, est compétente pour l'ensemble du projet prend connaissance et statue au sujet de la demande visée à l'alinéa 1er.
  § 5. S'agissant de la prise de connaissance et de la décision au sujet d'une demande relevant de la compétence du collège des bourgmestre et échevins conformément aux paragraphes 1er à 4, la députation est compétente dans les cas suivants :
  1° les deux conditions suivantes sont remplies :
  a) un RIE doit être rédigé pour le projet ;
  b) le collège des bourgmestre et échevins est l'initiateur ou le demandeur du projet ;
  2° le projet ou le projet après modification se situe sur le territoire de deux ou de plusieurs communes.
  S'agissant de la prise de connaissance et de la décision au sujet d'une demande relevant de la compétence de la députation conformément aux paragraphes 1er à 4 ou à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand est compétent dans les cas suivants :
  1° les deux conditions suivantes sont remplies :
  a) un RIE doit être rédigé pour le projet ;
  b) la députation est l'initiateur ou le demandeur du projet ;
  2° le projet ou le projet après modification se situe sur le territoire de deux ou de plusieurs provinces.
  L'alinéa 1er, 1°, et l'alinéa 2, 1°, ne s'appliquent pas si seul un screening est joint à la demande. Dans ce cas, l'article 21, § 2, alinéa 2, s'applique.
  § 6. Le Gouvernement flamand détermine les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement régional peut statuer sur la demande.
  La députation détermine les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement provincial peut statuer sur la demande. La députation publie ce régime sur le site web de la province.
  Le collège des bourgmestre et échevins peut déterminer les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement communal peut statuer sur la demande. Le collège des bourgmestre et échevins publie ce régime sur le site web de la commune. ".
Art. 30. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van afdeling 2 wordt opgeheven;
  2° in afdeling 2 wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven.
Art. 30. Au chapitre 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé de la section 2 est abrogé ;
  2° dans la section 2, l'intitulé de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 31. Artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 18. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie of haar omgevingsambtenaar over aanvragen in eerste administratieve aanleg.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over het beroep kan beslissen.
  De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen of haar omgevingsambtenaar over aanvragen in eerste administratieve aanleg.".
Art. 31. L'article 18 du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18. Le Gouvernement flamand est compétent en dernière instance administrative pour les recours contre des décisions expresses ou tacites de la députation ou de son fonctionnaire environnement au sujet de demandes en première instance administrative.
  Le Gouvernement flamand détermine les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement régional peut statuer sur le recours.
  La députation est compétente en dernière instance administrative, dans les limites de son ressort, pour les recours contre des décisions expresses ou tacites du collège des bourgmestre et échevins ou de son fonctionnaire environnement au sujet de demandes en première instance administrative. ".
Art. 32. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden tussen artikel 18 en artikel 19 opschriften ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Afdeling 2. Procedure in eerste administratieve aanleg
Art. 32. Dans le chapitre 2 du même décret, des intitulés rédigés comme suit sont insérés entre l'article 18 et l'article 19 :
  " Section 2. Procédure en première instance administrative
Onderafdeling 1. Indiening van een aanvraag".
Sous-section 1re. Introduction d'une demande ".
Art. 33. Artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. De aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, wordt met een digitale beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid. Het ambtshalve initiatief wordt opgeladen in het omgevingsloket.
  De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de aanvraag.
  Als de aanvraag wordt ingediend door een niet-vergunninghouder, brengt de bevoegde overheid de volgende personen op de hoogte van de ingediende aanvraag:
  1° bij aanvragen over het verkavelen van gronden: alle eigenaars van een kavel;
  2° in de andere gevallen: de exploitant.
  De bevoegde overheid brengt deze personen op de hoogte van de ingediende aanvraag, naargelang het geval, op het ogenblik dat het ambtshalve initiatief in het omgevingsloket wordt opgeladen of uiterlijk binnen de toepasselijke termijn, vermeld in artikel 22.
  Vanaf dan worden alle personen, vermeld in het derde lid, minstens op de hoogte gehouden van de beslissing over de aanvraag.
  De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van kennisgeving.".
Art. 33. L'article 19 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19. La demande, à l'exception de l'initiative d'office, est introduite par envoi sécurisé numérique auprès de l'autorité compétente. L'initiative d'office est chargée dans le guichet environnement.
  Le Gouvernement flamand arrête le contenu de la demande.
  Si la demande est introduite par un non-titulaire de permis, l'autorité compétente informe les personnes suivantes de la demande introduite :
  1° dans le cas de demandes au sujet du lotissement de terrains : tous les propriétaires d'un lot ;
  2° dans les autres cas : l'exploitant.
  L'autorité compétente informe ces personnes de la demande introduite, selon le cas, au moment où l'initiative d'office est chargée dans le guichet environnement ou, au plus tard, dans le délai applicable mentionné dans l'article 22.
  A partir de ce moment, toutes les personnes mentionnées à l'alinéa 3 sont au moins tenues au courant de la décision au sujet de la demande.
  Le Gouvernement flamand détermine le mode de notification. ".
Art. 34. Artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 20. § 1. Als de aanvrager de vergunninghouder wordt of is, is een dossiertaks van 500 euro per aanvraag verschuldigd bij de indiening van een aanvraag in eerste administratieve aanleg bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar.
  Een dossiertaks van 100 euro per aanvraag is verschuldigd bij de indiening van een aanvraag in eerste aanleg bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar als de aanvrager lid is van het betrokken publiek.
  § 2. De bedragen, vermeld in paragraaf 1, worden tweejaarlijks automatisch geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen. De bedragen worden berekend aan de hand van het verschil tussen de indexen op 1 januari en worden afgerond naar beneden tot op de euro, op basis van de index op 1 januari 2023. De nieuwe bedragen gaan in voor aanvragen die ingediend zijn vanaf 1 maart van het jaar van de indexering.
  § 3. De dossiertaks wordt gestort op de rekening van het Omgevingsfonds.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de dossiertaks.".
Art. 34. L'article 20 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20. § 1er. Si le demandeur devient ou est le titulaire du permis, une taxe de dossier de 500 euros par demande est due lors de l'introduction d'une demande en première instance administrative auprès du Gouvernement flamand ou du fonctionnaire environnement régional.
  Une taxe de dossier de 100 euros par demande est due lors de l'introduction d'une demande en première instance auprès du Gouvernement flamand ou du fonctionnaire environnement régional si le demandeur est membre du public concerné.
  § 2. Les montants mentionnés dans le paragraphe 1er sont indexés automatiquement tous les deux ans suivant l'indice des prix à la consommation. Les montants sont calculés à partir de la différence entre les indices au 1er janvier et sont arrondis à l'euro inférieur sur la base de l'indice au 1er janvier 2023. Les nouveaux montants prennent effet pour les demandes introduites à partir du 1er mars de l'année de l'indexation.
  § 3. La taxe de dossier est versée sur le compte du Fonds pour l'environnement.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les règles concernant la taxe de dossier. ".
Art. 35. In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 20 en artikel 21 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling 2. Ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek".
Art. 35. Dans le même décret, un intitulé rédigé comme suit est inséré entre l'article 20 et l'article 21 :
  " Sous-section 2. Examen de la recevabilité et du caractère complet ".
Art. 36. Artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. § 1. De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar onderzoekt de oorspronkelijke aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, op haar ontvankelijkheid en volledigheid.
  Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 30 voor de in artikel 22, eerste lid, vermelde mededeling, heeft het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek betrekking op de aldus gewijzigde aanvraag.
  § 2. Als de oorspronkelijke aanvraag met toepassing van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM een screening bevat, of als deze met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld.
  Als de bevoegde overheid zelf initiatiefnemer of aanvrager is, verricht haar omgevingsambtenaar de taken, vermeld in het eerste lid, in alle onafhankelijkheid en neutraliteit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening daarvan.
  § 3. De bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, lijst de redenen op die volgens haar leiden tot de onontvankelijkheid of onvolledigheid van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1 en 2, en vraagt de aanvrager om deze in functie hiervan te wijzigen met toepassing van artikel 30.".
Art. 36. L'article 21 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. § 1er. L'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine la recevabilité et le caractère complet de la demande initiale, à l'exception de l'initiative d'office.
  Si, après avoir introduit la demande initiale, le demandeur la modifie d'initiative en application de l'article 30 pour la communication mentionnée dans l'article 22, alinéa 1er, l'examen de la recevabilité et du caractère complet porte sur la demande ainsi modifiée.
  § 2. Si la demande initiale contient un screening en application de l'article 4.3.3, § 2, du DABM ou si celui-ci est ajouté ou modifié en application du paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine ce screening et décide si un RIE doit être rédigé pour le projet.
  Si l'autorité compétente est elle-même l'initiateur ou le demandeur, son fonctionnaire environnement accomplit les tâches mentionnées à l'alinéa 1er en toute indépendance et en toute neutralité. Il ne peut pas subir de préjudice en raison de l'exécution de ces tâches.
  § 3. L'autorité compétente, son fonctionnaire environnement ou la personne mandatée par lui énumère les raisons qui, de son avis, conduisent à l'irrecevabilité ou au caractère incomplet de la demande mentionnée dans les paragraphes 1er et 2 et invite le demandeur à la modifier en conséquence en application de l'article 30. ".
Art. 37. Artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. § 1. De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar onderzoekt de oorspronkelijke aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, op haar ontvankelijkheid en volledigheid.
  Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 30 voor de in artikel 22, eerste lid, vermelde mededeling, heeft het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek betrekking op de aldus gewijzigde aanvraag.
  § 2. Als de oorspronkelijke aanvraag met toepassing van artikel 4.3.6 van het DABM een screening bevat, of als deze met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld.
  Als de bevoegde overheid zelf initiatiefnemer of aanvrager is, verricht haar omgevingsambtenaar de taken, vermeld in het eerste lid, in alle onafhankelijkheid en neutraliteit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening daarvan.
  § 3. De bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, lijst de redenen op die volgens haar leiden tot de onontvankelijkheid of onvolledigheid van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1 en 2, en vraagt de aanvrager om deze in functie hiervan te wijzigen met toepassing van artikel 30.".
Art. 37. L'article 21 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. § 1er. L'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine la recevabilité et le caractère complet de la demande initiale, à l'exception de l'initiative d'office.
  Si, après avoir introduit la demande initiale, le demandeur la modifie d'initiative en application de l'article 30 pour la communication mentionnée dans l'article 22, alinéa 1er, l'examen de la recevabilité et du caractère complet porte sur la demande ainsi modifiée.
  § 2. Si la demande initiale contient un screening en application de l'article 4.3.6 du DABM ou si celui-ci est ajouté ou modifié en application du paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine ce screening et décide si un RIE doit être rédigé pour le projet.
  Si l'autorité compétente est elle-même l'initiateur ou le demandeur, son fonctionnaire environnement accomplit les tâches mentionnées à l'alinéa 1er en toute indépendance et en toute neutralité. Il ne peut pas subir de préjudice en raison de l'exécution de ces tâches.
  § 3. L'autorité compétente, son fonctionnaire environnement ou la personne mandatée par lui énumère les raisons qui, de son avis, conduisent à l'irrecevabilité ou au caractère incomplet de la demande mentionnée dans les paragraphes 1er et 2 et invite le demandeur à la modifier en conséquence en application de l'article 30. ".
Art. 38. Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 22. De oplijsting en de vraag tot wijziging, vermeld in artikel 21, § 3, wordt met een beveiligde zending aan de aanvrager meegedeeld binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum waarop de oorspronkelijke aanvraag is ingediend.
  Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, voor de in het eerste lid vermelde mededeling, wordt de dag waarop hij die wijziging indient, beschouwd als de datum vanaf wanneer de termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, ingaat.".
Art. 38. L'article 22 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22. L'énumération et la demande de modification mentionnées dans l'article 21, § 3, sont communiquées au demandeur par envoi sécurisé dans le délai de trente jours à compter du jour suivant la date d'introduction de la demande initiale.
  Si, après avoir introduit la demande initiale, le demandeur la modifie d'initiative en application de l'article 21, § 1er, alinéa 2, avant la communication mentionnée à l'alinéa 1er, le jour où il introduit cette modification est considéré comme la date à partir de laquelle le délai de trente jours mentionné à l'alinéa 1er commence à courir. ".
Art. 39. In hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 2 opgeheven.
Art. 39. Dans le chapitre 2, section 2, du même décret, l'intitulé de la sous-section 2 est abrogé.
Art. 40. Artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 23. Als de overheid waarbij de aanvraag, vermeld in artikel 21, is ingediend, of haar omgevingsambtenaar vaststelt dat de overheid in kwestie niet bevoegd is voor deze aanvraag, stuurt ze die aanvraag onmiddellijk door naar de bevoegde overheid. De overheid waarbij de aanvraag is ingediend, of haar omgevingsambtenaar brengt de aanvrager er tegelijkertijd van op de hoogte dat de aanvraag is doorgestuurd. De bevoegde overheid behandelt vervolgens de aanvraag.
  Voor de toepassing van dit decreet geldt de datum waarop de overheid de aanvraag doorstuurt naar de bevoegde overheid, als de datum wanneer de termijn van dertig dagen voor het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, vermeld in artikel 21, ingaat.".
Art. 40. L'article 23 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 23. Si l'autorité auprès de laquelle la demande mentionnée dans l'article 21 a été introduite ou son fonctionnaire environnement constate que l'autorité en question n'est pas compétente pour cette demande, elle la transmet immédiatement à l'autorité compétente. L'autorité auprès de laquelle la demande a été introduite ou son fonctionnaire environnement informe simultanément le demandeur de ce que la demande a été transférée. L'autorité compétente traite ensuite la demande.
  Pour l'application du présent décret, la date à laquelle l'autorité transfère la demande à l'autorité compétente est considérée comme la date à partir de laquelle le délai de trente jours pour l'examen de la recevabilité et du caractère mentionné dans l'article 21 commence à courir. ".
Art. 41. In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 23 en artikel 24 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling 3. Advisering en openbaar onderzoek".
Art. 41. Dans le même décret, un intitulé rédigé comme suit est inséré entre l'article 23 et l'article 24 :
  " Sous-section 3. Consultation et enquête publique ".
Art. 42. Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 24. De Vlaamse Regering wijst de adviesinstanties aan die over een aanvraag advies verlenen.
  Het advies van het college van burgemeester en schepenen of van de gemeentelijke omgevingsambtenaar op het ambtsgebied waarvan de aanvraag betrekking heeft, wordt altijd ingewonnen als de deputatie of de Vlaamse Regering de bevoegde overheid is, tenzij:
  1° de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2° de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.".
Art. 42. L'article 24 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 24. Le Gouvernement flamand désigne les instances d'avis qui rendent un avis au sujet d'une demande.
  L'avis du collège des bourgmestre et échevins ou du fonctionnaire environnement communal sur le ressort duquel porte la demande est toujours recueilli si la députation ou le Gouvernement flamand est l'autorité compétente, sauf si :
  1° la demande a été introduite par le collège concerné ;
  2° la demande concerne uniquement des établissements classés ou des activités classées mobiles ou déplaçables. ".
Art. 43. Artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 25. In de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, vraagt de bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, het advies van de provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 10/1.
  De provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie vraagt de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies.
  Als een advies van een omgevingsvergunningscommissie als vermeld in artikel 10/1, vereist is, verlenen de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar hun advies aan de omgevingsvergunningscommissie. Die commissie verleent een geïntegreerd advies.
  Als er geen advies van een omgevingsvergunningscommissie als vermeld in artikel 10/1 vereist is, vraagt de bevoegde overheid haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies.".
Art. 43. L'article 25 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 25. Dans les cas déterminés par le Gouvernement flamand, l'autorité compétente, son fonctionnaire environnement ou la personne mandatée par lui sollicite l'avis de la commission provinciale ou régionale du permis d'environnement mentionnée dans l'article 10/1.
  La commission provinciale ou régionale du permis d'environnement sollicite l'avis des instances d'avis et, le cas échéant, du collège des bourgmestre et échevins ou du fonctionnaire environnement communal.
  Si l'avis d'une commission du permis d'environnement telle que mentionnée dans l'article 10/1 est requis, les instances d'avis et, le cas échéant, le collège des bourgmestre et échevins ou le fonctionnaire environnement communal rendent leur avis à la commission du permis d'environnement. Cette commission rend un avis intégré.
  Si l'avis d'une commission du permis d'environnement telle que mentionnée dans l'article 10/1 n'est pas requis, l'autorité compétente, son fonctionnaire environnement ou la personne mandatée par lui sollicite l'avis des instances d'avis et, le cas échéant, du collège des bourgmestre et échevins ou du fonctionnaire environnement communal. ".
Art. 44. Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 26. De Vlaamse Regering stelt de adviestermijnen vast en kan de elementen bepalen waarop de adviezen moeten ingaan.
  Als er geen tijdig advies is, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.".
Art. 44. L'article 26 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 26. Le Gouvernement flamand fixe les délais d'avis et peut déterminer les éléments que les avis doivent examiner.
  A défaut d'avis dans les délais impartis, il peut être passé outre à l'exigence en matière d'avis. ".
Art. 45. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. Als de omgevingsvergunningscommissie om advies wordt gevraagd, kan de aanvrager, vergunninghouder of exploitant vragen om door de omgevingsvergunningscommissie in kwestie gehoord te worden.".
Art. 45. L'article 27 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 27. Si l'avis de la commission du permis d'environnement est sollicité, le demandeur, le titulaire du permis ou l'exploitant peut demander à être entendu par la commission du permis d'environnement en question. ".
Art. 46. Artikel 27/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt opgeheven.
Art. 46. L'article 27/1 du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 2016, est abrogé.
Art. 47. Artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28. § 1. De organisatie van een openbaar onderzoek over een aanvraag is verplicht als de oorspronkelijke aanvraag:
  1° een MER of omgevingsveiligheidsrapport over een project moet bevatten, en/ of;
  2° een passende beoordeling als vermeld in artikel 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, moet bevatten;
  3° een beslissing van de gemeenteraad vereist over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, en/of;
  4° een bijstelling van de verkaveling als vermeld in artikel 85 betreft, en/of;
  5° het verzoek als vermeld in artikel 91/13 bevat om vast te stellen dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft, en/of;
  6° met toepassing van artikel 91/11 een vraag tot afwijking van inplantingsregels of BBT-gen omvat als bedoeld in artikel 5.4.8 van het DABM, en/of;
  7° een vraag tot evaluatie en/of bijstelling van de voorwaarden als vermeld in artikel 82 en/of artikel 5.4.12 van het DABM omvat, en/of;
  8° een omgevingsbesluit betreft.
  De Vlaamse Regering bepaalt welke andere oorspronkelijke aanvragen onderworpen zijn aan een openbaar onderzoek.
  § 2. Gedurende het openbaar onderzoek kan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon digitaal zijn standpunten, opmerkingen en bezwaren indienen. In afwijking daarvan kan alleen het betrokken publiek dit analoog doen, wanneer het daarvoor geen beroep doet op een ondersteuner. In dit laatste geval digitaliseert de bevoegde overheid deze standpunten, opmerkingen en bezwaren en laadt ze de digitale versie op in het omgevingsloket.
  § 3. Als de aanvraag een MER of omgevingsveiligheidsrapport over een project omvat, behandelt het openbaar onderzoek ook de inhoud van dat rapport, tenzij dat rapport al goedgekeurd is en nog actueel is.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek. Ze kan de aanvragen bepalen waarvoor het openbaar onderzoek een informatievergadering omvat, alsook de nadere regels voor de organisatie van die informatievergadering.".
Art. 47. L'article 28 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 28. § 1er. L'organisation d'une enquête publique concernant une demande est obligatoire si la demande initiale :
  1° doit contenir un RIE ou un rapport de sécurité environnementale pour un projet ; et/ ou
  2° doit contenir une évaluation appropriée telle que mentionnée dans l'article 36ter, § 3, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  3° requiert une décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale ; et/ou
  4° concerne une actualisation du lotissement telle que mentionnée dans l'article 85 ; et/ou
  5° contient la demande, telle que mentionnée dans l'article 91/13, de constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général ; et/ou
  6° contient, en application de l'article 91/11, une demande de dérogation aux règles en matière d'implantation ou NEA-MTD telle que visée à l'article 5.4.8 du DABM ; et/ou
  7° contient une demande d'évaluation et/ou d'actualisation des conditions telle que mentionnée dans l'article 82 et/ou l'article 5.4.12 du DABM ; et/ou
  8° concerne un arrêté environnement.
  Le Gouvernement flamand détermine les autres demandes initiales qui sont soumises à une enquête publique.
  § 2. Durant l'enquête publique, toute personne physique ou morale peut soumettre ses points de vue, remarques et objections par voie numérique. Par dérogation, seul le public concerné peut le faire par voie analogique lorsqu'il ne fait pas appel à un assistant à cet effet. Dans ce dernier cas, l'autorité compétente numérise ces points de vue, remarques et objections et charge la version numérique dans le guichet environnement.
  § 3. Si la demande contient un RIE ou un rapport de sécurité environnementale pour un projet, l'enquête publique examine également le contenu de ce rapport, à moins qu'il n'ait déjà été approuvé et soit toujours d'actualité.
  § 4. Le Gouvernement flamand précise les modalités d'organisation de l'enquête publique. Il peut déterminer les demandes pour lesquelles l'enquête publique comporte une séance d'information et préciser les modalités d'organisation de cette séance d'information. ".
Art. 48. In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 28 en artikel 29 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling 4. Administratieve en wijzigingslus".
Art. 48. Dans le même décret, un intitulé rédigé comme suit est inséré entre l'article 28 et l'article 29 :
  " Sous-section 4. Boucle administrative et modificative ".
Art. 49. Artikel 29 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 29. Telkens als de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar vaststelt dat een onregelmatigheid is begaan die kan leiden tot een vernietiging van de te nemen beslissing, kan ze de onregelmatigheid herstellen door een administratieve lus toe te passen.
  Onder herstel van onregelmatigheden wordt minstens begrepen:
  1° het inwinnen van een ten onrechte niet-ingewonnen advies, het vervolledigen van een onvolledig advies of het corrigeren van een foutief advies;
  2° het organiseren van een ten onrechte niet of foutief georganiseerd openbaar onderzoek;
  3° het inwinnen van een ten onrechte niet ingewonnen voorbereidende beslissing of uitspraak.".
Art. 49. L'article 29 du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016 et 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 29. Chaque fois que l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement constate qu'une irrégularité, susceptible de conduire à l'annulation de la décision à prendre, a été commise, elle peut réparer l'irrégularité en appliquant une boucle administrative.
  Par réparation d'irrégularités, on entend au moins :
  1° recueillir un avis qui n'a, indûment, pas été sollicité, compléter un avis incomplet ou corriger un avis incorrect ;
  2° organiser une enquête publique qui n'a, indûment, pas été organisée ou a été mal organisée ;
  3° obtenir une décision préparatoire ou un prononcé qui n'a, indûment, pas été obtenu(e). ".
Art. 50. Artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 30. Een aanvrager kan een aanvraag een of meer keren wijzigen via een wijzigingslus.
  Onder wijzigingen in de zin van het eerste lid worden onder meer begrepen:
  1° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die louter strekt tot verduidelijking van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;
  2° de toevoeging van de in de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag ontbrekende inhoud, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;
  3° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die een impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag.
  Een wijzigingslus kan niet worden toegepast en wordt door de bevoegde overheid geweigerd wanneer:
  1° die wordt ingediend tijdens de door de Vlaamse Regering bepaalde duur van het openbaar onderzoek en/of termijnen voor advisering; en/of
  2° die tot gevolg heeft dat de aanvraag bij een andere bevoegde overheid ingediend moet worden, met uitzondering van de toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, van dit decreet.
