Artikel 1. De kredieten voor het dekken van de uitgaven van Wallonië tijdens het begrotingsjaar 2023 worden geopend en verdeeld in basisallocaties (vakdomeinen) overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde opgesomde programma's en begrotingstabel die hierna zijn samengevat.
Deze tabellen bevatten de raming van de verwachte uitgaven die in 2023 ten laste van de begrotingsfondsen dienen te worden aangerekend.
(in duizend eur)
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 DECEMBER 2022. - Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2023(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-03-2023 en tekstbijwerking tot 17-11-2023)
Titre
21 DECEMBRE 2022. - Décret contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2023(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-03-2023 et mise à jour au 17-11-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Machtigingen
HOOFDSTUK 3. - Gewestelijke waarborgen
HOOFDSTUK 4. - Toekenning van voorschotten
HOOFDSTUK 5. - Schuldenlast
HOOFDSTUK 6. - Afzonderlijke afdeling
HOOFDSTUK 7. - Administratieve diensten met boe...
HOOFDSTUK 8. - Instellingen
HOOFDSTUK 9. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Table des matières
CHAPITRE 1er. . - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Autorisations
CHAPITRE 3. - Garanties régionales
CHAPITRE 4. - Octroi d'avances
CHAPITRE 5. - Dette
CHAPITRE 6. - Section particulière
CHAPITRE 7. - Services administratifs à comptab...
CHAPITRE 8. - Organismes
CHAPITRE 9. - Dispositions diverses
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (276)
Texte (276)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. . - Dispositions générales
Article 1er. Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2023 sont ouverts et ventilés en articles de base (domaines fonctionnels) conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2023 à charge des fonds budgétaires.
(en milliers euro)
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2023 à charge des fonds budgétaires.
(en milliers euro)
| Vastleggingskredieten | Limitatieve vereffeningskredieten | Niet-limitatieve vereffeningskredieten | |
| Uitgavenkredieten | 22.341.929 | 20.910.993 | |
| Waaronder | Vastleggingsmiddelen | Vereffeningsmiddelen | |
| Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen | 471.662 | 471.612 |
vereffeningskredieten Uitgavenkredieten 22.341.929 20.910.993 Waaronder Vastleggingsmiddelen Vereffeningsmiddelen Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen 471.662 471.612
| Crédits d'engagement | Crédits de liquidation limitatifs | Crédits de liquidation non limitatifs | |
| Crédits de dépenses | 22.341.929 | 20.910.993 | |
| Dont | Moyens d'engagement | Moyens de liquidation | |
| Dépenses prévisionnelles à charge des fonds budgétaires | 471.662 | 471.612 |
de liquidation limitatifs Crédits de liquidation non limitatifs Crédits de dépenses 22.341.929 20.910.993 Dont Moyens d'engagement Moyens de liquidation Dépenses prévisionnelles à charge des fonds budgétaires 471.662 471.612
Art. 2. In de artikelen 8, 9, 13, 17, 21, 26, 28 en 29 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, stemt het woord "basisallocatie(s)" overeen met begrotingsadres.
Elk begrotingsadres zal bestaan uit:
- een begrotingsperiode (begrotingsjaar);
- een fonds (indeling in klassieke kredieten, begrotingsfondsen, bijzondere afdeling, derdenfonds...)
- een financieel centrum dat overeen zal stemmen met de organisatie-afdeling;
- een begrotingsrekening (met nadere opgave van de aard van de uitgaven en ontvangsten). De posities 2 tot 5 van de begrotingsrekening stemmen overeen met de economische classificering;
een vakdomein, bestaand uit het programmanummer (eerste drie posities van het vakdomein), gevolgd door een identificatienummer in het programma.
Elk begrotingsadres zal bestaan uit:
- een begrotingsperiode (begrotingsjaar);
- een fonds (indeling in klassieke kredieten, begrotingsfondsen, bijzondere afdeling, derdenfonds...)
- een financieel centrum dat overeen zal stemmen met de organisatie-afdeling;
- een begrotingsrekening (met nadere opgave van de aard van de uitgaven en ontvangsten). De posities 2 tot 5 van de begrotingsrekening stemmen overeen met de economische classificering;
een vakdomein, bestaand uit het programmanummer (eerste drie posities van het vakdomein), gevolgd door een identificatienummer in het programma.
Art. 2. Aux articles 8, 9, 13, 17, 21, 26, 28 et 29 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les termes " article(s) de base " correspondent à une adresse budgétaire.
Chaque adresse budgétaire sera composée :
- d'une période budgétaire (année budgétaire);
- d'un fonds (classement en crédits classiques, fonds budgétaires, section particulière, fonds de tiers, ...);
- d'un centre financier qui correspondra à la division organique;
- d'un compte budgétaire (spécifiant la nature des dépenses et des recettes). Les positions 2 à 5 du compte budgétaire correspondent au code de la classification économique;
d'un domaine fonctionnel composé du numéro du programme (3 premières positions du domaine fonctionnel) suivi d'un numéro d'identification au sein du programme.
Chaque adresse budgétaire sera composée :
- d'une période budgétaire (année budgétaire);
- d'un fonds (classement en crédits classiques, fonds budgétaires, section particulière, fonds de tiers, ...);
- d'un centre financier qui correspondra à la division organique;
- d'un compte budgétaire (spécifiant la nature des dépenses et des recettes). Les positions 2 à 5 du compte budgétaire correspondent au code de la classification économique;
d'un domaine fonctionnel composé du numéro du programme (3 premières positions du domaine fonctionnel) suivi d'un numéro d'identification au sein du programme.
Art. 3. In 2023 wordt artikel 26, § 1, 3° van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden geschorst met betrekking tot de verdeling van de niet-limitatieve vastleggings- en vereffeningskredieten binnen de organisatie-afdeling 02 en het programma 09.016.
Art. 3. En 2023, l'article 26, § 1er, 3° du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est suspendu pour ce qui concerne les répartitions de crédits d'engagement et de liquidation non limitatifs au sein de la division organique 02 et du programme 09.016.
Art. 4. Krachtens artikel 2, 8°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden wordt de term "rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vanaf 1 januari 2013 vervangen door de term "penningmeester".
Onverminderd de bepalingen bedoeld in het eerste lid, krachtens de artikelen 2, 7° en 20, van hetzelfde decreet van 15 december 2011, worden de woorden "gewoon rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vervangen vanaf 1 januari door de woorden "ontvanger-penningmeester".
Onverminderd de bepalingen bedoeld in het eerste lid, krachtens de artikelen 2, 7° en 20, van hetzelfde decreet van 15 december 2011, worden de woorden "gewoon rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vervangen vanaf 1 januari door de woorden "ontvanger-penningmeester".
Art. 4. En vertu de l'article 2, 8°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le terme " comptable " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par le terme " trésorier ".
Sans préjudice des dispositions visées à l'alinéa 1er, en vertu des articles 2, 7° et 20 du même décret du 15 décembre 2011, le terme " comptable ordinaire " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par les termes " receveur-trésorier ".
Sans préjudice des dispositions visées à l'alinéa 1er, en vertu des articles 2, 7° et 20 du même décret du 15 décembre 2011, le terme " comptable ordinaire " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par les termes " receveur-trésorier ".
Art. 5. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor het voeren van het informaticabeleid over te dragen van de begroting naar basisallocaties (specifieke informatica) van de WBFIN programma's 12.001, 09.015 en 12.029 van de Waalse Overheidsdienst Digitale technologieën en programma 022 van de organisatie-afdeling 10 en kredieten over te schrijven tussen voornoemde programma's.
Art. 5. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques informatiques vers les articles de base (les domaines fonctionnels) des programmes WBFIN 12.001, 09.015 et 12.029 du SPW Digital et le programme 022 de la division organique 10 et à transférer des crédits entre les programmes précités.
Art. 6. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn de Minister van Landbouw en de Minister van Begroting gemachtigd om uit de begroting van de organisatie-afdeling 15, programma 01 (programma WBFIN 001) (basisallocatie 74.05) (vakdomein ruimte 001. 069) de kredieten die nodig zijn voor de uitvoering en instandhouding van de IT-dienstverleningsniveaus van het betaalorgaan - overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het protocol van samenwerkingsakkoord tussen het betaalorgaan en de Waalse Overheidsdienst Digitale technologieën - in de basisallocatie 74.03 (vakdomein 001.065) "Specifieke informatica" van het functioneel programma 01 (programma WBFIN 001) van de organisatie-afdeling 15.
Art. 6. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Agriculture et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ du budget de la division organique 15, programme 01 (programme WBFIN 001) (article de base 74.05) (domaine fonctionnel 001.069) les crédits nécessaires à la mise en oeuvre et au maintien de niveaux de services informatiques de l'Organisme payeur - selon les modalités fixées par le protocole d'accord de collaboration passé entre l'OP et le SPW Digital - vers l'article de base 74.03 (domaine fonctionnel 001.065) " Informatique spécifique " du programme fonctionnel 01 (programme WBFIN 001) de la division organique 15.
Art. 7. [1 In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 84.985 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2023 voor de inflatie 2022 en 2023 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd.]1
Modifications
Art. 7. [1 Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget ajusté 2023 est fixée à 84.985 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010.]1
Modifications
Art. 8. [1 In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" (Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten) voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 37.392 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023.]1
Modifications
Art. 8. [1 Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget ajusté 2023 est fixée à 37.392 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023. ]1
Modifications
Art. 9. [1 In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aangepaste begroting 2023 vastgesteld op 1.538.460 euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in april 2023 voor de inflatie 2022 en 2023, met de structurele herfinanciering besloten in 2009 en met een bijkomende enveloppe van 11.189.000 euro, verminderd met 10 miljoen euro in 2023.]1
Modifications
Art. 9. [1 Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, le crédit alloué au financement du Fonds des communes pour le budget ajusté 2023 est fixé à 1.538.460 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en avril 2023 pour l'inflation 2022 et 2023, du refinancement structurel du fonds décidé en 2009 et d'une enveloppe complémentaire de 11.189.000 euros, diminué de 10 millions d'euros en 2023.]1
Modifications
Art. 10. [1 § 1. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de bezoldiging van het personeel over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) van de Waalse begroting alsook naar de begrotingsadressen van SEC 11 (vakdomeinen 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 en 031.012) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 015.001) van programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09 alsook naar het begrotingsadres van SEC 11 (vakdomein 123.002) van WBFIN-programma 123 van organisatieafdeling 09.
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 (vakdomeinen 031.015, 031.018, 031.019 en 031.029 (ESER-code 12)) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11.]1
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 (vakdomeinen 031.015, 031.018, 031.019 en 031.029 (ESER-code 12)) van programma 02 (WBFIN-programma 031) van organisatieafdeling 11.]1
Modifications
Art. 10. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la rémunération du personnel les adresses budgétaires de SEC 11 (les domaines fonctionnels 005.002, 006.002, 007.002, 008.002, 011.003, 014.003, 016.002, 031.005) du budget wallon ainsi qu'aux adresses budgétaires de SEC 11 (aux domaines fonctionnels 031.003, 031.004, 031.005, 031.006, 031.007, 031.008, 031.009, 031.010, 031.027, 031.028, 031.030, 031.011 et 031.012) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11 ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 015.001) du programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09 et ainsi qu'à l'adresse budgétaire de SEC 11 (au domaine fonctionnel 123.002) du programme WBFIN 123 de la division organique 09.
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 (les domaines fonctionnels 031.015, 031.018, 031.019 et 031.029 (codes SEC 12)) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11.]1
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 (les domaines fonctionnels 031.015, 031.018, 031.019 et 031.029 (codes SEC 12)) du programme 02 (programme WBFIN 031) de la division organique 11.]1
Modifications
Art. 11. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de uitvoering van de beslissingen van de Waalse Regering van de programma's van de begroting over te dragen in het kader van de vergoedingen, subsidies en werkingskosten van de personeelsleden en hun administratieve structuur.
Art. 11. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget de la Région wallonne les crédits nécessaires à la mise en oeuvre des décisions du Gouvernement wallon dans le cadre des rémunérations, allocations et frais de fonctionnement des agents et de leur structure administrative.
Art. 12. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de bezoldigingen en allocaties van de personeelsleden uit te voeren, tussen de verschillende programma's 01 (WBFIN-programma's 001) (functionele) van de organisatieafdelingen en programma 02 (WBFIN-programma 031) (personeelsbeheer) van organisatieafdeling 11 van de administratieve begroting van het Waalse Gewest.
Art. 12. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux rémunérations et allocations des agents, entre les différents programmes 01 (programmes WBFIN 001) (fonctionnels) des divisions organiques et le programme 02 (programme WBFIN 031) (gestion du personnel) de la division organique 11 du budget administratif de la Région wallonne.
Art. 13. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de vakministers, ieder wat hem betreft, de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de werkingskredieten uit te voeren tussen programma 01 (WBFIN-programma 001) (functionele) en de andere programma's van elke organisatieafdeling.
Art. 13. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels pour ce qui les concerne, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux crédits de fonctionnement, entre le programme 01 (programme WBFIN 001) (fonctionnel) et les autres programmes de chaque division organique.
Art. 14. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd kredieten over te dragen van de programma's van organisatieafdeling 02 en programma 06 (WBFIN-programma 016) van organisatieafdeling 09 naar basisallocatie 11.04 (vakdomein 014.004 (ESER-code 11)) van programma 03 (WBFIN 014), organisatieafdeling 09.
Art. 14. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement wallon est autorisé à réaliser des transferts de crédit des programmes de la division organique 02 et du programme 06 (programme WBFIN 016) de la division organique 09 vers l'article de base 11.04 (le domaine fonctionnel 014.004 (code SEC 11)), du programme 03 (programme WBFIN 014), division organique 09.
Art. 15. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd overdrachten uit te voeren tussen de programma's van organisatieafdeling 02.
Art. 15. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement Wallon sont habilités à réaliser des transferts entre les programmes de la division organique 02.
Art. 16. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de uitvoering van het programma Evaluatie, Prospectief Onderzoek en Statistiek over te dragen van de begrotingsprogramma's naar programma 11 (WBFIN-programma 021) van organisatieafdeling 09.
Art. 16. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres concernés du Gouvernement wallon sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la mise en oeuvre du programme Evaluation, Prospective et Statistique vers le programme 11 (programme WBFIN 021) de la division organique 09.
Art. 17. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister-President, de Minister van Begroting en de bevoegde Vakminister ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen van BA 41.01 (van vakdomein 022.015 (ESER-code 41)) "Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding" van programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022) naar de basisallocaties (van de vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten gebonden aan de ontsnapping uit de armoede.
Art. 17. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre-Président, le Ministre du Budget et le Ministre fonctionnellement compétent sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 41.01 (du domaine fonctionnel 022.015 (code SEC 41)) " Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté " du programme 10.02 (programme WBFIN 10.022) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets en lien avec la sortie de la pauvreté.
Art. 18. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister-President, de Minister van Begroting en de bevoegde Vakminister ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen van BA 41.01 (van vakdomein 022.016 (ESER-code 41)) "Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië" van programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022) naar de basisallocaties (van de vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die verband houden met de uitstraling van Wallonië.
Art. 18. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre-Président, le Ministre du Budget et le Ministre fonctionnellement compétent sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 41.02 (du domaine fonctionnel 022.016 (code SEC 41)) " Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie " du programme 10.02 (programme WBFIN 10.022) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets en lien avec le rayonnement de la Wallonie.
Art. 19. Het Beheersfonds Energiebeheer onroerende goederen opgericht bij artikel 151 van het decreet van 10 december 2009 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2010, wordt opgeheven.
Art. 19. Le Fonds de Gestion énergétique immobilière, créé par l'article 151 du décret du 10 décembre 2009 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année 2010, est abrogé.
Art. 20. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de vastleggingskredieten van de basisallocaties (vakdomeinen) van de programma's 02 en 03 (WBFIN-programma's 078 en 079) van organisatieafdeling 16 overgedragen worden van een programma naar het andere door de Minister van Ruimtelijke Ordening, voor wat zijn bevoegdheden betreft, mits instemming van de Minister van Begroting, ongeacht het bedrag, in het kader van de uitvoering van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
Art. 20. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les crédits d'engagement des articles de base (des domaines fonctionnels) des programmes 02 et 03 (programmes WBFIN 078 et 079) de la division organique 16 peuvent être transférés d'un programme à l'autre par le Ministre chargé de l'Aménagement du Territoire pour ce qui concerne ses compétences, moyennant l'accord du Ministre du Budget, quel qu'en soit le montant, dans le cadre de la mise en oeuvre du CoDT.
Art. 21. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Ministers van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn en de Vice-Minister-President en Minister van Landbouw, voor de basisallocaties (vakdomeinen) die tot hun bevoegdheden behoren, alsook de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 en 15 (WBFIN-programma's 056, 057, 058, 059, 060, 061, 062, 063 et 064) van organisatieafdeling 15.
Art. 21. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal et le Vice-Président et Ministre de l'Agriculture, pour les articles de base (les domaines fonctionnels) relevant de leurs compétences, ainsi que le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement entre les programmes 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 et 15 (programmes WBFIN 056, 057, 058, 059, 060, 061, 062, 063 et 064) de la division organique 15.
Art. 22. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Ministers van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn en de Vice-Minister-President en Minister van Landbouw, voor de basisallocaties (vakdomeinen) die tot hun bevoegdheden behoren, alsook de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om uit de programma's van organisatie-afdeling 15 de kredieten over te dragen die nodig zijn voor de uitvoering van het informaticabeleid of voor overkoepelende werkingsuitgaven naar de basisallocaties (vakdomeinen) van functioneel programma 01 (programma WBFIN 001).
Art. 22. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal et le Vice-Président et Ministre de l'Agriculture, pour les articles de base (les domaines fonctionnels) relevant de leurs compétences, ainsi que le Ministre du Budget sont habilités à transférer à partir des programmes de la division organique 15, les crédits nécessaires à la réalisation de politiques informatiques ou de dépenses de fonctionnement transversales vers les articles de base (les domaines fonctionnels) du programme fonctionnel 01 (programme WBFIN 001).
Art. 23. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Landbouw en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 03 en 04 (WBFIN-programma's 056, 057 en 058) van organisatieafdeling 15 en programma 23 (WBFIN-programma 111) van organisatieafdeling 18.
Art. 23. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Agriculture et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 02, 03 et 04 (programmes WBFIN 056, 057 et 058) de la division organique 15 et le programme 23 (programme WBFIN 111) de la division organique 18.
Art. 24. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, belast met duurzame ontwikkeling, en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 11 en 12 (WBFIN-programma's 056, 060 en 061) van organisatieafdeling 15 en programma 10 (WBFIN-programma 085) van organisatieafdeling 10, alsook tussen deze 2 programma's.
Art. 24. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal, en charge du développement durable et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 02, 11 et 12 (programmes WBFIN 056, 060 et 061) de la division organique 15 et le programme 10 (programme WBFIN 085) de la division organique 10, ainsi qu'entre ces 2 programmes.
Art. 25. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Ruimtelijke Ordening en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen basisallocatie 63.14 (vakdomein 079.070 (ESER-code 63)) van programma 16.03 (WBFIN-programma 16.079) en de artikelen 63.11, 61.10 en 51.01 (vakdomeinen 098.023 (ESER-code 63), 098.022 (ESER-code 61) en 098.024 (ESER-code 51)) van programma 18.04 (WBFIN-programma 18.098) om het programma SOWAFINAL III te financieren in functie van de behoeften van de verschillende actoren.
Art. 25. Par dérogation à l'article 26, § 1er du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Aménagement du territoire et le Ministre du Budget est autorisé à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre l'article de base 63.14 (le domaine fonctionnel 079.070 (code SEC 63)) du programme 16.03 (programme WBFIN 16.079) et les articles 63.11, 61.10 et 51.01 (les domaines fonctionnels 098.023 (code SEC 63), 098.022 (code SEC 61) et 098.024 (code SEC 51)) du programme 18.04 (programme WBFIN 18.098) et ce afin de financer le programme SOWAFINAL III en fonction des besoins des divers acteurs.
Art. 26. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Regering ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle basisallocaties (vakdomeinen) van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest naar de basisallocaties 41.01 en 61.01 (vakdomeinen 091.018 (ESER-code 41) en 091.089 (ESER-code 61)) van programma 02 (WBFIN-programma 091) van organisatieafdeling 17 en 41.01 en 61.01 (058.024 (ESER-code 41) en 058.049 (ESER-code 61)) van programma 04 (WBFIN-programma 058) van organisatieafdeling 15 met het oog op de toekenning van bijkomende dotaties aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) alsook naar basisallocatie 01.01 (vakdomein 121.001 `ESER-code 01)) van programma 01 (WBFIN-programma 120) van organisatieafdeling 34 om de reserve in verband met Europese cofinanciering te verhogen.
Art. 26. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est habilité à transférer des crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'ensemble des articles de base (des domaines fonctionnels) du budget général des dépenses de la Région wallonne vers les articles de base 41.01 et 61.01 (les domaines fonctionnels 091.018 (code SEC 41) et 091.089 (code SEC 61)) du programme 02 (programme WBFIN 091) de la division organique 17 et 41.01 et 61.01 (058.024 (code SEC 41) et 058.049 (code SEC 61)) du programme 04 (programme WBFIN 058) de la division organique 15 en vue d'octroyer des dotations complémentaires au Fonds wallon des calamités naturelles ainsi que vers l'article de base 01.01 (le domaine fonctionnel 121.001 (code SEC 01)) du programme 01 (programme WBFIN 121) de la division organique 36 et du programme 01 (programme WBFIN 120) de la division organique 34 en vue de majorer les réserves liées aux cofinancements européens.
Art. 27. In afwijking van artikel 26, 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Klimaat, Energie, Mobiliteit en Infrastructuren, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de volgende programma's: 02, 03 en 11 (WBFIN-programma's 044, 045 en 049) van organisatieafdeling 14, programma 13 (WBFIN-programma 062) van organisatieafdeling 15 en de programma's 11, 31 en 41 (WBFIN-programma's 080, 083 en 084) van organisatieafdeling 16.
Art. 27. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Climat, de l'Energie et de la Mobilité et des Infrastructures est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes suivants : 02, 03 et 11 (programmes WBFIN 044, 045 et 049) de la division organique 14, le programme 13 (programme WBFIN 062) de la division organique 15 et les programmes 11, 31 et 41 (programmes WBFIN 080, 083 et 084) de la division organique 16.
Art. 28. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Klimaat, Energie, Mobiliteit en Infrastructuren en de Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de volgende programma's: programma 10 (WBFIN-programma 085) van organisatieafdeling 10, de programma's 02, 03 en 11 (WBFIN-programma's 044, 045 en 049) van organisatieafdeling 14, de programma's 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 en 15 (WBFIN-programma's 056, 057, 058, 059, 060, 061, 062, 063 en 064) van organisatieafdeling 15 en de programma's 11, 31, 41 (WBFIN-programma's 080, 083 en 084) van organisatieafdeling 16 in het kader van het herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Art. 28. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Climat, de l'Energie et de la Mobilité et des Infrastructures et la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal sont autorisés, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes suivants : le programme 10 (programme WBFIN 085) de la division organique 10, les programmes 02, 03 et 11 (programmes WBFIN 044, 045 et 049) de la division organique 14, les programmes 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 et 15 (programmes WBFIN 056, 057, 058, 059, 060, 061, 062, 063 et 064) de la division organique 15 et les programmes 11, 31, 41 (programmes WBFIN 080, 083 et 084) de la division organique 16 dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Art. 29. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Huisvesting, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de programma's 11, 12 en 41 (WBFIN-programma's 080, 081 en 084) van organisatieafdeling 16.
Art. 29. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Logement, est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits entre les programmes 11, 12 et 41 (programmes WBFIN 080, 081 et 084) de la division organique 16.
Art. 30. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om een maximumbedrag vast te stellen voor de subsidie toegekend volgens de bepalingen van artikel D.V.19, 3° van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling. Bovendien kan hij de fasering van de toekenning van deze subsidie vaststellen.
Art. 30. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer un montant maximum à la subvention octroyée en fonction des dispositions de l'article D.V.19, 3°, du Code du Développement Territorial. En outre, il peut déterminer le phasage de l'octroi de cette subvention.
Art. 31. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's van organisatieafdeling 02 en van programma 06 (WBFIN-programma 016) van organisatieafdeling 09 en programma 03 (WBFIN-programma 014) van organisatieafdeling 09.
Art. 31. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon concernés et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits d'engagement entre les programmes de la division organique 02 et du programme 06 (programme WBFIN 016) de la division organique 09 et le programme 03 (programme WBFIN 014) de la division organique 09.
Art. 32. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd een subsidie toe te kennen aan de inrichtingen voor technisch secundair onderwijs, aan de onderwijsinrichtingen die het diploma industrieel ingenieur uitreiken en aan de Universiteiten Toegepaste Wetenschappen die fotovoltaïsche systemen verwerven (demonstratiematerieel en/of pedagogisch materieel). De subsidie bedraagt 20% van de globale kosten van het gekozen systeem en wordt rechtstreeks aan de derde-investeerder gestort.
Art. 32. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder une subvention aux établissements secondaires techniques, aux établissements d'enseignement délivrant le diplôme d'Ingénieur industriel et aux Facultés universitaires de Sciences appliquées qui acquièrent des systèmes photovoltaïques (matériel de démonstration et/ou matériel pédagogique). Le montant de la subvention s'élève à 20% du coût global du système choisi et est versé directement au tiers-investisseur.
Art. 33. De subsidies toegekend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 10 april 2003 betreffende de toekenning van subsidies aan publiekrechtelijke personen en aan de niet-commerciële instellingen voor de verwezenlijking van studies en werken die een betere energieprestatie van de gebouwen beogen, mogen worden gestort aan de derde investeerder die de verrichtingen m.b.t. renovatie i.v.m. energiebesparing financiert in die instellingen.
Art. 33. Les subventions octroyées en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 avril 2003 relatif à l'octroi de subventions aux personnes morales de droit public et aux organismes non commerciaux pour la réalisation d'études et de travaux visant l'amélioration de la performance énergétique des bâtiments peuvent être versées au tiers-investisseur qui finance les opérations de rénovation énergétique dans ces établissements.
Art. 34. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd het volgende bedrag te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de gemeenten met zware schuldenlast op 1 april 2023: 21.329.000 euro gelijk aan de interesten van leningen aangegaan in het kader van de sanering van gemeenten met zware schuldenlast krachtens de overeenkomst van 30 juli 1992 zoals gewijzigd bij haar aanhangsel nr. 16 van 15 juli 2008, namelijk 14.767.000 euro, aangepast, vanaf het verdelingsjaar 2009, met het evolutiepercentage, welke wordt verhoogd met 1% vanaf 2010.
Art. 34. Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque au 1er avril 2023 : 21.329.000 euros représentant les intérêts d'emprunts contractés dans le cadre de l'assainissement des communes à finances obérées en vertu de la convention du 30 juillet 1992 telle que modifiée par son avenant n° 16 du 15 juillet 2008, soit 14.767.000 euros, adaptés, à partir de l'année de répartition 2009, au pourcentage d'évolution, lequel est majoré d'un pour cent à partir de 2010.
Art. 35. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
*op 1 augustus 2023: 71.070.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* op 1 oktober 2023: 37.392.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* uiterlijk op 31 december 2023: 16.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091.]1
*op 1 augustus 2023: 71.070.000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (vakdomein 091.022 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* op 1 oktober 2023: 37.392.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (vakdomein 091.023 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091;
* uiterlijk op 31 december 2023: 16.000.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (vakdomein 091.058 (ESER-code 41)) van WBFIN-programma 17.091.]1
Modifications
Art. 35. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2023 : 71.070.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale reprise au domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091;
- au 1er octobre 2023 : 37.392.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes reprise au domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41) du programme WBFin 17.091;
- au 31 décembre 2023 au plus tard : 16.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions reprise au domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091.]1
- au 1er août 2023 : 71.070.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale reprise au domaine fonctionnel 091.022 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091;
- au 1er octobre 2023 : 37.392.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes reprise au domaine fonctionnel 091.023 (code SEC 41) du programme WBFin 17.091;
- au 31 décembre 2023 au plus tard : 16.000.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions reprise au domaine fonctionnel 091.058 (code SEC 41) du programme WBFIN 17.091.]1
Modifications
Art. 36. De Waalse Regering bepaalt de regels voor de verdeling van de kredieten ingeschreven in de basisallocaties 43.07.22, 43.09.22, 43.12.12, 43.14.22, 43.15.22, 43.16.22, 43.17.22, 43.18.22, 43.20.22, 43.21.12, 43.22.12, 43.23.22, 43.24.22, 43.26.52, 43.29.53, 43.30.59, 43.31.22, 43.32.12, 43.33.52, 43.34.12, 43.35.52, 43.36.53, 43.37.59, 43.40.12, 63.03.21, 63.04.52 et 63.05.59 (vakdomeinen 091.059 (ESER-code 43), 091.031 (ESER-code 43), 091.034 (ESER-code 43), 091.036 (ESER-code 43), 091.037 (ESER-code 43), 091.038 (ESER-code 43), 091.039 (ESER-code 43), 091.040 (ESER-code 43), 091.042 (ESER-code 43), 091.060 (ESER-code 43), 091.061 (ESER-code 43), 091.043 (ESER-code 43), 091.044 (ESER-code 43), 091.062 (ESER-code 43), 091.063 (ESER-code 43), 091.064 (ESER-code 43), 091.065 (ESER-code 43), 091.066 (ESER-code 43), 091.067 (ESER-code 43), 091.072 (ESER-code 43), 091.073 (ESER-code 43), 091.074 (ESER-code 43), 091.075 (ESER-code 43), 091.078 (ESER-code 43), 091.056 (ESER-code 63), 091.068 (ESER-code 63) en 091.069 (ESER-code 63)) van programma 02 (WBFIN-programma 091) van organisatieafdeling 17.
Art. 36. Le Gouvernement wallon définit les règles de répartition des crédits inscrits aux articles de base 43.07.22, 43.09.22, 43.12.12, 43.14.22, 43.15.22, 43.16.22, 43.17.22, 43.18.22, 43.20.22, 43.21.12, 43.22.12, 43.23.22, 43.24.22, 43.26.52, 43.29.53, 43.30.59, 43.31.22, 43.32.12, 43.33.52, 43.34.12, 43.35.52, 43.36.53, 43.37.59, 43.40.12, 63.03.21, 63.04.52 et 63.05.59 (aux domaines fonctionnels 091.059 (code SEC 43), 091.031 (code SEC 43), 091.034 (code SEC 43), 091.036 (code SEC 43), 091.037 (code SEC 43), 091.038 (code SEC 43), 091.039 (code SEC 43), 091.040 (code SEC 43), 091.042 (code SEC 43), 091.060 (code SEC 43), 091.061 (code SEC 43), 091.043 (code SEC 43), 091.044 (code SEC 43), 091.062 (code SEC 43), 091.063 (code SEC 43), 091.064 (code SEC 43), 091.065 (code SEC 43), 091.066 (code SEC 43), 091.067 (code SEC 43), 091.072 (code Sec 43), 091.073 (code SEC 43), 091.074 (code SEC 43), 091.075 (code SEC 43), 091.078 (code SEC 43), 091.056 (code SEC 63), 091.068 (code SEC 63) et 091.069 (code SEC 63)) du programme 02 (programme WBFIN 091) de la division organique 17.
Art. 37. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de ordonnancerende Minister en de Minister van Begroting, in geval van ontoereikende kredieten in een programma van de algemene uitgavenbegroting, de nodige kredieten naar dit programma overdragen, tegen verschuldigde compensatie om de dringende uitgaven uit te betalen in geval van bijlegging van geschillen of om de betaling van nalatigheidsinterest te vermijden.
Art. 37. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, en cas d'insuffisance de crédits à un programme du budget général des dépenses, le Ministre Ordonnateur et le Ministre du Budget peuvent y transférer les crédits nécessaires, moyennant due compensation et aux fins d'assurer la liquidation de dépenses urgentes dans la solution de contentieux ou pour éviter le paiement d'intérêts de retard.
Art. 38. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor de door de Europese Unie medegefinancierde projecten inclusief btw in verband met uitgaven voor het Herstel- en veerkrachtplan over te dragen tussen de programma's.
Art. 38. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon sont habilités à transférer entre les programmes les crédits nécessaires aux projets cofinancés par l'Union européenne, y compris la TVA en lien avec les dépenses du Plan de relance et de résilience.
Art. 39. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122), van BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", van BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028) ), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) naar de basisallocaties (vakdomeinen) met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstelplan van Wallonië, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering of met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19 of de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne, of uitgaven in verband met het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, of uitgaven in verband met de energiecrisis, of uitgaven in verband met de Voorziening RepowerEU, of uitgaven in verband met het project RTE-T - SEE 2.2.]1
Modifications
Art. 39. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 (du domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122), de l'AB 01.07 (du domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", de l'AB 01.10 (du domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01) " Réserve en lien avec la présidence de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01)) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) vers des articles de base (des domaines fonctionnels) ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, Plan de relance de la Wallonie, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement ou ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19 ou les conséquences de la situation géopolitique en Ukraine ou les dépenses en lien avec la présidence belge de l'Union européenne ou les dépenses en lien avec la crise énergétique ou les dépenses en lien avec Provision RepowerEU, ou les dépenses en lien avec le projet RTE-T - SEE 2.2.]1
Modifications
Art. 40. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 (vakdomein 122.001 (ESER-code 01)) "Herstelplan van Wallonië" en van BA 01.03 (vakdomein 122.002 (ESER-code 01)) "Voorziening voor de Europese herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR)", van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en betreffende BA 01.07 (vakdomein 028.007 (ESER-code 01)) "COVID-reserve", BA 01.10 (vakdomein 028.008 (ESER-code 01)) "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 (WBFIN-programma 10.028), van BA 01.01 (vakdomein 028.009 (ESER-code 01)) "Voorziening voor extra energiekosten", van BA 01.04 (vakdomein 122.074 (ESER-code 01)) "Voorziening Oekraïne", van BA 01.05 (vakdomein 122.184 (ESER-code SEC 01) "Reserve ivm het voorzitterschap van de Europese Unie" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122) en van BA 01.01 (vakdomein 122.328 (ESER-code SEC 01)) "Voorziening RepowerEU" van programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122).]1
Modifications
Art. 40. [1 Par dérogation à l'article 26, 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 (le domaine fonctionnel 122.001 (code SEC 01)) " Plan de relance de la Wallonie " et de l'AB 01.03 (du domaine fonctionnel 122.002 (code SEC 01)) " Provision pour la relance et la résilience européen (FRR) " du programme 10.11 (programme WBFin 10.122) et concernant l'AB 01.07 (le domaine fonctionnel 028.007 (code SEC 01)) " Réserve COVID ", l'AB 01.10 (le domaine fonctionnel 028.008 (code SEC 01)) " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08 (programme WBFIN 10.028), de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 028.009 (code SEC 01)) " Provision surcoût énergie ", de l'AB 01.04 (du domaine fonctionnel 122.074 (code SEC 01)) " Réserve Ukraine ", de l'AB 01.05 (du domaine fonctionnel 122.184 (code SEC 01)) " Réserve en lien avec la présidence belge de l'Union européenne " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122) et de l'AB 01.01 (du domaine fonctionnel 122.328 (code SEC 01) " Provision RepowerEU " du programme 10.11 (programme WBFIN 10.122).]1
Modifications
Art. 41. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd regels inzake de subsidieerbaarheid van de uitgaven te bepalen voor de door het EFRO medegefinancierde projecten (behalve steunregeling en behalve investeringen met rechtstreekse kredieten door het Waalse Gewest) in het kader van de programma's EFRO 2014-2020 van de "overgangsgebieden", van de "meer ontwikkelde gebieden" en "territoriale samenwerking - luik A, B en C", zoals goedgekeurd door de Waalse Regering en de Europese Commissie. Deze machtiging zal ook nodig zijn voor de programmering 2021-2027 (behalve steunregeling en behalve investeringen met rechtstreekse kredieten door het Waalse Gewest) in het kader van de programma's EFRO van de "minder ontwikkelde gebieden", "overgangsgebieden", "meer ontwikkelde gebieden" en "Europese territoriale samenwerking - luik A, B en C", zoals goedgekeurd door de Waalse Regering en door de Europese Commissie. Deze machtiging zal ook gelden voor het Herstel- en veerkrachtplan en de reserve voor de aanpassing aan de Brexit, waarvoor specifieke subsidiabiliteitsregels zullen worden vastgesteld en de uitgaven zullen worden verwerkt door de dienst Coördinatie Structuurfondsen.
Art. 41. Le Gouvernement wallon est habilité à définir des règles d'éligibilité de dépenses pour les projets cofinancés par le FEDER (hors régime d'aide et hors investissements en crédits directs par la région wallonne) dans le cadre des programmes FEDER 2014-2020 des " régions de transition ", des " régions plus développées " et " coopération territoriale - volet A, B et C " tels qu'approuvés par le Gouvernement wallon et la Commission européenne. Cette habilitation sera également de mise pour la programmation 2021-2027 (hors régime d'aide et hors investissements en crédits directs par la région wallonne) dans le cadre des programmes FEDER des " régions moins développées "," régions de transition ", " régions plus développées " et " coopération territoriale européenne - volet A, B et C " tels qu'approuvés par le Gouvernement wallon et la Commission européenne. Cette habilitation sera également de mise pour le Plan de relance et de résilience ainsi que pour la réserve d'ajustement au Brexit pour lesquels des règles d'éligibilité spécifique seront définies et les dépenses traitées par le département de la Coordination des fonds structurels.
Art. 42. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Huisvesting en de Minister van Energie, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 34.11 en 53.04 (vakdomeinen 080.011 (ESER-code 34) en 080.028 (ESER-code 53)) van programma 11 (WBFIN-programma 080) van organisatieafdeling 16 en de basisallocaties 34.03 en 53.02 (vakdomeinen 083.054 (ESER-code 34) en 083.019 (ESER-code 53)) van programma 31 (WBFIN-programma 083) van organisatieafdeling 16 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 42. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Logement et le Ministre de l'Energie sont autorisés, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagements entre les articles de base 34.11 et 53.04 (les domaines fonctionnels 080.011 (code SEC 34) et 080.028 (code SEC 53)) du programme 11 (programme WBFIN 080) de la division organique 16 et les article de base 34.03 et 53.02 (les domaines fonctionnels 083.054 (code SEC 34 et 083.019 (code SEC 53)) du programme 31 (programme WBFIN 083) de la division organique 16 du budget général des dépenses de la Région wallonne.
Art. 43. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Huisvesting en de Minister van Energie, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 63.02, 63.04, 63.08 en 63.20 (vakdomeinen 048.012, 048.014, 048.018 en 048.024 (ESER-code 63) van programma 07 (WBFIN-programma 048) van organisatieafdeling 14 en de basisallocaties 63.01, 63.02 en 63.08 (vakdomeinen 079.032 (ESER-code 063), 079.033 (ESER-code 63) en 079.054 (ESER-code 63)) van programma 03 (WBFIN-programma 079) van organisatieafdeling 16 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 43. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre des Pouvoirs locaux et de la Ville est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagements entre les articles de base 63.02, 63.04, 63.08 et 63.20 (les domaines fonctionnels 048.012, 048.014, 048.018 et 048.024 (codes SEC 63)) du programme 07 (programme WBFIN 048) de la division organique 14 et les articles de base 63.01, 63.02 et 63.08 (les domaines fonctionnels 079.032 (code SEC 63), 079.033 (code SEC 63) et 079.054 (code SEC 63)) du programme 03 (programme WBFIN 079) de la division organique 16 du budget général des dépenses de la Région wallonne.
Art. 44. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering betrokken bij de Prioritaire Acties voor de Toekomst van Wallonië en bij het Marshall-Plan 2.Groen en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd kredietoverdrachten uit te voeren tussen de basisallocaties (vakdomeinen) die door de Waalse Regering worden geacht overeen te worden met de beleidsdomeinen van de plannen bedoeld bij dit artikel.
Art. 44. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon concernés par les Actions prioritaires pour l'Avenir wallon et le Plan Marshall 2.Vert et le Ministre du Budget sont habilités à opérer les transferts de crédits entre les articles de base (les domaines fonctionnels) identifiés par le Gouvernement wallon comme correspondant au périmètre des plans visés par le présent article.
Art. 45. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met de Competitiviteitspolen en de coördinatie ervan, de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de basisallocaties (vakdomeinen) van programma 10 (WBFIN-programma 020) van organisatieafdeling 09 en de programma's 06, 22 en 31 (WBFIN-programma's 099, 110 en 114) van organisatieafdeling 18 met betrekking tot het beleid inzake de Competitiviteitspolen alsook tussen diezelfde basisallocaties (vakdomeinen) van de programma's 06, 22 en 31 (WBFIN-programma's 099, 110 en 114) van organisatieafdeling 18.
Art. 45. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre en charge des Pôles de compétitivité et de leur coordination, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont habilités à transférer les crédits entre les articles de base (les domaines fonctionnels) du programme 10 (programme WBFIN 020) de la division organique 09 et des programmes 06, 22 et 31 (programmes WBFIN 099, 110 et 114) de la division organique 18 relatifs à la politique des Pôles de compétitivité ainsi qu'entre ces mêmes articles de base (domaines fonctionnels) des programmes 06, 22 et 31 (programmes WBFIN 099, 110 et 114) de la division organique 18.
Art. 46. De Minister van Energie wordt ertoe gemachtigd, tot beloop van maximaal 90%, subsidies toe te kennen voor de financiering van investeringen van energetische aard in gebouwen met gemeenschappelijke, culturele, sportieve, associatieve of andere bestemming.
Art. 46. Le Ministre en charge de l'Energie est autorisé, à concurrence d'un maximum de 90%, à accorder des subventions pour le financement des investissements à caractère énergétique dans les bâtiments à vocation collective, culturelle, sportive, associative ou autre.
Art. 47. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en, in voorkomend geval, de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's van organisatieafdeling 19 naar basisallocatie 01.01.00 (vakdomein 034.001 (ESER-code 01)) van programma 03 (WBFIN-programma 034) van dezelfde organisatieafdeling en omgekeerd.
Art. 47. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et, le cas échéant, les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation des programmes de la division organique 19 vers l'article de base 01.01.00 (le domaine fonctionnel 034.001 (code SEC 01)) du programme 03 (programme WBFIN 034) de la même division organique et inversement.
Art. 48. Met instemming van de Regering is het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd, ten gunste van de inrichtende macht, de gemeenten, de OCMW's en het verenigingsleven, tot beloop van maximaal 90%, de financiering van werken ter verbetering van de energieprestatie van gebouwen bestemd voor het onderwijs (internaten inbegrepen) alsook voor de sectoren van kinderopvang, van jeugd, van hulpzones, van sport en van cultuur te verzekeren.
Art. 48. De l'accord du Gouvernement, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs, des communes, des CPAS et du milieu associatif, le financement à concurrence de maximum 90% de travaux visant à améliorer la performance énergétique des bâtiments affectés à l'enseignement (y compris les internats) ainsi qu'aux secteurs de l'accueil de la petite enfance, de la jeunesse, des zones de secours, des sports et de la culture.
Art. 49. Artikel 1, § 1, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut wordt aangevuld met het volgende lid: "De vzw "Les Lacs de l'eau d'Heure" is ertoe gehouden om, wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen, al haar financiële rekeningen en alle beleggingen toe te vertrouwen aan een door de Waalse Regering aangewezen kredietinstelling".
In artikel 1, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, worden de volgende vermeldingen toegevoegd: "Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme", de "s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps", "de SOWAFINAL", "de SOWALFIN voor de middelen toegekend in het kader van het Marshall-Plan 2.Groen, hetzij als ze de eindbegunstigde is, hetzij als ze deze niet is in afwachting van de storting ervan aan degene die voor de maatregel in aanmerking komt", "het IWEPS", "de aan de Franse Gemeenschap en aan het Waalse Gewest gemeenschappelijke openbare Bestuursschool wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen", het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium), "het "Agence du Numérique", de "SA Immowal" en "het Betaalorgaan van Wallonië".
§ 3 van artikel 1 wordt vervangen als volgt: "De Waalse Regering is belast met de bepaling van de beheersmodaliteiten binnen de thesaurie van het Waalse Gewest, de rekeningen en de beleggingen van de instellingen bedoeld in § 1.".
In artikel 2, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, waarvan de opdrachten de in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheden aangaan, vervallen de vermeldingen "het Psychiatrische Ziekenhuis Le Chêne aux Haies".
In artikel 1, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, worden de volgende vermeldingen toegevoegd: "Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme", de "s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps", "de SOWAFINAL", "de SOWALFIN voor de middelen toegekend in het kader van het Marshall-Plan 2.Groen, hetzij als ze de eindbegunstigde is, hetzij als ze deze niet is in afwachting van de storting ervan aan degene die voor de maatregel in aanmerking komt", "het IWEPS", "de aan de Franse Gemeenschap en aan het Waalse Gewest gemeenschappelijke openbare Bestuursschool wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen", het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium), "het "Agence du Numérique", de "SA Immowal" en "het Betaalorgaan van Wallonië".
§ 3 van artikel 1 wordt vervangen als volgt: "De Waalse Regering is belast met de bepaling van de beheersmodaliteiten binnen de thesaurie van het Waalse Gewest, de rekeningen en de beleggingen van de instellingen bedoeld in § 1.".
In artikel 2, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, waarvan de opdrachten de in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheden aangaan, vervallen de vermeldingen "het Psychiatrische Ziekenhuis Le Chêne aux Haies".
Art. 49. A l'article 1er, § 1er, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, est ajouté l'alinéa suivant : " L'asbl Les Lacs de l'eau d'Heure est tenue de confier, pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne, ses comptes financiers et ses placements à une entreprise de crédit que le Gouvernement wallon désigne ".
A l'article 1er, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, sont ajoutées les mentions " le Commissariat Général au Tourisme ", " la s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps ", " la SOWAFINAL ", " la SOWALFIN pour les moyens octroyés dans le cadre du plan Marshall 2.Vert, soit lorsqu'elle est le bénéficiaire final, soit lorsqu'elle ne l'est pas dans l'attente de leur versement au bénéficiaire de la mesure ", " l'IWEPS ", " l'Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne ", " l'Agence wallonne du patrimoine ", " l'Agence du Numérique " et " la SA Immowal " et " l'Organisme payeur de Wallonie ".
Le § 3 de l'article 1er est remplacé par : " Le Gouvernement wallon est chargé d'arrêter les modalités de gestion au sein de la trésorerie de la Région wallonne, des comptes et des placements des organismes visés au § 1er. ".
A l'article 2, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons dont les missions touchent les matières visées aux articles 127 et 128 de la Constitution sont supprimées les mentions " l'Hôpital Psychiatrique Le Chêne aux Haies ".
A l'article 1er, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, sont ajoutées les mentions " le Commissariat Général au Tourisme ", " la s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps ", " la SOWAFINAL ", " la SOWALFIN pour les moyens octroyés dans le cadre du plan Marshall 2.Vert, soit lorsqu'elle est le bénéficiaire final, soit lorsqu'elle ne l'est pas dans l'attente de leur versement au bénéficiaire de la mesure ", " l'IWEPS ", " l'Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne ", " l'Agence wallonne du patrimoine ", " l'Agence du Numérique " et " la SA Immowal " et " l'Organisme payeur de Wallonie ".
Le § 3 de l'article 1er est remplacé par : " Le Gouvernement wallon est chargé d'arrêter les modalités de gestion au sein de la trésorerie de la Région wallonne, des comptes et des placements des organismes visés au § 1er. ".
A l'article 2, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons dont les missions touchent les matières visées aux articles 127 et 128 de la Constitution sont supprimées les mentions " l'Hôpital Psychiatrique Le Chêne aux Haies ".
Art. 50. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties (vakdomeinen), zullen de bedoelde subsidies, met inbegrip van de met de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen, kunnen worden verleend, alsook uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, subsidies in verband met de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië, het Europees Herstel- en veerkrachtplan en de subsidies in verband met de overstromingen van juli 2021 die bij de besluiten van de Waalse Regering van 28 juli en 29 augustus 2021 als natuurramp zijn erkend, subsidies in verband met de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne, subsidies in het kader van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie en uitgaven in verband met de energiecrisis
Programma 09.01 (WBFIN-programma 09.012): "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië):
Bijkomende dotatie bestemd voor de dekking van de werkingskosten van de "Conseil wallon de l'égalité des chances entre les hommes et les femmes" (Waalse raad voor kansengelijkheid tussen mannen en vrouwen).
Programma 09.02 (WBFIN-programma 09.012): Sociale Dienst :
Subsidie om de sociale dienst van de diensten van de Waalse Regering in staat te stellen sociale acties te voeren ten gunste van de personeelsleden van alle diensten van de Waalse Regering en voor de technische werking van deze VZW te zorgen.
Programma 09.04 (WBFIN-programma 09.015): e-Wallonië-Brussel-Vereenvoudiging:
Subsidies betreffende de uitvoering van prioriteiten inzake administratieve vereenvoudiging.
Subsidies aan de privé instellingen en verenigingen betreffende de uitvoering van de prioriteiten inzake administratieve vereenvoudiging.
Programma 09.08 (WBFIN-programma 09.012): Toerisme :
Subsidie aan het Commissariaat-generaal voor toerisme voor zijn werkingskosten.
Subsidie aan WBT voor zijn werkingskosten en voor het uitvoeren van bevorderingsacties
Subsidies aan WBT betreffende de uitvoering van beslissingen van de Regering ter ondersteuning van de toeristische sector in het kader van de COVID-crisis.
Subsidies betreffende de uitvoering van de beslissing van de Regering ter ondersteuning van de toeristische sector in het kader van de COVID-crisis via het CGT.
Subsidie aan het CGT in het kader van de programmering 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen.
Programma 09.09 (WBFIN-programma 09.019): Buitenlandse Betrekkingen :
Bevorderingsacties voor de grensoverschrijdende betrekkingen EFRO - Subsidies aan privé-instellingen.
Transnationale en interregionale coöperatie - Subsidies aan openbare instellingen.
Bevorderingsacties voor de grensoverschrijdende betrekkingen EFRO - Subsidies aan openbare instellingen.
Dotatie aan W.B.I.
Subsidie aan W.B.I. voor de aflossing van het lopend bedrag.
Subsidie aan W.B.I. in het kader van de programmering 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen.
Subsidie voor acties van de internationale betrekkingen.
Overdracht van inkomsten aan de Vzw's voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio.
Programma 09.10 (WBFIN-programma 09.012): Buitenlandse handel en buitenlandse investeerders :
Subsidie aan het "Agence pour le commerce extérieur" (Agentschap voor buitenlandse handel).
Programma 10.01 (WBFIN-programma 09.012): Functioneel:
Steun voor acties die bijdragen tot de inrichting van een observatorium van de overheidsopdrachten binnen de dienst duurzame ontwikkeling.
Steun aan de oprichting van burgerschapshuizen.
[1 Programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022): Secretariaat-generaal :
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding.
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië.
Subsidies en vergoedingen.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Kunstencommissie van Wallonië.
Subsidies inzake crisissituaties.
Subsidies aan de gemeenten mbt de overstromingen van juli 2021.]1
Programma 10.03 (WBFIN-programma 09.012): Dienst Voorzitterschap en Kanselarij :
Subsidies, vergoedingen en steun aan studies en acties inzake gewestelijke ontwikkeling.
Subsidies voor de plaatselijke organisatoren van de "Fêtes de Wallonie" (Waalse Feesten).
Subsidie aan de "Mouvement Wallon pour la Qualité" (Waalse Beweging voor Kwaliteit).
Subsidies ten gunste van plaatselijke toekomstverwachtingsoefeningen.
Subsidies aan de vzw "Tour de la Région wallonne Organisation".
Subsidies aan de privé instellingen en verenigingen belast met het lokaal overleg - permanente bewoning.
Subsidies voor het Waalse net van de armoedebestrijding.
Subsidies aan privé of publieke gespecialiseerde operatoren ter bevordering van een betere kennis van de systemen voor wapeninvoer, -uitvoer en -doorvoer.
Subsidies aan het " Centre de médiation des gens de voyage ".
Subsidie aan de "RTBF" voor een gedeeltelijke kostenovername in verband met de Promotie van het Waalse Gewest.
Subsidie voor de VZW Solvaydomein - Kasteel van Terhulpen.
Subsidie voor evenementen en activiteiten geschikt voor de herwaardering van het Domein van Terhulpen.
Subsidies aan het Institut Jules Destrée.
Subsidie voor "Fondation Mons 2015".
Subsidies aan de openbare instellingen en verenigingen belast met het lokaal overleg - permanente woning.
Subsidies ten gunste van openbare instellingen ter bervordering van Wallonië.
Subsidie aan de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidies in het kader van de operationalisering van het Plan Armoedebestrijding.
Subsidie aan de " Université catholique de Louvain " in het kader van het Waals platform voor het IPCC.
Subsidie aan de "ASBL FEDEMOT".
Programma 10.04 (WBFIN-programma 09.012): Coördinatie van de dossiers in verband met de Structuurfondsen:
Subsidie met het oog op de technische bijstand en de bevordering via openbare of privé-instellingen - MEDEFINANCIERING DOOR HET EFRO.
Subsidie met het oog op de technische bijstand en de bevordering via openbare of privé-instellingen - MEDEFINANCIERING DOOR ESF.
Dotatie aan het Agentschap voor het Europees Sociaal Fonds.
Dotatie aan het Agentschap voor levenslang leren en vorming.
Programma 10.07 (WBFIN-programma 09.012): Geomatica:
Subsidies voor geomatica.
Programma 10.10 (WBFIN-programma 09.012): Duurzame ontwikkeling:
Ondersteuning van Belgische of internationale initiatieven gevoerd op het gebied van duurzame ontwikkeling en ecologische overgang, met inbegrip van de toekenning van prijzen.
Ondersteuning van het duurzame overheidsaankopenbeleid en strijd tegen sociale dumping. Ondersteuning voor de versterking van de certificerings/labelingstappen van de bedrijven inzake duurzame ontwikkeling.
Subsidies aan de privé en publieke sectoren in het kader van de Waalse strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie "Manger demain".
Steun voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen.
Steun voor initiatieven ter bevordering van het duurzamer voedsel.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Subsidies inzake verantwoorde overheidsaankopen.
Bewustmakingsacties inzake duurzame ontwikkeling voor het personeel van de Waalse Overheidsdienst en van de "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheden).
Beheer- en opvolgingsacties van de milieu- en sociale prestaties in de Waalse Overheidsdienst.
Dynamisering van een meer duurzame mobiliteit binnen de Waalse Overheidsdienst.
Ondersteuning van het beleid inzake duurzame of verantwoorde overheidsaankopen en strijd tegen sociale dumping.
Steun voor circulaire aankopen.
Ondersteuning van sociale verantwoorde investeringen.
Hergefocuste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu.
Steun voor de ontwikkeling van indicatoren ter aanvulling van het BBP en het toezicht op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies betreffende duurzaam huisvestingsbeheer
Subsidies aan de privé-sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (lopende uitgaven).
Subsidies aan de gemeenten inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (investeringen).
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang - intercommunales.
Steun aan de ontwikkeling van de CO2 prestatieladder.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Programma 10.50 (WBFIN-programma 09.012): Begrotingsfonds inzake de Loterij:
Begrotingsfonds inzake de Loterij.
[1 Programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122): Herstelplan van Wallonië (PRW) en Herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR):
Allerhande subsidies en vergoedingen.]1
Programma 11.01 (WBFIN-programma 09.012): Functioneel:
Subsidies en vergoedingen aan de niet-openbare sector.
Subsidie aan het "ISSEP" voor de studie van het energetisch beheer van gebouwen.
Subsidies aan Immowal in het kader van door het Gewest toevertrouwde specifieke opdrachten.
Programma 11.04 (WBFIN-programma 09.012): Human resources, Selectie, Opleiding, Ambtenarenzaken:
Subsidies voor opleidingen voor personeelsleden van de Waalse Overheidsdienst en van de I.O.P. waarvan het personeel aan de Gewestelijke Ambtenarencode onderworpen is en die door de School voor Overheidsbestuur van de Federatie Wallonië-Brussel en van Wallonië worden georganiseerd.
Subsidies voor de opleiding en de ontwikkeling van de bevoegdheden van openbare mandatarissen.
Subsidies aan Universiteiten met het oog op een betere opleiding van overheidsambtenaren.
Programma 11.31 (WBFIN-programma 09.012): Vestiging der gebouwen :
Subsidies en vergoedingen aan de niet-openbare sector.
Subsidie voor de VZW Solvaydomein - Kasteel van Terhulpen.
Programma 14.02 (WBFIN-programma 09.012): Acties en coördinatie van het mobiliteitsbeleid en beleid inzake verkeersveiligheid :
Subsidies voor opleidings-, onderzoeks-, bevorderings- en innovatie-activiteiten inzake vervoer.
Subsidies ter bevordering van het imago van het Waalse Gewest en zijn tegemoetkomingen ten gunste van het vervoer.
Subsidies voor de oprichting en de exploitatie van een centrum voor speerpunttelecommunicatie.
Subsidies voor de uitvoering van acties met het oog op de tenuitvoerlegging van gemeentelijke "handvesten" voor de mobiliteit en de plannen voor vervoer en voor de uitvoering van gezamenlijke acties inzake verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit.
Bijkomende impulssubsidies aan de plaatselijke besturen voor de uitvoering van de gemeentelijke mobiliteitsplannen, de plannen voor leerlingenvervoer alsook voor de realisatie van inrichtingen ter bevordering van het openbaar vervoer, de intermodaliteit of de veiligheid van zwakke gebruikers, alsook voor de aankoop van schone voertuigen en voor radarinstallatie.
Subsidies aan de plaatselijke besturen voor de financiering van elke actie of verwezenlijking die tot doel hebben de verbetering van de verkeersveiligheid.
Subsidies aan exploitanten van taxi's en aan de plaatselijke besturen voor de aankoop van schone voertuigen.
Subsidies voor de financiering of de ondersteuning van alle initiatieven met het oog op een betere mobiliteit.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies met betrekking tot de deelneming van het Gewest aan door de Europese Unie medegefinancierde programma's met het oog op de verbetering van de mobiliteit en de verkeersveiligheid.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan, het Waalse Overgangsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan buitenlandse instellingen met het oog op de bevordering van het gebruik van een alternatieve vervoerswijze.
Subsidies aan natuurlijke personen om duurzame mobiliteitskeuzes te stimuleren.
Subsidies aan exploitanten van maatschappijen voor personenvervoer ter ondersteuning van elk initiatief ter verbetering van de mobiliteit.
Subsidies aan verenigingen die de sector van het personenvervoer vertegenwoordigen, ter ondersteuning van elk initiatief ter verbetering van de mobiliteit.
Subsidies voor de financiering of ondersteuning van initiatieven ten behoeve van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.
Subsidies voor de financiering of de ondersteuning van alle initiatieven met het oog op een betere mobiliteit.
Subsidies aan de NMBS voor investeringen en maatregelen ter verbetering van de actieve mobiliteit en intermodaliteit.
Subsidies aan de plaatselijke besturen om het wegennet uit te rusten en te verbeteren op het gebied van verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, en voor de aanleg en oprichting van fietspaden in het kader van het regionale structurerende fietsnetwerk.
Subsidies aan gemeenten, aan verenigingen van gemeenten of aan publiekrechtelijke rechtspersonen voor de uitrusting en verbetering van het wegennet inzake verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, alsook voor de aanleg en inrichting van fietspaden in het kader van het regionaal structurerend fietsnetwerk.
Subsidie aan het Waals Agentschap voor Verkeersveiligheid (Franse afkorting AWSR)
Programma 14.03 (WBFIN-programma 14.045): Stads-, interstedelijk en schoolvervoer :
Subsidies aan verenigingen voor de bevordering van het openbaar vervoer.
Subsidies aan studentenverenigingen en/of die de mobiliteit inzake vervoer aanbevelen.
Subsidies ter ondersteuning van organisatoren van manifestaties in verband met vervoer.
Subsidies ter bevordering van het imago van het Waalse Gewest en zijn tegemoetkomingen ten gunste van het vervoer.
Subsidies aan "OTW" met het oog op de exploitatie van het net en op de realisatie van investeringen en acties ter verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van het openbaar vervoer, het beheer van human resources, de mobiliteit en intermodaliteit van het personenvervoer, met inbegrip van de Europese medefinancieringen.
Subsidies aan "OTW" voor zijn projecten voor lokale mobiliteitsoplossingen.
Exploitatiesubsidies aan erkende operatoren (andere dan overheidsbedrijven) van flexibele lokale mobiliteitsoplossingen met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerd systeem van openbaar personenvervoer in Wallonië.
Exploitatiesubsidies aan erkende operatoren (privé zonder winstoogmerk) van flexibele lokale mobiliteitsoplossingen met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerd systeem van openbaar personenvervoer in Wallonië.
Tegemoetkoming in het kader van de gewestelijke voorfinanciering van de projecten van spoorweginfrastructuren van de NMBS.
Tegemoetkoming in het kader van de financiering van de uitvoering van structurerende vervoermiddelen.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan gemeenten, verenigingen van gemeenten of publiekrechtelijke rechtspersonen die het initiatief nemen om flexibele lokale mobiliteitsoplossingen uit te werken met het oog op de invoering van een geïntegreerd openbaarvervoerssysteem in Wallonië.
Programma 14.04 (WBFIN-programma 14.046): Gewestelijke luchthavens en vliegvelden:
Subsidies aan de vennootschappen belast met de exploitatie van de gewestelijke luchthavens en vliegvelden voor de bevordering en ontwikkeling van hun installaties.
Subsidies aan de vennootschappen belast met de exploitatie van gewestelijke luchthavens voor openbare opdrachten in het kader van de exploitatie van luchthavens.
Allerhande tegemoetkomingen voor de verwezenlijking van begeleidingsmaatregelen met het oog op de integratie van de economische ontwikkeling van de luchthavens in hun onmiddellijke omgeving.
Allerhande subsidies met het oog op de uitvoering van de geluidsisolatiewerken. Subsidies betreffende de uitvoering van begeleidings- en voorlichtingsmaatregelen.
Subsidies voor voorlichtings-, bevorderings- of bewustmakingstudies en -acties wat betreft de gewestelijke luchthaveninfrastructuren.
Subsidies aan de VZW CAREX voor de oprichting van een hoge-snelheid vrachtvervoerdienst verbonden met het luchthavenplatform van Luik-Airport en de verwezenlijking van de desbetreffende voorzieningen, met inbegrip van de gebieden of landen die door deze dienst zouden kunnen worden bediend.
Dotatie aan de "Sowaer" voor de uitvoering van specifieke gemachtigde opdrachten inzake veiligheid en beveiliging.
Aanvullende dotatie aan de "Sowaer" voor de uitvoering van veiligheidsopdrachten.
Dotatie aan de "Sowaer" betreffende de dienst aangegane schuld voor de uitvoering van de begeleidings- en informatiemaatregelen.
Specifieke dotatie ter dekking van de exploitatiekosten van SOWAER in verband met de uitoefening van gedelegeerde milieuopdrachten. Programma 14.06 (WBFIN-programma 14.047): Sportinfrastructuur :
Subsidies en vergoedingen aan de openbare en privé sector wat betreft de sportinfrastructuren alsook de pilootacties in die sector alsook in het kader van het Programma voor Beroepsdoorstroming.
Subsidie aan de v.z.w. "Union Culturelle et sportive Wallonne".
Subsidie aan de intercommunale voor de exploitatie van het circuit Spa-Francorchamps.
Subsidie voor de aankoop van gebouwen en voor bouw-, uitbreidings- of verbouwingswerken van grote sportinfrastructuren en specifieke infrastructuren.
Subsidie voor investeringen betreffende de bouw, uitbreiding, renovatie en aanwerving van een onroerende installatie.
Subsidie voor de bouw of inrichting van cafetaria's en bars.
Subsidie voor de aankoop van de eerste sportuitrusting noodzakelijk voor de werking van de onroerende installatie.
Subsidie voor verrichtingen in verband met de bouw, renovatie en uitrusting van kleine sportinfrastructuren met inbegrip van straatsport en overdekte straatsport.
Subsidie aan de NV Hippodrome de Wallonie.
Subsidie aan de sportvereniging wielerploeg "Wallonie-Bruxelles" (Wallonië-Brussel). Subsidie voor de aankoop, bouw, renovatie en uitrusting van sportinfrastructuren in het kader van het "Zwembadplan".
Steun aan straatsport.
Steun aan sportactiviteiten voor de bevordering van sportinfrastructuur.
Subsidies aan scholen van het middelbaar onderwijs, aan basisscholen, aan Vzw's, aan CVBA, en "SCRLFS", voor kleine en middelgrote infrastructuren, straatsport en sportuitrusting op basis van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Allerhande subsidies in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Allerhande subsidies in het kader van het project "Wallonië: Ambitions or".
Programma 14.07 (WBFIN-programma 09.012): Gesubsidieerde werken :
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen om de verbetering van de leefomgeving, de begrafenisstructuren, de zachte vervoermiddelen en de onthaal- en toegankelijkheidsomstandigheden in openbare gebouwen en de sociale integratie te bevorderen.
Subsidie aan de Plaatselijke Besturen in het kader van de tenuitvoerlegging van fase II van het meerjaarlijkse actieplan ter vermindering van de permanente woning in de toeristische voorzieningen van Wallonië.
Subsidie aan de plaatselijke besturen en aan het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten in het kader van gemeentelijke investeringen van openbaar nut op bovenlokaal vlak en van wegenwerken.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen in het kader van de uitvoering van het Lucht- en Klimaatplan (openbare verlichting).
Subsidies aan privé of openbare instellingen voor onderzoek, bewustmaking, voorlichting en opleiding alsook voor acties in verband met wegeninfrastructuren op het gebied van gesubsidieerde werken.
Subsidies aan de plaatselijke besturen en andere publiekrechtelijke personen voor werken of studies inzake wegen en openbare gebouwen of voor de aankoop van materieel.
Subsidies in het kader van het Mercureplan, de " PICverts " alsook de " Espaces Multi Services (EMS) ".
Subsidie aan de intercommunales voor de aankoop van gebouwen.
Subsidies aan de gemeenten in het kader van het gewestelijk Fonds voor de gemeentelijke investeringen.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales, aan openbare of privé-instellingen in het kader van de medefinanciering van de Europese programma's.
Subsidies voor bovengemeentelijke investeringen.
Subsidie met het oog op de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen.
Subsidie aan de intercommunale IGRETEC voor de aankoop van gebouwen.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn I.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn III.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn V.
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de stedelijke herdynamisering via de duurzame mobiliteit en de geïntegreerde stedelijke ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan. Subsidies aan de plaatselijke besturen en aan het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten in het kader van de oproep tot het indienen van projecten met betrekking tot de uitrusting van gebieden van permanente woning.
Programma 14.11 (WBFIN-programma 09.012): Bouw en onderhoud van het autosnelwegen- en wegennetwerk en van het hydraulische netwerk:
Subsidies voor de organisatie van tentoonstellingen en lezingen evenals voor studies.
Subsidies voor de bevordering van acties inzake verkeersveiligheid.
Subsidies aan diverse verenigingen en groeperingen voor acties met het oog op de bewustmaking, voorlichting en opleiding inzake openbare infrastructuur.
Subsidies aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN).
Subsidies aan de Permanente Internationale Vereniging voor Wegencongressen (PIVW).
Subsidies aan de "Chemins du Rail".
Subsidie aan het Commissariaat-generaal voor toerisme voor de financiering van wegeninfrastructuren bestemd voor het toerisme.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan, het Waalse Overgangsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan de " Association internationale permanente des Congrès de Navigation (AIPCN) " (Permanent International Association of Navigation Congresses).
Subsidies aan verenigingen die actief zijn voor de bevordering en herwaardering van de binnenvaart.
Subsidies aan verenigingen die sociale bijstand verlenen aan binnenschippers en hun gezinnen.
Tegemoetkoming van het Gewest ten gunste van een derde instelling voor de uitvoering van baggerwerkopdrachten.
Werkingssubsidie aan de autonome havens.
Subsidies aan de plaatselijke besturen om het wegennet uit te rusten en te verbeteren op het gebied van verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, en voor de aanleg en oprichting van fietspaden in het kader van het regionale structurerende fietsnetwerk.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Programma 15.02 (WBFIN-programma 09.012): Overkoepelend en Coördinatie van landbouw- en het leefmilieubeleid :
Subsidies voor bosbouwwerkzaamheden.
Toelagen aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming
Toelagen voor de verwerving, de aanleg of de bouw van vissershuizen
Subsidies in het kader van internationale betrekkingen, aankoop van materieel inbegrepen.
Subsidies voor acties en studies ten gunste van de bevordering van de belangen van de landbouw.
Subsidies aan landbouw- en tuinbouwmanifestaties.
Subsidies voor acties ten gunste van het gewestelijke, Europese en internationale landbouwbeleid en voor de studies ten gunste van het voeren van beheersboekhouding.
Subsidies aan de "Conseil Supérieur Wallon de l'Agriculture, de l'agroalimentaire et de l'Alimentation" (Waalse Hoge Raad voor Landbouw, Agrovoeding en Voeding).
Subsidies voor acties en studies inzake landbouw en plattelandsontwikkeling in het kader van de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Subsidies voor studies, onderzoek en acties op het gebied van milieugezondheid en in het kader van de opdrachten van de Permanente Cel Leefmilieu-Gezondheid.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Cel Leefmilieu-Gezondheid, openbare en privé-sector.
Subsidies aan verenigingen inzake bewustmaking en bescherming van het leefmilieu. Subsidies aan de "Centres régionaux d'initiation à l'environnement" (C.R.I.E.) (Gewestelijke centra voor een eerste kennismaking met leefmilieu).
Toelagen inzake bewustmaking en bescherming van landbouw en landelijke aangelegenheden
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies en specifieke vergoedingen voor de organisatie van jaarbeurzen en evenementen bestemd ter bevordering van de Waalse landbouw en zijn producten.
Programma 15.03 (WBFIN-programma 15.057): Ontwikkeling en studie van het landelijk milieu :
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan natuurlijke personen of privé-instellingen voor de nuttige toepassing van de ondergrondse hulpbronnen.
Subsidies aan het "Musée de la Pierre" te Sprimont en aan het "Musée du Marbre" te Rance voor acties met het oog op de promotie van sierstenen.
Subsidies aan pilootcentra, aan landbouwkamers en -comicen en aan organen voor de begeleiding van landbouwers.
Subsidie ter dekking van de personeels- en werkingskosten van de "Fédération des Services de Remplacement Agricole de Wallonie asbl".
Subsidie aan "REQUASUD" ter dekking van personeels- en werkingskosten.
Subsidies aan het "Centre d'Economie Rurale de Marloie" (CER).
Subsidies aan de "Association wallonne d'Elevage".
Subsidie toegekend aan de vereniging VALBIOM voor de uitvoering van het FARR-WAL-programma.
Subsidies aan het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Toelagen aan het "Centre de Recherches Agronomiques de Gembloux"(CRA-W)
Toelagen en premies inzake landbouw en agro-voeding
Subsidie aan referentie- en proefcentra.
Subsidies voor wetenschappelijk en technisch onderzoek.
Subsidies voor de bouw, uitbreiding of verbouwing van openbare slachthuizen, slachthuizen die een dienst van algemeen economisch belang aanbieden (DAEB).
Subsidies en premies toegekend voor de verbetering van de kwaliteit van dieren en dierenproducten.
Subsidie aan het Onderzoek en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of aan BV-OECO (Belgische Vereniging voor Onderzoek en Expertise voor de Consumenten Organisaties).
Subsidie aan de vzw " Europees Paardencentrum van Mont-le-Soie ".
Subsidies aan instellingen belast met vulgarisatie-, begeleidings- en bevorderingsopdrachten.
Subsidies aan instellingen die de bestaansonzekerheid in de landbouw bestrijden. Subsidies waarbij de landbouwers ertoe aangezet worden deel te nemen aan de voedselkwaliteitsregelingen in het kader van het programma voor plattelandsontwikkeling. Subsidie aan de "Cellule de la Qualité des produits fermiers" (C.Q.P.F.). Subsidie aan de adviesinstellingen voor hun tussenkomst in het kader van het Bedrijfsadviessysteem (BAS).
Subsidie aan de "Faculté universitaire des sciences agronomiques" van Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subsidie aan de privé-verenigingen en instellingen inzake landbouw en agro-voeding.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake ontwikkeling en onderzoek van het natuurlijk en landbouwmilieu.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan "ISSeP" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058): Tegemoetkomingen aan de Landbouw:
Subsidies aan de doorgangsgebouwen voor landbouwactiviteiten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) - Afdeling "Fonds wallon des calamités agricoles" (Waals fonds voor landbouwrampen).
Dotatie aan het Betaalorgaan.
Gewestelijke steun aan veehouders, producenten en landbouwers voor de verwerking of afzet van producten van hun bedrijf en aan melkproducenten voor de verwerking en afzet van zuivelproducten.
Buitengewone tegemoetkoming ten gunste van de landbouw.
Vergoedingen voor de viskwekers voor de schade veroorzaakt door ongunstige klimaatverschijnselen.
Uitzonderlijke uitgaven in het kader van de vogelgriep.
Gewestelijke steun aan landbouwers voor de verwerking of afzet van producten van hun bedrijf.
Uitzonderlijke steun (subsidie 100% WG).
[1 Programma 15.05 (WBFIN-programma 15.059): Dierenwelzijn:
Subsidies op het gebied van onderzoek inzake dierenwelzijn.
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Steun voor Belgische initiatieven op het gebied van de dierenbescherming en het Dierenwelzijn.
Investeringssubsidies aan de plaatselijke besturen en hulpzones voor strijd tegen dierenmishandeling en dierenredding.]1
Programma 15.11 (WBFIN-programma 15.060): Natuur, Bossen, Jacht en Visserij :
Subsidies aan verenigingen die actief zijn op het gebied van de bescherming en herwaardering van bossen.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen voor de uitvoering van werken in bossen.
Subsidies aan de Faculteiten Landbouwkundige Wetenschappen om bosonderzoek te ontwikkelen.
Subsidies aan diverse verenigingen en private personen met het oog op het natuurbehoud.
Subsidies aan diverse verenigingen en particulieren of openbare rechtspersonen voor acties ten gunste van de biodiversiteit.
Subsidies voor het behoud van merkwaardige bomen en hagen op privé en openbare eigendom.
Ondersteuning van pilootacties op gemeentelijk niveau inzake natuurbehoud.
Vergoedingen voor schade aangericht door beschermde diersoorten.
Subsidies aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming.
Subsidies aan instellingen die erkend zijn voor bewustmaking inzake leefmilieu.
Subsidies aan instellingen en vennootschappen in het kader van internationale betrekkingen.
Subsidies aan jagers- en vissersverenigingen.
Subsidies voor de ontwikkeling van de visteelt.
Subsidies aan de niet-publieke sector voor de verwerving, de inrichting of de bouw van vissershuizen.
Subsidies aan Jachtraden.
Compenserende subsidies en vergoedingen in het kader van Natura 2000.
Subsidie aan de "Office Economique wallon du Bois".
Subsidie inzake dynamisering van het bosbeheer.
Bijdrage aan de werking van het Nationaal Secretariaat voor de bestrijding van invasieve exotische soorten.
Investeringssubsidies aan de visteeltsector.
Uitzonderlijke tegemoetkoming ten gunste van de bossector.
Ondersteuning van proefacties op gemeentelijk niveau inzake groene ruimten.
Subsidies aan de openbare sectoren en aan niet-openbare sectoren in het kader van de "Semaine de l'Arbre".
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de aankoop van materieel voor het onderhoud van historische parken en tuinen.
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden met tuin- en bosbouwscholen.
Subsidies inzake groengebieden.
Subsidies in het kader van de Afrikaanse varkenspest.
Subsidies in het kader van de bestrijding tegen de schorskever.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen.
Programma 15.12 (WBFIN-programma 09.012): Landelijke en natuurlijke ruimte:
Subsidies aan de "Fondation rurale de Wallonie" krachtens de kaderovereenkomst.
Toelage aan de begeleidingsstructuur in het kader van de richtlijn "nitraten" Subsidie aan de "GREOA" en aan de "FGW" voor hun acties inzake plattelandsontwikkeling.
Subsidies aan natuurlijke personen, privé of publieke instellingen voor verrichtingen ter bevordering, herwaardering, bewustmaking of voorlichting over plattelandsontwikkeling, ruilverkaveling of beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies aan natuurlijke personen, privé of publieke instellingen voor initiatieven of acties met het oog op de bewustmaking over plattelandsleven, kennis van de landelijke aangelegenheden, plattelandsontwikkeling en beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies voor transgemeentelijke proefacties met het oog op de plattelandsontwikkeling.
Subsidies voor originele en innoverende acties inzake plattelandsontwikkeling.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake het beheer van de landelijke ruimte.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake landbouw en agro-voeding.
Subsidies aan de niet-openbare sector voor de verwezenlijking van werken met het oog op de restauratie van aquatische habitats, met inbegrip van het herstel van de vrije doorgaan van vissen en de studies nodig voor deze werken.
Subsidies aan de UCL en aan de ULg-Gembloux Agro-Bio Tech in het kader van het geïntegreerd beheer grond-erosie-afvloeiend water (Project GISER).
Allerhande uitgaven voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake plattelandsontwikkeling, waterlopen met inbegrip van de alluviale vlakte.
Subsidies voor de oprichting van co working places en gedeelde kantoorruimten in landelijk gebied.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken met het oog op de verbetering van landbouwwegen en voor de totstandbrenging van voorzieningen ter bescherming tegen de erosie van landbouwgrond en ter bestrijding van overstromingen en modderstromen als gevolg van afvloeiing.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen.
Programma 15.13 (WBFIN-programma 09.012): Preventie en Bescherming : Lucht, Water, Grond :
Subsidies aan privé-instellingen voor acties in verband met het fenomeen "NIMBY".
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan de riviercomités voor de financiering van de studieovereenkomst van het riviercontract.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake het beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies voor de opvolging van de milieuvriendelijke methoden.
Tegemoetkomingen voor maatregel 10 van het programma voor landbouw en leefmilieu.
Subsidies in het kader van de integrale droogtestrategie.
Subsidie voor de bescherming van het leefmilieu
Dotatie voor het " Agence Wallonne pour l'Air et le Climat " (Waalse Agentschap voor Lucht en Klimaat).
Subsidies aan de vzw Agra-Ost voor haar acties voor een milieuvriendelijke landbouw en valorisering van organische stoffen.
Werkingssubsidies aan de Maas- en Scheldecommissies alsook aan het Coördinatiecomité van het stroomgebiedsdistrict Rijn. Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Programma 15.14 (WBFIN-programma 15.063): Politie en controle:
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor personeelsleden belast met vaststellingen.
Programma 15.15 (WBFIN-programma 09.012): Beleid inzake afval en grondstoffen :
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan en het Waals plan inzake afval en grondstoffen.
Allerhande subsidies inzake de nuttige toepassing van huishoudelijk en niet-huishoudelijk afval.
Allerhande subsidies inzake afvalpreventie.
Allerhande subsidies inzake het beheer van afval en grondstoffen.
Allerhande subsidies inzake het bodembeheer.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Subsidie toegekend aan REQUASUD.
Programma 15.52 (WBFIN-programma 09.012): Begrotingsfonds inzake Dierenwelzijn:
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Programma 15.60 (WBFIN-programma 09.012): Fonds voor leefmilieubescherming:
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Subsidies voor de exploitatiekosten en de investeringsuitgaven van de erkende ontwateringsinstellingen.
Subsidies aan openbare of gelijkgestelde instellingen voor de financiering van projecten tot valorisatie van bemalingswater van steengroeven voor de openbare distributie.
Subsidie aan de begeleidingsstructuur in het kader van het Waalse reductieprogramma inzake pesticiden en de "Richtlijn Nitraten".
Subsidies inzake sensibilisering en/of investering voor individuele waterzuivering
Subsidies voor onderzoeken en acties op het gebied van de milieugezondheidskunde.
Allerhande subsidies inzake het bodembeheer.
Allerhande subsidies inzake milieubescherming en inzake waterbevordering.
Programma 15.62 (WBFIN-programma 09.012): Fonds voor afvalbeheer:
Allerhande subsidies inzake afvalbeheer.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Programma 16.02 (WBFIN-programma 09.012): Ruimtelijke ordening en stedenbouw :
Subsidies aan gemeenten voor de aanwerving van adviseurs inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw.
Subsidies voor acties ter bevordering van een zorgvuldige ruimtelijke ordening zowel op plaatselijk als op gewestelijk vlak.
Subsidies voor een architectuur- en landschapsbijstand in het kader van de Europese operationele programma's.
Toelagen voor ruimtelijke ordening in het kader van het operationeel programma "INTERREG" en andere Europese operationele programma's.
Subsidies aan de gemeenten en grondbedrijven in het kader van hun grondaankopen en -ruiloperaties uitgevoerd in het kader van het door het Gewest bepaalde grondbeleid. Subsidies aan de universiteitsinstellingen.
Subsidies aan privé-instellingen belast met de uitvoering van de projecten van het Programma Leader.
Subsidies voor :
1° de opmaak van het basisdossier voor de herziening van het gewestplan (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
2° de opmaak of herziening, in het geheel of voor een deel, van een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, een gemeentelijk plan, een plaatselijk beleidsontwikkelingsplan of een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding (Art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
3° de opmaak van een milieueffectenverslag ten aanzien van een ontwerp van herziening van een gewestplan, een meergemeentelijk ontwikkelingsplan of een gemeentelijk ontwikkelingsplan of een gemeentelijk plan (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
4° de opmaak van een onderzoek inzake algemeen nut voor de ruimtelijke ordening en de stedenbouw/de opmaak van een onderzoek inzake algemeen nut voor de ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke ordening en de stedenbouw (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
5° de organisatie van informatievergaderingen m.b.t. ruimtelijke ordening en stedenbouw;
6° de werking van de gemeentelijke commissie en voor de opleiding van haar leden en het betrokken gemeentepersoneel;
7° op verzoek van een gemeente of verschillende aangrenzende gemeenten, de indienstneming van een persoon die competenties aantoont in verband met het beheer van het betrokken grondgebied/op verzoek van een of verschillende aangrenzende gemeenten of een vereniging van gemeenten, voor de jaarlijkse indienstneming van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en stedenbouw (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
8° voor de algemene onderzoeken inzake ruimtelijke ordening met name voor de permanente conferentie voor de ruimtelijke ordening die in het kader van het programma handelt (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling).
Subsidies voor de aankoop van onroerende goederen in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Toelagen aan de plaatselijke besturen in het kader van het Plan Permanente Woning".
Subsidies aan de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidie aan Eiropalia.
Programma 16.03 (WBFIN-programma 16.079): Stadsvernieuwing en -heropleving, Stedenbeleid en afgedankte bedrijfsruimten:
Subsidies en vergoedingen aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies betreffende stedenbeleid.
Subsidies voor de stad Charleroi - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Luik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Namen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Bergen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad La Louvière - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Doornik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Seraing - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Moeskroen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Verviers - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor acties met het oog op de bevordering en de aanmoediging van de herbestemming, de renovatie en de aanpassing van het bestaand patrimonium met het oog op een zuiniger gebruik van de bodem.
Subsidies voor acties en studies die bijdragen tot de uitvoering van de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel.
Tussenkomst, via een aan de "SPAQUE" gegeven opdracht voor de aankoop en de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel ten bate van operatoren die in het kader van een opdracht als afgevaardigd bouwheer optreden.
Subsidies aan gemeenten die voorkomen op de lijst van de Bevoorrechte initiatiefgebieden van type I, in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Deze subsidies zijn bestemd om :
- de gemeente aan te sporen onroerende goederen geschikt voor stadsuitbreiding aan te kopen teneinde meer bebouwde of te bouwen onroerende goederen in het gebied aan te bieden;
- de ruil of de verkoop aan te sporen van onroerende goederen die niet geschikt zijn voor stadsuitbreiding en die eigendom zijn van de gemeente teneinde onroerende goederen te kunnen kopen die geschikt zijn voor stadsuitbreiding of die, op stedenbouwkundig vlak, in het kader van een gemeentelijk beleid voor woonuitbreiding passen.
Subsidies voor de uitvoering van de beleidsvormen inzake stadsheropleving en -vernieuwing.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Deze subsidies :
- bedragen 50% van de kosten verbonden met het opmaken van het dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van de betrokken erkende verrichting van stadsvernieuwing;
- zijn onderworpen aan de indiening van een dossier die ten minste de volgende stukken (of elementen) bevat:
1. het bewijs van enerzijds de noodzaak van de geplande uitbreiding van de erkende omtrek en anderzijds van de afstemming van de voorgestelde grenzen van de geplande uitbreiding op de erkende omtrek;
2. de opsomming en de beschrijving van de uit te voeren projecten met het oog op het bereiken van de doelstellingen die de basis vormen van de geplande uitbreiding van de omtrek;
3. de financiële raming van de kosten van de te voeren acties in het kader van de geplande uitbreiding van de omtrek (fasering, verwervingen, werken, ...);
4. het advies van de plaatselijke commissie voor stadsvernieuwing, indien ze bestaat, of, bij gebrek daaraan, van de gemeentelijke commissie;
5. een uittreksel van de beraadslaging van de gemeenteraad waarbij bovenbedoeld uitbreidingsproject en de gegevens bedoeld in bovenvermelde punten 1, 2 en 3 worden goedgekeurd;
en de goedkeuring ervan, op advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling " Operationele inrichting" - en van de Administratie, door de Minister bevoegd voor stadsvernieuwing.
Subsidies aan de gemeenten om de kosten te dekken van een adviseur inzake stadsvernieuwing, belast met de bijstandsopdrachten die nodig zijn voor de gemeente voor de erkenning en het beheer van een stadsvernieuwingsverrichting.
Subsidies en vergoedingen aan privé instellingen die acties inzake het Stedenbeleid voeren.
Jaarlijkse subsidie aan de stad Luik voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Bergen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Namen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Subsidies en vergoedingen (personeel en werking) aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid" (overeenkomst duurzame steden).
Subsidies EFRO
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de versterking van de stedelijke aantrekkelijkheid.
Subsidies aan de grote Waalse steden voor investeringswerken inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies aan de Waalse steden van meer dan 50.000 inwoners voor de tenuitvoerlegging van het "Geïntegreerd stadsbeleid".
[1 Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het "Centre de recherche en habitat durable".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten en verschillende verenigingen voor de bevordering van huisvesting in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het Welzijnplan.
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidies aan de "SWCS" (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en aan het "FLW" (Waals Huisvestingsfonds) voor acties ter bevordering van hun producten inzake toegang tot huisvesting en/of vergoeding van de daarmee verband houdende kosten.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Subsidies aan sociale huisvestingsinstellingen ("OFS"), aan gemeente, aan intercommunales, aan OCMW's, aan Verenigingen Zonder Winstoogmerk, aan verenigingen "Hoofdstuk XII", aan stichtingen, aan sociale contactpunten en aan instellingen van openbaar nut, in het kader van de oproep tot het indienen van projecten "gebied zonder dakloosheid".]1
Programma 16.12 (WBFIN-programma 16.081): Huisvesting - openbare sector
Subsidies voor acties van de overheid inzake bouw, renovatie, voorziening van infrastructuur en bevordering van de sociale integratiewoningen en middelgrote woningen.
Subsidies aan de openbare instellingen voor de aankoop, renovatie, verbouwing of oprichting van woningen in specifieke woonwijken.
Subsidies voor de inrichting en de verbetering van de door de huisvestingsmaatschappijen (SLSP) beheerde woonwijken.
Subsidies aan de SLSP voor de inbeheer- of inhuurneming van huurwoningen.
Subsidies aan de "SWL" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - overheidssector.
Subsidies m.b.t. de openbare woning.
Subsidies betreffende het renovatieplan.
Subsidies aan de gemeenten voor de Huisvestingsadviseurs.
Participatie in het kapitaal van de openbare bouwmaatschappijen, de "guichets de crédits social (sociaal kredietloketten) en de "SWL" (Waalse Huisvestingsmaatschappij).
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies voor de innovatieve creatie van woningen van openbaar nut.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende het renovatieplan.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende de openbare woning.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Programma 16.21 (WBFIN-programma 16.082): Monumenten, landschappen en opgravingen :
Subsidies aan het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium).
Programma 16.31 (WBFIN-programma 09.012): Energie :
Subsidies met het oog op de bevordering of ondersteuning van acties inzake bevordering, demonstratie en ondersteuning van een rationeel gebruik van energie en alternatieve energie, met inbegrip van de subsidies die in het kader van het Energiefonds worden uitbetaald.
Subsidies aan ondernemingen en particulieren voor de renovatie in verband met energiebesparing van woonwijken, in het bijzonder in het kader van projectenoproepen met het oog op de verwezenlijking van de renovatie in verband met energiebesparing van woonwijken.
Subsidies om de uitgaven met betrekking tot de medefinanciering samen met de EEG van door partners van het Gewest gevoerde acties in het kader van Europese programma's te dekken.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie.
Subsidies aan universitaire onderzoekseenheden of onderzoekseenheden van universitair niveau, en aan onderzoekscentra voor de financiering van onderzoeksprojecten op het gebied van energie, met inbegrip van uitgaven voor de infrastructuur, de aankoop van uitrustingen en voor het uitbrengen van adviezen inzake technologie.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt.
Subsidies die in het kader van oproepen tot het indienen van projecten worden toegekend aan bedrijven en universitaire onderzoekseenheden of onderzoekseenheden van universitair niveau en onderzoekscentra voor de financiering van onderzoekprojecten op het gebied van energie.
Studies en sensibiliseringsacties ter bevordering van het beheer van de energierekening en de ontwikkeling van op stimulansen gebaseerde elektriciteitstarieven voor de verschuiving van de belasting.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Ontwikkeling van instrumenten ter bevordering van gelijktijdige consumptie en productie
Subsidie voor de installatie van apparatuur die de verplaatsing van elektrische ladingen mogelijk maakt, om het zelfverbruik of de vermindering van het verbruik aan te moedigen.
Subsidies ten gunste van de privé-sector - Uitvoering van vereenvoudigde sectorovereenkomsten. (bedrijvencheques).
Deelneming van het Waalse Gewest aan de acties van het Internationaal Agentschap voor Hernieuwbare Energie (IRENA).
Subsidie AMURE - voor bedrijven en federaties die zich in het bijzonder richten op het uitvoeren van audits, haalbaarheidsstudies en, voor bepaalde activiteitensectoren, investeringen in energie-efficiëntie.
Subsidie UREBA voor niet-commerciële Instellingen en Privaatrechtelijke personen om het energieverbruik van gebouwen te verminderen.
Subsidie voor actoren die sensibiliseringsopdrachten leiden voor verschillende doelgroepen (energieadviseurs, energieloket, enz...).
Subsidies die worden toegekend om de opdrachtgevers aan te moedigen gebouwen te bouwen of te renoveren met inachtneming van de vereistenniveaus die strenger zijn dan de geldende wettelijke eisen.
Studies met betrekking tot de ontwikkelingen en steunregelingen van hernieuwbare energie.
Studies met betrekking tot de uitvoering van de omzetting van de Europese Richtlijnen (SER, EE EPB, energiemarkt, ...) en van het Nationaal Energie Klimaat Plan
Ontwikkeling van instrumenten ter ondersteuning van hernieuwbare energie via het mechanisme van de groene certificaten.
Onderzoek betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteits- en gasmarkten.
Studies over energie-efficiëntie, met name in bedrijven.
Studies over de energieprestaties van gebouwen.
Subsidies voor het kwetsbaar publiek.
Subsidies aan bedrijven en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Subsidies voor actoren en verenigingen die gebruikers (burgers, professionals, leerlingen, bedrijven) bijstaan of ondersteunen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.
Subsidies aan de distributienetbeheerders in het kader van het "prosumer"-tarief.
Subsidies aan beheerders van distributienetbeheerders ter ondersteuning van de installatie van slimme meters.
Subsidies aan de producenten van elektriciteit (gezinnen en bedrijven) om het eigen verbruik van energie te maximaliseren.
Subsidies aan de producenten van elektriciteit (gezinnen en bedrijven) in het kader van het "prosumer"-tarief.
Subsidie aan de beheerders van de energiedistributiesystemen voor de uitbreiding van de lijst van beschermde klanten bedoeld in artikel 33, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt.
Dotatie aan get "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie).
Subsidie aan bedrijven, "UAP" en plaatselijke besturen ter ondersteuning van waterstofprojecten.
Subsidie aan bedrijven, "UAP" en plaatselijke besturen ter ondersteuning van de oprichting van hernieuwbare energiegemeenschappen.
Subsidies aan gezinnen en bedrijven, aan "UAP" en aan de plaatselijke besturen voor de uitvoering van duurzame energie- en klimaatprojecten, met name in het kader van het Energie- en Klimaatactieplan.
Subsidie aan gezinnen en bedrijven, aan "UAP" en aan de plaatselijke besturen om de installatie van laadpalen voor elektrische voertuigen op het openbare domein te versnellen.
Programma 16.41 (WBFIN-programma 16.084): Eerste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu :
Initiatieven om de gebruikskosten van de woningen drastisch te verminderen.
Financiering van her renovatieplan, van de procedures mbt de renovatie en de oprichting van woningen van openbaar nut.
Renovatieplan van het openbare woningbestand met het oog op de verbetering van de energieprestatie.
Renovatieplan met het oog op de bevordering van de energieprestatie van de gebouwen van de openbare sector en van de niet-commerciële sector.
Projectenoproepen met het oog op de snelle terbeschikkingstelling van woningen van openbaar nut, van innoverende woningen (woningen voor bejaarden/ gehandicapten "connects"...) en sociaal huurvruchtgebruik.
Financiering van acties ter bevordering van eco-bouwmaterialen en ter stimulering van de circulaire economie in de bouw.
Programma 16.42 (WBFIN-programma 16.085): Duurzame ontwikkeling:
Subsidie in het kader van het beleid inzake duurzame overheidsaankopen in verband met socioprofessionele inschakeling, opleiding en creatie van banen.
Programma 16.53 (WBFIN-programma 16.089): Energiefonds:
Subsidies voor distributienetbeheerders om de werkelijke kosten van de openbare dienstverleningsverplichting te dekken.
Subsidies aan ondernemingen voor de ontwikkeling tot de productie van elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie.
Subsidies en premies aan bedrijven, VZW's en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de bevordering van het beheer van de energiefactuur.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Subsidies, subsidies toegekend aan ondernemingen, VZW's, huishoudens, administraties, intercommunales, instellingen van openbaar nut, met het oog op ondersteuning op energiegebied.
Programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091): Binnenlandse aangelegenheden :
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk centrum voor de vorming van personeelsleden van de plaatselijke en provinciale besturen van Wallonië en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intercommunales, OCMW's, andere plaatselijke besturen en openbare of privé-instellingen die bedenkings-, bewustmakings- en opleidingsacties voeren in verband met het beheer van de plaatselijke besturen, de burgerzin, de participatieve democratie, de maatschappelijke integratie en de algemene doelstellingen van het programma.
Subsidies ten gunste van Namen-Hoofdstad.
Subsidies voor bovengemeentelijke pilootacties.
Subsidies aan het CRAC in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere plaatselijke overheden en publieke of particuliere organisaties die op gemeentelijk en supragemeentelijk niveau acties uitvoeren die gericht zijn op toenadering en/of burgerschap.
Subsidies aan de plaatselijke besturen in het kader van het Digitaalfonds voor plaatselijke besturen.
Subsidies aan de gemeenten voor acties ter bevordering van de sociale integratie, het onderhoud van het erfgoed, en de veiligheid, de werkgelegenheid en subsidies aan de gemeenten voor de agentschappen voor plaatselijke ontwikkeling.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen in het kader van de steun aan het beheer.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen voor de beroepsopleiding van het gemeentepersoneel en van de mandatarissen.
Toelagen en vergoedingen aan gemeenten voor de uitvoering van mechanismen voor de verbetering van hun eigen diensten en van de aan de burgers verleende diensten.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen in het kader van de medefinanciering van in de gemeenten ontwikkelde Europese programma's.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen voor de bevordering, op alle gebieden, van de burgerlijke betrokkenheid en het partnerschap inzake buurtpreventie.
Subsidies aan gemeenten en provincies met het oog op de toekenning van een compensatie van de forfaitarisering van de verminderingen van de onroerende voorheffing.
Subsidies voor de beroepsopleiding van het personeel van de provinciebesturen.
Subsidie aan de Ombudsdienst in het kader van de bemiddeling van de Plaatselijke Besturen.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Informatie- en Communicatietechnologieën en het e-Gemeenteplan.
Subsidie in het kader van het vormingsplan.
Subsidies aan gemeenten en vzw's voor de organisatie van de etappes van de "Tour de la Région wallonne".
Subsidies in het kader van de mutualisering van de informatica in de plaatselijke besturen.
Financiering van de cel voor de verificatie van de verenigbaarheid van de mandaten.
Subsidies voor de lokale ontwikkelingsagentschappen in de vorm van vzw's.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Subsidies in het kader van sectorovereenkomsten.
Subsidies aan de gemeenten voor acties gevoerd in het kader van het Plan voor maatschappelijke cohesie.
Kapitaalsubsidies in het kader van het onderhoud van de openbare infrastructuren van de ondergeschikte besturen.
Leader-projecten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds).
Subsidies en vergoedingen aan de intercommunales voor acties ter verbetering van de openbare netheid en ter bevordering van tewerkstelling.
Subsidie voor het Waalse net van de armoedebestrijding (RWLP).
Studies, communicatie en bewustmakingsacties van de Plaatselijke besturen inzake de uitwisseling van gegevens.
