Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 APRIL 2023. - Decreet over de transitie van personeelsleden van sommige instellingen van Onderwijs naar Welzijn
Titre
28 AVRIL 2023. - Décret relatif à la transition de membres du personnel de certains établissements du domaine politique de l'Enseignement vers le domaine politique du Bien-Etre
Informations sur le document
Numac: 2023042521
Datum: 2023-04-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023042521
Date: 2023-04-28
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° herplaatsingscommissie: de herplaatsingscommissie, vermeld in artikel III.40 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
  2° instelling:
  a) tehuizen als vermeld in artikel III.20 en III.37 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
  b) internaten buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de voormelde codificatie;
  c) internaten met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van de voormelde codificatie;
  d) internaten gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de voormelde codificatie;
  e) internaten gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 2, van de voormelde codificatie;
  3° MEDEX: de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Medische Expertise, cel Pensioenen;
  4° transitiekader: het geheel van de vastbenoemde personeelsleden die een instelling aan een voorziening overdraagt;
  5° voorziening:
  a) een voorziening als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of artikel 2, § 1, 55° /1, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
  b) een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
  c) een multifunctioneel centrum als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
  6° Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
  1° commission de réaffectation : la commission de réaffectation visée à l'article III.40 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ;
  2° établissement :
  a) les homes d'accueil, tels que visés aux articles III.20 et III.37 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ;
  b) les internats de l'enseignement spécial, tels que visés dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 2, de la codification précitée ;
  c) les internats à ouverture permanente, tels que visés dans la partie III, chapitre 6, de la codification précitée ;
  d) les internats de l'enseignement ordinaire, tels que visés dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 1re, de la codification précitée ;
  e) les internats de l'enseignement ordinaire, tels que visés dans la partie III, chapitre 4, section 2, de la codification précitée ;
  3° MEDEX : le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, Expertise médicale, cellule Pensions ;
  4° cadre de transition : l'ensemble des membres du personnel nommés à titre définitif qu'un établissement transfère à une structure ;
  5° structure :
  a) une structure, telle que visée à l'article 2, 4°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'Agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ou à l'article 2, § 1er, 55° /1, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
  b) un offreur d'aide à la jeunesse, tel que visé à l'article 2, § 1er, 27°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
  c) un centre multifonctionnel, tel que visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
  6° Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation : le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation visé à l'article 22, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.
Art. 3. Dit decreet is van toepassing op de instellingen die uiterlijk op 1 september 2023 voorlopig erkend of definitief erkend zijn als voorziening en de personeelsleden die in die als voorziening erkende instellingen tewerkgesteld zijn.
Art. 3. Le présent décret s'applique aux établissements qui, au plus tard le 1er septembre 2023, ont été agréés provisoirement ou définitivement en tant que structure et aux membres du personnel occupés dans ces établissements agréés en tant que structure.
HOOFDSTUK 2. - Het transitiekader voor de vastbenoemde personeelsleden
CHAPITRE 2. - Le cadre de transition pour les membres du personnel nommés à titre définitif
Afdeling 1. - Vastleggen van het transitiekader per instelling
Section 1re. - Etablissement du cadre de transition par établissement
Art. 4. Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 1 en § 2, en 6, § 3, worden de volgende personeelsleden opgenomen in het transitiekader:
  1° het vastbenoemde personeelslid dat op 1 september 2023 in aanmerking komt om ter beschikking gesteld te worden wegens volledige of gedeeltelijke ontstentenis van betrekking in een instelling;
  2° het vastbenoemde personeelslid dat conform artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het Gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase op 31 januari 2023 in een niet-organieke betrekking toegewezen is aan de instelling van eerste keuze of niet toegewezen is aan de instelling van eerste keuze.
Art. 4. Sans préjudice de l'application de l'article 5, §§ 1er et 2, et de l'article 6, § 3, les membres du personnel suivants sont repris dans le cadre de transition :
  1° le membre du personnel nommé à titre définitif qui, le 1er septembre 2023, entre en considération pour être mis en disponibilité par défaut complet ou partiel d'emploi dans un établissement ;
  2° le membre du personnel nommé à titre définitif qui, au 31 janvier 2023, a été affecté à l'établissement de son premier choix dans un emploi non organique ou n'a pas été affecté à l'établissement de son premier choix, conformément à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014 relatif à l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours dans les internats de l'enseignement communautaire pendant la transition.
