Artikel 1. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. De leden van de Vlaamse Regering beschikken over een kabinet dat bestaat uit stafleden en ondersteunende personeelsleden.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 DECEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering
Titre
15 DECEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1er. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Les membres du Gouvernement flamand disposent d'un cabinet composé de cadres et de personnel d'appui. ".
" Art. 3. Les membres du Gouvernement flamand disposent d'un cabinet composé de cadres et de personnel d'appui. ".
Art. 2. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 januari 2010 en 22 mei 2015, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 6. § 1. Voor de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in artikel 1, kunnen de volgende personeelsleden worden ingezet:
1° bij het kabinet van de minister-president:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de minister-president;
b) één kabinetschef, belast met de inhoudelijke beleidsmateries van de minister-president;
c) één woordvoerder;
d) één protocolverantwoordelijke;
e) één institutioneel raadgever;
f) één kabinetssecretaris;
g) negen raadgevers algemeen beleid;
h) één begrotingsraadgever;
2° bij het kabinet van een viceminister-president:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de viceminister-president;
b) één kabinetschef, belast met inhoudelijke beleidsmateries van de viceminister-president;
c) één woordvoerder;
d) één kabinetssecretaris;
e) negen raadgevers;
f) één begrotingsraadgever;
3° bij het kabinet van de andere Vlaamse ministers:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet;
b) één woordvoerder;
c) één kabinetssecretaris;
d) één begrotingsraadgever.
§ 2. Naast de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen 112 inhoudelijke raadgevers ingezet worden in de kabinetten in functie van de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering.
De inhoudelijke raadgevers worden toegewezen op basis van inhoudelijke structuurelementen overeenkomstig de tabel die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kunnen twaalf personeelsleden verdeeld toegewezen worden aan een Vlaams minister in functie van de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering.
§ 3. De minister-president en de viceminister-presidenten kunnen aan vijf raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen.
De andere Vlaamse ministers kunnen aan twee raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen. In functie van een correcte vervulling van de toegewezen bevoegdheden kan een minister, mits toelating van de minister-president bijkomend één raadgever de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen.
Elk lid van de Vlaamse Regering kan, mits toelating van de minister-president, één raadgever belasten met een bijzondere en tijdelijke opdracht van een dergelijk niveau, dat de gelijkstelling van deze functie met de rang van kabinetschef toegelaten is.
"Art. 6. § 1. Voor de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in artikel 1, kunnen de volgende personeelsleden worden ingezet:
1° bij het kabinet van de minister-president:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de minister-president;
b) één kabinetschef, belast met de inhoudelijke beleidsmateries van de minister-president;
c) één woordvoerder;
d) één protocolverantwoordelijke;
e) één institutioneel raadgever;
f) één kabinetssecretaris;
g) negen raadgevers algemeen beleid;
h) één begrotingsraadgever;
2° bij het kabinet van een viceminister-president:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de viceminister-president;
b) één kabinetschef, belast met inhoudelijke beleidsmateries van de viceminister-president;
c) één woordvoerder;
d) één kabinetssecretaris;
e) negen raadgevers;
f) één begrotingsraadgever;
3° bij het kabinet van de andere Vlaamse ministers:
a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet;
b) één woordvoerder;
c) één kabinetssecretaris;
d) één begrotingsraadgever.
§ 2. Naast de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen 112 inhoudelijke raadgevers ingezet worden in de kabinetten in functie van de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering.
De inhoudelijke raadgevers worden toegewezen op basis van inhoudelijke structuurelementen overeenkomstig de tabel die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kunnen twaalf personeelsleden verdeeld toegewezen worden aan een Vlaams minister in functie van de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering.
§ 3. De minister-president en de viceminister-presidenten kunnen aan vijf raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen.
De andere Vlaamse ministers kunnen aan twee raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen. In functie van een correcte vervulling van de toegewezen bevoegdheden kan een minister, mits toelating van de minister-president bijkomend één raadgever de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen.
Elk lid van de Vlaamse Regering kan, mits toelating van de minister-president, één raadgever belasten met een bijzondere en tijdelijke opdracht van een dergelijk niveau, dat de gelijkstelling van deze functie met de rang van kabinetschef toegelaten is.
Art. 2. L'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 janvier 2010 et 22 mai 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6. § 1er. Pour l'exercice des attributions énumérées à l'article 1er, on peut faire appel aux membres du personnel suivants :
1° au cabinet du ministre-président :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du ministre-président ;
b) un chef de cabinet chargé des matières politiques de fond du ministre-président ;
c) un porte-parole ;
d) un responsable du protocole ;
e) un conseiller institutionnel ;
f) un secrétaire de cabinet ;
g) neuf conseillers de politique générale ;
h) un conseiller budgétaire ;
2° au cabinet d'un vice-ministre-président :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du vice-ministre-président ;
b) un chef de cabinet chargé de matières politiques de fond du vice-ministre-président ;
c) un porte-parole ;
d) un secrétaire de cabinet ;
e) neuf conseillers ;
f) un conseiller budgétaire ;
3° au cabinet des autres ministres flamands :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet ;
b) un porte-parole ;
c) un secrétaire de cabinet ;
d) un conseiller budgétaire.
