Artikel 1. In artikel 3, paragraaf 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante aantasting van het mariene milieu en het verhaal van de kosten van preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen, wordt 4° vervangen als volgt:
"4° het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, met Bijlagen, opgemaakt te Londen op 3 mei 1996 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2010, opgemaakt te Londen op 30 april 2010."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 NOVEMBER 2022. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van het HNS-Verdrag 2010 en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten
Titre
22 NOVEMBRE 2022. - Arrêté royal portant exécution de la Convention HNS 2010 et modifiant divers arrêtés royaux
Informations sur le document
Numac: 2022043322
Datum: 2022-11-22
Info du document
Numac: 2022043322
Date: 2022-11-22
Table des matières
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepaling van het koninklijk besluit van 25 oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante aantasting van het mariene milieu en de terugvordering van de kosten voor de preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen
CHAPITRE 1er. - Disposition modificative de l'arrêté royal du 25 octobre 2007 concernant les mesures de réparation à la suite de la détérioration significative du milieu marin et la récupération des coûts des mesures de prévention, des mesures de confinement et des mesures de réparation
Article 1er. Dans l'article 3, § 1er de l'arrêté royal du 25 octobre 2007 concernant les mesures de réparation à la suite de la détérioration significative du milieu marin et la récupération des coûts des mesures de prévention, des mesures de confinement et des mesures de réparation, le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° la Convention internationale de 1996 sur la responsabilité et l'indemnisation pour les dommages liés au transport par mer de substances nocives et potentiellement dangereuses, avec Annexes, faite à Londres le 3 mai 1996 et modifiée par le Protocole de Londres de 2010, fait à Londres le 30 avril 2010. "
" 4° la Convention internationale de 1996 sur la responsabilité et l'indemnisation pour les dommages liés au transport par mer de substances nocives et potentiellement dangereuses, avec Annexes, faite à Londres le 3 mai 1996 et modifiée par le Protocole de Londres de 2010, fait à Londres le 30 avril 2010. "
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen van het koninklijk besluit van 15 juli 2020 inzake milieuvriendelijke scheepvaart
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives de l'arrêté royal du 15 juillet 2020 relatif à la navigation respectueuse de l'environnement
Art.2. In artikel 2.1.1 van het koninklijk besluit van 15 juli 2020 inzake milieuvriendelijke scheepvaart worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1. In 1° worden de woorden ", een HNS-certificaat" ingevoegd tussen de woorden "een WRC-certificaat" en de woorden "of een PAL-certificaat".
§ 2. In 2° worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010, " ingevoegd tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "en het PAL-Verdrag".
§ 3. Artikel 2.1.1 wordt vervolledigd met een 3° luidende:
"3° geassocieerde persoon: iedere met een vennootschap verbonden vennootschap volgens de bepalingen van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen."
§ 1. In 1° worden de woorden ", een HNS-certificaat" ingevoegd tussen de woorden "een WRC-certificaat" en de woorden "of een PAL-certificaat".
§ 2. In 2° worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010, " ingevoegd tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "en het PAL-Verdrag".
§ 3. Artikel 2.1.1 wordt vervolledigd met een 3° luidende:
"3° geassocieerde persoon: iedere met een vennootschap verbonden vennootschap volgens de bepalingen van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen."
Art.2. Dans l'article 2.1.1 de l'arrêté royal du 15 juillet 2020 relatif à la navigation respectueuse de l'environnement, les modifications suivantes sont apportées :
§ 1er. Au 1°, les mots " , un certificat HNS, " sont insérés entre les mots " un certificat WRC " et les mots " un certificat PAL ".
§ 2. Au 2°, les mots " , la Convention HNS 2010, " sont insérés entre les mots " la Convention WRC, " et les mots " la Convention PAL ".
§ 3. L'article 2.1.1 est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° personne associée : toute société liée à une société selon les dispositions de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations. "
§ 1er. Au 1°, les mots " , un certificat HNS, " sont insérés entre les mots " un certificat WRC " et les mots " un certificat PAL ".
