Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 FEBRUARI 2022. - Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Titre
18 FEVRIER 2022. - Décret modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, en ce qui concerne le droit d'inscription dans l'enseignement ordinaire dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 voor de scholen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad liggen
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental pour les écoles situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art. 2. In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt in hoofdstuk IV/3 een afdeling 0 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 0. Toepassingsgebied".
"Afdeling 0. Toepassingsgebied".
Art. 2. Dans le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, une section 0 est insérée au chapitre IV/3 ainsi rédigée :
" Section 0. Champ d'application ".
" Section 0. Champ d'application ".
Art. 3. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/3, afdeling 0, ingevoegd bij artikel 2, een artikel 37/43/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 37/43/5. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het gewoon basisonderwijs in scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.".
"Art. 37/43/5. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het gewoon basisonderwijs in scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.".
Art. 3. Dans le même décret, au chapitre IV/3, section 0, insérée par l'article 2, il est inséré un article 37/43/5 ainsi rédigé :
" Art. 37/43/5. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux inscriptions en tant qu'élève régulier dans l'enseignement fondamental ordinaire dans les écoles situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale pour la fréquentation des cours à partir de l'année scolaire 2023-2024 ou plus tard. ".
" Art. 37/43/5. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux inscriptions en tant qu'élève régulier dans l'enseignement fondamental ordinaire dans les écoles situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale pour la fréquentation des cours à partir de l'année scolaire 2023-2024 ou plus tard. ".
Art. 4. In artikel 37/44, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de woorden "mix en" opgeheven.
Art. 4. A l'article 37/ 44, 3°, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les mots " la mixité et " sont abrogés.
Art. 5. In artikel 37/45 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord." vervangen door de zin "Ouders geven dan schriftelijk of digitaal akkoord.";
2° aan paragraaf 4 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Bij registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school, om de leerlingen uniek te kunnen identificeren en als de volgende gegevens beschikbaar zijn, de volgende gegevens van de leerling:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer.
De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.".
1° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord." vervangen door de zin "Ouders geven dan schriftelijk of digitaal akkoord.";
2° aan paragraaf 4 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Bij registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school, om de leerlingen uniek te kunnen identificeren en als de volgende gegevens beschikbaar zijn, de volgende gegevens van de leerling:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer.
De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.".
Art. 5. A l'article 37/45 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 3, la phrase " Les parents renouvellent leur accord par écrit. " est remplacée par la phrase " Les parents donnent leur accord écrit ou numérique. " ;
2° le paragraphe 4 est complété par les alinéas 2 et 3 ainsi rédigés :
" Lors de l'enregistrement de l'inscription dans les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, une école enregistre les données suivantes sur les élèves afin de pouvoir identifier les élèves de manière unique et si les données suivantes sont disponibles :
1° les données d'identification ;
2° la nationalité ;
3° le numéro d'identification.
Les services compétents de la Communauté flamande sont les responsables du traitement pour les données visées à l'alinéa 2. Les données visées à l'alinéa 2, sont conservées pendant trente ans au maximum en vue de garantir un parcours scolaire aisé, surtout en cas de séjour prolongé de l'élève dans l'enseignement. ".
1° au paragraphe 2, alinéa 3, la phrase " Les parents renouvellent leur accord par écrit. " est remplacée par la phrase " Les parents donnent leur accord écrit ou numérique. " ;
2° le paragraphe 4 est complété par les alinéas 2 et 3 ainsi rédigés :
" Lors de l'enregistrement de l'inscription dans les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, une école enregistre les données suivantes sur les élèves afin de pouvoir identifier les élèves de manière unique et si les données suivantes sont disponibles :
1° les données d'identification ;
2° la nationalité ;
3° le numéro d'identification.
Les services compétents de la Communauté flamande sont les responsables du traitement pour les données visées à l'alinéa 2. Les données visées à l'alinéa 2, sont conservées pendant trente ans au maximum en vue de garantir un parcours scolaire aisé, surtout en cas de séjour prolongé de l'élève dans l'enseignement. ".
Art. 6. In artikel 37/46, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de woorden "één geheel te beschouwen en één capaciteit te bepalen" vervangen door de woorden "één geheel te beschouwen of als één capaciteit te bepalen".
Art. 6. A l'article 37/46, § 4, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les mots " comme un ensemble et déterminer une seule capacité " sont remplacés par les mots " comme un ensemble ou déterminer comme une seule capacité ".
Art. 7. In artikel 37/47 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "voor hetzelfde schooljaar" en de woorden "in een andere school" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "gewoon onderwijs" en de woorden "wordt vastgesteld" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd.
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "voor hetzelfde schooljaar" en de woorden "in een andere school" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "gewoon onderwijs" en de woorden "wordt vastgesteld" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd.
Art. 7. A l'article 37/47 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " pour la même année scolaire " et les mots " dans une autre école " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " pour enseignement ordinaire " et les mots " pour l'année scolaire suivante ".
1° à l'alinéa 1, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " pour la même année scolaire " et les mots " dans une autre école " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " pour enseignement ordinaire " et les mots " pour l'année scolaire suivante ".
Art. 8. In artikel 37/48 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel 37bis, § 1," vervangen door de zinsnede "artikel 37/45, § 1,";
2° aan paragraaf 2, tweede lid, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag, vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen op de dag van die kennisneming.".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel 37bis, § 1," vervangen door de zinsnede "artikel 37/45, § 1,";
2° aan paragraaf 2, tweede lid, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag, vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen op de dag van die kennisneming.".
Art. 8. A l'article 37/48 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, le membre de phrase " l'article 37bis, § 1er, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/45, § 1, " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par les phrases suivantes :
" Après l'expiration du délai de soixante jours calendrier précité, l'élève est définitivement inscrit. Lorsque l'école ne prend connaissance d'un rapport, visé à l'alinéa premier, qu'après l'inscription de l'élève, ce délai de soixante jours calendaires commence le jour de cette prise de connaissance. "
1° au paragraphe 1, le membre de phrase " l'article 37bis, § 1er, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/45, § 1, " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par les phrases suivantes :
" Après l'expiration du délai de soixante jours calendrier précité, l'élève est définitivement inscrit. Lorsque l'école ne prend connaissance d'un rapport, visé à l'alinéa premier, qu'après l'inscription de l'élève, ce délai de soixante jours calendaires commence le jour de cette prise de connaissance. "
Art. 9. Artikel 37/49 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 37/49. Alle schoolbesturen die een school of vestigingsplaats hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, zijn voor hun scholen of vestigingsplaatsen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied verplicht tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure.".
"Art. 37/49. Alle schoolbesturen die een school of vestigingsplaats hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, zijn voor hun scholen of vestigingsplaatsen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied verplicht tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure.".
Art. 9. L'article 37/49 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 37/49. Toutes les autorités scolaires qui ont une école ou une implantation au sein de la zone d'action de la LOP Bruxelles-Capitale sont obligées de suivre une procédure de préinscription commune pour leurs écoles ou implantations d'enseignement ordinaire au sein de cette zone d'action respective. ".
" Art. 37/49. Toutes les autorités scolaires qui ont une école ou une implantation au sein de la zone d'action de la LOP Bruxelles-Capitale sont obligées de suivre une procédure de préinscription commune pour leurs écoles ou implantations d'enseignement ordinaire au sein de cette zone d'action respective. ".
Art. 10. In artikel 37/50, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de zin "Na afsluiten van de aanmeldingsperiode worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/58, 37/59, 37/60 en 37/61, en in voorkomend geval, volgens artikel 37/57." vervangen door de zin "Nadat de aanmeldingsperiode is afgesloten, worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/58, 37/59 en 37/61, en in voorkomend geval conform artikel 37/57 en 37/60.".
Art. 10. A l'article 37/50, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, la phrase " A la fin de la période de préinscription, les élèves préinscrits sont classés conformément aux articles 37/59, 37/60 et 37/61 et, le cas échéant, conformément à l'article 37/57. " est remplacée par la phrase " Après la clôture de la période de préinscription, les élèves préinscrits sont classés conformément aux articles 37/58, 37/59 et 37/61 et, le cas échéant, conformément aux articles 37/57 et 37/60. ".
Art. 11. In artikel 37/51 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zin "welk standaarddossier als vermeld in artikel 37/53, het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken." vervangen door de zin "welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wil afwijken conform artikel 37/53.";
2° in paragraaf 1 wordt het lid "De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid." opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling, vermeld in het eerste lid.";
4° er worden een paragraaf 4 tot en met 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuivere materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene die zich aanmeldt voor een specifieke school, een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.
§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR, conform artikel 37/69. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 37/69, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 37/68, § 2, eerste lid.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zin "welk standaarddossier als vermeld in artikel 37/53, het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken." vervangen door de zin "welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wil afwijken conform artikel 37/53.";
2° in paragraaf 1 wordt het lid "De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid." opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling, vermeld in het eerste lid.";
4° er worden een paragraaf 4 tot en met 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuivere materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene die zich aanmeldt voor een specifieke school, een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.
§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR, conform artikel 37/69. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 37/69, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 37/68, § 2, eerste lid.".
Art. 11. A l'article 37/51 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, la phrase " le dossier type, tel que mentionné à l'article 37/53, qu'elle utilisera pour organiser la procédure de préinscription, ou le dossier type auquel l'autorité scolaire ou la LOP souhaite déroger. " est remplacée par la phrase " le dossier type qu'elle utilisera pour organiser la procédure de préinscription, ou le dossier type auquel l'autorité scolaire ou la LOP souhaite déroger conformément à l'article 37/53. " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa " Le Gouvernement flamand fixe le modèle de chaque dossier type et du formulaire pour les notifications, visées à l'alinéa 1er. " est abrogé.
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Lorsqu'une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement, ou la LOP font précéder les inscriptions par une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation chargé des inscriptions qui s'occupera du traitement de première ligne :
1° de plaintes et constatations relatives à des erreurs techniques ou à des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° des questions relatives à une reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand détermine la composition du service de médiation " inscriptions " et en règle le fonctionnement. Le service de médiation " inscriptions " est composé d'au moins un représentant d'une association des parents reconnue et d'un représentant de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation " inscriptions " est responsable du traitement de première ligne visé au premier alinéa. " ;
4° il est ajouté des paragraphes 4 à 6 ainsi rédigés :
" § 4. Au paragraphe 3, alinéa 1, 1°, on entend par erreur technique ou erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives : le cas où une erreur technique ou une erreur purement matérielle au cours de la procédure de préinscription affecte le classement ou l'attribution de l'élève concerné. La procédure de préinscription se termine au début de la période des inscriptions libres. Des plaintes et des constatations introduites après l'expiration du délai de quinze jours calendrier après le constat des faits contestés ne sont pas recevables.
Si le service de médiation " inscriptions ", émet, suite à une plainte sur ou une constatation d'une erreur technique ou d'une erreur purement matérielle pour les attributions finales, un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit au registre de préinscription par le LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires avec la correction de l'erreur avant que l'attribution finale ait lieu.
Si le service de médiation " inscriptions ", émet, suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle après une attribution finale, un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit en surcapacité par l'autorité scolaire concernée conformément à l'article 37/64.
Si le service de médiation " inscriptions " émet un avis négatif suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur matérielle avant ou après les attributions finales, l'école n'est pas tenue de modifier la préinscription ou l'attribution de l'élève en question.
§ 5. Au paragraphe 3, alinéa 1, 2°, on entend par une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire : un cas dans lequel l'intéressé qui se présente à une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève en question dans cette école et où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Si un parent soumet une question pour la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation " inscriptions ", le service de médiation soumet la question à l'autorité scolaire en question. Si l'autorité scolaire en question estime qu'une inscription éventuelle en surcapacité est possible, elle soumet cette question à la CLR. La CLR se prononcera dans un délai de 30 jours calendrier sur la situation exceptionnelle où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Ce n'est que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève, que l'élève peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 37/64.
§ 6. Après le traitement de la plainte relative à une erreur technique ou matérielle, une plainte peut être déposée auprès de la CLR, conformément à l'article 37/69. Le traitement de la situation exceptionnelle tel que prévu au paragraphe 5 ne peut faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation " inscriptions " suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 37/69, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation dans le cadre de la LOP, visée à l'article 37/68, § 2, alinéa 1. ".
1° au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, la phrase " le dossier type, tel que mentionné à l'article 37/53, qu'elle utilisera pour organiser la procédure de préinscription, ou le dossier type auquel l'autorité scolaire ou la LOP souhaite déroger. " est remplacée par la phrase " le dossier type qu'elle utilisera pour organiser la procédure de préinscription, ou le dossier type auquel l'autorité scolaire ou la LOP souhaite déroger conformément à l'article 37/53. " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa " Le Gouvernement flamand fixe le modèle de chaque dossier type et du formulaire pour les notifications, visées à l'alinéa 1er. " est abrogé.
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Lorsqu'une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement, ou la LOP font précéder les inscriptions par une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation chargé des inscriptions qui s'occupera du traitement de première ligne :
1° de plaintes et constatations relatives à des erreurs techniques ou à des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° des questions relatives à une reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand détermine la composition du service de médiation " inscriptions " et en règle le fonctionnement. Le service de médiation " inscriptions " est composé d'au moins un représentant d'une association des parents reconnue et d'un représentant de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation " inscriptions " est responsable du traitement de première ligne visé au premier alinéa. " ;
4° il est ajouté des paragraphes 4 à 6 ainsi rédigés :
" § 4. Au paragraphe 3, alinéa 1, 1°, on entend par erreur technique ou erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives : le cas où une erreur technique ou une erreur purement matérielle au cours de la procédure de préinscription affecte le classement ou l'attribution de l'élève concerné. La procédure de préinscription se termine au début de la période des inscriptions libres. Des plaintes et des constatations introduites après l'expiration du délai de quinze jours calendrier après le constat des faits contestés ne sont pas recevables.
