Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JUNI 2023. - Decreet over de onderwijsinternaten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-08-2023 en tekstbijwerking tot 31-12-2025)
Titre
16 JUIN 2023. - Décret relatif aux internats de l'enseignement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-08-2023 et mise à jour au 31-12-2025)
Informations sur le document
Numac: 2023044110
Datum: 2023-06-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023044110
Date: 2023-06-16
Moniteur: Voir
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen HOOFDSTUK 2. - Opdracht van de onderwijsinternaten Afdeling 1. - Opdracht Afdeling 2. - Erkenning Afdeling 3. - Toezicht HOOFDSTUK 3. - Participatie HOOFDSTUK 4. - Inschrijvingen HOOFDSTUK 5. - Preventieve schorsing, tijdelijk... Hoofdstuk 5/1. [1 Principieel verbod op afzonde... HOOFDSTUK 6. - Het reglement HOOFDSTUK 7. - Omkadering Afdeling 1. - Financierings- en subsidiëringsvo... Afdeling 2. - Omkadering gewone verblijfsdagen Afdeling 3. - Aanvullende omkadering Onderafdeling 1. - Aanvangsbegeleiding, beleids... Onderafdeling 2. - Bijkomende verblijfsdagen Onderafdeling 3. - Samen onderwijsinternaat maken Afdeling 4. - Aanwending Onderafdeling 1. - Personeelsformatie Onderafdeling 2. - Overdracht Onderafdeling 3. [1 Flexi-jobs]1 Afdeling 5. - Salarisfinanciering of -subsidiëring HOOFDSTUK 8. - Financiële middelen Afdeling 1. - Toekenning Onderafdeling 1. - Werkingsbudget Onderafdeling 2. - Persoonlijke bijdrage Afdeling 2. - Aanwending van het werkingsbudget HOOFDSTUK 9. - Bijkomende projectmatige financi... HOOFDSTUK 10. - Uitzonderlijke situaties HOOFDSTUK 11. - Overheveling en fusie HOOFDSTUK 12. - Zorgvuldig bestuur HOOFDSTUK 13. - Overleg over fundamentele hervo... HOOFDSTUK 14. - Sancties en terugvorderingen HOOFDSTUK 15. - Wijzigings- en opheffingsbepali... Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 mei... Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 2... Afdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 2... Afdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 5... Afdeling 5. - Wijzigingen van het decreet basis... Afdeling 6. - Wijzigingen van het decreet van 6... Afdeling 7. - Wijzigingen van het decreet van 8... Afdeling 8. - Wijzigingen van de Codex Secundai... Afdeling 9. - Wijzigingen van de Codificatie so... HOOFDSTUK 16. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK 17. - Inwerkingtredingsbepaling BIJLAGE.
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions préliminaires CHAPITRE 2. - Mission des internats de l'enseig... Section 1re. - Mission Section 2. - Reconnaissance Section 3. - Contrôle CHAPITRE 3. - Participation CHAPITRE 4. - scriptions CHAPITRE 5. - Suspension préventive, exclusion ... Chapitre 5/1. [1 Interdiction de principe de l'... CHAPITRE 6. - Le règlement CHAPITRE 7. - Encadrement Section 1re. - Conditions de financement et de ... Section 2. - Encadrement les jours d'hébergemen... Section 3. - Encadrement complémentaire Sous-section 1re. - Accompagnement initial, app... Sous-section 2. - Jours d'hébergement supplémen... Sous-section 3. - Faire l'internat de l'enseign... Section 4. - Utilisation Sous-section 1re. - Cadre organique Sous-section 2. - Transfert Sous-section 3. [1 Flexi-jobs ]1 Section 5. - Financement ou subventionnement de... CHAPITRE 8. - Ressources financières Section 1re. - Octroi Sous-section 1re. - Budget de fonctionnement Sous-section 2. - Intervention personnelle Section 2. - Utilisation du budget de fonctionn... CHAPITRE 9. - Ressources financières supplément... CHAPITRE 10. - Situations exceptionnelles CHAPITRE 11. - Transfert et fusion CHAPITRE 12. - Bonne administration CHAPITRE 13. - Concertation au sujet des réform... CHAPITRE 14. - Sanctions et recouvrement CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives et ab... Section 1re. - Modifications de la loi du 29 ma... Section 2. - Modifications du décret du 27 mars... Section 3. - Modifications du décret du 27 mars... Section 4. - Modifications du décret du 5 avril... Section 5. - Modifications du décret du 25 févr... Section 6. - Modifications du décret du 6 juin ... Section 7. - Modifications du décret du 8 mai 2... Section 8. - Modifications du Code de l'Enseign... Section 9. - Modifications de la Codification d... CHAPITRE 16. - Dispositions transitoires CHAPITRE 17. - Disposition d'entrée en vigueur ANNEXE.
Tekst (230)
Texte (226)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions préliminaires
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire
Art. 2. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de onderwijsinternaten.
Art. 2. Les dispositions du présent décret s'appliquent aux internats de l'enseignement.
Art. 3. § 1. In dit decreet wordt verstaan onder:
[1 1° afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
1° /1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;"]1

[1 1°/2]1 bestuur: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer onderwijsinternaten;
2° betrokken personen: de ouders of de meerderjarige interne zelf;
3° CLB: een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
[1 3° /1 fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen;]1
4° oprichten: starten met een nieuw onderwijsinternaat of een nieuwe vestigingsplaats op de eerste schooldag van september;
5° ORE: omkaderingsrekeneenheid of omkaderingsrekeneenheden;
6° ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige interne onder hun bewaring hebben;
7° Regering: de Vlaamse Regering;
8° reglement: het reglement van het onderwijsinternaat, vermeld in artikel 22.
§ 2. Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten geldt, tenzij het uitdrukkelijk anders is bepaald, dat:
1° als volgt wordt afgerond bij berekeningen: als het eerste cijfer na de komma groter dan vier is, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal, als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal;
2° als de onderwijsinspectie een handeling kan of moet stellen, dat gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en zijn uitvoeringsbesluiten;
3° als het bestuur of de directeur de betrokken persoon of interne op de hoogte brengt van een beslissing van individuele strekking met rechtsgevolgen voor de interne, die beslissing altijd moet vermelden:
a) welk beroep ingesteld kan worden;
b) bij welke instantie dat kan, met vermelding van de adres- en contactgegevens van die instantie;
c) binnen welke termijn het beroep ingesteld moet worden;
4° de Regering de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap zal aanduiden.
Art. 3. § 1er. Dans le présent décret, on entend par :
[1 1° isolement : le séjour d'une personne dans un espace que la personne ne peut pas quitter de manière autonome ;
1° /1 chambre d'isolement : un espace spécifiquement aménagé et hautement sécurisé, que la personne ne peut pas quitter de manière autonome ;]1

[1 1°/2]1 autorité : la personne morale ou physique qui est responsable d'un ou de plusieurs internats de l'enseignement ;
2° personnes concernées : les parents ou l'interne majeur lui-même ;
3° CLB : un centre d'encadrement des élèves tel que visé à l'article 2, 3°, du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves ;
[1 3° /1 contention : toute action ou utilisation de tout matériel qui restreint, empêche ou entrave la liberté de mouvement d'une personne, par laquelle la personne ne peut pas retrouver sa liberté de mouvement de manière indépendante ;]1
4° créer : ouvrir un nouvel internat de l'enseignement ou une nouvelle implantation le premier jour de classe de septembre ;
5° ORE : unité(s) de compte d'encadrement (OmkaderingsRekeneenHeid ou OmkaderingsRekeneenHeden) ;
6° parents : les personnes qui exercent l'autorité parentale sur l'interne mineur ou qui en ont la garde de droit ou de fait ;
7° Gouvernement : le Gouvernement flamand ;
8° règlement : le règlement de l'internat de l'enseignement visé à l'article 22.
§ 2. Pour l'application du présent décret et de ses arrêtés d'exécution et sauf stipulation contraire expresse, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° l'arrondi est opéré comme suit lors des calculs : si la première décimale est supérieure à quatre, l'arrondi est opéré à l'entier supérieur, si la première décimale est inférieure ou égale à quatre, l'arrondi est opéré à l'entier inférieur ;
2° si l'Inspection de l'enseignement peut ou doit poser un acte, elle le fait conformément aux dispositions du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement et de ses arrêtés d'exécution ;
3° si l'autorité ou le directeur informe la personne concernée ou l'interne d'une décision de portée individuelle ayant des effets juridiques pour l'interne, cette décision doit toujours mentionner :
a) le recours qui peut être formé ;
b) l'organisme devant lequel il peut l'être, avec indication de l'adresse et des coordonnées de cet organisme ;
c) le délai dans lequel le recours doit être formé ;
4° le Gouvernement désignera le service compétent de la Communauté flamande.
HOOFDSTUK 2. - Opdracht van de onderwijsinternaten
CHAPITRE 2. - Mission des internats de l'enseignement
Afdeling 1. - Opdracht
Section 1re. - Mission
Art. 4. Een onderwijsinternaat zorgt voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en het realiseren van hun schoolloopbaan.
Art. 4. Un internat de l'enseignement assure aux internes un hébergement et un accompagnement de qualité en vue de leur développement et de l'accomplissement de leur parcours scolaire.
Art. 5. § 1. De gewone verblijfsdagen voor een onderwijsinternaat zijn:
1° de avond, nacht en ochtend tussen twee dagen waarop lesgegeven wordt overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
2° de woensdagnamiddag voor de internen uit het basisonderwijs en de lesvrije halve dagen ingevolge artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het secundair onderwijs.
§ 2. Een onderwijsinternaat kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, open zijn:
1° de avond en nacht van en de ochtend na een niet-schooldag;
2° de dagen dat de lessen geschorst zijn overeenkomstig artikel 3 en 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, voor zover ze niet aansluitend aan een weekend of een vakantieperiode vallen;
3° de vakantiedagen, vermeld in artikel 5 en 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, voor zover ze niet in of aansluitend aan een weekend of een vakantieperiode vallen;
4° de vakantiedagen, vermeld in artikel 7, 6° en 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, voor zover ze niet in of aansluitend aan een weekend of een vakantieperiode vallen.
Deze dagen zijn eveneens gewone verblijfsdagen.
Art. 5. § 1er. Les jours d'hébergement habituels d'un internat de l'enseignement sont :
1° le soir, la nuit et le matin entre deux journées de cours conformément à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande ou à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
2° le mercredi après-midi pour les internes de l'enseignement fondamental et les demi-journées libres de cours en vertu de l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire.
§ 2. Après négociation au sein du comité local compétent, un internat de l'enseignement peut être ouvert :
1° le soir et la nuit d'un jour où il n'y a pas école et le matin suivant un jour où il n'y a pas école ;
2° les jours où les cours sont suspendus conformément aux articles 3 et 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande ou à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire, dans la mesure où ils ne tombent pas juste après un week-end ou une période de vacances ;
3° les jours de vacances visés aux articles 5 et 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande, dans la mesure où ils ne tombent pas pendant ou juste après un week-end ou une période de vacances ;
4° les jours de vacances visés à l'article 7, 6° et 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire, dans la mesure où ils ne tombent pas pendant ou juste après un week-end ou une période de vacances.
Ces jours sont également des jours d'hébergement habituels.
Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Reconnaissance
Art. 6. Een onderwijsinternaat kan erkend worden als het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het eerbiedigt in het geheel van de werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind in het bijzonder en staat open voor alle internen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen;
2° het is georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van een bestuur;
3° het is gevestigd in gebouwen en lokalen die voldoen aan de voorwaarden voor bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne en die op een aangepaste wijze ingericht worden;
4° het maakt controle door de onderwijsinspectie mogelijk;
5° het komt tegemoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Regering;
6° het leeft de bepalingen over de taalregeling in het onderwijs en de taalkennis van het personeel na;
7° het leeft de bepalingen na van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten;
8° het voert een doeltreffend beleid rond middelenmisbruik, met bijzondere aandacht voor het rookverbod, vermeld in artikel 4 tot en met 7 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding.
Art. 6. Un internat de l'enseignement peut être agréé s'il satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
1° il respecte dans tout son fonctionnement les principes du droit international et constitutionnel en matière de droits de l'homme et de l'enfant en particulier et est ouvert à tous les internes, sans distinction de convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses ;
2° il est organisé sous la responsabilité d'une autorité ;
3° il est établi dans des bâtiments et des locaux qui satisfont aux conditions de salubrité, de sécurité et d'hygiène et qui sont aménagés de façon appropriée ;
4° il permet le contrôle de l'inspection de l'enseignement ;
5° il rencontre les attentes en termes de qualité figurant dans le cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement fixé par le Gouvernement ;
6° il respecte les dispositions relatives au régime linguistique dans l'enseignement et aux connaissances linguistiques du personnel ;
7° il respecte les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ;
8° il mène une politique efficace en matière d'abus de substances, en accordant une attention particulière à l'interdiction de fumer visée aux articles 4 à 7 du décret du 6 juin 2008 instituant une interdiction de fumer dans les établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves.
Art. 7. § 1. Een bestuur dat voor een onderwijsinternaat de erkenning wil verkrijgen, dient een aanvraag in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april die aan de oprichting voorafgaat. Die termijn geldt als vervaltermijn.
De Regering legt de wijze van aanvraag vast.
De onderwijsinspectie gaat na of het onderwijsinternaat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, 1°, 2°, 3° en 4°.
Op basis van het advies van de onderwijsinspectie beslist de Regering een voorlopige erkenning voor één schooljaar te verlenen, ofwel geen voorlopige erkenning te verlenen.
Als op 15 juni geen beslissing is meegedeeld, wordt de voorlopige erkenning geacht te zijn geweigerd.
In een voorlopig erkend onderwijsinternaat is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk.
§ 2. In de loop van het schooljaar van de voorlopige erkenning onderzoekt de onderwijsinspectie via een doorlichting ter plaatse of het onderwijsinternaat voldoet aan de voorwaarden voor een erkenning als vermeld in artikel 6.
Op basis van het advies van de onderwijsinspectie beslist de Regering dat het onderwijsinternaat voldoet aan de voorwaarden voor een erkenning als vermeld in artikel 6, ofwel dat het onderwijsinternaat niet erkend wordt vanaf het volgende schooljaar.
Als er op 15 april geen beslissing is meegedeeld, wordt de erkenning geacht te zijn geweigerd.
§ 3. Als het onderwijsinternaat niet erkend wordt, brengt het onderwijsinternaat de betrokken personen hiervan onmiddellijk op de hoogte.
Art. 7. § 1er. Une autorité qui désire obtenir l'agrément pour un internat de l'enseignement introduit une demande auprès du service compétent de la Communauté flamande au plus tard le 1er avril précédant la création. Ce délai constitue un délai de forclusion.
Le Gouvernement fixe les modalités de la demande.
L'inspection de l'enseignement vérifie si l'internat de l'enseignement satisfait aux conditions énoncées à l'article 6, 1°, 2°, 3° et 4°.
Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement, le Gouvernement décide d'accorder un agrément provisoire pour une année scolaire ou de ne pas accorder d'agrément provisoire.
Si aucune décision n'a été communiquée au 15 juin, l'agrément provisoire est réputé refusé.
L'affectation, la mutation ou la nomination à titre définitif de membres du personnel n'est pas possible dans un internat de l'enseignement agréé provisoirement.
§ 2. Dans le courant de l'année scolaire de l'agrément provisoire, l'inspection de l'enseignement examine, par le biais d'un audit sur place, si l'internat de l'enseignement satisfait aux conditions d'agrément telles qu'énoncées à l'article 6.
Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement, le Gouvernement décide que l'internat de l'enseignement satisfait aux conditions d'agrément telles qu'énoncées à l'article 6, ou que l'internat de l'enseignement ne sera pas agréé à partir de l'année scolaire suivante.
Si aucune décision n'a été communiquée au 15 avril, l'agrément est réputé refusé.
§ 3. Si l'internat de l'enseignement n'est pas agréé, l'internat de l'enseignement en informe immédiatement les personnes concernées.
Art. 8. § 1. Een onderwijsinternaat kan uit verschillende vestigingsplaatsen bestaan.
In dat geval bepaalt het bestuur vrij op welke vestigingsplaats de administratieve zetel van het onderwijsinternaat wordt gevestigd. Die vestigingsplaats wordt de hoofdvestigingsplaats genoemd.
§ 2. Een bestuur dat een bijkomende vestigingsplaats wil oprichten of een vestigingsplaats wil verhuizen, dient uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar een verzoek om toestemming in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap. Die termijn geldt als vervaltermijn.
De Regering legt de wijze waarop het bestuur de toestemming kan vragen vast.
De onderwijsinspectie gaat na of de bijkomende vestigingsplaats voldoet aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 6, 3°.
Op basis van het advies van de onderwijsinspectie beslist de Regering de toestemming te geven om de vestigingsplaats te betrekken, ofwel geen toestemming te geven.
Als er op 15 juni geen beslissing is meegedeeld, wordt de voorlopige toestemming geacht te zijn geweigerd.
§ 3. De Regering bepaalt de wijze waarop een onderwijsinternaat in noodsituaties internen tijdelijk kan onderbrengen buiten de bekende vestigingsplaatsen.
Art. 8. § 1er. Un internat de l'enseignement peut comprendre plusieurs lieux d'implantation.
Dans ce cas, l'autorité décide librement du lieu d'implantation où sera établi le siège administratif de l'internat de l'enseignement. Ce lieu d'implantation est dénommé implantation principale.
§ 2. Une autorité qui désire créer un lieu d'implantation supplémentaire ou déménager une implantation introduit, au plus tard le 1er avril de l'année scolaire précédente, une demande d'autorisation auprès du service compétent de la Communauté flamande. Ce délai constitue un délai de forclusion.
Le Gouvernement fixe les modalités selon lesquelles l'autorité peut demander l'autorisation.
L'inspection de l'enseignement vérifie si le lieu d'implantation supplémentaire satisfait à la condition d'agrément énoncée à l'article 6, 3°.
Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement, le Gouvernement décide de donner l'autorisation d'occupation de l'implantation, ou de ne pas donner cette autorisation.
Si aucune décision n'a été communiquée au 15 juin, l'autorisation provisoire est réputée refusée.
§ 3. Le Gouvernement détermine la façon dont un internat de l'enseignement peut, en situations d'urgence, héberger temporairement des internes en dehors des implantations connues.
Art. 9. De Regering kan, na advies van de onderwijsinspectie, de erkenning van het onderwijsinternaat of de toestemming om een vestigingsplaats te betrekken, opheffen.
Art. 9. Sur avis de l'inspection de l'enseignement, le Gouvernement peut abroger l'agrément de l'internat de l'enseignement ou l'autorisation d'occupation d'une implantation.
Art. 10. Alleen een erkend onderwijsinternaat kan de benaming `onderwijsinternaat' dragen.
Art. 10. Seul un internat de l'enseignement agréé peut porter la dénomination d'internat de l'enseignement.
Afdeling 3. - Toezicht
Section 3. - Contrôle
Art. 11. De onderwijsinspectie is bevoegd voor de controle op de kwaliteit.
Art. 11. L'inspection de l'enseignement est compétente pour le contrôle de la qualité.
HOOFDSTUK 3. - Participatie
CHAPITRE 3. - Participation
Art. 12. Het bestuur voert een beleid rond participatie.
Art. 12. L'autorité mène une politique en matière de participation.
HOOFDSTUK 4. - Inschrijvingen
CHAPITRE 4. - scriptions
Art. 13. § 1. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het bestuur schriftelijk of elektronisch het reglement, vermeld in artikel 22, aan de betrokken personen aan en geeft daarbij toelichting, als ze dat willen.
De betrokken personen kunnen altijd een papieren versie van het reglement vragen.
§ 2. De inschrijving van de interne wordt genomen na ondertekening voor akkoord met het reglement door de betrokken personen.
§ 3. Bij elke wijziging van het reglement informeert het bestuur de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft daarbij toelichting, als de betrokken personen dat willen.
De betrokken personen geven dan hun akkoord.
De betrokken personen die erom verzoeken, ontvangen altijd een papieren versie van het reglement.
Als de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, wordt aan de inschrijving van de interne een einde gesteld op het einde van het lopende schooljaar.
Een wijziging van het reglement kan op zijn vroegst uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3 is geen akkoord van de betrokken personen vereist bij de mededeling van de omzetting van een voorlopige erkenning in een definitieve.
§ 5. Een bestuur schrijft een interne uit op eenvoudig verzoek van de betrokken personen.
Een bestuur kan, op eigen initiatief, een interne alleen uitschrijven op grond van paragraaf 3, vierde lid, artikel 14, § 2, tweede lid, en § 3, derde lid, en artikel 17, § 3, tweede lid.
Een bestuur dat een interne uitschrijft, deelt dat schriftelijk of elektronisch mee binnen een termijn van tien kalenderdagen aan de betrokken persoon.
Art. 13. § 1er. Préalablement à une inscription, l'autorité soumet le règlement visé à l'article 22 aux personnes concernées par écrit ou par voie électronique et leur fournit des explications si elles le souhaitent.
Les personnes concernées peuvent toujours demander une version papier du règlement.
§ 2. L'inscription de l'interne est prise après signature du règlement pour accord par les personnes concernées.
§ 3. L'autorité informe les personnes concernées, par écrit ou par voie électronique, de toute modification du règlement et leur fournit des explications si elles le souhaitent.
Les personnes concernées marquent ensuite leur accord.
Les personnes concernées qui en font la demande reçoivent toujours une version papier du règlement.
Si les personnes concernées ne sont pas d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'interne à la fin de l'année scolaire en cours.
Une modification du règlement peut produire ses effets au plus tôt l'année scolaire suivante, à moins que cette modification ne soit la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 3, l'accord des personnes concernées n'est pas requis lors de la communication de la conversion d'un agrément provisoire en un agrément définitif.
§ 5. Une autorité désinscrit un interne sur simple demande des personnes concernées.
Une autorité ne peut désinscrire un interne de sa propre initiative qu'en vertu du paragraphe 3, alinéa 4, de l'article 14, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 3, et de l'article 17, § 3, alinéa 2.
Une autorité qui désinscrit un interne en informe la personne concernée par écrit ou par voie électronique dans le délai de dix jours calendrier.
Art. 14. § 1. Bij de inschrijving van een interne van wie het verblijf in het onderwijsinternaat kadert in jeugdhulpverlening zoals bepaald in het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, kan het reglement pas ondertekend worden door de betrokken personen na kwaliteitsvolle aanmelding en na de ondertekening door alle partijen van een afsprakenkader en ondersteuningsplan.
§ 2. Als het onderwijsinternaat na een gerealiseerde inschrijving kennisneemt van jeugdhulpverlening die al bestaat op het moment van de inschrijving, wordt alsnog binnen een periode van twintig kalenderdagen een afsprakenkader en ondersteuningsplan opgemaakt en ondertekend.
Als er geen afsprakenkader en ondersteuningsplan vastgelegd kan worden, wordt de interne automatisch uitgeschreven.
§ 3. Een afsprakenkader en ondersteuningsplan wordt ook opgemaakt als de noodzaak tot jeugdhulpverlening ontstaat na de inschrijving.
Het afsprakenkader en ondersteuningsplan wordt geëvalueerd en aangepast als door een wijziging van de hulpvraag van de interne er substantieel meer of minder bijkomende ondersteuning nodig is.
Als er geen afsprakenkader en ondersteuningsplan vastgelegd kan worden, wordt de inschrijving van de interne beëindigd op 30 juni van het lopende schooljaar.
§ 4. De Regering bepaalt voor het afsprakenkader en ondersteuningsplan:
1° de minimale inhoud, waaronder de afspraken over opvolging van de jongere, het verloop van het verblijf in het onderwijsinternaat en eventuele evolutie in zorgvraag en de ondersteuning van de interne en het onderwijsinternaat vanuit één of meerdere welzijnsactoren door de inzet van personeel en middelen;
2° de minimale actoren die betrokken zijn bij de opmaak;
3° de partners die het ondertekenen.
§ 5. Partners die na bespreking het afsprakenkader en ondersteuningsplan niet ondertekenen, moeten dat tegenover de andere partners motiveren.
Art. 14. § 1er. Lors de l'inscription d'un interne dont l'hébergement dans l'internat de l'enseignement s'inscrit dans le cadre de l'aide à la jeunesse telle que prévue par le décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, le règlement ne peut être signé par les personnes concernées qu'après préinscription de qualité et après signature par toutes les parties d'un cadre d'accords et d'un plan d'assistance.
§ 2. Si, après une inscription réalisée, l'internat de l'enseignement prend connaissance d'une aide à la jeunesse qui existait déjà au moment de l'inscription, un cadre d'accords et un plan d'assistance sont encore élaborés et signés dans les vingt jours calendrier.
Si un cadre d'accords et un plan d'assistance ne peuvent pas être établis, l'interne est automatiquement désinscrit.
§ 3. Un cadre d'accords et un plan d'assistance sont également élaborés si la nécessité d'une aide à la jeunesse apparaît après l'inscription.
Le cadre d'accords et le plan d'assistance sont évalués et adaptés si une évolution de la demande d'aide de l'interne nécessite un soutien supplémentaire sensiblement plus ou moins important.
Si un cadre d'accords et un plan d'assistance ne peuvent pas être établis, l'inscription de l'interne est résiliée le 30 juin de l'année scolaire en cours.
§ 4. Le Gouvernement détermine pour le cadre d'accords et le plan d'assistance :
1° le contenu minimal, dont les accords au sujet du suivi du jeune, le déroulement de l'hébergement dans l'internat de l'enseignement et l'évolution éventuelle de la demande d'aide et le soutien de l'interne et de l'internat de l'enseignement par un ou plusieurs acteurs de l'aide sociale par le déploiement de personnel et de moyens ;
2° les acteurs minimum associés à l'élaboration ;
3° les partenaires qui les signent.
§ 5. Les partenaires qui, après discussion, ne signent pas le cadre d'accords et le plan d'assistance, doivent se justifier vis-à-vis des autres partenaires.
Art. 15. Het bestuur registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, uiterlijk op de eerste dag van het daadwerkelijke verblijf in het onderwijsinternaat, in de administratieve toepassingen voor de uitwisseling van gegevens van internen tussen onderwijsinternaten en de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Om de internen uniek te kunnen identificeren bij de registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van internengegevens tussen de onderwijsinternaten en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een onderwijsinternaat de volgende gegevens van de interne als die beschikbaar zijn:
1° de voor- en achternaam;
2° het rijksregisternummer of bisnummer, dat is het identificatienummer van de sociale zekerheid voor de personen die rechten hebben binnen de Belgische sociale zekerheid, maar niet opgenomen zijn in het Rijksregister;
3° het domicilieadres;
4° de datum van de inschrijving;
5° de aanwezigheid van een afsprakenkader en ondersteuningsplan als vermeld in artikel 14;
6° het is een [1 leerplichtige]1 interne waarvan de beide ouders of desgevallend de enige ouder een ambulant beroep als binnenschipper, kermis- en circusexploitant en -artiest uitoefenen [1 overeenkomstig]1 artikel 40.
De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap is de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden maximaal tien jaar bewaard na de laatste inschrijving in een door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijsinternaat.
Art. 15. L'autorité enregistre chaque inscription dans les sept jours calendrier, et au plus tard le premier jour de l'hébergement effectif dans l'internat de l'enseignement, dans les applications administratives en vue de l'échange de données sur les internes entre les internats de l'enseignement et le service compétent de la Communauté flamande.
Lors de l'enregistrement de l'inscription dans les applications administratives en vue de l'échange de données sur les internes entre les internats de l'enseignement et le ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, un internat de l'enseignement enregistre, si elles sont disponibles, les données suivantes de l'interne, aux fins de l'identification unique des internes :
1° les nom et prénom ;
2° le numéro de registre national ou le numéro bis, c'est-à-dire le numéro d'identification à la sécurité sociale pour les personnes qui jouissent de droits dans le cadre de la sécurité sociale belge mais qui n'ont pas été reprises dans le Registre national ;
3° l'adresse du domicile ;
4° la date de l'inscription ;
5° la présence d'un cadre d'accords et d'un plan d'assistance tels que visés à l'article 14 ;
6° il s'agit d'un interne [1 soumis à l'obligation scolaire ]1 dont les deux parents ou, le cas échéant, le parent unique exercent une profession itinérante telle que batelier, exploitant forain, exploitant et artiste de cirque,[1 conformément]1 à l'article 40.
Le service compétent de la Communauté flamande est le responsable du traitement pour les données visées à l'alinéa 2. Les données visées à l'alinéa 2 sont conservées pendant dix ans maximum après la dernière inscription dans un internat de l'enseignement agréé par la Communauté flamande.
HOOFDSTUK 5. - Preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting
CHAPITRE 5. - Suspension préventive, exclusion temporaire et définitive
Art. 16. Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op internen uit het lager en het secundair onderwijs.
Art. 16. Le présent chapitre ne s'applique qu'aux internes de l'enseignement fondamental et secondaire.
Art. 17. § 1. Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een interne kan hanteren als bewarende maatregel. De interne wordt daarbij indien mogelijk gehoord.
De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben.
De interne kan dan gedurende maximaal vijf opeenvolgende verblijfsdagen geen deel uitmaken van de leefgroep. De directeur kan, na motivering aan de betrokken personen, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende verblijfsdagen te verlengen als door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond.
De directeur brengt de betrokken personen op de hoogte van de preventieve schorsing.
Als voor de interne een afsprakenkader en ondersteuningsplan is vastgelegd, wordt de contactpersoon ook op de hoogte gebracht.
Het bestuur voorziet in opvang voor de interne, tenzij het aan de betrokken personen motiveert waarom dat niet haalbaar is.
Het bestuur zorgt er mee voor dat de interne in de periode van preventieve schorsing naar school kan blijven gaan.
§ 2. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde interne gedurende minimaal één dag en maximaal vijftien opeenvolgende verblijfsdagen geen deel mag uitmaken van de leefgroep.
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen en alleen bij feiten die in relatie staan tot de werking van het onderwijsinternaat, een interne tijdelijk uitsluiten.
Een nieuwe tijdelijke uitsluiting is alleen mogelijk na een nieuw feit.
Het bestuur voorziet in opvang voor de interne, tenzij het aan de betrokken personen motiveert waarom dat niet haalbaar is.
Het bestuur zorgt er mee voor dat de interne in de periode van tijdelijke uitsluiting naar school kan blijven gaan.
§ 3. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde interne wordt uitgeschreven op het moment dat die interne in een ander onderwijsinternaat is ingeschreven, of uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving, ver meld in artikel 18.
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen en alleen bij feiten die in relatie staan tot de werking van het onderwijsinternaat, een interne definitief uitsluiten.
In afwachting van de uitschrijving mag de gesanctioneerde interne geen deel meer uitmaken van de leefgroep.
Het bestuur voorziet in opvang voor de interne, tenzij het aan de betrokken personen motiveert waarom dat niet haalbaar is.
Het bestuur zorgt er mee voor dat de interne tot het moment van uitschrijving naar school kan blijven gaan.
Art. 17. § 1er. Une suspension préventive est une mesure exceptionnelle que le directeur peut appliquer à l'encontre d'un interne à titre de mesure conservatoire. A cet égard, l'interne est, si possible, entendu.
La suspension préventive peut produire ses effets immédiatement.
L'interne ne peut alors pas faire partie de l'unité de vie pendant maximum cinq jours d'hébergement consécutifs. Le directeur peut décider, après en avoir exposé les motifs aux personnes concernées, de prolonger cette période une seule fois de maximum cinq jours d'hébergement consécutifs si l'enquête disciplinaire n'a pas pu aboutir durant cette première période en raison de facteurs externes.
Le directeur informe les personnes concernées de la suspension préventive.
Si un cadre d'accords et un plan d'assistance ont été établis pour l'interne, la personne de contact est également informée.
L'autorité prévoit la prise en charge de l'interne, à moins qu'elle n'expose aux personnes concernées les motifs pour lesquels cela n'est pas possible.
L'autorité veille à ce l'interne puisse continuer à fréquenter l'école durant la période de suspension préventive.
§ 2. Une exclusion temporaire est une sanction disciplinaire par laquelle l'interne sanctionné n'est pas autorisé à faire partie de l'unité de vie pendant minimum un jour et maximum quinze jours d'hébergement consécutifs.
Le directeur peut exclure un interne temporairement dans des cas exceptionnels et uniquement pour des faits en rapport avec le fonctionnement de l'internat de l'enseignement.
Une nouvelle exclusion temporaire n'est possible qu'après un nouveau fait.
L'autorité prévoit la prise en charge de l'interne, à moins qu'elle n'expose aux personnes concernées les motifs pour lesquels cela n'est pas possible.
L'autorité veille à ce l'interne puisse continuer à fréquenter l'école durant la période d'exclusion temporaire.
§ 3. Une exclusion définitive est une sanction disciplinaire par laquelle l'interne sanctionné est désinscrit au moment où cet interne a été inscrit dans un autre internat de l'enseignement ou au plus tard un mois, périodes de vacances entre le 1er septembre et le 30 juin non comprises, après la notification visée à l'article 18.
Le directeur peut exclure un interne définitivement dans des cas exceptionnels et uniquement pour des faits en rapport avec le fonctionnement de l'internat de l'enseignement.
Dans l'attente de la désinscription, l'interne sanctionné n'est plus autorisé à faire partie de l'unité de vie.
L'autorité prévoit la prise en charge de l'interne, à moins qu'elle n'expose aux personnes concernées les motifs pour lesquels cela n'est pas possible.
L'autorité veille à ce l'interne puisse continuer à fréquenter l'école jusqu'au moment de la désinscription.
Art. 18. Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gerespecteerd worden:
1° het voorafgaande advies van de personeelsleden die bij de interne betrokken zijn, wordt ingewonnen. Het CLB van de school waar de interne naar school gaat, krijgt de mogelijkheid om advies te geven. In voorkomend geval wordt de contactpersoon die is opgenomen in het afsprakenkader en ondersteuningsplan, om advies gevraagd;
2° de betrokken personen, het CLB van de school van de interne en, in voorkomend geval, de contactpersoon die opgenomen is in het afsprakenkader en ondersteuningsplan, worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de intentie tot een tuchtmaatregel;
3° de betrokken personen en de interne hebben inzage in het volledige tuchtdossier van de interne en worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon. Het CLB en, in voorkomend geval, de contactpersoon die opgenomen is in het afsprakenkader en ondersteuningsplan, worden geïnformeerd over de inhoud van het tuchtdossier;
4° de tuchtstraf is proportioneel met de ernst van de feiten.
De genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd. De betrokken personen, de school en het CLB van de interne en, in voorkomend geval, de contactpersoon die opgenomen is in het afsprakenkader en ondersteuningsplan, worden ervan op de hoogte gebracht.
Art. 18. Des exclusions temporaires et définitives ne peuvent être mises en oeuvre qu'après une procédure garantissant les droits à la défense et dans laquelle les principes suivants sont respectés :
1° l'avis préalable des membres du personnel concernés par l'interne est recueilli. Le CLB de l'école que fréquente l'interne a la possibilité de donner un avis. Le cas échéant, l'avis de la personne de contact figurant dans le cadre d'accords et le plan d'assistance est sollicité ;
2° les personnes concernées, le CLB de l'école que fréquente l'interne et, le cas échéant, la personne de contact figurant dans le cadre d'accords et le plan d'assistance sont informés par écrit de l'intention de sanction disciplinaire ;
3° les personnes concernées et l'interne ont accès à l'intégralité du dossier disciplinaire de l'interne et sont entendus, éventuellement avec l'assistance d'une personne de confiance ; Le CLB et, le cas échéant, la personne de contact figurant dans le cadre d'accords et le plan d'assistance sont informés de la teneur du dossier disciplinaire ;
4° la sanction disciplinaire est proportionnelle à la gravité des faits.
La décision prise est motivée par écrit. Les personnes concernées, l'école et le CLB de l'interne et, le cas échéant, la personne de contact figurant dans le cadre d'accords et le plan d'assistance en sont informés.
Art. 19. § 1. De betrokken personen kunnen beroep instellen tegen een beslissing tot definitieve uitsluiting.
De beroepsprocedure is vastgelegd in het reglement, vermeld in artikel 22, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk.
De betrokken personen stellen het beroep in bij het bestuur. Het verzoek- schrift wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij die omschrijving kunnen overtuigingsstukken gevoegd worden.
Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie.
§ 2. Het beroep, vermeld in paragraaf 1, leidt tot een van de volgende situaties:
1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de termijn voor de indiening van het beroep die in het reglement is opgenomen, is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten die opgenomen zijn in het reglement;
2° de bevestiging van de definitieve uitsluiting of de vernietiging van de definitieve uitsluiting. Het bestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor die beslissing van de beroepscommissie.
§ 3. Het resultaat van het beroep wordt aan de betrokken personen gemotiveerd en ze worden er schriftelijk van op de hoogte gebracht binnen de vervaltermijn die bepaald is in het reglement.
Bij overschrijding van de vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
Art. 19. § 1er. Les personnes concernées peuvent introduire un recours contre une décision d'exclusion définitive.
La procédure de recours est fixée dans le règlement visé à l'article 22 sans préjudice de l'application des dispositions du présent chapitre.
Les personnes concernées introduisent le recours auprès de l'autorité. La requête est datée et signée et mentionne au moins l'objet du recours accompagné d'une description des faits et de la motivation des objections invoquées. Des pièces à conviction peuvent être jointes à cette description.
Le recours est traité par une commission de recours.
§ 2. Le recours visé au paragraphe 1er débouche sur l'une des situations suivantes :
1° le rejet motivé du recours fondé sur son irrecevabilité si :
a) le délai d'introduction du recours figurant dans le règlement a été dépassé ;
b) le recours ne satisfait pas aux conditions de forme figurant dans le règlement ;
2° la confirmation de l'exclusion définitive ou l'annulation de l'exclusion définitive. L'autorité accepte la responsabilité de cette décision de la commission de recours.
§ 3. Le résultat du recours est motivé et notifié par écrit aux personnes concernées dans le délai de forclusion fixé dans le règlement.
En cas de dépassement du délai de forclusion, l'exclusion définitive contestée est nulle de plein droit.
Art. 20. § 1. De beroepscommissie wordt opgericht door het bestuur.
§ 2. Het bestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van de volgende bepalingen:
1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen, behalve in de gevallen waarin dat noodzakelijk is voor de continuïteit van de werking van de beroepscommissie;
2° de beroepscommissie is als volgt samengesteld: enerzijds interne leden, dat zijn leden van het bestuur of leden van het onderwijsinternaat waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur en, in voorkomend geval, zijn afgevaardigde die de beslissing heeft genomen, anderzijds externe leden, dat zijn leden die niet behoren tot het bestuur of tot het onderwijsinternaat waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:
a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
b) wordt een lid, met uitzondering van het personeel, van de internaatsraad of, in voorkomend geval, van de ouderraad van het internaat waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling, vermeld in punt a), van toepassing is;
3° de voorzitter wordt door het bestuur onder de externe personen aangewezen.
Art. 20. § 1er. La commission de recours est créée par l'autorité.
§ 2. L'autorité arrête la composition de la commission de recours dans le respect des dispositions suivantes :
1° la composition de la commission de recours peut varier d'un dossier à traiter à l'autre, mais ne peut pas changer dans le cadre du dossier à traiter sauf dans les cas la continuité du fonctionnement de la commission de recours le nécessite ;
2° la commission de recours est composée comme suit : d'une part, les membres internes, à savoir les membres de l'autorité ou les membres de l'internat de l'enseignement où a été prise la décision d'exclusion définitive contestée, à l'exception du directeur et, le cas échéant, de son délégué qui a pris la décision, et, d'autre part, les membres externes, à savoir les membres qui n'appartiennent pas à l'autorité ou à l'internat de l'enseignement où a été prise la décision d'exclusion définitive contestée.
Le cas échéant et pour l'application des présentes dispositions :
a) une personne qui, de par ses qualités, est un membre tant interne qu'externe est réputée être un membre interne ;
b) un membre, à l'exception du personnel, du conseil de l'internat ou, le cas échéant, du conseil des parents de l'internat où a été prise la décision d'exclusion définitive contestée est réputé être un membre externe, sauf si la disposition visée au point a) est applicable ;
3° l'autorité désigne le président parmi les personnes externes.
Art. 21. § 1. Het bestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van de volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, op voorwaarde dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moeten zijn. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzit- ter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° een beroepscommissie hoort de betrokken personen en de interne in kwestie;
4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer personeelsleden die betrokken zijn bij de interne en die een advies over de definitieve uitsluiting hebben gegeven;
5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden;
6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing in elk geval in overeenstemming is met de decretale en reglementaire bepalingen en met het reglement.
§ 2. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot uitsluiting niet op.
Art. 21. § 1er. L'autorité arrête le fonctionnement, y compris la procédure de vote, d'une commission de recours dans le respect des dispositions suivantes :
1° chaque membre d'une commission de recours a en principe voix délibérative à condition que, lors du vote, le nombre de membres internes de la commission de recours ayant voix délibérative et le nombre de membres externes de la commission de recours ayant voix délibérative soient égaux. En cas de parité des voix, la voix du président est prépondérante.
2° chaque membre d'une commission de recours est soumis à un devoir de discrétion ;
3° une commission de recours entend les personnes concernées et l'interne en question ;
4° une commission de recours statue de manière autonome sur les démarches à entreprendre pour parvenir à une décision fondée, parmi lesquelles, éventuellement, l'audition d'un ou de plusieurs membres du personnel concernés par l'interne et ayant rendu un avis au sujet de l'exclusion définitive ;
5° le fonctionnement d'une commission de recours ne peut pas porter atteinte aux droits statutaires des membres du personnel individuels ;
6° une commission de recours évalue si la décision prise est en tout cas conforme aux dispositions décrétales et réglementaires et au règlement.
§ 2. Le recours ne suspend pas l'exécution de la décision d'exclusion.
Hoofdstuk 5/1. [1 Principieel verbod op afzondering en fixatie]1
Chapitre 5/1. [1 Interdiction de principe de l'isolement et de la contention.]1
Art.21/1. [1 Ї 1. Het gebruik van afzondering en fixatie door het onderwijsinternaat is verboden, behalve onder de in artikel 21/2 en 21/3 omschreven voorwaarden.
Afzondering of fixatie als sanctie, straf of collectieve maatregel zijn te allen tijde verboden.
Ї 2. Als een onderwijsinternaat inschat dat er een reыle kans bestaat dat een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen moet worden of als een onderwijsinternaat reeds eerder een maatregel inzake afzondering of fixatie heeft moeten nemen, ontwikkelt het onderwijsinternaat een procedure ter bescherming van de betrokken interne of de groep van de betrokken internen. Daarbij ligt de focus op de preventie van afzondering en/of fixatie en voor de afbouw ervan. Deze procedure omvat minstens:
1А de preventieve interventies en alternatieven om afzondering en fixatie te vermijden;
2А de wijze waarop de ouders zullen worden gecontacteerd als een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen wordt;
3А algemene afspraken met betrekking tot de nabespreking.
Het onderwijsinternaat betrekt de internen, het personeel en hun ouders om het beleid, vermeld in het eerste lid, te ontwikkelen. Het beleid met betrekking tot afzondering en fixatie wordt opgenomen in het reglement, vermeld in artikel 22.
Ї 3. Binnen het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan wordt bepaald welke preventieve interventies en alternatieven ingezet worden om afzondering en fixatie in de toekomst te vermijden.]1

