Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 MEI 2024. - Decreet tot wijziging van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en artikel 59 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, wat betreft BelRAI en de verwerking van persoonsgegevens
Titre
3 MAI 2024. - Décret modifiant le décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande et l'article 59 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, en ce qui concerne BelRAI et le traitement des données à caractère personnel
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij de decreten van 15 februari 2019 en 18 juni 2021, wordt een punt 8° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"8° /2 Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;".
"8° /2 Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;".
Art. 2. A l'article 2 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par les décrets des 15 février 2019 et 18 juin 2021, est inséré un point 8° /2, rédigé comme suit :
" 8° /2 Département Soins : le Département Soins visé à l'article 23, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ; ".
" 8° /2 Département Soins : le Département Soins visé à l'article 23, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ; ".
Art. 3. In artikel 49 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 juni 2021, 24 juni 2022, 23 december 2022 en 1 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt: "13° het Departement Zorg.";
2° er wordt een paragraaf 3/3 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/3. Het Departement Zorg kan de identificatiegegevens, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer, opleidingsgegevens en tewerkstellingsgegevens verwerken van de personen die een indicatiestelling kunnen afnemen in het kader van het beheer van de databank, vermeld in artikel 70/2.";
3° aan paragraaf 4, 5°, ingevoegd bij het decreet van 1 december 2023, wordt de zinsnede "en voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 9, tweede lid" toegevoegd;
4° aan paragraaf 5 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, vermeld in paragraaf 3/3, door het Departement Zorg maximaal vijftig jaar bewaard.";
5° er wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. Het Departement Zorg verwerkt de volgende gegevens:
1° de leeftijdscategorie;
2° de postcode van de hoofdverblijfplaats;
3° de periode van overlijden;
4° de gezondheidsgegevens;
5° de gegevens van socio-economische, levensbeschouwelijke en culturele aard;
6° de gegevens over de zelfbeschikking en factoren uit het dagelijkse leven van de gebruikers van wie een indicatiestelling wordt opgeslagen in de databank, vermeld in artikel 70/2.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt voor de volgende doelstellingen:
1° het toezicht op de naleving van de erkennings- en financieringsvoorwaarden door de zorgvoorzieningen;
2° de uitvoering van een kwaliteitsbeleid aan de hand van indicatoren en groepsstatistieken uit de BelRAI-gegevens;
3° het vastleggen van een programmatieplanning aan de hand van BelRAI- gegevens;
4° het nemen van beleidsmaatregelen om de financiering van zorgvoorzieningen en gebruikers binnen de Vlaamse Sociale Bescherming te versterken aan de hand van BelRAI-gegevens.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn gepseudonimiseerd.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden door het Departement Zorg bewaard voor een periode van maximaal dertig jaar.".
1° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt: "13° het Departement Zorg.";
2° er wordt een paragraaf 3/3 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/3. Het Departement Zorg kan de identificatiegegevens, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer, opleidingsgegevens en tewerkstellingsgegevens verwerken van de personen die een indicatiestelling kunnen afnemen in het kader van het beheer van de databank, vermeld in artikel 70/2.";
3° aan paragraaf 4, 5°, ingevoegd bij het decreet van 1 december 2023, wordt de zinsnede "en voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 9, tweede lid" toegevoegd;
4° aan paragraaf 5 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, vermeld in paragraaf 3/3, door het Departement Zorg maximaal vijftig jaar bewaard.";
5° er wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. Het Departement Zorg verwerkt de volgende gegevens:
1° de leeftijdscategorie;
2° de postcode van de hoofdverblijfplaats;
3° de periode van overlijden;
4° de gezondheidsgegevens;
5° de gegevens van socio-economische, levensbeschouwelijke en culturele aard;
6° de gegevens over de zelfbeschikking en factoren uit het dagelijkse leven van de gebruikers van wie een indicatiestelling wordt opgeslagen in de databank, vermeld in artikel 70/2.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt voor de volgende doelstellingen:
1° het toezicht op de naleving van de erkennings- en financieringsvoorwaarden door de zorgvoorzieningen;
2° de uitvoering van een kwaliteitsbeleid aan de hand van indicatoren en groepsstatistieken uit de BelRAI-gegevens;
3° het vastleggen van een programmatieplanning aan de hand van BelRAI- gegevens;
4° het nemen van beleidsmaatregelen om de financiering van zorgvoorzieningen en gebruikers binnen de Vlaamse Sociale Bescherming te versterken aan de hand van BelRAI-gegevens.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn gepseudonimiseerd.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden door het Departement Zorg bewaard voor een periode van maximaal dertig jaar.".