  Over de gewijzigde aanvraag wordt telkens een openbaar onderzoek georganiseerd als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
  1° over de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag werd een openbaar onderzoek georganiseerd en de wijzigingen komen niet louter tegemoet aan de adviezen of aan de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend;
  2° de wijzigingen hebben kennelijk een negatief gevolg voor derden;
  3° de wijzigingen brengen het recht op inspraak kennelijk in het gedrang;
  4° de passende beoordeling, het MER of het omgevingsveiligheidsrapport wordt toegevoegd of gewijzigd;
  5° de wijzigingen voegen voor het eerst een element uit artikel 28, § 1, toe.
  Als een openbaar onderzoek wordt georganiseerd over de gewijzigde aanvraag, wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar, in voorkomend geval, het advies van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie in, of wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar de adviezen, aangewezen bij en krachtens dit decreet, alsnog of een tweede keer in.
  Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, is artikel 21, § 2, van dit decreet van toepassing.".
Art. 50. L'article 30 du même décret, remplacé par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 30. Un demandeur peut modifier une demande à une ou plusieurs reprises via une boucle modificative.
  Par modification au sens de l'alinéa 1er, on entend notamment :
  1° l'ajout et/ou la suppression de contenu tendant simplement à clarifier la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et qui n'a aucune incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de cette demande ;
  2° l'ajout de contenu manquant dans la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et qui n'a aucune incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de cette demande ;
  3° l'ajout et/ou la suppression de contenu qui a une incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée.
  Une boucle modificative ne peut pas être appliquée et est refusée par l'autorité compétente lorsque :
  1° elle est introduite pendant la durée, déterminée par le Gouvernement flamand, de l'enquête publique et/ou les délais de consultation ; et/ou
  2° elle a pour effet que la demande doit être introduite auprès d'une autre autorité compétente, à l'exception de l'application de l'article 21, § 1er, alinéa 2, du présent décret.
  Une enquête publique concernant la demande modifiée est chaque fois organisée s'il est satisfait à l'une des conditions suivantes :
  1° une enquête publique a été organisée concernant la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et les modifications ne répondent tout simplement pas aux avis ou aux points de vue, remarques et objections soumis pendant l'enquête publique ;
  2° les modifications ont manifestement un impact négatif sur les tiers ;
  3° les modifications mettent manifestement le droit de participation en péril ;
  4° l'évaluation appropriée, le RIE ou le rapport de sécurité environnementale sont ajoutés ou modifiés ;
  5° les modifications ajoutent pour la première fois un élément de l'article 28, § 1er.
  Si une enquête publique est organisée concernant la demande modifiée, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement recueille, le cas échéant, l'avis de la commission du permis d'environnement compétente ou l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement recueille encore ou une deuxième fois les avis recommandés par le présent décret et en vertu de celui-ci.
  Si un screening au sens de l'article 4.3.3, § 2, du DABM est ajouté ou modifié en application du présent article, l'article 21, § 2, du présent décret s'applique. ".
Art. 51. Artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 30. Een aanvrager kan een aanvraag een of meer keren wijzigen via een wijzigingslus.
  Onder wijzigingen in de zin van het eerste lid worden onder meer begrepen:
  1° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die louter strekt tot verduidelijking van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;
  2° de toevoeging van de in de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag ontbrekende inhoud, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;
  3° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die een impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag.
  Een wijzigingslus kan niet worden toegepast en wordt door de bevoegde overheid geweigerd wanneer:
  1° die wordt ingediend tijdens de door de Vlaamse Regering bepaalde duur van het openbaar onderzoek en/of termijnen voor advisering; en/of
  2° die tot gevolg heeft dat de aanvraag bij een andere bevoegde overheid ingediend moet worden, met uitzondering van de toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, van dit decreet.
  Over de gewijzigde aanvraag wordt telkens een openbaar onderzoek georganiseerd als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
  1° over de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag werd een openbaar onderzoek georganiseerd en de wijzigingen komen niet louter tegemoet aan de adviezen of aan de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend;
  2° de wijzigingen hebben kennelijk een negatief gevolg voor derden;
  3° de wijzigingen brengen het recht op inspraak kennelijk in het gedrang;
  4° de passende beoordeling, het MER of het omgevingsveiligheidsrapport wordt toegevoegd of gewijzigd;
  5° de wijzigingen voegen voor het eerst een element uit artikel 28, § 1, toe.
  Als een openbaar onderzoek wordt georganiseerd over de gewijzigde aanvraag, wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar, in voorkomend geval, het advies van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie in, of wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar de adviezen, aangewezen bij en krachtens dit decreet, alsnog of een tweede keer in.
  Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.6 van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, is artikel 21, § 2, van dit decreet van toepassing.".
Art. 51. L'article 30 du même décret, remplacé par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 30. Un demandeur peut modifier une demande à une ou plusieurs reprises via une boucle modificative.
  Par modification au sens de l'alinéa 1er, on entend notamment :
  1° l'ajout et/ou la suppression de contenu tendant simplement à clarifier la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et qui n'a aucune incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de cette demande ;
  2° l'ajout de contenu manquant dans la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et qui n'a aucune incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de cette demande ;
  3° l'ajout et/ou la suppression de contenu qui a une incidence sur l'objet, la nature ou l'étendue de la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée.
  Une boucle modificative ne peut pas être appliquée et est refusée par l'autorité compétente lorsque :
  1° elle est introduite pendant la durée, déterminée par le Gouvernement flamand, de l'enquête publique et/ou les délais de consultation ; et/ou
  2° elle a pour effet que la demande doit être introduite auprès d'une autre autorité compétente, à l'exception de l'application de l'article 21, § 1er, alinéa 2, du présent décret.
  Une enquête publique concernant la demande modifiée est chaque fois organisée s'il est satisfait à l'une des conditions suivantes :
  1° une enquête publique a été organisée concernant la demande initiale ou, le cas échéant, modifiée et les modifications ne répondent tout simplement pas aux avis ou aux points de vue, remarques et objections soumis pendant l'enquête publique ;
  2° les modifications ont manifestement un impact négatif sur les tiers ;
  3° les modifications mettent manifestement le droit de participation en péril ;
  4° l'évaluation appropriée, le RIE ou le rapport de sécurité environnementale sont ajoutés ou modifiés ;
  5° les modifications ajoutent pour la première fois un élément de l'article 28, § 1er.
  Si une enquête publique est organisée concernant la demande modifiée, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement recueille, le cas échéant, l'avis de la commission du permis d'environnement compétente ou l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement recueille encore ou une deuxième fois les avis recommandés par le présent décret et en vertu de celui-ci.
  Si un screening au sens de l'article 4.3.6 du DABM est ajouté ou modifié en application du présent article, l'article 21, § 2, du présent décret s'applique. ".
Art. 52. In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 30 en artikel 31 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5. Onderzoek, beslissing en bekendmaking".
Art. 52. Dans le même décret, un intitulé rédigé comme suit est inséré entre l'article 30 et l'article 31 :
  " Sous-section 5. Examen, décision et publication ".
Art. 53. Artikel 31 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 31. Als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat met een nettohandelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, op een afstand van minder dan twintig kilometer van een ander gewest of van verschillende andere gewesten, en het college van burgemeester en schepenen of de deputatie de bevoegde overheid is, brengt de gemeentelijke of provinciale omgevingsambtenaar de Vlaamse Regering daarvan met een beveiligde zending op de hoogte om de verplichtingen te vervullen, vermeld in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.".
Art. 53. L'article 31 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 31. Si le projet comprend des activités de commerce de détail soumises à autorisation d'une superficie commerciale nette supérieure à 20 000 mètres carrés, situées à une distance de moins de vingt kilomètres d'une autre région ou de plusieurs autres régions et que le collège des bourgmestre et échevins ou la députation est l'autorité compétente, le fonctionnaire environnement communal ou provincial en informe le Gouvernement flamand par envoi sécurisé afin de remplir les obligations mentionnées dans l'article 6, § 5bis, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles. ".
Art. 54. In hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt onderafdeling 2/1, die bestaat uit artikel 31/1, ingevoegd bij het decreet van 3 mei 2018, opgeheven.
Art. 54. Dans le chapitre 2, section 2, du même décret, la sous-section 2/1, comportant l'article 31/1, insérée par le décret du 3 mai 2018, est abrogée.
Art. 55. In hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 3 opgeheven.
Art. 55. Dans le chapitre 2, section 2, du même décret, l'intitulé de la sous-section 3 est abrogé.
Art. 56. Artikel 32 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2017, 8 december 2017, 13 juli 2018 en 3 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 32. Tenzij het milieueffectrapport of het omgevingsveiligheidsrapport al goedgekeurd en nog actueel is, maakt de afdeling bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage haar beslissing over de goedkeuring of afkeuring van dit rapport bekend met toepassing van artikel 4.3.8, § 3, en artikel 4.5.7, § 3, van het DABM.".
Art. 56. L'article 32 du même décret, modifié par les décrets des 7 juillet 2017, 8 décembre 2017, 13 juillet 2018 et 3 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 32. A moins que le rapport d'incidence sur l'environnement ou le rapport de sécurité environnementale n'ait déjà été approuvé et soit toujours d'actualité, la division compétente pour le rapport d'incidence sur l'environnement et le rapport de sécurité publie sa décision concernant l'approbation ou le rejet de ce rapport en application de l'article 4.3.8, § 3, et de l'article 4.5.7, § 3, du DABM. ".
Art. 57. Artikel 32 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2017, 8 december 2017, 13 juli 2018 en 3 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 32. Tenzij het MER of het omgevingsveiligheidsrapport al goedgekeurd is en nog actueel is, maakt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. vermeld in artikel 4.1.1, 19°, van het DABM of de administratie vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 2°, van het DABM de beslissing over de goedkeuring of afkeuring van dat rapport bekend met toepassing van artikel 4.4.7, § 3, of artikel 4/1.3.5, § 3, van het DABM.".
Art. 57. L'article 32 du même décret, modifié par les décrets des 7 juillet 2017, 8 décembre 2017, 13 juillet 2018 et 3 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 32. A moins que le RIE ou le rapport de sécurité environnementale n'ait déjà été approuvé et soit toujours d'actualité, le centre d'expertise flamand publie le RIE mentionné dans l'article 4.1.1, 19°, du DABM ou l'administration mentionnée dans l'article 4/1.1.1, alinéa 1er, 2°, du DABM publie la décision concernant l'approbation ou le rejet de ce rapport en application de l'article 4.4.7, § 3, ou de l'article 4/1.3.5, § 3, du DABM. ".
Art. 58. Artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 33. § 1. Als het college van burgemeester en schepenen de bevoegde overheid is en er geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is, maakt de gemeentelijke omgevingsambtenaar voor elke beslissing over een aanvraag een verslag op, dat opgeladen wordt in het omgevingsloket. Het verslag toetst de aanvraag, in voorkomend geval, aan de beoordelingsgronden die bepaald zijn bij of krachtens:
  1° titel IV van de VCRO;
  2° titel V van het DABM;
  3° het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid;
  4° het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
  Het verslag omvat in voorkomend geval een voorstel van antwoord op de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het eventuele openbaar onderzoek.
  De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt dat verslag ter beschikking van het college van burgemeester en schepenen uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de vastgestelde of, in voorkomend geval, verlengde beslissingstermijn. Het college van burgemeester en schepenen geeft in zijn motivering van de beslissing aan op welke wijze rekening wordt gehouden met het verslag. Als er geen verslag wordt uitgebracht binnen de vastgestelde of, in voorkomend geval, verlengde termijn, kan het college van burgemeester en schepenen aan de vereiste van een verslag voorbijgaan.
  § 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de deputatie en de provinciale omgevingsambtenaar.".
Art. 58. L'article 33 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 33. § 1er. Si le collège des bourgmestre et échevins est l'autorité compétente et que l'avis d'une commission du permis d'environnement n'est pas requis, le fonctionnaire environnement communal établit, pour chaque décision au sujet d'une demande, un rapport qui est chargé dans le guichet environnement. Le rapport examine la demande, le cas échéant, au regard des critères d'évaluation définis par les dispositions suivantes ou en vertu de celles-ci :
  1° le titre IV du VCRO ;
  2° le titre V du DABM ;
  3° le décret du 15 juillet 2016 relatif à la politique d'implantation commerciale intégrale ;
  4° le décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
  Le cas échéant, le rapport contient une proposition de réponse aux points de vue, remarques et objections soumis durant l'enquête publique éventuelle.
  Le fonctionnaire environnement communal met ce rapport à la disposition du collège des bourgmestre et échevins au plus tard dix jours après l'expiration du délai de décision fixé ou, le cas échéant, prolongé. Dans sa motivation de la décision, le collège des bourgmestre et échevins indique de quelle manière il est tenu compte du rapport. Si aucun rapport n'est présenté dans le délai fixé ou, le cas échéant, prolongé, le collège des bourgmestre et échevins peut passer outre à l'exigence de rapport.
  § 2. Le paragraphe 1er s'applique par analogie à la députation et au fonctionnaire environnement provincial. ".
Art. 59. Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 34. § 1. De bevoegde overheid verklaart de aanvraag onontvankelijk en/of onvolledig indien daartoe volgens haar reden is. In die beslissing kan ze in ondergeschikte orde wel de vergunbaarheid beoordelen van die onontvankelijke of onvolledige aanvraag. De bevoegde overheid weigert of verleent een vergunning naargelang een volgens haar ontvankelijke en volledige aanvraag volgens haar wel of niet vergunbaar is. Ze neemt hierover een beslissing binnen een termijn van zestig dagen, die altijd ingaat op de dag na de uiterste datum waarop de toepasselijke termijn, vermeld in artikel 22, verstrijkt.
  De beslissingstermijn wordt verlengd met zestig dagen in de volgende mate en gevallen:
  1° eenmalig als over de oorspronkelijke aanvraag een openbaar onderzoek georganiseerd wordt op grond van artikel 28, § 1; en/of
  2° telkens als toepassing gemaakt wordt van de administratieve lus; en/of
  3° telkens als toepassing gemaakt wordt van de wijzigingslus; en/of
  4° eenmalig op verzoek van de aanvrager.
  § 2. De mededeling van de termijnverlenging, vermeld in paragraaf 1, wordt aan de aanvrager, vergunninghouder, exploitant verzonden vóór de einddatum van de oorspronkelijke beslissingstermijn.".
Art. 59. L'article 34 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34. § 1er. L'autorité compétente déclare la demande irrecevable et/ou incomplète si, selon elle, il y a lieu de le faire. Dans cette décision, elle peut évaluer, à titre subsidiaire, la possibilité d'autoriser cette demande irrecevable ou incomplète. L'autorité compétente refuse ou accorde un permis selon qu'une demande qui, selon elle, est irrecevable et incomplète peut, de son avis, être ou non autorisée. Elle prend une décision à ce sujet dans un délai de soixante jours qui commence toujours à courir le lendemain de la date limite d'expiration du délai applicable mentionné dans l'article 22.
  Le délai de décision est prolongé de soixante jours dans la mesure et les cas suivants :
  1° à une seule reprise, si une enquête publique est organisée concernant la demande initiale en vertu de l'article 28, § 1er ; et/ou
  2° chaque fois que la boucle administrative est appliquée ; et/ou
  3° chaque fois que la boucle modificative est appliquée ; et/ou
  4° à une seule reprise à la demande du demandeur.
  § 2. La prolongation du délai mentionnée dans le paragraphe 1er est communiquée au demandeur, au titulaire du permis ou à l'exploitant avant la date de fin du délai de décision initial. ".
Art. 60. Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 35. Als er geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of, in voorkomend geval, verlengde beslissingstermijn, wordt de aanvraag geacht te zijn geweigerd.".
Art. 60. L'article 35 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 35. Si aucune décision n'a été prise pendant le délai de décision fixé ou, le cas échéant, prolongé, la demande est réputée refusée. "
Art. 61. Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 36. § 1. De beslissing vermeldt de lasten en de voorwaarden die aan de vergunning worden verbonden.
  § 2. Als de omgevingsvergunning voor een bepaalde duur wordt verleend, vermeldt de beslissing de duur van de vergunning en de reden daarvoor.
  § 3. Een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit of voor de verandering ervan of de bijstelling van een omgevingsvergunning geeft de geactualiseerde vergunningssituatie weer van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
  De geactualiseerde vergunningssituatie geldt zodra gebruikgemaakt wordt van de gewijzigde vergunning.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels daarvoor vaststellen.".
Art. 61. L'article 36 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 36. § 1er. La décision mentionne les charges et conditions attachées au permis.
  § 2. Si le permis d'environnement est accordé pour une durée déterminée, la décision mentionne la durée du permis et la raison de cette durée.
  § 3. Un permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée ou pour leur modification ou l'actualisation d'un permis d'environnement reflète la situation actualisée en matière de permis d'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée.
  La situation actualisée en matière de permis s'applique dès que le permis modifié est utilisé.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les règles en la matière. ".
Art. 62. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van afdeling 3 wordt opgeheven;
  2° in afdeling 3 wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven.
Art. 62. Au chapitre 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé de la section 3 est abrogé ;
  2° dans la section 3, l'intitulé de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 63. Artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 37. § 1. Als de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage, het MER of omgevingsveiligheidsrapport niet heeft goedgekeurd of geen uitspraak heeft gedaan, weigert de bevoegde overheid de aanvraag.
  § 2. De bevoegde overheid kan over een aanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota aan de aanvraag werd toegevoegd, pas een beslissing nemen als de archeologienota, waarvan akte is genomen, is bezorgd.
  Als er geen archeologienota, waarvan akte is genomen, is bezorgd voor het verstrijken van de beslissingstermijn, vermeld in artikel 34, wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
  § 3. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunning voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies na de stopzetting, geweigerd.
  Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, § 1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.".
Art. 63. L'article 37 du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 37. § 1er. Si la division compétente pour le rapport d'incidences sur l'environnement et le rapport de sécurité n'a pas approuvé le RIE ou le rapport de sécurité environnementale ou ne s'est pas prononcée, l'autorité compétente refuse la demande.
  § 2. L'autorité compétente ne peut prendre une décision au sujet d'une demande, telle que mentionnée dans les articles 5.4.1 et 5.4.2 du décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, à laquelle une note archéologique notifiée a été jointe que si la note archéologique dont il a été pris acte a été transmise.
  Si la note archéologique dont il a été pris acte n'a pas été transmise avant l'expiration du délai de décision mentionné dans l'article 34, le permis d'environnement est refusé.
  § 3. En cas d'arrêt de l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée conformément à l'article 39, alinéa 3, du décret du 26 janvier 2024 relatif à l'approche programmatique de l'azote, un permis d'exploiter un élevage qui porte sur une ou plusieurs des parcelles de l'établissement classé auquel ou de l'activité classée à laquelle s'applique l'arrêt et qui entraîne une augmentation des émissions d'azote après l'arrêt est refusé.
  Un élevage tel que mentionné à l'alinéa 1er est un établissement classé ou une activité classée soumis(e) à autorisation tel(le) que mentionné(e) dans la rubrique 9 de la liste de classification de l'annexe 1re du titre II du VLAREM, dans la mesure où y sont détenus des animaux appartenant à une espèce figurant sur la liste mentionnée dans l'article 27, § 1er, du décret sur les Engrais du 22 décembre 2006. ".
Art. 64. Artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 38. Van een omgevingsvergunning mag gebruikgemaakt worden als de aanvrager niet binnen een termijn van vijfendertig dagen, die ingaat na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep als vermeld in artikel 52.
  De aanvrager mag onmiddellijk gebruikmaken van de omgevingsvergunning als de omgevingsvergunning een definitieve beslissing betreft.".
Art. 64. L'article 38 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 38. Un permis d'environnement peut être utilisé si le demandeur n'a pas été informé, dans un délai de trente-cinq jours prenant cours après le premier jour de l'affichage, de l'introduction d'un recours administratif suspensif tel que mentionné dans l'article 52.
  Le demandeur peut utiliser le permis d'environnement immédiatement s'il s'agit d'une décision définitive. ".
Art. 65. Artikel 39 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 39. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vergunningsprocedure in eerste aanleg met inbegrip van de bekendmaking van de uitdrukkelijke en stilzwijgende beslissing.".
Art. 65. L'article 39 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 39. Le Gouvernement flamand précise les modalités de la procédure de permis en première instance, y compris la publication de la décision expresse et tacite. ".
Art. 66. Artikel 40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, wordt opgeheven.
Art. 66. L'article 40 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 décembre 2017, est abrogé.
Art. 67. Artikel 41 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 67. L'article 41 du même décret est abrogé.
Art. 68. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° onderafdeling 2, die bestaat uit artikel 42 tot en met 45, wordt opgeheven;
  2° onderafdeling 3, die bestaat uit artikel 46 tot en met 50, wordt opgeheven;
  3° onderafdeling 4, die bestaat uit artikel 51, wordt opgeheven.
Art. 68. Au chapitre 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la sous-section 2, comportant les articles 42 à 45, est abrogée ;
  2° la sous-section 3, comportant les articles 46 à 50, est abrogée ;
  3° la sous-section 4, comportant l'article 51, est abrogée.
Art. 69. In hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van hoofdstuk 3 wordt vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 3. Procedure in administratief beroep";
  2° het opschrift van afdeling 1 wordt vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 1. Indiening van het beroep".
Art. 69. Dans le même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé du chapitre 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 3. Procédure de recours administratif " ;
  2° l'intitulé de la section 1re est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 1re. Introduction du recours ".
Art. 70. Artikel 52 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 52. Het beroep kan worden ingesteld door:
  1° de aanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
  2° het betrokken publiek;
  3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan de adviesinstantie ten onrechte geen advies werd gevraagd;
  4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als aan het college van burgemeester en schepenen ten onrechte geen advies werd gevraagd;
  5° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
  6° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
  7° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als voor het project een passende beoordeling noodzakelijk is of als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat;
  8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor onroerend erfgoed of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, of, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen van de erkende onroerenderfgoedgemeente, als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, in strijd met artikel 5.4.4, eerste lid, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 niet de in voormeld artikel vermelde voorwaarden heeft opgenomen in de vergunning.".
Art. 70. L'article 52 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 52. Le recours peut être introduit par :
  1° le demandeur, le titulaire du permis ou l'exploitant ;
  2° le public concerné ;
  3° le fonctionnaire dirigeant des instances d'avis ou, en son absence, son mandataire, si l'instance d'avis a rendu un avis dans les délais impartis ou si son avis n'a, indûment, pas été sollicité ;
  4° le collège des bourgmestre et échevins s'il a rendu un avis dans les délais impartis ou si son avis n'a, indûment, pas été sollicité ;
  5° le fonctionnaire dirigeant du département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire ou, en son absence, son mandataire ;
  6° le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou, en son absence, son mandataire si le projet comprend des activités de commerce de détail soumises à autorisation ;
  7° le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de la Nature et des Forêts ou, en son absence, son mandataire si le projet nécessite une évaluation appropriée ou s'il comprend des modifications de la végétation soumises à autorisation ;
  8° le fonctionnaire dirigeant du Patrimoine de Flandre ou, en son absence, son mandataire, ou, le cas échéant, le collège des bourgmestre et échevins de la commune de patrimoine immobilier agréée, si l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 n'a pas repris dans le permis, en violation de l'article 5.4.4, alinéa 1er, du décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, les conditions mentionnées dans l'article précité. ".
Art. 71. Artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 27 oktober 2017 en 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 53. Het administratieve beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat:
  1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor de personen of instanties aan wie de beslissing verplicht betekend wordt;
  2° de dag na de eerste dag van de verplichte aanplakking van de bestreden beslissing voor de personen of instanties aan wie de beslissing niet verplicht betekend wordt;
  3° de dag na de eerste dag van de vermelding van de beslissing in het omgevingsloket in de andere gevallen.
  Een administratief beroep dat wordt ingesteld nadat de beslissing is genomen, maar voor ze conform het eerste lid is bekendgemaakt, is tijdig ingesteld.".
