Artikel 1. In het koninklijk besluit van 28 december 2011 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in bepaalde federale gezondheidssectoren, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden en ongemakkelijke prestaties, wordt artikel 1 vervangen als volgt:
"Artikel 1. § 1. Vanaf 2010 wordt een jaarlijkse bijkomende premie van 1.113,80 euro toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie, en aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie en het ministerieel besluit van 8 juli 2013 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg.
§ 2. Vanaf 2010 wordt een jaarlijkse bijkomende premie van 3.341,50 euro, toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn houder te zijn van een bijzondere beroepstitel van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie.
§ 3. Om de premies zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 te genieten, moet de verpleegkundige voldoen aan de onderstaande cumulatieve voorwaarden:
1° daadwerkelijk in een rusthuis of rust- en verzorgingstehuis werken;
2° niet bezoldigd worden volgens het IFIC-barema;
3° behalve voor verpleegkundigen die in een rusthuis of rust- en verzorgingstehuis van de openbare sector werken, vóór 1 juli 2024 erkend zijn geweest door de bevoegde autoriteit voor een bovenvermelde titel of bekwaamheid.
De verpleegkundige die voor 1 juli 2024 begunstigde was van de premie bedoeld in paragraaf 1 of 2 en die van functie verandert in dezelfde inrichting of die wisselt van inrichting, behoudt het recht op de premie voor zover deze de functie van verpleegkundige blijft uitoefenen en niet overstapt naar het IFIC-barema.
Onder 'IFIC-barema' verstaan we, voor de toepassing van deze paragraaf, het nieuwe loonmodel zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2022 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de gezondheidsdiensten en -inrichtingen die worden erkend en/of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
§ 4. De premies zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn niet cumuleerbaar met het specialisatiecomplement zoals bedoeld in artikel 1/1.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
23 MEI 2024. - Besluit van het Verenigd College van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 december 2011 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in bepaalde federale gezondheidssectoren, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden en ongemakkelijke prestaties
Titre
23 MAI 2024. - Arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune modifiant l'arrêté royal du 28 décembre 2011 relatif à l'exécution du plan d'attractivité pour la profession infirmière, dans certains secteurs fédéraux de la santé, en ce qui concerne les primes pour des titres et qualifications professionnels particuliers et les prestations inconfortables
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 28 décembre 2011 relatif à l'exécution du plan d'attractivité pour la profession infirmière, dans certains secteurs fédéraux de la santé, en ce qui concerne les primes pour des titres et qualifications professionnels particuliers et les prestations inconfortables, l'article 1er est remplacé par ce qui suit :
"Article 1er. § 1er. A partir de l'année 2010, une prime annuelle supplémentaire de 1.113,80 euros est accordée aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, et aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs, telles que définies dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie et dans l'arrêté ministériel du 8 juillet 2013 fixant les critères d'agrément autorisant les infirmiers à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs.
§ 2. A partir de l'année 2010, une prime annuelle supplémentaire de 3.341,50 euros est accordée aux infirmiers agréés comme étant autorisés à porter un titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie tel que défini dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie..
§ 3. Pour bénéficier des primes visées aux paragraphes 1er et 2, l'infirmier doit remplir les conditions cumulatives suivantes :
1° travailler effectivement dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins ;
2° ne pas être rémunéré selon le barème IF-IC ;
3° sauf pour les infirmiers qui travaillent dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins du secteur public, avoir été agréé avant le 1er juillet 2024 par l'autorité compétente pour un titre ou une qualification susmentionné.
L'infirmier bénéficiaire, avant le 1er juillet 2024, de la prime visée aux paragraphes 1er ou 2, qui change de fonction dans le même établissement ou change d'établissement garde son droit à la prime pour autant qu'il continue d'exercer une fonction d'infirmier et ne passe pas au barème IF-IC.
" Par " barème IF-IC ", on entend, pour l'application du présent paragraphe, le nouveau modèle salarial, tel que visé dans la convention collective de travail du 11 juillet 2022 relative à l'introduction d'un nouveau modèle salarial pour les établissements et services de santé qui sont agréés et/ou subventionnés par la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune.
§ 4. Les primes visées aux §§ 1er et 2 ne sont pas cumulables avec le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1.".
"Article 1er. § 1er. A partir de l'année 2010, une prime annuelle supplémentaire de 1.113,80 euros est accordée aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, et aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs, telles que définies dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie et dans l'arrêté ministériel du 8 juillet 2013 fixant les critères d'agrément autorisant les infirmiers à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs.