Cop21 - Steun bij de aankoop van niet-vervuilende voertuigen of aanpassing van voertuigen aan milieunormen.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - foorreizigers en ambulante handel.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - mijnen, mijnbouwers, steengroeve-uitbaters.
Subsidies voor bovenlokale beheersverrichtingen.
Compensatie voor de plaatselijke besturen in het kader van de afschaffing van de belasting op de masten, pylonen en antennes.
Subsidie aan de stad Namen voor investeringen in verband met de functie van gewestelijke hoofdstad.
Subsidies aan gemeenten en provincies in het kader van de tweede pensioenpijler.
Subsidies aan de provincies in het kader van de overname van de hulpverleningszones.
Subsidies aan gemeenten en provincies voor de responsabiliseringsbijdrage pensioen.
Dotatie aan het "CRAC" voor ondersteuning aan gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Uitzonderlijke subsidies aan gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales en andere plaatselijke besturen.
Subsidie voor de steun aan de gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Subsidies en uitkeringen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere lokale overheden en openbare of particuliere instellingen met het oog op energieondersteuning.
Programma 17.11 (WBFIN-programma 17.092): Overkoepelend sociaal en gezondheidsbeleid :
Steun aan transversale initiatieven.
Steun aan het "Tandem-plan".
Subsidies aan de instellingen die actief zijn in de prostitutiewereld en/of inzake bestrijding van AIDS.
Subsidies aan de gemeenten in het kader van het beheer van het Plan voor maatschappelijke cohesie in de Waalse steden en gemeenten.
Overkoepelende subsidies in uitrusting in de openbare en privé-sectoren.
Ondersteuning van sportinitiatieven op sociaal- en gezondheidsgebied.
Subsidies voor studies, onderzoeken en acties op het gebied van de milieugezondheidskunde.
Programma 17.12 (WBFIN-programma 17.093): Allerhande dotaties voor het beleid inzake Gezondheid, Sociale bescherming, Handicap en Gezinnen :
Subsidie aan het Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten in het kader van de bevoegdheden inzake Gezondheid, Handicap en Gezinnen.
[1 Programma 17.13 (WBFIN-programma 17.094): Sociale actie :
Ondersteuning van initiatieven gevoerd op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor de financiering van onderzoek op sociaal gebied.
Werkings-, personeels- en uitrustingssubsidies aan openbare en privé sociale steunpunten.
Subsidies aan instellingen waarvan de opdracht erin bestaat immigranten te helpen op godsdienstig of moreel gebied.
Steun aan initiatieven van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF).
Steun aan het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid (IFMB).
Subsidies voor de sociale integratie van de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies voor onderzoeks-, informatie-, denk- en actie-instellingen met een gewestelijke, transregionale en transnationale aard inzake de integratie van migranten.
Subsidies aan opvanghuizen en gemeenschapshuizen.
Subsidies aan de gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen of de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies aan coördinatie- en documentatie-instellingen op sociaal vlak.
Ondersteuning van specifieke initiatieven van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van andere openbare besturen.
Ondersteuning voor de opleiding van sociale interveniënten en van ambtenaren.
Ondersteuning van het toezicht in de sector sociale actie, de sociale gezondheidszorg sector en de medisch-sociale sector.
Subsidies aan de diensten voor hulpverlening aan rechtsonderhorigen.
Steun van het nationaal plan voor gelijke kansen.
Steun aan coördinaties van gerechterlijke arrondissementen.
Steun aan de reflectiegroep inzake hulp aan slachtoffers.
Subsidies inzake de inschakeling in het arbeidscircuit van de gerechtigden op sociale integratie.
Subsidies voor voorzieningen op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor uitrusting en inrichting ten gunste van Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en Hoofstukken XII.
Subsidies voor de aankoop, de inrichting en de voorzieningen van gronden voor rondtrekkende bevolkingsgroepen.
Steun aan privé en openbare diensten voor sociale integratie.
Steun aan privé en publieke initiatieven inzake gelijke kansen.
Subsidies aan de vzw's die partner zijn van de sociale steunpunten die men aan het oprichten is.
Subsidies aan de VZW " l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subsidies aan de VZW " Osiris-Crédal-Plus ".
Subsidies aan de sociale Contactpunten van Namen en Doornik.
Subsidies aan de centra voor maatschappelijke hulpverlening.
Ondersteuning van privé-initiatieven inzake schuldbemiddeling.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake Sociale Actie.
Subsidie aan de OCMW's in het kader van de inschakeling van de gerechtigden op een financiële sociale tegemoetkoming overeenkomstig de wet van 2 april 1965 (Federale dienst) - Art. 60-61.
Subsidie aan de O.C.M.W.'s in het kader van de inschakeling van de gerechtigden van het Leefloon (Federale dienst) - Art. 60-61. 60-61.
Subsidies voor de integratie van buitenlanders of personen van buitenlandse herkomst.
Bijdrage aan de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind.
Subsidies aan organisaties voor opdrachten met betrekking tot vrouwenrechten of de bestrijding van huiselijk geweld.
Subsidies aan organisaties voor de bestrijding van discriminatie tegenover vrouwen.
Subsidies aan instellingen die strijden tegen elke vorm van discriminatie.
Burgerdienst - subsidie aan de "asbl Plateforme pour le Service Citoyen".
Burgerdienst - vergoedingen van de stagiairs.
Steun betreffende permanente woning.
Werkings- en infrastructuursubsidies aan de Sociale contactpunten en Verenigingen voor de Bevordering van Huisvesting]1
Programma 17.14 (WBFIN-programma 17.095): Kinderkribben en jeugd :
Subsidie voor de infrastructuren van privé of openbare instellingen met betrekking tot kind en gezin.
Subsidies in het kader van de buitenschoolse opvang van jonge kinderen.
Babypack-premies.
Programma 18.02 (WBFIN-programma 18.096): ONDERNEMINGEN - Investeringssteun:
Financiering van de maatregel "Carbon Leakage".
Premies in het kader van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Subsidies voor acties in het kader van het Waalse steunplan aan de alternatieve vervoerswijzen op het wegvervoer.
Programma 18.03 (WBFIN-programma 18.097): ONDERNEMINGEN - Economische en Financiële Instrumenten :
Subsidies aan de SOWALFIN.
Subsidie voor de werking van de Beeldindustrie - werkingskosten en gedelegeerde opdrachten.
Subsidie aan de "SPAQuE" voor het beheer van de gemachtigde opdracht NORDION.
Strategische interventies in de bedrijfssector en ten gunste van ondernemingen in herstructurering.
Actiemiddelen voor de financiële instellingen van Wallonië met als doel de consolidatie en de ontwikkeling van de Waalse ondernemingen.
Tegemoetkoming in de activiteit leningen/waarborgen van de "SOWALFIN".
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Ondersteuning van innovatie, ontwikkeling en groei van de ondernemingen.
Leningen en waarborgen in het kader van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Tegemoetkomingen met betrekking tot de werkingsuitgaven van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Programma 18.04 (WBFIN-programma 18.098): Bedrijfsruimten:
Subsidies aan operatoren inzake economische ontwikkeling voor de verwezenlijking van diverse onderzoeken en andere maatregelen met betrekking tot de ontwikkeling van bedrijfsruimtes.
Subsidies aan universiteiten of groeperingen van universiteiten in het kader van de ontwikkeling van bedrijfsruimten.
Gewestelijke bijdrage ten gunste van de "Sowafinal" ter dekking van de jaarlijkse lasten die voortkomen uit de alternatieve financiering van de onthaalinfrastructuren voor economische activiteiten en van de herstructurering van de economische activiteit.
Financiering van industriële opvanginfrastructuur en andere maatregelen voor de ontwikkeling van de bedrijfsruimten die door de Europese Unie worden medegefinancierd.
Subsidies in het kader van proefprojecten in verband met de rehabilitatie van bedrijfsruimten.
Subsidies voor economische ontwikkelingsoperatoren die vallen onder het decreet betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken in het kader van de specifieke maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de overstromingen.
Programma 18.06 (WBFIN-programma 18.099): ONDERNEMINGEN - Competitiviteit, Innovatie, Ontwikkeling:
Subsidie voor de stimulering van circulaire economie in het Waalse Gewest.
Subsidies om de oprichting van activiteiten, de groei en de innovatie bij de ondernemingen en de structurering van het productieapparaat te stimuleren.
Subsidies aan de operationele cellen van de competitiviteitspolen.
Subsidies in het kader van de ontwikkeling en steun aan handels, ambachtsleden en voor de herdynamisering van de stadscentra waaronder de beheersstructuren van de stadscentra.
Subsidies medegefinancierd door het EOFGL met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van plaatselijke acties in verband met de economische activiteit.
Subsidies voor activiteiten ter ondersteuning van de sector logistiek.
Subsidie aan de "CESW" voor de werkingskosten van het Waarnemingscentrum voor de Handel.
Programma 18.07 (WBFIN-programma 18.100): Acties medegefinancierd in het kader van de structuurfondsen:
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Programma 18.11 (WBFIN-programma 18.101): Bevordering van de tewerkstelling :
Subsidies aan het "IWEPS" voor de financiering van werkingsuitgaven van het Waarnemingscentrum inzake werkgelegenheid.
Bijdrage van Wallonië aan het programma "LEED" van de O.E.S.O.
Subsidies voor de financiering van de overdracht van de bevoegdheid "Tewerkstelling" naar de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidies in het kader van de begeleiding en de bewustmaking voor het management van diversiteit.
Subsidies ter bevordering van gelijke kansen inzake de toegang tot de werkgelegenheid.
Subsidies met betrekking tot vrouwelijk ondernemerschap en post-creatie.
Subsidies voor diverse acties op het gebied van werkgelegenheid
Waalse medefinanciering van de hoofdlijn LEADER van het Waalse programma voor plattelandsontwikkeling.
Subsidies om stimulansen voor vormende levenservaringen aan te moedigen
Subsidies aan andere internationale instellingen dan de EU.
Subsidies aan buitenlandse overheidsbedrijven buiten de sector 13
Programma 18.12 (WBFIN-programma 18.102): FOREm :
Subsidies voor specifieke acties met het oog op de tewerkstelling in de cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies voor acties betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke verklaring van de Regering en de sociale partners.
Subsidies voor de verwezenlijking van een begeleidingsplan voor werkzoekenden.
Subsidies voor de financiering van de Cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies voor de instanties van de gebieden kwalificerend onderwijs - vorming - tewerkstelling. Subsidies voor de financiering van de "Maisons de l'emploi" (Huizen van de tewerkstelling).
Subsidies voor de antwoorden op de behoeften van de markt: Talenplannen, Knelpuntberoepen.
Subsidie voor de ontwikkeling van een kwalitatief aanbod.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen).
Subsidies voor acties ter bevordering van tewerkstelling en inschakeling.
Subsidie voor Premies en Complementen.
Opleidings-, stage- en vestigingstoelagen.
Subsidie voor het Fonds beroepservaring.
Subsidie voor het verstrekken van opleidingen en studies.
Inschakelingsovereenkomst.
Subsidies voor de inschakeling van nieuwkomers in de samenleving en het beroepscircuit en het preventiebeleid tegen het radicalisme.
Subsidies voor begeleidingsmaatregelen - kilometerheffing - luik tewerkstelling.
Programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103): Door de administratie beheerd plan voor de werkloosheidsbestrijding waarvan de kostenovername echter door FOREm verzekerd wordt:
Steun ter Bevordering van Tewerkstelling ("A.P.E.").
Maatregel SESAM.
Programma 18.15 (WBFIN-programma 18.104): Sociale Economie :
Subsidies voor proefacties en de bevordering van sociale economie, met inbegrip van de ontwikkeling van coöperatieven en de bevordering van nieuwe economische, creatieve en samenwerkingsmodellen.
Subsidie voor het vzw Waalse net van de armoedebestrijding. Subsidie aan met sociaal oogmerk bouwmaatschappijen op het gebied van sociale economie.
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Subsidies voor microkredietprojecten, met inbegrip van coöperatieve microkredieten en de begeleiding daarvan.
Subsidies voor acties betreffende de invoering van sociale, milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten ten gunste van de sociale economiebedrijven.
Subsidies aan W. ALTER.
Programma 18.19 (WBFIN-programma 18.108): Buurtbanen:
Loopbaanonderbrekingen.
Programma 18.21 (WBFIN-programma 18.109): Beroepsopleiding :
Subsidies voor de opleiding inzake informatie- en communicatietechnologieën.
Subsidie aan de "CESE".
Subsidies ter bevordering van informatie, begeleiding en uitvoering van opleidingen voor beroepskwalificaties.
Allerhande subsidies voor de opleiding.
Subsidies aan de projecten LEADER.
Subsidies voor de dekking van de vergoedingen voor sociale promotie.
Subsidie verleend in het kader van akkoorden van de niet-commerciële sector.
Subsidies voor de ondersteuning voor het opstarten van nieuwe vormingsvoorzieningen. Subsidies om investeringen in opleiding mogelijk te maken
Subsidies om investeringen in opleiding mogelijk te maken.
Subsidie voor het platform voor het aanleren van talen dat toegankelijk is voor alle Waalse burgers.
Programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110): Forem - Opleiding :
Subsidies voor acties betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke verklaring van de Regering en de sociale partners.
Subsidies met het oog op de financiering van projecten voor de sociale integratie, de inschakeling in het arbeidsproces en de beroepsopleiding.
Subsidies voor specifieke acties met het oog op de beroepsopleiding in de cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies ter bevordering van de beroepen in de non-profit sector.
Subsidies voor de financiering van de werking van de bevoegdheidscentra.
Subsidies voor de financiering van opleidingscheques
Subsidie voor de aanpassingskredieten.
Subsidies ter bestrijding van de gebreken aan gekwalificeerde arbeidskrachten.
Subsidies voor de antwoorden op de behoeften van de markt: Talenplannen, Knelpuntberoepen.
Subsidies ter bevordering van de zelfcreatie van activiteiten.
Financiering van de werking en van de investeringen van het luik "Opleiding van de competitiviteitspolen".
Subsidie voor de afwisselende opleiding en de zelfcreatie van activiteiten.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie om de maximale bereikbaarheid van de vaardigheidscentra in verband met het onderwijs te garanderen.
Subsidies voor de financiering van investeringen in verband met de centra voor beroepsvorming.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden. Subsidie met het oog op de versterking van de band tussen het opleidingsaanbod en de beroepen met toekomstperspectief.
Subsidie voor de financiering van opleidingen van de Vaardigheidscentra aansluitend op de projecten van de polen en de digitalisering van de beroepen.
Subsidie ter ondersteuning van de innovatie van de bedrijven.
Subsidie met het oog op de financiering van opleidingen van de Vaardigheidscentra inzake digitalisering.
Subsidie voor het project " Maison des Langues ".
Subsidies voor begeleidingsmaatregelen - kilometerheffing - Luik Opleiding.
Subsidies voor de projecten van de samenwerkingsovereenkomst Waals Gewest, Forem en OCMW.
Subsidies aan de centra voor de integratie in de samenleving en het beroepscircuit.
Subsidie ter bevordering van de zelfcreatie van activiteiten (AIRBAG).
Subsidie FORMAFORM.
Programma 18.23 (WBFIN-programma 09.012): Landbouwopleiding:
Subsidies aan de centra van landbouwberoepsopleiding voor de organisatie van de cursussen en anderen daaraan verbonden activiteiten.
Programma 18.24 (WBFIN-programma 09.012): IFAPME :
Subsidies met het oog op de werking van het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME) (Waals instituut voor alternerende opleiding, zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen).
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van de bevordering en opleiding van zelfstandigen.
Subsidies aan het "IFAPME" voor investeringen voor vormings- en dienstencentra van het "IFAPME".
Financiering van het taalplan in het kader van de afwisselende opleiding.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Afwisselende opleidingstrajecten en van de Beroepsstages.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie voor de bevordering van de harmonisatie van het statuut van de alternerende leerlingen en voor de ondersteuning van hun begeleiding in het bedrijf.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden.
Subsidie voor de valorisatie van beroepsopleidingen.
Subsidie voor de opleiding knelpuntberoepen en afwisselende opleiding.
Subsidie voor het taalplan.
Vormingssubsidie in het kader van de digitalisering van de beroepen.
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Programma 18.25 (WBFIN-programma 09.012): Gekruiste beleidsvoeringen in het kader van de opleiding/
Allerhande subsidies in het kader van de alternerende opleiding.
Werkingssubsidies aan de "Office francophone de la Formation en Alternance".
Subsidie voor alfabetiseringsacties.
Allerhande subsidies in het kader van de validering van de vaardigheden.
Subsidies aan de " Service francophone des Métiers et Qualifications ".
Subsidies in het kader van de projecten "Beroepsoriëntering" en "Cité des métiers".
Subsidies voor de bevordering van de beroepen.
Subsidies aan Collectieve structuren voor Hoger onderwijs.
Subsidie aan " AEF-Europe " (opdracht " CFC ").
Subsidie aan FORMAFORM.
Programma 18.31 (WBFIN-programma 18.114): ONDERZOEK - Steun, Promotie, Verspreiding en Valorisatie:
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Subsidie aan het "Parc d'aventures scientifiques (le Pass)".
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies aan het "FNRS" en bijbehorende fondsen ("FRIA", "Welbio" en "WISD").
[1 Programma 18.32 (WBFIN-programma 18.115): Digitale Technologieën:
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies in het kader van het programma "Digital Wallonia".
Subsidies voor de projecten "Digitale school".
Subsidie aan het "Agence du Numérique".
Subsidies in het kader van de digitale adviesverlening.]1
Programma 18.52 (WBFIN-programma 09.012): Fonds bestemd voor de ondersteuning van onderzoek, ontwikkeling en innovatie:
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Programma 09.01 (WBFIN-programma 09.012): "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië):
Bijkomende dotatie bestemd voor de dekking van de werkingskosten van de "Conseil wallon de l'égalité des chances entre les hommes et les femmes" (Waalse raad voor kansengelijkheid tussen mannen en vrouwen).
Programma 09.02 (WBFIN-programma 09.012): Sociale Dienst :
Subsidie om de sociale dienst van de diensten van de Waalse Regering in staat te stellen sociale acties te voeren ten gunste van de personeelsleden van alle diensten van de Waalse Regering en voor de technische werking van deze VZW te zorgen.
Programma 09.04 (WBFIN-programma 09.015): e-Wallonië-Brussel-Vereenvoudiging:
Subsidies betreffende de uitvoering van prioriteiten inzake administratieve vereenvoudiging.
Subsidies aan de privé instellingen en verenigingen betreffende de uitvoering van de prioriteiten inzake administratieve vereenvoudiging.
Programma 09.08 (WBFIN-programma 09.012): Toerisme :
Subsidie aan het Commissariaat-generaal voor toerisme voor zijn werkingskosten.
Subsidie aan WBT voor zijn werkingskosten en voor het uitvoeren van bevorderingsacties
Subsidies aan WBT betreffende de uitvoering van beslissingen van de Regering ter ondersteuning van de toeristische sector in het kader van de COVID-crisis.
Subsidies betreffende de uitvoering van de beslissing van de Regering ter ondersteuning van de toeristische sector in het kader van de COVID-crisis via het CGT.
Subsidie aan het CGT in het kader van de programmering 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen.
Programma 09.09 (WBFIN-programma 09.019): Buitenlandse Betrekkingen :
Bevorderingsacties voor de grensoverschrijdende betrekkingen EFRO - Subsidies aan privé-instellingen.
Transnationale en interregionale coöperatie - Subsidies aan openbare instellingen.
Bevorderingsacties voor de grensoverschrijdende betrekkingen EFRO - Subsidies aan openbare instellingen.
Dotatie aan W.B.I.
Subsidie aan W.B.I. voor de aflossing van het lopend bedrag.
Subsidie aan W.B.I. in het kader van de programmering 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen.
Subsidie voor acties van de internationale betrekkingen.
Overdracht van inkomsten aan de Vzw's voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio.
Programma 09.10 (WBFIN-programma 09.012): Buitenlandse handel en buitenlandse investeerders :
Subsidie aan het "Agence pour le commerce extérieur" (Agentschap voor buitenlandse handel).
Programma 10.01 (WBFIN-programma 09.012): Functioneel:
Steun voor acties die bijdragen tot de inrichting van een observatorium van de overheidsopdrachten binnen de dienst duurzame ontwikkeling.
Steun aan de oprichting van burgerschapshuizen.
[1 Programma 10.02 (WBFIN-programma 10.022): Secretariaat-generaal :
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding.
Dotatie aan het Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië.
Subsidies en vergoedingen.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Kunstencommissie van Wallonië.
Subsidies inzake crisissituaties.
Subsidies aan de gemeenten mbt de overstromingen van juli 2021.]1
Programma 10.03 (WBFIN-programma 09.012): Dienst Voorzitterschap en Kanselarij :
Subsidies, vergoedingen en steun aan studies en acties inzake gewestelijke ontwikkeling.
Subsidies voor de plaatselijke organisatoren van de "Fêtes de Wallonie" (Waalse Feesten).
Subsidie aan de "Mouvement Wallon pour la Qualité" (Waalse Beweging voor Kwaliteit).
Subsidies ten gunste van plaatselijke toekomstverwachtingsoefeningen.
Subsidies aan de vzw "Tour de la Région wallonne Organisation".
Subsidies aan de privé instellingen en verenigingen belast met het lokaal overleg - permanente bewoning.
Subsidies voor het Waalse net van de armoedebestrijding.
Subsidies aan privé of publieke gespecialiseerde operatoren ter bevordering van een betere kennis van de systemen voor wapeninvoer, -uitvoer en -doorvoer.
Subsidies aan het " Centre de médiation des gens de voyage ".
Subsidie aan de "RTBF" voor een gedeeltelijke kostenovername in verband met de Promotie van het Waalse Gewest.
Subsidie voor de VZW Solvaydomein - Kasteel van Terhulpen.
Subsidie voor evenementen en activiteiten geschikt voor de herwaardering van het Domein van Terhulpen.
Subsidies aan het Institut Jules Destrée.
Subsidie voor "Fondation Mons 2015".
Subsidies aan de openbare instellingen en verenigingen belast met het lokaal overleg - permanente woning.
Subsidies ten gunste van openbare instellingen ter bervordering van Wallonië.
Subsidie aan de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidies in het kader van de operationalisering van het Plan Armoedebestrijding.
Subsidie aan de " Université catholique de Louvain " in het kader van het Waals platform voor het IPCC.
Subsidie aan de "ASBL FEDEMOT".
Programma 10.04 (WBFIN-programma 09.012): Coördinatie van de dossiers in verband met de Structuurfondsen:
Subsidie met het oog op de technische bijstand en de bevordering via openbare of privé-instellingen - MEDEFINANCIERING DOOR HET EFRO.
Subsidie met het oog op de technische bijstand en de bevordering via openbare of privé-instellingen - MEDEFINANCIERING DOOR ESF.
Dotatie aan het Agentschap voor het Europees Sociaal Fonds.
Dotatie aan het Agentschap voor levenslang leren en vorming.
Programma 10.07 (WBFIN-programma 09.012): Geomatica:
Subsidies voor geomatica.
Programma 10.10 (WBFIN-programma 09.012): Duurzame ontwikkeling:
Ondersteuning van Belgische of internationale initiatieven gevoerd op het gebied van duurzame ontwikkeling en ecologische overgang, met inbegrip van de toekenning van prijzen.
Ondersteuning van het duurzame overheidsaankopenbeleid en strijd tegen sociale dumping. Ondersteuning voor de versterking van de certificerings/labelingstappen van de bedrijven inzake duurzame ontwikkeling.
Subsidies aan de privé en publieke sectoren in het kader van de Waalse strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie "Manger demain".
Steun voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen.
Steun voor initiatieven ter bevordering van het duurzamer voedsel.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Subsidies inzake verantwoorde overheidsaankopen.
Bewustmakingsacties inzake duurzame ontwikkeling voor het personeel van de Waalse Overheidsdienst en van de "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheden).
Beheer- en opvolgingsacties van de milieu- en sociale prestaties in de Waalse Overheidsdienst.
Dynamisering van een meer duurzame mobiliteit binnen de Waalse Overheidsdienst.
Ondersteuning van het beleid inzake duurzame of verantwoorde overheidsaankopen en strijd tegen sociale dumping.
Steun voor circulaire aankopen.
Ondersteuning van sociale verantwoorde investeringen.
Hergefocuste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu.
Steun voor de ontwikkeling van indicatoren ter aanvulling van het BBP en het toezicht op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies betreffende duurzaam huisvestingsbeheer
Subsidies aan de privé-sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (lopende uitgaven).
Subsidies aan de gemeenten inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (investeringen).
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang - intercommunales.
Steun aan de ontwikkeling van de CO2 prestatieladder.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Programma 10.50 (WBFIN-programma 09.012): Begrotingsfonds inzake de Loterij:
Begrotingsfonds inzake de Loterij.
[1 Programma 10.11 (WBFIN-programma 10.122): Herstelplan van Wallonië (PRW) en Herstel- en veerkrachtfaciliteit (FRR):
Allerhande subsidies en vergoedingen.]1
Programma 11.01 (WBFIN-programma 09.012): Functioneel:
Subsidies en vergoedingen aan de niet-openbare sector.
Subsidie aan het "ISSEP" voor de studie van het energetisch beheer van gebouwen.
Subsidies aan Immowal in het kader van door het Gewest toevertrouwde specifieke opdrachten.
Programma 11.04 (WBFIN-programma 09.012): Human resources, Selectie, Opleiding, Ambtenarenzaken:
Subsidies voor opleidingen voor personeelsleden van de Waalse Overheidsdienst en van de I.O.P. waarvan het personeel aan de Gewestelijke Ambtenarencode onderworpen is en die door de School voor Overheidsbestuur van de Federatie Wallonië-Brussel en van Wallonië worden georganiseerd.
Subsidies voor de opleiding en de ontwikkeling van de bevoegdheden van openbare mandatarissen.
Subsidies aan Universiteiten met het oog op een betere opleiding van overheidsambtenaren.
Programma 11.31 (WBFIN-programma 09.012): Vestiging der gebouwen :
Subsidies en vergoedingen aan de niet-openbare sector.
Subsidie voor de VZW Solvaydomein - Kasteel van Terhulpen.
Programma 14.02 (WBFIN-programma 09.012): Acties en coördinatie van het mobiliteitsbeleid en beleid inzake verkeersveiligheid :
Subsidies voor opleidings-, onderzoeks-, bevorderings- en innovatie-activiteiten inzake vervoer.
Subsidies ter bevordering van het imago van het Waalse Gewest en zijn tegemoetkomingen ten gunste van het vervoer.
Subsidies voor de oprichting en de exploitatie van een centrum voor speerpunttelecommunicatie.
Subsidies voor de uitvoering van acties met het oog op de tenuitvoerlegging van gemeentelijke "handvesten" voor de mobiliteit en de plannen voor vervoer en voor de uitvoering van gezamenlijke acties inzake verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit.
Bijkomende impulssubsidies aan de plaatselijke besturen voor de uitvoering van de gemeentelijke mobiliteitsplannen, de plannen voor leerlingenvervoer alsook voor de realisatie van inrichtingen ter bevordering van het openbaar vervoer, de intermodaliteit of de veiligheid van zwakke gebruikers, alsook voor de aankoop van schone voertuigen en voor radarinstallatie.
Subsidies aan de plaatselijke besturen voor de financiering van elke actie of verwezenlijking die tot doel hebben de verbetering van de verkeersveiligheid.
Subsidies aan exploitanten van taxi's en aan de plaatselijke besturen voor de aankoop van schone voertuigen.
Subsidies voor de financiering of de ondersteuning van alle initiatieven met het oog op een betere mobiliteit.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies met betrekking tot de deelneming van het Gewest aan door de Europese Unie medegefinancierde programma's met het oog op de verbetering van de mobiliteit en de verkeersveiligheid.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan, het Waalse Overgangsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan buitenlandse instellingen met het oog op de bevordering van het gebruik van een alternatieve vervoerswijze.
Subsidies aan natuurlijke personen om duurzame mobiliteitskeuzes te stimuleren.
Subsidies aan exploitanten van maatschappijen voor personenvervoer ter ondersteuning van elk initiatief ter verbetering van de mobiliteit.
Subsidies aan verenigingen die de sector van het personenvervoer vertegenwoordigen, ter ondersteuning van elk initiatief ter verbetering van de mobiliteit.
Subsidies voor de financiering of ondersteuning van initiatieven ten behoeve van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.
Subsidies voor de financiering of de ondersteuning van alle initiatieven met het oog op een betere mobiliteit.
Subsidies aan de NMBS voor investeringen en maatregelen ter verbetering van de actieve mobiliteit en intermodaliteit.
Subsidies aan de plaatselijke besturen om het wegennet uit te rusten en te verbeteren op het gebied van verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, en voor de aanleg en oprichting van fietspaden in het kader van het regionale structurerende fietsnetwerk.
Subsidies aan gemeenten, aan verenigingen van gemeenten of aan publiekrechtelijke rechtspersonen voor de uitrusting en verbetering van het wegennet inzake verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, alsook voor de aanleg en inrichting van fietspaden in het kader van het regionaal structurerend fietsnetwerk.
Subsidie aan het Waals Agentschap voor Verkeersveiligheid (Franse afkorting AWSR)
Programma 14.03 (WBFIN-programma 14.045): Stads-, interstedelijk en schoolvervoer :
Subsidies aan verenigingen voor de bevordering van het openbaar vervoer.
Subsidies aan studentenverenigingen en/of die de mobiliteit inzake vervoer aanbevelen.
Subsidies ter ondersteuning van organisatoren van manifestaties in verband met vervoer.
Subsidies ter bevordering van het imago van het Waalse Gewest en zijn tegemoetkomingen ten gunste van het vervoer.
Subsidies aan "OTW" met het oog op de exploitatie van het net en op de realisatie van investeringen en acties ter verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van het openbaar vervoer, het beheer van human resources, de mobiliteit en intermodaliteit van het personenvervoer, met inbegrip van de Europese medefinancieringen.
Subsidies aan "OTW" voor zijn projecten voor lokale mobiliteitsoplossingen.
Exploitatiesubsidies aan erkende operatoren (andere dan overheidsbedrijven) van flexibele lokale mobiliteitsoplossingen met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerd systeem van openbaar personenvervoer in Wallonië.
Exploitatiesubsidies aan erkende operatoren (privé zonder winstoogmerk) van flexibele lokale mobiliteitsoplossingen met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerd systeem van openbaar personenvervoer in Wallonië.
Tegemoetkoming in het kader van de gewestelijke voorfinanciering van de projecten van spoorweginfrastructuren van de NMBS.
Tegemoetkoming in het kader van de financiering van de uitvoering van structurerende vervoermiddelen.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan gemeenten, verenigingen van gemeenten of publiekrechtelijke rechtspersonen die het initiatief nemen om flexibele lokale mobiliteitsoplossingen uit te werken met het oog op de invoering van een geïntegreerd openbaarvervoerssysteem in Wallonië.
Programma 14.04 (WBFIN-programma 14.046): Gewestelijke luchthavens en vliegvelden:
Subsidies aan de vennootschappen belast met de exploitatie van de gewestelijke luchthavens en vliegvelden voor de bevordering en ontwikkeling van hun installaties.
Subsidies aan de vennootschappen belast met de exploitatie van gewestelijke luchthavens voor openbare opdrachten in het kader van de exploitatie van luchthavens.
Allerhande tegemoetkomingen voor de verwezenlijking van begeleidingsmaatregelen met het oog op de integratie van de economische ontwikkeling van de luchthavens in hun onmiddellijke omgeving.
Allerhande subsidies met het oog op de uitvoering van de geluidsisolatiewerken. Subsidies betreffende de uitvoering van begeleidings- en voorlichtingsmaatregelen.
Subsidies voor voorlichtings-, bevorderings- of bewustmakingstudies en -acties wat betreft de gewestelijke luchthaveninfrastructuren.
Subsidies aan de VZW CAREX voor de oprichting van een hoge-snelheid vrachtvervoerdienst verbonden met het luchthavenplatform van Luik-Airport en de verwezenlijking van de desbetreffende voorzieningen, met inbegrip van de gebieden of landen die door deze dienst zouden kunnen worden bediend.
Dotatie aan de "Sowaer" voor de uitvoering van specifieke gemachtigde opdrachten inzake veiligheid en beveiliging.
Aanvullende dotatie aan de "Sowaer" voor de uitvoering van veiligheidsopdrachten.
Dotatie aan de "Sowaer" betreffende de dienst aangegane schuld voor de uitvoering van de begeleidings- en informatiemaatregelen.
Specifieke dotatie ter dekking van de exploitatiekosten van SOWAER in verband met de uitoefening van gedelegeerde milieuopdrachten. Programma 14.06 (WBFIN-programma 14.047): Sportinfrastructuur :
Subsidies en vergoedingen aan de openbare en privé sector wat betreft de sportinfrastructuren alsook de pilootacties in die sector alsook in het kader van het Programma voor Beroepsdoorstroming.
Subsidie aan de v.z.w. "Union Culturelle et sportive Wallonne".
Subsidie aan de intercommunale voor de exploitatie van het circuit Spa-Francorchamps.
Subsidie voor de aankoop van gebouwen en voor bouw-, uitbreidings- of verbouwingswerken van grote sportinfrastructuren en specifieke infrastructuren.
Subsidie voor investeringen betreffende de bouw, uitbreiding, renovatie en aanwerving van een onroerende installatie.
Subsidie voor de bouw of inrichting van cafetaria's en bars.
Subsidie voor de aankoop van de eerste sportuitrusting noodzakelijk voor de werking van de onroerende installatie.
Subsidie voor verrichtingen in verband met de bouw, renovatie en uitrusting van kleine sportinfrastructuren met inbegrip van straatsport en overdekte straatsport.
Subsidie aan de NV Hippodrome de Wallonie.
Subsidie aan de sportvereniging wielerploeg "Wallonie-Bruxelles" (Wallonië-Brussel). Subsidie voor de aankoop, bouw, renovatie en uitrusting van sportinfrastructuren in het kader van het "Zwembadplan".
Steun aan straatsport.
Steun aan sportactiviteiten voor de bevordering van sportinfrastructuur.
Subsidies aan scholen van het middelbaar onderwijs, aan basisscholen, aan Vzw's, aan CVBA, en "SCRLFS", voor kleine en middelgrote infrastructuren, straatsport en sportuitrusting op basis van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Allerhande subsidies in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Allerhande subsidies in het kader van het project "Wallonië: Ambitions or".
Programma 14.07 (WBFIN-programma 09.012): Gesubsidieerde werken :
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen om de verbetering van de leefomgeving, de begrafenisstructuren, de zachte vervoermiddelen en de onthaal- en toegankelijkheidsomstandigheden in openbare gebouwen en de sociale integratie te bevorderen.
Subsidie aan de Plaatselijke Besturen in het kader van de tenuitvoerlegging van fase II van het meerjaarlijkse actieplan ter vermindering van de permanente woning in de toeristische voorzieningen van Wallonië.
Subsidie aan de plaatselijke besturen en aan het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten in het kader van gemeentelijke investeringen van openbaar nut op bovenlokaal vlak en van wegenwerken.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen in het kader van de uitvoering van het Lucht- en Klimaatplan (openbare verlichting).
Subsidies aan privé of openbare instellingen voor onderzoek, bewustmaking, voorlichting en opleiding alsook voor acties in verband met wegeninfrastructuren op het gebied van gesubsidieerde werken.
Subsidies aan de plaatselijke besturen en andere publiekrechtelijke personen voor werken of studies inzake wegen en openbare gebouwen of voor de aankoop van materieel.
Subsidies in het kader van het Mercureplan, de " PICverts " alsook de " Espaces Multi Services (EMS) ".
Subsidie aan de intercommunales voor de aankoop van gebouwen.
Subsidies aan de gemeenten in het kader van het gewestelijk Fonds voor de gemeentelijke investeringen.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales, aan openbare of privé-instellingen in het kader van de medefinanciering van de Europese programma's.
Subsidies voor bovengemeentelijke investeringen.
Subsidie met het oog op de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen.
Subsidie aan de intercommunale IGRETEC voor de aankoop van gebouwen.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn I.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn III.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken en studies die in aanmerking komen voor de ondersteuning door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - Programmering 2014-2020 - Hoofdlijn V.
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de stedelijke herdynamisering via de duurzame mobiliteit en de geïntegreerde stedelijke ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan. Subsidies aan de plaatselijke besturen en aan het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten in het kader van de oproep tot het indienen van projecten met betrekking tot de uitrusting van gebieden van permanente woning.
Programma 14.11 (WBFIN-programma 09.012): Bouw en onderhoud van het autosnelwegen- en wegennetwerk en van het hydraulische netwerk:
Subsidies voor de organisatie van tentoonstellingen en lezingen evenals voor studies.
Subsidies voor de bevordering van acties inzake verkeersveiligheid.
Subsidies aan diverse verenigingen en groeperingen voor acties met het oog op de bewustmaking, voorlichting en opleiding inzake openbare infrastructuur.
Subsidies aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN).
Subsidies aan de Permanente Internationale Vereniging voor Wegencongressen (PIVW).
Subsidies aan de "Chemins du Rail".
Subsidie aan het Commissariaat-generaal voor toerisme voor de financiering van wegeninfrastructuren bestemd voor het toerisme.
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan, het Waalse Overgangsplan en het Infrastructuurplan 2019-2024.
Subsidies aan de " Association internationale permanente des Congrès de Navigation (AIPCN) " (Permanent International Association of Navigation Congresses).
Subsidies aan verenigingen die actief zijn voor de bevordering en herwaardering van de binnenvaart.
Subsidies aan verenigingen die sociale bijstand verlenen aan binnenschippers en hun gezinnen.
Tegemoetkoming van het Gewest ten gunste van een derde instelling voor de uitvoering van baggerwerkopdrachten.
Werkingssubsidie aan de autonome havens.
Subsidies aan de plaatselijke besturen om het wegennet uit te rusten en te verbeteren op het gebied van verkeersveiligheid, intermodaliteit en mobiliteit, en voor de aanleg en oprichting van fietspaden in het kader van het regionale structurerende fietsnetwerk.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Programma 15.02 (WBFIN-programma 09.012): Overkoepelend en Coördinatie van landbouw- en het leefmilieubeleid :
Subsidies voor bosbouwwerkzaamheden.
Toelagen aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming
Toelagen voor de verwerving, de aanleg of de bouw van vissershuizen
Subsidies in het kader van internationale betrekkingen, aankoop van materieel inbegrepen.
Subsidies voor acties en studies ten gunste van de bevordering van de belangen van de landbouw.
Subsidies aan landbouw- en tuinbouwmanifestaties.
Subsidies voor acties ten gunste van het gewestelijke, Europese en internationale landbouwbeleid en voor de studies ten gunste van het voeren van beheersboekhouding.
Subsidies aan de "Conseil Supérieur Wallon de l'Agriculture, de l'agroalimentaire et de l'Alimentation" (Waalse Hoge Raad voor Landbouw, Agrovoeding en Voeding).
Subsidies voor acties en studies inzake landbouw en plattelandsontwikkeling in het kader van de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Subsidies voor studies, onderzoek en acties op het gebied van milieugezondheid en in het kader van de opdrachten van de Permanente Cel Leefmilieu-Gezondheid.
Subsidies toegekend voor de tegemoetkoming van de Cel Leefmilieu-Gezondheid, openbare en privé-sector.
Subsidies aan verenigingen inzake bewustmaking en bescherming van het leefmilieu. Subsidies aan de "Centres régionaux d'initiation à l'environnement" (C.R.I.E.) (Gewestelijke centra voor een eerste kennismaking met leefmilieu).
Toelagen inzake bewustmaking en bescherming van landbouw en landelijke aangelegenheden
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies en specifieke vergoedingen voor de organisatie van jaarbeurzen en evenementen bestemd ter bevordering van de Waalse landbouw en zijn producten.
Programma 15.03 (WBFIN-programma 15.057): Ontwikkeling en studie van het landelijk milieu :
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan natuurlijke personen of privé-instellingen voor de nuttige toepassing van de ondergrondse hulpbronnen.
Subsidies aan het "Musée de la Pierre" te Sprimont en aan het "Musée du Marbre" te Rance voor acties met het oog op de promotie van sierstenen.
Subsidies aan pilootcentra, aan landbouwkamers en -comicen en aan organen voor de begeleiding van landbouwers.
Subsidie ter dekking van de personeels- en werkingskosten van de "Fédération des Services de Remplacement Agricole de Wallonie asbl".
Subsidie aan "REQUASUD" ter dekking van personeels- en werkingskosten.
Subsidies aan het "Centre d'Economie Rurale de Marloie" (CER).
Subsidies aan de "Association wallonne d'Elevage".
Subsidie toegekend aan de vereniging VALBIOM voor de uitvoering van het FARR-WAL-programma.
Subsidies aan het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Toelagen aan het "Centre de Recherches Agronomiques de Gembloux"(CRA-W)
Toelagen en premies inzake landbouw en agro-voeding
Subsidie aan referentie- en proefcentra.
Subsidies voor wetenschappelijk en technisch onderzoek.
Subsidies voor de bouw, uitbreiding of verbouwing van openbare slachthuizen, slachthuizen die een dienst van algemeen economisch belang aanbieden (DAEB).
Subsidies en premies toegekend voor de verbetering van de kwaliteit van dieren en dierenproducten.
Subsidie aan het Onderzoek en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of aan BV-OECO (Belgische Vereniging voor Onderzoek en Expertise voor de Consumenten Organisaties).
Subsidie aan de vzw " Europees Paardencentrum van Mont-le-Soie ".
Subsidies aan instellingen belast met vulgarisatie-, begeleidings- en bevorderingsopdrachten.
Subsidies aan instellingen die de bestaansonzekerheid in de landbouw bestrijden. Subsidies waarbij de landbouwers ertoe aangezet worden deel te nemen aan de voedselkwaliteitsregelingen in het kader van het programma voor plattelandsontwikkeling. Subsidie aan de "Cellule de la Qualité des produits fermiers" (C.Q.P.F.). Subsidie aan de adviesinstellingen voor hun tussenkomst in het kader van het Bedrijfsadviessysteem (BAS).
Subsidie aan de "Faculté universitaire des sciences agronomiques" van Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subsidie aan de privé-verenigingen en instellingen inzake landbouw en agro-voeding.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake ontwikkeling en onderzoek van het natuurlijk en landbouwmilieu.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan "ISSeP" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058): Tegemoetkomingen aan de Landbouw:
Subsidies aan de doorgangsgebouwen voor landbouwactiviteiten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) - Afdeling "Fonds wallon des calamités agricoles" (Waals fonds voor landbouwrampen).
Dotatie aan het Betaalorgaan.
Gewestelijke steun aan veehouders, producenten en landbouwers voor de verwerking of afzet van producten van hun bedrijf en aan melkproducenten voor de verwerking en afzet van zuivelproducten.
Buitengewone tegemoetkoming ten gunste van de landbouw.
Vergoedingen voor de viskwekers voor de schade veroorzaakt door ongunstige klimaatverschijnselen.
Uitzonderlijke uitgaven in het kader van de vogelgriep.
Gewestelijke steun aan landbouwers voor de verwerking of afzet van producten van hun bedrijf.
Uitzonderlijke steun (subsidie 100% WG).
[1 Programma 15.05 (WBFIN-programma 15.059): Dierenwelzijn:
Subsidies op het gebied van onderzoek inzake dierenwelzijn.
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Steun voor Belgische initiatieven op het gebied van de dierenbescherming en het Dierenwelzijn.
Investeringssubsidies aan de plaatselijke besturen en hulpzones voor strijd tegen dierenmishandeling en dierenredding.]1
Programma 15.11 (WBFIN-programma 15.060): Natuur, Bossen, Jacht en Visserij :
Subsidies aan verenigingen die actief zijn op het gebied van de bescherming en herwaardering van bossen.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen voor de uitvoering van werken in bossen.
Subsidies aan de Faculteiten Landbouwkundige Wetenschappen om bosonderzoek te ontwikkelen.
Subsidies aan diverse verenigingen en private personen met het oog op het natuurbehoud.
Subsidies aan diverse verenigingen en particulieren of openbare rechtspersonen voor acties ten gunste van de biodiversiteit.
Subsidies voor het behoud van merkwaardige bomen en hagen op privé en openbare eigendom.
Ondersteuning van pilootacties op gemeentelijk niveau inzake natuurbehoud.
Vergoedingen voor schade aangericht door beschermde diersoorten.
Subsidies aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming.
Subsidies aan instellingen die erkend zijn voor bewustmaking inzake leefmilieu.
Subsidies aan instellingen en vennootschappen in het kader van internationale betrekkingen.
Subsidies aan jagers- en vissersverenigingen.
Subsidies voor de ontwikkeling van de visteelt.
Subsidies aan de niet-publieke sector voor de verwerving, de inrichting of de bouw van vissershuizen.
Subsidies aan Jachtraden.
Compenserende subsidies en vergoedingen in het kader van Natura 2000.
Subsidie aan de "Office Economique wallon du Bois".
Subsidie inzake dynamisering van het bosbeheer.
Bijdrage aan de werking van het Nationaal Secretariaat voor de bestrijding van invasieve exotische soorten.
Investeringssubsidies aan de visteeltsector.
Uitzonderlijke tegemoetkoming ten gunste van de bossector.
Ondersteuning van proefacties op gemeentelijk niveau inzake groene ruimten.
Subsidies aan de openbare sectoren en aan niet-openbare sectoren in het kader van de "Semaine de l'Arbre".
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de aankoop van materieel voor het onderhoud van historische parken en tuinen.
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden met tuin- en bosbouwscholen.
Subsidies inzake groengebieden.
Subsidies in het kader van de Afrikaanse varkenspest.
Subsidies in het kader van de bestrijding tegen de schorskever.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen.
Programma 15.12 (WBFIN-programma 09.012): Landelijke en natuurlijke ruimte:
Subsidies aan de "Fondation rurale de Wallonie" krachtens de kaderovereenkomst.
Toelage aan de begeleidingsstructuur in het kader van de richtlijn "nitraten" Subsidie aan de "GREOA" en aan de "FGW" voor hun acties inzake plattelandsontwikkeling.
Subsidies aan natuurlijke personen, privé of publieke instellingen voor verrichtingen ter bevordering, herwaardering, bewustmaking of voorlichting over plattelandsontwikkeling, ruilverkaveling of beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies aan natuurlijke personen, privé of publieke instellingen voor initiatieven of acties met het oog op de bewustmaking over plattelandsleven, kennis van de landelijke aangelegenheden, plattelandsontwikkeling en beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies voor transgemeentelijke proefacties met het oog op de plattelandsontwikkeling.
Subsidies voor originele en innoverende acties inzake plattelandsontwikkeling.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake het beheer van de landelijke ruimte.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake landbouw en agro-voeding.
Subsidies aan de niet-openbare sector voor de verwezenlijking van werken met het oog op de restauratie van aquatische habitats, met inbegrip van het herstel van de vrije doorgaan van vissen en de studies nodig voor deze werken.
Subsidies aan de UCL en aan de ULg-Gembloux Agro-Bio Tech in het kader van het geïntegreerd beheer grond-erosie-afvloeiend water (Project GISER).
Allerhande uitgaven voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake plattelandsontwikkeling, waterlopen met inbegrip van de alluviale vlakte.
Subsidies voor de oprichting van co working places en gedeelde kantoorruimten in landelijk gebied.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor werken met het oog op de verbetering van landbouwwegen en voor de totstandbrenging van voorzieningen ter bescherming tegen de erosie van landbouwgrond en ter bestrijding van overstromingen en modderstromen als gevolg van afvloeiing.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen.
Programma 15.13 (WBFIN-programma 09.012): Preventie en Bescherming : Lucht, Water, Grond :
Subsidies aan privé-instellingen voor acties in verband met het fenomeen "NIMBY".
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan de riviercomités voor de financiering van de studieovereenkomst van het riviercontract.
Specifieke subsidies en vergoedingen inzake het beheer van de landelijke ruimte.
Subsidies voor de opvolging van de milieuvriendelijke methoden.
Tegemoetkomingen voor maatregel 10 van het programma voor landbouw en leefmilieu.
Subsidies in het kader van de integrale droogtestrategie.
Subsidie voor de bescherming van het leefmilieu
Dotatie voor het " Agence Wallonne pour l'Air et le Climat " (Waalse Agentschap voor Lucht en Klimaat).
Subsidies aan de vzw Agra-Ost voor haar acties voor een milieuvriendelijke landbouw en valorisering van organische stoffen.
Werkingssubsidies aan de Maas- en Scheldecommissies alsook aan het Coördinatiecomité van het stroomgebiedsdistrict Rijn. Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Programma 15.14 (WBFIN-programma 15.063): Politie en controle:
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor personeelsleden belast met vaststellingen.
Programma 15.15 (WBFIN-programma 09.012): Beleid inzake afval en grondstoffen :
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan en het Waals plan inzake afval en grondstoffen.
Allerhande subsidies inzake de nuttige toepassing van huishoudelijk en niet-huishoudelijk afval.
Allerhande subsidies inzake afvalpreventie.
Allerhande subsidies inzake het beheer van afval en grondstoffen.
Allerhande subsidies inzake het bodembeheer.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Subsidie toegekend aan REQUASUD.
Programma 15.52 (WBFIN-programma 09.012): Begrotingsfonds inzake Dierenwelzijn:
Verschillende subsidies op het gebied van de dierenbescherming en dierenwelzijn.
Programma 15.60 (WBFIN-programma 09.012): Fonds voor leefmilieubescherming:
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Subsidies voor de exploitatiekosten en de investeringsuitgaven van de erkende ontwateringsinstellingen.
Subsidies aan openbare of gelijkgestelde instellingen voor de financiering van projecten tot valorisatie van bemalingswater van steengroeven voor de openbare distributie.
Subsidie aan de begeleidingsstructuur in het kader van het Waalse reductieprogramma inzake pesticiden en de "Richtlijn Nitraten".
Subsidies inzake sensibilisering en/of investering voor individuele waterzuivering
Subsidies voor onderzoeken en acties op het gebied van de milieugezondheidskunde.
Allerhande subsidies inzake het bodembeheer.
Allerhande subsidies inzake milieubescherming en inzake waterbevordering.
Programma 15.62 (WBFIN-programma 09.012): Fonds voor afvalbeheer:
Allerhande subsidies inzake afvalbeheer.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Programma 16.02 (WBFIN-programma 09.012): Ruimtelijke ordening en stedenbouw :
Subsidies aan gemeenten voor de aanwerving van adviseurs inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw.
Subsidies voor acties ter bevordering van een zorgvuldige ruimtelijke ordening zowel op plaatselijk als op gewestelijk vlak.
Subsidies voor een architectuur- en landschapsbijstand in het kader van de Europese operationele programma's.
Toelagen voor ruimtelijke ordening in het kader van het operationeel programma "INTERREG" en andere Europese operationele programma's.
Subsidies aan de gemeenten en grondbedrijven in het kader van hun grondaankopen en -ruiloperaties uitgevoerd in het kader van het door het Gewest bepaalde grondbeleid. Subsidies aan de universiteitsinstellingen.
Subsidies aan privé-instellingen belast met de uitvoering van de projecten van het Programma Leader.
Subsidies voor :
1° de opmaak van het basisdossier voor de herziening van het gewestplan (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
2° de opmaak of herziening, in het geheel of voor een deel, van een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, een gemeentelijk plan, een plaatselijk beleidsontwikkelingsplan of een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding (Art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
3° de opmaak van een milieueffectenverslag ten aanzien van een ontwerp van herziening van een gewestplan, een meergemeentelijk ontwikkelingsplan of een gemeentelijk ontwikkelingsplan of een gemeentelijk plan (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
4° de opmaak van een onderzoek inzake algemeen nut voor de ruimtelijke ordening en de stedenbouw/de opmaak van een onderzoek inzake algemeen nut voor de ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke ordening en de stedenbouw (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
5° de organisatie van informatievergaderingen m.b.t. ruimtelijke ordening en stedenbouw;
6° de werking van de gemeentelijke commissie en voor de opleiding van haar leden en het betrokken gemeentepersoneel;
7° op verzoek van een gemeente of verschillende aangrenzende gemeenten, de indienstneming van een persoon die competenties aantoont in verband met het beheer van het betrokken grondgebied/op verzoek van een of verschillende aangrenzende gemeenten of een vereniging van gemeenten, voor de jaarlijkse indienstneming van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en stedenbouw (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling);
8° voor de algemene onderzoeken inzake ruimtelijke ordening met name voor de permanente conferentie voor de ruimtelijke ordening die in het kader van het programma handelt (art. D.I.12 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling).
Subsidies voor de aankoop van onroerende goederen in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Toelagen aan de plaatselijke besturen in het kader van het Plan Permanente Woning".
Subsidies aan de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidie aan Eiropalia.
Programma 16.03 (WBFIN-programma 16.079): Stadsvernieuwing en -heropleving, Stedenbeleid en afgedankte bedrijfsruimten:
Subsidies en vergoedingen aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies betreffende stedenbeleid.
Subsidies voor de stad Charleroi - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Luik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Namen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Bergen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad La Louvière - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Doornik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Seraing - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Moeskroen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Verviers - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor acties met het oog op de bevordering en de aanmoediging van de herbestemming, de renovatie en de aanpassing van het bestaand patrimonium met het oog op een zuiniger gebruik van de bodem.
Subsidies voor acties en studies die bijdragen tot de uitvoering van de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel.
Tussenkomst, via een aan de "SPAQUE" gegeven opdracht voor de aankoop en de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel ten bate van operatoren die in het kader van een opdracht als afgevaardigd bouwheer optreden.
Subsidies aan gemeenten die voorkomen op de lijst van de Bevoorrechte initiatiefgebieden van type I, in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Deze subsidies zijn bestemd om :
- de gemeente aan te sporen onroerende goederen geschikt voor stadsuitbreiding aan te kopen teneinde meer bebouwde of te bouwen onroerende goederen in het gebied aan te bieden;
- de ruil of de verkoop aan te sporen van onroerende goederen die niet geschikt zijn voor stadsuitbreiding en die eigendom zijn van de gemeente teneinde onroerende goederen te kunnen kopen die geschikt zijn voor stadsuitbreiding of die, op stedenbouwkundig vlak, in het kader van een gemeentelijk beleid voor woonuitbreiding passen.
Subsidies voor de uitvoering van de beleidsvormen inzake stadsheropleving en -vernieuwing.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Deze subsidies :
- bedragen 50% van de kosten verbonden met het opmaken van het dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van de betrokken erkende verrichting van stadsvernieuwing;
- zijn onderworpen aan de indiening van een dossier die ten minste de volgende stukken (of elementen) bevat:
1. het bewijs van enerzijds de noodzaak van de geplande uitbreiding van de erkende omtrek en anderzijds van de afstemming van de voorgestelde grenzen van de geplande uitbreiding op de erkende omtrek;
2. de opsomming en de beschrijving van de uit te voeren projecten met het oog op het bereiken van de doelstellingen die de basis vormen van de geplande uitbreiding van de omtrek;
3. de financiële raming van de kosten van de te voeren acties in het kader van de geplande uitbreiding van de omtrek (fasering, verwervingen, werken, ...);
4. het advies van de plaatselijke commissie voor stadsvernieuwing, indien ze bestaat, of, bij gebrek daaraan, van de gemeentelijke commissie;
5. een uittreksel van de beraadslaging van de gemeenteraad waarbij bovenbedoeld uitbreidingsproject en de gegevens bedoeld in bovenvermelde punten 1, 2 en 3 worden goedgekeurd;
en de goedkeuring ervan, op advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling " Operationele inrichting" - en van de Administratie, door de Minister bevoegd voor stadsvernieuwing.
Subsidies aan de gemeenten om de kosten te dekken van een adviseur inzake stadsvernieuwing, belast met de bijstandsopdrachten die nodig zijn voor de gemeente voor de erkenning en het beheer van een stadsvernieuwingsverrichting.
Subsidies en vergoedingen aan privé instellingen die acties inzake het Stedenbeleid voeren.
Jaarlijkse subsidie aan de stad Luik voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Bergen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Namen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Subsidies en vergoedingen (personeel en werking) aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid" (overeenkomst duurzame steden).
Subsidies EFRO
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de versterking van de stedelijke aantrekkelijkheid.
Subsidies aan de grote Waalse steden voor investeringswerken inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies aan de Waalse steden van meer dan 50.000 inwoners voor de tenuitvoerlegging van het "Geïntegreerd stadsbeleid".
[1 Programma 16.11 (WBFIN-programma 16.080): Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het "Centre de recherche en habitat durable".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten en verschillende verenigingen voor de bevordering van huisvesting in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het Welzijnplan.
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg.
Subsidies aan de "SWCS" (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en aan het "FLW" (Waals Huisvestingsfonds) voor acties ter bevordering van hun producten inzake toegang tot huisvesting en/of vergoeding van de daarmee verband houdende kosten.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Subsidies aan sociale huisvestingsinstellingen ("OFS"), aan gemeente, aan intercommunales, aan OCMW's, aan Verenigingen Zonder Winstoogmerk, aan verenigingen "Hoofdstuk XII", aan stichtingen, aan sociale contactpunten en aan instellingen van openbaar nut, in het kader van de oproep tot het indienen van projecten "gebied zonder dakloosheid".]1
Programma 16.12 (WBFIN-programma 16.081): Huisvesting - openbare sector
Subsidies voor acties van de overheid inzake bouw, renovatie, voorziening van infrastructuur en bevordering van de sociale integratiewoningen en middelgrote woningen.
Subsidies aan de openbare instellingen voor de aankoop, renovatie, verbouwing of oprichting van woningen in specifieke woonwijken.
Subsidies voor de inrichting en de verbetering van de door de huisvestingsmaatschappijen (SLSP) beheerde woonwijken.
Subsidies aan de SLSP voor de inbeheer- of inhuurneming van huurwoningen.
Subsidies aan de "SWL" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - overheidssector.
Subsidies m.b.t. de openbare woning.
Subsidies betreffende het renovatieplan.
Subsidies aan de gemeenten voor de Huisvestingsadviseurs.
Participatie in het kapitaal van de openbare bouwmaatschappijen, de "guichets de crédits social (sociaal kredietloketten) en de "SWL" (Waalse Huisvestingsmaatschappij).
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies voor de innovatieve creatie van woningen van openbaar nut.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende het renovatieplan.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende de openbare woning.
Subsidies voor studentenwoningen.
Subsidies voor bejaardenhuisvesting.
Programma 16.21 (WBFIN-programma 16.082): Monumenten, landschappen en opgravingen :
Subsidies aan het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium).
Programma 16.31 (WBFIN-programma 09.012): Energie :
Subsidies met het oog op de bevordering of ondersteuning van acties inzake bevordering, demonstratie en ondersteuning van een rationeel gebruik van energie en alternatieve energie, met inbegrip van de subsidies die in het kader van het Energiefonds worden uitbetaald.
Subsidies aan ondernemingen en particulieren voor de renovatie in verband met energiebesparing van woonwijken, in het bijzonder in het kader van projectenoproepen met het oog op de verwezenlijking van de renovatie in verband met energiebesparing van woonwijken.
Subsidies om de uitgaven met betrekking tot de medefinanciering samen met de EEG van door partners van het Gewest gevoerde acties in het kader van Europese programma's te dekken.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie.
Subsidies aan universitaire onderzoekseenheden of onderzoekseenheden van universitair niveau, en aan onderzoekscentra voor de financiering van onderzoeksprojecten op het gebied van energie, met inbegrip van uitgaven voor de infrastructuur, de aankoop van uitrustingen en voor het uitbrengen van adviezen inzake technologie.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt.
Subsidies die in het kader van oproepen tot het indienen van projecten worden toegekend aan bedrijven en universitaire onderzoekseenheden of onderzoekseenheden van universitair niveau en onderzoekscentra voor de financiering van onderzoekprojecten op het gebied van energie.
Studies en sensibiliseringsacties ter bevordering van het beheer van de energierekening en de ontwikkeling van op stimulansen gebaseerde elektriciteitstarieven voor de verschuiving van de belasting.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Ontwikkeling van instrumenten ter bevordering van gelijktijdige consumptie en productie
Subsidie voor de installatie van apparatuur die de verplaatsing van elektrische ladingen mogelijk maakt, om het zelfverbruik of de vermindering van het verbruik aan te moedigen.
Subsidies ten gunste van de privé-sector - Uitvoering van vereenvoudigde sectorovereenkomsten. (bedrijvencheques).
Deelneming van het Waalse Gewest aan de acties van het Internationaal Agentschap voor Hernieuwbare Energie (IRENA).
Subsidie AMURE - voor bedrijven en federaties die zich in het bijzonder richten op het uitvoeren van audits, haalbaarheidsstudies en, voor bepaalde activiteitensectoren, investeringen in energie-efficiëntie.
Subsidie UREBA voor niet-commerciële Instellingen en Privaatrechtelijke personen om het energieverbruik van gebouwen te verminderen.
Subsidie voor actoren die sensibiliseringsopdrachten leiden voor verschillende doelgroepen (energieadviseurs, energieloket, enz...).
Subsidies die worden toegekend om de opdrachtgevers aan te moedigen gebouwen te bouwen of te renoveren met inachtneming van de vereistenniveaus die strenger zijn dan de geldende wettelijke eisen.
Studies met betrekking tot de ontwikkelingen en steunregelingen van hernieuwbare energie.
Studies met betrekking tot de uitvoering van de omzetting van de Europese Richtlijnen (SER, EE EPB, energiemarkt, ...) en van het Nationaal Energie Klimaat Plan
Ontwikkeling van instrumenten ter ondersteuning van hernieuwbare energie via het mechanisme van de groene certificaten.
Onderzoek betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteits- en gasmarkten.
Studies over energie-efficiëntie, met name in bedrijven.
Studies over de energieprestaties van gebouwen.
Subsidies voor het kwetsbaar publiek.
Subsidies aan bedrijven en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Subsidies voor actoren en verenigingen die gebruikers (burgers, professionals, leerlingen, bedrijven) bijstaan of ondersteunen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.
Subsidies aan de distributienetbeheerders in het kader van het "prosumer"-tarief.
Subsidies aan beheerders van distributienetbeheerders ter ondersteuning van de installatie van slimme meters.
Subsidies aan de producenten van elektriciteit (gezinnen en bedrijven) om het eigen verbruik van energie te maximaliseren.
Subsidies aan de producenten van elektriciteit (gezinnen en bedrijven) in het kader van het "prosumer"-tarief.
Subsidie aan de beheerders van de energiedistributiesystemen voor de uitbreiding van de lijst van beschermde klanten bedoeld in artikel 33, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt.
Dotatie aan get "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie).
Subsidie aan bedrijven, "UAP" en plaatselijke besturen ter ondersteuning van waterstofprojecten.
Subsidie aan bedrijven, "UAP" en plaatselijke besturen ter ondersteuning van de oprichting van hernieuwbare energiegemeenschappen.
Subsidies aan gezinnen en bedrijven, aan "UAP" en aan de plaatselijke besturen voor de uitvoering van duurzame energie- en klimaatprojecten, met name in het kader van het Energie- en Klimaatactieplan.
Subsidie aan gezinnen en bedrijven, aan "UAP" en aan de plaatselijke besturen om de installatie van laadpalen voor elektrische voertuigen op het openbare domein te versnellen.
Programma 16.41 (WBFIN-programma 16.084): Eerste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu :
Initiatieven om de gebruikskosten van de woningen drastisch te verminderen.
Financiering van her renovatieplan, van de procedures mbt de renovatie en de oprichting van woningen van openbaar nut.
Renovatieplan van het openbare woningbestand met het oog op de verbetering van de energieprestatie.
Renovatieplan met het oog op de bevordering van de energieprestatie van de gebouwen van de openbare sector en van de niet-commerciële sector.
Projectenoproepen met het oog op de snelle terbeschikkingstelling van woningen van openbaar nut, van innoverende woningen (woningen voor bejaarden/ gehandicapten "connects"...) en sociaal huurvruchtgebruik.
Financiering van acties ter bevordering van eco-bouwmaterialen en ter stimulering van de circulaire economie in de bouw.
Programma 16.42 (WBFIN-programma 16.085): Duurzame ontwikkeling:
Subsidie in het kader van het beleid inzake duurzame overheidsaankopen in verband met socioprofessionele inschakeling, opleiding en creatie van banen.
Programma 16.53 (WBFIN-programma 16.089): Energiefonds:
Subsidies voor distributienetbeheerders om de werkelijke kosten van de openbare dienstverleningsverplichting te dekken.
Subsidies aan ondernemingen voor de ontwikkeling tot de productie van elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
Subsidies voor iedere activiteit ter bevordering van het onderzoek, de innovatie en de technologische ontwikkeling op het gebied van energie.
Subsidies en premies aan bedrijven, VZW's en huishoudens voor het uitvoeren van energiebesparende werkzaamheden.
Ondersteuning van acties voor de demonstratie van wetenschappelijke en originele toepassingen van speerpunttechnologie op het gebied van energie, bestemd voor sectoren waar deze technologie niet of weinig gebruikt wordt.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de bevordering van het beheer van de energiefactuur.
Studies en sensibilisatieacties met het oog op de steun van de autoproductie van energie.
Subsidies, subsidies toegekend aan ondernemingen, VZW's, huishoudens, administraties, intercommunales, instellingen van openbaar nut, met het oog op ondersteuning op energiegebied.
Programma 17.02 (WBFIN-programma 17.091): Binnenlandse aangelegenheden :
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk centrum voor de vorming van personeelsleden van de plaatselijke en provinciale besturen van Wallonië en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intercommunales, OCMW's, andere plaatselijke besturen en openbare of privé-instellingen die bedenkings-, bewustmakings- en opleidingsacties voeren in verband met het beheer van de plaatselijke besturen, de burgerzin, de participatieve democratie, de maatschappelijke integratie en de algemene doelstellingen van het programma.
Subsidies ten gunste van Namen-Hoofdstad.
Subsidies voor bovengemeentelijke pilootacties.
Subsidies aan het CRAC in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere plaatselijke overheden en publieke of particuliere organisaties die op gemeentelijk en supragemeentelijk niveau acties uitvoeren die gericht zijn op toenadering en/of burgerschap.
Subsidies aan de plaatselijke besturen in het kader van het Digitaalfonds voor plaatselijke besturen.
Subsidies aan de gemeenten voor acties ter bevordering van de sociale integratie, het onderhoud van het erfgoed, en de veiligheid, de werkgelegenheid en subsidies aan de gemeenten voor de agentschappen voor plaatselijke ontwikkeling.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen in het kader van de steun aan het beheer.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen voor de beroepsopleiding van het gemeentepersoneel en van de mandatarissen.
Toelagen en vergoedingen aan gemeenten voor de uitvoering van mechanismen voor de verbetering van hun eigen diensten en van de aan de burgers verleende diensten.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen in het kader van de medefinanciering van in de gemeenten ontwikkelde Europese programma's.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen voor de bevordering, op alle gebieden, van de burgerlijke betrokkenheid en het partnerschap inzake buurtpreventie.
Subsidies aan gemeenten en provincies met het oog op de toekenning van een compensatie van de forfaitarisering van de verminderingen van de onroerende voorheffing.
Subsidies voor de beroepsopleiding van het personeel van de provinciebesturen.
Subsidie aan de Ombudsdienst in het kader van de bemiddeling van de Plaatselijke Besturen.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Informatie- en Communicatietechnologieën en het e-Gemeenteplan.
Subsidie in het kader van het vormingsplan.
Subsidies aan gemeenten en vzw's voor de organisatie van de etappes van de "Tour de la Région wallonne".
Subsidies in het kader van de mutualisering van de informatica in de plaatselijke besturen.
Financiering van de cel voor de verificatie van de verenigbaarheid van de mandaten.
Subsidies voor de lokale ontwikkelingsagentschappen in de vorm van vzw's.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Subsidies in het kader van sectorovereenkomsten.
Subsidies aan de gemeenten voor acties gevoerd in het kader van het Plan voor maatschappelijke cohesie.
Kapitaalsubsidies in het kader van het onderhoud van de openbare infrastructuren van de ondergeschikte besturen.
Leader-projecten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds).
Subsidies en vergoedingen aan de intercommunales voor acties ter verbetering van de openbare netheid en ter bevordering van tewerkstelling.
Subsidie voor het Waalse net van de armoedebestrijding (RWLP).
Studies, communicatie en bewustmakingsacties van de Plaatselijke besturen inzake de uitwisseling van gegevens.
Cop21 - Steun bij de aankoop van niet-vervuilende voertuigen of aanpassing van voertuigen aan milieunormen.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - foorreizigers en ambulante handel.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - mijnen, mijnbouwers, steengroeve-uitbaters.
Subsidies voor bovenlokale beheersverrichtingen.
Compensatie voor de plaatselijke besturen in het kader van de afschaffing van de belasting op de masten, pylonen en antennes.
Subsidie aan de stad Namen voor investeringen in verband met de functie van gewestelijke hoofdstad.
Subsidies aan gemeenten en provincies in het kader van de tweede pensioenpijler.
Subsidies aan de provincies in het kader van de overname van de hulpverleningszones.
Subsidies aan gemeenten en provincies voor de responsabiliseringsbijdrage pensioen.
Dotatie aan het "CRAC" voor ondersteuning aan gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Uitzonderlijke subsidies aan gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales en andere plaatselijke besturen.
Subsidie voor de steun aan de gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Subsidies en uitkeringen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere lokale overheden en openbare of particuliere instellingen met het oog op energieondersteuning.
Programma 17.11 (WBFIN-programma 17.092): Overkoepelend sociaal en gezondheidsbeleid :
Steun aan transversale initiatieven.
Steun aan het "Tandem-plan".
Subsidies aan de instellingen die actief zijn in de prostitutiewereld en/of inzake bestrijding van AIDS.
Subsidies aan de gemeenten in het kader van het beheer van het Plan voor maatschappelijke cohesie in de Waalse steden en gemeenten.
Overkoepelende subsidies in uitrusting in de openbare en privé-sectoren.
Ondersteuning van sportinitiatieven op sociaal- en gezondheidsgebied.
Subsidies voor studies, onderzoeken en acties op het gebied van de milieugezondheidskunde.
Programma 17.12 (WBFIN-programma 17.093): Allerhande dotaties voor het beleid inzake Gezondheid, Sociale bescherming, Handicap en Gezinnen :
Subsidie aan het Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten in het kader van de bevoegdheden inzake Gezondheid, Handicap en Gezinnen.
[1 Programma 17.13 (WBFIN-programma 17.094): Sociale actie :
Ondersteuning van initiatieven gevoerd op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor de financiering van onderzoek op sociaal gebied.
Werkings-, personeels- en uitrustingssubsidies aan openbare en privé sociale steunpunten.
Subsidies aan instellingen waarvan de opdracht erin bestaat immigranten te helpen op godsdienstig of moreel gebied.
Steun aan initiatieven van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF).
Steun aan het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid (IFMB).
Subsidies voor de sociale integratie van de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies voor onderzoeks-, informatie-, denk- en actie-instellingen met een gewestelijke, transregionale en transnationale aard inzake de integratie van migranten.
Subsidies aan opvanghuizen en gemeenschapshuizen.
Subsidies aan de gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen of de bevolking van buitenlandse herkomst.
Subsidies aan coördinatie- en documentatie-instellingen op sociaal vlak.
Ondersteuning van specifieke initiatieven van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van andere openbare besturen.
Ondersteuning voor de opleiding van sociale interveniënten en van ambtenaren.
Ondersteuning van het toezicht in de sector sociale actie, de sociale gezondheidszorg sector en de medisch-sociale sector.
Subsidies aan de diensten voor hulpverlening aan rechtsonderhorigen.
Steun van het nationaal plan voor gelijke kansen.
Steun aan coördinaties van gerechterlijke arrondissementen.
Steun aan de reflectiegroep inzake hulp aan slachtoffers.
Subsidies inzake de inschakeling in het arbeidscircuit van de gerechtigden op sociale integratie.
Subsidies voor voorzieningen op het gebied van sociale actie.
Subsidies voor uitrusting en inrichting ten gunste van Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en Hoofstukken XII.
Subsidies voor de aankoop, de inrichting en de voorzieningen van gronden voor rondtrekkende bevolkingsgroepen.
Steun aan privé en openbare diensten voor sociale integratie.
Steun aan privé en publieke initiatieven inzake gelijke kansen.
Subsidies aan de vzw's die partner zijn van de sociale steunpunten die men aan het oprichten is.
Subsidies aan de VZW " l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subsidies aan de VZW " Osiris-Crédal-Plus ".
Subsidies aan de sociale Contactpunten van Namen en Doornik.
Subsidies aan de centra voor maatschappelijke hulpverlening.
Ondersteuning van privé-initiatieven inzake schuldbemiddeling.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake Sociale Actie.
Subsidie aan de OCMW's in het kader van de inschakeling van de gerechtigden op een financiële sociale tegemoetkoming overeenkomstig de wet van 2 april 1965 (Federale dienst) - Art. 60-61.
Subsidie aan de O.C.M.W.'s in het kader van de inschakeling van de gerechtigden van het Leefloon (Federale dienst) - Art. 60-61. 60-61.
Subsidies voor de integratie van buitenlanders of personen van buitenlandse herkomst.
Bijdrage aan de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind.
Subsidies aan organisaties voor opdrachten met betrekking tot vrouwenrechten of de bestrijding van huiselijk geweld.
Subsidies aan organisaties voor de bestrijding van discriminatie tegenover vrouwen.
Subsidies aan instellingen die strijden tegen elke vorm van discriminatie.
Burgerdienst - subsidie aan de "asbl Plateforme pour le Service Citoyen".
Burgerdienst - vergoedingen van de stagiairs.
Steun betreffende permanente woning.
Werkings- en infrastructuursubsidies aan de Sociale contactpunten en Verenigingen voor de Bevordering van Huisvesting]1
Programma 17.14 (WBFIN-programma 17.095): Kinderkribben en jeugd :
Subsidie voor de infrastructuren van privé of openbare instellingen met betrekking tot kind en gezin.
Subsidies in het kader van de buitenschoolse opvang van jonge kinderen.
Babypack-premies.
Programma 18.02 (WBFIN-programma 18.096): ONDERNEMINGEN - Investeringssteun:
Financiering van de maatregel "Carbon Leakage".
Premies in het kader van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Subsidies voor acties in het kader van het Waalse steunplan aan de alternatieve vervoerswijzen op het wegvervoer.
Programma 18.03 (WBFIN-programma 18.097): ONDERNEMINGEN - Economische en Financiële Instrumenten :
Subsidies aan de SOWALFIN.
Subsidie voor de werking van de Beeldindustrie - werkingskosten en gedelegeerde opdrachten.
Subsidie aan de "SPAQuE" voor het beheer van de gemachtigde opdracht NORDION.
Strategische interventies in de bedrijfssector en ten gunste van ondernemingen in herstructurering.
Actiemiddelen voor de financiële instellingen van Wallonië met als doel de consolidatie en de ontwikkeling van de Waalse ondernemingen.
Tegemoetkoming in de activiteit leningen/waarborgen van de "SOWALFIN".
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Ondersteuning van innovatie, ontwikkeling en groei van de ondernemingen.
Leningen en waarborgen in het kader van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Tegemoetkomingen met betrekking tot de werkingsuitgaven van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Programma 18.04 (WBFIN-programma 18.098): Bedrijfsruimten:
Subsidies aan operatoren inzake economische ontwikkeling voor de verwezenlijking van diverse onderzoeken en andere maatregelen met betrekking tot de ontwikkeling van bedrijfsruimtes.
Subsidies aan universiteiten of groeperingen van universiteiten in het kader van de ontwikkeling van bedrijfsruimten.
Gewestelijke bijdrage ten gunste van de "Sowafinal" ter dekking van de jaarlijkse lasten die voortkomen uit de alternatieve financiering van de onthaalinfrastructuren voor economische activiteiten en van de herstructurering van de economische activiteit.
Financiering van industriële opvanginfrastructuur en andere maatregelen voor de ontwikkeling van de bedrijfsruimten die door de Europese Unie worden medegefinancierd.
Subsidies in het kader van proefprojecten in verband met de rehabilitatie van bedrijfsruimten.
Subsidies voor economische ontwikkelingsoperatoren die vallen onder het decreet betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken in het kader van de specifieke maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de overstromingen.
Programma 18.06 (WBFIN-programma 18.099): ONDERNEMINGEN - Competitiviteit, Innovatie, Ontwikkeling:
Subsidie voor de stimulering van circulaire economie in het Waalse Gewest.
Subsidies om de oprichting van activiteiten, de groei en de innovatie bij de ondernemingen en de structurering van het productieapparaat te stimuleren.
Subsidies aan de operationele cellen van de competitiviteitspolen.
Subsidies in het kader van de ontwikkeling en steun aan handels, ambachtsleden en voor de herdynamisering van de stadscentra waaronder de beheersstructuren van de stadscentra.
Subsidies medegefinancierd door het EOFGL met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van plaatselijke acties in verband met de economische activiteit.
Subsidies voor activiteiten ter ondersteuning van de sector logistiek.
Subsidie aan de "CESW" voor de werkingskosten van het Waarnemingscentrum voor de Handel.
Programma 18.07 (WBFIN-programma 18.100): Acties medegefinancierd in het kader van de structuurfondsen:
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Programma 18.11 (WBFIN-programma 18.101): Bevordering van de tewerkstelling :
Subsidies aan het "IWEPS" voor de financiering van werkingsuitgaven van het Waarnemingscentrum inzake werkgelegenheid.
Bijdrage van Wallonië aan het programma "LEED" van de O.E.S.O.
Subsidies voor de financiering van de overdracht van de bevoegdheid "Tewerkstelling" naar de Duitstalige Gemeenschap.
Subsidies in het kader van de begeleiding en de bewustmaking voor het management van diversiteit.
Subsidies ter bevordering van gelijke kansen inzake de toegang tot de werkgelegenheid.
Subsidies met betrekking tot vrouwelijk ondernemerschap en post-creatie.
Subsidies voor diverse acties op het gebied van werkgelegenheid
Waalse medefinanciering van de hoofdlijn LEADER van het Waalse programma voor plattelandsontwikkeling.
Subsidies om stimulansen voor vormende levenservaringen aan te moedigen
Subsidies aan andere internationale instellingen dan de EU.
Subsidies aan buitenlandse overheidsbedrijven buiten de sector 13
Programma 18.12 (WBFIN-programma 18.102): FOREm :
Subsidies voor specifieke acties met het oog op de tewerkstelling in de cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies voor acties betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke verklaring van de Regering en de sociale partners.
Subsidies voor de verwezenlijking van een begeleidingsplan voor werkzoekenden.
Subsidies voor de financiering van de Cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies voor de instanties van de gebieden kwalificerend onderwijs - vorming - tewerkstelling. Subsidies voor de financiering van de "Maisons de l'emploi" (Huizen van de tewerkstelling).
Subsidies voor de antwoorden op de behoeften van de markt: Talenplannen, Knelpuntberoepen.
Subsidie voor de ontwikkeling van een kwalitatief aanbod.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen).
Subsidies voor acties ter bevordering van tewerkstelling en inschakeling.
Subsidie voor Premies en Complementen.
Opleidings-, stage- en vestigingstoelagen.
Subsidie voor het Fonds beroepservaring.
Subsidie voor het verstrekken van opleidingen en studies.
Inschakelingsovereenkomst.
Subsidies voor de inschakeling van nieuwkomers in de samenleving en het beroepscircuit en het preventiebeleid tegen het radicalisme.
Subsidies voor begeleidingsmaatregelen - kilometerheffing - luik tewerkstelling.
Programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103): Door de administratie beheerd plan voor de werkloosheidsbestrijding waarvan de kostenovername echter door FOREm verzekerd wordt:
Steun ter Bevordering van Tewerkstelling ("A.P.E.").
Maatregel SESAM.
Programma 18.15 (WBFIN-programma 18.104): Sociale Economie :
Subsidies voor proefacties en de bevordering van sociale economie, met inbegrip van de ontwikkeling van coöperatieven en de bevordering van nieuwe economische, creatieve en samenwerkingsmodellen.
Subsidie voor het vzw Waalse net van de armoedebestrijding. Subsidie aan met sociaal oogmerk bouwmaatschappijen op het gebied van sociale economie.
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Subsidies voor microkredietprojecten, met inbegrip van coöperatieve microkredieten en de begeleiding daarvan.
Subsidies voor acties betreffende de invoering van sociale, milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten ten gunste van de sociale economiebedrijven.
Subsidies aan W. ALTER.
Programma 18.19 (WBFIN-programma 18.108): Buurtbanen:
Loopbaanonderbrekingen.
Programma 18.21 (WBFIN-programma 18.109): Beroepsopleiding :
Subsidies voor de opleiding inzake informatie- en communicatietechnologieën.
Subsidie aan de "CESE".
Subsidies ter bevordering van informatie, begeleiding en uitvoering van opleidingen voor beroepskwalificaties.
Allerhande subsidies voor de opleiding.
Subsidies aan de projecten LEADER.
Subsidies voor de dekking van de vergoedingen voor sociale promotie.
Subsidie verleend in het kader van akkoorden van de niet-commerciële sector.
Subsidies voor de ondersteuning voor het opstarten van nieuwe vormingsvoorzieningen. Subsidies om investeringen in opleiding mogelijk te maken
Subsidies om investeringen in opleiding mogelijk te maken.
Subsidie voor het platform voor het aanleren van talen dat toegankelijk is voor alle Waalse burgers.
Programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110): Forem - Opleiding :
Subsidies voor acties betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke verklaring van de Regering en de sociale partners.
Subsidies met het oog op de financiering van projecten voor de sociale integratie, de inschakeling in het arbeidsproces en de beroepsopleiding.
Subsidies voor specifieke acties met het oog op de beroepsopleiding in de cellen voor collectieve reconversie.
Subsidies ter bevordering van de beroepen in de non-profit sector.
Subsidies voor de financiering van de werking van de bevoegdheidscentra.
Subsidies voor de financiering van opleidingscheques
Subsidie voor de aanpassingskredieten.
Subsidies ter bestrijding van de gebreken aan gekwalificeerde arbeidskrachten.
Subsidies voor de antwoorden op de behoeften van de markt: Talenplannen, Knelpuntberoepen.
Subsidies ter bevordering van de zelfcreatie van activiteiten.
Financiering van de werking en van de investeringen van het luik "Opleiding van de competitiviteitspolen".
Subsidie voor de afwisselende opleiding en de zelfcreatie van activiteiten.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie om de maximale bereikbaarheid van de vaardigheidscentra in verband met het onderwijs te garanderen.
Subsidies voor de financiering van investeringen in verband met de centra voor beroepsvorming.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden. Subsidie met het oog op de versterking van de band tussen het opleidingsaanbod en de beroepen met toekomstperspectief.
Subsidie voor de financiering van opleidingen van de Vaardigheidscentra aansluitend op de projecten van de polen en de digitalisering van de beroepen.
Subsidie ter ondersteuning van de innovatie van de bedrijven.
Subsidie met het oog op de financiering van opleidingen van de Vaardigheidscentra inzake digitalisering.
Subsidie voor het project " Maison des Langues ".
Subsidies voor begeleidingsmaatregelen - kilometerheffing - Luik Opleiding.
Subsidies voor de projecten van de samenwerkingsovereenkomst Waals Gewest, Forem en OCMW.
Subsidies aan de centra voor de integratie in de samenleving en het beroepscircuit.
Subsidie ter bevordering van de zelfcreatie van activiteiten (AIRBAG).
Subsidie FORMAFORM.
Programma 18.23 (WBFIN-programma 09.012): Landbouwopleiding:
Subsidies aan de centra van landbouwberoepsopleiding voor de organisatie van de cursussen en anderen daaraan verbonden activiteiten.
Programma 18.24 (WBFIN-programma 09.012): IFAPME :
Subsidies met het oog op de werking van het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME) (Waals instituut voor alternerende opleiding, zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen).
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van de bevordering en opleiding van zelfstandigen.
Subsidies aan het "IFAPME" voor investeringen voor vormings- en dienstencentra van het "IFAPME".
Financiering van het taalplan in het kader van de afwisselende opleiding.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Afwisselende opleidingstrajecten en van de Beroepsstages.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie voor de bevordering van de harmonisatie van het statuut van de alternerende leerlingen en voor de ondersteuning van hun begeleiding in het bedrijf.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden.
Subsidie voor de valorisatie van beroepsopleidingen.
Subsidie voor de opleiding knelpuntberoepen en afwisselende opleiding.
Subsidie voor het taalplan.
Vormingssubsidie in het kader van de digitalisering van de beroepen.
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Programma 18.25 (WBFIN-programma 09.012): Gekruiste beleidsvoeringen in het kader van de opleiding/
Allerhande subsidies in het kader van de alternerende opleiding.
Werkingssubsidies aan de "Office francophone de la Formation en Alternance".
Subsidie voor alfabetiseringsacties.
Allerhande subsidies in het kader van de validering van de vaardigheden.
Subsidies aan de " Service francophone des Métiers et Qualifications ".
Subsidies in het kader van de projecten "Beroepsoriëntering" en "Cité des métiers".
Subsidies voor de bevordering van de beroepen.
Subsidies aan Collectieve structuren voor Hoger onderwijs.
Subsidie aan " AEF-Europe " (opdracht " CFC ").
Subsidie aan FORMAFORM.
Programma 18.31 (WBFIN-programma 18.114): ONDERZOEK - Steun, Promotie, Verspreiding en Valorisatie:
Subsidies voor de werkingsuitgaven met name van door de Europese Unie medegefinancierde projecten.
Subsidie aan het "Parc d'aventures scientifiques (le Pass)".
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies aan het "FNRS" en bijbehorende fondsen ("FRIA", "Welbio" en "WISD").
[1 Programma 18.32 (WBFIN-programma 18.115): Digitale Technologieën:
Subsidies en premies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies in het kader van het programma "Digital Wallonia".
Subsidies voor de projecten "Digitale school".
Subsidie aan het "Agence du Numérique".
Subsidies in het kader van de digitale adviesverlening.]1
Programma 18.52 (WBFIN-programma 09.012): Fonds bestemd voor de ondersteuning van onderzoek, ontwikkeling en innovatie:
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Modifications
Art. 50. Dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions visées pourront être octroyées, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens, ainsi que les subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19, les subventions en lien avec la mise en oeuvre du Plan de Relance de la Wallonie, du Plan de relance et de résilience européen et les subventions en lien avec les inondations de juillet 2021 reconnues comme calamités naturelles par les arrêtés du Gouvernement wallon des 28 juillet et 29 août 2021, les subventions en lien avec les conséquences de la situation géopolitique de l'Ukraine, les subventions dans le cadre de la présidence belge de l'Union européenne et les dépenses en lien avec la crise énergétique.
Programme 09.01 (Programme WBFIN 09.012) : Conseil économique, social et environnemental de Wallonie :
Dotation complémentaire destinée à prendre en charge les frais de fonctionnement du Conseil wallon de l'égalité des chances entre les hommes et les femmes.
Programme 09.02 (Programme WBFIN 09.013) : Service social :
Subvention destinée à permettre au Service social des Services du Gouvernement wallon de mener des actions sociales en faveur des agents de l'ensemble des Services du Gouvernement wallon et à assurer le fonctionnement technique de cette ASBL.
Programme 09.04 (Programme WBFIN 09.015) : e-Wallonie-Bruxelles-Simplification :
Subventions relatives à la mise en oeuvre des priorités de simplification administrative.
Subventions aux institutions et associations privées relatives à la mise en oeuvre des priorités de simplification administrative.
Programme 09.08 (Programme WBFIN 09.018) : Tourisme :
Subvention au CGT pour ses dépenses de fonctionnement.
Subvention à WBT pour ses dépenses de fonctionnement et de réalisation des actions de promotion.
Subventions à WBT relatives à la mise en oeuvre de décisions du Gouvernement destinées à soutenir le secteur touristique dans le cadre de la crise COVID.
Subventions relatives à la mise en oeuvre de décision du Gouvernement destinés à soutenir le secteur touristique dans le cadre de la crise COVID par l'intermédiaire du CGT.
Subvention au CGT dans le cadre de la programmation 2014-2020 des Fonds structurels européens.
Programme 09.09 (Programme WBFIN 09.019) : Relations extérieures :
Actions de promotion des relations transfrontalières FEDER - subventions aux organismes privés.
Coopération transnationale et interrégionale - Subventions aux organismes publics.
Actions de promotion des relations transfrontalières FEDER - subventions aux organismes publics.
Dotation à W.B.I.
Subvention à W.B.I. pour la résorption de l'encours.
Subvention à W.B.I. dans le cadre de la programmation 2014-2020 des Fonds structurels européens.
Subvention à des actions relevant des relations internationales.
Transfert de revenus aux ASBL relatifs à la représentation à la Grande Région.
Programme 09.10 (Programme WBFIN 09.020) : Commerce extérieur et investisseurs étrangers :
Subvention à l'Agence pour le Commerce extérieur.
Programme 10.01 (Programme WBFIN 10.001) : Fonctionnel :
Soutien aux actions contribuant à la mise en place d'un observatoire des marchés publics au service du développement durable.
Soutien à la mise en place de maisons des citoyens.
[1 Programme 10.02 (Programme WBFIN 10.022) : Secrétariat général :
Dotation au Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté.
Dotation au Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie.
Subventions et indemnités.
Subventions octroyées à l'intervention de la Commission des Arts de Wallonie.
Subventions en matière de situations de crises.
Subventions aux communes en lien avec les inondations de juillet 2021. ]1
Programme 10.03 (Programme WBFIN 10.023) : Services de la Présidence et Chancellerie :
Subvention, indemnités et soutien aux études et actions en matière de développement régional.
Subventions en faveur des organisateurs locaux des Fêtes de Wallonie.
Subvention au Mouvement Wallon pour la Qualité.
Subvention en faveur d'exercices locaux de prospective.
Subvention à l'asbl " Tour de la Région wallonne Organisation ".
Subventions aux institutions et associations privées chargées de la concertation locale - habitat permanent.
Subventions en faveur du Réseau wallon de lutte contre la pauvreté.
Subventions à des opérateurs privés ou publics spécialisés en vue de favoriser une meilleure connaissance des mécanismes d'importation, d'exportation et de transit d'armes.
Subventions au centre de médiation des gens du voyage.
Subvention à la RTBF pour la prise en charge d'une partie des coûts inhérents à la Promotion de la Région wallonne.
Subvention en faveur de l'ASBL Domaine SOLVAY - Château de La Hulpe.
Subvention en faveur d'évènements et d'activités propices à la mise en valeur du Domaine de La Hulpe.
Subventions à l'Institut Jules Destrée.
Subvention en faveur de la Fondation Mons 2015.
Subventions aux institutions et associations publiques chargées de la concertation locale - habitat permanent.
Subventions en faveur des institutions publiques oeuvrant à la promotion de la Wallonie.
Subvention à la Communauté germanophone.
Subventions dans le cadre de l'opérationnalisation du Plan de Lutte contre la Pauvreté.
Subvention à l'Université catholique de Louvain dans le cadre de la plate-forme wallonne pour le GIEC.
Subvention à l'ASBL FEDEMOT.
Programme 10.04 (Programme WBFIN 10.024) : Coordination des dossiers relatifs aux Fonds structurels :
Subvention en vue d'assurer l'assistance technique et la promotion via des organismes publics ou privés - COFINANCEMENT PAR LE FEDER.
Subvention en vue d'assurer l'assistance technique et la promotion via des organismes publics ou privés - COFINANCEMENT PAR LE FSE.
Dotation à l'Agence Fonds social européen.
Dotation à l'Agence pour l'éducation et la formation tout au long de la vie.
Programme 10.07 (Programme WBFIN 10.027) : Géomatique :
Subventions en matière de géomatique.
Programme 10.10 (Programme WBFIN 10.085) : Développement durable :
Soutien à des initiatives belges ou internationales menées dans le domaine du développement durable et de la transition écologique, en ce compris l'octroi de prix.
Soutien à la politique d'achats publics durables et lutte contre le dumping social. Soutien au renforcement des démarches de certification et de labellisation des entreprises en matière de développement durable.
Subventions aux secteurs privé et publics dans le cadre de la stratégie wallonne de développement durable et de la stratégie " Manger demain ".
Soutien à la responsabilité sociétales des entreprises.
Soutien aux initiatives promouvant une alimentation plus durable.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Subventions en matière d'achats publics responsables.
Actions de sensibilisation au développement durable du personnel du SPW et des UAP.
Actions de gestion et de suivi des performances sociales et environnementales au SPW.
Dynamisation d'une mobilité plus durable au sein du SPW.
Soutien à la politique de marchés publics durables ou responsables et lutte contre le dumping social.
Soutien aux achats circulaires.
Soutien aux investissements socialement responsables.
Alliance emploi environnement recentrée.
Soutien au développement des indicateurs complémentaires au PIB et au monitoring des objectifs de développement durable.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions relatives à la gestion durable du logement.
Subventions au secteur privé en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur autre que public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (dépenses courantes).
Subventions aux communes en matière de développement durable et de transition écologique.
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (investissements).
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique - intercommunales.
Soutien au développement de l'échelle de performance CO2.
Subventions au secteur public en matière d'alimentation durable.
[1 Programme 10.11 (Programme WBFIN 10.122) : Plan de relance de la Wallonie (PRW) et la Facilité pour la relance et la résilience européen (FRR) :
Subventions et indemnités diverses.]1
Programme 10.50 (Programme WBFIN 10.030) : Fonds budgétaire en matière de Loterie :
Fonds budgétaire en matière de Loterie.
Programme 11.01 (Programme WBFIN 11.001) : Fonctionnel :
Subventions et indemnités au secteur autre que public.
Subvention à l'ISSEP pour l'étude de la gestion énergétique des bâtiments.
Subventions à Immowal dans le cadre de missions spécifiques confiées par la Région.
Programme 11.04 (Programme WBFIN 11.032) : Ressources humaines, sélection, formation, fonction publique :
Subventions pour formations destinées aux agents du SPW et des OIP dont le personnel est soumis au Code de la Fonction publique régionale et organisées par l'Ecole d'Administration publique de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de la Wallonie.
Subventions destinées à la formation et au développement des compétences des mandataires publics.
Subventions à des Universités et visant à une meilleure formation des agents publics.
Programme 11.31 (Programme WBFIN 11.042) : Implantation immobilière :
Subventions et indemnités au secteur autre que public.
Subventions en faveur de l'ASBL Domaine Solvay - Château de la Hulpe.
Programme 14.02 (Programme WBFIN 14.044) : Actions et coordination des politiques de mobilité et de sécurité routière :
Subventions relatives à des activités de formation, de recherche, de promotion et d'innovation dans le domaine des transports.
Subventions destinées à promouvoir l'image de la Région wallonne et de ses interventions en faveur des transports.
Subventions relatives à la réalisation et l'exploitation d'un centre de télécommunications avancées.
Subventions destinées à mettre en oeuvre des actions visant à concrétiser les chartes communales de mobilité et les plans de déplacement et à mettre en oeuvre des actions en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité.
Subventions complémentaires d'impulsion aux pouvoirs locaux pour la concrétisation des plans communaux de mobilité et des plans de déplacements scolaires, pour la réalisation d'aménagements favorisant les transports publics, l'intermodalité ou la sécurité des usagers faibles, ainsi que pour l'acquisition de véhicules propres et l'installation de radars.
Subventions aux pouvoirs locaux pour financer toute action ou réalisation visant à améliorer la sécurité routière.
Subventions aux exploitants de taxis et aux pouvoirs locaux pour l'acquisition de véhicules propres.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à la participation de la Région à des programmes visant à améliorer la mobilité et la sécurité routière et cofinancés par l'Union européenne.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements, du Plan wallon de Transition (PWT) et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions à des organismes étrangers en vue de promouvoir l'usage de mode de transport alternatif.
Subventions aux personnes physiques permettant d'inciter à des choix de mobilité durable.
Subventions aux exploitants de société de transport de personnes destinées à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions aux associations représentant le secteur du transport de personnes destinées à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative en faveur de l'accessibilité au transport public.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions à la SNCB en vue de réaliser des investissements et des actions visant à améliorer la mobilité active et l'intermodalité.
Subventions aux pouvoirs locaux destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subventions aux communes, aux associations de communes ou aux personnes morales de droit public destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subvention à destination de l'AWSR.
Programme 14.03 (Programme WBFIN 14.045) : Transport urbain, interurbain et scolaire :
Subventions aux associations ayant pour objet la promotion des transports en commun.
Subventions aux associations étudiant et/ou prônant la mobilité en matière de transports.
Subventions de soutien aux organisateurs de manifestations en rapport avec les transports.
Subventions destinées à promouvoir l'image de la Région wallonne et de ses interventions en faveur des transports.
Subventions à l'OTW en vue d'exploiter le réseau et de réaliser des investissements et des actions visant à améliorer la qualité et la sécurité des transports en commun, la gestion des ressources humaines, la mobilité et l'intermodalité dans le transport des personnes, en ce compris les cofinancements européens.
Subventions à l'OTW pour ses projets de solutions de mobilité locale.
Subventions d'exploitation à des opérateurs agréés (autres que les entreprises publiques) de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Subventions d'exploitation à des opérateurs agréés (privés sans but lucratif) de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Intervention dans le cadre du préfinancement régional des projets d'infrastructures ferroviaires de la SNCB.
Intervention dans le cadre du financement de la mise en oeuvre de modes de transports structurants.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions aux communes, aux associations de communes ou aux personnes morales de droit public à l'initiative de création de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Programme 14.04 (Programme WBFIN 14.046) : Aéroports et aérodromes régionaux :
Subventions aux sociétés d'exploitation des aéroports et aérodromes régionaux en vue de la promotion et du développement de leurs installations.
