Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
- "het besluit houdende het statuut": het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- "de ordonnantie van 28 mei 2015": de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht en tot oprichting van de gewestelijke school voor de veiligheids-, preventie- en hulpdienstberoepen - Brusafe;
- "de hoge ambtenaar": de hoge ambtenaar bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 JANUARI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de personeelsleden van Brussel Preventie en Veiligheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-02-2023 en tekstbijwerking tot 09-10-2024)
Titre
26 JANVIER 2023. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant le statut administratif et pécuniaire des agents de Bruxelles Prévention et Sécurité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-02-2023 et mise à jour au 09-10-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le cadre du présent arrêté, on entend par :
- " l'arrêté portant le statut " : L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale ;
- " l'ordonnance du 28 mai 2015 " : l'ordonnance du 28 mai 2015 créant un organisme d'intérêt public centralisant la gestion de la politique de prévention et de sécurité en Région de Bruxelles-Capitale et créant l'Ecole régionale des métiers de la sécurité, de la prévention et du secours - Brusafe ;
- " le haut fonctionnaire " : le haut fonctionnaire visé à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises.
- " l'arrêté portant le statut " : L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale ;
- " l'ordonnance du 28 mai 2015 " : l'ordonnance du 28 mai 2015 créant un organisme d'intérêt public centralisant la gestion de la politique de prévention et de sécurité en Région de Bruxelles-Capitale et créant l'Ecole régionale des métiers de la sécurité, de la prévention et du secours - Brusafe ;
- " le haut fonctionnaire " : le haut fonctionnaire visé à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises.
Art. 2. Het besluit houdende het statuut is van toepassing op de personeelsleden van Brussel Preventie & Veiligheid, opgericht bij ordonnantie van 28 mei 2015, voor zover er in dit besluit niet van wordt afgeweken.
Voor de toepassing van dit besluit op de personeelsleden van Brussel Preventie & Veiligheid dient Brussel Preventie & Veiligheid gelijkgesteld te worden met een instelling van openbaar nut van categorie A van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Voor de toepassing van dit besluit op de personeelsleden van Brussel Preventie & Veiligheid dient Brussel Preventie & Veiligheid gelijkgesteld te worden met een instelling van openbaar nut van categorie A van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 2. L'arrêté portant le statut est applicable aux agents de Bruxelles - Prévention & Sécurité créé par l'ordonnance du 28 mai 2015, pour autant qu'il n'y soit pas dérogé par le présent arrêté.
Pour l'application de cet arrêté aux agents de Bruxelles Prévention & Sécurité, Bruxelles Prévention & Sécurité doit être assimilé à un organisme d'intérêt public de catégorie A de la Région de Bruxelles-Capitale.
Pour l'application de cet arrêté aux agents de Bruxelles Prévention & Sécurité, Bruxelles Prévention & Sécurité doit être assimilé à un organisme d'intérêt public de catégorie A de la Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen met betrekking tot de mandaathouders
CHAPITRE 2. - Dispositions relatives aux mandataires
Art. 3. De minister-president is de minister die functioneel bevoegd is voor de mandaathouders van Brussel Preventie & Veiligheid
Art. 3. Le Ministre-Président est le ministre fonctionnellement compétent à l'égard des mandataires de Bruxelles - Prévention & Sécurité
Art. 4. De leidend ambtenaar, bedoeld in artikel 6 van de ordonnantie van 28 mei 2015, oefent zijn functie van leidend ambtenaar en de functie van hoge ambtenaar uit overeenkomstig artikel 7 van de ordonnantie van 28 mei 2015, binnen één en hetzelfde mandaat dat overeenstemt met een betrekking in rang A5.
De minister-president legt de in het eerste lid bedoelde mandaathouder in rang A5 strategische doelstellingen op.
Die doelstellingen hebben enerzijds betrekking op de functie van leidend ambtenaar en anderzijds op de functie van hoge ambtenaar, zij het enkel in diens hoedanigheid van gewestelijke gezagsdrager, met inachtneming van de autonomie waarmee de hoge ambtenaar zijn federale opdrachten bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen uitoefent.
Desgevallend stelt de minister-president voor om de in het eerste lid bedoelde mandaathouder in rang A5 ook de strategische doelstellingen op te leggen welke bepaald zijn door de overheid die de opdrachten bedoeld in artikel 48, vierde lid van de wet van 12 januari 1989 uitoefent.
De regering stelt de strategische doelstellingen vast op voorstel van de minister-president.