Art. 21/1. [1 § 1er. Le recours à l'isolement et à la contention par l'internat de l'enseignement est interdit, sauf aux conditions définies aux articles 21/2 et 21/3.
L'isolement et la contention sont à tout moment interdits comme sanction, punition ou mesure collective.
§ 2. Si un internat de l'enseignement estime qu'il y a une possibilité réelle qu'une mesure doive être prise en matière d'isolement ou de contention ou si un internat de l'enseignement a déjà dû prendre précédemment une mesure en matière d'isolement ou de contention, l'internat de l'enseignement élabore une procédure de protection de l'interne concerné ou du groupe d'internes concernés. L'accent est à cet égard mis sur la prévention de l'isolement et/ou de la contention et sur leur suppression progressive. Cette procédure comporte au moins :
1° les interventions préventives et les alternatives afin d'éviter l'isolement et la contention ;
2° la façon dont les parents seront contactés si une mesure en matière d'isolement ou de contention est prise ;
3° les arrangements généraux concernant le débriefing.
L'internat de l'enseignement associe les internes et leurs parents, et le personnel, à l'élaboration de la politique visée à l'alinéa 1er. La politique relative à l'isolement et à la contention est intégrée dans le règlement visé à l'article 22.
§ 3. La politique de prévention de l'isolement et de la contention et visant à leur suppression progressive détermine les interventions préventives et les alternatives mises en oeuvre afin d'éviter l'isolement et la contention dans le futur.]1

Art.21/2. [1 Ї 1. Afzondering of fixatie om de veiligheid te herstellen bij acuut en ernstig gevaar voor de interne of anderen, is enkel mogelijk onder de volgende voorwaarden:
1А de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel als preventieve interventies en alternatieven niet of niet langer volstaan;
2А de maatregel duurt zo kort mogelijk en stopt als het gevaar niet langer ernstig en acuut is;
3А de toepassing van afzondering of fixatie gebeurt enkel op maat van en zo veel mogelijk in afstemming met de interne en de situatie;
4А tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
5А mechanische fixatie bij internen, jonger dan 12 jaar, is verboden;
6А het gelijktijdig toepassen van afzondering en fixatie wordt vermeden;
7А het personeel van het onderwijsinternaat heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de interne met de focus op het welbevinden van de interne;
8А bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
In het eerste lid, 5А, wordt verstaan onder mechanische fixatie: fixatie door middel van het aanwenden van mechanische hulpmiddelen bevestigd aan of in de directe omgeving van de persoon. Die mechanische hulpmiddelen kunnen niet zelfstandig door de persoon verwijderd worden. Hulpmiddelen voor het ondersteunen of corrigeren van de fysieke houding van de persoon bevestigd aan of in de directe omgeving van de persoon, en die niet zelfstandig door de persoon verwijderd kunnen worden, worden niet beschouwd als mechanische fixatie tenzij deze hulpmiddelen buiten hun oorspronkelijke doelstelling gebruikt worden.
Ї 2. Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering of fixatie. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de interne en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in artikel 21/3, eerste lid, 1А, wordt besproken.]1

Art. 21/2. [1 § 1er. L'isolement ou la contention pour rétablir la sécurité en cas de danger aigu et grave pour l'interne ou d'autres personnes, est interdit sauf dans les conditions suivantes :
1° la mesure est utilisée en dernier recours lorsque les interventions préventives et les alternatives ne sont pas ou plus suffisantes ;
2° la mesure dure le moins longtemps possible et prend fin lorsque le danger n'est plus grave et aigu ;
3° l'application de l'isolement ou de la contention est uniquement adaptée à l'interne et, dans la mesure du possible, coordonnée avec l'interne, et est adaptée à la situation ;
4° pendant l'application de la mesure, des alternatives moins radicales sont recherchées en permanence ;
5° la contention mécanique des internes de moins de 12 ans est interdite ;
6° l'application simultanée de l'isolement et de la contention est évitée ;
7° pendant la mesure, le personnel de l'internat de l'enseignement entretient des contacts réguliers avec l'interne, tout en se concentrant sur son bien-être ;
8° en cas d'isolement, il est fait usage d'une chambre d'isolement.
Dans l'alinéa 1er, 5°, on entend par contention mécanique : la contention au moyen de dispositifs mécaniques attachés à la personne ou se trouvant à proximité immédiate de celle-ci. Ces dispositifs mécaniques ne peuvent pas être enlevés de manière autonome par la personne. Les dispositifs destinés à soutenir ou à corriger la posture physique de la personne qui sont fixés à la personne ou à proximité immédiate de celle-ci et qui ne peuvent être enlevés de manière autonome par la personne ne sont pas considérés comme une contention mécanique, sauf si ces dispositifs sont utilisés en dehors de leur objectif initial.
§ 2. Les parents sont informés le plus rapidement possible de l'isolement ou de la contention. Un débriefing avec l'interne et avec les parents suit chaque isolement ou contention. Lors du débriefing, des arrangements sont à tout le moins conclus quant à la manière dont une situation similaire future doit être gérée. Le consentement révocable visé à l'article 21/3, alinéa 1er, 1°, est également évoqué. ]1

Art.21/3. [1 Afzondering of fixatie om de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van acuut en ernstig gevaar voor de interne of anderen of afzondering of fixatie ter bevordering van ontwikkelings- of ontplooiingskansen van de interne is verboden tenzij onder de volgende voorwaarden:
1А de interne en zijn ouders stemmen in, of wanneer de interne niet tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, stemmen alleen de ouders in met deze vorm van afzondering of fixatie. Deze instemming gebeurt schriftelijk, in beginsel voorafgaandelijk en is te allen tijde herroepbaar;
2А afzondering of fixatie wordt toegepast op maat van de interne;
3А de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel na uitputting van alle andere mogelijke opties;
4А tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
5А het personeel van het onderwijsinternaat heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de interne met de focus op het welbevinden van de interne;
6 bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering en fixatie. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de interne en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in het eerste lid, 1А, wordt besproken.]1

Art. 21/3. [1 L'isolement ou la contention pour maintenir la sécurité en cas de danger potentiel et pour prévenir un danger aigu et grave pour l'interne ou d'autres personnes ou l'isolement ou la contention pour favoriser les opportunités de développement ou d'épanouissement de l'interne sont interdits, sauf dans les conditions suivantes :
1° l'interne et ses parents consentent à cette forme d'isolement ou de contention, ou, si l'interne n'est pas capable d'une appréciation raisonnable de ses intérêts, les parents consentent seuls à cette forme d'isolement ou de contention. Ce consentement s'effectue par écrit, en principe préalablement, et est révocable à tout moment ;
2° l'application de l'isolement ou de la contention est adaptée à l'interne ;
3° la mesure est utilisée en dernier recours après avoir épuisé toutes les autres options possibles ;
4° pendant l'application de la mesure, des alternatives moins radicales sont recherchées en permanence ;
5° pendant la mesure, le personnel de l'internat de l'enseignement entretient des contacts réguliers avec l'interne, tout en se concentrant sur son bien-être ;
6° en cas d'isolement, il est fait usage d'une chambre d'isolement.
Les parents sont informés le plus rapidement possible de l'isolement et de la contention. Un débriefing avec l'interne et avec les parents suit chaque isolement ou contention. Lors du débriefing, des arrangements sont à tout le moins conclus quant à la manière dont une situation similaire future doit être gérée. Le consentement révocable visé à l'alinéa 1er, 1°, est également évoqué.]1

Art.21/4. [1 De afzonderingskamer, vermeld in artikel 21/2 en 21/3, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1А de afzonderingskamer biedt een veilige en rustgevende omgeving;
2А er is fysieke nabijheid op maat van de interne mogelijk;
3А alleen bevoegd personeel kan de afzonderingskamer inkijken en betreden;
4А de afzonderingskamer bevat oriыntatiemogelijkheden, lichtinval en een tijdsindicatie die aangepast is aan de noden van de interne;
5А de interne kan rechtstreeks contact nemen met een internaatsmedewerker, waarbij ook in de mogelijkheid wordt voorzien dat de interne met de internaatsmedewerker kan communiceren.
Het onderwijsinternaat bepaalt, als onderdeel van zijn beleid op afzondering en fixatie, vermeld in artikel 21/1, wie het bevoegde personeel, vermeld in het eerste lid, 3А, is.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de afzonderingskamer, vermeld in het eerste lid, verder verfijnen.]1

