Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 FEBRUARI 2022. - Wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt
Titre
28 FEVRIER 2022. - Loi transposant la Directive (UE) 2019/1 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 visant à doter les autorités de concurrence des Etats membres des moyens de mettre en oeuvre plus efficacement les règles de concurrence et à garantir le bon fonctionnement du marché intérieur
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (82)
Texte (82)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt
Art. 2. La présente loi transpose la directive (UE) 2019/1 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 visant à doter les autorités de concurrence des Etats membres des moyens de mettre en oeuvre plus efficacement les règles de concurrence et à garantir le bon fonctionnement du marché intérieur.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1.. - Wijzigingen van boek I van het Wetboek van economisch recht
Section 1re. - Modifications du livre Ier du Code de droit économique
Art. 3. Artikel I.6 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2020, wordt vervangen als volgt:
"Art. I.6. Voor de toepassing van boek IV gelden de volgende definities:
1° nationale mededingingsautoriteit: de Belgische Mededingingsautoriteit of een andere autoriteit die bevoegd is om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU") toe te passen, aangewezen door een lidstaat op grond van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
2° mededingingsautoriteit: de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, of beide, indien de omstandigheden dit vereisen;
3° Europees netwerk van mededingingsautoriteiten: het netwerk van publieke autoriteiten dat wordt gevormd door de nationale mededingingsautoriteiten en de Europese Commissie om een forum te bieden voor discussie en samenwerking met betrekking tot de toepassing en de handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU;
4° Belgische Mededingingsautoriteit: de Belgische nationale mededingingsautoriteit, opgericht bij de wet van 3 april 2013 en bedoeld in artikel IV.16;
5° Mededingingscollege: het beslissingscollege van de Belgische Mededingingsautoriteit dat per zaak wordt samengesteld voor het nemen van de beslissingen bedoeld in boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2;
6° voorzitter: de voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit;
7° auditoraat: het auditoraat van de Belgische Mededingingsautoriteit;
8° auditeur-generaal: de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit;
9° auditeur: het personeelslid van het auditoraat dat door de auditeur-generaal wordt belast met de dagelijkse leiding van het onderzoek van een zaak;
10° auditeur-adviseur: het personeelslid van het auditoraat bedoeld in artikel IV.27, § 4;
11° onderzoeksteam: de personeelsleden van het auditoraat die met het onderzoek zijn belast onder de leiding van de auditeur en de algemene leiding van de auditeur-generaal
12° onderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen;
13° betrokken partij: de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon op wie de onderzoeken en de beslissingen bedoeld in boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2 betrekking hebben;
14° Bijzondere raadgevende commissie Mededinging: de commissie bedoeld in artikel IV.37;
15° inbreuk op het mededingingsrecht: een inbreuk op artikel IV.1, op artikel IV.2 of op artikel IV.2/1, en/of op artikel 101 of op artikel 102 VWEU;
16° machtspositie: de positie die een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen;
17° positie van economische afhankelijkheid: de positie van onderworpenheid van een onderneming ten aanzien van één of meerdere andere ondernemingen gekenmerkt door de afwezigheid van een redelijk equivalent alternatief, beschikbaar binnen een redelijke termijn, en onder redelijke voorwaarden en kosten, die deze of elk van deze ondernemingen toelaten om prestaties of voorwaarden op te leggen die niet kunnen verkregen worden in normale omstandigheden;
18° kartel: een overeenkomst en/of een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - en, met desgevallend één of meer andere niet-concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoop-quota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van import of export of mededingings-verstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
19° geheim kartel: een kartel waarvan het bestaan gedeeltelijk of geheel verborgen wordt gehouden;
20° clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;
21° volledige vrijstelling van geldboeten: de vrijstelling van geldboeten die anders aan een onderneming of een ondernemingsvereniging zouden worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als tegenprestatie voor haar samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling;
22° gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten: een vermindering van het bedrag van de geldboete die anders aan een onderneming of een ondernemingsvereniging zou worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als tegenprestatie voor haar samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling;
23° clementie: zowel volledige als gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
24° immuniteit: immuniteit van vervolging die anders tegen een natuurlijke persoon zou worden ingesteld voor zijn deelname aan een inbreuk op artikel IV.1, § 4, als tegenprestatie voor zijn samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementie-regeling;
25° clementieverzoeker: een onderneming of een ondernemingsvereniging die verzoekt om een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten in het kader van een clementieregeling;
26° immuniteitsverzoeker: een natuurlijke persoon die verzoekt om immuniteit in het kader van een clementieregeling;
27° clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;
28° clementieverzoek: de clementieverklaring, alsook de informatie en het bewijsmateriaal bedoeld in artikel IV.54, §§ 2 tot 4, overgemaakt om uitzicht te krijgen op een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
29° immuniteitsverzoek: de clementieverklaring, alsook de informatie en bewijsmateriaal bedoeld in artikel IV.54/4, § 2, overgemaakt om uitzicht te krijgen op immuniteit;
30° marker: een tijdelijk voorbehouden rang in de rij van volgorde van ontvangst van clementieverzoeken betreffende eenzelfde geheim kartel, gedurende een per geval bepaalde periode teneinde de clementieverzoeker in staat te stellen de noodzakelijke informatie en bewijzen te verzamelen om te voldoen aan de bewijsvoorwaarde voor volledige vrijstelling, of desgevallend, gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
31° schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;
32° werkdagen: alle dagen, met uitsluiting van de zaterdagen, de zondagen, de wettelijke feestdagen, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Economie, de eerste werkdag die volgt op 1 januari, 2 en 15 november alsook de dagen vanaf 26 december tot en met 31 december;
33° minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage, of collaboratieve onderhandeling;
34° minnelijke schikking: een door middel van een minnelijke oplossing van geschillen verkregen schikking alsook een scheidsrechterlijk vonnis;
35° nationale rechterlijke instantie: een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU;
36° VWEU: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
37° Verordening (EG) nr. 139/2004: Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen;
38° Verordening (EG) nr. 1/2003: Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
39° Richtlijn (EU) 2019/1: Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt.".
"Art. I.6. Voor de toepassing van boek IV gelden de volgende definities:
1° nationale mededingingsautoriteit: de Belgische Mededingingsautoriteit of een andere autoriteit die bevoegd is om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU") toe te passen, aangewezen door een lidstaat op grond van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
2° mededingingsautoriteit: de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, of beide, indien de omstandigheden dit vereisen;
3° Europees netwerk van mededingingsautoriteiten: het netwerk van publieke autoriteiten dat wordt gevormd door de nationale mededingingsautoriteiten en de Europese Commissie om een forum te bieden voor discussie en samenwerking met betrekking tot de toepassing en de handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU;
4° Belgische Mededingingsautoriteit: de Belgische nationale mededingingsautoriteit, opgericht bij de wet van 3 april 2013 en bedoeld in artikel IV.16;
5° Mededingingscollege: het beslissingscollege van de Belgische Mededingingsautoriteit dat per zaak wordt samengesteld voor het nemen van de beslissingen bedoeld in boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2;
6° voorzitter: de voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit;
7° auditoraat: het auditoraat van de Belgische Mededingingsautoriteit;
8° auditeur-generaal: de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit;
9° auditeur: het personeelslid van het auditoraat dat door de auditeur-generaal wordt belast met de dagelijkse leiding van het onderzoek van een zaak;
10° auditeur-adviseur: het personeelslid van het auditoraat bedoeld in artikel IV.27, § 4;
11° onderzoeksteam: de personeelsleden van het auditoraat die met het onderzoek zijn belast onder de leiding van de auditeur en de algemene leiding van de auditeur-generaal
12° onderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen;
13° betrokken partij: de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon op wie de onderzoeken en de beslissingen bedoeld in boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2 betrekking hebben;
14° Bijzondere raadgevende commissie Mededinging: de commissie bedoeld in artikel IV.37;
15° inbreuk op het mededingingsrecht: een inbreuk op artikel IV.1, op artikel IV.2 of op artikel IV.2/1, en/of op artikel 101 of op artikel 102 VWEU;
16° machtspositie: de positie die een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen;
17° positie van economische afhankelijkheid: de positie van onderworpenheid van een onderneming ten aanzien van één of meerdere andere ondernemingen gekenmerkt door de afwezigheid van een redelijk equivalent alternatief, beschikbaar binnen een redelijke termijn, en onder redelijke voorwaarden en kosten, die deze of elk van deze ondernemingen toelaten om prestaties of voorwaarden op te leggen die niet kunnen verkregen worden in normale omstandigheden;
18° kartel: een overeenkomst en/of een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - en, met desgevallend één of meer andere niet-concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoop-quota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van import of export of mededingings-verstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
19° geheim kartel: een kartel waarvan het bestaan gedeeltelijk of geheel verborgen wordt gehouden;
20° clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;
21° volledige vrijstelling van geldboeten: de vrijstelling van geldboeten die anders aan een onderneming of een ondernemingsvereniging zouden worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als tegenprestatie voor haar samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling;
22° gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten: een vermindering van het bedrag van de geldboete die anders aan een onderneming of een ondernemingsvereniging zou worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als tegenprestatie voor haar samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling;
23° clementie: zowel volledige als gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
24° immuniteit: immuniteit van vervolging die anders tegen een natuurlijke persoon zou worden ingesteld voor zijn deelname aan een inbreuk op artikel IV.1, § 4, als tegenprestatie voor zijn samenwerking met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementie-regeling;
25° clementieverzoeker: een onderneming of een ondernemingsvereniging die verzoekt om een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten in het kader van een clementieregeling;
26° immuniteitsverzoeker: een natuurlijke persoon die verzoekt om immuniteit in het kader van een clementieregeling;
27° clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;
28° clementieverzoek: de clementieverklaring, alsook de informatie en het bewijsmateriaal bedoeld in artikel IV.54, §§ 2 tot 4, overgemaakt om uitzicht te krijgen op een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
29° immuniteitsverzoek: de clementieverklaring, alsook de informatie en bewijsmateriaal bedoeld in artikel IV.54/4, § 2, overgemaakt om uitzicht te krijgen op immuniteit;
30° marker: een tijdelijk voorbehouden rang in de rij van volgorde van ontvangst van clementieverzoeken betreffende eenzelfde geheim kartel, gedurende een per geval bepaalde periode teneinde de clementieverzoeker in staat te stellen de noodzakelijke informatie en bewijzen te verzamelen om te voldoen aan de bewijsvoorwaarde voor volledige vrijstelling, of desgevallend, gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
31° schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;
32° werkdagen: alle dagen, met uitsluiting van de zaterdagen, de zondagen, de wettelijke feestdagen, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Economie, de eerste werkdag die volgt op 1 januari, 2 en 15 november alsook de dagen vanaf 26 december tot en met 31 december;
33° minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage, of collaboratieve onderhandeling;
34° minnelijke schikking: een door middel van een minnelijke oplossing van geschillen verkregen schikking alsook een scheidsrechterlijk vonnis;
35° nationale rechterlijke instantie: een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU;
36° VWEU: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
37° Verordening (EG) nr. 139/2004: Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen;
38° Verordening (EG) nr. 1/2003: Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
39° Richtlijn (EU) 2019/1: Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt.".
Art. 3. L'article I.6 du Code de droit économique, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par l'arrêté royal du 31 juillet 2020, est remplacé par ce qui suit:
"Art. I.6. Les définitions suivantes sont applicables au livre IV:
1° autorité nationale de concurrence: l'Autorité belge de la concurrence ou une autre autorité compétente pour appliquer les articles 101 et 102 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne (ci-après "TFUE"), désignée par un Etat membre en vertu de l'article 35 du règlement (CE) n° 1/2003 du Conseil du 16 décembre 2002 relatif à la mise en oeuvre des règles de concurrence prévues aux articles 81 et 82 du Traité;
2° autorité de concurrence: la Commission européenne ou une autorité nationale de concurrence, ou les deux, selon le contexte;
3° réseau européen de la concurrence: le réseau d'autorités publiques formé par les autorités nationales de concurrence et la Commission européenne pour offrir un espace de discussion et de coopération en matière d'application et de mise en oeuvre des articles 101 et 102 du TFUE;
4° Autorité belge de la concurrence: l'autorité nationale de concurrence de Belgique créée par la loi du 3 avril 2013 et visée à l'article IV.16;
5° Collège de la concurrence: le collège décisionnel de l'Autorité belge de la concurrence constitué par affaire pour prendre les décisions visées au livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2;
6° président: le président de l'Autorité belge de la concurrence;
7° auditorat: l'auditorat de l'Autorité belge de la concurrence;
8° auditeur général: l'auditeur général de l'Autorité belge de la concurrence;
9° auditeur: le membre du personnel de l'auditorat chargé par l'auditeur général de la gestion journalière de l'instruction d'une affaire;
10° auditeur-conseiller: le membre du personnel de l'auditorat visé à l'article IV.27, § 4;
11° équipe d'instruction: les membres du personnel de l'auditorat qui sont chargés de l'instruction sous la direction de l'auditeur et la direction générale de l'auditeur général;
12° entreprise: toute personne physique ou personne morale poursuivant de manière durable un but économique, y compris ses associations;
13° partie concernée: l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique qui fait l'objet des instructions et des décisions visées au livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2;
14° Commission consultative spéciale Concurrence: la commission visée à l'article IV.37;
15° infraction au droit de la concurrence: une infraction à l'article IV.1, à l'article IV.2 ou à l'article IV.2/1, et/ou à l'article 101 ou à l'article 102 du TFUE;
16° position dominante: la position permettant à une entreprise de faire obstacle au maintien d'une concurrence effective en lui fournissant la possibilité de comportements indépendants dans une mesure appréciable vis-à-vis de ses concurrents, clients ou fournisseurs;
17° position de dépendance économique: la position de sujétion d'une entreprise à l'égard d'une ou plusieurs autres entreprises caractérisée par l'absence d'alternative raisonnablement équivalente et disponible dans un délai, à des conditions et à des coûts raisonnables, permettant à celle-ci ou à chacune de celles-ci d'imposer des prestations ou des conditions qui ne pourraient pas être obtenues dans des circonstances normales de marché;
18° cartel: un accord et/ou une pratique concertée entre deux ou plusieurs entreprises et/ou associations d'entreprises concurrentes - et, le cas échéant, avec une ou plusieurs autres entreprises et/ou associations d'entreprises non concurrentes - visant à coordonner leur comportement concurrentiel sur le marché ou à influencer les paramètres de la concurrence par des pratiques consistant notamment, mais pas uniquement, à fixer ou à coordonner des prix d'achat ou de vente ou d'autres conditions de transaction, y compris au regard des droits de la propriété intellectuelle, à attribuer des quotas de production ou de vente, à répartir des marchés et des clients, notamment en présentant des soumissions concertées lors de marchés publics, à restreindre l'importation ou l'exportation ou à prendre des mesures anticoncurrentielles dirigées contre d'autres concurrents;
19° cartel secret: un cartel dont l'existence est partiellement ou totalement dissimulée;
20° programme de clémence: un programme concernant l'application de l'article IV.1 et/ou de l'article 101 du TFUE, sur la base duquel un participant à un cartel secret, indépendamment des autres entreprises et/ou associations d'entreprises participant au cartel, coopère avec l'autorité de concurrence dans le cadre de son enquête en présentant spontanément des éléments concernant sa connaissance du cartel et le rôle qu'il y joue, en échange de quoi ce participant bénéficie, en vertu d'une décision, d'une exonération totale ou partielle d'amendes pour sa participation au cartel. Ce programme couvre également l'immunité qui peut être accordée à la personne physique visée à l'article IV.1, § 4;
21° exonération totale d'amendes: l'exonération d'amendes qui auraient normalement été infligées à une entreprise ou à une association d'entreprises pour sa participation à un cartel secret, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
22° exonération partielle d'amendes: une réduction du montant de l'amende qui aurait normalement été infligée à une entreprise ou à une association d'entreprises pour sa participation à un cartel secret, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
23° clémence: tant l'exonération totale d'amendes que l'exonération partielle d'amendes;
24° immunité: immunité des poursuites qui auraient normalement été menées à l'encontre d'une personne physique pour sa participation à une infraction à l'article IV.1, § 4, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
25° demandeur de clémence: une entreprise ou une association d'entreprises qui demande une exonération totale ou partielle d'amendes au titre d'un programme de clémence;
26° demandeur d'immunité: une personne physique qui demande l'immunité au titre d'un programme de clémence;
27° déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence: tout exposé oral ou écrit, ou toute transcription d'un tel exposé, présenté spontanément à une autorité de concurrence par une entreprise, une association d'entreprises ou une personne physique, ou en son nom, qui décrit la connaissance qu'a cette entreprise, cette association d'entreprises ou cette personne physique d'un cartel secret et qui décrit son rôle dans ce cartel, dont la présentation a été établie expressément pour être soumise à l'autorité de concurrence en vue d'obtenir une exonération totale ou partielle d'amendes ou une immunité dans le cadre d'un programme de clémence. En sont exclues les informations préexistantes, à savoir les preuves qui existent indépendamment de la procédure engagée par une autorité de concurrence, que celles-ci figurent ou non dans le dossier d'une autorité de concurrence;
28° demande de clémence: la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, ainsi que les informations et éléments de preuve visés à l'article IV.54, §§ 2 à 4, transmis aux fins de se voir accorder une exonération totale ou partielle d'amendes;
29° demande d'immunité: la déclaration de clémence ainsi que les informations et éléments de preuve visés à l'article IV.54/4, § 2, transmis aux fins de se voir accorder l'immunité;
30° marqueur: un rang provisoirement réservé dans l'ordre de réception des demandes de clémence concernant un même cartel secret pour une période précisée au cas par cas, afin de permettre au demandeur de clémence de rassembler les informations et les éléments de preuve nécessaires pour atteindre le niveau de preuve requis pour l'exonération totale, ou le cas échéant partielle, d'amendes;
31° déclaration de transaction: la présentation volontaire par une entreprise ou une association d'entreprises, ou au nom de cette entreprise ou association d'entreprises, à une autorité de concurrence d'une déclaration reconnaissant la participation de cette entreprise ou association d'entreprises à une infraction au droit de la concurrence, et sa responsabilité dans cette infraction au droit de la concurrence, ou renonçant à contester une telle participation et la responsabilité qui en découle, établie spécifiquement pour permettre à l'autorité de concurrence d'appliquer une procédure simplifiée ou accélérée;
32° jours ouvrables: l'ensemble des jours, à l'exclusion des samedis, des dimanches, des jours fériés légaux, des jours de fermetures fixés par le ministre ayant la Fonction Publique dans ses attributions, des jours de fermeture fixés par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions, du premier jour ouvrable qui suit le 1er janvier, des 2 et 15 novembre ainsi que des jours à partir du 26 décembre jusqu'au 31 décembre inclus;
33° résolution amiable des litiges: tout processus permettant aux parties de parvenir à un règlement extrajudiciaire d'un litige relatif à une demande de dommages et intérêts, tel que la médiation, la conciliation extrajudiciaire, l'arbitrage ou le droit collaboratif;
34° résolution amiable: un accord obtenu grâce à une procédure de résolution amiable des litiges ainsi qu'une sentence arbitrale;
35° juridiction nationale: toute juridiction d'un Etat membre au sens de l'article 267 du TFUE;
36° TFUE: le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne;
37° règlement (CE) n° 139/2004: le Règlement (CE) n° 139/2004 du Conseil du 20 janvier 2004 relatif au contrôle des concentrations entre entreprises;
38° règlement (CE) n° 1/2003: le Règlement (CE) n° 1/2003 du Conseil du 16 décembre 2002 relatif à la mise en oeuvre des règles de concurrence prévues aux articles 81 et 82 du Traité;
39° directive (UE) 2019/1: la Directive (UE) 2019/1 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 visant à doter les autorités de concurrence des Etats membres des moyens de mettre en oeuvre plus efficacement les règles de concurrence et à garantir le bon fonctionnement du marché intérieur.".
"Art. I.6. Les définitions suivantes sont applicables au livre IV:
1° autorité nationale de concurrence: l'Autorité belge de la concurrence ou une autre autorité compétente pour appliquer les articles 101 et 102 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne (ci-après "TFUE"), désignée par un Etat membre en vertu de l'article 35 du règlement (CE) n° 1/2003 du Conseil du 16 décembre 2002 relatif à la mise en oeuvre des règles de concurrence prévues aux articles 81 et 82 du Traité;
2° autorité de concurrence: la Commission européenne ou une autorité nationale de concurrence, ou les deux, selon le contexte;
3° réseau européen de la concurrence: le réseau d'autorités publiques formé par les autorités nationales de concurrence et la Commission européenne pour offrir un espace de discussion et de coopération en matière d'application et de mise en oeuvre des articles 101 et 102 du TFUE;
4° Autorité belge de la concurrence: l'autorité nationale de concurrence de Belgique créée par la loi du 3 avril 2013 et visée à l'article IV.16;
5° Collège de la concurrence: le collège décisionnel de l'Autorité belge de la concurrence constitué par affaire pour prendre les décisions visées au livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2;
6° président: le président de l'Autorité belge de la concurrence;
7° auditorat: l'auditorat de l'Autorité belge de la concurrence;
8° auditeur général: l'auditeur général de l'Autorité belge de la concurrence;
9° auditeur: le membre du personnel de l'auditorat chargé par l'auditeur général de la gestion journalière de l'instruction d'une affaire;
10° auditeur-conseiller: le membre du personnel de l'auditorat visé à l'article IV.27, § 4;
11° équipe d'instruction: les membres du personnel de l'auditorat qui sont chargés de l'instruction sous la direction de l'auditeur et la direction générale de l'auditeur général;
12° entreprise: toute personne physique ou personne morale poursuivant de manière durable un but économique, y compris ses associations;
13° partie concernée: l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique qui fait l'objet des instructions et des décisions visées au livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2;
14° Commission consultative spéciale Concurrence: la commission visée à l'article IV.37;
15° infraction au droit de la concurrence: une infraction à l'article IV.1, à l'article IV.2 ou à l'article IV.2/1, et/ou à l'article 101 ou à l'article 102 du TFUE;
16° position dominante: la position permettant à une entreprise de faire obstacle au maintien d'une concurrence effective en lui fournissant la possibilité de comportements indépendants dans une mesure appréciable vis-à-vis de ses concurrents, clients ou fournisseurs;
17° position de dépendance économique: la position de sujétion d'une entreprise à l'égard d'une ou plusieurs autres entreprises caractérisée par l'absence d'alternative raisonnablement équivalente et disponible dans un délai, à des conditions et à des coûts raisonnables, permettant à celle-ci ou à chacune de celles-ci d'imposer des prestations ou des conditions qui ne pourraient pas être obtenues dans des circonstances normales de marché;
18° cartel: un accord et/ou une pratique concertée entre deux ou plusieurs entreprises et/ou associations d'entreprises concurrentes - et, le cas échéant, avec une ou plusieurs autres entreprises et/ou associations d'entreprises non concurrentes - visant à coordonner leur comportement concurrentiel sur le marché ou à influencer les paramètres de la concurrence par des pratiques consistant notamment, mais pas uniquement, à fixer ou à coordonner des prix d'achat ou de vente ou d'autres conditions de transaction, y compris au regard des droits de la propriété intellectuelle, à attribuer des quotas de production ou de vente, à répartir des marchés et des clients, notamment en présentant des soumissions concertées lors de marchés publics, à restreindre l'importation ou l'exportation ou à prendre des mesures anticoncurrentielles dirigées contre d'autres concurrents;
19° cartel secret: un cartel dont l'existence est partiellement ou totalement dissimulée;
20° programme de clémence: un programme concernant l'application de l'article IV.1 et/ou de l'article 101 du TFUE, sur la base duquel un participant à un cartel secret, indépendamment des autres entreprises et/ou associations d'entreprises participant au cartel, coopère avec l'autorité de concurrence dans le cadre de son enquête en présentant spontanément des éléments concernant sa connaissance du cartel et le rôle qu'il y joue, en échange de quoi ce participant bénéficie, en vertu d'une décision, d'une exonération totale ou partielle d'amendes pour sa participation au cartel. Ce programme couvre également l'immunité qui peut être accordée à la personne physique visée à l'article IV.1, § 4;
21° exonération totale d'amendes: l'exonération d'amendes qui auraient normalement été infligées à une entreprise ou à une association d'entreprises pour sa participation à un cartel secret, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
22° exonération partielle d'amendes: une réduction du montant de l'amende qui aurait normalement été infligée à une entreprise ou à une association d'entreprises pour sa participation à un cartel secret, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
23° clémence: tant l'exonération totale d'amendes que l'exonération partielle d'amendes;
24° immunité: immunité des poursuites qui auraient normalement été menées à l'encontre d'une personne physique pour sa participation à une infraction à l'article IV.1, § 4, afin de la récompenser de sa coopération avec une autorité de concurrence dans le cadre d'un programme de clémence;
25° demandeur de clémence: une entreprise ou une association d'entreprises qui demande une exonération totale ou partielle d'amendes au titre d'un programme de clémence;
26° demandeur d'immunité: une personne physique qui demande l'immunité au titre d'un programme de clémence;
27° déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence: tout exposé oral ou écrit, ou toute transcription d'un tel exposé, présenté spontanément à une autorité de concurrence par une entreprise, une association d'entreprises ou une personne physique, ou en son nom, qui décrit la connaissance qu'a cette entreprise, cette association d'entreprises ou cette personne physique d'un cartel secret et qui décrit son rôle dans ce cartel, dont la présentation a été établie expressément pour être soumise à l'autorité de concurrence en vue d'obtenir une exonération totale ou partielle d'amendes ou une immunité dans le cadre d'un programme de clémence. En sont exclues les informations préexistantes, à savoir les preuves qui existent indépendamment de la procédure engagée par une autorité de concurrence, que celles-ci figurent ou non dans le dossier d'une autorité de concurrence;
28° demande de clémence: la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, ainsi que les informations et éléments de preuve visés à l'article IV.54, §§ 2 à 4, transmis aux fins de se voir accorder une exonération totale ou partielle d'amendes;
29° demande d'immunité: la déclaration de clémence ainsi que les informations et éléments de preuve visés à l'article IV.54/4, § 2, transmis aux fins de se voir accorder l'immunité;
30° marqueur: un rang provisoirement réservé dans l'ordre de réception des demandes de clémence concernant un même cartel secret pour une période précisée au cas par cas, afin de permettre au demandeur de clémence de rassembler les informations et les éléments de preuve nécessaires pour atteindre le niveau de preuve requis pour l'exonération totale, ou le cas échéant partielle, d'amendes;
31° déclaration de transaction: la présentation volontaire par une entreprise ou une association d'entreprises, ou au nom de cette entreprise ou association d'entreprises, à une autorité de concurrence d'une déclaration reconnaissant la participation de cette entreprise ou association d'entreprises à une infraction au droit de la concurrence, et sa responsabilité dans cette infraction au droit de la concurrence, ou renonçant à contester une telle participation et la responsabilité qui en découle, établie spécifiquement pour permettre à l'autorité de concurrence d'appliquer une procédure simplifiée ou accélérée;
32° jours ouvrables: l'ensemble des jours, à l'exclusion des samedis, des dimanches, des jours fériés légaux, des jours de fermetures fixés par le ministre ayant la Fonction Publique dans ses attributions, des jours de fermeture fixés par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions, du premier jour ouvrable qui suit le 1er janvier, des 2 et 15 novembre ainsi que des jours à partir du 26 décembre jusqu'au 31 décembre inclus;
33° résolution amiable des litiges: tout processus permettant aux parties de parvenir à un règlement extrajudiciaire d'un litige relatif à une demande de dommages et intérêts, tel que la médiation, la conciliation extrajudiciaire, l'arbitrage ou le droit collaboratif;
34° résolution amiable: un accord obtenu grâce à une procédure de résolution amiable des litiges ainsi qu'une sentence arbitrale;
35° juridiction nationale: toute juridiction d'un Etat membre au sens de l'article 267 du TFUE;
36° TFUE: le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne;
37° règlement (CE) n° 139/2004: le Règlement (CE) n° 139/2004 du Conseil du 20 janvier 2004 relatif au contrôle des concentrations entre entreprises;
38° règlement (CE) n° 1/2003: le Règlement (CE) n° 1/2003 du Conseil du 16 décembre 2002 relatif à la mise en oeuvre des règles de concurrence prévues aux articles 81 et 82 du Traité;
39° directive (UE) 2019/1: la Directive (UE) 2019/1 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 visant à doter les autorités de concurrence des Etats membres des moyens de mettre en oeuvre plus efficacement les règles de concurrence et à garantir le bon fonctionnement du marché intérieur.".
Art. 4. In artikel I.22 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en 4 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
"13° clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;";
b) de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt:
"14° clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;";
c) de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
"16° schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;";
d) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
"18° minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage of collaboratieve onderhandeling;".
a) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
"13° clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;";
b) de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt:
"14° clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;";
c) de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
"16° schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;";
d) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
"18° minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage of collaboratieve onderhandeling;".
Art. 4. A l'article I.22 du même Code, inséré par la loi du 6 juin 2017 et modifié par les lois des 30 juillet 2018 et 4 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 13° est remplacé par ce qui suit:
"13° programme de clémence: un programme concernant l'application de l'article IV.1 et/ou de l'article 101 du TFUE, sur la base duquel un participant à un cartel secret, indépendamment des autres entreprises et/ou associations d'entreprises participant au cartel, coopère avec l'autorité de concurrence dans le cadre de son enquête en présentant spontanément des éléments concernant sa connaissance du cartel et le rôle qu'il y joue, en échange de quoi ce participant bénéficie, en vertu d'une décision, d'une exonération totale ou partielle d'amendes pour sa participation au cartel. Ce programme couvre également l'immunité qui peut être accordée à la personne physique visée à l'article IV.1, § 4;";
b) le 14° est remplacé par ce qui suit:
"14° déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence: tout exposé oral ou écrit, ou toute transcription d'un tel exposé, présenté spontanément à une autorité de concurrence par une entreprise, une association d'entreprises ou une personne physique, ou en son nom, qui décrit la connaissance qu'a cette entreprise, cette association d'entreprises ou cette personne physique d'un cartel secret et qui décrit son rôle dans ce cartel, dont la présentation a été établie expressément pour être soumise à l'autorité de concurrence en vue d'obtenir une exonération totale ou partielle d'amendes ou une immunité dans le cadre d'un programme de clémence. En sont exclues les informations préexistantes, à savoir les preuves qui existent indépendamment de la procédure engagée par une autorité de concurrence, que celles-ci figurent ou non dans le dossier d'une autorité de concurrence;";
c) le 16° est remplacé par ce qui suit:
"16° déclaration de transaction: la présentation volontaire par une entreprise ou une association d'entreprises, ou au nom de cette entreprise ou association d'entreprises, à une autorité de concurrence d'une déclaration reconnaissant la participation de cette entreprise ou association d'entreprises à une infraction au droit de la concurrence, et sa responsabilité dans cette infraction au droit de la concurrence, ou renonçant à contester une telle participation et la responsabilité qui en découle, établie spécifiquement pour permettre à l'autorité de concurrence d'appliquer une procédure simplifiée ou accélérée;";
d) le 18° est remplacé par ce qui suit:
"18° résolution amiable des litiges: tout processus permettant aux parties de parvenir à un règlement extrajudiciaire d'un litige relatif à une demande de dommages et intérêts, tel que la médiation, la conciliation extrajudiciaire, l'arbitrage ou le droit collaboratif;".
a) le 13° est remplacé par ce qui suit:
"13° programme de clémence: un programme concernant l'application de l'article IV.1 et/ou de l'article 101 du TFUE, sur la base duquel un participant à un cartel secret, indépendamment des autres entreprises et/ou associations d'entreprises participant au cartel, coopère avec l'autorité de concurrence dans le cadre de son enquête en présentant spontanément des éléments concernant sa connaissance du cartel et le rôle qu'il y joue, en échange de quoi ce participant bénéficie, en vertu d'une décision, d'une exonération totale ou partielle d'amendes pour sa participation au cartel. Ce programme couvre également l'immunité qui peut être accordée à la personne physique visée à l'article IV.1, § 4;";
b) le 14° est remplacé par ce qui suit:
"14° déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence: tout exposé oral ou écrit, ou toute transcription d'un tel exposé, présenté spontanément à une autorité de concurrence par une entreprise, une association d'entreprises ou une personne physique, ou en son nom, qui décrit la connaissance qu'a cette entreprise, cette association d'entreprises ou cette personne physique d'un cartel secret et qui décrit son rôle dans ce cartel, dont la présentation a été établie expressément pour être soumise à l'autorité de concurrence en vue d'obtenir une exonération totale ou partielle d'amendes ou une immunité dans le cadre d'un programme de clémence. En sont exclues les informations préexistantes, à savoir les preuves qui existent indépendamment de la procédure engagée par une autorité de concurrence, que celles-ci figurent ou non dans le dossier d'une autorité de concurrence;";
c) le 16° est remplacé par ce qui suit:
"16° déclaration de transaction: la présentation volontaire par une entreprise ou une association d'entreprises, ou au nom de cette entreprise ou association d'entreprises, à une autorité de concurrence d'une déclaration reconnaissant la participation de cette entreprise ou association d'entreprises à une infraction au droit de la concurrence, et sa responsabilité dans cette infraction au droit de la concurrence, ou renonçant à contester une telle participation et la responsabilité qui en découle, établie spécifiquement pour permettre à l'autorité de concurrence d'appliquer une procédure simplifiée ou accélérée;";
d) le 18° est remplacé par ce qui suit:
"18° résolution amiable des litiges: tout processus permettant aux parties de parvenir à un règlement extrajudiciaire d'un litige relatif à une demande de dommages et intérêts, tel que la médiation, la conciliation extrajudiciaire, l'arbitrage ou le droit collaboratif;".
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications du livre IV du Code de droit économique
Art. 5. In boek IV, titel 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen als volgt:
Art. 5. Dans le livre IV, titre 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, l'intitulé du chapitre 1er est remplacé par ce qui suit:
HOOFDSTUK 1. - Inbreuken op het mededingingsrecht
CHAPITRE 1er. - Infractions au droit de la concurrence
Art. 6. In artikel IV.10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met vijf leden luidende:
"De aanmelding is onderworpen aan de betaling van een forfaitaire vergoeding van 52 350 euro voor een concentratie of van 17 450 euro voor een concentratie die het voorwerp is van een vereenvoudigde procedure, waarvan het bedrag vanaf 2023 automatisch wordt geïndexeerd aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen, ten laste van de aanmeldende partij of partijen.
Met het oog op de inning van de vergoeding, bezorgt het secretariaat van de Belgische Mededingingsautoriteit aan de Federale Overheidsdienst Financiën binnen de tien werkdagen vanaf de dag volgend op de beslissing van het Mededingingscollege of de auditeur bedoeld in de artikelen IV.66, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2°, IV.69, § 1, en IV.70, § 3, of de dag volgend op de kennisgeving bedoeld in artikel IV.74, § 1, vierde lid, via een elektronische flow de volgende gegevens met betrekking tot elke verschuldigde vergoeding:
1° een unieke referentiecode voor elke vergoeding;
2° de identificatie van de onderneming of de persoon die de vergoeding verschuldigd is of, in het geval van een fusie in de zin van artikel IV.6, § 1, 1°, of de verkrijging van gemeenschappelijke zeggenschap in de zin van artikel IV.6, § 1, 2°, de identificatie van de ondernemingen of personen die de vergoeding in gelijke delen verschuldigd zijn, met vermelding, indien beschikbaar, van het nationaal nummer of, bij ontstentenis daarvan, het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voor de natuurlijke personen of het identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de rechtspersonen;
3° het bedrag van de vergoeding;
4° de datum van ontvangst van de aanmelding op het secretariaat.
