Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 JANUARI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de erkenning en subsidiëring van een ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen
Titre
19 JANVIER 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021, en ce qui concerne l'agrément et le subventionnement d'une structure d'appui pour les sociétés de logement
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2022, worden de woorden "De minister" vervangen door de woorden "Het agentschap".
Article 1er. Dans l'article 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen " (Habitat Flandre), inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2022, les mots " Le ministre " sont remplacés par les mots " L'agence ".
Art. 2. In boek 4, deel 1, titel 3, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt hoofdstuk 7, dat bestaat uit artikel 4.161/1 en 4.161/2, vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk 7. Erkenning en subsidiëring van de ondersteuningsstructuur
Afdeling 1. Erkenningsvoorwaarden
Art. 4.161/1. De minister kan onder de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, een erkenning verlenen aan een ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen.
Een ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen kan erkend worden en kan erkend blijven als ze aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze voert de opdrachten uit, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
2° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en de raad van bestuur is als volgt samengesteld:
a) hij bestaat uit ten hoogste vijftien leden;
b) minimaal de helft plus één van het aantal leden van de raad van bestuur zijn voorzitters of bestuurders van woonmaatschappijen;
c) ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht;
d) een deel van het aantal leden van de raad van bestuur kan een onafhankelijke expert zijn;
e) in de raad van bestuur is voldoende expertise aanwezig voor de uitvoering van de verschillende opdrachten, en er is ook voldoende diversiteit in competenties en achtergrond;
f) de raad van bestuur is een representatieve vertegenwoordiging van de woonmaatschappijen;
g) de voorzitter van de raad van bestuur wordt gekozen uit de leden van de raad van bestuur die voorzitter zijn van een woonmaatschappij;
3° ze verbindt zich ertoe aan het agentschap elke wijziging in de statuten en elke wijziging waardoor niet meer voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in dit artikel, mee te delen;
4° ze maakt een jaarplan op en voert dat uit. Ze rapporteert over de uitvoering van het voormelde jaarplan conform artikel 4.161/5, § 2, van dit besluit, op het Overlegplatform Sociaal Wonen, vermeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen;
5° ze erkent het belang van de Nederlandse taal bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en gebruikt bij voorkeur de Nederlandse taal in de communicatie, samenwerkingen en de algemene werking voor de gesubsidieerde activiteiten.
De minister kan een afwijking toestaan op de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, b), op voorwaarde dat de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen gemotiveerd aantoont waarom het vooropgestelde aantal niet is gehaald.
Afdeling 2. Erkenningsaanvraag
Art. 4.161/2. De aanvraag tot erkenning als ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen wordt ingediend bij het agentschap en bevat al de volgende gegevens en stukken:
1° gegevens en stukken waaruit blijkt of kan blijken dat voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid;
2° in voorkomend geval, de gemotiveerde vraag tot afwijking, vermeld in artikel 4.161/1, derde lid;
3° ten minste toelichting over:
a) de structuur van de organisatie;
b) de personeelsformatie;
c) de statuten en het huishoudelijk reglement;
d) het jaarplan voor het eerste jaar van de erkenning met acties en beoogde resultaten.
Het agentschap bezorgt de aanvrager onmiddellijk een ontvangstbevestiging van de erkenningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, en beoordeelt binnen dertig dagen vanaf de dag van de verzending van de ontvangstbevestiging of het dossier volledig is conform het eerste lid.
Als het agentschap beslist dat het aanvraagdossier conform het eerste lid onvolledig is, brengt het de aanvrager daarvan op de hoogte. De aanvrager bezorgt de ontbrekende stukken aan het agentschap binnen dertig dagen vanaf de dag waarop de aanvrager de vraag tot vervollediging heeft ontvangen.
Als het agentschap beslist dat het aanvraagdossier conform het eerste lid volledig is, brengt het de aanvrager daarvan op de hoogte. Binnen negentig dagen na de dag waarop het agentschap de voormelde beslissing heeft genomen, beslist de minister over de erkenningsaanvraag.
Art. 4.161/3. § 1. Het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4.161/2, vierde lid, wordt aan de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen betekend. Het voormelde besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de ondertekening ervan door de minister en geldt tot 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het erkenningsbesluit in werking is getreden.
§ 2. De erkenningsperiode, vermeld in paragraaf 1, kan telkens met vijf jaar worden verlengd als de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode in kwestie een aanvraag tot verlenging van de erkenning indient bij het agentschap.
De minister beslist over de verlengingsaanvraag, vermeld in het eerste lid, op basis van de inhoudelijke en financiële evaluatie van de werking van de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen tijdens de voorgaande jaren, vermeld in artikel 4.161/5.
De verlengingsaanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt behandeld conform de procedure, vermeld in artikel 4.161/2.
Afdeling 3. Subsidie
Art. 4.161/4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de minister gedurende de erkenningsperiode, vermeld in artikel 4.161/3, § 1 van dit besluit, jaarlijks een subsidie aan de erkende ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen toekennen van maximaal 374.000 euro als tegemoetkoming in de personeels- en werkingskosten, die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De voormelde subsidie wordt gedurende de erkenningsperiode, vermeld in artikel 4.161/3, § 1, van dit besluit, jaarlijks toegekend nadat het agentschap aan de hand van de stukken, vermeld in artikel 4.161/5, van dit besluit, heeft vastgesteld dat de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd. Het loonaandeel wordt geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en met behoud van de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Het is gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023. Het niet-loonaandeel wordt geïndexeerd volgens de indexatieparameter voor de werkingskredieten die in de begrotingsinstructies is opgenomen.