Art. 5. § 1. Een personeelslid als vermeld in artikel 4, 1° of 2°, dat conform artikel 31, § 8, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 45, § 8, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 voor 1 september 2023 een nieuwe affectatie of mutatie aangeboden krijgt of aanvraagt, deelt die beslissing uiterlijk op 30 april 2023 mee aan het bestuur van de instelling.
  Als het personeelslid de aangevraagde of aangeboden nieuwe affectatie of mutatie op 1 september 2023 niet krijgt, wordt het personeelslid opgenomen in het transitiekader. Het personeelslid dat op 1 september 2023 wel een nieuwe affectatie of mutatie krijgt, wordt niet opgenomen in het transitiekader.
  § 2. Een personeelslid als vermeld in artikel 4, 1° of 2°, dat niet opgenomen wil worden in het transitiekader, deelt die beslissing uiterlijk op 30 april 2023 mee aan het bestuur van de instelling. In dat geval beëindigt het bestuur van de instelling de benoeming van het personeelslid in kwestie.
  Het bestuur van de instelling kent aan het personeelslid, vermeld in het eerste lid, een opzeggingstermijn toe die ingaat op 1 juni 2023 en waarvan de duur wordt vastgesteld conform het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. In ieder geval eindigt de voormelde opzeggingstermijn als het betrokken personeelslid de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Een vastbenoemd personeelslid wordt tijdens de opzeggingstermijn geacht als tijdelijk personeelslid te zijn aangesteld.
  Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, blijft zijn werkzaamheden in de instelling vervullen tot het einde van het schooljaar 2022-2023. Als de opzeggingstermijn die aan het personeelslid toegekend moet worden opdat het personeelslid aanspraak zou kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, het einde van het schooljaar 2022-2023 overschrijdt, kan het bestuur van de instelling vanaf het schooljaar 2023-2024 tot het einde van de opzeggingstermijn het personeelslid met een andere opdracht belasten.
  Het personeelslid ontvangt het brutosalaris verbonden aan het ambt waarin het vastbenoemd was.
  Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn.
Art. 5. § 1er. Un membre du personnel, tel que visé à l'article 4, 1° ou 2°, qui, conformément à l'article 31, § 8, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ou à l'article 45, § 8, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, se voit proposer ou demande, avant le 1er septembre 2023, une nouvelle affectation ou une mutation, communique cette décision à la direction de l'établissement au plus tard le 30 avril 2023.
  Si le membre du personnel n'obtient pas la nouvelle affectation ou la mutation demandée ou proposée le 1er septembre 2023, il est repris dans le cadre de transition. Le membre du personnel qui obtient bel et bien une nouvelle affectation ou une mutation le 1er septembre 2023 n'est pas repris dans le cadre de transition.
  § 2. Un membre du personnel, tel que visé à l'article 4, 1° ou 2°, qui ne désire pas être repris dans le cadre de transition, communique cette décision à la direction de l'établissement au plus tard le 30 avril 2023. Dans ce cas, la direction de l'établissement met fin à la nomination du membre du personnel concerné.
  La direction de l'établissement octroie au membre du personnel visé à l'alinéa 1er un délai de préavis qui prend cours le 1er juin 2023 et dont la durée est fixée conformément au nombre de jours de travail requis pour pouvoir prétendre à des allocations dans le cadre de la réglementation sur le chômage et de l'assurance maladie-invalidité obligatoire. Dans ce cas, le délai de préavis précité prend fin lorsque le membre du personnel concerné atteint l'âge de la retraite. Pendant le délai de préavis, un membre du personnel nommé à titre définitif est réputé avoir été désigné comme membre du personnel temporaire.
  Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er continue à accomplir ses activités au sein de l'établissement jusqu'à la fin de l'année scolaire 2022-2023. Lorsque le délai de préavis qui doit être octroyé au membre du personnel pour qu'il puisse prétendre à des allocations dans le cadre de la réglementation sur le chômage et de l'assurance maladie-invalidité obligatoire va au-delà de la fin de l'année scolaire 2022-2023, la direction de l'établissement peut charger le membre du personnel d'une autre mission à partir de l'année scolaire 2023-2024 jusqu'à la fin du délai de préavis.
  Le membre du personnel perçoit le salaire brut attaché à la fonction dans laquelle il avait été nommé à titre définitif.
  Le membre du personnel peut renoncer, en tout ou en partie, à ce délai de préavis.