Si le service de médiation " inscriptions ", émet, suite à une plainte sur ou une constatation d'une erreur technique ou d'une erreur purement matérielle pour les attributions finales, un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit au registre de préinscription par le LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires avec la correction de l'erreur avant que l'attribution finale ait lieu.
Si le service de médiation " inscriptions ", émet, suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle après une attribution finale, un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit en surcapacité par l'autorité scolaire concernée conformément à l'article 37/64.
Si le service de médiation " inscriptions " émet un avis négatif suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur matérielle avant ou après les attributions finales, l'école n'est pas tenue de modifier la préinscription ou l'attribution de l'élève en question.
§ 5. Au paragraphe 3, alinéa 1, 2°, on entend par une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire : un cas dans lequel l'intéressé qui se présente à une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève en question dans cette école et où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Si un parent soumet une question pour la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation " inscriptions ", le service de médiation soumet la question à l'autorité scolaire en question. Si l'autorité scolaire en question estime qu'une inscription éventuelle en surcapacité est possible, elle soumet cette question à la CLR. La CLR se prononcera dans un délai de 30 jours calendrier sur la situation exceptionnelle où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Ce n'est que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève, que l'élève peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 37/64.
§ 6. Après le traitement de la plainte relative à une erreur technique ou matérielle, une plainte peut être déposée auprès de la CLR, conformément à l'article 37/69. Le traitement de la situation exceptionnelle tel que prévu au paragraphe 5 ne peut faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation " inscriptions " suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 37/69, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation dans le cadre de la LOP, visée à l'article 37/68, § 2, alinéa 1. ".
Art. 12. In artikel 37/52 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.
Voor scholen die, conform artikel 37/17, § 3, en na goedkeuring van het LOP Brussel-Hoofdstad, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van het LOP Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke ordeningscriteria en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.".
" § 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.
Voor scholen die, conform artikel 37/17, § 3, en na goedkeuring van het LOP Brussel-Hoofdstad, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van het LOP Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke ordeningscriteria en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.".
Art. 12. A l'article 37/52 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Les écoles effectuant des préinscriptions, situées dans la zone d'action d'une LOP organisent conjointement la procédure de préinscription. Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription est approuvée par la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP, tels que visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016.
Pour les écoles qui, conformément à l'article 37/17, § 3, et sous réserve de l'approbation de la LOP Bruxelles-Capitale, rejoignent la procédure de préinscription de la LOP Bruxelles-Capitale, les critères de classement et les groupes prioritaires respectifs visés aux articles 37/22, 37/23 et, le cas échéant, 37/24, continuent à s'appliquer intégralement. ".
" § 1. Les écoles effectuant des préinscriptions, situées dans la zone d'action d'une LOP organisent conjointement la procédure de préinscription. Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription est approuvée par la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP, tels que visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016.
Pour les écoles qui, conformément à l'article 37/17, § 3, et sous réserve de l'approbation de la LOP Bruxelles-Capitale, rejoignent la procédure de préinscription de la LOP Bruxelles-Capitale, les critères de classement et les groupes prioritaires respectifs visés aux articles 37/22, 37/23 et, le cas échéant, 37/24, continuent à s'appliquer intégralement. ".
Art. 13. In artikel 37/54 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt tussen de zinsnede "gelden," en het woord "een" de zinsnede "uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit," ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° melden aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR dat ze de aanmeldingen zal organiseren conform een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1. Voor die melding wordt het formulier, vermeld in artikel 37/51, § 2, gebruikt;";
3° in paragraaf 1, 3°, wordt de zin "De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure." opgeheven;
4° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.";
5° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, voorleggen aan de Vlaamse Regering.";
6° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. ";
7° in paragraaf 3, eerste lid, wordt tussen het woord "LOP" en het woord "beslissen" de zinsnede ", uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit," ingevoegd;
8° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. ".
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt tussen de zinsnede "gelden," en het woord "een" de zinsnede "uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit," ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° melden aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR dat ze de aanmeldingen zal organiseren conform een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1. Voor die melding wordt het formulier, vermeld in artikel 37/51, § 2, gebruikt;";
3° in paragraaf 1, 3°, wordt de zin "De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure." opgeheven;
4° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.";
5° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, voorleggen aan de Vlaamse Regering.";
6° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. ";
7° in paragraaf 3, eerste lid, wordt tussen het woord "LOP" en het woord "beslissen" de zinsnede ", uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit," ingevoegd;
8° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. ".
Art. 13. A l'article 37/54 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, phrase introductive, les mots " au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, " sont insérés entre le mot " inscriptions, " et le mot " prendre " ;
2° au paragraphe 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et de la CLR qu'ils organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type visé à l'article 37/51, § 1. Le formulaire visé à l'article 37/51, § 2, est utilisé pour cette notification ; " ;
3° au paragraphe 1, 3°, la phrase " Le Gouvernement flamand arrête les modalités du déroulement de la procédure. " est abrogée ;
4° au paragraphe 1, il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1. " ;
5° au paragraphe 2, l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit :
" En cas d'une décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type, qui sont présentées conformément au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type ;
2° soumettre au Gouvernement flamand, au plus tard dans les dix jours calendrier après la réception de la décision négative, et une seule fois, la proposition adaptée de dérogations par rapport à un dossier type visé à l'article 37/51, § 1 ;
6° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 37/51, § 1, alinéa 1, 2° ;
7° au paragraphe 3, alinéa premier, le membre de phrase " , au plus tard dans les dix jours calendrier après la réception de la décision négative " est inséré entre le mot " décider " et le membre de phrase " d'organiser ".
8° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 37/51, § 1, alinéa 1, 2°. ".
1° au paragraphe 1, phrase introductive, les mots " au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, " sont insérés entre le mot " inscriptions, " et le mot " prendre " ;
2° au paragraphe 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et de la CLR qu'ils organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type visé à l'article 37/51, § 1. Le formulaire visé à l'article 37/51, § 2, est utilisé pour cette notification ; " ;
3° au paragraphe 1, 3°, la phrase " Le Gouvernement flamand arrête les modalités du déroulement de la procédure. " est abrogée ;
4° au paragraphe 1, il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1. " ;
5° au paragraphe 2, l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit :
" En cas d'une décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type, qui sont présentées conformément au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type ;
2° soumettre au Gouvernement flamand, au plus tard dans les dix jours calendrier après la réception de la décision négative, et une seule fois, la proposition adaptée de dérogations par rapport à un dossier type visé à l'article 37/51, § 1 ;
6° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 37/51, § 1, alinéa 1, 2° ;
7° au paragraphe 3, alinéa premier, le membre de phrase " , au plus tard dans les dix jours calendrier après la réception de la décision négative " est inséré entre le mot " décider " et le membre de phrase " d'organiser ".
8° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 37/51, § 1, alinéa 1, 2°. ".
Art. 14. In artikel 37/55 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, wordt de zinsnede ", desgevallend per contingent als vermeld in artikel 37/60" opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° in voorkomend geval, voor de start van de inschrijvingen of de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;";
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", mits toepassing van de volgens artikel 37/60 te bepalen contingenten" opgeheven.
1° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, wordt de zinsnede ", desgevallend per contingent als vermeld in artikel 37/60" opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° in voorkomend geval, voor de start van de inschrijvingen of de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;";
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", mits toepassing van de volgens artikel 37/60 te bepalen contingenten" opgeheven.
Art. 14. A l'article 37/55 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 1, phrase introductive, le membre de phrase " le cas échéant par quota, tel que mentionné à l'article 37/60 " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° le cas échéant, avant le début des inscriptions ou des préinscriptions des groupes prioritaires, visés à l'article 37/55, §§ 2 et 3 ; " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 1, le membre de phrase " sous réserve de l'application des quotas à déterminer conformément à l'article 37/60 " est abrogé.
1° au paragraphe 2, alinéa 1, phrase introductive, le membre de phrase " le cas échéant par quota, tel que mentionné à l'article 37/60 " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° le cas échéant, avant le début des inscriptions ou des préinscriptions des groupes prioritaires, visés à l'article 37/55, §§ 2 et 3 ; " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 1, le membre de phrase " sous réserve de l'application des quotas à déterminer conformément à l'article 37/60 " est abrogé.
Art. 15. Aan artikel 37/56, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 28 februari 2023 tot en met 21 maart 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 21 april 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 24 april 2023 tot en met 15 mei 2023;
4° de vrije inschrijvingsperiode voor de eventueel resterende vrije plaatsen start op 23 mei 2023.".
"In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 28 februari 2023 tot en met 21 maart 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 21 april 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 24 april 2023 tot en met 15 mei 2023;
4° de vrije inschrijvingsperiode voor de eventueel resterende vrije plaatsen start op 23 mei 2023.".
Art. 15. A l'article 37/56, § 1, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, il est ajouté un alinéa 2 ainsi rédigé :
" Par dérogation au premier alinéa, les périodes et dates suivantes s'appliquent pour les inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 :
1° de période de préinscription pour les inscriptions s'étend du 28 février 2023 au 21 mars 2023 inclus ;
2° la date limite de publication des résultats des préinscriptions des élèves est fixée au 21 avril 2023 ;
3° les élèves classés favorablement peuvent s'inscrire du 24 avril 2023 au 15 mai 2023 inclus ;
4° la période d'inscription libre pour les places libres restantes, le cas échéant, débute le 23 mai 2023. ".
" Par dérogation au premier alinéa, les périodes et dates suivantes s'appliquent pour les inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 :
1° de période de préinscription pour les inscriptions s'étend du 28 février 2023 au 21 mars 2023 inclus ;
2° la date limite de publication des résultats des préinscriptions des élèves est fixée au 21 avril 2023 ;
3° les élèves classés favorablement peuvent s'inscrire du 24 avril 2023 au 15 mai 2023 inclus ;
4° la période d'inscription libre pour les places libres restantes, le cas échéant, débute le 23 mai 2023. ".
Art. 16. In artikel 37/57, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in artikel 37/59 en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.".
"Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in artikel 37/59 en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.".
Art. 16. A l'article 37/57, § 4, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, a déjà été atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1°, 2° ou 3°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves sont classés selon le critère d'ordre des groupes prioritaires et le critère d'ordre ou la combinaison de critères d'ordre, tels que les autres enfants visés à l'article 37/59 et visés par le dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53. ".
" Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, a déjà été atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1°, 2° ou 3°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves sont classés selon le critère d'ordre des groupes prioritaires et le critère d'ordre ou la combinaison de critères d'ordre, tels que les autres enfants visés à l'article 37/59 et visés par le dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53. ".
Art. 17. Artikel 37/59 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 37/59. § 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode die de Vlaamse Regering vastlegt, ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de schoolbesturen in kwestie, het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° eerst de kinderen van de ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
2° in voorkomend geval de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
3° na de ordening op basis van het criterium, vermeld in punt 1°, en in voorkomend geval punt 2°, tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° en 2° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze onderschreven hebben of de eventuele afwijkingen daarop zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 3°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.
§ 2. Als het schoolbestuur beslist om de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/57, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 37/57, § 3;
4° dan de kinderen van ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
5° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
6° tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen, vermeld in punt 4° en 5°, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier die ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier dat door het schoolbestuur is onderschreven of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.".
"Art. 37/59. § 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode die de Vlaamse Regering vastlegt, ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de schoolbesturen in kwestie, het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° eerst de kinderen van de ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
2° in voorkomend geval de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
3° na de ordening op basis van het criterium, vermeld in punt 1°, en in voorkomend geval punt 2°, tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° en 2° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze onderschreven hebben of de eventuele afwijkingen daarop zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 3°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.
§ 2. Als het schoolbestuur beslist om de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/57, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 37/57, § 3;
4° dan de kinderen van ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
5° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
6° tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen, vermeld in punt 4° en 5°, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier die ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier dat door het schoolbestuur is onderschreven of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.".
Art. 17. L'article 37/59 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacée par ce qui suit :
" Art. 37/59. § 1. A la fin de la période de préinscription fixée par le Gouvernement flamand, l'autorité scolaire ou, sous réserve de l'accord des autorités scolaires concernées, la LOP classe, pour chacune de ses écoles, tous les élèves préinscrits de la manière suivante :
1° en premier lieu les enfants des parents qui, conformément à l'article 37/58, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
2° le cas échéant, les enfants appartenant à un groupe sous-représenté visé à l'annexe 37/60 ;
3° après le classement sur la base du critère visé au point 1°, et, le cas échéant, au point 2°, enfin, les autres enfants à l'aide d'un ou d'une combinaison des critères de classement suivants, y compris, le cas échéant, les élèves qui restent après l'application des critères visés aux points 1° et 2° :
a) la distance entre le domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) la distance entre l'adresse de travail d'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) la coïncidence. Il peut uniquement être opté pour ce critère de classement en combinaison avec au moins un des critères de classement visés aux points a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix des parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins un des critères de classement, visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP utilisent le critère de classement ou la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci telles qu'approuvées par la CLR.
Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1° ou 2°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves sont classés selon le critère de classement des groupes prioritaires et le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, tels que les autres enfants visés à l'alinéa premier, 3°, et visés au dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53.
