Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 MEI 2023. - Decreet tot oprichting van een centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2023 en tekstbijwerking tot 30-08-2024)
Titre
22 MAI 2023. - Décret portant création d'un Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-11-2023 et mise à jour au 30-08-2024)
Informations sur le document
Numac: 2023205455
Datum: 2023-05-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023205455
Date: 2023-05-22
Moniteur: Voir
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Toepassingsgebied
  Dit decreet is van toepassing op het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap.
Article 1er. Champ d'application
  Le présent décret s'applique au Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.
Art. 2. Verwijzingen naar personen
  De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten.
Art. 2. Qualifications
  Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent à tous les sexes.
Art. 3. Definities
  Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
  1° adviescommissie: de adviescommissie voor kinderopvang vermeld in artikel 14 van dit decreet;
  2° Algemene Verordening Gegevensbescherming: de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming);
  3° dienstverrichter: overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang, de natuurlijke persoon of rechtspersoon resp. vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die in hoofdberoep, bijberoep of als vrijwilliger kinderopvang aanbiedt;
  4° persoon die werkzaam is in de kinderopvang: overeenkomstig artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang, de natuurlijke persoon die als dienstverrichter of in opdracht van een dienstverrichter werkzaam is en zelf kinderen opvangt of direct en regelmatig met opgevangen kinderen in contact komt;
  5° aangesloten onthaalouder: persoon die werkzaam is in de kinderopvang en die in opdracht van een dienst voor onthaalouders - zonder door een arbeidsovereenkomst met die dienst verbonden te zijn en zonder onder een statutaire dienstverhouding te vallen - bij voorrang baby's en peuters van anderen opvangt en/of eventueel buitenschoolse opvang aanbiedt;
  6° zelfstandige onthaalouder: dienstverrichter en persoon die werkzaam is in de kinderopvang die zelfstandig, in het kader van een opvangcontract, bij voorrang baby's en peuters van anderen opvangt en/of eventueel buitenschoolse opvang aanbiedt;
  7° zelfstandige mede-onthaalouders: vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van hoogstens drie reeds erkende zelfstandige onthaalouders op een plaats voor gemeenschappelijke kinderopvang;
  8° centrum: het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 3. Définitions
  Pour l'application du présent décret, il faut entendre par :
  1° Conseil consultatif : le Conseil consultatif pour l'accueil d'enfants mentionné à l'article 14 du présent décret;
  2° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
  3° prestataire : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 3°, du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, la personne physique ou morale ou l'association de fait qui propose un accueil d'enfants à titre de profession principale ou accessoire ou à titre bénévole;
  4° personne active dans l'accueil d'enfants : conformément à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, la personne physique qui est active en tant que prestataire ou pour le compte d'un prestataire et accueille elle-même des enfants ou entre directement et régulièrement en contact avec des enfants gardés;
  5° accueillant conventionné : la personne active dans l'accueil d'enfants qui, pour le compte d'un service d'accueillants d'enfants, sans être engagée par lui dans les liens d'un contrat de travail ni soumise à une relation de service statutaire, accueille prioritairement des jeunes enfants qui ne sont pas les siens et/ou propose, le cas échéant, un accueil extrascolaire;
  6° accueillant autonome : le prestataire ou la personne active dans l'accueil d'enfants qui, de manière autonome et dans les liens d'un contrat de garde, accueille prioritairement des jeunes enfants qui ne sont pas les siens et/ou propose, le cas échéant, un accueil extrascolaire;
  7° co-accueillants autonomes : une association de fait regroupant au plus trois accueillants autonomes déjà agréés, en un seul lieu, en vue d'un accueil d'enfants commun;
  8° Centre : le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.
HOOFDSTUK 2. - Oprichting van het centrum
CHAPITRE 2. - Création du Centre
Art. 4. Oprichting
  Er wordt een centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap opgericht.
  Het centrum bezit rechtspersoonlijkheid en behoort tot de instellingen van openbaar nut in de zin van artikel 87 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap. Het is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet.
  Het centrum is gevestigd in het Duitse taalgebied.
Art. 4. Création
  Il est créé un Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.
  Le Centre possède la personnalité juridique d'un organisme d'intérêt public conformément à l'article 87 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone. Il est soumis aux dispositions de ce décret.
  Le siège du Centre est situé en région de langue allemande.
HOOFDSTUK 3. - Taken van het centrum
CHAPITRE 3. - Missions du Centre
Art. 5. Beginsel van de verscheidenheid
  In het kader van dit decreet ziet het centrum erop toe dat een kwalitatief hoogstaande en wetenschappelijk gefundeerde kinderopvang en vroegkinderlijke ontwikkeling, alsook pluraliteit en verscheidenheid in de kinderopvang de basis vormen van de uitoefening van zijn taken.
Art. 5. Principe de la diversité
  Dans le cadre du présent décret, le Centre veille à ce qu'un accueil d'enfants et un développement de la petite enfance de haute qualité et fondés sur des normes scientifiques, ainsi que la pluralité et la diversité dans l'accueil d'enfants constituent le fondement de l'exercice de ses missions.
Art. 6..   Het centrum vervult de volgende algemene taken:
  1° de bevolking algemeen informeren over de maatregelen en het aanbod op het gebied van kinderopvang;
  2° voor bewustwording en public relations op het gebied van kinderopvang zorgen;
  3° op eigen initiatief of op verzoek van het Parlement of de Regering behoefteanalysen uitwerken en op basis daarvan aanbevelingen doen om het aanbod aan te passen;
  4° informatie-uitwisseling en netwerkvorming tussen de dienstverrichters bevorderen en begeleiden;
  5° studies en onderzoeken op het gebied van kinderopvang uitvoeren of in opdracht geven;
  6° bijscholingen en voortgezette opleidingen organiseren voor de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang;
  7° de Duitstalige Gemeenschap in opdracht van de Regering vertegenwoordigen in Belgische, Europese of internationale organen en samenwerkingsovereenkomsten sluiten met overheden en instellingen in het binnenland en in het buitenland;
  8° de zelfstandige onthaalouders en de zelfstandige mede-onthaalouders, in het bijzonder voordat ze hun opvangactiviteit aanvangen, begeleiden en adviseren omtrent de inrichting van de opvangruimten in overeenstemming met de wettelijke bepalingen, de uitwerking van hun pedagogische kinderopvangconcept en de juridische en fiscale randvoorwaarden;
  9° adviezen opstellen inzake erkenningen van zelfstandige onthaalouders en mede-onthaalouders of inzake het behoud, de verlenging, de wijziging, de schorsing of de intrekking van die erkenningen door de Regering;
  10° het inkomen vaststellen van de personen belast met de opvoeding van kinderen die door dienstverrichters worden opgevangen of voor wie bij de dienstverrichters opvang wordt aangevraagd en het inkomen vaststellen van de personen die tot hetzelfde gezin behoren als die personen belast met de opvoeding;
  11° pedagogisch advies voor de dienstverrichters aanbieden;
  12° inclusie in de kinderopvang bevorderen;
  13° vroegkinderlijke ontwikkeling in de kinderopvang stimuleren.
  Het centrum vervult de volgende taken als dienstverrichter:
  1° aan kinderopvang doen met toepassing van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang;
  2° innovatieve proefprojecten op het gebied van kinderopvang uitvoeren;
  3° de kwaliteit en het klachtenbeheer van de eigen dienstverrichtingen waarborgen;
  4° de kinderopvangplaatsen in het opvangaanbod van het centrum toewijzen aan de personen belast met de opvoeding.
  Bij het uitoefenen van zijn opdracht werkt het centrum nauw samen met alle partners die werkzaam zijn op het gebied van kinderopvang.
  De Regering kan het centrum met de uitvoering van aanvullende opdrachten belasten, voor zover die betrekking hebben op het takenpakket van het centrum dat in dit decreet wordt afgebakend.
