Artikel 1. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"De werkgever ontvangt vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 een forfaitaire vermindering G4 voor oudere zittende werknemers die op de laatste dag van hun tewerkstelling minimaal 61 jaar zijn.";
2° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Vanaf 1 januari 2025 bestaat de doelgroepvermindering uit een forfaitaire vermindering G4 voor oudere zittende werknemers die op de laatste dag van het kwartaal van hun tewerkstelling minimaal 62 jaar zijn.";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De werkgever ontvangt vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 een forfaitaire vermindering G8 voor oudere zittende werknemers die op de laatste dag van het kwartaal van hun tewerkstelling minimaal 62 jaar zijn.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Vanaf 1 januari 2025 bestaat de doelgroepvermindering uit een forfaitaire vermindering G8 voor oudere zittende werknemers die op de laatste dag van het kwartaal van hun tewerkstelling minimaal 63 jaar zijn.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen
Titre
12 MAI 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (7)
Texte (7)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale ;
Article 1er. A l'article 6 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" L'employeur reçoit, à partir du 1er janvier 2024 jusqu'au 31 décembre 2024, une réduction forfaitaire G4 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 61 ans au moins au dernier jour de leur occupation. " ;
2° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2025, la réduction groupes-cibles se compose d'une réduction forfaitaire G4 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 62 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. ".
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" L'employeur reçoit, à partir du 1er janvier 2023 jusqu'au 31 décembre 2024, une réduction forfaitaire G8 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 62 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2025, la réduction groupes-cibles se compose d'une réduction forfaitaire G8 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 63 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. ".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" L'employeur reçoit, à partir du 1er janvier 2024 jusqu'au 31 décembre 2024, une réduction forfaitaire G4 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 61 ans au moins au dernier jour de leur occupation. " ;
2° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2025, la réduction groupes-cibles se compose d'une réduction forfaitaire G4 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 62 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. ".
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" L'employeur reçoit, à partir du 1er janvier 2023 jusqu'au 31 décembre 2024, une réduction forfaitaire G8 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 62 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2025, la réduction groupes-cibles se compose d'une réduction forfaitaire G8 pour les travailleurs âgés en activité âgés de 63 ans au moins au dernier jour du trimestre de leur occupation. ".
Art. 2. In titel III van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 februari 2022, wordt een hoofdstuk XVI, dat bestaat uit artikel 28/17, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk XVI. Personen zonder recente, duurzame werkervaring
Art.28/17. § 1. In dit artikel wordt onder personen zonder recente, duurzame werkervaring personen verstaan die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° op de laatste dag van het kwartaal van de indiensttreding minstens de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben en de leeftijd van 58 jaar nog niet bereikt hebben;
2° voor de indiensttreding minstens twee jaar als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB zijn ingeschreven.
§ 2. De doelgroepvermindering voor de indienstneming van personen zonder recente, duurzame werkervaring bestaat uit een forfaitaire vermindering G1 tijdens het kwartaal van de indienstneming en de drie daaropvolgende kwartalen.
§ 3. Voor de bepaling van de periode, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden de volgende periodes van inactiviteit gelijkgesteld:
1° de periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval;
2° de periodes van detentie;
3° de periodes van onderbreking van de inschrijving als niet-werkende werkzoekende als die onderbreking maximaal drie maanden bedraagt.
De persoon die op het moment van de indiensttreding arbeidsongeschikt is wegens ziekte of ongeval, is vrijgesteld van de voorwaarde, vermeld in artikel 353bis/17, tweede lid, 1° van de programmawet van 24 december 2002 (I).
De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan bijkomende periodes van inactiviteit gelijkstellen met de inschrijving als niet-werkende werkzoekende.
§ 4. De loongrens, vermeld in artikel 353bis/17, tweede lid, 2°, van de Programmawet van 24 december 2002 (I), bedraagt 10.000 euro.
§ 5. De werkgever of werknemer die de juistheid van de gegevens, vermeld in paragraaf 3, betwist, kan bij het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie een aanvraag tot wijziging indienen. Bij de voormelde aanvraag worden de nodige bewijsstukken gevoegd.
§ 6. Als aan een werkgever een doelgroepvermindering is toegekend voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend niet.