De Federale Overheidsdienst Financiën stuurt onmiddellijk een bericht naar de onderneming of de persoon die gehouden is tot betaling van de vergoeding, waarin deze verzocht wordt de verschuldigde vergoeding te betalen binnen vijftien dagen na ontvangst van dit bericht. De uitnodiging tot betaling wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag volgend op de bezorging ervan bij de universele postdienst.
Niet tijdig betaalde vergoedingen worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd op de wijze bepaald in de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949 voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de forfaitaire vergoeding aanpassen.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in paragraaf 1" vervangen door de woorden "in de paragrafen 1 en 2".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met vijf leden luidende:
"De aanmelding is onderworpen aan de betaling van een forfaitaire vergoeding van 52 350 euro voor een concentratie of van 17 450 euro voor een concentratie die het voorwerp is van een vereenvoudigde procedure, waarvan het bedrag vanaf 2023 automatisch wordt geïndexeerd aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen, ten laste van de aanmeldende partij of partijen.
Met het oog op de inning van de vergoeding, bezorgt het secretariaat van de Belgische Mededingingsautoriteit aan de Federale Overheidsdienst Financiën binnen de tien werkdagen vanaf de dag volgend op de beslissing van het Mededingingscollege of de auditeur bedoeld in de artikelen IV.66, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2°, IV.69, § 1, en IV.70, § 3, of de dag volgend op de kennisgeving bedoeld in artikel IV.74, § 1, vierde lid, via een elektronische flow de volgende gegevens met betrekking tot elke verschuldigde vergoeding:
1° een unieke referentiecode voor elke vergoeding;
2° de identificatie van de onderneming of de persoon die de vergoeding verschuldigd is of, in het geval van een fusie in de zin van artikel IV.6, § 1, 1°, of de verkrijging van gemeenschappelijke zeggenschap in de zin van artikel IV.6, § 1, 2°, de identificatie van de ondernemingen of personen die de vergoeding in gelijke delen verschuldigd zijn, met vermelding, indien beschikbaar, van het nationaal nummer of, bij ontstentenis daarvan, het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voor de natuurlijke personen of het identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de rechtspersonen;
3° het bedrag van de vergoeding;
4° de datum van ontvangst van de aanmelding op het secretariaat.
De Federale Overheidsdienst Financiën stuurt onmiddellijk een bericht naar de onderneming of de persoon die gehouden is tot betaling van de vergoeding, waarin deze verzocht wordt de verschuldigde vergoeding te betalen binnen vijftien dagen na ontvangst van dit bericht. De uitnodiging tot betaling wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag volgend op de bezorging ervan bij de universele postdienst.
Niet tijdig betaalde vergoedingen worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd op de wijze bepaald in de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949 voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de forfaitaire vergoeding aanpassen.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in paragraaf 1" vervangen door de woorden "in de paragrafen 1 en 2".
Art. 6. A l'article IV.10 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par cinq alinéas rédigés comme suit:
"La notification est soumise au paiement d'une redevance forfaitaire de 52 350 euros pour une concentration ou de 17 450 euros pour une concentration faisant l'objet d'une procédure simplifiée à charge de la partie ou des parties notifiantes, dont le montant sera automatiquement indexé, à partir de l'année 2023, à l'indice des prix à la consommation.
Pour la perception de la redevance, le secrétariat de l'Autorité belge de la concurrence transmet au Service public fédéral Finances dans les dix jours ouvrables à compter du jour suivant la décision du Collège de la concurrence ou de l'auditeur visée aux articles IV.66, § 1er, 1°, et § 2, 1° et 2°, IV.69, § 1er, et IV.70, § 3, ou encore du jour suivant la notification visée à l'article IV.74, § 1er, alinéa 4, via un flux électronique, les données suivantes relatives à chaque redevance exigible:
1° un code unique de référence par redevance;
2° l'identification de l'entreprise ou de la personne redevable de la redevance ou, dans le cas d'une fusion au sens de l'article IV.6, § 1er, 1°, ou d'une acquisition d'un contrôle en commun au sens de l'article IV.6, § 1er, 2°, l'identification des entreprises ou personnes redevables de la redevance à parts égales, en mentionnant, si disponible, le numéro national ou à défaut, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit de personnes physiques ou le numéro d'identification à la Banque Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit de personnes morales;
3° le montant de la redevance;
4° la date de réception de la notification au secrétariat.
Le Service public fédéral Finances envoie sans délai à l'entreprise ou à la personne redevable de la redevance un avis dans lequel il lui est demandé de payer la redevance due dans les quinze jours à compter de la réception de cet avis. L'avis de paiement est réputé avoir été reçu le troisième jour ouvrable qui suit sa remise au service postal universel.
Les redevances qui ne sont pas payées à temps, sont recouvrées au profit du Trésor selon le mode prévu aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949 pour le recouvrement des créances non fiscales.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter le montant de la redevance forfaitaire.";
2° dans le paragraphe 3, les mots "au paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 2".
1° le paragraphe 2 est complété par cinq alinéas rédigés comme suit:
"La notification est soumise au paiement d'une redevance forfaitaire de 52 350 euros pour une concentration ou de 17 450 euros pour une concentration faisant l'objet d'une procédure simplifiée à charge de la partie ou des parties notifiantes, dont le montant sera automatiquement indexé, à partir de l'année 2023, à l'indice des prix à la consommation.
Pour la perception de la redevance, le secrétariat de l'Autorité belge de la concurrence transmet au Service public fédéral Finances dans les dix jours ouvrables à compter du jour suivant la décision du Collège de la concurrence ou de l'auditeur visée aux articles IV.66, § 1er, 1°, et § 2, 1° et 2°, IV.69, § 1er, et IV.70, § 3, ou encore du jour suivant la notification visée à l'article IV.74, § 1er, alinéa 4, via un flux électronique, les données suivantes relatives à chaque redevance exigible:
1° un code unique de référence par redevance;
2° l'identification de l'entreprise ou de la personne redevable de la redevance ou, dans le cas d'une fusion au sens de l'article IV.6, § 1er, 1°, ou d'une acquisition d'un contrôle en commun au sens de l'article IV.6, § 1er, 2°, l'identification des entreprises ou personnes redevables de la redevance à parts égales, en mentionnant, si disponible, le numéro national ou à défaut, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit de personnes physiques ou le numéro d'identification à la Banque Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit de personnes morales;
3° le montant de la redevance;
4° la date de réception de la notification au secrétariat.
Le Service public fédéral Finances envoie sans délai à l'entreprise ou à la personne redevable de la redevance un avis dans lequel il lui est demandé de payer la redevance due dans les quinze jours à compter de la réception de cet avis. L'avis de paiement est réputé avoir été reçu le troisième jour ouvrable qui suit sa remise au service postal universel.
Les redevances qui ne sont pas payées à temps, sont recouvrées au profit du Trésor selon le mode prévu aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949 pour le recouvrement des créances non fiscales.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter le montant de la redevance forfaitaire.";
2° dans le paragraphe 3, les mots "au paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 2".
Art. 7. In artikel IV.16 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het woord "en" ingevoegd tussen de woorden "eerste lid, 3°, " en de woorden "tweede lid, b)";
2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De Belgische Mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden die haar door dit boek worden toegekend uit in volle onafhankelijkheid en in volle onpartijdigheid, zonder enige politieke of andere externe inmenging, in het belang van een doeltreffende toepassing van de artikelen IV.1, IV.2 en IV.2/1, en de artikelen 101 en 102 VWEU, onder voorbehoud van haar evenredige ver-antwoordingsverplichtingen en onverminderd de nauwe samenwerking tussen de mededingingsautoriteiten in het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten.
De voorzitter, de assessor-voorzitter, de voor een zaak aangeduide assessoren, de auditeur-generaal, de auditeurs en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen geen instructies vragen, noch ontvangen van een regering of enige andere publieke of private entiteiten bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden die hen bij dit boek worden toegekend, onverminderd de mogelijkheid voor de minister om algemene beleidslijnen vast te leggen die geen verband houden met sectorale onderzoeken of specifieke procedures.";
3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De Belgische mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden, die haar door dit boek worden toegekend, uit in overeenstemming met de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.".
1° in paragraaf 1 wordt het woord "en" ingevoegd tussen de woorden "eerste lid, 3°, " en de woorden "tweede lid, b)";
2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De Belgische Mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden die haar door dit boek worden toegekend uit in volle onafhankelijkheid en in volle onpartijdigheid, zonder enige politieke of andere externe inmenging, in het belang van een doeltreffende toepassing van de artikelen IV.1, IV.2 en IV.2/1, en de artikelen 101 en 102 VWEU, onder voorbehoud van haar evenredige ver-antwoordingsverplichtingen en onverminderd de nauwe samenwerking tussen de mededingingsautoriteiten in het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten.
De voorzitter, de assessor-voorzitter, de voor een zaak aangeduide assessoren, de auditeur-generaal, de auditeurs en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen geen instructies vragen, noch ontvangen van een regering of enige andere publieke of private entiteiten bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden die hen bij dit boek worden toegekend, onverminderd de mogelijkheid voor de minister om algemene beleidslijnen vast te leggen die geen verband houden met sectorale onderzoeken of specifieke procedures.";
3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De Belgische mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden, die haar door dit boek worden toegekend, uit in overeenstemming met de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.".
Art. 7. A l'article IV.16 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, le mot "et" est inséré entres les mots "alinéa 1er, 3°, " et les mots "alinéa 2, b)";
2° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. L'Autorité belge de la concurrence exerce les fonctions et les pouvoirs qui lui sont dévolus par le présent livre, en toute indépendance et en toute impartialité, sans influence extérieure, politique ou autre, dans l'intérêt d'une application effective des articles IV.1, IV.2 et IV.2/1, et des articles 101 et 102 du TFUE, sous réserve d'obligations proportionnées de rendre des comptes et sans préjudice d'une étroite coopération entre les autorités de concurrence au sein du réseau européen de la concurrence.
Le président, l'assesseur vice-président, les assesseurs désignés pour une affaire, l'auditeur général, les auditeurs et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence ne sollicitent ni n'acceptent aucune instruction d'un gouvernement ou de toute autre entité publique ou privée lorsqu'ils exercent les fonctions et les pouvoirs qui leur sont dévolus par le présent livre, sans préjudice du droit du ministre d'arrêter des orientations de politique générale qui sont sans rapport avec des enquêtes sectorielles ou avec une procédure particulière.";
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. L'Autorité belge de la concurrence exerce les fonctions et les pouvoirs qui lui sont dévolus par le présent livre, conformément aux principes généraux du droit de l'Union et à la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne.".
1° dans le paragraphe 1er, le mot "et" est inséré entres les mots "alinéa 1er, 3°, " et les mots "alinéa 2, b)";
2° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. L'Autorité belge de la concurrence exerce les fonctions et les pouvoirs qui lui sont dévolus par le présent livre, en toute indépendance et en toute impartialité, sans influence extérieure, politique ou autre, dans l'intérêt d'une application effective des articles IV.1, IV.2 et IV.2/1, et des articles 101 et 102 du TFUE, sous réserve d'obligations proportionnées de rendre des comptes et sans préjudice d'une étroite coopération entre les autorités de concurrence au sein du réseau européen de la concurrence.
Le président, l'assesseur vice-président, les assesseurs désignés pour une affaire, l'auditeur général, les auditeurs et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence ne sollicitent ni n'acceptent aucune instruction d'un gouvernement ou de toute autre entité publique ou privée lorsqu'ils exercent les fonctions et les pouvoirs qui leur sont dévolus par le présent livre, sans préjudice du droit du ministre d'arrêter des orientations de politique générale qui sont sans rapport avec des enquêtes sectorielles ou avec une procédure particulière.";
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. L'Autorité belge de la concurrence exerce les fonctions et les pouvoirs qui lui sont dévolus par le présent livre, conformément aux principes généraux du droit de l'Union et à la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne.".
Art. 8. In artikel IV.19, § 1, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "mededingingsregels betreffende de restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "regels betreffende inbreuken op het mededingingsrecht" en worden de woorden "Belgisch rechtscollege" vervangen door de woorden "nationale rechterlijke instantie".
Art. 8. Dans l'article IV.19, § 1er, 5°, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "règles de concurrence relatives aux pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "règles relatives aux infractions au droit de la concurrence" et le mot "belge" est remplacé par le mot "nationale".
Art. 9. In artikel IV.26, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht";
b) in de Franse tekst in de bepaling onder 8°, wordt het woord "appel" vervangen door het woord "recours".
a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht";
b) in de Franse tekst in de bepaling onder 8°, wordt het woord "appel" vervangen door het woord "recours".
Art. 9. Dans l'article IV.26, § 3, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 2°, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence";
b) au 8°, le mot "appel" est remplacé par le mot "recours".
a) au 2°, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence";
b) au 8°, le mot "appel" est remplacé par le mot "recours".
Art. 10. In artikel IV.28, eerste lid, 8° en 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 10. Dans l'article IV.28, alinéa 1er, 8° et 9°, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
Art. 11. In artikel IV.33 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "voorstellen die zijn gedaan met het oog op een schikking, behoudens toepassing van artikel XVII.79, § 1, 3° " vervangen door de woorden "schikkingsverklaringen, onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79";
2° de aldus gewijzigde tekst van artikel IV.33 zal paragraaf 1 vormen, en wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
" § 2. De partij die toegang heeft verkregen tot het onderzoeksdossier of proceduredossier van de Belgische Mededingingsautoriteit, mag de informatie verkregen uit clementieverklaringen en schikkingsverklaringen, uitsluitend gebruiken wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in procedures voor de nationale rechterlijke instanties, in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarvoor de toegang is verleend, en enkel wanneer dergelijke procedures betrekking hebben op:
1° de verdeling, tussen de deelnemers aan een kartel, van een door een nationale mededingingsautoriteit aan hen hoofdelijk opgelegde geldboete; of
2° het beroep tegen de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, 2°.
§ 3. De partij die in de loop van een procedure voor de Belgische Mededingingsautoriteit de volgende informatie heeft verkregen, mag deze niet gebruiken in een procedure voor de nationale rechterlijke instanties zolang de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure niet heeft beëindigd door de aanname van een beslissing of op een andere manier:
1° de informatie die door een natuurlijke persoon of rechtspersoon specifiek ten behoeve van de procedure van de Belgische Mededingingsautoriteit is voorbereid;
2° de informatie die door de Belgische Mededingingsautoriteit is opgesteld en in de loop van haar procedure aan de partijen is toegezonden; en
3° de schikkingsverklaringen die zijn ingetrokken.".
1° in het eerste lid worden de woorden "voorstellen die zijn gedaan met het oog op een schikking, behoudens toepassing van artikel XVII.79, § 1, 3° " vervangen door de woorden "schikkingsverklaringen, onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79";
2° de aldus gewijzigde tekst van artikel IV.33 zal paragraaf 1 vormen, en wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
" § 2. De partij die toegang heeft verkregen tot het onderzoeksdossier of proceduredossier van de Belgische Mededingingsautoriteit, mag de informatie verkregen uit clementieverklaringen en schikkingsverklaringen, uitsluitend gebruiken wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in procedures voor de nationale rechterlijke instanties, in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarvoor de toegang is verleend, en enkel wanneer dergelijke procedures betrekking hebben op:
1° de verdeling, tussen de deelnemers aan een kartel, van een door een nationale mededingingsautoriteit aan hen hoofdelijk opgelegde geldboete; of
2° het beroep tegen de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, 2°.
§ 3. De partij die in de loop van een procedure voor de Belgische Mededingingsautoriteit de volgende informatie heeft verkregen, mag deze niet gebruiken in een procedure voor de nationale rechterlijke instanties zolang de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure niet heeft beëindigd door de aanname van een beslissing of op een andere manier:
1° de informatie die door een natuurlijke persoon of rechtspersoon specifiek ten behoeve van de procedure van de Belgische Mededingingsautoriteit is voorbereid;
2° de informatie die door de Belgische Mededingingsautoriteit is opgesteld en in de loop van haar procedure aan de partijen is toegezonden; en
3° de schikkingsverklaringen die zijn ingetrokken.".
Art. 11. A l'article IV.33 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "propositions de transaction, sauf en application de l'article XVII.79, § 1er, 3° " sont remplacés par les mots "déclarations de transaction, sans préjudice des articles XVII.77, XVII.78 et XVII.79";
2° le texte ainsi modifié de l'article IV.33 formera le paragraphe 1er, et est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit:
" § 2. La partie qui a obtenu l'accès au dossier d'instruction ou au dossier de procédure de l'Autorité belge de la concurrence peut uniquement utiliser les informations tirées des déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence et des déclarations de transaction lorsque cela est nécessaire pour l'exercice de ses droits de la défense dans le cadre de procédures devant des juridictions nationales, dans des affaires qui ont un lien direct avec celle dans laquelle l'accès a été accordé, et uniquement lorsque ces procédures concernent:
1° la répartition, entre les participants à un cartel, d'une amende qui leur est infligée solidairement par une autorité nationale de concurrence; ou
2° le recours contre la décision du Collège de la concurrence visée à l'article IV.52, § 1er, 2°.
§ 3. La partie qui a obtenu les informations suivantes au cours d'une procédure devant l'Autorité belge de la concurrence ne peut les utiliser dans le cadre d'une procédure devant les juridictions nationales tant que l'Autorité belge de la concurrence n'a pas clos sa procédure en adoptant une décision ou d'une autre manière:
1° les informations préparées par une personne physique ou morale expressément aux fins de la procédure engagée par l'Autorité belge de la concurrence;
2° les informations établies par l'Autorité belge de la concurrence et envoyées aux parties au cours de sa procédure; et
3° les déclarations de transaction qui ont été retirées.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "propositions de transaction, sauf en application de l'article XVII.79, § 1er, 3° " sont remplacés par les mots "déclarations de transaction, sans préjudice des articles XVII.77, XVII.78 et XVII.79";
2° le texte ainsi modifié de l'article IV.33 formera le paragraphe 1er, et est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit:
" § 2. La partie qui a obtenu l'accès au dossier d'instruction ou au dossier de procédure de l'Autorité belge de la concurrence peut uniquement utiliser les informations tirées des déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence et des déclarations de transaction lorsque cela est nécessaire pour l'exercice de ses droits de la défense dans le cadre de procédures devant des juridictions nationales, dans des affaires qui ont un lien direct avec celle dans laquelle l'accès a été accordé, et uniquement lorsque ces procédures concernent:
1° la répartition, entre les participants à un cartel, d'une amende qui leur est infligée solidairement par une autorité nationale de concurrence; ou
2° le recours contre la décision du Collège de la concurrence visée à l'article IV.52, § 1er, 2°.
§ 3. La partie qui a obtenu les informations suivantes au cours d'une procédure devant l'Autorité belge de la concurrence ne peut les utiliser dans le cadre d'une procédure devant les juridictions nationales tant que l'Autorité belge de la concurrence n'a pas clos sa procédure en adoptant une décision ou d'une autre manière:
1° les informations préparées par une personne physique ou morale expressément aux fins de la procédure engagée par l'Autorité belge de la concurrence;
2° les informations établies par l'Autorité belge de la concurrence et envoyées aux parties au cours de sa procédure; et
3° les déclarations de transaction qui ont été retirées.".
Art. 12. Artikel IV.35, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° ingeval het gaat om een bezoldigde functie of openbaar ambt van administratieve aard dat niet rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel haalt uit de beslissingen en standpunten die de Belgische Mededingingsautoriteit kan innemen, voor zover dat die functie of dat ambt niet wordt uitgeoefend gedurende meer dan twee halve dagen per week.".
"3° ingeval het gaat om een bezoldigde functie of openbaar ambt van administratieve aard dat niet rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel haalt uit de beslissingen en standpunten die de Belgische Mededingingsautoriteit kan innemen, voor zover dat die functie of dat ambt niet wordt uitgeoefend gedurende meer dan twee halve dagen per week.".
Art. 12. L'article IV.35, § 3, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est complété par le 3° rédigé comme suit:
"3° lorsqu'il s'agit d'une fonction ou charge publique rémunérée d'ordre administratif qui ne bénéficie pas directement ou indirectement des décisions et prises de position que peut prendre l'Autorité belge de la concurrence, pour autant que cette fonction ou cette charge ne s'exerce pas pendant plus de deux demi-journées par semaine.".
"3° lorsqu'il s'agit d'une fonction ou charge publique rémunérée d'ordre administratif qui ne bénéficie pas directement ou indirectement des décisions et prises de position que peut prendre l'Autorité belge de la concurrence, pour autant que cette fonction ou cette charge ne s'exerce pas pendant plus de deux demi-journées par semaine.".
Art. 13. In artikel IV.36, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "een jaar".
Art. 13. Dans l'article IV.36, § 3, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "de trois ans" sont remplacés par les mots "d'un an".
Art. 14. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 8, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.36/1 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.36/1. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsook elke persoon die onder hun gezag werkt, onthouden zich van elk optreden dat niet verenigbaar is met de uitvoering van hun taken of met de uitoefening van hun bevoegdheden voor de toepassing van dit boek en de artikelen 101 en 102 VWEU.
Na de beëindiging van hun taken bij de Belgische Mededingingsautoriteit, onthouden zij zich gedurende een redelijke periode van elke betrokkenheid bij procedures die aanhangig zijn bij de Belgische Mededingingsautoriteit die aanleiding zouden kunnen geven tot belangenconflicten.".
"Art. IV.36/1. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsook elke persoon die onder hun gezag werkt, onthouden zich van elk optreden dat niet verenigbaar is met de uitvoering van hun taken of met de uitoefening van hun bevoegdheden voor de toepassing van dit boek en de artikelen 101 en 102 VWEU.
Na de beëindiging van hun taken bij de Belgische Mededingingsautoriteit, onthouden zij zich gedurende een redelijke periode van elke betrokkenheid bij procedures die aanhangig zijn bij de Belgische Mededingingsautoriteit die aanleiding zouden kunnen geven tot belangenconflicten.".
Art. 14. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 1re, sous-section 8, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.36/1, rédigé comme suit:
"Art. IV.36/1. Le président, l'assesseur vice-président, les assesseurs qui siègent dans une affaire, l'auditeur général, le directeur des affaires économiques, le directeur des affaires juridiques et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence, ainsi que toute personne travaillant sous leur autorité s'abstiennent de toute action incompatible avec l'exécution de leurs fonctions ou avec l'exercice de leurs pouvoirs en vue de l'application du présent livre et des articles 101 et 102 du TFUE.
Après la cessation de leurs fonctions au sein de l'Autorité belge de la concurrence, ils s'abstiennent pendant une période de temps raisonnable de toute participation aux procédures pendantes devant l'Autorité belge de la concurrence qui pourraient donner naissance à des conflits d'intérêts.".
"Art. IV.36/1. Le président, l'assesseur vice-président, les assesseurs qui siègent dans une affaire, l'auditeur général, le directeur des affaires économiques, le directeur des affaires juridiques et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence, ainsi que toute personne travaillant sous leur autorité s'abstiennent de toute action incompatible avec l'exécution de leurs fonctions ou avec l'exercice de leurs pouvoirs en vue de l'application du présent livre et des articles 101 et 102 du TFUE.
Après la cessation de leurs fonctions au sein de l'Autorité belge de la concurrence, ils s'abstiennent pendant une période de temps raisonnable de toute participation aux procédures pendantes devant l'Autorité belge de la concurrence qui pourraient donner naissance à des conflits d'intérêts.".
Art. 15. Artikel IV.40 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. IV.40 § 1. Ter vervulling van zijn opdrachten, kan de auditeur alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de ondernemingen, de ondernemingsverenigingen en de natuurlijke personen. Hij bepaalt de termijn binnen welke deze inlichtingen hem worden medegedeeld. De auditeur kan het inwinnen van inlichtingen opdragen aan leden van het onderzoeksteam.
De verplichting om alle noodzakelijke inlichtingen te verstrekken omvat de inlichtingen die de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon in haar bezit heeft en deze waartoe zij toegang heeft, ongeacht de vorm of drager ervan, met inbegrip van e-mails en berichten van berichtensystemen, ongeacht waar die is opgeslagen, inclusief in de cloud en op servers, mits die informatie toegankelijk is voor de onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon die de adressaat is van het verzoek om informatie.
Het verzoek om inlichtingen vermeldt de rechtsgrond en het doel van het verzoek.
Het verzoek om inlichtingen staat in verhouding tot het doel en dwingt de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd niet een inbreuk op het mededingingsrecht toe te geven.
§ 2. Ingeval de gevraagde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt of indien de verstrekte inlichtingen onvolledig, onjuist of verdraaid zijn, kan de auditeur de inlichtingen bij een gemotiveerde beslissing eisen.
Deze beslissing omschrijft de gevraagde inlichtingen, de rechtsgrond en het doel van het verzoek en bepaalt binnen welke termijn ze moeten worden verstrekt.
De beslissing tot eisen van inlichtingen is evenredig en dwingt de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden geëist niet een inbreuk op het mededingingsrecht toe te geven.
Ingeval de beslissing tot eisen van inlichtingen gericht is tot een van de bij de concentratie betrokken partijen, schorst zij de in de artikelen IV.64, § 2, IV.66, § 3, IV.67, § 2, IV.69, § 2, en IV.70, § 6, bedoelde termijnen tot de dag waarop de inlichtingen worden verstrekt.
De beslissing wordt door de auditeur ter kennis gebracht van de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden geëist. Deze beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.".
"Art. IV.40 § 1. Ter vervulling van zijn opdrachten, kan de auditeur alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de ondernemingen, de ondernemingsverenigingen en de natuurlijke personen. Hij bepaalt de termijn binnen welke deze inlichtingen hem worden medegedeeld. De auditeur kan het inwinnen van inlichtingen opdragen aan leden van het onderzoeksteam.
De verplichting om alle noodzakelijke inlichtingen te verstrekken omvat de inlichtingen die de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon in haar bezit heeft en deze waartoe zij toegang heeft, ongeacht de vorm of drager ervan, met inbegrip van e-mails en berichten van berichtensystemen, ongeacht waar die is opgeslagen, inclusief in de cloud en op servers, mits die informatie toegankelijk is voor de onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon die de adressaat is van het verzoek om informatie.
Het verzoek om inlichtingen vermeldt de rechtsgrond en het doel van het verzoek.
Het verzoek om inlichtingen staat in verhouding tot het doel en dwingt de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd niet een inbreuk op het mededingingsrecht toe te geven.
§ 2. Ingeval de gevraagde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt of indien de verstrekte inlichtingen onvolledig, onjuist of verdraaid zijn, kan de auditeur de inlichtingen bij een gemotiveerde beslissing eisen.
Deze beslissing omschrijft de gevraagde inlichtingen, de rechtsgrond en het doel van het verzoek en bepaalt binnen welke termijn ze moeten worden verstrekt.
De beslissing tot eisen van inlichtingen is evenredig en dwingt de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden geëist niet een inbreuk op het mededingingsrecht toe te geven.
Ingeval de beslissing tot eisen van inlichtingen gericht is tot een van de bij de concentratie betrokken partijen, schorst zij de in de artikelen IV.64, § 2, IV.66, § 3, IV.67, § 2, IV.69, § 2, en IV.70, § 6, bedoelde termijnen tot de dag waarop de inlichtingen worden verstrekt.
De beslissing wordt door de auditeur ter kennis gebracht van de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon van wie de inlichtingen worden geëist. Deze beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.".
Art. 15. L'article IV.40 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. IV.40. § 1er. En vue de la réalisation de ses missions, l'auditeur peut recueillir tous les renseignements nécessaires auprès des entreprises, des associations d'entreprises et des personnes physiques. Il fixe le délai dans lequel ces renseignements lui sont communiqués. L'auditeur peut confier la tâche de recueillir les renseignements aux membres de l'équipe d'instruction.
L'obligation de fournir tous les renseignements nécessaires couvre les renseignements que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique a en sa possession et ceux auxquels elle a accès, quel qu'en soit la forme ou le support, y compris les messages électroniques et les messages instantanés, quel que soit le lieu où ils sont stockés, y compris dans le cloud et sur les serveurs, pour autant que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique qui est la destinataire de la demande de renseignements y ait accès.
La demande de renseignements mentionne la base juridique et le but de la demande.
La demande de renseignements est proportionnée et n'oblige pas l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique à laquelle les renseignements sont demandés à admettre l'existence d'une infraction au droit de la concurrence.
§ 2. Si les renseignements demandés ne sont pas fournis dans le délai imparti ou les renseignements fournis sont incomplets, inexacts ou dénaturés, l'auditeur peut exiger les renseignements par décision motivée.
Cette décision précise les renseignements demandés, la base juridique et le but de la demande et fixe le délai dans lequel ils doivent être fournis.
La décision exigeant les renseignements est proportionnée et n'oblige pas l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique de laquelle les renseignements sont exigés à admettre l'existence d'une infraction au droit de la concurrence.
Lorsque la décision exigeant les renseignements est adressée à l'une des parties concernées par la concentration, elle suspend les délais visés aux articles IV.64, § 2, IV.66, § 3, IV.67, § 2, IV.69, § 2, et IV.70, § 6, jusqu'au jour où les renseignements sont fournis.
L'auditeur notifie la décision à l'entreprise, à l'association d'entreprises ou à la personne physique de laquelle les renseignements sont exigés. Cette décision n'est susceptible d'aucun recours distinct.".
"Art. IV.40. § 1er. En vue de la réalisation de ses missions, l'auditeur peut recueillir tous les renseignements nécessaires auprès des entreprises, des associations d'entreprises et des personnes physiques. Il fixe le délai dans lequel ces renseignements lui sont communiqués. L'auditeur peut confier la tâche de recueillir les renseignements aux membres de l'équipe d'instruction.
L'obligation de fournir tous les renseignements nécessaires couvre les renseignements que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique a en sa possession et ceux auxquels elle a accès, quel qu'en soit la forme ou le support, y compris les messages électroniques et les messages instantanés, quel que soit le lieu où ils sont stockés, y compris dans le cloud et sur les serveurs, pour autant que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique qui est la destinataire de la demande de renseignements y ait accès.
La demande de renseignements mentionne la base juridique et le but de la demande.
La demande de renseignements est proportionnée et n'oblige pas l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique à laquelle les renseignements sont demandés à admettre l'existence d'une infraction au droit de la concurrence.
§ 2. Si les renseignements demandés ne sont pas fournis dans le délai imparti ou les renseignements fournis sont incomplets, inexacts ou dénaturés, l'auditeur peut exiger les renseignements par décision motivée.
Cette décision précise les renseignements demandés, la base juridique et le but de la demande et fixe le délai dans lequel ils doivent être fournis.
La décision exigeant les renseignements est proportionnée et n'oblige pas l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique de laquelle les renseignements sont exigés à admettre l'existence d'une infraction au droit de la concurrence.
Lorsque la décision exigeant les renseignements est adressée à l'une des parties concernées par la concentration, elle suspend les délais visés aux articles IV.64, § 2, IV.66, § 3, IV.67, § 2, IV.69, § 2, et IV.70, § 6, jusqu'au jour où les renseignements sont fournis.
L'auditeur notifie la décision à l'entreprise, à l'association d'entreprises ou à la personne physique de laquelle les renseignements sont exigés. Cette décision n'est susceptible d'aucun recours distinct.".
Art. 16. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/1 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/1. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie zijn de auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bevoegd om inbreuken op dit boek op te sporen en om deze inbreuken vast te stellen bij processen-verbaal waarvan die feitelijke vaststellingen gelden als bewijs tot het tegendeel is bewezen.
Zij zijn eveneens bevoegd om alle nuttige inlichtingen op te sporen en om alle noodzakelijke vaststellingen te doen met het oog op de toepassing van de artikelen IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 en IV.11.
Zij verzamelen alle inlichtingen, ontbieden iedere vertegenwoordiger van een onderneming of een ondernemingsvereniging en iedere natuurlijke persoon, wanneer deze vertegenwoordiger of persoon mogelijk in het bezit is van relevante informatie om te verschijnen voor een verhoor, nemen alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zich, met naleving van artikel IV.40, alle documenten, gegevens, of inlichtingen, wat ook de vorm, drager en wie ook de houder ervan is, mededelen, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen ter plaatse de nodige vaststellingen.".
"Art. IV.40/1. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie zijn de auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bevoegd om inbreuken op dit boek op te sporen en om deze inbreuken vast te stellen bij processen-verbaal waarvan die feitelijke vaststellingen gelden als bewijs tot het tegendeel is bewezen.
Zij zijn eveneens bevoegd om alle nuttige inlichtingen op te sporen en om alle noodzakelijke vaststellingen te doen met het oog op de toepassing van de artikelen IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 en IV.11.
Zij verzamelen alle inlichtingen, ontbieden iedere vertegenwoordiger van een onderneming of een ondernemingsvereniging en iedere natuurlijke persoon, wanneer deze vertegenwoordiger of persoon mogelijk in het bezit is van relevante informatie om te verschijnen voor een verhoor, nemen alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zich, met naleving van artikel IV.40, alle documenten, gegevens, of inlichtingen, wat ook de vorm, drager en wie ook de houder ervan is, mededelen, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen ter plaatse de nodige vaststellingen.".
Art. 16. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/1, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/1. Sans préjudice des pouvoirs des fonctionnaires de police de la police locale et fédérale, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre sont compétents pour rechercher les infractions au présent livre et pour constater ces infractions par des procès-verbaux dont les constatations factuelles font foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils sont également compétents pour rechercher tout renseignement utile et pour faire toute constatation nécessaire en vue de l'application des articles IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 et IV.11.
Ils recueillent tous renseignements, convoquent à une audition tout représentant d'une entreprise, d'une association d'entreprises, ainsi que toute personne physique lorsque ledit représentant ou ladite personne est susceptible de posséder des renseignements pertinents, reçoivent toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux, se font communiquer, dans le respect de l'article IV.40, quel qu'en soit la forme, le support et le détenteur, tous les documents, données, ou renseignements qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission et dont ils peuvent prendre copie, et procèdent sur place aux constatations nécessaires.".
"Art. IV.40/1. Sans préjudice des pouvoirs des fonctionnaires de police de la police locale et fédérale, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre sont compétents pour rechercher les infractions au présent livre et pour constater ces infractions par des procès-verbaux dont les constatations factuelles font foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils sont également compétents pour rechercher tout renseignement utile et pour faire toute constatation nécessaire en vue de l'application des articles IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 et IV.11.
Ils recueillent tous renseignements, convoquent à une audition tout représentant d'une entreprise, d'une association d'entreprises, ainsi que toute personne physique lorsque ledit représentant ou ladite personne est susceptible de posséder des renseignements pertinents, reçoivent toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux, se font communiquer, dans le respect de l'article IV.40, quel qu'en soit la forme, le support et le détenteur, tous les documents, données, ou renseignements qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission et dont ils peuvent prendre copie, et procèdent sur place aux constatations nécessaires.".
Art. 17. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/2 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/2. § 1. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen tussen acht en achttien uur, met voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel of een onderzoeksrechter in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die voor de toepassing van deze paragraaf ook bevoegd is buiten zijn arrondissement, een huiszoeking verrichten in:
1° de lokalen, vervoermiddelen en andere plaatsen van de ondernemingen of ondernemingsverenigingen;
2° andere lokalen, vervoermiddelen en plaatsen, waaronder in de woning van de ondernemingshoofden, bestuurders, zaakvoerders, directeurs en andere personeelsleden, alsook in de woning en in de lokalen die gebruikt worden voor professionele doeleinden van natuurlijke personen en rechtspersonen, intern of extern, belast met het commercieel, boekhoudkundig, administratief, fiscaal en financieel beheer, waar zij redelijkerwijze vermoeden documenten of gegevens te kunnen vinden, die zij voor het vervullen van hun opdracht nodig achten.
§ 2. Indien de voorafgaande machtiging tot huiszoeking bedoeld in paragraaf 1 wordt geweigerd, kan de auditeur beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt neergelegd bij de griffie van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, binnen een termijn van vier werkdagen na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.
