Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 FEBRUARI 2022. - Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-03-2022 en tekstbijwerking tot 23-08-2022)
Titre
4 FEVRIER 2022. - Décret modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, le Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, en ce qui concerne le droit d'inscription dans l'enseignement ordinaire en dehors de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et la réglementation sur la LOP et la CLR(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-03-2022 et mise à jour au 23-08-2022)
Informations sur le document
Numac: 2022040496
Datum: 2022-02-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022040496
Date: 2022-02-04
Moniteur: Voir
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 2. - Modifications du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997
Art. 2. In artikel 37/6/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3, worden de vakantieperioden die de regering krachtens artikel 50 bepaalt, niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, in artikel 37/30, 37/43/1 en 37/66.".
Art. 2. A l'article 37/6/1 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application des délais visés au chapitre IV/1, au chapitre IV/2 et au chapitre IV/3, les périodes de vacances définies par le gouvernement en vertu de l'article 50 ne sont pas prises en compte, à l'exception du délai visé aux articles 37/30, 37/43/1 et 37/66. ".
Art. 3.
Art. 3.
Art. 4. In artikel 37/7, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de woorden "mix en" opgeheven.
Art. 4. A l'article 37/7, 3°, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les mots " la mixité et la cohésion sociales " sont remplacés par les mots " la cohésion sociale ".
Art. 5. In artikel 37/8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord." vervangen door de zin "Ouders geven dan schriftelijk of digitaal akkoord.";
2° aan paragraaf 4 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Bij registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school, om de leerlingen uniek te kunnen identificeren en als de volgende gegevens beschikbaar zijn, de volgende gegevens van de leerling:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer.
De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in tweede lid, worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.".
Art. 5. A l'article 37/8 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 3, la phrase " Les parents renouvellent leur accord par écrit. " est remplacée par la phrase " Les parents donnent alors leur accord par écrit ou par voie numérique. " ;
2° au paragraphe 4, un alinéa 2 et un alinéa 3 sont ajoutés et libellés comme suit :
" Lors de l'enregistrement de l'inscription dans les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, une école enregistre, si elles sont disponibles, les données suivantes de l'élève, aux fins de l'identification unique des élèves :
1° les données d'identification ;
2° la nationalité ;
3° le numéro d'identification.
Les services compétents de la Communauté flamande sont le responsable du traitement pour les données visées à l'alinéa 2. Les données visées à l'alinéa 2 sont conservées trente ans maximum en vue de garantir le bon déroulement du parcours scolaire, surtout en cas de séjour prolongé de l'élève dans l'enseignement. ".
Art. 6. In artikel 37/9, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de woorden "één geheel te beschouwen en één capaciteit te bepalen" vervangen door de woorden "één geheel te beschouwen of als één capaciteit te bepalen".
Art. 6. A l'article 37/9, § 4, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les mots " de considérer les écoles ou implantations concernées comme un ensemble et déterminer une seule capacité pour l'ensemble des " sont remplacés par les mots " de considérer les écoles ou implantations concernées comme un ensemble ou de fixer une seule capacité pour l'ensemble des ".
Art. 7. In artikel 37/10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "voor hetzelfde schooljaar" en de woorden "in een andere school" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "gewoon onderwijs" en de woorden "wordt vastgesteld" de woorden "en hetzelfde onderwijsniveau" ingevoegd.
Art. 7. A l'article 37/10 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " pour la même année scolaire " et les mots " dans une autre école " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " et le même niveau d'enseignement " sont insérés entre les mots " d'enseignement ordinaire " et les mots " est constatée ".
Art. 8. Aan artikel 37/11, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag als vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen op de dag van de kennisneming.".
Art. 8. A l'article 37/11, § 2, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les phrases suivantes sont ajoutées :
" A l'expiration du délai précité de soixante jours calendrier, l'élève est définitivement inscrit. Si l'école ne prend connaissance d'un rapport tel que visé à l'alinéa 1er qu'une fois l'élève inscrit, ce délai de soixante jours calendrier commence à courir le jour de la prise de connaissance. ".
Art. 9. In artikel 37/12 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "zoals bepaald in artikel 37/22, §§ 3 en 4" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "uit onderafdeling B" vervangen door de zinsnede "uit onderafdeling C";
3° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Voor de onderdelen waarvoor het schoolbestuur besliste dat het ook leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3, wil kunnen weigeren, gelden de regels, vermeld in artikel 37/22.";
4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "doordat de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden" opgeheven.
Art. 9. A l'article 37/12 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , tels que visés à l'article 37/22 §§ 3 et 4 " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article 37/22, §§ 2 et 3 " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " de la sous-section B " sont remplacés par les mots " de la sous-section C " ;
3° au paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les subdivisions pour lesquelles l'autorité scolaire a décidé vouloir avoir la possibilité de refuser également des élèves des groupes prioritaires visés à l'article 37/22, §§ 2 et 3, les règles visées à l'article 37/22 s'appliquent. " ;
4° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " parce que les demandes d'inscription approchent ou dépassent la capacité déterminée par les autorités scolaires " sont abrogés.
Art. 10. Aan artikel 37/13, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de volgende zin toegevoegd:
"De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.".
Art. 10. A l'article 37/13, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, la phrase suivante est ajoutée :
" Le Gouvernement flamand arrête le modèle de registre d'inscription. ".
Art. 11. In artikel 37/15, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de zin "Na afsluiten van de aanmeldingsperiode worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/23, 37/24 en 37/25, en in voorkomend geval, volgens artikel 37/22." vervangen door de zin "Nadat de aanmeldingsperiode is afgesloten, worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/23 en 37/25, en, in voorkomend geval, conform artikel 37/22 en 37/24.".
Art. 11. A l'article 37/15, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, la phrase " A la fin de la période de préinscription, les élèves préinscrits sont classés conformément aux articles 37/23, 37/24 et 37/25 et, le cas échéant, conformément à l'article 37/22. " est remplacée par la phrase " Après la clôture de la période de préinscription, les élèves préinscrits sont classés conformément aux articles 37/23 et 37/25, et, le cas échéant, conformément aux articles 37/22 et 37/24. ".
Art. 12. In artikel 37/16 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling als vermeld in het eerste lid.";
2° er worden een paragraaf 3 tot en met 5 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 3. In paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder een technische fout of een zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure, afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of een zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of een zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/28.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of een materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 4. In paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene voor een specifieke school die aanmeldt een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/28.
§ 5. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR conform artikel 37/33. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 4, kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 37/33, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 37/32, § 2, eerste lid.".
Art. 12. A l'article 37/16 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Si une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP font précéder les inscriptions d'une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation inscriptions qui assure le traitement de première ligne :
1° des plaintes et observations sur des erreurs techniques ou des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° des questions concernant la reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand arrête la composition du service de médiation inscriptions et en règle le fonctionnement. Le service de médiation inscriptions se compose au moins d'un représentant d'une association de parents reconnue et d'une représentation de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation inscriptions assure le traitement de première ligne visé à l'alinéa 1er. ";
2° des paragraphes 3 à 5 sont ajoutés et libellés comme suit :
" § 3. Au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, une erreur technique ou une erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives s'entend du cas dans lequel une erreur technique ou une erreur purement matérielle pendant le déroulement de la procédure de préinscription affecte le classement ou l'affectation de l'élève concerné. La procédure de préinscription prend fin au début des inscriptions libres. Les plaintes et observations introduites après le délai de quinze jours calendrier suivant la constatation des faits contestés sont irrecevables.
Si, après une plainte ou une observation sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle avant les attributions définitives, le service de médiation inscriptions rend un avis favorable au sujet de la correction de l'erreur, la LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires conjointement peuvent inscrire l'élève avec la correction de l'erreur dans le registre des préinscriptions avant l'attribution définitive.
Si, après une plainte au sujet d'une erreur technique ou d'une erreur purement matérielle après une attribution définitive, le service de médiation inscriptions rend un avis favorable au sujet de la correction de l'erreur, l'autorité scolaire concernée peut inscrire l'élève en surcapacité conformément à l'article 37/28.
Si le service de médiation inscriptions rend un avis négatif sur une plainte au sujet d'une erreur technique ou d'une erreur matérielle avant ou après les attributions définitives, l'école ne doit rien changer à la préinscription ou à l'affectation de l'élève concerné.
§ 4. Au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire s'entend du cas où l'intéressé qui se préinscrit pour une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève en question dans cette école et où cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
Si un parent pose une question concernant la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation inscriptions, le service de médiation soumet la question à l'autorité scolaire concernée. Si l'autorité scolaire en question considère qu'une éventuelle inscription en surcapacité est faisable, elle soumet cette question à la CLR. Dans les trente jours calendrier, la CLR statue sur la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
L'élève ne peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 37/28 que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
§ 5. Une fois que la plainte au sujet d'une erreur technique ou d'une erreur matérielle a été traitée, une plainte peut être introduite auprès de la CLR conformément à l'article 37/33. Le traitement de la situation exceptionnelle comme prévu au paragraphe 4 ne peut pas faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation inscriptions suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 37/33, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation de la LOP, visé à l'article 37/32, § 2, alinéa 1er. ".
Art. 13. In artikel 37/17 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.";
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "blijven de respectieve ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en artikel 37/24 onverminderd gelden" vervangen door de zinsnede "blijven de respectievelijke voorrangsgroepen en ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22 en 37/23, en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden";
3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. In aanvulling op paragraaf 1 tot en met 4 kunnen de schoolbesturen werken met een afzonderlijke aanmeldingsprocedure per onderwijstaal.".
