Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de gegevensverwerking en informatie-uitwisseling, vermeld in hoofdstuk 4 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en tot wijziging van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 tot uitvoering van hoofdstuk 3 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en tot bepaling van de inwerkingtreding van het decreet van 26 februari 2021 tot wijziging van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-09-2023 en tekstbijwerking tot 19-10-2023)
Titre
12 MAI 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant le traitement de données et l'échange d'informations visés au chapitre 4 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus et modifiant l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2013 portant exécution du chapitre 3 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus et fixant la date d'entrée en vigueur du décret du 26 février 2021 modifiant le décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-09-2023 et mise à jour au 19-10-2023)
Informations sur le document
Numac: 2023043202
Datum: 2023-05-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023043202
Date: 2023-05-12
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Gegevensuitwisseling en informatieverwerking betreffende de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden
CHAPITRE 1er. - Traitement de données et échange d'informations concernant la prestation d'aide et de services au profit des détenus
Artikel 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° aanbod: het kwaliteitsvolle hulp- en dienstverleningsaanbod, vermeld in artikel 3, tweede lid, van het decreet van 8 maart 2013, dat bestaat uit hulp- en dienstverlening die in groep wordt aangeboden aan gedetineerden en individueel aangeboden hulp- en dienstverlening;
2° decreet van 8 maart 2013: het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden;
3° individueel aangeboden hulp- en dienstverlening: aanbod dat via een één-op-éénrelatie verloopt tussen de trajectbegeleider of de actor en de gedetineerde;
4° organisatieondersteuner: een persoon als vermeld in artikel 9, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 tot uitvoering van hoofdstuk 3 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, die conform artikel 9, § 3, van het voormelde besluit taken op zich neemt met betrekking tot de praktische organisatie van de hulp- en dienstverlening;
5° praktische organisatie van de hulp- en dienstverlening: het organiseren en registreren van de inschrijvingen van gedetineerden voor het aanbod;
6° trajectbegeleider: een personeelslid van het centrum voor algemeen welzijnswerk dat de functie trajectbegeleiding, vermeld in artikel 12, tweede lid, 2°, van het decreet van 8 maart 2013, uitoefent.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° offre : l'offre qualitative de prestation d'aide et de services visée à l'article 3, alinéa 2, du décret du 8 mars 2013, qui consiste en une offre de prestation d'aide et de services de groupe aux détenus et en une offre individuelle de prestation d'aide et de services ;
2° décret du 8 mars 2013 : le décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus ;
3° offre individuelle de prestation d'aide et de services: offre qui se déroule dans le cadre d'une relation individuelle entre l'accompagnateur de parcours ou l'acteur et le détenu ;
4° soutien organisationnel : une personne visée à l'article 9, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2013 portant exécution du chapitre 3 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus, qui, conformément à l'article 9, § 3, de l'arrêté précité, assume des tâches relatives à l'organisation pratique de la prestation d'aide et de services ;
5° organisation pratique de la prestation d'aide et de services : l'organisation et l'enregistrement des inscriptions des détenus à l'offre ;
6° accompagnateur de parcours : un membre du personnel du centre d'aide sociale générale qui exerce la fonction d'accompagnement de parcours visée à l'article 12, alinéa 2, 2°, du décret du 8 mars 2013.
Art. 2. § 1. In het kader van de praktische organisatie van de hulp- en dienstverlening, kunnen de actoren, beleidscoördinatoren, trajectbegeleiders en organisatieondersteuners, de volgende persoonsgegevens van de gedetineerden die hulp- en dienstverlening krijgen, verwerken:
1° de volgende identificatiegegevens van de gedetineerde:
a) de voor- en achternaam;
b) het rijksregisternummer;
c) het identificatienummer van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid;
d) het identificatienummer van de gegevensbank van de penitentiaire administratie;
2° de volgende gegevens over de verblijfplaats van de gedetineerde binnen de gevangenis:
a) de inrichting;
b) het celnummer;
c) het rolnummer met verwijzing naar de afdeling;
d) de datum waarop de gedetineerde in de gevangenis is opgenomen;
e) de status aanwezigheid in gevangenis;
3° de volgende bijkomende persoonsgegevens:
a) het geslacht;
b) de nationaliteit;
c) de geboortedatum;
d) de geboorteplaats;
e) de contacttaal;
f) het studiebewijs;
4° informatie over het gevolgde aanbod binnen detentie;
5° de inschrijvingsstatus van de gedetineerde voor het aanbod;
6° de aanwezigheidsstatus van de gedetineerde voor specifieke aanbod-sessies en in voorkomend geval de reden voor afwezigheid.
