Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 DECEMBER 2021. - Besluit van de Regering tot vaststelling van beperkingen bij kinderen met het oog op de uitbetaling van de bijslag voor kinderen met een beperking
Titre
23 DECEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement relatif à la constatation de handicaps chez les enfants en vue de la liquidation du supplément pour enfants handicapés
Informations sur le document
Numac: 2022200257
Datum: 2021-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022200257
Date: 2021-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Algemen bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. - Definities
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet: het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
  2° Dienst voor zelfbeschikkend leven: de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;
  3° besluit van 28 maart 2003: het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
Article 1er. - Définitions
  Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° décret : le décret du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
  2° Office : l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée;
  3° arrêté du 28 mars 2003 : l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
HOOFDSTUK 2. - Criteria en nadere regels om de gevolgen van de beperking te beoordelen
CHAPITRE 2. - Critères et modalités d'évaluation pour les répercussions du handicap
Art. 2. - Vaststelling
  Voor de toepassing van de artikelen 21 en 22 van het decreet wordt de beperking van een kind vastgesteld door de Dienst voor zelfbeschikkend leven of door een persoon die daartoe door de Dienst voor zelfbeschikkend leven is aangewezen, volgens één van de procedures vermeld in hoofdstuk 3.
Art. 2. - Constatation
  Pour l'application des articles 21 et 22 du décret, le handicap d'un enfant est constaté, par l'Office ou par une personne qu'il mandate, au moyen de l'une des procédures prévues au chapitre 3.
Art. 3. - Elementen om de gevolgen van de beperking vast te stellen
  § 1 - De gevolgen van de beperking worden beoordeeld op basis van drie pijlers. Die pijlers hebben betrekking op de volgende gevolgen van de beperking :
  1° pijler 1 heeft betrekking op de gevolgen van de beperking op het vlak van de lichamelijke of geestelijke gezondheid van het kind;
  2° pijler 2 heeft betrekking op de gevolgen van de beperking op het vlak van de activiteit van het kind en zijn participatie aan het maatschappelijk leven;
  3° pijler 3 heeft betrekking op de gevolgen van de beperking voor de familiale omgeving van het kind.
  § 2 - De gevolgen vermeld in § 1 worden vastgesteld aan de hand van de medisch-sociale schaal die als bijlage 1 bij het besluit van 28 maart 2003 is gevoegd. Voor elke pijler worden punten toegekend als volgt:
  1° voor pijler 1 worden de punten toegekend afhankelijk van het percentage lichamelijke of geestelijke beperking dat overeenkomstig artikel 3 bij het kind werd vastgesteld, waarbij de beperking in volgende gradaties wordt opgesplitst :
  a) 0 % - 24 % lichamelijke of geestelijke beperking: 0 punten;
  b) 24 % - 49 % lichamelijke of geestelijke beperking: 1 punt;
  c) 50 % - 65 % lichamelijke of geestelijke beperking: 2 punten;
  d) 66 % - 79 % lichamelijke of geestelijke beperking: 4 punten;
  e) 80 % - 100 % lichamelijke of geestelijke beperking: 6 punten.
  2° pijler 2 bestaat uit de volgende functionele categorieën die eventueel kunnen worden onderverdeeld in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria:
  a) beroepsopleiding, opleiding en sociale integratie;
  b) communicatie;
  c) mobiliteit en voortbeweging;
  d) lichaamsverzorging.
  3° pijler 3 bestaat uit de volgende categorieën die eventueel kunnen worden onderverdeeld in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria :
  a) de behandeling thuis;
  b) verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling;
  c) aanpassing van de leefomgeving en de leefwijze.
  De punten van de pijlers 2 en 3 worden samengeteld als volgt :
  1° voor de punten in pijler 2 wordt het hoogste aantal punten uit elk van de vier functionele categorieën samengeteld. De som van het aldus berekende aantal punten is begrensd tot 12;
  2° voor pijler 3 wordt het hoogste aantal punten uit elk van de drie categorieën samengeteld en wordt die som vermenigvuldigd met 2. Het resultaat van het aldus berekende aantal punten is begrensd tot 18.