Art. 13. A l'article 37/17 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Les écoles effectuant des préinscriptions, qui sont situées dans la zone d'action d'une LOP, organisent la procédure de préinscription conjointement. Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. " ;
2° au paragraphe 3, alinéa 2, le membre de phrase " les critères de classement respectifs tels que repris aux articles 37/22, 37/23 et 37/24, continuent à s'appliquer intégralement " est remplacé par le membre de phrase " les groupes prioritaires et critères de classement respectifs visés aux articles 37/22 et 37/23, et, le cas échéant, à l'article 37/24, continuent à s'appliquer intégralement ";
3° il est ajouté un paragraphe 5 libellé comme suit :
" § 5. Outre ce qui est prévu aux paragraphes 1er à 4, les autorités scolaires peuvent utiliser une procédure de préinscription distincte par langue d'enseignement. ".
Art. 14. In artikel 37/19 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt tussen de zinsnede "gelden," en het woord "een" de zinsnede "uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit," ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° melden aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR dat ze de aanmeldingen zal organiseren conform een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1. Voor die melding wordt het formulier, vermeld in artikel 37/16, § 1, tweede lid, gebruikt;";
3° in paragraaf 1, 3°, wordt de zin "De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure." opgeheven;
4° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.";
5° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, 2°, zijn voorgelegd, kan het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, en eenmalig het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, voorleggen aan de Vlaamse Regering.";
6° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na het negatieve besluit om de aanmeldings- procedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, of om af te zien van een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling B, van toepassing.";
7° in paragraaf 3, eerste lid, wordt tussen het woord "LOP" en het woord "beslissen" de zinsnede ", uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit," ingevoegd;
8° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, om de aanmeldings- procedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, of om af te zien van een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling B, van toepassing.".
Art. 14. A l'article 37/19 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, phrase introductive, le membre de phrase " au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, " est inséré entre le membre de phrase " inscriptions, " et le mot " prendre " ;
2° au paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et à la CLR qu'elles organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type tel que visé à l'article 37/16, § 1er. Pour cette notification, le formulaire visé à l'article 37/16, § 1er, alinéa 2, est utilisé ; ";
3° au paragraphe 1er, 3°, la phrase " Le Gouvernement flamand arrête les modalités du déroulement de la procédure. " est abrogée ;
4° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
" Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1er. " ;
5° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" En cas de décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type qui ont été soumises conformément au paragraphe 1er, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 37/16, § 1er ;
2° soumettre au Gouvernement flamand, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, et à titre unique, la proposition ajustée de dérogations à un dossier type tel que visé à l'article 37/16, § 1er. " ;
6° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3 libellé comme suit :
" En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 37/16, § 1er, ou de renoncer à une procédure de préinscription. Dans ce cas, les dispositions de la sous-section B s'appliquent. " ;
7° au paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " , au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, " est inséré entre le mot " décider " et les mots " d'organiser " ;
8° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa 3 libellé comme suit :
" En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 37/16, § 1er, ou de renoncer à une procédure de préinscription. Dans ce cas, les dispositions de la sous-section B s'appliquent. ".
Art. 15. In artikel 37/20 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, namelijk het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, minstens bekend op de volgende momenten:
1° in voorkomend geval, voor de start van de inschrijvingen of de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3;
2° voor de start van de aanmeldingsperiode, vermeld in artikel 37/21;
3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/27.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "de volgens artikel 37/24 te bepalen contingenten" vervangen door de zinsnede "artikel 37/26".
Art. 15. A l'article 37/20 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par ailleurs, l'autorité scolaire annonce les places libres restantes, à savoir le nombre de places qui peuvent faire l'objet d'une inscription, au moins aux moments suivants :
1° le cas échéant, avant le début des inscriptions ou des préinscriptions des groupes prioritaires visés à l'article 37/22, §§ 2 et 3 ;
2° avant le début de la période de préinscription visée à l'article 37/21 ;
3° avant le début de la période d'inscription libre visée à l'article 37/27. " ;
2° au paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " des quotas à déterminer conformément à l'article 37/24 " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 37/26 ".
Art. 16. Aan artikel 37/21, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 28 februari 2023 tot en met 21 maart 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt is 21 april 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 24 april 2023 tot en met 15 mei 2023;
4° de vrije inschrijvingsperiode voor de eventueel resterende vrije plaatsen start op 23 mei 2023.".
Art. 16. A l'article 37/21, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes et les dates suivantes s'appliquent aux inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 :
1° la période de préinscription pour les inscriptions court du 28 février 2023 au 21 mars 2023 ;
2° la date à laquelle les résultats des préinscriptions des élèves sont annoncés est le 21 avril 2023 au plus tard ;
3° les élèves favorablement classés peuvent s'inscrire du 24 avril 2023 au 15 mai 2023 ;
4° la période d'inscription libre pour les éventuelles places libres restantes débute le 23 mai 2023. ".
Art. 17. In artikel 37/22, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de zinsnede "het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, en met toepassing van artikel 37/24," vervangen door de zinsnede "de volgorde van de voorrangsgroepen en het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in artikel 37/23 en".
Art. 17. A l'article 37/22, § 4, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, le membre de phrase " le critère d'ordre ou la combinaison de critères d'ordre, et en application de l'article 37/24, " est remplacé par le membre de phrase " l'ordre des groupes prioritaires et le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, comme les autres enfants, visés à l'article 37/23 et ".
Art. 18. In artikel 37/23, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode die de Vlaamse Regering vastlegt, ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de schoolbesturen in kwestie, het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° in voorkomend geval, de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/24;
2° tot slot de overige kinderen, aan de hand van een van de volgende ordeningscriteria of een combinatie ervan, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van het criterium, vermeld in punt 1° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze onderschreven hebben, of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 2° en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Als het schoolbestuur beslist om de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/22, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 37/22, § 3;
4° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/24;
5° tot slot de overige kinderen, aan de hand van een ordeningscriterium of een combinatie ervan, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen, vermeld in punt 4°, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 4° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier die ze hebben onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3° of 4°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen als vermeld in het eerste lid, 5°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.".
Art. 18. A l'article 37/23 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. A la fin de la période de préinscription fixée par le Gouvernement flamand, l'autorité scolaire ou, après accord des autorités scolaires concernées, la LOP classe tous les élèves préinscrits pour chacune de ses écoles de la manière suivante :
1° le cas échéant, les élèves appartenant au groupe sous-représenté, visés à l'article 37/24 ;
2° enfin, les autres enfants, sur la base de l'un des critères de classement suivants ou d'une combinaison de ceux-ci, y compris, le cas échéant, les élèves qui restent après l'application du critère visé au point 1° :
a) la distance entre l'adresse du domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) la distance entre l'adresse de travail d'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) le hasard. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins l'un des critères de classement visés au point a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix exprimés par les parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins l'un des de critères de classement visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP appliquent le critère de classement ou la combinaison de critères de classement issus du dossier type auquel elles ont souscrit ou des éventuelles dérogations à celui-ci telles que la CLR les a approuvées.
Si la capacité prédéterminée visée à l'article 37/20 est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1er, 1°, les élèves de ce groupe d'élèves sont classés dans l'ordre des groupes prioritaires et selon le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, comme les autres enfants, visés à l'alinéa 1er, 2°, et mentionnés dans le dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou les dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/16. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Si l'autorité scolaire décide d'organiser la priorité pour les groupes prioritaires visés à l'article 37/22, exclusivement ou après une période de priorité préalable, par le biais de la procédure de préinscription pour l'ensemble des élèves, tous les élèves préinscrits sont classés de la manière suivante :
1° en premier lieu, les élèves appartenant aux deux groupes prioritaires, visés à l'article 37/22, §§ 2 et 3 ;
2° ensuite, les élèves appartenant à la même unité de vie, visés à l'article 37/22, § 2 ;
3° ensuite, les enfants dont un parent est membre du personnel, visés à l'article 37/22, § 3 ;
4° le cas échéant, ensuite, les élèves appartenant au groupe sous-représenté, visés à l'article 37/24;
5° enfin, les autres enfants, sur la base d'un critère de classement ou d'une combinaison de ceux-ci, y compris, le cas échéant, les élèves, visés au point 4°, qui restent après l'application des critères visés aux points 1° à 4° :
a) la distance entre l'adresse du domicile de l'élève et l'école ou l'implantation ;
b) la distance entre l'adresse de travail d'un des deux parents et l'école ou l'implantation ;
c) le hasard. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins l'un des de critères de classement visés au point a), b) ou d) ;
d) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix exprimés par les parents. Ce critère de classement ne peut être choisi qu'en combinaison avec au moins l'un des critères de classement visés au point a), b) ou c).
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP appliquent le critère de classement ou la combinaison de critères de classement issus du dossier type auquel elles ont souscrit ou des éventuelles dérogations à celui-ci telles que la CLR les a approuvées.
Si la capacité prédéterminée visée à l'article 37/20 est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé à l'alinéa 1er, 1°, 2°, 3° ou 4°, les élèves de ce groupe d'élèves sont classés dans l'ordre des groupes prioritaires et selon le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, comme les autres enfants, visés à l'alinéa 1er, 5°, et mentionnés dans le dossier type souscrit par l'autorité scolaire ou les dérogations au dossier type approuvées par la CLR, visées à l'article 37/16. ".
