Artikel 1. § 1. Dit besluit legt de voorschriften vast voor de handhaving van de status "vrij van enzoötische boviene leucose" van België (bewaking) en de maatregelen die moeten worden genomen in geval van verdenking of bevestiging van enzoötische boviene leucose, naast de voorschriften die zijn vastgelegd in :
1° de verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid;
2° de gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma's en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van de enzoötische runderleucose(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-02-2024 en tekstbijwerking tot 06-05-2024)
Titre
18 JANVIER 2024. - Arrêté royal relatif à la lutte contre la leucose bovine enzootique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-02-2024 et mise à jour au 06-05-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Doel - toepassingsgebied - defini...
Afdeling 2. - Melding
HOOFDSTUK 2. - Diagnostiek
HOOFDSTUK 3. - Sanitair statuut en vrij statuut...
HOOFDSTUK 4. - Bewakingsprogramma
HOOFDSTUK 5. - Bestrijdingsmaatregelen
Afdeling 1. - Maatregelen bij verdenking van E....
Afdeling 2. - Maatregelen bij verdenking van E....
Afdeling 3. - Maatregelen in geval van een haar...
Onderafdeling 1. - Haard
Onderafdeling 2. - Afslachting op bevel
Onderafdeling 3. - Vrijgeven van de haard
Onderafdeling 4. - Reiniging en ontsmetting en ...
HOOFDSTUK 6. - Verplaatsingen en verhandeling
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK 8. - Vergoedingen
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. - Objet - champ d'application - dé...
Section 2. - Notification
CHAPITRE 2. - Diagnostic
CHAPITRE 3. - Statut sanitaire et statut indemn...
CHAPITRE 4. - Programme de surveillance
CHAPITRE 5. - Mesures de lutte
Section 1re. - Mesures en cas de suspicion de L...
Section 2. - Mesures en cas de suspicion de LBE...
Section 3. - Mesures en cas de foyer de L.B.E. ...
Sous-section 1re. - Foyer
Sous-section 2. - Abattage par ordre
Sous-section 3. - Libération du foyer
Sous-section 4. - Nettoyage, désinfection et au...
CHAPITRE 6. - Echanges et commercialisation
CHAPITRE 7. - dispositions particulières
CHAPITRE 8. - Indemnisations
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Doel - toepassingsgebied - definities
Section 1re. - Objet - champ d'application - définitions
Article 1er. § 1er. Le présent arrêté fixe les règles pour le maintien du statut " indemne de leucose bovine enzootique " de la Belgique (surveillance) ainsi que les mesures à mettre en oeuvre en cas de suspicion ou de confirmation de la leucose bovine enzootique, en complément des règles fixées dans :
1° le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale ;
2° le règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d'éradication et au statut " indemne " de certaines maladies répertoriées et émergentes.
1° le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale ;
2° le règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d'éradication et au statut " indemne " de certaines maladies répertoriées et émergentes.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op alle inrichtingen op het Belgische grondgebied waar runderen worden gehouden, met uitzondering van geconsigneerde inrichtingen zoals gedefinieerd in artikel 4, 48) van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique à tous les établissements du territoire belge détenant des bovins à l'exception des établissements fermés tels que que définis à l'article 4, 48) du règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale.
Art. 3. § 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities uit de in artikel 1 vermelde Europese verordeningen.
§ 2. Daarnaast gelden voor de toepassing van dit besluit de volgende definities :
1° Gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 : Gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking en uitroeiingsprogramma's en de ziekte vrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten;
2° E.B.L.: enzoötische boviene leucose veroorzaakt door het boviene leucose virus;
3° Rund verdacht aangetast door E.B.L : elke rund :
a) waarvan het klinisch, post-mortem- of laboratoriumonderzoek op E.B.L. wijst; of
b) waarvan één of meerdere resultaten van een diagnostische methode op de waarschijnlijke aanwezigheid van E.B.L. wijst, in een monster dat van dat dier of een groep dieren is genomen; of
c) waarbij er een epidemiologisch verband met een bevestigd geval is vastgesteld; of
d) waarvan een voorouder een rund aangetast door E.B.L. blijkt te zijn;
4° Rund aangetast door E.B.L.: elk rund waarbij de aanwezigheid van het boviene leucose virus is bevestigd door één van de in artikel 5, § 2, bedoelde methoden;
5° N.R.L: Nationaal Referentielaboratorium;
6° Erkend laboratorium : laboratorium erkend door het Agentschap in toepassing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de erkenning van de laboratoria die analyses uitvoeren in verband met de veiligheid van de voedselketen;
7° Bewakingsprogramma : het programma beschreven in hoofdstuk 4;
8° Erkende vereniging: een vereniging erkend in toepassing van het koninklijk besluit van 26 november 2006 houdende voorwaarden voor de erkenning van de verenigingen voor de bestrijding van dierenziekten en het hun toevertrouwen van taken die tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren;
9° Bedrijfsdierenarts: dierenarts (of zijn plaatsvervanger) bedoeld bij in artikel 2, § 2, 2° van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 tot instelling van het epidemiologisch toezicht op inrichtingen waar bepaalde dieren gehouden worden;
10° Agentschap : Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen ;
11° LCE : lokale controle eenheid ;
12° Sanitel : het geautomatiseerd gegevensbestand als bedoeld in artikel 2, § 2, 1° van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van pluimvee, konijnen, sommige hoefdieren en vogels ;
13° Minister : De minister bevoegd voor Landbouw;
14 ° Serologisch onderzoek : individuele bloedmonsters die door de bedrijfdierenarts zijn genomen bij alle runderen in de inrichting;
15° Contactinrichting : elke inrichting waar runderen worden gehouden die in verband kunnen gebracht worden met een rund aangetast door E.B.L. of die direct of indirect contact hebben gehad met een haard, met inbegrip van inrichtingen die grenzen aan de haard of zijn weilanden;
16° Epidemiologisch onderzoek : epidemiologisch onderzoek als bedoeld in artikel 73 van verordening ( EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid;
17° Warmtebehandeling : warmetebehandeling die een inactivatie van het betreffende pathogeen garandeert en gevalideerd door het Agenschap wordt;
18° Isolatie : het houden van dieren in een deel van de inrichting dat volledig gescheiden is van andere delen van de inrichting. De dieren zijn in dit deel op zodanige wijze afgezonderd dat er geen direct contact mogelijk is met andere dieren op de inrichting, noch met dieren behorend tot buur-inrichtingen.
