Artikel 1. In boek 5, deel 2, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023, wordt het opschrift van titel 2 vervangen door wat volgt:
"Titel 2. Energetische renovatie van sociale huurwoningen".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 SEPTEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de subsidiëring van de energetische renovatie van sociale huurwoningen
Titre
8 SEPTEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, en ce qui concerne le subventionnement de la rénovation énergétique des logements locatifs sociaux
Informations sur le document
Info du document
Tekst (13)
Texte (14)
Article 1er. Dans le livre 5, partie 2, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2023, l'intitulé du titre 2 est remplacé par ce qui suit :
" Titre 2. Rénovation énergétique des logements locatifs sociaux ".
" Titre 2. Rénovation énergétique des logements locatifs sociaux ".
Art. 2. Artikel 5.48 en 5.49 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021, worden opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 5.48. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° energielabel: het label, vermeld in artikel 73, tweede lid, van het ministerieel besluit van 28 december 2018;
2° EPC bouw: het energieprestatiecertificaat bij de bouw, vermeld in artikel 9.2.11 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
3° EPC: het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen, vermeld in artikel 1.1.1, § 2, 37°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
4° geprefabriceerd gevel- en dakelement: gestandaardiseerde wanden, wandcomponenten of dakelementen die in een atelier of fabriek in een gecontroleerde omgeving voorbereid worden, vervolgens getransporteerd worden naar de werf en ter plekke gemonteerd worden;
5° herbouw: volledige of gedeeltelijke herbouw die geen renovatie is en waarbij het nieuwe deel een beschermd volume heeft dat groter dan 800 m3 is, of minstens een wooneenheid bevat, of waarbij minstens 75% van de scheidingsconstructies die het totale beschermd volume van het gebouw na de werken omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, nieuw is;
6° industrieel gebouw: gebouw dat bestemd is voor de productie, de bewerking, de opslag of manipulatie van goederen;
7° ingrijpende energetische renovatie: een functiewijziging met een beschermd volume groter dan 800 m3 of een renovatie waarbij minstens de opwekkers om een specifiek binnenklimaat te realiseren volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermde volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, wordt geïsoleerd, en die geen renovatie, ontmanteling of herbouw is;
8° ministerieel besluit van 28 december 2018: het ministerieel besluit van 28 december 2018 houdende algemene bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving, energieprestatiecertificaten en de certificering van aannemers en installateurs;
9° ministerieel besluit van 20 mei 2022: het ministerieel besluit van 20 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
10° ministerieel besluit van 23 mei 2022: het ministerieel besluit van 23 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten en de hoogten van de premies trajectbegeleidingen en collectieve renovatieprojecten, vermeld in artikel 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 en 12.3.29 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
11° ontmanteling: het verbouwen van een gebouw met een beschermd volume dat, voorafgaand aan de werkzaamheden, groter dan 3 000 m3 is, waarbij de dragende structuur van het gebouw behouden blijft, maar waarbij de installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren en minstens 75% van de scheidingsconstructies die grenzen aan de buitenomgeving, worden vervangen;
12° reductiefactor: de reductiefactor voor vraaggestuurde ventilatie fred, vent, heat als vermeld in bijlage 11 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018;
13° renovatie: als het geen ontmanteling, herbouw of ingrijpende energetische renovatie betreft:
a) het uitvoeren van aanpassingswerkzaamheden aan een bestaand gebouw, met inbegrip van het bouwen van een nieuw deel aan een bestaand gebouw, waarbij het nieuwe deel een beschermd volume heeft dat kleiner is dan of gelijk is aan 800 m3 en geen extra wooneenheden bevat, al dan niet voorafgegaan door sloopwerkzaamheden;
b) een functiewijziging met een beschermd volume kleiner dan of gelijk aan 800 m3.
Art.5.49. De subsidies uit het Vlaams Klimaatfonds die via een toelage op basis van het begrotingsartikel QF0-1QDG2QK-IS aan de VMSW worden toegekend, om een premie te verstrekken als vermeld in artikel 5.51, kunnen alleen aangewend worden voor de energetische renovatie en herbouw van sociale huurwoningen.
De sociale huurwoningen hebben na de uitvoering van de werkzaamheden minstens een EPC met energielabel C of een EPC bouw met energielabel A. Het energielabel wordt aangetoond met een rechtsgeldig EPC.
De voorwaarden, vermeld in het tweede lid, gelden niet voor het verstrekken van de premie voor een individuele warmtepompboiler als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 23°. ".
"Art. 5.48. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° energielabel: het label, vermeld in artikel 73, tweede lid, van het ministerieel besluit van 28 december 2018;
2° EPC bouw: het energieprestatiecertificaat bij de bouw, vermeld in artikel 9.2.11 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
3° EPC: het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen, vermeld in artikel 1.1.1, § 2, 37°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
4° geprefabriceerd gevel- en dakelement: gestandaardiseerde wanden, wandcomponenten of dakelementen die in een atelier of fabriek in een gecontroleerde omgeving voorbereid worden, vervolgens getransporteerd worden naar de werf en ter plekke gemonteerd worden;
5° herbouw: volledige of gedeeltelijke herbouw die geen renovatie is en waarbij het nieuwe deel een beschermd volume heeft dat groter dan 800 m3 is, of minstens een wooneenheid bevat, of waarbij minstens 75% van de scheidingsconstructies die het totale beschermd volume van het gebouw na de werken omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, nieuw is;
6° industrieel gebouw: gebouw dat bestemd is voor de productie, de bewerking, de opslag of manipulatie van goederen;
7° ingrijpende energetische renovatie: een functiewijziging met een beschermd volume groter dan 800 m3 of een renovatie waarbij minstens de opwekkers om een specifiek binnenklimaat te realiseren volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermde volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, wordt geïsoleerd, en die geen renovatie, ontmanteling of herbouw is;
8° ministerieel besluit van 28 december 2018: het ministerieel besluit van 28 december 2018 houdende algemene bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving, energieprestatiecertificaten en de certificering van aannemers en installateurs;
9° ministerieel besluit van 20 mei 2022: het ministerieel besluit van 20 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
10° ministerieel besluit van 23 mei 2022: het ministerieel besluit van 23 mei 2022 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten en de hoogten van de premies trajectbegeleidingen en collectieve renovatieprojecten, vermeld in artikel 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 en 12.3.29 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
11° ontmanteling: het verbouwen van een gebouw met een beschermd volume dat, voorafgaand aan de werkzaamheden, groter dan 3 000 m3 is, waarbij de dragende structuur van het gebouw behouden blijft, maar waarbij de installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren en minstens 75% van de scheidingsconstructies die grenzen aan de buitenomgeving, worden vervangen;
12° reductiefactor: de reductiefactor voor vraaggestuurde ventilatie fred, vent, heat als vermeld in bijlage 11 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018;
13° renovatie: als het geen ontmanteling, herbouw of ingrijpende energetische renovatie betreft:
a) het uitvoeren van aanpassingswerkzaamheden aan een bestaand gebouw, met inbegrip van het bouwen van een nieuw deel aan een bestaand gebouw, waarbij het nieuwe deel een beschermd volume heeft dat kleiner is dan of gelijk is aan 800 m3 en geen extra wooneenheden bevat, al dan niet voorafgegaan door sloopwerkzaamheden;
b) een functiewijziging met een beschermd volume kleiner dan of gelijk aan 800 m3.
Art.5.49. De subsidies uit het Vlaams Klimaatfonds die via een toelage op basis van het begrotingsartikel QF0-1QDG2QK-IS aan de VMSW worden toegekend, om een premie te verstrekken als vermeld in artikel 5.51, kunnen alleen aangewend worden voor de energetische renovatie en herbouw van sociale huurwoningen.
De sociale huurwoningen hebben na de uitvoering van de werkzaamheden minstens een EPC met energielabel C of een EPC bouw met energielabel A. Het energielabel wordt aangetoond met een rechtsgeldig EPC.
De voorwaarden, vermeld in het tweede lid, gelden niet voor het verstrekken van de premie voor een individuele warmtepompboiler als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 23°. ".
Art. 2. Les articles 5.48 et 5.49 du même arrêté, abrogés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021, sont rétablis dans la rédaction suivante :
" Art. 5.48 Pour l'application du présent titre, on entend par :
1° label énergétique : le label visé à l'article 73, alinéa 2, de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
2° CPE construction : le certificat de performance énergétique en cas de construction, visé à l'article 9.2.11 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
3° CPE : le certificat de performance énergétique de bâtiments résidentiels, visé à l'article 1.1.1, § 2, 37°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
4° éléments de façade et de toit préfabriqués : des murs, composants de murs ou éléments de toits standardisés qui sont préparés en atelier ou en usine, dans un environnement contrôlé, puis transportés vers le chantier et assemblés sur place ;
5° reconstruction : une reconstruction totale ou partielle qui n'est pas une rénovation et dont la nouvelle partie a un volume protégé supérieur à 800 m3, ou contient au moins une unité de logement, ou dont au moins 75 % des parois de séparation entourant le volume protégé total du bâtiment après les travaux et adjacentes à l'environnement extérieur sont nouvelles ;
6° bâtiment industriel : bâtiment affecté à la production, au traitement, au stockage ou à la manipulation de marchandises ;
7° rénovation énergétique radicale : un changement de fonction avec un volume protégé supérieur à 800 m3 ou une rénovation au cours de laquelle les producteurs nécessaires pour réaliser un climat intérieur spécifique sont intégralement remplacés et au cours de laquelle au moins 75 % des parois de séparation existantes et nouvelles qui enrobent le volume protégé et qui sont adjacentes à l'environnement extérieur, sont isolées, et qui ne constitue pas une réhabilitation, un démantèlement ou une reconstruction ;
8° arrêté ministériel du 28 décembre 2018 : l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 contenant des dispositions générales sur la réglementation de la performance énergétique, les certificats de performance énergétique et la certification d'entrepreneurs et d'installateurs ;
9° arrêté ministériel du 20 mai 2022 : l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 fixant les modalités et les exigences techniques visées à l'article 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
10° arrêté ministériel du 23 mai 2022 : l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 fixant les modalités et les exigences techniques et les niveaux des primes, de l'aide au parcours et des projets collectifs de rénovation visés à l'article 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 et 12.3.29 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
11° démantèlement : la transformation d'un bâtiment dont le volume protégé est, avant les travaux, supérieur à 3 000 m3, lorsque la structure porteuse du bâtiment est conservée, mais que les installations nécessaires à la réalisation d'un climat intérieur spécifique et au moins 75 % des parois de séparation adjacentes à l'environnement extérieur sont remplacées ;
12° facteur de réduction : le facteur de réduction pour une ventilation gérée par la demande freduc, vent, heat comme mentionné à l'annexe 11 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
13° rénovation : s'il ne s'agit pas d'un démantèlement, d'une reconstruction ou d'une rénovation énergétique radicale :
(a) l'exécution de travaux d'adaptation à un bâtiment existant - y compris la construction d'une nouvelle partie complétant un bâtiment existant, lorsque la nouvelle partie a un volume protégé inférieur ou égal à 800 m3 et ne contient pas d'unités de logement supplémentaires - qu'ils soient ou non précédés de travaux de démolition ;
(b) un changement de fonction avec un volume protégé inférieur ou égal à 800 m3.