Art. 71. L'article 53 du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 2016, 27 octobre 2017 et 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 53. Sous peine d'irrecevabilité, le recours administratif est introduit dans un délai de trente jours qui prend cours :
  1° le jour suivant la date de la signification de la décision contestée pour les personnes ou instances auxquelles la décision est obligatoirement signifiée ;
  2° le jour suivant le premier jour de l'affichage obligatoire de la décision contestée pour les personnes ou instances auxquelles la décision n'est pas obligatoirement signifiée ;
  3° le jour suivant le premier jour de la mention de la décision dans le guichet environnement dans les autres cas.
  Un recours administratif introduit après que la décision a été prise mais avant qu'elle n'ait été communiquée conformément à l'alinéa 1er est introduit dans les délais. ".
Art. 72. Artikel 54 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 54. § 1. Het administratieve beroep wordt met een digitale beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid. In afwijking daarvan kan alleen het betrokken publiek een beroep met een analoge beveiligde zending instellen, wanneer het daarvoor geen beroep doet op een ondersteuner.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels voor de opbouw en de inhoud van het beroepschrift en de verplichte bewijsstukken die bij het administratieve beroep gevoegd moeten worden om het op ontvankelijke wijze in te stellen.
  § 3. Als het betrokken publiek dat daarvoor geen beroep doet op een ondersteuner een analoog beroep instelt, digitaliseert de bevoegde overheid dat beroepschrift en laadt ze de digitale versie op in het omgevingsloket binnen een termijn van vijf dagen nadat ze het analoge beroep heeft ontvangen.
  Als een beroep wordt ingesteld, brengt de bevoegde overheid via het omgevingsloket de volgende personen daarvan op de hoogte:
  1° de aanvrager, behalve als die zelf het beroep instelt;
  2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
  3° het college van burgemeester en schepenen, behalve als het zelf het beroep instelt;
  4° in voorkomend geval de vergunninghouder.".
Art. 72. L'article 54 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 54. § 1er. Le recours administratif est introduit par envoi sécurisé numérique auprès de l'autorité compétente. Par dérogation, seul le public concerné peut introduire un recours par envoi sécurisé analogique lorsqu'il ne fait pas appel à un assistant à cet effet.
  § 2. Le Gouvernement flamand précise les modalités relatives à la structure et au contenu du recours, en y incluant éventuellement une sanction d'irrecevabilité, et les pièces justificatives obligatoires à joindre au recours administratif pour l'introduire de manière recevable.
  § 3. Si le public concerné introduit un recours analogique sans faire appel à un assistant à cet effet, l'autorité compétente numérise ce recours et charge la version numérique dans le guichet environnement dans un délai de cinq jours suivant la réception du recours analogique.
  Lorsqu'un recours est introduit, l'autorité compétente en informe les personnes suivantes via le guichet environnement :
  1° le demandeur, sauf s'il est lui-même l'auteur du recours ;
  2° la députation si celle-ci a pris la décision en première instance administrative ;
  3° le collège des bourgmestre et échevins, sauf s'il est lui-même l'auteur du recours ;
  4° le cas échéant, le titulaire du permis. ".
Art. 73. Artikel 55 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 55. Het administratieve beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.".
Art. 73. L'article 55 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 55. Le recours administratif suspend l'exécution de la décision contestée jusqu'au jour suivant la date de la signification de la décision en dernière instance administrative. ".
Art. 74. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van afdeling 2 wordt opgeheven;
  2° het opschrift van onderafdeling 1 wordt opgeheven.
Art. 74. Au chapitre 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé de la section 2 est abrogé ;
  2° l'intitulé de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 75. Artikel 56 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 56. § 1. Een dossiertaks van 100 euro per beroepschrift is verschuldigd bij de indiening van een administratief beroep, behalve als:
  1° een administratief beroep tegen een stilzwijgende weigering wordt ingesteld;
  2° een toezichthouder beroep indient tegen een beslissing over een bijstelling;
  3° het administratieve beroep ingediend wordt door een instantie als vermeld in artikel 52, 3° tot en met 8°.
  Artikel 20, § 2, is van overeenkomstige toepassing op het bedrag, vermeld in deze paragraaf.
  § 2. De dossiertaks wordt gestort op de volgende rekening:
  1° de rekening van de provincie, als het een beroep bij de deputatie betreft;
  2° de rekening van het Omgevingsfonds, als het een beroep bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar betreft.".
Art. 75. L'article 56 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 56. § 1er. Une taxe de dossier de 100 euros par recours est due lors de l'introduction d'un recours administratif, sauf si :
  1° un recours administratif est introduit contre un refus tacite ;
  2° un superviseur introduit en recours contre une décision au sujet d'une actualisation ;
  3° le recours administratif est introduit par une instance telle que mentionnée dans l'article 52, 3° à 8°.
  L'article 20, § 2, s'applique par analogie au montant mentionné dans le présent paragraphe.
  § 2. La taxe de dossier est versée sur le compte suivant :
  1° le compte de la province s'il s'agit d'un recours auprès de la députation ;
  2° le compte du Fonds pour l'environnement, s'il s'agit d'un recours auprès du Gouvernement flamand ou du fonctionnaire environnement régional. ".
Art. 76. In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 56 en artikel 57 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling 2. Toepassing van de overige modules".
Art. 76. Dans le même décret, un intitulé rédigé comme suit est inséré entre l'article 56 et l'article 57 :
  " Sous-section 2. Application des autres modules ".
Art. 77. Artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 18, of haar omgevingsambtenaar onderzoekt of het beroep ontvankelijk en volledig is.
  Als de beroepsindiener na de indiening van het beroep maar voor het verstrijken van de beroepstermijn uit eigen beweging stukken aan het beroep toevoegt of wijzigt, heeft het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek betrekking op het aldus gewijzigd beroep.
  Het resultaat van het onderzoek, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt per beveiligde zending aan de beroepsindiener meegedeeld binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift.
  Als de beroepsindiener het beroepschrift na de indiening ervan aanvult of wijzigt met toepassing van en voor de termijn in het derde lid, wordt de dag waarop hij dit doet, beschouwd als de datum vanaf wanneer de termijn van dertig dagen, vermeld in het derde lid, ingaat.
  De onvolledigheid of onontvankelijkheid van alle ingediende beroepen heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De van rechtswege stopzetting wordt ter kennis gebracht aan:
  1° de beroepsindiener;
  2° de aanvrager;
  3° de vergunninghouder;
  4° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
  5° het college van burgemeester en schepenen.".
Art. 77. L'article 57 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 57. L'autorité compétente mentionnée dans l'article 18, ou son fonctionnaire environnement, examine si le recours est recevable et complet.
  Si, après avoir introduit le recours mais avant l'expiration du délai de recours, l'auteur du recours y ajoute des pièces ou le modifie d'initiative, l'examen de la recevabilité et du caractère complet porte sur le recours ainsi modifié.
  Le résultat de l'examen mentionné aux alinéas 1er et 2 est communiqué à l'auteur du recours par envoi sécurisé dans le délai de trente jours à compter du jour suivant la date d'envoi du recours.
  Si, après avoir introduit le recours, l'auteur du recours le complète ou le modifie en application de l'alinéa 3 et avant l'expiration du délai y mentionné, le jour où il le fait est considéré comme la date à partir de laquelle le délai de trente jours mentionné à l'alinéa 3 commence à courir.
  Le caractère incomplet ou l'irrecevabilité de tous les recours introduits entraîne de plein droit l'arrêt de la procédure de recours. Cet arrêt de plein droit est notifié :
  1° à l'auteur du recours ;
  2° au demandeur ;
  3° au titulaire du permis ;
  4° à la députation si celle-ci a pris la décision en première instance administrative ;
  5° au collège des bourgmestre et échevins. ".
Art. 78. Artikel 57/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt opgeheven.
Art. 78. L'article 57/1 du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 2016, est abrogé.
Art. 79. Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 58. § 1. Artikel 24, 25 en artikel 26, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de advisering in de procedure in beroep.
  § 2. In de gevallen waarin een advies vereist is, maar er geen tijdig advies is, wordt het advies dat in eerste aanleg uitgebracht is, geacht behouden te blijven. Als er in eerste aanleg geen advies werd uitgebracht of dit advies geen betrekking had op de aanvraag waarover in beroep advies werd gevraagd, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan als er geen advies werd uitgebracht.
  § 3. De aanvrager en elke beroepsindiener kunnen in administratief beroep vragen om gehoord te worden door:
  1° een omgevingsvergunningscommissie, als een advies ervan vereist is;
  2° de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar, als een advies van een omgevingsvergunningscommissie niet vereist is.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de organisatie van en de vertegenwoordiging op de hoorzitting.".
Art. 79. L'article 58 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 58. § 1er. Les articles 24, 25 et l'article 26, alinéa 1er, s'appliquent par analogie à la consultation dans la procédure de recours.
  § 2. Dans les cas où un avis est requis mais qu'aucun avis n'est rendu dans les délais, l'avis rendu en première instance est réputé maintenu. Si aucun avis n'a été rendu en première instance ou que cet avis ne portait pas sur la demande au sujet de laquelle un avis était sollicité en recours, il peut être passé outre à l'exigence en matière d'avis si aucun avis n'a été rendu.
  § 3. Le demandeur et chaque auteur de recours peuvent demander à être entendus en recours administratif par :
  1° une commission du permis d'environnement si son avis est requis ;
  2° l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement, si l'avis d'une commission du permis d'environnement n'est pas requis.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités d'organisation de l'audition et de représentation à l'audition. ".
Art. 80. In hoofdstuk 2, afdeling 3, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 2 opgeheven.
Art. 80. Dans le chapitre 2, section 3, du même décret, l'intitulé de la sous-section 2 est abrogé.
Art. 81. Artikel 59 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 59. § 1. Artikel 28, § 2 tot en met § 4, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar onderzoek in de procedure in beroep.
  § 2. Een openbaar onderzoek kan voor de eerste keer georganiseerd worden tijdens het administratieve beroep.
  § 3. Als inhoud tijdens de beroepsprocedure aan de aanvraag wordt toegevoegd waarvan het ontbreken in eerste aanleg leidde of had moeten leiden tot de weigering van de vergunning, wordt daarover in voorkomend geval een openbaar onderzoek georganiseerd.
  § 4. Een openbaar onderzoek wordt altijd gehouden als de aanvraag in eerste administratieve aanleg ten onrechte niet aan openbaar onderzoek werd onderworpen.".
Art. 81. L'article 59 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 59. § 1er. L'article 28, §§ 2 à 4, s'applique par analogie à l'enquête publique dans la procédure de recours.
  § 2. Une enquête publique peut être organisée pour la première fois durant le recours administratif.
  § 3. Si, durant la procédure de recours, la demande est complétée de contenu dont l'absence en première instance a débouché ou aurait dû déboucher sur le refus du permis, une enquête publique est, le cas échéant, organisée à ce propos.
  § 4. Une enquête publique est toujours tenue si la demande en première instance administrative n'a, indûment, pas été soumise à une enquête publique. ".
Art. 82. Artikel 60 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 60. Artikel 29 en 30 zijn van overeenkomstige toepassing op de administratieve en wijzigingslus in de procedure in beroep.
  De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar kan de administratieve lus toepassen om onregelmatigheden te herstellen die in eerste administratieve aanleg en/of in administratief beroep zijn begaan.
  De aanvrager kan de wijzigingslus toepassen om de inhoud toe te voegen die ontbrak in het aanvraagdossier, of om de in het aanvraagdossier gevoegde inhoud te wijzigen of vervangen.
  Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld.".
Art. 82. L'article 60 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 60. Les articles 29 et 30 s'appliquent par analogie à la boucle administrative et modificative dans la procédure de recours.
  L'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement peut appliquer la boucle administrative pour réparer des irrégularités commises en première instance administrative et/ou en recours administratif.
  Le demandeur peut appliquer la boucle modificative pour ajouter le contenu qui manquait dans le dossier de demande ou pour modifier ou remplacer le contenu joint au dossier de demande.
  Si un screening au sens de l'article 4.3.3, § 2, du DABM est ajouté ou modifié en application du présent article, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine ce screening et décide si un RIE doit être rédigé pour le projet. ".
Art. 83. Artikel 60 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 60. Artikel 29 en 30 zijn van overeenkomstige toepassing op de administratieve en wijzigingslus in de procedure in beroep.
  De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar kan de administratieve lus toepassen om onregelmatigheden te herstellen die in eerste administratieve aanleg en/of in administratief beroep zijn begaan.
  De aanvrager kan de wijzigingslus toepassen om de inhoud toe te voegen die ontbrak in het aanvraagdossier, of om de in het aanvraagdossier gevoegde inhoud te wijzigen of vervangen.
  Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.6 van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld.".
Art. 83. L'article 60 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 60. Les articles 29 et 30 s'appliquent par analogie à la boucle administrative et modificative dans la procédure de recours.
  L'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement peut appliquer la boucle administrative pour réparer des irrégularités commises en première instance administrative et/ou en recours administratif.
  Le demandeur peut appliquer la boucle modificative pour ajouter le contenu qui manquait dans le dossier de demande ou pour modifier ou remplacer le contenu joint au dossier de demande.
  Si un screening au sens de l'article 4.3.6 du DABM est ajouté ou modifié en application du présent article, l'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine ce screening et décide si un RIE doit être rédigé pour le projet. ".
Art. 84. Artikel 61 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 61. De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar onderzoekt de aanvraag in haar totaliteit. Daarbij kan ze ook de ontvankelijkheid en volledigheid van het aanvraagdossier en de screening die in eerste administratieve aanleg beoordeeld zijn opnieuw onderzoeken, en vragen of toelaten om onvolledigheden te herstellen.
  Artikel 33, § 1, is van overeenkomstige toepassing op het onderzoek van de aanvraag in de procedure in beroep.".
Art. 84. L'article 61 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 61. L'autorité compétente ou son fonctionnaire environnement examine la demande dans son intégralité. A cet égard, elle peut également examiner à nouveau la recevabilité et le caractère complet du dossier de demande et du screening qui ont été évalués en première instance administrative et demander ou autoriser la réparation des lacunes.
  L'article 33, § 1er, s'applique par analogie à l'examen de la demande dans la procédure de recours. ".
Art. 85. Artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 62. De bevoegde overheid weigert een vergunning indien de aanvraag volgens haar onontvankelijk of onvolledig is. In die weigeringsbeslissing kan ze in ondergeschikte orde wel de vergunbaarheid beoordelen van die onontvankelijke of onvolledige aanvraag. De bevoegde overheid weigert of verleent een vergunning naargelang een ontvankelijke en volledige aanvraag volgens haar wel of niet vergunbaar is. Ze neemt hierover een beslissing binnen een termijn van zestig dagen, die altijd ingaat op de dag na de uiterste datum waarop de toepasselijke termijn, vermeld in artikel 57, derde of vierde lid, verstrijkt ten aanzien van het laatste beroep.
  De beslissingstermijn wordt verlengd met zestig dagen in de mate en in de gevallen vermeld in artikel 34, § 1, tweede lid, 2° tot en met 4°. Deze termijn wordt ook eenmalig verlengd met zestig dagen indien in eerste administratieve aanleg een of meer openbare onderzoeken georganiseerd werden.
  Artikel 34, § 2, 36 en 37 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing over de aanvraag in de procedure in beroep.
  Als er geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of, in voorkomend geval, verlengde beslissingstermijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief beschouwd. De motivering van de beslissing in eerste administratieve aanleg wordt in dat geval geacht te worden bevestigd.".
Art. 85. L'article 62 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 62. L'autorité compétente refuse un permis si la demande est, selon elle, irrecevable ou incomplète. Dans cette décision de refus, elle peut évaluer, à titre subsidiaire, la possibilité d'autoriser cette demande irrecevable ou incomplète. L'autorité compétente refuse ou accorde un permis selon qu'une demande qui, selon elle, est irrecevable et incomplète peut, de son avis, être ou non autorisée. Elle prend une décision à ce sujet dans un délai de soixante jours qui commence toujours à courir le lendemain de la date limite d'expiration du délai applicable mentionné dans l'article 57, alinéa 3 ou 4, par rapport au dernier recours.
  Le délai de décision est prolongé de soixante jours dans la mesure et les cas mentionnés dans l'article 34, § 1er, alinéa 2, 2° à 4°. Ce délai est également prolongé à une seule reprise de soixante jours si une ou plusieurs enquêtes publiques ont été organisées en première instance administrative.
  L'article 34, § 2, les articles 36 et 37 s'appliquent par analogie à la décision au sujet de la demande dans la procédure de recours.
  Si aucune décision n'a été prise pendant le délai de décision fixé ou, le cas échéant, prolongé, le ou les recours sont réputés rejetés et la décision contestée est considérée comme définitive. Dans ce cas, les motifs de la décision en première instance administrative sont réputés confirmés. ".
Art. 86. Artikel 63 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 63. Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van de beslissing in de procedure in beroep.".
Art. 86. L'article 63 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 63. L'article 39 s'applique par analogie à la publication de la décision dans la procédure de recours. ".
Art. 87. In hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° artikel 63/1, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017, wordt opgeheven;
  2° artikel 64 wordt opgeheven;
  3° artikel 65, vervangen bij het decreet van 3 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 87. Dans le même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 63/1, inséré par le décret du 8 décembre 2017, est abrogé ;
  2° l'article 64 est abrogé ;
  3° l'article 65, remplacé par le décret du 3 mai 2019, est abrogé.
Art. 88. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt onderafdeling 3, die bestaat uit artikel 66 en 67, opgeheven.
Art. 88. Dans le chapitre 2 du même décret, la sous-section 3, comportant les articles 66 et 67, est abrogée.
Art. 89. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Duur van de omgevingsvergunning".
Art. 89. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Durée du permis d'environnement ".
Art. 90. De exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst, dient een aanvraag in binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag na de datum van de inwerkingtreding van die aanvulling of wijziging.
  De termijn van zes maanden, vermeld in het eerste lid, wordt verlengd met zes maanden als een MER of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd.
  Als de aanvraag van een vergunning tijdig is ingediend, is artikel 91, § 4, van overeenkomstige toepassing.".
Art. 90. L'exploitant d'un établissement classé ou d'une activité classée devenu(e) soumis(e) à autorisation par ajout à ou modification de la liste de classification introduit une demande dans le délai de six mois à compter du lendemain de la date d'entrée en vigueur de cet ajout ou de cette modification.
  Le délai de six mois mentionné à l'alinéa 1er est prolongé de six mois si un RIE ou un rapport de sécurité environnementale doit être rédigé ou si une évaluation appropriée doit être réalisée.
  Si la demande de permis a été introduite dans les délais, l'article 91, § 4, s'applique par analogie. ".
Art. 91. § 1. Voor de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die geheel of gedeeltelijk voor bepaalde duur is verleend, kan op zijn vroegst 24 maanden voor de einddatum van de vergunning een hernieuwing aangevraagd worden.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan een omgevingsvergunning voor de verdere exploitatie vroeger dan 24 maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning worden aangevraagd als:
  1° een overname van de vergunde ingedeelde inrichting of activiteit door een andere exploitant is gepland;
  2° de vergunninghouder van een ingedeelde inrichting of activiteit een belangrijke verandering van de vergunde ingedeelde inrichting beoogt. In dat geval heeft de aanvraag zowel betrekking op de delen van de inrichting of activiteit die verder in exploitatie blijven als op de geplande verandering.
  § 3. Voor een tijdelijke inrichting of activiteit als vermeld in artikel 5.1.1, 11°, van het DABM, kan de bevoegde overheid de omgevingsvergunning maar één keer verlengen voor maximaal dezelfde duur als die van de initiële omgevingsvergunning.
  § 4. Als de hernieuwingsaanvraag van de vergunning voor de einddatum van een omgevingsvergunning van bepaalde duur wordt ingediend, wordt de ingedeelde inrichting of activiteit verder geëxploiteerd met naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden en de bijzondere milieuvoorwaarden uit de te hernieuwen omgevingsvergunning in de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden:
  1° in afwachting van een definitieve beslissing over de aanvraag tot hernieuwing;
  2° in geval van een beroep tegen de hernieuwing van de omgevingsvergunning bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, als de vergunning tot verdere exploitatie in eerste en, in voorkomend geval, in tweede administratieve aanleg is verleend, tot een van de volgende gevallen zich voordoet:
  a) de Raad voor Vergunningsbetwistingen schorst de vergunning;
  b) de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigt de vergunning en stelt zijn arrest in de plaats van de nieuw te nemen beslissing met toepassing van artikel 37, § 2, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges;
  c) de bevoegde overheid laat na om na de eerste vernietiging van haar vergunningsbeslissing de herstelbeslissing die haar met toepassing van artikel 37, § 1, van het voormelde decreet van 4 april 2014 bevolen is, te nemen binnen de termijn die haar opgelegd is;
  d) de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigt de vergunning voor een tweede keer.".
Art. 91. § 1er. En ce qui concerne le permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée, qui a été accordé en tout ou en partie pour une durée déterminée, un renouvellement peut être demandé au plus tôt 24 mois avant la date de fin du permis.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, un permis d'environnement pour la poursuite de l'exploitation peut être demandé moins de 24 mois avant la date de fin du permis d'environnement si :
  1° une reprise de l'établissement classé autorisé ou de l'activité classée autorisée par un autre exploitant est projetée ;
  2° le titulaire du permis d'un établissement classé ou d'une activité classée envisage une modification majeure de l'établissement classé autorisé. Dans ce cas, la demande porte tant sur les parties de l'établissement ou de l'activité qui resteront en exploitation que sur la modification projetée.
  § 3. Pour un établissement ou une activité temporaire visé(e) à l'article 5.1.1, 11°, du DABM, l'autorité compétente ne peut prolonger le permis d'environnement qu'une seule fois pour une durée au plus égale à celle du permis d'environnement initial.
  § 4. Si la demande de renouvellement du permis est introduite avant la date de fin d'un permis d'environnement à durée déterminée, l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée se poursuit dans le respect des conditions environnementales générales et sectorielles et des conditions environnementales particulières du permis d'environnement à renouveler dans les cas et aux conditions ci-après :
  1° dans l'attente d'une décision définitive au sujet de la demande de renouvellement ;
  2° dans le cas d'un recours contre le renouvellement du permis d'environnement devant le Conseil du Contentieux des Permis, si le permis pour la poursuite de l'exploitation a été accordé en première et, le cas échéant, en deuxième instance administrative jusqu'à ce que l'un des cas de figure suivants se produise :
  a) le Conseil du Contentieux des Permis suspend le permis ;
  b) le Conseil du Contentieux des Permis annule le permis et substitue son arrêt à la nouvelle décision à prendre, en application de l'article 37, § 2, du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes ;
  c) l'autorité compétente omet, après la première annulation de sa décision d'autorisation, de prendre la décision de réparation qui lui a été ordonnée en application de l'article 37, § 1er, du décret précité du 4 avril 2014 dans le délai qui lui a été imposé ;
  d) le Conseil du Contentieux des Permis annule le permis une deuxième fois. ".
Art. 92. In hoofdstuk 3 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 en onderafdeling 1 opgeheven.
Art. 92. Dans le chapitre 3 du même décret, l'intitulé de la section 2 et de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 93. Artikel 69 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 69. § 1. De bevoegde overheid kan voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project waarvoor geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handeling is vereist, een omgevingsvergunning op proef verlenen.
  De vergunning kan worden verleend voor een proefperiode van minimaal zes maanden en ten hoogste twee jaar. Ze kan worden verleend om opgelegde vergunningsvoorwaarden te kunnen evalueren en eventueel bij te sturen of om na te gaan of de exploitatie na de proefperiode verder aanvaardbaar is voor de mens en het milieu. Als ze aan die laatste doelstellingen voldoet, is het verlenen van een omgevingsvergunning op proef niet beperkt tot de exploitatie van nieuw ingedeelde inrichtingen of activiteiten.
  § 2. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, een omgevingsvergunning op proef verleend heeft, kan daartegen administratief beroep worden ingediend overeenkomstig de procedure, vermeld in afdeling 3 van hoofdstuk 2 van dit decreet.