  Het eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de beperking wordt bekomen door de pijlers 1, 2 en 3 samen te tellen en is begrensd tot 36.
Art. 3. - Eléments de constatation des répercussions du handicap
  § 1er - Les répercussions du handicap sont évaluées sur la base de trois piliers. Ces piliers se rapportent aux répercussions suivantes du handicap :
  1° le 1er pilier se rapporte aux répercussions du handicap sur la santé physique et psychique de l'enfant;
  2° le 2e pilier se rapporte aux répercussions du handicap sur la capacité d'action de l'enfant et sa participation à la vie sociale;
  3° le 3e pilier se rapporte aux répercussions du handicap sur le milieu familial de l'enfant.
  § 2 - Les répercussions mentionnées au § 1er sont constatées au moyen du tableau médico-social repris en annexe 1re de l'arrêté du 28 mars 2003. Pour chaque pilier, des points sont attribués de la manière suivante :
  1° pour le 1er pilier, les points sont attribués suivant le pourcentage de handicap physique ou mental de l'enfant constaté conformément à l'article 3, en fonction de la gradation suivante :
  a) de 0 % à 24 % de handicap physique ou mental : 0 point;
  b) de 24 % à 49 % de handicap physique ou mental : 1 point;
  c) de 50 % à 65 % de handicap physique ou mental : 2 points;
  d) de 66 % à 79 % de handicap physique ou mental : 4 points;
  e) de 80 % à 100 % de handicap physique ou mental : 6 points;
  2° le 2e pilier reprend les catégories fonctionnelles suivantes qui, le cas échéant, peuvent être subdivisées en sous-catégories et pour lesquelles les points sont attribués d'après des critères progressifs :
  a) formation professionnelle, formation et intégration sociale;
  b) communication;
  c) mobilité et déplacement;
  d) soins corporels;
  3° le 3e pilier reprend les catégories suivantes qui, le cas échéant, peuvent être subdivisées en sous-catégories et pour lesquelles les points sont attribués d'après des critères progressifs :
  a) le traitement à domicile;
  b) le déplacement pour les observations médicales et le traitement;
  c) l'adaptation du milieu et du mode de vie.
  Les points attribués aux piliers 2 et 3 sont additionnés comme suit :
  1° pour le 2e pilier, le maximum de points de chacune des quatre catégories fonctionnelles est additionné. La somme des points ainsi calculée est limitée à 12;
  2° pour le 3e pilier, le maximum de points de chacune des trois catégories est additionné et la somme est multipliée par 2. Le résultat des points ainsi calculé est limité à 18.
  Le résultat final pour la constatation des répercussions du handicap s'obtient en additionnant les piliers 1, 2 et 3 et est limité à 36.
Art. 4. - Berekeningswijze om de gevolgen van de beperking vast te stellen
  § 1 - De in artikel 3 vermelde vaststelling van de lichamelijke of geestelijke beperking gebeurt op basis van:
  1° de lijst van de pediatrische aandoeningen die als bijlage 2 bij het besluit van 28 maart 2003 is gevoegd;
  2° het Regentsbesluit van 12 februari 1946 houdende goedkeuring van de officiële Belgische Schaal tot vaststelling van de graad van invaliditeit.
  De invaliditeitsschaal vermeld in het eerste lid, 2°, wordt uitsluitend gebruikt voor beperkingen of functies die niet voorkomen in de lijst vermeld in het eerste lid, 1°, alsook voor de beperkingen van de lijst die naar een artikel van de invaliditeitsschaal verwijzen.