Art. 19. Artikel 37/24 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 37/24. § 1. Een schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor een of meer van zijn scholen per bepaalde capaciteit als vermeld in artikel 37/12, voorrang te verlenen aan een of meer ondervertegenwoordigde groepen, namelijk een of meer groepen van leerlingen die, op basis van een of meer objectieve kenmerken, in de school relatief ondervertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie. De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20% van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot één of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20% van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/12.
Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.
Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, zowel wat betreft het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dit voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt dit voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.
Als de gemeenteraad een voorstel van een LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de gemeenteraad, dan kan die gemeenteraad, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan die gemeenteraad, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden voor de vestigingsplaatsen die in de gemeente liggen waar de gemeenteraad het eerste voorstel bekrachtigd heeft.
Als de gemeenteraad een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in die gemeente liggen, het voorstel toe.
Als een gemeenteraad geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.
§ 2. Scholen die de voorrang, vermeld in paragraaf 1, toepassen, melden dat uiterlijk op 31 januari aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Voor scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, meldt het LOP de toepassing van die voorrang uiterlijk op 31 januari aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
Scholen en LOP kunnen hun voorstel van inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen ook voor advies voorleggen aan de CLR. Ze doen dat uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de aanmeldingen. De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/18.".
Art. 19. L'article 37/24 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 37/24. § 1er. Une autorité scolaire peut choisir d'accorder la priorité, pour une ou plusieurs de ses écoles, par capacité déterminée telle que visée à l'article 37/12, à un ou plusieurs groupes sous-représentés, c'est-à-dire un ou plusieurs groupes d'élèves qui, sur la base d'une ou plusieurs caractéristiques objectives, sont relativement sous-représentés au sein de l'école par rapport à une population de référence. La priorité est appliquée jusqu'à ce que 20 % maximum de la capacité déterminée soient occupés par les élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. Même en présence de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité est de 20 % maximum de la capacité déterminée visée à l'article 37/12.
Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour plusieurs groupes sous-représentés, la LOP ou une autorité scolaire détermine aussi à chaque fois quel groupe a priorité dans le classement sur quel autre groupe.
La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité de groupes sous-représentés au sein des écoles situées dans sa zone d'action, tant pour ce qui est de la part de la capacité réservée par les écoles que pour ce qui est de la délimitation sur le fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords pris en la matière au sein de la LOP. La LOP soumet cette proposition à la ratification du conseil communal de la commune ou des communes abritant les implantations qui appliquent la priorité.
Si le conseil communal ne ratifie pas une proposition d'une LOP une première fois, celle-ci élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet cette nouvelle proposition à la ratification du conseil communal de la commune ou des communes abritant les implantations qui appliquent la priorité.
Si le conseil communal a déjà ratifié une première proposition, il peut choisir, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise à sa ratification, de remplacer cette première proposition par la nouvelle. Si la nouvelle proposition visée à l'alinéa 4 est ratifiée, elle remplace la première proposition.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée à l'alinéa 3 est maintenue pour les implantations situées dans la commune où le conseil communal a ratifié la première proposition.
Si le conseil communal ratifie une proposition, les implantations situées dans cette commune appliquent la proposition.
Si un conseil communal ne ratifie pas de proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP quels groupes sous-représentés elles appliquent.
§ 2. Les écoles qui appliquent la priorité visée au paragraphe 1er en informent les services compétents de la Communauté flamande au plus tard le 31 janvier. Pour les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP, la LOP informe les services compétents de la Communauté flamande de l'application de cette priorité au plus tard le 31 janvier.
Les écoles et la LOP peuvent également soumettre leur proposition de délimitation sur le fond des groupes sous-représentés choisis localement à l'avis de la CLR et ce, au plus tard le 15 septembre qui précède les préinscriptions. La délimitation sur le fond des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type visé à l'article 37/16, ou de la dérogation au dossier type visée à l'article 37/18. ".
Art. 20. In artikel 37/25 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden tussen de woorden "op basis van" en de woorden "dezelfde combinatie" de woorden "de volgorde van de voorrangsgroepen en" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "ordeningscriteria" vervangen door de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria";
3° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of indicatoren" vervangen door de woorden "of voorrangsgroepen" en worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "klachten, vaststellingen en vragen".
Art. 20. A l'article 37/25 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " de l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre les mots " sur la base " et les mots " de la même combinaison " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " les critères de classement " sont remplacés par les mots " l'ordre des groupes prioritaires et les critères de classement ";
3° au paragraphe 3, alinéa 3, les mots " ou aux indicateurs " sont remplacés par les mots " ou aux groupes prioritaires " et les mots " dysfonctionnements et de plaintes de première ligne, tels que visés " sont remplacés par le membre de phrase " plaintes, constatations et questions telles que visées ".
Art. 21. In artikel 37/26 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", in voorkomend geval per contingent," opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/28, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/20, de volgorde van de weigeringen, indien van toepassing binnen het betreffende contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had." vervangen door de zinnen "Met uitzondering van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 37/28, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/20, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd, met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22 en 37/24, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. En dit wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/24 betreft, met het oog op het bereiken van het respectievelijke aandeel in artikel 37/24, § 1.".
Art. 21. A l'article 37/26 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " le cas échéant par quota, " est abrogé.
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " A l'exception d'élèves qui ont été inscrits en surcapacité, tels que visés à l'article 37/28, l'ordre des refus, si d'application à l'intérieur du quota concerné, est respecté au moment de l'affectation des places libérées ou des places supplémentaires par une capacité supplémentaire, telle que visée à l'article 37/20, et ce jusqu'au cinquième jour de classe inclus du mois d'octobre de l'année scolaire sur laquelle portait l'inscription. " est remplacée par les phrases " A l'exception d'élèves qui ont été inscrits en surcapacité conformément à l'article 37/28, l'affectation des places libérées ou des places additionnelles créées par augmentation de la capacité, telle que visée à l'article 37/20, respecte l'ordre des refus, y compris l'ordre des groupes prioritaires visés aux articles 37/22 et 37/24, jusqu'au cinquième jour d'école du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. Et ce, en ce qui concerne les élèves visés à l'article 37/24 en vue d'atteindre la part respective visée à l'article 37/24, § 1er. ".
Art. 22. In artikel 37/28 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt de zinsnede "artikel 37/20, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/20, § 4,";
2° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4° quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie;";
3° in paragraaf 1, 2°, wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
4° aan paragraaf 1, 2°, worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15;";
5° in paragraaf 1, 4°, worden de woorden "hetzelfde niveau" vervangen door de zinsnede "hetzelfde geboortejaar of leerjaar, vermeld in artikel 37/20, § 1";
6° in paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede "disfunctiecommissie, bepaald in artikel 37/16, § 2, toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 37/16, § 2 tot en met § 4, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd";
7° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, verhuisd zijn vanuit een andere gemeente en nu gedomicilieerd zijn in de gemeente van de vestigingsplaats.";
8° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "artikel 37/20, § 5," vervangen door de zinsnede "artikel 37/20, § 4,".
Art. 22. A l'article 37/28 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, phrase introductive, le membre de phrase " l'article 37, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/20, § 4, " ;
2° au paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les élèves qui répondent à la définition de primo-arrivant allophone dans l'enseignement ordinaire, visée à l'article 3, 4° quater, à l'exception des conditions d'âge mentionnées dans cette définition ; " ;
3° au paragraphe 1er, 2°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour la fonction hébergement, c'est-à-dire un cadre d'habitat et de vie adapté sous la surveillance et avec l'accompagnement d'un intervenant jeunesse, sur recommandation d'une structure mandatée ou d'un service social du tribunal de la jeunesse ; " ;
4° au paragraphe 1er, 2°, un point d) et un point e) sont ajoutés et libellés comme suit :
" d) soit ont été adoptés au sein d'une famille qui dispose d'une demande d'adoption nationale ou internationale, introduite auprès du tribunal compétent ou, à défaut de celle-ci, d'une décision étrangère d'adoption ou d'une décision étrangère de placement en vue de l'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport tel que visé à l'article 15 ; " ;
5° au paragraphe 1er, 4°, les mots " le même niveau " sont remplacés par le membre de phrase " la même année de naissance ou année d'études visée à l'article 37/20, § 1er " ;
6° au paragraphe 1er, 6°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que visée à l'article 37/16, § 2, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation inscriptions ou la CLR, visés à l'article 37/16, §§ 2 à 4, a rendu un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle " ;
7° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 7°, libellé comme suit :
" 7° les élèves qui, durant l'année scolaire en cours ou après le premier jour d'école du mois de mars de l'année scolaire précédant celle pour laquelle l'inscription est demandée, ont déménagé d'une autre commune et sont à présent domiciliés dans la commune de l'implantation. " ;
8° au paragraphe 2, le membre de phrase " l'article 37/20, § 5, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37/20, § 4 ".
Art. 23. In artikel 37/30 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR.";
3° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede ", desgevallend in het betreffende contingent," opgeheven.
Art. 23. A l'article 37/30 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève communique sa décision, dans le délai de sept jours calendrier, aux parents de l'élève, par écrit ou par voie numérique, et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que les motifs de fait et de droit du refus. Le Gouvernement flamand peut définir les règles relatives aux durées de conservation et aux opérations et procédures de traitement, dont les mesures visant à garantir un traitement équitable, sûr et transparent. A la demande des parents, les documents de refus sont également mis à disposition en version papier. " ;
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa 1er contient tous les éléments suivants :
1° les motifs de fait et de droit de la décision de refus ;
2° les informations relatives aux possibilités de médiation, de plaintes de première ligne et d'introduction d'une plainte auprès de la CLR. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 3, le membre de phrase " , le cas échéant à l'intérieur du quota concerné, " est abrogé.