§ 2. A partir de l'année 2010, une prime annuelle supplémentaire de 3.341,50 euros est accordée aux infirmiers agréés comme étant autorisés à porter un titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie tel que défini dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie..
§ 3. Pour bénéficier des primes visées aux paragraphes 1er et 2, l'infirmier doit remplir les conditions cumulatives suivantes :
1° travailler effectivement dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins ;
2° ne pas être rémunéré selon le barème IF-IC ;
3° sauf pour les infirmiers qui travaillent dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins du secteur public, avoir été agréé avant le 1er juillet 2024 par l'autorité compétente pour un titre ou une qualification susmentionné.
L'infirmier bénéficiaire, avant le 1er juillet 2024, de la prime visée aux paragraphes 1er ou 2, qui change de fonction dans le même établissement ou change d'établissement garde son droit à la prime pour autant qu'il continue d'exercer une fonction d'infirmier et ne passe pas au barème IF-IC.
" Par " barème IF-IC ", on entend, pour l'application du présent paragraphe, le nouveau modèle salarial, tel que visé dans la convention collective de travail du 11 juillet 2022 relative à l'introduction d'un nouveau modèle salarial pour les établissements et services de santé qui sont agréés et/ou subventionnés par la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune.
§ 4. Les primes visées aux §§ 1er et 2 ne sont pas cumulables avec le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1.".
Art. 2. In hetzelfde Koninklijk besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 1/1. § 1. Vanaf 1 juli 2023 wordt er een jaarlijks specialisatiecomplement van 833 euro toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie, en aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie en het ministerieel besluit van 8 juli 2013 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg.
§ 2. Vanaf 1 juli 2023 wordt er een jaarlijks specialisatiecomplement van 2.500 euro toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn houder te zijn van een bijzondere beroepstitel in de geriatrie zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in geriatrie.
§ 3. Om de complementen zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 te genieten, moet de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 daadwerkelijk in een rusthuis of rust- en verzorgingstehuis werken en bezoldigd worden volgens het IFIC-barema.
§ 4. In afwijking van artikel 1, § 3, en van § 3 van dit artikel, heeft de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2, die tijdens een referentieperiode overstapt naar het IFIC-barema, recht op de betaling van de premie zoals bedoeld in artikel 1 die op hem toepasbaar is, naar rato van het aantal gewerkte dagen of daaraan gelijkgestelde dagen tijdens welke hij nog niet daadwerkelijk bezoldigd werd volgens het IFIC-barema van 1 juli van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het lopende jaar.
Vervolgens wordt een proratisering in kalenderdagen toegepast voor de betaling van het specialisatiecomplement waarop de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2, die overstapt naar het IFIC-barema, recht heeft voor de gewerkte dagen of daaraan gelijkgestelde dagen tijdens welke hij bezoldigd werd volgens het IFIC-barema gedurende de referentieperiode.
§ 5. Het specialisatiecomplement zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 is niet cumuleerbaar met de premies zoals bedoeld in artikel 1.
§ 6. Onder 'IFIC-barema' verstaan we, voor de toepassing van deze paragraaf, het nieuwe loonmodel zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2022 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de gezondheidsdiensten en -inrichtingen die worden erkend en/of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.".
"Art. 1/1. § 1. Vanaf 1 juli 2023 wordt er een jaarlijks specialisatiecomplement van 833 euro toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie, en aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn zich te beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie en het ministerieel besluit van 8 juli 2013 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg.
§ 2. Vanaf 1 juli 2023 wordt er een jaarlijks specialisatiecomplement van 2.500 euro toegekend aan de erkende verpleegkundigen die gemachtigd zijn houder te zijn van een bijzondere beroepstitel in de geriatrie zoals bepaald in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in geriatrie.
§ 3. Om de complementen zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 te genieten, moet de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 daadwerkelijk in een rusthuis of rust- en verzorgingstehuis werken en bezoldigd worden volgens het IFIC-barema.
§ 4. In afwijking van artikel 1, § 3, en van § 3 van dit artikel, heeft de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2, die tijdens een referentieperiode overstapt naar het IFIC-barema, recht op de betaling van de premie zoals bedoeld in artikel 1 die op hem toepasbaar is, naar rato van het aantal gewerkte dagen of daaraan gelijkgestelde dagen tijdens welke hij nog niet daadwerkelijk bezoldigd werd volgens het IFIC-barema van 1 juli van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het lopende jaar.
