Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 MEI 2024. - Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-07-2024 en tekstbijwerking tot 08-08-2025)
Titre
17 MAI 2024. - Décret relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-07-2024 et mise à jour au 08-08-2025)
Informations sur le document
Numac: 2024006822
Datum: 2024-05-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006822
Date: 2024-05-17
Moniteur: Voir
Tekst (104)
Texte (104)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions préliminaires
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° betrokken personen: de personen die het ouderlijk gezag over de minderjarige leerling uitoefenen, de personen die in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, of de meerderjarige leerling zelf;
2° CLB: een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
3° Codex Secundair Onderwijs: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
4° decreet Jeugddelinquentierecht: het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
5° decreet Volwassenenonderwijs: het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
6° examencommissie: de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap van het secundair onderwijs, vermeld in artikel 256/1 van de Codex Secundair Onderwijs;
7° GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 3, 14° /0/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
8° gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet Jeugddelinquentierecht;
9° gemeenschapsonderwijs: het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
10° GI-afdeling: een entiteit die verbonden is aan een school voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs als vermeld in artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs, die het onderwijs in een gemeenschapsinstelling organiseert en aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd;
11° IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 3, 15° /2, van de Codex Secundair Onderwijs;
12° leerling: een jongere die geplaatst is in een gemeenschapsinstelling en een onderwijstraject volgt in een GI-afdeling;
13° leerlingenbegeleiding: geheel van preventieve en begeleidende maatregelen als vermeld in artikel 3, 17° /1/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
14° onderwijsinspectie: de inspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
15° ORE: omkaderingsrekeneenheid of omkaderingsrekeneenheden;
16° OV4-verslag: het verslag, vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs;
17° school voor secundair onderwijs: een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert als vermeld in artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs als vermeld in artikel 3, 10°, van de Codex Secundair Onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen als vermeld in artikel 3, 17° /3, van de Codex Secundair Onderwijs, wat duale en aanloopstructuuronderdelen betreft;
18° schoolbestuur: de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een GI-afdeling;
19° structuuronderdeel: de onderverdeling in het gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 3, 42°, van de Codex Secundair Onderwijs, of in het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 2, 40°, van het decreet Volwassenenonderwijs;
20° systematisch contact: een periodiek contact als vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
21° uitbreiding van zorg: een fase in het zorgcontinuüm als vermeld in artikel 3, 44° /1, van de Codex Secundair Onderwijs;
22° verhoogde zorg: een fase in het zorgcontinuüm als vermeld in artikel 3, 45° /1, van de Codex Secundair Onderwijs;
23° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 47° /2, van de Codex Secundair Onderwijs.
Art. 2. Pour l'application du présent décret, on entend par :
1° personnes intéressées : les personnes exerçant l'autorité parentale sur l'élève mineur, les personnes assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur, ou l'élève majeur lui-même ;
2° centres d'encadrement des élèves : un centre d'encadrement des élèves tel que visé au décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves ;
3° Code de l'Enseignement secondaire : le Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
4° décret relatif à la délinquance juvénile : le décret du 15 février 2019 sur le droit en matière de délinquance juvénile ;
5° décret relatif à l'éducation des adultes : le décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
6° jury : le jury de la Communauté flamande de l'enseignement secondaire visé à l'article 256/1 du Code de l'Enseignement secondaire ;
7° rapport GC : un rapport sur le programme d'études commun tel que visé à l'article 3, 14° /0/1 du Code de l'Enseignement secondaire ;
8° institution communautaire : une institution telle que visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret sur le droit en matière de délinquance juvénile ;
9° enseignement communautaire : l'enseignement de la communauté flamande visé à l'article 2 du décret spécial du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement communautaire ;
10° division IC : une entité rattachée à une école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial à temps plein au sens de l'article 3, 38°, du Code de l'Enseignement secondaire, qui organise l'enseignement dans une institution communautaire et qui est identifiée par un numéro unique ;
11° rapport IAC : un rapport du programme adapté individuellement tel que visé à l'article 3, 15° /2 du Code de l'enseignement secondaire ;
12° élève : un jeune placé dans une institution communautaire et qui suit un parcours d'enseignement dans une division IC ;
13° encadrement des élèves : un ensemble de mesures de prévention et d'encadrement tel que visé à l'article 3, 17° /1/1 du Code de l'Enseignement secondaire ;
14° inspection de l'enseignement : l'inspection visée dans le décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
15° ORE : unité(s) de compte d'encadrement (OmkaderingsRekeneenHeid ou OmkaderingsRekeneenHeden) ;
16° rapport OV4 : le rapport visé à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire ;
17° école d'enseignement secondaire : une entité autonome qui organise un enseignement secondaire ordinaire ou spécial à temps plein tel que visé à l'article 3, 38°, du Code de l'Enseignement secondaire, ou un centre d'enseignement professionnel à temps partiel tel que visé à l'article 3, 10°, du Code de l'Enseignement secondaire ou un centre de formation des travailleurs indépendants et des petites et moyennes entreprises tel que visé à l'article 3, 17° /3, du Code de l'Enseignement secondaire, en ce qui concerne les subdivisions structurelles duales et les subdivisions structurelles de démarrage ;
18° autorité scolaire : la personne morale responsable d'une division IC ;
19° subdivision structurelle : la subdivision au sein de l'enseignement secondaire ordinaire et de l'enseignement secondaire spécial visée à l'article 3, 42°, du Code de l'Enseignement secondaire, ou de l'enseignement secondaire des adultes visée à l'article 2, 40°, du Décret relatif à l'éducation des adultes ;
20° contact systématique : un contact périodique tel que visé à l'article 2, 20°, du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves ;
21° élargissement de l'encadrement : une phase du continuum d'encadrement tel que visé à l'article 3, 44° /1, du Code de l'Enseignement secondaire ;
22° encadrement complémentaire : une phase du continuum d'encadrement tel que visé à l'article 3, 45° /1, du Code de l'Enseignement secondaire ;
23° continuum d'encadrement : la succession de phases d'encadrement dans l'organisation de l'environnement éducatif telle que visée à l'article 3, 47° /2, du Code de l'Enseignement secondaire.
HOOFDSTUK 2. - Oprichting en opdracht van een GI-afdeling
CHAPITRE 2. - Création et mission d'une division IC
Art. 3. In elke gemeenschapsinstelling wordt één GI-afdeling opgericht. De scholengroepen die overeenkomstig artikel 23, § 1, 1°, h), en artikel 33, § 1, eerste lid, 14°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs bevoegd zijn om in te staan voor het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, wijzen de school voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs aan waaraan de GI-afdeling verbonden is.
Art. 3. Une division IC est créée dans chaque institution communautaire. Les groupes scolaires habilités conformément à l'article 23, § 1er, 1°, h), et à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 14°, du décret spécial du 14 juillet 1998, par le Conseil de l'enseignement communautaire à assurer l'enseignement dans les institutions communautaires, désignent l'école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial à temps plein auquel la division IC est rattachée.
Art. 4. Een GI-afdeling heeft als opdracht om een onderwijstraject aan te bieden aan de jongeren die in een gemeenschapsinstelling verblijven. Dat onderwijstraject kan vorm krijgen in een aanbod op maat dat bedoeld is om de jongere aansluiting te laten vinden bij het onderwijs en in de vorm van het volgen van een structuuronderdeel.
Art. 4. La mission d'une division IC est d'offrir un parcours d'enseignement aux jeunes résidant dans une institution communautaire. Ce parcours d'enseignement peut prendre la forme d'une offre sur mesure conçue pour aider le jeune à intégrer le système éducatif et du suivi d'une division structurelle.
HOOFDSTUK 3. - Erkennings- en financieringsvoorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions d'agrément et de financement
Art. 5. Een GI-afdeling wordt erkend en gefinancierd als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
1° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een school voor secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;
3° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;
4° beschikken over voldoende didactisch materiaal en over een aangepaste schooluitrusting;
5° de bepalingen naleven over de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel;
6° voor elk structuuronderdeel dat wordt aangeboden, beantwoorden aan de toepasbare leerplannen, ontwikkelingsdoelen, opleidingsprofielen, standaardtrajecten of individueel aangepaste curricula;
7° de reglementering over de vakantieregeling die de Vlaamse Regering heeft bepaald, in acht nemen;
8° samenwerkingsafspraken maken met een CLB en een beleid voor leerlingenbegeleiding voeren;
9° in haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen op het gebied van de rechten van de mens, en van het kind in het bijzonder, eerbiedigen;
10° een open karakter hebben met respect voor de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de betrokken personen en de leerling;
11° een afdelingsreglement hebben en, als de GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, zelf een structuuronderdeel aanbiedt voor een leerling, schoolboeken gebruiken die in overeenstemming zijn met het open karakter, vermeld in punt 10° ;
12° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het gemeenschapsonderwijs, opgericht conform deel II, titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
13° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over de organisatie van het onderwijs die van toepassing zijn op de GI-afdeling.
Een GI-afdeling krijgt vanaf de oprichting, vermeld in artikel 3, een voorlopige erkenning voor twee schooljaren. In de loop van het laatste schooljaar van de voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of een GI-afdeling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het laatste schooljaar van voorlopige erkenning om de GI-afdeling vanaf het daaropvolgende schooljaar:
1° ofwel te erkennen en te financieren;
2° ofwel niet te erkennen en niet te financieren.
Art. 5. Pour être agréée et financée, une division IC doit répondre aux conditions suivantes :
1° être organisée sous la responsabilité d'une école d'enseignement secondaire de l'enseignement communautaire ;
2° être située dans des bâtiments et des locaux répondant aux exigences d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité;
3° permettre le contrôle par l'inspection de l'enseignement ;
4° disposer d'un matériel didactique suffisant et d'un équipement scolaire approprié ;
5° respecter les dispositions relatives à la langue d'enseignement et aux connaissances linguistiques du personnel ;
6° pour chaque subdivision structurelle proposée, répondre aux programmes d'études, aux objectifs de développement, aux profils de formation, aux parcours standard ou aux programmes adaptés individuellement applicables ;
7° respecter les règles relatives au régime de vacances fixées par le Gouvernement flamand ;
8° conclure des accords de coopération avec un centre d'encadrement des élèves et mettre en oeuvre une politique d'encadrement des élèves ;
9° respecter dans son fonctionnement les principes du droit international et constitutionnel en matière de droits de l'homme, et de l'enfant en particulier ;
10° avoir un caractère ouvert dans le respect des opinions idéologiques, philosophiques ou religieuses des personnes impliquées et de l'élève ;
11° disposer d'un règlement de division et, si la division IC, en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, propose elle-même une subdivision structurelle pour un élève, utiliser des manuels conformes au caractère ouvert visé au point 10° ;
12° être encadrée par le service d'accompagnement de l'enseignement communautaire, établi conformément à la partie II, titre III, chapitre II, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
13° respecter les dispositions décrétales et réglementaires relatives à l'organisation de l'enseignement applicables à la division IC.
Une division IC reçoit un agrément provisoire pour deux années scolaires à compter de sa création visée à l'article 3. Au cours de la dernière année scolaire d'agrément provisoire, l'inspection de l'enseignement vérifie si une division IC remplit les conditions visées à l'alinéa 1er. Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement qui découle de cette enquête, le Gouvernement flamand décide, au plus tard le 31 mars de la dernière année scolaire d'agrément provisoire et ce, à partir de l'année scolaire suivante :
1° soit d'agréer et de financer la division IC ;
2° soit de ne pas l'agréer et de ne pas la financer.
HOOFDSTUK 4. - Organisatie van het onderwijs in een GI-afdeling
CHAPITRE 4. - Organisation de l'enseignement dans une division IC
Afdeling 1. - Het onderwijstraject in een GI-afdeling
Section 1re. - Le parcours d'enseignement dans une division IC
Art. 6. § 1. Per leerling wordt op basis van de onderwijsbehoeften een onderwijstraject uitgewerkt. De klassenraad van een GI-afdeling neemt het initiatief bij het uittekenen van het onderwijstraject voor elke leerling. De klassenraad doet dat in samenspraak met de leerling en de betrokken personen en met het CLB van de school waarin de leerling is ingeschreven of waarin de leerling het laatst ingeschreven was en, in voorkomend geval, de school voor secundair onderwijs waarin de leerling is ingeschreven.
Het uittekenen van het onderwijstraject start met de beginsituatieanalyse van de leerling. Tijdens die analyse gaat de klassenraad van een GI-afdeling samen met de betrokkenen, vermeld in het eerste lid, en in overleg met de gemeenschapsinstelling op zoek naar het onderwijstraject dat het best aangewezen is voor iedere individuele leerling. Dat betekent dat de leerling:
1° ofwel een aanbod op maat volgt dat die leerling voorbereidt op het volgen van een structuuronderdeel;
2° ofwel een structuuronderdeel volgt.
§ 2. Het aanbod op maat, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, is qua duur, methodiek en invulling afgestemd op de behoeften van de leerling. Het aanbod wordt op regelmatige tijdstippen door de klassenraad met alle betrokkenen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. Tijdens het aanbod op maat kunnen er ook al inhouden worden aangereikt die relevant zijn in het kader van het structuuronderdeel dat de leerling wil volgen en die in voorkomend geval kunnen leiden tot vrijstellingen.
§ 3. Het volgen van een structuuronderdeel als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, kan op een van de volgende manieren:
1° de leerling volgt als regelmatige leerling een structuuronderdeel naar keuze in een school voor secundair onderwijs;
2° de leerling is door de betrokken personen ingeschreven bij de examencommissie;
3° als de pistes, vermeld in punt 1° en 2°, niet mogelijk zijn en op voorwaarde dat de betrokken personen daarmee akkoord gaan, volgt de leerling als regelmatige leerling een structuuronderdeel dat een GI-afdeling zelf organiseert. Met toepassing van artikel 8 gaat het om een structuuronderdeel van het gewoon secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs, of van het secundair volwassenenonderwijs. Als de leerling als regelmatige leerling een structuuronderdeel volgt in een GI-afdeling, maakt dat de daaraan voorafgaande inschrijving in een administratieve groep in een school voor secundair onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning in het structuuronderdeel in een GI-afdeling.