Art. 24. In artikel 37/31, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "per provincie," en de woorden "en een onderwijsinspecteur" worden opgeheven;
2° het woord "opnemen" wordt vervangen door het woord "opneemt".
Art. 24. A l'article 37/31, § 2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " , par province, " et les mots " et un inspecteur de l'enseignement " sont abrogés ;
2° les mots " se chargent " sont remplacés par les mots " se charge ".
Art. 25. In artikel 37/32, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de ouders of na de afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.".
Art. 25. A l'article 37/32, § 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Dans les dix jours calendrier suivant la demande des parents ou la remise du document de refus, la LOP intervient en médiateur entre l'élève et ses parents et les autorités scolaires des écoles situées à l'intérieur de sa zone d'action en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. ".
Art. 26. In artikel 37/33 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "als vermeld in artikel 37/32" en de zinsnede ", een schriftelijke klacht" de zinsnede ", of een behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, vermeld in artikel 37/16, § 2" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "weigering of de uitschrijving" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt: "Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht als vermeld in artikel 37/31, § 1, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 37/11, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.".
Art. 26. A l'article 37/33 du même décret, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " , ou un traitement par le service de médiation inscriptions visé à l'article 37/16, § 2 " est ajouté ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " du refus ou de la désinscription " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit : " L'avis de la CLR est envoyé aux intéressés, par écrit ou par voie électronique, au plus tard dans le délai de sept jours calendrier. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3 libellé comme suit :
" Dans le cas d'une plainte telle que visée à l'article 37/31, § 1er, alinéa 1er, 4°, l'élève demeure inscrit dans l'école jusqu'à ce que l'avis ait été notifié aux intéressés et le délai d'un mois, périodes de vacances non comprises, visé à l'article 37/11, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 3. - Modifications du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 27. In artikel 2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "110/19 tot en met 110/27" opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"Artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, en artikel 253/52 tot en met 253/61 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd.";
3° aan paragraaf 2 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.";
4° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "253/38" vervangen door de zinsnede "253/37".
Art. 27. A l'article 2 du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié en dernier lieu par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " 110/19 à 110/27, et " est abrogé.
2° au paragraphe 2, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 253/1 à 253/6, les articles 253/21 à 253/37 et les articles 253/52 à 253/61 s'appliquent également à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et à l'apprentissage. " ;
3° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 5 libellé comme suit :
" Les articles 253/1 à 253/61 ne s'appliquent pas à la formation en soins infirmiers de l'enseignement supérieur professionnel organisée par des écoles d'enseignement secondaire de plein exercice. " ;
4° au paragraphe 6, le membre de phrase " 253/38 " est remplacé par le membre de phrase " 253/37 " ;
Art. 28.
Art. 28.
Art. 29. In artikel 111, § 1bis, 2°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de woorden "opnieuw schriftelijk akkoord" vervangen door de woorden "dan schriftelijk of digitaal akkoord".
Art. 29. A l'article 111, § 1bis, 2°, du même code, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots " renouvellent leur accord par écrit " sont remplacés par les mots " donnent alors leur accord par écrit ou par voie numérique ".
Art. 30. In artikel 253/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in dit hoofdstuk, worden de vakantieperioden die de Vlaamse Regering bepaalt krachtens artikel 12, niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, vermeld in artikel 253/26, § 1.".
Art. 30. A l'article 253/1 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application des délais visés dans le présent chapitre, les périodes de vacances définies par le Gouvernement flamand en vertu de l'article 12 ne sont pas prises en compte, à l'exception du délai visé à l'article 253/26, § 1er. "
Art. 31. In artikel 253/2 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 het bevorderen van sociale cohesie;".
Art. 31. A l'article 253/2 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, un point 2° /1 est inséré et libellé comme suit :
" 2° /1 la promotion de la cohésion sociale ; ".
Art. 32. In artikel 253/3, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden de woorden "het structuuronderdeel" vervangen door de woorden "de administratieve groep";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de identificatiegegevens, de nationaliteit en het identificatienummer van de leerling als die gegevens beschikbaar zijn, om de leerling uniek te identificeren. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de ver- werkingsverantwoordelijke voor de voormelde gegevens. De voormelde gegevens worden dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject van de leerling.".
Art. 32. A l'article 253/3, § 2, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, les mots " de la subdivision structurelle pour laquelle " sont remplacés par les mots " du groupe administratif pour lequel " ;
2° il est ajouté un point 4° libellé comme suit :
" 4° des données d'identification, de la nationalité et du numéro d'identification de l'élève, si ces données sont disponibles, aux fins de l'identification unique de l'élève. Les services compétents de la Communauté flamande sont le responsable du traitement pour les données précitées. Les données précitées sont conservées trente ans en vue de garantir le bon déroulement du parcours scolaire de l'élève. ".
Art. 33. Artikel 253/5 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/5. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor gewoon onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep en hetzelfde schooljaar in een andere school van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als Se-n-Se dat op 1 februari start, in een bepaalde school maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde administratieve groep of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.".
Art. 33. L'article 253/5 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/5. Toute inscription, avant le 1er septembre, pour l'année scolaire suivante pour un groupe administratif donné dans une école d'enseignement ordinaire donnée annule de plein droit l'inscription antérieure pour ce même groupe administratif et la même année scolaire dans une autre école.
Toute inscription, avant le 1er février pour un groupe administratif, organisé sous la forme d'une Se-n-Se qui commence le 1er février, dans une école donnée annule de plein droit l'inscription antérieure pour ce même groupe administratif dans une autre école d'enseignement ordinaire.
Toute inscription dans le courant de l'année scolaire concernée pour un groupe administratif donné annule de plein droit l'inscription antérieure pour ce même groupe administratif ou un autre groupe administratif pour cette même année scolaire dans une autre école d'enseignement ordinaire dès le début de la fréquentation effective des cours, sauf absence justifiée. ".
Art. 34. Aan artikel 253/6, § 2, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Nadat de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een verslag als vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen de dag van die kennisneming.".
Art. 34. A l'article 253/6, § 2, alinéa 2, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les phrases suivantes sont ajoutées :
" A l'expiration du délai précité de soixante jours calendrier, l'élève est définitivement inscrit. Si l'école ne prend connaissance d'un rapport tel que visé à l'alinéa 1er qu'une fois l'élève inscrit, ce délai de soixante jours calendrier commence à courir le jour de cette prise de connaissance. ".
Art. 35. In artikel 253/7 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de datum "31 januari" vervangen door de datum "15 november";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "wanneer de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden" opgeheven.
Art. 35. A l'article 253/7 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, la date " 31 janvier " est remplacée par la date " 15 novembre " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " lorsque les demandes d'inscription approchent de ou dépassent la capacité déterminée par les autorités scolaires " sont abrogés.
Art. 36. Aan artikel 253/8 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de volgende zin toegevoegd:
"In afwijking van het eerste lid starten de inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad voor het schooljaar 2023-2024 op 16 mei 2023.".
Art. 36. A l'article 253/8 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, la phrase suivante est ajoutée :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, les inscriptions en première année du premier degré pour l'année scolaire 2023-2024 débutent le 16 mai 2023. ".
Art. 37. In artikel 253/11 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De Vlaamse Regering bepaalt:
1° de start- en de einddatum van de aanmeldingen voor inschrijvingen voor een bepaald schooljaar;
2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt;
3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen.
In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 27 maart 2023 tot en met 21 april 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 15 mei 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 16 mei 2023 tot en met 12 juni 2023.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuivere materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.
De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling zoals vermeld in het eerste lid.";
3° er worden een paragraaf 4 tot en met paragraaf 9 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder een technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijf tien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.
Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/20.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft het schoolbestuur niks te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene voor een specifieke school die aanmeldt een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onder wijs te garanderen voor die leerling.
Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 253/20.
§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR conform artikel 253/30. De behandeling van de uitzonderlijke situatie, zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.
De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 253/30, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in artikel 253/28, § 2, eerste lid.
§ 7. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.
§ 8. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.
§ 9. In aanvulling op paragraaf 1 tot en met 8 kunnen de schoolbesturen werken met een afzonderlijke aanmeldingsprocedure per onderwijstaal.".
Art. 37. A l'article 253/11 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" Le Gouvernement flamand détermine :
1° les dates de début et de fin des préinscriptions pour les inscriptions pour une année scolaire donnée ;
2° la date à laquelle les résultats de la procédure de préinscription sont annoncés au plus tard ;
3° la période d'inscription pour les élèves favorablement classés.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes et les dates suivantes s'appliquent aux inscriptions pour l'année scolaire 2023-2024 :
1° la période de préinscription pour les inscriptions court du 27 mars 2023 au 21 avril 2023 ;
2° la date à laquelle les résultats des préinscriptions des élèves sont annoncés est le 15 mai 2023 au plus tard ;
3° les élèves favorablement classés peuvent s'inscrire du 16 mai 2023 au 12 juin 2023. " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Si une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP font précéder les inscriptions d'une procédure de préinscription, elles mettent en place un service de médiation inscriptions qui assure le traitement de première ligne :
1° des plaintes et observations sur des erreurs techniques ou des erreurs purement matérielles avant ou après les attributions définitives ;
2° des questions concernant la reconnaissance de la situation exceptionnelle d'un élève à inscrire.