  § 3. Voor het verstrijken van de proefperiode neemt de bevoegde overheid een ambtshalve initiatief om een beslissing te kunnen nemen over de verdere exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit. De bevoegde overheid brengt de exploitant hiervan op de hoogte op het ogenblik en op de wijze, vermeld in artikel 19.
  De in het eerste lid bedoelde bevoegde overheid is deze vermeld in artikel 18 als die laatste in laatste administratieve aanleg over de vergunningsaanvraag een beslissing heeft genomen waarbij ze voor het eerst zelf een omgevingsvergunning op proef heeft verleend of een omgevingsvergunning op proef uit eerste administratieve aanleg heeft bevestigd in administratief beroep.
  Een beslissing over de verdere exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit na de omgevingsvergunning op proef wordt genomen conform de modulaire procedure, vermeld in hoofdstuk 2. Zolang de bevoegde overheid geen ambtshalve initiatief in de zin van paragraaf 3, eerste lid, of geen beslissing over de verdere exploitatie neemt, is artikel 91, § 4, van overeenkomstige toepassing op de omgevingsvergunning op proef.".
Art. 93. L'article 69 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 69. § 1er. L'autorité compétente peut accorder un permis d'environnement à l'essai pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée d'un projet ne requérant pas d'acte urbanistique soumis à autorisation.
  Le permis peut être accordé pour une période d'essai de six mois minimum et deux ans maximum. Il peut être accordé afin de pouvoir évaluer et, éventuellement, ajuster les conditions de permis imposées ou afin de vérifier si l'exploitation demeure acceptable pour l'homme et l'environnement à l'issue de la période d'essai. Si ces derniers objectifs sont rencontrés, l'octroi d'un permis d'environnement à l'essai ne se limite pas à l'exploitation d'établissements ou d'activités nouvellement classés.
  § 2. Si l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 a accordé un permis d'environnement à l'essai, il peut faire l'objet d'un recours administratif conformément à la procédure mentionnée dans la section 3 du chapitre 2 du présent décret.
  § 3. Avant l'expiration de la période d'essai, l'autorité compétente prend une initiative d'office afin de pouvoir prendre une décision sur la poursuite de l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée. L'autorité compétente en informe l'exploitant au moment et selon les modalités mentionnés dans l'article 19.
  L'autorité compétente visée à l'alinéa 1er est celle mentionnée dans l'article 18 si cette dernière a pris une décision au sujet de la demande de permis en dernière instance administrative, par laquelle elle a elle-même accordé pour la première fois un permis d'environnement à l'essai ou a confirmé, en recours administratif, un permis d'environnement à l'essai accordé en première instance administrative.
  Une décision sur la poursuite de l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée après le permis d'environnement à l'essai est prise conformément à la procédure modulaire mentionnée dans le chapitre 2. Tant que l'autorité compétente ne prend pas d'initiative d'office au sens du paragraphe 3, alinéa 1er, ou de décision sur la poursuite de l'exploitation, l'article 91, § 4, s'applique par analogie au permis d'environnement à l'essai. ".
Art. 94. In hoofdstuk 3 van hetzelfde decreet wordt onderafdeling 2, die bestaat uit artikel 70, opgeheven.
Art. 94. Dans le chapitre 3 du même décret, la sous-section 2, comportant l'article 70, est abrogée.
Art. 95. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 4. Kenmerken van de omgevingsvergunning".
Art. 95. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 4. Caractéristiques du permis d'environnement ".
Art. 96. In artikel 71, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 mei 2019, wordt de zinsnede "artikel 31" vervangen door de zinsnede "artikel 91/3".
Art. 96. Dans l'article 71, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 3 mai 2019, le membre de phrase " l'article 31 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 91/3 ".
Art. 97. In artikel 73, § 1, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 32septies, § 4 en § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging" vervangen door de zinsnede "artikel 2.6.2.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018,".
Art. 97. Dans l'article 73, § 1er, alinéa 2, 2°, du même décret, le membre de phrase " l'article 32septies, § 4 et § 5, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution " est remplacé par le membre de phrase " l'article 2.6.2.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 ".
Art. 98. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een artikel 73/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 73/3. Voorwaarden kunnen onder meer bestaan uit een verplichting om een studie uit te voeren of te voorzien in een monitoring.".
Art. 98. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, un article 73/3 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 73/3. Les conditions peuvent comprendre notamment l'obligation de réaliser une étude ou de prévoir un suivi. ".
Art. 99. Artikel 79, tweede en derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, worden vervangen door wat volgt:
  "De overdracht van een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt met een beveiligde zending ter kennis gebracht van de overheid die bevoegd is voor het project dat overgedragen wordt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgeving, met inbegrip van de termijn waarin de kennisgeving gedaan moet worden.
  Een gedeeltelijke overdracht van een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit is mogelijk na splitsing in de zin van artikel 5.1.1, 12°, van het DABM.".
Art. 99. L'article 79, alinéas 2 et 3, du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Le transfert de l'exploitation soumise à autorisation d'un établissement classé ou d'une activité classée est notifié par envoi sécurisé à l'autorité compétente pour le projet transféré. Le Gouvernement flamand précise les modalités de notification, y compris le délai dans lequel la notification doit intervenir.
  Un transfert partiel de l'exploitation soumise à autorisation d'un établissement classé ou d'une activité classée est possible après scission au sens de l'article 5.1.1, 12°, du DABM. ".
Art. 100. In hoofdstuk 4 van hetzelfde decreet wordt afdeling 4, die bestaat uit artikel 81, opgeheven.
Art. 100. Dans le chapitre 4 du même décret, la section 4, comportant l'article 81, est abrogée.
Art. 101. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 5. Specifieke regels voor bepaalde aanvragen".
Art. 101. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 5. Règles spécifiques à certaines demandes ".
Art. 102. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 1. Het bijstellen van de omgevingsvergunning".
Art. 102. Dans le chapitre 5 du même décret, l'intitulé de la section 1re est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1. L'actualisation du permis d'environnement ".
Art. 103. Artikel 82 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 82. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, kan de milieuvoorwaarden die in de omgevingsvergunning zijn opgelegd, wijzigen of aanvullen:
  1° ambtshalve via een gemotiveerd initiatief;
  2° op gemotiveerd verzoek van:
  a) het betrokken publiek;
  b) de toezichthouder die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;
  c) de leidend ambtenaar van een adviesinstantie die bij of krachtens dit decreet is aangewezen.
  De bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, kan de voorwaarden die in de omgevingsvergunning zijn opgelegd, wijzigen of aanvullen op gemotiveerd verzoek van de vergunninghouder of de exploitant.".
Art. 103. L'article 82 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 26 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 82. L'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 peut modifier ou compléter les conditions environnementales imposées dans le permis d'environnement :
  1° d'office, via une initiative motivée ;
  2° à la demande motivée du :
  a) public concerné ;
  b) superviseur désigné en application du titre XVI du DABM pour contrôler l'établissement classé ou l'activité classée ;
  c) fonctionnaire dirigeant d'une instance d'avis qui a été désignée par le présent décret ou en vertu de celui-ci.
  A la demande motivée du titulaire du permis ou de l'exploitant, l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 peut modifier ou compléter les conditions imposées dans le permis d'environnement. ".
Art. 104. Artikel 82/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 82/1. De bevoegde overheid kan met betrekking tot het voorwerp van een ambtshalve initiatief of gemotiveerd verzoek als vermeld in artikel 82 andere en/of bijkomende voorwaarden opleggen dan vermeld in dit initiatief of verzoek.
  De bevoegde overheid kan het voorwerp van een ambtshalve initiatief of gemotiveerd verzoek als vermeld in artikel 82 aanvullen. In dit geval wordt deze aanvulling behandeld volgens de bepalingen inzake de wijzigingslus.
  Een ambtshalve initiatief of gemotiveerd verzoek als vermeld in artikel 82 dat betrekking heeft op een veehouderij wordt geweigerd als de motieven tot bijstelling uitsluitend betrekking hebben op een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek. In dat geval wordt de exploitant geacht te hebben voldaan aan zijn verplichtingen ter zake.
  Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder:
  1° een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek: het feit dat in de omgevingsvergunning voor de veehouderij in kwestie een ammoniakemissiereducerende techniek opgenomen is waarvoor in de omgevingsvergunning een bepaald ammoniakemissiereducerend vermogen vermeld werd, en waaraan, na de opname in de omgevingsvergunning, bij een decreet, een besluit van de Vlaamse Regering of een ministerieel besluit een lager ammoniakemissiereducerend vermogen werd toegekend;
  2° een veehouderij: een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, § 1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.".
Art. 104. L'article 82/1 du même décret, inséré par le décret du 26 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 82/1. Concernant l'objet d'une initiative d'office ou demande motivée telle que mentionnée dans l'article 82, l'autorité compétente peut imposer des conditions supplémentaires et/ou autres que celles mentionnées dans cette initiative ou demande.
  L'autorité compétente peut compléter l'objet d'une initiative d'office ou demande motivée telle que mentionnée dans l'article 82. Dans ce cas, cet ajout est traité suivant les dispositions en matière de boucle modificative.
  Une initiative d'office ou demande motivée telle que mentionnée dans l'article 82 qui concerne un élevage est refusée si les motifs d'actualisation concernent exclusivement une adaptation de l'efficacité d'une technique de réduction des émissions d'ammoniac. Dans ce cas, l'exploitant est réputé avoir satisfait à ses obligations en la matière.
  Pour l'application de l'alinéa 3, il convient d'entendre par :
  1° adaptation de l'efficacité d'une technique de réduction des émissions d'ammoniac : le fait que le permis d'environnement pour l'exploitation d'élevage en question inclut une technique de réduction des émissions d'ammoniac pour laquelle une certaine capacité de réduction des émissions d'ammoniac a été mentionnée dans le permis d'environnement et à laquelle, après inclusion dans le permis d'environnement, une capacité de réduction des émissions d'ammoniac inférieure a été accordée par décret, arrêté du Gouvernement flamand ou décision ministérielle ;
  2° élevage : un établissement classé ou une activité classée soumis(e) à autorisation tel(le) que mentionné(e) dans la rubrique 9 de la liste de classification de l'annexe 1re du titre II du VLAREM, dans la mesure où y sont détenus des animaux appartenant à une espèce figurant sur la liste mentionnée dans l'article 27, § 1er, du décret sur les Engrais du 22 décembre 2006. ".
Art. 105. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 opgeheven.
Art. 105. Dans le chapitre 5 du même décret, l'intitulé de la section 2 est abrogé.
Art. 106. In artikel 83 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 15" wordt telkens vervangen door de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 17";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur" vervangen door de woorden "vanaf de bekendmaking in het derde lid";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Zes maanden voor het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur maakt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, de datum bekend waarop de geldigheidsperiode verstrijkt.";
  4° in paragraaf 1, derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de zin "De bekendmaking, vermeld in het tweede lid, gebeurt op initiatief van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, binnen een termijn van zes maanden voor het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur." opgeheven;
  5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Artikel 82/1, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.".
Art. 106. A l'article 83 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " autorité compétente, visée à l'article 15 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " autorité compétente mentionnée dans l'article 17 " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " à compter du jour suivant le premier jour de la publication de l'expiration de toute période de validité de vingt ans d'un permis d'environnement à durée indéterminée " sont remplacés par le membre de phrase " à compter de la publication visée à l'alinéa 3 " ;
  3° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Six mois avant l'expiration de chaque période de validité de vingt ans d'un permis d'environnement à durée indéterminée, l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 publie la date d'expiration de la période de validité. " ;
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, la phrase " L'annonce de la publication, visée à l'alinéa deux, a lieu à l'initiative de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17, dans un délai de six mois avant l'expiration de toute période de validité de vingt ans d'un permis d'environnement à durée indéterminée. " est abrogée ;
  5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'article 82/1, alinéas 3 et 4, s'applique par analogie. ".
Art. 107. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 3 opgeheven.
Art. 107. Dans le chapitre 5 du même décret, l'intitulé de la section 3 est abrogé.
Art. 108. In artikel 85, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 108. Dans l'article 85, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 109. In artikel 86 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "paragraaf 1, derde lid" vervangen door de zinsnede "paragraaf 1, tweede lid".
Art. 109. A l'article 86 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " paragraphe 1er, alinéa 3 " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 1er, alinéa 2 ".
Art. 110. In hetzelfde decreet wordt een artikel 86/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 86/1. § 1. De vergunninghouder kan een gemotiveerd verzoek indienen tot bijstelling van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° er kan tegen de oorspronkelijke omgevingsvergunning geen georganiseerd administratief beroep meer worden ingesteld;
  2° de gevraagde bijstelling heeft alleen betrekking op een omgevingsvergunning die of een deel ervan dat nog niet is uitgevoerd;
  3° de bijstelling heeft alleen betrekking op de rechten die voortvloeien uit de vergunning en die nog niet zijn uitgevoerd.
  § 2. De overheid die bevoegd is voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning, neemt kennis van en beslist over de aanvraag, vermeld in paragraaf 1.
  De fictieve toestand waarin de oorspronkelijke vergunning uitgevoerd zou zijn, wordt als uitgangspunt genomen voor de procedurele en inhoudelijke behandeling van de aanvraag.
  § 3. De bijstelling van een vergunning overeenkomstig dit artikel doet geen afbreuk aan de elementen van de omgevingsvergunning die ingevolge de aanvraag niet gewijzigd worden.
  Als het oorspronkelijk vergunde project elementen bevat die onderworpen zijn aan verschillende vergunningsplichten, heeft de bijstelling alleen betrekking op de stedenbouwkundige handelingen.
  § 4. De aanvraag tot bijstelling overeenkomstig deze afdeling heeft niet tot gevolg dat er afstand gedaan wordt van de omgevingsvergunning waarvan de bijstelling wordt gevraagd.
  De bijstelling van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen overeenkomstig deze afdeling heeft geen invloed op de vervaltermijn van de omgevingsvergunning waarvan de bijstelling wordt gevraagd.
  De bijstelling van de omgevingsvergunning heeft geen eigen vervaltermijn.".
Art. 110. Dans le même décret, un article 86/1 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 86/1. § 1er. Le titulaire du permis peut introduire une demande motivée d'actualisation d'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques si l'ensemble des conditions suivantes sont remplies :
  1° le permis d'environnement initial n'est plus susceptible de recours administratif organisé ;
  2° l'actualisation demandée ne concerne qu'un permis d'environnement ou une partie de celui-ci non encore mis(e) en oeuvre ;
  3° l'actualisation ne concerne que les droits qui découlent du permis et qui n'ont pas encore été exercés.
  § 2. L'autorité compétente pour le permis d'environnement initial prend connaissance de la demande mentionnée dans le paragraphe 1er et statue à son sujet.
  La situation fictive dans laquelle le permis initial aurait été mis en oeuvre sert de point de départ pour le traitement de la demande en termes de procédure et sur le fond.
  § 3. L'actualisation d'un permis conformément au présent article n'affecte pas les éléments du permis d'environnement qui n'ont pas été modifiés suite à la demande.
  Si le projet initialement autorisé contient des éléments soumis à différentes obligations d'autorisation, l'actualisation ne concerne que les actes urbanistiques.
  § 4. La demande d'actualisation conformément à la présente section n'entraîne pas la renonciation au permis d'environnement dont l'actualisation est demandée.
  L'actualisation du permis d'environnement pour des actes urbanistiques conformément à la présente section n'a aucune incidence sur le délai de péremption du permis d'environnement dont l'actualisation est demandée.
  L'actualisation du permis d'environnement n'a pas de délai de péremption propre. ".
Art. 111. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van afdeling 4 wordt vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 2. Regularisatievergunningen";
  2° in afdeling 2 wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven.
Art. 111. Au chapitre 5 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé de la section 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 2. Permis de régularisation " ;
  2° dans la section 2, l'intitulé de la sous-section 1re est abrogé.
Art. 112. Artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 87. § 1. Een regularisatievergunning is een omgevingsvergunning die tijdens of na de uitvoering van vergunningsplichtige projecten als vermeld in artikel 5, 1°, wordt afgeleverd.
  Bij de beoordeling van het aangevraagde wordt de actuele regelgeving, met inbegrip van stedenbouwkundige voorschriften, eventuele verkavelingsvoorschriften en algemene en sectorale milieuvoorwaarden, als uitgangspunt genomen.
  § 2. Een aanvraag tot regularisatie bevat een afschrift van eventuele processen-verbaal, administratieve beslissingen en rechterlijke beslissingen over het project waarvan de aanvrager op de hoogte is gebracht.
  § 3. Het niet-vervolgen van een inbreuk door de overheid wettigt de regularisatie op zich niet.
  De bestraffing van een inbreuk sluit een regularisatie niet uit.
  § 4. De regularisatievergunning wordt afgeleverd met inachtneming van de gebruikelijke beoordelingscriteria en conform de gebruikelijke vergunningsprocedure.
  Aan de vergunning kunnen de voorwaarden en de lasten, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, worden verbonden.".
Art. 112. L'article 87 du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 87. § 1er. Un permis de régularisation est un permis d'environnement délivré pendant ou après la mise en oeuvre de projets soumis à autorisation tels que mentionnés dans l'article 5, 1°.
  La réglementation actuelle, y compris les prescriptions urbanistiques, les éventuelles prescriptions de lotissement et les conditions environnementales générales et sectorielles, sert de point de départ pour l'évaluation de la demande.
  § 2. Une demande de régularisation contient une copie des éventuels procès-verbaux, décisions administratives et décisions judiciaires au sujet du projet dont le demandeur a été informé.
  § 3. Le classement sans suite d'une infraction par l'autorité ne légitime pas en soi la régularisation.
  La répression d'une infraction n'exclut pas une régularisation.
  § 4. Le permis de régularisation est délivré en tenant compte des critères d'évaluation usuels et conformément à la procédure de permis habituelle.
  Les charges et conditions mentionnées dans le chapitre 4, section 1re, peuvent être attachées au permis. ".
Art. 113. In hoofdstuk 5, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt onderafdeling 2, die bestaat uit artikel 88, opgeheven.
Art. 113. Dans le chapitre 5, section 2, du même décret, la sous-section 2, comportant l'article 88, est abrogée.
Art. 114. In hoofdstuk 5, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt onderafdeling 3, die bestaat uit artikel 89, opgeheven.
Art. 114. Dans le chapitre 5, section 2, du même décret, la sous-section 3, comportant l'article 89, est abrogée.
Art. 115. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt afdeling 5, die bestaat uit artikel 90, vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 3. Aanvulling of wijziging van de indelingslijst
Art. 115. Dans le chapitre 5 du même décret, la section 5, comportant l'article 90, est remplacée par ce qui suit :
  " Section 3. Ajout à ou modification de la liste de classification "
Art. 116. In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt afdeling 6, die bestaat uit artikel 91, vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 4. Hernieuwing van de omgevingsvergunning van bepaalde duur en recht op verdere exploitatie
Art. 116. Dans le chapitre 5 du même décret, la section 6, comportant l'article 91, est remplacée par ce qui suit :
  " Section 4. Renouvellement du permis d'environnement à durée déterminée et droit de poursuivre l'exploitation "
Art. 117. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 5. Schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning".
Art. 117. Au chapitre 5 du même décret, une section 5 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 5. Suspension ou abrogation du permis d'environnement ".
Art. 118. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 117, een artikel 91/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/1. § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, kan ambtshalve of op een gemotiveerde vraag van de toezichthouder de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk schorsen of geheel of gedeeltelijk opheffen als de algemene, de sectorale of de bijzondere milieuvoorwaarden niet worden nageleefd.
  Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, niet of onvolkomen optreedt, kan de Vlaamse Regering op elk moment en ongeacht de indelingsklasse de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen.
  § 2. Als de bevoegde overheid de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit geheel of gedeeltelijk schorst of opheft, kan ze ook de omgevingsvergunning voor de stedenbouwkundige handeling die onlosmakelijk verbonden is met de exploitatie, geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen. Als het een bestaande constructie betreft, is dat laatste alleen mogelijk als die constructie bouwfysisch niet geschikt is voor dezelfde of een nieuwe functie.
  § 3. Tenzij de beslissing tot schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning door de Vlaamse Regering is genomen, kan, in afwijking van artikel 52, alleen de vergunninghouder of exploitant tegen die beslissing beroep instellen.
  In afwijking van artikel 62 wordt een beroep geacht te zijn ingewilligd en vervalt de bestreden beslissing als er geen beslissing is genomen binnen de termijn, vermeld in artikel 62.
  Als tegen een schorsing of opheffing geen beroep is ingesteld of als ze in laatste administratieve aanleg is bevestigd, wordt toepassing gemaakt van titel XVI van het DABM.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het horen van de exploitant.".
Art. 118. Dans le même décret, à la section 5, ajoutée par l'article 117, un article 91/1 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/1. § 1er. L'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 peut suspendre ou abroger, d'office ou à la demande motivée du superviseur, tout ou partie du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée si les conditions environnementales générales, sectorielles ou particulières ne sont pas respectées.
  Si l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 n'intervient pas ou que son intervention est insuffisante, le Gouvernement flamand peut suspendre ou abroger, à tout moment et quelle que soit la classe de classification, tout ou partie du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée.
  § 2. Si l'autorité compétente suspend ou abroge tout ou partie du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée, elle peut également suspendre ou abroger tout ou partie du permis d'environnement pour l'acte urbanistique indissociablement lié à l'exploitation. S'il s'agit d'une construction existante, ceci n'est possible que si cette construction n'est pas adaptée en termes de physique du bâtiment à la même ou à une nouvelle fonction.
  § 3. A moins que la décision de suspension ou d'abrogation du permis d'environnement n'ait été prise par le Gouvernement flamand, seul le titulaire du permis ou l'exploitant peut, par dérogation à l'article 52, introduire un recours contre la décision.
  Par dérogation à l'article 62, un recours est réputé accueilli et la décision contestée devient caduque si aucune décision n'a été prise dans le délai mentionné dans l'article 62.
  Si une suspension ou une abrogation n'a pas fait l'objet d'un recours ou si elle a été confirmée en dernière instance administrative, le titre XVI du DABM est appliqué.
  § 4. Le Gouvernement flamand précise les modalités d'audition de l'exploitant. ".
Art. 119. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 117, een artikel 91/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan geheel of gedeeltelijk worden opgeheven in de gevallen en onder dezelfde voorwaarden en procedurele bepalingen, vermeld in artikel 84 en 85.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, kan de schorsing worden gelast van de verkoop of van de verhuring voor meer dan negen jaar en van de vestiging van een erfpacht of opstalrecht op het geheel of een gedeelte van de verkaveling.".
Art. 119. Dans le même décret, à la section 5, ajoutée par l'article 117, un article 91/2 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/2. Un permis d'environnement pour le lotissement de terrains peut être abrogé en tout ou en partie dans les cas et selon les conditions et dispositions de procédures mentionnés dans les articles 84 et 85.
  Dans le cas mentionné à l'alinéa 1er, la suspension de la vente ou de la location pour plus de neuf ans et de la constitution d'une emphytéose ou d'un droit de superficie sur l'ensemble ou une partie du lotissement peut être ordonnée. ".
Art. 120. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 6. De aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg".
Art. 120. Au chapitre 5 du même décret, une section 6 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 6. L'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale ".
Art. 121. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/3. Een aanvraag kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg bevatten. Als de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg wordt gevraagd tijdens een lopende vergunningsprocedure, wordt de vraag beschouwd als en ingediend conform de bepalingen voor de indiening van een wijzigingslus.
  Een vergunning in het kader van een aanvraag van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad.
  Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, wordt de omgevingsvergunning geweigerd.".
Art. 121. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/3 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/3. Une demande peut comprendre l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale. Si l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale sont demandés pendant une procédure de permis en cours, la demande est considérée comme introduite conformément aux dispositions d'introduction d'une boucle modificative.
  Un permis dans le cadre d'une demande d'aménagement, de modification, de déplacement ou de suppression d'une voirie communale ne peut être accordé qu'après approbation de la modification, du déplacement ou de suppression de la voirie communale par le conseil communal.