Vervolgens wordt een proratisering in kalenderdagen toegepast voor de betaling van het specialisatiecomplement waarop de erkende verpleegkundige zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2, die overstapt naar het IFIC-barema, recht heeft voor de gewerkte dagen of daaraan gelijkgestelde dagen tijdens welke hij bezoldigd werd volgens het IFIC-barema gedurende de referentieperiode.
§ 5. Het specialisatiecomplement zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 is niet cumuleerbaar met de premies zoals bedoeld in artikel 1.
§ 6. Onder 'IFIC-barema' verstaan we, voor de toepassing van deze paragraaf, het nieuwe loonmodel zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2022 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de gezondheidsdiensten en -inrichtingen die worden erkend en/of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.".
Art. 2. Dans le même arrêté royal, il est inséré un article 1/1, rédigé comme suit :
"Art. 1er/1. § 1er. A partir du 1er juillet 2023, un complément de spécialisation annuel de 833 euros est accordé aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, et aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs, telles que définies dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie et dans l'arrêté ministériel du 8 juillet 2013 fixant les critères d'agrément autorisant les infirmiers à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs.
§ 2. A partir du 1er juillet 2023, un complément de spécialisation annuel de 2.500 euros est accordé aux infirmiers agréés comme étant autorisés à porter un titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie tel que défini dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie.
§ 3. Pour bénéficier des compléments visés aux paragraphes 1er et 2, l'infirmier agréé visé aux paragraphes 1er et 2 doit effectivement travailler, dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins, et être rémunéré selon le barème IF-IC.
§ 4. Par dérogation à l'article 1er, § 3, et au § 3 du présent article, l'infirmier agréé visé aux paragraphes 1er et 2 qui passe au barème IF-IC au cours d'une période de référence, a droit au paiement de la prime qui lui est applicable telle que visée à l'article 1er, au prorata du nombre de jours travaillés ou assimilés durant lesquels il n'a pas encore été effectivement rémunéré selon le barème IFIC du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours.
Une proratisation par jours calendriers est ensuite appliquée pour le paiement du complément de spécialisation auquel l'infirmier agréé visé aux paragraphes1er et 2 qui passe au barème IF-IC a droit pour les jours travaillés ou assimilés durant lesquels il est rémunéré selon le barème IF-IC durant la période de référence.
§ 5. Le complément de spécialisation visé aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec les primes visées à l'article 1er.
§ 6. " Par " barème IF-IC ", on entend, pour l'application du présent article, le nouveau modèle salarial, tel que visé dans la convention collective de travail du 11 juillet 2022 relative à l'introduction d'un nouveau modèle salarial pour les établissements et services de santé qui sont agréés et/ou subventionnés par la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune.".
"Art. 1er/1. § 1er. A partir du 1er juillet 2023, un complément de spécialisation annuel de 833 euros est accordé aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, et aux infirmiers agréés comme étant autorisés à se prévaloir d'une qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs, telles que définies dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie et dans l'arrêté ministériel du 8 juillet 2013 fixant les critères d'agrément autorisant les infirmiers à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs.
§ 2. A partir du 1er juillet 2023, un complément de spécialisation annuel de 2.500 euros est accordé aux infirmiers agréés comme étant autorisés à porter un titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie tel que défini dans l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie.
§ 3. Pour bénéficier des compléments visés aux paragraphes 1er et 2, l'infirmier agréé visé aux paragraphes 1er et 2 doit effectivement travailler, dans une maison de repos ou une maison de repos et de soins, et être rémunéré selon le barème IF-IC.
§ 4. Par dérogation à l'article 1er, § 3, et au § 3 du présent article, l'infirmier agréé visé aux paragraphes 1er et 2 qui passe au barème IF-IC au cours d'une période de référence, a droit au paiement de la prime qui lui est applicable telle que visée à l'article 1er, au prorata du nombre de jours travaillés ou assimilés durant lesquels il n'a pas encore été effectivement rémunéré selon le barème IFIC du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours.
Une proratisation par jours calendriers est ensuite appliquée pour le paiement du complément de spécialisation auquel l'infirmier agréé visé aux paragraphes1er et 2 qui passe au barème IF-IC a droit pour les jours travaillés ou assimilés durant lesquels il est rémunéré selon le barème IF-IC durant la période de référence.
§ 5. Le complément de spécialisation visé aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec les primes visées à l'article 1er.
