Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 MAART 2023. - Ordonnantie betreffende de toegankelijkheid van de inter-actieve zelfbedieningsterminals van het stads- en streekvervoer
Titre
30 MARS 2023. - Ordonnance relative à l'accessibilité des terminaux en libre-service interactifs des transports urbains et régionaux
Informations sur le document
Numac: 2023041614
Datum: 2023-03-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023041614
Date: 2023-03-30
Moniteur: Voir
Tekst (50)
Texte (50)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE IER. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Onderwerp
CHAPITRE 1er. - Objet
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Deze ordonnantie zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten.
Art. 2. La présente ordonnance assure la transposition partielle de la directive (UE) 2019/882 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 3. Voor de doeleinden van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten dient het volgende verstaan te worden onder :
  1° " richtlijn (EU) 2019/882 " : richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten;
  2° " dienst " : elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die normaliter wordt verricht tegen een vergoeding;
  3° " geharmoniseerde norm " : een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1) c) van verordening (EU) 1025/2012;
  4° " technische specificatie " : een technische specificatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4), van verordening (EU) nr. 1025/2012, die de toegankelijkheidsvoorschriften die van toepassing zijn op een product of dienst vastlegt;
  5° " dienstverlener " : ondernemer die zich bezighoudt met het beheer van stads- en streekdiensten;
  6° " ondernemer " : een entiteit, ongeacht haar juridisch statuut en financieringswijze, die een economische activiteit uitoefent;
  7° " stads- en streekdiensten " : de vervoerdiensten met als voornaamste doel het beantwoorden aan de vervoersbehoeften van een stedelijk centrum of een streek, en aan de behoeften aan vervoer tussen dit centrum en de andere delen van de streek;
  8° " bevoegde overheid " : de overeenkomstig artikel 9 aangewezen overheid;
  9° " controledienst " : dienst opgericht via artikel 14 en belast met de controle;
  10° " personen met een handicap " : personen met langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die in hun interactie te kampen hebben met diverse drempels die hen kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving;
  11° " interactieve zelfbedieningsterminal " : verkoopautomaten bestemd voor de levering van diensten die de klant toelaten zelf alle fasen van de verkoop uit te voeren, tot de aflevering van de vervoersbewijzen;
  12° " belanghebbende " : iedere natuurlijke of rechtspersoon die een eigen, functioneel of collectief belang kan aantonen bij het indienen van een klacht bij de bevoegde overheid.
Art. 3. Aux fins de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, il faut entendre par :
  1° " directive (UE) 2019/882 " : la directive (UE) 2019/882 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services ;
  2° " service " : toute activité économique non salariée, exercée normalement contre rémunération ;
  3° " norme harmonisée " : une norme harmonisée telle que définie à l'article 2, point 1), c), du règlement (UE) n° 1025/2012 ;
  4° " spécification technique " : une spécification technique telle que définie à l'article 2, point 4), du règlement (UE) n° 1025/2012 qui précise les exigences à respecter en matière d'accessibilité applicables à un produit ou un service ;
  5° " prestataire de services " : opérateur économique qui s'occupe de la gestion des services urbains et régionaux ;
  6° " opérateur économique " : une entité, quelle que soit son statut juridique et son mode de financement, qui exerce une activité économique ;
  7° " services urbains et régionaux " : les services de transport dont l'objet principal est de répondre aux besoins de transport d'un centre urbain ou d'une région, ainsi qu'aux besoins de transport entre ce centre et les autres parties de la région ;
  8° " autorité compétente " : l'autorité désignée conformément à l'article 9 ;
  9° " service de contrôle " : le service créé par l'article 14 et chargé du contrôle ;
  10° " personnes handicapées " : les personnes qui présentent une incapacité physique, mentale, intellectuelle ou sensorielle durable dont l'interaction avec diverses barrières peut faire obstacle à leur pleine et effective participation à la société sur la base de l'égalité avec les autres ;
  11° " terminaux en libre-service interactif " : distributeurs automatiques destinés à la fourniture de services permettant au client d'assurer lui-même toutes les phases de l'acte de vente, jusqu'à la livraison des titres de transport ;
  12° " personne intéressée " : toute personne physique ou morale qui justifie d'un intérêt propre, fonctionnel ou collectif à introduire une plainte auprès de l'autorité compétente.
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 3. - Champ d'application
Art. 4. Deze ordonnantie beoogt de toegankelijkheid voor personen met een handicap van de zelfbedieningsterminals die toegang bieden tot de stads- en streekdiensten voor vervoer per bus, tram en metro op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van het vervoer via de spoorwegen.
Art. 4. La présente ordonnance vise l'accessibilité des personnes handicapées aux terminaux en libre-service interactifs donnant accès aux services de transport urbains et régionaux en bus, tram et métro sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, à l'exclusion du transport par chemin de fer.
TITEL II. - Toegankelijkheidsvoorschriften
TITRE II. - Exigences d'accessibilité
HOOFDSTUK 1. - Voorschriften
CHAPITRE 1er. - Exigences
Art. 5. De dienstverleningen waarop deze ordonnantie betrekking heeft, moeten voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften vastgelegd in bijlage I.
Art. 5. Les services visés par la présente ordonnance doivent être conformes aux exigences en matière d'accessibilité prévues à l'annexe I.
Art. 6. § 1. De toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in artikel 5 zijn enkel van toepassing in de mate dat de conformiteit :
  1° geen ingrijpende wijziging van een dienst vergt die leidt tot een fundamentele wijziging van de aard ervan ; en
  2° niet leidt tot een onevenredige last voor de betrokken dienstverleners.
