Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 JUNI 2023. - Wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 en houdende diverse bepalingen inzake insolvabiliteit
Titre
7 JUIN 2023. - Loi transposant la directive (UE) 2019/1023 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relative aux cadres de restructuration préventive, à la remise de dettes et aux déchéances, et aux mesures à prendre pour augmenter l'efficacité des procédures en matière de restructuration, d'insolvabilité et de remise de dettes, et modifiant la directive (UE) 2017/1132 et portant des dispositions diverses en matière d'insolvabilité
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Algemene bepaling
TITEL II. - Omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van e...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 18 septe...
Afdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek van v...
Afdeling 4. - Evaluatie
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepaling
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Table des matières
TITRE Ier. - Disposition générale
TITRE II. - Transposition de la directive (UE) ...
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications du Code de droit é...
Section 2. - Modification de la loi du 18 septe...
Section 3. - Modifications du Code des sociétés...
Section 4. - Evaluation
CHAPITRE 3. - Disposition abrogatoire
CHAPITRE 4. - Disposition transitoire
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Tekst (284)
Texte (284)
TITEL I. - Algemene bepaling
TITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL II. - Omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023
TITRE II. - Transposition de la directive (UE) 2019/1023
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Art. 2. Deze titel voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132.
Art. 2. Le présent titre assure la transposition de la directive (UE) 2019/1023 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relative aux cadres de restructuration préventive, à la remise de dettes et aux déchéances, et aux mesures à prendre pour augmenter l'efficacité des procédures en matière de restructuration, d'insolvabilité et de remise de dettes, et modifiant la directive (UE) 2017/1132.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Section 1re. - Modifications du Code de droit économique
Art. 3. Artikel I.22, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. I.23. Voor de toepassing van boek XX gelden de volgende definities:
1° insolventieprocedure: een procedure van minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van openbare of besloten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag, een procedure van besloten voorbereiding van het faillissement of een faillissementsprocedure;
2° hoofdinsolventieprocedure: hoofdprocedure zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° beslissing tot opening van een insolventieprocedure: de beslissing van een rechterlijke instantie tot opening van een insolventieprocedure of tot bevestiging van de opening van een dergelijke procedure;
4° insolventierechtbank: de ondernemingsrechtbank bevoegd om een insolventieprocedure te openen, of die ze geopend heeft;
5° tijdstip waarop de procedure is geopend: het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing nog voor rechtsmiddelen vatbaar is;
6° register: het Centraal Register Solvabiliteit is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de dossiers betreffende de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie, de procedures van overdracht onder gerechtelijk gezag of faillissement worden opgeslagen en bewaard;
7° vereffeningsdeskundige: een gerechtsmandataris waarvan de taak, mede op tussentijdse basis, erin bestaat, een of meer van de volgende taken te vervullen:
i) de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen verifiëren en aanvaarden;
ii) het collectieve belang van de schuldeisers behartigen;
iii) het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking werd ontzegd, beheren;
iv) de onder iii) bedoelde goederen vereffenen en in voorkomend geval de opbrengst verdelen onder de schuldeisers; of
v) toezien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar;
7° /01 herstructureringsdeskundige: een gerechtsmandataris die door de insolventierechtbank is aangesteld om, met name, een of meer van de volgende taken uit te voeren:
i) de schuldenaar of de schuldeisers assisteren bij het opstellen van of het onderhandelen over een reorganisatieplan;
ii) toezicht houden op de activiteiten van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over een reorganisatieplan, en verslag uitbrengen aan een rechterlijke instantie;
iii) zonder buitenbezitstelling de gedeeltelijke controle uitoefenen over de activa of zaken van de schuldenaar voor of tijdens de onderhandelingen over een gerechtelijke reorganisatie;
7° /02 gerechtsmandatarissen: een vereffeningsdeskundige, een herstructureringsdeskundige of een voorlopige bewindvoerder aangesteld door een rechterlijke instantie;
7° /1 onderneming: een onderneming in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van dit boek;
8° schuldenaar: een onderneming met uitzondering van iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;
9° schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt: een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige worden overgedragen, en waarbij de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen of zijn activiteiten behoudt;
10° beoefenaar van een vrij beroep: de onderneming in de zin van artikel I.1.14° van dit boek;
11° schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure volgen;
12° gewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
13° gewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
14° buitengewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht in de zin van artikel 3.3 van het Burgerlijk Wetboek en de schuldvorderingen die in dit boek als buitengewone schuldvorderingen worden gekwalificeerd;
15° buitengewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
16° [...]
16° /1 betrokken partijen: schuldeisers of categorieën van schuldeisers en kapitaalhouders, wier vorderingen of belangen naargelang het geval door een reorganisatieplan rechtstreeks worden getroffen;
16° /2 kapitaalhouder: een persoon die een eigendomsbelang heeft in het vermogen van een rechtspersoon, waaronder een aandeelhouder, voor zover die persoon geen schuldeiser is;
17° centrum van de voornaamste belangen: de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is;
18° vestiging: elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure;
19° zetel: de statutaire zetel;
20° opschorting: het door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium teneinde een gerechtelijke reorganisatie en een overdracht onder gerechtelijk gezag te realiseren;
21° reorganisatieplan: het in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in de artikelen XX.70 en volgende, XX.83/3 en volgende of in de loop van een besloten gerechtelijke reorganisatie bedoeld in de artikelen XX.83/22 en volgende;
21° /1 nieuwe financiering: elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser of kapitaalhouder teneinde een reorganisatieplan uit te voeren en die in dat plan is inbegrepen;
22° restschulden: de schulden die onbetaald zijn gebleven bij het einde van de insolventieprocedure;
23° Insolventieverordening: de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
23° /1 gerechtelijke vereffening: gerechtelijke ontbinding gevolgd door vereffening;
24° moedervennootschap: een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent over een of meer vennootschappen; een vennootschap die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wordt geacht een moedervennootschap te zijn;
25° vennootschapsgroep: een moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;
26° verbonden ondernemingen: ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
27° elektronische ondertekening: een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen en hun instemming met de inhoud van de akte te verzekeren;
28° minister: de minister bevoegd voor Justitie;
29° dreigende insolventie: toestand waarin de continuïteit van de activiteiten van de schuldenaar, onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
30° Richtlijn (EU) 2019/1023: Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132.
"Art. I.23. Voor de toepassing van boek XX gelden de volgende definities:
1° insolventieprocedure: een procedure van minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van openbare of besloten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag, een procedure van besloten voorbereiding van het faillissement of een faillissementsprocedure;
2° hoofdinsolventieprocedure: hoofdprocedure zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° beslissing tot opening van een insolventieprocedure: de beslissing van een rechterlijke instantie tot opening van een insolventieprocedure of tot bevestiging van de opening van een dergelijke procedure;
4° insolventierechtbank: de ondernemingsrechtbank bevoegd om een insolventieprocedure te openen, of die ze geopend heeft;
5° tijdstip waarop de procedure is geopend: het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing nog voor rechtsmiddelen vatbaar is;
6° register: het Centraal Register Solvabiliteit is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de dossiers betreffende de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie, de procedures van overdracht onder gerechtelijk gezag of faillissement worden opgeslagen en bewaard;
7° vereffeningsdeskundige: een gerechtsmandataris waarvan de taak, mede op tussentijdse basis, erin bestaat, een of meer van de volgende taken te vervullen:
i) de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen verifiëren en aanvaarden;
ii) het collectieve belang van de schuldeisers behartigen;
iii) het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking werd ontzegd, beheren;
iv) de onder iii) bedoelde goederen vereffenen en in voorkomend geval de opbrengst verdelen onder de schuldeisers; of
v) toezien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar;
7° /01 herstructureringsdeskundige: een gerechtsmandataris die door de insolventierechtbank is aangesteld om, met name, een of meer van de volgende taken uit te voeren:
i) de schuldenaar of de schuldeisers assisteren bij het opstellen van of het onderhandelen over een reorganisatieplan;
ii) toezicht houden op de activiteiten van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over een reorganisatieplan, en verslag uitbrengen aan een rechterlijke instantie;
iii) zonder buitenbezitstelling de gedeeltelijke controle uitoefenen over de activa of zaken van de schuldenaar voor of tijdens de onderhandelingen over een gerechtelijke reorganisatie;
7° /02 gerechtsmandatarissen: een vereffeningsdeskundige, een herstructureringsdeskundige of een voorlopige bewindvoerder aangesteld door een rechterlijke instantie;
7° /1 onderneming: een onderneming in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van dit boek;
8° schuldenaar: een onderneming met uitzondering van iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;
9° schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt: een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige worden overgedragen, en waarbij de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen of zijn activiteiten behoudt;
10° beoefenaar van een vrij beroep: de onderneming in de zin van artikel I.1.14° van dit boek;
11° schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure volgen;
12° gewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
13° gewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
14° buitengewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht in de zin van artikel 3.3 van het Burgerlijk Wetboek en de schuldvorderingen die in dit boek als buitengewone schuldvorderingen worden gekwalificeerd;
15° buitengewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
16° [...]
16° /1 betrokken partijen: schuldeisers of categorieën van schuldeisers en kapitaalhouders, wier vorderingen of belangen naargelang het geval door een reorganisatieplan rechtstreeks worden getroffen;
16° /2 kapitaalhouder: een persoon die een eigendomsbelang heeft in het vermogen van een rechtspersoon, waaronder een aandeelhouder, voor zover die persoon geen schuldeiser is;
17° centrum van de voornaamste belangen: de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is;
18° vestiging: elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure;
19° zetel: de statutaire zetel;
20° opschorting: het door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium teneinde een gerechtelijke reorganisatie en een overdracht onder gerechtelijk gezag te realiseren;
21° reorganisatieplan: het in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in de artikelen XX.70 en volgende, XX.83/3 en volgende of in de loop van een besloten gerechtelijke reorganisatie bedoeld in de artikelen XX.83/22 en volgende;
21° /1 nieuwe financiering: elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser of kapitaalhouder teneinde een reorganisatieplan uit te voeren en die in dat plan is inbegrepen;
22° restschulden: de schulden die onbetaald zijn gebleven bij het einde van de insolventieprocedure;
23° Insolventieverordening: de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
23° /1 gerechtelijke vereffening: gerechtelijke ontbinding gevolgd door vereffening;
24° moedervennootschap: een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent over een of meer vennootschappen; een vennootschap die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wordt geacht een moedervennootschap te zijn;
25° vennootschapsgroep: een moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;
26° verbonden ondernemingen: ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
27° elektronische ondertekening: een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen en hun instemming met de inhoud van de akte te verzekeren;
28° minister: de minister bevoegd voor Justitie;
29° dreigende insolventie: toestand waarin de continuïteit van de activiteiten van de schuldenaar, onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
30° Richtlijn (EU) 2019/1023: Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132.
Art. 3. L'article I.22, du Code de droit économique, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est remplacé par ce qui suit:
"Art. I.23. Les définitions suivantes sont applicables au livre XX:
1° procédure d'insolvabilité: une procédure d'accord amiable hors réorganisation judiciaire, une procédure de réorganisation judiciaire publique ou privée, une procédure de transfert sous autorité judiciaire, une procédure de préparation privée d'une faillite ou une procédure de faillite;
2° procédure d'insolvabilité principale: procédure principale telle que définie à l'article 3 du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité;
3° décision d'ouverture de la procédure d'insolvabilité: la décision de toute juridiction d'ouvrir une procédure d'insolvabilité ou de confirmer l'ouverture d'une telle procédure;
4° tribunal de l'insolvabilité: le tribunal de l'entreprise compétent pour ouvrir une procédure d'insolvabilité, ou qu'il l'a ouverte;
5° moment de l'ouverture de la procédure: le moment auquel la décision d'ouverture de la procédure d'insolvabilité prend effet, que cette décision soit ou non susceptible de recours;
6° registre: le Registre Central de la Solvabilité est la base de donnée informatique où les dossiers relatifs aux accords amiables, de procédures de réorganisation judiciaire, de procédures de transfert sous autorité judiciaire et de faillite sont enregistrés et conservés;
7° praticien de la liquidation: un mandataire de justice dont la fonction, y compris à titre intérimaire, consiste à, exercer une ou plusieurs des tâches suivantes:
i) vérifier et admettre les créances soumises dans le cadre d'une procédure d'insolvabilité;
ii) représenter l'intérêt collectif des créanciers;
iii) administrer, en tout ou en partie, les actifs dont le débiteur est dessaisi;
iv) liquider les actifs visés au point iii) et le cas échéant, de répartir le produit entre les créanciers; ou
v) surveiller la gestion des affaires du débiteur;
7° /01 praticien de la réorganisation: un mandataire de justice désigné par le tribunal de l'insolvabilité pour exécuter, notamment, une ou plusieurs des missions suivantes:
i) assister le débiteur ou les créanciers dans la rédaction ou la négociation d'un plan de réorganisation;
ii) contrôler l'activité du débiteur pendant les négociations relatives à un plan de réorganisation et rendre compte à une autorité judiciaire;
iii) prendre, sans dépossession, le contrôle partiel des actifs ou des affaires du débiteur avant ou pendant les négociations relatives à une réorganisation judiciaire;
7° /02 mandataires de justice: un praticien de la liquidation, un praticien de la réorganisation ou un administrateur provisoire désigné par une autorité judiciaire;
7° /1 entreprise: une entreprise au sens de l'article I.1, alinéa 1er, 1°, du présent livre;
8° le débiteur: une entreprise à l'exception de toute personne morale de droit public;
9° débiteur non dessaisi: un débiteur à l'encontre duquel une procédure d'insolvabilité a été ouverte, qui n'implique pas nécessairement la désignation d'un praticien de la liquidation ou d'un praticien de la réorganisation, ou le transfert de l'ensemble des droits et des devoirs de gestion des actifs du débiteur à un praticien de la liquidation ou à un praticien de la réorganisation et dans le cadre de laquelle le débiteur continue, dès lors, de contrôler en totalité ou au moins en partie ses actifs ou ses activités;
10° titulaire d'une profession libérale: l'entreprise au sens de l'article I.1.14° du présent code;
11° créances sursitaires: les créances nées avant le jugement d'ouverture de la procédure de réorganisation judiciaire ou nées du dépôt de la requête ou des décisions judiciaires prises dans le cadre de la procédure;
12° créances sursitaires ordinaires: les créances sursitaires autres que les créances sursitaires extraordinaires;
13° créancier sursitaire ordinaire: la personne qui est titulaire d'une créance sursitaire ordinaire;
14° créances sursitaires extraordinaires: les créances sursitaires garanties par une sûreté réelle au sens de l'article 3.3 du Code civil et les créances qualifiées comme créances sursitaires extraordinaires par le présent livre;
15° créancier sursitaire extraordinaire: la personne qui est titulaire d'une créance sursitaire extraordinaire;
16° [...]
16° /1 parties affectées: les créanciers ou les classes de créanciers et les détenteurs de capital, dont les créances ou les intérêts, respectivement, sont directement affectés par un plan de réorganisation;
16° /2 détenteur de capital: une personne détenant une participation dans le patrimoine d'une personne morale, y compris un actionnaire, dans la mesure où cette personne n'est pas un créancier;
17° centre des intérêts principaux: le lieu où le débiteur gère habituellement ses intérêts et qui est vérifiable par des tiers;
18° établissement: tout lieu d'opérations où un débiteur exerce ou a exercé au cours de la période de trois mois précédant la demande d'ouverture de la procédure d'insolvabilité principale, de façon non transitoire, une activité économique avec des moyens humains et des actifs;
19° siège: le siège statutaire;
20° sursis: le moratoire accordé par le tribunal au débiteur en vue de réaliser une réorganisation judiciaire et un transfert sous autorité judiciaire;
21° plan de réorganisation: le plan établi au cours du sursis visé aux articles XX.70 et suivants, XX.83/3 et suivants ou au cours d'une procédure de réorganisation judiciaire privée visée aux articles XX.83/22 et suivants;
21° /1 nouveau financement: tout nouveau concours financier fourni par un créancier existant ou un nouveau créancier ou un détenteur de capital pour mettre en oeuvre un plan de réorganisation et qui est inclus dans ce plan;
22° solde des dettes: les dettes demeurant impayées à la fin de la procédure d'insolvabilité;
23° règlement insolvabilité: le règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité;
23° /1 liquidation judiciaire: la dissolution judiciaire suivie d'une liquidation;
24° société mère: une société qui contrôle, soit directement, soit indirectement, une ou plusieurs sociétés; une société qui prépare des états financiers consolidés conformément à la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil est réputée être une société mère;
25° groupe de sociétés: une société mère et l'ensemble de ses filiales;
26° entreprises liées: entreprises entre lesquelles existe une relation de filiation au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
27° signature électronique: une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, ou par une autre signature électronique qui satisfait aux critères que le Roi peut fixer afin de garantir l'identité des parties et leur consentement sur le contenu de l'acte;
28° ministre: le ministre qui a la Justice dans ses attributions;
29° probabilité d'insolvabilité: situation dans laquelle la continuité des activités du débiteur est menacée à court ou moyen terme;
30° directive (UE) 2019/1023: la directive (UE) 2019/1023 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relative aux cadres de restructuration préventive, à la remise de dettes et aux déchéances, et aux mesures à prendre pour augmenter l'efficacité des procédures en matière de restructuration, d'insolvabilité et de remise de dettes, et modifiant la directive (UE) 2017/1132.
"Art. I.23. Les définitions suivantes sont applicables au livre XX:
1° procédure d'insolvabilité: une procédure d'accord amiable hors réorganisation judiciaire, une procédure de réorganisation judiciaire publique ou privée, une procédure de transfert sous autorité judiciaire, une procédure de préparation privée d'une faillite ou une procédure de faillite;
2° procédure d'insolvabilité principale: procédure principale telle que définie à l'article 3 du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité;
3° décision d'ouverture de la procédure d'insolvabilité: la décision de toute juridiction d'ouvrir une procédure d'insolvabilité ou de confirmer l'ouverture d'une telle procédure;
4° tribunal de l'insolvabilité: le tribunal de l'entreprise compétent pour ouvrir une procédure d'insolvabilité, ou qu'il l'a ouverte;
5° moment de l'ouverture de la procédure: le moment auquel la décision d'ouverture de la procédure d'insolvabilité prend effet, que cette décision soit ou non susceptible de recours;
6° registre: le Registre Central de la Solvabilité est la base de donnée informatique où les dossiers relatifs aux accords amiables, de procédures de réorganisation judiciaire, de procédures de transfert sous autorité judiciaire et de faillite sont enregistrés et conservés;
7° praticien de la liquidation: un mandataire de justice dont la fonction, y compris à titre intérimaire, consiste à, exercer une ou plusieurs des tâches suivantes:
i) vérifier et admettre les créances soumises dans le cadre d'une procédure d'insolvabilité;
ii) représenter l'intérêt collectif des créanciers;
iii) administrer, en tout ou en partie, les actifs dont le débiteur est dessaisi;
iv) liquider les actifs visés au point iii) et le cas échéant, de répartir le produit entre les créanciers; ou
v) surveiller la gestion des affaires du débiteur;
7° /01 praticien de la réorganisation: un mandataire de justice désigné par le tribunal de l'insolvabilité pour exécuter, notamment, une ou plusieurs des missions suivantes:
i) assister le débiteur ou les créanciers dans la rédaction ou la négociation d'un plan de réorganisation;
ii) contrôler l'activité du débiteur pendant les négociations relatives à un plan de réorganisation et rendre compte à une autorité judiciaire;
iii) prendre, sans dépossession, le contrôle partiel des actifs ou des affaires du débiteur avant ou pendant les négociations relatives à une réorganisation judiciaire;
7° /02 mandataires de justice: un praticien de la liquidation, un praticien de la réorganisation ou un administrateur provisoire désigné par une autorité judiciaire;
7° /1 entreprise: une entreprise au sens de l'article I.1, alinéa 1er, 1°, du présent livre;
8° le débiteur: une entreprise à l'exception de toute personne morale de droit public;
9° débiteur non dessaisi: un débiteur à l'encontre duquel une procédure d'insolvabilité a été ouverte, qui n'implique pas nécessairement la désignation d'un praticien de la liquidation ou d'un praticien de la réorganisation, ou le transfert de l'ensemble des droits et des devoirs de gestion des actifs du débiteur à un praticien de la liquidation ou à un praticien de la réorganisation et dans le cadre de laquelle le débiteur continue, dès lors, de contrôler en totalité ou au moins en partie ses actifs ou ses activités;
10° titulaire d'une profession libérale: l'entreprise au sens de l'article I.1.14° du présent code;
11° créances sursitaires: les créances nées avant le jugement d'ouverture de la procédure de réorganisation judiciaire ou nées du dépôt de la requête ou des décisions judiciaires prises dans le cadre de la procédure;
12° créances sursitaires ordinaires: les créances sursitaires autres que les créances sursitaires extraordinaires;
13° créancier sursitaire ordinaire: la personne qui est titulaire d'une créance sursitaire ordinaire;
14° créances sursitaires extraordinaires: les créances sursitaires garanties par une sûreté réelle au sens de l'article 3.3 du Code civil et les créances qualifiées comme créances sursitaires extraordinaires par le présent livre;
15° créancier sursitaire extraordinaire: la personne qui est titulaire d'une créance sursitaire extraordinaire;
16° [...]
16° /1 parties affectées: les créanciers ou les classes de créanciers et les détenteurs de capital, dont les créances ou les intérêts, respectivement, sont directement affectés par un plan de réorganisation;
16° /2 détenteur de capital: une personne détenant une participation dans le patrimoine d'une personne morale, y compris un actionnaire, dans la mesure où cette personne n'est pas un créancier;
17° centre des intérêts principaux: le lieu où le débiteur gère habituellement ses intérêts et qui est vérifiable par des tiers;
18° établissement: tout lieu d'opérations où un débiteur exerce ou a exercé au cours de la période de trois mois précédant la demande d'ouverture de la procédure d'insolvabilité principale, de façon non transitoire, une activité économique avec des moyens humains et des actifs;
19° siège: le siège statutaire;
20° sursis: le moratoire accordé par le tribunal au débiteur en vue de réaliser une réorganisation judiciaire et un transfert sous autorité judiciaire;
21° plan de réorganisation: le plan établi au cours du sursis visé aux articles XX.70 et suivants, XX.83/3 et suivants ou au cours d'une procédure de réorganisation judiciaire privée visée aux articles XX.83/22 et suivants;
21° /1 nouveau financement: tout nouveau concours financier fourni par un créancier existant ou un nouveau créancier ou un détenteur de capital pour mettre en oeuvre un plan de réorganisation et qui est inclus dans ce plan;
22° solde des dettes: les dettes demeurant impayées à la fin de la procédure d'insolvabilité;
23° règlement insolvabilité: le règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité;
23° /1 liquidation judiciaire: la dissolution judiciaire suivie d'une liquidation;
24° société mère: une société qui contrôle, soit directement, soit indirectement, une ou plusieurs sociétés; une société qui prépare des états financiers consolidés conformément à la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil est réputée être une société mère;
25° groupe de sociétés: une société mère et l'ensemble de ses filiales;
26° entreprises liées: entreprises entre lesquelles existe une relation de filiation au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
27° signature électronique: une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, ou par une autre signature électronique qui satisfait aux critères que le Roi peut fixer afin de garantir l'identité des parties et leur consentement sur le contenu de l'acte;
28° ministre: le ministre qui a la Justice dans ses attributions;
29° probabilité d'insolvabilité: situation dans laquelle la continuité des activités du débiteur est menacée à court ou moyen terme;
30° directive (UE) 2019/1023: la directive (UE) 2019/1023 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relative aux cadres de restructuration préventive, à la remise de dettes et aux déchéances, et aux mesures à prendre pour augmenter l'efficacité des procédures en matière de restructuration, d'insolvabilité et de remise de dettes, et modifiant la directive (UE) 2017/1132.
Art. 4. In boek XX van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van titel I, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, vervangen als volgt:
"Titel I. Algemene beginselen die van toepassing zijn voor boek XX".
"Titel I. Algemene beginselen die van toepassing zijn voor boek XX".
Art. 4. Dans le livre XX du même Code, l'intitulé du titre Ier, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Titre Ier. Principes généraux applicables à l'ensemble du livre XX".
"Titre Ier. Principes généraux applicables à l'ensemble du livre XX".
Art. 5. In artikel XX.1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wetten van 15 april 2018 en 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "de beleggingsondernemingen of instellingen voor collectieve beleggingen in de zin van artikel 1.2. c), van Richtlijn (EU) 2019/1023,";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in paragraaf 2," vervangen door de woorden "in paragraaf 1".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "de beleggingsondernemingen of instellingen voor collectieve beleggingen in de zin van artikel 1.2. c), van Richtlijn (EU) 2019/1023,";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in paragraaf 2," vervangen door de woorden "in paragraaf 1".
Art. 5. A l'article XX.1er du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par les lois des 15 avril 2018 et 27 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 2 les mots "entreprises d'investissement, aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif" sont remplacés par les mots "entreprises d'investissement ou organismes de placement collectif au sens de l'article 1.2, c), de la directive (UE) 2019/1023,";
2° dans le texte néerlandais du paragraphe 3, les mots "in paragraaf 2," sont remplacés par les mots "in paragraaf 1,".
1° au paragraphe 2 les mots "entreprises d'investissement, aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif" sont remplacés par les mots "entreprises d'investissement ou organismes de placement collectif au sens de l'article 1.2, c), de la directive (UE) 2019/1023,";
2° dans le texte néerlandais du paragraphe 3, les mots "in paragraaf 2," sont remplacés par les mots "in paragraaf 1,".
Art. 6. In artikel XX.2, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "insolventiefunctionaris" wordt vervangen door het woord "gerechtsmandataris";
2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van de in de artikelen XX.35 en XX.83/22 bedoelde beschikking".
1° het woord "insolventiefunctionaris" wordt vervangen door het woord "gerechtsmandataris";
2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van de in de artikelen XX.35 en XX.83/22 bedoelde beschikking".
Art. 6. A l'article XX.2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "mandataire de justice";
2° le 2° est complété par les mots "à l'exception de l'ordonnance visée aux articles XX.35 et XX.83/22".
1° les mots "praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "mandataire de justice";
2° le 2° est complété par les mots "à l'exception de l'ordonnance visée aux articles XX.35 et XX.83/22".
Art. 7. In artikel XX.8, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article XX.8, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le mot "social" est abrogé.
Art. 8. In artikel XX.9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden ", met inbegrip van een bericht, een oproeping," ingevoegd tussen de woorden "of mededeling" en de woorden "of neerlegging" en worden de woorden "een insolventiefunctionaris" vervangen door de woorden "de rechtbank, een gerechtsmandataris";
2° in het derde lid, vormen de tweede en derde zin een nieuw vierde en vijfde lid luidende:
"In de gevallen waarin de verzendingen in papieren vorm geschieden, is de datum van ontvangst de datum waarop de akte bij de bestemmeling toekomt.
De eindbestemmeling levert een ontvangstbericht af, zoniet vangt de termijn niet aan wat hem betreft."
1° in het eerste lid worden de woorden ", met inbegrip van een bericht, een oproeping," ingevoegd tussen de woorden "of mededeling" en de woorden "of neerlegging" en worden de woorden "een insolventiefunctionaris" vervangen door de woorden "de rechtbank, een gerechtsmandataris";
2° in het derde lid, vormen de tweede en derde zin een nieuw vierde en vijfde lid luidende:
"In de gevallen waarin de verzendingen in papieren vorm geschieden, is de datum van ontvangst de datum waarop de akte bij de bestemmeling toekomt.
De eindbestemmeling levert een ontvangstbericht af, zoniet vangt de termijn niet aan wat hem betreft."
Art. 8. A l'article XX.9 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots ", en ce compris tout avis, toute convocation," sont insérés entre les mots "toute communication" et les mots "ou tout dépôt" et les mots "un praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "le tribunal, un mandataire de justice";
2° dans l'alinéa 3, les deuxième et troisième phrases formeront deux nouveaux alinéas 4 et 5 rédigés comme suit:
"Lorsque les envois se font sur support papier, la date de réception est la date à laquelle l'acte est reçu par le destinataire.
Le destinataire final délivre un avis de réception, faute de quoi le délai ne court pas à son égard."
1° dans l'alinéa 1er, les mots ", en ce compris tout avis, toute convocation," sont insérés entre les mots "toute communication" et les mots "ou tout dépôt" et les mots "un praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "le tribunal, un mandataire de justice";
2° dans l'alinéa 3, les deuxième et troisième phrases formeront deux nouveaux alinéas 4 et 5 rédigés comme suit:
"Lorsque les envois se font sur support papier, la date de réception est la date à laquelle l'acte est reçu par le destinataire.
Le destinataire final délivre un avis de réception, faute de quoi le délai ne court pas à son égard."
Art. 9. In boek XX, titel I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een artikel XX.11/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.11/1. Wanneer de bepalingen van dit boek voorzien in een verslag van de rechter-commissaris of van de gedelegeerd rechter, kan het verslag ook schriftelijk worden opgesteld, op voorwaarde dat het uiterlijk twee werkdagen voor de voor het verslag vastgestelde datum in het register neergelegd wordt."
"Art. XX.11/1. Wanneer de bepalingen van dit boek voorzien in een verslag van de rechter-commissaris of van de gedelegeerd rechter, kan het verslag ook schriftelijk worden opgesteld, op voorwaarde dat het uiterlijk twee werkdagen voor de voor het verslag vastgestelde datum in het register neergelegd wordt."
Art. 9. Dans le livre XX, titre Ier, chapitre 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré un article XX.11/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.11/1. Quand les dispositions du présent livre prévoient un rapport par le juge-commissaire ou le juge délégué, le rapport peut également être fait par écrit, à la condition qu'il soit déposé dans le registre au moins deux jours ouvrables avant la date prévue pour ce rapport."
"Art. XX.11/1. Quand les dispositions du présent livre prévoient un rapport par le juge-commissaire ou le juge délégué, le rapport peut également être fait par écrit, à la condition qu'il soit déposé dans le registre au moins deux jours ouvrables avant la date prévue pour ce rapport."
Art. 10. In artikel XX.12, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "maatschappelijke" telkens opgeheven.
Art. 10. Dans l'article XX.12, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le mot "social" est chaque fois abrogé.
Art. 11. In artikel XX.13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "gerechtsmandataris".
Art. 11. Dans l'article XX.13 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "un praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "un mandataire de justice".
Art. 12. In artikel XX.14, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "gerechtsmandataris".
Art. 12. Dans l'article XX.14, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "un praticien de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "un mandataire de justice".
Art. 13. Artikel XX.14/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2021, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article XX.14/1 du même Code, inséré par la loi du 28 novembre 2021, est abrogé.
Art. 14. In artikel XX.16, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" opgeheven;
2° in het tweede lid, inleidende zin, worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
3° in het tweede lid, in de bepaling onder 1°, worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
4° in het tweede lid, in de bepaling onder 1°, vijfde streepje, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
1° in het eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" opgeheven;
2° in het tweede lid, inleidende zin, worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
3° in het tweede lid, in de bepaling onder 1°, worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
4° in het tweede lid, in de bepaling onder 1°, vijfde streepje, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 14. A l'article XX.16, § 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "et de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, phrase liminaire, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
3° dans l'alinéa 2, 1°, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
4° dans l'alinéa 2, 1°, cinquième tiret, le mot "social" est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, phrase liminaire, les mots "et de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, phrase liminaire, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
3° dans l'alinéa 2, 1°, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
4° dans l'alinéa 2, 1°, cinquième tiret, le mot "social" est abrogé.
Art. 15. In artikel XX.17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke" en worden de woorden "1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "26, 8°, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens of als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, 4°, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door het woord "Gegevensbeschermingsautoriteit";
3° in paragraaf 2, tweede lid, 6°, worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" opgeheven;
4° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en" opgeheven;
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "9 tot 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "36 tot 39 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens" en worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke" en worden de woorden "1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "26, 8°, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens of als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, 4°, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door het woord "Gegevensbeschermingsautoriteit";
3° in paragraaf 2, tweede lid, 6°, worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" opgeheven;
4° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en" opgeheven;
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "9 tot 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "36 tot 39 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens" en worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven.
Art. 15. A l'article XX.17 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, dans le texte néerlandais, les mots "verantwoordelijke voor de verwerking" sont remplacés par le mot "verwerkingsverantwoordelijke" et les mots "1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "26, 8°, de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel ou comme responsable du traitement au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 4°, les mots "la Commission pour la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Autorité de protection des données";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 6°, les mots ", après avis de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "de la Commission pour la protection de la vie privée et" sont abrogés;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "9 à 12 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "36 à 39 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel" et les mots ", après avis de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, dans le texte néerlandais, les mots "verantwoordelijke voor de verwerking" sont remplacés par le mot "verwerkingsverantwoordelijke" et les mots "1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "26, 8°, de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel ou comme responsable du traitement au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 4°, les mots "la Commission pour la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Autorité de protection des données";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 6°, les mots ", après avis de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "de la Commission pour la protection de la vie privée et" sont abrogés;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "9 à 12 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "36 à 39 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel" et les mots ", après avis de la Commission pour la protection de la vie privée" sont abrogés.
Art. 16. In artikel XX.18, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
2° in het tweede lid worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "de insolventiefunctionarissen" vervangen door de woorden "de gerechtsmandatarissen";
2° in het tweede lid worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden ", na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," opgeheven.
Art. 16. A l'article XX.18, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
2° dans l'alinéa 2, les mots "après avis de la Commission pour la protection de la vie privée," sont abrogés;
3° dans l'alinéa 4, les mots ", après avoir recueilli l'avis de la Commission pour la protection de la vie privée," sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "les praticiens de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "les mandataires de justice";
2° dans l'alinéa 2, les mots "après avis de la Commission pour la protection de la vie privée," sont abrogés;
3° dans l'alinéa 4, les mots ", après avoir recueilli l'avis de la Commission pour la protection de la vie privée," sont abrogés.
Art. 17. In boek XX, titel I, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 4, wordt het opschrift van hoofdstuk 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 4. Vereffeningsdeskundigen en her-- structureringsdeskundigen".
"Hoofdstuk 4. Vereffeningsdeskundigen en her-- structureringsdeskundigen".
Art. 17. Dans le livre XX, titre Ier, du même Code, modifié par l'article 4, l'intitulé du chapitre 4, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre 4. Praticiens de la liquidation et praticiens de la réorganisation".
"Chapitre 4. Praticiens de la liquidation et praticiens de la réorganisation".
Art. 18. In boek XX, titel I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 17, wordt een afdeling 1 ingevoegd luidende "Afdeling 1. Vereffeningsdeskundigen" en waarin artikel XX.20 is opgenomen.
Art. 18. Dans le livre XX, titre Ier, chapitre 4, du même Code, modifié par l'article 17, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. Praticiens de la liquidation" et qui comprend l'article XX.20.
Art. 19. In artikel XX.20 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
2° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de woorden "of wanneer zij overeenkomstig het vierde lid door de Ordes of Instituten worden aangewezen";
3° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
5° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
6° in paragraaf 5, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
7° in paragraaf 6, eerste lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
8° in paragraaf 6, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
9° in paragraaf 6, derde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "of de rechter-commissaris vervangen door een van haar andere leden" vervangen door het woord "vervangen";
10° in paragraaf 6, vierde lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen", in de Franse tekst van paragraaf 6, vierde lid, wordt het woord "Conseil" vervangen door het woord "conseil" en wordt de zin "Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting." vervangen door de zin "Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de vereffeningsdeskundige openbaar was gemaakt.";
11° in paragraaf 6, vijfde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
12° in paragraaf 6, zesde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
2° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de woorden "of wanneer zij overeenkomstig het vierde lid door de Ordes of Instituten worden aangewezen";
3° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
5° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
6° in paragraaf 5, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen";
7° in paragraaf 6, eerste lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
8° in paragraaf 6, tweede lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
9° in paragraaf 6, derde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "of de rechter-commissaris vervangen door een van haar andere leden" vervangen door het woord "vervangen";
10° in paragraaf 6, vierde lid, wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen", in de Franse tekst van paragraaf 6, vierde lid, wordt het woord "Conseil" vervangen door het woord "conseil" en wordt de zin "Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting." vervangen door de zin "Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de vereffeningsdeskundige openbaar was gemaakt.";
11° in paragraaf 6, vijfde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
12° in paragraaf 6, zesde lid, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 19. A l'article XX.20 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
2° le paragraphe 1er, alinéa 3, est complété par les mots "ou quand ils sont désignés par les Ordres ou Instituts conformément à l'alinéa 4";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
6° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
7° dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation";
8° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
9° dans le paragraphe 6, alinéa 3, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation" et les mots "ou le juge commissaire par un autre de ses membres" sont abrogés;
10° dans le paragraphe 6, alinéa 4, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation", le mot "Conseil" est remplacé par le mot "conseil" et la phrase "Le jugement est prononcé en audience publique." est remplacé par la phrase "Dans les cas où la désignation du praticien de la liquidation a été rendue publique, le jugement est prononcé en audience publique.";
11° dans le paragraphe 6, alinéa 5, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
12° dans le paragraphe 6, alinéa 6, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
2° le paragraphe 1er, alinéa 3, est complété par les mots "ou quand ils sont désignés par les Ordres ou Instituts conformément à l'alinéa 4";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
6° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
7° dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation";
8° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
9° dans le paragraphe 6, alinéa 3, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation" et les mots "ou le juge commissaire par un autre de ses membres" sont abrogés;
10° dans le paragraphe 6, alinéa 4, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation", le mot "Conseil" est remplacé par le mot "conseil" et la phrase "Le jugement est prononcé en audience publique." est remplacé par la phrase "Dans les cas où la désignation du praticien de la liquidation a été rendue publique, le jugement est prononcé en audience publique.";
11° dans le paragraphe 6, alinéa 5, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
12° dans le paragraphe 6, alinéa 6, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 20. In boek XX, titel I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door artikel 17, wordt een afdeling 2 ingevoegd luidende "Afdeling 2. Herstructureringsdeskundigen" en waarin artikel XX.20/1 is opgenomen.
Art. 20. Dans le livre XX, titre Ier, chapitre 4, du même Code, modifié par l'article 17, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. Praticiens de la réorganisation" et qui comprend l'article XX.20/1.
Art. 21. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel XX.20/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.20/1. De herstructureringsdeskundigen worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Zij kunnen deel uitmaken van een overheidsinstelling of van een beroepsorganisatie die hulp biedt bij de reorganisatie van ondernemingen en bezoldigd worden door een dergelijke organisatie.
De insolventierechtbank kan te allen tijde de herstructureringsdeskundige vervangen.
De herstructureringsdeskundigen van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, in voorkomend geval na verslag van de gedelegeerd rechter, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de herstructureringsdeskundige openbaar was gemaakt.
Het vonnis waarbij de vervanging van een herstructureringsdeskundige wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier aan hem ter kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, voor zover zijn aanstelling aanvankelijk op deze wijze was bekendgemaakt.
Indien de herstructureringsdeskundige wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voormelde bekendmaking.
De kosten en erelonen van de herstructureringsdeskundigen waarvan de vergoeding niet ten laste wordt genomen door een overheidsinstelling of een in het tweede lid bedoelde beroepsorganisatie, worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties. Indien een belanghebbende opkomt tegen de vaststelling van de kosten en erelonen beveelt de rechtbank aan de partijen te verschijnen teneinde de onkosten en erelonen te horen taxeren. De Koning kan de grondslag vaststellen op basis waarvan de herstructureringsdeskundigen worden vergoed."
"Art. XX.20/1. De herstructureringsdeskundigen worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Zij kunnen deel uitmaken van een overheidsinstelling of van een beroepsorganisatie die hulp biedt bij de reorganisatie van ondernemingen en bezoldigd worden door een dergelijke organisatie.
De insolventierechtbank kan te allen tijde de herstructureringsdeskundige vervangen.
De herstructureringsdeskundigen van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, in voorkomend geval na verslag van de gedelegeerd rechter, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de herstructureringsdeskundige openbaar was gemaakt.
Het vonnis waarbij de vervanging van een herstructureringsdeskundige wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier aan hem ter kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, voor zover zijn aanstelling aanvankelijk op deze wijze was bekendgemaakt.
Indien de herstructureringsdeskundige wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voormelde bekendmaking.
De kosten en erelonen van de herstructureringsdeskundigen waarvan de vergoeding niet ten laste wordt genomen door een overheidsinstelling of een in het tweede lid bedoelde beroepsorganisatie, worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties. Indien een belanghebbende opkomt tegen de vaststelling van de kosten en erelonen beveelt de rechtbank aan de partijen te verschijnen teneinde de onkosten en erelonen te horen taxeren. De Koning kan de grondslag vaststellen op basis waarvan de herstructureringsdeskundigen worden vergoed."
Art. 21. Dans la section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article XX.20/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.20/1. Les praticiens de la réorganisation sont choisis en fonction de leurs qualités et selon les nécessités de la cause.
Ils doivent offrir des garanties de compétence, d'expérience, d'indépendance et d'impartialité. Ils peuvent faire partie d'une entité publique ou d'une organisation professionnelle engagée dans l'aide à la réorganisation d'entreprises et être rémunérés par une telle organisation.
Le tribunal de l'insolvabilité peut, à tout moment, remplacer le praticien de la réorganisation.
Les praticiens de la réorganisation dont le remplacement est envisagé, sont préalablement appelés et entendus en chambre du conseil, le cas échéant sur rapport du juge délégué. Dans les cas où la désignation du praticien de la réorganisation a été rendue publique, le jugement est prononcé en audience publique.
Le jugement ordonnant le remplacement d'un praticien de la réorganisation lui est notifié par les soins du greffier et publié au Moniteur belge dans les cinq jours de sa date, dans la mesure où sa désignation avait fait l'objet d'une telle publication.
Si le praticien de la réorganisation est remplacé à sa demande, il en est fait explicitement mention dans la publication susvisée.
Les frais et honoraires des praticiens de la réorganisation, dont la charge n'est pas assumée par une entité publique ou par une organisation professionnelle visée à l'alinéa 2, sont fixés en fonction de l'importance et de la complexité de leur mission et sur la base du temps requis pour l'accomplissement de leurs prestations. Si un intéressé exprime son désaccord quant aux frais et honoraires, le tribunal ordonne la comparution des parties afin de procéder à la taxation des frais et honoraires. Le Roi peut déterminer les éléments sur la base desquels les praticiens de la réorganisation sont rémunérés."
"Art. XX.20/1. Les praticiens de la réorganisation sont choisis en fonction de leurs qualités et selon les nécessités de la cause.
Ils doivent offrir des garanties de compétence, d'expérience, d'indépendance et d'impartialité. Ils peuvent faire partie d'une entité publique ou d'une organisation professionnelle engagée dans l'aide à la réorganisation d'entreprises et être rémunérés par une telle organisation.
Le tribunal de l'insolvabilité peut, à tout moment, remplacer le praticien de la réorganisation.
Les praticiens de la réorganisation dont le remplacement est envisagé, sont préalablement appelés et entendus en chambre du conseil, le cas échéant sur rapport du juge délégué. Dans les cas où la désignation du praticien de la réorganisation a été rendue publique, le jugement est prononcé en audience publique.
Le jugement ordonnant le remplacement d'un praticien de la réorganisation lui est notifié par les soins du greffier et publié au Moniteur belge dans les cinq jours de sa date, dans la mesure où sa désignation avait fait l'objet d'une telle publication.
Si le praticien de la réorganisation est remplacé à sa demande, il en est fait explicitement mention dans la publication susvisée.
Les frais et honoraires des praticiens de la réorganisation, dont la charge n'est pas assumée par une entité publique ou par une organisation professionnelle visée à l'alinéa 2, sont fixés en fonction de l'importance et de la complexité de leur mission et sur la base du temps requis pour l'accomplissement de leurs prestations. Si un intéressé exprime son désaccord quant aux frais et honoraires, le tribunal ordonne la comparution des parties afin de procéder à la taxation des frais et honoraires. Le Roi peut déterminer les éléments sur la base desquels les praticiens de la réorganisation sont rémunérés."
Art. 22. In boek XX van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van titel II, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, vervangen als volgt:
"Titel II. Vroegtijdige waarschuwing, kamers voor ondernemingen in moeilijkheden en ondernemingsbemiddeling".
"Titel II. Vroegtijdige waarschuwing, kamers voor ondernemingen in moeilijkheden en ondernemingsbemiddeling".
Art. 22. Dans le livre XX du même Code, l'intitulé du titre II, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Titre II. Alerte précoce, chambres des entreprises en difficulté et médiation d'entreprise".
"Titre II. Alerte précoce, chambres des entreprises en difficulté et médiation d'entreprise".
Art. 23. In boek XX, titel II, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 22, wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 1. Vroegtijdige waarschuwing".
"Hoofdstuk 1. Vroegtijdige waarschuwing".
Art. 23. Dans le livre XX, titre II, du même Code, modifié par l'article 22, l'intitulé du chapitre 1er est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre 1er. Alerte précoce".
"Chapitre 1er. Alerte précoce".
Art. 24. Artikel XX.21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.21. § 1. De inlichtingen en gegevens die kunnen wijzen op dreigende insolventie en op de noodzaak onverwijld te handelen, mogen worden verzameld door de bevoegde diensten van het openbaar ministerie of ter griffie van de rechtbank in het rechtsgebied waarin de schuldenaar het centrum van zijn voornaamste belangen heeft.
De Koning kan de gepaste maatregelen nemen teneinde de verwerking van de verzamelde gegevens op een logisch gestructureerde wijze te laten verlopen en bepalen dat de gegevens derwijze worden geordend en gecombineerd dat hieruit de mogelijkheid ontstaat een dreigende insolventie op te sporen en te voorspellen.
Hij neemt de gepaste maatregelen om de vertrouwelijkheid van de gegevens in de onderscheiden griffies van de ondernemingsrechtbanken te verzekeren en om aan de schuldenaren toegang te verschaffen tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing van de omstandigheden die kunnen leiden tot een procedure van insolventie en die aan de schuldenaren toelaten de noodzaak onverwijld te handelen te beseffen.
§ 2. De met toepassing van paragraaf 1 verzamelde inlichtingen en gegevens worden opgenomen in het centraal register van de economische knipperlichten met het oog op de opsporing van ondernemingen in financiële moeilijkheden. De Federale Overheidsdienst Justitie is de verwerkingsverantwoordelijke van deze gegevens in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde inlichtingen en gegevens worden vijf jaar lang bewaard nadat zij geregistreerd zijn in het centraal register van de economische knipperlichten."
"Art. XX.21. § 1. De inlichtingen en gegevens die kunnen wijzen op dreigende insolventie en op de noodzaak onverwijld te handelen, mogen worden verzameld door de bevoegde diensten van het openbaar ministerie of ter griffie van de rechtbank in het rechtsgebied waarin de schuldenaar het centrum van zijn voornaamste belangen heeft.
De Koning kan de gepaste maatregelen nemen teneinde de verwerking van de verzamelde gegevens op een logisch gestructureerde wijze te laten verlopen en bepalen dat de gegevens derwijze worden geordend en gecombineerd dat hieruit de mogelijkheid ontstaat een dreigende insolventie op te sporen en te voorspellen.
Hij neemt de gepaste maatregelen om de vertrouwelijkheid van de gegevens in de onderscheiden griffies van de ondernemingsrechtbanken te verzekeren en om aan de schuldenaren toegang te verschaffen tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing van de omstandigheden die kunnen leiden tot een procedure van insolventie en die aan de schuldenaren toelaten de noodzaak onverwijld te handelen te beseffen.
§ 2. De met toepassing van paragraaf 1 verzamelde inlichtingen en gegevens worden opgenomen in het centraal register van de economische knipperlichten met het oog op de opsporing van ondernemingen in financiële moeilijkheden. De Federale Overheidsdienst Justitie is de verwerkingsverantwoordelijke van deze gegevens in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde inlichtingen en gegevens worden vijf jaar lang bewaard nadat zij geregistreerd zijn in het centraal register van de economische knipperlichten."
Art. 24. L'article XX.21 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 31 juillet 2020, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.21. § 1er. Les renseignements et données qui permettent d'indiquer une probabilité d'insolvabilité et la nécessité d'une action immédiate, peuvent être collectés par les services compétents de ces autorités auprès du ministère public, ou au greffe du tribunal du ressort dans lequel le débiteur a le centre de ses intérêts principaux.
Le Roi peut prendre les mesures requises afin de permettre le traitement des données recueillies selon une structure logique et déterminer la manière dont les données sont classées et combinées afin de permettre de détecter et de prévoir une probabilité d'insolvabilité.
Il prend les mesures appropriées pour assurer la confidentialité des données dans les greffes respectifs des tribunaux de l'entreprise et pour donner accès aux débiteurs aux outils d'alerte permettant de détecter les circonstances qui pourraient donner lieu à une procédure d'insolvabilité et permettant de leur signaler la nécessité d'agir sans tarder.
§ 2. Les renseignements et données collectés en application du paragraphe 1er sont inscrits au registre central des clignotants économiques en vue de détecter les entreprises en difficulté financière. Le Service public fédéral Justice est le responsable du traitement de ces données au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
§ 3. Les renseignements et données visés au paragraphe 1er sont conservés pendant cinq ans à partir de leur enregistrement dans le registre central des clignotants économiques."
"Art. XX.21. § 1er. Les renseignements et données qui permettent d'indiquer une probabilité d'insolvabilité et la nécessité d'une action immédiate, peuvent être collectés par les services compétents de ces autorités auprès du ministère public, ou au greffe du tribunal du ressort dans lequel le débiteur a le centre de ses intérêts principaux.
Le Roi peut prendre les mesures requises afin de permettre le traitement des données recueillies selon une structure logique et déterminer la manière dont les données sont classées et combinées afin de permettre de détecter et de prévoir une probabilité d'insolvabilité.
Il prend les mesures appropriées pour assurer la confidentialité des données dans les greffes respectifs des tribunaux de l'entreprise et pour donner accès aux débiteurs aux outils d'alerte permettant de détecter les circonstances qui pourraient donner lieu à une procédure d'insolvabilité et permettant de leur signaler la nécessité d'agir sans tarder.
§ 2. Les renseignements et données collectés en application du paragraphe 1er sont inscrits au registre central des clignotants économiques en vue de détecter les entreprises en difficulté financière. Le Service public fédéral Justice est le responsable du traitement de ces données au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
§ 3. Les renseignements et données visés au paragraphe 1er sont conservés pendant cinq ans à partir de leur enregistrement dans le registre central des clignotants économiques."
Art. 25. In boek XX, titel II, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een artikel XX.21/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.21/1. § 1. De schuldenaar heeft toegang, bij verzoek gericht aan de rechtbank, tot de gegevens die op hem betrekking hebben. Hij heeft het recht, bij verzoek gericht aan de rechtbank, de gegevens die op hem betrekking hebben te laten corrigeren.
In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten met inbegrip van de leden van het openbaar ministerie, de griffiers, de parketsecretarissen toegang tot de gegevens bedoeld in artikel XX.21 en die voor hen relevant zijn onverminderd de regels die voortvloeien uit de bescherming van het beroepsgeheim, het zakengeheim en het geheim van het beraad.
Op de wijze bepaald door de Koning, kan de rechtbank eveneens van de verzamelde gegevens die zouden wijzen op een dreigende insolventie, kennis geven aan de federale of gewestelijke overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
§ 2. De Koning bepaalt de toegangsmodaliteiten tot de gegevens, mede in acht genomen de doelstellingen bedoeld in paragraaf 1."