De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift.
De griffier stelt de auditeur bij gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
De onderzoeksrechter kan zijn schriftelijke opmerkingen richten aan de kamer van inbeschuldigingstelling. De kamer van inbeschul-digingstelling kan, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de auditeur, de opmerkingen van de onderzoeksrechter horen. Zij kan, in aanwezigheid van de onderzoeksrechter, de auditeur of een door de Belgische Mededingingsautoriteit aangestelde advocaat horen.
§ 3. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit kunnen bij het verrichten van een huiszoeking alle documenten en gegevens controleren, ongeacht de drager hiervan, die de onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon die het voorwerp van de huiszoeking uitmaakt in haar bezit heeft en deze waartoe zij toegang heeft. Zij kunnen in welke vorm ook kopieën van deze documenten of gegevens maken of ontvangen en, wanneer zij dat passend achten, hun onderzoek verderzetten en verder kopieën selecteren in de lokalen van de Belgische Mededingingsautoriteit of elke andere aangewezen ruimte.
§ 4. Zij kunnen voor zover nodig verzegelen voor de duur van hun opdracht maar niet langer dan tweeënzeventig uur in de lokalen bedoeld in paragraaf 1, 2°.
§ 5. Zij kunnen elke vertegenwoordiger of elk personeelslid van de onderneming of de ondernemingsvereniging ondervragen over feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van het opdrachtbevel, alsook met de interne organisatie van de onderneming, de werkmethoden, en de verdeling van de verantwoordelijkheden, met het oog op het vergemakkelijken van het opzoeken van documenten. De antwoorden kunnen schriftelijk of elektronisch worden opgenomen. Wanneer de antwoorden elektronisch worden opgenomen, wordt ofwel de inhoud van de opname in een proces-verbaal neergeschreven waarvan een kopie wordt overhandigd aan de ondervraagde, ofwel wordt hem een kopie van de opname verstrekt.
§ 6. De met toepassing van paragrafen 1, 3, 4 en 5 genomen maatregelen worden vastgesteld in een proces-verbaal. Een kopie van dit proces-verbaal wordt bezorgd aan de onderneming, ondernemingsvereniging of persoon ten aanzien van wie deze maatregelen zijn getroffen.
§ 7. Bij het verrichten van een huiszoeking kunnen de auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit een beroep doen op de openbare macht.
§ 8. Om over te gaan tot een huiszoeking, een beslaglegging of een verzegeling, zijn zij houder van een bijzonder opdrachtbevel afgegeven door de auditeur, of, in het geval bedoeld in artikel IV.26, § 3, 6°, de auditeur-generaal. Dit bevel vermeldt het voorwerp en het doel van hun opdracht.".
"Art. IV.40/2. § 1. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen tussen acht en achttien uur, met voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel of een onderzoeksrechter in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die voor de toepassing van deze paragraaf ook bevoegd is buiten zijn arrondissement, een huiszoeking verrichten in:
1° de lokalen, vervoermiddelen en andere plaatsen van de ondernemingen of ondernemingsverenigingen;
2° andere lokalen, vervoermiddelen en plaatsen, waaronder in de woning van de ondernemingshoofden, bestuurders, zaakvoerders, directeurs en andere personeelsleden, alsook in de woning en in de lokalen die gebruikt worden voor professionele doeleinden van natuurlijke personen en rechtspersonen, intern of extern, belast met het commercieel, boekhoudkundig, administratief, fiscaal en financieel beheer, waar zij redelijkerwijze vermoeden documenten of gegevens te kunnen vinden, die zij voor het vervullen van hun opdracht nodig achten.
§ 2. Indien de voorafgaande machtiging tot huiszoeking bedoeld in paragraaf 1 wordt geweigerd, kan de auditeur beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt neergelegd bij de griffie van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, binnen een termijn van vier werkdagen na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.
De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift.
De griffier stelt de auditeur bij gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
De onderzoeksrechter kan zijn schriftelijke opmerkingen richten aan de kamer van inbeschuldigingstelling. De kamer van inbeschul-digingstelling kan, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de auditeur, de opmerkingen van de onderzoeksrechter horen. Zij kan, in aanwezigheid van de onderzoeksrechter, de auditeur of een door de Belgische Mededingingsautoriteit aangestelde advocaat horen.
§ 3. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit kunnen bij het verrichten van een huiszoeking alle documenten en gegevens controleren, ongeacht de drager hiervan, die de onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon die het voorwerp van de huiszoeking uitmaakt in haar bezit heeft en deze waartoe zij toegang heeft. Zij kunnen in welke vorm ook kopieën van deze documenten of gegevens maken of ontvangen en, wanneer zij dat passend achten, hun onderzoek verderzetten en verder kopieën selecteren in de lokalen van de Belgische Mededingingsautoriteit of elke andere aangewezen ruimte.
§ 4. Zij kunnen voor zover nodig verzegelen voor de duur van hun opdracht maar niet langer dan tweeënzeventig uur in de lokalen bedoeld in paragraaf 1, 2°.
§ 5. Zij kunnen elke vertegenwoordiger of elk personeelslid van de onderneming of de ondernemingsvereniging ondervragen over feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van het opdrachtbevel, alsook met de interne organisatie van de onderneming, de werkmethoden, en de verdeling van de verantwoordelijkheden, met het oog op het vergemakkelijken van het opzoeken van documenten. De antwoorden kunnen schriftelijk of elektronisch worden opgenomen. Wanneer de antwoorden elektronisch worden opgenomen, wordt ofwel de inhoud van de opname in een proces-verbaal neergeschreven waarvan een kopie wordt overhandigd aan de ondervraagde, ofwel wordt hem een kopie van de opname verstrekt.
§ 6. De met toepassing van paragrafen 1, 3, 4 en 5 genomen maatregelen worden vastgesteld in een proces-verbaal. Een kopie van dit proces-verbaal wordt bezorgd aan de onderneming, ondernemingsvereniging of persoon ten aanzien van wie deze maatregelen zijn getroffen.
§ 7. Bij het verrichten van een huiszoeking kunnen de auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit een beroep doen op de openbare macht.
§ 8. Om over te gaan tot een huiszoeking, een beslaglegging of een verzegeling, zijn zij houder van een bijzonder opdrachtbevel afgegeven door de auditeur, of, in het geval bedoeld in artikel IV.26, § 3, 6°, de auditeur-generaal. Dit bevel vermeldt het voorwerp en het doel van hun opdracht.".
Art. 17. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/2, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/2. § 1er. L'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent, entre huit et dix-huit heures, et avec l'autorisation préalable d'un juge d'instruction du tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles ou d'un juge d'instruction du tribunal de première instance francophone de Bruxelles, qui pour l'application du présent paragraphe est également compétent en dehors de son arrondissement, procéder à une perquisition dans:
1° les locaux, moyens de transport et autres lieux des entreprises ou associations d'entreprises;
2° d'autres locaux, moyens de transport et lieux, y compris le domicile des chefs d'entreprise, administrateurs, gérants, directeurs et autres membres du personnel, ainsi qu'au domicile et dans les locaux professionnels des personnes physiques ou morales, internes ou externes, chargées de la gestion commerciale, comptable, administrative, fiscale et financière où ils ont des raisons de croire qu'ils trouveront des documents ou des éléments d'information qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
§ 2. Si l'autorisation préalable de procéder à une perquisition visée au paragraphe 1er est refusée, l'auditeur peut introduire un recours auprès de la chambre des mises en accusation par une requête motivée déposée au greffe du tribunal de première instance néerlandophone ou francophone de Bruxelles, dans un délai de quatre jours ouvrables suivant la notification de la décision de refus.
La chambre des mises en accusation se prononce dans les dix jours à compter du dépôt de la requête.
Le greffier communique, par lettre simple ou par voie électronique, les lieu, jour et heure de l'audience à l'auditeur, au plus tard quarante-huit heures au préalable.
Le juge d'instruction peut adresser ses observations écrites à la chambre des mises en accusation. La chambre des mises en accusation peut entendre, séparément et en l'absence de l'auditeur, le juge d'instruction en ses observations. Elle peut entendre l'auditeur ou un avocat désigné par l'Autorité belge de la concurrence en présence du juge d'instruction.
§ 3. Lors de la perquisition, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent contrôler tous les documents et données, quel qu'en soit le support, que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique faisant l'objet de la perquisition a en sa possession et ceux auxquels elle a accès. Ils peuvent prendre ou obtenir, sous quelle que forme que ce soit, copie de ces documents ou données et, s'ils le jugent opportun, poursuivre leurs recherches d'informations et la sélection des copies dans les locaux de l'Autorité belge de la concurrence ou dans tout autre local désigné.
§ 4. Ils peuvent apposer des scellés pour la durée de leur mission et dans la mesure où cela est nécessaire aux fins de celle-ci, toutefois sans pouvoir excéder septante-deux heures dans des locaux visés au paragraphe 1er, 2°.
§ 5. Ils peuvent interroger tout représentant ou membre du personnel de l'entreprise ou de l'association d'entreprises sur des faits ou des documents en relation avec l'objet et le but de l'ordre de mission, ainsi que sur l'organisation interne de l'entreprise, les méthodes de travail, les répartitions des responsabilités en vue de faciliter la recherche de ces documents. Les réponses peuvent être enregistrées par écrit ou par voie électronique. Lorsque les réponses sont enregistrées par voie électronique, soit le contenu de l'enregistrement est transcrit dans un procès-verbal, dont une copie est remise à l'interlocuteur, soit une copie de l'enregistrement lui est fournie.
§ 6. Les mesures prises en application des paragraphes 1er, 3, 4 et 5 sont constatées dans un procès-verbal. Une copie de ce procès-verbal est remise à l'entreprise, l'association d'entreprises ou à la personne qui a fait l'objet de ces mesures.
§ 7. Pour l'accomplissement de la perquisition, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent requérir la force publique.
§ 8. Pour procéder à une perquisition, une saisie ou une apposition de scellés, ils sont porteurs d'un ordre de mission particulier délivré par l'auditeur ou, dans le cas prévu à l'article IV.26, § 3, 6°, l'auditeur général. Cet ordre précise l'objet et le but de leur mission.".
"Art. IV.40/2. § 1er. L'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent, entre huit et dix-huit heures, et avec l'autorisation préalable d'un juge d'instruction du tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles ou d'un juge d'instruction du tribunal de première instance francophone de Bruxelles, qui pour l'application du présent paragraphe est également compétent en dehors de son arrondissement, procéder à une perquisition dans:
1° les locaux, moyens de transport et autres lieux des entreprises ou associations d'entreprises;
2° d'autres locaux, moyens de transport et lieux, y compris le domicile des chefs d'entreprise, administrateurs, gérants, directeurs et autres membres du personnel, ainsi qu'au domicile et dans les locaux professionnels des personnes physiques ou morales, internes ou externes, chargées de la gestion commerciale, comptable, administrative, fiscale et financière où ils ont des raisons de croire qu'ils trouveront des documents ou des éléments d'information qu'ils estiment nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
§ 2. Si l'autorisation préalable de procéder à une perquisition visée au paragraphe 1er est refusée, l'auditeur peut introduire un recours auprès de la chambre des mises en accusation par une requête motivée déposée au greffe du tribunal de première instance néerlandophone ou francophone de Bruxelles, dans un délai de quatre jours ouvrables suivant la notification de la décision de refus.
La chambre des mises en accusation se prononce dans les dix jours à compter du dépôt de la requête.
Le greffier communique, par lettre simple ou par voie électronique, les lieu, jour et heure de l'audience à l'auditeur, au plus tard quarante-huit heures au préalable.
Le juge d'instruction peut adresser ses observations écrites à la chambre des mises en accusation. La chambre des mises en accusation peut entendre, séparément et en l'absence de l'auditeur, le juge d'instruction en ses observations. Elle peut entendre l'auditeur ou un avocat désigné par l'Autorité belge de la concurrence en présence du juge d'instruction.
§ 3. Lors de la perquisition, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent contrôler tous les documents et données, quel qu'en soit le support, que l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique faisant l'objet de la perquisition a en sa possession et ceux auxquels elle a accès. Ils peuvent prendre ou obtenir, sous quelle que forme que ce soit, copie de ces documents ou données et, s'ils le jugent opportun, poursuivre leurs recherches d'informations et la sélection des copies dans les locaux de l'Autorité belge de la concurrence ou dans tout autre local désigné.
§ 4. Ils peuvent apposer des scellés pour la durée de leur mission et dans la mesure où cela est nécessaire aux fins de celle-ci, toutefois sans pouvoir excéder septante-deux heures dans des locaux visés au paragraphe 1er, 2°.
§ 5. Ils peuvent interroger tout représentant ou membre du personnel de l'entreprise ou de l'association d'entreprises sur des faits ou des documents en relation avec l'objet et le but de l'ordre de mission, ainsi que sur l'organisation interne de l'entreprise, les méthodes de travail, les répartitions des responsabilités en vue de faciliter la recherche de ces documents. Les réponses peuvent être enregistrées par écrit ou par voie électronique. Lorsque les réponses sont enregistrées par voie électronique, soit le contenu de l'enregistrement est transcrit dans un procès-verbal, dont une copie est remise à l'interlocuteur, soit une copie de l'enregistrement lui est fournie.
§ 6. Les mesures prises en application des paragraphes 1er, 3, 4 et 5 sont constatées dans un procès-verbal. Une copie de ce procès-verbal est remise à l'entreprise, l'association d'entreprises ou à la personne qui a fait l'objet de ces mesures.
§ 7. Pour l'accomplissement de la perquisition, l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence commissionnés par le ministre peuvent requérir la force publique.
§ 8. Pour procéder à une perquisition, une saisie ou une apposition de scellés, ils sont porteurs d'un ordre de mission particulier délivré par l'auditeur ou, dans le cas prévu à l'article IV.26, § 3, 6°, l'auditeur général. Cet ordre précise l'objet et le but de leur mission.".
Art. 18. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/3 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/3. Ongeacht de bijzondere wetten, die de geheimhouding van de mededelingen waarborgen, staan de openbare overheden en besturen de auditeurs bij in de uitvoering van hun opdracht, met name door het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen van deze laatsten.".
"Art. IV.40/3. Ongeacht de bijzondere wetten, die de geheimhouding van de mededelingen waarborgen, staan de openbare overheden en besturen de auditeurs bij in de uitvoering van hun opdracht, met name door het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen van deze laatsten.".
Art. 18. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/3, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/3. Nonobstant les lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les autorités et administrations publiques prêtent leur concours aux auditeurs dans l'exécution de leur mission, notamment en répondant aux demandes de renseignement de ces derniers.".
"Art. IV.40/3. Nonobstant les lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les autorités et administrations publiques prêtent leur concours aux auditeurs dans l'exécution de leur mission, notamment en répondant aux demandes de renseignement de ces derniers.".
Art. 19. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/4 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/4. De auditeur-generaal kan deskundigen, van wie hij de opdracht bepaalt, aanstellen om bijstand te verlenen aan de au-diteur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.".
"Art. IV.40/4. De auditeur-generaal kan deskundigen, van wie hij de opdracht bepaalt, aanstellen om bijstand te verlenen aan de au-diteur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.".
Art. 19. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/4, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/4. L'auditeur général peut commettre des experts dont il détermine la mission pour assister l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge commissionnés par le ministre.".
"Art. IV.40/4. L'auditeur général peut commettre des experts dont il détermine la mission pour assister l'auditeur et les membres du personnel de l'Autorité belge commissionnés par le ministre.".
Art. 20. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/5 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/5. De auditeur kan bij gemotiveerde beslissing de documenten en gegevens verkregen overeenkomstig de bepalingen IV.40 tot IV.40/4 en die geen verband houden met het voorwerp van de zaak teruggeven aan de persoon van wie of bij wie zij waren verkregen of gekopieerd en deze documenten en gegevens verwijderen uit het onderzoeksdossier.
De beslissing wordt opgenomen in het onderzoeksdossier. Zij is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.".
"Art. IV.40/5. De auditeur kan bij gemotiveerde beslissing de documenten en gegevens verkregen overeenkomstig de bepalingen IV.40 tot IV.40/4 en die geen verband houden met het voorwerp van de zaak teruggeven aan de persoon van wie of bij wie zij waren verkregen of gekopieerd en deze documenten en gegevens verwijderen uit het onderzoeksdossier.
De beslissing wordt opgenomen in het onderzoeksdossier. Zij is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.".
Art. 20. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/5, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/5. Par décision motivée, l'auditeur peut restituer les documents et données obtenus conformément aux dispositions IV.40 à IV.40/4 et qui n'ont aucun rapport avec l'objet de l'affaire à la personne dont ou auprès de laquelle ils avaient été obtenus ou copiés et écarter ces documents et données du dossier d'instruction.
La décision est reprise dans le dossier d'instruction. Elle n'est susceptible d'aucun recours distinct.".
"Art. IV.40/5. Par décision motivée, l'auditeur peut restituer les documents et données obtenus conformément aux dispositions IV.40 à IV.40/4 et qui n'ont aucun rapport avec l'objet de l'affaire à la personne dont ou auprès de laquelle ils avaient été obtenus ou copiés et écarter ces documents et données du dossier d'instruction.
La décision est reprise dans le dossier d'instruction. Elle n'est susceptible d'aucun recours distinct.".
Art. 21. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 1, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.40/6 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.40/6. Het bewijsmateriaal dat bij de Belgische Mededingingsautoriteit toelaatbaar is, omvat documenten, mondelinge verklaringen, elektronische berichten, opnames en enige andere informatie bevattende voorwerpen, ongeacht de vorm ervan en het medium waarop informatie is opgeslagen.
Tot de niet-toelaatbaarheid van een onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:
1° de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;
2° de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;
3° het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.".
"Art. IV.40/6. Het bewijsmateriaal dat bij de Belgische Mededingingsautoriteit toelaatbaar is, omvat documenten, mondelinge verklaringen, elektronische berichten, opnames en enige andere informatie bevattende voorwerpen, ongeacht de vorm ervan en het medium waarop informatie is opgeslagen.
Tot de niet-toelaatbaarheid van een onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:
1° de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;
2° de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;
3° het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.".
Art. 21. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 1re, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.40/6, rédigé comme suit:
"Art. IV.40/6. Les preuves recevables devant l'Autorité belge de la concurrence comprennent les documents, les déclarations orales, les messages électroniques, les enregistrements et tout autre élément contenant des informations, quel qu'en soit la forme et le support.
L'irrecevabilité d'un élément de preuve obtenu irrégulièrement n'est décidée que si:
1° le respect des conditions formelles concernées est prescrit à peine de nullité, ou;
2° l'irrégularité commise a entaché la fiabilité de la preuve, ou;
3° l'usage de la preuve est contraire au droit à un procès équitable.".
"Art. IV.40/6. Les preuves recevables devant l'Autorité belge de la concurrence comprennent les documents, les déclarations orales, les messages électroniques, les enregistrements et tout autre élément contenant des informations, quel qu'en soit la forme et le support.
L'irrecevabilité d'un élément de preuve obtenu irrégulièrement n'est décidée que si:
1° le respect des conditions formelles concernées est prescrit à peine de nullité, ou;
2° l'irrégularité commise a entaché la fiabilité de la preuve, ou;
3° l'usage de la preuve est contraire au droit à un procès équitable.".
Art. 22. In artikel IV.41 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Ingeval een persoon documenten of gegevens verstrekt en bepaalde documenten of gegevens als vertrouwelijk beschouwt, dient hij de vertrouwelijkheid in te roepen en te motiveren, en bezorgt hij tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van de betrokken documenten of gegevens. Ingeval geen niet-vertrouwelijke versie of samenvatting wordt verstrekt, worden de betrokken documenten en gegevens als niet-vertrouwelijk beschouwd.
Ingeval documenten of gegevens werden verkregen met toepassing van artikel IV.40/2 en indien een persoon bepaalde documenten of gegevens als vertrouwelijk beschouwt, stelt deze persoon binnen tien werkdagen, na de datum van de beëindiging van de procedure die tot de verkrijging van de gegevens heeft geleid, de auditeur in kennis van het vertrouwelijke karakter van bepaalde documenten of gegevens en verzoeken om een termijn voor de bezorging van een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van de betrokken documenten of gegevens. De auditeur kent in dit geval een termijn van ten minste twee maanden toe die eventueel, op verzoek van deze persoon, kan worden verlengd. Deze persoon roept de vertrouwelijkheid in en motiveert de vertrouwelijkheid van elk document of van alle gegevens die als vertrouwelijk worden beschouwd en bezorgt tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van het betrokken document. Indien de persoon de auditeur niet binnen tien werkdagen op de hoogte heeft gebracht van het vertrouwelijke karakter van bepaalde documenten of gegevens, of indien geen niet-vertrouwelijke versie of samenvatting wordt bezorgd binnen de door de auditeur toegekende termijn, worden de betrokken documenten en gegevens als niet-vertrouwelijk beschouwd";
2° paragraaf 4 wordt aangevuld met de woorden "of stelt zelf een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting op";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De auditeur kan toestaan dat de betrokken partijen en de personen die de documenten of gegevens hebben verstrekt of bij wie ze werden verkregen, vrijwillig overeenkomen een openbaarmakingsprocedure toe te passen.
Volgens deze procedure komen de betrokken partijen die recht zullen hebben op toegang tot het dossier en de personen die de documenten of gegevens hebben verstrekt of bij wie ze werden verkregen die aanspraak maken op vertrouwelijkheid, onderling overeen dat de betrokken partijen alle of een deel van de documenten of gegevens zullen ontvangen die deze personen aan de Belgische Mededingingsautoriteit hebben verstrekt of die deze autoriteit bij hen heeft verkregen, met inbegrip van vertrouwelijke informatie. In de mate dat persoonsgegevens betrokken zijn, mogen deze door een betrokken partij enkel worden gebruikt om haar belangen in het kader van de procedure die bij de Belgische Mededingingsautoriteit aanhangig is, te behartigen. De overeenkomst wordt goedgekeurd door de auditeur.
De betrokken partijen die toegang tot het dossier krijgen, beperken de toegang tot de informatie tot een besloten kring van personen volgens de overeengekomen voorwaarden.
Indien de overeengekomen toegang tot het dossier neerkomt op een beperking van het recht van een betrokken partij op toegang tot het dossier, moet die partij afstand doen van haar recht op toegang tot het dossier jegens de Belgische Mededingingsautoriteit.
In afwijking van de paragrafen 1 en 2 kan de auditeur zich, in het kader van de openbaarmakingsprocedure, onthouden van het beoordelen van de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens die het voorwerp vormen van deze procedure, en de partijen meedelen dat zij de vertrouwelijkheid van deze elementen niet moeten inroepen of motiveren.".
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Ingeval een persoon documenten of gegevens verstrekt en bepaalde documenten of gegevens als vertrouwelijk beschouwt, dient hij de vertrouwelijkheid in te roepen en te motiveren, en bezorgt hij tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van de betrokken documenten of gegevens. Ingeval geen niet-vertrouwelijke versie of samenvatting wordt verstrekt, worden de betrokken documenten en gegevens als niet-vertrouwelijk beschouwd.
Ingeval documenten of gegevens werden verkregen met toepassing van artikel IV.40/2 en indien een persoon bepaalde documenten of gegevens als vertrouwelijk beschouwt, stelt deze persoon binnen tien werkdagen, na de datum van de beëindiging van de procedure die tot de verkrijging van de gegevens heeft geleid, de auditeur in kennis van het vertrouwelijke karakter van bepaalde documenten of gegevens en verzoeken om een termijn voor de bezorging van een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van de betrokken documenten of gegevens. De auditeur kent in dit geval een termijn van ten minste twee maanden toe die eventueel, op verzoek van deze persoon, kan worden verlengd. Deze persoon roept de vertrouwelijkheid in en motiveert de vertrouwelijkheid van elk document of van alle gegevens die als vertrouwelijk worden beschouwd en bezorgt tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van het betrokken document. Indien de persoon de auditeur niet binnen tien werkdagen op de hoogte heeft gebracht van het vertrouwelijke karakter van bepaalde documenten of gegevens, of indien geen niet-vertrouwelijke versie of samenvatting wordt bezorgd binnen de door de auditeur toegekende termijn, worden de betrokken documenten en gegevens als niet-vertrouwelijk beschouwd";
2° paragraaf 4 wordt aangevuld met de woorden "of stelt zelf een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting op";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De auditeur kan toestaan dat de betrokken partijen en de personen die de documenten of gegevens hebben verstrekt of bij wie ze werden verkregen, vrijwillig overeenkomen een openbaarmakingsprocedure toe te passen.
Volgens deze procedure komen de betrokken partijen die recht zullen hebben op toegang tot het dossier en de personen die de documenten of gegevens hebben verstrekt of bij wie ze werden verkregen die aanspraak maken op vertrouwelijkheid, onderling overeen dat de betrokken partijen alle of een deel van de documenten of gegevens zullen ontvangen die deze personen aan de Belgische Mededingingsautoriteit hebben verstrekt of die deze autoriteit bij hen heeft verkregen, met inbegrip van vertrouwelijke informatie. In de mate dat persoonsgegevens betrokken zijn, mogen deze door een betrokken partij enkel worden gebruikt om haar belangen in het kader van de procedure die bij de Belgische Mededingingsautoriteit aanhangig is, te behartigen. De overeenkomst wordt goedgekeurd door de auditeur.
De betrokken partijen die toegang tot het dossier krijgen, beperken de toegang tot de informatie tot een besloten kring van personen volgens de overeengekomen voorwaarden.
Indien de overeengekomen toegang tot het dossier neerkomt op een beperking van het recht van een betrokken partij op toegang tot het dossier, moet die partij afstand doen van haar recht op toegang tot het dossier jegens de Belgische Mededingingsautoriteit.
In afwijking van de paragrafen 1 en 2 kan de auditeur zich, in het kader van de openbaarmakingsprocedure, onthouden van het beoordelen van de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens die het voorwerp vormen van deze procedure, en de partijen meedelen dat zij de vertrouwelijkheid van deze elementen niet moeten inroepen of motiveren.".
Art. 22. A l'article IV.41 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Lorsqu'une personne fournit des documents ou données et qu'elle estime que certains documents ou données sont confidentiels, elle doit en invoquer et en motiver la confidentialité et fournir en même temps une version ou un résumé non confidentiel. Si aucune version ou aucun résumé non confidentiel n'est transmis, les documents et données concernés sont considérés non confidentiels.
Lorsque des documents ou données ont été obtenus en application de l'article IV.40/2 et qu'une personne estime que certains documents ou données sont confidentiels, celle-ci informe, dans les dix jours ouvrables suivants la date de fin de la procédure ayant conduit à l'obtention des données, l'auditeur du caractère confidentiel de certains documents ou données et demander un délai pour fournir une version ou un résumé non confidentiel des documents ou des données concernés. L'auditeur accorde dans ce cas un délai de minimum deux mois, éventuellement prolongeable à la demande de la personne. Cette personne invoque et motive la confidentialité de chaque document ou donnée jugé confidentiel et fournit en même temps une version ou un résumé non confidentiel du document concerné. Si la personne n'a pas informé l'auditeur du caractère confidentiel de certains documents ou données dans le délai de dix jours ouvrables ou si aucune version ou aucun résumé non confidentiel n'est transmis dans le délai accordé par l'auditeur, les documents et données concernés sont considérés comme non confidentiels.";
2° le paragraphe 4 est complété par les mots "ou réalise lui-même une version ou un résumé non confidentiel";
3° l'article est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. L'auditeur peut accepter que les parties concernées et les personnes qui ont fourni les documents et données ou auprès desquelles ils ont été obtenus, conviennent sur une base volontaire d'appliquer une procédure de divulgation négociée.
Dans le cadre de cette procédure, les parties concernées qui auront un droit d'accès au dossier et les personnes fournissant des documents ou données ou auprès desquelles ils ont été obtenus qui réclament la confidentialité, conviennent entre elles que les parties concernées auront accès à la totalité ou à une partie des documents ou données que ces personnes ont fournis à l'Autorité belge de la concurrence ou que cette autorité a obtenus auprès d'elles, y compris les informations confidentielles. Dans la mesure où les données à caractère personnel sont concernées, celles-ci ne peuvent être utilisées par une partie concernée que pour servir ses intérêts dans le cadre de la procédure en cours auprès de l'Autorité belge de la concurrence. La convention est approuvée par l'auditeur.
Les parties concernées qui obtiennent l'accès au dossier limitent l'accès aux informations à un groupe limité de personnes, selon les conditions convenues.
Dans la mesure où un tel accès négocié au dossier équivaut à limiter le droit d'accès d'une partie concernée au dossier, cette partie doit renoncer à son droit d'accès au dossier vis-à-vis de l'Autorité belge de la concurrence.
Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, l'auditeur peut, dans le cadre de la procédure de divulgation négociée, s'abstenir de déterminer le caractère confidentiel des documents et données qui font l'objet de cette procédure, ou informer les parties qu'elles ne doivent pas invoquer et motiver la confidentialité de ces éléments.".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Lorsqu'une personne fournit des documents ou données et qu'elle estime que certains documents ou données sont confidentiels, elle doit en invoquer et en motiver la confidentialité et fournir en même temps une version ou un résumé non confidentiel. Si aucune version ou aucun résumé non confidentiel n'est transmis, les documents et données concernés sont considérés non confidentiels.
Lorsque des documents ou données ont été obtenus en application de l'article IV.40/2 et qu'une personne estime que certains documents ou données sont confidentiels, celle-ci informe, dans les dix jours ouvrables suivants la date de fin de la procédure ayant conduit à l'obtention des données, l'auditeur du caractère confidentiel de certains documents ou données et demander un délai pour fournir une version ou un résumé non confidentiel des documents ou des données concernés. L'auditeur accorde dans ce cas un délai de minimum deux mois, éventuellement prolongeable à la demande de la personne. Cette personne invoque et motive la confidentialité de chaque document ou donnée jugé confidentiel et fournit en même temps une version ou un résumé non confidentiel du document concerné. Si la personne n'a pas informé l'auditeur du caractère confidentiel de certains documents ou données dans le délai de dix jours ouvrables ou si aucune version ou aucun résumé non confidentiel n'est transmis dans le délai accordé par l'auditeur, les documents et données concernés sont considérés comme non confidentiels.";
2° le paragraphe 4 est complété par les mots "ou réalise lui-même une version ou un résumé non confidentiel";
3° l'article est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. L'auditeur peut accepter que les parties concernées et les personnes qui ont fourni les documents et données ou auprès desquelles ils ont été obtenus, conviennent sur une base volontaire d'appliquer une procédure de divulgation négociée.
Dans le cadre de cette procédure, les parties concernées qui auront un droit d'accès au dossier et les personnes fournissant des documents ou données ou auprès desquelles ils ont été obtenus qui réclament la confidentialité, conviennent entre elles que les parties concernées auront accès à la totalité ou à une partie des documents ou données que ces personnes ont fournis à l'Autorité belge de la concurrence ou que cette autorité a obtenus auprès d'elles, y compris les informations confidentielles. Dans la mesure où les données à caractère personnel sont concernées, celles-ci ne peuvent être utilisées par une partie concernée que pour servir ses intérêts dans le cadre de la procédure en cours auprès de l'Autorité belge de la concurrence. La convention est approuvée par l'auditeur.
Les parties concernées qui obtiennent l'accès au dossier limitent l'accès aux informations à un groupe limité de personnes, selon les conditions convenues.
Dans la mesure où un tel accès négocié au dossier équivaut à limiter le droit d'accès d'une partie concernée au dossier, cette partie doit renoncer à son droit d'accès au dossier vis-à-vis de l'Autorité belge de la concurrence.
Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, l'auditeur peut, dans le cadre de la procédure de divulgation négociée, s'abstenir de déterminer le caractère confidentiel des documents et données qui font l'objet de cette procédure, ou informer les parties qu'elles ne doivent pas invoquer et motiver la confidentialité de ces éléments.".
Art. 23. In artikel IV.42, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "bij toepassing van artikel IV.40, § 6" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel IV.40/5".
Art. 23. Dans l'article IV.42, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "en application de l'article IV.40, § 6" sont remplacés par les mots "en application de l'article IV.40/5".
Art. 24. In het opschrift van boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 24. Dans l'intitulé du livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence".
Art. 25. In artikel IV.43 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 25. Dans l'article IV.43 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence".
Art. 26. In artikel IV.44, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
2° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij verbindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de mogelijkheid voor de auditeur-generaal onverlet om het onderzoek opnieuw op te starten ten aanzien van die betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen;";
3° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
4° in het tweede lid worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
2° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij verbindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de mogelijkheid voor de auditeur-generaal onverlet om het onderzoek opnieuw op te starten ten aanzien van die betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen;";
3° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
4° in het tweede lid worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 26. Dans l'article IV.44, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
2° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par la partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre à ses préoccupations. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée. Elle laisse entière la possibilité pour l'auditeur général de relancer l'instruction vis-à-vis de cette partie concernée sur la base de nouveaux éléments ou développements;";
3° dans l'alinéa 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° si l'affaire n'est pas considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
4° dans l'alinéa 2, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
2° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par la partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre à ses préoccupations. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée. Elle laisse entière la possibilité pour l'auditeur général de relancer l'instruction vis-à-vis de cette partie concernée sur la base de nouveaux éléments ou développements;";
3° dans l'alinéa 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° si l'affaire n'est pas considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
4° dans l'alinéa 2, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
Art. 27. In artikel IV.45 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden "partiellement ou totalement" opgeheven na de woorden "d'office";
2° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
3° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door een betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;";
4° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
5° in het derde lid worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
1° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden "partiellement ou totalement" opgeheven na de woorden "d'office";
2° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
3° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door een betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;";
4° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
5° in het derde lid worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 27. A l'article IV.45 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "partiellement ou totalement" sont supprimés après les mots "d'office";
2° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "infraction au droit de la concurrence";
3° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par une partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre à ses préoccupations. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée;";
4° l'alinéa 1er est complété par le 3° rédigé comme suit:
"3° si l'affaire n'est pas considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
5° dans l'alinéa 3, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "partiellement ou totalement" sont supprimés après les mots "d'office";
2° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "infraction au droit de la concurrence";
3° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par une partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre à ses préoccupations. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée;";
4° l'alinéa 1er est complété par le 3° rédigé comme suit:
"3° si l'affaire n'est pas considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
5° dans l'alinéa 3, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
Art. 28. In artikel IV.46, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° ingeval hij na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan de grieven. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit meer vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"In geval van toepassing van het eerste lid, 1°, wordt de termijn van twee maanden bedoeld in het eerste lid verlengd met twee maanden. Wanneer de beslissing die de auditeur overweegt de raadpleging van de Europese Commissie vereist met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid, wordt de termijn geschorst vanaf de dag van het versturen van het ontwerp van beslissing tot op de dag waarop de Belgische Mededingingsautoriteit de opmerkingen van de Europese Commissie ontvangt.";
4° in het vroegere achtste lid, dat het negende lid wordt, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° ingeval hij na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan de grieven. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit meer vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.";
3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"In geval van toepassing van het eerste lid, 1°, wordt de termijn van twee maanden bedoeld in het eerste lid verlengd met twee maanden. Wanneer de beslissing die de auditeur overweegt de raadpleging van de Europese Commissie vereist met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid, wordt de termijn geschorst vanaf de dag van het versturen van het ontwerp van beslissing tot op de dag waarop de Belgische Mededingingsautoriteit de opmerkingen van de Europese Commissie ontvangt.";
4° in het vroegere achtste lid, dat het negende lid wordt, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 28. Dans l'article IV.46, § 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par la partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre aux griefs. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée;";
2° l'alinéa 1er est complété par le 3° rédigé comme suit:
"3° si l'affaire n'est plus considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"En cas d'application de l'alinéa 1er, 1°, le délai de deux mois visé à l'alinéa 1er, est prolongé d'une durée de deux mois. Lorsque la décision envisagée par l'auditeur nécessite la consultation de la Commission européenne en application de l'article IV.78/1, alinéa 3, le délai est suspendu à partir du jour de l'envoi du projet de décision jusqu'au jour où l'Autorité belge de la concurrence reçoit les observations de la Commission européenne.";
4° dans l'alinéa 8 ancien, devenant l'alinéa 9, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
1° dans l'alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° s'il conclut, après avoir consulté de manière formelle ou informelle les acteurs du marché, que les engagements offerts par la partie concernée, qu'il déclare contraignants, sont de nature à répondre aux griefs. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée;";
2° l'alinéa 1er est complété par le 3° rédigé comme suit:
"3° si l'affaire n'est plus considérée comme une priorité ou ne justifie pas une instruction eu égard aux moyens disponibles.";
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"En cas d'application de l'alinéa 1er, 1°, le délai de deux mois visé à l'alinéa 1er, est prolongé d'une durée de deux mois. Lorsque la décision envisagée par l'auditeur nécessite la consultation de la Commission européenne en application de l'article IV.78/1, alinéa 3, le délai est suspendu à partir du jour de l'envoi du projet de décision jusqu'au jour où l'Autorité belge de la concurrence reçoit les observations de la Commission européenne.";
4° dans l'alinéa 8 ancien, devenant l'alinéa 9, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
Art. 29. In artikel IV.47, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "De bepalingen van artikel IV.40, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "De bepalingen van artikel IV.40, artikel IV.40/1".
