Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 JULI 2022. - Decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018 en tot uitlegging van artikel 8 van het Groeipakketdecreet van 2018
Titre
1 JUILLET 2022. - Décret modifiant l'article 5 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie "), modifiant le décret relatif au Panier de croissance de 2018 et interprétant l'article 8 du décret relatif au Panier de croissance de 2018
Informations sur le document
Numac: 2022041616
Datum: 2022-07-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022041616
Date: 2022-07-01
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie
CHAPITRE 2. - Modification du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ")
Art. 2. In artikel 5, § 1, tweede lid, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden tussen de zinsnede "artikel 4, § 2," en de woorden "op zich nemen" de woorden "van dit decreet" ingevoegd;
2 in punt 2° worden de woorden "de gezinsbijslagen en toelagen met betrekking tot het gezinsbeleid ontvangen" vervangen door de zinsnede "de financiële lasten van de kinderen die materiële ondersteuning krijgen als vermeld in artikel 68, § 2/1, van het Groeipakketdecreet van 2018, en die ten laste zijn van het agentschap, op zich nemen".
Art. 2. Dans l'article 5, § 1er, alinéa deux, du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie "), inséré par le décret du 1er mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " , du présent décret " est ajouté ;
2 au point 2°, le membre de phrase " percevoir les allocations familiales et les allocations relatives à la politique familiale, ainsi que " est remplacé par le membre de phrase " assumer les charges financières des enfants qui reçoivent une aide matérielle telle que visée à l'article 68, § 2/1, du décret relatif au Panier de croissance de 2018, et qui sont à charge de l'agence et percevoir ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Groeipakketdecreet van 2018
CHAPITRE 3. - Modifications du décret relatif au Panier de croissance de 2018
Art. 3. In artikel 3 van het Groeipakketdecreet van 2018, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2019 en 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1, 21°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"e) de leerling die gedurende het schooljaar in kwestie minstens 149 dagen residentieel verblijft in een door de Vlaamse overheid erkend multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap;";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "of rechtspersoon" vervangen door het woord "persoon".
Art. 3. A l'article 3 du décret relatif au Panier de croissance de 2018, modifié par les décrets des 22 mars 2019 et 21 mai 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 21°, il est ajouté un point e), rédigé comme suit :
" e) l'élève qui, pendant l'année scolaire en question, est en séjour résidentiel pendant au moins 149 jours dans un centre multifonctionnel pour personnes handicapées mineures agréé par l'Autorité flamande ; " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " ou morale " sont supprimés ".
Art. 4. Artikel 8, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, wordt uitgelegd als volgt door toevoeging van de volgende zin:
"Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling.".
Art. 4. L'article 8, § 1er, alinéa premier, 1°, du même décret, est interprété comme suit par l'ajout de la phrase suivante :
" Pour l'application du présent décret, une attestation d'immatriculation ne vaut pas admission ou autorisation de séjour au sens de la présente disposition. ".
Art. 5. In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2019 en 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid wordt de zinsnede ", bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank," opgeheven;
2° in het vierde lid wordt de zinsnede ", zoals bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank," opgeheven;
3° in het vijfde lid worden de woorden "en wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk gezin" opgeheven;
4° een zesde, zevende en achtste lid worden toegevoegd, die luiden als volgt:
"Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind.
In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden.
In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.";
5° in het zevende lid, dat het tiende lid wordt, worden de woorden "is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling" vervangen door de zinsnede "materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1".
Art. 5. A l'article 18 du même décret, modifié par les décrets des 22 mars 2019 et 21 mai 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa trois, le membre de phrase " , arrêté ou ratifié par le tribunal compétent " est abrogé ;
2° à l'alinéa quatre, le membre de phrase " , tel qu'arrêté ou ratifié par le tribunal compétent " est abrogé ;
3° à l'alinéa cinq, les mots " et le montant de l'allocation est accordé en deux parties égales à chaque famille bénéficiaire " sont abrogés ;
4° des alinéas six, sept et huit sont ajoutés et rédigés comme suit :
" Pour l'hébergement de l'enfant bénéficiaire majeur, on considère le domicile de l'enfant.
