Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° minister: de minister of staatssecretaris die bevoegd is voor gelijke kansen;
2° federaal beleid inzake de bestrijding van racisme: de acties ondernomen op federaal niveau ter bestrijding van discriminatie op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5 van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en zoals onder meer weerspiegeld in de federale wetgeving, de algemene beleidsnota van de minister van Gelijke Kansen of de federale maatregelen bij het nationaal actieplan tegen racisme;
3° verenigingen die strijden tegen racisme: verenigingen waarvan het belangeloos doel bestaat in de bestrijding van racisme en/of discriminatie op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;
4° Dienst Gelijke Kansen: de federale gelijke kansenadministratie, ondergebracht bij de Federale Overheidsdienst Justitie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
2 OKTOBER 2023. - Koninklijk besluit betreffende de modaliteiten voor de toekenning van jaarlijkse subsidies aan verenigingen die strijden tegen racisme voor wat betreft de materies die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid
Titre
2 OCTOBRE 2023. - Arrêté royal relatif aux modalités d'octroi des subsides annuels pour les associations qui luttent contre le racisme en ce qui concerne les matières relevant de la compétence de l'autorité fédérale
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° ministre : le ou la ministre ou le ou la secrétaire d'état qui a l'égalité des chances dans ses attributions ;
2° politique fédérale de lutte contre le racisme : les actions entreprises au niveau fédéral en matière de lutte contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique dans les matières visées à l'article 5 de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie et telles que reflétées, entre autres, dans la législation fédérale, la note de politique générale du ministre à l'Egalité des chances ou les mesures fédérales du plan d'action national contre le racisme ;
3° associations qui luttent contre le racisme : associations dont le but désintéressé est de lutter contre le racisme et/ou contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique ;
4° Service Egalité des chances : l'administration fédérale de l'égalité des chances, située au sein du Service Public Fédéral Justice.
1° ministre : le ou la ministre ou le ou la secrétaire d'état qui a l'égalité des chances dans ses attributions ;
2° politique fédérale de lutte contre le racisme : les actions entreprises au niveau fédéral en matière de lutte contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique dans les matières visées à l'article 5 de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie et telles que reflétées, entre autres, dans la législation fédérale, la note de politique générale du ministre à l'Egalité des chances ou les mesures fédérales du plan d'action national contre le racisme ;
3° associations qui luttent contre le racisme : associations dont le but désintéressé est de lutter contre le racisme et/ou contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique ;
4° Service Egalité des chances : l'administration fédérale de l'égalité des chances, située au sein du Service Public Fédéral Justice.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning
CHAPITRE 2. - Agrément
Art. 2. § 1. Een erkenning van verenigingen die strijden tegen racisme wat betreft de materies die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid wordt ingevoerd om hun jaarlijkse subsidiëring mogelijk te maken.
§ 2. Om de potentiële kandidaten op de hoogte te brengen van de erkenningsprocedure, wordt om de vijf jaar een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd via de website van de Dienst Gelijke Kansen, wat overeenstemt met een erkenningscyclus.
De eerste erkenningscyclus vangt aan op 1 januari 2024 en eindigt op 31 december 2028.
De oproep tot kandidaatstelling moet ten laatste vier maanden voor de aanvang van de erkenningscyclus worden gelanceerd.
§ 3. De erkenning is vijf jaar geldig.
§ 4. Onverminderd een eventueel beroep is per erkenningscyclus slechts één erkenningsaanvraag mogelijk.
§ 5. De verenigingen die een erkenningsaanvraag hebben ingediend en die de erkenning hebben verkregen mogen daarna bij de minister een jaarlijkse subsidiëringsaanvraag indienen ter ondersteuning van hun werkzaamheden.
§ 2. Om de potentiële kandidaten op de hoogte te brengen van de erkenningsprocedure, wordt om de vijf jaar een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd via de website van de Dienst Gelijke Kansen, wat overeenstemt met een erkenningscyclus.
De eerste erkenningscyclus vangt aan op 1 januari 2024 en eindigt op 31 december 2028.
De oproep tot kandidaatstelling moet ten laatste vier maanden voor de aanvang van de erkenningscyclus worden gelanceerd.
§ 3. De erkenning is vijf jaar geldig.
§ 4. Onverminderd een eventueel beroep is per erkenningscyclus slechts één erkenningsaanvraag mogelijk.
§ 5. De verenigingen die een erkenningsaanvraag hebben ingediend en die de erkenning hebben verkregen mogen daarna bij de minister een jaarlijkse subsidiëringsaanvraag indienen ter ondersteuning van hun werkzaamheden.
Art. 2. § 1er. Un agrément des associations qui luttent contre le racisme en ce qui concerne les matières relevant de la compétence de l'autorité fédérale est instauré en vue de permettre leur subventionnement annuel.
§ 2. Afin d'informer les candidats potentiels sur la procédure d'agrément, un appel à candidatures est lancé via le site internet du Service Egalité des chances tous les cinq ans, lesquels correspondent à un cycle d'agrément.
Le premier cycle d'agrément commence le 1er janvier 2024 et se termine le 31 décembre 2028.
L'appel à candidatures doit être lancé au plus tard quatre mois avant le début du cycle d'agrément concerné.
§ 3. L'agrément est valable cinq ans.
