Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 mei 2023 over de kwaliteit van zorg in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft de organisatie van het belanghebbendenoverleg
Titre
3 MAI 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 5 mai 2023 sur la qualité des soins dans le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, en ce qui concerne l'organisation de la concertation des parties prenantes
Informations sur le document
Numac: 2024006532
Datum: 2024-05-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006532
Date: 2024-05-03
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° advies: een advies van het belanghebbendenoverleg;
2° belanghebbendenoverleg: het belanghebbendenoverleg, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet van 5 mei 2023;
3° beleidsveld: een beleidsveld als vermeld in artikel 8, § 1, van het besluit van 3 juni 2005;
4° besluit van 3 juni 2005: het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
5° decreet van 29 juni 2018: het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
6° decreet van 5 mei 2023: het decreet van 5 mei 2023 over de kwaliteit van zorg in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
7° externe deskundige: een deskundige die niet behoort tot de Vlaamse overheid en die geen lid is van de Vlaamse Raad;
8° Zorginspectie: Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° avis : un avis de la concertation des parties prenantes ;
2° concertation des parties prenantes : la concertation des parties prenantes visée à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, du décret du 5 mai 2023 ;
3° domaine politique : un domaine politique tel que visé à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du 3 juin 2005 ;
4° arrêté du 3 juin 2005 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
5° décret du 29 juin 2018 : le décret du 29 juin 2018 portant création du Conseil flamand pour l'Aide sociale, la Santé publique et la Famille ;
6° décret du 5 mai 2023 : le décret du 5 mai 2023 sur la qualité des soins dans le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille ;
7° expert externe : un expert qui n'appartient pas à l'Autorité flamande et qui n'est pas membre du Conseil flamand ;
8° Inspection des Soins : l'Inspection des Soins telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins.
Art. 2. Voor de volgende kwaliteitsthema's of deelaspecten van die kwaliteitsthema's wordt een belanghebbendenoverleg georganiseerd:
1° de invulling van de begrippen uit de definitie van kwaliteit van zorg, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 5 mei 2023;
2° de principes, vermeld in artikel 3 van het voormelde decreet, met inbegrip van de manier waarop voorzieningen vorm geven aan de participatie van de zorggebruiker en de inzet van ervaringsdeskundigheid daarbij;
3° de concretisering van de bepalingen, vermeld in artikel 4 van het voormelde decreet, voor de verplichtingen van de voorzieningen, met inbegrip van de manier waarop ervaringsmetingen en de ontsluiting van de resultaten daarvan, en het installeren van een kwaliteitsdynamiek in functie van de uitbouw van een impactgericht kwaliteitssysteem, vorm krijgen;
4° de preventie van en het kwaliteitsvol omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen in de zorg;
5° de kwaliteit van zorg binnen netwerkorganisaties, samenwerkingsverbanden, interdisciplinaire samenwerking of geïntegreerde zorg.
Art. 2. Une concertation des parties prenantes est organisée pour les thèmes de qualité suivants ou aspects partiels de ces thèmes de qualité :
1° la définition des notions de la définition de la qualité des soins, visée à l'article 2, 4°, du décret du 5 mai 2023 ;
2° les principes, visés à l'article 3 du décret précité, en ce compris la façon dont les structures concrétisent la participation de l'utilisateur des soins et l'utilisation de l'expertise d'expérience dans ce cadre ;
3° la concrétisation des dispositions visées à l'article 4 du décret précité, pour les obligations des structures, y compris la manière dont se concrétisent les évaluations de l'expérience et la divulgation de leurs résultats, ainsi que la mise en place d'une dynamique de qualité en fonction du développement d'un système de qualité axé sur l'impact ;
4° la prévention des, et l'action qualitative au niveau des, mesures restrictives de liberté dans le domaine des soins ;
5° la qualité des soins dans le cadre de réseaux, de partenariats, de coopération interdisciplinaire ou de soins intégrés.