§ 2. Au 2°, les mots " , la Convention HNS 2010, " sont insérés entre les mots " la Convention WRC, " et les mots " la Convention PAL ".
§ 3. L'article 2.1.1 est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° personne associée : toute société liée à une société selon les dispositions de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations. "
Art.3. In artikel 2.1.4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", van de paragrafen 1 en 5 van artikel 12 van het HNS-Verdrag 2010" ingevoegd tussen de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel 12 van het WRC-Verdrag" en de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel 4bis van het PAL-Verdrag".
Art.3. Dans l'article 2.1.4, alinéa 1, du même arrêté, les mots " , des paragraphes 1 et 5 de l'article 12 de la Convention HNS 2010 " sont insérés entre les mots " des paragraphes 1 et 6 de l'article 12 de la Convention WRC " et les mots " ou des paragraphes 1er et 6 de l'article 4bis de la Convention PAL ".
Art.4. Artikel 2.1.11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 2.1.11. Voor de toepassing van deze afdeling, verstaat men onder "persoon die bijdragende olie ontvangt" elke natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen rekening of voor rekening van een derde bijdragende olie ontvangt op het ogenblik dat die hoeveelheden, na vervoer over zee, in de haven of de terminalinstallatie van bestemming gelegen op het Belgische grondgebied worden ontscheept."
"Art. 2.1.11. Voor de toepassing van deze afdeling, verstaat men onder "persoon die bijdragende olie ontvangt" elke natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen rekening of voor rekening van een derde bijdragende olie ontvangt op het ogenblik dat die hoeveelheden, na vervoer over zee, in de haven of de terminalinstallatie van bestemming gelegen op het Belgische grondgebied worden ontscheept."
Art.4. L'article 2.1.11 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2.1.11. Pour l'application de la présente section, on entend par `personne qui reçoit des hydrocarbures donnant lieu à contribution' toute personne physique ou morale qui reçoit, pour son propre compte ou pour le compte de tiers, des hydrocarbures donnant lieu à contribution, au moment où ceux-ci sont débarqués, après avoir été transportés par mer, dans le port ou l'installation terminale de destination situé sur le territoire belge. "
" Art. 2.1.11. Pour l'application de la présente section, on entend par `personne qui reçoit des hydrocarbures donnant lieu à contribution' toute personne physique ou morale qui reçoit, pour son propre compte ou pour le compte de tiers, des hydrocarbures donnant lieu à contribution, au moment où ceux-ci sont débarqués, après avoir été transportés par mer, dans le port ou l'installation terminale de destination situé sur le territoire belge. "
Art.5. In hoofdstuk 1 van titel 2 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 3 ingevoegd die de artikelen 2.1.16 tot 2.1.21 bevat, luidende:
"Afdeling 3. - HNS-Fonds
Onderafdeling 1. - Vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010
Art. 2.1.16. Voor de toepassing van deze afdeling en vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder "ontvanger" de rechtspersoon die de bijdragende lading ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is.
Onderafdeling 2. - Na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010
Art. 2.1.17. Voor de toepassing van deze afdeling en na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder "ontvanger" de rechtspersoon die feitelijk de bijdragende lading ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die partij is, met dien verstande dat indien ten tijde van de ontvangst de persoon die de lading feitelijk ontvangt, optreedt als lasthebber voor een andere persoon, de lastgever wordt geacht de ontvanger te zijn, mits de lasthebber aan het HNS-Fonds de identiteit van de lastgever bekend maakt.
Voor de toepassing van de eerste lid, indien de zetel van de lastgever buiten het Belgische grondgebied is gevestigd, wordt deze persoon vertegenwoordigd door een rechtspersoon met een maatschappelijke zetel in België.
Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan wordt de lasthebber vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de lastgever te zijn.
Art. 2.1.18. § 1. Elke ontvanger is verplicht om na ontvangst van een betaaluitnodiging uitgaande van de Beheerder van het HNS-Fonds, de bijdragen bedoeld in de artikelen 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 te betalen.