" Art. 5.48 Pour l'application du présent titre, on entend par :
1° label énergétique : le label visé à l'article 73, alinéa 2, de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
2° CPE construction : le certificat de performance énergétique en cas de construction, visé à l'article 9.2.11 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
3° CPE : le certificat de performance énergétique de bâtiments résidentiels, visé à l'article 1.1.1, § 2, 37°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
4° éléments de façade et de toit préfabriqués : des murs, composants de murs ou éléments de toits standardisés qui sont préparés en atelier ou en usine, dans un environnement contrôlé, puis transportés vers le chantier et assemblés sur place ;
5° reconstruction : une reconstruction totale ou partielle qui n'est pas une rénovation et dont la nouvelle partie a un volume protégé supérieur à 800 m3, ou contient au moins une unité de logement, ou dont au moins 75 % des parois de séparation entourant le volume protégé total du bâtiment après les travaux et adjacentes à l'environnement extérieur sont nouvelles ;
6° bâtiment industriel : bâtiment affecté à la production, au traitement, au stockage ou à la manipulation de marchandises ;
7° rénovation énergétique radicale : un changement de fonction avec un volume protégé supérieur à 800 m3 ou une rénovation au cours de laquelle les producteurs nécessaires pour réaliser un climat intérieur spécifique sont intégralement remplacés et au cours de laquelle au moins 75 % des parois de séparation existantes et nouvelles qui enrobent le volume protégé et qui sont adjacentes à l'environnement extérieur, sont isolées, et qui ne constitue pas une réhabilitation, un démantèlement ou une reconstruction ;
8° arrêté ministériel du 28 décembre 2018 : l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 contenant des dispositions générales sur la réglementation de la performance énergétique, les certificats de performance énergétique et la certification d'entrepreneurs et d'installateurs ;
9° arrêté ministériel du 20 mai 2022 : l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 fixant les modalités et les exigences techniques visées à l'article 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
10° arrêté ministériel du 23 mai 2022 : l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 fixant les modalités et les exigences techniques et les niveaux des primes, de l'aide au parcours et des projets collectifs de rénovation visés à l'article 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9, 6.4.1/9/1 et 12.3.29 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
11° démantèlement : la transformation d'un bâtiment dont le volume protégé est, avant les travaux, supérieur à 3 000 m3, lorsque la structure porteuse du bâtiment est conservée, mais que les installations nécessaires à la réalisation d'un climat intérieur spécifique et au moins 75 % des parois de séparation adjacentes à l'environnement extérieur sont remplacées ;
12° facteur de réduction : le facteur de réduction pour une ventilation gérée par la demande freduc, vent, heat comme mentionné à l'annexe 11 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
13° rénovation : s'il ne s'agit pas d'un démantèlement, d'une reconstruction ou d'une rénovation énergétique radicale :
(a) l'exécution de travaux d'adaptation à un bâtiment existant - y compris la construction d'une nouvelle partie complétant un bâtiment existant, lorsque la nouvelle partie a un volume protégé inférieur ou égal à 800 m3 et ne contient pas d'unités de logement supplémentaires - qu'ils soient ou non précédés de travaux de démolition ;
(b) un changement de fonction avec un volume protégé inférieur ou égal à 800 m3.
Art. 3. Aan artikel 5.49, derde lid, van hetzelfde besluit, opnieuw opgenomen door artikel 2 van dit besluit, wordt de zinsnede ", en de premie voor elektrische sturing en regeling van elektrische boilers en accumulatoren als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 27° " toegevoegd.
Art.5.49. Les subventions du Fonds flamand pour le climat accordées à la VMSW par le biais d'une subvention sur la base de l'article budgétaire QF0-1QDG2QK-IS, afin de fournir une prime visée à l'article 5.51, ne peuvent être utilisées que pour la rénovation énergétique et la reconstruction de logements locatifs sociaux.
Après l'exécution des travaux, les logements locatifs sociaux disposent au moins d'un CPE avec label énergétique C ou d'un CPE construction avec label énergétique A. La classe énergétique sera prouvée par un CPE légalement valide.
Les conditions visées à l'alinéa 2 ne s'appliquent pas à l'octroi de la prime pour un chauffe-eau thermodynamique individuel comme mentionné à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 23°. ".
Après l'exécution des travaux, les logements locatifs sociaux disposent au moins d'un CPE avec label énergétique C ou d'un CPE construction avec label énergétique A. La classe énergétique sera prouvée par un CPE légalement valide.
Les conditions visées à l'alinéa 2 ne s'appliquent pas à l'octroi de la prime pour un chauffe-eau thermodynamique individuel comme mentionné à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 23°. ".
Art. 4. Artikel 5.50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 september 2020 en 17 december 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.50. Een herbouw komt niet in aanmerking voor de premie, vermeld in artikel 5.51, als:
1° bij de herbouw een industrieel gebouw of gebouw met als hoofdbestemming landbouw en niet bestemd voor bewoning, wordt gesloopt voor de realisatie van sociale huurwoningen;
2° niet dezelfde woonmaatschappij de sloop en nieuwbouw laat uitvoeren;
3° er meer dan vijf jaar verstreken is tussen de datum van de voorlopige oplevering van de sloopwerkzaamheden en de premieaanvraag voor de herbouw.
Bij de berekening van de premie van een herbouw kunnen aaneengesloten percelen die in eigendom zijn van dezelfde woonmaatschappij, als een geheel beschouwd worden.".
"Art. 5.50. Een herbouw komt niet in aanmerking voor de premie, vermeld in artikel 5.51, als:
1° bij de herbouw een industrieel gebouw of gebouw met als hoofdbestemming landbouw en niet bestemd voor bewoning, wordt gesloopt voor de realisatie van sociale huurwoningen;
2° niet dezelfde woonmaatschappij de sloop en nieuwbouw laat uitvoeren;
3° er meer dan vijf jaar verstreken is tussen de datum van de voorlopige oplevering van de sloopwerkzaamheden en de premieaanvraag voor de herbouw.
Bij de berekening van de premie van een herbouw kunnen aaneengesloten percelen die in eigendom zijn van dezelfde woonmaatschappij, als een geheel beschouwd worden.".
Art. 3. l'article 5.49, alinéa 3, du même arrêté, rétabli par l'article 2 du présent arrêté, est ajouté le membre de
phrase " , ainsi que la prime pour le contrôle et la régulation électrique des chaudières et accumulateurs électriques visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 27° ".
phrase " , ainsi que la prime pour le contrôle et la régulation électrique des chaudières et accumulateurs électriques visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 27° ".
Art. 5. Artikel 5.51 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.51. § 1. De VMSW verstrekt voor een herbouw, een ontmanteling of een ingrijpende energetische renovatie een premie van 15.000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type gesloten bebouwing, 20.000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type halfopen of open bebouwing en 10.000 euro per appartement of gestapelde kamerwoning.
De premie, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
1° 200 euro per woning of kamerwoning als een luchtdichtheidstest voorgelegd kan worden waarmee een V50 van maximaal 3 m3/hm2 voor de woning of kamerwoning in kwestie kan worden aangetoond. De luchtdichtheid wordt gemeten volgens het kwaliteitskader luchtdichtheidsmetingen, in overeenstemming met bijlage 6 van het ministerieel besluit van 28 december 2018;
2° 4000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
3° 6400 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
4° 3000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
5° 4800 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
6° 2000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
7° 3200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
8° 900 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een premieaanvraag waarbij minstens 20 en maximaal 29 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden;
9° 1200 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een premieaanvraag waarbij minstens 30 en maximaal 44 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden;
10° 1500 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een project waarbij minstens 45 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden.
De kosten van de werkzaamheden voor gemeenschappelijke delen en waarvoor geen premie als vermeld in het eerste lid, is ontvangen, komen in aanmerking voor de premie, vermeld in paragraaf 2.
§ 2. Voor alle renovaties en niet-vergunningsplichtige werkzaamheden verstrekt de VMSW de volgende premies aan de woonmaatschappij:
1° een premie van 21 euro per m2 voor dak- of zoldervloerisolatie die door een aannemer nieuw geplaatst is, als het geen plat dak is;
2° een premie van 51 euro per m2 voor dakisolatie die door een aannemer nieuw geplaatst is, als het een plat dak is;
3° een premie van 16 euro per m2 om een bestaande spouwmuur te laten navullen door een aannemer;
4° een premie van 60 euro per m2 voor isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur bij pleistersystemen, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
5° een premie van 115 euro per m2 bij andere systemen van isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, dan de systemen vermeld in punt 4° ;
6° een premie van 15 euro per m2 voor isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
7° een premie van 20 euro per m2 voor vloerisolatie op volle grond die door een aannemer nieuw geplaatst is, of voor isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
8° een premie van 200 euro per m2 voor een raamsysteem dat door een aannemer nieuw geplaatst is. Het raamsysteem wordt gemeten volgens de dagmaat;
9° een premie van 650 euro per wooneenheid die aangesloten is op de geoptimaliseerde collectieve verwarmingsinstallatie;
10° een premie van 4000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
11° een premie van 6400 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
12° een premie van 8000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een gebouw waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt of dat in een gebied zonder aardgasnet ligt;
13° een premie van 9600 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of die in een gebied zonder aardgasnet ligt;
14° een premie van 3000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
15° een premie van 4800 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
16° een premie van 6000 euro per appartement voor een gemeenschappelijke lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een gebouw waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of dat in een gebied zonder aardgasnet ligt;
17° een premie van 7200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of die in een gebied zonder aardgasnet ligt;
18° een premie van 2000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
19° een premie van 3200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
20° een premie van 4800 euro per woning of kamerwoning voor individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt;
21° een premie voor de aansluiting van een bestaande gebouw op een warmtenet volgens de volgende regels:
a) per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning, een premie van 3000 euro per wooneenheid;
b) per appartement of gestapelde kamerwoning met individuele stookketels per wooneenheid een premie van 3000 euro per wooneenheid;
c) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats en twee tot en met tien wooneenheden, een premie van 3000 euro + (1500 euro * (aantal wooneenheden - 1));
d) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats en elf tot en met dertig wooneenheden, een premie van 16.500 euro + (900 euro * (aantal wooneenheden - 10));
e) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats met meer dan dertig wooneenheden, een premie van 34.500 euro + (400 euro * (aantal gebouweenheden - 30)) met een maximum van 47.000 euro;
22° een premie van 150 euro per lage-temperatuursradiator voor de installatie of vervanging van nieuwe warmwaterradiatoren met lage temperatuur door een aannemer als de bestaande verwarmingsinstallatie geschikt is voor een lage temperatuursafgifte, namelijk een gascondensatieketel of warmtepomp of een premie van 20 euro per m2 vloerverwarming op lage temperatuur die geïnstalleerd wordt door een aannemer als de bestaande verwarmingsinstallatie geschikt is voor een lage temperatuursafgifte, namelijk een gascondensatieketel of warmtepomp;
23° een premie van 1080 euro per woning of kamerwoning voor een individuele warmtepompboiler die door een aannemer nieuw geplaatst is, die uitsluitend gebruikt wordt voor de productie van sanitair warm water en die beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen;
24° een premie van 660 euro per m2 apertuuroppervlakte voor de eerste 5 m2, te vermeerderen met 250 euro per m2 voor apertuuroppervlakte boven de 5 m2 voor een thermisch zonnecollectorsysteem dat door een aannemer nieuw geplaatst is voor de productie van sanitair warm water. De totale premie wordt beperkt tot 2750 euro per woning of kamerwoning in geval van een gemeenschappelijke installatie;
25° een premie van 1500 euro per woning of kamerwoning bij de installatie van een vraaggestuurd ventilatiesysteem met vrije toevoer en mechanische afvoer met een reductiefactor vanaf 0,90 tot 0,79;
26° een premie van 2000 euro per woning of kamerwoning bij de installatie van een vraaggestuurd ventilatiesysteem met vrije toevoer en mechanische afvoer met een reductiefactor vanaf 0,79 of van een ventilatiesysteem met mechanische aan- en afvoer met warmteterugwinning.
De premie, vermeld in eerste lid, 1° en 2°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de dak- of zoldervloerisolatie wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking of een asbesthoudend onderdak. De data van de facturen voor de isolatie en de asbestverwijdering mogen maximaal twaalf maanden uit elkaar liggen.
De premie, vermeld in eerste lid, 4° en 5°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende gevelbekleding. De data van de facturen voor de isolatie en de asbestverwijdering mogen maximaal twaalf maanden uit elkaar liggen.
De premie, vermeld in het eerste lid, 8°, wordt verhoogd met een bijkomend bedrag van 200 euro als een luchtdichtheidstest voorgelegd kan worden waarmee een V50 van max 3 m3/hm2 aangetoond kan worden voor de eengezinswoning, de kamerwoning of het appartement in kwestie of op gebouwniveau. De luchtdichtheid wordt gemeten volgens het kwaliteitskader luchtdichtheidsmetingen, in overeenstemming met bijlage 6 van het ministerieel besluit van 28 december 2018.
De premie, vermeld in het eerste lid, 23°, wordt verhoogd tot 1620 euro per woning of kamerwoning als de warmtepompboiler geplaatst wordt ter vervanging van elektrische boilers, elektrische doorstroomtoestellen of een stookolieketel, of als de woning in een gebied zonder aardgasnet ligt.
§ 3. Voor een ingrijpende energetische renovatie en een renovatie die gebruik maakt van een versnelde constructiemethode op basis van geprefabriceerde gevelelementen verstrekt de VMSW een premie van 3000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type gesloten bebouwing of 6000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type halfopen of open bebouwing.
De premie, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
1° 2000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor de renovatie van het dak met een versnelde constructiemethode op basis van geprefabriceerde dakelementen.