Subventions aux sociétés d'exploitation des aéroports régionaux leur permettant d'assurer des missions de service public dans le cadre de l'exploitation des aéroports.
Interventions diverses relatives à la mise en oeuvre des mesures d'accompagnement en vue d'assurer l'intégration du développement économique des aéroports dans leur environnement immédiat.
Subventions diverses en vue d'assurer les travaux d'insonorisation. Subventions relatives à la mise en oeuvre des mesures d'accompagnement et d'information.
Subventions en faveur d'études et d'actions d'information, de promotion ou de sensibilisation en matière d'infrastructures aéroportuaires régionales.
Subvention à l'ASBL CAREX en faveur de la création d'un service de fret ferroviaire à grande vitesse connecté à la plate-forme aéroportuaire de Liège-Airport et la réalisation des équipements correspondants, y compris au titre des zones ou pays susceptibles d'être desservis par ce service.
Dotation à la Sowaer pour l'accomplissement des missions déléguées spécifiques en matière de sûreté et de sécurité.
Dotation complémentaire à la Sowaer pour l'accomplissement des missions de sûreté.
Dotation à la SOWAER relative au service de la dette contractée pour la mise en oeuvre des mesures d'accompagnements et d'informations.
Dotation spécifique destinée à couvrir les frais de fonctionnement de la SOWAER afférent à l'exercice des missions déléguées environnementales. Programme 14.06 (Programme WBFIN 14.047) : Infrastructures sportives :
Subventions et indemnités au secteur public et privé en rapport avec la matière des infrastructures sportives ainsi que les opérations pilotes dans ce secteur ainsi que dans le cadre du Programme de Transition Professionnelle.
Subvention à l'ASBL Union Culturelle et Sportive Wallonne.
Subvention à l'association intercommunale pour l'exploitation du circuit de Spa Francorchamps.
Subvention pour l'achat de bâtiments et de travaux de construction, d'agrandissement et de transformation de grandes infrastructures sportives et d'infrastructures spécifiques.
Subvention pour les investissements concernant la construction, l'extension, la rénovation, l'acquisition d'une installation immobilière.
Subvention pour la construction ou l'aménagement de cafétérias et de buvettes.
Subvention pour l'acquisition du premier équipement sportif nécessaire au fonctionnement de l'installation immobilière.
Subvention pour des opérations, de construction, de rénovation et d'équipement de petites infrastructures sportives, également compris le Sport de Rue et le Sport de Rue couvert.
Subvention à la S.A. Hippodrome de Wallonie.
Subvention au groupement sportif équipe cycliste Wallonie-Bruxelles. Subvention pour des opérations d'acquisition, de construction, de rénovation et d'équipement d'infrastructures sportives dans le cadre du " Plan Piscines ".
Le soutien au sport de rue.
Le soutien aux activités sportives qui participent à la promotion des infrastructures sportives.
Subventions aux écoles de l'enseignement secondaire, aux écoles de l'enseignement fondamental, aux ASBL, aux SCRL et aux SCRLFS, pour petites et moyennes infrastructures, sport de rue et équipement sportif, sur la base des conditions définies par le Gouvernement.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre du projet Wallonie : Ambitions or.
Programme 14.07 (Programme WBFIN 14.048) : Travaux subsidiés :
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour favoriser l'amélioration du cadre de vie, les structures funéraires, les déplacements doux et les conditions d'accueil et d'accessibilité aux bâtiments publics et l'intégration sociale.
Subvention aux Pouvoirs locaux dans le cadre de la mise en oeuvre de la phase II du plan d'action pluriannuel visant à réduire l'habitat permanent dans les équipements touristiques de Wallonie.
Subvention aux pouvoirs locaux et au Centre régional d'aide aux communes dans le cadre d'investissements communaux d'intérêt public supra-local et de travaux de voiries.
Subventions aux administrations subordonnées dans le cadre de la mise en oeuvre du plan air - climat (éclairage public).
Subventions à des organismes privés ou publics pour des opérations de recherche, de sensibilisation, d'information et d'éducation ainsi que des actions en rapport avec les infrastructures routières dans le domaine des travaux subsidiés.
Subventions aux pouvoirs locaux et autres personnes de droit public pour des travaux ou des études en matière de voirie et de bâtiments publics ou de l'achat de matériel.
Subventions dans le cadre du Plan Mercure, des PICverts ainsi que des Espaces Multi Services (EMS).
Subvention aux intercommunales pour l'achat de bâtiments.
Subventions aux communes dans le cadre du Fonds régional pour les investissements communaux.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, à des organismes publics ou privés dans le cadre du cofinancement des programmes européens.
Subventions pour des investissements supracommunaux.
Subvention en vue de l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eau.
Subvention à l'intercommunale IGRETEC pour l'acquisition de bâtiments.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe I.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe III.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe V.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre de la redynamisation urbaine via la mobilité durable et le développement urbain intégré.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements. Subventions aux pouvoirs locaux et au centre régional d'aide aux communes en rapport avec l'appel à projet relatif aux équipements des zones reprises en habitat permanent.
Programme 14.11 (Programme WBFIN 14.049) : Réseau routier, autoroutier et voies hydrauliques - Construction et entretien du réseau :
Subventions destinées à l'organisation d'expositions et de conférences ainsi qu'à des études.
Subventions pour la promotion d'actions de sécurité routière.
Subventions à diverses associations et groupements pour des opérations de sensibilisation, d'information et d'éducation en matière d'infrastructure publique.
Subventions à l'Institut Belge de Normalisation (IBN).
Subventions à l'Association Internationale Permanente des Congrès de la Route (AIPCR).
Subventions aux " Chemins du Rail ".
Subventions au CGT pour le financement d'infrastructures routières à vocation touristique.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements, du Plan wallon de Transition (PWT) et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions à l'Association Internationale Permanente des Congrès de Navigation (AIPCN).
Subventions à des associations actives dans le domaine de la promotion et de la valorisation de la navigation intérieure.
Subventions à des associations fournissant une aide sociale aux bateliers et à leurs familles.
Intervention de la Région en faveur d'un organisme tiers pour l'exécution de missions de dragage.
Subventions de fonctionnement aux ports autonomes.
Subventions aux pouvoirs locaux destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Programme 15.02 (Programme WBFIN 15.056) : Transversal et Coordination des politiques agricole et environnementale :
Subventions en matière de travaux forestiers.
Subventions pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions dans le cadre de relations internationales, en ce compris l'achat de matériel.
Subventions pour des actions et études en faveur de la promotion des intérêts de l'agriculture.
Subventions aux manifestations agricoles et horticoles.
Subventions pour des actions en faveur de la politique agricole régionale, européenne et internationale et pour des études en faveur de la tenue de comptabilité de gestion.
Subventions au Conseil Supérieur Wallon de l'Agriculture de l'agroalimentaire et de l'Alimentation.
Subventions pour des actions et études en matière d'agriculture et de développement rural dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique Agricole Commune. Subventions pour études, recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale et dans le cadre des missions de la Cellule permanente Environnement-Santé.
Subventions octroyées à l'intervention de la Cellule Environnement-Santé, secteur public et privé.
Subventions en matière de sensibilisation et de protection de l'environnement. Subventions aux Centres régionaux d'initiation à l'environnement (C.R.I.E.).
Subventions en matière de sensibilisation et de protection de la nature et de la ruralité.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions et indemnités spécifiques pour l'organisation de foires et d'évènements destinés à faire connaître l'agriculture wallonne et ses produits.
Programme 15.03 (Programme WBFIN 15.057) : Développement et étude du milieu :
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions à des personnes physiques ou des organismes privés en matière de valorisation des ressources du sous-sol.
Subventions au Musée de la Pierre à Sprimont et au Musée du Marbre à Rance pour des actions de promotion des roches ornementales.
Subventions aux centres pilotes, aux chambres d'agricultures et comices et aux organes d'encadrement des agriculteurs.
Subvention destinée à couvrir les charges de personnel et de fonctionnement de la Fédération des Services de remplacement de Wallonie asbl.
Subvention accordée à REQUASUD destinée à couvrir ses charges de personnel et ses frais de fonctionnement.
Subventions au Centre d'Economie rurale de Marloie (CER).
Subventions à l'Association wallonne de l'Elevage.
Subvention accordée à l'association VALBIOM pour l'exécution du programme
FARR-WAL.
Subventions à l'Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subventions au Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux (CRAW).
Subventions en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions aux centres de références et d'expérimentation.
Subventions à des recherches scientifiques et techniques.
Subventions pour des travaux de construction, d'agrandissement ou de transformation d'abattoirs publics, d'abattoirs offrant un service d'intérêt économique générale (SIEG).
Subventions et primes octroyées pour l'amélioration de la qualité des animaux et produits animaux.
Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (CRIOC) ou à l'AB-Reoc (Association belge de recherche et d'expertise des organisations de consommateurs).
Subvention à l'ASBL " Centre européen du cheval de Mont-le-Soie ".
Subventions aux organismes chargés de missions de vulgarisation, d'encadrement et de promotion.
Subventions aux organismes s'occupant de précarité en agriculture. Subventions encourageant la participation des agriculteurs aux régimes de qualité alimentaire dans le cadre du Programme de Développement rural. Subvention à la Cellule de la Qualité des Produits fermiers (C.Q.P.F.). Subvention aux organismes de conseils intervenant dans le cadre du Système de Conseil agricole (SCA).
Subvention à la Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subvention aux associations et organismes privés en matière agricole et agroalimentaire.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de développement et d'étude du milieu naturel et agricole.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subventions diverses dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Subvention à l'ISSeP dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Programme 15.04 (Programme WBFIN 15.058) : Aides à l'Agriculture :
Subventions aux halls relais agricoles.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles - Division " Fonds wallon des calamités agricoles ".
Dotation à l'Organisme Payeur.
Aides régionales aux éleveurs, aux producteurs et aux agriculteurs pour la transformation ou la commercialisation de produits issus de leur exploitation et aux producteurs laitiers pour la transformation et la commercialisation de produits laitiers.
Aide exceptionnelle en faveur de l'agriculture.
Indemnités en faveur des pisciculteurs pour dommages causés par des phénomènes climatiques défavorables.
Aide exceptionnelle dans le cadre de la grippe aviaire.
Aides régionales aux agriculteurs pour la transformation ou la commercialisation de produits issus de leur exploitation.
Aides exceptionnelles (subvention 100% RW).
[1 Programme 15.05 (Programme WBFIN 15.059) : Bien-être animal :
Subventions dans le domaine de la recherche en bien-être des animaux.
Subventions dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Soutien à des initiatives belges menées dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Subvention en investissement aux pouvoirs locaux et zones de secours pour la lutte contre la maltraitance animale et le sauvetage d'animaux.]1
Programme 15.11 (Programme WBFIN 15.060) : Nature, Forêt, Chasse-pêche :
Subventions aux associations actives dans le domaine de la défense de la forêt et de sa valorisation.
Subventions aux pouvoirs subordonnés en matière de travaux forestiers.
Subventions aux facultés agronomiques pour développer la recherche forestière.
Subventions à diverses associations et personnes privées pour la conservation de la nature.
Subventions à diverses associations et personnes privées ou publiques pour des actions en faveur de la biodiversité.
Subventions pour la sauvegarde des arbres et des haies remarquables en propriété privée et publique.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière de conservation de la nature.
Indemnisation des dommages causés par les espèces protégées.
Subventions au secteur public pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions aux organismes agréés en matière de sensibilisation de la nature.
Subventions à des organismes et sociétés dans le cadre de relations internationales.
Subventions aux associations de chasseurs et pêcheurs.
Subventions destinées au développement de la pisciculture.
Subventions au secteur autre que public pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions aux Conseils cynégétiques.
Subventions et indemnités compensatoires dans le cadre de Natura 2000.
Subvention à l'Office économique wallon du Bois.
Subvention en matière de dynamisation de la gestion forestière.
Contribution au fonctionnement du Secrétariat national des espèces exotiques invasives.
Subventions en investissement au secteur de l'aquaculture.
Intervention exceptionnelle en faveur du secteur forestier.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière d'espaces verts.
Subventions aux secteurs publics et autre que public dans le cadre de la Semaine de l'Arbre.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour l'acquisition de matériel affecté à l'entretien des parcs et jardins historiques.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour la mise en place de partenariats avec les écoles d'horticulture et sylviculture.
Subventions en matière d'espaces verts.
Subventions dans le cadre de la Peste Porcine Africaine.
Subventions dans le cadre de la lutte contre le scolyte.
Subventions diverses dans le cadre du plan de Relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes.
Programme 15.12 (Programme WBFIN 15.061) : Espace rural et naturel :
Subventions à la Fondation Rurale de Wallonie, conformément à la convention cadre.
Subvention à la structure d'encadrement dans le cadre de la " Directive Nitrate ". Subvention au GREOA et à la FGW pour leurs actions en matière de développement rural.
Subventions à des personnes physiques et à des organismes privés ou publics pour des opérations de promotion, de valorisation, de sensibilisation ou d'information sur le développement rural, le remembrement et la gestion de l'espace rural.
Subventions à des personnes physiques, à des organismes privés ou publics pour des actions, des initiatives ou des opérations de sensibilisation à la vie rurale, de connaissance de la ruralité, de développement rural et de gestion de l'espace rural.
Subventions pour des opérations pilotes transcommunales de développement rural.
Subventions pour des opérations originales et novatrices en matière de développement rural.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de gestion de l'espace rural.
Subventions et indemnités spécifiques en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions au secteur autre que public pour la réalisation de travaux en vue de la restauration des habitats aquatiques, en ce compris la restauration de la libre circulation du poisson et les études nécessaires à ces travaux.
Subventions à l'UCL et à l'Ulg-Gembloux Agro-Bio Tech dans le cadre de la cellule de gestion intégrée sol érosion ruissellement (GISER).
Dépenses de toute nature relative à la représentation à la Grande Région.
Subventions au secteur autre que public en matière de développement rural et de cours d'eau en ce compris la plaine alluviale.
Subventions pour la création d'espaces de co-working et de bureaux partagés en zones rurales.
Subventions aux pouvoirs publics pour des travaux d'amélioration de la voirie agricole et l'établissement de dispositifs destinés à la protection contre l'érosion des terres agricoles et à la lutte contre les inondations et coulées boueuses dues au ruissellement.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes.
Programme 15.13 (Programme WBFIN 15.062) : Prévention et Protection : Air, Eau, Sol :
Subventions à des organismes privés pour des actions en rapport avec le phénomène Nimby.
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions aux comités de rivière pour financer la convention d'étude du contrat de rivière.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de gestion de l'espace rural.
Subventions à l'encadrement des méthodes agro-environnementales.
Aides pour la mesure 10 du programme agri-environnement.
Subventions dans le cadre de la stratégie intégrale sécheresse.
Subventions pour la protection de l'environnement.
Dotation à l'Agence Wallonne pour l'Air et le Climat.
Subvention à l'asbl Agra-Ost pour ses actions en matière agri-environnementale et valorisation des matières organiques.
Subventions de fonctionnement aux Commissions internationales Escaut et Meuse ainsi qu'au Comité de coordination du district hydrographique du Rhin. Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Programme 15.14 (Programme WBFIN 15.063) : Police et contrôle :
Subventions aux pouvoirs publics subordonnés pour les agents constatateurs.
Programme 15.15 (Programme WBFIN 15.064) : Politique des déchets-ressources :
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du plan wallon des déchets-ressources.
Subventions diverses en matière de valorisation des déchets ménagers et non ménagers.
Subventions diverses en matière de prévention des déchets.
Subventions diverses en matière de gestion des déchets-ressources.
Subventions diverses en matière de gestion des sols.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subvention accordée à REQUASUD.
Programme 15.52 (Programme WBFIN 15.067) : Fonds budgétaire du bien-être animal :
Subventions diverses dans le domaine de la protection et du bien-être animal.
Programme 15.60 (Programme WBFIN 15.075) : Fonds pour la protection de l'environnement :
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSep).
Subventions pour les frais d'exploitation et des dépenses d'investissement des organismes agréés en matière de démergement.
Subventions aux organismes publics et assimilés pour financer des projets de valorisation de l'eau d'exhaure de carrières pour la distribution publique.
Subvention aux structures d'encadrement dans le cadre du plan wallon de réduction des pesticides et de la " Directive Nitrate ".
Subventions en matière de sensibilisation et/ou d'investissement à l'épuration individuelle.
Subventions pour recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale.
Subventions diverses en matière de gestion des sols.
Subventions diverses en matière de protection de l'environnement et en matière de promotion de l'eau.
Programme 15.62 (Programme WBFIN 15.077) : Fonds pour la gestion des déchets :
Subventions diverses en matière de gestion des déchets.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSep).
Programme 16.02 (Programme WBFIN 16.078) : Aménagement du territoire et urbanisme :
Subventions aux communes pour l'engagement de conseillers en aménagement du territoire et en urbanisme.
Subventions relatives à des actions qui favorisent le bon aménagement du territoire tant au niveau local qu'au niveau régional.
Subventions relatives à une assistance architecturale et paysagère dans le cadre des programmes opérationnels européens.
Subventions en aménagement du territoire dans le cadre du programme opérationnel INTERREG et autres programmes opérationnels européens.
Subventions aux communes et aux régies foncières pour acquisitions et échanges de terrains réalisés dans le cadre de la politique foncière décidée par la Wallonie. Subventions aux organismes universitaires.
Subventions aux organismes privés chargés de la mise en oeuvre des projets du Programme Leader.
Subventions pour :
1° l'élaboration du dossier de base de révision du plan de secteur (Art. D.I.12 du CoDT);
2° l'élaboration ou la révision totale ou partielle d'un schéma de développement pluricommunal, d'un schéma communal, d'un schéma d'orientation local ou d'un guide communal d'urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
3° l'élaboration d'un rapport sur les incidences environnementales relatif à un projet de révision de plan de secteur, de schéma de développement pluricommunal ou de schéma communal (Art. D.I.12 du CoDT);
4° l'élaboration d'une étude d'intérêt général relative à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme/l'élaboration d'une étude d'intérêt général relative au développement territorial, à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
5° l'organisation de l'information relative à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme;
6° le fonctionnement de la commission communale et pour la formation de ses membres et du personnel communal concerné;
7° lorsqu'une commune ou plusieurs communes limitrophes en font la demande, l'engagement d'une personne justifiant de compétences relatives à la gestion du territoire concerné/lorsqu'une commune ou plusieurs communes limitrophes ou une association de communes en font la demande, pour l'engagement annuel d'un ou plusieurs conseillers en aménagement du territoire et urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
8° pour les études générales en aménagement du territoire, notamment à la Conférence permanente du développement territorial agissant dans le cadre du programme (Art. D.I.12 du CoDT).
Subventions pour l'acquisition de biens immobiliers dans le cadre de la politique foncière régionale.
Subventions aux pouvoirs locaux dans le cadre du plan " Habitat Permanent ".
Subventions à la Communauté germanophone.
Subvention à Europalia.
Programme 16.03 (Programme WBFIN 16.079) : Rénovation et revitalisation urbaine, politique de la Ville et sites d'activité économique désaffectés :
Subventions et indemnités aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions relatives à la politique de la ville.
Subventions à la Ville de Charleroi - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Liège - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Namur - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mons - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de La Louvière - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Tournai - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Seraing - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mouscron - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Verviers - Politique intégrée de la Ville.
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir et favoriser la réaffectation, la rénovation et l'adaptation du patrimoine existant dans le but d'une utilisation plus parcimonieuse du sol.
Subventions relatives à des actions et études qui participent à la mise en oeuvre du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale.
Intervention, par le biais d'une mission déléguée à la SPAQUE, en faveur de l'acquisition et du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale au profit d'opérateurs intervenant dans le cadre d'une mission de maîtrise d'ouvrage déléguée.
Subventions aux communes figurant dans la liste des Zones d'Initiative Privilégiée de Type I, dans le cadre de la politique foncière régionale.
Ces subventions sont destinées :
- à favoriser l'acquisition par la commune de biens immobiliers urbanisables aux fins d'augmenter l'offre des biens immobiliers bâtis ou à bâtir dans la zone;
- à favoriser l'échange ou la vente de biens immobiliers non urbanisables propriétés de la commune pour permettre l'achat de biens immobiliers urbanisables ou situés du point de vue urbanistique dans le cadre d'une stratégie communale de développement de l'habitat.
Subventions en vue de la mise en oeuvre des politiques de revitalisation urbaine et de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er, du Code du Développement territorial, procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Ces subventions sont :
- fixées à 50% du coût de réalisation du dossier d'extension de périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue concernée;
- subordonnées à l'introduction d'un dossier comprenant au minimum les documents (ou les éléments) suivants :
1. la démonstration d'une part du caractère indispensable de la nécessité de procéder à la mise en oeuvre de l'extension projetée du périmètre reconnu et d'autre part, de l'adéquation des limites proposées de l'extension projetée eu égard au périmètre reconnu;
2. l'énumération et la description des projets à mener en vue de la réalisation des objectifs sous-tendant l'extension projetée du périmètre;
3. l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
4. l'avis de la commission locale de rénovation urbaine, si elle existe, ou, à défaut, de la commission communale;
5. un extrait de la délibération du conseil communal approuvant ce projet d'extension du périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue et les données énoncées aux points 1, 2 et 3 repris ci-avant;
et à son approbation, sur avis du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - et de l'Administration, par le Ministre ayant la rénovation urbaine dans ses compétences.
Subventions aux communes permettant la prise en charge d'un conseiller en rénovation urbaine affecté aux missions d'assistance nécessaires à la commune pour la reconnaissance et la gestion d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions et indemnités à des organismes privés menant des actions relatives à la Politique de la Ville.
Subvention annuelle à la ville de Liège pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Mons pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Namur pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subventions et indemnités (personnel et fonctionnement) aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes " (contrat ville durable).
Subventions Feder.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre du renforcement de l'attractivité urbaine.
Subventions aux grandes villes wallonnes pour des travaux d'investissement en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions aux villes wallonnes de plus de 50.000 habitants pour la mise en oeuvre de la " Politique Intégrée de la Ville ".
[1 Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux et à certaines associations de promotions du logement dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subventions à la SWCS et au FLW pour des actions visant la promotion de leurs produits d'accès au logement et/ou au remboursement des frais y liés.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Subventions aux organismes de logement à finalité sociale (OFS), aux communes, aux intercommunales, aux CPAS, aux Associations Sans But Lucratif, aux associations " Chapitre XII ", aux fondations, aux relais sociaux et aux établissements d'utilité publique, dans le cadre de l'appel à projet " territoire zéro sans-abrisme ".]1
Programme 16.12 (Programme WBFIN 16.081) : Logement : secteur public :
Subventions relatives aux actions des pouvoirs publics en matière de construction, de rénovation, d'équipement d'infrastructures et de promotion du logement d'insertion social et moyen.
Subventions aux organismes publics pour l'acquisition, la rénovation, la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions pour l'aménagement et l'amélioration des quartiers de logements gérés par les sociétés de logement (SLSP).
Subventions aux SLSP pour la prise en gestion ou en location de logements.
Subvention à la SWL dans le cadre du Plan bien-être.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement-secteur public.
Subventions relatives au logement public.
Subventions relatives au plan de rénovation.
Subventions aux communes pour les conseillers Logement.
Prise de participation dans le capital des sociétés immobilières de service public, des guichets de crédits social et de la SWL.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions pour la création innovante de logements d'utilité publique.
Avances remboursables relatives au plan de rénovation.
Avances remboursables liées au logement public.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Programme 16.21 (Programme WBFIN 16.082) : Monuments, sites et fouilles :
Subventions à l'Agence wallonne du patrimoine.
Programme 16.31 (Programme WBFIN 16.083) : Energie :
Subventions pour favoriser ou soutenir toute action de promotion, de démonstration et de soutien en matière d'utilisation rationnelle de l'énergie et des énergies renouvelables, y compris les primes et subventions allouées dans le cadre du Fonds Energie.
Subventions à des entreprises et à des particuliers pour la rénovation énergétique de quartiers, notamment dans le cadre d'un appel à projets visant à concrétiser la rénovation énergétique de quartiers.
Subventions destinées à couvrir des dépenses relatives au cofinancement avec la CEE d'actions menées par des partenaires de la Région dans le cadre des programmes européens.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie.
Subventions à des unités de recherche universitaire ou de niveau universitaire et à des centres de recherche pour le financement de projets de recherche dans le domaine de l'énergie, en ce compris les dépenses d'infrastructure, l'acquisition d'équipements et pour la fourniture de conseils technologiques.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes.
Subventions accordées dans le cadre d'appel à projets à destination des entreprises et des unités de recherche universitaire ou de niveau universitaire et à des centres de recherche pour le financement de projets de recherche dans le domaine de l'énergie.
Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique et à l'élaboration de tarification électrique incitative au déplacement de charges.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Développement d'outil pour favoriser la consommation simultanée à la production.
Subvention à l'installation d'appareil permettant le déplacement de charges électrique, de favoriser l'autoconsommation ou la diminution de la consommation.
Subventions en faveur du secteur privé - Mise en oeuvre des accords de branche simplifiés (chèques entreprises).
Participation de la région wallonne aux actions de l'Agence Internationale pour les énergies renouvelables (IRENA).
Subvention AMURE - à destination des entreprises et des fédérations visant notamment la réalisation d'audit, d'étude de faisabilité et pour certains secteurs d'activités des investissements dans l'efficacité énergétique.
Subvention UREBA à destination des Organismes non commerciaux et Personnes de droit public visant à réduire la consommation énergétique des bâtiments.
Subvention en faveur d'acteurs ayant des missions de sensibilisation auprès de différents publics (conseillers énergie, guichet de l'énergie ...).
Subventions octroyées pour inciter les maîtres d'ouvrage à construire ou rénover des bâtiments en respectant des niveaux d'exigences plus sévères que les exigences réglementaires en vigueur.
Etudes relatives aux développements et aux régimes de soutien des énergies renouvelables.
Etudes relatives à la mise en oeuvre des transpositions des directives européennes (SER, EE PEB, marché de l'énergie, ...) et du plan national énergie climat.
Développement d'outil pour le soutien aux énergies renouvelables au travers du mécanisme des certificats verts.
Etudes relatives à l'organisation des marchés régionaux de l'électricité et du gaz.
Etudes relatives à l'efficacité énergétiques notamment dans les entreprises.
Etudes relatives à la performance énergétique des bâtiments.
Subventions en faveur des publics précarisés.
Subventions allouées à des entreprises et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Subvention des acteurs et des associations qui, assistent ou encadrent les usagers (citoyens, professionnels, écoliers, entreprises) tant en efficacité énergétique que dans les énergies renouvelables.
Subventions aux gestionnaires de réseau de distribution dans le cadre du tarif prosumer.
Subventions aux gestionnaires de réseau de distribution d'énergie destinées à prendre en charge l'installation de compteurs communicants.
Subventions aux producteurs d'électricité (ménages et entreprises) destinées à maximiser l'autoconsommation d'énergie.
Subventions aux producteurs d'électricité (ménages et entreprises) dans le cadre du tarif prosumer.
Subvention aux gestionnaires de réseau de distribution d'énergie destinée à l'extension de la liste des clients protégés visée à l'article 33, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité.
Dotation au fonds bas carbone et résilience.
Subvention aux entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux afin de soutenir des projets relatifs à l'hydrogène.
Subvention aux entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux pour le soutien de la mise en place de Communautés d'énergie renouvelable.
Subvention aux ménages et entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux afin de concrétiser des projets énergie durable et climat notamment dans le cadre du Plan d'Action pour l'Energie et le Climat.
Subvention aux ménages et entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux en vue d'accélérer l'installation de bornes de chargement de véhicules électriques sur les domaines publics.
Programme 16.41 (Programme WBFIN 16.084) : Première Alliance Emploi - Environnement :
Initiatives visant à réduire drastiquement les coûts d'utilisation des logements.
Financement du plan de rénovation, des procédures de rénovation et de création de logements d'utilité publique.
Plan de rénovation du parc de logements publics en vue d'améliorer la performance énergétique.
Plan de rénovation en vue de favoriser l'efficacité énergétique des bâtiments du secteur public et du secteur non-marchand.
Appels à projets visant la mise à disposition rapide de logements d'utilité publique, de logements innovants (logements séniors/handicapés " connects " ...) et usufruit locatif social.
Financement d'actions visant à promouvoir les éco-matériaux de construction et à encourager l'économie circulaire dans la construction.
Programme 16.42 (Programme WBFIN 16.085) : Développement durable :
Subvention dans le cadre de la politique d'achats publics durables en lien avec l'insertion socio-professionnelle, la formation et la création d'emplois.
Programme 16.53 (Programme WBFIN 16.089) : Fonds Energie :
Subventions aux gestionnaires de réseaux de distribution visant à prendre en charge le coût réel de l'obligation de service public.
Subventions à des entreprises du développement à la production d'électricité et de chaleur produite à partir des énergies renouvelables.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie.
Subventions et primes allouées à des entreprises, des ASBL et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes.
Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Subventions, primes allouées à des entreprises, des ASBL, des ménages, des administrations, intercommunales, OIP, en vue d'apporter un soutien en matière énergétique.
Programme 17.02 (Programme WBFIN 17.091) : Affaires intérieures :
Subventions au Centre régional d'aide aux communes pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions au Conseil régional de la formation des agents des administrations locales et provinciales de Wallonie pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions de réflexion, de sensibilisation et de formation concernant la gestion des pouvoirs locaux, la citoyenneté, la démocratie participative, l'intégration sociale et les objectifs généraux du programme.
Subvention en faveur de Namur-Capitale.
Subventions en faveur d'opérations pilotes en lien avec la supra-communalité.
Subvention au CRAC dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions visant le rayonnement et/ou la citoyenneté au niveau communal et supracommunal.
Subvention aux pouvoirs locaux dans le cadre du fonds pour le numérique des pouvoirs locaux.
Subventions aux communes pour des actions favorisant l'intégration sociale, l'entretien du patrimoine, et la sécurité, l'emploi et subventions aux communes pour les agences de développement local.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés dans le cadre d'aide à la gestion.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés pour la formation professionnelle du personnel communal et des mandataires.
Subventions et indemnités à des communes devant leur permettre de mettre en oeuvre des mécanismes d'amélioration de leurs propres services et des services rendus aux citoyens.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics dans le cadre du cofinancement des programmes européens développés dans les communes.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, et à des organismes publics visant à promouvoir, dans tous les domaines, l'implication citoyenne et le partenariat en matière de prévention de proximité.
Subventions en faveur des communes et des provinces destinées à octroyer une compensation de la forfaitarisation des réductions du précompte immobilier.
Subventions pour la formation professionnelle du personnel des administrations provinciales.
Subvention au Service du Médiateur dans le cadre de la médiation des Pouvoirs locaux.
Subvention pour le développement des outils informatiques, des TIC et du plan e-Commune.
Subvention dans le cadre du plan-formation.
Subventions aux communes et ASBL pour l'organisation des étapes du Tour de la Région wallonne.
Subventions dans le cadre de la mutualisation informatique à destination des pouvoirs locaux.
Financement de la cellule de vérification des compatibilités des mandats.
Subventions pour les ADL sous forme d'ASBL.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Subventions dans le cadre des conventions sectorielles.
Subvention aux communes pour des actions menées dans le cadre du plan de cohésion sociale.
Subventions en capital dans le cadre de l'entretien des infrastructures publiques des pouvoirs subordonnés.
Projets Leader.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles.
Subvention et indemnités aux intercommunales pour des actions visant à améliorer la propreté publique et la promotion de l'emploi.
Subvention au Réseau wallon de lutte contre la pauvreté (RWLP).
Etudes, communication et actions de sensibilisation des Pouvoirs locaux à l'échange de données.
Cop21 - Aide à l'achat de véhicules non polluants ou adaptation de véhicules aux normes environnementales.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - forains et commerçants ambulants.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - mines, miniers, carriers.
Subventions pour des opérations de gestion supra-locale.
Compensation pour les pouvoirs locaux dans le cadre de la suppression de la taxe sur les mâts, pylônes et antennes.
Subvention à la Ville de Namur pour des investissements en lien avec la fonction de capitale régionale.
Subventions en faveur des communes et des provinces dans le cadre du second pilier des pensions.
Subventions aux provinces dans le cadre de la reprise des zones de secours.
Subventions en faveur des communes et des provinces pour la cotisation responsabilisation pension (CRP).
Dotation au CRAC visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions exceptionnelles aux communes, provinces, CPAS, intercommunales et autres pouvoirs locaux.
Subvention visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés en vue d'apporter un soutien en matière énergétique.
Programme 17.11 (Programme WBFIN 17.092) : Politiques transversales dans le domaine socio-sanitaire :
Soutien à des initiatives transversales.
Soutien au plan Tandem.
Subventions aux organismes actifs en milieu prostitutionnel et/ou en matière de lutte contre le SIDA.
Subventions aux communes dans le cadre de la politique du Plan de Cohésion sociale dans les villes et communes de Wallonie.
Subventions transversales en équipement dans les secteurs publics et privés.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine socio-sanitaire.
Subventions pour études, recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale.
Programme 17.12 (Programme WBFIN 17.093) : Dotations diverses aux politiques de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles :
Subvention au CRAC dans le cadre des compétences de la Santé, du Handicap et de la Famille.
[1 Programme 17.13 (Programme WBFIN 17.094) : Action sociale :
Soutien à des initiatives menées dans le domaine de l'action sociale.
Subventions pour le financement de recherches dans le domaine social.
Subventions de fonctionnement, de personnel et d'équipement à des relais sociaux publics et privés.
Subventions aux organismes appelés à aider religieusement et ou moralement les immigrés.
Soutiens à des initiatives menées par le fonds européen des réfugiés (FER).
Soutien au fonds d'impulsion pour la politique de l'immigration (FIPI).
Subventions en matière d'intégration sociale des populations d'origine étrangère.
Subventions accordées à des organismes de recherche, d'information, de réflexion et d'action, à caractère régional, transrégional et transnational en matière d'intégration des migrants.
Subventions aux maisons d'accueil et aux maisons de vie communautaire.
Subventions accordées aux centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère.
Subventions à des organismes de coordination et de documentation en matière sociale.
Soutien à des initiatives particulières des centres publics d'action sociale et d'autres pouvoirs publics.
Soutien à des formations d'intervenants sociaux et de fonctionnaires.
Soutien à la supervision dans les secteurs de l'action sociale, socio-sanitaire et médico-social.
Subventions aux services d'aide aux justiciables.
Soutien du plan national pour l'égalité des chances.
Soutien des coordinations d'arrondissement judiciaire.
Soutien au groupe de réflexion d'aide aux victimes.
Subventions en matière d'intégration professionnelle des ayants droits à l'intégration sociale.
Subsides d'équipements dans le domaine de l'action sociale.
Subsides d'équipements et d'aménagement en faveur des Centres Publics d'Action Sociale et des Chapitres XII.
Subsides en vue de l'acquisition, l'aménagement et l'équipement de terrains pour les gens du voyage.
Soutien à des services privés et publics d'insertion sociale.
Soutien à des initiatives privées et publiques en matière d'égalité des chances.
Subventions aux ASBL partenaires des relais sociaux en voie de constitution.
Subventions à l'ASBL " L'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subventions à l'ASBL " Osiris-Crédal-Plus ".
Subventions aux Relais sociaux de Namur et Tournai.
Subventions aux centres de service social.
Soutien à des initiatives privées relatives à la médiation de dettes.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de l'action sociale.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires d'une aide sociale financière en application de la loi du 2 avril 1965 (Fédéral) - Art. 60-61.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires du Revenu d'Intégration Sociale (Fédéral) - Art. 60-61.
Subventions pour l'intégration des personnes étrangères et d'origine étrangère.
Contribution à la commission nationale des droits de l'enfant.
Subventions aux organismes pour les missions relatives aux droits des femmes ou la lutte contre la violence conjugale.
Subventions aux organismes pour la lutte contre la discrimination envers les femmes.
Subventions aux organismes luttant contre toutes formes de discriminations.
Service Citoyen - subside à l'ASBL Plateforme pour le Service Citoyen.
Service Citoyen - indemnités des stagiaires.
Subventions relatives à l'habitat permanent.
Subventions de fonctionnement et en infrastructure aux Relais sociaux et Associations de Promotion du Logement.]1
Programme 17.14 (Programme WBFIN 17.095) : Crèches et petite enfance :
Subventions d'infrastructure aux institutions privées ou publiques intéressant la naissance et l'enfance.
Subventions dans le cadre de l'accueil extra-scolaire de la petite enfance.
Primes Babypack.
Programme 18.02 (Programme WBFIN 18.096) : ENTREPRISES - Aides à l'investissement :
Financement de la mesure Carbon Leakage.
Primes dans le cadre des mesures d'accompagnement du prélèvement kilométrique.
Subventions à des actions qui entrent dans le cadre du plan wallon d'aides aux modes de transport alternatifs à la route.
Programme 18.03 (Programme WBFIN 18.097) : ENTREPRISES - Outils économiques et financiers :
Subventions à la SOWALFIN.
Subventions permettant le fonctionnement du Pôle de l'image - frais de fonctionnement et missions déléguées.
Subvention à la SPAQuE pour la gestion de la mission déléguée NORDION.
Interventions stratégiques dans le secteur industriel et au bénéfice des entreprises en restructuration.
Moyens d'actions aux organismes financiers de la Wallonie ayant pour but la consolidation et le développement des entreprises wallonnes.
Intervention dans l'activité prêts/garanties de la SOWALFIN.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Soutien de l'innovation, du développement et de la croissance des entreprises.
Prêts et garanties dans le cadre des mesures d'accompagnement du prélèvement kilométrique.
Interventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Programme 18.04 (Programme WBFIN 18.098) : Zones d'activités économiques :
Subventions à des opérateurs de développement économique en vue de la réalisation d'études diverses et autres actions en lien avec le développement des zones d'activité économique.
Subventions à des universités ou groupements d'universités dans le cadre du développement des zones d'activités économiques.
Intervention régionale en faveur de la SOWAFINAL pour couverture des charges annuelles découlant du financement alternatif des infrastructures d'accueil des activités économiques et du redéploiement de l'activité économique.
Financement d'infrastructures d'accueil industrielles et autres actions destinées au développement des zones d'activité économique cofinancées par l'Union européenne.
Subventions dans le cadre d'expériences pilote de réhabilitation de zones d'activités économiques.
Subventions aux opérateurs de développement économique visés par le décret du 2 février 2017 relatif aux parcs d'activités économiques dans le cadre des mesures spécifiques prises suite aux inondations.
Programme 18.06 (Programme WBFIN 18.099) : ENTREPRISES - Compétitivité, Innovation, Développement :
Subventions pour la stimulation de l'économie circulaire en Région wallonne.
Subventions visant à stimuler la création d'activités, la croissance et l'innovation dans les entreprises et la structuration du tissu productif.
Subventions aux Cellules opérationnelles des Pôles de compétitivité.
Subventions dans le cadre du développement et du soutien aux commerces, aux artisans et à la redynamisation des centres-villes dont les structures de gestion de centre-ville.
Subventions cofinancées par le FEADER en vue de promouvoir le développement d'actions locales d'animations économiques.
Subventions d'activités pour soutenir le secteur logistique.
Subvention au CESE pour les frais de fonctionnement de l'Observatoire du Commerce.
Programme 18.07 (Programme WBFIN 18.100) : Actions cofinancées dans le cadre des fonds structurels :
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Programme 18.11 (Programme WBFIN 18.101) : Promotion de l'Emploi :
Subventions à l'IWEPS pour le financement des dépenses de fonctionnement de l'Observatoire de l'Emploi.
Contribution de la Wallonie au programme LEED de l'O.C.D.E.
Subventions permettant le financement du transfert de compétence " emploi " à la Communauté germanophone.
Subventions dans le cadre de l'accompagnement et de la sensibilisation au management de la diversité.
Subventions en vue de promouvoir l'égalité des chances en matière d'accès à l'emploi.
Subventions liées à l'entrepreneuriat féminin et à la post-création.
Subventions d'actions diverses en matière d'emploi.
Cofinancement wallon à l'axe LEADER du programme wallon de développement rural.
Subventions pour encourager les incitants aux expériences de vie formatrice.
Subventions aux institutions internationales autres que l'UE.
Subventions aux entreprises publiques étrangères ne faisant pas partie du secteur 13.
Programme 18.12 (Programme WBFIN 18.102) : FOREm :
Subventions pour des actions spécifiques relatives à l'emploi dans les cellules de reconversion collective.
Subventions pour des actions relatives à la mise en oeuvre de la déclaration commune entre le Gouvernement et les partenaires sociaux.
Subventions relatives à la mise en oeuvre d'un plan d'accompagnement à l'emploi.
Subventions pour le financement des Cellules de reconversion collective.
Subventions aux Instances Bassin Enseignement Qualifiant-Formation-Emploi. Subventions pour le financement des maisons de l'emploi.
Subventions pour les réponses aux besoins du marché : Plans Langues, Métiers en demande.
Subvention pour le développement d'une offre de qualité.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers).
Subvention à des actions favorisant la promotion de l'emploi et l'insertion.
Subvention pour Primes et Compléments.
Allocations de formation, de stage et d'établissement.
Subvention pour le Fonds de l'expérience professionnelle.
Subvention pour Dispenses pour formation et études.
Contrat d'insertion.
Subventions pour l'insertion socioprofessionnelle des primo-arrivants et politique de prévention du radicalisme.
Subventions pour les mesures d'accompagnement - prélèvement kilométrique - volet emploi.
Programme 18.13 (Programme WBFIN 18.103) : Plan de résorption du chômage géré par l'administration, mais dont la prise en charge est assurée par l'intermédiaire du FOREm :
Aides à la Promotion de l'Emploi (A.P.E.).
Mesure SESAM.
Programme 18.15 (Programme WBFIN 18.104) : Economie Sociale :
Subventions pour les actions pilotes et la promotion de l'économie sociale en ce compris le développement des coopératives et la promotion des nouveaux modèles économiques, collaboratifs, coopératifs et créatifs.
Subvention à l'ASBL Réseau de lutte contre la pauvreté en Wallonie. Subvention à des sociétés à finalité sociale immobilières dans le secteur de l'économie sociale.
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Subventions aux projets de micro-crédits en ce compris les micro-crédits coopératifs et leur accompagnement.
Subventions pour des actions relatives à l'introduction de clauses sociales, environnementales et éthiques dans les marchés publics en faveur des entreprises d'économie sociale.
Subventions à W. ALTER.
Programme 18.19 (Programme WBFIN 18.108) : Emplois de proximité :
Interruptions de carrières.
Programme 18.21 (Programme WBFIN 18.109) : Formation professionnelle :
Subventions en vue de permettre la formation en TIC.
Subvention au CESE.
Subventions en vue de promouvoir l'information, l'orientation et la mise en oeuvre de formations qualifiantes.
Subventions diverses en vue de permettre la formation.
Subventions aux projets LEADER.
Subventions pour couvrir les indemnités de promotion sociale.
Subventions octroyées dans le cadre des accords du non marchand.
Subventions pour le soutien à la création de nouveaux dispositifs de formation.
Subventions en vue de permettre des investissements dans la formation.
Subvention pour la plateforme d'apprentissage en langues accessible à tout citoyen wallon.
Programme 18.22 (Programme WBFIN 18.110) : FOREm - Formation :
Subventions pour des actions relatives à la mise en oeuvre de la déclaration commune entre le Gouvernement et les partenaires sociaux.
Subventions permettant le financement de projets visant à améliorer l'insertion socio-professionnelle et la formation professionnelle.
Subventions pour des actions spécifiques relatives à la formation professionnelle dans les cellules de reconversion collective.
Subventions en vue de promouvoir les métiers du secteur non-marchand.
Subventions en vue de financer le fonctionnement des centres de compétence.
Subventions en vue de permettre le financement des chèques formation.
Subvention pour les crédits d'adaptation.
Subventions en vue de lutter contre les pénuries de main d'oeuvre qualifiée.
Subventions pour les réponses aux besoins du marché : Plans Langues, Métiers en demande.
Subventions en vue de promouvoir l'autocréation d'activités.
Financement du fonctionnement et des investissements du volet Formation des pôles de compétitivité.
Subvention pour la formation en alternance et l'autocréation d'activités.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subvention pour garantir l'accessibilité maximale des centres de compétences à l'Enseignement.
Subventions pour le financement des investissements des centres de formation professionnelle.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences. Subvention permettant de renforcer le lien entre l'offre de formations et les métiers d'avenir.
Subvention pour le financement de formations des Centres de compétences articulées aux projets des pôles et à la digitalisation des métiers.
Subvention en vue de soutenir l'innovation des entreprises.
Subvention en vue de financer des formations des Centres de compétence en matière de transition numérique.
Subvention pour le projet " Maison des Langues ".
Subventions pour les mesures d'accompagnement - prélèvement kilométrique - volet Formation.
Subventions dédicacées aux projets de la convention de partenariat Région wallonne, Forem et CPAS.
Subventions aux CISP.
Subvention en vue de promouvoir l'autocréation d'activités (AIRBAG).
Subvention FORMAFORM.
Programme 18.23 (Programme WBFIN 18.111) : Formation agricole :
Subventions aux centres de formation professionnelle agricole pour l'organisation des cours et autres activités en rapport.
Programme 18.24 (Programme WBFIN 18.112) : IFAPME :
Subventions permettant le fonctionnement de l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME).
Subventions permettant la mise en oeuvre de promotion et de formation des indépendants.
Subventions à l'IFAPME pour investissements pour centres de formation et services de l'IFAPME.
Financement du plan langues dans le cadre de la formation en alternance.
Subvention pour le développement des Filières en alternances et des stages professionnalisant.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subventions destinées à favoriser l'harmonisation du statut des apprenants en alternance et soutenir leur encadrement en entreprise.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences.
Subvention pour la valorisation des certifications professionnelles.
Subvention pour la formation métiers en pénurie et alternance.
Subvention pour le plan langues.
Subvention pour la formation dans le cadre de la digitalisation des métiers.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Programme 18.25 (Programme WBFIN 18.113) : Politiques croisées dans le cadre de la formation :
Subventions diverses dans le cadre de la formation en alternance.
Subventions permettant le fonctionnement de l'Office Francophone de la Formation en Alternance.
Subvention aux actions d'alphabétisation.
Subventions diverses dans le cadre de la validation des compétences.
Subventions au Service Francophone des Métiers et Qualifications.
Subventions dans le cadre des projets " Orientation professionnelle " et " Cité des métiers ".
Subventions pour la promotion des métiers.
Subventions à des Structures Collectives d'Enseignement supérieur.
Subvention à l'AEF - Europe (mission CFC).
Subvention à FORMAFORM.
Programme 18.31 (Programme WBFIN 18.114) : RECHERCHE - Soutien, Promotion, Diffusion et Valorisation :
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Subvention au Parc d'aventures scientifiques (le PASS).
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions au FNRS et fonds associés (FRIA, Welbio et WISD).
[1 Programme 18.32 (Programme WBFIN 18.115) : Numérique :
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions dans le cadre du programme Digital Wallonia.
Subventions aux projets " Ecole numérique ".
Subventions à l'Agence du Numérique.
Subventions dans le cadre du conseil numérique.]1
Programme 18.52 (Programme WBFIN 18.118) : Fonds destiné au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation :
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Programme 09.01 (Programme WBFIN 09.012) : Conseil économique, social et environnemental de Wallonie :
Dotation complémentaire destinée à prendre en charge les frais de fonctionnement du Conseil wallon de l'égalité des chances entre les hommes et les femmes.
Programme 09.02 (Programme WBFIN 09.013) : Service social :
Subvention destinée à permettre au Service social des Services du Gouvernement wallon de mener des actions sociales en faveur des agents de l'ensemble des Services du Gouvernement wallon et à assurer le fonctionnement technique de cette ASBL.
Programme 09.04 (Programme WBFIN 09.015) : e-Wallonie-Bruxelles-Simplification :
Subventions relatives à la mise en oeuvre des priorités de simplification administrative.
Subventions aux institutions et associations privées relatives à la mise en oeuvre des priorités de simplification administrative.
Programme 09.08 (Programme WBFIN 09.018) : Tourisme :
Subvention au CGT pour ses dépenses de fonctionnement.
Subvention à WBT pour ses dépenses de fonctionnement et de réalisation des actions de promotion.
Subventions à WBT relatives à la mise en oeuvre de décisions du Gouvernement destinées à soutenir le secteur touristique dans le cadre de la crise COVID.
Subventions relatives à la mise en oeuvre de décision du Gouvernement destinés à soutenir le secteur touristique dans le cadre de la crise COVID par l'intermédiaire du CGT.
Subvention au CGT dans le cadre de la programmation 2014-2020 des Fonds structurels européens.
Programme 09.09 (Programme WBFIN 09.019) : Relations extérieures :
Actions de promotion des relations transfrontalières FEDER - subventions aux organismes privés.
Coopération transnationale et interrégionale - Subventions aux organismes publics.
Actions de promotion des relations transfrontalières FEDER - subventions aux organismes publics.
Dotation à W.B.I.
Subvention à W.B.I. pour la résorption de l'encours.
Subvention à W.B.I. dans le cadre de la programmation 2014-2020 des Fonds structurels européens.
Subvention à des actions relevant des relations internationales.
Transfert de revenus aux ASBL relatifs à la représentation à la Grande Région.
Programme 09.10 (Programme WBFIN 09.020) : Commerce extérieur et investisseurs étrangers :
Subvention à l'Agence pour le Commerce extérieur.
Programme 10.01 (Programme WBFIN 10.001) : Fonctionnel :
Soutien aux actions contribuant à la mise en place d'un observatoire des marchés publics au service du développement durable.
Soutien à la mise en place de maisons des citoyens.
[1 Programme 10.02 (Programme WBFIN 10.022) : Secrétariat général :
Dotation au Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté.
Dotation au Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie.
Subventions et indemnités.
Subventions octroyées à l'intervention de la Commission des Arts de Wallonie.
Subventions en matière de situations de crises.
Subventions aux communes en lien avec les inondations de juillet 2021. ]1
Programme 10.03 (Programme WBFIN 10.023) : Services de la Présidence et Chancellerie :
Subvention, indemnités et soutien aux études et actions en matière de développement régional.
Subventions en faveur des organisateurs locaux des Fêtes de Wallonie.
Subvention au Mouvement Wallon pour la Qualité.
Subvention en faveur d'exercices locaux de prospective.
Subvention à l'asbl " Tour de la Région wallonne Organisation ".
Subventions aux institutions et associations privées chargées de la concertation locale - habitat permanent.
Subventions en faveur du Réseau wallon de lutte contre la pauvreté.
Subventions à des opérateurs privés ou publics spécialisés en vue de favoriser une meilleure connaissance des mécanismes d'importation, d'exportation et de transit d'armes.
Subventions au centre de médiation des gens du voyage.
Subvention à la RTBF pour la prise en charge d'une partie des coûts inhérents à la Promotion de la Région wallonne.
Subvention en faveur de l'ASBL Domaine SOLVAY - Château de La Hulpe.
Subvention en faveur d'évènements et d'activités propices à la mise en valeur du Domaine de La Hulpe.
Subventions à l'Institut Jules Destrée.
Subvention en faveur de la Fondation Mons 2015.
Subventions aux institutions et associations publiques chargées de la concertation locale - habitat permanent.
Subventions en faveur des institutions publiques oeuvrant à la promotion de la Wallonie.
Subvention à la Communauté germanophone.
Subventions dans le cadre de l'opérationnalisation du Plan de Lutte contre la Pauvreté.
Subvention à l'Université catholique de Louvain dans le cadre de la plate-forme wallonne pour le GIEC.
Subvention à l'ASBL FEDEMOT.
Programme 10.04 (Programme WBFIN 10.024) : Coordination des dossiers relatifs aux Fonds structurels :
Subvention en vue d'assurer l'assistance technique et la promotion via des organismes publics ou privés - COFINANCEMENT PAR LE FEDER.
Subvention en vue d'assurer l'assistance technique et la promotion via des organismes publics ou privés - COFINANCEMENT PAR LE FSE.
Dotation à l'Agence Fonds social européen.
Dotation à l'Agence pour l'éducation et la formation tout au long de la vie.
Programme 10.07 (Programme WBFIN 10.027) : Géomatique :
Subventions en matière de géomatique.
Programme 10.10 (Programme WBFIN 10.085) : Développement durable :
Soutien à des initiatives belges ou internationales menées dans le domaine du développement durable et de la transition écologique, en ce compris l'octroi de prix.
Soutien à la politique d'achats publics durables et lutte contre le dumping social. Soutien au renforcement des démarches de certification et de labellisation des entreprises en matière de développement durable.
Subventions aux secteurs privé et publics dans le cadre de la stratégie wallonne de développement durable et de la stratégie " Manger demain ".
Soutien à la responsabilité sociétales des entreprises.
Soutien aux initiatives promouvant une alimentation plus durable.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Subventions en matière d'achats publics responsables.
Actions de sensibilisation au développement durable du personnel du SPW et des UAP.
Actions de gestion et de suivi des performances sociales et environnementales au SPW.
Dynamisation d'une mobilité plus durable au sein du SPW.
Soutien à la politique de marchés publics durables ou responsables et lutte contre le dumping social.
Soutien aux achats circulaires.
Soutien aux investissements socialement responsables.
Alliance emploi environnement recentrée.
Soutien au développement des indicateurs complémentaires au PIB et au monitoring des objectifs de développement durable.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions relatives à la gestion durable du logement.
Subventions au secteur privé en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur autre que public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (dépenses courantes).
Subventions aux communes en matière de développement durable et de transition écologique.
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (investissements).
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique - intercommunales.
Soutien au développement de l'échelle de performance CO2.
Subventions au secteur public en matière d'alimentation durable.
[1 Programme 10.11 (Programme WBFIN 10.122) : Plan de relance de la Wallonie (PRW) et la Facilité pour la relance et la résilience européen (FRR) :
Subventions et indemnités diverses.]1
Programme 10.50 (Programme WBFIN 10.030) : Fonds budgétaire en matière de Loterie :
Fonds budgétaire en matière de Loterie.
Programme 11.01 (Programme WBFIN 11.001) : Fonctionnel :
Subventions et indemnités au secteur autre que public.
Subvention à l'ISSEP pour l'étude de la gestion énergétique des bâtiments.
Subventions à Immowal dans le cadre de missions spécifiques confiées par la Région.
Programme 11.04 (Programme WBFIN 11.032) : Ressources humaines, sélection, formation, fonction publique :
Subventions pour formations destinées aux agents du SPW et des OIP dont le personnel est soumis au Code de la Fonction publique régionale et organisées par l'Ecole d'Administration publique de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de la Wallonie.
Subventions destinées à la formation et au développement des compétences des mandataires publics.
Subventions à des Universités et visant à une meilleure formation des agents publics.
Programme 11.31 (Programme WBFIN 11.042) : Implantation immobilière :
Subventions et indemnités au secteur autre que public.
Subventions en faveur de l'ASBL Domaine Solvay - Château de la Hulpe.
Programme 14.02 (Programme WBFIN 14.044) : Actions et coordination des politiques de mobilité et de sécurité routière :
Subventions relatives à des activités de formation, de recherche, de promotion et d'innovation dans le domaine des transports.
Subventions destinées à promouvoir l'image de la Région wallonne et de ses interventions en faveur des transports.
Subventions relatives à la réalisation et l'exploitation d'un centre de télécommunications avancées.
Subventions destinées à mettre en oeuvre des actions visant à concrétiser les chartes communales de mobilité et les plans de déplacement et à mettre en oeuvre des actions en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité.
Subventions complémentaires d'impulsion aux pouvoirs locaux pour la concrétisation des plans communaux de mobilité et des plans de déplacements scolaires, pour la réalisation d'aménagements favorisant les transports publics, l'intermodalité ou la sécurité des usagers faibles, ainsi que pour l'acquisition de véhicules propres et l'installation de radars.
Subventions aux pouvoirs locaux pour financer toute action ou réalisation visant à améliorer la sécurité routière.
Subventions aux exploitants de taxis et aux pouvoirs locaux pour l'acquisition de véhicules propres.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à la participation de la Région à des programmes visant à améliorer la mobilité et la sécurité routière et cofinancés par l'Union européenne.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements, du Plan wallon de Transition (PWT) et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions à des organismes étrangers en vue de promouvoir l'usage de mode de transport alternatif.
Subventions aux personnes physiques permettant d'inciter à des choix de mobilité durable.
Subventions aux exploitants de société de transport de personnes destinées à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions aux associations représentant le secteur du transport de personnes destinées à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative en faveur de l'accessibilité au transport public.
Subventions destinées à financer ou à soutenir toute initiative visant à améliorer la mobilité.
Subventions à la SNCB en vue de réaliser des investissements et des actions visant à améliorer la mobilité active et l'intermodalité.
Subventions aux pouvoirs locaux destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subventions aux communes, aux associations de communes ou aux personnes morales de droit public destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subvention à destination de l'AWSR.
Programme 14.03 (Programme WBFIN 14.045) : Transport urbain, interurbain et scolaire :
Subventions aux associations ayant pour objet la promotion des transports en commun.
Subventions aux associations étudiant et/ou prônant la mobilité en matière de transports.
Subventions de soutien aux organisateurs de manifestations en rapport avec les transports.
Subventions destinées à promouvoir l'image de la Région wallonne et de ses interventions en faveur des transports.
Subventions à l'OTW en vue d'exploiter le réseau et de réaliser des investissements et des actions visant à améliorer la qualité et la sécurité des transports en commun, la gestion des ressources humaines, la mobilité et l'intermodalité dans le transport des personnes, en ce compris les cofinancements européens.
Subventions à l'OTW pour ses projets de solutions de mobilité locale.
Subventions d'exploitation à des opérateurs agréés (autres que les entreprises publiques) de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Subventions d'exploitation à des opérateurs agréés (privés sans but lucratif) de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Intervention dans le cadre du préfinancement régional des projets d'infrastructures ferroviaires de la SNCB.
Intervention dans le cadre du financement de la mise en oeuvre de modes de transports structurants.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions aux communes, aux associations de communes ou aux personnes morales de droit public à l'initiative de création de solutions flexibles de mobilité locale visant à mettre en place un système intégré de transport public de personnes en Wallonie.
Programme 14.04 (Programme WBFIN 14.046) : Aéroports et aérodromes régionaux :
Subventions aux sociétés d'exploitation des aéroports et aérodromes régionaux en vue de la promotion et du développement de leurs installations.
Subventions aux sociétés d'exploitation des aéroports régionaux leur permettant d'assurer des missions de service public dans le cadre de l'exploitation des aéroports.
Interventions diverses relatives à la mise en oeuvre des mesures d'accompagnement en vue d'assurer l'intégration du développement économique des aéroports dans leur environnement immédiat.
Subventions diverses en vue d'assurer les travaux d'insonorisation. Subventions relatives à la mise en oeuvre des mesures d'accompagnement et d'information.
Subventions en faveur d'études et d'actions d'information, de promotion ou de sensibilisation en matière d'infrastructures aéroportuaires régionales.
Subvention à l'ASBL CAREX en faveur de la création d'un service de fret ferroviaire à grande vitesse connecté à la plate-forme aéroportuaire de Liège-Airport et la réalisation des équipements correspondants, y compris au titre des zones ou pays susceptibles d'être desservis par ce service.
Dotation à la Sowaer pour l'accomplissement des missions déléguées spécifiques en matière de sûreté et de sécurité.
Dotation complémentaire à la Sowaer pour l'accomplissement des missions de sûreté.
Dotation à la SOWAER relative au service de la dette contractée pour la mise en oeuvre des mesures d'accompagnements et d'informations.
Dotation spécifique destinée à couvrir les frais de fonctionnement de la SOWAER afférent à l'exercice des missions déléguées environnementales. Programme 14.06 (Programme WBFIN 14.047) : Infrastructures sportives :
Subventions et indemnités au secteur public et privé en rapport avec la matière des infrastructures sportives ainsi que les opérations pilotes dans ce secteur ainsi que dans le cadre du Programme de Transition Professionnelle.
Subvention à l'ASBL Union Culturelle et Sportive Wallonne.
Subvention à l'association intercommunale pour l'exploitation du circuit de Spa Francorchamps.
Subvention pour l'achat de bâtiments et de travaux de construction, d'agrandissement et de transformation de grandes infrastructures sportives et d'infrastructures spécifiques.
Subvention pour les investissements concernant la construction, l'extension, la rénovation, l'acquisition d'une installation immobilière.
Subvention pour la construction ou l'aménagement de cafétérias et de buvettes.
Subvention pour l'acquisition du premier équipement sportif nécessaire au fonctionnement de l'installation immobilière.
Subvention pour des opérations, de construction, de rénovation et d'équipement de petites infrastructures sportives, également compris le Sport de Rue et le Sport de Rue couvert.
Subvention à la S.A. Hippodrome de Wallonie.
Subvention au groupement sportif équipe cycliste Wallonie-Bruxelles. Subvention pour des opérations d'acquisition, de construction, de rénovation et d'équipement d'infrastructures sportives dans le cadre du " Plan Piscines ".
Le soutien au sport de rue.
Le soutien aux activités sportives qui participent à la promotion des infrastructures sportives.
Subventions aux écoles de l'enseignement secondaire, aux écoles de l'enseignement fondamental, aux ASBL, aux SCRL et aux SCRLFS, pour petites et moyennes infrastructures, sport de rue et équipement sportif, sur la base des conditions définies par le Gouvernement.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre du projet Wallonie : Ambitions or.
Programme 14.07 (Programme WBFIN 14.048) : Travaux subsidiés :
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour favoriser l'amélioration du cadre de vie, les structures funéraires, les déplacements doux et les conditions d'accueil et d'accessibilité aux bâtiments publics et l'intégration sociale.
Subvention aux Pouvoirs locaux dans le cadre de la mise en oeuvre de la phase II du plan d'action pluriannuel visant à réduire l'habitat permanent dans les équipements touristiques de Wallonie.
Subvention aux pouvoirs locaux et au Centre régional d'aide aux communes dans le cadre d'investissements communaux d'intérêt public supra-local et de travaux de voiries.
Subventions aux administrations subordonnées dans le cadre de la mise en oeuvre du plan air - climat (éclairage public).
Subventions à des organismes privés ou publics pour des opérations de recherche, de sensibilisation, d'information et d'éducation ainsi que des actions en rapport avec les infrastructures routières dans le domaine des travaux subsidiés.
Subventions aux pouvoirs locaux et autres personnes de droit public pour des travaux ou des études en matière de voirie et de bâtiments publics ou de l'achat de matériel.
Subventions dans le cadre du Plan Mercure, des PICverts ainsi que des Espaces Multi Services (EMS).
Subvention aux intercommunales pour l'achat de bâtiments.
Subventions aux communes dans le cadre du Fonds régional pour les investissements communaux.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, à des organismes publics ou privés dans le cadre du cofinancement des programmes européens.
Subventions pour des investissements supracommunaux.
Subvention en vue de l'information, la coordination et l'organisation des chantiers sous, sur ou au-dessus des voiries ou des cours d'eau.
Subvention à l'intercommunale IGRETEC pour l'acquisition de bâtiments.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe I.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe III.
Subventions aux administrations publiques subordonnées pour des travaux et des études bénéficiant du concours du fonds européen de développement régional - programmation 2014-2020 - Axe V.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre de la redynamisation urbaine via la mobilité durable et le développement urbain intégré.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements. Subventions aux pouvoirs locaux et au centre régional d'aide aux communes en rapport avec l'appel à projet relatif aux équipements des zones reprises en habitat permanent.
Programme 14.11 (Programme WBFIN 14.049) : Réseau routier, autoroutier et voies hydrauliques - Construction et entretien du réseau :
Subventions destinées à l'organisation d'expositions et de conférences ainsi qu'à des études.
Subventions pour la promotion d'actions de sécurité routière.
Subventions à diverses associations et groupements pour des opérations de sensibilisation, d'information et d'éducation en matière d'infrastructure publique.
Subventions à l'Institut Belge de Normalisation (IBN).
Subventions à l'Association Internationale Permanente des Congrès de la Route (AIPCR).
Subventions aux " Chemins du Rail ".
Subventions au CGT pour le financement d'infrastructures routières à vocation touristique.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements, du Plan wallon de Transition (PWT) et du Plan Infrastructures 2019-2024.
Subventions à l'Association Internationale Permanente des Congrès de Navigation (AIPCN).
Subventions à des associations actives dans le domaine de la promotion et de la valorisation de la navigation intérieure.
Subventions à des associations fournissant une aide sociale aux bateliers et à leurs familles.
Intervention de la Région en faveur d'un organisme tiers pour l'exécution de missions de dragage.
Subventions de fonctionnement aux ports autonomes.
Subventions aux pouvoirs locaux destinées à équiper et améliorer le réseau routier en matière de sécurité routière, d'intermodalité et de mobilité, ainsi que pour la construction et l'aménagement de pistes cyclables dans le cadre du réseau cyclable structurant régional.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Programme 15.02 (Programme WBFIN 15.056) : Transversal et Coordination des politiques agricole et environnementale :
Subventions en matière de travaux forestiers.
Subventions pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions dans le cadre de relations internationales, en ce compris l'achat de matériel.
Subventions pour des actions et études en faveur de la promotion des intérêts de l'agriculture.
Subventions aux manifestations agricoles et horticoles.
Subventions pour des actions en faveur de la politique agricole régionale, européenne et internationale et pour des études en faveur de la tenue de comptabilité de gestion.
Subventions au Conseil Supérieur Wallon de l'Agriculture de l'agroalimentaire et de l'Alimentation.
Subventions pour des actions et études en matière d'agriculture et de développement rural dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique Agricole Commune. Subventions pour études, recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale et dans le cadre des missions de la Cellule permanente Environnement-Santé.
Subventions octroyées à l'intervention de la Cellule Environnement-Santé, secteur public et privé.
Subventions en matière de sensibilisation et de protection de l'environnement. Subventions aux Centres régionaux d'initiation à l'environnement (C.R.I.E.).
Subventions en matière de sensibilisation et de protection de la nature et de la ruralité.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions et indemnités spécifiques pour l'organisation de foires et d'évènements destinés à faire connaître l'agriculture wallonne et ses produits.
Programme 15.03 (Programme WBFIN 15.057) : Développement et étude du milieu :
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions à des personnes physiques ou des organismes privés en matière de valorisation des ressources du sous-sol.
Subventions au Musée de la Pierre à Sprimont et au Musée du Marbre à Rance pour des actions de promotion des roches ornementales.
Subventions aux centres pilotes, aux chambres d'agricultures et comices et aux organes d'encadrement des agriculteurs.
Subvention destinée à couvrir les charges de personnel et de fonctionnement de la Fédération des Services de remplacement de Wallonie asbl.
Subvention accordée à REQUASUD destinée à couvrir ses charges de personnel et ses frais de fonctionnement.
Subventions au Centre d'Economie rurale de Marloie (CER).
Subventions à l'Association wallonne de l'Elevage.
Subvention accordée à l'association VALBIOM pour l'exécution du programme
FARR-WAL.
Subventions à l'Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subventions au Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux (CRAW).
Subventions en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions aux centres de références et d'expérimentation.
Subventions à des recherches scientifiques et techniques.
Subventions pour des travaux de construction, d'agrandissement ou de transformation d'abattoirs publics, d'abattoirs offrant un service d'intérêt économique générale (SIEG).
Subventions et primes octroyées pour l'amélioration de la qualité des animaux et produits animaux.
Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (CRIOC) ou à l'AB-Reoc (Association belge de recherche et d'expertise des organisations de consommateurs).
Subvention à l'ASBL " Centre européen du cheval de Mont-le-Soie ".
Subventions aux organismes chargés de missions de vulgarisation, d'encadrement et de promotion.
Subventions aux organismes s'occupant de précarité en agriculture. Subventions encourageant la participation des agriculteurs aux régimes de qualité alimentaire dans le cadre du Programme de Développement rural. Subvention à la Cellule de la Qualité des Produits fermiers (C.Q.P.F.). Subvention aux organismes de conseils intervenant dans le cadre du Système de Conseil agricole (SCA).
Subvention à la Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subvention aux associations et organismes privés en matière agricole et agroalimentaire.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de développement et d'étude du milieu naturel et agricole.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subventions diverses dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Subvention à l'ISSeP dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Programme 15.04 (Programme WBFIN 15.058) : Aides à l'Agriculture :
Subventions aux halls relais agricoles.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles - Division " Fonds wallon des calamités agricoles ".
Dotation à l'Organisme Payeur.
Aides régionales aux éleveurs, aux producteurs et aux agriculteurs pour la transformation ou la commercialisation de produits issus de leur exploitation et aux producteurs laitiers pour la transformation et la commercialisation de produits laitiers.
Aide exceptionnelle en faveur de l'agriculture.
Indemnités en faveur des pisciculteurs pour dommages causés par des phénomènes climatiques défavorables.
Aide exceptionnelle dans le cadre de la grippe aviaire.
Aides régionales aux agriculteurs pour la transformation ou la commercialisation de produits issus de leur exploitation.
Aides exceptionnelles (subvention 100% RW).
[1 Programme 15.05 (Programme WBFIN 15.059) : Bien-être animal :
Subventions dans le domaine de la recherche en bien-être des animaux.
Subventions dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Soutien à des initiatives belges menées dans le domaine de la protection et du Bien-être animal.
Subvention en investissement aux pouvoirs locaux et zones de secours pour la lutte contre la maltraitance animale et le sauvetage d'animaux.]1
Programme 15.11 (Programme WBFIN 15.060) : Nature, Forêt, Chasse-pêche :
Subventions aux associations actives dans le domaine de la défense de la forêt et de sa valorisation.
Subventions aux pouvoirs subordonnés en matière de travaux forestiers.
Subventions aux facultés agronomiques pour développer la recherche forestière.
Subventions à diverses associations et personnes privées pour la conservation de la nature.
Subventions à diverses associations et personnes privées ou publiques pour des actions en faveur de la biodiversité.
Subventions pour la sauvegarde des arbres et des haies remarquables en propriété privée et publique.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière de conservation de la nature.
Indemnisation des dommages causés par les espèces protégées.
Subventions au secteur public pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions aux organismes agréés en matière de sensibilisation de la nature.
Subventions à des organismes et sociétés dans le cadre de relations internationales.
Subventions aux associations de chasseurs et pêcheurs.
Subventions destinées au développement de la pisciculture.
Subventions au secteur autre que public pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions aux Conseils cynégétiques.
Subventions et indemnités compensatoires dans le cadre de Natura 2000.
Subvention à l'Office économique wallon du Bois.
Subvention en matière de dynamisation de la gestion forestière.
Contribution au fonctionnement du Secrétariat national des espèces exotiques invasives.
Subventions en investissement au secteur de l'aquaculture.
Intervention exceptionnelle en faveur du secteur forestier.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière d'espaces verts.
Subventions aux secteurs publics et autre que public dans le cadre de la Semaine de l'Arbre.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour l'acquisition de matériel affecté à l'entretien des parcs et jardins historiques.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour la mise en place de partenariats avec les écoles d'horticulture et sylviculture.
Subventions en matière d'espaces verts.
Subventions dans le cadre de la Peste Porcine Africaine.
Subventions dans le cadre de la lutte contre le scolyte.
Subventions diverses dans le cadre du plan de Relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes.
Programme 15.12 (Programme WBFIN 15.061) : Espace rural et naturel :
Subventions à la Fondation Rurale de Wallonie, conformément à la convention cadre.
Subvention à la structure d'encadrement dans le cadre de la " Directive Nitrate ". Subvention au GREOA et à la FGW pour leurs actions en matière de développement rural.
Subventions à des personnes physiques et à des organismes privés ou publics pour des opérations de promotion, de valorisation, de sensibilisation ou d'information sur le développement rural, le remembrement et la gestion de l'espace rural.
Subventions à des personnes physiques, à des organismes privés ou publics pour des actions, des initiatives ou des opérations de sensibilisation à la vie rurale, de connaissance de la ruralité, de développement rural et de gestion de l'espace rural.
Subventions pour des opérations pilotes transcommunales de développement rural.
Subventions pour des opérations originales et novatrices en matière de développement rural.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de gestion de l'espace rural.
Subventions et indemnités spécifiques en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions au secteur autre que public pour la réalisation de travaux en vue de la restauration des habitats aquatiques, en ce compris la restauration de la libre circulation du poisson et les études nécessaires à ces travaux.
Subventions à l'UCL et à l'Ulg-Gembloux Agro-Bio Tech dans le cadre de la cellule de gestion intégrée sol érosion ruissellement (GISER).
Dépenses de toute nature relative à la représentation à la Grande Région.
Subventions au secteur autre que public en matière de développement rural et de cours d'eau en ce compris la plaine alluviale.
Subventions pour la création d'espaces de co-working et de bureaux partagés en zones rurales.
Subventions aux pouvoirs publics pour des travaux d'amélioration de la voirie agricole et l'établissement de dispositifs destinés à la protection contre l'érosion des terres agricoles et à la lutte contre les inondations et coulées boueuses dues au ruissellement.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes.
Programme 15.13 (Programme WBFIN 15.062) : Prévention et Protection : Air, Eau, Sol :
Subventions à des organismes privés pour des actions en rapport avec le phénomène Nimby.
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions aux comités de rivière pour financer la convention d'étude du contrat de rivière.
Subventions et indemnités spécifiques en matière de gestion de l'espace rural.
Subventions à l'encadrement des méthodes agro-environnementales.
Aides pour la mesure 10 du programme agri-environnement.
Subventions dans le cadre de la stratégie intégrale sécheresse.
Subventions pour la protection de l'environnement.
Dotation à l'Agence Wallonne pour l'Air et le Climat.
Subvention à l'asbl Agra-Ost pour ses actions en matière agri-environnementale et valorisation des matières organiques.
Subventions de fonctionnement aux Commissions internationales Escaut et Meuse ainsi qu'au Comité de coordination du district hydrographique du Rhin. Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Programme 15.14 (Programme WBFIN 15.063) : Police et contrôle :
Subventions aux pouvoirs publics subordonnés pour les agents constatateurs.
Programme 15.15 (Programme WBFIN 15.064) : Politique des déchets-ressources :
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du plan wallon des déchets-ressources.
Subventions diverses en matière de valorisation des déchets ménagers et non ménagers.
Subventions diverses en matière de prévention des déchets.
Subventions diverses en matière de gestion des déchets-ressources.
Subventions diverses en matière de gestion des sols.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subvention accordée à REQUASUD.
Programme 15.52 (Programme WBFIN 15.067) : Fonds budgétaire du bien-être animal :
Subventions diverses dans le domaine de la protection et du bien-être animal.
Programme 15.60 (Programme WBFIN 15.075) : Fonds pour la protection de l'environnement :
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSep).
Subventions pour les frais d'exploitation et des dépenses d'investissement des organismes agréés en matière de démergement.
Subventions aux organismes publics et assimilés pour financer des projets de valorisation de l'eau d'exhaure de carrières pour la distribution publique.
Subvention aux structures d'encadrement dans le cadre du plan wallon de réduction des pesticides et de la " Directive Nitrate ".
Subventions en matière de sensibilisation et/ou d'investissement à l'épuration individuelle.
Subventions pour recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale.
Subventions diverses en matière de gestion des sols.
Subventions diverses en matière de protection de l'environnement et en matière de promotion de l'eau.
Programme 15.62 (Programme WBFIN 15.077) : Fonds pour la gestion des déchets :
Subventions diverses en matière de gestion des déchets.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSep).
Programme 16.02 (Programme WBFIN 16.078) : Aménagement du territoire et urbanisme :
Subventions aux communes pour l'engagement de conseillers en aménagement du territoire et en urbanisme.
Subventions relatives à des actions qui favorisent le bon aménagement du territoire tant au niveau local qu'au niveau régional.
Subventions relatives à une assistance architecturale et paysagère dans le cadre des programmes opérationnels européens.
Subventions en aménagement du territoire dans le cadre du programme opérationnel INTERREG et autres programmes opérationnels européens.
Subventions aux communes et aux régies foncières pour acquisitions et échanges de terrains réalisés dans le cadre de la politique foncière décidée par la Wallonie. Subventions aux organismes universitaires.
Subventions aux organismes privés chargés de la mise en oeuvre des projets du Programme Leader.
Subventions pour :
1° l'élaboration du dossier de base de révision du plan de secteur (Art. D.I.12 du CoDT);
2° l'élaboration ou la révision totale ou partielle d'un schéma de développement pluricommunal, d'un schéma communal, d'un schéma d'orientation local ou d'un guide communal d'urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
3° l'élaboration d'un rapport sur les incidences environnementales relatif à un projet de révision de plan de secteur, de schéma de développement pluricommunal ou de schéma communal (Art. D.I.12 du CoDT);
4° l'élaboration d'une étude d'intérêt général relative à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme/l'élaboration d'une étude d'intérêt général relative au développement territorial, à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
5° l'organisation de l'information relative à l'aménagement du territoire et à l'urbanisme;
6° le fonctionnement de la commission communale et pour la formation de ses membres et du personnel communal concerné;
7° lorsqu'une commune ou plusieurs communes limitrophes en font la demande, l'engagement d'une personne justifiant de compétences relatives à la gestion du territoire concerné/lorsqu'une commune ou plusieurs communes limitrophes ou une association de communes en font la demande, pour l'engagement annuel d'un ou plusieurs conseillers en aménagement du territoire et urbanisme (Art. D.I.12 du CoDT);
8° pour les études générales en aménagement du territoire, notamment à la Conférence permanente du développement territorial agissant dans le cadre du programme (Art. D.I.12 du CoDT).
Subventions pour l'acquisition de biens immobiliers dans le cadre de la politique foncière régionale.
Subventions aux pouvoirs locaux dans le cadre du plan " Habitat Permanent ".
Subventions à la Communauté germanophone.
Subvention à Europalia.
Programme 16.03 (Programme WBFIN 16.079) : Rénovation et revitalisation urbaine, politique de la Ville et sites d'activité économique désaffectés :
Subventions et indemnités aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions relatives à la politique de la ville.
Subventions à la Ville de Charleroi - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Liège - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Namur - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mons - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de La Louvière - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Tournai - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Seraing - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mouscron - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Verviers - Politique intégrée de la Ville.
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir et favoriser la réaffectation, la rénovation et l'adaptation du patrimoine existant dans le but d'une utilisation plus parcimonieuse du sol.
Subventions relatives à des actions et études qui participent à la mise en oeuvre du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale.
Intervention, par le biais d'une mission déléguée à la SPAQUE, en faveur de l'acquisition et du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale au profit d'opérateurs intervenant dans le cadre d'une mission de maîtrise d'ouvrage déléguée.
Subventions aux communes figurant dans la liste des Zones d'Initiative Privilégiée de Type I, dans le cadre de la politique foncière régionale.
Ces subventions sont destinées :
- à favoriser l'acquisition par la commune de biens immobiliers urbanisables aux fins d'augmenter l'offre des biens immobiliers bâtis ou à bâtir dans la zone;
- à favoriser l'échange ou la vente de biens immobiliers non urbanisables propriétés de la commune pour permettre l'achat de biens immobiliers urbanisables ou situés du point de vue urbanistique dans le cadre d'une stratégie communale de développement de l'habitat.
Subventions en vue de la mise en oeuvre des politiques de revitalisation urbaine et de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er, du Code du Développement territorial, procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Ces subventions sont :
- fixées à 50% du coût de réalisation du dossier d'extension de périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue concernée;
- subordonnées à l'introduction d'un dossier comprenant au minimum les documents (ou les éléments) suivants :
1. la démonstration d'une part du caractère indispensable de la nécessité de procéder à la mise en oeuvre de l'extension projetée du périmètre reconnu et d'autre part, de l'adéquation des limites proposées de l'extension projetée eu égard au périmètre reconnu;
2. l'énumération et la description des projets à mener en vue de la réalisation des objectifs sous-tendant l'extension projetée du périmètre;
3. l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
4. l'avis de la commission locale de rénovation urbaine, si elle existe, ou, à défaut, de la commission communale;
5. un extrait de la délibération du conseil communal approuvant ce projet d'extension du périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue et les données énoncées aux points 1, 2 et 3 repris ci-avant;
et à son approbation, sur avis du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - et de l'Administration, par le Ministre ayant la rénovation urbaine dans ses compétences.
Subventions aux communes permettant la prise en charge d'un conseiller en rénovation urbaine affecté aux missions d'assistance nécessaires à la commune pour la reconnaissance et la gestion d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions et indemnités à des organismes privés menant des actions relatives à la Politique de la Ville.
Subvention annuelle à la ville de Liège pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Mons pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Namur pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subventions et indemnités (personnel et fonctionnement) aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes " (contrat ville durable).
Subventions Feder.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre du renforcement de l'attractivité urbaine.
Subventions aux grandes villes wallonnes pour des travaux d'investissement en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions aux villes wallonnes de plus de 50.000 habitants pour la mise en oeuvre de la " Politique Intégrée de la Ville ".
[1 Programme 16.11 (Programme WBFIN 16.080) : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux et à certaines associations de promotions du logement dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative.
Subventions à la SWCS et au FLW pour des actions visant la promotion de leurs produits d'accès au logement et/ou au remboursement des frais y liés.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Subventions aux organismes de logement à finalité sociale (OFS), aux communes, aux intercommunales, aux CPAS, aux Associations Sans But Lucratif, aux associations " Chapitre XII ", aux fondations, aux relais sociaux et aux établissements d'utilité publique, dans le cadre de l'appel à projet " territoire zéro sans-abrisme ".]1
Programme 16.12 (Programme WBFIN 16.081) : Logement : secteur public :
Subventions relatives aux actions des pouvoirs publics en matière de construction, de rénovation, d'équipement d'infrastructures et de promotion du logement d'insertion social et moyen.
Subventions aux organismes publics pour l'acquisition, la rénovation, la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions pour l'aménagement et l'amélioration des quartiers de logements gérés par les sociétés de logement (SLSP).
Subventions aux SLSP pour la prise en gestion ou en location de logements.
Subvention à la SWL dans le cadre du Plan bien-être.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement-secteur public.
Subventions relatives au logement public.
Subventions relatives au plan de rénovation.
Subventions aux communes pour les conseillers Logement.
Prise de participation dans le capital des sociétés immobilières de service public, des guichets de crédits social et de la SWL.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions pour la création innovante de logements d'utilité publique.
Avances remboursables relatives au plan de rénovation.
Avances remboursables liées au logement public.
Subventions relatives aux logements étudiants.
Subventions relatives aux logements de personnes âgées.
Programme 16.21 (Programme WBFIN 16.082) : Monuments, sites et fouilles :
Subventions à l'Agence wallonne du patrimoine.
Programme 16.31 (Programme WBFIN 16.083) : Energie :
Subventions pour favoriser ou soutenir toute action de promotion, de démonstration et de soutien en matière d'utilisation rationnelle de l'énergie et des énergies renouvelables, y compris les primes et subventions allouées dans le cadre du Fonds Energie.
Subventions à des entreprises et à des particuliers pour la rénovation énergétique de quartiers, notamment dans le cadre d'un appel à projets visant à concrétiser la rénovation énergétique de quartiers.
Subventions destinées à couvrir des dépenses relatives au cofinancement avec la CEE d'actions menées par des partenaires de la Région dans le cadre des programmes européens.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie.
Subventions à des unités de recherche universitaire ou de niveau universitaire et à des centres de recherche pour le financement de projets de recherche dans le domaine de l'énergie, en ce compris les dépenses d'infrastructure, l'acquisition d'équipements et pour la fourniture de conseils technologiques.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes.
Subventions accordées dans le cadre d'appel à projets à destination des entreprises et des unités de recherche universitaire ou de niveau universitaire et à des centres de recherche pour le financement de projets de recherche dans le domaine de l'énergie.
Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique et à l'élaboration de tarification électrique incitative au déplacement de charges.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Développement d'outil pour favoriser la consommation simultanée à la production.
Subvention à l'installation d'appareil permettant le déplacement de charges électrique, de favoriser l'autoconsommation ou la diminution de la consommation.
Subventions en faveur du secteur privé - Mise en oeuvre des accords de branche simplifiés (chèques entreprises).
Participation de la région wallonne aux actions de l'Agence Internationale pour les énergies renouvelables (IRENA).
Subvention AMURE - à destination des entreprises et des fédérations visant notamment la réalisation d'audit, d'étude de faisabilité et pour certains secteurs d'activités des investissements dans l'efficacité énergétique.
Subvention UREBA à destination des Organismes non commerciaux et Personnes de droit public visant à réduire la consommation énergétique des bâtiments.
Subvention en faveur d'acteurs ayant des missions de sensibilisation auprès de différents publics (conseillers énergie, guichet de l'énergie ...).
Subventions octroyées pour inciter les maîtres d'ouvrage à construire ou rénover des bâtiments en respectant des niveaux d'exigences plus sévères que les exigences réglementaires en vigueur.
Etudes relatives aux développements et aux régimes de soutien des énergies renouvelables.
Etudes relatives à la mise en oeuvre des transpositions des directives européennes (SER, EE PEB, marché de l'énergie, ...) et du plan national énergie climat.
Développement d'outil pour le soutien aux énergies renouvelables au travers du mécanisme des certificats verts.
Etudes relatives à l'organisation des marchés régionaux de l'électricité et du gaz.
Etudes relatives à l'efficacité énergétiques notamment dans les entreprises.
Etudes relatives à la performance énergétique des bâtiments.
Subventions en faveur des publics précarisés.
Subventions allouées à des entreprises et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Subvention des acteurs et des associations qui, assistent ou encadrent les usagers (citoyens, professionnels, écoliers, entreprises) tant en efficacité énergétique que dans les énergies renouvelables.
Subventions aux gestionnaires de réseau de distribution dans le cadre du tarif prosumer.
Subventions aux gestionnaires de réseau de distribution d'énergie destinées à prendre en charge l'installation de compteurs communicants.
Subventions aux producteurs d'électricité (ménages et entreprises) destinées à maximiser l'autoconsommation d'énergie.
Subventions aux producteurs d'électricité (ménages et entreprises) dans le cadre du tarif prosumer.
Subvention aux gestionnaires de réseau de distribution d'énergie destinée à l'extension de la liste des clients protégés visée à l'article 33, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité.
Dotation au fonds bas carbone et résilience.
Subvention aux entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux afin de soutenir des projets relatifs à l'hydrogène.
Subvention aux entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux pour le soutien de la mise en place de Communautés d'énergie renouvelable.
Subvention aux ménages et entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux afin de concrétiser des projets énergie durable et climat notamment dans le cadre du Plan d'Action pour l'Energie et le Climat.
Subvention aux ménages et entreprises, aux UAP et aux pouvoirs locaux en vue d'accélérer l'installation de bornes de chargement de véhicules électriques sur les domaines publics.
Programme 16.41 (Programme WBFIN 16.084) : Première Alliance Emploi - Environnement :
Initiatives visant à réduire drastiquement les coûts d'utilisation des logements.
Financement du plan de rénovation, des procédures de rénovation et de création de logements d'utilité publique.
Plan de rénovation du parc de logements publics en vue d'améliorer la performance énergétique.
Plan de rénovation en vue de favoriser l'efficacité énergétique des bâtiments du secteur public et du secteur non-marchand.
Appels à projets visant la mise à disposition rapide de logements d'utilité publique, de logements innovants (logements séniors/handicapés " connects " ...) et usufruit locatif social.
Financement d'actions visant à promouvoir les éco-matériaux de construction et à encourager l'économie circulaire dans la construction.
Programme 16.42 (Programme WBFIN 16.085) : Développement durable :
Subvention dans le cadre de la politique d'achats publics durables en lien avec l'insertion socio-professionnelle, la formation et la création d'emplois.
Programme 16.53 (Programme WBFIN 16.089) : Fonds Energie :
Subventions aux gestionnaires de réseaux de distribution visant à prendre en charge le coût réel de l'obligation de service public.
Subventions à des entreprises du développement à la production d'électricité et de chaleur produite à partir des énergies renouvelables.
Subventions pour toute activité de promotion de la recherche, de l'innovation et du développement technologique dans le domaine de l'énergie.
Subventions et primes allouées à des entreprises, des ASBL et des ménages en vue de réaliser des travaux économiseurs d'énergie.
Soutien aux actions de démonstration d'applications scientifiques et originales de technologies de pointe dans le domaine de l'énergie, à l'usage de secteurs d'activités où ces technologies sont absentes ou peu présentes.
Etudes et actions de sensibilisation en vue de favoriser la maîtrise de la facture énergétique.
Etudes et actions de sensibilisation visant à soutenir l'autoproduction d'énergie.
Subventions, primes allouées à des entreprises, des ASBL, des ménages, des administrations, intercommunales, OIP, en vue d'apporter un soutien en matière énergétique.
Programme 17.02 (Programme WBFIN 17.091) : Affaires intérieures :
Subventions au Centre régional d'aide aux communes pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions au Conseil régional de la formation des agents des administrations locales et provinciales de Wallonie pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions de réflexion, de sensibilisation et de formation concernant la gestion des pouvoirs locaux, la citoyenneté, la démocratie participative, l'intégration sociale et les objectifs généraux du programme.
Subvention en faveur de Namur-Capitale.
Subventions en faveur d'opérations pilotes en lien avec la supra-communalité.
Subvention au CRAC dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions visant le rayonnement et/ou la citoyenneté au niveau communal et supracommunal.
Subvention aux pouvoirs locaux dans le cadre du fonds pour le numérique des pouvoirs locaux.
Subventions aux communes pour des actions favorisant l'intégration sociale, l'entretien du patrimoine, et la sécurité, l'emploi et subventions aux communes pour les agences de développement local.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés dans le cadre d'aide à la gestion.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés pour la formation professionnelle du personnel communal et des mandataires.
Subventions et indemnités à des communes devant leur permettre de mettre en oeuvre des mécanismes d'amélioration de leurs propres services et des services rendus aux citoyens.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics dans le cadre du cofinancement des programmes européens développés dans les communes.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, et à des organismes publics visant à promouvoir, dans tous les domaines, l'implication citoyenne et le partenariat en matière de prévention de proximité.
Subventions en faveur des communes et des provinces destinées à octroyer une compensation de la forfaitarisation des réductions du précompte immobilier.
Subventions pour la formation professionnelle du personnel des administrations provinciales.
Subvention au Service du Médiateur dans le cadre de la médiation des Pouvoirs locaux.
Subvention pour le développement des outils informatiques, des TIC et du plan e-Commune.
Subvention dans le cadre du plan-formation.
Subventions aux communes et ASBL pour l'organisation des étapes du Tour de la Région wallonne.
Subventions dans le cadre de la mutualisation informatique à destination des pouvoirs locaux.
Financement de la cellule de vérification des compatibilités des mandats.
Subventions pour les ADL sous forme d'ASBL.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Subventions dans le cadre des conventions sectorielles.
Subvention aux communes pour des actions menées dans le cadre du plan de cohésion sociale.
Subventions en capital dans le cadre de l'entretien des infrastructures publiques des pouvoirs subordonnés.
Projets Leader.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles.
Subvention et indemnités aux intercommunales pour des actions visant à améliorer la propreté publique et la promotion de l'emploi.
Subvention au Réseau wallon de lutte contre la pauvreté (RWLP).
Etudes, communication et actions de sensibilisation des Pouvoirs locaux à l'échange de données.
Cop21 - Aide à l'achat de véhicules non polluants ou adaptation de véhicules aux normes environnementales.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - forains et commerçants ambulants.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - mines, miniers, carriers.
Subventions pour des opérations de gestion supra-locale.
Compensation pour les pouvoirs locaux dans le cadre de la suppression de la taxe sur les mâts, pylônes et antennes.
Subvention à la Ville de Namur pour des investissements en lien avec la fonction de capitale régionale.
Subventions en faveur des communes et des provinces dans le cadre du second pilier des pensions.
Subventions aux provinces dans le cadre de la reprise des zones de secours.
Subventions en faveur des communes et des provinces pour la cotisation responsabilisation pension (CRP).
Dotation au CRAC visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions exceptionnelles aux communes, provinces, CPAS, intercommunales et autres pouvoirs locaux.
Subvention visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés en vue d'apporter un soutien en matière énergétique.
Programme 17.11 (Programme WBFIN 17.092) : Politiques transversales dans le domaine socio-sanitaire :
Soutien à des initiatives transversales.
Soutien au plan Tandem.
Subventions aux organismes actifs en milieu prostitutionnel et/ou en matière de lutte contre le SIDA.
Subventions aux communes dans le cadre de la politique du Plan de Cohésion sociale dans les villes et communes de Wallonie.
Subventions transversales en équipement dans les secteurs publics et privés.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine socio-sanitaire.
Subventions pour études, recherches et actions dans le domaine de la santé environnementale.
Programme 17.12 (Programme WBFIN 17.093) : Dotations diverses aux politiques de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles :
Subvention au CRAC dans le cadre des compétences de la Santé, du Handicap et de la Famille.
[1 Programme 17.13 (Programme WBFIN 17.094) : Action sociale :
Soutien à des initiatives menées dans le domaine de l'action sociale.
Subventions pour le financement de recherches dans le domaine social.
Subventions de fonctionnement, de personnel et d'équipement à des relais sociaux publics et privés.
Subventions aux organismes appelés à aider religieusement et ou moralement les immigrés.
Soutiens à des initiatives menées par le fonds européen des réfugiés (FER).
Soutien au fonds d'impulsion pour la politique de l'immigration (FIPI).
Subventions en matière d'intégration sociale des populations d'origine étrangère.
Subventions accordées à des organismes de recherche, d'information, de réflexion et d'action, à caractère régional, transrégional et transnational en matière d'intégration des migrants.
Subventions aux maisons d'accueil et aux maisons de vie communautaire.
Subventions accordées aux centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère.
Subventions à des organismes de coordination et de documentation en matière sociale.
Soutien à des initiatives particulières des centres publics d'action sociale et d'autres pouvoirs publics.
Soutien à des formations d'intervenants sociaux et de fonctionnaires.
Soutien à la supervision dans les secteurs de l'action sociale, socio-sanitaire et médico-social.
Subventions aux services d'aide aux justiciables.
Soutien du plan national pour l'égalité des chances.
Soutien des coordinations d'arrondissement judiciaire.
Soutien au groupe de réflexion d'aide aux victimes.
Subventions en matière d'intégration professionnelle des ayants droits à l'intégration sociale.
Subsides d'équipements dans le domaine de l'action sociale.
Subsides d'équipements et d'aménagement en faveur des Centres Publics d'Action Sociale et des Chapitres XII.
Subsides en vue de l'acquisition, l'aménagement et l'équipement de terrains pour les gens du voyage.
Soutien à des services privés et publics d'insertion sociale.
Soutien à des initiatives privées et publiques en matière d'égalité des chances.
Subventions aux ASBL partenaires des relais sociaux en voie de constitution.
Subventions à l'ASBL " L'Observatoire du Crédit et de l'Endettement ".
Subventions à l'ASBL " Osiris-Crédal-Plus ".
Subventions aux Relais sociaux de Namur et Tournai.
Subventions aux centres de service social.
Soutien à des initiatives privées relatives à la médiation de dettes.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de l'action sociale.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires d'une aide sociale financière en application de la loi du 2 avril 1965 (Fédéral) - Art. 60-61.
Subvention aux CPAS dans le cadre de l'activation des bénéficiaires du Revenu d'Intégration Sociale (Fédéral) - Art. 60-61.
Subventions pour l'intégration des personnes étrangères et d'origine étrangère.
Contribution à la commission nationale des droits de l'enfant.
Subventions aux organismes pour les missions relatives aux droits des femmes ou la lutte contre la violence conjugale.
Subventions aux organismes pour la lutte contre la discrimination envers les femmes.
Subventions aux organismes luttant contre toutes formes de discriminations.
Service Citoyen - subside à l'ASBL Plateforme pour le Service Citoyen.
Service Citoyen - indemnités des stagiaires.
Subventions relatives à l'habitat permanent.
Subventions de fonctionnement et en infrastructure aux Relais sociaux et Associations de Promotion du Logement.]1
Programme 17.14 (Programme WBFIN 17.095) : Crèches et petite enfance :
Subventions d'infrastructure aux institutions privées ou publiques intéressant la naissance et l'enfance.
Subventions dans le cadre de l'accueil extra-scolaire de la petite enfance.
Primes Babypack.
Programme 18.02 (Programme WBFIN 18.096) : ENTREPRISES - Aides à l'investissement :
Financement de la mesure Carbon Leakage.
Primes dans le cadre des mesures d'accompagnement du prélèvement kilométrique.
Subventions à des actions qui entrent dans le cadre du plan wallon d'aides aux modes de transport alternatifs à la route.
Programme 18.03 (Programme WBFIN 18.097) : ENTREPRISES - Outils économiques et financiers :
Subventions à la SOWALFIN.
Subventions permettant le fonctionnement du Pôle de l'image - frais de fonctionnement et missions déléguées.
Subvention à la SPAQuE pour la gestion de la mission déléguée NORDION.
Interventions stratégiques dans le secteur industriel et au bénéfice des entreprises en restructuration.
Moyens d'actions aux organismes financiers de la Wallonie ayant pour but la consolidation et le développement des entreprises wallonnes.
Intervention dans l'activité prêts/garanties de la SOWALFIN.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Soutien de l'innovation, du développement et de la croissance des entreprises.
Prêts et garanties dans le cadre des mesures d'accompagnement du prélèvement kilométrique.
Interventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Programme 18.04 (Programme WBFIN 18.098) : Zones d'activités économiques :
Subventions à des opérateurs de développement économique en vue de la réalisation d'études diverses et autres actions en lien avec le développement des zones d'activité économique.