§ 6. " Par " barème IF-IC ", on entend, pour l'application du présent article, le nouveau modèle salarial, tel que visé dans la convention collective de travail du 11 juillet 2022 relative à l'introduction d'un nouveau modèle salarial pour les établissements et services de santé qui sont agréés et/ou subventionnés par la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune.".
Art. 3. In hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 2, zoals gewijzigd door het besluit van het Verenigd College van 30 november 2023, vervangen als volgt:
"Art. 2. Tot 2023 wordt de premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, jaarlijks in de maand september door de werkgever betaald aan de verpleegkundigen. De premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, wordt betaald naar rato van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte dagen van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepstitel, de beroepsbekwaamheid of de kopie van de erkenning, afgeleverd door de toezichthoudende overheid.
Vanaf 2024 wordt de premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, of het specialisatiecomplement zoals bedoeld in artikel 1/1, §§ 1 en 2, jaarlijks in de maand september door de werkgever betaald aan de verpleegkundigen. De premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, of het specialisatiecomplement zoals bedoeld in artikel 1/1, §§ 1 en 2, wordt betaald naar rato van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte dagen van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepstitel, de beroepsbekwaamheid of de kopie van de erkenning, afgeleverd door de toezichthoudende overheid.".
"Art. 2. Tot 2023 wordt de premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, jaarlijks in de maand september door de werkgever betaald aan de verpleegkundigen. De premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, wordt betaald naar rato van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte dagen van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepstitel, de beroepsbekwaamheid of de kopie van de erkenning, afgeleverd door de toezichthoudende overheid.
Vanaf 2024 wordt de premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, of het specialisatiecomplement zoals bedoeld in artikel 1/1, §§ 1 en 2, jaarlijks in de maand september door de werkgever betaald aan de verpleegkundigen. De premie zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2, of het specialisatiecomplement zoals bedoeld in artikel 1/1, §§ 1 en 2, wordt betaald naar rato van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte dagen van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepstitel, de beroepsbekwaamheid of de kopie van de erkenning, afgeleverd door de toezichthoudende overheid.".
Art. 3. Dans le même arrêté royal, l'article 2, tel que modifié par l'arrêté du Collège réuni du 30 novembre 2023, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 2. Jusqu'à l'année 2023, la prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 est versée annuellement en septembre par l'employeur aux infirmiers. La prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 est versée au prorata de leur temps de travail et du nombre de jours travaillés du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours, et compte tenu de la date de validité du titre professionnel, de la qualification professionnelle ou de la copie de l'agrément qui a été délivré par l'autorité de tutelle compétente.
A partir de l'année 2024, la prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 ou le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1, §§ 1er et 2 est versé annuellement entre le 1er juillet et le 30 septembre par l'employeur aux infirmiers. La prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 ou le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1, §§ 1er et 2 est versé au prorata de leur temps de travail et du nombre de jours travaillés du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours, et compte tenu de la date de validité du titre professionnel, de la qualification professionnelle ou de la copie de l'agrément qui a été délivré par l'autorité de tutelle compétente.".
"Art. 2. Jusqu'à l'année 2023, la prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 est versée annuellement en septembre par l'employeur aux infirmiers. La prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 est versée au prorata de leur temps de travail et du nombre de jours travaillés du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours, et compte tenu de la date de validité du titre professionnel, de la qualification professionnelle ou de la copie de l'agrément qui a été délivré par l'autorité de tutelle compétente.
A partir de l'année 2024, la prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 ou le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1, §§ 1er et 2 est versé annuellement entre le 1er juillet et le 30 septembre par l'employeur aux infirmiers. La prime visée à l'article 1er, §§ 1er et 2 ou le complément de spécialisation visé à l'article 1er/1, §§ 1er et 2 est versé au prorata de leur temps de travail et du nombre de jours travaillés du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours, et compte tenu de la date de validité du titre professionnel, de la qualification professionnelle ou de la copie de l'agrément qui a été délivré par l'autorité de tutelle compétente.".
Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "bedragen in dit hoofdstuk" telkens vervangen door de woorden "premies zoals bedoeld in artikel 1".
Art. 4. Dans l'article 3 du même arrêté royal, les mots "reprises dans ce chapitre" sont chaque fois remplacés par les mots "visées à l'article 1er".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde Koninklijk kesluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "worden geïndexeerd voor de private sector" worden vervangen door de woorden "worden voor de privésector geïndexeerd" ;
2° de woorden "worden geïndexeerd voor de publieke sector" worden vervangen door de woorden "worden voor de overheidssector geïndexeerd".