§ 2. De deelnemerslijsten, vermeld in artikel 15/1 van het decreet van 8 maart 2013, die aan de penitentiaire administratie worden bezorgd, vermelden concreet de volgende persoonsgegevens:
1° de volgende identificatiegegevens van de gedetineerde: de voor- en achternaam;
2° het celnummer van de gedetineerde;
3° de naam van het aanbod, de locatie en het tijdstip waarop het aanbod plaatsvindt.
De aanwezigheidslijsten, vermeld in artikel 15/1 van het decreet van 8 maart 2013, die aan de penitentiaire administratie worden bezorgd, vermelden concreet de volgende persoonsgegevens:
1° de volgende identificatiegegevens van de gedetineerde: de voor- en achternaam;
2° de naam van het aanbod en het tijdstip waarop het aanbod heeft plaatsgevonden;
3° de aanwezigheidsstatus van de gedetineerde voor het aanbod, vermeld in punt 2°.
Art. 2. § 1er. Dans le cadre de l'organisation pratique de la prestation d'aide et de services, les acteurs, les coordinateurs politiques, les accompagnateurs de parcours et les soutiens organisationnels peuvent traiter les données personnelles suivantes des détenus bénéficiant de la prestation d'aide et de services :
1° les données d'identification suivantes du détenu :
a) le prénom et le nom ;
b) le numéro de registre national ;
c) le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale ;
d) le numéro d'identification de la base de données de l'administration pénitentiaire ;
2° les données suivantes sur la résidence du détenu à l'intérieur de la prison :
a) l'établissement ;
b) le numéro de cellule ;
c) le numéro de rôle avec référence à la section ;
d) la date à laquelle le détenu a été incarcéré dans la prison ;
e) le statut de présence en prison ;
3° les données personnelles complémentaires suivantes :
a) le sexe ;
b) la nationalité ;
c) la date de naissance ;
d) le lieu de naissance ;
e) la langue de contact ;
f) le titre ;
4° des informations sur l'offre suivie en détention ;
5° le statut d'inscription du détenu pour l'offre ;
6° le statut de présence du détenu à des séances spécifiques de l'offre et, le cas échéant, le motif d'absence.
§ 2. Les listes de participants visées à l'article 15/1 du décret du 8 mars 2013, qui sont remises à l'administration pénitentiaire, mentionnent concrètement les données personnelles suivantes :
1° les données d'identification suivantes du détenu : le prénom et le nom ;
2° le numéro de cellule du détenu ;
3° le nom de l'offre, le lieu et la date et l'heure de l'offre.
Les listes des présences visées à l'article 15/1 du décret du 8 mars 2013, qui sont remises à l'administration pénitentiaire, mentionnent concrètement les données personnelles suivantes :
1° les données d'identification suivantes du détenu : le prénom et le nom ;
2° le nom de l'offre, le lieu et la date et l'heure de l'offre ;
3° le statut de présence du détenu pour l'offre visée au point 2°.
Art. 3. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de trajectbegeleiders en de actoren de volgende persoonsgegevens van de gedetineerden die hulp- en dienstverlening krijgen, verwerken:
1° de gegevens, vermeld in artikel 2, § 1;
2° de volgende gegevens over de detentie van de gedetineerde:
a) het juridisch statuut;
b) de data waarop de gedetineerde in de tijdsvoorwaarden komt voor een uitvoeringsmodaliteit van de straf of maatregel;
c) de gegevens over strafonderbreking of elektronisch toezicht die toegekend zijn door de penitentiaire administratie;
d) de gegevens over plaatsing in een transitiehuis of een andere erkende inrichting waar veroordeelden of geïnterneerden hun vrijheidsstraf of maatregel ondergaan;
e) de datum en reden van de transfer;
f) de datum van het strafeinde;
g) de datum en reden van de invrijheidstelling en het verblijfadres;
h) de restricties die verbonden zijn aan de veroordeling, maatregel of uitvoeringsmodaliteit;
i) de vonnissen van de strafuitvoeringsrechter, de strafuitvoeringsrechtbank of de kamer voor de bescherming van de maatschappij.
Art. 3. Dans le cadre l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les accompagnateurs de parcours et les acteurs peuvent traiter les données personnelles suivantes des détenus bénéficiant de la prestation d'aide et de services :
1° les données visées à l'article 2, § 1er ;
2° les données suivantes concernant la détention du détenu :
a) le statut juridique ;
b) les dates auxquelles le détenu entre dans les conditions de temps d'une modalité d'exécution de la peine ou de la mesure ;
c) les données relatives à l'interruption de peine ou à la surveillance électronique accordée par l'administration pénitentiaire ;
d) les données relatives au placement dans une maison de transition ou un autre établissement agréé où les condamnés ou les internés purgent leur peine ou mesure privative de liberté ;
e) la date et le motif du transfert ;
f) la date de fin de la peine ;
g) la date et le motif de la remise en liberté et l'adresse du domicile ;
h) les restrictions attachées à la condamnation, à la mesure ou à la modalité d'exécution ;
i) les jugements du juge de l'application des peines, du tribunal de l'application des peines ou de la chambre de protection sociale.