De minister-president legt de in het eerste lid bedoelde mandaathouder in rang A5 strategische doelstellingen op.
Die doelstellingen hebben enerzijds betrekking op de functie van leidend ambtenaar en anderzijds op de functie van hoge ambtenaar, zij het enkel in diens hoedanigheid van gewestelijke gezagsdrager, met inachtneming van de autonomie waarmee de hoge ambtenaar zijn federale opdrachten bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen uitoefent.
Desgevallend stelt de minister-president voor om de in het eerste lid bedoelde mandaathouder in rang A5 ook de strategische doelstellingen op te leggen welke bepaald zijn door de overheid die de opdrachten bedoeld in artikel 48, vierde lid van de wet van 12 januari 1989 uitoefent.
De regering stelt de strategische doelstellingen vast op voorstel van de minister-president.
Art. 4. Le fonctionnaire dirigeant, visé à l'article 6 de l'ordonnance du 28 mai 2015, exerce sa fonction de fonctionnaire dirigeant et la fonction de haut fonctionnaire, conformément à l'article 7 de l'ordonnance du 28 mai 2015, dans le cadre d'un seul mandat correspondant à un poste de rang A5.
Le Ministre-Président propose d'assigner au mandataire de rang A5 visé à l'alinéa 1er des objectifs stratégiques.
Ces objectifs concernent, d'une part, la fonction de fonctionnaire dirigeant et, d'autre part, la fonction de haut fonctionnaire, uniquement en sa qualité d'agent régional, dans le respect de l'autonomie dont le haut fonctionnaire jouit dans le cadre de ses missions fédérales telles que visées à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises.
Le cas échéant, le Ministre-Président propose d'assigner au mandataire de rang A5 visé à l'alinéa 1er également les objectifs stratégiques établis par l'autorité qui exerce les missions visées à l'article 48, alinéa 4, de la loi du 12 janvier 1989.
Le Gouvernement fixe les objectifs stratégiques sur proposition du Ministre-Président.
Le Ministre-Président propose d'assigner au mandataire de rang A5 visé à l'alinéa 1er des objectifs stratégiques.
Ces objectifs concernent, d'une part, la fonction de fonctionnaire dirigeant et, d'autre part, la fonction de haut fonctionnaire, uniquement en sa qualité d'agent régional, dans le respect de l'autonomie dont le haut fonctionnaire jouit dans le cadre de ses missions fédérales telles que visées à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises.
Le cas échéant, le Ministre-Président propose d'assigner au mandataire de rang A5 visé à l'alinéa 1er également les objectifs stratégiques établis par l'autorité qui exerce les missions visées à l'article 48, alinéa 4, de la loi du 12 janvier 1989.
Le Gouvernement fixe les objectifs stratégiques sur proposition du Ministre-Président.
Art. 5. De minister-president legt de in artikel 6 van de ordonnantie van 28 mei 2015 bedoelde adjunct-leidend ambtenaar, die een mandaat in rang A4+ bekleedt, strategische doelstellingen op.
Desgevallend stelt de minister-president voor om de adjunct-leidend ambtenaar ook de strategische doelstellingen op te leggen welke bepaald zijn door de overheid die de opdrachten bedoeld in artikel 48, vierde lid van de wet van 12 januari 1989 uitoefent.
De regering stelt de strategische doelstellingen vast op voorstel van de minister-president.
Desgevallend stelt de minister-president voor om de adjunct-leidend ambtenaar ook de strategische doelstellingen op te leggen welke bepaald zijn door de overheid die de opdrachten bedoeld in artikel 48, vierde lid van de wet van 12 januari 1989 uitoefent.
De regering stelt de strategische doelstellingen vast op voorstel van de minister-president.
Art. 5. Le Ministre-Président propose d'assigner des objectifs stratégiques au fonctionnaire dirigeant adjoint visé à l'article 6 de l'ordonnance du 28 mai 2015, occupant un mandat de rang A4+.
Le cas échéant, le Ministre-Président propose d'assigner au fonctionnaire dirigeant adjoint également les objectifs stratégiques établis par l'autorité qui exerce les missions visées à l'article 48, alinéa 4, de la loi du 12 janvier 1989.
le Gouvernement fixe les objectifs stratégiques sur proposition du Ministre-Président.
Le cas échéant, le Ministre-Président propose d'assigner au fonctionnaire dirigeant adjoint également les objectifs stratégiques établis par l'autorité qui exerce les missions visées à l'article 48, alinéa 4, de la loi du 12 janvier 1989.
le Gouvernement fixe les objectifs stratégiques sur proposition du Ministre-Président.