§ 2. Si l'autorité scolaire décide d'organiser la priorité pour les groupes prioritaires visés à l'article 37/57, exclusivement ou après une période de priorité préalable, via la procédure de préinscription pour tous les élèves, tous les élèves préinscrits sont classés de la manière suivante :
1° en premier lieu les élèves appartenant aux deux groupes prioritaires visés à l'article 37/57, §§ 2 et 3 ;
2° ensuite les élèves appartenant à la même unité de vie visés à l'article 37/57, § 2 ;
3° ensuite les enfants ayant un parent qui est membre du personnel visés à l'article 37/57. § 3;
4° ensuite les enfants parents qui, conformément à l'article 37/58, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
5° le cas échéant, ensuite les élèves appartenant au groupe sous-représenté visé à l'article 37/60 ;
6° enfin, les autres enfants sur la base d'un critères de classement ou d'une combinaison des critères de classement suivants, y compris, le cas échéant, les élèves visés aux points 4° et 5° qui subsistent après l'application des critères visés aux points 1° à 5° :
a) la distance entre le domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) La distance entre l'adresse de travail de l'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) la coïncidence. Ce critère de classement peut uniquement être choisi en combinaison avec au moins un des critères de classement visés aux points a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix des parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins un des critères de classement, visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP utilisent le critère de classement ou la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci, telles qu'approuvées par la CLR.
Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1°, 2°, 3°, 4° ou 5°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves concerné sont classés selon l'ordre des groupes prioritaires et selon le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, tels que les autres enfants visés à l'alinéa 1, 6°, et visés au dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53. ".
" Art. 37/59. § 1. A la fin de la période de préinscription fixée par le Gouvernement flamand, l'autorité scolaire ou, sous réserve de l'accord des autorités scolaires concernées, la LOP classe, pour chacune de ses écoles, tous les élèves préinscrits de la manière suivante :
1° en premier lieu les enfants des parents qui, conformément à l'article 37/58, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
2° le cas échéant, les enfants appartenant à un groupe sous-représenté visé à l'annexe 37/60 ;
3° après le classement sur la base du critère visé au point 1°, et, le cas échéant, au point 2°, enfin, les autres enfants à l'aide d'un ou d'une combinaison des critères de classement suivants, y compris, le cas échéant, les élèves qui restent après l'application des critères visés aux points 1° et 2° :
a) la distance entre le domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) la distance entre l'adresse de travail d'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) la coïncidence. Il peut uniquement être opté pour ce critère de classement en combinaison avec au moins un des critères de classement visés aux points a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix des parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins un des critères de classement, visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP utilisent le critère de classement ou la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci telles qu'approuvées par la CLR.
Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1° ou 2°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves sont classés selon le critère de classement des groupes prioritaires et le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, tels que les autres enfants visés à l'alinéa premier, 3°, et visés au dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53.
§ 2. Si l'autorité scolaire décide d'organiser la priorité pour les groupes prioritaires visés à l'article 37/57, exclusivement ou après une période de priorité préalable, via la procédure de préinscription pour tous les élèves, tous les élèves préinscrits sont classés de la manière suivante :
1° en premier lieu les élèves appartenant aux deux groupes prioritaires visés à l'article 37/57, §§ 2 et 3 ;
2° ensuite les élèves appartenant à la même unité de vie visés à l'article 37/57, § 2 ;
3° ensuite les enfants ayant un parent qui est membre du personnel visés à l'article 37/57. § 3;
4° ensuite les enfants parents qui, conformément à l'article 37/58, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
5° le cas échéant, ensuite les élèves appartenant au groupe sous-représenté visé à l'article 37/60 ;
6° enfin, les autres enfants sur la base d'un critères de classement ou d'une combinaison des critères de classement suivants, y compris, le cas échéant, les élèves visés aux points 4° et 5° qui subsistent après l'application des critères visés aux points 1° à 5° :
a) la distance entre le domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) La distance entre l'adresse de travail de l'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) la coïncidence. Ce critère de classement peut uniquement être choisi en combinaison avec au moins un des critères de classement visés aux points a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix des parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins un des critères de classement, visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP utilisent le critère de classement ou la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci, telles qu'approuvées par la CLR.
Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 37/55, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1, 1°, 2°, 3°, 4° ou 5°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves concerné sont classés selon l'ordre des groupes prioritaires et selon le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, tels que les autres enfants visés à l'alinéa 1, 6°, et visés au dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou aux dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/53. ".
Art. 18. Artikel 37/60 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 37/60. § 1. Een schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor een of meer van zijn scholen per bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, voorrang te verlenen aan een of meer ondervertegenwoordigde groepen, namelijk een of meer groepen van leerlingen die, op basis van een of meer objectieve kenmerken, in de school relatief ondervertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie. De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot een of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55.
Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen met hetzelfde of verschillend percentage, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.
Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, wat betreft zowel het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel van het LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dan kan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden, als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het eerste voorstel bekrachtigd had.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, het voorstel toe.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.
§ 2. Het LOP meldt de toepassing van deze voorrang altijd, en uiterlijk op 31 januari, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
Scholen en het LOP kunnen hun voorstel van inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen ook voor advies voorleggen aan de CLR. Ze doen dat uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de aanmeldingen. De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51.".
"Art. 37/60. § 1. Een schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor een of meer van zijn scholen per bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, voorrang te verlenen aan een of meer ondervertegenwoordigde groepen, namelijk een of meer groepen van leerlingen die, op basis van een of meer objectieve kenmerken, in de school relatief ondervertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie. De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot een of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55.
Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen met hetzelfde of verschillend percentage, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.
Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, wat betreft zowel het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel van het LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dan kan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden, als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het eerste voorstel bekrachtigd had.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, het voorstel toe.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.
§ 2. Het LOP meldt de toepassing van deze voorrang altijd, en uiterlijk op 31 januari, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
Scholen en het LOP kunnen hun voorstel van inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen ook voor advies voorleggen aan de CLR. Ze doen dat uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de aanmeldingen. De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51.".
Art. 18. L'article 37/60 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 37/60. § 1. Une autorité scolaire peut choisir d'accorder la priorité, pour l'une ou plusieurs de ses écoles par capacité déterminée, visée à l'article 37/55, à un ou plusieurs groupes sous-représentés, à savoir un ou plusieurs groupes d'élèves qui, sur la base d'une ou de plusieurs caractéristiques objectives, sont relativement sous-représentés dans l'école par rapport à une population de référence, La priorité est appliquée jusqu'à ce qu'un maximum de 20 % de la capacité déterminée soit occupé par les élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. De même, dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité ne peut pas dépasser 20 % de la capacité déterminée visée à l'article 37/55.
Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour un plus grand nombre de groupes sous-représentés avec un pourcentage identique ou différent, la LOP ou une autorité scolaire détermine chaque fois quel groupe du classement a la priorité sur quel autre groupe.
La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité des groupes sous-représentés dans les écoles situées dans sa zone d'action, tant en ce qui concerne la part de capacité réservée aux écoles qu'en ce qui concerne la détermination de la délimitation de fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords conclus à ce sujet au sein de la LOP. Le LOP soumet cette proposition à la ratification du Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande n'approuve pas une proposition de la LOP la première fois, la LOP élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet cette nouvelle proposition à la ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si une première proposition a déjà été ratifiée par le Conseil de la Commission communautaire flamande, le Conseil de la Commission communautaire flamande peut, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise à la ratification du Conseil de la Commission communautaire flamande, choisir de remplacer cette première proposition par la nouvelle proposition. Si la nouvelle proposition visée au quatrième alinéa est ratifiée, la nouvelle proposition remplace la première.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée au troisième alinéa, est maintenue, si le Conseil de la Commission communautaire flamande avait ratifié la première proposition.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ratifie une proposition, les implantations situées dans la zone d'action de la LOP l'appliqueront.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ne ratifie aucune proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes, pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP, quels groupes sous-représentés les appliqueront.
§ 2. La LOP communique toujours, et au plus tard le 31 janvier, l'application de cette priorité aux services compétents de la Communauté flamande.
Les écoles et la LOP peuvent également soumettre pour avis à la CLR leur proposition de délimitation du contenu des groupes sous-représentés choisis localement. Elles le font au plus tard le 15 septembre précédant les préinscriptions. La délimitation du contenu des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type visé à l'article 37/51, ou ne constitue aucune dérogation au dossier type visé à l'article 37/51. ".
" Art. 37/60. § 1. Une autorité scolaire peut choisir d'accorder la priorité, pour l'une ou plusieurs de ses écoles par capacité déterminée, visée à l'article 37/55, à un ou plusieurs groupes sous-représentés, à savoir un ou plusieurs groupes d'élèves qui, sur la base d'une ou de plusieurs caractéristiques objectives, sont relativement sous-représentés dans l'école par rapport à une population de référence, La priorité est appliquée jusqu'à ce qu'un maximum de 20 % de la capacité déterminée soit occupé par les élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. De même, dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité ne peut pas dépasser 20 % de la capacité déterminée visée à l'article 37/55.
Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour un plus grand nombre de groupes sous-représentés avec un pourcentage identique ou différent, la LOP ou une autorité scolaire détermine chaque fois quel groupe du classement a la priorité sur quel autre groupe.
La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité des groupes sous-représentés dans les écoles situées dans sa zone d'action, tant en ce qui concerne la part de capacité réservée aux écoles qu'en ce qui concerne la détermination de la délimitation de fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords conclus à ce sujet au sein de la LOP. Le LOP soumet cette proposition à la ratification du Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande n'approuve pas une proposition de la LOP la première fois, la LOP élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet cette nouvelle proposition à la ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si une première proposition a déjà été ratifiée par le Conseil de la Commission communautaire flamande, le Conseil de la Commission communautaire flamande peut, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise à la ratification du Conseil de la Commission communautaire flamande, choisir de remplacer cette première proposition par la nouvelle proposition. Si la nouvelle proposition visée au quatrième alinéa est ratifiée, la nouvelle proposition remplace la première.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée au troisième alinéa, est maintenue, si le Conseil de la Commission communautaire flamande avait ratifié la première proposition.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ratifie une proposition, les implantations situées dans la zone d'action de la LOP l'appliqueront.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ne ratifie aucune proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes, pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP, quels groupes sous-représentés les appliqueront.
§ 2. La LOP communique toujours, et au plus tard le 31 janvier, l'application de cette priorité aux services compétents de la Communauté flamande.
Les écoles et la LOP peuvent également soumettre pour avis à la CLR leur proposition de délimitation du contenu des groupes sous-représentés choisis localement. Elles le font au plus tard le 15 septembre précédant les préinscriptions. La délimitation du contenu des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type visé à l'article 37/51, ou ne constitue aucune dérogation au dossier type visé à l'article 37/51. ".
Art. 19. In artikel 37/61 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden tussen de woorden "op basis van" en de woorden "dezelfde combinatie" de woorden "de volgorde van de voorrangsgroepen en" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "ordeningscriteria" vervangen door de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria";
3° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "indicatoren" vervangen door de woorden "de opgegeven voorrangsgroep" en worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "klachten, vaststellingen en vragen".
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden tussen de woorden "op basis van" en de woorden "dezelfde combinatie" de woorden "de volgorde van de voorrangsgroepen en" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "ordeningscriteria" vervangen door de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria";
3° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "indicatoren" vervangen door de woorden "de opgegeven voorrangsgroep" en worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "klachten, vaststellingen en vragen".
Art. 19. A l'article 37/61 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " de l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre les mots " sur la base " et les mots " de la même combinaison " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " les critères de classement " sont remplacés par les mots " l'ordre des groupes prioritaires et les critères de classement " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 3, de la version néerlandaise, le mot " indicatoren " est remplacé par les mots " de opgegeven vestigingsgroep " et les mots " dysfonctionnements et de plaintes de première ligne " sont remplacés par le membre de phrase " de plaintes, constats et questions ".
1° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " de l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre les mots " sur la base " et les mots " de la même combinaison " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " les critères de classement " sont remplacés par les mots " l'ordre des groupes prioritaires et les critères de classement " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 3, de la version néerlandaise, le mot " indicatoren " est remplacé par les mots " de opgegeven vestigingsgroep " et les mots " dysfonctionnements et de plaintes de première ligne " sont remplacés par le membre de phrase " de plaintes, constats et questions ".
Art. 20. In artikel 37/62 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", in voorkomend geval per contingent," opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/55, met respect voor de volgorde van de voorrangsgroepen en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60 betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, tweede lid, en artikel 37/60, § 2, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had." vervangen door de zin "Met uitzondering van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door een verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, § 3, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, 37/58 en 37/60, en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60, betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, en artikel 37/60, § 1, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", in voorkomend geval per contingent," opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/55, met respect voor de volgorde van de voorrangsgroepen en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60 betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, tweede lid, en artikel 37/60, § 2, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had." vervangen door de zin "Met uitzondering van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door een verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, § 3, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, 37/58 en 37/60, en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60, betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, en artikel 37/60, § 1, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.".
Art. 20. A l'article 37/62 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, alinéa 1, le membre de phrase " , le cas échéant par quota, " est abrogé.
2° au paragraphe 2, alinéa 1, la phrase " A l'exception des élèves qui ont été inscrits en surcapacité, comme visé à l'article 37/64, lors de la prise de places vacantes ou de places supplémentaires par augmentation de capacité, conformément à l'article 37/55, l'ordre des groupes prioritaires et, en ce qui concerne les élèves, visés aux articles 37/58 et 37/60, en vue de réaliser leur part respective, visée aux articles 37/58, § 3, alinéa 2, et 37/60, § 2, l'ordre est respecté jusqu'au cinquième jour de classe d'octobre inclus de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. " est remplacée par la phrase " A l'exception des élèves inscrits en surcapacité conformément à l'article 37/64, lors de la prise de places vacantes ou de places supplémentaires dues à l'augmentation de la capacité visée à l'article 37/55, § 3, l'ordre des refus est respecté, y compris l'ordre des groupes prioritaires visé aux articles 37/57, 37/58 et 37/60, et, en ce qui concerne les élèves visés aux articles 37/58 et 37/60, pour atteindre leurs parts respectives visées aux articles 37/58, § 3 et 37/60, § 1, jusqu'au cinquième jour scolaire du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. ".