§ 2. Alle bijdragen worden evenwel betaald door de persoon die, direct voorafgaand aan het lossen, de houder van de eigendomstitel op een LNG-lading gelost in een Belgische haven of terminal was, hierna de houder van de eigendomstitel genoemd, indien aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:
1° de houder van de eigendomstitel op de lading met de ontvanger is overeengekomen dat de houder van de eigendomstitel deze bijdragen moet betalen; en
2° de ontvanger het Directoraat ervan in kennis heeft gesteld dat een dergelijke overeenkomst bestaat.
Indien de houder van een eigendomstitel geen bijdragen betaalt aan het HNS-Fonds dan is de ontvanger verplicht de bijdragen voor de ontvangen hoeveelheden aan het HNS-Fonds te storten.
§ 3. Indien de hoeveelheid van een bepaalde soort bijdragende lading die door de hoofdontvanger in een kalenderjaar op het grondgebied van de Belgische Staat is ontvangen, en de hoeveelheden van dezelfde soort lading die in datzelfde jaar door een of meer geassocieerde personen zijn ontvangen, de in de leden 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 genoemde grens overschrijdt, dan is de hoofdontvanger verplicht de berekende bijdragen te betalen voor de door hem werkelijk ontvangen hoeveelheid, ook al hebben deze hoeveelheden de desbetreffende grens niet overschreden.
Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen betreffende het HNS-Fonds
Art. 2.1.19. § 1. Elke ontvanger geeft uiterlijk op 15 maart van elk kalenderjaar de hoeveelheden bijdragende ontvangen lading aan in de loop van het voorgaande kalanderjaar .
§ 2. De verplichting valt om de ontvangen hoeveelheden bijdragende lading aan te geven op de leden van het wettelijk bestuursorgaan.
§ 3. De verplichting tot aangifte geldt:
1° wanneer de ontvangen hoeveelheden olie meer dan 150.000 ton bedragen;
2° ongeacht welke hoeveelheid vloeibaar aardgas (CNG) is ontvangen;
3° wanneer de ontvangen hoeveelheden andere gevaarlijke en schadelijke stoffen meer dan 15.000 ton bedragen.
§ 4. Een aangifte wordt eveneens voorgelegd door elke persoon die gedurende het betrokken kalenderjaar individueel een hoeveelheid bijdragende lading heeft ontvangen die niet meer dan in het eerste lid vermelde hoeveelheden bedraagt, indien die persoon deel uitmaakt van een groep geassocieerde personen die gezamenlijk, in de loop van het betrokken kalenderjaar, op het Belgisch grondgebied hoeveelheden bijdragende lading ontvangen hebben die meer dan de in het eerste lid vermelde hoeveelheden bedragen.
§ 5. In zijn verklaring vermeldt de ontvanger de voor rekening van een andere persoon ontvangen hoeveelheden, alsmede de contactgegevens van die persoon.
Art. 2.1.20. Het rapport bedoeld in artikel 2.1.19 wordt afgeleverd aan de Scheepvaartcontrole volgens de procedure die op haar webpagina is aangegeven.
Art. 2.1.21. § 1. Overeenkomstig artikel 21van het HNS-Verdrag 2010 deelt het Directoraat aan de Beheerder van het HNS-FONDS de benaming en het adres mee van iedere persoon bedoeld in 2.7.3.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook de gegevens over de hoeveelheden bijdragende lading die deze persoon in de loop van het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.
§ 2. Wanneer een persoon de in artikel 2.7.3.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek bedoelde verplichting niet of te laat nakomt, bepaalt het Directoraat de gegevens over de bijdragende ladinghoeveelheden voor deze persoon en het deelt deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds mee.
§ 3. Bij aangetekende zending deelt het Directoraat aan iedere persoon de hem betreffende gegevens mee welke het Beheerder van het HNS-Fonds meedeelt. Al de voormelde mededelingen gebeuren gelijktijdig. Ingeval in de mededelingen wordt afgeweken van de aangifte die verricht is overeenkomstig artikel 2.3.7.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek of ingeval de mededelingen worden verricht overeenkomstig paragraaf 2, wordt daarvan in de mededeling aan de betrokken persoon melding gemaakt.