"Art. XX.21/1. § 1. De schuldenaar heeft toegang, bij verzoek gericht aan de rechtbank, tot de gegevens die op hem betrekking hebben. Hij heeft het recht, bij verzoek gericht aan de rechtbank, de gegevens die op hem betrekking hebben te laten corrigeren.
In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten met inbegrip van de leden van het openbaar ministerie, de griffiers, de parketsecretarissen toegang tot de gegevens bedoeld in artikel XX.21 en die voor hen relevant zijn onverminderd de regels die voortvloeien uit de bescherming van het beroepsgeheim, het zakengeheim en het geheim van het beraad.
Op de wijze bepaald door de Koning, kan de rechtbank eveneens van de verzamelde gegevens die zouden wijzen op een dreigende insolventie, kennis geven aan de federale of gewestelijke overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
§ 2. De Koning bepaalt de toegangsmodaliteiten tot de gegevens, mede in acht genomen de doelstellingen bedoeld in paragraaf 1."
Art. 25. Dans le livre XX, titre II, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré un article XX.21/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.21/1. § 1er. Le débiteur a accès, par demande adressée au tribunal, aux données qui le concernent. Il a le droit d'obtenir, par demande adressée au tribunal, la rectification des données qui le concernent.
Dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, les magistrats y compris les magistrats du ministère public, les greffiers, les secrétaires de parquet, ont accès aux données visées à l'article XX.21 et qui sont pertinentes pour eux, sans préjudice des règles découlant de la protection du secret professionnel, du secret des affaires et du secret du délibéré.
Conformément aux modalités fixées par le Roi, le tribunal peut également communiquer les données recueillies révélant une probabilité d'insolvabilité, aux organismes publics, fédéraux ou régionaux, ou privés désignés ou agréés par l'autorité compétente pour assister les entreprises en difficulté.
§ 2. Le Roi précise les modalités d'accès aux données, en tenant compte également des objectifs visés au paragraphe 1er."
"Art. XX.21/1. § 1er. Le débiteur a accès, par demande adressée au tribunal, aux données qui le concernent. Il a le droit d'obtenir, par demande adressée au tribunal, la rectification des données qui le concernent.
Dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, les magistrats y compris les magistrats du ministère public, les greffiers, les secrétaires de parquet, ont accès aux données visées à l'article XX.21 et qui sont pertinentes pour eux, sans préjudice des règles découlant de la protection du secret professionnel, du secret des affaires et du secret du délibéré.
Conformément aux modalités fixées par le Roi, le tribunal peut également communiquer les données recueillies révélant une probabilité d'insolvabilité, aux organismes publics, fédéraux ou régionaux, ou privés désignés ou agréés par l'autorité compétente pour assister les entreprises en difficulté.
§ 2. Le Roi précise les modalités d'accès aux données, en tenant compte également des objectifs visés au paragraphe 1er."
Art. 26. Artikel XX.22 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 26. L'article XX.22 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 27. In boek XX, titel II, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een artikel XX.22/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.22/1. § 1. De inlichtingen en gegevens bedoeld in artikel XX.21 bevatten:
1° de berichten in verband met het beslag bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ze moeten worden medegedeeld overeenkomstig artikel 1390septies van hetzelfde Wetboek, alsook het identificatienummer ervan;
2° de verschuldigde bedragen die wettelijk aan de ondernemingsrechtbanken moeten worden medegedeeld onder meer op grond van artikel XX.23;
3° de financiële gezondheidsindicator berekend door de Nationale Bank van België;
4° de wijzigingen inzake het aantal werknemers;
5° de wijzigingen van de zetel.
§ 2. De voorzitter van de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan met een specifiek en met redenen omkleed verzoek alle informatie over de schuldenaar opvragen bij het Centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest."
"Art. XX.22/1. § 1. De inlichtingen en gegevens bedoeld in artikel XX.21 bevatten:
1° de berichten in verband met het beslag bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ze moeten worden medegedeeld overeenkomstig artikel 1390septies van hetzelfde Wetboek, alsook het identificatienummer ervan;
2° de verschuldigde bedragen die wettelijk aan de ondernemingsrechtbanken moeten worden medegedeeld onder meer op grond van artikel XX.23;
3° de financiële gezondheidsindicator berekend door de Nationale Bank van België;
4° de wijzigingen inzake het aantal werknemers;
5° de wijzigingen van de zetel.
§ 2. De voorzitter van de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan met een specifiek en met redenen omkleed verzoek alle informatie over de schuldenaar opvragen bij het Centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest."
Art. 27. Dans le livre XX, titre II, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré un article XX.22/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.22/1. § 1er. Les renseignements et les données visés à l'article XX.21 comprennent:
1° les avis de saisies visés aux articles 1390 à 1390quater du Code judiciaire tels qu'ils doivent être communiqués conformément à l'article 1390septies du même Code, ainsi que leur numéro d'identification;
2° le montant des sommes dues qui doivent légalement être communiquées aux tribunaux de l'entreprise, conformément à l'article XX.23;
3° l'indicateur de santé financière calculé par la Banque Nationale de Belgique;
4° les changements concernant le nombre de travailleurs;
5° les changements de siège.
§ 2. Le président de la chambre des entreprises en difficulté peut, par demande spécifique et motivée, demander toute information relative au débiteur au Point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès au fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt."
"Art. XX.22/1. § 1er. Les renseignements et les données visés à l'article XX.21 comprennent:
1° les avis de saisies visés aux articles 1390 à 1390quater du Code judiciaire tels qu'ils doivent être communiqués conformément à l'article 1390septies du même Code, ainsi que leur numéro d'identification;
2° le montant des sommes dues qui doivent légalement être communiquées aux tribunaux de l'entreprise, conformément à l'article XX.23;
3° l'indicateur de santé financière calculé par la Banque Nationale de Belgique;
4° les changements concernant le nombre de travailleurs;
5° les changements de siège.
§ 2. Le président de la chambre des entreprises en difficulté peut, par demande spécifique et motivée, demander toute information relative au débiteur au Point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès au fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt."
Art. 28. In artikel XX.23 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst van paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "L'Institut" vervangen door de woorden "l'Institut";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant", worden de woorden "die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen" vervangen door de woorden "wijzen op een dreigende insolventie van de schuldenaar", worden in de Franse tekst de woorden "organe de gestion" vervangen door de woorden "organe d'administration" en wordt de tweede zin vervangen als volgt:
"Indien zij binnen een maand na de inlichting gegeven aan de schuldenaar oordelen dat de maatregelen die de schuldenaar neemt de continuïteit van de economische activiteit niet kunnen vrijwaren voor een minimumduur van twaalf maanden, kunnen de gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant of de bedrijfsrevisor hun vaststellingen schriftelijk meedelen aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank.";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "financiële toestand van de ondernemingen te kennen" vervangen door de woorden "economische toestand van de ondernemingen te beoordelen of om de onderneming in te lichten over de urgentie om maatregelen te nemen".
1° in de Franse tekst van paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "L'Institut" vervangen door de woorden "l'Institut";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant", worden de woorden "die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen" vervangen door de woorden "wijzen op een dreigende insolventie van de schuldenaar", worden in de Franse tekst de woorden "organe de gestion" vervangen door de woorden "organe d'administration" en wordt de tweede zin vervangen als volgt:
"Indien zij binnen een maand na de inlichting gegeven aan de schuldenaar oordelen dat de maatregelen die de schuldenaar neemt de continuïteit van de economische activiteit niet kunnen vrijwaren voor een minimumduur van twaalf maanden, kunnen de gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant of de bedrijfsrevisor hun vaststellingen schriftelijk meedelen aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank.";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "financiële toestand van de ondernemingen te kennen" vervangen door de woorden "economische toestand van de ondernemingen te beoordelen of om de onderneming in te lichten over de urgentie om maatregelen te nemen".
Art. 28. A l'article XX.23 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "L'Institut" sont remplacés par les mots "l'Institut";
2° dans le paragraphe 3, les mots "expert-comptable externe, le comptable agréé externe, le comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "expert-comptable certifié, le conseiller fiscal certifié, l'expert-comptable, l'expert-comptable fiscaliste", les mots "susceptibles de compromettre la continuité de l'activité économique" sont remplacés par les mots "qui révèlent une probabilité d'insolvabilité", les mots "organe de gestion" sont remplacés par les mots "organe d'administration" et la deuxième phrase est remplacé par ce qui suit:
"Si dans un délai d'un mois à dater de la communication faite au débiteur, ils estiment que les mesures prises ne sont pas susceptibles d'assurer la continuité de l'activité économique pendant une période minimale de douze mois, l'expert-comptable certifié, le conseiller fiscal certifié, l'expert-comptable, l'expert-comptable fiscaliste ou le réviseur d'entreprises peuvent communiquer par écrit leurs constatations au président du tribunal de l'entreprise.";
3° dans le paragraphe 4, les mots "l'état financier des entreprises" sont remplacés par les mots "la situation économique des entreprises ou pour que l'entreprise puisse prendre connaissance du niveau d'urgence de prendre des mesures".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "L'Institut" sont remplacés par les mots "l'Institut";
2° dans le paragraphe 3, les mots "expert-comptable externe, le comptable agréé externe, le comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "expert-comptable certifié, le conseiller fiscal certifié, l'expert-comptable, l'expert-comptable fiscaliste", les mots "susceptibles de compromettre la continuité de l'activité économique" sont remplacés par les mots "qui révèlent une probabilité d'insolvabilité", les mots "organe de gestion" sont remplacés par les mots "organe d'administration" et la deuxième phrase est remplacé par ce qui suit:
"Si dans un délai d'un mois à dater de la communication faite au débiteur, ils estiment que les mesures prises ne sont pas susceptibles d'assurer la continuité de l'activité économique pendant une période minimale de douze mois, l'expert-comptable certifié, le conseiller fiscal certifié, l'expert-comptable, l'expert-comptable fiscaliste ou le réviseur d'entreprises peuvent communiquer par écrit leurs constatations au président du tribunal de l'entreprise.";
3° dans le paragraphe 4, les mots "l'état financier des entreprises" sont remplacés par les mots "la situation économique des entreprises ou pour que l'entreprise puisse prendre connaissance du niveau d'urgence de prendre des mesures".
Art. 29. Artikel XX.24 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt opgeheven.
Art. 29. L'article XX.24 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est abrogé.
Art. 30. In boek XX, titel II, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een afdeling 1 ingevoegd luidende "Afdeling 1. Ambtshalve onderzoek" en waarin de artikelen XX.25 tot en met XX.29 zijn opgenomen.
Art. 30. Dans le livre XX, titre II, chapitre 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. Examen d'office" et qui comprend les articles XX.25 à XX.29.
Art. 31. In artikel XX.25 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Oordelen hetzij de kamer, hetzij de rechter verslaggever dat er sprake is van dreigende insolventie, dat overleg tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers gepast voorkomt of dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, dan kunnen zij de schuldenaar oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "en over zijn stand van zaken" opgeheven;
3° in paragraaf, 2, vierde lid, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven en wordt het lid aangevuld met de woorden "of op elke plaats waar de schuldenaar verblijft.";
4° in de Franse tekst van paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "enquête" vervangen door de het woord "examen";
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant";
6° in de Franse tekst van paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "enquête" vervangen door het woord "examen";
7° in paragraaf, 3, vierde lid, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Oordelen hetzij de kamer, hetzij de rechter verslaggever dat er sprake is van dreigende insolventie, dat overleg tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers gepast voorkomt of dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, dan kunnen zij de schuldenaar oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "en over zijn stand van zaken" opgeheven;
3° in paragraaf, 2, vierde lid, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven en wordt het lid aangevuld met de woorden "of op elke plaats waar de schuldenaar verblijft.";
4° in de Franse tekst van paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "enquête" vervangen door de het woord "examen";
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "gecertificeerd accountant, de gecertificeerd belastingadviseur, de accountant en fiscaal accountant";
6° in de Franse tekst van paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "enquête" vervangen door het woord "examen";
7° in paragraaf, 3, vierde lid, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 31. A l'article XX.25 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque la chambre ou le juge rapporteur estiment qu'une probabilité d'insolvabilité du débiteur existe, qu'une concertation entre le débiteur et ses créanciers paraît opportune ou que la dissolution de la personne morale peut être prononcée conformément au Code des sociétés et des associations, ils peuvent convoquer et entendre le débiteur afin d'obtenir toute information relative à l'état de ses affaires et au sujet des mesures de réorganisation éventuelles.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "et à l'état de ses affaires" sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le mot "social" est abrogé et l'alinéa est complété par les mots "ou en tous lieux où le débiteur réside.";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "enquête" est remplacé par le mot "examen";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "de l'expert-comptable externe, du comptable agréé externe, du comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "de l'expert-comptable certifié, du conseiller fiscal certifié, de l'expert-comptable, de l'expert-comptable fiscaliste";
6° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "enquête" est remplacé par le mot "examen";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 4, le mot "social" est abrogé.
1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque la chambre ou le juge rapporteur estiment qu'une probabilité d'insolvabilité du débiteur existe, qu'une concertation entre le débiteur et ses créanciers paraît opportune ou que la dissolution de la personne morale peut être prononcée conformément au Code des sociétés et des associations, ils peuvent convoquer et entendre le débiteur afin d'obtenir toute information relative à l'état de ses affaires et au sujet des mesures de réorganisation éventuelles.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "et à l'état de ses affaires" sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le mot "social" est abrogé et l'alinéa est complété par les mots "ou en tous lieux où le débiteur réside.";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "enquête" est remplacé par le mot "examen";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "de l'expert-comptable externe, du comptable agréé externe, du comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "de l'expert-comptable certifié, du conseiller fiscal certifié, de l'expert-comptable, de l'expert-comptable fiscaliste";
6° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "enquête" est remplacé par le mot "examen";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 4, le mot "social" est abrogé.
Art. 32. In artikel XX.28 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "acht maanden";
2° in het eerste lid, vierde zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "tien maanden";
3° in het tweede lid worden de woorden "acht maanden" vervangen door de woorden "achttien maanden".
1° in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "acht maanden";
2° in het eerste lid, vierde zin, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "tien maanden";
3° in het tweede lid worden de woorden "acht maanden" vervangen door de woorden "achttien maanden".
Art. 32. A l'article XX.28 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots "quatre mois" sont remplacés par les mots "huit mois";
2° dans l'alinéa 1er, quatrième phrase, les mots "quatre mois" sont remplacés par les mots "dix mois";
3° dans l'alinéa 2, les mots "huit mois" sont remplacés par les mots "dix-huit mois".
1° dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots "quatre mois" sont remplacés par les mots "huit mois";
2° dans l'alinéa 1er, quatrième phrase, les mots "quatre mois" sont remplacés par les mots "dix mois";
3° dans l'alinéa 2, les mots "huit mois" sont remplacés par les mots "dix-huit mois".
Art. 33. In artikel XX.29, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" vervangen door de woorden "en verenigingen";
2° in paragraaf 3 worden de woorden ", de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "de gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "of de gerechtelijke vereffening".
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" vervangen door de woorden "en verenigingen";
2° in paragraaf 3 worden de woorden ", de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "de gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "of de gerechtelijke vereffening".
Art. 33. A l'article XX.29, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "ou à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes" sont remplacés par les mots "et des associations";
2° dans le paragraphe 3, les mots ", de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "de réorganisation judiciaire" et les mots "ou de liquidation judiciaire".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "ou à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes" sont remplacés par les mots "et des associations";
2° dans le paragraphe 3, les mots ", de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "de réorganisation judiciaire" et les mots "ou de liquidation judiciaire".
Art. 34. In boek XX, titel II, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een afdeling 2 ingevoegd luidende "Afdeling 2. Onderzoek op verzoek van de schuldenaar" en waarin artikel XX.29/1 is opgenomen.
Art. 34. Dans le livre XX, titre II, chapitre 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. Examen à la requête du débiteur" et qui comprend l'article XX.29/1.
Art. 35. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 34, wordt een artikel XX.29/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.29/1. § 1. Als er volgens zijn oordeel sprake is van dreigende insolventie kan de schuldenaar aan de kamer van ondernemingen in moeilijkheden vragen dat schuldeisers waarvan hij de identiteit, woonplaats, in voorkomend geval, ondernemingsnummer, maatschappelijke benaming, zetel en indien voorhanden, de hoedanigheid van de schuldvordering, kent, opgeroepen worden, om een schikking met die schuldeisers af te sluiten en te laten vaststellen door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden.
Het verzoek kan bij brief of mondeling worden gedaan wanneer de schuldenaar voor de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of diens verslaggever verschijnt.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden roept de genoemde schuldeisers op met een gewone brief of elektronische oproeping en hoort met gesloten deuren de schuldenaar en betrokken schuldeisers. De kamer hoort de betrokkenen afzonderlijk of gezamenlijk.
Na het horen van deze personen kan de kamer het onderzoek bedoeld in artikel XX.25, § 1, voortzetten of handelen zoals bepaald in artikel XX.25, § 2.
§ 2. De inning van fiscale schulden of sociaalrechtelijke heffingen kan geheel of gedeeltelijk met instemming van de openbare instelling worden opgeschort in gelijkaardige omstandigheden als degene waarin een private onderneming in dezelfde situatie ook zou kunnen overgaan.
§ 3. Indien een schikking tot stand komt, wordt de inhoud ervan opgetekend in een proces-verbaal waarvan de uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging."
"Art. XX.29/1. § 1. Als er volgens zijn oordeel sprake is van dreigende insolventie kan de schuldenaar aan de kamer van ondernemingen in moeilijkheden vragen dat schuldeisers waarvan hij de identiteit, woonplaats, in voorkomend geval, ondernemingsnummer, maatschappelijke benaming, zetel en indien voorhanden, de hoedanigheid van de schuldvordering, kent, opgeroepen worden, om een schikking met die schuldeisers af te sluiten en te laten vaststellen door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden.
Het verzoek kan bij brief of mondeling worden gedaan wanneer de schuldenaar voor de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of diens verslaggever verschijnt.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden roept de genoemde schuldeisers op met een gewone brief of elektronische oproeping en hoort met gesloten deuren de schuldenaar en betrokken schuldeisers. De kamer hoort de betrokkenen afzonderlijk of gezamenlijk.
Na het horen van deze personen kan de kamer het onderzoek bedoeld in artikel XX.25, § 1, voortzetten of handelen zoals bepaald in artikel XX.25, § 2.
§ 2. De inning van fiscale schulden of sociaalrechtelijke heffingen kan geheel of gedeeltelijk met instemming van de openbare instelling worden opgeschort in gelijkaardige omstandigheden als degene waarin een private onderneming in dezelfde situatie ook zou kunnen overgaan.
§ 3. Indien een schikking tot stand komt, wordt de inhoud ervan opgetekend in een proces-verbaal waarvan de uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging."
Art. 35. Dans la section 2 insérée par l'article 34, il est inséré un article XX.29/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.29/1. § 1er. Lorsqu'il estime qu'une probabilité d'insolvabilité existe, le débiteur peut demander à la chambre des entreprises en difficulté que les créanciers dont il connaît l'identité, le domicile et, le cas échéant, le numéro d'entreprise, la dénomination sociale et le siège et dans la mesure où elle est disponible, la qualité de la créance, soient convoqués devant la chambre des entreprises en difficultés afin de conclure un accord avec ces créanciers et d'en constater les termes.
La demande peut se faire par courrier ou oralement lors de la comparution du débiteur devant la chambre des entreprises en difficulté ou son rapporteur.
La chambre des entreprises en difficulté convoque les créanciers concernés par courrier ordinaire ou électronique et entend à huis clos le débiteur et lesdits créanciers. La chambre entend les intéressés individuellement ou en groupe.
A la suite de ces auditions, la chambre peut soit poursuivre l'examen visé à l'article XX.25, § 1er, soit procéder conformément à l'article XX.25, § 2.
§ 2. La perception de dettes fiscales ou prélèvements fiscaux ou de sécurité sociale peut être suspendue en tout ou en partie de l'assentiment de l'organisme public dans des conditions similaires à celles qu'octroierait, un opérateur économique privé placé dans la même situation.
§ 3. Si un accord intervient, un procès-verbal en constate les termes et l'expédition est revêtue de la formule exécutoire."
"Art. XX.29/1. § 1er. Lorsqu'il estime qu'une probabilité d'insolvabilité existe, le débiteur peut demander à la chambre des entreprises en difficulté que les créanciers dont il connaît l'identité, le domicile et, le cas échéant, le numéro d'entreprise, la dénomination sociale et le siège et dans la mesure où elle est disponible, la qualité de la créance, soient convoqués devant la chambre des entreprises en difficultés afin de conclure un accord avec ces créanciers et d'en constater les termes.
La demande peut se faire par courrier ou oralement lors de la comparution du débiteur devant la chambre des entreprises en difficulté ou son rapporteur.
La chambre des entreprises en difficulté convoque les créanciers concernés par courrier ordinaire ou électronique et entend à huis clos le débiteur et lesdits créanciers. La chambre entend les intéressés individuellement ou en groupe.
A la suite de ces auditions, la chambre peut soit poursuivre l'examen visé à l'article XX.25, § 1er, soit procéder conformément à l'article XX.25, § 2.
§ 2. La perception de dettes fiscales ou prélèvements fiscaux ou de sécurité sociale peut être suspendue en tout ou en partie de l'assentiment de l'organisme public dans des conditions similaires à celles qu'octroierait, un opérateur économique privé placé dans la même situation.
§ 3. Si un accord intervient, un procès-verbal en constate les termes et l'expédition est revêtue de la formule exécutoire."
Art. 36. In boek XX, titel II, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een afdeling 3 ingevoegd luidende "Afdeling 3. Ondernemingsbemiddeling" en waarin artikel XX.29/2 is opgenomen.
Art. 36. Dans le livre XX, titre II, chapitre 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. Médiation d'entreprise" et qui comprend l'article XX.29/2.
Art. 37. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 36, wordt een artikel XX.29/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.29/2. § 1. Op verzoek van de schuldenaar kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden een herstructureringsdeskundige aanstellen, om het herstel van de onderneming te vergemakkelijken.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, bepaalt bij beschikking gewezen in raadkamer de inhoud en de duur van de opdracht van de her-- structureringsdeskundige.
De beslissing over de aanstelling van een herstructureringsdeskundige die de opdracht van de bemiddeling bepaalt evenals diens verslagen zijn vertrouwelijk. Derden kunnen slechts kennis nemen van de verslagen van de herstructureringsdeskundige met instemming van de schuldenaar.
§ 2. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de herstructureringsdeskundige in verband met zijn bemiddeling van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1° van de Hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt deze vordering behandeld als een buitengewone schuldvordering in het kader van een reorganisatieplan."
"Art. XX.29/2. § 1. Op verzoek van de schuldenaar kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden een herstructureringsdeskundige aanstellen, om het herstel van de onderneming te vergemakkelijken.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, bepaalt bij beschikking gewezen in raadkamer de inhoud en de duur van de opdracht van de her-- structureringsdeskundige.
De beslissing over de aanstelling van een herstructureringsdeskundige die de opdracht van de bemiddeling bepaalt evenals diens verslagen zijn vertrouwelijk. Derden kunnen slechts kennis nemen van de verslagen van de herstructureringsdeskundige met instemming van de schuldenaar.
§ 2. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de herstructureringsdeskundige in verband met zijn bemiddeling van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1° van de Hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt deze vordering behandeld als een buitengewone schuldvordering in het kader van een reorganisatieplan."
Art. 37. Dans la section 3 insérée par l'article 36, il est inséré un article XX.29/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.29/2. § 1er. Lorsque le débiteur le demande, la chambre des entreprises en difficulté peut désigner un praticien de la réorganisation, en vue de faciliter le redressement de l'entreprise.
La chambre des entreprises en difficulté fixe par ordonnance donnée en chambre du conseil l'étendue et la durée de la mission du praticien de la réorganisation.
La décision qui désigne le praticien de la réorganisation et qui fixe sa mission de médiation ainsi que ses rapports sont confidentiels. Les tiers ne peuvent prendre connaissance des rapports du praticien de la réorganisation qu'avec l'assentiment du débiteur.
§ 2. La créance du praticien de la réorganisation en rapport avec la médiation bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent ou est traitée comme une créance sursitaire extraordinaire dans le cadre d'un plan de réorganisation."
"Art. XX.29/2. § 1er. Lorsque le débiteur le demande, la chambre des entreprises en difficulté peut désigner un praticien de la réorganisation, en vue de faciliter le redressement de l'entreprise.
La chambre des entreprises en difficulté fixe par ordonnance donnée en chambre du conseil l'étendue et la durée de la mission du praticien de la réorganisation.
La décision qui désigne le praticien de la réorganisation et qui fixe sa mission de médiation ainsi que ses rapports sont confidentiels. Les tiers ne peuvent prendre connaissance des rapports du praticien de la réorganisation qu'avec l'assentiment du débiteur.
§ 2. La créance du praticien de la réorganisation en rapport avec la médiation bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent ou est traitée comme une créance sursitaire extraordinaire dans le cadre d'un plan de réorganisation."
Art. 38. In artikel XX.30 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wetten van 15 april 2018 en 21 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer gebeurtenissen die leiden tot onbestuurbaarheid van de onderneming door haar bestuurders of wanneer kennelijke tekortkomingen van de schuldenaar of van een van haar organen de continuïteit van de onderneming of van haar economische activiteiten in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren, kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding, een of meer herstructureringsdeskundigen aanstellen.";
2° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundige" en worden de woorden "de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris" vervangen door de woorden "aan hem gegeven opdracht";
3° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundige".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer gebeurtenissen die leiden tot onbestuurbaarheid van de onderneming door haar bestuurders of wanneer kennelijke tekortkomingen van de schuldenaar of van een van haar organen de continuïteit van de onderneming of van haar economische activiteiten in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren, kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding, een of meer herstructureringsdeskundigen aanstellen.";
2° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundige" en worden de woorden "de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris" vervangen door de woorden "aan hem gegeven opdracht";
3° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundige".
Art. 38. A l'article XX.30 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par les lois des 15 avril 2018 et 21 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque des événements rendent l'entreprise ingérable par ses dirigeants ou lorsque des manquements caractérisés du débiteur ou de l'un de ses organes menacent la continuité de l'entreprise ou de ses activités économiques et que la mesure sollicitée est de nature à préserver cette continuité, le président du tribunal, saisi par le débiteur, le ministère public ou tout intéressé selon les formes du référé, peut désigner un ou plusieurs praticiens de la réorganisation.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par "praticien de la réorganisation" et dans le texte néerlandais les mots "de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris" sont remplacés par les mots "aan hem gegeven opdracht";
3° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par "praticien de la réorganisation".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque des événements rendent l'entreprise ingérable par ses dirigeants ou lorsque des manquements caractérisés du débiteur ou de l'un de ses organes menacent la continuité de l'entreprise ou de ses activités économiques et que la mesure sollicitée est de nature à préserver cette continuité, le président du tribunal, saisi par le débiteur, le ministère public ou tout intéressé selon les formes du référé, peut désigner un ou plusieurs praticiens de la réorganisation.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par "praticien de la réorganisation" et dans le texte néerlandais les mots "de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris" sont remplacés par les mots "aan hem gegeven opdracht";
3° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par "praticien de la réorganisation".
Art. 39. Artikel XX.31 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt opgeheven.
Art. 39. L'article XX.31 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est abrogé.
Art. 40. In artikel XX.33, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden ", XX.31" worden opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de woorden "door toedoen van de griffier".
1° de woorden ", XX.31" worden opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de woorden "door toedoen van de griffier".
Art. 40. A l'article XX.33, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots ", XX.31" sont abrogés;
2° l'alinéa est complété par les mots "par les soins du greffier".
1° les mots ", XX.31" sont abrogés;
2° l'alinéa est complété par les mots "par les soins du greffier".
Art. 41. In artikel XX.34 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden ", XX.31" opgeheven.
Art. 41. Dans l'article XX.34 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots ", XX.31" sont abrogés.
Art. 42. In artikel XX.35, enig lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden ", XX.31" opgeheven.
Art. 42. Dans l'article XX.35, alinéa unique, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots ", XX.31" sont abrogés.
Art. 43. In boek XX van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het opschrift van titel IV vervangen als volgt:
"Titel IV. Minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie".
"Titel IV. Minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie".
Art. 43. Dans le livre XX du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'intitulé du titre IV est remplacé par ce qui suit:
"Titre IV. Accord amiable hors réorganisation judiciaire".
"Titre IV. Accord amiable hors réorganisation judiciaire".
Art. 44. Artikel XX.36 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 44. L'article XX.36 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 45. In artikel XX.37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen" vervangen door de woorden "een of meer van zijn schuldeisers" en in de Franse tekst van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de de" vervangen door het woord "de" en wordt de zin "Hij kan hiertoe de aanwijzing van een ondernemingsbemiddelaar voorstellen." opgeheven;
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het voorstel mag worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans, in het Duits of in een taal die in internationale zakelijke betrekkingen wordt gebruikt.";
3° de paragrafen 2 en 4 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen" vervangen door de woorden "een of meer van zijn schuldeisers" en in de Franse tekst van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de de" vervangen door het woord "de" en wordt de zin "Hij kan hiertoe de aanwijzing van een ondernemingsbemiddelaar voorstellen." opgeheven;
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het voorstel mag worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans, in het Duits of in een taal die in internationale zakelijke betrekkingen wordt gebruikt.";
3° de paragrafen 2 en 4 worden opgeheven.
Art. 45. A l'article XX.37 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "tous ses créanciers ou à deux au moins d'entre eux" sont remplacés par les mots "un ou plusieurs de ses créanciers", les mots "de de" sont remplacés par le mot "de" et la phrase "Il peut à cette fin proposer la désignation d'un médiateur d'entreprise." est abrogée;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La proposition peut être rédigée en français, en néerlandais ou en allemand ou dans une langue utilisée dans le commerce international.";
3° les paragraphes 2 et 4 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "tous ses créanciers ou à deux au moins d'entre eux" sont remplacés par les mots "un ou plusieurs de ses créanciers", les mots "de de" sont remplacés par le mot "de" et la phrase "Il peut à cette fin proposer la désignation d'un médiateur d'entreprise." est abrogée;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La proposition peut être rédigée en français, en néerlandais ou en allemand ou dans une langue utilisée dans le commerce international.";
3° les paragraphes 2 et 4 sont abrogés.
Art. 46. Artikel XX.38 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.38. § 1. Bij tegensprekelijk verzoekschrift gericht aan de voorzitter van de rechtbank en waarvan kennis is gegeven aan alle bij het akkoord betrokken partijen, kan de schuldenaar of een van de partijen bij het akkoord verzoeken het minnelijk akkoord te homologeren, en in voorkomend geval, er een uitvoerend karakter aan verlenen voor alle of een deel van de erin vermelde schuldvorderingen. De procedure verloopt volgens de bepalingen van de artikelen 1025 tot 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek. Het verzoekschrift moet evenwel niet noodzakelijk door een advocaat worden ondertekend. Het wordt neergelegd in de taal van de rechtbank.
Het verzoekschrift tot homologatie wordt door de verzoeker neergelegd in het register. De verzoeker nodigt de deelnemende partijen uit om kennis te nemen van het verzoek in het register.
Derden die geen partij zijn bij het akkoord kunnen slechts kennis nemen van het verzoekschrift met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar.
De rechter weigert het akkoord te homologeren indien de schuldenaar kennelijk geen economische overlevingskansen heeft of indien het akkoord kennelijk niet kan worden uitgevoerd zonder nadelige effecten voor de rechten van derden op activa van de schuldenaar.
§ 2. De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan, indien dat akkoord wordt gehomologeerd.
Wanneer het akkoord gehomologeerd wordt, kunnen de schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, een andere schuldeiser of derden enkel en alleen omdat het minnelijk akkoord het niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten in stand te houden.
§ 3. Deze beslissing wordt niet bekend gemaakt en er wordt geen kennis van gegeven. Zij is niet vatbaar voor hoger beroep.
De voorzitter van de rechtbank kan in voorkomend geval op verzoek van de schuldenaar een herstructureringsdeskundige aanstellen teneinde de uitvoering van het minnelijk akkoord te vergemakkelijken.
§ 4. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de kostprijs van de wettelijke formaliteiten die nodig zijn voor de tegenwerpbaarheid aan derden van de door een minnelijk akkoord verleende rechten het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851."
"Art. XX.38. § 1. Bij tegensprekelijk verzoekschrift gericht aan de voorzitter van de rechtbank en waarvan kennis is gegeven aan alle bij het akkoord betrokken partijen, kan de schuldenaar of een van de partijen bij het akkoord verzoeken het minnelijk akkoord te homologeren, en in voorkomend geval, er een uitvoerend karakter aan verlenen voor alle of een deel van de erin vermelde schuldvorderingen. De procedure verloopt volgens de bepalingen van de artikelen 1025 tot 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek. Het verzoekschrift moet evenwel niet noodzakelijk door een advocaat worden ondertekend. Het wordt neergelegd in de taal van de rechtbank.
Het verzoekschrift tot homologatie wordt door de verzoeker neergelegd in het register. De verzoeker nodigt de deelnemende partijen uit om kennis te nemen van het verzoek in het register.
Derden die geen partij zijn bij het akkoord kunnen slechts kennis nemen van het verzoekschrift met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar.
De rechter weigert het akkoord te homologeren indien de schuldenaar kennelijk geen economische overlevingskansen heeft of indien het akkoord kennelijk niet kan worden uitgevoerd zonder nadelige effecten voor de rechten van derden op activa van de schuldenaar.
§ 2. De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan, indien dat akkoord wordt gehomologeerd.
Wanneer het akkoord gehomologeerd wordt, kunnen de schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, een andere schuldeiser of derden enkel en alleen omdat het minnelijk akkoord het niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten in stand te houden.
§ 3. Deze beslissing wordt niet bekend gemaakt en er wordt geen kennis van gegeven. Zij is niet vatbaar voor hoger beroep.
De voorzitter van de rechtbank kan in voorkomend geval op verzoek van de schuldenaar een herstructureringsdeskundige aanstellen teneinde de uitvoering van het minnelijk akkoord te vergemakkelijken.
§ 4. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de kostprijs van de wettelijke formaliteiten die nodig zijn voor de tegenwerpbaarheid aan derden van de door een minnelijk akkoord verleende rechten het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851."
Art. 46. L'article XX.38 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.38. § 1er. Par requête contradictoire adressée au président du tribunal et notifiée à toutes les parties concernées par l'accord, le débiteur ou l'une des parties à l'accord peut demander au président du tribunal d'homologuer l'accord amiable et, le cas échéant, de conférer un caractère exécutoire à tout ou partie des créances qui y sont mentionnées. La procédure suivie est celle des articles 1025 à 1034ter du Code judiciaire. La requête ne doit pas nécessairement être signée par un avocat. Elle est déposée dans la langue du tribunal.
La requête en homologation est insérée dans le registre par le requérant. Le requérant invite les parties concernées à prendre connaissance de la requête par le biais du registre.
Les tiers qui n'ont pas été partie à l'accord, ne peuvent prendre connaissance de la requête sans l'assentiment exprès du débiteur.
Le juge refuse d'homologuer l'accord si le débiteur n'a manifestement pas de perspective de viabilité économique ou si l'accord ne peut manifestement pas être réalisé sans porter préjudice aux droits des tiers sur les actifs du débiteur.
§ 2. Les articles 8.22 du Code civil, XX.111, 2° et 3°, et XX.112 ne sont applicables ni à un accord amiable ni aux actes accomplis en exécution de celui-ci, si cet accord a été homologué.
Lorsque l'accord a été homologué, la responsabilité des créanciers qui participent à un accord amiable ne peut être poursuivie par le débiteur, un autre créancier ou par les tiers pour la seule raison que l'accord amiable n'a pas effectivement permis de préserver la continuité de tout ou partie des actifs ou des activités.
§ 3. Cette décision n'est soumise ni à publication, ni à notification. Elle n'est pas susceptible d'appel.
Le président du tribunal peut, le cas échéant, désigner à la demande du débiteur un praticien de la réorganisation en vue de faciliter l'exécution de l'accord amiable.
§ 4. Le coût des formalités légales nécessaires à l'opposabilité aux tiers des droits conférés par un accord amiable bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent."
"Art. XX.38. § 1er. Par requête contradictoire adressée au président du tribunal et notifiée à toutes les parties concernées par l'accord, le débiteur ou l'une des parties à l'accord peut demander au président du tribunal d'homologuer l'accord amiable et, le cas échéant, de conférer un caractère exécutoire à tout ou partie des créances qui y sont mentionnées. La procédure suivie est celle des articles 1025 à 1034ter du Code judiciaire. La requête ne doit pas nécessairement être signée par un avocat. Elle est déposée dans la langue du tribunal.
La requête en homologation est insérée dans le registre par le requérant. Le requérant invite les parties concernées à prendre connaissance de la requête par le biais du registre.
Les tiers qui n'ont pas été partie à l'accord, ne peuvent prendre connaissance de la requête sans l'assentiment exprès du débiteur.
Le juge refuse d'homologuer l'accord si le débiteur n'a manifestement pas de perspective de viabilité économique ou si l'accord ne peut manifestement pas être réalisé sans porter préjudice aux droits des tiers sur les actifs du débiteur.
§ 2. Les articles 8.22 du Code civil, XX.111, 2° et 3°, et XX.112 ne sont applicables ni à un accord amiable ni aux actes accomplis en exécution de celui-ci, si cet accord a été homologué.
Lorsque l'accord a été homologué, la responsabilité des créanciers qui participent à un accord amiable ne peut être poursuivie par le débiteur, un autre créancier ou par les tiers pour la seule raison que l'accord amiable n'a pas effectivement permis de préserver la continuité de tout ou partie des actifs ou des activités.
§ 3. Cette décision n'est soumise ni à publication, ni à notification. Elle n'est pas susceptible d'appel.
Le président du tribunal peut, le cas échéant, désigner à la demande du débiteur un praticien de la réorganisation en vue de faciliter l'exécution de l'accord amiable.
§ 4. Le coût des formalités légales nécessaires à l'opposabilité aux tiers des droits conférés par un accord amiable bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent."
Art. 47. In boek XX van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het opschrift van titel V vervangen als volgt:
"Titel V. Algemene bepalingen voor Titel V/I en V/II".
"Titel V. Algemene bepalingen voor Titel V/I en V/II".
Art. 47. Dans le livre XX du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'intitulé du titre V est remplacé par ce qui suit:
"Titre V. Dispositions générales pour les Titres V/I et V/II".
"Titre V. Dispositions générales pour les Titres V/I et V/II".
Art. 48. In boek XX, titel V, gewijzigd bij artikel 47, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen betreffende titel V/I en V/II".
"Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen betreffende titel V/I en V/II".
Art. 48. Dans le livre XX, titre V, modifié par l'article 47, l'intitulé du chapitre 1er est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre 1er. Dispositions introductives relatives aux titres V/I et V/II".
"Chapitre 1er. Dispositions introductives relatives aux titres V/I et V/II".
Art. 49. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 48, wordt afdeling 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, opgeheven.
Art. 49. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, modifié par l'article 48, la section 1re, insérée par la loi du 11 août 2017, est abrogée.
Art. 50. Artikel XX.39 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 50. L'article XX.39 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 51. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, wordt de afdeling 1/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2021, die artikel XX.39/1 bevat, opgeheven.
Art. 51. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, la section 1re/1, du même Code, insérée par la loi du 21 mars 2021, qui comprend l'article XX.39/1, est abrogée.
Art. 52. Artikel XX.39/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2021, wordt opgeheven.
Art. 52. L'article XX.39/1 du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2021, est abrogé.
Art. 53. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 48, wordt een artikel XX.39/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.39/2. De bepalingen van de titels V tot en met V/II gelden onverminderd de verplichtingen om de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen, met inbegrip van diegene die in dit Wetboek zijn opgenomen."
"Art. XX.39/2. De bepalingen van de titels V tot en met V/II gelden onverminderd de verplichtingen om de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen, met inbegrip van diegene die in dit Wetboek zijn opgenomen."
Art. 53. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, modifié par l'article 48, il est inséré un article XX.39/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.39/2. Les dispositions des titres V à V/II laissent entières les obligations de consulter et d'informer les travailleurs ou leurs représentants conformément aux dispositions légales ou conventionnelles en vigueur y compris celles contenues dans le présent Code."
"Art. XX.39/2. Les dispositions des titres V à V/II laissent entières les obligations de consulter et d'informer les travailleurs ou leurs représentants conformément aux dispositions légales ou conventionnelles en vigueur y compris celles contenues dans le présent Code."
Art. 54. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 48, wordt afdeling 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, opgeheven.
Art. 54. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, modifié par l'article 48, la section 2, insérée par la loi du 11 août 2017, est abrogée.
Art. 55. In artikel XX.40, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en van de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "gehouden";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ", worden de woorden "of op de lijst door de schuldenaar bezorgd aan de herstructureringsdeskundige overeenkomstig artikel XX.83/23" ingevoegd tussen de woorden "7° " en de woorden "krijgt inzage in het dossier" en wordt het lid aangevuld met de volgende zin, luidende:
"Een schuldeiser geregistreerd via het register wordt toegelaten door de schuldenaar, of bij weigering van toegang door de gedelegeerd rechter.";
3° in paragraaf 3, tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of indien er geen is, een vakbondsafvaardiging, of indien er geen is, een werknemersafvaardiging, krijgen inzage in het dossier van de openbare gerechtelijke reorganisatie of van de overdracht onder gerechtelijk gezag. De vertegenwoordigers die niet reeds vermeld waren bij de gegevens bedoeld in artikel XX.41, § 2, worden toegelaten door de schuldenaar. Bij weigering van de schuldenaar worden zij toegelaten door de gedelegeerd rechter.";
4° in paragraaf 3, derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "Iedere" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel XX.21/1 kan iedere".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en van de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "gehouden";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ", worden de woorden "of op de lijst door de schuldenaar bezorgd aan de herstructureringsdeskundige overeenkomstig artikel XX.83/23" ingevoegd tussen de woorden "7° " en de woorden "krijgt inzage in het dossier" en wordt het lid aangevuld met de volgende zin, luidende:
"Een schuldeiser geregistreerd via het register wordt toegelaten door de schuldenaar, of bij weigering van toegang door de gedelegeerd rechter.";
3° in paragraaf 3, tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of indien er geen is, een vakbondsafvaardiging, of indien er geen is, een werknemersafvaardiging, krijgen inzage in het dossier van de openbare gerechtelijke reorganisatie of van de overdracht onder gerechtelijk gezag. De vertegenwoordigers die niet reeds vermeld waren bij de gegevens bedoeld in artikel XX.41, § 2, worden toegelaten door de schuldenaar. Bij weigering van de schuldenaar worden zij toegelaten door de gedelegeerd rechter.";
4° in paragraaf 3, derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "Iedere" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel XX.21/1 kan iedere".
Art. 55. A l'article XX.40, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "et du transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "judiciaire" et le mot "contenant";
2° dans paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ", les mots "ou sur la liste remise par le débiteur au praticien de la réorganisation conformément à l'article XX.83/23" sont insérés entre les mots "7° " et les mots "peut prendre connaissance du dossier" et l'alinéa est complété par la phrase rédigée comme suit:
"Un créancier qui s'est enregistré dans le registre, peut être autorisé à accéder au dossier par le débiteur, ou en cas de refus opposé par le débiteur, par le juge délégué.";
3° dans le paragraphe 3, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, au sein du comité pour la prévention et la protection au travail ou, à défaut, la délégation syndicale ou à défaut, une délégation du personnel ont accès au dossier de la réorganisation judiciaire publique ou du transfert sous autorité judiciaire. Les représentants qui ne figuraient pas dans les données visées à l'article XX.41, § 2, sont autorisés à accéder au dossier par la voie du débiteur. En cas de refus opposé par le débiteur, le juge délégué leur donne l'accès.";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, le mot "Toute" est remplacé par les mots "Sans préjudice de l'article XX.21/1, toute".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "et du transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "judiciaire" et le mot "contenant";
2° dans paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ", les mots "ou sur la liste remise par le débiteur au praticien de la réorganisation conformément à l'article XX.83/23" sont insérés entre les mots "7° " et les mots "peut prendre connaissance du dossier" et l'alinéa est complété par la phrase rédigée comme suit:
"Un créancier qui s'est enregistré dans le registre, peut être autorisé à accéder au dossier par le débiteur, ou en cas de refus opposé par le débiteur, par le juge délégué.";
3° dans le paragraphe 3, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, au sein du comité pour la prévention et la protection au travail ou, à défaut, la délégation syndicale ou à défaut, une délégation du personnel ont accès au dossier de la réorganisation judiciaire publique ou du transfert sous autorité judiciaire. Les représentants qui ne figuraient pas dans les données visées à l'article XX.41, § 2, sont autorisés à accéder au dossier par la voie du débiteur. En cas de refus opposé par le débiteur, le juge délégué leur donne l'accès.";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, le mot "Toute" est remplacé par les mots "Sans préjudice de l'article XX.21/1, toute".
Art. 56. In boek XX, titel V, gewijzigd bij artikel 47, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd luidende "Hoofdstuk 2. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de procedures van openbare gerechtelijke reorganisatie en overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag" en waarin de artikelen XX.41 tot en met XX.63 zijn opgenomen.
Art. 56. Dans le livre XX, titre V, modifié par l'article 47, du même Code, il est inséré un chapitre 2 intitulé "Chapitre 2. Dispositions communes relatives aux procédures publiques de réorganisation judiciaire et de transfert sous contrôle judiciaire" et qui comprend les articles XX.41 à XX.63.
Art. 57. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 3, met het opschrift "Afdeling 3. - Verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en daarop volgende procedure" afdeling 1 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Afdeling 1. Verzoek tot openbare gerechtelijke reorganisatie, overdracht onder gerechtelijk gezag en daarop volgende procedure".
Art. 57. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 3 intitulée "Section 3. - Requête en réorganisation judiciaire publique et procédure subséquente" devient la section 1re du chapitre 2, insérée par l'article 56, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Section 1re. Requête en réorganisation judiciaire publique, en transfert sous autorité judiciaire et procédure subséquente".
Art. 58. In artikel XX.41, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wetten van 15 april 2018 en 21 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, enig lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden "aanvraagt,";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Op straffe van niet-ontvankelijkheid, voegt hij" vervangen door de woorden "Hij voegt";
3° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "à bref délai ou à terme" vervangen door de woorden "à court ou moyen terme";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "of de doelstellingen" opgeheven en in de Franse tekst wordt het woord "lesquels" vervangen door het woord "lequel" en worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "aanvraagt";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "duurt";
6° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, worden de woorden "hetzij een externe accountant, hetzij een externe erkend boekhouder of een externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "hetzij een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant hetzij een fiscaal accountant";
7° in paragraaf 2, eerste lid, 7°, worden de woorden "waar mogelijk" ingevoegd voor de woorden ", een volledige lijst" en worden de woorden "roerende zekerheid of een hypotheek of dat eigendom is van de betrokken schuldeiser" vervangen door het woord "zekerheid";
8° in paragraaf 2, eerste lid, worden de bepalingen onder 8° /1 en 8° /2 ingevoegd, luidende:
"8° /1 de vermelding van het aantal werknemers tewerkgesteld op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift;
8° /2 de identificatiegegevens van de verbonden ondernemingen;";
9° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
"De kleine of middelgrote onderneming bedoeld in artikel XX.66/1, die, wanneer zij een collectief akkoord ambieert, opteert voor het stelsel bedoeld voor de grote ondernemingen, vermeldt dit in haar verzoekschrift.";
10° in paragraaf 2 wordt in het tweede lid, dat het derde lid wordt, tussen de eerste en de tweede zin, een zin ingevoegd, luidende:
"Hij kan in het bijzonder de namen opgeven van de vertegenwoordigers van het personeel.";
11° de paragrafen 3/1 en 3/2 worden ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De schuldenaar die de stukken vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5° tot 9° niet bij zijn verzoekschrift kan voegen, legt ze neer in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting bedoeld in artikel XX.46.
Indien de schuldenaar ondanks deze termijn niet in staat is de gevraagde documenten te verstrekken, legt hij binnen dezelfde termijn een nota in het register neer waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom hij deze documenten niet heeft kunnen verstrekken.
De rechtbank oordeelt op grond van de overgelegde stukken.
§ 3/2. Als het verzoekschrift ertoe strekt de onderneming over te dragen in de omstandigheden bedoeld in titel V/II van dit boek, houdt het verzoekschrift de gegevens in vermeld in paragraaf 2, eerste lid, met uitzondering van de gegevens bedoeld onder de nummers 6° en 8°. Het verzoekschrift kan op elk ogenblik worden aangevuld hetzij op initiatief van de schuldenaar hetzij na beslissing van de gedelegeerd rechter.";
12° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "en van de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd na de woorden "gerechtelijke reorganisatie".
1° in paragraaf 1, enig lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden "aanvraagt,";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Op straffe van niet-ontvankelijkheid, voegt hij" vervangen door de woorden "Hij voegt";
3° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "à bref délai ou à terme" vervangen door de woorden "à court ou moyen terme";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "of de doelstellingen" opgeheven en in de Franse tekst wordt het woord "lesquels" vervangen door het woord "lequel" en worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "aanvraagt";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en het woord "duurt";
6° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, worden de woorden "hetzij een externe accountant, hetzij een externe erkend boekhouder of een externe erkend boekhouder-fiscalist" vervangen door de woorden "hetzij een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant hetzij een fiscaal accountant";
7° in paragraaf 2, eerste lid, 7°, worden de woorden "waar mogelijk" ingevoegd voor de woorden ", een volledige lijst" en worden de woorden "roerende zekerheid of een hypotheek of dat eigendom is van de betrokken schuldeiser" vervangen door het woord "zekerheid";
8° in paragraaf 2, eerste lid, worden de bepalingen onder 8° /1 en 8° /2 ingevoegd, luidende:
"8° /1 de vermelding van het aantal werknemers tewerkgesteld op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift;
8° /2 de identificatiegegevens van de verbonden ondernemingen;";
9° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
"De kleine of middelgrote onderneming bedoeld in artikel XX.66/1, die, wanneer zij een collectief akkoord ambieert, opteert voor het stelsel bedoeld voor de grote ondernemingen, vermeldt dit in haar verzoekschrift.";
10° in paragraaf 2 wordt in het tweede lid, dat het derde lid wordt, tussen de eerste en de tweede zin, een zin ingevoegd, luidende:
"Hij kan in het bijzonder de namen opgeven van de vertegenwoordigers van het personeel.";
11° de paragrafen 3/1 en 3/2 worden ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De schuldenaar die de stukken vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5° tot 9° niet bij zijn verzoekschrift kan voegen, legt ze neer in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting bedoeld in artikel XX.46.
Indien de schuldenaar ondanks deze termijn niet in staat is de gevraagde documenten te verstrekken, legt hij binnen dezelfde termijn een nota in het register neer waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom hij deze documenten niet heeft kunnen verstrekken.
De rechtbank oordeelt op grond van de overgelegde stukken.
§ 3/2. Als het verzoekschrift ertoe strekt de onderneming over te dragen in de omstandigheden bedoeld in titel V/II van dit boek, houdt het verzoekschrift de gegevens in vermeld in paragraaf 2, eerste lid, met uitzondering van de gegevens bedoeld onder de nummers 6° en 8°. Het verzoekschrift kan op elk ogenblik worden aangevuld hetzij op initiatief van de schuldenaar hetzij na beslissing van de gedelegeerd rechter.";
12° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "en van de overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd na de woorden "gerechtelijke reorganisatie".
