Artikel 1. Het nationaal noodplan, dat als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd, wordt vastgesteld.
Dit plan is van toepassing bij afwezigheid van een specifiek nationaal noodplan.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 APRIL 2024. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het nationaal noodplan
Titre
26 AVRIL 2024. - Arrêté royal portant fixation du plan d'urgence national
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. Le plan d'urgence national, joint en annexe au présent arrêté, est fixé.
Ce plan est d'application à défaut d'un plan d'urgence national spécifique.
Ce plan est d'application à défaut d'un plan d'urgence national spécifique.
Art. 2. § 1. Het Nationaal Crisiscentrum, hierna "het NCCN" genaamd, roept de nationale veiligheidscel bijeen telkens wanneer het dit nodig acht, en in elk geval minstens eenmaal per jaar.
Het NCCN zit de vergaderingen van de nationale veiligheidscel voor en verzorgt het secretariaat.
§ 2. De nationale veiligheidscel is minstens samengesteld uit de volgende leden:
- de directeur-generaal van het NCCN;
- de directeur-generaal van de Algemene Directie Civiele Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
- de commissaris-generaal van de Federale Politie;
- de Chef Defensie van het Ministerie van Landsverdediging;
- een vertegenwoordiger van het NCCN, in het kader van zijn rol inzake de alarmering van en de informatie aan de bevolking;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
- de voorzitter van de raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.
Elk lid kan zich in de vergaderingen van de nationale veiligheidscel laten vertegenwoordigen door een naar behoren geïnformeerde en gemachtigde vertegenwoordiger, zoals door een vertegenwoordiger van zijn departementale crisiscel.
Het NCCN verzoekt om de deelname van de vertegenwoordigers van de crisiscentra van de gefedereerde entiteiten aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel.
De vertegenwoordigers van de andere departementale crisiscellen worden door het NCCN opgeroepen om deel te nemen aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel:
1° wanneer een kwestie betreffende het departement waarvoor zij bevoegd zijn op de agenda van de vergadering staat of;
2° wanneer het NCCN oordeelt dat een agendapunt van de vergadering een transversale betrokkenheid van de departementale crisiscellen vereist.
Het NCCN kan elke andere noodzakelijke persoon, dienst of overheid, met inbegrip van experten, oproepen om deel te nemen aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel.
§ 3. Het NCCN informeert de gouverneurs over de werkzaamheden van de nationale veiligheidscel.
§ 4. De leden van de nationale veiligheidscel bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid, nemen een intern reglement aan waarin de regels voor de werkwijze van de cel worden vastgelegd.
Het NCCN zit de vergaderingen van de nationale veiligheidscel voor en verzorgt het secretariaat.
§ 2. De nationale veiligheidscel is minstens samengesteld uit de volgende leden:
- de directeur-generaal van het NCCN;
- de directeur-generaal van de Algemene Directie Civiele Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
- de commissaris-generaal van de Federale Politie;
- de Chef Defensie van het Ministerie van Landsverdediging;
- een vertegenwoordiger van het NCCN, in het kader van zijn rol inzake de alarmering van en de informatie aan de bevolking;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
- de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
- de voorzitter van de raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.
Elk lid kan zich in de vergaderingen van de nationale veiligheidscel laten vertegenwoordigen door een naar behoren geïnformeerde en gemachtigde vertegenwoordiger, zoals door een vertegenwoordiger van zijn departementale crisiscel.
Het NCCN verzoekt om de deelname van de vertegenwoordigers van de crisiscentra van de gefedereerde entiteiten aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel.
De vertegenwoordigers van de andere departementale crisiscellen worden door het NCCN opgeroepen om deel te nemen aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel:
1° wanneer een kwestie betreffende het departement waarvoor zij bevoegd zijn op de agenda van de vergadering staat of;
2° wanneer het NCCN oordeelt dat een agendapunt van de vergadering een transversale betrokkenheid van de departementale crisiscellen vereist.
Het NCCN kan elke andere noodzakelijke persoon, dienst of overheid, met inbegrip van experten, oproepen om deel te nemen aan de vergaderingen van de nationale veiligheidscel.
§ 3. Het NCCN informeert de gouverneurs over de werkzaamheden van de nationale veiligheidscel.
