Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de wet: de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening;
2° ambulancedienst: de ambulancedienst zoals bedoeld in artikel 3bis van de wet;
3° wachtpost: de plaats of plaatsen waar de medische permanentie door huisartsen verzekerd wordt en die door het RIZIV geregistreerd is overeenkomstig artikel 6, § 8 van de Verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
4° DGPR: het Directoraat-generaal `Paraatheid en Respons' van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu;
5° noodsituatie: elke gebeurtenis die schadelijke gevolgen voor het maatschappelijke leven veroorzaakt of kan veroorzaken, zoals een ernstige verstoring van de openbare veiligheid, een ernstige bedreiging ten opzichte van het leven of de gezondheid van personen en/of ten opzichte van belangrijke materiële belangen, en waarbij de coördinatie van de bevoegde actoren, inclusief de disciplines, is vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken;
6° Minister: De Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort;
7° ICM-expert: de expert incident- en crisis management, een verpleegkundige met specifieke ervaring in de dringende geneeskundige hulpverlening, die door het DGPR voor deze functie is aangewezen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 MAART 2024. - Koninklijk besluit betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening
Titre
17 MARS 2024. - Arrêté royal relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Federale Raad voor dringende gen...
Afdeling 1. - Oprichting en opdrachten
Afdeling 2. - Samenstelling
Afdeling 3. - Werking
HOOFDSTUK 3. - Commissies voor dringende genees...
Afdeling 1. - Oprichting en opdrachten
Afdeling 2. - Samenstelling
Afdeling 3. - Werking
HOOFDSTUK 4. - Slot- en wijzigingsbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Conseil fédéral d'aide médicale u...
Section 1re. - Création et missions
Section 2. - Composition
Section 3. - Fonctionnement
CHAPITRE 3. - Commissions d'aide médicale urgente
Section 1re. - Création et missions
Section 2. - Composition
Section 3. - Fonctionnement
CHAPITRE 4. - Dispositions finales et modificat...
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par:
1° la loi: la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente;
2° service d'ambulance: service d'ambulance visé à l'article 3bis de la loi;
3° poste de garde : le ou les endroits où la permanence médicale par des médecins généralistes est assurée et qui est enregistrée par l'INAMI conformément à l'article 6, § 8, du Règlement du Comité de l'assurance soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité du 28 juillet 2003 portant exécution de l'article 22, 11° de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
4° DGPR : la Direction générale `Préparation et Réaction' du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
5° situation d'urgence : tout événement qui entraîne ou qui est susceptible d'entraîner des conséquences dommageables pour la vie sociale, comme un trouble grave de la sécurité publique, une menace grave contre la vie ou la santé des personnes et/ou contre des intérêts matériels importants, et qui nécessite la coordination des acteurs compétents, en ce compris les disciplines, afin de faire disparaître la menace ou de limiter les conséquences néfastes de l'événement;
6° Ministre : le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
7° expert ICM : l'expert en gestion d'incidents et de crises, un infirmier ayant une expérience spécifique en matière d'aide médicale urgente, désigné par la DGPR pour cette fonction.
1° la loi: la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente;
2° service d'ambulance: service d'ambulance visé à l'article 3bis de la loi;
3° poste de garde : le ou les endroits où la permanence médicale par des médecins généralistes est assurée et qui est enregistrée par l'INAMI conformément à l'article 6, § 8, du Règlement du Comité de l'assurance soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité du 28 juillet 2003 portant exécution de l'article 22, 11° de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
4° DGPR : la Direction générale `Préparation et Réaction' du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
5° situation d'urgence : tout événement qui entraîne ou qui est susceptible d'entraîner des conséquences dommageables pour la vie sociale, comme un trouble grave de la sécurité publique, une menace grave contre la vie ou la santé des personnes et/ou contre des intérêts matériels importants, et qui nécessite la coordination des acteurs compétents, en ce compris les disciplines, afin de faire disparaître la menace ou de limiter les conséquences néfastes de l'événement;
6° Ministre : le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
7° expert ICM : l'expert en gestion d'incidents et de crises, un infirmier ayant une expérience spécifique en matière d'aide médicale urgente, désigné par la DGPR pour cette fonction.
HOOFDSTUK 2. - Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening
CHAPITRE 2. - Conseil fédéral d'aide médicale urgente
Afdeling 1. - Oprichting en opdrachten
Section 1re. - Création et missions
Art. 2. Bij het DG `Paraatheid en respons' wordt een Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening opgericht, hierna te noemen "de Raad".
Art. 2. Il est institué, auprès de la DG `Préparation et réaction', un Conseil fédéral d'aide médicale urgente, ci-après dénommé " le Conseil ".
Art. 3. § 1. De Raad heeft tot taak aan de Minister, hetzij op diens verzoek, hetzij op eigen initiatief, advies te verstrekken over alle aangelegenheden met betrekking tot:
1° de organisatie, de werking, de opleiding en de voorlichting van personen, functies en diensten die hetzij aan de dringende geneeskundige hulpverlening meewerken, hetzij aan het niet-dringend patiëntenvervoer meewerken, in dit laatste geval voor wat betreft de aspecten die een invloed hebben op de dringende geneeskundige hulpverlening;
2° de inzameling en de registratie van de gegevens, zowel wat betreft het concept als wat betreft de feedback, het gebruik en de evaluatie, binnen de dringende geneeskundige hulpverlening en meer specifiek de noodcentrales '112', zowel wat betreft call taking, regulatie en dispatching, als de bepaling van het aangewezen ziekenhuis;
3° de toetsing van de kwaliteit en de evaluatie van de praktijk, op basis van wetenschappelijk verantwoorde criteria;
4° de erkenningsnormen van de diensten zoals bedoeld in artikel 3bis van de wet, en de criteria die van toepassing zijn voor de programmatie van deze diensten;
§ 2. De Raad stelt een huishoudelijk reglement op dat aan de Minister ter goedkeuring wordt voorgelegd. Dit huishoudelijk reglement bepaalt de functioneringsmodaliteiten van de Raad.
1° de organisatie, de werking, de opleiding en de voorlichting van personen, functies en diensten die hetzij aan de dringende geneeskundige hulpverlening meewerken, hetzij aan het niet-dringend patiëntenvervoer meewerken, in dit laatste geval voor wat betreft de aspecten die een invloed hebben op de dringende geneeskundige hulpverlening;
2° de inzameling en de registratie van de gegevens, zowel wat betreft het concept als wat betreft de feedback, het gebruik en de evaluatie, binnen de dringende geneeskundige hulpverlening en meer specifiek de noodcentrales '112', zowel wat betreft call taking, regulatie en dispatching, als de bepaling van het aangewezen ziekenhuis;
3° de toetsing van de kwaliteit en de evaluatie van de praktijk, op basis van wetenschappelijk verantwoorde criteria;
4° de erkenningsnormen van de diensten zoals bedoeld in artikel 3bis van de wet, en de criteria die van toepassing zijn voor de programmatie van deze diensten;
§ 2. De Raad stelt een huishoudelijk reglement op dat aan de Minister ter goedkeuring wordt voorgelegd. Dit huishoudelijk reglement bepaalt de functioneringsmodaliteiten van de Raad.
Art. 3. § 1er. Le Conseil a pour mission de donner au Ministre, soit à sa demande, soit de sa propre initiative, un avis sur toutes les matières concernant :
1° l'organisation, le fonctionnement, la formation et l'information des personnes, fonctions et services qui collaborent, soit à l'aide médicale urgente, soit au transport non urgent de patients, dans ce dernier cas en ce qui concerne les aspects qui ont une incidence sur l'aide médicale urgente;
2° la collecte et l'enregistrement des données, tant en ce qui concerne son concept, mais aussi en ce qui concerne le feed-back, l'usage et l'évaluation, dans le cadre de l'aide médicale urgente et, plus spécifiquement des centrales d'urgence `112', tant en ce qui concerne la prise d'appel, la régulation et le dispatching que la détermination de l'hôpital désigné ;
3° le contrôle de la qualité et l'évaluation de la pratique, en fonction de critères scientifiquement pertinents ;
4° les normes d'agrément des services visés à l'article 3bis de la loi, ainsi que les critères applicables à la programmation de ces services ;
§ 2. Le Conseil établit un règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre. Ce règlement d'ordre intérieur vise à déterminer les règles de fonctionnement du Conseil.
