Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 NOVEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de plaatsing van digitale meters, de wijziging van enkele premies, de wijziging van artikel 7.9.2/0/16 en de oprichting van een online platform voor het faciliteren van tegemoetkomingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik, het rationeel energiebeheer en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen
Titre
17 NOVEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, en ce qui concerne l'installation de compteurs numériques, la modification de certaines primes, la modification de l'article 7.9.2/0/16 et la création d'une plateforme en ligne facilitant les interventions visant à promouvoir l'utilisation rationnelle de l'énergie, la gestion rationnelle de l'énergie et l'utilisation de sources d'énergie renouvelables
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010
CHAPITRE 1er. - Modification de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010
Artikel 1. In artikel 3.1.52, § 1, vijfde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, wordt de zin "Bij aanmelding van nieuwe decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA, bijkomende installaties, of een uitbreiding van bestaande installaties vanaf 1 oktober 2021 worden de digitale meters geplaatst binnen de negentig dagen na de aanmelding van de nieuwe installatie, bijkomende installatie of uitbreiding van de bestaande installatie." vervangen door de zinnen "Bij aanmelding van nieuwe decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA, bijkomende installaties, of een uitbreiding van bestaande installaties vanaf 1 oktober 2021 worden de digitale meters geplaatst binnen de negentig dagen na de aanmelding van de nieuwe installatie, bijkomende installatie of uitbreiding van de bestaande installatie, behoudens ingeval naast de plaatsing van de digitale meter een aanpassing aan de aansluiting noodzakelijk blijkt of een wijziging of aanpassing van de meterlocatie dient te gebeuren. In die laatste gevallen worden de digitale meters geplaatst binnen de honderdtachtig dagen. De termijn waarbinnen de digitale meter geplaatst moet worden, wordt in hoofde van de netbeheerder geschorst indien de netbeheerder de prosument in gebreke stelt voor de weigering van de digitale meter door de prosument.".
Article 1er. Dans l'article 3.1.52, § 1er, alinéa 5 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, la phrase " En cas d'enregistrement de nouvelles installations de production décentrale d'une capacité de CA de 10 kVA, d'installations supplémentaires, ou d'une extension d'installations existantes à partir du 1 octobre 2021, les compteurs numériques sont installés dans les nonante jours après l'enregistrement de la nouvelle installation, de l'installation supplémentaire ou de l'extension de l'installation existante. " est remplacée par les phrases " En cas d'enregistrement de nouvelles installations de production décentrale d'une puissance CA de 10 kVA maximum, d'installations supplémentaires ou d'une extension d'installations existantes à partir du 1er octobre 2021, les compteurs numériques sont installés dans les nonante jours après l'enregistrement de la nouvelle installation, de l'installation supplémentaire ou de l'extension de l'installation existante, sauf si, en plus de l'installation du compteur numérique, une adaptation du raccordement ou une modification ou adaptation de l'emplacement du compteur s'avère nécessaire. Dans ces derniers cas, les compteurs numériques sont installés dans les cent quatre-vingts jours. Le délai dans lequel le compteur numérique doit être installé est suspendu dans le chef du gestionnaire de réseau si celui-ci met en demeure le prosommateur en raison du refus par ce dernier du compteur numérique. ".
Art. 2. In artikel 6.4.1/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, vervangen bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 en 4 februari 2022 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het zesde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
2° in het zevende lid wordt punt 1° opgeheven.
1° in het zesde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
2° in het zevende lid wordt punt 1° opgeheven.
Art. 2. A l'article 6.4.1/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011, remplacé par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2022 et 4 février 2022 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 6, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 7, le point 1° est abrogé.
1° dans l'alinéa 6, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 7, le point 1° est abrogé.
Art. 3. In artikel 6.4.1/1/2, § 1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 december 2022 en 17 februari 2023, wordt de volgende rij opgeheven:
"
"
Art. 3. Dans l'article 6.4.1/1/2, § 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 décembre 2022 et 17 février 2023, la ligne suivante est abrogée :
"
"
| 1/1/2024 - 31/12/2024 | 75 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 37,50 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen. |
".
| 1/1/2024 - 31/12/2024 | 75 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 37,50 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés. |
".
Art. 4. In artikel 6.4.1/1/4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, wordt de datum "1 april 2024" vervangen door de zinsnede "een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum".
Art. 4. Dans l'article 6.4.1/1/4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, le membre de phrase " du 1er avril 2024 " est remplacé par les mots " d'une date à déterminer par le ministre flamand compétent pour l'énergie ".
Art. 5. In artikel 6.4.1/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 mei 2022 en 2 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
2° in het vierde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
3° in het vijfde lid wordt punt 1° opgeheven.
1° in het derde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
2° in het vierde lid worden de woorden "tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "en aanvragen ingediend tot en met 31 december 2025";
3° in het vijfde lid wordt punt 1° opgeheven.
Art. 5. A l'article 6.4.1/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 mai 2022 et 2 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
3° dans l'alinéa 5, le point 1° est abrogé.
1° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " et aux demandes introduites jusqu'au 31 décembre 2025 " ;
3° dans l'alinéa 5, le point 1° est abrogé.
Art. 6. In artikel 6.4.1/5/2, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vijfde lid wordt de datum "31 maart 2024" vervangen door de datum "31 december 2025";
2° in het vijfde lid worden de woorden "die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023" telkens vervangen door de woorden "die dateert vanaf 1 januari 2022";
3° in het zevende lid worden de woorden "die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "die dateert vanaf 1 januari 2022";
4° in het achtste lid wordt de datum "31 december 2025" vervangen door de datum "30 september 2027";
5° in het achtste lid wordt de datum "31 maart 2026" vervangen door de datum "31 december 2027".
1° in het vijfde lid wordt de datum "31 maart 2024" vervangen door de datum "31 december 2025";
2° in het vijfde lid worden de woorden "die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023" telkens vervangen door de woorden "die dateert vanaf 1 januari 2022";
3° in het zevende lid worden de woorden "die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023" vervangen door de woorden "die dateert vanaf 1 januari 2022";
4° in het achtste lid wordt de datum "31 december 2025" vervangen door de datum "30 september 2027";
5° in het achtste lid wordt de datum "31 maart 2026" vervangen door de datum "31 december 2027".
Art. 6. A l'article 6.4.1/5/2, § 3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 5, la date " 31 mars 2024 " est remplacée par la date " 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " ;
3° dans l'alinéa 7, le membre de phrase " datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " ;
4° dans l'alinéa 8, la date " 31 décembre 2025 " est remplacée par la date " 30 septembre 2027 " ;
5° dans l'alinéa 8, la date " 31 mars 2026 " est remplacée par la date " 31 décembre 2027 ".