Art. 21/4. [1 La chambre d'isolement, visée aux articles 21/2 et 21/3, satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° la chambre d'isolement offre un environnement sûr et reposant ;
2° une proximité physique adaptée à l'interne est possible ;
3° seul le personnel compétent peut examiner et entrer dans la chambre d'isolement ;
4° des possibilités d'orientation, une lumière et une indication de temps adaptée aux besoins de l'interne sont prévues dans la chambre d'isolement ;
5° l'interne peut contacter directement un collaborateur d'internat. La possibilité est également prévue pour que l'interne puisse communiquer avec le collaborateur d'internat.
L'internat de l'enseignement détermine, dans le cadre de sa politique en matière d'isolement et de contention, visée à l'article 21/1, qui est le personnel compétent visé à l'alinéa 1er, 3°.
Le Gouvernement flamand peut affiner les conditions relatives à la chambre d'isolement visées à l'alinéa 1er. ]1

Art.21/5. [1 Ї 1. Vanaf de eerste keer dat het onderwijsinternaat een maatregel inzake afzondering of fixatie als vermeld in artikel 21/2 of 21/3, heeft moeten nemen bij een interne registreert het onderwijsinternaat de volgende informatie over de bedoelde fixatie of afzondering:
a) het type maatregel;
b) de omstandigheden, de aanleiding of reden en uitgeprobeerde alternatieven;
c) het verloop van de maatregel;
d) het tijdstip van begin en einde;
e) de tijdstippen van en observaties tijdens het toezicht;
f) of er verwondingen bij de interne of bij derden zijn;
g) de eventuele opmerkingen van de interne en de ouders met betrekking tot het verloop van de maatregel;
h) info over de nabespreking.
Ї 2. De persoonsgegevens die zijn opgenomen in de registratie, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt omdat de verwerking noodzakelijk is om de vitale belangen van de interne te beschermen en om een taak van algemeen belang te vervullen als vermeld in artikel 6, lid 1, d) en e), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Het geheel van registraties, vermeld in paragraaf 1, wordt bijgehouden en bewaard met het oog op het bereiken van de volgende doelstellingen:
1А op internenniveau: het vrijwaren van de rechten van de interne;
2А op onderwijsinternaatsniveau: als element van interne kwaliteitszorg, namelijk in functie van het beleid, vermeld in artikel 21/1, en om de kwaliteit van zorg voor de interne te verhogen.
Ї 3. Het onderwijsinternaatsbestuur is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens met betrekking tot deze gegevens.
Het onderwijsinternaatsbestuur bepaalt welke personeelsleden toegang kunnen hebben tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Bij het bepalen welke personeelsleden toegang hebben tot de persoonsgegevens neemt het onderwijsinternaatsbestuur steeds de doelstellingen, vermeld in paragraaf 2, in acht. Het onderwijsinternaatsbestuur en alle personeelsleden die toegang hebben tot de voormelde persoonsgegevens zijn gehouden tot het bewaren van de vertrouwelijkheid van deze persoonsgegevens.
Ї 4. De geregistreerde gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden tien schooljaren na het einde van het schooljaar waarin de interne ingeschreven was, bewaard. Na afloop van deze bewaartermijn worden de voormelde gegevens vernietigd.
Ї 5. De onderwijsinternaten kunnen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, enkel onderling uitwisselen in het kader van intervisie met als doelstelling het verminderen van het gebruik van afzondering of fixatie en de interne kwaliteitszorg. Bij elke uitwisseling wordt bekeken welke gegevens hiervoor nodig zijn in overeenstemming met artikel 5, lid 1, c), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen van 27 april 2016 in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming.]1

Art. 21/5. [1 § 1er. Dès la première fois où l'internat de l'enseignement a dû prendre une mesure en matière d'isolement ou de contention telle que visée à l'article 21/2 ou 21/3 pour un interne, l'internat de l'enseignement enregistre les données suivantes concernant la contention ou l'isolement visé :
a) le type de mesure ;
b) les circonstances, le motif ou la cause et les alternatives essayées ;
c) le déroulement de la mesure ;
d) la date de début et de fin ;
e) les moments de la surveillance et les observations pendant la surveillance ;
f) les blessures éventuelles subies par l'interne ou par des tiers ;
g) les remarques éventuelles de l'interne et des parents sur le déroulement de la mesure ;
h) les informations relatives au débriefing.
§ 2. Les données à caractère personnel reprises dans l'enregistrement visé au paragraphe 1er sont traitées parce que le traitement est nécessaire à la sauvegarde des intérêts vitaux de l'interne et à l'exécution d'une mission d'intérêt public, comme visé à l'article 6, alinéa 1er, d) et e), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'ensemble des enregistrements visés au paragraphe 1er est tenu et conservé en vue de la réalisation des objectifs suivants :
1° au niveau des internes : la sauvegarde des droits de l'interne ;
2° au niveau de l'internat de l'enseignement : comme élément d'assurance qualité interne, à savoir en fonction de la politique visée à l'article 21/1, et afin d'améliorer la qualité des soins pour l'interne.
§ 3. L'autorité de l'internat de l'enseignement est responsable du traitement pour les traitements des données à caractère personnel portant sur ces données.
L'autorité de l'internat de l'enseignement détermine les membres du personnel qui peuvent accéder aux données à caractère personnel, visées au paragraphe 1er. Dans le cadre de la détermination des membres du personnel accédant aux données à caractère personnel, l'autorité de l'internat d'enseignement prend toujours en considération les objectifs visés au paragraphe 2. L'autorité de l'internat de l'enseignement et tous les membres du personnel qui accèdent aux données à caractère personnel précitées sont tenus de garder la confidentialité de ces données à caractère personnel.
§ 4. Les données enregistrées, visées au paragraphe 1er, sont conservées durant dix années scolaires après la fin de l'année scolaire durant laquelle l'interne était inscrit. Au terme de cette durée de conservation, les données précitées sont détruites.
§ 5. Les internats de l'enseignement peuvent échanger entre eux les données visées au paragraphe 1er dans le cadre de l'intervision et dans le but de réduire le recours à l'isolement ou à la contention. Chaque échange doit déterminer quelles données sont nécessaires à cet effet, conformément à l'article 5, alinéa 1er, c) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). ]1

HOOFDSTUK 6. - Het reglement
CHAPITRE 6. - Le règlement
Art. 22. Een bestuur stelt voor het onderwijsinternaat een reglement op.
Het reglement bevat minstens de volgende elementen:
1° de missie en de visie van het onderwijsinternaat;
2° de status van de erkenning, vermeld in artikel 7;
3° de juridische aard en samenstelling van het bestuur en de wijze waarop de betrokken personen ermee in contact kunnen komen;
4° de algemene organisatie, met minimaal:
a) de momenten waarop het onderwijsinternaat open is, met inbegrip van de regeling bij hybride onderwijs;
b) het aanbod aan activiteiten, met minimaal de studiebegeleiding;
c) het gebruik van het Nederlands;
d) de indeling in leefgroepen (of andere organisatievormen);
e) het gebruik van kamers en zalen;
f) het gebruik van elektrische apparaten;
g) de momenten van aankomst en vertrek;
h) de bezoekregeling;
i) de richtlijnen over afwezigheden;
j) de regels over opvang overdag, bij ziekte;
k) het beleid rond middelenmisbruik, met bijzondere aandacht voor het rookverbod;
5° de onderlinge relatie tussen het onderwijsinternaat, de interne en de betrokken personen, met minimaal:
a) wederzijdse afspraken over oudercontact, studie, welbevinden en sociaal contact;
b) afspraken over informatie-uitwisseling, met het oog op de begeleiding van de interne als leerling van een school, tussen internen, ouders, onderwijsinternaten en derden, zoals de school van de interne en het daaraan verbonden CLB;
c) de wijze waarop vorm gegeven wordt aan het recht op inspraak en participatie van internen en de betrokken personen;
d) het recht op inzage door de betrokken personen, hun kopierecht en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de interne betrekking hebben;
e) de situaties waarin persoonsgegevens worden verwerkt, de wijze waarop deze gegevens worden verwerkt en de maximale bewaartermijn van deze gegevens;
f) de wijze waarop bij wijziging van onderwijsinternaat informatie, met uitzondering van informatie uit het eventuele tuchtdossier, doorgegeven wordt aan het volgende onderwijsinternaat;
g) de tuchtregeling met minimaal de mogelijkheid gehoord te worden, de decretaal bepaalde beroepsmogelijkheden en de mogelijkheid tot wraking in het kader van de tuchtprocedure;
h) het aanspreekpunt grensoverschrijdend gedrag en het verdere verloop bij eventuele meldingen;
i) de klachtenprocedure;
j) de wijze waarop er een einde gesteld kan worden aan de inschrijving door de betrokken personen of door het onderwijsinternaat;
6° de financiële regeling, met inbegrip van:
a) de persoonlijke bijdrage, vermeld in artikel 39 en 40, op jaarbasis, de betalingsmodaliteiten met minimaal de mogelijkheid om maandelijks te betalen en de wijze waarop dat aangevraagd kan worden;
b) de eventueel gevraagde waarborg, vermeld in artikel 38, § 2, en de modaliteiten ervan;
c) de regeling als er niet gebruikgemaakt wordt of kan worden van het onderwijsinternaat;
d) in voorkomend geval, de criteria voor de sociale maatregelen die in het onderwijsinternaat gehanteerd worden;
e) de wijze waarop, in voorkomend geval, een sociale maatregel voor de kosten gevraagd kan worden;
f) andere kosten als vermeld in artikel 41, die verbonden zijn aan activiteiten die aangeboden worden, en de betalingsmodaliteiten;
g) de regeling bij het niet betalen van voorgelegde rekeningen.
Met uitzondering van het tweede lid, 2° en 3°, kan een onderwijsinternaat tussen zijn verschillende vestigingsplaatsen een onderscheid maken in het reglement.
Art. 22. Une autorité rédige un règlement pour l'internat de l'enseignement.
Le règlement contient au moins les éléments suivants :
1° la mission et la vision de l'internat de l'enseignement ;
2° le statut de l'agrément visé à l'article 7 ;
3° la nature juridique et la composition de l'autorité et la façon dont les personnes concernées peuvent la contacter ;
4° l'organisation générale avec, au minimum :
a) les moments d'ouverture de l'internat de l'enseignement, y compris le régime en cas d'enseignement hybride ;
b) l'offre d'activités avec, au minimum, l'encadrement des études ;
c) l'utilisation du néerlandais ;
d) la répartition en unités de vie (ou d'autres formes d'organisation) ;
e) l'utilisation des chambres et des salles ;
f) l'utilisation d'appareils électriques ;
g) les moments d'arrivée et de départ ;
h) le régime des visites ;
i) les directives en matière d'absences ;
j) les règles concernant l'accueil en journée en cas de maladie ;
k) la politique en matière d'abus de substances avec une attention particulière pour l'interdiction de fumer ;
5° les relations entre l'internat de l'enseignement, l'interne et les personnes concernées avec, au minimum :
a) des accords mutuels concernant le contact avec les parents, les études, le bien-être et le contact social ;
b) des accords sur l'échange d'informations, en vue de l'accompagnement de l'interne en tant qu'élève d'une école, entre les internes, les parents, les internats de l'enseignement et des tiers tels que l'école de l'interne et le CLB qui y est attaché ;
c) la façon dont le droit de parole et de participation des internes et des personnes concernées est concrétisé ;
d) le droit, pour les personnes concernées, de consulter, d'obtenir copie et de se faire expliquer les données qui concernent l'interne ;
e) les situations dans lesquelles les données à caractère personnel sont traitées, la façon dont ces données sont traitées et la durée de conservation maximale de ces données ;
f) la façon dont, en cas de changement d'internat de l'enseignement, les informations, à l'exception des informations issues de l'éventuel dossier disciplinaire, sont transmises à l'internat de l'enseignement suivant ;
g) le régime disciplinaire avec, au minimum, la possibilité d'être entendu, les possibilités de recours prévues par voie de décret et la possibilité de récusation dans le cadre de la procédure disciplinaire ;
h) le point de contact en cas de comportements excessifs et la suite réservée aux signalements éventuels ;
i) la procédure de règlement des plaintes ;
j) la façon dont les personnes concernées ou l'internat de l'enseignement peuvent mettre fin à l'inscription ;
6° le régime financier, y compris :
a) l'intervention personnelle, visée aux articles 39 et 40, sur une base annuelle, les modalités de paiement avec, au minimum, la possibilité de payer par mensualités et la façon dont elle peut être demandée ;
b) la caution, visée à l'article 38, § 2, éventuellement demandée et ses modalités ;
c) le régime applicable lorsque l'internat de l'enseignement n'est pas ou ne peut pas être utilisé ;
d) le cas échéant, les critères pour bénéficier des mesures sociales mises en place dans l'internat de l'enseignement ;
e) la façon dont une mesure sociale peut, le cas échéant, être demandée pour les frais ;
f) les autres frais tels que visés à l'article 41, qui sont liés aux activités proposées et les modalités de paiement ;
g) le régime applicable en cas de non-paiement des factures présentées.
A l'exception de l'alinéa 2, 2° et 3°, un internat de l'enseignement peut faire une distinction dans le règlement entre ses implantations.
HOOFDSTUK 7. - Omkadering
CHAPITRE 7. - Encadrement
Afdeling 1. - Financierings- en subsidiëringsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions de financement et de subventionnement
Art. 23. § 1. Een bestuur verkrijgt financiering of subsidiëring voor zijn onderwijsinternaat als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° het onderwijsinternaat is overeenkomstig artikel 6 erkend;
2° het onderwijsinternaat maakt controle van het werkingsbudget door de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap mogelijk;
3° het onderwijsinternaat genereert op basis van artikel 25 niet meer dan twee opeenvolgende teldagen minder dan 62.875 ORE.
§ 2. In afwijking van de financierings- en subsidiëringsvoorwaarde geformuleerd in paragraaf 1, 3°, kan een bestuur voor een onderwijsinternaat dat met toepassing van artikel 25 minstens 6348 ORE genereert een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met een residentiële voorziening, vermeld in artikel 2, § 1, 49° en 55° /1, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of een multifunctioneel centrum als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap.
De samenwerkingsovereenkomst bevat minimaal de volgende elementen:
1° het betrokken onderwijsinternaat;
2° de betrokken voorziening of multifunctioneel centrum zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid;
3° de concrete samenwerking die de organiseerbaarheid en de invulling van de kwaliteitsverwachtingen van het onderwijsinternaat garandeert;
4° de wijze waarop de samenwerking door de betrokken partners geëvalueerd en bijgestuurd wordt;
5° een handtekening van alle betrokken partners.
Het protocol van de onderhandelingen hierover in het bevoegde lokaal comité wordt als bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst gevoegd.
De Regering legt de communicatie over de samenwerkingsovereenkomst vast.
Een bestuur dat wil werken op basis van een samenwerkingsovereenkomst, dient uiterlijk op 1 april van het schooljaar dat aan de start van de samenwerkingsovereenkomst voorafgaat, de samenwerkingsovereenkomst in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. In afwijking van de financierings- en subsidiëringsvoorwaarde geformuleerd in paragraaf 1, 3°, kan een bestuur voor een onderwijsinternaat dat met toepassing van artikel 25 minstens 12.875 ORE genereert, het met toepassing van artikel 25 verkregen aantal ORE vanuit eigen middelen aanvullen door personeel aan te stellen volgens artikel 43 tot aan de norm geformuleerd in paragraaf 1, 3°.
Een bestuur dat het met toepassing van artikel 25 verkregen aantal ORE vanuit eigen middelen aanvult, dient dit uiterlijk op 1 april van het voorgaande schooljaar wanneer de teldag de eerste schooldag van februari is, of 1 december van het lopende schooljaar wanneer de teldag de eerste schooldag van oktober is, te melden bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 4. Een bestuur dat voor een onderwijsinternaat financiering of subsidiëring wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april van het schooljaar dat aan de start van de financiering of subsidiëring voorafgaat, een aanvraag in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Na beoordeling van de financierings- en subsidiëringsvoorwaarde en de berekening van de ORE ontvangt het onderwijsinternaat vanuit de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap daarover een mededeling.
§ 5. Per gebouwencomplex, zijnde de onroerende goederen gelegen op eenzelfde of op aaneengesloten kadastrale percelen, kan maar één onderwijsinternaat gefinancierd of gesubsidieerd worden.
Art. 23. § 1er. Une autorité obtient un financement ou un subventionnement pour son internat de l'enseignement si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
1° l'internat de l'enseignement a été agréé conformément à l'article 6 ;
2° l'internat de l'enseignement permet le contrôle du budget de fonctionnement par le service compétent de la Communauté flamande ;
3° l'internat de l'enseignement ne génère pas, en vertu de l'article 25, moins de 62 875 ORE plus de deux jours de comptage consécutifs.
§ 2. Par dérogation à la condition de financement et de subventionnement formulée au paragraphe 1er, 3°, une autorité peut conclure, pour un internat de l'enseignement qui, en application de l'article 25, génère au moins 6348 ORE, un accord de coopération avec une structure résidentielle visée à l'article 2, § 1er, 49° et 55° /1, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou avec un centre multifonctionnel tel que visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures.
L'accord de coopération contient au minimum les éléments suivants :
1° l'internat de l'enseignement concerné ;
2° la structure ou le centre multifonctionnel concernés mentionnés dans le paragraphe 2, alinéa 1er ;
3° la coopération concrète qui garantit l'organisation et la satisfaction des attentes en termes de qualité de l'internat de l'enseignement ;
4° la façon dont la coopération est évaluée et ajustée par les partenaires concernés ;
5° une signature de tous les partenaires concernés.
Le protocole des négociations à ce sujet au sein du comité local compétent est joint en annexe à l'accord de coopération.
Le Gouvernement établit la communication au sujet de l'accord de coopération.
Une autorité désireuse de travailler en vertu d'un accord de coopération introduit l'accord de coopération auprès du service compétent de la Communauté flamande au plus tard le 1er avril de l'année scolaire qui précède le début de l'accord de coopération.
§ 3. Par dérogation à la condition de financement et de subventionnement formulée au paragraphe 1er, 3°, une autorité peut compléter, pour un internat de l'enseignement qui, en application de l'article 25, génère au moins 12 875 ORE, le nombre d'ORE obtenu en application de l'article 25 de moyens propres en désignant du personnel selon l'article 43 jusqu'à la norme formulée au paragraphe 1er, 3°.
Une autorité qui complète le nombre d'ORE obtenu en application de l'article 25 de moyens propres est tenue de le signaler au service compétent de la Communauté flamande au plus tard le 1er avril de l'année scolaire précédente lorsque le jour de comptage est le premier jour de classe de février ou le 1er décembre de l'année scolaire en cours lorsque le jour de comptage est le premier jour de classe d'octobre.
§ 4. Une autorité qui désire obtenir un financement ou un subventionnement pour un internat de l'enseignement introduit une demande auprès du service compétent de la Communauté flamande au plus tard le 1er avril de l'année scolaire qui précède le début du financement ou du subventionnement.
Après évaluation de la condition de financement et de subventionnement et calcul des ORE, l'internat de l'enseignement reçoit une communication à ce sujet du service compétent de la Communauté flamande.
§ 5. Par complexe de bâtiments, soit les biens immobiliers sis sur une même parcelle cadastrale ou sur des parcelles cadastrales contiguës, seul un internat de l'enseignement peut être financé ou subventionné.
Afdeling 2. - Omkadering gewone verblijfsdagen
Section 2. - Encadrement les jours d'hébergement habituels
Art. 24. § 1. De teldag voor de berekening van de omkadering is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.
Bij een fusie van onderwijsinternaten op 1 september van een schooljaar, zonder wijziging op het vlak van vestigingsplaatsen, wordt voor de berekening van de omkadering die fusie geacht te hebben plaatsgevonden op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.
Bij overheveling van het onderwijsinternaat van een bestuur naar een ander bestuur op 1 september van een schooljaar wordt voor de berekening van de omkadering die overheveling geacht te hebben plaatsgevonden op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.
De teldag voor de berekening van de omkadering van een onderwijsinternaat dat op 1 september voor het eerst gefinancierd of gesubsidieerd wordt, is de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Als het nieuwe onderwijsinternaat ontstaat door een afsplitsing van een bestaand onderwijsinternaat, is voor beide de teldag de eerste schooldag van oktober.
Bij het oprichten of afschaffen van een vestigingsplaats is de teldag voor de berekening van de omkadering van het hele onderwijsinternaat de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.
[1 In afwijking van het eerste, tweede en derde lid gelden voor internen die in de school een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt volgen dat over een of drie semesters georganiseerd wordt als vermeld in artikel 133/7, tweede lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de eerste schooldag van oktober van het voorgaande schooljaar en de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar als teldagen. De internen worden op elke relevante teldag voor een halve eenheid in aanmerking genomen.]1
§ 2. Voor de toepassing op de berekening van de omkadering en het werkingsbudget op basis van de ingevulde bijkomende verblijfsdagen, vermeld in artikel 27, geldt:
1° voor de teldag `de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar' wordt de telperiode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar gehanteerd;
2° voor de teldag `de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar' wordt de maand september als telperiode gehanteerd;
3° voor de teldag `de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar' die volgt op een telling in de maand september wordt de telperiode van september tot en met januari van het voorgaande schooljaar gehanteerd.
Art. 24. § 1er. Le jour de comptage pour le calcul de l'encadrement est le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente.
En cas de fusion d'internats de l'enseignement le 1er septembre d'une année scolaire, sans changement au niveau des implantations, cette fusion est réputée avoir eu lieu le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente pour le calcul de l'encadrement.
En cas de transfert de l'internat de l'enseignement d'une autorité à une autre le 1er septembre d'une année scolaire, ce transfert est réputé avoir eu lieu le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente pour le calcul de l'encadrement.
Le jour de comptage pour le calcul de l'encadrement d'un internat de l'enseignement qui est financé ou subventionné pour la première fois le 1er septembre est le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours. Si le nouvel internat de l'enseignement naît de la scission d'un internat de l'enseignement existant, le jour de comptage est le premier jour de classe d'octobre pour les deux internats.
En cas de création ou de suppression d'une implantation, le jour de comptage pour le calcul de l'encadrement de l'ensemble de l'internat de l'enseignement est le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours.
[1 Par dérogation aux alinéas 1er, 2 et 3, le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire précédente et le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente sont considérés comme des jours de comptage pour des internes inscrits dans l'école à une 7e année d'études préparatoire à l'entrée sur le marché du travail organisée sur un ou trois semestres conformément à l'article 133/7, alinéa 2, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. Les internes sont pris en compte pour une demi-unité à chaque jour de comptage pertinent.]1
§ 2. Pour l'application au calcul de l'encadrement et du budget de fonctionnement sur la base des jours d'hébergement supplémentaires occupés visés à l'article 27, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° pour le jour de comptage " le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ", la période de comptage de douze mois qui précède le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente est utilisée ;
2° pour le jour de comptage " le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours ", le mois de septembre est utilisé comme période de comptage ;
3° pour le jour de comptage " le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente " qui suit un comptage au mois de septembre, la période de comptage de septembre à janvier de l'année scolaire précédente est utilisée.
Art. 25. § 1. Voor het schooljaar X-X +1 heeft een onderwijsinternaat recht op omkadering die wordt berekend volgens de formule:
tabeleenheden + (aantal internen dg 1 x ORE dg 1) + (aantal internen dg 2 x ORE dg 2) + (aantal internen dg 3 x ORE dg 3),
waarbij:
1° tabeleenheden: het aantal ORE dat overeenstemt met het aantal internen in de tabel die is opgenomen in de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
2° internen:
a) de internen die bij aanvang van het schooljaar waarin de teldag valt de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt hebben en die ingeschreven zijn in:
- een erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school voor gewoon of buitengewoon basis- of secundair onderwijs;
- een erkend, gefinancierd of gesubsidieerd centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs als vermeld in artikel 3, 10°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
- een Europese school als bepaald in het Verdrag van 21 juni 1994 houdende het Statuut van de Europese scholen;
b) de internen die bij aanvang van het schooljaar waarin de teldag valt de leeftijd van 25 jaar nog niet bereikt hebben en die op de teldag ingeschreven zijn in een erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school voor voltijds gewoon secundair onderwijs in:
- een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad als vermeld in artikel 124, 3°, c) tot en met e), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
- [1 de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vermeld in artikel 168/3, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010]1;
[1 - de opleiding in de vierde graad aanvullend beroepssecundair onderwijs Verpleegkunde van het onderwijs van de Franse Gemeenschap;]1
3° de doelgroepen, dg, de volgende zijn:
a) doelgroep 1: internen die ingeschreven zijn in het kleuteronderwijs;
b) doelgroep 2: internen met een IAC-verslag als vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 294, § 2, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of een OV4-verslag als vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
c) doelgroep 3: een interne van wie het verblijf in het onderwijsinternaat kadert in jeugdhulpverlening en voor wie overeenkomstig artikel 14 een afsprakenkader en ondersteuningsplan is opgemaakt;
4° het bijkomende aantal omkaderingsrekeneenheden per doelgroep, ORE dg, de volgende zijn:
a) doelgroep 1: tabelbedrag van de eerste interne gedeeld door 2;
b) doelgroep 2: 277,78 ORE;
c) doelgroep 3: 277,78 ORE.
[2 § 1/1. Voor het schooljaar X-X +1 en de eerste maal voor het schooljaar 2025-2026 wordt per doelgroep, vermeld in paragraaf 1, 3°, een extra aantal ORE verdeeld over de onderwijsinternaten. De extra aantallen ORE per doelgroep zijn:
1° doelgroep 1: 31.414 ORE;
2° doelgroep 2: 90.140 ORE;
3° doelgroep 3: 353.114 ORE.
Per doelgroep wordt het aantal ORE uit het eerste lid gedeeld door het aantal internen van die doelgroep, van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling wordt per doelgroep aangeduid met ORE bdg.
Per onderwijsinternaat wordt de extra doelgroepomkadering berekend volgens de volgende formule: (aantal internen dg 1 x ORE bdg 1) + (aantal internen dg 2 x ORE bdg 2) + (aantal internen dg 3 x ORE bdg 3). Het aantal ORE dat verkregen wordt na toepassing van deze formule wordt bij het aantal ORE gevoegd na toepassing van de formule, vermeld in paragraaf 1.]2