Art. 6. Overeenkomstig titel IV van boek IV van het besluit houdende het statuut wordt de in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 onderworpen aan een globale evaluatie die bedoeld is om de manier waarop hij enerzijds zijn functie van leidend ambtenaar en anderzijds zijn functie van hoge ambtenaar heeft uitgeoefend, te beoordelen.
Die evaluatie geeft overeenkomstig artikel 464 van het besluit houdende het statuut aanleiding tot een globale vermelding voor beide in het eerste lid bedoelde functies.
Voor de opdrachten van hoge ambtenaar die hem door artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en door het in hetzelfde artikel bedoelde aanstellingsbesluit van de regering zijn toegekend, wordt de in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 geëvalueerd, nadat de evaluatiecommissie bij de betrokken federale overheid alle nodige informatie om hem te kunnen evalueren heeft opgevraagd. Indien de bevoegde federale overheid binnen de veertig dagen na het versturen van de adviesaanvraag door de evaluatiecommissie niet heeft geantwoord, heeft de evaluatie van de in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 enkel betrekking op de verwezenlijking van de strategische doelstellingen die hem overeenkomstig artikel 4 van dit besluit zijn toegewezen.
Die evaluatie geeft overeenkomstig artikel 464 van het besluit houdende het statuut aanleiding tot een globale vermelding voor beide in het eerste lid bedoelde functies.
Voor de opdrachten van hoge ambtenaar die hem door artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en door het in hetzelfde artikel bedoelde aanstellingsbesluit van de regering zijn toegekend, wordt de in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 geëvalueerd, nadat de evaluatiecommissie bij de betrokken federale overheid alle nodige informatie om hem te kunnen evalueren heeft opgevraagd. Indien de bevoegde federale overheid binnen de veertig dagen na het versturen van de adviesaanvraag door de evaluatiecommissie niet heeft geantwoord, heeft de evaluatie van de in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 enkel betrekking op de verwezenlijking van de strategische doelstellingen die hem overeenkomstig artikel 4 van dit besluit zijn toegewezen.
Art. 6. Conformément au titre IV du livre IV de l'arrêté portant le statut, le mandataire de rang A5 visé à l'article 4 fait l'objet d'une évaluation globale visant à évaluer la manière dont il a exercé, d'une part, sa fonction de fonctionnaire dirigeant et, d'autre part, sa fonction de haut fonctionnaire.
Cette évaluation donne lieu à une mention globale, conformément à l'article 464 de l'arrêté portant le statut, pour les deux fonctions visées à l'alinéa premier.
Pour ce qui concerne les missions qui lui ont été attribuées en tant que haut fonctionnaire par l'article 48, alinéa 3, de loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises et par l'arrêté d'attribution du Gouvernement visé au même article, le mandataire de rang A5 visé à l'article 4 est évalué après que la commission d'évaluation ait sollicité auprès des autorités fédérales concernées l'ensemble des informations nécessaires à son évaluation. A défaut de réponses des autorités fédérales compétentes dans les quarante jours de l'envoi de la demande d'avis adressée par la Commission d'évaluation, l'évaluation du mandataire de rang A5 visé à l'article 4 ne porte que sur la réalisation des objectifs stratégiques qui lui ont été assignés conformément à l'article 4 du présent arrêté.
Cette évaluation donne lieu à une mention globale, conformément à l'article 464 de l'arrêté portant le statut, pour les deux fonctions visées à l'alinéa premier.
Pour ce qui concerne les missions qui lui ont été attribuées en tant que haut fonctionnaire par l'article 48, alinéa 3, de loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises et par l'arrêté d'attribution du Gouvernement visé au même article, le mandataire de rang A5 visé à l'article 4 est évalué après que la commission d'évaluation ait sollicité auprès des autorités fédérales concernées l'ensemble des informations nécessaires à son évaluation. A défaut de réponses des autorités fédérales compétentes dans les quarante jours de l'envoi de la demande d'avis adressée par la Commission d'évaluation, l'évaluation du mandataire de rang A5 visé à l'article 4 ne porte que sur la réalisation des objectifs stratégiques qui lui ont été assignés conformément à l'article 4 du présent arrêté.
Art. 7. De in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 heeft in zijn functie van hoge ambtenaar de functionele leiding over het personeel dat hem overeenkomstig artikel 7 van de ordonnantie van 28 mei 2015 ter beschikking wordt gesteld.