Art. 4.161/5. § 1. De erkende ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen voert een boekhouding conform artikel III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van Economisch Recht, de andere relevante bepalingen van het voormelde wetboek en het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht, en voldoet aan de jaarrekeningverplichtingen conform de relevante bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 en het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 29 april 2019. Als de werking van de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen deel uitmaakt van een breder opdrachtenpakket, wordt een analytische boekhouding gevoerd. De activa en passiva en de kosten en opbrengsten die verband houden met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, kunnen worden afgezonderd in de balans en de resultatenrekening.
De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt jaarlijks uiterlijk op 31 maart al de volgende stukken aan het agentschap:
1° een gedetailleerde afrekening van de kosten en opbrengsten van haar werking die verband houdt met de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, over het voorbije kalenderjaar en een begroting voor het lopende kalenderjaar, die goedgekeurd is door het bevoegde bestuursorgaan;
2° een gedetailleerde afrekening van de personeelskosten in de gesubsidieerde periode, met een afschrift van de RSZ-staten van de tewerkgestelde personeelsleden;
3° de balans en resultatenrekening waarmee de activa en passiva en de kosten en opbrengsten die verband houden met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, worden aangetoond.
Het agentschap is belast met de controle op de stukken, vermeld in het tweede lid.
§ 2. De erkende ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen rapporteert minstens drie keer per jaar op het Overlegplatform Sociaal Wonen, vermeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen, over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Het agentschap legt de drie vergaderingen vast in onderling overleg met de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen en bezorgt telkens een uitnodiging.
Op de eerste vergadering van het jaar evalueert het agentschap de uitvoering van de opdrachten van het afgelopen jaar aan de hand van het jaarplan, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, 4°. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een rapportering over de uitvoering van het voormelde jaarplan aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van de voormelde vergadering vervolledigt de rapportering over het afgelopen jaar en maakt er integraal deel van uit.
Op de laatste vergadering van het jaar worden de geplande acties en de beoogde resultaten voor het volgende jaar besproken. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een ontwerp van jaarplan aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van die vergadering vervolledigt het voormelde ontwerp van jaarplan en maakt er integraal deel van uit.
Met behoud van de toepassing van het tweede en derde lid volgt het agentschap op elke vergadering de uitvoering van het jaarplan op. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een rapportering over de uitvoering van het jaarplan, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, 4°, aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van die vergadering vervolledigt de tussentijdse rapportering en maakt er integraal deel van uit.
§ 3. Het agentschap maakt een ontwerp op van een afrekening als vermeld in artikel 4.161/6, § 1, nadat het de stukken, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, heeft gecontroleerd en nadat het verslag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, is opgemaakt.
Art. 4.161/6. § 1. De subsidie wordt voor elk volledig kalenderjaar uitbetaald via drie voorschotten van elk 30% op het toegestane maximumbedrag. De voorschotten worden ambtshalve betaalbaar gesteld door het agentschap bij het begin van elke periode van vier maanden. Ze worden afgetrokken bij de afrekening van de subsidie voor elk kalenderjaar die het agentschap opmaakt, vermeld in artikel 4.161/5, § 3.
De subsidiëring voor de personeelskosten wordt bij de jaarlijkse afrekening berekend op grond van de werkelijke lasten van de bezoldiging van de voltijds of deeltijds tewerkgestelde personeelsleden, met inbegrip van de werkgeverslasten, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, het vervroegde vakantiegeld en de opzeggingsvergoedingen bij uitdiensttreding.
§ 2. De subsidie voor de maanden tussen de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en 1 januari van het eerste volledige kalenderjaar wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden. Ze wordt uitbetaald volgens de voorschottenregeling, vermeld in paragraaf 1, per periode van maximaal vier maanden.
Afdeling 4. Sancties
Art. 4.161/7. Met behoud van de toepassing van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaring af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen kan de uitbetaling van de subsidie volledig of gedeeltelijk worden stopgezet of kan de erkenning worden ingetrokken in de volgende gevallen:
1° nadat het agentschap de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen heeft gehoord, stelt het vast dat de ondersteuningsstructuur niet meer voldoet aan een van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit. De ondersteuningsstructuur kan niet aantonen dat ze opnieuw aan de voorwaarden zal voldoen binnen drie maanden die volgen op de datum waarop het agentschap heeft vastgesteld dat de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen niet meer voldoet aan een van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit;
2° de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen begaat een ernstige onregelmatigheid bij de uitvoering van haar opdracht.".
"Hoofdstuk 7. Erkenning en subsidiëring van de ondersteuningsstructuur
Afdeling 1. Erkenningsvoorwaarden
Art. 4.161/1. De minister kan onder de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, een erkenning verlenen aan een ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen.