§ 4. De betrokken persoon kan aan het Directoraat zijn opmerkingen bij de mededelingen aan de Beheerder van het HNS-Fonds meedelen bij een aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen tien dagen nadat die persoon van de mededelingen overeenkomstig het vorige lid op de hoogte werd gebracht. Nadat de betrokken persoon werd gehoord, kan het Directoraat de mededelingen wijzigen binnen dertig dagen nadat deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds werden toegezonden. Na het verstrijken van voormelde termijn kan in de mededelingen geen enkele wijziging meer worden aangebracht.
§ 5. Het Directoraat brengt de betrokken persoon op de hoogte van het gevolg dat aan zijn opmerkingen is gegeven bij een aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen veertig dagen nadat de mededelingen hem werden toegezonden. "
"Afdeling 3. - HNS-Fonds
Onderafdeling 1. - Vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010
Art. 2.1.16. Voor de toepassing van deze afdeling en vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder "ontvanger" de rechtspersoon die de bijdragende lading ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is.
Onderafdeling 2. - Na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010
Art. 2.1.17. Voor de toepassing van deze afdeling en na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder "ontvanger" de rechtspersoon die feitelijk de bijdragende lading ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die partij is, met dien verstande dat indien ten tijde van de ontvangst de persoon die de lading feitelijk ontvangt, optreedt als lasthebber voor een andere persoon, de lastgever wordt geacht de ontvanger te zijn, mits de lasthebber aan het HNS-Fonds de identiteit van de lastgever bekend maakt.
Voor de toepassing van de eerste lid, indien de zetel van de lastgever buiten het Belgische grondgebied is gevestigd, wordt deze persoon vertegenwoordigd door een rechtspersoon met een maatschappelijke zetel in België.
Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan wordt de lasthebber vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de lastgever te zijn.
Art. 2.1.18. § 1. Elke ontvanger is verplicht om na ontvangst van een betaaluitnodiging uitgaande van de Beheerder van het HNS-Fonds, de bijdragen bedoeld in de artikelen 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 te betalen.
§ 2. Alle bijdragen worden evenwel betaald door de persoon die, direct voorafgaand aan het lossen, de houder van de eigendomstitel op een LNG-lading gelost in een Belgische haven of terminal was, hierna de houder van de eigendomstitel genoemd, indien aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:
1° de houder van de eigendomstitel op de lading met de ontvanger is overeengekomen dat de houder van de eigendomstitel deze bijdragen moet betalen; en
2° de ontvanger het Directoraat ervan in kennis heeft gesteld dat een dergelijke overeenkomst bestaat.
Indien de houder van een eigendomstitel geen bijdragen betaalt aan het HNS-Fonds dan is de ontvanger verplicht de bijdragen voor de ontvangen hoeveelheden aan het HNS-Fonds te storten.
§ 3. Indien de hoeveelheid van een bepaalde soort bijdragende lading die door de hoofdontvanger in een kalenderjaar op het grondgebied van de Belgische Staat is ontvangen, en de hoeveelheden van dezelfde soort lading die in datzelfde jaar door een of meer geassocieerde personen zijn ontvangen, de in de leden 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 genoemde grens overschrijdt, dan is de hoofdontvanger verplicht de berekende bijdragen te betalen voor de door hem werkelijk ontvangen hoeveelheid, ook al hebben deze hoeveelheden de desbetreffende grens niet overschreden.
Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen betreffende het HNS-Fonds
Art. 2.1.19. § 1. Elke ontvanger geeft uiterlijk op 15 maart van elk kalenderjaar de hoeveelheden bijdragende ontvangen lading aan in de loop van het voorgaande kalanderjaar .
§ 2. De verplichting valt om de ontvangen hoeveelheden bijdragende lading aan te geven op de leden van het wettelijk bestuursorgaan.