  § 2. De dienstverleners voeren een evaluatie uit om te bepalen of het voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften waarvan sprake in artikel 5 zou leiden tot een fundamentele wijziging of, op basis van de relevante criteria opgesomd in bijlage III, een onevenredige last zou opleggen, in overeenstemming met paragraaf 1 van dit artikel.
  § 3. De dienstverleners leggen bewijzen voor ter ondersteuning van de in paragraaf 2 bedoelde evaluatie.
  Ze bewaren alle relevante resultaten gedurende vijf jaar na de datum van de laatste levering van een dienst, naargelang het geval.
  Op verzoek van de controledienst bezorgen de dienstverleners deze een kopie van de in paragraaf 2 bedoelde evaluatie.
  § 4. Dienstverleners die paragraaf 1, punt 2° inroepen, hernieuwen de evaluatie van het al dan niet onevenredig karakter van de last voor de dienst :
  1° als de voorgestelde dienst gewijzigd wordt ; of
  2° op verzoek van de controledienst ; en
  3° in elk geval minstens elke vijf jaar.
  § 5. Als dienstverleners, teneinde de toegankelijkheid te verbeteren, financiering ontvangen van andere bronnen dan hun eigen middelen, ongeacht of deze publiek of privaat zijn mogen ze paragraaf 1, punt 2° niet inroepen.
  § 6. Als dienstverleners paragraaf 1 inroepen voor de specifieke dienst, moeten ze de controledienst hiervan op de hoogte brengen.
Art. 6. § 1er. Les exigences en matière d'accessibilité visées à l'article 5 s'appliquent uniquement dans la mesure où la conformité :
  1° n'exige pas de modification significative d'un service qui entraîne une modification fondamentale de la nature de celui-ci ; et
  2° n'entraîne pas l'imposition d'une charge disproportionnée aux prestataires de services concernés.
  § 2. Les prestataires de services effectuent une évaluation afin de déterminer si la conformité avec les exigences en matière d'accessibilité visées à l'article 5 introduirait une modification fondamentale ou, sur la base des critères pertinents énoncés à l'annexe III, imposerait une charge disproportionnée, conformément au paragraphe 1er du présent article.
  § 3. Les prestataires de services apportent des preuves à l'appui de l'évaluation visée au paragraphe 2.
  Ils conservent tous les résultats pertinents pendant une période de cinq ans à compter de la date de dernière fourniture d'un service, selon le cas.
  A la demande du service de contrôle, les prestataires de services lui fournissent une copie de l'évaluation visée au paragraphe 2.
  § 4. Les prestataires de services qui invoquent le paragraphe 1er, point 2°, renouvellent, pour le service, l'évaluation du caractère disproportionné ou non de la charge :
  1° lorsque le service proposé est modifié ; ou
  2° à la demande du service de contrôle ; et
  3° en tout état de cause, au moins tous les cinq ans.
  § 5. Lorsqu'ils perçoivent, aux fins de l'amélioration de l'accessibilité, un financement provenant d'autres sources que leurs ressources propres, qu'elles soient d'origine publique ou privée, un prestataire de services ne peut invoquer le paragraphe 1er, point 2°.
  § 6. Lorsque les prestataires de services invoquent le paragraphe 1er pour le service spécifique, ils en informent le service de contrôle.
HOOFDSTUK 2. - Vermoeden van overeenstemming van de diensten
CHAPITRE 2. - Présomption de conformité des services
Art. 7. § 1. Diensten die voldoen aan de geharmoniseerde normen of aan delen van geharmoniseerde normen waarvan de referenties gepubliceerd werden in het Publicatieblad van de Europese Unie worden geacht te voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten in de mate dat deze normen of delen van normen deze voorschriften dekken.
  § 2. Diensten die voldoen aan de technische specificaties of aan delen van technische specificaties worden geacht te voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten in de mate dat deze technische specificaties of delen van technische specificaties deze voorschriften dekken.
  § 3. Voor de diensten waarvan sprake in artikel 4 van deze ordonnantie zijn de toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in bijlage I van deze ordonnantie dwingende toegankelijkheidsvoorschriften in de zin van artikel 53, paragraaf 1, lid 5 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
  § 4. De dienst waarvan de kenmerken, elementen of functies voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in bijlage I van deze ordonnantie wordt geacht te voldoen aan de relevante verplichtingen inzake toegankelijkheid vermeld in akten van de Unie andere dan deze richtlijn, voor wat deze kenmerken, elementen of functies betreft, behoudens andersluidende vermelding in deze andere akten.
  § 5. De overeenstemming met geharmoniseerde normen en technische specificaties of met delen van geharmoniseerde normen en technische specificaties, goedgekeurd overeenkomstig paragrafen 1 en 2 van dit artikel, doet een vermoeden van overeenstemming met paragraaf 3 van dit artikel ontstaan in de mate dat deze normen en technische specificaties of delen van geharmoniseerde normen en technische specificaties voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften vermeld in deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 6. Diensten die voldoen aan de vereisten inzake het verstrekken van toegankelijke informatie en het verstrekken van informatie betreffende de toegankelijkheid vastgelegd in verordeningen (EG) nr. 261/2004, (EG) nr. 1107/2006, (EG) nr. 1371/2007, (EU) nr. 1177/2010 en (EU) nr. 181/2011 en de relevante akten die op basis van richtlijn 2008/57/EU werden goedgekeurd, worden geacht te voldoen aan de betreffende, in deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten vastgelegde vereisten. Als deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten bijkomende vereisten vastleggen bovenop de vereisten vastgelegd in deze verordeningen en akten, zijn deze volledig van toepassing.