§ 4. Sans préjudice d'un recours éventuel une seule demande d'agrément peut être faite par cycle d'agrément.
§ 5. Les associations qui ont introduit une demande d'agrément et qui ont obtenu cet agrément peuvent déposer ultérieurement auprès du ministre une demande annuelle de subventionnement en vue de soutenir le fonctionnement de leurs activités.
§ 2. Afin d'informer les candidats potentiels sur la procédure d'agrément, un appel à candidatures est lancé via le site internet du Service Egalité des chances tous les cinq ans, lesquels correspondent à un cycle d'agrément.
Le premier cycle d'agrément commence le 1er janvier 2024 et se termine le 31 décembre 2028.
L'appel à candidatures doit être lancé au plus tard quatre mois avant le début du cycle d'agrément concerné.
§ 3. L'agrément est valable cinq ans.
§ 4. Sans préjudice d'un recours éventuel une seule demande d'agrément peut être faite par cycle d'agrément.
§ 5. Les associations qui ont introduit une demande d'agrément et qui ont obtenu cet agrément peuvent déposer ultérieurement auprès du ministre une demande annuelle de subventionnement en vue de soutenir le fonctionnement de leurs activités.
Art. 3. Om de erkenning te verkrijgen, moet de aanvragende vereniging die strijdt tegen racisme, hierna `de aanvrager', op cumulatieve wijze voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° een vereniging zijn die is opgericht onder de vorm van een Belgische vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019;
2° als maatschappelijke doelstelling hebben: het bestrijden van racisme en/of discriminatie op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;
3° een raad van bestuur hebben die niet voor meer dan de helft bestaat uit leden van het Europees Parlement, parlementsleden of senatoren, leden van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, provincieraden, gemeenteraden, raden voor maatschappelijk welzijn, of leden van het kabinet van een minister of staatssecretaris, van een regering of van een nationaal, communautair of gewestelijk uitvoerende macht, van het kabinet van een burgemeester of schepen of van een vast parlementslid;
4° minstens drie jaar actief zijn in het kader van haar belangeloos doel op het moment van de indiening van de erkenningsaanvraag;
5° sinds minstens drie jaar diensten verlenen aan en regelmatig activiteiten organiseren voor haar leden of voor het publiek die betrekking hebben op het bestrijden van racisme of bijdragen aan een inclusieve samenleving.
1° een vereniging zijn die is opgericht onder de vorm van een Belgische vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019;
2° als maatschappelijke doelstelling hebben: het bestrijden van racisme en/of discriminatie op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;
3° een raad van bestuur hebben die niet voor meer dan de helft bestaat uit leden van het Europees Parlement, parlementsleden of senatoren, leden van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, provincieraden, gemeenteraden, raden voor maatschappelijk welzijn, of leden van het kabinet van een minister of staatssecretaris, van een regering of van een nationaal, communautair of gewestelijk uitvoerende macht, van het kabinet van een burgemeester of schepen of van een vast parlementslid;
4° minstens drie jaar actief zijn in het kader van haar belangeloos doel op het moment van de indiening van de erkenningsaanvraag;
5° sinds minstens drie jaar diensten verlenen aan en regelmatig activiteiten organiseren voor haar leden of voor het publiek die betrekking hebben op het bestrijden van racisme of bijdragen aan een inclusieve samenleving.
Art. 3. Pour pouvoir recevoir l'agrément, l'association demanderesse qui lutte contre le racisme, ci-après le demandeur, doit remplir cumulativement les conditions suivantes :
1° être une association constituée sous la forme d'une association belge sans but lucratif conformément au Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 ;
2° avoir pour but désintéressé de lutter contre le racisme et/ou contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique ;
3° avoir un conseil d'administration composé au maximum de la moitié de membres titulaires d'un mandat de parlementaire européen, de député ou de sénateur, de membre d'un Parlement de communauté ou de région, d'un conseil provincial, d'un conseil communal, d'un conseil de l'action sociale, ainsi que des membres d'un cabinet d'un ministre ou d'un secrétaire d'Etat, d'un gouvernement ou d'un exécutif national, communautaire, régional, d'un cabinet de bourgmestre ou d'échevin ou d'un député permanent ;
4° compter au moins trois ans d'activités relatives au but désintéressé au moment de l'introduction de la demande d'agrément ;
5° offrir des services et organiser régulièrement, depuis au moins trois ans, des activités à destination de ses membres et/ou du public qui tendent à lutter contre le racisme ou à contribuer à une société inclusive.
1° être une association constituée sous la forme d'une association belge sans but lucratif conformément au Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 ;
2° avoir pour but désintéressé de lutter contre le racisme et/ou contre la discrimination fondée sur la nationalité, une prétendue race, la couleur de peau, l'ascendance ou l'origine nationale ou ethnique ;
3° avoir un conseil d'administration composé au maximum de la moitié de membres titulaires d'un mandat de parlementaire européen, de député ou de sénateur, de membre d'un Parlement de communauté ou de région, d'un conseil provincial, d'un conseil communal, d'un conseil de l'action sociale, ainsi que des membres d'un cabinet d'un ministre ou d'un secrétaire d'Etat, d'un gouvernement ou d'un exécutif national, communautaire, régional, d'un cabinet de bourgmestre ou d'échevin ou d'un député permanent ;
4° compter au moins trois ans d'activités relatives au but désintéressé au moment de l'introduction de la demande d'agrément ;
5° offrir des services et organiser régulièrement, depuis au moins trois ans, des activités à destination de ses membres et/ou du public qui tendent à lutter contre le racisme ou à contribuer à une société inclusive.