§ 3. De verplichting tot aangifte geldt:
1° wanneer de ontvangen hoeveelheden olie meer dan 150.000 ton bedragen;
2° ongeacht welke hoeveelheid vloeibaar aardgas (CNG) is ontvangen;
3° wanneer de ontvangen hoeveelheden andere gevaarlijke en schadelijke stoffen meer dan 15.000 ton bedragen.
§ 4. Een aangifte wordt eveneens voorgelegd door elke persoon die gedurende het betrokken kalenderjaar individueel een hoeveelheid bijdragende lading heeft ontvangen die niet meer dan in het eerste lid vermelde hoeveelheden bedraagt, indien die persoon deel uitmaakt van een groep geassocieerde personen die gezamenlijk, in de loop van het betrokken kalenderjaar, op het Belgisch grondgebied hoeveelheden bijdragende lading ontvangen hebben die meer dan de in het eerste lid vermelde hoeveelheden bedragen.
§ 5. In zijn verklaring vermeldt de ontvanger de voor rekening van een andere persoon ontvangen hoeveelheden, alsmede de contactgegevens van die persoon.
Art. 2.1.20. Het rapport bedoeld in artikel 2.1.19 wordt afgeleverd aan de Scheepvaartcontrole volgens de procedure die op haar webpagina is aangegeven.
Art. 2.1.21. § 1. Overeenkomstig artikel 21van het HNS-Verdrag 2010 deelt het Directoraat aan de Beheerder van het HNS-FONDS de benaming en het adres mee van iedere persoon bedoeld in 2.7.3.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook de gegevens over de hoeveelheden bijdragende lading die deze persoon in de loop van het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.
§ 2. Wanneer een persoon de in artikel 2.7.3.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek bedoelde verplichting niet of te laat nakomt, bepaalt het Directoraat de gegevens over de bijdragende ladinghoeveelheden voor deze persoon en het deelt deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds mee.
§ 3. Bij aangetekende zending deelt het Directoraat aan iedere persoon de hem betreffende gegevens mee welke het Beheerder van het HNS-Fonds meedeelt. Al de voormelde mededelingen gebeuren gelijktijdig. Ingeval in de mededelingen wordt afgeweken van de aangifte die verricht is overeenkomstig artikel 2.3.7.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek of ingeval de mededelingen worden verricht overeenkomstig paragraaf 2, wordt daarvan in de mededeling aan de betrokken persoon melding gemaakt.
§ 4. De betrokken persoon kan aan het Directoraat zijn opmerkingen bij de mededelingen aan de Beheerder van het HNS-Fonds meedelen bij een aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen tien dagen nadat die persoon van de mededelingen overeenkomstig het vorige lid op de hoogte werd gebracht. Nadat de betrokken persoon werd gehoord, kan het Directoraat de mededelingen wijzigen binnen dertig dagen nadat deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds werden toegezonden. Na het verstrijken van voormelde termijn kan in de mededelingen geen enkele wijziging meer worden aangebracht.
§ 5. Het Directoraat brengt de betrokken persoon op de hoogte van het gevolg dat aan zijn opmerkingen is gegeven bij een aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen veertig dagen nadat de mededelingen hem werden toegezonden. "
Art.5. Dans le chapitre 1er du Titre 2 du même arrêté royal, il est inséré une section 3, comportant les articles 2.1.16 à 2.1.21, rédigée comme suit :
" Section 3. - Fonds HNS
Sous-section 1. - Avant l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010
Art. 2.1.16. Pour l'application de la présente section et avant l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010, l'on entend par " réceptionnaire " la personne morale qui reçoit effectivement la cargaison donnant lieu à contribution qui est déchargée dans les ports et terminaux d'un Etat Partie.
Sous-section 2. - Après l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010
Art. 2.1.17. Pour l'application de la présente section et après l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010, l'on entend par " réceptionnaire " la personne morale qui reçoit effectivement la cargaison donnant lieu à contribution qui est déchargée dans les ports et terminaux d'un Etat Partie, étant entendu que, si au moment de la réception, la personne qui reçoit effectivement la cargaison agit en tant que mandataire pour le compte d'une autre personne, le mandant sera considéré comme étant le réceptionnaire, si le mandataire révèle au Fonds HNS l'identité du mandant.