Art. 58. A l'article XX.41, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par les lois des 15 avril 2018 et 21 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa unique, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "judiciaire" et le mot "adresse";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "A peine d'irrecevabilité, il" sont remplacés par le mot "Il";
3° dans paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "à bref délai ou à terme" sont remplacés par les mots "à court ou moyen terme";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "ou les objectifs" sont abrogés et le mot "lesquels" est remplacé par le mot "lequel" et le 2° est complété par les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "réorganisation" et le mot "et";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 5°, les mots "d'un expert-comptable externe, d'un comptable agréé externe ou d'un comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "d'un expert-comptable certifié, d'un expert-comptable ou d'un expert-comptable fiscaliste";
7° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 7°, les mots "lorsque la chose est possible" sont insérés avant les mots ", une liste complète", et les mots ", de leur adresse" et les mots "mobilière ou d'une hypothèque ou propriété de ce créancier" sont abrogés";
8° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, sont insérés les 8° /1 et 8° /2 rédigés comme suit:
"8° /1 la mention du nombre de travailleurs occupés au moment du dépôt de la requête;
8° /2 les données d'identification des entreprises liées;";
9° dans le paragraphe 2, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"La petite ou moyenne entreprise visée à l'article XX.66/1, qui entend, lorsqu'elle souhaite obtenir un accord collectif, se prévaloir du système prévu pour les grandes entreprises, le mentionne dans sa requête.";
10° dans le paragraphe 2, dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré une phrase entre la 1re et 2e phrase rédigée comme suit:
"Il peut notamment donner les noms des représentants du personnel.";
11° les paragraphes 3/1 et 3/2 rédigés comme suit sont insérés:
" § 3/1. Si le débiteur n'est pas en mesure de joindre, à sa requête, les documents visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 5° à 9°, il les dépose dans le registre au plus tard deux jours avant l'audience visée à l'article XX.46.
Si malgré ce délai le débiteur n'est pas en mesure d'apporter les documents requis, il dépose dans le registre dans le même délai une note indiquant de façon circonstanciée les motifs pour lesquels il n'a pu y pourvoir.
Le tribunal statue en considération des éléments qui lui ont été soumis.
§ 3/2. Si la requête tend à obtenir le transfert de l'entreprise dans les circonstances visées au titre V/II du présent livre, la requête contient les éléments visés au paragraphe 2, alinéa 1er, à l'exception des éléments repris sous les 6° et 8°. Elle peut être complétée à tout moment d'initiative par le débiteur ou à la suite d'une décision du juge délégué.";
12° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "et du transfert sous autorité judiciaire" sont insérés après les mots "réorganisation judiciaire".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa unique, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "judiciaire" et le mot "adresse";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "A peine d'irrecevabilité, il" sont remplacés par le mot "Il";
3° dans paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "à bref délai ou à terme" sont remplacés par les mots "à court ou moyen terme";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "ou les objectifs" sont abrogés et le mot "lesquels" est remplacé par le mot "lequel" et le 2° est complété par les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre le mot "réorganisation" et le mot "et";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 5°, les mots "d'un expert-comptable externe, d'un comptable agréé externe ou d'un comptable-fiscaliste agréé externe" sont remplacés par les mots "d'un expert-comptable certifié, d'un expert-comptable ou d'un expert-comptable fiscaliste";
7° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 7°, les mots "lorsque la chose est possible" sont insérés avant les mots ", une liste complète", et les mots ", de leur adresse" et les mots "mobilière ou d'une hypothèque ou propriété de ce créancier" sont abrogés";
8° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, sont insérés les 8° /1 et 8° /2 rédigés comme suit:
"8° /1 la mention du nombre de travailleurs occupés au moment du dépôt de la requête;
8° /2 les données d'identification des entreprises liées;";
9° dans le paragraphe 2, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"La petite ou moyenne entreprise visée à l'article XX.66/1, qui entend, lorsqu'elle souhaite obtenir un accord collectif, se prévaloir du système prévu pour les grandes entreprises, le mentionne dans sa requête.";
10° dans le paragraphe 2, dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré une phrase entre la 1re et 2e phrase rédigée comme suit:
"Il peut notamment donner les noms des représentants du personnel.";
11° les paragraphes 3/1 et 3/2 rédigés comme suit sont insérés:
" § 3/1. Si le débiteur n'est pas en mesure de joindre, à sa requête, les documents visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 5° à 9°, il les dépose dans le registre au plus tard deux jours avant l'audience visée à l'article XX.46.
Si malgré ce délai le débiteur n'est pas en mesure d'apporter les documents requis, il dépose dans le registre dans le même délai une note indiquant de façon circonstanciée les motifs pour lesquels il n'a pu y pourvoir.
Le tribunal statue en considération des éléments qui lui ont été soumis.
§ 3/2. Si la requête tend à obtenir le transfert de l'entreprise dans les circonstances visées au titre V/II du présent livre, la requête contient les éléments visés au paragraphe 2, alinéa 1er, à l'exception des éléments repris sous les 6° et 8°. Elle peut être complétée à tout moment d'initiative par le débiteur ou à la suite d'une décision du juge délégué.";
12° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "et du transfert sous autorité judiciaire" sont insérés après les mots "réorganisation judiciaire".
Art. 59. In artikel XX.44 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of tot overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ", ongeacht";
2° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden ", kunnen";
3° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, in de tweede zin, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "tot gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of tot overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ", kunnen" ingevoegd;
5° paragraaf 3, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° op uitdrukkelijk verzoek van de schuldenaar spreekt de rechtbank de schorsing van de gedwongen verkoopswerkzaamheden uit, voorafgaand aan of gelijktijdig met de beslissing de procedure te openen, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, evenals de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser en de schuldenaar. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. De werkelijke kosten waaraan de notaris werd blootgesteld in het kader van de gedwongen verkoop, tussen zijn aanstelling en het neerleggen van het verzoekschrift, zijn ten laste van de schuldenaar;";
6° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "heeft ingediend", wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord vereffeningsdeskundige" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice à ce dernier" vervangen door de woorden "judiciaire";
7° in paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "artikel XX.43" vervangen door de woorden "de paragrafen 2 en 3".
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of tot overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ", ongeacht";
2° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden ", kunnen";
3° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, in de tweede zin, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "tot gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of tot overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ", kunnen" ingevoegd;
5° paragraaf 3, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° op uitdrukkelijk verzoek van de schuldenaar spreekt de rechtbank de schorsing van de gedwongen verkoopswerkzaamheden uit, voorafgaand aan of gelijktijdig met de beslissing de procedure te openen, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, evenals de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser en de schuldenaar. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. De werkelijke kosten waaraan de notaris werd blootgesteld in het kader van de gedwongen verkoop, tussen zijn aanstelling en het neerleggen van het verzoekschrift, zijn ten laste van de schuldenaar;";
6° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "heeft ingediend", wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord vereffeningsdeskundige" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice à ce dernier" vervangen door de woorden "judiciaire";
7° in paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "artikel XX.43" vervangen door de woorden "de paragrafen 2 en 3".
Art. 59. A l'article XX.44 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", que";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", les";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, dans la deuxième phrase, les mots "en réorganisation judiciaire" sont chaque fois abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", les opérations";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° à la demande expresse du débiteur dans sa requête, le tribunal prononce la suspension des opérations de vente forcée, préalablement ou conjointement à la décision prononçant l'ouverture de la procédure, après avoir entendu le juge délégué en son rapport, ainsi que les créanciers hypothécaires privilégiés inscrits, le créancier saisissant et le débiteur. La demande en suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Les frais réels exposés par le notaire dans le cadre de la vente forcée, entre sa désignation et le dépôt de la requête, sont à charge du débiteur;";
6° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", la vente", les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "de justice à ce dernier" sont remplacés par les mots "judiciaire";
7° dans le paragraphe 5, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "à l'article XX.43" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 2 et 3".
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", que";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", les";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, dans la deuxième phrase, les mots "en réorganisation judiciaire" sont chaque fois abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", les opérations";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° à la demande expresse du débiteur dans sa requête, le tribunal prononce la suspension des opérations de vente forcée, préalablement ou conjointement à la décision prononçant l'ouverture de la procédure, après avoir entendu le juge délégué en son rapport, ainsi que les créanciers hypothécaires privilégiés inscrits, le créancier saisissant et le débiteur. La demande en suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Les frais réels exposés par le notaire dans le cadre de la vente forcée, entre sa désignation et le dépôt de la requête, sont à charge du débiteur;";
6° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", la vente", les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "de justice à ce dernier" sont remplacés par les mots "judiciaire";
7° dans le paragraphe 5, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "à l'article XX.43" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 2 et 3".
Art. 60. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 4, met het opschrift "Afdeling 4. - Voorwaarden voor de opening van de procedure van openbare gerechtelijke reorganisatie" afdeling 2 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Afdeling 2. Voorwaarden voor de opening van de procedure van openbare gerechtelijke reorganisatie of van overdracht onder gerechtelijk gezag".
Art. 60. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 4 intitulée "Section 4. - Conditions pour l'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire publique" devient la section 2 du chapitre 2, inséré par l'article 56, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Section 2. Conditions pour l'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire publique ou de transfert sous autorité judiciaire".
Art. 61. In artikel XX.45 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen het woord "reorganisatie" en het woord "wordt" ingevoegd, wordt het woord "onderneming" vervangen door het woord "schuldenaar" en in de Franse tekst worden de woorden "à bref délai ou à terme" vervangen door de woorden "à court ou moyen terme";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen het woord "reorganisatie" en het woord "kan" ingevoegd;
4° in paragraaf 5 wordt het eerste lid opgeheven;
5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de worden "zes maanden" vervangen door de woorden "twaalf maanden";
6° in het derde lid worden de woorden "meer dan drie maar" opgeheven;
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het neerleggen een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie geen instemming nodig van de algemene vergadering of van bepaalde kapitaalhouders."
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen het woord "reorganisatie" en het woord "wordt" ingevoegd, wordt het woord "onderneming" vervangen door het woord "schuldenaar" en in de Franse tekst worden de woorden "à bref délai ou à terme" vervangen door de woorden "à court ou moyen terme";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen het woord "reorganisatie" en het woord "kan" ingevoegd;
4° in paragraaf 5 wordt het eerste lid opgeheven;
5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de worden "zes maanden" vervangen door de woorden "twaalf maanden";
6° in het derde lid worden de woorden "meer dan drie maar" opgeheven;
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het neerleggen een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie geen instemming nodig van de algemene vergadering of van bepaalde kapitaalhouders."
Art. 61. A l'article XX.45 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "est ouverte", les mots "de l'entreprise" sont remplacés par les mots "du débiteur" et les mots "à bref délai ou à terme" sont remplacés par les mots "à court ou moyen terme";
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° le paragraphe 3 est complété par les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire";
4° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est abrogé;
5° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "six mois" sont remplacés par les mots "douze mois";
6° dans le paragraphe 5, alinéa 3, les mots "plus de trois mais" sont abrogés;
7° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne doivent pas obtenir, pour le dépôt d'une requête en réorganisation judiciaire, l'assentiment de l'assemblée générale ou de certains détenteurs de capital."
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "est ouverte", les mots "de l'entreprise" sont remplacés par les mots "du débiteur" et les mots "à bref délai ou à terme" sont remplacés par les mots "à court ou moyen terme";
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° le paragraphe 3 est complété par les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire";
4° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est abrogé;
5° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "six mois" sont remplacés par les mots "douze mois";
6° dans le paragraphe 5, alinéa 3, les mots "plus de trois mais" sont abrogés;
7° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne doivent pas obtenir, pour le dépôt d'une requête en réorganisation judiciaire, l'assentiment de l'assemblée générale ou de certains détenteurs de capital."
Art. 62. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 5, met het opschrift "Afdeling 5. - Vonnis over het verzoek tot openbare gerechtelijke reorganisatie en de gevolgen ervan" afdeling 3 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Afdeling 3. Vonnis over het verzoek tot openbare gerechtelijke reorganisatie of overdracht onder gerechtelijk gezag en de gevolgen ervan".
Art. 62. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 5 intitulée "Section 5. - Jugement sur la requête en réorganisation judiciaire publique et ses effets" devient la section 3 du chapitre 2, inséré par l'article 56, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Section 3. Jugement sur la requête en réorganisation judiciaire publique ou en transfert sous autorité judiciaire et ses effets".
Art. 63. In artikel XX.46 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "binnen" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "in artikel XX.30 bedoelde" opgeheven en wordt het woord "zes" vervangen door het woord "vier";
3° in paragraaf 4, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "wordt" ingevoegd;
4° in paragraaf 4, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en van de overdracht" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ". De Koning" ingevoegd;
5° de paragrafen 5 en 6, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2021, worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "binnen" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "in artikel XX.30 bedoelde" opgeheven en wordt het woord "zes" vervangen door het woord "vier";
3° in paragraaf 4, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "wordt" ingevoegd;
4° in paragraaf 4, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en van de overdracht" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden ". De Koning" ingevoegd;
5° de paragrafen 5 en 6, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2021, worden opgeheven.
Art. 63. A l'article XX.46 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "dans les";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "visé à l'article XX.39," sont abrogés et le mot "six" est remplacé par le mot "quatre";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "ou dans toute";
4° dans le paragraphe 4, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "et du transfert" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", aux moments";
5° les paragraphes 5 et 6, insérés par la loi du 21 mars 2021, sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "dans les";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "visé à l'article XX.39," sont abrogés et le mot "six" est remplacé par le mot "quatre";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "ou dans toute";
4° dans le paragraphe 4, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "et du transfert" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots ", aux moments";
5° les paragraphes 5 et 6, insérés par la loi du 21 mars 2021, sont abrogés.
Art. 64. In artikel XX.47, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "staat" ingevoegd;
2° in het vierde lid worden de woorden "uiterlijk twee dagen voor de zitting" opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "staat" ingevoegd;
2° in het vierde lid worden de woorden "uiterlijk twee dagen voor de zitting" opgeheven.
Art. 64. A l'article XX.47, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "n'est pas";
2° dans l'alinéa 4, les mots "au plus tard deux jours avant l'audience devant la Cour" sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "n'est pas";
2° dans l'alinéa 4, les mots "au plus tard deux jours avant l'audience devant la Cour" sont abrogés.
Art. 65. In artikel XX.48 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wetten, van 15 april 2018 en 21 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "open" ingevoegd;
2° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 1°, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven;
3° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 2°, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "opent" ingevoegd;
4° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 3°, worden het woord "gerechtsmandatarissen" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundigen", worden de woorden "de artikelen XX.30, XX.31 en XX.39/1" vervangen door de woorden "het artikel XX.30", in de Franse tekst wordt het woord "électronique" ingevoegd tussen de woorden "et l'adresse" en de woorden "du mandataire de justice" en wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door de het woord "herstructureringsdeskundige";
5° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 4°, worden de woorden "of de doelstellingen" opgeheven;
6° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
"6° de beslissing of al dan niet op afstand zal kunnen worden gestemd.";
7° in paragraaf 2 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "opent," ingevoegd.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "open" ingevoegd;
2° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 1°, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven;
3° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 2°, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "opent" ingevoegd;
4° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 3°, worden het woord "gerechtsmandatarissen" vervangen door het woord "herstructureringsdeskundigen", worden de woorden "de artikelen XX.30, XX.31 en XX.39/1" vervangen door de woorden "het artikel XX.30", in de Franse tekst wordt het woord "électronique" ingevoegd tussen de woorden "et l'adresse" en de woorden "du mandataire de justice" en wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door de het woord "herstructureringsdeskundige";
5° in paragraaf 1, tweede lid, in de bepaling onder 4°, worden de woorden "of de doelstellingen" opgeheven;
6° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
"6° de beslissing of al dan niet op afstand zal kunnen worden gestemd.";
7° in paragraaf 2 worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "opent," ingevoegd.
Art. 65. A l'article XX.48 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par les lois des 15 avril 2018 et 21 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "est,";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le mot "social" est abrogé;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "et le";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 3°, les mots "des mandataires de justice désignés en vertu des articles XX.30, XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné en vertu de l'article XX.30", le mot "électronique" est inséré entre les mots "et l'adresse" et les mots "du mandataire de justice" et les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la réorganisation";
5° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, les mots "ou les objectifs" sont abrogés;
6° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, il est inséré un 6° rédigé comme suit:
"6° la décision qu'il pourra être ou ne pas être voté à distance.";
7° dans le paragraphe 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et le mot "concerne".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "est,";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le mot "social" est abrogé;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "et le";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 3°, les mots "des mandataires de justice désignés en vertu des articles XX.30, XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné en vertu de l'article XX.30", le mot "électronique" est inséré entre les mots "et l'adresse" et les mots "du mandataire de justice" et les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la réorganisation";
5° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, les mots "ou les objectifs" sont abrogés;
6° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, il est inséré un 6° rédigé comme suit:
"6° la décision qu'il pourra être ou ne pas être voté à distance.";
7° dans le paragraphe 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et le mot "concerne".
Art. 66. In artikel XX.49 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° in paragraaf 1, derde lid, wordt de derde zin aangevuld met de woorden "of overdracht";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
6° in paragraaf 2 eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° in paragraaf 1, derde lid, wordt de derde zin aangevuld met de woorden "of overdracht";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
6° in paragraaf 2 eerste lid, worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ".
Art. 66. A l'article XX.49 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "en réorganisation judiciaire" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, la troisième phrase est complétée par les mots "ou du transfert";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "en réorganisation judiciaire" sont abrogés;
6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "en réorganisation judiciaire" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, la troisième phrase est complétée par les mots "ou du transfert";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "en réorganisation judiciaire" sont abrogés;
6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ".
Art. 67. In boek XX, titel V, hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 4 ingevoegd luidende "Afdeling 4. Voorlopig bestuur en bijstand van een herstructureringsdeskundige" en waarin de artikelen XX.49/1 tot en met XX.49/5 zijn opgenomen.
Art. 67. Dans le livre XX, titre V, chapitre 2, inséré par l'article 56, du même Code, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. Administration provisoire et assistance d'un praticien de la réorganisation" et qui comprend les articles XX.49/1 à XX.49/5.
Art. 68. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 67, wordt een artikel XX.49/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.49/1. § 1. Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijk grove fout heeft begaan, kan de rechtbank of als spoed vereist is de voorzitter van de rechtbank, voor de duur van de opschorting een voorlopige bewindvoerder aanstellen die in de plaats treedt van de schuldenaar en zijn organen voor de duur van de opschorting.
§ 2. De rechtbank doet uitspraak op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie of van overdracht onder gerechtelijk gezag opent of op tegensprekelijk verzoekschrift, dat in het register wordt neergelegd, in een later vonnis, na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.
Wanneer de schuldenaar aanvoert dat de fouten te wijten zijn aan een andere welbepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon, moet hij deze persoon in gedwongen tussenkomst oproepen.
§ 3. Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de rechtbank, die op dezelfde wijze wordt aangezocht en uitspraak doet, op verslag van de voorlopige bewindvoerder, de met toepassing van de paragrafen 1 en 2 genomen beslissing intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder wijzigen."
"Art. XX.49/1. § 1. Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijk grove fout heeft begaan, kan de rechtbank of als spoed vereist is de voorzitter van de rechtbank, voor de duur van de opschorting een voorlopige bewindvoerder aanstellen die in de plaats treedt van de schuldenaar en zijn organen voor de duur van de opschorting.
§ 2. De rechtbank doet uitspraak op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie of van overdracht onder gerechtelijk gezag opent of op tegensprekelijk verzoekschrift, dat in het register wordt neergelegd, in een later vonnis, na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.
Wanneer de schuldenaar aanvoert dat de fouten te wijten zijn aan een andere welbepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon, moet hij deze persoon in gedwongen tussenkomst oproepen.
§ 3. Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de rechtbank, die op dezelfde wijze wordt aangezocht en uitspraak doet, op verslag van de voorlopige bewindvoerder, de met toepassing van de paragrafen 1 en 2 genomen beslissing intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder wijzigen."
Art. 68. Dans la section 4 insérée par l'article 67, il est inséré un article XX.49/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.49/1. § 1er. En cas de fautes graves et caractérisées du débiteur ou d'un de ses organes, le tribunal ou en cas d'urgence, le président du tribunal, peut substituer au débiteur et à ses organes, pour la durée du sursis, un administrateur provisoire.
§ 2. Le tribunal statue à la demande de tout intéressé ou du ministère public, dans le jugement qui ouvre la procédure de réorganisation judiciaire ou de transfert sous autorité judiciaire ou, sur requête contradictoire, déposée au registre, dans un jugement ultérieur, le débiteur entendu en ses moyens et le juge délégué entendu en son rapport.
Lorsque le débiteur soutient que les fautes sont imputables à une autre personne physique ou morale déterminée, il doit appeler cette personne en intervention forcée.
§ 3. A tout moment pendant le sursis, le tribunal, saisi et statuant de la même manière, sur rapport de l'administrateur provisoire, peut retirer la décision prise en application des paragraphes 1er et 2, ou modifier les pouvoirs de l'administrateur provisoire."
"Art. XX.49/1. § 1er. En cas de fautes graves et caractérisées du débiteur ou d'un de ses organes, le tribunal ou en cas d'urgence, le président du tribunal, peut substituer au débiteur et à ses organes, pour la durée du sursis, un administrateur provisoire.
§ 2. Le tribunal statue à la demande de tout intéressé ou du ministère public, dans le jugement qui ouvre la procédure de réorganisation judiciaire ou de transfert sous autorité judiciaire ou, sur requête contradictoire, déposée au registre, dans un jugement ultérieur, le débiteur entendu en ses moyens et le juge délégué entendu en son rapport.
Lorsque le débiteur soutient que les fautes sont imputables à une autre personne physique ou morale déterminée, il doit appeler cette personne en intervention forcée.
§ 3. A tout moment pendant le sursis, le tribunal, saisi et statuant de la même manière, sur rapport de l'administrateur provisoire, peut retirer la décision prise en application des paragraphes 1er et 2, ou modifier les pouvoirs de l'administrateur provisoire."
Art. 69. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.49/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.49/2. Op verzoek van elke belanghebbende en voor zover de reorganisatie een collectief akkoord beoogt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd, indien nodig om de belangen van de betrokken partijen te vrijwaren, de aanstelling bevelen van een herstructureringsdeskundige om de schuldenaar en de schuldeisers bij te staan bij de onderhandelingen over en het opstellen van het plan.
Het verzoek wordt toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van alle op dat tijdstip in het register opgenomen schuldeisers die aanbieden de kosten van de herstructureringsdeskundige te dragen."
"Art. XX.49/2. Op verzoek van elke belanghebbende en voor zover de reorganisatie een collectief akkoord beoogt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd, indien nodig om de belangen van de betrokken partijen te vrijwaren, de aanstelling bevelen van een herstructureringsdeskundige om de schuldenaar en de schuldeisers bij te staan bij de onderhandelingen over en het opstellen van het plan.
Het verzoek wordt toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van alle op dat tijdstip in het register opgenomen schuldeisers die aanbieden de kosten van de herstructureringsdeskundige te dragen."
Art. 69. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.49/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.49/2. A la demande de tout intéressé et dans la mesure où la réorganisation tend à obtenir un accord collectif, le tribunal peut sur requête contradictoire déposée au registre, si la protection des parties intéressées le requiert, désigner un praticien de la réorganisation pour assister le débiteur et les créanciers dans la négociation et la rédaction du plan.
Le tribunal accorde cette désignation si la demande émane du débiteur ou est appuyée par la majorité de tous les créanciers enregistrés à ce moment dans le registre qui offrent de prendre en charge le coût des prestations du praticien de la réorganisation."
"Art. XX.49/2. A la demande de tout intéressé et dans la mesure où la réorganisation tend à obtenir un accord collectif, le tribunal peut sur requête contradictoire déposée au registre, si la protection des parties intéressées le requiert, désigner un praticien de la réorganisation pour assister le débiteur et les créanciers dans la négociation et la rédaction du plan.
Le tribunal accorde cette désignation si la demande émane du débiteur ou est appuyée par la majorité de tous les créanciers enregistrés à ce moment dans le registre qui offrent de prendre en charge le coût des prestations du praticien de la réorganisation."
Art. 70. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.49/3 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.49/3. De beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 worden opgenomen in het register en worden door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De Koning kan de inhoud van de bekendmaking bepalen."
"Art. XX.49/3. De beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 worden opgenomen in het register en worden door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De Koning kan de inhoud van de bekendmaking bepalen."
Art. 70. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.49/3 rédigé comme suit:
"Art. XX.49/3. Les décisions visées aux articles XX.49/1 et XX.49/2 sont insérées dans le registre et font l'objet d'une publication au Moniteur belge par les soins du greffier.
Le Roi peut déterminer le contenu de cette publication."
"Art. XX.49/3. Les décisions visées aux articles XX.49/1 et XX.49/2 sont insérées dans le registre et font l'objet d'une publication au Moniteur belge par les soins du greffier.
Le Roi peut déterminer le contenu de cette publication."
Art. 71. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.49/4 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.49/4. Verzet tegen de beslissingen gewezen met toepassing van de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 is niet toegelaten."
"Art. XX.49/4. Verzet tegen de beslissingen gewezen met toepassing van de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 is niet toegelaten."
Art. 71. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.49/4 rédigé comme suit:
"Art. XX.49/4. Les décisions rendues en application des articles XX.49/1 et XX.49/2 ne sont pas susceptibles d'opposition."
"Art. XX.49/4. Les décisions rendues en application des articles XX.49/1 et XX.49/2 ne sont pas susceptibles d'opposition."
Art. 72. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.49/5 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.49/5. Onverminderd artikel XX.2, 2°, wordt hoger beroep tegen de beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 ingesteld bij verzoekschrift dat ter griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen een termijn van acht dagen na bekendmaking van het vonnis of bevelschrift. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift per gerechtsbrief aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief of elektronische mededeling aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift."
"Art. XX.49/5. Onverminderd artikel XX.2, 2°, wordt hoger beroep tegen de beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 ingesteld bij verzoekschrift dat ter griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen een termijn van acht dagen na bekendmaking van het vonnis of bevelschrift. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift per gerechtsbrief aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief of elektronische mededeling aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift."
Art. 72. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.49/5 rédigé comme suit:
"Art. XX.49/5. Sans préjudice de l'article XX.2, 2°, l'appel dirigé contre les décisions visées aux articles XX.49/1 et XX.49/2 est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les huit jours de la publication du jugement ou de l'ordonnance. Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire à l'éventuelle partie intimée et, le cas échéant, par pli ordinaire ou message électronique à son avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt de la requête."
"Art. XX.49/5. Sans préjudice de l'article XX.2, 2°, l'appel dirigé contre les décisions visées aux articles XX.49/1 et XX.49/2 est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les huit jours de la publication du jugement ou de l'ordonnance. Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire à l'éventuelle partie intimée et, le cas échéant, par pli ordinaire ou message électronique à son avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt de la requête."
Art. 73. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 6, met het opschrift "Afdeling 6. - Gevolgen van de beslissing tot reorganisatie" afdeling 5 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Afdeling 5. Gevolgen van de beslissing tot reorganisatie of overdracht onder gerechtelijk gezag".
Art. 73. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 6 intitulée "Section 6. - Effets de la décision de réorganisation" devient la section 5 du chapitre 2, inséré par l'article 56, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Section 5. Effets de la décision de réorganisation ou de transfert sous autorité judiciaire".
Art. 74. In artikel XX.51 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt, in de Franse tekst, het tweede lid aangevuld met de woorden "déposée au registre" en wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden en in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser, er handlichting van geven op verslag van de gedelegeerd rechter na de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben. Het verzoek tot handlichting wordt ingeleid bij verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd.";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" vervangen door de woorden "van de procedure";
3° in de eerste zin van paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "XX.44, § 2" vervangen door de woorden "XX.44, § 3";
4° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de zinnen "De schuldenaar die geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing met toepassing van artikel XX.44, § 3, kan alsnog aan de rechtbank vragen de schorsing uit te spreken op verslag van de gedelegeerd rechter en na de schuldenaar te hebben gehoord. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsende werking. Indien de schorsing van de verkoop wordt uitgesproken, zullen de kosten die voortvloeien uit deze schorsing ten laste zijn van de verzoeker." ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin;
5° in paragraaf 3, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° op uitdrukkelijk verzoek van de schuldenaar spreekt de rechtbank de schorsing van de gedwongen verkoopswerkzaamheden uit voorafgaand aan of gelijktijdig met de beslissing tot opening van de procedure, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, evenals de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser en de schuldenaar. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. De werkelijke kosten waaraan de notaris werd blootgesteld in het kader van de gedwongen verkoop, tussen zijn aanstelling en het neerleggen van het verzoekschrift, zijn ten laste van de schuldenaar;";
6° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "bijzondere" ingevoegd tussen de woorden "betaling van de" en de woorden "hypothecaire en", wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice à ce dernier" vervangen door het woord "judiciaire";
7° in paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XX.41" vervangen door de woorden "het neerleggen van een verzoek op grond van paragraaf 2 of 3".
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt, in de Franse tekst, het tweede lid aangevuld met de woorden "déposée au registre" en wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden en in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser, er handlichting van geven op verslag van de gedelegeerd rechter na de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben. Het verzoek tot handlichting wordt ingeleid bij verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd.";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" vervangen door de woorden "van de procedure";
3° in de eerste zin van paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "XX.44, § 2" vervangen door de woorden "XX.44, § 3";
4° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de zinnen "De schuldenaar die geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing met toepassing van artikel XX.44, § 3, kan alsnog aan de rechtbank vragen de schorsing uit te spreken op verslag van de gedelegeerd rechter en na de schuldenaar te hebben gehoord. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsende werking. Indien de schorsing van de verkoop wordt uitgesproken, zullen de kosten die voortvloeien uit deze schorsing ten laste zijn van de verzoeker." ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin;
5° in paragraaf 3, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° op uitdrukkelijk verzoek van de schuldenaar spreekt de rechtbank de schorsing van de gedwongen verkoopswerkzaamheden uit voorafgaand aan of gelijktijdig met de beslissing tot opening van de procedure, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, evenals de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser en de schuldenaar. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. De werkelijke kosten waaraan de notaris werd blootgesteld in het kader van de gedwongen verkoop, tussen zijn aanstelling en het neerleggen van het verzoekschrift, zijn ten laste van de schuldenaar;";
6° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "bijzondere" ingevoegd tussen de woorden "betaling van de" en de woorden "hypothecaire en", wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice à ce dernier" vervangen door het woord "judiciaire";
7° in paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XX.41" vervangen door de woorden "het neerleggen van een verzoek op grond van paragraaf 2 of 3".
Art. 74. A l'article XX.51 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 2 est complété par les mots "déposée au registre" et le texte néerlandais de l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden en in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser, er handlichting van geven op verslag van de gedelegeerd rechter na de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben. Het verzoek tot handlichting wordt ingeleid bij verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd.";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "la réorganisation judiciaire" sont remplacés par les mots "la procédure";
3° dans la 1re phrase du paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "XX.44, § 2" sont remplacés par les mots "XX.44, § 3";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les phrases "Le débiteur qui n'a pas fait usage du droit de demander la suspension en application de l'article XX.44, § 3, peut néanmoins demander au tribunal de prononcer la suspension après avoir entendu le juge délégué en son rapport ainsi que le débiteur. La demande de suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Si la suspension de la vente est prononcée, les frais découlant de cette suspension resteront à charge du demandeur." sont insérées entre la 1re et la 2ème phrase;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° à la demande expresse du débiteur dans sa requête, le tribunal prononce la suspension des opérations de vente forcée, préalablement ou conjointement à la décision prononçant l'ouverture de la procédure, après avoir entendu le juge délégué en son rapport, ainsi que les créanciers hypothécaires privilégiés inscrits, le créancier saisissant et le débiteur. La demande en suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Les frais réels exposés par le notaire dans le cadre de la vente forcée, entre sa désignation et le dépôt de la requête, sont à charge du débiteur;";
6° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, dans la version néerlandaise, le mot "bijzondere" est inséré entre les mots "betaling van de" et les mots "hypothecaire en", les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "de justice à ce dernier" sont remplacés par le mot "judiciaire";
7° dans le paragraphe 5, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "à l'article XX.41" sont remplacés par les mots "au paragraphe 2 ou 3".
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 2 est complété par les mots "déposée au registre" et le texte néerlandais de l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden en in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser, er handlichting van geven op verslag van de gedelegeerd rechter na de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben. Het verzoek tot handlichting wordt ingeleid bij verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd.";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "la réorganisation judiciaire" sont remplacés par les mots "la procédure";
3° dans la 1re phrase du paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "XX.44, § 2" sont remplacés par les mots "XX.44, § 3";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les phrases "Le débiteur qui n'a pas fait usage du droit de demander la suspension en application de l'article XX.44, § 3, peut néanmoins demander au tribunal de prononcer la suspension après avoir entendu le juge délégué en son rapport ainsi que le débiteur. La demande de suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Si la suspension de la vente est prononcée, les frais découlant de cette suspension resteront à charge du demandeur." sont insérées entre la 1re et la 2ème phrase;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° à la demande expresse du débiteur dans sa requête, le tribunal prononce la suspension des opérations de vente forcée, préalablement ou conjointement à la décision prononçant l'ouverture de la procédure, après avoir entendu le juge délégué en son rapport, ainsi que les créanciers hypothécaires privilégiés inscrits, le créancier saisissant et le débiteur. La demande en suspension de la vente n'a pas d'effet suspensif. Les frais réels exposés par le notaire dans le cadre de la vente forcée, entre sa désignation et le dépôt de la requête, sont à charge du débiteur;";
6° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, dans la version néerlandaise, le mot "bijzondere" est inséré entre les mots "betaling van de" et les mots "hypothecaire en", les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "de justice à ce dernier" sont remplacés par le mot "judiciaire";
7° dans le paragraphe 5, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "à l'article XX.41" sont remplacés par les mots "au paragraphe 2 ou 3".
Art. 75. In artikel XX.53 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "tijdens een procedure van gerechtelijke reorganisatie" ingevoegd tussen de woorden "in de weg" en de woorden "in zoverre";
2° in het vierde lid wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek".
1° in het eerste lid worden de woorden "tijdens een procedure van gerechtelijke reorganisatie" ingevoegd tussen de woorden "in de weg" en de woorden "in zoverre";
2° in het vierde lid wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek".
Art. 75. A l'article XX.53 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "dans une procédure de réorganisation judiciaire" sont insérés entre les mots "le débiteur" et les mots "dans la mesure";
2° dans l'alinéa 4, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "dans une procédure de réorganisation judiciaire" sont insérés entre les mots "le débiteur" et les mots "dans la mesure";
2° dans l'alinéa 4, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil".
Art. 76. In artikel XX.54 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord ", niet";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "in het dossier van gerechtelijke reorganisatie" vervangen door de woorden "in het register,";
5° in paragraaf 4 worden de woorden ", het collectief akkoord en de schuldkwijtschelding bedoeld in artikel XX.96" vervangen door de woorden "en het collectief akkoord".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord ", niet";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "in het dossier van gerechtelijke reorganisatie" vervangen door de woorden "in het register,";
5° in paragraaf 4 worden de woorden ", het collectief akkoord en de schuldkwijtschelding bedoeld in artikel XX.96" vervangen door de woorden "en het collectief akkoord".
Art. 76. A l'article XX.54 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et le mot "visée";
2° dans le paragraphe 2, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "de réorganisation judiciaire" sont abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "dans le dossier de la réorganisation judiciaire" sont remplacés par les mots "dans le registre,";
5° dans le paragraphe 4, les mots ", de l'accord collectif et de l'effacement des dettes visé à l'article XX.96" sont remplacés par les mots "et de l'accord collectif".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et le mot "visée";
2° dans le paragraphe 2, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "de réorganisation judiciaire" sont abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "dans le dossier de la réorganisation judiciaire" sont remplacés par les mots "dans le registre,";
5° dans le paragraphe 4, les mots ", de l'accord collectif et de l'effacement des dettes visé à l'article XX.96" sont remplacés par les mots "et de l'accord collectif".
Art. 77. In artikel XX.56 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 28 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "geen einde";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of overdracht" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden "van de onderneming" en wordt het woord "vereist" vervangen door het woord "vereisen".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "geen einde";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of overdracht" ingevoegd tussen het woord "reorganisatie" en de woorden "van de onderneming" en wordt het woord "vereist" vervangen door het woord "vereisen".
Art. 77. A l'article XX.56 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 28 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "ne met pas fin";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou le transfert" sont insérés entre le mot "réorganisation" et les mots "de l'entreprise" et le mot "requiert" est remplacé par le mot "requièrent".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "ne met pas fin";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou le transfert" sont insérés entre le mot "réorganisation" et les mots "de l'entreprise" et le mot "requiert" est remplacé par le mot "requièrent".
Art. 78. In artikel XX.58 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "door zijn medecontractant", worden de woorden "of procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "de beëindiging van de gerechtelijke reorganisatieprocedure gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "en die" en wordt het woord "navolgende" ingevoegd tussen de woorden "en die" en "procedure";
2° in het vierde lid worden de woorden "of procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "voorafgaande".
1° in het eerste lid worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "door zijn medecontractant", worden de woorden "of procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "de beëindiging van de gerechtelijke reorganisatieprocedure gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "en die" en wordt het woord "navolgende" ingevoegd tussen de woorden "en die" en "procedure";
2° in het vierde lid worden de woorden "of procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "voorafgaande".
Art. 78. A l'article XX.58 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "pendant la procédure de réorganisation judiciaire" et les mots ", qu'elles soient issues"; les mots "ou de la procédure de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "entre la fin de la procédure de réorganisation judiciaire" et les mots "et cette procédure" et le mot "subséquente" est inséré après les mots "et cette procédure";
2° l'alinéa 4, est complété par les mots "ou de la procédure de transfert sous autorité judiciaire".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "pendant la procédure de réorganisation judiciaire" et les mots ", qu'elles soient issues"; les mots "ou de la procédure de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "entre la fin de la procédure de réorganisation judiciaire" et les mots "et cette procédure" et le mot "subséquente" est inséré après les mots "et cette procédure";
2° l'alinéa 4, est complété par les mots "ou de la procédure de transfert sous autorité judiciaire".
Art. 79. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 7 met het opschrift "Afdeling 7. - Verlenging van de opschorting" afdeling 6 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Afdeling 6. Verlenging of wijziging van de opschorting".
Art. 79. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 7 intitulée "Section 7. - Prorogation du sursis" devient la section 6 du chapitre 2, inséré par l'article 56, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Section 6. Prorogation ou modification du sursis".
Art. 80. In artikel XX.59 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van de gerechtsmandataris" vervangen door de woorden ", van de herstructureringsdeskundige of van de vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "in het geval van een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag bedoeld in artikel XX.84" opgeheven;
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "als dit verantwoord is in het licht van de omstandigheden en het doel van de procedure en voor zover de belangen van de betrokken partijen het toelaten";
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Deze laatste legt zijn verslag in het register neer uiterlijk twee werkdagen voor de zitting." opgeheven;
4° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "maximale" vervangen door het woord "totale";
5° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Het vonnis dat de verlenging toestaat omschrijft de omstandigheden die de duur van de toegekende verlenging verantwoorden en geeft de redenen aan waarom de betrokken verlenging de rechten en belangen van de betrokken partijen niet overmatig aantast.
Kunnen met name als dergelijke omstandigheden beschouwd worden: de grootte van de onderneming, de complexiteit van de zaak, de omvang van de werkgelegenheid die kan gered worden of de noodzaak om te voorzien in een langere termijn voor de onderhandelingen."
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van de gerechtsmandataris" vervangen door de woorden ", van de herstructureringsdeskundige of van de vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "in het geval van een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag bedoeld in artikel XX.84" opgeheven;
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "als dit verantwoord is in het licht van de omstandigheden en het doel van de procedure en voor zover de belangen van de betrokken partijen het toelaten";
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Deze laatste legt zijn verslag in het register neer uiterlijk twee werkdagen voor de zitting." opgeheven;
4° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "maximale" vervangen door het woord "totale";
5° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Het vonnis dat de verlenging toestaat omschrijft de omstandigheden die de duur van de toegekende verlenging verantwoorden en geeft de redenen aan waarom de betrokken verlenging de rechten en belangen van de betrokken partijen niet overmatig aantast.
Kunnen met name als dergelijke omstandigheden beschouwd worden: de grootte van de onderneming, de complexiteit van de zaak, de omvang van de werkgelegenheid die kan gered worden of de noodzaak om te voorzien in een langere termijn voor de onderhandelingen."
Art. 80. A l'article XX.59 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou du mandataire judiciaire" sont remplacés par les mots ", du praticien de la réorganisation ou du praticien de la liquidation," et les mots "dans le cas d'une procédure de transfert d'entreprise visée à l'article XX.84" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots "si les circonstances le justifient au regard de l'objectif de la procédure et si les intérêts des parties affectées le permettent";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase "Le juge délégué dépose son rapport au moins deux jours ouvrables avant l'audience dans le registre." est abrogée;
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "maximale" est remplacé par le mot "totale";
5° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Le jugement qui proroge le sursis précise les circonstances justifiant la durée de la prorogation qu'il détermine et indique les raisons pour lesquelles une telle prorogation ne porte pas une atteinte excessive aux intérêts des parties affectées.
Peuvent notamment être considérées comme de telles circonstances la taille de l'entreprise, la complexité de l'affaire, l'importance de l'emploi qui peut être sauvegardé ou la nécessité de délais supplémentaires pour favoriser les négociations."
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou du mandataire judiciaire" sont remplacés par les mots ", du praticien de la réorganisation ou du praticien de la liquidation," et les mots "dans le cas d'une procédure de transfert d'entreprise visée à l'article XX.84" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots "si les circonstances le justifient au regard de l'objectif de la procédure et si les intérêts des parties affectées le permettent";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase "Le juge délégué dépose son rapport au moins deux jours ouvrables avant l'audience dans le registre." est abrogée;
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "maximale" est remplacé par le mot "totale";
5° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Le jugement qui proroge le sursis précise les circonstances justifiant la durée de la prorogation qu'il détermine et indique les raisons pour lesquelles une telle prorogation ne porte pas une atteinte excessive aux intérêts des parties affectées.
Peuvent notamment être considérées comme de telles circonstances la taille de l'entreprise, la complexité de l'affaire, l'importance de l'emploi qui peut être sauvegardé ou la nécessité de délais supplémentaires pour favoriser les négociations."
Art. 81. In boek XX, titel V, hoofdstuk 2, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 79, wordt een artikel XX.59/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.59/1. Op verzoek van een schuldeiser die kennelijk wordt benadeeld door de opschorting van de tenuitvoerlegging of wiens eigen continuïteit door de opschorting kennelijk hierdoor wordt bedreigd, kan de rechtbank de gevolgen van de opschorting bedoeld in artikel XX.50, eerste lid, ten aanzien van deze schuldeiser opheffen. De rechtbank gaat daartoe slechts over voor zover de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten van de schuldenaar daardoor niet in gevaar komt.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter en na de verzoeker en schuldenaar te hebben gehoord."
"Art. XX.59/1. Op verzoek van een schuldeiser die kennelijk wordt benadeeld door de opschorting van de tenuitvoerlegging of wiens eigen continuïteit door de opschorting kennelijk hierdoor wordt bedreigd, kan de rechtbank de gevolgen van de opschorting bedoeld in artikel XX.50, eerste lid, ten aanzien van deze schuldeiser opheffen. De rechtbank gaat daartoe slechts over voor zover de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten van de schuldenaar daardoor niet in gevaar komt.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter en na de verzoeker en schuldenaar te hebben gehoord."
Art. 81. Dans livre XX, titre V, chapitre 2, section 6, du même Code, inséré par l'article 79, il est inséré un article XX.59/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.59/1. Un créancier manifestement lésé par le sursis de ses moyens d'exécution ou un créancier dont la continuité est manifestement menacée par ce sursis, peut demander au tribunal de lever, en ce qui le concerne, les effets du sursis visé à l'article XX.50, alinéa 1er. Le tribunal n'accède à une telle demande que dans la mesure où cette exclusion ne met pas en péril la continuité de tout ou partie des actifs et activités du débiteur.
Le tribunal statue sur rapport du juge délégué et après avoir entendu le demandeur et le débiteur."
"Art. XX.59/1. Un créancier manifestement lésé par le sursis de ses moyens d'exécution ou un créancier dont la continuité est manifestement menacée par ce sursis, peut demander au tribunal de lever, en ce qui le concerne, les effets du sursis visé à l'article XX.50, alinéa 1er. Le tribunal n'accède à une telle demande que dans la mesure où cette exclusion ne met pas en péril la continuité de tout ou partie des actifs et activités du débiteur.
Le tribunal statue sur rapport du juge délégué et après avoir entendu le demandeur et le débiteur."
Art. 82. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 8 met het opschrift "Afdeling 8. - Wijziging van het doel van de procedure" afdeling 7 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56.
Art. 82. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 8 intitulée "Section 8. - Modification de l'objectif de la procédure" devient la section 7 du chapitre 2, inséré par l'article 56.
Art. 83. In artikel XX.60, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "onverminderd artikel XX.39" vervangen door de woorden "onverminderd artikel XX.49.".
Art. 83. Dans le texte néerlandais de l'article XX.60, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "onverminderd artikel XX.39" sont remplacés par les mots "onverminderd artikel XX.49.".
Art. 84. In boek XX, titel V, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de afdeling 9 met het opschrift "Afdeling 9. - Voortijdige beëindiging en sluiting van de procedure" afdeling 8 van hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 56.
Art. 84. Dans le livre XX, titre V, chapitre 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la section 9 intitulée "Section 9. - Fin anticipée et clôture de la procédure" devient la section 8 du chapitre 2, inséré par l'article 56.
Art. 85. Artikel XX.61, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met de woorden "of tot overdracht onder gerechtelijk gezag".
Art. 85. L'article XX.61, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est complété par les mots "ou en transfert sous autorité judiciaire".
Art. 86. In artikel XX.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", wanneer de schorsing niet langer de onderhandelingen over het reorganisatieplan ondersteunt" ingevoegd tussen de woorden "het doel van de procedure" en de woorden "of wanneer de informatie" en worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "bevelen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of de gerechtsmandataris," ingevoegd tussen de woorden "van de schuldenaar," en de woorden "op dagvaarding van het openbaar ministerie";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "kan vorderen".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", wanneer de schorsing niet langer de onderhandelingen over het reorganisatieplan ondersteunt" ingevoegd tussen de woorden "het doel van de procedure" en de woorden "of wanneer de informatie" en worden de woorden "of overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en het woord "bevelen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of de gerechtsmandataris," ingevoegd tussen de woorden "van de schuldenaar," en de woorden "op dagvaarding van het openbaar ministerie";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of van overdracht onder gerechtelijk gezag" ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijke reorganisatie" en de woorden "kan vorderen".
Art. 86. A l'article XX.62 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots ", lorsque la suspension ne remplit plus l'objectif de soutien des négociations relatives au plan de réorganisation" sont insérés entre les mots "de l'objectif de la procédure" et les mots "ou lorsque l'information" et les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "par un jugement";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou du mandataire de justice," sont insérés entre les mots "sur requête du débiteur," et les mots "ou sur citation du ministère public";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "de réorganisation judiciaire" sont abrogés;
4° le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés après les mots "réorganisation judiciaire".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots ", lorsque la suspension ne remplit plus l'objectif de soutien des négociations relatives au plan de réorganisation" sont insérés entre les mots "de l'objectif de la procédure" et les mots "ou lorsque l'information" et les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés entre les mots "réorganisation judiciaire" et les mots "par un jugement";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou du mandataire de justice," sont insérés entre les mots "sur requête du débiteur," et les mots "ou sur citation du ministère public";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "de réorganisation judiciaire" sont abrogés;
4° le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de transfert sous autorité judiciaire" sont insérés après les mots "réorganisation judiciaire".
Art. 87. In artikel XX.63, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "van gerechtelijke reorganisatie" opgeheven.
Art. 87. Dans l'article XX.63, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "en réorganisation judiciaire" sont abrogés.
Art. 88. In boek XX van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een titel V/I ingevoegd, luidende "Titel V/I. Gerechtelijke reorganisatie" en waarin de artikelen XX.64 tot en met XX.83/41 zijn opgenomen.
Art. 88. Dans le livre XX du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré un titre V/I intitulé "Titre V/I. Réorganisation judiciaire" et qui comprend les articles XX.64 à XX.83/41.
Art. 89. In boek XX, titel V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het hoofdstuk 2 "Hoofdstuk 2. - Gerechtelijke reorganisatie door minnelijk akkoord" hoofdstuk 1 van titel V/I, ingevoegd bij artikel 88, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Hoofdstuk 1. Openbare gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord".
Art. 89. Dans le livre XX, titre V, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le chapitre 2 intitulé "Chapitre 2. - Réorganisation judiciaire par accord amiable" devient le chapitre 1er du titre V/I, inséré par l'article 88, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Chapitre 1er. Réorganisation judiciaire publique par accord amiable".
Art. 90. In artikel XX.64 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "alle schuldeisers of ten minste twee schuldeisers" vervangen door de woorden "een of meer van zijn schuldeisers".
Art. 90. Dans l'article XX.64 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "tous ses créanciers ou à deux au moins d'entre eux un accord" sont remplacés par les mots "un ou plusieurs de ses créanciers".
Art. 91. In artikel XX.65 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de woorden "de hulp van de ondernemingsbemiddelaar of van de, met toepassing van artikelen XX.31 en XX.39/1 aangestelde, gerechtsmandataris" vervangen door de woorden "de bijstand van de met toepassing van artikel XX.30 aangestelde herstructureringsdeskundige";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de woorden "1328 van" vervangen door de woorden "8.22 van";
3° in paragraaf 3, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Indien de schuldenaar met één of meer van de in het akkoord betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan bereiken, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 5.201 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van die betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.";
4° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de woorden "ondernemingsbemiddelaar of van de gerechtsmandataris aangewezen overeenkomstig artikelen XX.31 en XX.39/1" vervangen door de woorden "de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30";
5° in paragraaf 6, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de ondernemingsbemiddelaar of van de gerechtsmandataris aangewezen overeenkomstig artikel XX.31" vervangen door de woorden "de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30";
6° paragraaf 7, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de woorden "de hulp van de ondernemingsbemiddelaar of van de, met toepassing van artikelen XX.31 en XX.39/1 aangestelde, gerechtsmandataris" vervangen door de woorden "de bijstand van de met toepassing van artikel XX.30 aangestelde herstructureringsdeskundige";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de woorden "1328 van" vervangen door de woorden "8.22 van";
3° in paragraaf 3, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Indien de schuldenaar met één of meer van de in het akkoord betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan bereiken, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 5.201 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van die betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.";
4° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, worden de woorden "ondernemingsbemiddelaar of van de gerechtsmandataris aangewezen overeenkomstig artikelen XX.31 en XX.39/1" vervangen door de woorden "de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30";
5° in paragraaf 6, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de ondernemingsbemiddelaar of van de gerechtsmandataris aangewezen overeenkomstig artikel XX.31" vervangen door de woorden "de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30";
6° paragraaf 7, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 91. A l'article XX.65 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les mots "l'aide d'un médiateur d'entreprise ou d'un mandataire de justice désigné par application des articles XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "l'assistance d'un praticien de la réorganisation désigné en application de l'article XX.30";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "1328 du" sont remplacés par les mots "8.22 du";
3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Si le débiteur ne peut obtenir un accord amiable d'un ou plusieurs créanciers concernés par l'accord, le tribunal, sur requête contradictoire du débiteur, peut octroyer à l'égard de ces créanciers des délais modérés tels que visés à l'article 5.201 du Code civil. Dans ce cas la décision du tribunal vaut comme accord amiable en ce qui concerne ces créanciers.";
4° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les mots "du médiateur d'entreprise ou du mandataire de justice désigné par application des articles XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.30";
5° dans le paragraphe 6, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "du médiateur d'entreprise ou du mandataire de justice désigné conformément à l'article XX.31" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.30";
6° le paragraphe 7, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les mots "l'aide d'un médiateur d'entreprise ou d'un mandataire de justice désigné par application des articles XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "l'assistance d'un praticien de la réorganisation désigné en application de l'article XX.30";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "1328 du" sont remplacés par les mots "8.22 du";
3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Si le débiteur ne peut obtenir un accord amiable d'un ou plusieurs créanciers concernés par l'accord, le tribunal, sur requête contradictoire du débiteur, peut octroyer à l'égard de ces créanciers des délais modérés tels que visés à l'article 5.201 du Code civil. Dans ce cas la décision du tribunal vaut comme accord amiable en ce qui concerne ces créanciers.";
4° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, les mots "du médiateur d'entreprise ou du mandataire de justice désigné par application des articles XX.31 et XX.39/1" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.30";
5° dans le paragraphe 6, alinéa 2, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "du médiateur d'entreprise ou du mandataire de justice désigné conformément à l'article XX.31" sont remplacés par les mots "du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.30";
6° le paragraphe 7, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 92. In boek XX, titel V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het hoofdstuk 3 met het opschrift "Hoofdstuk 3. - Gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord" hoofdstuk 2 van titel V/I, ingevoegd bij artikel 88, waarvan het opschrift wordt vervangen als volgt: "Hoofdstuk 2. Openbare gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord toepasselijk op de kleine en middelgrote ondernemingen".