  Si le conseil communal n'a pas approuvé l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression, le permis d'environnement est refusé. ".
Art. 122. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/4 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/4. § 1. Als een aanvraag betrekking heeft op de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, of haar omgevingsambtenaar de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
  De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Daarbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en, in voorkomend geval, met het gemeentelijke beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daar voorwaarden en lasten aan verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
  § 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen een termijn van zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17.".
Art. 122. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/4 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/4. § 1er. Si une demande concerne l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale, le collège des bourgmestre et échevins convoque, le cas échéant, à la demande de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 ou de son fonctionnaire environnement, le conseil communal pour statuer sur l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression de la voirie communale.
  Le conseil communal se prononce sur l'emplacement, la largeur et l'équipement de la voirie communale et sur son inclusion éventuelle dans le domaine public. Il est tenu compte à cet égard des objectifs et principes mentionnés dans les articles 3 et 4 du décret du 3 mai 2019 sur les routes communales, et, le cas échéant, du cadre de politique communale et du cadre d'évaluation mentionnés dans l'article 6 du décret du 3 mai 2019 sur les routes communales. Le conseil communal peut y attacher des conditions et des charges que l'autorité compétente reprend dans le permis éventuel.
  § 2. Si le collège des bourgmestre et échevins n'est pas l'autorité compétente qui statue sur la demande en première instance, la commune transmet la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression de la voirie communale à l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 dans un délai de soixante jours suivant la demande. ".
Art. 123. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/5 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/5. § 1. Tegen de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 52.
  Het beroep leidt tot de vernietiging van de bestreden beslissing of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
  § 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
  1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor de personen of instanties waaraan de beslissing betekend wordt;
  2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
  3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
  De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 18.
  § 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift op haar beurt een afschrift daarvan aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 18, en bezorgt tegelijkertijd het volledige dossier of een afschrift daarvan aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
  § 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
  De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
  § 5. De beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd wegens:
  1° strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
  2° strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en, in voorkomend geval, het gemeentelijke beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
  3° de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
  § 6. Als de Vlaamse Regering de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg vernietigt, is de gemeenteraad van rechtswege gehouden om een nieuwe beslissing te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de beslissing van de Vlaamse Regering.
  De gemeente bezorgt de nieuwe beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 18, binnen zestig dagen nadat de gemeente op de hoogte is gebracht van de beslissing van de Vlaamse Regering.".
Art. 123. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/5 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/5. § 1er. La décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale peut faire l'objet, dans le cadre d'un recours administratif suspensif contre la décision d'autorisation, d'un recours administratif organisé devant le Gouvernement flamand par les personnes ou instances mentionnées dans l'article 52.
  Le recours entraîne l'annulation de la décision contestée ou le rejet du recours en raison de son irrecevabilité ou de son caractère non fondé.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit par envoi sécurisé auprès du Gouvernement flamand dans un délai de trente jours qui prend cours :
  1° le jour suivant la date de la signification de la décision contestée pour les personnes ou instances auxquelles la décision est signifiée ;
  2° le jour suivant l'expiration du délai de décision si le permis d'environnement est tacitement refusé en première instance administrative ;
  3° le jour suivant le premier jour de l'affichage de la décision contestée dans les autres cas.
  Sous peine d'irrecevabilité, l'auteur du recours transmet une copie du recours par envoi sécurisé au collège des bourgmestre et échevins et à l'instance de recours compétente mentionnée dans l'article 18 en même temps que l'envoi sécurisé du recours au Gouvernement flamand.
  § 3. Dès réception de la copie du recours, le collège des bourgmestre et échevins en transmet à son tour une copie à l'instance de recours compétente mentionnée dans l'article 18 et transmet simultanément le dossier complet ou une copie au département de la Mobilité et des Travaux publics.
  § 4. Le Gouvernement flamand statue sur le recours dans un délai de nonante jours prenant cours le lendemain de la réception du dossier mentionné dans le paragraphe 3. Ce délai est un délai d'ordre.
  Le Gouvernement flamand informe immédiatement l'auteur du recours, l'autorité compétente et la commune de sa décision.
  § 5. La décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale ne peut être annulée que pour cause :
  1° d'incompatibilité avec le décret du 3 mai 2019 sur les routes communales ;
  2° d'incompatibilité avec les objectifs et principes mentionnés dans les articles 3 et 4 du décret du 3 mai 2019 sur les routes communales, et, le cas échéant, avec le cadre de politique communale et le cadre d'évaluation mentionnés dans l'article 6 du même décret ;
  3° de non-respect d'une formalité substantielle.
  § 6. Si le Gouvernement flamand annule la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale, le conseil communal est tenu de plein droit de prendre une nouvelle décision en tenant compte de la décision du Gouvernement flamand.
  La commune transmet la nouvelle décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression de la voirie communale à l'instance de recours compétente mentionnée dans l'article 18 dans les soixante jours de la notification à la commune de la décision du Gouvernement flamand. ".
Art. 124. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/6 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/6. De beslissingstermijn van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, in voorkomend geval verlengd conform de bepalingen van dit decreet, wordt verlengd met zestig dagen als een beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg vereist is.".
Art. 124. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/6 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/6. Le délai de décision de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17, prolongé, le cas échéant, conformément aux dispositions du présent décret, est prolongé de soixante jours si une décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale est requise. ".
Art. 125. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/7 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/7. Als met toepassing van artikel 91/5 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep is ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het administratieve beroep tegen de omgevingsvergunning met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
  Met behoud van de mogelijkheden, vermeld in dit decreet, om de beslissingstermijn, vermeld in artikel 34, te verlengen, wordt de beslissingstermijn van rechtswege opgeschort zolang de Vlaamse Regering de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 18, niet op de hoogte heeft gebracht van de beslissing over het georganiseerde administratieve beroep tegen de beslissing van de gemeenteraad, vermeld in artikel 91/5.".
Art. 125. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/7 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/7. Si, en application de l'article 91/5, un recours administratif organisé a été introduit devant le Gouvernement flamand contre la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale, le recours administratif contre le permis d'environnement pour l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale contient, sous peine d'irrecevabilité, une copie du recours devant le Gouvernement flamand.
  Sans préjudice de la faculté, mentionnée dans le présent décret, d'allonger le délai de décision mentionné dans l'article 34, le délai de décision est suspendu de plein droit aussi longtemps que le Gouvernement flamand n'a pas informé l'instance de recours compétente mentionnée dans l'article 18 de la décision au sujet du recours administratif organisé contre la décision du conseil communal mentionnée dans l'article 91/5. ".
Art. 126. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/8 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/8. Als de aanvraag, al dan niet na toepassing van artikel 60, betrekking heeft op de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 18, vaststelt dat de gemeenteraad daarover een beslissing moet nemen, roept de gouverneur, op verzoek van de deputatie, de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
  De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. De gemeenteraad kan daar voorwaarden en lasten aan verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
  De gemeente bezorgt de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg aan de bevoegde overheid binnen een termijn van zestig dagen na de samenroeping door de gouverneur.".
Art. 126. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/8 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/8. Si la demande, après application ou non de l'article 60, concerne l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale et que l'autorité compétente mentionnée dans l'article 18 constate que le conseil communal doit prendre une décision à ce sujet, le gouverneur convoque, à la demande de la députation, du Gouvernement flamand ou du fonctionnaire environnement régional, le conseil communal pour statuer sur l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression de la voirie communale.
  Le conseil communal se prononce sur l'emplacement, la largeur et l'équipement de la voirie communale et sur son inclusion éventuelle dans le domaine public. Le conseil communal peut y attacher des conditions et des charges que l'autorité compétente reprend dans le permis éventuel.
  La commune transmet la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression de la voirie communale à l'autorité compétente dans un délai de soixante jours suivant la convocation par le gouverneur. ".
Art. 127. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/9 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/9. De beslissingstermijn van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 18, wordt eenmaal verlengd met zestig dagen als een beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg vereist is en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 91/8, of als de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad ertoe gehouden is om een nieuwe beslissing te nemen met toepassing van artikel 91/5, § 6.".
Art. 127. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/9 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/9. Le délai de décision de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 18 est prolongé une seule fois de soixante jours si une décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale est requise et que le conseil communal est convoqué dans le courant de la procédure de recours en application de l'article 91/8, ou si le conseil communal dispose du pouvoir de décision et qu'il est tenu de prendre une nouvelle décision en application de l'article 91/5, § 6. ".
Art. 128. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 91/10 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/10. Als de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen de vastgestelde of, in voorkomend geval, verlengde termijn, is de gemeente aan de aanvrager een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.
  Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de aanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het project en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.
  Als de aanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.".
Art. 128. Dans le même décret, à la section 6, ajoutée par l'article 120, un article 91/10 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/10. Si le conseil communal n'a pas pris de décision au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression de la voirie communale dans le délai fixé ou, le cas échéant, prolongé, la commune est redevable d'une indemnité unique de 5 000 euros au demandeur.
  Dans un délai de nonante jours suivant l'expiration du délai mentionné à l'alinéa 1er, le demandeur réclame, par envoi sécurisé, le paiement de l'indemnité unique à la commune. Ce faisant, il mentionne le projet et ses données IBAN et BIC. La commune verse l'indemnité unique au demandeur sans autre formalité.
  Si le demandeur ne réclame pas le paiement de l'indemnité unique dans le délai de nonante jours mentionné à l'alinéa 2, il est réputé avoir renoncé à son droit à l'indemnité unique. ".
Art. 129. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 7. Afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden".
Art. 129. Au chapitre 5 du même décret, une section 7 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 7. Dérogation aux conditions environnementales générales et sectorielles ".
Art. 130. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 129, een artikel 91/11 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/11. Indien en in de gevallen dat een aanvrager krachtens artikel 5.4.8 van het DABM bij de Vlaamse Regering een aanvraag kan indienen tot afwijking van algemene of sectorale milieuvoorwaarden, kan deze afwijkingsaanvraag in een aanvraag worden opgenomen.
  De bevoegde overheid stuurt de afwijkingsaanvraag bedoeld in dit artikel door naar de Vlaamse Regering, die bevoegd is om daarover uitspraak te doen met inachtneming van de voorwaarden en de grenzen bepaald krachtens artikel 5.4.8 van het DABM en in voorkomend geval na afloop van de advisering en het openbaar onderzoek. De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarin de gewestelijke omgevingsambtenaar bevoegd is.
  De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de afwijkingsaanvraag en de termijn waarin de uitspraak over de vraag tot afwijking gedaan moet worden. Als er geen uitspraak wordt gedaan binnen die termijn, wordt de afwijkingsvraag geacht te zijn afgewezen. In dat geval of indien de Vlaamse Regering geoordeeld heeft dat de afwijkingsaanvraag niet wordt toegestaan, weigert de bevoegde overheid dat deel van de aanvraag.
  De beslissingstermijn van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, in voorkomend geval verlengd conform de bepalingen van dit decreet, wordt verlengd met zestig dagen als een beslissing over een afwijkingsaanvraag als bedoeld in dit artikel vereist is.".
Art. 130. Dans le même décret, à la section 7, ajoutée par l'article 129, un article 91/11 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/11. Si et dans les cas où un demandeur peut introduire auprès du Gouvernement flamand, en vertu de l'article 5.4.8 du DABM, une demande de dérogation aux conditions environnementales générales ou sectorielles, cette demande de dérogation peut être incluse dans une demande.
  L'autorité compétente transfère la demande de dérogation visée dans le présent article au Gouvernement flamand, qui est compétent pour statuer à ce sujet dans le respect des conditions et des limites fixées en vertu de l'article 5.4.8 du DABM et, le cas échéant, à l'issue de la consultation et de l'enquête publique. Le Gouvernement flamand peut déterminer les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement régional est compétent.
  Le Gouvernement flamand détermine le contenu de la demande de dérogation et le délai dans lequel il y a lieu de statuer sur la demande de dérogation. S'il n'est pas statué dans ce délai, la demande de dérogation est réputée avoir été refusée. Dans ce cas ou si le Gouvernement flamand a estimé que la demande de dérogation ne devait pas être accordée, l'autorité compétente refuse cette partie de la demande.
  Le délai de décision de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17, prolongé, le cas échéant, conformément aux dispositions du présent décret, est prolongé de soixante jours si une décision au sujet d'une demande de dérogation telle que visée dans le présent article est requise. ".
Art. 131. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 129, een artikel 91/12 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/12. Artikel 91/11 is van overeenkomstige toepassing in administratief beroep.
  In voorkomend geval kan de gemotiveerde vraag tot afwijking van de algemene en sectorale voorwaarden opnieuw aan de Vlaamse Regering respectievelijk de gewestelijke omgevingsambtenaar worden voorgelegd.".
Art. 131. Dans le même décret, à la section 7, ajoutée par l'article 129, un article 91/12 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/12. L'article 91/11 s'applique par analogie en recours administratif.
  Le cas échéant, la demande motivée de dérogation aux conditions générales et sectorielles peut être à nouveau présentée au Gouvernement flamand ou au fonctionnaire environnement régional. ".
Art. 132. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 8. Vaststelling dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft".
Art. 132. Au chapitre 5 du même décret, une section 8 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 8. Constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général ".
Art. 133. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 8, toegevoegd bij artikel 132, een artikel 91/13 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/13. Indien en in de gevallen dat een aanvrager krachtens 4.4.7, § 2, van de VCRO bij de bevoegde overheid een gemotiveerd verzoek kan indienen tot vaststelling dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft in de zin van artikel 4.4.7, § 2, van de VCRO, kan dit verzoek in een aanvraag worden opgenomen.
  De bevoegde overheid doet in haar beslissing over de aanvraag ook uitspraak over de vraag tot vaststelling met inachtneming van de beoordelingscriteria bepaald krachtens artikel 4.4.7, § 2, van de VCRO. De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarin de omgevingsambtenaar bevoegd is.
  De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het verzoek tot vaststelling. Als de bevoegde overheid in de beslissing over de aanvraag geen uitspraak heeft gedaan over het verzoek tot vaststelling wordt het verzoek tot vaststelling geacht te zijn afgewezen. In dat geval of indien de bevoegde overheid geoordeeld heeft dat de handeling van algemeen belang geen ruimtelijk beperkte impact heeft, weigert de bevoegde overheid dat deel van de aanvraag.".
Art. 133. Dans le même décret, à la section 8, ajoutée par l'article 132, un article 91/13 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/13. Si et dans les cas où un demandeur peut introduire auprès de l'autorité compétente, en vertu de l'article 4.4.7, § 2, du VCRO, une demande motivée de constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général au sens de l'article 4.4.7, § 2, du VCRO, cette demande peut être incluse dans une demande.
  Dans sa décision au sujet de la demande, l'autorité compétente se prononce également sur la demande de constatation en tenant compte des critères d'évaluation définis en vertu de l'article 4.4.7, § 2, du VCRO. Le Gouvernement flamand peut déterminer les cas dans lesquels le fonctionnaire environnement est compétent.
  Le Gouvernement flamand arrête le contenu de la demande de constatation. Si l'autorité compétente ne s'est pas prononcée sur la demande de constatation dans la décision au sujet de la demande, la demande de constatation est réputée avoir été refusée. Dans ce cas ou si l'autorité compétente a estimé que l'acte d'intérêt général n'est pas sans impact limité au niveau spatial, l'autorité compétente refuse cette partie de la demande. ".
Art. 134. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 8, toegevoegd bij artikel 132, een artikel 91/14 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/14. Artikel 91/13 is van overeenkomstige toepassing in administratief beroep.
  In voorkomend geval kan de gemotiveerde vraag tot vaststelling dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft, aan de bevoegde overheid worden voorgelegd.".
Art. 134. Dans le même décret, à la section 8, ajoutée par l'article 132, un article 91/14 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/14. L'article 91/13 s'applique par analogie en recours administratif.
  Le cas échéant, la demande motivée de constatation de l'impact limité au niveau spatial d'un acte d'intérêt général peut être soumise à l'autorité compétente. ".
Art. 135. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 9. Omgevingsbesluit".
Art. 135. Au chapitre 5 du même décret, une section 9 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 9. Arrêté environnement ".
Art. 136. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 1. Indiening van een aanvraag".
Art. 136. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 1re rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 1re. Introduction d'une demande ".
Art. 137. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 136, een artikel 91/15 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/15. § 1. Een omgevingsbesluit kan verleend worden voor ruimtelijke impulsprojecten als vermeld in artikel 7.4.4/3 van de VCRO, voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 7.4.4/4 van de VCRO, en voor bedrijvigheid als vermeld in artikel 7.4.4/5 van de VCRO.
  § 2. Bij een aanvraag van een omgevingsbesluit is de Vlaamse Regering de bevoegde plannende overheid om het ruimtelijk uitvoeringsplan vast te stellen als de Vlaamse Regering de bevoegde vergunningverlenende overheid is voor het voorwerp van de aanvraag overeenkomstig artikel 17.
  Bij een aanvraag van een omgevingsbesluit is de provincieraad de bevoegde plannende overheid om het ruimtelijk uitvoeringsplan vast te stellen als de deputatie de bevoegde vergunningverlenende overheid is voor het voorwerp van de aanvraag overeenkomstig artikel 17.
  Bij een aanvraag van een omgevingsbesluit is de gemeenteraad de bevoegde plannende overheid om het ruimtelijk uitvoeringsplan vast te stellen als het college van burgemeester en schepenen de bevoegde vergunningverlenende overheid is voor het voorwerp van de aanvraag overeenkomstig artikel 17.
  § 3. Voor een aanvraag van een omgevingsbesluit voor ruimtelijke impulsprojecten als vermeld in artikel 7.4.4/3 van de VCRO, is het college van burgemeester en schepenen altijd de bevoegde vergunningverlenende overheid, vermeld in artikel 17, en is de gemeenteraad altijd de bevoegde plannende overheid om het ruimtelijk uitvoeringsplan vast te stellen, in voorkomend geval in afwijking van de bevoegdheidsregels, vermeld in paragraaf 2.".
Art. 137. Dans le même décret, à la sous-section 1re, ajoutée par l'article 136, un article 91/15 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/15. § 1er. Un arrêté environnement peut être accordé pour des projets d'impulsion spatiale tels que mentionnés dans l'article 7.4.4/3 du VCRO, pour des actes d'intérêt général tels que mentionnés dans l'article 7.4.4/4 du VCRO, et pour une activité économique telle que mentionnée dans l'article 7.4.4/5 du VCRO.
  § 2. Dans le cas d'une demande d'arrêté environnement, le Gouvernement flamand est l'autorité de planification compétente pour adopter le plan d'exécution spatial s'il est l'autorité de délivrance du permis compétente pour l'objet de la demande conformément à l'article 17.
  Dans le cas d'une demande d'arrêté environnement, le conseil provincial est l'autorité de planification compétente pour adopter le plan d'exécution spatial si la députation est l'autorité de délivrance du permis compétente pour l'objet de la demande conformément à l'article 17.
  Dans le cas d'une demande d'arrêté environnement, le conseil communal est l'autorité de planification compétente pour adopter le plan d'exécution spatial si le collège des bourgmestre et échevins est l'autorité de délivrance du permis compétente pour l'objet de la demande conformément à l'article 17.
  § 3. Dans le cas d'une demande d'arrêté environnement pour des projets d'impulsion spatiale tels que mentionnés dans l'article 7.4.4/3 du VCRO, le collège des bourgmestre et échevins est toujours l'autorité de délivrance du permis compétente mentionnée dans l'article 17 et le conseil communal est toujours l'autorité de planification compétente pour adopter le plan d'exécution spatial, le cas échéant, par dérogation aux règles de compétence mentionnées dans le paragraphe 2. ".
Art. 138. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 136, een artikel 91/16 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/16. Een aanvrager kan tijdens een lopende aanvraag van een omgevingsbesluit in eerste administratieve aanleg wijzigingen aan het ontwerp van het ruimtelijk uitvoeringsplan aanbrengen onder de voorwaarden die van toepassing zijn op de wijzigingslus.".
Art. 138. Dans le même décret, à la sous-section 1re, ajoutée par l'article 136, un article 91/16 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/16. Pendant une demande d'arrêté environnement en cours en première instance administrative, un demandeur peut apporter des modifications au projet de plan d'exécution spatial aux conditions applicables à la boucle modificative. ".
Art. 139. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 136, een artikel 91/17 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/17. Naast de inhoud van het aanvraagdossier, vermeld in artikel 19, bevat de aanvraag van een omgevingsbesluit:
  1° een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 7.4.4/2, vierde lid, van de VCRO, tijdens de procedure `ontwerp ruimtelijk uitvoeringsplan' genoemd;
  2° een motiveringsnota waarin wordt aangetoond dat er is voldaan aan de criteria, vermeld in artikel 7.4.4/3 van de VCRO, artikel 7.4.4/4 van de VCRO of artikel 7.4.4/5 van de VCRO;
  3° een milieueffectrapportage als vermeld in artikel 4.1.1, 1°, van het DABM, van het omgevingsbesluit;
  4° een ruimtelijk veiligheidsrapport of de redenen waarom er geen ruimtelijk veiligheidsrapport moet worden opgemaakt.".
Art. 139. Dans le même décret, à la sous-section 1re, ajoutée par l'article 136, un article 91/17 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/17. Outre le contenu du dossier de demande mentionné dans l'article 19, la demande d'arrêté environnement contient :
  1° un projet de plan d'exécution spatial tel que mentionné dans l'article 7.4.4/2, alinéa 4, du VCRO, durant la procédure dénommée " projet de plan d'exécution spatial " ;
  2° une note de motivation démontrant qu'il a été satisfait aux critères mentionnés dans l'article 7.4.4/3 du VCRO, l'article 7.4.4/4 du VCRO ou l'article 7.4.4/5 du VCRO ;
  3° un rapport d'incidence sur l'environnement tel que mentionné dans l'article 4.1.1, 1°, du DABM, de l'arrêté environnement ;
  4° un rapport de sécurité spatiale ou les raisons pour lesquelles il n'y a pas lieu d'établir de rapport de sécurité spatiale. ".
Art. 140. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 136, een artikel 91/17 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/17. Naast de inhoud van het aanvraagdossier, vermeld in artikel 19, bevat de aanvraag van een omgevingsbesluit:
  1° een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 7.4.4/2, vierde lid, van de VCRO, tijdens de procedure `ontwerp ruimtelijk uitvoeringsplan' genoemd;
  2° een motiveringsnota waarin wordt aangetoond dat er is voldaan aan de criteria, vermeld in artikel 7.4.4/3 van de VCRO, artikel 7.4.4/4 van de VCRO of artikel 7.4.4/5 van de VCRO;
  3° een milieueffectrapportage als vermeld in artikel 4.1.1, 10°, van het DABM, van het omgevingsbesluit;
  4° een ruimtelijk veiligheidsrapport of de redenen waarom er geen ruimtelijk veiligheidsrapport moet worden opgemaakt.".
Art. 140. Dans le même décret, à la sous-section 1re, ajoutée par l'article 136, un article 91/17 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/17. Outre le contenu du dossier de demande mentionné dans l'article 19, la demande d'arrêté environnement contient :
  1° un projet de plan d'exécution spatial tel que mentionné dans l'article 7.4.4/2, alinéa 4, du VCRO, durant la procédure dénommée " projet de plan d'exécution spatial " ;
  2° une note de motivation démontrant qu'il a été satisfait aux critères mentionnés dans l'article 7.4.4/3 du VCRO, l'article 7.4.4/4 du VCRO ou l'article 7.4.4/5 du VCRO ;
  3° un rapport d'incidence sur l'environnement tel que mentionné dans l'article 4.1.1, 10°, du DABM, de l'arrêté environnement ;
  4° un rapport de sécurité spatiale ou les raisons pour lesquelles il n'y a pas lieu d'établir de rapport de sécurité spatiale. ".
Art. 141. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 2. Ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek".
Art. 141. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 2 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 2. Examen de la recevabilité et du caractère complet ".