Voor leerlingen die een structuuronderdeel volgen, worden waar dat nodig is, redelijke aanpassingen gedaan, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen als vermeld in respectievelijk artikel 3, 10° /2, 12° /1, 12° /2 en 36° /1, van de Codex Secundair Onderwijs.
Voor leerlingen die met toepassing van het eerste lid, 3°, een structuuronderdeel volgen, kan de klassenraad van een GI-afdeling een leerling een individuele vrijstelling verlenen voor het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van het structuuronderdeel in elk van de volgende gevallen:
1° de leerling is al geslaagd voor diezelfde onderdelen in het secundair onderwijs of via de examencommissie;
2° de leerling kan bepaalde onderdelen van de vorming van het structuuronderdeel niet volgen. In die situatie worden de doelen zo mogelijk vervangen door gelijkwaardige doelen.
Voor leerlingen die met toepassing van het eerste lid, 3°, een structuuronderdeel volgen, kan tijdens het verblijf in een GI-afdeling de overgang naar een andere school voorbereid worden door middel van gedeeltelijke lesbijwoning in een school voor secundair onderwijs. In dat geval wordt een deel van de vorming van het leerjaar van een GI-afdeling voor de leerling verstrekt door leraars van een school voor secundair onderwijs op een vestigingsplaats van die school. Als van die mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
1° de regeling wordt in het afdelingsreglement van de GI-afdeling opgenomen;
2° het afdelingsreglement van de GI-afdeling blijft onverkort van toepassing;
3° er wordt vooraf over de regeling onderhandeld in de lokale comités van de betrokken GI-afdeling en de betrokken school;
4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven:
a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden als het om het scholen gaat die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden als het om scholen gaat die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
5° uitsluitend de GI-afdeling is bevoegd en verantwoordelijk voor de evaluatie en kwaliteitszorg, en uitsluitend het schoolbestuur is bevoegd en verantwoordelijk voor de studiebekrachtiging;
6° de samenwerking tussen de GI-afdeling en de school wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin in elk geval de volgende elementen worden opgenomen:
a) de samenwerkende GI-afdeling en school;
b) de invulling van de samenwerking;
c) de looptijd van de samenwerking;
d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg.
Voor de toepassing van het vierde lid, 4°, wordt onder eenzelfde schoolbestuur verstaan, de rechtspersoon die zowel verantwoordelijk is voor een GI-afdeling als voor de school voor secundair onderwijs waarin de gedeeltelijke lesbijwoning plaatsvindt.
§ 4. Een GI-afdeling volgt de vakantieregeling die door de Vlaamse Regering is bepaald voor het secundair onderwijs. Een GI-afdeling kan in overleg met de gemeenschapsinstelling vrij de onderwijstijd organiseren, waarbij er rekening wordt gehouden met de behoeften van de leerling. Daarbij wordt de duur van het schooljaar gevolgd.
Een leerling in een GI-afdeling is aanwezig of wordt geacht gewettigd afwezig te zijn.
Art. 6. § 1er. Un parcours d'enseignement est élaboré pour chaque élève en fonction de ses besoins d'enseignement. Le conseil de classe d'une division IC prend l'initiative de définir le parcours d'enseignement de chaque élève. Le conseil de classe définit ce parcours en concertation avec l'élève et les personnes intéressées, ainsi qu'avec le centre d'encadrement des élèves de l'école dans laquelle l'élève est inscrit ou dans laquelle il a été inscrit en dernier lieu et, le cas échéant, de l'école secondaire dans laquelle l'élève est inscrit.
La définition du parcours d'enseignement commence par l'analyse de situation initiale de l'élève. Au cours de cette analyse, le conseil de classe d'une division IC, en collaboration avec les personnes intéressées visées à l'alinéa 1er, et en consultation avec l'institution communautaire, recherche le parcours d'enseignement le mieux adapté à chaque élève. En d'autres termes, l'élève :
1° soit suit une offre personnalisée qui le prépare à suivre une subdivision structurelle ;
2° soit suit une subdivision structurelle.
§ 2. L'offre personnalisée visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, est adaptée aux besoins de l'élève en termes de durée, de méthodologie et de contenu. L'offre est évaluée à intervalles réguliers par le conseil de classe avec toutes les personnes intéressées visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, et ajustée si nécessaire. Dans le cadre de l'offre personnalisée, il se peut également que certains contenus soient déjà pertinents dans le contexte de la subdivision structurelle que l'élève souhaite suivre et qui peut donner lieu à des dispenses le cas échéant.
§ 3. La subdivision structurelle telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, peut être suivie de l'une des manières suivantes :
1° l'élève fréquente une subdivision structurelle de son choix dans une école de l'enseignement secondaire en tant qu'élève régulier ;
2° l'élève a été inscrit auprès du jury par les personnes intéressées ;
3° si les pistes visées aux points 1° et 2° ne sont pas possibles, et à condition que les personnes intéressées soient d'accord, l'élève suit en tant qu'élève régulier une subdivision structurelle organisée par une division IC elle-même. En application de l'article 8, il s'agit d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire ou de l'enseignement secondaire spécial, ou de l'enseignement secondaire des adultes. Si l'élève suit une subdivision structurelle dans une division IC en tant qu'élève régulier, l'inscription précédente dans un groupe administratif d'une école d'enseignement secondaire est annulée à partir du début de la fréquentation effective des cours dans la subdivision structurelle d'une division IC.
Des adaptations raisonnables, y compris le recours à des mesures de remédiation, de différenciation, de compensation ou de dispense telles que visées respectivement à l'article 3, 10° /2, 12° /1, 12° /2 et 36° /1 du Code de l'Enseignement secondaire, sont mises en place pour les élèves suivant une subdivision structurelle lorsque cela s'avère nécessaire.
Pour les élèves suivant une subdivision structurelle en application de l'alinéa 1er, 3°, le conseil de classe d'une division IC peut accorder à un élève une dispense individuelle de suivre certaines parties de la formation de la subdivision structurelle dans chacun des cas suivants :
1° l'élève a déjà réussi les mêmes subdivisions dans l'enseignement secondaire ou par l'intermédiaire du jury ;
2° l'élève ne peut pas suivre certaines subdivisions de la formation de la subdivision structurelle. Dans ce cas, les objectifs sont, dans la mesure du possible, remplacés par des objectifs équivalents.
Pour les élèves suivant une subdivision structurelle en application de l'alinéa 1er, 3°, la transition vers une autre école peut être préparée pendant le séjour dans une division IC par la fréquentation partielle des cours dans une école d'enseignement secondaire. Dans ce cas, une partie de la formation de l'année d'études d'une division IC pour l'élève est assurée par des enseignants d'une école d'enseignement secondaire dans une implantation de cette école. S'il est fait usage de cette possibilité de collaboration, les conditions suivantes s'appliquent :
1° le règlement est inclus dans le règlement de la division IC ;
2° le règlement de la division IC reste entièrement d'application ;
3° le règlement fait l'objet d'une négociation préalable au sein des comités locaux de la division IC et de l'école concernées ;
4° les enseignants de l'autre école qui assurent la formation de l'élève :
a) sont membres avec voix délibérative des conseils de classe compétents s'il s'agit d'écoles appartenant à la même autorité scolaire ;
b) sont membres avec voix consultative des conseils de classe compétents s'il s'agit d'écoles n'appartenant pas à la même autorité scolaire ;
5° seule la division IC est compétente et responsable en matière d'évaluation et de gestion de la qualité, et seule l'autorité scolaire est compétente et responsable en matière de validation d'études ;
6° la collaboration entre la division IC et l'école est définie dans une convention reprenant au moins les éléments suivants :
a) la division IC et l'école qui collaborent ;
b) la concrétisation de la collaboration ;
c) la durée de la collaboration ;
d) les dispositions au sujet de l'évaluation et de la gestion de la qualité.
Aux fins de l'application de l'alinéa 4, 4°, on entend par même autorité scolaire la personne morale responsable à la fois d'une division IC et de l'école d'enseignement secondaire dans laquelle la fréquentation partielle des cours a lieu.
§ 4. Une division IC suit le régime des vacances défini par le Gouvernement flamand pour l'enseignement secondaire. Une division IC est libre d'organiser le temps d'enseignement en consultation avec l'institution communautaire, en tenant compte des besoins de l'élève. Elle suit à cet égard la durée de l'année scolaire.
Un élève d'une division IC est présent ou considéré comme légitimement absent.
Afdeling 2. - Klassenraad
Section 2. - Conseil de classe
Art. 7. § 1. De klassenraad is belast met de uitwerking van het onderwijstraject van de leerlingen, en met de ondersteuning en opvolging van het onderwijstraject. De klassenraad bestaat uit alle personeelsleden die betrokken zijn bij het onderwijstraject van een individuele leerling en de directeur of zijn afgevaardigde. De directeur of zijn afgevaardigde is de voorzitter van de klassenraad.
§ 2. Als een leerling, met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, een structuuronderdeel volgt in een school voor secundair onderwijs, dan behoudt de klassenraad van de school voor secundair onderwijs zijn volle bevoegdheid. De klassenraad van een GI-afdeling werkt samen met de klassenraad van de school voor secundair onderwijs.
De samenwerking, vermeld in het eerste lid, houdt minstens afspraken in over:
1° de rol van de klassenraad van een GI-afdeling in het ondersteunen en opvolgen van het onderwijstraject van de leerling;
2° de deelname van de klassenraad van een GI-afdeling aan de klassenraad van de school voor secundair onderwijs.
§ 3. Als een leerling, met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 2°, bij de examencommissie is ingeschreven, ondersteunt de klassenraad van een GI-afdeling de leerling bij de voorbereiding op de examens bij de examencommissie.
§ 4. Als een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, zelf een structuuronderdeel voor een leerling aanbiedt, dan is de klassenraad, namens het schoolbestuur, het enige orgaan van een GI-afdeling dat bevoegd is voor de toelating, evaluatie en deliberatie van leerlingen, met uitzondering van de reglementaire toelatingsvoorwaarden. Leden van de klassenraad nemen niet deel aan beslissingen over een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.
Alle leden die op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn, zijn stemgerechtigd. Stemgerechtigde leden zijn verplicht om op klassenraadsvergaderingen aanwezig te zijn, behalve als ze gewettigd of door bewezen overmacht afwezig zijn, of als ze niet langer personeelslid van de GI-afdeling zijn. De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.
Elk lid van een klassenraad heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de klassenraad doorslaggevend.
Art. 7. § 1er. Le conseil de classe est chargé d'élaborer le parcours d'enseignement des élèves, de l'encadrer et d'en assurer le suivi. Le conseil de classe est composé de tous les membres du personnel impliqués dans le parcours d'enseignement d'un élève et du directeur ou de son délégué. Le directeur ou son délégué préside le conseil de classe.
§ 2. Si un élève, en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, suit une subdivision structurelle dans une école d'enseignement secondaire, le conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire reste pleinement compétent. Le conseil de classe d'une division IC collabore avec le conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire.
La collaboration visée à l'alinéa 1er, porte au moins sur:
1° le rôle du conseil de classe d'une division IC dans l'encadrement et le suivi du parcours d'enseignement de l'élève ;
2° la participation du conseil de classe d'une division IC au conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire.
§ 3. Si un élève, en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 2°, est inscrit auprès du jury, le conseil de classe d'une division IC encadre l'élève dans la préparation aux examens face au jury.
§ 4. Si une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, offre elle-même une subdivision structurelle à un élève, le conseil de classe, au nom de l'autorité scolaire, est le seul organe d'une division IC compétente pour l'admission, l'évaluation et la délibération des élèves, à l'exception des conditions d'admission réglementaires. Les membres du conseil de classe ne participent pas aux décisions concernant un parent ou un allié jusqu'au quatrième degré.
Tous les membres en fonction à la date de la réunion du conseil de classe ont voix délibérative. Les membres ayant voix délibérative sont tenus d'être présents aux réunions du conseil de classe, sauf en cas d'absence légitime ou de force majeure avérée, ou s'ils ne sont plus membres du personnel de la division IC. L'absence non justifiée d'un membre ayant voix délibérative ne portera pas atteinte à la validité juridique de la décision prise.
Chaque membre du conseil de classe dispose d'une voix. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante.
Afdeling 3. - Programmatie van structuuronderdelen en curricula
Section 3. - Programmation des subdivisions structurelles et programmes
Art. 8. Het schoolbestuur mag op basis van de behoeften van de leerlingen op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel oprichten in de GI-afdeling.
Art. 8. L'autorité scolaire peut mettre en place une subdivision structurelle au sein de la division IC à tout moment de l'année scolaire en fonction des besoins des élèves.
Art. 9. Als een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, werkt aan een structuuronderdeel dat aangeboden wordt in een school voor secundair onderwijs, gebruikt die GI-afdeling het leerplan, de ontwikkelingsdoelen of het opleidingsprofiel of het standaardtraject of het individueel aangepast curriculum van het structuuronderdeel van de school voor secundair onderwijs waar de leerling ingeschreven is.
Als in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, een structuuronderdeel wordt aangeboden:
1° gebruikt de GI-afdeling voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs de leerplannen die conform artikel 147/3 van de Codex Secundair Onderwijs door het gemeenschapsonderwijs zijn opgesteld en door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd;
2° zijn voor opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs de ontwikkelingsdoelen van toepassing conform artikel 262 van de Codex Secundair Onderwijs. Voor opleidingsvorm 3 zijn verder ook de opleidingsprofielen van toepassing conform artikel 335, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs, en de standaardtrajecten conform artikel 357/62 van de Codex Secundair Onderwijs. Voor leerlingen met een IAC-verslag zijn de bepalingen van artikel 122/1/0 van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing. Voor leerlingen met een OV4-verslag zijn de bepalingen van artikel 122/1/1 van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing;
3° gebruikt de GI-afdeling voor het volwassenonderwijs de leerplannen die conform artikel 14 van het decreet Volwassenenonderwijs door het gemeenschapsonderwijs zijn opgesteld en zijn goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Art. 9. Si une division IC travaille à la mise en place d'une subdivision structurelle proposée dans une école d'enseignement secondaire, en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, cette division IC utilise le programme d'études, les objectifs de développement ou le profil de formation ou le parcours standard ou le programme d'études adapté individuellement de la subdivision structurelle de l'école d'enseignement secondaire dans laquelle l'élève est inscrit.