Art. 92. Dans le livre XX, titre V, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le chapitre 3 intitulé "Chapitre 3. - Réorganisation judiciaire par un accord collectif" devient le chapitre 2 du titre V/I, inséré par l'article 88, dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Chapitre 2. Réorganisation judiciaire publique par un accord collectif applicable aux petites et moyennes entreprises".
Art. 93. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 1 ingevoegd luidende "Afdeling 1. Toepassingsgebied" en waarin artikel XX.66/1 is in opgenomen.
Art. 93. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. Champ d'application" et qui comprend l'article XX.66/1.
Art. 94. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 93, wordt een artikel XX.66/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.66/1. Dit hoofdstuk is toepasselijk op het verzoek tot een collectief akkoord ingediend door andere dan in artikel XX.83/1 bedoelde schuldenaren."
"Art. XX.66/1. Dit hoofdstuk is toepasselijk op het verzoek tot een collectief akkoord ingediend door andere dan in artikel XX.83/1 bedoelde schuldenaren."
Art. 94. Dans la section 1re insérée par l'article 93, il est inséré un article XX.66/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.66/1. Ce chapitre est applicable à la demande d'accord collectif introduite par les débiteurs autres que ceux visés à l'article XX.83/1."
"Art. XX.66/1. Ce chapitre est applicable à la demande d'accord collectif introduite par les débiteurs autres que ceux visés à l'article XX.83/1."
Art. 95. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 2 ingevoegd luidende "Afdeling 2. Reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.67 tot en met XX.69 zijn opgenomen.
Art. 95. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. Plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.67 à XX.69.
Art. 96. In artikel XX.67 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de schuldeisers" vervangen door de woorden "zijn schuldeisers en, in voorkomend geval, van de kapitaalhouders".
Art. 96. Dans l'article XX.67 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le mot "créanciers" est remplacé par les mots "ses créanciers et, le cas échéant, des détenteurs de capital".
Art. 97. In artikel XX.68, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "en de hoedanigheid" ingevoegd tussen de woorden "voor het bedrag" en de woorden "voorgesteld door de".
Art. 97. Dans l'article XX.68, § 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "proposé par le débiteur et communiqué" sont remplacés par les "et la qualité proposés par le débiteur et communiqués".
Art. 98. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 3 ingevoegd luidende "Afdeling 3. Opstelling en inhoud van het reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.70 tot en met XX.76 zijn opgenomen.
Art. 98. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. Etablissement et contenu du plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.70 à XX.76.
Art. 99. Artikel XX.70 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.70. § 1. Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.
Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.
§ 2. Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX.70/1 tot en met XX.76.
§ 3. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is."
"Art. XX.70. § 1. Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.
Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.
§ 2. Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX.70/1 tot en met XX.76.
§ 3. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is."
Art. 99. L'article XX.70 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.70. § 1er. Au cours du sursis, visé à l'article XX.44, le débiteur élabore un plan de réorganisation.
Lorsqu'un praticien de la réorganisation a été désigné, il contribue à l'élaboration du plan de réorganisation.
§ 2. Le plan doit être établi conformément aux articles XX.70/1 à XX.76.
§ 3. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires."
"Art. XX.70. § 1er. Au cours du sursis, visé à l'article XX.44, le débiteur élabore un plan de réorganisation.
Lorsqu'un praticien de la réorganisation a été désigné, il contribue à l'élaboration du plan de réorganisation.
§ 2. Le plan doit être établi conformément aux articles XX.70/1 à XX.76.
§ 3. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires."
Art. 100. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 98, wordt een artikel XX.70/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.70/1. § 1. Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en in voorkomend geval kapitaalhouders, nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.
§ 2. Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:
1° de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
2° een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;
3° de betrokken partijen individueel geïdentificeerd, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;
4° in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;
5° in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;
6° de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:
a) de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;
b) in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;
c) de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;
d) in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen; en
e) alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;
7° een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.
§ 3. De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.
§ 4. De Koning stelt in het register een uitgebreide checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.
De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.".
"Art. XX.70/1. § 1. Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en in voorkomend geval kapitaalhouders, nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.
§ 2. Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:
1° de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
2° een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;
3° de betrokken partijen individueel geïdentificeerd, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;
4° in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;
5° in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;
6° de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:
a) de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;
b) in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;
c) de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;
d) in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen; en
e) alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;
7° een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.
§ 3. De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.
§ 4. De Koning stelt in het register een uitgebreide checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.
De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.".
Art. 100. Dans la section 3, insérée par l'article 98, il est inséré un article XX.70/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.70/1. § 1er. Le plan de réorganisation contient toutes les informations nécessaires pour permettre aux créanciers, et le cas échéant aux détenteurs de capital, de se prononcer sur le plan proposé en étant dûment informés.
§ 2. Le plan de réorganisation contient les informations suivantes:
1° l'identité du débiteur, son adresse et son numéro d'entreprise;
2° une liste de l'actif et du passif du débiteur au moment de la présentation du plan de réorganisation, une description de la situation économique du débiteur, la situation des travailleurs et une description des causes et de l'ampleur des difficultés du débiteur;
3° les parties affectées nommées individuellement, ainsi que leurs créances ou intérêts couverts par le plan de réorganisation;
4° le cas échéant, les parties, soit nommées individuellement soit décrites par types de dettes, qui ne sont pas affectées par le plan de réorganisation, ainsi qu'une description des raisons pour lesquelles il est proposé de ne pas les y inclure;
5° le cas échéant, l'identité du praticien de la réorganisation;
6° les conditions du plan de réorganisation, incluant notamment:
a) des mesures qui, aux fins de réorganiser l'activité de l'entreprise, comprennent la modification de la composition, des conditions ou de la structure de l'actif et du passif du débiteur ou de toute autre partie de la structure financière du débiteur, telles que la vente d'actifs ou de parties de l'activité et la cession de l'entreprise en tant qu'entreprise en activité, ainsi que tout changement opérationnel nécessaire, ou une combinaison de ces éléments;
b) le cas échéant, la durée proposée de toute mesure de réorganisation proposée;
c) les modalités d'information et de consultation des représentants des travailleurs;
d) le cas échéant, les conséquences générales sur l'emploi, tels que des licenciements, des régimes de réduction du temps de travail ou d'autres conséquences comparables; et
e) les éventuels nouveaux financements anticipés dans le cadre du plan de réorganisation et les raisons pour lesquelles le nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre ce plan;
7° un exposé des motifs expliquant pourquoi le plan de réorganisation offre une perspective raisonnable d'éviter la faillite ou la liquidation de l'entreprise et de garantir sa viabilité, et comprenant les conditions préalables nécessaires au succès du plan.
§ 3. Le Roi peut préciser quelle information complémentaire doit être donnée par le plan et sous quelle forme cette information doit être fournie.
§ 4. Le Roi met à disposition dans le registre une liste de contrôle détaillée relative aux plans de réorganisation, qui comprend des orientations pratiques sur la façon dont le plan de réorganisation doit être rédigé.
La liste de contrôle est mise à disposition dans le registre en français, en néerlandais, en allemand et en anglais.".
"Art. XX.70/1. § 1er. Le plan de réorganisation contient toutes les informations nécessaires pour permettre aux créanciers, et le cas échéant aux détenteurs de capital, de se prononcer sur le plan proposé en étant dûment informés.
§ 2. Le plan de réorganisation contient les informations suivantes:
1° l'identité du débiteur, son adresse et son numéro d'entreprise;
2° une liste de l'actif et du passif du débiteur au moment de la présentation du plan de réorganisation, une description de la situation économique du débiteur, la situation des travailleurs et une description des causes et de l'ampleur des difficultés du débiteur;
3° les parties affectées nommées individuellement, ainsi que leurs créances ou intérêts couverts par le plan de réorganisation;
4° le cas échéant, les parties, soit nommées individuellement soit décrites par types de dettes, qui ne sont pas affectées par le plan de réorganisation, ainsi qu'une description des raisons pour lesquelles il est proposé de ne pas les y inclure;
5° le cas échéant, l'identité du praticien de la réorganisation;
6° les conditions du plan de réorganisation, incluant notamment:
a) des mesures qui, aux fins de réorganiser l'activité de l'entreprise, comprennent la modification de la composition, des conditions ou de la structure de l'actif et du passif du débiteur ou de toute autre partie de la structure financière du débiteur, telles que la vente d'actifs ou de parties de l'activité et la cession de l'entreprise en tant qu'entreprise en activité, ainsi que tout changement opérationnel nécessaire, ou une combinaison de ces éléments;
b) le cas échéant, la durée proposée de toute mesure de réorganisation proposée;
c) les modalités d'information et de consultation des représentants des travailleurs;
d) le cas échéant, les conséquences générales sur l'emploi, tels que des licenciements, des régimes de réduction du temps de travail ou d'autres conséquences comparables; et
e) les éventuels nouveaux financements anticipés dans le cadre du plan de réorganisation et les raisons pour lesquelles le nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre ce plan;
7° un exposé des motifs expliquant pourquoi le plan de réorganisation offre une perspective raisonnable d'éviter la faillite ou la liquidation de l'entreprise et de garantir sa viabilité, et comprenant les conditions préalables nécessaires au succès du plan.
§ 3. Le Roi peut préciser quelle information complémentaire doit être donnée par le plan et sous quelle forme cette information doit être fournie.
§ 4. Le Roi met à disposition dans le registre une liste de contrôle détaillée relative aux plans de réorganisation, qui comprend des orientations pratiques sur la façon dont le plan de réorganisation doit être rédigé.
La liste de contrôle est mise à disposition dans le registre en français, en néerlandais, en allemand et en anglais.".
Art. 101. Artikel XX.71 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.71. Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag."
"Art. XX.71. Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag."
Art. 101. L'article XX.71 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.71. Le plan de réorganisation indique quelles créances sont encore contestées en application des articles XX.49 ou XX.68, en vue d'éclairer les intéressés sur leur ampleur et leur fondement."
"Art. XX.71. Le plan de réorganisation indique quelles créances sont encore contestées en application des articles XX.49 ou XX.68, en vue d'éclairer les intéressés sur leur ampleur et leur fondement."
Art. 102. Artikel XX.72 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.72. Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.
Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend."
"Art. XX.72. Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.
Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend."
Art. 102. L'article XX.72 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.72. Le plan de réorganisation peut contenir une liste de créanciers dont les créances sont d'un montant nominalement minime et dont l'inclusion dans le plan en tant que créanciers concernés constituerait une charge administrative et financière injustifiable.
Le plan indique les raisons pour lesquelles il est du meilleur intérêt de l'ensemble des créanciers affectés que ces créances soient traitées hors plan et réglées immédiatement."
"Art. XX.72. Le plan de réorganisation peut contenir une liste de créanciers dont les créances sont d'un montant nominalement minime et dont l'inclusion dans le plan en tant que créanciers concernés constituerait une charge administrative et financière injustifiable.
Le plan indique les raisons pour lesquelles il est du meilleur intérêt de l'ensemble des créanciers affectés que ces créances soient traitées hors plan et réglées immédiatement."
Art. 103. In artikel XX.73 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden het eerste tot en met het derde lid opgeheven.
Art. 103. Dans l'article XX.73 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les alinéas 1er à 3 sont abrogés.
Art. 104. Artikel XX.74 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 104. L'article XX.74 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 105. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 98, wordt een artikel XX.74/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.74/1. Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord."
"Art. XX.74/1. Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord."
Art. 105. Dans la section 3 insérée par l'article 98, il est inséré un article XX.74/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.74/1. Le plan peut encore prévoir que les créances sursitaires ne pourront être compensées avec des dettes du créancier titulaire postérieures à l'homologation. Une telle proposition ne peut viser des créances connexes.
Lorsque la continuité de l'entreprise requiert une réduction de la masse salariale, un volet social du plan de réorganisation est prévu, dans la mesure où un tel plan n'a pas encore été négocié. Le cas échéant, celui-ci peut prévoir des licenciements.
Lors de l'élaboration de ce plan, les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, du comité pour la prévention et la protection au travail, ou, à défaut, la délégation syndicale ou, à défaut, une délégation du personnel, sont entendus."
"Art. XX.74/1. Le plan peut encore prévoir que les créances sursitaires ne pourront être compensées avec des dettes du créancier titulaire postérieures à l'homologation. Une telle proposition ne peut viser des créances connexes.
Lorsque la continuité de l'entreprise requiert une réduction de la masse salariale, un volet social du plan de réorganisation est prévu, dans la mesure où un tel plan n'a pas encore été négocié. Le cas échéant, celui-ci peut prévoir des licenciements.
Lors de l'élaboration de ce plan, les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, du comité pour la prévention et la protection au travail, ou, à défaut, la délégation syndicale ou, à défaut, une délégation du personnel, sont entendus."
Art. 106. Artikel XX.75 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het plan kan, behalve wat de entiteiten bedoeld in artikel I.1, 1°, tweede lid, c), betreft, in de omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien."
"Het plan kan, behalve wat de entiteiten bedoeld in artikel I.1, 1°, tweede lid, c), betreft, in de omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien."
Art. 106. L'article XX.75 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le plan peut prévoir, sauf à l'égard des créances des entités visées à l'article I.1, 1°, alinéa 2, c), la conversion de créances en actions."
"Le plan peut prévoir, sauf à l'égard des créances des entités visées à l'article I.1, 1°, alinéa 2, c), la conversion de créances en actions."
Art. 107. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 98, wordt een artikel XX.75/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.75/1. De voorstellen bevatten voor alle schuldeisers een betalingsvoorstel dat niet minder dan twintig procent van het bedrag van de schuldvordering in hoofdsom mag bedragen. Het percentage wordt bepaald zonder rekening te houden met de in artikel XX.75 bedoelde conversie.
Als het plan in een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers voorziet, mag de behandeling van de openbare schuldeisers die een algemeen voorrecht genieten, niet minder gunstig zijn dan die welke de best behandelde gewone schuldeisers in de opschorting genieten.
Het plan kan voor de in het eerste en tweede lid vermelde schuldeisers of groepen schuldeisers, lagere percentages voorstellen op basis van dwingende en met redenen omklede vereisten die verband houden met de continuïteit van de onderneming en die niet onevenredig zijn."
"Art. XX.75/1. De voorstellen bevatten voor alle schuldeisers een betalingsvoorstel dat niet minder dan twintig procent van het bedrag van de schuldvordering in hoofdsom mag bedragen. Het percentage wordt bepaald zonder rekening te houden met de in artikel XX.75 bedoelde conversie.
Als het plan in een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers voorziet, mag de behandeling van de openbare schuldeisers die een algemeen voorrecht genieten, niet minder gunstig zijn dan die welke de best behandelde gewone schuldeisers in de opschorting genieten.
Het plan kan voor de in het eerste en tweede lid vermelde schuldeisers of groepen schuldeisers, lagere percentages voorstellen op basis van dwingende en met redenen omklede vereisten die verband houden met de continuïteit van de onderneming en die niet onevenredig zijn."
Art. 107. Dans la section 3 insérée par l'article 98, il est inséré un article XX.75/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.75/1. Les propositions incluent pour tous les créanciers une proposition de paiement qui ne peut être inférieure à vingt pour cent du montant de la créance en ordre principal. Le pourcentage est calculé en ne tenant pas compte d'une éventuelle conversion des créances en actions comme prévu à l'article XX.75.
Si le plan prévoit un traitement différencié des créanciers, il ne peut accorder aux créanciers publics munis d'un privilège général un traitement moins favorable que celui qu'il accorde aux créanciers sursitaires ordinaires les plus favorisés.
Pour les créanciers ou groupes de créanciers mentionnés aux alinéas 1er et 2, le plan peut proposer des pourcentages moins élevés sur la base d'exigences impérieuses et motivées liées à la continuité de l'entreprise et qui ne sont pas disproportionnées."
"Art. XX.75/1. Les propositions incluent pour tous les créanciers une proposition de paiement qui ne peut être inférieure à vingt pour cent du montant de la créance en ordre principal. Le pourcentage est calculé en ne tenant pas compte d'une éventuelle conversion des créances en actions comme prévu à l'article XX.75.
Si le plan prévoit un traitement différencié des créanciers, il ne peut accorder aux créanciers publics munis d'un privilège général un traitement moins favorable que celui qu'il accorde aux créanciers sursitaires ordinaires les plus favorisés.
Pour les créanciers ou groupes de créanciers mentionnés aux alinéas 1er et 2, le plan peut proposer des pourcentages moins élevés sur la base d'exigences impérieuses et motivées liées à la continuité de l'entreprise et qui ne sont pas disproportionnées."
Art. 108. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.75/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.75/2. § 1. Onverminderd de betaling van de interest die hen conventioneel of wettelijk op hun schuldvorderingen verschuldigd is, kan het plan in de opschorting voorzien van de uitoefening van de bestaande rechten van de buitengewone schuldeisers in de opschorting, voor een duur die vierentwintig maanden niet mag overschrijden vanaf het vonnis van homologatie bedoeld in artikel XX.79.
Het plan kan onder dezelfde voorwaarden in een buitengewone verlenging van die opschorting voorzien voor een termijn van maximum twaalf maanden. In dit geval bepaalt het plan dat bij het verstrijken van de eerste termijn die voor de opschorting is bepaald, de schuldenaar aan de rechtbank, nadat zijn schuldeiser is gehoord, het bewijs moet leveren dat de financiële toestand en verwachte inkomsten van de onderneming na het verstrijken van deze periode de integrale terugbetaling van de betrokken buitengewone schuldeisers in de opschorting redelijkerwijze mogelijk maken, en dat bij ontstentenis van dit bewijs de rechtbank beveelt dat een einde wordt gemaakt aan die opschorting.
Behoudens hun individuele toestemming of een minnelijk akkoord gesloten overeenkomstig artikel XX.38 of XX.65, waarvan een kopie is gevoegd bij het plan op het ogenblik van de neerlegging in het register, mag het plan geen enkele andere maatregel bevatten die de rechten van die schuldeisers aantast.
§ 2. De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden slechts voor hun effectief gewaarborgd deel van de vordering als buitengewone schuldeisers in de opschorting beschouwd."
"Art. XX.75/2. § 1. Onverminderd de betaling van de interest die hen conventioneel of wettelijk op hun schuldvorderingen verschuldigd is, kan het plan in de opschorting voorzien van de uitoefening van de bestaande rechten van de buitengewone schuldeisers in de opschorting, voor een duur die vierentwintig maanden niet mag overschrijden vanaf het vonnis van homologatie bedoeld in artikel XX.79.
Het plan kan onder dezelfde voorwaarden in een buitengewone verlenging van die opschorting voorzien voor een termijn van maximum twaalf maanden. In dit geval bepaalt het plan dat bij het verstrijken van de eerste termijn die voor de opschorting is bepaald, de schuldenaar aan de rechtbank, nadat zijn schuldeiser is gehoord, het bewijs moet leveren dat de financiële toestand en verwachte inkomsten van de onderneming na het verstrijken van deze periode de integrale terugbetaling van de betrokken buitengewone schuldeisers in de opschorting redelijkerwijze mogelijk maken, en dat bij ontstentenis van dit bewijs de rechtbank beveelt dat een einde wordt gemaakt aan die opschorting.
Behoudens hun individuele toestemming of een minnelijk akkoord gesloten overeenkomstig artikel XX.38 of XX.65, waarvan een kopie is gevoegd bij het plan op het ogenblik van de neerlegging in het register, mag het plan geen enkele andere maatregel bevatten die de rechten van die schuldeisers aantast.
§ 2. De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden slechts voor hun effectief gewaarborgd deel van de vordering als buitengewone schuldeisers in de opschorting beschouwd."
Art. 108. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.75/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.75/2. § 1er. Sans préjudice du paiement des intérêts qui leur sont conventionnellement ou légalement dus sur leurs créances, le plan peut prévoir le sursis de l'exercice des droits existants des créanciers sursitaires extraordinaires, pour une durée n'excédant pas vingt-quatre mois à dater du jugement d'homologation visé à l'article XX.79.
Dans les mêmes conditions, le plan peut prévoir une prorogation extraordinaire de ce sursis pour une durée ne dépassant pas douze mois. Dans ce cas, le plan prévoit qu'à l'échéance du premier délai de sursis, le débiteur soumettra au tribunal, son créancier entendu, la preuve que la situation financière et les recettes prévisibles de l'entreprise la mettront, selon les prévisions raisonnables, à même, à l'expiration de cette période supplémentaire, de rembourser intégralement les créanciers sursitaires extraordinaires concernés, et qu'à défaut d'apporter cette preuve, le débiteur entendra ordonner la fin de ce sursis.
Sauf leur consentement individuel ou accord amiable conclu conformément à l'article XX.38 ou XX.65, dont une copie est jointe au plan lors de son dépôt au registre, le plan ne peut comporter aucune autre mesure affectant les droits desdits créanciers.
§ 2. Les créanciers sursitaires extraordinaires ne sont considérés comme tels que pour la partie effectivement garantie de leur créance."
"Art. XX.75/2. § 1er. Sans préjudice du paiement des intérêts qui leur sont conventionnellement ou légalement dus sur leurs créances, le plan peut prévoir le sursis de l'exercice des droits existants des créanciers sursitaires extraordinaires, pour une durée n'excédant pas vingt-quatre mois à dater du jugement d'homologation visé à l'article XX.79.
Dans les mêmes conditions, le plan peut prévoir une prorogation extraordinaire de ce sursis pour une durée ne dépassant pas douze mois. Dans ce cas, le plan prévoit qu'à l'échéance du premier délai de sursis, le débiteur soumettra au tribunal, son créancier entendu, la preuve que la situation financière et les recettes prévisibles de l'entreprise la mettront, selon les prévisions raisonnables, à même, à l'expiration de cette période supplémentaire, de rembourser intégralement les créanciers sursitaires extraordinaires concernés, et qu'à défaut d'apporter cette preuve, le débiteur entendra ordonner la fin de ce sursis.
Sauf leur consentement individuel ou accord amiable conclu conformément à l'article XX.38 ou XX.65, dont une copie est jointe au plan lors de son dépôt au registre, le plan ne peut comporter aucune autre mesure affectant les droits desdits créanciers.
§ 2. Les créanciers sursitaires extraordinaires ne sont considérés comme tels que pour la partie effectivement garantie de leur créance."
Art. 109. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 4 ingevoegd luidende "Afdeling 4. Neerlegging, goedkeuring en bevestiging van reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.77 tot en met XX.80 zijn opgenomen.
Art. 109. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. Dépôt, approbation et confirmation du plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.77 à XX.80.
Art. 110. Artikel XX.77 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.77. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 in het register, het reorganisatieplan neer.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen een lijst van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
§ 3. De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.
§ 4. Zodra het plan in het register is neergelegd, bepaalt de rechtbank, in voorkomend geval, op verslag van de gedelegeerd rechter, de modaliteiten van de op afstand gehouden vergadering.
§ 5. Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na die mededeling en, in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is volgens bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser, en in voorkomend geval de kapitaalhouder, ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 6. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 7. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.76.
§ 8. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 5 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
"Art. XX.77. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 in het register, het reorganisatieplan neer.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen een lijst van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
§ 3. De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.
§ 4. Zodra het plan in het register is neergelegd, bepaalt de rechtbank, in voorkomend geval, op verslag van de gedelegeerd rechter, de modaliteiten van de op afstand gehouden vergadering.
§ 5. Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na die mededeling en, in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is volgens bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser, en in voorkomend geval de kapitaalhouder, ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 6. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 7. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.76.
§ 8. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 5 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
Art. 110. L'article XX.77 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.77. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.48.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation, déposent la liste des créanciers sursitaires, le cas échéant modifiée en application des articles XX.49, ou XX.68, avec indication des contestations des créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
§ 3. Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par le présent titre.
§ 4. Dès le dépôt du plan dans le registre, le tribunal décide, le cas échéant, sur rapport du juge délégué, les modalités de l'assemblée tenue à distance.
§ 5. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cette communication et, le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier et le cas échéant le détenteur de capital pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé;
- que seuls les créanciers sursitaires, et le cas échéant les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 6. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 7. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation informent les représentants des travailleurs visés à l'article XX.74/1, alinéa 3, du contenu de ce plan, en ce compris les créanciers extraordinaires dont les droits ont été modifiés en application de l'article XX.76.
§ 8. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 5 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
"Art. XX.77. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.48.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation, déposent la liste des créanciers sursitaires, le cas échéant modifiée en application des articles XX.49, ou XX.68, avec indication des contestations des créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
§ 3. Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par le présent titre.
§ 4. Dès le dépôt du plan dans le registre, le tribunal décide, le cas échéant, sur rapport du juge délégué, les modalités de l'assemblée tenue à distance.
§ 5. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cette communication et, le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier et le cas échéant le détenteur de capital pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé;
- que seuls les créanciers sursitaires, et le cas échéant les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 6. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 7. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation informent les représentants des travailleurs visés à l'article XX.74/1, alinéa 3, du contenu de ce plan, en ce compris les créanciers extraordinaires dont les droits ont été modifiés en application de l'article XX.76.
§ 8. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 5 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
Art. 111. Artikel XX.78 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2021, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.78. § 1. Op de dag gemeld aan de schuldeisers en aan de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar en de schuldeisers.
De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waar de schuldeisers en de schuldenaar opgeroepen zijn.
§ 2. De schuldeiser die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op afstand te stemmen kan desondanks deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen."
"Art. XX.78. § 1. Op de dag gemeld aan de schuldeisers en aan de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar en de schuldeisers.
De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waar de schuldeisers en de schuldenaar opgeroepen zijn.
§ 2. De schuldeiser die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op afstand te stemmen kan desondanks deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen."
Art. 111. L'article XX.78 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 21 mars 2021, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.78. § 1er. Au jour indiqué aux créanciers et au débiteur conformément à l'article XX.77, le tribunal prend connaissance du rapport du juge délégué, qui a été déposé deux jours ouvrables à l'avance dans le registre, et des moyens du débiteur et des créanciers.
Le vote du plan se fait lors d'une audience où les créanciers et le débiteur sont convoqués.
§ 2. Le créancier qui a fait usage de la possibilité d'exprimer son vote à distance peut néanmoins participer à l'audience et y modifier son vote."
"Art. XX.78. § 1er. Au jour indiqué aux créanciers et au débiteur conformément à l'article XX.77, le tribunal prend connaissance du rapport du juge délégué, qui a été déposé deux jours ouvrables à l'avance dans le registre, et des moyens du débiteur et des créanciers.
Le vote du plan se fait lors d'une audience où les créanciers et le débiteur sont convoqués.
§ 2. Le créancier qui a fait usage de la possibilité d'exprimer son vote à distance peut néanmoins participer à l'audience et y modifier son vote."
Art. 112. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 109, wordt een artikel XX.78/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.78/1. De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.
De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd."
"Art. XX.78/1. De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.
De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd."
Art. 112. Dans la section 4 insérée par l'article 109, il est inséré un article XX.78/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.78/1. Le créancier participe au vote en personne, par procuration écrite, déposée dans le registre, ou par l'intermédiaire de son avocat qui peut agir sans procuration spéciale.
La procuration écrite doit être déposée dans le registre au moins deux jours ouvrables avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.46."
"Art. XX.78/1. Le créancier participe au vote en personne, par procuration écrite, déposée dans le registre, ou par l'intermédiaire de son avocat qui peut agir sans procuration spéciale.
La procuration écrite doit être déposée dans le registre au moins deux jours ouvrables avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.46."
Art. 113. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.78/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.78/2. Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de schuldeisers wanneer de meerderheid van hen, vertegenwoordigd door hun schuldvorderingen, de helft van alle in hoofdsom en rente verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Voor de berekening van de meerderheden wordt rekening gehouden met de schuldeisers en de verschuldigde bedragen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.
Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming."
"Art. XX.78/2. Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de schuldeisers wanneer de meerderheid van hen, vertegenwoordigd door hun schuldvorderingen, de helft van alle in hoofdsom en rente verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Voor de berekening van de meerderheden wordt rekening gehouden met de schuldeisers en de verschuldigde bedragen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.
Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming."
Art. 113. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.78/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.78/2. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé par les créanciers lorsqu'il recueille le vote favorable de la majorité de ceux-ci, représentant par leurs créances, la moitié de toutes les sommes dues en principal et intérêts.
Pour le calcul des majorités, sont pris en compte les créanciers et les montants dus repris sur la liste de créanciers déposée par le débiteur conformément à l'article XX.77, ainsi que les créanciers dont les créances ont par la suite été provisoirement admises en application des articles XX.68 et XX.69.
Les créanciers qui n'ont pas participé au vote et les créances qu'ils détiennent ne sont pas pris en compte pour le calcul des majorités. Le créancier ou détenteur de capital est lié par le vote même s'il ne participe pas au vote."
"Art. XX.78/2. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé par les créanciers lorsqu'il recueille le vote favorable de la majorité de ceux-ci, représentant par leurs créances, la moitié de toutes les sommes dues en principal et intérêts.
Pour le calcul des majorités, sont pris en compte les créanciers et les montants dus repris sur la liste de créanciers déposée par le débiteur conformément à l'article XX.77, ainsi que les créanciers dont les créances ont par la suite été provisoirement admises en application des articles XX.68 et XX.69.
Les créanciers qui n'ont pas participé au vote et les créances qu'ils détiennent ne sont pas pris en compte pour le calcul des majorités. Le créancier ou détenteur de capital est lié par le vote même s'il ne participe pas au vote."
Art. 114. Artikel XX.79 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.79. § 1. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.
§ 2. De rechtbank beoordeelt of:
1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.78/2;
2° het plan tijdig in het register is neergelegd.
§ 3. Indien de rechtbank oordeelt dat de pleegvormen niet werden nageleefd, dat het plan de openbare orde schendt of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast, mag zij bij een met redenen omklede beslissing en vooraleer recht te doen, aan de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen volgens de pleegvormen van artikel XX.75/2. De rechtbank vermeldt in een enkele beslissing alle bezwaren die zij meent te moeten opwerpen ten aanzien van het voorgelegde reorganisatieplan. In dit geval beslist zij dat de periode van opschorting wordt verlengd, zonder dat de bij artikel XX.59 bepaalde maximumtermijn echter kan worden overschreden. Zij stelt ook de datum vast van de zitting waarop zal overgegaan worden tot de stemming over het plan. Tegen de op grond van deze paragraaf gewezen beslissingen kan slechts hoger beroep of verzet worden ingesteld samen met het vonnis dat zich over de homologatie uitspreekt.
§ 4. De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet-naleving van de pleegvormen die door deze wet worden opgelegd, wegens schending van de openbare orde of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast.
Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.
Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan kennelijk geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of het faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
§ 5. Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af.
Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier."
"Art. XX.79. § 1. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.
§ 2. De rechtbank beoordeelt of:
1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.78/2;
2° het plan tijdig in het register is neergelegd.
§ 3. Indien de rechtbank oordeelt dat de pleegvormen niet werden nageleefd, dat het plan de openbare orde schendt of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast, mag zij bij een met redenen omklede beslissing en vooraleer recht te doen, aan de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen volgens de pleegvormen van artikel XX.75/2. De rechtbank vermeldt in een enkele beslissing alle bezwaren die zij meent te moeten opwerpen ten aanzien van het voorgelegde reorganisatieplan. In dit geval beslist zij dat de periode van opschorting wordt verlengd, zonder dat de bij artikel XX.59 bepaalde maximumtermijn echter kan worden overschreden. Zij stelt ook de datum vast van de zitting waarop zal overgegaan worden tot de stemming over het plan. Tegen de op grond van deze paragraaf gewezen beslissingen kan slechts hoger beroep of verzet worden ingesteld samen met het vonnis dat zich over de homologatie uitspreekt.
§ 4. De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet-naleving van de pleegvormen die door deze wet worden opgelegd, wegens schending van de openbare orde of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast.
Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.
Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan kennelijk geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of het faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
§ 5. Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af.
Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier."
Art. 114. L'article XX.79 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.79. § 1er. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide s'il homologue ou non le plan de réorganisation.
§ 2. Le tribunal examine si:
1° le plan de réorganisation a été adopté conformément à l'article XX.78/2;
2° le plan a été déposé dans le registre en temps utile.
§ 3. Si le tribunal estime que les formalités n'ont pas été respectées, que le plan porte atteinte à l'ordre public ou qu'il y a une atteinte déraisonnable aux droits et intérêts des créanciers, il peut, par décision motivée et avant de statuer, autoriser le débiteur à proposer aux créanciers un plan de réorganisation adapté selon les formalités de l'article XX.75/2. Le tribunal énonce dans une seule décision toutes les objections qu'il estime devoir formuler à l'encontre du plan. Dans ce cas, il décide que la période de sursis est prorogée, sans que le délai maximum fixé à l'article XX.59 ne puisse toutefois être dépassé. Il fixe également la date de l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur le plan. Les décisions rendues en vertu du présent paragraphe ne sont susceptibles d'opposition ou d'appel qu'avec le jugement qui statue sur l'homologation.
§ 4. L'homologation ne peut être refusée qu'en cas d'inobservation des formalités requises par la présente loi, en cas de violation de l'ordre public, ou en cas d'une atteinte déraisonnable aux droits et intérêts des créanciers.
Elle ne peut être subordonnée à aucune condition qui ne soit pas prévue au plan de réorganisation, ni y apporter quelque modification que ce soit.
Le tribunal peut refuser, à la demande de tout intéressé, d'homologuer un plan de réorganisation si ce dernier n'offre manifestement pas une perspective raisonnable d'éviter la liquidation ou la faillite du débiteur ou de garantir la viabilité de l'entreprise.
§ 5. Sous réserve des contestations découlant de l'exécution du plan de réorganisation, le jugement qui statue sur l'homologation clôture la procédure de réorganisation.
Il est publié par extrait au Moniteur belge par les soins du greffier."
"Art. XX.79. § 1er. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide s'il homologue ou non le plan de réorganisation.
§ 2. Le tribunal examine si:
1° le plan de réorganisation a été adopté conformément à l'article XX.78/2;
2° le plan a été déposé dans le registre en temps utile.
§ 3. Si le tribunal estime que les formalités n'ont pas été respectées, que le plan porte atteinte à l'ordre public ou qu'il y a une atteinte déraisonnable aux droits et intérêts des créanciers, il peut, par décision motivée et avant de statuer, autoriser le débiteur à proposer aux créanciers un plan de réorganisation adapté selon les formalités de l'article XX.75/2. Le tribunal énonce dans une seule décision toutes les objections qu'il estime devoir formuler à l'encontre du plan. Dans ce cas, il décide que la période de sursis est prorogée, sans que le délai maximum fixé à l'article XX.59 ne puisse toutefois être dépassé. Il fixe également la date de l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur le plan. Les décisions rendues en vertu du présent paragraphe ne sont susceptibles d'opposition ou d'appel qu'avec le jugement qui statue sur l'homologation.
§ 4. L'homologation ne peut être refusée qu'en cas d'inobservation des formalités requises par la présente loi, en cas de violation de l'ordre public, ou en cas d'une atteinte déraisonnable aux droits et intérêts des créanciers.
Elle ne peut être subordonnée à aucune condition qui ne soit pas prévue au plan de réorganisation, ni y apporter quelque modification que ce soit.
Le tribunal peut refuser, à la demande de tout intéressé, d'homologuer un plan de réorganisation si ce dernier n'offre manifestement pas une perspective raisonnable d'éviter la liquidation ou la faillite du débiteur ou de garantir la viabilité de l'entreprise.
§ 5. Sous réserve des contestations découlant de l'exécution du plan de réorganisation, le jugement qui statue sur l'homologation clôture la procédure de réorganisation.
Il est publié par extrait au Moniteur belge par les soins du greffier."
Art. 115. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 5 ingevoegd luidende "Afdeling 5. Rechtsmiddelen" en waarin artikel XX.81 is opgenomen.
Art. 115. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 5 intitulée "Section 5. Voies de recours" et qui comprend l'article XX.81.
Art. 116. In artikel XX.81 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vierde lid, wordt het woord "zitting" vervangen door de woorden "zitting op verslag van de gedelegeerd rechter" en worden de zinnen "De gedelegeerd rechter wordt gehoord in zijn verslag. Het verslag kan evenwel ook schriftelijk worden gedaan en moet dan neergelegd worden in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting." opgeheven;
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° in het vierde lid, wordt het woord "zitting" vervangen door de woorden "zitting op verslag van de gedelegeerd rechter" en worden de zinnen "De gedelegeerd rechter wordt gehoord in zijn verslag. Het verslag kan evenwel ook schriftelijk worden gedaan en moet dan neergelegd worden in het register uiterlijk twee dagen voor de zitting." opgeheven;
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. 116. A l'article XX.81 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 4, les mots ", le juge délégué entendu en son rapport" sont remplacés par les mots "sur rapport du juge délégué" et la phrase "Le rapport du juge délégué peut toutefois également être formé par un écrit déposé dans le registre au plus tard deux jours avant l'audience devant la Cour." est abrogée;
2° l'alinéa 5 est abrogé.
1° dans l'alinéa 4, les mots ", le juge délégué entendu en son rapport" sont remplacés par les mots "sur rapport du juge délégué" et la phrase "Le rapport du juge délégué peut toutefois également être formé par un écrit déposé dans le registre au plus tard deux jours avant l'audience devant la Cour." est abrogée;
2° l'alinéa 5 est abrogé.
Art. 117. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 6 ingevoegd luidende "Afdeling 6. Gevolgen van het gehomologeerd reorganisatieplan" en waarin artikel XX.82 is opgenomen.
Art. 117. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 6 intitulée "Section 6. Effets du plan de réorganisation homologué" et qui comprend l'article XX.82.
Art. 118. In artikel XX.82 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"In de mate de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.";
2° in het derde lid worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° in het zesde lid wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek" en worden de woorden "XX.74" vervangen door de woorden "XX.75/2".
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"In de mate de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.";
2° in het derde lid worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° in het zesde lid wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek" en worden de woorden "XX.74" vervangen door de woorden "XX.75/2".
Art. 118. A l'article XX.82 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.";
2° dans l'alinéa 3, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° dans l'alinéa 6, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil" et les mots "XX.74" est remplacé par les mots "XX.75/2".
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.";
2° dans l'alinéa 3, les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° dans l'alinéa 6, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil" et les mots "XX.74" est remplacé par les mots "XX.75/2".
Art. 119. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 92, wordt een afdeling 7 ingevoegd luidende "Afdeling 7. - Intrekking van het reorganisatieplan en vaststelling van voltooiing van het reoganisatieplan" en waarin artikel XX.83 is opgenomen.
Art. 119. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 2, du même Code, inséré par l'article 92, il est inséré une section 7 intitulée "Section 7. - Révocation du plan de réorganisation et constat de finalisation du plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83.
Art. 120. In boek XX, titel V/I, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 88, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd luidende "Hoofdstuk 3. - Openbare gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord toepasselijk op de grote ondernemingen" en waarin de artikelen XX.83/1 tot en met XX.83/21 zijn opgenomen.
Art. 120. Dans le livre XX, titre V/I, du même Code, inséré par l'article 88, il est inséré un chapitre 3 intitulé "Chapitre 3. - Réorganisation judiciaire publique par un accord collectif applicable aux grandes entreprises" et qui comprend les articles XX.83/1 à XX.83/21.
Art. 121. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 1 ingevoegd luidende "Afdeling 1. - Toepassingsgebied" en waarin artikel XX.83/1 is opgenomen.
Art. 121. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. - Champ d'application" et qui comprend l'article XX.83/1.
Art. 122. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 121, wordt een artikel XX.83/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/1. Dit hoofdstuk is toepasselijk op vennootschappen, verenigingen of stichtingen die een of meer van de volgende criteria overschrijden gedurende twee achtereenvolgende boekjaren:
- jaargemiddelde van het aantal werknemers: 250;
- jaaromzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 40.000.000 euro;
- balanstotaal: 20.000.000 euro.
Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel I.23, 26°, en die samen beschouwd de in het eerste lid bepaalde drempel overstijgen.
Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op schuldenaren zoals bedoeld in artikel XX.66/1, die bij de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XX.41, § 2, tweede lid, uitdrukkelijk gekozen hebben om hun reorganisatieplan aan dit hoofdstuk te onderwerpen."
"Art. XX.83/1. Dit hoofdstuk is toepasselijk op vennootschappen, verenigingen of stichtingen die een of meer van de volgende criteria overschrijden gedurende twee achtereenvolgende boekjaren:
- jaargemiddelde van het aantal werknemers: 250;
- jaaromzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 40.000.000 euro;
- balanstotaal: 20.000.000 euro.
Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel I.23, 26°, en die samen beschouwd de in het eerste lid bepaalde drempel overstijgen.
Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op schuldenaren zoals bedoeld in artikel XX.66/1, die bij de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XX.41, § 2, tweede lid, uitdrukkelijk gekozen hebben om hun reorganisatieplan aan dit hoofdstuk te onderwerpen."
Art. 122. Dans la section 1re insérée par l'article 121, il est inséré un article XX.83/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/1. Le présent chapitre s'applique aux sociétés, associations ou fondations qui excèdent un ou plusieurs des critères suivants pendant deux exercices comptables consécutifs:
- moyenne annuelle du nombre de travailleurs: 250;
- chiffre d'affaires annuel hors taxe sur la valeur ajoutée: 40.000.000 euros;
- total du bilan: 20.000.000 euros.
Le présent chapitre s'applique également aux entreprises entre lesquelles existe une relation de filiation au sens de l'article I.23, 26°, si ces entités considérées dans leur ensemble dépassent le seuil visé à l'alinéa 1er.
Le présent chapitre s'applique également aux débiteurs visés à l'article XX.66/1, qui lors du dépôt de la requête visée à l'article XX.41, § 2, alinéa 2, ont expressément choisi de soumettre leur plan de réorganisation au présent chapitre."
"Art. XX.83/1. Le présent chapitre s'applique aux sociétés, associations ou fondations qui excèdent un ou plusieurs des critères suivants pendant deux exercices comptables consécutifs:
- moyenne annuelle du nombre de travailleurs: 250;
- chiffre d'affaires annuel hors taxe sur la valeur ajoutée: 40.000.000 euros;
- total du bilan: 20.000.000 euros.
Le présent chapitre s'applique également aux entreprises entre lesquelles existe une relation de filiation au sens de l'article I.23, 26°, si ces entités considérées dans leur ensemble dépassent le seuil visé à l'alinéa 1er.
Le présent chapitre s'applique également aux débiteurs visés à l'article XX.66/1, qui lors du dépôt de la requête visée à l'article XX.41, § 2, alinéa 2, ont expressément choisi de soumettre leur plan de réorganisation au présent chapitre."
Art. 123. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 2 ingevoegd luidende "Afdeling 2. Reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/2 is opgenomen.
Art. 123. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. Plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83/2.
Art. 124. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 123, wordt een artikel XX.83/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/2. De artikelen XX.67 tot XX.69 zijn overeenkomstig van toepassing."
"Art. XX.83/2. De artikelen XX.67 tot XX.69 zijn overeenkomstig van toepassing."
Art. 124. Dans la section 2 insérée par l'article 123, il est inséré un article XX.83/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/2. Les articles XX.67 à XX.69 sont d'application par analogie."
"Art. XX.83/2. Les articles XX.67 à XX.69 sont d'application par analogie."
Art. 125. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 3 ingevoegd luidende "Afdeling 3. Opstelling en inhoud van het reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.83/3 tot en met XX.83/10 zijn opgenomen.
Art. 125. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. Etablissement et contenu du plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.83/3 à XX.83/10.
Art. 126. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 125, wordt een artikel XX.83/3 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/3. § 1. Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.
Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.
§ 2. Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX. 83/4 tot en met XX.83/10.
§ 3. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is."
"Art. XX.83/3. § 1. Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.
Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.
§ 2. Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX. 83/4 tot en met XX.83/10.
§ 3. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is."
Art. 126. Dans la section 3 insérée par l'article 125, il est inséré un article XX.83/3 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/3. § 1er. Au cours du sursis visé à l'article XX.44, le débiteur élabore un plan de réorganisation.
Lorsqu'un praticien de la réorganisation a été désigné, il contribue à l'élaboration du plan de réorganisation.
§ 2. Le plan doit être établi conformément aux articles XX.83/4 à XX.83/10.
§ 3. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires."
"Art. XX.83/3. § 1er. Au cours du sursis visé à l'article XX.44, le débiteur élabore un plan de réorganisation.
Lorsqu'un praticien de la réorganisation a été désigné, il contribue à l'élaboration du plan de réorganisation.
§ 2. Le plan doit être établi conformément aux articles XX.83/4 à XX.83/10.
§ 3. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires."
Art. 127. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/4 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/4. § 1. Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.
§ 2. Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:
1° de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
2° een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan met een waardering voor de activa wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;
3° de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving van categorieën schulden, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;
4° de categorieën waarin de betrokken partijen zijn gegroepeerd met het oog op de goedkeuring van het herstructureringsplan, en de respectieve waarden van de vorderingen en belangen in elke categorie;
5° in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;
6° in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;
7° de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:
a) de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;
b) in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;
c) de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;
d) in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen;
e) de geraamde financiële stromen van de schuldenaar; en
f) alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;
8° een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.
§ 3. De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.
§ 4. De Koning kan in het register een checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar stellen die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.
De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels."
"Art. XX.83/4. § 1. Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.
§ 2. Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:
1° de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
2° een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan met een waardering voor de activa wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;
3° de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving van categorieën schulden, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;
4° de categorieën waarin de betrokken partijen zijn gegroepeerd met het oog op de goedkeuring van het herstructureringsplan, en de respectieve waarden van de vorderingen en belangen in elke categorie;
5° in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;
6° in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;
7° de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:
a) de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;
b) in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;
c) de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;
d) in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen;
e) de geraamde financiële stromen van de schuldenaar; en
f) alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;
8° een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.
§ 3. De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.
§ 4. De Koning kan in het register een checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar stellen die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.
De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels."
Art. 127. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/4 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/4. § 1er. Le plan de réorganisation contient toutes les informations nécessaires pour permettre aux créanciers ayant voix délibérative de se prononcer sur le plan proposé en étant dûment informés.
§ 2. Le plan de réorganisation contient les informations suivantes:
1° l'identité du débiteur, son adresse et son numéro d'entreprise;
2° une liste de l'actif et du passif du débiteur au moment de la présentation du plan de réorganisation avec une évaluation de l'actif, une description de la situation économique du débiteur, la situation des travailleurs et une description des causes et de l'ampleur des difficultés du débiteur;
3° les parties affectées, soit nommées individuellement soit décrites par catégories de dettes, ainsi que leurs créances ou intérêts couverts par le plan de réorganisation;
4° les classes dans lesquelles les parties affectées ont été regroupées aux fins de l'adoption du plan de réorganisation et les valeurs respectives des créances et intérêts dans chaque classe;
5° le cas échéant, les parties, soit nommées individuellement soit décrites par catégories de dettes, qui ne sont pas affectées par le plan de réorganisation, ainsi qu'une description des raisons pour lesquelles il est proposé de ne pas les y inclure;
6° le cas échéant, l'identité du praticien de la réorganisation;
7° les conditions du plan de réorganisation, incluant notamment:
a) des mesures qui, aux fins de réorganiser l'activité de l'entreprise, comprennent la modification de la composition, des conditions ou de la structure de l'actif et du passif du débiteur ou de toute autre partie de la structure financière du débiteur, telles que la vente d'actifs ou de parties de l'activité et la cession de l'entreprise en tant qu'entreprise en activité, ainsi que tout changement opérationnel nécessaire, ou une combinaison de ces éléments;
b) le cas échéant, la durée proposée de toute mesure de réorganisation proposée;
c) les modalités d'information et de consultation des représentants des travailleurs;
d) le cas échéant, les conséquences générales sur l'emploi, tels que des licenciements, des régimes de réduction du temps de travail ou d'autres conséquences comparables;
e) une estimation des flux financiers du débiteur; et
f) les éventuels nouveaux financements anticipés dans le cadre du plan de réorganisation et les raisons pour lesquelles le nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre ce plan;
8° un exposé des motifs expliquant pourquoi le plan de réorganisation offre une perspective raisonnable d'éviter la faillite ou la liquidation de l'entreprise et de garantir sa viabilité, et comprenant les conditions préalables nécessaires au succès du plan.
§ 3. Le Roi peut préciser quelle information complémentaire doit être donnée par le plan et sous quelle forme cette information doit être fournie.
§ 4. Le Roi peut mettre à disposition dans le registre une liste de contrôle relative aux plans de réorganisation, qui comprend des orientations pratiques sur la façon dont le plan de réorganisation doit être rédigé.
La liste de contrôle est mise à disposition dans le registre en français, en néerlandais, en allemand et en anglais."
"Art. XX.83/4. § 1er. Le plan de réorganisation contient toutes les informations nécessaires pour permettre aux créanciers ayant voix délibérative de se prononcer sur le plan proposé en étant dûment informés.
§ 2. Le plan de réorganisation contient les informations suivantes:
1° l'identité du débiteur, son adresse et son numéro d'entreprise;
2° une liste de l'actif et du passif du débiteur au moment de la présentation du plan de réorganisation avec une évaluation de l'actif, une description de la situation économique du débiteur, la situation des travailleurs et une description des causes et de l'ampleur des difficultés du débiteur;
3° les parties affectées, soit nommées individuellement soit décrites par catégories de dettes, ainsi que leurs créances ou intérêts couverts par le plan de réorganisation;
4° les classes dans lesquelles les parties affectées ont été regroupées aux fins de l'adoption du plan de réorganisation et les valeurs respectives des créances et intérêts dans chaque classe;
5° le cas échéant, les parties, soit nommées individuellement soit décrites par catégories de dettes, qui ne sont pas affectées par le plan de réorganisation, ainsi qu'une description des raisons pour lesquelles il est proposé de ne pas les y inclure;
6° le cas échéant, l'identité du praticien de la réorganisation;
7° les conditions du plan de réorganisation, incluant notamment:
a) des mesures qui, aux fins de réorganiser l'activité de l'entreprise, comprennent la modification de la composition, des conditions ou de la structure de l'actif et du passif du débiteur ou de toute autre partie de la structure financière du débiteur, telles que la vente d'actifs ou de parties de l'activité et la cession de l'entreprise en tant qu'entreprise en activité, ainsi que tout changement opérationnel nécessaire, ou une combinaison de ces éléments;
b) le cas échéant, la durée proposée de toute mesure de réorganisation proposée;
c) les modalités d'information et de consultation des représentants des travailleurs;
d) le cas échéant, les conséquences générales sur l'emploi, tels que des licenciements, des régimes de réduction du temps de travail ou d'autres conséquences comparables;
e) une estimation des flux financiers du débiteur; et
f) les éventuels nouveaux financements anticipés dans le cadre du plan de réorganisation et les raisons pour lesquelles le nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre ce plan;
8° un exposé des motifs expliquant pourquoi le plan de réorganisation offre une perspective raisonnable d'éviter la faillite ou la liquidation de l'entreprise et de garantir sa viabilité, et comprenant les conditions préalables nécessaires au succès du plan.