Een ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen kan erkend worden en kan erkend blijven als ze aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze voert de opdrachten uit, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
2° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en de raad van bestuur is als volgt samengesteld:
a) hij bestaat uit ten hoogste vijftien leden;
b) minimaal de helft plus één van het aantal leden van de raad van bestuur zijn voorzitters of bestuurders van woonmaatschappijen;
c) ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht;
d) een deel van het aantal leden van de raad van bestuur kan een onafhankelijke expert zijn;
e) in de raad van bestuur is voldoende expertise aanwezig voor de uitvoering van de verschillende opdrachten, en er is ook voldoende diversiteit in competenties en achtergrond;
f) de raad van bestuur is een representatieve vertegenwoordiging van de woonmaatschappijen;
g) de voorzitter van de raad van bestuur wordt gekozen uit de leden van de raad van bestuur die voorzitter zijn van een woonmaatschappij;
3° ze verbindt zich ertoe aan het agentschap elke wijziging in de statuten en elke wijziging waardoor niet meer voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in dit artikel, mee te delen;
4° ze maakt een jaarplan op en voert dat uit. Ze rapporteert over de uitvoering van het voormelde jaarplan conform artikel 4.161/5, § 2, van dit besluit, op het Overlegplatform Sociaal Wonen, vermeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen;
5° ze erkent het belang van de Nederlandse taal bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en gebruikt bij voorkeur de Nederlandse taal in de communicatie, samenwerkingen en de algemene werking voor de gesubsidieerde activiteiten.
De minister kan een afwijking toestaan op de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, b), op voorwaarde dat de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen gemotiveerd aantoont waarom het vooropgestelde aantal niet is gehaald.
Afdeling 2. Erkenningsaanvraag
Art. 4.161/2. De aanvraag tot erkenning als ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen wordt ingediend bij het agentschap en bevat al de volgende gegevens en stukken:
1° gegevens en stukken waaruit blijkt of kan blijken dat voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid;
2° in voorkomend geval, de gemotiveerde vraag tot afwijking, vermeld in artikel 4.161/1, derde lid;
3° ten minste toelichting over:
a) de structuur van de organisatie;
b) de personeelsformatie;
c) de statuten en het huishoudelijk reglement;
d) het jaarplan voor het eerste jaar van de erkenning met acties en beoogde resultaten.
Het agentschap bezorgt de aanvrager onmiddellijk een ontvangstbevestiging van de erkenningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, en beoordeelt binnen dertig dagen vanaf de dag van de verzending van de ontvangstbevestiging of het dossier volledig is conform het eerste lid.
Als het agentschap beslist dat het aanvraagdossier conform het eerste lid onvolledig is, brengt het de aanvrager daarvan op de hoogte. De aanvrager bezorgt de ontbrekende stukken aan het agentschap binnen dertig dagen vanaf de dag waarop de aanvrager de vraag tot vervollediging heeft ontvangen.
Als het agentschap beslist dat het aanvraagdossier conform het eerste lid volledig is, brengt het de aanvrager daarvan op de hoogte. Binnen negentig dagen na de dag waarop het agentschap de voormelde beslissing heeft genomen, beslist de minister over de erkenningsaanvraag.
Art. 4.161/3. § 1. Het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4.161/2, vierde lid, wordt aan de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen betekend. Het voormelde besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de ondertekening ervan door de minister en geldt tot 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het erkenningsbesluit in werking is getreden.
§ 2. De erkenningsperiode, vermeld in paragraaf 1, kan telkens met vijf jaar worden verlengd als de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode in kwestie een aanvraag tot verlenging van de erkenning indient bij het agentschap.
De minister beslist over de verlengingsaanvraag, vermeld in het eerste lid, op basis van de inhoudelijke en financiële evaluatie van de werking van de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen tijdens de voorgaande jaren, vermeld in artikel 4.161/5.
De verlengingsaanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt behandeld conform de procedure, vermeld in artikel 4.161/2.
Afdeling 3. Subsidie
Art. 4.161/4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de minister gedurende de erkenningsperiode, vermeld in artikel 4.161/3, § 1 van dit besluit, jaarlijks een subsidie aan de erkende ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen toekennen van maximaal 374.000 euro als tegemoetkoming in de personeels- en werkingskosten, die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De voormelde subsidie wordt gedurende de erkenningsperiode, vermeld in artikel 4.161/3, § 1, van dit besluit, jaarlijks toegekend nadat het agentschap aan de hand van de stukken, vermeld in artikel 4.161/5, van dit besluit, heeft vastgesteld dat de ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd. Het loonaandeel wordt geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en met behoud van de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Het is gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023. Het niet-loonaandeel wordt geïndexeerd volgens de indexatieparameter voor de werkingskredieten die in de begrotingsinstructies is opgenomen.
Art. 4.161/5. § 1. De erkende ondersteuningsstructuur voor de woonmaatschappijen voert een boekhouding conform artikel III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van Economisch Recht, de andere relevante bepalingen van het voormelde wetboek en het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht, en voldoet aan de jaarrekeningverplichtingen conform de relevante bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 en het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 29 april 2019. Als de werking van de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen deel uitmaakt van een breder opdrachtenpakket, wordt een analytische boekhouding gevoerd. De activa en passiva en de kosten en opbrengsten die verband houden met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, kunnen worden afgezonderd in de balans en de resultatenrekening.