Pour l'application de l'alinéa 1er, si le siège du mandant est situé en dehors du territoire belge, cette personne est représentée par une personne morale dont le siège social se trouve en Belgique.
Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique, le mandataire est présumé être le représentant légal du mandant.
Art. 2.1.18. § 1er. Tout réceptionnaire est tenu, après réception d'une invitation à payer émanant de l'Administrateur du Fonds HNS, de payer les contributions visées aux articles 16 à 20 de la Convention HNS 2010.
§ 2. Toutefois, toutes les contributions sont versées par la personne qui, immédiatement avant le déchargement, détenait le titre de propriété d'une cargaison de GNL déchargée dans un port ou un terminal belge, ci-après le détenteur du titre de propriété, si les conditions suivantes sont remplies :
1° le détenteur du titre de propriété a conclu un accord avec le réceptionnaire en vertu duquel le détenteur du titre de propriété doit verser ces contributions ; et
2° le réceptionnaire a informé la Direction de l'existence d'un tel accord.
Si le détenteur du titre de propriété ne paye pas les contributions au Fonds HNS, le réceptionnaire est tenu de verser les contributions au Fonds HNS pour les quantités reçues.
§ 3. Lorsque le montant total des quantités d'un type donné de cargaison donnant lieu à contribution qui ont été reçues sur le territoire belge au cours d'une année civile par le réceptionnaire principal, et des quantités du même type de cargaison qui y ont été reçues au cours de la même année par une ou plusieurs personnes associées dépasse la limite spécifiée dans les articles 16 à 20 de la Convention HNS 2010, le réceptionnaire principal est tenu de verser des contributions calculées en fonction des quantités de cargaison effectivement reçues par lui, nonobstant le fait que ces quantités ne dépassent pas la limite pertinente.
Sous-section 3. - Dispositions générales relatives au Fonds HNS
Art. 2.1.19. § 1er. Tout réceptionnaire déclare, au plus tard le 15 mars de chaque année civile, les quantités de cargaison donnant lieu à contribution reçue au cours de l'année civile précédente.
§ 2. La responsabilité de déclarer les quantités reçues de cargaison donnant lieu à contribution incombe aux membres de l'organe légal d'administration.
§ 3. L'obligation de déclarer s'applique lorsque :
1° les quantités d'hydrocarbures reçues sont supérieures à 150 000 tonnes ;
2° quelque quantité de gaz naturel liquéfié (GNL) que ce soit est reçue ;
3° les quantités d'autres substances nocives et potentiellement dangereuses reçues sont supérieures à 15.000 tonnes.
§ 4. Une déclaration est également soumise par toute personne qui a reçu individuellement, pendant l'année civile considérée, une quantité de cargaison donnant lieu à contribution qui ne dépasse pas les quantités indiquées au premier alinéa, si elle fait partie d'un groupe de personnes associées qui conjointement ont reçu, au cours de l'année civile considérée, sur le territoire belge, des quantités de cargaison donnant lieu à contribution qui dépassent les quantités indiquées au premier alinéa.
§ 5. Dans sa déclaration, le réceptionnaire indique les quantités reçues pour le compte d'autrui, et indique également les données de contact de cette personne.
Art. 2.1.20. Le rapport visé à l'article 2.1.19 est transmis au Contrôle de la Navigation, selon la procédure indiquée sur son site internet.
Art. 2.1.21. § 1er. Conformément à l'article 21 de la Convention HNS 2010, la Direction communique à l'administrateur du Fonds HNS la dénomination et l'adresse de toute personne visée à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation, ainsi que les indications sur les quantités de cargaison donnant lieu à contribution qui ont été reçues par cette personne au cours de l'année civile précédente.
§ 2. Lorsqu'une personne ne remplit pas ou remplit tardivement l'obligation visée à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation, la Direction détermine les indications sur les quantités de cargaison donnant lieu à contribution relatives à cette personne et les communique à l'administrateur du Fonds HNS.
