Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
5 NOVEMBER 2023. - Wet houdende diverse bepalingen inzake economie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-12-2023 en tekstbijwerking tot 31-05-2024)
Titre
5 NOVEMBRE 2023. - Loi portant dispositions diverses en matière d'économie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-12-2023 et mise à jour au 31-05-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 12 ap...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 24 janu...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 21 no...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 9 maa...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 29 ap...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 17 ja...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 11 ju...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 28 apr...
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 28 a...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 13 nov...
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 30 j...
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 4 ap...
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 13 m...
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van de wet van 31 mei...
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de wet van 21 n...
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van de wet van 17 maa...
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 4 mei ...
HOOFDSTUK 20. - Slotbepalingen
HOOFDSTUK 21. - Inwerkingtreding
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2.-. Modifications du Code de droit éc...
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 12 avr...
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 24 janv...
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 21 nov...
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 9 mars...
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 29 avr...
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 17 jan...
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 11 jui...
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 28 avr...
CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 28 ao...
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 13 nov...
CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 30 ju...
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 4 avr...
CHAPITRE 15. - Modifications de la loi du 13 ma...
CHAPITRE 16. - Modification de la loi du 31 mai...
CHAPITRE 17. - Modifications de la loi du 21 no...
CHAPITRE 18. - Modification de la loi du 17 mar...
CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 4 mai ...
CHAPITRE 20. - Dispositions finales
CHAPITRE 21. - Entrée en vigueur
Tekst (147)
Texte (147)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2.-. Modifications du Code de droit économique
Art. 2. In artikel I.9 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° een bepaling onder 5° wordt ingevoegd, luidende:
"5° begunstigde: de natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;"
2° de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt:
"32° Verordening (EU) 2021/1230: Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;"
1° een bepaling onder 5° wordt ingevoegd, luidende:
"5° begunstigde: de natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;"
2° de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt:
"32° Verordening (EU) 2021/1230: Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;"
Art. 2. A l'article I.9 du Code de droit économique, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° il est inséré un 5° rédigé comme suit:
"5° bénéficiaire: la personne physique ou morale qui est le destinataire prévu de fonds ayant fait l'objet d'une opération de paiement;"
2° le 32° est remplacé par ce qui suit:
"32° Règlement (UE) 2021/1230: règlement (UE) 2021/1230 du Parlement européen et du Conseil du 14 juillet 2021 concernant les paiements transfrontaliers dans l'Union;"
1° il est inséré un 5° rédigé comme suit:
"5° bénéficiaire: la personne physique ou morale qui est le destinataire prévu de fonds ayant fait l'objet d'une opération de paiement;"
2° le 32° est remplacé par ce qui suit:
"32° Règlement (UE) 2021/1230: règlement (UE) 2021/1230 du Parlement européen et du Conseil du 14 juillet 2021 concernant les paiements transfrontaliers dans l'Union;"
Art. 3. Artikel I.20 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende:
"13° online interface: alle software, waaronder een website, een deel van een website of een applicatie, die door of voor rekening van een onderneming wordt beheerd en als middel dient om consumenten toegang te geven tot de goederen of diensten die de onderneming aanbiedt."
"13° online interface: alle software, waaronder een website, een deel van een website of een applicatie, die door of voor rekening van een onderneming wordt beheerd en als middel dient om consumenten toegang te geven tot de goederen of diensten die de onderneming aanbiedt."
Art. 3. L'article I.20 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, est complété par un 13° rédigé comme suit:
"13° interface en ligne: tout logiciel, y compris un site internet, une partie de site internet ou une application, exploité par une entreprise ou pour son compte et permettant aux consommateurs d'accéder aux biens ou aux services que l'entreprise propose."
"13° interface en ligne: tout logiciel, y compris un site internet, une partie de site internet ou une application, exploité par une entreprise ou pour son compte et permettant aux consommateurs d'accéder aux biens ou aux services que l'entreprise propose."
Art. 4. In artikel III.42 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018 en het koninklijk besluit van 18 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een bepaling onder 3° /1 ingevoegd, luidende:
"3° /1 de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van geregistreerde entiteiten die opgehouden hebben te bestaan als gevolg van een fusie of een splitsing wanneer deze fusie of splitsing dateert van minstens drie maanden geleden;"
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
"6° de ambtshalve doorhaling van de Belgische informatieplichtigen bedoeld in artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register, dat verwijst naar de definitie vervat in artikel 74, § 1, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, voor zover deze entiteiten volgens de gegevens van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën voldoen aan een van de volgende criteria:
a) sinds ten minste zestig kalenderdagen nadat een administratieve geldboete werd opgelegd met toepassing van artikel 132, § 6, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, niet voldoen aan de verplichting van overmaken van informatie aan het UBO-register bedoeld in artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
b) sinds ten minste één jaar niet voldoen aan de verplichting tot jaarlijks bijwerken bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register;
c) niet voldoen aan de verplichting van overmaken van informatie aan het UBO-register bedoeld in artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en bovendien sinds zeven jaar geen enkele publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad of in het Belgisch Staatsblad hebben uitgevoerd.";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid aangevuld met de woorden "of volgens de gegevens van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën aan geen van de criteria bedoeld in het eerste lid, 6°, meer voldaan is";
4° in paragraaf 2 worden de woorden "en 5° " vervangen door de worden "tot 6° ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een bepaling onder 3° /1 ingevoegd, luidende:
"3° /1 de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van geregistreerde entiteiten die opgehouden hebben te bestaan als gevolg van een fusie of een splitsing wanneer deze fusie of splitsing dateert van minstens drie maanden geleden;"
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
"6° de ambtshalve doorhaling van de Belgische informatieplichtigen bedoeld in artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register, dat verwijst naar de definitie vervat in artikel 74, § 1, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, voor zover deze entiteiten volgens de gegevens van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën voldoen aan een van de volgende criteria:
a) sinds ten minste zestig kalenderdagen nadat een administratieve geldboete werd opgelegd met toepassing van artikel 132, § 6, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, niet voldoen aan de verplichting van overmaken van informatie aan het UBO-register bedoeld in artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
b) sinds ten minste één jaar niet voldoen aan de verplichting tot jaarlijks bijwerken bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register;
c) niet voldoen aan de verplichting van overmaken van informatie aan het UBO-register bedoeld in artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en bovendien sinds zeven jaar geen enkele publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad of in het Belgisch Staatsblad hebben uitgevoerd.";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid aangevuld met de woorden "of volgens de gegevens van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën aan geen van de criteria bedoeld in het eerste lid, 6°, meer voldaan is";
4° in paragraaf 2 worden de woorden "en 5° " vervangen door de worden "tot 6° ".
Art. 4. A l'article III.42 du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018 et l'arrêté royal du 18 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, il est inséré un 3° /1 rédigé comme suit:
"3° /1 à la radiation d'office des activités, qualités, autorisations et unités d'établissement des entités enregistrées qui ont cessé d'exister suite à une fusion ou une scission lorsque cette fusion ou scission date d'au moins trois mois;"
2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 6°, rédigé comme suit:
"6° à la radiation d'office des redevables d'information belges visés à l'article 2, 3°, de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO, faisant référence à la définition portée par l'article 74, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, pour autant que ces entités répondent, selon les données de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances, à l'un des critères suivants:
a) elles ne répondent pas à l'obligation de transmission d'informations au registre UBO visée à l'article 1:35 du Code des sociétés et des associations et ce, depuis au moins soixante jours calendrier après qu'une amende administrative ait été imposée en application de l'article 132, § 6, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces;
b) elles ne répondent pas à l'obligation de mise à jour annuelle visée à l'article 5 de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO depuis au moins un an;
c) elles ne répondent pas à l'obligation de transmission d'informations au registre UBO visée à l'article 1:35 du Code des sociétés et des associations et n'ont en outre pas effectué de publication aux annexes du Moniteur belge ou au Moniteur belge depuis sept ans.";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est complété par les mots "ou que, selon les données de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances, plus aucun des critères visés à l'alinéa 1er, 6°, n'est encore rempli";
4° dans le paragraphe 2, les mots "et 5° " sont remplacés par les mots "à 6° ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, il est inséré un 3° /1 rédigé comme suit:
"3° /1 à la radiation d'office des activités, qualités, autorisations et unités d'établissement des entités enregistrées qui ont cessé d'exister suite à une fusion ou une scission lorsque cette fusion ou scission date d'au moins trois mois;"
2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 6°, rédigé comme suit:
"6° à la radiation d'office des redevables d'information belges visés à l'article 2, 3°, de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO, faisant référence à la définition portée par l'article 74, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, pour autant que ces entités répondent, selon les données de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances, à l'un des critères suivants:
a) elles ne répondent pas à l'obligation de transmission d'informations au registre UBO visée à l'article 1:35 du Code des sociétés et des associations et ce, depuis au moins soixante jours calendrier après qu'une amende administrative ait été imposée en application de l'article 132, § 6, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces;
b) elles ne répondent pas à l'obligation de mise à jour annuelle visée à l'article 5 de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO depuis au moins un an;
c) elles ne répondent pas à l'obligation de transmission d'informations au registre UBO visée à l'article 1:35 du Code des sociétés et des associations et n'ont en outre pas effectué de publication aux annexes du Moniteur belge ou au Moniteur belge depuis sept ans.";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est complété par les mots "ou que, selon les données de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances, plus aucun des critères visés à l'alinéa 1er, 6°, n'est encore rempli";
4° dans le paragraphe 2, les mots "et 5° " sont remplacés par les mots "à 6° ".
Art. 5. Artikel IV.39 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Om te beoordelen of het wenselijk is een onderzoek te openen, kan de auditeur-generaal een auditeur aanwijzen om door middel van de in de artikelen IV.40 en IV.40/1 bedoelde maatregelen alle nuttige inlichtingen te verzamelen. De auditeur vermeldt de rechtsgrond en het doel van de genomen maatregelen. Indien de auditeur-generaal van oordeel is dat de opening van een onderzoek niet gerechtvaardigd is, sluit hij het dossier en doet hij alle ter zake dienende mededelingen."
"Om te beoordelen of het wenselijk is een onderzoek te openen, kan de auditeur-generaal een auditeur aanwijzen om door middel van de in de artikelen IV.40 en IV.40/1 bedoelde maatregelen alle nuttige inlichtingen te verzamelen. De auditeur vermeldt de rechtsgrond en het doel van de genomen maatregelen. Indien de auditeur-generaal van oordeel is dat de opening van een onderzoek niet gerechtvaardigd is, sluit hij het dossier en doet hij alle ter zake dienende mededelingen."
Art. 5. L'article IV.39 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par l'arrêté royal du 31 juillet 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Pour évaluer s'il est pertinent d'ouvrir une instruction, l'auditeur général peut désigner un auditeur chargé d'obtenir tout renseignement utile au moyen des mesures visées aux articles IV.40 et IV.40/1. L'auditeur mentionne la base juridique et le but des mesures diligentées. Si l'auditeur général constate que l'ouverture d'une instruction n'est pas justifiée, il clôture le dossier et procède à toute communication utile à ce sujet."
"Pour évaluer s'il est pertinent d'ouvrir une instruction, l'auditeur général peut désigner un auditeur chargé d'obtenir tout renseignement utile au moyen des mesures visées aux articles IV.40 et IV.40/1. L'auditeur mentionne la base juridique et le but des mesures diligentées. Si l'auditeur général constate que l'ouverture d'une instruction n'est pas justifiée, il clôture le dossier et procède à toute communication utile à ce sujet."
Art. 6. In artikel IV.40, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 28 februari 2022, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", inbegrepen voorafgaandelijk aan de opening van een onderzoek bedoeld in artikel IV.39".
Art. 6. Dans l'article IV.40, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 28 février 2022, la première phrase est complétée par les mots ", en ce compris préalablement à l'ouverture d'une instruction visée à l'article IV.39".
Art. 7. In artikel IV.40/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de 28 februari 2022, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Inbegrepen voorafgaandelijk aan de opening van een onderzoek bedoeld in artikel IV.39, verzamelen zij alle inlichtingen, ontbieden zij iedere vertegenwoordiger van een onderneming of een ondernemingsvereniging en iedere natuurlijke persoon, wanneer deze vertegenwoordiger of persoon mogelijk in het bezit is van relevante informatie om te verschijnen voor een verhoor, nemen zij alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zij zich, met naleving van artikel IV.40, alle documenten, gegevens, of inlichtingen meedelen, wat ook de vorm, drager en wie ook de houder ervan is, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen zij ter plaatse de nodige vaststellingen."
"Inbegrepen voorafgaandelijk aan de opening van een onderzoek bedoeld in artikel IV.39, verzamelen zij alle inlichtingen, ontbieden zij iedere vertegenwoordiger van een onderneming of een ondernemingsvereniging en iedere natuurlijke persoon, wanneer deze vertegenwoordiger of persoon mogelijk in het bezit is van relevante informatie om te verschijnen voor een verhoor, nemen zij alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zij zich, met naleving van artikel IV.40, alle documenten, gegevens, of inlichtingen meedelen, wat ook de vorm, drager en wie ook de houder ervan is, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen zij ter plaatse de nodige vaststellingen."
Art. 7. Dans l'article IV.40/1 du même Code, inséré par la loi du 28 février 2022, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"En ce compris préalablement à l'ouverture d'une instruction visée à l'article IV.39, ils recueillent tous renseignements, convoquent à une audition tout représentant d'une entreprise, d'une association d'entreprises, ainsi que toute personne physique lorsque ledit représentant ou ladite personne est susceptible de posséder des renseignements pertinents, reçoivent toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux, se font communiquer, dans le respect de l'article IV.40, quel qu'en soit la forme, le support et le détenteur, tous les documents, données, ou renseignements qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission et dont ils peuvent prendre copie, et procèdent sur place aux constatations nécessaires."
"En ce compris préalablement à l'ouverture d'une instruction visée à l'article IV.39, ils recueillent tous renseignements, convoquent à une audition tout représentant d'une entreprise, d'une association d'entreprises, ainsi que toute personne physique lorsque ledit représentant ou ladite personne est susceptible de posséder des renseignements pertinents, reçoivent toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux, se font communiquer, dans le respect de l'article IV.40, quel qu'en soit la forme, le support et le détenteur, tous les documents, données, ou renseignements qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission et dont ils peuvent prendre copie, et procèdent sur place aux constatations nécessaires."
Art. 8. In artikel IV.42, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij de wet van 28 februari 2022, worden de woorden ", inbegrepen voorafgaandelijk aan de opening van een onderzoek bedoeld in artikel IV.39," ingevoegd tussen de woorden "Het onderzoeksdossier bevat alle documenten en gegevens die zijn ontvangen, verkregen, gekopieerd, overgelegd of verzameld tijdens het onderzoek" en de woorden "alsmede alle documenten die zijn opgesteld door of op verzoek van de Belgische Mededingingsautoriteit".
Art. 8. Dans l'article IV.42, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par la loi du 28 février 2022, les mots "en ce compris préalablement à l'ouverture d'une instruction visée à l'article IV.39," sont insérés entres les mots "Le dossier d'instruction contient tous les documents et données qui ont été reçus, obtenus, copiés, produits ou recueillis au cours de l'instruction," et les mots "ainsi que tous les documents qui sont rédigés par ou à la requête de l'Autorité belge de la concurrence".
Art. 9. Artikel IV.63, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met de volgende zin: "Met het voorafgaande akkoord van de partijen die een aanmelding kunnen indienen, kan de auditeur ook gebruik maken van de procedures bedoeld in de artikelen IV.40 en IV.40/1 alvorens hij de aanmelding heeft ontvangen."
Art. 9. L'article IV.63, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est complété par la phrase suivante: "Avec l'accord préalable des parties susceptibles d'introduire une notification, l'auditeur peut également faire usage des procédures visées aux articles IV.40 et IV.40/1 préalablement à la réception de la notification."
Art. 10. Artikel VI.24 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article VI.24 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, est abrogé.
Art. 11. In artikel VI.29, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de artikelen VI.22 tot VI.24" vervangen door de woorden "de artikelen VI.22 en VI.23".
Art. 11. Dans l'article VI.29, § 5, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "aux articles VI.22 à VI.24" sont remplacés par les mots "aux articles VI.22 et VI.23".
Art. 12. Artikel VI.66 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3. In het kader van de delegatie bepaald in paragraaf 2 kan de Koning de verplichting vastleggen voor de ondernemingen om een formulier te gebruiken waarmee de consumenten kunnen aangeven niet langer door de ondernemingen gecontacteerd te willen worden via huisbezoeken. Dit formulier bevat de volgende elementen:
1° de categorieën van personen van wie de persoonsgegevens het voorwerp kunnen uitmaken van de verwerking, namelijk de consumenten getroffen door het ongevraagd huisbezoek;
2° de categorieën van persoonsgegevens die worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in het tweede lid, namelijk de contactgegevens en identificatiegegevens van de consumenten;
3° de personen met toegang tot de gegevens die worden verwerkt via beveiligde communicatiemiddelen, namelijk hoogstens de onderneming die een overeenkomst wenst af te sluiten met de consument en alle natuurlijke en rechtspersonen die handelen voor rekening van die onderneming. De personen bedoeld in het eerste lid, 3°, zijn elk verantwoordelijk voor de verwerkingen die zij doen. De verwerking en de opslag van de persoonsgegevens mag niet langer duren dan drie jaar."
1° de categorieën van personen van wie de persoonsgegevens het voorwerp kunnen uitmaken van de verwerking, namelijk de consumenten getroffen door het ongevraagd huisbezoek;
2° de categorieën van persoonsgegevens die worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijken bedoeld in het tweede lid, namelijk de contactgegevens en identificatiegegevens van de consumenten;
3° de personen met toegang tot de gegevens die worden verwerkt via beveiligde communicatiemiddelen, namelijk hoogstens de onderneming die een overeenkomst wenst af te sluiten met de consument en alle natuurlijke en rechtspersonen die handelen voor rekening van die onderneming. De personen bedoeld in het eerste lid, 3°, zijn elk verantwoordelijk voor de verwerkingen die zij doen. De verwerking en de opslag van de persoonsgegevens mag niet langer duren dan drie jaar."
Art. 12. L'article VI.66 du Code de droit économique, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2022, est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit: " § 3. Dans le cadre de la délégation prévue au paragraphe 2, le Roi peut prévoir l'obligation pour les entreprises d'utiliser un formulaire par lequel les consommateurs peuvent indiquer qu'ils souhaitent que les entreprises ne les sollicitent plus par le biais de visite à leur domicile. Ce formulaire contient les éléments suivants :
1° les catégories de personnes dont les données à caractère personnel sont susceptibles de faire l'objet de traitement, à savoir les consommateurs concernés par la visite non sollicitée à leur domicile;
2° les catégories de données à caractère personnel traitées par les responsables de traitement visés à l'alinéa 2, à savoir les coordonnées de contact et d'identification des consommateurs;
3° les personnes ayant accès aux données traitées par le biais de moyens de communication sécurisés, à savoir tout au plus l'entreprise qui tend à conclure le contrat avec le consommateur et l'ensemble des personnes physiques et morales qui agissent pour le compte de cette entreprise. Les personnes visées à l'alinéa 1er, 3°, sont chacune responsables des traitements qu'elles effectuent. La durée du traitement et de la conservation des données à caractère personnel n'est pas supérieure à trois ans."
1° les catégories de personnes dont les données à caractère personnel sont susceptibles de faire l'objet de traitement, à savoir les consommateurs concernés par la visite non sollicitée à leur domicile;
2° les catégories de données à caractère personnel traitées par les responsables de traitement visés à l'alinéa 2, à savoir les coordonnées de contact et d'identification des consommateurs;
3° les personnes ayant accès aux données traitées par le biais de moyens de communication sécurisés, à savoir tout au plus l'entreprise qui tend à conclure le contrat avec le consommateur et l'ensemble des personnes physiques et morales qui agissent pour le compte de cette entreprise. Les personnes visées à l'alinéa 1er, 3°, sont chacune responsables des traitements qu'elles effectuent. La durée du traitement et de la conservation des données à caractère personnel n'est pas supérieure à trois ans."
Art. 13. In artikel VII.1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2018, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt: "3° Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;"
Art. 13. Dans l'article VII.1, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2018, le 3° est remplacé par ce qui suit: "3° du Règlement (UE) 2021/1230 du Parlement européen et du Conseil du 14 juillet 2021 concernant les paiements transfrontaliers dans l'Union;"
Art. 14. In artikel VII.59/4, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.";
2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt: "In geval het in het vierde lid bedoelde advies positief is, of de Cel voor financiële informatieverwerking niet heeft gereageerd binnen zestig kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending. De basisbankdienst-aanbieder is een in België gevestigde kredietinstelling uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen, en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt."
"Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.";
2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt: "In geval het in het vierde lid bedoelde advies positief is, of de Cel voor financiële informatieverwerking niet heeft gereageerd binnen zestig kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending. De basisbankdienst-aanbieder is een in België gevestigde kredietinstelling uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen, en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt."
Art. 14. Dans l'article VII.59/4, § 3, du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"Le silence d'un établissement de crédit pendant une durée de quinze jours ouvrables à compter de la date du dépôt de la demande de services de paiement visée au paragraphe 1er, est considéré comme un refus d'une demande de services de paiement visé au présent alinéa.";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit: "Si l'avis visé à l'alinéa 4 est positif ou si la Cellule de traitement des informations financières n'a pas réagi dans un délai de soixante jours calendrier, la Chambre du service bancaire de base désigne un établissement de crédit en tant que prestataire du service bancaire de base qui est tenu d'offrir le service bancaire de base à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse. Le prestataire du service bancaire de base est un établissement de crédit établi en Belgique parmi la liste des établissements d'importance systémique tels que définis à l'article 3, alinéa 1er, 29°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, à l'exception des établissements visés aux articles 36/1, 13°, 14° et 25°, et 36/26/1, §§ 4 et 6, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique, et qui fournit des services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), aux entreprises."
"Le silence d'un établissement de crédit pendant une durée de quinze jours ouvrables à compter de la date du dépôt de la demande de services de paiement visée au paragraphe 1er, est considéré comme un refus d'une demande de services de paiement visé au présent alinéa.";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit: "Si l'avis visé à l'alinéa 4 est positif ou si la Cellule de traitement des informations financières n'a pas réagi dans un délai de soixante jours calendrier, la Chambre du service bancaire de base désigne un établissement de crédit en tant que prestataire du service bancaire de base qui est tenu d'offrir le service bancaire de base à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse. Le prestataire du service bancaire de base est un établissement de crédit établi en Belgique parmi la liste des établissements d'importance systémique tels que définis à l'article 3, alinéa 1er, 29°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, à l'exception des établissements visés aux articles 36/1, 13°, 14° et 25°, et 36/26/1, §§ 4 et 6, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique, et qui fournit des services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), aux entreprises."