Art. 29. Dans l'article IV.47, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "Les dispositions de l'article IV.40, §§ 1 et 2" sont remplacés par les mots "Les dispositions de l'article IV.40, de l'article IV.40/1".
Art. 30. In het opschrift van boek IV, titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "restrictieve mededingings-praktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 30. Dans l'intitulé du livre IV, titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 3, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "de pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infractions au droit de la concurrence".
Art. 31. In artikel IV.49, § 3, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "artikel IV.40, § 1" vervangen door de woorden "artikel IV.40".
Art. 31. Dans l'article IV.49, § 3, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "l'article IV.40, § 1er "sont remplacés par les mots "l'article IV.40".
Art. 32. In artikel IV.50, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, wordt de zin "Het Mededingings-college kan de auditeur vragen schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen." vervangen als volgt:
"In voorkomend geval, vraagt het Mededingingscollege de auditeur om op formele of informele wijze de marktdeelnemers te raadplegen en eventueel schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen.";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel IV.40, § 1," vervangen door de woorden "artikel IV.40";
3° in het vijfde lid worden de woorden "één maand" vervangen door de woorden "twee maanden".
1° in het eerste lid, wordt de zin "Het Mededingings-college kan de auditeur vragen schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen." vervangen als volgt:
"In voorkomend geval, vraagt het Mededingingscollege de auditeur om op formele of informele wijze de marktdeelnemers te raadplegen en eventueel schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen.";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel IV.40, § 1," vervangen door de woorden "artikel IV.40";
3° in het vijfde lid worden de woorden "één maand" vervangen door de woorden "twee maanden".
Art. 32. Dans l'article IV.50, § 4, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, la phrase "Le Collège de la concurrence peut demander à l'auditeur de déposer des observations écrites sur les engagements offerts." est remplacée par la phrase suivante:
"Le cas échéant, le Collège de la concurrence demande à l'auditeur de consulter de manière formelle ou informelle les acteurs du marché et éventuellement de déposer des observations écrites sur les engagements offerts.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "l'article IV.40, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article IV.40";
3° dans l'alinéa 5, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de deux mois".
1° dans l'alinéa 1er, la phrase "Le Collège de la concurrence peut demander à l'auditeur de déposer des observations écrites sur les engagements offerts." est remplacée par la phrase suivante:
"Le cas échéant, le Collège de la concurrence demande à l'auditeur de consulter de manière formelle ou informelle les acteurs du marché et éventuellement de déposer des observations écrites sur les engagements offerts.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "l'article IV.40, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article IV.40";
3° dans l'alinéa 5, les mots "d'un mois" sont remplacés par les mots "de deux mois".
Art. 33. In artikel IV.51, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid," ingevoegd tussen het woord "Ingeval" en de woorden "de voorgenomen beslissing".
Art. 33. Dans l'article IV.51, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "en application de l'article IV.78/1, alinéa 3" sont insérés entre les mots "la Commission européenne" et les mots ", depuis l'envoi du projet".
Art. 34. In artikel IV.52 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
2° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende:
"2° /1 vaststellen dat een inbreuk op het mededingingsrecht in het verleden is begaan en in voorkomend geval een geldboete opleggen;";
3° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
4° in paragraaf 1, 5° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
5° in paragraaf 1, 6° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
6° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
"7° de aangeboden toezeggingen verbindend verklaren en vaststellen dat er niet langer gronden bestaan voor een optreden van de Belgische Mededingingsautoriteit. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen, onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij;";
7° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
8° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 1/1. Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid, 2°, kan het alle corrigerende structurele of gedragsmaatregelen opleggen die evenredig zijn aan de inbreuk op het mededingingsrecht, en noodzakelijk zijn om hieraan daadwerkelijk een einde te maken. Wanneer het Mededingingscollege de keuze heeft tussen verschillende even effectieve corrigerende maatregelen, geeft het de voorkeur aan de corrigerende maatregel die, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, voor de onderneming of ondernemingsvereniging het minst belastend is.
Het Mededingingscollege kan, in geval van toepassing van het eerste lid, de auditeur vragen schriftelijke opmerkingen over de beoogde corrigerende maatregelen in te dienen. In dat geval kan de betrokken partij schriftelijk antwoorden op deze opmerkingen.
De auditeur kan toepassing maken van artikel IV.40, bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
Het Mededingingscollege bepaalt de termijnen voor het indienen van de schriftelijke opmerkingen en van het antwoord.
Het Mededingingscollege kan beslissen de betrokken partij en de auditeur te horen.
In geval van toepassing van deze paragraaf kan de voorzitter van het Mededingingscollege de maximumtermijn van twee maanden bedoeld in artikel IV.50, § 1, verlengen met ten hoogste twee maanden.".
1° in paragraaf 1, 2° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
2° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende:
"2° /1 vaststellen dat een inbreuk op het mededingingsrecht in het verleden is begaan en in voorkomend geval een geldboete opleggen;";
3° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
4° in paragraaf 1, 5° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
5° in paragraaf 1, 6° worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijk" vervangen door de woorden "inbreuk op het mededingingsrecht";
6° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
"7° de aangeboden toezeggingen verbindend verklaren en vaststellen dat er niet langer gronden bestaan voor een optreden van de Belgische Mededingingsautoriteit. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen, onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij;";
7° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
8° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 1/1. Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid, 2°, kan het alle corrigerende structurele of gedragsmaatregelen opleggen die evenredig zijn aan de inbreuk op het mededingingsrecht, en noodzakelijk zijn om hieraan daadwerkelijk een einde te maken. Wanneer het Mededingingscollege de keuze heeft tussen verschillende even effectieve corrigerende maatregelen, geeft het de voorkeur aan de corrigerende maatregel die, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, voor de onderneming of ondernemingsvereniging het minst belastend is.
Het Mededingingscollege kan, in geval van toepassing van het eerste lid, de auditeur vragen schriftelijke opmerkingen over de beoogde corrigerende maatregelen in te dienen. In dat geval kan de betrokken partij schriftelijk antwoorden op deze opmerkingen.
De auditeur kan toepassing maken van artikel IV.40, bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
Het Mededingingscollege bepaalt de termijnen voor het indienen van de schriftelijke opmerkingen en van het antwoord.
Het Mededingingscollege kan beslissen de betrokken partij en de auditeur te horen.
In geval van toepassing van deze paragraaf kan de voorzitter van het Mededingingscollege de maximumtermijn van twee maanden bedoeld in artikel IV.50, § 1, verlengen met ten hoogste twee maanden.".
Art. 34. A l'article IV.52 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "infraction au droit de la concurrence";
2° dans le paragraphe 1er, un 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 constater qu'une infraction au droit de la concurrence a été commise dans le passé et le cas échéant infliger une amende;";
3° dans le paragraphe 1er, 3°, les mots "de pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infraction au droit de la concurrence";
4° dans le paragraphe 1er, 5°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
5° dans le paragraphe 1er, 6°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
6° dans le paragraphe 1er, le 7° est remplacé par ce qui suit:
"7° déclarer les engagements offerts contraignants et constater qu'il n'y a plus lieu que l'Autorité belge de la concurrence agisse. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée. Elle laisse entière la faculté des juridictions de constater l'existence d'infractions au droit de la concurrence pour le passé. Les engagements n'impliquent aucune reconnaissance préjudiciable de la part de la partie concernée;";
7° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
8° il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit:
" § 1/1. Lorsque le Collège de la concurrence prend une décision visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, il peut imposer toute mesure corrective de nature structurelle ou comportementale, qui soit proportionnée à l'infraction au droit de la concurrence et nécessaire pour faire cesser effectivement celle-ci. Lorsque le Collège de la concurrence a à choisir entre plusieurs mesures correctives d'une efficacité égale, il opte pour la mesure corrective qui est la moins contraignante pour l'entreprise ou l'association d'entreprises conformément au principe de proportionnalité.
Le Collège de la concurrence peut, en cas d'application de l'alinéa 1er, demander à l'auditeur de déposer des observations écrites sur les mesures correctives envisagées. Dans ce cas, la partie concernée peut répondre par écrit à ces observations.
L'auditeur peut appliquer l'article IV.40, pour préparer ses observations écrites.
Le Collège de la concurrence fixe les délais pour le dépôt des observations écrites et de la réponse.
Le Collège de la concurrence peut décider d'entendre la partie concernée et l'auditeur.
En cas d'application du présent paragraphe, le président du Collège de la concurrence peut prolonger le délai maximum de deux mois visé à l'article IV.50, § 1er, d'une durée maximale de deux mois.".
1° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "infraction au droit de la concurrence";
2° dans le paragraphe 1er, un 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 constater qu'une infraction au droit de la concurrence a été commise dans le passé et le cas échéant infliger une amende;";
3° dans le paragraphe 1er, 3°, les mots "de pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "d'infraction au droit de la concurrence";
4° dans le paragraphe 1er, 5°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
5° dans le paragraphe 1er, 6°, les mots "la pratique restrictive de concurrence" sont remplacés par les mots "l'infraction au droit de la concurrence";
6° dans le paragraphe 1er, le 7° est remplacé par ce qui suit:
"7° déclarer les engagements offerts contraignants et constater qu'il n'y a plus lieu que l'Autorité belge de la concurrence agisse. Une telle décision peut être adoptée pour une durée déterminée. Elle laisse entière la faculté des juridictions de constater l'existence d'infractions au droit de la concurrence pour le passé. Les engagements n'impliquent aucune reconnaissance préjudiciable de la part de la partie concernée;";
7° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
8° il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit:
" § 1/1. Lorsque le Collège de la concurrence prend une décision visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, il peut imposer toute mesure corrective de nature structurelle ou comportementale, qui soit proportionnée à l'infraction au droit de la concurrence et nécessaire pour faire cesser effectivement celle-ci. Lorsque le Collège de la concurrence a à choisir entre plusieurs mesures correctives d'une efficacité égale, il opte pour la mesure corrective qui est la moins contraignante pour l'entreprise ou l'association d'entreprises conformément au principe de proportionnalité.
Le Collège de la concurrence peut, en cas d'application de l'alinéa 1er, demander à l'auditeur de déposer des observations écrites sur les mesures correctives envisagées. Dans ce cas, la partie concernée peut répondre par écrit à ces observations.
L'auditeur peut appliquer l'article IV.40, pour préparer ses observations écrites.
Le Collège de la concurrence fixe les délais pour le dépôt des observations écrites et de la réponse.
Le Collège de la concurrence peut décider d'entendre la partie concernée et l'auditeur.
En cas d'application du présent paragraphe, le président du Collège de la concurrence peut prolonger le délai maximum de deux mois visé à l'article IV.50, § 1er, d'une durée maximale de deux mois.".
Art. 35. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2 van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt na artikel IV.53 een onderafdeling 3/1 ingevoegd, luidende "Clementieregeling".
Art. 35. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2 du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 9 mai 2019, il est inséré après l'article IV.53 une sous-section 3/1 intitulée "Programme de clémence".
Art. 36. Artikel IV.54 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. IV.54. § 1. Er kan een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de geldboeten waarin dit boek voorziet, worden toegekend aan een onderneming of een ondernemingsvereniging die samen met anderen bij een geheim kartel betrokken was.
De volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten die wordt toegekend aan een ondernemingsvereniging, geldt niet voor haar leden.
§ 2. De volledige vrijstelling van geldboeten kan slechts worden verleend wanneer de clementieverzoeker:
1° zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
2° bijdraagt aan het identificeren van de deelnemers hieraan;
3° als eerste informatie en bewijsmateriaal verstrekt die:
a) de Belgische Mededingingsautoriteit in staat stelt gerichte huiszoekingen te verrichten in verband met het geheim kartel, voor zover ze, op het ogenblik van het clementieverzoek, nog niet over voldoende gegevens beschikt om dergelijke huiszoekingen te rechtvaardigen of wanneer ze nog geen dergelijke huiszoekingen heeft uitgevoerd (volledige vrijstelling van geldboeten van type A), of
b) voldoende is om de Belgische Mededingingsautoriteit in staat te stellen het geheim kartel vast te stellen, voor zover ze, op het ogenblik van het clementieverzoek, nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om het betreffende kartel vast te stellen, en voor zover aan geen enkele andere onderneming of ondernemingsvereniging een volledige vrijstelling van type A werd toegekend in verband met het kartel (volledige vrijstelling van geldboeten van type B); en
4° voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 4.
De onderneming of ondernemingsvereniging die stappen heeft ondernomen om een andere onderneming of ondernemingsvereniging te dwingen zich bij het geheim kartel aan te sluiten of er te blijven aan deelnemen, komt niet voor volledige vrijstelling van geldboeten in aanmerking. Ze kan daarentegen wel nog in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten indien zij voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 3.
§ 3. De gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten kan slechts worden verleend wanneer de clementieverzoeker:
1° zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
2° bijdraagt aan het identificeren van de deelnemers hieraan; en
3° bewijsmateriaal inzake het geheim kartel verstrekt dat aanzienlijke toegevoegde waarde heeft in vergelijking met het bewijs waarover de Belgische Mededingingsautoriteit reeds beschikt op het ogenblik van het clementieverzoek; en
4° voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 4.
Indien een clementieverzoeker bewijsmateriaal met aanzienlijke toegevoegde waarde aanlevert dat door de Belgische Mededingingsautoriteit wordt gebruikt om bijkomende feiten aan te tonen waardoor de zwaarte of de duur van de inbreuk toeneemt, zal de Belgische Mededingingsautoriteit deze bijkomende feiten niet in aanmerking nemen bij het bepalen van de geldboete die wordt opgelegd aan de clementieverzoeker die dit bewijsmateriaal heeft verschaft.
§ 4. Teneinde te kunnen genieten van de volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, voldoet de clementieverzoeker tevens aan de volgende medewerkingsvoorwaarden:
1° tijdens de periode waarin hij overweegt een clementieverzoek in te dienen en voorafgaand aan de indiening ervan:
a) geen bewijsmateriaal met betrekking tot het geheim kartel vernietigen, vervalsen of verbergen; of
b) zijn intentie tot het indienen van een clementieverzoek of de inhoud daarvan niet bekendmaken, behalve aan andere mededin-gingsautoriteiten van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van derde landen;
2° uiterlijk onmiddellijk na de indiening van zijn clementieverzoek, zijn betrokkenheid bij het geheim kartel te hebben beëindigd, behalve wanneer de auditeur die de zaak behandelt de verdere betrokkenheid redelijkerwijze noodzakelijk acht om de integriteit van het onderzoek te vrijwaren;
3° vanaf de indiening van zijn clementieverzoek totdat de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure heeft beëindigd door het nemen van een beslissing, volledig, onafgebroken, te goeder trouw en snel meewerken met de Belgische Mededingingsautoriteit. Dit omvat voor de clementieverzoeker onder meer het volgende:
a) de Belgische Mededingingsautoriteit prompt en in zijn clementieverklaring, alle relevante informatie en bewijsmateriaal verschaffen in verband met het geheim kartel die hij in zijn bezit heeft of waartoe hij toegang zou kunnen hebben, in het bijzonder:
i) de naam en het adres van de clementieverzoeker,
ii) de naam van alle andere ondernemingen of ondernemingsverenigingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het geheim kartel,
iii) een uitgebreide beschrijving van het geheim kartel, met inbegrip van de betrokken producten, de geografische omvang, de duur en de aard van het geheim kartel,
iv) informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel;
b) ter beschikking blijven van de Belgische Mededingingsautoriteit om snel antwoord te geven op vragen die kunnen bijdragen tot het vaststellen van de betrokken feiten;
c) ervoor zorgen dat directeuren, bestuurders en andere personeelsleden en in de mate van het mogelijke dat voormalige directeuren, bestuurders, en andere personeelsleden beschikbaar zijn voor verhoren door de Belgische Mededingingsautoriteit;
d) geen relevante informatie of bewijsmateriaal vernietigen, vervalsen of verbergen;
e) het bestaan of de inhoud van zijn clementieverzoek niet bekend maken voordat het voorstel van beslissing is neergelegd bij het Mededingingscollege overeenkomstig artikel IV.64, § 1, tenzij anders is overeengekomen met de auditeur en onverminderd hetgeen bepaald is in het tweede lid.
De verplichting tot geheimhouding bedoeld in het eerste lid, 3°, e), is niet geschonden indien:
1° de clementieverzoeker een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of een derde land op de hoogte brengt omtrent het bestaan of de inhoud van zijn clementieverzoek in het kader van meerdere verzoeken die hij zelf heeft ingediend;
2° de clementieverzoeker verplicht is door een wettelijke bepaling, of ten gevolge van een uitvoerbare beslissing van een nationale gerechtelijke instantie, om zijn medewerking met de Belgische Mededingingsautoriteit bekend te maken; of
3° de clementieverzoeker een beroep doet op externe raadslieden teneinde juridisch advies in te winnen.
De clementieverklaring bedoeld in het eerste lid, 3°, a), betreffende een volledig of beknopt clementieverzoek, kan schriftelijk of mondeling worden voorgelegd.
§ 5. Een immuniteitsverzoek door een natuurlijk persoon met toepassing van artikel IV.54/4 verhindert de toekenning van een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten aan de onderneming of ondernemingsvereniging in het kader waarin deze persoon optreedt of is opgetreden op grond van artikel IV.1, § 4, niet.".
"Art. IV.54. § 1. Er kan een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de geldboeten waarin dit boek voorziet, worden toegekend aan een onderneming of een ondernemingsvereniging die samen met anderen bij een geheim kartel betrokken was.
De volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten die wordt toegekend aan een ondernemingsvereniging, geldt niet voor haar leden.
§ 2. De volledige vrijstelling van geldboeten kan slechts worden verleend wanneer de clementieverzoeker:
1° zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
2° bijdraagt aan het identificeren van de deelnemers hieraan;
3° als eerste informatie en bewijsmateriaal verstrekt die:
a) de Belgische Mededingingsautoriteit in staat stelt gerichte huiszoekingen te verrichten in verband met het geheim kartel, voor zover ze, op het ogenblik van het clementieverzoek, nog niet over voldoende gegevens beschikt om dergelijke huiszoekingen te rechtvaardigen of wanneer ze nog geen dergelijke huiszoekingen heeft uitgevoerd (volledige vrijstelling van geldboeten van type A), of
b) voldoende is om de Belgische Mededingingsautoriteit in staat te stellen het geheim kartel vast te stellen, voor zover ze, op het ogenblik van het clementieverzoek, nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om het betreffende kartel vast te stellen, en voor zover aan geen enkele andere onderneming of ondernemingsvereniging een volledige vrijstelling van type A werd toegekend in verband met het kartel (volledige vrijstelling van geldboeten van type B); en
4° voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 4.
De onderneming of ondernemingsvereniging die stappen heeft ondernomen om een andere onderneming of ondernemingsvereniging te dwingen zich bij het geheim kartel aan te sluiten of er te blijven aan deelnemen, komt niet voor volledige vrijstelling van geldboeten in aanmerking. Ze kan daarentegen wel nog in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten indien zij voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 3.
§ 3. De gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten kan slechts worden verleend wanneer de clementieverzoeker:
1° zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
2° bijdraagt aan het identificeren van de deelnemers hieraan; en
3° bewijsmateriaal inzake het geheim kartel verstrekt dat aanzienlijke toegevoegde waarde heeft in vergelijking met het bewijs waarover de Belgische Mededingingsautoriteit reeds beschikt op het ogenblik van het clementieverzoek; en
4° voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 4.
Indien een clementieverzoeker bewijsmateriaal met aanzienlijke toegevoegde waarde aanlevert dat door de Belgische Mededingingsautoriteit wordt gebruikt om bijkomende feiten aan te tonen waardoor de zwaarte of de duur van de inbreuk toeneemt, zal de Belgische Mededingingsautoriteit deze bijkomende feiten niet in aanmerking nemen bij het bepalen van de geldboete die wordt opgelegd aan de clementieverzoeker die dit bewijsmateriaal heeft verschaft.
§ 4. Teneinde te kunnen genieten van de volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, voldoet de clementieverzoeker tevens aan de volgende medewerkingsvoorwaarden:
1° tijdens de periode waarin hij overweegt een clementieverzoek in te dienen en voorafgaand aan de indiening ervan:
a) geen bewijsmateriaal met betrekking tot het geheim kartel vernietigen, vervalsen of verbergen; of
b) zijn intentie tot het indienen van een clementieverzoek of de inhoud daarvan niet bekendmaken, behalve aan andere mededin-gingsautoriteiten van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van derde landen;
2° uiterlijk onmiddellijk na de indiening van zijn clementieverzoek, zijn betrokkenheid bij het geheim kartel te hebben beëindigd, behalve wanneer de auditeur die de zaak behandelt de verdere betrokkenheid redelijkerwijze noodzakelijk acht om de integriteit van het onderzoek te vrijwaren;
3° vanaf de indiening van zijn clementieverzoek totdat de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure heeft beëindigd door het nemen van een beslissing, volledig, onafgebroken, te goeder trouw en snel meewerken met de Belgische Mededingingsautoriteit. Dit omvat voor de clementieverzoeker onder meer het volgende:
a) de Belgische Mededingingsautoriteit prompt en in zijn clementieverklaring, alle relevante informatie en bewijsmateriaal verschaffen in verband met het geheim kartel die hij in zijn bezit heeft of waartoe hij toegang zou kunnen hebben, in het bijzonder:
i) de naam en het adres van de clementieverzoeker,
ii) de naam van alle andere ondernemingen of ondernemingsverenigingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het geheim kartel,
iii) een uitgebreide beschrijving van het geheim kartel, met inbegrip van de betrokken producten, de geografische omvang, de duur en de aard van het geheim kartel,
iv) informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel;
b) ter beschikking blijven van de Belgische Mededingingsautoriteit om snel antwoord te geven op vragen die kunnen bijdragen tot het vaststellen van de betrokken feiten;
c) ervoor zorgen dat directeuren, bestuurders en andere personeelsleden en in de mate van het mogelijke dat voormalige directeuren, bestuurders, en andere personeelsleden beschikbaar zijn voor verhoren door de Belgische Mededingingsautoriteit;
d) geen relevante informatie of bewijsmateriaal vernietigen, vervalsen of verbergen;
e) het bestaan of de inhoud van zijn clementieverzoek niet bekend maken voordat het voorstel van beslissing is neergelegd bij het Mededingingscollege overeenkomstig artikel IV.64, § 1, tenzij anders is overeengekomen met de auditeur en onverminderd hetgeen bepaald is in het tweede lid.
De verplichting tot geheimhouding bedoeld in het eerste lid, 3°, e), is niet geschonden indien:
1° de clementieverzoeker een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of een derde land op de hoogte brengt omtrent het bestaan of de inhoud van zijn clementieverzoek in het kader van meerdere verzoeken die hij zelf heeft ingediend;
2° de clementieverzoeker verplicht is door een wettelijke bepaling, of ten gevolge van een uitvoerbare beslissing van een nationale gerechtelijke instantie, om zijn medewerking met de Belgische Mededingingsautoriteit bekend te maken; of
3° de clementieverzoeker een beroep doet op externe raadslieden teneinde juridisch advies in te winnen.
De clementieverklaring bedoeld in het eerste lid, 3°, a), betreffende een volledig of beknopt clementieverzoek, kan schriftelijk of mondeling worden voorgelegd.
§ 5. Een immuniteitsverzoek door een natuurlijk persoon met toepassing van artikel IV.54/4 verhindert de toekenning van een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten aan de onderneming of ondernemingsvereniging in het kader waarin deze persoon optreedt of is opgetreden op grond van artikel IV.1, § 4, niet.".
Art. 36. L'article IV.54 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. IV.54. § 1er. Une exonération totale ou partielle d'amendes prévues dans le présent livre peut être accordée à une entreprise ou à une association d'entreprises qui, avec d'autres, a mis en oeuvre un cartel secret.
L'exonération totale ou partielle d'amendes qui est accordée à une association d'entreprises ne s'applique pas à ses membres.
§ 2. L'exonération totale d'amendes peut être accordée uniquement lorsque le demandeur de clémence:
1° révèle sa participation à un cartel secret;
2° contribue à en identifier les participants;
3° est le premier à fournir des informations et éléments de preuve qui:
a) permettent à l'Autorité belge de la concurrence de procéder à des perquisitions ciblées en rapport avec le cartel secret, pour autant qu'elle ne dispose pas déjà, au moment de la demande de clémence, de données suffisantes pour justifier de telles perquisitions ou qu'elle n'ait pas déjà procédé à de telles perquisitions (exonération totale d'amendes de type A), ou
b) sont suffisants pour permettre à l'Autorité belge de la concurrence d'établir le cartel secret pour autant qu'elle ne dispose pas déjà, au moment de la demande de clémence, d'éléments de preuve suffisants pour établir le cartel, et pour autant qu'aucune autre entreprise ou association d'entreprises ne se soit déjà vue accorder une exonération totale de type A en rapport avec le cartel (exonération totale d'amendes de type B); et
4° satisfait aux conditions prévues au paragraphe 4.
L'entreprise ou association d'entreprises qui a pris des mesures pour contraindre une autre entreprise ou association d'entreprises à se joindre au cartel secret ou à continuer à en faire partie ne peut prétendre au bénéfice de l'exonération totale d'amendes. Toutefois, elle peut toujours prétendre à une exonération partielle d'amendes si elle satisfait aux conditions prévues au paragraphe 3.
§ 3. L'exonération partielle d'amendes peut être accordée uniquement lorsque le demandeur de clémence:
1° révèle sa participation à un cartel secret;
2° contribue à en identifier les participants; et
3° fournit des éléments de preuve du cartel secret qui apportent une valeur ajoutée significative par rapport aux éléments de preuve déjà en possession de l'Autorité belge de la concurrence au moment de la demande de clémence; et
4° satisfait aux conditions prévues au paragraphe 4.
Si un demandeur de clémence apporte des éléments de preuve qui ont une valeur ajoutée significative et qui sont utilisés par l'Autorité belge de la concurrence pour établir des faits supplémentaires de nature à accroître la gravité ou la durée de l'infraction, l'Autorité belge de la concurrence ne prendra pas ces faits supplémentaires en considération pour la détermination de l'amende infligée au demandeur de clémence qui a fourni ces éléments de preuve.
§ 4. Afin de bénéficier de l'exonération totale ou partielle d'amendes visée aux paragraphes 2 et 3, le demandeur de clémence satisfait en outre aux conditions de coopération suivantes:
1° au cours de la période où il envisage de déposer une demande de clémence et avant le dépôt de celle-ci:
a) s'abstenir de détruire, falsifier ou dissimuler tout élément de preuve en rapport avec le cartel secret; ou
b) s'abstenir de divulguer son intention de déposer une demande de clémence ni la teneur de celle-ci, sauf à d'autres autorités de concurrence du réseau européen de la concurrence ou de pays tiers;
2° au plus tard immédiatement après le dépôt de sa demande de clémence, avoir mis fin à sa participation au cartel secret, sauf si l'auditeur en charge de l'affaire estime qu'une continuation de cette participation est raisonnablement nécessaire pour préserver l'intégrité de l'instruction;
3° dès le dépôt de sa demande de clémence jusqu'à ce que l'Autorité belge de la concurrence ait clos sa procédure en adoptant une décision, collaborer pleinement, de manière continue, de bonne foi et rapidement avec l'Autorité belge de la concurrence. Ceci implique entre autres pour le demandeur de clémence de:
a) fournir à l'Autorité belge de la concurrence, sans délai et dans sa déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, tous les renseignements et éléments de preuve pertinents au sujet du cartel secret qui sont en sa possession ou auxquels il pourrait avoir accès, en particulier:
i) le nom et l'adresse du demandeur de clémence,
ii) le nom de toutes les autres entreprises ou associations d'entreprises qui participent ou ont participé au cartel secret,
iii) une description détaillée du cartel secret, y compris les produits en cause, l'étendue géographique, la durée et la nature du cartel secret,
iv) des renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret;
b) rester à la disposition de l'Autorité belge de la concurrence pour répondre rapidement aux questions qui peuvent contribuer à établir les faits en cause;
c) mettre les directeurs, administrateurs et autres membres du personnel et dans la mesure du possible les anciens directeurs, administrateurs et autres membres du personnel à la disposition de l'Autorité belge de la concurrence en vue d'auditions;
d) s'abstenir de détruire, falsifier ou faire disparaître des informations ou éléments de preuve pertinents;
e) s'abstenir de divulguer l'existence ou la teneur de sa demande de clémence jusqu'au dépôt de la proposition de décision au Collège de la concurrence conformément à l'article IV.64, § 1er, sauf s'il en a été convenu autrement par l'auditeur et sans préjudice de l'alinéa 2.
L'obligation de confidentialité visée à l'alinéa 1er, 3°, e), n'est pas enfreinte si:
1° le demandeur de clémence informe une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers de l'existence ou de la teneur de sa demande de clémence dans le cadre de demandes multiples introduites par lui-même;
2° le demandeur de clémence doit, en vertu d'une obligation légale ou suite à une décision exécutoire d'une juridiction nationale, faire état de sa coopération avec l'Autorité belge de la concurrence; ou
3° le demandeur de clémence fait appel à des conseils externes afin d'obtenir un avis juridique.
La déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence visée à l'alinéa 1er, 3°, a), concernant une demande de clémence complète ou sommaire, peut être soumise par écrit ou oralement.
§ 5. Une demande d'immunité par une personne physique en application de l'article IV.54/4 n'empêche pas l'octroi d'une exonération totale ou partielle d'amendes à l'entreprise ou l'association d'entreprises dans le cadre de laquelle cette personne agit ou a agi en vertu de l'article IV.1, § 4.".
"Art. IV.54. § 1er. Une exonération totale ou partielle d'amendes prévues dans le présent livre peut être accordée à une entreprise ou à une association d'entreprises qui, avec d'autres, a mis en oeuvre un cartel secret.
L'exonération totale ou partielle d'amendes qui est accordée à une association d'entreprises ne s'applique pas à ses membres.
§ 2. L'exonération totale d'amendes peut être accordée uniquement lorsque le demandeur de clémence:
1° révèle sa participation à un cartel secret;
2° contribue à en identifier les participants;
3° est le premier à fournir des informations et éléments de preuve qui:
a) permettent à l'Autorité belge de la concurrence de procéder à des perquisitions ciblées en rapport avec le cartel secret, pour autant qu'elle ne dispose pas déjà, au moment de la demande de clémence, de données suffisantes pour justifier de telles perquisitions ou qu'elle n'ait pas déjà procédé à de telles perquisitions (exonération totale d'amendes de type A), ou
b) sont suffisants pour permettre à l'Autorité belge de la concurrence d'établir le cartel secret pour autant qu'elle ne dispose pas déjà, au moment de la demande de clémence, d'éléments de preuve suffisants pour établir le cartel, et pour autant qu'aucune autre entreprise ou association d'entreprises ne se soit déjà vue accorder une exonération totale de type A en rapport avec le cartel (exonération totale d'amendes de type B); et
4° satisfait aux conditions prévues au paragraphe 4.
L'entreprise ou association d'entreprises qui a pris des mesures pour contraindre une autre entreprise ou association d'entreprises à se joindre au cartel secret ou à continuer à en faire partie ne peut prétendre au bénéfice de l'exonération totale d'amendes. Toutefois, elle peut toujours prétendre à une exonération partielle d'amendes si elle satisfait aux conditions prévues au paragraphe 3.
§ 3. L'exonération partielle d'amendes peut être accordée uniquement lorsque le demandeur de clémence:
1° révèle sa participation à un cartel secret;
2° contribue à en identifier les participants; et
3° fournit des éléments de preuve du cartel secret qui apportent une valeur ajoutée significative par rapport aux éléments de preuve déjà en possession de l'Autorité belge de la concurrence au moment de la demande de clémence; et
4° satisfait aux conditions prévues au paragraphe 4.
Si un demandeur de clémence apporte des éléments de preuve qui ont une valeur ajoutée significative et qui sont utilisés par l'Autorité belge de la concurrence pour établir des faits supplémentaires de nature à accroître la gravité ou la durée de l'infraction, l'Autorité belge de la concurrence ne prendra pas ces faits supplémentaires en considération pour la détermination de l'amende infligée au demandeur de clémence qui a fourni ces éléments de preuve.
§ 4. Afin de bénéficier de l'exonération totale ou partielle d'amendes visée aux paragraphes 2 et 3, le demandeur de clémence satisfait en outre aux conditions de coopération suivantes:
1° au cours de la période où il envisage de déposer une demande de clémence et avant le dépôt de celle-ci:
a) s'abstenir de détruire, falsifier ou dissimuler tout élément de preuve en rapport avec le cartel secret; ou
b) s'abstenir de divulguer son intention de déposer une demande de clémence ni la teneur de celle-ci, sauf à d'autres autorités de concurrence du réseau européen de la concurrence ou de pays tiers;
2° au plus tard immédiatement après le dépôt de sa demande de clémence, avoir mis fin à sa participation au cartel secret, sauf si l'auditeur en charge de l'affaire estime qu'une continuation de cette participation est raisonnablement nécessaire pour préserver l'intégrité de l'instruction;
3° dès le dépôt de sa demande de clémence jusqu'à ce que l'Autorité belge de la concurrence ait clos sa procédure en adoptant une décision, collaborer pleinement, de manière continue, de bonne foi et rapidement avec l'Autorité belge de la concurrence. Ceci implique entre autres pour le demandeur de clémence de:
a) fournir à l'Autorité belge de la concurrence, sans délai et dans sa déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, tous les renseignements et éléments de preuve pertinents au sujet du cartel secret qui sont en sa possession ou auxquels il pourrait avoir accès, en particulier:
i) le nom et l'adresse du demandeur de clémence,
ii) le nom de toutes les autres entreprises ou associations d'entreprises qui participent ou ont participé au cartel secret,
iii) une description détaillée du cartel secret, y compris les produits en cause, l'étendue géographique, la durée et la nature du cartel secret,
iv) des renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret;
b) rester à la disposition de l'Autorité belge de la concurrence pour répondre rapidement aux questions qui peuvent contribuer à établir les faits en cause;
c) mettre les directeurs, administrateurs et autres membres du personnel et dans la mesure du possible les anciens directeurs, administrateurs et autres membres du personnel à la disposition de l'Autorité belge de la concurrence en vue d'auditions;
d) s'abstenir de détruire, falsifier ou faire disparaître des informations ou éléments de preuve pertinents;
e) s'abstenir de divulguer l'existence ou la teneur de sa demande de clémence jusqu'au dépôt de la proposition de décision au Collège de la concurrence conformément à l'article IV.64, § 1er, sauf s'il en a été convenu autrement par l'auditeur et sans préjudice de l'alinéa 2.
