Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 MEI 2024. - Decreet houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening
Titre
17 MAI 2024. - Décret portant dispositions diverses relatives à l'environnement, à la nature et à l'aménagement du territoire
Informations sur le document
Numac: 2024006752
Datum: 2024-05-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006752
Date: 2024-05-17
Moniteur: Voir
Tekst (161)
Texte (161)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Veldwetboek van 7 oktober 1886
CHAPITRE 2. - Modifications du Code rural du 7 octobre 1886
Art. 2. In het Veldwetboek van 7 oktober 1886 worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 1 tot en met 6;
  2° artikel 7 tot en met 9, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969;
  3° artikel 11.
Art. 2. Dans le Code rural du 7 octobre 1886, les articles suivants sont abrogés :
  1° les articles 1er à 6 ;
  2° les articles 7 à 9, modifiés par la loi du 8 avril 1969 ;
  3° l'article 11.
Art. 3. In artikel 35bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 april 1969 en gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007, 18 december 2015 en 1 juli 2022, worden paragraaf 1 tot en met 4 opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 35bis du même code, inséré par la loi du 8 avril 1969 et modifié par les décrets des 7 décembre 2007, 18 décembre 2015 et 1er juillet 2022, les paragraphes 1er à 4 sont abrogés.
Art. 4. In artikel 61, derde lid, van hetzelfde wetboek, vervangen bij de wet van 30 januari 1924, worden de woorden "de arrondissementscommissaris en" opgeheven.
Art. 4. Dans l'article 61, alinéa 3, du même code, remplacé par la loi du 30 janvier 1924, les mots " le commissaire d'arrondissement ainsi que le procureur du roi entendus " sont remplacés par les mots " le procureur du roi entendu ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek diverse rechten en taksen van 2 maart 1927
CHAPITRE 3. - Modification du Code des droits et taxes divers du 2 mars 1927
Art. 5. In het Wetboek diverse rechten en taksen van 2 maart 1927 wordt artikel 200 opgeheven voor wat het Vlaamse Gewest betreft.
Art. 5. Dans le Code des droits et taxes divers du 2 mars 1927, l'article 200 est abrogé pour ce qui concerne la Région flamande.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables
Art. 6. In artikel 12, § 1, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, vervangen bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het zesde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de waterlopen van de tweede en derde categorie bezorgt de bevoegde waterbeheerder binnen dertig dagen nadat hij de werken heeft goedgekeurd, de volgende gegevens van de uitgevoerde werken met impact op de ligging of het dwarsprofiel van de waterloop aan de provincie om de digitale atlas van de waterlopen en de publieke grachten te actualiseren:
  1° de machtiging voor de werken, vermeld in het eerste lid, of de omgevingsvergunning met het geïntegreerde advies, vermeld in het derde lid;
  2° een as-builtplan als dat beschikbaar is;
  3° als er geen as-builtplan beschikbaar is, het uitvoeringsplan van de werken met de bijbehorende dwarsprofielen, dat bij de machtiging of de omgevingsvergunning hoort;
  4° de datum van de controle van de werken door de waterbeheerder.";
  2° er wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de wijze waarop het asbuiltplan, vermeld in het zesde lid, 2°, of het uitvoeringsplan, vermeld in het zesde lid, 3°, wordt opgemaakt en bezorgd.".
Art. 6. A l'article 12, § 1er, de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables, remplacée par le décret du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit :
  " En ce qui concerne les cours d'eau des deuxième et troisième catégories, le gestionnaire des eaux compétent transmet à la province, dans les trente jours après avoir approuvé les travaux, les données suivantes des travaux exécutés ayant un impact sur la localisation ou le profil en travers du cours d'eau afin d'actualiser l'atlas numérique des cours d'eau et des fossés publics :
  1° l'autorisation d'exécuter les travaux visée à l'alinéa 1er, ou le permis d'environnement avec l'avis intégré visé à l'alinéa 3 ;
  2° un plan as-built, si disponible ;
  3° en l'absence de plan as-built, le plan d'exécution des travaux, y compris les profils en travers correspondants, accompagnant l'autorisation ou le permis d'environnement ;
  4° la date du contrôle des travaux par le gestionnaire des eaux. " ;
  2° un alinéa 7 est ajouté, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités d'établissement et de transmission du plan as-built visé à l'alinéa 6, 2°, ou le plan d'exécution visé à l'alinéa 6, 3°. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux
Art. 7. In artikel 37, vijfde lid, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 7. Dans l'article 37, alinéa 5, de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 8. In artikel 43, § 2, zesde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "de hypotheekbewaring" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 8. Dans l'article 43, § 2, alinéa 6, de la même loi, les mots " à la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 9. In artikel 44, zesde lid, van dezelfde wet worden de woorden "de hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 9. Dans l'article 44, alinéa 6, de la même loi, les mots " le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 10. In artikel 52, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "de hypotheekbewaring" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 10. Dans l'article 52, alinéa 3, de la même loi, les mots " à la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 11. In artikel 53 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "kantoor voor bewaring van hypotheken" vervangen door de woorden "bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  2° in het eerste lid worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  3° in het tweede lid worden de woorden "de registers van het hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "de registers van de hypothecaire openbaarmaking van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  4° in het tweede lid worden de woorden "de bewaarder" vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 11. A l'article 53 de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " au bureau de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  2° dans l'alinéa 1er, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots " les registres de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " les registres de la publicité hypothécaire du bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  4° dans l'alinéa 2, les mots " le conservateur " sont remplacés par les mots " l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure
Art. 12. In artikel 52, § 3, tweede lid, van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 12. Dans l'article 52, § 3, alinéa 2, de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 13. In artikel 55, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de hypotheekbewaring" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 13. Dans l'article 55, alinéa 2, de la même loi, les mots " à la conservation des hypothèques " sont remplacés par le membre de phrase " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 14. In artikel 56, vijfde lid, van dezelfde wet worden de woorden "de hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 14. Dans l'article 56, alinéa 5, de la même loi, les mots " le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 15. In artikel 63, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "de hypotheekbewaring" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 15. Dans l'article 63, alinéa 3, de la même loi, les mots " à la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 16. In artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "het kantoor voor bewaring van hypotheken" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  2° in het eerste lid worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  3° in het tweede lid worden de woorden "de registers van het hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "de registers van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  4° in het tweede lid worden de woorden "de bewaarder" vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 16. A l'article 64 de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " au bureau de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
  2° dans l'alinéa 1er, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots " les registres de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " les registres du bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  4° dans l'alinéa 2, les mots " le conservateur " sont remplacés par les mots " l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 10 janvier 1978 portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux
Art. 17. In artikel 15, tweede lid, van de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne wordt het woord "hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 17. Dans l'article 15, alinéa 2, de la loi du 10 janvier 1978 portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux, les mots " bureau de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 18. In artikel 22, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 18. Dans l'article 22, alinéa 4, de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 19. In artikel 43, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 19. Dans l'article 43, alinéa 5, de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 20. In artikel 59, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de woorden "de hypotheekbewaring" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 20. Dans l'article 59, alinéa 5, de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les mots " à la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 21. In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "kantoor voor bewaring van hypotheken" vervangen door de woorden "bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  2° in het eerste lid worden de woorden "De hypotheekbewaarder" vervangen door de woorden "De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  3° in het tweede lid worden de woorden "de registers van het hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "de registers van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";
  4° in het tweede lid worden de woorden "de bewaarder" vervangen door de woorden "de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 21. A l'article 60 de la même loi, modifié par le décret du 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " bureau de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  2° dans l'alinéa 1er, les mots " Le conservateur des hypothèques " sont remplacés par les mots " L'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots " les registres de la conservation des hypothèques " sont remplacés par les mots " les registres du bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale " ;
  4° dans l'alinéa 2, les mots " le conservateur " sont remplacés par les mots " l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne
Art. 22. In artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "wordt opgericht als een" vervangen door de woorden "is opgericht als een";
  2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Op alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders, websites en andere stukken, al dan niet in elektronische vorm, uitgaande van het agentschap, dient de benaming "Vlaamse Landmaatschappij" of de afkorting "VLM" steeds te worden voorafgegaan of gevolgd door de vermelding "publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht" of "EVA in de vorm van een NV van publiek recht".";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "zal, zonder zijn burgerlijk karakter te verliezen, in de vorm van een naamloze vennootschap worden opgericht" vervangen door de zinsnede "is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "Wetboek van vennootschappen" telkens vervangen door de woorden "Wetboek van vennootschappen en verenigingen" en wordt de zinsnede "de wetten en decreten die voor de Vlaamse Gemeenschap en de eronder ressorterende instellingen een regeling inzake begroting, boekhouding, organisatie van de controle, en controle op subsidies invoeren" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019";
  5° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "De bepalingen van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en de faillissementswet van 8 augustus 1997" vervangen door de zinsnede "De bepalingen van Boek XX van het Wetboek van economisch recht" en wordt de zinsnede "en de rechtsregels in het Wetboek van vennootschappen die verplichten de rechtsvorm uitdrukkelijk te vermelden in alle stukken die uitgaan van het agentschap" opgeheven;
  6° aan paragraaf 2, vijfde lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Eén aandeel geeft recht op één stem.";
  7° aan paragraaf 2, zevende lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Een overdracht in strijd met deze bepalingen, kan aan de vennootschap of derden niet worden tegengeworpen, ongeacht de goede of kwade trouw van de overnemer.".
Art. 22. A l'article 2 du décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne, modifié par les décrets des 23 décembre 2010 et 7 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " est créée comme une " sont remplacés par les mots " a été créée comme une " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Sur tous les actes, factures, annonces, avis, lettres, ordres, sites web et autres documents, électroniques ou non, émanant de l'agence, la dénomination " Vlaamse Landmaatschappij " ou l'abréviation " VLM " doit toujours être précédée ou suivie de la mention " agence autonomisée externe de droit public sous la forme d'une société anonyme de droit public " ou " AAE sous forme de SA de droit public ". " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " sera constitué sous forme de société anonyme, sans perdre son caractère civil " est remplacé par le membre de phrase " est constitué sous forme de société anonyme de droit public " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " Code des sociétés " sont chaque fois remplacés par les mots " Code des sociétés et des associations ", et le membre de phrase " les lois et décrets adoptant un règlement relatif au budget, à la comptabilité, à l'organisation du contrôle et au contrôle des subventions pour la Communauté flamande et les institutions qui en relèvent " est remplacé par le membre de phrase " le Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019 " ;
  5° au paragraphe 2, alinéa 3, le membre de phrase " Les dispositions de la loi du 17 juillet 1997 relative au concordat judiciaire et la loi sur les faillites du 8 août 1997 " est remplacé par le membre de phrase " Les dispositions du Livre XX du Code de droit économique " et le membre de phrase " et les règles de droit du Code des sociétés qui exigent que la forme juridique soit expressément mentionnée dans tous les documents émanant de l'agence " est abrogé ;
  6° le paragraphe 2, alinéa 5, est complété par la phrase suivante :
  " Une action donne droit à une voix. " ;
  7° le paragraphe 2, alinéa 7, est complété par la phrase suivante :
  " Un transfert en violation de ces dispositions n'est pas opposable à la société ou aux tiers, que le cessionnaire soit de bonne ou de mauvaise foi. ".
Art. 23. In artikel 10/1, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt tussen de woorden "het integraal waterbeleid" en de zinsnede ": de uitoefening van" de zinsnede ", gecoördineerd op 15 juni 2018" ingevoegd.
Art. 23. Dans l'article 10/1, alinéa 1er, 2°, du même décret, inséré par le décret du 28 mars 2014, le membre de phrase " , coordonné le 15 juin 2018 " est inséré entre les mots " la politique intégrée de l'eau " et le membre de phrase " : l'exercice de ".
Art. 24. Artikel 15, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 7 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Onverminderd de bepalingen van het Bestuursdecreet, dit decreet, de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en van de statuten, wordt de werking van de organen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, aanvullend door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen geregeld.".
Art. 24. L'article 15, alinéa 2, du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004 et modifié par le décret du 7 décembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Sans préjudice des dispositions du Décret de gouvernance, du présent décret, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019 et des statuts, le fonctionnement des organes visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, est en outre réglé par le Code des sociétés et des associations. ".
Art. 25. In artikel 17 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Met behoud van artikel III.8 van het Bestuursdecreet wordt het agentschap bestuurd door een raad van bestuur in de zin van artikel 7:85 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De gedelegeerd bestuurder, de algemeen directeur en de regeringscommissarissen of hun plaatsvervangers wonen de raad van bestuur met raadgevende stem bij.";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "De raad van bestuur is, voor het bestuur van het agentschap, met de meest uitvoerige macht bekleed." vervangen door de zin "De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het voorwerp van het agentschap, behalve die waarvoor volgens de wet of het decreet de algemene vergadering of een ander orgaan van het agentschap uitsluitend bevoegd is.";
  3° in paragraaf 1, tweede lid, 11°, wordt het woord "ambtenaar" vervangen door het woord "personeelslid";
  4° in paragraaf 2 wordt punt 1°, opgeheven door het decreet van 7 december 2018, opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "1° bevoegdheden die bij wet of decreet uitdrukkelijk aan de raad van bestuur zijn voorbehouden;";
  5° aan paragraaf 3, eerste lid, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "Zulke delegatie laat de eigen beslissingsbevoegdheid van de raad van bestuur onverlet. Zij kan te allen tijde worden herroepen.";
  6° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
  7° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "in zijn midden" en de woorden "een bestuurscomité" de woorden "en onder zijn verantwoordelijkheid" ingevoegd.
Art. 25. A l'article 17 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 29 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Nonobstant l'article III.8 du Décret de gouvernance, l'agence est administrée par un conseil d'administration au sens de l'article 7:85 du Code des sociétés et des associations. Le administrateur délégué, le directeur général et les commissaires du gouvernement ou leurs suppléants assistent au conseil d'administration avec voix consultative. " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase " Le conseil d'administration est investi des pouvoirs les plus étendus pour administrer l'agence. " est remplacée par la phrase " Le conseil d'administration est compétent pour accomplir tous les actes nécessaires ou utiles à la réalisation de l'objet de l'agence, à l'exception de ceux pour lesquels, en vertu de la loi ou du décret, l'assemblée générale ou un autre organe de l'agence est exclusivement compétent. " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 2, 11°, le mot " fonctionnaire " est remplacé par les mots " membre du personnel " ;
  4° au paragraphe 2, le point 1° abrogé par le décret du 7 décembre 2018, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 1° les compétences expressément réservées au conseil d'administration par la loi ou le décret ; " ;
  5° le paragraphe 3, alinéa 1er, est complété par les phrases suivantes :
  " Une telle délégation ne porte pas préjudice au pouvoir de décision du conseil d'administration. Elle peut être révoquée à tout moment. " ;
  6° au paragraphe 3, alinéa 2, le mot " fonctionnaire " est remplacé par les mots " membre du personnel " ;
  7° au paragraphe 4, les mots " et sous sa responsabilité " sont insérés entre les mots " en son sein " et le membre de phrase " , un comité de gestion " ;
Art. 26. In artikel 18 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "minimum 13 en" opgeheven;
  2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "Alle bestuurders van het agentschap worden benoemd op grond van hun complementaire deskundigheid inzake het algemeen bestuur van het agentschap, hun specifieke deskundigheid inzake de inhoudelijke materie en het beleidsveld waarin het agentschap actief is.";
  3° aan paragraaf 2 worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Een aantal onafhankelijke bestuurders wordt benoemd overeenkomstig artikel III.40 tot en met III.43 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. In afwijking van § 1, eerste lid, kan de Vlaamse Regering de onafhankelijke bestuurders slechts in geval van ernstige redenen ontslaan en dit op voordracht van de raad van bestuur, overeenkomstig artikel III.43, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
  De overige bestuurders, andere dan deze vermeld in het eerste en tweede lid, worden benoemd op voordracht van de Vlaamse Regering.".