§ 2. Daarnaast gelden voor de toepassing van dit besluit de volgende definities :
1° Gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 : Gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking en uitroeiingsprogramma's en de ziekte vrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten;
2° E.B.L.: enzoötische boviene leucose veroorzaakt door het boviene leucose virus;
3° Rund verdacht aangetast door E.B.L : elke rund :
a) waarvan het klinisch, post-mortem- of laboratoriumonderzoek op E.B.L. wijst; of
b) waarvan één of meerdere resultaten van een diagnostische methode op de waarschijnlijke aanwezigheid van E.B.L. wijst, in een monster dat van dat dier of een groep dieren is genomen; of
c) waarbij er een epidemiologisch verband met een bevestigd geval is vastgesteld; of
d) waarvan een voorouder een rund aangetast door E.B.L. blijkt te zijn;
4° Rund aangetast door E.B.L.: elk rund waarbij de aanwezigheid van het boviene leucose virus is bevestigd door één van de in artikel 5, § 2, bedoelde methoden;
5° N.R.L: Nationaal Referentielaboratorium;
6° Erkend laboratorium : laboratorium erkend door het Agentschap in toepassing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de erkenning van de laboratoria die analyses uitvoeren in verband met de veiligheid van de voedselketen;
7° Bewakingsprogramma : het programma beschreven in hoofdstuk 4;
8° Erkende vereniging: een vereniging erkend in toepassing van het koninklijk besluit van 26 november 2006 houdende voorwaarden voor de erkenning van de verenigingen voor de bestrijding van dierenziekten en het hun toevertrouwen van taken die tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren;
9° Bedrijfsdierenarts: dierenarts (of zijn plaatsvervanger) bedoeld bij in artikel 2, § 2, 2° van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 tot instelling van het epidemiologisch toezicht op inrichtingen waar bepaalde dieren gehouden worden;
10° Agentschap : Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen ;
11° LCE : lokale controle eenheid ;
12° Sanitel : het geautomatiseerd gegevensbestand als bedoeld in artikel 2, § 2, 1° van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van pluimvee, konijnen, sommige hoefdieren en vogels ;
13° Minister : De minister bevoegd voor Landbouw;
14 ° Serologisch onderzoek : individuele bloedmonsters die door de bedrijfdierenarts zijn genomen bij alle runderen in de inrichting;
15° Contactinrichting : elke inrichting waar runderen worden gehouden die in verband kunnen gebracht worden met een rund aangetast door E.B.L. of die direct of indirect contact hebben gehad met een haard, met inbegrip van inrichtingen die grenzen aan de haard of zijn weilanden;
16° Epidemiologisch onderzoek : epidemiologisch onderzoek als bedoeld in artikel 73 van verordening ( EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid;
17° Warmtebehandeling : warmetebehandeling die een inactivatie van het betreffende pathogeen garandeert en gevalideerd door het Agenschap wordt;
18° Isolatie : het houden van dieren in een deel van de inrichting dat volledig gescheiden is van andere delen van de inrichting. De dieren zijn in dit deel op zodanige wijze afgezonderd dat er geen direct contact mogelijk is met andere dieren op de inrichting, noch met dieren behorend tot buur-inrichtingen.
Art. 3. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, les définitions des règlements européens mentionnées à l'article premier s'appliquent.
§ 2. En outre, pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° Règlement délégué (UE) 2020/689 : Règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d'éradication et au statut " indemne " de certaines maladies répertoriées et émergentes ;
2° L.B.E. : leucose bovine enzootique causée par le virus de la leucose bovine ;
3° Bovin suspect d'être atteint de L.B.E : tout bovin dont :
a) les examens cliniques, post mortem ou de laboratoire évoquent la L.B.E. ; ou
b) le ou les résultat(s) d'une méthode de diagnostic indique(nt) la présence probable de L.B.E. sur un échantillon prélevé sur un animal ou un groupe d'animaux; ou
c) un lien épidémiologique avec un cas confirmé a été établi ; ou
d) l'ascendant s'est révélé être un bovin atteint de L.B.E. ;
4° Bovin atteint de L.B.E : tout bovin pour lequel la présence du virus de la leucose bovine a été confirmée par une des méthodes visées à l'article 5, § 2 ;
5° L.N.R. : Laboratoire National de Référence;
6° Laboratoire agréé : laboratoire agréé par l'Agence en application de l'arrêté royal du 3 août 2012 relatif à l'agrément des laboratoires qui effectuent des analyses en rapport avec la sécurité de la chaîne alimentaire ;
7° Programme de surveillance : le programme qui est décrit dans le chapitre 4 ;
8° Association agréée: une association agréée en application de l'arrêté royal du 26 novembre 2006 fixant les conditions d'agrément des associations de lutte contre les maladies des animaux et leur confiant des tâches relevant de la compétence de l'Agence ;
9° Vétérinaire d'exploitation: vétérinaire (ou son remplaçant) visé à l'article 2, § 2, 2° de l'arrêté royal du 20 mai 2022 instituant une surveillance épidémiologique dans les établissements où sont détenus certains animaux ;
10° Agence : Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire ;
11° ULC : unité locale de contrôle ;
12° Sanitel : la base de données informatique de l'Agence telle que visée à l'article 2, § 2, 1° de l'arrêté royal du 20 mai 2022 relatif à l'identification et l'enregistrement de certains ongulés, des volailles, des lapins, et de certains oiseaux ;
13° Ministre : le ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions ;
14° Bilan sérologique : des prises de sang individuelles effectuées par le vétérinaire d'exploitation sur tous les bovins présents dans l'établissement ;
15° Etablissement de contact : tout établissement détenant des bovins ayant un lien de parenté avec un bovin infecté par la L.B.E. ou ayant eu un contact direct ou indirect avec un foyer y compris les établissements voisins du foyer ou de ses pâtures ;
16° Enquête épidémiologique : l'enquête épidémiologique visée à l'article 73 du règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale ;
17° Traitement thermique : traitement thermique qui garantit l'inactivation de l'agent pathogène incriminé et qui a été validé par l'Agence;
18° Isolement : la détention des animaux dans une partie de l'établissement complètement séparée des autres parties de l'établissement de manière à ce qu'ils n'aient aucun contact direct avec les autres animaux de l'établissement, ni avec les animaux d'établissements voisins.
§ 2. En outre, pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° Règlement délégué (UE) 2020/689 : Règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d'éradication et au statut " indemne " de certaines maladies répertoriées et émergentes ;
2° L.B.E. : leucose bovine enzootique causée par le virus de la leucose bovine ;
3° Bovin suspect d'être atteint de L.B.E : tout bovin dont :
a) les examens cliniques, post mortem ou de laboratoire évoquent la L.B.E. ; ou
b) le ou les résultat(s) d'une méthode de diagnostic indique(nt) la présence probable de L.B.E. sur un échantillon prélevé sur un animal ou un groupe d'animaux; ou
c) un lien épidémiologique avec un cas confirmé a été établi ; ou
d) l'ascendant s'est révélé être un bovin atteint de L.B.E. ;
4° Bovin atteint de L.B.E : tout bovin pour lequel la présence du virus de la leucose bovine a été confirmée par une des méthodes visées à l'article 5, § 2 ;
5° L.N.R. : Laboratoire National de Référence;
6° Laboratoire agréé : laboratoire agréé par l'Agence en application de l'arrêté royal du 3 août 2012 relatif à l'agrément des laboratoires qui effectuent des analyses en rapport avec la sécurité de la chaîne alimentaire ;
7° Programme de surveillance : le programme qui est décrit dans le chapitre 4 ;
8° Association agréée: une association agréée en application de l'arrêté royal du 26 novembre 2006 fixant les conditions d'agrément des associations de lutte contre les maladies des animaux et leur confiant des tâches relevant de la compétence de l'Agence ;
9° Vétérinaire d'exploitation: vétérinaire (ou son remplaçant) visé à l'article 2, § 2, 2° de l'arrêté royal du 20 mai 2022 instituant une surveillance épidémiologique dans les établissements où sont détenus certains animaux ;
10° Agence : Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire ;
11° ULC : unité locale de contrôle ;
12° Sanitel : la base de données informatique de l'Agence telle que visée à l'article 2, § 2, 1° de l'arrêté royal du 20 mai 2022 relatif à l'identification et l'enregistrement de certains ongulés, des volailles, des lapins, et de certains oiseaux ;
13° Ministre : le ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions ;
14° Bilan sérologique : des prises de sang individuelles effectuées par le vétérinaire d'exploitation sur tous les bovins présents dans l'établissement ;
15° Etablissement de contact : tout établissement détenant des bovins ayant un lien de parenté avec un bovin infecté par la L.B.E. ou ayant eu un contact direct ou indirect avec un foyer y compris les établissements voisins du foyer ou de ses pâtures ;
16° Enquête épidémiologique : l'enquête épidémiologique visée à l'article 73 du règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale ;
17° Traitement thermique : traitement thermique qui garantit l'inactivation de l'agent pathogène incriminé et qui a été validé par l'Agence;
18° Isolement : la détention des animaux dans une partie de l'établissement complètement séparée des autres parties de l'établissement de manière à ce qu'ils n'aient aucun contact direct avec les autres animaux de l'établissement, ni avec les animaux d'établissements voisins.