Art. 15. In artikel VII.59/6 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt: "4° de onderneming of de diplomatieke zending heeft een andere betaalrekening geopend bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte;";
b) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt: "2° de onderneming of de diplomatieke zending heeft na haar aanvraag een andere betaalrekening bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat geopend waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte."
a) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt: "4° de onderneming of de diplomatieke zending heeft een andere betaalrekening geopend bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte;";
b) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt: "2° de onderneming of de diplomatieke zending heeft na haar aanvraag een andere betaalrekening bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat geopend waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte."
Art. 15. A l'article VII.59/6 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 4° est remplacé par ce qui suit: "4° l'entreprise ou la mission diplomatique a ouvert un autre compte de paiement auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ou auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre avec lequel elle peut utiliser les services bancaires mentionnés à l'article VII.59/4, § 1er. L'entreprise ou la mission diplomatique en informe sans délai l'établissement de crédit auprès duquel elle a obtenu un service bancaire de base;";
b) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit: "2° l'entreprise ou la mission diplomatique a, après avoir introduit sa demande, ouvert un autre compte de paiement auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ou auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre avec lequel elle peut utiliser les services bancaires mentionnés à l'article VII.59/4, § 1er. L'entreprise ou la mission diplomatique en informe sans délai l'établissement de crédit auprès duquel elle a obtenu un service bancaire de base."
a) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 4° est remplacé par ce qui suit: "4° l'entreprise ou la mission diplomatique a ouvert un autre compte de paiement auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ou auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre avec lequel elle peut utiliser les services bancaires mentionnés à l'article VII.59/4, § 1er. L'entreprise ou la mission diplomatique en informe sans délai l'établissement de crédit auprès duquel elle a obtenu un service bancaire de base;";
b) dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit: "2° l'entreprise ou la mission diplomatique a, après avoir introduit sa demande, ouvert un autre compte de paiement auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ou auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre avec lequel elle peut utiliser les services bancaires mentionnés à l'article VII.59/4, § 1er. L'entreprise ou la mission diplomatique en informe sans délai l'établissement de crédit auprès duquel elle a obtenu un service bancaire de base."
Art. 16. In artikel VII.59/11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die betalingsdiensten aan ondernemingen aanbieden als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), dragen jaarlijks bij in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer.";
2° in het derde lid worden de woorden "de voorwaarden waaronder de kredietinstellingen deze bijdragen moeten betalen" vervangen door de woorden "het marktaandeel waarover de kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid moeten beschikken".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die betalingsdiensten aan ondernemingen aanbieden als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), dragen jaarlijks bij in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer.";
2° in het derde lid worden de woorden "de voorwaarden waaronder de kredietinstellingen deze bijdragen moeten betalen" vervangen door de woorden "het marktaandeel waarover de kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid moeten beschikken".
Art. 16. A l'article VII.59/11 du même Code, inséré par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: "Les établissements de crédit établis au 1er janvier en Belgique, tels que visés à l'article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, qui fournissent aux entreprises les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), contribuent chaque année aux frais de fonctionnement de la chambre du service bancaire de base.";
2° dans l'alinéa 3, les mots "les conditions dans lesquelles les établissements de crédit versent cette contribution" sont remplacés par les mots "la part de marché à détenir par les établissements de crédit visés à l'alinéa 1er".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: "Les établissements de crédit établis au 1er janvier en Belgique, tels que visés à l'article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, qui fournissent aux entreprises les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), contribuent chaque année aux frais de fonctionnement de la chambre du service bancaire de base.";
2° dans l'alinéa 3, les mots "les conditions dans lesquelles les établissements de crédit versent cette contribution" sont remplacés par les mots "la part de marché à détenir par les établissements de crédit visés à l'alinéa 1er".
Art. 17. In artikel VII.95 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
" § 4. De kredietgever verwittigt de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn, alsook van de gevolgen van niet-betaling, met inbegrip van die als bepaald in artikel VII.100, op de nulstellingsdag:
1° in de achtste maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn, en 2° in de tweede maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn. In afwijking van het eerste lid, wanneer de kredietovereenkomst onderworpen is aan een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan een jaar, verwittigt de kredietgever de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn alsook van de gevolgen van niet-betaling op de nulstellingsdag ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de nulstellingstermijn."
" § 4. De kredietgever verwittigt de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn, alsook van de gevolgen van niet-betaling, met inbegrip van die als bepaald in artikel VII.100, op de nulstellingsdag:
1° in de achtste maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn, en 2° in de tweede maand voor het verstrijken van de nulstellingstermijn. In afwijking van het eerste lid, wanneer de kredietovereenkomst onderworpen is aan een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan een jaar, verwittigt de kredietgever de consument, door middel van ieder nuttig communicatiemiddel, van de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn alsook van de gevolgen van niet-betaling op de nulstellingsdag ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de nulstellingstermijn."
Art. 17. Dans l'article VII.95 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Le prêteur avertit le consommateur, au moyen de toute communication utile, de la date d'expiration du délai de zérotage ainsi que des conséquences du non-paiement, en ce compris celles prévues à l'article VII.100, le jour du zérotage:
1° au cours du huitième mois avant l'expiration du délai de zérotage et 2° au cours du deuxième mois avant l'expiration du délai de zérotage. Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque le contrat de crédit est soumis à un délai de zérotage inférieur ou égal à un an, le prêteur avertit le consommateur, au moyen de tout moyen de communication utile, de la date d'expiration du délai de zérotage ainsi que des conséquences du non-paiement le jour du zérotage au plus tard deux mois avant l'expiration du délai de zérotage."
" § 4. Le prêteur avertit le consommateur, au moyen de toute communication utile, de la date d'expiration du délai de zérotage ainsi que des conséquences du non-paiement, en ce compris celles prévues à l'article VII.100, le jour du zérotage:
1° au cours du huitième mois avant l'expiration du délai de zérotage et 2° au cours du deuxième mois avant l'expiration du délai de zérotage. Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque le contrat de crédit est soumis à un délai de zérotage inférieur ou égal à un an, le prêteur avertit le consommateur, au moyen de tout moyen de communication utile, de la date d'expiration du délai de zérotage ainsi que des conséquences du non-paiement le jour du zérotage au plus tard deux mois avant l'expiration du délai de zérotage."
Art. 18. Artikel VII.99, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende: "4° de datum van het verstrijken van de nulstellingstermijn met daarnaast een goed zichtbare waarschuwing dat de contractuele minimale betalingen mogelijk niet voldoende zijn om het opgenomen bedrag tijdig terug te betalen op die datum."
Art. 18. L'article VII.99, § 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, est complété par un 4° rédigé comme suit: "4° la date d'expiration du délai de zérotage avec un avertissement bien visible que les paiements minimums contractuels peuvent ne pas être suffisantspour rembourser le montant prélevé à temps à cette date."
Art. 19. In artikel VII.143, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 22 april 2016 en gewijzigd bij de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 6°, tweede lid, worden de woorden "in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1," ingevoegd tussen de woorden "een hogere debetrentevoet" en de woorden "indien de consument de gestelde voorwaarde of voorwaarden niet langer nakomt";
b) in de bepaling onder 7°, tweede lid, worden de woorden "in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1" ingevoegd tussen de woorden "een hogere rentevoet" en de woorden ", indien de gestelde voorwaarde of voorwaarden voor de vermindering niet langer worden nagekomen".
a) in de bepaling onder 6°, tweede lid, worden de woorden "in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1," ingevoegd tussen de woorden "een hogere debetrentevoet" en de woorden "indien de consument de gestelde voorwaarde of voorwaarden niet langer nakomt";
b) in de bepaling onder 7°, tweede lid, worden de woorden "in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1" ingevoegd tussen de woorden "een hogere rentevoet" en de woorden ", indien de gestelde voorwaarde of voorwaarden voor de vermindering niet langer worden nagekomen".
Art. 19. A l'article VII.143, § 3, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 22 avril 2016 et modifié par la loi du 18 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 6°, alinéa 2, les mots "dans les cas prévus à l'article VII.147, § 1er," sont insérés entre les mots "plus élevé" et les mots "si le consommateur ne respecte pas la ou les conditions prévues";
b) au 7°, alinéa 2, les mots "dans les cas prévus à l'article VII.147, § 1er," sont insérés entre les mots "taux débiteur supérieur" et les mots "si la ou les conditions fixées pour l'octroi de la réduction ne sont pas remplies".
a) au 6°, alinéa 2, les mots "dans les cas prévus à l'article VII.147, § 1er," sont insérés entre les mots "plus élevé" et les mots "si le consommateur ne respecte pas la ou les conditions prévues";
b) au 7°, alinéa 2, les mots "dans les cas prévus à l'article VII.147, § 1er," sont insérés entre les mots "taux débiteur supérieur" et les mots "si la ou les conditions fixées pour l'octroi de la réduction ne sont pas remplies".
Art. 20. In artikel VII.146, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 april 2016, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval na vervanging door een evenwaardig aangehecht contract met de dienstverlener van de consument".
Art. 20. Dans l'article VII.146, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 avril 2016, l'alinéa 1er est complété par les mots "le cas échéant après remplacement par un contrat annexé équivalent conclu avec le prestataire de services du consommateur".
Art. 21. In artikel VII.147 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1. Koppelverkoop is verboden. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om de consument te verplichten in het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst, een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde, tenzij het een gebundelde verkoop betreft.";
b) [1 ...]1
c) een paragraaf 1/2 wordt ingevoegd, luidende: " § 1/2. Indien de kredietgever, of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het afsluiten van een nevendienst of een aangehecht contract bedingt, is hij gehouden de door de consument voorgestelde dienstverlener, die verschillend is van de dienstverlener die werd verkozen door de kredietgever, te aanvaarden, indien die een gelijkwaardige nevendienst aanbiedt of, in voorkomend geval, een gelijkwaardig aangehecht contract aanbiedt voor eenzelfde of een lagere prijs. De kredietgever stelt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de consument op een duurzame drager in kennis van zijn besluit tot aanvaarding of weigering van de dienstverlener, voorgesteld door de consument. Elke beslissing tot weigering door de kredietgever van de dienstverlener, voorgesteld door de consument, is expliciet en omvat de volledige motivering van de weigering alsook, in voorkomend geval, de ontbrekende informatie en garanties. De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van ieder nevendienstovereenkomst, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar."
a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1. Koppelverkoop is verboden. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om de consument te verplichten in het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst, een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde, tenzij het een gebundelde verkoop betreft.";
b) [1 ...]1
c) een paragraaf 1/2 wordt ingevoegd, luidende: " § 1/2. Indien de kredietgever, of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het afsluiten van een nevendienst of een aangehecht contract bedingt, is hij gehouden de door de consument voorgestelde dienstverlener, die verschillend is van de dienstverlener die werd verkozen door de kredietgever, te aanvaarden, indien die een gelijkwaardige nevendienst aanbiedt of, in voorkomend geval, een gelijkwaardig aangehecht contract aanbiedt voor eenzelfde of een lagere prijs. De kredietgever stelt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de consument op een duurzame drager in kennis van zijn besluit tot aanvaarding of weigering van de dienstverlener, voorgesteld door de consument. Elke beslissing tot weigering door de kredietgever van de dienstverlener, voorgesteld door de consument, is expliciet en omvat de volledige motivering van de weigering alsook, in voorkomend geval, de ontbrekende informatie en garanties. De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van ieder nevendienstovereenkomst, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar."
Modifications
Art. 21. A l'article VII.147 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: " § 1er. La vente liée est interdite. Il est également interdit au prêteur et à l'intermédiaire de crédit d'imposer au consommateur, dans le cadre de la conclusion d'un contrat de crédit, de souscrire un autre contrat auprès du prêteur, de l'intermédiaire de crédit ou auprès d'une tierce personne désignée par ceux-ci, sauf s'il s'agit d'une vente groupée.";
b) [1 ...]1
c) il est inséré un paragraphe 1/2 rédigé comme suit: " § 1/2. Si le prêteur ou, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit, stipule la conclusion d'un service accessoire ou d'un contrat annexé, il est tenu d'accepter le prestataire de services proposé par le consommateur, qui est différent du prestataire de services préconisé par le prêteur, si celui-ci offre un service accessoire équivalent ou, le cas échéant, un contrat annexé équivalent à un prix égal ou réduit. Le prêteur notifie au consommateur sa décision d'acceptation ou de refus du prestataire de services, proposé par le consommateur, sur un support durable dans les meilleurs délais et au plus tard dans les trente jours calendrier à compter de la réception de la demande du consommateur. Toute décision par le prêteur de refus du prestataire de services, proposé par le consommateur, est explicite et comporte l'intégralité des motifs de refus ainsi que, le cas échéant, les informations et garanties manquantes. La charge de la preuve que le consommateur a eu le libre choix en rapport avec la conclusion de tout contrat de service accessoire conclu en complément du contrat de crédit incombe au prêteur et à l'intermédiaire de crédit."
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: " § 1er. La vente liée est interdite. Il est également interdit au prêteur et à l'intermédiaire de crédit d'imposer au consommateur, dans le cadre de la conclusion d'un contrat de crédit, de souscrire un autre contrat auprès du prêteur, de l'intermédiaire de crédit ou auprès d'une tierce personne désignée par ceux-ci, sauf s'il s'agit d'une vente groupée.";
b) [1 ...]1
c) il est inséré un paragraphe 1/2 rédigé comme suit: " § 1/2. Si le prêteur ou, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit, stipule la conclusion d'un service accessoire ou d'un contrat annexé, il est tenu d'accepter le prestataire de services proposé par le consommateur, qui est différent du prestataire de services préconisé par le prêteur, si celui-ci offre un service accessoire équivalent ou, le cas échéant, un contrat annexé équivalent à un prix égal ou réduit. Le prêteur notifie au consommateur sa décision d'acceptation ou de refus du prestataire de services, proposé par le consommateur, sur un support durable dans les meilleurs délais et au plus tard dans les trente jours calendrier à compter de la réception de la demande du consommateur. Toute décision par le prêteur de refus du prestataire de services, proposé par le consommateur, est explicite et comporte l'intégralité des motifs de refus ainsi que, le cas échéant, les informations et garanties manquantes. La charge de la preuve que le consommateur a eu le libre choix en rapport avec la conclusion de tout contrat de service accessoire conclu en complément du contrat de crédit incombe au prêteur et à l'intermédiaire de crédit."
Modifications
Art. 22. In artikel VII.189 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "de artikelen VII.13, 5°, a) en c) en VII.31, 1° en 3° " vervangen door de woorden "de artikelen VII.22, 5°, a) en d), en VII.39, 1° en 3° ".
Art. 22. Dans l'article VII.189 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "articles VII.13, 5°, a) et c) et VII.31, 1° et 3° " sont remplacés par les mots "articles VII.22, 5°, a) et d), et VII.39, 1° et 3° ".
Art. 23. In artikel VII.190 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel VII.55, § 1" vervangen door de woorden "artikel VII.30, § 1,".
Art. 23. Dans l'article VII.190 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "article VII.55, § 1er" sont remplacés par les mots "article VII.30, § 1er,".
Art. 24. In artikel VII.191 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "de artikelen VII.12, VII.13, 2° tot 6°, VII.14 en VII.15, VII.20, VII.22, tweede lid, VII.24, VII.28, VII.31, VII.35, eerste lid, VII.37, VII.38, § 2, VII.39 en VII.40, VII.42, VII.44 tot VII.47, VII.49 tot VII.51, VII.55 en VII.56" vervangen door de woorden "de artikelen VII.7, VII.9, VII.11, VII.21, VII.22, 2° tot 6°, VII.23, VII.24, VII.30, VII.31, VII.33, VII.39, VII.43, VII.46, VII.47, § 2, VII.48, VII.49, VII.51, VII.53 tot VII.55/1, en VII.55/3 tot VII.55/5".
Art. 24. Dans l'article VII.191 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 22 avril 2016, les mots "articles VII.12, VII.13, 2° à 6°, VII.14 et VII.15, VII.20, VII. 22, alinéa 2, VII.24, VII.28, VII.31, VII.35, alinéa 1er, VII.37, VII.38, § 2, VII.39 et VII.40, VII.42, VII.44 à VII.47, VII.49 à VII.51, VII.55 et VII.56" sont remplacés par les mots "articles VII.7, VII.9, VII.11, VII.21, VII.22, 2° à 6°, VII.23, VII.24, VII.30, VII.31, VII.33, VII.39, VII.43, VII.46, VII.47, § 2, VII.48, VII.49, VII.51, VII.53 à VII.55/1, et VII.55/3 à VII.55/5".
Art. 25. In artikel X.49, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "twee jaren".
Art. 25. Dans l'article X.49, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 15 avril 2018, les mots "un an" sont remplacés par les mots "deux ans".
Art. 26. In artikel XI.75/6, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar" opgeheven;
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de voorzitter en de ondervoorzitter van de algemene vergadering verkozen worden. Deze periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen."
1° in het tweede lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar" opgeheven;
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de voorzitter en de ondervoorzitter van de algemene vergadering verkozen worden. Deze periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen."
Art. 26. A l'article XI.75/6, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 8 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les mots "pour une période de six ans" sont supprimés;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle le président et le vice-président de l'assemblée générale sont élus. Cette période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans."
1° dans l'alinéa 2, les mots "pour une période de six ans" sont supprimés;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle le président et le vice-président de l'assemblée générale sont élus. Cette période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans."
Art. 27. In artikel XI.75/7, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar die eenmaal hernieuwbaar is" opgeheven;
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden van de raad verkozen worden en in welke mate deze periode hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de periode waarvoor de raad uit zijn leden, een voorzitter, een ondervoorzitter, een secretaris en een penningmeester verkiest."
1° in het eerste lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar die eenmaal hernieuwbaar is" opgeheven;
2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden van de raad verkozen worden en in welke mate deze periode hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de periode waarvoor de raad uit zijn leden, een voorzitter, een ondervoorzitter, een secretaris en een penningmeester verkiest."
Art. 27. A l'article XI.75/7, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 8 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "pour une période de six ans qui est une fois renouvelable" sont supprimés;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle les membres du conseil sont élus et dans quelle mesure cette période est renouvelable. La période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans. Le Roi détermine également la période pour laquelle le conseil élit parmi ses membres un président, un vice-président, un secrétaire et un trésorier."
1° dans l'alinéa 1er, les mots "pour une période de six ans qui est une fois renouvelable" sont supprimés;
2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle les membres du conseil sont élus et dans quelle mesure cette période est renouvelable. La période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans. Le Roi détermine également la période pour laquelle le conseil élit parmi ses membres un président, un vice-président, un secrétaire et un trésorier."
Art. 28. In artikel XI.75/8, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juli 2018 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar die eenmaal hernieuwbaar is" telkens opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar" opgeheven; 3° het vierde lid wordt vervangen als volgt: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden en de plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen of benoemd en in welke mate deze periode voor de verkozen leden en de verkozen plaatsvervangende leden hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de nadere regels voor de opvolging van een lid van de tuchtcommissie."
1° in het eerste lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar die eenmaal hernieuwbaar is" telkens opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "voor een periode van zes jaar" opgeheven; 3° het vierde lid wordt vervangen als volgt: "De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden en de plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen of benoemd en in welke mate deze periode voor de verkozen leden en de verkozen plaatsvervangende leden hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de nadere regels voor de opvolging van een lid van de tuchtcommissie."
Art. 28. A l'article XI.75/8, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 8 juillet 2018 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "pour une période de six ans qui est une fois renouvelable" sont chaque fois supprimés;
2° dans l'alinéa 2, les mots "pour une période de six ans" sont supprimés; 3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle les membres et les membres suppléants de la commission de discipline sont élus ou nommés et Il détermine dans quelle mesure cette période est renouvelable pour les membres élus et les membres suppléants élus. La période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans. Le Roi fixe également les modalités pour la succession d'un membre de la commission de discipline."
1° dans l'alinéa 1er, les mots "pour une période de six ans qui est une fois renouvelable" sont chaque fois supprimés;
2° dans l'alinéa 2, les mots "pour une période de six ans" sont supprimés; 3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit: "Le Roi détermine la période pour laquelle les membres et les membres suppléants de la commission de discipline sont élus ou nommés et Il détermine dans quelle mesure cette période est renouvelable pour les membres élus et les membres suppléants élus. La période ne peut pas être inférieure à trois ans ni supérieure à six ans. Le Roi fixe également les modalités pour la succession d'un membre de la commission de discipline."
Art. 29. In artikel XI.83/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2017 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "vier maanden";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "vier maanden".
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "vier maanden";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "vier maanden".
Art. 29. A l'article XI.83/1 du même Code, inséré par la loi du 19 décembre 2017 et modifié par l'arrêté royal du 30 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de quatre mois";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de quatre mois".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de quatre mois";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de quatre mois".
Art. 30. In artikel XV.3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 5° wordt het laatste lid aangevuld met volgende zin: "De termijn moet redelijk zijn in verhouding tot de omvang van het verzoek;";
2° in de bepaling onder 5° /1, wordt het laatste lid opgeheven;
3° in de bepaling onder 5° /3, tweede lid, 4°, worden de woorden "de artikelen XV.61 of XV.62" vervangen door de woorden "artikel XV.61";
4° in de bepaling onder 5° /3, wordt het laatste lid opgeheven;
5° in de bepaling onder 9° worden in het vijfde lid de woorden "en in artikel XV.4" ingevoegd tussen de woorden "onder 1° tot en met 8° " en de woorden ", kunnen aangewend worden bij";
6° in de bepaling onder 9° wordt het laatste lid, bepaling onder e), aangevuld met de woorden ", met inbegrip van de eventuele strikt noodzakelijke strafbare feiten die gepleegd zijn door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2".