Art. 26. A l'article 18 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " au moins 13 et " est abrogé ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " Tous les administrateurs de l'agence sont nommés sur la base de leur expertise complémentaire en matière de administration générale de l'agence, de leur expertise spécifique concernant la matière de fond et du domaine stratégique dans lequel l'agence opère. " ;
  3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 2 et un alinéa 3 rédigés comme suit :
  " Un certain nombre d'administrateurs indépendants sont nommés conformément aux articles III.40 à III.43 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, le Gouvernement flamand ne peut licencier les administrateurs indépendants qu'en cas de motifs graves, sur proposition du conseil d'administration, conformément à l'article III.43, alinéa 1er, du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018.
  Les administrateurs autres que ceux visés aux alinéas 1er et 2 sont nommés sur proposition du Gouvernement flamand. ".
Art. 27. In artikel 18bis, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 4° en punt 5° wordt het woord "ambtenaren" telkens vervangen door het woord "personeelsleden";
  2° in punt 7° wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
  3° in punt 8° wordt de zinsnede ", als de kwijtschelding van de schuld uit de akte blijkt" geschrapt en wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden".
Art. 27. A l'article 18bis, § 2, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 23 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° aux points 4° et 5°, le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
  2° au point 7°, le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
  3° au point 8°, le membre de phrase " , si la remise de la dette ressort de l'acte " est abrogé et le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel ".
Art. 28. In artikel 18quater, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2013 en 30 juni 2017, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° toelagen;".
Art. 28. Dans l'article 18quater, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets des 1er mars 2013 et 30 juin 2017, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° allocations ; ".
Art. 29. In artikel 18quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en vervangen bij het decreet van 28 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "die in het Wetboek van Vennootschappen zijn bepaald" vervangen door de zinsnede "die in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 zijn bepaald";
  2° het vierde lid tot en met het zesde lid worden vervangen door wat volgt:
  "De algemene vergadering duidt de commissaris voor een hernieuwbare termijn van drie jaar aan onder de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren. De algemene vergadering bepaalt de bezoldiging van de commissaris.
  Zonder afbreuk te doen aan andere onverenigbaarheidsbepalingen, gelden voor de commissaris dezelfde onverenigbaarheden als voor het mandaat van regeringscommissaris bij het agentschap. Daarenboven is de functie van commissaris onverenigbaar met het mandaat van regeringscommissaris bij het agentschap.
  Overeenkomstig artikel 28 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 voert het agentschap een bedrijfseconomische boekhouding met een analytische component conform de regels van het dubbel boekhouden. De boekhouding van het agentschap wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen.".
Art. 29. A l'article 18quinquies du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et remplacé par le décret du 28 février 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " prévus par le Code des Sociétés " sont remplacés par le membre de phrase " prévus par le Code des sociétés et des associations et par le Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019 " ;
  2° les alinéas 4 à 6 sont remplacés par ce qui suit :
  " L'assemblée générale nomme le commissaire parmi les membres de l'Institut des réviseurs d'entreprises pour une période renouvelable de trois ans. L'assemblée générale fixe la rémunération du commissaire.
  Sans préjudice d'autres dispositions d'incompatibilité, les mêmes incompatibilités que celles pour le mandat de commissaire du gouvernement auprès de l'agence s'appliquent au commissaire. En outre, la fonction de commissaire est incompatible avec le mandat de commissaire du gouvernement auprès de l'agence.
  Conformément à l'article 28 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019, l'agence tient une comptabilité de gestion avec une composante analytique, conformément aux règles de la comptabilité double. La comptabilité de l'agence est tenue conformément à la législation sur la comptabilité et les comptes annuels des entreprises. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 30. Aan titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt een artikel 5.6.8 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.6.8. § 1. De Vlaamse Regering wijst de overheden en organisaties aan die optreden als verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG of als ontvanger voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit hoofdstuk en de toezichtopdrachten, vermeld in titel XVI van dit decreet met betrekking tot erkenningen.
  De overheden en organisaties, vermeld in het eerste lid, verwerken persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken, vermeld in dit hoofdstuk, en de toezichtopdrachten, vermeld in titel XVI van dit decreet, met betrekking tot erkenningen. De verwerking van persoonsgegevens is noodzakelijk voor en in uitvoering van de vervulling van een taak van algemeen belang die aan de verwerkingsverantwoordelijken is opgedragen.
  § 2. De verwerking van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
  1° de naam;
  2° het rijksregisternummer of het BIS-nummer als men niet over een rijksregisternummer beschikt;
  3° adresgegevens;
  4° contactgegevens;
  5° gegevens over opleiding en ervaring;
  6° beroepsgegevens;
  7° het certificaatnummer;
  8° het erkenningsnummer;
  9° gegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als vermeld in artikel 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG voor overtredingen van de milieuwetgeving die verband houden met het gebruik van een erkenning;
  10° gegevens met betrekking tot de geschorste en opgeheven erkenningen;
  11° gegevens met betrekking tot de uitgevoerde milieuhandhavingscontroles;
  12° de gegevens met betrekking tot overtredingen van de milieuwetgeving.
  De verwerkingsverantwoordelijken nemen passende maatregelen om de juistheid van de persoonsgegevens te verzekeren. Alleen de personen die de specifieke behoefte hebben door hun functie, rol of verantwoordelijkheid om deze persoonsgegevens te verwerken, hebben toegang tot die gegevens.
  § 3. De verwerking van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen:
  1° personen die over een titel als vermeld in artikel 5.6.2, derde lid, beschikken, die uitgereikt is door een rechtspersoon die erkend is volgens artikel 5.6.3;
  2° erkende personen;
  3° personen die vermeld worden in een erkenningsaanvraag;
  4° personen die in het kader van een erkenning aan een controle onderworpen worden;
  5° dienstverrichters voor de tijdelijke en incidentele uitoefening van erkenningsplichtige handelingen als vermeld in artikel 5.6.2;
  6° belanghebbenden in het kader van een controle van de erkende persoon.
  Voor de categorieën van betrokkenen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, kunnen persoonsgegevens rond strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten zoals overtredingen van de milieuwetgeving, gegevens over geschorste en opgeheven erkenningen en gegevens rond uitgevoerde milieuhandhavingscontroles verwerkt worden.
  De verwerkingsverantwoordelijken nemen maatregelen om de informatie uit artikel 13 en 14 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en de communicatie uit artikel 15 tot en met 22 en artikel 34 van voormelde verordening (EU) 2016/679 rond de verwerking van persoonsgegevens op een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm aan te bieden aan de betrokkenen.
  § 4. De maximale bewaartermijnen voor persoonsgegevens die op basis van dit hoofdstuk met betrekking tot erkenningen worden verwerkt, bedraagt tot twintig jaar na verval van rechtswege van de erkenning.
  De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de verwerking van de persoonsgegevens, de beveiliging van die gegevens en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.".
Art. 30. Le titre V, chapitre 6, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 25 avril 2014 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, est complété par un article 5.6.8, rédigé comme suit :
  " Art. 5.6.8. § 1er. Le Gouvernement flamand désigne les autorités et les organisations qui agissent en tant que responsables du traitement tel que visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, ou en tant que receveur pour le traitement des données à caractère personnel dans le cadre du présent chapitre et des missions de surveillance visées au titre XVI du présent décret, en ce qui concerne les agréments.
  Les autorités et organisations visées à l'alinéa 1er, traitent des données à caractère personnel pour l'exécution des tâches visées au présent chapitre, et des missions de surveillance visées au titre XVI du présent décret, en ce qui concerne les agréments. Le traitement des données à caractère personnel est nécessaire pour et lors de l'exécution d'une tâche d'intérêt général confiée aux responsables du traitement.
  § 2. Le traitement des données à caractère personnel visé au paragraphe 1er, concerne les catégories suivantes de données à caractère personnel :
  1° le nom ;
  2° le numéro de registre national ou le numéro BIS si l'on ne dispose pas d'un numéro de registre national ;
  3° les données d'adresse ;
  4° les coordonnées ;
  5° les données relatives à la formation et à l'expérience ;
  6° les données professionnelles ;
  7° le numéro de certificat ;
  8° le numéro d'agrément ;
  9° les données relatives aux condamnations pénales et aux infractions telles que visées à l'article 10, du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, en ce qui concerne les infractions à la législation environnementale en rapport avec l'utilisation d'un agrément ;
  10° les données relatives aux agréments suspendus et abrogés ;
  11° les données relatives aux contrôles effectuées de maintien environnemental ;
  12° les données relatives aux infractions à la législation environnementale.
  Les responsables du traitement prennent les mesures appropriées pour garantir l'exactitude des données à caractère personnel. Seules les personnes qui ont un besoin spécifique en vertu de leur fonction, rôle ou responsabilité de traiter ces données à caractère personnel ont accès à ces données.
  § 3. Le traitement des données à caractère personnel visé au paragraphe 1er, concerne les catégories suivantes de personnes concernées :
  1° les personnes titulaires d'un titre visé à l'article 5.6.2, alinéa 3, accordé par une personne morale agréée conformément à l'article 5.6.3 ;
  2° les personnes agréées ;
  3° les personnes visées à une demande d'agrément ;
  4° les personnes soumises à un contrôle dans le cadre d'un agrément ;
  5° les prestataires de services pour l'exercice temporaire et occasionnel des actes soumis à l'agrément tels que visés à l'article 5.6.2 ;
  6° les parties intéressées dans le cadre d'un contrôle de la personne agréée.
  Pour les catégories de personnes concernées visées à l'alinéa 1er, 1° à 5°, les données à caractère personnel relatives aux condamnations pénales et aux infractions telles que les infractions à la législation environnementale, les données relatives aux agréments suspendus et abrogés et les données relatives aux contrôles effectués dans le cadre de maintien environnemental peuvent être traitées.
  Les responsables du traitement prennent des mesures pour fournir aux personnes concernées les informations visées aux articles 13 et 14 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) et les communications visées aux articles 15 à 22 et à l'article 34 du règlement (UE) 2016/679 précité concernant le traitement des données à caractère personnel d'une façon concise, transparente, compréhensible et aisément accessible.
  § 4. La durée maximale de conservation des données à caractère personnel traitées sur la base du présent chapitre, en ce qui concerne les agréments, est de 20 ans après l'expiration de l'agrément.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les règles relatives au traitement des données à caractère personnel, à la protection de ces données et aux garanties appropriées pour les droits et libertés des personnes concernées. ".
Art. 31. Aan artikel 15.1.1, 12°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt de zinsnede ", gecoördineerd op 15 juni 2018" toegevoegd.
Art. 31. L'article 15.1.1, 12°, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est complété par le membre de phrase " , coordonné le 15 juin 2018 ".
Art. 32. In artikel 15.6.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /1 natuurlijke personen en rechtspersonen die stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, wanneer het bestuursprocesrecht dat als voorwaarde stelt;";
  2° in punt 3° wordt het getal "2" vervangen door het getal "1".
Art. 32. A l'article 15.6.1 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
  " 2° /1 les personnes physiques et morales qui dénoncent une infraction à un droit, lorsque le code de procédure administrative pose une telle condition ; " ;
  2° au point 3°, le nombre " 2 " est remplacé par le nombre " 1er ".
Art. 33. In artikel 15.8.14, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid wordt de zinsnede "boek II van het Wetboek van koophandel" vervangen door de woorden "het Wetboek van bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse bepalingen";
  2° in het zesde lid wordt de zinsnede "Artikel 447, tweede lid, van boek III van het Wetboek van koophandel met betrekking tot het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling," vervangen door de zinsnede "Artikel XX.113, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 33. A l'article 15.8.14 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " livre II du Code de commerce " sont remplacés par les mots " Code des privilèges maritimes déterminés et des dispositions diverses " ;
  2° dans l'alinéa 6, le membre de phrase " L'article 447, alinéa deux, du livre II du Code de commerce, relatif à la faillite, à la banqueroute et au sursis de paiement, " est remplacé par le membre de phrase " L'article XX.113, alinéa 2, du Code de droit économique ".
Art. 34. In artikel 16.5.2, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "boek II van het Wetboek van koophandel" vervangen door de woorden "het Wetboek van bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse bepalingen";
  2° in het vijfde lid wordt de zinsnede "Artikel 17 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997" vervangen door de zinsnede "Artikel XX.113, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 34. A l'article 16.5.2, § 3, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " livre II du Code de Commerce " sont remplacés par les mots " Code des privilèges maritimes déterminés et des dispositions diverses " ;
  2° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " L'article 17 de la Loi sur les Faillites du 8 août 1997 " est remplacé par le membre de phrase " L'article XX.113, alinéa 2, du Code de droit économique ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen
CHAPITRE 10. - Modification du décret du 4 avril 2003 relatif aux minerais de surface
Art. 35. In artikel 18, eerste lid, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017, wordt de zin "Uiterlijk vijf jaar na de ontginning moeten de vergunninghouders de eindafwerking van de percelen realiseren." vervangen door de zin "Voor zover de vergunning geen bepaalde duur vooropstelt voor de eindafwerking van de ontginning, realiseren de vergunninghouders de eindafwerking van de percelen uiterlijk vijf jaar na de beëindiging van de ontginning.".
Art. 35. Dans l'article 18, alinéa 1er, du décret du 4 avril 2003 relatif aux minerais de surface, remplacé par le décret du 30 juin 2017, la phrase " Au plus tard cinq ans après l'extraction, les détenteurs d'autorisation sont tenus de réaliser le parachèvement des parcelles. " est remplacée par la phrase " Dans la mesure où l'autorisation ne prévoit pas de durée spécifique pour le parachèvement de l'extraction, les détenteurs d'autorisation réalisent le parachèvement des parcelles au plus tard cinq ans après la fin de l'extraction. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
CHAPITRE 11. - Modifications du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018
Art. 36. In artikel 1.1.3., § 2, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, worden punt 68° en punt 69° opgeheven.
Art. 36. A l'article 1.1.3, § 2, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018, les points 68° et 69° sont abrogés.
Art. 37. In artikel 1.3.1.1, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° de machtiging voor het uitvoeren van inrichtingswerken, vermeld in artikel 12 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;";
  2° in punt 6° wordt tussen het woord "in" en de woorden "het decreet" de zinsnede "het artikel 13, § 4, van" ingevoegd.
Art. 37. A l'article 1.3.1.1, § 5, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° l'autorisation d'exécution de travaux d'aménagement visée à l'article 12 de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables ; " ;
  2° au point 6°, les mots " au décret " sont remplacés par le membre de phrase " à l'article 13, § 4, du décret ".
Art. 38. In artikel 1.7.2.3.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt a) wordt vervangen door wat volgt:
  "a) het milieu in bredere zin;";
  2° punt b) wordt vervangen door wat volgt:
  "b) scheepvaart, met inbegrip van havenfaciliteiten, of recreatie;";
  3° punt c) wordt vervangen door wat volgt:
  "c) activiteiten waarvoor water wordt opgeslagen, zoals drinkwatervoorziening, energieopwekking of irrigatie;";
  4° er worden een punt d) en e) toegevoegd, die luiden als volgt:
  "d) waterhuishouding, bescherming tegen overstromingen, afwatering, of andere even belangrijke duurzame activiteiten voor menselijke ontwikkeling; of
  e) andere even belangrijke duurzame activiteiten voor menselijke ontwikkeling.".