Art. 7. § 1er. Les services conformes aux normes harmonisées ou à des parties de normes harmonisées dont les références ont été publiées au Journal officiel de l'Union européenne sont présumés conformes aux exigences en matière d'accessibilité énoncées dans la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution dans la mesure où ces normes ou parties de normes couvrent ces exigences.
  § 2. Les services conformes aux spécifications techniques ou à des parties de spécifications techniques sont présumés conformes aux exigences en matière d'accessibilité énoncées dans la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution dans la mesure où ces spécifications techniques ou parties de spécifications techniques couvrent ces exigences.
  § 3. En ce qui concerne le service visé à l'article 4 de la présente ordonnance, les exigences en matière d'accessibilité énoncées à l'annexe I de la présente ordonnance constituent des exigences d'accessibilité contraignantes au sens de l'article 53, paragraphe 1er, alinéa 5, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics.
  § 4. Le service dont les caractéristiques, éléments ou fonctions est conformes aux exigences en matière d'accessibilité énoncées à l'annexe I est présumé satisfaire aux obligations pertinentes en matière d'accessibilité figurant dans des actes de l'Union autres que la présente directive, pour ce qui est de ces caractéristiques, éléments ou fonctions, sauf mention contraire dans ces autres actes.
  § 5. La conformité avec des normes harmonisées et des spécifications techniques ou avec des parties de normes harmonisées et de spécifications techniques adoptées conformément aux paragraphes 1er et 2 du présent article établit une présomption de conformité avec le paragraphe 3 du présent article dans la mesure où ces normes et spécifications techniques ou ces parties de normes et de spécifications techniques satisfont aux exigences en matière d'accessibilité énoncées dans la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
  § 6. Les services conformes aux exigences concernant la fourniture d'informations accessibles et la fourniture d'informations relatives à l'accessibilité prévues par les règlements (CE) n° 261/2004, (CE) n° 1107/2006, (CE) n° 1371/2007, (UE) n° 1177/2010 et (UE) n° 181/2011 et les actes pertinents adoptés sur la base de la directive 2008/57/CE sont réputés conformes aux exigences correspondantes prévues par la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution. Lorsque la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution prévoient des exigences supplémentaires à celles prévues dans ces règlements et ces actes, celles-ci s'appliquent dans leur intégralité.
TITEL III-. Verplichtingen van de dienstverleners
TITRE III. - Obligations des prestataires de services
Art. 8. § 1. Dienstverleners ontwerpen en leveren diensten overeenkomstig de toegankelijkheidsvoorschriften vastgelegd in deze ordonnantie.
  § 2. Dienstverleners stellen de noodzakelijke informatie op overeenkomstig bijlage II en leggen uit hoe de dienstverlening voldoet aan de toegankelijkheidsvoorschriften.
  De informatie wordt schriftelijk en mondeling ter beschikking van het publiek gesteld, eveneens op een wijze die toegankelijk is voor personen met een handicap.
  Dienstverleners bewaren deze informatie zolang als de dienst beschikbaar is.
  § 3. Dienstverleners voeren procedures in zodat de levering van de diensten blijft voldoen aan de vereisten van artikel 5.
  Dienstverleners houden naar behoren rekening met elke wijziging van de kenmerken van de levering van de dienst, van de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften en van de geharmoniseerde normen of technische specificaties ten opzichte waarvan een dienst conform de toegankelijkheidsvoorschriften is verklaard.
  § 4. Indien de dienst niet voldoet, nemen de dienstverleners de nodige corrigerende maatregelen om deze dienst te laten voldoen aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften.
  Daarnaast brengen de dienstverleners de controledienst onverwijld op de hoogte als de dienst niet voldoet aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften, en verstrekken ze hierbij details over onder meer de niet-conformiteit en over alle genomen corrigerende maatregelen.
  § 5. Op gemotiveerd verzoek van de controledienst delen de dienstverleners alle nodige informatie mee om aan te tonen dat de diensten voldoen aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften.
  Ze werken op eenvoudig verzoek van de controledienst en voeren alle maatregelen uit die genomen worden om de dienst te laten voldoen aan deze vereisten.
Art. 8. § 1er. Les prestataires de services conçoivent et fournissent des services conformément aux exigences en matière d'accessibilité visées par la présente ordonnance.
  § 2. Les prestataires de services établissent les informations nécessaires conformément à l'annexe II et expliquent comment le service satisfait aux exigences applicables en matière d'accessibilité.
  Les informations sont mises à la disposition du public sous forme écrite et orale, y compris d'une façon qui est accessible aux personnes handicapées.
  Les prestataires de services conservent ces informations aussi longtemps que le service est disponible.
  § 3. Les prestataires de services mettent en place des procédures afin que la fourniture du service reste conforme aux exigences visées à l'article 5.
  Toute modification des caractéristiques de la fourniture du service, des exigences applicables en matière d'accessibilité et des normes harmonisées ou des spécifications techniques par rapport auxquelles est déclarée la conformité d'un service aux exigences en matière d'accessibilité, est dûment prise en considération par les prestataires de services.
  § 4. En cas de non-conformité du service, les prestataires prennent les mesures correctives nécessaires pour le mettre en conformité avec les exigences applicables en matière d'accessibilité.