L'obligation de confidentialité visée à l'alinéa 1er, 3°, e), n'est pas enfreinte si:
1° le demandeur de clémence informe une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers de l'existence ou de la teneur de sa demande de clémence dans le cadre de demandes multiples introduites par lui-même;
2° le demandeur de clémence doit, en vertu d'une obligation légale ou suite à une décision exécutoire d'une juridiction nationale, faire état de sa coopération avec l'Autorité belge de la concurrence; ou
3° le demandeur de clémence fait appel à des conseils externes afin d'obtenir un avis juridique.
La déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence visée à l'alinéa 1er, 3°, a), concernant une demande de clémence complète ou sommaire, peut être soumise par écrit ou oralement.
§ 5. Une demande d'immunité par une personne physique en application de l'article IV.54/4 n'empêche pas l'octroi d'une exonération totale ou partielle d'amendes à l'entreprise ou l'association d'entreprises dans le cadre de laquelle cette personne agit ou a agi en vertu de l'article IV.1, § 4.".
Art. 37. In onderafdeling 3/1, ingevoegd bij artikel 35, wordt een artikel IV.54/1 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/1. Een onderneming of ondernemingsvereniging die een verzoek tot volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten wil indienen, kan in een eerste fase, schriftelijk of mondeling, een marker vragen aan de auditeur-generaal.
Om een marker te kunnen krijgen, deelt de clementieverzoeker de auditeur-generaal zijn naam en zijn adres mee, evenals, indien beschikbaar, informatie met betrekking tot:
1° de redenen voor de aanvraag om een marker;
2° de namen van alle partijen die deelnemen of deelgenomen hebben aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van het geheim kartel;
5° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
De auditeur-generaal of, in diens afwezigheid, een door de auditeur-generaal aangeduid personeelslid van het auditoraat, beslist een marker al dan niet toe te kennen rekening houdend met de ernst en geloofwaardigheid van de door de clementieverzoeker aangegeven redenen. Deze beslissing wordt schriftelijk meegedeeld, indien de clementieverzoeker dit wenst.
De beslissing tot toekennen van een marker bepaalt de termijn waarbinnen de clementieverzoeker de informatie dient mee te delen die nodig is opdat zijn clementieverzoek in overweging kan worden genomen. Verschaft de clementieverzoeker de informatie binnen de gestelde termijn, dan wordt zijn verzoek beschouwd als een clementieverzoek in de zin van artikel IV.54 en wordt de verschafte informatie en het geleverde bewijsmateriaal geacht te zijn verstrekt op de datum waarop de marker werd toegekend. Indien de clementieverzoeker de vereiste informatie niet verstrekt binnen de vastgestelde termijn, verliest hij zijn voorbehouden rang en dient hij een clementieverzoek in te dienen om nog voor enige vrijstelling van geldboeten in aanmerking te komen.".
"Art. IV.54/1. Een onderneming of ondernemingsvereniging die een verzoek tot volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten wil indienen, kan in een eerste fase, schriftelijk of mondeling, een marker vragen aan de auditeur-generaal.
Om een marker te kunnen krijgen, deelt de clementieverzoeker de auditeur-generaal zijn naam en zijn adres mee, evenals, indien beschikbaar, informatie met betrekking tot:
1° de redenen voor de aanvraag om een marker;
2° de namen van alle partijen die deelnemen of deelgenomen hebben aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van het geheim kartel;
5° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
De auditeur-generaal of, in diens afwezigheid, een door de auditeur-generaal aangeduid personeelslid van het auditoraat, beslist een marker al dan niet toe te kennen rekening houdend met de ernst en geloofwaardigheid van de door de clementieverzoeker aangegeven redenen. Deze beslissing wordt schriftelijk meegedeeld, indien de clementieverzoeker dit wenst.
De beslissing tot toekennen van een marker bepaalt de termijn waarbinnen de clementieverzoeker de informatie dient mee te delen die nodig is opdat zijn clementieverzoek in overweging kan worden genomen. Verschaft de clementieverzoeker de informatie binnen de gestelde termijn, dan wordt zijn verzoek beschouwd als een clementieverzoek in de zin van artikel IV.54 en wordt de verschafte informatie en het geleverde bewijsmateriaal geacht te zijn verstrekt op de datum waarop de marker werd toegekend. Indien de clementieverzoeker de vereiste informatie niet verstrekt binnen de vastgestelde termijn, verliest hij zijn voorbehouden rang en dient hij een clementieverzoek in te dienen om nog voor enige vrijstelling van geldboeten in aanmerking te komen.".
Art. 37. Dans la sous-section 3/1, insérée par l'article 35, il est inséré un article IV.54/1, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/1. Une entreprise ou une association d'entreprises qui veut introduire une demande d'exonération totale ou partielle d'amendes peut, dans un premier temps, demander, par écrit ou oralement, un marqueur à l'auditeur général.
Pour pouvoir obtenir un marqueur, le demandeur de clémence communique son nom et son adresse à l'auditeur général, et lui fournit, lorsqu'elles sont disponibles, les informations concernant notamment:
1° les raisons de la demande d'un marqueur;
2° les noms de toutes les parties qui participent ou ont participé au cartel secret;
3° le(s) produit(s) en cause et le(s) territoire(s) concerné(s);
4° la durée et la nature du cartel secret;
5° des renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret.
L'auditeur général ou, en son absence, un membre du personnel de l'auditorat désigné par l'auditeur général, décide d'accorder ou non un marqueur en tenant compte du sérieux et de la crédibilité des raisons invoquées par le demandeur de clémence. Cette décision est notifiée par écrit si le demandeur de clémence le souhaite.
La décision qui accorde un marqueur détermine le délai dans lequel le demandeur de clémence doit communiquer l'information nécessaire pour que sa demande de clémence puisse être prise en considération. Dès lors que le demandeur de clémence fournit cette information dans le délai imparti, sa demande sera considérée comme une demande de clémence au sens de l'article IV.54 et les informations et éléments de preuve fournis seront réputés avoir été communiqués à la date d'octroi du marqueur. Si le demandeur de clémence ne fournit pas les informations requises dans le délai fixé, il perd son rang réservé et doit introduire une demande de clémence pour pouvoir encore bénéficier d'une quelconque exonération d'amendes.".
"Art. IV.54/1. Une entreprise ou une association d'entreprises qui veut introduire une demande d'exonération totale ou partielle d'amendes peut, dans un premier temps, demander, par écrit ou oralement, un marqueur à l'auditeur général.
Pour pouvoir obtenir un marqueur, le demandeur de clémence communique son nom et son adresse à l'auditeur général, et lui fournit, lorsqu'elles sont disponibles, les informations concernant notamment:
1° les raisons de la demande d'un marqueur;
2° les noms de toutes les parties qui participent ou ont participé au cartel secret;
3° le(s) produit(s) en cause et le(s) territoire(s) concerné(s);
4° la durée et la nature du cartel secret;
5° des renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autre autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret.
L'auditeur général ou, en son absence, un membre du personnel de l'auditorat désigné par l'auditeur général, décide d'accorder ou non un marqueur en tenant compte du sérieux et de la crédibilité des raisons invoquées par le demandeur de clémence. Cette décision est notifiée par écrit si le demandeur de clémence le souhaite.
La décision qui accorde un marqueur détermine le délai dans lequel le demandeur de clémence doit communiquer l'information nécessaire pour que sa demande de clémence puisse être prise en considération. Dès lors que le demandeur de clémence fournit cette information dans le délai imparti, sa demande sera considérée comme une demande de clémence au sens de l'article IV.54 et les informations et éléments de preuve fournis seront réputés avoir été communiqués à la date d'octroi du marqueur. Si le demandeur de clémence ne fournit pas les informations requises dans le délai fixé, il perd son rang réservé et doit introduire une demande de clémence pour pouvoir encore bénéficier d'une quelconque exonération d'amendes.".
Art. 38. In dezelfde onderafdeling 3/1 wordt een artikel IV.54/2 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/2. De clementieverzoeker die bij de Europese Commissie een verzoek om een marker heeft ingediend of een clementieverzoek met betrekking tot een geheim kartel kan, op voorwaarde dat het verzoek betrekking heeft op het grondgebied van meer dan drie lidstaten, een beknopt clementieverzoek indienen bij de auditeur-generaal.
De beknopte clementieverzoeken omvatten een korte beschrijving van de volgende gegevens:
1° de naam en het adres van de clementieverzoeker;
2° de namen van de andere ondernemingen of ondernemingsverenigingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van de inbreuk;
5° de lidsta(a)t(en) waar het bewijsmateriaal zich waarschijnlijk bevindt; en
6° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
Vóór de indiening van een volledig clementieverzoek op grond van het vijfde lid, mag de Belgische Mededingingsautoriteit enkel betreffende de in het tweede lid uiteengezette elementen vragen specifieke informatie te verstrekken.
Indien, op het moment van ontvangst van het beknopt clementieverzoek, de auditeur-generaal geen beknopt of volledig clementie-verzoek heeft ontvangen van een andere clementieverzoeker betreffende hetzelfde geheim kartel, en indien de auditeur-generaal oordeelt dat het beknopt clementieverzoek beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het tweede lid, stelt hij de clementieverzoeker hiervan in kennis.
Ingeval de Europese Commissie de Belgische Mededingingsautoriteit in kennis stelt dat zij de zaak niet geheel of gedeeltelijk in behandeling wenst te nemen, dan kan de clementieverzoeker bij de Belgische Mededingingsautoriteit een volledig clementieverzoek indienen.
Het vijfde lid is van toepassing zonder afbreuk te doen aan het recht van de clementieverzoeker om vrijwillig een volledig clementieverzoek in te dienen in een eerder stadium.
In afwijking van het vijfde lid, kan de auditeur-generaal, enkel in uitzonderlijke gevallen, wanneer dit strikt noodzakelijk is voor de afbakening of toewijzing van zaken, nog voor de Europese Commissie de Belgische Mededingingsautoriteit ervan in kennis heeft gesteld dat zij de zaak niet geheel of gedeeltelijk in behandeling wenst te nemen, aan de clementieverzoeker vragen om een volledig clementieverzoek in te dienen.
De auditeur-generaal stelt een redelijke termijn vast voor de indiening van het volledig clementieverzoek, samen met het bijbehorende bewijsmateriaal en de bijbehorende informatie.
Het volledig clementieverzoek wordt geacht te zijn ingediend op het tijdstip van de indiening van het beknopte clementieverzoek, op voorwaarde dat het beknopte clementieverzoek betrekking heeft op dezelfde producten en geografische gebieden, evenals op dezelfde duur van het geheim kartel als het clementieverzoek dat bij de Europese Commissie werd ingediend.
De clementieverzoeker actualiseert indien nodig de in het tweede lid overgemaakte gegevens.".
"Art. IV.54/2. De clementieverzoeker die bij de Europese Commissie een verzoek om een marker heeft ingediend of een clementieverzoek met betrekking tot een geheim kartel kan, op voorwaarde dat het verzoek betrekking heeft op het grondgebied van meer dan drie lidstaten, een beknopt clementieverzoek indienen bij de auditeur-generaal.
De beknopte clementieverzoeken omvatten een korte beschrijving van de volgende gegevens:
1° de naam en het adres van de clementieverzoeker;
2° de namen van de andere ondernemingen of ondernemingsverenigingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van de inbreuk;
5° de lidsta(a)t(en) waar het bewijsmateriaal zich waarschijnlijk bevindt; en
6° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
Vóór de indiening van een volledig clementieverzoek op grond van het vijfde lid, mag de Belgische Mededingingsautoriteit enkel betreffende de in het tweede lid uiteengezette elementen vragen specifieke informatie te verstrekken.
Indien, op het moment van ontvangst van het beknopt clementieverzoek, de auditeur-generaal geen beknopt of volledig clementie-verzoek heeft ontvangen van een andere clementieverzoeker betreffende hetzelfde geheim kartel, en indien de auditeur-generaal oordeelt dat het beknopt clementieverzoek beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het tweede lid, stelt hij de clementieverzoeker hiervan in kennis.
Ingeval de Europese Commissie de Belgische Mededingingsautoriteit in kennis stelt dat zij de zaak niet geheel of gedeeltelijk in behandeling wenst te nemen, dan kan de clementieverzoeker bij de Belgische Mededingingsautoriteit een volledig clementieverzoek indienen.
Het vijfde lid is van toepassing zonder afbreuk te doen aan het recht van de clementieverzoeker om vrijwillig een volledig clementieverzoek in te dienen in een eerder stadium.
In afwijking van het vijfde lid, kan de auditeur-generaal, enkel in uitzonderlijke gevallen, wanneer dit strikt noodzakelijk is voor de afbakening of toewijzing van zaken, nog voor de Europese Commissie de Belgische Mededingingsautoriteit ervan in kennis heeft gesteld dat zij de zaak niet geheel of gedeeltelijk in behandeling wenst te nemen, aan de clementieverzoeker vragen om een volledig clementieverzoek in te dienen.
De auditeur-generaal stelt een redelijke termijn vast voor de indiening van het volledig clementieverzoek, samen met het bijbehorende bewijsmateriaal en de bijbehorende informatie.
Het volledig clementieverzoek wordt geacht te zijn ingediend op het tijdstip van de indiening van het beknopte clementieverzoek, op voorwaarde dat het beknopte clementieverzoek betrekking heeft op dezelfde producten en geografische gebieden, evenals op dezelfde duur van het geheim kartel als het clementieverzoek dat bij de Europese Commissie werd ingediend.
De clementieverzoeker actualiseert indien nodig de in het tweede lid overgemaakte gegevens.".
Art. 38. Dans la même sous-section 3/1, il est inséré un article IV.54/2, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/2. Le demandeur de clémence qui a présenté auprès de la Commission européenne une demande de marqueur ou une demande de clémence concernant un cartel secret peut, pour autant que la demande couvre plus de trois Etats membres en tant que territoires concernés, introduire une demande de clémence sommaire auprès de l'auditeur général.
Les demandes de clémence sommaires comportent une brève description des informations suivantes:
1° le nom et l'adresse du demandeur de clémence;
2° les noms des autres entreprises ou associations d'entreprises qui participent ou ont participé au cartel secret;
3° le(s) produit(s) en cause et le(s) territoire(s) concerné(s);
4° la durée et la nature de l'infraction;
5° l'(es) Etat(s) membre(s) sur le territoire duquel/desquels les éléments de preuve sont susceptibles de se trouver; et
6° les renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret.
Avant le dépôt d'une demande de clémence complète en vertu de l'alinéa 5, l'Autorité belge de la concurrence ne peut demander des informations spécifiques au demandeur de clémence qu'en ce qui concerne les éléments énumérés à l'alinéa 2.
Si, au moment de la réception de la demande de clémence sommaire, l'auditeur général n'a pas reçu préalablement une demande de clémence sommaire ou complète d'un autre demandeur de clémence concernant le même cartel secret, et si l'auditeur général estime que la demande de clémence sommaire répond aux conditions prévues à l'alinéa 2, il en informe le demandeur de clémence.
Lorsque la Commission européenne informe l'Autorité belge de la concurrence qu'elle n'a pas l'intention d'instruire l'affaire en tout ou en partie, le demandeur de clémence peut introduire auprès de l'Autorité belge de la concurrence une demande de clémence complète.
L'alinéa 5 s'applique sans préjudice du droit du demandeur de clémence d'introduire volontairement une demande de clémence complète à un stade antérieur.
Par dérogation à l'alinéa 5, dans des circonstances exceptionnelles uniquement, lorsque cela s'avère strictement nécessaire pour la délimitation d'une affaire ou pour son attribution, l'auditeur général peut inviter le demandeur de clémence à introduire une demande de clémence complète avant que la Commission européenne ait informé l'Autorité belge de la concurrence qu'elle n'a pas l'intention d'instruire l'affaire en tout ou en partie.
L'auditeur général fixe un délai raisonnable pour le dépôt de la demande de clémence complète, ainsi que des éléments de preuve et des renseignements correspondants.
La demande de clémence complète est considérée comme ayant été introduite à la date à laquelle la demande de clémence sommaire a été introduite, pour autant que la demande de clémence sommaire porte sur le ou les mêmes produits et le ou les mêmes territoires concernés ainsi que sur la même durée du cartel secret que la demande de clémence introduite auprès de la Commission européenne.
Le demandeur de clémence met à jour, si nécessaire, les données transmises visées à l'alinéa 2.".
"Art. IV.54/2. Le demandeur de clémence qui a présenté auprès de la Commission européenne une demande de marqueur ou une demande de clémence concernant un cartel secret peut, pour autant que la demande couvre plus de trois Etats membres en tant que territoires concernés, introduire une demande de clémence sommaire auprès de l'auditeur général.
Les demandes de clémence sommaires comportent une brève description des informations suivantes:
1° le nom et l'adresse du demandeur de clémence;
2° les noms des autres entreprises ou associations d'entreprises qui participent ou ont participé au cartel secret;
3° le(s) produit(s) en cause et le(s) territoire(s) concerné(s);
4° la durée et la nature de l'infraction;
5° l'(es) Etat(s) membre(s) sur le territoire duquel/desquels les éléments de preuve sont susceptibles de se trouver; et
6° les renseignements sur toutes les demandes de clémence déposées par le passé ou susceptibles d'être déposées à l'avenir auprès d'une autorité de concurrence du réseau européen de concurrence ou de pays tiers au sujet du cartel secret.
Avant le dépôt d'une demande de clémence complète en vertu de l'alinéa 5, l'Autorité belge de la concurrence ne peut demander des informations spécifiques au demandeur de clémence qu'en ce qui concerne les éléments énumérés à l'alinéa 2.
Si, au moment de la réception de la demande de clémence sommaire, l'auditeur général n'a pas reçu préalablement une demande de clémence sommaire ou complète d'un autre demandeur de clémence concernant le même cartel secret, et si l'auditeur général estime que la demande de clémence sommaire répond aux conditions prévues à l'alinéa 2, il en informe le demandeur de clémence.
Lorsque la Commission européenne informe l'Autorité belge de la concurrence qu'elle n'a pas l'intention d'instruire l'affaire en tout ou en partie, le demandeur de clémence peut introduire auprès de l'Autorité belge de la concurrence une demande de clémence complète.
L'alinéa 5 s'applique sans préjudice du droit du demandeur de clémence d'introduire volontairement une demande de clémence complète à un stade antérieur.
Par dérogation à l'alinéa 5, dans des circonstances exceptionnelles uniquement, lorsque cela s'avère strictement nécessaire pour la délimitation d'une affaire ou pour son attribution, l'auditeur général peut inviter le demandeur de clémence à introduire une demande de clémence complète avant que la Commission européenne ait informé l'Autorité belge de la concurrence qu'elle n'a pas l'intention d'instruire l'affaire en tout ou en partie.
L'auditeur général fixe un délai raisonnable pour le dépôt de la demande de clémence complète, ainsi que des éléments de preuve et des renseignements correspondants.
La demande de clémence complète est considérée comme ayant été introduite à la date à laquelle la demande de clémence sommaire a été introduite, pour autant que la demande de clémence sommaire porte sur le ou les mêmes produits et le ou les mêmes territoires concernés ainsi que sur la même durée du cartel secret que la demande de clémence introduite auprès de la Commission européenne.
Le demandeur de clémence met à jour, si nécessaire, les données transmises visées à l'alinéa 2.".
Art. 39. In dezelfde onderafdeling 3/1 wordt een artikel IV.54/3 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/3. § 1. De onderneming of ondernemingsvereniging dient haar clementieverzoek in bij de auditeur-generaal.
Op aanvraag van de clementieverzoeker bevestigt de auditeur-generaal schriftelijk de ontvangst van het volledige of beknopte verzoek, met vermelding van de datum en het tijdstip van ontvangst.
De auditeur-generaal kan een clementieverzoek naast zich neerleggen wanneer het is ingediend na de mededeling van grieven aan de clementieverzoeker.
De auditeur-generaal dient een voorstel van beslissing in bij de voorzitter. Hij geeft de clementieverzoeker inzage in het voorstel zodat deze zijn eventuele schriftelijke opmerkingen kan indienen bij de voorzitter.
§ 2. De voorzitter neemt een gemotiveerde beslissing na de clementieverzoeker op zijn verzoek te hebben gehoord.
Wanneer de voorzitter vaststelt dat het clementieverzoek voldoet aan ofwel de in artikel IV. 54, §§ 2 en 4, bedoelde voorwaarden voor het toekennen van een volledige vrijstelling van geldboeten, ofwel de in artikel IV.54, §§ 3 en 4 bedoelde voorwaarden voor het toekennen van een gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, neemt hij een clementiebeslissing waarin hij de verplichtingen bepaalt waaraan de clementie is onderworpen.
Wanneer de voorzitter beslist dat niet is voldaan aan de in ofwel artikel IV.54, §§ 2 en 4, ofwel artikel IV.54, §§ 3 en 4, bedoelde voorwaarden voor de toekenning van respectievelijk volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, kan de clementieverzoeker zijn clementieverzoek en de bijhorende stukken intrekken.
Ingeval de clementiebeslissing vaststelt dat niet voldaan is aan de in artikel IV.54, §§ 2 en 4, bedoelde voorwaarden voor de toekenning van volledige vrijstelling van geldboeten, zal het verzoek beschouwd worden als een verzoek tot gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten. In dit geval neemt het clementieverzoek rang op de datum waarop het verzoek tot volledige vrijstelling van geldboeten werd ingediend.
Het secretariaat deelt de clementiebeslissing mee aan de clementieverzoeker. De beslissing wordt niet bekendgemaakt en is niet vatbaar voor een afzonderlijk beroep.
§ 3. Op het ogenblik van de beslissing in de zaak, kent het Mededingingscollege, ingeval de verplichtingen gesteld in de clementiebeslissing werden nageleefd, een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten toe in verhouding tot de bijdrage die geleverd werd om het geheim kartel te bewijzen.".
"Art. IV.54/3. § 1. De onderneming of ondernemingsvereniging dient haar clementieverzoek in bij de auditeur-generaal.
Op aanvraag van de clementieverzoeker bevestigt de auditeur-generaal schriftelijk de ontvangst van het volledige of beknopte verzoek, met vermelding van de datum en het tijdstip van ontvangst.
De auditeur-generaal kan een clementieverzoek naast zich neerleggen wanneer het is ingediend na de mededeling van grieven aan de clementieverzoeker.
De auditeur-generaal dient een voorstel van beslissing in bij de voorzitter. Hij geeft de clementieverzoeker inzage in het voorstel zodat deze zijn eventuele schriftelijke opmerkingen kan indienen bij de voorzitter.
§ 2. De voorzitter neemt een gemotiveerde beslissing na de clementieverzoeker op zijn verzoek te hebben gehoord.
Wanneer de voorzitter vaststelt dat het clementieverzoek voldoet aan ofwel de in artikel IV. 54, §§ 2 en 4, bedoelde voorwaarden voor het toekennen van een volledige vrijstelling van geldboeten, ofwel de in artikel IV.54, §§ 3 en 4 bedoelde voorwaarden voor het toekennen van een gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, neemt hij een clementiebeslissing waarin hij de verplichtingen bepaalt waaraan de clementie is onderworpen.
Wanneer de voorzitter beslist dat niet is voldaan aan de in ofwel artikel IV.54, §§ 2 en 4, ofwel artikel IV.54, §§ 3 en 4, bedoelde voorwaarden voor de toekenning van respectievelijk volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten, kan de clementieverzoeker zijn clementieverzoek en de bijhorende stukken intrekken.
Ingeval de clementiebeslissing vaststelt dat niet voldaan is aan de in artikel IV.54, §§ 2 en 4, bedoelde voorwaarden voor de toekenning van volledige vrijstelling van geldboeten, zal het verzoek beschouwd worden als een verzoek tot gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten. In dit geval neemt het clementieverzoek rang op de datum waarop het verzoek tot volledige vrijstelling van geldboeten werd ingediend.
Het secretariaat deelt de clementiebeslissing mee aan de clementieverzoeker. De beslissing wordt niet bekendgemaakt en is niet vatbaar voor een afzonderlijk beroep.
§ 3. Op het ogenblik van de beslissing in de zaak, kent het Mededingingscollege, ingeval de verplichtingen gesteld in de clementiebeslissing werden nageleefd, een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten toe in verhouding tot de bijdrage die geleverd werd om het geheim kartel te bewijzen.".
Art. 39. Dans la même sous-section 3/1, il est inséré un article IV.54/3, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/3. § 1er. L'entreprise ou l'association d'entreprises introduit sa demande de clémence auprès de l'auditeur général.
A la demande du demandeur de clémence, l'auditeur général accuse réception de la demande de clémence complète ou sommaire par écrit, en indiquant la date et l'heure de la réception.
L'auditeur général peut ignorer une demande de clémence lorsqu'elle est déposée après la communication des griefs au demandeur de clémence.
L'auditeur général dépose une proposition de décision auprès du président. Il donne accès à la proposition au demandeur de clémence de manière à ce que celui-ci puisse communiquer ses éventuelles remarques écrites au président.
§ 2. Le président prend une décision motivée, après avoir entendu le demandeur de clémence à sa demande.
Lorsque le président constate que la demande de clémence satisfait soit aux conditions visées à l'article IV.54, §§ 2 et 4, pour accorder une exonération totale d'amendes, soit aux conditions visées à l'article IV.54, §§ 3 et 4, pour accorder une exonération partielle d'amendes, il adopte une décision de clémence dans laquelle il détermine les obligations auxquelles la clémence est soumise.
Lorsque le président décide que les conditions visées soit à l'article IV.54, §§ 2 et 4, soit à l'article IV.54, §§ 3 et 4, ne sont pas remplies pour accorder respectivement une exonération totale ou partielle d'amendes, le demandeur de clémence peut retirer sa demande de clémence, ainsi que les pièces jointes.
Dans le cas où la décision de clémence constate que les conditions visées à l'article IV.54, §§ 2 et 4, ne sont pas remplies pour accorder l'exonération totale d'amendes, la demande sera considérée comme une demande d'exonération partielle d'amendes. Le cas échéant, la demande de clémence prend date au jour où la demande d'exonération totale d'amendes a été déposée.
Le secrétariat communique la décision de clémence au demandeur de clémence. La décision n'est pas publiée et n'est pas susceptible d'un recours distinct.
§ 3. Lors de la décision dans l'affaire, le Collège de la concurrence accorde, si les obligations fixées dans la décision de clémence ont été respectées, une exonération totale ou partielle des amendes proportionnées à la contribution apportée à l'établissement du cartel secret.".
"Art. IV.54/3. § 1er. L'entreprise ou l'association d'entreprises introduit sa demande de clémence auprès de l'auditeur général.
A la demande du demandeur de clémence, l'auditeur général accuse réception de la demande de clémence complète ou sommaire par écrit, en indiquant la date et l'heure de la réception.
L'auditeur général peut ignorer une demande de clémence lorsqu'elle est déposée après la communication des griefs au demandeur de clémence.
L'auditeur général dépose une proposition de décision auprès du président. Il donne accès à la proposition au demandeur de clémence de manière à ce que celui-ci puisse communiquer ses éventuelles remarques écrites au président.
§ 2. Le président prend une décision motivée, après avoir entendu le demandeur de clémence à sa demande.
Lorsque le président constate que la demande de clémence satisfait soit aux conditions visées à l'article IV.54, §§ 2 et 4, pour accorder une exonération totale d'amendes, soit aux conditions visées à l'article IV.54, §§ 3 et 4, pour accorder une exonération partielle d'amendes, il adopte une décision de clémence dans laquelle il détermine les obligations auxquelles la clémence est soumise.
Lorsque le président décide que les conditions visées soit à l'article IV.54, §§ 2 et 4, soit à l'article IV.54, §§ 3 et 4, ne sont pas remplies pour accorder respectivement une exonération totale ou partielle d'amendes, le demandeur de clémence peut retirer sa demande de clémence, ainsi que les pièces jointes.
Dans le cas où la décision de clémence constate que les conditions visées à l'article IV.54, §§ 2 et 4, ne sont pas remplies pour accorder l'exonération totale d'amendes, la demande sera considérée comme une demande d'exonération partielle d'amendes. Le cas échéant, la demande de clémence prend date au jour où la demande d'exonération totale d'amendes a été déposée.
Le secrétariat communique la décision de clémence au demandeur de clémence. La décision n'est pas publiée et n'est pas susceptible d'un recours distinct.
§ 3. Lors de la décision dans l'affaire, le Collège de la concurrence accorde, si les obligations fixées dans la décision de clémence ont été respectées, une exonération totale ou partielle des amendes proportionnées à la contribution apportée à l'établissement du cartel secret.".
Art. 40. In dezelfde onderafdeling 3/1 wordt een artikel IV.54/4 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/4. § 1. Een natuurlijke persoon bedoeld in artikel IV.1, § 4, kan een verzoek tot immuniteit indienen bij de auditeurgeneraal met betrekking tot de inbreuken op artikel IV.1, § 4.
De natuurlijke persoon die voor een onderneming of ondernemingsvereniging optreedt via een managementvennootschap wordt gelijkgesteld met een natuurlijke persoon, tenzij gelet op de feiten in een concreet geval geoordeeld moet worden dat het optreden van de betrokken managementvennootschap beschouwd moet worden als het optreden van een onderneming die partij is bij het geheim kartel.
§ 2. De immuniteit wordt, onafhankelijk van een clementieverzoek, toegekend indien de immuniteitsverzoeker bijdraagt tot het bewijzen van het bestaan van het geheim kartel en het identificeren van de deelnemers, onder andere:
1° door inlichtingen te verstrekken waarover de Belgische Mededingingsautoriteit voorheen niet beschikte;
2° door het bewijs te leveren van het kartel waarvan het bestaan nog niet vaststond; of
3° door zijn betrokkenheid bij een inbreuk op artikel IV.1, § 4, te erkennen.
§ 3. Een immuniteitsverzoek kan eveneens ingediend worden in het kader van een medewerking aan een clementieverzoek van een onderneming of ondernemingsvereniging en na een clementieverzoek.
In dit geval wordt de immuniteit toegekend wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° het clementieverzoek van de onderneming of de ondernemingsvereniging voldoet:
a) aan de voorwaarden van artikel IV.54, § 2, eerste lid, 1° en 3°, wanneer het gaat om een verzoek tot volledige vrijstelling van geldboeten; of
b) aan de voorwaarden van artikel IV.54, § 3, eerste lid, 1° en 3°, wanneer het gaat om een verzoek tot gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
2° het clementieverzoek van de onderneming of de ondernemingsvereniging dateert van voor de datum waarop de immuniteitsverzoeker door de auditeur-generaal werd gewezen op de procedure waarmee de in artikel IV.79, § 4, bedoelde sanctie aan hem kan worden opgelegd;
3° de immuniteitsverzoeker werkt actief samen met de Belgische Mededingingsautoriteit.
§ 4. De auditeur-generaal kan een immuniteitsverzoek naast zich neerleggen wanneer het is ingediend na de mededeling van grieven aan de immuniteitsverzoeker.
De auditeur-generaal dient een voorstel van beslissing in bij de voorzitter. Hij geeft de immuniteitsverzoeker inzage in het voorstel zodat deze zijn eventuele schriftelijke opmerkingen kan indienen bij de voorzitter.
§ 5. De voorzitter neemt een gemotiveerde beslissing na de immuniteitsverzoeker op zijn verzoek te hebben gehoord.
Wanneer de voorzitter vaststelt dat het immuniteitsverzoek voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 2, neemt hij een immuniteitsbeslissing waarin hij de verplichtingen bepaalt waaraan de immuniteit is onderworpen.
Wanneer de voorzitter beslist dat niet is voldaan aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden voor de toekenning van immuniteit, kan de natuurlijke persoon zijn immuniteitsverzoek en de bijhorende stukken intrekken.
Het secretariaat deelt de immuniteitsbeslissing mee aan de immuniteitsverzoeker. De beslissing wordt niet bekendgemaakt en is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
§ 6. Onder voorbehoud van de verjaringstermijnen kan het Mededingingscollege, op verzoek van de auditeur-generaal, alsnog een boete met toepassing van artikel IV.79, § 4, opleggen, indien de betrokken persoon de verplichtingen die de voorzitter heeft gesteld in de immuniteitsbeslissing niet heeft nageleefd.".
"Art. IV.54/4. § 1. Een natuurlijke persoon bedoeld in artikel IV.1, § 4, kan een verzoek tot immuniteit indienen bij de auditeurgeneraal met betrekking tot de inbreuken op artikel IV.1, § 4.
De natuurlijke persoon die voor een onderneming of ondernemingsvereniging optreedt via een managementvennootschap wordt gelijkgesteld met een natuurlijke persoon, tenzij gelet op de feiten in een concreet geval geoordeeld moet worden dat het optreden van de betrokken managementvennootschap beschouwd moet worden als het optreden van een onderneming die partij is bij het geheim kartel.
§ 2. De immuniteit wordt, onafhankelijk van een clementieverzoek, toegekend indien de immuniteitsverzoeker bijdraagt tot het bewijzen van het bestaan van het geheim kartel en het identificeren van de deelnemers, onder andere:
1° door inlichtingen te verstrekken waarover de Belgische Mededingingsautoriteit voorheen niet beschikte;
2° door het bewijs te leveren van het kartel waarvan het bestaan nog niet vaststond; of
3° door zijn betrokkenheid bij een inbreuk op artikel IV.1, § 4, te erkennen.
§ 3. Een immuniteitsverzoek kan eveneens ingediend worden in het kader van een medewerking aan een clementieverzoek van een onderneming of ondernemingsvereniging en na een clementieverzoek.
In dit geval wordt de immuniteit toegekend wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° het clementieverzoek van de onderneming of de ondernemingsvereniging voldoet:
a) aan de voorwaarden van artikel IV.54, § 2, eerste lid, 1° en 3°, wanneer het gaat om een verzoek tot volledige vrijstelling van geldboeten; of
b) aan de voorwaarden van artikel IV.54, § 3, eerste lid, 1° en 3°, wanneer het gaat om een verzoek tot gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten;
2° het clementieverzoek van de onderneming of de ondernemingsvereniging dateert van voor de datum waarop de immuniteitsverzoeker door de auditeur-generaal werd gewezen op de procedure waarmee de in artikel IV.79, § 4, bedoelde sanctie aan hem kan worden opgelegd;
3° de immuniteitsverzoeker werkt actief samen met de Belgische Mededingingsautoriteit.
§ 4. De auditeur-generaal kan een immuniteitsverzoek naast zich neerleggen wanneer het is ingediend na de mededeling van grieven aan de immuniteitsverzoeker.
De auditeur-generaal dient een voorstel van beslissing in bij de voorzitter. Hij geeft de immuniteitsverzoeker inzage in het voorstel zodat deze zijn eventuele schriftelijke opmerkingen kan indienen bij de voorzitter.
§ 5. De voorzitter neemt een gemotiveerde beslissing na de immuniteitsverzoeker op zijn verzoek te hebben gehoord.
Wanneer de voorzitter vaststelt dat het immuniteitsverzoek voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 2, neemt hij een immuniteitsbeslissing waarin hij de verplichtingen bepaalt waaraan de immuniteit is onderworpen.
Wanneer de voorzitter beslist dat niet is voldaan aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden voor de toekenning van immuniteit, kan de natuurlijke persoon zijn immuniteitsverzoek en de bijhorende stukken intrekken.