Afdeling 2. - Melding
Section 2. - Notification
Art. 4. § 1. [1 ...]1.
§ 2. Iedere dierenarts die bij een autopsie of vleeskeuring letsels of gezwellen vaststelt die E.B.L. doen vermoeden, verwijdert ze overeenkomstig de door het Agentschap meegedeelde technische modaliteiten en bezorgt ze onverwijld aan de N.R.L.
§ 2. Iedere dierenarts die bij een autopsie of vleeskeuring letsels of gezwellen vaststelt die E.B.L. doen vermoeden, verwijdert ze overeenkomstig de door het Agentschap meegedeelde technische modaliteiten en bezorgt ze onverwijld aan de N.R.L.
Modifications
Art. 4. § 1er . [1 ...]1.
§ 2. Tout vétérinaire qui, lors d'une autopsie ou de l'expertise des viandes constate des lésions ou des tumeurs suspectes de L.B.E. les prélève, conformément aux modalités techniques communiquées par l'Agence et les transmets sans délai au L.N.R.
§ 2. Tout vétérinaire qui, lors d'une autopsie ou de l'expertise des viandes constate des lésions ou des tumeurs suspectes de L.B.E. les prélève, conformément aux modalités techniques communiquées par l'Agence et les transmets sans délai au L.N.R.
Modifications
HOOFDSTUK 2. - Diagnostiek
CHAPITRE 2. - Diagnostic
Art. 5. § 1. De diagnosemethoden die van toepassing zijn voor het behoud van het statuut " vrij van E.B.L" van de beslagen zijn opgenomen in bijlage III, afdeling 3, van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689.
§ 2. Alleen door het N.L.R gevalideerde methoden worden voor de bewaking gebruikt.
§ 2. Alleen door het N.L.R gevalideerde methoden worden voor de bewaking gebruikt.
Art. 5. § 1er . Les méthodes de diagnostic applicables au maintien du statut " indemne de L.B.E. " des troupeaux sont établies à l'annexe III, section 3, du règlement délégué (UE) 2020/689.
§ 2. Seules les méthodes validées par le L.N.R. sont utilisées dans le cadre de la surveillance.
§ 2. Seules les méthodes validées par le L.N.R. sont utilisées dans le cadre de la surveillance.
Art. 6. SCIENSANO is het N.R.L. voor E.B.L.
Art. 6. SCIENSANO est le L.N.R. pour la L.B.E.
Art. 7. § 1. Enkel de analyses die uitgevoerd werden door het N.R.L. en door de laboratoria van de erkende verenigingen, worden in aanmerking genomen voor het behoud van het statuut vrij van E.B.L.en voor de uitvoering van het bewakingsprogramma.
§ 2. [1 ...]1.
§ 2. [1 ...]1.
Modifications
Art. 7. § 1er. Seules les analyses réalisées par le L.N.R. et par les laboratoires des associations agréés sont prises en compte pour le maintien du statut indemne de L.B.E et pour l'exécution du programme de surveillance.
§ 2. [1 ...]1.
§ 2. [1 ...]1.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Sanitair statuut en vrij statuut van de inrichting
CHAPITRE 3. - Statut sanitaire et statut indemne de l'établissement
Art. 9. § 1. Elke exploitant moet het statuut "vrij van E.B.L. " hebben voor alle beslagen behorend tot de inrichtingen waarvoor hij verantwoordelijk is.
§ 2. De exploitant van beslagen waarvoor het statuut "vrij van E.B.L." is geschorst of ingetrokken, moet alle in dit besluit vermelde maatregelen nemen en opvolgen om het statuut "vrij van E.B.L." zo snel als mogelijk te herwinnen en dit binnen de door het Agentschap gestelde termijnen.
§ 2. De exploitant van beslagen waarvoor het statuut "vrij van E.B.L." is geschorst of ingetrokken, moet alle in dit besluit vermelde maatregelen nemen en opvolgen om het statuut "vrij van E.B.L." zo snel als mogelijk te herwinnen en dit binnen de door het Agentschap gestelde termijnen.
Art. 9. § 1er . Chaque opérateur est tenu d'avoir le statut " indemne de L.B.E. " pour tous les troupeaux appartenant aux établissements dont il est responsable.
§ 2. L'opérateur des troupeaux pour lesquels le statut " indemne de L.B.E. " est suspendu ou retiré est tenu de prendre et suivre toutes les mesures telles que mentionnées dans le présent arrêté afin d'obtenir de nouveau le statut " indemne de L.B.E. " dans les plus brefs délais imposés par l'Agence.
§ 2. L'opérateur des troupeaux pour lesquels le statut " indemne de L.B.E. " est suspendu ou retiré est tenu de prendre et suivre toutes les mesures telles que mentionnées dans le présent arrêté afin d'obtenir de nouveau le statut " indemne de L.B.E. " dans les plus brefs délais imposés par l'Agence.
HOOFDSTUK 4. - Bewakingsprogramma
CHAPITRE 4. - Programme de surveillance
Art. 10. § 1. Het Agentschap organiseert het bewakingsprogramma tegen E.B.L. Dit is samengesteld uit 2 delen, met name :
- een steekproef, en
- een post-mortem onderzoek bij runderen ouder dan 24 maanden.
§ 2. De steekproef wordt uitgevoerd als volgt:
1° serologische analyse in geval van aanvoer van dieren afkomstig uit landen waar een risico van E.B.L als bedoeld in artikel 22, § 2 ;
2° serologische follow-up van deze runderen afkomstig uit risicolanden, gedurende 3 jaar, tijdens de winterbewaking;
3° Analyses van bloedmonsters die tijdens de winterbewaking zijn genomen bij een selectie van door het Agentschap vastgestelde runderen.
§ 3. Het officiële post-mortem onderzoek wordt uitgevoerd bij alle, in België geslachte runderen ouder dan 24 maanden. Om de aanwezigheid van E.B.L. te bevestigen of uit te sluiten worden de monsters van alle runderen met tumoren die de aanwezigheid van E.B.L. doen vermoeden aan een laboratoriumonderzoek onderworpen.
- een steekproef, en
- een post-mortem onderzoek bij runderen ouder dan 24 maanden.
§ 2. De steekproef wordt uitgevoerd als volgt:
1° serologische analyse in geval van aanvoer van dieren afkomstig uit landen waar een risico van E.B.L als bedoeld in artikel 22, § 2 ;
2° serologische follow-up van deze runderen afkomstig uit risicolanden, gedurende 3 jaar, tijdens de winterbewaking;
3° Analyses van bloedmonsters die tijdens de winterbewaking zijn genomen bij een selectie van door het Agentschap vastgestelde runderen.
§ 3. Het officiële post-mortem onderzoek wordt uitgevoerd bij alle, in België geslachte runderen ouder dan 24 maanden. Om de aanwezigheid van E.B.L. te bevestigen of uit te sluiten worden de monsters van alle runderen met tumoren die de aanwezigheid van E.B.L. doen vermoeden aan een laboratoriumonderzoek onderworpen.
Art. 10. § 1er . l'Agence organise le programme de surveillance contre la L.B.E. Celui-ci se compose de 2 parties, à savoir :
- un échantillonnage aléatoire, et
- un examen post-mortem des bovins de plus de 24 mois.