1° au paragraphe 1, alinéa 1, le membre de phrase " , le cas échéant par quota, " est abrogé.
2° au paragraphe 2, alinéa 1, la phrase " A l'exception des élèves qui ont été inscrits en surcapacité, comme visé à l'article 37/64, lors de la prise de places vacantes ou de places supplémentaires par augmentation de capacité, conformément à l'article 37/55, l'ordre des groupes prioritaires et, en ce qui concerne les élèves, visés aux articles 37/58 et 37/60, en vue de réaliser leur part respective, visée aux articles 37/58, § 3, alinéa 2, et 37/60, § 2, l'ordre est respecté jusqu'au cinquième jour de classe d'octobre inclus de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. " est remplacée par la phrase " A l'exception des élèves inscrits en surcapacité conformément à l'article 37/64, lors de la prise de places vacantes ou de places supplémentaires dues à l'augmentation de la capacité visée à l'article 37/55, § 3, l'ordre des refus est respecté, y compris l'ordre des groupes prioritaires visé aux articles 37/57, 37/58 et 37/60, et, en ce qui concerne les élèves visés aux articles 37/58 et 37/60, pour atteindre leurs parts respectives visées aux articles 37/58, § 3 et 37/60, § 1, jusqu'au cinquième jour scolaire du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. ".
Art. 21. In artikel 37/64 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt de zinsnede "artikel 37/55, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/55, § 4,";
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4° quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie;";
3° in paragraaf 1, 2°, wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
4° aan paragraaf 1, 2°, worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 15;";
5° in paragraaf 1, 4°, worden de woorden "hetzelfde niveau" vervangen door de zinsnede "hetzelfde geboortejaar of leerjaar, vermeld in artikel 37/55, § 1,";
6° in paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede "disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 37/51, § 3, toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 37/51, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd";
7° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, verhuisd zijn vanuit een andere gemeente en nu gedomicilieerd zijn in de gemeente van de vestigingsplaats.";
8° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "artikel 37/55, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/55, § 4,".
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt de zinsnede "artikel 37/55, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/55, § 4,";
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4° quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie;";
3° in paragraaf 1, 2°, wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
4° aan paragraaf 1, 2°, worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 15;";
5° in paragraaf 1, 4°, worden de woorden "hetzelfde niveau" vervangen door de zinsnede "hetzelfde geboortejaar of leerjaar, vermeld in artikel 37/55, § 1,";
6° in paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede "disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 37/51, § 3, toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 37/51, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd";
7° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, verhuisd zijn vanuit een andere gemeente en nu gedomicilieerd zijn in de gemeente van de vestigingsplaats.";
8° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "artikel 37/55, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/55, § 4,".
Art. 21. A l'article 37/64 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, phrase introductive, le membre de phrase " l'article 37/55, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/55, § 4, " ;
2° au paragraphe 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les élèves qui répondent à la définition d'un primo-arrivant allophone dans l'enseignement ordinaire visé à l'article 3, 4° quater, à l'exception des conditions d'âge mentionnées dans cette définition ; " ;
3° au paragraphe 1, 2°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour la fonction séjour, notamment un cadre de vie adapté sous surveillance et encadrement, auprès d'un prestataire d'aide à la jeunesse sur orientation d'une structure mandatée ou d'un Service Social du Tribunal de la jeunesse ; " ;
4° le paragraphe 1, 2°, est complété par un point d) et un point e) ainsi rédigés :
" d) soit sont adoptés dans une famille disposant d'une requête d'adoption nationale ou étrangère déposée auprès de la juridiction compétente, ou, à défaut, d'une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'une adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 15 ; " ;
5° au paragraphe 1, 4°, les mots " dans le même niveau " sont remplacés par le membre de phrase " par année de naissance ou dans la même année d'études visées à l'article 37/55, § 1, " ;
6° au paragraphe 1, 6°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que prévue à l'article 37/51, § 3, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation " inscriptions " ou la CLR visés à l'article 37/51, §§ 3 à 5, a donné un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle " ;
7° le paragraphe 1 est complété par un point 7°, ainsi rédigé :
" 7° des élèves qui ont déménagé d'une autre commune pendant l'année scolaire en cours ou après le premier jour scolaire du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, et qui sont désormais domiciliés dans la commune du lieu d'implantation. " ;
8° au paragraphe 2, le membre de phrase " l'article 37/55, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/55, § 4, ".
1° au paragraphe 1, phrase introductive, le membre de phrase " l'article 37/55, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/55, § 4, " ;
2° au paragraphe 1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les élèves qui répondent à la définition d'un primo-arrivant allophone dans l'enseignement ordinaire visé à l'article 3, 4° quater, à l'exception des conditions d'âge mentionnées dans cette définition ; " ;
3° au paragraphe 1, 2°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour la fonction séjour, notamment un cadre de vie adapté sous surveillance et encadrement, auprès d'un prestataire d'aide à la jeunesse sur orientation d'une structure mandatée ou d'un Service Social du Tribunal de la jeunesse ; " ;
4° le paragraphe 1, 2°, est complété par un point d) et un point e) ainsi rédigés :
" d) soit sont adoptés dans une famille disposant d'une requête d'adoption nationale ou étrangère déposée auprès de la juridiction compétente, ou, à défaut, d'une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'une adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 15 ; " ;
5° au paragraphe 1, 4°, les mots " dans le même niveau " sont remplacés par le membre de phrase " par année de naissance ou dans la même année d'études visées à l'article 37/55, § 1, " ;
6° au paragraphe 1, 6°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que prévue à l'article 37/51, § 3, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation " inscriptions " ou la CLR visés à l'article 37/51, §§ 3 à 5, a donné un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle " ;
7° le paragraphe 1 est complété par un point 7°, ainsi rédigé :
" 7° des élèves qui ont déménagé d'une autre commune pendant l'année scolaire en cours ou après le premier jour scolaire du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, et qui sont désormais domiciliés dans la commune du lieu d'implantation. " ;
8° au paragraphe 2, le membre de phrase " l'article 37/55, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/55, § 4, ".
Art. 22. In artikel 37/66 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het LOP" vervangen door de woorden "de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR.";
4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede ", desgevallend in het betreffende contingent," opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het LOP" vervangen door de woorden "de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR.";
4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede ", desgevallend in het betreffende contingent," opgeheven.
Art. 22. A l'article 37/66 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève, communique sa décision par écrit ou par voie électronique dans un délai de sept jours calendrier aux parents de l'élève et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données d'élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que le fondement factuel et juridique du refus. Le Gouvernement flamand peut fixer les règles relatives aux périodes de stockage et aux activités de traitement et les procédures, y compris les mesures visant à assurer un traitement correct, sûr et transparent.Les documents de refus sont également mis à disposition sur papier, à la demande des parents. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1, les mots " la LOP " sont remplacés par les mots " les services compétents de la Communauté flamande " ;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa premier, comprend tous les éléments suivants :
1° les fondements factuels et juridiques de la décision de refus ;
2° les informations sur les possibilités de médiation, les plaintes de première ligne et l'introduction d'une plainte auprès de la CLR. " ;
4° dans la paragraphe 2, alinéa 3 de la version néerlandaise, le membre de phrase " , desgevallend in het betreffende contingent, " est abrogé.
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève, communique sa décision par écrit ou par voie électronique dans un délai de sept jours calendrier aux parents de l'élève et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données d'élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que le fondement factuel et juridique du refus. Le Gouvernement flamand peut fixer les règles relatives aux périodes de stockage et aux activités de traitement et les procédures, y compris les mesures visant à assurer un traitement correct, sûr et transparent.Les documents de refus sont également mis à disposition sur papier, à la demande des parents. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1, les mots " la LOP " sont remplacés par les mots " les services compétents de la Communauté flamande " ;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa premier, comprend tous les éléments suivants :
1° les fondements factuels et juridiques de la décision de refus ;
2° les informations sur les possibilités de médiation, les plaintes de première ligne et l'introduction d'une plainte auprès de la CLR. " ;
4° dans la paragraphe 2, alinéa 3 de la version néerlandaise, le membre de phrase " , desgevallend in het betreffende contingent, " est abrogé.
Art. 23. In artikel 37/68, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het eerst lid vervangen door wat volgt:
"Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de ouders of na de afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.".
"Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de ouders of na de afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.".
Art. 23. A l'article 37/68, § 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit :
" La LOP intervient dans un délai de dix jours calendrier de la date de demande des parents ou de la remise du document de refus entre l'élève et ses parents et les autorités scolaires des écoles au sein de la zone d'action, en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. ".
" La LOP intervient dans un délai de dix jours calendrier de la date de demande des parents ou de la remise du document de refus entre l'élève et ses parents et les autorités scolaires des écoles au sein de la zone d'action, en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. ".
Art. 24. In artikel 37/69 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "door het LOP als vermeld in artikel 37/68" en de woorden "een schriftelijke klacht" de zinsnede "of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, vermeld in artikel 37/51, § 3," ingevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "weigering of de uitschrijving" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht als vermeld in artikel 37/67, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, de vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 37/48, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "door het LOP als vermeld in artikel 37/68" en de woorden "een schriftelijke klacht" de zinsnede "of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, vermeld in artikel 37/51, § 3," ingevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "weigering of de uitschrijving" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht als vermeld in artikel 37/67, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, de vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 37/48, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.".
Art. 24. A l'article 37/69 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, alinéa 1, le membre de phrase " ou après le traitement par le service de médiation " inscriptions " tel que visé à l'article 37/51, § 3, " est inséré après le membre de phrase " , telle que visée à l'article 37/68 " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, les mots " du refus ou de la désinscription " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, deuxième alinéa, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes intéressées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" Dans le cas d'une plainte visée à l'article 37/67, alinéa 1, 4°, l'élève reste inscrit dans l'école jusqu'à ce que le jugement de la CLR ait été porté à la connaissance des personnes intéressées, et le délai d'un mois, non compris les périodes de vacances, visé à l'article 37/48, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. ".
1° au paragraphe 1, alinéa 1, le membre de phrase " ou après le traitement par le service de médiation " inscriptions " tel que visé à l'article 37/51, § 3, " est inséré après le membre de phrase " , telle que visée à l'article 37/68 " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, les mots " du refus ou de la désinscription " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, deuxième alinéa, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes intéressées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" Dans le cas d'une plainte visée à l'article 37/67, alinéa 1, 4°, l'élève reste inscrit dans l'école jusqu'à ce que le jugement de la CLR ait été porté à la connaissance des personnes intéressées, et le délai d'un mois, non compris les périodes de vacances, visé à l'article 37/48, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 voor de scholen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad liggen
CHAPITRE 3. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 pour les écoles situées dans la Région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art. 25. In artikel 253/32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in dit hoofdstuk, worden de vakantieperioden die de Vlaamse Regering bepaalt krachtens artikel 12 niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, vermeld in artikel 253/57, § 1.".
"Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in dit hoofdstuk, worden de vakantieperioden die de Vlaamse Regering bepaalt krachtens artikel 12 niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, vermeld in artikel 253/57, § 1.".
Art. 25. A l'article 253/32 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application des délais visés au présent chapitre, les périodes de vacances fixées par le Gouvernement flamand, conformément à l'article 12, ne sont pas prises en compte, à l'exception de la période visée à l'article 253/57, § 1. ".
" Pour l'application des délais visés au présent chapitre, les périodes de vacances fixées par le Gouvernement flamand, conformément à l'article 12, ne sont pas prises en compte, à l'exception de la période visée à l'article 253/57, § 1. ".
Art. 26. In artikel 253/33 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° /1 het bevorderen van sociale cohesie;".
"3° /1 het bevorderen van sociale cohesie;".
Art. 26. A l'article 253/33 du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019, il est inséré un point 3° /1 ainsi rédigé :
" 3° /1 la promotion de la cohésion sociale ; ".
" 3° /1 la promotion de la cohésion sociale ; ".
Art. 27. In artikel 253/34, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden de woorden "het structuuronderdeel" vervangen door de woorden "de administratieve groep";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de identificatiegegevens, de nationaliteit en het identificatienummer van de leerling, als die gegevens beschikbaar zijn, om de leerlingen uniek te identificeren. De bevoegde diensten van de Vlaamse Regering zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de voormelde gegevens. De voormelde gegevens worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.".
1° in punt 1° worden de woorden "het structuuronderdeel" vervangen door de woorden "de administratieve groep";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de identificatiegegevens, de nationaliteit en het identificatienummer van de leerling, als die gegevens beschikbaar zijn, om de leerlingen uniek te identificeren. De bevoegde diensten van de Vlaamse Regering zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de voormelde gegevens. De voormelde gegevens worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.".
Art. 27. A l'article 253/34, § 2, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, les mots " la subdivision structurelle " sont remplacés par les mots " le groupe administratif " ;
2° il est ajouté un point 4° ainsi rédigé :
" 4° des données d'identification, de la nationalité et du numéro d'identification de l'élève, si ces données sont disponibles, afin d'identifier les élèves de manière unique. Les services compétents du Gouvernement flamand sont les responsables du traitement des données précitées. Les données précitées sont conservées pendant trente ans au maximum en vue de garantir un parcours scolaire aisé, surtout en cas de séjour prolongé de l'élève dans l'enseignement. ".
1° au point 1°, les mots " la subdivision structurelle " sont remplacés par les mots " le groupe administratif " ;
2° il est ajouté un point 4° ainsi rédigé :
" 4° des données d'identification, de la nationalité et du numéro d'identification de l'élève, si ces données sont disponibles, afin d'identifier les élèves de manière unique. Les services compétents du Gouvernement flamand sont les responsables du traitement des données précitées. Les données précitées sont conservées pendant trente ans au maximum en vue de garantir un parcours scolaire aisé, surtout en cas de séjour prolongé de l'élève dans l'enseignement. ".