Art. 6. § 1. Een instelling die een voorziening wordt, stelt een nominatieve lijst vast van de personeelsleden, vermeld in artikel 4, 1°. De lijst wordt samen met het akkoord van de voorziening en de instelling uiterlijk op 1 mei 2023 bezorgd aan de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
  De herplaatsingscommissie stelt een nominatieve lijst vast van de personeelsleden, vermeld in artikel 4, 2°. De voormelde lijst wordt uiterlijk op 1 mei 2023 bezorgd aan de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
  § 2. Het bestuur van de instelling informeert de betrokken personeelsleden tijdig en voorziet in een procedure om administratieve onjuistheden in de lijsten, vermeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid, recht te zetten. De leden van het bevoegde lokale onderhandelingscomité krijgen inzage in de lijsten, vermeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 worden de volgende personeelsleden niet opgenomen in de lijst, vermeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid:
  1° de personeelsleden die bij beslissing van MEDEX of de arbeidsarts definitief of tijdelijk ongeschikt bevonden zijn om hun gewone werkzaamheden uit te oefenen;
  2° de personeelsleden die conform artikel 31, § 8, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 45, § 8, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 op 1 september 2023 een nieuwe affectatie of mutatie krijgen.
Art. 6. § 1er. Un établissement qui devient une structure dresse une liste nominative des membres du personnel visés à l'article 4, 1°. La liste, accompagnée de l'accord de la structure et de l'établissement, est transmise au plus tard le 1er mai 2023 au service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
  La commission de réaffectation dresse une liste nominative des membres du personnel visés à l'article 4, 2°. La liste précitée est transmise au plus tard le 1er mai 2023 au service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
  § 2. La direction de l'établissement informe les membres du personnel concernés en temps utile et prévoit une procédure de rectification des erreurs administratives figurant dans les listes mentionnées dans le paragraphe 1er, alinéas 1er et 2. Les membres du comité local de négociation compétent ont accès aux listes mentionnées dans le paragraphe 1er, alinéas 1er et 2.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres du personnel suivants ne sont pas repris dans les listes mentionnées dans le paragraphe 1er, alinéas 1er et 2 :
  1° les membres du personnel qui, par décision de MEDEX ou du médecin du travail, ont été jugés définitivement ou temporairement inaptes à exercer leurs activités habituelles ;
  2° les membres du personnel qui, conformément à l'article 31, § 8, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ou à l'article 45, § 8, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, obtiennent une nouvelle affectation ou une mutation le 1er septembre 2023.
Art. 7. Na 1 september 2023 worden de volgende wijzigingen aangebracht in de lijst, vermeld in artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, van dit decreet:
  1° in de volgende gevallen worden personeelsleden geschrapt van de lijst:
  a) bij definitieve ambtsneerlegging conform artikel 86 en 88 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
  b) bij definitieve ambtsneerlegging conform artikel 60 en 62 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
  2° in de volgende gevallen worden de gegevens van de personeelsleden gewijzigd:
  a) wijzigingen in de omvang van de opdracht die aan het ambt is verbonden;
  b) wijzigingen in de werkelijk uitgeoefende omvang van de opdracht die aan het ambt is verbonden, met vermelding van alle dienstonderbrekingen.
  De wijzigingen, vermeld in het eerste lid, worden na de transitie door de voorziening doorgegeven aan de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 7. Après le 1er septembre 2023, les modifications suivantes sont apportées aux listes mentionnées dans l'article 6, § 1er, alinéas 1er et 2, du présent décret :
  1° dans les cas suivants, des membres du personnel sont radiés de la liste :
  a) lors de la cessation définitive de fonctions conformément aux articles 86 et 88 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ;
  b) lors de la cessation définitive de fonctions conformément aux articles 60 et 62 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
  2° dans les cas suivants, les données des membres du personnel sont modifiées :
  a) modifications du volume de la charge attachée à la fonction ;
  b) modifications du volume effectivement exercé de la charge attachée à la fonction, avec mention de toutes les interruptions de service.
  Après la transition, la structure transmet les modifications visées à l'alinéa 1er au service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 8. Een voorziening kan in het transitiekader geen nieuwe personeelsleden aanstellen of benoemen en ook geen uitbreiding van benoeming geven aan personeelsleden die al in het transitiekader zijn opgenomen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder nieuwe personeelsleden: de personeelsleden die op 1 september 2023 niet opgenomen zijn in het transitiekader.