§ 4. De leden van de nationale veiligheidscel bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid, nemen een intern reglement aan waarin de regels voor de werkwijze van de cel worden vastgelegd.
Art. 2. § 1er. Le Centre de crise National, dénommé ci-après " le NCCN ", convoque la cellule de sécurité nationale chaque fois qu'il l'estime nécessaire et dans tous les cas au moins une fois par an.
Le NCCN préside les réunions de la cellule de sécurité nationale et en assure le secrétariat.
§ 2. La cellule de sécurité nationale est au moins composée des membres suivants :
- le directeur général du NCCN ;
- le directeur général de la Direction générale Sécurité civile du Service public fédéral lntérieur ;
- le président du Service public fédéral Intérieur ;
- le président du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ;
- le commissaire général de la Police Fédérale ;
- le Chef de la Défense du Ministère de la Défense;
- un représentant du NCCN, dans le cadre du rôle de ce dernier en matière d'alerte et d'information de la population ;
- le président du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
- le président du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie ;
- le président du conseil de l'Institut belge des services postaux et des télécommunications.
Chaque membre peut se faire représenter aux réunions de la cellule de sécurité nationale par un représentant dûment informé et habilité, tel qu'un représentant de sa cellule de crise départementale.
Le NCCN sollicite la participation des représentants des centres de crise des entités fédérées aux réunions de la cellule de sécurité nationale.
Les représentants des autres cellules de crise départementales sont convoqués par le NCCN aux réunions de la cellule de sécurité nationale :
1° lorsqu'une problématique concernant le département dont elles ont la responsabilité figure à l'ordre du jour de la réunion ou ;
2° lorsque le NCCN juge qu'un point à l'ordre du jour de la réunion nécessite une implication transversale de l'ensemble des cellules de crise départementales.
Le NCCN peut convoquer aux réunions de la cellule de sécurité nationale tout autre personne, service ou autorité nécessaire, en ce compris des experts.
§ 3. Le NCCN informe les gouverneurs des travaux de la cellule de sécurité nationale.
§ 4. Les membres de la cellule de sécurité nationale visés au paragraphe 2, alinéa 1er et 2, adoptent un règlement d'ordre intérieur déterminant les règles de fonctionnement de la cellule.
Le NCCN préside les réunions de la cellule de sécurité nationale et en assure le secrétariat.
§ 2. La cellule de sécurité nationale est au moins composée des membres suivants :
- le directeur général du NCCN ;
- le directeur général de la Direction générale Sécurité civile du Service public fédéral lntérieur ;
- le président du Service public fédéral Intérieur ;
- le président du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ;
- le commissaire général de la Police Fédérale ;
- le Chef de la Défense du Ministère de la Défense;
- un représentant du NCCN, dans le cadre du rôle de ce dernier en matière d'alerte et d'information de la population ;
- le président du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
- le président du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie ;
- le président du conseil de l'Institut belge des services postaux et des télécommunications.
Chaque membre peut se faire représenter aux réunions de la cellule de sécurité nationale par un représentant dûment informé et habilité, tel qu'un représentant de sa cellule de crise départementale.
Le NCCN sollicite la participation des représentants des centres de crise des entités fédérées aux réunions de la cellule de sécurité nationale.
Les représentants des autres cellules de crise départementales sont convoqués par le NCCN aux réunions de la cellule de sécurité nationale :
1° lorsqu'une problématique concernant le département dont elles ont la responsabilité figure à l'ordre du jour de la réunion ou ;
2° lorsque le NCCN juge qu'un point à l'ordre du jour de la réunion nécessite une implication transversale de l'ensemble des cellules de crise départementales.
Le NCCN peut convoquer aux réunions de la cellule de sécurité nationale tout autre personne, service ou autorité nécessaire, en ce compris des experts.
§ 3. Le NCCN informe les gouverneurs des travaux de la cellule de sécurité nationale.
§ 4. Les membres de la cellule de sécurité nationale visés au paragraphe 2, alinéa 1er et 2, adoptent un règlement d'ordre intérieur déterminant les règles de fonctionnement de la cellule.
Art. 3. Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen, en naar zijn bijlage, in de bepalingen van de federale en de deelstatelijke wetgeving, regelgeving en ministeriële omzendbrieven begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit en zijn bijlage.