§ 3. Le Roi peut préciser quelle information complémentaire doit être donnée par le plan et sous quelle forme cette information doit être fournie.
§ 4. Le Roi peut mettre à disposition dans le registre une liste de contrôle relative aux plans de réorganisation, qui comprend des orientations pratiques sur la façon dont le plan de réorganisation doit être rédigé.
La liste de contrôle est mise à disposition dans le registre en français, en néerlandais, en allemand et en anglais."
Art. 128. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/5 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/5. Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag."
"Art. XX.83/5. Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag."
Art. 128. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/5 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/5. Le plan de réorganisation indique quelles créances sont encore contestées en application des articles XX.49 ou XX.68, en vue d'éclairer les intéressés sur leur ampleur et leur fondement."
"Art. XX.83/5. Le plan de réorganisation indique quelles créances sont encore contestées en application des articles XX.49 ou XX.68, en vue d'éclairer les intéressés sur leur ampleur et leur fondement."
Art. 129. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/6 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/6. Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.
Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend."
"Art. XX.83/6. Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.
Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend."
Art. 129. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/6 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/6. Le plan de réorganisation peut contenir une liste de créanciers dont les créances sont d'un montant nominalement minime et dont l'inclusion dans le plan en tant que créanciers concernés constituerait une charge administrative et financière injustifiable.
Le plan indique les raisons pour lesquelles il est du meilleur intérêt de l'ensemble des créanciers affectés que ces créances soient traitées hors plan et liquidées immédiatement."
"Art. XX.83/6. Le plan de réorganisation peut contenir une liste de créanciers dont les créances sont d'un montant nominalement minime et dont l'inclusion dans le plan en tant que créanciers concernés constituerait une charge administrative et financière injustifiable.
Le plan indique les raisons pour lesquelles il est du meilleur intérêt de l'ensemble des créanciers affectés que ces créances soient traitées hors plan et liquidées immédiatement."
Art. 130. In afdeling 3 wordt een artikel XX.83/7 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/7. Het reorganisatieplan kan niet voorzien in:
- een vermindering of kwijtschelding van schuldvorderingen in de opschorting ontstaan uit arbeidsprestaties met uitsluiting van de fiscale of sociale bijdragen of schulden;
- een vermindering van de onderhoudsschulden, noch van de schulden die voor de schuldenaar voortvloeien uit de verplichting tot herstel van de door zijn schuld veroorzaakte schade die verbonden is aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon;
- een vermindering of kwijtschelding van strafrechtelijke boeten."
"Art. XX.83/7. Het reorganisatieplan kan niet voorzien in:
- een vermindering of kwijtschelding van schuldvorderingen in de opschorting ontstaan uit arbeidsprestaties met uitsluiting van de fiscale of sociale bijdragen of schulden;
- een vermindering van de onderhoudsschulden, noch van de schulden die voor de schuldenaar voortvloeien uit de verplichting tot herstel van de door zijn schuld veroorzaakte schade die verbonden is aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon;
- een vermindering of kwijtschelding van strafrechtelijke boeten."
Art. 130. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/7 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/7. Le plan de réorganisation ne peut pas comporter:
- de réduction ou d'abandon de créances sursitaires nées de prestations de travail, à l'exclusion des cotisations ou dettes fiscales ou sociales;
- de réduction des dettes alimentaires ni des dettes qui résultent pour le débiteur de l'obligation de réparer le dommage causé par sa faute et lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne;
- de diminution ou de suppression d'amendes pénales."
"Art. XX.83/7. Le plan de réorganisation ne peut pas comporter:
- de réduction ou d'abandon de créances sursitaires nées de prestations de travail, à l'exclusion des cotisations ou dettes fiscales ou sociales;
- de réduction des dettes alimentaires ni des dettes qui résultent pour le débiteur de l'obligation de réparer le dommage causé par sa faute et lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne;
- de diminution ou de suppression d'amendes pénales."
Art. 131. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/8 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/8. Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord."
"Art. XX.83/8. Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord."
Art. 131. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/8 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/8. Le plan peut prévoir que les créances sursitaires ne pourront être compensées avec des dettes du créancier titulaire postérieures à l'homologation. Une telle proposition ne peut viser des créances connexes.
Lorsque la continuité de l'entreprise requiert une réduction de la masse salariale, un volet social du plan de réorganisation est prévu, dans la mesure où un tel plan n'a pas encore été négocié. Le cas échéant, celui-ci peut prévoir des licenciements.
Lors de l'élaboration de ce plan, les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, du comité pour la prévention et la protection au travail, ou, à défaut, la délégation syndicale ou, à défaut, une délégation du personnel, sont entendus."
"Art. XX.83/8. Le plan peut prévoir que les créances sursitaires ne pourront être compensées avec des dettes du créancier titulaire postérieures à l'homologation. Une telle proposition ne peut viser des créances connexes.
Lorsque la continuité de l'entreprise requiert une réduction de la masse salariale, un volet social du plan de réorganisation est prévu, dans la mesure où un tel plan n'a pas encore été négocié. Le cas échéant, celui-ci peut prévoir des licenciements.
Lors de l'élaboration de ce plan, les représentants du personnel au sein du conseil d'entreprise ou, à défaut, du comité pour la prévention et la protection au travail, ou, à défaut, la délégation syndicale ou, à défaut, une délégation du personnel, sont entendus."
Art. 132. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/9 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/9. Schuldeisers en kapitaalhouders worden in verschillende categorieën ingedeeld, als de rechten die zij zouden hebben bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar of op basis van het akkoord zodanig verschillend zijn wat betreft hun aard, hun hoedanigheid of hun waarde, dat van een vergelijkbare positie geen sprake is.
In ieder geval worden de buitengewone schuldeisers in de opschorting en de gewone schuldeisers in de opschorting, in verschillende categorieën ingedeeld.
De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in een categorie van buitengewone schuldeisers ingedeeld.
Voor het bepalen van het deel van de vordering waarvoor in het kader van de indeling in categorieën een voorrang geldt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement of gerechtelijke vereffening volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn zakelijk zekerheidsrecht zou zijn verkregen.
Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers opgenomen in een categorie van gewone schuldeisers in de opschorting."
"Art. XX.83/9. Schuldeisers en kapitaalhouders worden in verschillende categorieën ingedeeld, als de rechten die zij zouden hebben bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar of op basis van het akkoord zodanig verschillend zijn wat betreft hun aard, hun hoedanigheid of hun waarde, dat van een vergelijkbare positie geen sprake is.
In ieder geval worden de buitengewone schuldeisers in de opschorting en de gewone schuldeisers in de opschorting, in verschillende categorieën ingedeeld.
De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in een categorie van buitengewone schuldeisers ingedeeld.
Voor het bepalen van het deel van de vordering waarvoor in het kader van de indeling in categorieën een voorrang geldt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement of gerechtelijke vereffening volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn zakelijk zekerheidsrecht zou zijn verkregen.
Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers opgenomen in een categorie van gewone schuldeisers in de opschorting."
Art. 132. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/9 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/9. Les créanciers et détenteurs de capital sont regroupés dans des classes distinctes si les droits qu'ils pourraient recevoir en cas de liquidation du patrimoine du débiteur ou qu'ils recevraient sur la base de l'accord diffèrent à un point tel en ce qui concerne leur nature, leur qualité ou leur valeur qu'il ne peut être question de position comparable.
En toute hypothèse, les créanciers sursitaires extraordinaires et les créanciers sursitaires ordinaires font partie d'une classe distincte.
Les créanciers sursitaires extraordinaires ne sont inclus dans une classe de tels créanciers qu'à concurrence de la partie de leur créance pour laquelle un droit de priorité s'applique.
Afin de déterminer dans le cadre de la constitution des classes, la partie de la créance pour laquelle un droit de priorité s'applique, il convient d'estimer la valeur qu'aurait obtenue ce créancier en vertu de son rang de priorité légale qui lui serait conféré par la sûreté réelle dans l'hypothèse d'une faillite ou d'une liquidation judiciaire.
Ces créanciers sont inclus pour le reliquat de leur créance dans la une classe des créanciers sursitaires ordinaires."
"Art. XX.83/9. Les créanciers et détenteurs de capital sont regroupés dans des classes distinctes si les droits qu'ils pourraient recevoir en cas de liquidation du patrimoine du débiteur ou qu'ils recevraient sur la base de l'accord diffèrent à un point tel en ce qui concerne leur nature, leur qualité ou leur valeur qu'il ne peut être question de position comparable.
En toute hypothèse, les créanciers sursitaires extraordinaires et les créanciers sursitaires ordinaires font partie d'une classe distincte.
Les créanciers sursitaires extraordinaires ne sont inclus dans une classe de tels créanciers qu'à concurrence de la partie de leur créance pour laquelle un droit de priorité s'applique.
Afin de déterminer dans le cadre de la constitution des classes, la partie de la créance pour laquelle un droit de priorité s'applique, il convient d'estimer la valeur qu'aurait obtenue ce créancier en vertu de son rang de priorité légale qui lui serait conféré par la sûreté réelle dans l'hypothèse d'une faillite ou d'une liquidation judiciaire.
Ces créanciers sont inclus pour le reliquat de leur créance dans la une classe des créanciers sursitaires ordinaires."
Art. 133. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XX.83/10 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/10. De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van de homologatie ervan."
"Art. XX.83/10. De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van de homologatie ervan."
Art. 133. Dans la même section 3, il est inséré un article XX.83/10 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/10. Le délai d'exécution du plan ne peut dépasser cinq ans à compter de son homologation."
"Art. XX.83/10. Le délai d'exécution du plan ne peut dépasser cinq ans à compter de son homologation."
Art. 134. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 4 ingevoegd luidende "Afdeling 4. Neerlegging, goedkeuring en bevestiging van reorganisatieplannen" en waarin de artikelen XX.83/11 tot en met XX.83/18 zijn opgenomen.
Art. 134. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. Dépôt, approbation et confirmation des plans de réorganisation" et qui comprend les articles XX.83/11 à XX.83/18.
Art. 135. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 134, wordt een artikel XX.83/11 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/11. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 het reorganisatieplan neer in het register.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen de lijst neer van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.83/5, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid. Zij leggen eveneens, wanneer het plan een categorie van kapitaalhouders inhoudt, een lijst neer van de door hen gekende kapitaalhouders.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
§ 3. De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.
§ 4. Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na dit bericht;
- in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is onder bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 5. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 6. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.70/1.
§ 7. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 4 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
"Art. XX.83/11. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 het reorganisatieplan neer in het register.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen de lijst neer van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.83/5, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid. Zij leggen eveneens, wanneer het plan een categorie van kapitaalhouders inhoudt, een lijst neer van de door hen gekende kapitaalhouders.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
§ 3. De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.
§ 4. Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na dit bericht;
- in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is onder bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 5. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 6. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.70/1.
§ 7. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 4 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
Art. 135. Dans la section 4 insérée par l'article 134, il est inséré un article XX.83/11 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/11. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.48.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent la liste des créanciers sursitaires, le cas échéant modifiée en application des articles XX.49 ou XX.83/5, avec indication des contestations de créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er. Ils déposent également, lorsque le plan comporte une classe de détenteurs de capital, une liste des détenteurs de capital qui leur sont connus.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
§ 3. Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par ce titre.
§ 4. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cet avis;
- le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé;
- que seuls les créanciers sursitaires et, le cas échéant, les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 5. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 6. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation informent les représentants des travailleurs visés à l'article XX.74/1, alinéa 3, du contenu de ce plan, en ce compris les créanciers extraordinaires dont les droits ont été modifiés en application de l'article XX.70/1.
§ 7. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 4 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
"Art. XX.83/11. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.48.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent la liste des créanciers sursitaires, le cas échéant modifiée en application des articles XX.49 ou XX.83/5, avec indication des contestations de créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er. Ils déposent également, lorsque le plan comporte une classe de détenteurs de capital, une liste des détenteurs de capital qui leur sont connus.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
§ 3. Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par ce titre.
§ 4. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cet avis;
- le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé;
- que seuls les créanciers sursitaires et, le cas échéant, les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 5. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 6. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation informent les représentants des travailleurs visés à l'article XX.74/1, alinéa 3, du contenu de ce plan, en ce compris les créanciers extraordinaires dont les droits ont été modifiés en application de l'article XX.70/1.
§ 7. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 4 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
Art. 136. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/12 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/12. § 1. Op de dag gemeld aan de schuldeisers, de schuldenaar en de kapitaalhouders overeenkomstig artikel XX.83/11 neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders.
De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waarvoor de schuldeisers, de schuldenaar en kapitaalhouders opgeroepen zijn.
§ 2. De schuldeiser of kapitaalhouder die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid op afstand te stemmen, stemt uiterlijk op het begin van de zitting bedoeld in paragraaf 1. Hij kan, ook al heeft hij reeds zijn stem uitgebracht, deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen."
"Art. XX.83/12. § 1. Op de dag gemeld aan de schuldeisers, de schuldenaar en de kapitaalhouders overeenkomstig artikel XX.83/11 neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders.
De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waarvoor de schuldeisers, de schuldenaar en kapitaalhouders opgeroepen zijn.
§ 2. De schuldeiser of kapitaalhouder die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid op afstand te stemmen, stemt uiterlijk op het begin van de zitting bedoeld in paragraaf 1. Hij kan, ook al heeft hij reeds zijn stem uitgebracht, deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen."
Art. 136. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/12 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/12. § 1er. Au jour indiqué aux créanciers, au débiteur et aux détenteurs de capital conformément à l'article XX.83/11, le tribunal prend connaissance du rapport du juge délégué, qui a été déposé deux jours ouvrables à l'avance dans le registre, et des moyens du débiteur, des créanciers et des détenteurs de capital.
Le vote du plan se fait lors d'une audience à laquelle les créanciers, le débiteur et les détenteurs de capital sont convoqués.
§ 2. Le créancier ou détenteur de capital qui a fait usage de la possibilité d'exprimer son vote à distance exprime son vote au plus tard au début de l'audience visée au paragraphe 1er. Il peut néanmoins tout en ayant voté à distance, participer à l'audience et y modifier son vote."
"Art. XX.83/12. § 1er. Au jour indiqué aux créanciers, au débiteur et aux détenteurs de capital conformément à l'article XX.83/11, le tribunal prend connaissance du rapport du juge délégué, qui a été déposé deux jours ouvrables à l'avance dans le registre, et des moyens du débiteur, des créanciers et des détenteurs de capital.
Le vote du plan se fait lors d'une audience à laquelle les créanciers, le débiteur et les détenteurs de capital sont convoqués.
§ 2. Le créancier ou détenteur de capital qui a fait usage de la possibilité d'exprimer son vote à distance exprime son vote au plus tard au début de l'audience visée au paragraphe 1er. Il peut néanmoins tout en ayant voté à distance, participer à l'audience et y modifier son vote."
Art. 137. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/13 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/13. De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.
De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd."
"Art. XX.83/13. De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.
De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd."
Art. 137. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/13 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/13. Le créancier participe au vote en personne, par procuration écrite, déposée dans le registre, ou par l'intermédiaire de son avocat qui peut agir sans procuration spéciale.
La procuration écrite doit être déposée dans le registre au moins deux jours ouvrables avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.46."
"Art. XX.83/13. Le créancier participe au vote en personne, par procuration écrite, déposée dans le registre, ou par l'intermédiaire de son avocat qui peut agir sans procuration spéciale.
La procuration écrite doit être déposée dans le registre au moins deux jours ouvrables avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.46."
Art. 138. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/14 ingevoegd, luidende:
"Art. 83/14. § 1. Het plan wordt geacht goedgekeurd te zijn wanneer een meerderheid behaald wordt in elke categorie. Het plan wordt geacht te zijn goedgekeurd door een categorie wanneer de tot die categorie behorende schuldeisers of kapitaalhouders, die de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen en belangen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Voor de berekening van de meerderheden in elke categorie wordt rekening gehouden met de schuldeisers en kapitaalhouders en de verschuldigde bedragen en belangen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.83/11, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.
Met de schuldeisers en kapitaalhouders die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen en belangen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming.
§ 2. De schuldenaar kan vragen dat de stemming wordt opgeschort om hem toe te laten een aangepast plan op te stellen dat aan de schuldeisers zal worden voorgelegd. Het aangepast plan wordt neergelegd in het register en de griffier geeft kennis aan de schuldenaar en de schuldeisers, en in voorkomend geval aan de kapitaalhouders, dat een geamendeerd plan is neergelegd in het register en dat over dat plan zal gestemd worden op de dag waarop de zaak in voortzetting is gesteld."
"Art. 83/14. § 1. Het plan wordt geacht goedgekeurd te zijn wanneer een meerderheid behaald wordt in elke categorie. Het plan wordt geacht te zijn goedgekeurd door een categorie wanneer de tot die categorie behorende schuldeisers of kapitaalhouders, die de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen en belangen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Voor de berekening van de meerderheden in elke categorie wordt rekening gehouden met de schuldeisers en kapitaalhouders en de verschuldigde bedragen en belangen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.83/11, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.
Met de schuldeisers en kapitaalhouders die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen en belangen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming.
§ 2. De schuldenaar kan vragen dat de stemming wordt opgeschort om hem toe te laten een aangepast plan op te stellen dat aan de schuldeisers zal worden voorgelegd. Het aangepast plan wordt neergelegd in het register en de griffier geeft kennis aan de schuldenaar en de schuldeisers, en in voorkomend geval aan de kapitaalhouders, dat een geamendeerd plan is neergelegd in het register en dat over dat plan zal gestemd worden op de dag waarop de zaak in voortzetting is gesteld."
Art. 138. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/14 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/14. § 1er. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé à la condition qu'une majorité soit obtenue dans chaque classe. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé par une classe de créanciers ou détenteurs de capital si les créanciers ou détenteurs de capital représentant la moitié des créances en principal et des intérêts approuvent le plan.
Pour le calcul des majorités dans chaque classe, sont pris en compte les créanciers et détenteurs de capital et les montants et intérêts dus repris sur la liste de créanciers et détenteurs de capital déposée par le débiteur conformément à article XX.83/11, ainsi que les créanciers dont les créances ont par la suite été provisoirement admises en application des articles XX.68 et XX.69.
Les créanciers et détenteurs de capital qui n'ont pas participé au vote et les créances qu'ils détiennent et intérêts ne sont pas pris en compte pour le calcul des majorités. Le créancier ou détenteur de capital est lié par le vote même s'il ne participe pas au vote.
§ 2. Le débiteur peut demander que le vote soit suspendu pour lui permettre d'établir un plan adapté qui sera soumis aux créanciers. Le plan adapté est déposé dans le registre et le greffier notifie au débiteur et aux créanciers, et le cas échéant aux détenteurs de capital, un avis indiquant qu'un plan amendé est déposé dans le registre et qu'il sera procédé au vote sur le plan amendé à l'audience à laquelle le vote avait été reporté."
"Art. XX.83/14. § 1er. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé à la condition qu'une majorité soit obtenue dans chaque classe. Le plan de réorganisation est tenu pour approuvé par une classe de créanciers ou détenteurs de capital si les créanciers ou détenteurs de capital représentant la moitié des créances en principal et des intérêts approuvent le plan.
Pour le calcul des majorités dans chaque classe, sont pris en compte les créanciers et détenteurs de capital et les montants et intérêts dus repris sur la liste de créanciers et détenteurs de capital déposée par le débiteur conformément à article XX.83/11, ainsi que les créanciers dont les créances ont par la suite été provisoirement admises en application des articles XX.68 et XX.69.
Les créanciers et détenteurs de capital qui n'ont pas participé au vote et les créances qu'ils détiennent et intérêts ne sont pas pris en compte pour le calcul des majorités. Le créancier ou détenteur de capital est lié par le vote même s'il ne participe pas au vote.
§ 2. Le débiteur peut demander que le vote soit suspendu pour lui permettre d'établir un plan adapté qui sera soumis aux créanciers. Le plan adapté est déposé dans le registre et le greffier notifie au débiteur et aux créanciers, et le cas échéant aux détenteurs de capital, un avis indiquant qu'un plan amendé est déposé dans le registre et qu'il sera procédé au vote sur le plan amendé à l'audience à laquelle le vote avait été reporté."
Art. 139. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/15 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/15. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank na het onderzoek bedoeld in de artikelen XX.83/17 en XX.83/18, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert."
"Art. XX.83/15. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank na het onderzoek bedoeld in de artikelen XX.83/17 en XX.83/18, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert."
Art. 139. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/15 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/15. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide, à la suite de l'examen visé aux articles XX.83/17 et XX.83/18, s'il homologue ou non le plan de réorganisation."
"Art. XX.83/15. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide, à la suite de l'examen visé aux articles XX.83/17 et XX.83/18, s'il homologue ou non le plan de réorganisation."
Art. 140. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/16 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/16. De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders."
"Art. XX.83/16. De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders."
Art. 140. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/16 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/16. Le tribunal statue sur l'homologation nonobstant toute poursuite pénale exercée contre le débiteur ou ses dirigeants."
"Art. XX.83/16. Le tribunal statue sur l'homologation nonobstant toute poursuite pénale exercée contre le débiteur ou ses dirigeants."
Art. 141. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/17 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/17. § 1. De rechtbank beoordeelt of:
1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.83/14;
2° de indeling in categorieën werd gemaakt op een correcte wijze, de schuldeisers en kapitaalhouders met voldoende gedeelde belangen binnen eenzelfde categorie gelijk worden behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering;
3° de neerlegging van het reorganisatieplan in het register is gedaan;
4° als er niet-instemmende schuldeisers zijn, het reorganisatieplan voldoet aan de toets van het belang van de schuldeisers; aan de toets van het belang van de schuldeisers is voldaan als blijkt dat geen niet-instemmende schuldeiser kennelijk slechter af is onder het reorganisatieplan dan die schuldeiser zou zijn indien de normale rangorde van voorrang bij faillissement zou worden toegepast;
5° in voorkomend geval, elke nieuwe financiering noodzakelijk is om het reorganisatieplan uit te voeren en de belangen van de schuldeisers niet overmatig benadeelt.
§ 2. Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
§ 3. De rechtbank neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming indien een niet- instemmende betrokken partij het hertstructureringsplan betwist op basis van hetzij:
a) een vermeend niet-voldoen aan het criterium van het belang van de schuldeisers;
b) een vermeende inbreuk op de voorwaarden van een categorie-overschrijdende cram down overeenkomstig artikel XX.83/18.
§ 4. De homologatie kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen."
"Art. XX.83/17. § 1. De rechtbank beoordeelt of:
1° het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.83/14;
2° de indeling in categorieën werd gemaakt op een correcte wijze, de schuldeisers en kapitaalhouders met voldoende gedeelde belangen binnen eenzelfde categorie gelijk worden behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering;
3° de neerlegging van het reorganisatieplan in het register is gedaan;
4° als er niet-instemmende schuldeisers zijn, het reorganisatieplan voldoet aan de toets van het belang van de schuldeisers; aan de toets van het belang van de schuldeisers is voldaan als blijkt dat geen niet-instemmende schuldeiser kennelijk slechter af is onder het reorganisatieplan dan die schuldeiser zou zijn indien de normale rangorde van voorrang bij faillissement zou worden toegepast;
5° in voorkomend geval, elke nieuwe financiering noodzakelijk is om het reorganisatieplan uit te voeren en de belangen van de schuldeisers niet overmatig benadeelt.
§ 2. Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.
§ 3. De rechtbank neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming indien een niet- instemmende betrokken partij het hertstructureringsplan betwist op basis van hetzij:
a) een vermeend niet-voldoen aan het criterium van het belang van de schuldeisers;
b) een vermeende inbreuk op de voorwaarden van een categorie-overschrijdende cram down overeenkomstig artikel XX.83/18.
§ 4. De homologatie kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen."
Art. 141. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/17 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/17. § 1er. Le tribunal examine si:
1° le plan de réorganisation a été adopté conformément à l'article XX.83/14;
2° la répartition en classes a été établie de façon correcte, et si les créanciers et détenteurs de capital partageant une communauté d'intérêt suffisante au sein d'une même classe bénéficient de l'égalité de traitement et sont traités de manière proportionnelle à leur créance;
3° le dépôt du plan de réorganisation a été effectué dans le registre;
4° lorsqu'il y a des créanciers dissidents, le plan de réorganisation satisfait au critère du meilleur intérêt des créanciers; il est satisfait au critère du meilleur intérêt des créanciers si aucun des créanciers dissidents n'est manifestement lésé par rapport à une situation au cours de laquelle une procédure normale de faillite aurait été suivie;
5° le cas échéant, tout nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre le plan de réorganisation et ne porte pas une atteinte excessive aux intérêts des créanciers.
§ 2. Le tribunal peut refuser, à la demande de tout intéressé, d'homologuer un plan de réorganisation si ce dernier n'offre pas une perspective raisonnable d'éviter la liquidation ou la faillite du débiteur ou de garantir la viabilité de l'entreprise.
§ 3. Le tribunal prend une décision sur la valeur de l'entreprise uniquement lorsqu'un plan de réorganisation est contesté par une partie affectée dissidente sur la base:
a) du fait présumé de ne pas remplir le critère du meilleur intérêt des créanciers;
b) d'une violation alléguée des conditions relatives à une application forcée interclasse visée à l'article XX.83/18.
§ 4. L'homologation ne peut ni être subordonnée à une condition qui ne soit pas prévue dans le plan de réorganisation, ni y apporter quelque modification que ce soit."
"Art. XX.83/17. § 1er. Le tribunal examine si:
1° le plan de réorganisation a été adopté conformément à l'article XX.83/14;
2° la répartition en classes a été établie de façon correcte, et si les créanciers et détenteurs de capital partageant une communauté d'intérêt suffisante au sein d'une même classe bénéficient de l'égalité de traitement et sont traités de manière proportionnelle à leur créance;
3° le dépôt du plan de réorganisation a été effectué dans le registre;
4° lorsqu'il y a des créanciers dissidents, le plan de réorganisation satisfait au critère du meilleur intérêt des créanciers; il est satisfait au critère du meilleur intérêt des créanciers si aucun des créanciers dissidents n'est manifestement lésé par rapport à une situation au cours de laquelle une procédure normale de faillite aurait été suivie;
5° le cas échéant, tout nouveau financement est nécessaire pour mettre en oeuvre le plan de réorganisation et ne porte pas une atteinte excessive aux intérêts des créanciers.
§ 2. Le tribunal peut refuser, à la demande de tout intéressé, d'homologuer un plan de réorganisation si ce dernier n'offre pas une perspective raisonnable d'éviter la liquidation ou la faillite du débiteur ou de garantir la viabilité de l'entreprise.
§ 3. Le tribunal prend une décision sur la valeur de l'entreprise uniquement lorsqu'un plan de réorganisation est contesté par une partie affectée dissidente sur la base:
a) du fait présumé de ne pas remplir le critère du meilleur intérêt des créanciers;
b) d'une violation alléguée des conditions relatives à une application forcée interclasse visée à l'article XX.83/18.
§ 4. L'homologation ne peut ni être subordonnée à une condition qui ne soit pas prévue dans le plan de réorganisation, ni y apporter quelque modification que ce soit."
Art. 142. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/18 ingevoegd, luidende:
"Art. XX. 83/18. § 1. Als het plan in een of meerdere categorieën niet wordt goedgekeurd, kan het niettemin overeenkomstig artikel XX.83/15 ter homologatie aan de rechtbank worden voorgelegd en aan de niet-instemmende categorieën worden opgelegd, als het plan ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het voldoet aan artikel XX.83/17;
2° het is goedgekeurd door: i) één van de twee bestaande categorieën; of, indien er meer categorieën bestaan, ii) een meerderheid van de stemmende categorieën, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zakelijke zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone schuldeisers in de opschorting of, indien dit niet het geval is, iii) ten minste één categorie van betrokken schuldeisers die redelijkerwijs geacht kan worden betaling te ontvangen indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening zou worden toegepast;
3° het niet in het nadeel van een van de niet-instemmende categorieën afwijkt van de bestaande wettelijke of contractuele rangorde die in het raam van een vereffening zou bestaan, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of kapitaalhouders daardoor niet kennelijk worden benadeeld;
4° geen enkele categorie van betrokken partijen ontvangt of behoudt in het kader van het reorganisatieplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen.
§ 2. Het plan wijkt niet af van de wettelijke of conventionele rangorde bedoeld in paragraaf 1, 3°, als kapitaalhouders in een rechtspersoon zich ertoe verbinden om in een rechtspersoon een belang aan te houden in ruil voor nieuwe financiering of als kapitaalhouders cruciaal zijn voor de continuïteit van de onderneming en zich ertoe verbinden om gedurende een redelijke termijn hun deelneming in de onderneming in stand te houden."
"Art. XX. 83/18. § 1. Als het plan in een of meerdere categorieën niet wordt goedgekeurd, kan het niettemin overeenkomstig artikel XX.83/15 ter homologatie aan de rechtbank worden voorgelegd en aan de niet-instemmende categorieën worden opgelegd, als het plan ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het voldoet aan artikel XX.83/17;
2° het is goedgekeurd door: i) één van de twee bestaande categorieën; of, indien er meer categorieën bestaan, ii) een meerderheid van de stemmende categorieën, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zakelijke zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone schuldeisers in de opschorting of, indien dit niet het geval is, iii) ten minste één categorie van betrokken schuldeisers die redelijkerwijs geacht kan worden betaling te ontvangen indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening zou worden toegepast;
3° het niet in het nadeel van een van de niet-instemmende categorieën afwijkt van de bestaande wettelijke of contractuele rangorde die in het raam van een vereffening zou bestaan, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of kapitaalhouders daardoor niet kennelijk worden benadeeld;
4° geen enkele categorie van betrokken partijen ontvangt of behoudt in het kader van het reorganisatieplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen.
§ 2. Het plan wijkt niet af van de wettelijke of conventionele rangorde bedoeld in paragraaf 1, 3°, als kapitaalhouders in een rechtspersoon zich ertoe verbinden om in een rechtspersoon een belang aan te houden in ruil voor nieuwe financiering of als kapitaalhouders cruciaal zijn voor de continuïteit van de onderneming en zich ertoe verbinden om gedurende een redelijke termijn hun deelneming in de onderneming in stand te houden."
Art. 142. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/18 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/18. § 1er. Si le plan n'est pas approuvé dans une ou plusieurs des classes, il peut néanmoins être soumis au tribunal pour homologation conformément à l'article XX.83/15 et être imposé aux classes dissidentes, lorsque ce plan remplit au moins les conditions suivantes:
1° il est conforme à l'article XX.83/17;
2° il a été approuvé par: i) une des deux classes existantes ou s'il y a plus de classes, ii) une majorité de classes de parties autorisées à voter, à condition qu'au moins une de ces classes soit une classe de créanciers garantis par une sûreté réelle ou ait un rang supérieur à celui de la classe des créanciers sursitaires ordinaires; ou, à défaut, iii) au moins une des classes de parties affectées qui peut raisonnablement s'attendre à être payée si l'ordre normal des priorités en cas de liquidation était appliqué;
3° il ne déroge pas, au détriment de l'une des classes dissidentes, au rang légal ou conventionnel qui existerait dans le cadre d'une liquidation, à moins qu'il n'existe des motifs raisonnables de le faire et que les créanciers ou détenteurs de capital précités ne soient pas de ce fait manifestement lésés;
4° aucune classe de parties affectées ne peut, dans le cadre du plan de réorganisation recevoir ou conserver plus que le montant total de ses créances ou intérêts.
§ 2. Le plan ne s'écarte pas du rang légal ou conventionnel visé au paragraphe 1er, 3°, si les détenteurs de capital dans une personne morale s'engagent à conserver un intérêt dans une personne morale en échange d'un nouveau financement ou si des détenteurs de capital s'avèrent cruciaux pour la continuité de l'entreprise et s'engagent à maintenir leur participation dans l'entreprise pour un délai raisonnable."
"Art. XX.83/18. § 1er. Si le plan n'est pas approuvé dans une ou plusieurs des classes, il peut néanmoins être soumis au tribunal pour homologation conformément à l'article XX.83/15 et être imposé aux classes dissidentes, lorsque ce plan remplit au moins les conditions suivantes:
1° il est conforme à l'article XX.83/17;
2° il a été approuvé par: i) une des deux classes existantes ou s'il y a plus de classes, ii) une majorité de classes de parties autorisées à voter, à condition qu'au moins une de ces classes soit une classe de créanciers garantis par une sûreté réelle ou ait un rang supérieur à celui de la classe des créanciers sursitaires ordinaires; ou, à défaut, iii) au moins une des classes de parties affectées qui peut raisonnablement s'attendre à être payée si l'ordre normal des priorités en cas de liquidation était appliqué;
3° il ne déroge pas, au détriment de l'une des classes dissidentes, au rang légal ou conventionnel qui existerait dans le cadre d'une liquidation, à moins qu'il n'existe des motifs raisonnables de le faire et que les créanciers ou détenteurs de capital précités ne soient pas de ce fait manifestement lésés;
4° aucune classe de parties affectées ne peut, dans le cadre du plan de réorganisation recevoir ou conserver plus que le montant total de ses créances ou intérêts.
§ 2. Le plan ne s'écarte pas du rang légal ou conventionnel visé au paragraphe 1er, 3°, si les détenteurs de capital dans une personne morale s'engagent à conserver un intérêt dans une personne morale en échange d'un nouveau financement ou si des détenteurs de capital s'avèrent cruciaux pour la continuité de l'entreprise et s'engagent à maintenir leur participation dans l'entreprise pour un délai raisonnable."
Art. 143. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 5 ingevoegd luidende "Afdeling 5. - Beëindiging van de procedure en rechtsmiddelen" en waarin artikel XX.83/19 is opgenomen.
Art. 143. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 5 intitulée "Section 5. - Clôture de la procédure et voies de recours" et qui comprend l'article XX.83/19.
Art. 144. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 143, wordt een artikel XX.83/19 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/19. De bepalingen van het artikel XX.81 zijn van overeenkomstige toepassing."
"Art. XX.83/19. De bepalingen van het artikel XX.81 zijn van overeenkomstige toepassing."
Art. 144. Dans la section 5 insérée par l'article 143, il est inséré un article XX.83/19 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/19. Les dispositions de l'article XX.81 sont d'application par analogie."
"Art. XX.83/19. Les dispositions de l'article XX.81 sont d'application par analogie."
Art. 145. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 6 ingevoegd luidende "Afdeling 6. - Gevolgen van het gehomologeerd reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/20 is opgenomen.
Art. 145. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 6 intitulée "Section 6. - Effets du plan de réorganisation homologué" et qui comprend l'article XX.83/20.
Art. 146. In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 145, wordt een artikel XX.83/20 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/20. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders. In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 7°, bedoelde lijst noch in het reorganisatieplan, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel XX.83/5, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser echter niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Oud Burgerlijk Wetboek, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.
De gevolgen van het collectief akkoord komen ten goede aan de natuurlijke persoon die kosteloos een persoonlijke zekerheid heeft gesteld voor de schuldenaar en wiens verzoek, bedoeld in artikel XX.54, § 3, werd ingewilligd."
"Art. XX.83/20. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders. In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 7°, bedoelde lijst noch in het reorganisatieplan, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel XX.83/5, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser echter niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Oud Burgerlijk Wetboek, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.
De gevolgen van het collectief akkoord komen ten goede aan de natuurlijke persoon die kosteloos een persoonlijke zekerheid heeft gesteld voor de schuldenaar en wiens verzoek, bedoeld in artikel XX.54, § 3, werd ingewilligd."
Art. 146. Dans la section 6 insérée par l'article 145, il est inséré un article XX.83/20 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/20. L'homologation du plan de réorganisation le rend contraignant pour tous les créanciers sursitaires et détenteurs de capital. Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.
Les créances sursitaires contestées, mais reconnues judiciairement après l'homologation, sont payées conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. En aucun cas, l'exécution du plan de réorganisation ne peut être totalement ou partiellement suspendue du fait des décisions rendues sur les contestations.
Les créances sursitaires qui n'ont pas été portées dans la liste visée à l'article XX.41, § 2, alinéa 1er, 7°, ni dans le plan de réorganisation, modifié, le cas échéant, en application de l'article XX.83/5, et qui n'ont pas donné lieu à contestation, sont payées après l'exécution intégrale du plan conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. Si le créancier n'a pas été dûment informé au cours du sursis, il sera payé selon les modalités et dans la mesure prévue par le plan homologué pour des créances similaires.
A moins que le plan n'en dispose autrement de manière expresse, l'exécution complète de celui-ci libère totalement et définitivement le débiteur pour toutes les créances y figurant.
L'article XX.111, 2°, n'est pas applicable aux paiements faits par le débiteur en exécution du plan.
Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies de l'ancien Code civil, le plan ne profite pas aux codébiteurs ni aux constituants de sûreté personnelle. La position d'un créancier par rapport au plan ne porte pas atteinte aux droits que le créancier peut faire valoir contre le tiers qui s'est porté garant.
La personne physique qui s'est constituée sûreté personnelle du débiteur à titre gratuit, dont la demande, visée à l'article XX.54, § 3, a été accueillie profite des effets de l'accord collectif."
"Art. XX.83/20. L'homologation du plan de réorganisation le rend contraignant pour tous les créanciers sursitaires et détenteurs de capital. Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.
Les créances sursitaires contestées, mais reconnues judiciairement après l'homologation, sont payées conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. En aucun cas, l'exécution du plan de réorganisation ne peut être totalement ou partiellement suspendue du fait des décisions rendues sur les contestations.
Les créances sursitaires qui n'ont pas été portées dans la liste visée à l'article XX.41, § 2, alinéa 1er, 7°, ni dans le plan de réorganisation, modifié, le cas échéant, en application de l'article XX.83/5, et qui n'ont pas donné lieu à contestation, sont payées après l'exécution intégrale du plan conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. Si le créancier n'a pas été dûment informé au cours du sursis, il sera payé selon les modalités et dans la mesure prévue par le plan homologué pour des créances similaires.
A moins que le plan n'en dispose autrement de manière expresse, l'exécution complète de celui-ci libère totalement et définitivement le débiteur pour toutes les créances y figurant.
L'article XX.111, 2°, n'est pas applicable aux paiements faits par le débiteur en exécution du plan.
Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies de l'ancien Code civil, le plan ne profite pas aux codébiteurs ni aux constituants de sûreté personnelle. La position d'un créancier par rapport au plan ne porte pas atteinte aux droits que le créancier peut faire valoir contre le tiers qui s'est porté garant.
La personne physique qui s'est constituée sûreté personnelle du débiteur à titre gratuit, dont la demande, visée à l'article XX.54, § 3, a été accueillie profite des effets de l'accord collectif."
Art. 147. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 120, wordt een afdeling 7 ingevoegd luidende "Afdeling 7. Intrekking van het plan en vaststelling van voltooiing van het reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/21 is opgenomen.
Art. 147. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 3, du même Code, inséré par l'article 120, il est inséré une section 7 intitulée "Section 7. Révocation du plan de réorganisation et constat de finalisation du plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83/21.
Art. 148. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 147, wordt een artikel XX.83/21 ingevoegd, luidende:
"Art.XX.83/21. Elke schuldeiser of elke kapitaalhouder kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. Indien het vonnis betrekking heeft op een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 14°, van hetzelfde Wetboek, geeft de griffier hiervan kennis aan de Orde of Instituut waartoe de titularis van een vrij beroep behoort.
De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voormelde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.
De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.
Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan."
"Art.XX.83/21. Elke schuldeiser of elke kapitaalhouder kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. Indien het vonnis betrekking heeft op een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 14°, van hetzelfde Wetboek, geeft de griffier hiervan kennis aan de Orde of Instituut waartoe de titularis van een vrij beroep behoort.
De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voormelde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.
De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.
Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan."
Art. 148. Dans la section 7 insérée par l'article 147, il est inséré un article XX.83/21 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/21. Tout créancier ou détenteur de capital peut, par citation du débiteur, demander la révocation du plan de réorganisation lorsqu'il n'est pas ponctuellement exécuté, ou lorsqu'il démontre qu'il ne pourra pas en être autrement et qu'il en subira un préjudice. Le procureur du Roi peut demander la révocation de la même manière lorsqu'il constate l'inexécution de la totalité ou d'une partie du plan.
Le tribunal statue après avoir entendu le débiteur. Le jugement portant révocation du plan est publié par les soins du greffier au Moniteur belge. Si le jugement a trait à un titulaire de profession libérale visé à l'article I.1, alinéa 1er, 14°, du même Code, le greffier avisera l'Ordre ou l'Institut dont le titulaire de la profession libérale dépend.
La déclaration de faillite du débiteur entraine de plein droit la révocation du plan de réorganisation.
La révocation du plan de réorganisation le prive de tout effet, sauf pour ce qui concerne les paiements et les opérations déjà effectués, et notamment la cession déjà intervenue de tout ou partie des actifs ou des activités. La révocation implique que le débiteur, les créanciers et les détenteurs de capital se retrouvent, hormis les éléments susmentionnés, dans la position qu'ils auraient eue s'il n'y avait pas eu de plan de réorganisation homologué.
Le tribunal peut, d'office, à partir du premier anniversaire de la décision d'homologation, convoquer annuellement le débiteur pour qu'il fasse rapport sur l'exécution de l'accord collectif. Les déclarations du débiteur sont actées par le greffier en vue d'être déposées dans le dossier de la réorganisation judiciaire.
Sur demande motivée du débiteur, le tribunal peut lui donner acte par jugement de que ce que le plan a été correctement exécuté, pour autant que soit apportée la preuve de l'exécution du plan de réorganisation suivant les conditions ou avec l'accord des créanciers ou détenteurs de capital concernés."
"Art. XX.83/21. Tout créancier ou détenteur de capital peut, par citation du débiteur, demander la révocation du plan de réorganisation lorsqu'il n'est pas ponctuellement exécuté, ou lorsqu'il démontre qu'il ne pourra pas en être autrement et qu'il en subira un préjudice. Le procureur du Roi peut demander la révocation de la même manière lorsqu'il constate l'inexécution de la totalité ou d'une partie du plan.
Le tribunal statue après avoir entendu le débiteur. Le jugement portant révocation du plan est publié par les soins du greffier au Moniteur belge. Si le jugement a trait à un titulaire de profession libérale visé à l'article I.1, alinéa 1er, 14°, du même Code, le greffier avisera l'Ordre ou l'Institut dont le titulaire de la profession libérale dépend.
La déclaration de faillite du débiteur entraine de plein droit la révocation du plan de réorganisation.
La révocation du plan de réorganisation le prive de tout effet, sauf pour ce qui concerne les paiements et les opérations déjà effectués, et notamment la cession déjà intervenue de tout ou partie des actifs ou des activités. La révocation implique que le débiteur, les créanciers et les détenteurs de capital se retrouvent, hormis les éléments susmentionnés, dans la position qu'ils auraient eue s'il n'y avait pas eu de plan de réorganisation homologué.
Le tribunal peut, d'office, à partir du premier anniversaire de la décision d'homologation, convoquer annuellement le débiteur pour qu'il fasse rapport sur l'exécution de l'accord collectif. Les déclarations du débiteur sont actées par le greffier en vue d'être déposées dans le dossier de la réorganisation judiciaire.
Sur demande motivée du débiteur, le tribunal peut lui donner acte par jugement de que ce que le plan a été correctement exécuté, pour autant que soit apportée la preuve de l'exécution du plan de réorganisation suivant les conditions ou avec l'accord des créanciers ou détenteurs de capital concernés."
Art. 149. In boek XX, titel V/I, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 88, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd luidende "Hoofdstuk 4. Besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure" en waarin de artikelen XX.83/22 tot en met XX.83/41 zijn opgenomen.
Art. 149. Dans le livre XX, titre V/I, du même Code, inséré par l'article 88, il est inséré un chapitre 4 intitulé "Chapitre 4. Procédure de réorganisation judiciaire privée" et qui comprend les articles XX.83/22 à XX.83/41.
Art. 150. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 1 ingevoegd luidende "Afdeling 1. Verzoeken en navolgende procedure" en waarin de artikelen XX.83/22 tot en met XX.83/28 zijn opgenomen.
Art. 150. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. Demandes et procédure subséquente" et qui comprend les articles XX.83/22 à XX.83/28.
Art. 151. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 150, wordt een artikel XX.83/22 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/22. § 1. Op eenzijdig verzoek van de schuldenaar stelt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, wanneer aan de voorwaarden van paragraaf 4 is voldaan, een herstructureringsdeskundige aan, met het oog op het verkrijgen van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64 of het opstellen van een reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
De schuldenaar verklaart in zijn verzoekschrift in zoverre het strekt tot het verkrijgen van een collectief akkoord of de procedure onderworpen is aan de regels bedoeld in titel V/I hoofdstuk 2, dan wel hoofdstuk 3.
De schuldenaar dient bij zijn verzoekschrift aan te tonen dat er sprake is van een dreigende insolventie.
De schuldenaar voegt bij zijn verzoekschrift de stukken voorzien in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 1°, 3° en 4°. De schuldenaar kan in zijn verzoekschrift bepalen welke schuldeisers hij in de besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure wenst te betrekken.
De procedure is besloten en de beslissingen worden niet bekend gemaakt. De gegevens die in het register bewaard worden zijn vertrouwelijk en slechts toegankelijk voor de schuldenaar, voor de herstructureringsdeskundige, voor de schuldeisers die deelnemen aan de procedure en voor de leden van de hoven en rechtbanken in de uitoefening van hun opdracht.
§ 2. Iedere schuldeiser of kapitaalhouder kan bij de voorzitter van de rechtbank een tegensprekelijk verzoekschrift indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige teneinde het sluiten van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.83/29 te bevorderen of een reorganisatieplan te laten opstellen zoals bedoeld in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
Als een dergelijk verzoek wordt neergelegd kan de schuldenaar geen verzoek meer instellen tot het voeren van een besloten gerechtelijke reorganisatie zolang geen uitspraak is gedaan over het in het eerste lid bepaalde verzoek.
Het verzoek bedoeld in het eerste lid is niet ontvankelijk als de schuldenaar reeds het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft neergelegd.
§ 3. Het initieel verzoekschrift van de schuldenaar en de navolgende elementen van de procedure worden in het register neergelegd door de schuldenaar en in voorkomend geval door de herstructureringsdeskundige en daarin bewaard.
§ 4. Het verzoek wordt in raadkamer behandeld binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register.
Het verzoek bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand van dreigende insolventie tenzij na een kort onderzoek blijkt dat een dergelijk verzoek toewijzen niet in het collectief belang is van de schuldeisers, met inbegrip van dat van de werknemers.
Het verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt ingewilligd als het ingediend is door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de kapitaalhouders.
§ 5. De beschikking wordt in het register neergelegd.
§ 6. Verzet tegen de beschikking is niet toegelaten. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift en neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van de beschikking. De griffier van het hof van beroep stelt uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift de eventuele verweerder per gerechtsbrief en, in voorkomend geval, zijn raadsman per gewone brief, in kennis van het verzoekschrift.
Het hoger beroep tegen een beschikking die een herstructureringsdeskundige aanstelt is niet opschortend."
"Art. XX.83/22. § 1. Op eenzijdig verzoek van de schuldenaar stelt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, wanneer aan de voorwaarden van paragraaf 4 is voldaan, een herstructureringsdeskundige aan, met het oog op het verkrijgen van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64 of het opstellen van een reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
De schuldenaar verklaart in zijn verzoekschrift in zoverre het strekt tot het verkrijgen van een collectief akkoord of de procedure onderworpen is aan de regels bedoeld in titel V/I hoofdstuk 2, dan wel hoofdstuk 3.
De schuldenaar dient bij zijn verzoekschrift aan te tonen dat er sprake is van een dreigende insolventie.
De schuldenaar voegt bij zijn verzoekschrift de stukken voorzien in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 1°, 3° en 4°. De schuldenaar kan in zijn verzoekschrift bepalen welke schuldeisers hij in de besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure wenst te betrekken.
De procedure is besloten en de beslissingen worden niet bekend gemaakt. De gegevens die in het register bewaard worden zijn vertrouwelijk en slechts toegankelijk voor de schuldenaar, voor de herstructureringsdeskundige, voor de schuldeisers die deelnemen aan de procedure en voor de leden van de hoven en rechtbanken in de uitoefening van hun opdracht.
§ 2. Iedere schuldeiser of kapitaalhouder kan bij de voorzitter van de rechtbank een tegensprekelijk verzoekschrift indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige teneinde het sluiten van een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.83/29 te bevorderen of een reorganisatieplan te laten opstellen zoals bedoeld in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3.
Als een dergelijk verzoek wordt neergelegd kan de schuldenaar geen verzoek meer instellen tot het voeren van een besloten gerechtelijke reorganisatie zolang geen uitspraak is gedaan over het in het eerste lid bepaalde verzoek.
Het verzoek bedoeld in het eerste lid is niet ontvankelijk als de schuldenaar reeds het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft neergelegd.
§ 3. Het initieel verzoekschrift van de schuldenaar en de navolgende elementen van de procedure worden in het register neergelegd door de schuldenaar en in voorkomend geval door de herstructureringsdeskundige en daarin bewaard.
§ 4. Het verzoek wordt in raadkamer behandeld binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register.
Het verzoek bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand van dreigende insolventie tenzij na een kort onderzoek blijkt dat een dergelijk verzoek toewijzen niet in het collectief belang is van de schuldeisers, met inbegrip van dat van de werknemers.
Het verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt ingewilligd als het ingediend is door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de kapitaalhouders.
§ 5. De beschikking wordt in het register neergelegd.
§ 6. Verzet tegen de beschikking is niet toegelaten. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift en neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van de beschikking. De griffier van het hof van beroep stelt uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift de eventuele verweerder per gerechtsbrief en, in voorkomend geval, zijn raadsman per gewone brief, in kennis van het verzoekschrift.
Het hoger beroep tegen een beschikking die een herstructureringsdeskundige aanstelt is niet opschortend."
Art. 151. Dans la section 1re insérée par l'article 150, il est inséré un article XX.83/22 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/22. § 1er. A la requête unilatérale du débiteur, le président du tribunal de l'entreprise désigne, lorsqu'il est satisfait aux conditions du paragraphe 4, un praticien de la réorganisation pour faciliter la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.64 ou pour établir un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3.
Le débiteur énonce dans sa requête, dans la mesure où elle tend obtenir un accord collectif, si la procédure est soumise aux règles visées au titre V/I, chapitre 2 ou chapitre 3.
Le débiteur doit dans sa requête apporter la preuve d'une probabilité d'insolvabilité.
Le débiteur joint à sa demande les documents prévus à l'article XX.41, § 2, alinéa 1er, 1°, 3° et 4°. Le débiteur peut préciser dans sa demande, quels créanciers il souhaite impliquer dans la procédure de réorganisation privée.