Art. 4. De erkenningsaanvraag wordt ingediend volgens de volgende modaliteiten:
1° ze wordt schriftelijk ingediend bij de Dienst Gelijke Kansen in de loop van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van de erkenningscyclus in kwestie, volgens de termijnen en de praktische verzendingsmodaliteiten vermeld in de oproep tot kandidaatstelling bedoeld in artikel 2, § 2;
2° ze omvat alle bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, waaronder een dossier met een overzicht van de activiteiten van de vereniging die verband houden met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme en waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3°, 4° en 5° ;
3° ze omvat een ontwerp van werkprogramma dat verband houdt met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme voor de erkenningscyclus in kwestie.
1° ze wordt schriftelijk ingediend bij de Dienst Gelijke Kansen in de loop van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van de erkenningscyclus in kwestie, volgens de termijnen en de praktische verzendingsmodaliteiten vermeld in de oproep tot kandidaatstelling bedoeld in artikel 2, § 2;
2° ze omvat alle bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, waaronder een dossier met een overzicht van de activiteiten van de vereniging die verband houden met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme en waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3°, 4° en 5° ;
3° ze omvat een ontwerp van werkprogramma dat verband houdt met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme voor de erkenningscyclus in kwestie.
Art. 4. La demande d'agrément est introduite selon les modalités suivantes :
1° elle est introduite par écrit auprès du Service Egalité des chances durant l'année précédant la première année du cycle d'agrément concerné, selon les délais et les modalités pratiques d'envoi contenus dans l'appel à candidatures visé à l'article 2, § 2 ;
2° elle comprend toutes les pièces justificatives prouvant que les conditions visées à l'article 3 sont remplies, en ce compris un dossier reprenant un aperçu des activités de l'association en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme et qui démontre que les conditions reprises à l'article 3°, 4° et 5° sont remplies ;
3° elle comprend un projet de programme de travail relatif à la politique fédérale de lutte contre le racisme pour le cycle d'agrément concerné.
1° elle est introduite par écrit auprès du Service Egalité des chances durant l'année précédant la première année du cycle d'agrément concerné, selon les délais et les modalités pratiques d'envoi contenus dans l'appel à candidatures visé à l'article 2, § 2 ;
2° elle comprend toutes les pièces justificatives prouvant que les conditions visées à l'article 3 sont remplies, en ce compris un dossier reprenant un aperçu des activités de l'association en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme et qui démontre que les conditions reprises à l'article 3°, 4° et 5° sont remplies ;
3° elle comprend un projet de programme de travail relatif à la politique fédérale de lutte contre le racisme pour le cycle d'agrément concerné.
Art. 5. § 1. De minister beslist over de erkenningsaanvraag, rekening houdend met het advies van de Dienst Gelijke Kansen ter zake, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn voor het indienen van een erkenningsaanvraag.
§ 2. Bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag houdt de minister rekening met de volgende elementen:
1° de algemene kwaliteit van de ingediende erkenningsaanvraag;
2° de kwaliteit en de relevantie van het opgestelde ontwerp van werkprogramma, dat minstens de volgende aspecten omvat:
a) adviezen en aanbevelingen verstrekken aan de federale overheid, inzonderheid aan de Dienst Gelijke Kansen;
b) aan haar leden of aan het publiek diensten verlenen die verband houden met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme;
3° de bekwaamheid van de vereniging om het werkprogramma uit te voeren;
4° het bewaken van een evenwicht op het vlak van de thematiek waarrond de verenigingen werken en de beoogde doelgroep(en);
5° het bewaken van een taalkundig en/of geografisch evenwicht tussen de aanvragers.
§ 3. Indien het dossier als onvolledig wordt beschouwd, brengt de dienst Gelijke Kansen de aanvrager hiervan op de hoogte, die zijn aanvraag vervolledigt binnen de door de dienst Gelijke Kansen vastgestelde termijn. Een nieuwe termijn van vijftien dagen om de aanvraag te behandelen vangt aan zodra de dienst Gelijke Kansen de aanvullende informatie ontvangen heeft.
§ 2. Bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag houdt de minister rekening met de volgende elementen:
1° de algemene kwaliteit van de ingediende erkenningsaanvraag;
2° de kwaliteit en de relevantie van het opgestelde ontwerp van werkprogramma, dat minstens de volgende aspecten omvat:
a) adviezen en aanbevelingen verstrekken aan de federale overheid, inzonderheid aan de Dienst Gelijke Kansen;
b) aan haar leden of aan het publiek diensten verlenen die verband houden met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme;
3° de bekwaamheid van de vereniging om het werkprogramma uit te voeren;
4° het bewaken van een evenwicht op het vlak van de thematiek waarrond de verenigingen werken en de beoogde doelgroep(en);
5° het bewaken van een taalkundig en/of geografisch evenwicht tussen de aanvragers.
§ 3. Indien het dossier als onvolledig wordt beschouwd, brengt de dienst Gelijke Kansen de aanvrager hiervan op de hoogte, die zijn aanvraag vervolledigt binnen de door de dienst Gelijke Kansen vastgestelde termijn. Een nieuwe termijn van vijftien dagen om de aanvraag te behandelen vangt aan zodra de dienst Gelijke Kansen de aanvullende informatie ontvangen heeft.