§ 2. Een interne kan tot verschillende doelgroepen behoren.
Een interne kan op één teldag maar in één onderwijsinternaat meetellen.
Art. 25. § 1er. Pour l'année scolaire X-X +1, un internat de l'enseignement a droit à un encadrement calculé selon la formule :
unités du tableau + (nombre d'internes gc 1 x ORE gc 1) + (nombre d'internes gc 2 x ORE gc 2) + (nombre d'internes gc 3 x ORE gc 3),
où :
1° unités du tableau : le nombre d'ORE correspondant au nombre d'internes dans le tableau repris dans l'annexe jointe au présent décret ;
2° internes :
a) les internes qui n'ont pas encore atteint l'âge de 21 ans au début de l'année scolaire durant laquelle tombe le jour de comptage et qui ont été inscrits dans :
- une école de l'enseignement fondamental ou secondaire ordinaire ou spécial, agréée, financée ou subventionnée ;
- un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, agréé, financé ou subventionné, tel que visé à l'article 3, 10°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
- une école européenne telle que visée dans la Convention du 21 juin 1994 portant statut des écoles européennes ;
b) les internes qui n'ont pas encore atteint l'âge de 25 ans au début de l'année scolaire durant laquelle tombe le jour de comptage et qui, au jour de comptage, ont été inscrits dans une école de l'enseignement secondaire ordinaire de plein exercice, agréée, financée ou subventionnée, dans :
- une subdivision structurelle de la troisième année d'études du troisième degré telle que visée à l'article 124, 3°, c) à e), du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
- [1 les formations de l'enseignement supérieur professionnel, visées à l'article 168/3, § 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010]1 ;
[1 - la formation au quatrième degré de l'enseignement professionnel secondaire complémentaire, section soins infirmiers de l'enseignement de la Communauté française ;]1
3° les groupes cibles, gc, sont les suivants :
a) groupe cible 1 : internes qui ont été inscrits dans l'enseignement maternel ;
b) groupe cible 2 : internes en possession d'un rapport IAC tel que visé à l'article 15 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou à l'article 294, § 2, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ou d'un rapport OV4 tel que visé à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
c) groupe cible 3 : un interne dont l'hébergement dans l'internat de l'enseignement s'inscrit dans le cadre de l'aide à la jeunesse et pour lequel un cadre d'accords et un plan d'assistance ont été élaborés conformément à l'article 14 ;
4° les nombres supplémentaires d'unités de compte d'encadrement par groupe cible, ORE gc, sont les suivants :
a) groupe cible 1 : montant du tableau du premier interne divisé par 2 ;
b) groupe cible 2 : 277,78 ORE ;
c) groupe cible 3 : 277,78 ORE.
[2 § 1/1. Pour l'année scolaire X-X +1 et pour la première fois pour l'année scolaire 2025-2026, un nombre supplémentaire d'ORE est réparti entre les internats de l'enseignement par groupe cible visé au paragraphe 1er, 3°. Les nombres supplémentaires d'ORE par groupe cible sont les suivants :
1° groupe cible 1 : 31 414 ORE ;
2° groupe cible 2 : 90 140 ORE ;
3° groupe cible 3 : 353 114 ORE.
Par groupe cible, le nombre d'ORE visé à l'alinéa 1er est divisé par le nombre d'internes de ce groupe cible de tous les internats de l'enseignement le jour de comptage visé à l'article 24. Le quotient de cette division est indiqué par groupe cible avec ORE gcs.
Par internat de l'enseignement, l'encadrement supplémentaire de groupe cible est calculé selon la formule suivante : (nombre d'internes gc 1 x ORE gcs 1) + (nombre d'internes gc 2 x ORE gcs 2) + (nombre d'internes gc 3 x ORE gcs 3). Le nombre d'ORE obtenu après application de cette formule est ajouté au nombre d'ORE résultant de la formule visée au paragraphe 1er.]2

§ 2. Un interne peut appartenir à plusieurs groupes cibles.
Un interne ne peut être pris en compte que dans un seul internat de l'enseignement un même jour de comptage.
Afdeling 3. - Aanvullende omkadering
Section 3. - Encadrement complémentaire
Onderafdeling 1. - Aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering
Sous-section 1re. - Accompagnement initial, appui à la gestion et professionnalisation
Art. 26. § 1. Aan de onderwijsinternaten worden ORE toegekend voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering.
§ 2. Het aantal ORE waarop een onderwijsinternaat recht heeft, is 82.501 ORE x B/C, waarbij:
1° B: het totale aantal toegekende ORE aan het onderwijsinternaat van het vorige schooljaar op basis van artikel 25 en 27;
2° C: het totale aantal toegekende ORE van alle onderwijsinternaten samen van het vorige schooljaar op basis van artikel 25 en 27.
§ 3. De ORE kunnen worden samengelegd.
De onderwijsinternaten die ervoor kiezen om de ORE samen te leggen, richten daarvoor een of meer samenwerkingsverbanden `aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering' op, waarin afspraken worden gemaakt over de aanwending van die ORE.
De Regering kan met betrekking tot het samenwerkingsverband de volgende maatregelen vastleggen:
1° de duur van de samenwerking;
2° de vorm van de overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht;
3° de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
[1 Ї 4. Met de ORE, vermeld in paragraaf 1 en 2, kunnen in elk onderwijsinternaat betrekkingen in wervingsambten worden ingericht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de toegekende omkadering.]1
Art. 26. § 1er. Des ORE sont octroyées aux internats de l'enseignement pour l'accompagnement initial, l'appui à la gestion et la professionnalisation.
§ 2. Le nombre d'ORE auquel un internat de l'enseignement a droit est de 82 501 ORE x B/C, où :
1° B : le nombre total d'ORE octroyées à l'internat de l'enseignement l'année scolaire précédente en vertu des articles 25 et 27 ;
2° C : le nombre total d'ORE octroyées, tous internats de l'enseignement confondus, l'année scolaire précédente en vertu des articles 25 et 27.
§ 3. Les ORE peuvent être mises en commun.
Les internats de l'enseignement qui choisissent de mettre les ORE en commun créent à cet effet un ou plusieurs partenariats " d'accompagnement initial, d'appui à la gestion et de professionnalisation " dans le cadre desquels des accords au sujet de l'utilisation de ces ORE sont pris.
Concernant le partenariat, le Gouvernement peut arrêter les mesures suivantes :
1° la durée de la coopération ;
2° la forme de la convention par laquelle le partenariat est créé ;
3° le mode et le moment de communication du partenariat au service compétent de la Communauté flamande.
[1 § 4. Les ORE visées aux paragraphes 1er et 2 permettent l'organisation d'emplois dans des fonctions de recrutement dans chaque internat de l'enseignement conformément aux dispositions applicables à l'encadrement octroyé.]1
Onderafdeling 2. - Bijkomende verblijfsdagen
Sous-section 2. - Jours d'hébergement supplémentaires
Art. 27. § 1. Een onderwijsinternaat heeft voor het schooljaar X-X +1 recht op omkadering voor bijkomende verblijfsdagen.
In dit artikel wordt verstaan onder:
1° bijkomende verblijfsdag: dag die niet valt onder de toepassing van artikel 5;
2° ingevulde bijkomende verblijfsdag: de aanwezigheid van één interne [1 die valt onder toepassing van artikel 25, Ї 1, van dit decreet ,]1 met uitzondering van de studenten van [2 de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vermeld in artikel 168/3, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, of de leerlingen uit de vierde graad aanvullend beroepssecundair onderwijs Verpleegkunde van het onderwijs van de Franse Gemeenschap]2, op een bijkomende verblijfsdag.
§ 2. Voor bijkomende verblijfsdagen op de avond en nacht voor en de ochtend van een niet-schooldag wordt de omkadering berekend volgens de volgende formule:
aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de telperiode, vermeld in artikel 24, § 2, x 15,15 ORE.
Als de telperiode de maand september van het lopende schooljaar is, wordt het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen vermenigvuldigd met 181,8 ORE.
Als de telperiode de maanden september tot en met januari van het voorgaande schooljaar is, wordt het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen vermenigvuldigd met 36,36 ORE.
§ 3. Voor alle andere bijkomende verblijfsdagen wordt de omkadering berekend volgens de volgende formule:
aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de telperiode, vermeld in artikel 24, § 2, x 45,46 ORE.
Als de telperiode de maand september van het lopende schooljaar is, wordt het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen vermenigvuldigd met 545,52 ORE.
Als de telperiode de maanden september tot en met januari van het voorgaande schooljaar is, wordt het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen vermenigvuldigd met 109,1 ORE.
Een onderwijsinternaat kan slechts omkadering verkrijgen voor deze bijkomende verblijfsdagen indien de berekende omkadering ten minste 10.000 ORE bedraagt. De bijkomende ORE gegenereerd op basis van paragraaf 2 mogen in rekening genomen worden voor de berekening van de 10.000 ORE.
§ 3. De Regering bepaalt de wijze waarop een bestuur deze aanvullende omkadering kan aanvragen.
Art. 27. § 1er. Pour l'année scolaire X-X +1, un internat de l'enseignement a droit à un encadrement pour les jours d'hébergement supplémentaires.
Dans le présent article, on entend par :
1° jour d'hébergement supplémentaire : jour qui ne tombe pas sous le coup de l'article 5 ;
2° jour d'hébergement supplémentaire occupé : la présence d'un seul interne[1 qui relève de l'application de l'article 25, § 1er, du présent décret ]1, à l'exception des étudiants de [2 des formations de l'enseignement supérieur professionnel, visées à l'article 168/3, § 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, ou des élèves du quatrième degré de l'enseignement professionnel secondaire complémentaire, section soins infirmiers de l'enseignement de la Communauté française]2, un jour d'hébergement supplémentaire.
§ 2. Pour les jours d'hébergement supplémentaires le soir et la nuit qui précèdent un jour où il n'y a pas école et le matin d'un jour où il n'y a pas école, l'encadrement est calculé selon la formule suivante :
nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés pendant la période de comptage visée à l'article 24, § 2, x 15,15 ORE.
Si la période de comptage correspond au mois de septembre de l'année scolaire en cours, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est multiplié par 181,8 ORE.
Si la période de comptage correspond aux mois de septembre à janvier de l'année scolaire précédente, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est multiplié par 36,36 ORE.
§ 3. Pour tous les autres jours d'hébergement supplémentaires ; l'encadrement est calculé selon la formule suivante :
nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés pendant la période de comptage visée à l'article 24, § 2, x 45,46 ORE.
Si la période de comptage correspond au mois de septembre de l'année scolaire en cours, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est multiplié par 545,52 ORE.
Si la période de comptage correspond aux mois de septembre à janvier de l'année scolaire précédente, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est multiplié par 109,1 ORE.
Un internat de l'enseignement ne peut obtenir un encadrement pour ces jours d'hébergement supplémentaires que si l'encadrement calculé s'élève au moins à 10 000 ORE. Les ORE supplémentaires générés sur la base du paragraphe 2 peuvent être pris en compte pour le calcul des 10 000 ORE.
§ 3. Le Gouvernement détermine les modalités selon lesquelles une autorité peut demander cet encadrement complémentaire.
Onderafdeling 3. - Samen onderwijsinternaat maken
Sous-section 3. - Faire l'internat de l'enseignement ensemble
Art. 28. § 1. Aan elk onderwijsinternaat worden 277,78 ORE `Samen Internaat Maken' toegekend.
De ORE kunnen worden samengelegd.
De onderwijsinternaten die ervoor kiezen om de ORE samen te leggen, richten daarvoor een of meer samenwerkingsverbanden `Samen Internaat Maken' op, waar afspraken worden gemaakt over de aanwending van deze ORE.
De Regering kan met betrekking tot het samenwerkingsverband de volgende maatregelen vastleggen:
1° de duur van de samenwerking;
2° de vorm van overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht;
3° de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 2. Met de ORE, vermeld in paragraaf 1, kunnen in elk onderwijsinternaat betrekkingen in wervingsambten worden ingericht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de toegekende omkadering.
De Regering keurt het afsprakenkader goed tussen het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs en de representatieve vakorganisaties over de wijze van toekenning, de verdeling en de inzet van de ORE, vermeld in paragraaf 1.
Art. 28. § 1er. Chaque internat de l'enseignement se voit octroyer 277,78 ORE " Faire l'Internat Ensemble ".
Les ORE peuvent être mises en commun.
Les internats de l'enseignement qui choisissent de mettre les ORE en commun créent à cet effet un ou plusieurs partenariats " Faire l'Internat Ensemble ", dans le cadre desquels des accords au sujet de l'utilisation de ces ORE sont pris.
Concernant le partenariat, le Gouvernement peut arrêter les mesures suivantes :
1° la durée de la coopération ;
2° la forme de la convention par laquelle le partenariat est créé ;
3° le mode et le moment de communication du partenariat au service compétent de la Communauté flamande.
§ 2. Les ORE visées au paragraphe 1er permettent l'organisation d'emplois dans des fonctions de recrutement dans chaque internat de l'enseignement conformément aux dispositions applicables à l'encadrement octroyé.
Le Gouvernement approuve le cadre d'accords entre l'Enseignement communautaire et les associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné et les organisations syndicales représentatives sur le mode d'octroi, la répartition et l'utilisation des ORE visés au paragraphe 1er.
Afdeling 4. - Aanwending
Section 4. - Utilisation
Onderafdeling 1. - Personeelsformatie
Sous-section 1re. - Cadre organique
Art. 29. De Regering bepaalt de personeelscategorieën voor onderwijsinternaten en deelt die in wervings-, selectie- en bevorderingsambten in.
Art. 29. Le Gouvernement détermine les catégories de personnel pour les internats de l'enseignement et les classe en fonctions de recrutement, de sélection et de promotion.
Art. 30. De Regering bepaalt het aantal ORE dat aan elk ambt wordt toegekend. Het aantal ORE van een ambt wordt vastgelegd op basis van een bekwaamheidsbewijs of een salarisschaal.
Art. 30. Le Gouvernement détermine le nombre d'ORE qui est attribué à chaque fonction. Le nombre d'ORE d'une fonction est fixé sur la base d'un titre ou d'une échelle de traitement.
Art. 31. Het bestuur kan de ORE alleen aanwenden voor de werking van het onderwijsinternaat.
Het bestuur beslist, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, over de aanwending van de toegekende ORE en houdt daarbij rekening met de regelgeving over de verdeling van de betrekkingen en reaffectatie en wedertewerkstelling.
Er moet minimum één halftijdse of maximum één voltijdse betrekking in het ambt van directeur per onderwijsinternaat worden ingericht binnen de beschikbare ORE.
Art. 31. L'autorité ne peut utiliser les ORE que pour le fonctionnement de l'internat de l'enseignement.
Après négociation au sein du comité local compétent, l'autorité décide de l'utilisation des ORE octroyées en tenant compte à cet égard de la réglementation relative à la répartition des emplois et en matière de réaffectation et de remise au travail.
Au minimum un emploi à mi-temps ou au maximum un emploi à temps plein dans la fonction de directeur doit être organisé par l'internat de l'enseignement dans les limites des ORE disponibles.
Art. 32. De Regering bepaalt voor elk ambt van de personeelscategorieën, vermeld in artikel 29, de prestatieregeling.
Art. 32. Le Gouvernement détermine le régime de prestations pour chaque fonction des catégories de personnel visées à l'article 29.
Onderafdeling 2. - Overdracht
Sous-section 2. - Transfert
Art. 33. § 1. Een bestuur kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, ORE die het tijdens een bepaald schooljaar niet aanwendt, overdragen naar een ander onderwijsinternaat als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het bestuur legt uiterlijk op 15 oktober van het schooljaar het aantal ORE vast dat maximaal overgedragen wordt;
2° er worden maximaal 10.000 ORE overgedragen;
3° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens dat schooljaar in het onderwijsinternaat overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar.
§ 2. De Regering bepaalt de wijze waarop de overgedragen ORE gemeld worden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. De betrekkingen die worden ingericht op basis van overgedragen ORE komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.
Het niet-naleven van deze bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.
Het bestuur moet met het oog op de controle een verklaring op erewoord bezorgen aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
§ 4. Indien de overdracht tot gevolg zou hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft deze terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking ten aanzien van de overheid.
Art. 33. § 1er. Après négociation au sein du comité local compétent, une autorité peut transférer les ORE qu'elle n'utilise pas pendant une année scolaire donnée vers un autre internat de l'enseignement si elle satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
1° au plus tard le [1 15 novembre]1 de l'année scolaire, l'autorité fixe le nombre maximum d'ORE qui est transféré ;
2° 10 000 ORE maximum sont transférées ;
3° l'autorité a déclaré sur l'honneur que, conformément à la réglementation en vigueur, elle ne doit pas prononcer de nouvelles mises en disponibilité ou de mises en disponibilité supplémentaires par défaut d'emploi pendant cette année scolaire dans l'internat de l'enseignement ou que les membres du personnel qui ont fait l'objet d'une nouvelle mise en disponibilité ou d'une mise en disponibilité supplémentaire par défaut d'emploi peuvent être réaffectés ou remis au travail dans un emploi organique vacant ou non vacant dans un internat de l'enseignement de l'autorité pour tout le reste de l'année scolaire.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités de notification des ORE transférées au service compétent de la Communauté flamande.
§ 3. Les emplois organisés sur la base des ORE transférées n'entrent pas en considération pour une déclaration de vacance et l'autorité ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel à ces emplois.
Le non-respect de cette disposition entraîne l'absence d'effet de la nomination à titre définitif à l'égard de l'Autorité.
L'autorité doit transmettre, en vue du contrôle, une déclaration sur l'honneur au service compétent de la Communauté flamande, dans laquelle elle déclare respecter cette disposition.
§ 4. Si le transfert devait entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, cette mise en disponibilité par défaut d'emploi ne produit pas d'effet à l'égard de l'Autorité.
Art.33 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. Een bestuur kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, ORE die het tijdens een bepaald schooljaar niet aanwendt, overdragen naar een ander onderwijsinternaat als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het bestuur legt uiterlijk op [1 15 november]1 van het schooljaar het aantal ORE vast dat maximaal overgedragen wordt;
2° er worden maximaal 10.000 ORE overgedragen;
3° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens dat schooljaar in het onderwijsinternaat overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar.
§ 2. De Regering bepaalt de wijze waarop de overgedragen ORE gemeld worden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. De betrekkingen die worden ingericht op basis van overgedragen ORE komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.
Het niet-naleven van deze bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.
Het bestuur moet met het oog op de controle een verklaring op erewoord bezorgen aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
§ 4. Indien de overdracht tot gevolg zou hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft deze terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking ten aanzien van de overheid.
Art. 34. § 1er. Après négociation au sein du comité local compétent, une autorité peut reporter les ORE qu'elle n'utilise pas pendant une année scolaire donnée à l'année scolaire suivante si elle satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
1° au plus tard le [1 15 novembre]1 de l'année scolaire, l'autorité fixe le nombre maximum d'ORE qui est reporté ;
2° 10 000 ORE maximum sont reportées ;
3° l'autorité a déclaré sur l'honneur que, conformément à la réglementation en vigueur, elle ne doit pas prononcer de nouvelles mises en disponibilité ou de mises en disponibilité supplémentaires par défaut d'emploi pendant cette année scolaire dans l'internat de l'enseignement ou que les membres du personnel qui ont fait l'objet d'une nouvelle mise en disponibilité ou d'une mise en disponibilité supplémentaire par défaut d'emploi peuvent être réaffectés ou remis au travail dans un emploi organique vacant ou non vacant dans un internat de l'enseignement de l'autorité pour tout le reste de l'année scolaire.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités de notification des ORE reportées au service compétent de la Communauté flamande.
§ 3. Les emplois organisés sur la base des ORE reportées n'entrent pas en considération pour une déclaration de vacance et l'autorité ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel à ces emplois.
Le non-respect de cette disposition entraîne l'absence d'effet de la nomination à titre définitif à l'égard de l'Autorité.
L'autorité doit transmettre, en vue du contrôle, une déclaration sur l'honneur au service compétent de la Communauté flamande, dans laquelle elle déclare respecter cette disposition.
§ 4. Si le report devait entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, cette mise en disponibilité par défaut d'emploi ne produit pas d'effet à l'égard de l'Autorité.
Art. 34. § 1. Een bestuur kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, ORE die het tijdens een bepaald schooljaar niet aanwendt, overdragen naar het volgende schooljaar als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
Sous-section 3. [1 Flexi-jobs ]1
Art.34 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. Een bestuur kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, ORE die het tijdens een bepaald schooljaar niet aanwendt, overdragen naar het volgende schooljaar als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het bestuur legt uiterlijk op [1 15 november]1 van het schooljaar het aantal ORE vast dat maximaal overgedragen wordt;
2° er worden maximaal 10.000 ORE overgedragen;
3° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens dat schooljaar in het onderwijsinternaat overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar.
§ 2. De Regering bepaalt de wijze waarop de overgedragen ORE gemeld worden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. De betrekkingen die worden ingericht op basis van overgedragen ORE komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.
Het niet-naleven van deze bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.
Het bestuur moet met het oog op de controle een verklaring op erewoord bezorgen aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
§ 4. Indien de overdracht tot gevolg zou hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft deze terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking ten aanzien van de overheid.
Art. 34/1. [1 § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° travailleur exerçant un flexi-job : un travailleur tel que visé à l'article 3, 3°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale ;
2° contrat de travail flexi-job : un contrat de travail tel que visé à l'article 3, 4°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.
§ 2. En cas de pénurie de personnel d'appui sur le marché du travail, une autorité peut utiliser des fonds propres, le budget de fonctionnement tel que visé aux articles 36 et 37, ou une partie de son encadrement pouvant être converti en budget de fonctionnement, pour les fonctions de recrutement du personnel d'appui d'un ou de plusieurs de ses internats de l'enseignement, afin d'employer dans cet ou ces internats de l'enseignement, par le biais d'un contrat de travail flexi-job, un travailleur exerçant un flexi-job.
La pénurie de personnel d'appui sur le marché du travail, visée à l'alinéa 1er, ressort du fait que l'autorité, dans l'internat de l'enseignement où elle veut engager le travailleur exerçant un flexi-job, visé à l'alinéa 1er, pour une vacance dans une fonction de recrutement du personnel d'appui, ne peut pas pourvoir la vacance précitée par le biais d'une désignation régulière d'un membre du personnel qui possède à cet effet un titre requis ou jugé suffisant.
Dans l'alinéa 2, on entend par vacance : un emploi complet ou incomplet qui est vacant ou pour lequel le titulaire absent ou son remplaçant peut être remplacé de manière régulière.
§ 3. L'autorité conclut avec le travailleur exerçant un flexi-job un contrat de travail flexi-job. Les dispositions du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas, sauf disposition expresse contraire, aux employés précités.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un travailleur exerçant un flexi-job doit satisfaire aux conditions visées à l'article 17, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou à l'article 19, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné ;
Le travailleur exerçant un flexi-job ne peut par ailleurs pas avoir d'autre occupation auprès de l'autorité.
§ 4. Pour l'utilisation d'une partie de son encadrement telle que visée au paragraphe 2, une autorité peut uniquement utiliser le budget de fonctionnement obtenu via la conversion de cet encadrement, visée à l'article 167.
La faculté d'utiliser le budget de fonctionnement, visée à l'alinéa 1er, prend fin :
1° à partir du moment où le titulaire de l'emploi qui entre en ligne de compte pour un remplacement régulier revient de son absence de manière anticipée. De ce fait se termine également la désignation du travailleur exerçant un flexi-job ;
2° lorsque le travailleur exerçant un flexi-job démissionne.]1

Onderafdeling 3. [1 Flexi-jobs]1
Section 5. - Financement ou subventionnement des traitements
Art.34/1. [1 Ї 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1А flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
2А flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.
Ї 2. Een bestuur kan bij een tekort aan ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt eigen middelen, werkingsbudget als vermeld in artikel 36 en 37, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar werkingsbudget, voor de wervingsambten van het ondersteunend personeel van een of meer van zijn onderwijsinternaten aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in dat onderwijsinternaat of die onderwijsinternaten een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.
Het tekort aan ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het bestuur in het onderwijsinternaat waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het ondersteunend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
Ї 3. Het bestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, Ї 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 19, Ї 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het bestuur hebben.
Ї 4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2 kan een bestuur enkel het werkingsbudget gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 167.
De mogelijkheid om het werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt:
1А vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hierdoor eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer;
2А als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt.]1