§ 2. L'échantillonnage aléatoire se déroule de la manière suivante :
1° Analyse sérologique réalisée lors de mouvement de bovin provenant des pays à risque de L.B.E. visés à l'art.22, § 2 ;
2° Suivi sérologique de ces bovins provenant de pays à risque, pendant 3 années, au cours du monitoring hivernal;
3° Analyses réalisées sur des échantillons de sang prélevés lors du monitoring hivernal sur une sélection de bovins établie par l'Agence .
§ 3. L'examen post-mortem officiel est effectué sur tous les bovins âgés de plus de 24 mois abattus en Belgique. Afin de confirmer ou exclure la présence de L.B.E., des échantillons de tous les bovins présentant des tumeurs suggérant la présence de L.B.E. sont soumis à un examen de laboratoire.
- un échantillonnage aléatoire, et
- un examen post-mortem des bovins de plus de 24 mois.
§ 2. L'échantillonnage aléatoire se déroule de la manière suivante :
1° Analyse sérologique réalisée lors de mouvement de bovin provenant des pays à risque de L.B.E. visés à l'art.22, § 2 ;
2° Suivi sérologique de ces bovins provenant de pays à risque, pendant 3 années, au cours du monitoring hivernal;
3° Analyses réalisées sur des échantillons de sang prélevés lors du monitoring hivernal sur une sélection de bovins établie par l'Agence .
§ 3. L'examen post-mortem officiel est effectué sur tous les bovins âgés de plus de 24 mois abattus en Belgique. Afin de confirmer ou exclure la présence de L.B.E., des échantillons de tous les bovins présentant des tumeurs suggérant la présence de L.B.E. sont soumis à un examen de laboratoire.
HOOFDSTUK 5. - Bestrijdingsmaatregelen
CHAPITRE 5. - Mesures de lutte
Afdeling 1. - Maatregelen bij verdenking van E.B.L. op een inrichting
Section 1re. - Mesures en cas de suspicion de L.B.E. dans un établissement
Art. 11. Wanneer het Agentschap de melding ontvangt van een positief resultaat op een onderzoek als bedoeld in artikel 5, § 2, of wanneer (een) rund(en) `verdacht aangetast door E.B.L.' word(t)(en) vastgesteld op één van de beslagen van de inrichting, plaatst ze de betrokken inrichting onder verdenking.
Art. 11. Lorsque l'Agence reçoit la notification d'un résultat positif à un des tests visés à l'article 5, § 2, ou lorsqu'un (des) animal(aux) est (sont) trouvé(s) "suspect(s) d'être infecté(s) de L.B.E." dans l'un des troupeaux de l'établissement, elle place l'établissement concerné sous suspicion.
Art. 12. Het Agentschap neemt de volgende maatregelen op een inrichting onder verdenking:
1° het statuut " vrij van E.B.L." van de beslagen behorend tot de inrichting wordt opgeschort;
2° het stelt de exploitant en de bedrijfdierenarts in kennis van de datum van de opschorting, informeert hem omtrent de maximale termijn van opschorting van het statuut `vrij van E.B.L.' en omtrent de maatregelen bedoeld in artikel 13;
3° het voert een epidemiologisch onderzoek uit.
Afhankelijk van de resultaten van het epidemiologisch onderzoek kan het Agentschap overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt v), van verordening 2020/689 alle aanvullende maatregelen opleggen die het nodig acht om de mogelijke verspreiding van de ziekte te voorkomen.
1° het statuut " vrij van E.B.L." van de beslagen behorend tot de inrichting wordt opgeschort;
2° het stelt de exploitant en de bedrijfdierenarts in kennis van de datum van de opschorting, informeert hem omtrent de maximale termijn van opschorting van het statuut `vrij van E.B.L.' en omtrent de maatregelen bedoeld in artikel 13;
3° het voert een epidemiologisch onderzoek uit.
Afhankelijk van de resultaten van het epidemiologisch onderzoek kan het Agentschap overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt v), van verordening 2020/689 alle aanvullende maatregelen opleggen die het nodig acht om de mogelijke verspreiding van de ziekte te voorkomen.
Art. 12. L'Agence prend les mesures suivantes dans l'établissement sous suspicion :
1° le statut " indemne L.B.E. " des troupeaux appartenant à l'établissement est suspendu ;
2.° elle informe l'opérateur et le vétérinaire d'exploitation de la date de suspension, précise le délai maximal de la suspension du statut indemne L.B.E. et décrit les mesures visées à l'article 13 ;
3.° elle réalise une enquête épidémiologique.
En fonction des résultats de l'enquête épidémiologique, l'Agence peut imposer les mesures supplémentaires qu'elle juge utiles pour prévenir l'extension éventuelle de la maladie dans le cadre des dispositions de l'article 18, alinéa 1, sous a), point v) du règlement 2020/689.
1° le statut " indemne L.B.E. " des troupeaux appartenant à l'établissement est suspendu ;
2.° elle informe l'opérateur et le vétérinaire d'exploitation de la date de suspension, précise le délai maximal de la suspension du statut indemne L.B.E. et décrit les mesures visées à l'article 13 ;
3.° elle réalise une enquête épidémiologique.
En fonction des résultats de l'enquête épidémiologique, l'Agence peut imposer les mesures supplémentaires qu'elle juge utiles pour prévenir l'extension éventuelle de la maladie dans le cadre des dispositions de l'article 18, alinéa 1, sous a), point v) du règlement 2020/689.
Art. 13. § 1. Op een inrichting onder verdenking zijn de volgende maatregelen van toepassing :
1° alle runderen van twaalf maanden of ouder en aanwezig op de inrichting dienen binnen 8 dagen na de kennisgeving door het Agentschap, door de bedrijfsdierenarts bemonsterd te worden met het oog op een serologisch onderzoek ;
2° elke aan- of afvoer van runderen naar of van de inrichting onder verdenking is verboden;
3° in afwijking van de bepaling onder 2° :
a) is de rechtstreekse afvoer van runderen naar een door het Agentschap aangeduid binnenlands slachthuis toegelaten mits ze vergezeld zijn van een schriftelijke toelating van het Agentschap;
b) kan het Agentschap toestemming geven voor de afvoer van mannelijke kalveren naar een afmestbeslag waarvan de statuts ook zal worden opgeschort overeenkomstig artikel 23 van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689.
§ 2. Het Agentschap heft de verdenking op indien alle in § 1, 1°, van dit artikel bedoelde onderzoeken volgens de in artikel 5, § 1, bedoelde methoden een negatief resultaat hebben opgeleverd.
De beslagen behorend tot de inrichting herwinnen het statuut "vrij van E.B.L.".
1° alle runderen van twaalf maanden of ouder en aanwezig op de inrichting dienen binnen 8 dagen na de kennisgeving door het Agentschap, door de bedrijfsdierenarts bemonsterd te worden met het oog op een serologisch onderzoek ;
2° elke aan- of afvoer van runderen naar of van de inrichting onder verdenking is verboden;
3° in afwijking van de bepaling onder 2° :
a) is de rechtstreekse afvoer van runderen naar een door het Agentschap aangeduid binnenlands slachthuis toegelaten mits ze vergezeld zijn van een schriftelijke toelating van het Agentschap;
b) kan het Agentschap toestemming geven voor de afvoer van mannelijke kalveren naar een afmestbeslag waarvan de statuts ook zal worden opgeschort overeenkomstig artikel 23 van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689.