§ 3. La Direction informe, par envoi recommandé, toute personne des communications qui leur sont relatives et qu'il adresse à l'administrateur du Fonds HNS en vertu des paragraphes 1er et 2. Toutes les communications mentionnées ont lieu simultanément. Si dans ces communications, il est dérogé à la déclaration effectuée conformément à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation ou si ces communications sont réalisées en application du paragraphe 2, il en est fait mention dans l'information adressée à la personne concernée.
§ 4. Sur ces communications adressées à l'administrateur du Fonds HNS, la personne concernée peut présenter à la Direction, ses observations, par envoi recommandé, dans un délai de dix jours après en avoir été informée conformément à l'alinéa précédent. La Direction peut modifier ces communications dans un délai de trente jours à compter du jour où celles-ci ont été envoyées à l'administrateur du Fonds HNS, la personne concernée étant entendue au préalable dans ses observations. Ce délai expiré, aucune modification ne peut plus être apportée à ces communications.
§ 5. La Direction informe la personne concernée de la suite réservée à ses observations, par envoi recommandé, dans un délai de quarante jours prenant cours le jour où les communications lui ont été envoyées. "
" Section 3. - Fonds HNS
Sous-section 1. - Avant l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010
Art. 2.1.16. Pour l'application de la présente section et avant l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010, l'on entend par " réceptionnaire " la personne morale qui reçoit effectivement la cargaison donnant lieu à contribution qui est déchargée dans les ports et terminaux d'un Etat Partie.
Sous-section 2. - Après l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010
Art. 2.1.17. Pour l'application de la présente section et après l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010, l'on entend par " réceptionnaire " la personne morale qui reçoit effectivement la cargaison donnant lieu à contribution qui est déchargée dans les ports et terminaux d'un Etat Partie, étant entendu que, si au moment de la réception, la personne qui reçoit effectivement la cargaison agit en tant que mandataire pour le compte d'une autre personne, le mandant sera considéré comme étant le réceptionnaire, si le mandataire révèle au Fonds HNS l'identité du mandant.
Pour l'application de l'alinéa 1er, si le siège du mandant est situé en dehors du territoire belge, cette personne est représentée par une personne morale dont le siège social se trouve en Belgique.
Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique, le mandataire est présumé être le représentant légal du mandant.
Art. 2.1.18. § 1er. Tout réceptionnaire est tenu, après réception d'une invitation à payer émanant de l'Administrateur du Fonds HNS, de payer les contributions visées aux articles 16 à 20 de la Convention HNS 2010.
§ 2. Toutefois, toutes les contributions sont versées par la personne qui, immédiatement avant le déchargement, détenait le titre de propriété d'une cargaison de GNL déchargée dans un port ou un terminal belge, ci-après le détenteur du titre de propriété, si les conditions suivantes sont remplies :
1° le détenteur du titre de propriété a conclu un accord avec le réceptionnaire en vertu duquel le détenteur du titre de propriété doit verser ces contributions ; et
2° le réceptionnaire a informé la Direction de l'existence d'un tel accord.
Si le détenteur du titre de propriété ne paye pas les contributions au Fonds HNS, le réceptionnaire est tenu de verser les contributions au Fonds HNS pour les quantités reçues.
§ 3. Lorsque le montant total des quantités d'un type donné de cargaison donnant lieu à contribution qui ont été reçues sur le territoire belge au cours d'une année civile par le réceptionnaire principal, et des quantités du même type de cargaison qui y ont été reçues au cours de la même année par une ou plusieurs personnes associées dépasse la limite spécifiée dans les articles 16 à 20 de la Convention HNS 2010, le réceptionnaire principal est tenu de verser des contributions calculées en fonction des quantités de cargaison effectivement reçues par lui, nonobstant le fait que ces quantités ne dépassent pas la limite pertinente.
Sous-section 3. - Dispositions générales relatives au Fonds HNS
Art. 2.1.19. § 1er. Tout réceptionnaire déclare, au plus tard le 15 mars de chaque année civile, les quantités de cargaison donnant lieu à contribution reçue au cours de l'année civile précédente.