  § 2 - Voor de evaluatie van de gevolgen van de beperking aan de hand van de in artikel 3 vermelde elementen door gebruik van de in § 1 vermelde lijst en invaliditeitsschaal gelden de volgende nadere regels:
  1° in geval van meervoudige gedeeltelijke beperkingen waarbij geen enkele gedeeltelijke beperking tot een volledige beperking leidt, wordt het percentage van de zwaarste beperking volledig in aanmerking genomen en wordt elke verdere gedeeltelijke beperking proportioneel berekend volgens de overblijvende gezondheid. Daartoe worden de verscheidene beperkingen in dalende volgorde van hun werkelijke percentage meegeteld. Die berekeningswijze wordt alleen toegepast als de verscheidene gedeeltelijke beperkingen verschillende ledematen of functies aantasten;
  2° een proportionele evaluatiewijze wordt toegepast als een ledemaat of een functie door verschillende beschadigingen aangetast is en als de toepassing van de in 1° vermelde berekeningswijze tot een hoger percentage zou leiden dan het totale verlies van dat ledemaat of die functie;
  3° de in § 1 vermelde lijst en invaliditeitsschaal zijn bindend of indicatief, afhankelijk van de vraag of ze een vast percentage aanduiden dan wel ruimte laten bij de evaluatie. In dit laatste geval blijven ze echter bindend voor het minimale en het maximale percentage.
Art. 4. - Modalités de calcul en vue de constater les répercussions du handicap
  § 1er - La constatation du handicap physique ou mental, mentionnée à l'article 3, s'opère sur la base :
  1° de la " liste des affections pédiatriques " jointe en annexe 2 de l'arrêté du 28 mars 2003 ";
  2° de l'arrêté du Régent du 12 février 1946 approuvant le Barème officiel belge des invalidités.
  Le barème des invalidités mentionné à l'alinéa 1er, 2°, est exclusivement utilisé pour les handicaps ou fonctions qui ne sont pas repris dans la liste mentionnée à l'alinéa 1er, 1°, ainsi que pour les handicaps repris dans la liste et renvoyant à un article dudit barème.
  § 2 - L'évaluation des répercussions du handicap au moyen des éléments mentionnés à l'article 3 en appliquant la liste et le barème mentionnés au § 1er s'opère selon les modalités suivantes :
  1° en cas de plusieurs affections partielles dont aucune n'entraîne un handicap complet, le pourcentage de l'affection la plus lourde est totalement pris en compte, et chacune des affections partielles restantes est imputée proportionnellement à la partie de santé restante. Pour ce faire, les différentes affections sont imputées selon un ordre croissant dépendant de leur pourcentage réel. Ce mode de calcul n'est applicable que lorsque les affections partielles concernent différents membres ou fonctions;
  2° un mode d'évaluation proportionnel est appliqué lorsque le même membre ou la même fonction sont concernés par plusieurs lésions et que l'application du mode de calcul fixé au 1° impliquerait un pourcentage supérieur à celui obtenu en cas de perte complète du membre ou de la fonction en question;
  3° la liste ou le barème mentionnés au § 1er sont appliqués de manière contraignante ou indicative selon qu'ils donnent un pourcentage fixe ou qu'ils laissent une marge de manoeuvre lors de l'évaluation. Dans ce dernier cas, elles restent toutefois contraignantes pour le pourcentage le plus bas et pour le pourcentage le plus haut.
HOOFDSTUK 3. - Procedure
CHAPITRE 3. - Procédure
Art. 5. - Eerste aanvraag
  De aanvrager die de beperking van een kind voor de eerste keer wil laten vaststellen, dient daartoe een aanvraag in bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven.
Art. 5. - Demande initiale
  Le demandeur qui souhaite faire constater pour la première fois un handicap chez un enfant introduit auprès de l'Office une demande allant dans ce sens.
Art. 6. - Evaluatieprocedure
  § 1 - De Dienst voor zelfbeschikkend leven vraagt aan de aanvrager om alle medische, sociale of andere verslagen die de Dienst nuttig acht, binnen een termijn van dertig dagen in te dienen.