Art. 35. § 1er. Une autorité reçoit un traitement pour ses membres du personnel qui ont été désignés dans les limites des ORE octroyées si ces membres du personnel satisfont aux conditions suivantes :
1° être ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Association européenne de libre-échange, sauf exemption à accorder par le Gouvernement ;
2° jouir des droits civils et politiques, sauf exemption à accorder par le Gouvernement qui va de pair avec l'exemption visée au point 1° ;
3° être porteur des titres visés à l'article 3, 6°, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 5, 8°, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné ;
4° avoir été recruté conformément à la réglementation en matière de réaffectation et de remise au travail ;
5° être en fonction en vertu de la réglementation relative à l'encadrement.
§ 2. Les traitements sont payés par le service compétent de la Communauté flamande, directement et sur une base mensuelle, aux membres du personnel concernés.
Afdeling 5. - Salarisfinanciering of -subsidiëring
CHAPITRE 8. - Ressources financières
Art. 35. § 1. Een bestuur krijgt voor zijn personeelsleden die aangesteld zijn binnen de toegekende ORE een salaris als die personeelsleden voldoen aan de volgende voorwaarden:
Section 1re. - Octroi
HOOFDSTUK 8. - Financiële middelen
Sous-section 1re. - Budget de fonctionnement
Afdeling 1. - Toekenning
Art. 36.§ 1er. Chaque internat de l'enseignement qui satisfait aux conditions de financement ou de subventionnement énoncées à l'article 23, §§ 1er, 2 ou 3, a droit à un budget de fonctionnement.
Onderafdeling 1. - Werkingsbudget
Art. 37.§ 1er. Un internat de l'enseignement qui s'est vu octroyer, conformément à l'article 27, un encadrement pour hébergement les jours d'hébergement supplémentaires reçoit, outre le budget de fonctionnement visé à l'article 36, un budget de fonctionnement destiné au fonctionnement les jours d'hébergement supplémentaires.
Art. 36.§ 1. Elk onderwijsinternaat dat aan de financierings- of subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1, § 2 of § 3, voldoet, heeft recht op een werkingsbudget.
Sous-section 2. - Intervention personnelle
Art. 37. § 1. Een onderwijsinternaat dat overeenkomstig artikel 27 omkadering voor verblijf op bijkomende verblijfsdagen toegekend heeft gekregen, ontvangt, naast het werkingsbudget, vermeld in artikel 36, een werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen.
§ 2. [2 Vanaf het begrotingsjaar 2025, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2024-2025, wordt het werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen berekend door het bedrag van 7,22 euro per ingevulde bijkomende verblijfsdag te vermenigvuldigen met coëfficiënt A1. De coëfficiënt A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2]2
.
§ 3. [2 ...]2.
§ 4. Per internaat wordt het totale werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen berekend door het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen, overeenkomstig artikel 27, te vermenigvuldigen met [2 het bedrag berekend volgens de bepalingen in paragraaf 2]2.
Het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen van onderwijsinternaten met telperiode de maand september van het lopende schooljaar wordt vermenigvuldigd met 12.
Het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen van onderwijsinternaten met telperiode de maanden september tot en met januari van het voorgaande schooljaar wordt vermenigvuldigd met 2,4.
§ 5. Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de besturen.
Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor onderwijsinternaten van het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs.
§ 6. Het werkingsbudget wordt elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van de werkingsbudgetten van het schooljaar in kwestie vertegenwoordigt, en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
§ 7. Als het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin het werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie is opgenomen, aanleiding geeft tot meer budget voor de besturen, wordt het bijkomende budget uitbetaald binnen twee maanden na de bekrachtiging door de Regering van het decreet in kwestie.
Art. 38. § 1er. Aucun droit d'inscription direct ou indirect ne peut être demandé pour l'inscription, dans un internat de l'enseignement, d'internes tels que visés à l'article 25, § 1er, 2°.
§ 2. Lors de l'inscription dans un internat de l'enseignement, une caution raisonnable peut être demandée.
Onderafdeling 2. - Persoonlijke bijdrage
Art. 39. L'autorité peut demander une intervention personnelle raisonnablement proportionnelle aux frais d'hébergement de l'interne.
Art. 38. § 1. Voor de inschrijving in een onderwijsinternaat van internen als vermeld in artikel 25, § 1, 2°, kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd.
§ 2. Bij de inschrijving in een onderwijsinternaat mag een redelijke waarborg gevraagd worden.
Art. 40. L'internat de l'enseignement reçoit un budget de fonctionnement supplémentaire par interne soumis à l'obligation scolaire inscrit le premier jour de classe de février de l'année scolaire en cours, dont les deux parents ou, le cas échéant, le parent unique exercent une profession itinérante telle que batelier, exploitant forain, exploitant et artiste de cirque.
L'internat de l'enseignement déduit ce budget de fonctionnement supplémentaire de l'intervention personnelle facturée aux personnes concernées.
Sur une base annuelle, ce budget de fonctionnement supplémentaire s'élève à :
1° 878,96 euros pour les internes de l'enseignement fondamental ;
2° 1087,43 euros pour les internes de l'enseignement secondaire.
Le budget de fonctionnement supplémentaire est indexé annuellement sur la base de l'indice santé.
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, les internes soumis à l'obligation scolaire qui sont inscrits dans l'école à une 7e année d'études préparatoire à l'entrée sur le marché du travail organisée sur un ou trois semestres conformément à l'article 133/7, alinéa 2, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, il est vérifié, pour chaque semestre, quels internes sont inscrits à l'internat de l'enseignement respectivement le premier jour de classe d'octobre ou le premier jour de classe de février de l'année scolaire en cours. Par dérogation à l'alinéa 3, le budget de fonctionnement supplémentaire s'élève à 543,72 euros par semestre.]2
[1 Pour que le budget de fonctionnement supplémentaire puisse être distribué à l'internat de l'enseignement, ce dernier enregistre chaque année les internes soumis à l'obligation scolaire dont les deux parents ou le cas échéant le seul parent exerce(nt) une profession ambulante telle que batelier, forain, exploitant et artiste de cirque. L'internat de l'enseignement conserve pour ce faire, dans l'internat de l'enseignement et à la disposition du service compétent de la Communauté flamande, une déclaration complétée et signée par l'Etat civil.]1
Art. 39. Het bestuur kan een persoonlijke bijdrage vragen die in redelijke verhouding staat tot de verblijfskosten van de interne.
De facturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is, alsook een contactpersoon tot wie de betrokken personen die een dergelijke gespreide betaling willen, zich kunnen richten.
Art. 41. En dehors de l'intervention personnelle pour frais d'hébergement visée à l'article 39, l'autorité peut demander une intervention personnelle pour la participation à des activités ou des services en dehors du fonctionnement normal de l'internat de l'enseignement.
Cette intervention personnelle doit être raisonnablement proportionnelle aux frais liés à l'activité ou au service.
Art. 40.Het onderwijsinternaat ontvangt per, op de eerste schooldag van februari van het lopende schooljaar ingeschreven, leerplichtige interne waarvan beide ouders of desgevallend de enige ouder een ambulant beroep als binnenschipper, kermis- en circusexploitant en -artiest uitoefenen een bijkomend werkingsbudget.
Section 2. - Utilisation du budget de fonctionnement
Art. 41. Het bestuur kan buiten de persoonlijke bijdrage voor verblijfskosten, vermeld in artikel 39, een persoonlijke bijdrage vragen voor deelname aan activiteiten of diensten die buiten de normale werking van het onderwijsinternaat vallen.
Die persoonlijke bijdrage moet in redelijke verhouding staan tot de kosten die aan de activiteit of dienst verbonden zijn.
Art. 42. L'autorité ne peut utiliser le budget de fonctionnement que pour le fonctionnement de l'internat de l'enseignement.
Le Gouvernement détermine les modalités de contrôle de l'affectation du budget de fonctionnement.
Ce contrôle ne peut pas porter sur l'opportunité.
Afdeling 2. - Aanwending van het werkingsbudget
Art. 43. § 1er. L'autorité peut engager du personnel à charge des fonds propres et à charge du budget de fonctionnement visé aux articles 36 et 37.
Art. 42. Het bestuur kan het werkingsbudget alleen aanwenden voor de werking van het onderwijsinternaat.
CHAPITRE 9. - Ressources financières supplémentaires par projet
Art. 43. § 1. Het bestuur kan ten laste van de eigen middelen en ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en 37, personeel aanwerven.
Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 2. Het bestuur kan personeel aanwerven:
1° ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en 37;
2° ten laste van de eigen middelen om de ORE-norm, vermeld in artikel 23, § 1, 3°, te behalen overeenkomstig artikel 23, § 3;
[1 ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie;]1;
4° ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken.
In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel.
In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt ingericht kan niet vacant worden verklaard en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.
Het personeelslid dat door een bestuur van een onderwijsinternaat van het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven volgens het tweede lid, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 is op hem van toepassing.
Het personeelslid dat door een bestuur van een gesubsidieerd onderwijsinternaat wordt aangeworven volgens het derde lid, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 is op hem van toepassing.
De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het bestuur terug.
Art. 44. Le Gouvernement peut octroyer des ressources financières supplémentaires par projet.
Les ressources financières supplémentaires par projet sont octroyées en vue d'améliorer, de renforcer ou de faciliter le fonctionnement des internats de l'enseignement ou de soutenir ou d'accompagner les autorités, les membres du personnel, les internes ou d'autres parties prenantes des internats de l'enseignement.
Les ressources financières supplémentaires par projet couvrent des missions spécifiques liées à des initiatives pour préparer la nouvelle réglementation ou sa mise en oeuvre, des initiatives qui débouchent sur des connaissances et des méthodologies largement applicables et des initiatives par lesquelles des besoins temporaires et très spécifiques peuvent être rencontrés.
Le Gouvernement détermine les conditions auxquelles les ressources financières supplémentaires par projet peuvent être octroyées, le mode de sélection et d'évaluation.
Art.43 TOEKOMSTIG RECHT.
CHAPITRE 10. - Situations exceptionnelles
HOOFDSTUK 9. - Bijkomende projectmatige financiële middelen
Art. 45. Dans des circonstances exceptionnelles, le Gouvernement peut prendre, pour une durée déterminée qui est strictement nécessaire et qui ne peut en aucun cas dépasser six mois, des mesures exceptionnelles qui comprennent :
Art. 44. De Regering kan bijkomende projectmatige financiële middelen toekennen.
CHAPITRE 11. - Transfert et fusion
HOOFDSTUK 10. - Uitzonderlijke situaties
Art. 46. Des autorités peuvent transférer un internat de l'enseignement ou une implantation.
Art. 45. In uitzonderlijke omstandigheden kan de Regering voor een bepaalde duur die strikt noodzakelijk is en in geen geval langer mag zijn dan zes maanden buitengewone maatregelen nemen die bestaan uit:
1° de toekenning van bijkomende omkadering of werkingsbudget aan de onderwijsinternaten als de bestaande omkadering of het bestaande werkingsbudget, zoals toegekend in dit decreet of de besluiten van de Vlaamse Regering die eruit voortvloeien, ontoereikend zijn om een adequaat antwoord te bieden op de specifieke behoeften die de uitzonderlijke omstandigheden met zich meebrengen. Die bijkomende omkadering of werkingsbudget kunnen uitsluitend aangewend worden om de specifieke behoeften op te vangen;
2° afwijkingen van de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 9 van dit decreet als die door de uitzonderlijke omstandigheden onhaalbaar geworden zijn of als ze het adequaat omgaan met de uitzonderlijke omstandigheden bemoeilijken of onmogelijk maken;
3° afwijkingen, vanuit dezelfde overwegingen als in punt 1° en 2°, op de uitvoeringsbesluiten van dit decreet zonder dat de bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering opgelegde stappen in het besluitvormingsproces gevolgd moeten worden.
Onder uitzonderlijke omstandigheden wordt onder meer verstaan:
1° rampen en catastrofen;
2° epidemieën en pandemieën;
3° humanitaire crisissen.
De Regering deelt de motivering op basis waarvan de besluiten, vermeld in het eerste lid, werden aangenomen zo spoedig mogelijk mee aan de voorzitter van het Vlaams Parlement.
Elk besluit van de Regering als vermeld in het eerste lid heeft onmiddellijk uitwerking en wordt bij decreet bekrachtigd binnen een termijn van twee maanden vanaf de inwerkingtreding ervan. Indien het besluit niet binnen twee maanden na de inwerkingtreding bekrachtigd wordt, houden de door de Regering genomen buitengewone maatregelen op uitwerking te hebben.
Als de buitengewone maatregelen, in afwijking van het eerste lid, langer dan zes maanden aangehouden moeten worden, stelt de Regering de verlenging van de buitengewone maatregelen vast. Het besluit wordt bij decreet bekrachtigd binnen een termijn van twee maanden vanaf de inwerkingtreding ervan. Indien het besluit niet binnen twee maanden na de inwerkingtreding bekrachtigd wordt, houden de door de Regering genomen buitengewone maatregelen op uitwerking te hebben.
Art. 47. Deux ou plusieurs internats de l'enseignement peuvent fusionner.
La fusion s'effectue par l'un des regroupements suivants :
1° par la formation d'un nouvel internat de l'enseignement unique, entraînant la suppression de deux ou plusieurs internats de l'enseignement ;
2° par le regroupement de deux ou plusieurs internats de l'enseignement, un seul internat de l'enseignement subsistant et absorbant l'autre.
Chaque fusion fait l'objet d'une négociation au sein du comité local compétent de tous les internats de l'enseignement concernés.
Une fusion d'internats de l'enseignement produit ses effets le 1er septembre qui suit la notification au service compétent de la Communauté flamande. Cette notification doit intervenir avant le 1er avril.
HOOFDSTUK 11. - Overheveling en fusie
CHAPITRE 12. - Bonne administration
Art. 46. Besturen kunnen een onderwijsinternaat of een vestigingsplaats overhevelen.
Elke overheveling maakt het voorwerp uit van onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, zowel van het overhevelende als van het ontvangende bestuur.
De overheveling van een onderwijsinternaat of een vestigingsplaats naar een ander bestuur vindt in een keer plaats en heeft uitwerking op 1 september die volgt op de melding aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap. Die melding moet gebeuren vóór 1 april.
Art. 48. Une autorité peut fournir des informations au sujet de son propre internat de l'enseignement, mais ne peut pas se livrer à une concurrence déloyale.
Art. 47. Twee of meer onderwijsinternaten kunnen fusioneren.
De fusie vindt plaats door een van de volgende samenvoegingen:
1° door de vorming van één nieuw onderwijsinternaat, waarbij twee of meer onderwijsinternaten worden afgeschaft;
2° door de samenvoeging van twee of meer onderwijsinternaten, waarbij één onderwijsinternaat blijft bestaan dat het andere opslorpt.
Elke fusie maakt het voorwerp uit van onderhandeling in het bevoegde lokaal comité van alle betrokken onderwijsinternaten.
Een fusie van onderwijsinternaten heeft uitwerking op 1 september die volgt op de melding aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap. Die melding moet gebeuren vóór 1 april.
Art. 49. Toute propagande politique est interdite à l'intérieur de l'internat de l'enseignement et aucune activité politique ne peut y être organisée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, des activités politiques sont admises à l'intérieur de l'internat de l'enseignement en dehors des jours d'hébergement habituels et en dehors de la période de nonante jours précédant des élections. Les membres du personnel et les internes ne sont pas invités ou incités à prendre part à ces activités. L'autorité ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe d'égalité de traitement dans l'application de cette disposition.
Par activités politiques, on entend : toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'Homme et des libertés fondamentales.
HOOFDSTUK 12. - Zorgvuldig bestuur
Art. 50. Une autorité peut se livrer à des activités commerciales s'il ne s'agit pas d'actes poursuivant de manière durable un but économique et si elles sont compatibles avec la charge d'internat de l'enseignement.
Art. 48. Een bestuur mag informatie verstrekken over het eigen onderwijsinternaat, maar het mag geen oneerlijke concurrentie voeren.
Art. 51. Une autorité qui autorise le sponsoring ou des communications ayant directement ou indirectement pour but de promouvoir la vente de produits ou de services, veille à ce que :
1° les moyens fournis par l'autorité ne portent pas les communications précitées ;
2° les activités restent exemptes des communications précitées, sauf si ces communications se limitent à attirer l'attention sur le fait que l'activité ou une partie de celle-ci a été organisée au moyen d'un don, d'une donation ou d'une prestation à titre gratuit ou effectuée en dessous du prix réel par une personne physique, une personne morale ou une association de fait nommément désignée ;
3° le sponsoring et les communications précitées soient compatibles avec les missions de l'internat de l'enseignement ;
4° le sponsoring et les communications précitées ne remettent pas en cause l'objectivité, la crédibilité, la fiabilité et l'indépendance de l'internat de l'enseignement.
Art. 49. Er mag in het onderwijsinternaat geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het eerste lid kunnen politieke activiteiten in het onderwijsinternaat worden toegelaten buiten de gewone verblijfsdagen en buiten de periode van negentig dagen vóór een verkiezing. Aan personeelsleden en internen wordt niet gevraagd om aan die activiteiten deel te nemen, of ze worden er niet toe aangezet. Het bestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten worden verstaan: alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, van wie de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Art. 52. Toute partie intéressée peut soumettre ses questions au sujet de l'application des principes du présent chapitre et ses plaintes à propos d'infractions à ces principes à la Commission de bonne administration visée à l'article VII.1 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016.
Art. 50. Een bestuur kan handelsactiviteiten verrichten als die geen handeling zijn die op duurzame wijze een economisch doel nastreven en als ze verenigbaar zijn met de opdracht als onderwijsinternaat.
CHAPITRE 13. - Concertation au sujet des réformes fondamentales
Art. 51. Een bestuur dat sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat:
1° de middelen die door het bestuur verstrekt worden, vrij blijven van de voormelde mededelingen;
2° de activiteiten vrij blijven van de voormelde mededelingen, behalve als die mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit georganiseerd werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht werd onder reële prijs door een bij naam genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;
3° de sponsoring en de voormelde mededelingen verenigbaar zijn met de opdrachten van het onderwijsinternaat;
4° de sponsoring en de voormelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijsinternaat niet in het gedrang brengen.
Art. 53. Le Gouvernement informe les délégués des autorités et les organisations syndicales représentatives de tout projet de réforme fondamentale.
Avant que le Gouvernement ne prenne une première décision de principe en la matière, une concertation distincte au sujet de cette réforme fondamentale est organisée, à la demande d'au moins un des délégués des autorités, entre le ministre qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions ou son délégué et les délégués des autorités.
Avant que le Gouvernement ne prenne une première décision de principe en la matière, une concertation distincte au sujet de cette réforme fondamentale est organisée, à la demande d'au moins une des organisations syndicales représentatives, entre le ministre qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions ou son délégué et les organisations syndicales représentatives.
Art. 52. Vragen over de toepassing van de beginselen van dit hoofdstuk en klachten over inbreuken op die beginselen kunnen door iedere belanghebbende ingediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, vermeld in artikel VII.1 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.
CHAPITRE 14. - Sanctions et recouvrement
HOOFDSTUK 13. - Overleg over fundamentele hervormingen
Art. 54.Si l'inspection de l'enseignement ou les services compétents de la Communauté flamande constatent un non-respect, le Gouvernement peut, après sommation, infliger une sanction pour :
Art. 53. De Regering informeert de afgevaardigden van de besturen en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele hervorming.
Voor de Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op verzoek van ten minste één van de afgevaardigden van de besturen een apart overleg georganiseerd over die fundamentele hervorming tussen de minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, of zijn afgevaardigde, en de afgevaardigden van de besturen.
Voor de Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op verzoek van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele hervorming tussen de minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, of zijn afgevaardigde, en de representatieve vakorganisaties.
Art. 55. Tous les montants payés indûment sont récupérés auprès de l'autorité.
Les montants qui ont été payés indûment pour le compte de l'autorité peuvent également être récupérés par retenue sur le budget de fonctionnement restant à verser.
Toutefois, une partie du traitement payée indûment est récupérée auprès du membre du personnel concerné si l'autorité n'est pas responsable du paiement indu.
HOOFDSTUK 14. - Sancties en terugvorderingen
CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Art. 54.§ 1. De Regering kan als de onderwijsinspectie of de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap niet-naleving vaststellen, na aanmaning een sanctie opleggen voor:
Section 1re. - Modifications de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Art. 55. Alle bedragen die ten onrechte uitbetaald zijn, worden teruggevorderd van het bestuur.
De bedragen die ten onrechte uitbetaald zijn voor rekening van het bestuur, kunnen ook teruggevorderd worden door inhouding op het nog uit te betalen werkingsbudget.
Een salarisgedeelte dat ten onrechte uitbetaald is, wordt evenwel teruggevorderd van het betrokken personeelslid als het bestuur niet verantwoordelijk is voor de onterechte uitbetaling.
Art. 56. Dans l'article 13, § 1er, 1, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Art. 57. A l'article 17 de la même loi, modifié en dernier lieu par le décret du 16 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
Art. 58. Dans l'article 19bis de la même loi, modifié par les décrets des 5 juillet 1989, 18 décembre 2015 et 23 décembre 2021, le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 56. In artikel 13, § 1, 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Section 2. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. 57. In artikel 17 van dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 maart 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "internaten" wordt telkens vervangen door het woord "onderwijsinternaten";
2° in paragraaf 1 worden tussen het woord "basisonderwijs" en het woord "en" de woorden "en de onderwijsinternaten waar internen verblijven uit het basisonderwijs" ingevoegd.
Art. 59. A l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " - les internats et foyers autonomes ; " est remplacé par le membre de phrase " - les internats de l'enseignement ; " ;
2° le membre de phrase " - les semi-internats et les internats qui assurent l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours ; " est remplacé par le membre de phrase " - les semi-internats ; ".
Art. 58. In artikel 19bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 1989, 18 december 2015 en 23 december 2021, wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 60. A l'article 3 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 3°, le membre de phrase " les internats et foyers autonomes, les semi-internats et les internats qui assurent l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, " est remplacé par le membre de phrase " les internats de l'enseignement, les semi-internats, " ;
2° au point 3° la phrase " L'internat ajouté à une école fait partie de cette école. " est abrogée ;
3° au point 24°, le membre de phrase " . Et pour les établissements de centre d'enseignement " est remplacé par le membre de phrase " ou d'un internat de l'enseignement. Et pour les établissements d'un centre d'enseignement " ;
4° le point 42° est remplacé par ce qui suit :
" 42° internats de l'enseignement : les internats de l'enseignement qui ont été agréés conformément à l'article 6 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ; ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechts- positie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs
Art. 61. Dans l'article 4, § 1er, a), du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " , des semi-internats et des internats qui assurent l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, " est remplacé par les mots " et des semi-internats ".
Art. 59. In artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "- de autonome internaten en tehuizen;" wordt vervangen door de zinsnede "- de onderwijsinternaten;";
2° de zinsnede "- de semi-internaten en de internaten die in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorzien;" wordt vervangen door de zinsnede "- de semi-internaten;".
Art. 62. Dans l'article 20, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999, les mots " dans un internat autonome ou " sont abrogés.
Art. 60. In artikel 3 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3° wordt de zinsnede "de autonome internaten en tehuizen, de semi-internaten, de internaten die in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorzien," vervangen door de zinsnede "de onderwijsinternaten, de semi-internaten,";
2° in punt 3° wordt de zin "Het internaat toegevoegd aan een school, maakt deel uit van die school." opgeheven;
3° in punt 24° wordt de zinsnede ". En voor de scholengemeenschapsinstellingen" vervangen door de zinsnede "of van een onderwijsinternaat. En voor de scholengemeenschapsinstellingen";
4° punt 42° wordt vervangen door wat volgt:
"42° onderwijsinternaten: de onderwijsinternaten die erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;".
Art. 63. Dans l'article 24, alinéa 3, deuxième tiret, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, le membre de phrase " , sur proposition du chef d'établissement concerné, par le conseil d'administration pour le membre du personnel désigné dans un internat autonome " est abrogé.
Art. 61. In artikel 4, § 1, a), van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede ", de semi-internaten en de internaten die in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorzien," vervangen door de woorden "en de semi-internaten".
Art. 64. A l'article 31 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, un paragraphe 9 rédigé comme suit est ajouté :
" § 9. Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut attribuer, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat de l'enseignement ordinaire, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 1re, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, ou d'un home d'accueil, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 2, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat de l'enseignement, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette affectation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut accorder, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat de l'enseignement ordinaire, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 1re, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, ou d'un home d'accueil, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 2, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat de l'enseignement, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette mutation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction. ".
Art. 62. In artikel 20, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999, worden de woorden "in een autonoom internaat of" opgeheven.
Art. 65. Dans l'article 40quater du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par le décret du 7 juillet 2006, le membre de phrase " , à l'exception des internats " est abrogé.
Art. 63. In artikel 24, derde lid, tweede streepje, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, wordt de zinsnede "of, op voorstel van het betrokken instellingshoofd door de raad van bestuur voor het personeelslid aangesteld in een autonoom internaat" opgeheven.
Art. 66. Au chapitre III du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, une section 7sexies rédigée comme suit est ajoutée :
" Section 7sexies. Internats de l'enseignement ".
Art. 64. Aan artikel 31 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.".
Art. 67. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, à la section 7sexies, ajoutée par l'article 66, un article 40quaterdecies rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 40quaterdecies. Sans préjudice de l'application des principes selon lesquels un membre du personnel est désigné dans ou est affecté à l'internat de l'enseignement où son emploi est organisé réglementairement, un membre du personnel d'appui peut être employé dans l'internat de l'enseignement et dans toutes les implantations de cet internat de l'enseignement.
Pour l'application de l'alinéa 1er, il y a lieu de respecter en tous cas les principes suivants :
1° l'employabilité d'un membre du personnel est toujours déterminée à partir de sa résidence administrative ;
2° la résidence administrative d'un membre du personnel est déterminée d'un commun accord entre le membre du personnel et le directeur. La résidence administrative ne peut être modifiée qu'à la suite d'une nouvelle concertation ;
3° la distance par la voie publique entre la résidence administrative du membre du personnel et l'implantation où le membre du personnel est occupé en cas de modification de sa charge ne peut jamais dépasser 25 km. Ceci ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'être occupé à une plus grande distance ou si le membre du personnel exerce déjà une charge dans l'implantation où intervient le changement.
Les dispositions relatives à l'employabilité et à la résidence administrative visées aux alinéas 1er et 2 sont reprises, sans préjudice de l'application des articles 18 et 31, dans l'écrit constatant la désignation ainsi que dans la description de fonction visée au chapitre VIIIbis du présent décret. ".
Art. 65. In artikel 40quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006, wordt de zinsnede ", met uitzondering van de internaten" opgeheven.
Art. 68. Dans l'article 41quater du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003 et modifié par le décret du 15 juin 2007, un paragraphe 4 rédigé comme suit est inséré :
" § 4. Un emploi à mi-temps dans une fonction de promotion dans un internat de l'enseignement est toujours attribué à un seul membre du personnel. ".
Art. 66. Aan hoofdstuk III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt een afdeling 7sexies toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 7sexies. Onderwijsinternaten".
Art. 69. Dans l'article 56/1, § 1er, 1°, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, le point b) est rétabli dans la rédaction suivante :
" b) dans les internats de l'enseignement : un transfert tel que visé à l'article 46 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, par lequel un internat de l'enseignement supprime une implantation, à savoir une partie d'un internat de l'enseignement, et un autre internat de l'enseignement crée parallèlement une implantation sur le même site ; ".
Art. 67. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt aan afdeling 7sexies, toegevoegd bij artikel 66, een artikel 40quaterdecies toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40quaterdecies. Met behoud van de toepassing van de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan het onderwijsinternaat waar zijn betrekking reglementair wordt opgericht, kan een personeelslid van het ondersteunend personeel ingezet worden in het onderwijsinternaat en in alle vestigingsplaatsen van dit onderwijsinternaat.
Bij de toepassing van het eerste lid moeten alleszins de volgende principes worden gehanteerd:
1° de inzetbaarheid van een personeelslid wordt steeds bepaald vanuit de standplaats van het personeelslid;
2° de standplaats van een personeelslid wordt bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de directeur. De standplaats kan enkel worden gewijzigd na een nieuw overleg;
3° de afstand over de openbare weg tussen de standplaats van het personeelslid en de vestigingsplaats waar het personeelslid bij een wijziging van zijn opdracht wordt ingezet, mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden of als het personeelslid al een opdracht uitoefent in de vestigingsplaats waar de wijziging plaatsvindt.
De bepalingen over de inzetbaarheid en de standplaats, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, met behoud van de toepassing van artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk VIIIbis van dit decreet.".
Art. 70. A l'article 73ter du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " pour chacun des membres du personnel d'un internat autonome et " sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, la phrase " Pour la fonction de recrutement exercée dans un internat autonome, un des deux évaluateurs sera toujours l'administrateur de cet internat ; " est abrogée ;
3° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, la phrase " Par dérogation au § 4, l'administrateur d'un internat autonome et le directeur sont évalués par le conseil d'administration. " est remplacée par la phrase " Par dérogation au paragraphe 4, le directeur est évalué par le conseil d'administration. " ;
4° dans le paragraphe 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Si un conseil d'administration ne crée, dans un internat de l'enseignement, qu'un emploi à mi-temps dans la fonction de directeur et que le membre du personnel concerné combine cet emploi de directeur avec un emploi dans une fonction de recrutement ou de sélection dans le même établissement, le conseil d'administration évalue, par dérogation au paragraphe 4, le membre du personnel pour les deux fonctions. Le membre du personnel n'a pas de deuxième évaluateur. ".
Art. 68. In artikel 41quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007, wordt een paragraaf 4 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Een halftijdse betrekking in een bevorderingsambt in een onderwijsinternaat wordt steeds toegekend aan één personeelslid.".
Art. 71. Dans l'article 73septiesdecies, § 5, 1°, du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007 en modifié par les décrets des 9 juillet 2010 et 9 juillet 2021, les mots " l'administrateur d'un internat autonome et " sont abrogés.
Art. 69. In artikel 56/1, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt punt b) opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"b) bij de onderwijsinternaten: een overheveling als vermeld in artikel 46 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, waarbij een onderwijsinternaat een vestigingsplaats, namelijk een gedeelte van een onderwijsinternaat, afschaft en een ander onderwijsinternaat tegelijkertijd op dezelfde locatie een vestigingsplaats opricht;".
Art. 72. L'article 103decies du même décret, inséré par le décret du 19 juin 2015 et modifié par le décret du 28 octobre 2016, est abrogé.
Art. 70. In artikel 73ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "voor elk van de personeelsleden van een autonoom internaat en" opgeheven;
2° in paragraaf 4, eerste lid, 1°, wordt de zin "Wordt het wervingsambt evenwel uitgeoefend in een autonoom internaat, dan moet één van beide evaluatoren steeds de beheerder van dat internaat zijn." opgeheven;
3° in paragraaf 5, eerste lid, wordt de zin "In afwijking van § 4 worden de beheerder van een autonoom internaat en de directeur geëvalueerd door de raad van bestuur." vervangen door de zin "In afwijking van paragraaf 4 wordt de directeur geëvalueerd door de raad van bestuur.";
4° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als een raad van bestuur in een onderwijsinternaat slechts een halftijdse betrekking in het ambt van directeur opricht, en het betrokken personeelslid deze betrekking van directeur combineert met een betrekking in een wervings- of selectieambt in dezelfde instelling, dan wordt het personeelslid in afwijking van paragraaf 4 voor beide ambten geëvalueerd door de raad van bestuur. Het personeelslid heeft geen tweede evaluator.".
Art. 73. Dans le même décret, un article 103undevicies rédigé comme suit est inséré :
" Art. 103undevicies. § 1er. Pour les membres du personnel qui, durant l'année scolaire 2022-2023, sont en fonction en tant que contractuel dans une fonction d'éducateur et sont désignés dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, les services prestés en tant que contractuel dans une fonction d'éducateur sont considérés comme ancienneté de service telle que visée aux articles 4, 21 et 36. Les services sont considérés comme s'ils avaient été prestés dans la fonction de collaborateur d'internat dans la catégorie de personnel d'appui dans un internat de l'enseignement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes suivantes n'entrent pas en considération pour le calcul de l'ancienneté de service :
1° le congé politique ou le mandat politique ;
2° les jours de maladie non rémunérés ;
3° le congé sans solde.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 21, §§ 3 et 4, le membre du personnel visé au paragraphe 1er a droit, au 1er septembre 2023, à une désignation temporaire pour une durée indéterminée s'il satisfait aux conditions suivantes : 1° le membre du personnel est désigné, le 1er septembre 2023, dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ;
2° le membre du personnel a acquis, au 1er septembre 2023, une ancienneté de service de 290 jours ;
3° le membre du personnel pose sa candidature auprès du conseil d'administration avant le 15 août 2023 afin de faire valoir son droit à une désignation temporaire pour une durée indéterminée, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante. Le membre du personnel peut le faire par lettre recommandée ou d'une manière arrêtée par le collège des directeurs après négociation au sein du comité local compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée en termes d'opposabilité. Le conseil d'administration communique les possibilités de communication de candidature à tous les membres du personnel et les rend également publiques. Si la candidature du membre du personnel satisfait à toutes les conditions énoncées dans le présent article, elle est considérée à partir de ce moment comme une candidature à cette fonction renouvelée au fil des années scolaires.
Pour déterminer l'ancienneté de service visée au point 2°, le nombre de jours prestés n'est, par dérogation à l'article 4, § 1er, a), pas multiplié par 1,2.
§ 3. Par dérogation à l'article 36, alinéa 1er, 1°, en ce qui concerne le membre du personnel visé au paragraphe 1er, l'ancienneté de service dans la fonction de collaborateur d'internat est établie le 1er septembre 2023 en vue d'une nomination à titre définitif au 1er janvier 2024.
§ 4. Pour les membres du personnel qui, durant l'année scolaire 2022-2023, sont en fonction en tant que contractuel et sont désignés dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, l'ancienneté pécuniaire qui leur avait été attribuée au plus tard le 31 août 2023 par le conseil d'administration en tant que contractuel est prise en compte. ".
Art. 71. In artikel 73septiesdecies, § 5, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010 en 9 juli 2021, worden de woorden "de beheerder van een autonoom internaat en" opgeheven.
Art. 74. Dans le même décret, un article 103vicies rédigé comme suit est inséré :
" Art. 103vicies. § 1er. Les administrateurs nommés à titre définitif et admis au stage, qui sont titulaires d'un emploi au 31 août 2023 et qui, au 1er septembre 2023, ne sont pas désignés en tant que directeur dans un internat de l'enseignement, sont désignés, à concurrence du volume de la charge dont ils sont titulaires au 31 août 2023, dans la fonction de collaborateur d'internat dans la catégorie de personnel d'appui au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement. Ils conservent l'échelle de traitement qu'ils ont au 31 août 2023, à moins qu'ils n'aient droit à un traitement plus avantageux en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand réglant les échelles de traitement.
§ 2. Un membre du personnel qui a été admis au stage dans la fonction d'administrateur le 31 août 2023 est, après douze mois de prestations effectives à compter de son admission au stage dans la fonction d'administrateur, nommé à titre définitif dans la fonction de directeur s'il s'est vu attribuer la fonction de directeur au 1er septembre 2023. ".
Art. 72. Artikel 103decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 28 oktober 2016, wordt opgeheven.
Section 3. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves
Art. 73. In hetzelfde decreet wordt een artikel 103undevicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 103undevicies. § 1. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 in dienst zijn als contractueel personeelslid in een functie van opvoeder en aangesteld worden in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, worden de diensten die gepresteerd zijn als contractueel personeelslid in een functie van opvoeder, beschouwd als dienstanciënniteit als vermeld in artikel 4, 21 en 36. De diensten worden beschouwd alsof ze gepresteerd zijn in het ambt van internaats- medewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel in een onderwijsinternaat.
In afwijking van het eerste lid komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit:
1° politiek verlof of politiek mandaat;
2° onbezoldigde ziektedagen;
3° verlof zonder wedde.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 21, § 3 en § 4, heeft het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, op 1 september 2023 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als het personeelslid voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° het personeelslid wordt op 1 september 2023 aangesteld in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
2° het personeelslid heeft op 1 september 2023 een dienstanciënniteit verworven van 290 dagen;
3° het personeelslid stelt zich, om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 augustus 2023 kandidaat bij de raad van bestuur. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een aangetekende brief of op een wijze die door het college van directeurs, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een aangetekende brief. De raad van bestuur deelt de mogelijkheden van mededeling van kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt die ook openbaar. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, vermeld in dit artikel, geldt die vanaf dat ogenblik als een kandidatuur voor dat ambt die over de schooljaren doorloopt.
Voor het bepalen van de dienstanciënniteit, bedoeld in punt 2°, wordt, in afwijking van artikel 4, § 1, a), het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd.
§ 3. In afwijking van artikel 36, eerste lid, 1°, wordt voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, voor een vaste benoeming op 1 januari 2024 de dienstanciënniteit in het ambt van internaatsmedewerker vastgesteld op 1 september 2023.
§ 4. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 in dienst zijn als contractueel personeelslid en aangesteld worden in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten wordt de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2023 door de raad van bestuur was toegekend aan hen als contractueel personeelslid meegenomen.".
Art. 75. A l'article 4 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, a), les mots " occupés dans " sont remplacés par le membre de phrase " occupés dans les établissements subventionnés suivants : " ;
2° dans le paragraphe 1er, a), le membre de phrase " - les homes d'accueil pour les enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe ; " est abrogé ;
3° dans le paragraphe 1er, a), le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 74. In hetzelfde decreet wordt een artikel 103vicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 103vicies. § 1. De vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten beheerders die op 31 augustus 2023 titularis zijn van een betrekking en die op 1 september 2023 niet als directeur in een onderwijsinternaat worden aangesteld, worden, voor het volume van de opdracht waarvan ze op 31 augustus 2023 titularis zijn, aangesteld in het ambt van internaatsmedewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten. Ze behouden de salarisschaal die ze hebben op 31 augustus 2023, tenzij ze door het besluit van de Vlaamse Regering dat de salarisschalen regelt, recht hebben op een gunstiger salaris.
§ 2. Een personeelslid dat op 31 augustus 2023 tot de proeftijd is toegelaten in het ambt van beheerder, wordt, na twaalf maanden effectieve prestaties vanaf zijn toelating tot de proeftijd in het ambt van beheerder, vastbenoemd in het ambt van directeur, als hij op 1 september 2023 het ambt van directeur heeft toegewezen gekregen.".
Art. 76. A l'article 5 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " , les homes d'accueil pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe et les internats. L'internat ajouté à une école fait partie de cette école " est remplacé par les mots " et les internats de l'enseignement " ;
2° au point 28°, le membre de phrase " des internats et les autorités des homes d'accueil pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe, des internats autonomes et des services d'encadrement pédagogique ; " est remplacé par le membre de phrase " les autorités des services d'encadrement pédagogique et les autorités des internats de l'enseignement ; " ;
3° un point 35° rédigé comme suit est ajouté :
" 35° internats de l'enseignement : les internats de l'enseignement qui ont été agréés conformément à l'article 6 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ; ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
Art. 77. Dans l'article 6, § 1er, a), du même décret, remplacé par le décret du 7 juillet 2006, le membre de phrase " , des semi-internats et des centres d'accueil " est abrogé.
Art. 75. In artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, a), worden de woorden "tewerkgesteld in de gesubsidieerde" vervangen door de zinsnede "tewerkgesteld in de volgende gesubsidieerde instellingen:";
2° in paragraaf 1, a), wordt de zinsnede "- tehuizen voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben;" opgeheven;
3° in paragraaf 1, a), wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 78. Dans l'article 17sexies, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots " ou le gestionnaire " sont abrogés.
Art. 76. In artikel 5 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede ", de tehuizen voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben en de internaten. Het internaat toegevoegd aan een school maakt deel uit van die school" vervangen door de woorden "en de onderwijsinternaten";
2° in punt 28° wordt de zinsnede "van de internaten en de besturen van tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, van de autonome internaten en van de pedagogische begeleidingsdiensten;" vervangen door de zinsnede " de besturen van de pedagogische begeleidingsdiensten en de onderwijsinternaatsbesturen van de onderwijsinternaten;";
3° er wordt een punt 35° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"35° onderwijsinternaten: de onderwijsinternaten die erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;".
Art. 79. A l'article 19 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du vendredi 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " l'article V.46, § 1er, 1°, 2° et 4°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement et de l'article 18, § 1er, 1°, 2°, 4°, de la codification relative à l'enseignement secondaire, de l'article 73, § 1er, 1°, 2° et 6°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'article 66, 1°, 2° et 6°, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel " est remplacé par le membre de phrase " l'article V.45, 1° et 2°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement, de l'article 18, § 1er, 1° et 2°, du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'article 73, § 1er, 1° et 2°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'article 35, § 1er, 1° et 2°, du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, de l'article 66, 1°, 2° et 6°, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel " ;
2° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " l'article 106, § 1er, 1°, a), b) et d) " est remplacé par le membre de phrase " l'article 106, § 1er, 1°, a) et b) ".
Art. 77. In artikel 6, § 1, a), van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006, wordt de zinsnede ", de semi-internaten en de opvangcentra," opgeheven.
Art. 80. Dans l'article 24 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 14 février 2003, 13 juillet 2007 et 4 juillet 2008, le paragraphe 1erbis est abrogé.
Art. 78. In artikel 17sexies, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de woorden "of de beheerder" opgeheven.
Art. 81. Dans l'article 36bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par le décret du 7 juillet 2006, le membre de phrase " , à l'exception des internats " est abrogé.
Art. 79. In artikel 19 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel V.46, § 1, 1°, 2° en 4°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs en artikel 18, § 1, 1°, 2°, 4°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs, artikel 73, § 1, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel V.45, 1° en 2°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, artikel 18, § 1, 1° en 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 73, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, artikel 35, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs";
2° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel 106, § 1, 1°, a), b) en d)" vervangen door de zinsnede "artikel 106, § 1, 1°, a) en b)".
Art. 82. Au titre II, chapitre III, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, une section 10 rédigée comme suit est ajoutée :
" Section 10. Internats de l'enseignement ".
Art. 80. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 14 februari 2003, 13 juli 2007 en 4 juli 2008, wordt paragraaf 1bis opgeheven.
Art. 83. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juillet 2022, à la section 10 ajoutée par l'article 82, un article 36novies/4 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 36novies/4. Sans préjudice de l'application des principes selon lesquels un membre du personnel est désigné dans ou est affecté à l'internat de l'enseignement où son emploi est organisé réglementairement, un membre du personnel d'appui peut être employé dans l'internat de l'enseignement et dans toutes les implantations de cet internat de l'enseignement.
Pour l'application de l'alinéa 1er, il y a lieu de respecter en tous cas les principes suivants :
1° l'employabilité d'un membre du personnel est toujours déterminée à partir de sa résidence administrative ;
2° la résidence administrative d'un membre du personnel est déterminée d'un commun accord entre le membre du personnel et le pouvoir organisateur. La résidence administrative ne peut être modifiée qu'à la suite d'une nouvelle concertation ;
3° la distance par la voie publique entre la résidence administrative du membre du personnel et l'implantation où le membre du personnel est occupé en cas de modification de sa charge ne peut jamais dépasser 25 km. Ceci ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'être occupé à une plus grande distance ou si le membre du personnel exerce déjà une charge dans l'implantation où intervient le changement.
Les dispositions relatives à l'employabilité et à la résidence administrative visées aux alinéas 1er et 2 sont reprises, sans préjudice de l'application des articles 20 et 45, dans la convention ou l'arrêté constatant la désignation ainsi que dans la description de fonction visée au titre II, chapitre Vbis, du présent décret. ".
Art. 81. In artikel 36bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006, wordt de zinsnede ", met uitzondering van de internaten" opgeheven.
Art. 84. Dans l'article 37bis du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003 et modifié par le décret du 15 juin 2007, un paragraphe 4 rédigé comme suit est inséré :
" § 4. Un emploi à mi-temps dans une fonction de promotion dans un internat de l'enseignement est toujours attribué à un seul membre du personnel. ".
Art. 82. Aan titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 10. Onderwijsinternaten".
Art. 85. Dans l'article 42, § 1er, c), du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009, le point 2° abrogé.
Art. 83. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt aan afdeling 10, toegevoegd bij artikel 82, een artikel 36novies/4 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36novies/4. Met behoud van de toepassing van de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan het onderwijsinternaat waar zijn betrekking reglementair wordt opgericht, kan een personeelslid van het ondersteunend personeel ingezet worden in het onderwijsinternaat en in alle vestigingsplaatsen van dit onderwijsinternaat.
Bij de toepassing van het eerste lid moeten alleszins de volgende principes worden gehanteerd:
1° de inzetbaarheid van een personeelslid wordt steeds bepaald vanuit de standplaats van het personeelslid;
2° de standplaats van een personeelslid wordt bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht. De standplaats kan enkel worden gewijzigd na een nieuw overleg;
3° de afstand over de openbare weg tussen de standplaats van het personeelslid en de vestigingsplaats waar het personeelslid bij een wijziging van zijn opdracht wordt ingezet, mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden of als het personeelslid al een opdracht uitoefent in de vestigingsplaats waar de wijziging plaatsvindt.
De bepalingen over de inzetbaarheid en de standplaats, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, met behoud van de toepassing van artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in titel II, hoofdstuk Vbis, van dit decreet.".
Art. 86. A l'article 45 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, un paragraphe 9 rédigé comme suit est ajouté :
" § 9. Par dérogation au paragraphe 2, le pouvoir organisateur peut attribuer, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat, tel que visé à l'article III.35 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat de l'enseignement, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette affectation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
Par dérogation au paragraphe 1er, le pouvoir organisateur peut accorder, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat, tel que visé à l'article III.35 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat de l'enseignement, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette mutation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction. ".
Art. 84. In artikel 37bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007, wordt een paragraaf 4 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Een halftijdse betrekking in een bevorderingsambt in een onderwijsinternaat wordt steeds toegekend aan één personeelslid.".
Art. 87. A l'article 47ter du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " l'administrateur d'internat, " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " . Pour la fonction de recrutement exercée dans un internat, un des deux évaluateurs sera toujours l'administrateur de cet internat ; " est abrogé ;
3° dans le paragraphe 5, le membre de phrase " l'administrateur d'internat, " est abrogé ;
4° dans le paragraphe 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Si un pouvoir organisateur ne crée, dans un internat de l'enseignement, qu'un emploi à mi-temps dans la fonction de directeur et que le membre du personnel concerné combine cet emploi de directeur avec un emploi dans une fonction de recrutement ou de sélection dans le même établissement, le pouvoir organisateur évalue, par dérogation au paragraphe 4, le membre du personnel pour les deux fonctions. Le membre du personnel n'a pas de deuxième évaluateur. ".