  En outre, lorsque le service n'est pas conforme aux exigences applicables en matière d'accessibilité, les prestataires de services en informent immédiatement le service de contrôle en fournissant des précisions, notamment, sur la non-conformité et sur toute mesure corrective prise.
  § 5. Sur demande motivée du service de contrôle, les prestataires de services lui communiquent toutes les informations nécessaires pour démontrer la conformité du service avec les exigences applicables en matière d'accessibilité.
  Ils coopèrent avec le service de contrôle sur simple demande et mettent en oeuvre toute mesure prise en vue de rendre le service conforme à ces exigences.
TITEL IV. - Bevoegde instantie
TITRE IV. - Autorité compétente
Art. 9. De regering duidt de overheid aan die verantwoordelijk is voor de behandeling van klachten en het opleggen van administratieve sancties wegens inbreuken op deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten.
  De regering duidt onder de leden van de autoriteit bedoeld in het eerste lid diegene aan die gemachtigd zullen zijn de administratieve sancties op te leggen waarin artikel 17 voorziet.
Art. 9. Le Gouvernement désigne l'autorité chargée de traiter les plaintes et d'infliger les sanctions administratives pour des infractions à la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
  Le Gouvernement désigne, parmi les membres de l'autorité visée à l'alinéa 1er, ceux qui sont habilités à infliger les sanctions administratives prévues par l'article 17.
TITEL V. - Klachten
TITRE V. - Plaintes
HOOFDSTUK 1. - Procedure
CHAPITRE 1er. - Procédure
Art. 10. § 1. Elke belanghebbende persoon kan kosteloos een klacht indienen bij de bevoegde overheid betreffende een vermeende schending van de bepalingen van deze ordonnantie. De klacht wordt per brief of elektronisch ingediend.
  De klacht vermeldt de volgende elementen :
  1° in voorkomend geval, de identiteit en het adres van de klager ;
  2° in voorkomend geval, het elektronische adres van de klager ;
  3° een uiteenzetting van de feiten ;
  4° alle stukken die de klager noodzakelijk acht.
  De klacht mag anoniem worden ingediend. In dat geval wordt de klager niet in kennis gesteld van het gevolg dat door de bevoegde autoriteit aan de klacht is gegeven en ontvangt hij niet de in artikel 10, §§ 8 en 9 en in artikel 11 bedoelde kennisgevingen.
  Een klachtenformulier kan worden omschreven door de bevoegde autoriteit en kan via de website van die autoriteit ter beschikking worden gesteld.
  § 2. De door de regering voor de behandeling van klachten aangewezen bevoegde overheid is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens.
  § 3. De persoonsgegevens van de klager en van de in de klacht genoemde personen worden door de bevoegde autoriteit uitsluitend verwerkt ten behoeve van de communicatie met de klager en het onderzoek van de klacht.
  § 4. De bevoegde autoriteit verwerkt alleen de persoonsgegevens van de klager en van de in de klacht genoemde personen.
  Zij verwerkt alleen de volgende categorieën gegevens :
  - de identificatie- en contactgegevens van de klager wanneer de klacht niet anoniem is;
  - persoonlijke gegevens die door de klager in het feitenrelaas en in de bijlagen bij de klacht zijn verstrekt.
  § 5. Persoonsgegevens worden door de bevoegde autoriteit uitsluitend aan de controledienst verstrekt. Deze mededeling vindt alleen plaats indien de klacht ontvankelijk wordt verklaard en met als enig doel alle informatie te verzamelen die nodig is om de strafbare feiten te onderzoeken en vast te stellen.
  § 6. De persoonsgegevens van de klager en van de in de klacht genoemde personen worden bewaard :
  - wanneer de bevoegde overheid besluit de klacht niet te behandelen of besluit dat de klacht niet onder haar bevoegdheid valt en de klacht doorverwijst naar de bevoegde dienst, gedurende één jaar na het besluit van niet-ontvankelijkheid van de bevoegde overheid;
  - wanneer de klacht ontvankelijk maar ongegrond is verklaard, tot één jaar na het besluit van de bevoegde overheid dat de klacht ongegrond is;
  - wanneer de klacht gegrond wordt verklaard, gedurende één jaar nadat tegen de genomen beslissing geen beroep meer mogelijk is.
  § 7. Indien de bevoegde overheid een klacht als ontvankelijk beschouwt, geeft zij de klager daarvan schriftelijk kennis binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht, en brengt zij de dienstverlener die het voorwerp uitmaakt van de klacht daarvan gelijktijdig op de hoogte.
  § 8. De overheid weigert de klacht te behandelen en verklaart ze ongegrond :
  1° als ze kennelijk niet gegrond is ;
  2° als de inhoud verband houdt met feiten die zich hebben voorgedaan vóór 28 juni 2025, de datum waarop deze ordonnantie van toepassing is geworden ;
  3° wanneer deze identiek is aan een eerder door de overheid behandelde klacht en geen nieuwe gegevens bevat in vergelijking met deze eerdere klacht ;
  4° wanneer de feiten zijn verjaard overeenkomstig de termijn bedoeld in artikel 17, § 5.
  § 9. Als de bevoegde overheid een klacht niet behandelt of er geen gevolg aan geeft, geeft zij de klager daarvan schriftelijk kennis, met vermelding van de redenen, binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht.
  § 10. Een klacht met betrekking tot de dienst die ermee verband houdt maar niet tot de bevoegdheid van de bevoegde overheid behoort, wordt doorgestuurd naar de bevoegde dienst van de gewestelijke of federale overheid binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de klacht.
