Artikel 1. De kredieten voor het dekken van de uitgaven van Wallonië tijdens het begrotingsjaar 2023 worden geopend en verdeeld in basisallocaties (vakdomeinen) overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde opgesomde programma's en begrotingstabel die hierna zijn samengevat.
Deze tabellen bevatten de raming van de verwachte uitgaven die in 2023 ten laste van de begrotingsfondsen dienen te worden aangerekend.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 JULI 2023. - Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023
Titre
12 JUILLET 2023. - Décret contenant le premier ajustement du budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (63)
Texte (63)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2023 sont ouverts et ventilés en articles de base (domaines fonctionnels) conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2023 à charge des fonds budgétaires.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2023 à charge des fonds budgétaires.
| (Duizend euro) | Vastleggingskredieten | Limitatieve vereffenings-kredieten | Niet-limitatieve vereffeningskredieten |
| Uitgavenkredieten | 23.158.611 | 21.161.758 | |
| Waaronder | Vastleggingsmiddelen | Vereffeningsmiddelen | |
| Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen | 493.218 | 493.168 |
| (En milliers euro) | Crédits d'engagement | Crédits de liquidation limitatifs | Crédits de liquidation non limitatifs |
| Crédits de dépenses | 23.158.611 | 21.161.758 | |
| Dont | Moyens d'engagement | Moyens de liquidation | |
| Dépenses prévisionnelles à charge des fonds budgétaires | 493.218 | 493.168 |
Art. 2. Artikel 7 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 84.985 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2023 voor de inflatie 2022 en 2023 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd. ".
"In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 84.985 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2023 voor de inflatie 2022 en 2023 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd. ".
Art. 2. L'article 7 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget ajusté 2023 est fixée à 84.985 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010. ".
" Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget ajusté 2023 est fixée à 84.985 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010. ".
Art. 3. Artikel 8 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" (Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten) voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 37.392 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023. ".
"In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" (Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten) voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 37.392 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023. ".
Art. 3. L'article 8 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget ajusté 2023 est fixée à 37.392 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023. ".
" Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget ajusté 2023 est fixée à 37.392 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023. ".
Art. 4. Artikel 9 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 1.538.460 euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023, met de structurele herfinanciering besloten in 2009 en met een bijkomende enveloppe van 11.189.000 euro, verminderd met 10 miljoen euro in 2023. ".
"In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 1.538.460 euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023, met de structurele herfinanciering besloten in 2009 en met een bijkomende enveloppe van 11.189.000 euro, verminderd met 10 miljoen euro in 2023. ".
Art. 4. L'article 9 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, le crédit alloué au financement du Fonds des communes pour le budget ajusté 2023 est fixé à 1.538.460 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023, du refinancement structurel du fonds décidé en 2009 et d'une enveloppe complémentaire de 11.189.000 euros, diminué de 10 millions d'euros en 2023. ".
" Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, le crédit alloué au financement du Fonds des communes pour le budget ajusté 2023 est fixé à 1.538.460 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023, du refinancement structurel du fonds décidé en 2009 et d'une enveloppe complémentaire de 11.189.000 euros, diminué de 10 millions d'euros en 2023. ".
Art. 5. Artikel 10 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de bezoldiging van het personeel over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) van de Waalse begroting alsook naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 en 031.012) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 015.001) van programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 123.002) van WBFIN-programma 123 van organisatieafdeling 09.
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 (vakdomeinen 031.015, 031.018, 031.019 en 031.029 (ESER-code 12)) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11. ".
§ 1. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de bezoldiging van het personeel over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) van de Waalse begroting alsook naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 en 031.012) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 015.001) van programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 123.002) van WBFIN-programma 123 van organisatieafdeling 09.
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 (vakdomeinen 031.015, 031.018, 031.019 en 031.029 (ESER-code 12)) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11. ".
Art. 5. L'article 10 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la rémunération du personnel les adresses budgétaires de SEC 11 (les domaines fonctionnels 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) du budget wallon ainsi qu'aux adresses budgétaires de SEC 11 (aux domaines fonctionnels 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 et 031.012) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11 ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 015.001) du programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09 et ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 123.002) du programme WBFIN 123 de la division organique 09.
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 (les domaines fonctionnels 031.015, 031.018, 031.019 et 031.029 (codes SEC 12)) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11. ".
" § 1er. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la rémunération du personnel les adresses budgétaires de SEC 11 (les domaines fonctionnels 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) du budget wallon ainsi qu'aux adresses budgétaires de SEC 11 (aux domaines fonctionnels 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 et 031.012) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11 ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 015.001) du programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09 et ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 123.002) du programme WBFIN 123 de la division organique 09.
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 (les domaines fonctionnels 031.015, 031.018, 031.019 et 031.029 (codes SEC 12)) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11. ".
Art. 6. Artikel 35 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
*op 1 augustus 2023: 71.070.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* op 1 oktober 2023: 37.392.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* uiterlijk op 31 december 2023: 16.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091. ".
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
*op 1 augustus 2023: 71.070.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* op 1 oktober 2023: 37.392.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* uiterlijk op 31 december 2023: 16.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091. ".
Art. 6. L'article 35 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2023 : 71.070.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale reprise au domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091;
- au 1er octobre 2023 : 37.392.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes reprise au domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41) du programme WBFin 17.091;
- au 31 décembre 2023 au plus tard : 16.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions reprise au domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091. ".
" Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2023 : 71.070.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale reprise au domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091;
- au 1er octobre 2023 : 37.392.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes reprise au domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41) du programme WBFin 17.091;
- au 31 décembre 2023 au plus tard : 16.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions reprise au domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091. ".
Art. 7. Artikel 39 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122), van BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", van BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) ), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) naar de basisallocaties (vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstelplan van Wallonië, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering of met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19 of de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne, of uitgaven in verband met het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, of uitgaven in verband met de energiecrisis, of uitgaven in verband met de Voorziening RepowerEU, of uitgaven in verband met het project RTE-T - SEE 2.2. ".
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122), van BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", van BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) ), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) naar de basisallocaties (vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstelplan van Wallonië, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering of met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19 of de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne, of uitgaven in verband met het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, of uitgaven in verband met de energiecrisis, of uitgaven in verband met de Voorziening RepowerEU, of uitgaven in verband met het project RTE-T - SEE 2.2. ".
Art. 7. L'article 39 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 (du domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122), de l'AB 01.07 (du domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", de l'AB 01.10 (du domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01) " Réserve en lien avec la présidence de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01)) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, Plan de relance de la Wallonie, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement ou ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19 ou les conséquences de la situation géopolitique en Ukraine ou les dépenses en lien avec la présidence belge de l'Union européenne ou les dépenses en lien avec la crise énergétique ou les dépenses en lien avec Provision RepowerEU, ou les dépenses en lien avec le projet RTE-T - SEE 2.2. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 (du domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122), de l'AB 01.07 (du domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", de l'AB 01.10 (du domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01) " Réserve en lien avec la présidence de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01)) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, Plan de relance de la Wallonie, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement ou ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19 ou les conséquences de la situation géopolitique en Ukraine ou les dépenses en lien avec la présidence belge de l'Union européenne ou les dépenses en lien avec la crise énergétique ou les dépenses en lien avec Provision RepowerEU, ou les dépenses en lien avec le projet RTE-T - SEE 2.2. ".
Art. 8. Artikel 40 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en betreffende BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code SEC 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code SEC 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122). ".
In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en betreffende BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code SEC 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code SEC 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122). ".
Art. 8. L'article 40 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 (le domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122) et concernant l'AB 01.07 (le domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", l'AB 01.10 (le domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01)) " Réserve en lien avec la présidence belge de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122). ".
" Par dérogation à l'article 26, 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 (le domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122) et concernant l'AB 01.07 (le domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", l'AB 01.10 (le domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01)) " Réserve en lien avec la présidence belge de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122). ".
Art. 9. In artikel 50 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023, worden de vermeldingen van de subsidies opgenomen in de programma's 02 en 11 van organisatieafdeling 10 (WBFIN-programma's 10.022 en 10.122), in programma 05 van organisatieafdeling 15 (WBFIN-programma 15.059), in programma 11 van organisatieafdeling 16 (WBFIN-programma 16.080), in programma 13 van organisatieafdeling 17 (WBFIN-programma 17.094) en in programma 32 van organisatieafdeling 18 (WBFIN-programma 18.115) gewijzigd als volgt:
"Programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022): Secretariaat-generaal :
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding.
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië.
Subsidies en vergoedingen.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Kunstencommissie van Wallonië.
Subsidies inzake crisissituaties.
Subsidies aan de gemeenten mbt de overstromingen van juli 2021. ".
"Programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122): Herstelplan van Wallonië (PRW) en Herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR):
Allerhande subsidies en vergoedingen. ".
"Programma 15.05 (WBFIN-programma 15.059): Dierenwelzijn:
Subsidies op het gebied van onderzoek inzake dierenwelzijn.
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Steun voor Belgische initiatieven op het gebied van de dierenbescherming en het Dierenwelzijn.
Investeringssubsidies aan de plaatselijke besturen en hulpzones voor strijd tegen dierenmishandeling en dierenredding. ".
"Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het "Centre de recherche en habitat durable".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten en verschillende verenigingen voor de bevordering van huisvesting in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het Welzijnplan.
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidies aan de "SWCS" (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en aan het "FLW" (Waals Huisvestingsfonds) voor acties ter bevordering van hun producten inzake toegang tot huisvesting en/of vergoeding van de daarmee verband houdende kosten.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Subsidies aan sociale huisvestingsinstellingen ("OFS"), aan gemeente, aan intercommunales, aan OCMW's, aan Verenigingen Zonder Winstoogmerk, aan verenigingen "Hoofdstuk XII", aan stichtingen, aan sociale contactpunten en aan instellingen van openbaar nut, in het kader van de oproep tot het indienen van projecten "gebied zonder dakloosheid". ".
"Programma 17.13 (WBFIN-programma 17.094): Sociale actie :
Ondersteuning van initiatieven gevoerd op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor de financiering van onderzoek op sociaal gebied.
Werkings-, personeels- en uitrustingssubsidies aan openbare en privé sociale steunpunten.
Subsidies aan instellingen waarvan de opdracht erin bestaat immigranten te helpen op godsdienstig of moreel gebied.
Steun aan initiatieven van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF).
Steun aan het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid (IFMB).
Subsidies voor de sociale integratie van de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies voor onderzoeks-, informatie-, denk- en actie-instellingen met een gewestelijke, transregionale en transnationale aard inzake de integratie van migranten.
Subsidies aan opvanghuizen en gemeenschapshuizen.
Subsidies aan de gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen of de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies aan coördinatie- en documentatie-instellingen op sociaal vlak.
Ondersteuning van specifieke initiatieven van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van andere openbare besturen.
Ondersteuning voor de opleiding van sociale interveniënten en van ambtenaren.
Ondersteuning van het toezicht in de sector sociale actie, de sociale gezondheidszorg sector en de medisch-sociale sector.
Subsidies aan de diensten voor hulpverlening aan rechtsonderhorigen.
Steun van het nationaal plan voor gelijke kansen.
Steun aan coördinaties van gerechterlijke arrondissementen.
Steun aan de reflectiegroep inzake hulp aan slachtoffers.
Subsidies inzake de inschakeling in het arbeidscircuit van de gerechtigden op sociale integratie.
Subsidies voor voorzieningen op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor uitrusting en inrichting ten gunste van Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en Hoofstukken XII.
Subsidies voor de aankoop, de inrichting en de voorzieningen van gronden voor rondtrekkende bevolkingsgroepen.
Steun aan privé en openbare diensten voor sociale integratie.
Steun aan privé en publieke initiatieven inzake gelijke kansen.
Subsidies aan de vzw's die partner zijn van de sociale steunpunten die men aan het oprichten is.
Subsidies aan de VZW " l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subsidies aan de VZW " Osiris-Crédal-Plus ".
Subsidies aan de sociale Contactpunten van Namen en Doornik.
Subsidies aan de centra voor maatschappelijke hulpverlening.
Ondersteuning van privé-initiatieven inzake schuldbemiddeling.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake Sociale Actie.
Subsidie aan de OCMW's in het kader van de inschakeling van de gerechtigden op een financiële sociale tegemoetkoming overeenkomstig de wet van 2 april 1965 (Federale dienst) - Art. 60-61.
Subsidie aan de O.C.M.W.'s in het kader van de inschakeling van de gerechtigden van het Leefloon (Federale dienst) - Art. 60-61. 60-61.
Subsidies voor de integratie van buitenlanders of personen van buitenlandse herkomst.
Bijdrage aan de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind.
Subsidies aan organisaties voor opdrachten met betrekking tot vrouwenrechten of de bestrijding van huiselijk geweld.
Subsidies aan organisaties voor de bestrijding van discriminatie tegenover vrouwen.
Subsidies aan instellingen die strijden tegen elke vorm van discriminatie.
Burgerdienst - subsidie aan de "asbl Plateforme pour le Service Citoyen".
Burgerdienst - vergoedingen van de stagiairs.
Steun betreffende permanente woning.
Werkings- en infrastructuursubsidies aan de Sociale contactpunten en Verenigingen voor de Bevordering van Huisvesting ".
"Programma 18.32 (WBFIN-programma 18.115): Digitale Technologieën:
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies in het kader van het programma "Digital Wallonia".
Subsidies voor de projecten "Digitale school".
Subsidie aan het "Agence du Numérique".
Subsidies in het kader van de digitale adviesverlening. ".
"Programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022): Secretariaat-generaal :
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding.
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië.
Subsidies en vergoedingen.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Kunstencommissie van Wallonië.
Subsidies inzake crisissituaties.
Subsidies aan de gemeenten mbt de overstromingen van juli 2021. ".
"Programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122): Herstelplan van Wallonië (PRW) en Herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR):
Allerhande subsidies en vergoedingen. ".
"Programma 15.05 (WBFIN-programma 15.059): Dierenwelzijn:
Subsidies op het gebied van onderzoek inzake dierenwelzijn.
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Steun voor Belgische initiatieven op het gebied van de dierenbescherming en het Dierenwelzijn.
Investeringssubsidies aan de plaatselijke besturen en hulpzones voor strijd tegen dierenmishandeling en dierenredding. ".
"Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het "Centre de recherche en habitat durable".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten en verschillende verenigingen voor de bevordering van huisvesting in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het Welzijnplan.
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidies aan de "SWCS" (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en aan het "FLW" (Waals Huisvestingsfonds) voor acties ter bevordering van hun producten inzake toegang tot huisvesting en/of vergoeding van de daarmee verband houdende kosten.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Subsidies aan sociale huisvestingsinstellingen ("OFS"), aan gemeente, aan intercommunales, aan OCMW's, aan Verenigingen Zonder Winstoogmerk, aan verenigingen "Hoofdstuk XII", aan stichtingen, aan sociale contactpunten en aan instellingen van openbaar nut, in het kader van de oproep tot het indienen van projecten "gebied zonder dakloosheid". ".
"Programma 17.13 (WBFIN-programma 17.094): Sociale actie :
Ondersteuning van initiatieven gevoerd op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor de financiering van onderzoek op sociaal gebied.
Werkings-, personeels- en uitrustingssubsidies aan openbare en privé sociale steunpunten.
Subsidies aan instellingen waarvan de opdracht erin bestaat immigranten te helpen op godsdienstig of moreel gebied.
Steun aan initiatieven van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF).
Steun aan het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid (IFMB).
Subsidies voor de sociale integratie van de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies voor onderzoeks-, informatie-, denk- en actie-instellingen met een gewestelijke, transregionale en transnationale aard inzake de integratie van migranten.
Subsidies aan opvanghuizen en gemeenschapshuizen.
Subsidies aan de gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen of de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies aan coördinatie- en documentatie-instellingen op sociaal vlak.
Ondersteuning van specifieke initiatieven van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van andere openbare besturen.
Ondersteuning voor de opleiding van sociale interveniënten en van ambtenaren.
Ondersteuning van het toezicht in de sector sociale actie, de sociale gezondheidszorg sector en de medisch-sociale sector.
Subsidies aan de diensten voor hulpverlening aan rechtsonderhorigen.
Steun van het nationaal plan voor gelijke kansen.
Steun aan coördinaties van gerechterlijke arrondissementen.
Steun aan de reflectiegroep inzake hulp aan slachtoffers.
Subsidies inzake de inschakeling in het arbeidscircuit van de gerechtigden op sociale integratie.
Subsidies voor voorzieningen op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor uitrusting en inrichting ten gunste van Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en Hoofstukken XII.
Subsidies voor de aankoop, de inrichting en de voorzieningen van gronden voor rondtrekkende bevolkingsgroepen.
Steun aan privé en openbare diensten voor sociale integratie.
Steun aan privé en publieke initiatieven inzake gelijke kansen.
Subsidies aan de vzw's die partner zijn van de sociale steunpunten die men aan het oprichten is.
Subsidies aan de VZW " l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subsidies aan de VZW " Osiris-Crédal-Plus ".
Subsidies aan de sociale Contactpunten van Namen en Doornik.
Subsidies aan de centra voor maatschappelijke hulpverlening.
Ondersteuning van privé-initiatieven inzake schuldbemiddeling.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake Sociale Actie.
Subsidie aan de OCMW's in het kader van de inschakeling van de gerechtigden op een financiële sociale tegemoetkoming overeenkomstig de wet van 2 april 1965 (Federale dienst) - Art. 60-61.
Subsidie aan de O.C.M.W.'s in het kader van de inschakeling van de gerechtigden van het Leefloon (Federale dienst) - Art. 60-61. 60-61.
Subsidies voor de integratie van buitenlanders of personen van buitenlandse herkomst.
Bijdrage aan de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind.
Subsidies aan organisaties voor opdrachten met betrekking tot vrouwenrechten of de bestrijding van huiselijk geweld.
Subsidies aan organisaties voor de bestrijding van discriminatie tegenover vrouwen.
Subsidies aan instellingen die strijden tegen elke vorm van discriminatie.
Burgerdienst - subsidie aan de "asbl Plateforme pour le Service Citoyen".
Burgerdienst - vergoedingen van de stagiairs.
Steun betreffende permanente woning.
Werkings- en infrastructuursubsidies aan de Sociale contactpunten en Verenigingen voor de Bevordering van Huisvesting ".
"Programma 18.32 (WBFIN-programma 18.115): Digitale Technologieën:
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies in het kader van het programma "Digital Wallonia".
Subsidies voor de projecten "Digitale school".
Subsidie aan het "Agence du Numérique".
Subsidies in het kader van de digitale adviesverlening. ".
Art. 9. A l'article 50 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023, les mentions des subventions reprises aux programmes 02 et 11 de la division organique 10 (programmes WBFIN 10.022 et 10.122), au programme 05 de la division organique 15 (programme WBFIN 15.059), au programme 11 de la division organique 16 (programme WBFIN 16.080), au programme 13 de la division organique 17 (programme WBFIN 17.094) et au programme 32 de la division organique 18 (programme WBFIN 18.115) sont modifiées comme suit :
" Programme 10.02 (Programme WBFIN 10.022) : Secrétariat général :
Dotation au Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté.
Dotation au Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie.
Subventions et indemnités.
Subventions octroyées à l'intervention de la Commission des Arts de Wallonie.
Subventions en matière de situations de crises.
Subventions aux communes en lien avec les inondations de juillet 2021. ".
" Programme 10.11 (Programme WBFIN 10.122) : Plan de relance de la Wallonie (PRW) et la Facilité pour la relance et la résilience européen (FRR) :
Subventions et indemnités diverses. ".