Art. 3. Als een belanghebbendenoverleg voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt georganiseerd, worden de volgende belanghebbenden uitgenodigd:
1° de leden van de intersectorale kamer van de Vlaamse Raad, vermeld in artikel 5, 1°, van het decreet van 29 juni 2018. Dit zijn de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 2° tot en met 4°, van het decreet van 5 mei 2023;
2° de personeelsleden van een of meer administraties die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema of deelaspecten van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd. Dit zijn de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 1°, van het decreet van 5 mei 2023;
3° personeelsleden van Zorginspectie;
4° in voorkomend geval partnerorganisaties en externe deskundigen die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema of deelaspecten van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd.
In het eerste lid wordt verstaan onder beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: het beleidsdomein, vermeld in artikel 8 van het besluit van 3 juni 2005.
De leden, vermeld in het eerste lid, 1°, kunnen zich laten vervangen door een afgevaardigde.
Art. 3. Si une concertation des parties prenantes pour le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille est organisée, les parties prenantes suivantes sont invitées :
1° les membres de la chambre intersectorielle du Conseil flamand, visée à l'article 5, 1°, du décret du 29 juin 2018. Il s'agit des représentants visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 2° à 4°, du décret du 5 mai 2023 ;
2° les membres du personnel d'une ou plusieurs administrations ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité ou d'aspects partiels du thème de qualité pour lequel la concertation des parties prenantes est organisée. Il s'agit des représentants visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 1°, du décret du 5 mai 2023 ;
3° membres du personnel de l'Inspection des Soins ;
4° le cas échéant, les organisations partenaires et experts externes ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité ou dans les aspects partiels du thème de qualité pour lesquels la concertation des parties prenantes est organisée.
Dans l'alinéa 1er, on entend par le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille : le domaine politique visé à l'article 8 de l'arrêté du 3 juin 2005.
Les membres visés à l'alinéa 1er, 1°, peuvent se faire remplacer par un délégué.
Art. 4. Als een belanghebbendenoverleg voor een beleidsveld wordt georganiseerd, worden de volgende belanghebbenden uitgenodigd:
1° vertegenwoordigers van de voorzieningen of de werkgevers als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 2°, van het decreet van 5 mei 2023;
2° vertegenwoordigers van de zorggebruikers als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 3°, van het decreet van 5 mei 2023;
3° vertegenwoordigers van de medewerkers of de beroepsgroepen als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 4°, van het decreet van 5 mei 2023;
4° de leden van de administratie, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 1°, van het decreet van 5 mei 2023, die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema of deelaspecten van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd;
5° personeelsleden van Zorginspectie;
6° in voorkomend geval partnerorganisaties en externe deskundigen die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd.
De belanghebbenden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden in gelijke verhouding uitgenodigd.
Als de beoogde samenstelling van de belanghebbenden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, overeenkomt met de samenstelling van een sectorale kamer van de Vlaamse Raad als vermeld in artikel 5, 2° tot en met 4°, van het decreet van 29 juni 2018, nodigt de voorzitter, in afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, de leden van de sectorale kamer van de Vlaamse Raad uit van wie de taken, vermeld in artikel 6 tot en met 9 van het voormelde decreet, het beleidsveld omvatten. De voormelde leden van de sectorale kamer kunnen zich laten vervangen door een afgevaardigde.
Art. 4. Si une concertation des parties prenantes est organisée pour un domaine politique, les parties prenantes suivantes sont invitées :
1° représentants des structures ou des employeurs tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 2° du décret du 5 mai 2023 ;
2° représentants des utilisateurs des soins tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 3° du décret du 5 mai 2023 ;
3° représentants des collaborateurs ou des groupes professionnels tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 4° du décret du 5 mai 2023 ;
4° les membres de l'administration, visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 1°, du décret du 5 mai 2023, ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité ou d'aspects partiels du thème de qualité pour lequel la concertation des parties prenantes est organisée ;
5° membres du personnel de l'Inspection des Soins ;
6° le cas échéant, les organisations partenaires et experts externes ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité pour lequel la concertation des parties prenantes est organisée.
Les parties prenantes visées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sont invitées en fonction d'une représentation paritaire.