Si, en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, une subdivision structurelle est proposée dans une division IC :
1° la division IC utilise pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial les programmes d'études élaborés par l'enseignement communautaire conformément à l'article 147/3 du Code de l'Enseignement secondaire, et approuvés par le Gouvernement flamand ;
2° pour les formes d'enseignement 1, 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, les objectifs de développement s'appliquent conformément à l'article 262 du Code de l'Enseignement secondaire. Pour la forme d'enseignement 3, les profils de formation s'appliquent également conformément à l'article 335, alinéa 2, du Code de l'Enseignement secondaire, ainsi que les parcours standard conformément à l'article 357/62 du Code de l'Enseignement secondaire. Pour les élèves en possession d'un rapport IAC, les dispositions de l'article 122/1/0 du Code de l'Enseignement secondaire s'appliquent. Pour les élèves en possession d'un rapport OV4, les dispositions de l'article 122/1/1 du Code de l'Enseignement secondaire s'appliquent ;
3° la division IC de l'enseignement des adultes utilise les programmes d'études élaborés par l'enseignement communautaire conformément à l'article 14 du décret relatif à l'éducation des adultes et approuvés par le Gouvernement flamand.
Art. 10. Als de betrokken personen in samenspraak met de leerplichtige leerling ervoor kiezen, kan de leerplichtige leerling voor het onderwijs in een van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing volgen volgens de modaliteiten, vermeld in artikel 98, § 3 en § 4, en artikel 98/1 van de Codex Secundair Onderwijs.
Art. 10. Si les personnes intéressées, en concertation avec l'élève soumis à l'obligation scolaire, en font le choix, l'élève soumis à l'obligation scolaire peut opter pour l'enseignement de l'une des religions reconnues ou de la morale non confessionnelle ou une formation culturelle selon les modalités visées à l'article 98, § 3 et § 4, et à l'article 98/1 du Code de l'Enseignement secondaire.
Afdeling 4. - Toelating, evaluatie en studiebekrachtiging
Section 4. - Admission, évaluation et validation d'études
Art. 11. Voor de structuuronderdelen van het secundair onderwijs die met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, in een GI-afdeling worden aangeboden, is artikel 115, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing voor:
1° de toelatings- en overgangsvoorwaarden;
2° de bekrachtiging van de studie;
3° de studiebewijzen, alsook de vorm en de vermeldingen erop.
Voor de structuuronderdelen van het secundair volwassenenonderwijs die met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, in een GI-afdeling worden aangeboden, is:
1° artikel 32 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de toelating;
2° artikel 38 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de evaluatie;
3° artikel 40 en 41 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de studiebekrachtiging.
Art. 11. Pour les subdivisions structurelles de l'enseignement secondaire qui sont offertes dans une division IC conformément à l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, l'article 115, § 1er du Code de l'Enseignement secondaire s'applique:
1° les conditions d'admission et de transition ;
2° la ratification des études ;
3° les titres, ainsi que la forme et les mentions qui y figurent.
Pour les subdivisions structurelles de l'enseignement secondaire des adultes qui sont offertes dans une division IC conformément à l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3° :
1° l'article 32 du décret relatif à l'éducation des adultes s'applique pour l'admission ;
2° l'article 38 du décret relatif à l'éducation des adultes s'applique pour l'évaluation ;
3° les articles 40 et 41 du décret relatif à l'éducation des adultes s'appliquent pour la validation d'études.
Art. 12. § 1. Voor leerlingen die met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, ingeschreven zijn in een andere school, worden er tussen de GI-afdeling en de andere school afspraken gemaakt over de evaluatie.
§ 2. Het schoolbestuur is bevoegd voor de uitwerking van het evaluatiesysteem voor de leerlingen voor wie ze zelf een structuuronderdeel aanbiedt met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering:
1° de organisatie van specifieke examens of andere evaluatieopdrachten opleggen;
2° bepalen onder welke voorwaarden een beslissing over het al dan niet geslaagd zijn kan worden uitgesteld;
3° het slagen voor een structuuronderdeel laten afhangen van het behalen van externe certificering. Onder externe certificering wordt verstaan, het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan beroepsuitoefeningsvoorwaarden.
Bij een evaluatiebeslissing van de klassenraad geldt steeds een vermoeden van deskundigheid.
De betrokken personen ontvangen het evaluatieresultaat op de wijze en op de datum die bepaald zijn in het afdelingsreglement. Het schoolbestuur wijkt af van die termijn voor individuele gevallen als de beslissing tot stand komt na uitstel of na beroep. Als de evaluatiebeslissing inhoudt dat aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, dan:
1° geeft de GI-afdeling aan de betrokken personen een schriftelijke motivering;
2° verwijst de GI-afdeling de betrokken personen schriftelijk naar de beroepsprocedure en beroepstermijn, maar pas nadat ze vooraf overleg als vermeld in punt 3° heeft gepleegd;
3° overlegt de GI-afdeling met de betrokken personen op hun verzoek.
Het overleg, vermeld in het vierde lid, 3°, vindt plaats tussen de directeur of zijn afgevaardigde en de betrokken personen binnen een redelijke termijn na ontvangst van het evaluatieresultaat. Die termijn wordt in het afdelingsreglement bepaald. Het overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen. Nadat de klassenraad al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd, beslist diezelfde klassenraad om het oorspronkelijke evaluatieresultaat te bevestigen of door een ander evaluatieresultaat te vervangen. De beslissing van de directeur om de klassenraad niet te laten samenkomen of de beslissing van de klassenraad wordt meegedeeld aan de betrokken personen.
Het schoolbestuur kent de van rechtswege geldende studiebewijzen toe ter uitvoering van de evaluatiebeslissingen van klassenraden of de beslissingen van beroepscommissie, vermeld in artikel 13.
De school waaraan de GI-afdeling verbonden is, reikt een attest uit ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houder van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het studiebewijs.
Personen die met toepassing van de wetgeving over de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap of bij de school waaraan de GI-afdeling verbonden is, als ze bij die school een studiebewijs hebben behaald, een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam. Bij de aanvraag wordt het oorspronkelijk behaalde studiebewijs ingeleverd en worden stukken gevoegd die de naamswijziging aantonen.
Art. 12. § 1er. Pour les élèves inscrits dans une autre école en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, des modalités d'évaluation sont fixées entre la division IC et l'autre école.
§ 2. L'autorité scolaire est responsable de l'élaboration du système d'évaluation des élèves pour lesquels elle offre elle-même une subdivision structurelle en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand peut :
1° imposer l'organisation d'examens spécifiques ou d'autres tâches d'évaluation ;
2° déterminer les conditions dans lesquelles il est possible de différer la décision de réussite ou non ;
3° subordonner la réussite d'une subdivision structurelle à l'obtention d'une certification externe. On entend par certification externe la délivrance aux étudiants, à condition qu'ils aient réussi certaines parties du programme, de titres qui ne sont pas soumis à la législation de l'enseignement et qui sont liés aux conditions de pratique professionnelle.
Toute décision d'évaluation du conseil de classe est toujours subordonnée à une présomption de compétence.
Les personnes intéressées reçoivent le résultat de l'évaluation selon les modalités et à la date prévues par le règlement de division. L'autorité scolaire peut déroger à ce délai pour des cas individuels si la décision est prise après un ajournement ou un recours. Si à la suite de la décision d'évaluation la validation d'études n'est pas accordée à l'élève, dans ce cas :
1° la division IC adresse une motivation par écrit aux personnes intéressées ;
2° la division IC renvoie par écrit les personnes intéressées à la procédure et au délai de recours, mais uniquement après concertation préalable telle que visée au point 3° ;
3° la division IC se concerte avec les personnes intéressées à leur demande.
La concertation visée à l'alinéa 4, 3°, a lieu entre le directeur ou son délégué et les personnes intéressées dans un délai raisonnable après réception du résultat de l'évaluation. Ce délai est fixé dans le règlement de division. La concertation peut aboutir à la décision du directeur ou de son délégué de convoquer à nouveau le conseil de classe. Après que le conseil de classe a imposé ou non des épreuves ou des travaux supplémentaires à l'élève, ce même conseil de classe décide de confirmer le résultat de l'évaluation initiale ou de le remplacer par un autre résultat d'évaluation. La décision du directeur de ne pas réunir le conseil de classe ou la décision du conseil de classe est communiquée aux personnes intéressées.
L'autorité scolaire scolaire délivre les titres valables de plein droit en application des décisions d'évaluation des conseils de classe ou des décisions des commissions de recours visées à l'article 13.
L'école à laquelle la division IC est rattachée délivre une attestation en remplacement d'un titre perdu au titulaire du titre. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
Les personnes qui ont obtenu un changement de nom ou de prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms peuvent demander au service compétent de la Communauté flamande ou à l'école à laquelle la division IC est rattachée, si elles ont obtenu un titre dans cette école, le remplacement du titre par un titre portant leur nouveau nom. La demande doit être assortie du titre original obtenu et des pièces prouvant le changement du nom.
Art. 13. § 1. Als het schoolbestuur met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, zelf belast is met de uitreiking van de studiebekrachtiging, kunnen de betrokken personen in beroep gaan tegen eindbeslissingen over de leerlingenevaluatie die ze betwisten. De beroepsprocedure is vastgelegd in het afdelingsreglement, vermeld in artikel 19, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dat artikel.
§ 2. De betrokken personen stellen het beroep in bij het schoolbestuur door middel van een gedateerd en ondertekend verzoekschrift dat ten minste het voorwerp van beroep met een feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren vermeldt. Bij die omschrijving kunnen overtuigingsstukken gevoegd worden.
§ 3. Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie en leidt tot:
1° ofwel de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de termijn voor de indiening van het beroep, opgenomen in het afdelingsreglement, is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten, opgenomen in het afdelingsreglement;
2° ofwel de bevestiging van het oorspronkelijke evaluatieresultaat of de vervanging door een ander evaluatieresultaat, nadat de beroepscommissie al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.
Het resultaat van het beroep wordt schriftelijk aan de betrokken personen meegedeeld, uiterlijk op 15 september of uiterlijk op 15 maart als de opleiding op 31 januari eindigt.
§ 4. Het schoolbestuur stelt een beroepscommissie samen. De beroepscommissie bestaat uit leden van de klassenraad van de leerling en leden die niet tot de klassenraad van de leerling behoren. Minstens de helft van de leden van de beroepscommissie behoren niet tot de klassenraad van de leerling. De samenstelling mag per te behandelen dossier verschillen, maar mag binnen het te behandelen dossier niet wijzigen. De voorzitter wordt door het schoolbestuur aangewezen. De voorzitter van de beroepscommissie mag geen lid van de klassenraad zijn.
Het schoolbestuur bepaalt de werking van de beroepscommissie met inachtneming van volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is stemgerechtigd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° de beroepscommissie hoort de betrokken personen en de leerling in kwestie;
4° de beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een beslissing te komen;
5° de beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het afdelingsreglement.
Art. 13. § 1er. Si en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, l'autorité scolaire est elle-même chargée de la validation d'études, les personnes intéressées peuvent introduire un recours contre les décisions finales relatives à l'évaluation de l'élève qu'elles contestent. La procédure de recours est fixée dans le règlement de division visé à l'article 19, sans préjudice de l'application des dispositions de cet article.
§ 2. Les personnes intéressées introduisent le recours auprès de l'autorité scolaire au moyen d'une requête datée et signée indiquant au moins l'objet du recours accompagné d'une description factuelle et d'une justification des objections invoquées. Des pièces justificatives peuvent être jointes à cette description.
§ 3. Le recours est traité par une commission de recours et aboutit :
1° soit au rejet motivé du recours fondé sur son irrecevabilité si :
a) le délai d'introduction du recours figurant dans le règlement de division a été dépassé ;
b) le recours ne satisfait pas aux conditions de forme figurant dans le règlement de division ;
2° soit à la confirmation du résultat de l'évaluation initiale ou son remplacement par un autre résultat d'évaluation, après que la commission de recours a ou non imposé à l'élève des épreuves ou des travaux supplémentaires. L'autorité scolaire accepte la responsabilité de la décision de la commission de recours.
Le résultat du recours sera communiqué par écrit aux personnes intéressées au plus tard le 15 septembre ou au plus tard le 15 mars si la formation se termine le 31 janvier.
§ 4. L'autorité scolaire met en place une commission de recours. La commission de recours est composée de membres du conseil de classe de l'élève et de membres n'appartenant pas au conseil de classe de l'élève. La moitié au moins des membres de la commission de recours n'appartient pas au conseil de classe de l'élève. La composition peut varier d'un dossier à l'autre, mais doit rester identique pour le dossier à traiter. Le président est nommé par l'autorité scolaire. Le président de la commission de recours ne peut être membre du conseil de classe.
L'autorité scolaire arrête le fonctionnement de la commission de recours dans le respect des dispositions suivantes :
1° chaque membre d'une commission de recours a voix délibérative ; En cas de parité des voix, le président a voix prépondérante ;
2° chaque membre d'une commission de recours est soumis à un devoir de discrétion ;
3° la commission de recours entend les personnes intéressées et l'élève en question ;
4° la commission de recours décide de manière autonome des étapes suivies pour parvenir à une décision ;
5° la commission de recours évalue si la décision prise est conforme aux dispositions décrétales et réglementaires relatives à l'enseignement et au règlement de division.
HOOFDSTUK 5. - Leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 5. - Encadrement des élèves
Art. 14. Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling van alle leerlingen, verhoogt hun welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt leerlingenbegeleiding bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context.
Het begeleidingsdomein onderwijsloopbaan heeft tot doel de leerling te ondersteunen om voldoende zelfkennis te ontwikkelen, om inzicht te verwerven in de structuur van het onderwijs en de mogelijkheden die het biedt, in de opleiding en in de arbeidsmarkt, en om adequate keuzes te leren maken op school en daarbuiten.