Art. 6. Missions
  Le Centre assure les missions générales suivantes :
  1° informer de manière générale la population sur les mesures et les offres en matière d'accueil d'enfants;
  2° mener un travail de sensibilisation et de relations publiques en matière d'accueil d'enfants;
  3° de sa propre initiative ou à la demande du Parlement ou du Gouvernement, élaborer des analyses des besoins et des recommandations qui en découlent en vue d'adapter l'offre;
  4° promouvoir et encadrer l'échange d'informations et le travail en réseau entre les prestataires;
  5° mener ou mandater des études et des enquêtes dans le domaine de l'accueil d'enfants;
  6° organiser les formations continues des personnes actives dans l'accueil d'enfants;
  7° sur ordre du Gouvernement, assurer la représentation de la Communauté germanophone au sein d'organes belges, européens ou internationaux et conclure des conventions de coopération avec les autorités et les organismes en Belgique et à l'étranger;
  8° accompagner et conseiller les accueillants autonomes et les co-accueillants autonomes, en particulier avant le lancement de leur activité d'accueil, en ce qui concerne l'aménagement des locaux d'accueil conformément aux prescriptions légales, l'élaboration de leur concept d'accueil pédagogique ainsi que les conditions-cadres juridiques et fiscales;
  9° rendre des avis portant sur les agréations ou, selon le cas, sur le maintien, la prolongation, la modification, la suspension ou le retrait des agréations des accueillants autonomes et co-accueillants autonomes par le Gouvernement;
  10° déterminer le revenu des personnes chargées de l'éducation des enfants qui sont gardés par des prestataires ou pour lesquels une garde est demandée auprès de prestataires, ainsi que le revenu des personnes qui font partie du même ménage que ces personnes chargées de l'éducation;
  11° offrir des conseils d'ordre pédagogique aux prestataires;
  12° promouvoir l'inclusion dans l'accueil d'enfants;
  13° encourager le développement de la petite enfance dans l'accueil d'enfants.
  Le Centre assure en tant que prestataire les missions suivantes :
  1° accueillir des enfants en application du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants;
  2° réaliser des projets pilotes novateurs dans le domaine de l'accueil d'enfants;
  3° assurer la gestion de la qualité et des réclamations concernant ses propres prestations;
  4° attribuer les places d'accueil aux personnes chargées de l'éducation dans le cadre des offres d'accueil du Centre.
  Pour remplir sa mission, le Centre travaille en étroite coopération avec tous les partenaires actifs dans l'accueil d'enfants.
  Le Gouvernement peut charger le Centre d'exercer des missions complémentaires, pour autant que celles-ci concernent le champ des missions du Centre défini dans le présent décret.
Art. 7. Uitvoering van de taken
  De Regering kan nog andere raamvoorwaarden voor de uitvoering van de taken vermeld in dit hoofdstuk vastleggen, met inbegrip van eventuele procedurebepalingen.
Art. 7. Mise en oeuvre des missions
  Le Gouvernement peut fixer d'autres conditions-cadres, y compris d'éventuelles dispositions procédurales, pour l'exécution des missions mentionnées dans le présent chapitre.
HOOFDSTUK 4. - Bestuur van het centrum
CHAPITRE 4. - Gestion du Centre
Afdeling 1. - Raad van bestuur
Section 1re. - Conseil d'administration
Art. 8. Samenstelling
  De raad van bestuur van het centrum is samengesteld uit de volgende stemgerechtigde leden:
  1° twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;
  2° twee vertegenwoordigers van de interprofessionele werkgeversorganisaties die in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn;
  3° drie vertegenwoordigers van de ziekenfondsen;
  4° vier vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;
  5° een vertegenwoordiger van de gemeenten;
  6° een vertegenwoordiger van de adviescommissie vermeld in artikel 14.
  Hebben raadgevende stem in de raad van bestuur:
  1° de regeringscommissarissen vermeld in artikel 88 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap;
  2° een vertegenwoordiger van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
  3° de afgevaardigd directeur van het centrum, tenzij de raad van bestuur voor een bepaalde vergadering anders daarover beslist.
  De raad van bestuur kan ad hoc deskundigen met raadgevende stem voor zijn vergaderingen uitnodigen.
Art. 8. Composition
  Le conseil d'administration du Centre se compose des membres suivants, ayant voix délibérative :
  1° deux représentants des organisations représentatives des travailleurs;
  2° deux représentants des organisations interprofessionnelles d'employeurs ayant leur siège en région de langue allemande;
  3° trois représentants des mutualités;
  4° quatre représentants de la société civile;
  5° un représentant des communes;
  6° un représentant du Conseil consultatif mentionné à l'article 14.
  Ont voix consultative au conseil d'administration :
  1° les commissaires du Gouvernement mentionnés à l'article 88 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone;
  2° un représentant du Ministère de la Communauté germanophone;
  3° le directeur délégué du Centre, à moins que le conseil d'administration ne prenne, pour une séance déterminée, une décision contraire.
  De manière ponctuelle, le conseil d'administration peut inviter à ses séances des experts ayant voix consultative.
Art. 9. Aanwijzing van de leden
  De Regering wijst de volgende leden aan:
  1° de leden vermeld in artikel 8, eerste lid, 1°, op voordracht van de representatieve werknemersorganisaties;
  2° de leden vermeld in artikel 8, eerste lid, 2°, op voordracht van de interprofessionele werkgeversorganisaties die in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn;
  3° de leden vermeld in artikel 8, eerste lid, 3°, op voordracht van de ziekenfondsen;
  4° de leden vermeld in artikel 8, eerste lid, 4°, en tweede lid, 2°;
  5° het lid vermeld in artikel 8, eerste lid, 5°, op voordracht van de gemeenten;
  6° het lid vermeld in artikel 8, eerste lid, 6°, op voordracht van de adviescommissie;
  7° onder de leden, de voorzitter van de raad van bestuur, op voordracht van de raad van bestuur.
  Niet meer dan twee derde van de leden vermeld in artikel 8, eerste lid, mag van hetzelfde geslacht zijn.
  De hoedanigheid van lid van de raad van bestuur is niet verenigbaar met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat, van het parlement van een gemeenschap of gewest of van een regering. Bovendien mag een lid van de raad van bestuur geen provinciegouverneur of geen personeelslid van het centrum zijn, onverminderd artikel 8, tweede lid, 3°.
Art. 9. Désignation des membres
  Le Gouvernement désigne :
  1° les membres mentionnés à l'article 8, alinéa 1er, 1°, sur la proposition des organisations représentatives des travailleurs;
  2° les membres mentionnés à l'article 8, alinéa 1er, 2°, sur la proposition des organisations interprofessionnelles des employeurs ayant leur siège en région de langue allemande;
  3° les membres mentionnés à l'article 8, alinéa 1er, 3°, sur la proposition des mutualités;
  4° les membres mentionnés à l'article 8, alinéa 1er, 4°, et alinéa 2, 2°;
  5° le membre mentionné à l'article 8, alinéa 1er, 5°, sur la proposition des communes;
  6° le membre mentionné à l'article 8, alinéa 1er, 6°, sur la proposition du Conseil consultatif;
  7° parmi les membres du conseil d'administration et sur la proposition de ce dernier, le président du conseil d'administration.
  Pas plus de deux tiers des membres mentionnés à l'article 8, alinéa 1er, ne peuvent être du même sexe.
  La qualité de membre du conseil d'administration est incompatible avec celle de membre du Parlement européen, de la Chambre des représentants, du Sénat, d'un parlement communautaire ou régional ou d'un gouvernement. En outre, un membre du conseil d'administration ne peut être ni gouverneur de province, ni membre du personnel du Centre, sans préjudice de l'article 8, alinéa 2, 3°.
Art. 10. [1 § 1.]1 Duur van het mandaat
  De leden van de raad van bestuur worden aangewezen voor vijf jaar. Hun mandaat kan worden verlengd. Een lid kan niet voor twee opeenvolgende mandaten als vertegenwoordiger van de adviescommissie worden aangewezen.
  [1 § 2.]1 Het mandaat van de leden van de raad van bestuur eindigt door overlijden, vrijwillig ontslag, verval van de burgerlijke of politieke rechten, verlies van het mandaat van de verenigingen, instellingen, diensten of groeperingen die kandidaten mogen voordragen of als één van de onverenigbaarheden bepaald in artikel 9, derde lid, zich voordoet.
  [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde voordragende instanties of op voorstel van de raad van bestuur een door haar in de raad van bestuur aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
   1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
   2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
   3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
   - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
   - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
   Een afzetting overeenkomstig het tweede lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast.]1

  [1 § 3.]1 Elk lid dat de raad van bestuur vóór het verstrijken van zijn mandaat [1 verlaat of wordt afgezet]1, wordt vervangen. Het nieuwe lid doet het mandaat van zijn voorganger uit.
  [1 Een lid dat overeenkomstig § 2, tweede lid, wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van de raad van bestuur worden aangesteld voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn.]1
  
Art. 10. [1 § 1er.]1 Durée du mandat
  Les membres du conseil d'administration sont désignés pour cinq ans. Leur mandat peut être renouvelé. Un membre ne peut pas être désigné représentant du Conseil consultatif pour deux mandats successifs.
  [1 § 2.]1 Le mandat des membres du conseil d'administration prend fin en cas de décès, de démission volontaire, de déchéance des droits civils ou politiques, de la perte du mandat des associations, des organismes ou des services, voire des groupements correspondants, habilités à présenter des candidats ou si l'une des incompatibilités visées à l'article 9, alinéa 3, est constatée.