1° in de bepaling onder 5° wordt het laatste lid aangevuld met volgende zin: "De termijn moet redelijk zijn in verhouding tot de omvang van het verzoek;";
2° in de bepaling onder 5° /1, wordt het laatste lid opgeheven;
3° in de bepaling onder 5° /3, tweede lid, 4°, worden de woorden "de artikelen XV.61 of XV.62" vervangen door de woorden "artikel XV.61";
4° in de bepaling onder 5° /3, wordt het laatste lid opgeheven;
5° in de bepaling onder 9° worden in het vijfde lid de woorden "en in artikel XV.4" ingevoegd tussen de woorden "onder 1° tot en met 8° " en de woorden ", kunnen aangewend worden bij";
6° in de bepaling onder 9° wordt het laatste lid, bepaling onder e), aangevuld met de woorden ", met inbegrip van de eventuele strikt noodzakelijke strafbare feiten die gepleegd zijn door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2".
Art. 30. A l'article XV.3 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 5°, le dernier alinéa est complété par la phrase suivante: "Ce délai doit être raisonnable compte tenu de la portée de la demande concernée;";
2° au 5° /1, le dernier alinéa est abrogé;
3° au 5° /3, alinéa 2, 4°, les mots "aux articles XV.61 ou XV.62" sont remplacés par les mots "à l'article XV.61";
4° au 5° /3, le dernier alinéa est abrogé;
5° à l'alinéa 5 du 9°, les mots "et à l'article XV.4" sont insérés entre les mots "aux 1° à 8° " et les mots "peuvent être utilisées lors de";
6° au 9°, le dernier alinéa, e), est complété par les mots ", y compris les éventuelles infractions absolument nécessaires commises par les agents visés à l'article XV.2".
1° au 5°, le dernier alinéa est complété par la phrase suivante: "Ce délai doit être raisonnable compte tenu de la portée de la demande concernée;";
2° au 5° /1, le dernier alinéa est abrogé;
3° au 5° /3, alinéa 2, 4°, les mots "aux articles XV.61 ou XV.62" sont remplacés par les mots "à l'article XV.61";
4° au 5° /3, le dernier alinéa est abrogé;
5° à l'alinéa 5 du 9°, les mots "et à l'article XV.4" sont insérés entre les mots "aux 1° à 8° " et les mots "peuvent être utilisées lors de";
6° au 9°, le dernier alinéa, e), est complété par les mots ", y compris les éventuelles infractions absolument nécessaires commises par les agents visés à l'article XV.2".
Art. 31. In artikel XV.4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of van private communicatie of telecommunicatie waaraan de ambtenaar bedoeld in art. XV.2 zelf deelneemt." vervangen door de woorden "of van communicatie waaraan de ambtenaar bedoeld in artikel XV.2 zelf deelneemt in de uitoefening van zijn functies.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, met uitzondering van de bepaling onder 1°, d) tot g), en in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "beeldmateriaal" telkens vervangen door de woorden "geluids- en/of beeldmateriaal";
3° in paragraaf 3, eerste lid, inleidende zin, worden in de Franse tekst de woorden "qu'ils ont faites" vervangen door de woorden "qu'ils ont faits";
4° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, b), wordt in de Franse tekst het woord "réalisées" vervangen door het woord "réalisés";
5° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, d), worden de woorden "of op dat geluidsmateriaal is te horen" ingevoegd tussen de woorden "op het beeldmateriaal is te zien" en de woorden ", alsmede het verband";
6° paragraaf 3, eerste lid, 1°, g), wordt aangevuld met de woorden "of op het geluidsmateriaal is te horen";
7° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, d), wordt het woord "nadat" vervangen door het woord "totdat";
8° paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt aangevuld met een bepaling onder e), luidende:
"e) tot aan de volledige betaling van de administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel XV.60/16.";
9° in paragraaf 4 wordt het woord "beeldmateriaal" vervangen door "geluids- en/of beeldmateriaal";
10° in paragraaf 4 wordt in de Franse tekst het woord "réalisées" vervangen door het woord "réalisés", het woord "obtenues" vervangen door het woord "obtenus" en het woord "légitime" vervangen door het woord "licite".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of van private communicatie of telecommunicatie waaraan de ambtenaar bedoeld in art. XV.2 zelf deelneemt." vervangen door de woorden "of van communicatie waaraan de ambtenaar bedoeld in artikel XV.2 zelf deelneemt in de uitoefening van zijn functies.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, met uitzondering van de bepaling onder 1°, d) tot g), en in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "beeldmateriaal" telkens vervangen door de woorden "geluids- en/of beeldmateriaal";
3° in paragraaf 3, eerste lid, inleidende zin, worden in de Franse tekst de woorden "qu'ils ont faites" vervangen door de woorden "qu'ils ont faits";
4° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, b), wordt in de Franse tekst het woord "réalisées" vervangen door het woord "réalisés";
5° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, d), worden de woorden "of op dat geluidsmateriaal is te horen" ingevoegd tussen de woorden "op het beeldmateriaal is te zien" en de woorden ", alsmede het verband";
6° paragraaf 3, eerste lid, 1°, g), wordt aangevuld met de woorden "of op het geluidsmateriaal is te horen";
7° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, d), wordt het woord "nadat" vervangen door het woord "totdat";
8° paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt aangevuld met een bepaling onder e), luidende:
"e) tot aan de volledige betaling van de administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel XV.60/16.";
9° in paragraaf 4 wordt het woord "beeldmateriaal" vervangen door "geluids- en/of beeldmateriaal";
10° in paragraaf 4 wordt in de Franse tekst het woord "réalisées" vervangen door het woord "réalisés", het woord "obtenues" vervangen door het woord "obtenus" en het woord "légitime" vervangen door het woord "licite".
Art. 31. A l'article XV.4 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou de télécommunications ou communications privées auxquelles l'agent visé à l'article XV.2 participe lui-même." sont remplacés par les mots "ou de communications auxquelles l'agent visé à l'article XV.2 participe lui-même dans l'exercice de ses fonctions.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, à l'exception du 1°, d) à g), et dans le paragraphe 3, alinéa 2, le mot "images" est chaque fois remplacé par les mots "images et/ou enregistrements sonores";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "qu'ils ont faites" sont remplacés par les mots "qu'ils ont faits";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, b), le mot "réalisées" est remplacé par le mot "réalisés";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, d), les mots "ou audible dans les enregistrements sonores" sont insérés entre les mots "visible sur les images" et les mots "en question, ainsi que le lien";
6° le paragraphe 3, alinéa 1er,1°, g), est complété par les mots "ou entendu dans les enregistrements sonores";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, d), les mots "après le" sont remplacés par les mots "jusqu'au";
8° le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est complété par un e) rédigé comme suit:
"e) jusqu'au paiement total de l'amende administrative telle que visée à l'article XV.60/16.";
9° dans le paragraphe 4, le mot "images" est remplacé par les mots "images et/ou enregistrements sonores";
10° dans le paragraphe 4, le mot "réalisées" est remplacé par le mot "réalisés", le mot "obtenues" est remplacé par le mot "obtenus" et le mot "légitime" est remplacé par le mot "licite".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou de télécommunications ou communications privées auxquelles l'agent visé à l'article XV.2 participe lui-même." sont remplacés par les mots "ou de communications auxquelles l'agent visé à l'article XV.2 participe lui-même dans l'exercice de ses fonctions.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, à l'exception du 1°, d) à g), et dans le paragraphe 3, alinéa 2, le mot "images" est chaque fois remplacé par les mots "images et/ou enregistrements sonores";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "qu'ils ont faites" sont remplacés par les mots "qu'ils ont faits";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, b), le mot "réalisées" est remplacé par le mot "réalisés";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, d), les mots "ou audible dans les enregistrements sonores" sont insérés entre les mots "visible sur les images" et les mots "en question, ainsi que le lien";
6° le paragraphe 3, alinéa 1er,1°, g), est complété par les mots "ou entendu dans les enregistrements sonores";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, d), les mots "après le" sont remplacés par les mots "jusqu'au";
8° le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est complété par un e) rédigé comme suit:
"e) jusqu'au paiement total de l'amende administrative telle que visée à l'article XV.60/16.";
9° dans le paragraphe 4, le mot "images" est remplacé par les mots "images et/ou enregistrements sonores";
10° dans le paragraphe 4, le mot "réalisées" est remplacé par le mot "réalisés", le mot "obtenues" est remplacé par le mot "obtenus" et le mot "légitime" est remplacé par le mot "licite".
Art. 32. In artikel XV.5/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1° worden de woorden "degene die daartoe in staat is te gelasten" ingevoegd voor de woorden "inhoud te verwijderen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, eerste zin, wordt het woord "inbreukmakende" ingevoegd tussen de woorden "contact op met de" en de woorden "onderneming verantwoordelijk voor de online interface.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, laatste zin, wordt het woord "/of" geschrapt;
4° in paragraaf 3, 2°, worden de woorden "de datum en het uur" vervangen door de woorden "de datum, het uur en de wijze".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1° worden de woorden "degene die daartoe in staat is te gelasten" ingevoegd voor de woorden "inhoud te verwijderen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, eerste zin, wordt het woord "inbreukmakende" ingevoegd tussen de woorden "contact op met de" en de woorden "onderneming verantwoordelijk voor de online interface.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, laatste zin, wordt het woord "/of" geschrapt;
4° in paragraaf 3, 2°, worden de woorden "de datum en het uur" vervangen door de woorden "de datum, het uur en de wijze".
Art. 32. A l'article XV.5/1 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots "ordonner à celui qui est en mesure de le faire de" sont insérés avant les mots "retirer un contenu";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, première phrase, les mots "en infraction" sont insérés entre les mots "contact avec l'entreprise" et les mots "responsable de l'interface en ligne.";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, dernière phrase, le mot "/ou" est supprimé;
4° dans le paragraphe 3, 2°, les mots "la date et l'heure" sont remplacés par les mots "la date, l'heure et le mode".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots "ordonner à celui qui est en mesure de le faire de" sont insérés avant les mots "retirer un contenu";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, première phrase, les mots "en infraction" sont insérés entre les mots "contact avec l'entreprise" et les mots "responsable de l'interface en ligne.";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, dernière phrase, le mot "/ou" est supprimé;
4° dans le paragraphe 3, 2°, les mots "la date et l'heure" sont remplacés par les mots "la date, l'heure et le mode".
Art. 33. In artikel XV.6/1, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 april 2017 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "kunnen worden geïdentificeerd" vervangen door de woorden "identificeerbaar zijn";
2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "of andere wetten";
3° in de bepaling onder 4° worden de woorden "andere strafrechtelijke misdrijven" vervangen door de woorden "andere misdaden en wanbedrijven";
4° in de bepalingen onder 5° en 6° worden de woorden "kadert in" vervangen door de woorden "noodzakelijk is voor".
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "kunnen worden geïdentificeerd" vervangen door de woorden "identificeerbaar zijn";
2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "of andere wetten";
3° in de bepaling onder 4° worden de woorden "andere strafrechtelijke misdrijven" vervangen door de woorden "andere misdaden en wanbedrijven";
4° in de bepalingen onder 5° en 6° worden de woorden "kadert in" vervangen door de woorden "noodzakelijk is voor".
Art. 33. A l'article XV.6/1, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 18 avril 2017 et modifié par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le 1°, les mots "ne puissent pas être identifiées" sont remplacés par les mots "ne soient pas identifiables";
2° le 2° est complété par les mots "ou d'autres lois";
3° dans le 4°, les mots "d'autres infractions pénales que celles visées" sont remplacés par les mots "des crimes et délits autres que ceux visés";
4° dans le 5° et le 6°, les mots "s'intègre dans le cadre" sont remplacés par les mots "est nécessaire en vue".
1° dans le 1°, les mots "ne puissent pas être identifiées" sont remplacés par les mots "ne soient pas identifiables";
2° le 2° est complété par les mots "ou d'autres lois";
3° dans le 4°, les mots "d'autres infractions pénales que celles visées" sont remplacés par les mots "des crimes et délits autres que ceux visés";
4° dans le 5° et le 6°, les mots "s'intègre dans le cadre" sont remplacés par les mots "est nécessaire en vue".
Art. 34. In boek XV, titel 1, van hetzelfde Wetboek, wordt na artikel XV.10 een hoofdstuk 1/1 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 1/1. - Bescherming en verwerking van persoonsgegevens".
Art. 34. Dans le livre XV, titre 1er, du même Code, après l'article XV.10, il est inséré un chapitre 1/1 intitulé "Chapitre 1/1. - Protection et traitement des données à caractère personnel".
Art. 35. In hoofdstuk 1/1, ingevoegd bij artikel 34, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Afdeling 1. - Rechten van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens", die de artikelen XV.10/1 tot XV.10/5 bevat.
Art. 35. Dans le chapitre 1/1 inséré par l'article 34, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. - Droits des personnes physiques lors du traitement des données à caractère personnel", qui contient les articles XV.10/1 à XV.10/5.
Art. 36. Artikel XV.10/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 september 2018, wordt opgeheven.
Art. 36. L'article XV.10/1 du même Code, inséré par la loi du 5 septembre 2018, est abrogé.
Art. 37. Artikel XV.10/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 september 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. XV.10/2. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), kan het recht op informatie worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op informatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het recht op informatie, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op informatie en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
"Art. XV.10/2. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), kan het recht op informatie worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op informatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het recht op informatie, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op informatie en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
Art. 37. L'article XV.10/2 du même Code, inséré par la loi du 5 septembre 2018, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XV.10/2. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation aux articles 13 et 14 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (ci-après le "règlement général sur la protection des données"), le droit à l'information peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions ;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit à l'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant le droit à l'information, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit à l'information ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Quand le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire est terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent a pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
"Art. XV.10/2. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation aux articles 13 et 14 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (ci-après le "règlement général sur la protection des données"), le droit à l'information peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions ;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit à l'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant le droit à l'information, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit à l'information ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Quand le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire est terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent a pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
Art. 38. Artikel XV.10/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 september 2018 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt vervangen als volgt:
"Art. XV.10/3. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op inzage worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op inzage rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op inzage en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
"Art. XV.10/3. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op inzage worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op inzage rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op inzage en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
Art. 38. L'article XV.10/3 du même Code, inséré par la loi du 5 septembre 2018 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XV.10/3. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation à l'article 15 du règlement général sur la protection des données, le droit d'accès peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit d'accès, ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
"Art. XV.10/3. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation à l'article 15 du règlement général sur la protection des données, le droit d'accès peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit d'accès, ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
Art. 39. Artikel XV.10/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 september 2018 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt opgeheven.
Art. 39. L'article XV.10/4 du même Code, inséré par la loi du 5 septembre 2018 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, est abrogé.
Art. 40. Artikel XV.10/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 september 2018 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt vervangen als volgt:
"Art. XV.10/5. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op beperking van de verwerking van deze gegevens rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende de beperking van de verwerking, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op beperking van de verwerking en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1, genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
"Art. XV.10/5. § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
§ 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op beperking van de verwerking van deze gegevens rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende de beperking van de verwerking, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op beperking van de verwerking en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1, genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste."
Art. 40. L'article XV.10/5 du même Code, inséré par la loi du 5 septembre 2018 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XV.10/5. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation à l'article 18 du règlement général sur la protection des données, le droit à la limitation de traitement peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit à la limitation du traitement de ces données.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la limitation du traitement, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit à la limitation du traitement, ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
"Art. XV.10/5. § 1er. En application de l'article 23, paragraphe 1er, d) et h), et par dérogation à l'article 18 du règlement général sur la protection des données, le droit à la limitation de traitement peut être retardé s'agissant des traitements de données à caractère personnel exécutés sur la base des dispositions du présent livre, afin de garantir:
1° la prévention, l'examen, la détection et la poursuite des faits punissables ou l'exécution de sanctions;
2° une mission de contrôle ou d'inspection liée, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité publique.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête par les agents visés à l'article XV.2 dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales, ainsi que durant la période durant laquelle sont traitées les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites y afférentes.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ces droits nuirait aux besoins du contrôle ou de l'enquête ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou le secret professionnel.
La restriction visée au paragraphe 1er ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retardement du droit à la limitation du traitement de ces données.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la limitation du traitement, le responsable du traitement en accuse réception.
Le responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retardement du droit à la limitation du traitement, ainsi que des motifs du retardement. Ces informations peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes.
Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le responsable du traitement a fait usage de l'exception prévue au paragraphe 1er, et à l'exception des situations visées à l'alinéa 7, le régime de l'exception est immédiatement levé après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis au ministère public près les cours et tribunaux et/ou au juge d'instruction, les droits ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Par dérogation, les droits sont en tout cas rétablis à partir du moment où:
1° le contrevenant est informé du procès-verbal de constatation de l'infraction, conformément à l'article XV.2, § 2;
2° l'intention de prendre une mesure telle que visée à l'article XV.5/1 est portée à la connaissance du contrevenant;
3° un avertissement est donné au contrevenant, conformément à l'article XV.31;
4° le contrevenant est amené à s'engager, comme visé à l'article XV.31/2;
5° le contrevenant est contacté dans le cadre de la procédure de publication, comme visée à l'article XV.31/2/1;
6° le contrevenant est prié d'introduire ses moyens de défense, conformément à l'article XV.60/7;
7° une transaction est proposée au contrevenant, conformément à l'article XV.61.
Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de cette dernière."
Art. 41. In hoofdstuk 1/1, ingevoegd bij artikel 34, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Afdeling 2. - De bescherming van persoonsgegevens".
Art. 41. Dans le chapitre 1/1, inséré par l'article 34, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. - La protection des données à caractère personnel".
Art. 42. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 41, wordt een artikel XV.10/6 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.10/6. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie is verantwoordelijk voor de verwerkingen van de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit boek."
"Art. XV.10/6. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie is verantwoordelijk voor de verwerkingen van de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit boek."
Art. 42. Dans la section 2, insérée par l'article 41, il est inséré un article XV.10/6 rédigé comme suit:
"Art. XV.10/6. Le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie est responsable des traitements de données à caractère personnel nécessaires à la mise en oeuvre du présent livre."
"Art. XV.10/6. Le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie est responsable des traitements de données à caractère personnel nécessaires à la mise en oeuvre du présent livre."
Art. 43. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel XV.10/7 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.10/7. De persoonsgegevens die verwerkt worden overeenkomstig de bepalingen van dit boek worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van tien jaar:
1° na de definitieve vaststelling dat er geen inbreuken werden begaan door de betrokken persoon;
2° indien is vastgesteld dat de waarschuwing bedoeld in de artikelen XV.16/4, XV.31, XV.31/1 of XV.65, § 1, 1°, werd nageleefd, vanaf het ogenblik van de vaststelling van de regularisatie;
3° vanaf het ogenblik dat een toezegging werd verkregen of aanvaard zoals bedoeld in artikel XV.31/2 en er geen verdere administratieve of strafrechtelijke vervolging is voorzien;
4° vanaf het ogenblik van de vaststelling van de betaling van de transactie bedoeld in artikel XV.61;
5° vanaf het ogenblik dat een definitieve administratieve beslissing is genomen, in het bijzonder deze bedoeld in artikel XV.60/2;
6° vanaf het ogenblik dat toepassing is gemaakt van de minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of de bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of enige andere rechterlijke procedure.
In het geval van een gerechtelijke procedure wordt de in het eerste lid bedoelde maximale bewaartermijn van tien jaar verlengd, in voorkomend geval, tot de definitieve beëindiging van die procedure."
"Art. XV.10/7. De persoonsgegevens die verwerkt worden overeenkomstig de bepalingen van dit boek worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van tien jaar:
1° na de definitieve vaststelling dat er geen inbreuken werden begaan door de betrokken persoon;
2° indien is vastgesteld dat de waarschuwing bedoeld in de artikelen XV.16/4, XV.31, XV.31/1 of XV.65, § 1, 1°, werd nageleefd, vanaf het ogenblik van de vaststelling van de regularisatie;
3° vanaf het ogenblik dat een toezegging werd verkregen of aanvaard zoals bedoeld in artikel XV.31/2 en er geen verdere administratieve of strafrechtelijke vervolging is voorzien;
4° vanaf het ogenblik van de vaststelling van de betaling van de transactie bedoeld in artikel XV.61;
5° vanaf het ogenblik dat een definitieve administratieve beslissing is genomen, in het bijzonder deze bedoeld in artikel XV.60/2;
6° vanaf het ogenblik dat toepassing is gemaakt van de minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of de bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of enige andere rechterlijke procedure.
In het geval van een gerechtelijke procedure wordt de in het eerste lid bedoelde maximale bewaartermijn van tien jaar verlengd, in voorkomend geval, tot de definitieve beëindiging van die procedure."
Art. 43. Dans la même section 2, il est inséré un article XV.10/7 rédigé comme suit:
"Art. XV.10/7. Les données à caractère personnel qui sont traitées conformément aux dispositions du présent livre ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum de dix ans:
1° après la constatation définitive qu'aucune infraction n'a été commise par la personne concernée;
2° lorsqu'il est constaté que l'avertissement visé aux articles XV.16/4, XV.31, XV.31/1 ou XV.65, § 1er, 1°, a été respecté, à partir du moment où la régularisation a été constatée;
3° à partir du moment où un engagement a été obtenu ou accepté, comme visé à l'article XV.31/2, pour autant qu'aucune autre poursuite administrative ou pénale ne soit prévue;
4° à partir de la constatation du paiement de la transaction visée à l'article XV.61;
5° à partir du moment où une décision administrative définitive a été prise, en particulier celle visée à l'article XV.60/2;
6° à partir du moment où il est fait application de la transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou de la médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou de toute autre procédure judiciaire.
En cas de procédure judiciaire, le délai de conservation maximum de dix ans visé à l'alinéa 1er est prolongé, le cas échéant, jusqu'à la cessation définitive de cette procédure."
"Art. XV.10/7. Les données à caractère personnel qui sont traitées conformément aux dispositions du présent livre ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum de dix ans:
1° après la constatation définitive qu'aucune infraction n'a été commise par la personne concernée;
2° lorsqu'il est constaté que l'avertissement visé aux articles XV.16/4, XV.31, XV.31/1 ou XV.65, § 1er, 1°, a été respecté, à partir du moment où la régularisation a été constatée;
3° à partir du moment où un engagement a été obtenu ou accepté, comme visé à l'article XV.31/2, pour autant qu'aucune autre poursuite administrative ou pénale ne soit prévue;
4° à partir de la constatation du paiement de la transaction visée à l'article XV.61;
5° à partir du moment où une décision administrative définitive a été prise, en particulier celle visée à l'article XV.60/2;
6° à partir du moment où il est fait application de la transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou de la médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou de toute autre procédure judiciaire.