Art. 38. A l'article 1.7.2.3.1 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) l'environnement au sens large ; " ;
  2° le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) la navigation, y compris les installations portuaires, ou la récréation ; " ;
  3° le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) les activités pour lesquelles l'eau est stockée, telles que l'approvisionnement en eau potable, la production d'énergie ou l'irrigation ; " ;
  4° il est ajouté un point d) et un point e) rédigés comme suit :
  " d) la gestion de l'eau, la protection contre les inondations, l'écoulement des eaux ou d'autres activités durables tout aussi importantes pour le développement humain ; ou
  e) d'autres activités durables tout aussi importantes pour le développement humain. ".
Art. 39. In artikel 1.7.2.5.4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Het niet bereiken van de goede toestand van een grondwaterlichaam, de goede ecologische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, het goede ecologisch potentieel van een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam of het niet voorkomen van achteruitgang van de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam houdt geen schending in van de vastgestelde milieudoelstellingen als dat het gevolg is van nieuwe veranderingen in de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de grondwaterstand, en daarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen uit het eerste lid zijn van hoger openbaar belang en/of het nut van het bereiken van de in het eerste lid vermelde doelstellingen voor milieu en samenleving wordt overtroffen door het nut van de nieuwe veranderingen en wijzigingen voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling;
  2° alle haalbare stappen en maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op de toestand van het oppervlaktewaterlichaam of het grondwaterlichaam tegen te gaan;
  3° het doel dat met die veranderingen of wijzigingen van het oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam wordt gediend, kan niet worden bereikt met andere voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen, omdat dit technisch niet haalbaar is of onevenredig hoge kosten zou meebrengen.";
  2° in paragraaf 1 worden in het derde lid, dat het tweede lid wordt, de woorden "eerste en tweede lid" vervangen door de woorden "eerste lid";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen de woorden "die tot gevolg kan hebben dat" en de zinsnede "de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam achteruitgaat," de zinsnede "de goede toestand van een grondwaterlichaam, de goede ecologische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, het goede ecologisch potentieel van een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam niet bereikt wordt of dat" ingevoegd.
Art. 39. A l'article 1.7.2.5.4 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " Le fait de ne pas rétablir le bon état d'une masse d'eau souterraine, le bon état écologique d'une masse d'eau de surface, le bon potentiel écologique d'une masse d'eau de surface artificielle ou fortement modifiée ou de ne pas empêcher la détérioration de l'état d'une masse d'eau souterraine ou d'une masse d'eau de surface ne constitue pas une infraction aux objectifs environnementaux fixés s'il résulte de nouveaux changements des caractéristiques physiques d'une masse d'eau de surface ou de changements du niveau de l'eau souterraine, et si les conditions suivantes ont été remplies :
  1° les raisons pour ces changements ou modifications visées à l'alinéa 1er, servent un intérêt public supérieur et/ou l'utilité de la réalisation des objectifs environnementaux et sociaux visés à l'alinéa 1er, est dépassée par l'utilité des nouveaux changements et modifications pour la santé humaine, le maintien de la sécurité humaine ou le développement durable ;
  2° toutes les démarches et mesures faisables sont prises pour atténuer l'incidence négative sur l'état de la masse d'eau de surface ou de la masse d'eau souterraine ;
  3° l'objectif poursuivi par ces modifications ou changements de la masse d'eau de surface ou de la masse d'eau souterraine ne peut, pour des raisons de faisabilité technique ou de coûts disproportionnés, être atteint par d'autres moyens qui constituent une option environnementale sensiblement meilleure. " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, le membre de phrase " aux alinéas 1er et 2 " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa 1er " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " une non-atteinte du bon état d'une masse d'eau souterraine, du bon état écologique d'une masse d'eau de surface, du bon potentiel écologique d'une masse d'eau de surface artificielle ou fortement modifiée ou " est inséré entre le mot " entrainer " et les mots " une détérioration ".
Art. 40. In artikel 4.2.1.2.1, tweede lid, 1°, b), van hetzelfde decreet worden de woorden "melding heeft gedaan van" vervangen door de woorden "een meldingsakte heeft verkregen wat betreft".
Art. 40. Dans l'article 4.2.1.2.1, alinéa 2, 1°, b), du même décret, les mots " a notifié de " sont remplacés par les mots " a obtenu un acte de notification en ce qui concerne ".
Art. 41. In artikel 4.2.2.1.7, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 april 2019, wordt het woord "melding" vervangen door het woord "meldingsakte".
Art. 41. Dans l'article 4.2.2.1.7, § 4, alinéa 2, du même décret, remplacé par le décret du 26 avril 2019, les mots " la notification " sont remplacés par les mots " l'acte de notification ".
Art. 42. In artikel 4.2.2.1.8, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, wordt het woord "melding" vervangen door het woord "meldingsakte".
Art. 42. Dans l'article 4.2.2.1.8, § 2, alinéa 1er, 1°, du même décret, les mots " la notification " sont remplacés par les mots " l'acte de notification ".
Art. 43. In artikel 4.3.3.4, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 april 2019, worden de woorden "achtste lid" vervangen door de woorden "eerste lid" en wordt het woord "melding" vervangen door het woord "meldingsakte".
Art. 43. Dans l'article 4.3.3.4, § 3, alinéa 2, du même décret, remplacé par le décret du 26 avril 2019, le membre de phrase " alinéa 8 " est remplacé par le membre de phrase " alinéa 1er " et les mots " la notification " sont remplacés par les mots " l'acte de notification ".
Art. 44. In artikel 5.1.1 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "3.3.3.1" vervangen door de zinsnede "1.3.3.3.1".
Art. 44. Dans l'article 5.1.1 du même décret, le membre de phrase " 3.3.3.1 " est remplacé par le membre de phrase " 1.3.3.3.1 ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 16 juin 2006 portant création d'une " Vlaamse Grondenbank " (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions
Art. 45. In artikel 19, § 1, 4°, en § 2, 6°, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen wordt tussen de zinsnede "het integraal waterbeleid," en de woorden "voor aanbiedingen" de zinsnede "gecoördineerd op 15 juni 2018," telkens ingevoegd.
Art. 45. Dans l'article 19, § 1er, 4°, et § 2, 6°, du décret du 16 juin 2006 portant création d'une " Vlaamse Grondenbank " (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions, le membre de phrase " coordonné le 15 juin 2018, " est chaque fois inséré entre le membre de phrase " la politique intégrée de l'eau, " et " pour les offres ".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006
CHAPITRE 13. - Modifications du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006
Art. 46. In artikel 22, vierde lid, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2021, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "Als de aangemaande persoon conform artikel 23 na het beschrijvend bodemonderzoek vrijstelling van de verplichting tot bodemsanering verkrijgt die van rechtswege op hem rust, herneemt de OVAM haar bevoegdheid, vermeld in het eerste en tweede lid. Dat is ook het geval als de aangemaande persoon voor een deel van de verontreiniging een vrijstelling verkrijgt.".
Art. 46. L'article 22, alinéa 4, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2021, est complété par les phrases suivantes :
  " Si, conformément à l'article 23, la personne sommée obtient, après la reconnaissance descriptive du sol, une exemption de l'obligation d'assainissement du sol qui lui incombe de plein droit, l'OVAM reprend ses compétences visées aux alinéas 1er et 2. C'est également le cas si la personne sommée obtient une exemption pour une partie de la pollution. ".
Art. 47. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt een artikel 102bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 102bis. § 1. In het kader van de samenvoeging van gemeenten, ter uitvoering van deel 2, titel 8, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, kunnen risicogronden overgedragen worden zonder dat voorafgaandelijk aan de verplichtingen, vermeld in artikel 102 tot en met 115, moet worden voldaan.
  De nieuwe gemeente voert de volgende verplichtingen uit na de samenvoeging van de gemeenten:
  1° de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek op de overgedragen risicogronden en de indiening van het verslag ervan bij de OVAM. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag ervan wordt bij de OVAM ingediend binnen drie jaar na de datum van de samenvoeging van de gemeenten;
  2° als conform artikel 104, § 1, of artikel 109, § 1, een beschrijvend bodemonderzoek noodzakelijk is: de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek en de indiening van het verslag ervan bij de OVAM binnen de termijn die de OVAM bepaalt;
  3° als conform artikel 104, § 2, of artikel 109, § 2, bodemsanering noodzakelijk is: de uitvoering van de bodemsanering binnen de termijn die de OVAM bepaalt.
  Binnen één jaar na de samenvoeging van de gemeenten maakt de nieuwe gemeente een inventaris op van al haar risicogronden die vallen onder de respectieve verplichtingen, vermeld in het tweede lid, en bezorgt ze de inventaris aan de OVAM.
  § 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de overdracht van risicogronden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de samengevoegde gemeenten aan het nieuwe openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de nieuwe gemeente.".
Art. 47. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, il est inséré un article 102bis, rédigé comme suit :
  " Art. 102bis. § 1er. Dans le cadre de la fusion de communes, en application de la partie 2, titre 8, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, les terrains à risque peuvent être cédés sans que les obligations visées aux articles 102 à 115 ne soient préalablement remplies.
  Après la fusion des communes, la nouvelle commune s'acquitte des obligations suivantes :
  1° la réalisation d'une reconnaissance d'orientation du sol sur les terrains à risque cédés et la remise du rapport correspondant à l'OVAM. La reconnaissance d'orientation du sol est réalisée et le rapport correspondant remis à l'OVAM dans un délai de trois ans suivant la date de fusion des communes ;
  2° si, conformément à l'article 104, § 1er, ou à l'article 109, § 1er, une reconnaissance descriptive du sol est nécessaire : la réalisation de la reconnaissance descriptive du sol et la remise du rapport correspondant à l'OVAM dans le délai fixé par l'OVAM ;
  3° si, conformément à l'article 104, § 2, ou à l'article 109, § 2, un assainissement du sol est nécessaire : la réalisation de l'assainissement du sol dans le délai fixé par l'OVAM.
  Dans un délai d'un an suivant la fusion des communes, la nouvelle commune dresse un inventaire de tous ses terrains à risque couverts par les obligations respectives visées à l'alinéa 2, et le soumet à l'OVAM.
  § 2. Le paragraphe 1er s'applique mutatis mutandis à la cession des terrains à risque des centres publics d'action sociale des communes fusionnées au nouveau centre public d'action sociale de la nouvelle commune. ".
Art. 48. Aan artikel 105, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De gebruiker is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1.".
Art. 48. L'article 105, § 1er, 2°, du même décret, remplacé par le décret du 28 mars 2014, est complété par la phrase suivante :
  " Le propriétaire est également exempté de l'obligation d'assainissement pour la pollution du sol ou pour la partie de la pollution du sol pour laquelle l'exploitant qui est présent sur le terrain à céder, ne remplit pas les conditions visées à l'article 12, § 1er. ".
Art. 49. Aan artikel 110, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De gebruiker is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1.".
Art. 49. L'article 110, § 1er, 2°, du même décret, remplacé par le décret du 28 mars 2014, est complété par la phrase suivante :
  " Le propriétaire est également exempté de l'obligation d'assainissement pour la pollution du sol ou pour la partie de la pollution du sol pour laquelle l'exploitant qui est présent sur le terrain à céder, ne remplit pas les conditions visées à l'article 23, § 1er. ".
Art. 50. In artikel 161 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2007, 28 maart 2014 en 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "boek II van het Wetboek van Koophandel" vervangen door de woorden "het Wetboek van bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse bepalingen";
  2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "Artikel 19, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997" vervangen door de zinsnede "Artikel XX.113, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 50. A l'article 161 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 2007, 28 mars 2014 et 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, les mots " livre II du Code de Commerce " sont remplacés par les mots " Code des privilèges maritimes déterminés et des dispositions diverses " ;
  2° au paragraphe 5, le membre de phrase " L'article 19, alinéa deux, de la Loi sur les faillites du 8 août 1997 " est remplacé par le membre de phrase " L'article XX.113, alinéa 2, du Code de droit économique ".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 14. - Modifications du Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 51. In artikel 1.1.2, 15°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt de zinsnede "artikel 2.2.3, § 2" vervangen door de zinsnede "artikel 2.2.6, § 2".
Art. 51. Dans l'article 1.1.2, 15°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, le membre de phrase " article 2.2.3, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " article 2.2.6, § 2 ".
Art. 52. In artikel 1.2.1, eerste lid, inleidende zin, van dezelfde codex wordt het woord "beleidsbrieven" vervangen door de woorden "beleids- en begrotingstoelichtingen".
Art. 52. Dans l'article 1.2.1, alinéa 1er, phrase introductive, du même code, les mots " lettres politiques " sont remplacés par les mots " exposés des politiques et du budget ".
Art. 53. Aan artikel 2.2.1, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De Vlaamse Regering stelt een digitaal platform ter beschikking voor de elektronische uitwisseling en terbeschikkingstelling van alle documenten en adviezen in het kader van de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
  De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de opname, uitwisseling en terbeschikkingstelling van gegevens via het digitaal platform, vermeld in het tweede lid.".
Art. 53. L'article 2.2.1, § 2, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, est complété par un alinéa 2 et un alinéa 3, rédigés comme suit :
  " Le Gouvernement flamand met à disposition une plateforme numérique pour l'échange électronique et la mise en disponibilité de tous les documents et avis dans le cadre de l'établissement du plan d'exécution spatial.
  Le Gouvernement flamand peut modaliser l'inclusion, de l'échange et de la mise à disposition de données via la plateforme numérique visée à l'alinéa 2. ".
Art. 54. In artikel 2.2.4, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° een aanduiding van het studiegebied voor de uitwerking van de doelstellingen van het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan;".
Art. 54. Dans l'article 2.2.4, § 2, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° une indication de la discipline pour l'élaboration des objectifs du plan d'exécution spatial envisagé ; ".
Art. 55. In artikel 2.2.5 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 7° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° /1 in voorkomend geval, een toelichting van de wijze waarop aan de bepalingen van artikel 2.2.6/1 wordt voldaan;";
  2° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zinsnede "artikel 2.3.1, eerste lid, 11° " vervangen door de zinsnede "artikel 2.3.1, § 1, eerste lid, 11° ".
Art. 55. A l'article 2.2.5 du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016 et modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, il est inséré un point 7° /1, rédigé comme suit :
  " 7° /1 le cas échéant, une explication de la manière dont les dispositions de l'article 2.2.6/1 sont respectées ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 5, le membre de phrase " l'article 2.3.1, alinéa 1er, 11° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 2.3.1., § 1er, alinéa 1er, 11° ".
Art. 56. In artikel 2.2.6, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, worden de woorden "en de bijzondere plannen van aanleg" opgeheven.
Art. 56. Dans l'article 2.2.6, § 4, alinéa 1er, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, les mots " et des plans particuliers d'aménagement " sont abrogés.
Art. 57. Aan titel II, hoofdstuk II, afdeling 1, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, wordt een artikel 2.2.6/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.2.6/1. § 1. Voor de toepassing van dit artikel, dat een verplichting tot planologische compensatie instelt, worden twee groepen bestemmingen onderscheiden:
  1° bestemmingen die ressorteren onder de categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding "wonen", "bedrijvigheid", "recreatie" of "gemeenschaps- en nutsvoorzieningen";
  2° bestemmingen die ressorteren onder de categorie van gebiedsaanduiding "landbouw", "bos", "overig groen" of "reservaat en natuur".
  Als een ruimtelijk uitvoeringsplan een wijziging doorvoert van een bestemming of nabestemming uit de tweede groep als vermeld in het eerste lid naar een bestemming of nabestemming uit de eerste groep als vermeld in het eerste lid gaat die bestemmingswijziging gepaard met een gelijktijdige en in oppervlakte minstens gelijke wijziging van bestemmingen uit de eerste groep naar bestemmingen uit de tweede groep. Die laatste bestemmingswijziging wordt de compensatie genoemd.
  De compensatie gebeurt op gronden waarvan de realisatie van de tot dan toe geldende bestemming door de plannende overheid beleidsmatig niet langer gewenst is.