§ 2. Het Agentschap heft de verdenking op indien alle in § 1, 1°, van dit artikel bedoelde onderzoeken volgens de in artikel 5, § 1, bedoelde methoden een negatief resultaat hebben opgeleverd.
De beslagen behorend tot de inrichting herwinnen het statuut "vrij van E.B.L.".
Art. 13. § 1er . Dans un établissement sous suspicion, les mesures suivantes sont d'application :
1° tous les bovins de douze mois ou plus présents dans l'établissement doivent faire l'objet d'un bilan sérologique dans les 8 jours suivant la notification de l'Agence ;
2° tout mouvement de bovins à partir de ou vers l'établissement sous suspicion est interdit ;
3° par dérogation au 2 :
a) le transport direct d'animaux vers un abattoir national désigné par l'Agence est autorisé si les animaux sont accompagnés d'une autorisation écrite de l'Agence ;
b) l'Agence peut autoriser les mouvements de veaux mâles vers un troupeau d'engraissement dont le statut sera suspendu conformément à l'article 23 du règlement délégué (UE) 2020/689.
§ 2. L'Agence lève la suspicion si l'ensemble des examens visés au paragraphe 1, 1° du présent article, conformément aux méthodes mentionnées à l'article 5, § 1, ont donné un résultat négatif.
Les troupeaux appartenant à l'établissement reçoivent de nouveau le statut " indemne de L.B.E. ".
1° tous les bovins de douze mois ou plus présents dans l'établissement doivent faire l'objet d'un bilan sérologique dans les 8 jours suivant la notification de l'Agence ;
2° tout mouvement de bovins à partir de ou vers l'établissement sous suspicion est interdit ;
3° par dérogation au 2 :
a) le transport direct d'animaux vers un abattoir national désigné par l'Agence est autorisé si les animaux sont accompagnés d'une autorisation écrite de l'Agence ;
b) l'Agence peut autoriser les mouvements de veaux mâles vers un troupeau d'engraissement dont le statut sera suspendu conformément à l'article 23 du règlement délégué (UE) 2020/689.
§ 2. L'Agence lève la suspicion si l'ensemble des examens visés au paragraphe 1, 1° du présent article, conformément aux méthodes mentionnées à l'article 5, § 1, ont donné un résultat négatif.
Les troupeaux appartenant à l'établissement reçoivent de nouveau le statut " indemne de L.B.E. ".
Afdeling 2. - Maatregelen bij verdenking van E.B.L. op een contactinrichting
Section 2. - Mesures en cas de suspicion de LBE dans un établissement de contact
Art. 14. § 1. De inrichtingen die door het epidemiologisch onderzoek uitgevoerd door het Agentschap in toepassing van artikel 12, 3° worden aangeduid als contactinrichtingen worden onder verdenking geplaatst en deze dienen een serologische onderzoek uit te voeren.
§ 2. In afwachting van de resultaten van de analyses bedoeld in paragraaf 1, wordt het statuut "vrij van E.B.L." van de beslagen behorend tot de inrichting geschorst.
§ 3. Elke aan- en afvoer van runderen naar en van de contactinrichting is verboden, uitgezonderd de afvoer naar een toegelaten nationaal slachthuis om hier onverwijld te worden geslacht en mits een schriftelijke toelating van het Agentschap.
§ 4. Het Agentschap heft de verdenking op indien alle onderzoeken bedoeld in paragraaf l, uitgevoerd volgens de methoden bedoeld in artikel 5, § 1, een negatief resultaat hebben gegeven.
§ 5. Het Agentschap stelt de exploitant en zijn bedrijfsdierenarts in kennis van het in paragraaf 4 bedoelde besluit en heft de maatregelen genomen en opgelegd in toepassing van paragraaf 3 op.
De beslagen behorend tot de inrichting krijgen opnieuw het statuut "vrij van E.B.L." toegekend.
§ 2. In afwachting van de resultaten van de analyses bedoeld in paragraaf 1, wordt het statuut "vrij van E.B.L." van de beslagen behorend tot de inrichting geschorst.
§ 3. Elke aan- en afvoer van runderen naar en van de contactinrichting is verboden, uitgezonderd de afvoer naar een toegelaten nationaal slachthuis om hier onverwijld te worden geslacht en mits een schriftelijke toelating van het Agentschap.
§ 4. Het Agentschap heft de verdenking op indien alle onderzoeken bedoeld in paragraaf l, uitgevoerd volgens de methoden bedoeld in artikel 5, § 1, een negatief resultaat hebben gegeven.
§ 5. Het Agentschap stelt de exploitant en zijn bedrijfsdierenarts in kennis van het in paragraaf 4 bedoelde besluit en heft de maatregelen genomen en opgelegd in toepassing van paragraaf 3 op.
De beslagen behorend tot de inrichting krijgen opnieuw het statuut "vrij van E.B.L." toegekend.
Art. 14. § 1er. Les établissements désignés par l'enquête épidémiologique menée par l'Agence en application de l'article 12,3° comme établissements de contact sont placés sous suspicion et font l'objet d'un bilan sérologique.
§ 2. Dans l'attente des résultats des analyses visées au paragraphe 1er, le statut " indemne de L.B.E. " des troupeaux appartenant à l'établissement est suspendu.
§ 3. Tout mouvement d'animaux à partir de ou vers l'établissement de contact est interdit sauf à destination d'un abattoir national autorisé pour y être abattu sans délai et sous couvert d'un sauf-conduit délivré par l'Agence.
§ 4. La suspicion est levée par l'Agence si l'ensemble des examens visés au paragraphe 1er, conformément aux méthodes visées à l'article 5, § 1er, ont donné un résultat négatif.
§ 5. L'Agence informe l'opérateur et son vétérinaire d'exploitation de la décision visée au paragraphe 4 et lève les mesures prises et imposées en application du paragraphe 3.
Les troupeaux appartenant à l'établissement reçoivent de nouveau le statut " indemne de L.B.E. ".
§ 2. Dans l'attente des résultats des analyses visées au paragraphe 1er, le statut " indemne de L.B.E. " des troupeaux appartenant à l'établissement est suspendu.
§ 3. Tout mouvement d'animaux à partir de ou vers l'établissement de contact est interdit sauf à destination d'un abattoir national autorisé pour y être abattu sans délai et sous couvert d'un sauf-conduit délivré par l'Agence.
§ 4. La suspicion est levée par l'Agence si l'ensemble des examens visés au paragraphe 1er, conformément aux méthodes visées à l'article 5, § 1er, ont donné un résultat négatif.
§ 5. L'Agence informe l'opérateur et son vétérinaire d'exploitation de la décision visée au paragraphe 4 et lève les mesures prises et imposées en application du paragraphe 3.
Les troupeaux appartenant à l'établissement reçoivent de nouveau le statut " indemne de L.B.E. ".
Afdeling 3. - Maatregelen in geval van een haard van E.B.L. in een inrichting
Section 3. - Mesures en cas de foyer de L.B.E. dans un établissement
Onderafdeling 1. - Haard
Sous-section 1re. - Foyer
Art. 15. § 1. Zodra de analyses van het N.R.L de aanwezigheid van het E.B.L. virus bevestigen, verklaart het Agentschap de inrichting tot haard en bepaalt er de grenzen van. Het statuut " vrij van E.B.L." van alle beslagen behorend tot de inrichting wordt ingetrokken.
Het Agentschap brengt de exploitant en zijn bedrijfsdierenarts, mondeling en schriftelijk op de hoogte van de bevestiging van de haard en deelt hen de maatregelen mee die zijn voorgeschreven in de haard.
Het Agentschap brengt de exploitant en zijn bedrijfsdierenarts, mondeling en schriftelijk op de hoogte van de bevestiging van de haard en deelt hen de maatregelen mee die zijn voorgeschreven in de haard.