1° dans l'alinéa 5, la date " 31 mars 2024 " est remplacée par la date " 31 décembre 2025 " ;
2° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " ;
3° dans l'alinéa 7, le membre de phrase " datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " ;
4° dans l'alinéa 8, la date " 31 décembre 2025 " est remplacée par la date " 30 septembre 2027 " ;
5° dans l'alinéa 8, la date " 31 mars 2026 " est remplacée par la date " 31 décembre 2027 ".
Art. 7. In artikel 6.4.1/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, wordt de zinsnede ", en uiterlijk tot en met 30 juni 2024" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 6.4.1/8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, le membre de phrase " , et au plus tard jusqu'au 30 juin 2024 " est abrogé.
Art. 8. In artikel 6.4.1/9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, wordt de zinsnede ", en uiterlijk tot en met 30 juni 2024," opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 6.4.1/9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, le membre de phrase " , et au plus tard jusqu'au 30 juin 2024, " est abrogé.
Art. 9. In artikel 6.4.1/9/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, wordt de zinsnede ", en uiterlijk tot en met 30 juni 2024" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 6.4.1/9/1, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, le membre de phrase " , et au plus tard jusqu'au 30 juin 2024 " est abrogé.
Art. 10. Aan artikel 7.9.2/0/12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° de particulieren, niet-commerciële instellingen en coöperatieve vennootschappen en verenigingen van mede-eigenaars, vermeld in artikel 7.9.2/0/8, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, van dit besluit, voor de investering in een nieuwe op een dak geplaatste fotovoltaïsche installatie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer van 10 kVA; voor zover ze voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2 en 9 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten en de hoogten van de premies, trajectbegeleidingen en collectieve renovatieprojecten, vermeld in artikelen 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 en 12.3.29 van het Energiebesluit van 19 november 2010.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "In afwijking van artikel 6.4.1/1/2 van dit besluit en met behoud van toepassing van het eerste lid, 1°, " vervangen door de zinsnede "In afwijking van het eerste lid, 4°, ";
3° in het vijfde lid wordt de zinsnede "In afwijking van het derde lid kan de verbouwlening alleen worden toegekend voor investeringen als vermeld in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 en 6.4.1/5/1 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "In afwijking van het vierde lid kan de verbouwlening alleen worden toegekend voor investeringen als vermeld in het eerste lid, 4°, en in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 en 6.4.1/5/1 van dit besluit".
1° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° de particulieren, niet-commerciële instellingen en coöperatieve vennootschappen en verenigingen van mede-eigenaars, vermeld in artikel 7.9.2/0/8, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, van dit besluit, voor de investering in een nieuwe op een dak geplaatste fotovoltaïsche installatie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer van 10 kVA; voor zover ze voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2 en 9 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten en de hoogten van de premies, trajectbegeleidingen en collectieve renovatieprojecten, vermeld in artikelen 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 en 12.3.29 van het Energiebesluit van 19 november 2010.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "In afwijking van artikel 6.4.1/1/2 van dit besluit en met behoud van toepassing van het eerste lid, 1°, " vervangen door de zinsnede "In afwijking van het eerste lid, 4°, ";
3° in het vijfde lid wordt de zinsnede "In afwijking van het derde lid kan de verbouwlening alleen worden toegekend voor investeringen als vermeld in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 en 6.4.1/5/1 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "In afwijking van het vierde lid kan de verbouwlening alleen worden toegekend voor investeringen als vermeld in het eerste lid, 4°, en in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 en 6.4.1/5/1 van dit besluit".
Art. 10. l'article 7.9.2/0/12 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° aux particuliers, organismes non commerciaux, sociétés coopératives et associations de copropriétaires, figurant à l'article 7.9.2/0/8, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8° du présent arrêté, pour l'investissement dans une nouvelle installation photovoltaïque installée sur un toit avec une puissance CA du transformateur de 10 kVA maximum, pour autant qu'elle remplisse les conditions énoncées aux articles 2 et 9 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 fixant les modalités, exigences techniques et montants des primes, accompagnements de parcours et projets de rénovation collective, visés aux articles 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 et 12.3.29 de l'Arrêté sur l'énergie du 19 novembre 2010. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " Par dérogation à l'article 6.4.1/1/2 du présent arrêté et sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, 1°, " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, " ;
3° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 3, le prêt rénovation ne peut être octroyé pour des investissements tels que visés aux articles 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 et 6.4.1/5/1 du présent arrêté " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 4, le prêt rénovation ne peut être octroyé pour les investissements visés à l'alinéa 1er, 4°, et à l'article 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 et 6.4.1/5/1 du présent arrêté ".
1° l'alinéa 1er est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° aux particuliers, organismes non commerciaux, sociétés coopératives et associations de copropriétaires, figurant à l'article 7.9.2/0/8, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8° du présent arrêté, pour l'investissement dans une nouvelle installation photovoltaïque installée sur un toit avec une puissance CA du transformateur de 10 kVA maximum, pour autant qu'elle remplisse les conditions énoncées aux articles 2 et 9 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 fixant les modalités, exigences techniques et montants des primes, accompagnements de parcours et projets de rénovation collective, visés aux articles 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 et 12.3.29 de l'Arrêté sur l'énergie du 19 novembre 2010. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " Par dérogation à l'article 6.4.1/1/2 du présent arrêté et sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, 1°, " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, " ;
3° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 3, le prêt rénovation ne peut être octroyé pour des investissements tels que visés aux articles 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 et 6.4.1/5/1 du présent arrêté " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa 4, le prêt rénovation ne peut être octroyé pour les investissements visés à l'alinéa 1er, 4°, et à l'article 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 et 6.4.1/5/1 du présent arrêté ".
Art. 11. Aan artikel 7.9.2/0/16 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Met behoud van toepassing van het vierde lid, kan de ontlener ook zelf de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1/1 tot en met 6.4.1/1/3 en artikel 6.4.1/3 tot en met 6.4.1/5/2, van dit besluit, en de tegemoetkomingen, die zijn berekend conform artikel 5.191 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, aanvragen. In dat geval worden de toegekende premies en tegemoetkomingen rechtstreeks aangewend als een vervroegde terugbetaling van de verbouwlening. Indien de premies of tegemoetkomingen niet rechtstreeks worden aangewend als een vervroegde terugbetaling van de verbouwlening, zal het energiehuis deze premie of tegemoetkoming terugvorderen in overeenstemming met artikel 76, tweede lid, 2°, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. De administratieve, invorderings- en gerechtskosten die hiermee gepaard gaan zijn ten laste van de kredietnemer en worden door het energiehuis bij de kredietnemer ingevorderd.".