Het secretariaat deelt de immuniteitsbeslissing mee aan de immuniteitsverzoeker. De beslissing wordt niet bekendgemaakt en is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
§ 6. Onder voorbehoud van de verjaringstermijnen kan het Mededingingscollege, op verzoek van de auditeur-generaal, alsnog een boete met toepassing van artikel IV.79, § 4, opleggen, indien de betrokken persoon de verplichtingen die de voorzitter heeft gesteld in de immuniteitsbeslissing niet heeft nageleefd.".
Art. 40. Dans la même sous-section 3/1, il est inséré un article IV.54/4, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/4. § 1er. Une personne physique visée à l'article IV.1, § 4, peut introduire une demande d'immunité auprès de l'auditeur général en ce qui concerne les infractions à l'article IV.1, § 4.
La personne physique qui agit pour une entreprise ou association d'entreprises au travers d'une société de management est assimilée à une personne physique, à moins que les faits dans un cas concret doivent amener à conclure que les agissements de la société de management concernée doivent être qualifiés d'agissements d'une entreprise qui est partie au cartel secret.
§ 2. L'immunité est accordée, indépendamment d'une demande de clémence, lorsque le demandeur d'immunité contribue à établir l'existence d'un cartel secret et à en identifier les participants, notamment:
1° en fournissant des renseignements dont l'Autorité belge de la concurrence ne disposait pas antérieurement;
2° en fournissant la preuve du cartel dont l'existence n'était pas encore établie; ou
3° en reconnaissant sa participation à une infraction à l'article IV.1, § 4.
§ 3. Une demande d'immunité peut également être introduite dans le cadre d'une coopération à une demande de clémence d'une entreprise ou d'une association d'entreprises et postérieurement à celle-ci.
Dans ce cas, l'immunité est accordée lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes:
1° la demande de clémence de l'entreprise ou de l'association d'entreprises satisfait:
a) aux conditions visées à l'article IV.54, § 2, alinéa 1er, 1° et 3°, lorsqu'il s'agit d'une demande d'exonération totale d'amendes; ou
b) aux conditions visées à l'article IV.54, § 3, alinéa 1er, 1° et 3°, lorsqu'il s'agit d'une demande d'exonération partielle d'amendes;
2° la demande de clémence de l'entreprise ou de l'association d'entreprises est antérieure à la date à laquelle le demandeur d'immunité a été informé par l'auditeur général de la procédure par laquelle il peut se voir imposer la sanction visée à l'article IV.79, § 4;
3° le demandeur d'immunité coopère activement avec l'Autorité belge de concurrence.
§ 4. L'auditeur général peut ignorer une demande d'immunité lorsqu'elle est déposée après la communication des griefs au demandeur d'immunité.
L'auditeur général dépose une proposition de décision auprès du président. Il donne accès à la proposition au demandeur d'immunité de manière à ce que celui-ci puisse communiquer ses éventuelles remarques écrites au président.
§ 5. Le président prend une décision motivée, après avoir entendu le demandeur d'immunité à sa demande.
Lorsque le président constate que la demande d'immunité satisfait aux conditions visées au paragraphe 2, il adopte une décision d'immunité dans laquelle il détermine les obligations auxquelles l'immunité est soumise.
Lorsque le président décide que les conditions visées au paragraphe 2 ne sont pas remplies pour accorder l'immunité, la personne physique peut retirer sa demande d'immunité, ainsi que les pièces annexées.
Le secrétariat communique la décision d'immunité au demandeur d'immunité. La décision n'est pas publiée et n'est pas susceptible d'un recours distinct.
§ 6. Sous réserve des délais de prescription, le Collège de la concurrence peut, à la demande de l'auditeur général, infliger une amende en application de l'article IV.79, § 4, si la personne concernée n'a pas respecté les obligations fixées par le président dans la décision d'immunité.".
"Art. IV.54/4. § 1er. Une personne physique visée à l'article IV.1, § 4, peut introduire une demande d'immunité auprès de l'auditeur général en ce qui concerne les infractions à l'article IV.1, § 4.
La personne physique qui agit pour une entreprise ou association d'entreprises au travers d'une société de management est assimilée à une personne physique, à moins que les faits dans un cas concret doivent amener à conclure que les agissements de la société de management concernée doivent être qualifiés d'agissements d'une entreprise qui est partie au cartel secret.
§ 2. L'immunité est accordée, indépendamment d'une demande de clémence, lorsque le demandeur d'immunité contribue à établir l'existence d'un cartel secret et à en identifier les participants, notamment:
1° en fournissant des renseignements dont l'Autorité belge de la concurrence ne disposait pas antérieurement;
2° en fournissant la preuve du cartel dont l'existence n'était pas encore établie; ou
3° en reconnaissant sa participation à une infraction à l'article IV.1, § 4.
§ 3. Une demande d'immunité peut également être introduite dans le cadre d'une coopération à une demande de clémence d'une entreprise ou d'une association d'entreprises et postérieurement à celle-ci.
Dans ce cas, l'immunité est accordée lorsqu'il est satisfait aux conditions suivantes:
1° la demande de clémence de l'entreprise ou de l'association d'entreprises satisfait:
a) aux conditions visées à l'article IV.54, § 2, alinéa 1er, 1° et 3°, lorsqu'il s'agit d'une demande d'exonération totale d'amendes; ou
b) aux conditions visées à l'article IV.54, § 3, alinéa 1er, 1° et 3°, lorsqu'il s'agit d'une demande d'exonération partielle d'amendes;
2° la demande de clémence de l'entreprise ou de l'association d'entreprises est antérieure à la date à laquelle le demandeur d'immunité a été informé par l'auditeur général de la procédure par laquelle il peut se voir imposer la sanction visée à l'article IV.79, § 4;
3° le demandeur d'immunité coopère activement avec l'Autorité belge de concurrence.
§ 4. L'auditeur général peut ignorer une demande d'immunité lorsqu'elle est déposée après la communication des griefs au demandeur d'immunité.
L'auditeur général dépose une proposition de décision auprès du président. Il donne accès à la proposition au demandeur d'immunité de manière à ce que celui-ci puisse communiquer ses éventuelles remarques écrites au président.
§ 5. Le président prend une décision motivée, après avoir entendu le demandeur d'immunité à sa demande.
Lorsque le président constate que la demande d'immunité satisfait aux conditions visées au paragraphe 2, il adopte une décision d'immunité dans laquelle il détermine les obligations auxquelles l'immunité est soumise.
Lorsque le président décide que les conditions visées au paragraphe 2 ne sont pas remplies pour accorder l'immunité, la personne physique peut retirer sa demande d'immunité, ainsi que les pièces annexées.
Le secrétariat communique la décision d'immunité au demandeur d'immunité. La décision n'est pas publiée et n'est pas susceptible d'un recours distinct.
§ 6. Sous réserve des délais de prescription, le Collège de la concurrence peut, à la demande de l'auditeur général, infliger une amende en application de l'article IV.79, § 4, si la personne concernée n'a pas respecté les obligations fixées par le président dans la décision d'immunité.".
Art. 41. In dezelfde onderafdeling 3/1 wordt een artikel IV.54/5 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/5. De verzoeken tot clementie of immuniteit en de bijhorende stukken evenals de clementie- en immuniteitsbeslissingen van de voorzitter maken deel uit van het onderzoeks- en proceduredossier. De andere betrokken partijen krijgen inzage in de verzoeken en de bijhorende stukken alsmede in de beslissingen doch hebben geen recht op een kopie van de verzoeken en de bijhorende stukken, noch van de beslissingen. De klager en de belanghebbende derden hebben er geen toegang toe behoudens overeenkomstig de bepalingen van boek XVII, titel 3, hoofdstuk 3.".
"Art. IV.54/5. De verzoeken tot clementie of immuniteit en de bijhorende stukken evenals de clementie- en immuniteitsbeslissingen van de voorzitter maken deel uit van het onderzoeks- en proceduredossier. De andere betrokken partijen krijgen inzage in de verzoeken en de bijhorende stukken alsmede in de beslissingen doch hebben geen recht op een kopie van de verzoeken en de bijhorende stukken, noch van de beslissingen. De klager en de belanghebbende derden hebben er geen toegang toe behoudens overeenkomstig de bepalingen van boek XVII, titel 3, hoofdstuk 3.".
Art. 41. Dans la même sous-section 3/1, il est inséré un article IV.54/5, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/5. Les demandes de clémence ou d'immunité et les pièces annexées, ainsi que les décisions de clémence et d'immunité du président font partie du dossier d'instruction et du dossier de procédure. Les autres parties concernées ont accès aux demandes et aux pièces jointes, ainsi qu'aux décisions, mais n'ont pas le droit de prendre une copie des demandes, ni des pièces jointes, ni des décisions. Le plaignant et les tiers intéressés n'y ont pas accès, sauf conformément aux dispositions du livre XVII, titre 3, chapitre 3.".
"Art. IV.54/5. Les demandes de clémence ou d'immunité et les pièces annexées, ainsi que les décisions de clémence et d'immunité du président font partie du dossier d'instruction et du dossier de procédure. Les autres parties concernées ont accès aux demandes et aux pièces jointes, ainsi qu'aux décisions, mais n'ont pas le droit de prendre une copie des demandes, ni des pièces jointes, ni des décisions. Le plaignant et les tiers intéressés n'y ont pas accès, sauf conformément aux dispositions du livre XVII, titre 3, chapitre 3.".
Art. 42. In dezelfde onderafdeling 3/1 wordt een artikel IV.54/6 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.54/6. Het directiecomité kan bij richtsnoeren nadere modaliteiten vaststellen voor de toepassing van de artikelen IV.54 tot IV.54/5, met inbegrip van de vorken van gedeeltelijke vrijstelling die het Mededingingscollege in acht zal nemen in verhouding tot de bijdrage die geleverd werd om het geheim kartel te bewijzen.".
"Art. IV.54/6. Het directiecomité kan bij richtsnoeren nadere modaliteiten vaststellen voor de toepassing van de artikelen IV.54 tot IV.54/5, met inbegrip van de vorken van gedeeltelijke vrijstelling die het Mededingingscollege in acht zal nemen in verhouding tot de bijdrage die geleverd werd om het geheim kartel te bewijzen.".
Art. 42. Dans la même sous-section 3/1, il est inséré un article IV.54/6, rédigé comme suit:
"Art. IV.54/6. Le Comité de direction peut définir par des lignes directrices les modalités d'application des articles IV.54 à IV.54/5, y compris les fourchettes d'exonération partielle que le Collège de la concurrence prendra en considération en fonction de la contribution apportée à l'établissement du cartel secret.".
"Art. IV.54/6. Le Comité de direction peut définir par des lignes directrices les modalités d'application des articles IV.54 à IV.54/5, y compris les fourchettes d'exonération partielle que le Collège de la concurrence prendra en considération en fonction de la contribution apportée à l'établissement du cartel secret.".
Art. 43. Artikel IV.55, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2020, wordt aangevuld met de volgende zin: "Deze termijn bedraagt ten minste twee weken.".
Art. 43. L'article IV.55, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par l'arrêté royal du 31 juillet 2020, est complété par la phrase suivante: "Ce délai est d'au moins deux semaines.".
Art. 44. In artikel IV.57 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 44. Dans l'article IV.57 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 45. Artikel IV.58, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met de volgende zin: "Deze termijn bedraagt ten minste twee weken.".
Art. 45. L'article IV.58, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est complété par la phrase suivante: "Ce délai est d'au moins deux semaines.".
Art. 46. In artikel IV.59, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De schikkingsbeslissing stelt ten aanzien van de betrokken partij of partijen de inbreuk op het mededingingsrecht en de boete vast, opgelegd voor de opzettelijke of uit onachtzaamheid gepleegde inbreuk, en neemt akte van hun schikkingsverklaringen. De beslissing geldt als een beslissing van het Mededingingscollege zoals bedoeld in artikel IV.52.".
"De schikkingsbeslissing stelt ten aanzien van de betrokken partij of partijen de inbreuk op het mededingingsrecht en de boete vast, opgelegd voor de opzettelijke of uit onachtzaamheid gepleegde inbreuk, en neemt akte van hun schikkingsverklaringen. De beslissing geldt als een beslissing van het Mededingingscollege zoals bedoeld in artikel IV.52.".
Art. 46. Dans l'article IV.59, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La décision de transaction constate l'infraction au droit de la concurrence et l'amende infligée pour l'infraction commise délibérément ou par négligence à l'égard de la partie ou des parties concernées et prend acte de leurs déclarations de transaction. La décision équivaut à une décision du Collège de la concurrence telle que visée à l'article IV.52.".
"La décision de transaction constate l'infraction au droit de la concurrence et l'amende infligée pour l'infraction commise délibérément ou par négligence à l'égard de la partie ou des parties concernées et prend acte de leurs déclarations de transaction. La décision équivaut à une décision du Collège de la concurrence telle que visée à l'article IV.52.".
Art. 47. In de artikelen IV.64, § 2, eerste lid, en IV.67, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "bij toepassing van artikel IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel IV.40, § 2, vierde lid".
Art. 47. Dans les articles IV.64, § 2, alinéa 1er, et IV.67, § 2, du même Code, insérés par la loi du 3 avril 2013 et remplacés par la loi du 2 mai 2019, les mots "en application de l'article IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application de l'article IV.40, § 2, alinéa 4".
Art. 48. In de artikelen IV.65, § 1, tweede lid, en IV.68, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "toepassing maken van artikel IV.40, § 1," vervangen door de woorden "toepassing maken van artikel IV.40".
Art. 48. Dans les articles IV.65, § 1er, alinéa 2, et IV.68, § 1er, alinéa 2, du même Code, insérés par la loi du 3 avril 2013 et remplacés par la loi du 2 mai 2019, les mots "application de l'article IV.40, § 1er, "sont remplacés par les mots "application de l'article IV.40".
Art. 49. In artikel IV.66 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij de wet van 2 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "bij toepassing van de artikelen IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van de artikelen IV.40, § 2, vierde lid".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "bij toepassing van de artikelen IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van de artikelen IV.40, § 2, vierde lid".
Art. 49. A l'article IV.66 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par la loi du 2 février 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "en application des articles IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application des articles IV.40, § 2, alinéa 4".
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "en application des articles IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application des articles IV.40, § 2, alinéa 4".
Art. 50. In artikel IV.68 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.69, § 2, wordt geschorst vanaf de dag van de beslissing van de voorzitter van het Mededingingscollege tot vaststellen van de in dit lid bedoelde termijnen tot de dag waarop de termijn verstrijkt waarbinnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen." vervangen als volgt:
"De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.69, § 2, wordt geschorst vanaf de eerste werkdag volgend op de dag van indiening door de aanmeldende partijen van de schriftelijke opmerkingen bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop de termijn verstrijkt waar-binnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "op de dag waarop de termijn verstrijkt" vervangen door de woorden "op de dag volgend op de dag waarop de termijn verstrijkt".
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.69, § 2, wordt geschorst vanaf de dag van de beslissing van de voorzitter van het Mededingingscollege tot vaststellen van de in dit lid bedoelde termijnen tot de dag waarop de termijn verstrijkt waarbinnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen." vervangen als volgt:
"De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.69, § 2, wordt geschorst vanaf de eerste werkdag volgend op de dag van indiening door de aanmeldende partijen van de schriftelijke opmerkingen bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop de termijn verstrijkt waar-binnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "op de dag waarop de termijn verstrijkt" vervangen door de woorden "op de dag volgend op de dag waarop de termijn verstrijkt".
Art. 50. A l'article IV.68 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase "Le délai de décision visé à l'article IV.69, § 2, est suspendu à partir du jour de la décision du président du Collège de la concurrence de fixer les délais visés au présent alinéa jusqu'au jour où expire le délai endéans lequel les parties notifiantes peuvent déposer leur réponse." est remplacée par la phrase suivante:
"Le délai de décision visé à l'article IV.69, § 2, est suspendu à partir du premier jour ouvrable suivant le jour du dépôt des observations écrites des parties notifiantes visées à l'alinéa 1er jusqu'au jour où expire le délai endéans lequel les parties notifiantes peuvent déposer leur réponse.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "le jour où expire le délai" sont remplacés par les mots "le jour après celui de l'expiration du délai".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase "Le délai de décision visé à l'article IV.69, § 2, est suspendu à partir du jour de la décision du président du Collège de la concurrence de fixer les délais visés au présent alinéa jusqu'au jour où expire le délai endéans lequel les parties notifiantes peuvent déposer leur réponse." est remplacée par la phrase suivante:
"Le délai de décision visé à l'article IV.69, § 2, est suspendu à partir du premier jour ouvrable suivant le jour du dépôt des observations écrites des parties notifiantes visées à l'alinéa 1er jusqu'au jour où expire le délai endéans lequel les parties notifiantes peuvent déposer leur réponse.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "le jour où expire le délai" sont remplacés par les mots "le jour après celui de l'expiration du délai".
Art. 51. In artikel IV.69 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingings-college is uitdrukkelijk en afdoende.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bij toepassing van de artikelen IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van de artikelen IV.40, § 2, vierde lid".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingings-college is uitdrukkelijk en afdoende.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bij toepassing van de artikelen IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van de artikelen IV.40, § 2, vierde lid".
Art. 51. A l'article IV.69 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "en application des articles IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application des articles IV.40, § 2, alinéa 4".
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "en application des articles IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application des articles IV.40, § 2, alinéa 4".
Art. 52. In artikel IV.70 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 5, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Deze beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.";
2° in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "bij toepassing van artikel IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel IV.40, § 2, vierde lid".
1° in paragraaf 5, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Deze beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.";
2° in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "bij toepassing van artikel IV.40, § 1, vierde lid" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel IV.40, § 2, vierde lid".
Art. 52. A l'article IV.70 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Cette décision n'est susceptible d'aucun recours distinct.";
2° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "en application de l'article IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application de l'article IV.40, § 2, alinéa 4".
1° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Cette décision n'est susceptible d'aucun recours distinct.";
2° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "en application de l'article IV.40, § 1er, alinéa 4" sont remplacés par les mots "en application de l'article IV.40, § 2, alinéa 4".
Art. 53. In artikel IV.71 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "restrictieve mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht" en wordt het woord "praktijken" vervangen door het woord "inbreuken".
Art. 53. Dans l'article IV.71 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence" et le mot "pratiques" est remplacé par le mot "infractions".
Art. 54. In artikel IV.72, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt het woord "praktijk" vervangen door het woord "inbreuk".
Art. 54. Dans l'article IV.72, § 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "la pratique" sont remplacés par les mots "l'infraction".
Art. 55. In artikel IV.73 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De verzoeker en de ondernemingen of ondernemingsverenigingen" vervangen door de woorden "De verzoeker, de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, en de ondernemingen of ondernemings-verenigingen" en worden de woorden "door de verzoeker" vervangen door de woorden "door de verzoeker en de auditeur";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. De beslissing bedoeld in paragraaf 1 is evenredig en van toepassing hetzij gedurende een bepaalde tijdspanne, die kan worden verlengd voor zover dat nodig en passend is, hetzij totdat de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, of de beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.44, § 1, eerste lid, in artikel IV.45, eerste lid, of in artikel IV.59, § 1, niet meer vatbaar is voor beroep op grond van gewone rechtsmiddelen.".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De verzoeker en de ondernemingen of ondernemingsverenigingen" vervangen door de woorden "De verzoeker, de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, en de ondernemingen of ondernemings-verenigingen" en worden de woorden "door de verzoeker" vervangen door de woorden "door de verzoeker en de auditeur";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. De beslissing bedoeld in paragraaf 1 is evenredig en van toepassing hetzij gedurende een bepaalde tijdspanne, die kan worden verlengd voor zover dat nodig en passend is, hetzij totdat de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, of de beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.44, § 1, eerste lid, in artikel IV.45, eerste lid, of in artikel IV.59, § 1, niet meer vatbaar is voor beroep op grond van gewone rechtsmiddelen.".
Art. 55. A l'article IV.73 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "Le requérant et les entreprises ou les associations d'entreprises" sont remplacés par les mots "Le requérant, l'auditeur si l'auditeur général n'est pas le requérant, et les entreprises ou les associations d'entreprises" et les mots "par le requérant" sont remplacés par les mots "par le requérant et l'auditeur";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
3° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit:
" § 4. La décision visée au paragraphe 1er est proportionnée et applicable soit pour une durée déterminée, qui peut être renouvelée dans la mesure où cela est nécessaire et opportun, soit jusqu'au moment où la décision du Collège de la concurrence visée à l'article IV.52, § 1er, ou la décision de l'auditeur visée à l'article IV.44, § 1er, alinéa 1er, à l'article IV.45, alinéa 1er, ou à l'article IV.59, § 1er, ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires.".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "Le requérant et les entreprises ou les associations d'entreprises" sont remplacés par les mots "Le requérant, l'auditeur si l'auditeur général n'est pas le requérant, et les entreprises ou les associations d'entreprises" et les mots "par le requérant" sont remplacés par les mots "par le requérant et l'auditeur";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La motivation de la décision du Collège de la concurrence est formelle et adéquate.";
3° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit:
" § 4. La décision visée au paragraphe 1er est proportionnée et applicable soit pour une durée déterminée, qui peut être renouvelée dans la mesure où cela est nécessaire et opportun, soit jusqu'au moment où la décision du Collège de la concurrence visée à l'article IV.52, § 1er, ou la décision de l'auditeur visée à l'article IV.44, § 1er, alinéa 1er, à l'article IV.45, alinéa 1er, ou à l'article IV.59, § 1er, ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires.".
Art. 56. In artikel IV.74, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "met kopie per gewone brief" opgeheven.
Art. 56. Dans l'article IV.74, § 1er, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "avec une copie par courrier ordinaire" sont abrogés.
Art. 57. Artikel IV.75 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. Het jaarlijks activiteitenverslag bedoeld in artikel IV.25, 5°, wordt meegedeeld aan de minister en wordt bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit.".
" § 5. Het jaarlijks activiteitenverslag bedoeld in artikel IV.25, 5°, wordt meegedeeld aan de minister en wordt bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit.".
Art. 57. L'article IV.75 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit:
" § 5. Le rapport d'activités annuel visé à l'article IV.25, 5°, est communiqué au ministre et est publié sur le site web de l'Autorité belge de la concurrence.".
" § 5. Le rapport d'activités annuel visé à l'article IV.25, 5°, est communiqué au ministre et est publié sur le site web de l'Autorité belge de la concurrence.".
Art. 58. Artikel IV.77 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. IV.77. De daartoe door de auditeur-generaal aangeduide personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden, met toepassing van de artikelen 20, lid 5, en 22 van Verordening (EG) nr. 1/2003, belast met het vervullen bij de ondernemingen, ondernemingsverenigingen en natuurlijke personen van bijstands-, verificatie- of andere opdrachten in het kader van het toezicht op de naleving van de mededingingsregels van de verdragen van de Europese Unie, die zij ambtshalve, op verzoek van de Europese Commissie, of op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit uitvoeren.
De daartoe gemachtigde personeelsleden hebben dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als die van de in de artikelen IV.40, IV.40/1 en IV.40/2, bedoelde auditeur en gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit, en als die van de in artikel 20, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 bedoelde gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van de Europese Commissie.
De ambtenaren en andere door de nationale mededingingsautoriteit of door de Europese Commissie gemachtigde of aangewezen begeleidende personen, zijn gemachtigd om bijstand te verlenen bij de opdrachten uitgeoefend met toepassing van het eerste lid door de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.
De in het eerste lid bedoelde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen de artikelen IV.40 tot IV.40/2 eveneens toepassen namens en voor rekening van een nationale mededingingsautoriteit teneinde vast te stellen of een onderneming of ondernemingsvereniging geen gevolg heeft gegeven aan onderzoeksmaatregelen en beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit. De Belgische Mededingingsautoriteit en de nationale mededingingsautoriteit kunnen voor dit doel informatie uitwisselen en deze als bewijsmateriaal gebruiken, mits aan de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003 vermelde waarborgen wordt voldaan.
Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.".
"Art. IV.77. De daartoe door de auditeur-generaal aangeduide personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden, met toepassing van de artikelen 20, lid 5, en 22 van Verordening (EG) nr. 1/2003, belast met het vervullen bij de ondernemingen, ondernemingsverenigingen en natuurlijke personen van bijstands-, verificatie- of andere opdrachten in het kader van het toezicht op de naleving van de mededingingsregels van de verdragen van de Europese Unie, die zij ambtshalve, op verzoek van de Europese Commissie, of op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit uitvoeren.
De daartoe gemachtigde personeelsleden hebben dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als die van de in de artikelen IV.40, IV.40/1 en IV.40/2, bedoelde auditeur en gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit, en als die van de in artikel 20, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 bedoelde gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van de Europese Commissie.
De ambtenaren en andere door de nationale mededingingsautoriteit of door de Europese Commissie gemachtigde of aangewezen begeleidende personen, zijn gemachtigd om bijstand te verlenen bij de opdrachten uitgeoefend met toepassing van het eerste lid door de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.
De in het eerste lid bedoelde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen de artikelen IV.40 tot IV.40/2 eveneens toepassen namens en voor rekening van een nationale mededingingsautoriteit teneinde vast te stellen of een onderneming of ondernemingsvereniging geen gevolg heeft gegeven aan onderzoeksmaatregelen en beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit. De Belgische Mededingingsautoriteit en de nationale mededingingsautoriteit kunnen voor dit doel informatie uitwisselen en deze als bewijsmateriaal gebruiken, mits aan de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003 vermelde waarborgen wordt voldaan.
Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.".
Art. 58. L'article IV.77 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. IV.77. Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence désignés à cet effet par l'auditeur général sont chargés, en application des articles 20, paragraphe 5, et 22 du règlement (CE) n° 1/2003, d'accomplir auprès des entreprises, associations d'entreprises et personnes physiques, des missions d'assistance, de vérification ou autres dans le cadre du contrôle du respect des règles de concurrence des traités de l'Union européenne, d'office, à la demande de la Commission européenne ou à la demande d'une autorité nationale de concurrence.
Les membres du personnel habilités à cet effet ont les mêmes pouvoirs et obligations que ceux de l'auditeur et des membres du personnel mandatés visés aux articles IV.40, IV.40/1 et IV.40/2, lorsqu'ils interviennent à la demande d'une autorité nationale de concurrence, et que ceux des membres du personnel mandatés visés à l'article 20, paragraphe 2, du règlement (CE) n° 1/2003 lorsqu'ils interviennent à la demande de la Commission européenne.
Les agents et les autres personnes les accompagnant mandatés ou désignés par l'autorité nationale de concurrence ou par la Commission européenne sont autorisés à assister aux missions exécutées en application de l'alinéa 1er par les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence.
Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence visés à l'alinéa 1er peuvent également appliquer les articles IV.40 à IV.40/2 au nom et pour le compte d'une autorité nationale de concurrence afin d'établir si une entreprise ou une association d'entreprises a refusé de se soumettre aux mesures d'instruction et aux décisions prises par cette autorité. L'Autorité belge de la concurrence et l'autorité nationale de concurrence peuvent échanger des informations et les utiliser à titre de preuve à cette fin, sous réserve des garanties prévues à l'article 12 du règlement (CE) n° 1/2003.
A la demande de l'auditeur général, l'autorité nationale de concurrence supporte l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises en vertu du présent article.".
"Art. IV.77. Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence désignés à cet effet par l'auditeur général sont chargés, en application des articles 20, paragraphe 5, et 22 du règlement (CE) n° 1/2003, d'accomplir auprès des entreprises, associations d'entreprises et personnes physiques, des missions d'assistance, de vérification ou autres dans le cadre du contrôle du respect des règles de concurrence des traités de l'Union européenne, d'office, à la demande de la Commission européenne ou à la demande d'une autorité nationale de concurrence.
Les membres du personnel habilités à cet effet ont les mêmes pouvoirs et obligations que ceux de l'auditeur et des membres du personnel mandatés visés aux articles IV.40, IV.40/1 et IV.40/2, lorsqu'ils interviennent à la demande d'une autorité nationale de concurrence, et que ceux des membres du personnel mandatés visés à l'article 20, paragraphe 2, du règlement (CE) n° 1/2003 lorsqu'ils interviennent à la demande de la Commission européenne.
Les agents et les autres personnes les accompagnant mandatés ou désignés par l'autorité nationale de concurrence ou par la Commission européenne sont autorisés à assister aux missions exécutées en application de l'alinéa 1er par les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence.
Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence visés à l'alinéa 1er peuvent également appliquer les articles IV.40 à IV.40/2 au nom et pour le compte d'une autorité nationale de concurrence afin d'établir si une entreprise ou une association d'entreprises a refusé de se soumettre aux mesures d'instruction et aux décisions prises par cette autorité. L'Autorité belge de la concurrence et l'autorité nationale de concurrence peuvent échanger des informations et les utiliser à titre de preuve à cette fin, sous réserve des garanties prévues à l'article 12 du règlement (CE) n° 1/2003.
A la demande de l'auditeur général, l'autorité nationale de concurrence supporte l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises en vertu du présent article.".
Art. 59. Artikel IV.78 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. IV.78. Voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en van Verordening (EG) nr. 139/2004, hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, alsook in voorkomend geval zulke informatie die werd verkregen van de Europese Commissie of van de nationale mededingingsautoriteiten als bewijsmiddel te gebruiken, onder voorbehoud van de waarborgen bepaald in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003.
Met toepassing van het eerste lid, kunnen de clementieverklaringen die bij de Belgische Mededingingsautoriteit zijn ingediend worden overgemaakt aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, onder de volgende voorwaarden:
1° ofwel met de toestemming van de verzoeker;
2° ofwel indien de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring, van dezelfde verzoeker eveneens een clementieverzoek met betrekking tot dezelfde inbreuk heeft ontvangen als de Belgische Mededingingsautoriteit, op voorwaarde dat er op het tijdstip van overmaking van de clementieverklaring voor de verzoeker geen mogelijkheid bestaat om de informatie terug in te trekken die hij heeft meegedeeld aan de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring.
De Belgische Mededingingsautoriteit kan samenwerkingsakkoorden met betrekking tot het uitwisselen van informatie en het gebruik ervan als bewijsmiddel sluiten met mededingingsautoriteiten uit derde landen, onder voorbehoud van de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. Deze samenwerkingsakkoorden krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning.".
"Art. IV.78. Voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en van Verordening (EG) nr. 139/2004, hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, alsook in voorkomend geval zulke informatie die werd verkregen van de Europese Commissie of van de nationale mededingingsautoriteiten als bewijsmiddel te gebruiken, onder voorbehoud van de waarborgen bepaald in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003.
Met toepassing van het eerste lid, kunnen de clementieverklaringen die bij de Belgische Mededingingsautoriteit zijn ingediend worden overgemaakt aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, onder de volgende voorwaarden:
1° ofwel met de toestemming van de verzoeker;
2° ofwel indien de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring, van dezelfde verzoeker eveneens een clementieverzoek met betrekking tot dezelfde inbreuk heeft ontvangen als de Belgische Mededingingsautoriteit, op voorwaarde dat er op het tijdstip van overmaking van de clementieverklaring voor de verzoeker geen mogelijkheid bestaat om de informatie terug in te trekken die hij heeft meegedeeld aan de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring.
De Belgische Mededingingsautoriteit kan samenwerkingsakkoorden met betrekking tot het uitwisselen van informatie en het gebruik ervan als bewijsmiddel sluiten met mededingingsautoriteiten uit derde landen, onder voorbehoud van de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. Deze samenwerkingsakkoorden krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning.".
Art. 59. L'article IV.78 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. IV.78. Aux fins de l'application des articles 101 et 102 du TFUE, du règlement (CE) n° 1/2003 et du règlement (CE) n° 139/2004, le président, l'auditeur général et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence sont habilités à communiquer à la Commission européenne et aux autorités nationales de concurrence, tout élément de fait ou de droit, en ce compris des informations confidentielles, ainsi que, le cas échéant, utiliser comme moyen de preuve de telles informations obtenues de la Commission européenne ou des autorités nationales de concurrence, sous réserve des garanties prévues à l'article 12 du règlement (CE) n° 1/2003.
En application de l'alinéa 1er, les déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence et présentées à l'Autorité belge de la concurrence peuvent être transmises à la Commission européenne et aux autorités nationales de concurrence, aux conditions suivantes:
1° soit avec l'accord du demandeur;
2° soit, lorsque l'autorité nationale de concurrence destinataire de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence a également reçu, du même demandeur, une demande de clémence concernant la même infraction que l'Autorité belge de la concurrence, à condition que, au moment de la transmission de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, le demandeur n'ait pas la faculté de retirer les informations qu'il a communiquées à l'autorité nationale de concurrence destinataire de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence.
L'Autorité belge de la concurrence peut conclure des accords de coopération relatifs aux échanges d'informations et l'utilisation de ces informations comme éléments de preuve avec des autorités de concurrence des pays tiers, sous réserve des conditions prévues à l'alinéa 2. Ces accords de coopération ne sortiront leurs effets qu'après approbation par le Roi.".
"Art. IV.78. Aux fins de l'application des articles 101 et 102 du TFUE, du règlement (CE) n° 1/2003 et du règlement (CE) n° 139/2004, le président, l'auditeur général et les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence sont habilités à communiquer à la Commission européenne et aux autorités nationales de concurrence, tout élément de fait ou de droit, en ce compris des informations confidentielles, ainsi que, le cas échéant, utiliser comme moyen de preuve de telles informations obtenues de la Commission européenne ou des autorités nationales de concurrence, sous réserve des garanties prévues à l'article 12 du règlement (CE) n° 1/2003.
En application de l'alinéa 1er, les déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence et présentées à l'Autorité belge de la concurrence peuvent être transmises à la Commission européenne et aux autorités nationales de concurrence, aux conditions suivantes:
1° soit avec l'accord du demandeur;
2° soit, lorsque l'autorité nationale de concurrence destinataire de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence a également reçu, du même demandeur, une demande de clémence concernant la même infraction que l'Autorité belge de la concurrence, à condition que, au moment de la transmission de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence, le demandeur n'ait pas la faculté de retirer les informations qu'il a communiquées à l'autorité nationale de concurrence destinataire de la déclaration effectuée en vue d'obtenir la clémence.
L'Autorité belge de la concurrence peut conclure des accords de coopération relatifs aux échanges d'informations et l'utilisation de ces informations comme éléments de preuve avec des autorités de concurrence des pays tiers, sous réserve des conditions prévues à l'alinéa 2. Ces accords de coopération ne sortiront leurs effets qu'après approbation par le Roi.".
Art. 60. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/1 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/1. Wanneer een onderzoeksprocedure, geopend krachtens artikel IV.39, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, stelt de auditeur belast met het onderzoek de Europese Commissie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1/2003, ten laatste onverwijld na het begin van de eerste daad van onderzoek. Hij stelt de Europese Commissie eveneens in kennis van de kennisgeving van deze eerste onderzoeksdaad en van zijn eventuele latere beslissing tot stopzetting van het onderzoek met toepassing van de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 1° of 3°, IV.45, eerste lid, 1° of 3°, of IV.46, § 2, eerste lid, 2° of 3°.
Wanneer een beslissing bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 4° of 8°, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, dan stelt het Mededingingscollege de Europese Commissie hiervan in kennis.
Wanneer een beslissing bedoeld in de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 2°, IV.45, eerste lid, 2°, IV.46, § 2, eerste lid, 1°, IV.52, § 1, eerste lid, 2°, 6° of 7°, of IV.57 betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, legt het Mededingingscollege of de auditeur-generaal, naargelang het geval, het ontwerp van beslissing voor aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003.
De informatie bedoeld in het eerste tot het derde lid kan ter beschikking worden gesteld van de nationale mededingingsautoriteiten.
Wanneer de beslissing waarbij voorlopige maatregelen bedoeld in artikel IV.73 worden opgelegd betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of artikel 102 VWEU, brengt het Mededingingscollege de mededingingsautoriteiten van het Europees netwerk van me-dedingingsautoriteiten hiervan op de hoogte.".