Hij evalueert het hem ter beschikking gestelde gewestelijke en federale personeel overeenkomstig de statutaire bepalingen die erop van toepassing zijn.
Hij evalueert het hem ter beschikking gestelde gewestelijke en federale personeel overeenkomstig de statutaire bepalingen die erop van toepassing zijn.
Art. 7. Le mandataire de rang A5 visé à l'article 4, dans le cadre de sa fonction de Haut fonctionnaire, a la direction fonctionnelle du personnel mis à sa disposition conformément à l'article 7 de l'ordonnance du 28 mai 2015.
Il évalue le personnel régional et fédéral mis à sa disposition conformément aux dispositions statutaires qui leur sont applicables.
Il évalue le personnel régional et fédéral mis à sa disposition conformément aux dispositions statutaires qui leur sont applicables.
Art. 8. De in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 geniet in het kader van zijn functie als hoge ambtenaar een forfaitaire vergoeding voor representatiekosten tijdens de periodes van activiteit ten belope van 4.000 euro per jaar.
De vergoeding wordt maandelijks, in twaalfden en na vervallen termijn betaald. Ze wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.
De vergoeding wordt maandelijks, in twaalfden en na vervallen termijn betaald. Ze wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.
Art. 8. Le mandataire de rang A5 visé à l'article 4, dans le cadre de sa fonction de Haut fonctionnaire, bénéficie d'une indemnité forfaitaire pour frais de représentation pendant les périodes d'activité à concurrence de 4000 euros par an.
Cette indemnité est payée mensuellement, en douzièmes et à terme échu. Elle est liée aux fluctuations de l'indice-pivot 138,01.
Cette indemnité est payée mensuellement, en douzièmes et à terme échu. Elle est liée aux fluctuations de l'indice-pivot 138,01.
Art. 9. De in artikel 4 bedoelde mandaathouder in rang A5 krijgt voor zijn functie als hoge ambtenaar een toelage waarvan het jaarlijks bedrag vastgesteld wordt op 6.000 euro.
De toelage wordt maandelijks en samen met de wedde uitbetaald. Ze wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.
De toelage wordt maandelijks en samen met de wedde uitbetaald. Ze wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.
Art. 9. Il est octroyé au mandataire de rang A5 visé à l'article 4, dans le cadre de sa fonction de Haut fonctionnaire une allocation dont le montant annuel est fixé à 6000 euros.
L'allocation est liquidée mensuellement et en même temps que le traitement. Elle est liée aux fluctuations de l'indice-pivot 138,01.
L'allocation est liquidée mensuellement et en même temps que le traitement. Elle est liée aux fluctuations de l'indice-pivot 138,01.
HOOFDSTUK 2bis. [1 Specifieke bepalingen ten gunste van leden van het administratief personeel die als operator bij de permanentiedienst SITCEN zijn aangesteld]1
CHAPITRE 2bis. [1 Dispositions spécifiques en faveur des agents administratifs affectés en qualité d'opérateur à la permanence de la permanence SITCEN]1
Art.9bis. [1 § 1. In afwijking van artikelen 359 tot 362 van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zal het personeelslid dat is aangesteld voor de permanentie van het SITCEN in een systeem van 24/7-dienst enkel een forfaitaire vergoeding krijgen onder de hierna vermelde voorwaarden:
a) Elke daadwerkelijk gepresteerde permanentie van 12 uren, geeft recht op:
- een vaste toeslag van 4 uur wanneer de permanentie uitsluitend tussen 7.30 en 19.30 valt;
- een vaste toeslag van 5 uur wanneer de permanentie nachtprestaties omvat.
Nachtprestaties zijn prestaties die worden uitgevoerd tussen 19.30 en 07.30 uur.
Het bedrag per gepresteerd uur wordt vastgesteld op 1/1850e van het salaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en/of de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt.
b) Er wordt een verantwoordelijkheidstoeslag toegekend aan personeelsleden die zijn toegewezen aan de SITCEN-permanentie in het 24/7-permanentiesysteem. Die bedraagt 1.365 EUR op jaarbasis. De toelage is onderhevig aan schommelingen van de spilindex 138.01.
De toelagen worden op het einde van elke maand betaald.
De forfaitaire vergoeding wordt alleen toegekend aan de personeelsleden die in het 24/7-wachtdienstsysteem zijn toegewezen aan het SITCEN en op voorwaarde dat ze daadwerkelijk 12 uur werken.