Het begeleidingsdomein leren en studeren heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studeervaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.
Het begeleidingsdomein psychisch en sociaal functioneren heeft tot doel het welbevinden van de leerling te bewaken, te beschermen en te bevorderen, zodat de leerling op een spontane en vitale manier tot leren kan komen en zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige volwassene.
Het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van de leerling te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces te volgen, en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.
Voor het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg omvat dat voor een GI-afdeling minimaal het actief meewerken aan:
1° de organisatie van de systematische contactmomenten door het CLB. De Vlaamse Regering bepaalt de frequentie en de inhoud van de systematische contacten;
2° de organisatie van de vaccinaties door het CLB om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan. De Vlaamse Regering legt het vaccinatieschema vast;
3° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het CLB neemt in overleg met de gemeenschapsinstelling om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels.
De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld in artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Art. 14. Un encadrement des élèves de qualité favorise le développement global de tous les élèves, accroît leur bien-être, prévient l'abandon scolaire précoce et crée une plus grande égalité des chances en matière d'éducation. De cette manière, l'encadrement des élèves contribue au fonctionnement de l'élève dans le contexte scolaire et social.
Le domaine d'encadrement parcours scolaire vise à aider l'élève à développer une connaissance de soi suffisante, à comprendre la structure de l'enseignement et les opportunités qu'elle offre, la formation et le marché du travail, et à apprendre à faire des choix adéquats à l'école et en dehors.
Le domaine d'encadrement apprendre et étudier vise à optimiser l'apprentissage de l'élève et à promouvoir le processus d'apprentissage en soutenant et en développant les compétences d'apprentissage et d'étude.
Le domaine d'encadrement fonctionnement psychique et social vise à surveiller, protéger et promouvoir le bien-être de l'élève afin qu'il puisse apprendre de manière spontanée et vitale et devenir un adulte résilient.
Le domaine d'encadrement soins de santé préventifs vise à promouvoir et à protéger la santé, la croissance et le développement de l'élève, à suivre le processus de croissance et de développement et à détecter à temps les facteurs de risque, les signes et les symptômes de problèmes de santé et de développement.
Dans le cadre du domaine d'encadrement soins de santé préventifs, une division IC doit au minimum participer activement à :
1° l'organisation de moments de contact systématiques par le centre d'encadrement des élèves. Le Gouvernement flamand arrête la fréquence et le contenu des contacts systématiques ;
2° l'organisation des campagnes de vaccination par le centre d'encadrement des élèves pour prévenir l'apparition et la propagation de certaines maladies infectieuses. Le Gouvernement flamand fixe le schéma de vaccination ;
3° la mise en oeuvre des mesures prophylactiques prises par le centre d'encadrement des élèves en concertation avec l'institution communautaire pour lutter contre la propagation de maladies infectieuses. Le Gouvernement flamand en précise les modalités.
L'inspection de l'enseignement contrôle la participation aux contacts systématiques et la coopération aux mesures prophylactiques tel que visé à l'article 6, § 4, du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves.
Art. 15. Elke GI-afdeling ontwikkelt een beleid voor leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de behoeften van de leerlingenpopulatie en de context waarin een GI-afdeling zich bevindt. Het beleid voor leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van een GI-afdeling. Een GI-afdeling voert dat beleid uit, evalueert het en stuurt het zo nodig bij. Ter versterking van dat beleid voert een GI-afdeling een professionaliseringsbeleid. Een GI-afdeling wijst binnen haar personeelskader een of meer personeelsleden aan die geheel of gedeeltelijk met leerlingenbegeleiding worden belast.
Bij de opmaak en evaluatie van het beleid voor leerlingenbegeleiding betrekt een GI-afdeling relevante actoren. Voor bijkomende inhoudelijke expertise doet een GI-afdeling een beroep op het CLB. Voor schoolondersteuning zoekt de school externe ondersteuning bij de pedagogische begeleidingsdienst, vermeld in deel II, titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, of bij een andere externe dienst.
Een beleid voor leerlingenbegeleiding beantwoordt aan de volgende principes:
1° het belang van elke leerling staat centraal;
2° het komt participatief tot stand en is gedragen door het hele schoolteam;
3° het is doelgericht, systematisch, planmatig en transparant;
4° het wordt discreet uitgevoerd;
5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding.
Art. 15. Chaque division IC développe une politique d'encadrement des élèves adaptée au projet pédagogique, aux besoins de la population scolaire et au contexte de la division IC. La politique d'encadrement des élèves comprend l'encadrement des élèves, le soutien aux actions du personnel enseignant et la coordination de toutes les initiatives d'encadrement des élèves au niveau de la division IC. Une division IC met en oeuvre cette politique, l'évalue et l'adapte si nécessaire. Pour renforcer cette politique, une division IC mène une politique de professionnalisation. Une division IC désigne un ou plusieurs membres du personnel au sein de son cadre organique qui seront affectés en tout ou en partie à l'encadrement des élèves.
Lors de la formulation et de l'évaluation de la politique d'encadrement des élèves, une division IC implique des acteurs pertinents. Elle fait appel au centre d'encadrement des élèves pour une expertise supplémentaire sur le fond. Pour le soutien scolaire, l'école recherche un soutien externe auprès du service d'encadrement pédagogique visé dans la partie II, titre III, chapitre II du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, ou auprès d'un autre service externe.
Une politique d'encadrement des élèves adhère aux principes suivants :
1° l'intérêt de chaque élève est primordial ;
2° elle est formulée de manière participative et soutenue par l'ensemble de l'équipe pédagogique ;
3° elle est ciblée, systématique, méthodique et transparente ;
4° elle est appliquée en toute discrétion ;
5° elle définit les tâches de chaque acteur chargé de l'encadrement des élèves.
Art. 16. In het kader van de leerlingenbegeleiding heeft een GI-afdeling een basisaanbod voor alle leerlingen en biedt het zorg aan leerlingen voor wie dat basisaanbod niet voldoende is.
In de fase van de verhoogde zorg kan een GI-afdeling consultatieve leerlingenbegeleiding vragen aan het CLB of wordt dat door het CLB aangeboden waar het dat nodig acht. Consultatieve leerlingenbegeleiding is de kernactiviteit van een CLB als vermeld in artikel 3, 10° /2/1, van de Codex Secundair Onderwijs.
In de fase uitbreiding van zorg wisselen een GI-afdeling en het CLB met elkaar de beschikbare relevante informatie uit om de afspraken over de bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise te realiseren.
De Vlaamse Regering kan voor de opdrachten, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, nadere regels vastleggen.
Art. 16. Pour l'organisation de l'encadrement des élèves, une division IC dispose d'une offre de base pour tous les élèves et prend en charge les élèves pour lesquels cette offre de base n'est pas suffisante.
Au stade de l'encadrement complémentaire, une division IC peut demander au centre d'encadrement des élèves un encadrement consultatif des élèves ou il est proposé par le centre d'encadrement des élèves s'il le juge nécessaire. L'encadrement consultatif des élèves est l'activité principale d'un centre d'encadrement des élèves tel que visé à l'article 3, 10° /2/1, du Code de l'Enseignement secondaire.
Dans la phase d'élargissement de l'encadrement, une division IC et le centre d'encadrement des élèves s'échangent les informations pertinentes disponibles afin d'organiser le déploiement supplémentaire de ressources, d'aide ou d'expertise.
Le Gouvernement flamand peut préciser les règles relatives aux tâches visées aux alinéas 1er à 3.
Art. 17. Een GI-afdeling werkt samen met hetzelfde CLB als de school waaraan het verbonden is. De samenwerking en de afspraken over samenwerking tussen een GI-afdeling en CLB worden geregeld overeenkomstig artikel 123/24 van de Codex Secundair Onderwijs.
Art. 17. Une division IC collabore avec le même centre d'encadrement des élèves que l'école à laquelle il est rattaché. La collaboration et les modalités de collaboration entre une division IC et le centre d'encadrement des élèves sont réglementées conformément à l'article 123/24 du Code de l'Enseignement secondaire.
HOOFDSTUK 6. - Participatie
CHAPITRE 6. - Participation
Art. 18. Het schoolbestuur voert een beleid over de participatie van de leerlingen en betrokken personen. Dat beleid over participatie voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
1° er is een participatieorgaan, dat regelmatig samenkomt;
2° er is een procedure opgenomen in het afdelingsreglement die de organisatie van de participatie bepaalt;
3° de participatie focust op de werking van de GI-afdeling;
4° de participatie is collectief.
Art. 18. L'autorité scolaire mène une politique sur la participation des élèves et des personnes intéressées. Cette politique de participation satisfait au minimum aux conditions suivantes :
1° un organe de participation, qui se réunit régulièrement, est créé ;
2° le règlement de division comprend une procédure définissant l'organisation de la participation ;
3° la participation se concentre sur le fonctionnement de la division IC ;
4° la participation est collective.
HOOFDSTUK 7. - Afdelingsreglement
CHAPITRE 7. - Règlement de division
Art. 19. Het schoolbestuur maakt een afdelingsreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd.
Het schoolbestuur informeert de leerling en de betrokken personen over het afdelingsreglement bij de start van het onderwijstraject. Een wijziging van het afdelingsreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
In het afdelingsreglement worden minimaal de volgende onderdelen opgenomen:
1° de leefregels;
2° de procedure voor het opleggen van een preventieve schorsing, een ordemaatregel, en een tuchtmaatregel in de vorm van een tijdelijke uitsluiting als vermeld in artikel 20;
3° het beleid over participatie;
4° de basisprincipes van het schoolbeleid voor de situaties waarin de GI-afdeling zelf een structuuronderdeel voor een leerling aanbiedt met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°. Die basisprincipes hebben betrekking op:
a) vrijstellingen van onderdelen van het curriculum;
b) de organisatie van de leerlingenevaluatie, meer bepaald:
1) de vermelding dat de GI-afdeling op regelmatige basis of tijdig zal communiceren over de basisprincipes van de leerlingenevaluatie, de studievorderingen, het tijdstip en de vorm van evaluatieopdrachten en de examens;
2) de vermelding dat de GI-afdeling elke genomen beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, schriftelijk motiveert, en de vermelding dat, op verzoek van de betrokken personen, binnen een aangeduide termijn een overleg zal plaatsvinden;
3) de mogelijkheid voor de betrokken personen om in beroep te gaan tegen een beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend. Met betrekking tot het beroep worden ook de volgende gegevens verstrekt: de procedure met de overeenkomstige redelijke en haalbare termijnen, de vormvereisten, de principes van de werking met inbegrip van de stemprocedure, en de samenstelling van een beroepscommissie;
5° voor leerlingen die met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, een structuuronderdeel volgen in een school voor secundair onderwijs, de basisprincipes over de manier waarop de GI-afdeling afspraken wil maken met de school voor secundair onderwijs over de begeleiding en evaluatie;
6° de samenwerking met andere onderwijsinstellingen, vormingsinstellingen of organisaties, voor zover dat van toepassing is;
7° de basisprincipes van het beleid van de GI-afdeling met betrekking tot reclame en sponsoring.
Bij de totstandkoming van het afdelingsreglement en bij wijzigingen ervan overlegt het schoolbestuur met de gemeenschapsinstelling.
Art. 19. L'autorité scolaire élabore un règlement de division définissant les droits et obligations de chaque élève.
L'autorité scolaire informe l'élève et les personnes intéressées du règlement de division au début du parcours d'enseignement. Une modification du règlement de division peut produire ses effets au plus tôt l'année scolaire suivante, à moins que cette modification ne soit la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
Le règlement de division comprend au moins les éléments suivants :
1° les règles de conduite ;
2° la procédure d'imposition d'une suspension préventive, d'une mesure d'ordre et d'une mesure disciplinaire sous la forme d'une exclusion temporaire telle que visée à l'article 20 ;
3° la politique de participation ;
4° les principes de base de la politique scolaire pour les situations dans lesquelles la division IC offre elle-même une subdivision structurelle à un élève en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°. Ces principes de base portent sur :
a) les dispenses de certaines parties du programme d'études ;
b) l'organisation de l'évaluation des élèves, en particulier :
1) la mention selon laquelle la division IC communiquera régulièrement ou en temps opportun sur les principes de base de l'évaluation des élèves, les progrès des études, le calendrier et le format des évaluations et des examens ;
2) la mention selon laquelle la division IC motive par écrit toute décision prise par le conseil de classe de ne pas accorder à l'élève la validation d'études visée, et la mention selon laquelle, à la demande des personnes intéressées, une concertation aura lieu dans un délai déterminé ;
3) la possibilité pour les personnes intéressées d'introduire un recours contre une décision du conseil de classe de ne pas accorder à l'élève la validation d'études visée. Les informations suivantes relatives au recours sont également fournies : la procédure accompagnée des délais raisonnables et réalisables correspondants, les formalités, les principes de fonctionnement, y compris la procédure de vote, et la composition d'une commission de recours ;
5° pour les élèves qui suivent une subdivision structurelle dans une école d'enseignement secondaire en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, les principes de base sur la manière dont la division IC entend conclure des accords avec l'école d'enseignement secondaire en matière d'encadrement et d'évaluation ;
6° la collaboration avec d'autres établissements d'enseignement, institutions de formation ou organisations, le cas échéant ;
7° les principes de base de la politique de la division IC en matière de publicité et de sponsoring.
L'autorité scolaire se concerte avec l'institution communautaire lors de l'établissement du règlement de division et de toute modification de celui-ci.
HOOFDSTUK 8. - Schending van de leefregels
CHAPITRE 8. - Violation des règles de conduite
Art. 20. § 1. Het schoolbestuur en de gemeenschapsinstelling bepalen gezamenlijk de leefregels die van toepassing zijn en ontwikkelen een kader dat bepaalt op welke wijze in de GI-afdeling wordt omgegaan met schending van de leefregels, welke maatregelen kunnen worden genomen bij een schending van de leefregels en wie die maatregelen neemt.
De leefregels, vermeld in het eerste lid, houden verband met de werking van de GI-afdeling of het functioneren van de leerling in de GI-afdeling.