Art. 8. Une structure ne peut pas désigner ou nommer de nouveaux membres du personnel dans le cadre de transition ni accorder d'extension de nomination à des membres du personnel qui ont déjà été repris dans le cadre de transition.
  A l'alinéa 1er, on entend par " nouveaux membres du personnel " : les membres du personnel qui, au 1er septembre 2023, n'ont pas été repris dans le cadre de transition.
Afdeling 2. - De gevolgen voor de vastbenoemde personeelsleden in het transitiekader
Section 2. - Les effets pour les membres du personnel nommés à titre définitif du cadre de transition
Art. 9. De voorziening neemt met ingang van 1 september 2023 de personeelsleden in het transitiekader van de overeenkomstige instelling over.
  De personeelsleden in het transitiekader worden vanaf 1 september 2023 personeelsleden van de voorziening, vermeld in het eerste lid.
  De voorziening, vermeld in het eerste lid, treedt ten opzichte van de personeelsleden in het transitiekader vanaf 1 september 2023 in de rechten en verplichtingen van de instelling waar de personeelsleden in kwestie vóór de transitie werkten. In de voormelde overdracht zijn alle rechten en verplichtingen inbegrepen die verbonden zijn aan hangende en toekomstige procedures.
Art. 9. A partir du 1er septembre 2023, la structure reprend les membres du personnel du cadre de transition de l'établissement correspondant.
  A partir du 1er septembre 2023, les membres du personnel du cadre de transition deviennent membres du personnel de la structure visée à l'alinéa 1er.
  A partir du 1er septembre 2023, la structure visée à l'alinéa 1er est subrogée, vis-à-vis des membres du personnel du cadre de transition, dans les droits et obligations de l'établissement où les membres du personnel concernés travaillaient avant la transition. Le transfert précité comprend tous les droits et obligations liés aux procédures pendantes et futures.
Art. 10. In samenspraak met het bestuur van de voorziening kunnen de personeelsleden in het transitiekader met de voorziening een arbeidsovereenkomst sluiten conform de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en afzien van hun hoedanigheid van vastbenoemd personeelslid van Onderwijs.
  De personeelsleden die conform het eerste lid een arbeidsovereenkomst sluiten, worden geschrapt uit de lijsten, vermeld in artikel 6, § 1, en conform artikel 7, en maken vanaf de ingang van hun arbeidsovereenkomst geen deel meer uit van het transitiekader.
Art. 10. En concertation avec la direction de la structure, les membres du personnel du cadre de transition peuvent conclure un contrat de travail avec la structure conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et renoncer à leur qualité de membre du personnel de l'Enseignement nommé à titre définitif.
  Les membres du personnel qui concluent un contrat de travail conformément à l'alinéa 1er sont radiés des listes mentionnées à l'article 6, § 1er, et conformément à l'article 7, et ne font plus partie du cadre de transition à partir de la prise d'effet de leur contrat de travail.
Art. 11. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 alsook de van toepassing zijnde uitvoeringsbepalingen blijven, met behoud van toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk, van toepassing op de personeelsleden in het transitiekader die ervoor kiezen om hun hoedanigheid van vastbenoemd personeel van Onderwijs te behouden.
  Het bestuur van de voorziening of zijn gemandateerde oefent tegenover de vastbenoemde personeelsleden in het transitiekader de bevoegdheden uit die conform de rechtspositieregeling toegewezen zijn aan de directeur of, voor het gemeenschapsonderwijs, de raad van bestuur, en, voor het gesubsidieerd onderwijs, de inrichtende macht.
Art. 11. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ainsi que les dispositions d'exécution applicables demeurent applicables, sans préjudice de l'application des dispositions du présent chapitre, aux membres du personnel du cadre de transition qui choisissent de conserver leur qualité de personnel de l'Enseignement nommé à titre définitif.
  La direction de la structure ou son mandataire exerce, à l'égard des membres du personnel nommés à titre définitif du cadre de transition, les compétences qui ont été dévolues, conformément au statut, au directeur ou, pour l'enseignement communautaire, au conseil d'administration et, pour l'enseignement subventionné, au pouvoir organisateur.
Art. 12. De personeelsleden in het transitiekader behouden het recht op hun salaris volgens de salarisschaal en geldelijke anciënniteit die ze genieten op 31 augustus 2023. Ze behouden ook het recht op vakantiegeld en eindejaarstoelage en alle salarisverhogingen conform de geldelijke rechtspositie voor onderwijspersoneel.