En cas de procédure judiciaire, le délai de conservation maximum de dix ans visé à l'alinéa 1er est prolongé, le cas échéant, jusqu'à la cessation définitive de cette procédure."
Art. 44. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel XV.10/8 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.10/8. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 van de FOD Economie, zorgen voor de jaarlijkse publicatie op de website van hun overheidsdienst van:
1° het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot de gegevens bedoeld in het tweede en vijfde lid van artikel XV.3, 5° /1, het aantal metadatagegevens waartoe zij toegang hebben gehad, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens;
2° het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België bedoeld in artikel XV.3, 5° /3, eerste lid, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens."
"Art. XV.10/8. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 van de FOD Economie, zorgen voor de jaarlijkse publicatie op de website van hun overheidsdienst van:
1° het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot de gegevens bedoeld in het tweede en vijfde lid van artikel XV.3, 5° /1, het aantal metadatagegevens waartoe zij toegang hebben gehad, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens;
2° het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België bedoeld in artikel XV.3, 5° /3, eerste lid, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens."
Art. 44. Dans la même section 2, il est inséré un article XV.10/8 rédigé comme suit:
"Art. XV.10/8. Les agents du SPF Economie visés à l'article XV.2 assurent la publication annuelle sur le site web de leur administration:
1° du nombre annuel de demandes d'accès aux données visées aux alinéas 2 et 5 de l'article XV.3, 5° /1, qui leur ont été accordées et refusées, le nombre de métadonnées auxquelles ils ont eu accès, le nombre de personnes concernées par ces accès et si des infractions ont été constatées ou non sur la base de ces données;
2° du nombre annuel de demandes d'accès au Point de contact central de la Banque Nationale de Belgique, effectuées conformément à l'article XV.3, 5° /3, alinéa 1er, qui leur ont été accordées et refusées, le nombre de personnes concernées par ces accès et si des infractions ont été constatées ou non sur la base de ces données."
"Art. XV.10/8. Les agents du SPF Economie visés à l'article XV.2 assurent la publication annuelle sur le site web de leur administration:
1° du nombre annuel de demandes d'accès aux données visées aux alinéas 2 et 5 de l'article XV.3, 5° /1, qui leur ont été accordées et refusées, le nombre de métadonnées auxquelles ils ont eu accès, le nombre de personnes concernées par ces accès et si des infractions ont été constatées ou non sur la base de ces données;
2° du nombre annuel de demandes d'accès au Point de contact central de la Banque Nationale de Belgique, effectuées conformément à l'article XV.3, 5° /3, alinéa 1er, qui leur ont été accordées et refusées, le nombre de personnes concernées par ces accès et si des infractions ont été constatées ou non sur la base de ces données."
Art. 45. In artikel XV.18, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "Verordening (EG) nr. 924/2009" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2021/1230".
Art. 45. Dans l'article XV.18, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les mots "règlement (CE) n° 924/2009" sont remplacés par les mots "règlement (UE) 2021/1230".
Art. 46. In artikel XV.23 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden ", vermogensvoordelen die voortvloeien uit de verkoop van de goederen die het voorwerp uitmaken van de inbreuk" ingevoegd tussen de woorden "werktuigen, gereedschappen" en de woorden "en andere voorwerpen die tot het plegen".
Art. 46. Dans l'article XV.23 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots ", avantages patrimoniaux qui découlent de la vente des marchandises faisant l'objet de l'infraction" sont insérés entre les mots "instruments, ustensiles" et les mots "et autres objets susceptibles d'avoir servi".
Art. 47. In artikel XV.25/3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "De ambtenaren die krachtens artikel XV.62 hiertoe uitdrukkelijk worden aangewezen kunnen evenwel" vervangen door de woorden "De door de minister aangestelde ambtenaren bedoeld in artikel XV.61, § 1, eerste lid, kunnen".
Art. 47. Dans l'article XV.25/3, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "Les agents spécialement désignés à cet effet en vertu de l'article XV.62 peuvent" sont remplacés par les mots "Les agents désignés par le ministre visés à l'article XV.61, § 1er, alinéa 1er, peuvent".
Art. 48. In artikel XV.30, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "de artikelen XV.61, XV.62 en XV.62/1" vervangen door de woorden "de artikelen XV.61 en XV.62/1".
Art. 48. Dans l'article XV.30, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "aux articles XV.61, XV.62 et XV.62/1" sont remplacés par les mots "aux articles XV.61 et XV.62/1".
Art. 49. In artikel XV.31 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt:
" § 3. Onverminderd de andere in dit Wetboek voorgeschreven maatregelen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 openbaar maken dat een onderneming heeft toegezegd om een inbreuk zoals bedoeld in artikel XV.2, § 1, stop te zetten, of om over te gaan tot herstelmaatregelen, overeenkomstig artikel XV.31/2."
" § 3. Onverminderd de andere in dit Wetboek voorgeschreven maatregelen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 openbaar maken dat een onderneming heeft toegezegd om een inbreuk zoals bedoeld in artikel XV.2, § 1, stop te zetten, of om over te gaan tot herstelmaatregelen, overeenkomstig artikel XV.31/2."
Art. 49. Dans l'article XV.31 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 septembre 2022, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Sans préjudice des autres mesures prescrites dans le présent Code, les agents visés à l'article XV.2 peuvent rendre publique la promesse d'une entreprise de mettre fin à une infraction visée à l'article XV.2, § 1er, ou de procéder à des mesures correctives, conformément à l'article XV.31/2."
" § 3. Sans préjudice des autres mesures prescrites dans le présent Code, les agents visés à l'article XV.2 peuvent rendre publique la promesse d'une entreprise de mettre fin à une infraction visée à l'article XV.2, § 1er, ou de procéder à des mesures correctives, conformément à l'article XV.31/2."
Art. 50. In artikel XV.31/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, opgeheven bij de wet van 29 juni 2016 en hersteld bij de wet van 29 september 2020, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
" § 4. De toezeggingen bedoeld in paragrafen 1 en 2 kunnen openbaar worden gemaakt, voor zover zij aanvaard werden door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en ondernemingen over de toegepaste praktijken van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden. In dit verband kunnen de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren ook overgaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om de inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
Vooraleer over te kunnen gaan tot de publicatie, brengen de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren de onderneming op de hoogte van het voornemen om over te gaan tot de publicatie van de toezeggingen bedoeld in paragrafen 1 en 2 en van de mogelijkheid voor de onderneming om zich daartegen te verzetten. Er kan enkel overgegaan worden tot de in het eerste lid bedoelde publicatie als binnen twee werkdagen geen enkele reactie van de onderneming ontvangen werd of als de onderneming geen afdoende verantwoording heeft gegeven om zich tegen de publicatie te verzetten.
De publicatie gebeurt op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die voor elke burger toegankelijk is. De publicatie wordt ingetrokken zodra de onderneming het bewijs levert dat ze haar toezegging zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 is nagekomen."
" § 4. De toezeggingen bedoeld in paragrafen 1 en 2 kunnen openbaar worden gemaakt, voor zover zij aanvaard werden door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en ondernemingen over de toegepaste praktijken van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden. In dit verband kunnen de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren ook overgaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om de inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
Vooraleer over te kunnen gaan tot de publicatie, brengen de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren de onderneming op de hoogte van het voornemen om over te gaan tot de publicatie van de toezeggingen bedoeld in paragrafen 1 en 2 en van de mogelijkheid voor de onderneming om zich daartegen te verzetten. Er kan enkel overgegaan worden tot de in het eerste lid bedoelde publicatie als binnen twee werkdagen geen enkele reactie van de onderneming ontvangen werd of als de onderneming geen afdoende verantwoording heeft gegeven om zich tegen de publicatie te verzetten.
De publicatie gebeurt op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die voor elke burger toegankelijk is. De publicatie wordt ingetrokken zodra de onderneming het bewijs levert dat ze haar toezegging zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2 is nagekomen."
Art. 50. Dans l'article XV.31/2 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, abrogé par la loi du 29 juin 2016 et rétabli par la loi du 29 septembre 2020, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Les engagements visés aux paragraphes 1er et 2 peuvent être rendus publics, pour autant qu'ils aient été acceptés par les agents visés à l'article XV.2, dans le but d'avertir ou d'informer les consommateurs et les entreprises au sujet des pratiques employées par le contrevenant ou d'éviter de futures infractions par l'entreprise. Dans ce cadre, les agents visés à l'article XV.2 peuvent également procéder à la publication de données d'identification du contrevenant et de données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses peuvent uniquement être publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié.
Avant de pouvoir procéder à la publication, les agents visés à l'article XV.2 informent au préalable l'entreprise de l'intention d'effectuer la publication des engagements visés aux paragraphes 1er et 2 et de la possibilité pour l'entreprise de s'y opposer. Il peut uniquement être procédé à la publication visée à l'alinéa 1er lorsqu'aucune réaction n'a été reçue de la part de l'entreprise dans le délai de deux jours ouvrables ou que l'entreprise n'a pas donné de justification adéquate pour s'opposer à la publication.
La publication a lieu sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, qui est accessible à chaque citoyen. La publication est retirée dès que l'entreprise fournit la preuve qu'elle a respecté son engagement tel que visé aux paragraphes 1er et 2."
" § 4. Les engagements visés aux paragraphes 1er et 2 peuvent être rendus publics, pour autant qu'ils aient été acceptés par les agents visés à l'article XV.2, dans le but d'avertir ou d'informer les consommateurs et les entreprises au sujet des pratiques employées par le contrevenant ou d'éviter de futures infractions par l'entreprise. Dans ce cadre, les agents visés à l'article XV.2 peuvent également procéder à la publication de données d'identification du contrevenant et de données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses peuvent uniquement être publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié.
Avant de pouvoir procéder à la publication, les agents visés à l'article XV.2 informent au préalable l'entreprise de l'intention d'effectuer la publication des engagements visés aux paragraphes 1er et 2 et de la possibilité pour l'entreprise de s'y opposer. Il peut uniquement être procédé à la publication visée à l'alinéa 1er lorsqu'aucune réaction n'a été reçue de la part de l'entreprise dans le délai de deux jours ouvrables ou que l'entreprise n'a pas donné de justification adéquate pour s'opposer à la publication.
La publication a lieu sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, qui est accessible à chaque citoyen. La publication est retirée dès que l'entreprise fournit la preuve qu'elle a respecté son engagement tel que visé aux paragraphes 1er et 2."
Art. 51. In artikel XV.31/2/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreders die praktijken gebruiken die schade toebrengen aan consumenten, en van de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om deze inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is. De publicatie gebeurt op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die toegankelijk is voor elke burger."
"Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreders die praktijken gebruiken die schade toebrengen aan consumenten, en van de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om deze inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is. De publicatie gebeurt op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die toegankelijk is voor elke burger."
Art. 51. Dans l'article XV.31/2/1 du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article XV.2 disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication de données d'identification des contrevenants qui emploient des pratiques qui portent préjudice aux consommateurs, de données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses peuvent uniquement être publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié. La publication a lieu sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, qui est accessible à chaque citoyen."
"Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article XV.2 disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication de données d'identification des contrevenants qui emploient des pratiques qui portent préjudice aux consommateurs, de données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses peuvent uniquement être publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié. La publication a lieu sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, qui est accessible à chaque citoyen."
Art. 52. In artikel XV.32 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "van" ingevoegd tussen de woorden "artikel XV.2 kunnen" en de woorden "alle diensten van de Staat";
2° in het eerste lid worden de woorden "die nuttig worden geacht voor de uitoefening van hun taak." vervangen door de woorden "die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken."
1° in het eerste lid wordt het woord "van" ingevoegd tussen de woorden "artikel XV.2 kunnen" en de woorden "alle diensten van de Staat";
2° in het eerste lid worden de woorden "die nuttig worden geacht voor de uitoefening van hun taak." vervangen door de woorden "die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken."
Art. 52. A l'article XV.32 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 1er, le mot "van" est inséré entre les mots "artikel XV.2 kunnen" et les mots "alle diensten van de Staat";
2° à l'alinéa 1er, les mots "toute information et tout document jugés utiles pour l'exercice de leur mission." sont remplacés par les mots "toutes les informations et tous les documents qui sont nécessaires à l'exercice de leurs missions."
1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 1er, le mot "van" est inséré entre les mots "artikel XV.2 kunnen" et les mots "alle diensten van de Staat";
2° à l'alinéa 1er, les mots "toute information et tout document jugés utiles pour l'exercice de leur mission." sont remplacés par les mots "toutes les informations et tous les documents qui sont nécessaires à l'exercice de leurs missions."
Art. 53. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 4, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, wordt onderafdeling 3, die de artikelen XV.49 tot XV.57 bevat, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, opgeheven.
Art. 53. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 4, section 2, du même Code, la sous-section 3, qui contient les articles XV.49 à XV.57, insérée par la loi du 17 juillet 2013, est abrogée.
Art. 54. Artikel XV.60/21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2021, wordt vervangen als volgt:
"Art. XV.60/21. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete integraal of in beperkte vorm bekendmaken op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en dit ten vroegste na de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.
§ 2. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen beslissen dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete nominatief wordt bekendgemaakt, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en ondernemingen over de toegepaste praktijken van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden.
Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of een lopende strafrechtelijke procedure in het gedrang dreigt te brengen, wordt overgegaan tot een niet-nominatieve en/of beperkte bekendmaking of wordt de beslissing niet bekendgemaakt.
Indien wordt overgegaan tot een nominatieve bekendmaking, wordt deze beslissing genomen samen met de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete.
De persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), die bekendgemaakt kunnen worden zijn de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om deze inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
§ 3. Indien geen toepassing wordt gemaakt van paragraaf 2, kan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op elk ogenblik niet-nominatief worden bekendgemaakt.
§ 4. Elke beslissing die wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie staan, waar ze toegankelijk is voor elke burger. Persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, die in de bekendmaking zijn opgenomen, worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk in overeenstemming met de doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en dit voor een maximumtermijn van tien jaar."
"Art. XV.60/21. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete integraal of in beperkte vorm bekendmaken op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en dit ten vroegste na de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.
§ 2. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen beslissen dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete nominatief wordt bekendgemaakt, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en ondernemingen over de toegepaste praktijken van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden.
Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of een lopende strafrechtelijke procedure in het gedrang dreigt te brengen, wordt overgegaan tot een niet-nominatieve en/of beperkte bekendmaking of wordt de beslissing niet bekendgemaakt.
Indien wordt overgegaan tot een nominatieve bekendmaking, wordt deze beslissing genomen samen met de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete.
De persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), die bekendgemaakt kunnen worden zijn de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om deze inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
§ 3. Indien geen toepassing wordt gemaakt van paragraaf 2, kan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op elk ogenblik niet-nominatief worden bekendgemaakt.
§ 4. Elke beslissing die wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie staan, waar ze toegankelijk is voor elke burger. Persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, die in de bekendmaking zijn opgenomen, worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk in overeenstemming met de doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en dit voor een maximumtermijn van tien jaar."
Art. 54. L'article XV.60/21 du même Code, inséré par la loi du 28 novembre 2021, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XV.60/21. § 1er. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent rendre la décision d'infliger une amende administrative publique, intégralement ou sous une forme limitée, sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, au plus tôt à l'issue du délai de recours visé à l'article XV.60/15.
§ 2. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent décider de rendre la décision d'infliger une amende administrative publique de façon nominative dans le but d'avertir ou d'informer les consommateurs et les entreprises au sujet des pratiques employées par le contrevenant ou d'éviter de futures infractions par l'entreprise.
Si la publication de l'identité des personnes morales ou des données à caractère personnel des personnes physiques par les agents visés à l'article XV.60/4 est considérée disproportionnée après une évaluation au cas par cas de la proportionnalité de la publication des données de ce type, ou lorsque la publication menace de mettre en péril une enquête en cours ou une procédure pénale en cours, il est procédé à une publication non nominative et/ou limitée, ou la décision n'est pas rendue publique.
S'il est procédé à une publication nominative, cette décision est prise en même temps que la décision d'infliger une amende administrative.
Les données à caractère personnel, telles que visées à l'article 4, 1), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (ci-après le "règlement général sur la protection des données"), qui peuvent être rendues publiques sont des données d'identification du contrevenant et des données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses sont uniquement publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié.
§ 3. Lorsqu'il n'est pas fait application du paragraphe 2, la décision d'infliger une amende administrative peut être rendue publique de façon non nominative à tout moment.
§ 4. Chaque décision qui est rendue publique continue de figurer pendant une période d'au moins cinq ans après la publication sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, où elle est accessible à chaque citoyen. Les données à caractère personnel, telles que visées à l'article 4, 1), du règlement général sur la protection des données, qui sont reprises dans la publication ne sont toutefois mentionnées sur le site web que le temps nécessaire conformément aux objectifs visés au paragraphe 2, alinéa 1er, et ce pour une durée maximum de dix ans."
"Art. XV.60/21. § 1er. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent rendre la décision d'infliger une amende administrative publique, intégralement ou sous une forme limitée, sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, au plus tôt à l'issue du délai de recours visé à l'article XV.60/15.
§ 2. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent décider de rendre la décision d'infliger une amende administrative publique de façon nominative dans le but d'avertir ou d'informer les consommateurs et les entreprises au sujet des pratiques employées par le contrevenant ou d'éviter de futures infractions par l'entreprise.
Si la publication de l'identité des personnes morales ou des données à caractère personnel des personnes physiques par les agents visés à l'article XV.60/4 est considérée disproportionnée après une évaluation au cas par cas de la proportionnalité de la publication des données de ce type, ou lorsque la publication menace de mettre en péril une enquête en cours ou une procédure pénale en cours, il est procédé à une publication non nominative et/ou limitée, ou la décision n'est pas rendue publique.
S'il est procédé à une publication nominative, cette décision est prise en même temps que la décision d'infliger une amende administrative.
Les données à caractère personnel, telles que visées à l'article 4, 1), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (ci-après le "règlement général sur la protection des données"), qui peuvent être rendues publiques sont des données d'identification du contrevenant et des données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes, et aux moyens utilisés pour commettre ces infractions. Les adresses sont uniquement publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié.
§ 3. Lorsqu'il n'est pas fait application du paragraphe 2, la décision d'infliger une amende administrative peut être rendue publique de façon non nominative à tout moment.
§ 4. Chaque décision qui est rendue publique continue de figurer pendant une période d'au moins cinq ans après la publication sur le site web du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, où elle est accessible à chaque citoyen. Les données à caractère personnel, telles que visées à l'article 4, 1), du règlement général sur la protection des données, qui sont reprises dans la publication ne sont toutefois mentionnées sur le site web que le temps nécessaire conformément aux objectifs visés au paragraphe 2, alinéa 1er, et ce pour une durée maximum de dix ans."
Art. 55. In boek XV, titel 1/2, hoofdstuk 7, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2021, wordt een artikel XV.60/22 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.60/22. Indien een beslissing wordt genomen tot oplegging van een administratieve geldboete naar aanleiding van processen-verbaal die een inbreuk op de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, onderafdeling 1, vaststellen, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de ambtenaren bedoeld in de artikel XV.2 of XV.25/1 hiervan op de hoogte zodat deze de benadeelde partij, indien gekend, of haar vertegenwoordiger op de hoogte kunnen stellen van het bestaan van de inbreuk, en deze in kennis kunnen stellen van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan afstand is gedaan. Dit voor zover de overtreder de goederen heeft afgestaan aan de Schatkist en vooraleer de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel XV.60/13 aan de overtreder ter kennis wordt gebracht."
"Art. XV.60/22. Indien een beslissing wordt genomen tot oplegging van een administratieve geldboete naar aanleiding van processen-verbaal die een inbreuk op de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, onderafdeling 1, vaststellen, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de ambtenaren bedoeld in de artikel XV.2 of XV.25/1 hiervan op de hoogte zodat deze de benadeelde partij, indien gekend, of haar vertegenwoordiger op de hoogte kunnen stellen van het bestaan van de inbreuk, en deze in kennis kunnen stellen van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan afstand is gedaan. Dit voor zover de overtreder de goederen heeft afgestaan aan de Schatkist en vooraleer de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel XV.60/13 aan de overtreder ter kennis wordt gebracht."
Art. 55. Dans le livre XV, titre 1/2, chapitre 7, inséré par la loi du 28 novembre 2021, il est inséré un article XV.60/22 rédigé comme suit:
"Art. XV.60/22. Lorsqu'une décision est prise d'infliger une amende administrative à la suite de procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions du titre 3, chapitre 2, section 8, sous-section 1re, les agents visés à l'article XV.60/4 en informent les agents visés à l'article XV.2 ou XV.25/1, afin que ceux-ci puissent informer la partie lésée, lorsqu'elle est connue, ou son représentant, de l'existence de l'infraction et lui communiquer la quantité réelle ou estimée ainsi que la nature réelle ou supposée des marchandises dont il est fait abandon, et ce pour autant que le contrevenant ait fait abandon des marchandises au Trésor public et avant que la décision d'infliger une amende administrative conformément à l'article XV.60/13 ne soit notifiée au contrevenant."
"Art. XV.60/22. Lorsqu'une décision est prise d'infliger une amende administrative à la suite de procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions du titre 3, chapitre 2, section 8, sous-section 1re, les agents visés à l'article XV.60/4 en informent les agents visés à l'article XV.2 ou XV.25/1, afin que ceux-ci puissent informer la partie lésée, lorsqu'elle est connue, ou son représentant, de l'existence de l'infraction et lui communiquer la quantité réelle ou estimée ainsi que la nature réelle ou supposée des marchandises dont il est fait abandon, et ce pour autant que le contrevenant ait fait abandon des marchandises au Trésor public et avant que la décision d'infliger une amende administrative conformément à l'article XV.60/13 ne soit notifiée au contrevenant."
Art. 56. Artikel XV.61 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Wanneer toepassing wordt gemaakt van paragraaf 1 voor de processen-verbaal die een inbreuk op de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, onderafdeling 1, vaststellen en voor zover de overtreder de goederen heeft afgestaan aan de Schatkist, stelt de in artikel XV.2 of XV.25/1 bedoelde ambtenaar de benadeelde partij, indien gekend, of haar vertegenwoordiger op de hoogte van het bestaan van de inbreuk, en stelt deze in kennis van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan afstand is gedaan vooraleer de transactie aan de overtreder wordt voorgesteld."
