Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 FEBRUARI 2022. - Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van diverse besluiten ter uitvoering van de sectorovereenkomst 2021-2022
Titre
24 FEVRIER 2022. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française modifiant divers arrêtés en exécution de la convention sectorielle 2021-2022
Informations sur le document
Numac: 2022040506
Datum: 2022-02-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022040506
Date: 2022-02-24
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemeen reglement der reiskosten
CHAPITRE Ier. - Dispositions modificatives de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours
Artikel 1. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemeen reglement der reiskosten wordt vervangen door hetgeen volgt:
  "Artikel 7. - Personen die met een eigen voertuig tussen hun feitelijke verblijfplaats en het openbaarvervoerstation reizen, hebben recht op een kilometervergoeding overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 en op vergoeding van parkeerkosten.".
Article 1er. L'article 7 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours est remplacé par ce qui suit :
  " Article 7. - Les frais déboursés par les personnes à l'occasion du parcours accompli entre leur résidence effective et la station de transports en commun au moyen d'un véhicule personnel, bénéficient d'une indemnité kilométrique conformément aux dispositions de l'article 13 et d'un remboursement pour les frais de parking. ".
Art. 2. Artikel 9, derde lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 9, alinéa 3, du même arrêté est abrogé.
Art. 3. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin die begint met het woord "Echter" en eindigt met de woorden "administratieve woonplaats" opgeheven;
  2° lid 2 wordt opgeheven.
Art. 3. A l'article 14 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, la phrase commençant par le mot " Toutefois " et finissant par les mots " résidence administrative " est abrogé ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 tot toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige houders van een bezoldigd ambt ten laste van de Schatkist
CHAPITRE II. - Disposition modificative de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public
Art. 4. In artikel 5, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 tot toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige houders van een bezoldigd ambt ten laste van de Schatkist, vervangen bij het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 29 oktober 2009 en gewijzigd bij het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 27 maart 2019, wordt het bedrag "551,89 EUR" vervangen door het bedrag "701,89 EUR".
Art. 4. A l'article 5, § 2, 1°, de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public remplacé par l'arrêté du gouvernement de la Communauté française du 29 octobre 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 27 mars 2019, le montant de " 551,89 EUR " est remplacé par le montant de " 701,89 EUR ".
HOOFDSTUK III. - tot wijziging van de bepaling van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 18 februari 2004 tot toekenning van een toelage voor buiten de normale werkuren gepresteerde diensten aan sommige personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de Organisaties van openbaar nut van sector XVII
CHAPITRE III. - Disposition modificative de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 18 février 2004 octroyant une allocation pour les prestations effectuées en dehors des heures normales de travail à certains membres du personnel du Ministère de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des Organismes d'intérêt public relevant du Secteur XVII
Art. 5. In het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 18 februari 2004 tot toekenning van een toelage voor buiten de normale werkuren gepresteerde diensten aan sommige personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de Organisaties van openbaar nut van sector XVII, wordt een afdeling 1bis ingevoegd, die een artikel 3/1 omvat, dat als volgt wordt geformuleerd:
  "Afdeling 1bis. Toelage voor op zaterdag verrichte diensten
  Artikel 3/1. § 1. Aan de in artikel 1er van dit besluit bedoelde personeelsleden die op zaterdag tussen 00.00 uur en 24.00 uur moeten werken, wordt voor elk gewerkt uur een toelage toegekend van 1/3952 van hun bruto globale jaarlijkse bezoldiging, wanneer deze arbeid in het kader van de normale arbeidstijd wordt verricht.
  § 2. Wanneer deze diensten buiten de normale arbeidstijd worden verricht, wordt de in § 1 bedoelde toelage toegekend en geven de gewerkte uren recht op terugbetaling.".
Art. 5. Dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 18 février 2004 octroyant une allocation pour les prestations effectuées en dehors des heures normales de travail à certains membres du personnel du Ministère de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des Organismes d'intérêt public relevant du Secteur XVII, il est inséré une section 1 bis, comportant un article 3/1, rédigée comme suit :
  " Section 1bis. De l'allocation pour des prestations effectuées le samedi
  Article 3/1. § 1er. Il est octroyé aux membres du personnel, visés à l'article 1er du présent arrêté, astreints à des prestations le samedi entre 0 et 24 heures, pour toute heure de travail une allocation de 1/3952ième de la rémunération globale annuelle brute, lorsque ces prestations s'effectuent dans le cadre de l'horaire normal de travail.
  § 2. Lorsque ces prestations s'effectuent en dehors du cadre de l'horaire normal de travail, l'allocation visée au § 1er est octroyée et les heures prestées donnent droit à récupération. ".