Art. 3. A l'article 49 du même décret, modifié par les décrets des 18 juin 2021, 24 juin 2022, 23 décembre 2022 et 1er décembre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, est ajouté un point 13°, rédigé comme suit : " 13° le Département Soins. " ;
2° il est inséré un paragraphe 3/3, rédigé comme suit :
" § 3/3. Le Département Soins peut traiter les données d'identification, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis, les données de formation et les données relatives à l'emploi des personnes habilitées à effectuer des indications dans le cadre de la gestion de la base de données visée à l'article 70/2. " ;
3° au paragraphe 4, 5°, inséré par le décret du 1er décembre 2023, est ajouté le membre de phrase " et aux fins visées au paragraphe 9, alinéa 2 " ;
4° au paragraphe 5 est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, les données visées au paragraphe 3/3 sont conservées par le Département Soins pendant une période maximale de cinquante ans. " ;
5° il est ajouté un paragraphe 9, rédigé comme suit :
" § 9. Le Département Soins traite les données suivantes :
1° la catégorie d'âge ;
2° le code postal de la résidence principale ;
3° le moment du décès ;
4° les données relatives à la santé ;
5° les données de nature socio-économique, philosophique et culturelle ;
6° les données relatives à l'autodétermination et aux facteurs de la vie quotidienne des usagers dont les indications sont stockées dans la base de données visée à l'article 70/2.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont traitées aux fins suivantes :
1° le contrôle du respect des conditions d'agrément et de financement par les structures de soins ;
2° la mise en oeuvre d'une politique de qualité à l'aide d'indicateurs et de statistiques de groupe issus des données BelRAI ;
3° l'établissement d'une planification du programme à l'aide des données BelRAI ;
4° la prise de mesures politiques pour renforcer le financement des structures de soins et des usagers dans le cadre de la protection sociale flamande à l'aide des données BelRAI.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont pseudonymisées.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont conservées par le Département Soins pour une période maximale de trente ans. ".
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, est ajouté un point 13°, rédigé comme suit : " 13° le Département Soins. " ;
2° il est inséré un paragraphe 3/3, rédigé comme suit :
" § 3/3. Le Département Soins peut traiter les données d'identification, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis, les données de formation et les données relatives à l'emploi des personnes habilitées à effectuer des indications dans le cadre de la gestion de la base de données visée à l'article 70/2. " ;
3° au paragraphe 4, 5°, inséré par le décret du 1er décembre 2023, est ajouté le membre de phrase " et aux fins visées au paragraphe 9, alinéa 2 " ;
4° au paragraphe 5 est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, les données visées au paragraphe 3/3 sont conservées par le Département Soins pendant une période maximale de cinquante ans. " ;
5° il est ajouté un paragraphe 9, rédigé comme suit :
" § 9. Le Département Soins traite les données suivantes :
1° la catégorie d'âge ;
2° le code postal de la résidence principale ;
3° le moment du décès ;
4° les données relatives à la santé ;
5° les données de nature socio-économique, philosophique et culturelle ;
6° les données relatives à l'autodétermination et aux facteurs de la vie quotidienne des usagers dont les indications sont stockées dans la base de données visée à l'article 70/2.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont traitées aux fins suivantes :
1° le contrôle du respect des conditions d'agrément et de financement par les structures de soins ;
2° la mise en oeuvre d'une politique de qualité à l'aide d'indicateurs et de statistiques de groupe issus des données BelRAI ;
3° l'établissement d'une planification du programme à l'aide des données BelRAI ;
4° la prise de mesures politiques pour renforcer le financement des structures de soins et des usagers dans le cadre de la protection sociale flamande à l'aide des données BelRAI.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont pseudonymisées.