  De klager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld binnen een termijn van dertig dagen na verzending naar de organisatie bedoeld in lid 1 behalve als de klacht anoniem is.
Art. 10. § 1er. Toute personne intéressée peut introduire sans frais une plainte auprès de l'autorité compétente concernant une violation présumée des dispositions de la présente ordonnance. La plainte est introduite par lettre ou par voie électronique.
  La plainte comporte les éléments suivants :
  1° le cas échéant, l'identité et l'adresse du plaignant ;
  2° le cas échéant, l'adresse électronique du plaignant ;
  3° un exposé des faits ;
  4° toutes les pièces que le plaignant estime nécessaires.
  La plainte peut être introduite de façon anonyme. Dans ce cas, le plaignant ne sera pas tenu informé des suites que l'autorité compétente réservera à celle-ci et ne recevra pas les notifications visées à l'article 10, § 8 et § 9, et à l'article 11.
  Un formulaire de plainte peut être défini par l'autorité compétente et mis à disposition via son site internet.
  § 2. L'autorité compétente désignée par le Gouvernement pour traiter les plaintes est le responsable du traitement des données à caractère personnel.
  § 3. Les données à caractère personnel du plaignant et des personnes visées dans la plainte ne seront traitées par l'autorité compétente que pour communiquer avec le plaignant et instruire la plainte.
  § 4. L'autorité compétente ne traite que les données à caractère personnel du plaignant et des personnes visées dans la plainte.
  Elle ne traite que les catégories de données suivantes :
  - les données d'identification et de contact du plaignant lorsque la plainte n'est pas anonyme ;
  - les données à caractère personnel que le plaignant a communiquées dans l'exposé des faits et les pièces jointes à sa plainte.
  § 5. Les données personnelles ne sont transmises par l'autorité compétente qu'au service de contrôle. Cette communication n'a lieu que si la plainte est déclarée recevable et dans le seul but de réunir toutes les informations nécessaires à la recherche et au constat des infractions.
  § 6. Les données à caractère personnel du plaignant et des personnes visées dans la plainte sont conservées :
  - lorsque l'autorité compétente décide de ne pas traiter la plainte ou décide qu'elle ne relève pas de sa compétence et la renvoie au service compétent, durant un an après la décision d'irrecevabilité prise par l'autorité compétente ;
  - lorsque la plainte est déclarée recevable mais non fondée, durant un an après la décision de non-fondement prise par l'autorité compétente ;
  - lorsque la plainte est déclarée fondée, durant un an après que la décision prise n'est plus susceptible d'aucun recours.
  § 7. Si l'autorité compétente considère la plainte recevable, elle le notifie par écrit au plaignant dans un délai de trente jours à dater de la réception et en informe simultanément le prestataire de services qui fait l'objet de la plainte.
  § 8. L'autorité refuse le traitement d'une plainte et déclare la plainte irrecevable :
  1° si celle-ci est manifestement non fondée ;
  2° si le contenu a un rapport avec des faits qui se sont produits avant le 28 juin 2025, date à laquelle la présente ordonnance est entrée en application ;
  3° si celle-ci est identique à une précédente plainte traitée par l'autorité et ne contient aucun élément nouveau par rapport à la précédente plainte ;
  4° si les faits sont prescrits conformément au délai visé à l'article 17, § 5.
  § 9. Si l'autorité compétente ne traite pas une plainte ou n'en poursuit pas le traitement, elle le notifie par écrit au plaignant dans un délai de trente jours à dater de la réception en mentionnant les motifs.
  § 10. Une plainte relative au service qui y est associé, qui ne relève pas de la compétence de l'autorité compétente, est renvoyée au service compétent de l'autorité régionale ou fédérale dans un délai de trente jours à compter de la réception de la plainte.
  Sauf lorsque la plainte est anonyme, le plaignant en est averti par écrit dans un délai de trente jours suivant l'envoi à l'organisme mentionné dans l'alinéa 1er.
Art. 11. Als de klacht ontvankelijk is, geeft de bevoegde autoriteit de controledienst de opdracht alle noodzakelijke informatie voor het opsporen en vaststellen van de vermoedelijke inbreuk in te zamelen.
  De controledienst stelt een rapport op overeenkomstig artikel 16.
  De termijn voor de behandeling van de klacht door het in artikel 15 bedoelde personeelslid bedraagt drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht.
  Het rapport en het administratieve dossier worden onmiddellijk overgemaakt aan de bevoegde overheid.
  Als de bevoegde overheid concludeert dat er sprake is van een schending van deze ordonnantie, is de procedure vastgelegd in artikels 16, 18 en 19 van toepassing.
  Na afloop van het onderzoek van de klacht, informeert de bevoegde overheid de klager van het gevolg dat eraan wordt gegeven behalve als de klacht anoniem is.
  Ze brengt eveneens de betrokken dienstverlener op de hoogte indien ze tot de conclusie komt dat er geen schending is van deze ordonnantie en de bijhorende uitvoeringsbesluiten.
Art. 11. Lorsque la plainte est recevable, l'autorité compétente ordonne au service de contrôle de réunir toutes les informations nécessaires à la recherche et au constat de l'infraction supposée.
  Le service de contrôle établit un rapport conformément à l'article 16.
  Le délai de traitement de la plainte par le membre du personnel visé à l'article 15 est de trois mois à partir de la réception de la plainte.
  Le rapport ainsi que le dossier administratif sont immédiatement transmis à l'autorité compétente.