2° 1500 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor de plaatsing of vernieuwing van de technische installaties op een geïntegreerde manier. De premie wordt opgesplitst in drie deelbedragen:
a) 500 euro voor de integratie van elementen van het ventilatiesysteem;
b) 500 euro voor de integratie van elementen van het centrale verwarmingssysteem;
c) 500 euro voor de integratie van elementen van het sanitair warm watersysteem.
De verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, 2°, mag ook worden aangevraagd voor de ingrijpende energetische renovatie of de renovatie van een eengezinswoning en niet-gestapelde kamerwoning waarbij buitengevelisolatie geplaatst wordt volgens een klassieke methode zonder geprefabriceerde gevel- en dakelementen.
Om in aanmerking te komen voor de premies, vermeld in het eerste en tweede lid, moet de woning na afronding van de werken beschikken over een ventilatiesysteem conform de norm NBN D50-001.
De premiebedragen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden toegekend als de premie voor 1 januari 2026 aangevraagd is.
§ 4. De premiebedragen, vermeld in paragraaf 1 en 3 of 2 en 3, mogen onderling en met andere energieprestatie-bevorderende voordelen en subsidies gecumuleerd worden, als ze samen de totale gefactureerde kostprijs van de werkzaamheden die betrekking hebben op de subsidiabele maatregelen, exclusief btw, niet overschrijden. Als de premiebedragen, gecumuleerd met andere voordelen en subsidies, de totale gefactureerde kostprijs overschrijden, worden de premiebedragen verminderd tot het verschil van de totale gefactureerde kostprijs en de gecumuleerde andere voordelen en subsidies.".
"Art. 5.51. § 1. De VMSW verstrekt voor een herbouw, een ontmanteling of een ingrijpende energetische renovatie een premie van 15.000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type gesloten bebouwing, 20.000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type halfopen of open bebouwing en 10.000 euro per appartement of gestapelde kamerwoning.
De premie, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
1° 200 euro per woning of kamerwoning als een luchtdichtheidstest voorgelegd kan worden waarmee een V50 van maximaal 3 m3/hm2 voor de woning of kamerwoning in kwestie kan worden aangetoond. De luchtdichtheid wordt gemeten volgens het kwaliteitskader luchtdichtheidsmetingen, in overeenstemming met bijlage 6 van het ministerieel besluit van 28 december 2018;
2° 4000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
3° 6400 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
4° 3000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
5° 4800 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
6° 2000 euro per woning of kamerwoning voor een collectieve hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
7° 3200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
8° 900 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een premieaanvraag waarbij minstens 20 en maximaal 29 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden;
9° 1200 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een premieaanvraag waarbij minstens 30 en maximaal 44 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden;
10° 1500 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor een project waarbij minstens 45 woningen binnen hetzelfde project vervangen of gerenoveerd worden.
De kosten van de werkzaamheden voor gemeenschappelijke delen en waarvoor geen premie als vermeld in het eerste lid, is ontvangen, komen in aanmerking voor de premie, vermeld in paragraaf 2.
§ 2. Voor alle renovaties en niet-vergunningsplichtige werkzaamheden verstrekt de VMSW de volgende premies aan de woonmaatschappij:
1° een premie van 21 euro per m2 voor dak- of zoldervloerisolatie die door een aannemer nieuw geplaatst is, als het geen plat dak is;
2° een premie van 51 euro per m2 voor dakisolatie die door een aannemer nieuw geplaatst is, als het een plat dak is;
3° een premie van 16 euro per m2 om een bestaande spouwmuur te laten navullen door een aannemer;
4° een premie van 60 euro per m2 voor isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur bij pleistersystemen, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
5° een premie van 115 euro per m2 bij andere systemen van isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, dan de systemen vermeld in punt 4° ;
6° een premie van 15 euro per m2 voor isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
7° een premie van 20 euro per m2 voor vloerisolatie op volle grond die door een aannemer nieuw geplaatst is, of voor isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, die door een aannemer nieuw geplaatst is;
8° een premie van 200 euro per m2 voor een raamsysteem dat door een aannemer nieuw geplaatst is. Het raamsysteem wordt gemeten volgens de dagmaat;
9° een premie van 650 euro per wooneenheid die aangesloten is op de geoptimaliseerde collectieve verwarmingsinstallatie;
10° een premie van 4000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
11° een premie van 6400 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
12° een premie van 8000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een gebouw waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt of dat in een gebied zonder aardgasnet ligt;
13° een premie van 9600 euro per woning of kamerwoning voor een individuele geothermische warmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of die in een gebied zonder aardgasnet ligt;
14° een premie van 3000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
15° een premie van 4800 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
16° een premie van 6000 euro per appartement voor een gemeenschappelijke lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een gebouw waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of dat in een gebied zonder aardgasnet ligt;
17° een premie van 7200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt, of die in een gebied zonder aardgasnet ligt;
18° een premie van 2000 euro per woning of kamerwoning voor een gemeenschappelijke hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
19° een premie van 3200 euro per woning of kamerwoning voor een individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is;
20° een premie van 4800 euro per woning of kamerwoning voor individuele hybride lucht-waterwarmtepomp die door een aannemer nieuw geplaatst is in een woning waarin de elektrische weerstandsverwarming of stookolieketel vervangen wordt;
21° een premie voor de aansluiting van een bestaande gebouw op een warmtenet volgens de volgende regels:
a) per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning, een premie van 3000 euro per wooneenheid;
b) per appartement of gestapelde kamerwoning met individuele stookketels per wooneenheid een premie van 3000 euro per wooneenheid;
c) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats en twee tot en met tien wooneenheden, een premie van 3000 euro + (1500 euro * (aantal wooneenheden - 1));
d) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats en elf tot en met dertig wooneenheden, een premie van 16.500 euro + (900 euro * (aantal wooneenheden - 10));
e) per appartement of gestapelde kamerwoning met een collectieve stookplaats met meer dan dertig wooneenheden, een premie van 34.500 euro + (400 euro * (aantal gebouweenheden - 30)) met een maximum van 47.000 euro;
22° een premie van 150 euro per lage-temperatuursradiator voor de installatie of vervanging van nieuwe warmwaterradiatoren met lage temperatuur door een aannemer als de bestaande verwarmingsinstallatie geschikt is voor een lage temperatuursafgifte, namelijk een gascondensatieketel of warmtepomp of een premie van 20 euro per m2 vloerverwarming op lage temperatuur die geïnstalleerd wordt door een aannemer als de bestaande verwarmingsinstallatie geschikt is voor een lage temperatuursafgifte, namelijk een gascondensatieketel of warmtepomp;
23° een premie van 1080 euro per woning of kamerwoning voor een individuele warmtepompboiler die door een aannemer nieuw geplaatst is, die uitsluitend gebruikt wordt voor de productie van sanitair warm water en die beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen;
24° een premie van 660 euro per m2 apertuuroppervlakte voor de eerste 5 m2, te vermeerderen met 250 euro per m2 voor apertuuroppervlakte boven de 5 m2 voor een thermisch zonnecollectorsysteem dat door een aannemer nieuw geplaatst is voor de productie van sanitair warm water. De totale premie wordt beperkt tot 2750 euro per woning of kamerwoning in geval van een gemeenschappelijke installatie;
25° een premie van 1500 euro per woning of kamerwoning bij de installatie van een vraaggestuurd ventilatiesysteem met vrije toevoer en mechanische afvoer met een reductiefactor vanaf 0,90 tot 0,79;
26° een premie van 2000 euro per woning of kamerwoning bij de installatie van een vraaggestuurd ventilatiesysteem met vrije toevoer en mechanische afvoer met een reductiefactor vanaf 0,79 of van een ventilatiesysteem met mechanische aan- en afvoer met warmteterugwinning.
De premie, vermeld in eerste lid, 1° en 2°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de dak- of zoldervloerisolatie wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking of een asbesthoudend onderdak. De data van de facturen voor de isolatie en de asbestverwijdering mogen maximaal twaalf maanden uit elkaar liggen.
De premie, vermeld in eerste lid, 4° en 5°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende gevelbekleding. De data van de facturen voor de isolatie en de asbestverwijdering mogen maximaal twaalf maanden uit elkaar liggen.
De premie, vermeld in het eerste lid, 8°, wordt verhoogd met een bijkomend bedrag van 200 euro als een luchtdichtheidstest voorgelegd kan worden waarmee een V50 van max 3 m3/hm2 aangetoond kan worden voor de eengezinswoning, de kamerwoning of het appartement in kwestie of op gebouwniveau. De luchtdichtheid wordt gemeten volgens het kwaliteitskader luchtdichtheidsmetingen, in overeenstemming met bijlage 6 van het ministerieel besluit van 28 december 2018.
De premie, vermeld in het eerste lid, 23°, wordt verhoogd tot 1620 euro per woning of kamerwoning als de warmtepompboiler geplaatst wordt ter vervanging van elektrische boilers, elektrische doorstroomtoestellen of een stookolieketel, of als de woning in een gebied zonder aardgasnet ligt.
§ 3. Voor een ingrijpende energetische renovatie en een renovatie die gebruik maakt van een versnelde constructiemethode op basis van geprefabriceerde gevelelementen verstrekt de VMSW een premie van 3000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type gesloten bebouwing of 6000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning van het type halfopen of open bebouwing.
De premie, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
1° 2000 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor de renovatie van het dak met een versnelde constructiemethode op basis van geprefabriceerde dakelementen.
2° 1500 euro per eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning voor de plaatsing of vernieuwing van de technische installaties op een geïntegreerde manier. De premie wordt opgesplitst in drie deelbedragen:
a) 500 euro voor de integratie van elementen van het ventilatiesysteem;
b) 500 euro voor de integratie van elementen van het centrale verwarmingssysteem;
c) 500 euro voor de integratie van elementen van het sanitair warm watersysteem.
De verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, 2°, mag ook worden aangevraagd voor de ingrijpende energetische renovatie of de renovatie van een eengezinswoning en niet-gestapelde kamerwoning waarbij buitengevelisolatie geplaatst wordt volgens een klassieke methode zonder geprefabriceerde gevel- en dakelementen.
Om in aanmerking te komen voor de premies, vermeld in het eerste en tweede lid, moet de woning na afronding van de werken beschikken over een ventilatiesysteem conform de norm NBN D50-001.
De premiebedragen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden toegekend als de premie voor 1 januari 2026 aangevraagd is.
§ 4. De premiebedragen, vermeld in paragraaf 1 en 3 of 2 en 3, mogen onderling en met andere energieprestatie-bevorderende voordelen en subsidies gecumuleerd worden, als ze samen de totale gefactureerde kostprijs van de werkzaamheden die betrekking hebben op de subsidiabele maatregelen, exclusief btw, niet overschrijden. Als de premiebedragen, gecumuleerd met andere voordelen en subsidies, de totale gefactureerde kostprijs overschrijden, worden de premiebedragen verminderd tot het verschil van de totale gefactureerde kostprijs en de gecumuleerde andere voordelen en subsidies.".
Art. 4. L'article 5.50 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 25 septembre 2020 et du 17 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.50. Une reconstruction n'est pas éligible à la prime visée à l'article 5.51, si :
1° lors de la reconstruction, un bâtiment industriel ou un bâtiment dont la destination principale est l'agriculture et qui n'est pas destiné à l'habitation est démoli en vue de la réalisation de logements locatifs sociaux ;
2° ce n'est pas la même société de logement qui fait procéder à la démolition et à la réalisation de la construction neuve ;
3° plus de cinq ans se sont écoulés entre la date de la réception provisoire des travaux de démolition et de la demande de prime pour la reconstruction.
Lors du calcul de la prime d'une reconstruction, les parcelles contiguës appartenant à la même société de logement peuvent être considérées comme un tout. ".
" Art. 5.50. Une reconstruction n'est pas éligible à la prime visée à l'article 5.51, si :
1° lors de la reconstruction, un bâtiment industriel ou un bâtiment dont la destination principale est l'agriculture et qui n'est pas destiné à l'habitation est démoli en vue de la réalisation de logements locatifs sociaux ;
2° ce n'est pas la même société de logement qui fait procéder à la démolition et à la réalisation de la construction neuve ;
3° plus de cinq ans se sont écoulés entre la date de la réception provisoire des travaux de démolition et de la demande de prime pour la reconstruction.
Lors du calcul de la prime d'une reconstruction, les parcelles contiguës appartenant à la même société de logement peuvent être considérées comme un tout. ".