Les données visées à l'alinéa 1er, sont conservées par le Département Soins pour une période maximale de trente ans. ".
Art. 4. In artikel 80, § 6, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 4. A l'article 80, § 6, du même décret, inséré par le décret du 18 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 5. Aan artikel 81 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
Art. 5. A l'article 81 du même décret est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
Art. 6. In artikel 88, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen het woord "indient" en de zinsnede ", is" de woorden "tegen een beslissing waarbij de vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid wordt betwist" ingevoegd;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
3° het vierde lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden tussen het woord "indient" en de zinsnede ", is" de woorden "tegen een beslissing waarbij de vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid wordt betwist" ingevoegd;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
3° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 6. A l'article 88, § 4, du même décret, inséré par le décret du 18 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, entre le mot " administratif " et le membre de phrase " , doit payer ", sont insérés les mots " contre une décision contestant la détermination de l'autonomie réduite " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande ;
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
3° l'alinéa 4 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, entre le mot " administratif " et le membre de phrase " , doit payer ", sont insérés les mots " contre une décision contestant la détermination de l'autonomie réduite " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande ;
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée dans la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
3° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 7. Aan artikel 89 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
Art. 7. A l'article 89 du même décret est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
Art. 8. In artikel 92, § 6, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers:
1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard;
3° de gebruiker die het voorwerp is van:
a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend;
b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering;
7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 92, § 6, du même décret, inséré par le décret du 18 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande ;
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée à la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, la taxe de dossier est de 30 euros pour les usagers suivants :
1° l'usager qui, au 1er janvier de l'année civile précédant celle pendant laquelle la taxe de dossier doit être payée, a droit à l'intervention majorée de l'assurance, visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
2° l'usager qui fait l'objet d'un règlement collectif de dettes, qui est déclaré en état de faillite ou qui est déclaré insolvable par un huissier de justice ;
3° l'usager qui fait l'objet :
a) d'une guidance budgétaire ou d'une gestion budgétaire par un centre public d'action sociale ou par une institution de médiation de dettes agréée par la Communauté flamande ;
b) d'une médiation de dettes à l'amiable, visée à l'article 519, § 2, 10°, du Code judiciaire ;
4° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ;
5° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à une allocation de remplacement de revenus telle que visée à la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
6° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit au montant journalier minimal de l'allocation de chômage, tel que visé dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et lorsque le revenu du ménage de l'usager consiste uniquement en cette allocation ;
7° l'usager ou un membre de son ménage qui a droit à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées. " ;
2° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 9. Aan artikel 93 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
"In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.".
Art. 9. A l'article 93 du même décret est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
" Dans les cas où l'appel auprès du tribunal du travail est déclaré fondé, la taxe de dossier est intégralement remboursée. ".
Art. 10. In artikel 59 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2019 en 21 april 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zin "De Vlaamse Regering specificeert welke personen of instanties toegang hebben tot voormelde gezondheidsgegevens." opgeheven;
2° in paragraaf 4 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het
beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.";
3° in paragraaf 4 worden in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, punt 2° en 3° opgeheven;
4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gezondheidsgegevens over de gebruiker;
7° de gegevens over de zorg en ondersteuning die door de woonzorgvoorziening wordt verleend;
8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gegevens over de tewerkstelling van de personeelsleden;
7° de gegevens over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, namelijk:
a) de genoten opleiding;
b) de gegevens van het uittreksel uit het strafregister die noodzakelijk zijn om na te gaan of de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie.
De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard. De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen:
1° de regels voor de wijze van verwerking van de gegevens;
2° de vorm waarin en de wijze waarop de gegevens worden uitgewisseld.".