1° l'organisation, le fonctionnement, la formation et l'information des personnes, fonctions et services qui collaborent, soit à l'aide médicale urgente, soit au transport non urgent de patients, dans ce dernier cas en ce qui concerne les aspects qui ont une incidence sur l'aide médicale urgente;
2° la collecte et l'enregistrement des données, tant en ce qui concerne son concept, mais aussi en ce qui concerne le feed-back, l'usage et l'évaluation, dans le cadre de l'aide médicale urgente et, plus spécifiquement des centrales d'urgence `112', tant en ce qui concerne la prise d'appel, la régulation et le dispatching que la détermination de l'hôpital désigné ;
3° le contrôle de la qualité et l'évaluation de la pratique, en fonction de critères scientifiquement pertinents ;
4° les normes d'agrément des services visés à l'article 3bis de la loi, ainsi que les critères applicables à la programmation de ces services ;
§ 2. Le Conseil établit un règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre. Ce règlement d'ordre intérieur vise à déterminer les règles de fonctionnement du Conseil.
Art. 4. § 1. Het Bureau van de Raad is verantwoordelijk voor de goede werking van de Raad en heeft met name volgende opdrachten:
1° de agenda en de plenaire zittingen van de Raad voorbereiden;
2° de beslissingen van de Raad opvolgen;
3° toezicht houden op en richting geven aan de uitvoering van de activiteiten van de Raad;
4° overmaken aan de Minister van de door de Raad uitgebrachte adviezen;
5° de formulering en de mededeling van een ontwerpadvies ingeval van dringende vragen of onderwerpen. De ontwerpadviezen worden voorgelegd voor bevestiging op de eerstvolgende plenaire vergadering van de Raad;
6° opstellen van een ontwerp van huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 3, § 2.
1° de agenda en de plenaire zittingen van de Raad voorbereiden;
2° de beslissingen van de Raad opvolgen;
3° toezicht houden op en richting geven aan de uitvoering van de activiteiten van de Raad;
4° overmaken aan de Minister van de door de Raad uitgebrachte adviezen;
5° de formulering en de mededeling van een ontwerpadvies ingeval van dringende vragen of onderwerpen. De ontwerpadviezen worden voorgelegd voor bevestiging op de eerstvolgende plenaire vergadering van de Raad;
6° opstellen van een ontwerp van huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 3, § 2.
Art. 4. § 1er. Le Bureau du Conseil est responsable du bon fonctionnement du Conseil et assure notamment les missions suivantes :
1° préparer l'ordre du jour et les séances plénières du Conseil ;
2° assurer le suivi des décisions du Conseil ;
3° superviser et guider la mise en oeuvre des activités du Conseil ;
4° transmettre au Ministre les avis émis par le Conseil ;
5° formuler et communiquer un projet d'avis en cas de demandes ou de sujets à traiter d'urgence. Les projets d'avis sont soumis pour confirmation lors de la prochaine séance plénière du Conseil ;
6° rédiger un projet de règlement d'ordre intérieur tel que visé à l'article 3, § 2.
1° préparer l'ordre du jour et les séances plénières du Conseil ;
2° assurer le suivi des décisions du Conseil ;
3° superviser et guider la mise en oeuvre des activités du Conseil ;
4° transmettre au Ministre les avis émis par le Conseil ;
5° formuler et communiquer un projet d'avis en cas de demandes ou de sujets à traiter d'urgence. Les projets d'avis sont soumis pour confirmation lors de la prochaine séance plénière du Conseil ;
6° rédiger un projet de règlement d'ordre intérieur tel que visé à l'article 3, § 2.
Afdeling 2. - Samenstelling
Section 2. - Composition
Art. 5. § 1. De Raad bestaat uit professioneel actieve leden die blijk geven van een bijzondere kennis van de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, § 1, en is samengesteld als volgt:
1° vier artsen voorgedragen door de Belgische wetenschappelijke verenigingen van huisartsen;
2° vier artsen voorgedragen door de Belgische verenigingen van urgentiegeneeskunde en van rampengeneeskunde;
3° vier leden, voorgedragen door de representatieve verenigingen van verzorgingsinstellingen waartoe ziekenhuizen beschikkend over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", zoals bedoeld het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", behoren;
4° vier verpleegkundigen voorgedragen door hun Belgische wetenschappelijke verenigingen;
5° vier hulpverlener-ambulanciers voorgedragen door hun Belgische beroepsverenigingen;
6° twee vertegenwoordigers van de functionele chefs van de noodcentrales "112", voorgedragen door alle centra samen;
7° twee vertegenwoordigers van de medische directies van de noodcentrales "112", voorgedragen door alle centra samen;
8° twee vertegenwoordigers van de hulpdiensten van het Rode Kruis van België, voorgedragen door het Rode Kruis van België;
9° twee officieren-artsen, voorgedragen door de Medische Component van Defensie.
10° twee vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, voorgedragen door de koepels van patiëntenorganisaties;
11° drie vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen, voorgedragen door het Nationaal Intermutualistisch College;
12° twee vertegenwoordigers van de verenigingen van steden en gemeenten, voorgedragen door de verenigingen van steden en gemeenten;
13° twee vertegenwoordigers van de Conferentie van gouverneurs, voorgedragen door de Conferentie van gouverneurs;
14° de voorzitters van de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening.
§ 2. De leden bedoeld in § 1, 1° tot en met 9° zijn stemgerechtigd.
De leden bedoeld in § 1, 10° tot en met 14° hebben een raadgevende stem.
§ 3. Aan elk effectief lid van de Raad wordt een plaatsvervangend lid toegevoegd. De plaatsvervangende leden worden onder dezelfde voorwaarden benoemd als de effectieve leden.
Het plaatsvervangend lid neemt zitting wanneer het effectieve lid belet is.
Wanneer de Raad vaststelt dat een lid ontslag heeft genomen, is overleden of driemaal opeenvolgend ongewettigd afwezig is geweest of wanneer het lid niet meer aan de benoemingsvereisten voldoet, vervangt hij hem door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd.
1° vier artsen voorgedragen door de Belgische wetenschappelijke verenigingen van huisartsen;
2° vier artsen voorgedragen door de Belgische verenigingen van urgentiegeneeskunde en van rampengeneeskunde;
3° vier leden, voorgedragen door de representatieve verenigingen van verzorgingsinstellingen waartoe ziekenhuizen beschikkend over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", zoals bedoeld het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", behoren;
4° vier verpleegkundigen voorgedragen door hun Belgische wetenschappelijke verenigingen;
5° vier hulpverlener-ambulanciers voorgedragen door hun Belgische beroepsverenigingen;
6° twee vertegenwoordigers van de functionele chefs van de noodcentrales "112", voorgedragen door alle centra samen;
7° twee vertegenwoordigers van de medische directies van de noodcentrales "112", voorgedragen door alle centra samen;
8° twee vertegenwoordigers van de hulpdiensten van het Rode Kruis van België, voorgedragen door het Rode Kruis van België;
9° twee officieren-artsen, voorgedragen door de Medische Component van Defensie.
10° twee vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, voorgedragen door de koepels van patiëntenorganisaties;
11° drie vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen, voorgedragen door het Nationaal Intermutualistisch College;
12° twee vertegenwoordigers van de verenigingen van steden en gemeenten, voorgedragen door de verenigingen van steden en gemeenten;
13° twee vertegenwoordigers van de Conferentie van gouverneurs, voorgedragen door de Conferentie van gouverneurs;
14° de voorzitters van de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening.
§ 2. De leden bedoeld in § 1, 1° tot en met 9° zijn stemgerechtigd.
De leden bedoeld in § 1, 10° tot en met 14° hebben een raadgevende stem.
§ 3. Aan elk effectief lid van de Raad wordt een plaatsvervangend lid toegevoegd. De plaatsvervangende leden worden onder dezelfde voorwaarden benoemd als de effectieve leden.
Het plaatsvervangend lid neemt zitting wanneer het effectieve lid belet is.
Wanneer de Raad vaststelt dat een lid ontslag heeft genomen, is overleden of driemaal opeenvolgend ongewettigd afwezig is geweest of wanneer het lid niet meer aan de benoemingsvereisten voldoet, vervangt hij hem door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd.
Art. 5. § 1er. Le Conseil est composé de membres professionnellement actifs qui démontrent une connaissance particulière des matières visées à l'article 3, § 1er. Ces membres sont répartis comme suit :
1° quatre médecins présentés par les associations scientifiques belges de médecine générale ;
2° quatre médecins présentés par les associations belges de médecine d'urgence et de catastrophe ;
3° quatre membres, présentés par les associations d'établissements de soins représentatives dont font partie les hôpitaux disposant d'une fonction de " soins urgents spécialisés ", telle que visée à l'arrêté royal du 27 avril 1998 rendant certaines dispositions de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, applicables à la fonction " soins urgents spécialisés ";
4° quatre infirmiers présentés par leurs associations scientifiques belges ;
5° quatre secouristes-ambulanciers présentés par leurs associations professionnelles belges ;
6° deux représentants des chefs fonctionnels des centrales d'urgence " 112 ", présentés par l'ensemble de ces centres ;
7° deux représentants des directions médicales des centrales d'urgence " 112 ", présentés par l'ensemble de ces centres ;
8° deux représentants des services de secours de la Croix Rouge de Belgique, présentés par la Croix Rouge de Belgique ;
9° deux officiers médecins présentés par la Composante Médicale de la Défense.