Lorsque la composition envisagée des parties prenantes, visée à l'alinéa 1er, 1° à 3°, correspond à la composition d'une chambre sectorielle du Conseil flamand telle que visée à l'article 5, 2° à 4°, du décret du 29 juin 2018, le président, par dérogation à l'alinéa 1er, 1° à 3°, invite les membres de la chambre sectorielle du Conseil flamand dont les tâches, visées aux articles 6 à 9 du décret précité, comprennent le domaine politique. Les membres précités de la chambre sectorielle peuvent se faire remplacer par un délégué.
Art. 5. Als een belanghebbendenoverleg voor twee of meer beleidsvelden wordt georganiseerd, worden de belanghebbenden uitgenodigd die conform artikel 4 voor de respectieve belanghebbendenoverleggen zouden worden uitgenodigd.
Art. 5. Si une concertation des parties prenantes est organisée pour deux domaines politiques ou plus, les parties prenantes qui seraient invitées conformément à l'article 4 pour les concertations des parties prenantes respectives sont invitées.
Art. 6. Als een belanghebbendenoverleg voor een sector wordt georganiseerd, worden de volgende belanghebbenden uitgenodigd:
1° vertegenwoordigers van de voorzieningen of de werkgevers als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 2°, van het decreet van 5 mei 2023;
2° vertegenwoordigers van de zorggebruikers als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 3°, van het decreet van 5 mei 2023;
3° vertegenwoordigers van de medewerkers of de beroepsgroepen als vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 4°, van het decreet van 5 mei 2023;
4° de leden van de administratie, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, 1°, van het decreet van 5 mei 2023, die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema of deelaspecten van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd;
5° personeelsleden van Zorginspectie;
6° in voorkomend geval partnerorganisaties en externe deskundigen die over een bijzondere deskundigheid beschikken op het gebied van het kwaliteitsthema waarvoor het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd.
De belanghebbenden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden in gelijke verhouding uitgenodigd.
Als de beoogde samenstelling van het belanghebbendenoverleg volledig of gedeeltelijk overeenkomt met de samenstelling van een bestaand overleg- of adviesorgaan, kan de voorzitter de leden van dat bestaande overleg- of adviesorgaan uitnodigen.
Art. 6. Si une concertation des parties prenantes est organisée pour un secteur, les parties prenantes suivantes sont invitées :
1° représentants des structures ou des employeurs tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 2° du décret du 5 mai 2023 ;
2° représentants des utilisateurs des soins tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 3° du décret du 5 mai 2023 ;
3° représentants des collaborateurs ou des groupes professionnels tels que visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 4° du décret du 5 mai 2023 ;
4° les membres de l'administration, visés à l'article 5, § 1er, alinéa 3, 1°, du décret du 5 mai 2023, ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité ou d'aspects partiels du thème de qualité pour lequel la concertation des parties prenantes est organisée ;
5° membres du personnel de l'Inspection des Soins ;
6° le cas échéant, les organisations partenaires et experts externes ayant une expertise particulière dans le domaine du thème de qualité pour lequel la concertation des parties prenantes est organisée.
Les parties prenantes visées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sont invitées en fonction d'une représentation paritaire.
Lorsque la composition envisagée de la concertation des parties prenantes correspond entièrement ou partiellement à la composition d'un organe d'avis ou de concertation existant, le président peut inviter les membres de cet organe d'avis ou de concertation existant.
Art. 7. Als een belanghebbendenoverleg voor twee of meer sectoren wordt georganiseerd, worden de belanghebbenden uitgenodigd die conform artikel 6 voor de respectieve belanghebbendenoverleggen zouden worden uitgenodigd.
Art. 7. Si une concertation des parties prenantes est organisée pour deux secteurs ou plus, les parties prenantes qui seraient invitées conformément à l'article 6 pour les concertations des parties prenantes respectives sont invitées.