Subventions à des universités ou groupements d'universités dans le cadre du développement des zones d'activités économiques.
Intervention régionale en faveur de la SOWAFINAL pour couverture des charges annuelles découlant du financement alternatif des infrastructures d'accueil des activités économiques et du redéploiement de l'activité économique.
Financement d'infrastructures d'accueil industrielles et autres actions destinées au développement des zones d'activité économique cofinancées par l'Union européenne.
Subventions dans le cadre d'expériences pilote de réhabilitation de zones d'activités économiques.
Subventions aux opérateurs de développement économique visés par le décret du 2 février 2017 relatif aux parcs d'activités économiques dans le cadre des mesures spécifiques prises suite aux inondations.
Programme 18.06 (Programme WBFIN 18.099) : ENTREPRISES - Compétitivité, Innovation, Développement :
Subventions pour la stimulation de l'économie circulaire en Région wallonne.
Subventions visant à stimuler la création d'activités, la croissance et l'innovation dans les entreprises et la structuration du tissu productif.
Subventions aux Cellules opérationnelles des Pôles de compétitivité.
Subventions dans le cadre du développement et du soutien aux commerces, aux artisans et à la redynamisation des centres-villes dont les structures de gestion de centre-ville.
Subventions cofinancées par le FEADER en vue de promouvoir le développement d'actions locales d'animations économiques.
Subventions d'activités pour soutenir le secteur logistique.
Subvention au CESE pour les frais de fonctionnement de l'Observatoire du Commerce.
Programme 18.07 (Programme WBFIN 18.100) : Actions cofinancées dans le cadre des fonds structurels :
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Programme 18.11 (Programme WBFIN 18.101) : Promotion de l'Emploi :
Subventions à l'IWEPS pour le financement des dépenses de fonctionnement de l'Observatoire de l'Emploi.
Contribution de la Wallonie au programme LEED de l'O.C.D.E.
Subventions permettant le financement du transfert de compétence " emploi " à la Communauté germanophone.
Subventions dans le cadre de l'accompagnement et de la sensibilisation au management de la diversité.
Subventions en vue de promouvoir l'égalité des chances en matière d'accès à l'emploi.
Subventions liées à l'entrepreneuriat féminin et à la post-création.
Subventions d'actions diverses en matière d'emploi.
Cofinancement wallon à l'axe LEADER du programme wallon de développement rural.
Subventions pour encourager les incitants aux expériences de vie formatrice.
Subventions aux institutions internationales autres que l'UE.
Subventions aux entreprises publiques étrangères ne faisant pas partie du secteur 13.
Programme 18.12 (Programme WBFIN 18.102) : FOREm :
Subventions pour des actions spécifiques relatives à l'emploi dans les cellules de reconversion collective.
Subventions pour des actions relatives à la mise en oeuvre de la déclaration commune entre le Gouvernement et les partenaires sociaux.
Subventions relatives à la mise en oeuvre d'un plan d'accompagnement à l'emploi.
Subventions pour le financement des Cellules de reconversion collective.
Subventions aux Instances Bassin Enseignement Qualifiant-Formation-Emploi. Subventions pour le financement des maisons de l'emploi.
Subventions pour les réponses aux besoins du marché : Plans Langues, Métiers en demande.
Subvention pour le développement d'une offre de qualité.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers).
Subvention à des actions favorisant la promotion de l'emploi et l'insertion.
Subvention pour Primes et Compléments.
Allocations de formation, de stage et d'établissement.
Subvention pour le Fonds de l'expérience professionnelle.
Subvention pour Dispenses pour formation et études.
Contrat d'insertion.
Subventions pour l'insertion socioprofessionnelle des primo-arrivants et politique de prévention du radicalisme.
Subventions pour les mesures d'accompagnement - prélèvement kilométrique - volet emploi.
Programme 18.13 (Programme WBFIN 18.103) : Plan de résorption du chômage géré par l'administration, mais dont la prise en charge est assurée par l'intermédiaire du FOREm :
Aides à la Promotion de l'Emploi (A.P.E.).
Mesure SESAM.
Programme 18.15 (Programme WBFIN 18.104) : Economie Sociale :
Subventions pour les actions pilotes et la promotion de l'économie sociale en ce compris le développement des coopératives et la promotion des nouveaux modèles économiques, collaboratifs, coopératifs et créatifs.
Subvention à l'ASBL Réseau de lutte contre la pauvreté en Wallonie. Subvention à des sociétés à finalité sociale immobilières dans le secteur de l'économie sociale.
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Subventions aux projets de micro-crédits en ce compris les micro-crédits coopératifs et leur accompagnement.
Subventions pour des actions relatives à l'introduction de clauses sociales, environnementales et éthiques dans les marchés publics en faveur des entreprises d'économie sociale.
Subventions à W. ALTER.
Programme 18.19 (Programme WBFIN 18.108) : Emplois de proximité :
Interruptions de carrières.
Programme 18.21 (Programme WBFIN 18.109) : Formation professionnelle :
Subventions en vue de permettre la formation en TIC.
Subvention au CESE.
Subventions en vue de promouvoir l'information, l'orientation et la mise en oeuvre de formations qualifiantes.
Subventions diverses en vue de permettre la formation.
Subventions aux projets LEADER.
Subventions pour couvrir les indemnités de promotion sociale.
Subventions octroyées dans le cadre des accords du non marchand.
Subventions pour le soutien à la création de nouveaux dispositifs de formation.
Subventions en vue de permettre des investissements dans la formation.
Subvention pour la plateforme d'apprentissage en langues accessible à tout citoyen wallon.
Programme 18.22 (Programme WBFIN 18.110) : FOREm - Formation :
Subventions pour des actions relatives à la mise en oeuvre de la déclaration commune entre le Gouvernement et les partenaires sociaux.
Subventions permettant le financement de projets visant à améliorer l'insertion socio-professionnelle et la formation professionnelle.
Subventions pour des actions spécifiques relatives à la formation professionnelle dans les cellules de reconversion collective.
Subventions en vue de promouvoir les métiers du secteur non-marchand.
Subventions en vue de financer le fonctionnement des centres de compétence.
Subventions en vue de permettre le financement des chèques formation.
Subvention pour les crédits d'adaptation.
Subventions en vue de lutter contre les pénuries de main d'oeuvre qualifiée.
Subventions pour les réponses aux besoins du marché : Plans Langues, Métiers en demande.
Subventions en vue de promouvoir l'autocréation d'activités.
Financement du fonctionnement et des investissements du volet Formation des pôles de compétitivité.
Subvention pour la formation en alternance et l'autocréation d'activités.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subvention pour garantir l'accessibilité maximale des centres de compétences à l'Enseignement.
Subventions pour le financement des investissements des centres de formation professionnelle.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences. Subvention permettant de renforcer le lien entre l'offre de formations et les métiers d'avenir.
Subvention pour le financement de formations des Centres de compétences articulées aux projets des pôles et à la digitalisation des métiers.
Subvention en vue de soutenir l'innovation des entreprises.
Subvention en vue de financer des formations des Centres de compétence en matière de transition numérique.
Subvention pour le projet " Maison des Langues ".
Subventions pour les mesures d'accompagnement - prélèvement kilométrique - volet Formation.
Subventions dédicacées aux projets de la convention de partenariat Région wallonne, Forem et CPAS.
Subventions aux CISP.
Subvention en vue de promouvoir l'autocréation d'activités (AIRBAG).
Subvention FORMAFORM.
Programme 18.23 (Programme WBFIN 18.111) : Formation agricole :
Subventions aux centres de formation professionnelle agricole pour l'organisation des cours et autres activités en rapport.
Programme 18.24 (Programme WBFIN 18.112) : IFAPME :
Subventions permettant le fonctionnement de l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME).
Subventions permettant la mise en oeuvre de promotion et de formation des indépendants.
Subventions à l'IFAPME pour investissements pour centres de formation et services de l'IFAPME.
Financement du plan langues dans le cadre de la formation en alternance.
Subvention pour le développement des Filières en alternances et des stages professionnalisant.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subventions destinées à favoriser l'harmonisation du statut des apprenants en alternance et soutenir leur encadrement en entreprise.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences.
Subvention pour la valorisation des certifications professionnelles.
Subvention pour la formation métiers en pénurie et alternance.
Subvention pour le plan langues.
Subvention pour la formation dans le cadre de la digitalisation des métiers.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Programme 18.25 (Programme WBFIN 18.113) : Politiques croisées dans le cadre de la formation :
Subventions diverses dans le cadre de la formation en alternance.
Subventions permettant le fonctionnement de l'Office Francophone de la Formation en Alternance.
Subvention aux actions d'alphabétisation.
Subventions diverses dans le cadre de la validation des compétences.
Subventions au Service Francophone des Métiers et Qualifications.
Subventions dans le cadre des projets " Orientation professionnelle " et " Cité des métiers ".
Subventions pour la promotion des métiers.
Subventions à des Structures Collectives d'Enseignement supérieur.
Subvention à l'AEF - Europe (mission CFC).
Subvention à FORMAFORM.
Programme 18.31 (Programme WBFIN 18.114) : RECHERCHE - Soutien, Promotion, Diffusion et Valorisation :
Subventions relatives aux dépenses notamment de fonctionnement de projets cofinancés par l'Union européenne.
Subvention au Parc d'aventures scientifiques (le PASS).
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions au FNRS et fonds associés (FRIA, Welbio et WISD).
[1 Programme 18.32 (Programme WBFIN 18.115) : Numérique :
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions dans le cadre du programme Digital Wallonia.
Subventions aux projets " Ecole numérique ".
Subventions à l'Agence du Numérique.
Subventions dans le cadre du conseil numérique.]1
Programme 18.52 (Programme WBFIN 18.118) : Fonds destiné au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation :
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Modifications
Art. 51. De Regering wordt gemachtigd een specifieke financiële tussenkomst op te zetten voor KMO's of zelfstandigen, met inbegrip van de vrije beroepen, die getroffen zijn door de overstromingen van juli 2021 die bij de besluiten van de Waalse Regering van 28 juli en 29 augustus 2021 als natuurramp zijn erkend.
Art. 51. Le Gouvernement est autorisé à mettre en place une intervention financière spécifique à destination des PME ou des indépendants, en ce compris les professions libérales, qui ont été sinistrés par les inondations de juillet 2021 reconnues comme calamités naturelles par les arrêtés du Gouvernement wallon des 28 juillet et 29 août 2021.
Art. 52. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het " Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles ", binnen de perken van de basisallocaties (van de vakdomeinen) bestemd voor het ministeriële beheer, voor acties op het gebied van Gezondheid en Welzijn en met betrekking tot :
Subsidies aan het "centre de recherche de la Défense sociale" van het ziekenhuis "Les Marronniers".
Subsidies voor onderzoeken, studies en acties op het gebied van gezondheid en geestelijke gezondheid.
Subsidies aan de tele-onthaalcentra.
Subsidies aan instellingen en groepen die door hun acties tot de voorlichting met betrekking tot gezondheid bijdragen.
Subsidies aan de instellingen voor studies, experimenten en acties op het vlak van geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies voor palliatieve zorg.
Investeringssubsidie op het gebied van gezondheid, geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies inzake schoolziektes.
Subsidies voor de uitrusting en inrichting van de Diensten voor geestelijke gezondheid die ressorteren onder de privé en openbare sector.
Subsidies aan de Contactpunten op gezondheidsgebied.
Subsidies toegekend in het kader van tegemoetkomingen in de niet-gesubsidieerde lasten van de ziekenhuizen van Doornik.
Subsidies aan hulp- en zorgnetwerken en aan verslavingsdiensten.
Subsidies voor de herstructurering van het ziekenhuisaanbod.
Subsidies voor de versterking van de centra voor coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Subsidie voor de versterking van de hulp- en opvangnetwerken van de drugsverslaafden in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Uitgaven verbonden met de werking van het waarnemingscentrum inzake gezondheid.
Subsidies aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen.
Subsidies aan de centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidies inzake chronische nierinsufficiëntie.
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van de gezondheid.
Proefprojecten gevoerd in het kader van de zorgtrajecten.
Subsidies voor initiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding, van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de permanente vorming van de maatschappelijke werkers.
Bijkomende subsidie aan de erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp per uur gepresteerd ten gunste van gebruikers die wonen in dunbevolkte gemeenten.
Infrastructuursubsidies inzake huisvesting voor de 3de leeftijd.
Investeringssubsidies op het gebied van het gezin en de 3de leeftijd.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen voor de aanwerving van contraceptieve middelen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding uit de privé-sector voor hun tegemoetkoming in de reiskosten.
Subsidies toegekend voor acties in het kader van de bestrijding van de mishandeling van bejaarden.
Subsidies voor de versterking van de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies voor de begeleiding van bejaarden en particulieren ter bevordering van hun samenwonen.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen.
Subsidies aan dagonthaalcentra voor bejaarden van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de bouw, de aanleg en de uitrusting van onthaalinstellingen voor bejaarden beheerd door vzw's of openbare besturen.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Bijdrage van Wallonië voor de financiering van de "Algemene Cel voor het Beleid inzake Drugs".
Proefprojecten inzake de eerste verzorgingslijn.
Subsidies aan instellingen die kwaliteit binnen de verzorgingsinstellingen bevorderen.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
Subsidies aan het "centre de recherche de la Défense sociale" van het ziekenhuis "Les Marronniers".
Subsidies voor onderzoeken, studies en acties op het gebied van gezondheid en geestelijke gezondheid.
Subsidies aan de tele-onthaalcentra.
Subsidies aan instellingen en groepen die door hun acties tot de voorlichting met betrekking tot gezondheid bijdragen.
Subsidies aan de instellingen voor studies, experimenten en acties op het vlak van geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies voor palliatieve zorg.
Investeringssubsidie op het gebied van gezondheid, geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies inzake schoolziektes.
Subsidies voor de uitrusting en inrichting van de Diensten voor geestelijke gezondheid die ressorteren onder de privé en openbare sector.
Subsidies aan de Contactpunten op gezondheidsgebied.
Subsidies toegekend in het kader van tegemoetkomingen in de niet-gesubsidieerde lasten van de ziekenhuizen van Doornik.
Subsidies aan hulp- en zorgnetwerken en aan verslavingsdiensten.
Subsidies voor de herstructurering van het ziekenhuisaanbod.
Subsidies voor de versterking van de centra voor coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Subsidie voor de versterking van de hulp- en opvangnetwerken van de drugsverslaafden in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Uitgaven verbonden met de werking van het waarnemingscentrum inzake gezondheid.
Subsidies aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen.
Subsidies aan de centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidies inzake chronische nierinsufficiëntie.
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van de gezondheid.
Proefprojecten gevoerd in het kader van de zorgtrajecten.
Subsidies voor initiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding, van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de permanente vorming van de maatschappelijke werkers.
Bijkomende subsidie aan de erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp per uur gepresteerd ten gunste van gebruikers die wonen in dunbevolkte gemeenten.
Infrastructuursubsidies inzake huisvesting voor de 3de leeftijd.
Investeringssubsidies op het gebied van het gezin en de 3de leeftijd.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen voor de aanwerving van contraceptieve middelen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding uit de privé-sector voor hun tegemoetkoming in de reiskosten.
Subsidies toegekend voor acties in het kader van de bestrijding van de mishandeling van bejaarden.
Subsidies voor de versterking van de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies voor de begeleiding van bejaarden en particulieren ter bevordering van hun samenwonen.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen.
Subsidies aan dagonthaalcentra voor bejaarden van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de bouw, de aanleg en de uitrusting van onthaalinstellingen voor bejaarden beheerd door vzw's of openbare besturen.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Bijdrage van Wallonië voor de financiering van de "Algemene Cel voor het Beleid inzake Drugs".
Proefprojecten inzake de eerste verzorgingslijn.
Subsidies aan instellingen die kwaliteit binnen de verzorgingsinstellingen bevorderen.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
Art. 52. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions visant le domaine de la Santé et du Bien-être et portant sur :
Subventions au " centre de recherche de la Défense sociale " du centre Hospitalier " Les Marronniers ".
Subventions pour recherches, études et actions dans le domaine de la santé et de la santé mentale.
Subventions aux centres de télé-accueil.
Subventions en faveur d'organismes et groupements qui participent par leurs actions à la diffusion d'informations relatives à la santé.
Subventions aux organismes d'étude, d'expérimentation et d'actions en santé mentale et en toxicomanie et en circuit de soins.
Subventions en matière de soins palliatifs.
Subvention d'investissement dans le domaine de la santé, de la santé mentale, de la toxicomanie et des circuits de soins.
Subventions en matière de maladies scolaires.
Subventions d'équipement et d'aménagement des Services de santé mentale relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions aux Relais Santé.
Subventions pour interventions dans les charges non subventionnées des centres hospitaliers de Tournai.
Subventions aux réseaux d'aide et de soins et aux services spécialisés en assuétudes.
Subventions en vue du redéploiement de l'offre hospitalière.
Subventions pour le renforcement des centres de coordination de soins et de services d'aides à domicile dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subvention pour le renforcement des réseaux d'aide et prise en charge des toxicomanes dans le cadre du Plan d'inclusion sociale.
Dépenses liées au fonctionnement de l'observatoire de la santé.
Subventions aux associations de santé intégrée.
Subventions aux centres de coordinations de soins et de services à domicile relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions en matière d'insuffisance rénale chronique.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la santé.
Expériences pilotes menées dans le cadre des trajets de soins.
Subventions à des initiatives menées dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Subventions à des services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur public et du secteur privé.
Subventions pour la formation continue des travailleurs sociaux.
Subvention supplémentaire octroyée aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées par heure prestée au bénéfice d'usagers habitant des communes à faible densité.
Subventions d'infrastructure en matière de logement pour le 3ème âge.
Subventions d'investissement dans le domaine de la famille et du 3ème âge.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale pour l'acquisition de moyens contraceptifs dans le cadre du Plan Inclusion sociale.
Subventions aux services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur privé pour intervention dans les frais de déplacements.
Subventions pour des actions dans le cadre de la lutte contre la maltraitance des personnes âgées.
Subventions pour le renforcement des centres de planning et de consultation familiale et conjugale dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subsides à l'accompagnement de personnes âgées et de particuliers en vue de favoriser la cohabitation entre eux.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale.
Subventions aux centres d'accueil de jour pour personnes âgées relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions à la construction, l'aménagement et l'équipement d'établissements d'accueil pour personnes âgées gérées par des ASBL ou par des pouvoirs publics.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Contribution de la Wallonie au financement de la " Cellule Générale de Politique en matière de Drogues ".
Projets pilotes en matière de 1ère ligne de soins.
Subventions aux organismes favorisant la qualité dans les institutions de soins.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions en lien avec la crise énergétique.
Subventions au " centre de recherche de la Défense sociale " du centre Hospitalier " Les Marronniers ".
Subventions pour recherches, études et actions dans le domaine de la santé et de la santé mentale.
Subventions aux centres de télé-accueil.
Subventions en faveur d'organismes et groupements qui participent par leurs actions à la diffusion d'informations relatives à la santé.
Subventions aux organismes d'étude, d'expérimentation et d'actions en santé mentale et en toxicomanie et en circuit de soins.
Subventions en matière de soins palliatifs.
Subvention d'investissement dans le domaine de la santé, de la santé mentale, de la toxicomanie et des circuits de soins.
Subventions en matière de maladies scolaires.
Subventions d'équipement et d'aménagement des Services de santé mentale relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions aux Relais Santé.
Subventions pour interventions dans les charges non subventionnées des centres hospitaliers de Tournai.
Subventions aux réseaux d'aide et de soins et aux services spécialisés en assuétudes.
Subventions en vue du redéploiement de l'offre hospitalière.
Subventions pour le renforcement des centres de coordination de soins et de services d'aides à domicile dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subvention pour le renforcement des réseaux d'aide et prise en charge des toxicomanes dans le cadre du Plan d'inclusion sociale.
Dépenses liées au fonctionnement de l'observatoire de la santé.
Subventions aux associations de santé intégrée.
Subventions aux centres de coordinations de soins et de services à domicile relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions en matière d'insuffisance rénale chronique.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la santé.
Expériences pilotes menées dans le cadre des trajets de soins.
Subventions à des initiatives menées dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Subventions à des services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur public et du secteur privé.
Subventions pour la formation continue des travailleurs sociaux.
Subvention supplémentaire octroyée aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées par heure prestée au bénéfice d'usagers habitant des communes à faible densité.
Subventions d'infrastructure en matière de logement pour le 3ème âge.
Subventions d'investissement dans le domaine de la famille et du 3ème âge.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale pour l'acquisition de moyens contraceptifs dans le cadre du Plan Inclusion sociale.
Subventions aux services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur privé pour intervention dans les frais de déplacements.
Subventions pour des actions dans le cadre de la lutte contre la maltraitance des personnes âgées.
Subventions pour le renforcement des centres de planning et de consultation familiale et conjugale dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subsides à l'accompagnement de personnes âgées et de particuliers en vue de favoriser la cohabitation entre eux.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale.
Subventions aux centres d'accueil de jour pour personnes âgées relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions à la construction, l'aménagement et l'équipement d'établissements d'accueil pour personnes âgées gérées par des ASBL ou par des pouvoirs publics.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Contribution de la Wallonie au financement de la " Cellule Générale de Politique en matière de Drogues ".
Projets pilotes en matière de 1ère ligne de soins.
Subventions aux organismes favorisant la qualité dans les institutions de soins.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions en lien avec la crise énergétique.
Art. 53. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het " Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles ", binnen de perken van de basisallocaties (van de functionele domeinen) bestemd voor het ministeriële beheer, voor acties op het gebied van de Gehandicapte persoon en met betrekking tot :
Subsidies voor de mobiliteit en toegankelijkheid van gehandicapten. Subsidies voor de toegankelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van telecommunicatie voor gehandicapten.
Subsidies voor acties met betrekking tot de bevordering en sociale integratie van gehandicapten.
Subsidies voor initiatieven op het gebied van gebarentaal en begrijpelijke vertalingen.
Investeringssubsidies inzake de toegang van gehandicapte personen tot telecommunicatie, gebouwen, ...
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van het gehandicaptenbeleid.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
Subsidies voor de mobiliteit en toegankelijkheid van gehandicapten. Subsidies voor de toegankelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van telecommunicatie voor gehandicapten.
Subsidies voor acties met betrekking tot de bevordering en sociale integratie van gehandicapten.
Subsidies voor initiatieven op het gebied van gebarentaal en begrijpelijke vertalingen.
Investeringssubsidies inzake de toegang van gehandicapte personen tot telecommunicatie, gebouwen, ...
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van het gehandicaptenbeleid.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
Art. 53. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions visant le domaine de la Personne handicapée et portant sur :
Subventions en matière de mobilité et d'accessibilité des personnes handicapées. Subventions en matière d'accessibilité aux télécommunications pour les personnes handicapées.
Subventions aux actions relatives à la promotion et l'intégration sociale des personnes handicapées.
Subventions à des initiatives dans le domaine du langage des signes et de la traduction en facile à lire et à comprendre.
Subventions d'investissement en matière d'accessibilité des personnes handicapées aux télécommunications, aux bâtiments, ...
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la politique des personnes handicapées.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subvention en lien avec la crise énergétique.
Subventions en matière de mobilité et d'accessibilité des personnes handicapées. Subventions en matière d'accessibilité aux télécommunications pour les personnes handicapées.
Subventions aux actions relatives à la promotion et l'intégration sociale des personnes handicapées.
Subventions à des initiatives dans le domaine du langage des signes et de la traduction en facile à lire et à comprendre.
Subventions d'investissement en matière d'accessibilité des personnes handicapées aux télécommunications, aux bâtiments, ...
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la politique des personnes handicapées.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subvention en lien avec la crise énergétique.
Art. 54. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), binnen de perken van de basisallocaties (van de vakdomeinen) bestemd voor het ministeriële beheer, voor gezamenlijke acties voor verschillende afdelingen van het Agentschap en met betrekking tot:
IT-ontwikkeling met betrekking tot de Waalse sociale bescherming.
Subsidies aan de adviseringsdiensten voor de inrichting van de woning en aan de technische hulp van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidie aan VZW's in het kader van de begeleiding van personen met diepe cognitieve stoornis.
Tegemoetkoming in het kader van het " Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être ".
Subsidie voor studies, acties en onderzoeken op het gebied van de Bevordering van de Gezondheid en van het Gezin.
Toelagen aan sociale fondsen.
Subsidies aan bezinningshuizen.
Subsidies aan de lokale klinische netwerkcoördinatiecel.
Subsidies aan verpleegkundige consortia.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
IT-ontwikkeling met betrekking tot de Waalse sociale bescherming.
Subsidies aan de adviseringsdiensten voor de inrichting van de woning en aan de technische hulp van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidie aan VZW's in het kader van de begeleiding van personen met diepe cognitieve stoornis.
Tegemoetkoming in het kader van het " Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être ".
Subsidie voor studies, acties en onderzoeken op het gebied van de Bevordering van de Gezondheid en van het Gezin.
Toelagen aan sociale fondsen.
Subsidies aan bezinningshuizen.
Subsidies aan de lokale klinische netwerkcoördinatiecel.
Subsidies aan verpleegkundige consortia.
Uitzonderlijke subsidies in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies in verband met de energiecrisis.
Art. 54. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions communes à différentes branches de l'Agence et portant sur :
Le développement informatique relatif à la protection sociale wallonne.
Subvention aux services conseils à l'aménagement du domicile et aux aides techniques du secteur privé et du secteur public.
Subvention à des ASBL dans le cadre de l'accompagnement des personnes avec troubles cognitifs majeurs.
Intervention dans le cadre du Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être.
Subvention pour études, actions et recherches dans le domaine de la Promotion de la Santé et de la Famille.
Subventions à des Fonds sociaux.
Subventions aux maisons de ressourcement.
Subventions à la cellule de coordination des réseaux locaux clinique.
Subventions pour les consortias infirmiers.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions en lien avec la crise énergétique.
Le développement informatique relatif à la protection sociale wallonne.
Subvention aux services conseils à l'aménagement du domicile et aux aides techniques du secteur privé et du secteur public.
Subvention à des ASBL dans le cadre de l'accompagnement des personnes avec troubles cognitifs majeurs.
Intervention dans le cadre du Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être.
Subvention pour études, actions et recherches dans le domaine de la Promotion de la Santé et de la Famille.
Subventions à des Fonds sociaux.
Subventions aux maisons de ressourcement.
Subventions à la cellule de coordination des réseaux locaux clinique.
Subventions pour les consortias infirmiers.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions en lien avec la crise énergétique.
Art. 55. [1 In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2023 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° Een werkingsdotatie van 76.646.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.015 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
2° Een werkingsdotatie van 6.407.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.022 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° Een dotatie van 1.606.834.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.016 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
4° Een dotatie van 2.807.825.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.023 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° Een dotatie van 1.467.414.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.017 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
6° Een dotatie van 38.606.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.024 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° Een dotatie van 37.719.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.018 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
8° Een dotatie van 8.097.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.019 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
9° Een dotatie van 3.394.000 euro voor het beheer van de gemeenschappelijke facultatieve opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.020 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
10° Een dotatie van 1.088.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op vakdomein 093.025 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
11° Een dotatie van 1.210.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op vakdomein 093.037 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
12° Een kapitaaldotatie van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.029 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
13° Een kapitaaldotatie van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.033 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 17.624.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op vakdomein 122.006 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 (WBFIN-programma 122) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
* 515.000.000 euro maximum, overeenkomstig het tijdschema voor de betalingen 2023, met uitzondering van de uitzonderlijke dotatie van 132.565.000 euro betreffende de akkoorden van de non-profitsector en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2023;
* het saldo uiterlijk op 1 december 2023.
15° Een kapitaaldotatie van 293.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.031 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
16° Een kapitaaldotatie van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.032 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.565.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op vakdomein 093.021 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten.
18° Een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.034 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2023 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2023.]1
1° Een werkingsdotatie van 76.646.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.015 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
2° Een werkingsdotatie van 6.407.000 euro wordt toegerekend op vakdomein 093.022 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° Een dotatie van 1.606.834.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.016 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
4° Een dotatie van 2.807.825.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.023 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° Een dotatie van 1.467.414.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.017 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
6° Een dotatie van 38.606.000 euro voor het beheer van de gereglementeerde opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.024 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° Een dotatie van 37.719.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.018 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
8° Een dotatie van 8.097.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.019 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
9° Een dotatie van 3.394.000 euro voor het beheer van de gemeenschappelijke facultatieve opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.020 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
10° Een dotatie van 1.088.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten i.v.m. van de overname van het kadaster van het Interregionaal orgaan voor de gezinsbijslag wordt toegerekend op vakdomein 093.025 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
11° Een dotatie van 1.210.000 euro in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis wordt toegerekend op vakdomein 093.037 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
12° Een kapitaaldotatie van 585.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.029 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
13° Een kapitaaldotatie van 90.000 euro voor de dekking van zijn investeringskosten wordt toegerekend op vakdomein 093.033 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
14° een dotatie van 17.624.000 euro in het kader van het Waalse herstelplan wordt toegerekend op vakdomein 122.006 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 10 van Programma 11 (WBFIN-programma 122) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
Die 14 dotaties worden in twaalf schijven uitbetaald:
* 515.000.000 euro maximum, overeenkomstig het tijdschema voor de betalingen 2023, met uitzondering van de uitzonderlijke dotatie van 132.565.000 euro betreffende de akkoorden van de non-profitsector en de beslissingen van de Regering, uiterlijk op de 1e van elke maand van januari tot november 2023;
* het saldo uiterlijk op 1 december 2023.
15° Een kapitaaldotatie van 293.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gezondheid en Welzijn wordt toegerekend op vakdomein 093.031 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
16° Een kapitaaldotatie van 260.000 euro voor het beheer van de facultatieve opdrachten inzake Gehandicapte personen wordt toegerekend op vakdomein 093.032 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest;
17° een dotatie van 1.565.000 euro voor het beheer van de opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen wordt toegerekend op vakdomein 093.021 (Begrotingsrekening 84140000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten.
18° Een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op vakdomein 093.034 (Begrotingsrekening 86141000) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 (WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2023 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 18 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2023.]1
Modifications
Art. 55. [1 Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2023 selon les modalités comme suit :
1° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 76.646.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.015 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
2° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.407.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.022 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
3° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.606.834.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.016 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
4° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.807.825.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.023 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
5° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.467.414.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.017 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
6° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 38.606.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.024 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
7° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 37.719.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.018 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
8° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 8.097.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.019 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
9° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives communes d'un montant de 3.394.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.020 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
10° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 1.088.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.025 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
11° Une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 1.210.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.037 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
12° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.029 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
13° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.033 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
14° Une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 17.624.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 122.006 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- 515.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2023 hors dotation exceptionnelle relative aux accords du non marchand de 132.565.000 euros et aux décisions du gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2023;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2023.
15° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 293.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.031 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
16° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.032 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
17° Une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.565.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.021 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés.
18° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.034 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2023 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2023.]1
1° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 76.646.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.015 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
2° Une dotation de fonctionnement d'un montant de 6.407.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.022 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
3° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.606.834.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.016 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
4° Une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.807.825.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.023 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
5° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.467.414.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.017 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
6° Une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 38.606.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.024 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne pour la branche Famille;
7° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 37.719.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.018 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
8° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 8.097.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.019 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
9° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives communes d'un montant de 3.394.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.020 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
10° Une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la reprise du cadastre de l'ORINT d'un montant de 1.088.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.025 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
11° Une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 1.210.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.037 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
12° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.029 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
13° Une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 90.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.033 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
14° Une dotation dans le cadre du plan de relance wallon d'un montant de 17.624.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 122.006 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 10 du Programme 11 (programme WBFIN 122) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 14 dotations seront versées en douze tranches :
- 515.000.000 euros maximum, conformément à l'échéancier 2023 hors dotation exceptionnelle relative aux accords du non marchand de 132.565.000 euros et aux décisions du gouvernement, au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2023;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2023.
15° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 293.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.031 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
16° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.032 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne;
17° Une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.565.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.021 (Compte budgétaire 84140000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
Ces 3 dotations sont engagées à la signature des arrêtés.
18° Une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge du domaine fonctionnel 093.034 (Compte budgétaire 86141000) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2023 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 18° qui sera versée en une fois au plus tard pour le 1er mars 2023.]1
Modifications
Art. 56. In afwijking van artikel 44, tweede lid van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, wordt de werkingsdotatie van 36.775.000 euro, toegekend aan de "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (FAMIWAL), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is Boulevard Mayence 1 te 6000 Charleroi, vereffend volgens de volgende modaliteiten:
Het bedrag van 36.775.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.05 (van vakdomein 093.008 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest wordt betaald in tien schijven :
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 februari 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 maart 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1er april 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 mei 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 juni 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 juli 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 augustus 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 september 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 oktober 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 november 2023.
Het bedrag van 36.775.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.05 (van vakdomein 093.008 (ESER-code 41)) van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 ( WBFIN-programma 093) van de begroting 2023 van het Waalse Gewest wordt betaald in tien schijven :
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 februari 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 maart 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1er april 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 mei 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 juni 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 juli 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 augustus 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 september 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 oktober 2023;
- 3.677.500 euro uiterlijk op 1 november 2023.
Art. 56. Par dérogation à l'article 44, alinéa 2, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales la dotation de fonctionnement d'un montant de 36.775.000 euros, octroyée à la Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL), dont le siège social est établi Boulevard Mayence, 1 à 6000 Charleroi est liquidée selon les modalités suivantes :
Le montant de 36.775.000 euros imputé à charge de l'article 41.05 (du domaine fonctionnel 093.008 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne est versée en dix tranches :
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er février 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er mars 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er avril 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er mai 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er juin 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er juillet 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er août 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er septembre 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er octobre 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er novembre 2023.
Le montant de 36.775.000 euros imputé à charge de l'article 41.05 (du domaine fonctionnel 093.008 (code SEC 41)) de la Division organique 17 du Programme 12 (programme WBFIN 093) du budget 2023 de la Région wallonne est versée en dix tranches :
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er février 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er mars 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er avril 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er mai 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er juin 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er juillet 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er août 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er septembre 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er octobre 2023;
- 3.677.500 euros au plus tard le 1er novembre 2023.
Art. 57. De Minister van Toerisme wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het Commissiariaat-generaal voor Toerisme binnen de perken van de betrokken basisallocaties (de vakdomeinen), met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen :
Subsidies inzake toeristische promotie.
Subsidies aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende subsidies voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingssubsidie aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringssubsidies voor kampplaatsen.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Subsidie aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance.
Subsidie voor exploitatie, toeristische ontwikkeling en werken van algemeen belang met toepassing van het tarief van 100% op de VZW "Les Lacs de l'eau d'Heure".
Subsidie aan de VZW "Les Lacs de l'eau d'Heure" in het kader van de uitvoering van het Waalse herstelplan met toepassing van het 100%-percentage.
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie" (CITW).
Werkingssubsidie aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Subsidie in het kader van het herstelplan van Wallonië.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van toeristische bedrijven na de overstromingen.
Subsidie voor door het CGT erkende of geaccrediteerde toeristische actoren die worden getroffen door een crisissituatie die door de Waalse regering is erkend. Subsidie voor verenigingen zonder winstoogmerk die toeristische spoorlijnen beheren of exploiteren, voor het onderhoud van spoorlijnen die voor toeristische doeleinden worden geëxploiteerd, ten belope van 60%.
Subsidies inzake toeristische promotie.
Subsidies aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende subsidies voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingssubsidie aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringssubsidies voor kampplaatsen.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Subsidie aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance.
Subsidie voor exploitatie, toeristische ontwikkeling en werken van algemeen belang met toepassing van het tarief van 100% op de VZW "Les Lacs de l'eau d'Heure".
Subsidie aan de VZW "Les Lacs de l'eau d'Heure" in het kader van de uitvoering van het Waalse herstelplan met toepassing van het 100%-percentage.
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie" (CITW).
Werkingssubsidie aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Subsidie in het kader van het herstelplan van Wallonië.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van toeristische bedrijven na de overstromingen.
Subsidie voor door het CGT erkende of geaccrediteerde toeristische actoren die worden getroffen door een crisissituatie die door de Waalse regering is erkend. Subsidie voor verenigingen zonder winstoogmerk die toeristische spoorlijnen beheren of exploiteren, voor het onderhoud van spoorlijnen die voor toeristische doeleinden worden geëxploiteerd, ten belope van 60%.
Art. 57. La Ministre du Tourisme est autorisée à octroyer, au travers du budget du Commissariat général au Tourisme, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement, de valorisation touristique et de travaux d'intérêt publics avec application du taux de 100% à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".
Subvention à l'ASBL " Les Lacs de l'eau d'Heure " dans le cadre de la mise en oeuvre du plan de relance de la Wallonie avec application du taux de 100%.
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subvention dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs touristiques suite aux inondations.
Subvention aux opérateurs touristiques autorisés ou reconnus par le CGT impactés par une situation de crise reconnue par le Gouvernement wallon. Subvention aux associations sans but lucratif de gestion ou d'exploitation de lignes de chemins de fer touristique pour l'entretien des voies de chemins de fer exploitées à des fins touristiques au taux de 60%.
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement, de valorisation touristique et de travaux d'intérêt publics avec application du taux de 100% à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".
Subvention à l'ASBL " Les Lacs de l'eau d'Heure " dans le cadre de la mise en oeuvre du plan de relance de la Wallonie avec application du taux de 100%.
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subvention dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs touristiques suite aux inondations.
Subvention aux opérateurs touristiques autorisés ou reconnus par le CGT impactés par une situation de crise reconnue par le Gouvernement wallon. Subvention aux associations sans but lucratif de gestion ou d'exploitation de lignes de chemins de fer touristique pour l'entretien des voies de chemins de fer exploitées à des fins touristiques au taux de 60%.
Art. 58. De Minister van Erfgoed wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) binnen de perken van de betrokken basisallocaties (van de vakdomeinen), met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen :
Subsidies voor voorafgaande studies, bescherming, herwaardering, herbestemming, restauratie en bevordering van het monumenten-, natuurlijk en archeologisch patrimonium van het Waalse Gewest.
Subsidies aan de privé en de openbare sector voor een maximumbedrag van 22.000 euro (niet meegerekend BTW) gelijk aan maximum 80% van uit te voeren werken en van een maximum bedrag van 10.000 euro (incl. BTW) gelijk aan maximum 100% van de leveringen en uitvoeringsmiddelen voor acties inzake het onderhoud van het Waalse patrimonium die betrekking hebben op de gezamenlijke voorzorgs- of herstellingsoperaties die voorlopig of definitief worden ondernomen in een als monument beschermd goed, opgenomen in de beschermingslijst of dat (na het instellen van een wettelijk onderzoek) op het punt staat om als monument beschermd te zijn.
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van samenwerkingsakkoorden.
Dotatie aan de C.E.S.W. ter dekking van de werkingskosten van de C.R.M.S.F.
Subsidie aan de openbare sector voor de valorisatie door verlichting van het Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.
Investeringssubsidies met het oog op de valorisatie van de regionale collecties inzake patrimonium.
Subsidie aan het Commissiariaat-generaal voor Toerisme in het kader van de valorisatie van de site van de "Abbaye d'Aulne".
Investeringssubsidies inzake valorisatie van het industrieel erfgoed.
Dotatie aan de Duitstalige Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheid Erfgoed.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van vermogensbedrijven na de overstromingen.
Subsidies voor voorafgaande studies, bescherming, herwaardering, herbestemming, restauratie en bevordering van het monumenten-, natuurlijk en archeologisch patrimonium van het Waalse Gewest.
Subsidies aan de privé en de openbare sector voor een maximumbedrag van 22.000 euro (niet meegerekend BTW) gelijk aan maximum 80% van uit te voeren werken en van een maximum bedrag van 10.000 euro (incl. BTW) gelijk aan maximum 100% van de leveringen en uitvoeringsmiddelen voor acties inzake het onderhoud van het Waalse patrimonium die betrekking hebben op de gezamenlijke voorzorgs- of herstellingsoperaties die voorlopig of definitief worden ondernomen in een als monument beschermd goed, opgenomen in de beschermingslijst of dat (na het instellen van een wettelijk onderzoek) op het punt staat om als monument beschermd te zijn.
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van samenwerkingsakkoorden.
Dotatie aan de C.E.S.W. ter dekking van de werkingskosten van de C.R.M.S.F.
Subsidie aan de openbare sector voor de valorisatie door verlichting van het Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.
Investeringssubsidies met het oog op de valorisatie van de regionale collecties inzake patrimonium.
Subsidie aan het Commissiariaat-generaal voor Toerisme in het kader van de valorisatie van de site van de "Abbaye d'Aulne".
Investeringssubsidies inzake valorisatie van het industrieel erfgoed.
Dotatie aan de Duitstalige Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheid Erfgoed.
Subsidie voor de wederopbouw en ondersteuning van vermogensbedrijven na de overstromingen.
Art. 58. La Ministre du Patrimoine est autorisée à octroyer, au travers du budget de l'Agence wallonne du Patrimoine, dans les limites des articles de base (des domaines fonctionnels) concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions relatives aux études préalables, à la protection, à la mise en valeur, à la réaffectation, à la restauration et à la promotion du patrimoine monumental, naturel et archéologique de la Région wallonne.
Subventions au secteur privé et public d'un montant maximum de 22.000 euros (hors TVA) correspondant au maximum à 80% des travaux et d'un montant maximum de 10.000 euros (TVAC) correspondant au maximum à 100% des fournitures et moyens d'exécution pour des actions relatives à la maintenance du patrimoine wallon couvrant l'ensemble des opérations d'entretien préventives ou curatives, provisoires ou définitives entreprises sur un bien classé comme monument, inscrit sur la liste de sauvegarde ou en instance de classement (après ouverture de l'enquête légale).
Subventions pour la mise en oeuvre d'accords de coopération.
Dotation au C.E.S.W. pour couvrir les frais de fonctionnement de la C.R.M.S.F.
Subvention au secteur public pour la valorisation par mise en lumière du Patrimoine exceptionnel de Wallonie.
Subventions en investissements en vue de la valorisation des collections régionales en matière de patrimoine.
Subvention au Commissariat général au Tourisme dans le cadre de la valorisation du site de l'Abbaye d'Aulne.
Subventions en investissements en matière de valorisation du patrimoine industriel.
Dotation à la Communauté Germanophone dans le cadre de sa compétence Patrimoine.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs patrimoniaux suite aux inondations.
Subventions relatives aux études préalables, à la protection, à la mise en valeur, à la réaffectation, à la restauration et à la promotion du patrimoine monumental, naturel et archéologique de la Région wallonne.
Subventions au secteur privé et public d'un montant maximum de 22.000 euros (hors TVA) correspondant au maximum à 80% des travaux et d'un montant maximum de 10.000 euros (TVAC) correspondant au maximum à 100% des fournitures et moyens d'exécution pour des actions relatives à la maintenance du patrimoine wallon couvrant l'ensemble des opérations d'entretien préventives ou curatives, provisoires ou définitives entreprises sur un bien classé comme monument, inscrit sur la liste de sauvegarde ou en instance de classement (après ouverture de l'enquête légale).
Subventions pour la mise en oeuvre d'accords de coopération.
Dotation au C.E.S.W. pour couvrir les frais de fonctionnement de la C.R.M.S.F.
Subvention au secteur public pour la valorisation par mise en lumière du Patrimoine exceptionnel de Wallonie.
Subventions en investissements en vue de la valorisation des collections régionales en matière de patrimoine.
Subvention au Commissariat général au Tourisme dans le cadre de la valorisation du site de l'Abbaye d'Aulne.
Subventions en investissements en matière de valorisation du patrimoine industriel.
Dotation à la Communauté Germanophone dans le cadre de sa compétence Patrimoine.
Subvention dans le cadre de la reconstruction et de l'accompagnement des opérateurs patrimoniaux suite aux inondations.
Art. 59. [1 De Minister van Klimaat en de Minister van Leefmilieu, ieder wat hem betreft, worden ertoe gemachtigd om subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) voor acties op het gebied van klimaat, leefmilieu en duurzame ontwikkeling en met betrekking op:
Subsidie aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen in het bijzonder in het kader van de uitvoering van het "Politique locale Energie Climat (POLLEC)" (Plaatselijk Beleid Energie Klimaat).
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan universiteiten, stichtingen of andere overheidsinstanties voor onderzoek op het gebied van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering of overgang, inclusief aspecten van een rechtvaardige overgang.
Subsidie voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan de privé-sector en aan ondernemingen in het kader van de ontwikkeling, de uitvoering en de follow-up van sectorale overeenkomsten of andere vrijwillige overeenkomsten in Wallonië.
Subsidies voor de financiering van klimaatinvesteringen, met inbegrip van aanpassing aan de klimaatverandering en overgang.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan multilaterale instellingen ter versterking van de capaciteiten van ontwikkelingslanden of ter versterking en coördinatie van de acties van het Gewest in het kader van internationale overeenkomsten.
Subsidie in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Subsidie aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-subsidie aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor de installatie van nieuwe bemonsteringspunten voor de meting van de luchtkwaliteit in Wallonië.
Subsidies aan bedrijven en personen voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en Samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Subsidies aan de vzw's, stichtingen en universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidies aan vzw's, stichtingen en universiteiten voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor acties die bijdragen tot het bereik van het Plan Lucht Klimaat Energie.
Subsidies aan bedrijven, onderzoekscentra, erkende onderzoekscentra, universitaire eenheden, afdelingen van een hogeschool, openbare onderzoeksinstellingen of onderzoekspartnerschappen voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling op het gebied van klimaat, aanpassing of preventie.]1
Subsidie aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen in het bijzonder in het kader van de uitvoering van het "Politique locale Energie Climat (POLLEC)" (Plaatselijk Beleid Energie Klimaat).
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan universiteiten, stichtingen of andere overheidsinstanties voor onderzoek op het gebied van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering of overgang, inclusief aspecten van een rechtvaardige overgang.
Subsidie voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidie aan de privé-sector en aan ondernemingen in het kader van de ontwikkeling, de uitvoering en de follow-up van sectorale overeenkomsten of andere vrijwillige overeenkomsten in Wallonië.
Subsidies voor de financiering van klimaatinvesteringen, met inbegrip van aanpassing aan de klimaatverandering en overgang.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan multilaterale instellingen ter versterking van de capaciteiten van ontwikkelingslanden of ter versterking en coördinatie van de acties van het Gewest in het kader van internationale overeenkomsten.
Subsidie in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Subsidie aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-subsidie aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor de installatie van nieuwe bemonsteringspunten voor de meting van de luchtkwaliteit in Wallonië.
Subsidies aan bedrijven en personen voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en Samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Subsidies aan de vzw's, stichtingen en universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Subsidies aan vzw's, stichtingen en universiteiten voor bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit, met inbegrip van de luchtkwaliteit binnenshuis.
Subsidie voor acties die bijdragen tot het bereik van het Plan Lucht Klimaat Energie.
Subsidies aan bedrijven, onderzoekscentra, erkende onderzoekscentra, universitaire eenheden, afdelingen van een hogeschool, openbare onderzoeksinstellingen of onderzoekspartnerschappen voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling op het gebied van klimaat, aanpassing of preventie.]1
Modifications
Art. 59. [1 Le Ministre du Climat et la Ministre de l'Environnement chacun pour ce qui les concerne sont autorisés à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat pour des actions visant le domaine du climat, de l'environnement et du développement durable et portant sur :
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques en particulier dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique locale Energie Climat (POLLEC).
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités, des Fondations ou à tout autre organisme public pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques, l'adaptation aux changements climatiques ou de la transition y compris les aspects liés à la transition juste.
Subvention pour des études dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé et à des entreprises dans le cadre du développement, de la mise en oeuvre et du contrôle des accords de branche ou des autres accords volontaires en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat y compris l'adaptation aux changements climatiques et la transition.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération.
Contribution volontaire dans le cadre d'organismes multilatéraux en vue de renforcer les capacités des Pays en développement ou de renforcer et coordonner les actions de la Région dans le cadre d'Accords internationaux.
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention en vue d'implanter de nouveaux points de prélèvement pour la mesure qualité de l'air en Wallonie.
Subvention à des entreprises et des particuliers pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention à des actions participant au rayonnement du PACE.
Subvention à des entreprises, centres de recherches, centres de recherches agréés, unités universitaires, unités de haute école, organismes publics de recherche ou partenariats de recherche, pour des recherches industrielles ou du développement expérimental dans le domaine du climat, en adaptation ou en prévention.]1
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques en particulier dans le cadre de la mise en oeuvre de la Politique locale Energie Climat (POLLEC).
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités, des Fondations ou à tout autre organisme public pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques, l'adaptation aux changements climatiques ou de la transition y compris les aspects liés à la transition juste.
Subvention pour des études dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé et à des entreprises dans le cadre du développement, de la mise en oeuvre et du contrôle des accords de branche ou des autres accords volontaires en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat y compris l'adaptation aux changements climatiques et la transition.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération.
Contribution volontaire dans le cadre d'organismes multilatéraux en vue de renforcer les capacités des Pays en développement ou de renforcer et coordonner les actions de la Région dans le cadre d'Accords internationaux.
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention en vue d'implanter de nouveaux points de prélèvement pour la mesure qualité de l'air en Wallonie.
Subvention à des entreprises et des particuliers pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL, Fondations et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air y compris la qualité de l'air intérieur.
Subvention à des actions participant au rayonnement du PACE.
Subvention à des entreprises, centres de recherches, centres de recherches agréés, unités universitaires, unités de haute école, organismes publics de recherche ou partenariats de recherche, pour des recherches industrielles ou du développement expérimental dans le domaine du climat, en adaptation ou en prévention.]1
Modifications
Art. 60. De Regering kan presentiegelden, waarvan zij het bedrag bepaalt, toekennen aan de deelnemers van het klimaatpanel georganiseerd door het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat). Deze bedragen komen ten laste van de begroting van bedoeld Agentschap.
Art. 60. Le Gouvernement peut octroyer des jetons de présence dont il arrête le montant aux participants du panel climat organisé par l'Agence wallonne de l'air et du climat. Ces montants sont imputés sur le budget de cette dernière.
Art. 61. § 1. De Minister van Sportinfrastructuur wordt gemachtigd om specifieke en uitzonderlijke steun te verlenen voor de renovatie en de wederopbouw van sportinfrastructuur die overeenkomstig het decreet van 3 december 2020 houdende toekenning van subsidies voor bepaalde investeringen inzake sportinfrastructuur voor steun in aanmerking komst en die is getroffen door de overstromingen van juli 2021 die zijn opgenomen in het kadaster dat op 20 augustus 2021 door de administratie Sportinfrastructuur is opgesteld.
§ 2. De specifieke en uitzonderlijke steun wordt verleend in de vorm van een rechtstreekse subsidie die wordt berekend op basis van het saldo van de raming van de werkzaamheden, na tussenkomst van de verzekering en/of het rampenfonds.
De gecombineerde tussenkomst van de verzekering, het rampenfonds en de steun mag niet meer bedragen dan 100% van het totale bedrag van de werken.
§ 3. Toegang tot het steunmechanisme wordt afhankelijk gesteld van de volgende drie cumulatieve criteria:
a) De energetische verbetering van de sportinfrastructuur;
b) De tenuitvoerlegging van maatregelen om de op de overstromingsgevaarkaart aangegeven risico's te ondervangen;
c) De resultaten van een bezinning over de mogelijkheid om bovengemeentelijke projecten uit te voeren of sportaccommodaties op dezelfde plaats te groeperen met het oog op het poolen ervan, ter vervanging van de door de schade getroffen infrastructuren;
§ 4. Het kader en de controleprocedures voor deze specifieke en uitzonderlijke subsidies zullen de beginselen volgen die zijn vastgelegd in het decreet van 3 december 2020 en zijn uitvoeringsbesluit, met de volgende bepalingen die erop gericht zijn rekening te houden met de hoogdringendheid en de specifieke kenmerken van de situatie:
- Systematische afwijking van artikel 15 van het decreet van 3 december 2020, waardoor contracten kunnen worden aangegaan en met de werkzaamheden kan worden begonnen voordat een vaste subsidietoezegging is gedaan;
- Afschaffing van de fasen van ontvankelijkheid en indiening van een voorlopig projectdossier;
- Afschaffing van de periode van 6 jaar tussen twee subsidies voor de betrokken sportinfrastructuur;
- Vaststelling van één enkel subsidiepercentage van 70% dat moet worden toegepast op het door de projecteigenaar te betalen saldo, na aftrek van verzekerings- en rampenfondsen;
- De periode van tien of vijftien jaar voor de handhaving van de toewijzing van een subsidie die vóór de overstromingen is ontvangen, is niet van toepassing op de infrastructuur waarop deze steun betrekking heeft.
§ 5. Er zal een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden gelanceerd onder de kandidaten die voor specifieke en uitzonderlijke steun in aanmerking komen.
§ 2. De specifieke en uitzonderlijke steun wordt verleend in de vorm van een rechtstreekse subsidie die wordt berekend op basis van het saldo van de raming van de werkzaamheden, na tussenkomst van de verzekering en/of het rampenfonds.
De gecombineerde tussenkomst van de verzekering, het rampenfonds en de steun mag niet meer bedragen dan 100% van het totale bedrag van de werken.
§ 3. Toegang tot het steunmechanisme wordt afhankelijk gesteld van de volgende drie cumulatieve criteria:
a) De energetische verbetering van de sportinfrastructuur;
b) De tenuitvoerlegging van maatregelen om de op de overstromingsgevaarkaart aangegeven risico's te ondervangen;
c) De resultaten van een bezinning over de mogelijkheid om bovengemeentelijke projecten uit te voeren of sportaccommodaties op dezelfde plaats te groeperen met het oog op het poolen ervan, ter vervanging van de door de schade getroffen infrastructuren;
§ 4. Het kader en de controleprocedures voor deze specifieke en uitzonderlijke subsidies zullen de beginselen volgen die zijn vastgelegd in het decreet van 3 december 2020 en zijn uitvoeringsbesluit, met de volgende bepalingen die erop gericht zijn rekening te houden met de hoogdringendheid en de specifieke kenmerken van de situatie:
- Systematische afwijking van artikel 15 van het decreet van 3 december 2020, waardoor contracten kunnen worden aangegaan en met de werkzaamheden kan worden begonnen voordat een vaste subsidietoezegging is gedaan;
- Afschaffing van de fasen van ontvankelijkheid en indiening van een voorlopig projectdossier;
- Afschaffing van de periode van 6 jaar tussen twee subsidies voor de betrokken sportinfrastructuur;
- Vaststelling van één enkel subsidiepercentage van 70% dat moet worden toegepast op het door de projecteigenaar te betalen saldo, na aftrek van verzekerings- en rampenfondsen;
- De periode van tien of vijftien jaar voor de handhaving van de toewijzing van een subsidie die vóór de overstromingen is ontvangen, is niet van toepassing op de infrastructuur waarop deze steun betrekking heeft.
§ 5. Er zal een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden gelanceerd onder de kandidaten die voor specifieke en uitzonderlijke steun in aanmerking komen.
Art. 61. § 1er. Le Ministre des Infrastructures sportives est autorisé à octroyer un soutien spécifique et exceptionnel visant la rénovation et la reconstruction des infrastructures sportives, éligibles au décret du 3 décembre 2020 relatif aux subventions octroyées à certains investissements en matière d'infrastructures sportives, impactées par les inondations survenues durant le mois de juillet 2021 et reprises dans le cadastre établi par l'administration Infrasports en date du 20 août 2021.
§ 2. Le soutien spécifique et exceptionnel prend la forme d'une subvention directe calculée sur le solde de l'estimation des travaux, après intervention des assurances et/ou du Fonds des calamités.
L'intervention combinée de l'assurance, du Fonds des calamités et du soutien ne peut dépasser 100% du montant total des travaux.
§ 3. L'accès au mécanisme de soutien est conditionné aux trois critères cumulatifs suivants :
a) L'amélioration énergétique des infrastructures sportives;
b) La mise en place de dispositifs permettant de faire face aux risques établis dans la cartographie des aléas d'inondations;
c) Les résultats d'une réflexion sur l'opportunité de mettre en oeuvre des projets supracommunaux ou au regroupement des installations sportives sur un même site dans un objectif de mutualisation, en lieu et place des infrastructures concernées par les dégâts.
§ 4. Les modalités d'encadrement et de contrôle de ces subventions spécifiques et exceptionnelles suivront les principes établis par le décret du 3 décembre 2020 et son arrêté d'exécution moyennant les dispositions suivantes visant à prendre en considération l'urgence et les spécificités de la situation :
- Dérogation systématique à l'article 15 du décret du 3 décembre 2020, permettant d'initier les marchés et d'entamer les travaux avant l'octroi d'une promesse ferme de subside;
- Suppression des étapes de recevabilité et de dépôt d'un dossier d'avant-projet;
- Suppression du délai de 6 ans entre deux subventions pour les infrastructures sportives concernées;
- Fixation d'un taux de subvention unique de 70% s'appliquant sur le solde à charge du porteur de projet, après déduction de l'intervention des assurances et du fonds des calamités;
- Les délais de maintien de l'affectation de dix ou quinze ans d'une subvention perçue antérieurement aux inondations ne sont pas d'application pour les infrastructures visées par le présent soutien.
§ 5. Un appel à manifestation d'intérêts sera initié auprès des candidats éligibles au soutien spécifique et exceptionnel.
§ 2. Le soutien spécifique et exceptionnel prend la forme d'une subvention directe calculée sur le solde de l'estimation des travaux, après intervention des assurances et/ou du Fonds des calamités.
L'intervention combinée de l'assurance, du Fonds des calamités et du soutien ne peut dépasser 100% du montant total des travaux.
§ 3. L'accès au mécanisme de soutien est conditionné aux trois critères cumulatifs suivants :
a) L'amélioration énergétique des infrastructures sportives;
b) La mise en place de dispositifs permettant de faire face aux risques établis dans la cartographie des aléas d'inondations;
c) Les résultats d'une réflexion sur l'opportunité de mettre en oeuvre des projets supracommunaux ou au regroupement des installations sportives sur un même site dans un objectif de mutualisation, en lieu et place des infrastructures concernées par les dégâts.
§ 4. Les modalités d'encadrement et de contrôle de ces subventions spécifiques et exceptionnelles suivront les principes établis par le décret du 3 décembre 2020 et son arrêté d'exécution moyennant les dispositions suivantes visant à prendre en considération l'urgence et les spécificités de la situation :
- Dérogation systématique à l'article 15 du décret du 3 décembre 2020, permettant d'initier les marchés et d'entamer les travaux avant l'octroi d'une promesse ferme de subside;
- Suppression des étapes de recevabilité et de dépôt d'un dossier d'avant-projet;
- Suppression du délai de 6 ans entre deux subventions pour les infrastructures sportives concernées;
- Fixation d'un taux de subvention unique de 70% s'appliquant sur le solde à charge du porteur de projet, après déduction de l'intervention des assurances et du fonds des calamités;
- Les délais de maintien de l'affectation de dix ou quinze ans d'une subvention perçue antérieurement aux inondations ne sont pas d'application pour les infrastructures visées par le présent soutien.
§ 5. Un appel à manifestation d'intérêts sera initié auprès des candidats éligibles au soutien spécifique et exceptionnel.
Art. 62. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Sociale actie en Gezondheid en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 41.17 tot 41.19 tot 61.03 tot 61.04 (de vakdomeinen 093.018 tot 093.020 (ESER-codes 41) en 093.031 tot 093.032 (ESER-codes 61)) van programma 12 (WBFIN-programma 17.093), 33.01 (092.005 (ESER-code 33)) van programma 11 (WBFIN-programma 17.092) en 33.01, 33.23 en 52.82 (094.009 (ESER-code 33), 094.028 (ESER-code 33) en 094.061 (ESER-code 52)) van programma 13 (WBFIN-programma 17.094).
Art. 62. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Action sociale et de la Santé et le Ministre du budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement entre les articles de base 41.17 à 41.19 et 61.03 à 61.04 (les domaines fonctionnels 093.018 à 093.020 (codes SEC 41) et 093.031 à 093.032 (codes SEC 61)) du programme 12 (programme WBFIN 17.093), 33.01 (092.005 (code SEC 33)) du programme 11 (programme WBFIN 17.092) et 33.01, 33.23 et 52.82 (094.009 (code SEC 33), 094.028 (code SEC 33) et 094.061 (code SEC 52)) du programme 13 (programme WBFIN 17.094).
Art. 63. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Sociale actie en Gezondheid en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen basisallocatie 01.01 (van vakdomein 092.001 (ESER-code 01)) van programma 17.11 (WBFIN-programma 17.02) naar de basisallocaties die vergoedingen inhouden in dezelfde organisatieafdeling, programma's 11 tot 13 (WBFIN-programma's 092 tot 094) en vastleggings- en vereffeningskredieten van basisallocatie 01.01 (van vakdomein 092.001 (ESER-code 01)) van programma 17.11 ( WBFIN-programma 092) naar basisallocatie 41.02 (vakdomein 080.014 (ESER-code 41)) van programma 11 (WBFIN-programma 080) van organisatieafdeling 16 naar basisallocatie 33.02(vakdomein 101.004 (ESER-code 33)) van programma 11 ( WBFIN-programma 101) van organisatieafdeling 18 en naar de basisallocaties 33.12 en 43.02 (vakdomeinen 109.004 (ESER-code 33) en109.021 (ESER-code 43))van programma 21 (WBFIN-programma 109) van organisatieafdeling 18.
Art. 63. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Action sociale et de la Santé et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement de l'article de base 01.01 (du domaine fonctionnel 092.001 (code SEC 01)) du programme 17.11 (programme WBFIN 17.092) vers les articles de base (les domaines fonctionnels) impliquant des rémunérations au sein de la même division organique, programmes 11 à 13 (programmes WBFIN 092 à 094) et des crédits d'engagement et de liquidation de l'article de base 01.01 (du domaine fonctionnel 092.001 (code SEC 01)) du programme 17.11 (programme WBFIN 092) vers l'article de base 41.02 (le domaine fonctionnel 080.014 (code SEC 41)) du programme 11 (programme WBFIN 080) de la division organique 16 vers l'article de base 33.02 (le domaine fonctionnel 101.004 (code SEC 33)) du programme 11 (programme WBFIN 101) de la division organique 18 et vers les articles de base 33.12 et 43.02 (les domaines fonctionnels 109.004 (code SEC 33) et 109.021 (code SEC 43)) du programme 21 programme WBFIN 109) de la division organique 18.
Art. 64. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Sociale Actie, Gezondheid en Gelijke Kansen, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vanuit de begrotingsprogramma's die onder zijn bevoegdheid vallen de kredieten die inspelen op opkomende vraagstukken die een dringende reactie op het vlak van gezondheid, volksgezondheid en sociale materies zoals volgt vergen over te dragen naar de programma's 12 en 13 (WBFIN-programma's 093 en 094) van organisatieafdeling 17: de prioritaire gevallen inzake handicap, sociale contactpunten, opvangtehuizen, gemeenschapshuizen, ambulante diensten, integratie van vluchtelingen. Het dringend karakter wordt telkenmale behoorlijk gemotiveerd.
Art. 64. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, au départ des programmes budgétaires relevant de ses compétences, la Ministre de l'Action sociale, de la Santé, de l'Egalité des chances est autorisée, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer vers les programmes 12 et 13 (programmes WBFIN 093 et 094) de la division organique 17 les crédits nécessaires visant à rencontrer les problématiques émergentes nécessitant une réaction urgente en santé et aux urgences sanitaires et sociales que sont : les cas prioritaires en matière de Handicap, les relais sociaux, les maisons d'accueil, les maisons de vie communautaire, les services ambulatoires, l'intégration des réfugiés. L'urgence sera chaque fois dûment motivée.
Art. 65. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor het voeren van het communicatiebeleid over te dragen tussen de basisallocatie 12.02 (vakdomein 026.002 (ESER-code 12)) van Programma 06 (WBFIN-programma 026) Communicatie, archief en documentatie van Organisatieafdeling 10 (Secretariaat-generaal) en de basisallocaties 12.02, 12.03, 12.05, 12.09, 12.13, 12.16 (vakdomeinen 125.001, 125.002, 125.003, 125.004, 125.005 en 125.006 (codes SEC 12)) van Programma 03 (WBFIN-programma 125) Dienst Voorzitter en Kanselarij van Organisatieafdeling 11 (Secretariaat-generaal).
Art. 65. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer les crédits nécessaires à la réalisation de politiques de communication entre l'article 12.02 (le domaine fonctionnel 026.002 (code SEC 12)) du Programme 06 (programme WBFIN 026) Communication, archives et documentation de la Division organique 10 (Secrétariat général) et les articles 12.02, 12.03, 12.05, 12.09, 12.13, et 12.16 (les domaines fonctionnels 125.001, 125.002, 125.003, 125.004, 125.005 et 125.006 (codes SEC 12)) du Programme 03 (programme WBFIN 125) Service de la Présidence et Chancellerie de la Division organique 11 (Secrétariat général).
Art. 66. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de gewestelijke tegemoetkoming bedoeld in de basisallocaties 41.01, 41.02 en 41.07 tot 41.12 (vakdomeinen 093.004, 093.005 et 093.009 tot 093.014 (ESER-codes 41)) van programma 12 (WBFIN-programma 093) aan het " CRAC " toe te kennen.
Art. 66. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances est autorisée à octroyer au CRAC le montant de l'intervention régionale prévu aux articles de base 41.01, 41.02 et 41.07 à 41.12 (aux domaines fonctionnels 093.004, 093.005 et 093.009 à 093.014 (codes SEC 41)) du programme 12 (programme WBFIN 093).
Art. 67. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de presentiegelden en de vergoedingen vast te stellen die de Beleidsgroep "Leefmilieu" aan zijn leden kan verlenen.
Art. 67. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités que le pôle " Environnement " peut accorder à ses membres.
Art. 68. De Waalse Regering wordt gemachtigd de presentiegelden en vergoedingen vast te stellen die worden toegekend aan deskundigen die geen deel uitmaken van de diensten van de Waalse Regering in het kader van het herstelplan van Wallonië van de Waalse Regering.
Art. 68. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités accordés aux experts qui ne font pas partie des services du Gouvernement wallon dans le cadre du Plan de relance de la Wallonie du Gouvernement wallon.
Art. 69. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de presentiegelden en de vergoedingen vast te stellen die de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" en de Adviescommissie over de beroepen aan hun leden kunnen verlenen.
Art. 69. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités que le pôle " Aménagement du territoire " et la Commission d'Avis sur les recours peuvent accorder à leurs membres.
Art. 70. Onverminderd de arbeidsovereenkomsten die, op de inwerkingtredingsdatum van dit decreet, de "Société Wallonne du Crédit Social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) verbinden met haar contractuele personeelsleden en zonder wijziging van de aard van de banden tussen de Maatschappij en dezelfde personeelsleden, wordt genoemde Maatschappij, tot de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Regering betreffende het specifieke statuut van het personeel dat toepasselijk is op de Maatschappij, geacht onderworpen te zijn aan de toepassing van het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren.
Art. 70. Sans préjudice des contrats de travail liant à la date d'entrée en vigueur du présent décret la Société wallonne du crédit social aux membres de son personnel contractuel et sans modification de la nature des liens unissant la Société à ce même personnel, la Société wallonne du crédit social est réputée, jusqu'au jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement relatif au statut spécifique du personnel applicable à la Société wallonne du crédit social, soumise à l'application du décret du 22 janvier 1998 relatif au statut du personnel de certains organismes d'intérêt public relevant de la Région wallonne.
Art. 71. De gewestelijke tegemoetkomingen bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van installaties voor het afvalstoffenbeheer maken het voorwerp uit van jaarlijkse vastleggingen en vereffeningen die overeenkomen met de annuïteiten van de toegestane leningen in het kader van een globaal investeringsprogramma in het kader van het Waalse plan voor afvalstoffen.
Art. 71. Les interventions régionales visées par l'arrêté du Gouvernement wallon relatif au financement des installations de gestion de déchets font l'objet d'engagements et de liquidations annuels correspondant aux annuités des emprunts consentis dans le cadre d'un programme global d'investissements dans le cadre du Plan wallon des déchets.
Art. 72. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd, de lasten verbonden met de voorfinanciering ten belope van 75% over te nemen van de operatoren die door het E.S.F. worden betaald en die op het grondgebied van Wallonië aanwezig zijn.
Art. 72. Le Gouvernement wallon est autorisé à prendre en charge les intérêts liés au préfinancement à 75% des opérateurs émargeant au FSE et présents sur le territoire de la Wallonie.
Art. 73. De "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) kan de voorzitters van de Onderwijsregio's Kwalificerend onderwijs - Vorming - Tewerkstelling gelegen in het Waalse Gewest en de voorzitters van de dienovereenkomstige subregionale kamers tewerkstelling - vorming hun reiskosten terugbetalen volgens de voorwaarden en het percentage die van toepassing zijn op de ambtenaren van het Waalse Gewest.
Art. 73. L'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi peut rembourser aux Présidents des Instances bassin Enseignement qualifiant-Formation-Emploi situées en Région wallonne et aux Présidents des Chambres subrégionales Emploi-Formation y afférentes, leurs frais de parcours dans les conditions et suivant le taux applicable aux fonctionnaires de la Région wallonne.
Art. 74. Paragraaf 6 van artikel 27 van het decreet betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) van 6 mei 1999 wordt vervangen als volgt:
" § § 6. De in de begroting opgenomen toelagen worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 (vakdomeinen 103.003 (ESER-code 41)) van programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103), 41.15 (110.012 (ESER-code 41)) van programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110) van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ".
" § § 6. De in de begroting opgenomen toelagen worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 (vakdomeinen 103.003 (ESER-code 41)) van programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103), 41.15 (110.012 (ESER-code 41)) van programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110) van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ".
Art. 74. Le paragraphe 6 de l'article 27 du décret relatif à l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi du 6 mai 1999 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 (les domaines fonctionnels 103.003 (code SEC 41)) du programme 18.13 (programme WBFIN 18.103), 41.15 (110.012 (code SEC 41)) du programme 18.22 (programme WBFIN 18.110) du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ".
" § 6. Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 (les domaines fonctionnels 103.003 (code SEC 41)) du programme 18.13 (programme WBFIN 18.103), 41.15 (110.012 (code SEC 41)) du programme 18.22 (programme WBFIN 18.110) du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ".
Art. 75. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie en Digitale Technologieën en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 12.04 en 74.03 (vakdomeinen 001.066 (ESER-code 12) en 001.098 (ESER-code 74)) van programma 18.01 (WBFIn-programma 18.001) en de basisallocaties (vakdomeinen) van de economische codes 12 en 74 van de programma's 18.02, 18.05, 18.06, 18.15 en 18.31 (WBFIN-programma's 18.096, 18.098, 18.099, en 18.114).
Art. 75. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Economie, de l'Industrie, de la Recherche, de l'Innovation et du Numérique et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les articles de base 12.04 et 74.03 (les domaines fonctionnels 001.066 (code SEC 12) et 001.098 (code SEC 74)) du programme 18.01 (programme WBFIN 18.001) et les articles de base (les domaines fonctionnels) de codes économiques 12 et 74 des programmes 18.02, 18.04, 18.06, et 18.31 (programmes WBFIN 18.096, 18.098, 18.099, et 18.114).
Art. 76. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen programma 04 (WBFIN-programma 015) van organisatieafdeling 09, programma 21 (WBFIN-programma 029) van organisatieafdeling 12 en WBFIN-programma 027 van organisatieafdeling 12.]1
Modifications
Art. 76. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique, de l'Informatique, de la Simplification administrative, en charge des Allocations familiales, du Tourisme, du Patrimoine et de la Sécurité routière est autorisée, moyennant accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre le programme 04 (programme WBFIN 015) de la division organique 09, le programme 21 (programme WBFIN 029) de la division organique 12 et le programme WBFIN 027 de la division organique 12. ]1
Modifications
Art. 77. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Vice-Minister-President en Minister van Economie, Industrie, Innovatie, Digitale Technologieën, Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen basisallocatie 31.18 (vakdomein 099.007 (ESER-code C 31)) van programma 18.06 ( WBFIN-programma 18.099) en de basisallocaties (vakdomeinen) van programma 10 ( WBFIN-programma 020) van organisatieafdeling 09 die verband houden met de tegemoetkomingen bedoeld bij het decreet houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portefeuille.
Art. 77. Par dérogation à l'article 26, paragraphe 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Vice-Président et Ministre de l'Economie, du Commerce extérieur, de la Recherche et de l'Innovation, du Numérique, de l'Aménagement du Territoire, de l'Agriculture, de l'IFAPME et des Centres de compétence et le Ministre du Budget, sont autorisés à opérer des transferts de crédits d'engagement et de liquidation entre l'article de base 31.18 (le domaine fonctionnel 099.007 (code SEC 31)) du programme 18.06 (programme WBFIN 18.099) et les articles de base (les domaines fonctionnels) du programme 10 (programme WBFIN 020) de la division organique 09 qui se rapportent aux interventions visées par le décret portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides de la Wallonie, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré.
Art. 78. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen enerzijds, basisallocaties 12.03, 12.04, 74.02 en 74.03 (vakdomeinen 001.057 (ESER-code 12), 001.061 ESER-code 12), 001.058 (ESER-code 74) en 001.065 (ESER-code 74)) van programma 01 ( WBFIN-programma 001) van organisatieafdeling 15, basisallocatie 12.03 (vakdomein 058.001 (code SEC 12)) van programma 04 (WBFIN-programma 058) van organisatieafdeling 15, allocaties 12.16 en74.07 (vakdomeinen 078.011 (ESER-code 12) en 078.034 (ESER-code 74)) van programma 02 (WBFIN-programma 078) van organisatieafdeling 16, en anderzijds, basisallocaties 12.06, 74.01 en 74.02 (vakdomeinen 027.002 (ESER-code 12), 027.006 (ESER-code74) en 027.007 (ESER-code 74)) van programma 07 (WBFIN-programma 027) van organisatieafdeling 10 van de begroting in het kader van het gecentraliseerd beheer van geomatica van de Waalse Overheidsdienst.
Art. 78. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits entre d'une part, les articles de base 12.03, 12.04, 74.02 et 74.03 (les domaines fonctionnels 001.057 (code SEC 12), 001.061 (code SEC 12), 001.058 (code SEC 74) et 001.065 (code SEC 74)) du programme 01 (programme WBFIN 001) de la division organique 15, l'article de base 12.03 (le domaine fonctionnel 058.001 (code SEC 12)) du programme 04 (programme WBFIN 058) de la division organique 15, les articles 12.16 et 74.07 (les domaines fonctionnels 078.011 (code SEC 12) et 078.034 (code SEC 74)) du programme 02 (programme WBFIN 078) de la division organique 16, et d'autre part, les articles de base 12.06, 74.01 et 74.02 (les domaines fonctionnels 027.002 (code SEC 12), 027.006 (code SEC 74) et 027.007 (code SEC 74)) du programme 07 (programme WBFIN 027) de la division organique 10 du budget dans le cadre de la gestion centralisée de la géomatique du SPW.
Art. 79. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting voor 2023 ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 11.001 van organisatieafdeling 11, 11.125 van organisatieafdeling 11, programma 11.026 van organisatieafdeling 11, programma 11.032 van organisatieafdeling 11, programma 11.033 van organisatieafdeling 11 en programma 11.124 van organisatieafdeling 11. ]1
Modifications
Art. 79. [1 Pour l'année 2023, par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 11.001 de la division organique 11, 11.125 de la division organique 11, le programme 11.026 de la division organique 11, le programme 11.032 de la division organique 11, le programme 11.033 de la division organique 11, et le programme 11.124 de la division organique 11.]1
Modifications
Art. 80. Overeenkomstig artikel 13 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, is de Waalse Regering vrijgesteld van de onmiddellijke neerlegging van een specifiek ontwerp van decreet tot aanpassing als de begrotingsberaadslaging dat zij goedkeurt houdende opening van de nodige kredieten, hetzij voor de vastlegging, hetzij voor de vereffening, hetzij voor de vastlegging en de vereffening van uitgaven, cumulatief per aard van krediet lager is dan 5.000.000 euro.
Art. 80. En application de l'article 13 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est dispensé du dépôt immédiat d'un projet de décret spécifique d'ajustement si la délibération budgétaire qu'il adopte ouvrant les crédits nécessaires soit pour l'engagement, soit pour la liquidation, soit pour l'engagement et la liquidation de dépenses sont inférieurs cumulativement par nature de crédit à 5.000.000 euros.
Art. 81. In afwijking van artikel L2333-2 van het Wetboek van Plaatselijke Democratie en Decentralisering, bedraagt de gewestelijke dotatie toegekend aan het Provinciefonds in 2023, 149.590.000 euro.
Art. 81. Par dérogation à l'article L2333-2 du CDLD, la dotation régionale allouée au fonds des provinces s'élève à 149.590.000 euros en 2023.
Art. 82. § 1. In § 1, 1°, van artikel 8bis van het decreet van 10 maart 1994 betreffende de oprichting van de "Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures" (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren), ingevoegd bij het decreet van 4 februari 1999 en gewijzigd bij het decreet van 27 november 2003, wordt littera c opgeheven.
§ 2. De Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
§ 2. De Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
Art. 82. § 1er. Au § 1er, 1°, de l'article 8bis du décret du 10 mars 1994 relatif à la création de la Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures, inséré par le décret du 4 février 1999 et modifié par le décret du 27 novembre 2003, le littera c est abrogé.
§ 2. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent article.
Art. 83. De in de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, kunnen voor het begrotingsjaar 2023 verrekend worden als voorschotten voor het lopende jaar.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Art. 83. Les montants trop perçus versés aux CPAS au cours des années précédentes dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les Centres publics d'aide sociale, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale peuvent être considérés pour l'exercice 2023 comme des avances de l'année en cours.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Art. 84. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Tewerkstelling en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om tussen de programma's 11, 19 en 25 (WBFIN-programma's 101, 108 et 113) van organisatieafdeling 18 vastleggingskredieten over te dragen tussen de verschillende basisallocaties (vakdomeinen) met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden, tot stand gekomen in het kader van de Zesde Staatshervorming ter uitvoering van de bijzondere wet van 6 januari 2014 of overgeheveld, ten gevolge van die staatshervorming, door de Federatie Wallonië-Brussel krachtens het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening overgedragen is aan het Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie.
Art. 84. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer, entre les programmes 11, 19 et 25 (programmes WBFIN 101, 108 et 113) de la division organique 18 des crédits d'engagement entre les différents articles de base (domaines fonctionnels), relatifs au transfert de compétences opérés dans le cadre de la 6ème Réforme de l'Etat en exécution de la loi spéciale du 6 janvier 2014 ou transférées, suite à cette réforme par la Fédération Wallonie-Bruxelles en vertu du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région et à la Commission communautaire française.
Art. 85. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om in het kader van de "Hervorming van de wergelegenheidssteun", vastleggingskredieten over te dragen tussen volgende basisallocaties (vakdomeinen) van de organisatieafdeling 18: 41.23 en 41.24 (102.010 en 102.011 (ESER-codes 41)) van programma 12 (WBFIN-programma 102), 41.05 en 41.06 (103.003 en 103.004 (ESER-codes 41)) van programma 13 (WBFIN-programma 103), 41.01 (107.001 (ESER-code 41) van programma 18 (WBFIN-programma107) et 33.03, 33.10, 33.14, 43.03, 43.04, 43.05 (108.002 (ESER-code 33), 108.003 ESER-code 33), 108.004 (ESER-code 33), 108.006 (ESER-code 43), 108.007 (ESER-code 43), 108.008 (ESER-code 43)) van programma 19 (WBFIN-programma 108).
Art. 85. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer, dans le cadre de la " Réforme des aides à l'emploi " des crédits d'engagement entre les articles de base (les domaines fonctionnels) suivants de la division organique 18 : 41.23 et 41.24 (102.010 et 102.011 (codes SEC 41)) du programme 12 (programme WBFIN 102), 41.05 et 41.06 (103.003 et 103.004 (codes SEC 41)) du programme 13 (programme WBFIN 103), 41.01 (107.001 (code SEC 41) du programme 18 (programme WBFIN 107) et 33.03, 33.10, 33.14, 43.03, 43.04, 43.05 (108.002 (code SEC 33), 108.003 (code SEC 33), 108.004 (code SEC 33), 108.006 (code SEC 43), 108.007 (code SEC 43), 108.008 (code SEC 43)) du programme 19 (programme WBFIN 108).
Art. 86. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om van de begrotingsprogramma's de kredieten nodig voor de uitvoering van het nieuwe administratieve vereenvoudigingsbeleid of buitengewone uitgaven over te dragen naar de basisallocaties (vakdomeinen) van programma 09.04 (WBFIN-programma 09.15) "e-Wallonie-Bruxelles-Simplification" (e-Wallonië-Brussel-Vereenvoudiging)".
Art. 86. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques de simplification administrative nouvelles ou de dépenses exceptionnelles vers les articles de base (les domaines fonctionnels) du programme 09.04 (programme WBFIN 09.015) " e-Wallonie-Bruxelles-Simplification ".
Art. 87. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Begroting en de Leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen tussen de basisallocaties (de vakdomeinen) ter financiering van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Art. 87. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les membres du Gouvernement wallon sont autorisés à transférer les crédits nécessaires entre les articles de base (les domaines fonctionnels) finançant les mesures d'accompagnement en lien avec le prélèvement kilométrique.
Art. 88. [1 De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt:
Art. 88. [1 L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.]1
Modifications
Vu pour être annexé au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.]1
Modifications
Art. 89. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met de Digitale Technologieën, de betrokken Leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen basisallocatie 01.03 van programma 32 (vakdomein 115.001 -code ESER 01-) van programma 21 (programma WBFIN 115)van organisatieafdeling 18 en de basisallocaties toegespitst op de maatregelen van het Digitaal Plan Wallonia opgenomen in de programma's van de uitgavenbegroting.
Art. 89. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre en charge du Numérique, les membres du Gouvernement wallon concernés et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre l'article de base 01.03 (le domaine fonctionnel 115.001 (code SEC 01)) du programme 32 (programme WBFIN 115) de la division organique 18 et les articles de base (les domaines fonctionnels) dédicacés aux mesures du Programme Digital Wallonia inscrits dans les programmes du budget des dépenses.
Art. 90. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met informatica en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd, met het akkoord van de betrokken vakministers, om van de programma's van de begroting de nodige kredieten over te dragen voor de financiering van de nieuwe informatica oplossingen in budgettaire en boekhoudkundige materies (oplossing "WBFIN") naar basisallocaties 12.03 en 74.02 van (vakdomeinen 001.009 ESER code 12 en 001.020 ESER code 74) van programma 01 (programma WBFIN 001) (functioneel) van organisatieafdeling 19.
Art. 90. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre en charge de l'informatique et le Ministre du Budget sont habilités, de l'accord des Ministres fonctionnels concernés, à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires au financement de la nouvelle solution informatique budgétaire et comptable (solution " WBFIN ") vers les articles de base 12.03 et 74.02 (les domaines fonctionnels 001.009 (code SEC 12) et 001.020 (code SEC 74)) du programme 01 (programme WBFIN 001) (fonctionnel) de la division organique 19.
Art. 91. § 1. Artikel 37 van het programmadecreet van 21 december 2016 met betrekking tot verschillende maatregelen betreffende de begroting wordt opgeheven.
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt:
" § 2bis. De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven.".
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt:
" § 2bis. De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven.".
Art. 91. § 1er. L'article 37 du Décret-programme du 21 décembre 2016 portant sur des mesures diverses liées au budget est abrogé.
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
Art. 92. Artikel 29, § 1, eerste lid, van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt aangevuld met de punten 4° en 5°, luidend als volgt :
"4° om een woning of een geheel van woningen aanpasbaar of toegankelijk te maken, of voor verrichtingen om een of meerdere oorzaken van onbewoonbaarheid weg te nemen of om aan de veiligheidseisen van dit Wetboek te voldoen, of om de energieprestaties van een woning of geheel van woningen te verbeteren".
"5° een microwoning aan te kopen of op te richten die ter beschikking wordt gesteld van huishoudens in het kader van een door de Regering goedgekeurd specifiek programma dat gericht is op de re-integratie van daklozen door middel van huisvesting".
De titel van afdeling 1 van hoofdstuk IV van Titel II van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt vervangen als volgt :
"Afdeling 1 - Tegemoetkomingen voor woningen"
Artikel 59bis van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
"Art. 59bis. De Regering kan andere verrichtingen bepalen waarvoor een tegemoetkoming kan worden verleend door de "Société wallonne du Logement" aan de openbare huisvestingsmaatschappijen wegens buitengewone evenementen, specifieke door de Regering goedgekeurde programma's die gericht zijn op de re-integratie van daklozen door middel van huisvesting of om het behoud of de verbetering van de woningen te verzekeren".
"4° om een woning of een geheel van woningen aanpasbaar of toegankelijk te maken, of voor verrichtingen om een of meerdere oorzaken van onbewoonbaarheid weg te nemen of om aan de veiligheidseisen van dit Wetboek te voldoen, of om de energieprestaties van een woning of geheel van woningen te verbeteren".
"5° een microwoning aan te kopen of op te richten die ter beschikking wordt gesteld van huishoudens in het kader van een door de Regering goedgekeurd specifiek programma dat gericht is op de re-integratie van daklozen door middel van huisvesting".
De titel van afdeling 1 van hoofdstuk IV van Titel II van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt vervangen als volgt :
"Afdeling 1 - Tegemoetkomingen voor woningen"
Artikel 59bis van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
"Art. 59bis. De Regering kan andere verrichtingen bepalen waarvoor een tegemoetkoming kan worden verleend door de "Société wallonne du Logement" aan de openbare huisvestingsmaatschappijen wegens buitengewone evenementen, specifieke door de Regering goedgekeurde programma's die gericht zijn op de re-integratie van daklozen door middel van huisvesting of om het behoud of de verbetering van de woningen te verzekeren".
Art. 92. L'article 29, § 1er, alinéa 1er, du Code wallon de l'habitation durable est complété par les 4° et 5° rédigés comme suit :
" 4° rendre un logement ou un ensemble de logements adaptable ou accessible, ou pour des opérations visant à supprimer une ou plusieurs causes d'insalubrité ou à répondre aux conditions de sécurité fixées en vertu du présent Code ou pour améliorer la performance énergétique d'un logement ou d'un ensemble de logements ".
" 5° acquérir ou créer une habitation légère à mettre à disposition de ménages dans le cadre d'un programme spécifique approuvé par le Gouvernement visant à la réinsertion par l'habitation de personnes sans-abris ".
Le titre de la section 1ère du chapitre IV du Titre II du Code wallon de l'habitation durable est remplacé comme suit :
" Section 1ère - Des aides aux Habitations "
Dans le même Code, l'article 59bis est remplacé comme suit :
" Art. 59bis. Le Gouvernement peut déterminer d'autres opérations pour lesquelles une aide peut être accordée par la Société wallonne du Logement aux sociétés de logement de service public, en raison d'événements exceptionnels, de programmes spécifiques approuvé par le Gouvernement visant à la réinsertion par l'habitation de personnes sans-abris ou en vue d'assurer la conservation ou l'amélioration des habitations ".
" 4° rendre un logement ou un ensemble de logements adaptable ou accessible, ou pour des opérations visant à supprimer une ou plusieurs causes d'insalubrité ou à répondre aux conditions de sécurité fixées en vertu du présent Code ou pour améliorer la performance énergétique d'un logement ou d'un ensemble de logements ".
" 5° acquérir ou créer une habitation légère à mettre à disposition de ménages dans le cadre d'un programme spécifique approuvé par le Gouvernement visant à la réinsertion par l'habitation de personnes sans-abris ".
Le titre de la section 1ère du chapitre IV du Titre II du Code wallon de l'habitation durable est remplacé comme suit :
" Section 1ère - Des aides aux Habitations "
Dans le même Code, l'article 59bis est remplacé comme suit :
" Art. 59bis. Le Gouvernement peut déterminer d'autres opérations pour lesquelles une aide peut être accordée par la Société wallonne du Logement aux sociétés de logement de service public, en raison d'événements exceptionnels, de programmes spécifiques approuvé par le Gouvernement visant à la réinsertion par l'habitation de personnes sans-abris ou en vue d'assurer la conservation ou l'amélioration des habitations ".
Art. 93. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister belast met het beheer van de onroerende en roerende goederen (met inbegrip van hun voertuigen en hun onderhoud) ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de basisallocaties (vakdomeinen) betreffende de aankoop van duurzame goederen (al dan niet specifiek, met inbegrip van voertuigen en hun onderhoud, reparatie, verzekering en brandstof), uitrustingen (met inbegrip van beschermings- en werkuitrustingen, uniformen), vermogensgoederen (met inbegrip van het onderhoud van gebouwen) van de verschillende programma's van de uitgavenbegroting.
Art. 93. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre ayant la gestion des biens immobiliers et mobiliers (en ce compris les véhicules et leur entretien) est habilité à transférer des crédits entre les articles de base (les domaines fonctionnels) relatifs aux acquisitions de biens durables (spécifiques ou non, en ce compris les véhicules et leurs entretien, réparation, assurance et carburant), équipements (en ce compris les équipements de protection et de travail, uniformes), biens patrimoniaux (en ce compris l'entretien de bâtiment) des divers programmes du budget des dépenses.
Art. 94. In afwijking van artikel 27 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de verdeling van de kredieten van een oprichtingsfonds binnen zijn operationeel programma over de basisallocaties (vakdomeinen) (fondsallocaties) waaruit het bestaat (en omgekeerd), toegestaan volgens de door de minister van Begroting vastgestelde modaliteiten en met inachtneming van de volgende regels:
1° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, vindt de stijving van de artikelen van het fonds plaats door middel van een overdracht van inkomsten uit het begrotingsfonds van hetzelfde programma;
2° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, kan een nieuwe verdeling plaatsvinden tussen de basisallocaties (vakdomeinen) (fondsallocaties) van éénzelfde programma;
3° zowel voor de vastleggingkredieten als voor de vereffeningskredieten moeten de kredietverhogingen worden gecompenseerd door overeenkomstige kredietverminderingen wanneer een nieuwe verdeling plaatsvindt.
Tussen de begrotingsfondsen mag er geen overdracht van middelen plaatsvinden.
1° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, vindt de stijving van de artikelen van het fonds plaats door middel van een overdracht van inkomsten uit het begrotingsfonds van hetzelfde programma;
2° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, kan een nieuwe verdeling plaatsvinden tussen de basisallocaties (vakdomeinen) (fondsallocaties) van éénzelfde programma;
3° zowel voor de vastleggingkredieten als voor de vereffeningskredieten moeten de kredietverhogingen worden gecompenseerd door overeenkomstige kredietverminderingen wanneer een nieuwe verdeling plaatsvindt.
Tussen de begrotingsfondsen mag er geen overdracht van middelen plaatsvinden.
Art. 94. Par dérogation à l'article 27 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les répartitions de crédits d'un fonds organique au sein de son programme opérationnel vers les articles de base (les domaines fonctionnels) (articles de fonds) qui le composent (et vice versa) sont autorisées selon les modalités définies par le Ministre du Budget et moyennant le respect des règles suivantes :
1° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, l'alimentation des articles de fonds intervient par un transfert de recettes au départ du fonds budgétaire du même programme;
2° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, une nouvelle répartition peut intervenir entre les articles de base (les domaines fonctionnels) (articles de fonds) d'un même programme;
3° tant pour les crédits d'engagement que pour les crédits de liquidation, les augmentations de crédits doivent être compensées par des diminutions équivalentes de crédits lors de toute nouvelle répartition.
Aucun transfert de moyens ne peut avoir lieu entre les fonds budgétaires.
1° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, l'alimentation des articles de fonds intervient par un transfert de recettes au départ du fonds budgétaire du même programme;
2° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, une nouvelle répartition peut intervenir entre les articles de base (les domaines fonctionnels) (articles de fonds) d'un même programme;
3° tant pour les crédits d'engagement que pour les crédits de liquidation, les augmentations de crédits doivent être compensées par des diminutions équivalentes de crédits lors de toute nouvelle répartition.
Aucun transfert de moyens ne peut avoir lieu entre les fonds budgétaires.
Art. 95. In afwijking van artikel 22, § 1 en § 3, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, zoals nader bepaald in artikel 9, § 1, van het BWR houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden uitgaven in verband met overheidsopdrachten van geringe waarde (minder dan 8.500 euro exclusief BTW) die op basis van een aanvaarde factuur zijn gesloten, alsmede uitgaven voor bezoldigingen die in de algemene uitgavenbegroting zijn opgenomen, niet aan de eenheid voor de controle van de vastleggingen voorgelegd.
Art. 95. Par dérogation à l'article 22 § 1er et § 3, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes tel que précisé par l'article 9, § 1er, de l'AGW portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des Services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du Service du Médiateur en Région wallonne, les dépenses relatives aux marchés publics à faibles montants (inférieurs à 8.500 € HTVA) conclus par facture acceptée ainsi que les dépenses de rémunération inscrites au budget général des dépenses ne seront pas soumises à l'unité de contrôle des engagements.
Art. 96. In het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019 betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst wordt een artikel 74/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Een ontvanger-penningmeester, daartoe aangewezen door de Minister van begroting, wordt ertoe gemachtigd om een op zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid geregistreerde vooruitbetaalde betaalkaart van geldmiddelen te voorzien, waarvan hij het gebruik aan het Rekenhof verantwoordt.".
"Een ontvanger-penningmeester, daartoe aangewezen door de Minister van begroting, wordt ertoe gemachtigd om een op zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid geregistreerde vooruitbetaalde betaalkaart van geldmiddelen te voorzien, waarvan hij het gebruik aan het Rekenhof verantwoordt.".
Art. 96. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 mai 2019 relatif aux délégations de pouvoirs au Service public de Wallonie, il est inséré un article 74/1 libellé comme suit :
" Un receveur-trésorier, désigné à cet effet par le Ministre ayant le budget dans ses attributions, est autorisé à alimenter une carte de paiement prépayée, nominative à son nom et sous sa responsabilité et dont il est justiciable de son usage vis-à-vis de la Cour des comptes. ".
" Un receveur-trésorier, désigné à cet effet par le Ministre ayant le budget dans ses attributions, est autorisé à alimenter une carte de paiement prépayée, nominative à son nom et sous sa responsabilité et dont il est justiciable de son usage vis-à-vis de la Cour des comptes. ".
Art. 97. In artikel 21, lid 3, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden worden de woorden "Een exemplaar van de jaarlijkse beheersrekening en de oorspronkelijke stavende bewijsstukken" vervangen door de woorden "Een exemplaar van de jaarlijkse beheersrekening en de originele gedigitaliseerde stavende bewijsstukken".
Art. 97. A l'article 21, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget , aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonne, les mots " Un exemplaire du compte de gestion annuel et les pièces justificatives originales qui l'appuient " sont remplacés par " Un exemplaire du compte de gestion annuel et les pièces justificatives originales numérisées qui l'appuient ".
Art. 98. Artikel 37, § § 4, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden wordt aangevuld met een tweede lid:
"Elk origineel bewijsstuk dat overeenkomstig § § 4, eerste lid, wordt toegezonden, kan volgens de door de diensten Begroting en Financiën vastgestelde procedures worden gedigitaliseerd met het oog op de dematerialisatie van het betalingsproces. De digitalisering van gegevens moet de betrouwbaarheid, leesbaarheid, integriteit en authenticiteit van de inhoud waarborgen. Het op papier ontvangen originele bewijsstuk wordt bewaard volgens de door de genoemde diensten vastgestelde procedures. Het kan worden gedigitaliseerd om overeenkomstig artikel 40, § 2, tweede lid, op zuiver elektronische wijze te worden opgeslagen en gearchiveerd.".
"Elk origineel bewijsstuk dat overeenkomstig § § 4, eerste lid, wordt toegezonden, kan volgens de door de diensten Begroting en Financiën vastgestelde procedures worden gedigitaliseerd met het oog op de dematerialisatie van het betalingsproces. De digitalisering van gegevens moet de betrouwbaarheid, leesbaarheid, integriteit en authenticiteit van de inhoud waarborgen. Het op papier ontvangen originele bewijsstuk wordt bewaard volgens de door de genoemde diensten vastgestelde procedures. Het kan worden gedigitaliseerd om overeenkomstig artikel 40, § 2, tweede lid, op zuiver elektronische wijze te worden opgeslagen en gearchiveerd.".
Art. 98. L'article 37, § 4, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget , aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonne, est complété par un second alinéa :
" Toute pièce justificative originale transmise conformément au § 4, premier alinéa, peut être numérisée selon les modalités fixées par les services du Budget et des Finances afin de permettre une dématérialisation du processus de paiement. La numérisation des données devra garantir la fiabilité, la lisibilité, l'intégrité et l'authenticité du contenu. La pièce justificative originale reçue sur support papier est conservée selon les modalités définies par lesdits services. Elle peut être numérisée pour être conservée et archivée de manière purement électronique conformément à l'article 40, § 2, second alinéa. ".
" Toute pièce justificative originale transmise conformément au § 4, premier alinéa, peut être numérisée selon les modalités fixées par les services du Budget et des Finances afin de permettre une dématérialisation du processus de paiement. La numérisation des données devra garantir la fiabilité, la lisibilité, l'intégrité et l'authenticité du contenu. La pièce justificative originale reçue sur support papier est conservée selon les modalités définies par lesdits services. Elle peut être numérisée pour être conservée et archivée de manière purement électronique conformément à l'article 40, § 2, second alinéa. ".
Art. 99. Artikel 40, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden wordt aangevuld met een tweede lid:
"Vanaf 1 januari 2022 worden originele bewijsstukken die gedigitaliseerd zijn, uitsluitend elektronisch gearchiveerd.".