De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt jaarlijks uiterlijk op 31 maart al de volgende stukken aan het agentschap:
1° een gedetailleerde afrekening van de kosten en opbrengsten van haar werking die verband houdt met de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, over het voorbije kalenderjaar en een begroting voor het lopende kalenderjaar, die goedgekeurd is door het bevoegde bestuursorgaan;
2° een gedetailleerde afrekening van de personeelskosten in de gesubsidieerde periode, met een afschrift van de RSZ-staten van de tewerkgestelde personeelsleden;
3° de balans en resultatenrekening waarmee de activa en passiva en de kosten en opbrengsten die verband houden met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, worden aangetoond.
Het agentschap is belast met de controle op de stukken, vermeld in het tweede lid.
§ 2. De erkende ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen rapporteert minstens drie keer per jaar op het Overlegplatform Sociaal Wonen, vermeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen, over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.53/4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Het agentschap legt de drie vergaderingen vast in onderling overleg met de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen en bezorgt telkens een uitnodiging.
Op de eerste vergadering van het jaar evalueert het agentschap de uitvoering van de opdrachten van het afgelopen jaar aan de hand van het jaarplan, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, 4°. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een rapportering over de uitvoering van het voormelde jaarplan aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van de voormelde vergadering vervolledigt de rapportering over het afgelopen jaar en maakt er integraal deel van uit.
Op de laatste vergadering van het jaar worden de geplande acties en de beoogde resultaten voor het volgende jaar besproken. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een ontwerp van jaarplan aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van die vergadering vervolledigt het voormelde ontwerp van jaarplan en maakt er integraal deel van uit.
Met behoud van de toepassing van het tweede en derde lid volgt het agentschap op elke vergadering de uitvoering van het jaarplan op. De ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen bezorgt minstens twee weken voor de vergadering een rapportering over de uitvoering van het jaarplan, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, 4°, aan het agentschap, op basis van een sjabloon dat het agentschap ter beschikking stelt. Het verslag van die vergadering vervolledigt de tussentijdse rapportering en maakt er integraal deel van uit.
§ 3. Het agentschap maakt een ontwerp op van een afrekening als vermeld in artikel 4.161/6, § 1, nadat het de stukken, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, heeft gecontroleerd en nadat het verslag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, is opgemaakt.
Art. 4.161/6. § 1. De subsidie wordt voor elk volledig kalenderjaar uitbetaald via drie voorschotten van elk 30% op het toegestane maximumbedrag. De voorschotten worden ambtshalve betaalbaar gesteld door het agentschap bij het begin van elke periode van vier maanden. Ze worden afgetrokken bij de afrekening van de subsidie voor elk kalenderjaar die het agentschap opmaakt, vermeld in artikel 4.161/5, § 3.
De subsidiëring voor de personeelskosten wordt bij de jaarlijkse afrekening berekend op grond van de werkelijke lasten van de bezoldiging van de voltijds of deeltijds tewerkgestelde personeelsleden, met inbegrip van de werkgeverslasten, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, het vervroegde vakantiegeld en de opzeggingsvergoedingen bij uitdiensttreding.
§ 2. De subsidie voor de maanden tussen de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en 1 januari van het eerste volledige kalenderjaar wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden. Ze wordt uitbetaald volgens de voorschottenregeling, vermeld in paragraaf 1, per periode van maximaal vier maanden.
Afdeling 4. Sancties
Art. 4.161/7. Met behoud van de toepassing van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaring af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen kan de uitbetaling van de subsidie volledig of gedeeltelijk worden stopgezet of kan de erkenning worden ingetrokken in de volgende gevallen:
1° nadat het agentschap de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen heeft gehoord, stelt het vast dat de ondersteuningsstructuur niet meer voldoet aan een van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit. De ondersteuningsstructuur kan niet aantonen dat ze opnieuw aan de voorwaarden zal voldoen binnen drie maanden die volgen op de datum waarop het agentschap heeft vastgesteld dat de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen niet meer voldoet aan een van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.161/1, tweede lid, van dit besluit;
2° de ondersteuningsstructuur voor woonmaatschappijen begaat een ernstige onregelmatigheid bij de uitvoering van haar opdracht.".
Art. 2. Dans le livre 4, partie 1re, titre 3, de l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le chapitre 7, comprenant les articles 4.161/1 et 4.161/2, est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre 7. Agrément et subventionnement de la structure d'appui
Section 1re. Conditions d'agrément
Art. 4.161/1. Le ministre peut octroyer un agrément à une structure d'appui pour les sociétés de logement aux conditions visées dans la présente section.