La procédure est privée et les décisions ne font l'objet d'aucune publication. Les éléments contenus au registre sont confidentiels et ne sont accessibles qu'au débiteur, au praticien de la réorganisation, aux créanciers concernés par la procédure et aux membres des cours et tribunaux dans l'exercice de leurs fonctions.
§ 2. Par requête contradictoire, tout créancier ou détenteur de capital peut demander au président du tribunal qu'un praticien de la réorganisation soit désigné pour faciliter la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.83/29 ou pour établir un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3.
Si une telle demande est déposée, le débiteur ne peut plus déposer une requête en réorganisation judicaire privée tant que le tribunal n'a pas statué sur la requête visée à l'alinéa 1er.
La requête visée à l'alinéa 1er, n'est pas recevable si le débiteur a déjà déposé la requête visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 3. La requête initiale émanant du débiteur et les éléments subséquents de la procédure sont déposés dans le registre par le débiteur et le cas échéant par le praticien de la réorganisation et y sont conservés.
§ 4. La demande est traitée en chambre du conseil dans un délai de huit jours à partir de son dépôt au registre.
La demande visée au paragraphe 2, alinéa 1er, est accordée si l'insolvabilité du débiteur est probable, sauf s'il apparaît après examen sommaire qu'accéder à une telle demande n'est pas dans l'intérêt collectif des créanciers, y compris celui des travailleurs.
La requête en désignation d'un praticien de la réorganisation est accordée si elle est introduite par le débiteur lui-même ou soutenue par la majorité de détenteurs de capital.
§ 5. L'ordonnance est déposée dans le registre.
§ 6. L'ordonnance n'est pas susceptible d'opposition. L'appel en est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les huit jours de la notification de l'ordonnance. Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire à l'éventuelle partie intimée et, le cas échéant, par pli ordinaire à son avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt de la requête.
L'appel dirigé contre une ordonnance qui désigne un praticien de la réorganisation n'est pas suspensif."
"Art. XX.83/22. § 1er. A la requête unilatérale du débiteur, le président du tribunal de l'entreprise désigne, lorsqu'il est satisfait aux conditions du paragraphe 4, un praticien de la réorganisation pour faciliter la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.64 ou pour établir un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3.
Le débiteur énonce dans sa requête, dans la mesure où elle tend obtenir un accord collectif, si la procédure est soumise aux règles visées au titre V/I, chapitre 2 ou chapitre 3.
Le débiteur doit dans sa requête apporter la preuve d'une probabilité d'insolvabilité.
Le débiteur joint à sa demande les documents prévus à l'article XX.41, § 2, alinéa 1er, 1°, 3° et 4°. Le débiteur peut préciser dans sa demande, quels créanciers il souhaite impliquer dans la procédure de réorganisation privée.
La procédure est privée et les décisions ne font l'objet d'aucune publication. Les éléments contenus au registre sont confidentiels et ne sont accessibles qu'au débiteur, au praticien de la réorganisation, aux créanciers concernés par la procédure et aux membres des cours et tribunaux dans l'exercice de leurs fonctions.
§ 2. Par requête contradictoire, tout créancier ou détenteur de capital peut demander au président du tribunal qu'un praticien de la réorganisation soit désigné pour faciliter la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.83/29 ou pour établir un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3.
Si une telle demande est déposée, le débiteur ne peut plus déposer une requête en réorganisation judicaire privée tant que le tribunal n'a pas statué sur la requête visée à l'alinéa 1er.
La requête visée à l'alinéa 1er, n'est pas recevable si le débiteur a déjà déposé la requête visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 3. La requête initiale émanant du débiteur et les éléments subséquents de la procédure sont déposés dans le registre par le débiteur et le cas échéant par le praticien de la réorganisation et y sont conservés.
§ 4. La demande est traitée en chambre du conseil dans un délai de huit jours à partir de son dépôt au registre.
La demande visée au paragraphe 2, alinéa 1er, est accordée si l'insolvabilité du débiteur est probable, sauf s'il apparaît après examen sommaire qu'accéder à une telle demande n'est pas dans l'intérêt collectif des créanciers, y compris celui des travailleurs.
La requête en désignation d'un praticien de la réorganisation est accordée si elle est introduite par le débiteur lui-même ou soutenue par la majorité de détenteurs de capital.
§ 5. L'ordonnance est déposée dans le registre.
§ 6. L'ordonnance n'est pas susceptible d'opposition. L'appel en est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les huit jours de la notification de l'ordonnance. Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire à l'éventuelle partie intimée et, le cas échéant, par pli ordinaire à son avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt de la requête.
L'appel dirigé contre une ordonnance qui désigne un praticien de la réorganisation n'est pas suspensif."
Art. 152. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/23 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/23. De schuldenaar verstrekt de herstructureringsdeskundige op eenvoudig verzoek een lijst van de schuldeisers en alle boekhoudkundige of andere stukken die nuttig zijn voor het tot stand brengen van een minnelijk akkoord bedoeld in artikel XX.64 of voor het opstellen van het reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3. De herstructureringsdeskundige bepaalt de termijn waarbinnen de individuele schuldeisers in kennis worden gesteld van zijn opdracht en van de gegevens bepaald in artikel XX.48, § 1, tweede lid, 1° en 3°. Hij kan beslissen de onderhandelingen aan te vatten met één of meerdere schuldeisers en deze pas in een latere fase uit te breiden tot andere schuldeisers.
De kennisgeving door de herstructureringsdeskundige gebeurt in overeenstemming met de modaliteiten voorzien in artikel XX.49, § 1, derde lid, en geldt als mededeling in de zin van artikel XX.49. Bij de kennisgeving nodigt de herstructureringsdeskundige de door de procedure geviseerde schuldeisers uit om zich te registreren in het register."
"Art. XX.83/23. De schuldenaar verstrekt de herstructureringsdeskundige op eenvoudig verzoek een lijst van de schuldeisers en alle boekhoudkundige of andere stukken die nuttig zijn voor het tot stand brengen van een minnelijk akkoord bedoeld in artikel XX.64 of voor het opstellen van het reorganisatieplan zoals bepaald in artikel XX.67 of in artikel XX.83/3. De herstructureringsdeskundige bepaalt de termijn waarbinnen de individuele schuldeisers in kennis worden gesteld van zijn opdracht en van de gegevens bepaald in artikel XX.48, § 1, tweede lid, 1° en 3°. Hij kan beslissen de onderhandelingen aan te vatten met één of meerdere schuldeisers en deze pas in een latere fase uit te breiden tot andere schuldeisers.
De kennisgeving door de herstructureringsdeskundige gebeurt in overeenstemming met de modaliteiten voorzien in artikel XX.49, § 1, derde lid, en geldt als mededeling in de zin van artikel XX.49. Bij de kennisgeving nodigt de herstructureringsdeskundige de door de procedure geviseerde schuldeisers uit om zich te registreren in het register."
Art. 152. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/23 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/23. Sur simple demande, le débiteur fournit au praticien de la réorganisation une liste des créanciers et tous les documents comptables ou autres utiles à la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.64 ou à l'établissement d'un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3. Le praticien de la réorganisation détermine le délai dans lequel les créanciers individuels sont informés de sa mission et des données mentionnées à l'article XX.48, § 1er, alinéa 2, 1° et 3°. Il peut décider d'entamer des négociations avec un ou plusieurs créanciers et de ne les étendre à d'autres créanciers qu'à un stade ultérieur.
La notification par le praticien de la réorganisation se fait selon les modalités visées à l'article XX.49, § 1er, alinéa 3, et tient lieu de communication au sens de l'article XX.49. Lors de la notification, le praticien de la réorganisation invite les créanciers visés par la procédure à s'inscrire dans le registre."
"Art. XX.83/23. Sur simple demande, le débiteur fournit au praticien de la réorganisation une liste des créanciers et tous les documents comptables ou autres utiles à la conclusion d'un accord amiable au sens de l'article XX.64 ou à l'établissement d'un plan de réorganisation tel que prévu à l'article XX.67 ou à l'article XX.83/3. Le praticien de la réorganisation détermine le délai dans lequel les créanciers individuels sont informés de sa mission et des données mentionnées à l'article XX.48, § 1er, alinéa 2, 1° et 3°. Il peut décider d'entamer des négociations avec un ou plusieurs créanciers et de ne les étendre à d'autres créanciers qu'à un stade ultérieur.
La notification par le praticien de la réorganisation se fait selon les modalités visées à l'article XX.49, § 1er, alinéa 3, et tient lieu de communication au sens de l'article XX.49. Lors de la notification, le praticien de la réorganisation invite les créanciers visés par la procédure à s'inscrire dans le registre."
Art. 153. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/24 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/24. De herstructureringsdeskundige kan de voorzitter van de rechtbank middels een verzoekschrift op tegenspraak verzoeken om, gelet op de situatie van de schuldenaar en op de lopende onderhandelingen, alsook rekening houdend met de door de maatregel veroorzaakte schade voor de deelnemende schuldeisers en het algemeen belang, ten aanzien van de betrokken schuldeisers de opschorting toe te staan zoals bedoeld in de artikelen XX.50 en volgende.
In zijn verzoekschrift vermeldt de herstructureringsdeskundige de naam, voornamen of benaming, het adres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de schuldeisers ten aanzien van wie hij vraagt dat de opschorting wordt bevolen. Dit verzoekschrift wordt in het register neergelegd en daar bewaard.
De voorzitter van de rechtbank legt de duur van de opschorting vast die niet meer dan vier maanden mag bedragen.
De voorzitter van de rechtbank kan op elk moment ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende schuldeiser of van de herstructureringsdeskundige een einde maken aan de toegekende opschorting, middels een met redenen omklede beslissing en na de schuldenaar te hebben gehoord."
"Art. XX.83/24. De herstructureringsdeskundige kan de voorzitter van de rechtbank middels een verzoekschrift op tegenspraak verzoeken om, gelet op de situatie van de schuldenaar en op de lopende onderhandelingen, alsook rekening houdend met de door de maatregel veroorzaakte schade voor de deelnemende schuldeisers en het algemeen belang, ten aanzien van de betrokken schuldeisers de opschorting toe te staan zoals bedoeld in de artikelen XX.50 en volgende.
In zijn verzoekschrift vermeldt de herstructureringsdeskundige de naam, voornamen of benaming, het adres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de schuldeisers ten aanzien van wie hij vraagt dat de opschorting wordt bevolen. Dit verzoekschrift wordt in het register neergelegd en daar bewaard.
De voorzitter van de rechtbank legt de duur van de opschorting vast die niet meer dan vier maanden mag bedragen.
De voorzitter van de rechtbank kan op elk moment ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende schuldeiser of van de herstructureringsdeskundige een einde maken aan de toegekende opschorting, middels een met redenen omklede beslissing en na de schuldenaar te hebben gehoord."
Art. 153. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/24 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/24. Le praticien de la réorganisation peut demander, par requête contradictoire, au président du tribunal, eu égard à la situation du débiteur, aux négociations en cours et prenant en compte le préjudice causé par la mesure aux créanciers concernés ainsi que l'intérêt général, d'accorder le sursis visé aux articles XX.50 et suivants à l'égard des créanciers concernés.
Dans sa requête, le praticien de la réorganisation précise les nom, prénoms ou dénomination, adresse et, le cas échéant, le numéro d'entreprise des créanciers à l'égard desquels il sollicite que le sursis soit ordonné. Cette requête est déposée dans le registre et y est conservée.
Le président du tribunal fixe la durée de ce sursis, qui ne peut pas être supérieur à quatre mois.
Le président du tribunal peut mettre fin à tout moment, d'office, à la requête d'un créancier intéressé ou du praticien de la réorganisation, au sursis accordé, par une décision motivée, après avoir entendu le débiteur."
"Art. XX.83/24. Le praticien de la réorganisation peut demander, par requête contradictoire, au président du tribunal, eu égard à la situation du débiteur, aux négociations en cours et prenant en compte le préjudice causé par la mesure aux créanciers concernés ainsi que l'intérêt général, d'accorder le sursis visé aux articles XX.50 et suivants à l'égard des créanciers concernés.
Dans sa requête, le praticien de la réorganisation précise les nom, prénoms ou dénomination, adresse et, le cas échéant, le numéro d'entreprise des créanciers à l'égard desquels il sollicite que le sursis soit ordonné. Cette requête est déposée dans le registre et y est conservée.
Le président du tribunal fixe la durée de ce sursis, qui ne peut pas être supérieur à quatre mois.
Le président du tribunal peut mettre fin à tout moment, d'office, à la requête d'un créancier intéressé ou du praticien de la réorganisation, au sursis accordé, par une décision motivée, après avoir entendu le débiteur."
Art. 154. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/25 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/25. De herstructureringsdeskundige neemt deel aan de onderhandelingen over een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64, of een reorganisatieplan overeenkomstig de artikelen XX.70 tot en met XX.78 en waakt over het getrouw informeren van de door de procedure geraakte schuldeisers.
De herstructureringsdeskundige is als enige gerechtigd om de volmacht van de geraadpleegde schuldeisers te bekomen."
"Art. XX.83/25. De herstructureringsdeskundige neemt deel aan de onderhandelingen over een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.64, of een reorganisatieplan overeenkomstig de artikelen XX.70 tot en met XX.78 en waakt over het getrouw informeren van de door de procedure geraakte schuldeisers.
De herstructureringsdeskundige is als enige gerechtigd om de volmacht van de geraadpleegde schuldeisers te bekomen."
Art. 154. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/25 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/25. Le praticien de la réorganisation participe à la négociation d'un accord amiable au sens de l'article XX.64, ou d'un plan de réorganisation au sens des articles XX.70 à XX.78, et veille à ce que les créanciers concernés par la procédure soient fidèlement informés.
Le praticien de la réorganisation est seul habilité à obtenir la procuration des créanciers consultés."
"Art. XX.83/25. Le praticien de la réorganisation participe à la négociation d'un accord amiable au sens de l'article XX.64, ou d'un plan de réorganisation au sens des articles XX.70 à XX.78, et veille à ce que les créanciers concernés par la procédure soient fidèlement informés.
Le praticien de la réorganisation est seul habilité à obtenir la procuration des créanciers consultés."
Art. 155. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/26 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/26. § 1. Op verzoek van de herstructureringsdeskundige, die daarbij het minnelijk akkoord en een toelichting over de omstandigheden van het akkoord voegt, en na de schuldenaar te hebben gehoord, wijst de rechtbank een gedelegeerd rechter aan en bepaalt de datum waarop toepassing zal worden gemaakt van artikel XX.83/30.
§ 2. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige kunnen de rechtbank met een verzoekschrift verzoeken vast te stellen dat de nodige gegevens om een collectief akkoord te verkrijgen voorhanden zijn, dat op het eerste gezicht het voorgelegde plan aan de wettelijke vereisten beantwoordt en dat het aan de bij de procedure betrokken schuldeisers en kapitaalhouders kan worden voorgelegd. Als de goedkeuring van het voorgelegde reorganisatieplan voldoende aannemelijk lijkt, wijst de rechtbank een gedelegeerd rechter aan en bepaalt de datum waarop over het plan zal gestemd worden.
De rechtbank kan haar beslissing opschorten indien de betrokken schuldeisers het oneens zijn over het bedrag en de hoedanigheid van de vordering en er nog geen beslissing is genomen over deze betwisting. Hij kan ook beslissen dat de schuldvordering provisioneel zal worden opgenomen.
De rechtbank bepaalt de wijze waarop van het plan kennis wordt gegeven."
"Art. XX.83/26. § 1. Op verzoek van de herstructureringsdeskundige, die daarbij het minnelijk akkoord en een toelichting over de omstandigheden van het akkoord voegt, en na de schuldenaar te hebben gehoord, wijst de rechtbank een gedelegeerd rechter aan en bepaalt de datum waarop toepassing zal worden gemaakt van artikel XX.83/30.
§ 2. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige kunnen de rechtbank met een verzoekschrift verzoeken vast te stellen dat de nodige gegevens om een collectief akkoord te verkrijgen voorhanden zijn, dat op het eerste gezicht het voorgelegde plan aan de wettelijke vereisten beantwoordt en dat het aan de bij de procedure betrokken schuldeisers en kapitaalhouders kan worden voorgelegd. Als de goedkeuring van het voorgelegde reorganisatieplan voldoende aannemelijk lijkt, wijst de rechtbank een gedelegeerd rechter aan en bepaalt de datum waarop over het plan zal gestemd worden.
De rechtbank kan haar beslissing opschorten indien de betrokken schuldeisers het oneens zijn over het bedrag en de hoedanigheid van de vordering en er nog geen beslissing is genomen over deze betwisting. Hij kan ook beslissen dat de schuldvordering provisioneel zal worden opgenomen.
De rechtbank bepaalt de wijze waarop van het plan kennis wordt gegeven."
Art. 155. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/26 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/26. § 1er. A la requête du praticien de la réorganisation, qui joint en outre l'accord amiable et un exposé quant aux circonstances de l'accord, le tribunal, après avoir entendu le débiteur, désigne un juge délégué et fixe la date à laquelle il sera fait application de l'article XX.83/30.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ou le débiteur peuvent demander par requête au tribunal de constater que les données nécessaires pour l'obtention d'un accord collectif ont été rassemblées, qu'à première vue le plan répond aux exigences légales et est susceptible d'être soumis aux créanciers et détenteurs de capital concernés par la procédure. Si l'approbation du plan de réorganisation apparaît comme suffisamment plausible, le tribunal désigne un juge délégué et fixe la date à laquelle il sera voté sur le plan.
Le tribunal peut suspendre sa décision si les créanciers concernés et le débiteur sont en désaccord quant au montant et aux qualités de la créance et qu'aucune décision n'a été prise pour vider cette contestation. Il peut également décider que la créance sera reprise à titre provisionnel.
Le tribunal détermine les modalités de notification du plan."
"Art. XX.83/26. § 1er. A la requête du praticien de la réorganisation, qui joint en outre l'accord amiable et un exposé quant aux circonstances de l'accord, le tribunal, après avoir entendu le débiteur, désigne un juge délégué et fixe la date à laquelle il sera fait application de l'article XX.83/30.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ou le débiteur peuvent demander par requête au tribunal de constater que les données nécessaires pour l'obtention d'un accord collectif ont été rassemblées, qu'à première vue le plan répond aux exigences légales et est susceptible d'être soumis aux créanciers et détenteurs de capital concernés par la procédure. Si l'approbation du plan de réorganisation apparaît comme suffisamment plausible, le tribunal désigne un juge délégué et fixe la date à laquelle il sera voté sur le plan.
Le tribunal peut suspendre sa décision si les créanciers concernés et le débiteur sont en désaccord quant au montant et aux qualités de la créance et qu'aucune décision n'a été prise pour vider cette contestation. Il peut également décider que la créance sera reprise à titre provisionnel.
Le tribunal détermine les modalités de notification du plan."
Art. 156. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/27 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/27. § 1. De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk verzaken aan zijn vordering tot een besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure. De schuldenaar legt de akte van verzaking neer in het register. De voorzitter of de rechtbank verlenen hiervan akte via een beslissing die niet bekend wordt gemaakt.
§ 2. Indien een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.83/29 of een reorganisatieplan dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel XX.83/34 niet aannemelijk lijkt, verzoekt de herstructureringsdeskundige de voorzitter van de rechtbank de procedure te beëindigen. Hij legt het verzoekschrift daartoe neer in het register.
De schuldenaar wordt bij gerechtsbrief opgeroepen om voor de voorzitter te verschijnen binnen acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register. In de gerechtsbrief wordt vermeld dat het verzoek in het register is neergelegd en dat de schuldenaar in raadkamer zal worden gehoord.
Ter terechtzitting worden de schuldenaar en de herstructureringsdeskundige gehoord. De voorzitter doet uitspraak in raadkamer."
"Art. XX.83/27. § 1. De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk verzaken aan zijn vordering tot een besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure. De schuldenaar legt de akte van verzaking neer in het register. De voorzitter of de rechtbank verlenen hiervan akte via een beslissing die niet bekend wordt gemaakt.
§ 2. Indien een minnelijk akkoord in de zin van artikel XX.83/29 of een reorganisatieplan dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel XX.83/34 niet aannemelijk lijkt, verzoekt de herstructureringsdeskundige de voorzitter van de rechtbank de procedure te beëindigen. Hij legt het verzoekschrift daartoe neer in het register.
De schuldenaar wordt bij gerechtsbrief opgeroepen om voor de voorzitter te verschijnen binnen acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift in het register. In de gerechtsbrief wordt vermeld dat het verzoek in het register is neergelegd en dat de schuldenaar in raadkamer zal worden gehoord.
Ter terechtzitting worden de schuldenaar en de herstructureringsdeskundige gehoord. De voorzitter doet uitspraak in raadkamer."
Art. 156. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/27 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/27. § 1er. Le débiteur peut, à tout moment de la procédure, renoncer, en tout ou en partie, à sa demande de réorganisation judiciaire privée. Le débiteur dépose l'acte de désistement dans le registre. Le président ou le tribunal lui en donnent acte par une décision qui ne fait pas l'objet d'une publication.
§ 2. Si un accord amiable au sens de l'article XX.83/29 ou l'approbation d'un plan de réorganisation répondant aux conditions de l'article XX.83/34 ne paraît pas probable, le praticien de la réorganisation demande au président du tribunal de mettre fin à la procédure. Il dépose la demande à cet effet dans le registre.
Le débiteur est convoqué à comparaître, par pli judiciaire, devant le président dans les huit jours du dépot de la requête dans le registre. Le pli judiciaire mentionne que la requête est déposée dans le registre et que le débiteur sera entendu en chambre du conseil.
A l'audience, le débiteur et le praticien de la réorganisation sont entendus. Le président rend sa décision en chambre du conseil."
"Art. XX.83/27. § 1er. Le débiteur peut, à tout moment de la procédure, renoncer, en tout ou en partie, à sa demande de réorganisation judiciaire privée. Le débiteur dépose l'acte de désistement dans le registre. Le président ou le tribunal lui en donnent acte par une décision qui ne fait pas l'objet d'une publication.
§ 2. Si un accord amiable au sens de l'article XX.83/29 ou l'approbation d'un plan de réorganisation répondant aux conditions de l'article XX.83/34 ne paraît pas probable, le praticien de la réorganisation demande au président du tribunal de mettre fin à la procédure. Il dépose la demande à cet effet dans le registre.
Le débiteur est convoqué à comparaître, par pli judiciaire, devant le président dans les huit jours du dépot de la requête dans le registre. Le pli judiciaire mentionne que la requête est déposée dans le registre et que le débiteur sera entendu en chambre du conseil.
A l'audience, le débiteur et le praticien de la réorganisation sont entendus. Le président rend sa décision en chambre du conseil."
Art. 157. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel XX.83/28 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/28. De kosten en erelonen van de herstructureringsdeskundige worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot overeenkomstig artikel XX.20/1. Bij een navolgend akkoord van schuldeisers geniet de vordering van de herstructureringsdeskundige van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 en wordt deze vordering in voorkomend geval behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in het kader van een reorganisatieplan."
"Art. XX.83/28. De kosten en erelonen van de herstructureringsdeskundige worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot overeenkomstig artikel XX.20/1. Bij een navolgend akkoord van schuldeisers geniet de vordering van de herstructureringsdeskundige van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 en wordt deze vordering in voorkomend geval behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in het kader van een reorganisatieplan."
Art. 157. Dans la même section 1re, il est inséré un article XX.83/28 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/28. En cas de litige, les frais et honoraires du praticien de la réorganisation sont estimés par le tribunal conformément à l'article XX.20/1. En cas d'accord ultérieur des créanciers, la créance du praticien de la réorganisation bénéficie du privilège visé aux articles 17 et 19, 1°, de la loi sur les hypothèques du 16 décembre 1851 et, le cas échéant, est traitée comme une créance sursitaire extraordinaire dans le cadre d'un plan de réorganisation."
"Art. XX.83/28. En cas de litige, les frais et honoraires du praticien de la réorganisation sont estimés par le tribunal conformément à l'article XX.20/1. En cas d'accord ultérieur des créanciers, la créance du praticien de la réorganisation bénéficie du privilège visé aux articles 17 et 19, 1°, de la loi sur les hypothèques du 16 décembre 1851 et, le cas échéant, est traitée comme une créance sursitaire extraordinaire dans le cadre d'un plan de réorganisation."
Art. 158. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 2 ingevoegd luidende "Afdeling 2. Besloten gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord" en waarin de artikelen XX.83/29 en XX.83/30 zijn opgenomen.
Art. 158. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. Réorganisation judiciaire privée par accord amiable" et qui comprend les articles XX.83/29 et XX.83/30.
Art. 159. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 158, wordt een artikel XX.83/29 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/29. De besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure door een minnelijk akkoord strekt tot het afsluiten van een akkoord tussen de schuldenaar en een of meer van zijn schuldeisers met het oog op de gezondmaking van de financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming."
"Art. XX.83/29. De besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure door een minnelijk akkoord strekt tot het afsluiten van een akkoord tussen de schuldenaar en een of meer van zijn schuldeisers met het oog op de gezondmaking van de financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming."
Art. 159. Dans la même section 2 insérée par l'article 158, il est inséré un article XX.83/29 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/29. La procédure de réorganisation judiciaire privée par accord amiable tend à conclure un accord entre le débiteur et un ou plusieurs de ses créanciers en vue de l'assainissement de sa situation financière ou de la réorganisation de son entreprise."
"Art. XX.83/29. La procédure de réorganisation judiciaire privée par accord amiable tend à conclure un accord entre le débiteur et un ou plusieurs de ses créanciers en vue de l'assainissement de sa situation financière ou de la réorganisation de son entreprise."
Art. 160. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel XX.83/30 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/30. § 1. Wanneer de besloten procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een of meerdere minnelijke akkoorden, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met de bijstand van de aangestelde herstructureringsdeskundige, met toepassing van artikel XX.83/22.
§ 2. De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
§ 3. Indien een minnelijk akkoord bereikt wordt, homologeert de rechtbank dit akkoord, oordelend op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, verklaart het uitvoerbaar en sluit de procedure.
Indien met één of meer van de betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan worden bereikt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, aan de schuldenaar ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 1244 van het oud Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.
§ 4. De beslissing inzake homologatie of toekenning van gematigde termijnen kan de opdracht verlengen van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 om de uitvoering van het minnelijk akkoord of van de verplichtingen van de schuldenaar te vergemakkelijken.
§ 5. De beslissingen bedoeld in de paragrafen 3 en 4 worden niet bekendgemaakt.
§ 6. Wanneer de voorzitter van de rechtbank het einde van de opdracht van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 vaststelt, stelt hij zijn staat van kosten en ereloon vast.
Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de schuldvordering op grond daarvan het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
§ 7. De schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord kunnen niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, door een andere schuldeiser of door derden enkel en alleen omdat dat minnelijk akkoord de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt."
"Art. XX.83/30. § 1. Wanneer de besloten procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een of meerdere minnelijke akkoorden, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met de bijstand van de aangestelde herstructureringsdeskundige, met toepassing van artikel XX.83/22.
§ 2. De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
§ 3. Indien een minnelijk akkoord bereikt wordt, homologeert de rechtbank dit akkoord, oordelend op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, verklaart het uitvoerbaar en sluit de procedure.
Indien met één of meer van de betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan worden bereikt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, aan de schuldenaar ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 1244 van het oud Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.
§ 4. De beslissing inzake homologatie of toekenning van gematigde termijnen kan de opdracht verlengen van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 om de uitvoering van het minnelijk akkoord of van de verplichtingen van de schuldenaar te vergemakkelijken.
§ 5. De beslissingen bedoeld in de paragrafen 3 en 4 worden niet bekendgemaakt.
§ 6. Wanneer de voorzitter van de rechtbank het einde van de opdracht van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 vaststelt, stelt hij zijn staat van kosten en ereloon vast.
Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de schuldvordering op grond daarvan het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
§ 7. De schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord kunnen niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, door een andere schuldeiser of door derden enkel en alleen omdat dat minnelijk akkoord de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt."
Art. 160. Dans la même section 2, il est inséré un article XX.83/30 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/30. § 1er. Lorsque la procédure de réorganisation judiciaire privée tend à la conclusion d'un ou plusieurs accords amiables, le débiteur poursuit cet objectif sous la surveillance du juge délégué avec l'assistance d'un praticien de la réorganisation désigné par application de l'article XX.83/22.
§ 2. Les articles 8.22 du Code civil, XX.111, 2° et 3°, et XX.112 ne sont applicables ni à un accord amiable ni aux actes accomplis en exécution de celui-ci.
§ 3. En cas d'accord amiable, le tribunal, statuant sur requête contradictoire du débiteur et sur le rapport du juge délégué, homologue l'accord, lui confère un caractère exécutoire et clôture la procédure.
Si le débiteur ne peut pas obtenir un accord amiable d'un ou plusieurs créanciers concernés, le tribunal, sur requête contradictoire du débiteur, peut octroyer à l'égard de ces créanciers des délais modérés tels que visés à l'article 1244 de l'ancien Code civil. Dans ce cas la décision du tribunal vaut comme accord amiable en ce qui concerne ces créanciers.
§ 4. La décision d'homologation ou d'octroi de délais modérés peut proroger la mission du praticien de la réorganisation désigné par application de l'article XX.83/22 pour faciliter l'exécution de l'accord amiable ou des obligations du débiteur.
§ 5. Les décisions visées aux paragraphes 3 et 4 ne sont pas publiées.
§ 6. Lorsqu'il constate la fin de la mission du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.83/22, le président du tribunal arrête son état de frais et honoraires.
La créance de ce chef bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 dans un concours subséquent.
§ 7. La responsabilité des créanciers parties à un accord amiable ne peut être poursuivie par le débiteur, par un autre créancier ou par les tiers pour la seule raison que cet accord amiable n'a pas effectivement permis la continuité de tout ou partie des actifs ou des activités."
"Art. XX.83/30. § 1er. Lorsque la procédure de réorganisation judiciaire privée tend à la conclusion d'un ou plusieurs accords amiables, le débiteur poursuit cet objectif sous la surveillance du juge délégué avec l'assistance d'un praticien de la réorganisation désigné par application de l'article XX.83/22.
§ 2. Les articles 8.22 du Code civil, XX.111, 2° et 3°, et XX.112 ne sont applicables ni à un accord amiable ni aux actes accomplis en exécution de celui-ci.
§ 3. En cas d'accord amiable, le tribunal, statuant sur requête contradictoire du débiteur et sur le rapport du juge délégué, homologue l'accord, lui confère un caractère exécutoire et clôture la procédure.
Si le débiteur ne peut pas obtenir un accord amiable d'un ou plusieurs créanciers concernés, le tribunal, sur requête contradictoire du débiteur, peut octroyer à l'égard de ces créanciers des délais modérés tels que visés à l'article 1244 de l'ancien Code civil. Dans ce cas la décision du tribunal vaut comme accord amiable en ce qui concerne ces créanciers.
§ 4. La décision d'homologation ou d'octroi de délais modérés peut proroger la mission du praticien de la réorganisation désigné par application de l'article XX.83/22 pour faciliter l'exécution de l'accord amiable ou des obligations du débiteur.
§ 5. Les décisions visées aux paragraphes 3 et 4 ne sont pas publiées.
§ 6. Lorsqu'il constate la fin de la mission du praticien de la réorganisation désigné conformément à l'article XX.83/22, le président du tribunal arrête son état de frais et honoraires.
La créance de ce chef bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 dans un concours subséquent.
§ 7. La responsabilité des créanciers parties à un accord amiable ne peut être poursuivie par le débiteur, par un autre créancier ou par les tiers pour la seule raison que cet accord amiable n'a pas effectivement permis la continuité de tout ou partie des actifs ou des activités."
Art. 161. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 3 ingevoegd luidende "Afdeling 3. Besloten gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord" en waarin de artikelen XX.83/31 tot en met XX.83/37 zijn opgenomen.
Art. 161. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. Réorganisation judiciaire privée par un accord collectif" et qui comprend les articles XX.83/31 à XX.83/37.
Art. 162. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, afdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 161, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd luidende "Onderafdeling 1. Reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/31 is opgenomen.
Art. 162. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, section 3, du même Code, inséré par l'article 161, il est inséré une sous-section 1re intitulée "Sous-section 1re. Plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83/31.
Art. 163. In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 162, wordt een artikel XX.83/31 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/31. De besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure door een collectief akkoord heeft het doel een akkoord te verkrijgen van zijn schuldeisers of van een deel van hen en, in voorkomend geval, van de kapitaalhouders over een reorganisatieplan."
"Art. XX.83/31. De besloten gerechtelijke reorganisatieprocedure door een collectief akkoord heeft het doel een akkoord te verkrijgen van zijn schuldeisers of van een deel van hen en, in voorkomend geval, van de kapitaalhouders over een reorganisatieplan."
Art. 163. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 162, il est inséré un article XX.83/31 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/31. La procédure de réorganisation judiciaire privée par accord collectif a pour but de permettre au débiteur d'obtenir l'accord de ses créanciers ou de certains d'entre eux et le cas échéant, des détenteurs de capital sur un plan de réorganisation."
"Art. XX.83/31. La procédure de réorganisation judiciaire privée par accord collectif a pour but de permettre au débiteur d'obtenir l'accord de ses créanciers ou de certains d'entre eux et le cas échéant, des détenteurs de capital sur un plan de réorganisation."
Art. 164. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, afdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 161, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd luidende "Onderafdeling 2. Opstelling, inhoud en neerlegging van het reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.83/32 en XX.83/33 zijn opgenomen.
Art. 164. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, section 3, du même Code, inséré par l'article 161, il est inséré une sous-section 2 intitulée "Sous-section 2. Etablissement, contenu et dépôt du plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.83/32 et XX.83/33.
Art. 165. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 164, wordt een artikel XX.83/32 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/32. § 1. Het plan moet worden opgesteld en neergelegd overeenkomstig de artikelen XX.70/1 tot en met XX.77 of de artikelen XX.83/4 tot en met XX.83/11.
§ 2. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is.
§ 3. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers die bij het akkoord betrokken zijn, deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden."
"Art. XX.83/32. § 1. Het plan moet worden opgesteld en neergelegd overeenkomstig de artikelen XX.70/1 tot en met XX.77 of de artikelen XX.83/4 tot en met XX.83/11.
§ 2. Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is.
§ 3. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers die bij het akkoord betrokken zijn, deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden."
Art. 165. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 164, il est inséré un article XX.83/32 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/32. § 1er. Le plan doit être établi et déposé conformément aux articles XX.70/1 à XX.77 ou aux articles XX.83/4 à XX.83/11.
§ 2. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires.
§ 3. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles affectés par l'accord recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations."
"Art. XX.83/32. § 1er. Le plan doit être établi et déposé conformément aux articles XX.70/1 à XX.77 ou aux articles XX.83/4 à XX.83/11.
§ 2. Le plan peut être rédigé et déposé par les dirigeants d'une personne morale sans que ceux-ci ne doivent disposer de l'assentiment des détenteurs de capital ou des créanciers obligataires.
§ 3. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles affectés par l'accord recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations."
Art. 166. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel XX.83/33 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/33. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.83/26 het reorganisatieplan in het register neer.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen de lijst neer van de schuldeisers, met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen en de schuldvorderingen die werden aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid. Zij leggen eveneens, wanneer het plan betrekking heeft op kapitaalhouders, een lijst neer van de betrokken kapitaalhouders.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na een controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in dit hoofdstuk.
§ 3. Zodra het plan in het register werd neergelegd ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de deelnemende schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na dit bericht;
- in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is onder bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren en dat bij afwezigheid er toch zal gestemd worden over het plan;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 4. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers die ingevolge het akkoord betrokken zijn, deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 5. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 3 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
"Art. XX.83/33. § 1. De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.83/26 het reorganisatieplan in het register neer.
De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen de lijst neer van de schuldeisers, met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen en de schuldvorderingen die werden aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid. Zij leggen eveneens, wanneer het plan betrekking heeft op kapitaalhouders, een lijst neer van de betrokken kapitaalhouders.
§ 2. De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.
De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na een controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in dit hoofdstuk.
§ 3. Zodra het plan in het register werd neergelegd ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de deelnemende schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na dit bericht;
- in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is onder bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren en dat bij afwezigheid er toch zal gestemd worden over het plan;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
§ 4. De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers die ingevolge het akkoord betrokken zijn, deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
§ 5. Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 3 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand."
Art. 166. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article XX.83/33 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/33. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.83/26.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation, déposent la liste des créanciers, avec indication des contestations des créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er. Ils déposent également, lorsque le plan vise des détenteurs de capital, la liste des détenteurs de capital concernés.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par le présent chapitre.
§ 3. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers participants et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cet avis;
- le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé et qu'en leur absence il sera tout de même voté sur le plan;
- que seuls les créanciers sursitaires, et le cas échéant, les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 4. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles affectés par l'accord recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 5. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 3 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
"Art. XX.83/33. § 1er. Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation déposent le plan de réorganisation dans le registre au moins vingt jours avant l'audience fixée dans le jugement visé à l'article XX.83/26.
Le débiteur, l'administrateur provisoire ou le praticien de la réorganisation, déposent la liste des créanciers, avec indication des contestations des créances en cours ou modifiée pour tenir compte des paiements éventuellement faits en application de l'article XX.53, alinéa 1er. Ils déposent également, lorsque le plan vise des détenteurs de capital, la liste des détenteurs de capital concernés.
§ 2. Le praticien de la réorganisation ne peut déposer le plan sans le consentement du débiteur, lequel ne peut refuser son consentement sans motif raisonnable. Si le débiteur est une personne morale, les dirigeants ne peuvent s'opposer de façon déraisonnable au dépôt du plan. A la demande du praticien de la réorganisation, le tribunal peut décider que le débiteur ou les dirigeants ont refusé de donner leur consentement de manière déraisonnable et autoriser le dépôt du plan.
Le débiteur ne peut déposer le plan qu'après vérification par le juge délégué que le plan répond aux conditions de forme exigées par le présent chapitre.
§ 3. Dès que le plan est déposé dans le registre, le greffier notifie au débiteur et aux créanciers sursitaires portés sur la liste des créanciers participants et le cas échéant aux détenteurs de capital repris sur la liste une communication indiquant:
- que ce plan est à l'examen et qu'ils peuvent le consulter dans le registre;
- les lieu, jour et heure où aura lieu l'audience à laquelle il sera procédé au vote sur ce plan, et qui se tiendra quinze jours au moins après cet avis;
- le cas échéant, l'indication que le vote à distance est autorisé selon certaines conditions et que le créancier pourra émettre son vote au plus tard au début de l'audience;
- qu'ils pourront faire valoir à l'audience, soit par écrit, soit oralement, leurs observations relatives au plan proposé et qu'en leur absence il sera tout de même voté sur le plan;
- que seuls les créanciers sursitaires, et le cas échéant, les détenteurs de capital dont le plan affecte les droits peuvent prendre part au vote.
§ 4. Le juge délégué peut décider que les codébiteurs, les cautions et autres sûretés personnelles affectés par l'accord recevront également cette communication et qu'ils peuvent, de la même manière, faire valoir leurs observations.
§ 5. Si le vote à distance est autorisé, le tribunal doit pouvoir vérifier l'identité et la qualité du créancier. La communication visée au paragraphe 3 contient une description précise des procédures relatives au vote à distance."
Art. 167. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, afdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 161, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd luidende "Onderafdeling 3. Stemming over het reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/34 is opgenomen.
Art. 167. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, section 3, du même Code, inséré par l'article 161, il est inséré une sous-section 3 intitulée "Sous-section 3. Vote du plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83/34.
Art. 168. In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 167, wordt een artikel XX.83/34 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/34. De stemming over het plan verloopt zoals bepaald in de artikelen XX.78 tot en met XX.78/2 of in de artikelen XX.83/12 tot en met XX.83/14."
"Art. XX.83/34. De stemming over het plan verloopt zoals bepaald in de artikelen XX.78 tot en met XX.78/2 of in de artikelen XX.83/12 tot en met XX.83/14."
Art. 168. Dans la sous-section 3 insérée par l'article 167, il est inséré un article XX.83/34 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/34. Le vote du plan se fait selon les modalités définies aux articles XX.78 à XX.78/2 ou aux articles XX.83/12 à XX.83/14."
"Art. XX.83/34. Le vote du plan se fait selon les modalités définies aux articles XX.78 à XX.78/2 ou aux articles XX.83/12 à XX.83/14."
Art. 169. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, afdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 161, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd luidende "Onderafdeling 4. Homologatie van het reorganisatieplan" en waarin de artikelen XX.83/35 tot en met XX.83/37 zijn opgenomen.
Art. 169. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, section 3, du même Code, inséré par l'article 161, il est inséré une sous-section 4 intitulée "Sous-section 4. Homologation du plan de réorganisation" et qui comprend les articles XX.83/35 à XX.83/37.
Art. 170. In onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 169, wordt een artikel XX.83/35 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/35. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank na het onderzoek bedoeld in artikel XX.83/37, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert."
"Art. XX.83/35. Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank na het onderzoek bedoeld in artikel XX.83/37, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert."
Art. 170. Dans la sous-section 4 insérée par l'article 169, il est inséré un article XX.83/35 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/35. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide, à la suite de l'examen visé à l'article XX.83/37, s'il homologue ou non le plan de réorganisation."
"Art. XX.83/35. Dans les quinze jours de l'audience, et en tout état de cause avant l'échéance du sursis fixée par application des articles XX.48 et XX.59, le tribunal décide, à la suite de l'examen visé à l'article XX.83/37, s'il homologue ou non le plan de réorganisation."
Art. 171. In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel XX.83/36 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/36. De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke strafrechtelijke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders."
"Art. XX.83/36. De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke strafrechtelijke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders."
Art. 171. Dans la même sous-section 4, il est inséré un article XX.83/36 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/36. Le tribunal statue sur l'homologation nonobstant toute poursuite pénale exercée contre le débiteur ou ses dirigeants."
"Art. XX.83/36. Le tribunal statue sur l'homologation nonobstant toute poursuite pénale exercée contre le débiteur ou ses dirigeants."
Art. 172. In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel XX.83/37 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/37. De beoordeling van de rechtbank wordt gedaan volgens de regels bepaald in artikel XX.79 of in de artikelen XX.83/15 tot en met XX.83/18.
Het vonnis van homologatie wordt niet bekend gemaakt. Het wordt door de griffier in het register neergelegd."
"Art. XX.83/37. De beoordeling van de rechtbank wordt gedaan volgens de regels bepaald in artikel XX.79 of in de artikelen XX.83/15 tot en met XX.83/18.
Het vonnis van homologatie wordt niet bekend gemaakt. Het wordt door de griffier in het register neergelegd."
Art. 172. Dans la même sous-section 4, il est inséré un article XX.83/37 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/37. L'examen du tribunal est effectué selon les règles énoncées à l'article XX.79 ou aux articles XX.83/15 à XX.83/18.
Le jugement statuant sur l'homologation ne fait pas l'objet d'une publication. Il est déposé par le greffier dans le registre."
"Art. XX.83/37. L'examen du tribunal est effectué selon les règles énoncées à l'article XX.79 ou aux articles XX.83/15 à XX.83/18.
Le jugement statuant sur l'homologation ne fait pas l'objet d'une publication. Il est déposé par le greffier dans le registre."
Art. 173. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 4 ingevoegd luidende "Afdeling 4. - Beëindiging van de procedure en rechtsmiddelen" en waarin de artikelen XX.83/38 en XX.83/39 zijn opgenomen.
Art. 173. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. - Clôture de la procédure et voies de recours" et qui comprend les articles XX.83/38 et XX.83/39.
Art. 174. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 173, wordt een artikel XX.83/38 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/38. Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af."
"Art. XX.83/38. Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af."
Art. 174. Dans la section 4 insérée par l'article 173, il est inséré un article XX.83/38 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/38. Sous réserve des contestations découlant de l'exécution du plan de réorganisation, le jugement qui statue sur l'homologation clôture la procédure de réorganisation."
"Art. XX.83/38. Sous réserve des contestations découlant de l'exécution du plan de réorganisation, le jugement qui statue sur l'homologation clôture la procédure de réorganisation."
Art. 175. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel XX.83/39 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/39. Tegen het vonnis dat oordeelt over de homologatie staat geen verzet open.
Hoger beroep kan worden ingesteld door de schuldenaar, indien de homologatie wordt geweigerd, en door de partijen die tijdens de procedure in het geding bij verzoekschrift zijn tussengekomen, indien de homologatie wordt toegekend. Het door een schuldeiser ingestelde hoger beroep is gericht tegen alle partijen die in het geding zijn tussengekomen alsook tegen de schuldenaar.
De procedure in hoger beroep verloopt met gesloten deuren en wordt op geen enkele wijze bekend gemaakt.
Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift dat op de griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het vonnis.
De zaak wordt behandeld, bij hoogdringendheid, op de inleidingszitting of op een nabijgelegen zitting op verslag van de gedelegeerd rechter.
De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de geïntimeerden en, in voorkomend geval, aan hun advocaat per gewone brief, uiterlijk op de eerste werkdag na de neerlegging ervan.
Als het vonnis de homologatie verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op."
"Art. XX.83/39. Tegen het vonnis dat oordeelt over de homologatie staat geen verzet open.
Hoger beroep kan worden ingesteld door de schuldenaar, indien de homologatie wordt geweigerd, en door de partijen die tijdens de procedure in het geding bij verzoekschrift zijn tussengekomen, indien de homologatie wordt toegekend. Het door een schuldeiser ingestelde hoger beroep is gericht tegen alle partijen die in het geding zijn tussengekomen alsook tegen de schuldenaar.
De procedure in hoger beroep verloopt met gesloten deuren en wordt op geen enkele wijze bekend gemaakt.
Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift dat op de griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het vonnis.
De zaak wordt behandeld, bij hoogdringendheid, op de inleidingszitting of op een nabijgelegen zitting op verslag van de gedelegeerd rechter.
De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de geïntimeerden en, in voorkomend geval, aan hun advocaat per gewone brief, uiterlijk op de eerste werkdag na de neerlegging ervan.
Als het vonnis de homologatie verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op."
Art. 175. Dans la même section 4, il est inséré un article XX.83/39 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/39. Le jugement statuant sur la demande d'homologation n'est pas susceptible d'opposition.
Il peut être formé appel par le débiteur, en cas de rejet de l'homologation, et par les parties intervenues durant la procédure de réorganisation par voie de requête, en cas d'homologation. L'appel formé par un créancier est dirigé contre toutes les parties intervenues dans la procédure ainsi que contre le débiteur.
La procédure en appel se déroule à huis-clos et ne fait l'objet d'aucune publicité.
L'appel est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les quinze jours de la notification du jugement.
L'affaire est examinée, en urgence, en chambre du conseil sur rapport du juge délégué.
Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire aux parties intimées et, le cas échéant, par pli ordinaire, à leur avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son dépôt.
Si le jugement refuse l'homologation, l'appel est suspensif."
"Art. XX.83/39. Le jugement statuant sur la demande d'homologation n'est pas susceptible d'opposition.
Il peut être formé appel par le débiteur, en cas de rejet de l'homologation, et par les parties intervenues durant la procédure de réorganisation par voie de requête, en cas d'homologation. L'appel formé par un créancier est dirigé contre toutes les parties intervenues dans la procédure ainsi que contre le débiteur.
La procédure en appel se déroule à huis-clos et ne fait l'objet d'aucune publicité.
L'appel est formé par requête déposée au greffe de la cour d'appel dans les quinze jours de la notification du jugement.
L'affaire est examinée, en urgence, en chambre du conseil sur rapport du juge délégué.
Le greffier de la cour d'appel notifie la requête sous pli judiciaire aux parties intimées et, le cas échéant, par pli ordinaire, à leur avocat, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit son dépôt.
Si le jugement refuse l'homologation, l'appel est suspensif."
Art. 176. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 5 ingevoegd luidende "Afdeling 5. Gevolgen van het gehomologeerd reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/40 is opgenomen.
Art. 176. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 5 intitulée "Section 5. Effets du plan de réorganisation homologué" et qui comprend l'article XX.83/40.
Art. 177. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 176, wordt een artikel XX.83/40 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/40. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders aan wie de kennisgeving bedoeld in artikel XX.83/26 is gedaan.
In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
De overeenkomstig artikel XX.49, XX.68 of XX.83/2 betwiste, maar na de homologatie, gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard die in de besloten procedure behandeld werden. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Oud Burgerlijk Wetboek en onverminderd de gevolgen van een bijzonder akkoord bedoeld in artikel XX.74/1 of in artikel XX.83/8, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld."
"Art. XX.83/40. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders aan wie de kennisgeving bedoeld in artikel XX.83/26 is gedaan.
In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
De overeenkomstig artikel XX.49, XX.68 of XX.83/2 betwiste, maar na de homologatie, gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard die in de besloten procedure behandeld werden. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Oud Burgerlijk Wetboek en onverminderd de gevolgen van een bijzonder akkoord bedoeld in artikel XX.74/1 of in artikel XX.83/8, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld."
Art. 177. Dans la section 5 insérée par l'article 176, il est inséré un article XX.83/40 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/40. L'homologation du plan de réorganisation le rend contraignant pour tous les créanciers sursitaires et les détenteurs de capital auxquels la notification visée à l'article XX.83/26 a été faite.
Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.
Les créances sursitaires contestées conformément à l'article XX.49, XX.68 ou XX.83/2, mais reconnues judiciairement après l'homologation, sont payées conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. En aucun cas, l'exécution du plan de réorganisation ne peut être totalement ou partiellement suspendue du fait des décisions rendues sur les contestations.
A moins que le plan n'en dispose autrement de manière expresse, l'exécution complète de celui-ci libère totalement et définitivement le débiteur pour toutes les créances y figurant.
L'article XX.111, 2°, n'est pas applicable aux paiements faits par le débiteur en exécution du plan.
Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies de l'ancien Code civil et des effets d'un accord spécifique visé à l'article XX.74/1 ou à l'article XX.83/8, le plan ne profite pas aux codébiteurs ni aux constituants de sûreté personnelle. La position d'un créancier par rapport au plan ne porte pas atteinte aux droits que le créancier peut faire valoir contre le tiers qui s'est porté garant."
"Art. XX.83/40. L'homologation du plan de réorganisation le rend contraignant pour tous les créanciers sursitaires et les détenteurs de capital auxquels la notification visée à l'article XX.83/26 a été faite.
Dans la mesure où la mise en oeuvre du plan de réorganisation nécessite une décision d'une assemblée générale d'une personne morale et que l'assemblée générale entrave de manière déraisonnable la mise en oeuvre du plan homologué, tout intéressé peut demander au tribunal d'enjoindre à la personne morale de prendre les décisions requises pour assurer la mise en oeuvre du plan.
Les créances sursitaires contestées conformément à l'article XX.49, XX.68 ou XX.83/2, mais reconnues judiciairement après l'homologation, sont payées conformément aux modalités prévues pour les créances de même nature. En aucun cas, l'exécution du plan de réorganisation ne peut être totalement ou partiellement suspendue du fait des décisions rendues sur les contestations.
A moins que le plan n'en dispose autrement de manière expresse, l'exécution complète de celui-ci libère totalement et définitivement le débiteur pour toutes les créances y figurant.
L'article XX.111, 2°, n'est pas applicable aux paiements faits par le débiteur en exécution du plan.
Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies de l'ancien Code civil et des effets d'un accord spécifique visé à l'article XX.74/1 ou à l'article XX.83/8, le plan ne profite pas aux codébiteurs ni aux constituants de sûreté personnelle. La position d'un créancier par rapport au plan ne porte pas atteinte aux droits que le créancier peut faire valoir contre le tiers qui s'est porté garant."