" Programme 15.05 (Programme WBFIN 15.059) : Bien-être animal :
Subventions dans le domaine de la recherche en bien-être des animaux.
Subventions dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Soutien à des initiatives belges menées dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Subvention en investissement aux pouvoirs locaux et zones de secours pour la lutte contre la maltraitance animale et le sauvetage d'animaux. ".
" Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux et à certaines associations de promotions du logement dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subventions à la SWCS et au FLW pour des actions visant la promotion de leurs produits d'accès au logement et/ou au remboursement des frais y liés.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Subventions aux organismes de logement à finalité sociale (OFS), aux communes, aux intercommunales, aux CPAS, aux Associations Sans But Lucratif, aux associations " Chapitre XII ", aux fondations, aux relais sociaux et aux établissements d'utilité publique, dans le cadre de l'appel à projet " territoire zéro sans-abrisme ". ".
" Programme 17.13 (Programme WBFIN 17.094) : Action sociale :
Soutien à des initiatives menées dans le domaine de l'action sociale.
Subventions pour le financement de recherches dans le domaine social.
Subventions de fonctionnement, de personnel et d'équipement à des relais sociaux publics et privés.
Subventions aux organismes appelés à aider religieusement et ou moralement les immigrés.
Soutiens à des initiatives menées par le fonds européen des réfugiés (FER).
Soutien au fonds d'impulsion pour la politique de l'immigration (FIPI).
Subventions en matière d'intégration sociale des populations d'origine étrangère.
Subventions accordées à des organismes de recherche, d'information, de réflexion et d'action, à caractère régional, transrégional et transnational en matière d'intégration des migrants.
Subventions aux maisons d'accueil et aux maisons de vie communautaire.
Subventions accordées aux centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère.
Subventions à des organismes de coordination et de documentation en matière sociale.
Soutien à des initiatives particulières des centres publics d'action sociale et d'autres pouvoirs publics.
Soutien à des formations d'intervenants sociaux et de fonctionnaires.
Soutien à la supervision dans les secteurs de l'action sociale, socio-sanitaire et médico-social.
Subventions aux services d'aide aux justiciables.
Soutien du plan national pour l'égalité des chances.
Soutien des coordinations d'arrondissement judiciaire.
Soutien au groupe de réflexion d'aide aux victimes.
Subventions en matière d'intégration professionnelle des ayants droits à l'intégration sociale.
Subsides d'équipements dans le domaine de l'action sociale.
Subsides d'équipements et d'aménagement en faveur des Centres Publics d'Action Sociale et des Chapitres XII.
Subsides en vue de l'acquisition, l'aménagement et l'équipement de terrains pour les gens du voyage.
Soutien à des services privés et publics d'insertion sociale.
Soutien à des initiatives privées et publiques en matière d'égalité des chances.
Subventions aux ASBL partenaires des relais sociaux en voie de constitution.
Subventions à l'ASBL " L'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subventions à l'ASBL " Osiris-Crédal-Plus ".
Subventions aux Relais sociaux de Namur et Tournai.
Subventions aux centres de service social.
Soutien à des initiatives privées relatives à la médiation de dettes.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de l'action sociale.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires d'une aide sociale financière en application de la loi du 2 avril 1965 (Fédéral) - Art. 60-61.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires du Revenu d'Intégration Sociale (Fédéral) - Art. 60-61.
Subventions pour l'intégration des personnes étrangères et d'origine étrangère.
Contribution à la commission nationale des droits de l'enfant.
Subventions aux organismes pour les missions relatives aux droits des femmes ou la lutte contre la violence conjugale.
Subventions aux organismes pour la lutte contre la discrimination envers les femmes.
Subventions aux organismes luttant contre toutes formes de discriminations.
Service Citoyen - subside à l'ASBL Plateforme pour le Service Citoyen.
Service Citoyen - indemnités des stagiaires.
Subventions relatives à l'habitat permanent.
Subventions de fonctionnement et en infrastructure aux Relais sociaux et Associations de Promotion du Logement. ".
" Programme 18.32 (Programme WBFIN 18.115) : Numérique :
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions dans le cadre du programme Digital Wallonia.
Subventions aux projets " Ecole numérique ".
Subventions à l'Agence du Numérique.
Subventions dans le cadre du conseil numérique. ".
" Programme 10.02 (Programme WBFIN 10.022) : Secrétariat général :
Dotation au Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté.
Dotation au Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie.
Subventions et indemnités.
Subventions octroyées à l'intervention de la Commission des Arts de Wallonie.
Subventions en matière de situations de crises.
Subventions aux communes en lien avec les inondations de juillet 2021. ".
" Programme 10.11 (Programme WBFIN 10.122) : Plan de relance de la Wallonie (PRW) et la Facilité pour la relance et la résilience européen (FRR) :
Subventions et indemnités diverses. ".
" Programme 15.05 (Programme WBFIN 15.059) : Bien-être animal :
Subventions dans le domaine de la recherche en bien-être des animaux.
Subventions dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Soutien à des initiatives belges menées dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Subvention en investissement aux pouvoirs locaux et zones de secours pour la lutte contre la maltraitance animale et le sauvetage d'animaux. ".
" Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux et à certaines associations de promotions du logement dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subventions à la SWCS et au FLW pour des actions visant la promotion de leurs produits d'accès au logement et/ou au remboursement des frais y liés.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Subventions aux organismes de logement à finalité sociale (OFS), aux communes, aux intercommunales, aux CPAS, aux Associations Sans But Lucratif, aux associations " Chapitre XII ", aux fondations, aux relais sociaux et aux établissements d'utilité publique, dans le cadre de l'appel à projet " territoire zéro sans-abrisme ". ".
" Programme 17.13 (Programme WBFIN 17.094) : Action sociale :
Soutien à des initiatives menées dans le domaine de l'action sociale.
Subventions pour le financement de recherches dans le domaine social.
Subventions de fonctionnement, de personnel et d'équipement à des relais sociaux publics et privés.
Subventions aux organismes appelés à aider religieusement et ou moralement les immigrés.
Soutiens à des initiatives menées par le fonds européen des réfugiés (FER).
Soutien au fonds d'impulsion pour la politique de l'immigration (FIPI).
Subventions en matière d'intégration sociale des populations d'origine étrangère.
Subventions accordées à des organismes de recherche, d'information, de réflexion et d'action, à caractère régional, transrégional et transnational en matière d'intégration des migrants.
Subventions aux maisons d'accueil et aux maisons de vie communautaire.
Subventions accordées aux centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère.
Subventions à des organismes de coordination et de documentation en matière sociale.
Soutien à des initiatives particulières des centres publics d'action sociale et d'autres pouvoirs publics.
Soutien à des formations d'intervenants sociaux et de fonctionnaires.
Soutien à la supervision dans les secteurs de l'action sociale, socio-sanitaire et médico-social.
Subventions aux services d'aide aux justiciables.
Soutien du plan national pour l'égalité des chances.
Soutien des coordinations d'arrondissement judiciaire.
Soutien au groupe de réflexion d'aide aux victimes.
Subventions en matière d'intégration professionnelle des ayants droits à l'intégration sociale.
Subsides d'équipements dans le domaine de l'action sociale.
Subsides d'équipements et d'aménagement en faveur des Centres Publics d'Action Sociale et des Chapitres XII.
Subsides en vue de l'acquisition, l'aménagement et l'équipement de terrains pour les gens du voyage.
Soutien à des services privés et publics d'insertion sociale.
Soutien à des initiatives privées et publiques en matière d'égalité des chances.
Subventions aux ASBL partenaires des relais sociaux en voie de constitution.
Subventions à l'ASBL " L'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subventions à l'ASBL " Osiris-Crédal-Plus ".
Subventions aux Relais sociaux de Namur et Tournai.
Subventions aux centres de service social.
Soutien à des initiatives privées relatives à la médiation de dettes.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de l'action sociale.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires d'une aide sociale financière en application de la loi du 2 avril 1965 (Fédéral) - Art. 60-61.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires du Revenu d'Intégration Sociale (Fédéral) - Art. 60-61.
Subventions pour l'intégration des personnes étrangères et d'origine étrangère.
Contribution à la commission nationale des droits de l'enfant.
Subventions aux organismes pour les missions relatives aux droits des femmes ou la lutte contre la violence conjugale.
Subventions aux organismes pour la lutte contre la discrimination envers les femmes.
Subventions aux organismes luttant contre toutes formes de discriminations.
Service Citoyen - subside à l'ASBL Plateforme pour le Service Citoyen.
Service Citoyen - indemnités des stagiaires.
Subventions relatives à l'habitat permanent.
Subventions de fonctionnement et en infrastructure aux Relais sociaux et Associations de Promotion du Logement. ".
" Programme 18.32 (Programme WBFIN 18.115) : Numérique :
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions dans le cadre du programme Digital Wallonia.
Subventions aux projets " Ecole numérique ".
Subventions à l'Agence du Numérique.
Subventions dans le cadre du conseil numérique. ".
Art. 10. Artikel 55 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2023 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° Een werkingsdotatie van 76.646.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.015 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
2° Een werkingsdotatie van 6.407.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.022 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° Een dotatie van 1.606.834.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.016 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
4° Een dotatie van 2.807.825.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.023 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° Een dotatie van 1.467.414.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.017 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
6° Een dotatie van 38.606.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.024 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° Een dotatie van 37.719.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.018 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
8° Een dotatie van 8.097.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.019 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
9° Een dotatie van 3.394.000 euro voor het beheer van de gemeenschappelijke facultatieve opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.020 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
10° Een dotatie van 1.088.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op vakdomein 093.025 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
11° Een dotatie van 1.210.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op vakdomein 093.037 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
12° Een kapitaaldotatie van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.029 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
13° Een kapitaaldotatie van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.033 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 17.624.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op vakdomein 122.006 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 (WBFIN-programma 122) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
* 515.000.000 euro maximum, overeenkomstig het tijdschema voor de betalingen 2023, met uitzondering van de uitzonderlijke dotatie van 132.565.000 euro betreffende de akkoorden van de non-profitsector en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2023;
* het saldo uiterlijk op 1 december 2023.
15° Een kapitaaldotatie van 293.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.031 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
16° Een kapitaaldotatie van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.032 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.565.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op vakdomein 093.021 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten.
18° Een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.034 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2023 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2023. ".
"In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2023 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° Een werkingsdotatie van 76.646.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.015 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
2° Een werkingsdotatie van 6.407.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.022 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° Een dotatie van 1.606.834.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.016 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
4° Een dotatie van 2.807.825.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.023 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° Een dotatie van 1.467.414.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.017 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
6° Een dotatie van 38.606.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.024 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° Een dotatie van 37.719.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.018 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
8° Een dotatie van 8.097.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.019 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
9° Een dotatie van 3.394.000 euro voor het beheer van de gemeenschappelijke facultatieve opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.020 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
10° Een dotatie van 1.088.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op vakdomein 093.025 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
11° Een dotatie van 1.210.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op vakdomein 093.037 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
12° Een kapitaaldotatie van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.029 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
13° Een kapitaaldotatie van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.033 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 17.624.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op vakdomein 122.006 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 (WBFIN-programma 122) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
* 515.000.000 euro maximum, overeenkomstig het tijdschema voor de betalingen 2023, met uitzondering van de uitzonderlijke dotatie van 132.565.000 euro betreffende de akkoorden van de non-profitsector en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2023;
* het saldo uiterlijk op 1 december 2023.
15° Een kapitaaldotatie van 293.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.031 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
16° Een kapitaaldotatie van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.032 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.565.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op vakdomein 093.021 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten.
18° Een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.034 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2023 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2023. ".
Art. 10. L'article 55 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2023 selon les modalités comme suit :
1° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 76.646.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.015 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
2° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.407.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.022 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
3° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.606.834.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.016 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
4° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.807.825.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.023 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
5° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.467.414.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.017 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
6° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 38.606.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.024 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
7° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 37.719.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.018 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
8° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 8.097.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.019 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
9° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives communes d'un montant de 3.394.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.020 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
10° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 1.088.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.025 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
11° Une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 1.210.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.037 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
12° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.029 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
13° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.033 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
14° Une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 17.624.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 122.006 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- 515.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2023 hors dotation exceptionnelle relative aux accords du non marchand de 132.565.000 euros et aux décisions du gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2023;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2023.
15° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 293.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.031 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
16° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.032 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
17° Une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.565.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.021 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés.
18° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.034 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2023 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2023. ".
" Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2023 selon les modalités comme suit :
1° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 76.646.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.015 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
2° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.407.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.022 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
3° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.606.834.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.016 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
4° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.807.825.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.023 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
5° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.467.414.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.017 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
6° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 38.606.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.024 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
7° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 37.719.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.018 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
8° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 8.097.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.019 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
9° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives communes d'un montant de 3.394.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.020 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
10° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 1.088.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.025 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
11° Une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 1.210.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.037 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
12° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.029 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
13° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.033 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
14° Une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 17.624.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 122.006 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- 515.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2023 hors dotation exceptionnelle relative aux accords du non marchand de 132.565.000 euros et aux décisions du gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2023;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2023.
15° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 293.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.031 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
16° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.032 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
17° Une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.565.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.021 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés.
18° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.034 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2023 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2023. ".
Art. 11. Artikel 59 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De Minister van Klimaat en de Minister van Leefmilieu, ieder wat hem betreft, worden ertoe gemachtigd om subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) voor acties op het gebied van klimaat, leefmilieu en duurzame ontwikkeling en met betrekking op:
Subsidie aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen in het bijzonder in het kader van de uitvoering van het "Politique locale Energie Climat (POLLEC)" (Plaatselijk Beleid Energie Klimaat).
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan universiteiten, stichtingen of andere overheidsinstanties voor onderzoek op het gebied van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering of overgang, inclusief aspecten van een rechtvaardige overgang.
Subsidie voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan de privé-sector en aan ondernemingen in het kader van de ontwikkeling, de uitvoering en de follow-up van sectorale overeenkomsten of andere vrijwillige overeenkomsten in Wallonië.
Subsidies voor de financiering van klimaatinvesteringen, met inbegrip van aanpassing aan de klimaatverandering en overgang.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan multilaterale instellingen ter versterking van de capaciteiten van ontwikkelingslanden of ter versterking en coördinatie van de acties van het Gewest in het kader van internationale overeenkomsten.
Subsidie in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Subsidie aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-subsidie aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor de installatie van nieuwe bemonsteringspunten voor de meting van de luchtkwaliteit in Wallonië.
Subsidies aan bedrijven en personen voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en Samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Subsidies aan de vzw's, stichtingen en universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidies aan vzw's, stichtingen en universiteiten voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor acties die bijdragen tot het bereik van het Plan Lucht Klimaat Energie.
Subsidies aan bedrijven, onderzoekscentra, erkende onderzoekscentra, universitaire eenheden, afdelingen van een hogeschool, openbare onderzoeksinstellingen of onderzoekspartnerschappen voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling op het gebied van klimaat, aanpassing of preventie. ".
"De Minister van Klimaat en de Minister van Leefmilieu, ieder wat hem betreft, worden ertoe gemachtigd om subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) voor acties op het gebied van klimaat, leefmilieu en duurzame ontwikkeling en met betrekking op:
Subsidie aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen in het bijzonder in het kader van de uitvoering van het "Politique locale Energie Climat (POLLEC)" (Plaatselijk Beleid Energie Klimaat).
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan universiteiten, stichtingen of andere overheidsinstanties voor onderzoek op het gebied van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering of overgang, inclusief aspecten van een rechtvaardige overgang.
Subsidie voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan de privé-sector en aan ondernemingen in het kader van de ontwikkeling, de uitvoering en de follow-up van sectorale overeenkomsten of andere vrijwillige overeenkomsten in Wallonië.
Subsidies voor de financiering van klimaatinvesteringen, met inbegrip van aanpassing aan de klimaatverandering en overgang.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan multilaterale instellingen ter versterking van de capaciteiten van ontwikkelingslanden of ter versterking en coördinatie van de acties van het Gewest in het kader van internationale overeenkomsten.
Subsidie in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Subsidie aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-subsidie aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor de installatie van nieuwe bemonsteringspunten voor de meting van de luchtkwaliteit in Wallonië.
Subsidies aan bedrijven en personen voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en Samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Subsidies aan de vzw's, stichtingen en universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidies aan vzw's, stichtingen en universiteiten voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor acties die bijdragen tot het bereik van het Plan Lucht Klimaat Energie.
Subsidies aan bedrijven, onderzoekscentra, erkende onderzoekscentra, universitaire eenheden, afdelingen van een hogeschool, openbare onderzoeksinstellingen of onderzoekspartnerschappen voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling op het gebied van klimaat, aanpassing of preventie. ".
Art. 11. L'article 59 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Le Ministre du Climat et la Ministre de l'Environnement chacun pour ce qui les concerne sont autorisés à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat pour des actions visant le domaine du climat, de l'environnement et du développement durable et portant sur :
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques en particulier dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique locale Energie Climat (POLLEC).
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités, des Fondations ou à tout autre organisme public pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques, l'adaptation aux changements climatiques ou de la transition y compris les aspects liés à la transition juste.
Subvention pour des études dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé et à des entreprises dans le cadre du développement, de la mise en oeuvre et du contrôle des accords de branche ou des autres accords volontaires en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat y compris l'adaptation aux changements climatiques et la transition.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération.
Contribution volontaire dans le cadre d'organismes multilatéraux en vue de renforcer les capacités des Pays en développement ou de renforcer et coordonner les actions de la Région dans le cadre d'Accords internationaux.
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention en vue d'implanter de nouveaux points de prélèvement pour la mesure qualité de l'air en Wallonie.
Subvention à des entreprises et des particuliers pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention à des actions participant au rayonnement du PACE.
Subvention à des entreprises, centres de recherches, centres de recherches agréés, unités universitaires, unités de haute école, organismes publics de recherche ou partenariats de recherche, pour des recherches industrielles ou du développement expérimental dans le domaine du climat, en adaptation ou en prévention. ".
" Le Ministre du Climat et la Ministre de l'Environnement chacun pour ce qui les concerne sont autorisés à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat pour des actions visant le domaine du climat, de l'environnement et du développement durable et portant sur :
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques en particulier dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique locale Energie Climat (POLLEC).
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités, des Fondations ou à tout autre organisme public pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques, l'adaptation aux changements climatiques ou de la transition y compris les aspects liés à la transition juste.
Subvention pour des études dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé et à des entreprises dans le cadre du développement, de la mise en oeuvre et du contrôle des accords de branche ou des autres accords volontaires en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat y compris l'adaptation aux changements climatiques et la transition.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération.
Contribution volontaire dans le cadre d'organismes multilatéraux en vue de renforcer les capacités des Pays en développement ou de renforcer et coordonner les actions de la Région dans le cadre d'Accords internationaux.
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention en vue d'implanter de nouveaux points de prélèvement pour la mesure qualité de l'air en Wallonie.
Subvention à des entreprises et des particuliers pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention à des actions participant au rayonnement du PACE.
Subvention à des entreprises, centres de recherches, centres de recherches agréés, unités universitaires, unités de haute école, organismes publics de recherche ou partenariats de recherche, pour des recherches industrielles ou du développement expérimental dans le domaine du climat, en adaptation ou en prévention. ".
Art. 12. De Regering kan presentiegelden, waarvan zij het bedrag bepaalt, toekennen aan de leden die geen ambtenaar zijn en externe deskundigen die geen ambtenaar zijn van de Kunstencommissie van Wallonië.