Art. 5. § 1er. Le ministre statue sur la demande d'agrément, en tenant compte de l'avis du Service Egalité des chances en la matière, dans un délai de soixante jours à compter de l'expiration du délai imparti pour introduire une demande d'agrément.
§ 2. Lors de l'évaluation de la demande d'agrément, le ministre tient compte des éléments suivants :
1° la qualité générale de la demande d'agrément introduite ;
2° la qualité et la pertinence du projet de programme de travail établi, comprenant au moins les aspects suivants :
a) fournir des avis et des recommandations à l'autorité fédérale, notamment au Service Egalité des chances ;
b) offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme ;
3° la capacité de l'association à réaliser le programme de travail ;
4° l'équilibre entre les thèmes autour desquels les associations travaillent et le(s) groupe(s) cible(s) visé(s) ;
5° l'équilibre linguistique et/ou géographique entre les demandeurs.
§ 3. Si le dossier est jugé incomplet, le Service Egalité des Chances en informe le demandeur qui complète sa demande dans le délai fixé par le Service Egalité des Chances. Un nouveau délai de quinze jours pour traiter la demande prend cours dès que le Service Egalité des Chances reçoit les informations complétant le dossier.
§ 2. Lors de l'évaluation de la demande d'agrément, le ministre tient compte des éléments suivants :
1° la qualité générale de la demande d'agrément introduite ;
2° la qualité et la pertinence du projet de programme de travail établi, comprenant au moins les aspects suivants :
a) fournir des avis et des recommandations à l'autorité fédérale, notamment au Service Egalité des chances ;
b) offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme ;
3° la capacité de l'association à réaliser le programme de travail ;
4° l'équilibre entre les thèmes autour desquels les associations travaillent et le(s) groupe(s) cible(s) visé(s) ;
5° l'équilibre linguistique et/ou géographique entre les demandeurs.
§ 3. Si le dossier est jugé incomplet, le Service Egalité des Chances en informe le demandeur qui complète sa demande dans le délai fixé par le Service Egalité des Chances. Un nouveau délai de quinze jours pour traiter la demande prend cours dès que le Service Egalité des Chances reçoit les informations complétant le dossier.
Art. 6. § 1. De beslissing tot toekenning van de erkenning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een ministerieel besluit.
§ 2. De beslissing tot weigering van de erkenning wordt per e-mail naar de aanvrager verzonden.
Als hij daarom vraagt, wordt de aanvrager op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering.
§ 2. De beslissing tot weigering van de erkenning wordt per e-mail naar de aanvrager verzonden.
Als hij daarom vraagt, wordt de aanvrager op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering.
Art. 6. § 1er. La décision octroyant l'agrément est publiée au Moniteur belge sous la forme d'un arrêté ministériel.
§ 2. La décision refusant l'agrément est envoyée au demandeur par courrier électronique.
S'il en fait la demande, le demandeur est informé des motifs de la décision de refus qui le concerne.
§ 2. La décision refusant l'agrément est envoyée au demandeur par courrier électronique.
S'il en fait la demande, le demandeur est informé des motifs de la décision de refus qui le concerne.
Art. 7. § 1. Indien een vereniging niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of blijk geeft van een ernstige tekortkoming in de uitvoering of de verantwoording van haar activiteiten, stuurt de Dienst Gelijke Kansen deze vereniging een schriftelijke waarschuwing.
In deze waarschuwing geeft de Dienst Gelijke Kansen de vastgestelde tekortkomingen aan die moeten worden verholpen en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
De vereniging kan binnen de vastgestelde termijn haar standpunt schriftelijk kenbaar maken en vragen om gehoord te worden.
§ 2. Indien de vereniging bij het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn de vastgestelde tekortkomingen niet heeft verholpen, kan de minister beslissen :
1° de erkenning te schorsen tot de vereniging de vastgestelde tekortkomingen heeft verholpen of
2° de erkenning in te trekken.
§ 3. Indien een vereniging op onherstelbare wijze niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of blijk geeft van een ernstige tekortkoming in de uitvoering of de verantwoording van haar activiteiten, kan de minister de erkenning onmiddellijk intrekken.
§ 4. De beslissing om de erkenning te schorsen of in te trekken wordt schriftelijk aan de vereniging meegedeeld.
De beslissing om de erkenning in te trekken wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een ministerieel besluit.
In deze waarschuwing geeft de Dienst Gelijke Kansen de vastgestelde tekortkomingen aan die moeten worden verholpen en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
De vereniging kan binnen de vastgestelde termijn haar standpunt schriftelijk kenbaar maken en vragen om gehoord te worden.
§ 2. Indien de vereniging bij het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn de vastgestelde tekortkomingen niet heeft verholpen, kan de minister beslissen :
1° de erkenning te schorsen tot de vereniging de vastgestelde tekortkomingen heeft verholpen of
2° de erkenning in te trekken.
§ 3. Indien een vereniging op onherstelbare wijze niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of blijk geeft van een ernstige tekortkoming in de uitvoering of de verantwoording van haar activiteiten, kan de minister de erkenning onmiddellijk intrekken.
§ 4. De beslissing om de erkenning te schorsen of in te trekken wordt schriftelijk aan de vereniging meegedeeld.