Par dérogation à l'alinéa six, l'hébergement établi conformément à l'alinéa cinq, qui est applicable au moment où l'enfant atteint la majorité, demeure applicable.
Par dérogation aux alinéas six et sept, l'hébergement, égalitaire ou non, de l'enfant bénéficiaire majeur peut être établi sur la base d'une convention, dans laquelle l'hébergement, égalitaire ou non, de l'enfant bénéficiaire est expressément établi, et qui a été enregistrée conformément à l'article 1er du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe. " ;
5° à l'alinéa sept, qui devient l'alinéa dix, les mots " est placé dans une institution par l'intermédiaire ou à charge d'une autorité publique " sont remplacés par le membre de phrase " reçoit une aide matérielle telle que visée à l'article 68, § 2/1 ".
Art. 6. In artikel 23 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De vermindering, vermeld in het eerste lid, wordt niet toegepast als voor een rechtgevend kind aanspraak kan worden gemaakt op uitkeringen van dezelfde aard krachtens statutaire regels die van toepassing zijn op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie, in geval van een beroepsactiviteit in loondienst of zelfstandigenactiviteit in België van een ouder van het kind of de echtgenoot van die ouder.".
Art. 6. Dans l'article 23 du même décret, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" La diminution visée à l'alinéa premier ne s'applique pas lorsqu'il peut être prétendu à des prestations de même nature en faveur d'un enfant bénéficiaire en vertu des règles statutaires applicables aux fonctionnaires et autres membres du personnel de l'Union européenne, en cas d'activité professionnelle salariée ou indépendante d'un parent de l'enfant ou du conjoint de ce parent en Belgique. ".
Art. 7. In artikel 30, § 1, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de woorden "uiterlijk vijftien kalenderdagen" vervangen door de zinsnede "tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen".
Art. 7. Dans l'article 30, § 1er, 3°, du même décret, modifié par le décret du 22 mars 2019, les mots " au plus tard quinze jours calendaires " sont remplacés par le membre phrase " pendant l'année scolaire, au plus tard 21 jours calendrier ".
Art. 8. In artikel 34, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de woorden "uiterlijk vijftien kalenderdagen" vervangen door de zinsnede "tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen".
Art. 8. Dans l'article 34, § 1er, alinéa premier, 3°, du même décret, modifié par le décret du 22 mars 2019, les mots " au plus tard quinze jours calendaires " sont remplacés par le membre phrase " pendant l'année scolaire, au plus tard 21 jours calendrier ".
Art. 9. Aan artikel 45 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Met behoud van de toepassing van artikel 27, 30 en 34 heeft de rechthebbende leerling recht op het hoogste bedrag van de selectieve participatietoeslag overeenkomstig het gevolgde onderwijs als het gevolgde onderwijs in de loop van het schooljaar wijzigt.".
Art. 9. Dans l'article 45 du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Sans préjudice de l'application des articles 27, 30 et 34, l'élève attributaire a droit au montant le plus élevé de l'allocation de participation sélective conformément à l'enseignement suivi si l'enseignement suivi change en cours d'année scolaire. ".
Art. 10. In artikel 57, § 3, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° als het een niet-begeleide minderjarige is als vermeld in titel XIII, hoofdstuk VI, van de Programmawet (I) van 24 december 2002, als er geen werkelijke opvoeder kan worden aangewezen conform artikel 59 van dit decreet.";
2° het tweede en derde lid worden opgeheven;
3° aan het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede ", met behoud van toepassing van artikel 9, § 1, van titel XIII, hoofdstuk VI, van de Programmawet (I) van 24 december 2002" toegevoegd.