Art. 178. In boek XX, titel V/I, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 149, wordt een afdeling 6 ingevoegd luidende "Afdeling 6. Intrekking van het plan en vaststelling van voltooiing van het reorganisatieplan" en waarin artikel XX.83/41 is opgenomen.
Art. 178. Dans le livre XX, titre V/I, chapitre 4, du même Code, inséré par l'article 149, il est inséré une section 6 intitulée "Section 6. Révocation du plan de réorganisation et constat de finalisation du plan de réorganisation" et qui comprend l'article XX.83/41.
Art. 179. In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 178, wordt een artikel XX.83/41 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.83/41. Elke schuldeiser kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt na de schuldenaar te hebben gehoord.
De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar en de schuldeisers zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voormelde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.
De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.
Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan."
"Art. XX.83/41. Elke schuldeiser kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt na de schuldenaar te hebben gehoord.
De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar en de schuldeisers zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voormelde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.
De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.
Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan."
Art. 179. Dans la section 6 insérée par l'article 178, il est inséré un article XX.83/41 rédigé comme suit:
"Art. XX.83/41. Tout créancier peut, par citation du débiteur, demander la révocation du plan de réorganisation lorsqu'il n'est pas ponctuellement exécuté, ou lorsqu'il démontre qu'il ne pourra pas en être autrement et qu'il en subira un préjudice. Le procureur du Roi peut demander la révocation de la même manière lorsqu'il constate l'inexécution de la totalité ou d'une partie du plan.
Le tribunal statue après avoir entendu le débiteur.
La déclaration de faillite du débiteur entraine de plein droit la révocation du plan de réorganisation.
La révocation du plan de réorganisation le prive de tout effet, sauf pour ce qui concerne les paiements et les opérations déjà effectués, et notamment la cession déjà intervenue de tout ou partie des actifs ou des activités. La révocation implique que le débiteur et les créanciers se retrouvent, hormis les éléments susmentionnés, dans la position qu'ils auraient eue s'il n'y avait pas eu de plan de réorganisation homologué.
Le tribunal peut, d'office, à partir du premier anniversaire de la décision d'homologation, convoquer annuellement le débiteur pour qu'il fasse rapport sur l'exécution de l'accord collectif. Les déclarations du débiteur sont actées par le greffier en vue d'être déposées dans le dossier de la réorganisation judiciaire.
Sur demande motivée du débiteur, le tribunal peut lui donner acte par jugement de que ce que le plan a été correctement exécuté, pour autant que soit apportée la preuve de l'exécution du plan de réorganisation suivant les conditions ou avec l'accord des créanciers concernés."
"Art. XX.83/41. Tout créancier peut, par citation du débiteur, demander la révocation du plan de réorganisation lorsqu'il n'est pas ponctuellement exécuté, ou lorsqu'il démontre qu'il ne pourra pas en être autrement et qu'il en subira un préjudice. Le procureur du Roi peut demander la révocation de la même manière lorsqu'il constate l'inexécution de la totalité ou d'une partie du plan.
Le tribunal statue après avoir entendu le débiteur.
La déclaration de faillite du débiteur entraine de plein droit la révocation du plan de réorganisation.
La révocation du plan de réorganisation le prive de tout effet, sauf pour ce qui concerne les paiements et les opérations déjà effectués, et notamment la cession déjà intervenue de tout ou partie des actifs ou des activités. La révocation implique que le débiteur et les créanciers se retrouvent, hormis les éléments susmentionnés, dans la position qu'ils auraient eue s'il n'y avait pas eu de plan de réorganisation homologué.
Le tribunal peut, d'office, à partir du premier anniversaire de la décision d'homologation, convoquer annuellement le débiteur pour qu'il fasse rapport sur l'exécution de l'accord collectif. Les déclarations du débiteur sont actées par le greffier en vue d'être déposées dans le dossier de la réorganisation judiciaire.
Sur demande motivée du débiteur, le tribunal peut lui donner acte par jugement de que ce que le plan a été correctement exécuté, pour autant que soit apportée la preuve de l'exécution du plan de réorganisation suivant les conditions ou avec l'accord des créanciers concernés."
Art. 180. In boek XX, titel V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het hoofdstuk 4, met het opschrift "Hoofdstuk 4. Gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag" titel V/II van boek XX, waarvan het opschrift als volgt wordt vervangen: "Titel V/II. - Overdracht onder gerechtelijk gezag".
Art. 180. Dans le livre XX, titre V, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le chapitre 4 intitulé "Chapitre 4. Réorganisation judiciaire par transfert d'entreprise sous autorité judiciaire" devient le titre V/II du livre XX dont l'intitulé est remplacé par ce qui suit: "Titre V/II. - Transfert sous autorité judiciaire".
Art. 181. In artikel XX.84 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de activiteiten van een onderneming kan door de rechtbank bevolen worden teneinde een efficiënte vereffening van de rechtspersoon of van het patrimonium van de onderneming bedoeld in artikel I.1.1°, a), te verzekeren. De schuldenaar kan deze overdracht vragen, ofwel in het initieel verzoekschrift, ofwel later op elk ogenblik in de loop van de procedure.";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "instemt met" opgeheven en wordt het woord "vraagt" ingevoegd tussen het woord "gezag" en de woorden ", worden" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel XX.83" vervangen door de woorden "artikelen XX.83, XX.83/21 of XX.83/41";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "artikel XX.78" vervangen door de woorden "artikelen XX.78, XX.83/12 of XX.83/34";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, worden de woorden "artikel XX.79" vervangen door de woorden "artikelen XX.79, XX.83/15 of XX.83/35";
6° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de activiteiten van een onderneming kan door de rechtbank bevolen worden teneinde een efficiënte vereffening van de rechtspersoon of van het patrimonium van de onderneming bedoeld in artikel I.1.1°, a), te verzekeren. De schuldenaar kan deze overdracht vragen, ofwel in het initieel verzoekschrift, ofwel later op elk ogenblik in de loop van de procedure.";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "instemt met" opgeheven en wordt het woord "vraagt" ingevoegd tussen het woord "gezag" en de woorden ", worden" en worden in de Franse tekst de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel XX.83" vervangen door de woorden "artikelen XX.83, XX.83/21 of XX.83/41";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "artikel XX.78" vervangen door de woorden "artikelen XX.78, XX.83/12 of XX.83/34";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, worden de woorden "artikel XX.79" vervangen door de woorden "artikelen XX.79, XX.83/15 of XX.83/35";
6° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 181. A l'article XX.84 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le transfert sous autorité judiciaire de tout ou partie des activités d'une entreprise peut être ordonné par le tribunal en vue d'assurer une liquidation efficace de la personne morale ou du patrimoine de l'entreprise visée à l'article I.1.1°, a). Le débiteur peut solliciter ce transfert soit dans la requête initiale soit à tout autre moment au cours de la procédure.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "consent au" sont remplacés par les mots "demande le" et les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "de l'article XX.83" sont remplacés par les mots "des articles XX.83, XX.83/21 ou XX. 83/41";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "de l'article XX.78" sont remplacés par les mots "des articles XX.78, XX.83/12 ou XX. 83/34";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, les mots "de l'article XX.79" sont remplacés par les mots "des articles XX.79, XX.83/15 ou XX. 83/35";
6° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le transfert sous autorité judiciaire de tout ou partie des activités d'une entreprise peut être ordonné par le tribunal en vue d'assurer une liquidation efficace de la personne morale ou du patrimoine de l'entreprise visée à l'article I.1.1°, a). Le débiteur peut solliciter ce transfert soit dans la requête initiale soit à tout autre moment au cours de la procédure.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "consent au" sont remplacés par les mots "demande le" et les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "de l'article XX.83" sont remplacés par les mots "des articles XX.83, XX.83/21 ou XX. 83/41";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "de l'article XX.78" sont remplacés par les mots "des articles XX.78, XX.83/12 ou XX. 83/34";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, les mots "de l'article XX.79" sont remplacés par les mots "des articles XX.79, XX.83/15 ou XX. 83/35";
6° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 182. In artikel XX.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Het vonnis dat de overdracht beveelt, wijst een vereffeningsdeskundige aan die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar. Het bepaalt of de overdracht betrekking heeft op het geheel van de activa en activiteiten van de schuldenaar dan wel op een deel ervan. In dit laatste geval, preciseert het vonnis het voorwerp van de overdracht of laat die bepaling over aan het oordeel van de vereffeningsdeskundige.";
2° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
3° in het derde lid wordt het woord "zes" vervangen door het woord "vier";
4° in het vierde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Het vonnis dat de overdracht beveelt, wijst een vereffeningsdeskundige aan die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar. Het bepaalt of de overdracht betrekking heeft op het geheel van de activa en activiteiten van de schuldenaar dan wel op een deel ervan. In dit laatste geval, preciseert het vonnis het voorwerp van de overdracht of laat die bepaling over aan het oordeel van de vereffeningsdeskundige.";
2° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
3° in het derde lid wordt het woord "zes" vervangen door het woord "vier";
4° in het vierde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 182. A l'article XX.85 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le jugement qui ordonne le transfert désigne un praticien de la liquidation chargé d'organiser et de réaliser le transfert au nom et pour compte du débiteur. Il détermine si l'objet du transfert est l'ensemble des actifs et activités du débiteur ou seulement une partie de ceux-ci. Dans ce dernier cas, il précise l'objet du transfert ou le laisse à l'appréciation du praticien de la liquidation.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
3° dans l'alinéa 3, le mot "six" est remplacé par le mot "quatre";
4° dans l'alinéa 4, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le jugement qui ordonne le transfert désigne un praticien de la liquidation chargé d'organiser et de réaliser le transfert au nom et pour compte du débiteur. Il détermine si l'objet du transfert est l'ensemble des actifs et activités du débiteur ou seulement une partie de ceux-ci. Dans ce dernier cas, il précise l'objet du transfert ou le laisse à l'appréciation du praticien de la liquidation.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
3° dans l'alinéa 3, le mot "six" est remplacé par le mot "quatre";
4° dans l'alinéa 4, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
Art. 183. In artikel XX.86 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst van paragraaf 1 worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
2° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
4° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
6° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en derde lid, dat het vierde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
"Bij het verlenen van de machtiging bedoeld in artikel XX.89 controleert de rechtbank de motivering van de keuze van de verkrijger met betrekking tot de verschillende categorieën werknemers. Indien de motivering niet behoorlijk is, kan de rechtbank de overdracht weigeren.";
7° in de Franse tekst van paragraaf 3, in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
8° in de Franse tekst van paragraaf 4, enig lid, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
9° een paragraaf 4/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 4/1. Als de offerte uitgaat van een persoon bedoeld in artikel XX.87, § 2, moet de verkrijger dit feit in de offerte vermelden.";
10° in paragraaf 5, eerste lid, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
1° in de Franse tekst van paragraaf 1 worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
2° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
4° in de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
6° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en derde lid, dat het vierde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
"Bij het verlenen van de machtiging bedoeld in artikel XX.89 controleert de rechtbank de motivering van de keuze van de verkrijger met betrekking tot de verschillende categorieën werknemers. Indien de motivering niet behoorlijk is, kan de rechtbank de overdracht weigeren.";
7° in de Franse tekst van paragraaf 3, in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
8° in de Franse tekst van paragraaf 4, enig lid, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
9° een paragraaf 4/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 4/1. Als de offerte uitgaat van een persoon bedoeld in artikel XX.87, § 2, moet de verkrijger dit feit in de offerte vermelden.";
10° in paragraaf 5, eerste lid, wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 183. A l'article XX.86 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 5°, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
6° dans le paragraphe 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4:
"Dans le cadre de l'autorisation visée à l'article XX.89, le tribunal contrôle la motivation du choix du cessionnaire par rapport aux différentes catégories de travailleurs. Faute de motivation appropriée, le tribunal peut refuser le transfert.";
7° dans le paragraphe 3, dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
8° dans le paragraphe 4, alinéa unique, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
9° un paragraphe 4/1 est inséré, rédigé comme suit:
" § 4/1. Si l'offre émane d'une personne visée à l'article XX.87, § 2, le cessionnaire mentionne ce fait dans son offre.";
10° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et le mot "social" est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 5°, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
6° dans le paragraphe 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4:
"Dans le cadre de l'autorisation visée à l'article XX.89, le tribunal contrôle la motivation du choix du cessionnaire par rapport aux différentes catégories de travailleurs. Faute de motivation appropriée, le tribunal peut refuser le transfert.";
7° dans le paragraphe 3, dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
8° dans le paragraphe 4, alinéa unique, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
9° un paragraphe 4/1 est inséré, rédigé comme suit:
" § 4/1. Si l'offre émane d'une personne visée à l'article XX.87, § 2, le cessionnaire mentionne ce fait dans son offre.";
10° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et le mot "social" est abrogé.
Art. 184. In artikel XX.87, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
" § 1. De aangewezen vereffeningsdeskundige organiseert en verricht de door de rechtbank bevolen overdracht.";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
" § 1. De aangewezen vereffeningsdeskundige organiseert en verricht de door de rechtbank bevolen overdracht.";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 184. A l'article XX.87, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le praticien de la liquidation désigné organise et réalise le transfert ordonné par le tribunal.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le praticien de la liquidation désigné organise et réalise le transfert ordonné par le tribunal.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
Art. 185. In artikel XX.88 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wetten van 15 april 2018 en 11 juli 2018, wordt het woord "gerechtsmandataris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 185. Dans l'article XX.88 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par les lois des 15 avril 2018 et 11 juillet 2018, les mots "mandataire de justice" sont chaque fois remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
Art. 186. In artikel XX.89, § 1, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "van potentiële kopers" ingevoegd tussen het woord "offertes" en de woorden "zijn,".
Art. 186. Dans l'article XX.89, § 1er, deuxième phrase, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de candidat acquéreurs" sont insérés entre le mot "comparables" et les mots ", la priorité".
Art. 187. In artikel XX.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in het tweede lid worden de woorden "in hoger beroep" ingevoegd tussen de woorden "De zaak," en de woorden "wordt behandeld," en wordt de tweede zin opgeheven;
3° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
1° in het eerste lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in het tweede lid worden de woorden "in hoger beroep" ingevoegd tussen de woorden "De zaak," en de woorden "wordt behandeld," en wordt de tweede zin opgeheven;
3° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 187. A l'article XX.90 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° dans l'alinéa 2, les mots "en cas d'appel," sont insérés entre les mots "est examinée," et les mots "en urgence," et la deuxième phrase est abrogée;
3° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° dans l'alinéa 2, les mots "en cas d'appel," sont insérés entre les mots "est examinée," et les mots "en urgence," et la deuxième phrase est abrogée;
3° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
Art. 188. In artikel XX.91 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid luidende:
"De vereffeningsdeskundige provisioneert het bedrag vereist voor de afwikkeling van de gerechtelijke vereffening of van het faillissement."
1° in het tweede lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in het derde lid wordt het woord "gerechtsmandataris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige" en worden de woorden "eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "XX.41, § 2," en de woorden ", 7° ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid luidende:
"De vereffeningsdeskundige provisioneert het bedrag vereist voor de afwikkeling van de gerechtelijke vereffening of van het faillissement."
Art. 188. A l'article XX.91 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le praticien de la liquidation provisionne les montants nécessaires pour la gestion de la liquidation judiciaire ou de la faillite."
1° dans l'alinéa 2, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° dans l'alinéa 3, les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation" et les mots "alinéa 1er" sont insérés entre les mots "XX.41, § 2," et les mots ", 7° ";
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le praticien de la liquidation provisionne les montants nécessaires pour la gestion de la liquidation judiciaire ou de la faillite."
Art. 189. Artikel XX.92 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met de volgende zin:
"De verkoop is zuiverend."
"De verkoop is zuiverend."
Art. 189. L'article XX.92 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est complété par la phrase suivante:
"La vente est purgeante."
"La vente est purgeante."
Art. 190. In artikel XX.93 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "gerechtsmandataris" wordt vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° de woorden "verzoekschrift dat zij de procedure van gerechtelijke reorganisatie afsluit of, wanneer het gerechtvaardigd is dat deze voortgezet wordt voor andere doeleinden, dat zij hem ontlast van zijn opdracht. De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord." worden vervangen door de woorden "tegensprekelijk verzoekschrift gericht aan de schuldenaar en in voorkomend geval aan de eiser tot overdracht onder gerechtelijk gezag, dat zij de procedure afsluit en dat zij hem ontlast van zijn opdracht."
1° het woord "gerechtsmandataris" wordt vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° de woorden "verzoekschrift dat zij de procedure van gerechtelijke reorganisatie afsluit of, wanneer het gerechtvaardigd is dat deze voortgezet wordt voor andere doeleinden, dat zij hem ontlast van zijn opdracht. De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord." worden vervangen door de woorden "tegensprekelijk verzoekschrift gericht aan de schuldenaar en in voorkomend geval aan de eiser tot overdracht onder gerechtelijk gezag, dat zij de procedure afsluit en dat zij hem ontlast van zijn opdracht."
Art. 190. A l'article XX.93 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° les mots "la clôture de la procédure de réorganisation judiciaire, ou, s'il se justifie qu'elle soit poursuivie pour d'autres objectifs, qu'il le décharge de sa mission. Le tribunal statue sur rapport du juge délégué, le débiteur entendu." sont remplacés par les mots "contradictoire adressée au débiteur et le cas échéant au demandeur en transfert sous autorité judiciaire, la clôture de la procédure et qu'il le décharge de sa mission."
1° les mots "mandataire de justice" sont remplacés par les mots "praticien de la liquidation";
2° les mots "la clôture de la procédure de réorganisation judiciaire, ou, s'il se justifie qu'elle soit poursuivie pour d'autres objectifs, qu'il le décharge de sa mission. Le tribunal statue sur rapport du juge délégué, le débiteur entendu." sont remplacés par les mots "contradictoire adressée au débiteur et le cas échéant au demandeur en transfert sous autorité judiciaire, la clôture de la procédure et qu'il le décharge de sa mission."
Art. 191. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XX.93/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.93/1. § 1. De partijen worden bij gerechtsbrief voor de rechtbank opgeroepen om te verschijnen binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging in het register van het in artikel XX.93 bedoelde verzoekschrift. De gerechtsbrief vermeldt dat het verzoekschrift is neergelegd in het register, dat de schuldenaar gehoord zal worden tijdens een zitting waar de vereffeningsdeskundige ontlast zal worden van zijn opdracht en waar het faillissement of de gerechtelijke vereffening van de schuldenaar zal kunnen uitgesproken worden.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar en de vereffeningsdeskundige te hebben gehoord. De belanghebbende die een vordering tot overdracht heeft ingesteld wordt eveneens gehoord.
De rechtbank die vaststelt dat de voorwaarden van het faillissement vervuld zijn, spreekt het faillissement uit van de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.100. Hij wijst als rechter-commissaris de gedelegeerd rechter die opgetreden is in het kader van de overdracht aan en benoemt als curator de vereffeningsdeskundige die tijdens de overdracht is opgetreden, tenzij deze niet de hoedanigheid had van curator. In dit laatste geval benoemt de rechtbank een curator die nog niet als vereffeningsdeskundige is opgetreden in de overdracht.
De rechtbank kan eveneens, hetzij op verzoek van de schuldenaar hetzij als het algemeen belang dit vereist en een gerechtelijke vereffening niet kennelijk strijdt met het belang van de schuldeisers, de gerechtelijke vereffening bevelen van de schuldenaar rechtspersoon en de voor de opdracht aangewezen vereffeningsdeskundige als vereffenaar aanstellen.
§ 2. De vereffeningsdeskundige die niet aangesteld is als curator of vereffenaar, draagt de opbrengst van de overdrachten over aan de curator of de vereffenaar voor verdeling."
"Art. XX.93/1. § 1. De partijen worden bij gerechtsbrief voor de rechtbank opgeroepen om te verschijnen binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging in het register van het in artikel XX.93 bedoelde verzoekschrift. De gerechtsbrief vermeldt dat het verzoekschrift is neergelegd in het register, dat de schuldenaar gehoord zal worden tijdens een zitting waar de vereffeningsdeskundige ontlast zal worden van zijn opdracht en waar het faillissement of de gerechtelijke vereffening van de schuldenaar zal kunnen uitgesproken worden.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar en de vereffeningsdeskundige te hebben gehoord. De belanghebbende die een vordering tot overdracht heeft ingesteld wordt eveneens gehoord.
De rechtbank die vaststelt dat de voorwaarden van het faillissement vervuld zijn, spreekt het faillissement uit van de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.100. Hij wijst als rechter-commissaris de gedelegeerd rechter die opgetreden is in het kader van de overdracht aan en benoemt als curator de vereffeningsdeskundige die tijdens de overdracht is opgetreden, tenzij deze niet de hoedanigheid had van curator. In dit laatste geval benoemt de rechtbank een curator die nog niet als vereffeningsdeskundige is opgetreden in de overdracht.
De rechtbank kan eveneens, hetzij op verzoek van de schuldenaar hetzij als het algemeen belang dit vereist en een gerechtelijke vereffening niet kennelijk strijdt met het belang van de schuldeisers, de gerechtelijke vereffening bevelen van de schuldenaar rechtspersoon en de voor de opdracht aangewezen vereffeningsdeskundige als vereffenaar aanstellen.
§ 2. De vereffeningsdeskundige die niet aangesteld is als curator of vereffenaar, draagt de opbrengst van de overdrachten over aan de curator of de vereffenaar voor verdeling."
Art. 191. Dans le même Code, il est inséré un article XX.93/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.93/1. § 1er. Les parties sont convoquées à comparaître devant le tribunal par pli judiciaire, dans un délai de huit jours suivant le dépôt au registre de la requête visée à l'article XX.93. Le pli judiciaire énonce que la requête est déposée au registre, que le débiteur sera entendu lors d'une audience à laquelle le praticien de la liquidation sera déchargé de sa mission et à laquelle la faillite ou la liquidation judiciaire du débiteur pourra être prononcée.
Le tribunal statue sur rapport du juge délégué, le débiteur et le praticien de la liquidation entendus. L'intéressé ayant cité en transfert est également entendu.
Le tribunal qui constate que les conditions de la faillite sont réunies déclare la faillite conformément à l'article XX.100. Il nomme comme juge-commissaire le juge délégué ayant officié pendant le transfert et désigne comme curateur le praticien de la liquidation qui avait été désigné dans le cadre du transfert, sauf si celui-ci n'avait pas la qualité de curateur. Dans ce dernier cas, il désigne un curateur qui n'avait pas encore oeuvré comme praticien de la liquidation dans le transfert.
Le tribunal peut également décider, si le débiteur en fait la demande ou si l'intérêt général l'exige et à condition que ce ne soit pas manifestement contraire à l'intérêt des créanciers, que le débiteur personne morale sera mis en liquidation judiciaire et que le praticien de la liquidation qui avait été désigné pour le transfert, sera désigné liquidateur.
§ 2. Le praticien de la liquidation, qui n'est pas désigné comme curateur ou liquidateur, transmet le produit des transferts au curateur ou au liquidateur pour répartition."
"Art. XX.93/1. § 1er. Les parties sont convoquées à comparaître devant le tribunal par pli judiciaire, dans un délai de huit jours suivant le dépôt au registre de la requête visée à l'article XX.93. Le pli judiciaire énonce que la requête est déposée au registre, que le débiteur sera entendu lors d'une audience à laquelle le praticien de la liquidation sera déchargé de sa mission et à laquelle la faillite ou la liquidation judiciaire du débiteur pourra être prononcée.
Le tribunal statue sur rapport du juge délégué, le débiteur et le praticien de la liquidation entendus. L'intéressé ayant cité en transfert est également entendu.
Le tribunal qui constate que les conditions de la faillite sont réunies déclare la faillite conformément à l'article XX.100. Il nomme comme juge-commissaire le juge délégué ayant officié pendant le transfert et désigne comme curateur le praticien de la liquidation qui avait été désigné dans le cadre du transfert, sauf si celui-ci n'avait pas la qualité de curateur. Dans ce dernier cas, il désigne un curateur qui n'avait pas encore oeuvré comme praticien de la liquidation dans le transfert.
Le tribunal peut également décider, si le débiteur en fait la demande ou si l'intérêt général l'exige et à condition que ce ne soit pas manifestement contraire à l'intérêt des créanciers, que le débiteur personne morale sera mis en liquidation judiciaire et que le praticien de la liquidation qui avait été désigné pour le transfert, sera désigné liquidateur.
§ 2. Le praticien de la liquidation, qui n'est pas désigné comme curateur ou liquidateur, transmet le produit des transferts au curateur ou au liquidateur pour répartition."
Art. 192. In artikel XX.94 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "gerechtsmandataris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 192. Dans l'article XX.94 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "mandataire de justice" sont chaque fois remplacés par les mots "praticien de la liquidation".
Art. 193. In artikel XX.95 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "gerechtelijke reorganisatie" worden telkens vervangen door de woorden "overdracht onder gerechtelijk gezag";
2° in het eerste lid wordt het woord "wordt" vervangen door de woorden "en de daaropvolgende faillietverklaring of vereffening worden".
1° de woorden "gerechtelijke reorganisatie" worden telkens vervangen door de woorden "overdracht onder gerechtelijk gezag";
2° in het eerste lid wordt het woord "wordt" vervangen door de woorden "en de daaropvolgende faillietverklaring of vereffening worden".
Art. 193. A l'article XX.95 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "réorganisation judiciaire" sont chaque fois remplacés par les mots "transfert sous autorité judiciaire";
2° dans l'alinéa 1er, les mots "est publiée" sont remplacés par les mots "et la déclaration de faillite ou mise en liquidation subséquentes sont publiées".
1° les mots "réorganisation judiciaire" sont chaque fois remplacés par les mots "transfert sous autorité judiciaire";
2° dans l'alinéa 1er, les mots "est publiée" sont remplacés par les mots "et la déclaration de faillite ou mise en liquidation subséquentes sont publiées".
Art. 194. Artikel XX.96 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt opgeheven.
Art. 194. L'article XX.96 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, est abrogé.
Art. 195. In artikel XX.97 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "gerechtelijke reorganisatie door" worden opgeheven;
2° in de Franse tekst worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° de woorden "het vermogen van" worden ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijk gezag van" en de woorden "een natuurlijke persoon";
4° in de Franse tekst worden de woorden "elle seule" vervangen door de woorden "lui seul".
1° de woorden "gerechtelijke reorganisatie door" worden opgeheven;
2° in de Franse tekst worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire";
3° de woorden "het vermogen van" worden ingevoegd tussen de woorden "gerechtelijk gezag van" en de woorden "een natuurlijke persoon";
4° in de Franse tekst worden de woorden "elle seule" vervangen door de woorden "lui seul".
Art. 195. A l'article XX.97 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "La réorganisation judiciaire par" sont remplacés par le mot "Le";
2° les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° les mots "du patrimoine" sont insérés entre les mots "transfert sous autorité judiciaire" et les mots "d'une personne";
4° les mots "elle seule" sont remplacés par les mots "lui seul".
1° les mots "La réorganisation judiciaire par" sont remplacés par le mot "Le";
2° les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire";
3° les mots "du patrimoine" sont insérés entre les mots "transfert sous autorité judiciaire" et les mots "d'une personne";
4° les mots "elle seule" sont remplacés par les mots "lui seul".
Art. 196. In boek XX van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een titel V/III ingevoegd luidende "Titel V/III. - Besloten voorbereiding van het faillissement" en waarin de artikelen XX.97/1 tot en met XX.97/6 zijn opgenomen.
Art. 196. Dans le livre XX du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, il est inséré un titre V/III intitulé "Titre V/III. - Préparation privée d'une faillite" et qui comprend les articles XX.97/1 à XX.97/6.
Art. 197. In titel V/III, ingevoegd bij artikel 196, wordt een artikel XX.97/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/1. § 1. De schuldenaar die meent in staat van faillissement te verkeren, kan de volgens deze wet bevoegde rechtbank vragen hem failliet te verklaren, en kan verzoeken dat voorafgaand aan de faillietverklaring de overgang van het geheel of een deel van zijn activa en activiteiten wordt voorbereid.
§ 2. Het verzoekschrift wordt neergelegd in het register. De schuldenaar voegt bij het verzoek de stukken bedoeld in artikel XX.103. De procedure verloopt met gesloten deuren en wordt op geen enkele wijze bekend gemaakt.
Het verzoek wordt binnen een termijn van drie werkdagen in raadkamer behandeld.
§ 3. De schuldenaar toont bij zijn verzoekschrift aan dat met deze wijze van voorbereiding van het faillissement:
- de vereffening van de onderneming wordt vergemakkelijkt waarbij een zo hoog mogelijke uitbetaling aan de gezamenlijke schuldeisers wordt bereikt; en
- de werkgelegenheid zo veel mogelijk kan worden behouden."
"Art. XX.97/1. § 1. De schuldenaar die meent in staat van faillissement te verkeren, kan de volgens deze wet bevoegde rechtbank vragen hem failliet te verklaren, en kan verzoeken dat voorafgaand aan de faillietverklaring de overgang van het geheel of een deel van zijn activa en activiteiten wordt voorbereid.
§ 2. Het verzoekschrift wordt neergelegd in het register. De schuldenaar voegt bij het verzoek de stukken bedoeld in artikel XX.103. De procedure verloopt met gesloten deuren en wordt op geen enkele wijze bekend gemaakt.
Het verzoek wordt binnen een termijn van drie werkdagen in raadkamer behandeld.
§ 3. De schuldenaar toont bij zijn verzoekschrift aan dat met deze wijze van voorbereiding van het faillissement:
- de vereffening van de onderneming wordt vergemakkelijkt waarbij een zo hoog mogelijke uitbetaling aan de gezamenlijke schuldeisers wordt bereikt; en
- de werkgelegenheid zo veel mogelijk kan worden behouden."
Art. 197. Dans le titre V/III inséré par l'article 196, il est inséré un article XX.97/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/1. § 1er. Le débiteur qui estime se trouver en état de faillite peut demander au tribunal qui serait compétent conformément à la présente loi de le déclarer en faillite et que, préalablement à la déclaration de faillite, le transfert de tout ou partie de ses actifs et activités soit préparé.
§ 2. La requête est déposée dans le registre. Le débiteur joint à la requête les pièces visées à l'article XX.103. La procédure se déroule à huis-clos et ne fait l'objet d'aucune publicité.
La requête est traitée en chambre du conseil dans un délai de trois jours ouvrables.
§ 3. Le débiteur montre dans le cadre de sa requête qu'avec ce mode préparatoire de la faillite:
- la liquidation de l'entreprise est facilitée et donne lieu au paiement le plus élevé possible à l'ensemble des créanciers; et
- l'emploi peut être sauvegardé autant que possible."
"Art. XX.97/1. § 1er. Le débiteur qui estime se trouver en état de faillite peut demander au tribunal qui serait compétent conformément à la présente loi de le déclarer en faillite et que, préalablement à la déclaration de faillite, le transfert de tout ou partie de ses actifs et activités soit préparé.
§ 2. La requête est déposée dans le registre. Le débiteur joint à la requête les pièces visées à l'article XX.103. La procédure se déroule à huis-clos et ne fait l'objet d'aucune publicité.
La requête est traitée en chambre du conseil dans un délai de trois jours ouvrables.
§ 3. Le débiteur montre dans le cadre de sa requête qu'avec ce mode préparatoire de la faillite:
- la liquidation de l'entreprise est facilitée et donne lieu au paiement le plus élevé possible à l'ensemble des créanciers; et
- l'emploi peut être sauvegardé autant que possible."
Art. 198. In dezelfde titel V/III wordt een artikel XX.97/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/2. De ondernemingsrechtbank van het faillissement wijst een of meer vereffeningsdeskundigen aan, hierna te noemen beoogd curatoren, die in geval van faillietverklaring, behoudens uitzondering, zullen worden aangesteld als curator, en een rechter-commissaris, hierna te noemen beoogd rechter-commissaris, die tevens, behoudens uitzondering, in het faillissement zal aangesteld worden als rechter-commissaris.
De aanstelling geldt voor ten hoogste dertig dagen en kan op verzoek van de schuldenaar of de beoogd curator met maximum dertig dagen worden verlengd door de rechtbank, na de beoogd rechter-commissaris te hebben gehoord."
"Art. XX.97/2. De ondernemingsrechtbank van het faillissement wijst een of meer vereffeningsdeskundigen aan, hierna te noemen beoogd curatoren, die in geval van faillietverklaring, behoudens uitzondering, zullen worden aangesteld als curator, en een rechter-commissaris, hierna te noemen beoogd rechter-commissaris, die tevens, behoudens uitzondering, in het faillissement zal aangesteld worden als rechter-commissaris.
De aanstelling geldt voor ten hoogste dertig dagen en kan op verzoek van de schuldenaar of de beoogd curator met maximum dertig dagen worden verlengd door de rechtbank, na de beoogd rechter-commissaris te hebben gehoord."
Art. 198. Dans le même titre V/III, il est inséré un article XX.97/2 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/2. Le tribunal de l'entreprise traitant de la faillite désigne un ou plusieurs praticiens de la liquidation, dénommés ci-après curateurs potentiels, qui, en cas de déclaration de faillite, seront désignés en tant que curateurs, sauf exception, ainsi qu'un juge-commissaire, dénommé ci-après juge-commissaire potentiel, qui sera également, sauf exception, désigné dans la faillite en tant que juge-commissaire.
La désignation s'applique pour une durée de trente jours au maximum et peut être prolongée à la demande du débiteur ou du curateur potentiel de trente jours au maximum par le tribunal, après avoir entendu le juge-commissaire potentiel."
"Art. XX.97/2. Le tribunal de l'entreprise traitant de la faillite désigne un ou plusieurs praticiens de la liquidation, dénommés ci-après curateurs potentiels, qui, en cas de déclaration de faillite, seront désignés en tant que curateurs, sauf exception, ainsi qu'un juge-commissaire, dénommé ci-après juge-commissaire potentiel, qui sera également, sauf exception, désigné dans la faillite en tant que juge-commissaire.
La désignation s'applique pour une durée de trente jours au maximum et peut être prolongée à la demande du débiteur ou du curateur potentiel de trente jours au maximum par le tribunal, après avoir entendu le juge-commissaire potentiel."
Art. 199. In dezelfde titel V/III wordt een artikel XX.97/3 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/3. De aangestelde beoogd curator onderzoekt in welke mate het door de schuldenaar voorgesteld doel realiseerbaar is. Hij wordt bij de voorbereiding van het mogelijk faillissement betrokken en vertegenwoordigt daarbij de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar en is onderworpen aan het toezicht van de beoogd rechter-commissaris.
De beoogd curator licht schriftelijk de beoogd rechter-commissaris in over de mogelijkheid dat het geheel of een deel van de activa dan wel het geheel of een deel van de onderneming zouden worden overgedragen aan verbonden ondernemingen of aan personen die controle op de onderneming uitoefenen of hebben uitgeoefend gedurende zes maanden voorafgaand aan de opening van de procedure, en die rechtstreeks of onrechtstreeks de controle hebben over rechten die bepalend zijn voor de waarde van de onderneming en de overdracht van haar activiteiten."
"Art. XX.97/3. De aangestelde beoogd curator onderzoekt in welke mate het door de schuldenaar voorgesteld doel realiseerbaar is. Hij wordt bij de voorbereiding van het mogelijk faillissement betrokken en vertegenwoordigt daarbij de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar en is onderworpen aan het toezicht van de beoogd rechter-commissaris.
De beoogd curator licht schriftelijk de beoogd rechter-commissaris in over de mogelijkheid dat het geheel of een deel van de activa dan wel het geheel of een deel van de onderneming zouden worden overgedragen aan verbonden ondernemingen of aan personen die controle op de onderneming uitoefenen of hebben uitgeoefend gedurende zes maanden voorafgaand aan de opening van de procedure, en die rechtstreeks of onrechtstreeks de controle hebben over rechten die bepalend zijn voor de waarde van de onderneming en de overdracht van haar activiteiten."
Art. 199. Dans le même titre V/III, il est inséré un article XX.97/3 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/3. Le curateur potentiel désigné examine dans quelle mesure l'objectif proposé par le débiteur est réalisable. Il est associé à la préparation de la possible faillite et y représente les intérêts de la masse des créanciers du débiteur et est soumis à la surveillance du juge-commissaire potentiel.
Le curateur potentiel informe par écrit le juge-commissaire potentiel de la possibilité que tout ou partie des actifs ou tout ou partie de l'entreprise soient transférés à des entreprises liées ou à des personnes qui exercent ou ont exercé le contrôle de l'entreprise pendant six mois avant l'ouverture de la procédure et qui exercent en même temps directement ou indirectement le contrôle sur des droits déterminants pour la valeur de l'entreprise et le transfert de ses activités."
"Art. XX.97/3. Le curateur potentiel désigné examine dans quelle mesure l'objectif proposé par le débiteur est réalisable. Il est associé à la préparation de la possible faillite et y représente les intérêts de la masse des créanciers du débiteur et est soumis à la surveillance du juge-commissaire potentiel.
Le curateur potentiel informe par écrit le juge-commissaire potentiel de la possibilité que tout ou partie des actifs ou tout ou partie de l'entreprise soient transférés à des entreprises liées ou à des personnes qui exercent ou ont exercé le contrôle de l'entreprise pendant six mois avant l'ouverture de la procédure et qui exercent en même temps directement ou indirectement le contrôle sur des droits déterminants pour la valeur de l'entreprise et le transfert de ses activités."
Art. 200. In dezelfde titel V/III wordt een artikel XX.97/4 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/4. De beoogd curator heeft recht op informatievergaring ten opzichte van de schuldenaar of zijn bestuursorganen, met het doel zoals omschreven in artikel XX.97/1. Hij mag enkel contact opnemen met derden of een deskundige vragen onderzoek te verrichten met instemming van de schuldenaar. Evenwel kan de rechtbank te allen tijde bijkomende bevoegdheden verlenen aan de beoogd curator zo zij dit nodig acht, zelfs ambtshalve."
"Art. XX.97/4. De beoogd curator heeft recht op informatievergaring ten opzichte van de schuldenaar of zijn bestuursorganen, met het doel zoals omschreven in artikel XX.97/1. Hij mag enkel contact opnemen met derden of een deskundige vragen onderzoek te verrichten met instemming van de schuldenaar. Evenwel kan de rechtbank te allen tijde bijkomende bevoegdheden verlenen aan de beoogd curator zo zij dit nodig acht, zelfs ambtshalve."
Art. 200. Dans le même titre V/III, il est inséré un article XX.97/4 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/4. Le curateur potentiel a le droit de recueillir des informations à l'égard du débiteur ou de ses organes de gestion dans le but tel que décrit à l'article XX.97/1. Il peut prendre contact avec des tiers ou demander à un expert de procéder à un examen uniquement si le débiteur y consent. Toutefois, le tribunal peut octroyer à tout moment des compétences supplémentaires au curateur potentiel s'il le juge nécessaire, même d'office."
"Art. XX.97/4. Le curateur potentiel a le droit de recueillir des informations à l'égard du débiteur ou de ses organes de gestion dans le but tel que décrit à l'article XX.97/1. Il peut prendre contact avec des tiers ou demander à un expert de procéder à un examen uniquement si le débiteur y consent. Toutefois, le tribunal peut octroyer à tout moment des compétences supplémentaires au curateur potentiel s'il le juge nécessaire, même d'office."
Art. 201. In dezelfde titel V/III wordt een artikel XX.97/5 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/5. De schuldenaar behoudt te allen tijde het recht de rechtbank te verzoeken het faillissement uit te spreken. Dit gebeurt door een aangifte van staking van betaling, die bij voorrang zal worden behandeld.
De beoogd curator kan bij verzoekschrift neergelegd in het register verzoeken dat zijn opdracht wordt beëindigd en dat de rechtbank een einde stelt aan de voorbereiding van het faillissement.
De schuldeisers, het openbaar ministerie of de curator van de hoofdprocedure in het geval van een territoriale insolventieprocedure bedoeld in artikel XX.12 behouden hun recht tot vordering van het faillissement zoals bepaald in artikel XX.100.
Zo de schuldenaar na het verstrijken van de eventueel verlengde termijn van dertig dagen niets onderneemt, zal de rechtbank na oproeping van de schuldenaar, handelen zoals bepaald in de artikelen XX.100 en XX.101.
Bij faillietverklaring zal de rechtbank de beoogd rechter-commissaris en de beoogd curator benoemen als rechter-commissaris en curator in het faillissement, behoudens met redenen omklede afwijkende beslissing."
"Art. XX.97/5. De schuldenaar behoudt te allen tijde het recht de rechtbank te verzoeken het faillissement uit te spreken. Dit gebeurt door een aangifte van staking van betaling, die bij voorrang zal worden behandeld.
De beoogd curator kan bij verzoekschrift neergelegd in het register verzoeken dat zijn opdracht wordt beëindigd en dat de rechtbank een einde stelt aan de voorbereiding van het faillissement.
De schuldeisers, het openbaar ministerie of de curator van de hoofdprocedure in het geval van een territoriale insolventieprocedure bedoeld in artikel XX.12 behouden hun recht tot vordering van het faillissement zoals bepaald in artikel XX.100.
Zo de schuldenaar na het verstrijken van de eventueel verlengde termijn van dertig dagen niets onderneemt, zal de rechtbank na oproeping van de schuldenaar, handelen zoals bepaald in de artikelen XX.100 en XX.101.
Bij faillietverklaring zal de rechtbank de beoogd rechter-commissaris en de beoogd curator benoemen als rechter-commissaris en curator in het faillissement, behoudens met redenen omklede afwijkende beslissing."
Art. 201. Dans le même titre V/III, il est inséré un article XX.97/5 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/5. Le débiteur conserve à tout moment le droit de demander au tribunal de prononcer la faillite. Pour ce faire, il est recouru à une déclaration de cessation de paiements qui sera traitée en priorité.
Le curateur potentiel peut, par requête déposée au registre, demander qu'il soit mis fin à sa mission et que le tribunal mette fin à la préparation de la faillite.
Les créanciers, le ministère public ou le curateur de la procédure principale dans le cas d'une procédure territoriale d'insolvabilité visé à l'article XX.12 conservent leur droit de demande de faillite ainsi qu'il est prévu à l'article XX.100.
Si le débiteur n'entreprend rien à l'expiration du délai de trente jours éventuellement prolongé, le tribunal agira, après convocation du débiteur, conformément aux articles XX.100 et XX.101.
En cas de déclaration de faillite, le tribunal désignera le juge-commissaire potentiel et le curateur potentiel comme juge-commissaire et curateur dans la faillite, sauf décision contraire motivée."
"Art. XX.97/5. Le débiteur conserve à tout moment le droit de demander au tribunal de prononcer la faillite. Pour ce faire, il est recouru à une déclaration de cessation de paiements qui sera traitée en priorité.
Le curateur potentiel peut, par requête déposée au registre, demander qu'il soit mis fin à sa mission et que le tribunal mette fin à la préparation de la faillite.
Les créanciers, le ministère public ou le curateur de la procédure principale dans le cas d'une procédure territoriale d'insolvabilité visé à l'article XX.12 conservent leur droit de demande de faillite ainsi qu'il est prévu à l'article XX.100.
Si le débiteur n'entreprend rien à l'expiration du délai de trente jours éventuellement prolongé, le tribunal agira, après convocation du débiteur, conformément aux articles XX.100 et XX.101.
En cas de déclaration de faillite, le tribunal désignera le juge-commissaire potentiel et le curateur potentiel comme juge-commissaire et curateur dans la faillite, sauf décision contraire motivée."
Art. 202. In dezelfde titel V/III wordt een artikel XX.97/6 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.97/6. De kosten van de beoogd curator worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot zoals de kosten van een gerechtsdeskundige. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de beoogd curator van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851."
"Art. XX.97/6. De kosten van de beoogd curator worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot zoals de kosten van een gerechtsdeskundige. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de beoogd curator van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851."
Art. 202. Dans le même titre V/III, il est inséré un article XX.97/6 rédigé comme suit:
"Art. XX.97/6. Les frais du curateur potentiel sont taxés par le tribunal en cas de contestation comme les frais d'un expert judiciaire. La créance du curateur potentiel bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent."
"Art. XX.97/6. Les frais du curateur potentiel sont taxés par le tribunal en cas de contestation comme les frais d'un expert judiciaire. La créance du curateur potentiel bénéficie du privilège prévu aux articles 17 et 19, 1°, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 en cas de concours subséquent."
Art. 203. In artikel XX.100 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel XX.32" vervangen door de woorden "artikelen XX.32 en XX.83/33";
2° tussen het eerste en het tweede lid, dat het zesde lid wordt, worden vier leden ingevoegd, luidende:
"De in het eerste lid bedoelde verzoekers tot faillietverklaring kunnen door middel van dezelfde akte verzoeken dat de rechtbank, na te hebben vastgesteld dat de voorwaarden voor het faillissement zijn vervuld, de gerechtelijke ontbinding van de schuldenaar uitspreekt.
De entiteit die vatbaar is voor ontbinding en vereffening en aangifte doet van haar faillissement kan in de aangifte of op de daarop volgende zitting vragen dat de rechtbank, na te hebben vastgesteld dat de voorwaarden voor een faillissement verenigd zijn, haar gerechtelijke ontbinding uitspreekt.
De rechtbank spreekt de gerechtelijke ontbinding uit wanneer er geen significante activa voorhanden zijn en het algemeen belang dergelijke beslissing vereist.
Wanneer de rechtbank de gerechtelijke ontbinding uitspreekt, wordt de procedure vervolgd overeenkomstig de artikelen 2:76 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen."
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel XX.32" vervangen door de woorden "artikelen XX.32 en XX.83/33";
2° tussen het eerste en het tweede lid, dat het zesde lid wordt, worden vier leden ingevoegd, luidende:
"De in het eerste lid bedoelde verzoekers tot faillietverklaring kunnen door middel van dezelfde akte verzoeken dat de rechtbank, na te hebben vastgesteld dat de voorwaarden voor het faillissement zijn vervuld, de gerechtelijke ontbinding van de schuldenaar uitspreekt.
De entiteit die vatbaar is voor ontbinding en vereffening en aangifte doet van haar faillissement kan in de aangifte of op de daarop volgende zitting vragen dat de rechtbank, na te hebben vastgesteld dat de voorwaarden voor een faillissement verenigd zijn, haar gerechtelijke ontbinding uitspreekt.
De rechtbank spreekt de gerechtelijke ontbinding uit wanneer er geen significante activa voorhanden zijn en het algemeen belang dergelijke beslissing vereist.
Wanneer de rechtbank de gerechtelijke ontbinding uitspreekt, wordt de procedure vervolgd overeenkomstig de artikelen 2:76 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen."
Art. 203. A l'article XX.100 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "à l'article XX.32" sont remplacés par les mots "aux articles XX.32 et XX.83/33";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 6, il est inséré quatre alinéas rédigés comme suit:
"Les demandeurs en faillite visés à l'alinéa 1er peuvent demander par le même acte que le tribunal, après avoir constaté que les conditions de la faillite sont réunies, prononce la dissolution judiciaire du débiteur.
L'entité susceptible d'être dissoute et liquidée qui fait l'aveu de sa faillite peut demander dans l'acte d'aveu ou à l'audience subséquente que le tribunal, après avoir constaté que les conditions de la faillite sont réunies, prononce sa dissolution judiciaire.
Le tribunal prononce la dissolution judiciaire s'il n'y a pas d'actifs significatifs et si l'intérêt général l'exige.
Si le tribunal prononce la dissolution judiciaire, la procédure est poursuivie conformément aux articles 2:76 et suivants du Code des sociétés et des associations."
1° dans l'alinéa 1er, les mots "à l'article XX.32" sont remplacés par les mots "aux articles XX.32 et XX.83/33";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 6, il est inséré quatre alinéas rédigés comme suit:
"Les demandeurs en faillite visés à l'alinéa 1er peuvent demander par le même acte que le tribunal, après avoir constaté que les conditions de la faillite sont réunies, prononce la dissolution judiciaire du débiteur.
L'entité susceptible d'être dissoute et liquidée qui fait l'aveu de sa faillite peut demander dans l'acte d'aveu ou à l'audience subséquente que le tribunal, après avoir constaté que les conditions de la faillite sont réunies, prononce sa dissolution judiciaire.
Le tribunal prononce la dissolution judiciaire s'il n'y a pas d'actifs significatifs et si l'intérêt général l'exige.
Si le tribunal prononce la dissolution judiciaire, la procédure est poursuivie conformément aux articles 2:76 et suivants du Code des sociétés et des associations."
Art. 204. In de Franse tekst van artikel XX.101 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de justice" vervangen door het woord "judiciaire".
Art. 204. Dans l'article XX.101 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de justice" sont remplacés par le mot "judiciaire".
Art. 205. In artikel XX.103, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "Het sociaal secretariaat bezorgt kosteloos, op verzoek van de curator," vervangen door de woorden "Het sociaal secretariaat of de sociale dienstverrichter bezorgen kosteloos, op eenvoudig verzoek van de curator,".
Art. 205. A l'article XX.103, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "Le secrétariat social fournit au curateur gratuitement et sur sa demande," sont remplacés par les mots "Le secrétariat social ou le prestataire de services sociaux fournissent gratuitement au curateur sur sa simple demande,".
Art. 206. In artikel XX.106, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, worden de woorden "XX.167" vervangen door de woorden "XX.166".
Art. 206. Dans l'article XX.106, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 28 novembre 2021, les mots "XX.167" sont remplacés par les mots "XX.166".
Art. 207. In artikel XX.107 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Onverminderd artikel 2:74, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt een uittreksel van de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, neergelegd in het register door toedoen van de griffier.
Het uittreksel vermeldt:
- de naam van de rechtspersoon, de rechtsvorm, de handelsnaam waaronder de activiteit wordt uitgeoefend, de zetel en het ondernemingsnummer;
- de datum van het vonnis dat de gerechtelijke ontbinding uitspreekt en de rechtbank die het heeft gewezen.";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
1° de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Onverminderd artikel 2:74, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt een uittreksel van de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, neergelegd in het register door toedoen van de griffier.
Het uittreksel vermeldt:
- de naam van de rechtspersoon, de rechtsvorm, de handelsnaam waaronder de activiteit wordt uitgeoefend, de zetel en het ondernemingsnummer;
- de datum van het vonnis dat de gerechtelijke ontbinding uitspreekt en de rechtbank die het heeft gewezen.";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 207. A l'article XX.107 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° le texte actuel qui formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Sans préjudice de l'article 2:74, § 4, du Code des sociétés et des associations, un extrait de la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, est déposé dans le registre par les soins du greffier.
L'extrait mentionne:
- la dénomination de la personne morale, la forme juridique, le nom commercial sous lequel l'activité est exercée, le siège et le numéro d'entreprise;
- la date du jugement prononçant la dissolution judiciaire et le tribunal qui l'a prononcé.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le mot "social" est abrogé.
1° le texte actuel qui formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Sans préjudice de l'article 2:74, § 4, du Code des sociétés et des associations, un extrait de la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, est déposé dans le registre par les soins du greffier.
L'extrait mentionne:
- la dénomination de la personne morale, la forme juridique, le nom commercial sous lequel l'activité est exercée, le siège et le numéro d'entreprise;
- la date du jugement prononçant la dissolution judiciaire et le tribunal qui l'a prononcé.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le mot "social" est abrogé.