§ 2. Outre les membres du personnel visés au paragraphe 1er, 112 conseillers de fond peuvent être déployés aux cabinets en fonction de la répartition des compétences au sein du Gouvernement flamand.
Les conseillers de fond sont attribués sur la base des éléments structurels de fond conformément au tableau figurant à l'annexe jointe au présent arrêté.
Sans préjudice des dispositions des alinéas 1er et 2, douze membres du personnel peuvent être attribués à un ministre flamand en fonction de la répartition des compétences au sein du Gouvernement flamand.
§ 3. Le ministre-président et les vice-ministres-présidents peuvent confier à cinq conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint.
Les autres ministres flamands peuvent confier à deux conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint. En fonction d'un accomplissement correct des compétences attribuées, un ministre peut en outre confier à un conseiller la fonction de chef de cabinet adjoint, moyennant l'autorisation du ministre-président.
Moyennant l'autorisation du ministre-président, chaque membre du Gouvernement flamand peut conférer à un conseiller une mission spéciale et temporaire d'un niveau tel que l'équivalence de cette fonction avec le rang de chef de cabinet est autorisée.
" Art. 6. § 1er. Pour l'exercice des attributions énumérées à l'article 1er, on peut faire appel aux membres du personnel suivants :
1° au cabinet du ministre-président :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du ministre-président ;
b) un chef de cabinet chargé des matières politiques de fond du ministre-président ;
c) un porte-parole ;
d) un responsable du protocole ;
e) un conseiller institutionnel ;
f) un secrétaire de cabinet ;
g) neuf conseillers de politique générale ;
h) un conseiller budgétaire ;
2° au cabinet d'un vice-ministre-président :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du vice-ministre-président ;
b) un chef de cabinet chargé de matières politiques de fond du vice-ministre-président ;
c) un porte-parole ;
d) un secrétaire de cabinet ;
e) neuf conseillers ;
f) un conseiller budgétaire ;
3° au cabinet des autres ministres flamands :
a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet ;
b) un porte-parole ;
c) un secrétaire de cabinet ;
d) un conseiller budgétaire.
§ 2. Outre les membres du personnel visés au paragraphe 1er, 112 conseillers de fond peuvent être déployés aux cabinets en fonction de la répartition des compétences au sein du Gouvernement flamand.
Les conseillers de fond sont attribués sur la base des éléments structurels de fond conformément au tableau figurant à l'annexe jointe au présent arrêté.
Sans préjudice des dispositions des alinéas 1er et 2, douze membres du personnel peuvent être attribués à un ministre flamand en fonction de la répartition des compétences au sein du Gouvernement flamand.
§ 3. Le ministre-président et les vice-ministres-présidents peuvent confier à cinq conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint.
Les autres ministres flamands peuvent confier à deux conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint. En fonction d'un accomplissement correct des compétences attribuées, un ministre peut en outre confier à un conseiller la fonction de chef de cabinet adjoint, moyennant l'autorisation du ministre-président.
Moyennant l'autorisation du ministre-président, chaque membre du Gouvernement flamand peut conférer à un conseiller une mission spéciale et temporaire d'un niveau tel que l'équivalence de cette fonction avec le rang de chef de cabinet est autorisée.
Art. 3. In hoofdstuk II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 januari 2010, 10 februari 2012 en 22 mei 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° afdeling 3 tot en met 5, die bestaan uit artikel 7 tot en met 12, worden vervangen door wat volgt:
"Afdeling 3. Ondersteunende personeelsleden
1° afdeling 3 tot en met 5, die bestaan uit artikel 7 tot en met 12, worden vervangen door wat volgt:
"Afdeling 3. Ondersteunende personeelsleden
Art. 3. Au chapitre II du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 janvier 2010, 10 février 2012 et 22 mai 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° les sections 3 à 5, comprenant les articles 7 à 12, sont remplacées par ce qui suit :
" Section 3. Membres du personnel d'appui
1° les sections 3 à 5, comprenant les articles 7 à 12, sont remplacées par ce qui suit :
" Section 3. Membres du personnel d'appui
Art. 7. Bij het kabinet van de minister-president en de viceminister-presidenten bestaat het ondersteunend personeel uit maximaal veertien personeelsleden.
Bij het kabinet van de andere Vlaamse ministers bestaat het ondersteunend personeel uit maximaal negen ondersteunende personeelsleden.