Art. 6. In artikel 5.51 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021, en in artikel 5 van dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 11° en 12° toegevoegd, die luiden als volgt:
"11° 6000 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald;
12° 4500 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald.";
2° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De verhoging van de premie, vermeld in het eerste lid, 11° en 12°, is niet van toepassing op een herbouw. Om in aanmerking te komen voor de verhoging van de premie, vermeld in het eerste lid, 11° en 12°, legt de woonmaatschappij bij de aanvraag een geldig EPC voor dat is uitgereikt vanaf 1 januari 2019, waaruit blijkt dat de eengezinswoning of de niet-gestapelde kamerwoning een energielabel E of F had, of dat het appartement of de gestapelde kamerwoning een energielabel D, E of F had. Binnen een jaar na het beëindigen van de werkzaamheden beschikt de woonmaatschappij over een nieuw geldig EPC of EPC-bouw.";
3° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt een punt 27° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"27° een premie van 250 euro per appartement of gestapelde kamerwoning voor de levering, plaatsing en activering van sturings- en meetapparatuur voor zelflerende sturing en regeling van elektrische boilers voor sanitair warm water en accumulatoren voor woningverwarming.";
4° in paragraaf 2 worden tussen het eerste en tweede lid, twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"De premies, vermeld in het eerste lid, worden verhoogd met:
1° 4500 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel B wordt behaald;
2° 6000 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald;
3° 3000 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel B wordt behaald;
4° 4500 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald.
De verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, is niet van toepassing op herbouw, ontmanteling of ingrijpende energetische renovatie. Om in aanmerking te komen voor de verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, legt de woonmaatschappij bij de aanvraag een geldig EPC voor dat is uitgereikt vanaf 1 januari 2019 waaruit blijkt dat de eengezinswoning of de niet-gestapelde kamerwoning een energielabel E of F had, of dat het appartement of de gestapelde kamerwoning een energielabel D, E of F had. Binnen een jaar na het beëindigen van de werkzaamheden beschikt de woonmaatschappij over een nieuw geldig EPC.";
5° aan paragraaf 4 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen de premie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 11° en 12°, en de verhoging van de premie, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, niet worden gecumuleerd met de premie, vermeld in artikel 6.4.1/1/4 van het Energiebesluit van 19 november 2010.
In afwijking van het eerste lid kan de premie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 27°, niet worden gecumuleerd met de premie, vermeld in artikel 6.4.1/1/5 van het Energiebesluit van 19 november 2010.".
1° aan paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 11° en 12° toegevoegd, die luiden als volgt:
"11° 6000 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald;
12° 4500 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald.";
2° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De verhoging van de premie, vermeld in het eerste lid, 11° en 12°, is niet van toepassing op een herbouw. Om in aanmerking te komen voor de verhoging van de premie, vermeld in het eerste lid, 11° en 12°, legt de woonmaatschappij bij de aanvraag een geldig EPC voor dat is uitgereikt vanaf 1 januari 2019, waaruit blijkt dat de eengezinswoning of de niet-gestapelde kamerwoning een energielabel E of F had, of dat het appartement of de gestapelde kamerwoning een energielabel D, E of F had. Binnen een jaar na het beëindigen van de werkzaamheden beschikt de woonmaatschappij over een nieuw geldig EPC of EPC-bouw.";
3° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt een punt 27° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"27° een premie van 250 euro per appartement of gestapelde kamerwoning voor de levering, plaatsing en activering van sturings- en meetapparatuur voor zelflerende sturing en regeling van elektrische boilers voor sanitair warm water en accumulatoren voor woningverwarming.";
4° in paragraaf 2 worden tussen het eerste en tweede lid, twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"De premies, vermeld in het eerste lid, worden verhoogd met:
1° 4500 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel B wordt behaald;
2° 6000 euro voor een eengezinswoning of niet-gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald;
3° 3000 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel B wordt behaald;
4° 4500 euro voor een appartement of gestapelde kamerwoning als na het beëindigen van de werkzaamheden energielabel A wordt behaald.
De verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, is niet van toepassing op herbouw, ontmanteling of ingrijpende energetische renovatie. Om in aanmerking te komen voor de verhoging van de premie, vermeld in het tweede lid, legt de woonmaatschappij bij de aanvraag een geldig EPC voor dat is uitgereikt vanaf 1 januari 2019 waaruit blijkt dat de eengezinswoning of de niet-gestapelde kamerwoning een energielabel E of F had, of dat het appartement of de gestapelde kamerwoning een energielabel D, E of F had. Binnen een jaar na het beëindigen van de werkzaamheden beschikt de woonmaatschappij over een nieuw geldig EPC.";
5° aan paragraaf 4 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen de premie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 11° en 12°, en de verhoging van de premie, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, niet worden gecumuleerd met de premie, vermeld in artikel 6.4.1/1/4 van het Energiebesluit van 19 november 2010.
In afwijking van het eerste lid kan de premie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 27°, niet worden gecumuleerd met de premie, vermeld in artikel 6.4.1/1/5 van het Energiebesluit van 19 november 2010.".
Art. 5. L'article 5.51 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.51. § 1er. La VMSW accorde, pour une reconstruction, un démantèlement ou une rénovation énergétique radicale, une prime de 15 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type construction fermée, une prime de 20 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type construction semi-ouverte ou ouverte et une prime de 10 000 euros par appartement ou maison à chambres superposées.
La prime visée à l'alinéa 1er est majorée de :
1° 200 euros par habitation ou maison à chambres si un test d'étanchéité à l'air peut être présenté qui démontre un indicateur V50 ne dépassant pas 3 m3/hm2 pour l'habitation ou la maison à chambres en question. L'étanchéité à l'air est mesurée selon le cadre de qualité des mesures d'étanchéité à l'air, conformément à l'annexe 6 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
2° 4 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
3° 6 400 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
4° 3 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
5° 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
6° 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
7° 3 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
8° 900 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour une demande de prime où au moins 20 et jusqu'à 29 habitations sont remplacées ou rénovées dans le cadre d'un même projet ;
9° 1 200 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour une demande de prime où au moins 30 et jusqu'à 44 habitations sont remplacées ou rénovées dans le cadre d'un même projet ;
10° 1 500 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour un même projet dans le cadre duquel au moins 45 habitations sont remplacées ou rénovées ;
Les coûts des travaux concernant les parties communes et pour lesquels aucune prime telle que visée à l'alinéa 1er n'a été perçue sont éligibles à la prime visée au paragraphe 2.
§ 2. Pour toutes les rénovations et tous les travaux non soumis à autorisation, la VMSW attribue les primes suivantes à la société de logement :
1° une prime de 21 euros par m2 pour une isolation de toiture ou du plancher des combles nouvellement posée par un entrepreneur, pour autant qu'il ne s'agisse pas d'un toit plat ;
2° une prime de 51 euros par m2 pour une isolation de toiture nouvellement posée par un entrepreneur, pour autant qu'il s'agisse d'un toit plat ;
3° une prime de 16 euros par m2 pour le remplissage d'un mur creux existant par un entrepreneur ;
4° une prime de 60 euros par m2 pour une isolation par l'extérieur d'un mur extérieur qui est nouvellement posée en système de bardage par un entrepreneur ;
5° une prime de 115 euros par m2 pour des systèmes d'isolation par l'extérieur d'un mur extérieur autres que ceux visés au point 4° ;
6° une prime de 15 euros par m2 pour une isolation par l'intérieur d'un mur extérieur qui est nouvellement posée par un entrepreneur ;
7° une prime de 20 euros par m2 pour une isolation du sol sur terre-plein nouvellement posée par un entrepreneur, ou pour l'isolation du plafond d'un sous-sol ou d'un espace ventilé sous un espace chauffé qui est nouvellement posée par un entrepreneur ;
8° une prime de 200 euros par m2 pour un système de fenêtre nouvellement installé par un entrepreneur. Le système de fenêtre est mesuré en fonction de la mesure jour ;
9° une prime de 650 euros par unité de logement raccordée à l'installation de chauffage collective optimisée ;
10° une prime de 4 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
11° une prime de 6 400 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
12° une prime de 8 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans un bâtiment où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est situé dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
13° une prime de 9 600 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est située dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
14° une prime de 3 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
15° une prime de 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
16° une prime de 6 000 euros par appartement pour une pompe à chaleur air-eau commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans un bâtiment où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est situé dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
17° une prime de 7 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est située dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
18° une prime de 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
19° une prime de 3 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
20° une prime de 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ;
21° une prime pour le raccordement d'un bâtiment existant à un réseau de chaleur selon les règles suivantes :
a) par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposée, une prime de 3 000 euros par unité de logement ;
b) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaudières individuelles par unité de logement, une prime de 3 000 euros par unité de logement ;
c) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et deux à dix unités de logement, une prime de 3 000 € + (1 500 euros * (nombre d'unités de logement - 1)) ;
d) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et onze à trente unités de logement, une prime de 16 500 euros + (900 euros * (nombre d'unités de logement - 10)) ;
e) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et plus de trente unités de logement, une prime de 34 500 euros + (400 euros * (nombre d'unités de bâtiment - 30)) avec un maximum de 47 000 euros ;
22° une prime de 150 euros par radiateur à basse température pour l'installation ou le remplacement de nouveaux radiateurs à eau chaude à basse température par un entrepreneur, si l'installation de chauffage existante convient pour un système d'émission à basse température, à savoir une chaudière au gaz à condensation ou une pompe à chaleur ou une prime de 20 euros par m2 de chauffage au sol à basse température installé par un entrepreneur, si l'installation de chauffage existante convient pour un système d'émission à basse température, à savoir une chaudière au gaz à condensation ou une pompe à chaleur ;
23° une prime de 1 080 euros par habitation ou maison à chambres pour un chauffe-eau thermodynamique individuel nouvellement installé par un entrepreneur, qui est utilisé exclusivement pour la production d'eau chaude sanitaire et qui dispose d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude en fonction d'un signal externe, afin de pouvoir effectuer ainsi un stockage thermique ;
24° une prime de 660 euros par m2 de surface d'entrée pour les 5 premiers m2, à majorer de 250 euros par m2 de surface d'entrée supérieure à 5 m2, pour un système de capteurs solaires thermiques nouvellement installé par un entrepreneur pour la production d'eau chaude sanitaire. La prime totale sera plafonnée à 2 750 euros par habitation ou maison à chambres dans le cas d'une installation commune ;
25° une prime de 1 500 euros par habitation ou maison à chambres lors de l'installation d'un système de ventilation géré par la demande avec alimentation libre et évacuation mécanique avec un facteur de réduction de 0,90 à 0,79 ;
26° une prime de 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour l'installation d'un système de ventilation géré par la demande avec alimentation libre et évacuation mécanique avec un facteur de réduction à partir de 0,79 ou d'un système de ventilation à entrée et sortie mécaniques et à récupération de chaleur.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 1° et 2°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation de toiture ou du plancher des combles est précédée de l'élimination d'une couverture ou d'une sous-toiture contenant de l'amiante. Les dates des factures pour l'isolation et le désamiantage ne doivent pas être séparées de plus de douze mois.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 4° et 5°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation par l'extérieur d'un mur extérieur est précédée de l'élimination d'un revêtement de façade contenant de l'amiante. Les dates des factures pour l'isolation et le désamiantage ne doivent pas être séparées de plus de douze mois.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 8°, est majorée d'un montant supplémentaire de 200 euros lorsqu'un test d'étanchéité à l'air peut être présenté qui démontre un indicateur V50 de maximum 3 m3/hm2 pour la maison unifamiliale, la maison à chambres ou l'appartement en question ou au niveau du bâtiment. L'étanchéité à l'air est mesurée selon le cadre de qualité des mesures d'étanchéité à l'air, conformément à l'annexe 6 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018.
La prime visée à l'alinéa 1er, 23°, est portée à 1 620 euros par habitation ou maison à chambres si le chauffe-eau thermodynamique est installé en remplacement d'un chauffe-eau électrique, d'un chauffe-eau instantané électrique ou d'une chaudière à mazout, ou si l'habitation est située dans une zone dépourvue de réseau de gaz naturel.
§ 3. Pour une rénovation énergétique radicale et une rénovation faisant usage d'une méthode de construction accélérée basée sur des éléments de façade préfabriqués, la VMSW accorde une prime de 3 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type de construction fermée ou de 6 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type de construction semi-ouverte ou ouverte.
La prime visée à l'alinéa 1er est majorée de :
1° 2 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour la rénovation de la toiture à l'aide d'une méthode de construction accélérée basée sur des éléments de toiture préfabriqués.
2° 1 500 euros par maison individuelle ou maison à chambres non superposées pour le placement ou le renouvellement d'installations techniques de manière intégrée. La prime est subdivisée en trois montants partiels :
a) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système de ventilation ;
b) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système de chauffage central ;
c) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système d'eau chaude sanitaire.