1° de woorden "worden geïndexeerd voor de private sector" worden vervangen door de woorden "worden voor de privésector geïndexeerd" ;
2° de woorden "worden geïndexeerd voor de publieke sector" worden vervangen door de woorden "worden voor de overheidssector geïndexeerd".
Art. 5. Dans le texte néerlandais de l'article 3 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "worden geïndexeerd voor de private sector" sont remplacés par les mots "worden voor de privésector geïndexeerd" ;
2° les mots "worden geïndexeerd voor de publieke sector" sont remplacés par les mots "worden voor de overheidssector geïndexeerd".
1° les mots "worden geïndexeerd voor de private sector" sont remplacés par les mots "worden voor de privésector geïndexeerd" ;
2° les mots "worden geïndexeerd voor de publieke sector" sont remplacés par les mots "worden voor de overheidssector geïndexeerd".
Art. 6. In hetzelfde koninklijk besluit worden de artikelen 3/1 tot en met 3/4 ingevoegd, luidende als volgt :
" Art. 3/1. § 1. De bedragen in artikel 1/1 worden voor de privésector geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen en worden gekoppeld aan de spilindex op 1 januari 2022 (111,53).
§ 2. De bedragen in artikel 1/1 worden voor de overheidssector geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld aan de spilindex op 1 januari 2022 (111,53).
Art. 3/2. De rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen waarvan het personeel beoefenaars van de verpleegkunde omvat zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 of 2, die voldoen aan de voorwaarden in artikel 1, § 3, kunnen, volgens de voorwaarden bepaald in een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief, een tegemoetkoming van Iriscare krijgen die als volgt wordt bepaald:
1° 4.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
2° 1.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
3° 1.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten.
Die bedragen zijn bestemd voor de betaling van de in artikel 1 bedoelde premies aan de betrokken verpleegkundigen.
Tot en met 2023 worden die bedragen berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde gedurende één jaar tussen 1 september en 31 augustus.
Vanaf 2024 wordt de premie berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde tussen 1 juli van het vorige jaar en 30 juni van het lopende jaar.
De in het eerste lid, 1° tot en met 3°, vermelde bedragen zijn alleen cumuleerbaar voor eenzelfde beoefenaar van de verpleegkunde die houder is van meerdere titels of bekwaamheden, indien die titels en bekwaamheden betrekking hebben op verschillende specialisaties.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 110,51 met basis 2004 = 100. Die bedragen worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig de bepalingen in artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art. 3/3. De rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen waarvan het personeel beoefenaars van de verpleegkunde omvat zoals bedoeld in artikel 1/1, die voldoen aan de voorwaarden in artikel 1/1, § 3, kunnen, volgens de voorwaarden bepaald in een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief, een tegemoetkoming van Iriscare krijgen die als volgt wordt bepaald:
1° 3.366,75 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
2° 1.121,80 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
3° 1.121,80 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten.
Die bedragen zijn bestemd voor de betaling van de in artikel 1/1 bedoelde specialisatiecomplementen aan de betrokken verpleegkundigen.
Vanaf 2024 wordt de premie berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde en het aantal gepresteerde maanden tussen 1 juli van het vorige jaar en 30 juni van het lopende jaar.
De in het eerste lid, 1° tot en met 3°, vermelde bedragen zijn alleen cumuleerbaar voor eenzelfde beoefenaar van de verpleegkunde die houder is van meerdere titels of bekwaamheden, indien die titels en bekwaamheden betrekking hebben op verschillende specialisaties.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 111,53 met basis 2013 = 100. Die bedragen worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig de bepalingen in artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art. 3/4. Iriscare betaalt de in de artikelen 3/2 en 3/3 bedoelde tegemoetkomingen aan de rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen uiterlijk op 31 december van het betrokken jaar, op voorwaarde dat de volgende gegevens vóór 31 oktober van elk jaar aan de dienst Financiën van Iriscare worden bezorgd, volgens de voorwaarden bepaald door een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief:
1° de namen en voornamen van de betrokken beoefenaars van de verpleegkunde;
2° hun rijksregisternummers;
3° een kopie van hun titels of bekwaamheden en, als een verpleegkundige voor het eerst een premie of specialisatiecomplement ontvangt, een getuigschrift afgeleverd door de Franse of Vlaamse Gemeenschap;
4° tot en met 2023: een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als beoefenaar van de verpleegkunde hebben gepresteerd (of het daaraan gelijkgestelde aantal dagen of uren);
5° vanaf 2024: een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 juli van het vorige jaar tot 30 juni van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als beoefenaar van de verpleegkunde hebben gepresteerd (of het daaraan gelijkgestelde aantal dagen of uren).".