Art. 85. In artikel 42, § 1, c), van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 88. Dans l'article 47decies du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " l'administrateur d'un internat, " est chaque fois abrogé.
Art. 86. Aan artikel 45 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat als vermeld in artikel III.35 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat als vermeld in artikel III.35 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.".
Art. 89. Dans l'article 47septiesdecies, § 5, 1°, du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par les décrets des 8 mai 2009, 9 juillet 2010 et 9 juillet 2021, le membre de phrase " l'administrateur d'un internat, " est abrogé.
Art. 87. In artikel 47ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "de beheerder van een internaat," opgeheven;
2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede ". Wordt het wervingsambt evenwel uitgeoefend in een internaat, dan moet één van beide evaluatoren steeds de beheerder van dat internaat zijn" opgeheven;
3° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "de beheerder van een internaat," opgeheven;
4° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als een inrichtende macht in een onderwijsinternaat slechts een halftijdse betrekking in het ambt van directeur opricht, en het betrokken personeelslid deze betrekking van directeur combineert met een betrekking in een wervings- of selectieambt in dezelfde instelling, dan wordt het personeelslid in afwijking van paragraaf 4 voor beide ambten geëvalueerd door de inrichtende macht. Het personeelslid heeft geen tweede evaluator.".
Art. 90. Dans l'article 74bis 1, § 1er, 1°, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, le point b) est rétabli dans la rédaction suivante :
" b) dans les internats de l'enseignement : un transfert tel que visé à l'article 46 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, par lequel un internat de l'enseignement supprime une implantation, à savoir une partie d'un internat de l'enseignement, et un autre internat de l'enseignement crée parallèlement une implantation sur le même site ; ".
Art. 88. In artikel 47decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zinsnede "de beheerder van een internaat," telkens opgeheven.
Art. 91. Dans le même décret, les articles suivants sont abrogés :
1° l'article 84bis, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et remplacé par le décret du 13 juillet 2007 ;
2° l'article 84quater, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et remplacé par le décret du 7 juillet 2006.
Art. 89. In artikel 47septiesdecies, § 5, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 9 juli 2010 en 9 juli 2021, wordt de zinsnede "de beheerder van een internaat," opgeheven.
Art. 92. Dans le même décret, un article 84tricies semel rédigé comme suit est inséré :
" 84tricies semel. § 1er. Pour les membres du personnel qui, durant l'année scolaire 2022-2023, sont en fonction en tant que contractuel dans une fonction d'éducateur et sont désignés dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, les services qu'ils ont prestés en tant que contractuel dans une fonction d'éducateur sont considérés comme ancienneté de service telle que visée aux articles 6, 23, 31 et 35.
Les services sont considérés comme s'ils avaient été prestés dans la fonction de collaborateur d'internat dans la catégorie de personnel d'appui dans un internat de l'enseignement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes suivantes n'entrent pas en considération pour le calcul de l'ancienneté de service :
1° le congé politique ou le mandat politique ;
2° les jours de maladie non rémunérés ;
3° le congé sans solde.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 23, §§ 3 et 4, le membre du personnel visé au paragraphe 1er a droit, au 1er septembre 2023, à une désignation temporaire pour une durée indéterminée s'il satisfait aux conditions suivantes : 1° le membre du personnel est désigné, le 1er septembre 2023, dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ;
2° le membre du personnel a acquis, au 1er septembre 2023, une ancienneté de service de 290 jours ;
3° le membre du personnel pose sa candidature auprès du pouvoir organisateur avant le 15 août 2023 afin de faire valoir son droit à une désignation temporaire pour une durée indéterminée, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante. Le membre du personnel peut le faire par lettre recommandée ou d'une manière arrêtée par le pouvoir organisateur après négociation au sein du comité local compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée en termes d'opposabilité. Le pouvoir organisateur communique les possibilités de communication de candidature à tous les membres du personnel et les rend également publiques. La candidature vaut pour tous les emplois pour lesquels le droit a été acquis. Si la candidature du membre du personnel satisfait à toutes les conditions énoncées à l'alinéa 1er, elle est considérée à partir de ce moment comme une candidature à cette fonction renouvelée au fil des années scolaires.
Pour déterminer l'ancienneté de service visée au point 2°, le nombre de jours prestés n'est, par dérogation à l'article 6, § 1er, a), pas multiplié par 1,2.
§ 3. Par dérogation à l'article 31, § 1er, 1°, en ce qui concerne le membre du personnel visé au paragraphe 1er, l'ancienneté de service dans la fonction de collaborateur d'internat est établie le 1er septembre 2023 en vue d'une nomination à titre définitif au 1er janvier 2024.
§ 4. Pour les membres du personnel qui, durant l'année scolaire 2022-2023, sont en fonction en tant que contractuel et sont désignés dans un internat de l'enseignement au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, l'ancienneté pécuniaire qui leur avait été attribuée au plus tard le 31 août 2023 par le pouvoir organisateur en tant que contractuel est prise en compte. ".
Art. 90. In artikel 74bis 1, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt punt b) opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"b) bij de onderwijsinternaten: een overheveling als vermeld in artikel 46 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, waarbij een onderwijsinternaat een vestigingsplaats, namelijk een gedeelte van een onderwijsinternaat, afschaft en een ander onderwijsinternaat tegelijkertijd op dezelfde locatie een vestigingsplaats opricht;".
Art. 93. Dans le même décret, un article 84tricies bis rédigé comme suit est inséré :
" Art. 84tricies bis. Les administrateurs nommés à titre définitif, qui sont titulaires d'un emploi au 31 août 2023 et qui, au 1er septembre 2023, ne sont pas désignés en tant que directeur dans un internat de l'enseignement, sont désignés, à concurrence du volume de la charge dont ils sont titulaires au 31 août 2023, dans la fonction de collaborateur d'internat dans la catégorie de personnel d'appui au sein de l'encadrement visé aux articles 25 à 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement. Ils conservent l'échelle de traitement qu'ils ont au 31 août 2023, à moins qu'ils n'aient droit à un traitement plus avantageux en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand réglant les échelles de traitement. ".
Art. 91. In hetzelfde decreet worden de volgende artikelen opgeheven:
Section 4. - Modifications du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné
Art. 92. In hetzelfde decreet wordt een artikel 84tricies semel ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 84tricies semel. § 1. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 in dienst zijn als contractueel personeelslid in een functie van opvoeder en aangesteld worden in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, worden de diensten die ze gepresteerd hebben als contractueel personeelslid in een functie van opvoeder, beschouwd als dienstanciënniteit als vermeld in artikel 6, 23, 31 en 35. De diensten worden beschouwd alsof ze gepresteerd werden in het ambt van internaatsmedewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel in een onderwijsinternaat.
In afwijking van het eerste lid, komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit:
1° politiek verlof of politiek mandaat;
2° onbezoldigde ziektedagen;
3° verlof zonder wedde.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 23, § 3 en § 4, heeft het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, op 1 september 2023 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als het personeelslid voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° het personeelslid wordt op 1 september 2023 aangesteld in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
2° het personeelslid heeft op 1 september 2023 een dienstanciënniteit verworven van 290 dagen;
3° het personeelslid stelt zich, om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 augustus 2023 kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt die ook openbaar. De kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, vermeld in het eerste lid, geldt die vanaf dat ogenblik als een kandidatuur voor dat ambt die over de schooljaren doorloopt.
Voor het bepalen van de dienstanciënniteit, bedoeld in punt 2°, wordt, in afwijking van artikel 6, § 1, a), het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd.
§ 3. In afwijking van artikel 31, § 1, 1°, wordt voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, voor een vaste benoeming op 1 januari 2024 de dienstanciënniteit in het ambt van internaatsmedewerker vastgesteld op 1 september 2023.
§ 4. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 in dienst zijn als contractueel personeelslid en aangesteld worden in een onderwijsinternaat binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten wordt de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2023 door de inrichtende macht was toegekend aan hen als contractueel personeelslid meegenomen.".
Art. 94. Dans l'article 2, 1°, du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné, modifié par les décrets des 1er décembre 1998 et 18 mai 1999, le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 93. In hetzelfde decreet wordt een artikel 84tricies bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 84tricies bis. De vastbenoemde beheerders die op 31 augustus 2023 titularis zijn van een betrekking en die op 1 september 2023 niet als directeur in een onderwijsinternaat worden aangesteld, worden, voor het volume van de opdracht waarvan ze op 31 augustus 2023 titularis zijn, aangesteld in het ambt van internaatsmedewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel binnen de omkadering, vermeld in artikel 25 tot en met 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten. Ze behouden de salarisschaal die ze hebben op 31 augustus 2023, tenzij ze door het besluit van de Vlaamse Regering dat de salarisschalen regelt, recht hebben op een gunstiger salaris.".
Art. 95. Dans l'article 29, alinéa 2, 3°, du même décret, les mots " aux pensions des internats " sont remplacés par les mots " à l'intervention personnelle dans les internats de l'enseignement ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs
Art. 96. A l'article 34 du même décret, modifié par le décret du 3 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 94. In artikel 2, 1°, van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998 en 18 mei 1999, wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Section 5. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 95. In artikel 29, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet worden de woorden "kostgelden van internaten" vervangen door de woorden "de persoonlijke bijdrage in onderwijsinternaten".
Art. 97. A l'article 2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié par les décrets des 7 juillet 2006, 22 juin 2007 et 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement " ;
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 96. In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd door het decreet van 3 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "internaat" vervangen door het woord "onderwijsinternaat";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 98. L'article 27quater du même décret, inséré par le décret du vendredi 6 juillet 2007 et modifié par le décret du 28 octobre 2016, est abrogé.
Afdeling 5. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
Art. 99. Dans l'article 37novies, § 5, 2°, du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2020, le point b) est remplacé par ce qui suit :
Art. 97. In artikel 2 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 22 juni 2007 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 100. Dans l'article 37/28, § 1er, 2°, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du 4 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 98. Artikel 27quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 28 oktober 2016, wordt opgeheven.
Art. 101. Dans l'article 37/64, § 1er, 2°, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du vendredi 18 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 99. In artikel 37novies, § 5, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2020, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 102. Dans l'article 120, § 6, du même décret, le membre de phrase " ou relèvent directement d'internats d'enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe, " est remplacé par le membre de phrase " et toutes les écoles accueillant des élèves dont les parents n'ont pas de résidence fixe et qui, conformément à l'article 27 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, occupent des jours d'hébergement supplémentaires ".
Art. 100. In artikel 37/28, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 4 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 103. Dans l'article 139duodecies, 1°, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et remplacé par le décret du 9 juillet 2021, le point b) est abrogé.
Art. 101. In artikel 37/64, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 18 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 104. Dans l'article 140, § 1er, 6°, du même décret, remplacé par le décret du 6 juillet 2012 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) dont les parents n'ont pas de résidence fixe et qui, conformément à l'article 27 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, occupent des jours d'hébergement supplémentaires ; ".
Art. 102. In artikel 120, § 6, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "alle scholen, rechtstreeks verbonden aan internaten voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben" vervangen door de zinsnede "alle scholen met leerlingen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben en die overeenkomstig artikel 27 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten bijkomende verblijfsdagen invullen".
Section 6. - Modifications du décret du 6 juin 2008 instituant une interdiction de fumer dans les établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves
Art. 103. In artikel 139duodecies, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 9 juli 2021, wordt punt b) opgeheven.
Art. 105. Dans l'intitulé du décret du 6 juin 2008 instituant une interdiction de fumer dans les établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves, les mots " établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves " sont remplacés par le membre de phrase " établissements d'enseignement, les internats de l'enseignement et les centres d'encadrement des élèves ".
Art. 104. In artikel 140, § 1, 6°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2012 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben en die overeenkomstig artikel 27 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten bijkomende verblijfsdagen invullen;".
Art. 106. Dans l'article 3 du même décret, remplacé par le décret du 15 juin 2018, au point 3°, les mots " internats et homes d'accueil " sont remplacés par les mots " internats de l'enseignement ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding
Art. 107. A l'article 6 du même décret, modifié par le décret du 15 juin 2018, au point 1° et 2°, le mot " internats " est chaque fois remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 105. In het opschrift van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding worden de woorden "onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de zinsnede "onderwijsinstellingen, onderwijsinternaten en centra voor leerlingenbegeleiding".
Art. 108. Dans l'article 7 du même décret, les mots " règlement d'école ou de travail " sont remplacés par le membre de phrase " le règlement de l'école, de l'internat de l'enseignement ou du centre ou dans le règlement de travail ".
Art. 106. In artikel 3 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 15 juni 2018, worden in punt 3° de woorden "internaten en tehuizen" vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Section 7. - Modifications du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement
Art. 107. In artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt in punt 1° en 2° het woord "internaats-" telkens vervangen door het woord "onderwijsinternaats-".
Art. 109. A l'article 2 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 11°, les mots " l'établissement d'enseignement " sont remplacés par le membre de phrase " l'établissement d'enseignement, l'internat de l'enseignement " ;
2° un point 13° /1° rédigé comme suit est inséré :
" 13° /1 internat de l'enseignement : un internat de l'enseignement qui a été agréé conformément à l'article 6 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ; " ;
3° un point 16° /4 rédigé comme suit est inséré :
" 16° /4 cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement : le cadre qui définit les attentes pour un hébergement et un accompagnement de qualité. Le cadre s'articule autour de quatre rubriques : résultats et effets, stimulation du développement, politique et développement de la qualité et tient compte du contexte et de la contribution de l'internat de l'enseignement ; " ;
4° au point 20° /1, le membre de phrase " 16° /1, 16° /2 et 16° /3 " est remplacé par le membre de phrase " 16° /1, 16° /2, 16° /3 et 16° /4 ".
Art. 108. In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de woorden "school- of arbeidsreglement" vervangen door de woorden "school-, onderwijsinternaats-, centrum- of arbeidsreglement".
Art. 110. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, l'intitulé de la partie II est remplacé par ce qui suit :
" Partie II. Garanties pour un enseignement de qualité, un encadrement des élèves de qualité, un soutien à l'apprentissage de qualité et un fonctionnement de l'internat de l'enseignement de qualité ".
Afdeling 7. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
Art. 111. Dans l'article 3 du même décret, le membre de phrase " , aux centres d'encadrement des élèves financés ou subventionnés par la Communauté flamande, aux centres de soutien à l'apprentissage financés ou subventionnés par la Communauté flamande et aux services d'encadrement pédagogique. " est remplacé par le membre de phrase " , aux centres d'encadrement des élèves financés ou subventionnés par la Communauté flamande, aux centres de soutien à l'apprentissage financés ou subventionnés par la Communauté flamande, aux internats de l'enseignement agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande et aux services d'encadrement pédagogique. ".
Art. 109. In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 11° wordt het woord "onderwijsinstelling" vervangen door de zinsnede "onderwijsinstelling, onderwijsinternaat";
2° er wordt een punt 13° /1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
"13° /1 onderwijsinternaat: een onderwijsinternaat dat erkend is overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;";
3° er wordt een punt 16° /4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"16° /4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat;";
4° in punt 20° /1 wordt de zinsnede "16° /1, 16° /2 en 16° /3" vervangen door de zinsnede "16° /1, 16° /2, 16° /3 en 16° /4".
Art. 112. Dans la partie III du même décret, modifiée en dernier lieu par le décret du 25 février 2022, l'intitulé du titre II est remplacé par ce qui suit :
" Titre II. Etablissements ".
Art. 110. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt het opschrift van deel II vervangen door wat volgt:
"Deel II. Waarborgen voor kwaliteitsvol onderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding, kwaliteitsvolle leersteun en kwaliteitsvolle onderwijsinternaatswerking".
Art. 113. A l'article 4 du même décret, modifié par le décret du 23 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, un alinéa 4 rédigé comme suit est ajouté :
" Chaque internat de l'enseignement assure aux internes, compte tenu de sa propre vision et de sa propre mission, un hébergement et un accompagnement de qualité en vue de leur développement et de l'accomplissement de leur parcours scolaire. " ;
2° au paragraphe 2, un alinéa 4 rédigé comme suit est ajouté :
" Assurer un fonctionnement de l'internat de l'enseignement de qualité tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 4, suppose au minimum que l'internat de l'enseignement :
1° respecte la réglementation relative aux internats de l'enseignement ;
2° rencontre les attentes en termes de qualité figurant dans le cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement fixé par le Gouvernement flamand. ".
Art. 111. In artikel 3 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra en op de pedagogische begeleidingsdiensten." vervangen door de zinsnede ", op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten.".
Art. 114. Dans l'article 12, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 25 avril 2014, le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 112. In deel II van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt het opschrift van titel II vervangen door wat volgt:
"Titel II. Instellingen".
Art. 115. Dans l'article 13 du même décret, remplacé par le décret du 3 juillet 2020, les mots " à l'éducation de base et aux Centres d'éducation des adultes " sont remplacés par le membre de phrase " à l'éducation de base, aux centres d'éducation des adultes ni aux internats de l'enseignement ".
Art. 113. In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan.";
2° aan paragraaf 2 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het verstrekken van een kwaliteitsvolle onderwijsinternaatswerking als vermeld in paragraaf 1, vierde lid, houdt minimaal in dat het onderwijsinternaat:
1° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
2° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering.".
Art. 116. A l'article 35, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 23 mars 2018 et modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, la première phrase est remplacée par ce qui suit : " Pour les écoles, l'inspecteur général peut charger les membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques d'une mission spécifique telle que visée à l'article 8 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. " ;
2° à l'alinéa 4, la phrase suivante est ajoutée : " En ce qui concerne les internats de l'enseignement, le délai visé à l'article 7 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement s'applique. ".
Art. 114. In artikel 12, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 117. A l'article 38 du même décret, modifié par les décrets des 19 juillet 2013, 23 mars 2018 et 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Pendant un audit d'un internat de l'enseignement, l'inspection de l'enseignement vérifie si l'internat :
1° respecte la réglementation relative aux internats de l'enseignement ;
2° rencontre les attentes en termes de qualité figurant dans le cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement visé à l'article 4, § 2, alinéa 4. " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. En s'appuyant sur le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement, le cadre de référence pour la qualité du CLB, le cadre de référence pour un soutien à l'apprentissage de qualité et le cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er à 4, l'inspection de l'enseignement élabore le cadre de contrôle et les instruments d'audit et les rend publics.
En ce qui concerne les écoles, le cadre de contrôle sonde en tout cas à partir du cadre de référence pour la qualité de l'enseignement les obligations réglementaires des établissements en matière d'objectifs minimum, de conditions d'agrément et de conditions de financement et de subventionnement et les obligations réglementaires des établissements sur le plan de :
1° la politique en faveur de l'égalité des chances en d'éducation ;
2° la politique d'encadrement, l'encadrement des élèves et le soutien à l'apprentissage ;
3° la politique linguistique ;
4° la politique en matière d'orientation des élèves ;
5° la politique d'évaluation concernant les élèves et les apprenants ;
6° les choix politiques visant à optimiser le déploiement et le soutien des membres du personnel ;
7° la politique de formation continue et de professionnalisation ;
8° la politique en matière de participation. " ;
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° d'une série de données prédéfinies et communiquées au sujet de l'établissement. Ces données sont liées à des éléments du cadre de référence pour la qualité de l'enseignement, du cadre de référence pour la qualité du CLB, du cadre de référence pour un soutien à l'apprentissage de qualité ou du cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er à 4 ; ".
Art. 115. In artikel 13 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 3 juli 2020, worden de woorden "de basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs" vervangen door de zinsnede "de basiseducatie, de centra voor volwassenenonderwijs en de onderwijsinternaten".
Art. 118. A l'article 42 du même décret, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 23 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots " les parents d'élèves et les élèves ou apprenants " sont remplacés par le membre de phrase " les parents d'élèves et d'internes, les élèves, les internes ou apprenants " ;
2° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots " les parents d'élèves et les élèves ou apprenants " sont remplacés par le membre de phrase " les parents d'élèves et d'internes, les élèves, les internes ou apprenants " ;
3° dans le paragraphe 2, les mots " les parents d'élèves et les élèves ou apprenants " sont remplacés par le membre de phrase " les parents d'élèves et d'internes, les élèves, les internes ou apprenants ".
Art. 116. In artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 maart 2018 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de eerste zin vervangen door wat volgt: "Voor scholen kan de inspecteur-generaal de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.";
2° aan het vierde lid wordt de volgende zin toegevoegd: "Voor onderwijsinternaten geldt de termijn, vermeld in artikel 7 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten.".
Art. 119. Dans l'article 44bis, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2021, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les inspecteurs ont le droit d'accéder aux données à caractère personnel ou d'en obtenir copie pour accomplir leur mission. Les données à caractère personnel se rapportent aux élèves attachés à l'établissement d'enseignement, accompagnés par le centre d'encadrement des élèves ou soutenus par un centre de soutien à l'apprentissage et aux internes inscrits dans un internat de l'enseignement. Il s'agit des données que l'établissement d'enseignement, le centre d'encadrement des élèves, le centre de soutien à l'apprentissage ou l'internat de l'enseignement traite dans le dossier en vertu de la réglementation de l'enseignement, de l'internat de l'enseignement ou du CLB ou de la réglementation relative aux centres de soutien à l'apprentissage, telles que les données administratives, les données d'inscription, les absences, les résultats d'études et les données d'encadrement. La compétence couvre également les données accessibles via un système informatique ou tout autre dispositif électronique. ".
Art. 117. In artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2013, 23 maart 2018 en 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Tijdens een doorlichting van een onderwijsinternaat gaat de onderwijsinspectie na of het internaat:
1° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
2° aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, vierde lid, tegemoetkomt.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.
Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:
1° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
2° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding en de leersteun;
3° het talenbeleid;
4° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
5° het evaluatiebeleid met betrekking tot leerlingen en cursisten;
6° de beleidskeuzes die erop gericht zijn de personeelsleden optimaal in te zetten en te ondersteunen;
7° het nascholings- en professionaliseringsbeleid;
8° het beleid inzake participatie.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun of het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste tot en met vierde lid;".
Art. 120. A l'article 46, § 2, du même décret, un point 7° rédigé comme suit est ajouté :
" 7° au moins 3 % de membres du personnel ayant une expérience professionnelle pertinente de l'activité de l'internat de l'enseignement. ".
Art. 118. In artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 23 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Section 8. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 119. In artikel 44bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultaten en zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.".
Art. 121. Dans l'article 2, § 5, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 le mot " internats " est remplacé par les mots " internats de l'enseignement ".
Art. 120. Aan artikel 46, § 2, van hetzelfde decreet wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° minstens 3% uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het onderwijsinternaatsgebeuren.".
Art. 122. Dans l'article 66 du même Code, le mot " internat " est chaque fois remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Afdeling 8. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
Art. 123. A l'article 110/9 du même code, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 121. In artikel 2, § 5, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 wordt het woord "internaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 124. Dans l'article 175, § 4, du même Code, le mot " internat " est remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Art. 122. In artikel 66 van dezelfde codex wordt het woord "internaat" telkens vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 125. Dans l'article 190, § 2, 2°, du même Code le mot " internat " est remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Art. 123. In artikel 110/9 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 6, 1°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;";
2° in paragraaf 8, 1°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 126. Dans l'article 191, 2°, du même Code le mot " internat " est remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Art. 124. In artikel 175, § 4, van dezelfde codex wordt het woord "internaat" vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 127. Dans l'article 192 du même Code, modifié par le décret du 20 avril 2018, le mot " internat " est chaque fois remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Art. 125. In artikel 190, § 2, 2°, van dezelfde codex wordt het woord "internaat" vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 128. Dans l'article 197/1, § 1er, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par le décret du 25 avril 2014, le mot " internat " est remplacé par les mots " internat de l'enseignement ".
Art. 126. In artikel 191, 2°, van dezelfde codex wordt het woord "internaat" vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 129. Dans l'article 207, alinéa 3, du même Code, les mots " ou d'une charge de gestionnaire de l'internat rattaché à une école d'enseignement de la pêche maritime " sont abrogés.
Art. 127. In artikel 192 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2018, wordt het woord "internaat" telkens vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 130. Dans l'article 253/20, alinéa 1er, 1°, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du 4 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 128. In artikel 197/1, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 25 april 2014, wordt het woord "internaat" vervangen door het woord "onderwijsinternaat".
Art. 131. Dans l'article 253/24, § 1er, 1°, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du 4 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 129. In artikel 207, derde lid, van dezelfde codex worden de woorden "of met een halftijdse opdracht van beheerder van het internaat verbonden aan een school voor zeevisserijonderwijs" opgeheven.
Art. 132. Dans l'article 253/51, § 1er, 1°, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du vendredi 18 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 130. In artikel 253/20, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 4 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 133. Dans l'article 253/55, § 1er, 1°, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par le décret du vendredi 18 février 2022, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) soit résident, en tant que semi-internes, dans un semi-internat attaché à une école, soit résident, en tant qu'internes, dans un internat de l'enseignement ; ".
Art. 131. In artikel 253/24, § 1, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 4 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 134. Dans l'article 318, 1°, du même Code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021, le deuxième tiret est abrogé.
Art. 132. In artikel 253/51, § 1, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 18 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
Section 9. - Modifications de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016
Art. 133. In artikel 253/55, § 1, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het decreet van 18 februari 2022, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;".
Art. 135. Dans la partie IIII de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, le chapitre 1er, comportant les articles III.1 à III.7, est abrogé.
Art. 134. In artikel 318, 1°, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021, wordt het tweede streepje opgeheven.
Art. 136. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 2, comportant les articles III.8 à III.14, est abrogé.
Afdeling 9. - Wijzigingen van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
Art. 137. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 3, comportant les articles III.15 à III.20/2, est abrogé.
Art. 135. In deel III van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 wordt hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel III.1 tot en met III.7, opgeheven.
Art. 138. Dans la partie IIII, chapitre 4, de la même codification, la section 1re, comportant les articles III.21 à III.34/1, est abrogée.
Art. 136. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel III.8 tot en met III.14, opgeheven.
Art. 139. Dans l'article III.35 de la même codification, les paragraphes 1er à 3 sont abrogés.
Art. 137. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel III.15 tot en met III.20/2, opgeheven.
Art. 140. Dans la partie IIII, chapitre 4, de la même codification la section 3, comportant l'article III.36, est abrogée.
Art. 138. In deel III, hoofdstuk 4, van dezelfde codificatie wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel III.21 tot en met III.34/1, opgeheven.
Art. 141. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 5, comportant l'article III.37, est abrogé.
Art. 139. In artikel III.35 van dezelfde codificatie worden paragraaf 1 tot en met 3 opgeheven.
Art. 142. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 6, comportant les articles III.38 à III.44, est abrogé.
Art. 140. In deel III, hoofdstuk 4, van dezelfde codificatie wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel III.36, opgeheven.
Art. 143. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 7, comportant l'article III.45, est abrogé.
Art. 141. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikel III.37, opgeheven.
Art. 144. L'article III.46 de la même codification, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 25 février 2022, est remplacé par ce qui suit :
" Art. III.46. § 1er. Des heures sont octroyées aux semi-internats tels que visés dans l'arrêté royal du 21 août 1978 portant organisation des semi-internats dans l'enseignement spécial de l'Etat et déterminant les normes du personnel pour l'accompagnement initial, l'appui à la gestion et la professionnalisation.
§ 2. Le nombre d'heures pour l'accompagnement initial, l'appui à la gestion et la professionnalisation auxquelles le semi-internat a droit est de 58 heures x B/C, où :
1° B : le nombre total d'heures octroyées au semi-internat l'année scolaire précédente ;
2° C : le nombre total d'heures octroyées à tous les semi-internats l'année scolaire précédente, tous établissements confondus
Les heures visées à l'alinéa 1er sont arrondies comme suit au sein d'un semi-internat : si la première décimale est supérieure à quatre, l'arrondi est opéré à l'entier supérieur. Si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, le nombre est arrondi au nombre entier inférieur.
§ 3. Pour déterminer B et C, les fonctions attribuées dans des semi-internats sont converties en heures, une fonction à temps plein étant convertie en 38 heures.
§ 4. Les heures peuvent être mises en commun.
Les semi-internats qui choisissent de mettre les heures en commun créent à cet effet un ou plusieurs partenariats d'accompagnement initial, d'appui à la gestion et de professionnalisation dans le cadre desquels des accords au sujet de l'utilisation de ces heures sont pris.
§ 5. Concernant le partenariat visé au paragraphe 4, le Gouvernement flamand peut arrêter les mesures suivantes :
1° la durée de la coopération ;
2° la forme de la convention par laquelle le partenariat est créé ;
3° le mode et le moment de communication du partenariat à l'Autorité.
§ 6. Les heures permettent l'organisation d'emplois dans des fonctions de recrutement dans chaque établissement conformément aux dispositions applicables à l'encadrement octroyé, énoncées dans l'arrêté royal du 21 août 1978 portant organisation des semi-internats dans l'enseignement spécial de l'Etat et déterminant les normes du personnel. ".
Art. 142. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 6, dat bestaat uit artikel III.38 tot en met III.44, opgeheven.
Art. 145. L'article III.47 de la même codification, inséré par le décret du 15 mars 2019 et modifié par le décret du 25 février 2022, est abrogé.
Art. 143. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 7, dat bestaat uit artikel III.45, opgeheven.
Art. 146. L'article III.48 de la même codification est abrogé.
Art. 144. Artikel III.46 van dezelfde codificatie, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. III.46. § 1. Aan semi-internaten als vermeld in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen, worden uren toegekend voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering.
§ 2. Het aantal uren voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop het semi-internaat recht heeft, is 58 uur x B/C, waarbij:
1° B: het totale aantal toegekende uren van het semi-internaat van het vorige schooljaar;
2° C: het totale aantal toegekende uren van alle semi-internaten van het vorige schooljaar van alle instellingen samen.
De uren, vermeld in het eerste lid, worden binnen een semi-internaat als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter dan vier is, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.
§ 3. Om B en C te bepalen, worden de toegekende ambten in semi-internaten omgezet in uren, waarbij een voltijds ambt in 38 uren wordt omgezet.
§ 4. De uren kunnen worden samengelegd.
De semi-internaten die kiezen om de uren samen te leggen, richten daarvoor een of meer samenwerkingsverbanden aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering op, waar afspraken worden gemaakt over de aanwending van die uren.
§ 5. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot het samenwerkingsverband, vermeld in paragraaf 4, de volgende maatregelen vastleggen:
1° de duur van de samenwerking;
2° de vorm van overeenkomst, waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht;
3° de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de overheid.
§ 6. Met de uren kunnen in elke instelling betrekkingen in wervingsambten worden opgericht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de toegekende omkadering, vermeld in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen.".
Art. 147. Dans la partie IIII de la même codification, le chapitre 9, comportant les articles III.49 à III.51, est abrogé.
Art. 145. Artikel III.47 van dezelfde codificatie, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2022, wordt opgeheven.
Art. 148. Dans l'article V.27 de la même codification, modifié par le décret du 9 mars 2018, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. le Gouvernement flamand détermine le régime des congés pour :
1° les membres du personnel visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ;
2° les membres du personnel visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves. ".
Art. 146. Artikel III.48 van dezelfde codificatie wordt opgeheven.
Art. 149. A l'article V.38 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " une école, un centre, un internat ou un home d'accueil visés " est remplacé par les mots " un établissement visé " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " une école, un centre, un internat ou un home d'accueil visés " est remplacé par les mots " un établissement visé " ;
Art. 147. In deel III van dezelfde codificatie wordt hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel III.49 tot en met III.51, opgeheven.
Art. 150. A l'article V.39 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " une école, un centre, un internat ou un home d'accueil visés " est remplacé par les mots " un établissement visé " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " une école, un centre, un home d'accueil ou un internat visés " est remplacé par les mots " un établissement visé "..
Art. 148. In artikel V.27 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 9 maart 2018, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de verlofregeling voor:
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.".
Art. 151. A l'article V.41 de la même codification, modifié par le décret du 16 juin 2017, un alinéa 2 rédigé comme suit est ajouté :
" Pour l'application du présent chapitre, sont considérés comme établissements :
1° un établissement tel que visé à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ;
2° un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves ;
3° un centre d'éducation de base. ".
Art. 149. In artikel V.38 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "school, centrum, internaat of tehuis" vervangen door het woord "instelling";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "school, centrum, internaat of tehuis" vervangen door het woord "instelling".
Art. 152. Dans l'article V.42 de la même codification, le membre de phrase " écoles, centres, internats et homes d'accueil " est remplacé par le mot " établissements ".
Art. 150. In artikel V.39 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "school, centrum, internaat of tehuis" vervangen door het woord "instelling";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "school, centrum, tehuis of internaat" vervangen door het woord "instelling".
Art. 153. Dans l'article V.43 de la même codification, le membre de phrase " écoles, centres, internats et homes d'accueil " est remplacé par le mot " établissements ".
Art. 151. Aan artikel V.41 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als instellingen beschouwd:
1° een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° een centrum voor basiseducatie.".
Art. 154. L'article V.44 de la même codification est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.44. Un traitement ou une subvention-traitement est accordé(e) aux membres du personnel visés à l'article V.41. ".
Art. 152. In artikel V.42 van dezelfde codificatie wordt de zinsnede "scholen, centra, internaten en tehuizen" vervangen door het woord "instellingen".
Art. 155. Dans l'article V.45 de la même codification, modifié par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " Une école, un centre, un internat ou un home d'accueil ou une partie de ceux-ci " est remplacé par les mots " Un établissement ou une partie de celui-ci ".
Art. 153. In artikel V.43 van dezelfde codificatie wordt de zinsnede "scholen, centra, internaten en tehuizen" vervangen door het woord "instellingen".
Art. 156. Dans l'article V.60, § 1er, 5°, de la même codification, le membre de phrase " écoles, centres, internats ou homes d'accueil " est remplacé par le mot " établissements ".
Art. 154. Artikel V.44 van dezelfde codificatie wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.44. Een salaris of een salaristoelage wordt verleend aan de personeelsleden, vermeld in artikel V.41.".
Art. 157. A l'article V.74 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " écoles, centres, internats, homes d'accueil " est remplacé par le mot " établissements " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " écoles, centres, internats, homes d'accueil " est remplacé par le mot " établissements ".
Art. 155. In artikel V.45 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zinsnede "school, centrum, internaat of tehuis" vervangen door het woord "instelling".
Art. 158. A l'article V.79 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le membre de phrase " l'école, du centre, de l'internat ou du home d'accueil " est remplacé par le mot " l'établissement " ;
2° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " l'école, le centre, l'internat ou le home d'accueil " est remplacé par le mot " l'établissement ".
Art. 156. In artikel V.60, § 1, 5°, van dezelfde codificatie wordt de zinsnede "scholen, centra, internaten of tehuizen" vervangen door het woord "instellingen".
Art. 159. A l'article VII.5, alinéa 1er, de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " et au régime de contribution visé aux articles 27bis et 27ter, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ; " est remplacé par le membre de phrase " , au régime de contribution visé aux articles 27bis et 27ter, § 1er, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, et au régime concernant l'intervention personnelle visée aux articles 38 à 41 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ; " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " et des articles 120 à 125 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ; " est remplacé par le membre de phrase " , des articles 120 à 125 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes et des articles 48 à 52 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement ; ".
Art. 157. In artikel V.74 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
CHAPITRE 16. - Dispositions transitoires
Art. 158. In artikel V.79 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "school, centrum, internaat, tehuis" vervangen door het woord "instelling";
2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "school, centrum, internaat of tehuis" vervangen door het woord "instelling".
Art. 160. Pour l'applicaiton du présent décret, tous les délais constituant des délais de forclusion ne seront pas appliqués en tant que tels pour l'année scolaire 2023-2024.
Art. 159. In artikel VII.5, eerste lid, van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "en de bijdrageregeling bedoeld in artikel 27bis en 27ter, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;" vervangen door de zinsnede ", de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 27bis en 27ter, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de regeling met betrekking tot persoonlijke bijdrage, bedoeld in artikel 38 tot en met 41 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "en van artikelen 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;" vervangen door de zinsnede ", van artikelen 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en van artikelen 48 tot en met 52 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;".
Art. 161. Par dérogation à l'article 7, les internats qui, au 31 août 2023, étaient repris dans le financement ou le subventionnement conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 et les internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, au 31 août 2023, étaient repris dans le financement ou le subventionnement conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ne doivent pas introduire de demande d'agrément provisoire.
HOOFDSTUK 16. - Overgangsbepalingen
Art. 162. La condition de financement et de subventionnement formulée dans l'article 23, § 1er, 3°, ne s'applique, en ce qui concerne les internats de l'enseignement qui concluent un compromis de fusion, que le jour de comptage pour le calcul de l'encadrement pour l'année scolaire 2025-2026.
Art. 160. Voor de toepassing van dit decreet zullen in functie van het schooljaar 2023-2024 alle termijnen die gelden als vervaltermijn niet als dusdanig gehanteerd worden.
Art. 163. Par dérogation à l'article 24, un internat de l'enseignement qui enregistre une croissance du nombre d'internes de 20 % ou plus est autorisé à compter, durant les années scolaires 2023-2024, 2024-2025 et 2025-2026, le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours.
Art. 161. In afwijking van artikel 7 hoeven internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, geen aanvraag in te dienen voor voorlopige erkenning.
Art. 164. Pour l'application de l'article 25, § 1er, pour les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, appartiennent au groupe cible 3 tel que visé au point 3°, c), les internes inscrits le jour de comptage, qui disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour le module type d'action spécifique ou d'un jugement du tribunal de la jeunesse.
Art. 162. De financierings- en subsidiëringsvoorwaarde geformuleerd in artikel 23, § 1, 3°, geldt, voor de onderwijsinternaten die een fusiecompromis afsluiten, pas op de teldag voor de berekening van de omkadering voor het schooljaar 2025-2026.
De Regering bepaalt de wijze waarop het fusiecompromis moet gemeld worden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 165. Pour l'application de l'article 26, § 1er, pour l'année scolaire 2023-2024, les paramètres B et C visés à l'article 26, § 2, sont complétés comme suit :
1° B : le nombre total d'ORE octroyées à l'internat de l'enseignement en vertu des articles 25 et 27 pour l'année scolaire 2023-2024 ;
2° C : Le nombre total d'ORE octroyées, tous internats de l'enseignement confondus, en vertu des articles 25 et 27 pour l'année scolaire 2023-2024.
Les internats de l'enseignement qui comptent en vertu de l'article 24, § 1er, alinéa 2, conservent la somme des ORE ainsi calculées pour l'accompagnement initial, l'appui à la gestion et la professionnalisation.
Art. 163. In afwijking van artikel 24 mag een onderwijsinternaat dat een stijging van het aantal internen met 20% of meer kent, gedurende de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 tellen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.
Art. 166. Pour l'application de l'article 27, la formule de calcul de l'encadrement complémentaire pour les jours d'hébergement supplémentaires occupés pour les internats qui, au 31 août 2023, étaient repris dans le financement ou le subventionnement conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 et les internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, au 31 août 2023, étaient repris dans le financement ou le subventionnement conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 est appliquée comme suit :
1° pour l'année scolaire 2023-2024 : nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés durant les mois de janvier 2023 à mai 2023 x 109,1 ORE ;
2° pour l'année scolaire 2024-2025 : nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés durant les mois de février 2023 à janvier 2024 x 45,46 ORE.
Art. 164. Voor de toepassing van artikel 25, § 1, voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025, behoren tot doelgroep 3 als vermeld in punt 3°, c), de internen ingeschreven op de teldag die beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de typemodule specifieke actie of over een vonnis van de jeugdrechtbank.
Art. 167. § 1er. A titre exceptionnel, jusqu'à l'année scolaire 2030-2031, une autorité peut convertir, chaque année scolaire, en budget de fonctionnement les ORE qu'elle n'utilise pas cette année-là, pour une année scolaire complète. La conversion ne peut avoir lieu que si les conditions suivantes sont remplies :
1° au plus tard le [1 15 novembre]1 de l'année scolaire, l'autorité fixe le nombre d'ORE qui est converti ;
2° l'autorité élabore un plan de conversion et le négocie chaque année au sein du comité local compétent. Dans le plan de conversion, l'autorité indique quels sont les problèmes concernant le budget de fonctionnement visé à l'article 36 et, le cas échéant, à l'article 37. Par ailleurs, le plan de conversion contient une description des mesures qui seront prises pour couvrir les coûts budgétaires après la période de conversion sans devoir recourir à la conversion d'ORE ;
3° jusqu'à l'année scolaire 2027-2028, 30 % maximum du nombre total d'ORE que génère un internat de l'enseignement seront convertis par année scolaire ; durant l'année scolaire 2028-2029, 20 % maximum du nombre total d'ORE que génère un internat de l'enseignement seront convertis ; durant l'année scolaire 2029-2030, 15 % maximum du nombre total d'ORE que génère un internat de l'enseignement seront convertis ; durant l'année scolaire 2030-2031, 10 % maximum du nombre total d'ORE que génère un internat de l'enseignement seront convertis ;
4° le total des ORE converties ne peut pas excéder la différence entre le budget de fonctionnement obtenu avant l'entrée en vigueur du présent décret et le montant obtenu en multipliant le nombre d'internes du moment de comptage par [2 1 450 euros]2 ;
5° l'autorité a déclaré sur l'honneur que, conformément à la réglementation en vigueur, elle ne doit pas prononcer de nouvelles mises en disponibilité ou de mises en disponibilité supplémentaires par défaut d'emploi pendant l'année scolaire durant laquelle l'internat de l'enseignement utilise le budget de fonctionnement obtenu ou que les membres du personnel qui ont fait l'objet d'une nouvelle mise en disponibilité ou d'une mise en disponibilité supplémentaire par défaut d'emploi peuvent être réaffectés ou remis au travail dans un emploi organique vacant ou non vacant dans un internat de l'enseignement de l'autorité pour tout le reste de l'année scolaire ;
6° l'autorité garantit l'organisation et la satisfaction des attentes en termes de qualité de l'internat de l'enseignement ;
7° le budget de fonctionnement obtenu est utilisé pour les coûts budgétaires en fonction de l'internat de l'enseignement.
§ 2. Le Gouvernement détermine :
1° chaque année la valeur d'une ORE ;
2° la façon dont l'autorité doit notifier au service compétent de la Communauté flamande le nombre d'ORE qu'elle désire convertir en budget de fonctionnement ;
3° la façon dont le service compétent de la Communauté flamande calcule le nombre maximal d'ORE qu'un internat de l'enseignement peut convertir en vertu des points 3° et 4° et le communique à l'autorité de l'internat de l'enseignement concerné.
§ 3. Si la conversion devait entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, cette mise en disponibilité par défaut d'emploi ne produit pas d'effet à l'égard de l'Autorité.
Art. 165. Voor de toepassing van artikel 26, § 1, voor het schooljaar 2023-2024 worden de parameters B en C, vermeld in artikel 26, § 2, als volgt ingevuld:
1° B: het totale aantal toegekende ORE aan het onderwijsinternaat op basis van artikel 25 en 27 voor het schooljaar 2023-2024;
2° C: het totale aantal toegekende ORE van alle onderwijsinternaten samen op basis van artikel 25 en 27 voor het schooljaar 2023-2024.
Onderwijsinternaten die op basis van artikel 24, § 1, tweede lid, tellen, behouden de optelsom van de aldus berekende ORE voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering.
Art. 168. [1 Pour l'année budgétaire 2024, qui comprend les moyens de fonction-nement pour l'année scolaire 2023-2024, le montant par jour d'hébergement sup-plémentaire occupé s'élève à 7,22 euros. Pour l'application de l'article 37, § 4 dans l'année scolaire 2023-2024 aux internats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le sub-ventionnement, et aux internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le subventionnement, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est obtenu en multipliant par 2,4 l'addition du nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés pendant les mois de janvier 2023 à mai 2023.
Pour l'application de l'article 37, § 4 dans l'année scolaire 2024-2025 aux in-ternats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines disposi-tions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le subventionnement, et aux internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, con-formément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le finan-cement ou le subventionnement, le nombre de jours d'hébergement supplémen-taires occupés est additionné pendant les mois de février 2023 à janvier 2024.]1