" § 6. Wanneer toepassing wordt gemaakt van paragraaf 1 voor de processen-verbaal die een inbreuk op de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, onderafdeling 1, vaststellen en voor zover de overtreder de goederen heeft afgestaan aan de Schatkist, stelt de in artikel XV.2 of XV.25/1 bedoelde ambtenaar de benadeelde partij, indien gekend, of haar vertegenwoordiger op de hoogte van het bestaan van de inbreuk, en stelt deze in kennis van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan afstand is gedaan vooraleer de transactie aan de overtreder wordt voorgesteld."
Art. 56. L'article XV.61 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2022, est complété par le paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. En cas d'application du paragraphe 1er pour les procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions du titre 3, chapitre 2, section 8, sous-section 1re, et pour autant que le contrevenant ait fait abandon des marchandises au Trésor public, l'agent visé à l'article XV.2 ou XV.25/1 informe la partie lésée, lorsqu'elle est connue, ou son représentant de l'infraction, lui communique la quantité réelle ou estimée ainsi que la nature réelle ou supposée des marchandises dont il est fait abandon, avant que la proposition de transaction ne soit faite au contrevenant."
" § 6. En cas d'application du paragraphe 1er pour les procès-verbaux constatant une infraction aux dispositions du titre 3, chapitre 2, section 8, sous-section 1re, et pour autant que le contrevenant ait fait abandon des marchandises au Trésor public, l'agent visé à l'article XV.2 ou XV.25/1 informe la partie lésée, lorsqu'elle est connue, ou son représentant de l'infraction, lui communique la quantité réelle ou estimée ainsi que la nature réelle ou supposée des marchandises dont il est fait abandon, avant que la proposition de transaction ne soit faite au contrevenant."
Art. 57. Artikel XV.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt opgeheven.
Art. 57. L'article XV.62 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 30 juillet 2018, est abrogé.
Art. 58. In artikel XV.83 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid, in de bepaling onder 1° /1, worden de woorden "van de besluiten tot uitvoering van artikel VI.7/2;" vervangen door de woorden "van de besluiten tot uitvoering van artikel VI.7/1;";
b) in het eerste lid, in de bepaling onder 2°, wordt het woord "ook" opgeheven;
c) in het eerste lid wordt de bepaling onder 6° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.29";
d) in het eerste lid wordt de bepaling onder 6° /1 ingevoegd, luidende:
"6° /1 van artikel VI.34 en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.35;";
e) in het eerste lid wordt de bepaling onder 8° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.45/1 en VI.46";
f) in het eerste lid wordt de bepaling onder 9° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.66";
g) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.75 en VI.77";
h) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° /1 vervangen als volgt: "10° /1 van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.81;";
i) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° /2 ingevoegd, luidende:
"10° /2 van artikel VI.83 betreffende de in elk geval onrechtmatige bedingen in overeenkomsten met consumenten, en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.85;";
j) in het eerste lid wordt de bepaling onder 12° /1 ingevoegd, luidende:
"12° /1 van artikel VI.91/4 betreffende de in elk geval onrechtmatige bedingen in overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen, en van de besluiten ter aanvulling van dat artikel, overeenkomstig artikel VI.91/7;";
k) in het eerste lid wordt de bepaling onder 15° /1 aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.109/5 en VI.109/7";
l) in het tweede lid wordt het woord "evenwel" opgeheven;
m) in het tweede lid worden de woorden "de straffen voorzien in deze laatste wet" vervangen door de woorden "de straffen bepaald in dit Wetboek".
a) in het eerste lid, in de bepaling onder 1° /1, worden de woorden "van de besluiten tot uitvoering van artikel VI.7/2;" vervangen door de woorden "van de besluiten tot uitvoering van artikel VI.7/1;";
b) in het eerste lid, in de bepaling onder 2°, wordt het woord "ook" opgeheven;
c) in het eerste lid wordt de bepaling onder 6° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.29";
d) in het eerste lid wordt de bepaling onder 6° /1 ingevoegd, luidende:
"6° /1 van artikel VI.34 en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.35;";
e) in het eerste lid wordt de bepaling onder 8° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.45/1 en VI.46";
f) in het eerste lid wordt de bepaling onder 9° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.66";
g) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.75 en VI.77";
h) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° /1 vervangen als volgt: "10° /1 van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.81;";
i) in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° /2 ingevoegd, luidende:
"10° /2 van artikel VI.83 betreffende de in elk geval onrechtmatige bedingen in overeenkomsten met consumenten, en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI.85;";
j) in het eerste lid wordt de bepaling onder 12° /1 ingevoegd, luidende:
"12° /1 van artikel VI.91/4 betreffende de in elk geval onrechtmatige bedingen in overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen, en van de besluiten ter aanvulling van dat artikel, overeenkomstig artikel VI.91/7;";
k) in het eerste lid wordt de bepaling onder 15° /1 aangevuld met de woorden "en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI.109/5 en VI.109/7";
l) in het tweede lid wordt het woord "evenwel" opgeheven;
m) in het tweede lid worden de woorden "de straffen voorzien in deze laatste wet" vervangen door de woorden "de straffen bepaald in dit Wetboek".
Art. 58. A l'article XV.83 du même Code, inséré par la loi du 12 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
a) à l'alinéa 1er, au 1° /1, les mots "des arrêtés pris en exécution de l'article VI.7/2;" sont remplacés par les mots "des arrêtés pris en exécution de l'article VI.7/1;";
b) à l'alinéa 1er, au 2°, dans le texte néerlandais, le mot "ook" est abrogé;
c) à l'alinéa 1er, le 6° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.29";
d) à l'alinéa 1er, il est inséré un 6° /1, rédigé comme suit:
"6° /1 de l'article VI.34 et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.35;";
e) à l'alinéa 1er, le 8° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.45/1 et VI.46";
f) à l'alinéa 1er, le 9° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.66";
g) à l'alinéa 1er, le 10° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.75 et VI.77";
h) à l'alinéa 1er, le 10° /1 est remplacé par ce qui suit: "10° /1 des arrêtés pris en exécution de l'article VI.81;";
i) à l'alinéa 1er, il est inséré un 10° /2, rédigé comme suit:
"10° /2 de l'article VI.83 relatif aux clauses qui sont en tout cas abusives dans les contrats conclus avec les consommateurs, et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.85;";
j) à l'alinéa 1er, il est inséré un 12° /1, rédigé comme suit:
"12° /1 de l'article VI.91/4 relatif aux clauses qui sont en tout cas abusives dans les contrats conclus entre entreprises, et des arrêtés complétant cet article, conformément à l'article VI.91/7;";
k) à l'alinéa 1er, le 15° /1 est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.109/5 et VI.109/7";
l) à l'alinéa 2, les mots "Toutefois, lorsqu'une" sont remplacés par les mots "Lorsqu'une";
m) à l'alinéa 2, les mots "les peines prévues par cette dernière loi" sont remplacés par les mots "les peines prévues par le présent Code".
a) à l'alinéa 1er, au 1° /1, les mots "des arrêtés pris en exécution de l'article VI.7/2;" sont remplacés par les mots "des arrêtés pris en exécution de l'article VI.7/1;";
b) à l'alinéa 1er, au 2°, dans le texte néerlandais, le mot "ook" est abrogé;
c) à l'alinéa 1er, le 6° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.29";
d) à l'alinéa 1er, il est inséré un 6° /1, rédigé comme suit:
"6° /1 de l'article VI.34 et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.35;";
e) à l'alinéa 1er, le 8° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.45/1 et VI.46";
f) à l'alinéa 1er, le 9° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.66";
g) à l'alinéa 1er, le 10° est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.75 et VI.77";
h) à l'alinéa 1er, le 10° /1 est remplacé par ce qui suit: "10° /1 des arrêtés pris en exécution de l'article VI.81;";
i) à l'alinéa 1er, il est inséré un 10° /2, rédigé comme suit:
"10° /2 de l'article VI.83 relatif aux clauses qui sont en tout cas abusives dans les contrats conclus avec les consommateurs, et des arrêtés pris en exécution de l'article VI.85;";
j) à l'alinéa 1er, il est inséré un 12° /1, rédigé comme suit:
"12° /1 de l'article VI.91/4 relatif aux clauses qui sont en tout cas abusives dans les contrats conclus entre entreprises, et des arrêtés complétant cet article, conformément à l'article VI.91/7;";
k) à l'alinéa 1er, le 15° /1 est complété par les mots "et des arrêtés pris en exécution des articles VI.109/5 et VI.109/7";
l) à l'alinéa 2, les mots "Toutefois, lorsqu'une" sont remplacés par les mots "Lorsqu'une";
m) à l'alinéa 2, les mots "les peines prévues par cette dernière loi" sont remplacés par les mots "les peines prévues par le présent Code".
Art. 59. In artikel XV.84 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "en zijn uitvoeringsbesluiten" ingevoegd tussen de woorden "van boek VI van dit Wetboek" en het woord "overtreden" en worden de woorden "de artikelen XV.83, XV.85" vervangen door de woorden "de artikelen XV.85, XV.85/1".
Art. 59. Dans l'article XV.84 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "et de ses arrêtés d'exécution" sont insérés entre les mots "du livre VI du présent Code" et les mots ", à l'exception de" et les mots "aux articles XV.83, XV.85" sont remplacés par les mots "aux articles XV.85, XV.85/1".
Art. 60. In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 juli 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 februari 2021, wordt de bepaling onder 25° vervangen als volgt:
"25° van Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;"
"25° van Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;"
Art. 60. Dans l'article XV.89, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 19 juillet 2018 et modifié en dernier lieu par la loi du 2 février 2021, le 25° est remplacé par ce qui suit:
"25° du règlement (UE) 2021/1230 du Parlement européen et du Conseil du 14 juillet 2021 concernant les paiements transfrontaliers dans l'Union;"
"25° du règlement (UE) 2021/1230 du Parlement européen et du Conseil du 14 juillet 2021 concernant les paiements transfrontaliers dans l'Union;"
Art. 61. In artikel XV.90, 19°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 22 april 2016 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "de artikelen VII.129 en VII.130" vervangen door de woorden "de artikelen VII.129, VII.130 en VII.131".
Art. 61. Dans l'article XV.90, 19°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 22 avril 2016 et modifié par la loi du 2 mai 2019, les mots "aux articles VII.129 et VII.130," sont remplacés par les mots "aux articles VII.129, VII.130, et VII.131".
Art. 62. In artikel XVII.2, 16°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, worden de woorden "artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3" vervangen door de woorden "artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2".
Art. 62. Dans l'article XVII.2, 16°, du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013, les mots "l'article 18, §§ 2/1 à 2/3" sont remplacés par les mots "l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations
Art. 63. In artikel 15/5bis van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 1 juni 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) een paragraaf 11/1/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht, moet het contract tussen de eindafnemer en zijn leverancier ten minste de volgende elementen bevatten:
1° de identiteit en het adres van de leverancier, met inbegrip van het ondernemingsnummer en de firmanaam;
2° de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
3° de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
4° de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende prijzen, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;
5° de duur van de overeenkomst, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;
6° alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van een onnauwkeurige of een te late facturering;
7° de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU;
8° de informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in deze bepaling bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of op de websites van de leverancier;
De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien het contract door middel van tussenpersonen wordt gesloten, wordt de in deze bepaling vastgelegde informatie eveneens verstrekt voorafgaand aan de ondertekening van het contract.";
b) een paragraaf 11/1/2 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/2. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 11/1/1 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van gas wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van gas met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van gas van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 11/1/3, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 11/1/3, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 11/1/3, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 11/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 11/1/1.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.";
c) een paragraaf 11/1/3 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/3. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van gas zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van gas aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van gas te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid."; d) paragraaf 11/4 wordt vervangen als volgt:
" § 11/4. De inbreuken op dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht."
a) een paragraaf 11/1/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht, moet het contract tussen de eindafnemer en zijn leverancier ten minste de volgende elementen bevatten:
1° de identiteit en het adres van de leverancier, met inbegrip van het ondernemingsnummer en de firmanaam;
2° de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
3° de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
4° de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende prijzen, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;
5° de duur van de overeenkomst, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;
6° alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van een onnauwkeurige of een te late facturering;
7° de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU;
8° de informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in deze bepaling bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of op de websites van de leverancier;
De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien het contract door middel van tussenpersonen wordt gesloten, wordt de in deze bepaling vastgelegde informatie eveneens verstrekt voorafgaand aan de ondertekening van het contract.";
b) een paragraaf 11/1/2 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/2. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 11/1/1 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van gas wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van gas met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van gas van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 11/1/3, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 11/1/3, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 11/1/3, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 11/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 11/1/1.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.";
c) een paragraaf 11/1/3 wordt ingevoegd, luidende:
" § 11/1/3. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van gas zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van gas aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 11/1/2, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van gas te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid."; d) paragraaf 11/4 wordt vervangen als volgt:
" § 11/4. De inbreuken op dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht."
Art. 63. A l'article 15/5bis de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, inséré par la loi du 1er juin 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 28 février 2022, les modifications suivantes sont apportées:
a) il est inséré un paragraphe 11/1/1 rédigé comme suit:
" § 11/1/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique, le contrat entre le client final et son fournisseur comprend au moins les éléments suivants:
1° l'identité et l'adresse du fournisseur, y compris le numéro d'entreprise et le nom commercial;
2° les services fournis, les niveaux de qualité des services offerts, ainsi que le délai nécessaire au raccordement initial;
3° les types de services de maintenance offerts;
4° les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des prix applicables, les redevances de maintenance et les produits ou services groupés peuvent être obtenues;
5° la durée du contrat, les conditions de renouvellement et de résiliation du contrat et d'interruption des services, y compris des produits ou services qui sont groupés avec ces services, et si une résiliation du contrat sans frais est autorisée;
6° les compensations et les formules de remboursement éventuellement applicables dans le cas où les niveaux de qualité des services prévus dans le contrat ne sont pas atteints, y compris une facturation inexacte ou tardive;
7° les modalités de lancement d'une procédure extra-judiciaire de règlement des litiges conformément à l'article 26 de la directive (UE) 2019/944 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l'électricité et modifiant la directive 2012/27/UE;
8° la communication de façon claire, sur la facture ou sur les sites internet du fournisseur, d'informations concernant les droits des consommateurs, notamment des informations sur les modalités de traitement des plaintes et toutes les informations visées par la présente disposition;
Les conditions contractuelles sont équitables et communiquées à l'avance. En tout état de cause, ces informations sont fournies avant la conclusion ou la confirmation du contrat. Lorsque le contrat est conclu par le biais d'intermédiaires, les informations relatives aux éléments visés par cette disposition sont également communiquées avant la conclusion du contrat.";
b) il est inséré un paragraphe 11/1/2 rédigé comme suit:
" § 11/1/2. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 11/1/1, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture de gaz, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture de gaz proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture de gaz actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 11/1/3 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 11/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 11/1/1.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.";
c) il est inséré un paragraphe 11/1/3 rédigé comme suit:
" § 11/1/3. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture de gaz, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque :
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10."; d) le paragraphe 11/4 est remplacé par ce qui suit:
" § 11/4. Les infractions au présent article et ses arrêtés d'exécutions sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique."
a) il est inséré un paragraphe 11/1/1 rédigé comme suit:
" § 11/1/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique, le contrat entre le client final et son fournisseur comprend au moins les éléments suivants:
1° l'identité et l'adresse du fournisseur, y compris le numéro d'entreprise et le nom commercial;
2° les services fournis, les niveaux de qualité des services offerts, ainsi que le délai nécessaire au raccordement initial;
3° les types de services de maintenance offerts;
4° les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des prix applicables, les redevances de maintenance et les produits ou services groupés peuvent être obtenues;
5° la durée du contrat, les conditions de renouvellement et de résiliation du contrat et d'interruption des services, y compris des produits ou services qui sont groupés avec ces services, et si une résiliation du contrat sans frais est autorisée;
6° les compensations et les formules de remboursement éventuellement applicables dans le cas où les niveaux de qualité des services prévus dans le contrat ne sont pas atteints, y compris une facturation inexacte ou tardive;
7° les modalités de lancement d'une procédure extra-judiciaire de règlement des litiges conformément à l'article 26 de la directive (UE) 2019/944 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l'électricité et modifiant la directive 2012/27/UE;
8° la communication de façon claire, sur la facture ou sur les sites internet du fournisseur, d'informations concernant les droits des consommateurs, notamment des informations sur les modalités de traitement des plaintes et toutes les informations visées par la présente disposition;
Les conditions contractuelles sont équitables et communiquées à l'avance. En tout état de cause, ces informations sont fournies avant la conclusion ou la confirmation du contrat. Lorsque le contrat est conclu par le biais d'intermédiaires, les informations relatives aux éléments visés par cette disposition sont également communiquées avant la conclusion du contrat.";
b) il est inséré un paragraphe 11/1/2 rédigé comme suit:
" § 11/1/2. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 11/1/1, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture de gaz, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture de gaz proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture de gaz actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 11/1/3 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 11/1/3, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 11/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 11/1/1.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.";
c) il est inséré un paragraphe 11/1/3 rédigé comme suit:
" § 11/1/3. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture de gaz, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque :
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 11/1/2, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture de gaz commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10."; d) le paragraphe 11/4 est remplacé par ce qui suit:
" § 11/4. Les infractions au présent article et ses arrêtés d'exécutions sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique."
Art. 64. In artikel 17/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht."
" § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 64. Dans l'article 17/2 de la même loi, inséré par la loi du 8 mai 2014, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique."
" § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique."
Art. 65. In dezelfde wet wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/1. § 1. De inbreuken op artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, en hun uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 17/2, § 3;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 18/2 en 18/3 van deze wet."
"Art. 18/1. § 1. De inbreuken op artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, en hun uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 17/2, § 3;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 18/2 en 18/3 van deze wet."
Art. 65. Dans la même loi, il est inséré un article 18/1 rédigé comme suit:
"Art. 18/1. § 1er. Les infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, ainsi que leurs arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 17/2, § 3;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 18/2 et 18/3 de la présente loi."
"Art. 18/1. § 1er. Les infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, ainsi que leurs arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 17/2, § 3;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 18/2 et 18/3 de la présente loi."
Art. 66. In dezelfde wet wordt een artikel 18/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
"Art. 18/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
Art. 66. Dans la même loi, il est inséré un article 18/2 rédigé comme suit:
"Art. 18/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visé à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou lorsque le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
"Art. 18/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visé à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou lorsque le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
Art. 67. In dezelfde wet wordt een artikel 18/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/3. Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 18/3. Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 67. Dans la même loi, il est inséré un article 18/3 rédigé comme suit:
"Art. 18/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
"Art. 18/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
Art. 68. In dezelfde wet wordt een artikel 18/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/4. Zij die artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
Zij die te kwader trouw artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt."
"Art. 18/4. Zij die artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
Zij die te kwader trouw artikel 15/5bis, §§ 11/1 tot 11/3, van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt."
Art. 68. Dans la même loi, il est inséré un article 18/4 rédigé comme suit:
"Art. 18/4. Ceux qui commettent des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé."
"Art. 18/4. Ceux qui commettent des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 15/5bis, §§ 11/1 à 11/3, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé."
Art. 69. In dezelfde wet wordt een artikel 18/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/5. § 1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4.
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4."
"Art. 18/5. § 1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4.
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 18/4."
Art. 69. Dans la même loi, il est inséré un article 18/5 rédigé comme suit:
"Art. 18/5. § 1er. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4.
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4."
"Art. 18/5. § 1er. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4.
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 18/4."
Art. 70. In dezelfde wet wordt een artikel 18/6 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/6. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 18/4."
"Art. 18/6. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 18/4."
Art. 70. Dans la même loi, il est inséré un article 18/6 rédigé comme suit:
"Art. 18/6. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 18/4."
"Art. 18/6. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 18/4."
Art. 71. In dezelfde wet wordt de bijlage 1 ingevoegd, luidende:
"Bijlage 1. - MODELFORMULIER VOOR
HERROEPING
(Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van gas herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van gas, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum
(*) Doorhalen wat niet van toepassing is."
"Bijlage 1. - MODELFORMULIER VOOR
HERROEPING
(Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van gas herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van gas, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum
(*) Doorhalen wat niet van toepassing is."
Art. 71. Dans la même loi, il est inséré une annexe 1 rédigée comme suit:
"Annexe 1. - MODELE DE FORMULAIRE DE
RETRACTATION
(Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture de gaz ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture de gaz, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date
(*) Biffez la mention inutile."
"Annexe 1. - MODELE DE FORMULAIRE DE
RETRACTATION
(Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture de gaz ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture de gaz, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date
(*) Biffez la mention inutile."
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits
Art. 72. In de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 15/2. Indien een inbreuk op de besluiten genomen in uitvoering van deze wet eveneens een inbreuk inhoudt op de besluiten genomen in uitvoering van artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht, zijn alleen de straffen bepaald in dit Wetboek van toepassing."
"Art. 15/2. Indien een inbreuk op de besluiten genomen in uitvoering van deze wet eveneens een inbreuk inhoudt op de besluiten genomen in uitvoering van artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht, zijn alleen de straffen bepaald in dit Wetboek van toepassing."
Art. 72. Dans la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, il est inséré un article 15/2 rédigé comme suit:
"Art. 15/2. Lorsqu'une infraction aux arrêtés pris en exécution de la présente loi constitue également une infraction aux arrêtés d'exécution visés à l'article VI.9 du Code de droit économique, les peines prévues par ce Code sont seules applicables."
"Art. 15/2. Lorsqu'une infraction aux arrêtés pris en exécution de la présente loi constitue également une infraction aux arrêtés d'exécution visés à l'article VI.9 du Code de droit économique, les peines prévues par ce Code sont seules applicables."
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs
Art. 73. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2118 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 tot wijziging van Richtlijn 2009/103/EG betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid.
Art. 73. Le présent chapitre transpose partiellement la directive (UE) 2021/2118 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 modifiant la directive 2009/103/CE concernant l'assurance de la responsabilité civile résultant de la circulation de véhicules automoteurs et le contrôle de l'obligation d'assurer cette responsabilité.
Art. 74. In artikel 9bis, § 2, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, worden de woorden "op twee dubbele lijsten respectievelijk voorgedragen door de beroepsorganisaties van verzekeringsondernemingen en door de verenigingen ter verdediging van de consumentenbelangen" vervangen door de woorden "uit twee lijsten, één voorgesteld door de beroepsorganisaties van verzekeringsondernemingen en de andere door de verenigingen ter verdediging van de consumentenbelangen".