Art. 15. § 1er . Dès que les analyses du L.N.R. confirment " la présence du virus de L.B.E. ", l'Agence déclare l'établissement comme foyer et en définit les limites. Le statut " indemne de L.B.E " de tous les troupeaux appartenant à l'établissement est retiré.
L'Agence notifie oralement et par écrit à l'exploitant et à son vétérinaire d'exploitation la confirmation du foyer et les informe des mesures prescrites dans le foyer.
L'Agence notifie oralement et par écrit à l'exploitant et à son vétérinaire d'exploitation la confirmation du foyer et les informe des mesures prescrites dans le foyer.
Art. 16. In de haard zijn de volgende maatregelen van toepassing:
1° alle runderen besmet door E.B.L. en al hun nakomelingen jonger dan 24 maanden dienen afgeslacht te worden. In afwachting van hun afslachting, worden deze runderen in de inrichting in isolatie geplaats;
In afwijking van het eerste lid, mogen afstammelingen van vrouwelijke dieren die een positief resultaat vertoonden in een serologische screeningstest voor E.B.L. of die typische letsels vertonen van E.B.L. gehouden worden in de inrichting overeenkomstig de bepalingen van bijlage IV, deel III, sectie 4, punt 4 van de gedelegeerde verordening ( EU) 2020/689.
De nakomelingen van verkochte runderen aangetast door E.B.L. worden opgespoord en geslacht;
2° elke aan- en afvoer van runderen naar en van de haard, is verboden;
3° [1 ...]1;
4° de exploitant dient de dood van elk rund op zijn inrichting te melden aan het Agentschap;
5° In afwijking van punt 2° :
a) is de rechtstreekse afvoer van runderen naar een door het Agentschap toegelaten binnenlands slachthuis toegelaten mits ze vergezeld zijn van een schriftelijke toelating van het Agentschap ;
b) kan het Agentschap toestemming geven het vervoer van mannelijke kalveren die negatief getest zijn naar een afmestbeslag waarvan de statuts ook zal worden ingetrokken overeenkomstig artikel 29 van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689.
Het Agentschap kan overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt v), van verordening 2020/689 alle aanvullende maatregelen opleggen die het nodig acht om de mogelijke verspreiding van de ziekte te voorkomen.
1° alle runderen besmet door E.B.L. en al hun nakomelingen jonger dan 24 maanden dienen afgeslacht te worden. In afwachting van hun afslachting, worden deze runderen in de inrichting in isolatie geplaats;
In afwijking van het eerste lid, mogen afstammelingen van vrouwelijke dieren die een positief resultaat vertoonden in een serologische screeningstest voor E.B.L. of die typische letsels vertonen van E.B.L. gehouden worden in de inrichting overeenkomstig de bepalingen van bijlage IV, deel III, sectie 4, punt 4 van de gedelegeerde verordening ( EU) 2020/689.
De nakomelingen van verkochte runderen aangetast door E.B.L. worden opgespoord en geslacht;
2° elke aan- en afvoer van runderen naar en van de haard, is verboden;
3° [1 ...]1;
4° de exploitant dient de dood van elk rund op zijn inrichting te melden aan het Agentschap;
5° In afwijking van punt 2° :
a) is de rechtstreekse afvoer van runderen naar een door het Agentschap toegelaten binnenlands slachthuis toegelaten mits ze vergezeld zijn van een schriftelijke toelating van het Agentschap ;
b) kan het Agentschap toestemming geven het vervoer van mannelijke kalveren die negatief getest zijn naar een afmestbeslag waarvan de statuts ook zal worden ingetrokken overeenkomstig artikel 29 van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689.
Het Agentschap kan overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt v), van verordening 2020/689 alle aanvullende maatregelen opleggen die het nodig acht om de mogelijke verspreiding van de ziekte te voorkomen.
Modifications
Art. 16. Les mesures suivantes sont d'application dans le foyer :
1° tous les bovins de l'établissement qui sont infectés par la L.B.E. et tous leurs descendants âgés de moins de 24 mois sont abattus. En attendant leur abattage, ces bovins sont placés en isolement dans les locaux de l'établissement ;
Par dérogation à l'alinéa 1er, les descendants de femelles qui ont présenté un résultat positif à un test sérologique de dépistage de la L.B.E. ou qui ont présenté des lésions caractéristiques de la L.B.E. peuvent être maintenus dans l'établissement conformément aux dispositions de l'annexe IV, partie III, section 4, point 4 du règlement délégué (UE) 2020/689.
Les descendants de bovins positifs à L.B.E. vendus sont recherchés et abattus ;
2° tout mouvement de bovins à partir du ou vers le foyer est interdit ;
3° [1 ...]1 ;
4° l'opérateur notifie à l'Agence la mort de tout bovin de son établissement ;
5° par dérogation au point 2° :
a) le transport direct est autorisé par l'Agence pour des bovins à partir de l'établissement vers un abattoir national autorisé pour y être abattu sans délai et sous couvert d'un sauf-conduit délivré par l'Agence ;
b) l'Agence peut autoriser les mouvements de veaux mâles dont les résultats des tests sont négatifs vers un troupeau d'engraissement dont le statut sera retiré conformément aux dispositions de l'article 29 du règlement délégué (UE) 2020/689.
L'Agence peut imposer les mesures supplémentaires qu'elle juge utiles pour prévenir l'extension éventuelle de la maladie dans le cadre des dispositions de l'article 18, 1 a), point v) du règlement 2020/689.
1° tous les bovins de l'établissement qui sont infectés par la L.B.E. et tous leurs descendants âgés de moins de 24 mois sont abattus. En attendant leur abattage, ces bovins sont placés en isolement dans les locaux de l'établissement ;
Par dérogation à l'alinéa 1er, les descendants de femelles qui ont présenté un résultat positif à un test sérologique de dépistage de la L.B.E. ou qui ont présenté des lésions caractéristiques de la L.B.E. peuvent être maintenus dans l'établissement conformément aux dispositions de l'annexe IV, partie III, section 4, point 4 du règlement délégué (UE) 2020/689.
Les descendants de bovins positifs à L.B.E. vendus sont recherchés et abattus ;
2° tout mouvement de bovins à partir du ou vers le foyer est interdit ;
3° [1 ...]1 ;
4° l'opérateur notifie à l'Agence la mort de tout bovin de son établissement ;
5° par dérogation au point 2° :
a) le transport direct est autorisé par l'Agence pour des bovins à partir de l'établissement vers un abattoir national autorisé pour y être abattu sans délai et sous couvert d'un sauf-conduit délivré par l'Agence ;
b) l'Agence peut autoriser les mouvements de veaux mâles dont les résultats des tests sont négatifs vers un troupeau d'engraissement dont le statut sera retiré conformément aux dispositions de l'article 29 du règlement délégué (UE) 2020/689.
L'Agence peut imposer les mesures supplémentaires qu'elle juge utiles pour prévenir l'extension éventuelle de la maladie dans le cadre des dispositions de l'article 18, 1 a), point v) du règlement 2020/689.
Modifications
Onderafdeling 2. - Afslachting op bevel
Sous-section 2. - Abattage par ordre
Art. 17. § 1. Rekening houdend met de specificiteit van de inrichting, het epidemiologisch onderzoek, de specifieke context en de risicoanalyse, wordt een plan van afvoer opgemaakt voor het beslag. Het Agentschap beslist over een totale of een partiële afslachting van de runderen aanwezig op de inrichting.
§ 2. Het Agentschap overhandigt het bevel tot afslachting van de runderen opgenomen in het plan van afvoer, aan de exploitant van de inrichting.