  [1 Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances de proposition prévues à l'article 9, alinéa 1er, ou sur proposition du conseil d'administration, révoquer un membre qu'il a désigné au conseil d'administration dans les conditions suivantes et à tout moment :
   1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
   2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
   3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
   - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
   - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
   Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 2 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation.]1

  [1 § 3.]1 Il est pourvu au remplacement de tout membre [1 qui a cessé de faire partie ou est révoqué]1 du conseil d'administration avant l'expiration de son mandat. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
  [1 Un membre révoqué conformément au § 2, alinéa 2, ne peut être désigné à nouveau au conseil d'administration pour la durée de mandat restante et suivante.]1
  
Art. 11. Besluitvorming
  De raad van bestuur kan rechtsgeldig beraadslagen en besluiten als meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden kan hij geldige besluiten nemen over punten die voor de tweede keer op de agenda staan.
  De besluiten van de raad van bestuur worden genomen bij absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 11. Prise de décision
  Le conseil d'administration ne peut délibérer valablement que si plus de la moitié des membres ayant voix délibérative sont présents ou représentés. Quel que soit le nombre de membres avec voix délibérative présents ou représentés, il peut prendre des décisions valables sur les points inscrits pour la deuxième fois à l'ordre du jour.
  Les décisions du conseil d'administration sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante.
Art. 12..   De raad van bestuur beschikt over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de inhoudelijke en strategische invulling en voor de organisatie en het bestuur van het centrum. Hij zorgt voor een klachtenbeheer.
  Hij kan in zijn huishoudelijk reglement vastleggen dat beslissingsbevoegdheden worden overgedragen aan de afgevaardigd directeur of aan andere personeelsleden van het centrum.
  De Regering wint het advies van de raad van bestuur in over elk ontwerp van decreet waarbij dit decreet wordt gewijzigd. De raad van bestuur is verplicht zijn advies binnen zestig dagen na de aanvraag uit te brengen, tenzij een andere termijn is overeengekomen.
Art. 12. Missions
  Le conseil d'administration dispose de toutes les compétences nécessaires à l'orientation stratégique et en matière de contenu du Centre, ainsi qu'à l'organisation et à la gestion de celui-ci. Il veille à ce qu'existe une gestion des réclamations.
  Dans son règlement d'ordre intérieur, il peut déléguer des pouvoirs décisionnels au directeur délégué ou à d'autres membres du personnel du Centre.
  Le Gouvernement demande l'avis du conseil d'administration en ce qui concerne tout projet de décret modifiant le présent décret. Le conseil d'administration a l'obligation de donner son avis dans les soixante jours suivant l'introduction de la demande, sauf si un autre délai a été convenu.
Art. 13. Huishoudelijk reglement
  De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.
Art. 13. Règlement d'ordre intérieur
  Le conseil d'administration se dote d'un règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du Gouvernement.
Afdeling 2. - Adviescommissie voor kinderopvang en meewerkende organen
Section 2. - Conseil consultatif pour l'accueil d'enfants et organes de concertation
Art. 14. Oprichting van een adviescommissie voor kinderopvang
  Er wordt een adviescommissie voor kinderopvang opgericht.
Art. 14. Création d'un Conseil consultatif pour l'accueil d'enfants
  Un Conseil consultatif pour l'accueil d'enfants est créé.
Art. 15. Samenstelling van de adviescommissie
  § 1 - De volgende leden van de adviescommissie zijn stemgerechtigd:
  1° één vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
  2° één vertegenwoordiger van [1 door de Regering bepaalde dienst die bevoegd is inzake zelfbeschikkend leven]1;
  3° één vertegenwoordiger van het Centrum voor bevorderingspedagogiek;
  4° één vertegenwoordiger van de dienstverrichters, met uitzondering van het centrum;
  5° één vertegenwoordiger van de aangesloten onthaalouders;
  6° één vertegenwoordiger van de personen van het centrum die werkzaam zijn in de kinderopvang, met uitzondering van de aangesloten onthaalouders;
  7° één vertegenwoordiger van de ouders van de kinderen die in het Duitse taalgebied worden opgevangen.
  Hebben raadgevende stem in de raad van bestuur:
  1° één vertegenwoordiger van het centrum;
  2° één vertegenwoordiger van de Regering.
  Het centrum zorgt voor de notulen van de vergaderingen van de adviescommissie.
  § 2 - De adviescommissie kiest uit haar stemgerechtigde leden een voorzitter voor de duur van het mandaat.
  § 3 - De Regering wijst de leden van de adviescommissie aan en wijst voor elk van hen een plaatsvervangend lid aan.
  De leden vermeld in § 1, eerste lid, 1° [1 en]1 3°, worden aangewezen op voordracht van hun in de adviescommissie vertegenwoordigde instelling.
  § 4 - De leden van de adviescommissie worden aangewezen voor vijf jaar. Hun mandaat kan worden verlengd.
  Ongeacht een vrijwillig ontslag kan de Regering op verzoek van de betrokken instelling het mandaat van een lid beëindigen voordat de normale duur van het mandaat verstreken is.
  Bij ontslag van een lid doet het plaatsvervangende lid het mandaat van het vertrekkende lid uit.
  § 5 - De adviescommissie kan ad hoc deskundigen met raadgevende stem voor haar vergaderingen uitnodigen.
  
Art. 15. Composition du Conseil consultatif
  § 1er - Sont membres du Conseil consultatif avec voix délibérative :
  1° un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
  2° un représentant de [1 du service désigné par le Gouvernement, compétent en matière de vie autodéterminée]1;
  3° un représentant du centre de pédagogie de soutien;
  4° un représentant des prestataires, à l'exception du Centre;
  5° un représentant des accueillants conventionnés;
  6° un représentant des personnes du Centre actives dans l'accueil d'enfants, à l'exception des accueillants conventionnés;
  7° un représentant des parents des enfants gardés en région de langue allemande.
  Ont voix consultative au Conseil consultatif :
  1° un représentant du Centre;
  2° un représentant du Gouvernement.
  Le Centre assure la rédaction des procès-verbaux relatifs aux séances du Conseil consultatif.
  § 2 - Parmi ses membres ayant voix délibérative, le Conseil consultatif élit un président pour la durée du mandat.
  § 3 - Le Gouvernement désigne les membres effectifs du Conseil consultatif et un suppléant pour chacun d'eux.
  Les membres mentionnés au § 1er, alinéa 1er, 1° [1 et]1 3°, sont désignés sur la proposition des organismes respectifs représentés au sein du Conseil consultatif.
  § 4 - Les membres du Conseil consultatif sont désignés pour cinq ans. Leur mandat peut être renouvelé.
  Nonobstant une démission volontaire, le Gouvernement peut mettre fin anticipativement au mandat d'un membre à la demande de l'organisme concerné.
  Lors de la démission d'un membre effectif, son mandat est achevé par le membre suppléant.
  § 5 - De manière ponctuelle, le Conseil consultatif peut inviter à ses séances des experts ayant voix consultative.
  
Art. 16. Taken van de adviescommissie
  De adviescommissie heeft de volgende taken:
  1° op eigen initiatief of op verzoek van de raad van bestuur advies verstrekken of aanbevelingen doen omtrent aangelegenheden die door dit decreet worden geregeld, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van andere, door de Regering opgerichte organen;
  2° op verzoek van de raad van bestuur advies verlenen over alle aangelegenheden die verband houden met de bevoegdheden inzake inhoudelijke en strategische invulling van het toepassingsgebied van het decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 16. Missions du Conseil consultatif
  Le Conseil consultatif remplit les missions suivantes :
  1° sans préjudice de la compétence d'autres organes institués par le Gouvernement, la remise d'avis ou de recommandations à propos de matières réglées par le présent décret, et ce, à la demande du conseil d'administration ou de sa propre initiative;
  2° à la demande du conseil d'administration, l'examen de toutes les matières en lien avec les compétences concernant l'orientation stratégique et relative au contenu du champ d'application du décret et de ses arrêtés d'exécution.
Art. 17. Werking van de adviescommissie
  De werking van de adviescommissie wordt geregeld in het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur dat in artikel 13 wordt vermeld. In het huishoudelijk reglement wordt in het bijzonder de bijeenroeping van de vergaderingen van de adviescommissie geregeld.
  De adviescommissie kan rechtsgeldig beraadslagen en besluiten als meer dan de helft van de aangewezen leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden kan ze geldige besluiten nemen over punten die voor de tweede keer op de agenda staan.