Le Gouvernement flamand arrête la composition du service de médiation inscriptions et en règle le fonctionnement. Le service de médiation inscriptions se compose au moins d'un représentant d'une association de parents reconnue et d'une représentation de toutes les autorités scolaires qui organisent la procédure de préinscription pour laquelle le service de médiation inscriptions assure le traitement de première ligne visé à l'alinéa 1er. ";
3° des paragraphes 4 à 9 sont ajoutés et libellés comme suit :
" § 4. Au paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, une erreur technique ou une erreur purement matérielle avant ou après les attributions définitives s'entend du cas dans lequel une erreur technique ou une erreur purement matérielle pendant le déroulement de la procédure de préinscription affecte le classement ou l'affectation de l'élève concerné. La procédure de préinscription prend fin au début des inscriptions libres. Les plaintes et observations introduites après le délai de quinze jours calendrier suivant la constatation des faits contestés sont irrecevables.
Si, après une plainte ou une observation sur une erreur technique ou une erreur purement matérielle avant les attributions définitives, le service de médiation inscriptions rend un avis favorable au sujet de la correction de l'erreur, la LOP, l'autorité scolaire ou plusieurs autorités scolaires conjointement peuvent inscrire l'élève avec la correction de l'erreur dans le registre des préinscriptions avant l'attribution définitive.
Si, après une plainte au sujet d'une erreur technique ou une erreur purement matérielle après une attribution définitive, le service de médiation inscriptions rend un avis favorable au sujet de la correction de l'erreur, l'autorité scolaire concernée peut inscrire l'élève en surcapacité conformément à l'article 253/20.
Si le service de médiation inscriptions rend un avis négatif sur une plainte au sujet d'une erreur technique ou d'une erreur matérielle avant ou après les attributions définitives, l'autorité scolaire ne doit rien changer à la préinscription ou à l'affectation de l'élève concerné.
§ 5. Au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, une situation exceptionnelle d'un élève à inscrire s'entend du cas où l'intéressé qui se préinscrit pour une école spécifique invoque une situation exceptionnelle qui ne s'applique qu'à l'élève en question dans cette école et où cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
Si un parent pose une question concernant la reconnaissance d'une situation exceptionnelle au service de médiation inscriptions, le service de médiation soumet la question à l'autorité scolaire concernée. Si l'autorité scolaire en question considère qu'une éventuelle inscription en surcapacité est faisable, elle soumet cette question à la CLR. Dans les trente jours calendrier, la CLR statue sur la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
L'élève ne peut être inscrit en surcapacité conformément à l'article 253/20 que si la CLR confirme la situation exceptionnelle dans laquelle cette inscription est la seule possible pour garantir l'accès à l'enseignement de cet élève.
§ 6. Une fois que la plainte au sujet d'une erreur technique ou d'une erreur matérielle a été traitée, une plainte peut être introduite auprès de la CLR conformément à l'article 253/30. Le traitement de la situation exceptionnelle comme prévu au paragraphe 5 ne peut pas faire l'objet d'une plainte auprès de la CLR.
Le traitement d'une plainte ou d'une question auprès du service de médiation inscriptions suspend le délai d'introduction d'une plainte auprès de la CLR, visé à l'article 253/30, et le délai de dix jours calendrier pour la médiation de la LOP, visé à l'article 253/28, § 2, alinéa 1er.
§ 7. Les écoles effectuant des préinscriptions, qui sont situées dans la zone d'action d'une LOP, organisent la procédure de préinscription. Dans les communes où une LOP est présente, la procédure de préinscription sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016.
§ 8. Le Gouvernement flamand peut prévoir, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, des moyens à l'appui de la mise en place d'une procédure de préinscription et fixe les modalités à cet effet.
§ 9. Outre ce qui est prévu aux paragraphes 1er à 8, les autorités scolaires peuvent utiliser une procédure de préinscription distincte par langue d'enseignement. ".
Art. 38. Artikel 253/12 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021 wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/12. § 1. Voor de aanmeldingen voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 melden een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:
1° voor welke scholen, vestigingsplaatsen of structuuronderdelen de inschrijvingen zullen worden voorafgegaan door een aanmeldingsprocedure conform ar tikel 253/11;
2° welk standaarddossier ze zullen hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP willen afwijken conform paragraaf 2. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.
De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier waarmee de melding, vermeld in het eerste lid, moet gebeuren.
§ 2. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP willen afwijken van een standaarddossier, leggen ze uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, de afwijkingen in kwestie ter goedkeuring voor aan de CLR.
De CLR toetst de afwijkingen van het standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in deze afdeling en afdeling 2 en 4, en beslist over die afwijkingen uiterlijk twee maanden na de indiening conform het eerste lid, en in ieder geval voor 24 december.".
Art. 38. L'article 253/12 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/12. § 1er. Concernant les préinscriptions pour les inscriptions à partir de l'année scolaire 2023-2024, une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP notifient aux services compétents de la Communauté flamande au plus tard le 15 novembre qui précède l'année scolaire pour laquelle les inscriptions sont valables :
1° les écoles, les implantations ou les subdivisions structurelles pour lesquelles les inscriptions seront précédées d'une procédure de préinscription conformément à l'article 253/11 ;
2° le dossier type qu'elles utiliseront pour l'organisation de la procédure de préinscription, ou le dossier type auquel l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP souhaitent déroger conformément au paragraphe 2. Un dossier type est un dossier dans lequel les différentes étapes d'une procédure de préinscription sont concrètement élaborées.
Le Gouvernement flamand arrête le modèle de chaque dossier type et le formulaire au moyen duquel la notification visée à l'alinéa 1er doit être effectuée.
§ 2. Si une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP souhaitent déroger à un dossier type, elles soumettent les dérogations concernées à l'approbation de la CLR, au plus tard le 15 novembre de l'année scolaire qui précède celle pour laquelle les inscriptions sont valables.
La CLR examine les dérogations au dossier type au regard des dispositions de la présente section et des sections 2 et 4 et statue sur ces dérogations au plus tard deux mois après leur introduction conformément à l'alinéa 1er et, en tout état de cause, avant le 24 décembre. ".
Art. 39. In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, afdeling 3, onderafdeling 3, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, een artikel 253/12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 253/12/1. § 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, uiterlijk tien kalenderdagen na de het negatieve besluit, een van volgende initiatieven nemen:
1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier als vermeld in 253/12, Daarvoor wordt het formulier, vermeld in artikel 253/12, § 1, tweede lid, gebruikt;
2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4, en beslist het uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 253/12, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4.
De Vlaamse Regering beslist over het voorstel van aanmeldingsprocedure uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na het negatieve besluit, beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 253/12;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit eenmalig het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier als vermeld in artikel 253/12, voorleggen aan de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen, vermeld in artikel 253/2, en aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2, en beslist uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.
Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na het negatieve besluit, de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 253/12, of om af te zien van een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling 2, van toepassing.
§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 253/12, die conform paragraaf 1, eerste lid, 3°, zijn voorgelegd kunnen het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 253/12;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, eenmalig een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de bepalingen van deze afdeling en afdeling 2 en 4.
De CLR beslist over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.
Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of af te zien van een aanmel dingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling 2, van toepassing.".
Art. 39. Dans le même code, un article 253/12/1 est inséré dans la partie IV, titre 2, chapitre 1/1, section 3, sous-section 3, insérée par le décret du 17 mai 2019, et libellé comme suit :
" Art. 253/12/1. § 1er. En cas de décision négative de la CLR sur les dérogations à un dossier type, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre, préalablement à l'année scolaire pour laquelle les inscriptions sont valables, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, l'une des initiatives suivantes :
1° notifier aux services compétents de la Communauté flamande et à la CLR qu'elles organiseront les préinscriptions conformément à un dossier type tel que visé à l'article 253/12. A cet effet, le formulaire visé à l'article 253/12, § 1er, alinéa 2, est utilisé ;
2° introduire des dérogations ajustées auprès de la CLR. Dans ce cas, la CLR examine les dérogations ajustées au regard des dispositions de la présente section et des sections 2 et 4 et statue au plus tard trente jours calendrier après leur introduction ;
3° soumettre la proposition de dérogations au dossier type, visé à l'article 253/12, au Gouvernement flamand. Dans ce cas, le Gouvernement flamand examine la proposition au regard des dispositions de la présente section et des sections 2 et 4.
Le Gouvernement flamand statue sur la proposition de procédure de préinscription au plus tard trente jours calendrier après son introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1er.
§ 2. En cas de décision négative de la CLR sur les dérogations ajustées à un dossier type qui ont été soumises conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 253/12 ;
2° soumettre au Gouvernement flamand, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, à titre unique, la proposition ajustée de dérogations à un dossier type tel que visé à l'article 253/12.
Le Gouvernement flamand examine les dérogations proposées au dossier type au regard des objectifs visés à l'article 253/2 et des dispositions de la présente section et de la section 2 et statue au plus tard trente jours calendrier après leur introduction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au déroulement de la procédure visée à l'alinéa 1er.
En cas de décision négative du Gouvernement flamand, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 253/12 ou de renoncer à une procédure de préinscription. Dans ce cas, les dispositions de la sous-section 2 s'appliquent.