Une structure d'appui pour les sociétés de logement peut être agréée et conserver son agrément si elle remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle effectue des missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021 ;
2° elle a été établie sous la forme d'une association sans but lucratif conformément au Code des Sociétés et Associations, et le conseil d'administration se compose comme suit :
a) il compte au plus quinze membres ;
b) au moins la moitié plus un du nombre des membres du conseil d'administration sont des présidents ou des administrateurs de sociétés de logement ;
c) au maximum deux tiers des membres du conseil d'administration sont du même sexe ;
d) une partie du nombre de membres du conseil d'administration peut être constituée d'experts indépendants ;
e) le conseil d'administration dispose d'une expertise suffisante pour accomplir les différentes missions et il existe également une diversité suffisante en termes de compétences et d'antécédents ;
f) le conseil d'administration est représentatif des sociétés de logement ;
g) le président du conseil d'administration est élu parmi les membres du conseil d'administration qui sont présidents d'une société de logement ;
3° elle s'engage à signaler à l'agence toute modification aux statuts ainsi que toute modification par laquelle les conditions d'agrément visées au présent article ne sont plus satisfaites ;
4° elle établit et met en oeuvre un plan annuel. Elle rend compte de la mise en oeuvre du plan annuel précité conformément à l'article 4.161/5, § 2, du présent arrêté, à la Plate-forme de concertation sur le logement social mentionnée à l'article 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen " ;
5° elle reconnaît l'importance de la langue néerlandaise lors de la mise en oeuvre des activités subventionnées et utilise de préférence la langue néerlandaise dans la communication, la collaboration et le fonctionnement général pour les activités subventionnées.
Le ministre peut accorder une dérogation à la condition mentionnée à l'alinéa 2, 2°, b), à condition que la structure d'appui pour les sociétés de logement démontre de manière motivée pourquoi le nombre envisagé n'a pas été atteint.
Section 2. Demande d'agrément
Art. 4.161/2. La demande d'agrément en tant que structure d'appui pour les sociétés de logement est introduite auprès de l'agence et comprend tous les données et documents suivants :
1° les données et documents qui démontrent ou peuvent démontrer que les conditions d'agrément visées à l'article 4.161/1, alinéa 2, sont remplies ;
2° le cas échéant, la demande motivée de dérogation visée à l'article 4 161.1/ alinéa 3 ;
3° au moins une explication concernant :
a) la structure de l'organisation ;
b) le cadre organique ;
c) les statuts et le règlement d'ordre intérieur ;
d) le plan annuel pour la première année de l'agrément avec les actions et les résultats escomptés.
L'agence fournit immédiatement au demandeur un accusé de réception de la demande d'agrément visée à l'alinéa 1er et évalue si le dossier est complet conformément à l'alinéa 1er dans un délai de trente jours à compter de la date d'envoi de l'accusé de réception.
Si l'agence décide que le dossier de demande est incomplet conformément à l'alinéa 1er, elle en informe le demandeur. Le demandeur fournit les documents manquants à l'agence dans un délai de 30 jours à compter de la date de réception de la demande de complément par le demandeur.
Si l'agence décide que le dossier de demande est complet conformément à l'alinéa 1er, elle en informe le demandeur. Dans un délai de quatre-vingt-dix jours à compter de la date à laquelle l'agence a pris la décision précitée, le ministre statue sur la demande d'agrément.
Art. 4.161/3. § 1er. L'arrêté d'agrément mentionné à l'article 4.161/2, alinéa 4, est notifié à la structure d'appui pour les sociétés de logement. L'arrêté précité entre en vigueur le premier jour du mois suivant la date de sa signature par le ministre et s'applique jusqu'au 31 décembre de la cinquième année civile suivant l'année dans laquelle l'arrêté d'agrément est entré en vigueur.
§ 2. La période d'agrément visée au paragraphe 1er peut chaque fois être prolongée de cinq ans si la structure d'appui pour les sociétés de logement introduit une demande de prolongation de l'agrément auprès de l'agence au plus tard six mois avant la fin de la période concernée.
Le ministre décide de la demande de prolongation mentionnée à l'alinéa 1er, sur la base de l'évaluation sur le fond et financière du fonctionnement de la structure d'appui pour les sociétés de logement au cours des années précédentes, mentionnée à l'article 4.161/5.
La demande de prolongation visée à l'alinéa 1er est traitée conformément à la procédure visée à l'article 4.161/2.
Section 3. Subvention
Art. 4.161/4. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le ministre peut, pendant la période d'agrément mentionnée à l'article 4.161/3, § 1er du présent arrêté, octroyer annuellement une subvention à la structure d'appui aux sociétés de logement agréée d'un montant maximum de 374 000 euros à titre d'intervention dans les frais de personnel et de fonctionnement liés à l'exécution des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement 2021. La subvention précitée est annuellement octroyée pendant la période d'agrément visée à l'article 4 161/3, § 1, du présent arrêté après que l'agence a constaté, au moyen des documents visés à l'article 4 161/5 du présent arrêté, que la structure d'appui pour les sociétés de logement remplit les conditions d'agrément visées à l'article 4 161/1, alinéa 2, du présent arrêté.
Le montant visé à l'alinéa 1er est indexé annuellement. La part salariale est indexée conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public et sans préjudice de l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Elle est liée à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2023. La part non affectée aux salaires est indexée conformément au paramètre d'indexation pour les crédits de fonctionnement repris aux instructions budgétaires.