Art. 4. § 1. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de trajectbegeleiders, met het oog op onthaal, vraagverheldering, psychosociale begeleiding en doorverwijzing enerzijds en op het opstellen van een individueel hulp- en dienstverleningsplan en de opvolging daarvan anderzijds, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de volgende gegevens over het burgerschap:
a) de geboorteplaats;
b) de nationaliteit;
c) de burgerlijke staat;
d) het openbaar veiligheidsnummer van de Dienst Vreemdelingenzaken;
2° de volgende gegevens over de socio-economische status:
a) het inkomen en de bestaanszekerheid;
b) het arbeidsstatuut;
c) de gezinssituatie;
3° de volgende gegevens over de woonplaats en het verblijf:
a) de laatste verblijfplaats voor de detentie;
b) het domicilie;
c) de verblijfsstatus;
4° de volgende gegevens over de scholing en opleiding:
a) de scholingsgraad en het scholingsverleden;
b) de studiebewijzen;
c) de talenkennis;
5° de volgende gegevens over de professionele loopbaan:
a) het arbeidsverleden;
b) de beroepservaring;
c) de loopbaangegevens;
d) het rijbewijs;
6° de volgende gegevens over de voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening;
a) een overzicht van voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening binnen en buiten de gevangenis;
b) de contactgegevens;
7° de volgende gegevens over het gerechtelijk verleden:
a) het gerechtelijk verleden;
b) een overzicht van de feiten;
c) al dan niet eerste gevangenisverblijf;
8° de volgende gegevens over de gezondheid:
a) de gegevens over de fysieke en psychische gezondheid, inclusief verslavingsgeschiedenis;
b) de gegevens over een handicap of een vermoeden van een handicap;
9° de gegevens over vrijetijdsbesteding voor de detentie;
10° de gegevens over de huidige individueel aangeboden hulp- en dienstverlening aan de gedetineerde binnen de gevangenis.
Art. 4. § 1er. Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les accompagnateurs de parcours peuvent, à des fins d'accueil, d'éclaircissement de la demande, d'accompagnement psychosocial et d'aiguillage, d'une part, et à des fins d'établissement d'un plan individuel de prestation d'aide et de services et du suivi de celui-ci, d'autre part, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée.
1° les données suivantes sur la citoyenneté :
a) le lieu de naissance ;
b) la nationalité ;
c) l'état civil ;
d) le numéro de sécurité publique de l'Office des étrangers ;
2° les données suivantes sur le statut socio-économique :
a) le revenu et la sécurité d'existence ;
b) le statut d'emploi ;
c) la situation familiale ;
3° les données suivantes sur le domicile et la résidence :
a) le dernier lieu de résidence avant la détention ;
b) le domicile ;
c) le statut de séjour ;
4° les données suivantes relatives à l'éducation et la formation :
a) le niveau de scolarité et les antécédents scolaires ;
b) les titres ;
c) les connaissances linguistiques ;
5° les données suivantes sur la carrière professionnelle :
a) les antécédents professionnels ;
b) l'expérience professionnelle ;
c) les données de carrière ;
d) le permis de conduire ;
6° les données suivantes sur la prestation d'aide et de services antérieure ;
a) une vue d'ensemble de la prestation d'aide et de services antérieure à l'intérieur et à l'extérieur de la prison ;
b) les coordonnées ;
7° les données suivantes concernant les antécédents judiciaires :
a) les antécédents judiciaires ;
b) une synthèse des faits ;
c) premier séjour en prison ou non ;
8° les données suivantes concernant la santé :
a) les données relatives à la santé physique et mentale, y compris les antécédents en matière de toxicomanie ;
b) les données concernant un handicap ou une présomption de handicap ;
9° les données sur les activités de loisirs avant la détention ;
10° les données concernant l'offre actuelle de prestation d'aide et de services individuelle au détenu au sein de la prison.