  De besluiten van de adviescommissie worden genomen bij absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 17. Fonctionnement du Conseil consultatif
  Le règlement d'ordre intérieur du conseil d'administration, mentionné à l'article 13, règle le fonctionnement du Conseil consultatif. Le règlement d'ordre intérieur règle notamment la convocation des séances du Conseil consultatif.
  Le Conseil consultatif ne peut délibérer valablement que si plus de la moitié des membres désignés sont présents ou représentés. Quel que soit le nombre de membres présents ou représentés, il peut prendre des décisions valables sur les points inscrits pour la deuxième fois à l'ordre du jour.
  Les décisions du Conseil consultatif sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés. En cas de parité des voix, celle du président est prépondérante.
Art. 18. Vergoedingen
  De leden van de adviescommissie ontvangen geen presentiegeld. Ze hebben recht op reiskostenvergoedingen overeenkomstig de door de Regering vastgelegde bepalingen.
Art. 18. Indemnités
  Les membres du Conseil consultatif ne perçoivent aucun jeton de présence. Ils ont droit à des indemnités de déplacement conformément aux dispositions fixées par le Gouvernement.
Art. 19. Oprichting van meewerkende organen
  De raad van bestuur kan meewerkende organen oprichten die hem bij de vervulling van zijn taken adviseren en begeleiden.
  De raad van bestuur bepaalt de samenstelling en de taken van de meewerkende organen, maar mag de bij decreet vastgelegde bevoegdheden van de raad van bestuur en van de adviescommissie daarbij niet inperken.
Art. 19. Création d'organes de concertation
  Le conseil d'administration peut créer des organes de concertation qui le conseillent et l'accompagnent dans le cadre de ses missions.
  Le conseil d'administration détermine la composition et les missions des organes de concertation, sans pour autant limiter les pouvoirs du conseil d'administration et du Conseil consultatif établis par décret.
Afdeling 3. - Afgevaardigd directeur en personeel
Section 3. - Directeur délégué et personnel
Art. 20. Benoeming
  De Regering benoemt de afgevaardigd directeur van het centrum en bepaalt zijn statuut.
Art. 20. Nomination
  Le Gouvernement nomme le directeur délégué du Centre et fixe son statut.
Art. 21..   De afgevaardigd directeur voert de besluiten van de raad van bestuur uit. Hij leidt het personeel en zorgt voor het dagelijks bestuur van het centrum binnen de perken van de volmachten die hem door het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur zijn verleend.
  De afgevaardigd directeur bereidt de vergaderingen van de raad van bestuur voor, verstrekt hem alle inlichtingen en legt hem alle voorstellen voor die voor het functioneren van het centrum nuttig zijn.
  De afgevaardigd directeur vertegenwoordigt het centrum in gerechtelijke en buitengerechtelijke aangelegenheden. Met instemming van de raad van bestuur kan hij delen van zijn bevoegdheden overdragen aan een of meer personeelsleden.
  In geval van gerechtvaardigde spoed oefent de afgevaardigd directeur de bevoegdheden van de raad van bestuur uit binnen de perken die in het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur zijn vastgelegd. Hij brengt daarover verslag uit op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur.
Art. 21. Missions
  Le directeur délégué exécute les décisions du conseil d'administration. Il dirige le personnel et veille à la gestion quotidienne du Centre dans le cadre des pouvoirs qui lui sont attribués par le règlement d'ordre intérieur du conseil d'administration.
  Le directeur délégué prépare les réunions du conseil d'administration, lui fournit toutes les informations et lui soumet toutes les propositions utiles au fonctionnement du Centre.
  Le directeur délégué représente le Centre dans les actes judiciaires et extrajudiciaires. Il peut, avec l'accord du conseil d'administration, déléguer une partie de ses pouvoirs à un ou plusieurs membres du personnel.
  En cas d'urgence motivée et dans les limites fixées par le règlement d'ordre intérieur du conseil d'administration, le directeur délégué exerce les pouvoirs de celui-ci. Il rédige un rapport qu'il remet au conseil d'administration lors de la séance suivante.
Art. 22. Pensioen
  De ambtenaren van het centrum, met inbegrip van de afgevaardigd directeur, vallen onder de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
Art. 22. Retraite
  Les agents du Centre, y compris le directeur délégué, sont soumis à la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
HOOFDSTUK 5. - Vertrouwelijkheid en bescherming van persoonsgegevens
CHAPITRE 5. - Confidentialité et protection des données
Art. 23. Vertrouwelijkheid
  Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten het centrum en alle andere personen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd werden, vertrouwelijk behandelen.
Art. 23. Confidentialité
  Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le Centre et toutes les autres personnes parties prenantes à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution sont tenus de traiter confidentiellement les données qui leur ont été confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
Art. 24. Verwerking van persoonsgegevens
  Het centrum is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in artikel 25. Het geldt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van die gegevens.
  Het centrum mag de verzamelde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan de uitvoering van zijn wettelijke en decretale opdrachten die verband houden met dit decreet.
  Het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake bescherming van persoonsgegevens.
Art. 24. Traitement des données à caractère personnel
  Le Centre est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées à l'article 25. Le Centre est réputé responsable du traitement de ces données au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données.
  Le Centre ne peut utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de ses missions légales et décrétales en lien avec le présent décret.
  La collecte et le traitement des données à caractère personnel s'opèrent dans le respect des dispositions légales applicables en matière de protection des données.
Art. 25. Gegevenscategorieën
  § 1 - Het centrum kan overeenkomstig artikel 24 de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op het doel vermeld in artikel 6, eerste lid, 6°, namelijk het organiseren van bijscholingen en voortgezette opleidingen, met betrekking tot personen die werkzaam zijn in de kinderopvang:
  1° identiteitsgegevens en contactgegevens;
  2° gegevens over het einddiploma en de opleiding.
  Het centrum kan overeenkomstig artikel 24 de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op het doel vermeld in artikel 6, eerste lid, 8°, namelijk het adviseren en begeleiden van de zelfstandige onthaalouders en de zelfstandige mede-onthaalouders voordat ze hun opvangactiviteit aanvangen, met betrekking tot die zelfstandige onthaalouders en zelfstandige mede-onthaalouders:
  1° identiteitsgegevens en contactgegevens;
  2° gegevens over de samenstelling van het gezin;
  3° gegevens over de arbeidsverhouding.
  Het centrum kan overeenkomstig artikel 24 de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op het doel vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, namelijk het opstellen van adviezen inzake de erkenningen van zelfstandige onthaalouders en mede-onthaalouders door de Regering of inzake het behoud, de verlenging, de wijziging, de schorsing of de intrekking van de erkenningen van zelfstandige onthaalouders en mede-onthaalouders door de Regering:
  1° betreffende de opgevangen kinderen of kinderen voor wie opvang wordt aangevraagd:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gezondheidsgegevens;
  e) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  f) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  2° betreffende de personen belast met de opvoeding van de kinderen vermeld in 1° en betreffende personen uit hetzelfde gezin:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  e) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  3° betreffende de zelfstandige onthaalouders en mede-onthaalouders, alsook betreffende personen die een erkenning aangevraagd en/of gekregen hebben:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin, als de kinderopvang plaatsvindt in de woning van de persoon die werkzaam is in de kinderopvang;
  d) gegevens over de arbeidsverhouding;
  e) gegevens over vroegere of andere activiteiten, zowel professioneel als niet-professioneel;
  f) gezondheidsgegevens;
  g) gegevens over politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen die niet verenigbaar zijn met kinderopvang;
  h) gerechtelijke gegevens;
  i) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  j) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  k) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  4° betreffende alle meerderjarigen die regelmatig in contact zullen komen met de opgevangen kinderen, alsook, als de kinderopvang in de woning van die personen plaatsvindt, betreffende alle meerderjarigen die tot het gezin behoren:
  a) identiteitsgegevens;
  b) gezondheidsgegevens;
  c) gerechtelijke gegevens.
  Overeenkomstig artikel 24 kan het centrum de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op het doel vermeld in artikel 6, eerste lid, 10°, namelijk het inkomen van de personen belast met de opvoeding bepalen:
  1° betreffende de opgevangen kinderen of kinderen voor wie opvang wordt aangevraagd:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gezondheidsgegevens;
  2° betreffende de personen belast met de opvoeding van de kinderen vermeld in 1° en betreffende personen uit hetzelfde gezin:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over de sociale en financiële situatie.
  Het centrum kan overeenkomstig artikel 24 de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op het doel vermeld in artikel 6, eerste lid, 11°, namelijk pedagogisch advies geven aan de dienstverrichters, met betrekking tot de personeelsleden van het centrum en de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang:
  1° identiteitsgegevens en contactgegevens;
  2° gegevens over het einddiploma en de opleiding.