Art. 10. A l'article 57, § 3, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° s'il est un mineur non accompagné tel que visé au titre XIII, chapitre VI, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, si un éducateur réel ne peut pas être désigné conformément à l'article 59 du présent décret. " ;
2° les alinéas deux et trois sont abrogés ;
3° à l'alinéa quatre existant, qui devient l'alinéa deux, les mots " d'agir lui-même en justice en tant que demandeur ou de défendeur " sont remplacés par les mots " d'ester lui-même en justice en tant que demandeur ou défendeur " et le membre de phrase " , sans préjudice de l'application de l'article 9, § 1er, du titre XIII, chapitre VI, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 " est ajouté.
Art. 11. In artikel 66 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Als de aanvraag van het startbedrag geboorte niet door beide begunstigden wordt ondertekend, kunnen de begunstigden in afwijking van artikel 65, § 2, tweede lid, gedurende drie maanden na de geboorte met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor wijzigen.";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De wijziging van uitbetalingsactor, vermeld in het tweede lid, gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend.".
Art. 11. A l'article 66 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Si la demande du montant initial naissance n'est pas signée par les deux bénéficiaires, les bénéficiaires peuvent, par dérogation à l'article 65, § 2, alinéa deux, modifier l'acteur de paiement par demande écrite pendant trois mois après la naissance. " ;
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" La modification de l'acteur de paiement, visée à l'alinéa deux, prend cours à partir du premier trimestre qui suit celui de l'introduction d'une demande de modification recevable. ".
Art. 12. In artikel 68 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "en het startbedrag adoptie" vervangen door de zinsnede ", het startbedrag adoptie en de pleegzorgtoeslag";
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
§ 2/1. Als een rechtgevend kind materiële ondersteuning krijgt, wordt, in afwijking van paragraaf 1 en 2, vanaf 1 juli 2022 een derde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1, met uitzondering van het startbedrag geboorte, het startbedrag adoptie en de pleegzorgtoeslag, uitbetaald aan de begunstigden.
In het eerste lid wordt verstaan onder een rechtgevend kind dat materiële ondersteuning krijgt:
1° een kind dat opvang in een opvangstructuur krijgt als vermeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen;
2° een kind dat medische begeleiding krijgt als vermeld in de voormelde wet;
3° een kind dat in een instelling is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid vermeld in het eerste lid.".
Art. 12. A l'article 68 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " et du montant initial adoption " sont remplacés par le membre de phrase " , du montant initial adoption et de l'allocation de placement familial " ;
2° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
§ 2/1. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, si un enfant bénéficiaire reçoit une aide matérielle, un tiers des allocations familiales visées dans la partie 1re, à l'exception du montant initial naissance, du montant initial adoption et de l'allocation de placement familial, est payé, à partir du 1er juillet 2022, aux bénéficiaires.
A l'alinéa premier, on entend par " enfant bénéficiaire qui reçoit une aide matérielle " :
1° un enfant qui est accueilli dans une structure d'accueil telle que visée à l'article 2, 10°, de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers ;
2° un enfant qui bénéficie d'un accompagnement médical tel que visé dans la loi précitée ;
3° un enfant placé dans une institution par l'intermédiaire ou à charge d'une autorité publique.
Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités du paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale visé à l'alinéa premier. ".
Art. 13. In artikel 76, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2," vervangen door de woorden "toelagen in het kader van het gezinsbeleid" en wordt de zinsnede ", worden de toelagen betaald met een circulaire cheque, volgens de regels die de Vlaamse Regering bepaalt" vervangen door de woorden "bepaalt de Vlaamse Regering met welk betaalmiddel de toelagen worden uitbetaald en volgens welke regels".
Art. 13. Dans l'article 76, alinéa deux, du même décret, le membre de phrase " des allocations familiales, visées à la partie 1 du livre 2, " est remplacé par les mots " des allocations dans le cadre de la politique familiale " et le membre de phrase " les allocations sont payées par chèque circulaire, selon les règles fixées par le Gouvernement flamand " est remplacé par les mots " le Gouvernement flamand détermine par quel moyen et selon quelles règles les allocations sont payées ".