Art. 5. § 1. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de actoren die belast zijn met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in het kader van onderwijsdoeleinden, met het oog op de inschrijving van gedetineerden bij onderwijsinstellingen en met het oog op begeleiding van individuele leertrajecten, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de volgende gegevens over het burgerschap;
a) de geboorteplaats;
b) de nationaliteit;
c) de burgerlijke staat;
2° de volgende gegevens over de scholing en opleiding:
a) de scholingsgraad en het scholingsverleden;
b) de studiebewijzen;
c) de talenkennis;
3° de volgende gegevens over de professionele loopbaan:
a) het arbeidsverleden;
b) de beroepservaring;
c) de loopbaangegevens;
d) het rijbewijs;
4° de volgende gegevens over de woonplaats en het verblijf: de verblijfplaats na de detentie;
5° de volgende gegevens in het kader van individueel aangeboden hulp- en dienstverlening in het kader van onderwijsdoeleinden;
a) de gemoedstoestand tijdens lessen, examens, gesprekken;
b) het gedrag in de les;
c) het gedrag ten aanzien van de medecursisten;
6° de volgende fysieke gegevens:
a) de medische geschiktheid;
b) de schoenmaat;
c) de kledingmaat;
d) de motorische beperkingen;
7° de volgende psychische gegevens:
a) het IQ;
b) de leerstoornissen;
c) de psychische aandoeningen die het leertraject of lesverloop kunnen beïnvloeden.
§ 2. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de actoren die belast zijn met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in het kader van tewerkstellingsdoeleinden, met het oog op begeleiding van de gedetineerde naar werk en de voorbereiding daarvan, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de gegevens, vermeld in artikel 4/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
2° de betrokkenheid van een gedetineerde in de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening door een detentieconsulent;
3° de verblijfsstatus;
4° de volgende gegevens over de fysieke en psychische gezondheid:
a) de gegevens over een arbeidshandicap;
b) de gegevens over de medische geschiktheid gelet op een bepaald jobdoelwit.
§ 3. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de actoren die zorgvoorzieningen zijn en die belast zijn met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in het kader van therapeutische doeleinden, met het oog op het aanbieden van geestelijke gezondheidszorg aan gedetineerden tijdens detentie, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de volgende gegevens over burgerschap: de burgerlijke staat;
2° de volgende gegevens over de socio-economische status:
a) het arbeidsstatuut;
b) de gezinssituatie;
3° de volgende gegevens over de woonplaats en het verblijf: het domicilie;
4° de volgende gegevens over de scholing en opleiding: de talenkennis;
5° de volgende gegevens over de professionele loopbaan: het hoofdberoep;
6° de volgende gegevens over het gerechtelijk verleden:
a) het gerechtelijk verleden;
b) het overzicht van de feiten;
c) de contactgegevens van de penitentiaire administratie voor en tijdens detentie;
7° de volgende gegevens over de voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening:
a) een overzicht van voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening binnen en buiten de gevangenis;
b) de contactgegevens;
8° de volgende gegevens over de gezondheid:
a) de gegevens over de fysieke en de psychische gezondheid, inclusief verslavingsgeschiedenis en medicatie-inname in het verleden en in de huidige context;
b) de gegevens over een handicap of een vermoeden van een handicap;
9° de gegevens over de huidige individueel aangeboden hulp- en dienstverlening in het kader van therapeutische doeleinden.
In het eerste lid wordt verstaan onder zorgvoorziening: elke organisatie, met uitzondering van ziekenhuizen, die erkend of vergund is binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, die instaat voor de uitvoering van zorg.
In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de actoren die belast zijn met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in het kader van therapeutische doeleinden, met het oog op toeleiding van gedetineerden naar gezondheidszorg, inclusief verslavingszorg, na de detentie, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de volgende gegevens over het burgerschap:
a) de geboorteplaats;
b) de nationaliteit;
c) de burgerlijke staat;
2° de volgende gegevens over de socio-economische status:
a) het inkomen en de bestaanszekerheid;
b) het arbeidsstatuut;
c) de gezinssituatie;
3° de volgende gegevens over de woonplaats en het verblijf:
a) de laatste verblijfplaats voor de detentie;
b) het domicilie;
c) de verblijfsstatus;
4° de volgende gegevens over de scholing en opleiding:
a) de scholingsgraad en het scholingsverleden;
b) de studiebewijzen;
c) de talenkennis;
5° de volgende gegevens over de professionele loopbaan:
a) het arbeidsverleden;
b) de beroepservaring;
c) de loopbaangegevens;
d) het rijbewijs;
6° de volgende gegevens over het gerechtelijk verleden:
a) het gerechtelijk verleden;
b) een overzicht van de feiten;
c) de contactgegevens penitentiaire administratie voor en tijdens de detentie;
7° de volgende gegevens over de voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening:
a) een overzicht van voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening binnen en buiten de gevangenis;
b) de contactgegevens;
8° de volgende gegevens over de gezondheid:
a) de fysieke en psychische gezondheid, inclusief verslavingsgeschiedenis en medicatie-inname in het verleden en in de huidige context;
b) de gegevens over een handicap of een vermoeden van een handicap;
9° de gegevens over de huidige individueel aangeboden hulp- en dienstverlening in het kader van therapeutische doeleinden.