"Vanaf 1 januari 2022 worden originele bewijsstukken die gedigitaliseerd zijn, uitsluitend elektronisch gearchiveerd.".
Art. 99. L'article 40, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget , aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonne, est complété par un second alinéa :
" A partir du 1er janvier 2022, les pièces justificatives originales qui auront été numérisées font l'objet d'un archivage purement électronique. ".
" A partir du 1er janvier 2022, les pièces justificatives originales qui auront été numérisées font l'objet d'un archivage purement électronique. ".
Art. 100. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister bevoegd voor de coördinatie van het plan "Permanente bewoning in de toeristische uitrustingen" en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de begrotingsartikelen 63.07 en 63.06 (vakdomeinen 048.017 (ESER-code 63) en 048.016 (ESER-code 63)) van programma 14.07 (WBFIN-programma 14.048), 63.04 (ESER-code 63)) van programma 16.02 (WBFIN-programma 16.078), 33.27 en 43.07 (094.031 (ESER-code 33) en 094.044 (ESER-code 43)) van programma 17.13 (WBFIN-programma 17.094).
Art. 100. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre ayant la coordination du plan " Habitat permanent dans les équipements touristiques " et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les articles budgétaires 63.07 et 63.06 (les domaines fonctionnels 048.017 (code SEC 63) et 048.016 (code SEC 63)) du programme 14.07 (programme WBFIN 14.048), 63.04 (078.031 (code SEC 63)) du programme 16.02 (programme WBFIN 16.078), 33.27 et 43.07 (094.031 (code SEC 33) et 094.044 (code SEC 43)) du programme 17.13 (programme WBFIN 17.094).
Art. 101. Artikel 43 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 43. Een beveiligd informaticaportaal dat de verzameling, de validatie, de structurering en de verspreiding van informatie, het beheer van de programmering, van de coördinatie en de machtigingen voor de opening van de werf mogelijk maakt wordt ter beschikking gesteld van de personen bedoeld in artikel 8.
De personen bedoeld in artikel 8 moeten het portaal gebruiken alsook alle functionaliteiten naar gelang ze ontwikkeld worden volgens de door de Regering vastgestelde toegangs-, gebruiks- en betalingsmodaliteiten.
Het beheer van het portaal, geregeld in een beheerscontract, kan door de Regering worden toevertrouwd aan een daartoe opgerichte vereniging zonder winstoogmerk, die rechtstreeks door de Regering wordt aangewezen.".
"Art. 43. Een beveiligd informaticaportaal dat de verzameling, de validatie, de structurering en de verspreiding van informatie, het beheer van de programmering, van de coördinatie en de machtigingen voor de opening van de werf mogelijk maakt wordt ter beschikking gesteld van de personen bedoeld in artikel 8.
De personen bedoeld in artikel 8 moeten het portaal gebruiken alsook alle functionaliteiten naar gelang ze ontwikkeld worden volgens de door de Regering vastgestelde toegangs-, gebruiks- en betalingsmodaliteiten.
Het beheer van het portaal, geregeld in een beheerscontract, kan door de Regering worden toevertrouwd aan een daartoe opgerichte vereniging zonder winstoogmerk, die rechtstreeks door de Regering wordt aangewezen.".
Art. 101. L'article 43 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers, sous, sur et au-dessus des voiries et cours d'eau est remplacé par ce qui suit :
" Art. 43. Un portail informatique sécurisé permettant la collecte, la validation, la structuration et la circulation des informations, la gestion de la programmation, de la coordination et des autorisations d'ouverture de chantier est mis à disposition des personnes visées à l'article 8.
Les personnes visées à l'article 8 sont tenues d'utiliser le portail ainsi que toutes ses fonctionnalités au fur et à mesure de leur développement selon les modalités d'accès, d'utilisation et de rétribution fixées par le Gouvernement.
La gestion du portail, encadrée par un contrat de gestion, peut être confiée par le Gouvernement à une association sans but lucratif, créée à cet effet et désignée directement par lui. ".
" Art. 43. Un portail informatique sécurisé permettant la collecte, la validation, la structuration et la circulation des informations, la gestion de la programmation, de la coordination et des autorisations d'ouverture de chantier est mis à disposition des personnes visées à l'article 8.
Les personnes visées à l'article 8 sont tenues d'utiliser le portail ainsi que toutes ses fonctionnalités au fur et à mesure de leur développement selon les modalités d'accès, d'utilisation et de rétribution fixées par le Gouvernement.
La gestion du portail, encadrée par un contrat de gestion, peut être confiée par le Gouvernement à une association sans but lucratif, créée à cet effet et désignée directement par lui. ".
Art. 102. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kan de Minister van sportinfrastructuur vastleggings- en vereffeningskredieten overdragen van BA 01.01 (vakdomein 047.011 (ESER-code 01)) van programma 14.06 (WBFIN-programma 14.047) naar BA 33.18 (vakdomein 023.035 (ESER-code 33) van programma 10.03 (WBFIN-programma 10.023) van de Minister-President.
Art. 102. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre des infrastructures sportives est habilité à transférer les crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'AB 01.01 (le domaine fonctionnel 047.011 (code SEC 01)) du programme 14.06 (programme WBFIN 14.047) vers l'AB 33.18 (le domaine fonctionnel 023.035 (code SEC 33) du programme 10.03 (programme WBFIN 10.023) du Ministre-Président.
Art. 103. In artikel D.330-1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de woorden "de in artikel D.254, § 3, bedoelde winningsbelasting voor de in 2023 gewonnen volumes, en" ingevoegd tussen de woorden "met uitzondering van" en "de belasting".
Art. 103. A l'article D.330-1 du Livre II du Code de l'environnement contenant le Code de l'eau, les mots " la contribution de prélèvement prévue à l'article D.254, § 3 pour les volumes prélevés en 2023, et " sont insérés entre les mots " hormis " et " la taxe ".
Art. 104. In artikel D.380, paragraaf 1, van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, worden de woorden "Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met het aantal aansluitingen en het zuinige waterbeheer. Het Gewest, de "S.P.G.E." en de provincies worden niet betrokken bij de opdeling van het resultaat van de activiteiten i.v.m. de openbare opdrachten." vervangen door de bewoordingen "De uitkering van dividenden aan aandeelhouders is echter niet toegelaten.".
Art. 104. A l'article D.380, paragraphe 1er, du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, les termes " Ces règles tiendront compte notamment du nombre de raccordements et de la gestion parcimonieuse de l'eau. La Région, la S.P.G.E. et les provinces ne participent pas à la répartition du résultat dégagé par les activités ayant trait aux missions de service public. " sont remplacés par les termes " Toutefois, la distribution de dividendes aux actionnaires n'est pas permise. ".
Art. 105. In artikel D.403 van boek II van de milieuwetgeving, dat de Waterwet bevat, worden na "het gefactureerde verbruik" de woorden "gedeeld door het aantal dagen in de factureringscyclus" toegevoegd.
Art. 105. A l'article D.403 du livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, les mots " divisée par le nombre de jours du cycle de facturation " sont ajoutés après " le volume de consommation facturée ".
Art. 106. Artikel 22 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, laatst gewijzigd bij het programmadecreet van 17 juli 2018, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Op voorwaarde dat het dekkingspercentage van de kosten van het beheer van huishoudelijk afval tussen 95% en 110% wordt gehandhaafd, worden de gemeenten die menen dat zij de cyclische stijgingen van de werkelijke kosten in 2023 ten opzichte van de werkelijke kosten in 2022 niet kunnen doorrekenen, niettemin geacht artikel 21 en de uitvoeringsmaatregelen ervan te hebben nageleefd, met name voor de toekenning in 2023 van de subsidies bedoeld in de artikelen 27, 27bis en 28 van dit besluit. Deze mogelijkheid schept echter geen recht op enige gewestelijke compensatie voor de gemeenten die er gebruik van maken".
"Op voorwaarde dat het dekkingspercentage van de kosten van het beheer van huishoudelijk afval tussen 95% en 110% wordt gehandhaafd, worden de gemeenten die menen dat zij de cyclische stijgingen van de werkelijke kosten in 2023 ten opzichte van de werkelijke kosten in 2022 niet kunnen doorrekenen, niettemin geacht artikel 21 en de uitvoeringsmaatregelen ervan te hebben nageleefd, met name voor de toekenning in 2023 van de subsidies bedoeld in de artikelen 27, 27bis en 28 van dit besluit. Deze mogelijkheid schept echter geen recht op enige gewestelijke compensatie voor de gemeenten die er gebruik van maken".
Art. 106. L'article 22 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, modifié en dernier lieu par le décret-programme du 17 juillet 2018, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" A la condition que le taux de couverture des coûts de gestion des déchets ménagers soit maintenu entre 95% et 110%, les communes qui estiment ne pas pouvoir répercuter dans le coût vérité 2023 les hausses conjoncturelles par rapport au coût vérité 2022 sont cependant considérées comme ayant respecté l'article 21 et ses mesures d'exécution et ce notamment pour l'octroi en 2023 des subventions visées aux articles 27, 27bis et 28 du présent décret. Cette faculté ne crée cependant aucun droit à une quelconque compensation régionale dans le chef des communes qui en feraient l'usage ".
" A la condition que le taux de couverture des coûts de gestion des déchets ménagers soit maintenu entre 95% et 110%, les communes qui estiment ne pas pouvoir répercuter dans le coût vérité 2023 les hausses conjoncturelles par rapport au coût vérité 2022 sont cependant considérées comme ayant respecté l'article 21 et ses mesures d'exécution et ce notamment pour l'octroi en 2023 des subventions visées aux articles 27, 27bis et 28 du présent décret. Cette faculté ne crée cependant aucun droit à une quelconque compensation régionale dans le chef des communes qui en feraient l'usage ".
Art. 107. In artikel D.163 van Boek I van het Milieuwetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 27 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
2° in het vijfde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° in het zesde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar".
2° in het vijfde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° in het zesde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar".
Art. 107. A l'article D.163 du Livre Ier du Code de l'Environnement, modifié pour la dernière fois par le décret du 27 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 5, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° à l'alinéa 6, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ".
1° à l'alinéa 5, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° à l'alinéa 6, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Art. 108. In artikel D.28-19, van Boek I van het Milieuwetboek, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, worden de woorden: "De afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" bedoeld in artikel D.170 stort jaarlijks op de vijfde werkdag van de maand januari fondsvoorschotten" vervangen door de woorden: "De Regering of haar afgevaardigde stort jaarlijks fondsvoorschotten uit de afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds of uit de algemene uitgavenbegroting,";
2° in paragraaf 3, worden de woorden "De voorschotten worden toegekend binnen de perken van de kredieten waarover het Fonds beschikt." vervangen door de woorden: "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds, worden voorschotten toegekend binnen de grenzen van de uit dat fonds beschikbare kredieten".
3° in paragraaf 4, worden de woorden "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld Milieubeschermingsfonds," ingevoegd aan het begin van de paragraaf.
1° in paragraaf 1, worden de woorden: "De afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" bedoeld in artikel D.170 stort jaarlijks op de vijfde werkdag van de maand januari fondsvoorschotten" vervangen door de woorden: "De Regering of haar afgevaardigde stort jaarlijks fondsvoorschotten uit de afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds of uit de algemene uitgavenbegroting,";
2° in paragraaf 3, worden de woorden "De voorschotten worden toegekend binnen de perken van de kredieten waarover het Fonds beschikt." vervangen door de woorden: "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds, worden voorschotten toegekend binnen de grenzen van de uit dat fonds beschikbare kredieten".
3° in paragraaf 4, worden de woorden "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld Milieubeschermingsfonds," ingevoegd aan het begin van de paragraaf.
Art. 108. A l'article D.28-19, du Livre Ier du Code de l'Environnement, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots : " La section " Financement des associations environnementales " visée à l'article D.170 verse des avances de fonds, annuellement, " sont remplacés par les mots : " Le Gouvernement, ou son délégué, verse des avances de fonds, annuellement, au départ de la section " Financement des associations environnementales " du fonds de protection pour l'environnement visée à l'article D.170 ou du budget général des dépenses, ";
2° au paragraphe 3, les mots " Les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur le Fonds. " sont remplacés par les mots : " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visés à l'article D.170, les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur ce Fonds ";
3° au paragraphe 4, les mots " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visé à l'article D.170, " sont insérés en début de paragraphe.
1° au paragraphe 1er, les mots : " La section " Financement des associations environnementales " visée à l'article D.170 verse des avances de fonds, annuellement, " sont remplacés par les mots : " Le Gouvernement, ou son délégué, verse des avances de fonds, annuellement, au départ de la section " Financement des associations environnementales " du fonds de protection pour l'environnement visée à l'article D.170 ou du budget général des dépenses, ";
2° au paragraphe 3, les mots " Les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur le Fonds. " sont remplacés par les mots : " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visés à l'article D.170, les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur ce Fonds ";
3° au paragraphe 4, les mots " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visé à l'article D.170, " sont insérés en début de paragraphe.
Art. 109. In artikel 2, § 1, van het decreet van 17 januari 2019 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging gebonden aan het verkeer van de voertuigen, worden de volgende wijzigingen aangebracht
a) punt 1° wordt vervangen als volgt:
"1° vanaf 1 januari 2025, het verkeer van een voertuig dat voldoet aan geen enkele euronorm of dat aan euronorm 1, euronorm 2 of euronorm 3 voldoet;";
de punten 2° en 3° worden opgeheven.".
a) punt 1° wordt vervangen als volgt:
"1° vanaf 1 januari 2025, het verkeer van een voertuig dat voldoet aan geen enkele euronorm of dat aan euronorm 1, euronorm 2 of euronorm 3 voldoet;";
de punten 2° en 3° worden opgeheven.".
Art. 109. Dans l'article 2, § 1er, du décret du 17 janvier 2019 relatif à la lutte contre la pollution atmosphérique liée à la circulation des véhicules, les modifications suivantes sont apportées :
a) a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° à partir du 1er janvier 2025, la circulation d'un véhicule qui ne répond à aucune euronorme ou qui répond à l'euronorme 1, à l'euronorme 2 ou à l'euronorme 3; ";
les 2° et 3° sont abrogés. ".
a) a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° à partir du 1er janvier 2025, la circulation d'un véhicule qui ne répond à aucune euronorme ou qui répond à l'euronorme 1, à l'euronorme 2 ou à l'euronorme 3; ";
les 2° et 3° sont abrogés. ".
Art. 110. In artikel 14, paragraaf 2, van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt:
"4° een huurtegemoetkoming aan aanvragers voor de toewijzing van een woning van openbaar nut die in huur wordt gegeven door een openbare huisvestingsmaatschappij krachtens artikel 94, § 1.".
"4° een huurtegemoetkoming aan aanvragers voor de toewijzing van een woning van openbaar nut die in huur wordt gegeven door een openbare huisvestingsmaatschappij krachtens artikel 94, § 1.".
Art. 110. A l'article 14, paragraphe 2, du Code wallon de l'habitation durable, est inséré un 4° rédigé comme suit :
" 4° une aide au loyer aux candidats à l'attribution d'un logement d'utilité publique donné en location par une société de logement de service public en application de l'article 94, § 1er. ".
" 4° une aide au loyer aux candidats à l'attribution d'un logement d'utilité publique donné en location par une société de logement de service public en application de l'article 94, § 1er. ".
Art. 111. In artikel 88 van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met punt 7° bis luidend als volgt: "7° bis "meewerken aan de uitvoering van de toekenning van steun aan kandidaat-huurders als bedoeld in artikel 14, § 2, 4° ".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met punt 7° bis luidend als volgt: "7° bis "meewerken aan de uitvoering van de toekenning van steun aan kandidaat-huurders als bedoeld in artikel 14, § 2, 4° ".
Art. 111. A l'article 88 du Code wallon de l'habitation durable, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er complété par un 7° bis rédigé comme suit : " 7° bis " collaborer à la mise en oeuvre de l'octroi de l'aide aux candidatslocataires telle que visée à l'article 14, § 2, 4°. " ".
1° le paragraphe 1er complété par un 7° bis rédigé comme suit : " 7° bis " collaborer à la mise en oeuvre de l'octroi de l'aide aux candidatslocataires telle que visée à l'article 14, § 2, 4°. " ".
Art. 112. In artikel 131 van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een 1° ter ingevoegd, luidend als volgt:
"1° ter "meewerken aan de uitvoering van de toekenning van steun aan kandidaat-huurders als bedoeld in artikel 14, § 2, 4° ".
1° er wordt een 1° ter ingevoegd, luidend als volgt:
"1° ter "meewerken aan de uitvoering van de toekenning van steun aan kandidaat-huurders als bedoeld in artikel 14, § 2, 4° ".
Art. 112. Dans l'article 131 du Code wallon de l'habitation durable, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un 1° ter rédigé comme suit :
" 1° ter la collaboration à la mise en oeuvre de l'octroi de l'aide aux candidatslocataires telle que visée à l'article 14, § 2, 4° ".
1° il est inséré un 1° ter rédigé comme suit :
" 1° ter la collaboration à la mise en oeuvre de l'octroi de l'aide aux candidatslocataires telle que visée à l'article 14, § 2, 4° ".
Art. 113. In artikel 98 van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen, gewijzigd bij het decreet van 15 mei 2003, worden de woorden "waarvan één aangewezen wordt op de voordracht van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap" opgeheven.
Art. 113. A l'article 98 du Code wallon de l'habitation durable, modifié par le décret du 15 mai 2003, les mots " dont un est désigné sur la proposition du Gouvernement de la Communauté germanophone " sont abrogés.
Art. 114. Artikel 179 van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt :
"5° het uitvoeren van elke andere door de Regering bepaalde opdracht wegens een onvoorziene buitengewone gebeurtenis.
"5° het uitvoeren van elke andere door de Regering bepaalde opdracht wegens een onvoorziene buitengewone gebeurtenis.
Art. 114. L'article 179 du Code wallon de l'habitation durable est complété par l'ajout d'un 5° rédigé comme suit :
" 5° mettre en oeuvre toute autre mission déterminée par le Gouvernement en raison d'un évènement exceptionnel imprévisible ".
" 5° mettre en oeuvre toute autre mission déterminée par le Gouvernement en raison d'un évènement exceptionnel imprévisible ".
HOOFDSTUK 2. - Machtigingen
CHAPITRE 2. - Autorisations
Art. 115. De "Société wallonne de crédit social" wordt aangewezen als afgevaardigde van het Waalse Gewest voor de uitvoering en het financieel beheer van de "lening jongeren", dat bij het besluit van de Regering van 20 juli 2000 wordt georganiseerd. Haar tegemoetkomingen ten gunste van de kredietinstellingen worden gesubsidieerd door de Minister van Huisvesting.
Art. 115. La Société wallonne de crédit social est désignée en qualité de déléguée de la Région wallonne pour la mise en oeuvre du " prêt tremplin " et la gestion financière du " prêt jeunes " organisée par l'arrêté du Gouvernement du 20 juillet 2000, ses interventions en faveur des organismes de crédit étant subsidiées par le Ministre chargé du Logement.
Art. 116. De Minister bevoegd voor het luchthavenbeheer kan de vastleggingskredieten in de luchthavensector die betrekking hebben op kapitaalinbrengen en die toegestaan zijn door de Waalse Regering, beperken tot de bedragen die effectief volgestort worden tijdens het lopende boekjaar.
Art. 116. Le Ministre qui a la gestion aéroportuaire dans ses attributions peut limiter les crédits d'engagements relatifs aux apports en capitaux, consentis par le Gouvernement wallon, réalisés dans les matières aéroportuaires, aux seuls montants qui sont effectivement libérés dans le courant de l'exercice en cours.
Art. 117. In het kader van het herstructureringsplan van de openbare huisvestingsmaatschappijen, mag de Regering overgaan tot de herschikking van de schulden van de maatschappijen.
Art. 117. Dans le cadre du plan de redéploiement des sociétés de logement de service public, le Gouvernement est autorisé à procéder au rééchelonnement de la dette des sociétés.
Art. 118. In het kader van de herstructurering van de sociale kredietloketten, kan de Waalse Regering de Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet belasten met een tegemoetkoming voor het dekken van de fiscale gevolgen van de overdrachten van de portefeuille van de hypothecaire vorderingen.
Art. 118. Dans le cadre de la restructuration des guichets du crédit social, le Gouvernement wallon peut charger la Société wallonne de crédit social d'intervenir pour couvrir les conséquences fiscales des cessions de portefeuille de créances hypothécaires.
Art. 119. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen aan de "Société wallonne de gestion et de participations (SOGEPA) " (Waalse beheers- en participatiemaatschappij) voor de dekking van de vastleggingen in verband met het verkrijgen of de waarborg van kredietlijnen voor een bedrag van hoogstens 270 miljoen euro, in het kader van herstructureringsverrichtingen in de bedrijfssector.
Art. 119. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne à la Société wallonne de gestion et de participations (Sogepa) en vue de couvrir les engagements liés à l'obtention ou à des garanties de lignes de crédit d'un montant maximum de 270 millions d'euros, dans le cadre d'opérations de redéploiement dans le secteur industriel.
Art. 120. De als commissaris, voorzitter of inspecteur-generaal van de Aankoopcomités aangewezen ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst worden ertoe gemachtigd om de handelingen van de rechtspersonen bedoeld in artikel 6quinquies van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen te authentificeren. Bovendien zullen zij, zonder dat de ambtenaren die als lid van de aankoopcomités optreden, enig mandaat aan derden moeten verantwoorden, als vertegenwoordigers van de genoemde rechtspersonen optreden in de opdrachten die hun worden toevertrouwd.
Art. 120. Les agents du Service public de Wallonie désignés en qualité de commissaire, de président ou d'inspecteur-général des comités d'acquisition sont habilités à authentifier les actes des personnes morales visés à l'article 6quinquies de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles. En outre, sans que les fonctionnaires instrumentant des comités d'acquisition aient à justifier d'aucun mandat envers les tiers, ils agiront comme représentants des dites personnes morales dans les missions qu'elles leur confient.
Art. 121. Artikel 66 § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt vervangen als volgt:
"Art. 66. § 1. Onverminderd de toepassing van bijzondere wettelijke bepalingen, moeten de aan de entiteit toebehorende roerende goederen die kunnen worden verkocht, die leegstaan en die niet opnieuw kunnen worden gebruikt, tegen betaling worden vervreemd.
Onverminderd de toepassing van bijzondere wettelijke bepalingen, moeten de aan de entiteit toebehorende onroerende goederen die kunnen worden verkocht, die leegstaan en die niet opnieuw kunnen worden gebruikt, tegen betaling worden vervreemd of worden geruild voor onroerende goederen van gelijke waarde. ".
"Art. 66. § 1. Onverminderd de toepassing van bijzondere wettelijke bepalingen, moeten de aan de entiteit toebehorende roerende goederen die kunnen worden verkocht, die leegstaan en die niet opnieuw kunnen worden gebruikt, tegen betaling worden vervreemd.
Onverminderd de toepassing van bijzondere wettelijke bepalingen, moeten de aan de entiteit toebehorende onroerende goederen die kunnen worden verkocht, die leegstaan en die niet opnieuw kunnen worden gebruikt, tegen betaling worden vervreemd of worden geruild voor onroerende goederen van gelijke waarde. ".
Art. 121. L'article 66, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est remplacé par ce qui suit :
" Art. 66. § 1er. Sans préjudice de l'application de dispositions légales particulières, les biens meubles appartenant à l'entité qui sont susceptibles d'être vendus, qui sont désaffectés et qui ne peuvent être réemployés, doivent être aliénés à titre onéreux.
Sans préjudice de l'application de dispositions légales particulières, les biens immeubles appartenant à l'entité qui sont susceptibles d'être vendus, qui sont désaffectés et qui ne peuvent être réemployés, peuvent être aliénés à titre onéreux ou être échangés contre des biens immeubles de valeur équivalente. ".
" Art. 66. § 1er. Sans préjudice de l'application de dispositions légales particulières, les biens meubles appartenant à l'entité qui sont susceptibles d'être vendus, qui sont désaffectés et qui ne peuvent être réemployés, doivent être aliénés à titre onéreux.
Sans préjudice de l'application de dispositions légales particulières, les biens immeubles appartenant à l'entité qui sont susceptibles d'être vendus, qui sont désaffectés et qui ne peuvent être réemployés, peuvent être aliénés à titre onéreux ou être échangés contre des biens immeubles de valeur équivalente. ".
HOOFDSTUK 3. - Gewestelijke waarborgen
CHAPITRE 3. - Garanties régionales
Art. 122. De Waalse Regering wordt gemachtigd om het beroep op de lening te bepalen in toepassing van de modaliteiten van het beheerscontract dat tussen de Waalse Regering en het Fonds van de Huisvesting van de kroostrijke gezinnen van Wallonië is gesloten. Voor het jaar 2023, het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 224.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn.
Art. 122. Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en application des modalités du contrat de gestion conclu entre le Gouvernement wallon et le Fonds du logement des Familles nombreuses de Wallonie. Pour l'année 2023, le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 224.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région.
Art. 123. § 1. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aanvullende waarborg van het Waalse Gewest tot 31 december 2023 toe te kennen voor de gehele of gedeeltelijke terugbetaling in hoofdsom, rente en bijkomende kosten, van leningen voor buitengewone tegemoetkoming, die als zodanig aangerekend zijn en die door gemeenten en provincies bij Belfius Bank worden aangegaan. Deze waarborg zal evenwel slechts worden toegekend aan de gemeenten en provincies die een beheersplan voor hun financiën voorleggen en dwingendere toezichtsregels dan die van de geldende wetten aanvaarden om voor de uitvoering ervan te zorgen.
§ 2. De krachtens dit artikel toegekende aanvullende waarborgen mogen het totaalbedrag van 297.472 euro niet overschrijden.
§ 2. De krachtens dit artikel toegekende aanvullende waarborgen mogen het totaalbedrag van 297.472 euro niet overschrijden.
Art. 123. § 1er. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder, jusqu'au 31 décembre 2023, la garantie supplétive de la Région wallonne au remboursement total ou partiel, en principal, intérêts et accessoires, d'emprunts d'aide extraordinaire et comptabilisés comme tels, souscrits auprès de Belfius Banque par des communes et des provinces. Cette garantie ne peut être accordée qu'aux communes et provinces qui déposent un plan de gestion de leurs finances et acceptent, pour en garantir l'exécution, des modalités de tutelle plus contraignantes que celles portées par les lois en vigueur.
§ 2. Les garanties supplétives accordées en vertu du présent article ne peuvent dépasser un montant global de 297.472.000 euros.
§ 2. Les garanties supplétives accordées en vertu du présent article ne peuvent dépasser un montant global de 297.472.000 euros.
Art. 124. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest toe te kennen voor de door landbouwers en landbouwbedrijven aangegane leningen voor investeringen of roulerende fondsen in land- en tuinbouw in het kader van het Fonds voor Landbouwinvestering en van de steun voor investeringen in de landbouwsector, voor een totaalbedrag van 23.877.081,04 euro.
Art. 124. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux emprunts contractés par les agriculteurs et les sociétés agricoles pour des investissements ou des fonds de roulement en agriculture et horticulture dans le cadre du Fonds d'Investissement Agricole et des aides aux investissements dans le secteur agricole, pour un montant total de 23.877.081,04 euros.
Art. 125. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen van de "Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures (SOFICO)" ten belope van maximum 350 miljoen euro.
Art. 125. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts de la Société wallonne de Financement complémentaire des Infrastructures (SOFICO) pour un montant maximum de 350 millions d'euros.
Art. 126. [1 De Minister van Begroting, in overleg met de Minister van Landbouw, kan de Thesaurie machtigen om financiële middelen te gebruiken ten belope van 190.000.000 euro om de uitgaven te dekken die gedaan zijn namens het Europees Garantiefonds voor de Landbouw (EOFGL) met inbegrip van de interventies m.b.t. de openbare opslag, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. Bedoelde financiële middelen worden gemobiliseerd in functie van:
* de behoeften van het betaalorgaan dat erom gemachtigd is die uitgaven te betalen;
* de door de Europese Commissie betaalde voorschotten;
* de met die financiële middelen gedane uitgaven.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de beschikbare kredieten te vereffenen om de betalingen krachtens artikel D.255, § 2, van het Landbouwwetboek uit te voeren.
De penningmeester, de ontvanger en de boekhouder van het betaalorgaan van Wallonië worden aangewezen door de Minister van Landbouw en vervullen hun taken mits inachtneming van de Europese wetgeving terzake.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058) om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) (vakdomein A03.002) van programma 03 (WBFIN-programma A03) van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van de begroting van het betaalorgaan.]1
* de behoeften van het betaalorgaan dat erom gemachtigd is die uitgaven te betalen;
* de door de Europese Commissie betaalde voorschotten;
* de met die financiële middelen gedane uitgaven.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de beschikbare kredieten te vereffenen om de betalingen krachtens artikel D.255, § 2, van het Landbouwwetboek uit te voeren.
De penningmeester, de ontvanger en de boekhouder van het betaalorgaan van Wallonië worden aangewezen door de Minister van Landbouw en vervullen hun taken mits inachtneming van de Europese wetgeving terzake.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 (WBFIN-programma 15.058) om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) (vakdomein A03.002) van programma 03 (WBFIN-programma A03) van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van de begroting van het betaalorgaan.]1
Modifications
Art. 126. [1 Le Ministre du budget, en concertation avec le Ministre chargé de l'Agriculture, autorise la Trésorerie à mobiliser des moyens financiers à concurrence de 190.000.000 euros pour couvrir les dépenses au titre de Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) y compris les opérations d'intervention relatives au stockage public, Fonds européen agricole pour le développement rural (FEADER) et Fonds européen pour les affaires maritimes et la Pêche. Lesdits moyens financiers sont mobilisés en fonction :
* des besoins de l'organisme payeur habilité à payer ces dépenses;
* des avances versées par la Commission européenne;
* des dépenses déjà effectuées avec ces moyens financiers.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur les crédits disponibles afin de mettre en oeuvre les paiements en vertu de l'article D.255, § 2, du Code de l'Agriculture.
Le trésorier, le receveur et le comptable de l'organisme payeur de Wallonie sont désignés par le Ministre de l'Agriculture et exécutent leurs tâches dans le respect de la législation européenne en la matière.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base (les domaines fonctionnels) portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 (programme WBFIN 15.058) pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) (le domaine fonctionnel A03.002) du programme 03 (programme WBFIN A03) du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge du budget de l'organisme payeur.]1
* des besoins de l'organisme payeur habilité à payer ces dépenses;
* des avances versées par la Commission européenne;
* des dépenses déjà effectuées avec ces moyens financiers.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur les crédits disponibles afin de mettre en oeuvre les paiements en vertu de l'article D.255, § 2, du Code de l'Agriculture.
Le trésorier, le receveur et le comptable de l'organisme payeur de Wallonie sont désignés par le Ministre de l'Agriculture et exécutent leurs tâches dans le respect de la législation européenne en la matière.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base (les domaines fonctionnels) portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 (programme WBFIN 15.058) pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) (le domaine fonctionnel A03.002) du programme 03 (programme WBFIN A03) du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge du budget de l'organisme payeur.]1
Modifications
Art. 127. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen voor de financieringen van de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator), in verband met de investeringen inzake openbaar vervoer, met inbegrip van de in de hoedanigheid van bus- en/of materieelhuurder gedane verrichtingen, voor de leningen aangegaan voor de vervroegde terugbetaling van andere leningen, voor de swaptransacties, van intresten, alsook voor de transacties voor de dekking van het risico van de interestenschommeling, en dit voor een maximumbedrag van 91.000.000 euro in hoofdsom (eenennegentig miljoen euro).
Art. 127. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux financements de l'Opérateur de Transport de Wallonie relatifs aux investissements en matière de transports publics, y compris les opérations effectuées au titre de location d'autobus et/ou de matériel, aux emprunts conclus en vue de remboursements anticipés d'autres emprunts, aux opérations de SWAP, d'intérêts ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux et ce pour un montant principal maximum de 91.000.000 euros (nonante et un millions d'euros).
Art. 128. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen kan, met de toestemming van de Minister van Begroting, de gewestelijke waarborg toekennen voor de leningen die door de Psychiatrische ziekenhuizen (CHP) " des marronniers " aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 2.000.000 euro.
Art. 128. La Ministre de l'Emploi, de la Formation, de la Santé, de l'Action sociale et de l'Economie sociale, de l'Egalité des chances et des Droits des femmes peut, moyennant accord du Ministre ayant le Budget dans ses attributions, octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par le Centre Hospitalier Psychiatrique (CHP) " des marronniers " pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médico-sociales à concurrence d'un montant maximum de 2.000.000 euros.
Art. 129. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen kan, met de toestemming van de Minister van Begroting, de gewestelijke waarborg toekennen voor de leningen die door de Psychiatrische ziekenhuizen aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 200.000.000 euro.
Art. 129. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances peut, moyennant accord du Ministre ayant le Budget dans ses attributions et dans le cadre d'une convention type entre la Région et les institutions financières, octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par les hôpitaux pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médico-sociales à concurrence d'un montant maximum de 200.000.000 euros.
Art. 130. In het kader van een type-overeenkomst tussen het Gewest en de financiële instellingen wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd om de gewestelijke waarborg toe te kennen voor de leningen die door de niet-commerciële rustoorden aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 33.845.341 euro.
Art. 130. Dans le cadre d'une convention type entre la Région et les institutions financières, le Gouvernement wallon est autorisé à octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par les maisons de repos non commerciales pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médicosociales à concurrence d'un montant maximum de 33.845.341 euros.
Art. 131. Mits de hypotheek op de wijk "Gailly" wordt behouden wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd het saldo van de waarborg van het Waalse Gewest niet te doen uitvoeren bij de aankoop van het onroerend goed door de associatie van het O.C.M.W. van Charleroi en het "I.O.S." zolang de gebouwen voor medisch-sociale of maatschappelijke doeleinden gebruikt worden.
Art. 131. A condition de conserver l'hypothèque sur l'ensemble " Gailly ", le Gouvernement wallon est autorisé à ne pas faire exécuter le solde de la garantie de la Région wallonne aussi longtemps que les bâtiments acquis par l'Association entre le CPAS et l'I.O.S. seront utilisés à des fins médico-sociales ou sociales.
Art. 132. In het kader van het project dat tijdens het jaar 2003 is aangesneden inzake leningen op het gebied van sociaal krediet, wordt de Minister van Gezondheid, Sociale actie en Gelijke kansen ertoe gemachtigd om de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen tot een maximaal bedrag van 800.000 euro.
Art. 132. Dans le cadre du projet de crédit social accompagné entamé en 2003, la Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des chances est autorisée à accorder la garantie de la Région wallonne pour un montant maximal de 800.000 euros.
Art. 133. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aan te gaan leningen te bepalen naargelang de staat van de geldmiddelen van de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet). Voor het jaar 2023 mag het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen in geen geval hoger zijn dan 262.000.000 euro
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
Art. 133. Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en fonction de l'état de la trésorerie de la Société wallonne de crédit social. Pour l'année 2023, le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 262.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
Art. 134. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aan te gaan leningen te bepalen naargelang de staat van de geldmiddelen van de "Société wallonne du Logement" (Waalse Huisvestingsmaatschappij). Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 2312.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
Art. 134. Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en fonction de l'état de la trésorerie de la Société wallonne du Logement. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 231.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
Art. 135. De Waalse Regering wordt gemachtigd de garantie van het Gewest te verlenen voor de nieuwe leningen van SOWAER voor de uitvoering van door de regering goedgekeurde investeringsprogramma's voor het jaar 2023, voor een maximum nominaal bedrag van 20 miljoen euro.
De leningen van de SOWAER zullen de vorm kunnen aannemen van gewone bankleningen, obligatieleningen, privé-leningen.
De Waalse Regering wordt bovendien ertoe gemachtigd de gewestelijke waarborg toe te kennen voor rente-swaptransacaties alsook voor de transacties voor de dekking van het risico voor veranderingen in de wisselkoers voor de leningen 2023, ten belope van 51 miljoen euro.
De leningen van de SOWAER zullen de vorm kunnen aannemen van gewone bankleningen, obligatieleningen, privé-leningen.
De Waalse Regering wordt bovendien ertoe gemachtigd de gewestelijke waarborg toe te kennen voor rente-swaptransacaties alsook voor de transacties voor de dekking van het risico voor veranderingen in de wisselkoers voor de leningen 2023, ten belope van 51 miljoen euro.
Art. 135. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux nouveaux emprunts de la SOWAER relatifs à la réalisation des programmes d'investissement pour l'année 2023, approuvés par le Gouvernement, pour un montant nominal maximum de 20 millions d'euros.
Les emprunts conclus par la SOWAER pourront prendre la forme d'emprunts bancaires classiques, d'emprunts obligataires, d'emprunts privés.
Le Gouvernement est par ailleurs autorisé à accorder la garantie régionale aux opérations de SWAP d'intérêts, ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux, pour les emprunts 2023, à concurrence de 51 millions d'euros.
Les emprunts conclus par la SOWAER pourront prendre la forme d'emprunts bancaires classiques, d'emprunts obligataires, d'emprunts privés.
Le Gouvernement est par ailleurs autorisé à accorder la garantie régionale aux opérations de SWAP d'intérêts, ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux, pour les emprunts 2023, à concurrence de 51 millions d'euros.
Art. 136. De "Société wallonne d'investissement et de conseil" in de sectoren gezondheid, ziekenhuizen, huisvesting van bejaarde personen, opvang van gehandicapten, afgekort "Wallonie Santé" wordt ertoe gemachtigd om waarborgen te verlenen ten belope van 100 miljoen euro.
Art. 136. La Société wallonne d'investissement et de conseil dans les secteurs de la santé, des hôpitaux, de l'hébergement des personnes âgées, de l'accueil des personnes handicapées en abrégé " Wallonie Santé " est autorisée à octroyer des garanties à hauteur de 100 millions d'euros.
Art. 137. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen voor de leningen van "SA B.E.FIN", dochteronderneming van de groep WE in het kader van de uitvoering van het project Renowatt voor een maximum bedrag van 4 miljoen euro.]1
Modifications
Art. 137. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts conclus par SA B.E.FIN, filiale du groupe WE dans le cadre de la mise en oeuvre du projet Renowatt pour un montant maximum de 4 millions d'euros.]1
Modifications
HOOFDSTUK 4. - Toekenning van voorschotten
CHAPITRE 4. - Octroi d'avances
Art. 138. De Minister-President en de Leden van de Waalse Regering mogen voorschotten toekennen op de tegemoetkomingen van het Gewest in de uitgaven voor werken voor zuivering van afvalwater en ruilverkaveling.
Deze voorschotten mogen niet hoger zijn dan :
a) 30 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van minder dan 1.239.467 euro;
b) 25% van het bedrag van de gegunde opdrachten tussen 1.239.467 en 4.957.870 euro;
c) 20% van het bedrag van de gegunde opdrachten van meer dan 4.957.870 euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest, dat bepaald wordt bij de aanwijzing van de aannemer, dient als referentie voor de berekening van het voorschot.
Deze som zal aan de rechthebbende instelling worden gestort wanneer de administratie het bevel tot aanvang der werken heeft verkregen.
Deze voorschotten mogen niet hoger zijn dan :
a) 30 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van minder dan 1.239.467 euro;
b) 25% van het bedrag van de gegunde opdrachten tussen 1.239.467 en 4.957.870 euro;
c) 20% van het bedrag van de gegunde opdrachten van meer dan 4.957.870 euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest, dat bepaald wordt bij de aanwijzing van de aannemer, dient als referentie voor de berekening van het voorschot.
Deze som zal aan de rechthebbende instelling worden gestort wanneer de administratie het bevel tot aanvang der werken heeft verkregen.
Art. 138. Le Ministre-Président et les Membres du Gouvernement wallon peuvent consentir des avances sur les interventions financières de la Région dans les dépenses afférentes aux travaux d'épuration d'eaux usées et de remembrement.
Ces avances ne peuvent excéder :
a) 30% du montant des marchés attribués d'une valeur inférieure à 1.239.467 euros;
b) 25% du montant des marchés attribués d'une valeur comprise entre 1.239.467
euros et 4.957.870 euros;
c) 20% du montant des marchés attribués d'une valeur supérieure à 4.957.870 euros.
Le montant de l'intervention de la Région déterminé lors de la désignation de l'adjudicataire sert de référence au calcul de l'avance.
Cette somme sera versée à l'institution bénéficiaire à la réception, par l'administration, de l'ordre de commencer les travaux.
Ces avances ne peuvent excéder :
a) 30% du montant des marchés attribués d'une valeur inférieure à 1.239.467 euros;
b) 25% du montant des marchés attribués d'une valeur comprise entre 1.239.467
euros et 4.957.870 euros;
c) 20% du montant des marchés attribués d'une valeur supérieure à 4.957.870 euros.
Le montant de l'intervention de la Région déterminé lors de la désignation de l'adjudicataire sert de référence au calcul de l'avance.
Cette somme sera versée à l'institution bénéficiaire à la réception, par l'administration, de l'ordre de commencer les travaux.
Art. 139. De Minister van Begroting kan de Thesaurie ertoe machtigen de bedragen, zoals bepaald in het protocolakkoord gesloten door het Gewest en de "Société publique de Gestion de l'Eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer), ten laste van basisallocatie15.60 (WBFIN-programma 15.075) (Fonds voor de Milieubescherming), met voorschotten te storten binnen de perken van de begrotingskredieten.
Art. 139. Le Ministre du Budget peut autoriser la Trésorerie à verser par avances, dans les limites des moyens disponibles, les montants fixés par le protocole d'accord entre la Région et la Société publique de gestion de l'Eau, à charge du programme 15.60 (programme WBFIN 15.075) (Fonds de protection de l'environnement).
Art. 140. De Waalse Regering is ertoe gemachtigd kapitaalinbreng te doen bij de SPGE (openbare maatschappij voor waterbeheer), namelijk om de investeringen te bevorderen, de schuldenlast te beperken en de uitvoering van gemachtigde opdrachten toe te laten.
Art. 140. Le Gouvernement wallon est autorisé à faire des apports en capital à la SPGE, notamment pour favoriser les investissements, limiter l'endettement et permettre la réalisation de missions déléguées.
HOOFDSTUK 5. - Schuldenlast
CHAPITRE 5. - Dette
Art. 141. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de vastleggingskredieten van de programma's 04, 05, 06 en 07 (WBFIN-programma's 035, 036, 037 en 38) van organisatieafdeling 19 worden overgedragen door de Minister van Begroting.
Art. 141. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les crédits d'engagement des programmes 04, 05, 06 et 07 (programmes WBFIN 035, 036, 037 et 038) de la division organique 19 peuvent être transférés par le Ministre du Budget.
Art. 142. De Minister van Begroting kan de Thesaurie machtigen om de uitgaven m.b.t. de schuld, ten laste van de basisallocaties (van de vakdomeinen) van programma's 04, 05, 06 en 07 (WBIN-programma's 035, 036, 037 en 038) van organisatieafdeling 19 met voorschotten te betalen binnen de perken van de begrotingskredieten of, in voorkomend geval, van de voor het financieel beheer van sommige leningen aan te wenden ontvangsten, mits latere regularisatie.
Art. 142. Le Ministre du Budget peut autoriser la Trésorerie à payer par avances, dans la limite des crédits budgétaires ou, le cas échéant, des recettes à affecter au service financier de certains emprunts, et à charge de régularisation ultérieure, les dépenses afférentes à la dette à charge des articles de base (des domaines fonctionnels) des programmes 04, 05, 06 et 07 (programmes WBFIN 035, 036, 037 et 038) de la division organique 19.
HOOFDSTUK 6. - Afzonderlijke afdeling
CHAPITRE 6. - Section particulière
Art. 143. De bepalingen van artikel 4 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn niet van toepassing tijdens 2023 op de fondsen waarvan sprake onder Titel IV van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art. 143. Les dispositions de l'article 4 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes ne sont pas d'application pendant l'année 2023 à l'égard des fonds constituant le Titre IV du tableau annexé au présent décret.
Art. 144. Buiten de perken van de beschikbare ontvangsten en ten belope van de door de Europese Gemeenschap bepaalde bedragen voor tegemoetkomingen kan de Minister van Begroting uitgaven vastleggen en ordonnanceren ten laste van de allocaties 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (EFRO-programmering 2014-2020), 60.02.A.03 (SAP-Fonds 3002) (ESF- programmering 2014-2020), 60.02.A.05 (SAP-Fonds 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (SAP-Fonds 3004) (LIFE-programmering 2014-2020), 60.02.A.07 (SAP-Fonds 3005) (TEN-V Waterwegen), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Brexit-aanpassingsreserve), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (eFRO-programmering 2021-2027), 60.02.A.11 (SAP-Fonds 3009) (ESF- programmering 2021-2027) en 60.02.A.12 (Fonds SAP 3011) (FEADER-programmering 2021-2027) van afdeling 10 van Titel IV.
Art. 144. Le Ministre ayant le Budget dans ses attributions peut, au-delà des recettes disponibles et à concurrence des montants d'intervention décidés par l'Union européenne, engager et liquider des dépenses à charge des articles 60.02.A.01 (Fonds SAP 3001) (FEDER Programmation 2014-2020), 60.02.A.03 (Fonds SAP 3002) (FSE Programmation 2014-2020), 60.02.A.05 (Fonds SAP 3003) (IFOP), 60.02.A.06 (Fonds SAP 3004) (LIFE Programmation 2014-2020), 60.02.A.07 (Fonds SAP 3005) (RTE-T Voies hydrauliques), 60.02.A.09 (Fonds SAP 3007) (Réserve d'ajustement du Brexit), 60.02.A.10 (Fonds SAP 3008) (FEDER Programmation 2021-2027), 60.02.A.11 (Fonds SAP 3009) (FSE Programmation 2021-2027), 60.02.A.12 (Fonds SAP 3010) (LIFE Programmation 2021-2027) et 60.02.A.12 (Fonds SAP 3011) (FEADER Programmation 2021-2027) de la section 10 du Titre IV.
Art. 145. De uitgaven bedoeld in allocatie A.60.02.A.01 (SAP-Fonds 3001 EFRO-programmering 2014-2020) van de bijzondere afdeling kunnen worden vastgelegd en vereffend overeenkomstig de ingevoerde regeling voor de toepassing van het decreet van 21 december 2016 houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter vergoeding van de diensten ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende tot de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portfolio.
Art. 145. Les dépenses visées à charge de l'article A.60.02.A.01 (Fonds SAP 3001 - FEDER programmation 2014-2020) logé au sein de la section particulière peuvent être engagées et liquidées selon le dispositif mis en place par l'application du décret du 21 décembre 2016 portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides en Région wallonne, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré.
HOOFDSTUK 7. - Administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie
CHAPITRE 7. - Services administratifs à comptabilité autonome
Art. 146. In het opschrift van het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals Agentschap voor lucht en klimaat) als dienst met afzonderlijk beheer worden de woorden "als dienst met afzonderlijk beheer" opgeheven.
Art. 146. Dans l'intitulé du décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat en service à gestion séparée, les mots " en service à gestion séparée " sont abrogés.
Art. 147. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 67.893.000 euro voor de ontvangsten en 24.898.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 67.893.000 euro voor de ontvangsten en 24.898.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 147. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 67.893.000 euros pour les recettes et à 24.898.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 67.893.000 euros pour les recettes et à 24.898.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 148. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 38.046.000 euro voor de ontvangsten en 71.146.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 38.046.000 euro voor de ontvangsten en 71.146.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 148. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 38.046.000 euros pour les recettes et à 71.146.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 38.046.000 euros pour les recettes et à 71.146.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 149. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het Betaalorgaan voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 97.926.000 euro voor de ontvangsten en 97.926.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 97.926.000 euro voor de ontvangsten en 97.926.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 149. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
HOOFDSTUK 8. - Instellingen
CHAPITRE 8. - Organismes
Art. 150. [1 De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 102.232.000 euro voor de ontvangsten en 102.329.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 102.232.000 euro voor de ontvangsten en 102.329.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 150. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Organisme payeur de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 97.926.000 euros pour les recettes et à 97.926.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 151. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.428.000 euro voor de ontvangsten en 7.408.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 7.428.000 euro voor de ontvangsten en 7.408.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 151. [1 Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 7.428.000 euros pour les recettes et à 7.408.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 7.428.000 euros pour les recettes et à 7.408.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 152. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 42.040.000 euro voor de ontvangsten en 51.501.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 42.040.000 euro voor de ontvangsten en 51.501.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 152. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service Public de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 42.040.000 euros pour les recettes et à 51.501.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 42.040.000 euros pour les recettes et à 51.501.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 153. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 49.389.000 euro voor de ontvangsten en 49.782.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 49.389.000 euro voor de ontvangsten en 49.782.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 153. [1 Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 49.389.000 euros pour les recettes et à 49.782.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 49.389.000 euros pour les recettes et à 49.782.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 154. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique" (Waals instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 154. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 8.856.000 euros pour les recettes et à 10.793.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 8.856.000 euros pour les recettes et à 10.793.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 155. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique" (Waals instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 8.856.000 euro voor de ontvangsten en 10.793.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 155. [1 Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 68.842.000 euros pour les recettes et à 84.564.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 68.842.000 euros pour les recettes et à 84.564.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 156. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 218.200.000 euro voor de ontvangsten en 318.200.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 218.200.000 euro voor de ontvangsten en 318.200.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 156. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds wallon des calamités naturelles de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 157. De bij dit decreet gevoegde begroting van het " Fonds bas carbone et résilience " (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie) voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 17.000.000 euro voor de ontvangsten en 17.000. 000 euro voor de uitgaven.
Deze begroting bedraagt 17.000.000 euro voor de ontvangsten en 17.000. 000 euro voor de uitgaven.
Art. 157. Est approuvé le budget du Fonds bas carbone et résilience de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 17.000.000 euros pour les recettes et à 17.000.000 euros pour les dépenses.
Ce budget s'élève à 17.000.000 euros pour les recettes et à 17.000.000 euros pour les dépenses.
Art. 158. [1 De bij dit decreet gevoegde begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de armoedebestrijding voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 225.000 euro voor de ontvangsten en 225.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 225.000 euro voor de ontvangsten en 225.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 158. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds wallon des calamités naturelles de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 218.200.000 euros pour les recettes et à 318.200.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
Art. 159. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "post-COVID-19-Fonds" voor de uitstraling van Wallonië voor 2023 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 2.820.000 euro voor de ontvangsten en 2.820.000 euro voor de uitgaven.]1
Deze begroting bedraagt 2.820.000 euro voor de ontvangsten en 2.820.000 euro voor de uitgaven.]1
Modifications
Art. 159. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie de l'année 2023 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 2.820.000 euros pour les recettes et à 2.820.000 euros pour les dépenses.]1
Ce budget s'élève à 2.820.000 euros pour les recettes et à 2.820.000 euros pour les dépenses.]1
Modifications
HOOFDSTUK 9. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions diverses
Art. 160. In het specifieke kader van de impulsfondsen wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd om het subsidiëringspercentage te brengen op 90% voor het geheel van de projecten die betaald worden zowel door het sociaal impulsfonds ten gunste van reconversiezonen of van bijzonder benadeelde zones als door het impulsfonds voor de landelijke economische ontwikkeling.
Art. 160. Dans le cadre spécifique des fonds d'impulsion, le Gouvernement wallon est autorisé à porter le taux de subventionnement à 90% pour l'ensemble des projets qui émargeront tant au fonds d'impulsion économique en faveur des zones en reconversion ou particulièrement défavorisées qu'au fonds d'impulsion du développement économique rural.
Art. 161. In artikel 24 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de bevordering van de landbouw en de ontwikkeling van landbouwproducten van gedifferentieerde kwaliteit, worden de woorden " 31 december 2007 " vervangen door de woorden " 31 december 2023 ".
In artikel D.418, 8°, van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek, worden de woorden "31 december 2015" vervangen door de woorden "31 december 2023".
In artikel D.418, 8°, van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek, worden de woorden "31 december 2015" vervangen door de woorden "31 december 2023".
Art. 161. A l'article 24 du décret du 19 décembre 2002 relatif à la promotion de l'agriculture et au développement des produits agricoles de qualité différencié, les mots " 31 décembre 2007 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2023 ".
A l'article D.418, 8°, du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, les mots " 31 décembre 2015 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2023 ".
A l'article D.418, 8°, du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, les mots " 31 décembre 2015 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2023 ".
Art. 162. Overeenkomstig artikel 46 van de wet van 22 juli 1970 houdende de wettelijke herverkaveling van landbouwgoederen zijn de saldo's van de rekeningen van de ontbonden ruilverkavelingscomités ten laste van basisallocatie 85.02 (van vakdomein 061.043 (ESER-code 85) van programma 15.12 (WBFIN-programma 15.061) - Beheer van het landelijk gebied, van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 162. En exécution de l'article 46 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal des biens ruraux et du Code wallon de l'agriculture, les soldes des comptes des comités de remembrement dissous sont à charge de l'article de base 85.02 (du domaine fonctionnel 061.043 (code SEC 85) du programme 15.12 (programme WBFIN 15.061) - Espace rural et naturel du budget des dépenses de la Région wallonne.
Art. 163. Overeenkomstig artikel 3 van het programmadecreet van 10 december 2009 houdende verschillende maatregelen betreffende de wegenisretributie, de bezoldiging van de gewestelijke garantie, de dotaties en toelagen aan bepaalde instellingen onder beheerscontract, en een pilootproject inzake trekkingsrecht, ten gunste van de gemeenten, voor de investeringssubsidies betreffende de onderhoudswerken van de wegen en overeenkomstig artikel 14 van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, administratieve vereenvoudiging, begroting en vorming voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 138 van de Grondwet, worden de dotaties en toelagen, voor 2023, waarover elke rechtspersoon onder beheerscontract met het Waalse Gewest beschikt, vastgesteld overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde begrotingstabel.
Art. 163. Par application de l'article 3 du décret-programme du 10 décembre 2009 portant diverses mesures concernant la redevance de voirie, la rémunération de la garantie régionale, les dotations et subventions à certains organismes sous contrat de gestion, et un projet pilote relatif au droit de tirage, en faveur des communes, pour les subsides d'investissement relatifs aux travaux d'entretien de voirie et par application de l'article 14 du décret-programme du 22 juillet 2010 portant des mesures diverses en matière de bonne gouvernance, de simplification administrative, de budget et de formation dans les matières visées par l'article 138 de la Constitution, les montants des dotations et subventions, afférentes à l'année 2023, dont bénéficie toute personne morale sous contrat de gestion avec la Région wallonne, sont fixées conformément au tableau budgétaire annexé au présent décret.
Art. 164. De toelagen met betrekking tot de opdrachten van openbare dienst waarover de beheersmaatschappijen van de luchthavens van Luik en Charleroi beschikken krachtens de concessieovereenkomsten gesloten respectievelijk op 4 januari 1991 en 9 juli 1991, alsook krachtens hun opeenvolgende aanhangsels, worden vastgelegd overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde begrotingstabel, niettegenstaande elke andersluitende bepaling in voornoemde overeenkomsten.
De clausules van de concessiecontracten tot vastlegging van de bedragen en tot bepaling van de aanpassingsregels van de subsidies toegekend aan de in voornoemd lid bedoelde rechtspersonen, worden opgeschort.
De clausules van de concessiecontracten tot vastlegging van de bedragen en tot bepaling van de aanpassingsregels van de subsidies toegekend aan de in voornoemd lid bedoelde rechtspersonen, worden opgeschort.
Art. 164. Les subventions relatives aux missions de service public dont bénéficient les sociétés de gestion des aéroports de Liège et de Charleroi en vertu des conventions de concession conclues respectivement le 4 janvier 1991 et le 9 juillet 1991, ainsi qu'en vertu de leurs avenants successifs, sont fixées conformément au tableau budgétaire annexé au présent décret, nonobstant toute disposition contraire dans lesdites conventions.
Les clauses des contrats de concession fixant les montants et déterminant les règles d'adaptation des subventions octroyées aux personnes morales visées à l'alinéa précédent, sont suspendues.
Les clauses des contrats de concession fixant les montants et déterminant les règles d'adaptation des subventions octroyées aux personnes morales visées à l'alinéa précédent, sont suspendues.
Art. 165. De subsidies, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 1° tot 4°, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling, voor zover ze de vorm niet innemen van subsidies zoals bepaald krachtens het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, worden vereffend, voor 2023, volgens de volgende modaliteiten:
1° een voorschot dat overeenstemt met 75% van het toegekend jaarlijks totaalbedrag, wordt door de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) gestort in de loop van het eerste kwartaal 2023;
2° het saldo van 25% van het jaarlijkse totaalbedrag van de subsidie, wordt gestort in de loop van 2024 naargelang van het bedrag van de schuldvordering, van het activiteitenverslag, met inbegrip van de verwezenlijking van de doelstellingen van het jaarlijkse actieplan, en van de bewijsstukken.
Als de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, niet worden overgemaakt, wordt artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, toegepast.
De bijkomende subsidie, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, wordt bestemd in 2021 voor de dekking van de tegemoetkoming bedoeld door de sociale partners in het kader van de overeenkomsten voor de Waalse privé non-profit sector. Deze subsidie wordt uitbetaald op grond van de bewijsstukken die hem worden overgemaakt.
1° een voorschot dat overeenstemt met 75% van het toegekend jaarlijks totaalbedrag, wordt door de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) gestort in de loop van het eerste kwartaal 2023;
2° het saldo van 25% van het jaarlijkse totaalbedrag van de subsidie, wordt gestort in de loop van 2024 naargelang van het bedrag van de schuldvordering, van het activiteitenverslag, met inbegrip van de verwezenlijking van de doelstellingen van het jaarlijkse actieplan, en van de bewijsstukken.
Als de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, niet worden overgemaakt, wordt artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, toegepast.
De bijkomende subsidie, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, wordt bestemd in 2021 voor de dekking van de tegemoetkoming bedoeld door de sociale partners in het kader van de overeenkomsten voor de Waalse privé non-profit sector. Deze subsidie wordt uitbetaald op grond van de bewijsstukken die hem worden overgemaakt.
Art. 165. Les subventions, telles que visées à l'article 13 alinéa 1er, 1° à 4°, du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi, pour autant qu'elles ne prennent pas la forme de subventions telles que déterminées en vertu du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires par certains employeurs du secteur non-marchand et de l'enseignement, sont liquidées, pour l'année 2023, selon les modalités suivantes :
1° une avance, représentant 75% du montant annuel de la subvention est versée par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi dans le courant du premier trimestre 2023;
2° le solde de 25% du montant annuel de la subvention est versé par le Service public de Wallonie dans le courant de l'année 2024 en fonction du montant de la déclaration de créance, du rapport d'activités, en ce compris la réalisation des objectifs du plan d'actions annuel, et des pièces justificatives.
A défaut de transmettre les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, il est fait application de l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budget s, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
La subvention complémentaire, telle que visée à l'article 13, alinéa 1er, 5°, du même décret est destinée en 2023 à couvrir l'intervention prévue par les partenaires sociaux dans le cadre des accords pour le secteur non-marchand privé wallon. Cette subvention est liquidée, sur la base des éléments justificatifs qui lui sont transmis.
1° une avance, représentant 75% du montant annuel de la subvention est versée par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi dans le courant du premier trimestre 2023;
2° le solde de 25% du montant annuel de la subvention est versé par le Service public de Wallonie dans le courant de l'année 2024 en fonction du montant de la déclaration de créance, du rapport d'activités, en ce compris la réalisation des objectifs du plan d'actions annuel, et des pièces justificatives.
A défaut de transmettre les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, il est fait application de l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budget s, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
La subvention complémentaire, telle que visée à l'article 13, alinéa 1er, 5°, du même décret est destinée en 2023 à couvrir l'intervention prévue par les partenaires sociaux dans le cadre des accords pour le secteur non-marchand privé wallon. Cette subvention est liquidée, sur la base des éléments justificatifs qui lui sont transmis.
Art. 166. De Regering wordt ertoe gemachtigd, voor elk investeringsprogramma genomen bij toepassing van artikel 405 van deel II van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, om af te wijken van de betalingsmodaliteiten bedoeld in artikel 1418 van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.
In voorkomend geval bepaalt de Regering, in het kader van het betrokken investeringsprogramma, het betalingsritme van de subsidies.
In voorkomend geval bepaalt de Regering, in het kader van het betrokken investeringsprogramma, het betalingsritme van de subsidies.
Art. 166. Le Gouvernement est habilité, pour tout programme d'investissement pris en application de l'article 405 de la deuxième partie du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé de déroger aux modalités de paiement visées à l'article 1418 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé.
Le cas échéant, le Gouvernement arrête, dans le cadre du programme d'investissement concerné, le rythme de liquidation des subsides.
Le cas échéant, le Gouvernement arrête, dans le cadre du programme d'investissement concerné, le rythme de liquidation des subsides.
Art. 167. In artikel 16, tweede lid, van het decreet van 20 juli 2022 betreffende de basisopleiding digitale vaardigheden, worden de woorden "31 december 2015" vervangen door de woorden "31 december 2022".
Art. 167. Dans l'article 16, alinéa 2, du décret du 20 juillet 2022 relatif à la formation de base au numérique, les mots " 31 décembre 2022 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2023 ".
Art. 168. Artikel 7 van het decreet van 25 maart 2004 betreffende de erkenning van en de toekenning van subsidies aan de plaatselijke ontwikkelingsagentschappen, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 7. Na afloop van de oorspronkelijke erkenningsperiode van drie jaar, kan de erkenning worden verlengd voor hernieuwbare periodes van zes jaar.".
"Art. 7. Na afloop van de oorspronkelijke erkenningsperiode van drie jaar, kan de erkenning worden verlengd voor hernieuwbare periodes van zes jaar.".
Art. 168. L'article 7 du décret du 25 mars 2004 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux agences de développement local modifié par le décret du 28 novembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7. A l'expiration de la période initiale d'agrément de trois ans, l'agrément peut être renouvelé par périodes de six ans renouvelables. ".
" Art. 7. A l'expiration de la période initiale d'agrément de trois ans, l'agrément peut être renouvelé par périodes de six ans renouvelables. ".
Art. 169. In afwijking van de artikelen 8 tot 11 van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling<0
1° kan de regering in 2023 slechts een volume van de geaggregeerde uren goedkeuren dat zij in 2022 heeft goedgekeurd;
2° de verlening van de erkenning is beperkt tot de centra die op 1 januari 2022 zijn erkend, onverminderd de toepassing van artikel 13bis van voornoemd decreet.
In afwijking van artikel 35 van het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016 wordt bij de verlenging van de erkenning op 1 januari 2023 rekening gehouden met het aantal gewerkte en gelijkgestelde uren tijdens de begrotingsjaren 2017 tot en met 2019.
In artikel 17, § 3, 1° en 2°, van bovengenoemd decreet en in artikel 31, § 4, 1° en 2° van bovengenoemd besluit van de Waalse Regering vervallen de woorden "op basis van een vorderingsverklaring".
1° kan de regering in 2023 slechts een volume van de geaggregeerde uren goedkeuren dat zij in 2022 heeft goedgekeurd;
2° de verlening van de erkenning is beperkt tot de centra die op 1 januari 2022 zijn erkend, onverminderd de toepassing van artikel 13bis van voornoemd decreet.
In afwijking van artikel 35 van het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016 wordt bij de verlenging van de erkenning op 1 januari 2023 rekening gehouden met het aantal gewerkte en gelijkgestelde uren tijdens de begrotingsjaren 2017 tot en met 2019.
In artikel 17, § 3, 1° en 2°, van bovengenoemd decreet en in artikel 31, § 4, 1° en 2° van bovengenoemd besluit van de Waalse Regering vervallen de woorden "op basis van een vorderingsverklaring".
Art. 169. Par dérogation aux articles 8 à 11 du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle,
1° le Gouvernement peut agréer en 2023 qu'un volume d'heures globales qu'il a agréé en 2022;
2° l'octroi de l'agrément est limité aux centres qui étaient agrées au 1er janvier 2022, sans préjudice de l'application de l'article 13bis du décret précité.
Par dérogation à l'article 35 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 décembre 2016, il est tenu compte, au moment du renouvellement d'agrément au 1er janvier 2023, du nombre d'heures prestées et assimilées durant les exercices 2017 à 2019.
A l'article 17, § 3, 1° et 2°, du décret précité et à l'article 31, § 4, 1° et 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon précité, les mots " sur la base d'une déclaration de créance " sont supprimés.
1° le Gouvernement peut agréer en 2023 qu'un volume d'heures globales qu'il a agréé en 2022;
2° l'octroi de l'agrément est limité aux centres qui étaient agrées au 1er janvier 2022, sans préjudice de l'application de l'article 13bis du décret précité.
Par dérogation à l'article 35 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 décembre 2016, il est tenu compte, au moment du renouvellement d'agrément au 1er janvier 2023, du nombre d'heures prestées et assimilées durant les exercices 2017 à 2019.
A l'article 17, § 3, 1° et 2°, du décret précité et à l'article 31, § 4, 1° et 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon précité, les mots " sur la base d'une déclaration de créance " sont supprimés.
Art. 170. In het zesde lid van artikel 116 van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken, worden de woorden " 80% " vervangen door de woorden " 100% ".
Art. 170. A l'alinéa 6 de l'article 116 du décret-programme du 22 juillet 2010 portant des mesures diverses en matière de bonne gouvernance, de simplification administrative, d'énergie, de logement, de fiscalité, d'emploi, de politique aéroportuaire, d'économie, d'environnement, d'aménagement du territoire, de pouvoirs locaux, d'agriculture et de travaux publics, les termes " 80% " sont remplacés par " 100% ".
Art. 171. Bij wijze van overgangsmaatregel worden, in 2023, de volgende bepalingen van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden opgeschort:
- artikel 61 betreffende de toekenning van toelagen en prijzen voor wat betreft de bepalingen in verband met de toekenning van toelagen.
De bepalingen betreffende de controle op de aanwending van de subsidies blijven bij wijze van overgangsmaatregel ook onderworpen aan de bepalingen van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
Voorts worden in artikel 41 eerste lid, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid worden de woorden "31 maart" vervangen door de woorden "15 juni".
In artikel 44, § 1, van hetzelfde decreet worden de eerste en tweede leden vervangen als volgt :
" § 1. De Regering maakt uiterlijk op 30 juni de overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 43 opgestelde algemene rekening van de eenheid, en uiterlijk op 15 april de overeenkomstig artikel 97 opgestelde jaarlijkse algemene rekeningen van de organen van type 1 en van de gewestelijke ondernemingen aan het Rekenhof over.
Het Rekenhof zendt deze algemene rekeningen, vergezeld van zijn opmerkingen en de certificeringen die het overeenkomstig de artikelen 52 en 102, § 1 1, verleent, uiterlijk eind juni van het volgende jaar toe aan het Parlement wat betreft de algemene jaarrekeningen van de organen van het type 1 en van de gewestelijke ondernemingen, en uiterlijk op 31 oktober wat betreft de algemene rekening van de eenheid.
In artikel 44, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "31 augustus" vervangen door de woorden "30 november" en de woorden "31 oktober" worden vervangen door de woorden "31 december".
- artikel 61 betreffende de toekenning van toelagen en prijzen voor wat betreft de bepalingen in verband met de toekenning van toelagen.
De bepalingen betreffende de controle op de aanwending van de subsidies blijven bij wijze van overgangsmaatregel ook onderworpen aan de bepalingen van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
Voorts worden in artikel 41 eerste lid, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid worden de woorden "31 maart" vervangen door de woorden "15 juni".
In artikel 44, § 1, van hetzelfde decreet worden de eerste en tweede leden vervangen als volgt :
" § 1. De Regering maakt uiterlijk op 30 juni de overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 43 opgestelde algemene rekening van de eenheid, en uiterlijk op 15 april de overeenkomstig artikel 97 opgestelde jaarlijkse algemene rekeningen van de organen van type 1 en van de gewestelijke ondernemingen aan het Rekenhof over.
Het Rekenhof zendt deze algemene rekeningen, vergezeld van zijn opmerkingen en de certificeringen die het overeenkomstig de artikelen 52 en 102, § 1 1, verleent, uiterlijk eind juni van het volgende jaar toe aan het Parlement wat betreft de algemene jaarrekeningen van de organen van het type 1 en van de gewestelijke ondernemingen, en uiterlijk op 31 oktober wat betreft de algemene rekening van de eenheid.
In artikel 44, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "31 augustus" vervangen door de woorden "30 november" en de woorden "31 oktober" worden vervangen door de woorden "31 december".
Art. 171. Par mesure transitoire, sont suspendues en 2023 les dispositions du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes suivantes :
- article 61 relatif à l'octroi des subventions et des prix, pour ce qui concerne les dispositions relatives à l'octroi des subventions.
Par mesure transitoire également, les dispositions relatives au contrôle de l'emploi des subventions restent soumises aux dispositions des lois coordonnées le 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat.
En outre, à l'article 41, alinéa 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " 31 mars " sont remplacés par les mots " 15 juin ".
Dans l'article 44, § 1er, du même décret, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le Gouvernement transmet à la Cour des Comptes le compte général de l'entité établi conformément aux articles 41 à 43 au plus tard le 30 juin, et les comptes généraux annuels des organismes de type 1 et des entreprises régionales établis conformément à l'article 97 au plus tard le 15 avril.
La Cour fait parvenir ces comptes généraux, accompagnés de ses observations et des certifications qu'elle délivre conformément aux articles 52 et 102, § 1er, au Parlement au plus tard à la fin du mois de juin suivant pour les comptes généraux annuels des organismes de type 1 et des entreprises régionales, et pour le 31 octobre pour le compte général de l'entité. ".
Dans l'article 44, § 2, alinéa 1er, du même décret, les mots " 31 août " sont remplacés par les mots " 30 novembre " et les mots " 31 octobre " sont remplacés par les mots " 31 décembre ".
- article 61 relatif à l'octroi des subventions et des prix, pour ce qui concerne les dispositions relatives à l'octroi des subventions.
Par mesure transitoire également, les dispositions relatives au contrôle de l'emploi des subventions restent soumises aux dispositions des lois coordonnées le 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat.
En outre, à l'article 41, alinéa 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " 31 mars " sont remplacés par les mots " 15 juin ".
Dans l'article 44, § 1er, du même décret, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le Gouvernement transmet à la Cour des Comptes le compte général de l'entité établi conformément aux articles 41 à 43 au plus tard le 30 juin, et les comptes généraux annuels des organismes de type 1 et des entreprises régionales établis conformément à l'article 97 au plus tard le 15 avril.
La Cour fait parvenir ces comptes généraux, accompagnés de ses observations et des certifications qu'elle délivre conformément aux articles 52 et 102, § 1er, au Parlement au plus tard à la fin du mois de juin suivant pour les comptes généraux annuels des organismes de type 1 et des entreprises régionales, et pour le 31 octobre pour le compte général de l'entité. ".
Dans l'article 44, § 2, alinéa 1er, du même décret, les mots " 31 août " sont remplacés par les mots " 30 novembre " et les mots " 31 octobre " sont remplacés par les mots " 31 décembre ".
Art. 172. In afwijking van artikel 21, § 3, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de schuldvorderingen die niet aan de oorspronkelijke begunstigde kunnen worden betaald wegens een juridische of administratieve belemmering die naar behoren is gemeld of uitvoerbaar is gemaakt, voor het jaar 2023 behandeld door de Directie Controle van de uitgaven (voormalige Directie administratieve Boekhouding), van de Directie Financiering en Ontvangsten of de Directie Geschillen van de Thesaurie, overeenkomstig de door de Minister van Begroting vastgestelde modaliteiten.
Art. 172. Pour l'année 2023, par dérogation à l'article 21, § 3, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les créances qui ne peuvent être versées au bénéficiaire originaire en raison de tout obstacle juridique ou administratif dûment notifié ou rendu opposable sont traitées au sein de la Direction du Contrôle des dépenses (ex Direction de la Comptabilité administrative), de la Direction du Financement et des Recettes ou de la Direction du Contentieux de Trésorerie, selon les modalités fixées par le Ministre du Budget.
Art. 173. In geval van ontoereikende kredieten op de basisallocaties (vakdomeinen) die voor de bezoldiging van het personeel en voor de daarmee verbonden subsidies zoals de vergoedingen voor telewerk dienen, kan de betaling uitgevoerd worden door middel van geldvoorschotten en in de boekhouding geregulariseerd worden.
Art. 173. En cas d'insuffisance de crédits sur les articles de base (les domaines fonctionnels) supportant la rémunération du personnel et indemnités connexes telles les indemnités de télétravail, le paiement peut être effectué sur avances de trésorerie et faire l'objet d'une écriture de régularisation dans la comptabilité.
Art. 174. De leden van de Regering worden ertoe gemachtigd om prijzen toe te kennen.
Art. 174. Les membres du Gouvernement sont autorisés à accorder des prix.
Art. 175. Op grond van een behoorlijk gemotiveerde aanvraag van de Gemeenteraad, kan een gemeente een aanvraag indienen tot opheffing van de omtrek van een erkende verrichting van stadsvernieuwing op haar grondgebied.
Na raadpleging van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling "Operationele inrichting" - die zijn advies uitbrengt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier, bij gebreke waarvan het advies gunstig wordt geacht - (de termijn wordt geschorst van 16 juli tot 15 augustus) -, en op basis van het advies van de Administratie, kan de Waalse Regering het besluit tot erkenning van deze stadsvernieuwingsoperatie intrekken.
Bij opheffing vóór de periode van vijftien jaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties en met inachtneming van de in dit artikel 5, tweede lid, bepaalde maximale duur van vijftien jaar beschikt de gemeente over twee jaar om de ontwerpen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een subsidiëringsbesluit, uit te voeren en om de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, in te dienen. Zoniet kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies.<0
Na afloop van de hierboven vermelde periode van vijftien jaar, kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies waarvoor ze vóór die vervaldatum de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, niet ingediend heeft.
Na raadpleging van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling "Operationele inrichting" - die zijn advies uitbrengt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier, bij gebreke waarvan het advies gunstig wordt geacht - (de termijn wordt geschorst van 16 juli tot 15 augustus) -, en op basis van het advies van de Administratie, kan de Waalse Regering het besluit tot erkenning van deze stadsvernieuwingsoperatie intrekken.
Bij opheffing vóór de periode van vijftien jaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties en met inachtneming van de in dit artikel 5, tweede lid, bepaalde maximale duur van vijftien jaar beschikt de gemeente over twee jaar om de ontwerpen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een subsidiëringsbesluit, uit te voeren en om de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, in te dienen. Zoniet kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies.<0
Na afloop van de hierboven vermelde periode van vijftien jaar, kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies waarvoor ze vóór die vervaldatum de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, niet ingediend heeft.
Art. 175. Sur la base d'une demande dûment motivée émanant du Conseil communal, une commune peut introduire une demande d'abrogation du périmètre d'une opération de rénovation urbaine reconnue sur son territoire.
Après consultation du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - qui émet son avis dans les quarante-cinq jours de la réception du dossier, faute de quoi l'avis est réputé favorable - le cours du délai étant suspendu du 16 juillet au 15 août -, et sur la base de l'avis rendu par l'administration, le Gouvernement wallon peut abroger l'arrêté de reconnaissance de cette opération de rénovation urbaine.
En cas d'abrogation avant la fin de la période de quinze ans visée à l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine et dans le respect de la durée maximale de quinze ans définie par cet article 5, alinéa 2, la commune dispose de deux ans pour mettre en oeuvre les projets qui ont fait l'objet d'un arrêté de subvention et pour introduire les documents permettant la libération des subsides y afférant. A défaut, la commune perd le bénéfice des subsides.
A l'échéance de la période de quinze ans visée ci-avant, la commune perd le bénéfice des subsides pour lesquels elle n'a pas introduit avant cette échéance les documents permettant la libération des subsides y afférant.
Après consultation du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - qui émet son avis dans les quarante-cinq jours de la réception du dossier, faute de quoi l'avis est réputé favorable - le cours du délai étant suspendu du 16 juillet au 15 août -, et sur la base de l'avis rendu par l'administration, le Gouvernement wallon peut abroger l'arrêté de reconnaissance de cette opération de rénovation urbaine.
En cas d'abrogation avant la fin de la période de quinze ans visée à l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine et dans le respect de la durée maximale de quinze ans définie par cet article 5, alinéa 2, la commune dispose de deux ans pour mettre en oeuvre les projets qui ont fait l'objet d'un arrêté de subvention et pour introduire les documents permettant la libération des subsides y afférant. A défaut, la commune perd le bénéfice des subsides.
A l'échéance de la période de quinze ans visée ci-avant, la commune perd le bénéfice des subsides pour lesquels elle n'a pas introduit avant cette échéance les documents permettant la libération des subsides y afférant.
Art. 176. Artikel R.419, § 1, van het Waterwetboek wordt aangevuld als volgt:
"12° De financiering van internationale ontwikkelingsprojecten voor de toegang tot water of de sanering van afvalwater in derdewereldlanden, alsook van de projecten met betrekking tot de strijd tegen de klimaatopwarming".
"12° De financiering van internationale ontwikkelingsprojecten voor de toegang tot water of de sanering van afvalwater in derdewereldlanden, alsook van de projecten met betrekking tot de strijd tegen de klimaatopwarming".
Art. 176. L'article R.419, § 1er, du Code de l'Eau, est complété comme suit :
" 12° le financement de projets internationaux de développement pour l'accès à l'eau ou l'assainissement des eaux usées dans des pays du tiers-monde, ainsi que les projets relatifs à la lutte contre le réchauffement climatique ".
" 12° le financement de projets internationaux de développement pour l'accès à l'eau ou l'assainissement des eaux usées dans des pays du tiers-monde, ainsi que les projets relatifs à la lutte contre le réchauffement climatique ".
Art. 177. De uitwerking van de artikelen 453 tot 456 van het besluit van de Waalse Regering van 14 maart 2008 betreffende de toekenning van subsidies voor handelingen en werken in herin te richten locaties wordt behouden voor wat betreft de voorwaarden voor de toekenning van subsidies, de procedure voor de toekenning van subsidies, de berekeningsgrondslag, het percentage, de procedure voor de uitbetaling en de terugvordering van subsidie tot de definitieve oplevering van de handelingen en werken ten opzichte van de inrichtingen opgenomen door de Regering in de alternatieve financieringsplannen SOWAFINAL vóór de inwerkingtreding van het decreet van 20 juli 2016 tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Erfgoed en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
Art. 177. Les effets des articles 453 à 456 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 mars 2008 relatifs à l'octroi de subventions pour les actes et travaux dans les sites à réaménager sont maintenus concernant les conditions d'octroi des subsides, la procédure d'octroi de subside, la base de calcul, le taux, la procédure de liquidation et de récupération de subside, jusqu'à la réception définitive des actes et travaux, à l'égard des aménagements inscrits par le Gouvernement dans les programmes de financement alternatif SOWAFINAL avant l'entrée en vigueur du décret du 20 juillet 2016 abrogeant le décret du 24 avril 2014 abrogeant les articles 1er à 128 et 129quater à 184 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et du Patrimoine et formant le Code du Développement territorial.
Art. 178. Wijzigingsbepaling van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling waarvan de inwerkingtreding op 1 juni 2017 wordt bepaald.
In artikel D.IV.9, eerste lid, punt 1°, van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, worden de woorden " vóór de inwerkingtreding van het gewestplan " ingevoegd tussen de woorden " tussen twee opgetrokken woningen " en de woorden " of tussen een woning die is opgetrokken ".
In artikel D.IV.9, eerste lid, punt 1°, van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, worden de woorden " vóór de inwerkingtreding van het gewestplan " ingevoegd tussen de woorden " tussen twee opgetrokken woningen " en de woorden " of tussen een woning die is opgetrokken ".
Art. 178. Disposition modificative du Code du Développement Territorial dont l'entrée en vigueur est fixée au 1er juin 2017.
Dans l'article D.IV.9, alinéa 1er, point 1°, du Code du Développement Territorial, entre les mots " deux habitations construites " et les mots " ou entre une habitation construite " sont insérés les mots " avant l'entrée en vigueur du plan de secteur ".
Dans l'article D.IV.9, alinéa 1er, point 1°, du Code du Développement Territorial, entre les mots " deux habitations construites " et les mots " ou entre une habitation construite " sont insérés les mots " avant l'entrée en vigueur du plan de secteur ".
Art. 179. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten tussen de "Sofico" als opdrachtgever, waarbij de dienstverlener de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Waalse Gewest moet ontwerpen, moderniseren, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen van de "Sofico", in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2010, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 april 2014, 11 juni 2015, 24 maart 2016 en 23 februari 2017 ;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° Sofico: de " Société wallonne de Financement complémentaire des infrastructures " (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren);
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de " SOFICO " van alle door laatstgenoemde verschuldigde bedragen, aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Gewest.
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten tussen de "Sofico" als opdrachtgever, waarbij de dienstverlener de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Waalse Gewest moet ontwerpen, moderniseren, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen van de "Sofico", in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2010, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 april 2014, 11 juni 2015, 24 maart 2016 en 23 februari 2017 ;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° Sofico: de " Société wallonne de Financement complémentaire des infrastructures " (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren);
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de " SOFICO " van alle door laatstgenoemde verschuldigde bedragen, aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Gewest.
Art. 179. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° contrat PPP : le contrat conclu par la Sofico comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit concevoir, moderniser, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition de la Sofico les équipements d'éclairage public du réseau structurant de la Région wallonne, au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 avril 2010, tel que modifié par arrêtés du Gouvernement wallon du 24 avril 2014, 11 juin 2015, 24 mars 2016 et du 23 février 2017;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° Sofico : la Société wallonne de Financement Complémentaire des infrastructures;
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Sofico de toutes les sommes dues par cette dernière au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'éclairage public du réseau structurant de la Région.
1° contrat PPP : le contrat conclu par la Sofico comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit concevoir, moderniser, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition de la Sofico les équipements d'éclairage public du réseau structurant de la Région wallonne, au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 avril 2010, tel que modifié par arrêtés du Gouvernement wallon du 24 avril 2014, 11 juin 2015, 24 mars 2016 et du 23 février 2017;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° Sofico : la Société wallonne de Financement Complémentaire des infrastructures;
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Sofico de toutes les sommes dues par cette dernière au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'éclairage public du réseau structurant de la Région.
Art. 180. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de door "OTW" als opdrachtgever gesloten overeenkomst waarbij de aannemer een tramlijn in Luik bouwt, financiert, beheert, onderhoudt en levert;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ; 3° 3° "OTW" :de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator); 4° Gewest: het Waalse Gewest.<0
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de "OTW" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de ontwikkeling van een tramlijn in Luik.
1° PPS-overeenkomst: de door "OTW" als opdrachtgever gesloten overeenkomst waarbij de aannemer een tramlijn in Luik bouwt, financiert, beheert, onderhoudt en levert;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ; 3° 3° "OTW" :de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator); 4° Gewest: het Waalse Gewest.<0
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de "OTW" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de ontwikkeling van een tramlijn in Luik.
Art. 180. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° contrat PPP : le contrat conclu par l'OTW comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit construire, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition une ligne de tram à Liège;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu; 3° OTW : l'Opérateur de transport de Wallonie; 4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par l'OTW de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'aménagement d'une ligne de tram à Liège.
1° contrat PPP : le contrat conclu par l'OTW comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit construire, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition une ligne de tram à Liège;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu; 3° OTW : l'Opérateur de transport de Wallonie; 4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par l'OTW de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'aménagement d'une ligne de tram à Liège.
Art. 181. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° CPE-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door het Gewest of een "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheid) als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener de woningen moet renoveren, financieren en onderhouden;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de CPE-overeenkomst is gesloten ;
3° Gewest: het Waalse Gewest.
4° "UAP" : Waalse openbare bestuurseenheid .
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door het Gewest of een "UAP" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de CPE-overeenkomst.
1° CPE-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door het Gewest of een "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheid) als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener de woningen moet renoveren, financieren en onderhouden;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de CPE-overeenkomst is gesloten ;
3° Gewest: het Waalse Gewest.
4° "UAP" : Waalse openbare bestuurseenheid .
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door het Gewest of een "UAP" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de CPE-overeenkomst.
Art. 181. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° Contrat CPE : le contrat conclu par la Région ou une UAP comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit rénover, financer et entretenir des logements;
2° Prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat CPE a été conclu;
3° Région : la Région wallonne;
4° UAP : unité d'administration publique wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Région ou une UAP de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat CPE.
1° Contrat CPE : le contrat conclu par la Région ou une UAP comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit rénover, financer et entretenir des logements;
2° Prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat CPE a été conclu;
3° Région : la Région wallonne;
4° UAP : unité d'administration publique wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Région ou une UAP de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat CPE.
Art. 182. Artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt aangevuld met de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)".
In de artikelen 52/1, 79, § 2, en 87, § 6, van hetzelfde decreet worden de woorden "de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de woorden "op de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "op de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" bedoeld in artikel 3, § 1, 6, van hetzelfde decreet.
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In afwijking van artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt wordt de dotatie van de "Commission wallonne pour l énergie" (CWAPE) (Waalse Commissie voor Energie) in 2023 op 7.180.000 euro vastgesteld.
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 (van vakdomein 083.010 (ESER-cide 41)) van programma 16.31 (WBFIN-programma 16.083).
In de artikelen 52/1, 79, § 2, en 87, § 6, van hetzelfde decreet worden de woorden "de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de woorden "op de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "op de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" bedoeld in artikel 3, § 1, 6, van hetzelfde decreet.
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In afwijking van artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt wordt de dotatie van de "Commission wallonne pour l énergie" (CWAPE) (Waalse Commissie voor Energie) in 2023 op 7.180.000 euro vastgesteld.
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 (van vakdomein 083.010 (ESER-cide 41)) van programma 16.31 (WBFIN-programma 16.083).
Art. 182. L'article 3, § 1er, 6°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est complété par les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie ".
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget , aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Par dérogation à l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, la dotation de la Commission wallonne pour l'énergie (CWAPE) est fixée à 7.180.000 euros en 2023.
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 (du domaine fonctionnel 083.010 (code SEC 41)) du programme 16.31 (programme WBFIN 16.083).
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget , aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Par dérogation à l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, la dotation de la Commission wallonne pour l'énergie (CWAPE) est fixée à 7.180.000 euros en 2023.
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 (du domaine fonctionnel 083.010 (code SEC 41)) du programme 16.31 (programme WBFIN 16.083).
Art. 183. Artikel 6, tweede lid, van het decreet van 1 april 1999 houdende oprichting van de publiekrechtelijke N.V. " SARSI " wordt gewijzigd als volgt:
"Het kadastrale inkomen van de goederen van de vennootschap wordt vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover die goederen zelf onproductief zijn of het voorwerp uitmaken van een herbestemming.".
"Het kadastrale inkomen van de goederen van de vennootschap wordt vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover die goederen zelf onproductief zijn of het voorwerp uitmaken van een herbestemming.".
Art. 183. L'article 6, alinéa 2, du décret du 1er avril 1999 portant création de la SA de droit public SARSI est modifié comme suit :
" Le revenu cadastral des biens de la société est exonéré du précompte immobilier, pour autant que ces biens soient improductifs par eux-mêmes ou fassent l'objet d'une réaffectation. ".
" Le revenu cadastral des biens de la société est exonéré du précompte immobilier, pour autant que ces biens soient improductifs par eux-mêmes ou fassent l'objet d'une réaffectation. ".
Art. 184. Artikel 2, paragraaf 3, van het decreet van 29 oktober 2015 oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
11° de verhuur, de aankoop en het onderhoud van materieel voor bedrijven met het oog op het onderhoud van het wegen- en autowegennetwerk.".
11° de verhuur, de aankoop en het onderhoud van materieel voor bedrijven met het oog op het onderhoud van het wegen- en autowegennetwerk.".
Art. 184. L'article 2, paragraphe 3, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est complété par ce qui suit :
11° à la location, à l'achat et l'entretien de matériel pour les régies afin d'entretenir le réseau routier et autoroutier.
11° à la location, à l'achat et l'entretien de matériel pour les régies afin d'entretenir le réseau routier et autoroutier.
Art. 185. Artikel 3, paragraaf 3, 2°, van het decreet van 29 oktober 2015 oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
"2° het onderhoud, de bouw en de renovatie van voornoemd netwerk, met inbegrip van de tegemoetkomingen ten gunste van de "SOFICO".
"2° het onderhoud, de bouw en de renovatie van voornoemd netwerk, met inbegrip van de tegemoetkomingen ten gunste van de "SOFICO".
Art. 185. L'article 3, paragraphe 3, 2°, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est remplacé par ce qui suit :
" 2° à l'entretien, la construction et la rénovation du réseau précité en ce compris les interventions en faveur de la SOFICO ".
" 2° à l'entretien, la construction et la rénovation du réseau précité en ce compris les interventions en faveur de la SOFICO ".
Art. 186. Artikel 3, paragraaf 29, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
9° de aankoop van kleding en uniformen voor de personeelsleden van de Domaniale politie en de sluiswachters;
10° de aankoop van technische voertuigen, met name voor de steengroeve van Gore;
11° de valorisatie en het herstel van huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren;
12° de aankoop en de opvolging van de zogenaamde "slimme" meters.
9° de aankoop van kleding en uniformen voor de personeelsleden van de Domaniale politie en de sluiswachters;
10° de aankoop van technische voertuigen, met name voor de steengroeve van Gore;
11° de valorisatie en het herstel van huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren;
12° de aankoop en de opvolging van de zogenaamde "slimme" meters.
Art. 186. L'article 3, paragraphe 3, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est complété par ce qui suit :
9° à l'achat de vêtements et uniformes pour les agents de la Police Domaniale et les éclusiers;
10° à l'achat de véhicules techniques notamment pour la carrière de Gore;
11° à la valorisation et remise en état de maisons du SPW Mobilité et Infrastructures;
12° à l'achat et suivi de compteurs dits " intelligents ".
9° à l'achat de vêtements et uniformes pour les agents de la Police Domaniale et les éclusiers;
10° à l'achat de véhicules techniques notamment pour la carrière de Gore;
11° à la valorisation et remise en état de maisons du SPW Mobilité et Infrastructures;
12° à l'achat et suivi de compteurs dits " intelligents ".
Art. 187. In het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.e.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt artikel 3, eerste lid, aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt:
"5° het gezondheidsmilieu".".
"5° het gezondheidsmilieu".".
Art. 187. Dans le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.), est inséré à l'article 3, alinéa 1er, un 5° rédigé comme suit :
" 5° l'environnement santé. ".
" 5° l'environnement santé. ".
Art. 188. In het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.e.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt artikel 7 aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten subsidies verlenen voor acties op het gebied van het gezondheidsmilieu. Deze subsidies kunnen worden toegekend in het kader van de uitvoering van de maatregelen van het door de Regering goedgekeurde milieu-gezondheidsplan (ENVIeS) en kunnen worden toegekend aan de particuliere sector, de overheidssector of aan universiteiten.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van de toelagen."
" § 3. De Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten subsidies verlenen voor acties op het gebied van het gezondheidsmilieu. Deze subsidies kunnen worden toegekend in het kader van de uitvoering van de maatregelen van het door de Regering goedgekeurde milieu-gezondheidsplan (ENVIeS) en kunnen worden toegekend aan de particuliere sector, de overheidssector of aan universiteiten.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van de toelagen."
Art. 188. Dans le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.), est inséré à l'article 7, un 3e paragraphe rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement peut octroyer des subventions, dans les limites des crédits budgétaires, pour des actions dans le domaine de l'environnementsanté. Ces subventions peuvent intervenir dans le cadre de la mise en oeuvre des mesures du plan environnement-santé (ENVIeS) adopté par le Gouvernement et être octroyées au secteur privé, au secteur public ou à des universités.
Le Gouvernement arrête les conditions et les modalités d'octroi des subventions. ".
" § 3. Le Gouvernement peut octroyer des subventions, dans les limites des crédits budgétaires, pour des actions dans le domaine de l'environnementsanté. Ces subventions peuvent intervenir dans le cadre de la mise en oeuvre des mesures du plan environnement-santé (ENVIeS) adopté par le Gouvernement et être octroyées au secteur privé, au secteur public ou à des universités.
Le Gouvernement arrête les conditions et les modalités d'octroi des subventions. ".
Art. 189. In artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019 betreffende milieudeliquentie worden de woorden "en wanneer deze verhoging van dien aard is dat ze het welzijn van de dieren aantast" ingevoegd na de woorden "of wanneer ze het aantal dieren van de inrichting verhoogt".
Art. 189. Dans l'article 10 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié la dernière fois par le décret du 6 mai 2019 relatif à la délinquance environnementale, les mots " et que cet accroissement est de nature à porter atteinte au bien-être des animaux " sont insérés après les mots " ou lorsqu'elle accroît le nombre d'animaux faisant l'objet de l'établissement ".
Art. 190. § 1. Voor het boekjaar 2023 worden de bedragen in de tabel van artikel 318 van het reglementair deel van het Waalse wetboek van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 2. Voor de centra die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2018 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van § 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 3. Voor de centra die vanaf 1 januari 2019 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van paragraaf 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid, geïndexeerd.
§ 2. Voor de centra die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2018 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van § 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 3. Voor de centra die vanaf 1 januari 2019 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van paragraaf 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid, geïndexeerd.
Art. 190. § 1er. Pour l'exercice 2023, les montants du tableau repris à l'article 318 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé sont indexés et majorés d'un pourcent.
§ 2. Pour les centres agréés entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2018, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé et majoré d'un pourcent.
§ 3. Pour les centres agréés à partir du 1er janvier 2019, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé.
§ 2. Pour les centres agréés entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2018, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé et majoré d'un pourcent.
§ 3. Pour les centres agréés à partir du 1er janvier 2019, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé.
Art. 191. De erkenningen van de arbeidsgeneeskundige diensten bedoeld in artikel 106 van het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming, vallend onder het Waals Gewest en verstrijkend op 31 december 2022, worden van rechtswege verlengd tot 31 december 2023.
Art. 191. Les agréments des services médicaux du travail visés à l'article 106 du Règlement général de la protection au travail relevant de la Région wallonne et arrivant à échéance au 31 décembre 2022 sont renouvelés de plein droit jusqu'au 31 décembre 2023.
Art. 192. Artikel 469 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 469. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering of diens afgevaardigde, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt.
Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Het aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum.
De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.
Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85% van de toelage.
Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking.
De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht.
De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte.".
"Art. 469. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering of diens afgevaardigde, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt.
Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Het aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum.
De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.
Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85% van de toelage.
Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking.
De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht.
De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte.".
Art. 192. L'article 469 du Code wallon de l'action sociale et de la santé est remplacé par ce qui suit :
" Art. 469. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement ou son délégué octroie au centre de coordination agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre, suivant les conditions et modalités qu'il fixe.
Cette subvention est destinée à couvrir les frais de rémunération des professionnels qualifiés visés aux articles 448 à 450 ainsi que les frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément du centre agréé.
La subvention est composée d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
La partie forfaitaire équivaut à 85% de la subvention.
La partie variable, représentant le solde de la subvention, vise à prendre en compte le dynamisme du centre de coordination agréé.
Les critères de calcul de cette partie de la subvention tiennent compte de l'activité moyenne de chaque centre de coordination agréé. Le Gouvernement est habilité à détailler l'activité effectuée par chaque centre selon des indicateurs, élaborés en concertation avec les fédérations, tenant compte de la charge de travail inhérente à chaque type de mission.
Le Gouvernement fixe les modalités de répartition de la partie variable. ".
" Art. 469. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement ou son délégué octroie au centre de coordination agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre, suivant les conditions et modalités qu'il fixe.
Cette subvention est destinée à couvrir les frais de rémunération des professionnels qualifiés visés aux articles 448 à 450 ainsi que les frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément du centre agréé.
La subvention est composée d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
La partie forfaitaire équivaut à 85% de la subvention.
La partie variable, représentant le solde de la subvention, vise à prendre en compte le dynamisme du centre de coordination agréé.
Les critères de calcul de cette partie de la subvention tiennent compte de l'activité moyenne de chaque centre de coordination agréé. Le Gouvernement est habilité à détailler l'activité effectuée par chaque centre selon des indicateurs, élaborés en concertation avec les fédérations, tenant compte de la charge de travail inhérente à chaque type de mission.
Le Gouvernement fixe les modalités de répartition de la partie variable. ".
Art. 193. [1 § 1. Dit artikel is van toepassing op toeristische operatoren die hun activiteiten niet meer volledig kunnen voortzetten als gevolg van de door de overstromingen van juli 2021 veroorzaakte schade.
Om het bestaan van hun schuldvordering en de totale onmogelijkheid om hun activiteiten voort te zetten aan te tonen, moeten de toeristische operatoren de volgende documenten en stukken per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek, aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme zenden :
1° de volledige gegevens van de toeristische operator die de schorsing vraagt van de voorwaarden met betrekking tot het behoud van zijn vergunning of erkenning bedoeld in artikel 3 van dit "boek";
2° een uittreksel uit de kadastrale legger ter illustratie van de situatie van de infrastructuren of uitrustingen waarvan het gebruik ten gevolge van de ramp onmogelijk is gemaakt;
3° de aangifte van de schade bij de verzekeringsmaatschappij van de toeristische operator.
§ 2. Bepaalde voorwaarden voor het behoud van de vergunning of de erkenning van de toeristische operator, bepaald in het Waalse Toerismewetboek, worden geschorst vanaf 14 juli 2021 voor een periode van maximum vijf jaar of op de datum van de vervroegde hervatting van de activiteit, die aan het Commissariaat-Generaal voor Toerisme moet worden gemeld per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek:
1° met betrekking tot toeristische organisaties en attracties, gaat het om voorwaarden met betrekking tot de toegankelijkheid van de lokalen voor het publiek, de openingsuren, de aanwezigheid van een personeelslid in de lokalen;
2° wat toeristische logiesverstrekking betreft, gaat het om voorwaarden met betrekking tot het toeristisch gebruik van de logiesverstrekking of het verstrekken van logies aan toeristen of via verenigingen voor sociaal toerisme en hun aangeslotenen.