10° deux représentants d'associations de patients, présentés par les coupoles d'associations de patients ;
11° trois représentants des organismes assureurs, présentés par le Collège Intermutualiste National ;
12° deux représentants des unions des villes et communes, présentés par les unions des villes et communes ;
13° deux représentants de la Conférence des gouverneurs, présentés par la Conférence des gouverneurs de province ;
14° les présidents des Commissions d'Aide médicale urgente.
§ 2. Les membres visés au § 1er, 1° à 9° inclus, ont voix délibérative.
Les membres visés au § 1er, 10° à 14° inclus, ont voix consultative.
§ 3. A chaque membre effectif est adjoint un membre suppléant. Les membres suppléants sont nommés aux mêmes conditions que les membres effectifs.
Le membre suppléant siège lorsque le membre effectif est empêché.
Lorsque le Conseil constate la démission, le décès, l'absence à trois reprises consécutives et sans justification d'un membre ou lorsque le membre ne remplit plus les conditions de nomination, il le remplace par son suppléant jusqu'à la nomination d'un nouveau membre.
1° quatre médecins présentés par les associations scientifiques belges de médecine générale ;
2° quatre médecins présentés par les associations belges de médecine d'urgence et de catastrophe ;
3° quatre membres, présentés par les associations d'établissements de soins représentatives dont font partie les hôpitaux disposant d'une fonction de " soins urgents spécialisés ", telle que visée à l'arrêté royal du 27 avril 1998 rendant certaines dispositions de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, applicables à la fonction " soins urgents spécialisés ";
4° quatre infirmiers présentés par leurs associations scientifiques belges ;
5° quatre secouristes-ambulanciers présentés par leurs associations professionnelles belges ;
6° deux représentants des chefs fonctionnels des centrales d'urgence " 112 ", présentés par l'ensemble de ces centres ;
7° deux représentants des directions médicales des centrales d'urgence " 112 ", présentés par l'ensemble de ces centres ;
8° deux représentants des services de secours de la Croix Rouge de Belgique, présentés par la Croix Rouge de Belgique ;
9° deux officiers médecins présentés par la Composante Médicale de la Défense.
10° deux représentants d'associations de patients, présentés par les coupoles d'associations de patients ;
11° trois représentants des organismes assureurs, présentés par le Collège Intermutualiste National ;
12° deux représentants des unions des villes et communes, présentés par les unions des villes et communes ;
13° deux représentants de la Conférence des gouverneurs, présentés par la Conférence des gouverneurs de province ;
14° les présidents des Commissions d'Aide médicale urgente.
§ 2. Les membres visés au § 1er, 1° à 9° inclus, ont voix délibérative.
Les membres visés au § 1er, 10° à 14° inclus, ont voix consultative.
§ 3. A chaque membre effectif est adjoint un membre suppléant. Les membres suppléants sont nommés aux mêmes conditions que les membres effectifs.
Le membre suppléant siège lorsque le membre effectif est empêché.
Lorsque le Conseil constate la démission, le décès, l'absence à trois reprises consécutives et sans justification d'un membre ou lorsque le membre ne remplit plus les conditions de nomination, il le remplace par son suppléant jusqu'à la nomination d'un nouveau membre.
Art. 6. § 1. De Minister benoemt voor een hernieuwbare periode van zes jaar de leden en hun plaatsvervangers uit een lijst van twee kandidaten per te begeven ambt, voorgedragen door de verenigingen, organismen of diensten bedoeld in artikel 5, § 1, 1° tot en met 13°.
Met het oog op de continuïteit der werkzaamheden blijven de leden wier mandaat verstreken is, hun mandaat evenwel verder uitoefenen tot in hun vervanging is voorzien.
§ 2. De Minister benoemt voor een hernieuwbare periode van zes jaar de voorzitter.
De voorzitter is stemgerechtigd.
§ 3. De Minister benoemt voor een hernieuwbare periode van zes jaar vier ondervoorzitters, op basis van persoonlijke kandidatuurstelling, onder de stemgerechtigde leden van de Raad. De ondervoorzitters behoren zo veel als mogelijk tot verschillende ledengroepen zoals bepaald in artikel 5, § 1. In afwezigheid van de voorzitter leidt een van de ondervoorzitters de plenaire vergadering van de Raad.
§ 4. De Minister benoemt onder de ambtenaren van het DGPR de secretaris.
Met het oog op de continuïteit der werkzaamheden blijven de leden wier mandaat verstreken is, hun mandaat evenwel verder uitoefenen tot in hun vervanging is voorzien.
§ 2. De Minister benoemt voor een hernieuwbare periode van zes jaar de voorzitter.
De voorzitter is stemgerechtigd.
§ 3. De Minister benoemt voor een hernieuwbare periode van zes jaar vier ondervoorzitters, op basis van persoonlijke kandidatuurstelling, onder de stemgerechtigde leden van de Raad. De ondervoorzitters behoren zo veel als mogelijk tot verschillende ledengroepen zoals bepaald in artikel 5, § 1. In afwezigheid van de voorzitter leidt een van de ondervoorzitters de plenaire vergadering van de Raad.
§ 4. De Minister benoemt onder de ambtenaren van het DGPR de secretaris.
Art. 6. § 1er. Le Ministre nomme, pour un mandat renouvelable de six ans, les membres et leurs suppléants sur une liste de deux candidats par mandat à pourvoir, présentés par les associations, organismes ou services visés à l'article 5, § 1er, 1° à 13° inclus.
Pour assurer la continuité des activités, les membres dont le mandat est arrivé à expiration, en poursuivent cependant l'exercice jusqu'à leur remplacement.
§ 2. Le président est nommé par le Ministre pour un mandat renouvelable de six ans.
Le président a voix délibérative.
§ 3. Le Ministre nomme quatre vice-présidents pour un mandat renouvelable de six ans, sur la base d'une candidature personnelle, parmi les membres du Conseil ayant voix délibérative. Les vice-présidents appartiennent, autant que possible, à des groupes de membres différents, comme stipulé à l'article 5, § 1. En l'absence du président, l'un des vice-présidents dirige la réunion plénière du Conseil.
§ 4. Le secrétaire est désigné par le Ministre parmi les fonctionnaires de la DGPR.
Pour assurer la continuité des activités, les membres dont le mandat est arrivé à expiration, en poursuivent cependant l'exercice jusqu'à leur remplacement.
§ 2. Le président est nommé par le Ministre pour un mandat renouvelable de six ans.
Le président a voix délibérative.
§ 3. Le Ministre nomme quatre vice-présidents pour un mandat renouvelable de six ans, sur la base d'une candidature personnelle, parmi les membres du Conseil ayant voix délibérative. Les vice-présidents appartiennent, autant que possible, à des groupes de membres différents, comme stipulé à l'article 5, § 1. En l'absence du président, l'un des vice-présidents dirige la réunion plénière du Conseil.
§ 4. Le secrétaire est désigné par le Ministre parmi les fonctionnaires de la DGPR.
Art. 7. § 1. Het bureau van de Raad bestaat uit de voorzitter, de ondervoorzitters en de secretaris.
§ 2. Het bureau van de Raad kan advies inwinnen van deskundigen naar keuze en deze toevoegen aan het bureau.
§ 3. Het bureau van de Raad kan werkgroepen opstarten.
§ 2. Het bureau van de Raad kan advies inwinnen van deskundigen naar keuze en deze toevoegen aan het bureau.
§ 3. Het bureau van de Raad kan werkgroepen opstarten.
Art. 7. § 1er. Le Bureau du Conseil se compose du président, des vice-présidents et du secrétaire.
§ 2. Le Bureau du Conseil peut solliciter l'avis d'experts de son choix et les adjoindre au Bureau.
§ 3. Le Bureau du Conseil peut créer des groupes de travail.
§ 2. Le Bureau du Conseil peut solliciter l'avis d'experts de son choix et les adjoindre au Bureau.
§ 3. Le Bureau du Conseil peut créer des groupes de travail.
Afdeling 3. - Werking
Section 3. - Fonctionnement
Art. 8. De Raad komt ten minste twee keer per jaar samen.
Art. 8. Le Conseil se réunit au moins deux fois par an.
Art. 9. § 1. De Raad kan slechts een geldig advies uitbrengen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is.