  Si l'autorité compétente conclut à une violation de la présente ordonnance, la procédure prévue aux articles 16, 18 et 19 s'applique.
  Sauf si la plainte est anonyme, l'autorité compétente informe le plaignant de la suite réservée à sa plainte au terme de l'examen de celle-ci.
  Elle informe également le prestataire de services concerné dans le cas où elle ne conclut pas à une violation de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution.
Art. 12. De dienstverlener beantwoordt de verzoeken om informatie van de bevoegde overheid binnen dertig dagen.
Art. 12. Le prestataire de services répond aux demandes d'informations de l'autorité compétente dans les trente jours.
HOOFDSTUK 2-. Vertegenwoordiging bij de indiening van een klacht
CHAPITRE 2. - Représentation lors du dépôt d'une plainte
Art. 13. § 1. Een fysiek persoon kan een orgaan, een organisatie of een vereniging zonder winstoogmerk volmacht geven om een klacht in zijn naam in te dienen.
  § 2. In geval van de geschillen vastgelegd in paragraaf 1, moet een orgaan, een organisatie of een vereniging zonder winstoogmerk :
  1° op geldige wijze zijn opgericht in overeenstemming met de Belgische wetgeving ;
  2° rechtspersoonlijkheid bezitten ;
  3° statutaire doelstellingen van openbaar belang hebben ;
  4° al minstens drie jaar actief zijn op het gebied van bescherming van de rechten en vrijheden van personen met een handicap.
  § 3. Het orgaan, de organisatie of vereniging zonder winstoogmerk levert het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarde vermeld in paragraaf 2, 4°, door de voorlegging van haar activiteitenverslagen of elk ander stuk.
Art. 13. § 1er. Une personne physique peut mandater un organe, une organisation ou une association à but non lucratif, pour qu'il introduise une plainte en son nom.
  § 2. Dans les litiges prévus au paragraphe 1er, un organe, une organisation ou une association sans but lucratif doit :
  1° être valablement constitué conformément au droit belge ;
  2° avoir la personnalité juridique ;
  3° avoir des objectifs statutaires d'intérêt public ;
  4° être actif dans le domaine de la protection des droits et libertés des personnes handicapées depuis au moins trois ans.
  § 3. L'organe, l'organisation ou l'association sans but lucratif fournit la preuve, par la présentation de ses rapports d'activités ou de toute autre pièce, que la condition visée au paragraphe 2, 4°, est remplie.
TITEL VI. - Controle
TITRE VI. - Contrôle
HOOFDSTUK 1. - Controledienst
CHAPITRE 1er. - Service de contrôle
Art. 14. De controledienst :
  1° controleert of de dienst voldoet aan de vereisten van deze ordonnantie, met inbegrip van de evaluatie vermeld in artikel 6, §§ 2 en 3 ;
  2° garandeert de opvolging bij non-conformiteit met betrekking tot de vereisten vermeld in deze ordonnantie ;
  3° gaat in voorkomend geval na of de dienstverlener de nodige corrigerende maatregelen heeft genomen.
Art. 14. Le service de contrôle est chargé de :
  1° vérifier la conformité du service avec les exigences de la présente ordonnance, en ce compris l'évaluation visée à l'article 6 §§ 2 et 3 ;
  2° assurer le suivi en cas de non-conformité avec les exigences énoncées dans la présente ordonnance ;
  3° le cas échéant, vérifier que le prestataire de services a pris les mesures correctives nécessaires.
HOOFDSTUK 2. - Personeel
CHAPITRE 2. - Personnel
Art. 15. § 1. De regering duidt de controledienst aan die instaat voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 2. Om alle noodzakelijke informatie te verzamelen voor de opsporing en de vaststelling van inbreuken zijn de personeelsleden van de in de eerste paragraaf bedoelde dienst gemachtigd om alle vaststellingen te doen, informatie te verzamelen, verklaringen af te nemen en zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen te doen voorleggen die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun opdracht.
  In het kader van de in de eerste paragraaf bedoelde opsporingen kan de controledienst zich laten bijstaan door externe dienstverleners.
  § 3. De personeelsleden en in voorkomend geval de externe dienstverleners die hen bijstaan zijn gebonden door de plicht tot geheimhouding wat betreft de informatie verkregen bij de uitoefening van hun opdrachten.
  § 4. De regering bepaalt het model van de legitimatiekaarten van de personeelsleden van de in paragraaf 1 bedoelde dienst.
Art. 15. § 1er. Le Gouvernement désigne le service de contrôle qui est en charge de rechercher et constater les infractions à la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
  § 2. Afin de réunir toutes les informations nécessaires à la recherche et au constat des infractions, les membres du personnel du service visé au paragraphe 1er sont habilités à procéder à toutes les constatations, rassembler des informations, prendre des déclarations, se faire présenter des documents, pièces, livres et objets qui sont nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
  Dans le cadre des recherches visées à l'alinéa premier, le service de contrôle peut se faire assister par des prestataires externes.
  § 3. Les membres du personnel et le cas échéant les prestataires externes qui les assistent sont tenus au devoir de discrétion quant aux informations obtenues dans l'exercice de leurs missions.
  § 4. Le Gouvernement détermine le modèle des cartes de légitimation des membres du personnel du service visé au paragraphe 1er.
HOOFDSTUK 3. - Procedure
CHAPITRE 3. - Procédure
Art. 16. De personeelsleden van de controledienst stellen de inbreuken vast via een verslag en dit naar aanleiding van een klacht, een spontane controle of op basis van stukken uit het administratieve dossier.