§ 2. Bij het opleggen van een ordemaatregel naar aanleiding van een schending van een leefregel zijn de volgende principes van toepassing:
1° een ordemaatregel is proportioneel en staat in verhouding tot het gestelde gedrag;
2° de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling worden ingelicht over de ordemaatregel;
3° een ordemaatregel kan niet raken aan het recht op studiebekrachtiging.
§ 3. Als een leerling gedurende meer dan een aansluitende lesdag de lessen of de gelijkgestelde activiteiten niet kan volgen, wordt een tuchtmaatregel opgelegd in de vorm van een tijdelijke uitsluiting. Bij het opleggen van een tuchtmaatregel in de vorm van een tijdelijke uitsluiting wordt een procedure gevolgd die de rechten van verdediging waarborgt en waarbij de volgende principes van toepassing zijn:
1° de betrokken personen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de intentie om een tuchtmaatregel uit te spreken;
2° de betrokken personen en de leerling, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon, worden gehoord;
3° er wordt tijdens de procedure met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen;
4° voordat de tuchtmaatregel van kracht wordt, worden de betrokken personen schriftelijk op de hoogte gebracht van elke beslissing;
5° de tuchtmaatregel is in verhouding tot de ernst van de feiten;
6° de betrokken personen hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling.
Een leerling kan maximaal voor vijftien opeenvolgende lesdagen uitgesloten worden. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan pas na een nieuw feit. De gegevens en documenten die betrekking hebben op de tuchtprocedure, worden opgenomen in het tuchtdossier.
§ 4. In afwachting van een eventuele tijdelijke uitsluiting kan een leerling preventief worden geschorst als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tijdelijke uitsluiting als vermeld in paragraaf 3, nodig is. Bij preventieve schorsing wordt de leerling het recht ontnomen om gedurende een periode van maximaal tien opeenvolgende lesdagen de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten te volgen.
Een preventieve schorsing kan eenmalig met maximaal tien lesdagen worden verlengd als de tuchtprocedure, vermeld in paragraaf 3, door externe factoren niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en wordt aan de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling schriftelijk meegedeeld.
Voor een preventieve schorsing wordt opgelegd of verlengd, wordt er met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen.
§ 5. Als aan een leerling een ordemaatregel als vermeld in paragraaf 2, een tuchtmaatregel als vermeld in paragraaf 3 of een preventieve schorsing als vermeld in paragraaf 4 wordt opgelegd, waardoor die leerling de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten niet kan volgen, maken de gemeenschapsinstelling en de GI-afdeling afspraken over wie belast wordt met de opvang van de leerling.
Art. 20. § 1er. L'autorité scolaire et l'institution communautaire déterminent conjointement les règles de conduite qui s'appliquent et développent un cadre qui définit le traitement des violations de ces règles de conduite au sein de la division IC, les mesures qui peuvent être prises en cas de violation des règles de conduite et les personnes habilitées à prendre ces mesures.
Les règles de conduite visées à l'alinéa 1er, sont liées au fonctionnement de la division IC ou au fonctionnement de l'élève au sein de la division IC.
§ 2. Lorsqu'une mesure d'ordre est imposée à la suite de la violation d'une règle de conduite, les principes suivants s'appliquent :
1° une mesure d'ordre est proportionnelle et en rapport avec le comportement adopté ;
2° les personnes intéressées et l'institution communautaire sont informées de la mesure d'ordre ;
3° une mesure d'ordre ne peut pas affecter le droit à la validation d'études.
§ 3. Si un élève n'est pas en mesure d'assister aux cours ou aux activités équivalentes pendant plus d'un jour de cours consécutif, une mesure disciplinaire est imposée sous la forme d'une exclusion temporaire. L'imposition d'une mesure disciplinaire sous la forme d'une exclusion temporaire suit une procédure qui garantit les droits de défense et dans laquelle les principes suivants s'appliquent :
1° les personnes intéressées sont informées par écrit de l'intention de prononcer une mesure disciplinaire ;
2° les personnes intéressées et l'élève, éventuellement assistés d'une personne de confiance, sont entendus ;
3° des réunions de concertation sont organisées avec l'institution communautaire au cours de la procédure afin de prendre une décision collégiale ;
4° avant que la mesure disciplinaire ne prenne effet, les personnes intéressées sont informées par écrit de toute décision ;
5° la mesure disciplinaire est proportionnée à la gravité des faits ;
6° les personnes intéressées ont accès au dossier disciplinaire de l'élève.
Un élève peut être exclu pour un maximum de 15 jours de cours consécutifs. Une nouvelle exclusion temporaire peut uniquement être imposée après un nouveau fait. Les informations et les documents relatifs à la procédure disciplinaire sont versés au dossier disciplinaire.
§ 4. Dans l'attente d'une éventuelle exclusion temporaire, un élève peut être suspendu à titre préventif afin de faire respecter les règles de conduite et d'évaluer si une exclusion temporaire telle que visée au paragraphe 3, est nécessaire. Dans le cas d'une suspension préventive, l'élève est privé du droit de suivre les activités de cours ou les activités équivalentes pour une période de maximum dix jours de cours consécutifs.
Une suspension préventive peut être prolongée une fois pour un maximum de dix jours de cours si la procédure disciplinaire visée au paragraphe 3, ne peut être accomplie dans cette période initiale en raison de facteurs externes. La suspension peut prendre immédiatement effet et est notifiée par écrit aux personnes intéressées et à l'institution communautaire.
Avant qu'une suspension préventive ne soit imposée ou prolongée, une concertation est organisée avec l'institution communautaire afin de prendre une décision collégiale.
§ 5. Si un élève fait l'objet d'une mesure d'ordre telle que visée au paragraphe 2, d'une mesure disciplinaire telle que visée au paragraphe 3 ou d'une suspension préventive telle que visée au paragraphe 4, empêchant cet élève de participer aux activités de cours ou aux activités équivalentes, l'institution communautaire et la division IC prennent des dispositions quant à la personne qui sera chargée de s'occuper de l'élève.
HOOFDSTUK 9. - Leerplicht
CHAPITRE 9. - Obligation scolaire
Art. 21. Elke leerplichtige jongere die geplaatst wordt in een gemeenschapsinstelling, volgt een onderwijstraject in de GI-afdeling van die gemeenschapsinstelling, waarmee voldaan is aan de leerplicht. Elke meerderjarige die geplaatst is in een gemeenschapsinstelling, kan ervoor kiezen om een onderwijstraject te volgen in de GI-afdeling van die gemeenschapsinstelling.
Voor een minderjarige jongere die geplaatst wordt in de gemeenschapsinstelling en die een vrijstelling van de leerplicht als vermeld in artikel 123/5 van de Codex Secundair Onderwijs heeft of die niet meer aan de leerplicht onderworpen is op basis van artikel 1, § 3, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht kunnen de betrokken personen in samenspraak met de jongere ervoor kiezen dat die jongere een onderwijstraject in de GI-afdeling van die gemeenschapsinstelling volgt.
Art. 21. Tout jeune en âge d'obligation scolaire placé dans une institution communautaire suit un parcours d'enseignement dans la division IC de cette institution communautaire, remplissant ainsi l'obligation scolaire. Toute personne majeure placée dans une institution communautaire peut choisir de suivre un parcours d'enseignement dans la division IC de cette institution communautaire.
En ce qui concerne tout jeune mineur placé dans l'institution communautaire qui bénéficie d'une dispense de l'obligation scolaire visée à l'article 123/5 du Code de l'Enseignement secondaire ou qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire sur la base de l'article 1er, § 3, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, les personnes intéressées peuvent, en concertation avec le jeune, opter pour que ce dernier suive un parcours d'enseignement dans la division IC de cette institution communautaire.
HOOFDSTUK 10. - Omkadering
CHAPITRE 10. - Encadrement
Afdeling 1. - Berekening van de omkadering
Section 1re. - Calcul de l'encadrement
Art. 22. Per schooljaar heeft het schoolbestuur voor zijn GI-afdeling recht op omkadering die wordt berekend op basis van de volgende formule: de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstelling op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, die door de Vlaamse Regering wordt bepaald conform artikel 40, § 1, van het decreet Jeugddelinquentierecht, vermenigvuldigd met 2571 ORE.
Art. 22. Pour chaque année scolaire, l'autorité scolaire a droit à un encadrement calculé sur la base de la formule suivante : la capacité maximale de l'institution communautaire le premier jour d'école d'octobre de l'année scolaire en cours, déterminée par le Gouvernement flamand conformément à l'article 40, § 1, du décret relatif à la délinquance juvénile, multipliée par 2571 ORE.
Afdeling 2. - Aanwending van de omkadering
Section 2. - Utilisation de l'encadrement
Art. 23. De Vlaamse Regering bepaalt:
1° de personeelscategorieën voor de GI-afdelingen en deelt die in wervings-, selectie- en bevorderingsambten in;
2° het aantal ORE dat aan elk ambt wordt toegekend. Het aantal ORE van een ambt wordt vastgelegd op basis van een bekwaamheidsbewijs of een salarisschaal.
Art. 23. Le Gouvernement flamand détermine :
1° les catégories de personnel pour les divisions GI et les classe en fonctions de recrutement, de sélection et de promotion ;
2° le nombre d'ORE attribué à chaque fonction. Le nombre d'ORE d'une fonction est fixé sur la base d'un titre ou d'une échelle de traitement.
Art. 24. Het schoolbestuur kan de ORE alleen aanwenden voor de werking van de GI-afdeling.
Het schoolbestuur beslist, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, over de aanwending van de toegekende ORE en houdt daarbij rekening met de regelgeving over de verdeling van de betrekkingen en reaffectatie en wedertewerkstelling.
Art. 24. L'autorité scolaire ne peut utiliser les ORE que pour le fonctionnement de la division IC.
Après négociation au sein du comité local compétent, l'autorité scolaire décide de l'utilisation des ORE octroyées en tenant compte à cet égard de la réglementation relative à la répartition des emplois et en matière de réaffectation et de remise au travail.
Art. 25. Het schoolbestuur krijgt voor zijn personeelsleden die aangesteld zijn binnen de toegekende ORE, een salaris als die personeelsleden voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Regering te verlenen vrijstelling;
2° de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling, vermeld in punt 1° ;
3° houder zijn van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 6°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
4° aangeworven zijn met inachtneming van de reglementering over de reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° in dienst zijn op grond van de reglementering over de omkadering.
De salarissen worden door de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.
Art. 25. L'autorité scolaire reçoit un traitement pour ses membres du personnel qui ont été désignés dans les limites des ORE octroyées si ces membres du personnel satisfont aux conditions suivantes :
1° être ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Association européenne de libre-échange, sauf exemption à accorder par le Gouvernement ;
2° jouir des droits civils et politiques, sauf exemption à accorder par le Gouvernement flamand qui va de pair avec l'exemption visée au point 1° ;
3° être titulaire des certificats d'aptitude visés à l'article 3, alinéa 1er, 6°, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ;
4° avoir été recruté conformément à la réglementation en matière de réaffectation et de remise au travail ;
5° être en fonction en vertu de la réglementation relative à l'encadrement.
Les traitements sont payés par le service compétent de la Communauté flamande, directement et sur une base mensuelle, aux membres du personnel concernés.
HOOFDSTUK 11. - Werkingsbudget
CHAPITRE 11. - Budget de fonctionnement
Afdeling 1. - Berekening van het werkingsbudget
Section 1re. - Calcul du budget de fonctionnement
Art. 26. Per schooljaar heeft het schoolbestuur voor zijn GI-afdeling recht op een werkingsbudget dat wordt berekend op basis van de volgende formule: de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstelling op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar die door de Vlaamse Regering wordt bepaald conform artikel 40, § 1, van het decreet Jeugddelinquentierecht, vermenigvuldigd met 500 euro. Dat bedrag is de geldwaarde.
Vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt de geldwaarde, vermeld in het eerste lid, jaarlijks vermenigvuldigd met de coëfficiënt A1.
De coëfficiënt A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
Het werkingsbudget dat verkregen is met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt voor het gemeenschapsonderwijs aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs.
Het werkingsbudget dat verkregen is met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 procent van de werkingsbudgetten van het schooljaar in kwestie vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli uitbetaald wordt.
Als het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin het werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie is opgenomen, aanleiding geeft tot een hoger budget voor de besturen, wordt het bijkomende budget uitbetaald binnen twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van het decreet in kwestie.
Art. 26. Pour chaque année scolaire, l'autorité scolaire a droit pour sa division IC à un budget de fonctionnement calculé sur la base de la formule suivante : la capacité maximale de l'institution communautaire le premier jour d'école d'octobre de l'année scolaire en cours, déterminée par le Gouvernement flamand conformément à l'article 40, § 1er, du décret relatif à la délinquance juvénile, multipliée par 500 euros. Ce montant est la valeur monétaire.
A partir de l'année scolaire 2026-2027, la valeur monétaire visée à l'alinéa 1er, sera multipliée annuellement par le coefficient A1.
Le coefficient A1 est calculé comme suit : A1 = (Cx-1/Cx-2), où :
1° Cx-1 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
2° Cx-2 : l'indice santé du mois de janvier de l'exercice budgétaire x-2.
Le budget de fonctionnement obtenu en application des alinéas 1er et 2, est octroyé pour l'enseignement communautaire, aux conseils d'administration des groupes d'écoles conformément aux dispositions de l'article 36, 2°, du décret spécial du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement communautaire.
Le budget de fonctionnement obtenu en application des alinéas 1er et 2, est versé chaque année scolaire en deux tranches au moins, la somme des tranches versées avant le 1er février représentant au moins 50 % des budgets de fonctionnement de l'année scolaire concernée et le solde étant versé avant le 1er juillet.
Si le décret ajustant le budget général des dépenses de l'année budgétaire au cours de laquelle le budget de fonctionnement pour l'année scolaire concernée a été repris donne lieu à une augmentation du budget pour les autorités, le budget supplémentaire est versé dans les deux mois suivant la ratification du décret en question par le Gouvernement flamand.