Art. 4.161/5. § 1er. La structure d'appui agréée pour les sociétés de logement tient une comptabilité conformément aux articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, aux autres dispositions pertinentes du Code précité et à l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, et respecte les obligations en matière de comptes annuels conformément aux dispositions pertinentes du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 et de l'arrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code des sociétés et des associations. Si le fonctionnement de la structure d'appui pour les sociétés de logement fait partie d'une mission plus large, une comptabilité analytique est effectuée. Les actifs et passifs ainsi que les frais et revenus liés à la mise en oeuvre des missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, peuvent être isolés dans le bilan et dans le compte de résultat.
La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit au plus tard le 31 mars de chaque année tous les documents suivants à l'agence :
1° un décompte détaillé des coûts et produits de son fonctionnement qui a rapport aux missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, pour ce qui concerne l'année civile écoulée et un budget pour l'année civile en cours, approuvé par l'organe d'administration compétent ;
2° un décompte détaillé des frais de personnel pendant la période subventionnée, avec copie des états ONSS des membres du personnel employés ;
3° le bilan et le compte de résultat reprenant les actifs et passifs ainsi que les coûts et les revenus liés à la mise en oeuvre des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021 sont démontrés.
L'agence est chargée du contrôle des documents visés à l'alinéa 2.
§ 2. La structure d'appui agréée pour les sociétés de logement fait rapport au moins trois fois par an sur la Plate-forme de concertation du Logement Social mentionnée à l'article 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen ", sur la mise en oeuvre des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021. L'agence fixe les trois réunions en concertation avec la structure d'appui pour les sociétés de logement et fournit chaque fois une invitation à chaque fois.
Lors de la première réunion de l'année, l'agence évalue la mise en oeuvre des missions de l'année écoulée à l'aide du plan annuel mentionné à l'article 4.161/1, alinéa 2, 4°. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un rapport sur la mise en oeuvre du plan annuel précité, sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de la réunion précitée complète le rapport de l'année écoulée et en fait partie intégrante.
Lors de la dernière réunion de l'année, les actions prévues et les résultats escomptés pour l'année suivante sont discutés. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un projet de plan annuel sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de cette réunion complète le rapport précité du plan annuel et en fait partie intégrante.
Sans préjudice de l'application des alinéas 2 et 3, l'agence assure le suivi de la mise en oeuvre du plan annuel lors de chaque réunion. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un rapport sur la mise en oeuvre du plan annuel visé à l'article 4.161/1, alinéa 2, 4°, sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de cette réunion complète les rapports intermédiaires et en fait partie intégrante.
§ 3. L'agence établit un projet de décompte tel que mentionné à l'article 4.161/6, § 1er, après avoir examiné les documents mentionnés au paragraphe 1er, alinéa 2, et après avoir établi le rapport mentionné au paragraphe 2, alinéa 2.
Art. 4.161/6. § 1er. La subvention est payée pour chaque année civile entière au moyen de trois avances de 30 % chacune du montant maximal autorisé. Les avances sont ordonnancées d'office par l'agence au début de chaque période de quatre mois. Elles sont déduites lors du décompte de la subvention pour chaque année civile effectué par l'agence mentionné à l'article 4.161/5, § 3.
Le subventionnement pour les frais de personnel est calculé lors du décompte annuel sur la base des charges réelles de la rémunération des membres du personnel employés à temps plein ou à temps partiel, y compris les charges patronales, le pécule de vacances, la prime de fin d'année et le pécule de vacances anticipé et les indemnités de préavis en cas de la cessation de fonctions.
§ 2. La subvention pour les mois entre la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et le 1er janvier de la première année civile entière est calculée proportionnellement au nombre de mois. Elle est payée selon le régime des avances visé au paragraphe 1er, par période de quatre mois au maximum.
Section 4. Sanctions
Art. 4.161/7. Sans préjudice de l'application de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes et de l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions et allocations, le paiement de la subvention peut être entièrement ou partiellement arrêté ou l'agrément peut être retiré dans les cas suivants :
1° après avoir entendu la structure d'appui pour les sociétés de logement, l'agence constate que la structure d'appui ne remplit plus l'une des conditions d'agrément visées à l'article 4 161/ 1, alinéa 2, du présent arrêté. La structure d'appui ne peut prouver qu'elle remplit à nouveau les conditions dans les trois mois suivant la date à laquelle l'agence a constaté que la structure d'appui pour les sociétés de logement ne remplit plus l'une des conditions d'agrément visées à l'article 4 161/1, alinéa 2, du présent arrêté ;
2° la structure d'appui pour les société de logement commet une grave irrégularité lors de la mise en oeuvre de sa mission. ".
" Chapitre 7. Agrément et subventionnement de la structure d'appui
Section 1re. Conditions d'agrément
Art. 4.161/1. Le ministre peut octroyer un agrément à une structure d'appui pour les sociétés de logement aux conditions visées dans la présente section.