  Voor het nemen van een beslissing houdt de Dienst voor zelfbeschikkend leven niet alleen rekening met zijn eigen medische vaststellingen, maar ook met de medische, sociale of andere verslagen die hij heeft ontvangen. Hij baseert zijn beslissing ook op de gesprekken met het kind en met de personen die de situatie van het kind kennen.
  Als de aanvrager niet alle tot staving van zijn aanvraag noodzakelijke documenten en in het eerste lid bedoelde verslagen binnen de in het eerste lid gestelde termijn indient of als die documenten of verslagen niet volledig zijn, deelt de Dienst voor zelfbeschikkend leven hem schriftelijk mee welke inlichtingen of documenten hij moet indienen binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de verzending van de brief waarin die documenten en inlichtingen worden aangevraagd.
  Als de aanvrager de documenten en inlichtingen niet binnen de termijn vermeld in het derde lid heeft ingediend, zendt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvrager een tweede herinneringsbrief en deelt hij hem mee welke aanvullende inlichtingen of documenten hij moet indienen binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de verzending van de brief waarin die documenten en inlichtingen worden aangevraagd.
  Als de aanvrager de aanvullende documenten of inlichtingen niet binnen de termijn vermeld in het vierde lid bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven indient, verklaart de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvraag niet-ontvankelijk.
  § 2 - Om de onderzoeken te verrichten, stuurt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvrager een uitnodiging om te verschijnen. Als het kind op die datum niet kan verschijnen wegens examens, ziekte van het kind of ziekte van de persoon die het kind op de afspraak begeleidt, bezorgt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvrager een nieuwe datum voor het onderzoek. Als het kind om een andere dan de voormelde redenen niet op de voorgestelde datum van het onderzoek verschijnt, stuurt de Dienst voor zelfbeschikkend leven een tweede uitnodiging naar de aanvrager.
  Als het kind om een andere dan de voormelde redenen op de datum van de tweede uitnodiging evenmin verschijnt, verklaart de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvraag niet-ontvankelijk.
  § 3 - In afwijking van § 2, eerste lid, kan de Dienst voor zelfbeschikkend leven de beslissing louter op basis van de in § 1 vermelde documenten en inlichtingen nemen.
  Als de Dienst voor zelfbeschikkend leven een beslissing neemt met toepassing van het eerste lid, kan de aanvrager binnen een termijn van 21 dagen meedelen dat hij wil worden uitgenodigd om te verschijnen. In dat geval neemt de Dienst voor zelfbeschikkend leven een nieuwe beslissing met toepassing van § 2.
Art. 6. - Procédure d'évaluation
  § 1er - L'Office invite le demandeur à introduire, dans les trente jours, tous les rapports médicaux, sociaux et autres qu'il juge utiles.
  Pour statuer, il tient compte de ses propres constatations médicales ainsi que des rapports médicaux, sociaux et autres lui transférés. Pour prendre sa décision, il se base également sur les entretiens qu'il a menés avec l'enfant et les personnes qui connaissent bien sa situation.
  Si le demandeur ne présente pas, dans le délai prévu à l'alinéa 1er, tous les documents et rapports y mentionnés nécessaires pour étayer la demande ou si ceux-ci sont incomplets, l'Office lui communique par écrit les informations ou documents qu'il doit présenter dans les trente jours suivant l'envoi de la lettre lui demandant ces documents et informations.
  Si le demandeur n'a pas transmis les documents et informations dans le délai prévu à l'alinéa 3, l'Office lui adresse une seconde lettre de rappel lui communiquant les informations ou documents supplémentaires qu'il doit présenter dans les trente jours suivant l'envoi de la lettre lui demandant ces documents et informations.
  Si le demandeur ne transmet pas à l'Office les documents ou informations supplémentaires dans le délai mentionné à l'alinéa 4, l'Office déclare la demande irrecevable.