" Art. 3/1. § 1. De bedragen in artikel 1/1 worden voor de privésector geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen en worden gekoppeld aan de spilindex op 1 januari 2022 (111,53).
§ 2. De bedragen in artikel 1/1 worden voor de overheidssector geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld aan de spilindex op 1 januari 2022 (111,53).
Art. 3/2. De rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen waarvan het personeel beoefenaars van de verpleegkunde omvat zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 of 2, die voldoen aan de voorwaarden in artikel 1, § 3, kunnen, volgens de voorwaarden bepaald in een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief, een tegemoetkoming van Iriscare krijgen die als volgt wordt bepaald:
1° 4.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
2° 1.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
3° 1.500 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten.
Die bedragen zijn bestemd voor de betaling van de in artikel 1 bedoelde premies aan de betrokken verpleegkundigen.
Tot en met 2023 worden die bedragen berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde gedurende één jaar tussen 1 september en 31 augustus.
Vanaf 2024 wordt de premie berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde tussen 1 juli van het vorige jaar en 30 juni van het lopende jaar.
De in het eerste lid, 1° tot en met 3°, vermelde bedragen zijn alleen cumuleerbaar voor eenzelfde beoefenaar van de verpleegkunde die houder is van meerdere titels of bekwaamheden, indien die titels en bekwaamheden betrekking hebben op verschillende specialisaties.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 110,51 met basis 2004 = 100. Die bedragen worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig de bepalingen in artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art. 3/3. De rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen waarvan het personeel beoefenaars van de verpleegkunde omvat zoals bedoeld in artikel 1/1, die voldoen aan de voorwaarden in artikel 1/1, § 3, kunnen, volgens de voorwaarden bepaald in een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief, een tegemoetkoming van Iriscare krijgen die als volgt wordt bepaald:
1° 3.366,75 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
2° 1.121,80 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten;
3° 1.121,80 euro x het aantal voltijdsequivalenten verpleegkundigen die houder zijn van een beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, en die verpleegkundige prestaties verrichten.
Die bedragen zijn bestemd voor de betaling van de in artikel 1/1 bedoelde specialisatiecomplementen aan de betrokken verpleegkundigen.
Vanaf 2024 wordt de premie berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijdsequivalent van de beoefenaar van de verpleegkunde en het aantal gepresteerde maanden tussen 1 juli van het vorige jaar en 30 juni van het lopende jaar.
De in het eerste lid, 1° tot en met 3°, vermelde bedragen zijn alleen cumuleerbaar voor eenzelfde beoefenaar van de verpleegkunde die houder is van meerdere titels of bekwaamheden, indien die titels en bekwaamheden betrekking hebben op verschillende specialisaties.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 111,53 met basis 2013 = 100. Die bedragen worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig de bepalingen in artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art. 3/4. Iriscare betaalt de in de artikelen 3/2 en 3/3 bedoelde tegemoetkomingen aan de rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen uiterlijk op 31 december van het betrokken jaar, op voorwaarde dat de volgende gegevens vóór 31 oktober van elk jaar aan de dienst Financiën van Iriscare worden bezorgd, volgens de voorwaarden bepaald door een door de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare goedgekeurde omzendbrief:
1° de namen en voornamen van de betrokken beoefenaars van de verpleegkunde;
2° hun rijksregisternummers;
3° een kopie van hun titels of bekwaamheden en, als een verpleegkundige voor het eerst een premie of specialisatiecomplement ontvangt, een getuigschrift afgeleverd door de Franse of Vlaamse Gemeenschap;
4° tot en met 2023: een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als beoefenaar van de verpleegkunde hebben gepresteerd (of het daaraan gelijkgestelde aantal dagen of uren);
5° vanaf 2024: een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 juli van het vorige jaar tot 30 juni van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als beoefenaar van de verpleegkunde hebben gepresteerd (of het daaraan gelijkgestelde aantal dagen of uren).".
Art. 6. Dans le même arrêté royal, sont insérés les articles 3/1 à 3/4, rédigés comme suit :
"Art. 3/1. § 1er. Les montants repris dans l'article 1er/1 sont indexés, pour le secteur privé, conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants. et sont liés à l'indice pivot, au 1er janvier 2022 (111,53).