  § 2 - De persoonsgegevens die in het kader van de taken vermeld in artikel 6, tweede lid, worden verwerkt, worden overeenkomstig het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang verwerkt.
  § 3 - De Regering kan de gegevenscategorieën vermeld in paragraaf 1 preciseren.
Art. 25. Catégories de données
  § 1er - Le Centre peut traiter, conformément à l'article 24, aux fins de l'objectif mentionné à l'article 6, alinéa 1er, 6°, qui est d'organiser les formations continues, les données à caractère personnel des catégories ci-après en ce qui concerne les personnes actives dans l'accueil d'enfants :
  1° les données relatives à l'identité et les données de contact;
  2° les données relatives au diplôme et à la formation.
  Le Centre peut traiter, conformément à l'article 24, aux fins de l'objectif mentionné à l'article 6, alinéa 1er, 8°, qui est de conseiller et d'accompagner les accueillants autonomes et les co-accueillants autonomes avant le lancement de leur activité d'accueil, les données à caractère personnel des catégories ci-après en ce qui concerne ces accueillants autonomes et co-accueillants autonomes :
  1° les données relatives à l'identité et les données de contact;
  2° les données relatives à la composition du ménage;
  3° les données relatives à la relation de travail.
  Le Centre peut traiter, conformément à l'article 24, aux fins de l'objectif mentionné à l'article 6, alinéa 1er, 9°, qui est de rendre des avis portant sur les agréations ou, selon le cas, sur le maintien, la prolongation, la modification, la suspension ou le retrait des agréations des accueillants autonomes et co-accueillants autonomes par le Gouvernement, les données à caractère personnel des catégories ci-après :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés ou les enfants qui font l'objet d'une demande de garde :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la santé;
  e) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  f) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  2° en ce qui concerne les personnes chargées de l'éducation des enfants mentionnés au 1° et les personnes qui font partie du même ménage que celles-ci :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  e) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  3° en ce qui concerne les accueillants autonomes et co-accueillants autonomes et, le cas échéant, les personnes qui ont demandé et/ou obtenu une agréation :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage, si l'accueil des enfants a lieu dans l'habitation de la personne active dans l'accueil d'enfants;
  d) les données relatives à la relation de travail;
  e) les données relatives aux activités professionnelles et extraprofessionnelles antérieures ou autres;
  f) les données relatives à la santé;
  g) les données relatives aux opinions politiques et aux convictions religieuses ou philosophiques qui sont incompatibles avec l'accueil d'enfants;
  h) les données judiciaires;
  i) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  j) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  k) les données relatives au diplôme et à la formation;
  4° en ce qui concerne toutes les personnes majeures qui seront régulièrement en contact avec les enfants gardés, et, si l'accueil d'enfants a lieu dans l'habitation de ces personnes, pour toutes les personnes majeures qui font partie du ménage :
  a) les données relatives à l'identité;
  b) les données relatives à la santé;
  c) les données judiciaires.
  Le Centre peut traiter, conformément à l'article 24, aux fins de l'objectif mentionné à l'article 6, alinéa 1er, 10°, qui est de déterminer le revenu des personnes chargées de l'éducation, les données à caractère personnel des catégories ci-après :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés ou les enfants qui font l'objet d'une demande de garde :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la santé;
  2° en ce qui concerne les personnes chargées de l'éducation des enfants mentionnés au 1° et les personnes qui font partie du même ménage que celles-ci :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la situation sociale et financière.
  Le Centre peut traiter, conformément à l'article 24, aux fins de l'objectif mentionné à l'article 6, alinéa 1er, 11°, qui est de fournir des conseils d'ordre pédagogique aux prestataires, les données à caractère personnel des catégories ci-après en ce qui concerne les membres du personnel du Centre et les personnes actives dans l'accueil d'enfants :
  1° les données relatives à l'identité et les données de contact;
  2° les données relatives au diplôme et à la formation.
  § 2 - Les données à caractère personnel traitées dans le cadre des missions mentionnées à l'article 6, alinéa 2, sont traitées conformément aux dispositions du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants.
  § 3 - Le Gouvernement peut préciser les catégories de données énumérées au § 1er.
Art. 26. Duur van de gegevensverwerking
  De overeenkomstig artikel 24 verwerkte gegevens mogen tot ten hoogste twee jaar na het einde van de activiteiten van de personen vermeld in artikel 25, § 1, worden bewaard in een vorm die identificatie van de betrokkenen mogelijk maakt.
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.
Art. 26. Durée du traitement des données
  Les données traitées conformément à l'article 24 peuvent être conservées au maximum deux ans après que les personnes mentionnées à l'article 25, § 1er, ont cessé leur activité, sous une forme qui permet l'identification des personnes concernées.
  Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.
Art. 27. Veiligheidsmaatregelen
  De Regering legt in voorkomend geval de nodige veiligheidsmaatregelen vast voor de verwerking van de persoonsgegevens bepaald in dit hoofdstuk.
Art. 27. Mesures de sécurité
  Le cas échéant, le Gouvernement fixe les mesures de sécurité nécessaires pour le traitement des données à caractère personnel prévu par le présent chapitre.
HOOFDSTUK 6. - Financiële bepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions financières
Art. 28. Financiële middelen van het centrum
  § 1 - Voor de uitvoering van zijn taken beschikt het centrum over de middelen die daartoe in de begroting van de Duitstalige Gemeenschap zijn uitgetrokken. Het centrum mag schenkingen en legaten aanvaarden en alle andere inkomsten ontvangen.
  Het centrum verricht zijn in dit decreet genoemde diensten binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen.
  § 2 - De gemeenten van het Duitse taalgebied betalen een jaarlijkse bijdrage van in totaal 400.000 euro aan het centrum. De verdeling van dat bedrag onder de gemeenten wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de Regering, het centrum en de gemeenten.
  Het bedrag vermeld in het eerste lid wordt jaarlijks aangepast aan het groeipercentage van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar.
  § 3 - In afwijking van artikel 12 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang kan het centrum geen binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen toegekende subsidies voor kinderopvang ontvangen.
Art. 28. Moyens financiers du Centre
  § 1er - Pour mener à bien ses missions, le Centre dispose des crédits inscrits à cette fin au budget de la Communauté germanophone. Le Centre peut accepter des dons et legs et percevoir toute autre recette.
  Les prestations du Centre mentionnées dans le présent décret sont fournies dans la limite des crédits budgétaires disponibles.
  § 2 - Les communes de la région de langue allemande versent au Centre une participation annuelle d'un montant total de 400 000 euros. La répartition de ce montant entre les communes est fixée dans un contrat conclu entre le Gouvernement, le Centre et les communes.
  Le montant mentionné à l'alinéa 1er est adapté chaque année au taux de croissance de l'indice moyen des prix à la consommation pour l'année budgétaire en question.
  § 3 - Par dérogation à l'article 12 du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, le Centre ne peut obtenir, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, de subsides en lien avec l'accueil d'enfants.
Art. 29. Vergoedingen
  De Regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen die worden toegekend aan de leden van de raad van bestuur en aan de deskundigen.
Art. 29. Indemnités
  Le Gouvernement fixe le montant des indemnités allouées aux membres du conseil d'administration ainsi qu'aux experts.
Art. 30. Beroep op de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen
  Het centrum kan de bedragen die op grond van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang moeten worden gevorderd, invorderen overeenkomstig artikel 51.1 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 30. Recours à l'administration du Service public fédéral Finances chargée de la perception et du recouvrement de créances non fiscales
  Le Centre peut recouvrer les montants à récupérer en application du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, conformément à l'article 51.1 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone.
Art. 31. Inventaris van de onroerende goederen
  De raad van bestuur stelt een inventaris op van alle onroerende goederen van het centrum, met vermelding van de herkomst en bestemming ervan. Hij bezorgt die inventaris aan de Regering.
  De Regering bepaalt de nadere regels voor het opstellen van die inventaris.
  De inventaris wordt voortdurend bijgewerkt door de raad van bestuur. Elke wijziging of aanpassing wordt jaarlijks, samen met het begrotingsvoorstel, meegedeeld aan de regeringscommissaris, die deze documenten overzendt aan de Regering.
Art. 31. Inventaire des biens immeubles
  Le conseil d'administration établit un inventaire de tous les biens immeubles du Centre, dans lequel il mentionne leur provenance et leur destination. Il transmet cet inventaire au Gouvernement.
  Le Gouvernement fixe les modalités relatives à l'établissement de cet inventaire.