  De verplichting tot compensatie, vermeld in het tweede lid, geldt niet in de volgende gevallen:
  1° de wijziging naar een bestemming uit de eerste groep als vermeld in het eerste lid beslaat een in omvang beperkte oppervlakte;
  2° op het grondgebied van de plannende overheid zijn geen gronden meer aanwezig die een bestemming uit de eerste groep als vermeld in het eerste lid hebben, waarvan de ontwikkeling beleidsmatig niet langer gewenst is;
  3° de bestemmingswijziging is gericht op het zone-eigen maken van bestaande hoofdzakelijk vergunde constructies; wordt in het betrokken ruimtelijk uitvoeringsplan echter ook in ruimtelijke uitbreiding voorzien dan geldt de verplichting tot compensatie voor de oppervlakte van de mogelijke uitbreiding.
  Aan de verplichting tot compensatie, vermeld in het tweede lid, wordt geacht te zijn voldaan in de volgende gevallen:
  1° de plannende overheid voert een ander lopend planningsproces, waarbij in oppervlakte minstens gelijke wijzigingen van bestemmingen of nabestemmingen uit de eerste groep als vermeld in het eerste lid naar bestemmingen of nabestemmingen uit de tweede groep als vermeld in het eerste lid begrepen zijn;
  2° de plannende overheid voerde in recent vastgestelde ruimtelijke uitvoeringsplannen in oppervlakte minstens gelijke wijzigingen door van bestemmingen of nabestemmingen uit de eerste groep als vermeld in het eerste lid naar bestemmingen of nabestemmingen uit de tweede groep als vermeld in het eerste lid;
  3° er wordt toepassing gemaakt van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil als vermeld in artikel 2.1.61 en volgende van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.
  De verplichting tot planologische compensatie is van overeenkomstige toepassing voor het herkenbare onderdeel van een projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan.
  § 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de verplichting tot planologische compensatie, vermeld in paragraaf 1, inzonderheid met betrekking tot de toepassing van het vierde en vijfde lid van paragraaf 1, en met betrekking tot compensatie buiten het grondgebied van de plannende overheid.".
Art. 57. Le titre II, chapitre II, section 1re, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, est complété par un article 2.2.6/1, rédigé comme suit :
  " Art. 2.2.6/1. § 1er. Aux fins du présent article, qui établit une obligation de compensation planologique, deux groupes d'affectations sont distingués :
  1° les affectations relevant de la catégorie ou à la sous-catégorie d'affection de zone " habitat ", " activité économique ", " récréation " ou " équipements communs et utilitaires " ;
  2° les affectations relevant de la catégorie d'affection de zone " agriculture ", " forêt ", " autres zones vertes " ou " réserves et nature ".
  Si un plan d'exécution spatial modifie une affectation ou une affectation ultérieure du deuxième groupe visé à l'alinéa 1er, vers une affectation ou une affectation ultérieure du premier groupe visé à l'alinéa 1er, cette modification d'affectation s'accompagne d'une modification simultanée et d'une superficie au moins égale d'affectations du premier groupe vers des affectations du deuxième groupe. Cette dernière modification d'affectation est appelée la compensation.
  La compensation est réalisée sur des terrains dont l'affectation originale ne s'aligne plus sur la politique de l'autorité de planification.
  L'obligation de compensation visée à l'alinéa 2, ne s'applique pas dans les cas suivants :
  1° la modification vers une affectation du premier groupe telle que visée à l'alinéa 1er, couvre une superficie limitée en ampleur ;
  2° le territoire de l'autorité de planification ne comprend plus de terrains ayant une affectation du premier groupe telle que visée à l'alinéa 1er, dont le développement n'est plus souhaité sur le plan stratégique ;
  3° la modification d'affectation vise à zoner les constructions existantes principalement autorisées ; toutefois, si le plan d'exécution spatial concerné prévoit également une extension spatiale, l'obligation de compensation s'applique à la superficie de l'éventuelle extension.
  L'obligation de compensation visée à l'alinéa 2, est réputée satisfaite dans les cas suivants :
  1° l'autorité de planification mène un autre processus de planification en cours qui comprend des modifications au moins égales, en termes de superficie, d'affectations ou d'affectations ultérieures du premier groupe telles que visées à l'alinéa 1er, vers des affectations ou des affectations ultérieures du deuxième groupe telles que visées à l'alinéa 1er ;
  2° l'autorité de planification a effectué, dans les plans d'exécution spatiaux récemment établis, des modifications au moins égales, en termes de superficie, d'affectations ou d'affectations ultérieures du premier groupe telles que visées à l'alinéa 1er, vers des affectations ou des affectations ultérieures du deuxième groupe telles que visées à l'alinéa 1er ;
  3° le relotissement imposé par force de loi impliquant un échange planologique est d'application tel que visé à l'article 2.1.61 et suivants du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale.
  L'obligation de compensation planologique s'applique mutatis mutandis à la partie identifiable d'un arrêté relatif au projet qui compte comme plan d'exécution spatial.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à l'obligation de compensation planologique visée au paragraphe 1er, notamment relatives à l'application des alinéas 4 et 5 du paragraphe 1er, et à la compensation en dehors du territoire de l'autorité de planification. ".
Art. 58. In artikel 2.2.7, § 2, eerste lid, inleidende zin, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, wordt tussen de woorden "De Vlaamse Regering" en de woorden "vraagt advies" de zinsnede "keurt de startnota en de procesnota goed met de informatie die op dat ogenblik bekend is, en" ingevoegd.
Art. 58. Dans l'article 2.2.7, § 2, alinéa 1er, phrase introductive, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, le membre de phrase " approuve la note de lancement et la note de processus sur la base des informations connues à ce moment, et " est inséré entre les mots " Le Gouvernement flamand " et les mots " sollicite l'avis ".
Art. 59. In artikel 2.2.10, § 2, derde lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, worden de woorden "de gebruikers en eigenaars van de cultuurgoederen" vervangen door woorden "de gebruikers van het onroerend goed en de zakelijkrechthouders van de cultuurgoederen".
Art. 59. Dans l'article 2.2.10, § 2, alinéa 3, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, les mots " les usagers et les propriétaires des biens culturels " sont remplacés par les mots " les utilisateurs du bien immobilier et les titulaires de droits réels des biens culturels ".
Art. 60. In artikel 2.2.12, § 2, eerste lid, inleidende zin, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, wordt tussen de woorden "De deputatie" en de woorden "vraagt advies" de zinsnede "keurt de startnota en de procesnota goed met de informatie die op dat ogenblik bekend is, en" ingevoegd.
Art. 60. Dans l'article 2.2.12, § 2, alinéa 1er, phrase introductive, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, le membre de phrase " approuve la note de lancement et la note de processus sur la base des informations connues à ce moment, et " est inséré entre les mots " La députation " et les mots " sollicite l'avis ".
Art. 61. Aan artikel 2.2.16 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", via een afzonderlijke actie in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2";
  2° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° wegens strijdigheid met de bepalingen inzake compensatie als vermeld in artikel 2.2.6/1.";
  3° aan paragraaf 4, tweede lid, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", via een afzonderlijke actie in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2".
Art. 61. A l'article 2.2.16 du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par le membre de phrase suivant :
  " , par une action distincte sur la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2 " ;
  2° le paragraphe 3, alinéa 1er, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° qu'en cas de contrariété aux dispositions relatives à la compensation telles que visées à l'article 2.2.6/1. " ;
  3° le paragraphe 4, alinéa 2, est complété par le membre de phrase suivant :
  " , par une action distincte sur la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2 ".
Art. 62. In artikel 2.2.17, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de woorden "zestig dagen" vervangen door de woorden "negentig dagen".
Art. 62. Dans l'article 2.2.17, alinéa 1er, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, les mots " soixante jours " sont remplacés par les mots " nonante jours ".
Art. 63. In artikel 2.2.18, § 2, eerste lid, inleidende zin, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016, wordt tussen de woorden "Het college van burgemeester en schepenen" en de woorden "vraagt advies" de zinsnede "keurt de startnota en de procesnota goed met de informatie die op dat ogenblik bekend is, en" ingevoegd.
Art. 63. Dans l'article 2.2.18, § 2, alinéa 1er, phrase introductive, du même code, remplacé par le décret du 1er juillet 2016, le membre de phrase " approuve la note de lancement et la note de processus sur la base des informations connues à ce moment, et " est inséré entre les mots " Le collège des bourgmestre et échevins " et les mots " sollicite l'avis ".
Art. 64. Aan artikel 2.2.22 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", via een afzonderlijke actie in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2".
Art. 64. L'article 2.2.22 du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, est complété par le membre de phrase suivant :
  " , par une action distincte sur la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2 ".
Art. 65. In artikel 2.2.23 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wij- zigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° wegens strijdigheid met de bepalingen inzake compensatie als vermeld in artikel 2.2.6/1.";
  2° aan paragraaf 3, tweede lid, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", via een afzonderlijke actie in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2".
Art. 65. A l'article 2.2.23 du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° qu'en cas de contrariété aux dispositions relatives à la compensation telles que visées à l'article 2.2.6/1. " ;
  2° le paragraphe 3, alinéa 2, est complété par le membre de phrase suivant :
  " , par une action distincte sur la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2 ".
Art. 66. In artikel 2.2.24 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de woorden "zestig dagen" vervangen door de woorden "negentig dagen".
Art. 66. Dans l'article 2.2.24 du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2016 et modifié par le décret du 8 décembre 2017, les mots " soixante jours " sont remplacés par les mots " nonante jours ".
Art. 67. In artikel 2.3.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de tekst van het eerste tot en met het vijfde lid wordt paragraaf 1;
  2° de tekst van het zesde tot en met het achtste lid wordt paragraaf 2;
  3° het negende lid wordt opgeheven;
  4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De Vlaamse Regering kan gewestelijke bouwverordeningen of gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen wijzigen binnen de marges, vermeld in paragraaf 1 en 2.";
  5° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De Vlaamse Regering kan gewestelijke bouwverordeningen of stedenbouwkundige verordeningen geheel of gedeeltelijk opheffen, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2. In geval van een loutere opheffing van een verordening, vastgesteld voor 1 september 2009, zijn de bepalingen van paragraaf 2 echter niet van toepassing en kan de Vlaamse Regering onmiddellijk tot opheffing overgaan.
  Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over plannen en programma's, opgenomen in hoofdstuk II van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.".
Art. 67. A l'article 2.3.1 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le texte des alinéas 1er à 5 formeront le paragraphe 1er ;
  2° le texte des alinéas 6 à 8 formeront le paragraphe 2 ;
  3° l'alinéa 9 est abrogé ;
  4° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le Gouvernement flamand peut modifier les règlements régionaux sur la bâtisse ou les règlements régionaux d'urbanisme dans les marges visées aux paragraphes 1er et 2. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Le Gouvernement flamand peut abroger, en tout ou en partie, les règlements régionaux sur la bâtisse ou les règlements régionaux d'urbanisme conformément aux dispositions visées au paragraphe 2. Toutefois, en cas d'une simple abrogation d'un règlement établi avant le 1er septembre 2009, les dispositions du paragraphe 2 ne s'appliquent pas et le Gouvernement flamand peut procéder immédiatement à l'abrogation.
  Le présent paragraphe n'accorde en aucun cas une exemption de l'application des dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement concernant des plans et programmes figurant dans le chapitre II du titre IV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. ".
Art. 68. In artikel 2.3.2 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "omschreven in artikel 2.3.1 en in artikel 4.2.5" vervangen door de zinsnede "omschreven in artikel 2.3.1, § 1";
  2° er wordt een paragraaf 1/3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/3. De provincieraad kan provinciale stedenbouwkundige verordeningen wijzigen binnen de marges, vermeld in paragraaf 1.";
  3° er wordt een paragraaf 1/4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/4. De provincieraad kan provinciale stedenbouwkundige verordeningen, geheel of gedeeltelijk opheffen bij besluit van de provincieraad, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1.
  De deputatie neemt de nodige maatregelen tot opheffing.
  In geval van een loutere opheffing van een verordening vastgesteld voor 1 september 2009, zijn de bepalingen van paragraaf 1, vierde tot en met zesde lid, echter niet van toepassing en kan de provincieraad onmiddellijk tot opheffing overgaan.
  Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over plannen en programma's, opgenomen in hoofdstuk II van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  Het besluit van de provincieraad wordt bezorgd aan het departement en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "omschreven in artikel 2.3.1" vervangen door de zinsnede "omschreven in artikel 2.3.1, § 1,";
  5° er wordt een paragraaf 2/3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/3. De gemeenteraad kan gemeentelijke bouwverordeningen of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen wijzigen binnen de marges, vermeld in paragraaf 2.";
  6° er wordt een paragraaf 2/4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/4. De gemeenteraad kan gemeentelijke bouwverordeningen of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen geheel of gedeeltelijk opheffen bij gemeenteraadsbesluit overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2.
  Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen tot opheffing.
  In geval van een loutere opheffing van een verordening, vastgesteld voor 1 september 2009, zijn de bepalingen van paragraaf 2, zesde tot en met achtste lid, niet van toepassing en kan de gemeenteraad onmiddellijk tot opheffing overgaan.
  Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over plannen en programma's, opgenomen in hoofdstuk II van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  Het gemeenteraadsbesluit wordt bezorgd aan het departement en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".
Art. 68. A l'article 2.3.2 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 26 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " visée à l'article 2.3.1 et à l'article 4.2.5 " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article 2.3.1, § 1er " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 1er/3, rédigé comme suit :
  " § 1er/3. Le conseil provincial peut modifier les règlements provinciaux d'urbanisme dans les marges visées au paragraphe 1er. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 1er/4, rédigé comme suit :
  " § 1er/4. Le conseil provincial peut abroger, en tout ou en partie, les règlements provinciaux d'urbanisme par arrêté du conseil provincial conformément aux dispositions visées au paragraphe 1er.
  La députation prend les mesures nécessaires en vue de l'abrogation.
  Toutefois, en cas d'une simple abrogation d'un règlement établi avant le 1er septembre 2009, les dispositions du paragraphe 1er, alinéas 4 à 6, ne s'appliquent pas et le conseil provincial peut procéder immédiatement à l'abrogation.
  Le présent paragraphe n'accorde en aucun cas une exemption de l'application des dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement concernant des plans et programmes figurant dans le chapitre II du titre IV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  L'arrêté du conseil provincial est transmis au département et publié par extrait au Moniteur belge. " ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " aux articles 2.3.1 " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 2.3.1, § 1er, " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 2/3, rédigé comme suit :
  " § 2/3. Le conseil communal peut modifier les règlements communaux sur la bâtisse ou les règlements communaux d'urbanisme dans les marges visées au paragraphe 2. " ;
  6° il est ajouté un paragraphe 2/4, rédigé comme suit :
  " § 2/4. Le conseil communal peut abroger, en tout ou en partie, les règlements communaux sur la bâtisse ou les règlements communaux d'urbanisme par arrêté du conseil communal conformément aux dispositions visées au paragraphe 2.
  Le collège des bourgmestre et échevins prend les mesures nécessaires en vue de l'abrogation.
  En cas d'une simple abrogation d'un règlement établi avant le 1er septembre 2009, les dispositions visées au paragraphe 2, alinéas 6 à 8, ne s'appliquent pas et le conseil communal peut procéder immédiatement à l'abrogation.
  Le présent paragraphe n'accorde en aucune cas une exemption de l'application des dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement concernant des plans et programmes figurant dans le chapitre II du titre IV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  L'arrêté du conseil communal est transmis au département et publié par extrait au Moniteur belge. ".
Art. 69. In artikel 2.4.5 van dezelfde codex worden de woorden "worden de aankoopcomités van onroerende goederen" vervangen door de woorden "wordt de afdeling Vastgoedtransacties bij de Vlaamse Belastingdienst".