Art. 12. Les membres du personnel du cadre de transition conservent le droit à leur salaire selon l'échelle de traitement et l'ancienneté pécuniaire dont ils bénéficient au 31 août 2023. Ils conservent également le droit au pécule de vacances et à la prime de fin d'année et à toutes les augmentations salariales conformément au statut pécuniaire du personnel enseignant.
Art. 13. In afwijking van artikel 11, kunnen de personeelsleden in het transitiekader de volgende verlofstelsels niet meer opnemen vanaf 1 september 2023:
  1° verlof wegens bijzondere opdracht als vermeld in artikel 77quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 51quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
  2° verlof wegens opdracht als vermeld in artikel 77quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 51quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
  3° verlof voor vakbondsopdrachten als vermeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen en artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs of het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs;
  4° verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid van een lid van de Federale Regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;
  5° verlof erkende politieke groepen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
  6° verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen als vermeld in artikel 55bis en 55ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 44bis en 44ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
Art. 13. Par dérogation à l'article 11, les membres du personnel du cadre de transition ne peuvent plus prendre les régimes de congé suivants à partir du 1er septembre 2023 :
  1° le congé pour mission spéciale, tel que visé à l'article 77quater du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 51quater du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
  2° le congé pour mission, tel que visé à l'article 77quater du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 51quater du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
  3° le congé pour missions syndicales, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et à l'article 53 du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné ou dans l'arrêté royal du 16 décembre 1981 concernant le congé syndical dans l'enseignement subventionné ;
  4° le congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel, tel que visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'Etat régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de Coordination générale de la Politique et d'une cellule de Politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, par des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves ;
  5° le congé pour prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus, tel que visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991 relatif au congé accordé aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat, des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes ;
  6° le congé pour exercer temporairement une autre charge, tel que visé aux articles 55bis et 55ter du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et aux articles 44bis et 44ter du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991.
Art. 14. De Vlaamse Regering kan voor de personeelsleden in het transitiekader een concordantietabel vastleggen met de personeelscategorieën en ambten in Onderwijs en de overeenstemmende personeelscategorieën en functies in Welzijn.
  De Vlaamse Regering bepaalt voor de personeelsleden in het transitiekader de duur van de jaarlijkse vakantie en de wekelijkse of jaarlijkse arbeidsduur.
Art. 14. Le Gouvernement flamand peut établir, pour les membres du personnel du cadre de transition, une table de concordance reprenant les catégories de personnel et les fonctions dans l'Enseignement et les catégories de personnel et les fonctions correspondantes dans le domaine du Bien-Etre.
  Le Gouvernement flamand détermine la durée des vacances annuelles et la durée de travail hebdomadaire et annuelle pour les membres du personnel du cadre de transition.
Art. 15. De regelingen en reglementen die het bestuur van de instelling conform de wettelijke of decretale bepalingen en de uitvoeringsbesluiten ervan heeft opgesteld, blijven na de transitie van toepassing op de personeelsleden in het transitiekader.
  De voorziening kan na de transitie een eigen regeling of reglement uitwerken voor de personeelsleden in het transitiekader. Bij de uitwerking van de voormelde aangepaste regelingen of reglementen neemt de voorziening alle voorwaarden in acht die bij wet of decreet worden opgelegd. De voormelde regelingen of reglementen zijn het voorwerp van onderhandelingen met de afvaardiging van het personeel.
  Bij de inwerkingtreding van de nieuwe reglementen of regelingen zijn de initiele reglementen of regelingen, vermeld in het eerste lid, niet langer van toepassing op de personeelsleden in het transitiekader.
Art. 15. Les régimes et règlements établis par la direction de l'établissement conformément aux dispositions légales ou décrétales et à leurs arrêtés d'exécution demeurent applicables aux membres du personnel du cadre de transition après la transition.
  Après la transition, la structure peut élaborer son propre régime ou règlement pour les membres du personnel du cadre de transition. Lors de l'élaboration des régimes ou règlements adaptés précités, la structure respecte toutes les conditions imposées par voie de loi ou de décret. Les régimes ou règlements précités font l'objet de négociations avec la délégation du personnel.
  Lors de l'entrée en vigueur des nouveaux régimes ou règlements, les régimes ou règlements initiaux visés à l'alinéa 1er ne s'appliquent plus aux membres du personnel du cadre de transition.