"Hoofdstuk XVI. Personen zonder recente, duurzame werkervaring
Art.28/17. § 1. In dit artikel wordt onder personen zonder recente, duurzame werkervaring personen verstaan die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
1° op de laatste dag van het kwartaal van de indiensttreding minstens de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben en de leeftijd van 58 jaar nog niet bereikt hebben;
2° voor de indiensttreding minstens twee jaar als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB zijn ingeschreven.
§ 2. De doelgroepvermindering voor de indienstneming van personen zonder recente, duurzame werkervaring bestaat uit een forfaitaire vermindering G1 tijdens het kwartaal van de indienstneming en de drie daaropvolgende kwartalen.
§ 3. Voor de bepaling van de periode, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden de volgende periodes van inactiviteit gelijkgesteld:
1° de periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval;
2° de periodes van detentie;
3° de periodes van onderbreking van de inschrijving als niet-werkende werkzoekende als die onderbreking maximaal drie maanden bedraagt.
De persoon die op het moment van de indiensttreding arbeidsongeschikt is wegens ziekte of ongeval, is vrijgesteld van de voorwaarde, vermeld in artikel 353bis/17, tweede lid, 1° van de programmawet van 24 december 2002 (I).
De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan bijkomende periodes van inactiviteit gelijkstellen met de inschrijving als niet-werkende werkzoekende.
§ 4. De loongrens, vermeld in artikel 353bis/17, tweede lid, 2°, van de Programmawet van 24 december 2002 (I), bedraagt 10.000 euro.
§ 5. De werkgever of werknemer die de juistheid van de gegevens, vermeld in paragraaf 3, betwist, kan bij het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie een aanvraag tot wijziging indienen. Bij de voormelde aanvraag worden de nodige bewijsstukken gevoegd.
§ 6. Als aan een werkgever een doelgroepvermindering is toegekend voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend niet.
Art. 2. Dans le titre III du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 14 février 2022, il est inséré un chapitre XVI, comprenant l'article 28/17, rédigé comme suit :
" Chapitre XVI. Personnes sans expérience professionnelle récente et durable ".
Art.28/17. § 1er. Dans le présent article, on entend par personnes sans expérience professionnelle récente et durable les personnes qui remplissent toutes les conditions suivantes :
1° au dernier jour du trimestre de l'entrée en service, avoir atteint au moins l'âge de 25 ans et ne pas encore avoir atteint l'âge de 58 ans ;
2° être inscrit au VDAB comme demandeur d'emploi inoccupé depuis au moins deux ans avant l'entrée en service.
§ 2. La réduction groupes-cibles pour l'embauche de personnes sans expérience professionnelle récente et durable consiste en une réduction forfaitaire G1 pendant le trimestre de l'embauche et les trois trimestres suivants.
§ 3. Pour la détermination de la période visée au paragraphe 1er, 2°, les périodes d'inactivité suivantes sont assimilées :
1° les périodes d'incapacité de travail pour cause de maladie ou d'accident ;
2° les périodes de détention ;
3° les périodes d'interruption de l'inscription comme demandeur d'emploi inoccupé si cette interruption n'excède pas trois mois.
La personne qui est en incapacité de travail pour cause de maladie ou d'accident au moment de l'entrée en service est exemptée de la condition mentionnée à l'article 353bis/17, alinéa 2, 1° de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I).
Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions peut assimiler les périodes d'inactivité supplémentaires à une inscription en tant que demandeur d'emploi inoccupé.
§ 4. Le plafond salarial visé à l'article 353bis/17, alinéa 2, 2°, de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), s'élève à 10 000 euros.
§ 5. L'employeur ou le travailleur qui conteste l'exactitude des données visées au paragraphe 3 peut introduire une demande de modification auprès du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale. La demande précitée est accompagnée des pièces justificatives nécessaires.
§ 6. Lorsqu'une réduction groupes-cibles est accordée à un employeur pour un travailleur qu'il engage à nouveau dans une période de quatre trimestres après la fin du contrat de travail précédent, ces occupations sont considérées, pour la fixation de la réduction groupes-cibles forfaitaire et pour sa durée, comme une seule occupation. La période située entre les contrats de travail ne prolonge la période pendant laquelle la réduction groupes-cibles est accordée.
" Chapitre XVI. Personnes sans expérience professionnelle récente et durable ".