Behalve in het geval van een bij ministerieel besluit toegestane afwijking blijven de overige voorwaarden voor handhaving van de vergunning of erkenning van toeristische ondernemingen van toepassing.
De in § 2, eerste lid, bedoelde voorwaarden worden eveneens opgeschort wat betreft de voortzetting van het voordeel van de aan deze toeristische operatoren toegekende subsidies vanaf 14 juli 2021 voor een maximumperiode van vijf jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de activiteit.
§ 3. In geval van totale vernietiging van het voorwerp waarop het subsidiebesluit betrekking heeft en de onmogelijkheid om het te herstellen, vervalt de voorwaarde om het gebruik ervan als toeristische attractie te handhaven voor het resterende deel van de periode waarin de subsidie is verleend en gehandhaafd.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.]1
Om het bestaan van hun schuldvordering en de totale onmogelijkheid om hun activiteiten voort te zetten aan te tonen, moeten de toeristische operatoren de volgende documenten en stukken per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek, aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme zenden :
1° de volledige gegevens van de toeristische operator die de schorsing vraagt van de voorwaarden met betrekking tot het behoud van zijn vergunning of erkenning bedoeld in artikel 3 van dit "boek";
2° een uittreksel uit de kadastrale legger ter illustratie van de situatie van de infrastructuren of uitrustingen waarvan het gebruik ten gevolge van de ramp onmogelijk is gemaakt;
3° de aangifte van de schade bij de verzekeringsmaatschappij van de toeristische operator.
§ 2. Bepaalde voorwaarden voor het behoud van de vergunning of de erkenning van de toeristische operator, bepaald in het Waalse Toerismewetboek, worden geschorst vanaf 14 juli 2021 voor een periode van maximum vijf jaar of op de datum van de vervroegde hervatting van de activiteit, die aan het Commissariaat-Generaal voor Toerisme moet worden gemeld per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek:
1° met betrekking tot toeristische organisaties en attracties, gaat het om voorwaarden met betrekking tot de toegankelijkheid van de lokalen voor het publiek, de openingsuren, de aanwezigheid van een personeelslid in de lokalen;
2° wat toeristische logiesverstrekking betreft, gaat het om voorwaarden met betrekking tot het toeristisch gebruik van de logiesverstrekking of het verstrekken van logies aan toeristen of via verenigingen voor sociaal toerisme en hun aangeslotenen.
Behalve in het geval van een bij ministerieel besluit toegestane afwijking blijven de overige voorwaarden voor handhaving van de vergunning of erkenning van toeristische ondernemingen van toepassing.
De in § 2, eerste lid, bedoelde voorwaarden worden eveneens opgeschort wat betreft de voortzetting van het voordeel van de aan deze toeristische operatoren toegekende subsidies vanaf 14 juli 2021 voor een maximumperiode van vijf jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de activiteit.
§ 3. In geval van totale vernietiging van het voorwerp waarop het subsidiebesluit betrekking heeft en de onmogelijkheid om het te herstellen, vervalt de voorwaarde om het gebruik ervan als toeristische attractie te handhaven voor het resterende deel van de periode waarin de subsidie is verleend en gehandhaafd.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.]1
Modifications
Art. 193. [1 § 1er. Le présent article s'applique aux opérateurs touristiques qui ne sont plus en mesure de poursuivre la totalité de leurs activités en raison de dégâts causés par les inondations du mois de juillet 2021.
Afin de démontrer l'existence de leur sinistre et l'impossibilité totale de poursuivre leurs activités, les opérateurs touristiques doivent communiquer au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme, les documents et pièces suivants :
1° les coordonnées complètes de l'opérateur touristique demandeur d'une suspension des conditions relatives au maintien de son autorisation ou reconnaissance visée à l'article 3 du présent " livre ";
2° un extrait de la matrice cadastrale illustrant la situation des infrastructures ou équipements dont l'utilisation est rendue impossible à la suite du sinistre;
3° la déclaration de sinistre réalisée auprès de la compagnie d'assurances de l'opérateur touristique.
§ 2. Certaines conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'opérateur touristique fixées par le Code wallon du Tourisme sont suspendues à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans à la date de reprise anticipée de l'activité, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme :
1° en ce qui concerne les organismes et attractions touristiques, il s'agit des conditions relatives à l'accessibilité des locaux par le public, aux heures d'ouverture, à la présence d'un membre du personnel sur place;
2° en ce qui concerne les hébergements touristiques, il s'agit des conditions à l'affectation touristique de l'hébergement ou à la mise à la disposition de l'hébergement à des touristes ou par le biais des associations de tourisme social et de leurs affiliés.
Sauf en cas de dérogation accordée par arrêté ministériel, les autres conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance des opérateurs touristiques restent applicables.
Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, sont suspendues également en ce qui concerne le maintien du bénéfice des subventions allouées à ces opérateurs touristiques à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans ou à la date de reprise anticipée de l'activité.
§ 3. En cas de destruction totale de l'objet visé par l'arrêté de subvention et de l'impossibilité de le restaurer à l'identique, la condition du maintien d'affectation touristique est éteinte pour le restant de la durée relative à l'octroi et au maintien du subventionnement.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021.]1
Afin de démontrer l'existence de leur sinistre et l'impossibilité totale de poursuivre leurs activités, les opérateurs touristiques doivent communiquer au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme, les documents et pièces suivants :
1° les coordonnées complètes de l'opérateur touristique demandeur d'une suspension des conditions relatives au maintien de son autorisation ou reconnaissance visée à l'article 3 du présent " livre ";
2° un extrait de la matrice cadastrale illustrant la situation des infrastructures ou équipements dont l'utilisation est rendue impossible à la suite du sinistre;
3° la déclaration de sinistre réalisée auprès de la compagnie d'assurances de l'opérateur touristique.
§ 2. Certaines conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'opérateur touristique fixées par le Code wallon du Tourisme sont suspendues à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans à la date de reprise anticipée de l'activité, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D.22°, du Code wallon du Tourisme :
1° en ce qui concerne les organismes et attractions touristiques, il s'agit des conditions relatives à l'accessibilité des locaux par le public, aux heures d'ouverture, à la présence d'un membre du personnel sur place;
2° en ce qui concerne les hébergements touristiques, il s'agit des conditions à l'affectation touristique de l'hébergement ou à la mise à la disposition de l'hébergement à des touristes ou par le biais des associations de tourisme social et de leurs affiliés.
Sauf en cas de dérogation accordée par arrêté ministériel, les autres conditions de maintien de l'autorisation ou de la reconnaissance des opérateurs touristiques restent applicables.
Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, sont suspendues également en ce qui concerne le maintien du bénéfice des subventions allouées à ces opérateurs touristiques à dater du 14 juillet 2021 pour une période maximale de cinq ans ou à la date de reprise anticipée de l'activité.
§ 3. En cas de destruction totale de l'objet visé par l'arrêté de subvention et de l'impossibilité de le restaurer à l'identique, la condition du maintien d'affectation touristique est éteinte pour le restant de la durée relative à l'octroi et au maintien du subventionnement.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021.]1
Modifications
Art. 194. § 1. Dit artikel is van toepassing op de toeristische accommodaties die ter beschikking van slachtoffers van rampen worden gesteld voor een periode van ten minste drie maanden.
§ 2. De machtigingen of erkenningen alsook de subsidies die worden toegekend aan toeristische accommodaties die ter beschikking worden gesteld van door een ramp getroffen burgers voor een minimumperiode van drie maanden, blijven gehandhaafd niettegenstaande de niet-naleving van de voorwaarde betreffende de handhaving van de toeristische bestemming zoals bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek.
De opschorting van deze voorwaarde als bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek is voorzien voor een maximumperiode van één jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de toeristische activiteit, die per aangetekende brief als bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek aan het "Commissariat Général au Tourisme" moet worden gemeld.
Het voordeel van de opschorting van deze voorwaarde van toeristische bestemming wordt enkel toegekend op voorwaarde dat het "Commissariat général au Tourisme" via een aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek in kennis wordt gesteld van de overeenkomst van precaire bewoning of de huurovereenkomst van woonst, ondertekend door de uitbater of de eigenaar van de toeristische accommodatie en de burger die het slachtoffer is geworden van het ongeval. Het "Commissariat Général au Tourisme" behoudt zich het recht voor de mededeling te verlangen van de schadeaangifte van de gedeponeerde burger aan diens verzekeringsmaatschappij of, bij ontstentenis van verzekering, elk ander bewijs waaruit het bestaan van de schade blijkt.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.
§ 2. De machtigingen of erkenningen alsook de subsidies die worden toegekend aan toeristische accommodaties die ter beschikking worden gesteld van door een ramp getroffen burgers voor een minimumperiode van drie maanden, blijven gehandhaafd niettegenstaande de niet-naleving van de voorwaarde betreffende de handhaving van de toeristische bestemming zoals bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek.
De opschorting van deze voorwaarde als bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek is voorzien voor een maximumperiode van één jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de toeristische activiteit, die per aangetekende brief als bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek aan het "Commissariat Général au Tourisme" moet worden gemeld.
Het voordeel van de opschorting van deze voorwaarde van toeristische bestemming wordt enkel toegekend op voorwaarde dat het "Commissariat général au Tourisme" via een aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek in kennis wordt gesteld van de overeenkomst van precaire bewoning of de huurovereenkomst van woonst, ondertekend door de uitbater of de eigenaar van de toeristische accommodatie en de burger die het slachtoffer is geworden van het ongeval. Het "Commissariat Général au Tourisme" behoudt zich het recht voor de mededeling te verlangen van de schadeaangifte van de gedeponeerde burger aan diens verzekeringsmaatschappij of, bij ontstentenis van verzekering, elk ander bewijs waaruit het bestaan van de schade blijkt.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.
Art. 194. § 1er. Le présent article s'applique aux hébergements touristiques mis à disposition des citoyens sinistrés pour une période minimale de trois mois.
§ 2. Les autorisations ou reconnaissances ainsi que les subventions octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des citoyens sinistrés pour une durée minimale de trois mois sont maintenues nonobstant le non-respect de la condition relative au maintien de l'affectation touristique telle que visée par les dispositions du Code wallon du Tourisme.
La suspension de cette condition visée dans les dispositions du Code wallon du Tourisme est prévue pour une période maximale d'un an ou à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22° du Code wallon du Tourisme.
Le bénéfice de la suspension de cette condition d'affectation touristique n'est accordé qu'à la condition de la communication au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22° du Code wallon du Tourisme, de la convention d'occupation précaire ou du bail d'habitation signé par le gérant ou le propriétaire de l'hébergement touristique et le citoyen sinistré hébergé. Le Commissariat général au Tourisme se réserve la possibilité de solliciter la communication de la déclaration de sinistre du citoyen sinistré hébergé tel que réalisée auprès de la compagnie d'assurances de ce dernier ou, à défaut d'assurances, toute autre preuve démontrant l'existence du sinistre.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021.
§ 2. Les autorisations ou reconnaissances ainsi que les subventions octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des citoyens sinistrés pour une durée minimale de trois mois sont maintenues nonobstant le non-respect de la condition relative au maintien de l'affectation touristique telle que visée par les dispositions du Code wallon du Tourisme.
La suspension de cette condition visée dans les dispositions du Code wallon du Tourisme est prévue pour une période maximale d'un an ou à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée au Commissariat général au Tourisme par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22° du Code wallon du Tourisme.
Le bénéfice de la suspension de cette condition d'affectation touristique n'est accordé qu'à la condition de la communication au Commissariat général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22° du Code wallon du Tourisme, de la convention d'occupation précaire ou du bail d'habitation signé par le gérant ou le propriétaire de l'hébergement touristique et le citoyen sinistré hébergé. Le Commissariat général au Tourisme se réserve la possibilité de solliciter la communication de la déclaration de sinistre du citoyen sinistré hébergé tel que réalisée auprès de la compagnie d'assurances de ce dernier ou, à défaut d'assurances, toute autre preuve démontrant l'existence du sinistre.
Le présent article entre en vigueur avec effet rétroactif à dater du 14 juillet 2021.
Art. 195. In het Waalse Toerismewetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
In artikel 34.D worden de woorden "voor de aanneming van de programma-overeenkomsten" vervangen door de woorden "voor de aanneming en de hernieuwing van de programma-overeenkomsten".
In artikel 34/2.AGW, wordt een nieuw paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 5. Na afloop van de periode van drie jaar bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 5°, wordt een nieuw programma-overeenkomst gesloten die het voorwerp uitmaakt van een nieuwe goedkeuring volgens de procedure bedoeld in paragraaf 1, tenzij de Minister in een vereenvoudigde procedure voor deze goedkeuring voorziet.".
Artikel 207 wordt aangevuld als volgt:
"Voor de ruimten voor de ontvangst op de hoeve bedoeld in artikel 252/1, 1°, van het Wetboek, kan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) de bevoegde overheid verzoeken om een attest van vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling.".
In artikel 252, 2°, worden de woorden "in de onmiddellijke nabijheid van" vervangen door de woorden "bij".
In artikel 402/2, laatst lid, worden de woorden "tien jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
In artikel 434.D, worden de woorden "voor gebouwen en in twee categorieën voor terreinen" ingevoegd tussen de woorden "in drie categorieën" en "volgens de normen die".
In artikel 438.AGW, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt : a) wat de gebouwen betreft:
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 60 jongeren worden opgevangen. b) wat de terreinen betreft:
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 50 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 50 tot minder dan 80 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 80 jongeren worden opgevangen;
Artikel 440. BWR, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
- in 1° worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 332.D" en de woorden ", een afschrift van het brandveiligheidsattest;";
- in 2° worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 347.D" en de woorden ", een afschrift van het vereenvoudigd controleattest;";
- een punt 6° wordt toegevoegd, luidend als volgt: "6° het bewijs dat de betrokken bevoegde gemeentelijke overheid toestemming heeft verleend om jeugdbewegingen op het terrein te ontvangen.".
Artikel 452.D wordt aangevuld als volgt: "De normen van het label kunnen verschillend zijn voor een gebouw of een terrein.".
Artikel 453.D wordt aangevuld als volgt: "Als één enkele VZW aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 455 en 457 van het Wetboek kan voldoen, dan is de verlenging niet beperkt tot één keer.
In artikel 462.D worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in het eerste lid, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen de woorden "van een kampplaats" en de woorden "is afhankelijk van";
- het artikel wordt aangevuld als volgt met een derde en een vierde lid:
"Het label voor de kampplaatsen van de soort "terreinen" wordt onderworpen aan de naleving van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Ze kunnen betrekking hebben op :
1° de kenmerken van het terrein en de omgeving ervan, zoals meer bepaald de opvangcapaciteit ten opzichte van de grondoppervlakte, de toegankelijkheid van het terrein, de afbakening ervan;
2° de uitrusting van het terrein, zoals de toegang tot drinkwater, de terbeschikkingstelling of bouw van sanitaire voorzieningen;
3° de situatie in de nabijheid van het terrein ;
4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van het terrein;
5° de overeenkomst die bij elke bezetting moet worden ondertekend;
6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;
7° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van het terrein;
8° de naleving van de kalmte van de buurt;
Artikel 463.BWR wordt gewijzigd als volgt:
- in het eerste lid, worden de woorden "Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen" vervangen door de woorden " § 1er. Elke kampplaats van de soort "gebouw" moet de volgende criteria vervullen".
- in paragraaf 1, wordt een nieuw tweede lid opgesteld als volgt :
"Elke kampplaats van de soort "terrein" moet de volgende criteria vervullen:
1° hij stemt overeen met de door de Minister bepaalde minimale normen;
2° hij is niet gelegen op hetzelfde terrein als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11° en 12° te gebruiken;
3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;
4° het terrein ziet er verzorgd uit, is in goede staat; voor elke verhuring wordt hij gemaaid;
5° ofwel hij buiten een bewoonde kern gelegen is, op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert, ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats, of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke, ter plaatse voortdurend woont, of in de onmiddellijke nabijheid en, in dit geval, zorgt hij voor de goede toepassing van de huurovereenkomst en voor de strikte naleving van de rust van de omwoners.
De Minister van Toerisme kan de hierboven opgesomde criteria aanvullen.".
- in paragraaf 2, wordt het eerste streepje aangevuld als volgt : "in afwachting van de herziening van bijlage 27 wat de terreinen betreft, kan de Minister beslissen over de elementen die moeten worden opgenomen in de overeenkomsten voor kampplaatsen van de soort "terrein" op basis van een aanpassing van bijlage 27".
- in paragraaf 2, wordt het tweede streepje gewijzigd als volgt : "de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3,5 euro lasten niet inbegrepen, voor gebouwen en 1,5 euro, lasten biet inbegrepen, voor terreinen.
Artikel 464. BWR wordt aangevuld als volgt: "In afwachting van de herziening van bijlage 26 wat de terreinen betreft, kan de Minister van Toerisme beslissen over de normen waaraan de kampplaatsen van de soort "terrein" moeten voldoen met het oog op hun indeling per categorie, op basis van een aanpassing van bijlage 26.
in artikel 465.D, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd na de woorden "van een kampplaats".
Artikel 467.AGW, eerste lid, wordt aangevuld als volgt: "De Minister bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de zichtbaarheid van het schild voor de kampplaatsen van het soort "terrein".".
In artikel 34.D worden de woorden "voor de aanneming van de programma-overeenkomsten" vervangen door de woorden "voor de aanneming en de hernieuwing van de programma-overeenkomsten".
In artikel 34/2.AGW, wordt een nieuw paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 5. Na afloop van de periode van drie jaar bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 5°, wordt een nieuw programma-overeenkomst gesloten die het voorwerp uitmaakt van een nieuwe goedkeuring volgens de procedure bedoeld in paragraaf 1, tenzij de Minister in een vereenvoudigde procedure voor deze goedkeuring voorziet.".
Artikel 207 wordt aangevuld als volgt:
"Voor de ruimten voor de ontvangst op de hoeve bedoeld in artikel 252/1, 1°, van het Wetboek, kan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) de bevoegde overheid verzoeken om een attest van vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling.".
In artikel 252, 2°, worden de woorden "in de onmiddellijke nabijheid van" vervangen door de woorden "bij".
In artikel 402/2, laatst lid, worden de woorden "tien jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
In artikel 434.D, worden de woorden "voor gebouwen en in twee categorieën voor terreinen" ingevoegd tussen de woorden "in drie categorieën" en "volgens de normen die".
In artikel 438.AGW, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt : a) wat de gebouwen betreft:
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 60 jongeren worden opgevangen. b) wat de terreinen betreft:
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 50 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 50 tot minder dan 80 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 80 jongeren worden opgevangen;
Artikel 440. BWR, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
- in 1° worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 332.D" en de woorden ", een afschrift van het brandveiligheidsattest;";
- in 2° worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 347.D" en de woorden ", een afschrift van het vereenvoudigd controleattest;";
- een punt 6° wordt toegevoegd, luidend als volgt: "6° het bewijs dat de betrokken bevoegde gemeentelijke overheid toestemming heeft verleend om jeugdbewegingen op het terrein te ontvangen.".
Artikel 452.D wordt aangevuld als volgt: "De normen van het label kunnen verschillend zijn voor een gebouw of een terrein.".
Artikel 453.D wordt aangevuld als volgt: "Als één enkele VZW aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 455 en 457 van het Wetboek kan voldoen, dan is de verlenging niet beperkt tot één keer.
In artikel 462.D worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in het eerste lid, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen de woorden "van een kampplaats" en de woorden "is afhankelijk van";
- het artikel wordt aangevuld als volgt met een derde en een vierde lid:
"Het label voor de kampplaatsen van de soort "terreinen" wordt onderworpen aan de naleving van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Ze kunnen betrekking hebben op :
1° de kenmerken van het terrein en de omgeving ervan, zoals meer bepaald de opvangcapaciteit ten opzichte van de grondoppervlakte, de toegankelijkheid van het terrein, de afbakening ervan;
2° de uitrusting van het terrein, zoals de toegang tot drinkwater, de terbeschikkingstelling of bouw van sanitaire voorzieningen;
3° de situatie in de nabijheid van het terrein ;
4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van het terrein;
5° de overeenkomst die bij elke bezetting moet worden ondertekend;
6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;
7° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van het terrein;
8° de naleving van de kalmte van de buurt;
Artikel 463.BWR wordt gewijzigd als volgt:
- in het eerste lid, worden de woorden "Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen" vervangen door de woorden " § 1er. Elke kampplaats van de soort "gebouw" moet de volgende criteria vervullen".
- in paragraaf 1, wordt een nieuw tweede lid opgesteld als volgt :
"Elke kampplaats van de soort "terrein" moet de volgende criteria vervullen:
1° hij stemt overeen met de door de Minister bepaalde minimale normen;
2° hij is niet gelegen op hetzelfde terrein als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11° en 12° te gebruiken;
3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;
4° het terrein ziet er verzorgd uit, is in goede staat; voor elke verhuring wordt hij gemaaid;
5° ofwel hij buiten een bewoonde kern gelegen is, op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert, ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats, of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke, ter plaatse voortdurend woont, of in de onmiddellijke nabijheid en, in dit geval, zorgt hij voor de goede toepassing van de huurovereenkomst en voor de strikte naleving van de rust van de omwoners.
De Minister van Toerisme kan de hierboven opgesomde criteria aanvullen.".
- in paragraaf 2, wordt het eerste streepje aangevuld als volgt : "in afwachting van de herziening van bijlage 27 wat de terreinen betreft, kan de Minister beslissen over de elementen die moeten worden opgenomen in de overeenkomsten voor kampplaatsen van de soort "terrein" op basis van een aanpassing van bijlage 27".
- in paragraaf 2, wordt het tweede streepje gewijzigd als volgt : "de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3,5 euro lasten niet inbegrepen, voor gebouwen en 1,5 euro, lasten biet inbegrepen, voor terreinen.
Artikel 464. BWR wordt aangevuld als volgt: "In afwachting van de herziening van bijlage 26 wat de terreinen betreft, kan de Minister van Toerisme beslissen over de normen waaraan de kampplaatsen van de soort "terrein" moeten voldoen met het oog op hun indeling per categorie, op basis van een aanpassing van bijlage 26.
in artikel 465.D, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd na de woorden "van een kampplaats".
Artikel 467.AGW, eerste lid, wordt aangevuld als volgt: "De Minister bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de zichtbaarheid van het schild voor de kampplaatsen van het soort "terrein".".
Art. 195. Dans le Code wallon du Tourisme, sont apportées les modifications suivantes :
A l'article 34.D, les mots " pour l'adoption des contrats-programmes " sont remplacés par les mots " pour l'adoption et le renouvellement des contratsprogrammes ".
A l'article 34/2.AGW, un nouveau paragraphe 5 est inséré comme suit :
" § 5. A l'issue de la période de trois ans visée à l'article 34.D, alinéa 1er, 5°, un nouveau contrat-programme est conclu et fait l'objet d'une nouvelle approbation selon la procédure prévue au paragraphe 1er, à moins que la Ministre ne prévoie une procédure simplifiée pour cette approbation. ".
L'article 207 est complété comme suit :
" Pour les aires d'accueil à la ferme visées à l'article 252/1, 1°, du Code, le Commissariat général au tourisme peut solliciter de l'autorité compétente une attestation de dispense de permis d'urbanisme au sens du Code de développement territorial. ".
A l'article 252, 2°, les mots " dans le voisinage immédiat " sont remplacés par les mots " à proximité ".
A l'article 402/2, au dernier alinéa, les mots " dix années " sont remplacés par " cinq années ".
A l'article 434.D, les mots " pour les bâtiments et en deux catégories pour les terrains " sont insérés entre les mots " en trois catégories " et " selon les normes déterminées ".
A l'article 438.AGW, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le montant de la redevance forfaitaire prévue à l'article 437.D s'élève à :
a) concernant les bâtiments :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 40 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 40 à moins de 60 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 60 jeunes;
b) concernant les terrains :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 50 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 50 à moins de 80 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 80 jeunes. ".
L'article 440.AGW, alinéa 2, est modifié comme suit :
- au 1°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 332.D " et les mots " , une copie de l'attestation de sécurité incendie; ";
- au 2°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 347.D " et les mots " , une copie de l'attestation de contrôle simplifié; ";
- un 6° est rajouté comme suit : " 6° la preuve de l'autorisation par l'autorité communale compétente concernée d'accueillir des mouvements de jeunesse sur le terrain. ".
L'article 452.D est complété comme suit : " Les normes du label peuvent être différentes pour un bâtiment ou pour un terrain. ".
L'article 453.D est complété comme suit : " Si une seule ASBL peut répondre aux conditions fixées à l'article 455 et 457 du Code, la prorogation n'est pas limitée à une seule fois. ".
A l'article 462.D, les modifications suivantes sont apportées :
- à l'alinéa 1er, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés entre les mots " d'un endroit de camp " et " est subordonné ";
- l'article est complété comme suit par des alinéas 3 et 4 :
" Le label pour les endroits de camp de type " terrains " est subordonné au respect des conditions fixées par le Gouvernement.
Celles-ci peuvent porter sur :
1° les caractéristiques du terrain et de ses abords, telles que notamment la capacité d'accueil au regard de la superficie au sol, l'accessibilité du terrain, sa délimitation;
2° l'équipement du terrain, tels que l'accessibilité à l'eau potable, la mise à disposition ou la réalisation de sanitaires;
3° la situation à proximité du terrain;
4° la moralité du demandeur, du titulaire du label et de la personne assumant la gestion journalière du terrain;
5° le contrat à signer à chaque occupation;
6° le prix maximum de la nuitée par personne et le coût réclamé pour les charges;
7° le temps de mise à disposition minimum du terrain;
8° le respect de la quiétude du voisinage; 9° la gestion des déchets. ".
L'article 463.AGW est modifié comme suit :
- à l'alinéa 1er, les mots " Tout endroit de camp doit satisfaire " sont remplacés par les mots " § 1er. Tout endroit de camp de type " bâtiment " doit satisfaire ".
- Au paragraphe 1er, un nouvel alinéa 2 est rédigé comme suit :
" Tout endroit de camp de type " terrain " doit satisfaire aux critères suivants :
1° il est conforme aux normes minimales fixées par le Ministre;
2° il n'est pas situé dans le même terrain qu'un établissement d'hébergement touristique autorisé à utiliser l'une des dénominations visées à l'article 1er.D, 11° et 12° ;
3° il est effectivement disponible à une occupation en tant qu'endroit de camp pendant une durée minimum de 6 semaines en été;
4° le terrain est de bon aspect, parfaitement entretenu; avant toute location, le terrain est fauché;
5° soit il est situé en dehors d'un noyau habité, à une distance garantissant la quiétude des riverains, soit le titulaire du label ou la personne chargée de la gestion journalière de l'endroit de camp, ou à défaut un responsable dûment mandaté, réside sur place en permanence ou à proximité immédiate, et, dans ce cas, il veille à la bonne application du contrat de location et au strict respect de la quiétude des riverains.
La Ministre du tourisme peut compléter les critères repris ci-dessus. ".
- au paragraphe 2, le premier tiret est complété comme suit : " dans l'attente de la révision de l'annexe 27 pour les terrains, le Ministre peut décider des éléments qui doivent figurer dans les contrats des endroits de camp de type " terrain " sur base d'une adaptation de l'annexe 27 ";
- au paragraphe 2, le deuxième tiret est modifié comme suit : " le prix de location par personne et par nuitée est inférieure à 3,5 euros, charges non comprises, pour les bâtiments et de 1,5 euros, charges non comprises, pour les terrains. ".
L'article 464.AGW est complété comme suit : " Dans l'attente de la révision de l'annexe 26 pour les terrains, la Ministre du Tourisme peut décider des normes auxquelles les endroits de camp de type " terrain " doivent répondre en vue de leur classement par catégorie, sur base d'une adaptation de l'annexe 26. ".
A l'article 465.D, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés après les mots " endroits de camp ".
L'article 467.AGW, alinéa 1er, est complété comme suit : " La Ministre fixe les modalités relatives à la visibilité de l'écusson pour les endroits de camp de type " terrain " ".
A l'article 34.D, les mots " pour l'adoption des contrats-programmes " sont remplacés par les mots " pour l'adoption et le renouvellement des contratsprogrammes ".
A l'article 34/2.AGW, un nouveau paragraphe 5 est inséré comme suit :
" § 5. A l'issue de la période de trois ans visée à l'article 34.D, alinéa 1er, 5°, un nouveau contrat-programme est conclu et fait l'objet d'une nouvelle approbation selon la procédure prévue au paragraphe 1er, à moins que la Ministre ne prévoie une procédure simplifiée pour cette approbation. ".
L'article 207 est complété comme suit :
" Pour les aires d'accueil à la ferme visées à l'article 252/1, 1°, du Code, le Commissariat général au tourisme peut solliciter de l'autorité compétente une attestation de dispense de permis d'urbanisme au sens du Code de développement territorial. ".
A l'article 252, 2°, les mots " dans le voisinage immédiat " sont remplacés par les mots " à proximité ".
A l'article 402/2, au dernier alinéa, les mots " dix années " sont remplacés par " cinq années ".
A l'article 434.D, les mots " pour les bâtiments et en deux catégories pour les terrains " sont insérés entre les mots " en trois catégories " et " selon les normes déterminées ".
A l'article 438.AGW, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le montant de la redevance forfaitaire prévue à l'article 437.D s'élève à :
a) concernant les bâtiments :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 40 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 40 à moins de 60 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 60 jeunes;
b) concernant les terrains :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 50 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 50 à moins de 80 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 80 jeunes. ".
L'article 440.AGW, alinéa 2, est modifié comme suit :
- au 1°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 332.D " et les mots " , une copie de l'attestation de sécurité incendie; ";
- au 2°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 347.D " et les mots " , une copie de l'attestation de contrôle simplifié; ";
- un 6° est rajouté comme suit : " 6° la preuve de l'autorisation par l'autorité communale compétente concernée d'accueillir des mouvements de jeunesse sur le terrain. ".
L'article 452.D est complété comme suit : " Les normes du label peuvent être différentes pour un bâtiment ou pour un terrain. ".
L'article 453.D est complété comme suit : " Si une seule ASBL peut répondre aux conditions fixées à l'article 455 et 457 du Code, la prorogation n'est pas limitée à une seule fois. ".
A l'article 462.D, les modifications suivantes sont apportées :
- à l'alinéa 1er, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés entre les mots " d'un endroit de camp " et " est subordonné ";
- l'article est complété comme suit par des alinéas 3 et 4 :
" Le label pour les endroits de camp de type " terrains " est subordonné au respect des conditions fixées par le Gouvernement.
Celles-ci peuvent porter sur :
1° les caractéristiques du terrain et de ses abords, telles que notamment la capacité d'accueil au regard de la superficie au sol, l'accessibilité du terrain, sa délimitation;
2° l'équipement du terrain, tels que l'accessibilité à l'eau potable, la mise à disposition ou la réalisation de sanitaires;
3° la situation à proximité du terrain;
4° la moralité du demandeur, du titulaire du label et de la personne assumant la gestion journalière du terrain;
5° le contrat à signer à chaque occupation;
6° le prix maximum de la nuitée par personne et le coût réclamé pour les charges;
7° le temps de mise à disposition minimum du terrain;
8° le respect de la quiétude du voisinage; 9° la gestion des déchets. ".
L'article 463.AGW est modifié comme suit :
- à l'alinéa 1er, les mots " Tout endroit de camp doit satisfaire " sont remplacés par les mots " § 1er. Tout endroit de camp de type " bâtiment " doit satisfaire ".
- Au paragraphe 1er, un nouvel alinéa 2 est rédigé comme suit :
" Tout endroit de camp de type " terrain " doit satisfaire aux critères suivants :
1° il est conforme aux normes minimales fixées par le Ministre;
2° il n'est pas situé dans le même terrain qu'un établissement d'hébergement touristique autorisé à utiliser l'une des dénominations visées à l'article 1er.D, 11° et 12° ;
3° il est effectivement disponible à une occupation en tant qu'endroit de camp pendant une durée minimum de 6 semaines en été;
4° le terrain est de bon aspect, parfaitement entretenu; avant toute location, le terrain est fauché;
5° soit il est situé en dehors d'un noyau habité, à une distance garantissant la quiétude des riverains, soit le titulaire du label ou la personne chargée de la gestion journalière de l'endroit de camp, ou à défaut un responsable dûment mandaté, réside sur place en permanence ou à proximité immédiate, et, dans ce cas, il veille à la bonne application du contrat de location et au strict respect de la quiétude des riverains.
La Ministre du tourisme peut compléter les critères repris ci-dessus. ".
- au paragraphe 2, le premier tiret est complété comme suit : " dans l'attente de la révision de l'annexe 27 pour les terrains, le Ministre peut décider des éléments qui doivent figurer dans les contrats des endroits de camp de type " terrain " sur base d'une adaptation de l'annexe 27 ";
- au paragraphe 2, le deuxième tiret est modifié comme suit : " le prix de location par personne et par nuitée est inférieure à 3,5 euros, charges non comprises, pour les bâtiments et de 1,5 euros, charges non comprises, pour les terrains. ".
L'article 464.AGW est complété comme suit : " Dans l'attente de la révision de l'annexe 26 pour les terrains, la Ministre du Tourisme peut décider des normes auxquelles les endroits de camp de type " terrain " doivent répondre en vue de leur classement par catégorie, sur base d'une adaptation de l'annexe 26. ".
A l'article 465.D, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés après les mots " endroits de camp ".
L'article 467.AGW, alinéa 1er, est complété comme suit : " La Ministre fixe les modalités relatives à la visibilité de l'écusson pour les endroits de camp de type " terrain " ".
Art. 196. Voor 2023 wordt artikel 594 D van het Waalse Toerismewetboek vervangen door de volgende bepaling:
"art. 594.D. § 1. Wat betreft de federaties voor toerisme, bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of de toeristische promotiecampagne..
§ 2. Wat betreft de "maisons du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 100 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
§ 3. Wat betreft de "offices du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30% van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 40 % gebracht.
§ 4. Wat betreft de "syndicats d'initiative", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 40 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne. In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 50 % gebracht.
§ 5. Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of in het geval van samenwerking met "Wallonie Belgique Tourisme", wordt het subsidiepercentage bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 4 op 50 % gebracht.
"art. 594.D. § 1. Wat betreft de federaties voor toerisme, bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of de toeristische promotiecampagne..
§ 2. Wat betreft de "maisons du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 100 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
§ 3. Wat betreft de "offices du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30% van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 40 % gebracht.
§ 4. Wat betreft de "syndicats d'initiative", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 40 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne. In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 50 % gebracht.
§ 5. Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of in het geval van samenwerking met "Wallonie Belgique Tourisme", wordt het subsidiepercentage bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 4 op 50 % gebracht.
Art. 196. Pour l'année 2023, l'article 594.D du Code wallon du Tourisme est remplacé par le dispositif suivant :
" Art. 594.D. § 1er. En ce qui concerne les fédérations touristiques, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 2. En ce qui concerne les maisons du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 100% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 3. En ce qui concerne les offices du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 40%.
§ 4. En ce qui concerne les syndicats d'initiative, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 40% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique. En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 50%.
§ 5. Pour les actions et campagnes de promotion touristique s'intégrant dans les thèmes déterminés annuellement ou pluriannuellement par le Gouvernement ou en cas de collaboration avec Wallonie Belgique Tourisme, les taux de la subvention visés aux paragraphes 1, 3 et 4 sont portés à 50%. ".
" Art. 594.D. § 1er. En ce qui concerne les fédérations touristiques, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 2. En ce qui concerne les maisons du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 100% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 3. En ce qui concerne les offices du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 40%.
§ 4. En ce qui concerne les syndicats d'initiative, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 40% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique. En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 50%.
§ 5. Pour les actions et campagnes de promotion touristique s'intégrant dans les thèmes déterminés annuellement ou pluriannuellement par le Gouvernement ou en cas de collaboration avec Wallonie Belgique Tourisme, les taux de la subvention visés aux paragraphes 1, 3 et 4 sont portés à 50%. ".
Art. 197. Het "Agence pour l'entreprise et l'innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren), afgekort : "A.E.I.", opgericht bij het Waalse decreet van 28 november 2013 "houdende oprichting van het "Agence pour l'Entreprise et l'Innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren): wordt ontbonden overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van bedoeld Decreet.
Het nemen van passende maatregelen om de praktische aspecten van de vereffening te regelen, het lot van de dochterondernemingen "Agence du Numérique" (afgekort "A.D.N.") en "Office économique wallon du bois" te bepalen, en de overdracht van de gedelegeerde opdrachten die bij voormeld decreet van 28 november 2013 of bij later besluit aan het A.E.I. zijn toevertrouwd, wordt toevertrouwd aan de Algemene Vergadering van de AEI.
De regels van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing op deze vereffening.
Het nemen van passende maatregelen om de praktische aspecten van de vereffening te regelen, het lot van de dochterondernemingen "Agence du Numérique" (afgekort "A.D.N.") en "Office économique wallon du bois" te bepalen, en de overdracht van de gedelegeerde opdrachten die bij voormeld decreet van 28 november 2013 of bij later besluit aan het A.E.I. zijn toevertrouwd, wordt toevertrouwd aan de Algemene Vergadering van de AEI.
De regels van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing op deze vereffening.
Art. 197. L'Agence pour l'Entreprise et l'Innovation ", en abrégé : " A.E.I. ", créée par le décret wallon du 28 novembre 2013 " portant création de l'Agence pour l'Entreprise et l'Innovation, en abrégé : A.E.I. " est dissoute conformément à l'article 2 alinéa 2 dudit Décret.
La mission de prendre les mesures adéquates pour régler les aspects pratiques de la liquidation, déterminer le sort des filiales " Agence du Numérique " (en abrégé " A.D.N. ") et " Office Economique Wallon du Bois ", et assurer le transfert des missions déléguées confiées à l'A.E.I. par le décret du 28 novembre 2013 précité ou par décision subséquente, est confiée à l'assemblée générale de l'AEI.
Les règles du code des sociétés s'appliquent à cette liquidation.
La mission de prendre les mesures adéquates pour régler les aspects pratiques de la liquidation, déterminer le sort des filiales " Agence du Numérique " (en abrégé " A.D.N. ") et " Office Economique Wallon du Bois ", et assurer le transfert des missions déléguées confiées à l'A.E.I. par le décret du 28 novembre 2013 précité ou par décision subséquente, est confiée à l'assemblée générale de l'AEI.
Les règles du code des sociétés s'appliquent à cette liquidation.
Art. 198. In artikel 124 van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt:
"De aanvragen om stedenbouwkundige vergunning, globale vergunningen of geïntegreerde vergunning bedoeld in artikel 23 die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels.
"De aanvragen om stedenbouwkundige vergunning, globale vergunningen of geïntegreerde vergunning bedoeld in artikel 23 die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels.
Art. 198. Dans l'article 124 du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, un alinéa 2 est inséré comme suit :
" Les demandes de permis d'urbanisme, de permis unique ou de permis intégré visés à l'article 23 introduites avant l'entrée en vigueur du présent décret ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traitées selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande. ".
" Les demandes de permis d'urbanisme, de permis unique ou de permis intégré visés à l'article 23 introduites avant l'entrée en vigueur du présent décret ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traitées selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande. ".
Art. 199. Artikel 5, § 3, van het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor het openbaar vervoer in het Waalse Gewest wordt opgeheven.
Art. 199. L'article 5, § 3, du décret du 21 décembre 1989 relatif au service de transport public de personnes en Région wallonne est abrogé.
Art. 200. In afwijking van artikel 16, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2023 minstens:
1° 47.175 euro voor hooggekwalificeerde personen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 78.704 euro voor leidinggevend personeel en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
1° 47.175 euro voor hooggekwalificeerde personen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 78.704 euro voor leidinggevend personeel en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Art. 200. Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, 1° et 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, pour l'année 2023, la rémunération du ressortissant du pays tiers s'élève au moins à :
1° 47.175 euros pour ce qui concerne les personnes hautement qualifiées et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 78.704 euros pour ce qui concerne les membres du personnel de direction et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
1° 47.175 euros pour ce qui concerne les personnes hautement qualifiées et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 78.704 euros pour ce qui concerne les membres du personnel de direction et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
Art. 201. In afwijking van artikel 83 van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2023minstens:
1° 60.998 euro voor ICT-leidinggevenden en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 48.799 euro voor ICT-deskundigen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
3° 30.499 euro voor ICT-stagiair-werknemers en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
1° 60.998 euro voor ICT-leidinggevenden en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 48.799 euro voor ICT-deskundigen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
3° 30.499 euro voor ICT-stagiair-werknemers en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Art. 201. Par dérogation à l'article 83 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, pour l'année 2023, la rémunération du ressortissant du pays tiers s'élève au moins à :
1° 60.998 euros pour ce qui concerne les cadres ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 48.799 euros pour ce qui concerne les experts ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
3° 30.499 euros pour ce qui concerne les employés stagiaires ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
1° 60.998 euros pour ce qui concerne les cadres ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 48.799 euros pour ce qui concerne les experts ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
3° 30.499 euros pour ce qui concerne les employés stagiaires ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
Art. 202. Artikel 10/4, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
" § 1. Het Agentschap stort een bedrag aan de Waalse verzekeringsinstellingen om de uitgaven gebonden aan de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 van het Wetboek te dekken via:
1° vier driemaandelijkse voorschotten tijdens het jaar N;
2° een regularisering van de bedragen betreffende het jaar N in de loop van het jaar N+1.
De eerste drie voorschotten komen overeen met een globale enveloppe die het vierde van de begroting van de paritaire opdrachten betrokken voor het lopende jaar N vertegenwoordigt.Deze enveloppe wordt verdeeld tussen de Waalse verzekeringsinstellingen op basis van de uitgaven aangegeven in de modellen N bedoeld in paragraaf 2 van het jaar N-2.
Het bedrag van het vierde en laatste voorschot, dat niet hoger mag zijn dan het bedrag dat wordt gefinancierd uit het saldo van de begroting voor de gezamenlijke missies van het lopende jaar N, wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van de laatste simulaties van de operaties van het jaar N door de Waalse verzekeringsorganen.".
" § 1. Het Agentschap stort een bedrag aan de Waalse verzekeringsinstellingen om de uitgaven gebonden aan de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 van het Wetboek te dekken via:
1° vier driemaandelijkse voorschotten tijdens het jaar N;
2° een regularisering van de bedragen betreffende het jaar N in de loop van het jaar N+1.
De eerste drie voorschotten komen overeen met een globale enveloppe die het vierde van de begroting van de paritaire opdrachten betrokken voor het lopende jaar N vertegenwoordigt.Deze enveloppe wordt verdeeld tussen de Waalse verzekeringsinstellingen op basis van de uitgaven aangegeven in de modellen N bedoeld in paragraaf 2 van het jaar N-2.
Het bedrag van het vierde en laatste voorschot, dat niet hoger mag zijn dan het bedrag dat wordt gefinancierd uit het saldo van de begroting voor de gezamenlijke missies van het lopende jaar N, wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van de laatste simulaties van de operaties van het jaar N door de Waalse verzekeringsorganen.".
Art. 202. L'article 10/4 du Code wallon de l'action sociale et de la santé est modifié comme suit :
" 1er. L'Agence verse aux organismes assureurs wallons un montant pour couvrir les dépenses liées aux prestations et interventions visées par l'article 43/7 du Code par le biais :
1° de quatre avances trimestrielles au cours de l'année N;
2° d'une régularisation des montants relatifs à l'année N dans le courant de l'année N+1.
Les trois premières avances correspondent à une enveloppe globale représentant le quart du budget des missions paritaires concernées pour l'année N en cours. Cette enveloppe est répartie entre les organismes assureurs wallons sur la base des dépenses déclarées dans les modèles N visés au paragraphe 2 de l'année N-2.
Le montant de la quatrième et dernière avance financée par le reliquat du budget des missions paritaires pour l'année N en cours et ne pouvant l'excéder est établi par l'Agence à partir des dernières simulations d'interventions pour l'année N des organismes d'assurance wallons. ".
" 1er. L'Agence verse aux organismes assureurs wallons un montant pour couvrir les dépenses liées aux prestations et interventions visées par l'article 43/7 du Code par le biais :
1° de quatre avances trimestrielles au cours de l'année N;
2° d'une régularisation des montants relatifs à l'année N dans le courant de l'année N+1.
Les trois premières avances correspondent à une enveloppe globale représentant le quart du budget des missions paritaires concernées pour l'année N en cours. Cette enveloppe est répartie entre les organismes assureurs wallons sur la base des dépenses déclarées dans les modèles N visés au paragraphe 2 de l'année N-2.
Le montant de la quatrième et dernière avance financée par le reliquat du budget des missions paritaires pour l'année N en cours et ne pouvant l'excéder est établi par l'Agence à partir des dernières simulations d'interventions pour l'année N des organismes d'assurance wallons. ".
Art. 203. Artikel 43/11, § 3, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
" § 3. Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot is onverminderd de bijkomende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven die zijn opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en interventies.".
" § 3. Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot is onverminderd de bijkomende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven die zijn opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en interventies.".
Art. 203. L'article 43/11, § 3, du Code wallon de l'action sociale et de la santé est modifié comme suit :
" § 3. Pour accomplir les missions prévues à l'article 43/7, l'Agence liquide, le premier jour ouvrable de chacun des trois premiers trimestres, aux organismes assureurs wallons, une avance égale à un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
Au premier jour du quatrième trimestre, l'Agence liquide, aux organismes assureurs wallons, un montant arrêté par l'Agence en recourant aux critères définis par le Gouvernement et dont le montant est compris entre le montant versé lors de chacun des trimestres précédents de l'année et un montant correspondant à une estimation plus précise des dépenses effectives que cette avance a pour objet de couvrir. Le paiement de cette quatrième avance est sans préjudice d'avances additionnelles prévues par l'alinéa 4 du présent paragraphe.
Le Gouvernement détermine le calcul des avances, la répartition de celles-ci entre les organismes assureurs wallons ainsi que l'établissement des comptes provisoires et finaux donnant éventuellement droit à la régularisation. Il arrête les critères pris en compte pour déterminer le montant de l'avance du quatrième trimestre. Cette avance ne peut excéder un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article. ".
" § 3. Pour accomplir les missions prévues à l'article 43/7, l'Agence liquide, le premier jour ouvrable de chacun des trois premiers trimestres, aux organismes assureurs wallons, une avance égale à un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
Au premier jour du quatrième trimestre, l'Agence liquide, aux organismes assureurs wallons, un montant arrêté par l'Agence en recourant aux critères définis par le Gouvernement et dont le montant est compris entre le montant versé lors de chacun des trimestres précédents de l'année et un montant correspondant à une estimation plus précise des dépenses effectives que cette avance a pour objet de couvrir. Le paiement de cette quatrième avance est sans préjudice d'avances additionnelles prévues par l'alinéa 4 du présent paragraphe.
Le Gouvernement détermine le calcul des avances, la répartition de celles-ci entre les organismes assureurs wallons ainsi que l'établissement des comptes provisoires et finaux donnant éventuellement droit à la régularisation. Il arrête les critères pris en compte pour déterminer le montant de l'avance du quatrième trimestre. Cette avance ne peut excéder un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article. ".
Art. 204. Het tweede lid van artikel 28/1 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
"De kredieten toegekend voor de paritaire opdrachten zijn niet-limitatief.".
"De kredieten toegekend voor de paritaire opdrachten zijn niet-limitatief.".
Art. 204. Le deuxième alinéa de l'article 28/1 du Code wallon de l'action sociale et de la santé (CWASS) est modifié comme suit :
" Les crédits alloués aux missions paritaires sont non limitatifs. ".
" Les crédits alloués aux missions paritaires sont non limitatifs. ".
Art. 205. In artikel 43/11, § 3, laatste lid, wordt de zin "Binnen een termijn van vijf werkdagen kan het Agentschap dit voorschot toekennen mits de instemming van de Minister van Begroting en van de in artikel 6 bedoelde financiële en budgettaire Monitoringsraad" vervangen door de zin "Binnen een termijn van vijf werkdagen kan het Agentschap dit voorschot toekennen en stelt de financiële en budgettaire Monitoringsraad daarvan in kennis".
Art. 205. A l'article 43/11, § 3, dernier alinéa, les mots " moyennant l'accord du Ministre du Budget et l'accord du Conseil de monitoring financier et budgétaire visé à l'article 6 et ce, dans un délai de 5 jours ouvrables " sont remplacés par " et en informe, dans un délai de 5 jours ouvrables, le Conseil de Monitoring financier et budgétaire ".
Art. 206. Het laatste lid van artikel 10/4, § 1, wordt gewijzigd als volgt:
"Indien het bedrag van de uitgaven lager is dan de voorschotten, betaalt de Waalse verzekeringsinstelling het verschil terug aan het Agentschap".
"Indien het bedrag van de uitgaven lager is dan de voorschotten, betaalt de Waalse verzekeringsinstelling het verschil terug aan het Agentschap".
Art. 206. Le dernier alinéa de l'article 10/4, § 1er, est modifié comme suit :
" Si le montant des dépenses est inférieur aux avances, l'organisme assureur wallon rembourse la différence à l'Agence ".
" Si le montant des dépenses est inférieur aux avances, l'organisme assureur wallon rembourse la différence à l'Agence ".
Art. 207. In artikel 11/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Art. 207. Dans l'article 11/1, § 1er, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, les mots " ou son délégué " sont chaque fois insérés après le mot " Gouvernement ".
Art. 208. In artikel 18/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Art. 208. Dans l'article 18/1, § 1er, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, les mots " ou son délégué " sont à chaque fois insérés après le mot " Gouvernement ".
Art. 209. Artikel 88 van het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"De bepalingen genomen ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid blijven van kracht tot zij door de Regering worden gewijzigd of opgeheven.
In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden";
2° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden".
"De bepalingen genomen ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid blijven van kracht tot zij door de Regering worden gewijzigd of opgeheven.
In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden";
2° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden".
Art. 209. L'article 88 du décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'Action sociale et de la Santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Les dispositions prises en exécution du décret du 14 juillet 1997 portant sur l'organisation de la promotion de la santé en Communauté française abrogé par le décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'action sociale et de la santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé restent en vigueur jusqu'à leur modification ou leur abrogation par le Gouvernement. ".
Dans l'article 89 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " de trois ans et six mois ";
2° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Dans l'article 90 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois ".
" Les dispositions prises en exécution du décret du 14 juillet 1997 portant sur l'organisation de la promotion de la santé en Communauté française abrogé par le décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'action sociale et de la santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé restent en vigueur jusqu'à leur modification ou leur abrogation par le Gouvernement. ".
Dans l'article 89 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " de trois ans et six mois ";
2° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Dans l'article 90 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois ".
Art. 210. § 1. In afwijking van artikel 4, § 1 en 2, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, is de alternerende opleiding toegankelijk voor elke niet-werkende werkzoekende ingeschreven bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder niet-werkende werkzoekende: leke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
In afwijking van het eerste lid is de alternerende opleiding niet toegankelijk voor de werkzoekende die als leerling ingeschreven is voor een gelijksoortig beroep bij een onderwijsoperator, noch bij een erkende operator alternerende opleiding.
§ 2. Wanneer de uitvoering van de alternerende opleiding plaatsvindt tijdens de periode van de inschakelingsstage bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt de duur ervan minder dan negen maanden.
In afwijking van artikel 5 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en wanneer de niet-werkende werkzoekende bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, niet in aanmerking komt voor een inschakelings-, werkloosheids- of beschermingsuitkering krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering noch voor een leefboon ingevoerd door de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de alternerende opleiding:
1° minder dan 150 uur opleiding op jaarbasis bij een opleidingsoperator omvatten;
2° en minder dan 20 uur opleiding op weekbasis bij de werkgever omvatten.
Het in het eerste lid, 1°, bedoelde aantal uren wordt berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing op elke overeenkomst voor alternerende opleiding gesloten tussen 1 januari 2022 en 31 december 2023 en voor de hele duur ervan.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder niet-werkende werkzoekende: leke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
In afwijking van het eerste lid is de alternerende opleiding niet toegankelijk voor de werkzoekende die als leerling ingeschreven is voor een gelijksoortig beroep bij een onderwijsoperator, noch bij een erkende operator alternerende opleiding.
§ 2. Wanneer de uitvoering van de alternerende opleiding plaatsvindt tijdens de periode van de inschakelingsstage bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt de duur ervan minder dan negen maanden.
In afwijking van artikel 5 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en wanneer de niet-werkende werkzoekende bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, niet in aanmerking komt voor een inschakelings-, werkloosheids- of beschermingsuitkering krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering noch voor een leefboon ingevoerd door de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de alternerende opleiding:
1° minder dan 150 uur opleiding op jaarbasis bij een opleidingsoperator omvatten;
2° en minder dan 20 uur opleiding op weekbasis bij de werkgever omvatten.
Het in het eerste lid, 1°, bedoelde aantal uren wordt berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing op elke overeenkomst voor alternerende opleiding gesloten tussen 1 januari 2022 en 31 december 2023 en voor de hele duur ervan.
Art. 210. § 1er. Par dérogation à l'article 4, § 1er, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, la formation alternée est accessible à tout demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.
Par demandeur d'emploi inoccupé pour l'application de l'alinéa 1er, il faut entendre : tout demandeur emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la formation alternée n'est pas accessible au demandeur d'emploi inscrit comme apprenant pour un métier similaire auprès d'un opérateur d'enseignement ou d'un opérateur agréé en formation en alternance.
§ 2. Lorsque l'exécution de la formation alternée se situe pendant la période du stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, par dérogation à l'article 7, alinéa 1er, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, sa durée est inférieure à neuf mois.
Par dérogation à l'article 5 du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi, lorsque le demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, n'est pas bénéficiaire d'allocations d'insertion, de chômage ou de sauvegarde en vertu de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ni d'un revenu d'intégration sociale instauré par la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, la formation alternée doit compter :
1° moins de cent cinquante heures de formation, sur base annuelle, auprès d'un opérateur de formation;
2° et moins de vingt heures de formation, sur base hebdomadaire, auprès de l'employeur.
Le nombre d'heures visé à l'alinéa 1er, 1°, est calculé au prorata de la durée totale de la formation.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 s'appliquent à tout contrat de formation alternée conclu entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2023, et pour toute sa durée.
Par demandeur d'emploi inoccupé pour l'application de l'alinéa 1er, il faut entendre : tout demandeur emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la formation alternée n'est pas accessible au demandeur d'emploi inscrit comme apprenant pour un métier similaire auprès d'un opérateur d'enseignement ou d'un opérateur agréé en formation en alternance.
§ 2. Lorsque l'exécution de la formation alternée se situe pendant la période du stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, par dérogation à l'article 7, alinéa 1er, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, sa durée est inférieure à neuf mois.
Par dérogation à l'article 5 du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi, lorsque le demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, n'est pas bénéficiaire d'allocations d'insertion, de chômage ou de sauvegarde en vertu de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ni d'un revenu d'intégration sociale instauré par la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, la formation alternée doit compter :
1° moins de cent cinquante heures de formation, sur base annuelle, auprès d'un opérateur de formation;
2° et moins de vingt heures de formation, sur base hebdomadaire, auprès de l'employeur.
Le nombre d'heures visé à l'alinéa 1er, 1°, est calculé au prorata de la durée totale de la formation.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 s'appliquent à tout contrat de formation alternée conclu entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2023, et pour toute sa durée.
Art. 211. [1 § 1. FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding met een maximum van 1830 EUR;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het einddiploma middelbaar onderwijs of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
4° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2023 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2023, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2023 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2023 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn;
f) in de loop van het jaar 2023 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2023 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2023 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen Forem en het "AVIQ";
h) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een Buurtregie;
i) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021, 2022 of 2023 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f), g) of h).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet of door "FOREm" overeenkomstig artikel 224 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4°, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij Forem.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in § 3, eerste lid, 3°, b) en c), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding met een maximum van 1830 EUR;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het einddiploma middelbaar onderwijs of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
4° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2023 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2023, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2023 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2023 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn;
f) in de loop van het jaar 2023 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2023 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2023 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen Forem en het "AVIQ";
h) in het jaar 2023 ondersteund zijn of worden door een Buurtregie;
i) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021, 2022 of 2023 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f), g) of h).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet of door "FOREm" overeenkomstig artikel 224 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2020, 2021 of 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van de "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4°, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden bedoeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij Forem.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in § 3, eerste lid, 3°, b) en c), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
Modifications
Art. 211. [1 § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de 1830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française;
4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2023, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière ou avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2023 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2023, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2023, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une Régie de Quartier;
i) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021, 2022 ou 2023 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f), g) ou h).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret ou par le FOREm en vertu de l'article 224 du présent décret.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de 1830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° disposer au maximum du certificat d'enseignement secondaire du deuxième degré ou d'un titre équivalent;
3° avoir sa résidence principale en région de langue française;
4° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante ou préqualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2023, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière ou avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2023 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2023, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2023, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir été ou être accompagné durant l'année 2023 par une Régie de Quartier;
i) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020, 2021, 2022 ou 2023 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f), g) ou h).
Par dérogation à l'alinéa 1°, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret ou par le FOREm en vertu de l'article 224 du présent décret.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2020, 2021 ou en 2022.
Par formation préqualifiante, au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), on entend une formation permettant d'acquérir les connaissances nécessaires pour s'inscrire dans un parcours de formation qualifiante.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 4°, a), f) et g), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 4°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
Modifications
Art. 212. De Minister van Tewerkstelling verleent een toelage ten laste van de begroting 2023 aan de vzw's AIGS en Artikel XXIII, of aan elke andere begunstigde, met het oog op de begeleiding van de meest kwetsbare werkzoekenden met meervoudige problemen van psycho-medisch-sociale aard, via multidisciplinaire en gecoördineerde zorg, met het oog op professionele inschakeling. De modaliteiten voor de subsidiëring zijn vastgelegd in een meerjarenovereenkomst tussen de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), het Agentschap voor een Kwaliteitsvol Leven en de vzw's AIGS en/of Artikel XXIII.<0
Art. 212. La Ministre de l'Emploi octroie une subvention à charge du budget 2023 aux asbl AIGS et Article XXIII, ou à tout autre bénéficiaire en vue de soutenir l'accompagnement des demandeurs d'emploi les plus fragilisés rencontrant des problématiques multiples de type psycho-médico-social, au travers d'une prise en charge pluridisciplinaire et concertée, dans une perspective d'insertion professionnelle. Les modalités de subventionnement sont fixées dans une convention pluriannuelle entre l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, l'Agence pour une Vie de Qualité, et les asbl AIGS et/ou Article XXIII.
Art. 213. Wijziging in het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven:
Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 wordt aangevuld met een paragraaf 15:
" § 15. Met instemming en onder de voorwaarden van de Waalse Regering, is het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten gunste van de inrichtende machten van de voorzieningen voor de opvang van rondreizende bevolkingsgroepen, de uitbetaling te verzekeren van de investeringen die in aanmerking zijn gekomen voor de toekenning door de Waalse Regering van een subsidie.
Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 wordt aangevuld met een paragraaf 15:
" § 15. Met instemming en onder de voorwaarden van de Waalse Regering, is het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten gunste van de inrichtende machten van de voorzieningen voor de opvang van rondreizende bevolkingsgroepen, de uitbetaling te verzekeren van de investeringen die in aanmerking zijn gekomen voor de toekenning door de Waalse Regering van een subsidie.
Art. 213. Modification du décret du 23 mars 1995 portant création d'un Centre régional d'aide aux communes chargé d'assurer le suivi et le contrôle des plans de gestion des communes et des provinces et d'apporter son concours au maintien de l'équilibre financier des communes et des provinces de la Région wallonne :
Ajout d'un paragraphe 15 à l'article 5 du décret du 23 mars 1995 :
" § 15. De l'accord et aux conditions du Gouvernement wallon, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs des structures d'accueil des gens du voyage, la liquidation des investissements ayant bénéficié de l'octroi d'une subvention par le Gouvernement wallon. ".
Ajout d'un paragraphe 15 à l'article 5 du décret du 23 mars 1995 :
" § 15. De l'accord et aux conditions du Gouvernement wallon, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs des structures d'accueil des gens du voyage, la liquidation des investissements ayant bénéficié de l'octroi d'une subvention par le Gouvernement wallon. ".
Art. 214. § 1. Artikel 6, § 1, eerste lid, van het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt het eerste lid vervangen:
als volgt:
"Art. 6. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de ambtenaren van de federale politie en de lokale politie voor de toepassing van de bepalingen van dit decreet kunnen de controle, de opsporing en de vaststelling van de volgende overtredingen toevertrouwd worden aan statutaire of contractuele gewestelijke agenten aangewezen overeenkomstig § 2:
1° de overtredingen bepaald in de artikelen 5 en 5bis van dit decreet;
2° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° de overtredingen van de bepalingen van het Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, opgenomen als bijlage aan Aanhangsel C van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, zoals gewijzigd, van het Europees verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, getekend te Genève op 30 september 1957, zoals gewijzigd en van het koninklijk besluit van 28 juni 2009 Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013;
5° de overtredingen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen, zoals gewijzigd;".
§ 2. In het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 8ter. De domaniale politie-agenten kunnen door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep gemachtigd worden om de procedure toe te passen die als volgt worden geregeld:
1° het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals gewijzigd;
2° het koninklijk besluit van 19 maart 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals gewijzigd;
3° het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
4° het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen."
als volgt:
"Art. 6. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de ambtenaren van de federale politie en de lokale politie voor de toepassing van de bepalingen van dit decreet kunnen de controle, de opsporing en de vaststelling van de volgende overtredingen toevertrouwd worden aan statutaire of contractuele gewestelijke agenten aangewezen overeenkomstig § 2:
1° de overtredingen bepaald in de artikelen 5 en 5bis van dit decreet;
2° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° de overtredingen van de bepalingen van het Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, opgenomen als bijlage aan Aanhangsel C van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, zoals gewijzigd, van het Europees verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, getekend te Genève op 30 september 1957, zoals gewijzigd en van het koninklijk besluit van 28 juni 2009 Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013;
5° de overtredingen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen, zoals gewijzigd;".
§ 2. In het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 8ter. De domaniale politie-agenten kunnen door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep gemachtigd worden om de procedure toe te passen die als volgt worden geregeld:
1° het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals gewijzigd;
2° het koninklijk besluit van 19 maart 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals gewijzigd;
3° het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
4° het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen."
Art. 214. § 1er. L'article 6, § 1er, alinéa 1er du décret du 19 mars 2009 relatif à la conservation du domaine public régional routier et des voies hydrauliques est remplacé par l'alinéa
suivant :
" Art. 6. § 1er. Sans préjudice des compétences des fonctionnaires de la police fédérale et de la police locale pour l'application des dispositions du présent décret, peut être confiée à des agents régionaux, statutaires ou contractuels désignés conformément au § 2, le contrôle, la recherche et la constatation des infractions :
1° prévues aux articles 5 et 5bis du présent décret;
2° à la réglementation communautaire telle que définies par l'article 5, 16°, de la loi du 15 juillet 2013 relative au transport de marchandises par route et portant exécution du Règlement (CE) n° 1071/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes sur les conditions à respecter pour exercer la profession de transporteur par route, et abrogeant la Directive 96/26/CE du Conseil, et portant exécution du Règlement (CE) n° 1072/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes pour l'accès au marché du transport international de marchandises par route, à cette même loi ainsi qu'à ses arrêtés d'exécution;
3° à la réglementation communautaire telle que définies par l'article 5, 16°, de la loi du 15 juillet 2013 relative au transport de voyageurs par route et portant exécution du Règlement (CE) n° 1071/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes sur les conditions à respecter pour exercer la profession de transporteur par route, et abrogeant la Directive 96/26/CE du Conseil, et portant exécution du Règlement (CE) n° 1073/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes pour l'accès au marché international des services de transport par autocars et autobus, et modifiant le Règlement (CE) n° 561/2006, à cette même loi ainsi qu'à ses arrêtés d'exécution;
4° aux dispositions du règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses, figurant comme appendice C à la convention relative aux transports internationaux ferroviaires (COTIF) conclue à Vilnius le 3 juin 1999, telle que modifiée, de l'accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route, signé à Genève le 30 septembre 1957, tel que modifié et de l'arrêté royal du 28 juin 2009 relatif au transport des marchandises dangereuses par route ou par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives, modifié par l'arrêté royal du 21 décembre 2013;
5° aux dispositions de l'arrêté royal du 2 juin 2010 relatif à la circulation routière des véhicules exceptionnels, tel que modifié; ".
§ 2. Est inséré au décret du 19 mars 2009 relatif à la conservation du domaine public régional routier et des voies hydrauliques un article 8ter libellé comme suit :
" Art. 8ter. Les policiers domaniaux peuvent être commissionnés par le procureur général près la Cour d'appel pour l'application de la procédure faisant l'objet de :
1° l'arrêté royal du 24 mars 1997 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation d'infractions en matière de transport par route de marchandises dangereuses, à l'exception des matières explosibles et radioactives, tel que modifié;
2° l'arrêté royal du 19 juillet 2000 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions en matière de transport par route, tel que modifié;
3° l'arrêté royal du 1er septembre 2006 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité;
4° l'arrêté royal du 27 février 2013 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation d'infractions en matière de circulation routière des véhicules exceptionnels et modifiant les arrêtés royaux des 24 mars 1997, 19 juillet 2000, 22 décembre 2003 et 1er septembre 2006 relatifs à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions ".
suivant :
" Art. 6. § 1er. Sans préjudice des compétences des fonctionnaires de la police fédérale et de la police locale pour l'application des dispositions du présent décret, peut être confiée à des agents régionaux, statutaires ou contractuels désignés conformément au § 2, le contrôle, la recherche et la constatation des infractions :
1° prévues aux articles 5 et 5bis du présent décret;
2° à la réglementation communautaire telle que définies par l'article 5, 16°, de la loi du 15 juillet 2013 relative au transport de marchandises par route et portant exécution du Règlement (CE) n° 1071/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes sur les conditions à respecter pour exercer la profession de transporteur par route, et abrogeant la Directive 96/26/CE du Conseil, et portant exécution du Règlement (CE) n° 1072/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes pour l'accès au marché du transport international de marchandises par route, à cette même loi ainsi qu'à ses arrêtés d'exécution;
3° à la réglementation communautaire telle que définies par l'article 5, 16°, de la loi du 15 juillet 2013 relative au transport de voyageurs par route et portant exécution du Règlement (CE) n° 1071/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes sur les conditions à respecter pour exercer la profession de transporteur par route, et abrogeant la Directive 96/26/CE du Conseil, et portant exécution du Règlement (CE) n° 1073/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles communes pour l'accès au marché international des services de transport par autocars et autobus, et modifiant le Règlement (CE) n° 561/2006, à cette même loi ainsi qu'à ses arrêtés d'exécution;
4° aux dispositions du règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses, figurant comme appendice C à la convention relative aux transports internationaux ferroviaires (COTIF) conclue à Vilnius le 3 juin 1999, telle que modifiée, de l'accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route, signé à Genève le 30 septembre 1957, tel que modifié et de l'arrêté royal du 28 juin 2009 relatif au transport des marchandises dangereuses par route ou par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives, modifié par l'arrêté royal du 21 décembre 2013;
5° aux dispositions de l'arrêté royal du 2 juin 2010 relatif à la circulation routière des véhicules exceptionnels, tel que modifié; ".
§ 2. Est inséré au décret du 19 mars 2009 relatif à la conservation du domaine public régional routier et des voies hydrauliques un article 8ter libellé comme suit :
" Art. 8ter. Les policiers domaniaux peuvent être commissionnés par le procureur général près la Cour d'appel pour l'application de la procédure faisant l'objet de :
1° l'arrêté royal du 24 mars 1997 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation d'infractions en matière de transport par route de marchandises dangereuses, à l'exception des matières explosibles et radioactives, tel que modifié;
2° l'arrêté royal du 19 juillet 2000 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions en matière de transport par route, tel que modifié;
3° l'arrêté royal du 1er septembre 2006 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité;
4° l'arrêté royal du 27 février 2013 relatif à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation d'infractions en matière de circulation routière des véhicules exceptionnels et modifiant les arrêtés royaux des 24 mars 1997, 19 juillet 2000, 22 décembre 2003 et 1er septembre 2006 relatifs à la perception et à la consignation d'une somme lors de la constatation de certaines infractions ".
Art. 215. De uitgaven bedoeld in artikel 31.01 (vakdomein 099.024 (ESER-code 31)) van programma 18.06 (WBFIn-programma 18.099) kunnen worden vereffend overeenkomstig de ingevoerde regeling voor de toepassing van het decreet van 21 december 2016 houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter vergoeding van de diensten ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende tot de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portfolio.
Art. 215. Les dépenses visées à l'article 31.01 (au domaine fonctionnel 099.024 (code SEC 31)) du programme 18.06 (programme WBFIN 18.099) peuvent être liquidées selon le dispositif mis en place pour l'application du décret du 21 décembre 2016 portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides en Région wallonne, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré.
Art. 216. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2021 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de dagverzorgingscentra voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de dagverzorgingscentra voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt:
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de dagverzorgingscentra voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de dagverzorgingscentra voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt:
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
Art. 216. Dans l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre est neutralisée pour le calcul du forfait des centres de soins de jour pour l'année 2022 " sont remplacés par les mots " les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des centres de soins de jour pour les années 2022 et 2023 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du forfait applicable en 2022 " sont remplacés par les mots " des forfaits applicables en 2022 et 2023 ".
Dans l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre est neutralisée pour le calcul du forfait des maisons de repos et de soins et des maisons de repos pour l'année 2022 " sont remplacés par les mots " les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des maisons de repos et de soins et des maisons de repos pour les années 2022 et 2023 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du forfait applicable en 2022 " sont remplacés par les mots " des forfaits applicables en 2022 et 2023 ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre est neutralisée pour le calcul du forfait des centres de soins de jour pour l'année 2022 " sont remplacés par les mots " les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des centres de soins de jour pour les années 2022 et 2023 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du forfait applicable en 2022 " sont remplacés par les mots " des forfaits applicables en 2022 et 2023 ".
Dans l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre est neutralisée pour le calcul du forfait des maisons de repos et de soins et des maisons de repos pour l'année 2022 " sont remplacés par les mots " les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des maisons de repos et de soins et des maisons de repos pour les années 2022 et 2023 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du forfait applicable en 2022 " sont remplacés par les mots " des forfaits applicables en 2022 et 2023 ".
Art. 217. [1 § 1. IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 30 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
§ 2. IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door "IFAPME" vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, inclusief de factureringsmodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in het tweede lid, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door "IFAPME".
De tarieven, bedoeld in het tweede lid, 3°, kunnen vanaf 1 april 2023 door de Minister bevoegd voor "IFAPME" worden geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
"IFAPME" deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een "IFAPME"-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door "IFAPME" wordt opgesteld;
2° na tussen 1 september 2022 en 30 november 2023 een minimumduur van drie maanden alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door "IFAPME":
a) hetzij in het kader van een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen;
3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), eerste streepje;
b) 16 jaar voor de opvolging van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het afleggen van het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje;
c) 17 jaar voor de opvolging van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a) en b), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerste streepje;
d) 18 jaar voor het afleggen van de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan "IFAPME" bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van "IFAPME" aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 30 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel bestaande uit :
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
§ 2. IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door "IFAPME" vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, inclusief de factureringsmodaliteiten, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in het tweede lid, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door "IFAPME".
De tarieven, bedoeld in het tweede lid, 3°, kunnen vanaf 1 april 2023 door de Minister bevoegd voor "IFAPME" worden geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
"IFAPME" deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een "IFAPME"-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door "IFAPME" wordt opgesteld;
2° na tussen 1 september 2022 en 30 november 2023 een minimumduur van drie maanden alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door "IFAPME":
a) hetzij in het kader van een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
b) hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen;
3° de leeftijd hebben van:
a) 15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), eerste streepje;
b) 16 jaar voor de opvolging van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het afleggen van het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje;
c) 17 jaar voor de opvolging van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a) en b), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), eerste streepje;
d) 18 jaar voor het afleggen van de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan "IFAPME" bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De leerling kan een opleiding volgen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b), en voor de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje, indien hij reeds in het bezit is van een getuigschrift voor het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B.
De leerling die in aanmerking komt met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van "IFAPME" aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
Modifications
Art. 217. [1 § 1er. L'IFAPME organise, pour les apprenants inscrits en formation au sein du Réseau IFAPME, l'accès à une formation leur permettant d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 30 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par l'IFAPME.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés, par le Ministre ayant l'IFAPME dans ses attributions, sur la base de l'indice des prix à la consommation, à partir du 1er avril 2023.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2022 et le 30 novembre 2023 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises;
3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b) et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°, a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 30 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en lignes;
b) un volet formation pratique comprenant :
* 8 heures de cours pratique;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec de l'apprenant à la première épreuve théorique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec de l'apprenant au premier examen pratique.
§ 2. L'IFAPME établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles l'apprenant peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, en ce compris les modalités de facturation, déterminées par l'IFAPME, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel et donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse à l'apprenant les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par l'IFAPME.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés, par le Ministre ayant l'IFAPME dans ses attributions, sur la base de l'indice des prix à la consommation, à partir du 1er avril 2023.
L'IFAPME communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque apprenant répondant aux conditions visées au paragraphe 3 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, l'apprenant peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être inscrit dans une formation IFAPME dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
2° après avoir cumulé une durée minimale d'alternance de trois mois, entre le 1er septembre 2022 et le 30 novembre 2023 et être en alternance au moment de l'introduction de la demande de formation au permis de conduire, selon les modalités déterminées par l'IFAPME :
a) soit sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif aux contrat d'alternance;
b) soit sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises;
3° être âgé :
a) de 15 ans et 9 mois pour le suivi du volet de formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 1er tiret;
b) de 16 ans pour le suivi du volet de formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, b) et la présentation de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, c), 3e tiret;
c) de 17 ans pour le suivi des volets de formation visés au § 1er, alinéa 2, 1°, a) et b) et la présentation de l'épreuve théorique visée au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 1er tiret;
d) de 18 ans pour la présentation du test de perception des risques et de l'examen pratique visés au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets;
4° avoir sa résidence principale en région de langue française.
L'apprenant mineur est tenu de communiquer à l'IFAPME une autorisation parentale pour bénéficier de la formation visée au § 1er.
L'apprenant ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
L'apprenant peut bénéficier de la formation pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tirets, s'il est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B.
L'apprenant éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès de l'IFAPME, dans une des situations suivantes :
1° l'apprenant est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° l'apprenant est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° l'apprenant est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque l'apprenant est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, l'apprenant, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
Modifications
Art. 218. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent IFAPME een heropbouwpremie van maximaal 2.000 euro toe aan de leerling die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2022-2023 :
a) hetzij als instapper en een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst hebben gesloten en vóór 30 september 2023 ten minste drie maanden een alternerende opleiding hebben gevolgd;
b) hetzij in het tweede leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;
c) hetzij in het derde leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie die hij op grond van § 3 bevordert, tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;
2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;
3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 2ter, § 2, van het kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel op 24 oktober 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.<0
Onder instapper de zin van § 1, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die zich in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst voor een leertijd inschrijft en een eerste alternerende overeenkomst sluit.
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent IFAPME een heropbouwpremie van maximaal 2.000 euro toe aan de leerling die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2022-2023 :
a) b) hetzij als instapper en gedurende ten minste drie maanden vóór 30 september 2023 een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen hebben gesloten;
b) hetzij in het tweede jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;
c) hetzij in het derde jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie die hij op grond van § 3 bevordert, tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;
2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;
3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 13ter van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen.
Onder instapper de zin van § 2, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst wordt ingeschreven voor een voorbereidingsjaar, een coördinatie- en managementopleiding of een opleiding in ondernemerschap
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde leerling heeft recht op een premie van maximaal 2.000 euro, verdeeld in maximaal drie schijven van respectievelijk 700 euro, 600 euro en 700 euro.
- de eerste schijf van 700 euro wordt vóór 31 december 2023 betaald aan een stagiair die in 2022 geen enkele tranche van de premie heeft ontvangen;
- de tweede schijf van 600 euro wordt uiterlijk eind januari 2024 betaald aan een leerling die in 2022 een eerste tranche van 700 euro heeft ontvangen, mits hij het opleidingsjaar 2021-2022 met goed gevolg heeft afgesloten en een opleiding voortzet die in aanmerking komt voor de heropbouwpremie;
- de derde schijf van 700 euro wordt uiterlijk op 31 januari 2024 betaald op basis van de sluiting van een arbeidsovereenkomst of, voor de in § 1 bedoelde stagiairs, van een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst, op voorwaarde dat de stagiair het opleidingsjaar 2022-2023 met succes heeft voltooid en de aanvraag bij IFAPME indient, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde procedures, en verstrekt IFAPME elk document waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft;
- in afwijking van het eerste lid ontvangt een stagiair die de opleidingscyclus in 2022-2023 met succes afsluit en een arbeidsovereenkomst krijgt, uiterlijk op 31 januari 2024 een voorschot van 700 euro, zelfs indien hij geen van de eerste twee voorschotten heeft ontvangen en op voorwaarde dat hij het verzoek daartoe bij IFAPME indient, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde procedures, en verstrekt IFAPME elk document waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.
§ 4. IFAPME schort de betaling van elke schijf van de heropbouwpremie op zodra het vaststelt dat de leerling niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor zijn toekenning zijn vastgesteld. IFAPME stelt de leerling elektronisch in kennis daarvan.
§ 5. De leerling ontvangt de heropbouwpremie slechts eenmaal.
Indien de leerling een opleidingsjaar herhaalt, geeft het herhaalde jaar geen recht op de overeenkomstige schijf.
§ 6. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de premie waarin is voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de in artikel 237 bedoelde stimulans tot heropbouw.
1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2022-2023 :
a) hetzij als instapper en een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst hebben gesloten en vóór 30 september 2023 ten minste drie maanden een alternerende opleiding hebben gevolgd;
b) hetzij in het tweede leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;
c) hetzij in het derde leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie die hij op grond van § 3 bevordert, tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;
2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;
3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 2ter, § 2, van het kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel op 24 oktober 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.<0
Onder instapper de zin van § 1, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die zich in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst voor een leertijd inschrijft en een eerste alternerende overeenkomst sluit.
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent IFAPME een heropbouwpremie van maximaal 2.000 euro toe aan de leerling die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2022-2023 :
a) b) hetzij als instapper en gedurende ten minste drie maanden vóór 30 september 2023 een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen hebben gesloten;
b) hetzij in het tweede jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;
c) hetzij in het derde jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie die hij op grond van § 3 bevordert, tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;
2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;
3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 13ter van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen.
Onder instapper de zin van § 2, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst wordt ingeschreven voor een voorbereidingsjaar, een coördinatie- en managementopleiding of een opleiding in ondernemerschap
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde leerling heeft recht op een premie van maximaal 2.000 euro, verdeeld in maximaal drie schijven van respectievelijk 700 euro, 600 euro en 700 euro.
- de eerste schijf van 700 euro wordt vóór 31 december 2023 betaald aan een stagiair die in 2022 geen enkele tranche van de premie heeft ontvangen;
- de tweede schijf van 600 euro wordt uiterlijk eind januari 2024 betaald aan een leerling die in 2022 een eerste tranche van 700 euro heeft ontvangen, mits hij het opleidingsjaar 2021-2022 met goed gevolg heeft afgesloten en een opleiding voortzet die in aanmerking komt voor de heropbouwpremie;
- de derde schijf van 700 euro wordt uiterlijk op 31 januari 2024 betaald op basis van de sluiting van een arbeidsovereenkomst of, voor de in § 1 bedoelde stagiairs, van een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst, op voorwaarde dat de stagiair het opleidingsjaar 2022-2023 met succes heeft voltooid en de aanvraag bij IFAPME indient, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde procedures, en verstrekt IFAPME elk document waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft;
- in afwijking van het eerste lid ontvangt een stagiair die de opleidingscyclus in 2022-2023 met succes afsluit en een arbeidsovereenkomst krijgt, uiterlijk op 31 januari 2024 een voorschot van 700 euro, zelfs indien hij geen van de eerste twee voorschotten heeft ontvangen en op voorwaarde dat hij het verzoek daartoe bij IFAPME indient, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde procedures, en verstrekt IFAPME elk document waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.
§ 4. IFAPME schort de betaling van elke schijf van de heropbouwpremie op zodra het vaststelt dat de leerling niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor zijn toekenning zijn vastgesteld. IFAPME stelt de leerling elektronisch in kennis daarvan.
§ 5. De leerling ontvangt de heropbouwpremie slechts eenmaal.
Indien de leerling een opleidingsjaar herhaalt, geeft het herhaalde jaar geen recht op de overeenkomstige schijf.
§ 6. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de premie waarin is voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de in artikel 237 bedoelde stimulans tot heropbouw.
Art. 218. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, l'IFAPME octroie une prime reconstruction d'un montant maximum de 2.000 euros à l'apprenant qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être inscrit comme apprenant dans un Centre IFAPME pour l'année de formation 2022-2023 :
a) soit en tant que primo-entrant et être sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif au contrat d'alternance et avoir cumulé, avant le 30 septembre 2023, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance;
b) soit en deuxième année d'apprentissage et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur la base du § 3, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance pendant l'année de formation en cours;
c) soit en troisième année d'apprentissage et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur la base du § 3, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance pendant l'année de formation en cours;
2° suivre une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
3° pour le primo-entrant dans une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans le secteur de la construction, avoir bénéficié d'une augmentation mensuelle de minimum 100 euros octroyée par une entreprise du secteur de la Construction en sus des barèmes minimas fixés à l'article 2ter, § 2, de l'accord de coopération-cadre relatif à la formation en alternance, conclu à Bruxelles, le 24 octobre 2008, entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française.
Par primo-entrant au sens du § 1er, alinéa 1er, 1°, a) et 3°, on entend l'apprenant qui s'inscrit pour la première fois en apprentissage à une année de formation donnée et conclut un premier contrat d'alternance.
§ 2. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, l'IFAPME octroie une prime reconstruction d'un montant maximum de 2.000 euros à l'apprenant qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être inscrit comme apprenant dans un Centre IFAPME pour l'année de formation 2022-2023 :
a) soit en tant que primo-entrant et être sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises durant une durée de minimum trois mois avant le 30 septembre 2023;
b) soit en deuxième année de formation de chef d'entreprise et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la première tranche de la prime reconstruction, un minimum de trois mois sous convention de stage pendant l'année de formation en cours;
c) soit en troisième année de formation de chef d'entreprise et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur base du § 3, un minimum de trois mois sous convention de stage pendant l'année de formation en cours;
2° suivre une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
3° pour le primo-entrant dans une formation menant aux métiers en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, avoir bénéficié d'une augmentation mensuelle de minimum 100 euros octroyée par une entreprise du secteur de la Construction en sus des barèmes minimas fixés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises.
Par primo-entrant au sens du § 2, alinéa 1er, 1°, a) et 3°, on entend l'apprenant inscrit pour la première fois en année préparatoire, en formation de coordination et d'encadrement ou en formation de chef d'entreprise à une année de formation donnée.
§ 3. L'apprenant visé au § 1er et au § 2 a droit à une prime d'un montant maximum de 2 000 euros déclinée en maximum trois tranches, respectivement de 700 euros, 600 euros et 700 euros.
- la première tranche de 700 euros est liquidée, avant le 31 décembre 2023, à l'apprenant qui n'a perçu aucune tranche de la prime en 2022;
- la deuxième tranche d'un montant de 600 euros est liquidée au plus tard à la fin du mois de janvier 2024 à l'apprenant qui a perçu une première tranche de 700 euros en 2022, pour autant qu'il ait réussi l'année de formation 2021-2022 et qu'il poursuive une formation donnant droit à la prime reconstruction;
- la troisième tranche d'un montant de 700 euros est liquidée au plus tard au 31 janvier 2024, sur la base de la conclusion d'un contrat de travail ou, pour les apprenants visés au § 1er, d'un contrat de travail ou d'une convention de stage pour autant que l'apprenant ait réussi l'année de formation 2022-2023 et qu'il introduise la demande auprès de l'IFAPME, selon les modalités déterminées par celui-ci, et communique à l'IFAPME tout document probant permettant d'attester de la conclusion d'un contrat de travail ou d'une convention de stage dans un des secteurs concernés par la prime de reconstruction;
- par dérogation à l'alinéa premier, l'apprenant qui réussit son cycle de formation en 2022-2023 et décroche un contrat de travail perçoit une tranche de 700 euros au plus tard au 31 janvier 2024, même s'il n'a pas perçu l'une des deux premières tranches et pour autant qu'il introduise la demande auprès de l'IFAPME, selon les modalités déterminées par celui-ci, et communique à l'IFAPME tout document probant permettant d'attester de la conclusion d'un contrat de travail ou d'une convention de stage dans un des secteurs concernés par la prime reconstruction.
§ 4. L'IFAPME suspend la liquidation de toute tranche de la prime reconstruction dès lors qu'il constate que l'apprenant ne répond plus aux conditions prévues pour son octroi. L'IFAPME en avertit l'apprenant par voie électronique.
§ 5. L'apprenant bénéficie une seule fois de la prime reconstruction.
En cas de redoublement d'une année de formation, l'année redoublée n'ouvre pas le droit à la tranche correspondante.
§ 6. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant construction prévu à l'article 237.
1° être inscrit comme apprenant dans un Centre IFAPME pour l'année de formation 2022-2023 :
a) soit en tant que primo-entrant et être sous contrat d'alternance au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015 relatif au contrat d'alternance et avoir cumulé, avant le 30 septembre 2023, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance;
b) soit en deuxième année d'apprentissage et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur la base du § 3, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance pendant l'année de formation en cours;
c) soit en troisième année d'apprentissage et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur la base du § 3, un minimum de trois mois sous contrat d'alternance pendant l'année de formation en cours;
2° suivre une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
3° pour le primo-entrant dans une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans le secteur de la construction, avoir bénéficié d'une augmentation mensuelle de minimum 100 euros octroyée par une entreprise du secteur de la Construction en sus des barèmes minimas fixés à l'article 2ter, § 2, de l'accord de coopération-cadre relatif à la formation en alternance, conclu à Bruxelles, le 24 octobre 2008, entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française.
Par primo-entrant au sens du § 1er, alinéa 1er, 1°, a) et 3°, on entend l'apprenant qui s'inscrit pour la première fois en apprentissage à une année de formation donnée et conclut un premier contrat d'alternance.
§ 2. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, l'IFAPME octroie une prime reconstruction d'un montant maximum de 2.000 euros à l'apprenant qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être inscrit comme apprenant dans un Centre IFAPME pour l'année de formation 2022-2023 :
a) soit en tant que primo-entrant et être sous convention de stage au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises durant une durée de minimum trois mois avant le 30 septembre 2023;
b) soit en deuxième année de formation de chef d'entreprise et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la première tranche de la prime reconstruction, un minimum de trois mois sous convention de stage pendant l'année de formation en cours;
c) soit en troisième année de formation de chef d'entreprise et avoir cumulé, au moment de l'octroi de la tranche de la prime reconstruction qu'il promérite sur base du § 3, un minimum de trois mois sous convention de stage pendant l'année de formation en cours;
2° suivre une formation menant aux métiers en pénurie de main-d'oeuvre dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électrotechnique, dont la liste est arrêtée par l'IFAPME;
3° pour le primo-entrant dans une formation menant aux métiers en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, avoir bénéficié d'une augmentation mensuelle de minimum 100 euros octroyée par une entreprise du secteur de la Construction en sus des barèmes minimas fixés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 1998 relatif à la convention de stage dans la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises.
Par primo-entrant au sens du § 2, alinéa 1er, 1°, a) et 3°, on entend l'apprenant inscrit pour la première fois en année préparatoire, en formation de coordination et d'encadrement ou en formation de chef d'entreprise à une année de formation donnée.
§ 3. L'apprenant visé au § 1er et au § 2 a droit à une prime d'un montant maximum de 2 000 euros déclinée en maximum trois tranches, respectivement de 700 euros, 600 euros et 700 euros.
- la première tranche de 700 euros est liquidée, avant le 31 décembre 2023, à l'apprenant qui n'a perçu aucune tranche de la prime en 2022;
- la deuxième tranche d'un montant de 600 euros est liquidée au plus tard à la fin du mois de janvier 2024 à l'apprenant qui a perçu une première tranche de 700 euros en 2022, pour autant qu'il ait réussi l'année de formation 2021-2022 et qu'il poursuive une formation donnant droit à la prime reconstruction;
- la troisième tranche d'un montant de 700 euros est liquidée au plus tard au 31 janvier 2024, sur la base de la conclusion d'un contrat de travail ou, pour les apprenants visés au § 1er, d'un contrat de travail ou d'une convention de stage pour autant que l'apprenant ait réussi l'année de formation 2022-2023 et qu'il introduise la demande auprès de l'IFAPME, selon les modalités déterminées par celui-ci, et communique à l'IFAPME tout document probant permettant d'attester de la conclusion d'un contrat de travail ou d'une convention de stage dans un des secteurs concernés par la prime de reconstruction;
- par dérogation à l'alinéa premier, l'apprenant qui réussit son cycle de formation en 2022-2023 et décroche un contrat de travail perçoit une tranche de 700 euros au plus tard au 31 janvier 2024, même s'il n'a pas perçu l'une des deux premières tranches et pour autant qu'il introduise la demande auprès de l'IFAPME, selon les modalités déterminées par celui-ci, et communique à l'IFAPME tout document probant permettant d'attester de la conclusion d'un contrat de travail ou d'une convention de stage dans un des secteurs concernés par la prime reconstruction.
§ 4. L'IFAPME suspend la liquidation de toute tranche de la prime reconstruction dès lors qu'il constate que l'apprenant ne répond plus aux conditions prévues pour son octroi. L'IFAPME en avertit l'apprenant par voie électronique.
§ 5. L'apprenant bénéficie une seule fois de la prime reconstruction.
En cas de redoublement d'une année de formation, l'année redoublée n'ouvre pas le droit à la tranche correspondante.
§ 6. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant construction prévu à l'article 237.
Art. 219. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen organiseert FOREm opleidingen ten behoeve van werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zoals gedefinieerd in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001, met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van de buurtdiensten en-banen, met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform; 2° een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
a) 30 uur praktijklessen;
b) een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
3° een examenonderdeel dat bestaat uit :
a) de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de in paragraaf 5 bedoelde werknemer de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.950 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 220 € inclusief belastingen;
4° de rijschool betaalt de werknemer terug:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische tests (2 mogelijke tests, tot maximum 15 euro per test, inclusief belastingen);
b) de inschrijvingskosten voor de risicoperceptietest, tot maximum 15 EUR inclusief belastingen ;
c) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens (2 mogelijke tests, tot maximum 36 euro per test, inclusief belastingen).
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werknemer bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
Onverminderd de paragrafen 4 en 5, kan de werknemer onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een werknemer zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die in het Waalse Gewest woont;
2° tewerkgesteld zijn in een erkende dienstencheque-onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, waarvan de maatschappelijke zetel in het Waals Gewest is gevestigd;
3° een anciënniteit van minimum 6 maanden hebben in de onderneming bedoeld in 2°.
4° gedurende de laatste drie jaar jaarlijks ten minste één buurtwerk of -dienst hebben uitgevoerd die aanleiding geeft tot de toekenning van een dienstencheque.
De werknemer kan slechts eenmaal de in § 1 bedoelde opleiding genieten.
De werknemer die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van FOREm aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werknemer is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werknemer is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werknemer is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. De in het vorige lid bedoelde werknemers vragen de afgifte van de rijbewijsopleiding uitsluitend aan met behulp van het daartoe door FOREm opgestelde elektronische formulier. FOREm bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 10 dagen.
Indien de aanvraag onvolledig is, vraagt FOREm de ontbrekende elementen op bij de werknemer, die tien dagen heeft om zijn aanvraag aan te vullen.
Wanneer de aanvraag niet binnen de in lid 2 genoemde termijn door de werknemer wordt ingevuld, wordt de werknemer door FOREm binnen 30 dagen na de datum van indiening van het opleidingsaanvraagformulier in kennis gesteld van het besluit om de aanvraag zonder gevolg te klasseren.
§ 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen selecteert FOREm de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 3, die de subsidie overeenkomstig § 4 heeft aangevraagd, en die de opleiding bedoeld in § 1 kan volgen.
Binnen dezelfde erkende onderneming kan de opleiding worden gevolgd door maximaal twee werknemers die via een arbeidsovereenkomst dienstencheque met elkaar verbonden zijn. FOREm controleert deze voorwaarde alvorens over te gaan tot de in lid 1 bedoelde selectie.
Voor de in lid 1 bedoelde selectie gaat FOREm te werk in de chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, rekening houdende met de dag, het uur en de minuut van indiening of van codering.
§ 6. De door FOREm overeenkomstig § 5 geselecteerde werkzoekende heeft eerst recht op het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, a).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b) en c).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2,3°, c).
§ 7. Om in aanmerking te komen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b) en c), moet de door FOREm geselecteerde werkzoekende, overeenkomstig § 4, het bewijs leveren dat hij houder is van een geldig certificaat van het met goed gevolg afleggen van het theoretisch examen voor een rijbewijs van categorie B of AM.
Teneinde een follow-up te verzekeren van de sollicitaties van werkzoekenden die het theoretische opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, en het theoretische examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, a), hebben genoten, verzoekt FOREm deze werkzoekenden met alle wettelijke middelen om.
De werkzoekende bedoeld in lid 3 die niet reageert op het derde verzoek van FOREm wordt de toegang geweigerd tot de praktische opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, en tot de risicoperceptietest en het praktische examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b).
§ 8. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 5 geselecteerde werknemer zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform; 2° een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit:
a) 30 uur praktijklessen;
b) een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
3° een examenonderdeel dat bestaat uit :
a) de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de in paragraaf 5 bedoelde werknemer de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.950 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 220 € inclusief belastingen;
4° de rijschool betaalt de werknemer terug:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische tests (2 mogelijke tests, tot maximum 15 euro per test, inclusief belastingen);
b) de inschrijvingskosten voor de risicoperceptietest, tot maximum 15 EUR inclusief belastingen ;
c) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens (2 mogelijke tests, tot maximum 36 euro per test, inclusief belastingen).
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werknemer bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
Onverminderd de paragrafen 4 en 5, kan de werknemer onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een werknemer zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die in het Waalse Gewest woont;
2° tewerkgesteld zijn in een erkende dienstencheque-onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, waarvan de maatschappelijke zetel in het Waals Gewest is gevestigd;
3° een anciënniteit van minimum 6 maanden hebben in de onderneming bedoeld in 2°.
4° gedurende de laatste drie jaar jaarlijks ten minste één buurtwerk of -dienst hebben uitgevoerd die aanleiding geeft tot de toekenning van een dienstencheque.
De werknemer kan slechts eenmaal de in § 1 bedoelde opleiding genieten.
De werknemer die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van FOREm aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werknemer is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werknemer is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werknemer is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. De in het vorige lid bedoelde werknemers vragen de afgifte van de rijbewijsopleiding uitsluitend aan met behulp van het daartoe door FOREm opgestelde elektronische formulier. FOREm bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 10 dagen.
Indien de aanvraag onvolledig is, vraagt FOREm de ontbrekende elementen op bij de werknemer, die tien dagen heeft om zijn aanvraag aan te vullen.
Wanneer de aanvraag niet binnen de in lid 2 genoemde termijn door de werknemer wordt ingevuld, wordt de werknemer door FOREm binnen 30 dagen na de datum van indiening van het opleidingsaanvraagformulier in kennis gesteld van het besluit om de aanvraag zonder gevolg te klasseren.
§ 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen selecteert FOREm de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 3, die de subsidie overeenkomstig § 4 heeft aangevraagd, en die de opleiding bedoeld in § 1 kan volgen.
Binnen dezelfde erkende onderneming kan de opleiding worden gevolgd door maximaal twee werknemers die via een arbeidsovereenkomst dienstencheque met elkaar verbonden zijn. FOREm controleert deze voorwaarde alvorens over te gaan tot de in lid 1 bedoelde selectie.
Voor de in lid 1 bedoelde selectie gaat FOREm te werk in de chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, rekening houdende met de dag, het uur en de minuut van indiening of van codering.
§ 6. De door FOREm overeenkomstig § 5 geselecteerde werkzoekende heeft eerst recht op het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en het theoretisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, a).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b) en c).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 2,3°, c).
§ 7. Om in aanmerking te komen voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b) en c), moet de door FOREm geselecteerde werkzoekende, overeenkomstig § 4, het bewijs leveren dat hij houder is van een geldig certificaat van het met goed gevolg afleggen van het theoretisch examen voor een rijbewijs van categorie B of AM.
Teneinde een follow-up te verzekeren van de sollicitaties van werkzoekenden die het theoretische opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, en het theoretische examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, a), hebben genoten, verzoekt FOREm deze werkzoekenden met alle wettelijke middelen om.
De werkzoekende bedoeld in lid 3 die niet reageert op het derde verzoek van FOREm wordt de toegang geweigerd tot de praktische opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, en tot de risicoperceptietest en het praktische examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b).