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende het verlof van de ambtenaren van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het comité van sector XVII
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 juin 2004 relatif aux congés des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de Secteur XVII
Art. 6. In artikel 9 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende het verlof van de ambtenaren van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de instellingen van openbaar belang die ressorteren onder het comité van sector XVII, gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 mei 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid wordt het cijfer "18" vervangen door het cijfer "12";
  2° er worden twee leden toegevoegd, die als volgt worden geformuleerd:
  "In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de overdracht van in de loop van een jaar niet opgenomen vakantieverlof niet beperkt tot twaalf maanden wanneer de werknemer zijn jaarlijkse vakantieverlof wegens afwezigheid geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen opnemen:
  1° wegens ziekte;
  2° na een arbeidsongeval;
  3° na een ongeval op weg naar het werk;
  4° voor beroepsziekte.
  Bij terugkeer van het personeelslid wordt het vakantieverlof naar eigen wil opgenomen, afhankelijk van de behoeften van de dienst. Het personeelslid kan ten hoogste het aantal verlofdagen waarop hij recht heeft over een jaar overdragen.
Art. 6. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 juin 2004 relatif aux congés des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de Secteur XVII modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 17 mai 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 4, le chiffre " 18 " est remplacé par le chiffre " 12 " ;
  2° il est ajouté deux alinéas rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa précédent, le report de jours de congés non pris au cours d'une année n'est pas limité à 12 mois lorsque l'agent n'a pas pu prendre l'entièreté ou une partie de son congé annuel de vacances à cause d'une absence :
  1° pour maladie ;
  2° suite à un accident du travail ;
  3° suite à un accident survenu sur le chemin du travail ;
  4° pour maladie professionnelle.
  Au retour du membre du personnel, le congé annuel de vacances est pris au choix du membre du personnel dans le respect des nécessités du service. Le membre du personnel peut reporter au maximum le nombre de jour de congés auquel il a droit sur une année. ".
Art. 7. Artikel 13 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende het verlof van de ambtenaren van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de instellingen van openbaar belang die ressorteren onder het comité van sector XVII, laatst gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 16 januari 2019, wordt gewijzigd als volgt:
  1° in punt 2° van het eerste lid wordt het woord "vijftien" vervangen door het woord "twintig";
  2° lid 1, punt 3°, wordt vervangen door de volgende tekst "3° het overlijden van de persoon met wie de ambtenaar als paar samenwoonde, van het natuurlijke of geadopteerde kind of van het kind dat op het tijdstip van het overlijden of daarvoor bij de ambtenaar of bij de persoon met wie de ambtenaar als paar samenwoonde, in een pleeggezin was geplaatst: 10 werkdagen, waarvan het personeelslid er drie kiest in de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis, en zeven werkdagen kiest binnen een periode van één jaar na de dag van het overlijden. Op verzoek van het personeelslid en met instemming van het hoofd van de dienst kan van de twee periodes gedurende welke deze verlofdagen moeten worden opgenomen, worden afgeweken;";
  3° lid 1, punt 3 bis, wordt vervangen door "3° bis het overlijden van de vader, de moeder, de schoonvader, de schoonmoeder, de schoondochter of de schoonzoon van het personeelslid of van de persoon met wie het personeelslid samenwoont: vijf werkdagen, waarvan drie door het personeelslid te kiezen in de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis en twee door het personeelslid te kiezen in het jaar na de dag van het overlijden. Van de twee perioden waarin deze werkdagen moeten worden opgenomen, kan op verzoek van het personeelslid en met instemming van het hoofd van de dienst worden afgeweken;";
  4° een punt 3° ter wordt toegevoegd aan lid 1, luidend als volgt "3° ter gelegenheid van het overlijden van de pleegvader of pleegmoeder bij wie het personeelslid in langdurige pleegzorg was geplaatst: vijf werkdagen, waarvan drie door het personeelslid te kiezen werkdagen in de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis en twee door het personeelslid te kiezen werkdagen in het jaar dat volgt op de dag van het overlijden. Van de twee perioden waarin deze werkdagen moeten worden opgenomen, kan op verzoek van het personeelslid en met instemming van het hoofd van de dienst worden afgeweken;";
  5° een punt 3° quater wordt toegevoegd aan lid 1, dat als volgt luidt "3° quater het overlijden van een kind dat bij de gemachtigde of bij degene met wie de gemachtigde als echtpaar samenwoont in een pleeggezin van korte duur was of is geplaatst: drie werkdagen;".
  6° er wordt een nieuw lid 4 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van lid 1 zijn de volgende definities van toepassing:
  1° langdurige pleegzorg : pleegzorg zoals omschreven in artikel 30sexies, § 6, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en waarbij het kind als lid van dit gezin is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het gezin, de pleegouder of de pleegouders hun verblijfplaats (heeft) hebben;
  2° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden voor langdurige pleegzorg;
  3° onder toezicht gesteld kind: een kind waarvoor het personeelslid, of de persoon met wie het personeelslid samenwoont, door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende plaatsingsdienst of door de bevoegde jeugdbescherming voor pleegzorg is aangewezen;
  4° pleegouders: de pleegouder die, in het kader van de pleegzorg, is aangewezen door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende plaatsingsdienst of door de bevoegde gemeenschapsdiensten voor Jeugdbescherming.