Art. 8. Het belanghebbendenoverleg levert alle redelijke inspanningen opdat de adviezen aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° het advies komt tot stand in cocreatie en in een proces van dialoog tussen de verschillende belanghebbenden en op basis van de inbreng van de diverse perspectieven die voor het thema belangrijk zijn;
2° de stem van de zorggebruiker wordt actief gezocht en de voorwaarden voor participatie van de zorggebruiker worden gecreëerd;
3° het advies bevat concrete voorstellen die zijn onderbouwd vanuit een brede, integrale kijk op het werkveld en stelt het toewerken naar geïntegreerde en afgestemde zorg voorop;
4° het advies is in lijn met de principes, vermeld in artikel 3 van het decreet van 5 mei 2023;
5° het advies bevat waar mogelijk voorstellen tot administratieve lastenverlaging en regelluwte, rekening houdend met de noodzaak of mogelijkheden tot handhaving;
6° het advies houdt rekening met wat mogelijk is binnen het budgettaire kader;
7° als dat van toepassing is, bevat het advies concrete voorstellen voor transparante budgettaire afspraken, zoals de verhouding tussen de kosten, de subsidiëring, de bijdrage van de zorggebruiker en het engagement van de voorziening.
De voorgestelde kwaliteitsinstrumenten, -indicatoren en -kaders zijn zo geformuleerd dat ze aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° ze maken toezicht en handhaving van de toepassing ervan mogelijk;
2° ze bevatten concrete engagementen van de belanghebbenden die hebben deelgenomen aan het belanghebbendenoverleg, voor de uitvoering ervan;
3° ze houden rekening met het budgettaire kader;
4° ze houden rekening met internationale standaarden en benchmarking.
Art. 8. La concertation des parties prenantes met tout en oeuvre pour que les avis remplissent les conditions suivantes :
1° l'avis voit le jour en cocréation et dans un processus de dialogue entre les différentes parties prenantes et sur la base des contributions des différentes perspectives importantes pour le thème ;
2° la voix de l'utilisateur des soins est activement recherchée et les conditions de la participation de ce dernier sont créées ;
3° l'avis contient des propositions concrètes étayées par une vision large et intégrale du terrain et met l'accent sur la recherche de soins intégrés et coordonnés ;
4° l'avis est conforme aux principes visés à l'article 3 du décret du 5 mai 2023 ;
5° lorsque cela est possible, l'avis contient des propositions visant une réduction des charges administratives et un assouplissement de la réglementation, en tenant compte de la nécessité ou des possibilités de maintien ;
6° l'avis tient compte de ce qui est possible au sein du cadre budgétaire ;
7° le cas échéant, l'avis contient des propositions concrètes pour des accords budgétaires transparents, telles que la relation entre les coûts, le subventionnement, la contribution de l'utilisateur des soins et l'engagement de la structure.
Les instruments, indicateurs et cadres de qualité proposés sont formulés de manière à répondre à toutes les conditions suivantes :
1° ils permettent le contrôle et le maintien de leur mise en oeuvre ;
2° ils comportent des engagements concrets des parties prenantes ayant participé à la concertation des parties prenantes, pour sa mise en oeuvre ;
3° ils tiennent compte du cadre budgétaire ;
4° ils tiennent compte des normes internationales et de l'analyse comparative.
Art. 9. De administratie bepaalt in overleg met de belanghebbenden de timing waarin een belanghebbendenoverleg zijn opdracht afrondt, rekening houdend met de beleidsprioriteiten van de Vlaamse Regering, zoals die zijn vastgelegd in het Vlaamse regeerakkoord.
Art. 9. En concertation avec les parties prenantes, l'administration détermine le délai dans lequel une concertation des parties prenantes achève sa mission, en tenant compte des priorités politiques du Gouvernement flamand, telles que définies dans l'accord de Gouvernement flamand.
Art. 10. Het belanghebbendenoverleg wordt voorgezeten door een personeelslid van één administratie. Als er verschillende administraties betrokken zijn, bepalen ze onderling voor elk belanghebbendenoverleg wie het belanghebbendenoverleg voorzit.