§ 2. Artikel 364 van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de wachtdiensten verricht buiten de normale arbeidsuren, is niet van toepassing op de statutaire personeelsleden die in het kader van de 24/7-permanentie zijn toegewezen aan het SITCEN.]1
a) Elke daadwerkelijk gepresteerde permanentie van 12 uren, geeft recht op:
- een vaste toeslag van 4 uur wanneer de permanentie uitsluitend tussen 7.30 en 19.30 valt;
- een vaste toeslag van 5 uur wanneer de permanentie nachtprestaties omvat.
Nachtprestaties zijn prestaties die worden uitgevoerd tussen 19.30 en 07.30 uur.
Het bedrag per gepresteerd uur wordt vastgesteld op 1/1850e van het salaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en/of de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt.
b) Er wordt een verantwoordelijkheidstoeslag toegekend aan personeelsleden die zijn toegewezen aan de SITCEN-permanentie in het 24/7-permanentiesysteem. Die bedraagt 1.365 EUR op jaarbasis. De toelage is onderhevig aan schommelingen van de spilindex 138.01.
De toelagen worden op het einde van elke maand betaald.
De forfaitaire vergoeding wordt alleen toegekend aan de personeelsleden die in het 24/7-wachtdienstsysteem zijn toegewezen aan het SITCEN en op voorwaarde dat ze daadwerkelijk 12 uur werken.
§ 2. Artikel 364 van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de wachtdiensten verricht buiten de normale arbeidsuren, is niet van toepassing op de statutaire personeelsleden die in het kader van de 24/7-permanentie zijn toegewezen aan het SITCEN.]1
Art.9bis. [1 § 1. Par dérogation aux articles 359 à 362 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, l'agent affecté à la permanence SITCEN dans un système de permanence 24/7, bénéficiera uniquement d'une allocation forfaitaire aux conditions reprises ci-dessous :
a) Chaque permanence de 12 heures effectivement prestées donne droit au paiement de :
- une allocation forfaitaire de 4 heures lorsque la permanence se situe uniquement entre 7h30 et 19h30 ;
- une allocation forfaitaire de 5 heures lorsque la permanence comprend des prestations de nuit.
Il y a lieu d'entendre par prestations de nuit, les prestations accomplies entre 19h30 et 7h30.
La rémunération de l'heure de prestation est fixée à 1/1850 de la rémunération augmentée de l'allocation de foyer ou résidence et/ou pour fonction supérieure.
b) Une allocation de responsabilité est octroyée aux agents affectés à la permanence SITCEN dans le système de permanence 24/7. Elle s'élève à 1.365 EUR sur une base annuelle. Elle est liée aux fluctuations de l'indice pivot 138.01.
Ces allocations sont payées mensuellement, à terme échu.
L'allocation forfaitaire est accordée uniquement à l'agent affecté à la permanence SITCEN dans un régime de garde 24/7 et à condition qu'il preste effectivement 12 heures de travail.
§ 2. L'article 364 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, visant les gardes effectuées en dehors des prestations habituelles, ne s'applique pas au personnel statutaire, affecté à la permanence SITCEN dans un système de permanence 24/7.]1
a) Chaque permanence de 12 heures effectivement prestées donne droit au paiement de :
- une allocation forfaitaire de 4 heures lorsque la permanence se situe uniquement entre 7h30 et 19h30 ;
- une allocation forfaitaire de 5 heures lorsque la permanence comprend des prestations de nuit.
Il y a lieu d'entendre par prestations de nuit, les prestations accomplies entre 19h30 et 7h30.
La rémunération de l'heure de prestation est fixée à 1/1850 de la rémunération augmentée de l'allocation de foyer ou résidence et/ou pour fonction supérieure.
b) Une allocation de responsabilité est octroyée aux agents affectés à la permanence SITCEN dans le système de permanence 24/7. Elle s'élève à 1.365 EUR sur une base annuelle. Elle est liée aux fluctuations de l'indice pivot 138.01.
Ces allocations sont payées mensuellement, à terme échu.
L'allocation forfaitaire est accordée uniquement à l'agent affecté à la permanence SITCEN dans un régime de garde 24/7 et à condition qu'il preste effectivement 12 heures de travail.