De beslissing om de erkenning in te trekken wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een ministerieel besluit.
Art. 7. § 1er. Si une association ne satisfait plus aux conditions d'agrément ou qu'elle fait preuve d'une déficience grave dans l'exécution ou la justification de ses activités, le Service Egalité des chances adresse à cette association un avertissement par écrit.
Dans cet avertissement, le Service Egalité des chances indique les manquements constatés qui doivent être réparés ainsi que le délai pour le faire.
L'association peut faire valoir son point de vue par écrit endéans le délai fixé et peut demander à être auditionnée.
§ 2. Si à l'expiration du délai fixé au § 1er l'association n'a pas remédié aux manquements identifiés, le ministre peut décider :
1° de suspendre l'agrément jusqu'à ce que l'association remédie aux manquements identifiés ou
2° de retirer l'agrément.
§ 3. Si une association ne satisfait plus aux conditions d'agrément ou qu'elle fait preuve d'une déficience grave dans l'exécution ou la justification de ses activités de manière irréparable, le ministre peut immédiatement lui retirer l'agrément.
§ 4. La décision de suspendre ou de retirer l'agrément est envoyée par écrit à l'association.
La décision de retirer l'agrément est également publiée au Moniteur belge sous la forme d'un arrêté ministériel.
Dans cet avertissement, le Service Egalité des chances indique les manquements constatés qui doivent être réparés ainsi que le délai pour le faire.
L'association peut faire valoir son point de vue par écrit endéans le délai fixé et peut demander à être auditionnée.
§ 2. Si à l'expiration du délai fixé au § 1er l'association n'a pas remédié aux manquements identifiés, le ministre peut décider :
1° de suspendre l'agrément jusqu'à ce que l'association remédie aux manquements identifiés ou
2° de retirer l'agrément.
§ 3. Si une association ne satisfait plus aux conditions d'agrément ou qu'elle fait preuve d'une déficience grave dans l'exécution ou la justification de ses activités de manière irréparable, le ministre peut immédiatement lui retirer l'agrément.
§ 4. La décision de suspendre ou de retirer l'agrément est envoyée par écrit à l'association.
La décision de retirer l'agrément est également publiée au Moniteur belge sous la forme d'un arrêté ministériel.
HOOFDSTUK 3. - Jaarlijkse subsidies
CHAPITRE 3. - Subsides annuels
Art. 8. § 1. Binnen de grenzen van de beschikbare budgettaire kredieten die zijn ingeschreven op de begroting van het gelijkekansenbeleid, kan de minister jaarlijks een subsidie toekennen aan de verenigingen die de erkenning verkregen hebben.
De subsidie is bedoeld ter financiële ondersteuning van de jaarlijkse werkingskosten gelinkt aan de uitvoering van een werkprogramma dat verband houdt met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme. Deze kosten omvatten met name:
1° de kosten voor de huur, de huurlasten en het onderhoud van de gebouwen;
2° de personeelskosten en de kosten voor de aanwerving van personeel en voor het personeelsbeheer;
3° de missiekosten en reiskosten;
4° de kosten voor opleiding;
5° de kosten voor administratief en boekhoudkundig beheer;
6° de kantoor- en informaticakosten;
7° de kosten inzake logistiek, communicatie en kantooruitrusting.
§ 2. Een subsidieperiode begint op 1 januari en eindigt op 31 december van het betrokken jaar.
§ 3. De subsidie mag geen kosten dekken die reeds gedekt zijn door een andere vorm van subsidiëring.
De subsidie is bedoeld ter financiële ondersteuning van de jaarlijkse werkingskosten gelinkt aan de uitvoering van een werkprogramma dat verband houdt met het federale beleid inzake de bestrijding van racisme. Deze kosten omvatten met name:
1° de kosten voor de huur, de huurlasten en het onderhoud van de gebouwen;
2° de personeelskosten en de kosten voor de aanwerving van personeel en voor het personeelsbeheer;
3° de missiekosten en reiskosten;
4° de kosten voor opleiding;
5° de kosten voor administratief en boekhoudkundig beheer;
6° de kantoor- en informaticakosten;
7° de kosten inzake logistiek, communicatie en kantooruitrusting.
§ 2. Een subsidieperiode begint op 1 januari en eindigt op 31 december van het betrokken jaar.
§ 3. De subsidie mag geen kosten dekken die reeds gedekt zijn door een andere vorm van subsidiëring.
Art. 8. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles inscrits au budget de la politique d'égalité des chances, le ministre peut accorder annuellement un subside aux associations qui ont reçu l'agrément.
Ce subside a pour objectif de soutenir financièrement les frais de fonctionnement annuels liés à l'exécution d'un programme de travail relatif à la politique fédérale de lutte contre le racisme. Ces frais couvrent notamment :
1° les frais de loyer, de charges locatives et d'entretien des bâtiments utilisés ;
2° les frais de personnel ainsi que les coûts inhérents à l'engagement et à la gestion de personnel ;
3° les frais de mission et de déplacement ;
4° les frais de formation ;
5° les frais de gestion administrative et comptable ;
6° les frais de bureautique et d'informatique ;
7° les frais de logistique, de communication et d'équipement de bureau.
§ 2. La période couverte par un subside prend court le 1er janvier et se termine le 31 décembre de l'année concernée.