La majoration de la prime visée à l'alinéa 2, 2°, peut également être demandée pour la rénovation énergétique radicale ou la rénovation d'une maison unifamiliale et d'une maison à chambres non superposées où l'isolation par l'extérieur de la façade est réalisée selon une méthode conventionnelle sans éléments de façade et de toiture préfabriqués.
Pour pouvoir bénéficier des primes visées aux alinéas 1er et 2, l'habitation doit, après l'achèvement des travaux, être équipée d'un système de ventilation conforme à la norme NBN D50-001.
Les montants des primes visés aux alinéas 1er et 2 peuvent être accordés si la prime est demandée avant le 1er janvier 2026.
§ 4. Les montants des primes visés aux paragraphes 1er, et 3 ou 2 et 3 peuvent être combinés entre eux et avec d'autres subventions et avantages destinés à améliorer les performances énergétiques, pour autant qu'au total ils ne dépassent pas le prix de revient facturé des travaux en rapport avec les mesures éligibles, hors T.V.A.. Si les montants des primes, cumulés avec d'autres avantages et subventions, dépassent le prix de revient total facturé, les montants des primes seront diminués jusqu'à la différence entre le prix de revient total facturé et les autres avantages et subventions cumulés. ".
" Art. 5.51. § 1er. La VMSW accorde, pour une reconstruction, un démantèlement ou une rénovation énergétique radicale, une prime de 15 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type construction fermée, une prime de 20 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type construction semi-ouverte ou ouverte et une prime de 10 000 euros par appartement ou maison à chambres superposées.
La prime visée à l'alinéa 1er est majorée de :
1° 200 euros par habitation ou maison à chambres si un test d'étanchéité à l'air peut être présenté qui démontre un indicateur V50 ne dépassant pas 3 m3/hm2 pour l'habitation ou la maison à chambres en question. L'étanchéité à l'air est mesurée selon le cadre de qualité des mesures d'étanchéité à l'air, conformément à l'annexe 6 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 ;
2° 4 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
3° 6 400 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
4° 3 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
5° 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
6° 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride collective nouvellement installée par un entrepreneur ;
7° 3 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
8° 900 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour une demande de prime où au moins 20 et jusqu'à 29 habitations sont remplacées ou rénovées dans le cadre d'un même projet ;
9° 1 200 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour une demande de prime où au moins 30 et jusqu'à 44 habitations sont remplacées ou rénovées dans le cadre d'un même projet ;
10° 1 500 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour un même projet dans le cadre duquel au moins 45 habitations sont remplacées ou rénovées ;
Les coûts des travaux concernant les parties communes et pour lesquels aucune prime telle que visée à l'alinéa 1er n'a été perçue sont éligibles à la prime visée au paragraphe 2.
§ 2. Pour toutes les rénovations et tous les travaux non soumis à autorisation, la VMSW attribue les primes suivantes à la société de logement :
1° une prime de 21 euros par m2 pour une isolation de toiture ou du plancher des combles nouvellement posée par un entrepreneur, pour autant qu'il ne s'agisse pas d'un toit plat ;
2° une prime de 51 euros par m2 pour une isolation de toiture nouvellement posée par un entrepreneur, pour autant qu'il s'agisse d'un toit plat ;
3° une prime de 16 euros par m2 pour le remplissage d'un mur creux existant par un entrepreneur ;
4° une prime de 60 euros par m2 pour une isolation par l'extérieur d'un mur extérieur qui est nouvellement posée en système de bardage par un entrepreneur ;
5° une prime de 115 euros par m2 pour des systèmes d'isolation par l'extérieur d'un mur extérieur autres que ceux visés au point 4° ;
6° une prime de 15 euros par m2 pour une isolation par l'intérieur d'un mur extérieur qui est nouvellement posée par un entrepreneur ;
7° une prime de 20 euros par m2 pour une isolation du sol sur terre-plein nouvellement posée par un entrepreneur, ou pour l'isolation du plafond d'un sous-sol ou d'un espace ventilé sous un espace chauffé qui est nouvellement posée par un entrepreneur ;
8° une prime de 200 euros par m2 pour un système de fenêtre nouvellement installé par un entrepreneur. Le système de fenêtre est mesuré en fonction de la mesure jour ;
9° une prime de 650 euros par unité de logement raccordée à l'installation de chauffage collective optimisée ;
10° une prime de 4 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
11° une prime de 6 400 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
12° une prime de 8 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans un bâtiment où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est situé dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
13° une prime de 9 600 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur géothermique individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est située dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
14° une prime de 3 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
15° une prime de 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle nouvellement installée par un entrepreneur ;
16° une prime de 6 000 euros par appartement pour une pompe à chaleur air-eau commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans un bâtiment où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est situé dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
17° une prime de 7 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ou qui est située dans une zone non desservie par un réseau de gaz naturel ;
18° une prime de 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride commune qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
19° une prime de 3 200 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur ;
20° une prime de 4 800 euros par habitation ou maison à chambres pour une pompe à chaleur air-eau hybride individuelle qui est nouvellement installée par un entrepreneur dans une habitation où le chauffage par résistance électrique ou la chaudière à mazout est remplacé ;
21° une prime pour le raccordement d'un bâtiment existant à un réseau de chaleur selon les règles suivantes :
a) par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposée, une prime de 3 000 euros par unité de logement ;
b) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaudières individuelles par unité de logement, une prime de 3 000 euros par unité de logement ;
c) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et deux à dix unités de logement, une prime de 3 000 € + (1 500 euros * (nombre d'unités de logement - 1)) ;
d) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et onze à trente unités de logement, une prime de 16 500 euros + (900 euros * (nombre d'unités de logement - 10)) ;
e) par appartement ou maison à chambres superposées avec chaufferie collective et plus de trente unités de logement, une prime de 34 500 euros + (400 euros * (nombre d'unités de bâtiment - 30)) avec un maximum de 47 000 euros ;
22° une prime de 150 euros par radiateur à basse température pour l'installation ou le remplacement de nouveaux radiateurs à eau chaude à basse température par un entrepreneur, si l'installation de chauffage existante convient pour un système d'émission à basse température, à savoir une chaudière au gaz à condensation ou une pompe à chaleur ou une prime de 20 euros par m2 de chauffage au sol à basse température installé par un entrepreneur, si l'installation de chauffage existante convient pour un système d'émission à basse température, à savoir une chaudière au gaz à condensation ou une pompe à chaleur ;
23° une prime de 1 080 euros par habitation ou maison à chambres pour un chauffe-eau thermodynamique individuel nouvellement installé par un entrepreneur, qui est utilisé exclusivement pour la production d'eau chaude sanitaire et qui dispose d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude en fonction d'un signal externe, afin de pouvoir effectuer ainsi un stockage thermique ;
24° une prime de 660 euros par m2 de surface d'entrée pour les 5 premiers m2, à majorer de 250 euros par m2 de surface d'entrée supérieure à 5 m2, pour un système de capteurs solaires thermiques nouvellement installé par un entrepreneur pour la production d'eau chaude sanitaire. La prime totale sera plafonnée à 2 750 euros par habitation ou maison à chambres dans le cas d'une installation commune ;
25° une prime de 1 500 euros par habitation ou maison à chambres lors de l'installation d'un système de ventilation géré par la demande avec alimentation libre et évacuation mécanique avec un facteur de réduction de 0,90 à 0,79 ;
26° une prime de 2 000 euros par habitation ou maison à chambres pour l'installation d'un système de ventilation géré par la demande avec alimentation libre et évacuation mécanique avec un facteur de réduction à partir de 0,79 ou d'un système de ventilation à entrée et sortie mécaniques et à récupération de chaleur.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 1° et 2°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation de toiture ou du plancher des combles est précédée de l'élimination d'une couverture ou d'une sous-toiture contenant de l'amiante. Les dates des factures pour l'isolation et le désamiantage ne doivent pas être séparées de plus de douze mois.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 4° et 5°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation par l'extérieur d'un mur extérieur est précédée de l'élimination d'un revêtement de façade contenant de l'amiante. Les dates des factures pour l'isolation et le désamiantage ne doivent pas être séparées de plus de douze mois.
La prime, visée à l'alinéa 1er, 8°, est majorée d'un montant supplémentaire de 200 euros lorsqu'un test d'étanchéité à l'air peut être présenté qui démontre un indicateur V50 de maximum 3 m3/hm2 pour la maison unifamiliale, la maison à chambres ou l'appartement en question ou au niveau du bâtiment. L'étanchéité à l'air est mesurée selon le cadre de qualité des mesures d'étanchéité à l'air, conformément à l'annexe 6 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018.
La prime visée à l'alinéa 1er, 23°, est portée à 1 620 euros par habitation ou maison à chambres si le chauffe-eau thermodynamique est installé en remplacement d'un chauffe-eau électrique, d'un chauffe-eau instantané électrique ou d'une chaudière à mazout, ou si l'habitation est située dans une zone dépourvue de réseau de gaz naturel.
§ 3. Pour une rénovation énergétique radicale et une rénovation faisant usage d'une méthode de construction accélérée basée sur des éléments de façade préfabriqués, la VMSW accorde une prime de 3 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type de construction fermée ou de 6 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées de type de construction semi-ouverte ou ouverte.
La prime visée à l'alinéa 1er est majorée de :
1° 2 000 euros par maison unifamiliale ou maison à chambres non superposées pour la rénovation de la toiture à l'aide d'une méthode de construction accélérée basée sur des éléments de toiture préfabriqués.
2° 1 500 euros par maison individuelle ou maison à chambres non superposées pour le placement ou le renouvellement d'installations techniques de manière intégrée. La prime est subdivisée en trois montants partiels :
a) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système de ventilation ;
b) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système de chauffage central ;
c) 500 euros pour l'intégration d'éléments du système d'eau chaude sanitaire.
La majoration de la prime visée à l'alinéa 2, 2°, peut également être demandée pour la rénovation énergétique radicale ou la rénovation d'une maison unifamiliale et d'une maison à chambres non superposées où l'isolation par l'extérieur de la façade est réalisée selon une méthode conventionnelle sans éléments de façade et de toiture préfabriqués.
Pour pouvoir bénéficier des primes visées aux alinéas 1er et 2, l'habitation doit, après l'achèvement des travaux, être équipée d'un système de ventilation conforme à la norme NBN D50-001.
Les montants des primes visés aux alinéas 1er et 2 peuvent être accordés si la prime est demandée avant le 1er janvier 2026.
§ 4. Les montants des primes visés aux paragraphes 1er, et 3 ou 2 et 3 peuvent être combinés entre eux et avec d'autres subventions et avantages destinés à améliorer les performances énergétiques, pour autant qu'au total ils ne dépassent pas le prix de revient facturé des travaux en rapport avec les mesures éligibles, hors T.V.A.. Si les montants des primes, cumulés avec d'autres avantages et subventions, dépassent le prix de revient total facturé, les montants des primes seront diminués jusqu'à la différence entre le prix de revient total facturé et les autres avantages et subventions cumulés. ".
Art. 7. Artikel 5.52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 en 10 november 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.52. De woonmaatschappij komt in aanmerking voor de premiebedragen, vermeld in artikel 5.51, als voldaan is aan de stedenbouwkundige voorschriften en de EPB-eisen, vermeld in het Energiebesluit van 19 november 2010, als het gaat om vergunningsplichtige renovatiewerkzaamheden, ontmanteling en herbouw.