§ 4. In het kader van de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening kunnen de actoren die belast zijn met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in het kader van de handicapspecifieke ondersteuning van personen met een handicap of een vermoeden van handicap, met het oog op het organiseren van de voormelde ondersteuning tijdens en na de detentie, naast de persoonsgegevens, vermeld in artikel 3, ook nog de volgende persoonsgegevens verwerken van de gedetineerden die de voormelde hulp- en dienstverlening krijgen:
1° de volgende gegevens over het burgerschap:
a) de geboorteplaats;
b) de burgerlijke staat;
c) de nationaliteit;
2° de volgende gegevens over de socio-economische status: het inkomen en de bestaanszekerheid;
3° de volgende gegevens over de woonplaats en het verblijf:
a) de laatste verblijfplaats voor de detentie;
b) het domicilie;
c) de verblijfsstatus;
4° de volgende gegevens over de scholing en opleiding:
a) de scholingsgraad en het scholingsverleden;
b) de talenkennis;
5° de volgende gegevens over de professionele loopbaan: het arbeidsverleden;
6° de volgende gegevens over voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening: een overzicht van de voorafgaandelijke hulp- en dienstverlening binnen en buiten de gevangenis;
7° de gegevens over de huidige individueel aangeboden hulp- en dienstverlening van de gedetineerde op het vlak van de begeleiding inzake handicap, geestelijke gezondheid of binnen de ouderenzorg;
8° de gegevens over de wettelijke vertegenwoordiging of bewindvoering;
9° de gegevens over het al dan niet beschikken over een VAPH-dossier, namelijk:
a) de gegevens over de gevraagde en genoten persoonsvolgende zorg en ondersteuning;
b) de gegevens over eventuele tussenkomsten of tegemoetkomingen voor individuele materiële bijstand.
Art. 5. § 1er. Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les acteurs chargés de la prestation d'aide et de services aux détenus à des fins d'enseignement, en vue d'inscrire les détenus dans des établissements d'enseignement et en vue de l'accompagnement de parcours d'apprentissage individuels, peuvent, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée :
1° les données suivantes sur la citoyenneté :
a) le lieu de naissance ;
b) la nationalité ;
c) l'état civil ;
2° les données suivantes relatives à l'éducation et la formation :
a) le niveau de scolarité et les antécédents scolaires ;
b) les titres ;
c) les connaissances linguistiques ;
3° les données suivantes sur la carrière professionnelle :
a) les antécédents professionnels ;
b) l'expérience professionnelle ;
c) les données de carrière ;
d) le permis de conduire ;
4° les données suivantes sur le domicile et la résidence : le lieu de résidence après la détention ;
5° les données suivantes dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services à des fins d'enseignement ;
a) l'état d'esprit pendant les cours, les examens, les entretiens ;
b) le comportement pendant le cours ;
c) le comportement à l'égard des autres participants au cours ;
6° les données physiques suivantes :
a) l'aptitude médicale ;
b) la pointure ;
c) la taille des vêtements ;
d) les limitations motrices ;
7° les données psychiques suivantes :
a) le QI ;
b) les troubles de l'apprentissage ;
c) les troubles psychiques qui peuvent affecter le parcours d'apprentissage ou le déroulement des cours.
§ 2. Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les acteurs chargés de la prestation d'aide et de services aux détenus à des fins d'emploi, en vue d'accompagner le détenu vers l'emploi et l'y préparer, peuvent, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée :
1° les données visées à l'article 4/1 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
2° la participation d'un détenu à l'offre individuelle de prestation d'aide et de services d'un conseiller en détention ;
3° le statut de séjour ;
4° les données suivantes concernant la santé physique et psychique :
a) les données relatives à un handicap du travail ;
b) les données relatives à l'aptitude médicale en fonction d'un objectif d'emploi particulier.