Afdeling 2. - Aanwending van het werkingsbudget
Section 2. - Utilisation du budget de fonctionnement
Art. 27. Het schoolbestuur kan het werkingsbudget alleen aanwenden voor de werking van de GI-afdeling.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de besteding van het werkingsbudget gecontroleerd wordt. Die controle mag geen betrekking hebben op de opportuniteit.
Art. 27. L'autorité scolaire ne peut utiliser le budget de fonctionnement que pour le fonctionnement de la division IC.
Le Gouvernement flamand fixe les modalités de contrôle de l'affectation du budget de fonctionnement. Ce contrôle ne peut pas porter sur l'opportunité.
Art. 28. § 1. Het schoolbestuur kan ten laste van de eigen middelen en ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, personeel aanwerven.
Die personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 2. Het schoolbestuur kan personeel aanwerven:
1° ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26;
2° ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door VDAB, of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling, uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie;
3° ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken.
Het schoolbestuur kan de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel.
De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt ingericht, kan niet vacant worden verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.
Het personeelslid dat door een schoolbestuur wordt aangeworven met toepassing van het tweede lid, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 is op dat personeelslid van toepassing.
De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug.
Art. 28. § 1er. L'autorité scolaire peut engager du personnel à charge des fonds propres et à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 26.
Ces membres du personnel tombent sous le coup de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
§ 2. L'autorité scolaire peut engager du personnel :
1° à charge du budget de fonctionnement visé à l'article 26 ;
2° à charge de la prime de soutien flamande, versée par le VDAB, ou à charge d'une ou plusieurs primes en cas de travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle versée(s) par le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
3° à charge des subventions octroyées par le domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, pour renforcer la qualité de l'enseignement.
L'autorité scolaire peut recourir à la possibilité visée à l'alinéa 1er, pour les catégories de personnel visées à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, à l'exception du personnel de maîtrise, spécialisé et de service statutaires.
L'emploi organisé avec les moyens visés à l'alinéa 1er, ne peut pas être déclaré vacant et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel à cet emploi.
Le membre du personnel qui est engagé par une autorité scolaire en application de l'alinéa 2, est toujours désigné en qualité de membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire lui est applicable.
Le service compétent de la Communauté flamande paie le traitement ou la subvention-traitement directement aux membres du personnel concernés. Le service compétent de la Communauté flamande récupère le traitement brut ou la subvention-traitement brute, majorés des indemnités, des allocations, du pécule de vacances, de la prime de fin d'année et de la cotisation patronale auprès de l'autorité scolaire.
HOOFDSTUK 12. - Terbeschikkingstelling van gebouwen aan de GI-afdelingen
CHAPITRE 12. - Mise à disposition de bâtiments aux divisions GI
Art. 29. De gemeenschapsinstelling stelt gebouwen of lokalen ter beschikking aan de GI-afdeling die in de gemeenschapsinstelling is gevestigd, voor de uitvoering van de toegewezen opdrachten van de GI-afdeling, geregeld bij dit decreet. De gemeenschapsinstelling garandeert dat die gebouwen of lokalen voldoen aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°.
De gemeenschapsinstelling en het schoolbestuur bepalen gezamenlijk eventuele andere modaliteiten met betrekking tot de terbeschikkingstelling.
Art. 29. L'institution communautaire met à la disposition de la division IC située dans l'institution communautaire des bâtiments ou des locaux pour l'exécution des missions assignées à la division IC régies par le présent décret. L'institution communautaire garantit que ces bâtiments ou locaux répondent aux conditions d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité visées à l'article 5, alinéa 1er, 2°.
L'institution communautaire et l'autorité scolaire déterminent conjointement toute autre modalité éventuelle concernant la mise à disposition.
HOOFDSTUK 13. - Zorgvuldig bestuur
CHAPITRE 13. - Gestion consciencieuse
Art. 30. In een GI-afdeling wordt geen politieke propaganda gevoerd en er worden geen politieke activiteiten georganiseerd.
Onder politieke activiteiten worden alle activiteiten verstaan die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen.
Art. 30. Une division IC est exempte de toute propagande politique et aucune activité politique n'y est organisée.
Par activités politiques, on entend toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques.
Art. 31. Als het schoolbestuur sponsoring of mededelingen in de GI-afdeling toestaat die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waakt het schoolbestuur erover dat:
1° door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen vrij blijven van die mededelingen;
2° activiteiten vrij blijven van die mededelingen, met uitzondering van mededelingen die er louter op attenderen dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit georganiseerd werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet, of voor een reële prijs verricht werd door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;
3° die sponsoring en mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;
4° die sponsoring en mededelingen de objectiviteit, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
Art. 31. Si l'autorité scolaire autorise le sponsoring ou des communications au sein de la division IC ayant directement ou indirectement pour but de promouvoir la vente de produits ou de services, elle veille à ce que :
1° le matériel pédagogique fourni par l'autorité scolaire reste exempt de ces communications ;
2° les activités restent exemptes des communications précitées, à l'exception des communications qui se limitent à attirer l'attention sur le fait que l'activité ou une partie de celle-ci a été organisée au moyen d'un don, d'une donation ou d'une prestation à titre gratuit ou pour un prix réel par une personne physique, une personne morale ou une association de fait nommément désignée ;
3° le sponsoring et les communications ne soient pas manifestement incompatibles avec les tâches et les objectifs pédagogiques et éducatifs de l'école ;
4° le sponsoring et les communications précitées ne compromettent pas l'objectivité, la crédibilité, la fiabilité et l'indépendance de l'école.
Art. 32. In een GI-afdeling kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. Een GI-afdeling vraagt ook geen bijdragen aan de betrokken personen.
Art. 32. Aucun droit d'inscription direct ou indirect ne peut être réclamé dans une division IC. Une division IC ne demande pas non plus de contributions aux personnes intéressées.
HOOFDSTUK 14. - Sancties en terugvorderingen
CHAPITRE 14. - Sanctions et recouvrements
Art. 33. § 1. Als de onderwijsinspectie of de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap niet-naleving vaststellen, kan de Vlaamse Regering na aanmaning een sanctie opleggen voor:
1° de niet-naleving van de procedure voor het schorsen en uitsluiten van leerlingen;
2° elke onnauwkeurige verklaring, afgelegd met de bedoeling om de berekening van de omkadering of het werkingsbudget te beïnvloeden;
3° elke inbreuk op de aanwending van de omkadering of het werkingsbudget;
4° elke onnauwkeurige verklaring over de bezoldiging van het personeel;
5° elke inbreuk op de bepalingen over zorgvuldig bestuur.
§ 2. De sanctie, vermeld in paragraaf 1, kan bestaan uit:
1° een tijdelijke inhouding op het werkingsbudget;
2° een gedeeltelijke terugbetaling van het werkingsbudget.
De inhouding of terugvordering kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de GI-afdeling waarin de overtreding is vastgesteld.
De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Ze waarborgt daarmee de rechten van de verdediging en stelt een beroepsmogelijkheid vast.
Art. 33. § 1er. Si l'inspection de l'enseignement ou les services compétents de la Communauté flamande constatent un non-respect, le Gouvernement flamand peut, après sommation, infliger une sanction pour :
1° le non-respect de la procédure de suspension et d'exclusion des élèves ;
2° toute déclaration inexacte faite dans l'intention d'influencer le calcul de l'encadrement ou du budget de fonctionnement ;
3° toute infraction à l'utilisation de l'encadrement ou du budget de fonctionnement ;
4° toute déclaration inexacte sur la rémunération du personnel ;
5° toute infraction aux dispositions en matière de gestion consciencieuse.
§ 2. La sanction visée au paragraphe 1er, peut consister en :
1° une retenue temporaire sur le budget de fonctionnement ;
2° un remboursement partiel du budget de fonctionnement.
La retenue ou le recouvrement ne peut pas excéder dix pour cent du budget de fonctionnement de la division IC où l'infraction a été constatée.
Le Gouvernement flamand précise les modalités pour la constatation des infractions et pour l'application des sanctions. Il garantit ainsi les droits de la défense et établit une possibilité de recours.
Art. 34. Alle bedragen die ten onrechte uitbetaald zijn, worden teruggevorderd van het schoolbestuur.
De bedragen die ten onrechte uitbetaald zijn voor rekening van het schoolbestuur, kunnen ook teruggevorderd worden door inhouding op het nog uit te betalen werkingsbudget.
Een salarisgedeelte dat ten onrechte uitbetaald is, wordt teruggevorderd van het betrokken personeelslid als het schoolbestuur niet verantwoordelijk is voor de onterechte uitbetaling.
Art. 34. Tous les montants payés indûment sont récupérés auprès de l'autorité scolaire.
Les montants qui ont été payés indûment pour le compte de l'autorité scolaire peuvent également être récupérés par retenue sur le budget de fonctionnement restant à verser.
Toutefois, une partie du traitement payée indûment est récupérée auprès du membre du personnel concerné si l'autorité scolaire n'est pas responsable du paiement indu.
HOOFDSTUK 15. - Kwaliteitstoezicht
CHAPITRE 15. - Surveillance de la qualité
Art. 35. Het kwaliteitstoezicht op een GI-afdeling verloopt conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
Art. 35. La surveillance de la qualité dans une division IC se déroule conformément aux dispositions du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 16. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
Section 1re. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire
Art. 36. In artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, worden de woorden "de instellingen van het secundair onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede "de instellingen van het secundair onderwijs, de GI-afdelingen en de academies voor deeltijds kunstonderwijs".
Art. 36. A l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2023, les mots " les établissements d'enseignement secondaire et les académies d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par le membre de phrase " les établissements d'enseignement secondaire, les divisions IC et les académies d'enseignement artistique à temps partiel ".
Art. 37. Aan artikel 3 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, wordt een punt 46° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"46° GI-afdeling: een entiteit als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.".
Art. 37. A l'article 3 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2023, est ajouté un point 46°, rédigé comme suit :
" 46° division IC : une entité telle que visée à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile. ".
Art. 38. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 april 2018, worden tussen de woorden "een CLB" en de woorden "zijn er daarnaast toe gehouden" de woorden "en een GI-afdeling" ingevoegd.
Art. 38. A l'article 11 du même décret, modifié par le décret du 27 avril 2018, les mots " et d'une division IC " sont insérés entre les mots " d'un centre d'encadrement des élèves " et les mots " sont également tenus ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
Section 2. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 39. In artikel 3, 24°, tweede streepje, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan" vervangen door de zinsnede "in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand".
Art. 39. A l'article 3, 24°, deuxième tiret, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, remplacé par le décret du 19 juillet 2013, le membre de phrase " dans le cadre de l'application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 déterminant les conditions auxquelles l'obligation scolaire peut être remplie dans certains établissements communautaires d'observation et d'éducation et dans les centres d'accueil et d'orientation relevant de l'assistance spéciale à la jeunesse " est remplacé par le membre de phrase " dans des centres d'accueil et d'orientation et dans les centres d'observation relevant de l'assistance spéciale à la jeunesse ".
Art. 40. In artikel 26quater/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 3, 24°, tweede streepje".
Art. 40. A l'article 26quater/1 du même décret, inséré par le décret du 19 juillet 2013, le membre de phrase " tel que visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 déterminant les conditions auxquelles l'obligation scolaire peut être remplie dans certains établissements communautaires d'observation et d'éducation et dans les centres d'accueil et d'orientation relevant de l'assistance spéciale à la jeunesse " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 3, 24°, deuxième tiret ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
Section 3. - Modifications du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement
Art. 41. In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"9° /1 GI-afdeling: een entiteit als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;";
2° in punt 16° /1 wordt tussen het woord "onderwijsinstellingen" en het woord "uitzet", de zinsnede ", met uitzondering van de GI-afdelingen," ingevoegd;
3° er wordt een punt 16° /3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"16° /3/1 referentiekader kwaliteit van de GI-afdelingen: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle onderwijstrajecten door de GI-afdelingen uitzet. Dat kader is opgebouwd rond de volgende vier rubrieken: resultaten en effecten, stimuleren van ontwikkeling, kwaliteitsontwikkeling en beleid, en het houdt rekening met de context en input van de onderwijsinstelling;";
4° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit decreet, worden de GI-afdeling en de school voor secundair onderwijs waaraan de GI-afdeling verbonden is, als twee aparte onderwijsinstellingen beschouwd.".
Art. 41. A l'article 2 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 9° /1, rédigé comme suit :
" 9° /1 division IC : une entité telle que visée à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ; " ;
2° au point 16° /1, le membre de phrase " , à l'exception des divisions GI " est inséré entre les mots " les établissements d'enseignement " et le membre de phrase " ; le cadre repose " ;
3° il est inséré un point 16° /3, rédigé comme suit :
" 16° /3/1 cadre de référence pour la qualité des divisions IC : le cadre qui décrit les attentes en matière de parcours d'enseignement de qualité au sein des divisions IC. Le cadre repose sur les quatre rubriques suivantes : résultats et effets, stimulation du développement, développement de la qualité et politique et tient compte du contexte et de la contribution de l'établissement d'enseignement ; " ;
4° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Aux fins de l'application du présent décret, la division IC et l'école d'enseignement secondaire à laquelle la division IC est rattachée sont considérées comme deux établissements d'enseignement distincts. ".
Art. 42. In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 5 mei 2023 en 6 juni 2023, wordt de zinsnede "kunstonderwijs," vervangen door de zinsnede "kunstonderwijs, de GI-afdelingen,".
Art. 42. A l'article 3 du même décret, modifié par les décrets du 5 mai 2023 et du 6 juin 2023, le membre de phrase " l'enseignement artistique à temps partiel, " est remplacé par le membre de phrase " l'enseignement artistique à temps partiel, aux divisions IC, ".
Art. 43. Aan artikel 4, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 maart 2018, 5 mei 2023 en 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen het woord "onderwijsinstelling" en het woord "is" de zinsnede ", met uitzondering van een GI-afdeling," ingevoegd;
2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat een GI-afdeling:
1° de reglementering respecteert die van toepassing is op een GI-afdeling;
2° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van de GI-afdelingen, vastgelegd door de Vlaamse Regering.".