Une structure d'appui pour les sociétés de logement peut être agréée et conserver son agrément si elle remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle effectue des missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021 ;
2° elle a été établie sous la forme d'une association sans but lucratif conformément au Code des Sociétés et Associations, et le conseil d'administration se compose comme suit :
a) il compte au plus quinze membres ;
b) au moins la moitié plus un du nombre des membres du conseil d'administration sont des présidents ou des administrateurs de sociétés de logement ;
c) au maximum deux tiers des membres du conseil d'administration sont du même sexe ;
d) une partie du nombre de membres du conseil d'administration peut être constituée d'experts indépendants ;
e) le conseil d'administration dispose d'une expertise suffisante pour accomplir les différentes missions et il existe également une diversité suffisante en termes de compétences et d'antécédents ;
f) le conseil d'administration est représentatif des sociétés de logement ;
g) le président du conseil d'administration est élu parmi les membres du conseil d'administration qui sont présidents d'une société de logement ;
3° elle s'engage à signaler à l'agence toute modification aux statuts ainsi que toute modification par laquelle les conditions d'agrément visées au présent article ne sont plus satisfaites ;
4° elle établit et met en oeuvre un plan annuel. Elle rend compte de la mise en oeuvre du plan annuel précité conformément à l'article 4.161/5, § 2, du présent arrêté, à la Plate-forme de concertation sur le logement social mentionnée à l'article 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen " ;
5° elle reconnaît l'importance de la langue néerlandaise lors de la mise en oeuvre des activités subventionnées et utilise de préférence la langue néerlandaise dans la communication, la collaboration et le fonctionnement général pour les activités subventionnées.
Le ministre peut accorder une dérogation à la condition mentionnée à l'alinéa 2, 2°, b), à condition que la structure d'appui pour les sociétés de logement démontre de manière motivée pourquoi le nombre envisagé n'a pas été atteint.
Section 2. Demande d'agrément
Art. 4.161/2. La demande d'agrément en tant que structure d'appui pour les sociétés de logement est introduite auprès de l'agence et comprend tous les données et documents suivants :
1° les données et documents qui démontrent ou peuvent démontrer que les conditions d'agrément visées à l'article 4.161/1, alinéa 2, sont remplies ;
2° le cas échéant, la demande motivée de dérogation visée à l'article 4 161.1/ alinéa 3 ;
3° au moins une explication concernant :
a) la structure de l'organisation ;
b) le cadre organique ;
c) les statuts et le règlement d'ordre intérieur ;
d) le plan annuel pour la première année de l'agrément avec les actions et les résultats escomptés.
L'agence fournit immédiatement au demandeur un accusé de réception de la demande d'agrément visée à l'alinéa 1er et évalue si le dossier est complet conformément à l'alinéa 1er dans un délai de trente jours à compter de la date d'envoi de l'accusé de réception.
Si l'agence décide que le dossier de demande est incomplet conformément à l'alinéa 1er, elle en informe le demandeur. Le demandeur fournit les documents manquants à l'agence dans un délai de 30 jours à compter de la date de réception de la demande de complément par le demandeur.
Si l'agence décide que le dossier de demande est complet conformément à l'alinéa 1er, elle en informe le demandeur. Dans un délai de quatre-vingt-dix jours à compter de la date à laquelle l'agence a pris la décision précitée, le ministre statue sur la demande d'agrément.
Art. 4.161/3. § 1er. L'arrêté d'agrément mentionné à l'article 4.161/2, alinéa 4, est notifié à la structure d'appui pour les sociétés de logement. L'arrêté précité entre en vigueur le premier jour du mois suivant la date de sa signature par le ministre et s'applique jusqu'au 31 décembre de la cinquième année civile suivant l'année dans laquelle l'arrêté d'agrément est entré en vigueur.
§ 2. La période d'agrément visée au paragraphe 1er peut chaque fois être prolongée de cinq ans si la structure d'appui pour les sociétés de logement introduit une demande de prolongation de l'agrément auprès de l'agence au plus tard six mois avant la fin de la période concernée.
Le ministre décide de la demande de prolongation mentionnée à l'alinéa 1er, sur la base de l'évaluation sur le fond et financière du fonctionnement de la structure d'appui pour les sociétés de logement au cours des années précédentes, mentionnée à l'article 4.161/5.
La demande de prolongation visée à l'alinéa 1er est traitée conformément à la procédure visée à l'article 4.161/2.
Section 3. Subvention
Art. 4.161/4. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le ministre peut, pendant la période d'agrément mentionnée à l'article 4.161/3, § 1er du présent arrêté, octroyer annuellement une subvention à la structure d'appui aux sociétés de logement agréée d'un montant maximum de 374 000 euros à titre d'intervention dans les frais de personnel et de fonctionnement liés à l'exécution des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement 2021. La subvention précitée est annuellement octroyée pendant la période d'agrément visée à l'article 4 161/3, § 1, du présent arrêté après que l'agence a constaté, au moyen des documents visés à l'article 4 161/5 du présent arrêté, que la structure d'appui pour les sociétés de logement remplit les conditions d'agrément visées à l'article 4 161/1, alinéa 2, du présent arrêté.
Le montant visé à l'alinéa 1er est indexé annuellement. La part salariale est indexée conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public et sans préjudice de l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Elle est liée à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2023. La part non affectée aux salaires est indexée conformément au paramètre d'indexation pour les crédits de fonctionnement repris aux instructions budgétaires.