Art. 14. In artikel 95 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor de selectieve participatietoeslagen, vermeld in boek 2, deel 2, begint de termijn van vijf jaar op 1 september van het schooljaar waarop de selectieve participatietoeslagen betrekking zouden hebben.";
2° tussen het vijfde en het zesde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de kleutertoeslagen, vermeld in boek 2, deel 3, titel 2, begint de termijn van vijf jaar op:
1° de eerste dag van de maand na de derde verjaardag van de leerling voor de kleutertoeslag, vermeld in artikel 54;
2° de eerste dag van de maand na de vierde verjaardag van de leerling voor de kleutertoeslag, vermeld in artikel 55.".
Art. 14. A l'article 95 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa cinq est remplacé par ce qui suit :
" Pour les allocations de participation sélectives visées dans le livre 2, partie 2, le délai de cinq ans commence à courir le 1er septembre de l'année scolaire à laquelle les allocations de participation sélectives se rapporteraient. " ;
2° entre l'alinéa cinq et l'alinéa six, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Pour les allocations de jeune enfant visées dans le livre 2, partie 3, titre 2, le délai de cinq ans commence à courir :
1° le premier jour du mois qui suit le troisième anniversaire de l'élève pour l'allocation de jeune enfant visée à l'article 54 ;
2° le premier jour du mois qui suit le quatrième anniversaire de l'élève pour l'allocation de jeune enfant visée à l'article 55. ".
Art. 15. In artikel 103 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of als hij het afbetalingsplan dat is overeengekomen" vervangen door de woorden "en als hij het afbetalingsplan dat in voorkomend geval is overeengekomen";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "bij dwangbevel" opgeheven;
3° in paragraaf 5 worden de woorden "het reservefonds" vervangen door de woorden "de toelagenreserve".
Art. 15. A l'article 103 du même décret, modifié par le décret du 21 mai 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " ou s'il n'exécute plus le plan de paiement convenu " sont remplacés par le membre de phrase " et s'il n'exécute plus le plan de paiement convenu, le cas échéant, " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, de la version néerlandaise, les mots " bij dwangbevel " sont abrogés ;
3° dans le paragraphe 5, les mots " du fonds de réserve " sont remplacés par les mots " de la réserve d'allocations ".
Art. 16. In artikel 150, 5°, a), van hetzelfde decreet worden de woorden "bij dwangbevel" opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 150, 5°, a), du même décret, les mots " par voie de contrainte " sont abrogés.
Art. 17. In artikel 163, 7°, a), van hetzelfde decreet worden de woorden "bij dwangbevel" opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 163, 7°, a), du même décret, les mots " par voie de contrainte " sont abrogés.
Art. 18. In artikel 169 van hetzelfde decreet worden de woorden "bij dwangbevel ingevorderd" vervangen door de zinsnede "na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren".
Art. 18. Dans l'article 169 du même décret, les mots " par voie de contrainte " sont remplacés par le membre de phrase " après un rappel de paiement et après l'expiration du délai de recours, conformément à l'article 2 du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent ".
Art. 19. Artikel 187 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 187. Als de uitbetalingsactor weigert de administratieve geldboete te betalen, wordt ze na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren.".
Art. 19. L'article 187 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 187. Si l'acteur de paiement refuse de payer l'amende administrative, elle est recouvrée après un rappel de paiement et après l'expiration du délai de recours, conformément à l'article 2 du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent. "
Art. 20. Aan artikel 216 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst pararaaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing als voor de rechtgevende kinderen in het gezin van een begunstigde door toepassing van paragraaf 1 het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 13, en de wezentoeslag, vermeld in artikel 15, voor de voormelde kinderen samen lager is dan het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
In geval van toepassing van het eerste lid geven de rechtgevende kinderen in het gezin van de begunstigde nadat de voormelde kinderen wees zijn geworden, samen recht op het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
§ 3. De rechtgevende kinderen, vermeld in paragraaf 2, geven wel recht op de gezinsbijslagen conform paragraaf 1 als een van de weeskinderen in kwestie niet langer recht geeft op gezinsbijslagen binnen het gezin van de begunstigde.".