§ 2. L'article 364 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, visant les gardes effectuées en dehors des prestations habituelles, ne s'applique pas au personnel statutaire, affecté à la permanence SITCEN dans un système de permanence 24/7.]1
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et finales
Art. 10. In toepassing van artikel 5 van de ordonnantie van 30 juni 2022 houdende wijziging van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht en tot oprichting van de gewestelijke school voor de veiligheids-, preventie- en hulpdienstberoepen - Brusafe om de uitoefening van de taken van de hoge ambtenaar bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen toe te vertrouwen aan de leidend ambtenaar van die instelling, worden de strategische doelstellingen die zijn toegewezen aan de leidend ambtenaar die op het ogenblik van de inwerkingtreding van die ordonnantie in functie is, gelijktijdig met het door de regering vaststellen van de strategische doelstellingen die overeenkomstig artikel 4 van dit besluit aan deze leidend ambtenaar zijn toegewezen, gewijzigd. Op het ogenblik dat de voormelde wijzigingsordonnantie in werking treedt, wordt ook een functieomschrijving voor het in artikel 4 bedoelde mandaat in rang A5 opgesteld.
Art. 10. En application de l'article 5 de l'ordonnance du 30 juin 2022 modifiant l'ordonnance du 28 mai 2015 créant un organisme d'intérêt public centralisant la gestion de la politique de prévention et de sécurité en Région de Bruxelles-Capitale et créant l'Ecole régionale des métiers de la sécurité, de la prévention et du secours - Brusafe afin de confier l'exercice des missions du haut fonctionnaire visé à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises, au fonctionnaire dirigeant de cet organisme, les objectifs stratégiques assignés au fonctionnaire dirigeant en exercice au moment de l'entrée en vigueur de cette ordonnance sont modifiés de manière concomitante à la fixation par le Gouvernement des objectifs stratégiques assignés à ce fonctionnaire dirigeant en application de l'article 4 du présent arrêté. Une description de fonction concernant le mandat de rang A5 visé à l'article 4 est également rédigée au moment de l'entrée en vigueur de ladite ordonnance modificative.
Art. 11. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 november 2015 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de Hoge Ambtenaar bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen wordt opgeheven.
Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 oktober 2015 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussel - Preventie & Veiligheid wordt opgeheven
Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 oktober 2015 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussel - Preventie & Veiligheid wordt opgeheven
Art. 11. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 12 novembre 2015 portant le statut administratif et pécuniaire du Haut fonctionnaire visé à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relatives aux institutions bruxelloises, est abrogé.
L'arrêté du 1er octobre 2015 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-capitale portant le statut administratif et pécuniaire des agents de Bruxelles - Prévention & Sécurité est abrogé
L'arrêté du 1er octobre 2015 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-capitale portant le statut administratif et pécuniaire des agents de Bruxelles - Prévention & Sécurité est abrogé
Art. 12. In artikel 1, § 1 van het besluit houdende het statuut wordt het punt 3° opgeheven.
In artikel 2, § 1, 1° van hetzelfde besluit worden de woorden "en de instelling sui generis Brussel-Preventie en Veiligheid" en de bepaling onder c) opgeheven.
In artikel 2, § 1, 1° van hetzelfde besluit worden de woorden "en de instelling sui generis Brussel-Preventie en Veiligheid" en de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 12. A l'article 1er, § 1, de l'arrêté portant le statut, le 3° est abrogé.
A l'article 2, § 1, 1°, du même arrêté, les mots " et l'organisme sui generis Bruxelles Prévention et Sécurité " et le littera c) sont abrogés.
A l'article 2, § 1, 1°, du même arrêté, les mots " et l'organisme sui generis Bruxelles Prévention et Sécurité " et le littera c) sont abrogés.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 8 en 9 die uitwerking hebben op de dag van de bekendmaking van de ordonnantie van 30 juni 2022 houdende wijziging van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht en tot oprichting van de gewestelijke school voor de veiligheids-, preventie- en hulpdienstberoepen - Brusafe om de uitoefening van de taken van de hoge ambtenaar bedoeld in artikel 48, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen toe te vertrouwen aan de leidend ambtenaar van die instelling.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication à l'exception des articles 8 et 9 qui produisent leurs effets le jour de la publication de l'ordonnance du 30 juin 2022 modifiant l'ordonnance du 28 mai 2015 créant un organisme d'intérêt public centralisant la gestion de la politique de prévention et de sécurité en Région de Bruxelles-Capitale et créant l'Ecole régionale des métiers de la sécurité, de la prévention et du secours - Brusafe afin de confier l'exercice des missions du haut fonctionnaire visé à l'article 48, alinéa 3, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises.
Art. 14. De minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, die bevoegd is voor het veiligheids- en preventiebeleid, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, qui a la politique de sécurité et de prévention dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.