"Met behoud van toepassing van het vierde lid, kan de ontlener ook zelf de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1/1 tot en met 6.4.1/1/3 en artikel 6.4.1/3 tot en met 6.4.1/5/2, van dit besluit, en de tegemoetkomingen, die zijn berekend conform artikel 5.191 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, aanvragen. In dat geval worden de toegekende premies en tegemoetkomingen rechtstreeks aangewend als een vervroegde terugbetaling van de verbouwlening. Indien de premies of tegemoetkomingen niet rechtstreeks worden aangewend als een vervroegde terugbetaling van de verbouwlening, zal het energiehuis deze premie of tegemoetkoming terugvorderen in overeenstemming met artikel 76, tweede lid, 2°, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. De administratieve, invorderings- en gerechtskosten die hiermee gepaard gaan zijn ten laste van de kredietnemer en worden door het energiehuis bij de kredietnemer ingevorderd.".
Art. 11. L'article 7.9.2/0/16 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa 4, l'emprunteur peut également demander lui-même les primes visées aux articles 6.4.1/1/1 à 6.4.1/1/3 et aux articles 6.4.1/3 à 6.4.1/5/2 du présent arrêté, et les interventions calculées conformément à l'article 5.191 de l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021 pour les travaux énumérés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 7°, de l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021. Dans ce cas, les primes et interventions accordées sont utilisées directement comme remboursement anticipé du prêt rénovation. Si les primes ou interventions ne sont pas utilisées directement comme remboursement anticipé du prêt rénovation, la maison de l'énergie récupérera cette prime ou intervention conformément à l'article 76, alinéa 2, 2°, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. Les frais administratifs, de recouvrement et de justice associés sont à la charge de l'emprunteur et sont recouvrés par la maison de l'énergie auprès de ce dernier. ".
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa 4, l'emprunteur peut également demander lui-même les primes visées aux articles 6.4.1/1/1 à 6.4.1/1/3 et aux articles 6.4.1/3 à 6.4.1/5/2 du présent arrêté, et les interventions calculées conformément à l'article 5.191 de l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021 pour les travaux énumérés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 7°, de l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021. Dans ce cas, les primes et interventions accordées sont utilisées directement comme remboursement anticipé du prêt rénovation. Si les primes ou interventions ne sont pas utilisées directement comme remboursement anticipé du prêt rénovation, la maison de l'énergie récupérera cette prime ou intervention conformément à l'article 76, alinéa 2, 2°, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. Les frais administratifs, de recouvrement et de justice associés sont à la charge de l'emprunteur et sont recouvrés par la maison de l'énergie auprès de ce dernier. ".
Art. 12. In artikel 7.12.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2019 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, 1°, wordt de zinsnede "buiten de stedelijke centra die zijn vastgesteld conform artikel 2 van het koninklijk besluit tot vaststelling van de toepassingsmodaliteiten van de wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid" opgeheven;
2° in paragraaf 2, 3°, wordt de zinsnede "van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2023" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 oktober 2018";
3° aan paragraaf 2 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° er wordt voor het op te richten appartementsgebouw of de op te richten woning niet voorzien in een aansluiting op het aardgasdistributienet. Reeds bestaande aansluitingen op het aardgasdistributienet worden niet opnieuw geactiveerd.";
4° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Met behoud van toepassing van het eerste lid, wordt, indien het af te breken residentiële gebouw, niet-residentiële gebouw of industriële gebouw een bouwjaar ouder dan 2001 en een grondoppervlakte of een gecombineerde grondoppervlakte van minstens 20m2 heeft of indien de af te breken residentiële gebouwen, niet-residentiële gebouwen of industriële gebouwen een bouwjaar ouder dan 2001 en een grondoppervlakte of een gecombineerde grondoppervlakte van minstens 20m2 hebben, al het asbesthoudend materiaal voorafgaand geïnventariseerd via een asbestinventarisattest of een sloopopvolgingsplan dat conform is verklaard door een erkende sloopbeheerorganisatie, en op basis hiervan gescheiden ingezameld voor verwerking conform de regelgeving.";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "tot en met 31 december 2023" opgeheven;
6° in paragraaf 4 worden de woorden "en niet later dan 30 juni 2024" opgeheven;
7° in paragraaf 4, 6°, wordt de zinsnede "het 6% btw-tarief" vervangen door de zinsnede "het btw-tarief lager dan 21%";
8° aan paragraaf 4 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° het asbestinventarisattest, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, van het af te breken gebouw, of de conformiteitsverklaring van het sloopopvolgingsplan, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 4.3 van hetzelfde decreet, van het af te breken gebouw.";
9° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "een btw-verlaging naar 6 procent" telkens vervangen door de zinsnede "een btw-verlaging van minder dan 21%".
1° in paragraaf 2, 1°, wordt de zinsnede "buiten de stedelijke centra die zijn vastgesteld conform artikel 2 van het koninklijk besluit tot vaststelling van de toepassingsmodaliteiten van de wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid" opgeheven;
2° in paragraaf 2, 3°, wordt de zinsnede "van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2023" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 oktober 2018";
3° aan paragraaf 2 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° er wordt voor het op te richten appartementsgebouw of de op te richten woning niet voorzien in een aansluiting op het aardgasdistributienet. Reeds bestaande aansluitingen op het aardgasdistributienet worden niet opnieuw geactiveerd.";
4° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Met behoud van toepassing van het eerste lid, wordt, indien het af te breken residentiële gebouw, niet-residentiële gebouw of industriële gebouw een bouwjaar ouder dan 2001 en een grondoppervlakte of een gecombineerde grondoppervlakte van minstens 20m2 heeft of indien de af te breken residentiële gebouwen, niet-residentiële gebouwen of industriële gebouwen een bouwjaar ouder dan 2001 en een grondoppervlakte of een gecombineerde grondoppervlakte van minstens 20m2 hebben, al het asbesthoudend materiaal voorafgaand geïnventariseerd via een asbestinventarisattest of een sloopopvolgingsplan dat conform is verklaard door een erkende sloopbeheerorganisatie, en op basis hiervan gescheiden ingezameld voor verwerking conform de regelgeving.";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "tot en met 31 december 2023" opgeheven;
6° in paragraaf 4 worden de woorden "en niet later dan 30 juni 2024" opgeheven;
7° in paragraaf 4, 6°, wordt de zinsnede "het 6% btw-tarief" vervangen door de zinsnede "het btw-tarief lager dan 21%";
8° aan paragraaf 4 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° het asbestinventarisattest, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, van het af te breken gebouw, of de conformiteitsverklaring van het sloopopvolgingsplan, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 4.3 van hetzelfde decreet, van het af te breken gebouw.";
9° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "een btw-verlaging naar 6 procent" telkens vervangen door de zinsnede "een btw-verlaging van minder dan 21%".