Na een tweede oproeping met dezelfde agenda kan de Raad geldig advies verstrekken, ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 2. In het geval dat ofwel de lijsten van de kandidaten niet voorgedragen worden of onvolledig zijn, ofwel de kandidaten de benoemingsvoorwaarden niet vervullen, houdt de onvolledige Raad geldig zitting voor zover de helft van zijn leden geldig werd aangewezen.
Na een tweede oproeping met dezelfde agenda kan de Raad geldig advies verstrekken, ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 2. In het geval dat ofwel de lijsten van de kandidaten niet voorgedragen worden of onvolledig zijn, ofwel de kandidaten de benoemingsvoorwaarden niet vervullen, houdt de onvolledige Raad geldig zitting voor zover de helft van zijn leden geldig werd aangewezen.
Art. 9. § 1er. Le Conseil ne peut valablement émettre un avis que si la moitié au moins des membres sont présents.
Le Conseil peut, après une deuxième convocation avec le même ordre du jour, émettre valablement son avis quel que soit le nombre de membres présents.
§ 2. Dans l'éventualité où, soit des listes de candidats ne sont pas présentées ou sont présentées incomplètes, soit les candidats ne remplissent pas les conditions de nomination, le Conseil incomplet siège valablement pour autant que la moitié de ses membres aient été valablement désignés.
Le Conseil peut, après une deuxième convocation avec le même ordre du jour, émettre valablement son avis quel que soit le nombre de membres présents.
§ 2. Dans l'éventualité où, soit des listes de candidats ne sont pas présentées ou sont présentées incomplètes, soit les candidats ne remplissent pas les conditions de nomination, le Conseil incomplet siège valablement pour autant que la moitié de ses membres aient été valablement désignés.
Art. 10. Voor de plenaire vergaderingen en de vergaderingen van het Bureau hebben de leden en de voorzitter van de Raad recht op:
1° per zitting die minstens twee uren duurt, een presentiegeld van 13 euro voor wat de voorzitter of desgevallend de plaatsvervangende ondervoorzitter betreft, en een presentiegeld van 10 euro voor wat de leden en experten betreft;
2° een verblijfsvergoeding van 10 euro per dag volgens de voorwaarden van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt;
3° de terugbetaling van de reiskosten overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten of het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, al naar gelang het geval.
1° per zitting die minstens twee uren duurt, een presentiegeld van 13 euro voor wat de voorzitter of desgevallend de plaatsvervangende ondervoorzitter betreft, en een presentiegeld van 10 euro voor wat de leden en experten betreft;
2° een verblijfsvergoeding van 10 euro per dag volgens de voorwaarden van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt;
3° de terugbetaling van de reiskosten overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten of het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, al naar gelang het geval.
Art. 10. Pour les séances plénières et les réunions du Bureau, les membres et le président du Conseil ont droit :
1° par réunion d'une durée d'au moins deux heures, à un jeton de présence d'un montant de 13 euros pour le président ou, le cas échéant, le vice-président suppléant, et à un jeton de présence d'un montant de 10 euros pour les membres et les experts ;
2° à une indemnité de séjour d'un montant de 10 euros par jour, conformément aux conditions de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale ;
3° au remboursement des frais de parcours, conformément à l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours ou à l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale, selon le cas.
1° par réunion d'une durée d'au moins deux heures, à un jeton de présence d'un montant de 13 euros pour le président ou, le cas échéant, le vice-président suppléant, et à un jeton de présence d'un montant de 10 euros pour les membres et les experts ;
2° à une indemnité de séjour d'un montant de 10 euros par jour, conformément aux conditions de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale ;
3° au remboursement des frais de parcours, conformément à l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours ou à l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale, selon le cas.
HOOFDSTUK 3. - Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening
CHAPITRE 3. - Commissions d'aide médicale urgente
Afdeling 1. - Oprichting en opdrachten
Section 1re. - Création et missions
Art. 11. In elke provincie en binnen de geografische omschrijving van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad wordt een Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening opgericht, hierna "de Commissie" genoemd, die ressorteert onder de Raad.
Art. 11. Il est institué, dans chaque province et dans la circonscription géographique de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, une Commission d'Aide médicale urgente, ci-après dénommée " la Commission ", laquelle relève du Conseil.
Art. 12. § 1. In haar ambtsgebied heeft de Commissie tot taak:
1° de uitvoering van de activiteiten van het Bureau superviseren en aansturen;
2° goedkeuren van het door het Bureau voorgestelde jaarverslag der activiteiten;
3° goedkeuren van het door het Bureau voorgestelde huishoudelijk reglement en het ter goedkeuring aan de Minister voorleggen;
4° de implementatie van de federale visie binnen de uitvoering van de taken bewaken.
1° de uitvoering van de activiteiten van het Bureau superviseren en aansturen;
2° goedkeuren van het door het Bureau voorgestelde jaarverslag der activiteiten;
3° goedkeuren van het door het Bureau voorgestelde huishoudelijk reglement en het ter goedkeuring aan de Minister voorleggen;
4° de implementatie van de federale visie binnen de uitvoering van de taken bewaken.
Art. 12. § 1er. La Commission a, dans son ressort, pour mission de :
1° Superviser et guider la mise en oeuvre des activités du Bureau ;
2° Approuver le rapport annuel des activités présenté par le Bureau ;
3° Approuver le règlement d'ordre intérieur présenté par le Bureau et le soumettre à l'approbation du Ministre;
4° Veiller à la bonne implémentation de la vision fédérale dans l'exécution de ses missions.
1° Superviser et guider la mise en oeuvre des activités du Bureau ;
2° Approuver le rapport annuel des activités présenté par le Bureau ;
3° Approuver le règlement d'ordre intérieur présenté par le Bureau et le soumettre à l'approbation du Ministre;
4° Veiller à la bonne implémentation de la vision fédérale dans l'exécution de ses missions.
Art. 13. Het Bureau van de Commissie heeft tot taak de goede werking van de Commissie te verzekeren en heeft met name volgende opdrachten:
1° het opstellen van het jaarverslag der activiteiten;
2° het opstellen van een huishoudelijk reglement;
3° het bewerkstelligen van de uitrol van federale richtlijnen, met het oog op de organisatie en de uitvoering van de dringende geneeskundige hulpverlening, door aan de Minister advies te verlenen aangaande de toepassing van artikel 6bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel;
4° de samenwerking bewerkstelligen en de onderling gesloten akkoorden van de vertegenwoordigde diensten binnen de Commissie, bedoeld in artikel 5, formaliseren, met het oog op de organisatie en de uitvoering van de dringende geneeskundige hulpverlening;
5° het monitoren van de opleiding van hulpverleners - ambulanciers van het ambtsgebied van de Commissie, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister, voor zolang deze bevoegdheid niet opgenomen werd door de deelstaat;
6° het bewerkstelligen van de samenwerking van alle personen die instaan voor de dringende geneeskundige hulpverlening aan slachtoffers van collectieve noodsituaties;
7° het waken over het goed beheer en de verwerking van de oproepen met medisch karakter gericht aan de centra van het eenvormig oproepstelsel;
8° het bewerkstelligen en formaliseren, tussen de ziekenhuizen welke beschikken over een spoedgevallendienst binnen het ambtsgebied van de Commissie, van het protocol zoals bedoeld in artikel 7, derde lid, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel, door vermelding van de vereiste specifieke therapeutische en diagnostische middelen, de ziekenhuizen van bestemming en de specifieke pathologieën waarvoor het bijhouden van een medisch dossier bepalend kan zijn voor de keuze van het ziekenhuis van bestemming;
9° het bewerkstelligen en formaliseren, tussen de noodcentrales, de ziekenhuizen welke beschikken over een spoedgevallendienst en de wachtdiensten binnen het ambtsgebied van de Commissie, van het protocol zoals bedoeld in artikel 7, vierde lid, 1° en 2° van het voornoemde koninklijk besluit van 2 april 1965, door vermelding van de vereiste specifieke therapeutische en diagnostische middelen, de ziekenhuizen van bestemming en de specifieke pathologieën waarvoor het bijhouden van een medisch dossier bepalend kan zijn voor de keuze van het ziekenhuis van bestemming, alsook van de mogelijke toepassing van artikel 7, zesde lid, van hetzelfde besluit;
10° het verlenen van advies over alle aangelegenheden die behoren tot de toepassing van de wet of diens uitvoeringsbesluiten, ambtshalve, op verzoek van de Raad of, voor de bevoegdheden bedoeld onder 3°, op verzoek van de provinciale of gemeentelijke overheden;
11° het behandelen van klachten neergelegd door de federale gezondheidsinspecteur en welke binnen het bevoegdheidsgebied vallen van de Commissie;
12° controleren en valideren van het werk verricht door de verschillende werkgroepen opgericht volgens artikel 15, § 4;
13° op vraag van de federale gezondheidsinspecteur aanbevelingen formuleren voor gebruik door instanties inzake de organisatie van medische hulpverlening, en dit ter voorbereiding op risicomanifestaties; deze aanbevelingen zullen worden gedaan na overleg met de betrokken sectoren.