Art. 28. Artikel 253/36 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/36. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor gewoon onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep en hetzelfde schooljaar in een andere school van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als Se-n-Se dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.".
"Art. 253/36. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor gewoon onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep en hetzelfde schooljaar in een andere school van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als Se-n-Se dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.".
Art. 28. L'article 253/36 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/36. Toute inscription avant le 1 septembre pour l'année scolaire suivante pour un groupe administratif déterminé dans une école spécifique d'enseignement ordinaire annule d'office l'inscription précédant celle-ci pour ce même groupe administratif et dans la même année scolaire dans une autre école.
Toute inscription avant le 1 février pour un groupe administratif, organisé comme Se-n-Se qui commence le 1 février, dans une école spécifique annule d'office l'inscription précédant celle-ci pour ce même du groupe administratif dans une autre école d'enseignement ordinaire.
Toute inscription au cours de l'année scolaire en question pour un certain groupe administratif annule l'inscription précédant celle-ci pour le même ou un autre groupe administratif pour la même année scolaire dans une autre école d'enseignement ordinaire, à partir du début de la participation aux cours effective, sauf en cas d'absence justifiée. ".
" Art. 253/36. Toute inscription avant le 1 septembre pour l'année scolaire suivante pour un groupe administratif déterminé dans une école spécifique d'enseignement ordinaire annule d'office l'inscription précédant celle-ci pour ce même groupe administratif et dans la même année scolaire dans une autre école.
Toute inscription avant le 1 février pour un groupe administratif, organisé comme Se-n-Se qui commence le 1 février, dans une école spécifique annule d'office l'inscription précédant celle-ci pour ce même du groupe administratif dans une autre école d'enseignement ordinaire.
Toute inscription au cours de l'année scolaire en question pour un certain groupe administratif annule l'inscription précédant celle-ci pour le même ou un autre groupe administratif pour la même année scolaire dans une autre école d'enseignement ordinaire, à partir du début de la participation aux cours effective, sauf en cas d'absence justifiée. ".
Art. 29. Aan artikel 253/37, § 2, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag, vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen de dag van die kennisneming.".
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag, vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen de dag van die kennisneming.".
Art. 29. A l'article 253/37, § 2, alinéa 2, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, sont ajoutées les phrases suivantes :
" Après l'expiration du délai de soixante jours calendrier précité, l'élève est définitivement inscrit. Lorsque l'école ne prend connaissance d'un rapport, visé à l'alinéa premier, qu'après l'inscription de l'élève, ce délai de soixante jours calendrier commence le jour de cette prise de connaissance. "
" Après l'expiration du délai de soixante jours calendrier précité, l'élève est définitivement inscrit. Lorsque l'école ne prend connaissance d'un rapport, visé à l'alinéa premier, qu'après l'inscription de l'élève, ce délai de soixante jours calendrier commence le jour de cette prise de connaissance. "
Art. 30. Artikel 253/38 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/38. Alle schoolbesturen die een school of vestigingsplaats hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, zijn voor hun scholen en vestigingsplaatsen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied verplicht tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure.
In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.".
"Art. 253/38. Alle schoolbesturen die een school of vestigingsplaats hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, zijn voor hun scholen en vestigingsplaatsen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied verplicht tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure.
In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.".
Art. 30. L'article 253/38 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/38. Toutes les autorités scolaires qui ont une école ou une implantation dans la zone d'action de la LOP Bruxelles-Capitale sont obligées de suivre une procédure de préinscription commune pour leurs écoles et implantations d'enseignement ordinaire dans cette zone d'action respective.
Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription est approuvée par une majorité des partenaires d'enseignement de la LOP visée à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. ".
" Art. 253/38. Toutes les autorités scolaires qui ont une école ou une implantation dans la zone d'action de la LOP Bruxelles-Capitale sont obligées de suivre une procédure de préinscription commune pour leurs écoles et implantations d'enseignement ordinaire dans cette zone d'action respective.
Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription est approuvée par une majorité des partenaires d'enseignement de la LOP visée à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. ".
Art. 31. Aan artikel 253/39 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een tweede lid toegevoegd:
"In afwijking van het eerste lid starten de inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad voor het schooljaar 2023-2024 op 16 mei 2023.".
"In afwijking van het eerste lid starten de inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad voor het schooljaar 2023-2024 op 16 mei 2023.".
Art. 31. L'article 253/39 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, est complété par un alinéa 2 :
" Par dérogation à l'alinéa 1, les inscriptions pour la première année d'études du premier grade pour l'année scolaire 2023-2024 débutent le 16 mai 2023. ".
" Par dérogation à l'alinéa 1, les inscriptions pour la première année d'études du premier grade pour l'année scolaire 2023-2024 débutent le 16 mai 2023. ".
Art. 32. In artikel 253/40 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt: "De Vlaamse Regering bepaalt:
1° de starten de einddatum van de aanmeldingen voor inschrijvingen voor een bepaald schooljaar;
2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt;
3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen.
In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 27 maart 2023 tot en met 21 april 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 15 mei 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 16 mei 2023 tot en met 12 juni 2023.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling, vermeld in het eerste lid.";
3° er worden een paragraaf 4 tot en met 8 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/51.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene die zich aanmeldt voor een specifieke school, een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/51.
§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR, conform artikel 253/58. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 253/58, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 253/59, § 2.
§ 7. Voor scholen die, conform artikel 253/11, § 7, en na goedkeuring van het LOP Brussel-Hoofdstad, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van het LOP Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke ordeningscriteria en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/16, onverminderd gelden.
§ 8. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.".
1° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt: "De Vlaamse Regering bepaalt:
1° de starten de einddatum van de aanmeldingen voor inschrijvingen voor een bepaald schooljaar;
2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt;
3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen.
In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 27 maart 2023 tot en met 21 april 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 15 mei 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 16 mei 2023 tot en met 12 juni 2023.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling, vermeld in het eerste lid.";
3° er worden een paragraaf 4 tot en met 8 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/51.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene die zich aanmeldt voor een specifieke school, een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/51.
§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR, conform artikel 253/58. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 253/58, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 253/59, § 2.
§ 7. Voor scholen die, conform artikel 253/11, § 7, en na goedkeuring van het LOP Brussel-Hoofdstad, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van het LOP Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke ordeningscriteria en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/16, onverminderd gelden.
§ 8. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.".
Art. 32. A l'article 253/40 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par ce qui suit : " Le Gouvernement flamand fixe :
1° les dates de début et de fin des préinscriptions pour une certaine année scolaire ;
2° la date limite à laquelle les résultats de la procédure de préinscription sont publiés ;
3° la période d'inscription pour les élèves favorablement classés.
Par dérogation à l'alinéa 1, les périodes et dates pour les inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 sont les suivantes :
1° la période de préinscription pour les inscriptions s'étend du 27 mars 2023 au 21 avril 2023 inclus ;
2° la date limite de publication des résultats des préinscriptions des élèves est fixée au 15 mai 2023 ;
3° les élèves classés favorablement peuvent s'inscrire du 16 mai 2023 au 12 juin 2023. " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Lorsqu'une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement, ou la LOP font précéder les inscriptions par une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation " inscriptions " chargé du traitement de première ligne :
1° de plaintes et constatations relatives à des erreurs techniques ou à des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° de questions relatives à une reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand fixe la composition du service de médiation " inscriptions " et en règle le fonctionnement. Le service de médiation " inscriptions " est composé d'au moins un représentant d'une association des parents reconnue et d'une représentation de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation " inscriptions " est chargé du traitement de première ligne visé à l'alinéa 1. " ;
3° il est ajouté des paragraphes 4 à 8 ainsi rédigés :
" § 4. Au paragraphe 3, alinéa 1, 1°, on entend par erreur technique ou erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives : le cas où une erreur technique ou une erreur purement matérielle au cours de la procédure de préinscription porte atteinte au classement ou l'attribution de l'élève concerné. La procédure de préinscription se termine au début de la période des inscriptions libres. Des plaintes et des constatations introduites après l'expiration du délai de quinze jours calendrier après la constatation des faits contestés ne sont pas recevables.
Si le service de médiation " inscriptions ", après une plainte ou une constatation d'une erreur technique ou d'une erreur purement matérielle pour les attributions définitives donne un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être repris dans le registre de préinscriptions par le LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires en même temps que la correction de l'erreur, avant que l'attribution définitive ait lieu.
Si le service de médiation " inscriptions ", après une plainte sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle après une attribution définitive, donne un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit en surcapacité par l'autorité scolaire concernée conformément à l'article 253/51.
Si le service de médiation " inscriptions " émet un avis négatif suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur matérielle avant ou après les attributions définitives, l'école n'est pas tenue de modifier la préinscription ou l'attribution de l'élève en question.
§ 5. Au paragraphe 3, alinéa 1, 2°, on entend par une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire : un cas dans lequel l'intéressé qui se préinscrit pour une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève concerné dans cette école et où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Si un parent soumet une question pour la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation " inscriptions ", le service de médiation propose la question à l'autorité scolaire en question. Si l'autorité scolaire en question estime qu'une inscription éventuelle en surcapacité est possible, elle propose cette question à la CLR. La CLR se prononcera dans un délai de 30 jours calendrier sur la situation exceptionnelle où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Ce n'est que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève, que l'élève peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 253/51.
§ 6. Après le traitement de la plainte relative à une erreur technique ou matérielle, une plainte peut être déposée auprès de la CLR, conformément à l'article 253/58. Le traitement de la situation exceptionnelle tel que prévu au paragraphe 5 ne peut faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation " inscriptions " suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 253/58, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation dans le cadre de la LOP visé à l'article 253/59, § 2.
§ 7. Pour les écoles qui, conformément à l'article 253/11, § 7, et après l'approbation de la LOP Bruxelles-Capitale, rejoignent la procédure de préinscription de la LOP Bruxelles-Capitale, les critères de classement et les groupes prioritaires respectifs visés à l'article 253/16 continuent à s'appliquer intégralement.
§ 8. Le Gouvernement flamand peut, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, prévoir des moyens à l'appui de la mise en place d'une procédure de préinscription, et fixe les modalités à cet effet.".
1° dans le paragraphe 2, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par ce qui suit : " Le Gouvernement flamand fixe :
1° les dates de début et de fin des préinscriptions pour une certaine année scolaire ;
2° la date limite à laquelle les résultats de la procédure de préinscription sont publiés ;
3° la période d'inscription pour les élèves favorablement classés.
Par dérogation à l'alinéa 1, les périodes et dates pour les inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 sont les suivantes :
1° la période de préinscription pour les inscriptions s'étend du 27 mars 2023 au 21 avril 2023 inclus ;
2° la date limite de publication des résultats des préinscriptions des élèves est fixée au 15 mai 2023 ;
3° les élèves classés favorablement peuvent s'inscrire du 16 mai 2023 au 12 juin 2023. " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Lorsqu'une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement, ou la LOP font précéder les inscriptions par une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation " inscriptions " chargé du traitement de première ligne :
1° de plaintes et constatations relatives à des erreurs techniques ou à des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° de questions relatives à une reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand fixe la composition du service de médiation " inscriptions " et en règle le fonctionnement. Le service de médiation " inscriptions " est composé d'au moins un représentant d'une association des parents reconnue et d'une représentation de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation " inscriptions " est chargé du traitement de première ligne visé à l'alinéa 1. " ;
3° il est ajouté des paragraphes 4 à 8 ainsi rédigés :
" § 4. Au paragraphe 3, alinéa 1, 1°, on entend par erreur technique ou erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives : le cas où une erreur technique ou une erreur purement matérielle au cours de la procédure de préinscription porte atteinte au classement ou l'attribution de l'élève concerné. La procédure de préinscription se termine au début de la période des inscriptions libres. Des plaintes et des constatations introduites après l'expiration du délai de quinze jours calendrier après la constatation des faits contestés ne sont pas recevables.
Si le service de médiation " inscriptions ", après une plainte ou une constatation d'une erreur technique ou d'une erreur purement matérielle pour les attributions définitives donne un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être repris dans le registre de préinscriptions par le LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires en même temps que la correction de l'erreur, avant que l'attribution définitive ait lieu.
Si le service de médiation " inscriptions ", après une plainte sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle après une attribution définitive, donne un avis favorable sur la correction de l'erreur, l'élève peut être inscrit en surcapacité par l'autorité scolaire concernée conformément à l'article 253/51.
Si le service de médiation " inscriptions " émet un avis négatif suite à une plainte sur une erreur technique ou une erreur matérielle avant ou après les attributions définitives, l'école n'est pas tenue de modifier la préinscription ou l'attribution de l'élève en question.
§ 5. Au paragraphe 3, alinéa 1, 2°, on entend par une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire : un cas dans lequel l'intéressé qui se préinscrit pour une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève concerné dans cette école et où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Si un parent soumet une question pour la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation " inscriptions ", le service de médiation propose la question à l'autorité scolaire en question. Si l'autorité scolaire en question estime qu'une inscription éventuelle en surcapacité est possible, elle propose cette question à la CLR. La CLR se prononcera dans un délai de 30 jours calendrier sur la situation exceptionnelle où cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève.
Ce n'est que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est le seul moyen possible de garantir l'accès à l'enseignement pour cet élève, que l'élève peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 253/51.
§ 6. Après le traitement de la plainte relative à une erreur technique ou matérielle, une plainte peut être déposée auprès de la CLR, conformément à l'article 253/58. Le traitement de la situation exceptionnelle tel que prévu au paragraphe 5 ne peut faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation " inscriptions " suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 253/58, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation dans le cadre de la LOP visé à l'article 253/59, § 2.