  § 2 - Pour mener les examens, l'Office envoie une invitation au demandeur. Si l'enfant ne peut respecter le rendez-vous pour cause d'examens ou parce qu'il ou la personne qui l'accompagne à ce rendez-vous est malade, l'Office invitera le demandeur à un nouveau rendez-vous. Si, pour une raison autre que celles susmentionnées, l'enfant ne se présente pas au rendez-vous proposé, l'Office adresse une nouvelle invitation au demandeur.
  Si, pour une raison autre que celles susmentionnées, l'enfant ne se présente pas non plus au second rendez-vous, l'Office déclare la demande irrecevable.
  § 3 - Par dérogation au § 2, alinéa 1er, l'Office peut prendre sa décision en se basant uniquement sur les documents et informations mentionnés au § 1er.
  Si l'Office statue en application de l'alinéa 1er, le demandeur peut communiquer, dans un délai de vingt-et-un jours, qu'il souhaite recevoir une invitation. Dans ce cas, l'Office prend une nouvelle décision en application du § 2.
Art. 7. - Beslissing van de Dienst voor zelfbeschikkend leven
  De Dienst voor zelfbeschikkend leven neemt een beslissing binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag of binnen zes maanden nadat de situatie die aanleiding geeft om de beperking ambtshalve te onderzoeken, zich heeft voorgedaan.
  Bij verzending van de herinneringsbrief met toepassing van artikel 6, § 1, derde en vierde lid, wordt de termijn waarbinnen een beslissing moet worden genomen, geschorst tot de aanvrager de aanvraag heeft vervolledigd. De termijn waarbinnen een beslissing moet worden genomen, wordt ook geschorst tijdens de periode tussen het verzenden van de tweede uitnodiging om te verschijnen voor het onderzoek bepaald in artikel 6, § 2, en de datum van het onderzoek.
Art. 7. - Décision de l'Office
  L'Office statue dans les six mois suivant la réception de la demande ou suivant le fait donnant lieu à l'examen d'office du handicap.
  Lors de l'envoi du rappel en application de l'article 6, § 1er, alinéas 3 et 4, le délai pour prendre une décision est suspendu jusqu'au moment où le demandeur a complété sa demande. Le délai est également suspendu pour la période allant de l'envoi de la seconde invitation mentionnée à l'article 6, § 2, à la date du rendez-vous.
Art. 8. - Kennisgeving van beslissingen
  De Dienst voor zelfbeschikkend leven stelt de betrokken personen in kennis van elke beslissing die hen betreft.
  Onverminderd de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen geschiedt de kennisgeving schriftelijk.
Art. 8. - Notification des décisions
  L'Office informe les intéressés de toute décision les concernant.
  Sans préjudice de l'application d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires, la notification s'opère par écrit.
Art. 9. - Geldigheidsduur van de beslissingen
  De beslissingen waarbij de Dienst voor zelfbeschikkend leven de beperking vaststelt, kunnen vijf jaar terugwerken, telkens vanaf de ontvangst van de aanvraag of vanaf dat zich een situatie heeft voorgedaan die aanleiding geeft om de beperking ambtshalve te onderzoeken.
  De Dienst voor zelfbeschikkend leven stemt de geldigheidsduur van de vaststelling toekomstgericht af op de ontwikkeling van de beperking.
Art. 9. - Durée de validité des décisions
  Les décisions de l'Office constatant le handicap peuvent prendre effet rétroactivement jusqu'à cinq ans, respectivement à compter de la réception d'une demande ou dès la survenance du fait donnant lieu à l'examen d'office du handicap.
  L'Office détermine la durée de validité de la constatation en se basant sur les perspectives d'évolution du handicap.
Art. 10. - Nieuwe vaststelling op aanvraag
  De aanvrager kan bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven te allen tijde vragen om de beperking opnieuw vast te stellen, tenzij er al een aanvraag loopt.
  De nieuwe vaststelling op aanvraag geschiedt volgens de evaluatieprocedure bepaald in artikel 6.