§ 8. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 5 geselecteerde werknemer zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
Art. 219. § 1er. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm organise des formations au bénéfice de travailleurs liés par un contrat de travail titres-services, tel que défini par l'article 7bis de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théorique, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne; 2° un volet formation pratique comprenant :
a) 30 heures de cours pratiques;
b) un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec au premier examen pratique;
3° un volet examen comprenant :
a) les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec à la première épreuve théorique;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec au premier examen pratique.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêt, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le travailleur visé au paragraphe 5 peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.950 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 220 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au travailleur :
a) les frais d'inscription à l'examen théorique, à raison de 2 essais possibles, à concurrence de 15 euros TTC par test;
b) les frais d'inscription au test de perception des risques, à concurrence de 15 euros TTC;
c) les frais d'inscription aux examens théoriques, à raison de deux essais possibles, à concurrence de 36 euros TTC par test.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque travailleur sélectionné conformément au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 4 et 5, le travailleur peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un travailleur sous contrat de travail titres-services dont la résidence est située en Région wallonne;
2° être occupé au sein d'une entreprise agréée en titres-services visée à l'article 2, § 1er, 6°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité dont le siège social est situé en Région wallonne;
3° avoir minimum 6 mois d'ancienneté au sein de l'entreprise visée au 2° ;
4° avoir effectué au minimum une prestation de travaux ou services de proximité donnant lieu à l'octroi d'un titre-service chaque année durant les trois dernières années;
Le travailleur ne peut bénéficier qu'une seule fois de la formation visée au § 1er.
Le travailleur éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le travailleur est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le travailleur est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le travailleur est sous le coup d'une échéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Les travailleurs visés au paragraphe précédent sollicitent l'octroi de la formation au permis de conduire au moyen exclusif du formulaire électronique établi à cet effet par le FOREm. Le FOREm accuse réception de la demande dans un délai de 10 jours.
Lorsque la demande est incomplète, le FOREm réclame les éléments manquants au travailleur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande.
La demande qui n'est pas complétée par le travailleur dans le délai visé à l'alinéa 2 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée au travailleur, par le FOREm, dans les 30 jours à dater de l'introduction du formulaire de demande de formation.
§ 5. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne le travailleur, répondant aux conditions visées au § 3 et ayant sollicité le bénéfice de la subvention conformément au paragraphe 4, qui peut suivre la formation visée au § 1er.
Au sein d'une même entreprise agréée, la formation peut être suivie par maximum deux travailleurs liés par un contrat de travail titres-services. Le FOREm vérifie cette condition avant de procéder à la sélection visée à l'alinéa 1er.
Pour la sélection visée à l'alinéa 1er, le FOREm procède dans l'ordre chronologique de l'introduction des demandes, en tenant compte du jour, de l'heure et de la minute d'introduction ou encodage.
§ 6. Le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 5, bénéficie en premier lieu du volet formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, et de l'examen théorique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, a);
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2° et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3° b) et c).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2° et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, c).
§ 7. Afin de bénéficier du volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, du test de perception des risques et de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, b) et c), le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, doit apporter la preuve qu'il est titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité.
Afin d'assurer un suivi des demandes des demandeurs d'emploi ayant bénéficié du volet formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, et de l'examen théorique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, a), le FOREm sollicite ces demandeurs d'emploi par toute voie de droit.
Le demandeur d'emploi visé à l'alinéa 3 qui ne répond pas à la troisième sollicitation du FOREm se verra refusé l'accès à formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, et au test de perception des risques et à l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, b).
§ 8. Pour entrer en formation, le travailleur sélectionné par le FOREm, conformément au paragraphe 5, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théorique, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne; 2° un volet formation pratique comprenant :
a) 30 heures de cours pratiques;
b) un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec au premier examen pratique;
3° un volet examen comprenant :
a) les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec à la première épreuve théorique;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec au premier examen pratique.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêt, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le travailleur visé au paragraphe 5 peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.950 euros TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 220 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au travailleur :
a) les frais d'inscription à l'examen théorique, à raison de 2 essais possibles, à concurrence de 15 euros TTC par test;
b) les frais d'inscription au test de perception des risques, à concurrence de 15 euros TTC;
c) les frais d'inscription aux examens théoriques, à raison de deux essais possibles, à concurrence de 36 euros TTC par test.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque travailleur sélectionné conformément au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 4 et 5, le travailleur peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un travailleur sous contrat de travail titres-services dont la résidence est située en Région wallonne;
2° être occupé au sein d'une entreprise agréée en titres-services visée à l'article 2, § 1er, 6°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité dont le siège social est situé en Région wallonne;
3° avoir minimum 6 mois d'ancienneté au sein de l'entreprise visée au 2° ;
4° avoir effectué au minimum une prestation de travaux ou services de proximité donnant lieu à l'octroi d'un titre-service chaque année durant les trois dernières années;
Le travailleur ne peut bénéficier qu'une seule fois de la formation visée au § 1er.
Le travailleur éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le travailleur est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le travailleur est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le travailleur est sous le coup d'une échéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Les travailleurs visés au paragraphe précédent sollicitent l'octroi de la formation au permis de conduire au moyen exclusif du formulaire électronique établi à cet effet par le FOREm. Le FOREm accuse réception de la demande dans un délai de 10 jours.
Lorsque la demande est incomplète, le FOREm réclame les éléments manquants au travailleur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande.
La demande qui n'est pas complétée par le travailleur dans le délai visé à l'alinéa 2 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée au travailleur, par le FOREm, dans les 30 jours à dater de l'introduction du formulaire de demande de formation.
§ 5. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne le travailleur, répondant aux conditions visées au § 3 et ayant sollicité le bénéfice de la subvention conformément au paragraphe 4, qui peut suivre la formation visée au § 1er.
Au sein d'une même entreprise agréée, la formation peut être suivie par maximum deux travailleurs liés par un contrat de travail titres-services. Le FOREm vérifie cette condition avant de procéder à la sélection visée à l'alinéa 1er.
Pour la sélection visée à l'alinéa 1er, le FOREm procède dans l'ordre chronologique de l'introduction des demandes, en tenant compte du jour, de l'heure et de la minute d'introduction ou encodage.
§ 6. Le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 5, bénéficie en premier lieu du volet formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, et de l'examen théorique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, a);
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2° et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3° b) et c).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2° et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, c).
§ 7. Afin de bénéficier du volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, du test de perception des risques et de l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, b) et c), le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, doit apporter la preuve qu'il est titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité.
Afin d'assurer un suivi des demandes des demandeurs d'emploi ayant bénéficié du volet formation théorique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, et de l'examen théorique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, a), le FOREm sollicite ces demandeurs d'emploi par toute voie de droit.
Le demandeur d'emploi visé à l'alinéa 3 qui ne répond pas à la troisième sollicitation du FOREm se verra refusé l'accès à formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, et au test de perception des risques et à l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 3°, b).
§ 8. Pour entrer en formation, le travailleur sélectionné par le FOREm, conformément au paragraphe 5, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
Art. 220. Mits naleving van de toekenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 3 van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen, beschikt de onderneming die tussen 1 maart 2020 en 15 juli 2021, en waarvan de beslissing vóór 1 september 2021 verstreken is, over een nieuwe beslissing tot toekenning van de subsidie krachtens hetzelfde decreet, op aanvraag ingediend overeenkomstig artikel 4, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 28 maart 2019 tot uitvoering van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen.
Het bedrag van de subsidie met betrekking tot deze bijkomende aanvraag is gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet. Dit bedrag komt overeen met de voltijdse aanwerving van een niet-werkende werkzoekende als bedoeld in artikel 2 van hetzelfde decreet. Het kan overeenkomstig artikel 5, § 2, van hetzelfde decreet worden verhoogd.
De in lid 1 bedoelde aanvraag dient uiterlijk tegen 31 december 2021 ingediend te worden.
Bij niet-inachtneming van de in lid 2 bedoelde termijn wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd.
De in lid 1 bedoelde subsidie wordt voor een periode van één jaar aan de onderneming toegekend.
De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt toegekend voor de aanwerving van een niet-werkende werkzoekende of voor de werknemer die in dienst is van de werkgever in het kader van de beslissing tot toekenning van de subsidie die verstreken is tussen 1 maart 2020 en 15 juli 2021.
De verplichting bedoeld in artikel 12, paragraaf 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 14 februari 2019, is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde beslissing tot toekenning van de subsidie.
Het bedrag van de subsidie met betrekking tot deze bijkomende aanvraag is gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet. Dit bedrag komt overeen met de voltijdse aanwerving van een niet-werkende werkzoekende als bedoeld in artikel 2 van hetzelfde decreet. Het kan overeenkomstig artikel 5, § 2, van hetzelfde decreet worden verhoogd.
De in lid 1 bedoelde aanvraag dient uiterlijk tegen 31 december 2021 ingediend te worden.
Bij niet-inachtneming van de in lid 2 bedoelde termijn wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd.
De in lid 1 bedoelde subsidie wordt voor een periode van één jaar aan de onderneming toegekend.
De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt toegekend voor de aanwerving van een niet-werkende werkzoekende of voor de werknemer die in dienst is van de werkgever in het kader van de beslissing tot toekenning van de subsidie die verstreken is tussen 1 maart 2020 en 15 juli 2021.
De verplichting bedoeld in artikel 12, paragraaf 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 14 februari 2019, is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde beslissing tot toekenning van de subsidie.
Art. 220. Sous réserve du respect des conditions d'octroi prévues à l'article 3 du décret du 14 février 2019 relatif aux subventions visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises, l'entreprise dont la décision d'octroi de la subvention est arrivée à échéance entre le 1er mars 2020 et le 15 juillet 2021 et dont la décision est arrivée à échéance avant le 1er septembre 2021 bénéficie, sur demande introduite conformément à l'article 4, paragraphe 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 mars 2019 portant exécution du décret du 14 février 2019 relatif aux subventions visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises, d'une nouvelle décision d'octroi de la subvention en vertu du même décret.
Le montant de la subvention relatif à cette demande complémentaire est égal au montant visé à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3°. Ce montant correspond à l'engagement à temps plein d'un demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 2 du même décret. Il peut être majoré, conformément à l'article 5, § 2, du même décret.
La demande visée à l'alinéa 1er est introduite pour le 31 décembre 2021 au plus tard.
Passé le délai visé à l'alinéa 2, la demande est classée sans suite.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée à l'entreprise pour une durée d'un an.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé ou pour le travailleur occupé par l'employeur dans le cadre de la décision d'octroi de la subvention arrivée à échéance entre le 1er mars 2020 et le 15 juillet 2021.
L'obligation visée à l'article 12, paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, du décret du 14 février 2019 ne s'applique pas à la décision d'octroi de la subvention visée à l'alinéa 1er.
Le montant de la subvention relatif à cette demande complémentaire est égal au montant visé à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3°. Ce montant correspond à l'engagement à temps plein d'un demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 2 du même décret. Il peut être majoré, conformément à l'article 5, § 2, du même décret.
La demande visée à l'alinéa 1er est introduite pour le 31 décembre 2021 au plus tard.
Passé le délai visé à l'alinéa 2, la demande est classée sans suite.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée à l'entreprise pour une durée d'un an.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé ou pour le travailleur occupé par l'employeur dans le cadre de la décision d'octroi de la subvention arrivée à échéance entre le 1er mars 2020 et le 15 juillet 2021.
L'obligation visée à l'article 12, paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, du décret du 14 février 2019 ne s'applique pas à la décision d'octroi de la subvention visée à l'alinéa 1er.
Art. 221. Naast de opschortingsclausules bedoeld in artikel 10 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt de toekenning van de in de artikelen 3 en 4 van hetzelfde decreet vermelde werkuitkering opgeschort wanneer de betrokken werknemer tijdelijk werkloos is.
De schorsing wordt automatisch opgeheven zodra de periode van tijdelijke werkloosheid afloopt.
De schorsing wordt automatisch opgeheven zodra de periode van tijdelijke werkloosheid afloopt.
Art. 221. En complément des causes de suspension visées à l'article 10 du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à destination des groupes-cibles, la durée de l'octroi de l'allocation de travail, visée aux articles 3 et 4 du même décret, est suspendue lorsque le travailleur engagé est mis en chômage temporaire.
La suspension est automatiquement levée dès la fin de la période de chômage temporaire.
La suspension est automatiquement levée dès la fin de la période de chômage temporaire.
Art. 222. In afwijking van artikel 461, lid 1, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt de planning van de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp 2016-2021 met twee jaar verlengd en is van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Art. 222. Par dérogation à l'article 461, alinéa 1er, du Code wallon de l'action sociale et de la santé, la programmation des centres de coordination des soins et de l'aide à domicile 2016-2021 est prolongée de deux ans et est applicable pour les années 2022 et 2023.
Art. 223. Artikel D.170, § 2, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, wordt aangevuld met de punten 5° en 6°, luidend als volgt :
"5° Acties ter verbetering van milieuonderzoek, -vervolging en -handhaving;
6° Acties ter verbetering van de handhaving van de milieuwetgeving.".
"5° Acties ter verbetering van milieuonderzoek, -vervolging en -handhaving;
6° Acties ter verbetering van de handhaving van de milieuwetgeving.".
Art. 223. L'article D.170, § 2, alinéa 1er, du Livre Ier du Code de l'Environnement, est complété par un 5° et un 6° rédigés comme suit :
" 5° Les actions visant à améliorer la recherche, la poursuite et la répression environnementale;
6° Les actions visant à valoriser les actions de répression environnementale. ".
" 5° Les actions visant à améliorer la recherche, la poursuite et la répression environnementale;
6° Les actions visant à valoriser les actions de répression environnementale. ".
Art. 224. [1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor Beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
2° situatie van een alleenouderschap: gezinssituatie van een persoon die het alleen of beurtelings gezag over een kind heeft ;
3° "FOREm" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);
4° B.I.M.-statuut: de begunstigde van de verhoogde tussenkomst in de terugbetaling van gezondheidszorg en geneesmiddelen;
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de "FOREm" aan de niet-werkende werkzoekende die in een alleenouderschap situatie verkeert, de volgende financiële voordelen toekennen:
1° een forfaitaire dagvergoeding van 6 euro ter dekking van de kosten voor kinderopvang tot de leeftijd waarop zij tot de kleuterschool kunnen worden toegelaten;
2° een forfaitaire dagvergoeding van 4 euro om de kosten van buitenschoolse opvang te dekken voor kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan.
De in het eerste lid bedoelde financiële uitkeringen kunnen worden toegekend wanneer de niet-werkende werkzoekende:
1° een opleiding, stage of studies volgt waarvoor hij, als volledig werkloze, een vrijstelling van beschikbaarheid geniet toegekend door de "FOREm" krachtens de artikelen 92 tot 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering zoals gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 21 december 2022;
2° een beroepsopleiding volgt die gedekt wordt door een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding.
De financiële voordelen bedoeld in het eerste lid worden toegekend overeenkomstig het tweede lid, op voorwaarde dat de werkzoekende het bewijs levert van de realiteit van de opvangkosten door aan de "FOREm" bewijsstukken over te leggen met betrekking tot de uitgaven betaald aan een van de volgende instellingen:
a) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de "Office national de l'Enfance";
b) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de Gemeenten, Provincies, Gemeenschappen of Gewesten;
c) kribben of onafhankelijke pleeggezinnen onder toezicht van de "Office national de l'Enfance";
d) kleuter- of basisscholen, dan wel instellingen of opvangstructuren die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht.
De verificatie van de situatie van alleenouderschap wordt door de "FOREm" verricht op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe hij toegang heeft en, bij ontstentenis van beschikbare gegevens, op basis van een kopie van een bewijs van samenstelling van het huishouden of enig ander document dat door de niet-werkende werkzoekende wordt verstrekt en aan de hand waarvan de situatie van alleenouderschap kan worden vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde financiële voordelen mogen niet worden gecombineerd met andere tegemoetkomingen in dezelfde opvangkosten.
§ 3. De "FOREm" berekent het bedrag van de financiële uitkeringen bedoeld in § 2, eerste lid, per dag van aanwezigheid of gelijkgesteld met deelname aan een beroepsopleiding en waarvoor een van de situaties bedoeld in § 2, tweede lid, zich voordoet en per kind waarvoor de niet-werkende werkzoekende zich in een alleenouderschap situatie bevindt.
§ 4. De in § 2, eerste lid, bedoelde financiële uitkeringen worden door de "FOREm" maandelijks in één keer uitbetaald.
§ 5. De "FOREm" is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd. De "FOREm" centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens die het mogelijk maken het alleenouderschap van de niet-werkende werkzoekende vast te stellen, alsook de gegevens van de personen die het huishouden vormen en die noodzakelijk zijn voor de berekening van het bedrag van de financiële uitkeringen overeenkomstig artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) .]1
1° niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor Beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
2° situatie van een alleenouderschap: gezinssituatie van een persoon die het alleen of beurtelings gezag over een kind heeft ;
3° "FOREm" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);
4° B.I.M.-statuut: de begunstigde van de verhoogde tussenkomst in de terugbetaling van gezondheidszorg en geneesmiddelen;
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de "FOREm" aan de niet-werkende werkzoekende die in een alleenouderschap situatie verkeert, de volgende financiële voordelen toekennen:
1° een forfaitaire dagvergoeding van 6 euro ter dekking van de kosten voor kinderopvang tot de leeftijd waarop zij tot de kleuterschool kunnen worden toegelaten;
2° een forfaitaire dagvergoeding van 4 euro om de kosten van buitenschoolse opvang te dekken voor kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan.
De in het eerste lid bedoelde financiële uitkeringen kunnen worden toegekend wanneer de niet-werkende werkzoekende:
1° een opleiding, stage of studies volgt waarvoor hij, als volledig werkloze, een vrijstelling van beschikbaarheid geniet toegekend door de "FOREm" krachtens de artikelen 92 tot 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering zoals gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 21 december 2022;
2° een beroepsopleiding volgt die gedekt wordt door een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding.
De financiële voordelen bedoeld in het eerste lid worden toegekend overeenkomstig het tweede lid, op voorwaarde dat de werkzoekende het bewijs levert van de realiteit van de opvangkosten door aan de "FOREm" bewijsstukken over te leggen met betrekking tot de uitgaven betaald aan een van de volgende instellingen:
a) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de "Office national de l'Enfance";
b) instellingen of opvangstructuren die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de Gemeenten, Provincies, Gemeenschappen of Gewesten;
c) kribben of onafhankelijke pleeggezinnen onder toezicht van de "Office national de l'Enfance";
d) kleuter- of basisscholen, dan wel instellingen of opvangstructuren die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht.
De verificatie van de situatie van alleenouderschap wordt door de "FOREm" verricht op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe hij toegang heeft en, bij ontstentenis van beschikbare gegevens, op basis van een kopie van een bewijs van samenstelling van het huishouden of enig ander document dat door de niet-werkende werkzoekende wordt verstrekt en aan de hand waarvan de situatie van alleenouderschap kan worden vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde financiële voordelen mogen niet worden gecombineerd met andere tegemoetkomingen in dezelfde opvangkosten.
§ 3. De "FOREm" berekent het bedrag van de financiële uitkeringen bedoeld in § 2, eerste lid, per dag van aanwezigheid of gelijkgesteld met deelname aan een beroepsopleiding en waarvoor een van de situaties bedoeld in § 2, tweede lid, zich voordoet en per kind waarvoor de niet-werkende werkzoekende zich in een alleenouderschap situatie bevindt.
§ 4. De in § 2, eerste lid, bedoelde financiële uitkeringen worden door de "FOREm" maandelijks in één keer uitbetaald.
§ 5. De "FOREm" is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd. De "FOREm" centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens die het mogelijk maken het alleenouderschap van de niet-werkende werkzoekende vast te stellen, alsook de gegevens van de personen die het huishouden vormen en die noodzakelijk zijn voor de berekening van het bedrag van de financiële uitkeringen overeenkomstig artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) .]1
Modifications
Art. 224. [1 § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° demandeur d'emploi inoccupé : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire;
2° situation de monoparentalité : situation familiale d'une personne qui assume seule ou de manière alternée la garde principale d'un enfant;
3° FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi;
4° Statut BIM : le bénéficiaire de l'intervention majorée dans le remboursement des soins de santé et des médicaments.
§ 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le FOREm peut octroyer au demandeur d'emploi inoccupé qui est en situation de monoparentalité et qui ne bénéficie pas de la gratuité des frais d'accueil dans le cadre du statut BIM, les avantages financiers suivants :
1° une indemnité forfaitaire journalière de 6 euros pour couvrir les frais d'accueil jusqu'à l'âge où ils peuvent être admis dans l'enseignement maternel;
2° une indemnité forfaitaire journalière de 4 euros pour couvrir des frais d'accueil extrascolaire des enfants qui fréquentent l'enseignement maternel ou primaire;
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er peuvent être octroyés lorsque le demandeur d'emploi inoccupé :
1° suit une formation, un stage ou des études pour lesquels il bénéficie, en tant que chômeur complet, d'une dispense de disponibilité octroyée par le FOREm en vertu des articles 92 à 94 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage tels que modifiés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 décembre 2022;
2° suit une formation professionnelle couverte par un contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er sont octroyés conformément à l'alinéa 2, à condition que le demandeur d'emploi apporte la preuve de la réalité des dépenses d'accueil par la transmission au FOREm des pièces justificatives se rapportant aux dépenses payées à l'un des organismes suivants :
a) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
b) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par les Communes, les Provinces, les Communautés ou les Régions;
c) des crèches ou des familles d'accueil indépendantes contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
d) des écoles maternelles ou primaires, ou des institutions ou structures d'accueil rattachées à l'école ou au pouvoir organisateur.
La vérification de la situation de monoparentalité est effectuée par le FOREm sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès et à défaut de disponibilité des données, sur la base d'une copie d'un certificat de composition de ménage ou tout autre document transmis par le demandeur d'emploi inoccupé et permettant d'établir la situation de monoparentalité.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être cumulés avec d'autres interventions sur les mêmes frais d'accueil.
§ 3. Le FOREm calcule le montant des avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, par jour de présence ou assimilé à une présence en formation professionnelle et pour lesquels une des situations visées au § 2, alinéa 2, est rencontrée et par enfant pour lequel le demandeur d'emploi inoccupé est en situation de monoparentalité.
§ 4. Les avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, sont liquidés tous les mois par le FOREm en une seule tranche.
§ 5. Le FOREm est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article. Le FOREm centralise, agrège et conserve les données permettant d'établir la situation de monoparentalité du demandeur d'emploi inoccupé ainsi que les données des personnes qui composent le ménage nécessaire pour le calcul du montant des avantages financiers conformément à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.]1
1° demandeur d'emploi inoccupé : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire;
2° situation de monoparentalité : situation familiale d'une personne qui assume seule ou de manière alternée la garde principale d'un enfant;
3° FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi;
4° Statut BIM : le bénéficiaire de l'intervention majorée dans le remboursement des soins de santé et des médicaments.
§ 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le FOREm peut octroyer au demandeur d'emploi inoccupé qui est en situation de monoparentalité et qui ne bénéficie pas de la gratuité des frais d'accueil dans le cadre du statut BIM, les avantages financiers suivants :
1° une indemnité forfaitaire journalière de 6 euros pour couvrir les frais d'accueil jusqu'à l'âge où ils peuvent être admis dans l'enseignement maternel;
2° une indemnité forfaitaire journalière de 4 euros pour couvrir des frais d'accueil extrascolaire des enfants qui fréquentent l'enseignement maternel ou primaire;
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er peuvent être octroyés lorsque le demandeur d'emploi inoccupé :
1° suit une formation, un stage ou des études pour lesquels il bénéficie, en tant que chômeur complet, d'une dispense de disponibilité octroyée par le FOREm en vertu des articles 92 à 94 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage tels que modifiés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 décembre 2022;
2° suit une formation professionnelle couverte par un contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er sont octroyés conformément à l'alinéa 2, à condition que le demandeur d'emploi apporte la preuve de la réalité des dépenses d'accueil par la transmission au FOREm des pièces justificatives se rapportant aux dépenses payées à l'un des organismes suivants :
a) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
b) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par les Communes, les Provinces, les Communautés ou les Régions;
c) des crèches ou des familles d'accueil indépendantes contrôlées par l'Office national de l'Enfance;
d) des écoles maternelles ou primaires, ou des institutions ou structures d'accueil rattachées à l'école ou au pouvoir organisateur.
La vérification de la situation de monoparentalité est effectuée par le FOREm sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès et à défaut de disponibilité des données, sur la base d'une copie d'un certificat de composition de ménage ou tout autre document transmis par le demandeur d'emploi inoccupé et permettant d'établir la situation de monoparentalité.
Les avantages financiers visés à l'alinéa 1er ne peuvent pas être cumulés avec d'autres interventions sur les mêmes frais d'accueil.
§ 3. Le FOREm calcule le montant des avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, par jour de présence ou assimilé à une présence en formation professionnelle et pour lesquels une des situations visées au § 2, alinéa 2, est rencontrée et par enfant pour lequel le demandeur d'emploi inoccupé est en situation de monoparentalité.
§ 4. Les avantages financiers visés au § 2, alinéa 1er, sont liquidés tous les mois par le FOREm en une seule tranche.
§ 5. Le FOREm est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article. Le FOREm centralise, agrège et conserve les données permettant d'établir la situation de monoparentalité du demandeur d'emploi inoccupé ainsi que les données des personnes qui composent le ménage nécessaire pour le calcul du montant des avantages financiers conformément à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.]1
Modifications
Art. 225. [1 § 1. De "FOREm" organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de "Forem";
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2023 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de "FOREm" wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst voor een instapopleiding met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn de niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet, uitgesloten van de in het eerste lid bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° een cheque "theoretisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
* de kosten van de risicoperceptietest;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
* de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
2° een cheque "praktisch rijbewijs" die omvat:
a) voor het rijbewijs categorie B:
* 30 uur praktijklessen;
* de kosten van de risicoperceptietest;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
b) voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
* 8 uur praktijklessen;
* een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
* de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
De cheques bedoeld in lid 2, 1° en 2°, zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen door FOREm tegelijkertijd in één en dezelfde beslissing worden toegekend.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 150 inclusief belastingen ;
* 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.830 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 210 inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
* 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 inclusief belastingen ;
* 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 inclusief belastingen;
* twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De tarieven bedoeld in lid 2, 3°, zijn van toepassing bij de toekenning van de cheque door FOREm.
De tarieven, bedoeld in paragraaf 2, 3°, kunnen elk jaar in februari worden geïndexeerd door de Minister bevoegd voor Opleiding op voorwaarde dat de indexering het indexcijfer van de consumptieprijzen niet overschrijdt.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de "Forem";
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied;
3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2023 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouw-, hout- en elektriciteitssector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door de "FOREm" wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst voor een instapopleiding met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een theoretische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn niet-werkende werkzoekenden die in 2022 in aanmerking zijn gekomen voor een praktische rijbewijsopleiding via een rijbewijs-cheque van "FOREm", uitgesloten van de in paragraaf 1, tweede lid, 2°, bedoelde opleiding.
In afwijking van het eerste lid zijn de niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 216 van dit decreet, uitgesloten van de in het eerste lid bedoelde opleiding.
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a) en 2°, b).
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, a), 1, 3e en 4e streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.]1
Modifications
Art. 225. [1 § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
La formation visée à l'alinéa 1er se compose de :
1° un chèque " permis de conduire théorique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
* les frais du test de perception des risques;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
* les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
2° un chèque " permis de conduire pratique " qui comprend :
a) pour le permis de conduire catégorie B :
* 30 heures de cours pratiques;
* les frais du test de perception des risques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique;
b) pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
* 8 heures de cours pratiques;
* un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
* les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
Les chèques visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, sont indépendamment l'un de l'autre et peuvent être octroyés en même temps par le FOREm dans une seule et même décision.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 150 euros TTC;
* 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1.830 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 210 euros TTC;
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
* 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 euros TTC;
* 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 euros TTC;
* deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 euros TTC;
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, sont applicables au moment de l'octroi du chèque par le FOREm.
Les tarifs visés à l'alinéa 2, 3°, peuvent être indexés en février de chaque année, par la Ministre ayant la Formation dans ses attributions, pour autant que l'indexation ne dépasse pas l'indice des prix à la consommation.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au paragraphe 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° avoir terminé ou suivre durant l'année 2023 une formation qualifiante menant à un métier en pénurie de main d'oeuvre dans le secteur de la construction, du bois et de l'électricité dont la liste est arrêtée par le FOREm, comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire théorique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le demandeur d'emploi inoccupé qui a bénéficié de la formation au permis de conduire pratique par le biais d'un chèque permis de conduire octroyé par le FOREm en 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, est exclu du bénéfice de la formation visée au § 1er, le demandeur d'emploi inoccupé qui peut bénéficier d'une formation pour le permis de conduire organisée par l'IFAPME en vertu de l'article 216 du présent décret.
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
La liste visée à l'alinéa 1er, 3°, a), est d'application au jour de l'inscription à la formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée ou de l'entrée en formation mentionnée dans le contrat de la formation alternée.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a) et 2°, b).
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 2°, a), 1er, 3e et 4e tirets.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.]1
Modifications
Art. 226. In afwijking van artikel 12, 9°, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt het bedrag van de door de werkgever betaalde financiële tussenkomst, bedoeld in artikel 12, 9°, van hetzelfde decreet, 450 euro wanneer de alternerende opleiding gericht is op een beroep dat is opgenomen in de door FOREm opgestelde lijst van beroepen met een tekort aan arbeidskrachten.
Lid 1 is van toepassing op elke tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 gesloten overeenkomst inzake alternerende opleiding. Onverminderd lid 2 is lid 1 van toepassing op alternerende opleidingen die bij de sluiting van de overeenkomst inzake alternerende opleiding of bij de daadwerkelijke aanvang van de alternerende opleiding leiden tot een beroep dat voorkomt op de in lid 1 bedoelde lijst.
Lid 1 is van toepassing op elke tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 gesloten overeenkomst inzake alternerende opleiding. Onverminderd lid 2 is lid 1 van toepassing op alternerende opleidingen die bij de sluiting van de overeenkomst inzake alternerende opleiding of bij de daadwerkelijke aanvang van de alternerende opleiding leiden tot een beroep dat voorkomt op de in lid 1 bedoelde lijst.
Art. 226. Par dérogation à l'article 12, 9°, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, lorsque la formation alternée vise un métier repris dans la liste des métiers en pénurie de main d'oeuvre établie par le Forem, le montant de l'intervention financière payée par l'employeur, visée à l'article 12, 9°, du même décret s'élève à 450 euros.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation alternée conclus entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2023. Sans préjudice de l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique à toute formation alternée qui, au moment de la conclusion du contrat de formation alternée ou au moment du début effectif de la formation alternée, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation alternée conclus entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2023. Sans préjudice de l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique à toute formation alternée qui, au moment de la conclusion du contrat de formation alternée ou au moment du début effectif de la formation alternée, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er.
Art. 227. Voor de toepassing van artikel 91 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering vormt de alternerende opleiding georganiseerd door het besluit van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, een beroepsopleiding in de zin van artikel 27, 6°, van hetzelfde besluit.
Art. 227. Pour l'application de l'article 91 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, la formation alternée organisée par le décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant constitue une formation professionnelle au sens de l'article 27, 6° du même arrêté.
Art. 228. § 1. Onverminderd de bij de bestaande decreten en hun uitvoeringsbesluiten ingevoerde subsidieregelingen kan de Dienst, binnen de perken van de voor dit doel in zijn begroting opgenomen beschikbare kredieten, na een oproep tot het indienen van projecten en met inachtneming van de beginselen van billijkheid en transparantie, financiële steun verlenen voor acties die gericht zijn op de integratie van langdurig werklozen in het arbeidsproces.
De in lid 1 bedoelde subsidie is bestemd voor de financiering van alle of een deel van de kosten van acties die gericht zijn op de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt, met inbegrip van de bezoldigingskosten van hun arbeidscontracten, de kosten van toezicht en ondersteuning, de exploitatie- en investeringskosten en de bezoldigingskosten van de projectcoördinatie.
§ § 2. De subsidie dekt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten in het kader van qua doel en duur beperkte acties. De begunstigden van de subsidie voeren een afzonderlijke boekhouding van de kosten en ontvangsten die voortvloeien uit de uitvoering van elke gesubsidieerde actie.
De subsidie kan door de begunstigde niet worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van FOREm.
§ 3. De Minister van Werk bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de §§ 1 en 2 en stelt de regels vast met betrekking tot:
1° de organisatie van oproepen tot het indienen van projecten ;
2° de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de subsidie;
3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie;
4° de modaliteiten voor het gebruik van de subsidie;
5° de modaliteiten voor de betaling van de subsidie;
6° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
7° specifieke regelingen voor de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
De in lid 1 bedoelde subsidie is bestemd voor de financiering van alle of een deel van de kosten van acties die gericht zijn op de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt, met inbegrip van de bezoldigingskosten van hun arbeidscontracten, de kosten van toezicht en ondersteuning, de exploitatie- en investeringskosten en de bezoldigingskosten van de projectcoördinatie.
§ § 2. De subsidie dekt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten in het kader van qua doel en duur beperkte acties. De begunstigden van de subsidie voeren een afzonderlijke boekhouding van de kosten en ontvangsten die voortvloeien uit de uitvoering van elke gesubsidieerde actie.
De subsidie kan door de begunstigde niet worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van FOREm.
§ 3. De Minister van Werk bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de §§ 1 en 2 en stelt de regels vast met betrekking tot:
1° de organisatie van oproepen tot het indienen van projecten ;
2° de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de subsidie;
3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie;
4° de modaliteiten voor het gebruik van de subsidie;
5° de modaliteiten voor de betaling van de subsidie;
6° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
7° specifieke regelingen voor de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
Art. 228. § 1er. Sans préjudice des régimes de subvention organisés par les décrets existants et leurs arrêtés d'exécution, dans les limites des crédits disponibles inscrits à cet effet dans son budget , l'Office peut, au terme d'un appel à projets et dans le respect des principes d'équité et de transparence, octroyer un soutien financier pour des actions visant l'insertion sur le marché du travail de personnes sans emploi de longue durée.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie des frais liés aux actions visant insertion sur le marché du travail de personnes sans emploi de longue durée, en ce compris les frais de rémunération liées à leur engagement sous contrat de travail, les frais d'encadrement et d'accompagnement, les frais de fonctionnement et d'investissement, ainsi que les frais de rémunération liés à la coordination de projet.
§ 2. La subvention couvre, au maximum, les coûts effectivement supportés dans le cadre d'actions limitées dans leur objet et leur durée. Les bénéficiaires de la subvention tiennent une comptabilité séparée des coûts et recettes découlant de la mise en oeuvre de chaque action subventionnée.
La subvention ne peut être cédée par son bénéficiaire sans l'accord préalable du FOREM.
§ 3. Le Ministre de l'Emploi précise les modalités d'application des paragraphes 1er et 2 et définit les règles relatives à :
1° l'organisation des appels à projets;
2° les conditions et la procédure d'octroi de la subvention;
3° la détermination du montant de la subvention;
4° les modalités d'utilisation de la subvention;
5° les modalités de liquidation de la subvention;
6° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
7° les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie des frais liés aux actions visant insertion sur le marché du travail de personnes sans emploi de longue durée, en ce compris les frais de rémunération liées à leur engagement sous contrat de travail, les frais d'encadrement et d'accompagnement, les frais de fonctionnement et d'investissement, ainsi que les frais de rémunération liés à la coordination de projet.
§ 2. La subvention couvre, au maximum, les coûts effectivement supportés dans le cadre d'actions limitées dans leur objet et leur durée. Les bénéficiaires de la subvention tiennent une comptabilité séparée des coûts et recettes découlant de la mise en oeuvre de chaque action subventionnée.
La subvention ne peut être cédée par son bénéficiaire sans l'accord préalable du FOREM.
§ 3. Le Ministre de l'Emploi précise les modalités d'application des paragraphes 1er et 2 et définit les règles relatives à :
1° l'organisation des appels à projets;
2° les conditions et la procédure d'octroi de la subvention;
3° la détermination du montant de la subvention;
4° les modalités d'utilisation de la subvention;
5° les modalités de liquidation de la subvention;
6° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
7° les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
Art. 229. § 1. Forem kent, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, een maandelijkse subsidie toe aan de werkgevers, voor elke maand tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 waarin zij een werknemer tewerkstellen die de werkvergoeding bedoeld in artikel 3 of artikel 4 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen.
De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt aan de werkgever verleend op voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde werknemer :
1° tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 door de in paragraaf 1 bedoelde werkgever in dienst wordt genomen op basis van een arbeidsovereenkomst;
2° tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 niet in dienst is geweest bij de werkgever, bedoeld in paragraaf 1.
§ 2. Op basis van de authentieke gegevens waartoe het toegang heeft, informeert Forem de werkgevers die voldoen aan de in § 1 bedoelde voorwaarde over hun mogelijkheid om de in § 1 bedoelde subsidie te genieten.
De werknemer, op de hoogte gebracht volgens de in lid 1 bedoelde modaliteiten en die in aanmerking wenst te komen voor de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde premie, dient tussen 7 juni 2021 en 31 augustus 2021 bij de FOREm een aanvraag tot toekenning van de premie in door middel van het daartoe door de FOREm opgestelde elektronische formulier, dat beschikbaar is op de website van de FOREm.<0
Indien de aanvraag onvolledig is, stelt Forem de werkgever daarvan in kennis, die over 10 dagen beschikt om zijn aanvraag aan te vullen, te rekenen vanaf de datum van de door de Forem toegezonden informatie.
Indien de aanvraag door de werkgever niet binnen de in lid 3 bedoelde termijn wordt aangevuld, stelt Forem de werkgever in kennis van de beslissing om de aanvraag af te sluiten.
§ 3. Op basis van de authentieke gegevens waartoe het toegang heeft, berekent Forem het bedrag van de in § 1 bedoelde subsidie.<0
De in § 1 bedoelde maandelijkse subsidie bedraagt 100 euro. Het bedrag wordt berekend op basis van het verstrekte werkregime, naar rato van de betaalde werkvergoedingen volgens de berekeningswijzen, bedoeld bij of krachtens artikel 6, vierde en vijfde lid, van voornoemd besluit van 2 februari 2017.
§ 4. De subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 door Forem betaald aan de werkgevers die hun aanvraag overeenkomstig paragraaf 3 hebben ingediend, op basis van de werkvergoedingen die, overeenkomstig het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen, voor de tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 verrichte arbeidsprestaties zijn betaald.
§ 5. Elk onverschuldigd betaald bedrag wordt door FOREm teruggevorderd, via alle wettelijke middelen.
§ 6. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd.
De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt aan de werkgever verleend op voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde werknemer :
1° tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 door de in paragraaf 1 bedoelde werkgever in dienst wordt genomen op basis van een arbeidsovereenkomst;
2° tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 niet in dienst is geweest bij de werkgever, bedoeld in paragraaf 1.
§ 2. Op basis van de authentieke gegevens waartoe het toegang heeft, informeert Forem de werkgevers die voldoen aan de in § 1 bedoelde voorwaarde over hun mogelijkheid om de in § 1 bedoelde subsidie te genieten.
De werknemer, op de hoogte gebracht volgens de in lid 1 bedoelde modaliteiten en die in aanmerking wenst te komen voor de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde premie, dient tussen 7 juni 2021 en 31 augustus 2021 bij de FOREm een aanvraag tot toekenning van de premie in door middel van het daartoe door de FOREm opgestelde elektronische formulier, dat beschikbaar is op de website van de FOREm.<0
Indien de aanvraag onvolledig is, stelt Forem de werkgever daarvan in kennis, die over 10 dagen beschikt om zijn aanvraag aan te vullen, te rekenen vanaf de datum van de door de Forem toegezonden informatie.
Indien de aanvraag door de werkgever niet binnen de in lid 3 bedoelde termijn wordt aangevuld, stelt Forem de werkgever in kennis van de beslissing om de aanvraag af te sluiten.
§ 3. Op basis van de authentieke gegevens waartoe het toegang heeft, berekent Forem het bedrag van de in § 1 bedoelde subsidie.<0
De in § 1 bedoelde maandelijkse subsidie bedraagt 100 euro. Het bedrag wordt berekend op basis van het verstrekte werkregime, naar rato van de betaalde werkvergoedingen volgens de berekeningswijzen, bedoeld bij of krachtens artikel 6, vierde en vijfde lid, van voornoemd besluit van 2 februari 2017.
§ 4. De subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 door Forem betaald aan de werkgevers die hun aanvraag overeenkomstig paragraaf 3 hebben ingediend, op basis van de werkvergoedingen die, overeenkomstig het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen, voor de tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 verrichte arbeidsprestaties zijn betaald.
§ 5. Elk onverschuldigd betaald bedrag wordt door FOREm teruggevorderd, via alle wettelijke middelen.
§ 6. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd.
Art. 229. § 1er. Le Forem octroie, dans les limites de moyens budgétaires disponibles, une subvention mensuelle aux employeurs, pour chaque mois situé entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2022 au cours duquel ils occupent un travailleur qui bénéficie de l'allocation de travail visée à l'article 3 ou à l'article 4 du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupescibles.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée à l'employeur à condition que le travailleur visé à l'alinéa 1er :
1° soit engagé dans les liens d'un contrat de travail par l'employeur visé à l'alinéa 1er entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2022;
2° n'ait pas été occupé dans les liens d'un contrat de travail par l'employeur visé à l'alinéa 1er entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021.
§ 2. Sur la base des données authentiques auxquelles il accède, le Forem informe les employeurs qui répondent à la condition visée au § 1er, de leur possibilité de bénéficier de la subvention visée au § 1er.
L'employeur informé conformément à l'alinéa 1er qui désire bénéficier de la subvention visée au § 1er, complète le formulaire électronique établi à cet effet par le Forem au plus tôt dès la fin d'occupation du travailleur visé au § 1er et au plus tard le 1er décembre 2023. A défaut, la demande est classée sans suite.
Lorsque la demande est incomplète, le Forem en informe l'employeur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande à dater de l'information envoyée par le Forem.
La demande qui n'est pas complétée par l'employeur dans le délai visé à l'alinéa 3 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée à l'employeur par le Forem.
§ 3. Sur la base des données authentiques auxquelles il accède, le Forem calcule le montant de la subvention visé au § 1er.
Le montant de la subvention mensuelle visée au § 1er est de 100 euros. Il est calculé en fonction du régime de travail presté, au prorata des allocations de travail liquidées conformément aux modalités de calcul visées par ou en vertu de l'article 6, alinéas 4 et 5 du décret du 2 février 2017 précité.
§ 4. La subvention est liquidée par le Forem au plus tard le 31 décembre 2023, aux employeurs qui ont introduit leur demande conformément au paragraphe 3, sur la base des allocations de travail versées, en vertu du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à destination des groupes-cibles, pour les prestations de travail réalisées entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2022.
§ 5. Tout montant indûment liquidé est récupéré par le Forem par toute voie de droit.
§ 6. Le Forem est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article.
La subvention visée à l'alinéa 1er est octroyée à l'employeur à condition que le travailleur visé à l'alinéa 1er :
1° soit engagé dans les liens d'un contrat de travail par l'employeur visé à l'alinéa 1er entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2022;
2° n'ait pas été occupé dans les liens d'un contrat de travail par l'employeur visé à l'alinéa 1er entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021.
§ 2. Sur la base des données authentiques auxquelles il accède, le Forem informe les employeurs qui répondent à la condition visée au § 1er, de leur possibilité de bénéficier de la subvention visée au § 1er.
L'employeur informé conformément à l'alinéa 1er qui désire bénéficier de la subvention visée au § 1er, complète le formulaire électronique établi à cet effet par le Forem au plus tôt dès la fin d'occupation du travailleur visé au § 1er et au plus tard le 1er décembre 2023. A défaut, la demande est classée sans suite.
Lorsque la demande est incomplète, le Forem en informe l'employeur qui dispose de 10 jours pour compléter sa demande à dater de l'information envoyée par le Forem.
La demande qui n'est pas complétée par l'employeur dans le délai visé à l'alinéa 3 fait l'objet d'une décision de classement sans suite notifiée à l'employeur par le Forem.
§ 3. Sur la base des données authentiques auxquelles il accède, le Forem calcule le montant de la subvention visé au § 1er.
Le montant de la subvention mensuelle visée au § 1er est de 100 euros. Il est calculé en fonction du régime de travail presté, au prorata des allocations de travail liquidées conformément aux modalités de calcul visées par ou en vertu de l'article 6, alinéas 4 et 5 du décret du 2 février 2017 précité.
§ 4. La subvention est liquidée par le Forem au plus tard le 31 décembre 2023, aux employeurs qui ont introduit leur demande conformément au paragraphe 3, sur la base des allocations de travail versées, en vertu du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à destination des groupes-cibles, pour les prestations de travail réalisées entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2022.
§ 5. Tout montant indûment liquidé est récupéré par le Forem par toute voie de droit.
§ 6. Le Forem est responsable du traitement des données nécessaires à l'exécution des missions qui lui sont confiées par le présent article.
Art. 230. Het decreet van 4 november 1993 houdende oprichting van een begrotingsfonds voor arbeidsbemiddeling, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 17 december 2020 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2021 wordt opgeheven.
Art. 230. Le décret du 4 novembre 1993 créant un fonds budgétaire en matière d'emploi, modifié en dernier lieu par le décret du 17 décembre 2020 contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2021, est abrogé.
Art. 231. § 1. Binnen de perken van de voor dit doel in zijn begroting ingeschreven kredieten verleent FOREm een subsidie aan de organisaties die de werknemers vertegenwoordigen die reeds met hem samenwerken, via door hen geïnformeerde ad hoc structuren met rechtspersoonlijkheid, voor de opbouw en de verwezenlijking van een sociaal-professionele begeleiding "Coup de boost" die verschillende acties van ondersteuning, mobilisatie, opleiding en individuele en collectieve inschakeling uitvoert met het oog op de professionele inschakeling van de in punt 3 bedoelde werkzoekende.
De sociaal-professionele begeleiding "Coup de boost" bestrijkt vier locaties in het Franse taalgebied.
De werkzoekende die in het kader van de in punt 1 bedoelde socioprofessionele begeleiding "Coup de boost" wordt begeleid, voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° hij is jonger dan 30 jaar;
2° hij is werkloos;
3° hij volgt geen onderwijs of opleiding;
4° hij wordt geconfronteerd met belangrijke belemmeringen voor zijn integratie op de arbeidsmarkt die geen verband houden met zijn beroepsvaardigheden of die deze belemmeringen te boven gaan.
De in lid 1 bedoelde subsidie bedraagt 140.000 euro voor een volledig dienstjaar van twee voltijdsequivalenten "sociale begeleider", geïndexeerd volgens het indexcijfer der consumptieprijzen en berekend naar rato van het aantal maanden dienst voor het jaar waarvoor de subsidie wordt toegekend.
De in lid 1 bedoelde begeleiding beantwoordt op een zo volledig en geïntegreerd mogelijke wijze aan de specifieke behoeften en verwachtingen van de in lid 3 bedoelde werkzoekenden in termen van sociaal-professionele inschakeling, met name door het wegnemen van de belangrijkste hindernissen die hun duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt belemmeren of verhinderen.
De in lid 1 bedoelde sociaal-professionele begeleiding wordt, onder coördinatie van FOREm, uitgevoerd door een multidisciplinair team van consulenten van FOREm en maatschappelijk werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad hoc structuren zijn aangesteld.
De in lid 1 bedoelde subsidie dient ter gehele of gedeeltelijke dekking van de salariskosten van de sociale werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad-hocstructuren zijn belast met de uitvoering van de sociaal-professionele begeleiding, alsmede van de daarmee verband houdende werkingskosten, structurele kosten en administratiekosten, die daadwerkelijk door hen worden gedragen, voor het dienstverleningsjaar waarvoor de subsidie wordt verleend en binnen de grenzen van het in lid 1 bedoelde voorwerp.
FOREm en de representatieve werknemersorganisaties sluiten, via hun ad hoc structuren met rechtspersoonlijkheid, een overeenkomst waarin de volgende elementen worden gespecificeerd:
1° de modaliteiten voor de betaling van de subsidie;
2° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
3° specifieke regelingen voor de controle en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
De sociaal-professionele begeleiding "Coup de boost" bestrijkt vier locaties in het Franse taalgebied.
De werkzoekende die in het kader van de in punt 1 bedoelde socioprofessionele begeleiding "Coup de boost" wordt begeleid, voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° hij is jonger dan 30 jaar;
2° hij is werkloos;
3° hij volgt geen onderwijs of opleiding;
4° hij wordt geconfronteerd met belangrijke belemmeringen voor zijn integratie op de arbeidsmarkt die geen verband houden met zijn beroepsvaardigheden of die deze belemmeringen te boven gaan.
De in lid 1 bedoelde subsidie bedraagt 140.000 euro voor een volledig dienstjaar van twee voltijdsequivalenten "sociale begeleider", geïndexeerd volgens het indexcijfer der consumptieprijzen en berekend naar rato van het aantal maanden dienst voor het jaar waarvoor de subsidie wordt toegekend.
De in lid 1 bedoelde begeleiding beantwoordt op een zo volledig en geïntegreerd mogelijke wijze aan de specifieke behoeften en verwachtingen van de in lid 3 bedoelde werkzoekenden in termen van sociaal-professionele inschakeling, met name door het wegnemen van de belangrijkste hindernissen die hun duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt belemmeren of verhinderen.
De in lid 1 bedoelde sociaal-professionele begeleiding wordt, onder coördinatie van FOREm, uitgevoerd door een multidisciplinair team van consulenten van FOREm en maatschappelijk werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad hoc structuren zijn aangesteld.
De in lid 1 bedoelde subsidie dient ter gehele of gedeeltelijke dekking van de salariskosten van de sociale werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad-hocstructuren zijn belast met de uitvoering van de sociaal-professionele begeleiding, alsmede van de daarmee verband houdende werkingskosten, structurele kosten en administratiekosten, die daadwerkelijk door hen worden gedragen, voor het dienstverleningsjaar waarvoor de subsidie wordt verleend en binnen de grenzen van het in lid 1 bedoelde voorwerp.
FOREm en de representatieve werknemersorganisaties sluiten, via hun ad hoc structuren met rechtspersoonlijkheid, een overeenkomst waarin de volgende elementen worden gespecificeerd:
1° de modaliteiten voor de betaling van de subsidie;
2° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
3° specifieke regelingen voor de controle en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
Art. 231. § 1er. Dans la limite des crédits inscrits à cet effet dans son budget , le FOREm octroie une subvention aux organisations représentatives des travailleurs qui collaborent déjà avec lui, via des structures ad hoc dotées de la personnalité juridique renseignées par elles, pour la construction et la réalisation d'un accompagnement socio-professionnel " Coup de boost " mettant en oeuvre différentes actions de soutien, de mobilisation, de formation et d'insertion individuelles et collectives en vue de l'insertion professionnelle du chercheur d'emploi visé à l'alinéa 3.
L'accompagnement socio-professionnel " Coup de boost " couvre quatre sites du territoire de la région de langue française.
Le chercheur d'emploi accompagné dans le cadre de l'accompagnement socioprofessionnel " Coup de boost " visé à l'alinéa 1er répond aux conditions cumulatives suivantes :
1° est âgé de moins de 30 ans;
2° est inoccupé;
3° n'est pas aux études ni en formation;
4° rencontre des obstacles majeurs à son insertion professionnelle autres que ceux relatifs à ses compétences métier ou qui dépassent les obstacles de cet ordre.
La subvention visée à l'alinéa 1er est par site couvert de 140 000 euros pour une année complète de prestations pour deux équivalents temps plein " accompagnateur social ", indexée selon l'indice des prix à la consommation et calculée au prorata du nombre de mois prestés pour l'année pour laquelle la subvention est octroyée.
L'accompagnement visé à l'alinéa 1er répond, de la manière la plus complète et la plus intégrée possible, aux besoins et attentes spécifiques des chercheurs d'emploi visés à l'alinéa 3, en termes d'insertion socio-professionnelle, notamment par la levée des obstacles majeurs qui freinent ou ne permettent pas d'envisager leur insertion durable sur le marché du travail.
Sous la coordination du FOREm, l'accompagnement socio-professionnel visé à l'alinéa 1er est réalisé par une équipe pluridisciplinaire rassemblant des conseillers du FOREm et des accompagnateurs sociaux affectés par les organisations représentatives des travailleurs ou les structures ad hoc visées à l'alinéa 1er.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie du coût salarial des accompagnateurs sociaux affectés par les organisations représentatives des travailleurs ou les structures ad hoc visées à l'alinéa 1er, à la mise en oeuvre de l'accompagnement socio-professionnel, des frais de fonctionnement, de structure et administratifs y afférents, effectivement supportés par elles, pour l'année de prestations pour laquelle la subvention est octroyée et dans la limite de l'objet visé à l'alinéa 1er.
Le FOREm et les organisations représentatives des travailleurs, via leurs structures ad hoc dotées de la personnalité juridique renseignées par elles, concluent une convention précisant les éléments suivants :
1° les modalités de liquidation de la subvention;
2° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
3° les modalités particulières de contrôle et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
L'accompagnement socio-professionnel " Coup de boost " couvre quatre sites du territoire de la région de langue française.
Le chercheur d'emploi accompagné dans le cadre de l'accompagnement socioprofessionnel " Coup de boost " visé à l'alinéa 1er répond aux conditions cumulatives suivantes :
1° est âgé de moins de 30 ans;
2° est inoccupé;
3° n'est pas aux études ni en formation;
4° rencontre des obstacles majeurs à son insertion professionnelle autres que ceux relatifs à ses compétences métier ou qui dépassent les obstacles de cet ordre.
La subvention visée à l'alinéa 1er est par site couvert de 140 000 euros pour une année complète de prestations pour deux équivalents temps plein " accompagnateur social ", indexée selon l'indice des prix à la consommation et calculée au prorata du nombre de mois prestés pour l'année pour laquelle la subvention est octroyée.
L'accompagnement visé à l'alinéa 1er répond, de la manière la plus complète et la plus intégrée possible, aux besoins et attentes spécifiques des chercheurs d'emploi visés à l'alinéa 3, en termes d'insertion socio-professionnelle, notamment par la levée des obstacles majeurs qui freinent ou ne permettent pas d'envisager leur insertion durable sur le marché du travail.
Sous la coordination du FOREm, l'accompagnement socio-professionnel visé à l'alinéa 1er est réalisé par une équipe pluridisciplinaire rassemblant des conseillers du FOREm et des accompagnateurs sociaux affectés par les organisations représentatives des travailleurs ou les structures ad hoc visées à l'alinéa 1er.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie du coût salarial des accompagnateurs sociaux affectés par les organisations représentatives des travailleurs ou les structures ad hoc visées à l'alinéa 1er, à la mise en oeuvre de l'accompagnement socio-professionnel, des frais de fonctionnement, de structure et administratifs y afférents, effectivement supportés par elles, pour l'année de prestations pour laquelle la subvention est octroyée et dans la limite de l'objet visé à l'alinéa 1er.
Le FOREm et les organisations représentatives des travailleurs, via leurs structures ad hoc dotées de la personnalité juridique renseignées par elles, concluent une convention précisant les éléments suivants :
1° les modalités de liquidation de la subvention;
2° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention;
3° les modalités particulières de contrôle et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
Art. 232. Voor de toepassing van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt, wordt een werkzoekende beschouwd als een langdurig werkzoekende in de zin van artikel 4 van voormeld decreet van 2 februari 2017 indien hij gedurende de vier kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van zijn aanstelling als kunstenaar of technicus in de artistieke sector heeft gewerkt en indien hij onderworpen is aan het stelsel van sociale zekerheid voor werknemers.
Onder een werkzoekende die arbeidsprestaties onderworpen aan de sociale zekerheid voor werknemers als kunstenaar heeft verricht, wordt verstaan elke persoon die als niet-werkende werkzoekende is ingeschreven bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" op de dag voor zijn tewerkstelling, hierna FOREm genoemd, en die artistieke werken heeft gecreëerd en/of uitgevoerd of geïnterpreteerd in de sectoren audiovisuele en plastische kunsten, muziek, literatuur, showbusiness, theater en choreografie.
1° de voorbereiding of uitvoering in het openbaar van een werk van de geest waaraan ten minste één podiumkunstenaar lichamelijk deelneemt of de registratie van een dergelijk werk ;
2° de voorbereiding of uitvoering van een cinematografisch werk;
3° de voorbereiding of uitzending van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard;
4° de voorbereiding of uitvoering van een openbare tentoonstelling van een artistiek werk op het gebied van de beeldende kunsten.
Onder een werkzoekende die arbeidsprestaties onderworpen aan de sociale zekerheid voor werknemers als kunstenaar heeft verricht, wordt verstaan elke persoon die als niet-werkende werkzoekende is ingeschreven bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" op de dag voor zijn tewerkstelling, hierna FOREm genoemd, en die artistieke werken heeft gecreëerd en/of uitgevoerd of geïnterpreteerd in de sectoren audiovisuele en plastische kunsten, muziek, literatuur, showbusiness, theater en choreografie.
1° de voorbereiding of uitvoering in het openbaar van een werk van de geest waaraan ten minste één podiumkunstenaar lichamelijk deelneemt of de registratie van een dergelijk werk ;
2° de voorbereiding of uitvoering van een cinematografisch werk;
3° de voorbereiding of uitzending van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard;
4° de voorbereiding of uitvoering van een openbare tentoonstelling van een artistiek werk op het gebied van de beeldende kunsten.
Art. 232. Pour l'application du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles, est assimilé à un demandeur d'emploi de longue durée au sens de l'article 4 du décret du 2 février 2017 précité, le demandeur d'emploi qui a effectué des prestations de travail, assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés, en tant qu'artiste ou en tant que technicien dans le secteur artistique au cours des quatre trimestres précédant le trimestre de son engagement.
Par demandeur d'emploi qui a effectué des prestations de travail assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en tant qu'artiste, on entend toute personne inscrite, à la veille de son engagement, en tant que demandeur d'emploi inoccupé auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, et qui a effectué des prestations de création et/ou d'exécution ou d'interprétation d'oeuvres artistiques dans le secteur de l'audiovisuel et des arts plastiques, de la musique, de la littérature, du spectacle, du théâtre et de la chorégraphie.
Par demandeur d'emploi qui a effectué des prestations de travail assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en tant que technicien dans le secteur artistique, on entend toute personne inscrite, à la veille de son engagement, en tant que demandeur d'emploi inoccupé auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, et qui a effectué des prestations de travail consistant en la collaboration :
1° à la préparation ou à la représentation en public d'une oeuvre de l'esprit à laquelle participe physiquement au moins un artiste de spectacle ou l'enregistrement d'une telle oeuvre;
2° à la préparation ou à la représentation d'une oeuvre cinématographique;
3° à la préparation ou à la diffusion d'un programme radiophonique ou de télévision d'ordre artistique;
4° à la préparation ou à la mise en oeuvre d'une exposition publique d'une oeuvre artistique dans le domaine des arts plastiques.
Par demandeur d'emploi qui a effectué des prestations de travail assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en tant qu'artiste, on entend toute personne inscrite, à la veille de son engagement, en tant que demandeur d'emploi inoccupé auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, et qui a effectué des prestations de création et/ou d'exécution ou d'interprétation d'oeuvres artistiques dans le secteur de l'audiovisuel et des arts plastiques, de la musique, de la littérature, du spectacle, du théâtre et de la chorégraphie.
Par demandeur d'emploi qui a effectué des prestations de travail assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en tant que technicien dans le secteur artistique, on entend toute personne inscrite, à la veille de son engagement, en tant que demandeur d'emploi inoccupé auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, et qui a effectué des prestations de travail consistant en la collaboration :
1° à la préparation ou à la représentation en public d'une oeuvre de l'esprit à laquelle participe physiquement au moins un artiste de spectacle ou l'enregistrement d'une telle oeuvre;
2° à la préparation ou à la représentation d'une oeuvre cinématographique;
3° à la préparation ou à la diffusion d'un programme radiophonique ou de télévision d'ordre artistique;
4° à la préparation ou à la mise en oeuvre d'une exposition publique d'une oeuvre artistique dans le domaine des arts plastiques.
Art. 233. In afwijking van artikel 30, lid 2, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2020 houdende bijzondere machten nr. 58 met betrekking tot de verschillende maatregelen die in het kader van het "plan rebond COVID-19" worden genomen op het vlak van tewerkstelling en socioprofessionele inschakeling, onder meer op het vlak van de sociale economie, wordt het totale aantal subsidies dat wordt toegekend in toepassing van artikel 30, paragraaf 1, van hetzelfde besluit, voor alle werkgevers, opgetrokken tot maximum 1.200 voltijdse equivalenten in plaats van 600 voltijdse equivalenten.
Art. 233. Par dérogation à l'article 30, alinéa 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2020 de pouvoirs spéciaux n° 58 relatif aux diverses dispositions prises, dans le cadre du plan de rebond COVID-19, en matière d'emploi et d'insertion socioprofessionnelle, en ce compris dans le champ de l'économie sociale, le nombre total de subventions octroyées en application de l'article 30, alinéa 1er, du même arrêté, tous employeurs confondus, passe à maximum 2.400 équivalents temps plein au lieu de 600 équivalents temps plein.
Art. 234. Artikel 31 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 58 van 1 december 2020 betreffende verschillende bepalingen die in het kader van het "plan rebond COVID-19" zijn genomen inzake werkgelegenheid en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen, wordt vervangen als volgt:
"Art. 31. Om in aanmerking te komen voor de in artikel 30 bedoelde subsidie moeten de werkgevers over een inrichtingseenheid beschikken dat in het Franse taalgebied gevestigd is, met uitzondering van de volgende werkgevers:
1° universitaire onderwijsinstellingen voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het academisch en wetenschappelijk personeel;
2° een andere onderwijsinstelling voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het onderwijzend personeel;
3° de federale Staat, met inbegrip van de rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;
4° een Gemeenschap of een Gewest, met uitzondering van een onderwijsinstelling, voor de inschakeling van een werkloze werkzoekende die niet bedoeld is in 1° en 2° ;
5° de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
6° een instelling van openbaar nut of een openbare instelling die onder het gezag staat van de entiteiten bedoeld in 4° of 5°. ".
"Art. 31. Om in aanmerking te komen voor de in artikel 30 bedoelde subsidie moeten de werkgevers over een inrichtingseenheid beschikken dat in het Franse taalgebied gevestigd is, met uitzondering van de volgende werkgevers:
1° universitaire onderwijsinstellingen voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het academisch en wetenschappelijk personeel;
2° een andere onderwijsinstelling voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het onderwijzend personeel;
3° de federale Staat, met inbegrip van de rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;
4° een Gemeenschap of een Gewest, met uitzondering van een onderwijsinstelling, voor de inschakeling van een werkloze werkzoekende die niet bedoeld is in 1° en 2° ;
5° de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
6° een instelling van openbaar nut of een openbare instelling die onder het gezag staat van de entiteiten bedoeld in 4° of 5°. ".
Art. 234. L'article 31 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2020 de pouvoirs spéciaux n° 58 relatif aux diverses dispositions prises, dans le cadre du plan de rebond COVID-19, en matière d'emploi et d'insertion socioprofessionnelle, en ce compris dans le champ de l'économie sociale est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 31. Peuvent bénéficier de la subvention visée à l'article 30, les employeurs qui disposent d'une unité d'établissement située en région de langue française, à l'exception des employeurs suivants :
1° les institutions d'enseignement universitaire pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé en tant que membre du personnel académique et scientifique;
2° une autre institution d'enseignement pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé en tant que membre du personnel enseignant;
3° l'Etat fédéral, y compris le Pouvoir judiciaire, le Conseil d'Etat, l'armée et la police fédérale;
4° une Communauté ou une Région, à l'exception d'un établissement d'enseignement pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé qui n'est pas visé aux 1° et 2° ;
5° la Commission communautaire flamande, la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune;
6° un organisme d'intérêt public ou une institution publique qui est sous l'autorité des entités visées aux 4° ou 5°. ".
" Art. 31. Peuvent bénéficier de la subvention visée à l'article 30, les employeurs qui disposent d'une unité d'établissement située en région de langue française, à l'exception des employeurs suivants :
1° les institutions d'enseignement universitaire pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé en tant que membre du personnel académique et scientifique;
2° une autre institution d'enseignement pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé en tant que membre du personnel enseignant;
3° l'Etat fédéral, y compris le Pouvoir judiciaire, le Conseil d'Etat, l'armée et la police fédérale;
4° une Communauté ou une Région, à l'exception d'un établissement d'enseignement pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé qui n'est pas visé aux 1° et 2° ;
5° la Commission communautaire flamande, la Commission communautaire française et la Commission communautaire commune;
6° un organisme d'intérêt public ou une institution publique qui est sous l'autorité des entités visées aux 4° ou 5°. ".
Art. 235. In afwijking van artikel 32, eerste lid, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2020 houdende bijzondere machten nr. 58 met betrekking tot de verschillende maatregelen die in het kader van het "plan rebond COVID-19" worden genomen op het vlak van tewerkstelling en socioprofessionele inschakeling, onder meer op het vlak van de sociale economie, wordt de subsidie bedoeld in artikel 30 van hetzelfde besluit toegekend voor het in dienst nemen van een niet-werkende werkzoekende die voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° ingeschreven zijn bij de FOREM en zich in een periode van werkloosheid van ten minste 24 maanden bevinden;
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
Een periode van inactiviteit in de zin van lid 1, 1° is de periode waarin de werkzoekende noch een arbeidsovereenkomst heeft noch in een arbeidsrelatie van statutaire aard staat en niet hoofdzakelijk als zelfstandige werkzaam is. De periode gedurende welke een arbeidsovereenkomst, een arbeidsrelatie van statutaire aard of een hoofdwerkzaamheid als zelfstandige wordt uitgeoefend, wordt als periode van inactiviteit beschouwd, mits de totale duur ervan, ongeacht of die continu of discontinu is, niet meer dan eenendertig dagen bedraagt. De perioden van tewerkstelling in het kader van een tewerkstelling overeenkomstig artikel 60, § 7, of artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, worden gelijkgesteld met perioden van inactiviteit
1° ingeschreven zijn bij de FOREM en zich in een periode van werkloosheid van ten minste 24 maanden bevinden;
2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
Een periode van inactiviteit in de zin van lid 1, 1° is de periode waarin de werkzoekende noch een arbeidsovereenkomst heeft noch in een arbeidsrelatie van statutaire aard staat en niet hoofdzakelijk als zelfstandige werkzaam is. De periode gedurende welke een arbeidsovereenkomst, een arbeidsrelatie van statutaire aard of een hoofdwerkzaamheid als zelfstandige wordt uitgeoefend, wordt als periode van inactiviteit beschouwd, mits de totale duur ervan, ongeacht of die continu of discontinu is, niet meer dan eenendertig dagen bedraagt. De perioden van tewerkstelling in het kader van een tewerkstelling overeenkomstig artikel 60, § 7, of artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, worden gelijkgesteld met perioden van inactiviteit
Art. 235. Par dérogation à l'article 32, alinéa 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2020 de pouvoirs spéciaux n° 58 relatif aux diverses dispositions prises, dans le cadre du plan de rebond COVID-19, en matière d'emploi et d'insertion socioprofessionnelle, en ce compris dans le champ de l'économie sociale, la subvention visée à l'article 30 du même arrêté est octroyée pour l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé, répondant aux conditions suivantes :
1° être inscrit au FOREM et se trouver dans une période d'inoccupation d'une durée minimum de 24 mois;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française.
Par période d'inoccupation, au sens de l'alinéa 1er, 1°, on entend la période pendant laquelle le demandeur d'emploi ne se trouve ni dans les liens d'un contrat de travail, ni dans une relation statutaire et n'exerce aucune activité d'indépendant à titre principal. Est assimilée à une période d'inoccupation, la période pendant laquelle un contrat de travail, une relation statutaire ou une activité d'indépendant à titre principal est exercée, pour autant que sa durée totale, continue ou discontinue, n'excède pas trente et un jours. Les périodes d'occupation dans le cadre d'une mise à l'emploi conformément à l'article 60, § 7 ou à l'article 61 de la loi organique des centres publics d'action sociale du 8 juillet 1976 sont assimilées à une période d'inoccupation.
1° être inscrit au FOREM et se trouver dans une période d'inoccupation d'une durée minimum de 24 mois;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française.
Par période d'inoccupation, au sens de l'alinéa 1er, 1°, on entend la période pendant laquelle le demandeur d'emploi ne se trouve ni dans les liens d'un contrat de travail, ni dans une relation statutaire et n'exerce aucune activité d'indépendant à titre principal. Est assimilée à une période d'inoccupation, la période pendant laquelle un contrat de travail, une relation statutaire ou une activité d'indépendant à titre principal est exercée, pour autant que sa durée totale, continue ou discontinue, n'excède pas trente et un jours. Les périodes d'occupation dans le cadre d'une mise à l'emploi conformément à l'article 60, § 7 ou à l'article 61 de la loi organique des centres publics d'action sociale du 8 juillet 1976 sont assimilées à une période d'inoccupation.
Art. 236. In artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 58 van 1 december 2020 betreffende verschillende bepalingen die in het kader van "de plan rebond" COVID-19 zijn genomen inzake werkgelegenheid en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen, wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 3. Wanneer de overeenkomstig § 1 in dienst genomen werknemer niet in staat is te werken, kan de werkgever de beslissing tot toekenning van de subsidie blijven genieten op voorwaarde dat hij een niet-werkende werkzoekende in dienst neemt die aan de in artikel 32 bedoelde voorwaarden voldoet.".
" § 3. Wanneer de overeenkomstig § 1 in dienst genomen werknemer niet in staat is te werken, kan de werkgever de beslissing tot toekenning van de subsidie blijven genieten op voorwaarde dat hij een niet-werkende werkzoekende in dienst neemt die aan de in artikel 32 bedoelde voorwaarden voldoet.".
Art. 236. A l'article 34 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2020 de pouvoirs spéciaux n° 58 relatif aux diverses dispositions prises, dans le cadre du plan de rebond COVID-19, en matière d'emploi et d'insertion socioprofessionnelle, en ce compris dans le champ de l'économie sociale, un paragraphe 3 est inséré, rédigé comme suit :
" § 3. Lorsque le travailleur engagé conformément au § 1er est en incapacité de travail, l'employeur peut continuer à bénéficier de la décision d'octroi de la subvention à condition d'engager un demandeur d'emploi inoccupé répondant aux conditions visées à l'article 32. ".
" § 3. Lorsque le travailleur engagé conformément au § 1er est en incapacité de travail, l'employeur peut continuer à bénéficier de la décision d'octroi de la subvention à condition d'engager un demandeur d'emploi inoccupé répondant aux conditions visées à l'article 32. ".
Art. 237. In artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt :
"6° ten behoeve van de personen bedoeld in 1° tot 4°, de activiteiten die een structuur, actief op het grondgebied van het betrokken PWA en geselecteerd in het kader van de door FOREm gelanceerde oproep tot het indienen van projecten in het kader van het proefproject "Territoire zéro chômeur de longue durée", voornemens is uit te voeren in het kader van het proefproject";
2° in het tweede lid worden de woorden "in het eerste lid 1, 3° en 4° " vervangen door de woorden "in het eerste lid 3°, 4° en 6° ".
1° in het eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt :
"6° ten behoeve van de personen bedoeld in 1° tot 4°, de activiteiten die een structuur, actief op het grondgebied van het betrokken PWA en geselecteerd in het kader van de door FOREm gelanceerde oproep tot het indienen van projecten in het kader van het proefproject "Territoire zéro chômeur de longue durée", voornemens is uit te voeren in het kader van het proefproject";
2° in het tweede lid worden de woorden "in het eerste lid 1, 3° en 4° " vervangen door de woorden "in het eerste lid 3°, 4° en 6° ".
Art. 237. A l'article 79 bis, § 3, de l'arrête royal du 25 novembre 1991 portant réglementation chômage, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, un 6° est ajouté et rédigé comme suit :
" 6° au profit des personnes visées au 1° à 4°, les activités qu'une structure, active sur le territoire de l'ALE concernée et retenue dans le cadre de l'appel à projets lancé dans le cadre de l'expérience pilote Territoire zéro chômeur de longue durée, envisage d'effectuer dans le cadre de l'expérience pilote ";
2° à l'alinéa 2, les mots " à l'alinéa 1er, 3° et 4° " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 1er, 3°, 4° et 6° ".
1° à l'alinéa 1er, un 6° est ajouté et rédigé comme suit :
" 6° au profit des personnes visées au 1° à 4°, les activités qu'une structure, active sur le territoire de l'ALE concernée et retenue dans le cadre de l'appel à projets lancé dans le cadre de l'expérience pilote Territoire zéro chômeur de longue durée, envisage d'effectuer dans le cadre de l'expérience pilote ";
2° à l'alinéa 2, les mots " à l'alinéa 1er, 3° et 4° " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 1er, 3°, 4° et 6° ".
Art. 238. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel kent FOREm een wederopbouwpremie toe aan de stagiair die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
1° een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende zijn en zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; 2° de volgende opleiding in 2023 volgen of eindigen:
a) een kwalificerende opleiding bij een opleidingsoperator, met een duur van ten minste vier maanden en betrekking hebbend op een vakgebied waaraan een tekort bestaat in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door FOREm wordt opgesteld, in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst en volgens een voltijds regime of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding zoals bedoeld in het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding van ten minste vier maanden in een tekortberoep in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door FOREm wordt opgesteld, in het kader van een opleidingsovereenkomst met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding;
3° slagen voor de opleiding.
Onder niet-werkende werkzoekende in de zin van 1° wordt verstaan: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999, die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
Onder opleidingsoperator in de zin van paragraaf 1, 2°, a), wordt verstaan FOREm, de kenniscentra, het Onderwijs voor sociale promotie voor beroepsopleidingen georganiseerd door of krachtens de kaderovereenkomst voor samenwerking tussen FOREm en het Onderwijs voor sociale Promotie, de beroepsopleidingsactoren waarop FOREm een beroep doet, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) en de opleidingscentra van het IFAPME-netwerk die zijn erkend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014 tot bepaling van de voorwaarden betreffende de erkenning van de opleidingscentra voor de zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en van hun centrumdirecteur.
Het eerste lid is van toepassing op elke opleidingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, 2°, die bij de sluiting van de betrokken opleidingsovereenkomst of bij de daadwerkelijke aanvang van de opleiding leidt tot een beroep dat is opgenomen in de lijst bedoeld in het eerste lid, 2°.
Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, a) en 3°, wordt het feit dat een niet-werkende werkzoekende ten vroegste na de eerste zes maanden van de opleiding de opleiding verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, d.w.z. binnen de vijf dagen na het einde van de opleiding, gelijkgesteld met de voltooiing van de opleiding, met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden voor een beroep waar er een tekort bestaat van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige als hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort van diezelfde lijst.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b) en 3°, wordt onder het met succes voltooien van de opleiding mede verstaan het feit dat de werkloze werkzoekende de overeenkomst tot inschakeling in het arbeidsproces voortzet, of de vervroegde indienstneming door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die vóór het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste bekwaamheden heeft verworven.
§ 2. Het bedrag van de heropbouwpremie is gelijk aan:
1° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, a) :
a) 2.000 euro na afloop van een opleiding van ten hoogste zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in 2022, aan het einde van zijn opleiding, een getuigschrift van de tijdens de opleiding verworven competenties over alle leereenheden of een beroepscertificaat heeft behaald;
b) 600 euro na afloop van het eerste halfjaar van een opleiding van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in het kader van deze opleiding, in 2022, hetzij een getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot ten minste één eenheid van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat heeft verworven; en 1.400 euro na afloop van de genoemde opleiding, op voorwaarde dat hij het getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot alle eenheden van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat met betrekking tot deze resultaten, heeft behaald;
c) 600 euro aan het eind van de eerste zes maanden van een opleidingscursus van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de werkzoekende in het kader van deze opleiding hetzij een slaagattest inzake de tijdens de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één leereenheid, hetzij een beroepscertificering heeft verkregen; en 1.400 euro indien de werkloze werkzoekende de opleiding vóór het einde ervan verlaat om rechtstreeks, d.w.z. uiterlijk binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, in dienst te treden door middel van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van dezelfde lijst te vestigen;
2° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), 2.000 euro aan het einde van het contract voor de inschakeling in het arbeidsproces of in geval van vervroegde aanwerving door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die voor het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste vaardigheden heeft verworven.
Onder eenheid van leerresultaten wordt verstaan: het samenhangend geheel van leerresultaten dat kan worden beoordeeld en gevalideerd, overeenkomstig artikel 1, 9°, van het samenwerkingsakkoord van 29 oktober 2015 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (afgekort SFMQ);
§ 3. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, a), verstrekt de stagiair de opleidingsoperator uiterlijk op de dag van de inschrijving voor de opleiding, behalve wanneer de opleidingsoperator via authentieke gegevensbronnen toegang heeft tot de informatie, een kopie van het door FOREm afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat hij een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende is.
Binnen vijftien dagen na de afgifte van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de beroepscertificering doet de opleidingsoperator FOREm de volledige lijst toekomen van de deelnemers aan de opleiding en voor elke deelnemer aan de opleiding een kopie van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de overeenkomstige beroepscertificering.
De in lid 2 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;
2° in de bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator verklaart dat hij heeft nagegaan of elke in de lijst opgenomen stagiair voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, en de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in paragraaf 3, brengt FOREm de stagiair op de hoogte van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag uit overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°.
§ 4. In afwijking van § 3 zendt de opleider, in geval van voortijdige beëindiging van de opleiding als bedoeld in § 1, vijfde lid, aan FOREm binnen vijftien dagen na de voortijdige beëindiging van de opleiding, de lijst van stagiairs die een opleiding als bedoeld in § 1, 2°, verlaten, alsmede de bijlagen daarbij.
De in lid 5 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;
2° in bijlage, de verklaring op eer waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij elke in de lijst opgenomen stagiair in kennis heeft gesteld van de verplichting om aan FOREm de elementen over te maken die bewijzen dat hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarde bedoeld in § 1, alsook de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair..
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in lid 6, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de voormalige stagiair die voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1 en betaalt hem het bedrag, mits hij in het bezit is van documenten waaruit blijkt :
1° de aanwerving van de gewezen stagiair, in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een betrekking in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten opgenomen in de door FOREm opgestelde lijst;
2° de vestiging van de gewezen stagiair als zelfstandige in hoofdberoep voor een activiteit die betrekking heeft op een beroep waarvoor een tekort aan arbeidskrachten bestaat dat is opgenomen in de door het FOREm opgestelde lijst.
Indien FOREm binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs bedoeld in lid 5 niet beschikt over de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de eerstgenoemde stagiair, op voorwaarde dat deze binnen zes maanden vanaf de dag waarop hij de opleiding heeft verlaten, de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, en het onderzoek ervan door het FOREm, overlegt.
FOREm betaalt de heropbouwpremie zodra de reservering is opgeheven.
§ 5. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, b), stelt FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag overeenkomstig de procedures bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe het toegang heeft.
§ 6. De stagiair ontvangt de wederopbouwpremie slechts eenmaal, ongeacht of hij het maximumbedrag van 2 000 euro heeft ontvangen.
§ 7. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de premie waarin is voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de heropbouwpremie die door IFAPME wordt toegekend op grond van artikel 217 van dit decreet.
§ 8. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van de stagiair die noodzakelijk zijn voor de verificatie van de voorwaarden voor de toekenning van de wederopbouwpremie, alsmede van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de berekening en de betaling van de premie.
FOREm en de opleidingsoperatoren wisselen de gegevens bedoeld in § 3, leden 2 en 3, en de gegevens bedoeld in § 4, leden 1 en 2, uit via de door FOREm opgezette middelen.
De opleidingsoperatoren zijn gemachtigd om, ter identificatie van de stagiair in hun uitwisselingen met FOREm, gebruik te maken van :
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens van de stagiair in zijn eenmalig dossier, zoals bedoeld in artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).
1° een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende zijn en zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben; 2° de volgende opleiding in 2023 volgen of eindigen:
a) een kwalificerende opleiding bij een opleidingsoperator, met een duur van ten minste vier maanden en betrekking hebbend op een vakgebied waaraan een tekort bestaat in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door FOREm wordt opgesteld, in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst en volgens een voltijds regime of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding zoals bedoeld in het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) een opleiding van ten minste vier maanden in een tekortberoep in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door FOREm wordt opgesteld, in het kader van een opleidingsovereenkomst met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding;
3° slagen voor de opleiding.
Onder niet-werkende werkzoekende in de zin van 1° wordt verstaan: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999, die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
a) geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;
b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
Onder opleidingsoperator in de zin van paragraaf 1, 2°, a), wordt verstaan FOREm, de kenniscentra, het Onderwijs voor sociale promotie voor beroepsopleidingen georganiseerd door of krachtens de kaderovereenkomst voor samenwerking tussen FOREm en het Onderwijs voor sociale Promotie, de beroepsopleidingsactoren waarop FOREm een beroep doet, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) en de opleidingscentra van het IFAPME-netwerk die zijn erkend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014 tot bepaling van de voorwaarden betreffende de erkenning van de opleidingscentra voor de zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en van hun centrumdirecteur.
Het eerste lid is van toepassing op elke opleidingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, 2°, die bij de sluiting van de betrokken opleidingsovereenkomst of bij de daadwerkelijke aanvang van de opleiding leidt tot een beroep dat is opgenomen in de lijst bedoeld in het eerste lid, 2°.
Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, a) en 3°, wordt het feit dat een niet-werkende werkzoekende ten vroegste na de eerste zes maanden van de opleiding de opleiding verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, d.w.z. binnen de vijf dagen na het einde van de opleiding, gelijkgesteld met de voltooiing van de opleiding, met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden voor een beroep waar er een tekort bestaat van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige als hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort van diezelfde lijst.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b) en 3°, wordt onder het met succes voltooien van de opleiding mede verstaan het feit dat de werkloze werkzoekende de overeenkomst tot inschakeling in het arbeidsproces voortzet, of de vervroegde indienstneming door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die vóór het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste bekwaamheden heeft verworven.
§ 2. Het bedrag van de heropbouwpremie is gelijk aan:
1° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, a) :
a) 2.000 euro na afloop van een opleiding van ten hoogste zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in 2022, aan het einde van zijn opleiding, een getuigschrift van de tijdens de opleiding verworven competenties over alle leereenheden of een beroepscertificaat heeft behaald;
b) 600 euro na afloop van het eerste halfjaar van een opleiding van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in het kader van deze opleiding, in 2022, hetzij een getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot ten minste één eenheid van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat heeft verworven; en 1.400 euro na afloop van de genoemde opleiding, op voorwaarde dat hij het getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot alle eenheden van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat met betrekking tot deze resultaten, heeft behaald;
c) 600 euro aan het eind van de eerste zes maanden van een opleidingscursus van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de werkzoekende in het kader van deze opleiding hetzij een slaagattest inzake de tijdens de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één leereenheid, hetzij een beroepscertificering heeft verkregen; en 1.400 euro indien de werkloze werkzoekende de opleiding vóór het einde ervan verlaat om rechtstreeks, d.w.z. uiterlijk binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, in dienst te treden door middel van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van dezelfde lijst te vestigen;
2° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), 2.000 euro aan het einde van het contract voor de inschakeling in het arbeidsproces of in geval van vervroegde aanwerving door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die voor het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste vaardigheden heeft verworven.
Onder eenheid van leerresultaten wordt verstaan: het samenhangend geheel van leerresultaten dat kan worden beoordeeld en gevalideerd, overeenkomstig artikel 1, 9°, van het samenwerkingsakkoord van 29 oktober 2015 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (afgekort SFMQ);
§ 3. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, a), verstrekt de stagiair de opleidingsoperator uiterlijk op de dag van de inschrijving voor de opleiding, behalve wanneer de opleidingsoperator via authentieke gegevensbronnen toegang heeft tot de informatie, een kopie van het door FOREm afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat hij een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende is.
Binnen vijftien dagen na de afgifte van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de beroepscertificering doet de opleidingsoperator FOREm de volledige lijst toekomen van de deelnemers aan de opleiding en voor elke deelnemer aan de opleiding een kopie van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de overeenkomstige beroepscertificering.
De in lid 2 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;
2° in de bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator verklaart dat hij heeft nagegaan of elke in de lijst opgenomen stagiair voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, en de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in paragraaf 3, brengt FOREm de stagiair op de hoogte van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag uit overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°.
§ 4. In afwijking van § 3 zendt de opleider, in geval van voortijdige beëindiging van de opleiding als bedoeld in § 1, vijfde lid, aan FOREm binnen vijftien dagen na de voortijdige beëindiging van de opleiding, de lijst van stagiairs die een opleiding als bedoeld in § 1, 2°, verlaten, alsmede de bijlagen daarbij.
De in lid 5 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :
1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;
2° in bijlage, de verklaring op eer waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij elke in de lijst opgenomen stagiair in kennis heeft gesteld van de verplichting om aan FOREm de elementen over te maken die bewijzen dat hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarde bedoeld in § 1, alsook de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair..
Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in lid 6, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de voormalige stagiair die voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1 en betaalt hem het bedrag, mits hij in het bezit is van documenten waaruit blijkt :
1° de aanwerving van de gewezen stagiair, in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een betrekking in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten opgenomen in de door FOREm opgestelde lijst;
2° de vestiging van de gewezen stagiair als zelfstandige in hoofdberoep voor een activiteit die betrekking heeft op een beroep waarvoor een tekort aan arbeidskrachten bestaat dat is opgenomen in de door het FOREm opgestelde lijst.
Indien FOREm binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs bedoeld in lid 5 niet beschikt over de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de eerstgenoemde stagiair, op voorwaarde dat deze binnen zes maanden vanaf de dag waarop hij de opleiding heeft verlaten, de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, en het onderzoek ervan door het FOREm, overlegt.
FOREm betaalt de heropbouwpremie zodra de reservering is opgeheven.
§ 5. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, b), stelt FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag overeenkomstig de procedures bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe het toegang heeft.
§ 6. De stagiair ontvangt de wederopbouwpremie slechts eenmaal, ongeacht of hij het maximumbedrag van 2 000 euro heeft ontvangen.
§ 7. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de premie waarin is voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.
De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de heropbouwpremie die door IFAPME wordt toegekend op grond van artikel 217 van dit decreet.
§ 8. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van de stagiair die noodzakelijk zijn voor de verificatie van de voorwaarden voor de toekenning van de wederopbouwpremie, alsmede van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de berekening en de betaling van de premie.
FOREm en de opleidingsoperatoren wisselen de gegevens bedoeld in § 3, leden 2 en 3, en de gegevens bedoeld in § 4, leden 1 en 2, uit via de door FOREm opgezette middelen.
De opleidingsoperatoren zijn gemachtigd om, ter identificatie van de stagiair in hun uitwisselingen met FOREm, gebruik te maken van :
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens van de stagiair in zijn eenmalig dossier, zoals bedoeld in artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).
Art. 238. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions du présent article, le FOREm octroie une prime reconstruction au stagiaire qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
1° être demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm et avoir sa résidence principale située en région de langue française; 2° suivre ou terminer en 2023 :
a) une formation qualifiante, auprès d'un opérateur de formation, d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation professionnelle et selon un régime temps plein ou sous contrat de formation alternée tel que visé par le décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) une formation d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle;
3° réussir la formation.
Par demandeur d'emploi inoccupé au sens du 1°, il faut entendre : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par opérateur de formation au sens de l'alinéa 1er, 2°, a), il faut entendre : le FOREm, les centres de compétence, l'Enseignement de Promotion sociale pour les formations professionnelles organisées par ou en vertu de la convention cadre de collaboration entre le FOREm et l'Enseignement de Promotion sociale, les opérateurs de formation professionnelle auquel le FOREm recourt conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et les centres de formation du Réseau IFAPME agréés en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 avril 2014 fixant les conditions relatives à l'agrément des centres de formation pour les indépendants et petites et moyennes entreprises et de leurs directeurs de centres.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation visé à l'alinéa 1er, 2°, qui au moment de la conclusion du contrat de formation concerné ou au moment du début effectif de la formation, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er, 2°.
Pour l'application du § 1er, alinéa 1er, 2°, a), et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé de quitter la formation, au plus tôt après les six premiers mois de celle-ci, pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, b) et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé d'aller jusqu'au terme du contrat de formation-insertion ou l'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
§ 2. Le montant de la prime reconstruction s'élève à :
1° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a) :
a) 2.000 euros au terme d'une formation d'une durée inférieure ou égale à six mois pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu en 2023, au terme de sa formation, une attestation de réussite de compétences acquises en formation sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage ou une certification professionnelle;
b) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2023, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros au terme de ladite formation, pour autant qu'il ait obtenu l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis;
c) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2023, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros lorsque le demandeur d'emploi inoccupé quitte la formation avant la fin pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1er, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste;
2° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), 2.000 euros au terme du contrat de formation-insertion ou en cas d'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
Par unité d'acquis d'apprentissage, il faut entendre : l'ensemble cohérent d'acquis d'apprentissage qui peut être évalué et validé, conformément à l'article 1, 9° de l'accord de coopération entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française du 29 octobre 2015 concernant le Service francophone des Métiers et des Qualifications.
§ 3. Pour les formations visées au § 1er, alinéa 1er, 2°, a), au plus tard au jour de l'entrée en formation, sauf pour les cas où l'opérateur de formation accède à l'information via les sources de données authentiques, le stagiaire remet à l'opérateur de formation une copie de l'attestation délivrée par le FOREm selon laquelle il est demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm.
Dans les quinze jours à compter de la délivrance de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle, l'opérateur de formation transmet au FOREm la liste complète des stagiaires et pour chaque stagiaire, une copie de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle correspondante.
La liste visée à l'alinéa 2 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir vérifié que chaque stagiaire repris dans la liste satisfait aux conditions d'octroi visées au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 3, le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 1°.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 3, en cas d'arrêt anticipé de la formation tel que prévu au § 1er, alinéa 5, l'opérateur de formation transmet au FOREm, dans les quinze jours à compter de l'arrêt anticipé de la formation, la liste des stagiaires qui quittent anticipativement une formation visée au § 1er, 2° ainsi que ses annexes.
La liste visée à l'alinéa 5 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir informé chaque stagiaire repris dans la liste, de l'obligation de transmettre au FOREm les éléments apportant la preuve qu'il satisfait à la condition d'octroi visée au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 6, le FOREm notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire qui remplit les conditions d'octroi visées au § 1er et lui en liquide le montant, à condition d'être en possession de documents attestant :
1° de l'engagement de l'ex-stagiaire, sous contrat de travail portant sur un emploi dans un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm;
2° de l'installation de l'ex-stagiaire en tant qu'indépendant à titre principal pour une activité portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm.
Si, dans le délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires visée à l'alinéa 5, le FOREm ne dispose pas des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, celui-ci notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire, sous réserve de la production par ce dernier dans un délai de six mois à compter du jour où le stagiaire a quitté la formation, des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, et de leur examen par le FOREm.
Le FOREm liquide la prime de reconstruction dès que la réserve est levée.
§ 5. Pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 2°, sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès.
§ 6. Le stagiaire bénéficie une seule fois de la prime reconstruction indépendamment du fait qu'il ait bénéficié ou pas du montant maximal de 2000 euros.
§ 7. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec la prime reconstruction octroyée par l'IFAPME en vertu de l'article 217 du présent décret.
§ 8. Le FOREm est responsable du traitement des données du stagiaire nécessaires à la vérification des conditions d'octroi de la prime reconstruction ainsi que les données nécessaires au calcul et à la liquidation de la prime.
Le FOREm et les opérateurs de formation échangent les données visées au § 3, alinéas 2 et 3 et les données visées § 4, alinéas 1er et 2 via les moyens mis en place par le FOREm.
Les opérateurs de formation sont autorisés, à des fins d'identification du stagiaire dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Le FOREm centralise, agrège et conserve les données du stagiaire dans son dossier unique, tel que visé à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.
1° être demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm et avoir sa résidence principale située en région de langue française; 2° suivre ou terminer en 2023 :
a) une formation qualifiante, auprès d'un opérateur de formation, d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation professionnelle et selon un régime temps plein ou sous contrat de formation alternée tel que visé par le décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) une formation d'une durée de quatre mois au moins portant sur un métier en pénurie dans les secteurs de la construction, du bois et de l'électricité, dont la liste est établie par le FOREm, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle;
3° réussir la formation.
Par demandeur d'emploi inoccupé au sens du 1°, il faut entendre : tout demandeur d'emploi au sens de l'article 1er bis, 2°, du décret du 6 mai 1999, qui répond à une des conditions suivantes :
a) n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
b) est un travailleur à temps partiel involontaire, tel que visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) exerce une activité professionnelle rémunérée uniquement à titre d'indépendant complémentaire.
Par opérateur de formation au sens de l'alinéa 1er, 2°, a), il faut entendre : le FOREm, les centres de compétence, l'Enseignement de Promotion sociale pour les formations professionnelles organisées par ou en vertu de la convention cadre de collaboration entre le FOREm et l'Enseignement de Promotion sociale, les opérateurs de formation professionnelle auquel le FOREm recourt conformément à l'article 7, alinéa 2, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et les centres de formation du Réseau IFAPME agréés en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 avril 2014 fixant les conditions relatives à l'agrément des centres de formation pour les indépendants et petites et moyennes entreprises et de leurs directeurs de centres.
L'alinéa 1er s'applique à tout contrat de formation visé à l'alinéa 1er, 2°, qui au moment de la conclusion du contrat de formation concerné ou au moment du début effectif de la formation, mène à un métier repris dans la liste visée à l'alinéa 1er, 2°.
Pour l'application du § 1er, alinéa 1er, 2°, a), et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé de quitter la formation, au plus tôt après les six premiers mois de celle-ci, pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, b) et 3°, est assimilée au fait de terminer la formation et de la réussir le fait pour le demandeur d'emploi inoccupé d'aller jusqu'au terme du contrat de formation-insertion ou l'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
§ 2. Le montant de la prime reconstruction s'élève à :
1° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a) :
a) 2.000 euros au terme d'une formation d'une durée inférieure ou égale à six mois pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu en 2023, au terme de sa formation, une attestation de réussite de compétences acquises en formation sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage ou une certification professionnelle;
b) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant que le demandeur d'emploi inoccupé ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2023, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros au terme de ladite formation, pour autant qu'il ait obtenu l'attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur toutes les unités d'acquis d'apprentissage, ou une certification professionnelle portant sur ces acquis;
c) 600 euros au terme des six premiers mois d'une formation d'une durée supérieure à 6 mois, pour autant qu'il ait obtenu dans le cadre de cette formation, en 2023, soit une attestation de réussite de compétences acquises en formation portant sur au minimum une unité d'acquis d'apprentissage, soit une certification professionnelle; et 1.400 euros lorsque le demandeur d'emploi inoccupé quitte la formation avant la fin pour être occupé directement, c'est-à-dire au plus tard dans les cinq jours consécutifs à l'arrêt de la formation, sous contrat de travail à durée indéterminée ou déterminée de minimum 3 mois sur un métier en pénurie de main d'oeuvre de la liste visée au § 1er, alinéa 1er, 2° ou pour s'installer en tant qu'indépendant à titre principal dans un métier en pénurie de cette même liste;
2° pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), 2.000 euros au terme du contrat de formation-insertion ou en cas d'engagement anticipé par l'employeur du demandeur d'emploi inoccupé qui a acquis toutes les compétences requises pour le poste avant le terme de la période de formation.
Par unité d'acquis d'apprentissage, il faut entendre : l'ensemble cohérent d'acquis d'apprentissage qui peut être évalué et validé, conformément à l'article 1, 9° de l'accord de coopération entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française du 29 octobre 2015 concernant le Service francophone des Métiers et des Qualifications.
§ 3. Pour les formations visées au § 1er, alinéa 1er, 2°, a), au plus tard au jour de l'entrée en formation, sauf pour les cas où l'opérateur de formation accède à l'information via les sources de données authentiques, le stagiaire remet à l'opérateur de formation une copie de l'attestation délivrée par le FOREm selon laquelle il est demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm.
Dans les quinze jours à compter de la délivrance de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle, l'opérateur de formation transmet au FOREm la liste complète des stagiaires et pour chaque stagiaire, une copie de l'attestation de réussite de compétences acquises en formation ou de la certification professionnelle correspondante.
La liste visée à l'alinéa 2 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir vérifié que chaque stagiaire repris dans la liste satisfait aux conditions d'octroi visées au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 3, le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 1°.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 3, en cas d'arrêt anticipé de la formation tel que prévu au § 1er, alinéa 5, l'opérateur de formation transmet au FOREm, dans les quinze jours à compter de l'arrêt anticipé de la formation, la liste des stagiaires qui quittent anticipativement une formation visée au § 1er, 2° ainsi que ses annexes.
La liste visée à l'alinéa 5 est complète lorsqu'elle contient :
1° le nom, le prénom, l'adresse de la résidence principale, le numéro de registre national et le numéro de compte bancaire de chaque stagiaire réunissant les conditions d'octroi visées au § 1er;
2° en annexe, la déclaration sur l'honneur par laquelle l'opérateur de formation atteste avoir informé chaque stagiaire repris dans la liste, de l'obligation de transmettre au FOREm les éléments apportant la preuve qu'il satisfait à la condition d'octroi visée au § 1er, et les copies de la carte d'identité et de la carte bancaire de chaque stagiaire.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires et de ses annexes, visée à l'alinéa 6, le FOREm notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire qui remplit les conditions d'octroi visées au § 1er et lui en liquide le montant, à condition d'être en possession de documents attestant :
1° de l'engagement de l'ex-stagiaire, sous contrat de travail portant sur un emploi dans un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm;
2° de l'installation de l'ex-stagiaire en tant qu'indépendant à titre principal pour une activité portant sur un métier en pénurie de main d'oeuvre repris sur la liste établie par le FOREm.