Art. 20. Dans l'article 216 du même décret, dont le texte existant constituera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2 et un paragraphe 3, rédigés comme suit :
" § 2. Le paragraphe 1er ne s'applique pas si, pour les enfants bénéficiaires du ménage d'un bénéficiaire, par application du paragraphe 1er, le montant correspondant au montant de base visé à l'article 13, et à l'allocation d'orphelin visée à l'article 15 est inférieur, pour les enfants précités réunis, au montant de base visé à l'article 210, § 1er, et au supplément d'âge visé aux articles 212 et 213, tels qu'ils ont été octroyés pour les enfants précités durant le mois qui précède celui au cours duquel les enfants précités sont devenus orphelins.
En cas d'application de l'alinéa premier, les enfants bénéficiaires du ménage du bénéficiaire ouvrent conjointement le droit, après que les enfants précités sont devenus orphelins, au montant correspondant au montant de base visé à l'article 210, § 1er, et au supplément d'âge visé aux articles 212 et 213, tels qu'ils ont été octroyés pour les enfants précités durant le mois qui précède celui au cours duquel les enfants précités sont devenus orphelins.
§ 3. Les enfants bénéficiaires visés au paragraphe 2 ouvrent bel et bien le droit aux allocations familiales conformément au paragraphe 1er si l'un des orphelins en question n'ouvre plus le droit aux allocations familiales au sein du ménage du bénéficiaire. ".
Art. 21. In artikel 225, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "boek 2, deel 4, titel 2, hoofdstuk 3" vervangen door de zinsnede "artikel 68 en artikel 75 tot en met 78".
Art. 21. Dans l'article 225, § 1er, alinéa premier, du même décret, le membre de phrase " du livre 2, partie 4, titre 2, chapitre 3, " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 68 et des articles 75 à 78 ".
Art. 22. Artikel 226 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 226 du même décret, modifié par le décret du 22 mars 2019, est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 23. De Vlaamse Regering kan de verdelingsregels ten aanzien van de instellingen, zoals deze golden voor de inwerkingtreding van artikel 12 van dit decreet, tot uiterlijk 31 december 2024 verder toepassen op de instellingen die ze daarvoor aanwijst.
Art. 23. Le Gouvernement flamand peut continuer à appliquer aux institutions qu'il désigne à cet effet, jusqu'au 31 décembre 2024 au plus tard, les règles de répartition vis-à-vis des institutions, telles qu'elles étaient en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'article 12 du présent décret.
Art. 24. Artikel 2 treedt in werking op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt.
Artikel 3, 2°, 6, 10, 1° en 3°, 14, 2°, en 15 tot en met 20 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 3, 1°, en 14, 1°, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2019.
Artikel 7 tot en met 9 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2021 voor de toekenning van selectieve participatietoeslagen vanaf het schooljaar 2021-2022.
Artikel 10, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
Artikel 5, 5°, 12 en 21 tot en met 23 treden in werking op 1 augustus 2022.
Art. 24. L'article 2 entre en vigueur à une date fixée par le Gouvernement flamand.
L'article 3, 2°, l'article 6, l'article 10, 1° et 3°, l'article 14, 2°, et les articles 15 à 20 produisent leurs effets à compter du 1er janvier 2019.
L'article 3, 1°, et l'article 14, 1°, produisent leurs effets à compter du 1er septembre 2019.
Les articles 7 à 9 produisent leurs effets à compter du 1er septembre 2021 pour l'octroi des allocations de participation sélectives à partir de l'année scolaire 2021-2022.
L'article 10, 2°, produit ses effets à compter du 1er janvier 2022.
L'article 5, 5°, l'article 12 et les articles 21 à 23 entrent en vigueur le 1er août 2022.