Art. 4.161/5. § 1er. La structure d'appui agréée pour les sociétés de logement tient une comptabilité conformément aux articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, aux autres dispositions pertinentes du Code précité et à l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, et respecte les obligations en matière de comptes annuels conformément aux dispositions pertinentes du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 et de l'arrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code des sociétés et des associations. Si le fonctionnement de la structure d'appui pour les sociétés de logement fait partie d'une mission plus large, une comptabilité analytique est effectuée. Les actifs et passifs ainsi que les frais et revenus liés à la mise en oeuvre des missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, peuvent être isolés dans le bilan et dans le compte de résultat.
La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit au plus tard le 31 mars de chaque année tous les documents suivants à l'agence :
1° un décompte détaillé des coûts et produits de son fonctionnement qui a rapport aux missions visées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, pour ce qui concerne l'année civile écoulée et un budget pour l'année civile en cours, approuvé par l'organe d'administration compétent ;
2° un décompte détaillé des frais de personnel pendant la période subventionnée, avec copie des états ONSS des membres du personnel employés ;
3° le bilan et le compte de résultat reprenant les actifs et passifs ainsi que les coûts et les revenus liés à la mise en oeuvre des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021 sont démontrés.
L'agence est chargée du contrôle des documents visés à l'alinéa 2.
§ 2. La structure d'appui agréée pour les sociétés de logement fait rapport au moins trois fois par an sur la Plate-forme de concertation du Logement Social mentionnée à l'article 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen ", sur la mise en oeuvre des missions mentionnées à l'article 4.53/4, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021. L'agence fixe les trois réunions en concertation avec la structure d'appui pour les sociétés de logement et fournit chaque fois une invitation à chaque fois.
Lors de la première réunion de l'année, l'agence évalue la mise en oeuvre des missions de l'année écoulée à l'aide du plan annuel mentionné à l'article 4.161/1, alinéa 2, 4°. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un rapport sur la mise en oeuvre du plan annuel précité, sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de la réunion précitée complète le rapport de l'année écoulée et en fait partie intégrante.
Lors de la dernière réunion de l'année, les actions prévues et les résultats escomptés pour l'année suivante sont discutés. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un projet de plan annuel sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de cette réunion complète le rapport précité du plan annuel et en fait partie intégrante.
Sans préjudice de l'application des alinéas 2 et 3, l'agence assure le suivi de la mise en oeuvre du plan annuel lors de chaque réunion. La structure d'appui pour les sociétés de logement fournit à l'agence, au moins deux semaines avant la réunion, un rapport sur la mise en oeuvre du plan annuel visé à l'article 4.161/1, alinéa 2, 4°, sur la base d'un modèle mis à disposition par l'agence. Le rapport de cette réunion complète les rapports intermédiaires et en fait partie intégrante.
§ 3. L'agence établit un projet de décompte tel que mentionné à l'article 4.161/6, § 1er, après avoir examiné les documents mentionnés au paragraphe 1er, alinéa 2, et après avoir établi le rapport mentionné au paragraphe 2, alinéa 2.
Art. 4.161/6. § 1er. La subvention est payée pour chaque année civile entière au moyen de trois avances de 30 % chacune du montant maximal autorisé. Les avances sont ordonnancées d'office par l'agence au début de chaque période de quatre mois. Elles sont déduites lors du décompte de la subvention pour chaque année civile effectué par l'agence mentionné à l'article 4.161/5, § 3.
Le subventionnement pour les frais de personnel est calculé lors du décompte annuel sur la base des charges réelles de la rémunération des membres du personnel employés à temps plein ou à temps partiel, y compris les charges patronales, le pécule de vacances, la prime de fin d'année et le pécule de vacances anticipé et les indemnités de préavis en cas de la cessation de fonctions.
§ 2. La subvention pour les mois entre la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et le 1er janvier de la première année civile entière est calculée proportionnellement au nombre de mois. Elle est payée selon le régime des avances visé au paragraphe 1er, par période de quatre mois au maximum.
Section 4. Sanctions
Art. 4.161/7. Sans préjudice de l'application de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes et de l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions et allocations, le paiement de la subvention peut être entièrement ou partiellement arrêté ou l'agrément peut être retiré dans les cas suivants :
1° après avoir entendu la structure d'appui pour les sociétés de logement, l'agence constate que la structure d'appui ne remplit plus l'une des conditions d'agrément visées à l'article 4 161/ 1, alinéa 2, du présent arrêté. La structure d'appui ne peut prouver qu'elle remplit à nouveau les conditions dans les trois mois suivant la date à laquelle l'agence a constaté que la structure d'appui pour les sociétés de logement ne remplit plus l'une des conditions d'agrément visées à l'article 4 161/1, alinéa 2, du présent arrêté ;
2° la structure d'appui pour les société de logement commet une grave irrégularité lors de la mise en oeuvre de sa mission. ".
Art. 3. In het ministerieel besluit van 27 mei 2014 houdende de uitvoering van diverse besluiten met betrekking tot het woonbeleid in Vlaanderen, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 9 maart 2023, wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 2 en 3, opgeheven.
Art. 3. Dans l'arrêté ministériel du 27 mai 2014 portant exécution de divers arrêtés relatifs à la politique du logement en Flandre, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 9 mars 2023, le chapitre 2, comprenant les articles 2 et 3, est abrogé.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2024.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er février 2024.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre flamand qui a la politique du logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.