Art. 12. Le Gouvernement peut octroyer des jetons de présence dont il arrête le montant aux membres non-fonctionnaires et spécialistes extérieurs non-fonctionnaires de la Commission des Arts de Wallonie.
Art. 13. Artikel 76 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09, programma 21 (WBFIN-programma 029) van organisatieafdeling 12 en WBFIN-programma 027 van organisatieafdeling 12. ".
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09, programma 21 (WBFIN-programma 029) van organisatieafdeling 12 en WBFIN-programma 027 van organisatieafdeling 12. ".
Art. 13. L'article 76 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique, de l'Informatique, de la Simplification administrative, en charge des Allocations familiales, du Tourisme, du Patrimoine et de la Sécurité routière est autorisée, moyennant accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre le programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09, le programme 21 (programme WBFIN 029) de la division organique 12 et le programme WBFIN 027 de la division organique 12. ".
" Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique, de l'Informatique, de la Simplification administrative, en charge des Allocations familiales, du Tourisme, du Patrimoine et de la Sécurité routière est autorisée, moyennant accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre le programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09, le programme 21 (programme WBFIN 029) de la division organique 12 et le programme WBFIN 027 de la division organique 12. ".
Art. 14. Artikel 79 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting voor 2023 ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 11.001 van organisatieafdeling 11, 11.125 van organisatieafdeling 11, programma 11.026 van organisatieafdeling 11, programma 11.032 van organisatieafdeling 11, programma 11.033 van organisatieafdeling 11 en programma 11.124 van organisatieafdeling 11. ".
"In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting voor 2023 ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 11.001 van organisatieafdeling 11, 11.125 van organisatieafdeling 11, programma 11.026 van organisatieafdeling 11, programma 11.032 van organisatieafdeling 11, programma 11.033 van organisatieafdeling 11 en programma 11.124 van organisatieafdeling 11. ".
Art. 14. L'article 79 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Pour l'année 2023, par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 11.001 de la division organique 11, 11.125 de la division organique 11, le programme 11.026 de la division organique 11, le programme 11.032 de la division organique 11, le programme 11.033 de la division organique 11, et le programme 11.124 de la division organique 11. ".
" Pour l'année 2023, par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 11.001 de la division organique 11, 11.125 de la division organique 11, le programme 11.026 de la division organique 11, le programme 11.032 de la division organique 11, le programme 11.033 de la division organique 11, et le programme 11.124 de la division organique 11. ".
Art. 15. Artikel 88 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012 wordt gewijzigd als volgt:
"De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt:
"De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt:
Art. 15. L'article 88 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
" L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
| Nr. ECB | BENAMING | Type |
| 0 | "Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne" (Egalisatiefonds voor begrotingen van het Waalse Gewest) | Type 1 |
| 0 | " Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie " (Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië) | Type 1 |
| 0 | " Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté " (Post-post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding) | Type 1 |
| 0 | " Fonds bas carbone et résilience " (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie) | Type 1 |
| 241530493 | "Institut scientifique de service public" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst) | Type 1 |
| 254714773 | " Centre régional d'aide aux communes (CRAC) " | Type 1 |
| 262172984 | "LE CENTRE WALLON DE RECHERCHES AGRONOMIQUES" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) | Type 1 |
| 772472960 | " Fonds wallon des calamités naturelles " (Waals Fonds Natuurrampen) | Type 1 |
| 810888623 | " Wallonie-Bruxelles International " | Type 1 |
| 866518618 | Iweps | Type 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAAT-GENERAAL VOOR TOERISME | Type 1 |
| 202414452 | Autonome haven van Luik | Type 2 |
| 208201095 | Autonome haven van Charleroi | Type 2 |
| 218569902 | Autonome haven van Namen | Type 2 |
| 236363165 | "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst Beroepsvorming en Tewerkstelling) (met inbegrip van de subregionale comités inzake tewerkstelling en vorming) | Type 2 |
| 267314479 | "Agence wallonne à l'exportation et aux investissements étrangers" "Agence wallonne à l'Exportation et aux investissements étrangers " (Waals agentschap voor uitvoer en buitenlandse investeringen) | Type 2 |
| 267400492 | " Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité " (Waals Agentschap voor de Bevordering van een kwaliteitslandbouw) | Type 2 |
| 475273274 | Autonome haven " Centre et de l'Ouest " | Type 2 |
| 693771021 | "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (Famiwal) | Type 2 |
| 849413657 | Bestuursschool voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest | Type 2 |
| 869559171 | " Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et des petites et moyennes entreprises (IFAPME) " (Waals instituut voor alternerende opleidingen en zelfstandigen en voor kmo's) | Type 2 |
| 202268754 | " CREDIT SOCIAL LOGEMENT " | Type 3 |
| 216754517 | " Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie " | Type 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie (Waalse gewestelijke investeringsmaatschappij) | Type 3 |
| 227842904 | " Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises " (Waalse maatschappij voor de financiering en de waarborg van de kleine en middelgrote ondernemingen) | Type 3 |
| 231550084 | " SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA " (WAALSE HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ NV) | Type 3 |
| 240365703 | SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE | Type 3 |
| 242069339 | Waalse Vervoersoperator | Type 3 |
| 243929462 | SPAQuE | Type 3 |
| 252151302 | "SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES" | Type 3 |
| 260639790 | " SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON " (Maatschappij voor de sanering en de renovatie van industriële sites van Waals Brabant) | Type 3 |
| 400351068 | Crédit social de la Province du Brabant wallon (Sociaal Krediet van de Provincie Waals Brabant) | Type 3 |
| 401122615 | " SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT " | Type 3 |
| 401228127 | " Crédit à l'épargne immobilière " (Krediet voor vastgoedsparen) | Type 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | Type 3 |
| 401465578 | L'Ouvrier chez Lui | Type 3 |
| 401553373 | LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT | Type 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | Type 3 |
| 401632260 | Building | Type 3 |
| 401731339 | Tous Propriétaires | Type 3 |
| 401778057 | La Prévoyance | Type 3 |
| 402324326 | " SA société de crédit pour habitations sociales ", afgekort " SA SCHS " in het Duits AG EIGENHEIMKREDI TGESELLSCHAFT " afgekort " AG EKKG " | Type 3 |
| 402436568 | Terre et Foyer | Type 3 |
| 402439340 | Le Travailleur chez Lui | Type 3 |
| 402495065 | Credissimo Henegouwen | Type 3 |
| 402509715 | LE PETIT PROPRIETAIRE | Type 3 |
| 403977482 | Credissimo | Type 3 |
| 404370630 | SOCIAAL KREDIET VAN LUXEMBURG | Type 3 |
| 405631729 | LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT | Type 3 |
| 413193670 | Abdij van Villers-la-Ville | Type 3 |
| 413255038 | VZW " Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe " | Type 3 |
| 415371816 | SOGESTIMMO | Type 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | Type 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie (FLFNW) (Huisvestingsfonds kroostrijke gezinnen van Wallonië) | Type 3 |
| 426091207 | SOCIETE WALLONNE DE LOCATION-FINANCEMENT | Type 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | Type 3 |
| 426887397 | " SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATION "S | Type 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | Type 3 |
| 433766083 | Sociale dienst van de diensten van de Waalse Regering | Type 3 |
| 435532572 | " SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS " | Type 3 |
| 437249076 | " Synergies Wallonie " | Type 3 |
| 450305870 | Riviercontract " Haute Meuse " | Type 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | Type 3 |
| 454183890 | " SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL " (SOCARIS) | Type 3 |
| 455653441 | " SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE " (W. ALTER.) | Type 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | Type 3 |
| 462311896 | SPARKOH! | Type 3 |
| 463308424 | Riviercontract Ourthe | Type 3 |
| 466071439 | WSL | Type 3 |
| 466557627 | " SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX " | Type 3 |
| 471517988 | " Société d'Investissement Agricole de Wallonie " | Type 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | Type 3 |
| 473771754 | "SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL" (WAALSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL KREDIET) | Type 3 |
| 475247837 | " SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS " | Type 3 |
| 475355824 | VZW Riviercontract voor de rivier Amel | Type 3 |
| 475627325 | Gemeenschappelijk secretariaat van het programma Interreg IV Luxemburg - Wallonië - Vlaanderen | Type 3 |
| 476800629 | Technisch team Interreg Frankrijk - Wallonië - Vlaanderen VZW | Type 3 |
| 478614430 | " LE POLE DE RECONVERSION " | Type 3 |
| 480028848 | SAMANDA | TYPE 3 |
| 480753576 | " TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE " | TYPE 3 |
| 505741370 | " Agence pour l'entreprise et l'innovation " | TYPE 3 |
| 544978266 | 123CDI | TYPE 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | TYPE 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | TYPE 3 |
| 554780018 | Participatiefonds Wallonië | TYPE 3 |
| 568575002 | " AGENCE DU NUMERIQUE " | TYPE 3 |
| 652991825 | Riviercontract Moezel VZW | TYPE 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | TYPE 3 |
| 657881714 | " CRISTAL OFFICE PARK " | TYPE 3 |
| 667687820 | " IMBC 2020 " | TYPE 3 |
| 667964566 | " FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020 " | TYPE 3 |
| 669741844 | " Namur Innovation & Growth " | TYPE 3 |
| 669955343 | B2START | TYPE 3 |
| 670937716 | " Luxembourg Développement Europe 2 " | TYPE 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | TYPE 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | TYPE 3 |
| 697584804 | " Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille " | TYPE 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | TYPE 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | TYPE 3 |
| 705942145 | "Société wallonne d'investissement et de conseil" in de sectoren gezondheid, ziekenhuizen, huisvesting van bejaarde personen, opvang van gehandicapten | TYPE 3 |
| 713671758 | " Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes " voor het Waalse Gewest | TYPE 3 |
| 713674629 | " Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres " voor het Waalse Gewest | TYPE 3 |
| 713670867 | " Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris " voor het Waalse Gewest | TYPE 3 |
| 715609778 | " Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales " voor het Waalse Gewest | TYPE 3 |
| 713671461 | " Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres " voor het Waalse Gewest | TYPE 3 |
| 787693943 | FormaForm | TYPE 3 |
| 793630244 | " Wallonie Entreprendre " | TYPE 3 |
| 807763936 | " Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon " | TYPE 3 |
| 808269425 | "Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés" (Waalse Agentschap belast met de bestrijding van mishandeling van bejaarde personen) | TYPE 3 |
| 811443701 | GELIGAR | TYPE 3 |
| 811463495 | " Caisse d'Investissement de Wallonie " | TYPE 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | TYPE 3 |
| 812367476 | " Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie " | TYPE 3 |
| 816595290 | " OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS " | TYPE 3 |
| 816917469 | SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER | TYPE 3 |
| 817847382 | Riviercontract van het onderstroomgebied Semois-Chiers | TYPE 3 |
| 817922707 | Riviercontract Dijle-Gete | TYPE 3 |
| 823228409 | Futurocité | TYPE 3 |
| 826929552 | Riviercontract van de stroomafwaartse Maas en zijrivieren | TYPE 3 |
| 828207477 | Riviercontract Dender | TYPE 3 |
| 830804802 | Riviercontract Samber & zijrivieren | TYPE 3 |
| 836794452 | Riviercontract Schelde-Leie | TYPE 3 |
| 841609612 | " Centre d'Etudes et Habitat Durable asbl " | TYPE 3 |
| 843107667 | " Durobor Real Estate " | TYPE 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | TYPE 3 |
| 851101358 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Vesder | TYPE 3 |
| 860662588 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT DE L'EXPORTATION ET DE L'INTERNALISATION DES ENTREPRISES WALLONNES - SOFINEX | TYPE 3 |
| 861927053 | SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE | TYPE 3 |
| 862775210 | "La Terrienne du crédit social" (De landelijke maatschappij van het sociale krediet) | TYPE 3 |
| 865732522 | ARCEO | TYPE 3 |
| 867271753 | Epicuris | TYPE 3 |
| 871229947 | GEPART | TYPE 3 |
| 872191039 | Riviercontract Zenne | |
| 873260316 | " SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE " | TYPE 3 |
| 873769961 | " FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE " | TYPE 3 |
| 877938090 | " SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES " | TYPE 3 |
| 877942347 | " SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF " | TYPE 3 |
| 880827009 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Haine | TYPE 3 |
| 881746727 | SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES | TYPE 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | TYPE 3 |
| 888366085 | " WALLONIE Belgique TOURISME " | TYPE 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | TYPE 3 |
| 894160351 | Riviercontract voor de Lesse | TYPE 3 |
Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden. ". ".
| No BCE | DENOMINATION | TYPE |
| 0 | Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne | Type 1 |
| 0 | Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie | Type 1 |
| 0 | Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté | Type 1 |
| 0 | Fonds bas carbone et résilience | Type 1 |
| 241530493 | Institut scientifique de Service public - Wissenschaftliches Institut Offentlicher Dienststelle - Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst | Type 1 |
| 254714773 | Centre régional d'aide aux communes | Type 1 |
| 262172984 | LE CENTRE WALLON DE RECHERCHES AGRONOMIQUES | Type 1 |
| 772472960 | Fonds wallon des calamités naturelles | Type 1 |
| 810888623 | Wallonie-Bruxelles International | Type 1 |
| 866518618 | IWEPS | Type 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAT GENERAL AU TOURISME | Type 1 |
| 202414452 | PORT AUTONOME DE LIEGE | Type 2 |
| 208201095 | Port Autonome de Charleroi | Type 2 |
| 218569902 | PORT AUTONOME DE NAMUR | Type 2 |
| 236363165 | Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi (y compris les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation) | Type 2 |
| 267314479 | Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers | Type 2 |
| 267400492 | AGENCE WALLONNE POUR LA PROMOTION D'UNE AGRICULTURE DE QUALITE | Type 2 |
| 475273274 | PORT AUTONOME DU CENTRE ET DE L'OUEST | Type 2 |
| 693771021 | Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL) | Type 2 |
| 849413657 | Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne | Type 2 |
| 869559171 | Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises | Type 2 |
| 202268754 | CREDIT SOCIAL LOGEMENT | Type 3 |
| 216754517 | Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie | Type 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie | Type 3 |
| 227842904 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT ET DE GARANTIE DES PETITES ET MOYENNES ENTREPRISES | Type 3 |
| 231550084 | SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA | Type 3 |
| 240365703 | SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE | Type 3 |
| 242069339 | Opérateur de Transport de Wallonie | Type 3 |
| 243929462 | SPAQuE | Type 3 |
| 252151302 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES | Type 3 |
| 260639790 | SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON | Type 3 |
| 400351068 | CREDIT SOCIAL DE LA PROVINCE DU BRABANT WALLON | Type 3 |
| 401122615 | SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT | Type 3 |
| 401228127 | Crédit à l'épargne immobilière | Type 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | Type 3 |
| 401465578 | L'Ouvrier chez Lui | Type 3 |
| 401553373 | LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT | Type 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | Type 3 |
| 401632260 | BUILDING | Type 3 |
| 401731339 | Tous Propriétaires | Type 3 |
| 401778057 | La Prévoyance | Type 3 |
| 402324326 | SA SOCIETE DE CREDIT POUR HABITATIONS SOCIALES en abrégé SA SCHS en allemand AG EIGENHEIMKREDI TGESELLSCHAFT en abrégé AG EKKG | Type 3 |
| 402436568 | TERRE ET FOYER | Type 3 |
| 402439340 | Le Travailleur chez Lui | Type 3 |
| 402495065 | CREDISSIMO HAINAUT | Type 3 |
| 402509715 | LE PETIT PROPRIETAIRE | Type 3 |
| 403977482 | CREDISSIMO | Type 3 |
| 404370630 | CREDIT SOCIAL DU Luxembourg | Type 3 |
| 405631729 | LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT | Type 3 |
| 413193670 | Abbaye de Villers-la-Ville | Type 3 |
| 413255038 | ASBL Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe | Type 3 |
| 415371816 | SOGESTIMMO | Type 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | Type 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie | Type 3 |
| 426091207 | SOCIETE WALLONNE DE LOCATION-FINANCEMENT | Type 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | Type 3 |
| 426887397 | SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATIONS | Type 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | Type 3 |
| 433766083 | SERVICE SOCIAL DES SERVICES DU GOUVERNEMENT WALLON | Type 3 |
| 435532572 | SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS | Type 3 |
| 437249076 | Synergies WALLONIE | Type 3 |
| 450305870 | Contrat de Rivière Haute Meuse | Type 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | Type 3 |
| 454183890 | SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL (SOCARIS) | Type 3 |
| 455653441 | SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE (W. ALTER.) | Type 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | Type 3 |
| 462311896 | SPARKOH! | Type 3 |
| 463308424 | CONTRAT DE RIVIERE OURTHE | Type 3 |
| 466071439 | WSL | Type 3 |
| 466557627 | SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX | Type 3 |
| 471517988 | Société d'Investissement Agricole de Wallonie | Type 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | Type 3 |
| 473771754 | SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL | Type 3 |
| 475247837 | SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS | Type 3 |
| 475355824 | ASBL Contrat de Rivière pour l'Amblève | Type 3 |
| 475627325 | SECRETARIAT CONJOINT DU PROGRAMME INTERREG IV Luxembourg - WALLONIE - VLAANDEREN | Type 3 |
| 476800629 | EQUIPE TECHNIQUE INTERREG France - WALLONIE - VLAANDEREN ASBL | Type 3 |
| 478614430 | LE POLE DE RECONVERSION | Type 3 |
| 480028848 | SAMANDA | Type 3 |
| 480753576 | TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE | Type 3 |
| 505741370 | AGENCE POUR L'ENTREPRISE ET L'INNOVATION | Type 3 |
| 544978266 | 123CDI | Type 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | Type 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | Type 3 |
| 554780018 | FONDS DE PARTICIPATION WALLONIE | Type 3 |
| 568575002 | AGENCE DU NUMERIQUE | Type 3 |
| 652991825 | Contrat de rivière Moselle ASBL | Type 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | Type 3 |
| 657881714 | CRISTAL OFFICE PARK | Type 3 |
| 667687820 | IMBC 2020 | Type 3 |
| 667964566 | FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020 | Type 3 |
| 669741844 | Namur Innovation & Growth | Type 3 |
| 669955343 | B2START | Type 3 |
| 670937716 | Luxembourg Développement Europe 2 | Type 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | Type 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | Type 3 |
| 697584804 | Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille | Type 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | Type 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | Type 3 |
| 705942145 | SOCIETE WALLONNE D'INVESTISSEMENT ET DE CONSEIL DANS LES SECTEURS DE LA SANTE, DES HOPITAUX, DE L'HEBERGEMENT DES PERSONNES AGEES, DE L'ACCUEIL DES PERSONNES HANDICAPEES | Type 3 |
| 713671758 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713674629 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713670867 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris pour la Région wallonne | Type 3 |
| 715609778 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713671461 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres pour la Région wallonne | Type 3 |
| 787693943 | FormaForm | Type 3 |
| 793630244 | Wallonie Entreprendre | Type 3 |
| 807763936 | Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon | Type 3 |
| 808269425 | Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés | Type 3 |
| 811443701 | GELIGAR | Type 3 |
| 811463495 | Caisse d'Investissement de Wallonie | Type 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | Type 3 |
| 812367476 | Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie | Type 3 |
| 816595290 | OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS | Type 3 |
| 816917469 | SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER | Type 3 |
| 817847382 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN SEMOIS-CHIERS | Type 3 |
| 817922707 | Contrat de rivière Dyle-Gette | Type 3 |
| 823228409 | FuturoCité | Type 3 |
| 826929552 | Contrat de Rivière de la Meuse Aval et affluents | Type 3 |
| 828207477 | Contrat Rivière Dendre | Type 3 |
| 830804802 | CONTRAT RIVIERE SAMBRE & AFFLUENTS | Type 3 |
| 836794452 | Contrat de Rivière Escaut-Lys | Type 3 |
| 841609612 | Centre d'Etudes en Habitat Durable de Wallonie asbl | Type 3 |
| 843107667 | Durobor Real Estate | Type 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | Type 3 |
| 851101358 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN HYDROGRAPHIQUE DE LA VESDRE | Type 3 |
| 860662588 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT DE L'EXPORTATION ET DE L'INTERNALISATION DES ENTREPRISES WALLONNES - SOFINEX | Type 3 |
| 861927053 | SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE | Type 3 |
| 862775210 | LA TERRIENNE DU CREDIT SOCIAL | Type 3 |
| 865732522 | ARCEO | Type 3 |
| 867271753 | Epicuris | Type 3 |
| 871229947 | GEPART | Type 3 |
| 872191039 | Contrat de rivière Senne | |
| 873260316 | SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE | Type 3 |
| 873769961 | FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE | Type 3 |
| 877938090 | SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES | Type 3 |
| 877942347 | SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF | Type 3 |
| 880827009 | Contrat de Rivière du sous-bassin hydrographique de la haine | Type 3 |
| 881746727 | SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES | Type 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | Type 3 |
| 888366085 | WALLONIE Belgique TOURISME | Type 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | Type 3 |
| 894160351 | contrat de rivière pour la Lesse | Type 3 |
Vu pour être annexé au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes. ". ".