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zin "De Vlaamse Regering specificeert welke personen of instanties toegang hebben tot voormelde gezondheidsgegevens." opgeheven;
2° in paragraaf 4 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het
beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.";
3° in paragraaf 4 worden in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, punt 2° en 3° opgeheven;
4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gezondheidsgegevens over de gebruiker;
7° de gegevens over de zorg en ondersteuning die door de woonzorgvoorziening wordt verleend;
8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gegevens over de tewerkstelling van de personeelsleden;
7° de gegevens over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, namelijk:
a) de genoten opleiding;
b) de gegevens van het uittreksel uit het strafregister die noodzakelijk zijn om na te gaan of de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie.
De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard. De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen:
1° de regels voor de wijze van verwerking van de gegevens;
2° de vorm waarin en de wijze waarop de gegevens worden uitgewisseld.".
Art. 10. A l'article 59 du décret sur les soins résidentiels du 15 avril 2019, modifié par les décrets du 20 décembre 2019 et 21 avril 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, alinéa 2, la phrase " Le Gouvernement flamand précise les personnes ou instances qui ont accès aux données de santé susmentionnées. " est abrogée ;
2° au paragraphe 4 sont insérés entre les alinéas 2 et 3, deux alinéas rédigés comme suit :
" Les données à caractère personnel de l'usager visées à l'alinéa 1er, sont conservées jusqu'à deux ans au moins après la fin des soins et du soutien à l'usager concerné et peuvent être conservées pendant un maximum de cinq ans après la fin des soins et du soutien à l'utilisateur concerné.
Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs sont conservées jusqu'à dix ans après la fin du contrat de travail, du contrat d'entreprise, du mandat d'administrateur ou du travail associatif ou bénévole. Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique. " ;
3° au paragraphe 4, à l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 5, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Afin d'autoriser, d'agréer et de subventionner les structures de soins résidentiels et les associations dans le cadre de la programmation et du contrôle des conditions d'agrément et de leur application, les données à caractère personnel de l'usager, y compris les données relatives à la santé, visées à l'article 4, 15) du règlement général sur la protection des données, et les données à caractère personnel des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, sont traitées par le Département Soins, visé à l'article 23, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.
Dans le cadre des objectifs visés à l'alinéa 1er, le Département Soins précité traite les données à caractère personnel suivantes de l'usager :
1° les données à caractère personnel en vue de l'identification de l'usager concerné, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis ;
2° la date de naissance ;
3° le sexe ;
4° la commune où se trouve la résidence principale ;
5° la date du décès ;
6° les données relatives à la santé de l'usager ;
7° les données relatives aux soins et au soutien fournis par la structure de soins résidentiels ;
8° le lieu où les soins et le soutien sont fournis par la structure de soins résidentiels.
Dans le cadre des objectifs visés à l'alinéa 1er, le Département Soins précité traite les données à caractère personnel suivantes des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs :
1° les données à caractère personnel en vue de l'identification des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis ;
2° la date de naissance ;
3° le sexe ;
4° la commune où se trouve la résidence principale ;
5° la date du décès ;
6° les données relatives à l'emploi des membres du personnel ;
7° les données relatives à la compétence et à l'intégrité des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, à savoir :
a) la formation reçue ;
b) les données de l'extrait de casier judiciaire nécessaires pour vérifier que les membres du personnel, les bénévoles, les travailleurs associatifs et les administrateurs ne présentent pas de caractéristiques incompatibles avec leur fonction.
Le Gouvernement flamand peut préciser les données à caractère personnel visées aux alinéas 2 et 3.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 2, sont conservées pendant une durée maximale de deux ans après qu'une structure de soins résidentiels ou une association a mis fin aux soins et au soutien apportés à l'utilisateur. Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel des membres du personnel visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant une durée minimale de deux ans et une durée maximale de cinquante ans. Les données à caractère personnel des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant une durée maximale de cinq ans après la fin de l'activité en tant que bénévole, travailleur associatif ou administrateur et pendant une durée maximale de cinquante ans. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel, visées aux alinéas 2 et 3, peuvent être transférées à l'Agence pour la Protection sociale flamande, visée à l'article 9 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, dans la mesure où ces données sont nécessaires à l'exécution des missions et des tâches de cette agence définies dans le décret du 18 mai 2018 précité ou en exécution de celui-ci.