Art. 69. Dans l'article 2.4.5 du même code, les mots " les comités d'acquisition de biens immeubles sont chargés " sont remplacés par les mots " la division Transactions immobilières du Service flamand des Impôts est chargée ".
Art. 70. In artikel 4.1.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° /1 publiciteitsinrichting: elk visueel middel en elke constructie, met inbegrip van alle onderdelen ervan en ongeacht het verplaatsbare of tijdelijke karakter ervan, met als doel publiciteitsboodschappen op een vaste plaats kenbaar te maken aan het publiek;";
  2° in punt 10° wordt de zinsnede "boek III, titel III, hoofdstuk VI" vervangen door de zinsnede "boek 8, hoofdstuk 3,".
Art. 70. A l'article 4.1.1 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 9° /1, rédigé comme suit :
  " 9° /1 dispositif publicitaire : tout moyen visuel et toute construction, y compris tous ses éléments et indépendamment de son caractère mobile ou temporaire, ayant pour but de porter à la connaissance du public des messages publicitaires dans un lieu fixe ; " ;
  2° au point 10°, le membre de phrase " livre III, titre III, chapitre VI " est remplacé par le membre de phrase " livre 8, chapitre 3, ".
Art. 71. In artikel 4.2.2, § 1, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "De meldingsplicht betreft gevallen waarin de beoordelingsruimte van het bestuur minimaal is vanwege het eenvoudige en gangbare karakter van de handelingen in kwestie, of de onderworpenheid van de handelingen aan nauwkeurige stedenbouwkundige voorschriften, verkavelingsvoorschriften of integrale ruimtelijke voorwaarden als vermeld in artikel 4.3.1, § 2, tweede lid." vervangen door de zin "De meldingsplicht kan alleen ingevoerd worden voor vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen met een tijdelijk karakter.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° het derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "De meldingsplicht, vermeld in het eerste lid, kan nooit worden ingevoerd voor handelingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied.".
Art. 71. A l'article 4.2.2, § 1er, du même code, remplacé par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, la phrase " L'obligation de déclaration concerne les cas où l'espace d'évaluation de l'administration est minimal en raison du caractère simple et courant des actes concernés ou de la soumission des actes à des prescriptions urbanistiques précises, à des prescriptions de lotissement ou à des conditions intégrales d'aménagement, telles que visées à 4.3.1, § 2, deuxième alinéa. " est remplacée par la phrase " L'obligation de déclaration ne peut être introduite que pour des actes d'urbanisme soumis à l'obligation d'autorisation à caractère temporaire. " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " L'obligation de déclaration visée à l'alinéa 1er, ne peut jamais être introduite pour des actes se situant dans une zone vulnérable du point de vue spatial, à l'exception des zones de parc. ".
Art. 72. In artikel 4.2.3, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "tijdelijk of" opgeheven.
Art. 72. Dans l'article 4.2.3, alinéa 1er, 1°, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les mots " temporaire ou " sont abrogés.
Art. 73. Artikel 4.2.5 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.2.5. Een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan voor het gehele grondgebied van de gemeente of voor een deel ervan, alleen een vergunningsplicht invoeren voor vrijgestelde of niet-vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen die voorkomen op een door de Vlaamse Regering vast te stellen limitatieve lijst van mogelijke vergunningsplichtige handelingen op gemeentelijk niveau.
  Een verordening kan de vergunningsplicht niet vervangen door een meldingsplicht of vrijstelling. Een verordening kan een meldingsplicht niet vervangen door een vergunningsplicht of vrijstelling.".
Art. 73. L'article 4.2.5 du même code, modifié par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4.2.5. Un règlement communal d'urbanisme ne peut, pour tout ou partie du territoire de la commune, introduire une obligation d'autorisation que pour les actes d'urbanisme exemptés ou non soumis à l'obligation d'autorisation qui figurent sur une liste exhaustive d'actes possibles soumis à l'obligation d'autorisation au niveau communal, à déterminer par le Gouvernement flamand.
  Un règlement ne peut pas remplacer l'obligation d'autorisation par une obligation de déclaration ou une exemption. Un règlement ne peut pas remplacer une obligation de déclaration par une obligation d'autorisation ou une exemption. ".
Art. 74. Artikel 4.2.6 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.2.6. De gemeenteraden en provincieraden brengen eventueel bestaande bouwverordeningen of stedenbouwkundige verordeningen waarin bijkomende vergunningsplichten of meldingsplichten zijn opgenomen die niet zijn voorzien in artikel 4.2.5, in overeenstemming met de bepalingen van deze codex binnen een termijn van twee jaar na datum waarop de Vlaamse Regering de limitatieve lijst, vermeld in artikel 4.2.5, eerste lid, heeft vastgesteld.
  Bepalingen in bestaande gemeentelijke of provinciale stedenbouwkundige verordeningen die bijkomende vergunningsplichten ingevoerd hebben, die niet zijn voorzien in artikel 4.2.5, worden van rechtswege opgeheven twee jaar na de datum waarop de Vlaamse Regering de limitatieve lijst, vermeld in artikel 4.2.5, eerste lid, heeft vastgesteld.
  Bepalingen in bestaande gemeentelijke of provinciale stedenbouwkundige verordeningen die bijkomende meldingsplichten regelen, worden van rechtswege opgeheven twee jaar na de datum waarop de Vlaamse Regering de limitatieve lijst, vermeld in artikel 4.2.5, eerste lid, heeft vastgesteld.".
Art. 74. L'article 4.2.6 du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4.2.6. Les conseils communaux et provinciaux mettent les éventuels règlements existants sur la bâtisse ou d'urbanisme contenant des obligations d'autorisation ou de déclaration supplémentaires non prévues à l'article 4.2.5 en conformité avec les dispositions du présent code, dans un délai de deux ans suivant la date de l'établissement de la liste exhaustive, visée à l'article 4.2.5, alinéa 1er, par le Gouvernement flamand.
  Les dispositions des règlements existants d'urbanisme communaux ou provinciaux qui ont introduit des obligations d'autorisation supplémentaires non prévues à l'article 4.2.5, sont abrogées de plein droit deux ans après la date de l'établissement de la liste exhaustive visée à l'article 4.2.5, alinéa 1er, par le Gouvernement flamand.
  Les dispositions des règlements existants d'urbanisme communaux ou provinciaux qui prévoient des obligations de déclaration supplémentaires, sont abrogées de plein droit deux ans après la date de l'établissement de la liste exhaustive visée à l'article 4.2.5, alinéa 1er, par le Gouvernement flamand. ".
Art. 75. In artikel 4.2.7, derde lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 8 december 2017, worden de woorden "provinciale of" opgeheven.
Art. 75. Dans l'article 4.2.7, alinéa 3, du même code, remplacé par le décret du 8 décembre 2017, les mots " provinciaux ou " sont abrogés.
Art. 76. In artikel 4.3.1, § 1, vijfde lid, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zinsnede "eerste lid, 1°, b) en c)" vervangen door de zinsnede "eerste lid, 1°, c)".
Art. 76. Dans l'article 4.3.1, § 1er, alinéa 5, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " l'alinéa premier, 1°, b) et c) " est remplacé par le membre de phrase " l'alinéa 1er, 1°, c) ".
Art. 77. In artikel 4.3.5, § 3, eerste lid, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt de zinsnede "of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend" vervangen door de zinsnede "de wegenis aanbesteedt of de wegenis aangelegd wordt door of in opdracht van de overheid, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend en de nodige financiële waarborgen voorzien zijn".
Art. 77. Dans l'article 4.3.5, § 3, alinéa 1er, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, le membre de phrase " ou une autorité met les travaux de voirie en adjudication, le permis d'environnement pour les bâtiments peut être délivrée dès que le permis d'environnement pour les travaux de voirie a été octroyée " est remplacé par le membre de phrase " met les travaux de voirie en adjudication ou lorsque la voirie est construite par ou pour le compte de l'autorité, le permis d'environnement pour les bâtiments peut être délivré dès que le permis d'environnement pour les travaux de voirie a été octroyé et que les garanties financières nécessaires sont prévues ".
Art. 78. In artikel 4.3.6 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een volume van ten hoogste 1000 m3, of 1250 m3 in geval van bewoning door meer dan één met het bedrijf verbonden gezin" vervangen door de zinsnede "een bouwvolume van ten hoogste 1000 m3";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In geval van bewoning door meer dan één gezin dat aan het bedrijf verbonden is, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een bouwvolume van ten hoogste 1250 m3. Voor de berekening van dat maximale bouwvolume wordt uitgegaan van het gezamenlijke bouwvolume van alle bedrijfswoningen bij hetzelfde bedrijf.".
Art. 78. A l'article 4.3.6 du même code, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " un volume de 1 000 m3 maximum, ou de 1 250 m3, si le logement est destiné à plus d'une famille ayant un lien avec l'entreprise " est remplacé par le membre de phrase " un volume de construction de 1 000 m3 maximum " ;
  2° entre les alinéas 1er et 2, un alinéa est inséré, rédigé comme suit :
  " Si le logement est destiné à plus d'une famille ayant un lien avec l'entreprise, le permis d'environnement peut être accordé pour un volume de construction de 1 250 m3 maximum. Pour le calcul de ce volume maximal de construction, on part du volume de construction total de tous les logements d'entreprise dans la même entreprise. ".
Art. 79. In artikel 4.4.1, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 8 december 2017 en gewijzigd bij de decreten van 26 april 2019, 18 juni 2021 en 26 mei 2023, wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /1 handelingen die zijn onderworpen aan de meldingsplicht in toepassing van artikel 4.2.2, § 1, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn;".
Art. 79. Dans l'article 4.4.1, § 2, du même code, remplacé par le décret du 8 décembre 2017 et modifié par les décrets des 26 avril 2019, 18 juin 2021 et 26 mai 2023, il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
  " 2° /1 les actes soumis à l'obligation de déclaration en application de l'article 4.2.2, § 1er, à condition que les bâtiments ou constructions présents sur la parcelle soient principalement autorisés ; ".
Art. 80. In titel IV, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2021, wordt voor afdeling 1, die afdeling 1/1 wordt, een nieuwe afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 1. Algemene bepaling".
Art. 80. Dans le titre IV, chapitre IV, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2021, il est inséré avant la division 1re, qui devient la division 1re/1, une nouvelle division 1re, rédigée comme suit :
  " Division 1re. Disposition générale ".
Art. 81. In hoofdstuk IV, afdeling 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij artikel 80, wordt een artikel 4.4.1/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.4.1/0. Er kan slechts toepassing gemaakt worden van de afwijkingen, vermeld in dit hoofdstuk, op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager.".
Art. 81. Au chapitre VI, division 1re, du même code, inséré par l'article 80, il est inséré un article 4.4.1/0, rédigé comme suit :
  " Art. 4.4.1/0. Les dérogations visées au présent chapitre ne peuvent être appliquées que sur demande motivée du demandeur d'autorisation. ".
Art. 82. In artikel 4.4.3 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 11 mei 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, inleidende zin, wordt de zinsnede "dat niet voor woningbouw bestemd is, kan desalniettemin een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden" vervangen door de zinsnede "dat in een woonreservegebied ligt, kan een omgevingsvergunning";
  2° in het eerste lid wordt punt 2° opgeheven;
  3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet als een aanbouw bij de bestaande woning of woningen uitdrukkelijk verboden wordt door een bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.".
Art. 82. A l'article 4.4.3 du même code, modifié par les décrets des 11 mai 2012 et 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, phrase introductive, le membre de phrase " qui n'est pas destinée à la construction d'habitations, un permis d'environnement pour actes urbanistiques ou pour le lotissement de sols peut néanmoins être octroyé " est remplacé par le membre de phrase " qui est située dans une zone de réserve d'habitat, un permis d'environnement peut être octroyé " ;
  2° dans l'alinéa 1er, le point 2° est abrogé ;
  3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La possibilité visée à l'alinéa 1er, ne vaut pas lorsqu'une construction annexe à la ou aux habitations existantes est explicitement interdite par un plan particulier d'aménagement ou un plan d'exécution spatial. ".
Art. 83. In artikel 4.4.10, § 1, eerste lid, van dezelfde codex worden de woorden "of uithangborden" opgeheven.
Art. 83. Dans l'article 4.4.10, § 1er, alinéa 1er, du même code, les mots " d'enseignes ou " sont abrogés.
Art. 84. Aan artikel 4.4.23 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin van het eerste lid wordt het woord "beide" vervangen door het woord "alle";
  2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de functiewijziging mag de normale bedrijfsvoering van vergunde of vergund geachte bedrijven in de omgeving niet in het gedrang brengen.";
  3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij de beoordeling van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, c), wordt, voor wat de functie betreft, de laatst vergunde of vergund geachte functie als uitgangspunt genomen.".
Art. 84. A l'article 4.4.23, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive de l'alinéa 1er, les mots " aux deux conditions " sont remplacés par les mots " à toutes les conditions " ;
  2° l'alinéa 1er est complété un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° la modification de fonction ne peut pas compromettre l'exploitation normale des entreprises autorisées ou présumées autorisées environnantes. " ;
  3° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Lors de l'évaluation de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, c), en ce qui concerne la fonction, la dernière fonction autorisées ou présumées autorisées est utilisée comme situation initiale. ".
Art. 85. Aan artikel 4.4.24, tweede lid, van dezelfde codex wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Als het attest de opmaak of wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan vooropstelt om in ontwikkelingsmogelijkheden te voorzien, vermeldt het attest ook op welke wijze daarbij voldaan zou kunnen worden aan de bepalingen van artikel 2.2.6/1.".
Art. 85. L'article 4.4.24, alinéa 2, du même code, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Si l'attestation propose l'établissement ou la modification d'un plan d'exécution spatial afin de prévoir des possibilités de développement, l'attestation indique également comment les dispositions visées à l'article 2.2.6/1, pourraient être respectées dans le cadre de ce processus. ".
Art. 86. In artikel 4.4.28, tweede lid, 1°, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010 en 25 april 2014, worden de woorden "na afgifte van het planologisch attest" vervangen door de woorden "na betekening van het planologisch attest".
Art. 86. Dans l'article 4.4.28, alinéa 2, 1°, du même code, modifié par les décrets des 16 juillet 2010 et 25 avril 2014, les mots " suivant l'octroi d'une attestation planologique " sont remplacés par les mots " suivant la notification de l'attestation planologique ".
Art. 87. In artikel 5.1.1 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014, 8 december 2017 en 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt:
  "Een plannenregister bevat ten minste de volgende informatie over het grondgebied van de gemeente:";
  2° aan paragraaf 1, eerste lid, 4°, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  "voor zover de opmaak van deze plannen geïntegreerd wordt in de procedure voor de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, voorkeursbesluiten, projectbesluiten en plannen van aanleg;";
  3° aan paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  "voor zover de opmaak van deze plannen geïntegreerd wordt in de procedure voor de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, voorkeursbesluiten, projectbesluiten en plannen van aanleg;";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De overheden die belast zijn met het opmaken van de gegevens en documenten, vermeld in paragraaf 1, laden de gegevens en de documenten daarover op in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, onmiddellijk na de voorlopige vaststelling, de definitieve vaststelling, respectievelijk de goedkeuring. Elke overheid is verantwoordelijk voor de overeenstemming van de opgeladen gegevens en documenten met de stukken die ze in haar bezit heeft.
  Het college van burgemeester en schepenen neemt de gegevens en de documenten, vermeld in het eerste lid, op in het plannenregister binnen een termijn van veertien dagen, hetzij na de beslissing van de gemeenteraad, hetzij nadat de gegevens en documenten opgeladen zijn in het digitaal platform, vermeld in artikel 2.2.1, § 2. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het plannenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen.".
