Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 DECEMBER 2023. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 25 november 2016 tot uitvoering van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft het beleidsvoerend vermogen en de versterking van risicomanagement
Titre
4 DECEMBRE 2023. - Arrêté ministériel portant modification de l'arrêté ministériel du 25 novembre 2016 portant exécution de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013, en ce qui concerne les compétences de gestion et le renforcement de la gestion des risques.(TRADUCTION)
Informations sur le document
Numac: 2023047349
Datum: 2023-12-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Tekst (12)
Texte (1)
Artikel 1. In hoofdstuk 2, afdeling 1, van het ministerieel besluit van 25 november 2016 tot uitvoering van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 1. Starterstraject".
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. § 1. Het starterstraject, vermeld in artikel 8 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 9 oktober 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2023, bestaat uit volgende achtereenvolgende onderdelen:
1° het indienen van een intentieformulier bij het agentschap volgens de administratieve richtlijnen van het agentschap, waarbij gevraagd wordt om aan te tonen in welke mate de competenties, vermeld in artikel 13/0, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, aanwezig zijn;
2° het hebben van een kennismakingsgesprek met het agentschap, voortgaande op het onderdeel, vermeld in 1° ;
3° het volgen van een interactief begeleidingstraject, georganiseerd door het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, waarbij de competenties aan bod komen die nodig zijn om aan art 13/0, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 te kunnen voldoen. De organisator maakt een concreet ondernemingsplan op dat de basis vormt van dit traject. Voor kinderbegeleiders die tevens organisator gezinsopvang zijn, maakt de inhoud van het traject gezinsopvang, vermeld in artikel 3, deel uit van dit traject. Na afloop van dit traject bezorgt het ondersteuningsnetwerk kinderopvang een attest aan de organisator, volgens de administratieve richtlijnen van het agentschap, waaruit blijkt dat het starterstraject is afgerond. Dit attest bevat een gemotiveerd hetzij gunstig, hetzij ongunstig advies, waarbij er ook sprake kan zijn van een gunstig advies met aandachtspunten.
In het eerste lid wordt verstaan onder ondersteuningsnetwerk kinderopvang: het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang.
§ 2. Voor een organisator die nog geen vergunning heeft, vangt het starterstraject, vermeld in paragraaf 1, aan met volgend extra onderdeel: het volgen van een informatieve sessie, georganiseerd door het agentschap, waarbij kennis van de vergunningsvoorwaarden aan bod komt, met focus op het beleidsvoerend vermogen van de organisator, vermeld in artikel 13/0 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.
§ 3. Voor een organisator die vanuit ervaring in het organiseren van kinderopvang of van een gelijkaardige activiteit kan aantonen dat hij over voldoende beleidsvoerend vermogen beschikt, kan het agentschap vanuit het onderdeel, vermeld in paragraaf 1, 1°, beslissen dat de onderdelen, vermeld in paragraaf 1, 2° of 3°, niet doorlopen moeten worden. In dat geval wordt het starterstraject geacht te zijn afgerond.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, zijn volgende organisatoren vrijgesteld voor alle onderdelen en wordt het starterstraject geacht afgerond te zijn:
1° organisatoren die in aanmerking komen voor een vereenvoudigde vergunningsprocedure, vermeld in artikel 10 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014;
2° organisatoren die minstens 24 maanden organisator zijn en beschikken over een attest dat het starterstraject is afgerond, in geval er advies van het ondersteuningsnetwerk is met een gunstig fadvies, dat maximum 24 maanden geleden werd uitgereikt.
§ 5. Voor het onderdeel, vermeld in paragraaf 1, 3°, betaalt de organisator een administratieve kost aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang.".
-
Art. 3. In hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde besluit, wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 2. Traject gezinsopvang".
-
Art. 4. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. § 1. Het traject gezinsopvang, vermeld in artikel 11 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2023, bestaat uit de volgende onderdelen:
1° de organisator geeft de volgende informatie over de specifieke context van gezinsopvang, en laat zich daarbij bijstaan door een pool gezinsopvang:
a) de kennis van de vergunningsvoorwaarden;
b) de organisatie, de taken en de competenties die nodig zijn;
c) de impact op de gezinscontext, de ondersteunende en belastende elementen;
d) het arbeidsrechtelijke statuut waarin gewerkt wordt;
2° de organisator organiseert een screening van de draagkracht en de volgende competenties van de kinderbegeleider en laat zich daarbij bijstaan door een pool gezinsopvang:
a) het omgaan met kinderen;
b) de zelfreflectie;
c) de communicatie en het samenwerken met gezinnen en derden;
d) het inschatten van de gezinscontext;
e) het organisatietalent om alle taken te combineren;
3° de organisator maakt een persoonlijk ontwikkelingsplan voor de kinderbegeleider op dat focust op de elementen en competenties, vermeld in punt 1° en 2°, en laat zich daarbij bijstaan door een pool gezinsopvang;
4° de organisator organiseert een meeloopmoment in een vergunde kinderopvanglocatie gezinsopvang die niet in handhaving zit.
In het eerste lid wordt verstaan onder pool gezinsopvang: een pool gezinsopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang.
§ 2. Voor kinderbegeleiders gezinsopvang die ook organisator gezinsopvang zijn, is er een automatische vrijstelling voor het traject gezinsopvang, vermeld in paragraaf 1.".
-
Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid, punt 1°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luid als volgt:
"e) een attest van lesgever eerstehulpverlening, uitgereikt door een vormingsinstituut, gespecialiseerd in het thema eerstehulpverlening. De lesgever werkt bovendien als beroepslesgever voor deze uitreikende organisatie, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de lessen en de bijscholing van de lesgever;";
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De instanties die een attest als vermeld in het tweede lid, kunnen uitreiken, kunnen gepubliceerd worden op de website van het agentschap.".
-
Art. 6. In hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde besluit wordt onderafdeling 4, die bestaat uit artikel 5, opgeheven.
-
Art. 7. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 8. Het bewijs van actieve deelname aan een kwalificerend traject, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, b), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, is een bewijs van een opleiding of van een beroepskwalificerend EVC-traject met het oog op het behalen van een opleidingstitel als vermeld in punt 3 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.".
-
Art. 8. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 15 december 2017, 11 oktober 2018 en 21 mei 2019, wordt het opschrift van hoofdstuk 5/1 vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk 5/1. Pedagogische norm".
-
Art. 9. In artikel 20/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De pedagogische norm, vermeld in artikel 31, § 2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, bestaat uit een score op al de dimensies die overeenkomen met de elementen, vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit.";
2° het tweede en derde lid worden opgeheven;
3° in het vierde lid wordt de zin "De norm voor pedagogische kwaliteit, vermeld in artikel 31, § 3, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, bestaat uit een score op al de volgende dimensies van pedagogische kwaliteit:" vervangen door de zin "De scores kunnen de volgende zijn:".
-
Art. 10. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
-
Art. 11. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 18 november 2022, wordt er een punt 1.4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1.4/1 van het secundair onderwijs met dubbele finaliteit: een diploma van het tweede jaar van de derde graad van de richting Opvoeding en Begeleiding, onderwijskwalificatie 4.".
-
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van artikel 1, 2 en 6, die in werking treden op 1 juli 2024.
Artikel 3 en 4 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2023.
-