Art. 208. In artikel XX.108 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin luidende:
"Een schuldenaar die aangifte doet van zijn staking van betaling, is geen partij in het vonnis dat over die aangifte oordeelt.";
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "verzet" vervangen door het woord "derdenverzet";
3° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "faillissement" vervangen door het woord "vonnis";
4° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "van het vonnis" ingevoegd tussen de woorden "de bekendmaking" en de woorden "bedoeld in".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin luidende:
"Een schuldenaar die aangifte doet van zijn staking van betaling, is geen partij in het vonnis dat over die aangifte oordeelt.";
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "verzet" vervangen door het woord "derdenverzet";
3° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "faillissement" vervangen door het woord "vonnis";
4° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "van het vonnis" ingevoegd tussen de woorden "de bekendmaking" en de woorden "bedoeld in".
Art. 208. A l'article XX.108 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par la phrase rédigée comme suit:
"Le débiteur qui fait l'aveu de sa cessation de paiement, n'est pas une partie dans le jugement qui statue sur son aveu de faillite.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "l'opposition" est remplacé par les mots "la tierce opposition";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "de la faillite" sont remplacés par les mots "du jugement";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots "de la faillite" sont remplacés par les mots "du jugement".
1° le paragraphe 2 est complété par la phrase rédigée comme suit:
"Le débiteur qui fait l'aveu de sa cessation de paiement, n'est pas une partie dans le jugement qui statue sur son aveu de faillite.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "l'opposition" est remplacé par les mots "la tierce opposition";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "de la faillite" sont remplacés par les mots "du jugement";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots "de la faillite" sont remplacés par les mots "du jugement".
Art. 209. In boek XX, titel VI, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel XX.109/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XX.109/1. In afwijking van de artikelen XX.108 en XX.109 kan tegen de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, beroep worden ingesteld zoals bepaald in de artikelen 2:75, 2:113, § 3/1, en 2:114, § 3/1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De schuldeiser die niet tussenkomt in het geding, kan binnen een termijn van vijf jaar vanaf de bekendmaking van de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, derden verzet aantekenen, zelfs indien hij zich niet beroept op fraude van de schuldenaar of geen gewag kan maken van een hypotheek, een voorrecht of enig ander recht los van zijn vorderingsrecht."
"Art. XX.109/1. In afwijking van de artikelen XX.108 en XX.109 kan tegen de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, beroep worden ingesteld zoals bepaald in de artikelen 2:75, 2:113, § 3/1, en 2:114, § 3/1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De schuldeiser die niet tussenkomt in het geding, kan binnen een termijn van vijf jaar vanaf de bekendmaking van de beslissing bedoeld in artikel XX.100, vierde lid, derden verzet aantekenen, zelfs indien hij zich niet beroept op fraude van de schuldenaar of geen gewag kan maken van een hypotheek, een voorrecht of enig ander recht los van zijn vorderingsrecht."
Art. 209. Dans le livre XX, titre VI, chapitre 1er, du même Code, il est inséré un article XX.109/1 rédigé comme suit:
"Art. XX.109/1. Par dérogation aux articles XX.108 et XX.109, la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, est susceptible d'un recours, comme prévu aux articles 2:75, 2:113, § 3/1, et 2:114, § 3/1, du Code des sociétés et des associations.
Le créancier qui n'intervient pas à la cause peut exercer une tierce opposition dans un délai n'excédant pas cinq ans à dater de la publication de la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, même s'il n'allègue pas une fraude du débiteur ou ne peut pas faire état d'une hypothèque, un privilège ou tout autre droit distinct de son droit de créance."
"Art. XX.109/1. Par dérogation aux articles XX.108 et XX.109, la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, est susceptible d'un recours, comme prévu aux articles 2:75, 2:113, § 3/1, et 2:114, § 3/1, du Code des sociétés et des associations.
Le créancier qui n'intervient pas à la cause peut exercer une tierce opposition dans un délai n'excédant pas cinq ans à dater de la publication de la décision visée à l'article XX.100, alinéa 4, même s'il n'allègue pas une fraude du débiteur ou ne peut pas faire état d'une hypothèque, un privilège ou tout autre droit distinct de son droit de créance."
Art. 210. In artikel XX.111 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en XX.82" vervangen door de woorden ", XX.82, XX.83/20 en XX.83/40".
Art. 210. Dans l'article XX.111 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "et XX.82" sont remplacés par les mots ", XX.82, XX.83/20 et XX.83/40".
Art. 211. In artikel XX.112 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en XX.82" vervangen door de woorden ", XX.82, XX.83/20 en XX.83/40".
Art. 211. Dans l'article XX.112 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "et XX.82" sont remplacés par les mots ", XX.82, XX.83/20 et XX.83/40".
Art. 212. In artikel XX.119, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "eerste" vervangen door het woord "tweede".
Art. 212. Dans l'article XX.119, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le mot "premier" est remplacé par le mot "deuxième".
Art. 213. In artikel XX.120 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "rechter-commissaris" vervangen door het woord "rechtbank";
2° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "ten laste van de boedel, indien de rechter-commissaris het" vervangen door de woorden "bevoorrecht als gerechtskosten, indien de rechtbank het" en wordt de laatste zin die aanvangt met de woorden "In dat geval zal de notaris" en eindigt met de woorden "de notaris onmiddellijk in kennis hiervan per exploot." opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de gerechtsdeurwaarder of" ingevoegd tussen het woord "stort" en de woorden "de notaris het saldo".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "rechter-commissaris" vervangen door het woord "rechtbank";
2° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "ten laste van de boedel, indien de rechter-commissaris het" vervangen door de woorden "bevoorrecht als gerechtskosten, indien de rechtbank het" en wordt de laatste zin die aanvangt met de woorden "In dat geval zal de notaris" en eindigt met de woorden "de notaris onmiddellijk in kennis hiervan per exploot." opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de gerechtsdeurwaarder of" ingevoegd tussen het woord "stort" en de woorden "de notaris het saldo".
Art. 213. A l'article XX.120 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "juge-commissaire" sont remplacés par le mot "tribunal";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "sont à charge de la masse si le juge-commissaire autorise" sont remplacés par les mots "bénéficient du privilège des frais de justice si le tribunal autorise", et la dernière phrase commençant par les mots "Dans ce cas, le notaire devra" et finissant par les mots "en informe immédiatement le notaire par exploit." est abrogée;
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 6 est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "l'huissier de justice ou" sont insérés entre les mots "hypothécaires et privilégiés spéciaux," et les mots "le notaire verse".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "juge-commissaire" sont remplacés par le mot "tribunal";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "sont à charge de la masse si le juge-commissaire autorise" sont remplacés par les mots "bénéficient du privilège des frais de justice si le tribunal autorise", et la dernière phrase commençant par les mots "Dans ce cas, le notaire devra" et finissant par les mots "en informe immédiatement le notaire par exploit." est abrogée;
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 6 est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "l'huissier de justice ou" sont insérés entre les mots "hypothécaires et privilégiés spéciaux," et les mots "le notaire verse".
Art. 214. In artikel XX.123 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "die waarborgen van bekwaamheid biedt op het vlak van vereffeningsprocedures" vervangen door de woorden "om bijstand aan de curator te verlenen in verband met de beroepstechnische en deontologische aspecten van het beroep en de vrijwaring van de vertrouwelijke gegevens verbonden met dit vrij beroep".
Art. 214. Dans l'article XX.123 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "qui offre des garanties de compétence en matière de procédure de liquidation" sont remplacés par les mots "peut assister le curateur quant aux aspects techniques et déontologiques de la profession et quant à la protection des données confidentielles liées à la profession libérale".
Art. 215. In artikel XX.126, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het derde lid aangevuld met de woorden ", maar kunnen alleen geraadpleegd worden door de voorzitter van de rechtbank of de procureur des Konings.".
Art. 215. Dans l'article XX.126, § 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 3 est complété par les mots ", mais ne peuvent être consultées que par le président du tribunal ou par le procureur du Roi.".
Art. 216. In de Franse tekst van artikel XX.128, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en sa qualité de curateur" ingevoegd tussen de woorden "ou contre lui" en de woorden ", les dépenses, les répartitions".
Art. 216. Dans l'article XX.128, § 1er, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "en sa qualité de curateur" sont insérés entre les mots "ou contre lui" et les mots ", les dépenses, les répartitions".
Art. 217. In artikel XX.129 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De insolventierechtbank kan op elk ogenblik de rechter-commissaris vervangen door een van zijn leden.";
2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "tijdelijke" ingevoegd tussen de woorden "geval van" en de woorden "verhindering van".
1° tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De insolventierechtbank kan op elk ogenblik de rechter-commissaris vervangen door een van zijn leden.";
2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "tijdelijke" ingevoegd tussen de woorden "geval van" en de woorden "verhindering van".
Art. 217. A l'article XX.129 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4:
"Le tribunal de l'insolvabilité peut, à tout moment, remplacer le juge-commissaire par un autre de ses membres.";
2° dans l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, le mot "temporaire" est inséré entre les mots "d'empêchement" et les mots "du juge-commissaire".
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4:
"Le tribunal de l'insolvabilité peut, à tout moment, remplacer le juge-commissaire par un autre de ses membres.";
2° dans l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, le mot "temporaire" est inséré entre les mots "d'empêchement" et les mots "du juge-commissaire".
Art. 218. In artikel XX.131, § 1, 8°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de artikelen XX.128, XX.168 en XX.192" vervangen door de woorden "de artikelen XX.128, XX.135, XX.168, XX.171 en XX.192".
Art. 218. Dans l'article XX.131, § 1er, 8°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "articles XX.128, XX.168 et XX.192" sont remplacés par les mots "articles XX.128, XX.135, XX.168, XX.171 et XX.192".
Art. 219. In de Franse tekst van artikel XX.132, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "du faillite" vervangen door de woorden "de la faillite".
Art. 219. Dans l'article XX.132, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "du faillite" sont remplacés par les mots "de la faillite".
Art. 220. In artikel XX.135 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid luidende:
"De curator legt, in het register, samen met zijn verzoekschrift een verslag neer over de vraag of de gefailleerde natuurlijke persoon kennelijke grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.De curator kan ook, in het verzoekschrift tot sluiting, het verzoek indienen bedoeld in artikel XX.173, § 3, of vorderen dat de rechtbank uitspraak zou doen over het verbod bedoeld in artikel XX.229, §§ 1, 2 en 4.";
2° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier";
3° in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Het artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing."
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid luidende:
"De curator legt, in het register, samen met zijn verzoekschrift een verslag neer over de vraag of de gefailleerde natuurlijke persoon kennelijke grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.De curator kan ook, in het verzoekschrift tot sluiting, het verzoek indienen bedoeld in artikel XX.173, § 3, of vorderen dat de rechtbank uitspraak zou doen over het verbod bedoeld in artikel XX.229, §§ 1, 2 en 4.";
2° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier";
3° in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Het artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing."
Art. 220. A l'article XX.135 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit:
"Le curateur dépose dans le registre, avec sa requête, un rapport sur la question de savoir si le failli, personne physique, a commis des fautes graves et caractérisées ayant contribué à la faillite, ou sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur. Le curateur peut également introduire, dans la requête en clôture, la demande visée à l'article XX.173, § 3, ou demander que le tribunal se prononce quant à l'interdiction visée à l'article XX.229, §§ 1er, 2 et 4.";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier";
3° dans le paragraphe 4, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"L'article 2:79 du Code des sociétés et des associations est applicable."
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit:
"Le curateur dépose dans le registre, avec sa requête, un rapport sur la question de savoir si le failli, personne physique, a commis des fautes graves et caractérisées ayant contribué à la faillite, ou sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur. Le curateur peut également introduire, dans la requête en clôture, la demande visée à l'article XX.173, § 3, ou demander que le tribunal se prononce quant à l'interdiction visée à l'article XX.229, §§ 1er, 2 et 4.";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier";
3° dans le paragraphe 4, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"L'article 2:79 du Code des sociétés et des associations est applicable."
Art. 221. In artikel XX.138, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek".
Art. 221. Dans l'article XX.138, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil".
Art. 222. In artikel XX.146, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "en verstrekken hun alle vereiste inlichtingen" vervangen door de woorden ", verstrekken hen alle vereiste inlichtingen op het ogenblik van het faillissement dan wel na het faillissement en schrijven zich in het register in met een elektronisch adres waarvoor zij zelf instaan en waarop zij alle kennisgevingen en berichten kunnen ontvangen".
Art. 222. Dans l'article XX.146, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "et fournissent au juge-commissaire et aux curateurs tous les renseignements requis" sont remplacés par les mots ", fournissent au juge-commissaire et aux curateurs tous les renseignements requis au moment de la faillite ou postérieurement, et s'inscrivent dans le registre avec une adresse électronique gérée par eux et à laquelle ils peuvent recevoir toutes notifications et communications".
Art. 223. In artikel XX.147 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst van het tweede lid worden de woorden "lors de l'avis de cessation de paiement, ils le dresseront," vervangen door de woorden "lors de l'aveu de cessation de paiement, ils peuvent le dresser,";
2° in het derde lid worden de woorden "een externe boekhouder (-fiscalist), een externe accountant" vervangen door de woorden "een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant, hetzij een fiscaal accountant of hetzij een bedrijfsrevisor".
1° in de Franse tekst van het tweede lid worden de woorden "lors de l'avis de cessation de paiement, ils le dresseront," vervangen door de woorden "lors de l'aveu de cessation de paiement, ils peuvent le dresser,";
2° in het derde lid worden de woorden "een externe boekhouder (-fiscalist), een externe accountant" vervangen door de woorden "een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant, hetzij een fiscaal accountant of hetzij een bedrijfsrevisor".
Art. 223. A l'article XX.147 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les mots "lors de l'avis de cessation de paiement, ils le dresseront," sont remplacés par les mots "lors de l'aveu de cessation de paiement, ils peuvent le dresser,";
2° dans l'alinéa 3, les mots "d'un expert-comptable externe (-fiscaliste), un comptable externe, ou un réviseur d'entreprises" sont remplacés par les mots "d'un expert-comptable certifié, d'un expert-comptable, d'un expert-comptable fiscaliste ou d'un réviseur d'entreprises".
1° dans l'alinéa 2, les mots "lors de l'avis de cessation de paiement, ils le dresseront," sont remplacés par les mots "lors de l'aveu de cessation de paiement, ils peuvent le dresser,";
2° dans l'alinéa 3, les mots "d'un expert-comptable externe (-fiscaliste), un comptable externe, ou un réviseur d'entreprises" sont remplacés par les mots "d'un expert-comptable certifié, d'un expert-comptable, d'un expert-comptable fiscaliste ou d'un réviseur d'entreprises".
Art. 224. In artikel XX.153, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede lid, aangevuld met de woorden ", evenals aan de voorzitter van de rechtbank".
Art. 224. Dans l'article XX.153, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 2 est complété par les mots ", ainsi qu'au président du tribunal".
Art. 225. In artikel XX.156, eerste lid, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "maatschappelijke zetel" vervangen door het woord "zetel".
Art. 225. Dans l'article XX.156, alinéa 1er, 1er tiret, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, le mot "social" est abrogé.
Art. 226. In artikel XX.158, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt de zin "De in het register ingeschreven gefailleerde wordt opgeroepen via het register." ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin.
Art. 226. Dans l'article XX.158, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, la phrase "Le failli inscrit au registre est appelé par voie du registre." est insérée entre la première et la deuxième phrase.
Art. 227. In artikel XX.161 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid worden de zinnen "Zij richten hiertoe een verzoek aan de rechter-commissaris die de datum bepaalt waarop de zaak door de rechtbank zal worden behandeld. De curatoren roepen de betrokken schuldeiser op bij een ter post aangetekend schrijven of via het register. De beslissing over de betwisting wordt in het register neergelegd en in het laatste proces-verbaal vermeld." vervangen door de zin "Behoudens wijziging in het register op initiatief van de schuldeiser en aanvaard door de curator, worden de gegevens zoals opgegeven bij de aangifte van schuldvordering geacht correct te zijn.";
2° in het vierde lid worden de woorden "schuldvorderingen die na het laatste proces-verbaal nog niet zijn aanvaard" vervangen door de woorden "betwiste schuldvorderingen".
1° in het derde lid worden de zinnen "Zij richten hiertoe een verzoek aan de rechter-commissaris die de datum bepaalt waarop de zaak door de rechtbank zal worden behandeld. De curatoren roepen de betrokken schuldeiser op bij een ter post aangetekend schrijven of via het register. De beslissing over de betwisting wordt in het register neergelegd en in het laatste proces-verbaal vermeld." vervangen door de zin "Behoudens wijziging in het register op initiatief van de schuldeiser en aanvaard door de curator, worden de gegevens zoals opgegeven bij de aangifte van schuldvordering geacht correct te zijn.";
2° in het vierde lid worden de woorden "schuldvorderingen die na het laatste proces-verbaal nog niet zijn aanvaard" vervangen door de woorden "betwiste schuldvorderingen".
Art. 227. A l'article XX.161 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 3, les phrases "Ils soumettent à cet égard une demande au juge commissaire lequel fixe la date à laquelle l'affaire sera traitée par le tribunal. Les curateurs convoquent le créancier concerné par le biais du registre ou par lettre recommandée à la poste. La décision relative à la contestation est déposée dans le registre et est mentionnée dans le dernier procès-verbal." sont remplacées par la phrase "A l'exception du cas où à l'initiative du créancier et de l'assentiment du curateur une déclaration de créance est modifiée, les données contenues dans celle-ci sont censées exactes.";
2° dans l'alinéa 4, les mots "non encore admises après le dépôt du dernier procès-verbal" sont remplacés par le mot "contestées".
1° dans l'alinéa 3, les phrases "Ils soumettent à cet égard une demande au juge commissaire lequel fixe la date à laquelle l'affaire sera traitée par le tribunal. Les curateurs convoquent le créancier concerné par le biais du registre ou par lettre recommandée à la poste. La décision relative à la contestation est déposée dans le registre et est mentionnée dans le dernier procès-verbal." sont remplacées par la phrase "A l'exception du cas où à l'initiative du créancier et de l'assentiment du curateur une déclaration de créance est modifiée, les données contenues dans celle-ci sont censées exactes.";
2° dans l'alinéa 4, les mots "non encore admises après le dépôt du dernier procès-verbal" sont remplacés par le mot "contestées".
Art. 228. In artikel XX.164, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "maatschappelijke" opgeheven.
Art. 228. Dans l'article XX.164, § 1er, alinéa 1er, 2°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le mot "social" est abrogé.
Art. 229. In artikel XX.166, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De oproeping bedoeld in artikel XX.158 bevat ook de mededeling aan de gefailleerde dat hij kan gehoord worden door de rechter-commissaris, in aanwezigheid van de curatoren, mits daartoe een verzoek wordt neergelegd in het register uiterlijk acht dagen na de in dit artikel bedoelde mededeling. De gefailleerde wordt in voorkomend geval gehoord ten laatste op de datum van sluiting van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen."
"De oproeping bedoeld in artikel XX.158 bevat ook de mededeling aan de gefailleerde dat hij kan gehoord worden door de rechter-commissaris, in aanwezigheid van de curatoren, mits daartoe een verzoek wordt neergelegd in het register uiterlijk acht dagen na de in dit artikel bedoelde mededeling. De gefailleerde wordt in voorkomend geval gehoord ten laatste op de datum van sluiting van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen."
Art. 229. Dans l'article XX.166, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La convocation visée à l'article XX.158 contient également la communication au failli qu'il peut être entendu par le juge-commissaire, en présence des curateurs, à condition qu'une demande à cet effet soit déposée au registre au plus tard huit jours après la communication visée au présent article. Le failli est entendu, le cas échéant, au plus tard à la date de clôture du premier procès-verbal de vérification des créances."
"La convocation visée à l'article XX.158 contient également la communication au failli qu'il peut être entendu par le juge-commissaire, en présence des curateurs, à condition qu'une demande à cet effet soit déposée au registre au plus tard huit jours après la communication visée au présent article. Le failli est entendu, le cas échéant, au plus tard à la date de clôture du premier procès-verbal de vérification des créances."
Art. 230. In artikel XX.170 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de vereffening van het faillissement is beëindigd, legt de curator een verzoekschrift neer in het register gericht aan de rechter-commissaris tot vaststelling van de vergadering van de schuldeisers. De schuldeisers en de gefailleerde worden opgeroepen door de curator na inzage en goedkeuring van de rekeningen van de curatoren op beschikking van de rechter-commissaris. De datum, het uur en de plaats worden vastgelegd in overleg met de rechter-commissaris en de griffie.";
2° in de eerste zin van het tweede lid worden de worden "wordt bij deze oproeping gevoegd" vervangen door de woorden "wordt alleen bij deze oproeping gevoegd aan de schuldeisers die niet via het register kunnen worden bereikt".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de vereffening van het faillissement is beëindigd, legt de curator een verzoekschrift neer in het register gericht aan de rechter-commissaris tot vaststelling van de vergadering van de schuldeisers. De schuldeisers en de gefailleerde worden opgeroepen door de curator na inzage en goedkeuring van de rekeningen van de curatoren op beschikking van de rechter-commissaris. De datum, het uur en de plaats worden vastgelegd in overleg met de rechter-commissaris en de griffie.";
2° in de eerste zin van het tweede lid worden de worden "wordt bij deze oproeping gevoegd" vervangen door de woorden "wordt alleen bij deze oproeping gevoegd aan de schuldeisers die niet via het register kunnen worden bereikt".
Art. 230. A l'article XX.170 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque la liquidation de la faillite est terminée, le curateur dépose dans le registre à l'attention du juge commissaire une requête en fixation de l'assemblée des créanciers. Les créanciers et le failli sont convoqués par le curateur, après vérification et approbation des comptes des curateurs, sur ordonnance du juge-commissaire. La date, l'heure et le lieu sont déterminés après concertation entre le juge-commissaire et le greffe.";
2° dans la première phrase de l'alinéa 2, les mots "est joint à cette convocation" sont remplacés par les mots "n'est joint à cette convocation qu'aux seuls créanciers qui ne peuvent pas être atteints par la voie du registre".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque la liquidation de la faillite est terminée, le curateur dépose dans le registre à l'attention du juge commissaire une requête en fixation de l'assemblée des créanciers. Les créanciers et le failli sont convoqués par le curateur, après vérification et approbation des comptes des curateurs, sur ordonnance du juge-commissaire. La date, l'heure et le lieu sont déterminés après concertation entre le juge-commissaire et le greffe.";
2° dans la première phrase de l'alinéa 2, les mots "est joint à cette convocation" sont remplacés par les mots "n'est joint à cette convocation qu'aux seuls créanciers qui ne peuvent pas être atteints par la voie du registre".
Art. 231. In artikel XX.171 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Op verzoek van de curator en nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, de sluiting van het faillissement. De curator legt, in het register, samen met zijn verzoekschrift een verslag neer over de vraag of de gefailleerde natuurlijke persoon kennelijke grove fouten zou hebben begaan die bijgedragen hebben tot het faillissement of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. De curator kan ook, in het verzoekschrift tot sluiting, het verzoek indienen bedoeld in artikel XX.173, § 3, of vorderen dat de rechtbank uitspraak zou doen over het verbod bedoeld in artikel XX.229, §§ 1, 2 en 4.";
2° in het derde lid wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Op verzoek van de curator en nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, de sluiting van het faillissement. De curator legt, in het register, samen met zijn verzoekschrift een verslag neer over de vraag of de gefailleerde natuurlijke persoon kennelijke grove fouten zou hebben begaan die bijgedragen hebben tot het faillissement of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. De curator kan ook, in het verzoekschrift tot sluiting, het verzoek indienen bedoeld in artikel XX.173, § 3, of vorderen dat de rechtbank uitspraak zou doen over het verbod bedoeld in artikel XX.229, §§ 1, 2 en 4.";
2° in het derde lid wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier".
Art. 231. A l'article XX.171 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Sur le rapport du juge-commissaire, le failli dûment appelé par pli judiciaire contenant le texte du présent article, le tribunal ordonne la clôture de la faillite, à la requête du curateur et après avoir tranché le cas échéant les contestations relatives au compte et redressé celui-ci s'il y a lieu. Le curateur dépose dans le registre, avec sa requête, un rapport sur la question de savoir si le failli, personne physique, a commis des fautes graves et caractérisées ayant contribué à la faillite, ou sciemment a fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur. Le curateur peut également introduire, dans la requête en clôture, la demande visée à l'article XX.173, § 3, ou demander que le tribunal se prononce quant à l'interdiction visée à l'article XX.229, §§ 1er, 2 et 4.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Sur le rapport du juge-commissaire, le failli dûment appelé par pli judiciaire contenant le texte du présent article, le tribunal ordonne la clôture de la faillite, à la requête du curateur et après avoir tranché le cas échéant les contestations relatives au compte et redressé celui-ci s'il y a lieu. Le curateur dépose dans le registre, avec sa requête, un rapport sur la question de savoir si le failli, personne physique, a commis des fautes graves et caractérisées ayant contribué à la faillite, ou sciemment a fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur. Le curateur peut également introduire, dans la requête en clôture, la demande visée à l'article XX.173, § 3, ou demander que le tribunal se prononce quant à l'interdiction visée à l'article XX.229, §§ 1er, 2 et 4.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
Art. 232. In artikel XX.172 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing.";
2° in het derde lid, wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier".
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing.";
2° in het derde lid, wordt het woord "curator" vervangen door het woord "griffier".
Art. 232. A l'article XX.172 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"L'article 2:79 du Code des sociétés et des associations est applicable.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"L'article 2:79 du Code des sociétés et des associations est applicable.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
Art. 233. Artikel XX.173, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, gewijzigd bij de wet van 15 april 2018 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 151/2021 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt:
"Art. XX.173. § 1. Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of een derde.
De kwijtschelding heeft geen gevolgen voor de onderhoudsschulden van de gefailleerde noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1, bevrijden de sluiting van het faillissement bedoeld in artikel XX.135 en de sluiting bedoeld in artikel XX.171 de schuldenaar van zijn restschulden.
§ 3. Elke belanghebbende met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie kan, bij verzoekschrift waarvan door de griffier wordt kennis gegeven aan de gefailleerde vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis vorderen dat de kwijtschelding voor een deel of volledig wordt geweigerd bij met redenen omklede beslissing, indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.
Het recht te vorderen dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, vervalt na drie jaar te rekenen vanaf het ogenblik dat het recht opname te vorderen bedoeld in XX.165, derde lid, verstreken is.
Dezelfde vordering kan worden ingesteld bij wijze van derdenverzet bij verzoekschrift uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het vonnis van sluiting van het faillissement, en voor zover deze termijn van drie jaar niet verstreken is.
De door de rechtbank gedeeltelijk geweigerde kwijtschelding wordt evenredig verdeeld over alle schuldeisers zonder inachtneming van de wettige reden van voorrang.
Wanneer de gefailleerde beoefenaar is van een vrij beroep, dan stelt de griffier diens orde of instituut in kennis door een kopie te sturen van het vonnis waarin de kwijtschelding voor een deel of volledig wordt geweigerd.
Het vonnis dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk weigert wordt door de griffier bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad."
"Art. XX.173. § 1. Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of een derde.
De kwijtschelding heeft geen gevolgen voor de onderhoudsschulden van de gefailleerde noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1, bevrijden de sluiting van het faillissement bedoeld in artikel XX.135 en de sluiting bedoeld in artikel XX.171 de schuldenaar van zijn restschulden.
§ 3. Elke belanghebbende met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie kan, bij verzoekschrift waarvan door de griffier wordt kennis gegeven aan de gefailleerde vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis vorderen dat de kwijtschelding voor een deel of volledig wordt geweigerd bij met redenen omklede beslissing, indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.
Het recht te vorderen dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, vervalt na drie jaar te rekenen vanaf het ogenblik dat het recht opname te vorderen bedoeld in XX.165, derde lid, verstreken is.
Dezelfde vordering kan worden ingesteld bij wijze van derdenverzet bij verzoekschrift uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het vonnis van sluiting van het faillissement, en voor zover deze termijn van drie jaar niet verstreken is.
De door de rechtbank gedeeltelijk geweigerde kwijtschelding wordt evenredig verdeeld over alle schuldeisers zonder inachtneming van de wettige reden van voorrang.
Wanneer de gefailleerde beoefenaar is van een vrij beroep, dan stelt de griffier diens orde of instituut in kennis door een kopie te sturen van het vonnis waarin de kwijtschelding voor een deel of volledig wordt geweigerd.
Het vonnis dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk weigert wordt door de griffier bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad."
Art. 233. L'article XX.173, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, modifié par la loi du 15 avril 2018 et partiellement annulé par l'arrêt n° 151/2021 de la Cour constitutionnelle, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XX.173. § 1er. Si le failli est une personne physique, il sera libéré envers les créanciers du solde des dettes, sans préjudice des sûretés réelles données par le failli ou un tiers.
L'effacement est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et sur les dettes qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a causé par sa faute.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, la clôture de la faillite visée à l'article XX.135 et la clôture visée à l'article XX.171 libèrent le débiteur du solde de ses dettes.
§ 3. Tout intéressé, en ce compris le curateur ou le ministère public peut, par requête communiquée au failli par le greffier à partir de la publication du jugement de la faillite demander que l'effacement soit refusé partiellement ou totalement par décision motivée, si le débiteur a commis des fautes graves et caractérisées qui ont contribué à la faillite, ou a sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur.
Le droit de demander que l'effacement soit refusé en tout ou en partie expire trois années à compter du moment où conformément à l'article XX.165, alinéa 3, le droit de l'admission a expiré.
La même demande peut être introduite par le biais d'une tierce opposition par requête au plus tard trois mois à compter de la publication du jugement de clôture de la faillite et dans la mesure où ce délai de trois ans n'a pas expiré.
L'effacement refusé partiellement par le tribunal est réparti proportionnellement entre tous les créanciers sans tenir compte de la cause légitime de préférence.
Lorsque le failli est un titulaire d'une profession libérale, le greffier notifie à l'ordre ou à l'institut une copie du jugement refusant partiellement ou entièrement l'effacement.
Le jugement refusant partiellement ou entièrement l'effacement est publié par extrait au Moniteur belge par le greffier."
"Art. XX.173. § 1er. Si le failli est une personne physique, il sera libéré envers les créanciers du solde des dettes, sans préjudice des sûretés réelles données par le failli ou un tiers.
L'effacement est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et sur les dettes qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a causé par sa faute.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, la clôture de la faillite visée à l'article XX.135 et la clôture visée à l'article XX.171 libèrent le débiteur du solde de ses dettes.
§ 3. Tout intéressé, en ce compris le curateur ou le ministère public peut, par requête communiquée au failli par le greffier à partir de la publication du jugement de la faillite demander que l'effacement soit refusé partiellement ou totalement par décision motivée, si le débiteur a commis des fautes graves et caractérisées qui ont contribué à la faillite, ou a sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par le curateur.
Le droit de demander que l'effacement soit refusé en tout ou en partie expire trois années à compter du moment où conformément à l'article XX.165, alinéa 3, le droit de l'admission a expiré.
La même demande peut être introduite par le biais d'une tierce opposition par requête au plus tard trois mois à compter de la publication du jugement de clôture de la faillite et dans la mesure où ce délai de trois ans n'a pas expiré.
L'effacement refusé partiellement par le tribunal est réparti proportionnellement entre tous les créanciers sans tenir compte de la cause légitime de préférence.
Lorsque le failli est un titulaire d'une profession libérale, le greffier notifie à l'ordre ou à l'institut une copie du jugement refusant partiellement ou entièrement l'effacement.
Le jugement refusant partiellement ou entièrement l'effacement est publié par extrait au Moniteur belge par le greffier."
Art. 234. In artikel XX.174, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "krachtens de wet of de overeenkomst" ingevoegd tussen de woorden "de wettelijke samenwoning" en de woorden "was aangegaan".
Art. 234. Dans l'article XX.174, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots ", en vertu de la loi ou de la convention," sont insérés entre les mots "de celui-ci, contractée" et les mots "du temps du mariage".
Art. 235. In artikel XX.175 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "Oud" ingevoegd tussen de woorden "van het" en de woorden "Burgerlijk Wetboek".
Art. 235. Dans l'article XX.175 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "du Code civil" sont remplacés par les mots "de l'ancien Code civil".
Art. 236. In artikel XX.176 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "in het register" ingevoegd tussen de woorden "van de procedure," en de woorden "een verzoekschrift";
2° in het zesde lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "ingevoegd tussen het woord" vervangen door de woorden "door toedoen van de griffier".
1° in het eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "in het register" ingevoegd tussen de woorden "van de procedure," en de woorden "een verzoekschrift";
2° in het zesde lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "ingevoegd tussen het woord" vervangen door de woorden "door toedoen van de griffier".
Art. 236. A l'article XX.176 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "dans le registre" sont insérés entre les mots "peut introduire" et les mots "une requête";
2° dans l'alinéa 6, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
1° dans l'alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "dans le registre" sont insérés entre les mots "peut introduire" et les mots "une requête";
2° dans l'alinéa 6, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le mot "curateur" est remplacé par le mot "greffier".
Art. 237. In artikel XX.189 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "de artikelen 215, § 1, 1418 en 1420 van het Burgerlijk Wetboek." vervangen door de woorden "artikel 215, § 1, van het Oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 2.3.32 en 2.3.34 van het Burgerlijk Wetboek."
Art. 237. Dans l'article XX.189 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "les articles 215, § 1er, 1418 et 1420 du Code civil," sont remplacés par les mots "l'article 215, § 1er, de l'ancien Code civil et les articles 2.3.32 et 2.3.34 du Code civil".
Art. 238. In artikel XX.193, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de rechter-commissaris" vervangen door de woorden "de rechtbank";
2° in het tweede lid worden de woorden "de rechter-commissaris" vervangen door de woorden "de rechtbank".
1° in het eerste lid worden de woorden "de rechter-commissaris" vervangen door de woorden "de rechtbank";
2° in het tweede lid worden de woorden "de rechter-commissaris" vervangen door de woorden "de rechtbank".
Art. 238. A l'article XX.193, § 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "le juge-commissaire" sont remplacés par les mots "le tribunal";
2° dans l'alinéa 2, les mots "le juge-commissaire" sont remplacés par les mots "le tribunal".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "le juge-commissaire" sont remplacés par les mots "le tribunal";
2° dans l'alinéa 2, les mots "le juge-commissaire" sont remplacés par les mots "le tribunal".
Art. 239. In artikel XX.202 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 239. Dans l'article XX.202 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 240. In artikel XX.204 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 240. Dans l'article XX.204 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 241. In artikel XX.205 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 241. Dans l'article XX.205 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 242. In artikel XX.206 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 242. Dans l'article XX.206 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "d'une procédure d'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 243. In artikel XX.208 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 243. Dans l'article XX.208 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 244. In artikel XX.209, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 244. Dans l'article XX.209, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 245. In artikel XX.213, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 245. Dans l'article XX.213, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 246. In artikel XX.214 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 246. Dans l'article XX.214 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 247. In artikel XX.215 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 247. Dans l'article XX.215 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "d'une procédure d'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 248. In artikel XX.216 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 248. Dans l'article XX.216 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 249. In artikel XX.217 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 249. Dans l'article XX.217 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 250. In artikel XX.218, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 250. Dans l'article XX.218, alinéa 5, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 251. In artikel XX.219 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 251. Dans l'article XX.219 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 252. In artikel XX.220 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in paragraaf 2, b), wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen".
1° in paragraaf 1 wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige";
2° in paragraaf 2, b), wordt het woord "insolventiefunctionarissen" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundigen".
Art. 252. A l'article XX.220 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
2° dans le paragraphe 2, b), les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
1° dans le paragraphe 1, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation";
2° dans le paragraphe 2, b), les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 253. In artikel XX.221, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 253. Dans l'article XX.221, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 254. In artikel XX.222 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 254. Dans l'article XX.222 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 255. In artikel XX.223 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het woord "insolventiefunctionaris" telkens vervangen door het woord "vereffeningsdeskundige".
Art. 255. Dans l'article XX.223 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "de l'insolvabilité" sont chaque fois remplacés par les mots "de la liquidation".
Art. 256. In artikel XX.225, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "5, § 3, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld" vervangen door de woorden "4, 23°, k), van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten".
Art. 256. Dans l'article XX.225, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "5, § 3, de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins de blanchiment de capitaux" sont remplacés par les mots "4, 23°, k), de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces".
Art. 257. In artikel XX.227, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "is die een vereenvoudigde boekhouding voert, overeenkomstig de artikelen 17, 37 en 53 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" vervangen door de woorden "is waarvan de omvang niet meer dan één van de criteria bedoeld in de artikelen 3:47, § 2, of 3:51, § 2, van het Wetboek vennootschappen en verenigingen overstijgt.".
Art. 257. Dans l'article XX.227, § 5, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "qui tient une comptabilité simplifiée conformément aux articles 17, 37 et 53 de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes" sont remplacés par les mots "dont la taille ne dépasse pas plus d'un des critères fixés aux articles 3:47, § 2, ou 3:51, § 2, du Code des sociétés et des associations.".
Art. 258. In artikel XX.229 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "XX.18 na te leven, kan de insolventierechtbank" vervangen door de woorden "XX.146 na te leven, kan de insolventierechtbank of de ondernemingsrechtbank" en worden de woorden "59 van het Wetboek van vennootschappen" vervangen door de woorden "2:149 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het laatste lid opgeheven;
3° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "enige taak die de bevoegdheid inhoudt om een rechtspersoon rechtsgeldig te verbinden" vervangen door de woorden "functie uit te oefenen waarbij macht wordt verleend om een rechtspersoon te verbinden";
4° paragraaf 6, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met de volgende zin:
"De rechtbank bepaalt de voorwaarden waaraan het uitstel of de opschorting van de uitspraak onderworpen zijn."
1° in paragraaf 2, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "XX.18 na te leven, kan de insolventierechtbank" vervangen door de woorden "XX.146 na te leven, kan de insolventierechtbank of de ondernemingsrechtbank" en worden de woorden "59 van het Wetboek van vennootschappen" vervangen door de woorden "2:149 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
2° in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het laatste lid opgeheven;
3° in paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "enige taak die de bevoegdheid inhoudt om een rechtspersoon rechtsgeldig te verbinden" vervangen door de woorden "functie uit te oefenen waarbij macht wordt verleend om een rechtspersoon te verbinden";
4° paragraaf 6, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt aangevuld met de volgende zin:
"De rechtbank bepaalt de voorwaarden waaraan het uitstel of de opschorting van de uitspraak onderworpen zijn."
Art. 258. A l'article XX.229 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "XX.18," sont remplacés par les mots "XX.146, le tribunal de l'insolvabilité ou" et les mots "59 du Code des sociétés" sont remplacés par les mots "2:149 du Code des sociétés et des associations";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, le dernier alinéa est abrogé;
3° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "toutes fonctions conférant le pouvoir d'engager de telles personnes morales" sont remplacés par les mots "d'exercer une fonction conférant le pouvoir d'engager une personne morale";
4° le paragraphe 6, inséré par la loi du 11 août 2017, est complété par la phrase suivante:
"Le tribunal précise les conditions auxquelles il soumet le sursis ou la suspension du prononcé."
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "XX.18," sont remplacés par les mots "XX.146, le tribunal de l'insolvabilité ou" et les mots "59 du Code des sociétés" sont remplacés par les mots "2:149 du Code des sociétés et des associations";
2° dans le paragraphe 2, inséré par la loi du 11 août 2017, le dernier alinéa est abrogé;
3° dans le paragraphe 4, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "toutes fonctions conférant le pouvoir d'engager de telles personnes morales" sont remplacés par les mots "d'exercer une fonction conférant le pouvoir d'engager une personne morale";
4° le paragraphe 6, inséré par la loi du 11 août 2017, est complété par la phrase suivante:
"Le tribunal précise les conditions auxquelles il soumet le sursis ou la suspension du prononcé."
Art. 259. In artikel XX.230 van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De verbodsbepaling bedoeld in dit hoofdstuk kan opgelegd worden door de insolventierechtbank op vordering van het openbaar ministerie, van de curator, of van een schuldeiser die niet werd betaald in het kader van het faillissement.";
2° tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Onverminderd artikel XX.171, worden de gefailleerde of een van de personen krachtens artikel XX.229 gelijkgesteld met de gefailleerde, opgeroepen per tegensprekelijk verzoekschrift voor de insolventierechtbank. De griffier geeft er kennis van aan de verweerder en in voorkomend geval, aan de curator als het verzoekschrift niet door de curator is neergelegd."
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De verbodsbepaling bedoeld in dit hoofdstuk kan opgelegd worden door de insolventierechtbank op vordering van het openbaar ministerie, van de curator, of van een schuldeiser die niet werd betaald in het kader van het faillissement.";
2° tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Onverminderd artikel XX.171, worden de gefailleerde of een van de personen krachtens artikel XX.229 gelijkgesteld met de gefailleerde, opgeroepen per tegensprekelijk verzoekschrift voor de insolventierechtbank. De griffier geeft er kennis van aan de verweerder en in voorkomend geval, aan de curator als het verzoekschrift niet door de curator is neergelegd."
Art. 259. Dans l'article XX.230 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'interdiction visée dans le présent chapitre peut être prononcée par le tribunal à la demande du ministère public, du curateur ou de tout créancier resté impayé dans la faillite.";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Sans préjudice de l'article XX.171, le failli ou l'une des personnes assimilées au failli en vertu de l'article XX.229 sont appelées par requête contradictoire devant le tribunal de l'insolvabilité. Le greffier notifie la requête au défendeur et, le cas échéant, au curateur si la requête n'a pas été déposée par le curateur."
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'interdiction visée dans le présent chapitre peut être prononcée par le tribunal à la demande du ministère public, du curateur ou de tout créancier resté impayé dans la faillite.";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Sans préjudice de l'article XX.171, le failli ou l'une des personnes assimilées au failli en vertu de l'article XX.229 sont appelées par requête contradictoire devant le tribunal de l'insolvabilité. Le greffier notifie la requête au défendeur et, le cas échéant, au curateur si la requête n'a pas été déposée par le curateur."
Art. 260. In artikel XX.232 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "gelijkgesteld met de gefailleerde" ingevoegd tussen de woorden "XX.229" en de woorden "en het openbaar ministerie";
2° het zevende lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij wet van 15 april 2018, wordt vervangen als volgt:
"Het arrest wordt door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en aan de gefailleerde ter kennis gebracht."
1° in het eerste lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "gelijkgesteld met de gefailleerde" ingevoegd tussen de woorden "XX.229" en de woorden "en het openbaar ministerie";
2° het zevende lid, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij wet van 15 april 2018, wordt vervangen als volgt:
"Het arrest wordt door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en aan de gefailleerde ter kennis gebracht."
Art. 260. A l'article XX.232 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "gelijkgesteld met de gefailleerde" sont insérés entre les mots "XX.229" et les mots "en het openbaar ministerie";
2° l'alinéa 7, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est remplacé par ce qui suit:
"L'arrêt est publié dans le Moniteur belge par les soins du greffier et notifié au failli."
1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 1er, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "gelijkgesteld met de gefailleerde" sont insérés entre les mots "XX.229" et les mots "en het openbaar ministerie";
2° l'alinéa 7, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, est remplacé par ce qui suit:
"L'arrêt est publié dans le Moniteur belge par les soins du greffier et notifié au failli."
Art. 261. Artikel XX.235 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Het openbaar ministerie kan vorderen bij de insolventierechtbank dat als de gefailleerde aan de voorwaarden niet heeft voldaan of aan een nieuwe insolventie procedure is onderworpen, een einde zou worden gesteld aan het uitstel of aan de opschorting van de uitspraak.
De vordering wordt ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift neergelegd op de griffie van de insolventierechtbank."
" § 2. Het openbaar ministerie kan vorderen bij de insolventierechtbank dat als de gefailleerde aan de voorwaarden niet heeft voldaan of aan een nieuwe insolventie procedure is onderworpen, een einde zou worden gesteld aan het uitstel of aan de opschorting van de uitspraak.
De vordering wordt ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift neergelegd op de griffie van de insolventierechtbank."
Art. 261. L'article XX.235 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Le ministère public peut demander au tribunal de l'insolvabilité, si le failli n'a pas respecté les conditions ou a fait l'objet d'une nouvelle procédure d'insolvabilité, que le sursis soit levé ou qu'il soit mis fin à la suspension du prononcé.
La demande est introduite par requête contradictoire déposée au greffe du tribunal de l'insolvabilité."
" § 2. Le ministère public peut demander au tribunal de l'insolvabilité, si le failli n'a pas respecté les conditions ou a fait l'objet d'une nouvelle procédure d'insolvabilité, que le sursis soit levé ou qu'il soit mis fin à la suspension du prononcé.
La demande est introduite par requête contradictoire déposée au greffe du tribunal de l'insolvabilité."
Art. 262. In artikel XX.237 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 262. Dans l'article XX.237 du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 263. In de Franse tekst van artikel XX.242, tweede lid, in de bepaling onder 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt het woord "social" opgeheven.
Art. 263. Dans l'article XX.242, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, le mot "social" est abrogé.
Art. 264. In artikel XX.243, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "dit boek" vervangen door de woorden "de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" en worden de woorden "zonder winstoogmerk als bedoeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" vervangen door de woorden "en stichtingen als bedoeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen".
Art. 264. Dans l'article XX.243, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots "sans but lucratif telles que définies par la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations" sont remplacés par les mots "et fondations telles que définies par le Code des sociétés et des associations" et les mots "du présent Livre" sont remplacés par les mots "de la loi du 21 mars 2021 modifiant le livre XX du Code de droit économique et le Code des impôts sur les revenus 1992".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
Section 2. - Modification de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces
Art. 265. In artikel 79, § 2, eerste lid, 2°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de woorden "bedoeld in de artikelen XX.31, § 1, en XX.32, § 2, van het Wetboek" vervangen door de woorden "bedoeld in de artikelen XX.32, § 2, en XX.49/1, § 1, van het Wetboek".
Art. 265. Dans l'article 79, § 2, alinéa 1er, 2°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, modifié par la loi du 30 juillet 2018, les mots "les articles XX.31, § 1er, et XX.32, § 2, du Code" sont remplacés par les mots "les articles XX.32, § 2, et XX.49/1, § 1er, du Code".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
Section 3. - Modifications du Code des sociétés et des associations
Art. 266. In artikel 2:74 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoegd bij de wet van 23 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "In geval van mededeling door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan de rechtbank" vervangen door de woorden "De rechtbank kan";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "en indien de voorzitter van de rechtbank van oordeel is dat het dossier verder behandeld moet worden, verzoekt de voorzitter van de rechtbank de griffier om de vennootschap op te roepen" vervangen door de woorden "roept de griffier de vennootschap op".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "In geval van mededeling door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden kan de rechtbank" vervangen door de woorden "De rechtbank kan";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "en indien de voorzitter van de rechtbank van oordeel is dat het dossier verder behandeld moet worden, verzoekt de voorzitter van de rechtbank de griffier om de vennootschap op te roepen" vervangen door de woorden "roept de griffier de vennootschap op".
Art. 266. A l'article 2:74 du Code des sociétés et des associations, inséré par la loi du 23 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "Dans le cas d'une communication par la chambre des entreprises en difficulté, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, les mots "et si le président du tribunal considère que le traitement du dossier doit être poursuivi le président demande au greffier de convoquer" sont remplacés par les mots, "le greffier convoque".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "Dans le cas d'une communication par la chambre des entreprises en difficulté, le" sont remplacés par le mot "Le";
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, les mots "et si le président du tribunal considère que le traitement du dossier doit être poursuivi le président demande au greffier de convoquer" sont remplacés par les mots, "le greffier convoque".
Art. 267. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 2:74/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 2:74/1. De rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt op aangifte van de schuldenaar of op verzoek tot faillietverklaring en die overeenkomstig artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht oordeelt dat de vennootschap zich in staat van faillissement bevindt, kan beslissen het faillissement niet uit te spreken, maar de vennootschap te ontbinden."
"Art. 2:74/1. De rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt op aangifte van de schuldenaar of op verzoek tot faillietverklaring en die overeenkomstig artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht oordeelt dat de vennootschap zich in staat van faillissement bevindt, kan beslissen het faillissement niet uit te spreken, maar de vennootschap te ontbinden."
Art. 267. Dans le même Code, il est inséré un article 2:74/1 rédigé comme suit:
"Art. 2:74/1. Le tribunal saisi d'un aveu du débiteur ou d'une demande de déclaration de faillite et qui considère conformément à l'article XX.100 du Code de droit économique que les conditions de la faillite sont réunies peut décider de ne pas prononcer la faillite mais bien la dissolution de la société."
"Art. 2:74/1. Le tribunal saisi d'un aveu du débiteur ou d'une demande de déclaration de faillite et qui considère conformément à l'article XX.100 du Code de droit économique que les conditions de la faillite sont réunies peut décider de ne pas prononcer la faillite mais bien la dissolution de la société."
Art. 268. Artikel 2:113, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 maart 2019 en gewijzigd bij de wet van 28 april 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De rechtbank beveelt de onmiddellijke sluiting van de vereffening in de gevallen bedoeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht."
"De rechtbank beveelt de onmiddellijke sluiting van de vereffening in de gevallen bedoeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 268. L'article 2:113, § 3, du même Code, inséré par la loi du 23 mars 2019 et modifié par la loi du 28 avril 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le tribunal ordonne la clôture immédiate de la liquidation dans les cas prévus à l'article XX.100 du Code de droit économique."
"Le tribunal ordonne la clôture immédiate de la liquidation dans les cas prévus à l'article XX.100 du Code de droit économique."
Art. 269. Artikel 2:114, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 maart 2019 en gewijzigd bij de wet van 28 april 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De rechtbank beveelt de onmiddellijke sluiting van de vereffening in de gevallen bedoeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht."
"De rechtbank beveelt de onmiddellijke sluiting van de vereffening in de gevallen bedoeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 269. L'article 2:114, § 3, du même Code, inséré par la loi du 23 mars 2019 et modifié par la loi du 28 avril 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le tribunal ordonne la clôture immédiate de la liquidation dans les cas prévus à l'article XX.100 du Code de droit économique."
"Le tribunal ordonne la clôture immédiate de la liquidation dans les cas prévus à l'article XX.100 du Code de droit économique."
Afdeling 4. - Evaluatie
Section 4. - Evaluation
Art. 270. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet evalueert de minister die bevoegd is voor Justitie de titels V/1 en V/II van boek XX van het Wetboek van economisch recht.
De evaluatie wordt voor advies bezorgd aan de Nationale Arbeidsraad en wordt bezorgd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
De evaluatie wordt voor advies bezorgd aan de Nationale Arbeidsraad en wordt bezorgd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 270. Une évaluation des titres V/I et V/II du livre XX du Code de droit économique, par le ministre qui a la Justice dans ses compétences, est prévue trois ans après l'entrée en vigueur de cette loi.
L'évaluation est soumise pour avis au Conseil National du Travail et est transmise à la Chambre des représentants.
L'évaluation est soumise pour avis au Conseil National du Travail et est transmise à la Chambre des représentants.
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition abrogatoire
Art. 271. Onder voorbehoud van de toepassing ervan op de procedures van gerechtelijk reorganisatie die lopen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, wordt de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met uitzondering van het artikel 15, opgeheven op 31 augustus 2023.
Art. 271. Sous réserve de son application aux procédures en réorganisation judiciaire en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, la loi du 21 mars 2021 modifiant le livre XX du Code de droit économique et le Code des impôts sur les revenus 1992, à l'exception de l'article 15, est abrogée au 31 août 2023.
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition transitoire
Art. 272. De bepalingen van deze wet zijn toepasselijk op insolventieprocedures geopend vanaf de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 272. Les dispositions de la présente loi s'appliquent aux procédures d'insolvabilité ouvertes à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 273. Deze wet treedt in werking op 1 september 2023.
Art. 273. La présente loi entre en vigueur le 1er septembre 2023.