Art. 142. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 141, een artikel 91/18 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/18. Onverminderd het onderzoek, vermeld in artikel 21 en 22, onderzoekt de bevoegde vergunningverlenende overheid of de omgevingsambtenaar bij een aanvraag van omgevingsbesluit de effecten van het ontwerp van een ruimtelijk uitvoeringsplan en beslist de overheid of de omgevingsambtenaar op gemotiveerde wijze of er over de aanvraag een milieueffectrapport en/of een ruimtelijk veiligheidsrapport moet worden opgesteld.".
Art. 142. Dans le même décret, à la sous-section 2, ajoutée par l'article 141, un article 91/18 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/18. Sans préjudice de l'examen mentionné dans les articles 21 et 22, l'autorité de délivrance du permis compétente ou le fonctionnaire environnement examine, dans le cas d'une demande d'arrêté environnement, les incidences du projet de plan d'exécution spatial et l'autorité ou le fonctionnaire environnement décide, de façon motivée, si la demande doit faire l'objet d'un rapport d'incidence sur l'environnement et/ou d'un rapport de sécurité spatiale. ".
Art. 143. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 141, een artikel 91/19 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/19. Na de ontvankelijkheids- en volledigheidsbeslissing gaat de bevoegde vergunningverlenende overheid of de omgevingsambtenaar onmiddellijk over tot:
  1° het inwinnen van de vereiste adviezen bij de instanties, vermeld in artikel 91/20;
  2° de aankondiging van het openbaar onderzoek in het Belgisch Staatsblad. Het openbaar onderzoek wordt op zijn vroegst georganiseerd tien dagen na het verstrijken van de adviestermijn, vermeld in artikel 26 en in artikel 91/20, § 5, eerste lid;
  3° de kennisgeving van het tijdstip van het geplande openbaar onderzoek aan de plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, en, in voorkomend geval, aan de voorzitter van de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening.".
Art. 143. Dans le même décret, à la sous-section 2, ajoutée par l'article 141, un article 91/19 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/19. Après la décision quant à la recevabilité et au caractère complet, l'autorité de délivrance du permis compétente ou le fonctionnaire environnement se charge aussitôt :
  1° de recueillir les avis requis auprès des instances mentionnées dans l'article 91/20 ;
  2° d'annoncer l'enquête publique dans le Moniteur belge. L'enquête publique est organisée au plus tôt dix jours après l'expiration du délai d'avis mentionné dans l'article 26 et dans l'article 91/20, § 5, alinéa 1er ;
  3° de notifier le moment de l'enquête publique projetée à l'autorité de planification mentionnée dans l'article 91/15 et, le cas échéant, au président de la commission compétente pour l'aménagement du territoire. ".
Art. 144. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 3. Advisering en openbaar onderzoek".
Art. 144. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 3 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 3. Consultation et enquête publique ".
Art. 145. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 144, een artikel 91/20 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/20. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 24 tot en met 26 worden bij een omgevingsbesluitprocedure bijkomend de volgende adviezen ingewonnen.
  § 2. Als het college van burgemeester en schepenen de bevoegde vergunningverlenende overheid is, vermeld in artikel 91/15, wint het college van burgemeester en schepenen of de omgevingsambtenaar het advies in over de voorziene wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bij de deputatie, het Departement Omgeving en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
  De deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de nietnaleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1°, 1° /1, 1° /2 en 2°, van de VCRO.
  Het Departement Omgeving bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-na- leving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1°, 1° /1, 1° /2 en 2°, van de VCRO.
  § 3. Als de deputatie de bevoegde vergunningverlenende overheid is, vermeld in artikel 91/15, wint de deputatie of de omgevingsambtenaar het advies in over de voorziene wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bij het Departement Omgeving, de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening en bij de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken.
  Het Departement Omgeving bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.16, § 3, eerste lid, 1° /1, 1° /2 en 2°, van de VCRO.
  § 4. Als de Vlaamse Regering de bevoegde vergunningverlenende overheid is, vermeld in artikel 91/15, wint de Vlaamse Regering of de omgevingsambtenaar het advies in over de voorziene wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bij de gemeenteraad en de provincieraad van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken.
  § 5. Behoudens het advies van respectievelijk de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening of de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening worden de adviezen uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag nadat de adviesvraag is ontvangen.
  Als er geen tijdig advies is, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  De bevoegde vergunningverlenende overheid of de omgevingsambtenaar bezorgt na het verstrijken van de adviestermijn met een beveiligde zending de adviezen aan de bevoegde plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, en, in voorkomend geval, de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening, behalve als de Vlaamse Regering de bevoegde vergunningverlenende overheid is.
  § 6. Als een advies van een omgevingsvergunningscommissie als vermeld in artikel 10/1, vereist is, worden de adviezen, vermeld in dit artikel, ingewonnen door de betrokken omgevingsvergunningscommissie. Na het verstrijken van de adviestermijn worden ze door de omgevingsvergunningscommissie met een beveiligde zending bezorgd aan de bevoegde plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, en, in voorkomend geval, aan de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening.".
Art. 145. Dans le même décret, à la sous-section 3, ajoutée par l'article 144, un article 91/20 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/20. § 1er. Sans préjudice de l'application des articles 24 à 26, les avis suivants sont en outre recueillis dans le cas d'une procédure d'arrêté environnement.
  § 2. Si le collège des bourgmestre et échevins est l'autorité de délivrance du permis compétente mentionnée dans l'article 91/15, le collège des bourgmestre et échevins ou le fonctionnaire environnement recueille l'avis de la députation, du département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire et de la commission communale pour l'aménagement du territoire au sujet de la modification prévue du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur.
  La députation de la province dans laquelle se situe la commune transmet à la commission communale pour l'aménagement du territoire un avis sur l'incompatibilité, la contradiction ou le non-respect mentionnés dans l'article 2.2.23, § 2, alinéa 1er, 1°, 1° /1, 1° /2 et 2°, du VCRO.
  Le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire transmet à la commission communale pour l'aménagement du territoire un avis sur l'incompatibilité, la contradiction ou le non-respect mentionnés dans l'article 2.2.23, § 2, alinéa 1er, 1°, 1° /1, 1° /2 et 2°, du VCRO.
  § 3. Si la députation est l'autorité de délivrance du permis compétente mentionnée dans l'article 91/15, la députation ou le fonctionnaire environnement recueille l'avis du département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire, de la commission provinciale pour l'aménagement du territoire et des communes et provinces dont le territoire est entièrement ou partiellement visé par le projet de plan d'exécution spatial provincial ou qui jouxtent des communes dont le territoire est entièrement ou partiellement visé par le projet de plan d'exécution spatial provincial au sujet de la modification prévue du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur.
  Le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire transmet à la commission provinciale pour l'aménagement du territoire un avis sur l'incompatibilité, la contradiction ou le non-respect mentionnés dans l'article 2.2.16, § 3, alinéa 1er, 1° /1, 1° /2 et 2°, du VCRO.
  § 4. Si le Gouvernement flamand est l'autorité de délivrance du permis compétente mentionnée dans l'article 91/15, le Gouvernement flamand ou le fonctionnaire environnement recueille l'avis du conseil communal et du conseil provincial des communes et provinces respectivement dont le territoire est entièrement ou partiellement visé par le projet de plan d'exécution spatial régional ou qui jouxtent des communes dont le territoire est entièrement ou partiellement visé par le projet de plan d'exécution spatial au sujet de la modification prévue du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur.
  § 5. Hormis l'avis de la commission communale pour l'aménagement du territoire ou de la commission provinciale pour l'aménagement du territoire respectivement, les avis sont rendus dans un délai de trente jours prenant cours le jour suivant la réception de la demande d'avis.
  A défaut d'avis dans les délais impartis, il peut être passé outre à l'exigence en matière d'avis.
  Après l'expiration du délai d'avis, l'autorité de délivrance du permis compétente ou le fonctionnaire environnement transmet les avis par envoi sécurisé à l'autorité de planification compétente mentionnée dans l'article 91/15, et, le cas échéant, à la commission compétente pour l'aménagement du territoire, sauf si le Gouvernement flamand est l'autorité de délivrance du permis compétente.
  § 6. Si un avis d'une commission du permis d'environnement telle que mentionnée dans l'article 10/1 est requis, les avis mentionnés dans le présent article sont recueillis par la commission du permis d'environnement concernée. Après l'expiration du délai d'avis, la commission du permis d'environnement les transmet par envoi sécurisé à l'autorité de planification compétente mentionnée dans l'article 91/15 et, le cas échéant, à la commission compétente pour l'aménagement du territoire. ".
Art. 146. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 144, een artikel 91/21 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/21. Onverminderd de regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 28, gelden de volgende bijzondere procedurele regelingen:
  1° het openbaar onderzoek begint op zijn vroegst tien dagen na het verstrijken van de adviestermijn van dertig dagen, vermeld in artikel 26 en artikel 91/20, § 5, eerste lid. Alle uitgebrachte adviezen liggen ter inzage tijdens het openbaar onderzoek;
  2° de bekendmaking van het openbaar onderzoek over een omgevingsbesluit gebeurt cumulatief volgens de geldende regels voor de bekendmaking van een openbaar onderzoek over een vergunningsaanvraag en de bekendmaking van een openbaar onderzoek over een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan.
  De bevoegde vergunningverlenende overheid of de omgevingsambtenaar bezorgt na afloop van het openbaar onderzoek met een beveiligde zending de standpunten, opmerkingen en bezwaren aan de plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, en, in voorkomend geval, aan de voorzitter van de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening.".
Art. 146. Dans le même décret, à la sous-section 3, ajoutée par l'article 144, un article 91/21 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/21. Sans préjudice des modalités d'organisation de l'enquête publique conformément à l'article 28, les modalités de procédure particulières suivantes s'appliquent :
  1° l'enquête publique débute au plus tôt dix jours après l'expiration du délai d'avis mentionné dans l'article 26 et dans l'article 91/20, § 5, alinéa 1er. Tous les avis émis peuvent être consultés durant l'enquête publique ;
  2° la publication de l'enquête publique concernant un arrêté environnement s'effectue cumulativement suivant les règles en vigueur pour la publication d'une enquête publique concernant une demande de permis et la publication d'une enquête publique concernant un projet de plan d'exécution spatial.
  A l'issue de l'enquête publique, l'autorité de délivrance du permis compétente ou le fonctionnaire environnement transmet les points de vue, remarques et objections par envoi sécurisé à l'autorité de planification mentionnée dans l'article 91/15 et, le cas échéant, au président de la commission compétente pour l'aménagement du territoire. ".
Art. 147. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 144, een artikel 91/22 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/22. § 1. Als het college van burgemeester en schepenen de bevoegde vergunningverlenende overheid is, bundelt en coördineert de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening alle adviezen, vermeld in artikel 91/20, § 2, en alle opmerkingen en bezwaren over de voorziene wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan uit het openbaar onderzoek, en brengt binnen 45 dagen na het einde van het openbaar onderzoek een gemotiveerd advies daarover uit bij de gemeenteraad. Het advies bevat de integrale adviezen van de deputatie en het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan het college van burgemeester en schepenen.
  Als de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. In dat geval bezorgt de commissie onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de gemeenteraad.
  § 2. Als de deputatie de bevoegde vergunningverlenende overheid is, bundelt en coördineert de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening alle adviezen, vermeld in artikel 91/20, § 3, en alle opmerkingen en bezwaren over de voorziene wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan uit het openbaar onderzoek, en brengt binnen 45 dagen na het einde van het openbaar onderzoek een gemotiveerd advies daarover uit bij de provincieraad. Het advies bevat de integrale adviezen die zijn verleend op grond van artikel 91/20, § 3. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening de deputatie de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.
  Als de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. In dat geval bezorgt de commissie onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de provincieraad.
  § 3. Als de Vlaamse Regering de bevoegde vergunningverlenende overheid is, bezorgen de adviesinstanties de adviezen, vermeld in artikel 91/20, § 4, rechtstreeks aan de Vlaamse Regering.
  Als een advies van de Raad van State nodig is, wordt de termijn geschorst gedurende de volledige duur van de behandeling van de adviesvraag door de afdeling Wetgeving van de Raad van State.".
Art. 147. Dans le même décret, à la sous-section 3, ajoutée par l'article 144, un article 91/22 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/22. § 1er. Si le collège des bourgmestre et échevins est l'autorité de délivrance du permis compétente, la commission communale pour l'aménagement du territoire regroupe et coordonne tous les avis mentionnés dans l'article 91/20, § 2, et toutes les remarques et objections au sujet de la modification prévue du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur résultant de l'enquête publique et rend un avis motivé à ce sujet au conseil communal dans les 45 jours suivant la fin de l'enquête publique. L'avis contient l'intégralité des avis de la députation et du département. Au même moment, la commission communale pour l'aménagement du territoire transmet les avis, remarques et objections regroupés au collège des bourgmestre et échevins.
  Si la commission communale pour l'aménagement du territoire ne rend pas d'avis dans le délai fixé, il peut être passé outre à l'exigence en matière d'avis. Dans ce cas, la commission transmet immédiatement les avis, remarques et objections regroupés au conseil communal.
  § 2. Si la députation est l'autorité de délivrance du permis compétente, la commission provinciale pour l'aménagement du territoire regroupe et coordonne tous les avis mentionnés dans l'article 91/20, § 3, et toutes les remarques et objections au sujet de la modification prévue du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial en vigueur résultant de l'enquête publique et rend un avis motivé à ce sujet au conseil provincial dans les 45 jours suivant la fin de l'enquête publique. L'avis contient l'intégralité des avis rends en vertu de l'article 91/20, § 3. La commission provinciale pour l'aménagement du territoire transmet au même moment les avis, observations et objections regroupés à la députation permanente.
  Si la commission provinciale pour l'aménagement du territoire ne rend pas d'avis dans le délai fixé, il peut être passé outre à l'exigence en matière d'avis. Dans ce cas, la commission transmet immédiatement les avis, remarques et objections regroupés au conseil provincial.
  § 3. Si le Gouvernement flamand est l'autorité de délivrance du permis compétente, les instances d'avis lui transmettent directement les avis mentionnés dans l'article 91/20, § 4.
  Si un avis du Conseil d'Etat est nécessaire, le délai est suspendu pendant toute la durée du traitement de la demande d'avis par la section de législation du Conseil d'Etat. ".
Art. 148. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 4. Onderzoek, beslissing en bekendmaking".
Art. 148. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 4 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 4. Examen, décision et publication ".
Art. 149. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 4, toegevoegd bij artikel 148, een artikel 91/23 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/23. § 1. Na afloop van het openbaar onderzoek en, in voorkomend geval, na de ontvangst van het advies van de adviescommissie, vermeld in artikel 91/22, stelt de bevoegde plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, het ruimtelijk uitvoeringsplan al dan niet voorlopig vast.
  Tegen deze beslissing is geen administratief beroep mogelijk.
  § 2. Als de aanvraag van omgevingsbesluit betrekking heeft op de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, spreekt de gemeenteraad zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, vermeld in artikel 91/3.
  Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg niet heeft goedgekeurd, kan het ruimtelijk uitvoeringsplan niet voorlopig worden vastgesteld.
  In afwijking van artikel 91/5 is tegen de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg in het kader van een omgevingsbesluit geen georganiseerd administratief beroep mogelijk bij de Vlaamse Regering.
  § 3. In afwijking van artikel 34, § 1, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, een beslissing over de aanvraag van omgevingsbesluit binnen een termijn van 180 dagen vanaf de dag, vermeld in artikel 34, § 1.
  Als de bevoegde plannende overheid, vermeld in artikel 91/15, het ruimtelijk uitvoeringsplan niet of niet tijdig voorlopig vaststelt, wordt de aanvraag geweigerd.
  Als de aanvraag wordt geweigerd, vervalt het voorlopig vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan van rechtswege.".
Art. 149. Dans le même décret, à la sous-section 4, ajoutée par l'article 148, un article 91/23 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/23. § 1er. A l'issue de l'enquête publique et, le cas échéant, après réception de l'avis de la commission consultative mentionnée dans l'article 91/22, l'autorité de planification compétente mentionnée dans l'article 91/15, adopte le plan d'exécution spatial provisoirement ou non.
  Cette décision n'est pas susceptible de recours administratif.
  § 2. Si la demande d'arrêté environnement concerne l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale, le conseil communal se prononce également sur l'emplacement, la largeur et l'équipement de la voirie communale et sur son inclusion éventuelle dans le domaine public mentionnée dans l'article 91/3.
  Si le conseil communal n'a pas approuvé l'aménagement, la modification, le déplacement ou la suppression d'une voirie communale, le plan d'exécution spatial ne peut pas être adopté provisoirement.
  Par dérogation à l'article 91/5, la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale n'est pas susceptible de recours administratif organisé devant le Gouvernement flamand dans le cadre d'un arrêté environnement.
  § 3. Par dérogation à l'article 34, § 1er, l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 prend une décision au sujet de la demande d'arrêté environnement dans un délai de 180 jours à compter du jour mentionné dans l'article 34, § 1er.
  Si l'autorité de planification compétente mentionnée dans l'article 91/15 n'adopte pas provisoirement le plan d'exécution spatial ou ne le fait dans les délais, la demande est refusée.
  Si la demande est refusée, le plan d'exécution spatial adopté provisoirement devient caduc de plein droit. ".
Art. 150. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 4, toegevoegd bij artikel 148, een artikel 91/24 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/24. De beslissing over de omgevingsvergunning wordt bekendgemaakt overeenkomstig de geldende regels voor de bekendmaking van een omgevingsvergunning.".
Art. 150. Dans le même décret, à la sous-section 4, ajoutée par l'article 148, un article 91/24 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/24. La décision au sujet du permis d'environnement est publiée conformément aux règles en vigueur pour la publication d'un permis d'environnement. ".
Art. 151. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5. Procedure in administratief beroep".
Art. 151. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 5 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 5. Procédure de recours administratif ".
Art. 152. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 5, toegevoegd bij artikel 151, een artikel 91/25 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/25. Tegen de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit kan een administratief beroep worden ingediend. Artikel 52 tot en met 62 zijn van overeenkomstige toepassing op de procedure in beroep.".
Art. 152. Dans le même décret, à la sous-section 5, ajoutée par l'article 151, un article 91/25 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/25. Le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement peut faire l'objet d'un recours administratif. Les articles 52 à 62 s'appliquent par analogie à la procédure de recours. ".
Art. 153. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 5, toegevoegd bij artikel 151, een artikel 91/26 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/26. Indien de procedure in beroep leidt tot de weigering van de aanvraag, vervalt het voorlopig vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan van rechtswege. Hetzelfde geldt in voorkomend geval voor de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg.".
Art. 153. Dans le même décret, à la sous-section 5, ajoutée par l'article 151, un article 91/26 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/26. Si la procédure de recours débouche sur le refus de la demande, le plan d'exécution spatial adopté provisoirement devient caduc de plein droit. Il en va de même, le cas échéant, pour la décision du conseil communal au sujet de l'aménagement, de la modification, du déplacement ou de la suppression d'une voirie communale. ".
Art. 154. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 9, toegevoegd bij artikel 135, een onderafdeling 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 6. Definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan".
Art. 154. Dans le même décret, à la section 9, ajoutée par l'article 135, une sous-section 6 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Sous-section 6. Adoption définitive du plan d'exécution spatial ".
Art. 155. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 6, toegevoegd bij artikel 154, een artikel 91/27 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/27. § 1. Na de uitvoering van de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit stelt de bevoegde plannende overheid het ruimtelijk uitvoeringsplan al dan niet definitief vast op verzoek van de aanvrager of een rechtsopvolger.
  Het verzoek bevat de plannen van de uitgevoerde handelingen en desgevallend een as-builtattest in de zin van artikel 4.2.9, eerste en derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  § 2. De definitieve vaststelling, vermeld in paragraaf 1, geschiedt op voorwaarde dat de omgevingsvergunning tijdig werd uitgevoerd.
  Als de omgevingsvergunning de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit uitdrukkelijk melding maakt van verschillende fasen van het project, kan het verzoek worden ingediend na elke uitgevoerde fase.
  Als de omgevingsvergunning de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit is vervallen overeenkomstig artikel 99 vervalt het voorlopig vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan van rechtswege.
  Als de omgevingsvergunning de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit met toepassing van artikel 99, § 3, gedeeltelijk is vervallen, is de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan beperkt tot het niet-vervallen gedeelte van het project.
  § 3. De definitieve vaststelling, vermeld in paragraaf 1, geschiedt op voorwaarde dat de omgevingsvergunning correct werd uitgevoerd.
  De omgevingsambtenaar van de bevoegde vergunningverlenende overheid gaat na of de uitgevoerde toestand in overeenstemming is met de vergunde toestand, desgevallend met toepassing van de mogelijkheden voorzien in de artikelen 4.2.7 en 4.2.8 van de VCRO, en deelt het resultaat van zijn onderzoek mee aan de plannende overheid.
  § 4. Indien een aanvrager de omgevingsvergunning die werd verleend met het omgevingsbesluit voor of tijdens de aanvraag wil wijzigen, of de uitgevoerde toestand wil regulariseren, verlopen deze aanvragen overeenkomstig de procedure uit deze afdeling.
  Zo lang het ruimtelijk uitvoeringsplan niet definitief werd vastgesteld kan het geen rechtsgrond vormen voor andere vergunningen of toelatingen dan de omgevingsvergunning die werd verleend bij het omgevingsbesluit. Nadien verlopen de aanvragen overeenkomstig de bepalingen uit hoofdstuk 2.
  § 5. Het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan wordt bekendgemaakt overeenkomstig de geldende regels voor de bekendmaking van een ruimtelijk uitvoeringsplan.".
Art. 155. Dans le même décret, à la sous-section 6, ajoutée par l'article 154, un article 91/27 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/27. § 1er. Après la mise en oeuvre du permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement, l'autorité de planification compétente adopte le plan d'exécution spatial définitivement ou non à la demande du demandeur ou d'un ayant cause.
  La demande contient les plans des actes exécutés et, le cas échéant, une attestation as-built au sens de l'article 4.2.9, alinéas 1er et 3, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  § 2. L'adoption définitive mentionnée dans le paragraphe 1er intervient à condition que le permis d'environnement ait été mis en oeuvre dans les délais.
  Si le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement mentionne explicitement plusieurs phases du projet, la demande peut être introduite après chaque phase.
  Si le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement est échu conformément à l'article 99, le plan d'exécution spatial adopté provisoirement devient caduc de plein droit.
  Si le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement est partiellement échu en application de l'article 99, § 3, l'adoption définitive du plan d'exécution spatial se limite à la partie non échue du projet.
  § 3. L'adoption définitive mentionnée dans le paragraphe 1er intervient à condition que le permis d'environnement ait été correctement mis en oeuvre.
  Le fonctionnaire environnement de l'autorité de délivrance du permis compétente vérifie si la situation exécutée est conforme à la situation autorisée, le cas échéant en application des possibilités prévues par les articles 4.2.7 et 4.2.8 du VCRO, et communique le résultat de son examen à l'autorité de planification.
  § 4. Si un demandeur désire modifier le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement avant ou pendant la demande ou désire régulariser la situation exécutée, ces demandes se déroulent conformément à la procédure de la présente section.
  Aussi longtemps que le plan d'exécution spatial n'a pas été adopté définitivement, il ne peut pas constituer une base juridique pour d'autres permis ou autorisations que le permis d'environnement qui a été accordé par l'arrêté environnement. Ensuite, les demandes se déroulent conformément aux dispositions du chapitre 2.
  § 5. Le plan d'exécution spatial adopté définitivement est publié conformément aux règles en vigueur pour la publication d'un plan d'exécution spatial. ".
Art. 156. Aan hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 10. Delegatie".
Art. 156. Au chapitre 5 du même décret, une section 10 rédigée comme suit est ajoutée :
  " Section 10. Délégation ".
Art. 157. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 10, toegevoegd bij artikel 156, een artikel 91/28 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 91/28. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de specifieke procedures, vermeld in dit hoofdstuk.".