  Het rapport wordt gedateerd en ondertekend door de opsteller en vervolgens overgemaakt aan de bevoegde overheid.
  Het vermeldt minstens :
  1° de naam van de vermoedelijke overtreder ;
  2° in voorkomend geval, de inbreuk en de juridische grondslag ;
  3° in voorkomend geval, de plaats, de datum en het uur van de vaststelling van de inbreuk.
Art. 16. Les membres du personnel du service de contrôle constatent les infractions par un rapport, et ceci suite à une plainte, suite à un contrôle spontané ou sur la base des pièces du dossier administratif.
  Le rapport est daté et signé par son rédacteur et ensuite transmis à l'autorité compétente.
  Il mentionne au minimum :
  1° le nom du contrevenant présumé ;
  2° l'infraction et sa base juridique, le cas échéant ;
  3° le lieu, la date et l'heure de la constatation de l'infraction, le cas échéant.
TITEL VII. - Administratieve sancties
TITRE VII. - Sanctions administratives
HOOFDSTUK 1. - Principes
CHAPITRE 1er. - Principes
Art. 17. § 1. Er kan een administratieve boete worden opgelegd voor de volgende gedragen en onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden :
  1° de niet-naleving van de verplichting van artikel 8, § 1, wordt bestraft met een boete van 10.000 tot 16.000 euro ;
  2° de niet-naleving van de verplichting van artikel 8, § 2, wordt bestraft met een boete van 5.000 tot 8.000 euro ;
  3° de niet-naleving van de verplichting van artikel 8, § 3, wordt bestraft met een boete van 2.500 tot 4.000 euro ;
  4° de niet-naleving van de verplichting van artikel 8, § 4, wordt bestraft met een boete van 5.000 tot 8.000 euro ;
  5° de niet-naleving van de verplichting van artikel 8, § 5, wordt bestraft met een boete van 1.250 tot 2.000 euro ;
  6° de niet-naleving van de verplichting van artikel 6 wordt bestraft met een boete van 2.500 tot 4.000 euro.
  § 2. Wanneer er verzachtende omstandigheden zijn, kan de bevoegde overheid een administratieve boete opleggen die lager is dan de in paragraaf 1 vermelde minimumbedragen.
  § 3. Bij samenloop van verscheidene in paragraaf 1 bedoelde inbreuken worden de bedragen van de administratieve boeten samengevoegd, zonder dat zij het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste administratieve geldboete mogen overschrijden.
  § 4. In geval van herhaling binnen de twee jaar volgend op een beslissing om een administratieve boete op te leggen op basis van deze ordonnantie, mag de nieuwe administratieve boete niet lager zijn dan het dubbele van de boete die vroeger wegens eenzelfde inbreuk werd opgelegd, tenzij de bevoegde overheid van oordeel is dat er verzachtende omstandigheden kunnen in aanmerking genomen worden.
  § 5. De verjaringstermijn voor het opleggen van een administratieve boete wordt vastgelegd op drie jaar vanaf de datum waarop de feiten zijn gepleegd.
Art. 17. § 1er. Sous les conditions déterminées dans le présent article, une amende administrative peut être infligée pour les comportements suivants :
  1° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 8, § 1er, est puni d'une amende comprise entre 10.000 et 16.000 euros ;
  2° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 8, § 2, est puni d'une amende comprise entre 5000 et 8000 euros ;
  3° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 8, § 3, est puni d'une amende comprise entre 2.500 et 4.000 euros ;
  4° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 8, § 4, est puni d'une amende comprise entre 5.000 et 8.000 euros ;
  5° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 8, § 5, est puni d'une amende comprise entre 1.250 et 2.000 euros ;
  6° le non-respect de l'obligation contenue dans l'article 6 est puni d'une amende comprise entre 2.500 et 4.000 euros.
  § 2. L'autorité compétente peut, s'il existe des circonstances atténuantes, infliger une amende administrative inférieure aux montants minima visés au paragraphe 1er.
  § 3. En cas de concours de plusieurs des infractions visées au paragraphe 1er, les montants des amendes sont cumulés, sans que le montant total puisse excéder le double du montant maximal de l'amende administrative la plus lourde.
  § 4. En cas de récidive dans les deux ans qui suivent une décision infligeant une amende administrative sur la base de la présente ordonnance, la nouvelle amende administrative ne peut être plus basse que le double de l'amende qui a été infligée précédemment en raison d'une même infraction, sauf si l'autorité compétente estime que des circonstances atténuantes peuvent être prises en considération.
  § 5. Le délai de prescription pour l'infliction d'une amende administrative est fixé à trois ans à partir de la date de commission des faits.
HOOFDSTUK 2. - Procedure
CHAPITRE 2. - Procédure
Art. 18. § 1. Als op grond van het in artikel 16 bedoelde rapport en van haar onderzoek van het administratieve dossier, een van de inbreuken vermeld in artikel 17, § 1, wordt vastgesteld, stelt de bevoegde overheid de betrokkene per aangetekende zending met ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het rapport bedoeld in artikel 16 in kennis van haar intentie om hem een administratieve boete op te leggen.
  § 2. Dit schrijven gaat vergezeld van een kopie van het rapport waarvan sprake in artikel 16 en vermeldt het volgende :
  1° de feiten waarvoor een procedure van administratieve boete opgestart is ;
  2° de dagen en uren waarop hij het recht heeft om zijn dossier te consulteren ;
  3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman ;
  4° de mogelijkheid om binnen de vijfenveertig dagen na de datum van de kennisgeving zijn verweermiddelen en, eventueel, het verzoek om te worden gehoord per aangetekende zending over te maken aan de bevoegde overheid.