§ 3. Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les acteurs qui sont des structures de soins et qui sont chargés de la prestation d'aide et de services aux détenus à des fins thérapeutiques, en vue d'offrir des soins de santé mentale aux détenus pendant la détention, peuvent, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée :
1° les données suivantes sur la citoyenneté : l'état civil ;
2° les données suivantes sur le statut socio-économique :
a) le statut d'emploi ;
b) la situation familiale ;
3° les données suivantes sur le domicile et la résidence : le domicile ;
4° les données suivantes relatives à l'éducation et la formation : les connaissances linguistiques ;
5° les données suivantes sur la carrière professionnelle : la profession principale ;
6° les données suivantes concernant les antécédents judiciaires :
a) les antécédents judiciaires ;
b) la synthèse des faits ;
c) les coordonnées de l'administration pénitentiaire avant et pendant la détention ;
7° les données suivantes sur la prestation d'aide et de services antérieure ;
a) une vue d'ensemble de la prestation d'aide et de services antérieure à l'intérieur et à l'extérieur de la prison ;
b) les coordonnées ;
8° les données suivantes concernant la santé :
a) les données relatives à la santé physique et mentale, y compris les antécédents en matière de toxicomanie et la prise de médicaments dans le passé et dans le contexte actuel ;
b) les données concernant un handicap ou une présomption de handicap ;
9° les données relatives à l'offre individuelle de prestation d'aide et de services à des fins thérapeutiques.
Dans l'alinéa 1er, on entend par structure de soins : toute organisation, à l'exception des hôpitaux, qui est agréée ou autorisée au sein du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, visé à l'article 8, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, qui est responsable de la mise en oeuvre de soins.
Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les acteurs qui sont chargés de la prestation d'aide et de services aux détenus à des fins thérapeutiques, en vue d'aiguiller les détenus vers des soins de santé, y compris des services aux toxicomanes, peuvent, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée :
1° les données suivantes sur la citoyenneté :
a) le lieu de naissance ;
b) la nationalité ;
c) l'état civil ;
2° les données suivantes sur le statut socio-économique :
a) le revenu et la sécurité d'existence ;
b) le statut d'emploi ;
c) la situation familiale ;
3° les données suivantes sur le domicile et la résidence :
a) le dernier lieu de résidence avant la détention ;
b) le domicile ;
c) le statut de séjour ;
4° les données suivantes relatives à l'éducation et la formation :
a) le niveau de scolarité et les antécédents scolaires ;
b) les titres ;
c) les connaissances linguistiques ;
5° les données suivantes sur la carrière professionnelle :
a) les antécédents professionnels ;
b) l'expérience professionnelle ;
c) les données de carrière ;
d) le permis de conduire ;
6° les données suivantes concernant les antécédents judiciaires :
a) les antécédents judiciaires ;
b) une synthèse des faits ;
c) les coordonnées de l'administration pénitentiaire avant et pendant la détention ;
7° les données suivantes sur la prestation d'aide et de services antérieure ;
a) une vue d'ensemble de la prestation d'aide et de services antérieure à l'intérieur et à l'extérieur de la prison ;
b) les coordonnées ;
8° les données suivantes concernant la santé :
a) la santé physique et mentale, y compris les antécédents en matière de toxicomanie et la prise de médicaments dans le passé et dans le contexte actuel ;
b) les données concernant un handicap ou une présomption de handicap ;
9° les données relatives à l'offre individuelle de prestation d'aide et de services à des fins thérapeutiques.
§ 4. Dans le cadre de l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, les acteurs chargés de la prestation d'aide et de services aux détenus à des fins d'accompagnement sur mesure du handicap de personnes handicapées ou présumées être handicapées, en vue d'organiser l'accompagnement précité pendant et après la détention, peuvent, outre les données personnelles visées à l'article 3, traiter également les données personnelles suivantes des détenus qui bénéficient de la prestation d'aide et de services précitée :
1° les données suivantes sur la citoyenneté :
a) le lieu de naissance ;
b) l'état civil ;
c) la nationalité ;
2° les données suivantes sur le statut socio-économique : le revenu et la sécurité d'existence ;
3° les données suivantes sur le domicile et la résidence :
a) le dernier lieu de résidence avant la détention ;
b) le domicile ;
c) le statut de séjour ;
4° les données suivantes relatives à l'éducation et la formation :
a) le niveau de scolarité et les antécédents scolaires ;
b) les connaissances linguistiques ;
5° les données suivantes sur la carrière professionnelle : les antécédents professionnels ;
6° les données suivantes sur la prestation d'aide et de services antérieure : une vue d'ensemble de la prestation d'aide et de services antérieure à l'intérieur et à l'extérieur de la prison ;
7° les données relatives à l'offre individuelle de prestation d'aide et de services actuellement proposée au détenu en termes d'accompagnement en matière de handicap, de santé mentale ou de soins aux personnes âgées ;
8° les données relatives à la représentation légale ou la tutelle ;
9° les données relatives à l'existence ou non d'un dossier VAPH, à savoir :
a) les données relatives aux soins et à l'aide personnalisés demandés et reçus ;
b) les données relatives aux éventuelles interventions d'assistance matérielle individuelle.