§ 2. Les montants repris à l'article 1er/1 sont indexés, pour le secteur public, conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public et sont liés à l'indice pivot, au 1er janvier 2022 (111,53).
Art. 3/2. Les maisons de repos et les maisons de repos et de soins qui comptent dans leur personnel des praticiens de l'art infirmier visés à l'article 1er, §§ 1er ou 2, qui répondent aux conditions de l'article 1er, § 3, peuvent bénéficier, selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, d'une intervention d'Iriscare fixée comme suit :
1° 4.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'un titre professionnel d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
2° 1.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
3° 1.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier.
Ces montants sont destinés à couvrir le paiement des primes visées à l'article 1er aux infirmiers concernés.
Jusqu'à l'année 2023 incluse, ces montants sont calculés en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier au cours d'une période d'un an comprise entre le 1er septembre et le 31 août.
A partir de l'année 2024, la prime est calculée en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier entre le 1er juillet de l'année précédente et le 30 juin de l'année en cours.
Les montants visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, sont cumulables pour un même praticien de l'art infirmier disposant de plusieurs titres ou qualifications uniquement si ces titres et qualifications portent sur des spécialités distinctes.
Les montants visés dans le présent article sont liés à l'indice pivot 110,51 dans la base 2004 = 100. Ils sont adaptés à l'indice pivot applicable au 1er janvier de l'année où la prime est versée, et cela conformément aux dispositions de l'article 6, 1° de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume dans le secteur public.
Art. 3/3. Les maisons de repos et les maisons de repos et de soins qui comptent dans leur personnel des praticiens de l'art infirmier visés à l'article 1er/1, qui répondent aux conditions de l'article 1er/1 § 3, peuvent bénéficier, selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, d'une intervention d'Iriscare fixée comme suit :
1° 3366,75 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'un titre professionnel d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
2° 1121,80 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
3° 1121,80 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier.
Ces montants sont destinés à couvrir le paiement des compléments de spécialisation visés à l'article 1er/1 aux infirmiers concernés.
A partir de l'année 2024, la prime est calculée en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier et du nombre de mois travaillés entre le 1er juillet de l'année précédente et le 30 juin de l'année en cours.
Les montants visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, sont cumulables pour un même praticien de l'art infirmier disposant de plusieurs titres ou qualifications uniquement si ces titres et qualifications portent sur des spécialités distinctes.
Les montants visés dans le présent article sont liés à l'indice pivot 111,53 dans la base 2013 = 100. Ils sont adaptés à l'indice pivot applicable au 1er janvier de l'année où la prime est versée, et cela conformément aux dispositions de l'article 6, 1° de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume dans le secteur public.
Art. 3/4. Iriscare verse les interventions visées aux articles 3/2 et 3/3 aux maisons de repos pour personnes âgées et maisons de repos et de soins au plus tard le 31 décembre de l'année concernée, sous réserve de la transmission au Service Finances d'Iriscare, avant le 31 octobre de chaque année et selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, des données suivantes:
1° noms et prénoms des praticiens de l'art infirmier concernés ;
2° leurs numéros de registre national ;
3° copie de leurs titres ou qualifications, ainsi que, si un infirmier bénéficie d'une prime ou d'un complément de spécialisation pour la première fois, un certificat délivré par la Communauté française ou flamande ;
4° jusqu'à l'année 2023 incluse : copie de leurs contrats de travail ou de la décision de leur nomination ou désignation et, pour chacun d'eux, le nombre de jours ou d'heures prestés (ou assimilés) en tant que praticiens de l'art infirmier du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours (avec les dates d'entrée et de sortie éventuelles) ;
5° à partir de l'année 2024 : copie de leurs contrats de travail ou de la décision de leur nomination ou désignation et, pour chacun d'eux, le nombre de jours ou d'heures prestés (ou assimilés) en tant que praticiens de l'art infirmier du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours (avec les dates d'entrée et de sortie éventuelles).".
"Art. 3/1. § 1er. Les montants repris dans l'article 1er/1 sont indexés, pour le secteur privé, conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants. et sont liés à l'indice pivot, au 1er janvier 2022 (111,53).
§ 2. Les montants repris à l'article 1er/1 sont indexés, pour le secteur public, conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public et sont liés à l'indice pivot, au 1er janvier 2022 (111,53).