Art. 74. Dans l'article 9bis, § 2, alinéa 1er, de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, inséré par la loi du 2 août 2002, les mots "sur deux listes doubles présentées respectivement par les associations professionnelles des entreprises d'assurances et par les associations ayant pour objet la défense des intérêts des consommateurs" sont remplacés par les mots "à partir de deux listes, présentées l'une par les associations professionnelles des entreprises d'assurances et l'autre par les associations ayant pour objet la défense des intérêts des consommateurs".
Art. 75. In dezelfde wet wordt een artikel 19bis-13/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 19bis-13/1. In de gevallen bedoeld in artikel 19bis-11, § 1, 1° ) en 2° ), beschikt het Fonds over alle nodige bevoegdheden en competenties om te kunnen samenwerken met andere overeenkomstige organen in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en met andere betrokken partijen, onder meer met de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of vereffeningsprocedure, met de bewindvoerder of de vereffenaar van die onderneming, met de schaderegelaar, alsmede met de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Deze samenwerking omvat, in voorkomend geval, het verzoek om, de ontvangst van en de verstrekking van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen."
"Art. 19bis-13/1. In de gevallen bedoeld in artikel 19bis-11, § 1, 1° ) en 2° ), beschikt het Fonds over alle nodige bevoegdheden en competenties om te kunnen samenwerken met andere overeenkomstige organen in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en met andere betrokken partijen, onder meer met de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of vereffeningsprocedure, met de bewindvoerder of de vereffenaar van die onderneming, met de schaderegelaar, alsmede met de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Deze samenwerking omvat, in voorkomend geval, het verzoek om, de ontvangst van en de verstrekking van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen."
Art. 75. Dans la même loi, il est inséré un article 19bis-13/1 rédigé comme suit:
"Art. 19bis-13/1. Dans les cas visés à l'article 19bis-11, § 1er, 1° ) et 2° ), le Fonds dispose de tous les pouvoirs et compétences nécessaires pour pouvoir coopérer avec d'autres organismes similaires dans d'autres Etats membres de l'Espace économique européen, et avec d'autres parties intéressées, notamment avec l'entreprise d'assurance faisant l'objet d'une procédure de faillite ou de liquidation, son administrateur ou son liquidateur, le représentant chargé du règlement des sinistres et les autorités nationales compétentes des Etats membres de l'Espace économique européen. Cette coopération comprend la demande, la réception et la fourniture d'informations, y compris sur le détail des demandes spécifiques, le cas échéant."
"Art. 19bis-13/1. Dans les cas visés à l'article 19bis-11, § 1er, 1° ) et 2° ), le Fonds dispose de tous les pouvoirs et compétences nécessaires pour pouvoir coopérer avec d'autres organismes similaires dans d'autres Etats membres de l'Espace économique européen, et avec d'autres parties intéressées, notamment avec l'entreprise d'assurance faisant l'objet d'une procédure de faillite ou de liquidation, son administrateur ou son liquidateur, le représentant chargé du règlement des sinistres et les autorités nationales compétentes des Etats membres de l'Espace économique européen. Cette coopération comprend la demande, la réception et la fourniture d'informations, y compris sur le détail des demandes spécifiques, le cas échéant."
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 9 mars 1993 tendant à réglementer et à contrôler les activités des entreprises de courtage matrimonial
Art. 76. Het opschrift van hoofdstuk IIIbis van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, ingevoegd bij de wet van 11 april 1999, wordt vervangen als volgt:
"Hoofdstuk IIIbis. - Waarschuwings- en openbaarmakingsprocedures en herstelmaatregelen".
"Hoofdstuk IIIbis. - Waarschuwings- en openbaarmakingsprocedures en herstelmaatregelen".
Art. 76. L'intitulé du chapitre IIIbis de la loi du 9 mars 1993 tendant à réglementer et à contrôler les activités des entreprises de courtage matrimonial, inséré par la loi du 11 avril 1999, est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre IIIbis. - Procédures d'avertissement et de publication et mesures correctives".
"Chapitre IIIbis. - Procédures d'avertissement et de publication et mesures correctives".
Art. 77. In hoofdstuk IIIbis van dezelfde wet wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidende:
"Art. 8ter. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 9 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de huwelijksbureaus of andere ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 8ter. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 9 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de huwelijksbureaus of andere ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 77. Dans le chapitre IIIbis de la même loi, il est inséré un article 8ter rédigé comme suit:
"Art. 8ter. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 9 disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises de courtage matrimonial ou d'autres entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
"Art. 8ter. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 9 disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises de courtage matrimonial ou d'autres entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
Art. 78. In hoofdstuk IIIbis van dezelfde wet wordt een artikel 8quater ingevoegd, luidende:
"Art. 8quater. De in artikel 9 bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 8quater. De in artikel 9 bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 78. Dans le chapitre IIIbis de la même loi, il est inséré un article 8quater rédigé comme suit:
"Art. 8quater. Les agents visés à l'article 9 ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
"Art. 8quater. Les agents visés à l'article 9 ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
Art. 79. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in het eerste lid."
"De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in het eerste lid."
Art. 79. L'article 9 de la même loi, modifié par la loi du 9 septembre 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés à l'alinéa 1er."
"Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés à l'alinéa 1er."
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité
Art. 80. In artikel 18 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) paragraaf 2/4 wordt vervangen als volgt:
" § 2/4. De inbreuken op de bepalingen van de paragrafen 2/1 tot 2/3/1 en 5 tot 5/2, alsook hun uitvoeringsbesluiten, worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.";
b) een paragraaf 5/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 5 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van elektriciteit wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van elektriciteit met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van elektriciteit van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 5/2, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 5/2, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 5/2, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 2/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 5.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.";
c) een paragraaf 5/2 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/2. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van elektriciteit zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 5/1, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 5/1, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van elektriciteit aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 5/1, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van elektriciteit te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid."
a) paragraaf 2/4 wordt vervangen als volgt:
" § 2/4. De inbreuken op de bepalingen van de paragrafen 2/1 tot 2/3/1 en 5 tot 5/2, alsook hun uitvoeringsbesluiten, worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.";
b) een paragraaf 5/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/1. Met inachtneming van boek VI van het Wetboek van economisch recht en onverminderd andere bij of krachtens de wet voorgeschreven precontractuele informatievoorschriften, verstrekt de leverancier en, indien de overeenkomst wordt afgesloten via een tussenpersoon, ook de tussenpersoon, aan de huishoudelijke afnemer op een duurzame drager ten minste de volgende informatie, naast de in paragraaf 5 bedoelde informatie, op duidelijke, leesbare, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze voordat de huishoudelijke afnemer door een overeenkomst tot levering van elektriciteit wordt gebonden:
1° de voornaamste kenmerken van het goed;
2° het telefoonnummer en e-mailadres van de leverancier. Daarnaast bevat de informatie, wanneer de leverancier andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de huishoudelijke afnemer de schriftelijke correspondentie met de leverancier, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze door de leverancier aangeboden communicatiemethoden stellen de huishoudelijke afnemer in staat snel contact met de leverancier op te nemen en efficiënt met hem te communiceren;
3° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig de bepaling onder 1° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de leverancier waaraan de huishoudelijke afnemer eventuele klachten kan richten;
4° een lijst van alle actieve producten van de leverancier, met maximaal twee A4 pagina's per product;
5° een tariefkaart en, indien mogelijk, een vergelijking van de voorwaarden van de door de leverancier aangeboden overeenkomst voor de levering van elektriciteit met de voorwaarden van de lopende overeenkomst voor de levering van elektriciteit van de huishoudelijke afnemer;
6° een hyperlink naar de website van zowel de commissie als de regionale regulatoren met de informatie over de instrumenten die de aanbiedingen van de leveranciers vergelijken;
7° de betalings- en uitvoeringsvoorwaarden;
8° de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig paragraaf 5/2, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 bij deze wet;
9° de informatie dat ingeval de huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig paragraaf 5/2, vierde lid, heeft gedaan, de huishoudelijke afnemer ertoe gehouden is de leverancier redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig paragraaf 5/2, tiende lid;
10° in voorkomend geval, het bestaan van het sectoraal akkoord bedoeld in paragraaf 2/2 en het bestaan van gedragscodes betreffende de relaties tussen leverancier en huishoudelijke afnemer en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
11° de andere contractuele voorwaarden.
De in het eerste lid bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
De leverancier verstrekt de huishoudelijke afnemer een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de huishoudelijke afnemer hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Deze kopie of bevestiging omvat alle informatie waarnaar wordt verwezen in het eerste lid en in het eerste lid van paragraaf 5.
De bewijslast voor de naleving van de in de huidige paragraaf bedoelde informatievoorschriften ligt bij de leverancier.";
c) een paragraaf 5/2 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/2. De huishoudelijke afnemer beschikt over een termijn van veertien dagen om de overeenkomst tot levering van elektriciteit zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die bepaald in het tiende lid. Onverminderd het tweede lid, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Indien de leverancier de huishoudelijke afnemer niet de ingevolge paragraaf 5/1, eerste lid, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke overeenkomstig het eerste lid vastgestelde herroepingstermijn.
Indien de leverancier de in paragraaf 5/1, eerste lid, 8°, bedoelde informatie aan de huishoudelijke afnemer heeft verstrekt binnen twaalf maanden vanaf de dag waarop de overeenkomst bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen vanaf de dag waarop de huishoudelijke afnemer die informatie heeft ontvangen.
Wanneer de huishoudelijke afnemer wenst dat de levering van elektriciteit aanvangt tijdens de in het eerste lid bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de huishoudelijke afnemer een betalingsverplichting inhoudt, vereist de leverancier dat de huishoudelijke afnemer daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de huishoudelijke afnemer de leverancier op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de huishoudelijke afnemer:
1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 1 van deze wet; of
2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
De huishoudelijke afnemer heeft zijn herroepingsrecht binnen de het eerste en het tweede lid bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien hij de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
De leverancier kan, naast de in het vijfde lid bedoelde mogelijkheden, de huishoudelijke afnemer de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 1 van deze wet, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de leverancier elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de leverancier de huishoudelijke afnemer onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid ligt bij de huishoudelijke afnemer.
De leverancier vergoedt alle van de huishoudelijke afnemer ontvangen betalingen, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop hij wordt geïnformeerd van de beslissing van de huishoudelijke afnemer om de overeenkomst overeenkomstig het vijfde, zesde en zevende lid te herroepen. De leverancier verricht de terugbetaling onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de huishoudelijke afnemer tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de huishoudelijke afnemer uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de huishoudelijke afnemer als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
Indien een huishoudelijke afnemer het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig het vierde lid heeft gedaan, betaalt hij de leverancier een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat hij de leverancier ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de huishoudelijke afnemer aan de leverancier moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
De huishoudelijke afnemer draagt geen kosten voor de levering die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn is verleend, indien:
1° de leverancier heeft nagelaten de informatie overeenkomstig paragraaf 5/1, eerste lid, 8° of 9°, te verstrekken; of
2° de huishoudelijke afnemer er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de levering van elektriciteit te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig het vierde lid.
Tenzij anders bepaald in deze paragraaf, kan de huishoudelijke afnemer in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om de overeenkomst uit te voeren. De uitoefening door de huishoudelijke afnemer van zijn herroepingsrecht overeenkomstig deze paragraaf stelt automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de huishoudelijke afnemer, behoudens de kosten bedoeld in het tiende lid."
Art. 80. A l'article 18 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, modifié en dernier lieu par la loi du 23 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
a) le paragraphe 2/4 est remplacé par ce qui suit:
" § 2/4. Les infractions aux dispositions des paragraphes 2/1 à 2/3/1 et 5 à 5/2, ainsi leurs arrêtés d'exécution, sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.";
b) il est inséré un paragraphe 5/1 rédigé comme suit:
" § 5/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 5, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture d'électricité, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture d'électricité proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture d'électricité actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution ;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 5/2 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 5/2, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 5/2, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 2/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 5.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.";
c) il est inséré un paragraphe 5/2 rédigé comme suit:
" § 5/2. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture d'électricité, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture d'électricité commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque:
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture d'électricité commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10."
a) le paragraphe 2/4 est remplacé par ce qui suit:
" § 2/4. Les infractions aux dispositions des paragraphes 2/1 à 2/3/1 et 5 à 5/2, ainsi leurs arrêtés d'exécution, sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.";
b) il est inséré un paragraphe 5/1 rédigé comme suit:
" § 5/1. Sous réserve du respect du livre VI du Code de droit économique et sans préjudice des autres exigences prescrites par ou en vertu de la loi, en matière d'informations précontractuelles, le fournisseur ainsi que l'intermédiaire, lorsque le contrat est conclu par le biais d'un intermédiaire, fournit, en plus des informations prévues au paragraphe 5, sur un support durable, au client résidentiel, de manière claire, lisible, compréhensible et non ambiguë, avant que le client résidentiel ne soit lié par un contrat de fourniture d'électricité, au moins les informations suivantes:
1° les principales caractéristiques du bien;
2° le numéro de téléphone du fournisseur et son adresse électronique. En outre, lorsque le fournisseur fournit d'autres moyens de communication en ligne qui garantissent au client résidentiel d'être en mesure de conserver tous les échanges écrits avec le fournisseur sur un support durable, y compris la date et l'heure desdits échanges, les informations contiennent également des indications détaillées concernant ces autres moyens. Tous ces moyens de communication fournis par le fournisseur permettent au client résidentiel de le contacter rapidement et de communiquer avec lui efficacement;
3° si elle diffère de l'adresse fournie conformément au 1°, l'adresse géographique du siège commercial du fournisseur à laquelle le client résidentiel peut adresser une éventuelle réclamation;
4° l'énumération de tous les produits actifs du fournisseur, avec un maximum de deux pages A4 par produit;
5° une carte tarifaire et, si possible, une comparaison des conditions du contrat de fourniture d'électricité proposé par le fournisseur avec les conditions du contrat de fourniture d'électricité actuel du client résidentiel;
6° un lien vers le site internet de la commission et des régulateurs régionaux avec les informations relatives aux outils de comparaison des offres des fournisseurs;
7° les modalités de paiement et d'exécution ;
8° les conditions, le délai et les modalités d'exercice du droit de rétractation conformément au paragraphe 5/2 ainsi que le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi;
9° l'information qu'au cas où le client résidentiel exercerait le droit de rétractation après avoir présenté une demande conformément au paragraphe 5/2, alinéa 4, le client résidentiel est tenu de payer des frais raisonnables au fournisseur, conformément au paragraphe 5/2, alinéa 10;
10° le cas échéant, l'existence de l'accord sectoriel visé au paragraphe 2/2 et l'existence de codes de conduite ayant trait aux relations entre fournisseur et client résidentiel et comment en obtenir une copie;
11° les autres conditions contractuelles.
Les informations visées à l'alinéa 1er font partie intégrante du contrat entre le fournisseur et le client résidentiel et ne peuvent pas être modifiées à moins que les parties contractantes n'en décident autrement de manière expresse.
Le fournisseur fournit au client résidentiel une copie du contrat signé ou la confirmation du contrat sur papier ou, moyennant accord du client résidentiel, sur un autre support durable. Cette copie ou confirmation comprend toutes les informations visées à l'alinéa 1er et à l'alinéa 1er du paragraphe 5.
La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information visées au présent paragraphe incombe au fournisseur.";
c) il est inséré un paragraphe 5/2 rédigé comme suit:
" § 5/2. Le client résidentiel dispose d'un délai de quatorze jours pour se rétracter d'un contrat pour la fourniture d'électricité, sans avoir à motiver sa décision et sans encourir d'autres coûts que ceux prévus à l'alinéa 10. Sans préjudice de l'alinéa 2, le délai de rétractation expire après une période de quatorze jours à compter du jour de la conclusion du contrat.
Si le fournisseur omet d'informer le client résidentiel de son droit de rétractation comme l'exige le paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8°, le délai de rétractation expire au terme d'une période de douze mois à compter de la fin du délai de rétractation initial, déterminé conformément à l'alinéa 1er.
Si le fournisseur a communiqué au client résidentiel les informations prévues au paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8°, dans un délai de douze mois à compter du jour de la conclusion du contrat visé à l'alinéa 1er, le délai de rétractation expire au terme d'une période de quatorze jours à compter du jour où le client résidentiel a reçu ces informations.
Lorsque le client résidentiel veut que la fourniture d'électricité commence pendant le délai de rétractation prévu à l'alinéa 1er, et que le contrat soumet le client résidentiel à une obligation de payer, le fournisseur exige du client résidentiel qu'il en fasse la demande expresse.
Le client résidentiel informe le fournisseur, avant l'expiration du délai de rétractation, de sa décision de se rétracter du contrat. Pour ce faire, le client résidentiel peut soit:
1° utiliser le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi; ou
2° faire une autre déclaration dénuée d'ambiguïté exposant sa décision de se rétracter du contrat.
Le client résidentiel a exercé son droit de rétractation dans le délai de rétractation visé aux alinéas 1er et 2 s'il adresse la communication concernant l'exercice du droit de rétractation avant l'expiration de ce délai.
Le fournisseur peut donner au client résidentiel, en plus des possibilités visées à l'alinéa 5, la faculté de remplir et de transmettre en ligne, sur le site internet du fournisseur, soit le modèle de formulaire de rétractation figurant à l'annexe 1 de la présente loi, soit une autre déclaration dénuée d'ambiguïté. Dans ces cas, le fournisseur communique sans délai au client résidentiel un accusé de réception de la rétractation sur un support durable.
La charge de la preuve concernant l'exercice du droit de rétractation conformément aux alinéas 5, 6 et 7 incombe au client résidentiel.
Le fournisseur rembourse tous les paiements reçus de la part du client résidentiel, sans retard excessif et en tout état de cause dans les quatorze jours suivant celui où il est informé de la décision du client résidentiel de se rétracter du contrat conformément aux l'alinéas 5, 6 et 7. Le fournisseur effectue le remboursement en utilisant le même moyen de paiement que celui utilisé par le client résidentiel pour la transaction initiale, sauf accord exprès du client résidentiel pour un autre moyen de paiement et pour autant que le remboursement n'occasionne pas de frais pour le client résidentiel.
Lorsque le client résidentiel exerce son droit de rétractation après avoir présenté une demande expresse conformément à l'alinéa 4, il paie au fournisseur un montant qui est proportionnel à ce qui a été fourni jusqu'au moment où il a informé le fournisseur de l'exercice du droit de rétractation par rapport à l'ensemble des prestations prévues par le contrat. Le montant proportionnel à payer par le client résidentiel au fournisseur est calculé sur la base du prix total convenu dans le contrat. Si le prix total est excessif, le montant approprié est calculé sur la base de la valeur marchande de ce qui a été fourni.
Le client résidentiel n'est redevable d'aucun coût pour la fourniture, en tout ou partie, pendant le délai de rétractation, lorsque:
1° le fournisseur a omis de fournir les informations visées au paragraphe 5/1, alinéa 1er, 8° ou 9° ; ou
2° le client résidentiel n'a pas expressément demandé que la fourniture d'électricité commence pendant le délai de rétractation conformément à l'alinéa 4.
Sauf disposition contraire du présent paragraphe, le client résidentiel n'encourt aucune responsabilité du fait de l'exercice du droit de rétractation.
L'exercice du droit de rétractation a pour effet d'éteindre l'obligation des parties d'exécuter le contrat. L'exercice par le client résidentiel de son droit de rétractation conformément au présent paragraphe a pour effet de mettre automatiquement fin à tout contrat accessoire, sans frais pour le client résidentiel, à l'exception de ceux visés à alinéa 10."
Art. 81. In dezelfde wet wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 30/1. Zij die artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2, van deze wet alsook hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
Zij die te kwader trouw artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2 van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt."
"Art. 30/1. Zij die artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2, van deze wet alsook hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 10.000 euro of tot vier procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt.
Zij die te kwader trouw artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2 van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten overtreden, worden gestraft met hetzij een strafrechtelijke geldboete hetzij met een administratieve geldboete van een minimumbedrag van 26 euro tot een maximumbedrag van 25.000 euro of tot zes procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de strafrechtelijke of administratieve geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt."
Art. 81. Dans la même loi, il est inséré un article 30/1 rédigé comme suit:
"Art. 30/1. Ceux qui commettent des infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé."
"Art. 30/1. Ceux qui commettent des infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 10.000 euros ou de quatre pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé.
Ceux qui commettent de mauvaise foi des infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, de la présente loi ainsi que leurs arrêtés d'exécution, sont punis soit d'une amende pénale soit d'une amende administrative d'un montant minimum de 26 euros à un montant maximum de 25.000 euros ou de six pour cent du chiffre d'affaires annuel total du dernier exercice clôturé précédant l'imposition de l'amende pénale ou administrative au sujet duquel des données permettant d'établir le chiffre d'affaires annuel sont disponibles, si cela représente un montant plus élevé."
Art. 82. In artikel 30bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 december 2022, worden de paragrafen 2/1 en 2/2 ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
§ 2/2. Wanneer inbreuken op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 30/1, verhoogd met de opdeciemen.
De betalings- en inningsmodaliteiten van deze transactie worden door de Koning vastgesteld."
" § 2/1. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
§ 2/2. Wanneer inbreuken op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 30/1, verhoogd met de opdeciemen.
De betalings- en inningsmodaliteiten van deze transactie worden door de Koning vastgesteld."
Art. 82. Dans l'article 30bis de la même loi, inséré par la loi du 22 décembre 2008 et modifié en dernier lieu par la loi du 16 décembre 2022, sont insérés les paragraphes 2/1 et 2/2 rédigés comme suit:
" § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
§ 2/2. Lorsque des infractions à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
Le montant de la transaction ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 30/1, majoré des décimes additionnels.
Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi."
" § 2/1. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés au paragraphe 2, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
§ 2/2. Lorsque des infractions à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
Le montant de la transaction ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 30/1, majoré des décimes additionnels.
Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi."
Art. 83. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 30bis/1. § 1. De inbreuken op artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2, en hun uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 30bis, § 2/2;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 van deze wet."
"Art. 30bis/1. § 1. De inbreuken op artikel 18, §§ 2/1 tot 2/3/1 en §§ 5 tot 5/2, en hun uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 30bis, § 2/2;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
§ 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht en overeenkomstig de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 van deze wet."
Art. 83. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/1 rédigé comme suit:
"Art. 30bis/1. § 1er. Les infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, ainsi que leurs arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 30bis, § 2/2;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 30bis/2 et 30bis/3 de la présente loi."