§ 7. Pour les écoles qui, conformément à l'article 253/11, § 7, et après l'approbation de la LOP Bruxelles-Capitale, rejoignent la procédure de préinscription de la LOP Bruxelles-Capitale, les critères de classement et les groupes prioritaires respectifs visés à l'article 253/16 continuent à s'appliquer intégralement.
§ 8. Le Gouvernement flamand peut, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, prévoir des moyens à l'appui de la mise en place d'une procédure de préinscription, et fixe les modalités à cet effet.".
Art. 33. Artikel 253/41 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 2 juni 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/41. § 1. Voor de aanmeldingen voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 melden een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP Brussel-Hoofdstad, uiterlijk op 15 november voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap welk standaarddossier ze zullen hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier ze willen afwijken, conform paragraaf 2. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.
De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier waarmee de melding, vermeld in het eerste lid, moet gebeuren.
§ 2. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP willen afwijken van een standaarddossier, leggen ze uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, de afwijkingen in kwestie ter goedkeuring voor aan de CLR.
De CLR toetst de afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in het eerste lid, aan de bepalingen, vermeld in deze afdeling en in afdeling 2 en 4, en beslist over die afwijkingen uiterlijk twee maanden na de indiening conform het eerste lid, en in ieder geval voor 24 december.".
"Art. 253/41. § 1. Voor de aanmeldingen voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 melden een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP Brussel-Hoofdstad, uiterlijk op 15 november voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap welk standaarddossier ze zullen hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier ze willen afwijken, conform paragraaf 2. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.
De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier waarmee de melding, vermeld in het eerste lid, moet gebeuren.
§ 2. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP willen afwijken van een standaarddossier, leggen ze uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, de afwijkingen in kwestie ter goedkeuring voor aan de CLR.
De CLR toetst de afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in het eerste lid, aan de bepalingen, vermeld in deze afdeling en in afdeling 2 en 4, en beslist over die afwijkingen uiterlijk twee maanden na de indiening conform het eerste lid, en in ieder geval voor 24 december.".
Art. 33. L'article 253/41 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 2 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/41. § 1. En ce qui concerne les préinscriptions pour les inscriptions à partir de l'année scolaire 2023-2024, une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP Bruxelles-Capitale communiquent aux services compétents de la Communauté flamande, au plus tard le 15 novembre précédant l'année scolaire pour laquelle les inscriptions sont valables, le dossier type qu'elles utiliseront lors de l'organisation de la procédure de préinscription ou le dossier type auquel elles souhaitent déroger, conformément au paragraphe 2. Un dossier type est un dossier dans lequel les différentes phases d'une procédure de préinscription sont concrètement élaborées.
Le Gouvernement flamand établit le modèle de chaque dossier type et le formulaire par lequel la notification visée à l'alinéa 1 aurait dû être effectuée.
§ 2. Si une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP veulent déroger à un dossier type, elles soumettent les dérogations en question à la CLR pour approbation au plus tard le 15 novembre de l'année scolaire précédant l'année scolaire à laquelle les inscriptions s'appliquent.
La CLR examinera les dérogations du dossier type visé à l'alinéa 1, par rapport aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4, et se prononce sur ces dérogations au plus tard deux mois après la soumission conformément à l'alinéa premier, et en tout cas avant le 24 décembre. ".
" Art. 253/41. § 1. En ce qui concerne les préinscriptions pour les inscriptions à partir de l'année scolaire 2023-2024, une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP Bruxelles-Capitale communiquent aux services compétents de la Communauté flamande, au plus tard le 15 novembre précédant l'année scolaire pour laquelle les inscriptions sont valables, le dossier type qu'elles utiliseront lors de l'organisation de la procédure de préinscription ou le dossier type auquel elles souhaitent déroger, conformément au paragraphe 2. Un dossier type est un dossier dans lequel les différentes phases d'une procédure de préinscription sont concrètement élaborées.
Le Gouvernement flamand établit le modèle de chaque dossier type et le formulaire par lequel la notification visée à l'alinéa 1 aurait dû être effectuée.
§ 2. Si une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP veulent déroger à un dossier type, elles soumettent les dérogations en question à la CLR pour approbation au plus tard le 15 novembre de l'année scolaire précédant l'année scolaire à laquelle les inscriptions s'appliquent.
La CLR examinera les dérogations du dossier type visé à l'alinéa 1, par rapport aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4, et se prononce sur ces dérogations au plus tard deux mois après la soumission conformément à l'alinéa premier, et en tout cas avant le 24 décembre. ".
Art. 34. In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/2, afdeling 3, onderafdeling 1, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, een artikel 253/41/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"253/41/1. § 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, een van volgende initiatieven nemen:
1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier. Daarvoor wordt het formulier, vermeld in artikel 253/41, § 1, tweede lid, gebruikt;
2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4, en beslist het uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4. De Vlaamse Regering beslist over het voorstel van aanmeldingsprocedure uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, en eenmalig, het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, voorleggen aan de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen, vermeld in artikel 253/33, en de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2, en beslist uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41.
§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, die conform paragraaf 1, eerste lid, 3°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4.
De CLR beslist over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier.".
"253/41/1. § 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, een van volgende initiatieven nemen:
1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier. Daarvoor wordt het formulier, vermeld in artikel 253/41, § 1, tweede lid, gebruikt;
2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4, en beslist het uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4. De Vlaamse Regering beslist over het voorstel van aanmeldingsprocedure uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, en eenmalig, het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, voorleggen aan de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen, vermeld in artikel 253/33, en de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2, en beslist uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41.
§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41, die conform paragraaf 1, eerste lid, 3°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 253/41;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4.
De CLR beslist over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier.".
Art. 34. Dans le même code, à la partie IV, titre 2, chapitre 1/2, section 3, sous-section 1, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 janvier 2021, il est inséré un article 253/41/1 ainsi rédigé :
" 253/ 41/1. § 1. En cas d'une décision négative de la CLR quant aux dérogations à un dossier type, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent, préalablement à l'année scolaire à laquelle s'appliquent les inscriptions, prendre une des initiatives suivantes au plus tard dix jours calendrier après la réception d'une décision négative :
1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et à la CLR qu'elles organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type. Le formulaire visé à l'article 253/41, § 1, alinéa 2, est utilisé à cet effet ;
2° introduire des dérogations ajustées auprès de la CLR. Dans ce cas, la CLR apporte les dérogations ajustées aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4 et elle décide au plus tard dans les trente jours calendrier qui suivent le jour de l'introduction ;
3° soumettre la proposition de dérogations au dossier type visée à l'article 253/41, au Gouvernement flamand. Dans ce cas, le Gouvernement flamand examinera la proposition aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4. Le Gouvernement flamand statue sur la proposition de procédure de préinscription au plus tard trente jours calendrier suivant le jour de son introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1.
§ 2. En cas d'une décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type, qui ont été proposées conformément au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 253/41 ;
2° au plus tard dans les dix jours calendrier après réception de la décision négative, et une seule fois, soumettre au Gouvernement flamand la proposition ajustée de dérogations par rapport à un dossier type tel que visé à l'article 253/41.
Le Gouvernement flamand confronte les dérogations proposées du dossier type aux objectifs visés à article 253/33, et aux dispositions de la présente section et de la section 2, et prend une décision au plus tard trente jours calendrier après le jour de l'introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1.
En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier visé à l'article 253/41.
§ 3. En cas de décision négative du Gouvernement flamand sur la proposition de dérogations à un dossier type visé à l'article 253/41, qui ont été proposées conformément au paragraphe 1, alinéa premier, 3°, l'autorité scolaire concernée, les différentes autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, décider d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier standard visé à l'article 253/41;
2° soumettre à la CLR, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, et une seule fois, une proposition ajustée de dérogations à un dossier standard. Dans ce cas, la CLR confronte la proposition ajustée aux dispositions de la présente section et des section 2 et 4.
La CLR prend une décision sur la proposition de dérogations à un dossier type au plus tard trente jours calendrier suivant le jour de l'introduction de celle-ci.
En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type. ".
" 253/ 41/1. § 1. En cas d'une décision négative de la CLR quant aux dérogations à un dossier type, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent, préalablement à l'année scolaire à laquelle s'appliquent les inscriptions, prendre une des initiatives suivantes au plus tard dix jours calendrier après la réception d'une décision négative :
1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et à la CLR qu'elles organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type. Le formulaire visé à l'article 253/41, § 1, alinéa 2, est utilisé à cet effet ;
2° introduire des dérogations ajustées auprès de la CLR. Dans ce cas, la CLR apporte les dérogations ajustées aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4 et elle décide au plus tard dans les trente jours calendrier qui suivent le jour de l'introduction ;
3° soumettre la proposition de dérogations au dossier type visée à l'article 253/41, au Gouvernement flamand. Dans ce cas, le Gouvernement flamand examinera la proposition aux dispositions de la présente section et des sections 2 et 4. Le Gouvernement flamand statue sur la proposition de procédure de préinscription au plus tard trente jours calendrier suivant le jour de son introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1.
§ 2. En cas d'une décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type, qui ont été proposées conformément au paragraphe 1, alinéa 1, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type visé à l'article 253/41 ;
2° au plus tard dans les dix jours calendrier après réception de la décision négative, et une seule fois, soumettre au Gouvernement flamand la proposition ajustée de dérogations par rapport à un dossier type tel que visé à l'article 253/41.
Le Gouvernement flamand confronte les dérogations proposées du dossier type aux objectifs visés à article 253/33, et aux dispositions de la présente section et de la section 2, et prend une décision au plus tard trente jours calendrier après le jour de l'introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1.
En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier visé à l'article 253/41.
§ 3. En cas de décision négative du Gouvernement flamand sur la proposition de dérogations à un dossier type visé à l'article 253/41, qui ont été proposées conformément au paragraphe 1, alinéa premier, 3°, l'autorité scolaire concernée, les différentes autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, décider d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier standard visé à l'article 253/41;
2° soumettre à la CLR, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, et une seule fois, une proposition ajustée de dérogations à un dossier standard. Dans ce cas, la CLR confronte la proposition ajustée aux dispositions de la présente section et des section 2 et 4.
La CLR prend une décision sur la proposition de dérogations à un dossier type au plus tard trente jours calendrier suivant le jour de l'introduction de celle-ci.
En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type. ".
Art. 35. In artikel 253/46 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Deze voorrang bedraagt ook in geval van meer ondervertegenwoordigde groepen, in totaal maximum 20 procent van de bepaalde capaciteit." vervangen door de zinnen "De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot een of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/53.";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meerdere ondervertegenwoordigde groepen, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.";
3° aan paragraaf 1 worden een derde tot en met een achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, wat betreft zowel het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel van het LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt het nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dan kan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het eerste voorstel bekrachtigd had.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, het voorstel toe.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Het gebruikt hiervoor het model zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 253/41." opgeheven;
5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de datum "1 december" vervangen door de datum "15 september" en wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt: "De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 253/41.".
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Deze voorrang bedraagt ook in geval van meer ondervertegenwoordigde groepen, in totaal maximum 20 procent van de bepaalde capaciteit." vervangen door de zinnen "De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot een of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/53.";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meerdere ondervertegenwoordigde groepen, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.";
3° aan paragraaf 1 worden een derde tot en met een achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, wat betreft zowel het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel van het LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt het nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dan kan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het eerste voorstel bekrachtigd had.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, het voorstel toe.
Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Het gebruikt hiervoor het model zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 253/41." opgeheven;
5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de datum "1 december" vervangen door de datum "15 september" en wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt: "De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 253/41.".
Art. 35. A l'article 253/46 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, la phrase " Dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, cette priorité ne dépasse au total pas non plus 20 % de la capacité déterminée. " est remplacée par les phrases " La priorité est appliquée jusqu'à ce qu'un maximum de 20 % de la capacité déterminée soit occupé par des élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. De même, dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité ne peut pas dépasser 20 % de la capacité déterminée visée à l'article 253/53. " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour plusieurs groupes sous-représentés, la LOP ou l'autorité scolaire détermine également quel groupe du classement a la priorité sur quel autre groupe. " ;
3° au paragraphe 1 sont ajoutés les alinéas 3 à 8 ainsi rédigés :
" La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité des groupes sous-représentés dans les écoles situées dans sa zone d'action, tant en ce qui concerne la part de capacité réservée aux écoles qu'en ce qui concerne la détermination de la délimitation de fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords pris à ce sujet au sein de la LOP. La LOP soumet cette proposition pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande n'approuve pas une proposition de la LOP la première fois, la LOP élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet la nouvelle proposition pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si une première proposition a déjà été ratifiée par le Conseil de la Commission communautaire flamande, cette dernière peut, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande, choisir de remplacer cette première proposition par la nouvelle proposition. Si la nouvelle proposition visée à l'alinéa 4 est ratifiée, la nouvelle proposition remplace la première.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée à l'alinéa 3, est maintenue si le Conseil de la Commission communautaire flamande avait ratifié la première proposition.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ratifie une proposition, les implantations situées dans la zone d'action de la LOP l'appliqueront.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ne ratifie aucune proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes, pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP, de la priorité qu'elles accorderont aux groupes sous-représentés. " ;
4° au paragraphe 2, alinéa 1, la phrase " Elle utilise le modèle établi par le Gouvernement flamand visé à l'article 253/41, à cette fin. " est abrogée.
5° au paragraphe 2, alinéa 2, la date " 1er décembre " est remplacée par la date " 15 septembre " et il est ajouté une phrase ainsi rédigée : " La délimitation de fond des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type ou de la dérogation au dossier type visé à l'article 253/41. ".