Art. 7. L'article 13 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 juin 2004 relatif aux congés des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de Secteur XVII modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 16 janvier 2019 est modifié comme suit :
  1° au 2° de l'alinéa 1er, le mot " quinze " est remplacé par le mot " vingt " ;
  2° le 3° de l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit : " 3° le décès de la personne avec laquelle l'agent vivait en couple, de l'enfant naturel ou adoptif ou de l'enfant qui était, au moment du décès ou avant celui-ci, placé chez l'agent ou chez la personne avec laquelle l'agent vit en couple dans le cadre d'un placement familial de longue durée : 10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période qui prend cours le jour du décès et s'achève le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans une période d'un an à dater du jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord du chef de service, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; " ;
  3° le 3° bis de l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit : " 3° bis le décès du père, de la mère, du beau-père, de la belle-mère, de la belle-fille, du beau-fils soit de l'agent, soit de la personne avec laquelle l'agent vit en couple : cinq jours ouvrables dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période qui prend cours le jour du décès et s'achève le jour des funérailles et deux jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord du chef de service, aux deux périodes au cours desquelles ces jours ouvrables doivent être pris ; " ;
  4° il est ajouté à l'alinéa 1er un 3° ter rédigé comme suit : " 3° ter le décès du père d'accueil ou de la mère d'accueil auprès desquels l'agent était placé dans le cadre d'un placement familial de longue durée : cinq jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période qui prend cours le jour du décès et s'achève le jour des funérailles et deux jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord du chef de service, aux deux périodes au cours desquelles ces jours ouvrables doivent être pris ; " ;
  5° il est ajouté à l'alinéa 1er un 3° quater rédigé comme suit : " 3° quater le décès d'un enfant qui était ou est placé auprès de l'agent ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple dans le cadre d'un placement familial de courte durée : trois jours ouvrables ; ".
  6° il est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
  " Pour l'application de l'alinéa 1er, il y a lieu d'entendre par :
  1° placement familial de longue durée : placement familial tel que défini à l'article 30sexies, § 6, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et dans le cadre duquel l'enfant est inscrit en tant que membre de cette famille dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers de la commune où la famille, le parent d'accueil ou les parents d'accueil ont leur résidence ;
  2° placement familial de courte durée : toutes les formes de placement familial qui ne remplissent pas les conditions du placement familial de longue durée ;
  3° enfant placé : l'enfant pour lequel l'agent, la personne avec laquelle l'agent vit en couple, a été désigné dans le cadre d'un placement familial par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente ou par les services communautaires compétents de la Protection de la jeunesse ;
  4° père et mère d'accueil : le parent d'accueil qui, dans le cadre du placement familial, a été désigné par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente, ou par les services communautaires compétents de la Protection de la jeunesse. ".
Art. 8. In artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "vier" vervangen door het woord "acht";
  2° in het tweede lid wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zestien".
Art. 8. A l'article 14, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " quatre " est remplacé par le mot " huit " ;
  2° à l'alinéa 2, le mot " huit " est remplacé par le mot " seize ".
Art. 9. In artikel 20, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "ten hoogste zes weken" vervangen door de woorden "ten hoogste acht weken, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, vermeerderd tot negen weken vanaf 1 januari 2023, tien weken vanaf 1 januari 2025 en elf weken vanaf 1 januari 2027".
Art. 9. A l'article 20, alinéa 2, du même arrêté, les mots " six semaines au plus " sont remplacés par les mots " huit semaines au plus, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, portés à neuf semaines à partir du 1er janvier 2023, dix semaines à partir du 1er janvier 2025 et onze semaines à partir du 1er janvier 2027 ".
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires et finales
Art. 10. § 1. De personeelsleden die voldeden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het adoptieverlof bedoeld in artikel 20 van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende het verlof van de ambtenaren van de regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'Audiovisuel en van de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het comité van sector XVII, hebben recht op:
  1° een extra week verlof voor degenen die tussen 1 januari 2019 en 31 december 2020 aan de voorwaarden voldeden;
  2° twee extra weken verlof voor degenen die tussen 1 januari 2021 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de voorwaarden voldeden.
  § 2. Het in § 1 bedoelde aanvullend verlof moet noodzakelijkerwijs worden opgenomen uiterlijk binnen vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 10. § 1er. Les membres du personnel qui remplissaient les conditions donnant droit au congé d'adoption visé à l'article 20 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 juin 2004 relatif aux congés des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de Secteur XVII, ont droit à :
  1° une semaine supplémentaire de congé pour ceux qui remplissaient les conditions entre le 1er janvier 2019 et le 31 décembre 2020 ;
  2° deux semaines supplémentaires de congé pour ceux qui remplissaient les conditions entre le 1er janvier 2021 et la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
  § 2. Les congés supplémentaires visés au § 1er doivent nécessairement être pris au plus tard dans les quatre mois qui suivent l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
Art. 11. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2022.
Art. 12. De minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.