Art.28/17. § 1er. Dans le présent article, on entend par personnes sans expérience professionnelle récente et durable les personnes qui remplissent toutes les conditions suivantes :
1° au dernier jour du trimestre de l'entrée en service, avoir atteint au moins l'âge de 25 ans et ne pas encore avoir atteint l'âge de 58 ans ;
2° être inscrit au VDAB comme demandeur d'emploi inoccupé depuis au moins deux ans avant l'entrée en service.
§ 2. La réduction groupes-cibles pour l'embauche de personnes sans expérience professionnelle récente et durable consiste en une réduction forfaitaire G1 pendant le trimestre de l'embauche et les trois trimestres suivants.
§ 3. Pour la détermination de la période visée au paragraphe 1er, 2°, les périodes d'inactivité suivantes sont assimilées :
1° les périodes d'incapacité de travail pour cause de maladie ou d'accident ;
2° les périodes de détention ;
3° les périodes d'interruption de l'inscription comme demandeur d'emploi inoccupé si cette interruption n'excède pas trois mois.
La personne qui est en incapacité de travail pour cause de maladie ou d'accident au moment de l'entrée en service est exemptée de la condition mentionnée à l'article 353bis/17, alinéa 2, 1° de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I).
Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions peut assimiler les périodes d'inactivité supplémentaires à une inscription en tant que demandeur d'emploi inoccupé.
§ 4. Le plafond salarial visé à l'article 353bis/17, alinéa 2, 2°, de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), s'élève à 10 000 euros.
§ 5. L'employeur ou le travailleur qui conteste l'exactitude des données visées au paragraphe 3 peut introduire une demande de modification auprès du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale. La demande précitée est accompagnée des pièces justificatives nécessaires.
§ 6. Lorsqu'une réduction groupes-cibles est accordée à un employeur pour un travailleur qu'il engage à nouveau dans une période de quatre trimestres après la fin du contrat de travail précédent, ces occupations sont considérées, pour la fixation de la réduction groupes-cibles forfaitaire et pour sa durée, comme une seule occupation. La période située entre les contrats de travail ne prolonge la période pendant laquelle la réduction groupes-cibles est accordée.
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 3. Oudere zittende werknemers die op 31 december 2023 minstens de leeftijd van 59 jaar hebben bereikt, blijven tot de laatste dag van het kwartaal voor het kwartaal waarin ze de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, in aanmerking komen voor een forfaitaire vermindering G4 als vermeld in artikel 6, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, zoals van kracht op 30 september 2023.
Oudere zittende werknemers die op 31 december 2024 minstens de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, blijven tot de laatste dag van het kwartaal voor het kwartaal waarin ze de leeftijd van 63 jaar hebben bereikt, in aanmerking komen voor een forfaitaire vermindering G8 als vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid, van het voormelde besluit, zoals van kracht op 30 september 2023.
Oudere zittende werknemers die op 31 december 2024 minstens de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, blijven tot de laatste dag van het kwartaal voor het kwartaal waarin ze de leeftijd van 63 jaar hebben bereikt, in aanmerking komen voor een forfaitaire vermindering G8 als vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid, van het voormelde besluit, zoals van kracht op 30 september 2023.
Art. 3. Les travailleurs âgés en activité qui ont atteint au moins l'âge de 59 ans le 31 décembre 2023, resteront éligibles, jusqu'au dernier jour du trimestre précédant le trimestre au cours duquel ils ont atteint l'âge de 62 ans, à une réduction forfaitaire G4 telle que mentionnée à l'article 6, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la Loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, tel qu'en vigueur le 30 septembre 2023.
Les travailleurs âgés en activité qui ont atteint au moins l'âge de 62 ans au 31 décembre 2024 resteront éligibles, jusqu'au dernier jour du trimestre précédant le trimestre au cours duquel ils ont atteint l'âge de 63 ans, à une réduction forfaitaire G8 telle que mentionnée à l'article 6, § 2, alinéa 2 de l'arrêté précité, tel qu'en vigueur le 30 septembre 2023.
Les travailleurs âgés en activité qui ont atteint au moins l'âge de 62 ans au 31 décembre 2024 resteront éligibles, jusqu'au dernier jour du trimestre précédant le trimestre au cours duquel ils ont atteint l'âge de 63 ans, à une réduction forfaitaire G8 telle que mentionnée à l'article 6, § 2, alinéa 2 de l'arrêté précité, tel qu'en vigueur le 30 septembre 2023.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2023.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2023.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.