Art. 10. - Nouvelle constatation sur demande
  Le demandeur peut, à tout moment, demander une nouvelle constatation à l'Office, à moins qu'une demande ne soit déjà en cours.
  La nouvelle constatation sur demande s'opère conformément aux procédures d'évaluation fixées à l'article 6.
Art. 11. - Nieuwe vaststelling van ambtswege
  De Dienst voor zelfbeschikkend leven leidt de nieuwe vaststelling van ambtswege in voordat de laatste vaststelling met toepassing van artikel 9, tweede lid, eindigt.
  De nieuwe inschatting van ambtswege geschiedt volgens de evaluatieprocedure bepaald in artikel 6.
Art. 11. - Nouvelle constatation d'office
  L'Office entame la nouvelle constatation d'office avant que ne prenne fin la dernière constatation en application de l'article 9, alinéa 2.
  La nouvelle estimation d'office s'opère conformément aux procédures d'évaluation fixées à l'article 6.
Art. 12. - Vaststelling van ambtswege bij wijziging van de bevoegdheid
  Als de Duitstalige Gemeenschap met toepassing van het Samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de aanknopingsfactoren, het beheer van de lasten van het verleden, de gegevensuitwisseling inzake de gezinsbijslagen en de praktische regels betreffende de bevoegdheidsoverdracht tussen de kinderbijslagfondsen bevoegd wordt voor een kind voor wie een andere gefedereerde entiteit al een beperking heeft vastgesteld, behoudt de Dienst voor zelfbeschikkend leven van ambtswege de vaststelling van een beperking die op basis van de rechtsregels van de betrokken gefedereerde entiteit werd beslist.
Art. 12. - Constatation d'office en raison d'un changement de compétence
  Si, en application de l'accord de coopération du 6 septembre 2017 entre la Communauté flamande, la Région wallonne, la Commission communautaire commune et la Communauté germanophone portant sur les facteurs de rattachement, la gestion des charges du passé, l'échange des données en matière de prestations familiales et les modalités concernant le transfert de compétences entre caisses d'allocations familiales, la Communauté germanophone est compétente pour un enfant chez lequel une autre entité a déjà constaté un handicap, l'Office reprend d'office la constatation du handicap effectuée conformément à la législation de l'entité concernée.
HOOFDSTUK 4. - Vertrouwelijkheid en bescherming van persoonsgegevens
CHAPITRE 4. - Confidentialité et protection des données
Art. 13. - Verwerking van persoonsgegevens
  Overeenkomstig artikel 62 van het decreet is de Regering de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in artikel 14. De Dienst voor zelfbeschikkend leven geldt als verwerker in de zin van artikel 4, punt 8, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  De Regering en de Dienst voor zelfbeschikkend leven verwerken persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van de beperking van het kind en met het oog op de uitbetaling van de bijslag voor kinderen met een beperking. Ze mogen de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van die opdrachten gebruiken.
Art. 13. - Traitement des données à caractère personnel
  Conformément à l'article 62 du décret, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées à l'article 14. L'Office est considéré comme étant sous-traitant au sens de l'article 4, 8), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  Le Gouvernement et l'Office traitent des données à caractère personnel en vue de la constatation du handicap chez l'enfant et de la liquidation du supplément pour enfants handicapés. Ils ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que celles de l'exercice desdites missions.
Art. 14. - Gegevensverwerking
  De Dienst voor zelfbeschikkend leven kan de volgende persoonsgegevens verzamelen en verwerken, in voorkomend geval na aanvraag bij de behandelende arts van het kind, bij andere overheidsinstanties of bij dienstverrichters :
  1° naam, voornaam, rijksregisternummer, geboortedatum, woonplaats, burgerlijke staat, telefoonnummer en e-mailadres van het kind;
  2° naam, voornaam, rijksregisternummer, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager;
  3° naam, voornaam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en RIZIV-nummer van de huisarts of arts-specialist van het kind;
  4° gevolgen van de aandoening of beperking van het kind voor de dagelijkse activiteiten, de leefomgeving en de participatie en meer bepaald voor :
  a) leren, onderwijs, schoolbezoek;
  b) contacten met anderen;
  c) voortbeweging binnen en buiten;
  d) lichaamsverzorging, voeding;
  5° aard en beschrijving van de aandoening of beperking, alsook de daarmee gepaard gaande risicofactoren, gezondheidstoestand en medische behandeling van het kind, in voorkomend geval aan de hand van medische verslagen;
  6° gezinssituatie en opsomming van de hulp die het gezin aan het kind biedt.