§ 3. Le subside ne peut pas couvrir des frais déjà couverts par une autre forme de subventionnement.
Ce subside a pour objectif de soutenir financièrement les frais de fonctionnement annuels liés à l'exécution d'un programme de travail relatif à la politique fédérale de lutte contre le racisme. Ces frais couvrent notamment :
1° les frais de loyer, de charges locatives et d'entretien des bâtiments utilisés ;
2° les frais de personnel ainsi que les coûts inhérents à l'engagement et à la gestion de personnel ;
3° les frais de mission et de déplacement ;
4° les frais de formation ;
5° les frais de gestion administrative et comptable ;
6° les frais de bureautique et d'informatique ;
7° les frais de logistique, de communication et d'équipement de bureau.
§ 2. La période couverte par un subside prend court le 1er janvier et se termine le 31 décembre de l'année concernée.
§ 3. Le subside ne peut pas couvrir des frais déjà couverts par une autre forme de subventionnement.
Art. 9. § 1. Om een subsidie te verkrijgen, dient de vereniging die de in artikel 6, § 1, bedoelde erkenning heeft verkregen, een schriftelijke aanvraag in bij de Dienst Gelijke Kansen, uiterlijk tegen 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar in kwestie.
§ 2. De subsidieaanvraag bevat de volgende informatie:
1° een kopie van het ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning bedoeld in artikel 6, § 1;
2° het gevraagde structurele subsidiebedrag;
3° het ontwerp van werkprogramma voor het subsidiejaar;
4° het geraamde budget voor het subsidiejaar. Deze begroting omvat de totale begroting van de vereniging voor het subsidiejaar (in termen van inkomsten en uitgaven). De vereniging geeft aan welke uitgaven zij ten laste van de structurele subsidie wil brengen.
§ 3. Een enkele subsidieaanvraag mag gezamenlijk worden ingediend door meerdere verenigingen die elk de erkenning hebben verkregen, met het oog op de uitvoering van een gezamenlijk werkprogramma of een onderdeel ervan dat het federale beleid inzake de bestrijding van racisme aanbelangt.
In de aanvraag moet worden gespecificeerd welke onderdelen van het gezamenlijk werkprogramma het voorwerp vormen van de subsidieaanvraag en ook de verdeling van de gevraagde som onder de aanvragende verenigingen.
§ 2. De subsidieaanvraag bevat de volgende informatie:
1° een kopie van het ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning bedoeld in artikel 6, § 1;
2° het gevraagde structurele subsidiebedrag;
3° het ontwerp van werkprogramma voor het subsidiejaar;
4° het geraamde budget voor het subsidiejaar. Deze begroting omvat de totale begroting van de vereniging voor het subsidiejaar (in termen van inkomsten en uitgaven). De vereniging geeft aan welke uitgaven zij ten laste van de structurele subsidie wil brengen.
§ 3. Een enkele subsidieaanvraag mag gezamenlijk worden ingediend door meerdere verenigingen die elk de erkenning hebben verkregen, met het oog op de uitvoering van een gezamenlijk werkprogramma of een onderdeel ervan dat het federale beleid inzake de bestrijding van racisme aanbelangt.
In de aanvraag moet worden gespecificeerd welke onderdelen van het gezamenlijk werkprogramma het voorwerp vormen van de subsidieaanvraag en ook de verdeling van de gevraagde som onder de aanvragende verenigingen.
Art. 9. § 1er. Pour obtenir un subside, l'association qui a reçu l'agrément visé à l'article 6, § 1er, fait une demande par écrit auprès du Service Egalité des chances au plus tard pour le 1er octobre de l'année précédant l'année à subventionner.
§ 2. La demande de subside comprend les informations suivantes :
1° une copie de l'arrêté ministériel d'octroi de l'agrément visé à l'article 6, § 1er ;
2° le montant sollicité pour le subside structurel ;
3° le projet de programme de travail pour l'année à subventionner ;
4° le budget prévisionnel pour l'année à subventionner. Ce budget s'entend du budget global de l'association pour l'année à subventionner (en recettes et en dépenses). L'association identifie les dépenses qu'elle souhaite imputer au subside structurel.
§ 3. Une demande unique de subside peut être introduite conjointement par plusieurs associations ayant chacune reçu l'agrément en vue de l'exécution de tout ou une partie d'un programme de travail conjoint intéressant la politique fédérale de lutte contre le racisme.
La demande doit spécifier les parties du programme de travail conjoint qui font l'objet de la demande de subside, ainsi que la ventilation de la somme demandée entre les associations demanderesses.
§ 2. La demande de subside comprend les informations suivantes :
1° une copie de l'arrêté ministériel d'octroi de l'agrément visé à l'article 6, § 1er ;
2° le montant sollicité pour le subside structurel ;
3° le projet de programme de travail pour l'année à subventionner ;
4° le budget prévisionnel pour l'année à subventionner. Ce budget s'entend du budget global de l'association pour l'année à subventionner (en recettes et en dépenses). L'association identifie les dépenses qu'elle souhaite imputer au subside structurel.
§ 3. Une demande unique de subside peut être introduite conjointement par plusieurs associations ayant chacune reçu l'agrément en vue de l'exécution de tout ou une partie d'un programme de travail conjoint intéressant la politique fédérale de lutte contre le racisme.