§ 3. En cas de décision négative du Gouvernement flamand sur la proposition de dérogations à un dossier type, visé à l'article 253/12, qui ont été soumises conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée peuvent prendre l'une des décisions suivantes :
1° décider, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type tel que visé à l'article 253/12 ;
2° soumettre à la CLR, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, à titre unique, une proposition ajustée de dérogations à un dossier type. Dans ce cas, la CLR examine la proposition ajustée au regard des dispositions de la présente section et des sections 2 et 4.
La CLR statue sur la proposition de dérogations à un dossier type au plus tard trente jours calendrier après son introduction.
En cas de décision négative de la CLR, l'autorité scolaire concernée, plusieurs autorités scolaires concernées conjointement ou la LOP concernée décident, au plus tard dix jours calendrier après la réception de la décision négative, d'organiser la procédure de préinscription selon un dossier type ou de renoncer à une procédure de préinscription. Dans ce cas, les dispositions de la sous-section 2 s'appliquent. ".
Art. 40. In artikel 253/15 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Deze voorrang bedraagt ook in geval van meer ondervertegenwoordigde groepen, in totaal maximum 20 procent van de bepaalde capaciteit." vervangen door de zinnen "De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20% van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot één of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20% van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/13.";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.";
3° aan paragraaf 1 worden een derde tot en met een achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, zowel wat betreft het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.
Als de gemeenteraad een voorstel van een LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.
Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de gemeenteraad, dan kan die gemeenteraad, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan die gemeenteraad, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.
Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden voor de vestigingsplaatsen die in de gemeente liggen waar de gemeenteraad het eerste voorstel bekrachtigd heeft.
Als de gemeenteraad een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in die gemeente liggen, het voorstel toe.
Als een gemeenteraad geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Zij gebruiken hiervoor het model zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 253/13, laatste lid." opgeheven;
5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de datum "1 december" vervangen door de datum "15 september" en wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt: "De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 253/12.".
Art. 40. A l'article 253/15 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, la phrase " Dans le cas de groupes plus sous-représentés, cette priorité ne doit également pas dépasser 20 % de la capacité fixée au total. " est remplacée par les phrases " La priorité est appliquée jusqu'à ce que 20 % maximum de la capacité déterminée soient occupés par les élèves appartenant à un ou plusieurs groupes sous-représentés. Même en présence de plusieurs groupes sous-représentés, la priorité est de 20 % maximum de la capacité déterminée visée à l'article 253/13. " ;
2° au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la LOP ou une autorité scolaire opte pour plusieurs groupes sous-représentés, la LOP ou une autorité scolaire détermine aussi à chaque fois quel groupe a priorité dans le classement sur quel autre groupe. " ;
3° au paragraphe 1er, des alinéas 2 à 8 sont ajoutés et libellés comme suit :
" La LOP peut élaborer une proposition relative à la priorité de groupes sous-représentés au sein des écoles situées dans sa zone d'action, tant pour ce qui est de la part de la capacité réservée par les écoles que pour ce qui est de la délimitation sur le fond du groupe sous-représenté choisi localement. Cette proposition sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4/1, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. Les écoles situées dans la zone d'action d'une LOP respectent les accords pris en la matière au sein de la LOP. La LOP soumet la proposition à la ratification du conseil communal de la commune ou des communes abritant les implantations qui appliquent la priorité.
Si le conseil communal ne ratifie pas une proposition d'une LOP une première fois, celle-ci élabore une nouvelle proposition. La nouvelle proposition sera approuvée à la majorité des partenaires de l'enseignement de la LOP visés à l'article VIII.4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016. La LOP soumet cette nouvelle proposition à la ratification du conseil communal de la commune ou des communes abritant les implantations qui appliquent la priorité.
Si le conseil communal a déjà ratifié une première proposition, il peut choisir, lorsqu'une nouvelle proposition est soumise à sa ratification, de remplacer cette première proposition par la nouvelle. Si la nouvelle proposition visée à l'alinéa 4 est ratifiée, elle remplace la première proposition.
Si la nouvelle proposition n'est pas ratifiée, la première proposition visée à l'alinéa 3 est maintenue pour les implantations situées dans la commune où le conseil communal a ratifié la première proposition.
Si le conseil communal ratifie une proposition, les implantations situées dans cette commune appliquent la proposition.
Si un conseil communal ne ratifie pas de proposition, les autorités scolaires peuvent décider elles-mêmes pour les implantations situées dans la zone d'action de la LOP quels groupes sous-représentés elles appliquent. " ;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " Elles utilisent le modèle établi par le Gouvernement flamand, tel que visé à l'article 253/13, dernier alinéa, à cette fin. " est abrogée ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, la date " 1er décembre " est remplacée par la date " 15 septembre " et une phrase, libellée comme suit, est ajoutée : " La délimitation sur le fond des groupes sous-représentés choisis localement ne fait pas partie du dossier type ou de la dérogation au dossier type visé à l'article 253/12. ".
Art. 41. Artikel 253/16 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 253/16. § 1. Voor de inschrijvingen ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de betrokken schoolbesturen, het schoolbestuur dat daarvoor gemandateerd is of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren, vermeld in artikel 253/14, eerste lid, 1° ;
2° dan de kinderen van een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 253/14, eerste lid, 2° ;
3° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/15;
4° tot slot de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de leer lingen, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 3°, volgens een van de volgende ordeningscriteria:
a) toeval;
b) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de betrokken personen hebben gemaakt, en dan toeval;
c) toeval en dan de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de betrokken personen hebben gemaakt.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze hebben onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
§ 2. Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/13, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige leerlingen als vermeld in het eerste lid, 4°, en vermeld in het standaarddossier dat door hen is onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.
§ 3. In voorkomend geval wordt aan een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt die leerling verwijderd in de scholen of vestigings plaatsen van lagere keuze.
Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP kunnen beslissen dat na de definitieve toewijzing geen leerlingen kunnen zijn die elkaars hogere keuze hebben. Deze beslissing mag er niet toe leiden dat de voorrang van een geweigerde leerling geschonden zou worden.".
Art. 41. L'article 253/16 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 253/16. § 1er. Pour les inscriptions, l'autorité scolaire ou, après accord des autorités scolaires concernées, l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, classe, à la fin de la période de préinscription, tous les élèves préinscrits pour son école ou pour chacune de ses écoles de la manière suivante :
1° en premier lieu, les élèves appartenant à la même unité de vie, visés à l'article 253/14, alinéa 1er, 1° ;
2° ensuite, les enfants dont un parent est membre du personnel, visés à l'article 253/14, alinéa 1er, 2° ;
3° le cas échéant, ensuite, les élèves appartenant au groupe sous-représenté, visés à l'article 253/15 ;
4° enfin, les autres élèves, y compris, le cas échéant, les élèves qui restent après l'application des critères visés aux point 1° à 3°, selon l'un des critères de classement suivants :
a) le hasard ;
b) la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix exprimés par les personnes concernées, et ensuite le hasard ;
c) le hasard et ensuite la place qu'occupe l'école ou l'implantation dans l'ordre des choix exprimés par les personnes concernées.
Lors du classement des élèves préinscrits, l'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP appliquent le critère de classement ou la combinaison de critères de classement issus du dossier type auquel elles ont souscrit ou des éventuelles dérogations à celui-ci telles que la CLR les a approuvées.
§ 2. Si la capacité prédéterminée visée à l'article 253/13 est déjà atteinte au sein du groupe d'élèves visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2° ou 3°, les élèves de ce groupe d'élèves sont classés dans l'ordre des groupes prioritaires et selon le critère de classement ou la combinaison de critères de classement, comme les autres élèves, visés à l'alinéa 1er, 4°, et mentionnés dans le dossier type souscrit par elles ou les dérogations éventuelles à celui-ci telles que la CLR les a approuvées.
§ 3. Le cas échéant, un élève favorablement classé pour plusieurs écoles ou implantations est affecté à l'école ou à l'implantation de son premier choix et est supprimé des écoles ou implantations de moindre préférence.
L'autorité scolaire, les autorités scolaires conjointement ou la LOP peuvent décider qu'après l'attribution définitive, aucun élève ne peut avoir obtenu le choix de meilleure préférence d'un autre élève. Cette décision ne peut pas avoir pour effet de transgresser la priorité d'un élève refusé. ".
Art. 42. In artikel 253/17, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt tussen het woord "ordeningscriteria" en het woord "eerstvolgend" de zinsnede "en voorrangsgroepen als vermeld in artikel 253/14 tot en met 253/16," ingevoegd;
2° in het derde lid worden tussen de woorden "volgens de" en de woorden "daartoe gekozen" de woorden "volgorde van de voorrangsgroepen en de" inge voegd;
3° in het zevende lid worden de woorden "disfuncties en eerstelijnsklachten" vervangen door de zinsnede "de klachten, de vaststellingen en de vragen".
Art. 42. A l'article 253/17, § 2, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, deuxième phrase, le membre de phrase " et de groupes prioritaires tels que visés aux articles 253/14 à 253/16, " est ajouté ;
2° à l'alinéa 3, les mots " l'ordre des groupes prioritaires et " sont insérés entre le mot " selon " et les mots " les critères de classement " ;
3° à l'alinéa 7, les mots " dysfonctionnements et de plaintes de première ligne, tel que visé " sont remplacés par le membre de phrase " plaintes, constatations et questions telles que visées ".
Art. 43. In artikel 253/18 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "253/16" vervangen door de zinsnede "253/17";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede ", rekening houdend met de voorrangsgroepen, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had." vervangen door de zinsnede "gerespecteerd, met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, in voorkomend geval met het oog op het bereiken van hun respectieve aandeel en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.".