"Art. IV.78/1. Wanneer een onderzoeksprocedure, geopend krachtens artikel IV.39, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, stelt de auditeur belast met het onderzoek de Europese Commissie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1/2003, ten laatste onverwijld na het begin van de eerste daad van onderzoek. Hij stelt de Europese Commissie eveneens in kennis van de kennisgeving van deze eerste onderzoeksdaad en van zijn eventuele latere beslissing tot stopzetting van het onderzoek met toepassing van de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 1° of 3°, IV.45, eerste lid, 1° of 3°, of IV.46, § 2, eerste lid, 2° of 3°.
Wanneer een beslissing bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 4° of 8°, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, dan stelt het Mededingingscollege de Europese Commissie hiervan in kennis.
Wanneer een beslissing bedoeld in de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 2°, IV.45, eerste lid, 2°, IV.46, § 2, eerste lid, 1°, IV.52, § 1, eerste lid, 2°, 6° of 7°, of IV.57 betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, legt het Mededingingscollege of de auditeur-generaal, naargelang het geval, het ontwerp van beslissing voor aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003.
De informatie bedoeld in het eerste tot het derde lid kan ter beschikking worden gesteld van de nationale mededingingsautoriteiten.
Wanneer de beslissing waarbij voorlopige maatregelen bedoeld in artikel IV.73 worden opgelegd betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of artikel 102 VWEU, brengt het Mededingingscollege de mededingingsautoriteiten van het Europees netwerk van me-dedingingsautoriteiten hiervan op de hoogte.".
Art. 60. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/1, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/1. Lorsqu'une procédure d'instruction ouverte en vertu de l'article IV.39 concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, l'auditeur en charge de l'instruction en informe la Commission européenne conformément à l'article 11, paragraphe 3, du règlement (CE) n° 1/2003, au plus tard immédiatement après avoir initié le premier acte d'instruction. Il informe également la Commission européenne de la notification de ce premier acte d'instruction et de son éventuelle décision ultérieure de mettre fin à l'instruction en application des articles IV.44, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, IV.45, alinéa 1er, 1° ou 3°, ou IV.46, § 2, alinéa 1er, 2° ou 3°.
Lorsqu'une décision visée à l'article IV.52, § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 4° ou 8°, concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, le Collège de la concurrence en informe la Commission européenne.
Lorsqu'une décision visée aux articles IV.44, § 1er, alinéa 1er, 2°, IV.45, alinéa 1er, 2°, IV.46, § 2, alinéa 1er, 1°, IV.52, § 1er, alinéa 1er, 2°, 6° ou 7°, ou IV.57 concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, le Collège de la concurrence ou l'auditeur général selon le cas soumet le projet de décision à la Commission européenne conformément à l'article 11, paragraphe 4, du règlement (CE) n° 1/2003.
L'information visée aux alinéas 1er à 3 peut être mise à la disposition des autorités nationales de concurrence.
Lorsque la décision imposant des mesures provisoires visée à l'article IV.73 concerne l'application de l'article 101 ou l'article 102 du TFUE, le Collège de la concurrence en informe les autorités de concurrence du réseau européen de la concurrence.".
"Art. IV.78/1. Lorsqu'une procédure d'instruction ouverte en vertu de l'article IV.39 concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, l'auditeur en charge de l'instruction en informe la Commission européenne conformément à l'article 11, paragraphe 3, du règlement (CE) n° 1/2003, au plus tard immédiatement après avoir initié le premier acte d'instruction. Il informe également la Commission européenne de la notification de ce premier acte d'instruction et de son éventuelle décision ultérieure de mettre fin à l'instruction en application des articles IV.44, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, IV.45, alinéa 1er, 1° ou 3°, ou IV.46, § 2, alinéa 1er, 2° ou 3°.
Lorsqu'une décision visée à l'article IV.52, § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 4° ou 8°, concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, le Collège de la concurrence en informe la Commission européenne.
Lorsqu'une décision visée aux articles IV.44, § 1er, alinéa 1er, 2°, IV.45, alinéa 1er, 2°, IV.46, § 2, alinéa 1er, 1°, IV.52, § 1er, alinéa 1er, 2°, 6° ou 7°, ou IV.57 concerne l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE, le Collège de la concurrence ou l'auditeur général selon le cas soumet le projet de décision à la Commission européenne conformément à l'article 11, paragraphe 4, du règlement (CE) n° 1/2003.
L'information visée aux alinéas 1er à 3 peut être mise à la disposition des autorités nationales de concurrence.
Lorsque la décision imposant des mesures provisoires visée à l'article IV.73 concerne l'application de l'article 101 ou l'article 102 du TFUE, le Collège de la concurrence en informe les autorités de concurrence du réseau européen de la concurrence.".
Art. 61. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/2 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/2. § 1. De auditeur-generaal stelt, op verzoek en in naam van een andere nationale mededingingsautoriteit, een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis van iedere procedurele handeling of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU van deze autoriteit.
§ 2. Het verzoek tot kennisgeving wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.
§ 3. De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot kennisgeving te verwerpen of bijkomende informatie wenst te verkrijgen.
De auditeur-generaal kan beslissen om het verzoek tot kennisgeving niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6, § 1, of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.
§ 4. De in de paragraaf 1 bedoelde kennisgeving wordt door het secretariaat bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon gedaan.
§ 5. Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.".
"Art. IV.78/2. § 1. De auditeur-generaal stelt, op verzoek en in naam van een andere nationale mededingingsautoriteit, een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis van iedere procedurele handeling of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU van deze autoriteit.
§ 2. Het verzoek tot kennisgeving wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.
§ 3. De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot kennisgeving te verwerpen of bijkomende informatie wenst te verkrijgen.
De auditeur-generaal kan beslissen om het verzoek tot kennisgeving niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6, § 1, of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.
§ 4. De in de paragraaf 1 bedoelde kennisgeving wordt door het secretariaat bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon gedaan.
§ 5. Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.".
Art. 61. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/2, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/2. § 1er. L'auditeur général notifie, à la demande et au nom d'une autre autorité nationale de concurrence, à une entreprise, association d'entreprises ou personne physique concernée tout acte procédural ou décisionnel lié à l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE de cette autorité.
§ 2. La demande de notification est exécutée, sans retard injustifié, uniquement et seulement au moyen de l'instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6, § 1er.
§ 3. L'auditeur général contacte l'autorité nationale de concurrence s'il envisage de rejeter une demande de notification ou souhaite obtenir des informations complémentaires.
L'auditeur général peut décider de ne pas exécuter la demande de notification si la demande n'est pas conforme aux exigences du présent article et de l'article IV.78/6, § 1er, ou s'il démontre raisonnablement que cette exécution serait contraire à l'ordre public.
§ 4. La notification visée au paragraphe 1er est faite par le secrétariat par envoi recommandé avec accusé de réception à l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique concernée.
§ 5. A la demande de l'auditeur général, l'autorité nationale de concurrence supporte l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises en vertu du présent article.".
"Art. IV.78/2. § 1er. L'auditeur général notifie, à la demande et au nom d'une autre autorité nationale de concurrence, à une entreprise, association d'entreprises ou personne physique concernée tout acte procédural ou décisionnel lié à l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE de cette autorité.
§ 2. La demande de notification est exécutée, sans retard injustifié, uniquement et seulement au moyen de l'instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6, § 1er.
§ 3. L'auditeur général contacte l'autorité nationale de concurrence s'il envisage de rejeter une demande de notification ou souhaite obtenir des informations complémentaires.
L'auditeur général peut décider de ne pas exécuter la demande de notification si la demande n'est pas conforme aux exigences du présent article et de l'article IV.78/6, § 1er, ou s'il démontre raisonnablement que cette exécution serait contraire à l'ordre public.
§ 4. La notification visée au paragraphe 1er est faite par le secrétariat par envoi recommandé avec accusé de réception à l'entreprise, l'association d'entreprises ou la personne physique concernée.
§ 5. A la demande de l'auditeur général, l'autorité nationale de concurrence supporte l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises en vertu du présent article.".
Art. 62. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/3 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/3. § 1. De auditeur die belast is met de dagelijkse leiding van het onderzoek van een zaak kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken om in naam van de Belgische Mededingingsautoriteit een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis te stellen van iedere procedurele of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU.
§ 2. Het verzoek tot kennisgeving wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.
Tegelijkertijd geeft de auditeur aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon kennis van het uniform instrument.
§ 3. De in de eerste paragraaf bedoelde auditeur verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.
§ 4. De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de genomen maatregelen.".
"Art. IV.78/3. § 1. De auditeur die belast is met de dagelijkse leiding van het onderzoek van een zaak kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken om in naam van de Belgische Mededingingsautoriteit een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis te stellen van iedere procedurele of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU.
§ 2. Het verzoek tot kennisgeving wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.
Tegelijkertijd geeft de auditeur aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon kennis van het uniform instrument.
§ 3. De in de eerste paragraaf bedoelde auditeur verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.
§ 4. De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de genomen maatregelen.".
Art. 62. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/3, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/3. § 1er. L'auditeur chargé de la gestion journalière de l'instruction d'une affaire peut demander à une autre autorité nationale de concurrence de notifier au nom de l'Autorité belge de la concurrence, à une entreprise, association d'entreprises ou personne physique concernée tout acte procédural ou décisionnel lié à l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE.
§ 2. La demande de notification est adressée à l'autorité nationale de concurrence au moyen d'un instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6, § 1er.
Simultanément, l'auditeur notifie l'instrument uniforme à l'entreprise, à l'association d'entreprises ou à la personne physique concernée.
§ 3. L'auditeur visé au paragraphe 1er fournira à l'autorité nationale de concurrence des informations complémentaires si celle-ci le demande.
§ 4. L'Autorité belge de la concurrence supporte à la demande de l'autorité nationale de concurrence l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises.".
"Art. IV.78/3. § 1er. L'auditeur chargé de la gestion journalière de l'instruction d'une affaire peut demander à une autre autorité nationale de concurrence de notifier au nom de l'Autorité belge de la concurrence, à une entreprise, association d'entreprises ou personne physique concernée tout acte procédural ou décisionnel lié à l'application de l'article 101 ou 102 du TFUE.
§ 2. La demande de notification est adressée à l'autorité nationale de concurrence au moyen d'un instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6, § 1er.
Simultanément, l'auditeur notifie l'instrument uniforme à l'entreprise, à l'association d'entreprises ou à la personne physique concernée.
§ 3. L'auditeur visé au paragraphe 1er fournira à l'autorité nationale de concurrence des informations complémentaires si celle-ci le demande.
§ 4. L'Autorité belge de la concurrence supporte à la demande de l'autorité nationale de concurrence l'intégralité des coûts raisonnables supplémentaires, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, liés aux mesures prises.".
Art. 63. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/4 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/4. § 1. Op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit voert de auditeur-generaal de beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op artikel 101 of 102 VWEU en/of op een bepaling uit haar overeenstemmende nationale wetgeving uit, wanneer:
1° de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en
2° de nationale mededingingsautoriteit, na redelijke inspanningen op haar grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in de lidstaat van deze nationale mededingingsautoriteit om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.
De auditeur-generaal kan eveneens de beslissingen bedoeld in het eerste lid uitvoeren, op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit, in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet ge-vestigd is in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit.
§ 2. Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.
§ 3. De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing te verwerpen of indien hij bijkomende informatie wenst te verkrijgen.
Hij kan beslissen om het verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing bedoeld in paragraaf 1 niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6 of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.
§ 4. De auditeur-generaal zendt de verzoeken tot tenuitvoerlegging van beslissingen bedoeld in paragraaf 1 toe aan de FOD Financiën met het oog op de inning van het verschuldigde bedrag. Deze vordert de bedragen in overeenkomstig de artike-len 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949 voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.
§ 5. De verjaringstermijnen van toepassing op de tenuitvoerlegging van de beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden beheerst door het nationale recht van de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft ingediend.
§ 6. De Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën kunnen de volledige kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de maatregelen genomen krachtens dit artikel recupereren:
1° uit de opbrengst van de geldboeten of dwangsommen die zij namens de nationale mededingingsautoriteit hebben geïnd; of
2° door zich te richten tot de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of dwangsom het voorwerp van een tenuitvoerlegging kan uitmaken.
Zelfs indien de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën er niet in slagen om de geldboeten en dwangsommen te innen, kunnen zij de nationale mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.
De verschuldigde bedragen worden geïnd in euro.
§ 7. De Belgische Mededingingsautoriteit geeft de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging zonder verwijl kennis van de door haar in toepassing van dit artikel genomen tenuitvoerleggingsmaatregelen.".
"Art. IV.78/4. § 1. Op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit voert de auditeur-generaal de beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op artikel 101 of 102 VWEU en/of op een bepaling uit haar overeenstemmende nationale wetgeving uit, wanneer:
1° de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en
2° de nationale mededingingsautoriteit, na redelijke inspanningen op haar grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in de lidstaat van deze nationale mededingingsautoriteit om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.
De auditeur-generaal kan eveneens de beslissingen bedoeld in het eerste lid uitvoeren, op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit, in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet ge-vestigd is in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit.
§ 2. Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.
§ 3. De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing te verwerpen of indien hij bijkomende informatie wenst te verkrijgen.
Hij kan beslissen om het verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing bedoeld in paragraaf 1 niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6 of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.
§ 4. De auditeur-generaal zendt de verzoeken tot tenuitvoerlegging van beslissingen bedoeld in paragraaf 1 toe aan de FOD Financiën met het oog op de inning van het verschuldigde bedrag. Deze vordert de bedragen in overeenkomstig de artike-len 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949 voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.
§ 5. De verjaringstermijnen van toepassing op de tenuitvoerlegging van de beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden beheerst door het nationale recht van de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft ingediend.
§ 6. De Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën kunnen de volledige kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de maatregelen genomen krachtens dit artikel recupereren:
1° uit de opbrengst van de geldboeten of dwangsommen die zij namens de nationale mededingingsautoriteit hebben geïnd; of
2° door zich te richten tot de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of dwangsom het voorwerp van een tenuitvoerlegging kan uitmaken.
Zelfs indien de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën er niet in slagen om de geldboeten en dwangsommen te innen, kunnen zij de nationale mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.
De verschuldigde bedragen worden geïnd in euro.
§ 7. De Belgische Mededingingsautoriteit geeft de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging zonder verwijl kennis van de door haar in toepassing van dit artikel genomen tenuitvoerleggingsmaatregelen.".
Art. 63. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/4, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/4. § 1er. A la demande d'une autorité nationale de concurrence, l'auditeur général exécute les décisions de cette autorité nationale de concurrence infligeant des amendes et astreintes pour une infraction à l'article 101 ou 102 du TFUE et/ou à la disposition de son droit national correspondante, lorsque:
1° la décision ne peut pas ou ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires; et
2° l'autorité nationale de concurrence, après avoir fait des efforts raisonnables sur son territoire, a établi que l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution forcée ne possède pas suffisamment d'actifs dans l'Etat membre de cette autorité nationale de concurrence pour permettre le recouvrement de l'amende ou l'astreinte.
L'auditeur général peut également exécuter les décisions visées à l'alinéa 1er, à la demande de l'autorité nationale de concurrence, dans des cas autres que celui visé à l'alinéa 1er, 2°, notamment si l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte fait l'objet d'une exécution forcée n'est pas établie dans l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence.
§ 2. La demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er est exécutée, sans retard injustifié, uniquement et seulement au moyen de l'instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6.
§ 3. L'auditeur général contacte l'autorité nationale de concurrence s'il envisage de rejeter une demande d'exécution d'une décision ou s'il souhaite obtenir des informations complémentaires.
Il peut décider de ne pas exécuter la demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er si la demande n'est pas conforme aux exigences du présent article et de l'article IV.78/6 ou s'il démontre raisonnablement que cette exécution serait contraire à l'ordre public.
§ 4. L'auditeur général transmet les demandes d'exécution de décisions visées au paragraphe 1er au SPF Finances en vue du recouvrement du montant dû. Celui-ci recouvre les montants conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949 pour le recouvrement des créances non fiscales.
§ 5. Les délais de prescription applicables à l'exécution des décisions visées au paragraphe 1er sont régis par le droit national de l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence qui en fait la demande.
§ 6. L'Autorité belge de la concurrence et le SPF Finances peuvent recouvrer l'intégralité des frais exposés, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, pour les mesures prises en vertu du présent article:
1° à partir des recettes provenant des amendes ou astreintes qu'ils ont collectées au nom de l'autorité nationale de concurrence; ou
2° en s'adressant à l'entreprise ou association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution.
Même si l'Autorité belge de la concurrence et le SPF Finances ne parviennent pas à collecter les amendes ou astreintes, ils peuvent demander à l'autorité nationale de concurrence de supporter les frais exposés.
Les montants dus sont perçus en euros.
§ 7. L'Autorité belge de la concurrence notifie sans délai à l'entreprise ou à l'association d'entreprises concernée les mesures d'exécution prises par elle en application du présent article.".
"Art. IV.78/4. § 1er. A la demande d'une autorité nationale de concurrence, l'auditeur général exécute les décisions de cette autorité nationale de concurrence infligeant des amendes et astreintes pour une infraction à l'article 101 ou 102 du TFUE et/ou à la disposition de son droit national correspondante, lorsque:
1° la décision ne peut pas ou ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires; et
2° l'autorité nationale de concurrence, après avoir fait des efforts raisonnables sur son territoire, a établi que l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution forcée ne possède pas suffisamment d'actifs dans l'Etat membre de cette autorité nationale de concurrence pour permettre le recouvrement de l'amende ou l'astreinte.
L'auditeur général peut également exécuter les décisions visées à l'alinéa 1er, à la demande de l'autorité nationale de concurrence, dans des cas autres que celui visé à l'alinéa 1er, 2°, notamment si l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte fait l'objet d'une exécution forcée n'est pas établie dans l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence.
§ 2. La demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er est exécutée, sans retard injustifié, uniquement et seulement au moyen de l'instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6.
§ 3. L'auditeur général contacte l'autorité nationale de concurrence s'il envisage de rejeter une demande d'exécution d'une décision ou s'il souhaite obtenir des informations complémentaires.
Il peut décider de ne pas exécuter la demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er si la demande n'est pas conforme aux exigences du présent article et de l'article IV.78/6 ou s'il démontre raisonnablement que cette exécution serait contraire à l'ordre public.
§ 4. L'auditeur général transmet les demandes d'exécution de décisions visées au paragraphe 1er au SPF Finances en vue du recouvrement du montant dû. Celui-ci recouvre les montants conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949 pour le recouvrement des créances non fiscales.
§ 5. Les délais de prescription applicables à l'exécution des décisions visées au paragraphe 1er sont régis par le droit national de l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence qui en fait la demande.
§ 6. L'Autorité belge de la concurrence et le SPF Finances peuvent recouvrer l'intégralité des frais exposés, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, pour les mesures prises en vertu du présent article:
1° à partir des recettes provenant des amendes ou astreintes qu'ils ont collectées au nom de l'autorité nationale de concurrence; ou
2° en s'adressant à l'entreprise ou association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution.
Même si l'Autorité belge de la concurrence et le SPF Finances ne parviennent pas à collecter les amendes ou astreintes, ils peuvent demander à l'autorité nationale de concurrence de supporter les frais exposés.
Les montants dus sont perçus en euros.
§ 7. L'Autorité belge de la concurrence notifie sans délai à l'entreprise ou à l'association d'entreprises concernée les mesures d'exécution prises par elle en application du présent article.".
Art. 64. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/5 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/5. § 1. De auditeur-generaal kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken de beslissingen van de Belgische Mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op het mededingingsrecht uit te voeren, wanneer:
1° de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en
2° hij, na redelijke inspanningen op het Belgisch grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in België om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.
De auditeur-generaal kan eveneens verzoeken aan de nationale mededingingsautoriteit om de in het eerste lid bedoelde beslissingen uit te voeren in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemings-vereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet gevestigd is in België.
§ 2. Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.
Tegelijkertijd geeft de auditeur-generaal aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging kennis van het uniform instrument.
§ 3. De auditeur-generaal verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.
§ 4. De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit de volledige gemaakte kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de genomen maatregelen.
Zelfs indien de nationale mededingingsautoriteit er niet in slaagt om de geldboeten en dwangsommen te innen, kan zij de Belgische Mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.".
"Art. IV.78/5. § 1. De auditeur-generaal kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken de beslissingen van de Belgische Mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op het mededingingsrecht uit te voeren, wanneer:
1° de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en
2° hij, na redelijke inspanningen op het Belgisch grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in België om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.
De auditeur-generaal kan eveneens verzoeken aan de nationale mededingingsautoriteit om de in het eerste lid bedoelde beslissingen uit te voeren in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemings-vereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet gevestigd is in België.
§ 2. Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.
Tegelijkertijd geeft de auditeur-generaal aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging kennis van het uniform instrument.
§ 3. De auditeur-generaal verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.
§ 4. De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit de volledige gemaakte kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de genomen maatregelen.
Zelfs indien de nationale mededingingsautoriteit er niet in slaagt om de geldboeten en dwangsommen te innen, kan zij de Belgische Mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.".
Art. 64. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/5, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/5. § 1er. L'auditeur général peut demander à une autre autorité nationale de concurrence d'exécuter les décisions de l'Autorité belge de la concurrence infligeant des amendes et astreintes pour une infraction au droit de la concurrence, lorsque:
1° la décision ne peut pas ou ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires; et
2° il a établi, après avoir fait des efforts raisonnables sur le territoire belge, que l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution forcée ne possède pas suffisamment d'actifs en Belgique pour permettre le recouvrement de l'amende ou l'astreinte.
L'auditeur général peut également demander à l'autorité nationale de concurrence d'exécuter les décisions visées à l'alinéa 1er, dans des cas autres que celui visé à l'alinéa 1er, 2°, notamment si l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte fait l'objet d'une exécution forcée n'est pas établie en Belgique.
§ 2. La demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er est adressée à l'autorité nationale de concurrence au moyen d'un instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6.
Simultanément, l'auditeur général notifie l'instrument uniforme à l'entreprise ou à l'association d'entreprises concernée.
§ 3. L'auditeur général fournira à l'autorité nationale de concurrence des informations complémentaires si celle-ci le demande.
§ 4. L'Autorité belge de la concurrence supporte à la demande de l'autorité nationale de concurrence l'intégralité des frais exposés, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, pour les mesures prises.
Même si l'autorité nationale de concurrence ne parvient pas à collecter les amendes ou astreintes, elle peut demander à l'Autorité belge de la concurrence de supporter les frais exposés.".
"Art. IV.78/5. § 1er. L'auditeur général peut demander à une autre autorité nationale de concurrence d'exécuter les décisions de l'Autorité belge de la concurrence infligeant des amendes et astreintes pour une infraction au droit de la concurrence, lorsque:
1° la décision ne peut pas ou ne peut plus faire l'objet d'un recours par les voies ordinaires; et
2° il a établi, après avoir fait des efforts raisonnables sur le territoire belge, que l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte peut faire l'objet d'une exécution forcée ne possède pas suffisamment d'actifs en Belgique pour permettre le recouvrement de l'amende ou l'astreinte.
L'auditeur général peut également demander à l'autorité nationale de concurrence d'exécuter les décisions visées à l'alinéa 1er, dans des cas autres que celui visé à l'alinéa 1er, 2°, notamment si l'entreprise ou l'association d'entreprises à l'encontre de laquelle l'amende ou l'astreinte fait l'objet d'une exécution forcée n'est pas établie en Belgique.
§ 2. La demande d'exécution d'une décision visée au paragraphe 1er est adressée à l'autorité nationale de concurrence au moyen d'un instrument uniforme, rédigé conformément à l'article IV.78/6.
Simultanément, l'auditeur général notifie l'instrument uniforme à l'entreprise ou à l'association d'entreprises concernée.
§ 3. L'auditeur général fournira à l'autorité nationale de concurrence des informations complémentaires si celle-ci le demande.
§ 4. L'Autorité belge de la concurrence supporte à la demande de l'autorité nationale de concurrence l'intégralité des frais exposés, y compris les coûts de traduction, les coûts de la main-d'oeuvre et les coûts administratifs, pour les mesures prises.
Même si l'autorité nationale de concurrence ne parvient pas à collecter les amendes ou astreintes, elle peut demander à l'Autorité belge de la concurrence de supporter les frais exposés.".
Art. 65. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdeling 10, van boek IV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel IV.78/6 ingevoegd, luidende:
"Art. IV.78/6. § 1. Verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/2 tot IV.78/5 worden uitgevoerd door middel van een uniform instrument dat vergezeld gaat van een afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd. Een dergelijk uniform instrument bevat:
a) de naam, het bekende adres van de adressaat en alle andere relevante informatie voor de identificatie van de adressaat;
b) een samenvatting van de relevante feiten en omstandigheden;
c) een samenvatting van het aangehechte afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd;
d) de naam, het adres en de andere contactgegevens van de nationale mededingingsautoriteit die de bestemmeling van het verzoek is; en
e) de termijn waarbinnen de kennisgeving of tenuitvoerlegging moeten worden verricht, zoals de wettelijke termijnen of verjaringstermijnen.
§ 2. Voor verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/4 en IV.78/5 worden naast de vereisten in paragraaf 1 in het uniforme instrument de volgende gegevens vermeld:
a) informatie over de beslissing op basis waarvan tenuitvoerlegging in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit, die het verzoek heeft gedaan, mogelijk is;
b) de datum waarop de beslissing definitief is geworden;
c) het bedrag van de geldboete of de dwangsom; en
d) informatie waaruit de redelijke inspanningen blijken die de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft gedaan, heeft geleverd om de beslissing op haar eigen grondgebied ten uitvoer te leggen. Deze vereiste geldt niet voor verzoeken op basis van de artikelen IV.78/4, § 1, tweede lid, en IV.78/5, § 1, tweede lid.".
"Art. IV.78/6. § 1. Verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/2 tot IV.78/5 worden uitgevoerd door middel van een uniform instrument dat vergezeld gaat van een afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd. Een dergelijk uniform instrument bevat:
a) de naam, het bekende adres van de adressaat en alle andere relevante informatie voor de identificatie van de adressaat;
b) een samenvatting van de relevante feiten en omstandigheden;
c) een samenvatting van het aangehechte afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd;
d) de naam, het adres en de andere contactgegevens van de nationale mededingingsautoriteit die de bestemmeling van het verzoek is; en
e) de termijn waarbinnen de kennisgeving of tenuitvoerlegging moeten worden verricht, zoals de wettelijke termijnen of verjaringstermijnen.
§ 2. Voor verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/4 en IV.78/5 worden naast de vereisten in paragraaf 1 in het uniforme instrument de volgende gegevens vermeld:
a) informatie over de beslissing op basis waarvan tenuitvoerlegging in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit, die het verzoek heeft gedaan, mogelijk is;
b) de datum waarop de beslissing definitief is geworden;
c) het bedrag van de geldboete of de dwangsom; en
d) informatie waaruit de redelijke inspanningen blijken die de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft gedaan, heeft geleverd om de beslissing op haar eigen grondgebied ten uitvoer te leggen. Deze vereiste geldt niet voor verzoeken op basis van de artikelen IV.78/4, § 1, tweede lid, en IV.78/5, § 1, tweede lid.".
Art. 65. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 2, sous-section 10, du livre IV du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un article IV.78/6, rédigé comme suit:
"Art. IV.78/6. § 1er. Les demandes visées aux articles IV.78/2 à IV.78/5 sont exécutées au moyen d'un instrument uniforme, qui est accompagné d'une copie de l'acte à notifier ou exécuter. Ledit instrument uniforme contient les éléments suivants:
a) le nom, l'adresse connue du destinataire et toute autre information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
b) un résumé des faits et circonstances pertinents;
c) un résumé de la copie de l'acte joint à notifier ou à exécuter;
d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'autorité nationale de concurrence qui est la destinataire de la demande; et
e) la période au cours de laquelle la notification ou l'exécution devrait avoir lieu, notamment les délais légaux ou les délais de prescription.
§ 2. Pour les demandes visées aux articles IV.78/4 et IV.78/5, outre les exigences énoncées au paragraphe 1er, l'instrument uniforme contient les éléments suivants:
a) les informations relatives à la décision permettant l'exécution dans l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence qui est l'auteur de la demande;
b) la date à laquelle la décision est devenue définitive;
c) le montant de l'amende ou de l'astreinte; et
d) les informations montrant que l'autorité nationale de concurrence qui est l'auteur de la demande a fait des efforts raisonnables pour exécuter la décision sur son propre territoire. Cette exigence ne s'applique pas pour des demandes sur base des articles IV.78/4, § 1er, alinéa 2, et IV.78/5, § 1er, alinéa 2.".
"Art. IV.78/6. § 1er. Les demandes visées aux articles IV.78/2 à IV.78/5 sont exécutées au moyen d'un instrument uniforme, qui est accompagné d'une copie de l'acte à notifier ou exécuter. Ledit instrument uniforme contient les éléments suivants:
a) le nom, l'adresse connue du destinataire et toute autre information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
b) un résumé des faits et circonstances pertinents;
c) un résumé de la copie de l'acte joint à notifier ou à exécuter;
d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'autorité nationale de concurrence qui est la destinataire de la demande; et
e) la période au cours de laquelle la notification ou l'exécution devrait avoir lieu, notamment les délais légaux ou les délais de prescription.
§ 2. Pour les demandes visées aux articles IV.78/4 et IV.78/5, outre les exigences énoncées au paragraphe 1er, l'instrument uniforme contient les éléments suivants:
a) les informations relatives à la décision permettant l'exécution dans l'Etat membre de l'autorité nationale de concurrence qui est l'auteur de la demande;
b) la date à laquelle la décision est devenue définitive;
c) le montant de l'amende ou de l'astreinte; et
d) les informations montrant que l'autorité nationale de concurrence qui est l'auteur de la demande a fait des efforts raisonnables pour exécuter la décision sur son propre territoire. Cette exigence ne s'applique pas pour des demandes sur base des articles IV.78/4, § 1er, alinéa 2, et IV.78/5, § 1er, alinéa 2.".
Art. 66. In artikel IV.79 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij het koninklijk besluit van 31 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt zoals bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 2° of 2° /1, kan het aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen geldboeten opleggen van maximaal 10 % van hun omzet, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op het mededingingsrecht begaan. Bovendien kan het ter naleving van zijn beslissing dwangsommen opleggen aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, tot beloop van 5 % van de gemid-delde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen van de dag die het in de beslissing bepaalt.";
2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Bij het bepalen van het bedrag van de geldboete bedoeld in het eerste lid, houdt het Mededingingscollege rekening met zowel de ernst als de duur van de inbreuk op het mededingingsrecht.";
3° in paragraaf 1, het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel IV.40, § 1, derde lid" vervangen door de woorden "artikel IV.40, § 2, eerste lid";
4° in paragraaf 3 wordt het woord "schikkingsovereenkomst" vervangen door de woorden "minnelijke schikking".
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt zoals bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 2° of 2° /1, kan het aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen geldboeten opleggen van maximaal 10 % van hun omzet, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op het mededingingsrecht begaan. Bovendien kan het ter naleving van zijn beslissing dwangsommen opleggen aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, tot beloop van 5 % van de gemid-delde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen van de dag die het in de beslissing bepaalt.";
2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Bij het bepalen van het bedrag van de geldboete bedoeld in het eerste lid, houdt het Mededingingscollege rekening met zowel de ernst als de duur van de inbreuk op het mededingingsrecht.";
3° in paragraaf 1, het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel IV.40, § 1, derde lid" vervangen door de woorden "artikel IV.40, § 2, eerste lid";
4° in paragraaf 3 wordt het woord "schikkingsovereenkomst" vervangen door de woorden "minnelijke schikking".
Art. 66. A l'article IV.79 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par l'arrêté royal du 31 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque le Collège de la concurrence prend une décision visée à l'article IV.52, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 2° /1, il peut infliger, à cha-cune des entreprises et associations d'entreprises concernées, des amendes ne dépassant pas 10 % de leur chiffre d'affaires, lors-que, délibérément ou par négligence, elles commettent une infraction au droit de la concurrence. En outre, il peut, en vue de faire respecter sa décision, infliger à chacune des entreprises et associations d'entreprises concernées, des astreintes jusqu'à concurrence de 5 % du chiffre d'affaires journalier moyen par jour de retard à compter du jour qu'il fixe dans la décision.";
2° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Pour déterminer le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, le Collège de la concurrence prend en compte la gravité de l'infraction au droit de la concurrence et la durée de celle-ci.";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, au 2°, les mots "l'article IV.40, § 1er, alinéa 3" sont remplacés par les mots "l'article IV.40, § 2, alinéa 1er";
4° dans le paragraphe 3, les mots "un accord de résolution amiable" sont remplacés par les mots "une résolution amiable".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque le Collège de la concurrence prend une décision visée à l'article IV.52, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 2° /1, il peut infliger, à cha-cune des entreprises et associations d'entreprises concernées, des amendes ne dépassant pas 10 % de leur chiffre d'affaires, lors-que, délibérément ou par négligence, elles commettent une infraction au droit de la concurrence. En outre, il peut, en vue de faire respecter sa décision, infliger à chacune des entreprises et associations d'entreprises concernées, des astreintes jusqu'à concurrence de 5 % du chiffre d'affaires journalier moyen par jour de retard à compter du jour qu'il fixe dans la décision.";
2° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Pour déterminer le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, le Collège de la concurrence prend en compte la gravité de l'infraction au droit de la concurrence et la durée de celle-ci.";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, au 2°, les mots "l'article IV.40, § 1er, alinéa 3" sont remplacés par les mots "l'article IV.40, § 2, alinéa 1er";
4° dans le paragraphe 3, les mots "un accord de résolution amiable" sont remplacés par les mots "une résolution amiable".
Art. 67. In artikel IV.80, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 februari 2021, worden de woorden "artikel IV.52, § 1, 8° " vervangen door de woorden "artikel IV.52, § 1, eerste lid, 8° ".
Art. 67. Dans l'article IV.80, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 février 2021, les mots "l'article IV.52, § 1er, 8° " sont remplacés par les mots "l'article IV.52, § 1er, alinéa 1er, 8° ".
Art. 68. In artikel IV.81, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2020, worden de woorden "geldboete en" ingevoegd tussen de woorden ", bedoelde" en de woorden "dwangsom opleggen".
Art. 68. Dans l'article IV.81, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par l'arrêté royal du 31 juillet 2020, les mots "l'amende et" sont insérés entre les mots "peut infliger" et les mots "l'astreinte" et le mot "visée" est remplacé par le mot "visées".