  L'inventaire est actualisé en permanence par le conseil d'administration. Toute modification ou adaptation est communiquée annuellement avec la proposition budgétaire au commissaire du Gouvernement, lequel transmet ces documents au Gouvernement.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 32. Wijzigingsbepaling
  Artikel 353bis/12 van de programmawet (I) van 24 december 2002, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 32. Disposition modificative
  L'article 353bis/12 de la loi-programme (l) du 24 décembre 2002, inséré par la loi du 24 avril 2014, est abrogé.
Art. 33. Wijzigingsbepaling
  In artikel 87, § 2, van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 31 maart 2014 en 13 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 6° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een puntkomma;
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
  "7° het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap."
Art. 33. Disposition modificative
  A l'article 87, § 2, du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone, modifié par les décrets des 31 mars 2014 et 13 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 6°, les mots " développent sain " sont remplacés par les mots " développement sain ";
  2° le paragraphe est complété par un 7° rédigé comme suit :
  " 7° le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants. "
Art. 34. Wijzigingsbepaling
  Artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang wordt vervangen als volgt:
  "2° kinderopvang: de regelmatige opvang van kinderen in vastgelegde ruimten, buiten de woning van de personen belast met de opvoeding, met uitzondering van de activiteiten die vorming, onderwijs, jeugd, jeugdbijstand, cultuur, toerisme of sport als hoofddoel hebben;"
Art. 34. Disposition modificative
  Dans l'article 2, alinéa 1er, du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° accueil d'enfants : l'accueil régulier d'enfants dans des locaux déterminés se situant en dehors de l'habitation des personnes chargées de leur éducation, à l'exception des activités dont l'objectif principal est l'éducation ou l'enseignement, la jeunesse, l'aide à la jeunesse, la culture, le tourisme ou le sport; "
Art. 35. Wijzigingsbepaling
  Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid wordt het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap van rechtswege als erkend beschouwd."
Art. 35. Disposition modificative
  L'article 6 du même décret est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants est réputé agréé de plein droit. "
Art. 36. Wijzigingsbepaling
  In artikel 7, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen als volgt:
  alle meerderjarigen die regelmatig in contact zullen komen met de opgevangen kinderen dienen betreffende zichzelf en, als de kinderopvang in de woning van die personen plaatsvindt, betreffende alle meerderjarigen die tot het gezin behoren, een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in dat bewijst dat ze geen vermelding in het Strafregister hebben die hen verbiedt om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, jeugdbijstand, kinderbescherming, animatie voor minderjarigen of begeleiding van minderjarigen valt."
Art. 36. Disposition modificative
  Dans l'article 7, alinéa 1er, 1°, du même décret, la première phrase est remplacée par la phrase suivante :
  " toutes les personnes majeures qui seront régulièrement en contact avec les enfants gardés produisent pour elles-mêmes et, si l'accueil des enfants a lieu dans leur habitation, pour toutes les personnes majeures qui font partie du ménage, un extrait de casier judiciaire, conformément à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, lequel atteste que ces personnes n'ont aucune inscription au casier judiciaire qui leur interdit d'exercer une activité dans le domaine de l'éducation, de la guidance psycho-médico-sociale, de l'aide à la jeunesse, de la protection des enfants, de l'animation ou de la garde de mineurs. "
Art. 37. Wijzigingsbepaling
  In hetzelfde decreet wordt een artikel 10.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 10.1 - Sluiting wegens dringende noodzakelijkheid
  De Regering kan een kinderopvangvoorziening wegens dringende noodzakelijkheid zonder voorafgaande aanmaning of hoorzitting voorlopig of voor onbepaalde duur sluiten om één van de volgende redenen:
  1° als dat in het belang is van de volksgezondheid;
  2° als er ernstige aanwijzingen zijn dat het welzijn, de veiligheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar is;
  3° als er ernstige aanwijzingen zijn dat de toepasselijke bepalingen kennelijk geschonden worden.
  De Regering bepaalt de procedure voor de sluiting van een kinderopvangvoorziening wegens dringende noodzakelijkheid en de gevolgen voor de erkenning van de dienstverrichter."
Art. 37. Disposition modificative
  Dans le même décret, il est inséré un article 10.1 rédigé comme suit :
  " Art. 10.1 - Fermeture d'urgence
  Le Gouvernement peut fermer d'urgence un lieu d'accueil d'enfants à titre provisoire pour une durée indéterminée, sans mise en demeure ou audition préalable, pour l'une des raisons ci-après :
  1° pour des raisons de santé publique;
  2° lorsque des indices sérieux donnent à penser que le bien-être, la sécurité ou la santé des enfants sont menacés;
  3° lorsque des indices sérieux donnent à penser qu'il existe un manquement grave aux dispositions applicables.
  Le Gouvernement fixe la procédure de fermeture d'urgence d'un lieu d'accueil d'enfants et les conséquences sur l'agréation du prestataire. "
Art. 38. Wijzigingsbepaling
  In artikel 12, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2019, wordt het woord "dienstverrichters" vervangen door de woorden "dienstverrichters en het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap".
Art. 38. Disposition modificative
  Dans l'article 12, alinéa 3, du même décret, inséré par le décret du 12 décembre 2019, les mots " et le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants " sont insérés entre les mots " prestataires subsidiés " et " - fixer des critères de priorité ".
Art. 39. Wijzigingsbepaling
  Artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15 - Verwerking van persoonsgegevens
  De Regering, de dienstverrichters en de overeenkomstig artikel 17 aangewezen inspecteurs en externe deskundigen zijn, elk wat haar of hem betreft, verantwoordelijk voor de in dit decreet vermelde verwerkingen van persoonsgegevens in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, lid 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming gelden:
  1° de Regering voor het vervullen van de taken vermeld in hoofdstuk 2 en vermeld in de artikelen 12, 16 en 16.5;
  2° de dienstverrichters voor het vervullen van de taken vermeld in hoofdstuk 2 en vermeld in de artikelen 12 en 16;
  3° de inspecteurs en externe deskundigen voor het vervullen van de taken vermeld in artikel 17.
  De Regering, de dienstverrichters, de inspecteurs en de externe deskundigen mogen de verzamelde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan de uitvoering van hun wettelijke of decretale opdrachten in verband met dit decreet.
  Het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake bescherming van persoonsgegevens."
Art. 39. Disposition modificative
  L'article 15 du même décret, modifié par le décret du 15 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15 - Traitement des données à caractère personnel
  Le Gouvernement, les prestataires ainsi que les inspecteurs et experts externes désignés conformément à l'article 17 sont, au sens du règlement général sur la protection des données, respectivement responsables du traitement des données à caractère personnel mentionné dans le présent décret. Sont considérés comme responsables de ce traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données :
  1° le Gouvernement, en ce qui concerne l'exécution des missions mentionnées au chapitre 2 et aux articles 12, 16 et 16.5;
  2° les prestataires, en ce qui concerne l'exécution des missions mentionnées au chapitre 2 et aux articles 12 et 16;
  3° les inspecteurs et experts externes, en ce qui concerne l'exécution des missions mentionnées à l'article 17.
  Le Gouvernement, les prestataires, les inspecteurs et les experts externes ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de leurs missions légales ou décrétales en lien avec le présent décret.
  La collecte et le traitement des données à caractère personnel s'opèrent dans le respect des dispositions légales applicables en matière de protection des données. "
Art. 40. Wijzigingsbepaling
  In hoofdstuk 4 van hetzelfde decreet wordt een artikel 15.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15.1 - Gegevenscategorieën
  De Regering kan de volgende categorieën van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 15 verwerken met het oog op het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen overeenkomstig hoofdstuk 2, het controleren van de subsidiëringsvoorwaarden overeenkomstig artikel 12, het klachtenbeheer overeenkomstig artikel 16 en het toekennen van het attest voor belastingvermindering vermeld in artikel 16.5:
  1° betreffende de opgevangen kinderen of kinderen voor wie opvang wordt aangevraagd:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gezondheidsgegevens;
  e) gegevens over de sociale situatie;
  f) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  i) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  2° betreffende de personen belast met de opvoeding van de kinderen vermeld in 1° en betreffende personen uit hetzelfde gezin:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over de sociale en financiële situatie;
  e) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  f) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  3° betreffende derden die niet tot het gezin van de kinderen vermeld in 1° behoren, voor zover dat voor het organiseren en aanbieden van de kinderopvang noodzakelijk is: identiteitsgegevens en contactgegevens;
  4° betreffende de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang, alsook, in voorkomend geval, betreffende personen die een erkenning aangevraagd en/of gekregen hebben of zich in een wervingsprocedure bevinden:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin, als de kinderopvang plaatsvindt in de woning van de persoon die werkzaam is in de kinderopvang;
  d) gegevens over de arbeidsverhouding;
  e) gegevens over vroegere of andere activiteiten, zowel professioneel als niet-professioneel;
  f) gezondheidsgegevens;
  g) gegevens over politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen die niet verenigbaar zijn met kinderopvang;
  h) gerechtelijke gegevens;
  i) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  j) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  k) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  5° betreffende de personeelsleden van de dienstverrichters die geen personen zijn die werkzaam zijn in de kinderopvang:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  c) gegevens over de arbeidsverhouding;
  6° betreffende alle meerderjarigen die regelmatig in contact zullen komen met de opgevangen kinderen, alsook, als de kinderopvang in de woning van die personen plaatsvindt, betreffende alle meerderjarigen die tot het gezin behoren:
  a) identiteitsgegevens;
  b) gezondheidsgegevens;
  c) gerechtelijke gegevens.