Art. 14. - Traitement des données
  L'Office peut collecter et traiter les données à caractère personnel suivantes, le cas échéant, en les demandant auprès du médecin traitant de l'enfant, d'autres autorités ou d'autres prestataires :
  1° les nom, prénom, numéro de registre national, date de naissance, domicile, état civil, numéro de téléphone et adresse électronique de l'enfant;
  2° les nom, prénom, numéro de registre national, domicile, numéro de téléphone et adresse électronique du demandeur;
  3° les nom, prénom, adresse, numéro de téléphone, adresse électronique et numéro INAMI du médecin traitant et du médecin spécialiste de l'enfant;
  4° les répercussions de l'affection ou du handicap de l'enfant sur ses activités quotidiennes, son milieu de vie et sa participation à la vie sociale, à savoir :
  a) l'apprentissage, les cours, la fréquentation scolaire;
  b) les contacts avec d'autres personnes;
  c) les déplacements à l'intérieur et à l'extérieur;
  d) les soins corporels, l'alimentation;
  5° la nature et la description de l'affection ou du handicap, ainsi que les facteurs de risque y liés, l'état de santé et le traitement médical de l'enfant, le cas échéant, sur présentation de rapports médicaux;
  6° la situation familiale et l'énumération des aides apportées à l'enfant par sa famille.
Art. 15. - Duur van de gegevensverwerking
  Onverminderd andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, mogen de overeenkomstig artikel 14 verwerkte gegevens als volgt worden bewaard in een vorm die de mogelijkheid biedt om de betrokkene te identificeren :
  1° voor een kind bij wie geen beperking werd vastgesteld : gedurende vijf jaar vanaf verzameling van de gegevens;
  2° voor een kind bij wie een beperking werd vastgesteld : gedurende vijf jaar vanaf het einde van de beperking.
Art. 15. - Durée du traitement des données
  Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires prévoyant éventuellement un délai de conservation plus long, les données traitées conformément à l'article 14 peuvent être conservées, sous une forme qui permet l'identification de la personne concernée, pendant :
  1° cinq ans à dater de leur collecte pour un enfant chez lequel aucun handicap n'a été constaté;
  2° cinq ans à dater de la fin du handicap pour un enfant chez lequel il avait été constaté.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 16. - Wijzigingsbepaling
  Artikel 1, 3°, van het besluit van de Regering van 29 november 2018 tot uitvoering van het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen wordt vervangen als volgt :
  "3° besluit van 23 december 2021 : het besluit van de Regering van 23 december 2021 tot vaststelling van beperkingen bij kinderen met het oog op de uitbetaling van de bijslag voor kinderen met een beperking."