§ 2. Het Agentschap overhandigt het bevel tot afslachting van de runderen opgenomen in het plan van afvoer, aan de exploitant van de inrichting.
Art. 17. § 1er . En tenant compte des paramètres de l'établissement, de l'enquête épidémiologique, du contexte spécifique et de l'analyse de risque, un plan d'assainissement du troupeau est établi. L'Agence décide de l'abattage total ou partiel des bovins présents dans l'établissement.
§ 2. L'Agence remet à l'opérateur de l'établissement l'ordre d'abattage des bovins repris dans le plan d'assainissement.
§ 2. L'Agence remet à l'opérateur de l'établissement l'ordre d'abattage des bovins repris dans le plan d'assainissement.
Art. 18. § 1. Elk rund waarvoor een slachtbevel is uitgevaardigd, wordt geïsoleerd van de andere runderen van de inrichting en dient, zoals bedoeld in artikel 17, § 2, geslacht te zijn uiterlijk dertig kalenderdagen na het uitvaardigen van het slachtbevel .
§ 2. [1 ...]1.
§ 2. [1 ...]1.
Modifications
Art. 18. § 1er . Tout bovin pour lequel un ordre d'abattage est délivré, est isolé des autres bovins de l'établissement et abattu au plus tard dans les 30 jours calendrier qui suivent la remise de l'ordre d'abattage visé à l'article 17, § 2.
§ 2. [1 ...]1.
§ 2. [1 ...]1.
Modifications
Onderafdeling 3. - Vrijgeven van de haard
Sous-section 3. - Libération du foyer
Art. 19. Het Agentschap heft de maatregelen in de haard op en beslist tot vrijgave van de haard wanneer:
1° alle runderen in de haard afgeslacht zijn en ;
2° De in artikel 21 bedoelde reinigings- en ontsmettingsmaatregelen worden nageleefd.
1° alle runderen in de haard afgeslacht zijn en ;
2° De in artikel 21 bedoelde reinigings- en ontsmettingsmaatregelen worden nageleefd.
Art. 19. L'Agence lève les mesures dans le foyer et décide la libération du foyer lorsque :
1° tous les bovins du foyer sont abattus et ;
2°. Les mesures de nettoyage et désinfection visées à l'article 21 sont respectées.
1° tous les bovins du foyer sont abattus et ;
2°. Les mesures de nettoyage et désinfection visées à l'article 21 sont respectées.
Art. 20. § 1. Wanneer niet alle runderen zijn afgeslacht moet de exploitant, na de afslachting van het laatste rund opgenomen in het plan van afvoer, zijn beslag door de bedrijfsdierenarts laten onderzoeken. Alle runderen van twaalf maanden of ouder worden onderworpen aan 2 serologische onderzoeken met een interval van vier maanden, waarbij de eerste onderzoek wordt uitgevoerd ten vroegste vier maanden nadat het laatste te slachten rund de inrichting heeft verlaten en een tweede onderzoek, vier maanden later.
§ 2. Het Agentschap heft de maatregelen op en geeft de haard vrij wanneer:
1° alle runderen aangetast door E.B.L. en al hun nakomelingen jonger dan 24 maanden zijn afgeslacht;
2° de resultaten van de analyses bedoeld in paragraaf 1 de afwezigheid van E.B.L. bevestigt ;
3° De in artikel 21 bedoelde reinigings- en ontsmettingsmaatregelen worden nageleefd.
§ 3. Van zodra het Agentschap de maatregelen opheft en de haard vrij geeft, stelt het de exploitant en de bedrijfsdierenarts daarvan mondeling en schriftelijk in kennis.
Het Agentschap kent opnieuw het statuut " vrij van E.B.L. " toe aan de beslagen behorend tot de inrichting.
§ 2. Het Agentschap heft de maatregelen op en geeft de haard vrij wanneer:
1° alle runderen aangetast door E.B.L. en al hun nakomelingen jonger dan 24 maanden zijn afgeslacht;
2° de resultaten van de analyses bedoeld in paragraaf 1 de afwezigheid van E.B.L. bevestigt ;
3° De in artikel 21 bedoelde reinigings- en ontsmettingsmaatregelen worden nageleefd.
§ 3. Van zodra het Agentschap de maatregelen opheft en de haard vrij geeft, stelt het de exploitant en de bedrijfsdierenarts daarvan mondeling en schriftelijk in kennis.
Het Agentschap kent opnieuw het statuut " vrij van E.B.L. " toe aan de beslagen behorend tot de inrichting.
Art. 20. § 1er . Lorsque tous les bovins ne sont pas abattus, l'opérateur est tenu, après l'abattage du dernier bovin repris dans le plan d'assainissement de faire examiner tout son troupeau par le vétérinaire d'exploitation. Tous les bovins âgés de 12 mois ou plus sont soumis à 2 bilans sérologiques à 4 mois d'intervalle, le premier bilan étant effectuée quatre mois après le départ de l'établissement du dernier bovin à abattre par ordre et le deuxième bilan, quatre mois plus tard.
§ 2. L'Agence lève les mesures et libère le foyer lorsque:
1° tous les bovins atteints de L.B.E. et que tous leurs descendants de moins de 24 mois ont été abattus ;
2° les résultats des analyses visées au paragraphe 1er confirme l'absence de L.B.E.;
3°. Les mesures de nettoyage et désinfection visées à l'article 21 sont respectées.
§ 3. Dès que l'Agence lève les mesures et décide de la libération du foyer, elle en informe oralement et par écrit l'opérateur et le vétérinaire d'exploitation.
L'Agence attribue à nouveau le statut " indemne de L.B.E. " à tous les troupeaux appartenant à l'établissement.
§ 2. L'Agence lève les mesures et libère le foyer lorsque:
1° tous les bovins atteints de L.B.E. et que tous leurs descendants de moins de 24 mois ont été abattus ;
2° les résultats des analyses visées au paragraphe 1er confirme l'absence de L.B.E.;
3°. Les mesures de nettoyage et désinfection visées à l'article 21 sont respectées.
§ 3. Dès que l'Agence lève les mesures et décide de la libération du foyer, elle en informe oralement et par écrit l'opérateur et le vétérinaire d'exploitation.
L'Agence attribue à nouveau le statut " indemne de L.B.E. " à tous les troupeaux appartenant à l'établissement.
Onderafdeling 4. - Reiniging en ontsmetting en andere maatregelen om de uitbreiding van de besmetting te voorkomen
Sous-section 4. - Nettoyage, désinfection et autres mesures permettant de prévenir la propagation de la contamination
HOOFDSTUK 6. - Verplaatsingen en verhandeling
CHAPITRE 6. - Echanges et commercialisation
Art. 22. § 1. Alleen runderen van een beslag met een statuut "vrij van E.B.L." mogen zonder aankooponderzoek binnengebracht worden in een beslag met een statuut "vrij van E.B.L."
§ 2. Bij het verwerven van elk rund uit een Lidstaat of regio die niet officieel vrij is van E.B.L., elke Lidstaat die het voorwerp heeft uitgemaakt van een risicoanalyse van het Agentschap of bij import uit een derde land, moet de exploitant binnen de achtenveertig uur beroep doen op zijn bedrijfsdierenarts om onderzoeken te verrichten en bloedmonsters te nemen die nodig zijn voor de diagnose van E.B.L.
De aangevoerde dieren worden in isolatie geplaatst tot alle resultaten van de verplichte aankoop-onderzoeken gekend zijn.