  De dienstverrichters kunnen overeenkomstig artikel 15 de volgende categorieën van persoonsgegevens met het oog op de organisatie en het beheer van het aanbod aan kinderopvang overeenkomstig dit decreet verwerken:
  1° betreffende de opgevangen kinderen of kinderen voor wie opvang wordt aangevraagd:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gezondheidsgegevens;
  e) gegevens over de sociale situatie;
  f) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  i) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  2° betreffende de personen belast met de opvoeding van de kinderen vermeld in 1° en betreffende personen uit hetzelfde gezin:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over de sociale en financiële situatie;
  e) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  f) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  3° betreffende derden die niet tot het gezin van de kinderen vermeld in het eerste lid behoren, voor zover dat voor het organiseren en aanbieden van de kinderopvang noodzakelijk is: identiteitsgegevens en contactgegevens.
  De dienstverrichters kunnen overeenkomstig artikel 15 de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken om na te gaan of is voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen of behouden van een erkenning die overeenkomstig hoofdstuk 2 is aangevraagd en om de subsidievoorwaarden te controleren:
  1° betreffende de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang, alsook, in voorkomend geval, betreffende personen die een erkenning aangevraagd en/of gekregen hebben of zich in een wervingsprocedure bevinden:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin, als de kinderopvang plaatsvindt in de woning van de persoon die werkzaam is in de kinderopvang;
  d) gegevens over de arbeidsverhouding;
  e) gegevens over vroegere en andere activiteiten, zowel professioneel als niet-professioneel;
  f) gezondheidsgegevens;
  g) gegevens over politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen die niet verenigbaar zijn met kinderopvang;
  h) gerechtelijke gegevens;
  i) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  j) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  k) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  2° betreffende personeelsleden die geen personen zijn die werkzaam zijn in de kinderopvang:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  c) gegevens over de arbeidsverhouding;
  3° betreffende alle meerderjarigen die regelmatig in contact zullen komen met de opgevangen kinderen, alsook, als de kinderopvang in de woning van die personen plaatsvindt, betreffende alle meerderjarigen die tot het gezin behoren:
  a) identiteitsgegevens;
  b) gezondheidsgegevens;
  c) gerechtelijke gegevens.
  De overeenkomstig artikel 17 aangewezen inspecteurs en externe deskundigen kunnen overeenkomstig artikel 15 volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken met het oog op de begeleiding, advisering en controle bedoeld in artikel 17:
  1° betreffende de opgevangen kinderen of kinderen voor wie opvang wordt aangevraagd:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gezondheidsgegevens;
  e) gegevens over de sociale situatie;
  f) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  i) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  2° betreffende de personen belast met de opvoeding van de kinderen vermeld in 1° en betreffende personen uit hetzelfde gezin:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over de sociale en financiële situatie;
  e) gegevens ter bepaling van de behoefte aan dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  f) gegevens over de benutting van dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  g) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  h) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  3° betreffende derden die niet tot het gezin van de kinderen vermeld in het eerste lid behoren, voor zover dat voor het organiseren en aanbieden van de kinderopvang noodzakelijk is: identiteitsgegevens en contactgegevens;
  4° betreffende de personeelsleden van de dienstverrichters die geen personen zijn die werkzaam zijn in de kinderopvang:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  5° betreffende de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang, alsook, in voorkomend geval, betreffende personen die een erkenning aangevraagd en/of gekregen hebben of zich in een wervingsprocedure bevinden:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) het rijksregisternummer;
  c) gegevens over de samenstelling van het gezin;
  d) gegevens over de arbeidsverhouding;
  e) gegevens over de gezondheid van de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang;
  f) gegevens over politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen van de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang, die niet verenigbaar zijn met kinderopvang;
  g) gerechtelijke gegevens over de personen die werkzaam zijn in de kinderopvang;
  h) gegevens over het crisismanagement bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  i) gegevens over het klachtenbeheer bij dienstverlening op het gebied van kinderopvang;
  j) gegevens over het einddiploma en de opleiding;
  k) gegevens over de woonplaats, als de kinderopvang plaatsvindt in de woning van de persoon die werkzaam is in de kinderopvang;
  6° betreffende alle meerderjarigen die regelmatig in contact zullen komen met de opgevangen kinderen, alsook, als de kinderopvang in de woning van die personen plaatsvindt, betreffende alle meerderjarigen die tot het gezin behoren:
  a) identiteitsgegevens;
  b) gezondheidsgegevens;
  c) gerechtelijke gegevens.
  De Regering kan de gegevenscategorieën vermeld in het eerste tot vierde lid preciseren."
Art. 40. Disposition modificative
  Dans le chapitre 4 du même décret, il est inséré un article 15.1 rédigé comme suit :
  " Art. 15.1 - Catégories de données
  Le Gouvernement peut traiter, conformément à l'article 15, aux fins de l'octroi, de la suspension et du retrait des agréations, conformément au chapitre 2, du contrôle des conditions de subventionnement, conformément à l'article 12, de la gestion des plaintes, conformément à l'article 16, et de la délivrance de l'attestation en vue de la réduction fiscale mentionnée à l'article 16.5, les données à caractère personnel des catégories suivantes :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés ou les enfants qui font l'objet d'une demande de garde :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la santé;
  e) les données relatives à la situation sociale;
  f) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  i) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  2° en ce qui concerne les personnes chargées de l'éducation des enfants mentionnés au 1° et les personnes qui font partie du même ménage que celles-ci :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la situation sociale et financière;
  e) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  f) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  3° en ce qui concerne les tiers qui ne font pas partie du même ménage que les enfants mentionnés au 1°, dans la mesure où cela est nécessaire pour organiser et garantir l'accueil d'enfants : les données relatives à l'identité et les données de contact;
  4° en ce qui concerne les personnes actives dans l'accueil d'enfants ainsi que, le cas échéant, les personnes ayant demandé et/ou obtenu une agréation ou se trouvant dans une procédure d'engagement :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage, si l'accueil des enfants a lieu dans l'habitation de la personne active dans l'accueil d'enfants;
  d) les données relatives à la relation de travail;
  e) les données relatives aux activités professionnelles et extraprofessionnelles antérieures ou autres;
  f) les données relatives à la santé;
  g) les données relatives aux opinions politiques et aux convictions religieuses ou philosophiques qui sont incompatibles avec l'accueil d'enfants;
  h) les données judiciaires;
  i) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  j) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  k) les données relatives au diplôme et à la formation;
  5° en ce qui concerne les membres du personnel des prestataires qui ne sont pas des personnes actives dans l'accueil d'enfants :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives au diplôme et à la formation;
  c) les données relatives à la relation de travail;
  6° en ce qui concerne toutes les personnes majeures qui seront régulièrement en contact avec les enfants gardés, et, si l'accueil d'enfants a lieu dans l'habitation de ces personnes, pour toutes les personnes majeures qui font partie du ménage :
  a) les données relatives à l'identité;
  b) les données relatives à la santé;
  c) les données judiciaires.
  Les prestataires peuvent traiter, conformément à l'article 15, aux fins de l'organisation et de la gestion de l'offre d'accueil d'enfants conformément aux dispositions du présent décret, les données à caractère personnel des catégories suivantes :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés ou les enfants qui font l'objet d'une demande de garde :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la santé;
  e) les données relatives à la situation sociale;
  f) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  i) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  2° en ce qui concerne les personnes chargées de l'éducation des enfants mentionnés au 1° et les personnes qui font partie du même ménage que celles-ci :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la situation sociale et financière;
  e) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  f) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  3° en ce qui concerne les tiers qui ne font pas partie du même ménage que les enfants mentionnés à l'alinéa 1er, dans la mesure où cela est nécessaire pour organiser et garantir l'accueil d'enfants : les données relatives à l'identité et les données de contact.