HOOFDSTUK 2. - Gewestelijke waarborgen
CHAPITRE 2. - Garanties régionales
Art. 16. Artikel 126 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De Minister van Begroting, in overleg met de Minister van Landbouw, kan de Thesaurie machtigen om financiële middelen te gebruiken ten belope van 190.000.000 euro om de uitgaven te dekken die gedaan zijn namens het Europees Garantiefonds voor de Landbouw (EOFGL) met inbegrip van de interventies m.b.t. de openbare opslag, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. Bedoelde financiële middelen worden gemobiliseerd in functie van:
* de behoeften van het betaalorgaan dat erom gemachtigd is die uitgaven te betalen;
* de door de Europese Commissie betaalde voorschotten;
* de met die financiële middelen gedane uitgaven.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de beschikbare kredieten te vereffenen om de betalingen krachtens artikel D.255, § 2, van het Landbouwwetboek uit te voeren.
De penningmeester, de ontvanger en de boekhouder van het betaalorgaan van Wallonië worden aangewezen door de Minister van Landbouw en vervullen hun taken mits inachtneming van de Europese wetgeving terzake.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058) om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) (vakdomein A03.002) van programma 03 (WBFIN-programma A03) van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van de begroting van het betaalorgaan. ".
"De Minister van Begroting, in overleg met de Minister van Landbouw, kan de Thesaurie machtigen om financiële middelen te gebruiken ten belope van 190.000.000 euro om de uitgaven te dekken die gedaan zijn namens het Europees Garantiefonds voor de Landbouw (EOFGL) met inbegrip van de interventies m.b.t. de openbare opslag, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. Bedoelde financiële middelen worden gemobiliseerd in functie van:
* de behoeften van het betaalorgaan dat erom gemachtigd is die uitgaven te betalen;
* de door de Europese Commissie betaalde voorschotten;
* de met die financiële middelen gedane uitgaven.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de beschikbare kredieten te vereffenen om de betalingen krachtens artikel D.255, § 2, van het Landbouwwetboek uit te voeren.
De penningmeester, de ontvanger en de boekhouder van het betaalorgaan van Wallonië worden aangewezen door de Minister van Landbouw en vervullen hun taken mits inachtneming van de Europese wetgeving terzake.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058) om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) (vakdomein A03.002) van programma 03 (WBFIN-programma A03) van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van de begroting van het betaalorgaan. ".
Art. 16. L'article 126 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Le Ministre du budget, en concertation avec le Ministre chargé de l'Agriculture, autorise la Trésorerie à mobiliser des moyens financiers à concurrence de 190.000.000 euros pour couvrir les dépenses au titre de Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) y compris les opérations d'intervention relatives au stockage public, Fonds européen agricole pour le développement rural (FEADER) et Fonds européen pour les affaires maritimes et la Pêche. Lesdits moyens financiers sont mobilisés en fonction :
* des besoins de l'organisme payeur habilité à payer ces dépenses;
* des avances versées par la Commission européenne;
* des dépenses déjà effectuées avec ces moyens financiers.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur les crédits disponibles afin de mettre en oeuvre les paiements en vertu de l'article D.255, § 2, du Code de l'Agriculture.
Le trésorier, le receveur et le comptable de l'organisme payeur de Wallonie sont désignés par le Ministre de l'Agriculture et exécutent leurs tâches dans le respect de la législation européenne en la matière.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base (les domaines fonctionnels) portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 (programme WBFIN 15.058) pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) (le domaine fonctionnel A03.002) du programme 03 (programme WBFIN A03) du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge du budget de l'organisme payeur. ".
" Le Ministre du budget, en concertation avec le Ministre chargé de l'Agriculture, autorise la Trésorerie à mobiliser des moyens financiers à concurrence de 190.000.000 euros pour couvrir les dépenses au titre de Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) y compris les opérations d'intervention relatives au stockage public, Fonds européen agricole pour le développement rural (FEADER) et Fonds européen pour les affaires maritimes et la Pêche. Lesdits moyens financiers sont mobilisés en fonction :
* des besoins de l'organisme payeur habilité à payer ces dépenses;
* des avances versées par la Commission européenne;
* des dépenses déjà effectuées avec ces moyens financiers.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur les crédits disponibles afin de mettre en oeuvre les paiements en vertu de l'article D.255, § 2, du Code de l'Agriculture.
Le trésorier, le receveur et le comptable de l'organisme payeur de Wallonie sont désignés par le Ministre de l'Agriculture et exécutent leurs tâches dans le respect de la législation européenne en la matière.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base (les domaines fonctionnels) portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 (programme WBFIN 15.058) pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) (le domaine fonctionnel A03.002) du programme 03 (programme WBFIN A03) du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge du budget de l'organisme payeur. ".
Art. 17. Artikel 137 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen voor de leningen van "SA B.E.FIN", dochteronderneming van de groep WE in het kader van de uitvoering van het project Renowatt voor een maximum bedrag van 4 miljoen euro. ".
"De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen voor de leningen van "SA B.E.FIN", dochteronderneming van de groep WE in het kader van de uitvoering van het project Renowatt voor een maximum bedrag van 4 miljoen euro. ".
Art. 17. L'article 137 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts conclus par SA B.E.FIN, filiale du groupe WE dans le cadre de la mise en oeuvre du projet Renowatt pour un montant maximum de 4 millions d'euros. ".
" Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts conclus par SA B.E.FIN, filiale du groupe WE dans le cadre de la mise en oeuvre du projet Renowatt pour un montant maximum de 4 millions d'euros. ".
HOOFDSTUK 3. - Administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie
CHAPITRE 3. - Services administratifs à comptabilité autonome
Art. 18. Artikel 147 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 67.893.000 euro voor de ontvangsten en 24.898.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 67.893.000 euro voor de ontvangsten en 24.898.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 18. L'article 147 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 67.893.000 euros pour les recettes et à 24.898.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 67.893.000 euros pour les recettes et à 24.898.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 19. Artikel 148 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 38.046.000 euro voor de ontvangsten en 71.146.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 38.046.000 euro voor de ontvangsten en 71.146.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 19. L'article 148 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 38.046.000 euros pour les recettes et à 71.146.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 38.046.000 euros pour les recettes et à 71.146.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 20. Artikel 149 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het Betaalorgaan voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 97.926.000 euro voor de ontvangsten en 97.926.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het Betaalorgaan voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 97.926.000 euro voor de ontvangsten en 97.926.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 20. L'article 149 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses. ".
HOOFDSTUK 4. - Instellingen
CHAPITRE 4. - Organismes
Art. 21. Artikel 150 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 102.232.000 euro voor de ontvangsten en 102.329.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 102.232.000 euro voor de ontvangsten en 102.329.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 21. L'article 150 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de Wallonie-Bruxelles International de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève 102.232.000 euros pour les recettes et à 102.329.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de Wallonie-Bruxelles International de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève 102.232.000 euros pour les recettes et à 102.329.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 22. Artikel 151 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.428.000 euro voor de ontvangsten en 7.408.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.428.000 euro voor de ontvangsten en 7.408.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 22. L'article 151 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 7.428.000 euros pour les recettes et à 7.408.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 7.428.000 euros pour les recettes et à 7.408.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 23. Artikel 152 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 42.040.000 euro voor de ontvangsten en 51.501.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 42.040.000 euro voor de ontvangsten en 51.501.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 23. L'article 152 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service Public de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 42.040.000 euros pour les recettes et à 51.501.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service Public de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 42.040.000 euros pour les recettes et à 51.501.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 24. Artikel 153 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 49.389.000 euro voor de ontvangsten en 49.782.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 49.389.000 euro voor de ontvangsten en 49.782.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 24. L'article 153 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 49.389.000 euros pour les recettes et à 49.782.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 49.389.000 euros pour les recettes et à 49.782.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 25. Artikel 154 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique" (Waals instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique" (Waals instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 25. L'article 154 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 8.856.000 euros pour les recettes et à 10.793.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 8.856.000 euros pour les recettes et à 10.793.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 26. Artikel 155 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 68.842.000 euro voor de ontvangsten en 84.564.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 68.842.000 euro voor de ontvangsten en 84.564.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 26. L'article 155 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 68.842.000 euros pour les recettes et à 84.564.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 68.842.000 euros pour les recettes et à 84.564.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 27. Artikel 156 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 218.200.000 euro voor de ontvangsten en 318.200.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 218.200.000 euro voor de ontvangsten en 318.200.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 27. L'article 156 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds wallon des calamités naturelles de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds wallon des calamités naturelles de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 28. Artikel 158 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de armoedebestrijding voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 225.000 euro voor de ontvangsten en 225.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de armoedebestrijding voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 225.000 euro voor de ontvangsten en 225.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 28. L'article 158 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 225.000 euros pour les recettes et à 225.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 225.000 euros pour les recettes et à 225.000 euros pour les dépenses. ".
Art. 29. Artikel 159 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de uitstraling van Wallonië voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 2.820.000 euro voor de ontvangsten en 2.820.000 euro voor de uitgaven. ".
"De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de uitstraling van Wallonië voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 2.820.000 euro voor de ontvangsten en 2.820.000 euro voor de uitgaven. ".
Art. 29. L'article 159 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 2.820.000 euros pour les recettes et à 2.820.000 euros pour les dépenses. ".
" Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 2.820.000 euros pour les recettes et à 2.820.000 euros pour les dépenses. ".
HOOFDSTUK 5. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions diverses
Art. 30. Artikel 193 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. Dit artikel is van toepassing op toeristische operatoren die hun activiteiten niet meer volledig kunnen voortzetten als gevolg van de door de overstromingen van juli 2021 veroorzaakte schade.
Om het bestaan van hun schuldvordering en de totale onmogelijkheid om hun activiteiten voort te zetten aan te tonen, moeten de toeristische operatoren de volgende documenten en stukken per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek, aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme zenden :
1° de volledige gegevens van de toeristische operator die de schorsing vraagt van de voorwaarden met betrekking tot het behoud van zijn vergunning of erkenning bedoeld in artikel 3 van dit "boek";
2° een uittreksel uit de kadastrale legger ter illustratie van de situatie van de infrastructuren of uitrustingen waarvan het gebruik ten gevolge van de ramp onmogelijk is gemaakt;
3° de aangifte van de schade bij de verzekeringsmaatschappij van de toeristische operator.
§ 2. Bepaalde voorwaarden voor het behoud van de vergunning of de erkenning van de toeristische operator, bepaald in het Waalse Toerismewetboek, worden geschorst vanaf 14 juli 2021 voor een periode van maximum vijf jaar of op de datum van de vervroegde hervatting van de activiteit, die aan het Commissariaat-Generaal voor Toerisme moet worden gemeld per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek:
1° met betrekking tot toeristische organisaties en attracties, gaat het om voorwaarden met betrekking tot de toegankelijkheid van de lokalen voor het publiek, de openingsuren, de aanwezigheid van een personeelslid in de lokalen;
2° wat toeristische logiesverstrekking betreft, gaat het om voorwaarden met betrekking tot het toeristisch gebruik van de logiesverstrekking of het verstrekken van logies aan toeristen of via verenigingen voor sociaal toerisme en hun aangeslotenen.
Behalve in het geval van een bij ministerieel besluit toegestane afwijking blijven de overige voorwaarden voor handhaving van de vergunning of erkenning van toeristische ondernemingen van toepassing.
De in § 2, eerste lid, bedoelde voorwaarden worden eveneens opgeschort wat betreft de voortzetting van het voordeel van de aan deze toeristische operatoren toegekende subsidies vanaf 14 juli 2021 voor een maximumperiode van vijf jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de activiteit.
§ 3. In geval van totale vernietiging van het voorwerp waarop het subsidiebesluit betrekking heeft en de onmogelijkheid om het te herstellen, vervalt de voorwaarde om het gebruik ervan als toeristische attractie te handhaven voor het resterende deel van de periode waarin de subsidie is verleend en gehandhaafd.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021. ".
§ 1. Dit artikel is van toepassing op toeristische operatoren die hun activiteiten niet meer volledig kunnen voortzetten als gevolg van de door de overstromingen van juli 2021 veroorzaakte schade.
Om het bestaan van hun schuldvordering en de totale onmogelijkheid om hun activiteiten voort te zetten aan te tonen, moeten de toeristische operatoren de volgende documenten en stukken per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek, aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme zenden :
1° de volledige gegevens van de toeristische operator die de schorsing vraagt van de voorwaarden met betrekking tot het behoud van zijn vergunning of erkenning bedoeld in artikel 3 van dit "boek";
2° een uittreksel uit de kadastrale legger ter illustratie van de situatie van de infrastructuren of uitrustingen waarvan het gebruik ten gevolge van de ramp onmogelijk is gemaakt;
3° de aangifte van de schade bij de verzekeringsmaatschappij van de toeristische operator.
§ 2. Bepaalde voorwaarden voor het behoud van de vergunning of de erkenning van de toeristische operator, bepaald in het Waalse Toerismewetboek, worden geschorst vanaf 14 juli 2021 voor een periode van maximum vijf jaar of op de datum van de vervroegde hervatting van de activiteit, die aan het Commissariaat-Generaal voor Toerisme moet worden gemeld per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek:
1° met betrekking tot toeristische organisaties en attracties, gaat het om voorwaarden met betrekking tot de toegankelijkheid van de lokalen voor het publiek, de openingsuren, de aanwezigheid van een personeelslid in de lokalen;
2° wat toeristische logiesverstrekking betreft, gaat het om voorwaarden met betrekking tot het toeristisch gebruik van de logiesverstrekking of het verstrekken van logies aan toeristen of via verenigingen voor sociaal toerisme en hun aangeslotenen.
Behalve in het geval van een bij ministerieel besluit toegestane afwijking blijven de overige voorwaarden voor handhaving van de vergunning of erkenning van toeristische ondernemingen van toepassing.
De in § 2, eerste lid, bedoelde voorwaarden worden eveneens opgeschort wat betreft de voortzetting van het voordeel van de aan deze toeristische operatoren toegekende subsidies vanaf 14 juli 2021 voor een maximumperiode van vijf jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de activiteit.
§ 3. In geval van totale vernietiging van het voorwerp waarop het subsidiebesluit betrekking heeft en de onmogelijkheid om het te herstellen, vervalt de voorwaarde om het gebruik ervan als toeristische attractie te handhaven voor het resterende deel van de periode waarin de subsidie is verleend en gehandhaafd.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021. ".
Art. 30. L'article 193 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. Le présent article s'applique aux opérateurs touristiques qui ne sont plus en mesure de poursuivre la totalité de leurs activités en raison de dégâts causés par les inondations du mois de juillet 2021.
Afin de démontrer l'existence de leur sinistre et l'impossibilité totale de poursuivre leurs activités, les opérateurs touristiques doivent communiquer au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme, les documents et pièces suivants :
1° les coordonnées complètes de l'opérateur touristique demandeur d'une suspension des conditions relatives au maintien de son autorisation ou reconnaissance visée à l'article 3 du présent " livre ";
2° un extrait de la matrice cadastrale illustrant la situation des infrastructures ou équipements dont l'utilisation est rendue impossible à la suite du sinistre;
3° la déclaration de sinistre réalisée auprès de la compagnie d'assurances de l'opérateur touristique.
§ 2. Certaines conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'opérateur touristique fixées par le Code wallon du Tourisme sont suspendues à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans à la date de reprise anticipée de l'activité, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme :
1° en ce qui concerne les organismes et attractions touristiques, il s'agit des conditions relatives à l'accessibilité des locaux par le public, aux heures d'ouverture, à la présence d'un membre du personnel sur place;
2° en ce qui concerne les hébergements touristiques, il s'agit des conditions à l'affectation touristique de l'hébergement ou à la mise à la disposition de l'hébergement à des touristes ou par le biais des associations de tourisme social et de leurs affiliés.
Sauf en cas de dérogation accordée par arrêté ministériel, les autres conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance des opérateurs touristiques restent applicables.
Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, sont suspendues également en ce qui concerne le maintien du bénéfice des subventions allouées à ces opérateurs touristiques à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans ou à la date de reprise anticipée de l'activité.
§ 3. En cas de destruction totale de l'objet visé par l'arrêté de subvention et de l'impossibilité de le restaurer à l'identique, la condition du maintien d'affectation touristique est éteinte pour le restant de la durée relative à l'octroi et au maintien du subventionnement.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021. ".
" § 1er. Le présent article s'applique aux opérateurs touristiques qui ne sont plus en mesure de poursuivre la totalité de leurs activités en raison de dégâts causés par les inondations du mois de juillet 2021.
Afin de démontrer l'existence de leur sinistre et l'impossibilité totale de poursuivre leurs activités, les opérateurs touristiques doivent communiquer au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme, les documents et pièces suivants :
1° les coordonnées complètes de l'opérateur touristique demandeur d'une suspension des conditions relatives au maintien de son autorisation ou reconnaissance visée à l'article 3 du présent " livre ";
2° un extrait de la matrice cadastrale illustrant la situation des infrastructures ou équipements dont l'utilisation est rendue impossible à la suite du sinistre;
3° la déclaration de sinistre réalisée auprès de la compagnie d'assurances de l'opérateur touristique.
§ 2. Certaines conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'opérateur touristique fixées par le Code wallon du Tourisme sont suspendues à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans à la date de reprise anticipée de l'activité, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme :
1° en ce qui concerne les organismes et attractions touristiques, il s'agit des conditions relatives à l'accessibilité des locaux par le public, aux heures d'ouverture, à la présence d'un membre du personnel sur place;
2° en ce qui concerne les hébergements touristiques, il s'agit des conditions à l'affectation touristique de l'hébergement ou à la mise à la disposition de l'hébergement à des touristes ou par le biais des associations de tourisme social et de leurs affiliés.
Sauf en cas de dérogation accordée par arrêté ministériel, les autres conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance des opérateurs touristiques restent applicables.
Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, sont suspendues également en ce qui concerne le maintien du bénéfice des subventions allouées à ces opérateurs touristiques à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans ou à la date de reprise anticipée de l'activité.
§ 3. En cas de destruction totale de l'objet visé par l'arrêté de subvention et de l'impossibilité de le restaurer à l'identique, la condition du maintien d'affectation touristique est éteinte pour le restant de la durée relative à l'octroi et au maintien du subventionnement.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021. ".
Art. 31. Artikel 211 van het decreet van 2022 december houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding met een maximum van 1830 EUR;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het einddiploma middelbaar onderwijs of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
4° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2023 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2023, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2023 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2023 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn;
f) in de loop van het jaar 2023 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2023 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2023 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen Forem en het "AVIQ";
h) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een Buurtregie;
i) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021, 2022 of 2023 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f), g) of h).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet of door "FOREm" overeenkomstig artikel 224 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4°, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij Forem.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in § 3, eerste lid, 3°, b) en c), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
§ 1. FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding met een maximum van 1830 EUR;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het einddiploma middelbaar onderwijs of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
4° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2023 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2023, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2023 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2023 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn;
f) in de loop van het jaar 2023 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2023 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2023 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen Forem en het "AVIQ";
h) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een Buurtregie;
i) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021, 2022 of 2023 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f), g) of h).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet of door "FOREm" overeenkomstig artikel 224 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4°, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij Forem.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in § 3, eerste lid, 3°, b) en c), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
Art. 31. L'article 211 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de 1830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française;
4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2023, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière ou avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2023 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2023, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2023, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une Régie de Quartier;
i) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021, 2022 ou 2023 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f), g) ou h).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret ou par le FOREm en vertu de l'article 224 du présent décret.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de 1830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française;
4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2023, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière ou avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2023 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2023, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2023, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une Régie de Quartier;
i) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021, 2022 ou 2023 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f), g) ou h).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret ou par le FOREm en vertu de l'article 224 du présent décret.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 32. Artikel 217 van het decreet van 2022 december houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 30 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
§ 2. IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door "IFAPME" vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, inclusief de factureringsmodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in het tweede lid, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door "IFAPME".
De tarieven, bedoeld in het tweede lid, 3°, kunnen vanaf 1 april 2023 door de Minister bevoegd voor "IFAPME" worden geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
"IFAPME" deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een "IFAPME"-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door "IFAPME" wordt opgesteld;
2° na tussen 1 september 2022 en 30 november 2023 een minimumduur van drie maanden alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door "IFAPME":
a) hetzij in het kader van een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen;
3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), eerste streepje;
b) 16 jaar voor de opvolging van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het afleggen van het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje;
c) 17 jaar voor de opvolging van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a) en b), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerste streepje;
d) 18 jaar voor het afleggen van de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan "IFAPME" bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van "IFAPME" aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
§ 1. IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 30 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
§ 2. IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door "IFAPME" vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, inclusief de factureringsmodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in het tweede lid, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door "IFAPME".
De tarieven, bedoeld in het tweede lid, 3°, kunnen vanaf 1 april 2023 door de Minister bevoegd voor "IFAPME" worden geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
"IFAPME" deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een "IFAPME"-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door "IFAPME" wordt opgesteld;
2° na tussen 1 september 2022 en 30 november 2023 een minimumduur van drie maanden alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door "IFAPME":
a) hetzij in het kader van een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen;
3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), eerste streepje;
b) 16 jaar voor de opvolging van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het afleggen van het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje;
c) 17 jaar voor de opvolging van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a) en b), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerste streepje;
d) 18 jaar voor het afleggen van de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan "IFAPME" bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van "IFAPME" aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
Art. 32. L'article 217 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. L'IFAPME organise, pour les apprenants inscrits en formation au sein du Réseau IFAPME, l'accès à une formation leur permettant d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 30 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par l'IFAPME.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés, par le Ministre ayant l'IFAPME dans ses attributions, sur la base de l'indice des prix à la consommation, à partir du 1er avril 2023.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2022 et le 30 novembre 2023 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises;
3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b) et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°, a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. L'IFAPME organise, pour les apprenants inscrits en formation au sein du Réseau IFAPME, l'accès à une formation leur permettant d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 30 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par l'IFAPME.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés, par le Ministre ayant l'IFAPME dans ses attributions, sur la base de l'indice des prix à la consommation, à partir du 1er avril 2023.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2022 et le 30 novembre 2023 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises;
3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b) et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°, a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 33. Artikel 224 van het decreet van 21 december 2022 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor Beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
2° situatie van een alleenouderschap: gezinssituatie van een persoon die het alleen of beurtelings gezag over een kind heeft ;
3° "FOREm" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);
4° B.I.M.-statuut: de begunstigde van de verhoogde tussenkomst in de terugbetaling van gezondheidszorg en geneesmiddelen;
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de "FOREm" aan de niet-werkende werkzoekende die in een alleenouderschap situatie verkeert, de volgende financiële voordelen toekennen:
1° een forfaitaire dagvergoeding van 6 euro ter dekking van de kosten voor kinderopvang tot de leeftijd waarop zij tot de kleuterschool kunnen worden toegelaten;
2° een forfaitaire dagvergoeding van 4 euro om de kosten van buitenschoolse opvang te dekken voor kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan.
De in het eerste lid bedoelde financiële uitkeringen kunnen worden toegekend wanneer de niet-werkende werkzoekende:
1° een opleiding, stage of studies volgt waarvoor hij, als volledig werkloze, een vrijstelling van beschikbaarheid geniet toegekend door de "FOREm" krachtens de artikelen 92 tot 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering zoals gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 21 december 2022;
2° een beroepsopleiding volgt die gedekt wordt door een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding.
De financiële voordelen bedoeld in het eerste lid worden toegekend overeenkomstig het tweede lid, op voorwaarde dat de werkzoekende het bewijs levert van de realiteit van de opvangkosten door aan de "FOREm" bewijsstukken over te leggen met betrekking tot de uitgaven betaald aan een van de volgende instellingen:
a) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de "Office national de l'Enfance";
b) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de Gemeenten, Provincies, Gemeenschappen of Gewesten;
c) kribben of onafhankelijke pleeggezinnen onder toezicht van de "Office national de l'Enfance";
d) kleuter- of basisscholen, dan wel instellingen of opvangstructuren die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht.
De verificatie van de situatie van alleenouderschap wordt door de "FOREm" verricht op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe hij toegang heeft en, bij ontstentenis van beschikbare gegevens, op basis van een kopie van een bewijs van samenstelling van het huishouden of enig ander document dat door de niet-werkende werkzoekende wordt verstrekt en aan de hand waarvan de situatie van alleenouderschap kan worden vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde financiële voordelen mogen niet worden gecombineerd met andere tegemoetkomingen in dezelfde opvangkosten.
§ 3. De "FOREm" berekent het bedrag van de financiële uitkeringen bedoeld in § 2, eerste lid, per dag van aanwezigheid of gelijkgesteld met deelname aan een beroepsopleiding en waarvoor een van de situaties bedoeld in § 2, tweede lid, zich voordoet en per kind waarvoor de niet-werkende werkzoekende zich in een alleenouderschap situatie bevindt.
§ 4. De in § 2, eerste lid, bedoelde financiële uitkeringen worden door de "FOREm" maandelijks in één keer uitbetaald.
§ 5. De "FOREm" is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd. De "FOREm" centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens die het mogelijk maken het alleenouderschap van de niet-werkende werkzoekende vast te stellen, alsook de gegevens van de personen die het huishouden vormen en die noodzakelijk zijn voor de berekening van het bedrag van de financiële uitkeringen overeenkomstig artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) . ".
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor Beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
2° situatie van een alleenouderschap: gezinssituatie van een persoon die het alleen of beurtelings gezag over een kind heeft ;
3° "FOREm" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);
4° B.I.M.-statuut: de begunstigde van de verhoogde tussenkomst in de terugbetaling van gezondheidszorg en geneesmiddelen;
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de "FOREm" aan de niet-werkende werkzoekende die in een alleenouderschap situatie verkeert, de volgende financiële voordelen toekennen:
1° een forfaitaire dagvergoeding van 6 euro ter dekking van de kosten voor kinderopvang tot de leeftijd waarop zij tot de kleuterschool kunnen worden toegelaten;
2° een forfaitaire dagvergoeding van 4 euro om de kosten van buitenschoolse opvang te dekken voor kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan.
De in het eerste lid bedoelde financiële uitkeringen kunnen worden toegekend wanneer de niet-werkende werkzoekende:
1° een opleiding, stage of studies volgt waarvoor hij, als volledig werkloze, een vrijstelling van beschikbaarheid geniet toegekend door de "FOREm" krachtens de artikelen 92 tot 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering zoals gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 21 december 2022;
2° een beroepsopleiding volgt die gedekt wordt door een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding.
De financiële voordelen bedoeld in het eerste lid worden toegekend overeenkomstig het tweede lid, op voorwaarde dat de werkzoekende het bewijs levert van de realiteit van de opvangkosten door aan de "FOREm" bewijsstukken over te leggen met betrekking tot de uitgaven betaald aan een van de volgende instellingen:
a) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de "Office national de l'Enfance";
b) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de Gemeenten, Provincies, Gemeenschappen of Gewesten;
c) kribben of onafhankelijke pleeggezinnen onder toezicht van de "Office national de l'Enfance";
d) kleuter- of basisscholen, dan wel instellingen of opvangstructuren die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht.
De verificatie van de situatie van alleenouderschap wordt door de "FOREm" verricht op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe hij toegang heeft en, bij ontstentenis van beschikbare gegevens, op basis van een kopie van een bewijs van samenstelling van het huishouden of enig ander document dat door de niet-werkende werkzoekende wordt verstrekt en aan de hand waarvan de situatie van alleenouderschap kan worden vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde financiële voordelen mogen niet worden gecombineerd met andere tegemoetkomingen in dezelfde opvangkosten.
§ 3. De "FOREm" berekent het bedrag van de financiële uitkeringen bedoeld in § 2, eerste lid, per dag van aanwezigheid of gelijkgesteld met deelname aan een beroepsopleiding en waarvoor een van de situaties bedoeld in § 2, tweede lid, zich voordoet en per kind waarvoor de niet-werkende werkzoekende zich in een alleenouderschap situatie bevindt.
§ 4. De in § 2, eerste lid, bedoelde financiële uitkeringen worden door de "FOREm" maandelijks in één keer uitbetaald.
§ 5. De "FOREm" is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd. De "FOREm" centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens die het mogelijk maken het alleenouderschap van de niet-werkende werkzoekende vast te stellen, alsook de gegevens van de personen die het huishouden vormen en die noodzakelijk zijn voor de berekening van het bedrag van de financiële uitkeringen overeenkomstig artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) . ".
Art. 33. L'article 224 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° demandeur d'emploi inoccupé : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire;
2° situation de monoparentalité : situation familiale d'une personne qui assume seule ou de manière alternée la garde principale d'un enfant;
3° FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi;
4° Statut BIM : le bénéficiaire de l'intervention majorée dans le remboursement des soins de santé et des médicaments.
§ 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le FOREm peut octroyer au demandeur d'emploi inoccupé qui est en situation de monoparentalité et qui ne bénéficie pas de la gratuité des frais d'accueil dans le cadre du statut BIM, les avantages financiers suivants :
1° une indemnité forfaitaire journalière de 6 euros pour couvrir les frais d'accueil jusqu'à l'âge où ils peuvent être admis dans l'enseignement maternel;
2° une indemnité forfaitaire journalière de 4 euros pour couvrir des frais d'accueil extrascolaire des enfants qui fréquentent l'enseignement maternel ou primaire;
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er peuvent être octroyés lorsque le demandeur d'emploi inoccupé :
1° suit une formation, un stage ou des études pour lesquels il bénéficie, en tant que chômeur complet, d'une dispense de disponibilité octroyée par le FOREm en vertu des articles 92 à 94 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage tels que modifiés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 décembre 2022;
2° suit une formation professionnelle couverte par un contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er sont octroyés conformément à l'alinéa 2, à condition que le demandeur d'emploi apporte la preuve de la réalité des dépenses d'accueil par la transmission au FOREm des pièces justificatives se rapportant aux dépenses payées à l'un des organismes suivants :
a) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
b) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par les Communes, les Provinces, les Communautés ou les Régions;
c) des crèches ou des familles d'accueil indépendantes contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
d) des écoles maternelles ou primaires, ou des institutions ou structures d'accueil rattachées à l'école ou au pouvoir organisateur.
La vérification de la situation de monoparentalité est effectuée par le FOREm sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès et à défaut de disponibilité des données, sur la base d'une copie d'un certificat de composition de ménage ou tout autre document transmis par le demandeur d'emploi inoccupé et permettant d'établir la situation de monoparentalité.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être cumulés avec d'autres interventions sur les mêmes frais d'accueil.
§ 3. Le FOREm calcule le montant des avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, par jour de présence ou assimilé à une présence en formation professionnelle et pour lesquels une des situations visées au § 2, alinéa 2, est rencontrée et par enfant pour lequel le demandeur d'emploi inoccupé est en situation de monoparentalité.
§ 4. Les avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, sont liquidés tous les mois par le FOREm en une seule tranche.
§ 5. Le FOREm est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article. Le FOREm centralise, agrège et conserve les données permettant d'établir la situation de monoparentalité du demandeur d'emploi inoccupé ainsi que les données des personnes qui composent le ménage nécessaire pour le calcul du montant des avantages financiers conformément à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi. ".
" § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° demandeur d'emploi inoccupé : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire;
2° situation de monoparentalité : situation familiale d'une personne qui assume seule ou de manière alternée la garde principale d'un enfant;
3° FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi;
4° Statut BIM : le bénéficiaire de l'intervention majorée dans le remboursement des soins de santé et des médicaments.
§ 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le FOREm peut octroyer au demandeur d'emploi inoccupé qui est en situation de monoparentalité et qui ne bénéficie pas de la gratuité des frais d'accueil dans le cadre du statut BIM, les avantages financiers suivants :
1° une indemnité forfaitaire journalière de 6 euros pour couvrir les frais d'accueil jusqu'à l'âge où ils peuvent être admis dans l'enseignement maternel;
2° une indemnité forfaitaire journalière de 4 euros pour couvrir des frais d'accueil extrascolaire des enfants qui fréquentent l'enseignement maternel ou primaire;
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er peuvent être octroyés lorsque le demandeur d'emploi inoccupé :
1° suit une formation, un stage ou des études pour lesquels il bénéficie, en tant que chômeur complet, d'une dispense de disponibilité octroyée par le FOREm en vertu des articles 92 à 94 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage tels que modifiés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 décembre 2022;
2° suit une formation professionnelle couverte par un contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er sont octroyés conformément à l'alinéa 2, à condition que le demandeur d'emploi apporte la preuve de la réalité des dépenses d'accueil par la transmission au FOREm des pièces justificatives se rapportant aux dépenses payées à l'un des organismes suivants :
a) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
b) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par les Communes, les Provinces, les Communautés ou les Régions;
c) des crèches ou des familles d'accueil indépendantes contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
d) des écoles maternelles ou primaires, ou des institutions ou structures d'accueil rattachées à l'école ou au pouvoir organisateur.
La vérification de la situation de monoparentalité est effectuée par le FOREm sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès et à défaut de disponibilité des données, sur la base d'une copie d'un certificat de composition de ménage ou tout autre document transmis par le demandeur d'emploi inoccupé et permettant d'établir la situation de monoparentalité.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être cumulés avec d'autres interventions sur les mêmes frais d'accueil.
§ 3. Le FOREm calcule le montant des avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, par jour de présence ou assimilé à une présence en formation professionnelle et pour lesquels une des situations visées au § 2, alinéa 2, est rencontrée et par enfant pour lequel le demandeur d'emploi inoccupé est en situation de monoparentalité.
§ 4. Les avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, sont liquidés tous les mois par le FOREm en une seule tranche.
§ 5. Le FOREm est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article. Le FOREm centralise, agrège et conserve les données permettant d'établir la situation de monoparentalité du demandeur d'emploi inoccupé ainsi que les données des personnes qui composent le ménage nécessaire pour le calcul du montant des avantages financiers conformément à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi. ".
Art. 34. Artikel 225 van het decreet van 21 december houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023 wordt gewijzigd als volgt:
§ 1. De "FOREm" organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de "Forem";
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2023 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de "FOREm" wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst voor een instapopleiding met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn de niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet, uitgesloten van de in het eerste lid bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
§ 1. De "FOREm" organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de "Forem";
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2023 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de "FOREm" wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst voor een instapopleiding met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn de niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet, uitgesloten van de in het eerste lid bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst. ".
Art. 34. L'article 225 du décret du 21 décembre 2022 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023 est modifié comme suit :
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
" § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er. ".
Art. 35. In afwijking van artikel 145, vierde lid, van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, kan de erkende instelling voor schuldbemiddeling een subsidie aanvragen voor het begrotingsjaar 2023, ongeacht de dossierdrempels die tijdens het referentiejaar zijn behandeld, op voorwaarde dat zij deze subsidie heeft ontvangen voor het begrotingsjaar 2022.
Art. 35. Par dérogation à l'article 145, alinéa 4, du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, l'institution pratiquant la médiation de dettes agréée peut prétendre à une subvention pour l'année budgétaire 2023 indépendamment des seuils de dossiers traités au cours de l'année de référence, pour autant qu'elle ait bénéficié de cette subvention pour l'année budgétaire 2022.
Art. 36. § 1. In artikel 5.D., § 1, 2°, van het Waals Toerismewetboek worden de volgende woorden, ingevoegd bij het decreet van het Waalse Gewest van 10 november 2016 tot wijziging van verscheidene bepalingen in de wetgeving betreffende het toerisme, opgeheven: ", met de steun van de NV Immowal bedoeld in artikel 31/1. D,".
§ 2. "Hoofdstuk X" van het Waals Toerismewetboek, ingevoegd bij het decreet van het Waalse Gewest van 10 november 2016 tot wijziging van verscheidene bepalingen in de wetgeving betreffende het toerisme, wordt opgeheven.
§ 2. "Hoofdstuk X" van het Waals Toerismewetboek, ingevoegd bij het decreet van het Waalse Gewest van 10 november 2016 tot wijziging van verscheidene bepalingen in de wetgeving betreffende het toerisme, wordt opgeheven.
Art. 36. § 1er. Dans l'article 5.D., § 1er, 2°, du Code wallon du Tourisme, les mots suivants, insérés par le décret de la Région wallonne du 10 novembre 2016 apportant diverses modifications aux législations concernant le Tourisme, sont supprimés : " , avec l'appui de la SA Immowal visée à l'article 31/1.D, ".
§ 2. Le " Chapitre X " du Code wallon du Tourisme, inséré par le décret de la Région wallonne du 10 novembre 2016 apportant diverses modifications aux législations concernant le Tourisme, est abrogé.
§ 2. Le " Chapitre X " du Code wallon du Tourisme, inséré par le décret de la Région wallonne du 10 novembre 2016 apportant diverses modifications aux législations concernant le Tourisme, est abrogé.
Art. 37. In artikel 68D van het Waals Toerismewetboek, worden het 5e, 6e en 7e lid opgeheven en vervangen door wat volgt:
"De Regering kan de bedragen bedoeld in het tweede lid met betrekking tot de subsidies toegekend aan de "Maisons du tourisme" (Huizen voor toerisme) aanpassen om rekening te houden met de waarde van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule:
Bedrag bedoeld in het tweede lid x indexcijfer van de maand januari van het jaar N
Indexcijfer van de maand januari van het jaar N-1
door de verkregen bedragen af te ronden naar de eerstvolgende hogere eenheid. ".