La demande doit spécifier les parties du programme de travail conjoint qui font l'objet de la demande de subside, ainsi que la ventilation de la somme demandée entre les associations demanderesses.
Art. 10. § 1. De minister beslist over de subsidieaanvraag, rekening houdend met het advies van de Dienst Gelijke Kansen ter zake, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
§ 2. Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag houdt de minister rekening met de volgende elementen:
1° de algemene kwaliteit van de ingediende subsidieaanvraag;
2° de kwaliteit en de relevantie van het ontwerp van werkprogramma, met inbegrip van duidelijke doelstellingen en waarbij met name de volgende aspecten worden ontwikkeld:
a) adviezen en aanbevelingen verstrekken aan de federale overheid, inzonderheid aan de Dienst Gelijke Kansen;
b) aan haar leden of aan het publiek diensten verlenen die verband houden met het federale beleid inzake bestrijding van racisme;
3° de haalbaarheid van het geraamde budget, met betrekking tot het subsidiejaar;
4° de bekwaamheid van de vereniging om het werkprogramma uit te voeren.
§ 2. Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag houdt de minister rekening met de volgende elementen:
1° de algemene kwaliteit van de ingediende subsidieaanvraag;
2° de kwaliteit en de relevantie van het ontwerp van werkprogramma, met inbegrip van duidelijke doelstellingen en waarbij met name de volgende aspecten worden ontwikkeld:
a) adviezen en aanbevelingen verstrekken aan de federale overheid, inzonderheid aan de Dienst Gelijke Kansen;
b) aan haar leden of aan het publiek diensten verlenen die verband houden met het federale beleid inzake bestrijding van racisme;
3° de haalbaarheid van het geraamde budget, met betrekking tot het subsidiejaar;
4° de bekwaamheid van de vereniging om het werkprogramma uit te voeren.
Art. 10. § 1er. Le ministre statue sur la demande de subsides, en tenant compte de l'avis du Service Egalité des chances en la matière, dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande.
§ 2. Lors de l'évaluation de la demande de subvention, le ministre tient compte des éléments suivants :
1° la qualité générale de la demande de subvention introduite ;
2° la qualité et la pertinence du projet de programme de travail, incluant des objectifs clairs et développant notamment les aspects suivants :
a) fournir des avis et des recommandations à l'autorité fédérale, notamment au Service Egalité des Chances ;
b) offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme ;
3° le caractère réaliste du budget prévisionnel, lié à l'année à subventionner ;
4° la capacité de l'association à réaliser le programme de travail.
§ 2. Lors de l'évaluation de la demande de subvention, le ministre tient compte des éléments suivants :
1° la qualité générale de la demande de subvention introduite ;
2° la qualité et la pertinence du projet de programme de travail, incluant des objectifs clairs et développant notamment les aspects suivants :
a) fournir des avis et des recommandations à l'autorité fédérale, notamment au Service Egalité des Chances ;
b) offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de lutte contre le racisme ;
3° le caractère réaliste du budget prévisionnel, lié à l'année à subventionner ;
4° la capacité de l'association à réaliser le programme de travail.
Art. 11. § 1. In geval van toekenning van een jaarlijkse subsidie wordt de beslissing per e-mail naar de aanvrager verzonden.
§ 2. De minister beslist over het bedrag dat zal worden toegekend, binnen de grenzen van het beschikbare budget. Het bedrag van de subsidie wordt bepaald rekening houdend met het door de aanvrager gevraagde bedrag en zijn ontwerp van werkprogramma.
§ 3. De beslissing tot toekenning van de subsidie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een koninklijk besluit. Daarin worden de voorwaarden bepaald die van toepassing zijn voor de toekenning van de subsidie en voor de controle op de correcte aanwending ervan.
§ 2. De minister beslist over het bedrag dat zal worden toegekend, binnen de grenzen van het beschikbare budget. Het bedrag van de subsidie wordt bepaald rekening houdend met het door de aanvrager gevraagde bedrag en zijn ontwerp van werkprogramma.
§ 3. De beslissing tot toekenning van de subsidie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een koninklijk besluit. Daarin worden de voorwaarden bepaald die van toepassing zijn voor de toekenning van de subsidie en voor de controle op de correcte aanwending ervan.
Art. 11. § 1er. En cas d'octroi de subside annuel, la décision est transmise au demandeur par courrier électronique.
§ 2. Le ministre décide du montant qui sera octroyé, dans les limites du budget disponible. Le montant du subside est déterminé en prenant en considération le montant sollicité par le demandeur ainsi que son projet de programme de travail.
§ 3. La décision octroyant le subside est publiée au Moniteur belge sous la forme d'un arrêté royal. Il fixe les conditions applicables pour l'allocation du subside et pour le contrôle de sa correcte utilisation.
§ 2. Le ministre décide du montant qui sera octroyé, dans les limites du budget disponible. Le montant du subside est déterminé en prenant en considération le montant sollicité par le demandeur ainsi que son projet de programme de travail.
§ 3. La décision octroyant le subside est publiée au Moniteur belge sous la forme d'un arrêté royal. Il fixe les conditions applicables pour l'allocation du subside et pour le contrôle de sa correcte utilisation.
Art. 12. § 1. In geval van weigering van toekenning van de jaarlijkse subsidie wordt de beslissing per e-mail naar de aanvrager verzonden.
§ 2. Als hij daarom vraagt, wordt de aanvrager op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering.