Art. 3. Jusqu'à leur modification éventuelle, les références faites à l'arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les évènements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national et à son annexe par les dispositions des législations, réglementations et circulaires ministérielles, fédérales et fédérées, s'entendent comme faites au présent arrêté et son annexe.
Art. 4. In het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Nederlandse tekst wordt het woord "nazorgperiode" telkens vervangen door het woord "herstelperiode" en wordt het woord "nazorgbeleid" telkens vervangen door het woord "herstelbeleid";
2° in artikel 2, tweede streepje, worden de woorden "in het kader van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of beheer op nationaal niveau vereisen, bedoeld in het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen" vervangen door de woorden "op gemeentelijk en provinciaal niveau in geval van een federale fase";
3° in artikel 23, § 4, eerste lid, worden de woorden "koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal vlak vereisen" vervangen door de woorden "koninklijk besluit van 26 april 2024 tot vaststelling van het nationaal noodplan";
4° in artikel 23, § 4, tweede lid, worden de woorden "bedoeld in punt 4.1" vervangen door de woorden "bedoeld in punt 4.1.1";
5° artikel 42 wordt opgeheven.
1° in de Nederlandse tekst wordt het woord "nazorgperiode" telkens vervangen door het woord "herstelperiode" en wordt het woord "nazorgbeleid" telkens vervangen door het woord "herstelbeleid";
2° in artikel 2, tweede streepje, worden de woorden "in het kader van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of beheer op nationaal niveau vereisen, bedoeld in het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen" vervangen door de woorden "op gemeentelijk en provinciaal niveau in geval van een federale fase";
3° in artikel 23, § 4, eerste lid, worden de woorden "koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal vlak vereisen" vervangen door de woorden "koninklijk besluit van 26 april 2024 tot vaststelling van het nationaal noodplan";
4° in artikel 23, § 4, tweede lid, worden de woorden "bedoeld in punt 4.1" vervangen door de woorden "bedoeld in punt 4.1.1";
5° artikel 42 wordt opgeheven.
Art. 4. Dans l'arrêté royal du 22 mai 2019 relatif à la planification d'urgence et la gestion de situations d'urgence à l'échelon communal et provincial et au rôle des bourgmestres et des gouverneurs de province en cas d'événements et de situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le texte néerlandais, le mot " nazorgperiode " est chaque fois remplacé par le mot " herstelperiode " et le mot " nazorgbeleid " est chaque fois remplacé par le mot " herstelbeleid " ;
2° dans l'article 2, deuxième tiret, les mots " dans le cadre d'événements et de situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national, visés à l'arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les événements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national " sont remplacés par les mots " au niveau communal et provincial en cas de phase fédérale " ;
3° dans l'article 23, § 4, alinéa 1er, les mots " arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les évènements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national " sont remplacés par les mots " arrêté royal du 26 avril 2024 portant fixation du plan d'urgence national " ;
4° dans l'article 23, § 4, alinéa 2, les mots " visés au point 4.1 " sont remplacés par les mots " visés au point 4.1.1 " ;
5° l'article 42 est abrogé.
1° dans le texte néerlandais, le mot " nazorgperiode " est chaque fois remplacé par le mot " herstelperiode " et le mot " nazorgbeleid " est chaque fois remplacé par le mot " herstelbeleid " ;
2° dans l'article 2, deuxième tiret, les mots " dans le cadre d'événements et de situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national, visés à l'arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les événements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national " sont remplacés par les mots " au niveau communal et provincial en cas de phase fédérale " ;
3° dans l'article 23, § 4, alinéa 1er, les mots " arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les évènements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national " sont remplacés par les mots " arrêté royal du 26 avril 2024 portant fixation du plan d'urgence national " ;
4° dans l'article 23, § 4, alinéa 2, les mots " visés au point 4.1 " sont remplacés par les mots " visés au point 4.1.1 " ;
5° l'article 42 est abrogé.
Art. 5. Het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen wordt opgeheven.
Art. 5. L'arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les évènements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national est abrogé.
Art. 6. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-05-2024, p. 62406)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-05-2024, p. 62406)