Art. 166. Voor de toepassing van artikel 27, wordt de formule voor de berekening van de aanvullende omkadering voor de ingevulde bijkomende verblijfsdagen voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiering, als volgt toegepast:
1° voor het schooljaar 2023-2024: aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 x 109,1 ORE;
2° voor het schooljaar 2024-2025: aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden februari 2023 tot en met januari 2024 x 45,46 ORE.
Art. 169. Pour l'application de l'article 47, en vertu duquel l'autorité d'un internat de l'enseignement ou d'une implantation est transférée à une autre autorité avec effet au 1er septembre 2023, la date limite de notification au service compétent de la Communauté flamande est le 1er juin 2023.
Art. 167. § 1. Uitzonderlijk kan een bestuur, tot en met schooljaar 2030-2031, elk schooljaar ORE dat het dat schooljaar niet aanwendt, voor een volledig schooljaar, omzetten naar werkingsbudget. De omzetting kan enkel gebeuren indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° het bestuur legt uiterlijk op 15 oktober van het schooljaar het aantal ORE vast dat omgezet wordt;
2° het bestuur maakt een omzettingsplan op en onderhandelt dit jaarlijks in het bevoegde lokaal comité. In het omzettingsplan geeft het bestuur aan welke problemen er zijn met betrekking tot het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en in voorkomend geval artikel 37. Daarnaast bevat het omzettingsplan een beschrijving van de stappen die er gezet zullen worden om na de periode van omzetting de budgettaire kosten te dekken zonder hierbij gebruik te moeten maken van de omzetting van ORE;
3° tot en met schooljaar 2027-2028 wordt er maximaal 30% van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert per schooljaar omgezet; in schooljaar 2028-2029 wordt er maximaal 20% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2029-2030 wordt er maximaal 15% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2030-2031 wordt er maximaal 10% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert;
4° het totaal van de omgezette ORE mag niet meer bedragen dan het verschil tussen het werkingsbudget zoals verkregen voor de inwerkingtreding van dit decreet en het bedrag verkregen door het aantal internen van het telmoment te vermenigvuldigen met 1300 euro;
5° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens het schooljaar waarin het onderwijsinternaat gebruikmaakt van het verkregen werkingsbudget overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar;
6° het bestuur garandeert de organiseerbaarheid en de invulling van de kwaliteitsverwachtingen van het onderwijsinternaat;
7° het verkregen werkingsbudget wordt gebruikt voor budgettaire kosten in functie van het onderwijsinternaat.
§ 2. De Regering bepaalt:
1° jaarlijks de waarde van één ORE;
2° de wijze waarop het bestuur het aantal ORE dat zij willen omzetten naar werkingsbudget dienen te melden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap;
3° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap het maximaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat ingevolge punt 3° en 4° mag omzetten, berekent en meedeelt aan het bestuur van het desbetreffende onderwijsinternaat.
§ 3. Indien de omzetting tot gevolg zou hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft deze terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking ten aanzien van de overheid.
Art. 170. Pour l'application de l'article 48, en ce qui concerne les fusions avec effet au 1er septembre 2023, la date limite de notification au service compétent de la Communauté flamande est le 1er juin 2023.
Art.167 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. Uitzonderlijk kan een bestuur, tot en met schooljaar 2030-2031, elk schooljaar ORE dat het dat schooljaar niet aanwendt, voor een volledig schooljaar, omzetten naar werkingsbudget. De omzetting kan enkel gebeuren indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° het bestuur legt uiterlijk op [1 15 november]1 van het schooljaar het aantal ORE vast dat omgezet wordt;
2° het bestuur maakt een omzettingsplan op en onderhandelt dit jaarlijks in het bevoegde lokaal comité. In het omzettingsplan geeft het bestuur aan welke problemen er zijn met betrekking tot het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en in voorkomend geval artikel 37. Daarnaast bevat het omzettingsplan een beschrijving van de stappen die er gezet zullen worden om na de periode van omzetting de budgettaire kosten te dekken zonder hierbij gebruik te moeten maken van de omzetting van ORE;
3° tot en met schooljaar 2027-2028 wordt er maximaal 30% van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert per schooljaar omgezet; in schooljaar 2028-2029 wordt er maximaal 20% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2029-2030 wordt er maximaal 15% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2030-2031 wordt er maximaal 10% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert;
4° het totaal van de omgezette ORE mag niet meer bedragen dan het verschil tussen het werkingsbudget zoals verkregen voor de inwerkingtreding van dit decreet en het bedrag verkregen door het aantal internen van het telmoment te vermenigvuldigen met [2 1450 euro]2;
5° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens het schooljaar waarin het onderwijsinternaat gebruikmaakt van het verkregen werkingsbudget overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar;
6° het bestuur garandeert de organiseerbaarheid en de invulling van de kwaliteitsverwachtingen van het onderwijsinternaat;
7° het verkregen werkingsbudget wordt gebruikt voor budgettaire kosten in functie van het onderwijsinternaat.
§ 2. De Regering bepaalt:
1° jaarlijks de waarde van één ORE;
2° de wijze waarop het bestuur het aantal ORE dat zij willen omzetten naar werkingsbudget dienen te melden aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap;
3° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap het maximaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat ingevolge punt 3° en 4° mag omzetten, berekent en meedeelt aan het bestuur van het desbetreffende onderwijsinternaat.
§ 3. Indien de omzetting tot gevolg zou hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft deze terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking ten aanzien van de overheid.
Art. 171. § 1er. Un budget de transition est octroyé aux autorités des internats de l'enseignement qui comptaient moins de 45 internes le premier jour de classe de février 2023 et pour lesquels un compromis de fusion a été conclu, au prorata de la part de chaque internat de l'enseignement qui comptait moins de 45 internes le premier jour de classe de février 2023 dans la différence totalisée entre 45 et le nombre d'internes.
Le budget de transition total s'élève pour :
- l'année scolaire 2023-2024 : à 1 000 000 euros ;
- l'année scolaire 2024-2025 : à 800 000 euros ;
- l'année scolaire 2025-2026 : à 600 000 euros ;
- l'année scolaire 2026-2027 : à 400 000 euros ;
- l'année scolaire 2027-2028 : à 200 000 euros.
En cas de fusion d'un internat de l'enseignement bénéficiaire, le budget de transition est octroyé à l'autorité de l'internat issu de la fusion.
En cas de suppression d'un internat de l'enseignement bénéficiaire, il est exclu du calcul du budget de transition et le budget de transition n'est plus octroyé à partir de la suppression.
Le compromis de fusion contient l'engagement des autorités de plusieurs internats de l'enseignement de conclure une fusion débouchant sur un internat de l'enseignement qui génère au moins 62 875 ORE.
Le compromis de fusion doit être conclu au plus tard le 1er septembre 2023, après quoi la fusion effective intervient dans les quatre ans.
Le Gouvernement détermine les modalités de notification du compromis de fusion au service compétent de la Communauté flamande.
§ 2. Le Gouvernement peut octroyer un budget de transition supplémentaire, une seule fois et pour un montant total maximum de 2 300 000 euros, aux autorités d'internats de l'enseignement qui en font la demande.
Sont éligibles au budget de transition supplémentaire :
1° l'internat de l'enseignement, issu ou non d'une fusion, qui génère au moins 62 875 ORE ;
2° l'internat de l'enseignement qui a conclu un accord de coopération avec une structure résidentielle au sens de l'article 23, § 2, du présent décret, à l'exception des internats de l'enseignement qui ont été détachés d'établissements agréés conformément à l'article 3 du décret du 28 avril 2023 relatif à la transition de membres du personnel de certains établissements du domaine politique de l'Enseignement vers le domaine politique du Bien-Etre ;
3° les internats de l'enseignement qui ont conclu un compromis de fusion.
Dans la demande :
1° l'autorité ou les autorités démontrent que la forte diminution du budget de fonctionnement consécutive à la nouvelle réglementation ne leur permet plus d'honorer des engagements extérieurs déjà pris et que, dans le cadre de la nouvelle réglementation, elles ne sont pas en mesure de remédier seules à cet état de choses ;
2° l'autorité ou les autorités démontrent qu'elles ont pleinement et correctement appliqué la mesure transitoire prévue à l'article 167 du présent décret et au paragraphe 1er du présent article ;
3° l'autorité ou les autorités indiquent, au moyen d'un plan de transition, la manière dont la pérennité de l'internat de l'enseignement sera garantie.
Pour recevoir le budget de transition, l'autorité ou les autorités introduisent une demande auprès du service compétent de la Communauté flamande au plus tard le 31 octobre 2023.
La demande contient, outre les éléments énoncés à l'alinéa 3, la taille du budget de transition supplémentaire demandé, qui ne peut jamais excéder la différence entre le budget de fonctionnement obtenu avant l'entrée en vigueur du présent décret et le montant obtenu en multipliant le nombre d'internes du moment de comptage par 1300 euros.
§ 3. Le montant du budget de fonctionnement et son affectation au sens de l'article 36, § 2, seront évalués pour le 31 décembre 2025 au regard de l'organisation des internats de l'enseignement, des engagements financiers et des plans d'infrastructure.
Art. 168. [1 Voor het begrotingsjaar 2024, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2023-2024, bedraagt het bedrag per ingevulde bijkomende verblijfsdag 7,22 euro. Voor de toepassing van artikel 37, § 4, wordt voor het schooljaar 2023-2024, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen bekomen door de optelsom van het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 te vermenigvuldigen met 2,4.
Voor de toepassing van artikel 37, § 4, wordt voor het schooljaar 2024-2025, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen opgeteld tijdens de maanden februari 2023 tot en met januari 2024.]1