1° het opstellen van het jaarverslag der activiteiten;
2° het opstellen van een huishoudelijk reglement;
3° het bewerkstelligen van de uitrol van federale richtlijnen, met het oog op de organisatie en de uitvoering van de dringende geneeskundige hulpverlening, door aan de Minister advies te verlenen aangaande de toepassing van artikel 6bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel;
4° de samenwerking bewerkstelligen en de onderling gesloten akkoorden van de vertegenwoordigde diensten binnen de Commissie, bedoeld in artikel 5, formaliseren, met het oog op de organisatie en de uitvoering van de dringende geneeskundige hulpverlening;
5° het monitoren van de opleiding van hulpverleners - ambulanciers van het ambtsgebied van de Commissie, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister, voor zolang deze bevoegdheid niet opgenomen werd door de deelstaat;
6° het bewerkstelligen van de samenwerking van alle personen die instaan voor de dringende geneeskundige hulpverlening aan slachtoffers van collectieve noodsituaties;
7° het waken over het goed beheer en de verwerking van de oproepen met medisch karakter gericht aan de centra van het eenvormig oproepstelsel;
8° het bewerkstelligen en formaliseren, tussen de ziekenhuizen welke beschikken over een spoedgevallendienst binnen het ambtsgebied van de Commissie, van het protocol zoals bedoeld in artikel 7, derde lid, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel, door vermelding van de vereiste specifieke therapeutische en diagnostische middelen, de ziekenhuizen van bestemming en de specifieke pathologieën waarvoor het bijhouden van een medisch dossier bepalend kan zijn voor de keuze van het ziekenhuis van bestemming;
9° het bewerkstelligen en formaliseren, tussen de noodcentrales, de ziekenhuizen welke beschikken over een spoedgevallendienst en de wachtdiensten binnen het ambtsgebied van de Commissie, van het protocol zoals bedoeld in artikel 7, vierde lid, 1° en 2° van het voornoemde koninklijk besluit van 2 april 1965, door vermelding van de vereiste specifieke therapeutische en diagnostische middelen, de ziekenhuizen van bestemming en de specifieke pathologieën waarvoor het bijhouden van een medisch dossier bepalend kan zijn voor de keuze van het ziekenhuis van bestemming, alsook van de mogelijke toepassing van artikel 7, zesde lid, van hetzelfde besluit;
10° het verlenen van advies over alle aangelegenheden die behoren tot de toepassing van de wet of diens uitvoeringsbesluiten, ambtshalve, op verzoek van de Raad of, voor de bevoegdheden bedoeld onder 3°, op verzoek van de provinciale of gemeentelijke overheden;
11° het behandelen van klachten neergelegd door de federale gezondheidsinspecteur en welke binnen het bevoegdheidsgebied vallen van de Commissie;
12° controleren en valideren van het werk verricht door de verschillende werkgroepen opgericht volgens artikel 15, § 4;
13° op vraag van de federale gezondheidsinspecteur aanbevelingen formuleren voor gebruik door instanties inzake de organisatie van medische hulpverlening, en dit ter voorbereiding op risicomanifestaties; deze aanbevelingen zullen worden gedaan na overleg met de betrokken sectoren.
Art. 13. Le Bureau de la Commission est chargé d'assurer le bon fonctionnement de la Commission et assure notamment les missions suivantes :
1° rédige le rapport annuel d'activité ;
2° établir un règlement d'ordre intérieur ;
3° procéder à la mise en place de directives fédérales, en vue d'organiser et de mettre en oeuvre l'aide médicale urgente, par la remise au Ministre d'avis concernant l'application de l'article 6bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié ;
4° mettre en oeuvre la collaboration et formaliser les accords conclus entre toutes les instances représentées au sein de la Commission et visées à l'article 5, en vue d'organiser et d'exécuter l'aide médicale urgente;
5° superviser la formation des secouristes-ambulanciers du ressort de la Commission, conformément aux modalités définies par le Ministre, pour autant que cette compétence n'ait pas été reprise par l'entité fédérée;
6° mettre en oeuvre la collaboration entre toutes les personnes chargées de l'aide médicale urgente aux victimes de situations d'urgence collectives ;
7° veiller à la bonne gestion et au traitement approprié des appels à caractère médical adressés au système d'appel unifié ;
8° concrétiser et formaliser, entre les hôpitaux disposant d'un service des urgences se trouvant dans le ressort de la Commission, le protocole, visé à l'article 7, alinéa 3, 2° et 3°, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié, en y mentionnant les moyens thérapeutiques et diagnostiques spécifiques nécessaires, les hôpitaux de destination ainsi que les pathologies spécifiques pour lesquelles la tenue d'un dossier médical peut être déterminante pour le choix de l'hôpital de destination ;
9° concrétiser et formaliser, entre les centrales d'urgence, les hôpitaux disposant d'un service des urgences et les services de garde fonctionnant dans le ressort de la Commission, le protocole, visé l'article 7, alinéa 4, 1° et 2°, de l'arrêté royal précité du 2 avril 1965, en y mentionnant les moyens thérapeutiques et diagnostiques spécifiques nécessaires, les hôpitaux de destination, les pathologies spécifiques pour lesquelles la tenue d'un dossier médical peut être déterminante pour l'indication de l'hôpital de destination, de même que l'application éventuelle de l'article 7, alinéa 6, du même arrêté ;
10° formuler des avis sur les matières relevant de l'application de la loi ou de ses arrêtés d'exécution, et ce d'office, à la demande du Conseil ou, en ce qui concerne les compétences visées au 3°, à la demande des autorités provinciales ou communales ;
11° traiter les plaintes déposées par l'inspecteur d'hygiène fédéral et relevant de la compétence de la Commission ;
12° contrôler et valider le travail des différents groupes de travail constitués conformément à l'article 15, § 4;
13° à la demande de l'inspecteur d'hygiène fédéral, formuler des recommandations à l'usage des instances relatives à l'organisation de l'aide médicale urgente, et ce en vue de préparer des manifestations à risque; ces recommandations seront formulées après consultation des secteurs concernés.
1° rédige le rapport annuel d'activité ;
2° établir un règlement d'ordre intérieur ;
3° procéder à la mise en place de directives fédérales, en vue d'organiser et de mettre en oeuvre l'aide médicale urgente, par la remise au Ministre d'avis concernant l'application de l'article 6bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié ;
4° mettre en oeuvre la collaboration et formaliser les accords conclus entre toutes les instances représentées au sein de la Commission et visées à l'article 5, en vue d'organiser et d'exécuter l'aide médicale urgente;
5° superviser la formation des secouristes-ambulanciers du ressort de la Commission, conformément aux modalités définies par le Ministre, pour autant que cette compétence n'ait pas été reprise par l'entité fédérée;
6° mettre en oeuvre la collaboration entre toutes les personnes chargées de l'aide médicale urgente aux victimes de situations d'urgence collectives ;
7° veiller à la bonne gestion et au traitement approprié des appels à caractère médical adressés au système d'appel unifié ;
8° concrétiser et formaliser, entre les hôpitaux disposant d'un service des urgences se trouvant dans le ressort de la Commission, le protocole, visé à l'article 7, alinéa 3, 2° et 3°, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié, en y mentionnant les moyens thérapeutiques et diagnostiques spécifiques nécessaires, les hôpitaux de destination ainsi que les pathologies spécifiques pour lesquelles la tenue d'un dossier médical peut être déterminante pour le choix de l'hôpital de destination ;
9° concrétiser et formaliser, entre les centrales d'urgence, les hôpitaux disposant d'un service des urgences et les services de garde fonctionnant dans le ressort de la Commission, le protocole, visé l'article 7, alinéa 4, 1° et 2°, de l'arrêté royal précité du 2 avril 1965, en y mentionnant les moyens thérapeutiques et diagnostiques spécifiques nécessaires, les hôpitaux de destination, les pathologies spécifiques pour lesquelles la tenue d'un dossier médical peut être déterminante pour l'indication de l'hôpital de destination, de même que l'application éventuelle de l'article 7, alinéa 6, du même arrêté ;
10° formuler des avis sur les matières relevant de l'application de la loi ou de ses arrêtés d'exécution, et ce d'office, à la demande du Conseil ou, en ce qui concerne les compétences visées au 3°, à la demande des autorités provinciales ou communales ;
11° traiter les plaintes déposées par l'inspecteur d'hygiène fédéral et relevant de la compétence de la Commission ;
12° contrôler et valider le travail des différents groupes de travail constitués conformément à l'article 15, § 4;
13° à la demande de l'inspecteur d'hygiène fédéral, formuler des recommandations à l'usage des instances relatives à l'organisation de l'aide médicale urgente, et ce en vue de préparer des manifestations à risque; ces recommandations seront formulées après consultation des secteurs concernés.