Art. 16. Als een personeelslid dat is opgenomen in het transitiekader, afwezig is door ziekte, afwezig is als gevolg van een arbeidsongeval of afwezig is door een andere vorm van gewettigde of ongewettigde afwezigheid, kan er geen vervanger worden aangesteld die een salaris ontvangt van de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 16. En cas d'absence pour cause de maladie, d'absence consécutive à un accident du travail ou de toute autre forme d'absence justifiée ou injustifiée d'un membre du personnel qui a été repris dans le cadre de transition, aucun remplaçant percevant un salaire du service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ne peut être désigné.
Art. 17. De voorziening gaat een overeenkomst aan met het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming over de betaling van de salarissen en wachtgelden, met inbegrip van het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van de personeelsleden in het transitiekader.
  De bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verzorgt de betalingen voor de personeelsleden in het transitiekader. De betaling wordt uitgevoerd op basis van de gegevens die de voorziening bezorgt en onder haar verantwoordelijkheid.
  De eerste overeenkomst heeft een minimale looptijd van vijf jaar.
Art. 17. La structure conclut un accord avec le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation sur le paiement des salaires et traitements d'attente, y compris le pécule de vacances et la prime de fin d'année des membres du personnel du cadre de transition.
  Le service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation se charge des paiements aux membres du personnel du cadre de transition. Le paiement est effectué sur la base des données que la structure transmet et sous sa responsabilité.
  Le premier accord est conclu pour une durée minimale de cinq ans.
HOOFDSTUK 3. - Personeelsleden buiten het transitiekader
CHAPITRE 3. - Membres du personnel hors cadre de transition
Art. 18. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende personeelsleden die in een instelling werken:
  1° de contractuele personeelsleden;
  2° de personeelsleden met een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur;
  3° de personeelsleden met een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur;
  4° de personeelsleden die toegelaten zijn tot de proeftijd;
  5° de vastbenoemde personeelsleden die conform artikel 10 afzien van hun hoedanigheid van vastbenoemd personeelslid van het Onderwijs.
Art. 18. Le présent chapitre s'applique aux membres du personnel suivants, qui travaillent dans un établissement :
  1° les membres du personnel contractuels ;
  2° les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée déterminée ;
  3° les membres du personnel désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée ;
  4° les membres du personnel qui ont été admis au stage ;
  5° les membres du personnel nommés à titre définitif qui, conformément à l'article 10, renoncent à leur qualité de membre du personnel de l'Enseignement nommé à titre définitif.
Art. 19. De geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in artikel 18, die door de transitie worden overgenomen op of na 1 september 2023 door een voorziening, wordt meegenomen.
Art. 19. L'ancienneté pécuniaire des membres du personnel visés à l'article 18 qu'une structure a repris par la transition le ou après le 1er septembre 2023 est prise en compte.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
Section 1re. - Modification du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991
Art. 20. Aan artikel 31 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 8. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, mits zijn akkoord, op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
  Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste hso) wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs of het secundair onderwijs. Voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold op 31 augustus 2023 werd verleend voor het ambt waarin hij was aangesteld.
  De betrekking in een school voor buitengewoon basis- of secundair onderwijs die tot en met 31 augustus 2023 werd ingericht overeenkomstig artikel III.29 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en vanaf 1 september 2023 overeenkomstig artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs en betreffende coördinatieopdrachten door ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs, of artikel 311 van de Codex Secundair Onderwijs wordt ingericht, is in het schooljaar 2023-2024 niet onderworpen aan de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.".
Art. 20. A l'article 31 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, il est ajouté un paragraphe 8 rédigé comme suit :
  " § 8. Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut attribuer, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat de l'enseignement spécial, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 2, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, ou d'un internat à ouverture permanente, tel que visé dans la partie III, chapitre 6, de la même codification, ou d'un home d'accueil, tel que visé à l'article III.37 de la même codification, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette affectation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
  Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut accorder, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat de l'enseignement spécial, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 1re, sous-section 2, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, ou d'un internat à ouverture permanente, tel que visé dans la partie III, chapitre 6, de la même codification, ou d'un home d'accueil, tel que visé à l'article III.37 de la même codification, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette mutation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
  Un membre du personnel qui n'est pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) est réputé être en possession d'un titre requis pour la fonction de collaborateur administratif dans l'enseignement fondamental ou secondaire. L'échelle de traitement qui était attribuée au membre du personnel, en vertu de la réglementation en vigueur le 31 août 2023, pour la fonction dans laquelle il avait été désigné continue à s'appliquer.