Bij het kabinet van de andere Vlaamse ministers bestaat het ondersteunend personeel uit maximaal negen ondersteunende personeelsleden.
Art. 7. Le personnel d'appui au cabinet du ministre-président et des vice-ministres-présidents est composé de quatorze membres du personnel au maximum.
Le personnel d'appui au cabinet des autres ministres flamands est composé de neuf membres du personnel d'appui au maximum.
Le personnel d'appui au cabinet des autres ministres flamands est composé de neuf membres du personnel d'appui au maximum.
Art. 8. Binnen de perken van de kabinetsbegroting kunnen de leden van de Vlaamse Regering een functie van ondersteunend personeelslid omzetten in een functie van staflid.
Art. 8. Dans les limites du budget du cabinet, les membres du Gouvernement flamand peuvent transposer une fonction de membre du personnel d'appui en une fonction de cadre.
Art. 9. Voor het vervullen van facilitaire ondersteunende taken, zoals schoonmaak, onthaal, catering, verzending, ICT, economaat en vervoer, kunnen de leden van de Vlaamse Regering een beroep doen op personeelsleden uit de Vlaamse administratie, in overleg met de betrokken leidend ambtenaar en in overeenstemming met de bepalingen van het Vlaams Personeelsstatuut.
Art. 9. Pour l'accomplissement de tâches d'appui techniques, telles que le nettoyage, l'accueil, la restauration, l'expédition, les TIC, l'économat et le transport, les membres du Gouvernement flamand peuvent faire appel aux membres du personnel de l'administration flamande, en concertation avec le fonctionnaire dirigeant concerné et conformément aux dispositions du Statut du personnel flamand.
Afdeling 4. Tijdelijke ondersteuning uittredende ministers
Section 4. Soutien temporaire des ministres sortants
Art. 10. Bij het kabinet van de minister-president wordt een cel opgericht waarbij per uittredend lid van de Vlaamse Regering dat geen ministeriële functie meer uitoefent, noch deel uitmaakt van een wetgevende vergadering, in een medewerker wordt voorzien gedurende maximaal twee jaar te rekenen vanaf de datum van het beëindigen van de functie in de Vlaamse Regering.
Het salaris van de medewerker van een uittredend lid van de Vlaamse Regering mag de salarisschaal A212 niet overschrijden.
De medewerkers van deze cel maken deel uit van het kabinet van de minister-president, maar worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal stafleden en leden van het ondersteunend personeel waarover de minister-president volgens artikel 6, § 1, 1°, en artikel 7, eerste lid, kan beschikken.";
2° artikel 11 en 12 worden opgeheven.
Het salaris van de medewerker van een uittredend lid van de Vlaamse Regering mag de salarisschaal A212 niet overschrijden.
De medewerkers van deze cel maken deel uit van het kabinet van de minister-president, maar worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal stafleden en leden van het ondersteunend personeel waarover de minister-president volgens artikel 6, § 1, 1°, en artikel 7, eerste lid, kan beschikken.";
2° artikel 11 en 12 worden opgeheven.
Art. 10. Au cabinet du ministre-président, il est créé une cellule dans laquelle est prévu, par membre sortant du Gouvernement flamand qui n'exerce plus de fonction ministérielle, ni fait partie d'une assemblée législative, un collaborateur pendant au maximum deux ans à compter de la date de cessation de la fonction au sein du Gouvernement flamand.
Le traitement d'un collaborateur d'un membre sortant du Gouvernement flamand ne peut pas dépasser l'échelle de traitement A212.
Les membres de cette cellule font partie du cabinet du ministre-président, mais ne sont pas pris en compte pour le calcul du nombre de cadres et de membres de personnel d'appui dont le ministre-président peut disposer conformément à l'article 6, § 1er, 1°, et l'article 7, alinéa 1er. " ;
2° les articles 11 et 12 sont abrogés.
Le traitement d'un collaborateur d'un membre sortant du Gouvernement flamand ne peut pas dépasser l'échelle de traitement A212.
Les membres de cette cellule font partie du cabinet du ministre-président, mais ne sont pas pris en compte pour le calcul du nombre de cadres et de membres de personnel d'appui dont le ministre-président peut disposer conformément à l'article 6, § 1er, 1°, et l'article 7, alinéa 1er. " ;
2° les articles 11 et 12 sont abrogés.
Art. 4. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. Le même arrêté est complété par une annexe qui est jointe au présent arrêté.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de datum van de beëdiging van de Vlaamse Regering na de eerstvolgende volledige vernieuwing van het Vlaams Parlement.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de la prestation de serment du Gouvernement flamand après le renouvellement intégral suivant du Parlement flamand.
Art. 6. De minister-president van de Vlaamse Regering is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre-président du Gouvernement flamand est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-01-2024, p. 2910)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 05-01-2024, p. 2916)