Afdeling 2. - Samenstelling
Section 2. - Composition
Art. 14. § 1. De Commissie is samengesteld uit leden, benoemd uit kandidaten die door hun organisaties zijn voorgedragen, zoals bedoeld in § 2, alsmede uit leden die ambtshalve lid zijn, zoals bedoeld in § 3.
§ 2. De volgende leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken organisaties:
1° per permanentie die actief is in het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een hulpverlener-ambulancier of verpleegkundige;
2° per PIT-permanentie, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
3° per spoedgevallendienst, actief in het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een arts welke ook de referentie-artsen PIT vertegenwoordigt;
4° per spoedgevallendienst, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
5° per MUG, werkzaam binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een arts;
6° per MUG, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
7° een vertegenwoordiger van de hulpdienst van het Rode Kruis, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie;
8° per wachtpost actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een huisarts.
De vertegenwoordigers bedoeld in het eerste lid, 1° tot 5°, moeten binnen deze diensten daadwerkelijk actief zijn binnen de dringende geneeskundige hulpverlening. De voorzitter en de ondervoorzitter kunnen zich gemotiveerd uitspreken over het actief karakter van de leden.
Aan elk werkend lid bedoeld in deze paragraaf wordt een plaatsvervangend lid toegevoegd. De plaatsvervangende leden worden onder dezelfde voorwaarden benoemd als de effectieve leden.
De leden bedoeld in deze paragraaf zijn stemgerechtigd.
De effectieve en plaatsvervangende leden bedoeld in deze paragraaf worden door de Minister benoemd voor een hernieuwbare periode van vier jaar.
§ 3. Zijn ambtshalve lid van de Commissie:
1° de federale gezondheidsinspecteurs en de ICM-experts die onder de bevoegdheid van de Commissie vallen;
2° de psychosociale manager die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
3° de functionele chef van de noodcentrale 112 of zijn vertegenwoordiger die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
4° de medisch directeur van de noodcentrale 112 of zijn plaatsvervanger die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
5° de directeur van het opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverlener-ambulanciers dat onder de bevoegdheid van de Commissie valt, voor zolang de deelstaat deze bevoegdheid niet heeft opgenomen ;
6° de gouverneur van de provincie of zijn vertegenwoordiger en, voor de Commissie van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de hoge ambtenaar in de zin van artikel 53 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 houdende de zesde staatshervorming, of zijn vertegenwoordiger.
§ 4. De voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie worden door de Minister aangeduid onder de federale gezondheidsinspecteurs actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie.
De ICM-expert is de secretaris van de Commissie.
§ 2. De volgende leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken organisaties:
1° per permanentie die actief is in het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een hulpverlener-ambulancier of verpleegkundige;
2° per PIT-permanentie, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
3° per spoedgevallendienst, actief in het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een arts welke ook de referentie-artsen PIT vertegenwoordigt;
4° per spoedgevallendienst, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
5° per MUG, werkzaam binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een arts;
6° per MUG, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een verpleegkundige;
7° een vertegenwoordiger van de hulpdienst van het Rode Kruis, actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie;
8° per wachtpost actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie, een huisarts.
De vertegenwoordigers bedoeld in het eerste lid, 1° tot 5°, moeten binnen deze diensten daadwerkelijk actief zijn binnen de dringende geneeskundige hulpverlening. De voorzitter en de ondervoorzitter kunnen zich gemotiveerd uitspreken over het actief karakter van de leden.
Aan elk werkend lid bedoeld in deze paragraaf wordt een plaatsvervangend lid toegevoegd. De plaatsvervangende leden worden onder dezelfde voorwaarden benoemd als de effectieve leden.
De leden bedoeld in deze paragraaf zijn stemgerechtigd.
De effectieve en plaatsvervangende leden bedoeld in deze paragraaf worden door de Minister benoemd voor een hernieuwbare periode van vier jaar.
§ 3. Zijn ambtshalve lid van de Commissie:
1° de federale gezondheidsinspecteurs en de ICM-experts die onder de bevoegdheid van de Commissie vallen;
2° de psychosociale manager die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
3° de functionele chef van de noodcentrale 112 of zijn vertegenwoordiger die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
4° de medisch directeur van de noodcentrale 112 of zijn plaatsvervanger die onder de bevoegdheid van de Commissie valt;
5° de directeur van het opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverlener-ambulanciers dat onder de bevoegdheid van de Commissie valt, voor zolang de deelstaat deze bevoegdheid niet heeft opgenomen ;
6° de gouverneur van de provincie of zijn vertegenwoordiger en, voor de Commissie van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de hoge ambtenaar in de zin van artikel 53 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 houdende de zesde staatshervorming, of zijn vertegenwoordiger.
§ 4. De voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie worden door de Minister aangeduid onder de federale gezondheidsinspecteurs actief binnen het bevoegdheidsgebied van de Commissie.
De ICM-expert is de secretaris van de Commissie.
Art. 14. § 1er. La Commission est composée de membres nommés parmi les candidats présentés par leurs organisations, comme le prévoit le § 2, ainsi que de membres nommés d'office, comme le prévoit le § 3.
§ 2. Les membres suivants sont nommés parmi les candidats présentés par les organisations concernées :
1° un secouriste-ambulancier ou infirmier, par permanence active dans le ressort de la Commission ;
2° un infirmier par permanence PIT active dans le ressort de la Commission ;
3° un médecin, par service des urgences, actif dans le ressort de la Commission, qui représente aussi les médecins référents PIT ;
4° un infirmier, par service des urgences, actif dans le ressort de la Commission ;
5° un médecin, par service mobile d'urgence, actif dans le ressort de la Commission ;
6° un infirmier, par service mobile d'urgence, actif dans le ressort de la Commission ;
7° un représentant du service de secours de la Croix Rouge, actif dans le ressort de la Commission ;
8° un médecin généraliste par poste de garde, actif dans le ressort de la Commission.
Les représentants visés au premier alinéa, 1° à 5°, doivent, au sein de ces services, effectivement être actifs dans le domaine de l'aide médicale urgente. Le président et le vice-président peuvent se prononcer de manière motivé sur le caractère actif des membres.
Un membre suppléant est adjoint à chaque membre effectif visé au présent paragraphe. Les membres suppléants sont nommés aux mêmes conditions que les membres effectifs.
Les membres visés au présent paragraphe ont voix délibérative.
Les membres effectifs et suppléants visés au présent paragraphe sont nommés par le Ministre pour un mandat renouvelable de quatre ans.
§ 3. Sont d'office membres de la Commission :
1° les inspecteurs d'hygiène fédéraux et les experts ICM relevant de la compétence de la Commission ;
2° le psychosocial manager relevant de la compétence de la Commission ;
3° le chef fonctionnel de la centrale d'urgence 112 ou son représentant relevant de la compétence de la Commission ;
4° le directeur médical de la centrale d'urgence 112 ou son suppléant relevant de la compétence de la Commission ;
5° le directeur du centre de formation et de perfectionnement des secouristes-ambulanciers relevant de la compétence de la Commission, pour autant que cette compétence n'ait pas été reprise par l'entité fédérée;
6° le gouverneur de la province ou son représentant et, pour la Commission de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, le haut fonctionnaire au sens de l'article 53 de la loi spéciale du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat, ou son représentant.
§ 4. Le président et le vice-président de la Commission sont désignés par le Ministre parmi les inspecteurs d'hygiène fédéraux actifs dans le ressort de la Commission.
L'expert ICM est le secrétaire de la Commission.
§ 2. Les membres suivants sont nommés parmi les candidats présentés par les organisations concernées :
1° un secouriste-ambulancier ou infirmier, par permanence active dans le ressort de la Commission ;
2° un infirmier par permanence PIT active dans le ressort de la Commission ;
3° un médecin, par service des urgences, actif dans le ressort de la Commission, qui représente aussi les médecins référents PIT ;
4° un infirmier, par service des urgences, actif dans le ressort de la Commission ;
5° un médecin, par service mobile d'urgence, actif dans le ressort de la Commission ;
6° un infirmier, par service mobile d'urgence, actif dans le ressort de la Commission ;
7° un représentant du service de secours de la Croix Rouge, actif dans le ressort de la Commission ;
8° un médecin généraliste par poste de garde, actif dans le ressort de la Commission.