1° au paragraphe 1, la phrase " Dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, cette priorité ne dépasse au total pas non plus 20 % de la capacité déterminée. " est remplacée par les phrases " La priorité est appliquée jusqu'à ce qu'un maximum de 20 % de la capacité déterminée soit occupé par des élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. De même, dans le cas de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité ne peut pas dépasser 20 % de la capacité déterminée visée à l'article 253/53. " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour plusieurs groupes sous-représentés, la LOP ou l'autorité scolaire détermine également quel groupe du classement a la priorité sur quel autre groupe. " ;
3° au paragraphe 1 sont ajoutés les alinéas 3 à 8 ainsi rédigés :
" La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité des groupes sous-représentés dans les écoles situées dans sa zone d'action, tant en ce qui concerne la part de capacité réservée aux écoles qu'en ce qui concerne la détermination de la délimitation de fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3° inclus, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords pris à ce sujet au sein de la LOP. La LOP soumet cette proposition pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande n'approuve pas une proposition de la LOP la première fois, la LOP élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition est approuvée par une majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1, alinéa 1, 1° à 3°, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet la nouvelle proposition pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande.
Si une première proposition a déjà été ratifiée par le Conseil de la Commission communautaire flamande, cette dernière peut, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise pour ratification au Conseil de la Commission communautaire flamande, choisir de remplacer cette première proposition par la nouvelle proposition. Si la nouvelle proposition visée à l'alinéa 4 est ratifiée, la nouvelle proposition remplace la première.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée à l'alinéa 3, est maintenue si le Conseil de la Commission communautaire flamande avait ratifié la première proposition.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ratifie une proposition, les implantations situées dans la zone d'action de la LOP l'appliqueront.
Si le Conseil de la Commission communautaire flamande ne ratifie aucune proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes, pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP, de la priorité qu'elles accorderont aux groupes sous-représentés. " ;
4° au paragraphe 2, alinéa 1, la phrase " Elle utilise le modèle établi par le Gouvernement flamand visé à l'article 253/41, à cette fin. " est abrogée.
5° au paragraphe 2, alinéa 2, la date " 1er décembre " est remplacée par la date " 15 septembre " et il est ajouté une phrase ainsi rédigée : " La délimitation de fond des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type ou de la dérogation au dossier type visé à l'article 253/41. ".
Art. 36. Artikel 253/47 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/47. § 1. Voor de inschrijvingen ordent het schoolbestuur, of, na akkoord van de betrokken schoolbesturen, het schoolbestuur dat daarvoor gemandateerd is of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode, voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, zodat de toewijzingen de volgende voorrangen in volgorde respecteren:
1° eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 1° ;
2° dan de kinderen van een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 2° ;
3° dan de kinderen van ouders die conform artikel 253/44 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
4° dan de kinderen die negen jaar Nederlandstalig basisonderwijs hebben gevolgd, vermeld in artikel 253/45;
5° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/46;
6° tot slot de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5°, volgens een van de volgende ordeningscriteria:
a) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de betrokken personen hebben gemaakt en dan toeval;
b) toeval en dan de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze die de betrokken personen hebben gemaakt.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
§ 2. Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/42, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens de ordeningscriteria, zoals de overige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het standaarddossier dat door hen is onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, die de CLR heeft goedgekeurd.
§ 3. In voorkomend geval wordt aan een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt die leerling verwijderd in de scholen of vestigingsplaatsen van lagere keuze.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen of het LOP kunnen beslissen dat na de definitieve toewijzing er geen leerlingen kunnen zijn die elkaars hogere keuze hebben. Deze beslissing mag er niet toe leiden dat de voorrang van een geweigerde leerling geschonden zou worden.".
"Art. 253/47. § 1. Voor de inschrijvingen ordent het schoolbestuur, of, na akkoord van de betrokken schoolbesturen, het schoolbestuur dat daarvoor gemandateerd is of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode, voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, zodat de toewijzingen de volgende voorrangen in volgorde respecteren:
1° eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 1° ;
2° dan de kinderen van een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 2° ;
3° dan de kinderen van ouders die conform artikel 253/44 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
4° dan de kinderen die negen jaar Nederlandstalig basisonderwijs hebben gevolgd, vermeld in artikel 253/45;
5° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/46;
6° tot slot de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5°, volgens een van de volgende ordeningscriteria:
a) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de betrokken personen hebben gemaakt en dan toeval;
b) toeval en dan de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze die de betrokken personen hebben gemaakt.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
§ 2. Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/42, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens de ordeningscriteria, zoals de overige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het standaarddossier dat door hen is onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, die de CLR heeft goedgekeurd.
§ 3. In voorkomend geval wordt aan een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt die leerling verwijderd in de scholen of vestigingsplaatsen van lagere keuze.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen of het LOP kunnen beslissen dat na de definitieve toewijzing er geen leerlingen kunnen zijn die elkaars hogere keuze hebben. Deze beslissing mag er niet toe leiden dat de voorrang van een geweigerde leerling geschonden zou worden.".
Art. 36. L'article 253/47 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/47. § 1. Pour les inscriptions l'autorité scolaire ou, moyennant l'accord des autorités scolaires concernées, l'autorité scolaire mandatée à cette fin ou la LOP classent, à la fin de la période de préinscription, en ce qui concerne leur école ou chacune de leurs écoles, tous les élèves préinscrits comme suit, de sorte que les attributions respectent les priorités suivantes dans l'ordre :
1° en premier lieu les élèves appartenant à la même entité de vie, telle que visée à l'article 253/43, alinéa 1, 1° ;
2° ensuite les enfants qui ont un parent qui est un membre du personnel au sens de l'article 253/43, alinéa 1, 2° ;
3° ensuite les enfants de parents qui, conformément à l'article 253/44, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
4° ensuite les enfants qui ont suivi neuf ans d'enseignement fondamental en langue néerlandaise visé à l'article 253/45 ;
5° le cas échéant, les élèves appartenant au groupe sous-représenté visé à l'article 253/46 ;
6° enfin, les autres élèves, y compris, le cas échéant, les élèves restant après l'application des critères visés aux points 1° à 5°, selon l'un des critères de classification suivants :
a) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix faits par les personnes intéressées et ensuite la coïncidence ;
b) la coïncidence et ensuite la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix faits par les personnes intéressées.
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires ou la LOP utilisent la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci, telles qu'approuvées par la CLR.
§ 2. Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 253/42, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé au paragraphe 1, alinéa 1, 1°, 2°, 3°, 4° ou 5°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves concerné sont classés selon le critère d'ordre des groupes prioritaires et les critères de classement tels que les autres élèves visés à l'alinéa 1, 6°, et visés au dossier type souscrit par ceux-ci, ou aux dérogations, le cas échéant, au dossier type, approuvées par la CLR.
§ 3. Le cas échéant, l'élève qui est favorablement classé dans plusieurs écoles ou implantations se voit attribuer l'école ou l'implantation de son choix le plus préféré et cet élève est supprimé des écoles ou implantations de ses choix secondaires.
L'autorité scolaire, les autorités scolaires ou la LOP peuvent décider qu'après l'attribution définitive, il ne peut y avoir d'élèves qui ont le choix le plus élevé de l'autre. Cette décision ne doit pas conduire à une violation de la priorité d'un élève refusé. ".
" Art. 253/47. § 1. Pour les inscriptions l'autorité scolaire ou, moyennant l'accord des autorités scolaires concernées, l'autorité scolaire mandatée à cette fin ou la LOP classent, à la fin de la période de préinscription, en ce qui concerne leur école ou chacune de leurs écoles, tous les élèves préinscrits comme suit, de sorte que les attributions respectent les priorités suivantes dans l'ordre :
1° en premier lieu les élèves appartenant à la même entité de vie, telle que visée à l'article 253/43, alinéa 1, 1° ;
2° ensuite les enfants qui ont un parent qui est un membre du personnel au sens de l'article 253/43, alinéa 1, 2° ;
3° ensuite les enfants de parents qui, conformément à l'article 253/44, maîtrisent suffisamment le néerlandais ;
4° ensuite les enfants qui ont suivi neuf ans d'enseignement fondamental en langue néerlandaise visé à l'article 253/45 ;
5° le cas échéant, les élèves appartenant au groupe sous-représenté visé à l'article 253/46 ;
6° enfin, les autres élèves, y compris, le cas échéant, les élèves restant après l'application des critères visés aux points 1° à 5°, selon l'un des critères de classification suivants :
a) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix faits par les personnes intéressées et ensuite la coïncidence ;
b) la coïncidence et ensuite la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix faits par les personnes intéressées.
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires ou la LOP utilisent la combinaison des critères de classement du dossier type qu'elles ont souscrits ou les éventuelles dérogations à celui-ci, telles qu'approuvées par la CLR.
§ 2. Si la capacité déterminée au préalable visée à l'article 253/42, est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé au paragraphe 1, alinéa 1, 1°, 2°, 3°, 4° ou 5°, les élèves au sein de ce groupe d'élèves concerné sont classés selon le critère d'ordre des groupes prioritaires et les critères de classement tels que les autres élèves visés à l'alinéa 1, 6°, et visés au dossier type souscrit par ceux-ci, ou aux dérogations, le cas échéant, au dossier type, approuvées par la CLR.
§ 3. Le cas échéant, l'élève qui est favorablement classé dans plusieurs écoles ou implantations se voit attribuer l'école ou l'implantation de son choix le plus préféré et cet élève est supprimé des écoles ou implantations de ses choix secondaires.
L'autorité scolaire, les autorités scolaires ou la LOP peuvent décider qu'après l'attribution définitive, il ne peut y avoir d'élèves qui ont le choix le plus élevé de l'autre. Cette décision ne doit pas conduire à une violation de la priorité d'un élève refusé. ".
Art. 37. In artikel 253/48, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt tussen het woord "ordeningscriteria" en het woord "eerstvolgend" de zinsnede "en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/43 tot en met 253/47," ingevoegd;
2° in het derde lid worden tussen de woorden "volgens de" en de woorden "daartoe gekozen" de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de" ingevoegd;
3° in het zevende lid worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "klachten, vaststellingen en vragen".
1° in het tweede lid wordt tussen het woord "ordeningscriteria" en het woord "eerstvolgend" de zinsnede "en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/43 tot en met 253/47," ingevoegd;
2° in het derde lid worden tussen de woorden "volgens de" en de woorden "daartoe gekozen" de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de" ingevoegd;
3° in het zevende lid worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "klachten, vaststellingen en vragen".
Art. 37. A l'article 253/48, § 2, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, le membre de phrase " et de groupes prioritaires visés aux articles 253/43 à 253/47 " est inséré après le membre de phrase " sur la base de la même combinaison de critères de classement " ;
2° à l'alinéa 3, les mots " l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre le mot " selon " et les mots " les critères de classement choisis à cette fin " ;
3° à l'alinéa 7, les mots " de dysfonctionnements et de plaintes de première ligne " sont remplacés par le membre de phrase " de plaintes, constatations et questions ".
1° à l'alinéa 2, le membre de phrase " et de groupes prioritaires visés aux articles 253/43 à 253/47 " est inséré après le membre de phrase " sur la base de la même combinaison de critères de classement " ;
2° à l'alinéa 3, les mots " l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre le mot " selon " et les mots " les critères de classement choisis à cette fin " ;
3° à l'alinéa 7, les mots " de dysfonctionnements et de plaintes de première ligne " sont remplacés par le membre de phrase " de plaintes, constatations et questions ".
Art. 38. In artikel 253/49, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Met uitzondering van de inschrijvingen van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 253/51, wordt voor inschrijvingen door vrijgekomen plaatsen of door verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 253/42, § 2, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/43 tot en met 253/46, en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 253/44, 253/45 en 253/46, betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 253/44, § 3, artikel 253/45, § 3, en artikel 253/46, § 1, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.".
"Met uitzondering van de inschrijvingen van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 253/51, wordt voor inschrijvingen door vrijgekomen plaatsen of door verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 253/42, § 2, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 253/43 tot en met 253/46, en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 253/44, 253/45 en 253/46, betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 253/44, § 3, artikel 253/45, § 3, en artikel 253/46, § 1, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.".
Art. 38. A l'article 253, 49, § 2, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 1 est remplacée par ce qui suit :
" A l'exception des inscriptions d'élèves inscrits en surcapacité, conformément à l'article 253/51, pour les inscriptions résultant de places vacantes ou d'une augmentation de la capacité visées à l'article 253/42, § 2, l'ordre des refus est respecté, y compris l'ordre des groupes prioritaires visé aux articles 253/43 à 253/46, et en ce qui concerne les élèves visés aux articles 253/44, 253/45 et 253/46, en vue de réaliser leur part respective visée aux articles 253/44, § 3, et l'article 253/45, § 3, et l'article 253/46 § 1, et ce jusqu'au cinquième jour scolaire du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. ".
" A l'exception des inscriptions d'élèves inscrits en surcapacité, conformément à l'article 253/51, pour les inscriptions résultant de places vacantes ou d'une augmentation de la capacité visées à l'article 253/42, § 2, l'ordre des refus est respecté, y compris l'ordre des groupes prioritaires visé aux articles 253/43 à 253/46, et en ce qui concerne les élèves visés aux articles 253/44, 253/45 et 253/46, en vue de réaliser leur part respective visée aux articles 253/44, § 3, et l'article 253/45, § 3, et l'article 253/46 § 1, et ce jusqu'au cinquième jour scolaire du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. ".