Art. 3/2. Les maisons de repos et les maisons de repos et de soins qui comptent dans leur personnel des praticiens de l'art infirmier visés à l'article 1er, §§ 1er ou 2, qui répondent aux conditions de l'article 1er, § 3, peuvent bénéficier, selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, d'une intervention d'Iriscare fixée comme suit :
1° 4.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'un titre professionnel d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
2° 1.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
3° 1.500 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier.
Ces montants sont destinés à couvrir le paiement des primes visées à l'article 1er aux infirmiers concernés.
Jusqu'à l'année 2023 incluse, ces montants sont calculés en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier au cours d'une période d'un an comprise entre le 1er septembre et le 31 août.
A partir de l'année 2024, la prime est calculée en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier entre le 1er juillet de l'année précédente et le 30 juin de l'année en cours.
Les montants visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, sont cumulables pour un même praticien de l'art infirmier disposant de plusieurs titres ou qualifications uniquement si ces titres et qualifications portent sur des spécialités distinctes.
Les montants visés dans le présent article sont liés à l'indice pivot 110,51 dans la base 2004 = 100. Ils sont adaptés à l'indice pivot applicable au 1er janvier de l'année où la prime est versée, et cela conformément aux dispositions de l'article 6, 1° de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume dans le secteur public.
Art. 3/3. Les maisons de repos et les maisons de repos et de soins qui comptent dans leur personnel des praticiens de l'art infirmier visés à l'article 1er/1, qui répondent aux conditions de l'article 1er/1 § 3, peuvent bénéficier, selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, d'une intervention d'Iriscare fixée comme suit :
1° 3366,75 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'un titre professionnel d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
2° 1121,80 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier ;
3° 1121,80 euros x le nombre d'équivalents temps plein d'infirmiers disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier ayant une expertise particulière en soins palliatifs dans la maison de repos pour personnes âgées ou la maison de repos et de soins, et exerçant des prestations d'infirmier.
Ces montants sont destinés à couvrir le paiement des compléments de spécialisation visés à l'article 1er/1 aux infirmiers concernés.
A partir de l'année 2024, la prime est calculée en tenant compte de la date de prise d'effet du titre ou de la qualification et au prorata de l'équivalent temps plein du praticien de l'art infirmier et du nombre de mois travaillés entre le 1er juillet de l'année précédente et le 30 juin de l'année en cours.
Les montants visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, sont cumulables pour un même praticien de l'art infirmier disposant de plusieurs titres ou qualifications uniquement si ces titres et qualifications portent sur des spécialités distinctes.
Les montants visés dans le présent article sont liés à l'indice pivot 111,53 dans la base 2013 = 100. Ils sont adaptés à l'indice pivot applicable au 1er janvier de l'année où la prime est versée, et cela conformément aux dispositions de l'article 6, 1° de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume dans le secteur public.
Art. 3/4. Iriscare verse les interventions visées aux articles 3/2 et 3/3 aux maisons de repos pour personnes âgées et maisons de repos et de soins au plus tard le 31 décembre de l'année concernée, sous réserve de la transmission au Service Finances d'Iriscare, avant le 31 octobre de chaque année et selon les modalités prévues par une circulaire approuvée par le Conseil de gestion de la Santé et de l'Aide aux personnes d'Iriscare, des données suivantes:
1° noms et prénoms des praticiens de l'art infirmier concernés ;
2° leurs numéros de registre national ;
3° copie de leurs titres ou qualifications, ainsi que, si un infirmier bénéficie d'une prime ou d'un complément de spécialisation pour la première fois, un certificat délivré par la Communauté française ou flamande ;
4° jusqu'à l'année 2023 incluse : copie de leurs contrats de travail ou de la décision de leur nomination ou désignation et, pour chacun d'eux, le nombre de jours ou d'heures prestés (ou assimilés) en tant que praticiens de l'art infirmier du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours (avec les dates d'entrée et de sortie éventuelles) ;
5° à partir de l'année 2024 : copie de leurs contrats de travail ou de la décision de leur nomination ou désignation et, pour chacun d'eux, le nombre de jours ou d'heures prestés (ou assimilés) en tant que praticiens de l'art infirmier du 1er juillet de l'année précédente au 30 juin de l'année en cours (avec les dates d'entrée et de sortie éventuelles).".
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2023.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2023.
Art. 8. De leden van het Verenigd College die bevoegd zijn voor het gezondheidsbeleid en de bijstand aan personen worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Les Membres du Collège réuni compétents pour la politique de la Santé et de l'Aide aux personnes sont chargés de l'exécution du présent arrêté.