Art. 12. A l'article 7.12.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2019 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, 1°, le membre de phrase " en dehors des centres urbains établis conformément à l'article 2 de l'arrêté royal précisant les modalités d'application de la loi déterminant les conditions auxquelles les autorités locales peuvent bénéficier d'une aide financière de l'Etat dans le cadre de la politique urbaine " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, 3°, le membre de phrase " dans la période du 1er octobre 2018 au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " après le 1er octobre 2018 " ;
3° le paragraphe 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° aucun raccordement au réseau de distribution de gaz naturel n'est prévu pour l'immeuble d'appartements ou le logement à construire. Les raccordements existants au réseau de distribution de gaz naturel ne sont pas réactivés. " ;
4° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, si l'année de construction du ou des bâtiments résidentiels, du ou des bâtiments non résidentiels ou du ou des bâtiments industriels à démolir est antérieure à 2001 et que leur superficie de terrain, combinée ou non, est d'au moins 20 m2, tous les matériaux contenant de l'amiante sont préalablement inventoriés au moyen d'un certificat d'inventaire de l'amiante ou d'un plan de suivi de la démolition déclaré conforme par un organisme de gestion de la démolition reconnu et, sur cette base, sont collectés séparément en vue d'être traités conformément à la réglementation. " ;
5° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " à partir du 1er janvier 2021 " ;
6° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " et au plus tard le 30 juin 2024 " est abrogé ;
7° dans le paragraphe 4, 6°, le membre de phrase " du taux de T.V.A. de 6 % " est remplacé par le membre de phrase " du taux de T.V.A. inférieur à 21 % " ;
8° le paragraphe 4 est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° le certificat d'inventaire de l'amiante, figurant au chapitre 3, section 6 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, du bâtiment à démolir, ou la déclaration de conformité du plan de suivi de la démolition, figurant au chapitre 4, section 4.3 du même décret, du bâtiment à démolir. " ;
9° dans le paragraphe 7, le membre de phrase " taux réduit de 6 % " est remplacé par le membre de phrase " taux réduit inférieur à 21 % ".
1° dans le paragraphe 2, 1°, le membre de phrase " en dehors des centres urbains établis conformément à l'article 2 de l'arrêté royal précisant les modalités d'application de la loi déterminant les conditions auxquelles les autorités locales peuvent bénéficier d'une aide financière de l'Etat dans le cadre de la politique urbaine " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, 3°, le membre de phrase " dans la période du 1er octobre 2018 au 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " après le 1er octobre 2018 " ;
3° le paragraphe 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° aucun raccordement au réseau de distribution de gaz naturel n'est prévu pour l'immeuble d'appartements ou le logement à construire. Les raccordements existants au réseau de distribution de gaz naturel ne sont pas réactivés. " ;
4° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, si l'année de construction du ou des bâtiments résidentiels, du ou des bâtiments non résidentiels ou du ou des bâtiments industriels à démolir est antérieure à 2001 et que leur superficie de terrain, combinée ou non, est d'au moins 20 m2, tous les matériaux contenant de l'amiante sont préalablement inventoriés au moyen d'un certificat d'inventaire de l'amiante ou d'un plan de suivi de la démolition déclaré conforme par un organisme de gestion de la démolition reconnu et, sur cette base, sont collectés séparément en vue d'être traités conformément à la réglementation. " ;
5° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2023 " est remplacé par le membre de phrase " à partir du 1er janvier 2021 " ;
6° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " et au plus tard le 30 juin 2024 " est abrogé ;
7° dans le paragraphe 4, 6°, le membre de phrase " du taux de T.V.A. de 6 % " est remplacé par le membre de phrase " du taux de T.V.A. inférieur à 21 % " ;
8° le paragraphe 4 est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° le certificat d'inventaire de l'amiante, figurant au chapitre 3, section 6 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, du bâtiment à démolir, ou la déclaration de conformité du plan de suivi de la démolition, figurant au chapitre 4, section 4.3 du même décret, du bâtiment à démolir. " ;
9° dans le paragraphe 7, le membre de phrase " taux réduit de 6 % " est remplacé par le membre de phrase " taux réduit inférieur à 21 % ".
Art. 13. Aan het opschrift van titel X van hetzelfde besluit worden de woorden "en platformen over energiedata" toegevoegd.
Art. 13. L'intitulé du titre X du même arrêté est complété par les mots " et plateformes de données énergétiques ".
Art. 14. In titel X van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022, wordt vóór artikel 10.1.1 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk I. Verstrekking van gegevens aan het VEKA".
"Hoofdstuk I. Verstrekking van gegevens aan het VEKA".
Art. 14. Dans l'intitulé X du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022, il est inséré avant l'article 10.1.1 un intitulé, rédigé comme suit :
" Chapitre Ier. Fourniture de données à la VEKA ".
" Chapitre Ier. Fourniture de données à la VEKA ".
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt vóór artikel 10.1.12 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk II. Databank voor energiegebruik en energieproductie".
"Hoofdstuk II. Databank voor energiegebruik en energieproductie".
Art. 15. Dans le même arrêté, avant l'article 10.1.12, il est inséré un intitulé, rédigé comme suit :
" Chapitre II. Banque de données de la consommation et de la production d'énergie ".
" Chapitre II. Banque de données de la consommation et de la production d'énergie ".
Art. 16. Aan titel X van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022, wordt een hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 10.1.13 en 10.1.14, toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk III. Online platform voor het faciliteren van tegemoetkomingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik, het rationeel energiebeheer en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
"Hoofdstuk III. Online platform voor het faciliteren van tegemoetkomingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik, het rationeel energiebeheer en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
Art. 16. Le titre X du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022, est complété par un chapitre III, comprenant les articles 10.1.13 et 10.1.14, rédigé comme suit :
" Chapitre III. Plateforme en ligne pour faciliter les interventions visant à promouvoir l'utilisation rationnelle de l'énergie, la gestion rationnelle de l'énergie et l'utilisation de sources d'énergie renouvelables
" Chapitre III. Plateforme en ligne pour faciliter les interventions visant à promouvoir l'utilisation rationnelle de l'énergie, la gestion rationnelle de l'énergie et l'utilisation de sources d'énergie renouvelables
Art. 10.1.13. § 1. Er wordt binnen het uniek loket, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, een online platform opgericht voor het faciliteren van de aanvraag of het toekennen van de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 6.4.1/4, 6.4.1/8 en 7.9.2/1, § 1, 5°.
Het platform, vermeld in het eerste lid, is toegankelijk voor:
1° de aanvrager van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid;
2° de lasthebber van die aanvrager, vermeld in punt 1° ;
3° de energiehuizen.
§ 2. Om de voorwaarden die het recht openen op een of meer tegemoetkomingen als vermeld in paragraaf 1, te controleren, kunnen de categorieën van persoonsgegevens vermeld in artikel 12.6.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 worden verwerkt.
§ 3. Binnen het online platform worden alle redelijke maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, juist zijn en, als dat nodig is, geactualiseerd worden. Persoonsgegevens als vermeld in paragraaf 2, die onjuist zijn, worden onmiddellijk gewist of verbeterd.
De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, binnen het platform is noodzakelijk voor de behandeling, verwerking en uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1.
Het platform, vermeld in het eerste lid, is toegankelijk voor:
1° de aanvrager van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid;
2° de lasthebber van die aanvrager, vermeld in punt 1° ;
3° de energiehuizen.