Art. 6. De gedetineerde kan zich voor de uitoefening van diens rechten, vermeld in hoofdstuk III van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), wenden tot de beleidscoördinator, die als aanspreekpunt fungeert voor de gedetineerde in het kader van de voormelde rechten.
Art. 6. Pour l'exercice de ses droits mentionnés au chapitre III du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), le détenu peut s'adresser au coordinateur politique, qui fait office de point de contact pour le détenu dans le cadre des droits susmentionnés.
Art. 7. Iedere beleidscoördinator, trajectbegeleider, organisatieondersteuner en actor informeert de betrokken gedetineerde van wie de persoonsgegevens worden verwerkt op gepaste wijze over hun rechten in het kader van de verwerking van persoonsgegevens conform de op hen toepasselijke regelgeving.
Art. 7. Chaque coordinateur politique, accompagnateur de parcours, soutien organisationnel et acteur informe de manière appropriée le détenu dont les données personnelles sont traitées des droits dont il dispose dans le cadre du traitement des données personnelles, conformément à la réglementation qui lui est applicable.
Art. 8. Als verschillende beleidscoördinatoren, trajectbegeleiders, organisatieondersteuners of actoren betrokken zijn bij de praktische organisatie van de hulp- en dienstverlening, kunnen ze onderling gegevens uitwisselen die kaderen in de doeleinden, vermeld in artikel 2.
Als verschillende trajectbegeleiders of actoren betrokken zijn bij de individueel aangeboden hulp- en dienstverlening, kunnen ze over de betrokken gedetineerde onderling gegevens uitwisselen die kaderen in de doeleinden, vermeld in artikel 3, 4 en 5. Voor de doeleinden, vermeld in artikel 4 en 5, kan dat alleen als de gedetineerde daarmee instemt.
Art. 8. Si différents coordinateurs politiques, accompagnateurs de parcours, soutiens organisationnels ou acteurs sont associés à l'organisation pratique de la prestation d'aide et de services, ils peuvent échanger entre eux des données qui relèvent des finalités visées à l'article 2.
Si différents coordinateurs politiques ou acteurs sont associés à l'offre individuelle de prestation d'aide et de services, ils peuvent échanger entre eux des données relatives au détenu concerné qui relèvent des finalités visées aux articles 3, 4 et 5. Pour les finalités visées aux articles 4 et 5, cela ne peut se faire qu'avec le consentement du détenu.
Art. 9. De beleidscoördinator, de trajectbegeleider, de organisatieondersteuner en de actor melden zich aan bij hun eigen organisatie als ze gegevens willen verwerken in het digitale systeem, vermeld in artikel 16, eerste lid, van het decreet van 8 maart 2013. De Vlaamse minister, bevoegd voor de coördinatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden, bepaalt het verloop van de toekenning van toegangsrechten tot het digitale systeem en de beveiliging van de verzending van gegevens naar het digitale systeem in dat kader.
[1 De coördinerende Vlaamse overheidsdienst en de organisaties die de trajectbegeleiders en de actoren tewerkstellen, stellen, elk voor hun eigen personeelsleden, in het kader van het digitale systeem een lijst op conform artikel 9 en 10, § 2, eerste lid, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.]1
In het tweede lid wordt verstaan onder de coördinerende Vlaamse overheidsdienst: de entiteit die conform artikel 10, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 tot uitvoering van hoofdstuk 3 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden verantwoordelijk is voor de coördinatie van de organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de coördinatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden bepaalt de werking en de beveiliging van het digitale systeem.
Art. 9. Le coordinateur politique, l'accompagnateur de parcours, le soutien organisationnel et l'acteur s'enregistrent auprès de leur propre organisation s'ils souhaitent traiter des données dans le système numérique visé à l'article 16, alinéa 1er, du décret du 8 mars 2013. Le ministre flamand chargé de la coordination de la prestation d'aide et de services aux détenus et aux internés détermine le déroulement de la procédure d'octroi des droits d'accès au système numérique et la sécurisation de la transmission des données au système numérique dans ce cadre.
[1 Le service public flamand de coordination et les organisations qui emploient les accompagnateurs de parcours et les acteurs établissent dans le cadre du système numérique, chacun pour leurs propres membres du personnel, une liste conformément aux articles 9 et 10, § 2, alinéa 1er, de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel.]1
A l'alinéa 2, on entend par service public flamand de coordination : l'entité qui, conformément à l'article 10, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2013 portant exécution du chapitre 3 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus, est responsable de la coordination et de l'organisation de la prestation d'aide et de services aux détenus.