Art. 87. A l'article 5.1.1 du même code, modifié par les décrets des 25 avril 2014, 8 décembre 2017 et 26 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  " Le registre des plans inclut au minimum les données suivantes pour le territoire de la commune : " ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, est complété par le membre de phrase suivant :
  " dans la mesure où l'établissement de ces plans est intégré dans la procédure d'établissement des plans d'exécution spatiaux, des arrêtés relatifs à la préférence, des arrêtés relatifs au projet et des plans d'aménagement ; " ;
  3° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, est complété par le membre de phrase suivant :
  " dans la mesure où l'établissement de ces plans est intégré dans la procédure d'établissement des plans d'exécution spatiaux, des arrêtés relatifs à la préférence, des arrêtés relatifs au projet et des plans d'aménagement ; " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les autorités chargées d'établir les données et les documents visés au paragraphe 1er, téléchargent les données et les documents y afférents vers la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2, immédiatement après la fixation provisoire, la fixation définitive, respectivement l'approbation. Chaque autorité répond de la conformité des données et documents téléchargés avec les pièces qu'elle a en sa possession.
  Le collège des bourgmestre et échevins inscrit les données et documents visés à l'alinéa 1er, dans le registre des plans dans un délai de quinze jours, soit après la décision du conseil communal, soit après le téléchargement des données et documents vers la plateforme numérique visée à l'article 2.2.1, § 2. Le collège des bourgmestre et échevins répond de la conformité du registre des plans avec les pièces qui doivent y être reprises. ".
Art. 88. In artikel 5.1.3 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2012 en 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of uithangborden" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "boek III, titel III, hoofdstuk VI" vervangen door de zinsnede "boek 8, hoofdstuk 3,".
Art. 88. A l'article 5.1.3 du même code, modifié par les décrets des 6 juillet 2012 et 4 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " et des enseignes " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " livre III, titre III, chapitre VI " est remplacé par le membre de phrase " livre 8, chapitre 3, ".
Art. 89. In artikel 5.2.2, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "bij aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een beveiligde zending".
Art. 89. Dans l'article 5.2.2, alinéa 1er, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 90. In artikel 5.2.3, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "het hypotheekkantoor van het arrondissement waar de goederen zijn gelegen" worden vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het arrondissement waar de goederen liggen";
  2° de woorden "het hypotheekkantoor" worden vervangen door de woorden "het kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 90. A l'article 5.2.3, § 1er, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " au bureau des hypothèques de l'arrondissement où sont situés les biens " sont remplacés par les mots " au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale de l'arrondissement où sont situés les biens " ;
  2° les mots " au bureau des hypothèques " sont remplacés par les mots " au bureau de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
Art. 91. In titel V, hoofdstuk V, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel 5.5.1, opgeheven.
Art. 91. Dans le titre V, chapitre V, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, la section 1re, comprenant l'article 5.5.1, est abrogée.
Art. 92. In artikel 6.2.2, 3°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5, eerste lid, 3°, " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5,".
Art. 92. Dans l'article 6.2.2, 3°, du même code, inséré par le décret du 25 avril 2014 et modifié par le décret du 26 avril 2019, le membre de phrase " aux articles 4.2.2 et 4.2.5, premier alinéa, 3° " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 4.2.2 et 4.2.5, ".
Art. 93. In artikel 6.2.11, § 4, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "boek II van het Wetboek van Koophandel" vervangen door de woorden "het Wetboek van bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse bepalingen";
  2° in het vierde lid wordt de zinsnede "Artikel 17 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997" vervangen door de zinsnede "Artikel XX.113, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 93. A l'article 6.2.11, § 4, du même code, inséré par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " livre II du Code de commerce " est remplacé par les mots " Code des privilèges maritimes déterminés et des dispositions diverses " ;
  2° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " L'article 17 de la loi sur les faillites du 8 août 1997 " est remplacé par le membre de phrase " L'article XX.113, alinéa 2, du Code de droit économique ".
Art. 94. In artikel 6.3.1, § 6, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen liggen" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het gebied waar de goederen liggen".
Art. 94. Dans l'article 6.3.1, § 6, du même code, remplacé par le décret du 25 avril 2014, les mots " bureau des hypothèques de la région où les biens se situent " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale de la région où les biens se situent ".
Art. 95. In artikel 6.3.3, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen liggen" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het gebied waar de goederen liggen".
Art. 95. Dans l'article 6.3.3, § 2, du même code, inséré par le décret du 25 avril 2014, les mots " bureau des hypothèques de la région où les biens se situent " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale de la région où les biens se situent ".
Art. 96. In artikel 6.4.7, § 5, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "het hypotheekkantoor van het gebied waar het onroerend goed ligt" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het gebied waar het onroerend goed ligt".
Art. 96. Dans l'article 6.4.7, § 5, du même code, inséré par le décret du 25 avril 2014, les mots " bureau des hypothèques de la région où se situe le bien immobilier " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale de la région où se situe le bien immobilier ".
Art. 97. In artikel 6.4.20 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "het hypotheekkantoor van het gebied waarin het onroerend goed gelegen is" vervangen door de woorden "het bevoegde kantoor van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie waar het onroerend goed ligt".
Art. 97. Dans l'article 6.4.20 du même code, inséré par le décret du 25 avril 2014, les mots " bureau des hypothèques de la région où se situe le bien immobilier " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale de la région où se situe le bien immobilier ".
Art. 98. Artikel 7.1.1 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 98. L'article 7.1.1 du même code est abrogé.
Art. 99. In titel VII van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 7.3.1, opgeheven.
Art. 99. Dans le titre VII du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, le chapitre III, comprenant l'article 7.3.1, est abrogé.
Art. 100. Artikel 7.4.3 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2016, wordt opgeheven.
Art. 100. L'article 7.4.3 du même code, modifié par le décret du 1er juillet 2016, est abrogé.
Art. 101. In artikel 7.4.4 van dezelfde codex wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 101. Dans l'article 7.4.4 du même code, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 102. In titel VII, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 7.4.6, opgeheven.
Art. 102. Dans le titre VII, chapitre IV, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la division 3, comprenant l'article 7.4.6, est abrogée.
Art. 103. In titel VII, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt afdeling 4, die bestaat uit artikel 7.4.7, opgeheven.
Art. 103. Dans le titre VII, chapitre IV, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la division 4, comprenant l'article 7.4.7, est abrogée.
Art. 104. In titel VII, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt afdeling 5, die bestaat uit artikel 7.4.8, opgeheven.
Art. 104. Dans le titre VII, chapitre IV, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la division 5, comprenant l'article 7.4.8, est abrogée.
Art. 105. In titel VII, hoofdstuk V, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 6 juli 2012 en 4 april 2014, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 7.5.2, opgeheven.
Art. 105. Dans le titre VII, chapitre V, du même code, modifié par les décrets des 16 juillet 2010, 6 juillet 2012 et 4 avril 2014, la division 2, comprenant l'article 7.5.2, est abrogée.
Art. 106. In titel VII, hoofdstuk V, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 6 juli 2012 en 4 april 2014, wordt afdeling 5, die bestaat uit artikel 7.5.8, opgeheven.
Art. 106. Dans le titre VII, chapitre V, du même code, modifié par les décrets des 16 juillet 2010, 6 juillet 2012 et 4 avril 2014, la division 5, comprenant l'article 7.5.8, est abrogée.
Art. 107. In artikel 7.6.1, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014, worden de zinnen "Het plannenregister moet door elke gemeente opgemaakt worden en door de gemeenteraad vastgesteld worden binnen een jaar na 1 mei 2000. Een afschrift van dat plannenregister wordt gezonden naar het departement." vervangen door de zin "Een afschrift van het eerste plannenregister wordt naar het departement gestuurd.".
Art. 107. Dans l'article 7.6.1, alinéa 1er, du même code, modifié par le décret du 4 avril 2014, les phrases " Le registre des plans doit être établi par chaque commune et il doit être fixé par le Conseil communal dans l'année suivant la date du 1er mai 2000. Une copie de ce registre des plans est envoyée au département. " sont remplacées par la phrase " Une copie du premier registre des plans est envoyée au département. ".
Art. 108. In artikel 7.6.2, § 1, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Elke gemeente bezorgt een ontwerp van vergunningenregister aan het departement.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° in het vijfde en zesde lid, die het vierde en vijfde lid worden, worden de woorden "en uithangborden" opgeheven en wordt de zinsnede "boek III, titel III, hoofdstuk VI" vervangen door de zinsnede "boek 8, hoofdstuk 3,".
Art. 108. A l'article 7.6.2, § 1er, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Chaque commune remet un projet de registre des plans au département. " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° dans les alinéas 5 et 6, qui deviennent les alinéas 4 et 5, les mots " et des enseignes " sont abrogés et le membre de phrase " livre III, titre III, chapitre VI " est remplacé par le membre de phrase " livre 8, chapitre 3, ".
Art. 109. In artikel 7.6.3 van dezelfde codex wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 109. Dans l'article 7.6.3 du même code, l'alinéa 1er est abrogé.
Art. 110. In titel VII, hoofdstuk VI, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2010, 4 april 2014 en 8 december 2017, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 7.6.6, opgeheven.
Art. 110. Dans le titre VII, chapitre VI, du même code, modifié par les décret des 16 juillet 2010, 4 avril 2014 et 8 décembre 2017, la division 3, comprenant l'article 7.6.6, est abrogée.
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 15. - Modifications du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Art. 111. Aan artikel 3 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het laatst gewijzigd bij decreet van 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) afvalwater dat voldoet aan de geldende lozingsvoorwaarden zoals opgenomen in, hetzij de omgevingsvergunning van de producent van het afvalwater, hetzij in de van toepassing zijnde algemene of sectorale voorwaarden inzake lozing van dat afvalwater in oppervlaktewater, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, en dat nuttig wordt gebruikt in een productieproces;";
  2° aan paragraaf 1, 1°, worden een punt h) en een punt i) toegevoegd, die luiden als volgt:
  "h) het gebruik van teruggewonnen water waarvoor een toelating voor gebruik werd afgeleverd of waarvoor een melding met aktename gebeurde overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 houdende reglementering inzake de kwaliteit en de productie, de levering en het gebruik van teruggewonnen water;
  i) ongezuiverd afwater, uitgezonderd afvalwater van afvalverwerkende activiteiten, dat met het oog op de zuivering en lozing ervan, vervoerd wordt tussen twee bedrijven die behoren tot dezelfde vennootschapsgroep.";
  3° in paragraaf 2, 1° /1, a), 5), wordt tussen het woord "alle" en het woord "asbesthoudende" de woorden "eenvoudig bereikbare" ingevoegd;
  4° in paragraaf 2 worden een punt 1° /3, een punt 1° /4 en een punt 1° /5 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /3 asbestinventarisattest: attest afgeleverd door de OVAM voor een toegankelijke constructie met risicobouwjaar na het uitvoeren van de asbestinventaris, vermeld in artikel 33/10;
  1° /4 asbestinventarisattest gemene delen: afzonderlijk asbestinventarisattest voor de gemene delen bij mede-eigendom van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar;
  1° /5 asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen: afzonderlijk asbestinventarisattest bij splitsing van het attest van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die toebehoort aan één eigenaar voor de delen, die gemeenschappelijk gebruikt worden door verschillende gebruikers in de constructie;";
  5° in paragraaf 2, 10° /1, wordt de zinsnede ", voor niet eenvoudig bereikbare niet-laag risico asbesthoudende materialen risicobeheersmaatregelen nemen" opgeheven.
Art. 111. A l'article 3 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, modifié en dernier lieu par le décret du 20 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 1°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) les eaux usées qui répondent aux conditions de déversement applicables telles qu'elles figurent soit dans le permis d'environnement du producteur d'eaux usées, soit dans les conditions générales ou sectorielles applicables concernant le déversement de ces eaux usées dans les eaux de surface telles que visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, et qui font l'objet d'une utilisation utile dans le cadre d'un processus de production ; " ;
  2° le paragraphe 1er, 1°, est complété par un point h) et un point i), rédigés comme suit :
  " h) l'utilisation d'eau de récupération pour laquelle une autorisation d'utilisation a été délivrée ou pour laquelle une notification avec prise d'actes a été faite conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2023 portant réglementation relative à la qualité et à la production, la fourniture et l'utilisation d'eau de récupération ;
  i) les eaux usées non traitées, à l'exclusion des eaux usées provenant des activités de traitement des déchets, transportées en vue de leur épuration et déversement entre deux entreprises appartenant au même groupe de sociétés. " ;
  3° au paragraphe 2, 1° /1, a), 5), les mots " et facilement accessibles " sont insérés entre les mots " contenant de l'amiante " et le membre de phrase " , à l'exception du ".
  4° au paragraphe 2, il est inséré un point 1° /3, un point 1° /4 et un point 1° /5, rédigés comme suit :
  " 1° /3 certificat d'inventaire d'amiante : un certificat délivré par l'OVAM pour une construction accessible d'année à risque après la réalisation de l'inventaire d'amiante visé à l'article 33/10 ;
  1° /4 certificat d'inventaire d'amiante parties communes : un certificat séparé d'inventaire d'amiante pour les parties communes en cas de copropriété d'une construction accessible d'année à risque ;
  1° /5 certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées : un certificat séparé d'inventaire d'amiante lorsque le certificat d'une construction accessible d'année à risque appartenant à un seul propriétaire est divisé pour les parties utilisées en commun par différents utilisateurs dans la construction ; " ;
  5° au paragraphe 2, 10° /1, le membre de phrase " , pour les matériaux contenant de l'amiante à risque non faible et non considérés comme facilement accessibles, prendre des mesures de gestion du risque " est abrogé.
Art. 112. In artikel 33/1, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 29 maart 2019 en vervangen bij decreet van 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "die weggenomen moeten worden om een asbestveilige toestand te verkrijgen," wordt opgeheven;
  2° de volgende zinnen worden toegevoegd:
  "Het insluiten of bedekken is enkel toegelaten indien:
  1° dit het risico bij de verwijdering van het asbesthoudende materiaal niet vergroot;
  2° dit de verwijdering technisch niet bemoeilijkt;
  3° het volume asbesthoudende afval bij verwijdering niet vergroot wordt, met uitzondering van een dunne laag aangebracht om het vrijkomen van asbestvezels uit het asbesthoudende materiaal te verhinderen.".
Art. 112. A l'article 33/1, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019 et remplacé par le décret du 20 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " qui doivent être enlevés pour atteindre un état sans risque d'amiante " sont abrogés ;
  2° la phrase suivante est ajoutée :
  " L'encapsulage ou le recouvrement n'est autorisé que si :
  1° cela n'augmente pas le risque lors de l'enlèvement du matériau contenant de l'amiante ;
  2° cela ne complique pas l'enlèvement sur le plan technique ;
  3° le volume des déchets contenant de l'amiante n'est pas augmenté lors de l'enlèvement, à l'exception d'une fine couche appliquée pour empêcher la libération de fibres d'amiante du matériau. ".