§ 2. Om de voorwaarden die het recht openen op een of meer tegemoetkomingen als vermeld in paragraaf 1, te controleren, kunnen de categorieën van persoonsgegevens vermeld in artikel 12.6.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 worden verwerkt.
§ 3. Binnen het online platform worden alle redelijke maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, juist zijn en, als dat nodig is, geactualiseerd worden. Persoonsgegevens als vermeld in paragraaf 2, die onjuist zijn, worden onmiddellijk gewist of verbeterd.
De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, binnen het platform is noodzakelijk voor de behandeling, verwerking en uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1.
Art. 10.1.13. § 1er. Une plateforme en ligne est mise en place au sein du guichet unique, visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'Arrêté Code flamand du Logement de 2021, en vue de faciliter la demande ou l'octroi des interventions visées aux articles 6.4.1/4, 6.4.1/8 et 7.9.2/1, § 1er, 5°.
La plateforme prévue à l'alinéa 1er est accessible :
1° aux demandeurs des interventions visées à l'alinéa 1er ;
2° aux mandataires des demandeurs visés au point 1° ;
3° aux maisons de l'énergie.
§ 2. Aux fins du contrôle des conditions régissant le droit à une ou plusieurs interventions, figurant au paragraphe 1er, les catégories de données à caractère personnel figurant à l'article 12.6.1 du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 peuvent être traitées.
§ 3. Au sein de la plateforme en ligne, toutes les mesures raisonnables sont prises afin de garantir que les données à caractère personnel, visées au paragraphe 2, sont exactes et, au besoin, mises à jour. Les données à caractère personnel, figurant au paragraphe 2, qui sont inexactes sont immédiatement supprimées ou corrigées.
Le traitement des données à caractère personnel, figurant au paragraphe 2, au sein de la plateforme est nécessaire à l'examen, au traitement et au paiement des interventions visées au paragraphe 1er.
La plateforme prévue à l'alinéa 1er est accessible :
1° aux demandeurs des interventions visées à l'alinéa 1er ;
2° aux mandataires des demandeurs visés au point 1° ;
3° aux maisons de l'énergie.
§ 2. Aux fins du contrôle des conditions régissant le droit à une ou plusieurs interventions, figurant au paragraphe 1er, les catégories de données à caractère personnel figurant à l'article 12.6.1 du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 peuvent être traitées.
§ 3. Au sein de la plateforme en ligne, toutes les mesures raisonnables sont prises afin de garantir que les données à caractère personnel, visées au paragraphe 2, sont exactes et, au besoin, mises à jour. Les données à caractère personnel, figurant au paragraphe 2, qui sont inexactes sont immédiatement supprimées ou corrigées.
Le traitement des données à caractère personnel, figurant au paragraphe 2, au sein de la plateforme est nécessaire à l'examen, au traitement et au paiement des interventions visées au paragraphe 1er.
Art. 10.1.14. § 1. De aanvraag van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1° en 6.4.1/8, eerste lid, wordt ingediend via het online platform, vermeld in artikel 10.1.13. De aanvraag van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 7.9.2/1, 5°, kan worden ingediend via het online platform, vermeld in artikel 10.1.13.
Nadat de toekenningsvoorwaarden voor de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, via het online platform, vermeld in artikel 10.1.13 van dit besluit, gecontroleerd zijn, met toepassing van artikel 22, lid 4, van de algemene verordening gegevensbescherming, ontvangt de aanvrager prompt een beslissing die de tegemoetkoming, waarop de aanvraag betrekking had, toekent of weigert. De aanvrager ontvangt ook het overzicht van de gegevens waarmee de ontvankelijkheid van de aanvraag is gecontroleerd.
Als de aanvrager recht heeft op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1°, en 6.4.1/8, eerste lid, wordt de ontvankelijke aanvraag geregistreerd in de systemen van de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij. Daarna gaan de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij over tot de toekenning van de tegemoetkoming aan de begunstigde, conform paragraaf 2. Als de aanvrager recht heeft op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 7.9.2/1, § 1, 5°, wordt de ontvankelijke aanvraag geregistreerd in de systemen van de energiehuizen. Daarna gaan de energiehuizen over tot de toekenning van de tegemoetkoming aan de begunstigde, conform paragraaf 2.
Als de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager het niet eens is met het overzicht, vermeld in het tweede lid, kan die binnen dertig dagen nadat die dat overzicht heeft ontvangen met een elektronisch formulier dat via het platform ter beschikking wordt gesteld, beroep instellen. Binnen dertig dagen nadat de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager het voormelde beroep heeft ingediend, wordt de beslissing in beroep bezorgd aan de aanvrager via het platform met een elektronisch bericht of met een brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
De aanvrager of de lasthebber van de aanvrager kan een beslissing tot weigering van de tegemoetkoming, vermeld in het tweede lid, betwisten door binnen dertig dagen een elektronisch formulier in te vullen dat via het platform ter beschikking wordt gesteld. Binnen dertig dagen nadat het beroep is ingediend, wordt de weigering bevestigd, of wordt de aangepaste beslissing met het gecorrigeerde overzicht van de gegevens aan de aanvrager bezorgd via het platform met een elektronisch bericht of met een brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
Als de aanvrager binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag via het platform geen beslissing tot weigering of de tegemoetkoming heeft ontvangen, kan de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager binnen dertig dagen na die termijn van drie maanden beroep aantekenen tegen het stilzitten met een elektronisch formulier dat via het platform ter beschikking wordt gesteld. Binnen dertig dagen nadat het beroep is ingediend, ontvangt de aanvrager een beslissing die de tegemoetkoming, bevestigt of weigert. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
§ 2. Het VEKA en de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij zijn beiden afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken, die belast zijn met de behandeling en de verwerking van de aanvragen van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1°, en 6.4.1/8, eerste lid.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij staan in voor de toekenning van de voormelde tegemoetkomingen. De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij vorderen de onterecht uitbetaalde tegemoetkomingen terug.
Als tegemoetkomingen als vermeld in het eerste lid, die zijn uitgekeerd, worden teruggevorderd, gelden de volgende specifieke regelingen:
1° de teruggevorderde tegemoetkomingen waarvoor een vergoeding is toegekend conform artikel 6.4.1/12 van dit besluit, worden met toepassing van artikel 3.2.1, § 2, 2°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 toegewezen aan het Energiefonds;
2° de teruggevorderde tegemoetkomingen waarvoor geen vergoeding is toegekend als vermeld punt 1°, worden toegewezen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder die is aangewezen voor het geografische gebied waar het gebouw ligt waarvoor de teruggevorderde tegemoetkoming is uitgekeerd.
Het VEKA wordt, conform artikel 13.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, belast met de controle op de taken, vermeld in artikel 6.4.1/4 en 6.4.1/8, die uitgevoerd zijn door de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij.