  Les prestataires peuvent traiter, conformément à l'article 15, aux fins du contrôle du respect des conditions d'obtention ou de maintien de l'agréation demandée conformément au chapitre 2 et du contrôle des conditions de subventionnement, les données à caractère personnel des catégories suivantes :
  1° en ce qui concerne les personnes actives dans l'accueil d'enfants ainsi que, le cas échéant, les personnes ayant demandé et/ou obtenu une agréation ou se trouvant dans une procédure d'engagement :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage, si l'accueil des enfants a lieu dans l'habitation de la personne active dans l'accueil d'enfants;
  d) les données relatives à la relation de travail;
  e) les données relatives aux activités professionnelles et extraprofessionnelles antérieures ou autres;
  f) les données relatives à la santé;
  g) les données relatives aux opinions politiques et aux convictions religieuses ou philosophiques qui sont incompatibles avec l'accueil d'enfants;
  h) les données judiciaires;
  i) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  j) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  k) les données relatives au diplôme et à la formation;
  2° en ce qui concerne les membres du personnel qui ne sont pas des personnes actives dans l'accueil d'enfants :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives au diplôme et à la formation;
  c) les données relatives à la relation de travail;
  3° en ce qui concerne toutes les personnes majeures qui seront régulièrement en contact avec les enfants gardés et, si l'accueil d'enfants a lieu dans l'habitation de ces personnes, pour toutes les personnes majeures qui font partie du ménage :
  a) les données relatives à l'identité;
  b) les données relatives à la santé;
  c) les données judiciaires.
  Les inspecteurs et experts externes désignés conformément à l'article 17 peuvent traiter, conformément à l'article 15, aux fins de l'encadrement, du conseil et du contrôle effectués conformément à l'article 17, les données à caractère personnel des catégories suivantes :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés ou les enfants qui font l'objet d'une demande de garde :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la santé;
  e) les données relatives à la situation sociale;
  f) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  i) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  2° en ce qui concerne les personnes chargées de l'éducation des enfants mentionnés au 1° et les personnes qui font partie du même ménage que celles-ci :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la situation sociale et financière;
  e) les données relatives à la détermination des services nécessaires en matière d'accueil d'enfants;
  f) les données relatives à l'utilisation de services en matière d'accueil d'enfants;
  g) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  3° en ce qui concerne les tiers qui ne font pas partie du même ménage que les enfants mentionnés à l'alinéa 1er, dans la mesure où cela est nécessaire pour organiser et garantir l'accueil d'enfants : les données relatives à l'identité et les données de contact;
  4° en ce qui concerne les membres du personnel des prestataires qui ne sont pas des personnes actives dans l'accueil d'enfants :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives au diplôme et à la formation;
  5° en ce qui concerne les personnes actives dans l'accueil d'enfants ainsi que, le cas échéant, les personnes ayant demandé et/ou obtenu une agréation ou se trouvant dans une procédure d'engagement :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) le numéro de registre national;
  c) les données relatives à la composition du ménage;
  d) les données relatives à la relation de travail;
  e) les données relatives à la santé des personnes actives dans l'accueil d'enfants;
  f) les données relatives aux opinions politiques et aux convictions religieuses ou philosophiques des personnes actives dans l'accueil d'enfants, qui sont incompatibles avec l'accueil d'enfants;
  g) les données judiciaires relatives aux personnes actives dans l'accueil d'enfants;
  h) les données relatives à la gestion de situations de crise lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  i) les données relatives à la gestion des plaintes lorsque sont prestés des services en matière d'accueil d'enfants;
  j) les données relatives au diplôme et à la formation;
  k) les données relatives au lieu de résidence, si l'accueil des enfants a lieu dans l'habitation de la personne active dans l'accueil d'enfants;
  6° en ce qui concerne toutes les personnes majeures qui seront régulièrement en contact avec les enfants gardés et, si l'accueil d'enfants a lieu dans l'habitation de ces personnes, pour toutes les personnes majeures qui font partie du ménage :
  a) les données relatives à l'identité;
  b) les données relatives à la santé;
  c) les données judiciaires.
  Le Gouvernement peut préciser les catégories de données mentionnées aux alinéas 1er à 4. "
Art. 41. Wijzigingsbepaling
  In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 15.2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15.2 - Duur van de gegevensverwerking
  De overeenkomstig artikel 15.1 verwerkte gegevens mogen tot ten hoogste tien jaar na beëindiging van de kinderopvang worden bewaard in een vorm die identificatie van de betrokkenen mogelijk maakt.
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd."
Art. 41. Disposition modificative
  Dans le même chapitre, il est inséré un article 15.2 rédigé comme suit :
  " Art. 15.2 - Durée du traitement des données
  Les données traitées conformément à l'article 15.1 peuvent être conservées au maximum dix ans après la cessation de l'accueil d'enfants, sous une forme qui permet l'identification des personnes concernées.
  Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai. "
Art. 42. Wijzigingsbepaling
  In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 15.3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15.3 - Veiligheidsmaatregelen
  De Regering legt in voorkomend geval de nodige veiligheidsmaatregelen vast voor de verwerking van de persoonsgegevens bepaald in dit hoofdstuk."
Art. 42. Disposition modificative
  Dans le même chapitre, il est inséré un article 15.3 rédigé comme suit :
  " Art. 15.3 - Mesures de sécurité
  Le cas échéant, le Gouvernement fixe les mesures de sécurité nécessaires pour le traitement des données à caractère personnel prévu par le présent chapitre. "
Art. 43. Wijzigingsbepaling
  In artikel 16.2, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 4° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° een vertegenwoordiger van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap."
Art. 43. Disposition modificative
  A l'article 16.2, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 2 mars 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 4°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° l'alinéa est complété par un 5° rédigé comme suit :
  " 5° un représentant du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants. "
Art. 44. Wijzigingsbepaling
  Artikel 28/13 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 44. Disposition modificative
  L'article 28/13 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, inséré par l'arrêté royal du 24 avril 2014, est abrogé.
Art. 45. Overgangsbepaling
  § 1 - De personeelsleden van de vereniging zonder winstoogmerk Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung die zich op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit decreet in een arbeidsverhouding met die vzw bevinden, worden bij het centrum in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst op basis van een aanbod van het centrum.
  In afwijking van het eerste lid bestaan de volgende mogelijkheden voor de aangesloten onthaalouders die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit decreet op basis van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang toegelaten zijn: op basis van een aanbod van het centrum bij het centrum in dienst worden genomen met een arbeidsovereenkomst of in opdracht van het centrum als aangesloten onthaalouder werken.
  § 2 - Met behoud van de toepassing van de rechtspositionele bepalingen die de Regering heeft vastgelegd op basis van artikel 102 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap, ontvangen de personeelsleden vermeld in § 1, eerste lid, in dat geval minstens het bezoldigingspakket dat ze hadden op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 45. Disposition transitoire
  § 1er - Les membres du personnel de l'association sans but lucratif Centre régional pour l'accueil de la petite enfance qui, au moment de l'entrée en vigueur du décret, se trouvent dans une relation de travail avec cette association sont engagés sous contrat auprès du Centre sur la base d'une offre correspondante du Centre.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les accueillants conventionnés qui, au moment de l'entrée en vigueur du décret, sont agréés en vertu du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants sont, sur la base d'une offre correspondante du Centre, ou bien engagés sous contrat auprès du Centre ou bien travaillent pour le compte du Centre en tant qu'accueillants conventionnés.
  § 2 - Sans préjudice des dispositions statutaires fixées par le Gouvernement en vertu de l'article 102 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone, les membres du personnel mentionnés au § 1er, alinéa 1er, conservent en ce cas au moins la rémunération qu'ils avaient au moment de l'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 46. Overgangsbepaling
  De crèches, de locaties voor buitenschoolse opvang en de diensten voor onthaalouders van de vereniging zonder winstoogmerk Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het decreet erkend zijn op grond van de artikelen 7 en 8 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang, behouden hun erkenning, onverminderd dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 46. Disposition transitoire
  Les crèches, lieux d'accueil extrascolaire et services d'accueillants d'enfants de l'association sans but lucratif Centre régional pour l'accueil de la petite enfance agréés au moment de l'entrée en vigueur du décret conformément aux articles 7 et 8 du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants restent agréés sans préjudice des dispositions de ce décret et de ses arrêtés d'exécution.
Art. 47. Inwerkingtreding
  Dit decreet treedt in werking op een door de Regering te bepalen datum, met uitzondering van de artikelen 1 tot 5, de artikelen 8 tot 27, artikel 33, artikel 36 en artikel 45, die in werking treden op 1 juni 2023.
Art. 47. Entrée en vigueur
  Le présent décret entre en vigueur à une date devant être fixée par le Gouvernement, à l'exception des articles 1er à 5, 8 à 27, 33, 36 et 45, qui entrent en vigueur le 1er juin 2023.