Art. 113. In artikel 33/9 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 29 maart 2019 en gewijzigd bij decreten van 26 februari 2021 en 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en indien van toepassing een asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen" toegevoegd;
  2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, beschikt de vereniging van mede-eigenaars van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van mede-eigendom over een afzonderlijk asbestinventarisattest voor de gemene delen uiterlijk op 31 december 2026.";
  3° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
  4° paragraaf 1, vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "Met het oog op de realisatie van de beleidsdoelstelling `Asbestveilig Vlaanderen 2040' kan de Vlaamse Regering bepaalde categorieën of onderdelen van toegankelijke constructies met risicobouwjaar uitsluiten van de verplichting, vermeld in het eerste en het tweede lid, als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken niet redelijk of proportioneel is om onder de verplichting te vallen. De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal vier jaar verlenen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid, voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar na 1980. De Vlaamse Regering kan de verplichting tot het opstellen en de opmaak van een asbestinventaris om een asbestinventarisattest te bekomen, vermeld in het eerste en tweede lid verder uitwerken. De Vlaamse Regering kan richtlijnen bepalen voor gebouwen en gebouweenheden bij de opmaak van een asbestinventaris. De Vlaamse Regering kan een uitstel verlenen voor een duur van maximaal twee jaar voor de verplichting, vermeld in het tweede lid, voor toegankelijke constructies met risicobouwjaar waar minder dan vijftien woon- eenheden aanwezig zijn.";
  5° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Elke verhuurder van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die over een asbestinventarisattest en indien van toepassing een asbestinventarisattest gemene delen of asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen beschikt, overhandigt een kopie aan de huurder bij het aangaan van de huur of binnen een termijn van één maand na de datum vermeld op het asbestinventarisattest en indien van toepassing, het asbestinventarisattest gemene delen of het asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen als dit afgeleverd werd tijdens een lopende huurperiode.".
Art. 113. A l'article 33/9 du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019 et modifié par les décrets des 26 février 2021 et 20 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots " et, le cas échéant, d'un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées " ;
  2° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, l'association des copropriétaires d'une construction accessible d'année à risque relevant du régime de copropriété dispose d'un certificat d'inventaire d'amiante séparé pour les parties communes au plus tard le 31 décembre 2026. " ;
  3° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé ;
  4° au paragraphe 1er, l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
  " En vue de la réalisation de l'objectif politique " Asbestveilig Vlaanderen 2040 ", le Gouvernement flamand peut exempter certaines catégories ou parties de constructions accessibles d'années à risque de l'obligation visée aux alinéas 1er et 2, s'il n'est pas raisonnable ou proportionnel, sur la base de leurs caractéristiques techniques de la construction, de les soumettre à l'obligation. Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de quatre ans pour l'obligation visée à l'alinéa 1er, pour certaines catégories de constructions accessibles d'année à risque après 1980. Le Gouvernement flamand peut préciser l'obligation d'établir et de rédiger un inventaire d'amiante pour obtenir un certificat d'inventaire d'amiante figurant aux alinéas 1er et 2. Le Gouvernement flamand peut déterminer des directives pour les bâtiments et les unités de bâtiment lors de l'établissement d'un inventaire d'amiante. Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de deux ans pour l'obligation visée à l'alinéa 2, pour les constructions accessibles d'année à risque comprenant moins de quinze unités de logement. " ;
  5° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Tout bailleur d'une construction accessible d'année à risque qui dispose d'un certificat d'inventaire d'amiante et, le cas échéant, d'un certificat d'inventaire d'amiante parties communes ou d'un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées, doit en remettre une copie au locataire au début de la location ou dans un délai d'un mois après la date indiquée sur le certificat d'inventaire d'amiante et, le cas échéant, sur le certificat d'inventaire d'amiante parties communes ou sur le certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées si ceux-ci sont délivrés pendant une période de location en cours. ".
Art. 114. In artikel 33/10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019 en gewijzigd bij decreten van 26 februari 2021 en 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen het woord "asbestinventarisattest" en het woord "wordt" de zinsnede "en indien van toepassing, het asbestinventarisattest gemene delen of het asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen" ingevoegd;
  2° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "en gemeenschappelijk deel" vervangen door de zinsnede ", gemene delen en gemeenschappelijk gebruikte delen".
Art. 114. A l'article 33/10 du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019 et modifié par les décrets des 26 février 2021 et 20 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " sera délivré " sont remplacés par le membre de phrase " et, le cas échéant, un certificat d'inventaire d'amiante parties communes ou un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées seront délivrés "
  2° au paragraphe 3, alinéa 3, les mots " et partie commune " sont remplacés par le membre de phrase " , parties communes, et parties communément utilisées ".
Art. 115. In artikel 33/11 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt na het woord "abestinventarisattest" de zinsnede ", asbestinventarisattest gemene delen of asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen" telkens ingevoegd.
Art. 115. Dans l'article 33/11 du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019, le membre de phrase " , un certificat d'inventaire d'amiante parties communes ou un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées " est chaque fois inséré après les mots " un certificat d'inventaire d'amiante ".
Art. 116. In artikel 33/14 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, gewijzigd bij decreten van 26 februari 2021 en 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Bij het sluiten van een overeenkomst, die de modaliteiten van de overdracht vastlegt, moet de overdrager beschikken over een geldig asbestinventarisattest en indien van toepassing een geldig asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen bij het sluiten van de overeenkomst.
  Voor 1 mei 2025 moet de overdrager van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar, waarvoor een afzonderlijk asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen bestaat, de inhoud hiervan meedelen aan de kandidaat-verwerver bij het sluiten van de overeenkomst.
  Voor het verstrijken van de datum, vermeld in artikel 33/9, § 1, tweede lid, moet de overdrager van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar die valt onder mede-eigendom, waarvoor een afzonderlijk asbestinventarisattest voor de gemene delen bestaat, de inhoud hiervan meedelen aan de kandidaatverwerver bij het sluiten van de overeenkomst.
  Vanaf het verstrijken van de datum, vermeld in artikel 33/9, § 1, tweede lid, moet de overdrager van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar die valt onder mede-eigendom, beschikken over een geldig afzonderlijk asbestinventarisattest voor de gemene delen bij het sluiten van de overeenkomst.";
  2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "onderhandse akte of de" worden opgeheven;
  b) tussen het woord "asbestinventarisattest" en het woord "voorafgaandelijk" wordt de zinsnede "en indien van toepassing een geldig asbestinventarisattest gemene delen of geldig asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen," ingevoegd;
  3° in paragraaf 3 wordt tussen het woord "asbestinventarisattest" en het woord "is" de zinsnede "en indien van toepassing een geldig asbestinventarisattest gemene delen of geldig asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen," ingevoegd;
  4° aan paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden " en 3" worden vervangen door de zinsnede ", 3 en 4";
  b) de volgende zinnen worden toegevoegd:
  "Met het oog op de realisatie van de beleidsdoelstelling `Asbestveilig Vlaanderen 2040' kan de Vlaamse Regering bepaalde categorieën of onderdelen van toegankelijke constructies met risicobouwjaar uitsluiten van de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken niet redelijk of proportioneel is om onder de verplichting te vallen. De Vlaamse Regering kan de verplichting tot het opstellen en de opmaak van een asbestinventaris om een asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen te bekomen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid verder uitwerken.".
Art. 116. A l'article 33/14 du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019, modifié par les décrets des 26 février 2021 et 20 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Lors de la clôture d'un accord fixant les modalités du transfert, le cédant doit disposer d'un certificat valide d'inventaire d'amiante et, le cas échéant, d'un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées valide lors de la clôture de l'accord.
  D'ici le 1er mai 2025, le cédant de la construction accessible d'année à risque, pour laquelle il existe un certificat séparé d'inventaire d'amiante parties communément utilisées, doit en partager le contenu au candidat acquéreur lors de la clôture de l'accord.
  Avant l'expiration de la date visée à l'article 33/9, § 1er, alinéa 2, le cédant de la construction accessible d'année à risque relevant de la copropriété, pour laquelle il existe un certificat séparé d'inventaire d'amiante pour les parties communes, doit en partager le contenu au candidat acquéreur lors de la clôture de l'accord.
  A partir de l'expiration de la date visée à l'article 33/9, § 1er, alinéa 2, le cédant de la construction accessible d'année à risque relevant de la copropriété doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante séparé valide pour les parties communes lors de la clôture de l'accord. " ;
  2° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " ou l'acte sous seing privé " sont abrogés ;
  b) le membre de phrase " et, le cas échéant, du certificat valide d'inventaire d'amiante parties communes ou du certificat valide d'inventaire d'amiante parties communément utilisées " est inséré entre les mots " certificat d'inventaire d'amiante valide " et les mots " a été communiqué " ;
  3° au paragraphe 3, les mots " a été remis " sont remplacés par le membre de phrase " et, le cas échéant, un certificat valide d'inventaire d'amiante parties communes ou un certificat valide d'inventaire d'amiante parties communément utilisées, ont été remis " ;
  4° au paragraphe 5, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le membre de phrase " et 3 " est remplacé par le membre de phrase " , 3 et 4 " ;
  b) les phrases suivantes sont ajoutées :
  " En vue de la réalisation de l'objectif politique " Asbestveilig Vlaanderen 2040 ", le Gouvernement flamand peut exempter certaines catégories ou parties de constructions accessibles d'année à risque des obligations visées au paragraphe 1er, s'il n'est pas raisonnable ou proportionnel, sur la base de leurs caractéristiques techniques de la construction, de les soumettre à l'obligation. Le Gouvernement flamand peut préciser l'obligation d'établir et de rédiger un inventaire d'amiante pour obtenir un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées visé au paragraphe 1er, alinéas 1er. ".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest
CHAPITRE 16. - Modifications du décret du 8 février 2013 relatif à une utilisation durable des pesticides en Région flamande
Art. 117. In artikel 3 van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) een biocide: een biocide als vermeld in artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden.".
Art. 117. Dans l'article 3, du décret du 8 février 2013 relatif à une utilisation durable des pesticides en Région flamande, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) un produit biocide : un produit biocide tel que visé à l'article 2, 2°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides. ".
Art. 118. In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 2°, wordt de zinsnede "artikel 71" vervangen door de zinsnede "artikel 1.7.6.1" en wordt tussen het woord "waterbeleid" en de woorden "en andere gebieden" de zinsnede ", gecoördineerd op 15 juni 2018," ingevoegd;
  2° aan het tweede lid, punt 1°, wordt de zinsnede ", gecoördineerd op 15 juni 2018" toegevoegd.
Art. 118. A l'article 4 du même décret, modifié par le décret du 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " l'article 71 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 1.7.6.1 " et le membre de phrase " , coordonné le 15 juin 2018, " est inséré entre les mots " politique intégrée de l'eau " et les mots " ou les autres zones " ;
  2° l'alinéa 2, point 1°, est complété par le membre de phrase " , coordonné le 15 juin 2018 ".
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
CHAPITRE 17. - Modifications du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013
Art. 119. In artikel 2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 20° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "20° /1 bufferzone: de zone, vastgelegd door het werelderfgoedcomité, rond of naast het werelderfgoed;";
  2° er wordt een punt 46° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "46° /1 werelderfgoed: een onroerend goed dat is ingeschreven op de Lijst van het Werelderfgoed, conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972;".
Art. 119. A l'article 2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 10 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 20° /1, rédigé comme suit :
  " 20° /1 zone tampon : la zone, définie par le Comité du patrimoine mondial, autour du ou adjacente au patrimoine mondial ; " ;
  2° il est inséré un point 46° /1, rédigé comme suit :
  " 46° /1 patrimoine mondial : un bien immobilier inscrit sur la Liste du Patrimoine mondial conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972 ; ".
Art. 120. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2022, wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 6. Beschermingen, erfgoedlandschappen en werelderfgoed".
Art. 120. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 10 novembre 2022, l'intitulé du chapitre 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 6. Protections, patrimoines ruraux et patrimoine mondial ".
Art. 121. In hoofdstuk 6 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 juni 2022, wordt een afdeling 6, die bestaat uit artikel 6.6.1, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 6. Werelderfgoed
Art. 121. Au chapitre 6 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 10 juin 2022, une division 6 est insérée, comprenant l'article 6.6.1, rédigée comme suit :
  " Division 6. Patrimoine mondial
Art. 6.6.1. § 1. Bepaalde handelingen aan of in werelderfgoederen of onroerende goederen geheel of gedeeltelijk in de bufferzone ervan waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, kunnen niet worden aangevat zonder een voorafgaande toelating van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het werelderfgoed of het onroerend goed in de bufferzone ervan ligt tenzij zij zijn vrijgesteld in een beheersplan dat overeenkomstig artikel 8.1.1 is goedgekeurd.
  Het college van burgemeester en schepenen gaat in voorkomend geval na of de aangevraagde handelingen rekening houden met de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed in kwestie.
  De Vlaamse Regering bepaalt de toelatingsplichtige handelingen en de nadere regels voor het aanvragen en afleveren van de toelating.
  § 2. Als voor de in paragraaf 1 vermelde toelatingsplichtige handelingen aan of in werelderfgoederen of onroerende goederen in de bufferzone ervan ook een omgevingsvergunning, een vergunning, een toelating, een machtiging, een ontheffing of een afwijking is vereist overeenkomstig het Bosdecreet van 13 juni 1990 of het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gaat de vergunningverlenende overheid na of de aangevraagde handelingen rekening houden met de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed in kwestie.
  De Vlaamse Regering kan de nadere regels over de betrokkenheid van de gemeente als die niet de vergunningverlenende overheid, vermeld in het eerste lid, is, bepalen.
  § 3. Als voor handelingen aan of in werelderfgoederen of onroerende goederen in de bufferzone ervan ook een toelatings- of meldingsplicht als vermeld in artikel 6.4.4, § 1, of een adviesplicht als vermeld in artikel 6.4.4, § 2 en § 3, geldt omwille van een bescherming als monument, cultuurhistorisch landschap, archeologische site of stads- en dorpsgezicht, gelden voor wat betreft de afbakening van het beschermde goed voor die handelingen alleen de toelatings- of meldingsplichten of de adviesplicht die voortvloeien uit de bescherming.
  Als voor de in paragraaf 1 vermelde toelatingsplichtige handelingen aan of in werelderfgoederen of onroerende goederen in de bufferzone ervan die niet beschermd zijn, ook een toelatingsplicht als vermeld in artikel 4.1.1, derde lid, geldt omwille van een opname van het goed in een vastgestelde inventaris, gelden voor wat betreft de afbakening van het vastgestelde goed voor die handelingen alleen de toelatingsplichten die voortvloeien uit de vaststelling.".
Art. 6.6.1. § 1er. Certains actes sur ou dans des biens de patrimoine mondial ou des biens immobiliers situés entièrement ou partiellement dans leur zone tampon, pour lesquels aucun permis d'environnement n'est requis, ne peuvent pas être entrepris sans l'autorisation préalable du collège des bourgmestre et échevins de la commune où se trouve le patrimoine mondial ou le bien immobilier situé dans sa zone tampon, à moins qu'ils ne soient exemptés en vertu d'un plan de gestion approuvé conformément à l'article 8.1.1.
  Le collège des bourgmestre et échevins vérifie, le cas échéant, si les actes demandés tiennent compte de la valeur universelle exceptionnelle du patrimoine mondial en question.
  Le Gouvernement flamand détermine les actes soumis à l'obligation d'autorisation et les modalités de demande et de délivrance de l'autorisation.
  § 2. Si les actes soumis à l'obligation d'autorisation visés au paragraphe 1er, sur ou dans des biens de patrimoine mondial ou des biens immobiliers situés dans leur zone tampon, requièrent également un permis d'environnement, un permis, une autorisation, un mandat, une dispense ou une dérogation conformément au Décret forestier du 13 juin 1990 ou au décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, l'autorité délivrant le permis vérifie si les actes demandés tiennent compte de la valeur universelle exceptionnelle du patrimoine mondial en question.
  Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités relatives à l'implication de la commune si celle-ci n'est pas l'autorité délivrant le permis visée à l'alinéa 1er.
  § 3. Si les actes sur ou dans des biens de patrimoine mondial ou des biens immobiliers situés dans leur zone tampon, sont également soumis à une obligation d'autorisation ou de notification telle que visée à l'article 6.4.4, § 1er, ou à une obligation de consultation telle que visée à l'article 6.4.4, § 2 et § 3, en raison d'une protection en tant que monument, paysage historico-culturel, site archéologique ou site urbain ou rural, seules les obligations d'autorisation ou de notification ou l'obligation de consultation découlant de la protection s'appliquent à ces actes en ce qui concerne la délimitation du bien protégé.