Si, dans le délai de trente jours à compter de la réception de la liste complète des stagiaires visée à l'alinéa 5, le FOREm ne dispose pas des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, celui-ci notifie l'octroi de l'incitant à l'ex stagiaire, sous réserve de la production par ce dernier dans un délai de six mois à compter du jour où le stagiaire a quitté la formation, des documents visés à l'alinéa 6, 1° ou 2°, et de leur examen par le FOREm.
Le FOREm liquide la prime de reconstruction dès que la réserve est levée.
§ 5. Pour les formations visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le FOREm notifie l'octroi de la prime reconstruction au stagiaire et lui en liquide le montant selon les modalités visées au § 2, alinéa 1er, 2°, sur base des données issues de sources authentiques auxquelles il a accès.
§ 6. Le stagiaire bénéficie une seule fois de la prime reconstruction indépendamment du fait qu'il ait bénéficié ou pas du montant maximal de 2000 euros.
§ 7. La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec l'incitant prévu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 relatif à l'incitant financier visant la mobilisation des demandeurs d'emploi vers la formation.
La prime reconstruction visée aux paragraphes 1er et 2 n'est pas cumulable avec la prime reconstruction octroyée par l'IFAPME en vertu de l'article 217 du présent décret.
§ 8. Le FOREm est responsable du traitement des données du stagiaire nécessaires à la vérification des conditions d'octroi de la prime reconstruction ainsi que les données nécessaires au calcul et à la liquidation de la prime.
Le FOREm et les opérateurs de formation échangent les données visées au § 3, alinéas 2 et 3 et les données visées § 4, alinéas 1er et 2 via les moyens mis en place par le FOREm.
Les opérateurs de formation sont autorisés, à des fins d'identification du stagiaire dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Le FOREm centralise, agrège et conserve les données du stagiaire dans son dossier unique, tel que visé à l'article 4/1 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.
Art. 239. Voor het jaar 2023 is, in afwijking van artikel 1255, § 2, 1°, b), en 3°, b), van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, het toegekende bedrag gelijk aan het voor het jaar 2020 aangepaste bedrag, behalve indien het theoretisch bedrag hoger is dan of gelijk is aan dit laatste, in welk geval het toegekende bedrag gelijk is aan het theoretisch bedrag. De aanpassingscoëfficiënt waarnaar in het vorig lid wordt verwezen, is vastgesteld op 110.96.
Indien een index na 1 september 2022 heeft plaatsgevonden, wordt de aanpassingscoëfficiënt vermenigvuldigd met 1,02 procent zoveel keer als er indexen zijn geweest na 1 september 2022. Deze coëfficiënt wordt vervolgens afgerond op de tweede decimaal.
Indien een index na 1 september 2022 heeft plaatsgevonden, wordt de aanpassingscoëfficiënt vermenigvuldigd met 1,02 procent zoveel keer als er indexen zijn geweest na 1 september 2022. Deze coëfficiënt wordt vervolgens afgerond op de tweede decimaal.
Art. 239. Par dérogation aux points 1°, b), et 2°, b), du § 2 de l'article 1255 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé (CWASS), pour l'année 2023, le montant attribué est égal au montant attribué de l'année 2020 adapté, sauf si le montant théorique est supérieur ou égal à ce dernier, auquel cas le montant attribué est égal au montant théorique. Le coefficient d'adaptation visé à l'alinéa précédent est fixé à 110,96.
Si un index est survenu après le 1er septembre 2022, le coefficient d'adaptation est multiplié par 1,02 pourcent autant de fois qu'il y a eu d'index après le 1er septembre 2022. Ce coefficient est ensuite arrondi à la deuxième décimale.
Si un index est survenu après le 1er septembre 2022, le coefficient d'adaptation est multiplié par 1,02 pourcent autant de fois qu'il y a eu d'index après le 1er septembre 2022. Ce coefficient est ensuite arrondi à la deuxième décimale.
Art. 240. In het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt een artikel 43/31/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"43/31/1. De Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand kunnen de volgende opdrachten uitvoeren voor de hele Waalse bevolking:
1° tijdens niet-epidemische periodes en naargelang van de door het Agentschap vastgestelde behoeften, ondersteunende diensten voor de preventie van ziekten die vallen onder de programma's voor preventieve geneeskunde en de door het Agentschap georganiseerde preventiecampagnes;
2° tijdens een epidemie en naargelang van de door het Agentschap vastgestelde behoeften, ondersteunende diensten voor de opdrachten van de cel voor toezicht op besmettelijke ziekten van het Agentschap in verband met de opvolging van de indexgevallen, de melding van de contacten en de interventies op het terrein met het oog op de bewustmaking van de geldende profylactische maatregelen en de controle van de strikte naleving ervan.
De opdrachten van de erkende Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in 1° en 2° worden bepaald door de Regering.
Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering aan de erkende gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand een subsidie toe om hen in staat te stellen de in 1° en 2° bedoelde opdrachten uit te voeren en die bestemd zijn om geheel of gedeeltelijk te dekken :
1° personeelskosten
2° werkingskosten".
"43/31/1. De Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand kunnen de volgende opdrachten uitvoeren voor de hele Waalse bevolking:
1° tijdens niet-epidemische periodes en naargelang van de door het Agentschap vastgestelde behoeften, ondersteunende diensten voor de preventie van ziekten die vallen onder de programma's voor preventieve geneeskunde en de door het Agentschap georganiseerde preventiecampagnes;
2° tijdens een epidemie en naargelang van de door het Agentschap vastgestelde behoeften, ondersteunende diensten voor de opdrachten van de cel voor toezicht op besmettelijke ziekten van het Agentschap in verband met de opvolging van de indexgevallen, de melding van de contacten en de interventies op het terrein met het oog op de bewustmaking van de geldende profylactische maatregelen en de controle van de strikte naleving ervan.
De opdrachten van de erkende Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in 1° en 2° worden bepaald door de Regering.
Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering aan de erkende gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand een subsidie toe om hen in staat te stellen de in 1° en 2° bedoelde opdrachten uit te voeren en die bestemd zijn om geheel of gedeeltelijk te dekken :
1° personeelskosten
2° werkingskosten".
Art. 240. Dans le code wallon de l'action sociale et de la santé, il est inséré un article 43/31/1 rédigé comme suit :
" Art. 43/31/1. Les sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues peuvent remplir les missions suivantes auprès de l'ensemble de la population wallonne :
1° en période hors épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien à la prévention des maladies faisant l'objet de programmes de médecine préventive et de campagnes de prévention organisés par l'Agence;
2° en période d'épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien aux missions de la cellule de surveillance des maladies infectieuses de l'Agence relatives au suivi de cas index, de notifications de contacts et aux interventions de terrain ayant pour objectif la sensibilisation aux mesures de prophylaxies en vigueur ainsi qu'à la vérification de leur respect strict.
Les missions des sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues visées aux 1° et 2° sont définies par le Gouvernement.
Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement accorde une subvention aux sociétés mutualistes régionales reconnues permettant d'assurer les missions visées aux 1° et 2° et destinée à couvrir totalement ou partiellement :
1° les frais de personnel;
2° les frais de fonctionnement ".
" Art. 43/31/1. Les sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues peuvent remplir les missions suivantes auprès de l'ensemble de la population wallonne :
1° en période hors épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien à la prévention des maladies faisant l'objet de programmes de médecine préventive et de campagnes de prévention organisés par l'Agence;
2° en période d'épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien aux missions de la cellule de surveillance des maladies infectieuses de l'Agence relatives au suivi de cas index, de notifications de contacts et aux interventions de terrain ayant pour objectif la sensibilisation aux mesures de prophylaxies en vigueur ainsi qu'à la vérification de leur respect strict.
Les missions des sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues visées aux 1° et 2° sont définies par le Gouvernement.
Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement accorde une subvention aux sociétés mutualistes régionales reconnues permettant d'assurer les missions visées aux 1° et 2° et destinée à couvrir totalement ou partiellement :
1° les frais de personnel;
2° les frais de fonctionnement ".
Art. 241. § 1. Dit artikel is van toepassing op de onder het Waals Toerismewetboek vallende toeristische accommodatie, zoals gedefinieerd in artikel 1, 28° van het Waals Toerismewetboek, die door toeristische ondernemingen ter beschikking wordt gesteld als accommodatie in het kader van de opvang van Oekraïense vluchtelingen wegens de oorlogsinval van hun land op 24 februari 2022.<0
§ 2. De vergunningen en erkenningen die zijn verleend aan toeristische accommodatie die ter beschikking is gesteld van vluchtelingen uit Oekraïne, worden geacht gedurende de in paragraaf 4 bedoelde periode te worden gehandhaafd.
§ 3. Het toeristisch gebruik van de accommodatie, dat een voorwaarde is voor de voortzetting van de toegekende subsidies, wordt verondersteld te worden gehandhaafd tijdens de in lid 4 bedoelde periode van beschikbaarheid voor vluchtelingen.
§ 4. Het voordeel van de veronderstelling van voortgezette bestemming wordt slechts verleend op voorwaarde dat de houder van de vergunning aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, per gecertificeerd schrijven als bedoeld in artikel 1.D, 22°, van het Waalse Toerismewetboek, een verklaring op erewoord bezorgt waarin het volgende wordt vermeld:
1° de adresgegevens van de ter beschikking gestelde toeristische accommodatie;
2° de contactgegevens van de houder van de vergunning of erkenning van de toeristische accommodatie;
3° de identiteit van de Oekraïense vluchteling(en);
4° de datum met ingang waarvan de toeristische accommodatie wordt gebruikt om vluchtelingen te huisvesten.
§ 5. De in § 2 en § 3 bedoelde veronderstellingen gelden voor een periode van ten hoogste een jaar vanaf de datum van gecertificeerd schrijven en eindigen op de datum van de vervroegde hervatting van de toeristische activiteit, die door de houder van de vergunning per gecertificeerd schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme moet worden gemeld.
§ 2. De vergunningen en erkenningen die zijn verleend aan toeristische accommodatie die ter beschikking is gesteld van vluchtelingen uit Oekraïne, worden geacht gedurende de in paragraaf 4 bedoelde periode te worden gehandhaafd.
§ 3. Het toeristisch gebruik van de accommodatie, dat een voorwaarde is voor de voortzetting van de toegekende subsidies, wordt verondersteld te worden gehandhaafd tijdens de in lid 4 bedoelde periode van beschikbaarheid voor vluchtelingen.
§ 4. Het voordeel van de veronderstelling van voortgezette bestemming wordt slechts verleend op voorwaarde dat de houder van de vergunning aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, per gecertificeerd schrijven als bedoeld in artikel 1.D, 22°, van het Waalse Toerismewetboek, een verklaring op erewoord bezorgt waarin het volgende wordt vermeld:
1° de adresgegevens van de ter beschikking gestelde toeristische accommodatie;
2° de contactgegevens van de houder van de vergunning of erkenning van de toeristische accommodatie;
3° de identiteit van de Oekraïense vluchteling(en);
4° de datum met ingang waarvan de toeristische accommodatie wordt gebruikt om vluchtelingen te huisvesten.
§ 5. De in § 2 en § 3 bedoelde veronderstellingen gelden voor een periode van ten hoogste een jaar vanaf de datum van gecertificeerd schrijven en eindigen op de datum van de vervroegde hervatting van de toeristische activiteit, die door de houder van de vergunning per gecertificeerd schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme moet worden gemeld.
Art. 241. § 1er. Le présent article s'applique aux hébergements touristiques visés par le Code wallon du Tourisme tels que définis à l'article 1er, 28° du Code wallon du Tourisme mis à disposition par des opérateurs touristiques au titre de logement dans le cadre de l'accueil des réfugiés Ukrainiens en raison de l'entrée en guerre de leur pays le 24 février 2022.
§ 2. Les autorisations et reconnaissances octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des réfugiés en provenance d'Ukraine sont considérées comme maintenues pour la période visée au paragraphe 4.
§ 3. L'affectation touristique des hébergements, conditionnant le maintien des subventions allouées, est présumée maintenue durant la période de mise à disposition aux réfugiés visée au paragraphe 4.
§ 4. Le bénéfice de la présomption de maintien d'affectation n'est accordé qu'à la condition de la communication par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22°, du Code wallon du Tourisme d'une déclaration sur l'honneur mentionnant :
1° les coordonnées de l'hébergement touristique mis à disposition;
2° les coordonnées du titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'hébergement touristique;
3° l'identité du (des) réfugié(s) ukrainiens;
4° la date à partir de laquelle l'hébergement touristique est affecté au logement des réfugiés.
§ 5. Les présomptions visées aux § 2 et § 3 sont prévues pour une période maximale d'un an à partir de la date d'envoi certifié et prennent fin à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme par envoi certifié.
§ 2. Les autorisations et reconnaissances octroyées aux hébergements touristiques mis à disposition des réfugiés en provenance d'Ukraine sont considérées comme maintenues pour la période visée au paragraphe 4.
§ 3. L'affectation touristique des hébergements, conditionnant le maintien des subventions allouées, est présumée maintenue durant la période de mise à disposition aux réfugiés visée au paragraphe 4.
§ 4. Le bénéfice de la présomption de maintien d'affectation n'est accordé qu'à la condition de la communication par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme, par envoi certifié tel que visé à l'article 1.D., 22°, du Code wallon du Tourisme d'une déclaration sur l'honneur mentionnant :
1° les coordonnées de l'hébergement touristique mis à disposition;
2° les coordonnées du titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance de l'hébergement touristique;
3° l'identité du (des) réfugié(s) ukrainiens;
4° la date à partir de laquelle l'hébergement touristique est affecté au logement des réfugiés.
§ 5. Les présomptions visées aux § 2 et § 3 sont prévues pour une période maximale d'un an à partir de la date d'envoi certifié et prennent fin à la date de reprise anticipée de l'activité touristique, laquelle doit être notifiée par le titulaire de l'autorisation au Commissariat Général au Tourisme par envoi certifié.
Art. 242. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° motorhome : motorhome in de zin van artikel 1.D, 37°, van het Waalse Toerismewetboek;
2° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de ontwikkeling van openbare ruimten voor de ontvangst van motorhomes.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 350.000 euro. De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in § 4 bedoelde subsidiëring is uitsluitend bestemd voor de Waalse ondergeschikte besturen die op het betrokken gemeentelijk grondgebied niet beschikken over een voor motorhomes ingerichte openbare overnachtingsplaats.
Steden met meer dan 50.000 inwoners kunnen een project voor de aanleg van een tweede ruimte indienen onder de voorwaarden bepaald in § 10 van dit artikel.
§ 10. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven van onroerende aard in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de exploitatie van de verplichte voorzieningen in verband met het project en de niet-verplichte voorzieningen, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van die welke zijn opgenomen in de in § 10, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
1° motorhome : motorhome in de zin van artikel 1.D, 37°, van het Waalse Toerismewetboek;
2° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de ontwikkeling van openbare ruimten voor de ontvangst van motorhomes.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 350.000 euro. De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in § 4 bedoelde subsidiëring is uitsluitend bestemd voor de Waalse ondergeschikte besturen die op het betrokken gemeentelijk grondgebied niet beschikken over een voor motorhomes ingerichte openbare overnachtingsplaats.
Steden met meer dan 50.000 inwoners kunnen een project voor de aanleg van een tweede ruimte indienen onder de voorwaarden bepaald in § 10 van dit artikel.
§ 10. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven van onroerende aard in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de exploitatie van de verplichte voorzieningen in verband met het project en de niet-verplichte voorzieningen, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van die welke zijn opgenomen in de in § 10, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven.
Art. 242. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° Motor-home : motor-home au sens de l'article 1er, 37°, du Code wallon du Tourisme;
2° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue du développement des aires publiques pour l'accueil des motor-homes.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 350.000 euros au maximum. Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer les conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. La subvention visée au § 4 est exclusivement réservée aux pouvoirs subordonnés wallons ne disposant pas d'une aire publique d'accueil de nuit équipée pour motor-homes sur le territoire communal concerné.
Les villes de plus de 50.000 habitants peuvent présenter un projet d'installation d'une seconde aire dans les conditions fixées au § 10 du présent article.
§ 10. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses à caractère immobilier relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation des équipements obligatoires relatifs au projet et des équipements non-obligatoires, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalisation et/ou de signalétique de l'aide dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteurs de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion de celles reprises dans les dépenses éligibles visées au § 10, alinéa 1er.
1° Motor-home : motor-home au sens de l'article 1er, 37°, du Code wallon du Tourisme;
2° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue du développement des aires publiques pour l'accueil des motor-homes.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 350.000 euros au maximum. Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer les conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. La subvention visée au § 4 est exclusivement réservée aux pouvoirs subordonnés wallons ne disposant pas d'une aire publique d'accueil de nuit équipée pour motor-homes sur le territoire communal concerné.
Les villes de plus de 50.000 habitants peuvent présenter un projet d'installation d'une seconde aire dans les conditions fixées au § 10 du présent article.
§ 10. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses à caractère immobilier relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation des équipements obligatoires relatifs au projet et des équipements non-obligatoires, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalisation et/ou de signalétique de l'aide dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteurs de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion de celles reprises dans les dépenses éligibles visées au § 10, alinéa 1er.
Art. 243. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de inrichting van ruimten bestemd voor mountainbikeroutes en de bijbehorende voorzieningen.
Elke commerciële exploitatie van de gesubsidieerde infrastructuur en voorzieningen is uitdrukkelijk uitgesloten.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 1.000.000 euro.
De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de inbedrijfstelling van de mountainbike-site (route, voorzieningen en niet-verplichte nevenvoorzieningen), met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van de in § 9, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven..
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen voor de inrichting van ruimten bestemd voor mountainbikeroutes en de bijbehorende voorzieningen.
Elke commerciële exploitatie van de gesubsidieerde infrastructuur en voorzieningen is uitdrukkelijk uitgesloten.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen.
De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8. Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie bedraagt maximaal 1.000.000 euro.
De Regering kan in het kader van het projectenoproep maxima vaststellen voor bepaalde subsidiabele uitgaven en specifieke voorwaarden vaststellen voor uitgaven in verband met de rechtverkrijgenden.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De in dit artikel bedoelde subsidiabele uitgaven zijn:
- alle uitgaven in verband met de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg en de inbedrijfstelling van de mountainbike-site (route, voorzieningen en niet-verplichte nevenvoorzieningen), met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik;
- de uitgaven voor de bewegwijzering en/of signalisatie van de ruimte in een straal van 5 kilometer;
- de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
De dienstverleners en leveranciers waarop de projectleider voor de uitvoering van het gesubsidieerde project een beroep zal doen, moeten worden geselecteerd na afloop van een transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- Personeelskosten;
- kosten in verband met het onderhoud van de ruimte;
uitgaven in verband met de organisatie van een eventuele aanbesteding voor diensten, met uitzondering van de in § 9, lid 1, bedoelde subsidiabele uitgaven..
Art. 243. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article règlemente les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue de l'aménagement de sites dédiés aux itinéraires VTT et à leurs aménagements accessoires.
Toute exploitation commerciale des infrastructures et équipements subventionnés est expressément exclue.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 1.000.000 euros au maximum.
Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer des conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation du site de VTT (parcours, équipements et équipements accessoires non obligatoires), à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalétique et de signalisation de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion des dépenses éligibles visées au § 9, alinéa 1er.
1° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales.
§ 2. Le présent article règlemente les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel d'offres, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés en vue de l'aménagement de sites dédiés aux itinéraires VTT et à leurs aménagements accessoires.
Toute exploitation commerciale des infrastructures et équipements subventionnés est expressément exclue.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention visée au § 4 s'élève à 1.000.000 euros au maximum.
Le Gouvernement peut, au sein de l'appel à projet, plafonner les montants pour certains postes de dépenses éligibles et fixer des conditions spécifiques pour les dépenses relatives aux impétrants.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles visées par le présent article sont :
- toutes dépenses relatives aux travaux nécessaires pour la création et la mise en exploitation du site de VTT (parcours, équipements et équipements accessoires non obligatoires), à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale;
- les dépenses de signalétique et de signalisation de l'aire dans un rayon de 5 kilomètres;
- les frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Les prestataires et fournisseurs auxquels le porteur de projet fera appel pour la réalisation du projet subsidié devront être choisis au terme d'une procédure de mise en concurrence transparente, non discriminatoire et inconditionnelle.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de personnel;
- les dépenses liées aux frais d'entretien de l'aire;
les dépenses liées à la passation d'un éventuel marché de services, à l'exclusion des dépenses éligibles visées au § 9, alinéa 1er.
Art. 244. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
2° autonome haven: door de Waalse Regering opgerichte instelling van openbaar nut voor het beheer, de inrichting en de uitrusting van haven- en industriezones en die geniet van de technische steun van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Insfrastructuren voor de studie en de verwezenlijking van haveninfrastructuren (kaaien, dokken, bekkens, platen).
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen en autonome havens voor de ontwikkeling van infrastructuur voor rivieren en oevers en de bijbehorende voorzieningen.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen. De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8.Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 1.600.000 euro.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De subsidiabele uitgaven zijn de uitgaven voor de aankoop, bouw, renovatie, uitbreiding en uitrusting van toeristische infrastructuur op rivieren en oevers met het oog op de ontvangst van toeristen en pleziervaarders, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik, zoals met name:
- steigers;
- palen voor water- en elektriciteitsvoorziening en de aansluitingen op de palen;
- het brandstoftoevoersysteem;
- het systeem voor het afvoeren van vaartuigen;
- pontons en meerpalen;
- drijvende pontons;
- secundaire inrichtingswerkzaamheden om het gebruik van de infrastructuur mogelijk te maken;
- betaalautomaten;
- verlichting van de infrastructuur
- alle uitgaven voor de inrichting van openbare ruimten, rustplaatsen, ontspanningsruimten en speelplaatsen die de toeristische aantrekkingskracht van de infrastructuur bevorderen;
- alle uitgaven in verband met de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- exploitatie-uitgaven voor de infrastructuur;
- onderhoudsuitgaven;
- personeelskosten.
1° ondergeschikte besturen: provincies, gemeenten en intercommunales.
2° autonome haven: door de Waalse Regering opgerichte instelling van openbaar nut voor het beheer, de inrichting en de uitrusting van haven- en industriezones en die geniet van de technische steun van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Insfrastructuren voor de studie en de verwezenlijking van haveninfrastructuren (kaaien, dokken, bekkens, platen).
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van projecten inzake toeristische infrastructuur en uitrustingen in het kader van de uitvoering van het Herstelplan van Wallonië zoals aangenomen door de Waalse Regering in haar zitting van 2 oktober 2021.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte besturen en autonome havens, met uitzondering van privé-personen, natuurlijke of rechtspersonen.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten tachtig procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan de ondergeschikte besturen en autonome havens voor de ontwikkeling van infrastructuur voor rivieren en oevers en de bijbehorende voorzieningen.
§ 5. Om de subsidie te ontvangen moet de projectleider een verslag opstellen waarin het project wordt beschreven en bewijsstukken indienen. De Regering kan bepalen hoe het verslag moet worden opgesteld en welke bewijsstukken moeten worden ingediend.
§ 6. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
De toeristische bestemming van het goed moet gedurende 15 jaar worden gehandhaafd, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de subsidie. Bij gebreke daarvan moet de subsidie naar rato van de overblijvende jaren worden terugbetaald.
§ 7. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 8.Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 1.600.000 euro.
De subsidie wordt in 4 schijven uitbetaald:
- een eerste schijf van 20% na goedkeuring van de projectselectie door de Regering;
- een tweede schijf van 30%;
- een derde schijf van 30%;
- een saldo van 20%.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 9. De subsidiabele uitgaven zijn de uitgaven voor de aankoop, bouw, renovatie, uitbreiding en uitrusting van toeristische infrastructuur op rivieren en oevers met het oog op de ontvangst van toeristen en pleziervaarders, met uitzondering van ruimten of voorzieningen voor commercieel gebruik, zoals met name:
- steigers;
- palen voor water- en elektriciteitsvoorziening en de aansluitingen op de palen;
- het brandstoftoevoersysteem;
- het systeem voor het afvoeren van vaartuigen;
- pontons en meerpalen;
- drijvende pontons;
- secundaire inrichtingswerkzaamheden om het gebruik van de infrastructuur mogelijk te maken;
- betaalautomaten;
- verlichting van de infrastructuur
- alle uitgaven voor de inrichting van openbare ruimten, rustplaatsen, ontspanningsruimten en speelplaatsen die de toeristische aantrekkingskracht van de infrastructuur bevorderen;
- alle uitgaven in verband met de kosten van projectleiders en assistentie bij het projectbeheer.
Hierna volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- exploitatie-uitgaven voor de infrastructuur;
- onderhoudsuitgaven;
- personeelskosten.
Art. 244. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales;
2° Port autonome : organisme d'intérêt public créé par le Gouvernement wallon en vue de la gestion, l'aménagement et l'équipement des zones portuaires et industrielles et bénéficiant de l'appui technique de la Direction générale Mobilité et Voies hydrauliques pour l'étude et la réalisation des infrastructures portuaires (quais, darses, bassins, dalles).
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes en vue du développement des infrastructures fluviales et fluvestres ainsi que des équipements y relatifs.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives. Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 1.600.000 euros au maximum.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles sont les dépenses relatives à l'acquisition, la construction, la rénovation, l'agrandissement, l'équipement d'infrastructures touristiques fluviales et fluvestres destinées à l'accueil des touristes et des plaisanciers, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale, dont notamment :
- les embarcadères;
- les bornes d'approvisionnement en eau et en électricité ainsi que les raccordements aux bornes;
- le système d'alimentation en carburants;
- le système de vidange des bateaux;
- les pontons et les bites d'amarrage;
- les pontons flottants;
- les travaux accessoires d'aménagement permettant l'utilisation de l'infrastructure;
- les guichets de paiement automatisé;
- l'éclairage de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux aménagements d'espaces publics, d'aires de repos, de détente et de jeux favorisant l'attractivité touristique de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de fonctionnement des infrastructures;
- les dépenses d'entretien;
les dépenses de personnel.
1° Pouvoirs subordonnés : les provinces, les communes et les intercommunales;
2° Port autonome : organisme d'intérêt public créé par le Gouvernement wallon en vue de la gestion, l'aménagement et l'équipement des zones portuaires et industrielles et bénéficiant de l'appui technique de la Direction générale Mobilité et Voies hydrauliques pour l'étude et la réalisation des infrastructures portuaires (quais, darses, bassins, dalles).
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement de projets touristiques d'infrastructures et d'équipements dans le cadre de la mise en oeuvre du Plan de relance de la Wallonie tel qu'approuvé par le Gouvernement wallon en sa séance du 2 octobre 2021.
Les dispositions du présent article sont applicables aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes, à l'exclusion des personnes privées, physiques ou morales.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de quatre-vingts pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux pouvoirs subordonnés et aux ports autonomes en vue du développement des infrastructures fluviales et fluvestres ainsi que des équipements y relatifs.
§ 5. Pour l'octroi de la subvention, le porteur de projet doit établir un rapport décrivant ledit projet et déposer des pièces justificatives. Le Gouvernement peut préciser les modalités de rédaction du rapport et définir les pièces justificatives.
§ 6. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif et d'un contrôle sur terrain par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
L'affectation touristique du bien doit être maintenue pendant 15 ans à partir du 1er janvier de l'année suivant la liquidation finale de la subvention. A défaut, la subvention devra être remboursée au prorata des années restantes.
§ 7. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 8. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 1.600.000 euros au maximum.
La subvention est liquidée en 4 tranches :
- une première tranche de 20% à l'approbation de la sélection du projet par le Gouvernement;
- une deuxième tranche de 30%;
- une troisième tranche de 30%;
- un solde de 20%.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 9. Les dépenses éligibles sont les dépenses relatives à l'acquisition, la construction, la rénovation, l'agrandissement, l'équipement d'infrastructures touristiques fluviales et fluvestres destinées à l'accueil des touristes et des plaisanciers, à l'exclusion des surfaces ou équipements à destination commerciale, dont notamment :
- les embarcadères;
- les bornes d'approvisionnement en eau et en électricité ainsi que les raccordements aux bornes;
- le système d'alimentation en carburants;
- le système de vidange des bateaux;
- les pontons et les bites d'amarrage;
- les pontons flottants;
- les travaux accessoires d'aménagement permettant l'utilisation de l'infrastructure;
- les guichets de paiement automatisé;
- l'éclairage de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux aménagements d'espaces publics, d'aires de repos, de détente et de jeux favorisant l'attractivité touristique de l'infrastructure;
- toutes les dépenses relatives aux frais d'auteur de projet et d'assistance à maîtrise d'ouvrage.
Ne peuvent en aucun cas être prises en charge les dépenses suivantes :
- les dépenses de fonctionnement des infrastructures;
- les dépenses d'entretien;
les dépenses de personnel.
Art. 245. § 1. Dit artikel regelt de subsidiëring van de steun en van de aanpassingsmaatregelen en -werken voor toeristische campings die inherent zijn aan hun ligging in gebieden met een hoog overstromingsgevaar.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op toeristische campings waarvoor op de datum van indiening van de subsidieaanvraag overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 van dit artikel door het Commissariaat-generaal voor toerisme een vergunning is verleend, met uitzondering van caravanterreinen, waarvan ten minste één kampeerplaats in een gebied met een hoog overstromingsgevaar is gelegen.
§ 2. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de betrokken toeristische campings een beroep kunnen doen op een studie- of consultancybureau dat een haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen zal uitvoeren.
§ 3. Overeenkomstig de in paragrafen 4 en 5 van dit artikel bedoelde procedure wordt de analyse van de haalbaarheid van de herbestemming van de toeristische camping met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 10.000 euro.
§ 4. De beheerder van de camping dient het ad hoc-formulier in te vullen dat op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme vermeld wordt.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 25 augustus 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag ingediend via het in paragraaf 4 bedoelde formulier, indien deze volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven en stelt de beheerder van de camping in kennis van de toekenning van de subsidie.
Indien de aanvraag onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst van de aanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid van zijn aanvraag en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag niet ontvankelijk is, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping daarvan binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 4 bedoelde formulier per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis.
§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 op basis van bewijsstukken uitbetaald.
§ 7. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de toeristische campings de nodige handelingen en werken kunnen uitvoeren zoals bedoeld door het studie- of consultancybureau dat belast is met de haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen.
§ 8. Overeenkomstig de in paragrafen 9 en 10 van dit artikel bedoelde procedure worden de handelingen en werken voor de herbestemming van de toeristische camping, met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar, voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 200.000 euro.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de begunstigde van de subsidie in kennis van het de-minimiskarakter van deze steun overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
§ 9. Het studie- of consultancybureau dat overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 aangesteld is, dient het op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme gepubliceerde ad hoc-formulier in te vullen, waarin de plaatsbeschrijving van de toeristische camping en de lijst van de voor de herbestemming noodzakelijke handelingen en werken zijn opgenomen.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 15 oktober 2023 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 10. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier, indien dit volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de campingbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van de subsidie.
Indien het formulier onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid ervan en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag onontvankelijk is, hetzij omdat de camping geen kampeerplaats heeft in een gebied met hoog overstromingsgevaar, hetzij omdat de in paragrafen 2 tot 6 beschreven procedure niet is toegepast, hetzij omdat de toeristische camping niet als dusdanig is erkend in de zin van het Waalse Toerismewetboek, hetzij omdat een andere reden voor onontvankelijkheid kan worden vastgesteld, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping hiervan per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 11. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie wordt als volgt uitbetaald:
- een eerste schijf ten bedrage van een derde van de subsidie uiterlijk op 31 december 2022 op basis van het in paragraaf 9 bedoelde formulier;
- een tweede schijf ten bedrage van een derde van de subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitbetaald op grond van de bewijsstukken van de eerste schijf van de subsidie;
- het saldo wordt uiterlijk op 31 december 2024 uitbetaald op grond van de bewijsstukken.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie, de bovengenoemde bewijsstukken bepalen en, in voorkomend geval, de termijnen voor de uitbetaling van de subsidie met 12 maanden verlengen.
§ 12. De begunstigde betaalt de op grond van dit artikel ontvangen subsidie terug, naar rato van het aantal overblijvende jaren, indien binnen een periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie is uitgekeerd, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die in het Waalse Toerismewetboek zijn vastgesteld om als toeristische camping in de zin van dit Wetboek te worden erkend.
De begunstigde betaalt de volledige ontvangen subsidie terug indien na een controle van de bewijsstukken of een controle ter plaatse door een beambte van het Commissariaat-generaal voor toerisme blijkt dat de toegekende subsidie niet op geldige wijze is gebruikt voor de uitvoering van de handelingen en werken als omschreven in het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 13. Er zal geen subsidie worden toegekend indien een andere overheidsinstantie of een verzekeringsmaatschappij reeds een subsidie of vergoeding voor deze handelingen en werken heeft toegekend.
§ 14. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie kan worden toegekend voor handelingen en werken met een onroerend karakter van aard of door bestemming, mits deze in de balans van de exploitant worden opgenomen en over ten minste vijf jaar kunnen worden afgeschreven.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op toeristische campings waarvoor op de datum van indiening van de subsidieaanvraag overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 van dit artikel door het Commissariaat-generaal voor toerisme een vergunning is verleend, met uitzondering van caravanterreinen, waarvan ten minste één kampeerplaats in een gebied met een hoog overstromingsgevaar is gelegen.
§ 2. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de betrokken toeristische campings een beroep kunnen doen op een studie- of consultancybureau dat een haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen zal uitvoeren.
§ 3. Overeenkomstig de in paragrafen 4 en 5 van dit artikel bedoelde procedure wordt de analyse van de haalbaarheid van de herbestemming van de toeristische camping met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 10.000 euro.
§ 4. De beheerder van de camping dient het ad hoc-formulier in te vullen dat op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme vermeld wordt.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 25 augustus 2022 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 5. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag ingediend via het in paragraaf 4 bedoelde formulier, indien deze volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven en stelt de beheerder van de camping in kennis van de toekenning van de subsidie.
Indien de aanvraag onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst van de aanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid van zijn aanvraag en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag niet ontvankelijk is, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping daarvan binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 4 bedoelde formulier per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis.
§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 op basis van bewijsstukken uitbetaald.
§ 7. Met het oog op de herbestemming van hun installaties in verband met hun ligging in een gebied met een hoog overstromingsgevaar zullen de beheerders van de toeristische campings de nodige handelingen en werken kunnen uitvoeren zoals bedoeld door het studie- of consultancybureau dat belast is met de haalbaarheidsanalyse van de vastgestelde aanpassingen.
§ 8. Overeenkomstig de in paragrafen 9 en 10 van dit artikel bedoelde procedure worden de handelingen en werken voor de herbestemming van de toeristische camping, met betrekking tot de ligging ervan in een gebied met een hoog overstromingsgevaar, voor tachtig procent gesubsidieerd, met een maximaal bedrag van 200.000 euro.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de begunstigde van de subsidie in kennis van het de-minimiskarakter van deze steun overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
§ 9. Het studie- of consultancybureau dat overeenkomstig paragrafen 2 tot 6 aangesteld is, dient het op de website van het Commissariaat-generaal voor toerisme gepubliceerde ad hoc-formulier in te vullen, waarin de plaatsbeschrijving van de toeristische camping en de lijst van de voor de herbestemming noodzakelijke handelingen en werken zijn opgenomen.
Het formulier moet naar behoren worden ingevuld en uiterlijk tegen 15 oktober 2023 per aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme worden toegestuurd.
§ 10. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier, indien dit volledig en ontvankelijk is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan per aangetekend schrijven.
Het Commissariaat-generaal voor toerisme stelt de campingbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van de subsidie.
Indien het formulier onvolledig is, bevestigt het Commissariaat-generaal voor toerisme de ontvangst ervan binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en stelt de beheerder van de camping per dezelfde aangetekend schrijven in kennis van de onvolledigheid ervan en geeft hem een bijkomende termijn van acht dagen, vanaf de datum van ontvangst van het ontvangstbewijs door de beheerder van de camping, om de ontbrekende elementen mee te delen.
Indien de subsidieaanvraag onontvankelijk is, hetzij omdat de camping geen kampeerplaats heeft in een gebied met hoog overstromingsgevaar, hetzij omdat de in paragrafen 2 tot 6 beschreven procedure niet is toegepast, hetzij omdat de toeristische camping niet als dusdanig is erkend in de zin van het Waalse Toerismewetboek, hetzij omdat een andere reden voor onontvankelijkheid kan worden vastgesteld, stelt het Commissariaat-generaal voor toerisme de beheerder van de camping hiervan per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis binnen vijftien dagen na ontvangst van het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 11. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie wordt als volgt uitbetaald:
- een eerste schijf ten bedrage van een derde van de subsidie uiterlijk op 31 december 2022 op basis van het in paragraaf 9 bedoelde formulier;
- een tweede schijf ten bedrage van een derde van de subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitbetaald op grond van de bewijsstukken van de eerste schijf van de subsidie;
- het saldo wordt uiterlijk op 31 december 2024 uitbetaald op grond van de bewijsstukken.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidie, de bovengenoemde bewijsstukken bepalen en, in voorkomend geval, de termijnen voor de uitbetaling van de subsidie met 12 maanden verlengen.
§ 12. De begunstigde betaalt de op grond van dit artikel ontvangen subsidie terug, naar rato van het aantal overblijvende jaren, indien binnen een periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie is uitgekeerd, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die in het Waalse Toerismewetboek zijn vastgesteld om als toeristische camping in de zin van dit Wetboek te worden erkend.
De begunstigde betaalt de volledige ontvangen subsidie terug indien na een controle van de bewijsstukken of een controle ter plaatse door een beambte van het Commissariaat-generaal voor toerisme blijkt dat de toegekende subsidie niet op geldige wijze is gebruikt voor de uitvoering van de handelingen en werken als omschreven in het in paragraaf 9 bedoelde formulier.
§ 13. Er zal geen subsidie worden toegekend indien een andere overheidsinstantie of een verzekeringsmaatschappij reeds een subsidie of vergoeding voor deze handelingen en werken heeft toegekend.
§ 14. De in paragraaf 8 bedoelde subsidie kan worden toegekend voor handelingen en werken met een onroerend karakter van aard of door bestemming, mits deze in de balans van de exploitant worden opgenomen en over ten minste vijf jaar kunnen worden afgeschreven.
Art. 245. § 1er. Le présent article règlemente le subventionnement de l'accompagnement et des actes et travaux d'adaptation des campings touristiques inhérents à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé.
Les dispositions du présent article sont applicables aux campings touristiques autorisés à la date du dépôt de la demande de subvention en application des paragraphes 2 à 6 du présent article par le Commissariat général au Tourisme, à l'exclusion des terrains de caravanage, comptant au moins un emplacement situé en zone d'aléa d'inondation élevé.
§ 2. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques concernés feront appel à bureau d'études ou de conseils lequel réalisera une analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 3. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 4 et 5 du présent article, l'analyse de la faisabilité de la reconversion du camping touristique au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé fera l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 10.000 euros.
§ 4. Le gestionnaire du camping doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 25 août 2022.
§ 5. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception de la demande introduite par le biais du formulaire visé au paragraphe 4, si celle-ci est complète et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé et informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention.
Si la demande est incomplète, le Commissariat général au Tourisme accuse bonne réception de la demande dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet de sa demande et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 4.
§ 6. La subvention visée au paragraphe 3 est liquidée au plus tard le 31 décembre 2022 sur base des pièces justificatives.
§ 7. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques pourront réaliser les actes et travaux nécessaires tels que visés par le bureau d'études ou de conseils chargé de procéder à l'analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 8. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 9 et 10 du présent article, les actes et travaux de reconversion du camping touristique, au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé, feront l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 200.000 euros.
Le Commissariat général au Tourisme informe le bénéficiaire de la subvention du caractère de minimis de cette aide conformément à l'article 6 du Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis.
§ 9. Le bureau d'études ou de conseils désigné en application des paragraphes 2 à 6 doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme, ce formulaire dressant l'état des lieux du camping touristique et la liste des actes et travaux nécessaires à la reconversion.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 15 octobre 2023.
§ 10. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9, si celui-ci est complet et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé.
Le Commissariat général au Tourisme informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention dans les meilleurs délais.
Si le formulaire est incomplet, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, soit que le camping ne comptabilise aucun emplacement en zone d'aléa d'inondation élevé, soit que la procédure décrite aux paragraphes 2 à 6 n'ai pas été réalisée, soit que le camping touristique n'est pas autorisé comme tel au sens du Code wallon du Tourisme, soit qu'un autre motif d'irrecevabilité peut être relevé, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9.
§ 11. La subvention visée au paragraphe 8 est liquidée comme suit :
- une première tranche s'élevant à un tiers de la subvention au plus tard le 31 décembre 2022 sur base du formulaire visé au paragraphe 9;
- une deuxième tranche s'élevant à un tiers de la subvention est liquidée au plus tard le 31 décembre 2023 sur base des pièces justificatives de la première tranche de subvention;
- le solde est liquidé au plus tard le 31 décembre 2024 sur base des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention, les pièces justificatives susvisées et, le cas échéant, prolonger les délais de liquidation de la subvention de 12 mois.
§ 12. Le bénéficiaire rembourse la subvention qu'il a perçue en application du présent article, au prorata du nombre d'années restant à courir, si, dans le délai de dix ans prenant cours à partir du 1er janvier suivant la dernière année pendant laquelle la subvention a été liquidée, il n'est plus satisfait aux conditions fixées par le Code wallon du Tourisme pour être autorisé en tant que camping touristique au sens dudit Code.
Le bénéficiaire rembourse l'intégralité de la subvention perçue si, à l'issue d'un contrôle des pièces justificatives ou d'un contrôle sur les lieux par un agent du Commissariat général au Tourisme, il apparaît que la subvention accordée n'a pas été valablement utilisée pour réaliser les actes et travaux tels que décrits dans le formulaire visé au paragraphe 9.
§ 13. Aucune subvention n'est accordée si un autre pouvoir public ou une assurance a déjà octroyé une subvention ou un dédommagement pour ces actes et travaux.
§ 14. Peuvent donner lieu à l'octroi d'une subvention visée au paragraphe 8 les actes et travaux à caractère immobilier par nature ou par destination pour autant qu'ils soient actés au bilan de l'exploitant et amortissables en cinq ans minimum.
Les dispositions du présent article sont applicables aux campings touristiques autorisés à la date du dépôt de la demande de subvention en application des paragraphes 2 à 6 du présent article par le Commissariat général au Tourisme, à l'exclusion des terrains de caravanage, comptant au moins un emplacement situé en zone d'aléa d'inondation élevé.
§ 2. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques concernés feront appel à bureau d'études ou de conseils lequel réalisera une analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 3. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 4 et 5 du présent article, l'analyse de la faisabilité de la reconversion du camping touristique au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé fera l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 10.000 euros.
§ 4. Le gestionnaire du camping doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 25 août 2022.
§ 5. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception de la demande introduite par le biais du formulaire visé au paragraphe 4, si celle-ci est complète et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé et informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention.
Si la demande est incomplète, le Commissariat général au Tourisme accuse bonne réception de la demande dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet de sa demande et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 4.
§ 6. La subvention visée au paragraphe 3 est liquidée au plus tard le 31 décembre 2022 sur base des pièces justificatives.
§ 7. En vue de la reconversion de leurs installations par rapport à leur situation en zone d'aléa d'inondation élevé, les gestionnaires des campings touristiques pourront réaliser les actes et travaux nécessaires tels que visés par le bureau d'études ou de conseils chargé de procéder à l'analyse de faisabilité des adaptations identifiées.
§ 8. Dans le respect de la procédure visée aux paragraphes 9 et 10 du présent article, les actes et travaux de reconversion du camping touristique, au regard de la situation de celui-ci en zone d'aléa d'inondation élevé, feront l'objet d'une subvention à quatre-vingts pourcents, avec un plafond maximum fixé à 200.000 euros.
Le Commissariat général au Tourisme informe le bénéficiaire de la subvention du caractère de minimis de cette aide conformément à l'article 6 du Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis.
§ 9. Le bureau d'études ou de conseils désigné en application des paragraphes 2 à 6 doit compléter le formulaire ad hoc tel que publié sur le site du Commissariat général au Tourisme, ce formulaire dressant l'état des lieux du camping touristique et la liste des actes et travaux nécessaires à la reconversion.
Le formulaire doit être dûment complété et envoyé par courrier recommandé au Commissariat général au Tourisme au plus tard pour le 15 octobre 2023.
§ 10. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9, si celui-ci est complet et recevable, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception par courrier recommandé.
Le Commissariat général au Tourisme informe le gestionnaire du camping de l'octroi de la subvention dans les meilleurs délais.
Si le formulaire est incomplet, le Commissariat général au Tourisme en accuse bonne réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception de celle-ci, il informe par ce même courrier recommandé le gestionnaire du camping du caractère incomplet et lui accorde un délai complémentaire de huit jours, à dater de la réception par le gestionnaire du camping de l'accusé de réception, pour communiquer les éléments manquants.
Si la demande de subside est irrecevable, soit que le camping ne comptabilise aucun emplacement en zone d'aléa d'inondation élevé, soit que la procédure décrite aux paragraphes 2 à 6 n'ai pas été réalisée, soit que le camping touristique n'est pas autorisé comme tel au sens du Code wallon du Tourisme, soit qu'un autre motif d'irrecevabilité peut être relevé, le Commissariat général au Tourisme en informe le gestionnaire du camping par courrier recommandé avec accusé de réception dans un délai de quinze jours à dater de la réception du formulaire visé au paragraphe 9.
§ 11. La subvention visée au paragraphe 8 est liquidée comme suit :
- une première tranche s'élevant à un tiers de la subvention au plus tard le 31 décembre 2022 sur base du formulaire visé au paragraphe 9;
- une deuxième tranche s'élevant à un tiers de la subvention est liquidée au plus tard le 31 décembre 2023 sur base des pièces justificatives de la première tranche de subvention;
- le solde est liquidé au plus tard le 31 décembre 2024 sur base des pièces justificatives.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention, les pièces justificatives susvisées et, le cas échéant, prolonger les délais de liquidation de la subvention de 12 mois.
§ 12. Le bénéficiaire rembourse la subvention qu'il a perçue en application du présent article, au prorata du nombre d'années restant à courir, si, dans le délai de dix ans prenant cours à partir du 1er janvier suivant la dernière année pendant laquelle la subvention a été liquidée, il n'est plus satisfait aux conditions fixées par le Code wallon du Tourisme pour être autorisé en tant que camping touristique au sens dudit Code.
Le bénéficiaire rembourse l'intégralité de la subvention perçue si, à l'issue d'un contrôle des pièces justificatives ou d'un contrôle sur les lieux par un agent du Commissariat général au Tourisme, il apparaît que la subvention accordée n'a pas été valablement utilisée pour réaliser les actes et travaux tels que décrits dans le formulaire visé au paragraphe 9.
§ 13. Aucune subvention n'est accordée si un autre pouvoir public ou une assurance a déjà octroyé une subvention ou un dédommagement pour ces actes et travaux.
§ 14. Peuvent donner lieu à l'octroi d'une subvention visée au paragraphe 8 les actes et travaux à caractère immobilier par nature ou par destination pour autant qu'ils soient actés au bilan de l'exploitant et amortissables en cinq ans minimum.
Art. 246. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° Getroffen gemeente: de gemeente die bij besluit van de Waalse regering van 23 september 2021 als getroffen van categorie 1 of 2 wordt beschouwd naar aanleiding van de overstromingen van 14 tot 16 juli 2021 en 24 juli 2021, die als openbare natuurramp zijn erkend.
2° toerisme-instelling: de toerisme-instelling zoals gedefinieerd in artikel 1.D, 40°, van het Waals Toerismewetboek.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van acties of bevorderingsprogramma's ter ondersteuning en revitalisering van de gebieden die zijn getroffen door de als natuurramp erkende overstromingen van 14 tot en met 16 juli 2021 en 24 juli 2021.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten honderd procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan toerisme-instellingen die een of meerdere betrokken gemeenten op hun grondgebied hebben voor het uitvoeren van acties of campagnes ter bevordering van het toerisme. Eenzelfde gemeente kan echter slechts in aanmerking komen voor één oproep tot het indienen van projecten, hetzij op gemeentelijk, hetzij op supragemeentelijk niveau.
§ 5. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
§ 6. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 7 .Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 30.000 euro per betrokken gemeente.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 8. De subsidie van het Waals Gewest heeft met name betrekking op:
1° het ontwerp, de productie en het drukken van campagnemateriaal;
2° het gebruik van de nieuwe informatie- en communicatietechnologie;
3° de auteurs- en vertaalkosten die nodig zijn voor de uitvoering van de in de punten 1° en 2° bedoelde acties.
De belasting over de toegevoegde waarde kan worden gesubsidieerd voor zover zij niet door de aanvrager kan worden teruggevorderd.
§ 9. De subsidieaanvraag moet worden ingediend voordat er uitgaven in verband met het project worden gedaan.
1° Getroffen gemeente: de gemeente die bij besluit van de Waalse regering van 23 september 2021 als getroffen van categorie 1 of 2 wordt beschouwd naar aanleiding van de overstromingen van 14 tot 16 juli 2021 en 24 juli 2021, die als openbare natuurramp zijn erkend.
2° toerisme-instelling: de toerisme-instelling zoals gedefinieerd in artikel 1.D, 40°, van het Waals Toerismewetboek.
§ 2. Dit artikel bepaalt de aanbestedingen die de subsidiëring mogelijk maken van acties of bevorderingsprogramma's ter ondersteuning en revitalisering van de gebieden die zijn getroffen door de als natuurramp erkende overstromingen van 14 tot en met 16 juli 2021 en 24 juli 2021.
§ 3. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt het subsidiëringspercentage voor de in dit artikel bedoelde projecten honderd procent.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en door middel van een aanbesteding kan de Regering overeenkomstig dit artikel een subsidie verlenen aan toerisme-instellingen die een of meerdere betrokken gemeenten op hun grondgebied hebben voor het uitvoeren van acties of campagnes ter bevordering van het toerisme. Eenzelfde gemeente kan echter slechts in aanmerking komen voor één oproep tot het indienen van projecten, hetzij op gemeentelijk, hetzij op supragemeentelijk niveau.
§ 5. De in dit artikel bedoelde subsidiëringen zijn onderworpen aan een administratieve controle en een controle ter plekke door het Commissariaat-generaal voor Toerisme om de werkelijkheid en de overeenstemming van het gesubsidieerde project met het besluit tot toekenning van de subsidie te verifiëren.
Indien de uitvoerbaarheid en het concrete karakter van het project aan het einde van de controle niet zijn vastgesteld, moet de begunstigde de subsidie terugbetalen.
§ 6. Voor de projectenoproepen bepaalt de Waalse Regering de procedures voor het indienen van kandidaturen, de inhoud van het dossier, de indiening van kandidaturen, de ontvankelijkheidscriteria voor projectleiders, de selectie-, evaluatie- en toekenningscriteria.
§ 7 .Het bedrag van de in § 4 bedoelde subsidie voor het hele project bedraagt maximaal 30.000 euro per betrokken gemeente.
De Regering kan de modaliteiten voor de toekenning en uitvoering van de subsidiëring bepalen.
§ 8. De subsidie van het Waals Gewest heeft met name betrekking op:
1° het ontwerp, de productie en het drukken van campagnemateriaal;
2° het gebruik van de nieuwe informatie- en communicatietechnologie;
3° de auteurs- en vertaalkosten die nodig zijn voor de uitvoering van de in de punten 1° en 2° bedoelde acties.
De belasting over de toegevoegde waarde kan worden gesubsidieerd voor zover zij niet door de aanvrager kan worden teruggevorderd.
§ 9. De subsidieaanvraag moet worden ingediend voordat er uitgaven in verband met het project worden gedaan.
Art. 246. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° Commune impactée : la commune considérée comme impactée de catégorie 1 ou 2 par décision du Gouvernement wallon du 23 septembre 2021 suite aux inondations des 14 au 16 juillet 2021 ainsi que du 24 juillet 2021 et reconnues en tant que calamité naturelle publique;
2° Organisme touristique : l'organisme touristique tel que défini à l'article 1.D, 40°, du Code wallon du Tourisme.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement d'actions ou de programmes de promotion dans un objectif de soutien et de redynamisation des zones impactées par les inondations des 14 au 16 juillet 2021 ainsi que du 24 juillet 2021 et reconnues en tant que calamité naturelle publique.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de maximum cent pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux organismes touristiques ayant sur son territoire une ou des communes impactées en vue de la réalisation d'actions ou de campagnes de promotion touristique. Une même commune ne pourra toutefois être couverte que par un seul appel à projets, soit par un niveau communal, soit à un niveau supra-communal.
§ 5. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
§ 6. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 7. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 30.000 euros au maximum par commune concernée.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 8. La subvention de la Région wallonne porte notamment sur :
1° la conception, la réalisation et l'impression de supports de diffusion de la campagne;
2° l'usage des nouvelles technologies de l'information et de la communication;
3° les droits d'auteurs et les frais de traduction nécessaires à la mise en oeuvre des actions visées aux points 1° et 2°.
La taxe sur la valeur ajoutée peut être subventionnée dans la mesure où elle ne peut pas être récupérée par le demandeur.
§ 9. La demande de subvention doit être déposée avant toutes dépenses en rapport avec le projet.
1° Commune impactée : la commune considérée comme impactée de catégorie 1 ou 2 par décision du Gouvernement wallon du 23 septembre 2021 suite aux inondations des 14 au 16 juillet 2021 ainsi que du 24 juillet 2021 et reconnues en tant que calamité naturelle publique;
2° Organisme touristique : l'organisme touristique tel que défini à l'article 1.D, 40°, du Code wallon du Tourisme.
§ 2. Le présent article détermine les appels d'offre permettant le subventionnement d'actions ou de programmes de promotion dans un objectif de soutien et de redynamisation des zones impactées par les inondations des 14 au 16 juillet 2021 ainsi que du 24 juillet 2021 et reconnues en tant que calamité naturelle publique.
§ 3. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le taux de subventionnement accordé pour les projets visés par le présent article est de maximum cent pourcent.
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et sur appel à projet, le Gouvernement peut accorder une subvention en application du présent article aux organismes touristiques ayant sur son territoire une ou des communes impactées en vue de la réalisation d'actions ou de campagnes de promotion touristique. Une même commune ne pourra toutefois être couverte que par un seul appel à projets, soit par un niveau communal, soit à un niveau supra-communal.
§ 5. Les subventionnements visés par le présent article font l'objet d'un contrôle administratif par le Commissariat Général au Tourisme afin de procéder à la vérification de la réalité et de la conformité du projet subventionné à la décision d'octroi du subventionnement.
Si à l'issue du contrôle, l'opérationnalité et la matérialité du projet ne sont pas constatées, le bénéficiaire doit rembourser la subvention.
§ 6. Le Gouvernement wallon fixe, dans les appels à projets, les procédures d'introduction des candidatures, le contenu du dossier, le dépôt des candidatures, les critères d'éligibilité des porteurs de projets, les critères de sélection, d'évaluation et d'attribution.
§ 7. Le montant de la subvention pour le projet global visée au § 4 s'élève à 30.000 euros au maximum par commune concernée.
Le Gouvernement peut préciser les modalités d'octroi et de mise en oeuvre de la subvention.
§ 8. La subvention de la Région wallonne porte notamment sur :
1° la conception, la réalisation et l'impression de supports de diffusion de la campagne;
2° l'usage des nouvelles technologies de l'information et de la communication;
3° les droits d'auteurs et les frais de traduction nécessaires à la mise en oeuvre des actions visées aux points 1° et 2°.
La taxe sur la valeur ajoutée peut être subventionnée dans la mesure où elle ne peut pas être récupérée par le demandeur.
§ 9. La demande de subvention doit être déposée avant toutes dépenses en rapport avec le projet.
Art. 247. De Regering wordt gemachtigd om voor het jaar 2023 de toekenningsvoorwaarden voor de steunmaatregelen voor het economisch herstel van kmo's door middel van digitale technologie en steunmaatregelen in de gezondheids- en ouderensector als bedoeld in het kader van Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 als herstelbijstand voor cohesie en de regio's van Europa (REACT-EU), vast te stellen.en uit te voeren.
Art. 247. Pour l'année 2023, le Gouvernement est habilité à mettre en oeuvre et à déterminer les modalités d'octroi des mesures de soutien à la relance économique des PME par le numérique et des mesures de soutien dans le secteur de la santé et des aînés prévues dans le cadre du règlement (UE) 2020/2221 du Parlement européen et du Conseil du 23 décembre 2020 en tant que soutien à la reprise en faveur de la cohésion et des territoires de l'Europe (REACT-EU).
Art. 248. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° de onderneming: elke privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, partner van de door de IFAPME georganiseerde opleidingsbranche van bedrijfsleider, die een stagiair ontvangt in het kader van een stageovereenkomst;
2° de financiële incentive voor de onderneming: de financiële incentive bedoeld in § 2 en toegekend aan de onderneming waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid, in het Franse taalgebied is gelegen;
3° de financiële incentive bij de eerste stageovereenkomst: de in § 3 bedoelde financiële incentive voor de onderneming zonder werknemers waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid in het Franse taalgebied gelegen is en die in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een financiële incentive geen stageovereenkomst heeft gesloten.
§ 2. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling door deze laatste van een financiële incentive aan de onderneming. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten van de opleiding, de begeleiding en de evaluatie van de stagiair tijdens zijn eerste opleidingsjaar geheel of gedeeltelijk te dekken, ongeacht of het gaat om een eerste voorbereidend jaar of een eerste opleidingsjaar in het kader van de opleidingsbranche van bedrijfsleider, om de begeleiding van de stagiair en de administratieve formaliteiten in verband met de sluiting van de stageovereenkomst te verbeteren.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming wordt door IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving voor het opleidingsjaar 2022-2023 gesloten;
3° de onderneming heeft de stagiair tijdens het eerste opleidingsjaar, dat begint op de dag waarop de onderneming de stageovereenkomst sluit, ten minste tweehonderdzeventig kalenderdagen opleiding gegeven in het kader van de IFAPME-stageovereenkomst.
§ 3. De Waalse Regering kent IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling, door deze laatste aan de onderneming, van een financiële incentive voor een eerste stageovereenkomst. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten in verband met de ontvangst van de stagiair en de administratieve en sociale formaliteiten in verband met de sluiting van een eerste stageovereenkomst geheel of gedeeltelijk te dekken, alsook om de opening van nieuwe stageplaatsen in alternerende opleiding in het kader van een stageovereenkomst te ondersteunen.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming wordt door IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft in 2023 een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving gesloten, voor de opleidingsjaren 2022-2023 en 2023-2024;
3° de IFAPME-stageovereenkomst moet ten tijde van de toekenningsbeslissing ten minste 30 kalenderdagen actief zijn geweest.
§ 4. De onderneming komt voor dezelfde stagiair slechts eenmaal in aanmerking voor de in paragraaf 2 bedoelde financiële incentive voor de onderneming en voor de in paragraaf 3 bedoelde financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst.
1° de onderneming: elke privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, partner van de door de IFAPME georganiseerde opleidingsbranche van bedrijfsleider, die een stagiair ontvangt in het kader van een stageovereenkomst;
2° de financiële incentive voor de onderneming: de financiële incentive bedoeld in § 2 en toegekend aan de onderneming waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid, in het Franse taalgebied is gelegen;
3° de financiële incentive bij de eerste stageovereenkomst: de in § 3 bedoelde financiële incentive voor de onderneming zonder werknemers waarvan de vestigingseenheid waar de leerling wordt opgeleid in het Franse taalgebied gelegen is en die in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een financiële incentive geen stageovereenkomst heeft gesloten.
§ 2. De Waalse Regering kent de IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling door deze laatste van een financiële incentive aan de onderneming. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten van de opleiding, de begeleiding en de evaluatie van de stagiair tijdens zijn eerste opleidingsjaar geheel of gedeeltelijk te dekken, ongeacht of het gaat om een eerste voorbereidend jaar of een eerste opleidingsjaar in het kader van de opleidingsbranche van bedrijfsleider, om de begeleiding van de stagiair en de administratieve formaliteiten in verband met de sluiting van de stageovereenkomst te verbeteren.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming wordt door IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving voor het opleidingsjaar 2022-2023 gesloten;
3° de onderneming heeft de stagiair tijdens het eerste opleidingsjaar, dat begint op de dag waarop de onderneming de stageovereenkomst sluit, ten minste tweehonderdzeventig kalenderdagen opleiding gegeven in het kader van de IFAPME-stageovereenkomst.
§ 3. De Waalse Regering kent IFAPME de nodige begrotingsmiddelen toe met het oog op de uitbetaling, door deze laatste aan de onderneming, van een financiële incentive voor een eerste stageovereenkomst. De financiële incentive van 750 euro is bedoeld om de kosten in verband met de ontvangst van de stagiair en de administratieve en sociale formaliteiten in verband met de sluiting van een eerste stageovereenkomst geheel of gedeeltelijk te dekken, alsook om de opening van nieuwe stageplaatsen in alternerende opleiding in het kader van een stageovereenkomst te ondersteunen.
De onderneming moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
1° de onderneming wordt door IFAPME erkend;
2° de onderneming heeft in 2023 een IFAPME-stageovereenkomst in de zin van de relevante regelgeving gesloten, voor de opleidingsjaren 2022-2023 en 2023-2024;
3° de IFAPME-stageovereenkomst moet ten tijde van de toekenningsbeslissing ten minste 30 kalenderdagen actief zijn geweest.
§ 4. De onderneming komt voor dezelfde stagiair slechts eenmaal in aanmerking voor de in paragraaf 2 bedoelde financiële incentive voor de onderneming en voor de in paragraaf 3 bedoelde financiële incentive voor de eerste stageovereenkomst.
Art. 248. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° l'entreprise : toute personne physique ou morale de droit privé ou de droit public, partenaire de la filière de formation de chef d'entreprise organisée par l'IFAPME, qui accueille un stagiaire dans les liens d'une convention de stage;
2° l'incitant financier à l'entreprise : l'incitant financier visé au § 2 et octroyé à l'entreprise dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française;
3° l'incitant financier à la première convention de stage : l'incitant financier visé au § 3 pour l'entreprise sans salarié dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française et qui n'a pas, dans les cinq ans qui précèdent la demande d'incitant financier, conclu de convention de stage.
§ 2. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à la formation, à l'encadrement et à l'évaluation du stagiaire durant sa première année de formation, qu'il s'agisse d'une première année préparatoire ou d'une première année de formation dans la filière formation de chef d'entreprise, pour renforcer l'accompagnement du stagiaire et les démarches administratives liées à la conclusion de la convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, pour l'année de formation 2022-2023;
3° l'entreprise a assuré au stagiaire une formation d'au minimum deux cent septante jours calendrier sous convention de stage IFAPME durant la première année de formation, qui démarre le jour où l'entreprise conclut la convention de stage.
§ 3. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier pour une première convention de stage. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à l'accueil du stagiaire et les démarches administratives et sociales liées à la conclusion d'une première convention de stage ainsi qu'à soutenir l'ouverture de nouvelles places de stage en alternance sous convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, en 2023 pour les années de formation 2022-2023 et 2023-2024;
3° la convention de stage IFAPME doit être active depuis au moins trente jours calendrier au moment de la décision de l'octroi.
§ 4. L'entreprise bénéficie une seule fois, pour un même stagiaire, de l'incitant financier à l'entreprise, visé au paragraphe 2 et de l'incitant financier à la première convention de stage visé au paragraphe 3.
1° l'entreprise : toute personne physique ou morale de droit privé ou de droit public, partenaire de la filière de formation de chef d'entreprise organisée par l'IFAPME, qui accueille un stagiaire dans les liens d'une convention de stage;
2° l'incitant financier à l'entreprise : l'incitant financier visé au § 2 et octroyé à l'entreprise dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française;
3° l'incitant financier à la première convention de stage : l'incitant financier visé au § 3 pour l'entreprise sans salarié dont l'unité d'établissement où se forme l'apprenant est située en région de langue française et qui n'a pas, dans les cinq ans qui précèdent la demande d'incitant financier, conclu de convention de stage.
§ 2. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à la formation, à l'encadrement et à l'évaluation du stagiaire durant sa première année de formation, qu'il s'agisse d'une première année préparatoire ou d'une première année de formation dans la filière formation de chef d'entreprise, pour renforcer l'accompagnement du stagiaire et les démarches administratives liées à la conclusion de la convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, pour l'année de formation 2022-2023;
3° l'entreprise a assuré au stagiaire une formation d'au minimum deux cent septante jours calendrier sous convention de stage IFAPME durant la première année de formation, qui démarre le jour où l'entreprise conclut la convention de stage.
§ 3. Le Gouvernement wallon octroie à l'IFAPME les moyens budgétaires nécessaires en vue de la liquidation, par celui-ci, à l'entreprise, d'un incitant financier pour une première convention de stage. L'incitant financier d'un montant de 750 euros est destiné à couvrir tout ou partie des frais liés à l'accueil du stagiaire et les démarches administratives et sociales liées à la conclusion d'une première convention de stage ainsi qu'à soutenir l'ouverture de nouvelles places de stage en alternance sous convention de stage.
L'entreprise doit répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° l'entreprise est agréée par l'IFAPME;
2° l'entreprise a conclu une convention de stage IFAPME, au sens de la règlementation applicable en la matière, en 2023 pour les années de formation 2022-2023 et 2023-2024;
3° la convention de stage IFAPME doit être active depuis au moins trente jours calendrier au moment de la décision de l'octroi.
§ 4. L'entreprise bénéficie une seule fois, pour un même stagiaire, de l'incitant financier à l'entreprise, visé au paragraphe 2 et de l'incitant financier à la première convention de stage visé au paragraphe 3.
Art. 249. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de leidend ambtenaar van het betaalorgaan van Wallonië ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de begrotingsadressen die tot de bevoegdheden van de Minister van Landbouw behoren en tussen de begrotingsadressen die tot de bevoegdheden van de Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn behoren, binnen het programma 01 van de begroting van het betaalorgaan van Wallonië. De bevoegde ministers worden op de hoogte gehouden van elke overdracht.
Art. 249. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget , de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le fonctionnaire dirigeant de l'Organisme payeur de Wallonie est autorisé à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les adresses budgétaires relevant des compétences du Ministre de l'Agriculture et entre les adresses budgétaires relevant des compétences de la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal, au sein du programme 01 du budget de l'Organisme payeur de Wallonie. Les ministres compétents seront tenus informés de chaque transfert.
Art. 250. De Minister van Onderzoek wordt gemachtigd om voor het jaar 2023 de projecten te financieren die zijn opgenomen in het "Important Project of Common European Interest on Battery Innovation (EuBatIn), State Aid SA.55840 (2020/N)- Belgium", meegedeeld door de Europese Commissie op 26/01/2021, overeenkomstig de regels van de Mededeling van de Commissie bekendgemaakt in het PB van de EU van 20 juni 2014 (C188/14) betreffende de Belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang.
Art. 250. Pour l'année 2023, le Ministre de la Recherche est autorisé à financer les projets inclus dans " Important Project of Common European Interest on Battery Innovation (EuBatIn), State Aid SA.55840 (2020/N)- Belgium ", notifié par la commission européenne le 26/01/2021, conformément aux règles de la Communication de la Commission publiée au JO de l'UE du 20 juin 2014 (C188/14) relative aux Projet Important d'Intérêt Européen Commun.
Art. 251. In artikel 4, paragraaf 3 van het decreet van 29 oktober 2015 oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
"5° de organisatie van de controles van de meetapparaten in de keuringsstations;
"5° de organisatie van de controles van de meetapparaten in de keuringsstations;
Art. 251. Dans l'article 4, § 3, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques, le 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° à l'organisation des contrôles des appareils de mesure et des stations de contrôle technique; ".
" 5° à l'organisation des contrôles des appareils de mesure et des stations de contrôle technique; ".
Art. 252. In Artikel 19 van het decreet van 19 december 2007 betreffende het goedkeuringstoezicht van het Waalse Gewest op de aanvullende reglementen op de openbare wegen en op het verkeer van de gemeenschappelijke vervoermiddelen, ingevoegd bij het Programmadecreet van 17 juli 2018 houdende verschillende maatregelen inzake tewerkstelling, vorming, economie, industrie, onderzoek, innovatie, digitale technologieën, leefmilieu, ecologische overgang, ruimtelijke ordening, openbare werken, mobiliteit en vervoer, energie, klimaat, luchthavenbeleid, toerisme, landbouw, natuur, bossen, plaatselijke besturen en huisvesting worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "op 1 januari 2023" vervangen door de woorden "op de door de Regering bepaalde datum"; 2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "op 1 januari 2023" vervangen door de woorden "op de door de Regering bepaalde datum"; 2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 252. Dans l'article 19 du décret du 19 décembre 2007 relatif à la tutelle d'approbation de la Région Wallonne sur les règlements complémentaires relatifs aux voies publiques et à la circulation des transports en commun,inséré par le Décret-programme du 17 juillet 2018 portant des mesures diverses en matière d'emploi, de formation, d'économie, d'industrie, de recherche, d'innovation, de numérique, d'environnement, de transition écologique, d'aménagement du territoire, de travaux publics, de mobilité et de transports, d'énergie, de climat, de politique aéroportuaire, de tourisme, d'agriculture, de nature, de forêt, des pouvoirs locaux et de logement, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " le 1er janvier 2023 " sont remplacés par les mots " à la date déterminée par le Gouvernement; 2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots " le 1er janvier 2023 " sont remplacés par les mots " à la date déterminée par le Gouvernement; 2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 253. Artikel 7 van het decreet van 19 december 2007 betreffende het goedkeuringstoezicht van het Waalse Gewest op de aanvullende reglementen op de openbare wegen en op het verkeer van de gemeenschappelijke vervoermiddelen, ingevoegd bij het Programmadecreet van 17 juli 2018 houdende verschillende maatregelen inzake tewerkstelling, vorming, economie, industrie, onderzoek, innovatie, digitale technologieën, leefmilieu, ecologische overgang, ruimtelijke ordening, openbare werken, mobiliteit en vervoer, energie, klimaat, luchthavenbeleid, toerisme, landbouw, natuur, bossen, plaatselijke besturen en huisvesting wordt vervangen door volgend artikel:
"Art. 7. De Regering, de gemeenten en hun concessiehouders of de autonome gemeentebedrijven kunnen met het oog op de inning van de in artikel 6 parkeerretributies, -taksen en -heffingen en met het oog op de uitvoering van hun taak inzake het beheer van het parkeerbeleid, met inbegrip van hun taak inzake de afgifte van gemeentelijke parkeerkaarten als bedoeld in artikel 27.1.4 van de Wegcode, de persoonsgegevens betreffende het voertuig opvragen bij de instantie die belast is met de registratie van het voertuig.
De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen betrekking hebben op:
1° de identiteit van de houders van het kenteken;
2° de identiteit van de individuele bestuurders van de voertuigen;
3° de volgende technische kenmerken van de voertuigen:
a) het type brandstof of energiebron;
b) het type voertuig;
c) de maximaal toegelaten massa;
d) het merk en het model
e) de afmetingen, namelijk de lengte en de breedte.
De Regering bepaalt zo nodig aanvullende categorieën van gegevens die noodzakelijk zijn geworden door de ontwikkeling van het parkeerbeleid.
De in het eerste lid bedoelde gegevens worden maximaal 3 jaar bewaard.
"Art. 7. De Regering, de gemeenten en hun concessiehouders of de autonome gemeentebedrijven kunnen met het oog op de inning van de in artikel 6 parkeerretributies, -taksen en -heffingen en met het oog op de uitvoering van hun taak inzake het beheer van het parkeerbeleid, met inbegrip van hun taak inzake de afgifte van gemeentelijke parkeerkaarten als bedoeld in artikel 27.1.4 van de Wegcode, de persoonsgegevens betreffende het voertuig opvragen bij de instantie die belast is met de registratie van het voertuig.
De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen betrekking hebben op:
1° de identiteit van de houders van het kenteken;
2° de identiteit van de individuele bestuurders van de voertuigen;
3° de volgende technische kenmerken van de voertuigen:
a) het type brandstof of energiebron;
b) het type voertuig;
c) de maximaal toegelaten massa;
d) het merk en het model
e) de afmetingen, namelijk de lengte en de breedte.
De Regering bepaalt zo nodig aanvullende categorieën van gegevens die noodzakelijk zijn geworden door de ontwikkeling van het parkeerbeleid.
De in het eerste lid bedoelde gegevens worden maximaal 3 jaar bewaard.
Art. 253. L'article 7 du décret du 19 décembre 2007 relatif à la tutelle d'approbation de la Région wallonne sur les règlements complémentaires relatifs aux voies publiques et à la circulation des transports en commun, inséré par le Décret-programme du 17 juillet 2018 portant des mesures diverses en matière d'emploi, de formation, d'économie, d'industrie, de recherche, d'innovation, de numérique, d'environnement, de transition écologique, d'aménagement du territoire, de travaux publics, de mobilité et de transports, d'énergie, de climat, de politique aéroportuaire, de tourisme, d'agriculture, de nature, de forêt, des pouvoirs locaux et de logement, est remplacé par l'article suivant :
" Art. 7. En vue de l'encaissement des rétributions, des taxes ou des redevances de stationnement visées à l'article 6 et en vue d'exercer leur mission de gestion de la politique de stationnement dont leur mission de délivrance des cartes communales de stationnement visée à l'article 27.1.4 du Code de la Route, le Gouvernement, les communes et leurs concessionnaires, ou les régies autonomes communales peuvent demander les données à caractère personnel relatives au véhicule à l'autorité chargée de l'immatriculation des véhicules.
Les données visées à l'alinéa premier peuvent avoir trait aux éléments suivants :
1° à l'identité des titulaires du numéro de la plaque d'immatriculation;
2° à l'identité des conducteurs individuels des véhicules;
3° aux caractéristiques techniques suivantes des véhicules :
a) le type de carburant ou la source d'énergie;
b) le type du véhicule;
c) la masse maximale autorisée;
d) la marque et le modèle;
e) les dimensions, à savoir la longueur et la largeur.
Le Gouvernement arrête, le cas échéant, des catégories de données complémentaires rendues nécessaires par l'évolution de la politique de stationnement.
Les données visées à l'alinéa premier sont conservées au maximum 3 ans.
" Art. 7. En vue de l'encaissement des rétributions, des taxes ou des redevances de stationnement visées à l'article 6 et en vue d'exercer leur mission de gestion de la politique de stationnement dont leur mission de délivrance des cartes communales de stationnement visée à l'article 27.1.4 du Code de la Route, le Gouvernement, les communes et leurs concessionnaires, ou les régies autonomes communales peuvent demander les données à caractère personnel relatives au véhicule à l'autorité chargée de l'immatriculation des véhicules.
Les données visées à l'alinéa premier peuvent avoir trait aux éléments suivants :
1° à l'identité des titulaires du numéro de la plaque d'immatriculation;
2° à l'identité des conducteurs individuels des véhicules;
3° aux caractéristiques techniques suivantes des véhicules :
a) le type de carburant ou la source d'énergie;
b) le type du véhicule;
c) la masse maximale autorisée;
d) la marque et le modèle;
e) les dimensions, à savoir la longueur et la largeur.
Le Gouvernement arrête, le cas échéant, des catégories de données complémentaires rendues nécessaires par l'évolution de la politique de stationnement.
Les données visées à l'alinéa premier sont conservées au maximum 3 ans.
Art. 254. In artikel 2, § 1, b), van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken worden de woorden "21° tot 28° " vervangen door de woorden "49° tot 56° ".
Art. 254. A l'article 2, § 1er, b) du décret du 2 février 2017 relatif au développement des parcs d'activités économiques, les mots " 21° à 28° " sont remplacés par " 49° à 57° ".
Art. 255. In afwijking van artikel 333 van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid zijn de artikelen 334, 335 en 336 niet van toepassing voor het jaar 2023.
Art. 255. Par dérogation à l'article 333 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, les articles 334, 335 et 336 ne s'appliquent pas pour l'année 2023.
Art. 256. In afwijking van de berekeningswijze van de dagvergoeding overeenkomstig het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, is artikel 12 van dit besluit niet van toepassing voor het facturatiejaar 2023.
Art. 256. Par dérogation aux modalités de calculs de l'allocation journalière effectués en vertu de l'arrêté-ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, l'article 12 de cet arrêté ne trouve pas à s'appliquer pour l'année de facturation 2023.
Art. 257. De bepalingen van het decreet van 19 oktober 2022 tot wijziging van artikel 26 van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst en tot beperking van de indexering van huurprijzen volgens het energieprestatiecertificaat van de gebouwen zijn mutatis mutandis van toepassing op de beheerscontracten of mandaten die voorzien in een indexeringsclausule en die worden gesloten tussen de houder van de zakelijke rechten en de door de Waalse Regering erkende sociale vastgoedkantoren/verenigingen ter bevordering van de huisvesting.
Art. 257. Les dispositions du décret du 19 octobre 2022 modifiant l'article 26 du décret du 15 mars 2018 relatif au bail d'habitation et limitant l'indexation des loyers en fonction des certificats de performance énergétique des bâtiments s'appliquent mutatis mutandis aux contrats ou mandats de gestion qui prévoient une clause d'indexation et qui sont passés entre le titulaire de droits réels et les agences immobilières sociales/associations de promotion du logement agréées par le Gouvernement wallon.
Art. 258. § 1 . In artikel 3 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt de zin "De werkzoekende die het voorwerp uitmaakt van een indienstneming geniet een werkuitkering als hij de dag voor zijn indiensttreding aan de volgende voorwaarden voldoet :" vervangen door de volgende zin "De werkzoekende met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of met een arbeidsovereenkomst voor ten minste twee maanden geniet een werkuitkering als hij de dag voor zijn indiensttreding aan de volgende voorwaarden voldoet:".
Lid 1 treedt in werking op 1 juli 2023. De vóór de inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op arbeidsovereenkomsten die op 30 juni 2023 van kracht waren, totdat deze aflopen.
Lid 1 treedt in werking op 1 juli 2023. De vóór de inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op arbeidsovereenkomsten die op 30 juni 2023 van kracht waren, totdat deze aflopen.
Art. 258. § 1er. A l'article 3 du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles, sont insérés entre les mots " engagement " et " bénéficie " les mots " dans le cadre d'un contrat de travail à durée indéterminée ou dans le cadre d'un contrat de travail d'une durée de minimum deux mois ".
L'alinéa 1er entre en vigueur le 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant son entrée en vigueur continuent à s'appliquer aux contrats de travail qui étaient en cours d'exécution au 30 juin 2023, jusqu'à leur échéance.
L'alinéa 1er entre en vigueur le 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant son entrée en vigueur continuent à s'appliquer aux contrats de travail qui étaient en cours d'exécution au 30 juin 2023, jusqu'à leur échéance.
Art. 259. In artikel 4 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt de zin "De werkzoekende die het voorwerp uitmaakt van een indienstneming geniet een werkuitkering volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten als hij de dag voor zijn indiensttreding aan de volgende voorwaarden voldoet :" vervangen door de volgende zin "De werkzoekende met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of met een arbeidsovereenkomst voor ten minste twee maanden geniet een werkuitkering volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten als hij de dag voor zijn indiensttreding aan de volgende voorwaarden voldoet :".
Lid 1 treedt in werking op 1 juli 2023. De vóór de inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op arbeidsovereenkomsten die op 30 juni 2023 van kracht waren, totdat deze aflopen.
Lid 1 treedt in werking op 1 juli 2023. De vóór de inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op arbeidsovereenkomsten die op 30 juni 2023 van kracht waren, totdat deze aflopen.
Art. 259. A l'article 4 du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles, sont insérés entre les mots " engagement " et " bénéficie " les mots " dans le cadre d'un contrat de travail à durée indéterminée ou dans le cadre d'un contrat de travail d'une durée de minimum deux mois ".
L'alinéa 1er entre en vigueur le 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant son entrée en vigueur continuent à s'appliquer aux contrats de travail qui étaient en cours d'exécution au 30 juin, jusqu'à leur échéance.
L'alinéa 1er entre en vigueur le 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant son entrée en vigueur continuent à s'appliquer aux contrats de travail qui étaient en cours d'exécution au 30 juin, jusqu'à leur échéance.
Art. 260. Artikel 5, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 22 juni 2017 tot uitvoering van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt opgeheven.
Art. 260. L'article 5, § 3, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 22 juin 2017 portant exécution du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles est abrogé.
Art. 261. Artikel 339 van de programmawet van 24 december 2002, laatstelijk gewijzigd bij het programmabesluit van 17 juli 2018, wordt vervangen door:
"Art. 339. Een doelgroepvermindering kan, overeenkomstig de door de Waalse Regering vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, worden toegekend aan de werknemer van categorie 1 bedoeld in artikel 330, onder de volgende minimumvoorwaarden:
1° de werknemer is op de dag vóór zijn indiensttreding een niet-werkende werkzoekende in de zin van artikel 1 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen ;
2° de werknemer is minstens 55 tot 59 jaar oud op de laatste dag van het kwartaal waarin hij door de werkgever wordt aangeworven;
3° de werknemer heeft een referentieloon per kwartaal dat lager is dan het door de Regering vastgestelde loonplafond.
De doelgroepvermindering, bedoeld in het eerste lid, is per kwartaal gelijk aan de bedragen die de Regering respectievelijk vaststelt voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 55 en 57 jaar oud zijn en voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 58 en 59 jaar oud zijn.
De vermindering wordt beëindigd op de eerste dag van het kwartaal waarin de werknemers de leeftijd van 60 jaar bereiken.
Onverminderd de toepassing van de voorwaarden bedoeld in de leden 1 tot en met 3, wordt de doelgroepvermindering niet toegekend indien de oudere werknemer gedurende het hele kwartaal niet effectief werkt, behalve in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in geval van een door de werkgever toegestane afstand van uitkeringen gedurende de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 37 van voornoemde wet.
§ 2.. Een doelgroepvermindering kan, overeenkomstig de door de Waalse Regering vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, worden toegekend aan de werknemer van categorie 1 bedoeld in artikel 330, onder de volgende minimumvoorwaarden:
1° de werknemer op de laatste dag van het kwartaal minstens 60 jaar oud is;
2° de werknemer heeft een referentieloon per kwartaal dat lager is dan het door de Regering vastgestelde loonplafond.
De doelgroepvermindering, bedoeld in het eerste lid, is per kwartaal gelijk aan de bedragen die de Regering respectievelijk vaststelt voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 60 en 64 jaar oud zijn en voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 65 jaar of ouder zijn.
De vermindering wordt beëindigd op de eerste dag van het kwartaal volgend op dat waarin de werknemers de wettelijke pensioenleeftijd bereiken.
Onverminderd de toepassing van de voorwaarden bedoeld in de leden 1 tot en met 3, wordt de doelgroepvermindering niet toegekend indien de oudere werknemer gedurende het hele kwartaal niet effectief werkt, behalve in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in geval van een door de werkgever toegestane afstand van uitkeringen gedurende de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 37 van voornoemde wet.
§ 3. De Regering kan de minimumleeftijd van de in de leden 1 en 2 bedoelde werknemers, de bedragen van de doelgroepvermindering en de leeftijdscategorieën die ervan genieten, wijzigen. Rekening houdend met de evolutie van de arbeidsmarkt voor de betrokken werkzoekenden, de economische groei en de begroting, kan de Regering het voordeel van de doelgroepvermindering ook uitbreiden tot werknemers van andere in artikel 330 bedoelde categorieën.
§ 4. Paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 juli 2023. De vóór hun inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op elke rechtspositie die vóór 1 juli recht geeft op doelgroepvermindering, voor de duur van de ononderbroken tewerkstelling van de werknemer bij dezelfde werkgever.
"Art. 339. Een doelgroepvermindering kan, overeenkomstig de door de Waalse Regering vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, worden toegekend aan de werknemer van categorie 1 bedoeld in artikel 330, onder de volgende minimumvoorwaarden:
1° de werknemer is op de dag vóór zijn indiensttreding een niet-werkende werkzoekende in de zin van artikel 1 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen ;
2° de werknemer is minstens 55 tot 59 jaar oud op de laatste dag van het kwartaal waarin hij door de werkgever wordt aangeworven;
3° de werknemer heeft een referentieloon per kwartaal dat lager is dan het door de Regering vastgestelde loonplafond.
De doelgroepvermindering, bedoeld in het eerste lid, is per kwartaal gelijk aan de bedragen die de Regering respectievelijk vaststelt voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 55 en 57 jaar oud zijn en voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 58 en 59 jaar oud zijn.
De vermindering wordt beëindigd op de eerste dag van het kwartaal waarin de werknemers de leeftijd van 60 jaar bereiken.
Onverminderd de toepassing van de voorwaarden bedoeld in de leden 1 tot en met 3, wordt de doelgroepvermindering niet toegekend indien de oudere werknemer gedurende het hele kwartaal niet effectief werkt, behalve in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in geval van een door de werkgever toegestane afstand van uitkeringen gedurende de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 37 van voornoemde wet.
§ 2.. Een doelgroepvermindering kan, overeenkomstig de door de Waalse Regering vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, worden toegekend aan de werknemer van categorie 1 bedoeld in artikel 330, onder de volgende minimumvoorwaarden:
1° de werknemer op de laatste dag van het kwartaal minstens 60 jaar oud is;
2° de werknemer heeft een referentieloon per kwartaal dat lager is dan het door de Regering vastgestelde loonplafond.
De doelgroepvermindering, bedoeld in het eerste lid, is per kwartaal gelijk aan de bedragen die de Regering respectievelijk vaststelt voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 60 en 64 jaar oud zijn en voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal tussen 65 jaar of ouder zijn.
De vermindering wordt beëindigd op de eerste dag van het kwartaal volgend op dat waarin de werknemers de wettelijke pensioenleeftijd bereiken.
Onverminderd de toepassing van de voorwaarden bedoeld in de leden 1 tot en met 3, wordt de doelgroepvermindering niet toegekend indien de oudere werknemer gedurende het hele kwartaal niet effectief werkt, behalve in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in geval van een door de werkgever toegestane afstand van uitkeringen gedurende de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 37 van voornoemde wet.
§ 3. De Regering kan de minimumleeftijd van de in de leden 1 en 2 bedoelde werknemers, de bedragen van de doelgroepvermindering en de leeftijdscategorieën die ervan genieten, wijzigen. Rekening houdend met de evolutie van de arbeidsmarkt voor de betrokken werkzoekenden, de economische groei en de begroting, kan de Regering het voordeel van de doelgroepvermindering ook uitbreiden tot werknemers van andere in artikel 330 bedoelde categorieën.
§ 4. Paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 juli 2023. De vóór hun inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op elke rechtspositie die vóór 1 juli recht geeft op doelgroepvermindering, voor de duur van de ononderbroken tewerkstelling van de werknemer bij dezelfde werkgever.
Art. 261. L'article 339 de la loi programme du 24 décembre 2002, modifié en dernier lieu par le décret programme du 17 juillet 2018, est remplacé comme suit :
" Art. 339. § 1er. Une réduction groupes-cibles peut être octroyée, selon les conditions et modalités fixées par le Gouvernement wallon, au travailleur de la catégorie 1 visée à l'article 330, aux conditions minimales suivantes :
1° le travailleur est, à la veille de son entrée en servie, un demandeur d'emploi inoccupé au sens de l'article 1er du décret du 02 février 2017 relatif aux aides à destination des groupes-cibles;
2° le travailleurest âgé d'au moins 55 à 59 ans au dernier jour du trimestre au cours duquel il est engagé par l'employeur;
3° le travailleur a un salaire trimestriel de référence inférieur au plafond salarial arrêté par le Gouvernement.
La réduction groupes-cibles visée à l'alinéa 1er équivaut, par trimestre, aux montants respectivement fixés par le Gouvernement pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 55 à 57 ans et pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 58 à 59 ans.
La réduction cesse à dater du premier jour du trimestre au cours duquel les travailleurs ont atteint l'âge de 60 ans.
Sans préjudice de l'application des conditions, visées aux alinéas 1 à 3, la réduction groupe cible n'est pas octroyée si le travailleur âgé ne fournit pas de prestations de travail effectives pendant le trimestre complet, sauf en cas de suspension de l'exécution du contrat de travail telle que visée à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et en cas de dispense de prestations, autorisée par l'employeur, pendant la période du préavis, visée à l'article 37 de la loi précitée.
§ 2. Une réduction groupes-cibles peut être octroyée, selon les conditions et modalités fixées par le Gouvernement wallon, au travailleur de la catégorie 1 visée à l'article 330, aux conditions minimales suivantes :
1° le travailleur est âgé d'au moins 60 ans au dernier jour du trimestre;
2° le travailleur a un salaire trimestriel de référence inférieur au plafond salarial arrêté par le Gouvernement.
La réduction groupes-cibles visée à l'alinéa 1er équivaut, par trimestre, aux montants respectivement fixés par le Gouvernement pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 60 à 64 ans et pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 65 ans.
La réduction cesse à dater du premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel les travailleurs ont atteint l'âge légal de la pension.
Sans préjudice de l'application des conditions, visées aux alinéas 1er à 3, la réduction groupe cible n'est pas octroyée si le travailleur âgé ne fournit pas de prestations de travail effectives pendant le trimestre complet, sauf en cas de suspension de l'exécution du contrat de travail telle que visée à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et en cas de dispense de prestations, autorisée par l'employeur, pendant la période du préavis, visée à l'article 37 de la loi précitée.
§ 3. Le Gouvernement peut modifier l'âge minimum des travailleurs visés aux paragraphes 1er et 2, les montants de la réduction groupe-cible et les catégories d'âges qui en bénéficient. En tenant compte de l'évolution du marché de l'emploi pour les demandeurs d'emploi concernés, de la croissance économique et du budget , le Gouvernement peut également étendre le bénéfice de la réduction groupe-cible aux travailleurs d'autres catégories visées à l'article 330.
§ 4. Les paragraphes 1er et 2 entrent en vigueur au 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant leur entrée en vigueur continuent à s'appliquer pour toute situation juridique donnant droit à une réduction groupes-cible avant le 1er juillet, pour la durée de l'occupation continue du travailleur auprès du même employeur. ".
" Art. 339. § 1er. Une réduction groupes-cibles peut être octroyée, selon les conditions et modalités fixées par le Gouvernement wallon, au travailleur de la catégorie 1 visée à l'article 330, aux conditions minimales suivantes :
1° le travailleur est, à la veille de son entrée en servie, un demandeur d'emploi inoccupé au sens de l'article 1er du décret du 02 février 2017 relatif aux aides à destination des groupes-cibles;
2° le travailleurest âgé d'au moins 55 à 59 ans au dernier jour du trimestre au cours duquel il est engagé par l'employeur;
3° le travailleur a un salaire trimestriel de référence inférieur au plafond salarial arrêté par le Gouvernement.
La réduction groupes-cibles visée à l'alinéa 1er équivaut, par trimestre, aux montants respectivement fixés par le Gouvernement pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 55 à 57 ans et pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 58 à 59 ans.
La réduction cesse à dater du premier jour du trimestre au cours duquel les travailleurs ont atteint l'âge de 60 ans.
Sans préjudice de l'application des conditions, visées aux alinéas 1 à 3, la réduction groupe cible n'est pas octroyée si le travailleur âgé ne fournit pas de prestations de travail effectives pendant le trimestre complet, sauf en cas de suspension de l'exécution du contrat de travail telle que visée à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et en cas de dispense de prestations, autorisée par l'employeur, pendant la période du préavis, visée à l'article 37 de la loi précitée.
§ 2. Une réduction groupes-cibles peut être octroyée, selon les conditions et modalités fixées par le Gouvernement wallon, au travailleur de la catégorie 1 visée à l'article 330, aux conditions minimales suivantes :
1° le travailleur est âgé d'au moins 60 ans au dernier jour du trimestre;
2° le travailleur a un salaire trimestriel de référence inférieur au plafond salarial arrêté par le Gouvernement.
La réduction groupes-cibles visée à l'alinéa 1er équivaut, par trimestre, aux montants respectivement fixés par le Gouvernement pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 60 à 64 ans et pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 65 ans.
La réduction cesse à dater du premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel les travailleurs ont atteint l'âge légal de la pension.
Sans préjudice de l'application des conditions, visées aux alinéas 1er à 3, la réduction groupe cible n'est pas octroyée si le travailleur âgé ne fournit pas de prestations de travail effectives pendant le trimestre complet, sauf en cas de suspension de l'exécution du contrat de travail telle que visée à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et en cas de dispense de prestations, autorisée par l'employeur, pendant la période du préavis, visée à l'article 37 de la loi précitée.
§ 3. Le Gouvernement peut modifier l'âge minimum des travailleurs visés aux paragraphes 1er et 2, les montants de la réduction groupe-cible et les catégories d'âges qui en bénéficient. En tenant compte de l'évolution du marché de l'emploi pour les demandeurs d'emploi concernés, de la croissance économique et du budget , le Gouvernement peut également étendre le bénéfice de la réduction groupe-cible aux travailleurs d'autres catégories visées à l'article 330.
§ 4. Les paragraphes 1er et 2 entrent en vigueur au 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant leur entrée en vigueur continuent à s'appliquer pour toute situation juridique donnant droit à une réduction groupes-cible avant le 1er juillet, pour la durée de l'occupation continue du travailleur auprès du même employeur. ".
Art. 262. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 22 juni 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 6. § 1. De doelgroepvermindering bedoeld in artikel 339, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor een forfaitaire som van G2 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 55 jaar oud zijn en voor een forfaitaire som van G1 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 58 jaar oud zijn.
§ 2. De doelgroepvermindering bedoeld in artikel 339, § 2 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor een forfaitaire som van G1 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 60 jaar oud zijn en voor een forfaitaire som van G8 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 65 jaar oud zijn.
§ 3. Paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 juli 2023. De vóór hun inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op elke rechtspositie die vóór 1 juli recht geeft op doelgroepvermindering, voor de duur van de ononderbroken tewerkstelling van de werknemer bij dezelfde werkgever.".
"Art. 6. § 1. De doelgroepvermindering bedoeld in artikel 339, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor een forfaitaire som van G2 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 55 jaar oud zijn en voor een forfaitaire som van G1 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 58 jaar oud zijn.
§ 2. De doelgroepvermindering bedoeld in artikel 339, § 2 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor een forfaitaire som van G1 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 60 jaar oud zijn en voor een forfaitaire som van G8 voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal minstens 65 jaar oud zijn.
§ 3. Paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 juli 2023. De vóór hun inwerkingtreding geldende bepalingen blijven van toepassing op elke rechtspositie die vóór 1 juli recht geeft op doelgroepvermindering, voor de duur van de ononderbroken tewerkstelling van de werknemer bij dezelfde werkgever.".
Art. 262. L'article 6 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du chapitre 7 du titre IV de la loi programme du 24 décembre 2002, visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 22 juin 2017, est remplacé comme suit :
" Art. 6. § 1er. La réduction groupe-cible, visée à l'article 339, § 1er de la loi-programme du 24 décembre 2002, peut être octroyée pour un montant forfaitaire s'élevant à G2 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 55 et pour un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 58 ans.
§ 2. La réduction groupe-cible, visée à l'article 339, § 2 de la loi-programme du 24 décembre 2002, peut être octroyée pour un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 60 ans et pour un montant forfaitaire s'élevant à G8 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 65 ans.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 entrent en vigueur au 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant leur entrée en vigueur continuent à s'appliquer pour toute situation juridique donnant droit à une réduction groupes-cibles avant le 1er juillet, pour la durée de l'occupation continue du travailleur auprès du même employeur. ".
" Art. 6. § 1er. La réduction groupe-cible, visée à l'article 339, § 1er de la loi-programme du 24 décembre 2002, peut être octroyée pour un montant forfaitaire s'élevant à G2 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 55 et pour un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 58 ans.
§ 2. La réduction groupe-cible, visée à l'article 339, § 2 de la loi-programme du 24 décembre 2002, peut être octroyée pour un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 60 ans et pour un montant forfaitaire s'élevant à G8 pour les travailleurs qui au dernier jour du trimestre sont âgés d'au moins 65 ans.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 entrent en vigueur au 1er juillet 2023. Les dispositions applicables avant leur entrée en vigueur continuent à s'appliquer pour toute situation juridique donnant droit à une réduction groupes-cibles avant le 1er juillet, pour la durée de l'occupation continue du travailleur auprès du même employeur. ".
Art. 263. In het decreet van 12 februari 2004 betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking wordt artikel 3, § 1, vervangen als volgt:
"2° de naamloze vennootschappen bedoeld in artikel 28 van het decreet van 19 oktober 2022 betreffende de gewestelijke maatschappijen voor economische ontwikkeling en de gespecialiseerde maatschappijen".
"2° de naamloze vennootschappen bedoeld in artikel 28 van het decreet van 19 oktober 2022 betreffende de gewestelijke maatschappijen voor economische ontwikkeling en de gespecialiseerde maatschappijen".
Art. 263. Dans le décret du 12 février 2004 relatif au contrat de gestion et aux obligations d'information, l'article 3, § 1er, 2°, est remplacé par ce qui suit :
" 2° les sociétés anonymes de droit public nommément visées à l'article 28 du décret du 19 octobre 2022 relatif aux sociétés régionales de développement économique et aux sociétés spécialisées ".
" 2° les sociétés anonymes de droit public nommément visées à l'article 28 du décret du 19 octobre 2022 relatif aux sociétés régionales de développement économique et aux sociétés spécialisées ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 264. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 264. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2023.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-03-2023, p. 28852)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-03-2023, p. 28418)