Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
23 FEBRUARI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling
Titre
23 FEVRIER 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 16 mai 2003 portant exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale
Artikel 1. In titel III van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt hoofdstuk II, dat bestaat uit artikel 5 tot en met 6/3, opgeheven.
Article 1er. Dans le titre III de l'arrêté royal du 16 mai 2003 portant exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, le chapitre II, comprenant les articles 5 à 6/3, est abrogé.
Art. 2. In titel III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt hoofdstuk V, dat bestaat uit artikel 17 tot en met 20, opgeheven.
Art. 2. Dans le titre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, le chapitre V, comprenant les articles 17 à 20, est abrogé.
Art. 3. In artikel 28/17, § 1, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° op de laatste dag van het kwartaal van de indiensttreding niet meer deeltijds leerplichtig zijn en de leeftijd, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van artikel 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, nog niet bereikt hebben;".
"1° op de laatste dag van het kwartaal van de indiensttreding niet meer deeltijds leerplichtig zijn en de leeftijd, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van artikel 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, nog niet bereikt hebben;".
Art. 3. Dans l'article 28/17, § 1er, du même arrêté, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° au dernier jour du trimestre de l'entrée en service, ne plus être soumise à l'obligation scolaire à temps partiel et ne pas avoir atteint l'âge visé à l'art. 2 de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ; ".
" 1° au dernier jour du trimestre de l'entrée en service, ne plus être soumise à l'obligation scolaire à temps partiel et ne pas avoir atteint l'âge visé à l'art. 2 de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ; ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle
Art. 4. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling worden de woorden "is ontvankelijk als ze de volgende gegevens vermeldt" vervangen door de woorden "is ontvankelijk als die wordt ingediend tijdens de tewerkstelling van de werknemer bij de werkgever en als ze de volgende gegevens vermeldt".
Art. 4. Dans l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle, les mots " est recevable si elle contient les informations suivantes " sont remplacés par les mots " est recevable si elle est introduite pendant la période d'emploi du travailleur auprès de l'employeur et si elle fournit les données suivantes ".
Art. 5. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. De werkgever die voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 15, vierde lid, 2°, van het decreet van 14 januari 2022, en de werkgever die een verenigingswerker als vermeld in artikel 2, 2°, van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk, tewerkstelt, bezorgen de loonfiches van de werknemer met een arbeidsbeperking van het afgelopen kwartaal aan het departement uiterlijk dertig dagen nadat het kwartaal is verlopen. Het departement berekent de loonpremie aan de hand van het geplafonneerde brutoloon van de werknemer met een arbeidsbeperking.".
" § 2. De werkgever die voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 15, vierde lid, 2°, van het decreet van 14 januari 2022, en de werkgever die een verenigingswerker als vermeld in artikel 2, 2°, van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk, tewerkstelt, bezorgen de loonfiches van de werknemer met een arbeidsbeperking van het afgelopen kwartaal aan het departement uiterlijk dertig dagen nadat het kwartaal is verlopen. Het departement berekent de loonpremie aan de hand van het geplafonneerde brutoloon van de werknemer met een arbeidsbeperking.".
Art. 5. Dans l'article 21 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. L'employeur qui remplit la condition visée à l'article 15, alinéa 4, 2°, du décret du 14 janvier 2022 et l'employeur qui emploie un travailleur associatif tel que mentionné à l'article 2, 2°, de la loi du 24 décembre 2020 relative au travail associatif, fournissent au département les fiches de traitement du travailleur atteint d'une limitation au travail pour le trimestre précédent au plus tard 30 jours mois après la fin du trimestre. Le département calcule la prime salariale sur la base du traitement brut plafonné du travailleur atteint d'une limitation au travail. ".
" § 2. L'employeur qui remplit la condition visée à l'article 15, alinéa 4, 2°, du décret du 14 janvier 2022 et l'employeur qui emploie un travailleur associatif tel que mentionné à l'article 2, 2°, de la loi du 24 décembre 2020 relative au travail associatif, fournissent au département les fiches de traitement du travailleur atteint d'une limitation au travail pour le trimestre précédent au plus tard 30 jours mois après la fin du trimestre. Le département calcule la prime salariale sur la base du traitement brut plafonné du travailleur atteint d'une limitation au travail. ".
Art. 6. In artikel 62 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op basis van een van de volgende elementen toont de zelfstandige aan dat hij voldoende bedrijfsactiviteiten heeft:
1° een attest van het sociaal verzekeringsfonds als bewijs dat de overeenstemmende voorlopige sociale bijdragen als zelfstandige van de vier kwartalen die voorafgaan aan de aanvraag of de toekenning van de ondersteuningspremie, zijn betaald;
2° een fiscaal aanslagbiljet voor het aanslagjaar dat voorafgaat aan de aanvraag van de ondersteuningspremie, of voor het jaar van de toekenning van de ondersteuningspremie.".
"Op basis van een van de volgende elementen toont de zelfstandige aan dat hij voldoende bedrijfsactiviteiten heeft:
1° een attest van het sociaal verzekeringsfonds als bewijs dat de overeenstemmende voorlopige sociale bijdragen als zelfstandige van de vier kwartalen die voorafgaan aan de aanvraag of de toekenning van de ondersteuningspremie, zijn betaald;
2° een fiscaal aanslagbiljet voor het aanslagjaar dat voorafgaat aan de aanvraag van de ondersteuningspremie, of voor het jaar van de toekenning van de ondersteuningspremie.".
Art. 6. Dans l'article 62 du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Sur la base de l'un des éléments suivants, le travailleur indépendant démontre qu'il a des activités professionnelles suffisantes :
1° une attestation de la caisse d'assurance sociale prouvant que les cotisations sociales provisoires correspondantes en tant que travailleur indépendant des quatre trimestres précédant la demande ou l'octroi de la prime de soutien ont été payées ;
2° un avertissement-extrait de rôle fiscal pour l'année d'imposition précédant la demande de la prime de soutien, ou pour l'année au cours de laquelle la prime de soutien a été accordée. ".
" Sur la base de l'un des éléments suivants, le travailleur indépendant démontre qu'il a des activités professionnelles suffisantes :
1° une attestation de la caisse d'assurance sociale prouvant que les cotisations sociales provisoires correspondantes en tant que travailleur indépendant des quatre trimestres précédant la demande ou l'octroi de la prime de soutien ont été payées ;
2° un avertissement-extrait de rôle fiscal pour l'année d'imposition précédant la demande de la prime de soutien, ou pour l'année au cours de laquelle la prime de soutien a été accordée. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2024.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2024.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions et le ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.