Art. 43. A l'article 253/18 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " 253/16 " est remplacé par le membre de phrase " 253/17 " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " avec une attention particulière pour les groupes prioritaires, et ce jusqu'au cinquième jour de classe inclus du mois d'octobre de l'année scolaire sur laquelle portait l'inscription. " est remplacé par le membre de phrase " y compris l'ordre des groupes prioritaires, le cas échéant en vue d'atteindre leur part respective, jusqu'au cinquième jour d'école du mois d'octobre de l'année scolaire à laquelle l'inscription se rapportait. ".
Art. 44. In artikel 253/20, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294;";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 253/11, § 3, toestemming heeft verleend" vervangen door de zinsnede "ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 253/11, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft beves tigd.";
4° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
Art. 44. A l'article 253/20, alinéa 1er, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour la fonction hébergement, c'est-à-dire un cadre d'habitat et de vie adapté sous la surveillance et avec l'accompagnement d'un intervenant jeunesse, sur recommandation d'une structure mandatée ou d'un service social du tribunal de la jeunesse ; " ;
2° au point 1°, un point d) et un point e) sont ajoutés et libellés comme suit :
" d) soit ont été adoptés au sein d'une famille qui dispose d'une demande d'adoption nationale ou internationale, introduite auprès du tribunal compétent ou, à défaut de celle-ci, d'une décision étrangère d'adoption ou d'une décision étrangère de placement en vue de l'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport tel que visé à l'article 294; " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " la commission de dysfonctionnement, telle que visée à l'article 253/11, § 3, a donné son accord " est remplacé par le membre de phrase " le service de médiation inscriptions ou la CLR, visés à l'article 253/11, §§ 3 à 5, a rendu un avis favorable ou a confirmé la situation exceptionnelle. " ;
4° il est ajouté un point 4° libellé comme suit :
" 4° pour l'admission d'élèves qui, durant l'année scolaire en cours ou après le premier jour d'école du mois de mars de l'année scolaire précédant celle pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
Art. 45. In artikel 253/22, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
"d) per administratieve groep of combinatie van administratieve groepen, al dan niet per vestigingsplaats.".
Art. 45. A l'article 253/22, alinéa 1er, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, le point d) est remplacé par ce qui suit :
" d) par groupe administratif ou combinaison de groupes administratifs, par implantation ou non. ".
Art. 46. In artikel 253/24, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;";
2° aan punt 1° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
"d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294.";
3° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de toelating van leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, veranderd zijn van domicilieadres en veranderd zijn van gemeente.".
Art. 46. A l'article 253/24, § 1er, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
" a) soit disposent d'une décision d'aide à la jeunesse pour la fonction hébergement, c'est-à-dire un cadre d'habitat et de vie adapté sous la surveillance et avec l'accompagnement d'un intervenant jeunesse, sur recommandation d'une structure mandatée ou d'un service social du tribunal de la jeunesse ; " ;
2° au point 1°, un point d) et un point e) sont ajoutés et libellés comme suit :
" d) soit ont été adoptés au sein d'une famille qui dispose d'une demande d'adoption nationale ou internationale, introduite auprès du tribunal compétent ou, à défaut de celle-ci, d'une décision étrangère d'adoption ou d'une décision étrangère de placement en vue de l'adoption ;
e) soit disposent d'un rapport tel que visé à l'article 294. " ;
3° il est ajouté un point 3° libellé comme suit :
" 3° pour l'admission d'élèves qui, durant l'année scolaire en cours ou après le premier jour d'école du mois de mars de l'année scolaire précédant celle pour laquelle l'inscription est demandée, ont changé d'adresse de domicile et ont changé de commune. ".
Art. 47. In artikel 253/26 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering.
De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en het indienen van een klacht bij de CLR.".
Art. 47. A l'article 253/26 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Une autorité scolaire, ou l'autorité scolaire mandatée à cet effet ou la LOP, qui refuse un élève communique sa décision, dans le délai de sept jours calendrier, aux parents de l'élève, par écrit ou par voie numérique, et aux services compétents de la Communauté flamande via les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Les services compétents de la Communauté flamande transmettent cette notification à la LOP. Cette notification comprend le numéro de registre national et les données d'identification des élèves ainsi que les motifs de fait et de droit du refus.
Le Gouvernement flamand peut définir les règles relatives aux durées de conservation et aux opérations et procédures traitement, dont les mesures visant à garantir un traitement équitable, sûr et transparent. A la demande des parents, les documents de refus sont également mis à disposition en version papier. " ;
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le modèle visé à l'alinéa 1er contient tous les éléments suivants :
1° les motifs de fait et de droit de la décision de refus ;
2° les informations relatives aux possibilités de médiation, de plaintes de première ligne et d'introduction d'une plainte auprès de la CLR. ".
Art. 48. In artikel 253/28 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Bij een weigering op basis van andere bepalingen dan deze van artikel 253/25 start het LOP een bemiddeling wanneer de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken." vervangen door de zin "In de volgende gevallen start het LOP een bemiddeling als de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken:
1° bij een weigering als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 1° of 5° ;
2° bij een weigering op basis van artikel 253/25, § 1, § 2 en § 3;
3° bij een ontbinding van de inschrijving als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4° ;
4° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 253/5 en als vermeld in artikel 253/27 § 1, eerste lid, 3°. ";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de betrokken personen of na de afgifte van het weigeringsdocument, vermeld in artikel 253/26, § 1, tussen de leerling en de betrokken personen en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel 253/30, § 1, tweede lid, op.";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing" vervangen door de zinsnede "over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de ontbinding van de inschrijving of de uitschrijving, conform artikel 253/30, § 2";
4° paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt: "Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
5° paragraaf 4 en paragraaf 5 worden opgeheven.
Art. 48. A l'article 253/28 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, la phrase " En cas d'un refus sur la base de dispositions autres que celles de l'article 253/25, la LOP entame une médiation, si les personnes concernées en font la demande expresse. " est remplacée par la phrase " Dans les cas suivants, la LOP entame une médiation à la demande expresse des personnes concernées :
1° en cas de refus, tel que visé à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 5° ;
2° en cas de refus en vertu de l'article 253/25, § 1er, §§ 2 et 3 ;
3° en cas d'annulation de l'inscription, telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4° ;
4° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école, telle que visée à l'article 253/5 et à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 3°. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Dans les dix jours calendrier suivant la demande des personnes concernées ou la remise du document de refus visé à l'article 253/26, § 1er, la LOP intervient en médiateur entre l'élève et les personnes concernées et les autorités scolaires des écoles situées à l'intérieur de sa zone d'action en vue d'une inscription définitive de l'élève dans une école. La médiation suspend le délai de trente jours calendrier visé à l'article 253/30, § 1er, alinéa 2. " ;
3° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " sur le bien-fondé de la décision de refus " sont remplacés par le membre de phrase " sur le bien-fondé de la décision de refus ou de l'annulation de l'inscription ou de la désinscription, conformément à l'article 253/30, § 2 " ;
4° le paragraphe 3, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit : " L'avis de la CLR est envoyé aux intéressés, par écrit ou par voie électronique, au plus tard dans le délai de sept jours calendrier. " ;
5° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 49. In artikel 253/29 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "per provincie" en de woorden "en een onderwijsinspecteur" worden opgeheven;
2° het woord "opnemen" wordt vervangen door het woord "opneemt".
Art. 49. A l'article 253/29 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " , par province, " et les mots " et un inspecteur de l'enseignement " sont abrogés ;
2° les mots " se chargent " sont remplacés par les mots " se charge ".
Art. 50. In artikel 253/30 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Betrokken personen en andere belanghebbenden kunnen in de volgende gevallen al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR:
1° bij een weigering als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 5° ;
2° bij een ontbinding van de inschrijving als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4° ;
3° bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 253/5 en als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 3° ;
4° klachten die na dertig kalenderdagen nadat de betwiste feiten zijn vast gesteld, ingediend worden, zijn onontvankelijk.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "weigering" vervangen door het woord "klacht";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt: "Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.";
4° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van een klacht als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 253/6, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.";
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 5°, een ontbinding van de inschrijving als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 253/5 en als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 3°, ";
6° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "een weigering op basis van artikel 253/6" vervangen door de zinsnede "een ontbinding van de inschrijving als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4°, ";
7° in paragraaf 4 worden de woorden "de weigering" vervangen door de zinsnede "een weigering als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 5°, een ontbinding van de inschrijving als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 4°, of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 253/5 en als vermeld in artikel 253/27, § 1, eerste lid, 3°, ".