Art. 16. - Disposition modificative
  A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement du 29 novembre 2018 portant exécution du décret du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° arrêté du 23 décembre 2021 : l'arrêté du Gouvernement du 23 décembre 2021 relatif à la constatation de handicaps chez les enfants en vue de la liquidation du supplément pour enfants handicapés. "
Art. 17. - Wijzigingsbepaling
  Artikel 14 van hetzelfde besluit van de Regering wordt vervangen als volgt:
  "Art. 14 - Vaststelling van de beperking en toekenning van categorieën
  § 1 - De beperkingen die op basis van artikel 2 van het besluit van 23 december 2021 zijn vastgesteld, worden als volgt ingedeeld bij de categorieën vermeld in artikel 21 van het decreet :
  1° een beperking waaraan minstens vier punten in pijler 1 vermeld in artikel 2, § 1, 1°, van het besluit van 23 december 2021 en waaraan in totaal minder dan zes punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 1;
  2° een beperking waaraan tussen 6 en 8 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 2;
  3° een beperking waaraan tussen 9 en 11 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 3;
  4° een beperking waaraan ofwel in totaal tussen 12 en 14 punten worden toegekend ofwel 4 punten in pijler 1 vermeld in artikel 2, § 1, 1°, en in totaal tussen 6 en 11 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 4;
  5° een beperking waaraan tussen 15 en 17 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 5;
  6° een beperking waaraan tussen 18 en 20 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 6;
  7° een beperking waaraan meer dan 20 punten worden toegekend, wordt ingedeeld bij categorie 7.
  § 2 - Als geen vaststelling van de beperking krachtens artikel 2 van het besluit van 23 december 2021 voorligt, worden de beperkingen die krachtens de rechtsregels van de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werden vastgesteld, met toepassing van § 1 ingedeeld bij de categorieën vermeld in artikel 21 van het decreet."
Art. 17. - Disposition modificative
  L'article 14 du même arrêté du Gouvernement est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14 - Constatation du handicap et classement en catégories
  § 1er - Les handicaps constatés conformément à l'article 2 de l'arrêté du 23 décembre 2021 sont classés comme suit dans les catégories mentionnées à l'article 21 du décret :
  1° un handicap pour lequel sont attribués au moins 4 points dans le 1er pilier mentionné à l'article 2, § 1er, 1°, de l'arrêté du 23 décembre 2021 et moins de 6 points au total, est classé en catégorie 1;
  2° un handicap pour lequel sont attribués entre 6 et 8 points est classé en catégorie 2;
  3° un handicap pour lequel sont attribués entre 9 et 11 points est classé en catégorie 3;
  4° un handicap pour lequel sont attribués soit entre 12 et 14 points au total, soit 4 points dans le 1er pilier mentionné à l'article 2, § 1er, 1°, et entre 6 et 11 points au total, est classé en catégorie 4;
  5° un handicap pour lequel sont attribués entre 15 et 17 points est classé en catégorie 5;
  6° un handicap pour lequel sont attribués entre 18 et 20 points est classé en catégorie 6;
  7° un handicap pour lequel sont attribués plus de 20 points est classé en catégorie 7. "
  § 2 - Si aucun handicap n'est constaté en vertu de l'article 2 de l'arrêté du 23 décembre 2021, les handicaps qui ont été constatés en vertu de la législation de la Communauté flamande, de la Région wallonne ou de la Commission communautaire commune sont classés, en application du § 1er, dans les catégories mentionnées à l'article 21 du décret. "
Art. 18. - Opheffingsbepaling
  Het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 april 2009, wordt opgeheven, met uitzondering van de bijlagen 1 en 2.
Art. 18. - Disposition abrogatoire
  L'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 26 avril 2009, est abrogé, à l'exception des annexes 1re et 2.
Art. 19. - Overgangsbepaling
  Vaststellingen van beperkingen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid werden beslist, gelden voor de duur waarvoor die beperkingen werden vastgesteld of tot de Dienst voor zelfbeschikkend leven een nieuwe vaststelling beslist.
Art. 19. - Disposition transitoire
  Les constatations de handicaps établies par le Service Public Fédéral Sécurité sociale avant l'entrée en vigueur du présent arrêté valent pour la durée pour laquelle ces handicaps ont été constatés ou jusqu'à une nouvelle constatation par l'Office.
Art. 20. - Inwerkingtreding
  Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 20. - Entrée en vigueur
  Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2022.
Art. 21. - Uitvoeringsbepaling
  De minister bevoegd voor Gezin is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. - Exécution
  Le Ministre de la Famille est chargé de l'exécution du présent arrêté.