"De Regering kan de bedragen bedoeld in het tweede lid met betrekking tot de subsidies toegekend aan de "Maisons du tourisme" (Huizen voor toerisme) aanpassen om rekening te houden met de waarde van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule:
Bedrag bedoeld in het tweede lid x indexcijfer van de maand januari van het jaar N
Indexcijfer van de maand januari van het jaar N-1
door de verkregen bedragen af te ronden naar de eerstvolgende hogere eenheid. ".
Art. 37. A l'article 68D du Code wallon du Tourisme, les alinéas 5, 6 et 7 sont supprimés et remplacés par ce qui suit :
" Le Gouvernement peut adapter les montants prévus à l'alinéa 2 relatif aux subventions octroyées aux Maisons du tourisme pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation selon la formule suivante :
Montant prévu à l'alinéa 2 x indice du mois de janvier de l'année N
indice du mois de janvier de l'année N-1
en arrondissant les montants obtenus à l'unité supérieure. ".
" Le Gouvernement peut adapter les montants prévus à l'alinéa 2 relatif aux subventions octroyées aux Maisons du tourisme pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation selon la formule suivante :
Montant prévu à l'alinéa 2 x indice du mois de janvier de l'année N
indice du mois de janvier de l'année N-1
en arrondissant les montants obtenus à l'unité supérieure. ".
Art. 38. Artikel 13 van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.e.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt opgeheven.
Art. 38. Dans le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.), est supprimé l'article 13.
Art. 39. Artikel L3352-3 van het Wetboek van de Plaatselijke democratie en de Decentralisatie wordt aangevuld met het volgende lid:
"In afwijking van het eerste lid, wordt de vereffening van de kredieten van het jaar N+4 uitgesteld tot het jaar N+7. ".
"In afwijking van het eerste lid, wordt de vereffening van de kredieten van het jaar N+4 uitgesteld tot het jaar N+7. ".
Art. 39. L'article L3352-3 du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la liquidation des crédits de l'année N+4 est reportée à l'année N+7. ".
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la liquidation des crédits de l'année N+4 est reportée à l'année N+7. ".
Art. 40. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de verrichting van de onderling verdeelde werkingsuitgaven over te dragen van vakdomein 015.003 van programma 09.015 (Organisatieafdeling 09), van vakdomein 123.001 van programma 09.123 (Organisatieafdeling 09), van de vakdomeinen 022.001, van vakdomein 022.003, van vakdomein 022.004 en van vakdomein 022.019 van programma 10.022 (Organisatieafdeling 10), van vakdomein 024.005 van programma 10.024 (Organisatieafdeling 10), van vakdomein 085.004 van programma 10.085 (Organisatieafdeling 10), van de vakdomeinen 001.107 en van vakdomein 001.108 van programma 11.001 (Organisatieafdeling 11), van vakdomein 031.013 van programma 11.031, van de vakdomeinen 125.003 en van vakdomein 125.005 van programma 11.125 (Organisatieafdeling 11), van vakdomein 032.001 van programma 11.032 (Organisatieafdeling 11), van vakdomein 026.002 van programma 11.026 (Organisatieafdeling 11), van vakdomein 033.004 van programma 11.033 (Organisatieafdeling 11), van vakdomein 124.001 van programma 11.124 (Organisatieafdeling 11), van de vakdomeinen 001.128 en van vakdomein 001.123 van programma 12.001 (Organisatieafdeling 12) van het SG naar alle vakdomeinen van het functionele programma 10.001 van organisatieafdeling 10.
Art. 40. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer du DF 015.003 du programme 09.015 (DO09), du DF123.001 du programme 09.123 (DO09), des DF 022.001, DF 022.003, DF 022.004 et DF 022.019 du programme 10.022 (DO10), du DF 024.005 du programme 10.024 (DO10), du DF 085.004 du programme 10.085 (DO10), des DF 001.107 et DF 001.108 du programme 11.001 (DO11), du DF 031.013 du programme 11.031, des DF 125.003 et DF 125.005 du programme 11.125 (DO11), du DF 032.001 du programme 11.032 (DO11), du DF 026.002 du programme 11.026 (DO11), du DF 033.004 du programme 11.033 (DO11), du DF 124.001 du programme 11.124 (DO11), des DF 001.128 et DF 001.123 du programme 12.001 (DO12) les crédits nécessaires à la réalisation des dépenses de fonctionnement mutualisées du SG vers l'ensemble des DF du programme fonctionnel 10.001 de la division organique 10.
Art. 41. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de verrichting van de gedeelde IT-uitgaven van de Waalse Overheidsdienst over te dragen van vakdomein 001.051 van programma 17.001 (Organisatieafdeling 17), van vakdomein 001.095 van programma 18.001 (Organisatieafdeling 18), van de vakdomeinen 001.041 en van vakdomein 001.062 van programma 16.001 (Organisatieafdeling 16), van vakdomein 083.004 van programma 16.083 (Organisatieafdeling 16), van vakdomein 029.035 van programma 12.029 (Organisatieafdeling 12), van vakdomein 001.093 van programma 19.001 (Organisatieafdeling 19), van vakdomein 001.057 van programma 15.001 (Organisatieafdeling 15), van vakdomein 001.047 van programma 14.001 (Organisatieafdeling 14) naar vakdomein 001.148 van programma 10.001 van organisatieafdeling 10.
Art. 41. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer du DF 001.051 du programme 17.001 (DO17), du DF 001.095 du programme 18.001 (DO18), des DF 001.041 et DF 001.062 du programme 16.001 (DO16), du DF 083.004 du programme 16.083 (DO16), du DF 029.035 du programme 12.029 (DO12), du DF 001.093 du programme 19.001 (DO19), du DF 001.057 du programme 15.001 (DO15), du DF 001.047 du programme 14.001 (DO14) les crédits nécessaires à la réalisation des dépenses informatiques mutualisées du SPW vers le domaine fonctionnel 001.148 du programme 10.001 de la division organique 10.
Art. 42. De erkenning van de opleidingsoperator bedoeld in artikel 10 van het decreet van 10 april 2003 betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn, is geldig tot 31 december 2025 wanneer de aanvraag tot erkenning of hernieuwing van de erkenning is ingediend tussen de dag van bekendmaking van dit besluit en 31 december 2023.
Art. 42. L'agrément de l'opérateur de formation visé à l'article 10 du décret du 10 avril 2003 relatif aux incitants financiers à la formation des travailleurs occupés par les entreprises est valide jusqu'au 31 décembre 2025 lorsque la demande d'agrément ou de renouvellement d'agrément a été introduite entre le jour de publication du présent décret et le 31 décembre 2023.
Art. 43. § 1. In afwijking van artikel 344 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, wordt voor het jaar 2022, in het geval dat de door de diensten gepresteerde uren het toegewezen quotum niet bereiken, de aanvullende forfaitaire subsidie toegekend als tussenkomst in de loonkosten van de verantwoordelijken van de begeleiding wordt berekend door de forfaitaire prijs bedoeld in artikel 344 te vermenigvuldigen met het aantal toegekende uren in het kader van het quotum voor het jaar 2022. Dit bedrag wordt echter in passende mate verlaagd indien het bestaande begeleidingspersoneel niet 0,036 voltijdsequivalenten verantwoordelijken voor de begeleiding per quotum van duizend uren bereikt.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wanneer de activiteit van de dienst in de jaren 2017, 2018 en 2019 lager was dan het toegewezen quotum, wordt het quotum voor 2022 vermenigvuldigd met het beste percentage van de activiteit ten opzichte van het quotum dat de dienst in 2017, 2018 of 2019 heeft behaald.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wanneer de activiteit van de dienst in de jaren 2017, 2018 en 2019 lager was dan het toegewezen quotum, wordt het quotum voor 2022 vermenigvuldigd met het beste percentage van de activiteit ten opzichte van het quotum dat de dienst in 2017, 2018 of 2019 heeft behaald.
Art. 43. § 1er. Par dérogation à l'article 344 du code wallon de l'action sociale et de la santé, pour l'année 2022, dans le cas où les heures réalisées par les services n'atteignent pas le contingent attribué, la subvention forfaitaire supplémentaire accordée à titre d'intervention dans les frais salariaux des responsables de l'accompagnement est calculé en multipliant le forfait prévu à l'article 344 par le nombre d'heures octroyée dans le cadre du contingent pour l'année 2022. Ce montant se voit toutefois réduit à due concurrence si le personnel d'encadrement en place n'atteint pas 0,036 équivalent temps plein responsable de l'accompagnement par tranche entamée de mille heures de contingent.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, si durant les années 2017, 2018 et 2019, l'activité du service était inférieure à son contingent attribué, le contingent 2022 est multiplié par le meilleur pourcentage de réalisation de l'activité par rapport au contingent, obtenu par le service en 2017, 2018 ou 2019.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, si durant les années 2017, 2018 et 2019, l'activité du service était inférieure à son contingent attribué, le contingent 2022 est multiplié par le meilleur pourcentage de réalisation de l'activité par rapport au contingent, obtenu par le service en 2017, 2018 ou 2019.
Art. 44. Voor het jaar 2023 verleent het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen), binnen de perken van de daartoe op zijn begroting uitgetrokken kredieten en volgens de door het Instituut vastgelegde modaliteiten, de verplaatsingskosten naar huis subsidiëren van de opleiders die in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een welbepaald werk worden tewerkgesteld en belast zijn met het geven van cursussen in de erkende opleidingscentra van het "IFAPME"-netwerk, volgens het spoorwegtarief dat van toepassing is op de 1ste klas.
Art. 44. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans son budget, et selon les conditions et modalités fixées par lui, l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises subsidie les frais de déplacements domicile-lieu de travail des formateurs engagés sous le régime d'un contrat de travail pour un travail nettement défini et chargés de dispenser des cours dans les Centres de formation agréés du réseau IFAPME, selon le tarif des chemins de fer, applicable pour la 1e classe.
Art. 45. Voor het jaar 2023 verleent het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen), binnen de perken van de daartoe op zijn begroting uitgetrokken kredieten en volgens de door het Instituut vastgelegde modaliteiten, een subsidie aan de erkende Vormingscentra van het IFAPME-netwerk om de progressie van het aanwezigheidspercentage van de leerlingen die deelnemen aan de kwalificerende vormingsactiviteiten erkend door het Centrum, en de verbetering van de kwaliteit van de begeleiding te ondersteunen.
Art. 45. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits spécifiques inscrits à cette fin dans son budget et selon les conditions et modalités fixées par lui, l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises peut accorder une subvention aux Centres de formation agréés du réseau IFAPME afin de soutenir la progression du taux de présence des apprenants participant aux activités de formation qualifiante qu'il agréée et l'amélioration de la qualité de l'encadrement.
Art. 46. § 1. Voor het jaar 2023 verleent het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen), binnen de perken van de daartoe op zijn begroting uitgetrokken kredieten, aan de erkende Vormingscentra van het IFAPME-netwerk forfaitaire subsidies van 5,70 euro per activiteitseenheid van kwalificerende vorming erkend door het Centrum en die door de Opleidingscentra wordt georganiseerd. Een activiteitseenheid stemt overeen met een uur prestatie van mondelinge leergangen van algemene kennis in de scholing. Voor de hiernavermelde activiteiten van de kwalificerende vorming wordt dit bedrag per activiteitseenheid vermenigvuldigd met een coëfficiënt bepaald als volgt:
1. Vorming en scholing algemene kennis: 1;
2. Vorming en scholing beroepskennis: 1,6;
3. Vorming en scholing geïntegreerde cursussen: 1,3;
4. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming algemene kennis: 1;
5. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming beroepskennis: 1,6;
6. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming geïntegreerde cursussen: 1,3;
7. Snelcursus inzake beheer: 1.
§ 2. Voor het jaar 2023, binnen de perken van de daartoe in de begroting van het Instituut uitgetrokken kredieten wordt aan elk Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk een forfaitaire subsidie toegekend van 6.460 euro voor het eerste halfjaar van januari tot juni en 4.300 EUR voor het halfjaar van september tot december.
Deze bedragen worden vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënten :
1° coëfficiënt 3 voor de hoofdvestiging van het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk;
2° coëfficiënt 1 voor elke satelliet-vestiging van het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk.
§ 3. Binnen de perken van de daartoe op de begroting van het Instituut uitgetrokken kredieten worden voor het jaar 2023 forfaitaire subsidies toegekend per leerling die deelneemt aan de kwalificerende activiteiten van het Instituut. Onder leerling die in aanmerking komt voor de subsidie wordt verstaan een leerling die voldoet aan de volgende aanwezigheidsvereisten:
1. Vorming en scholing algemene kennis: 1;
2. Vorming en scholing beroepskennis: 1,6;
3. Vorming en scholing geïntegreerde cursussen: 1,3;
4. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming algemene kennis: 1;
5. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming beroepskennis: 1,6;
6. Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming geïntegreerde cursussen: 1,3;
7. Snelcursus inzake beheer: 1.
§ 2. Voor het jaar 2023, binnen de perken van de daartoe in de begroting van het Instituut uitgetrokken kredieten wordt aan elk Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk een forfaitaire subsidie toegekend van 6.460 euro voor het eerste halfjaar van januari tot juni en 4.300 EUR voor het halfjaar van september tot december.
Deze bedragen worden vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënten :
1° coëfficiënt 3 voor de hoofdvestiging van het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk;
2° coëfficiënt 1 voor elke satelliet-vestiging van het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk.
§ 3. Binnen de perken van de daartoe op de begroting van het Instituut uitgetrokken kredieten worden voor het jaar 2023 forfaitaire subsidies toegekend per leerling die deelneemt aan de kwalificerende activiteiten van het Instituut. Onder leerling die in aanmerking komt voor de subsidie wordt verstaan een leerling die voldoet aan de volgende aanwezigheidsvereisten:
Art. 46. § 1er. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans son budget, l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises alloue aux Centres de formation agréés du Réseau IFAPME des subventions forfaitaires de 5,70 euros par unité d'activité de formation qualifiante qu'il agréée et organisée par les Centres de formation. Une unité d'activité correspond à une heure de prestation de cours oraux de connaissances générales en apprentissage. Pour les activités suivantes de la formation qualifiante, ce montant par unité d'activité est multiplié par un coefficient tel que déterminé comme suit :
1. Formation en apprentissage connaissances générales : 1;
2. Formation en apprentissage connaissances professionnelles : 1,6;
3. Formation en apprentissage cours intégrés : 1,3;
4. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances générales : 1;
5. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances professionnelles : 1,6;
6. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement cours intégrés : 1,3;
7. Formation accélérée à la gestion : 1.
§ 2. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans le budget de l'Institut, il est accordé à chaque Centre de formation agréé du Réseau IFAPME une subvention forfaitaire de 6.460 euros pour le 1er semestre de janvier à juin et de 4.300 euros pour le semestre de septembre à décembre.
Ces montants sont multipliés par les coefficients suivants :
1° coefficient 3 pour l'implantation principale du Centre de formation agréé du Réseau IFAPME;
2° coefficient 1 pour chacune des implantations satellites du Centre de formation agréé du Réseau IFAPME.
§ 3. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans le budget de l'Institut, des subventions forfaitaires sont allouées par apprenant participant aux activités de formation qualifiante agréées par l'Institut. Par apprenant ouvrant le droit à l'octroi de la subvention, on entend un apprenant répondant aux conditions de présence suivantes :
1. Formation en apprentissage connaissances générales : 1;
2. Formation en apprentissage connaissances professionnelles : 1,6;
3. Formation en apprentissage cours intégrés : 1,3;
4. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances générales : 1;
5. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances professionnelles : 1,6;
6. Formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement cours intégrés : 1,3;
7. Formation accélérée à la gestion : 1.
§ 2. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans le budget de l'Institut, il est accordé à chaque Centre de formation agréé du Réseau IFAPME une subvention forfaitaire de 6.460 euros pour le 1er semestre de janvier à juin et de 4.300 euros pour le semestre de septembre à décembre.
Ces montants sont multipliés par les coefficients suivants :
1° coefficient 3 pour l'implantation principale du Centre de formation agréé du Réseau IFAPME;
2° coefficient 1 pour chacune des implantations satellites du Centre de formation agréé du Réseau IFAPME.
§ 3. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans le budget de l'Institut, des subventions forfaitaires sont allouées par apprenant participant aux activités de formation qualifiante agréées par l'Institut. Par apprenant ouvrant le droit à l'octroi de la subvention, on entend un apprenant répondant aux conditions de présence suivantes :
| 1e semester (januari-juni) | 2e semester (september-december) | |
| Cursussen scholing - algemene kennis | Ten minste 36 uur aanwezigheid of iets gelijkwaardig | Ten minste 24 uur aanwezigheid of iets gelijkwaardig |
| Andere vormingsactiviteiten | 2/3 werkelijke aanwezigheid of gelijkwaardig | 2/3 werkelijke aanwezigheid of gelijkwaardig |
| Snelcursus inzake beheer | 2/3 aanwezigheid gedurende minimaal 90 uur | |
Een gerechtvaardigde afwezigheid en een vrijstelling wordt beschouwd als een aanwezigheid.
Er wordt rekening gehouden met de werkelijke of gelijkgestelde aanwezigheden en het minimumaantal uren tussen de eerste en de laatste datum van werkelijke aanwezigheid in het Vormingscentrum van de leerling tijdens het betreffende semester.
De forfaitaire subsidies per leerling voor het eerste semester, januari tot juni, bedragen:
1° Vorming en scholing algemene kennis: 30 euro;
2° Vorming en scholing beroepskennis: 45 euro;
3° Vorming en scholing geïntegreerde cursussen: 75 euro;
4° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming algemene kennis: 30 euro;
5° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming beroepskennis: 45 euro;
6° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming geïntegreerde cursussen en voorbereidende vormingen: 75 euro.
De forfaitaire subsidies per leerling voor het tweede semester, september tot december, bedragen :
1° Vorming en scholing algemene kennis: 20 euro;
2° Vorming en scholing beroepskennis: 30 euro;
3° Vorming en scholing geïntegreerde cursussen: 50 euro;
4° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming algemene kennis: 20 euro;
5° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming beroepskennis: 30 euro;
6° Vorming bedrijfsleider of coördinatie- en begeleidingsvorming geïntegreerde cursussen en voorbereidende vormingen: 50 euro.
De forfaitaire subsidies per leerling bedragen 50 euro voor de snelcursus inzake beheer. Ze worden aan het einde van de opleiding uitbetaald.
Ze worden in twee schijven uitbetaald:
1° een voorschot dat in de eerste maand van het semester wordt betaald en dat overeenkomt met vijfenzeventig procent van de in 2022 verschuldigde subsidie, per semester;
2° het saldo betaald uiterlijk op de 30e van de maand die volgt op het semester.
§ 4. De in de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde subsidies worden gebruikt ter betaling van de kosten die met name verband houden met de organisatie van erkende cursussen en andere door het Instituut goedgekeurde activiteiten, de werking en de bezoldiging van het leidinggevend, toezichthoudend en uitvoerend personeel van het Vormingscentrum, alsmede van de personeelsbelastingen en de socialezekerheidsbijdragen.