Art. 157. Dans le même décret, à la section 10, ajoutée par l'article 156, un article 91/28 rédigé comme suit est ajouté :
  " Art. 91/28. Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités des procédures spécifiques mentionnées dans le présent chapitre. ".
Art. 158. In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk 7, dat bestaat artikel 92 tot en met 98, opgeheven.
Art. 158. Dans le même décret, le chapitre 7, comportant les articles 92 à 98, est abrogé.
Art. 159. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 8 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 6. Verval en afstand van de omgevingsvergunning".
Art. 159. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 8 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 6. Péremption et abandon du permis d'environnement ".
Art. 160. In hoofdstuk 6 van hetzelfde decreet, worden in het opschrift van afdeling 3 de woorden "voor het verkavelen van gronden" opgeheven.
Art. 160. Dans le chapitre 6 du même décret, dans l'intitulé de la section 3, les mots " pour le lotissement de sols " sont abrogés.
Art. 161. In artikel 104 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De vergunninghouder of exploitant kan afstand doen van andere omgevingsvergunningen dan de omgevingsvergunningen, vermeld in het eerste of tweede lid, tenzij al gestart is met de verwezenlijking van die omgevingsvergunning.";
  2° er worden een vierde en vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Het college van burgemeester en schepenen en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, worden met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de verzaking.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgeving en, in voorkomend geval, de actualisatie van de vergunningssituatie van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.".
Art. 161. A l'article 104 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Le titulaire du permis ou l'exploitant peut renoncer à d'autres permis d'environnement que les permis d'environnement mentionnés à l'alinéa 1er ou 2, à moins que la réalisation de ces permis d'environnement n'ait déjà été entamée. " ;
  2° un alinéa 4 et un alinéa 5 rédigés comme suit sont ajoutés :
  " Le collège des bourgmestre et échevins et l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 sont informés de la renonciation par envoi sécurisé.
  Le Gouvernement flamand précise les modalités de notification et, le cas échéant, d'actualisation de la situation en matière de permis d'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée. ".
Art. 162. In hetzelfde decreet wordt een artikel 104/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 104/1. De exploitant kan de vergunde exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit geheel of gedeeltelijk stopzetten.
  Het college van burgemeester en schepenen en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17, worden met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de stopzetting.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgeving en, in voorkomend geval, de actualisatie van de vergunningssituatie van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.".
Art. 162. Dans le même décret, un article 104/1 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 104/1. L'exploitant peut arrêter totalement ou partiellement l'exploitation autorisée d'un établissement classé ou d'une activité classée.
  Le collège des bourgmestre et échevins et l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 sont informés de l'arrêt par envoi sécurisé.
  Le Gouvernement flamand précise les modalités de notification et, le cas échéant, d'actualisation de la situation en matière de permis d'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée. ".
Art. 163. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 9 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 7. Beroep tegen beslissingen die in laatste administratieve aanleg genomen zijn".
Art. 163. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 9 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 7. Recours contre des décisions prises en dernière instance administrative ".
Art. 164. In artikel 105 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015, 15 juli 2016, 9 december 2016, 27 oktober 2017, 8 december 2017 en 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De volgende beslissingen kunnen worden bestreden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
  1° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing over de aanvragen of initiatieven, vermeld in artikel 15, in laatste administratieve aanleg;
  2° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing over een melding als vermeld in artikel 111 van dit decreet.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 24 of in artikel 42" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 24";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 52" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 18";
  4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 15" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 17".
Art. 164. A l'article 105 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015, 15 juillet 2016, 9 décembre 2016, 27 octobre 2017, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les décisions suivantes peuvent être contestées devant le Conseil du Contentieux des Permis mentionné dans le titre IV, chapitre VIII, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire :
  1° la décision expresse ou tacite au sujet des demandes ou initiatives mentionnées dans l'article 15, en dernière instance administrative ;
  2° la décision expresse ou tacite au sujet d'une déclaration telle que mentionnée dans l'article 111 du présent décret. " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, le membre de phrase " , visées à l'article 24 ou à l'article 42, " est remplacé par le membre de phrase " mentionnées dans l'article 24 " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " , visée à l'article 52, " est remplacé par le membre de phrase " mentionnée dans l'article 18 " ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le membre de phrase " , visée à l'article 15 " est remplacé par le membre de phrase " mentionnée dans l'article 17 ".
Art. 165. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 10 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 8. Meldingen".
Art. 165. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 10 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 8. Déclarations ".
Art. 166. In artikel 107 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 december 2017 en gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden tussen het eerste en het tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Voor de aktename van de melding is evenwel de deputatie bevoegd als het project of het project na verandering op het grondgebied van twee of meer gemeenten ligt.
  Voor de aktename van de melding is evenwel de Vlaamse Regering bevoegd als het project of het project na verandering op het grondgebied van twee of meer provincies ligt.".
Art. 166. Dans l'article 107 du même décret, remplacé par le décret du 8 décembre 2017 et modifié par le décret du 26 avril 2019, deux alinéas rédigés comme suit sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
  " La députation est toutefois compétente pour la prise d'acte de la déclaration si le projet ou le projet après modification se situe sur le territoire de deux ou de plusieurs communes.
  Le Gouvernement flamand est toutefois compétent pour la prise d'acte de la déclaration si le projet ou le projet après modification se situe sur le territoire de deux ou de plusieurs provinces. ".
Art. 167. In artikel 109 van hetzelfde decreet worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door de woorden "met een digitale beveiligde zending".
Art. 167. Dans l'article 109 du même décret, le mot " numérique " est inséré entre le mot " sécurisé " et le mot " à ".
Art. 168. In artikel 110 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot er akte is genomen van de melding.".
Art. 168. Dans l'article 110 du même décret, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le cas échéant, l'exploitation peut être poursuivie jusqu'à ce qu'il ait été pris acte de la déclaration. ".
Art. 169. In artikel 111 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van dertig dagen.".
Art. 169. Dans l'article 111 du même décret, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'autorité compétente mentionnée dans l'article 107 prend une décision au sujet de la déclaration dans un délai de trente jours. ".
Art. 170. In hetzelfde decreet wordt een artikel 113/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 113/1. § 1. De overdracht van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt met een beveiligde zending ter kennis gebracht van de overheid die bevoegd is voor het project dat overgedragen wordt.
  Een gedeeltelijke overdracht van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit is mogelijk na splitsing in de zin van artikel 5.1.1, 12°, van het DABM.
  § 2. De houder van de meldingsakte of de exploitant kan afstand doen van de meldingsakte, tenzij al gestart is met de verwezenlijking ervan.
  Het college van burgemeester en schepenen wordt met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de verzaking.
  § 3. De exploitant kan de gemelde exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit geheel of gedeeltelijk stopzetten.
  Het college van burgemeester en schepenen wordt met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de stopzetting.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgevingen, vermeld in dit artikel, eventueel met inbegrip van de termijn waarin de kennisgeving moet gebeuren.".
Art. 170. Dans le même décret, un article 113/1 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 113/1. § 1er. Le transfert de l'exploitation soumise à déclaration d'un établissement classé ou d'une activité classée est notifié par envoi sécurisé à l'autorité compétente pour le projet transféré.
  Un transfert partiel de l'exploitation soumise à déclaration d'un établissement classé ou d'une activité classée est possible après scission au sens de l'article 5.1.1, 12°, du DABM.
  § 2. Le titulaire de l'acte de déclaration ou l'exploitant peut renoncer à l'acte de déclaration à moins qu'il n'en ait déjà entamé la réalisation.
  Le collège des bourgmestre et échevins est informé de la renonciation par envoi sécurisé.
  § 3. L'exploitant peut arrêter totalement ou partiellement l'exploitation déclarée d'un établissement classé ou d'une activité classée.
  Le collège des bourgmestre et échevins est informé de l'arrêt par envoi sécurisé.
  § 4. Le Gouvernement flamand précise les modalités des notifications mentionnées dans le présent article, y compris, éventuellement, le délai dans lequel elles doivent intervenir. ".
Art. 171. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 11 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 9. Wijzigingsbepalingen".
Art. 171. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 11 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 9. Dispositions modificatives ".
Art. 172. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 12 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 10. Slotbepalingen".
Art. 172. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 12 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 10. Dispositions finales ".
Art. 173. Artikel 390 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, wordt opgeheven.
Art. 173. L'article 390 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 décembre 2017, est abrogé.
Art. 174. In artikel 395, eerste lid van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet, worden de woorden "dit decreet drie" vervangen door "de bepalingen over het omgevingsbesluit twee".
Art. 174. Dans l'article 395, alinéa 1er du même décret, modifié par décret, les mots " le présent décret trois ans après son entrée en vigueur " sont remplacés par les mots " le fonctionnement des dispositions relatives à l'arrêté environnement deux ans après leur entrée en vigueur ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Bosdecreet van 13 juni 1990
CHAPITRE 3. - Modification du décret forestier du 13 juin 1990
Art. 175. In artikel 90bis, § 5, derde lid, van het Bosdecreet van 13 juni 1990, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2008, wordt de zinsnede "adviestermijn, vermeld in artikel 26 en 43" vervangen door de zinsnede "adviestermijn, vermeld in artikel 26".
Art. 175. Dans l'article 90bis, § 5, alinéa 3, du décret forestier du 13 juin 1990, inséré par le décret du 12 décembre 2008, le membre de phrase " délai d'avis, visé aux articles 26 et 43 " est remplacé par le membre de phrase " délai d'avis, mentionné dans l'article 26 ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 176. In artikel 4.3.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij decreet van 18 december 2002 en laatst gewijzigd bij decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 91";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 91";
  3° in paragraaf 2bis, tweede lid, wordt de zinsnede "en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 91".
Art. 176. A l'article 4.3.2 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " et à la conversion, visés respectivement aux articles 70 et 390, " est remplacé par le membre de phrase " mentionné dans l'article 91 " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " et à la conversion, visés respectivement aux articles 70 et 390, " est remplacé par le membre de phrase " mentionné dans l'article 91 " ;
  3° dans le paragraphe 2bis, alinéa 2, le membre de phrase " et à la conversion, visés respectivement aux articles 70 et 390, " est remplacé par le membre de phrase " mentionné dans l'article 91 ".
Art. 177. In artikel 4.3.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 18 december 2002 en laatst gewijzigd bij decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "of de overheid bevoegd voor de vraag tot omzetting krachtens artikel 390" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 17";
  2° in paragraaf 8 wordt de zinsnede "of bij het meldingsformulier vermeld in artikel 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning" opgeheven.
Art. 177. A l'article 4.3.3 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " ou l'autorité compétente pour la requête en transformation en vertu de l'article 390 " est remplacé par le membre de phrase " , mentionnée dans l'article 17 " ;
  2° dans le paragraphe 8 le membre de phrase " ou au formulaire de notification visé à l'article 390 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement " est abrogé.
Art. 178. In hetzelfde decreet wordt artikel 5.4.6/1, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.6/1. Maatregelen voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit uit nieuwe of bijgewerkte Vlaamse BBT-studies of Europese BBT-conclusies, uit Europese richtlijnen of uit plannen en programma's, goedgekeurd door de Vlaamse Regering, worden waar mogelijk en bij voorrang door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden of andere sectorale regelgeving omgezet.
  De Vlaamse Regering kan voor de betrokken overheden beleidstaken en richtlijnen vaststellen voor de omzetting van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, via bijzondere milieuvoorwaarden in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit.".
Art. 178. Dans le même décret, l'article 5.4.6/1, inséré par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.6/1. Les mesures pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée, issues d'études flamandes nouvelles ou actualisées sur les MTD ou de conclusions européennes sur les MTD, de directives européennes ou de plans et programmes approuvés par le Gouvernement flamand, sont transposées, si possible et en priorité, au moyen de conditions environnementales générales ou sectorielles ou d'une autre réglementation sectorielle.
  Le Gouvernement flamand peut fixer, pour les autorités concernées, des missions de politique et lignes directrices pour la transposition des mesures mentionnées à l'alinéa 1er, via des conditions environnementales particulières dans le permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée. ".
Art. 179. In hetzelfde decreet wordt artikel 5.4.11 vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.11. § 1. De milieuvoorwaarden van toepassing op een ingedeelde inrichting of activiteit worden onderworpen aan:
  1° een algemene evaluatie in de gevallen en voor de aspecten die de Vlaamse Regering ter omzetting van Europese regelgeving bepaalt;
  2° een gerichte evaluatie in de gevallen en voor de aspecten die de Vlaamse Regering ter omzetting van Europese regelgeving of in de richtlijnen, vermeld in artikel 5.4.6/1, tweede lid, bepaalt.
  Bij de uitvoering van een evaluatie, vermeld in het eerste lid, wordt nagegaan of de milieuvoorwaarden moeten worden bijgesteld.
  § 2. De uitvoering van de evaluaties gebeurt op basis van een voortschrijdend meerjarenprogramma dat door het Departement Omgeving wordt vastgesteld. Het voortschrijdend meerjarenprogramma wordt minstens jaarlijks geactualiseerd en afgestemd op de programmatorische aanpak van de milieuhandhaving.
  Het voortschrijdend meerjarenprogramma en de uitvoeringsgraad ervan worden jaarlijks openbaar gemaakt op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 179. Dans le même décret, l'article 5.4.11 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.11. § 1er. Les conditions environnementales applicables à un établissement classé ou à une activité classée sont soumises à :
  1° une évaluation générale dans les cas et où pour les aspects que le Gouvernement flamand détermine pour la transposition de la réglementation européenne ;
  2° une évaluation ciblée dans les cas et pour les aspects que le Gouvernement flamand détermine pour la transposition de la réglementation européenne ou dans les lignes directrices mentionnées dans l'article 5.4.6/1, alinéa 2.
  Lors de l'exécution d'une évaluation mentionnée à l'alinéa 1er, on vérifie si les conditions environnementales doivent être actualisées.
  § 2. Les évaluations sont réalisées sur la base d'un programme pluriannuel évolutif fixé par le département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le programme pluriannuel évolutif est actualisé au moins chaque année et adapté à l'approche programmatique du maintien environnemental.
  Le programme pluriannuel évolutif et son degré de mise en oeuvre sont rendus publics chaque année selon les modalités déterminées par le Gouvernement flamand. ".
Art. 180. In hetzelfde decreet wordt artikel 5.4.12 vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.12. De betrokken exploitant wordt in kennis gesteld van de te evalueren maatregelen, vermeld in artikel 5.4.11, met het oog op een eventuele bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden.
  De voormelde exploitant gaat aan de hand van een evaluatieformulier na in welke mate de vergunning voldoet aan de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
  De exploitant dient met een beveiligde zending een aanvraag tot evaluatie en eventuele bijstelling, die het evaluatieformulier omvat, in bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 17 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, binnen de termijn die wordt bepaald in de inkennisstelling.
  De aanvraag wordt ingediend en behandeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
  De bevoegde overheid neemt een beslissing over de aanvraag tot evaluatie en eventuele bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden en kan daarbij toepassing maken van artikel 82/1, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
  De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en door wie de betrokken exploitant op de hoogte wordt gebracht van de te evalueren maatregelen en de inhoud van het evaluatieformulier.".
Art. 180. Dans le même décret, l'article 5.4.12 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.12. L'exploitant concerné est informé des mesures à évaluer mentionnées dans l'article 5.4.11 en vue d'une éventuelle actualisation des conditions environnementales particulières.
  L'exploitant précité vérifie à l'aide d'un formulaire d'évaluation dans quelle mesure le permis satisfait aux mesures mentionnées à l'alinéa 1er.
  L'exploitant introduit une demande d'évaluation et d'actualisation éventuelle comprenant le formulaire d'évaluation, par envoi sécurisé, auprès de l'autorité compétente mentionnée dans l'article 17 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement dans le délai prévu dans la notification.
  La demande est introduite et traitée conformément aux dispositions du chapitre 2 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
  L'autorité compétente prend une décision au sujet de la demande d'évaluation et d'actualisation éventuelle des conditions environnementales particulières et peut appliquer, à cet égard, l'article 82/1, alinéa 1er, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
  Le Gouvernement flamand détermine la façon dont et par qui l'exploitant concerné est informé des mesures à évaluer et du contenu du formulaire d'évaluation. ".
Art. 181. In titel V, hoofdstuk 4, van hetzelfde decreet, wordt afdeling 5, die bestaat uit artikel 5.4.13 en 5.4.14, opgeheven.
Art. 181. Dans le titre V, chapitre 4, du même décret, la section 5, comportant les articles 5.4.13 et 5.4.14, est abrogée.
Art. 182. In artikel 8.1.2, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2014 en gewijzigd bij de decreten van 18 november 2016 en 27 oktober 2017, wordt de zinsnede "titel I, van het VLAREM" telkens vervangen door de zinsnede "titel II van het VLAREM".
Art. 182. Dans l'article 8.1.2, 2°, du même décret, inséré par le décret du 14 février 2014 et modifié par les décrets des 18 novembre 2016 et 27 octobre 2017, le membre de phrase " titre Ier du VLAREM " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " titre II du VLAREM ".
Art. 183. In artikel 16.4.7, § 2, laatste lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en laatst gewijzigd bij decreet van 8 juni 2018, wordt de zinsnede "Artikel 92 tot en met 96" vervangen door de zinsnede "Artikel 91/1".
Art. 183. Dans l'article 16.4.7, § 2, dernier alinéa, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 8 juin 2018, le membre de phrase " Les articles 92 à 96 " est remplacé par le membre de phrase " L'article 91/1 ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009
CHAPITRE 5. - Modification du décret sur l'Energie du 8 mai 2009
Art. 184. In artikel 4.1.27, § 2, vierde lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "beveiligde zending, vermeld in artikel 2, 2°, " vervangen door de zinsnede "beveiligde zending, vermeld in artikel 2, 6°, ".
Art. 184. Dans l'article 4.1.27, § 2, alinéa 4, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009, inséré par le décret du 16 mars 2012 et modifié par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " d'envoi sécurisé, visée à l'article 2, 2° " est remplacé par le membre de phrase " d'envoi sécurisé tel que mentionné dans l'article 2, 6°, ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
CHAPITRE 6. - Modifications du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009
Art. 185. In dit decreet wordt afdeling 4 van hoofdstuk IV van titel IV, dat bestaat artikel 4.4.24 tot en met 4.4.29, opgeheven.
Art. 185. Dans le présent décret, la section 4 du chapitre IV du titre IV, comportant les articles 4.4.24 à 4.4.29, est abrogée.
Art. 186. In artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, vervangen bij het decreet van 25 april 2017 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt ook als omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.";
  2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "eerste en het tweede" vervangen door de zinsnede "eerste, tweede en derde lid" en worden de woorden "of voor het wijzigen van de vegetatie" vervangen door de zinsnede ", voor het wijzigen van de vegetatie of voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit.".
Art. 186. A l'article 4.2.17 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, remplacé par le décret du 25 avril 2017 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré :
  " Un permis d'environnement pour le lotissement de terrains vaut également permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée en ce qui concerne tous les actes qui ont été repris dans le permis et qui rendent le lotissement constructible. " ;
  2° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots " Le premier et le deuxième alinéa " sont remplacés par le membre de phrase " Les alinéas 1er, 2 et 3 " et les mots " ou de modification de la végétation " sont remplacés par le membre de phrase " , de modification de la végétation ou d'exploitation d'un établissement classé ou d'une activité classée. ".
Art. 187. In artikel 4.3.1, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 187. Dans l'article 4.3.1, § 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 188. In artikel 5.3.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 15" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 17".
Art. 188. Dans l'article 5.3.1, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " visée à l'article 15 " est remplacé par le membre de phrase " mentionnée dans l'article 17 ".
Art. 189. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, wordt een artikel 7.4.4/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7.4.4/2. Voor de projecten en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 7.4.4/3, 7.4.4/4 en 7.4.4/5, kan de bevoegde vergunningverlenende overheid een omgevingsbesluit verlenen.
  Een omgevingsbesluit is een beslissing over een aanvraag van een omgevingsvergunning op grond van een aanvraag tot wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan van een projectgebied, vermeld in artikel 2, eerste lid, 15°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Hierbij kan de bevoegde vergunningverlenende overheid afwijken van bestaande stedenbouwkundige voorschriften op basis van een door de bevoegde plannende overheid voorlopig vastgesteld ruimtelijk uitvoeringsplan waarmee de gevraagde handelingen verenigbaar zijn. Na de uitvoering van de met het omgevingsbesluit verleende omgevingsvergunning wordt het ruimtelijke uitvoeringsplan op verzoek van de vergunningsaanvrager of zijn rechtsopvolger definitief vastgesteld overeenkomstig artikel 91/27 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
  In afwijking van artikel 2.2.5, § 1, bevat het ruimtelijk uitvoeringsplan alleen het grafische plan en de stedenbouwkundige voorschriften, vermeld in artikel 2.2.5, § 1, 2° en 3°, en, in voorkomend geval, een register als vermeld in artikel 2.2.5, § 1, 9°, en, in voorkomend geval, de bijstelling of opheffing van een niet-vervallen omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, als dat ook op het grafische plan wordt weergegeven.
  De voorschriften van het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan vervangen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van het bestaande plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, ook als dat laatste is opgemaakt door een hogere overheid.
  De ruimtelijke structuurplannen vormen geen beoordelingsgrond voor aanvragen van een omgevingsbesluit.".
Art. 189. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, un article 7.4.4/2 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 7.4.4/2. L'autorité de délivrance du permis compétente peut rendre un arrêté environnement pour les projets et aux conditions mentionnés dans les articles 7.4.4/3, 7.4.4/4 et 7.4.4/5.
  Un arrêté environnement est une décision au sujet d'une demande de permis d'environnement basée sur une demande de modification d'un plan d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial en vigueur pour une zone de projet, au sens de l'article 2, alinéa 1er, 15°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. A cet égard, l'autorité de délivrance du permis compétente peut déroger aux prescriptions urbanistiques existantes sur la base d'un plan d'exécution spatial adopté provisoirement par l'autorité de planification compétente avec lequel les actes demandés sont compatibles. Après la mise en oeuvre du permis d'environnement accordé par l'arrêté environnement, le plan d'exécution spatial est adopté définitivement à la demande du demandeur du permis ou de son ayant cause conformément à l'article 91/27 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
  Par dérogation à l'article 2.2.5, § 1er, le plan d'exécution spatial ne contient que le plan graphique et les prescriptions urbanistiques mentionnés dans l'article 2.2.5, § 1er, 2° et 3°, et, le cas échéant, un registre tel que mentionné dans l'article 2.2.5, § 1er, 9°, et, le cas échéant, l'actualisation ou l'abrogation d'un permis d'environnement non échu pour le lotissement de terrains, si cela est également reproduit sur le plan graphique.
  Les prescriptions du plan d'exécution spatial adopté définitivement remplacent, pour le territoire auxquelles elles ont trait, les prescriptions du plan d'aménagement ou du plan d'exécution spatial existant, si ce dernier a été établi par une autorité supérieure.
  Les plans structurels spatiaux ne constituent pas une base d'évaluation pour les demandes d'arrêté environnement. ".
Art. 190. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, wordt een artikel 7.4.4/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7.4.4/3. § 1. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan een omgevingsbesluit verlenen voor ruimtelijke impulsprojecten als vermeld in artikel 1.1.4/1, die binnen het ruimtebeslag in een stedelijk gebied of dorpskern liggen met een voldoende aanwezigheid van basisvoorzieningen.
  Het ontwerp ruimtelijke uitvoeringsplan beoogt een wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan naar de categorie van gebiedsaanduiding "1.1 woongebied", vermeld in de bijlage bij het besluit, vermeld in artikel 7.4.4/2, en zoals in die bijlage nader omschreven in de standaardtypebepalingen 1 en 2 voor die categorie van gebiedsaanduiding.
  De aanvrager beschrijft in zijn aanvraag de relatie met het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan. Als wordt afgeweken van een beleidskader, wordt dat uitdrukkelijk gemotiveerd. Daarbij wordt aangetoond dat het omgevingsbesluit het nastreven van de strategische visie niet bemoeilijkt.