De woonmaatschappij komt in aanmerking voor de premiebedragen, vermeld in artikel 5.51, als, in geval van niet-vergunningsplichtige werkzaamheden, al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de nieuw toegevoegde dak- of zolderisolatie heeft een Rd-waarde van minstens 4,5 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 1°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
2° de na-isolatie van de spouw voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 2°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
3° de nieuw toegevoegde gevelisolatie aan de buitenkant van de buitenmuur heeft een Rd-waarde van minstens 3 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 3°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
4° de nieuw toegevoegde isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur heeft een warmteweerstand van minimaal 2 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 4°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
5° de nieuw toegevoegde vloerisolatie op volle grond of de nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte heeft een Rd-waarde van minstens 2 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 5°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
6° de nieuw geplaatste raamsystemen hebben een maximale gemiddelde Uw-waarde 1,5 W/m2K, berekend als een oppervlaktegewogen gemiddelde van alle transparante scheidingsconstructies per woning, met uitzondering van deuren en poorten, lichte gevels, glasbouwstenen en andere scheidingsconstructies dan glas. Voor opake deuren bedraagt de maximale UD-waarde 2,0 W/m2K. Het glas heeft een maximale Ug-waarde van 1,0 W/m2K. De maximale Up-waarde van het ondoorschijnende vulpaneel bedraagt 1,1 W/m2K. In elk woonlokaal bevindt zich minstens één raamrooster of een gelijkwaardige ventilatievoorziening, conform de ventilatienorm NBN D50-001, tenzij in dat lokaal een andere ventilatievoorziening aanwezig is conform dezelfde norm. Na uitvoering van de werkzaamheden mag in geen van de lokalen van het beschermde volume nog enkele beglazing voorkomen. Ze voldoen minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 6°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
7° de warmtepomp voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 2°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
8° de warmteverdeelleidingen van het systeem, alsook kleppen, pompen, bochten en alle toebehoren worden geïsoleerd volgens de specificaties van de EPB-regelgeving, vermeld in hoofdstuk 3.3.11 van bijlage 18 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018, en hoofdstuk 7.1.2 van bijlage XII bij het Energiebesluit van 19 november 2010;
9° de radiatoren en de vloerverwarming zijn geschikt voor gebruik bij lage temperaturen. De verwarmingsemissies van de radiator worden berekend volgens de norm EN 442, bij een temperatuur van 55° /45° C (kamertemperatuur 20° C). De radiator is voorzien van het CE-merkteken. Voor een vloerverwarming bedraagt de ontwerpvertrektemperatuur maximaal 45° C. Een dimensioneringsnota toont aan dat bij het gekozen temperatuurregime de afgifte-elementen in staat zijn om het berekende warmteverlies te compenseren;
10° de warmtepompboiler voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 3°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
11° de zonneboiler voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 1°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
12° het ventilatiesysteem voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022;
13° de beoogde sturings- en meetapparatuur biedt minstens de volgende functionaliteiten: energiebesparende vermogensbegrenzing rekening houdend met het tijdstip en de nood aan warmtevraag van het toestel, de verlaging van het piekverbruik, het inspelen op variabele elektriciteitsprijzen, de verhoging van zelfconsumptie van lokale zonne-energie waar beschikbaar en een tool voor het predictieve onderhoud van de toestellen. Het systeem voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022;
14° de werkzaamheden voor de verwijdering van asbest voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 2, 7°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022.".
"Art. 5.52. De woonmaatschappij komt in aanmerking voor de premiebedragen, vermeld in artikel 5.51, als voldaan is aan de stedenbouwkundige voorschriften en de EPB-eisen, vermeld in het Energiebesluit van 19 november 2010, als het gaat om vergunningsplichtige renovatiewerkzaamheden, ontmanteling en herbouw.
De woonmaatschappij komt in aanmerking voor de premiebedragen, vermeld in artikel 5.51, als, in geval van niet-vergunningsplichtige werkzaamheden, al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de nieuw toegevoegde dak- of zolderisolatie heeft een Rd-waarde van minstens 4,5 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 1°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
2° de na-isolatie van de spouw voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 2°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
3° de nieuw toegevoegde gevelisolatie aan de buitenkant van de buitenmuur heeft een Rd-waarde van minstens 3 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 3°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
4° de nieuw toegevoegde isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur heeft een warmteweerstand van minimaal 2 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 4°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
5° de nieuw toegevoegde vloerisolatie op volle grond of de nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte heeft een Rd-waarde van minstens 2 m2K/W en voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 5°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
6° de nieuw geplaatste raamsystemen hebben een maximale gemiddelde Uw-waarde 1,5 W/m2K, berekend als een oppervlaktegewogen gemiddelde van alle transparante scheidingsconstructies per woning, met uitzondering van deuren en poorten, lichte gevels, glasbouwstenen en andere scheidingsconstructies dan glas. Voor opake deuren bedraagt de maximale UD-waarde 2,0 W/m2K. Het glas heeft een maximale Ug-waarde van 1,0 W/m2K. De maximale Up-waarde van het ondoorschijnende vulpaneel bedraagt 1,1 W/m2K. In elk woonlokaal bevindt zich minstens één raamrooster of een gelijkwaardige ventilatievoorziening, conform de ventilatienorm NBN D50-001, tenzij in dat lokaal een andere ventilatievoorziening aanwezig is conform dezelfde norm. Na uitvoering van de werkzaamheden mag in geen van de lokalen van het beschermde volume nog enkele beglazing voorkomen. Ze voldoen minstens aan de criteria, vermeld in artikel 2, 6°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
7° de warmtepomp voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 2°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
8° de warmteverdeelleidingen van het systeem, alsook kleppen, pompen, bochten en alle toebehoren worden geïsoleerd volgens de specificaties van de EPB-regelgeving, vermeld in hoofdstuk 3.3.11 van bijlage 18 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018, en hoofdstuk 7.1.2 van bijlage XII bij het Energiebesluit van 19 november 2010;
9° de radiatoren en de vloerverwarming zijn geschikt voor gebruik bij lage temperaturen. De verwarmingsemissies van de radiator worden berekend volgens de norm EN 442, bij een temperatuur van 55° /45° C (kamertemperatuur 20° C). De radiator is voorzien van het CE-merkteken. Voor een vloerverwarming bedraagt de ontwerpvertrektemperatuur maximaal 45° C. Een dimensioneringsnota toont aan dat bij het gekozen temperatuurregime de afgifte-elementen in staat zijn om het berekende warmteverlies te compenseren;
10° de warmtepompboiler voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 3°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
11° de zonneboiler voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3, 1°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022;
12° het ventilatiesysteem voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022;
13° de beoogde sturings- en meetapparatuur biedt minstens de volgende functionaliteiten: energiebesparende vermogensbegrenzing rekening houdend met het tijdstip en de nood aan warmtevraag van het toestel, de verlaging van het piekverbruik, het inspelen op variabele elektriciteitsprijzen, de verhoging van zelfconsumptie van lokale zonne-energie waar beschikbaar en een tool voor het predictieve onderhoud van de toestellen. Het systeem voldoet minstens aan de criteria, vermeld in artikel 4 van het ministerieel besluit van 23 mei 2022;
14° de werkzaamheden voor de verwijdering van asbest voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 2, 7°, van het ministerieel besluit van 20 mei 2022.".
Art. 6. A l'article 5.51 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021, et à l'article 5 du présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, sont ajoutés les points 11° et 12° qui sont rédigés comme suit :
" 11° 6 000 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux ;
12° 4 500 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux. " ;
2° dans le paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa qui est rédigé comme suit :
" L'augmentation de la prime visée à l'alinéa 1er, 11° et 12°, ne s'applique pas à une reconstruction. Pour pouvoir bénéficier de la majoration de la prime visée à l'alinéa 1er, 11° et 12°, la société de logement doit joindre à sa demande un CPE valide délivré à partir du 1er janvier 2019, dont il ressort que la maison unifamiliale ou la maison à chambres non superposées avait un label énergétique E ou F, ou que l'appartement ou la maison à chambres superposées avait un label énergétique D, E ou F. Dans l'année qui suit l'achèvement des travaux, la société de logement dispose d'un nouveau CPE valide ou d'un CPE de construction. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 27°, qui est rédigé comme suit :
" 27° une prime de 250 euros par appartement ou maison à chambres superposées pour la fourniture, l'installation et l'activation d'appareils de commande et de mesure pour le contrôle et la régulation par autoapprentissage des chauffe-eau électriques pour l'eau chaude sanitaire et des accumulateurs pour le chauffage domestique. " ;
4° au paragraphe 2, deux alinéas sont insérés entre les alinéas 1er et 2 et libellés comme suit :
" Les primes visées à l'alinéa 1er sont majorées de :
1° 4 500 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique B est obtenu après l'achèvement des travaux ;
2° 6 000 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux ;
3° 3 000 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique B est obtenu après l'achèvement des travaux ;
4° 4 500 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux.
L'augmentation de la prime visée à l'alinéa 2 ne s'applique pas à une reconstruction, à un démantèlement ou à une rénovation énergétique radicale. Pour pouvoir bénéficier de la majoration de la prime visée à l'alinéa 2, la société de logement doit joindre à sa demande un CPE valide délivré à partir du 1er janvier 2019, dont il ressort que la maison unifamiliale ou la maison à chambres non superposées avait un label énergétique E ou F, ou que l'appartement ou la maison à chambres superposées avait un label énergétique D, E ou F. Dans l'année qui suit l'achèvement des travaux, la société de logement dispose d'un nouveau CPE valide. " ;
5° au paragraphe 4 sont ajoutés deux alinéas, qui sont rédigés comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 11° et 12°, et l'augmentation de la prime visée au paragraphe 2, alinéa 2, ne sont pas cumulables avec la prime visée à l'article 6.4.1/1/4 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 27°, n'est pas cumulable avec la prime visée à l'article 6.4.1/1/5 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010. ".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, sont ajoutés les points 11° et 12° qui sont rédigés comme suit :
" 11° 6 000 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux ;
12° 4 500 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux. " ;
2° dans le paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa qui est rédigé comme suit :
" L'augmentation de la prime visée à l'alinéa 1er, 11° et 12°, ne s'applique pas à une reconstruction. Pour pouvoir bénéficier de la majoration de la prime visée à l'alinéa 1er, 11° et 12°, la société de logement doit joindre à sa demande un CPE valide délivré à partir du 1er janvier 2019, dont il ressort que la maison unifamiliale ou la maison à chambres non superposées avait un label énergétique E ou F, ou que l'appartement ou la maison à chambres superposées avait un label énergétique D, E ou F. Dans l'année qui suit l'achèvement des travaux, la société de logement dispose d'un nouveau CPE valide ou d'un CPE de construction. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 27°, qui est rédigé comme suit :
" 27° une prime de 250 euros par appartement ou maison à chambres superposées pour la fourniture, l'installation et l'activation d'appareils de commande et de mesure pour le contrôle et la régulation par autoapprentissage des chauffe-eau électriques pour l'eau chaude sanitaire et des accumulateurs pour le chauffage domestique. " ;
4° au paragraphe 2, deux alinéas sont insérés entre les alinéas 1er et 2 et libellés comme suit :
" Les primes visées à l'alinéa 1er sont majorées de :
1° 4 500 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique B est obtenu après l'achèvement des travaux ;
2° 6 000 euros pour une maison unifamiliale ou une maison à chambres non superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux ;
3° 3 000 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique B est obtenu après l'achèvement des travaux ;
4° 4 500 euros pour un appartement ou une maison à chambres superposées si le label énergétique A est obtenu après l'achèvement des travaux.
L'augmentation de la prime visée à l'alinéa 2 ne s'applique pas à une reconstruction, à un démantèlement ou à une rénovation énergétique radicale. Pour pouvoir bénéficier de la majoration de la prime visée à l'alinéa 2, la société de logement doit joindre à sa demande un CPE valide délivré à partir du 1er janvier 2019, dont il ressort que la maison unifamiliale ou la maison à chambres non superposées avait un label énergétique E ou F, ou que l'appartement ou la maison à chambres superposées avait un label énergétique D, E ou F. Dans l'année qui suit l'achèvement des travaux, la société de logement dispose d'un nouveau CPE valide. " ;
5° au paragraphe 4 sont ajoutés deux alinéas, qui sont rédigés comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 11° et 12°, et l'augmentation de la prime visée au paragraphe 2, alinéa 2, ne sont pas cumulables avec la prime visée à l'article 6.4.1/1/4 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 27°, n'est pas cumulable avec la prime visée à l'article 6.4.1/1/5 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010. ".
Art. 8. Artikel 5.53 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.53. § 1. De woonmaatschappij vraagt de premie, vermeld in artikel 5.51, aan vóór de bestelling van de werkzaamheden en na de opening van de bieding met het typeformulier dat de VMSW ter beschikking stelt.
De VMSW bezorgt een ontvangstbevestiging binnen een maand na de ontvangst van de aanvraag en controleert of de aanvraag volledig is.
De VMSW rangschikt de premieaanvragen in volgorde van indiening. Aan de eerst gerangschikte aanvragen die volledig zijn, wordt een premie verstrekt.
De VMSW betekent de goedkeuring van het aanvraagdossier aan de woonmaatschappij. Die betekening geldt als belofte voor het verstrekken van de premie. Om de premie te kunnen verkrijgen, mogen de werkzaamheden niet worden besteld vóór de betekening van de goedkeuring van het aanvraagdossier.
§ 2. De eerste schijf van 80% van het premiebedrag wordt als voorschot uitbetaald nadat het bewijs van de bestelling is voorgelegd.
