Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 MEI 2024. - Wet tot wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg en van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen voor wat betreft de taalbeheersing van gezondheidszorgbeoefenaars
Titre
18 MAI 2024. - Loi modifiant la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé et la loi du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, en ce qui concerne la maîtrise de la langue des professionnels des soins de santé
Informations sur le document
Numac: 2024005092
Datum: 2024-05-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024005092
Date: 2024-05-18
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé
Art. 2. In het opschrift van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt de vermelding ", taalbeheersing" ingevoegd tussen het woord "bekwaamheid" en het woord "en".
Art. 2. Dans l'intitulé du chapitre 3, section 2, de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé, modifiée par la loi du 27 juin 2021, la mention ", maîtrise de la langue" est insérée entre le mot "compétence" et le mot "et".
Art. 3. In artikel 11 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en op basis van het bewijs van voldoende kennis van de Nederlandse, Franse of Duitse taal" ingevoegd tussen de woorden "basisdiploma van de gezondheidszorgbeoefenaar" en de woorden "om het desbetreffende beroep";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Als bewijs van voldoende kennis van de taal bedoeld in het eerste lid geldt:
  1° een diploma van secundair onderwijs van een Nederlandstalige, Franstalige of Duitstalige onderwijsinstelling; of
  2° een diploma van hoger of universitair onderwijs van een Nederlandstalige, Franstalige of Duitstalige onderwijsinstelling; of
  3° een certificaat op het niveau:
  a) C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen, met uitzondering van de vaardigheid "schrijven", voor gezondheidszorgbeoefenaars van wie het in het eerste lid bedoelde basisdiploma van masterniveau is.
  Voor de vaardigheid "schrijven" beschikken voornoemde gezondheidszorgbeoefenaars over een certificaat van het niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen;
  b) B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voor gezondheidszorgbeoefenaars van wie het in het eerste lid bedoelde basisdiploma van bachelorniveau is;
  c) B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voor gezondheidszorgbeoefenaars van wie het in het eerste lid bedoelde basisdiploma van een lager niveau dan bachelorniveau is, andere dan deze bedoeld onder d);
  d) A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen voor zorgkundigen en ambulanciers niet dringend patiëntenvervoer.
  De bewijsstukken bedoeld in de bepaling onder 3° zijn op het moment van indiening van de aanvraag van het visum, niet ouder dan vier jaar.".
Art. 3. A l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° à l'alinéa 1er, les mots "et sur la base de la preuve d'une connaissance suffisante de la langue néerlandaise, française ou allemande" sont insérés entre les mots "diplôme de base du professionnel des soins de santé requis" et les mots "pour pouvoir exercer";
  2° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "Font foi d'une connaissance suffisante de la langue visée à l'alinéa 1er:
  1° un diplôme d'enseignement secondaire émanant d'un établissement d'enseignement néerlandophone, francophone ou germanophone; ou
  2° un diplôme d'enseignement supérieur ou universitaire émanant d'un établissement d'enseignement néerlandophone, francophone ou germanophone; ou
  3° un certificat du niveau:
  a) C1 du Cadre européen commun de référence pour les langues, à l'exception de l'aptitude "écrire", pour les professionnels des soins de santé dont le diplôme de base visé à l'alinéa 1er est du niveau de master.
  Pour l'aptitude "écrire", les professionnels des soins de santé précités disposent d'un certificat du niveau B2 du Cadre européen commun de référence pour les langues;
  b) B2 du Cadre européen commun de référence pour les langues pour les professionnels des soins de santé dont le diplôme de base visé à l'alinéa 1er est du niveau de bachelier;
  c) B1 du Cadre européen commun de référence pour les langues pour les professionnels des soins de santé dont le diplôme de base visé à l'alinéa 1er est d'un niveau inférieur à celui de bachelier, et différent de celui visé au point d);
  d) A2 du Cadre européen commun de référence pour les langues pour les aides-soignants et les ambulanciers de transport non urgent de patients.
  Les justificatifs visés au 3° ne remontent pas à plus de quatre ans au moment de l'introduction de la demande du visa.".