  L'emploi dans une école de l'enseignement fondamental ou secondaire spécialisé qui, jusqu'au 31 août 2023, était organisé conformément à l'article III.29 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 et, à partir du 1er septembre 2023, est organisé conformément à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial et relatif aux charges de coordination pour les réseaux de soutien dans l'enseignement fondamental et secondaire ou à l'article 311 du Code de l'enseignement secondaire n'est pas soumis, durant l'année scolaire 2023-2024, à la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
Art. 21. Aan artikel 88, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 21 december 2012 en 4 mei 2018, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° de weigering van een vastbenoemd personeelslid van een internaat om opgenomen te worden in het transitiekader en om aldus op 1 september 2023 over te gaan naar een voorziening conform de regeling, vermeld in artikel 5, § 2, van het decreet van 28 april 2023 over de transitie van personeelsleden van sommige instellingen van Onderwijs naar Welzijn.".
Art. 21. A l'article 88, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par les décrets des 8 mai 2009, 21 décembre 2012 et 4 mai 2018, un point 8° rédigé comme suit est ajouté :
  " 8° le refus d'un membre du personnel nommé à titre définitif d'un internat d'être repris dans le cadre de transition et, par conséquent, de passer à une structure le 1er septembre 2023, conformément au régime visé à l'article 5, § 2, du décret du 28 avril 2023 relatif à la transition de membres du personnel de certains établissements du domaine politique de l'Enseignement vers le domaine politique du Bien-Etre. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991
Section 2. - Modification du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991
Art. 22. Aan artikel 45 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 8. In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat als vermeld in artikel III.20 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 2, van de voormelde codificatie, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat als vermeld in artikel III.20 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 2, van de voormelde codificatie, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
  Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste hso) wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs of het secundair onderwijs. Voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold op 31 augustus 2023 werd verleend voor het ambt waarin hij was aangesteld.".
Art. 22. A l'article 45 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, il est ajouté un paragraphe 8 rédigé comme suit :
  " § 8. Par dérogation au paragraphe 12, le pouvoir organisateur peut attribuer, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat, tel que visé à l'article III.20 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ou d'un internat de l'enseignement ordinaire, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 2, de la codification précitée, moyennant son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette affectation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
  Par dérogation au paragraphe 1er, le pouvoir organisateur peut accorder, le 1er septembre 2023, à un membre du personnel qui, au plus tard le 31 août 2023, a été nommé à titre définitif dans une fonction d'un internat, tel que visé à l'article III.20 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, ou d'un internat de l'enseignement ordinaire, tel que visé dans la partie III, chapitre 4, section 2, de la codification précitée, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécialisé, dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé ou dans un internat, à condition que ce membre du personnel dispose du titre requis ou jugé suffisant pour cette fonction. Si le membre du personnel accepte cette mutation, cela suppose qu'il accepte également l'échelle de traitement liée à cette fonction.
  Un membre du personnel qui n'est pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) est réputé être en possession d'un titre requis pour la fonction de collaborateur administratif dans l'enseignement fondamental ou secondaire. L'échelle de traitement qui était attribuée au membre du personnel, en vertu de la réglementation en vigueur le 31 août 2023, pour la fonction dans laquelle il avait été désigné continue à s'appliquer. ".
Art. 23. Aan artikel 62, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2020, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° de weigering van een vastbenoemd personeelslid van een internaat om opgenomen te worden in het transitiekader en om aldus op 1 september 2023 over te gaan naar een voorziening conform de regeling, vermeld in artikel 5, § 2, van het decreet van 28 april 2023 over de transitie van personeelsleden van sommige instellingen van Onderwijs naar Welzijn.".
Art. 23. A l'article 62, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2020, un point 7° rédigé comme suit est ajouté :
  " 7° le refus d'un membre du personnel nommé à titre définitif d'un internat d'être repris dans le cadre de transition et, par conséquent, de passer à une structure le 1er septembre 2023, conformément au régime visé à l'article 5, § 2, du décret du 28 avril 2023 relatif à la transition de membres du personnel de certains établissements du domaine politique de l'Enseignement vers le domaine politique du Bien-Etre. ".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 24. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2023.
Art. 24. Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2023.