Le ministre flamand chargé de la coordination de la prestation d'aide et de services aux détenus et aux internés détermine le fonctionnement et la sécurisation du système numérique.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 tot uitvoering van hoofdstuk 3 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2013 portant exécution du chapitre 3 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus
Art. 10. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 tot uitvoering van hoofdstuk 3 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden het vierde tot en met het zesde lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het derde lid worden voor het centrum voor algemeen welzijnswerk dat de gevangenissen binnen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in zijn werkgebied heeft, de totale subsidies berekend op basis van een derde van de totale capaciteit.
Om de subsidies, vermeld in het tweede en derde lid, te berekenen, is het forfaitaire bedrag, vermeld in artikel 32, derde lid, en artikel 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende het algemeen welzijnswerk, van toepassing.
De subsidies, vermeld in het tweede en derde lid, worden uitbetaald voor het einde van de maand februari van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.";
2° er worden een paragraaf 6 en een paragraaf 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 6. De begunstigden van de subsidies, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, dienen uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, op elektronische wijze een functionele en financiële verantwoording als vermeld in artikel 74, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019, in bij het Agentschap Justitie en Handhaving.
Als uit de financiële verantwoording, vermeld in het eerste lid, blijkt dat de toegekende subsidie de verantwoorde kosten overstijgt, kan het niet-gebruikte deel van de subsidie worden gebruikt voor de aanleg van reserves conform artikel 72 van het voormelde besluit.
§ 7. De subsidies, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, worden toegekend door de administrateur-generaal van het Agentschap Justitie en Handhaving. Een voorafgaande controle door de Inspectie van Financiën bij de toekenning van de subsidies is niet vereist.".
Art. 10. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2013 portant exécution du chapitre 3 du décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 4 à 6 sont remplacés par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 3, pour le centre d'aide sociale générale qui a les prisons de la Région de Bruxelles-Capitale dans sa zone d'action, les subventions totales sont calculées sur la base d'un tiers de la capacité totale.
Pour le calcul des subventions visées aux alinéas 2 et 3, le montant forfaitaire mentionné à l'article 32, alinéa 3, et à l'article 33 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 relatif à l'aide sociale générale est d'application.
Les subventions visées aux alinéas 2 et 3 sont versées pour la fin du mois de février de l'année à laquelle la subvention se rapporte. " ;
2° sont ajoutés un paragraphe 6 et un paragraphe 7, rédigés comme suit :
" § 6. Les bénéficiaires des subventions visées au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, soumettent par voie électronique à l'Agence de la Justice et du Maintien, au plus tard pour le 1er mai de l'année suivant l'année à laquelle la subvention se rapporte, une justification fonctionnelle et financière telle que mentionnée à l'article 74, alinéa 1er, de l'arrêté portant exécution du Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019.
Si la justification financière visée à l'alinéa 1er fait apparaître que la subvention octroyée est supérieure aux coûts justifiés, la partie non utilisée de la subvention peut être affectée à la constitution de réserves conformément à l'article 72 de l'arrêté précité.
§ 7. Les subventions visées au paragraphe 1er, alinéa 2 et 3 sont octroyées par l'administrateur général de l'Agence de la Justice et du Maintien. Un contrôle préalable de l'Inspection des Finances lors de l'octroi des subventions n'est pas requis. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 11. Het decreet van 26 februari 2021 tot wijziging van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 11. Le décret du 26 février 2021 modifiant le décret du 8 mars 2013 relatif à l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus entre en vigueur le premier jour du mois suivant l'expiration d'un délai de dix jours, qui prend cours le jour suivant la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Artikel 10, 1°, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant l'expiration d'un délai de dix jours, qui prend cours le jour suivant la publication du présent arrêté au Moniteur belge. L'article 10, 1°, entre en vigueur le 1er janvier 2003.
Art. 13. De Vlaamse minister bevoegd voor de coördinatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden, de Vlaamse minister bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, de Vlaamse minister bevoegd voor de personen met een beperking, de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en vorming, de Vlaamse minister bevoegd voor werk en de Vlaamse minister bevoegd voor de cultuur zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. La ministre flamande compétente pour la coordination de la prestation d'aide et de services aux détenus et aux internés, la ministre flamande compétente pour le bien-être, la ministre flamande compétente pour les soins de santé et les soins résidentiels, la ministre flamande compétente pour les personnes handicapées, le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation, le ministre flamand compétent pour l'emploi et le ministre flamand compétent pour la culture sont, chacun en ce qui le ou la concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.