"Art. 30bis/1. § 1er. Les infractions à l'article 18, §§ 2/1 à 2/3/1 et §§ 5 à 5/2, ainsi que leurs arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 30bis, § 2/2;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
§ 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique et aux articles 30bis/2 et 30bis/3 de la présente loi."
Art. 84. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 30bis/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
"Art. 30bis/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
Art. 84. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/2 rédigé comme suit:
"Art. 30bis/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
"Art. 30bis/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
Art. 85. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 30bis/3. Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek, en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 30bis/3. Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek, en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 85. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/3 rédigé comme suit:
"Art. 30bis/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête aux agents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
"Art. 30bis/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête aux agents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
Art. 86. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 30bis/4. § 1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 30/1.
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 30/1."
"Art. 30bis/4. § 1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 30/1.
§ 2. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in artikel 30/1."
Art. 86. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/4 rédigé comme suit:
"Art. 30bis/4. § 1er. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 30/1.
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 30/1."
"Art. 30bis/4. § 1er. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 30/1.
§ 2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont applicables aux amendes administratives visées à l'article 30/1."
Art. 87. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 30bis/5. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 30/1."
"Art. 30bis/5. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 30/1."
Art. 87. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/5 rédigé comme suit:
"Art. 30bis/5. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 30/1."
"Art. 30bis/5. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 30/1."
Art. 88. In dezelfde wet wordt de bijlage 1 ingevoegd, luidende:
"Bijlage 1. - MODELFORMULIER VOOR HERROEPING (Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij (*) mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van elektriciteit herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van elektriciteit, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum (*) Doorhalen wat niet van toepassing is."
"Bijlage 1. - MODELFORMULIER VOOR HERROEPING (Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
- Aan [hier moet de leverancier zijn naam, adres en e-mailadres invullen]:
- Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij (*) mijn/onze (*) overeenkomst betreffende de levering van elektriciteit herroep/herroepen (*)
- Afgesloten op (...)
- Naam/Namen huishoudelijke afnemer(s)
- Adres huishoudelijke afnemer(s)
- Leveringsadres van elektriciteit, indien verschillend van het adres van de huishoudelijke afnemer(s)
- Handtekening van huishoudelijke afnemer(s) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
- Datum (*) Doorhalen wat niet van toepassing is."
Art. 88. Dans la même loi, il est inséré une annexe 1 rédigée comme suit:
"Annexe 1. - MODELE DE FORMULAIRE DE RETRACTATION (Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture d'électricité ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture d'électricité, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date (*) Biffez la mention inutile."
"Annexe 1. - MODELE DE FORMULAIRE DE RETRACTATION (Veuillez compléter et renvoyer le présent formulaire uniquement si vous souhaitez vous rétracter du contrat)
- A l'attention de [le fournisseur insère ici son nom, son adresse géographique et son adresse électronique]:
- Je/Nous (*) vous notifie/notifions (*) par la présente ma/notre (*) rétractation du contrat de fourniture d'électricité ci-dessous
- Contrat conclu le (...)
- Nom du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Adresse de fourniture d'électricité, si différente de l'adresse du (des) client(s) résidentiel(s)
- Signature du (des) client(s) résidentiel(s) (uniquement en cas de notification du présent formulaire sur papier)
- Date (*) Biffez la mention inutile."
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges
Art. 89. In artikel 14 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, vervangen bij de wet van 20 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin van het enige lid worden de woorden "met betrekking tot het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud in de zin van de Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud," ingevoegd tussen de woorden "van de kritieke infrastructuren," en de woorden "met betrekking tot artikel XI.216/2, § 2, van het Wetboek van economisch recht,";
b) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de bepaling onder l), luidende:
"l) de Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud, onverminderd de taken die aan andere bevoegde autoriteiten zijn toevertrouwd krachtens artikel 12, lid 1, a) en b), van die verordening.";
2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de bepaling onder k), luidende:
"k) het federaal parket en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten bedoeld in Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud;"
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin van het enige lid worden de woorden "met betrekking tot het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud in de zin van de Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud," ingevoegd tussen de woorden "van de kritieke infrastructuren," en de woorden "met betrekking tot artikel XI.216/2, § 2, van het Wetboek van economisch recht,";
b) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de bepaling onder l), luidende:
"l) de Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud, onverminderd de taken die aan andere bevoegde autoriteiten zijn toevertrouwd krachtens artikel 12, lid 1, a) en b), van die verordening.";
2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de bepaling onder k), luidende:
"k) het federaal parket en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten bedoeld in Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud;"
Art. 89. A l'article 14 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, remplacé par la loi du 20 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la phrase introductive de l'alinéa unique, les mots "en ce qui concerne la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne au sens du règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne," sont insérés entre les mots "des infrastructures critiques," et les mots "en ce qui concerne l'article XI.216/2, § 2, du Code de droit économique,";
b) le 3° est complété par le l) rédigé comme suit:
"l) le règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère antiterroriste en ligne, sans préjudice de tâches confiées à d'autres autorités compétentes en vertu de l'article 12, paragraphe 1er, a) et b), dudit règlement.";
2° dans le paragraphe 2, le 3° est complété par le k) rédigé comme suit:
"k) le Parquet fédéral et les autorités compétentes des autres Etats membres visées au règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère antiterroriste en ligne;"
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la phrase introductive de l'alinéa unique, les mots "en ce qui concerne la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne au sens du règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne," sont insérés entre les mots "des infrastructures critiques," et les mots "en ce qui concerne l'article XI.216/2, § 2, du Code de droit économique,";
b) le 3° est complété par le l) rédigé comme suit:
"l) le règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère antiterroriste en ligne, sans préjudice de tâches confiées à d'autres autorités compétentes en vertu de l'article 12, paragraphe 1er, a) et b), dudit règlement.";
2° dans le paragraphe 2, le 3° est complété par le k) rédigé comme suit:
"k) le Parquet fédéral et les autorités compétentes des autres Etats membres visées au règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère antiterroriste en ligne;"
Art. 90. In artikel 21 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2022, wordt een paragraaf 5/2 ingevoegd, luidende:
" § 5/2. In afwijking van paragraaf 5, indien de Raad het bestaan vaststelt van een inbreuk op de bepalingen bedoeld in artikel 18 van Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud door de aanbieder van de hostingdienst, kan hij, in een of meerdere beslissingen, een of meerdere van de volgende maatregelen nemen:
1° het bevel om een einde te maken aan de inbreuk, ofwel onmiddellijk, ofwel binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, voor zover nog geen einde werd gemaakt aan deze inbreuk;
2° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een dwangsom ten bedrage van maximaal vier procent van de gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet van de aanbieder van de hostingdiensten;
3° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een administratieve boete die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal vier procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet van de desbetreffende aanbieder van de hostingdiensten.
De omzet bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, is het door een onderneming gegenereerde bedrag in de zin van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen."
" § 5/2. In afwijking van paragraaf 5, indien de Raad het bestaan vaststelt van een inbreuk op de bepalingen bedoeld in artikel 18 van Verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud door de aanbieder van de hostingdienst, kan hij, in een of meerdere beslissingen, een of meerdere van de volgende maatregelen nemen:
1° het bevel om een einde te maken aan de inbreuk, ofwel onmiddellijk, ofwel binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, voor zover nog geen einde werd gemaakt aan deze inbreuk;
2° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een dwangsom ten bedrage van maximaal vier procent van de gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet van de aanbieder van de hostingdiensten;
3° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een administratieve boete die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal vier procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet van de desbetreffende aanbieder van de hostingdiensten.
De omzet bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, is het door een onderneming gegenereerde bedrag in de zin van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen."
Art. 90. Dans l'article 21 de la même loi, remplacé par la loi du 18 mai 2009 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 février 2022, il est inséré un paragraphe 5/2 rédigé comme suit:
" § 5/2. Par dérogation au paragraphe 5, si le Conseil conclut à l'existence d'un manquement aux dispositions visées à l'article 18 du règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne de la part d'un fournisseur de services d'hébergement, il peut adopter, en une ou plusieurs décisions, une ou plusieurs des mesures suivantes:
1° l'ordre qu'il soit mis fin au manquement, soit immédiatement, soit dans un délai raisonnable qu'il impartit, pour autant que ce manquement n'ait pas cessé;
2° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une astreinte d'un montant de quatre pour cent au maximum du chiffre d'affaires mondial journalier moyen du fournisseur de services d'hébergement;
3° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une amende administrative au profit du Trésor public d'un montant de quatre pour cent au maximum du chiffre d'affaires mondial annuel du fournisseur de services d'hébergement concerné.
Le chiffre d'affaires visé à l'alinéa 1er, 2° et 3°, est le montant atteint par une entreprise au sens de l'article 5, paragraphe 1er, du règlement (CE) n° 139/2004 du Conseil du 20 janvier 2004 relatif au contrôle des concentrations entre entreprises."
" § 5/2. Par dérogation au paragraphe 5, si le Conseil conclut à l'existence d'un manquement aux dispositions visées à l'article 18 du règlement (UE) 2021/784 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2021 relatif à la lutte contre la diffusion des contenus à caractère terroriste en ligne de la part d'un fournisseur de services d'hébergement, il peut adopter, en une ou plusieurs décisions, une ou plusieurs des mesures suivantes:
1° l'ordre qu'il soit mis fin au manquement, soit immédiatement, soit dans un délai raisonnable qu'il impartit, pour autant que ce manquement n'ait pas cessé;
2° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une astreinte d'un montant de quatre pour cent au maximum du chiffre d'affaires mondial journalier moyen du fournisseur de services d'hébergement;
3° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une amende administrative au profit du Trésor public d'un montant de quatre pour cent au maximum du chiffre d'affaires mondial annuel du fournisseur de services d'hébergement concerné.
Le chiffre d'affaires visé à l'alinéa 1er, 2° et 3°, est le montant atteint par une entreprise au sens de l'article 5, paragraphe 1er, du règlement (CE) n° 139/2004 du Conseil du 20 janvier 2004 relatif au contrôle des concentrations entre entreprises."
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion
Art. 91. In artikel 9 van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen, gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
Art. 91. Dans l'article 9 de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion, modifié par la loi du 29 septembre 2020, il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit:
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
Art. 92. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 9, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 10/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 9, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 92. Dans la même loi, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit:
"Art. 10/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 9, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
"Art. 10/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 9, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
Art. 93. In dezelfde wet wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/2. De in artikel 9, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 10/2. De in artikel 9, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 93. Dans la même loi, il est inséré un article 10/2 rédigé comme suit:
"Art. 10/2. Les agents visés à l'article 9, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
"Art. 10/2. Les agents visés à l'article 9, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses
Art. 94. In titel 10 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen worden hoofdstuk 1, dat de artikelen 78 tot 87 bevat, alsook de uitvoeringsbesluiten ervan, opgeheven.
Art. 94. Dans le titre 10 de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses, le chapitre 1er, comportant les articles 78 à 87, ainsi que les arrêtés d'exécution y relatifs, sont abrogés.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling
CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 28 août 2011 relative à la protection des consommateurs en matière de contrats d'utilisation de biens à temps partagé, de produits de vacances à long terme, de revente et d'échange
Art. 95. Het opschrift van afdeling 3, hoofdstuk 8, van de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling, wordt vervangen als volgt:
"Afdeling 3. - Waarschuwings- en openbaarmakingsprocedures en herstelmaatregelen".
"Afdeling 3. - Waarschuwings- en openbaarmakingsprocedures en herstelmaatregelen".
Art. 95. L'intitulé de la section 3, chapitre 8, de la loi du 28 août 2011 relative à la protection des consommateurs en matière de contrats d'utilisation de biens à temps partagé, de produits de vacances à long terme, de revente et d'échange, est remplacé par ce qui suit:
"Section 3. - Procédures d'avertissement et de publication et mesures correctives".
"Section 3. - Procédures d'avertissement et de publication et mesures correctives".
Art. 96. In hoofdstuk 8, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 21/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 27, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 21/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 27, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 96. Dans le chapitre 8, section 3, de la même loi, il est inséré un article 21/1 rédigé comme suit:
"Art. 21/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 27, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
"Art. 21/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 27, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
Art. 97. In hoofdstuk 8, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 21/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 21/2. De in artikel 27, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 21/2. De in artikel 27, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 97. Dans le chapitre 8, section 3, de la même loi, il est inséré un article 21/2 rédigé comme suit:
"Art. 21/2. Les agents visés à l'article 27, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
"Art. 21/2. Les agents visés à l'article 27, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
Art. 98. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
Art. 98. Dans l'article 27 de la même loi, modifié par la loi du 29 septembre 2020, il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit:
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique
Art. 99. In artikel 16, § 4, van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, wordt het vierde lid vervangen als volgt:
"Het in België tijdens een kalenderjaar gerealiseerde incasso in tak 13 wordt geattesteerd:
a) door de erkend commissaris van de verzekeringsonderneming zoals bedoeld in artikel 325, § 1, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ofwel door de persoon belast met de controle van de rekeningen van de verzekeringsonderneming op grond van het recht van de lidstaat die artikel 72 van de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) heeft omgezet of,
b) door de persoon verantwoordelijk voor de erkende actuariële functie zoals bedoeld in artikel 54, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ofwel door de bepaling van het nationale recht van de lidstaat die artikel 48 van de voormelde Richtlijn 2009/138/EG heeft omgezet."
Op verzoek van het Fonds, wordt het incasso, bedoeld in het vierde lid, geattesteerd door een persoon als bedoeld in het vierde lid, a)."
"Het in België tijdens een kalenderjaar gerealiseerde incasso in tak 13 wordt geattesteerd:
a) door de erkend commissaris van de verzekeringsonderneming zoals bedoeld in artikel 325, § 1, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ofwel door de persoon belast met de controle van de rekeningen van de verzekeringsonderneming op grond van het recht van de lidstaat die artikel 72 van de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) heeft omgezet of,
b) door de persoon verantwoordelijk voor de erkende actuariële functie zoals bedoeld in artikel 54, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ofwel door de bepaling van het nationale recht van de lidstaat die artikel 48 van de voormelde Richtlijn 2009/138/EG heeft omgezet."
Op verzoek van het Fonds, wordt het incasso, bedoeld in het vierde lid, geattesteerd door een persoon als bedoeld in het vierde lid, a)."
Art. 99. Dans l'article 16, § 4, de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique, modifié par la loi du 26 octobre 2015, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"L'encaissement réalisé en Belgique au cours d'une année civile dans la branche 13 est attesté:
a) par le commissaire agréé de I'entreprise d'assurance visé à I'article 325, § 1er, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ou par la personne chargée du contrôle des comptes de I'entreprise d'assurance en application du droit de I'Etat membre ayant transposé l'article 72 de la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II) ou,
b) par la personne responsable de la fonction actuarielle agrée visée à I'article 54, § 1er, alinéa 1er, 4°, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ou par la disposition du droit national de I'Etat membre ayant transposé l'article 48 de la directive 2009/138/CE précitée."
A la demande du Fonds, l'encaissement visé à l'alinéa 4 est attesté par une des personnes visées à l'alinéa 4, a)."
"L'encaissement réalisé en Belgique au cours d'une année civile dans la branche 13 est attesté:
a) par le commissaire agréé de I'entreprise d'assurance visé à I'article 325, § 1er, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ou par la personne chargée du contrôle des comptes de I'entreprise d'assurance en application du droit de I'Etat membre ayant transposé l'article 72 de la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II) ou,
b) par la personne responsable de la fonction actuarielle agrée visée à I'article 54, § 1er, alinéa 1er, 4°, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ou par la disposition du droit national de I'Etat membre ayant transposé l'article 48 de la directive 2009/138/CE précitée."
A la demande du Fonds, l'encaissement visé à l'alinéa 4 est attesté par une des personnes visées à l'alinéa 4, a)."
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 30 juli 2013 betreffende de verkoop van toegangsbewijzen tot evenementen
CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 30 juillet 2013 relative à la revente de titres d'accès à des événements
Art. 100. In artikel 11 van de wet van 30 juli 2013 betreffende de verkoop van toegangsbewijzen tot evenementen, gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
Art. 100. Dans l'article 11 de la loi du 30 juillet 2013 relative à la revente de titres d'accès à des événements, modifiée par la loi du 29 septembre 2020, il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit:
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
Art. 101. In dezelfde wet wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 12/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 11, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht
"Art. 12/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 11, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht
Art. 101. Dans la même loi, il est inséré un article 12/1 rédigé comme suit:
"Art. 12/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 11, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
"Art. 12/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 11, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
Art. 102. In dezelfde wet wordt een artikel 12/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 12/2. De in artikel 11, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 12/2. De in artikel 11, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 102. Dans la même loi, il est inséré un article 12/2 rédigé comme suit:
"Art. 12/2. Les agents visés à l'article 11, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
"Art. 12/2. Les agents visés à l'article 11, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances
Art. 103. In artikel 14 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 103. Dans l'article 14 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 104. In artikel 73 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"In geval van opzegging van de overeenkomst op welke gronden ook, of verval ervan door het wegvallen van het verzekerde belang worden de betaalde premies met betrekking tot de verzekerde periode na het van kracht worden van de opzegging of het verval terugbetaald binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van de opzegging of vanaf de kennisgeving van het wegvallen van het verzekerde belang door de verzekeringnemer of, in geval van toepassing van artikel 57, § 3, vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de kennisgeving van de opzegging."
"In geval van opzegging van de overeenkomst op welke gronden ook, of verval ervan door het wegvallen van het verzekerde belang worden de betaalde premies met betrekking tot de verzekerde periode na het van kracht worden van de opzegging of het verval terugbetaald binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van de opzegging of vanaf de kennisgeving van het wegvallen van het verzekerde belang door de verzekeringnemer of, in geval van toepassing van artikel 57, § 3, vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de kennisgeving van de opzegging."
Art. 104. Dans l'article 73 de la même loi, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque le contrat est résilié pour quelque cause que ce soit ou devient caduc par défaut d'intérêt assuré, les primes payées afférentes à la période d'assurance postérieure à la date de prise d'effet de la résiliation ou de la caducité sont remboursées dans un délai de trente jours à compter de la prise d'effet de la résiliation ou à partir de la notification de la disparition de l'intérêt assuré par le preneur d'assurance ou, en cas d'application de l'article 57, § 3, à compter de la réception par l'assureur de la notification de la résiliation."
"Lorsque le contrat est résilié pour quelque cause que ce soit ou devient caduc par défaut d'intérêt assuré, les primes payées afférentes à la période d'assurance postérieure à la date de prise d'effet de la résiliation ou de la caducité sont remboursées dans un délai de trente jours à compter de la prise d'effet de la résiliation ou à partir de la notification de la disparition de l'intérêt assuré par le preneur d'assurance ou, en cas d'application de l'article 57, § 3, à compter de la réception par l'assureur de la notification de la résiliation."
Art. 105. In artikel 126, eerste lid, d), van dezelfde wet worden de woorden "de drie maanden die volgen" vervangen door de woorden "het jaar dat volgt".
Art. 105. Dans l'article 126, alinéa 1er, d), de la même loi, les mots "des trois mois qui suivent" sont remplacés par les mots "de l'année qui suit".
Art. 106. In artikel 131, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "uit een dubbele lijst, voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen en door de verenigingen die in aanmerking komen om de belangen van de consumenten te vertegenwoordigen" vervangen door de woorden "uit twee lijsten, één voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen, en de andere door de verenigingen die in aanmerking komen om de belangen van de consumenten te vertegenwoordigen".
Art. 106. Dans l'article 131, § 3, alinéa 2, de la même loi, les mots "sur une liste double présentée par les associations professionnelles des entreprises d'assurances et par les associations susceptibles de représenter les intérêts des consommateurs" sont remplacés par les mots "à partir de deux listes, présentées l'une par les associations professionnelles des entreprises d'assurance et l'autre par les associations susceptibles de représenter les intérêts des consommateurs".
Art. 107. In artikel 217, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "uit een dubbele lijst die wordt voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen en de verenigingen die de belangen van de consumenten en de patiënten vertegenwoordigen" vervangen door de woorden "uit drie lijsten, één voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen, één door de verenigingen die de belangen van de consumenten vertegenwoordigen, en één door de verenigingen die de patiënten vertegenwoordigen".
Art. 107. Dans l'article 217, § 2, alinéa 2, de la même loi, les mots "sur une liste double présentée par les associations professionnelles des entreprises d'assurances et par les associations représentatives des intérêts des consommateurs et des patients" sont remplacés par les mots "à partir de trois listes, présentées l'une par les associations professionnelles des entreprises d'assurance, l'une par les associations représentatives des intérêts des consommateurs et l'une présentée par les associations représentatives des patients".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
CHAPITRE 15. - Modifications de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance
Art. 108. In artikel 11 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, worden in de Franse tekst de woorden "association mutuelle d'assurance" vervangen door de woorden "association d'assurance mutuelle".
Art. 108. Dans l'article 11 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, les mots "association mutuelle d'assurance" sont remplacés par les mots "association d'assurance mutuelle".
Art. 109. In artikel 15 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 14° worden de woorden "en beursvennootschappen" opgeheven;
b) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"22° /1 "systeemrelevante onderneming of groep": een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep die door de Bank als systeemrelevant is aangewezen.
Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep kan door de Bank als systeemrelevant worden aangewezen wanneer het in moeilijkheden verkeren of het in gebreke blijven van de betrokken onderneming(en), een aanzienlijke verstoring van het financiële stelsel in ruimere zin en van de reële economie kan veroorzaken of versterken. Deze verstoring kan onder meer het gevolg zijn van de wisselwerking tussen ondernemingen die op dezelfde markten actief zijn en/of in dezelfde financiële instrumenten beleggen, en die derhalve aan dezelfde risico's zijn blootgesteld, of van het soortgelijk gedrag dat zij vertonen. De Bank houdt bij haar beoordeling rekening met de omvang, de complexiteit, de onderlinge verwevenheid of het gebrek aan substitueerbaarheid van de betrokken ondernemingen;";
c) de Franse tekst van de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt:
"38° "mandataire général": une personne physique dotée des pouvoirs suffisants pour engager, à l'égard des tiers, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, dans le cas du Lloyd's, les souscripteurs intéressés, et pour la ou les représenter dans les relations avec les autorités et les juridictions de l'Etat membre ou du pays d'accueil;".
a) in de bepaling onder 14° worden de woorden "en beursvennootschappen" opgeheven;
b) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"22° /1 "systeemrelevante onderneming of groep": een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep die door de Bank als systeemrelevant is aangewezen.
Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep kan door de Bank als systeemrelevant worden aangewezen wanneer het in moeilijkheden verkeren of het in gebreke blijven van de betrokken onderneming(en), een aanzienlijke verstoring van het financiële stelsel in ruimere zin en van de reële economie kan veroorzaken of versterken. Deze verstoring kan onder meer het gevolg zijn van de wisselwerking tussen ondernemingen die op dezelfde markten actief zijn en/of in dezelfde financiële instrumenten beleggen, en die derhalve aan dezelfde risico's zijn blootgesteld, of van het soortgelijk gedrag dat zij vertonen. De Bank houdt bij haar beoordeling rekening met de omvang, de complexiteit, de onderlinge verwevenheid of het gebrek aan substitueerbaarheid van de betrokken ondernemingen;";
c) de Franse tekst van de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt:
"38° "mandataire général": une personne physique dotée des pouvoirs suffisants pour engager, à l'égard des tiers, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, dans le cas du Lloyd's, les souscripteurs intéressés, et pour la ou les représenter dans les relations avec les autorités et les juridictions de l'Etat membre ou du pays d'accueil;".
Art. 109. A l'article 15 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 14°, les mots "et des sociétés de bourse" sont abrogés;
b) il est inséré un 22° /1, rédigé comme suit:
"22° /1 "entreprise ou groupe d'importance systémique": une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance désigné par la Banque comme étant d'importance systémique.
Une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance peut être désigné comme étant d'importance systémique par la Banque lorsque les difficultés ou la défaillance de la ou des entreprises concernées pourraient entraîner ou amplifier une perturbation significative du système financier au sens large et de l'économie réelle. Cette perturbation peut résulter, entre autres, de l'interaction entre des entreprises opérant sur les mêmes marchés et/ou investissant dans les mêmes instruments financiers, et qui sont donc exposées aux mêmes risques, ou du comportement similaire qu'elles adoptent. Dans son évaluation, la Banque tient compte de la taille, de la complexité, de l'interdépendance ou de l'absence de substituabilité des entreprises concernées;";
c) le 38° est remplacé par ce qui suit:
"38° "mandataire général": une personne physique dotée des pouvoirs suffisants pour engager, à l'égard des tiers, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, dans le cas du Lloyd's, les souscripteurs intéressés, et pour la ou les représenter dans les relations avec les autorités et les juridictions de l'Etat membre ou du pays d'accueil;".
a) au 14°, les mots "et des sociétés de bourse" sont abrogés;
b) il est inséré un 22° /1, rédigé comme suit:
"22° /1 "entreprise ou groupe d'importance systémique": une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance désigné par la Banque comme étant d'importance systémique.
Une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance peut être désigné comme étant d'importance systémique par la Banque lorsque les difficultés ou la défaillance de la ou des entreprises concernées pourraient entraîner ou amplifier une perturbation significative du système financier au sens large et de l'économie réelle. Cette perturbation peut résulter, entre autres, de l'interaction entre des entreprises opérant sur les mêmes marchés et/ou investissant dans les mêmes instruments financiers, et qui sont donc exposées aux mêmes risques, ou du comportement similaire qu'elles adoptent. Dans son évaluation, la Banque tient compte de la taille, de la complexité, de l'interdépendance ou de l'absence de substituabilité des entreprises concernées;";
c) le 38° est remplacé par ce qui suit:
"38° "mandataire général": une personne physique dotée des pouvoirs suffisants pour engager, à l'égard des tiers, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, dans le cas du Lloyd's, les souscripteurs intéressés, et pour la ou les représenter dans les relations avec les autorités et les juridictions de l'Etat membre ou du pays d'accueil;".
Art. 110. Artikel 146 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die tier 1-kernkapitaalinstrumenten uitgeeft vergezeld van een mechanisme dat deze instrumenten omzet in aandelen wanneer zich een triggergebeurtenis voordoet zoals bepaald in artikel 71, lid 1, e), ii), van Gedelegeerde Verordening 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, zorgt ervoor dat haar toegestane kapitaal te allen tijde volstaat om te voldoen aan de in die verordening vastgestelde vereisten voor automatische omzetting.
Met het oog op de uitvoering van de automatische omzetting is artikel 7:201, eerste lid, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet van toepassing, in afwijking van dat Wetboek.".
" § 3. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die tier 1-kernkapitaalinstrumenten uitgeeft vergezeld van een mechanisme dat deze instrumenten omzet in aandelen wanneer zich een triggergebeurtenis voordoet zoals bepaald in artikel 71, lid 1, e), ii), van Gedelegeerde Verordening 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, zorgt ervoor dat haar toegestane kapitaal te allen tijde volstaat om te voldoen aan de in die verordening vastgestelde vereisten voor automatische omzetting.
Met het oog op de uitvoering van de automatische omzetting is artikel 7:201, eerste lid, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet van toepassing, in afwijking van dat Wetboek.".
Art. 110. L'article 146 de la même loi est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit:
" § 3. Une entreprise d'assurance ou de réassurance qui émet des instruments de fonds propres de base de niveau 1 assortis d'un mécanisme de conversion en actions s'il se produit un évènement déclencheur tel que prévu à l'article 71, paragraphe 1er, e), ii), du règlement délégué 2015/35 de la Commission du 10 octobre 2014 complétant la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice veille à ce que son capital autorisé soit à tout moment suffisant pour satisfaire aux exigences de conversion automatique prévues par ledit règlement.
Par dérogation au Code des sociétés et des associations, aux fins de réaliser la conversion automatique, l'article 7:201, alinéa 1er, 3°, dudit Code n'est pas d'application.".
" § 3. Une entreprise d'assurance ou de réassurance qui émet des instruments de fonds propres de base de niveau 1 assortis d'un mécanisme de conversion en actions s'il se produit un évènement déclencheur tel que prévu à l'article 71, paragraphe 1er, e), ii), du règlement délégué 2015/35 de la Commission du 10 octobre 2014 complétant la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice veille à ce que son capital autorisé soit à tout moment suffisant pour satisfaire aux exigences de conversion automatique prévues par ledit règlement.
Par dérogation au Code des sociétés et des associations, aux fins de réaliser la conversion automatique, l'article 7:201, alinéa 1er, 3°, dudit Code n'est pas d'application.".
Art. 111. Artikel 204 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Systeemrelevante ondernemingen of groepen stellen het in paragraaf 1 bedoelde herstelplan op en leggen dit voor aan de Bank binnen twaalf maanden vanaf de datum waarop zij zijn aangewezen als systeemrelevante onderneming of groep.".
" § 2. Systeemrelevante ondernemingen of groepen stellen het in paragraaf 1 bedoelde herstelplan op en leggen dit voor aan de Bank binnen twaalf maanden vanaf de datum waarop zij zijn aangewezen als systeemrelevante onderneming of groep.".
Art. 111. Dans la même loi, l'article 204, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
" § 2. Les entreprises ou groupes d'importance systémique établissent et soumettent à la Banque le plan de redressement visé au paragraphe 1er dans les douze mois à compter de la date de leur désignation en qualité d'entreprise ou groupe d'importance systémique.".
" § 2. Les entreprises ou groupes d'importance systémique établissent et soumettent à la Banque le plan de redressement visé au paragraphe 1er dans les douze mois à compter de la date de leur désignation en qualité d'entreprise ou groupe d'importance systémique.".
Art. 112. In artikel 244 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zin "Onderlinge verzekeringsverenigingen zijn onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen die betrekking hebben op verenigingen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, in het bijzonder van artikel 33 en van dit Hoofdstuk." wordt vervangen als volgt:
"Onverminderd artikel 11 zijn onderlinge verzekeringsverenigingen onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen die betrekking hebben op verenigingen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, die mutatis mutandis op hen van toepassing is, met name artikel 33 en dit hoofdstuk.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In het bijzonder moeten voor de toepassing van deze wet onder de termen "aandeelhouder" en "vennoot" ook de leden van onderlinge verzekeringsverenigingen worden verstaan.".
1° de zin "Onderlinge verzekeringsverenigingen zijn onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen die betrekking hebben op verenigingen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, in het bijzonder van artikel 33 en van dit Hoofdstuk." wordt vervangen als volgt:
"Onverminderd artikel 11 zijn onderlinge verzekeringsverenigingen onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen die betrekking hebben op verenigingen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, die mutatis mutandis op hen van toepassing is, met name artikel 33 en dit hoofdstuk.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In het bijzonder moeten voor de toepassing van deze wet onder de termen "aandeelhouder" en "vennoot" ook de leden van onderlinge verzekeringsverenigingen worden verstaan.".
Art. 112. A l'article 244 de la même loi, modifié par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° la phrase "Elles sont régies par les dispositions du Code des sociétés et des associations relatives aux associations sous réserve des dispositions de la présente loi, en particulier de l'article 33 et du présent Chapitre." est remplacée par la phrase suivante:
"Sans préjudice de l'article 11, elles sont régies par les dispositions du Code des sociétés et des associations relatives aux associations sous réserve des dispositions de la présente loi qui leur est mutatis mutandis applicable, notamment l'article 33 et le présent chapitre.";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"En particulier, pour les besoins de la présente loi, les termes "actionnaire" et "associé" doivent être compris comme visant également les membres des associations d'assurances mutuelles.".
1° la phrase "Elles sont régies par les dispositions du Code des sociétés et des associations relatives aux associations sous réserve des dispositions de la présente loi, en particulier de l'article 33 et du présent Chapitre." est remplacée par la phrase suivante:
"Sans préjudice de l'article 11, elles sont régies par les dispositions du Code des sociétés et des associations relatives aux associations sous réserve des dispositions de la présente loi qui leur est mutatis mutandis applicable, notamment l'article 33 et le présent chapitre.";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"En particulier, pour les besoins de la présente loi, les termes "actionnaire" et "associé" doivent être compris comme visant également les membres des associations d'assurances mutuelles.".
Art. 113. Artikel 517/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2022, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. Naast en onverminderd artikel XX.1 van het Wetboek van economisch recht, behoort de benoeming van een speciaal commissaris of van een voorlopig bestuurder, onder welke benaming dan ook, bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, tot de exclusieve bevoegdheid van de Bank.".
" § 3. Naast en onverminderd artikel XX.1 van het Wetboek van economisch recht, behoort de benoeming van een speciaal commissaris of van een voorlopig bestuurder, onder welke benaming dan ook, bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, tot de exclusieve bevoegdheid van de Bank.".
Art. 113. L'article 517/1 de la même loi, inséré par la loi du 20 juillet 2022, est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit:
" § 3. Outre et sans préjudice de l'article XX.1er du Code de droit économique, la nomination d'un commissaire spécial ou d'un administrateur provisoire, quelle qu'en soit l'appellation, auprès d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, relève de la compétence exclusive de la Banque.".
" § 3. Outre et sans préjudice de l'article XX.1er du Code de droit économique, la nomination d'un commissaire spécial ou d'un administrateur provisoire, quelle qu'en soit l'appellation, auprès d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, relève de la compétence exclusive de la Banque.".
Art. 114. In artikel 678 van dezelfde wet worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "twaalf maanden".
Art. 114. Dans l'article 678 de la même loi, les mots "six mois" sont remplacés par les mots "douze mois".
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
CHAPITRE 16. - Modification de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte
Art. 115. In artikel 10, § 3, tweede lid, van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, worden de woorden "uit een dubbele lijst die wordt voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen, de verenigingen die de architecten vertegenwoordigen, de verenigingen die de aannemers vertegenwoordigen en de verenigingen die de belangen vertegenwoordigen van de consumenten" vervangen door de woorden "uit vier lijsten, één voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen, één door de verenigingen die de architecten vertegenwoordigen, één door de verenigingen die de aannemers vertegenwoordigen en één door de verenigingen die de belangen vertegenwoordigen van de consumenten".
Art. 115. Dans l'article 10, § 3, alinéa 2, de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, les mots "sur une liste double présentée par les associations professionnelles des entreprises d'assurances, les associations représentatives des architectes, les associations représentatives des entrepreneurs et par les associations représentatives des intérêts des consommateurs" sont remplacés par les mots "à partir de quatre listes, présentées l'une par les associations professionnelles des entreprises d'assurances, l'une par les associations représentatives des architectes, l'une par les associations représentatives des entrepreneurs et l'une par les associations représentatives des intérêts des consommateurs".
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten
CHAPITRE 17. - Modifications de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage
Art. 116. In artikel 82 van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
" § 3/1. De bepalingen van hoofdstuk 1/1 van boek XV, titel 1, van het Wetboek van economisch recht, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1."
Art. 116. Dans l'article 82 de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyages liées et de services de voyage, modifié par la loi du 29 septembre 2020, il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit:
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
" § 3/1. Les dispositions du chapitre 1/1 du livre XV, titre 1er, du Code de droit économique sont applicables au traitement des données à caractère personnel par les agents visés au paragraphe 1er."
Art. 117. In titel 7, hoofdstuk 4, van dezelfde wet wordt een artikel 83/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 83/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 82, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 83/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel 82, § 1, bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en, in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van de ondernemingen die praktijken hanteren die een inbreuk vormen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en schade veroorzaken aan consumenten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2/1 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 117. Dans le titre 7, chapitre 4, de la même loi, il est inséré un article 83/1 rédigé comme suit:
"Art. 83/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 82, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
"Art. 83/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article 82, § 1er, disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et, le cas échéant, des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui constituent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution et portent préjudice aux consommateurs.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2/1 du Code de droit économique."
Art. 118. In titel 7, hoofdstuk 4, van dezelfde wet wordt een artikel 83/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 83/2. De in artikel 82, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 83/2. De in artikel 82, § 1, bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken of tot herstelmaatregelen te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De bevoegdheid bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel XV.31/2 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 118. Dans le titre 7, chapitre 4, de la même loi, il est inséré un article 83/2 rédigé comme suit:
"Art. 83/2. Les agents visés à l'article 82, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
"Art. 83/2. Les agents visés à l'article 82, § 1er, ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution des engagements tendant à mettre fin aux infractions ou en matière de mesures correctives.
La compétence visée à l'alinéa 1er est exercée conformément à l'article XV.31/2 du Code de droit économique."
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur
CHAPITRE 18. - Modification de la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert comptable et de conseiller fiscal
Art. 119. In artikel 116 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vroegere enig lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "administratieve maatregelen te nemen en" ingevoegd tussen de woorden "is bevoegd om" en de woorden "administratieve sancties uit te spreken";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning legt, na advies van de Raad van het Instituut, de nadere regels over de in het eerste lid bedoelde administratieve maatregelen en administratieve sancties vast. De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de adviesaanvraag over het ontwerp van koninklijk besluit. Wordt er binnen deze termijn geen advies uitgebracht, dan wordt de Raad van het Instituut geacht geen opmerkingen te hebben op het ontwerp dat hem wordt voorgelegd."
1° in het vroegere enig lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "administratieve maatregelen te nemen en" ingevoegd tussen de woorden "is bevoegd om" en de woorden "administratieve sancties uit te spreken";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning legt, na advies van de Raad van het Instituut, de nadere regels over de in het eerste lid bedoelde administratieve maatregelen en administratieve sancties vast. De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de adviesaanvraag over het ontwerp van koninklijk besluit. Wordt er binnen deze termijn geen advies uitgebracht, dan wordt de Raad van het Instituut geacht geen opmerkingen te hebben op het ontwerp dat hem wordt voorgelegd."
Art. 119. A l'article 116 de la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert-comptable et de conseiller fiscal, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa unique ancien, devenant l'alinéa 1er, les mots "prendre des mesures administratives et pour" sont insérés entre les mots "est compétent pour" et les mots "prononcer des sanctions administratives";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi établit, après avis du Conseil de l'Institut, les modalités concernant les mesures administratives et les sanctions administratives visées à l'alinéa 1er. Le Conseil de l'Institut rend son avis dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception de la demande d'avis sur le projet d'arrêté royal. A défaut d'avis rendu dans ce délai, le Conseil de l'Institut est réputé ne pas avoir de commentaires sur le projet qui lui a été soumis."
1° dans l'alinéa unique ancien, devenant l'alinéa 1er, les mots "prendre des mesures administratives et pour" sont insérés entre les mots "est compétent pour" et les mots "prononcer des sanctions administratives";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi établit, après avis du Conseil de l'Institut, les modalités concernant les mesures administratives et les sanctions administratives visées à l'alinéa 1er. Le Conseil de l'Institut rend son avis dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception de la demande d'avis sur le projet d'arrêté royal. A défaut d'avis rendu dans ce délai, le Conseil de l'Institut est réputé ne pas avoir de commentaires sur le projet qui lui a été soumis."
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX "Schulden van de consument" in het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 4 mai 2023 portant insertion du livre XIX "Dettes du consommateur" dans le Code de droit économique
Art. 120. Artikel 15, § 2, van de wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX "Schulden van de consument" in het Wetboek van economisch recht wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"In afwijking van artikel XIX.4, derde lid, van het Wetboek van economisch recht, worden de verwijlinteresten en forfaitaire vergoedingen die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet werden overeengekomen in overeenstemming met de artikelen I.8, 22°, VI.82 en VI.83 van het Wetboek van economisch recht, maar die de in artikel XIX.4 van hetzelfde Wetboek bepaalde bedragen overschrijden, verminderd overeenkomstig de drempels vastgesteld in artikel XIX.4.
Het derde lid geldt niet indien de overeenkomst werd gewijzigd of vernieuwd na de inwerkingtreding van deze wet."
"In afwijking van artikel XIX.4, derde lid, van het Wetboek van economisch recht, worden de verwijlinteresten en forfaitaire vergoedingen die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet werden overeengekomen in overeenstemming met de artikelen I.8, 22°, VI.82 en VI.83 van het Wetboek van economisch recht, maar die de in artikel XIX.4 van hetzelfde Wetboek bepaalde bedragen overschrijden, verminderd overeenkomstig de drempels vastgesteld in artikel XIX.4.
Het derde lid geldt niet indien de overeenkomst werd gewijzigd of vernieuwd na de inwerkingtreding van deze wet."
Art. 120. L'article 15, § 2, de la loi du 4 mai 2023 portant insertion du livre XIX "Dettes du consommateur" dans le Code de droit économique, est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Par dérogation à l'article XIX.4, alinéa 3, du Code de droit économique, les intérêts de retard et les indemnités forfaitaires convenus avant la date d'entrée en vigueur de la présente loi, conformes aux articles I.8, 22°, VI.82 et VI.83 du Code de droit économique, mais dépassant les montants fixés par l'article XIX.4 du même Code, sont réduits conformément aux seuils fixés par l'article XIX.4.
L'alinéa 3 n'est pas d'application si le contrat a été modifié ou renouvelé après l'entrée en vigueur de la présente loi."
"Par dérogation à l'article XIX.4, alinéa 3, du Code de droit économique, les intérêts de retard et les indemnités forfaitaires convenus avant la date d'entrée en vigueur de la présente loi, conformes aux articles I.8, 22°, VI.82 et VI.83 du Code de droit économique, mais dépassant les montants fixés par l'article XIX.4 du même Code, sont réduits conformément aux seuils fixés par l'article XIX.4.
L'alinéa 3 n'est pas d'application si le contrat a été modifié ou renouvelé après l'entrée en vigueur de la présente loi."
HOOFDSTUK 20. - Slotbepalingen
CHAPITRE 20. - Dispositions finales
Art. 121. De artikelen 17 en 18 zijn zowel van toepassing op bestaande kredietcontracten als op kredietcontracten gesloten na de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 121. Les articles 17 et 18 s'appliquent tant aux contrats de crédit existants qu'aux contrats de crédit conclus après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 122. De lopende mandaten van voorzitter en ondervoorzitter van de algemene vergadering en van lid en plaatsvervangend lid van de tuchtcommissie van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, van het Wetboek van economisch recht, eindigen op 31 december 2025. De Koning bepaalt de data voor het eindigen van de lopende mandaten van lid van de raad van dit Instituut, die niet later mogen eindigen dan op 31 december 2025.
Art. 122. Les mandats en cours de président et de vice-président de l'assemblée générale, et de membre et de membre suppléant de la commission de discipline de l'Institut des mandataires en brevets visé à l'article XI.75/3, § 1er, du Code de droit économique prennent fin le 31 décembre 2025. Le Roi fixe les dates de fin des mandats en cours de membre du conseil de cet Institut, ces mandats ne pouvant pas prendre fin plus tard que le 31 décembre 2025.
Art. 123. Artikel 94 is niet van toepassing op de vervangingscontracten voor zelfstandigen bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen die afgesloten zijn voor de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 123. L'article 94 n'est pas applicable aux contrats de remplacement indépendant visés aux articles 78 et 79 de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses qui ont été conclus avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
HOOFDSTUK 21. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 21. - Entrée en vigueur
Art. 124. De artikelen 17 en 18 treden in werking op de eerste dag van de vierde maand na die waarin deze wet bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad.
Art. 124. Les articles 17 et 18 entrent en vigueur le premier jour du quatrième mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art. 125. De artikelen 20 en 21 treden in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin deze wet bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 20 en 21 zijn van toepassing op kredietovereenkomsten waarvan het krediet is aangevraagd bij de kredietgever op of na de in het eerste lid bedoelde datum van inwerkingtreding gebruikmakend van de formulieren bedoeld in artikel VII.126, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
De artikelen 20 en 21 zijn van toepassing op kredietovereenkomsten waarvan het krediet is aangevraagd bij de kredietgever op of na de in het eerste lid bedoelde datum van inwerkingtreding gebruikmakend van de formulieren bedoeld in artikel VII.126, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
Art. 125. Les articles 20 et 21 entrent en vigueur le premier jour du sixième mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Les articles 20 et 21 s'appliquent aux contrats de crédit dont le crédit a été demandé au prêteur à partir de la date d'entrée en vigueur visée à l'alinéa 1er à l'aide des formulaires visés à l'article VII.126, § 2, du Code de droit économique.
Les articles 20 et 21 s'appliquent aux contrats de crédit dont le crédit a été demandé au prêteur à partir de la date d'entrée en vigueur visée à l'alinéa 1er à l'aide des formulaires visés à l'article VII.126, § 2, du Code de droit économique.
Art. 126. Artikel 75 treedt in werking op 23 juni 2023.
Art. 126. L'article 75 entre en vigueur le 23 juin 2023.