Na voltooiing van de werkzaamheden waarvoor een premie aangevraagd is, controleert de VMSW of de premieaanvraag voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorwaarden. De VMSW kan daarvoor alle nuttig geachte documenten en bewijzen opvragen en een controle ter plaatse verrichten.
De VMSW maakt de afrekening van het premiebedrag op basis van de documenten die de woonmaatschappij heeft bezorgd, vermeld in artikel 5.54.
De VMSW betaalt het saldo van het premiebedrag uit na de eindafrekening.
§ 3. Als de documenten, vermeld in artikel 5.54, eerste lid, niet zijn ingediend uiterlijk 24 maanden na de voorlopige oplevering van de werkzaamheden, of als de werkzaamheden niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorwaarden, vervalt het recht op een premie en vordert de VMSW het voorschot terug.
§ 4. De woonmaatschappij kan de premie, vermeld in artikel 5.51, § 1, per woning of kamerwoning maar één keer aanvragen. Nadat ze de premie heeft verkregen, kan ze geen andere premies als vermeld in artikel 5.51, § 2, aanvragen.
Als de VMSW een premie als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 1° tot en met 8°, verstrekt, kan de VMSW gedurende vijf jaar vanaf de aanvraagdatum van de verstrekte premie, geen nieuwe premie voor dezelfde woning of kamerwoning verstrekken.
Als de VMSW een premie als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 9° tot en met 26° verstrekt, kan ze gedurende tien jaar vanaf de aanvraagdatum van de verstrekte premie, geen nieuwe premie verstrekken voor dezelfde woning of kamerwoning.".
"Art. 5.53. § 1. De woonmaatschappij vraagt de premie, vermeld in artikel 5.51, aan vóór de bestelling van de werkzaamheden en na de opening van de bieding met het typeformulier dat de VMSW ter beschikking stelt.
De VMSW bezorgt een ontvangstbevestiging binnen een maand na de ontvangst van de aanvraag en controleert of de aanvraag volledig is.
De VMSW rangschikt de premieaanvragen in volgorde van indiening. Aan de eerst gerangschikte aanvragen die volledig zijn, wordt een premie verstrekt.
De VMSW betekent de goedkeuring van het aanvraagdossier aan de woonmaatschappij. Die betekening geldt als belofte voor het verstrekken van de premie. Om de premie te kunnen verkrijgen, mogen de werkzaamheden niet worden besteld vóór de betekening van de goedkeuring van het aanvraagdossier.
§ 2. De eerste schijf van 80% van het premiebedrag wordt als voorschot uitbetaald nadat het bewijs van de bestelling is voorgelegd.
Na voltooiing van de werkzaamheden waarvoor een premie aangevraagd is, controleert de VMSW of de premieaanvraag voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorwaarden. De VMSW kan daarvoor alle nuttig geachte documenten en bewijzen opvragen en een controle ter plaatse verrichten.
De VMSW maakt de afrekening van het premiebedrag op basis van de documenten die de woonmaatschappij heeft bezorgd, vermeld in artikel 5.54.
De VMSW betaalt het saldo van het premiebedrag uit na de eindafrekening.
§ 3. Als de documenten, vermeld in artikel 5.54, eerste lid, niet zijn ingediend uiterlijk 24 maanden na de voorlopige oplevering van de werkzaamheden, of als de werkzaamheden niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorwaarden, vervalt het recht op een premie en vordert de VMSW het voorschot terug.
§ 4. De woonmaatschappij kan de premie, vermeld in artikel 5.51, § 1, per woning of kamerwoning maar één keer aanvragen. Nadat ze de premie heeft verkregen, kan ze geen andere premies als vermeld in artikel 5.51, § 2, aanvragen.
Als de VMSW een premie als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 1° tot en met 8°, verstrekt, kan de VMSW gedurende vijf jaar vanaf de aanvraagdatum van de verstrekte premie, geen nieuwe premie voor dezelfde woning of kamerwoning verstrekken.
Als de VMSW een premie als vermeld in artikel 5.51, § 2, eerste lid, 9° tot en met 26° verstrekt, kan ze gedurende tien jaar vanaf de aanvraagdatum van de verstrekte premie, geen nieuwe premie verstrekken voor dezelfde woning of kamerwoning.".
Art. 7. L'article 5.52 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021 et du 10 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.52. La société de logement peut bénéficier des montants des primes visés à l'article 5.51 si les prescriptions urbanistiques et les exigences PEB visées dans l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 sont respectées dans le cas de travaux de rénovation, de démantèlement et de reconstruction soumis à autorisation.
La société de logement peut bénéficier des montants des primes visés à l'article 5.51 si, dans le cas d'activités non soumises à autorisation, toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'isolation de la toiture ou des combles nouvellement ajoutée a une valeur Rd d'au moins 4,5 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
2° la post-isolation de la coulisse répond au moins aux critères visés à l'article 2, 2°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
3° l'isolation nouvellement ajoutée de la façade à l'extérieur du mur extérieur a une valeur Rd d'au moins 3 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
4° l'isolation nouvellement ajoutée à l'intérieur d'un mur extérieur a une résistance thermique d'au moins 2 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
5° l'isolation nouvellement ajoutée du sol sur terre-plein ou l'isolation nouvellement posée sur le plafond d'un sous-sol ou d'un espace ventilé sous un espace chauffé a une valeur Rd d'au moins 2 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 5°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
6° les systèmes de fenêtre nouvellement placés ont une valeur Uw moyenne maximale de 1,5 W/m2K, calculée comme une moyenne pondérée sur la base des superficies de toutes les constructions de séparation transparentes par habitation, à l'exception des portes et portails, des façades légères, des briques en verre et des constructions de séparation autres qu'en verre. Pour les portes opaques, la valeur UD maximale est de 2,0 W/m2K. Le verre a une valeur Ug maximale de 1,0 W/m2K. La valeur Up maximale du panneau de remplissage opaque est de 1,1 W/m2K. Dans chaque local d'habitation, il y a au moins une grille de fenêtre ou un dispositif de ventilation équivalent, conformément à la norme de ventilation NBN D50-001, à moins qu'il n'y ait dans ce local un autre dispositif de ventilation conforme à la même norme. Après l'achèvement des travaux, aucun vitrage simple ne doit subsister dans les locaux du volume protégé. Ils répondent au moins aux critères visés à l'article 2, 6°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
7° La pompe à chaleur répond au moins aux critères visés à l'article 3, 2°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
8° les tuyaux de distribution de chaleur du système, ainsi que les vannes, les pompes, les coudes et tous les accessoires sont isolés conformément aux spécifications de la réglementation PEB, visées au chapitre 3.3.11 de l'annexe 18 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018, et au chapitre 7.1.2 de l'annexe XII de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
9° les radiateurs et le chauffage par le sol sont adaptés à une utilisation à basse température. Les émissions de chauffage du radiateur sont calculées selon la norme EN 442, à une température de 55° /45 ° C (température ambiante 20 ° C). Le radiateur porte le label de conformité CE. Pour un système de chauffage par le sol, la température maximale de départ de conception est de 45 ° C. Une note de dimensionnement montre qu'au régime de température choisi, les éléments d'émission sont en mesure de compenser la perte de chaleur calculée ;
10° le chauffe-eau thermodynamique répond au moins aux critères visés à l'article 3, 3°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
11° le chauffe-eau solaire répond au moins aux critères visés à l'article 3, 1°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
12° le système de ventilation répond au moins aux critères visés à l'article 3 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 ;
13° les appareils de commande et de mesure prévus offrent au moins les fonctionnalités suivantes : la limitation de la puissance d'économie d'énergie en tenant compte du moment et de la demande de chaleur de l'appareil, la réduction des pics de consommation, la réponse aux prix variables de l'électricité, l'augmentation de l'autoconsommation de l'énergie solaire locale lorsqu'elle est disponible et un outil de maintenance prédictive des appareils. Le système de ventilation répond au moins aux critères visés à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 ;
14° les travaux de désamiantage répondent aux critères visés à l'article 2, 7°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022. ".
" Art. 5.52. La société de logement peut bénéficier des montants des primes visés à l'article 5.51 si les prescriptions urbanistiques et les exigences PEB visées dans l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 sont respectées dans le cas de travaux de rénovation, de démantèlement et de reconstruction soumis à autorisation.
La société de logement peut bénéficier des montants des primes visés à l'article 5.51 si, dans le cas d'activités non soumises à autorisation, toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'isolation de la toiture ou des combles nouvellement ajoutée a une valeur Rd d'au moins 4,5 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
2° la post-isolation de la coulisse répond au moins aux critères visés à l'article 2, 2°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
3° l'isolation nouvellement ajoutée de la façade à l'extérieur du mur extérieur a une valeur Rd d'au moins 3 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
4° l'isolation nouvellement ajoutée à l'intérieur d'un mur extérieur a une résistance thermique d'au moins 2 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
5° l'isolation nouvellement ajoutée du sol sur terre-plein ou l'isolation nouvellement posée sur le plafond d'un sous-sol ou d'un espace ventilé sous un espace chauffé a une valeur Rd d'au moins 2 m2K/W et répond au moins aux critères visés à l'article 2, 5°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
6° les systèmes de fenêtre nouvellement placés ont une valeur Uw moyenne maximale de 1,5 W/m2K, calculée comme une moyenne pondérée sur la base des superficies de toutes les constructions de séparation transparentes par habitation, à l'exception des portes et portails, des façades légères, des briques en verre et des constructions de séparation autres qu'en verre. Pour les portes opaques, la valeur UD maximale est de 2,0 W/m2K. Le verre a une valeur Ug maximale de 1,0 W/m2K. La valeur Up maximale du panneau de remplissage opaque est de 1,1 W/m2K. Dans chaque local d'habitation, il y a au moins une grille de fenêtre ou un dispositif de ventilation équivalent, conformément à la norme de ventilation NBN D50-001, à moins qu'il n'y ait dans ce local un autre dispositif de ventilation conforme à la même norme. Après l'achèvement des travaux, aucun vitrage simple ne doit subsister dans les locaux du volume protégé. Ils répondent au moins aux critères visés à l'article 2, 6°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
7° La pompe à chaleur répond au moins aux critères visés à l'article 3, 2°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
8° les tuyaux de distribution de chaleur du système, ainsi que les vannes, les pompes, les coudes et tous les accessoires sont isolés conformément aux spécifications de la réglementation PEB, visées au chapitre 3.3.11 de l'annexe 18 de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018, et au chapitre 7.1.2 de l'annexe XII de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
9° les radiateurs et le chauffage par le sol sont adaptés à une utilisation à basse température. Les émissions de chauffage du radiateur sont calculées selon la norme EN 442, à une température de 55° /45 ° C (température ambiante 20 ° C). Le radiateur porte le label de conformité CE. Pour un système de chauffage par le sol, la température maximale de départ de conception est de 45 ° C. Une note de dimensionnement montre qu'au régime de température choisi, les éléments d'émission sont en mesure de compenser la perte de chaleur calculée ;
10° le chauffe-eau thermodynamique répond au moins aux critères visés à l'article 3, 3°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
11° le chauffe-eau solaire répond au moins aux critères visés à l'article 3, 1°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022 ;
12° le système de ventilation répond au moins aux critères visés à l'article 3 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 ;
13° les appareils de commande et de mesure prévus offrent au moins les fonctionnalités suivantes : la limitation de la puissance d'économie d'énergie en tenant compte du moment et de la demande de chaleur de l'appareil, la réduction des pics de consommation, la réponse aux prix variables de l'électricité, l'augmentation de l'autoconsommation de l'énergie solaire locale lorsqu'elle est disponible et un outil de maintenance prédictive des appareils. Le système de ventilation répond au moins aux critères visés à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 23 mai 2022 ;
14° les travaux de désamiantage répondent aux critères visés à l'article 2, 7°, de l'arrêté ministériel du 20 mai 2022. ".
Art. 9. In artikel 5.53, § 4, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 en in artikel 8 van dit besluit, wordt de zinsnede "26° " vervangen door de zinsnede "27° ".
Art. 8. L'article 5.53 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.53. § 1er. La société de logement demande la prime visée à l'article 5.51 avant de commander les travaux et après l'ouverture de l'offre au moyen du formulaire type fourni par la VMSW.
La VMSW délivre un accusé de réception dans le mois qui suit la réception de la demande et vérifie que la demande est complète.
La VMSW classe les demandes de primes par ordre d'arrivée. Une prime est accordée aux premières demandes classées qui sont complètes.
La VMSW signifie l'approbation du dossier de demande à la société de logement. Cette signification est considérée comme une promesse d'octroi de la prime. Pour obtenir la prime, les travaux ne peuvent pas être commandés avant la signification de l'approbation du dossier de demande.