Art. 39. In artikel 253/51, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woonen leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnenof buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 294;";
3° in punt 3° wordt de zinssnede "disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 253/40, § 3 toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 253/40, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd";
4° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woonen leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnenof buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 294;";
3° in punt 3° wordt de zinssnede "disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 253/40, § 3 toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 253/40, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd";
4° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
Art. 39. A l'article 253/51, § 1, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposer d'une décision de l'aide à la jeunesse pour la fonction de séjour, à savoir un logement adapté et un environnement de vie sous surveillance et accompagnement, auprès d'un prestataire de services d'aide à la jeunesse, sur renvoi d'une structure mandatée ou d'un Service social du Tribunal de la Jeunesse ; " ;
2° le point 1° est complété par les points d) et e) ainsi rédigés :
" d) soit ont été adoptés dans une famille disposant d'une requête en adoption nationale ou étrangère déposée auprès du tribunal compétent ou, à défaut, une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 294 ; " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que visée à l'article 253/40, § 3, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation " inscriptions " ou la CLR visés à l'article 253/40, §§ 3 à 5 a donné un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle " ;
4° un point 4° est ajouté ainsi rédigé :
" 4° pour l'admission des élèves qui, au cours de l'année scolaire en cours ou après le premier jour de classe du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposer d'une décision de l'aide à la jeunesse pour la fonction de séjour, à savoir un logement adapté et un environnement de vie sous surveillance et accompagnement, auprès d'un prestataire de services d'aide à la jeunesse, sur renvoi d'une structure mandatée ou d'un Service social du Tribunal de la Jeunesse ; " ;
2° le point 1° est complété par les points d) et e) ainsi rédigés :
" d) soit ont été adoptés dans une famille disposant d'une requête en adoption nationale ou étrangère déposée auprès du tribunal compétent ou, à défaut, une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 294 ; " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que visée à l'article 253/40, § 3, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation " inscriptions " ou la CLR visés à l'article 253/40, §§ 3 à 5 a donné un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle " ;
4° un point 4° est ajouté ainsi rédigé :
" 4° pour l'admission des élèves qui, au cours de l'année scolaire en cours ou après le premier jour de classe du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
Art. 40. In artikel 253/53, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
"d) hetzij per administratieve groep of combinatie van administratieve groepen, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, al dan niet per vestigingsplaats.".
"d) hetzij per administratieve groep of combinatie van administratieve groepen, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, al dan niet per vestigingsplaats.".
Art. 40. A l'article 253/53, § 1, alinéa 1, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, le point d) est remplacé par ce qui suit :
" d) soit par groupe administratif ou combinaison de groupes administratifs, à l'exception de la première année d'études du premier degré de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, que ce soit ou non par implantation. "
" d) soit par groupe administratif ou combinaison de groupes administratifs, à l'exception de la première année d'études du premier degré de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, que ce soit ou non par implantation. "
Art. 41. In artikel 253/55, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woonen leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnenof buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 294;";
3° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woonen leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnenof buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag, vermeld in artikel 294;";
3° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
Art. 41. A l'article 253/55, § 1, du même Code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposer d'une décision de l'aide à la jeunesse pour la fonction de séjour, à savoir un logement adapté et un environnement de vie sous surveillance et accompagnement, auprès d'un prestataire de services d'aide à la jeunesse, sur renvoi d'une structure mandatée ou d'un Service social du Tribunal de la Jeunesse ; " ;
2° le point 1° est complété par les points d) et e) ainsi rédigés :
" d) soit ont été adoptés dans une famille disposant d'une requête en adoption nationale ou étrangère déposée auprès du tribunal compétent ou, à défaut, une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 294 ; " ;
3° il est ajouté un point 3° ainsi rédigé :
" 3° pour l'admission des élèves qui, au cours de l'année scolaire en cours ou après le premier jour de classe du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposer d'une décision de l'aide à la jeunesse pour la fonction de séjour, à savoir un logement adapté et un environnement de vie sous surveillance et accompagnement, auprès d'un prestataire de services d'aide à la jeunesse, sur renvoi d'une structure mandatée ou d'un Service social du Tribunal de la Jeunesse ; " ;
2° le point 1° est complété par les points d) et e) ainsi rédigés :
" d) soit ont été adoptés dans une famille disposant d'une requête en adoption nationale ou étrangère déposée auprès du tribunal compétent ou, à défaut, une décision d'adoption étrangère ou une décision de placement étrangère en vue d'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport visé à l'article 294 ; " ;
3° il est ajouté un point 3° ainsi rédigé :
" 3° pour l'admission des élèves qui, au cours de l'année scolaire en cours ou après le premier jour de classe du mois de mars de l'année scolaire précédant l'année scolaire pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
Art. 42. In artikel 253/57 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en het indienen van een klacht bij de CLR.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en het indienen van een klacht bij de CLR.".
Art. 42. A l'article 253/57 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève, communique sa décision par écrit ou par voie électronique dans un délai de sept jours calendrier aux parents de l'élève et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données d'élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que le fondement factuel et juridique du refus. Le Gouvernement flamand peut fixer les règles relatives aux périodes de stockage et aux activités de traitement et les procédures, y compris les mesures visant à assurer un traitement correct, sûr et transparent. Les documents de refus sont également mis à disposition sur papier, à la demande des parents. " ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa 1, comprend tous les éléments suivants :
1° les fondements factuels et juridiques de la décision de refus ;
2° les informations sur les possibilités de médiation, les plaintes de première ligne et l'introduction d'une plainte auprès de la CLR. ".
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève, communique sa décision par écrit ou par voie électronique dans un délai de sept jours calendrier aux parents de l'élève et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données d'élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que le fondement factuel et juridique du refus. Le Gouvernement flamand peut fixer les règles relatives aux périodes de stockage et aux activités de traitement et les procédures, y compris les mesures visant à assurer un traitement correct, sûr et transparent. Les documents de refus sont également mis à disposition sur papier, à la demande des parents. " ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa 1, comprend tous les éléments suivants :
1° les fondements factuels et juridiques de la décision de refus ;
2° les informations sur les possibilités de médiation, les plaintes de première ligne et l'introduction d'une plainte auprès de la CLR. ".
Art. 43. In artikel 253/59 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Bij een weigering op basis van andere bepalingen dan deze van artikel 253/56 start het LOP een bemiddeling wanneer de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken." vervangen door de zin "In de volgende gevallen start het LOP een bemiddeling als de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken:
1° bij een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° ;
2° bij een weigering op basis van artikel 253/56, § 1, § 2 en § 3;
3° bij een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ;
4° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36 en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°. ";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de betrokken personen of na de afgifte van het weigeringsdocument, vermeld in artikel 253/57, § 1, tussen de leerling en de betrokken personen en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel 253/60, § 1, tweede lid, op.";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing" vervangen door de zinsnede "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de ontbinding van de inschrijving of de uitschrijving, conform artikel 253/60, § 2";
4° paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
5° paragraaf 4 en paragraaf 5 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Bij een weigering op basis van andere bepalingen dan deze van artikel 253/56 start het LOP een bemiddeling wanneer de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken." vervangen door de zin "In de volgende gevallen start het LOP een bemiddeling als de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken:
1° bij een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° ;
2° bij een weigering op basis van artikel 253/56, § 1, § 2 en § 3;
3° bij een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ;
4° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36 en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°. ";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de betrokken personen of na de afgifte van het weigeringsdocument, vermeld in artikel 253/57, § 1, tussen de leerling en de betrokken personen en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel 253/60, § 1, tweede lid, op.";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing" vervangen door de zinsnede "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de ontbinding van de inschrijving of de uitschrijving, conform artikel 253/60, § 2";
4° paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
5° paragraaf 4 en paragraaf 5 worden opgeheven.
Art. 43. A l'article 253/59 du même code, inséré par le décret du 7 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, la phrase " En cas d'un refus sur la base de dispositions autres que celles de l'article 253/56, la LOP commence une médiation, si les personnes concernées en font la demande expresse. " est remplacé par la phrase " Dans les cas suivants, la LOP commence une médiation si les personnes concernées en font la demande expresse :
1° en cas de refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° ;
2° en cas de refus sur la base de l'article 253/56, §§ 1, 2 et 3 ;
3° en cas de l'annulation de l'inscription, visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° ;
4° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La LOP se pose en médiateur dans un délai de dix jours calendrier, suivant la date de demande des personnes concernées ou de la remise du document de refus, visé à l'article 253/57, § 1, entre l'élève et les personnes concernées et les autorités scolaires des écoles au sein de la zone d'action, en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. La médiation suspend le délai de trente jours calendrier visé à l'article 253/60, § 1, alinéa 2. " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 1, les mots " sur le bien-fondé de la décision de refus " sont remplacés par le membre de phrase " sur le bien-fondé de la décision de refus ou de l'annulation de l'inscription ou de la désinscription, conformément à l'article 253/60, § 2 " ;
4° le paragraphe 3, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes concernées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
5° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
1° au paragraphe 1, la phrase " En cas d'un refus sur la base de dispositions autres que celles de l'article 253/56, la LOP commence une médiation, si les personnes concernées en font la demande expresse. " est remplacé par la phrase " Dans les cas suivants, la LOP commence une médiation si les personnes concernées en font la demande expresse :
1° en cas de refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° ;
2° en cas de refus sur la base de l'article 253/56, §§ 1, 2 et 3 ;
3° en cas de l'annulation de l'inscription, visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° ;
4° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La LOP se pose en médiateur dans un délai de dix jours calendrier, suivant la date de demande des personnes concernées ou de la remise du document de refus, visé à l'article 253/57, § 1, entre l'élève et les personnes concernées et les autorités scolaires des écoles au sein de la zone d'action, en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. La médiation suspend le délai de trente jours calendrier visé à l'article 253/60, § 1, alinéa 2. " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 1, les mots " sur le bien-fondé de la décision de refus " sont remplacés par le membre de phrase " sur le bien-fondé de la décision de refus ou de l'annulation de l'inscription ou de la désinscription, conformément à l'article 253/60, § 2 " ;
4° le paragraphe 3, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes concernées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
5° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 44. In artikel 253/60 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Betrokken personen en andere belanghebbenden kunnen in de volgende gevallen al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR:
1° bij een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° en 2° ;
2° bij een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ;
3° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°.
Klachten die dertig kalenderdagen nadat de betwiste feiten zijn vastgesteld, ingediend worden, zijn onontvankelijk.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "weigering" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 253/37, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.";
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° en 2°, een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid 3°, ";
6° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "een weigering op basis van artikel 253/37" vervangen door de zinsnede "een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ";
7° in paragraaf 4 worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° of 2°, een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°, ".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Betrokken personen en andere belanghebbenden kunnen in de volgende gevallen al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR:
1° bij een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° en 2° ;
2° bij een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ;
3° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°.
Klachten die dertig kalenderdagen nadat de betwiste feiten zijn vastgesteld, ingediend worden, zijn onontvankelijk.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "weigering" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
"Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 253/37, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.";
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° en 2°, een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid 3°, ";
6° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "een weigering op basis van artikel 253/37" vervangen door de zinsnede "een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ";
7° in paragraaf 4 worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° of 2°, een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36, en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°, ".
Art. 44. A l'article 253/60 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Les personnes concernées et autres parties intéressées peuvent, après une procédure de médiation par la LOP ou après examen par le service de médiation " inscriptions " ou non, introduire une plainte écrite auprès de la CLR dans les cas suivants :
1° en cas d'un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° et 2° ;
2° en cas d'annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° ;
3° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°.
Des plaintes introduites trente jours calendrier après le constat des faits contestés sont irrecevables. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, les mots " du refus " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes concernées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" Dans le cas d'une plainte visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, l'élève reste inscrit à l'école jusqu'à ce que le jugement de la CLR ait été porté à la connaissance des personnes concernées, et le délai d'un mois, non compris les périodes de vacances visé à l'article 253/37, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. " ;
5° au paragraphe 3, alinéa 1, les mots " le refus " sont remplacés par le membre de phrase " un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° et 2°, une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, ou une désinscription fondée sur une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°, " ;
6° au paragraphe 3, alinéa 2, le membre de phrase " d'un refus sur la base de l'article 253/37 " est remplacé par le membre de phrase " d'une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° " ;
7° au paragraphe 4, les mots " le refus " sont remplacés par le membre de phrase " un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° ou 2°, une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, ou une désinscription fondée sur une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3° ".
1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Les personnes concernées et autres parties intéressées peuvent, après une procédure de médiation par la LOP ou après examen par le service de médiation " inscriptions " ou non, introduire une plainte écrite auprès de la CLR dans les cas suivants :
1° en cas d'un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° et 2° ;
2° en cas d'annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° ;
3° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°.
Des plaintes introduites trente jours calendrier après le constat des faits contestés sont irrecevables. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1, les mots " du refus " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Le jugement de la CLR est envoyé par écrit ou par la voie électronique aux personnes concernées dans un délai de sept jours calendrier au plus tard. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3, ainsi rédigé :
" Dans le cas d'une plainte visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, l'élève reste inscrit à l'école jusqu'à ce que le jugement de la CLR ait été porté à la connaissance des personnes concernées, et le délai d'un mois, non compris les périodes de vacances visé à l'article 253/37, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. " ;
5° au paragraphe 3, alinéa 1, les mots " le refus " sont remplacés par le membre de phrase " un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° et 2°, une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, ou une désinscription fondée sur une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3°, " ;
6° au paragraphe 3, alinéa 2, le membre de phrase " d'un refus sur la base de l'article 253/37 " est remplacé par le membre de phrase " d'une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4° " ;
7° au paragraphe 4, les mots " le refus " sont remplacés par le membre de phrase " un refus visé à l'article 253/58, alinéa 1, 1° ou 2°, une annulation de l'inscription visée à l'article 253/58, alinéa 1, 4°, ou une désinscription fondée sur une inscription dans une autre école visée à l'article 253/36 et visée à l'article 253/58, alinéa 1, 3° ".
Art. 45. In artikel 253/61, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 253/59, § 5" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 253/60, § 4".
Art. 45. " A l'article 253/61, § 1, alinéa 1, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, le membre de phrase " telle que visée à l'article 253/59, § 5 " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article 253/60, § 4 ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition finale
Art. 46. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2022.
Art. 46. Le présent décret entre en vigueur le 1 septembre 2022.