  § 2. De aanvrager van het omgevingsbesluit toont aan dat het beoogde project verhinderd wordt door de bestaande stedenbouwkundige voorschriften van het plan, dat die voorschriften een alternatief project met vergelijkbare kwaliteiten als vermeld in artikel 1.1.4/1 van de VCRO in de weg staan, dat het project een maatschappelijke meerwaarde biedt in vergelijking met de mogelijkheden die de bestaande stedenbouwkundige voorschriften bieden, en dat de aanvraag in overeenstemming is met de stedenbouwkundige voorschriften van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan.
  De aanvrager motiveert op welke manier de aanvraag het ruimtelijk rendement op een kwalitatieve manier verhoogt, onder meer door een efficiënter of hernieuwd ruimtegebruik van ruimte die al ingenomen is. Daartoe besteedt de aanvrager in zijn motivering minstens aandacht aan de volgende elementen:
  1° de relatie met de functies die in de omgeving aanwezig zijn;
  2° de invloed op de omgeving wat betreft het aantal te verwachten gebruikers, bewoners of bezoekers;
  3° de ligging ten opzichte van voorzieningen en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, met de fiets, te voet en met de auto;
  4° de invloed op de mobiliteit en de verkeersleefbaarheid;
  5° de relatie met de bestemmingen die in de omgeving van het woongebied vastgelegd zijn;
  6° de bestaande of gewenste woondichtheid;
  7° de inpassing qua schaal en ruimtelijke impact op de omgeving;
  8° functieverweving, hergebruik of tijdelijk ruimtegebruik;
  9° de potenties voor een impuls aan nieuwe ruimtelijke realisaties in de omgeving;
  10° de maatregelen voor collectieve belangen, zoals publieke ruimte, groenvoorziening, ruimte voor waterinfiltratie en klimaatmaatregelen.".
Art. 190. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, un article 7.4.4/3 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 7.4.4/3. § 1er. L'organe d'administration de délivrance du permis peut rendre un arrêté environnement pour des projets d'impulsion spatiale tels que mentionnés dans l'article 1.1.4/1, qui se situent dans l'emprise spatiale d'une zone urbaine ou d'un centre de village disposant d'un nombre suffisant d'équipements de base.
  Le projet de plan d'exécution spatial vise une modification d'un plan d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial en vigueur à la catégorie d'affectation de zone " 1.1 zone d'habitat " visée dans l'annexe à l'arrêté mentionné dans l'article 7.4.4/2 et telle que plus amplement définie dans cette annexe dans les dispositions types standard 1 et 2 pour cette catégorie d'affectation de zone.
  Le demandeur décrit dans sa demande la relation avec le plan de politique spatiale communal. Toute dérogation à un cadre de politique est expressément motivée. Il est démontré, à cet égard, que l'arrêté environnement n'entrave pas la poursuite de la vision stratégique.
  § 2. Le demandeur de l'arrêté environnement démontre que les prescriptions urbanistiques existantes du plan empêchent le projet envisagé, que ces prescriptions font obstacle à un projet alternatif présentant des qualités comparables telles que mentionnées dans l'article 1.1.4/1 du VCRO, que le projet génère une plus-value sociétale par rapport aux possibilités qu'offrent les prescriptions urbanistiques existantes, et que la demande est conforme aux prescriptions urbanistiques du projet de plan d'exécution spatial.
  Le demandeur justifie la façon dont la demande accroît le rendement spatial de manière qualitative, notamment par une utilisation plus efficace ou renouvelée de l'espace déjà occupé. A cet effet, dans sa motivation, le demandeur s'attache au moins aux éléments suivants :
  1° la relation avec les fonctions déjà présentes dans les environs ;
  2° l'influence sur l'environnement, en termes de nombre d'utilisateurs, d'occupants ou de visiteurs escomptés ;
  3° la localisation par rapport aux équipements et l'accessibilité par les transports publics, à vélo, à pied et en voiture ;
  4° l'impact sur la mobilité et la viabilité du trafic ;
  5° la relation avec les affectations établies dans les environs de la zone d'habitat ;
  6° la densité d'habitat existante ou souhaitée ;
  7° l'intégration en termes d'échelle et d'impact spatial sur les environs ;
  8° l'imbrication fonctionnelle, la réutilisation ou l'utilisation temporaire de l'espace ;
  9° le potentiel d'impulsion pour de nouvelles réalisations spatiales dans les environs ;
  10° les mesures en faveur des intérêts collectifs, telles que l'espace public, les espaces verts, l'espace pour l'infiltration de l'eau et les mesures climatiques. ".
Art. 191. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, wordt een artikel 7.4.4/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7.4.4/4. § 1. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan een omgevingsbesluit verlenen voor handelingen van algemeen belang in de zin van artikel 4.1.1, 5°, van de VCRO.
  Het ontwerp ruimtelijke uitvoeringsplan beoogt een wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan naar een of meer van de volgende categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding, vermeld in de bijlage bij het besluit, vermeld in artikel 7.4.4/2, en zoals in die bijlage nader omschreven in een of meer standaard- of gebiedsspecifieke typebepalingen voor die categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding:
  1° de gebiedsaanduiding `Bos';
  2° de gebiedsaanduiding `Reservaat en natuur';
  3° de gebiedsaanduiding `Overig Groen';
  4° de gebiedsaanduiding `Lijninfrastructuur';
  5° de gebiedsaanduiding `Gemeenschaps- en nutsvoorzieningen';
  6° de gebiedsaanduiding `Ontginning en waterwinning'.
  De aanvrager beschrijft in zijn aanvraag de relatie met het toepasselijke ruimtelijk beleidsplan. Als wordt afgeweken van een beleidskader van het niveau in kwestie, wordt dat uitdrukkelijk gemotiveerd overeenkomstig artikel 2.1.2, § 3.
  § 2. De aanvrager van het omgevingsbesluit toont aan dat het beoogde project verhinderd wordt door de bestaande stedenbouwkundige voorschriften van het plan, dat de aanvraag in overeenstemming is met de stedenbouwkundige voorschriften van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan, en dat de aanvraag past in de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO inzake een duurzame ruimtelijke ordening.".
Art. 191. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, un article 7.4.4/4 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 7.4.4/4. § 1er. L'organe d'administration de délivrance du permis peut rendre un arrêté environnement pour des actes d'intérêt général au sens de l'article 4.1.1, 5°, du VCRO.
  Le projet de plan d'exécution spatial vise une modification d'un plan d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial en vigueur à une ou plusieurs des catégories ou sous-catégories d'affectation de zone visées dans l'annexe à l'arrêté mentionné dans l'article 7.4.4/2 et telles que plus amplement définies dans cette annexe dans une ou plusieurs dispositions types standard ou spécifiques à la zone pour ces catégories ou sous-catégories d'affectation de zone :
  1° l'affectation de zone " Forêt " ;
  2° l'affectation de zone " Réserves et nature " ;
  3° l'affectation de zone " Autres zones vertes " ;
  4° l'affectation de zone " Infrastructure linéaire " ;
  5° l'affectation de zone " Equipements communs et utilitaires " ;
  6° l'affectation de zone " Défrichement et captage d'eau ".
  Le demandeur décrit dans sa demande la relation avec le plan de politique spatiale applicable. Toute dérogation à un cadre de politique du niveau en question est expressément motivée conformément à l'article 2.1.2, § 3.
  § 2. Le demandeur de l'arrêté environnement démontre que les prescriptions urbanistiques existantes du plan empêchent le projet envisagé, que la demande est conforme aux prescriptions urbanistiques du projet de plan d'exécution spatial et que la demande s'inscrit dans le cadre des objectifs de l'article 1.1.4 du VCRO en matière d'aménagement du territoire durable. ".
Art. 192. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, wordt een artikel 7.4.4/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7.4.4/5. § 1. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan een omgevingsbesluit verlenen voor bedrijvigheid voor een bestaand, hoofdzakelijk vergund en niet-verkrot bedrijf.
  Het ontwerp ruimtelijke uitvoeringsplan beoogt een wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan naar de categorie van gebiedsaanduiding `2. Bedrijvigheid', vermeld in de bijlage bij het besluit, vermeld in artikel 7.4.4/2, en zoals in die bijlage nader omschreven in een of meer standaard- of gebiedsspecifieke typebepalingen voor die categorie van gebiedsaanduidingen, al dan niet in combinatie met eigen voorschriften. Als die typebepalingen niet geschikt zijn voor het beoogde project, voorziet het ruimtelijke uitvoeringsplan in een grafisch plan in een paarse kleur met het bestemmingsvoorschrift `bedrijvigheid'.
  De aanvrager beschrijft in zijn aanvraag de relatie met het toepasselijke ruimtelijk beleidsplan. Als wordt afgeweken van een beleidskader van het niveau in kwestie, wordt dat uitdrukkelijk gemotiveerd overeenkomstig artikel 2.1.2, § 3.
  § 2. De aanvrager van het omgevingsbesluit motiveert waarom het bedrijf kan worden behouden op de plaats waar het gevestigd is, welke ruimtelijke ontwikkelingsbehoeften het bedrijf op korte termijn heeft en waarom het redelijkerwijze niet mogelijk is voor het bedrijf om zich op een andere plaats te vestigen.
  De aanvrager van het omgevingsbesluit toont aan dat het beoogde project verhinderd wordt door de bestaande stedenbouwkundige voorschriften van het plan, dat de aanvraag in overeenstemming is met de stedenbouwkundige voorschriften van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan, en dat de aanvraag past in de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO inzake een duurzame ruimtelijke ordening.
  De aanvrager besteedt in zijn motivering minstens aandacht aan de volgende elementen:
  1° de relatie met de functies die in de omgeving aanwezig zijn, en de vastgelegde bestemmingen;
  2° de invloed van de gewenste ontwikkeling op de omgeving;
  3° de invloed op de mobiliteit en de verkeersleefbaarheid;
  4° de inpassing qua schaal en ruimtelijke impact op de omgeving;
  5° de maatregelen voor landschappelijke inpassing, groenvoorziening, ruimte voor waterinfiltratie, ontharding, klimaatmaatregelen;
  6° zuinig ruimtegebruik, hergebruik of tijdelijk ruimtegebruik.".
Art. 192. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, un article 7.4.4/5 rédigé comme suit est inséré :
  " Art. 7.4.4/5. § 1er. L'organe d'administration de délivrance du permis peut rendre un arrêté environnement pour l'activité d'une entreprise existante principalement autorisée et non délabrée.
  Le projet de plan d'exécution spatial vise une modification d'un plan d'aménagement ou d'un plan d'exécution spatial en vigueur à la catégorie d'affectation de zone " 2. Activité économique " visée dans l'annexe à l'arrêté mentionné dans l'article 7.4.4/2 et telle que plus amplement définie dans cette annexe dans une ou plusieurs dispositions types standard ou spécifiques à la zone pour cette catégorie d'affectation de zone, combinées ou non à des prescriptions propres. Si ces dispositions types ne conviennent pas au projet envisagé, le plan d'exécution spatial prévoit un plan graphique de couleur violette portant la prescription d'affectation " activité économique ".
  Le demandeur décrit dans sa demande la relation avec le plan de politique spatiale applicable. Toute dérogation à un cadre de politique du niveau en question est expressément motivée conformément à l'article 2.1.2, § 3.
  § 2. Le demandeur de l'arrêté environnement expose les raisons pour lesquelles l'entreprise peut être maintenue à l'endroit où elle est établie, quels sont les besoins de développement spatial à court terme de l'entreprise et les raisons pour lesquelles il n'est raisonnablement pas possible pour l'entreprise de s'établir à un autre endroit.
  Le demandeur de l'arrêté environnement démontre que les prescriptions urbanistiques existantes du plan empêchent le projet envisagé, que la demande est conforme aux prescriptions urbanistiques du projet de plan d'exécution spatial et que la demande s'inscrit dans le cadre des objectifs de l'article 1.1.4 du VCRO en matière d'aménagement du territoire durable.
  Dans sa motivation, le demandeur s'attache au moins aux éléments suivants :
  1° la relation avec les fonctions déjà présentes dans les environs et les affectations fixées ;
  2° l'impact du développement souhaité sur les environs ;
  3° l'impact sur la mobilité et la viabilité du trafic ;
  4° l'intégration en termes d'échelle et d'impact spatial sur les environs ;
  5° les mesures en faveur de l'intégration paysagère, les espaces verts, l'espace pour l'infiltration de l'eau, la déminéralisation, les mesures climatiques ;
  6° l'utilisation rationnelle de l'espace, la réutilisation ou l'utilisation temporaire de l'espace. ".
Art. 193. In artikel 7.5.4, vijfde lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 97" vervangen door de woorden "artikel 91/2".
Art. 193. Dans l'article 7.5.4, alinéa 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " 97 " est remplacé par le membre de phrase " 91/2 ".
Art. 194. In artikel 7.5.6, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 97" vervangen door de woorden "artikel 91/2".
Art. 194. Dans l'article 7.5.6, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " 97 " est remplacé par le membre de phrase " 91/2 ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
CHAPITRE 7. - Modifications du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013
Art. 195. In artikel 5.4.1, derde lid, 6°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, vervangen bij het decreet van 7 juli 2017, wordt de zinsnede "projecten, overeenkomstig artikel 81" vervangen door de zinsnede "projecten, overeenkomstig artikel 87".
Art. 195. Dans l'article 5.4.1, alinéa 3, 6°, du décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, remplacé par le décret du 7 juillet 2017, le membre de phrase " conformément à l'article 81 " est remplacé par le membre de phrase " conformément à l'article 87 ".
Art. 196. In artikel 5.4.3, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2017, wordt de zinsnede "vervaltermijnen, vermeld in artikel 32, § 1, § 2 en § 3, artikel 46, § 1, en artikel 66, § 1, § 2, § 2/1 en § 3" vervangen door de zinsnede "vervaltermijnen, vermeld in artikel 34 en 62".
Art. 196. Dans l'article 5.4.3, alinéa 3, du même décret, remplacé par le décret du 7 juillet 2017, le membre de phrase " des délais, visés à l'article 32, § 1er, § 2 et § 3, l'article 46, § 1er, et l'article 66, § 1er, § 2, § 2/1 et § 3, " est remplacé par le membre de phrase " délais mentionnés dans les articles 34 et 62 ".
Art. 197. In artikel 5.4.4, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2018, wordt de zinsnede "vervaltermijnen, vermeld in artikel 32, § 1, § 2 en § 3, artikel 46, § 1, en artikel 66, § 1, § 2, § 2/1 en § 3" vervangen door de zinsnede "vervaltermijnen, vermeld in artikel 34 en 62".
Art. 197. Dans l'article 5.4.4, alinéa 3, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2018, le membre de phrase " délais prévus à l'article 32, § 1er, § 2 et § 3, l'article 46, § 1er, et l'article 66, § 1er, § 2, § 2/1 et § 3 " est remplacé par le membre de phrase " délais mentionnés dans les articles 34 et 62 ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes
Art. 198. In artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "een project betreft als vermeld in artikel 15, § 1, eerste lid," vervangen door de zinsnede "een project betreft waarvoor de Vlaamse Regering in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid is overeenkomstig artikel 17";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "project betreft als vermeld in artikel 15, § 1, derde lid," vervangen door de zinsnede "een project betreft waarvoor de deputatie in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid is overeenkomstig artikel 17";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "een project betreft als vermeld in artikel 15, § 1, eerste lid," vervangen door de zinsnede "een project betreft waarvoor de Vlaamse Regering in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid is overeenkomstig artikel 17";
  4° in paragraaf 4, tweede lid, wordt de zinsnede "project betreft als vermeld in artikel 15, § 1, derde lid," vervangen door de zinsnede "een project betreft waarvoor de deputatie in eerste administratieve aanleg de bevoegde overheid is overeenkomstig artikel 17".
Art. 198. A l'article 6 du décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes, modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " un projet tel que visé à l'article 15, § 1er, premier alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " un projet pour lequel le Gouvernement flamand est l'autorité compétente en première instance administrative conformément à l'article 17 " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " un projet tel que visé à l'article 15, § 1er, troisième alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " un projet pour lequel la députation est l'autorité compétente en première instance administrative conformément à l'article 17 " ;
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " un projet tel que visé à l'article 15, § 1er, premier alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " un projet pour lequel le Gouvernement flamand est l'autorité compétente en première instance administrative conformément à l'article 17 " ;
  4° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le membre de phrase " un projet tel que visé à l'article 15, § 1er, troisième alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " un projet pour lequel la députation est l'autorité compétente en première instance administrative conformément à l'article 17 ".
Art. 199. In artikel 40, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 31 en 65 van het decreet van 25 april 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 91/4 en 91/8 van het decreet van 25 april 2014".
Art. 199. Dans l'article 40, alinéa 1er, 2°, du même décret, le membre de phrase " articles 31 et 65 du décret du 25 avril 2014 " est remplacé par le membre de phrase " articles 91/4 et 91/8 du décret du 25 avril 2014 ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 26 janvier 2024 sur l'approche programmatique de l'azote
Art. 200. In artikel 2, eerste lid, 19°, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt de zinsnede "het decreet van 15," vervangen door de zinsnede "het decreet van 25".
Art. 200. Dans l'article 2, alinéa 1er, 19°, du décret du 26 janvier 2024 sur l'approche programmatique de l'azote, le membre de phrase " décret du 15 " est remplacé par le membre de phrase " décret du 25 ".
Art. 201. In artikel 6, § 2, zesde lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de procedure, vermeld in hoofdstuk 7, afdeling 1," vervangen door de zinsnede "de procedure, vermeld in artikel 91/1,".
Art. 201. Dans l'article 6, § 2, alinéa 6, du même décret, le membre de phrase " la procédure mentionnée au chapitre 7, section 1re, " est remplacé par le membre de phrase " la procédure mentionnée dans l'article 91/1 ".
Art. 202. In artikel 8, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 82/1" vervangen door de woorden "artikel 82" en worden de woorden "hoofdstuk 10" vervangen door de woorden "hoofdstuk 8".
Art. 202. Dans l'article 8, alinéa 3, du même décret, le membre de phrase " l'article 82/1 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 82 " et le membre de phrase " chapitre 10 " est remplacé par le membre de phrase " chapitre 8 ".
Art. 203. In artikel 9, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de exploitant voor de toepassing van het vierde lid gebruik wil maken van beweiden als ammoniakemissiereducerende maatregel, wordt in afwijking van artikel 82/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor deze bijstelling van de milieuvoorwaarden, de meldingsprocedure, vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De Vlaamse Regering zal bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen vaststellen die onder de toepassing van dit lid vallen.";
  2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Als de exploitant voor de toepassing van het vierde lid gebruik wil maken van beweiden als ammoniakemissiereducerende maatregel, wordt in afwijking van artikel 82/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor deze bijstelling van de milieuvoorwaarden, de meldingsprocedure, vermeld in hoofdstuk 8 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De Vlaamse Regering zal bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen vaststellen die onder de toepassing van dit lid vallen.";
  3° in het zevende lid worden de woorden "vierde, vijfde of zesde lid" vervangen door de woorden "vierde, zesde of zevende lid";
  4° in het zevende lid wordt de zinsnede "de procedure, vermeld in hoofdstuk 7, afdeling 1," vervangen door de zinsnede "de procedure, vermeld in artikel 91/1,".
Art. 203. A l'article 9, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre les alinéas 4 et 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré :
  " Si, pour l'application de l'alinéa 4, l'exploitant désire recourir au pâturage en guise de mesure de réduction des émissions d'ammoniac, la procédure de déclaration mentionnée dans le chapitre 10 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement est, par dérogation à l'article 82/1 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, appliquée par analogie pour cette actualisation des conditions environnementales. Le Gouvernement flamand adoptera des mesures de réduction des émissions d'ammoniac supplémentaires qui tombent sous le coup du présent alinéa. " ;
  2° l'alinéa cinq est remplacé par ce qui suit :
  " Si, pour l'application de l'alinéa 4, l'exploitant désire recourir au pâturage en guise de mesure de réduction des émissions d'ammoniac, la procédure de déclaration mentionnée dans le chapitre 8 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement est, par dérogation à l'article 82/1 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, appliquée par analogie pour cette actualisation des conditions environnementales. Le Gouvernement flamand adoptera des mesures de réduction des émissions d'ammoniac supplémentaires qui tombent sous le coup du présent alinéa. " ;
  3° à l'alinéa 7, le membre de phrase " aux alinéas 4, 5 et 6 " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa 4, 6 ou 7 " ;
  4° à l'alinéa 7, le membre de phrase " la procédure mentionnée au chapitre 7, section 1re, " est remplacé par le membre de phrase " la procédure mentionnée dans l'article 91/1 ".
Art. 204. In artikel 15, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 82/1" vervangen door de woorden "artikel 82" en worden de woorden "hoofdstuk 10" vervangen door de woorden "hoofdstuk 8".
Art. 204. Dans l'article 15, alinéa 3, du même décret, le membre de phrase " l'article 82/1 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 82 " et le membre de phrase " chapitre 10 " est remplacé par le membre de phrase " chapitre 8 ".
Art. 205. In artikel 20, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de procedure, vermeld in hoofdstuk 7, afdeling 1," vervangen door de zinsnede "de procedure, vermeld in artikel 91/1,".
Art. 205. Dans l'article 20, § 2, alinéa 4, du même décret, le membre de phrase " la procédure mentionnée au chapitre 7, section 1re, " est remplacé par le membre de phrase " la procédure mentionnée dans l'article 91/1 ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 206. § 1. Aanvragen die zijn ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend.
  In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen van artikel 60 en 100 die voortvloeien uit het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof ook van toepassing op alle aanvragen betreffende een omgevingsvergunning ingediend voor de inwerkingtreding van dit decreet waarover de bevoegde overheid nog geen vergunningsbeslissing genomen heeft op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, met inbegrip van vergunningsaanvragen die opnieuw moeten worden behandeld na een vernietigingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  Bij de behandeling van een omgevingsvergunningsaanvraag, vermeld in het tweede lid, kan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 18, als ze de ontvankelijkheid en volledigheid van het aanvraagdossier of de project-m.e.r.-screening opnieuw beoordeelt overeenkomstig artikel 63, rekening houden met gegevens of documenten die werden gewijzigd in of toegevoegd aan het aanvraagdossier vóór de inwerkingtreding van dit decreet.
  § 2. Meldingen die zijn verricht voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd ingediend.
Art. 206. § 1er.Les demandes introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent décret sont traitées conformément aux dispositions qui s'appliquaient au moment où la demande a été introduite.
  Par dérogation à l'alinéa 1er les dispositions des articles 60 et 100 qui découlent du décret du 26 janvier 2024 sur l'approche programmatique de l'azote s'appliquent également à toutes les demandes de permis d'environnement introduites avant l'entrée en vigueur du présent décret au sujet desquelles l'autorité compétente n'a pas encore pris de décision d'autorisation à la date d'entrée en vigueur du présent décret, y compris les demandes de permis qui doivent être à nouveau traitées après un arrêt d'annulation du Conseil du Contentieux des Permis.
  Lors du traitement d'une demande de permis d'environnement visée à l'alinéa 2, l'autorité compétente mentionnée dans l'article 18 peut tenir compte, si elle évalue à nouveau la recevabilité et le caractère complet du dossier de demande ou le screening du RIE du projet conformément à l'article 63, des données ou documents qui ont été modifiés dans le dossier de demande ou qui y ont été ajoutés avant l'entrée en vigueur du présent décret.
  § 2. Les déclarations effectuées avant la date d'entrée en vigueur du présent décret sont traitées conformément aux dispositions qui s'appliquaient au moment où la déclaration a été introduite.
Art. 207. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van de inwerkingtreding ervan met uitzondering van artikel 203, 1° en 3°, die in werking treden op de dag die volgt op de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 207. Le Gouvernement flamand fixe, pour chaque disposition du présent décret, la date de son entrée en vigueur, à l'exception de l'article 203, 1° et 3°, qui entre en vigueur le lendemain de la publication du présent décret au Moniteur belge.