§ 2. La première tranche de 80 % du montant de la prime est versée à titre d'acompte après présentation de la preuve de la commande.
Après l'achèvement des travaux pour lesquels une prime a été demandée, la VMSW vérifie si la demande de prime répond aux conditions imposées par ou en vertu du présent arrêté. A cet effet, la VMSW peut demander tous les documents et preuves qu'elle juge utiles et procéder à une inspection sur place.
La VMSW procède au règlement du montant de la prime sur la base des documents fournis par la société de logement, visés à l'article 5.54.
La VMSW verse le solde du montant de la prime après la facture finale.
§ 3. Si les documents visés à l'article 5.54, alinéa 1er, n'ont pas été présentés au plus tard 24 mois après la réception provisoire des travaux, ou si les travaux ne satisfont pas aux conditions fixées par ou en vertu du présent arrêté, le droit à la prime s'éteint et la VMSW récupère l'acompte versé.
§ 4. La société de logement ne peut demander la prime visée à l'article 5.51, § 1er, qu'une seule fois par habitation ou maison à chambres. Une fois qu'elle a obtenu la prime, elle ne peut plus demander d'autres primes telles que visées à l'article 5.51, § 2.
Si la VMSW accorde une prime, visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 1° à 8° inclus, la VMSW ne peut accorder de nouvelle prime pour la même habitation ou maison à chambres pendant cinq ans à compter de la date de demande de la prime octroyée.
Si la VMSW accorde une prime, visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 9° à 26° inclus, elle ne peut accorder de nouvelle prime pour la même habitation ou maison à chambres pendant dix ans à compter de la date de demande de la prime octroyée. ".
" Art. 5.53. § 1er. La société de logement demande la prime visée à l'article 5.51 avant de commander les travaux et après l'ouverture de l'offre au moyen du formulaire type fourni par la VMSW.
La VMSW délivre un accusé de réception dans le mois qui suit la réception de la demande et vérifie que la demande est complète.
La VMSW classe les demandes de primes par ordre d'arrivée. Une prime est accordée aux premières demandes classées qui sont complètes.
La VMSW signifie l'approbation du dossier de demande à la société de logement. Cette signification est considérée comme une promesse d'octroi de la prime. Pour obtenir la prime, les travaux ne peuvent pas être commandés avant la signification de l'approbation du dossier de demande.
§ 2. La première tranche de 80 % du montant de la prime est versée à titre d'acompte après présentation de la preuve de la commande.
Après l'achèvement des travaux pour lesquels une prime a été demandée, la VMSW vérifie si la demande de prime répond aux conditions imposées par ou en vertu du présent arrêté. A cet effet, la VMSW peut demander tous les documents et preuves qu'elle juge utiles et procéder à une inspection sur place.
La VMSW procède au règlement du montant de la prime sur la base des documents fournis par la société de logement, visés à l'article 5.54.
La VMSW verse le solde du montant de la prime après la facture finale.
§ 3. Si les documents visés à l'article 5.54, alinéa 1er, n'ont pas été présentés au plus tard 24 mois après la réception provisoire des travaux, ou si les travaux ne satisfont pas aux conditions fixées par ou en vertu du présent arrêté, le droit à la prime s'éteint et la VMSW récupère l'acompte versé.
§ 4. La société de logement ne peut demander la prime visée à l'article 5.51, § 1er, qu'une seule fois par habitation ou maison à chambres. Une fois qu'elle a obtenu la prime, elle ne peut plus demander d'autres primes telles que visées à l'article 5.51, § 2.
Si la VMSW accorde une prime, visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 1° à 8° inclus, la VMSW ne peut accorder de nouvelle prime pour la même habitation ou maison à chambres pendant cinq ans à compter de la date de demande de la prime octroyée.
Si la VMSW accorde une prime, visée à l'article 5.51, § 2, alinéa 1er, 9° à 26° inclus, elle ne peut accorder de nouvelle prime pour la même habitation ou maison à chambres pendant dix ans à compter de la date de demande de la prime octroyée. ".
Art. 10. Artikel 5.54 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 5.54. De woonmaatschappij voegt de volgende documenten bij de premieaanvraag:
1° het digitaal ondertekende en volledig ingevulde typeformulier dat de VMSW ter beschikking stelt;
2° het gunningsdossier;
3° in voorkomend geval een kopie van de goedgekeurde plannen en de omgevingsvergunning;
4° in voorkomend geval het EPC van de toestand vóór de aanvang van de werkzaamheden.
Op het moment van de bestelling van de werkzaamheden bezorgt de woonmaatschappij de bestelbrief aan de VMSW.
Na de voltooiing van de werkzaamheden bezorgt de woonmaatschappij de volgende documenten aan de VMSW:
1° een kopie van de vorderingsstaten over de investeringskosten die in aanmerking worden genomen;
2° het EPC of EPC bouw na de uitvoering van de werkzaamheden;
3° de EPB-aangifte met ventilatieprestatieverslag in geval van vergunningsplichtige werkzaamheden;
4° het merk, het type en de nodige technische specificaties van de systemen die toegepast worden in geval van niet-vergunningsplichtige werkzaamheden;
5° de verklaring van de woonmaatschappij dat ze voor de subsidiabele werkzaamheden al dan niet een subsidie van een andere overheid of instantie heeft aangevraagd, heeft ontvangen of zal aanvragen met, in voorkomend geval, de vermelding van het bedrag;
6° het ingevulde sjabloon van een dimensioneringsnota, dat door de VMSW ter beschikking stelt, als de premie, vermeld in artikel 5.52, tweede lid, 9°, wordt aangevraagd.".
"Art. 5.54. De woonmaatschappij voegt de volgende documenten bij de premieaanvraag:
1° het digitaal ondertekende en volledig ingevulde typeformulier dat de VMSW ter beschikking stelt;
2° het gunningsdossier;
3° in voorkomend geval een kopie van de goedgekeurde plannen en de omgevingsvergunning;
4° in voorkomend geval het EPC van de toestand vóór de aanvang van de werkzaamheden.
Op het moment van de bestelling van de werkzaamheden bezorgt de woonmaatschappij de bestelbrief aan de VMSW.
Na de voltooiing van de werkzaamheden bezorgt de woonmaatschappij de volgende documenten aan de VMSW:
1° een kopie van de vorderingsstaten over de investeringskosten die in aanmerking worden genomen;
2° het EPC of EPC bouw na de uitvoering van de werkzaamheden;
3° de EPB-aangifte met ventilatieprestatieverslag in geval van vergunningsplichtige werkzaamheden;
4° het merk, het type en de nodige technische specificaties van de systemen die toegepast worden in geval van niet-vergunningsplichtige werkzaamheden;
5° de verklaring van de woonmaatschappij dat ze voor de subsidiabele werkzaamheden al dan niet een subsidie van een andere overheid of instantie heeft aangevraagd, heeft ontvangen of zal aanvragen met, in voorkomend geval, de vermelding van het bedrag;
6° het ingevulde sjabloon van een dimensioneringsnota, dat door de VMSW ter beschikking stelt, als de premie, vermeld in artikel 5.52, tweede lid, 9°, wordt aangevraagd.".
Art. 9. A l'article 5.53, § 4, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021 et à l'article 8 du présent arrêté, le membre de phrase " 26° " est remplacé par le membre de phrase " 27° ".
Art. 11. De woonmaatschappij kan vragen om de premie die ze heeft aangevraagd tussen 14 juli 2023 en de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 van dit besluit, met toepassing van artikel 5.52 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 van dit besluit, te berekenen conform de modaliteiten, vermeld in artikel 5.48 tot en met 5.54 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht na de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 van dit besluit.
In afwijking van artikel 5.53, § 1, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht na de inwerkingtreding van artikel 8 van dit besluit, kan de premie, vermeld in artikel 5.51, § 2, 27°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht na de inwerkingtreding van artikel 6 van dit besluit, voor renovatiewerken die na 14 juli 2023 en voor 1 april 2024 besteld zijn, na de bestelling van de werkzaamheden maar voor de werkzaamheden voltooid zijn, worden aangevraagd.
In afwijking van artikel 5.53, § 1, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht na de inwerkingtreding van artikel 8 van dit besluit, kan de premie, vermeld in artikel 5.51, § 2, 27°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht na de inwerkingtreding van artikel 6 van dit besluit, voor renovatiewerken die na 14 juli 2023 en voor 1 april 2024 besteld zijn, na de bestelling van de werkzaamheden maar voor de werkzaamheden voltooid zijn, worden aangevraagd.
Art. 10. L'article 5.54 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2021, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 5.54. La société de logement joint les documents suivants à la demande de prime :
1° le formulaire type entièrement rempli et signé numériquement que la VMSW met à disposition ;
2° le dossier d'adjudication ;
3° le cas échéant, une copie des plans approuvés et du permis d'environnement ;
4° le cas échéant, le CPE de la situation avant le lancement des travaux.
Au moment de la commande des travaux, la société de logement remet la lettre de commande à la VMSW.
Une fois les travaux terminés, la société de logement fournit les documents suivants à la VMSW :
1° une copie des états des paiements effectués sur les coûts d'investissement pris en compte ;
2° le CPE ou le CPE construction après l'exécution des travaux ;
3° la déclaration PEB avec le rapport de performance de la ventilation en cas de travaux soumis à autorisation ;
4° la marque, le type et les spécifications techniques nécessaires des systèmes appliqués dans le cas de travaux non soumis à autorisation ;
5° la déclaration de la société de logement social selon laquelle elle a ou non demandé, a ou non reçu, ou va ou non demander une subvention d'une autre autorité ou instance pour les travaux éligibles avec, le cas échéant, l'indication du montant ;
6° le modèle complété d'une note de dimensionnement fournie par la VMSW, si la prime visée à l'article 5.52, alinéa 2, 9°, est demandée. ".
" Art. 5.54. La société de logement joint les documents suivants à la demande de prime :
1° le formulaire type entièrement rempli et signé numériquement que la VMSW met à disposition ;
2° le dossier d'adjudication ;
3° le cas échéant, une copie des plans approuvés et du permis d'environnement ;
4° le cas échéant, le CPE de la situation avant le lancement des travaux.
Au moment de la commande des travaux, la société de logement remet la lettre de commande à la VMSW.
Une fois les travaux terminés, la société de logement fournit les documents suivants à la VMSW :
1° une copie des états des paiements effectués sur les coûts d'investissement pris en compte ;
2° le CPE ou le CPE construction après l'exécution des travaux ;
3° la déclaration PEB avec le rapport de performance de la ventilation en cas de travaux soumis à autorisation ;
4° la marque, le type et les spécifications techniques nécessaires des systèmes appliqués dans le cas de travaux non soumis à autorisation ;
5° la déclaration de la société de logement social selon laquelle elle a ou non demandé, a ou non reçu, ou va ou non demander une subvention d'une autre autorité ou instance pour les travaux éligibles avec, le cas échéant, l'indication du montant ;
6° le modèle complété d'une note de dimensionnement fournie par la VMSW, si la prime visée à l'article 5.52, alinéa 2, 9°, est demandée. ".
Art. 12. Artikel 3, 6 en 9 treden in werking op 1 april 2024.
Art. 11. La société de logement peut demander que la prime pour laquelle elle a introduit une demande entre le 14 juillet 2023 et la date d'entrée en vigueur de l'article 7 du présent arrêté, en application de l'article 5.52 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'il était en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de l'article 7 du présent arrêté, soit calculée selon les modalités visées aux articles 5.48 à 5.54 inclus de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'il était en vigueur après la date d'entrée en vigueur de l'article 7 du présent arrêté.
Par dérogation à l'article 5.53, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur après l'entrée en vigueur de l'article 8 du présent arrêté, la prime visée à l'article 5.51, § 2, 27°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur après l'entrée en vigueur de l'article 6 du présent arrêté, pour les travaux de rénovation commandés après le 14 juillet 2023 et avant le 1er avril 2024, peut être demandée après la commande des travaux, mais avant l'achèvement de ceux-ci.
Par dérogation à l'article 5.53, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur après l'entrée en vigueur de l'article 8 du présent arrêté, la prime visée à l'article 5.51, § 2, 27°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur après l'entrée en vigueur de l'article 6 du présent arrêté, pour les travaux de rénovation commandés après le 14 juillet 2023 et avant le 1er avril 2024, peut être demandée après la commande des travaux, mais avant l'achèvement de ceux-ci.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Les articles 3, 6 et 9 entrent en vigueur le 1er avril 2024.
-
Art. 13. Le ministre flamand qui a la Politique du logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.