De verdeling van de taken tussen het VEKA en de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij wordt verder gedetailleerd vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
§ 3. Het VEKA is de verwerkingsverantwoordelijke die belast is met de behandeling en de verwerking van de aanvragen van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 7.9.2/1, § 1, 5°.
De energiehuizen staan in voor de toekenning van de voormelde tegemoetkomingen.
Het VEKA wordt, conform artikel 11.1.6, belast met de controle op de taken die uitgevoerd zijn door de energiehuizen.
De verdeling van de taken tussen het VEKA en de energiehuizen wordt verder gedetailleerd vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.".
Nadat de toekenningsvoorwaarden voor de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, via het online platform, vermeld in artikel 10.1.13 van dit besluit, gecontroleerd zijn, met toepassing van artikel 22, lid 4, van de algemene verordening gegevensbescherming, ontvangt de aanvrager prompt een beslissing die de tegemoetkoming, waarop de aanvraag betrekking had, toekent of weigert. De aanvrager ontvangt ook het overzicht van de gegevens waarmee de ontvankelijkheid van de aanvraag is gecontroleerd.
Als de aanvrager recht heeft op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1°, en 6.4.1/8, eerste lid, wordt de ontvankelijke aanvraag geregistreerd in de systemen van de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij. Daarna gaan de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij over tot de toekenning van de tegemoetkoming aan de begunstigde, conform paragraaf 2. Als de aanvrager recht heeft op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 7.9.2/1, § 1, 5°, wordt de ontvankelijke aanvraag geregistreerd in de systemen van de energiehuizen. Daarna gaan de energiehuizen over tot de toekenning van de tegemoetkoming aan de begunstigde, conform paragraaf 2.
Als de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager het niet eens is met het overzicht, vermeld in het tweede lid, kan die binnen dertig dagen nadat die dat overzicht heeft ontvangen met een elektronisch formulier dat via het platform ter beschikking wordt gesteld, beroep instellen. Binnen dertig dagen nadat de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager het voormelde beroep heeft ingediend, wordt de beslissing in beroep bezorgd aan de aanvrager via het platform met een elektronisch bericht of met een brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
De aanvrager of de lasthebber van de aanvrager kan een beslissing tot weigering van de tegemoetkoming, vermeld in het tweede lid, betwisten door binnen dertig dagen een elektronisch formulier in te vullen dat via het platform ter beschikking wordt gesteld. Binnen dertig dagen nadat het beroep is ingediend, wordt de weigering bevestigd, of wordt de aangepaste beslissing met het gecorrigeerde overzicht van de gegevens aan de aanvrager bezorgd via het platform met een elektronisch bericht of met een brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
Als de aanvrager binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag via het platform geen beslissing tot weigering of de tegemoetkoming heeft ontvangen, kan de aanvrager of de lasthebber van de aanvrager binnen dertig dagen na die termijn van drie maanden beroep aantekenen tegen het stilzitten met een elektronisch formulier dat via het platform ter beschikking wordt gesteld. Binnen dertig dagen nadat het beroep is ingediend, ontvangt de aanvrager een beslissing die de tegemoetkoming, bevestigt of weigert. De beslissing in beroep bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
§ 2. Het VEKA en de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij zijn beiden afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken, die belast zijn met de behandeling en de verwerking van de aanvragen van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1°, en 6.4.1/8, eerste lid.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij staan in voor de toekenning van de voormelde tegemoetkomingen. De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij vorderen de onterecht uitbetaalde tegemoetkomingen terug.
Als tegemoetkomingen als vermeld in het eerste lid, die zijn uitgekeerd, worden teruggevorderd, gelden de volgende specifieke regelingen:
1° de teruggevorderde tegemoetkomingen waarvoor een vergoeding is toegekend conform artikel 6.4.1/12 van dit besluit, worden met toepassing van artikel 3.2.1, § 2, 2°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 toegewezen aan het Energiefonds;
2° de teruggevorderde tegemoetkomingen waarvoor geen vergoeding is toegekend als vermeld punt 1°, worden toegewezen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder die is aangewezen voor het geografische gebied waar het gebouw ligt waarvoor de teruggevorderde tegemoetkoming is uitgekeerd.
Het VEKA wordt, conform artikel 13.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, belast met de controle op de taken, vermeld in artikel 6.4.1/4 en 6.4.1/8, die uitgevoerd zijn door de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij.
De verdeling van de taken tussen het VEKA en de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij wordt verder gedetailleerd vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
§ 3. Het VEKA is de verwerkingsverantwoordelijke die belast is met de behandeling en de verwerking van de aanvragen van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 7.9.2/1, § 1, 5°.
De energiehuizen staan in voor de toekenning van de voormelde tegemoetkomingen.
Het VEKA wordt, conform artikel 11.1.6, belast met de controle op de taken die uitgevoerd zijn door de energiehuizen.
De verdeling van de taken tussen het VEKA en de energiehuizen wordt verder gedetailleerd vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.".
Art. 10.1.14. § 1er. La demande d'une intervention telle que visée aux articles 6.4.1/4, alinéa 2, 1° et 6.4.1/8, alinéa 1er, est introduite via la plateforme en ligne prévue à l'article 10.1.13. La demande d'une intervention telle que visée à l'article 7.9.2/1, 5°, peut être introduite via la plateforme en ligne prévue à l'article 10.1.13.
Après contrôle des conditions d'octroi des interventions, figurant à l'alinéa 1er, via la plateforme en ligne prévue à l'article 10.1.13 du présent arrêté, en application de l'article 22, paragraphe 4, du règlement général sur la protection des données, le demandeur reçoit sans délai une décision d'octroi ou de refus de l'intervention à laquelle la demande se rapportait. Le demandeur reçoit également le résumé des données utilisées pour vérifier la recevabilité de la demande.
Si le demandeur a droit à l'intervention, visée aux articles 6.4.1/4, alinéa 2, 1°, et 6.4.1/8, alinéa 1er, la demande recevable est enregistrée dans les systèmes des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou de leur société d'exploitation. Ensuite, les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation procèdent à l'octroi de l'intervention au bénéficiaire conformément au paragraphe 2. Si le demandeur a droit à l'intervention, visée à l'article 7.9.2/1, § 1er, 5°, la demande recevable est enregistrée dans les systèmes des maisons de l'énergie. Ensuite, les maisons de l'énergie procèdent à l'octroi de l'intervention au bénéficiaire conformément au paragraphe 2.