Art. 50. A l'article 253/30 du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Les personnes concernées et d'autres parties prenantes peuvent introduire une plainte écrite auprès de la CLR, que ce soit ou non à l'issue d'une procédure de médiation par la LOP ou du traitement par le service de médiation inscriptions, dans les cas suivants :
1° en cas de refus, tel que visé à l'article 27, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 5° ;
2° en cas d'annulation de l'inscription, telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4° ;
3° en cas de désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école, telle que visée à l'article 253/5 et à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 3°. " ;
4° Les plaintes introduites plus de trente jours calendrier après que les faits contestés ont été établis sont irrecevables. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " du refus " sont remplacés par les mots " de la plainte " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit : " L'avis de la CLR est envoyé aux intéressés, par écrit ou par voie électronique, au plus tard dans le délai de sept jours calendrier. " ;
4° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 3 libellé comme suit :
" Dans le cas d'une plainte telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4°, l'élève demeure inscrit dans l'école jusqu'à ce que l'avis de la CLR ait été notifié aux intéressés et le délai d'un mois, périodes de vacances non comprises, visé à l'article 253/6, § 2, alinéa 3, est également suspendu jusqu'à ce moment. " ;
5° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " que le refus est fondé " sont remplacés par le membre de phrase " qu'un refus, tel que visé à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° ou 5°, une annulation de l'inscription, telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4°, ou une désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école, telle que visée à l'article 253/5 et à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 3°, sont fondés " ;
6° au paragraphe 3, alinéa 2, le membre de phrase " d'un refus sur la base de l'article 253/6 " est remplacé par le membre de phrase " une annulation de l'inscription, telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4°, " ;
7° au paragraphe 4, les mots " que le refus n'est pas ou insuffisamment motivé " sont remplacé par le membre de phrase " qu'un refus, tel que visé à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° ou 5°, une annulation de l'inscription, telle que visée à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 4°, ou une désinscription sur la base d'une inscription dans une autre école, telle que visée à l'article 253/5 et à l'article 253/27, § 1er, alinéa 1er, 3°, ne sont pas ou insuffisamment motivés ".
Art. 51. In artikel 253/31, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 253/28, § 5" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 253/30, § 4".
Art. 51. A l'article 253/31, § 1er, alinéa 1er, du même code, inséré par le décret du 17 mai 2019, le membre de phrase " l'article 253/28, § 5 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 253/30, § 4 ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
CHAPITRE 4. Modifications de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016
Art. 52. In artikel VIII.1 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden punt 2°, 3°, 5° en 7° opgeheven.
Art. 52. A l'article VIII.1 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016, les points 2°, 3°, 5° et 7° sont abrogés.
Art. 53.
Art. 53.
Art. 54. Artikel VIII.4 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. VIII.4. § 1. Een lokaal overlegplatform basisonderwijs omvat alle ondergenoemde stemgerechtigde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden:
1° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen;
2° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan;
3° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden;
4° een lokale vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt;
5° twee lokale vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen;
6° in totaliteit ten hoogste tien vertegenwoordigers van:
a) lokale socio-culturele en/of -economische partners;
b) vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden;
c) vereniging waar armen het woord nemen;
7° een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering;
8° een vertegenwoordiger van de integratiedienst;
9° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk;
10° een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen-in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur.
De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, b) en c), en 7°, bedoelde participanten. De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° en 10°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 6°, a), b) en c), en 9°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in paragraaf 3 bedoelde deskundige.
Het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, is steeds kleiner dan het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°.
§ 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de vertegenwoordiger van het betrokken lokaal bestuur, of in voorkomend geval, de betrokken lokale besturen.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed.
§ 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige.
De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter.
§ 4. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegelei ding van het eigen schoolbestuur.".
Art. 54. L'article 5 de la même codification, modifié par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. VIII.4. § 1er. Une plate-forme locale de concertation pour l'enseignement fondamental comprend tous les participants ayant voix délibérative mentionnés ci-après, qui sont présents dans la zone d'action et qui se manifestent :
1° les directions et autorités scolaires de toutes les écoles situées dans la zone d'action ;
2° les directions et autorités scolaires des écoles d'enseignement spécial situées en dehors de la zone d'action lorsqu'il existe entre ces écoles et les écoles situées dans la zone d'action des flux d'élèves fréquents ;
3° les directions et autorités scolaires des centres d'encadrement des élèves qui accompagnent les écoles situées dans la zone d'action ;
4° un représentant de chaque organisation syndicale représentative qui défend les intérêts professionnels du personnel des écoles situées dans la zone d'action ;
5° deux représentants d'associations de parents reconnues ;
6° au total, dix représentants au plus de :
a) partenaires socioculturels et/ou socio-économiques ;
b) d'organisations de minorités ethnoculturelles ;
c) d'une association où des personnes en situation de pauvreté prennent la parole ;
7° un représentant de l'Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique;
8° un représentant du service d'intégration ;
9° un représentant de l'animation des relations école-collectivité ;
10° un représentant de l'administration communale ou des administrations communales concernées - dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale : de la Commission communautaire flamande. Cette personne n'agit pas en qualité de représentant de la commune ou de la Commission communautaire flamande comme autorité scolaire.
Le Gouvernement flamand désigne les organes qui seront chargés de coordonner la désignation des participants visés à l'alinéa 1er, 4°, 5°, 6°, b) et c), et 7°. Les participants visés à l'alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° et 10°, désignent lors de leur première réunion les participants visés à l'alinéa 1er, 6°, a), b) et c), et 9°. Ils sont convoqués à cette fin par l'expert visé au paragraphe 3.
Le nombre total de participants visés à l'alinéa 1er, 4° à 10°, est toujours inférieur au nombre total de participants visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°.
§ 2. De concert avec la plate-forme locale de concertation, le Gouvernement flamand désigne un président qui connaît bien le secteur de l'enseignement au sens large. Le président ne siège pas au sein d'une autorité scolaire et n'est pas membre du personnel de l'un ou l'une des écoles, groupes d'écoles, communautés scolaires ou centres d'encadrement des élèves concernés, à l'exception du représentant de l'administration locale concernée ou, le cas échéant, des administrations locales concernées.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de rémunération du président.
§ 3. Le Gouvernement flamand pourvoit au subventionnement, compte tenu de l'article VIII.3, § 2, alinéa 1er, d'un expert qui fournit un soutien de fond et organisationnel à la plate-forme locale de concertation. Il précise les conditions de recrutement et de fonctionnement de l'expert.
L'expert ne peut pas être désigné en qualité président.
§ 4. Les autorités scolaires visées à l'article VIII.4, § 1er, 1°, 2° et 3°, peuvent se faire représenter respectivement par une direction de l'école de leur propre autorité scolaire ou par une direction d'un centre d'encadrement des élèves de leur propre autorité scolaire. ".
Art. 55. Artikel VIII.5 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. VIII.5. Een lokaal overlegplatform basisonderwijs heeft volgende opdrachten:
1° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;
2° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;
3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
4° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;
5° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang zoals bepaald in hoofdstuk IV/1 en hoofdstuk IV/3 van het decreet basisonderwijs;
6° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid;
7° het maken van afspraken over de startdata van de inschrijvingen;
8° het maken van afspraken over het verhogen van de kleuterparticipatie;
9° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal.
Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen.
De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms.".
Art. 55. L'article VIII.5 de la même codification, modifié par le décret du 17 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. VIII.5. Une plate-forme locale de concertation pour l'enseignement fondamental remplit les missions suivantes :
1° l'analyse de l'environnement concernant l'inégalité des chances en éducation au sein de la zone d'action. Les participants à la concertation locale fournissent à cet effet les données quantitatives et qualitatives nécessaires ;
2° la prise d'engagements en vue de réaliser les objectifs en matière d'égalité des chances ;
3° la prise d'engagements en matière d'accueil, d'offre et d'orientation d'élèves vers l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones et de suivi d'anciens primo-arrivants allophones dans l'enseignement financé ou subventionné ;
4° la prise d'engagements relatifs à l'exercice de la compétence de médiation ;
5° la prise d'engagements relatifs à l'application de la priorité telle que prévue aux chapitres IV/1 et IV/3 du décret relatif à l'enseignement fondamental ;
6° la prise d'engagements relatifs à la communication quant à la politique d'inscription menée par les écoles et son harmonisation avec la communication menée par l'Autorité flamande ;
7° la prise d'engagements concernant les dates de début des inscriptions ;
8° la prise d'engagements relatifs à l'augmentation de la fréquentation de l'enseignement maternel ;
9° l'élaboration de dispositions complémentaires sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement.
Une plate-forme locale de concertation peut décider de se charger de missions additionnelles.
Le Gouvernement flamand peut attribuer des missions additionnelles aux plates-formes locales de concertation. ".
Art. 56. In artikel VIII.5/1, eerste lid, van dezelfde codificatie, ingevoegd bij het decreet van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
"5° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang, vermeld in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;";
2° in punt 9° wordt de zinsnede "zoals bepaald in artikel 253/15" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 253/15 en 253/46".
Art. 56. A l'article VIII.5/1, alinéa 1er, de la même codification, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° la prise d'engagements relatifs à l'application de la priorité visée à la partie IV, titre 2, chapitres 1/1 et 1/2, du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ";
2° au point 9°, le membre de phrase " , conformément à l'article 253/15 " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles 253/15 et 253/46 ".
Art. 57. Aan artikel VIII.8, § 4, van dezelfde codificatie, vervangen bij de decreten van 17 mei 2019, en gewijzigd bij de decreten van 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De samenstelling, vermeld in het eerste lid, geldt ook als de Commissie voor het schooljaar 2023-2024 en verder adviseert en oordeelt naar recht over de klachten die betrekking hebben op het passende alternatief conform artikel 37/43/4 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/15 van de Codex Secundair Onderwijs.".
Art. 57. A l'article VIII.8, § 4, de la même codification, inséré par le décret du 17 mai 2019 et modifié par les décrets des 22 novembre 2019, 8 mai 2020 et 25 juin 2021, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
" La composition visée à l'alinéa 1er est également valable si, pour l'année scolaire 2023-2024 et au-delà, la Commission émet des avis et statue en droit sur les plaintes relatives à l'application de l'alternative appropriée conformément à l'article 37/43/4 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 295/15 du Code de l'enseignement secondaire. ".
Art. 58.
Art. 58.
Art. 59.
Art. 59.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 60. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2022.
Art. 60. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2022.