§ 2. Als hij daarom vraagt, wordt de aanvrager op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering.
Art. 12. § 1er. En cas de refus d'octroi du subside annuel, la décision est transmise au demandeur par courrier électronique.
§ 2. S'il en fait la demande, le demandeur est informé des motifs de la décision de refus qui le concerne.
§ 2. S'il en fait la demande, le demandeur est informé des motifs de la décision de refus qui le concerne.
HOOFDSTUK 4. - Vereenvoudigde procedure
CHAPITRE 4. - Procédure simplifiée
Art. 13. § 1. In afwijking van artikel 2, § 2, lid 3 lanceert de Dienst Gelijke Kansen voor de eerste erkenningscyclus 2024 de oproep tot kandidaatstelling uiterlijk een maand na de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit.
§ 2. In afwijking van de artikelen 2, § 5 en 9, § 1, dient de vereniging voor het subsidiejaar 2024 gelijktijdig een erkenningsaanvraag en een subsidieaanvraag in.
§ 3. De vereniging dient de erkenningsaanvraag en de subsidieaanvraag in volgens de termijnen en de praktische verzendingsmodaliteiten vermeld in de oproep tot kandidaatstelling die via de website van de Dienst Gelijke Kansen wordt gelanceerd nadat dit koninklijk besluit in werking treedt.
De erkenningsaanvraag voldoet aan de modaliteiten beschreven in artikel 4. De subsidieaanvraag voldoet aan de modaliteiten beschreven in artikel 9, § 2, 2° tot 4°, en § 3.
§ 4. De minister beslist over de erkenningsaanvraag overeenkomstig de artikelen 5 en 6. Hij beslist binnen de termijnen vermeld in de oproep tot kandidaatstelling.
§ 5. De minister beslist over de subsidieaanvraag overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 12. Hij beslist binnen de termijnen vermeld in de oproep tot kandidaatstelling.
§ 2. In afwijking van de artikelen 2, § 5 en 9, § 1, dient de vereniging voor het subsidiejaar 2024 gelijktijdig een erkenningsaanvraag en een subsidieaanvraag in.
§ 3. De vereniging dient de erkenningsaanvraag en de subsidieaanvraag in volgens de termijnen en de praktische verzendingsmodaliteiten vermeld in de oproep tot kandidaatstelling die via de website van de Dienst Gelijke Kansen wordt gelanceerd nadat dit koninklijk besluit in werking treedt.
De erkenningsaanvraag voldoet aan de modaliteiten beschreven in artikel 4. De subsidieaanvraag voldoet aan de modaliteiten beschreven in artikel 9, § 2, 2° tot 4°, en § 3.
§ 4. De minister beslist over de erkenningsaanvraag overeenkomstig de artikelen 5 en 6. Hij beslist binnen de termijnen vermeld in de oproep tot kandidaatstelling.
§ 5. De minister beslist over de subsidieaanvraag overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 12. Hij beslist binnen de termijnen vermeld in de oproep tot kandidaatstelling.
Art. 13. § 1er. Par dérogation à l'article 2, § 2, alinéa 3, pour le premier cycle d'agrément, le Service Egalité des chances lance l'appel à candidatures au plus tard un mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté royal.
§ 2. Par dérogation aux articles 2, § 5 et 9, § 1er, pour l'année de subventionnement 2024, l'association introduit simultanément une demande d'agrément et une demande de subside.
§ 3. L'association introduit les demandes d'agrément et de subside selon les délais et les modalités pratiques d'envoi contenus dans l'appel à candidatures lancé via le site internet du Service Egalité des Chances après l'entrée en vigueur du présent arrêté royal.
La demande d'agrément satisfait aux modalités décrites à l'article 4. La demande de subside satisfait aux modalités décrites à l'article 9, § 2, 2° à 4°, et § 3.
§ 4. Le ministre statue sur la demande d'agrément conformément aux articles 5 et 6. Il prend sa décision selon les délais contenus dans l'appel à candidatures.
§ 5. Le ministre statue sur la demande de subside conformément aux articles 10 à 12. Il prend sa décision selon les délais contenus dans l'appel à candidatures.
§ 2. Par dérogation aux articles 2, § 5 et 9, § 1er, pour l'année de subventionnement 2024, l'association introduit simultanément une demande d'agrément et une demande de subside.
§ 3. L'association introduit les demandes d'agrément et de subside selon les délais et les modalités pratiques d'envoi contenus dans l'appel à candidatures lancé via le site internet du Service Egalité des Chances après l'entrée en vigueur du présent arrêté royal.
La demande d'agrément satisfait aux modalités décrites à l'article 4. La demande de subside satisfait aux modalités décrites à l'article 9, § 2, 2° à 4°, et § 3.
§ 4. Le ministre statue sur la demande d'agrément conformément aux articles 5 et 6. Il prend sa décision selon les délais contenus dans l'appel à candidatures.
§ 5. Le ministre statue sur la demande de subside conformément aux articles 10 à 12. Il prend sa décision selon les délais contenus dans l'appel à candidatures.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit heeft uitwerking vanaf de datum van de ondertekening ervan.
Art. 14. Le présent arrêté produit ses effets à partir de la date de sa signature.
Art. 15. Het lid van de regering dat bevoegd is voor Gelijke Kansen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le membre du gouvernement ayant l'Egalité des chances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.