Si le demandeur ou son mandataire n'est pas d'accord avec le résumé visé à l'alinéa 2, il peut introduire un recours dans un délai de trente jours à compter de la réception de ce résumé, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours de l'introduction du recours par le demandeur ou son mandataire, la décision prise sur recours est transmise au demandeur par le biais de la plateforme par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
Le demandeur ou son mandataire peut contester la décision de refus de l'intervention, visée à l'alinéa 2, en remplissant dans un délai de trente jours un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours de l'introduction du recours, le refus est confirmé ou la décision adaptée assortie du résumé corrigé des données est transmise au demandeur par le biais de la plateforme par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
Si le demandeur n'a pas reçu de décision de refus ou l'intervention dans un délai de trois mois à compter de l'introduction de la demande par l'intermédiaire de la plateforme, le demandeur ou son mandataire peut introduire un recours contre cette inaction dans les trente jours à compter de ce délai de trois mois au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours suivant l'introduction du recours, le demandeur reçoit une décision confirmant ou refusant l'intervention. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
§ 2. La VEKA et les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité, ou leur société d'exploitation, sont tous deux des responsables du traitement distincts, chargés d'examiner et de traiter les demandes d'une intervention telle que visée aux articles 6.4.1/4, alinéa 2, 1°, et 6.4.1/8, alinéa 1er.
Les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation sont chargés de l'octroi des interventions précitées. Les gestionnaires de réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation récupèrent les interventions indûment versées.
En cas de récupération des interventions, visées à l'alinéa 1er, qui ont été versées, les dispositions spécifiques suivantes s'appliquent :
1° les interventions récupérées pour lesquelles une indemnité a été octroyée conformément à l'article 6.4.1/12 du présent arrêté, sont attribuées au Fonds de l'Energie conformément à l'article 3.2.1, § 2, 2°, du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 ;
2° les interventions récupérées pour lesquelles aucune indemnité n'a été octroyée au sens du point 1°, sont attribuées au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité qui a été désigné pour la zone géographique où se situe le bâtiment pour lequel l'intervention récupérée a été versée.
Conformément à l'article 13.1.1 du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009, la VEKA est chargée du contrôle des tâches visées aux articles 6.4.1/4 et 6.4.1/8, effectuées par les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation.
La répartition des tâches entre la VEKA et les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation est détaillée dans un accord de coopération.
§ 3. La VEKA est le responsable du traitement chargé de l'examen et du traitement des demandes d'intervention, figurant à l'article 7.9.2/1, § 1er, 5°.
Les maisons de l'énergie sont chargées de l'octroi des interventions précitées.
Conformément à l'article 11.1.6, la VEKA est chargée de contrôler les tâches effectuées par les maisons de l'énergie.
La répartition des tâches entre la VEKA et les maisons de l'énergie est détaillée dans un accord de coopération. ".
Après contrôle des conditions d'octroi des interventions, figurant à l'alinéa 1er, via la plateforme en ligne prévue à l'article 10.1.13 du présent arrêté, en application de l'article 22, paragraphe 4, du règlement général sur la protection des données, le demandeur reçoit sans délai une décision d'octroi ou de refus de l'intervention à laquelle la demande se rapportait. Le demandeur reçoit également le résumé des données utilisées pour vérifier la recevabilité de la demande.
Si le demandeur a droit à l'intervention, visée aux articles 6.4.1/4, alinéa 2, 1°, et 6.4.1/8, alinéa 1er, la demande recevable est enregistrée dans les systèmes des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou de leur société d'exploitation. Ensuite, les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation procèdent à l'octroi de l'intervention au bénéficiaire conformément au paragraphe 2. Si le demandeur a droit à l'intervention, visée à l'article 7.9.2/1, § 1er, 5°, la demande recevable est enregistrée dans les systèmes des maisons de l'énergie. Ensuite, les maisons de l'énergie procèdent à l'octroi de l'intervention au bénéficiaire conformément au paragraphe 2.
Si le demandeur ou son mandataire n'est pas d'accord avec le résumé visé à l'alinéa 2, il peut introduire un recours dans un délai de trente jours à compter de la réception de ce résumé, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours de l'introduction du recours par le demandeur ou son mandataire, la décision prise sur recours est transmise au demandeur par le biais de la plateforme par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
Le demandeur ou son mandataire peut contester la décision de refus de l'intervention, visée à l'alinéa 2, en remplissant dans un délai de trente jours un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours de l'introduction du recours, le refus est confirmé ou la décision adaptée assortie du résumé corrigé des données est transmise au demandeur par le biais de la plateforme par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
Si le demandeur n'a pas reçu de décision de refus ou l'intervention dans un délai de trois mois à compter de l'introduction de la demande par l'intermédiaire de la plateforme, le demandeur ou son mandataire peut introduire un recours contre cette inaction dans les trente jours à compter de ce délai de trois mois au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition sur la plateforme. Dans les trente jours suivant l'introduction du recours, le demandeur reçoit une décision confirmant ou refusant l'intervention. La décision sur recours contient une référence à l'instance compétente en cas de contestation.
§ 2. La VEKA et les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité, ou leur société d'exploitation, sont tous deux des responsables du traitement distincts, chargés d'examiner et de traiter les demandes d'une intervention telle que visée aux articles 6.4.1/4, alinéa 2, 1°, et 6.4.1/8, alinéa 1er.
Les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation sont chargés de l'octroi des interventions précitées. Les gestionnaires de réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation récupèrent les interventions indûment versées.
En cas de récupération des interventions, visées à l'alinéa 1er, qui ont été versées, les dispositions spécifiques suivantes s'appliquent :
1° les interventions récupérées pour lesquelles une indemnité a été octroyée conformément à l'article 6.4.1/12 du présent arrêté, sont attribuées au Fonds de l'Energie conformément à l'article 3.2.1, § 2, 2°, du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 ;
2° les interventions récupérées pour lesquelles aucune indemnité n'a été octroyée au sens du point 1°, sont attribuées au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité qui a été désigné pour la zone géographique où se situe le bâtiment pour lequel l'intervention récupérée a été versée.
Conformément à l'article 13.1.1 du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009, la VEKA est chargée du contrôle des tâches visées aux articles 6.4.1/4 et 6.4.1/8, effectuées par les gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation.
La répartition des tâches entre la VEKA et les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation est détaillée dans un accord de coopération.
§ 3. La VEKA est le responsable du traitement chargé de l'examen et du traitement des demandes d'intervention, figurant à l'article 7.9.2/1, § 1er, 5°.
Les maisons de l'énergie sont chargées de l'octroi des interventions précitées.
Conformément à l'article 11.1.6, la VEKA est chargée de contrôler les tâches effectuées par les maisons de l'énergie.
La répartition des tâches entre la VEKA et les maisons de l'énergie est détaillée dans un accord de coopération. ".
Art. 17. In artikel 12.3.36 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023, wordt de datum "31 augustus 2023" vervangen door de datum "31 januari 2024".