De voorzitter of een plaatsvervanger van het belanghebbendenoverleg heeft de volgende taken:
1° de belanghebbenden uitnodigen;
2° de activiteiten van het belanghebbendenoverleg leiden en coördineren. In functie daarvan bepaalt de voorzitter of een plaatsvervanger in overleg met de belanghebbenden het te doorlopen proces en de processtappen, de agenda van het overleg, de verwachte resultaten en, in voorkomend geval, de externe deskundigen die moeten worden uitgenodigd, vermeld in artikel 3, eerste lid, 4°, artikel 4, eerste lid, 6°, en artikel 6, eerste lid, 6°. De voorzitter of een plaatsvervanger betrekt de belanghebbenden zo snel mogelijk, bij voorkeur van bij de start, actief bij het beleidsvormingsproces;
3° in overleg met de belanghebbenden de dag en het uur bepalen waarop het belanghebbendenoverleg wordt georganiseerd.
De voorzitter bepaalt het aantal belanghebbenden, vermeld in artikel 3, eerste lid, 2° en 3°, artikel 4, eerste lid, 5°, en artikel 6, eerste lid, 5°, dat wordt uitgenodigd, in functie van de behoeften van het belanghebbendenoverleg.
De zorggebruikers kunnen zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.
Art. 10. La concertation des parties prenantes est présidée par un membre du personnel d'une seule administration. Lorsque différentes administrations sont impliquées, elles définissent entre elles qui préside la concertation des parties prenantes pour chaque concertation des parties prenantes.
Le président ou un suppléant de la concertation des parties prenantes a les tâches suivantes :
1° inviter les parties prenantes ;
2° diriger et coordonner les activités de la concertation des parties prenantes. En fonction de cela, le président ou un suppléant détermine, en concertation avec les parties prenantes, le processus à parcourir et les étapes du processus, l'agenda de la concertation, les résultats attendus et, le cas échéant, les experts externes qui doivent être invités, visés à l'article 3, alinéa 1er, 4°, article 4, alinéa 1er, 6°, et article 6, alinéa 1er, 6°. Le président ou un suppléant implique les parties prenantes aussi rapidement que possible, de préférence dès le début, activement dans le cadre du processus d'élaboration des politiques ;
3° en concertation avec les parties prenantes, fixer le jour et l'heure auxquels la concertation des parties prenantes est organisée.
Le président détermine le nombre de parties prenantes, visées à l'article 3, alinéa 1er, 2° et 3°, article 4, alinéa 1er, 5°, et article 6, alinéa 1er, 5°, qui sont invitées, en fonction des besoins de la concertation des parties prenantes.
Les utilisateurs des soins peuvent se faire assister par une personne de confiance.
Art. 11. De adviezen worden samen opgesteld. De belanghebbenden streven daarbij naar een consensus. Er wordt een redelijke termijn genomen om tot consensus te komen, zonder dat die termijn minder dan tien werkdagen kan bedragen. Het advies vermeldt de belanghebbenden die hebben bijgedragen aan het advies. Als de belanghebbenden geen consensus bereiken, vermeldt het advies de verschillende standpunten van de belanghebbenden.
In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: een dag die geen zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is.
Art. 11. Les avis sont élaborés conjointement. Les parties prenantes s'efforcent à cet égard de parvenir à un consensus. Un délai raisonnable est prévu afin de parvenir à un consensus, sans que ce délai puisse être inférieur à dix jours ouvrables. L'avis mentionne les parties prenantes ayant contribué à l'avis. Si les parties prenantes ne parviennent pas à un consensus, l'avis mentionne les différents points de vue des parties prenantes.
Dans l'alinéa 1er, on entend par jour ouvrable : un jour autre qu'un samedi, un dimanche ou un jour férié légal.
Art. 12. Artikel 2 en 5 van het decreet van 5 mei 2023 treden voor alle sectoren in werking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 12. Les articles 2 et 5 du décret du 5 mai 2023 entrent en vigueur pour tous les secteurs à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre flamand qui a le bien-être dans ses attributions, le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions, le ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions, le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions, le ministre flamand qui a la protection sociale dans ses attributions et le ministre flamand qui a l'infrastructure des soins dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.