Art. 4. In hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/1. De gezondheidszorgbeoefenaar beheerst te allen tijde de Nederlandse, Franse of Duitse taal voldoende om zijn gezondheidszorgberoep op een kwaliteitsvolle manier te kunnen uitoefenen. Onder voldoende taalbeheersing wordt verstaan een taalbeheersing die overeenstemt met het voor de betreffende gezondheidszorgbeoefenaar in artikel 11, derde lid, 3°, vereiste niveau.
  De gezondheidszorgbeoefenaar aan wie een visum wordt uitgereikt vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet van 18 mei 2024 tot wijziging van de wet van 2 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, houdt in het in artikel 8, tweede lid, bedoelde portfolio de nodige gegevens bij waaruit blijkt dat hij beschikt over de in het eerste lid bedoelde taalbeheersing.".
Art. 4. Dans le chapitre 3, section 2, de la même loi, modifiée par la loi du 27 juin 2021, il est inséré un article 11/1 rédigé comme suit:
  "Art. 11/1. Le professionnel des soins de santé maîtrise en tout temps la langue néerlandaise, française ou allemande de manière suffisante pour pouvoir exercer sa profession des soins de santé de manière qualitative. Par maîtrise suffisante de la langue, il faut entendre une maîtrise de la langue correspondant au niveau exigé à l'article 11, alinéa 3, 3°, pour le professionnel des soins de santé concerné.
  Le professionnel des soins de santé à qui un visa est délivré à partir de la date d'entrée en vigueur de la loi du 18 mai 2024 modifiant la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé conserve dans le portfolio visé à l'article 8, alinéa 2, les données nécessaires démontrant qu'il dispose de la maîtrise de la langue visée à l'alinéa 1er.".
Art. 5. In hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt een artikel 11/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/2. De vereisten inzake taalbeheersing bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 11/1, zijn niet van toepassing op de buitenlandse gezondheidszorgbeoefenaar die op verzoek van en onder verantwoordelijkheid van een Belgische gezondheidszorgbeoefenaar bij een patiënt die onmogelijk medisch verantwoord kan worden verplaatst, welbepaalde uitzonderlijke verstrekkingen inzake gezondheidszorg stelt waarvoor de verantwoordelijke Belgische gezondheidszorgbeoefenaar niet over de nodige expertise beschikt om deze correct uit te voeren en waarvoor de buitenlandse gezondheidszorgbeoefenaar gekend is voor zijn bijzondere expertise.".
Art. 5. Dans le chapitre 3, section 2, de la même loi, modifiée par la loi du 27 juin 2021, il est inséré un article 11/2 rédigé comme suit:
  "Art. 11/2. Les exigences en matière de maîtrise de la langue visées aux articles 11, alinéa 1er, et 11/1, ne s'appliquent pas au professionnel des soins de santé étranger qui, à la demande de et sous la responsabilité d'un professionnel des soins de santé belge, accomplit auprès d'un patient qu'il est impossible de déplacer de façon justifiée sur le plan médical, certaines prestations exceptionnelles de soins de santé pour lesquelles le professionnel des soins de santé belge responsable ne dispose pas de l'expertise nécessaire pour effectuer celles-ci correctement et pour lesquelles le professionnel des soins de santé étranger est réputé pour son expertise particulière.".
Art. 6. In hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt een artikel 11/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 11/3. De Koning kan nadere regelen bepalen op basis waarvan gezondheidszorgbeoefenaars een vrijstelling voor de vereisten inzake taalbeheersing bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 11/1, kunnen bekomen. Hij kan daarbij voor de verschillende gezondheidszorgbeoefenaars een verschillende regeling treffen.".
Art. 6. Dans le chapitre 3, section 2, de la même loi, modifiée par la loi du 27 juin 2021, il est inséré un article 11/3 rédigé comme suit:
  "Art. 11/3. Le Roi peut préciser des modalités sur la base desquelles le professionnel des soins de santé peut être dispensé de l'exigence de maîtrise de la langue visée aux articles 11, alinéa 1er et 11/1. Il peut à cet égard prendre une disposition différente pour les différents professionnels des soins de santé.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé
Art. 7. Artikel 114 van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 114 de la loi du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé est abrogé.