§ 5. Binnen de perken van de daartoe op de begroting van het Instituut uitgetrokken kredieten kan voor het jaar 2023 een forfaitaire subsidie van 62 euro aan het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk worden toegekend per leerling die in aanmerking komt voor een stage-overeenkomst in het kader van een opleiding tot bedrijfsleider. Om in aanmerking te komen voor de toekenning van de subsidie moet de stage het voorwerp uitmaken van een begeleiding door een IFAPME-referent en gedurende minimum 6 maanden effectief geweest zijn.
Deze subsidie wordt bestemd voor pedagogische uitgaven, waaronder investeringen in apparatuur of gebouwen.
Deze subsidie wordt toegekend na indiening door het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-Netwerk van een voorstel tot bestemming van de subsidie en na goedkeuring van het voorstel door het Instituut.
Ze wordt aan het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-Netwerk uitbetaald op grond van de bewijsstukken betreffende de uitgaven die door het erkende Vormingscentrum van het IFAPME-netwerk worden gemaakt en afbetaald, overeenkomstig het bestemmingsplan.
§ 6. De subsidies bedoeld in de paragrafen 1 tot 5 moeten vanaf 1 januari 2023 worden vermenigvuldigd met het indexcijfer 1,7031.
| 1er semestre (janvier-juin) | 2e semestre (septembre-décembre) | |
| Cours apprentissage - connaissances générales | Au moins 36 heures de présence ou assimilées | Au moins 24 heures de présence ou assimilées |
| Autres activités de formation | 2/3 de présences effectives ou assimilées | 2/3 de présences effectives ou assimilées |
| Formation accélérée à la gestion | 2/3 de présences sur un minimum de 90 heures | |
Une absence justifiée et une dispense sont assimilées à une présence.
Les présences effectives ou assimilées ainsi que les heures minimales sont prises en compte entre la première et la dernière date de présence effective de l'apprenant au Centre de formation agréé du Réseau IFAPME, durant le semestre concerné.
Les subventions forfaitaires par apprenant se montent pour le premier semestre, couvrant la période allant de janvier à juin, à :
1° formation en apprentissage connaissances générales : 30 euros;
2° formation en apprentissage connaissances professionnelles : 45 euros;
3° formation en apprentissage cours intégrés : 75 euros;
4° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances générales : 30 euros;
5° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances professionnelles : 45 euros;
6° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement cours intégrés et formations préparatoires : 75 euros.
Les subventions forfaitaires par apprenant se montent pour le deuxième semestre, couvrant la période allant de septembre à décembre, à :
1° formation en apprentissage connaissances générales : 20 euros;
2° formation en apprentissage connaissances professionnelles : 30 euros;
3° formation en apprentissage cours intégrés : 50 euros;
4° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances générales : 20 euros;
5° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement connaissances professionnelles : 30 euros;
6° formation de chef d'entreprise ou de coordination et d'encadrement cours intégrés et formations préparatoires : 50 euros.
Les subventions forfaitaires par apprenant se montent à 50 euros pour la formation accélérée à la gestion. Elles sont liquidées au terme de la formation.
Elles sont payées en deux tranches :
1° une avance payée dans le courant du premier mois du semestre, correspondant à septante-cinq pour cent de la subvention proméritée en 2022, par semestre;
2° le solde payé au plus tard le 30 du mois qui suit le semestre.
§ 4. Les subventions prévues aux paragraphes 1er, 2 et 3 sont affectées au paiement des frais se rapportant notamment à l'organisation des cours agréés et des autres activités agréées par l'Institut, au fonctionnement et aux rémunérations du personnel de direction, d'encadrement et d'exécution du Centre de formation, ainsi qu'aux impôts sur le personnel et aux charges sociales.
§ 5. Pour l'année 2023, dans les limites des crédits inscrits à cette fin dans le budget de l'Institut, une subvention forfaitaire de 62 euros est allouée au Centre de formation agréé du Réseau IFAPME par apprenant bénéficiant d'une convention de stage dans le cadre d'une formation d'adultes dans la filière chef d'entreprise. Pour être pris en compte pour l'octroi de la subvention, le stage doit avoir fait l'objet d'un accompagnement par un référent IFAPME et avoir été effectif pendant une durée minimale de six mois.
Cette subvention est affectée à des dépenses à finalité pédagogique, lesquelles peuvent être des investissements en équipements ou en immeubles.
La subvention est conditionnée à l'introduction par le Centre de formation agréé du Réseau IFAPME d'une proposition d'affectation de cette subvention et à l'approbation de celle-ci par l'Institut.
Elle est liquidée au Centre de formation agréé du Réseau IFAPME sur la base de pièces justificatives relatives aux dépenses encourues et acquittées par le Centre de formation agréé du Réseau IFAPME, conformément au plan d'affectation.
§ 6. Les subventions visées aux paragraphes 1er à 5 sont à multiplier par l'indice 1,7031 à compter du 1er janvier 2023.
Art. 47. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de leden van de Vice-Minister-President en Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten die nodig zijn voor de verrichting van de gedeelde IT-uitgaven van de Waalse Overheidsdienst over te dragen tussen programma 10 (WBFIN-programma 020) van organisatieafdeling 09, programma 10 (WBFIN-programma 085) van organisatieafdeling 10, programma 07 (WBFIN-programma 07) van organisatieafdeling 12, de programma's 01, 02, 03, 04, 11,12, 13, 14 (WBFIN-programma's 001, 056, 057, 058, 060, 061, 062, 063) van organisatieafdeling 15, de programma's 01, 02, 03 (WBFIN-programma's 001, 078, 079) van organisatieafdeling 16, programma 01 (WBFIN-programma 001) van organisatieafdeling 17 en de programma's 01, 02, 03, 04, 06, 22, 23, 24, 31, 32 (WBFIN-programma's 001, 096, 097, 098, 099, 110, 111, 112, 114, 115) van organisatieafdeling 18.
Art. 47. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Vice-Président et Ministre de l'Economie, du Commerce extérieur, de la Recherche et de l'Innovation, du Numérique, de l'Aménagement du territoire, de l'Agriculture, de l'IFAPME et des Centres de compétences et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre le programme 10 (programme WBFIN 020) de la division organique 09, le programme 10 (programme WBFIN 085) de la division organique 10, le programme 07 (programme WBFIN 07) de la division organique 12, les programmes 01, 02, 03, 04, 11,12,13, 14 (Programme WBFIN 001, 056, 057, 058, 060, 061, 062, 063) de la division organique 15, les programmes 01, 02, 03 (Programme WBFIN 001, 078, 079) de la division organique 16, le programme 01 (Programme WBFIN 001) de la division organique 17 et le programme 01, 02, 03, 04, 06, 22, 23, 24, 31, 32 (programme WBFIN 001, 096, 097, 098, 099, 110, 111, 112, 114, 115) de la division organique 18.
Art. 48. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, wordt de Minister van Energie ertoe gemachtigd om de beschikbare middelen van de ESER-code die behoren tot hoofdgroep "8" binnen zijn bevoegdheid aan te wenden voor uitgaven die behoren tot hoofdgroep "8" en die betrekking hebben op het Renopack-project.
Art. 48. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Energie est habilité à mobiliser les moyens disponibles de code SEC appartenant au groupe principal " 8 " dans ses compétences pour les dépenses appartenant au groupe principal " 8 " liées au dispositif Renopack.
Art. 49. § 1. Voor het jaar 2023 kan de Minister, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, een subsidie toekennen aan een gemeente om de salariskosten te dekken van een referent erfgoed die met meerdere gemeenten wordt gedeeld.
De Minister is gemachtigd om een jaarlijkse of meerjarige kaderovereenkomst aan te gaan en te wijzigen die bedoeld is om een kader te bieden voor de subsidie.
De gemeente die de subsidie ontvangt, wordt de "tewerkstellende gemeente" genoemd.
De opdrachten van de referent erfgoed zijn de volgende:
1° het coördineren en bijstaan van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst bij hun erfgoedprojecten;
2° een bewustmakings- en bemiddelingsprogramma inzake erfgoed opzetten;
3° erfgoedadvies verstrekken aan burgers, organisaties en verenigingen die belast zijn met erfgoed in de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst.
De referent erfgoed heeft een universitair masterdiploma of een gelijkwaardig diploma. Het getuigt van een specialisatie in erfgoed:
1° hetzij door opleiding;
2° hetzij door bewezen ervaring van minstens vijf jaar.
De referent erfgoed wordt door de tewerkstellende gemeente aangeworven overeenkomstig de algemene bepalingen inzake personeel.
§ 2. De subsidie bedoeld in paragraaf 1 wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de groepering van gemeenten omvat ten minste drie gemeenten met elk minder dan 15.000 inwoners en samen ten minste 25.000 inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van de subsidieaanvraag;
2° de groepering van gemeenten gebeurt op territoriale basis of in functie van de erkenning door UNESCO op de Werelderfgoedlijst binnen een reeks die betrekking heeft op eigendommen die het erfgoed vormen dat onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt en gelegen is in het Franstalige gebied;
3° er wordt een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten gesloten waarin de tewerkstellende gemeente, het budgettair en administratief beheer, de operationele en budgettaire modaliteiten tussen de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst, de duur van de overeenkomst en de ontbindingsmodaliteiten worden vastgelegd.
§ 3. De subsidieaanvraag wordt door de tewerkstellende gemeente op papier of elektronisch ingediend volgens de door de Minister bepaalde voorwaarden.
§ 4. De uitgaven die voor subsidie in aanmerking komen, zijn personeelskosten. De subsidie bedoeld in paragraaf 1 kan 40.000 euro per jaar niet overschrijden en vijftig procent van de bruto salariskost van de voltijdse referent niet overschrijden.
De subsidie bedoeld in het eerste lid wordt toegekend voor prestaties van twaalf maanden. Ze wordt proportioneel verlaagd in geval van prestaties van een kortere duur.
Bij verandering van de referent erfgoed, brengt de tewerkstellende gemeente de Erfgoedadministratie onverwijld op de hoogte daarvan.
§ 5. De subsidie wordt door de Erfgoedadministratie in twee termijnen uitbetaald:
1° vijfenzeventig procent van de subsidie wordt na kennisgeving van de subsidie uitbetaald op grond van de arbeidsovereenkomst, de tussen de groepering van gemeenten gesloten overeenkomst en een schuldverklaring;
2° voor de uitbetaling van het saldo van de subsidie is het voorleggen van een overzicht van de salariskosten van de referent, een verslag van de door de referent in het kader van de subsidie verrichte activiteiten en een schuldverklaring vereist.
De stukken bedoeld in het eerste lid, 2°, zijn onderworpen aan het toezicht en aan de goedkeuring door de Erfgoedadministratie en, in voorkomend geval, wordt het totaal bedrag van de subsidie aangepast met inachtneming van paragraaf 3.
In afwijking van het eerste lid, 1°, zijn de bedoeld stukken, in geval van meerjarige subsidie, niet meer vereist, met uitzondering van de schuldverklaring, tenzij daarin wijzigingen zijn aangebracht.
De aanvraag tot uitbetaling van het saldo moet binnen twee jaar na toekenning van de subsidie worden gedaan, anders vervalt het saldo van de subsidie.
De aanvraag tot uitbetaling van het saldo moet binnen twee jaar na toekenning van de subsidie worden gedaan, anders vervalt het saldo van de subsidie.
De Minister is gemachtigd om een jaarlijkse of meerjarige kaderovereenkomst aan te gaan en te wijzigen die bedoeld is om een kader te bieden voor de subsidie.
De gemeente die de subsidie ontvangt, wordt de "tewerkstellende gemeente" genoemd.
De opdrachten van de referent erfgoed zijn de volgende:
1° het coördineren en bijstaan van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst bij hun erfgoedprojecten;
2° een bewustmakings- en bemiddelingsprogramma inzake erfgoed opzetten;
3° erfgoedadvies verstrekken aan burgers, organisaties en verenigingen die belast zijn met erfgoed in de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst.
De referent erfgoed heeft een universitair masterdiploma of een gelijkwaardig diploma. Het getuigt van een specialisatie in erfgoed:
1° hetzij door opleiding;
2° hetzij door bewezen ervaring van minstens vijf jaar.
De referent erfgoed wordt door de tewerkstellende gemeente aangeworven overeenkomstig de algemene bepalingen inzake personeel.
§ 2. De subsidie bedoeld in paragraaf 1 wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de groepering van gemeenten omvat ten minste drie gemeenten met elk minder dan 15.000 inwoners en samen ten minste 25.000 inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van de subsidieaanvraag;
2° de groepering van gemeenten gebeurt op territoriale basis of in functie van de erkenning door UNESCO op de Werelderfgoedlijst binnen een reeks die betrekking heeft op eigendommen die het erfgoed vormen dat onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt en gelegen is in het Franstalige gebied;
3° er wordt een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten gesloten waarin de tewerkstellende gemeente, het budgettair en administratief beheer, de operationele en budgettaire modaliteiten tussen de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst, de duur van de overeenkomst en de ontbindingsmodaliteiten worden vastgelegd.
§ 3. De subsidieaanvraag wordt door de tewerkstellende gemeente op papier of elektronisch ingediend volgens de door de Minister bepaalde voorwaarden.
§ 4. De uitgaven die voor subsidie in aanmerking komen, zijn personeelskosten. De subsidie bedoeld in paragraaf 1 kan 40.000 euro per jaar niet overschrijden en vijftig procent van de bruto salariskost van de voltijdse referent niet overschrijden.
De subsidie bedoeld in het eerste lid wordt toegekend voor prestaties van twaalf maanden. Ze wordt proportioneel verlaagd in geval van prestaties van een kortere duur.
Bij verandering van de referent erfgoed, brengt de tewerkstellende gemeente de Erfgoedadministratie onverwijld op de hoogte daarvan.
§ 5. De subsidie wordt door de Erfgoedadministratie in twee termijnen uitbetaald:
1° vijfenzeventig procent van de subsidie wordt na kennisgeving van de subsidie uitbetaald op grond van de arbeidsovereenkomst, de tussen de groepering van gemeenten gesloten overeenkomst en een schuldverklaring;
2° voor de uitbetaling van het saldo van de subsidie is het voorleggen van een overzicht van de salariskosten van de referent, een verslag van de door de referent in het kader van de subsidie verrichte activiteiten en een schuldverklaring vereist.
De stukken bedoeld in het eerste lid, 2°, zijn onderworpen aan het toezicht en aan de goedkeuring door de Erfgoedadministratie en, in voorkomend geval, wordt het totaal bedrag van de subsidie aangepast met inachtneming van paragraaf 3.
In afwijking van het eerste lid, 1°, zijn de bedoeld stukken, in geval van meerjarige subsidie, niet meer vereist, met uitzondering van de schuldverklaring, tenzij daarin wijzigingen zijn aangebracht.
De aanvraag tot uitbetaling van het saldo moet binnen twee jaar na toekenning van de subsidie worden gedaan, anders vervalt het saldo van de subsidie.
De aanvraag tot uitbetaling van het saldo moet binnen twee jaar na toekenning van de subsidie worden gedaan, anders vervalt het saldo van de subsidie.
Art. 49. § 1er. Pour l'année 2023, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le ministre peut octroyer une subvention à une commune afin de couvrir les dépenses salariales liées à un référent patrimoine mutualisé avec plusieurs communes.
Le Ministre est habilité à conclure et à modifier une convention-cadre annuelle ou pluriannuelle qui est destinée à encadrer la subvention.
La commune bénéficiaire de la subvention est appelée " commune employeur ".
Les missions du référent patrimoine sont :
1° coordonner et assister les communes parties à la convention dans leurs projets en matière de patrimoine;
2° mettre en place un programme de sensibilisation et de médiation en matière de patrimoine;
3° conseiller en matière de patrimoine les citoyens, les organismes et associations en charge du patrimoine des communes parties à la convention.
Le référent patrimoine a un master universitaire ou un diplôme de grade équivalent. Il atteste d'une spécialisation en patrimoine :
1° soit par sa formation;
2° soit par une expérience probante d'au moins cinq ans.
Le référent patrimoine est engagé par la commune employeur conformément à ses dispositions générales en matière de personnel.
§ 2. La subvention visée au paragraphe 1er est octroyée aux conditions suivantes :
1° le regroupement de communes comporte au moins trois communes comptant chacune moins de 15.000 habitants et ensemble au moins 25.000 habitants au 1er janvier de l'année qui précède l'année de la demande de subvention;
2° le regroupement de communes est effectué selon une logique territoriale ou en fonction de la reconnaissance par l'UNESCO sur la Liste du Patrimoine mondial au sein d'une série portant sur des biens qui constituent le patrimoine relevant de la compétence de la Région wallonne et situés en région de langue française;
3° une convention de partenariat entre les communes est conclue pour déterminer la commune employeur, la gestion budgétaire et administrative, les modalités opérationnelles et budgétaires entre les communes parties à la convention, la durée de la convention et les modalités de résiliation.
§ 3. La demande de subvention est introduite par la commune employeur par voie papier ou électronique selon les modalités fixées par le ministre.
§ 4. Les dépenses éligibles à la subvention sont les dépenses en matière de personnel. La subvention visée au paragraphe 1er ne peut pas excéder 40.000 euros par an et ne peut pas dépasser cinquante pour cent du coût salarial brut du référent à temps plein.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée pour des prestations d'une durée de douze mois. Elle est réduite proportionnellement en cas de prestations d'une durée inférieure.
Si le référent patrimoine change, la commune employeur en avertit sans délai l'Administration du Patrimoine.
§ 5. La subvention est liquidée par l'Administration du Patrimoine en deux tranches :
1° septante-cinq pour cent de la subvention est liquidée après notification de la subvention sur la base de la fourniture du contrat de travail, de la convention conclue entre le regroupement de communes et d'une déclaration de créance;
2° la liquidation du solde de la subvention est soumise à la fourniture du décompte des coûts salariaux du référent, un rapport des activités menées par le référent dans le cadre de la subvention et une déclaration de créance.
Les pièces visées à l'alinéa 1er, 2°, sont soumises au contrôle et à l'approbation par l'Administration du Patrimoine et, le cas échéant, le montant final de la subvention est adapté dans le respect du paragraphe 3.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, en cas de subvention pluriannuelle, les pièces visées ne sont plus requises à l'exception de la déclaration de créance, sauf si des modifications y ont été apportées.
La demande de liquidation du solde intervient dans les deux ans de l'octroi de la subvention, sous peine de perdre le bénéfice du solde de la subvention.
La demande de liquidation du solde intervient dans les deux ans de l'octroi de la subvention, sous peine de perdre le bénéfice du solde de la subvention.
Le Ministre est habilité à conclure et à modifier une convention-cadre annuelle ou pluriannuelle qui est destinée à encadrer la subvention.
La commune bénéficiaire de la subvention est appelée " commune employeur ".
Les missions du référent patrimoine sont :
1° coordonner et assister les communes parties à la convention dans leurs projets en matière de patrimoine;
2° mettre en place un programme de sensibilisation et de médiation en matière de patrimoine;
3° conseiller en matière de patrimoine les citoyens, les organismes et associations en charge du patrimoine des communes parties à la convention.
Le référent patrimoine a un master universitaire ou un diplôme de grade équivalent. Il atteste d'une spécialisation en patrimoine :
1° soit par sa formation;
2° soit par une expérience probante d'au moins cinq ans.
Le référent patrimoine est engagé par la commune employeur conformément à ses dispositions générales en matière de personnel.