Le Gouvernement flamand détermine, après avis de la Commission de contrôle flamande du traitement des données à caractère personnel visée à l'article 10/1 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, l'ensemble des éléments suivants :
1° les règles et la manière de traitement des données ;
2° la forme et les modalités d'échange des données. ".
1° au paragraphe 3, alinéa 2, la phrase " Le Gouvernement flamand précise les personnes ou instances qui ont accès aux données de santé susmentionnées. " est abrogée ;
2° au paragraphe 4 sont insérés entre les alinéas 2 et 3, deux alinéas rédigés comme suit :
" Les données à caractère personnel de l'usager visées à l'alinéa 1er, sont conservées jusqu'à deux ans au moins après la fin des soins et du soutien à l'usager concerné et peuvent être conservées pendant un maximum de cinq ans après la fin des soins et du soutien à l'utilisateur concerné.
Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs sont conservées jusqu'à dix ans après la fin du contrat de travail, du contrat d'entreprise, du mandat d'administrateur ou du travail associatif ou bénévole. Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique. " ;
3° au paragraphe 4, à l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 5, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Afin d'autoriser, d'agréer et de subventionner les structures de soins résidentiels et les associations dans le cadre de la programmation et du contrôle des conditions d'agrément et de leur application, les données à caractère personnel de l'usager, y compris les données relatives à la santé, visées à l'article 4, 15) du règlement général sur la protection des données, et les données à caractère personnel des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, sont traitées par le Département Soins, visé à l'article 23, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.
Dans le cadre des objectifs visés à l'alinéa 1er, le Département Soins précité traite les données à caractère personnel suivantes de l'usager :
1° les données à caractère personnel en vue de l'identification de l'usager concerné, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis ;
2° la date de naissance ;
3° le sexe ;
4° la commune où se trouve la résidence principale ;
5° la date du décès ;
6° les données relatives à la santé de l'usager ;
7° les données relatives aux soins et au soutien fournis par la structure de soins résidentiels ;
8° le lieu où les soins et le soutien sont fournis par la structure de soins résidentiels.
Dans le cadre des objectifs visés à l'alinéa 1er, le Département Soins précité traite les données à caractère personnel suivantes des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs :
1° les données à caractère personnel en vue de l'identification des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, y compris le numéro de registre national ou le numéro bis ;
2° la date de naissance ;
3° le sexe ;
4° la commune où se trouve la résidence principale ;
5° la date du décès ;
6° les données relatives à l'emploi des membres du personnel ;
7° les données relatives à la compétence et à l'intégrité des membres du personnel, des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs, à savoir :
a) la formation reçue ;
b) les données de l'extrait de casier judiciaire nécessaires pour vérifier que les membres du personnel, les bénévoles, les travailleurs associatifs et les administrateurs ne présentent pas de caractéristiques incompatibles avec leur fonction.
Le Gouvernement flamand peut préciser les données à caractère personnel visées aux alinéas 2 et 3.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 2, sont conservées pendant une durée maximale de deux ans après qu'une structure de soins résidentiels ou une association a mis fin aux soins et au soutien apportés à l'utilisateur. Ces données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel des membres du personnel visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant une durée minimale de deux ans et une durée maximale de cinquante ans. Les données à caractère personnel des bénévoles, des travailleurs associatifs et des administrateurs visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant une durée maximale de cinq ans après la fin de l'activité en tant que bénévole, travailleur associatif ou administrateur et pendant une durée maximale de cinquante ans. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique.
Les données à caractère personnel, visées aux alinéas 2 et 3, peuvent être transférées à l'Agence pour la Protection sociale flamande, visée à l'article 9 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, dans la mesure où ces données sont nécessaires à l'exécution des missions et des tâches de cette agence définies dans le décret du 18 mai 2018 précité ou en exécution de celui-ci.
Le Gouvernement flamand détermine, après avis de la Commission de contrôle flamande du traitement des données à caractère personnel visée à l'article 10/1 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, l'ensemble des éléments suivants :
1° les règles et la manière de traitement des données ;
2° la forme et les modalités d'échange des données. ".