  § 3. Indien de bevoegde overheid een verzoek ontvangt overeenkomstig paragraaf 2, 4°, beschikt ze over dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek, om de betrokkene per aangetekende zending in kennis te stellen van de datum van de hoorzitting.
  De hoorzitting moet plaatsvinden na de vijftiende en uiterlijk op de dertigste dag na de verzending van deze kennisgeving.
  § 4. Wanneer de betrokkene wordt gehoord, wordt een verslag van dit verhoor opgesteld en toegevoegd aan het administratieve dossier.
  De betrokkene ontvangt er eveneens een kopie van.
Art. 18. § 1er. Si, sur la base du rapport visé à l'article 16 et de son examen du dossier administratif, une des infractions visées à l'article 17, § 1er, est constatée, l'autorité compétente notifie à l'intéressé, dans un délai de trente jours après réception du rapport visé à l'article 16, son intention de lui infliger une amende administrative par un envoi recommandé avec accusé de réception.
  § 2. Ce courrier est accompagné d'une copie du rapport visé à l'article 16 et expose :
  1° les faits pour lesquels une procédure d'amende administrative est entamée ;
  2° les jours et les heures pendant lesquels il a le droit de consulter son dossier ;
  3° le droit de se faire assister par un conseil ;
  4° la possibilité d'envoyer par envoi recommandé à l'autorité compétente, dans un délai de quarante-cinq jours à compter de la date de la notification, ses moyens de défense et, éventuellement, une demande d'audition.
  § 3. Si l'autorité compétente reçoit une demande conformément au paragraphe 2, 4°, elle dispose de trente jours à compter de la réception de cette demande pour notifier à l'intéressé par envoi recommandé la date de la séance d'audition.
  La séance d'audition doit avoir lieu entre le quinzième et au plus tard, le trentième jour suivant l'envoi de cette notification.
  § 4. Lorsqu'une audition de l'intéressé a lieu, un rapport de cette audition est rédigé et versé au dossier administratif.
  L'intéressé en reçoit également une copie.
Art. 19. De bevoegde overheid neemt ten vroegste na afloop van de in artikel 18, § 1 bedoelde termijn van dertig dagen of, in voorkomend geval, na het horen van de betrokkene, een beslissing betreffende de feiten die het voorwerp uitmaken van de procedure. Zij geeft kennis van deze beslissing aan de belanghebbende bij aangetekende zending.
  De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, vermeldt het bedrag ervan, alsook de mogelijke rechtsmiddelen tegen de beslissing.
Art. 19. Au plus tôt après le délai de trente jours visé à l'article 18, § 1er, ou, le cas échéant, après l'audition de l'intéressé, l'autorité compétente prend une décision relative aux faits qui font l'objet de la procédure. Elle notifie cette décision à l'intéressé par envoi recommandé.
  La décision infligeant une amende administrative indique son montant ainsi que les voies de recours possibles contre la décision.
Art. 20. De betrokkene kan middels een verzoekschrift een beroep instellen bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.
  De politierechtbank doet uitspraak over het beroep ingesteld tegen de administratieve sanctie in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat.
  Ze oordeelt over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde boete. Ze kan de beslissing van de overheid ofwel bevestigen ofwel tenietdoen.
  Er is geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de politierechtbank.
Art. 20. L'intéressé peut introduire un recours par requête écrite auprès du tribunal de police, selon la procédure civile, dans le mois de la notification de la décision.
  Le tribunal de police statue dans le cadre d'un débat contradictoire et public, sur le recours introduit contre la sanction administrative.
  Il juge de la légalité et de la proportionnalité de l'amende imposée. Il peut soit confirmer, soit réformer la décision prise par l'autorité.
  La décision du tribunal de police n'est pas susceptible d'appel.
TITEL VIII. - Overgangsbepalingen
TITRE VIII. - Dispositions transitoires
Art. 21. § 1. Dienstenovereenkomsten gesloten vóór 28 juni 2025 kunnen blijven lopen zonder wijziging tot aan hun vervaldatum, maar niet langer dan vijf jaar na voormelde datum.
  § 2. Zelfbedieningsterminals die voor 28 juni 2025 wettig gebruikt worden door dienstverleners om diensten te verstrekken, mogen verder worden gebruikt tot 28 juni 2035 om gelijkaardige diensten te verstrekken en tot uiterlijk twintig jaar na hun indienststelling.
Art. 21. § 1er. Les contrats de services convenus avant le 28 juin 2025 peuvent courir sans modification jusqu'à expiration, mais pas plus que cinq ans à compter de ladite date.
  § 2. Les terminaux en libre-service utilisés légalement par les prestataires de services pour fournir des services avant le 28 juin 2025 peuvent continuer à être utilisés pour fournir des services similaires jusqu'au 28 juin 2035 et au plus tard vingt ans après leur mise en service.
TITEL IX. - Slotbepaling
TITRE IX. - Disposition finale
Art. 22. Deze ordonnantie treedt in werking op 28 juni 2025.
Art. 22. La présente ordonnance entre en vigueur le 28 juin 2025.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41393)
Art. N1.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41393)
Art. N2.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41395)
Art. N2.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41395)
Art. N3.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41396)
Art. N3.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41396)
Art. N4.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41417)
Art. N4.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41398)
Art. N5.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41435)
Art. N5.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41435)
Art. N6.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-04-2023, p. 41436)
Art. N6.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-04-2023, p. 41436)