Art. 171/1. [1 Par dérogation au délai visé à l'article 33, § 1er, 1°, un internat de l'enseignement peut, au cours de l'année scolaire 2025-2026, transférer des ORE supplémentaires à un autre internat de l'enseignement, conformément à l'article 33, pour autant que cela soit fixé au plus tard le 27 février 2026.
Par dérogation au délai visé à l'article 34, § 1er, 1°, un internat de l'enseignement peut, au cours de l'année scolaire 2025-2026, transférer des ORE supplémentaires à l'année scolaire 2026-2027, conformément à l'article 34, pour autant que cela soit fixé au plus tard le 27 février 2026.]1

Art. 169. Voor de toepassing van artikel 47, waarbij het bestuur van een onderwijsinternaat of een vestigingsplaats overgeheveld wordt naar een ander bestuur met ingang van 1 september 2023, is de uiterste datum van melding aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap 1 juni 2023.
CHAPITRE 17. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 170. Voor de toepassing van artikel 48 is voor fusies met ingang van 1 september 2023 de uiterste datum van melding aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap 1 juni 2023.
Art. 172. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2023, à l'exception :
1° des articles 73 et 92, qui entrent en vigueur le 1er juin 2023 ;
2° de l'article 104, qui entre en vigueur le 1er septembre 2024 ;
3° de l'article 14, qui s'applique à partir des inscriptions pour l'année scolaire 2024-2025.
Art. 171. § 1. Aan besturen van onderwijsinternaten die op de eerste schooldag van februari 2023 minder dan 45 internen telden en waarvoor een fusiecompromis afgesloten werd, wordt een transitiebudget toegekend a rato van het aandeel in het gesommeerde verschil tussen 45 en het aantal internen van elk onderwijsinternaat dat minder dan 45 internen telde op de eerste schooldag van februari 2023.
ANNEXE.
Art.171/1. [1 In afwijking van de termijn, vermeld in artikel 33, § 1, 1°, kan een onderwijsinternaat in het schooljaar 2025-2026 bijkomend ORE overdragen naar een ander onderwijsinternaat, conform artikel 33, als dat uiterlijk 27 februari 2026 wordt vastgelegd.
In afwijking van de termijn, vermeld in artikel 34, § 1, 1°, kan een onderwijsinternaat in het schooljaar 2025-2026 bijkomend ORE overdragen naar schooljaar 2026-2027, conform artikel 34, als dat uiterlijk 27 februari 2026 wordt vastgelegd.]1

Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-08-2023, p. 67549)
HOOFDSTUK 17. - Inwerkingtredingsbepaling
-
Art. 172. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2023, met uitzondering van:
1° artikel 73 en 92, die in werking treden op 1 juni 2023;
2° artikel 104, dat in werking treedt op 1 september 2024;
3° artikel 14, dat geldt vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2024-2025.
-
BIJLAGE.
-
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-08-2023, p. 67520)
-