§ 2. La responsabilité de déclarer les quantités reçues de cargaison donnant lieu à contribution incombe aux membres de l'organe légal d'administration.
§ 3. L'obligation de déclarer s'applique lorsque :
1° les quantités d'hydrocarbures reçues sont supérieures à 150 000 tonnes ;
2° quelque quantité de gaz naturel liquéfié (GNL) que ce soit est reçue ;
3° les quantités d'autres substances nocives et potentiellement dangereuses reçues sont supérieures à 15.000 tonnes.
§ 4. Une déclaration est également soumise par toute personne qui a reçu individuellement, pendant l'année civile considérée, une quantité de cargaison donnant lieu à contribution qui ne dépasse pas les quantités indiquées au premier alinéa, si elle fait partie d'un groupe de personnes associées qui conjointement ont reçu, au cours de l'année civile considérée, sur le territoire belge, des quantités de cargaison donnant lieu à contribution qui dépassent les quantités indiquées au premier alinéa.
§ 5. Dans sa déclaration, le réceptionnaire indique les quantités reçues pour le compte d'autrui, et indique également les données de contact de cette personne.
Art. 2.1.20. Le rapport visé à l'article 2.1.19 est transmis au Contrôle de la Navigation, selon la procédure indiquée sur son site internet.
Art. 2.1.21. § 1er. Conformément à l'article 21 de la Convention HNS 2010, la Direction communique à l'administrateur du Fonds HNS la dénomination et l'adresse de toute personne visée à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation, ainsi que les indications sur les quantités de cargaison donnant lieu à contribution qui ont été reçues par cette personne au cours de l'année civile précédente.
§ 2. Lorsqu'une personne ne remplit pas ou remplit tardivement l'obligation visée à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation, la Direction détermine les indications sur les quantités de cargaison donnant lieu à contribution relatives à cette personne et les communique à l'administrateur du Fonds HNS.
§ 3. La Direction informe, par envoi recommandé, toute personne des communications qui leur sont relatives et qu'il adresse à l'administrateur du Fonds HNS en vertu des paragraphes 1er et 2. Toutes les communications mentionnées ont lieu simultanément. Si dans ces communications, il est dérogé à la déclaration effectuée conformément à l'article 2.7.3.30 du Code belge de la Navigation ou si ces communications sont réalisées en application du paragraphe 2, il en est fait mention dans l'information adressée à la personne concernée.
§ 4. Sur ces communications adressées à l'administrateur du Fonds HNS, la personne concernée peut présenter à la Direction, ses observations, par envoi recommandé, dans un délai de dix jours après en avoir été informée conformément à l'alinéa précédent. La Direction peut modifier ces communications dans un délai de trente jours à compter du jour où celles-ci ont été envoyées à l'administrateur du Fonds HNS, la personne concernée étant entendue au préalable dans ses observations. Ce délai expiré, aucune modification ne peut plus être apportée à ces communications.
§ 5. La Direction informe la personne concernée de la suite réservée à ses observations, par envoi recommandé, dans un délai de quarante jours prenant cours le jour où les communications lui ont été envoyées. "
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 september 2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 21 septembre 2020 fixant les redevances concernant la navigation
Art.6. In artikel 1.1, 3°, van het koninklijk besluit van 21 september 2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart worden de woorden "het HNS-Verdrag 2010," ingevoegd tussen de woorden "het CSC-Verdrag," en de woorden "het LL-Verdrag".
Art.6. Dans l'article 1.1, 3°, de l'arrêté royal du 21 septembre 2020 fixant les redevances concernant la navigation, les mots " de la Convention HNS 2010, " sont insérés entre les mots " de la Convention CSC, " et les mots " de la Convention LL ".
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur
Art.7. Artikelen 2 en 3 treden in werking op de datum van de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010.
Art.7. Les articles 2 et 3 du présent arrêté entrent en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de la Convention HNS 2010.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 8. De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre qui a la mobilité maritime dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.