§ 2. La subvention visée au paragraphe 1er est octroyée aux conditions suivantes :
1° le regroupement de communes comporte au moins trois communes comptant chacune moins de 15.000 habitants et ensemble au moins 25.000 habitants au 1er janvier de l'année qui précède l'année de la demande de subvention;
2° le regroupement de communes est effectué selon une logique territoriale ou en fonction de la reconnaissance par l'UNESCO sur la Liste du Patrimoine mondial au sein d'une série portant sur des biens qui constituent le patrimoine relevant de la compétence de la Région wallonne et situés en région de langue française;
3° une convention de partenariat entre les communes est conclue pour déterminer la commune employeur, la gestion budgétaire et administrative, les modalités opérationnelles et budgétaires entre les communes parties à la convention, la durée de la convention et les modalités de résiliation.
§ 3. La demande de subvention est introduite par la commune employeur par voie papier ou électronique selon les modalités fixées par le ministre.
§ 4. Les dépenses éligibles à la subvention sont les dépenses en matière de personnel. La subvention visée au paragraphe 1er ne peut pas excéder 40.000 euros par an et ne peut pas dépasser cinquante pour cent du coût salarial brut du référent à temps plein.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée pour des prestations d'une durée de douze mois. Elle est réduite proportionnellement en cas de prestations d'une durée inférieure.
Si le référent patrimoine change, la commune employeur en avertit sans délai l'Administration du Patrimoine.
§ 5. La subvention est liquidée par l'Administration du Patrimoine en deux tranches :
1° septante-cinq pour cent de la subvention est liquidée après notification de la subvention sur la base de la fourniture du contrat de travail, de la convention conclue entre le regroupement de communes et d'une déclaration de créance;
2° la liquidation du solde de la subvention est soumise à la fourniture du décompte des coûts salariaux du référent, un rapport des activités menées par le référent dans le cadre de la subvention et une déclaration de créance.
Les pièces visées à l'alinéa 1er, 2°, sont soumises au contrôle et à l'approbation par l'Administration du Patrimoine et, le cas échéant, le montant final de la subvention est adapté dans le respect du paragraphe 3.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, en cas de subvention pluriannuelle, les pièces visées ne sont plus requises à l'exception de la déclaration de créance, sauf si des modifications y ont été apportées.
La demande de liquidation du solde intervient dans les deux ans de l'octroi de la subvention, sous peine de perdre le bénéfice du solde de la subvention.
La demande de liquidation du solde intervient dans les deux ans de l'octroi de la subvention, sous peine de perdre le bénéfice du solde de la subvention.
Art. 50. Binnen de perken van de beschikbare kredieten die daartoe in de begroting zijn opgenomen, verleent de Regering aan het "Agence du Numérique" (Agentschap Digitale Technologieën), met het oog op de financiering van zijn activiteiten, algemene subsidies zoals bepaald bij artikel 60, § 1, 1°, van het Waalse decreet van 15 december 2011 houdende de organisatie van de begroting, van de boekhouding en van de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
Art. 50. Dans les limites des crédits disponibles inscrits à cet effet dans le budget, le Gouvernement octroie à l'Agence du Numérique, en vue de financer ses activités, des subventions générales telle que définies par l'article 60, § 1er, 1°, du décret wallon du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.
Art. 51. § 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten die daartoe in de begroting zijn opgenomen, verleent de Regering aan het "Agence du Numérique" (Agentschap Digitale Technologieën), met het oog op het toekennen van subsidies aan derden voor doeleinden die verband houden met haar opdrachten, subsidies voor projecten zoals bepaald bij artikel 60, § 1, 2°, van het Waalse decreet van 15 december 2011 houdende de organisatie van de begroting, van de boekhouding en van de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
§ 2. Met betrekking tot bedoelde subsidies treedt het "Agence du Numérique" op als tussenkomende subsidiërende instantie in de zin van artikel 59, § 1, 2°, van het Waalse decreet van 15 december 2011 houdende de organisatie van de begroting, van de boekhouding en van de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
In deze hoedanigheid neemt het beroepsprocedures aan en publiceert ze, onderzoekt het de aanvragen, neemt het beslissingen om subsidies toe te kennen of te weigeren en ziet het toe op de correcte uitvoering van de subsidies.
§ 3. Deze subsidies zijn de volgende:
a) "Boost"-subsidies, voor een maximumbedrag van 5.000 EUR exclusief btw, en gericht op de verspreiding van het merk Digital Wallonia dat de promotie en ontwikkeling van digitale technologie bevordert;
b) "Brand"-subsidies, met een maximumbedrag van 25.000 EUR exclusief btw en gericht op de ondersteuning van een actor die bijdraagt aan een ontwikkelingsas van de gewestelijke digitale strategie;
c) subsidies gekoppeld aan specifieke oproepen tot het indienen van projecten die door de Regering zijn geïdentificeerd. Het bedrag van de toegekende subsidie mag de werkelijke kosten van het project niet overschrijden.
§ 4. De Waalse Regering bepaalt en specificeert de subsidieregeling, in het bijzonder wat betreft:
a) de organisatie van projectoproepen;
b) de voorwaarden om in aanmerking te komen (met name de begunstigden) en toekenning (in het bijzonder met betrekking tot de evaluatiecriteria), evenals de procedure voor het toekennen van de subsidie;
c) de modaliteiten voor het gebruik van de subsidie;
d) de modaliteiten voor de uitbetaling van de subsidie;
e) de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
f) specifieke regelingen voor de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
§ 2. Met betrekking tot bedoelde subsidies treedt het "Agence du Numérique" op als tussenkomende subsidiërende instantie in de zin van artikel 59, § 1, 2°, van het Waalse decreet van 15 december 2011 houdende de organisatie van de begroting, van de boekhouding en van de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
In deze hoedanigheid neemt het beroepsprocedures aan en publiceert ze, onderzoekt het de aanvragen, neemt het beslissingen om subsidies toe te kennen of te weigeren en ziet het toe op de correcte uitvoering van de subsidies.
§ 3. Deze subsidies zijn de volgende:
a) "Boost"-subsidies, voor een maximumbedrag van 5.000 EUR exclusief btw, en gericht op de verspreiding van het merk Digital Wallonia dat de promotie en ontwikkeling van digitale technologie bevordert;
b) "Brand"-subsidies, met een maximumbedrag van 25.000 EUR exclusief btw en gericht op de ondersteuning van een actor die bijdraagt aan een ontwikkelingsas van de gewestelijke digitale strategie;
c) subsidies gekoppeld aan specifieke oproepen tot het indienen van projecten die door de Regering zijn geïdentificeerd. Het bedrag van de toegekende subsidie mag de werkelijke kosten van het project niet overschrijden.
§ 4. De Waalse Regering bepaalt en specificeert de subsidieregeling, in het bijzonder wat betreft:
a) de organisatie van projectoproepen;
b) de voorwaarden om in aanmerking te komen (met name de begunstigden) en toekenning (in het bijzonder met betrekking tot de evaluatiecriteria), evenals de procedure voor het toekennen van de subsidie;
c) de modaliteiten voor het gebruik van de subsidie;
d) de modaliteiten voor de uitbetaling van de subsidie;
e) de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
f) specifieke regelingen voor de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
Art. 51. § 1er. Dans les limites des crédits disponibles inscrits à cet effet dans le budget, le Gouvernement octroie à l'Agence du Numérique des subventions de projet telle que définies par l'article 60, § 1er, 2°, du décret wallon du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, en vue de procéder à l'octroi au profit de tiers de subventions dont l'objet est lié à ses missions.
§ 2. Concernant lesdites subventions, l'Agence du Numérique intervient en tant qu'instance subsidiante intermédiaire au sens de l'article 59, § 1er, 2°, du décret wallon du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.
A ce titre, elle arrête et publie les appels, instruit les demandes, adopte les décisions d'octroi ou de refus d'octroi et procède au contrôle de la bonne exécution des subventions.
§ 3. Lesdites subventions sont les suivantes :
a) subventions " Boost ", d'un montant maximal de 5.000 EUR HT.V.A., et visant à la diffusion de la marque Digital Wallonia qui favorise la promotion et le développement du numérique;
b) subventions " Brand ", d'un montant maximal de 25.000 EUR HT.V.A. et visant à soutenir un acteur contribuant à un axe de développement de la stratégie numérique régionale;
c) des subventions liées à des appels à projets spécifiques identifiés par le Gouvernement. Le montant de la subvention allouée ne peut dépasser les coûts réels du projet.
§ 4. Le Gouvernement wallon définit et précise le régime desdites subventions, en particulier concernant :
a) l'organisation des appels à projet;
b) les conditions d'éligibilité (notamment les bénéficiaires) et d'octroi (en particulier concernant les critères d'évaluation), ainsi que la procédure d'octroi de la subvention;
c) les modalités d'utilisation de la subvention;
d) les modalités de liquidation de la subvention;
e) les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
f) les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
§ 2. Concernant lesdites subventions, l'Agence du Numérique intervient en tant qu'instance subsidiante intermédiaire au sens de l'article 59, § 1er, 2°, du décret wallon du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.
A ce titre, elle arrête et publie les appels, instruit les demandes, adopte les décisions d'octroi ou de refus d'octroi et procède au contrôle de la bonne exécution des subventions.
§ 3. Lesdites subventions sont les suivantes :
a) subventions " Boost ", d'un montant maximal de 5.000 EUR HT.V.A., et visant à la diffusion de la marque Digital Wallonia qui favorise la promotion et le développement du numérique;
b) subventions " Brand ", d'un montant maximal de 25.000 EUR HT.V.A. et visant à soutenir un acteur contribuant à un axe de développement de la stratégie numérique régionale;
c) des subventions liées à des appels à projets spécifiques identifiés par le Gouvernement. Le montant de la subvention allouée ne peut dépasser les coûts réels du projet.
§ 4. Le Gouvernement wallon définit et précise le régime desdites subventions, en particulier concernant :
a) l'organisation des appels à projet;
b) les conditions d'éligibilité (notamment les bénéficiaires) et d'octroi (en particulier concernant les critères d'évaluation), ainsi que la procédure d'octroi de la subvention;
c) les modalités d'utilisation de la subvention;
d) les modalités de liquidation de la subvention;
e) les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
f) les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
Art. 52. In het decreet van 31 maart 2011 betreffende de Waalse verdienste, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° artikel 1 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt:
" § 4. Er wordt een aanvullende officiële onderscheiding ingesteld, naast de Waalse verdienste, onder de benaming "Etincelle de Wallonie". Deze aanvullende categorie is bedoeld om de erkenning van de Waalse Overheid te wijden aan iedere natuurlijke of rechtspersoon tussen 18 en 35 jaar oud, wiens talent of verdienste Wallonië in uitzonderlijke mate eer heeft gebracht of brengt en zo op significante wijze bijdraagt aan zijn straling.
De onderscheiding "Etincelle" wil jongeren aanmoedigen die aan het begin van hun carrière staan en bijdragen aan een positieve toekomst voor Wallonië.
De artikelen 2 tot 6 zijn van toepassing op deze paragraaf, met uitzondering van artikel 2, §§ 2 en 4. ";
2° artikel 7 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan de keuze van de prijzen voor de "Etincelles de Wallonie" bepalen. De beloningen van de "Etincelles" hoeven geen hiërarchische volgorde te hebben. ".
1° artikel 1 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt:
" § 4. Er wordt een aanvullende officiële onderscheiding ingesteld, naast de Waalse verdienste, onder de benaming "Etincelle de Wallonie". Deze aanvullende categorie is bedoeld om de erkenning van de Waalse Overheid te wijden aan iedere natuurlijke of rechtspersoon tussen 18 en 35 jaar oud, wiens talent of verdienste Wallonië in uitzonderlijke mate eer heeft gebracht of brengt en zo op significante wijze bijdraagt aan zijn straling.
De onderscheiding "Etincelle" wil jongeren aanmoedigen die aan het begin van hun carrière staan en bijdragen aan een positieve toekomst voor Wallonië.
De artikelen 2 tot 6 zijn van toepassing op deze paragraaf, met uitzondering van artikel 2, §§ 2 en 4. ";
2° artikel 7 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan de keuze van de prijzen voor de "Etincelles de Wallonie" bepalen. De beloningen van de "Etincelles" hoeven geen hiërarchische volgorde te hebben. ".
Art. 52. Dans le décret du 31 mars 2011 relatif au mérite wallon, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'article 1er est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Il est créé une distinction officielle complémentaire à celle du mérite wallon, portant le nom de " Etincelle de Wallonie ". Cette catégorie complémentaire est destinée à consacrer la reconnaissance des autorités wallonnes à toute personne physique ou morale de 18 à 35 ans maximum dont le talent ou le mérite a fait ou fait honneur à la Wallonie dans une mesure exceptionnelle et contribue ainsi d'une façon significative à son rayonnement.
L'Etincelle vise à encourager des jeunes qui sont aux prémices de leurs parcours et contribuent à un avenir positif de la Wallonie.
Les articles 2 à 6 sont applicables au présent paragraphe, excepté l'article 2, §§ 2 et 4. ";
2° l'article 7 est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement peut déterminer le choix des prix des " Etincelles de Wallonie ". Les prix décernés aux Etincelles ne doivent pas obligatoirement contenir un ordre hiérarchique. ".
1° l'article 1er est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Il est créé une distinction officielle complémentaire à celle du mérite wallon, portant le nom de " Etincelle de Wallonie ". Cette catégorie complémentaire est destinée à consacrer la reconnaissance des autorités wallonnes à toute personne physique ou morale de 18 à 35 ans maximum dont le talent ou le mérite a fait ou fait honneur à la Wallonie dans une mesure exceptionnelle et contribue ainsi d'une façon significative à son rayonnement.
L'Etincelle vise à encourager des jeunes qui sont aux prémices de leurs parcours et contribuent à un avenir positif de la Wallonie.
Les articles 2 à 6 sont applicables au présent paragraphe, excepté l'article 2, §§ 2 et 4. ";
2° l'article 7 est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement peut déterminer le choix des prix des " Etincelles de Wallonie ". Les prix décernés aux Etincelles ne doivent pas obligatoirement contenir un ordre hiérarchique. ".
Art. 53. In het decreet van 31 maart 2011 betreffende de Waalse verdienste voor de aangelegenheden die krachtens artikel 138 van de Grondwet geregeld worden, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° artikel 2 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt:
" § 4. Er wordt een aanvullende officiële onderscheiding ingesteld, naast de Waalse verdienste, onder de benaming "Etincelle de Wallonie". Deze aanvullende categorie is bedoeld om de erkenning van de Waalse Overheid te wijden aan iedere natuurlijke of rechtspersoon tussen 18 en 35 jaar oud, wiens talent of verdienste Wallonië in uitzonderlijke mate eer heeft gebracht of brengt en zo op significante wijze bijdraagt aan zijn straling.
De onderscheiding "Etincelle" wil jongeren aanmoedigen die aan het begin van hun carrière staan en bijdragen aan een positieve toekomst voor Wallonië.
De artikelen 3 tot 7 zijn van toepassing op deze paragraaf, met uitzondering van artikel 3, §§ 2 en 4. ";
2° Artikel 8 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan de keuze van de prijzen voor de "Etincelles de Wallonie" bepalen. De beloningen van de "Etincelles" hoeven geen hiërarchische volgorde te hebben. ".
1° artikel 2 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt:
" § 4. Er wordt een aanvullende officiële onderscheiding ingesteld, naast de Waalse verdienste, onder de benaming "Etincelle de Wallonie". Deze aanvullende categorie is bedoeld om de erkenning van de Waalse Overheid te wijden aan iedere natuurlijke of rechtspersoon tussen 18 en 35 jaar oud, wiens talent of verdienste Wallonië in uitzonderlijke mate eer heeft gebracht of brengt en zo op significante wijze bijdraagt aan zijn straling.
De onderscheiding "Etincelle" wil jongeren aanmoedigen die aan het begin van hun carrière staan en bijdragen aan een positieve toekomst voor Wallonië.
De artikelen 3 tot 7 zijn van toepassing op deze paragraaf, met uitzondering van artikel 3, §§ 2 en 4. ";
2° Artikel 8 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan de keuze van de prijzen voor de "Etincelles de Wallonie" bepalen. De beloningen van de "Etincelles" hoeven geen hiërarchische volgorde te hebben. ".
Art. 53. Dans le décret du 31 mars 2011 relatif au mérite wallon pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'article 2 est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Il est créé une distinction officielle complémentaire à celle du mérite wallon, portant le nom de " Etincelle de Wallonie ". Cette catégorie complémentaire est destinée à consacrer la reconnaissance des autorités wallonnes à toute personne physique ou morale de 18 à 35 ans maximum dont le talent ou le mérite a fait ou fait honneur à la Wallonie dans une mesure exceptionnelle et contribue ainsi d'une façon significative à son rayonnement.
L'Etincelle vise à encourager des jeunes qui sont aux prémices de leurs parcours et contribuent à un avenir positif de la Wallonie.
Les articles 3 à 7 sont applicables au présent paragraphe, excepté l'article 3, §§ 2 et 4. ";
2° l'article 8 est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement peut déterminer le choix des prix des " Etincelles de Wallonie ". Les prix décernés aux Etincelles ne doivent pas obligatoirement contenir un ordre hiérarchique. ".
1° l'article 2 est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Il est créé une distinction officielle complémentaire à celle du mérite wallon, portant le nom de " Etincelle de Wallonie ". Cette catégorie complémentaire est destinée à consacrer la reconnaissance des autorités wallonnes à toute personne physique ou morale de 18 à 35 ans maximum dont le talent ou le mérite a fait ou fait honneur à la Wallonie dans une mesure exceptionnelle et contribue ainsi d'une façon significative à son rayonnement.
L'Etincelle vise à encourager des jeunes qui sont aux prémices de leurs parcours et contribuent à un avenir positif de la Wallonie.
Les articles 3 à 7 sont applicables au présent paragraphe, excepté l'article 3, §§ 2 et 4. ";
2° l'article 8 est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement peut déterminer le choix des prix des " Etincelles de Wallonie ". Les prix décernés aux Etincelles ne doivent pas obligatoirement contenir un ordre hiérarchique. ".
Art. 54. In het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 3ter. Om de ontwikkeling en de goede werking van gewestelijke wegen- en waterwegennetten te verzekeren, en in het bijzonder om ontwikkelings-, uitbreidings- en onderhoudswerken van deze netten mogelijk te maken, kan de Regering overgaan tot de onteigening van onroerende goederen die nodig zijn om bovengenoemde doelen te bereiken. ".
"Art. 3ter. Om de ontwikkeling en de goede werking van gewestelijke wegen- en waterwegennetten te verzekeren, en in het bijzonder om ontwikkelings-, uitbreidings- en onderhoudswerken van deze netten mogelijk te maken, kan de Regering overgaan tot de onteigening van onroerende goederen die nodig zijn om bovengenoemde doelen te bereiken. ".
Art. 54. Dans le décret du 19 mars 2009 relatif à la conservation du domaine public régional routier et des voies hydrauliques, il est inséré un article 3ter rédigé comme suit :
" Art. 3ter. Afin d'assurer le développement et le bon fonctionnement des réseaux régionaux routiers et des voies hydrauliques, notamment pour permettre la réalisation des travaux d'aménagement, d'extension et d'entretien de ces réseaux, le Gouvernement peut poursuivre l'expropriation des biens immeubles nécessaires à la réalisation des buts précités. ".
" Art. 3ter. Afin d'assurer le développement et le bon fonctionnement des réseaux régionaux routiers et des voies hydrauliques, notamment pour permettre la réalisation des travaux d'aménagement, d'extension et d'entretien de ces réseaux, le Gouvernement peut poursuivre l'expropriation des biens immeubles nécessaires à la réalisation des buts précités. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 55. Dit decreet heeft uitwerking op 1 januari 2023.
Art. 55. Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2023.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-11-2023, p. 106438)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-11-2023, p. 106007)