§ 2. Bij het verwerven van elk rund uit een Lidstaat of regio die niet officieel vrij is van E.B.L., elke Lidstaat die het voorwerp heeft uitgemaakt van een risicoanalyse van het Agentschap of bij import uit een derde land, moet de exploitant binnen de achtenveertig uur beroep doen op zijn bedrijfsdierenarts om onderzoeken te verrichten en bloedmonsters te nemen die nodig zijn voor de diagnose van E.B.L.
De aangevoerde dieren worden in isolatie geplaatst tot alle resultaten van de verplichte aankoop-onderzoeken gekend zijn.
Art. 22. § 1er. Seuls des bovins provenant d'un troupeau possédant le statut " indemne de L.B.E. " peuvent être introduits dans un troupeau ayant le statut " indemne de L.B.E. " sans examen à l'achat.
§ 2. Lors de l'acquisition de tout bovin provenant d'un Etat membre ou d'une région non officiellement indemne de L.B.E, de tout Etat membre qui a fait l'objet d'une analyse de risque par l'Agence ou importé d'un pays-tiers, l'opérateur est tenu de faire appel à son vétérinaire d'exploitation dans les quarante-huit heures afin de réaliser les examens et prélèvements sanguins requis au diagnostic de la L.B.E.
Les animaux nouvellement arrivés sont placés en isolement jusqu'à ce que tous les résultats des examens obligatoires à l'achat soient connus.
§ 2. Lors de l'acquisition de tout bovin provenant d'un Etat membre ou d'une région non officiellement indemne de L.B.E, de tout Etat membre qui a fait l'objet d'une analyse de risque par l'Agence ou importé d'un pays-tiers, l'opérateur est tenu de faire appel à son vétérinaire d'exploitation dans les quarante-huit heures afin de réaliser les examens et prélèvements sanguins requis au diagnostic de la L.B.E.
Les animaux nouvellement arrivés sont placés en isolement jusqu'à ce que tous les résultats des examens obligatoires à l'achat soient connus.
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bepalingen
CHAPITRE 7. - dispositions particulières
HOOFDSTUK 8. - Vergoedingen
CHAPITRE 8. - Indemnisations
Art. 24. § 1. Binnen de perken van de budgettaire kredieten en voor zover een rund wordt afgeslacht overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3, kent het Sanitair Fonds aan de exploitant een vergoeding toe die berekend wordt volgens de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 november 1991, betreffende de schatting van en de vergoeding voor runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de strafbepalingen verliest de exploitant elk recht op vergoeding indien de bepalingen van dit besluit niet werden nageleefd of de instructies van het Agentschap in uitvoering van dit besluit niet werden opgevolgd.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de strafbepalingen verliest de exploitant elk recht op vergoeding indien de bepalingen van dit besluit niet werden nageleefd of de instructies van het Agentschap in uitvoering van dit besluit niet werden opgevolgd.
Art. 24. § 1er Dans les limites des crédits budgétaires et pour autant qu'un bovin soit abattu conformément aux dispositions de la section 3, le Fonds Sanitaire octroie à l'opérateur une indemnité calculée selon les dispositions de l'arrêté royal du 28 novembre 1991 relatif à l'expertise et à l'indemnisation des bovins abattus dans le cadre de la police sanitaire.
§ 2. Sans préjudice de l'application des dispositions pénales, l'opérateur perd tout droit à l'indemnité s'il ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ou s'il ne respecte pas les instructions données par l'Agence.
§ 2. Sans préjudice de l'application des dispositions pénales, l'opérateur perd tout droit à l'indemnité s'il ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ou s'il ne respecte pas les instructions données par l'Agence.
Art. 25. [1 § 1. Aan de erkende dierenarts wordt, ten laste van het Sanitair Fonds, een vergoeding toegekend per
1° bedrijfsbezoek;
2° bloedname;
met het oog op de diagnose van leucose bij runderen.
De bedoelde handelingen zijn respectievelijk hernomen in nummer 1 en 4 van de bijlage van het koninklijk besluit van 28 januari 2024 betreffende de vergoeding van de dierenartsen ten laste van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.
§ 2. Dit artikel is niet van toepassing op de bedrijfsbezoeken, de onderzoeken en staalnames noodzakelijk voor de diagnose van leucose en uitgevoerd bij het aankooponderzoek op vraag van de koper van een rund.]1
1° bedrijfsbezoek;
2° bloedname;
met het oog op de diagnose van leucose bij runderen.
De bedoelde handelingen zijn respectievelijk hernomen in nummer 1 en 4 van de bijlage van het koninklijk besluit van 28 januari 2024 betreffende de vergoeding van de dierenartsen ten laste van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.
§ 2. Dit artikel is niet van toepassing op de bedrijfsbezoeken, de onderzoeken en staalnames noodzakelijk voor de diagnose van leucose en uitgevoerd bij het aankooponderzoek op vraag van de koper van een rund.]1
Modifications
Art. 25. [1 § 1. Il est alloué aux vétérinaires agréés, à charge du Fonds sanitaire, une vacation par
1° visite d'établissement ;
2° prélèvement de sang ;
en vue du diagnostic de la leucose bovine.
Les actes visés sont repris respectivement aux numéros 1 et 4 de l'annexe de l'arrêté royal du 28 janvier 2024 relatif aux vacations des vétérinaires à charge du Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux actes visés lorsque la visite, les examens et prélèvements nécessaires au diagnostic de la leucose sont effectués à l'achat à la demande de l'acquéreur d'un bovin.]1
1° visite d'établissement ;
2° prélèvement de sang ;
en vue du diagnostic de la leucose bovine.
Les actes visés sont repris respectivement aux numéros 1 et 4 de l'annexe de l'arrêté royal du 28 janvier 2024 relatif aux vacations des vétérinaires à charge du Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux actes visés lorsque la visite, les examens et prélèvements nécessaires au diagnostic de la leucose sont effectués à l'achat à la demande de l'acquéreur d'un bovin.]1
Modifications
Art. 26. Voor elke schatting van een rund waarvoor een afslachtingsbevel werd opgemaakt ontvangt de deskundige aangesteld door de Minister een vergoeding overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de vacaties van de deskundigen die schatting van dieren uitvoeren voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten alsmede voor reiskosten overeenkomstig de bepalingen van het koninlijk besluit van 28 november 1991 betreffende de evaluatie van en de vergoeding voor runderen die zijn geslacht in het kader van het gezondheidsbeleid voor huisdieren.
Art. 26. Il est alloué à l'expert désigné par le Ministre des indemnités pour l'expertise des bovins devant être abattus par " ordre d'abattage ", conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 19 avril 2014 relatif aux vacations des experts chargés de l'estimation des animaux pour le Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux ainsi que pour les frais de déplacement conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 28 novembre 1991 relatif à l'expertise et à l'indemnisation des bovins abattus dans le cadre de la police sanitaire des animaux domestiques.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 27. Worden opgeheven :
1° het koninklijk besluit van 16 december 1991 betreffende de bestrijding van runderleucose;
2° het ministerieel besluit van 13 maart 1995 houdende uitvoering van artikel 28 van het koninklijk besluit van 16 december 1991 betreffende de bestrijding van de runderleucose.
1° het koninklijk besluit van 16 december 1991 betreffende de bestrijding van runderleucose;
2° het ministerieel besluit van 13 maart 1995 houdende uitvoering van artikel 28 van het koninklijk besluit van 16 december 1991 betreffende de bestrijding van de runderleucose.
Art. 27. Sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine ;
2° l'arrêté ministériel du 13 mars 1995 relatif à l'application de l'article 28 de l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine.
1° l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine ;
2° l'arrêté ministériel du 13 mars 1995 relatif à l'application de l'article 28 de l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine.
Art. 28. De minister bevoegd voor Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.