  Si les actes soumis à l'obligation d'autorisation visés au paragraphe 1er, sur ou dans des biens de patrimoine mondial ou des biens immobiliers situés dans leur zone tampon, qui ne sont pas protégés, sont également soumis à une obligation d'autorisation telle que visée à l'article 4.1.1, alinéa 3, en raison de la reprise du bien dans un inventaire établi, seules les obligations d'autorisation découlant de l'établissement s'appliquent à ces actes en ce qui concerne la délimitation du bien établi. ".
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting
CHAPITRE 18. - Modification du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale
Art. 122. In artikel 2.1.36, derde lid, van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, wordt het woord "hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".
Art. 122. Dans l'article 2.1.36, alinéa 3, du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale, modifié par le décret du 30 juin 2017, les mots " bureau des hypothèques " sont remplacés par les mots " bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale ".
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
CHAPITRE 19. - Modification du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes
Art. 123. In artikel 21 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. De leidende ambtenaren of, bij hun afwezigheid, hun gemachtigden die optreden met toepassing van artikel 105, § 2, respectievelijk punt 6° tot en met punt 8°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, zijn vrijgesteld van de betaling van rolrecht.".
Art. 123. Dans l'article 21 du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, modifié en dernier lieu par le décret du 21 mai 2021, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le fonctionnaire dirigeant ou, en leur absence, leurs mandataires intervenant en application de l'article 105, § 2, respectivement point 6° à point 8°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, sont exemptés du paiement de tout droit de rôle. ".
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones
CHAPITRE 20. - Modification du décret du 27 novembre 2015 relatif aux zones de basses émissions
Art. 124. In artikel 10 van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones, gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 8/1, § 3, tweede lid, deelt de beboetingsambtenaar met een beveiligde zending of met een gewone brief aan de overtreder de gegevens mee van de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete.
  De administratieve geldboete moet betaald worden binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen die termijn schriftelijk met een beveiligde zending zijn verweermiddelen, in voorkomend geval met inbegrip van de bewijsstukken heeft bezorgd aan de beboetingsambtenaar.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  § 4. Als de titularis van de nummerplaat in zijn verweermiddelen het vermoeden, vermeld in artikel 8/1, § 1, heeft weerlegd en de beboetingsambtenaar de verweermiddelen ontvankelijk en gegrond verklaart, brengt hij de titularis van de nummerplaat op de hoogte van zijn beslissing.
  Als de titularis van de nummerplaat conform artikel 8/1, § 2, de identiteit van de bestuurder kenbaar heeft gemaakt, deelt de beboetingsambtenaar met een beveiligde zending of met een gewone brief binnen vijftien dagen na de gegrondverklaring van de verweermiddelen, vermeld in het eerste lid, aan de aangewezen overtreder de gegevens van de vastgestelde feiten en de begane inbreuk mee, alsook het bedrag van de administratieve geldboete. De administratieve geldboete wordt binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan betaald, tenzij de aangewezen overtreder binnen die termijn schriftelijk met een beveiligde zending zijn verweermiddelen, in voorkomend geval met inbegrip van de bewijsstukken, heeft bezorgd aan de beboetingsambtenaar.
  Als de beboetingsambtenaar de verweermiddelen niet ontvankelijk of niet gegrond verklaart, brengt hij de overtreder met een beveiligde zending of met een gewone brief op de hoogte van zijn beslissing, met vermelding van de te betalen administratieve geldboete die binnen dertig dagen na de kennisgeving van die beslissing wordt betaald. Als de beboetingsambtenaar de onontvankelijkheidsverklaring of de ongegrondverklaring van de verweermiddelen niet verstuurt binnen negentig dagen nadat hij het verweerschrift heeft ontvangen, vervalt de betwiste boetebeslissing. Als de beboetingsambtenaar de verweermiddelen ontvankelijk en gegrond verklaart, brengt hij de overtreder op de hoogte van zijn beslissing.".
Art. 124. A l'article 10 du décret du 27 novembre 2015 relatif aux zones de basses émissions, modifié par le décret du 3 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Dans un délai de quinze jours après la réception du rapport de constats visé à l'article article 8/1, § 3, alinéa 2, le fonctionnaire verbalisant informe le contrevenant par envoi sécurisé ou par lettre ordinaire des données relatives aux faits constatés et à l'infraction commise, de même que du montant de l'amende administrative.
  L'amende administrative doit être payée dans un délai de trente jours après la notification de celle-ci, à moins que le contrevenant n'ait introduit ses moyens de défense par écrit, y compris, le cas échéant, les documents probants, au fonctionnaire verbalisant par envoi sécurisé endéans ce délai. " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Si le titulaire de la plaque d'immatriculation a réfuté dans ses moyens de défense la présomption visée à l'article 8/1, § 1er, et si le fonctionnaire verbalisant déclare les moyens de défense recevables et fondés, il informe le titulaire de la plaque d'immatriculation de sa décision.
  Si le titulaire de la plaque d'immatriculation a communiqué l'identité du conducteur conformément à l'article 8/1, § 2, le fonctionnaire verbalisant informe, par envoi sécurisé ou par lettre ordinaire, le contrevenant désigné des données relatives aux faits constatés et à l'infraction commise, de même que le montant de l'amende administrative dans les quinze jours suivant la déclaration de légitimité des moyens de défense visée à l'alinéa 1er. L'amende administrative est payée dans les trente jours suivant sa notification, à moins que le contrevenant désigné n'ait dans ce délai transmis au fonctionnaire verbalisant ses moyens de défense par envoi sécurisé, y compris, le cas échéant, les documents probants.
  Si le fonctionnaire verbalisant déclare les moyens de défense non-recevables ou non-fondés, il met le contrevenant au courant de sa décision par envoi sécurisé ou par lettre ordinaire, tout en mentionnant l'amende administrative payable dans un délai de trente jours suivant la notification de cette décision. Si le fonctionnaire verbalisant n'envoie pas la déclaration d'irrecevabilité ou d'illégitimité des moyens de défense dans les nonante jours suivant la réception du contredit, la décision contestée relative à l'amende devient caduque. Si le fonctionnaire verbalisant déclare les moyens de défense recevables et fondés, il met le contrevenant au courant de sa décision. ".
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas
CHAPITRE 21. - Modification du décret du 30 novembre 2018 relatif au passeport bâtiment
Art. 125. Aan artikel 5 van het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaronder de gegevens in de gebouwenpas in functie van verkoop en verhuur en de publiciteit daaromtrent geheel of gedeeltelijk raadpleegbaar worden gemaakt voor derden. Deze voorwaarden hebben minstens betrekking op:
  1° welke gegevens raadpleegbaar worden gemaakt;
  2° wie de gegevens kan raadplegen;
  3° de periode van raadpleegbaarheid.
  Hierbij voorziet de Vlaamse Regering ook in algemene organisatorische en technische maatregelen die genomen worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen.".
Art. 125. L'article 5 du décret du 30 novembre 2018 relatif au passeport bâtiment, est complété par un alinéa 3 et un alinéa 4, rédigés comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine les conditions dans lesquelles les données dans le passeport bâtiment en vue de vente et de location, ainsi que la publicité y afférente, sont rendues totalement ou partiellement accessibles à des tiers pour consultation. Ces conditions concernent au moins :
  1° quelles données sont rendues consultables ;
  2° qui peut consulter les données ;
  3° la période d'accessibilité pour consultation.
  Ce faisant, le Gouvernement flamand prévoit également les mesures organisationnelles et techniques générales qui doivent être prises afin de garantir la qualité, la confidentialité et la sécurité des données. ".
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het decreet van 21 december 2018 houdende de gevolgen van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten op het vlak van sectorregelgeving inzake omgeving
CHAPITRE 22. - Modification du décret du 21 décembre 2018 contenant les conséquences d'une fusion volontaire de communes au niveau de la réglementation sectorielle en matière d'environnement
Art. 126. In artikel 3 van het decreet van 21 december 2018 houdende de gevolgen van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten op het vlak van sectorregelgeving inzake omgeving worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1°, punt 5° en punt 10° worden opgeheven;
  2° aan punt 18° wordt de zinsnede ", gecoördineerd op 15 juni 2018," toegevoegd.
Art. 126. A l'article 3 du décret du 21 décembre 2018 contenant les conséquences d'une fusion volontaire de communes au niveau de la réglementation sectorielle en matière d'environnement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 1°, 5° et 10° sont abrogés ;
  2° le point 18° est complété par le membre de phrase " , coordonné le 15 juin 2018 ".
HOOFDSTUK 23. - Wijzigingen van het decreet van 14 juli 2023 tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen
CHAPITRE 23. - Modifications du décret du 14 juillet 2023 modifiant le Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, le décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes et le décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes, en ce qui concerne l'extension de la juridiction du Conseil du Contentieux des Permis
Art. 127. Artikel 5 van het decreet van 14 juli 2023 tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. Aan artikel 2.3.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Het besluit tot definitieve vaststelling van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.".".
Art. 127. L'article 5 du décret du 14 juillet 2023 modifiant le Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, le décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes et le décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes, en ce qui concerne l'extension de la juridiction du Conseil du Contentieux des Permis, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. L'article 2.3.1 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 17 mai 2024, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. L'arrêté portant la fixation définitive du règlement d'urbanisme régional peut être contesté par le biais d'un recours devant le Conseil du Contentieux des Permis conformément aux et dans le respect des règles visées au chapitre VIII du titre IV, et des règles en matière de règlement des différends devant cette juridiction fixées par ou en vertu du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. ". ".
Art. 128. Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6. In artikel 2.3.2 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 1/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/5. Het besluit tot definitieve vaststelling van de provinciale stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.";
  2° er wordt een paragraaf 2/5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/5. Het besluit tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regels, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV, en de regels die inzake de geschillenbeslechting voor dat rechtscollege zijn bepaald bij of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.".".
Art. 128. L'article 6 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. A l'article 2.3.2 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 17 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un paragraphe 1er/5, rédigé comme suit :
  " § 1er/5. L'arrêté portant la fixation définitive du règlement d'urbanisme provincial peut être contesté par le biais d'un recours devant le Conseil du Contentieux des Permis conformément aux et dans le respect des règles visées au chapitre VIII du titre IV, et des règles en matière de règlement des différends devant cette juridiction fixées par ou en vertu du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 2/5, rédigé comme suit :
  " § 2/5. L'arrêté portant la fixation définitive du règlement d'urbanisme communal peut être contesté par le biais d'un recours devant le Conseil du Contentieux des Permis conformément aux et dans le respect des règles visées au chapitre VIII du titre IV, et des règles en matière de règlement des différends devant cette juridiction fixées par ou en vertu du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. ". ".
HOOFDSTUK 24. - Slotbepalingen
CHAPITRE 24. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Division 1re. - Dispositions transitoires
Art. 129. Artikel 57 is van toepassing op ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvoor de startnota, vermeld in de artikelen 2.2.7, § 2, artikel 2.2.12, § 2, en artikel 2.2.18, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd wordt na de datum van inwerkingtreding van artikel 57.
Art. 129. L'article 57 s'applique aux plans d'exécution spatiaux dont la note de lancement, visée à l'article 2.2.7, § 2, à l'article 2.2.12, § 2, et à l'article 2.2.18, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, est approuvée après la date d'entrée en vigueur de l'article 57.
Art. 130. Artikel 82 is van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning die worden ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
  In afwijking van het eerste lid worden aanvragen voor een omgevingsvergunning die in eerste bestuurlijke aanleg op ontvankelijke en volledige wijze zijn ingediend binnen de drie jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 82 van dit decreet, beoordeeld op grond van artikel 4.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zoals dit gold vóór de inwerkingtreding van artikel 88 van dit decreet, voor zover de aanvrager van de omgevingsvergunning eigenaar was van het perceel in kwestie op het ogenblik van de datum van inwerkingtreding van artikel 82 van dit decreet.
Art. 130. L'article 82 s'applique aux demandes de permis d'environnement qui sont introduites après la date d'entrée en vigueur du présent article.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les demandes de permis d'environnement qui ont été introduites de manière recevable et complète en première instance administrative dans un délai de trois ans après la date d'entrée en vigueur de l'article 82 du présent décret, sont évaluées sur la base de l'article 4.4.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur de l'article 88 du présent décret, pour autant que le demandeur du permis d'environnement ait été le propriétaire de la parcelle concernée à la date d'entrée en vigueur de l'article 82 du présent décret.
Art. 131. § 1. In het geval van een melding die is verricht op grond van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals dit gold voor de datum van inwerkingtreding van artikel 71 van dit decreet, wordt deze behandeld op grond van de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd verricht.
  § 2. In het geval van een opheffing van rechtswege van een gemeentelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening conform artikel 4.2.6, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend voor de datum van de van rechtswege opheffing behandeld op grond van de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend.
  In het geval van een opheffing van rechtswege van een gemeentelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening conform artikel 4.2.6, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt een melding die is verricht voor de datum van de van rechtswege opheffing behandeld op grond van de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd verricht.
Art. 131. § 1er. Toute notification effectuée en vertu de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, tel qu'applicable avant la date d'entrée en vigueur de l'article 71 du présent décret, est traitée conformément aux dispositions qui s'appliquaient au moment où la notification a été effectuée.
  § 2. Dans le cas d'une abrogation de plein droit d'un règlement d'urbanisme communal ou provincial conformément à l'article 4.2.6, alinéa 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, toute demande de permis d'environnement introduite avant la date de l'abrogation de plein droit est traitée conformément aux dispositions qui s'appliquaient au moment où la demande a été introduite.
  Dans le cas d'une abrogation de plein droit d'un règlement d'urbanisme communal ou provincial conformément à l'article 4.2.6, alinéa 3, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, toute notification effectuée avant la date de l'abrogation de plein droit est traitée conformément aux dispositions qui s'appliquaient au moment où la notification a été effectuée.
Afdeling 2. - Inwerkingtredingsbepalingen
Division 2. - Dispositions d'entrée en vigueur
Art. 132. Artikel 35 heeft uitwerking met ingang van 16 juli 2022.
Art. 132. L'article 35 produit ses effets le 16 juillet 2022.
Art. 133. Artikel 116 treedt in werking op 1 mei 2025 voor alle overeenkomsten die de modaliteiten van de overdracht vastleggen, die gesloten worden vanaf deze datum voor zover het gaat over de verplichting in artikel 33/14, § 1, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, inzake het beschikken over een asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen.
Art. 133. L'article 116 entre en vigueur le 1er mai 2025 pour tous les accords fixant les modalités de transfert conclus à partir de cette date, dans la mesure où il s'agit de l'obligation de disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante parties communément utilisées, visée à l'article 33/14, § 1er, alinéa 1er, du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Art. 134. De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van de volgende artikelen:
  1° artikel 71, 72 en 79;
  2° artikel 87, 4°, voor wat betreft voorkeursbesluiten en projectbesluiten als vermeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten en voor wat betreft de aanduiding van de gronden die conform artikel 5.6.8, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beschouwd worden als `watergevoelig openruimtegebied'.
Art. 134. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur des articles suivants :
  1° les articles 71, 72 et 79 ;
  2° l'article 87, 4°, en ce qui concerne les arrêtés relatifs à la préférence et les arrêtés relatifs au projet tels que visés au décret du 25 avril 2014 relatif aux projets complexes et en ce qui concerne l'indication des terrains considérés, conformément à l'article 5.6.8, § 1er, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, comme des " zones d'espace ouvert vulnérables du point de vue de l'eau ".