Les représentants visés au premier alinéa, 1° à 5°, doivent, au sein de ces services, effectivement être actifs dans le domaine de l'aide médicale urgente. Le président et le vice-président peuvent se prononcer de manière motivé sur le caractère actif des membres.
Un membre suppléant est adjoint à chaque membre effectif visé au présent paragraphe. Les membres suppléants sont nommés aux mêmes conditions que les membres effectifs.
Les membres visés au présent paragraphe ont voix délibérative.
Les membres effectifs et suppléants visés au présent paragraphe sont nommés par le Ministre pour un mandat renouvelable de quatre ans.
§ 3. Sont d'office membres de la Commission :
1° les inspecteurs d'hygiène fédéraux et les experts ICM relevant de la compétence de la Commission ;
2° le psychosocial manager relevant de la compétence de la Commission ;
3° le chef fonctionnel de la centrale d'urgence 112 ou son représentant relevant de la compétence de la Commission ;
4° le directeur médical de la centrale d'urgence 112 ou son suppléant relevant de la compétence de la Commission ;
5° le directeur du centre de formation et de perfectionnement des secouristes-ambulanciers relevant de la compétence de la Commission, pour autant que cette compétence n'ait pas été reprise par l'entité fédérée;
6° le gouverneur de la province ou son représentant et, pour la Commission de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, le haut fonctionnaire au sens de l'article 53 de la loi spéciale du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat, ou son représentant.
§ 4. Le président et le vice-président de la Commission sont désignés par le Ministre parmi les inspecteurs d'hygiène fédéraux actifs dans le ressort de la Commission.
L'expert ICM est le secrétaire de la Commission.
Art. 15. § 1. Het Bureau van de Commissie bestaat uit de voorzitter en ondervoorzitter van de Commissie, de secretaris van de Commissie en de leden van ambtswege van de Commissie bedoeld in artikel 14, § 3, 2° tot en met 4°, en uit door de Commissie voorgedragen, door de Minister benoemde leden.
§ 2. Worden door de Commissie voorgedragen en door de Minister benoemd tot leden van het bureau van de Commissie:
1° twee hulpverlener-ambulanciers, ter vertegenwoordiging van de permanenties;
2° een verpleegkundige ter vertegenwoordiging van de PIT-diensten;
3° een arts, ter vertegenwoordiging van de spoedgevallendiensten;
4° een verpleegkundige, ter vertegenwoordiging van de spoedgevallendiensten;
5° een arts, ter vertegenwoordiging van de MUG;
6° een verpleegkundige, ter vertegenwoordiging van de MUG;
7° een arts, behorende tot de huisartsenkringen.
§ 3. Het Bureau van de Commissie kan advies inwinnen van deskundigen naar keuze en deze toevoegen aan het Bureau, volgens het behandelde onderwerp.
§ 4. Het Bureau van de Commissie kan werkgroepen opstarten.
§ 5. Voor zover de situatie van de provincie het toelaat, kunnen de leden bedoeld in § 2, 1° à 6° niet behoren tot een dienst met hetzelfde erkenningsnummer.
§ 6. Elk lid van het Bureau, bedoeld in § 2, heeft een plaatsvervanger, die onderworpen is aan dezelfde aanstellingsvoorwaarden dan de effectieve leden.
§ 2. Worden door de Commissie voorgedragen en door de Minister benoemd tot leden van het bureau van de Commissie:
1° twee hulpverlener-ambulanciers, ter vertegenwoordiging van de permanenties;
2° een verpleegkundige ter vertegenwoordiging van de PIT-diensten;
3° een arts, ter vertegenwoordiging van de spoedgevallendiensten;
4° een verpleegkundige, ter vertegenwoordiging van de spoedgevallendiensten;
5° een arts, ter vertegenwoordiging van de MUG;
6° een verpleegkundige, ter vertegenwoordiging van de MUG;
7° een arts, behorende tot de huisartsenkringen.
§ 3. Het Bureau van de Commissie kan advies inwinnen van deskundigen naar keuze en deze toevoegen aan het Bureau, volgens het behandelde onderwerp.
§ 4. Het Bureau van de Commissie kan werkgroepen opstarten.
§ 5. Voor zover de situatie van de provincie het toelaat, kunnen de leden bedoeld in § 2, 1° à 6° niet behoren tot een dienst met hetzelfde erkenningsnummer.
§ 6. Elk lid van het Bureau, bedoeld in § 2, heeft een plaatsvervanger, die onderworpen is aan dezelfde aanstellingsvoorwaarden dan de effectieve leden.
Art. 15. § 1er. Le Bureau de la Commission se compose du président et du vice-président de la Commission, du secrétaire de la Commission et des membres nommés d'office de la Commission visés à l'article 14, § 3, 2° à 4° inclus, et des membres présentés par la Commission et nommés par le Ministre.
§ 2. Sont présentés par la Commission et nommés membres du Bureau de la Commission par le Ministre :
1° deux secouristes-ambulanciers, représentant des permanences ;
2° un infirmier représentant des services PIT ;
3° un médecin, représentant des services des urgences ;
4° un infirmier, représentant des services des urgences ;
5° un médecin, représentant des services mobiles d'urgence ;
6° un infirmier, représentant des services mobiles d'urgence ;
7° un médecin, appartenant aux cercles de médecine générale
§ 3. Le Bureau de la Commission peut solliciter l'avis d'experts de son choix et les adjoindre au Bureau en fonction des sujets traités.
§ 4. Le Bureau de la Commission peut créer des groupes de travail.
§ 5. Pour autant que la situation de la province le permette, les membres visés au § 2, 1° à 6° ne peuvent pas appartenir à une institution ayant le même numéro d'agrément.
§ 6. Chaque membre du Bureau, visé au § 2, a un suppléant, lequel est soumis aux mêmes conditions de désignation que les membres effectifs.
§ 2. Sont présentés par la Commission et nommés membres du Bureau de la Commission par le Ministre :
1° deux secouristes-ambulanciers, représentant des permanences ;
2° un infirmier représentant des services PIT ;
3° un médecin, représentant des services des urgences ;
4° un infirmier, représentant des services des urgences ;
5° un médecin, représentant des services mobiles d'urgence ;
6° un infirmier, représentant des services mobiles d'urgence ;
7° un médecin, appartenant aux cercles de médecine générale
§ 3. Le Bureau de la Commission peut solliciter l'avis d'experts de son choix et les adjoindre au Bureau en fonction des sujets traités.
§ 4. Le Bureau de la Commission peut créer des groupes de travail.
§ 5. Pour autant que la situation de la province le permette, les membres visés au § 2, 1° à 6° ne peuvent pas appartenir à une institution ayant le même numéro d'agrément.
§ 6. Chaque membre du Bureau, visé au § 2, a un suppléant, lequel est soumis aux mêmes conditions de désignation que les membres effectifs.
Art. 16. § 1. De leden van het Bureau bedoeld in artikel 15, § 2, zijn verkozen met een geheime stemming.
§ 2. Elk effectief lid van de Commissie verkiest de vertegenwoordiger van zijn sector.
§ 3. Diegene die het meeste stemmen heeft behaald, zal zijn sector in het Bureau vertegenwoordigen; diegene die als tweede het meeste stemmen heeft behaald zal diens plaatsvervanger zijn.
§ 4. In het geval van gelijkheid van stemmen, zal een tweede stemming gedaan worden tussen de twee kandidaten. In geval van een nieuwe gelijkheid, zal de voorzitter beslissen via een gemotiveerd advies.
§ 5. Het verkozen lid en diens plaatsvervanger behoren alleen dan tot een dienst met hetzelfde erkenningsnummer, wanneer in het bevoegdheidsgebied van de Commissie slechts een erkende dienst aanwezig is. Wanneer er meerdere erkende diensten aanwezig zijn en de in dit artikel bedoelde stemming een met deze paragraaf strijdig resultaat oplevert, zal als plaatsvervanger diegene die als volgende in de stemming het meeste stemmen heeft behaald en niet behoort tot de dienst waartoe het verkozen effectief lid behoort, worden aangeduid.
§ 2. Elk effectief lid van de Commissie verkiest de vertegenwoordiger van zijn sector.
§ 3. Diegene die het meeste stemmen heeft behaald, zal zijn sector in het Bureau vertegenwoordigen; diegene die als tweede het meeste stemmen heeft behaald zal diens plaatsvervanger zijn.
§ 4. In het geval van gelijkheid van stemmen, zal een tweede stemming gedaan worden tussen de twee kandidaten. In geval van een nieuwe gelijkheid, zal de voorzitter beslissen via een gemotiveerd advies.