Art. 43. A l'article 4, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 23 mars 2018, 5 mai 2023 et 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , à l'exception d'une division IC, " est inséré entre les mots " Tout établissement d'enseignement " et les mots " est responsable " ;
2° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" La fourniture d'un enseignement de qualité tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, implique au minimum que la division IC :
1° respecte la réglementation qui lui est applicable ;
2° rencontre les attentes en termes de qualité figurant dans le cadre de référence pour la qualité des divisions GI fixé par le Gouvernement flamand. ".
Art. 44. In artikel 16, § 1, 2°, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede "secundair onderwijs," en het woord "het" de zinsnede "de GI-afdelingen," ingevoegd.
Art. 44. A l'article 16, § 1er, 2°, du même décret, le membre de phrase " les divisions GI, " est inséré entre le membre de phrase " l'enseignement secondaire, " et les mots " l'éducation des adultes ".
Art. 45. In artikel 38, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de woorden "van een onderwijsinstelling" en het woord "gaat" de zinsnede ", met uitzondering van een GI-afdeling," ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Tijdens een doorlichting van een GI-afdeling gaat de onderwijsinspectie na of de GI-afdeling:
1° de reglementering die van toepassing is op een GI-afdeling respecteert;
2° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van de GI-afdelingen, vermeld in artikel 4, § 2, vijfde lid.";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit en op basis van het referentiekader kwaliteit van de GI-afdelingen, vermeld in artikel 4, § 2, eerste tot en met vijfde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.";
4° in paragraaf 4, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit of het referentiekader kwaliteit van de GI-afdelingen, vermeld in artikel 4, § 2, eerste tot en met vijfde lid;".
Art. 45. A l'article 38 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'exception d'une division IC, " est inséré entre le membre de phrase " d'un établissement d'enseignement, " et les mots " l'inspection vérifie ".
2° au paragraphe 1er est inséré entre les alinéas 4 et 5 un alinéa rédigé comme suit :
" Pendant l'audit d'une division IC, l'inspection de l'enseignement vérifie si la division IC :
1° respecte la réglementation qui lui est applicable ;
2° rencontre les attentes en termes de qualité figurant dans le cadre de référence pour la qualité des divisions GI visé à l'article 4, § 2, alinéa 5. " ;
3° au paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" En s'appuyant sur le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement, le cadre de référence pour la qualité du centre d'encadrement des élèves, le cadre de référence pour un soutien à l'apprentissage de qualité, le cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement et le cadre de référence pour la qualité des divisions GI, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er à 5, l'inspection de l'enseignement élabore le cadre de contrôle et les instruments d'audit et les rend publics. " ;
4° au paragraphe 4, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° d'une série de données prédéfinies et communiquées au sujet de l'établissement. Ces données sont liées à des éléments du cadre de référence pour la qualité de l'enseignement, du cadre de référence pour la qualité du centre d'encadrement des élèves, du cadre de référence pour un soutien à l'apprentissage de qualité, du cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement ou du cadre de référence pour la qualité des divisions GI, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er à 5 ; ".
Art. 46. In artikel 44bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de woorden "de centra voor leerlingenbegeleiding" telkens vervangen door de woorden "de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-afdelingen".
Art. 46. A l'article 44bis, § 2, du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2021, les mots " centres d'encadrement des élèves " sont à chaque fois remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves et divisions GI ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
Section 4. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 47. In artikel 2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 juli 2023, wordt een paragraaf 7 toegevoegd die luidt als volgt:
" § 7. De codificatie is niet van toepassing op de GI-afdelingen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.".
Art. 47. A l'article 2 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié en dernier lieu par le décret du 14 juillet 2023, est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
" § 7. La codification ne s'applique pas aux divisions GI, sauf disposition contraire expresse. ".
Art. 48. In artikel 3 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 juli 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 14° /4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"14° /4 GI-afdeling: een entiteit als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;";
2° in punt 15° /1 wordt het tweede streepje vervangen door wat volgt:
"- onder huisonderwijs wordt ook het onderwijs verstaan dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in de onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand;".
Art. 48. A l'article 3 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 14 juillet 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 14° /4, rédigé comme suit :
" 14° /4 division IC : une entité telle que visée à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ; " ;
2° au point 15° /2, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit :
" - on entend également par enseignement à domicile l'enseignement dispensé à un élève en âge d'obligation scolaire dans les centres d'accueil et d'orientation et dans les centres d'observation relevant de l'assistance spéciale à la jeunesse ; ".
Art. 49. Aan artikel 35 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor een leerling die een onderwijstraject volgt in een GI-afdeling, wordt de bijdrageregeling opgeschort in de school waar de leerling conform artikel 253 of 295 als regelmatige leerling blijft ingeschreven. Die opschorting geldt gedurende de volledige periode dat de leerling een onderwijstraject volgt in een GI-afdeling.".
Art. 49. A l'article 35 du même code, modifié par le décret du 5 avril 2019, est ajouté un alinéa 3 rédigé comme suit :
" Pour un élève qui suit un parcours d'enseignement dans une division IC, le régime de contribution est suspendu dans l'école où l'élève reste inscrit comme élève régulier conformément à l'article 253 ou 295. Cette suspension s'applique pendant toute la période au cours de laquelle l'élève suit un parcours d'enseignement dans une division IC. ".
Art. 50. Aan artikel 98 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden een paragraaf 3 en een paragraaf 4 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 3. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die ingeschreven zijn in het officieel voltijds secundair onderwijs, maar die les volgen in een GI-afdeling, kunnen in samenspraak met de leerling conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, ervoor kiezen dat de leerplichtige leerling via interactief afstandsonderwijs de cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer die werd gekozen bij de inschrijving in het officieel voltijds secundair onderwijs of bij wijziging voor het volgende schooljaar, vermeld in paragraaf 1, te blijven volgen.
§ 4. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die niet ingeschreven zijn in het voltijds secundair onderwijs en die les volgen in een GI-afdeling, kunnen in samenspraak met de leerling ervoor kiezen dat de leerling een cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer volgt in een school van het officieel voltijds secundair onderwijs via interactief afstandsonderwijs, zonder dat de leerling ingeschreven wordt in die school.
De keuze om een cursus in een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer, vermeld in het eerste lid, te volgen is alleen mogelijk als de school van het officieel voltijds secundair onderwijs ermee instemt om de voormelde cursus voor die leerling via interactief afstandsonderwijs in te richten. De school voor het officieel voltijds secundair onderwijs is in afwijking van artikel 97 niet verplicht om ten minste twee lesuren onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer of in de niet-confessionele zedenleer aan te bieden aan die leerling. De GI-afdeling, de betrokken personen en de school voor het officieel voltijds secundair onderwijs die het levensbeschouwelijk onderwijs via interactief afstandsonderwijs organiseert, maken concrete afspraken voor de verdere invulling van het levensbeschouwelijk onderwijs.".
Art. 50. A l'article 98 du même code, modifié par le décret du 16 juin 2017, sont ajoutés des paragraphes 3 et 4, rédigés comme suit :
" § 3. Les personnes intéressées des élèves en âge de scolarité obligatoire qui sont inscrits dans l'enseignement secondaire officiel à temps plein, mais qui suivent des cours dans une division IC, peuvent, en concertation avec l'élève conformément à l'article 10 du décret du ... ] relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, choisir que l'élève en âge de scolarité obligatoire continue à suivre, par le biais de l'apprentissage interactif à distance, l'enseignement de l'une des religions reconnues ou de la morale non confessionnelle qui a été choisi au moment de l'inscription dans l'enseignement secondaire officiel à temps plein ou lors du changement pour l'année scolaire suivante, visé au paragraphe 1er.
§ 4. Les personnes intéressées des élèves en âge de scolarité obligatoire qui ne sont pas inscrits dans l'enseignement secondaire à temps plein et qui suivent des cours dans une division IC peuvent, en concertation avec l'élève, choisir que ce dernier suive l'enseignement de l'une des religions reconnues ou de la morale non confessionnelle dans une école d'enseignement secondaire officiel à temps plein par le biais de l'enseignement interactif à distance, sans que l'élève ne soit inscrit dans cette école.
Le choix de suivre l'enseignement de l'une des religions reconnues ou de la morale non confessionnelle visé à l'alinéa 1er, n'est possible que si l'école d'enseignement secondaire officiel à temps plein accepte d'organiser pour cet élève l'enseignement précité par le biais de l'apprentissage interactif à distance. Par dérogation à l'article 97, l'école d'enseignement secondaire officiel à temps plein n'est pas tenue de dispenser à cet élève au moins deux heures d'enseignement des religions reconnues et de la morale reposant sur ces religions ou de la morale non confessionnelle. La division IC, les personnes intéressées et l'école d'enseignement secondaire officiel à temps plein qui organise l'enseignement confessionnel par le biais de l'apprentissage interactif à distance prennent des dispositions concrètes pour la poursuite de la mise en oeuvre de l'enseignement confessionnel. ".
Art. 51. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 juli 2023, wordt een artikel 98/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 98/1 De betrokken personen van leerlingen die ingeschreven zijn in het vrij voltijds secundair onderwijs, maar die les volgen in een GI-afdeling, kunnen conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, ervoor kiezen dat de leerling via interactief afstandsonderwijs de lessen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing die in die vrije school worden ingericht, volgt. De keuze wordt gemaakt in samenspraak met de leerling.".
Art. 51. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 14 juillet 2023, est inséré un article 98/1, rédigé comme suit :
" Art. 98/1 Conformément à l'article 10 du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, les personnes intéressées des élèves inscrits dans l'enseignement secondaire libre à temps plein, mais qui suivent les cours dans une division IC, peuvent choisir que l'élève suive, par le biais de l'enseignement interactif à distance, les cours de religion, de morale non confessionnelle ou une formation culturelle organisés dans cette école libre. Le choix est arrêté en concertation avec l'élève. ".
Art. 52. Aan artikel 110/1, § 6, van dezelfde codex, toegevoegd bij het decreet van 7 juli 2023, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in een GI-afdeling.".
Art. 52. A l'article 110/1, § 6, du même code, inséré par le décret du 7 juillet 2023, est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Toute fréquentation de cours pour un groupe administratif déterminé dans une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, annule l'inscription précédente dans une autre école d'enseignement spécial dès le début effectif de la fréquentation de cours au sein d'une division IC. ".
Art. 53. In artikel 110/33 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "dat wordt verstrekt in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan, het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 3, 15° /1, tweede streepje".
Art. 53. A l'article 110/33 du même code, inséré par le décret du 19 juillet 2013, le membre de phrase " qui est dispensé dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 déterminant les conditions auxquelles l'obligation scolaire peut être remplie dans certains établissements communautaires d'observation et d'éducation et dans les centres d'accueil et d'orientation relevant de l'assistance spéciale à la jeunesse, de l'arrêté royal du 1er mars 2002 portant création d'un Centre pour le placement provisoire de mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et de l'arrêté royal du 12 novembre 2009 portant création d'un centre fédéral fermé pour mineurs ayant commis un fait qualifié infraction " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 3, 15° /1, deuxième tiret ".
Art. 54. In hoofdstuk 4/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 24 maart 2023 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2023 en 14 juli 2023, wordt voor artikel 122/2 een artikel 122/2/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 122/2/0 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het interactief afstandsonderwijs voor leerlingen in een GI-afdeling die via interactief afstandsonderwijs als vermeld in artikel 98, § 3 en § 4, en artikel 98/1, onderricht krijgen in een van de godsdiensten, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing als vermeld in artikel 98, § 3 en § 4, en artikel 98/1.".
Art. 54. A l'article 4/1 du même code, inséré par le décret du 24 mars 2023 et modifié par les décrets des 7 juillet 2023 et 14 juillet 2023, est inséré avant l'article 122/2 un article 122/2/0, rédigé comme suit :
" Art. 122/2/0 Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas à l'enseignement interactif à distance pour les élèves d'une division IC qui reçoivent un enseignement interactif à distance tel que visé à l'article 98, § 3 et § 4, et à l'article 98/1, dans l'une des religions, en morale non confessionnelle ou une formation culturelle telles que visées à l'article 98, § 3 et § 4, et à l'article 98/1. ".
Art. 55. Aan artikel 123/24 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 27 april 2018, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Als een GI-afdeling verbonden is aan een school, houdt de samenwerking tussen de school en het centrum, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4, de samenwerking tussen GI-afdeling en centrum in. In de afspraken over de schoolspecifieke samenwerking, vermeld in paragraaf 1, worden de afspraken over de samenwerking tussen de GI-afdeling en het centrum opgenomen.
Als een school en een centrum niet tot afspraken over een samenwerking in verband met de GI-afdeling komen, meldt de school dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de bemiddeling en de samenstelling van de bemiddelingscommissie.".
Art. 55. A l'article 123/24 du même code, inséré par le décret du 27 avril 2018, est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Si une division IC est rattachée à une école, la coopération entre l'école et le centre visée aux paragraphes 1er à 4 implique la coopération entre la division IC et le centre. Les accords de collaboration spécifique à l'école visée au paragraphe 1er, comprennent les accords de collaboration entre la division IC et le centre.
Si une école et un centre ne parviennent pas à un accord de collaboration concernant la division IC, l'école en informe les services compétents du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de médiation et la composition de la commission de médiation. ".
Art. 56. Aan artikel 136/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, vervangen bij het decreet van 19 juni 2015 en gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2016, 16 juni 2017 en 5 mei 2023, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Leerlingen die les volgen in een structuuronderdeel in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor gewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, § 3, vierde en vijfde lid, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.".
Art. 56. A l'article 136/1 du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2011, emplacé par le décret du 19 juin 2015 et modifié par les décrets des 17 juin 2016, 16 juin 2017 et 5 mai 2023, est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
" Les élèves qui suivent des cours dans une subdivision structurelle en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, peuvent également suivre partiellement des cours dans une école d'enseignement secondaire ordinaire. Il convient à cet égard de respecter les conditions visées à l'article 6, § 3, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile. ".