Art. 17. Dans l'article 12.3.36 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023, la date " 31 août 2023 " est remplacée par la date " 31 janvier 2024 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het Energiebesluit van 19 november 2010 en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2006 relatif à l'entretien et au contrôle d'appareils de chauffage central pour le chauffage de bâtiments ou pour la production d'eau chaude utilitaire, l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement
Art. 18. In artikel 115 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het Energiebesluit van 19 november 2010 en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt de zinsnede "en uiterlijk op 1 juli 2024" opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 115 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2006 relatif à l'entretien et au contrôle d'appareils de chauffage central pour le chauffage de bâtiments ou pour la production d'eau chaude utilitaire, l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, le membre de phrase " et au plus tard le 1er juillet 2024 " est abrogé.
Art. 19. In artikel 119 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tiende lid worden de woorden "artikel 21" opgeheven;
2° het elfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1° en 2°, derde en zevende lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 22 van dit besluit, artikel 7.9.2/1, § 1, eerste lid, 5° en tweede en derde lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 66 van dit besluit, en artikel 7.9.3/1, § 2, tweede lid, 3°, vijfde lid, paragraaf 4/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 67 van dit besluit, hebben uitwerking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.";
3° tussen het elfde en twaalfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 7.9.2/1, § 1, eerste lid, 6° en vierde tot en met zevende lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 66 van dit besluit, en artikel 7.9.3/1, § 2, tweede lid, 4°, zesde lid, en paragraaf 4/3 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 67 van dit besluit, hebben uitwerking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.";
4° in het dertiende lid, dat het veertiende lid wordt, wordt de zinsnede "en uiterlijk op 1 juli 2024" opgeheven;
5° er wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Artikel 21 treedt in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.".
1° in het tiende lid worden de woorden "artikel 21" opgeheven;
2° het elfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Artikel 6.4.1/4, tweede lid, 1° en 2°, derde en zevende lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 22 van dit besluit, artikel 7.9.2/1, § 1, eerste lid, 5° en tweede en derde lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 66 van dit besluit, en artikel 7.9.3/1, § 2, tweede lid, 3°, vijfde lid, paragraaf 4/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 67 van dit besluit, hebben uitwerking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.";
3° tussen het elfde en twaalfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 7.9.2/1, § 1, eerste lid, 6° en vierde tot en met zevende lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 66 van dit besluit, en artikel 7.9.3/1, § 2, tweede lid, 4°, zesde lid, en paragraaf 4/3 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd bij artikel 67 van dit besluit, hebben uitwerking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.";
4° in het dertiende lid, dat het veertiende lid wordt, wordt de zinsnede "en uiterlijk op 1 juli 2024" opgeheven;
5° er wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Artikel 21 treedt in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.".
Art. 19. A l'article 119 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 10, le membre de phrase " L'article 21, " est abrogé ;
2° l'alinéa 11 est remplacé par ce qui suit :
" L'article 6.4.1/4, alinéa 2, 1° et 2°, alinéas 3 et 7, de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 22 du présent arrêté, l'article 7.9.2/1, § 1er, alinéa 1er, 5°, et alinéas 2 et 3 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 66 du présent arrêté, et l'article 7.9.3/1, § 2, alinéa 2, 3°, alinéa 5, paragraphe 4/1 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel qu'inséré par l'article 67 du présent arrêté, produisent leurs effets à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. " ;
3° entre les alinéas 11 et 12 il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" L'article 7.9.2/1, § 1er, alinéa 1er, 6°, et alinéas 4 à 7 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 66 du présent arrêté, et l'article 7.9.3/1, § 2, alinéa 2, 4°, alinéa 6, et paragraphe 4/3 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 67 du présent arrêté, produisent leurs effets à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. " ;
4° dans l'alinéa 13 existant, qui devient l'alinéa 14, le membre de phrase " et au plus tard le 1er janvier 2024 " est abrogé ;
5° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" L'article 21 entre en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. ".
1° dans l'alinéa 10, le membre de phrase " L'article 21, " est abrogé ;
2° l'alinéa 11 est remplacé par ce qui suit :
" L'article 6.4.1/4, alinéa 2, 1° et 2°, alinéas 3 et 7, de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 22 du présent arrêté, l'article 7.9.2/1, § 1er, alinéa 1er, 5°, et alinéas 2 et 3 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 66 du présent arrêté, et l'article 7.9.3/1, § 2, alinéa 2, 3°, alinéa 5, paragraphe 4/1 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel qu'inséré par l'article 67 du présent arrêté, produisent leurs effets à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. " ;
3° entre les alinéas 11 et 12 il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" L'article 7.9.2/1, § 1er, alinéa 1er, 6°, et alinéas 4 à 7 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 66 du présent arrêté, et l'article 7.9.3/1, § 2, alinéa 2, 4°, alinéa 6, et paragraphe 4/3 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels qu'insérés par l'article 67 du présent arrêté, produisent leurs effets à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. " ;
4° dans l'alinéa 13 existant, qui devient l'alinéa 14, le membre de phrase " et au plus tard le 1er janvier 2024 " est abrogé ;
5° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" L'article 21 entre en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 20. Artikelen 1, 4, 7, 8, 9, 17, 18 en 19 treden in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgische Staatsblad.
Artikelen 2, 3, 5, 6 en 11 treden in werking op 1 januari 2024.
Artikel 7.9.2/0/12 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 10 van dit besluit, is voor het eerst van toepassing op verbouwleningen aangevraagd vanaf 1 januari 2024.
Artikel 7.12.1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 12 van dit besluit, is voor het eerst van toepassing op dossiers waarbij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt ingediend vanaf 1 januari 2024.
Artikelen 13 tot en met 16 treden in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.
Artikelen 2, 3, 5, 6 en 11 treden in werking op 1 januari 2024.
Artikel 7.9.2/0/12 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 10 van dit besluit, is voor het eerst van toepassing op verbouwleningen aangevraagd vanaf 1 januari 2024.
Artikel 7.12.1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 12 van dit besluit, is voor het eerst van toepassing op dossiers waarbij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt ingediend vanaf 1 januari 2024.
Artikelen 13 tot en met 16 treden in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum.
Art. 20. Les articles 1, 4, 7, 8, 9, 17, 18 et 19 entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge.
Les articles 2, 3, 5, 6 et 11 entrent en vigueur le 1er janvier 2024.
L'article 7.9.2/0/12 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel que modifié par l'article 10 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux prêts rénovation demandés à partir du 1er janvier 2024.
L'article 7.12.1 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel que modifié par l'article 12 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux dossiers pour lesquels la demande d'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques est introduite à partir du 1er janvier 2024.
Les articles 13 à 16 entrent en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions.
Les articles 2, 3, 5, 6 et 11 entrent en vigueur le 1er janvier 2024.
L'article 7.9.2/0/12 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel que modifié par l'article 10 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux prêts rénovation demandés à partir du 1er janvier 2024.
L'article 7.12.1 de l'Arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tel que modifié par l'article 12 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux dossiers pour lesquels la demande d'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques est introduite à partir du 1er janvier 2024.
Les articles 13 à 16 entrent en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions.
Art. 21. De Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le ministre flamand qui a l'énergie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.