§ 5. Het verkozen lid en diens plaatsvervanger behoren alleen dan tot een dienst met hetzelfde erkenningsnummer, wanneer in het bevoegdheidsgebied van de Commissie slechts een erkende dienst aanwezig is. Wanneer er meerdere erkende diensten aanwezig zijn en de in dit artikel bedoelde stemming een met deze paragraaf strijdig resultaat oplevert, zal als plaatsvervanger diegene die als volgende in de stemming het meeste stemmen heeft behaald en niet behoort tot de dienst waartoe het verkozen effectief lid behoort, worden aangeduid.
Art. 16. § 1. Les membres du Bureau visés à l'article 15, § 2, sont élus par un vote à caractère secret.
§ 2. Chaque membre effectif de la Commission élit le représentant de sa catégorie.
§ 3. La personne ayant obtenu le plus de voix sera représentant pour sa catégorie au sein du Bureau ; la deuxième personne ayant obtenu le plus de voix sera son suppléant.
§ 4. En cas d'égalité des voix, un second vote est réalisé entre les deux candidats. En cas de nouvelle égalité, le président décide via un avis motivé.
§ 5. Le membre élu et son suppléant appartiennent alors uniquement à un service portant le même numéro d'agrément lorsque seul un service agréé est présent dans le ressort de la Commission. Lorsque plusieurs services agréés sont présents et que le vote visé dans cet article donne un résultat contraire au présent paragraphe, la deuxième personne ayant obtenu le plus de voix lors du vote et n'appartenant pas au service auquel le membre effectif élu appartient, sera désignée comme suppléant.
§ 2. Chaque membre effectif de la Commission élit le représentant de sa catégorie.
§ 3. La personne ayant obtenu le plus de voix sera représentant pour sa catégorie au sein du Bureau ; la deuxième personne ayant obtenu le plus de voix sera son suppléant.
§ 4. En cas d'égalité des voix, un second vote est réalisé entre les deux candidats. En cas de nouvelle égalité, le président décide via un avis motivé.
§ 5. Le membre élu et son suppléant appartiennent alors uniquement à un service portant le même numéro d'agrément lorsque seul un service agréé est présent dans le ressort de la Commission. Lorsque plusieurs services agréés sont présents et que le vote visé dans cet article donne un résultat contraire au présent paragraphe, la deuxième personne ayant obtenu le plus de voix lors du vote et n'appartenant pas au service auquel le membre effectif élu appartient, sera désignée comme suppléant.
Afdeling 3. - Werking
Section 3. - Fonctionnement
Art. 17. De Commissie komt ten minste een keer per jaar samen. Het Bureau van de Commissie vergadert tenminste vier keer per jaar. De leden van de Commissie en van het Bureau worden opgeroepen via een elektronische brief en, behoudens hoogdringendheid, tenminste één maand voor datum.
Art. 17. La Commission se réunit au moins une fois par an. Le bureau de la Commission se réunit au moins quatre fois par an. Les membres de la Commission et du bureau sont convoqués par courrier électronique et, sauf demande urgente, au moins un mois avant la date fixée.
Art. 18. § 1. De Commissie en het Bureau kunnen slechts een geldig advies uitbrengen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig zijn.
Na een tweede oproeping met dezelfde agenda kan de Commissie en het bureau geldig advies verstrekken, ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 2. In het geval dat ofwel de lijsten van de kandidaten, niet voorgedragen worden of onvolledig zijn, ofwel de kandidaten de benoemingsvoorwaarden niet vervullen, houdt de onvolledige Commissie of het onvolledige Bureau geldig zitting voor zover de helft van haar leden geldig werd aangewezen.
Na een tweede oproeping met dezelfde agenda kan de Commissie en het bureau geldig advies verstrekken, ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 2. In het geval dat ofwel de lijsten van de kandidaten, niet voorgedragen worden of onvolledig zijn, ofwel de kandidaten de benoemingsvoorwaarden niet vervullen, houdt de onvolledige Commissie of het onvolledige Bureau geldig zitting voor zover de helft van haar leden geldig werd aangewezen.
Art. 18. § 1er. La Commission et le bureau ne peuvent valablement émettre un avis que si la moitié au moins des membres sont présents.
La Commission et le bureau peuvent, après une deuxième convocation avec le même ordre du jour, émettre valablement son avis quel que soit le nombre de membres présents.
§ 2. Dans l'éventualité où, soit des listes de candidats ne sont pas présentées ou sont présentées incomplètes, soit les candidats ne remplissent pas les conditions de nomination, la Commission incomplète ou le bureau incomplet siègent valablement pour autant que la moitié de ses membres aient été valablement désignés.
La Commission et le bureau peuvent, après une deuxième convocation avec le même ordre du jour, émettre valablement son avis quel que soit le nombre de membres présents.
§ 2. Dans l'éventualité où, soit des listes de candidats ne sont pas présentées ou sont présentées incomplètes, soit les candidats ne remplissent pas les conditions de nomination, la Commission incomplète ou le bureau incomplet siègent valablement pour autant que la moitié de ses membres aient été valablement désignés.
HOOFDSTUK 4. - Slot- en wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales et modificatives
Art. 19. Het koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot oprichting van een Nationale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening, gewijzigd bij het besluit van 4 juli 2004, wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrêté royal du 5 juillet 1994 créant un conseil national des secours médicaux d'urgence, modifié par l'arrêté du 4 juillet 2004, est abrogé.
Art. 20. § 1. Het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 18 juli 2002, wordt opgeheven.
§ 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 4° wordt geschrapt;
2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 vermeld in 4° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 3. In artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot definiëring van de functie, de opdrachten en het competentieprofiel van de medisch adjunct-directeur van de 112-centra, worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 4. In artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot definiëring van de functie, de opdrachten en het competentieprofiel van de medisch directeur van de 112-centra, worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 5. In artikel 4, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 10 maart 2008 tot vastlegging van de taken van de cel dispatching dringende geneeskundige hulpverlening en medische bewaking, worden de woorden "bedoeld in artikel 4, 6°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 13, 8°, van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 4° wordt geschrapt;
2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 vermeld in 4° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 3. In artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot definiëring van de functie, de opdrachten en het competentieprofiel van de medisch adjunct-directeur van de 112-centra, worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 4. In artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot definiëring van de functie, de opdrachten en het competentieprofiel van de medisch directeur van de 112-centra, worden de woorden "bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
§ 5. In artikel 4, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 10 maart 2008 tot vastlegging van de taken van de cel dispatching dringende geneeskundige hulpverlening en medische bewaking, worden de woorden "bedoeld in artikel 4, 6°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 13, 8°, van het koninklijk besluit van 17 maart 2024 betreffende de Federale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening en de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening".
Art. 20. § 1. L'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les Commissions d'Aide médicale urgente, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 18 juillet 2002, est abrogé.
§ 2. A l'article 1 de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié, les modifications suivantes sont appportées :
1° la disposition 4° est supprimée ;
2° dans la disposition 5°, les mots " visée dans l'arrêté royal du 10 août 1998, mentionné au 4° " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 3. Dans l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 2014 définissant la fonction, les missions et le profil de compétence du directeur médical adjoint des centres 112, les mots " visée à l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les Commissions d'Aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 4. Dans l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 2014 définissant la fonction, les missions et le profil de compétence du directeur médical des centres 112, les mots " visée à l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les Commissions d'Aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 5. Dans l'article 4, alinéa 2, 2°, de l'arrêté royal du 10 mars 2008 précisant les missions de la cellule de dispatching d'aide médicale urgente et de vigilance sanitaire, les mots " visés à l'article 4, 6°, de l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les commissions d'aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visés à l'article 13, 8° de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 2. A l'article 1 de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié, les modifications suivantes sont appportées :
1° la disposition 4° est supprimée ;
2° dans la disposition 5°, les mots " visée dans l'arrêté royal du 10 août 1998, mentionné au 4° " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 3. Dans l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 2014 définissant la fonction, les missions et le profil de compétence du directeur médical adjoint des centres 112, les mots " visée à l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les Commissions d'Aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 4. Dans l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 2014 définissant la fonction, les missions et le profil de compétence du directeur médical des centres 112, les mots " visée à l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les Commissions d'Aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visée à l'article 11 de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
§ 5. Dans l'article 4, alinéa 2, 2°, de l'arrêté royal du 10 mars 2008 précisant les missions de la cellule de dispatching d'aide médicale urgente et de vigilance sanitaire, les mots " visés à l'article 4, 6°, de l'arrêté royal du 10 août 1998 instituant les commissions d'aide médicale urgente " sont remplacés par les mots " visés à l'article 13, 8° de l'arrêté royal du 17 mars 2024 relatif au Conseil fédéral d'aide médicale urgente et aux Commissions d'aide médicale urgente ".
Art. 21. De Minister van Volksgezondheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Defensie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Ministre de la Santé publique, la Ministre de l'Intérieur et la Ministre de la Défense sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.