Art. 57. Artikel 253 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2014 en 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253. Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs blijft beschouwd worden als een regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in:
1° een school van type 5;
2° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt;
3° een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling:
1° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
2° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium;
3° in een GI-afdeling.
Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in een GI-afdeling als vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-afdeling.".
Art. 57. L'article 253 du même code, modifié par les décrets des 21 mars 2014 et 21 décembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253. Un élève de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou de l'enseignement secondaire spécial continue d'être considéré comme un élève régulier dans son école d'origine si, à la date de comptage, cet élève suit les cours dans :
1° une école de type 5 ;
2° un service de neuropsychiatrie infanto-juvénile qui reçoit une enveloppe subventionnelle du ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ;
3° une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile.
De plus l'élève visé à l'alinéa 1er, est régulièrement inscrit :
1° dans l'école dispensant la forme d'enseignement 4, type 5, rattachée à un hôpital ou à une structure résidentielle, pour des périodes d'au moins cinq jours consécutifs ou non, au cours desquelles cet élève reçoit en moyenne au moins une période de cours par jour ;
2° dans l'école dispensant la forme d'enseignement 4, type 5, rattachée à un préventorium ;
3° dans une division IC.
Si un élève est inscrit dans une école et qu'il est en même temps élève dans une division IC au sens de l'alinéa 1er, 3°, le conseil de classe de l'école reste pleinement compétent et prend à cet égard des dispositions avec la division IC. ".
Art. 58. Aan artikel 253/5 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, vervangen bij het decreet van 4 februari 2022 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2023, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in een GI-afdeling.".
Art. 58. A l'article 253/5 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, remplacé par le décret du 4 février 2022 et modifié par le décret du 7 juillet 2023, est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
" Toute fréquentation de cours pour un groupe administratif déterminé dans une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, annule l'inscription précédente dans une autre école d'enseignement ordinaire dès le début effectif de la fréquentation de cours au sein d'une division IC. ".
Art. 59. Aan artikel 253/36 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, vervangen bij het decreet van 18 februari 2022 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2023, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in een GI-afdeling.".
Art. 59. A l'article 253/36 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, remplacé par le décret du 18 février 2022 et modifié par le décret du 7 juillet 2023, est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
" Toute fréquentation de cours pour un groupe administratif déterminé dans une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, annule l'inscription précédente dans une autre école d'enseignement ordinaire dès le début effectif de la fréquentation de cours au sein d'une division IC. ".
Art. 60. Aan artikel 260/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016 en gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2017, 5 april 2019 en 5 mei 2023, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Leerlingen met een IAC-verslag of een OV4-verslag die les volgen in een structuuronderdeel in een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, § 3, vierde en vijfde lid, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.".
Art. 60. A l'article 260/1 du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par les décrets des 16 juin 2017, 5 avril 2019 et 5 mai 2023, est ajouté un alinéa 3 rédigé comme suit :
" Les élèves en possession d'un rapport IAC ou d'un rapport OV4 qui suivent les cours dans une subdivision structurelle au sein d'une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, peuvent également suivre partiellement les cours dans une école d'enseignement secondaire ordinaire. Il convient à cet égard de respecter les conditions visées à l'article 6, § 3, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile. ".
Art. 61. Artikel 295 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2014 en 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 295. Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs blijft beschouwd worden als een regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in:
1° een school van type 5;
2° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt;
3° een GI-afdeling met toepassing van artikel 6, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling:
1° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
2° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium;
3° in een GI-afdeling.
Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in een GI-afdeling als vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-afdeling.".
Art. 61. L'article 295 du même code, modifié par les décrets des 21 mars 2014 et 21 décembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 295. Un élève de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou de l'enseignement secondaire spécial continue d'être considéré comme un élève régulier dans son école d'origine si, à la date de comptage, cet élève suit les cours dans :
1° une école de type 5 ;
2° un service de neuropsychiatrie infanto-juvénile qui reçoit une enveloppe subventionnelle du ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ;
3° une division IC en application de l'article 6, § 3, alinéa 1er, 1°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile.
De plus l'élève visé à l'alinéa 1er, est régulièrement inscrit :
1° dans l'école dispensant la forme d'enseignement 4, type 5, rattachée à un hôpital ou à une structure résidentielle, pour des périodes d'au moins cinq jours consécutifs ou non, au cours desquelles cet élève reçoit en moyenne au moins une période de cours par jour ;
2° dans l'école dispensant la forme d'enseignement 4, type 5, rattachée à un préventorium ;
3° dans une division IC.
Si un élève est inscrit dans une école et qu'il est en même temps élève dans une division IC au sens de l'alinéa 1er, 3°, le conseil de classe de l'école reste pleinement compétent et prend à cet égard des dispositions avec la division IC. ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
Section 5. - Modifications de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016
Art. 62. In artikel VII.2, eerste lid, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 wordt tussen de zinsnede "het secundair onderwijs," en de woorden "de centra" de zinsnede "de GI-afdelingen, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" ingevoegd.
Art. 62. A l'article VII.2, alinéa 1er, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, le membre de phrase " les divisions GI, visées à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, " est ajouté entre le membre de phrase " l'enseignement secondaire, " et les mots " les centres ".
Art. 63. In artikel VII.5, eerste lid, van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "het secundair onderwijs," en het woord "en" de zinsnede "artikel 38 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" ingevoegd;
2° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "het secundair onderwijs," en het woord "van" de zinsnede "van artikel 36 en 37 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" ingevoegd.
Art. 63. A l'article VII.5, alinéa 1er, de la même codification, modifié par le décret du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " , à l'article 38 du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile " est inséré entre les mots " l'enseignement secondaire " et le mot " et " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " des article 36 et 37 du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, " est inséré entre le membre de phrase " l'enseignement secondaire, " et le mot " de " ;
Afdeling 6. - Wijzigingen van het Groeipakketdecreet van 2018
Section 6. - Modifications du décret Panier de croissance de 2018
Art. 64. Aan artikel 32 van het Groeipakketdecreet van 2018 wordt de zinsnede "of aan een rechthebbende leerling die een onderwijstraject volgt in een GI-afdeling als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" toegevoegd.
Art. 64. A l'article 32 du décret relatif au Panier de croissance de 2018, est ajouté le membre de phrase " ou à un élève attributaire qui suit un parcours d'enseignement au sein d'une division IC telle que visée à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ".
Art. 65. In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2019, 21 mei 2021, en 1 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "of centrum" vervangen door de zinsnede ", een centrum of een GI-afdeling";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt tussen de woorden "of uit de leertijd in een centrum" en het woord "zoals" de zinsnede "of aan het einde van een onderwijstraject in een GI-afdeling" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt tussen de woorden "of in de leertijd in een centrum" en het woord "zoals" de zinsnede "of is hij niet gestart in een onderwijstraject in een GI-afdeling" ingevoegd;
4° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen het woord "onderwijs" en het woord "die" de zinsnede "en in een GI-afdeling als vermeld in artikel 32" ingevoegd;
5° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen het woord "onderwijs" en het woord "of" de zinsnede "of een GI-afdeling als vermeld in artikel 32," ingevoegd;
6° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "en/of het werkplekleren" telkens vervangen door de zinsnede "in een GI-afdeling en/of het werkplekleren".
Art. 65. A l'article 34 du même décret, modifié par les décrets des 22 mars 2019, 21 mai 2021 et 1er juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots " ou centre " sont remplacés par le membre de phrase " , un centre ou une division IC " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, la phrase " ou à la fin d'un parcours d'enseignement au sein d'une division IC " est insérée entre les mots " dans un centre " et les mots " tel que ".
3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, la phrase " ou il n'a pas entamé un parcours d'enseignement au sein d'une division IC " est insérée entre les mots " ou dans l'apprentissage dans un centre " et les mots " tel que " ;
4° au paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " et au sein d'une division IC telle que visée à l'article 32 " est inséré entre les mots " l'enseignement secondaire " et le mot " qui " ;
5° au paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " ou au sein d'une division IC telle que visée à l'article 32 " est inséré entre le mot " secondaire " et le mot " ou " ;
6 au paragraphe 2, le membre de phrase " et/ou pendant l'apprentissage sur le lieu de travail " est à chaque fois remplacé par le membre de phrase " au sein d'une division IC et/ou pendant l'apprentissage sur le lieu de travail ".
Art. 66. In artikel 36, § 1, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "of een centrum" vervangen door de zinsnede ", een centrum of een GI-afdeling".
Art. 66. A l'article 36, § 1er, 1°, du même décret, les mots " ou un centre " sont remplacés par le membre de phrase " , un centre ou une division IC ".
Art. 67. Aan artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een rechthebbende leerling in een GI-afdeling als vermeld in artikel 32 wordt voor de toepassing van dit artikel beschouwd als een leerling in het voltijds secundair onderwijs. Als de rechthebbende leerling conform artikel 6, § 3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht een structuuronderdeel volgt in een GI-afdeling en dat structuuronderdeel behoort tot het derde leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs of beroepsonderwijs, dan wordt die leerling voor de toepassing van dit artikel ook beschouwd als een leerling in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs of beroepsonderwijs.".
Art. 67. A l'article 48, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 22 mars 2019, est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Pour l'application du présent article, un élève attributaire au sein d'une division IC telle que visée à l'article 32 est considéré comme un élève suivant l'enseignement secondaire à temps plein. Si, conformément à l'article 6, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile, l'élève attributaire de ce droit suit une subdivision structurelle au sein d'une division IC et que cette subdivision structurelle appartient à la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou de l'enseignement professionnel, cet élève est également considéré comme un élève de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou de l'enseignement professionnel pour l'application du présent article. ".
Afdeling 7. - Wijzigingen van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
Section 7. - Modifications du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves
Art. 68. In artikel 2 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"9° /1 GI-afdeling: een entiteit als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;";
2° in punt 14° wordt tussen het woord "onderwijs" en het woord "en" de zinsnede ", een GI-afdeling" ingevoegd;
3° in punt 16° wordt tussen de zinsnede "van 25 februari 1997" en het woord "en" de zinsnede ", artikel 2, 2°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" ingevoegd;
4° aan punt 17° wordt de zinsnede "of een leerling in een GI-afdeling als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" toegevoegd;
5° aan punt 21° wordt de zinsnede "en in artikel 2, 21°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" toegevoegd;
6° aan punt 22° wordt de zinsnede "of in artikel 2, 22°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" toegevoegd;
7° aan punt 23° wordt de zinsnede "en in artikel 2, 23°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht" toegevoegd;
8° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit decreet maakt een GI-afdeling deel uit van het pedagogisch geheel van de school van secundair onderwijs, vermeld in het eerste lid, 18°, waaraan de GI-afdeling verbonden is.".
Art. 68. A l'article 2 du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 9° /1, rédigé comme suit :
" 9° /1 division IC : une entité telle que visée à l'article 2, 10°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile; " ;
2° au point 14°, le membre de phrase " , une division IC " est inséré entre les mots " ou secondaire " et le mot " et " ;
3° au point 16°, le membre de phrase " , à l'article 2 du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile " est inséré entre le membre de phrase " du 25 février 1997 " et le mot " et " ;
4° au point 17° est ajouté le membre de phrase " ou un élève attributaire qui suit un parcours d'enseignement au sein d'une division IC telle que visée à l'article 2, 12°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile " ;
5° au point 21° est ajouté le membre de phrase " et à l'article 2, 21°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ; " ;
6° au point 22° est ajouté le membre de phrase " ou à l'article 2, 22°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ; " ;
7° au point 23° est ajouté le membre de phrase " et à l'article 2, 23°, du décret du 17 mai 2024 relatif à l'enseignement dans les institutions communautaires créées en exécution du droit en matière de délinquance juvénile ; " ;
8° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Aux fins de l'application du présent décret, une division IC fait partie de l'ensemble pédagogique de l'école d'enseignement secondaire visée à l'alinéa 1er, 18°, à laquelle la division IC est rattachée. ".
Art. 69. Aan artikel 6, § 2, van hetzelfde decreet worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Als een leerling een onderwijstraject volgt in een GI-afdeling, wordt het CLB dat samenwerkingsafspraken heeft met de school waaraan die GI-afdeling verbonden is, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling tot het einde van het onderwijstraject van die leerling in de GI-afdeling.
Als die leerling gelijktijdig met het onderwijstraject in de GI-afdeling ingeschreven is in een andere school die samenwerkingsafspraken heeft met een ander CLB, dan blijft het CLB dat samenwerkingsafspraken heeft met de school waaraan de GI-afdeling verbonden is, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling tot het einde van de periode van het onderwijstraject van die leerling in de GI-afdeling. Beide CLB's werken samen voor de leerlingenbegeleiding van de leerling.".
Art. 69. A l'article 6, § 2, du même décret sont ajoutés un alinéa 2 et un alinéa 3, rédigés comme suit :
" Si un élève suit un parcours d'enseignement dans une division IC, le centre d'encadrement des élèves qui a conclu des accords de collaboration avec l'école à laquelle cette division IC est rattachée devient compétent et responsable de cet élève jusqu'à la fin de son parcours d'enseignement dans la division IC.
Si cet élève est inscrit simultanément au parcours d'enseignement dans la division IC dans une autre école qui a des accords de collaboration avec un autre centre d'encadrement des élèves, le centre d'encadrement des élèves qui a des accords de collaboration avec l'école à laquelle la division IC est rattachée reste compétent et responsable de cet élève jusqu'à la fin de la période du parcours d'enseignement de cet élève dans la division IC. Les deux centres d'encadrement des élèves collaborent pour l'encadrement de l'élève. ".
HOOFDSTUK 17. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 17. - Disposition transitoire
Art. 70. In schooljaar 2027-2028 vindt er een evaluatie plaats van het werkingsbudget en de omkadering die aan de GI-afdelingen worden toegekend.
Art. 70. Au cours de l'année scolaire 2027-2028, le budget de fonctionnement et l'encadrement alloués aux division IC font l'objet d'une évaluation.
HOOFDSTUK 18. - Slotbepaling
CHAPITRE 18. - Disposition finale
Art. 71. Dit decreet treedt in werking op 1 september [1 2026]1.
Art. 71. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre [1 2026]1.