Art. 69. In artikel IV.82 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° de onderzoeken bedoeld in de artikelen IV.39, IV.40 tot IV.40/2 en IV.47 beletten of hinderen;";
b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 4° luidende:
"4° nalaten te verschijnen voor een verhoor bedoeld in artikel IV.40/1, derde lid.";
c) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Mededingingscollege kan aan ondernemingen of ondernemingsverenigingen dwangsommen opleggen ten belope van maximum 1 % van de gemiddelde dagelijkse omzet gerealiseerd in het voorgaande boekjaar per dag vertraging te rekenen vanaf de datum die het in de beslissing bepaalt, om hen ertoe te verplichten:
1° volledige en juiste gegevens te verstrekken, gevraagd ter gelegenheid van een aanmelding of vraag om inlichtingen;
2° om inlichtingen te verschaffen in geval van niet-naleving van de termijn bepaald in de beslissing met eis om inlichtingen;
3° zich te onderwerpen aan de onderzoeksmaatregelen bedoeld in de artikelen IV.39, IV.40 tot IV.40/2 en IV.47;
4° te verschijnen voor een verhoor bedoeld in artikel IV.40/1, derde lid.";
d) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De in de eerste paragraaf bedoelde geldboete kan worden opgelegd wanneer een onderneming is overgegaan tot een concentratie zonder deze vooraf aan te melden overeenkomstig artikel IV.10, zelfs indien zou blijken dat de concentratie toelaatbaar is.".
a) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° de onderzoeken bedoeld in de artikelen IV.39, IV.40 tot IV.40/2 en IV.47 beletten of hinderen;";
b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 4° luidende:
"4° nalaten te verschijnen voor een verhoor bedoeld in artikel IV.40/1, derde lid.";
c) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Mededingingscollege kan aan ondernemingen of ondernemingsverenigingen dwangsommen opleggen ten belope van maximum 1 % van de gemiddelde dagelijkse omzet gerealiseerd in het voorgaande boekjaar per dag vertraging te rekenen vanaf de datum die het in de beslissing bepaalt, om hen ertoe te verplichten:
1° volledige en juiste gegevens te verstrekken, gevraagd ter gelegenheid van een aanmelding of vraag om inlichtingen;
2° om inlichtingen te verschaffen in geval van niet-naleving van de termijn bepaald in de beslissing met eis om inlichtingen;
3° zich te onderwerpen aan de onderzoeksmaatregelen bedoeld in de artikelen IV.39, IV.40 tot IV.40/2 en IV.47;
4° te verschijnen voor een verhoor bedoeld in artikel IV.40/1, derde lid.";
d) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De in de eerste paragraaf bedoelde geldboete kan worden opgelegd wanneer een onderneming is overgegaan tot een concentratie zonder deze vooraf aan te melden overeenkomstig artikel IV.10, zelfs indien zou blijken dat de concentratie toelaatbaar is.".
Art. 69. A l'article IV.82 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le paragraphe 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° elles empêchent ou entravent les instructions visées aux articles IV.39, IV.40 à IV.40/2 et IV.47;";
b) le paragraphe 1er est complété par un 4° rédigé comme suit:
"4° elles refusent de se présenter à une audition visée à l'article IV.40/1, alinéa 3.";
c) le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Collège de la concurrence peut infliger aux entreprises et associations d'entreprises des astreintes jusqu'à concurrence de 1 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice social précédent par jour de retard à compter de la date qu'elle fixe dans sa décision, pour les contraindre:
1° à fournir de manière complète et exacte les données demandées à l'occasion d'une notification ou d'une demande de renseignements;
2° à fournir les renseignements en cas de non-respect du délai fixé dans la décision d'exiger les renseignements;
3° à se soumettre aux mesures d'instruction visées aux articles IV.39, IV.40 à IV.40/2 et IV.47;
4° de se présenter à une audition visée à l'article IV.40/1, alinéa 3.";
d) l'article est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
" § 3. L'amende visée au paragraphe 1er peut être infligée lorsqu'une entreprise a procédé à une concentration sans la notifier préalablement conformément à l'article IV.10, même s'il s'avère que la concentration est admissible.".
a) dans le paragraphe 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° elles empêchent ou entravent les instructions visées aux articles IV.39, IV.40 à IV.40/2 et IV.47;";
b) le paragraphe 1er est complété par un 4° rédigé comme suit:
"4° elles refusent de se présenter à une audition visée à l'article IV.40/1, alinéa 3.";
c) le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Collège de la concurrence peut infliger aux entreprises et associations d'entreprises des astreintes jusqu'à concurrence de 1 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice social précédent par jour de retard à compter de la date qu'elle fixe dans sa décision, pour les contraindre:
1° à fournir de manière complète et exacte les données demandées à l'occasion d'une notification ou d'une demande de renseignements;
2° à fournir les renseignements en cas de non-respect du délai fixé dans la décision d'exiger les renseignements;
3° à se soumettre aux mesures d'instruction visées aux articles IV.39, IV.40 à IV.40/2 et IV.47;
4° de se présenter à une audition visée à l'article IV.40/1, alinéa 3.";
d) l'article est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
" § 3. L'amende visée au paragraphe 1er peut être infligée lorsqu'une entreprise a procédé à une concentration sans la notifier préalablement conformément à l'article IV.10, même s'il s'avère que la concentration est admissible.".
Art. 70. In artikel IV.84 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij de wet van 2 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Voor ondernemingsverenigingen is de omzet de som van de omzet van elk lid van de vereniging dat actief is op de betrokken markt. De financiële aansprakelijkheid van elke onderneming, wat de betaling van de geldboete betreft, mag echter niet meer bedragen dan 10 % van haar omzet gerealiseerd in het boekjaar dat aan de beslissing voorafgaat in geval van inbreuken op het mededingingsrecht en niet meer bedragen dan 1 % van haar omzet gerealiseerd in het boekjaar dat aan de beslissing voorafgaat in geval van geldboeten opgelegd in het kader van artikel IV.82, § 1.".
Wanneer een geldboete wordt opgelegd aan een ondernemingsvereniging rekening houdend met de omzet van haar leden en deze vereniging insolvent is, is zij verplicht om van haar leden bijdragen te vragen om de geldboete te betalen.
Wanneer de bijdragen bedoeld in het tweede lid niet volledig betaald werden aan de ondernemingsvereniging binnen de termijn bepaald door de auditeur-generaal, kan deze de betaling van de geldboete rechtstreeks eisen van elke onderneming waarvan de vertegenwoordigers lid waren van de besluitvormingsorganen van de vereniging.
Nadat om de betaling werd verzocht overeenkomstig het derde lid en wanneer dit nodig is om de volledige betaling van de geldboete te waarborgen, kan de auditeur-generaal de betaling van het uitstaande bedrag van de geldboete eisen van elk lid van de vereniging dat actief was op de markt waarop de inbreuk is gepleegd.
Wanneer de auditeur-generaal de betaling van het onbetaalde bedrag vraagt aan de leden van de vereniging op basis van het derde en vierde lid, houdt hij rekening met de relatieve grootte van de tot de vereniging behorende ondernemingen en in het bijzonder met de toestand van kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.
De auditeur-generaal kan evenwel niet de betaling bedoeld in het derde en vierde lid eisen van ondernemingen die aantonen dat zij het inbreukbesluit van de vereniging niet hebben toegepast en hetzij niet op de hoogte waren van het bestaan ervan, hetzij voor de opening van het onderzoek er zich actief van hebben gedistantieerd.
Wanneer een geldboete niet alleen aan de ondernemingsvereniging, maar ook aan haar leden wordt opgelegd, wordt de omzet van de leden aan wie een geldboete wordt opgelegd niet in aanmerking genomen bij de berekening van de geldboete van de vereniging.".
1° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Voor ondernemingsverenigingen is de omzet de som van de omzet van elk lid van de vereniging dat actief is op de betrokken markt. De financiële aansprakelijkheid van elke onderneming, wat de betaling van de geldboete betreft, mag echter niet meer bedragen dan 10 % van haar omzet gerealiseerd in het boekjaar dat aan de beslissing voorafgaat in geval van inbreuken op het mededingingsrecht en niet meer bedragen dan 1 % van haar omzet gerealiseerd in het boekjaar dat aan de beslissing voorafgaat in geval van geldboeten opgelegd in het kader van artikel IV.82, § 1.".
Wanneer een geldboete wordt opgelegd aan een ondernemingsvereniging rekening houdend met de omzet van haar leden en deze vereniging insolvent is, is zij verplicht om van haar leden bijdragen te vragen om de geldboete te betalen.
Wanneer de bijdragen bedoeld in het tweede lid niet volledig betaald werden aan de ondernemingsvereniging binnen de termijn bepaald door de auditeur-generaal, kan deze de betaling van de geldboete rechtstreeks eisen van elke onderneming waarvan de vertegenwoordigers lid waren van de besluitvormingsorganen van de vereniging.
Nadat om de betaling werd verzocht overeenkomstig het derde lid en wanneer dit nodig is om de volledige betaling van de geldboete te waarborgen, kan de auditeur-generaal de betaling van het uitstaande bedrag van de geldboete eisen van elk lid van de vereniging dat actief was op de markt waarop de inbreuk is gepleegd.
Wanneer de auditeur-generaal de betaling van het onbetaalde bedrag vraagt aan de leden van de vereniging op basis van het derde en vierde lid, houdt hij rekening met de relatieve grootte van de tot de vereniging behorende ondernemingen en in het bijzonder met de toestand van kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.
De auditeur-generaal kan evenwel niet de betaling bedoeld in het derde en vierde lid eisen van ondernemingen die aantonen dat zij het inbreukbesluit van de vereniging niet hebben toegepast en hetzij niet op de hoogte waren van het bestaan ervan, hetzij voor de opening van het onderzoek er zich actief van hebben gedistantieerd.
Wanneer een geldboete niet alleen aan de ondernemingsvereniging, maar ook aan haar leden wordt opgelegd, wordt de omzet van de leden aan wie een geldboete wordt opgelegd niet in aanmerking genomen bij de berekening van de geldboete van de vereniging.".
Art. 70. A l'article IV.84 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par la loi du 2 février 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé;
2° l'article est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
" § 4. Pour les associations d'entreprises le chiffre d'affaires comprend la somme des chiffres d'affaires de chaque membre de l'association actif sur le marché concerné. Toutefois, la responsabilité financière de chaque entreprise en ce qui concerne le paiement de l'amende ne peut excéder le montant maximal de 10 % de son chiffre d'affaires réalisé au cours de l'exercice comptable précédant la décision en cas d'infractions au droit de la concurrence et ne peut excéder le montant maximal de 1 % de son chiffre d'affaires réalisé au cours de l'exercice comptable précédant la décision en cas d'amendes imposées dans le cadre de l'article IV.82, § 1er.
Lorsqu'une amende est infligée à une association d'entreprises en tenant compte du chiffre d'affaires de ses membres et que l'association n'est pas solvable, elle est tenue de lancer à ses membres un appel à contributions pour couvrir le montant de l'amende.
Si les contributions visées à l'alinéa 2 n'ont pas été payées intégralement à l'association dans le délai fixé par l'auditeur général, celui-ci peut exiger le paiement de l'amende directement par toute entreprise dont les représentants étaient membres des organes décisionnels de l'association.
Après avoir demandé le paiement au titre de l'alinéa 3 et, lorsque cela est nécessaire pour garantir le paiement intégral de l'amende, l'auditeur général peut exiger le paiement du montant impayé de l'amende par tout membre de l'association qui était actif sur le marché sur lequel l'infraction a été commise.
Lorsque l'auditeur général demande le paiement du montant impayé auprès des membres de l'association au titre des alinéas 3 et 4, il tient compte de la taille relative des entreprises appartenant à l'association, et notamment de la situation des petites et moyennes entreprises au sens de la recommandation 2003/361/CE de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises.
Toutefois, l'auditeur général ne peut pas exiger le paiement visé aux alinéas 3 et 4 auprès des entreprises qui démontrent qu'elles n'ont pas appliqué la décision incriminée de l'association et qu'elles en ignoraient l'existence ou s'en sont activement désolidarisées avant l'ouverture de l'instruction.
Lorsqu'une amende est infligée non seulement à l'association d'entreprises mais également à ses membres, le chiffre d'affaires des membres auxquels une amende est infligée n'est pas pris en compte lors du calcul de l'amende infligée à l'association.".
1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé;
2° l'article est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
" § 4. Pour les associations d'entreprises le chiffre d'affaires comprend la somme des chiffres d'affaires de chaque membre de l'association actif sur le marché concerné. Toutefois, la responsabilité financière de chaque entreprise en ce qui concerne le paiement de l'amende ne peut excéder le montant maximal de 10 % de son chiffre d'affaires réalisé au cours de l'exercice comptable précédant la décision en cas d'infractions au droit de la concurrence et ne peut excéder le montant maximal de 1 % de son chiffre d'affaires réalisé au cours de l'exercice comptable précédant la décision en cas d'amendes imposées dans le cadre de l'article IV.82, § 1er.
Lorsqu'une amende est infligée à une association d'entreprises en tenant compte du chiffre d'affaires de ses membres et que l'association n'est pas solvable, elle est tenue de lancer à ses membres un appel à contributions pour couvrir le montant de l'amende.
Si les contributions visées à l'alinéa 2 n'ont pas été payées intégralement à l'association dans le délai fixé par l'auditeur général, celui-ci peut exiger le paiement de l'amende directement par toute entreprise dont les représentants étaient membres des organes décisionnels de l'association.
Après avoir demandé le paiement au titre de l'alinéa 3 et, lorsque cela est nécessaire pour garantir le paiement intégral de l'amende, l'auditeur général peut exiger le paiement du montant impayé de l'amende par tout membre de l'association qui était actif sur le marché sur lequel l'infraction a été commise.
Lorsque l'auditeur général demande le paiement du montant impayé auprès des membres de l'association au titre des alinéas 3 et 4, il tient compte de la taille relative des entreprises appartenant à l'association, et notamment de la situation des petites et moyennes entreprises au sens de la recommandation 2003/361/CE de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises.
Toutefois, l'auditeur général ne peut pas exiger le paiement visé aux alinéas 3 et 4 auprès des entreprises qui démontrent qu'elles n'ont pas appliqué la décision incriminée de l'association et qu'elles en ignoraient l'existence ou s'en sont activement désolidarisées avant l'ouverture de l'instruction.
Lorsqu'une amende est infligée non seulement à l'association d'entreprises mais également à ses membres, le chiffre d'affaires des membres auxquels une amende est infligée n'est pas pris en compte lors du calcul de l'amende infligée à l'association.".
Art. 71. In het opschrift van boek IV, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt het woord "mededingingspraktijken" vervangen door de woorden "inbreuken op het mededingingsrecht".
Art. 71. Dans l'intitulé du livre IV, titre 2, chapitre 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "pratiques restrictives de concurrence" sont remplacés par les mots "infractions au droit de la concurrence".
Art. 72. In artikel IV.88, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "in de zin van artikel 267 VWEU" opgeheven.
Art. 72. Dans l'article IV.88, § 2, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les mots "au sens de l'article 267 TFUE" sont abrogés.
Art. 73. In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij de wet van 2 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "IV.66, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2° " vervangen door de woorden "IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2° ";
2° in de Franse tekst in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "procédure d'appel" vervangen door de woorden "procédure de recours";
3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Marktenhof neemt verder kennis van de beroepen met betrekking tot de rechtmatigheid van de volgende handelingen:
1° de kennisgeving gedaan door de Belgische Mededingingsautoriteit met toepassing van artikel IV.78/2;
2° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
3° de door de Belgische Mededingingsautoriteit getroffen tenuitvoerleggingsmaatregelen met toepassing van artikel IV.78/4;
4° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.";
4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de in het derde lid bedoelde gevallen" vervangen door de woorden "de in het derde en vierde lid bedoelde gevallen";
5° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het Marktenhof in het kader van een beroep tot vernietiging van een beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in de artikelen IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2°, en IV.69, § 1, of van een impliciete beslissing tot toelating van een concentratie door het verstrijken van de in artikelen IV.66, § 3, en IV.69, § 2, bepaalde termijnen, oordeelt over de wettigheid van een beslissing als bedoeld in artikel IV.70, § 5, kan het Marktenhof zich ertoe beperken, op vraag van de verzoeker en ingeval het beslist tot onwettigheid van deze beslissing, enkel te bevelen dat de forfaitaire vergoeding voor een concentratie bedoeld in artikel IV.10, § 2, tweede lid, gedeeltelijk wordt terugbetaald.";
6° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "of een handeling bedoeld in paragraaf 1, vierde lid" ingevoegd tussen de woorden "bedoelde beslissing" en de woorden "geheel of gedeeltelijk vernietigt";
7° in paragraaf 2 wordt tussen het derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
"Met betrekking tot de beroepen bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, spreekt het Hof zich eveneens alleen uit over de aangevochten handeling met vernietigingsbevoegdheid.";
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of handelingen" ingevoegd tussen het woord "beslissingen" en het woord "niet";
9° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen het woord "beslissing" en het woord "geheel";
10° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen het woord "beslissing" en het woord "kunnen" en worden de woorden "of de handeling" ingevoegd tussen de woorden "de beslissing" en de woorden "ernstige gevolgen";
11° in paragraaf 4 worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en "betrokken partij";
12° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het beroep wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld tegen de Belgische Mededingingsautoriteit door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen na:
1° de kennisgeving van de aangevochten gemotiveerde beslissing;
2° de kennisgeving bij aangetekende zending met ontvangstbewijs als bedoeld in artikel IV.78/2, § 4;
3° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
4° de tenuitvoerleggingsmaatregelen genomen met toepassing van artikel IV.78/4;
5° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.";
13° in paragraaf 5, tweede lid worden de bepalingen onder 3° en 4° vervangen als volgt:
"3° de vermelding van de beslissing of de handeling waartegen beroep wordt ingesteld;
4° een lijst van de namen en adressen van de partijen aan wie de beslissing of de handeling ter kennis was gebracht;";
14° in paragraaf 5, derde lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en de woorden "zoals blijkt";
15° in de Franse tekst in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "l'appel" vervangen door de woorden "le recours";
16° in paragraaf 7, eerste lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en de woorden "van rechtswege".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "IV.66, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2° " vervangen door de woorden "IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2° ";
2° in de Franse tekst in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "procédure d'appel" vervangen door de woorden "procédure de recours";
3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Marktenhof neemt verder kennis van de beroepen met betrekking tot de rechtmatigheid van de volgende handelingen:
1° de kennisgeving gedaan door de Belgische Mededingingsautoriteit met toepassing van artikel IV.78/2;
2° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
3° de door de Belgische Mededingingsautoriteit getroffen tenuitvoerleggingsmaatregelen met toepassing van artikel IV.78/4;
4° het uniforme instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.";
4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de in het derde lid bedoelde gevallen" vervangen door de woorden "de in het derde en vierde lid bedoelde gevallen";
5° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het Marktenhof in het kader van een beroep tot vernietiging van een beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in de artikelen IV.66, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1° en 2°, en IV.69, § 1, of van een impliciete beslissing tot toelating van een concentratie door het verstrijken van de in artikelen IV.66, § 3, en IV.69, § 2, bepaalde termijnen, oordeelt over de wettigheid van een beslissing als bedoeld in artikel IV.70, § 5, kan het Marktenhof zich ertoe beperken, op vraag van de verzoeker en ingeval het beslist tot onwettigheid van deze beslissing, enkel te bevelen dat de forfaitaire vergoeding voor een concentratie bedoeld in artikel IV.10, § 2, tweede lid, gedeeltelijk wordt terugbetaald.";
6° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "of een handeling bedoeld in paragraaf 1, vierde lid" ingevoegd tussen de woorden "bedoelde beslissing" en de woorden "geheel of gedeeltelijk vernietigt";
7° in paragraaf 2 wordt tussen het derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
"Met betrekking tot de beroepen bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, spreekt het Hof zich eveneens alleen uit over de aangevochten handeling met vernietigingsbevoegdheid.";
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of handelingen" ingevoegd tussen het woord "beslissingen" en het woord "niet";
9° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen het woord "beslissing" en het woord "geheel";
10° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen het woord "beslissing" en het woord "kunnen" en worden de woorden "of de handeling" ingevoegd tussen de woorden "de beslissing" en de woorden "ernstige gevolgen";
11° in paragraaf 4 worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en "betrokken partij";
12° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het beroep wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld tegen de Belgische Mededingingsautoriteit door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen na:
1° de kennisgeving van de aangevochten gemotiveerde beslissing;
2° de kennisgeving bij aangetekende zending met ontvangstbewijs als bedoeld in artikel IV.78/2, § 4;
3° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/3, § 2;
4° de tenuitvoerleggingsmaatregelen genomen met toepassing van artikel IV.78/4;
5° de kennisgeving van het uniform instrument bedoeld in artikel IV.78/5, § 2.";
13° in paragraaf 5, tweede lid worden de bepalingen onder 3° en 4° vervangen als volgt:
"3° de vermelding van de beslissing of de handeling waartegen beroep wordt ingesteld;
4° een lijst van de namen en adressen van de partijen aan wie de beslissing of de handeling ter kennis was gebracht;";
14° in paragraaf 5, derde lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en de woorden "zoals blijkt";
15° in de Franse tekst in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "l'appel" vervangen door de woorden "le recours";
16° in paragraaf 7, eerste lid, worden de woorden "of handeling" ingevoegd tussen de woorden "aangevochten beslissing" en de woorden "van rechtswege".
Art. 73. A l'article IV.90 du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par la loi du 2 février 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "IV.66, § 1er, 1°, et § 2, 1° et 2° " sont remplacés par les mots "IV.66, § 1er, 1°, et § 2, alinéa 1er, 1° et 2° ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "procédure d'appel" sont remplacés par les mots "procédure de recours";
3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La Cour des marchés connait en outre des recours relatifs à la légalité des actes suivants:
1° la notification faite par l'Autorité belge de la concurrence en application de l'article IV.78/2;
2° l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/3, § 2;
3° les mesures d'exécution prises par l'Autorité belge de la concurrence en application de l'article IV.78/4;
4° l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/5, § 2.";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "les cas visés à l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "les cas visés aux alinéas 3 et 4";
5° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par la phrase suivante:
"Si, dans le cadre d'un recours en annulation d'une décision du Collège de la concurrence visée aux articles IV.66, § 1er, 1°, et § 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et IV.69, § 1er, ou d'une décision implicite d'admissibilité d'une concentration par l'expiration des délais fixés aux articles IV.66, § 3, et IV.69, § 2, la Cour des marchés se prononce sur la légalité d'une décision visée à l'article IV.70, § 5, la Cour des marchés peut, à la demande du requérant et dans le cas où elle décide que cette décision est illégale, se limiter à ordonner le remboursement partiel de la redevance forfaitaire pour une concentration visée à l'article IV.10, § 2, alinéa 2.";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "ou un acte visé au paragraphe 1er, alinéa 4" sont insérés entre les mots "visée à l'alinéa 3" et les mots ", l'affaire est renvoyée";
7° dans le paragraphe 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4:
"Concernant les recours visés au paragraphe 1er, alinéa 4, la Cour statue également uniquement sur l'acte attaqué avec une compétence d'annulation.";
8° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "attaquées" est remplacé par les mots "ou actes attaqués";
9° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de l'acte" sont insérés entre les mots "la décision" et les mots "faisant l'objet";
10° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou de l'acte attaqué" et les mots "ou de l'acte" sont insérés entre le mot "la décision" et le mot "risque";
11° dans le paragraphe 4, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou l'acte attaqué";
12° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le recours est introduit, à peine d'irrecevabilité prononcée d'office, contre l'Autorité belge de la concurrence par requête signée et déposée au greffe de la Cour d'appel de Bruxelles dans un délai de trente jours à partir de:
1° la notification de la décision motivée attaquée;
2° la notification par envoi recommandé avec accusé de réception visée à l'article IV.78/2, § 4;
3° la notification de l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/3, § 2;
4° les mesures d'exécution prises en application de l'article IV.78/4;
5° la notification de l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/5, § 2.";
13° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les 3° et 4° sont remplacés par ce qui suit:
"3° la mention de la décision ou l'acte faisant l'objet du recours;
4° une liste des noms et adresses des parties à qui la décision ou l'acte a été notifié;";
14° dans le paragraphe 5, alinéa 3, les mots "la décision attaquée a été notifiée" sont remplacés par les mots "la décision ou l'acte attaqué a été notifié";
15° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "l'appel" sont remplacés par les mots "le recours";
16° dans le paragraphe 7, alinéa 1er, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou l'acte attaqué".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "IV.66, § 1er, 1°, et § 2, 1° et 2° " sont remplacés par les mots "IV.66, § 1er, 1°, et § 2, alinéa 1er, 1° et 2° ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "procédure d'appel" sont remplacés par les mots "procédure de recours";
3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La Cour des marchés connait en outre des recours relatifs à la légalité des actes suivants:
1° la notification faite par l'Autorité belge de la concurrence en application de l'article IV.78/2;
2° l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/3, § 2;
3° les mesures d'exécution prises par l'Autorité belge de la concurrence en application de l'article IV.78/4;
4° l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/5, § 2.";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "les cas visés à l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "les cas visés aux alinéas 3 et 4";
5° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par la phrase suivante:
"Si, dans le cadre d'un recours en annulation d'une décision du Collège de la concurrence visée aux articles IV.66, § 1er, 1°, et § 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et IV.69, § 1er, ou d'une décision implicite d'admissibilité d'une concentration par l'expiration des délais fixés aux articles IV.66, § 3, et IV.69, § 2, la Cour des marchés se prononce sur la légalité d'une décision visée à l'article IV.70, § 5, la Cour des marchés peut, à la demande du requérant et dans le cas où elle décide que cette décision est illégale, se limiter à ordonner le remboursement partiel de la redevance forfaitaire pour une concentration visée à l'article IV.10, § 2, alinéa 2.";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "ou un acte visé au paragraphe 1er, alinéa 4" sont insérés entre les mots "visée à l'alinéa 3" et les mots ", l'affaire est renvoyée";
7° dans le paragraphe 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4:
"Concernant les recours visés au paragraphe 1er, alinéa 4, la Cour statue également uniquement sur l'acte attaqué avec une compétence d'annulation.";
8° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "attaquées" est remplacé par les mots "ou actes attaqués";
9° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de l'acte" sont insérés entre les mots "la décision" et les mots "faisant l'objet";
10° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou de l'acte attaqué" et les mots "ou de l'acte" sont insérés entre le mot "la décision" et le mot "risque";
11° dans le paragraphe 4, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou l'acte attaqué";
12° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le recours est introduit, à peine d'irrecevabilité prononcée d'office, contre l'Autorité belge de la concurrence par requête signée et déposée au greffe de la Cour d'appel de Bruxelles dans un délai de trente jours à partir de:
1° la notification de la décision motivée attaquée;
2° la notification par envoi recommandé avec accusé de réception visée à l'article IV.78/2, § 4;
3° la notification de l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/3, § 2;
4° les mesures d'exécution prises en application de l'article IV.78/4;
5° la notification de l'instrument uniforme visé à l'article IV.78/5, § 2.";
13° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les 3° et 4° sont remplacés par ce qui suit:
"3° la mention de la décision ou l'acte faisant l'objet du recours;
4° une liste des noms et adresses des parties à qui la décision ou l'acte a été notifié;";
14° dans le paragraphe 5, alinéa 3, les mots "la décision attaquée a été notifiée" sont remplacés par les mots "la décision ou l'acte attaqué a été notifié";
15° dans le paragraphe 6, alinéa 2, les mots "l'appel" sont remplacés par les mots "le recours";
16° dans le paragraphe 7, alinéa 1er, le mot "attaquée" est remplacé par les mots "ou l'acte attaqué".
Art. 74. In artikel IV.91, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"De verjaring inzake de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt slechts gestuit door daden van onderzoek en van beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit of, als het de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU betreft, van de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit met het oog op het onderzoek of vervolging van een inbreuk betreffende dezelfde overeenkomst, dezelfde beslissing van een ondernemingsvereniging, dezelfde onderling afgestemde feitelijke gedraging of een andere door artikel 101 of 102 VWEU verboden gedraging.";
2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De stuiting van de verjaringstermijn treedt in op de dag waarop van de handeling kennis wordt gegeven aan ten minste één onderneming of ondernemingsvereniging die aan de inbreuk heeft deelgenomen.";
3° in het vroegere zesde lid, dat het zevende lid wordt, worden de tweede en derde zin, die aanvangen met de woorden "De verjaring" en eindigen met de woorden "wordt geschorst", opgeheven;
4° tussen het vroegere zesde en het vroegere zevende lid, die het zevende lid en negende lid worden, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De stuiting neemt echter een einde de dag waarop de mededingingsautoriteit haar procedure beëindigt door het nemen van een beslissing of op een andere manier. De verjaring treedt uiterlijk in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat het Mededingingscollege een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met de periode gedurende dewelke de verjaring overeenkomstig het negende lid wordt geschorst.".
1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"De verjaring inzake de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt slechts gestuit door daden van onderzoek en van beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit of, als het de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU betreft, van de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit met het oog op het onderzoek of vervolging van een inbreuk betreffende dezelfde overeenkomst, dezelfde beslissing van een ondernemingsvereniging, dezelfde onderling afgestemde feitelijke gedraging of een andere door artikel 101 of 102 VWEU verboden gedraging.";
2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De stuiting van de verjaringstermijn treedt in op de dag waarop van de handeling kennis wordt gegeven aan ten minste één onderneming of ondernemingsvereniging die aan de inbreuk heeft deelgenomen.";
3° in het vroegere zesde lid, dat het zevende lid wordt, worden de tweede en derde zin, die aanvangen met de woorden "De verjaring" en eindigen met de woorden "wordt geschorst", opgeheven;
4° tussen het vroegere zesde en het vroegere zevende lid, die het zevende lid en negende lid worden, wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De stuiting neemt echter een einde de dag waarop de mededingingsautoriteit haar procedure beëindigt door het nemen van een beslissing of op een andere manier. De verjaring treedt uiterlijk in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat het Mededingingscollege een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met de periode gedurende dewelke de verjaring overeenkomstig het negende lid wordt geschorst.".
Art. 74. A l'article IV.91, § 3, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013 et remplacé par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées.
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"Le délai de prescription relatif à l'imposition d'amendes ou d'astreintes n'est interrompu que par les actes d'instruction et de décision de l'Autorité belge de la concurrence ou, s'agissant de l'application des articles 101 et 102 du TFUE, de la Commission européenne ou d'une autorité nationale de concurrence visant à l'instruction ou à la poursuite d'une infraction concernant le même accord, la même décision d'une association d'entreprises, la même pratique concertée ou une autre conduite interdite par l'article 101 ou 102 du TFUE.";
2° entre les alinéas 3 et 4, un alinéa rédigé comme suit est inséré:
"L'interruption du délai de prescription prend effet le jour où l'acte est notifié à au moins une entreprise ou association d'entreprises ayant participé à l'infraction.";
3° dans l'alinéa 6 ancien, devenant l'alinéa 7, les deuxième et troisième phrases commençant par les mots "Toutefois, la prescription" et finissant par les mots "à l'alinéa suivant" sont abrogées;
4° entre les alinéas 6 et 7 anciens, devenant les alinéas 7 et 9, un alinéa rédigé comme suit est inséré:
"Toutefois, l'interruption prend fin le jour où l'autorité de concurrence clôt sa procédure en adoptant une décision ou d'une autre manière. En outre, la prescription est acquise au plus tard le jour où un délai égal au double du délai de prescription arrive à expiration sans que le Collège de la concurrence ait prononcé une amende ou astreinte. Ce délai est prorogé de la période pendant laquelle la prescription est suspendue conformément à l'alinéa 9.".
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"Le délai de prescription relatif à l'imposition d'amendes ou d'astreintes n'est interrompu que par les actes d'instruction et de décision de l'Autorité belge de la concurrence ou, s'agissant de l'application des articles 101 et 102 du TFUE, de la Commission européenne ou d'une autorité nationale de concurrence visant à l'instruction ou à la poursuite d'une infraction concernant le même accord, la même décision d'une association d'entreprises, la même pratique concertée ou une autre conduite interdite par l'article 101 ou 102 du TFUE.";
2° entre les alinéas 3 et 4, un alinéa rédigé comme suit est inséré:
"L'interruption du délai de prescription prend effet le jour où l'acte est notifié à au moins une entreprise ou association d'entreprises ayant participé à l'infraction.";
3° dans l'alinéa 6 ancien, devenant l'alinéa 7, les deuxième et troisième phrases commençant par les mots "Toutefois, la prescription" et finissant par les mots "à l'alinéa suivant" sont abrogées;
4° entre les alinéas 6 et 7 anciens, devenant les alinéas 7 et 9, un alinéa rédigé comme suit est inséré:
"Toutefois, l'interruption prend fin le jour où l'autorité de concurrence clôt sa procédure en adoptant une décision ou d'une autre manière. En outre, la prescription est acquise au plus tard le jour où un délai égal au double du délai de prescription arrive à expiration sans que le Collège de la concurrence ait prononcé une amende ou astreinte. Ce délai est prorogé de la période pendant laquelle la prescription est suspendue conformément à l'alinéa 9.".
Art. 75. In artikel IV.92, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gewijzigd bij de wet van 2 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° de volledige of beknopte clementieverzoeken, de immuniteitsverzoeken, de clementieverklaringen, alsook de verzoeken om markers worden opgesteld in het Frans, het Nederlands, het Duits, of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen tussen de auditeur en de clementie- of immuniteitsverzoeker. De bewijselementen worden neergelegd in hun oorspronkelijke taal. Indien deze taal niet het Frans, het Nederlands of het Duits is, kan de auditeur-generaal, de auditeur of de voorzitter van het Mededingingscollege de vertaling ervan vragen in een van deze nationale talen;";
b) in de bepaling onder 8°, wordt c. vervangen als volgt:
"c. de processen-verbaal van vaststelling bedoeld in artikel IV.40/1, eerste lid;";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende:
"10° het uniforme instrument door middel waarvan de verzoeken bedoeld in artikel IV.78/2 en in artikel IV.78/4 worden gericht aan de Belgische Mededingingsautoriteit wordt opgesteld in het Frans, het Nederlands, het Duits, of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen tussen de auditeur-generaal en de nationale mededingingsautoriteit aan de oorsprong van het verzoek. De ter kennis te brengen akte of de beslissing die de gedwongen tenuitvoerlegging van de geldboete of de dwangsom toelaat die aan het uniforme instrument is gehecht wordt in de oorspronkelijke taal ervan meegedeeld. Indien deze taal niet het Frans, Nederlands of Duits is, kan de auditeur-generaal de vertaling ervan vragen in een van deze nationale talen of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen met de nationale mededingingsautoriteit aan de oorsprong van het verzoek.".
a) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° de volledige of beknopte clementieverzoeken, de immuniteitsverzoeken, de clementieverklaringen, alsook de verzoeken om markers worden opgesteld in het Frans, het Nederlands, het Duits, of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen tussen de auditeur en de clementie- of immuniteitsverzoeker. De bewijselementen worden neergelegd in hun oorspronkelijke taal. Indien deze taal niet het Frans, het Nederlands of het Duits is, kan de auditeur-generaal, de auditeur of de voorzitter van het Mededingingscollege de vertaling ervan vragen in een van deze nationale talen;";
b) in de bepaling onder 8°, wordt c. vervangen als volgt:
"c. de processen-verbaal van vaststelling bedoeld in artikel IV.40/1, eerste lid;";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende:
"10° het uniforme instrument door middel waarvan de verzoeken bedoeld in artikel IV.78/2 en in artikel IV.78/4 worden gericht aan de Belgische Mededingingsautoriteit wordt opgesteld in het Frans, het Nederlands, het Duits, of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen tussen de auditeur-generaal en de nationale mededingingsautoriteit aan de oorsprong van het verzoek. De ter kennis te brengen akte of de beslissing die de gedwongen tenuitvoerlegging van de geldboete of de dwangsom toelaat die aan het uniforme instrument is gehecht wordt in de oorspronkelijke taal ervan meegedeeld. Indien deze taal niet het Frans, Nederlands of Duits is, kan de auditeur-generaal de vertaling ervan vragen in een van deze nationale talen of nog in een andere taal van de Europese Unie overeengekomen met de nationale mededingingsautoriteit aan de oorsprong van het verzoek.".
Art. 75. A l'article IV.92, § 3, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et modifié par la loi du 2 février 2021, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 6° est remplacé par ce qui suit:
"6° les demandes de clémence complètes ou sommaires, les demandes d'immunité, les déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence, ainsi que les demandes de marqueur sont rédigées en français, en néerlandais, en allemand, ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue entre l'auditeur et le demandeur de clémence ou d'immunité. Les éléments de preuve sont déposés dans leur langue d'origine. Si cette langue n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand, l'auditeur général, l'auditeur ou le président du Collège de la concurrence peut en demander la traduction dans une de ces langues nationales;";
b) dans le 8°, le c., est remplacé par ce qui suit:
"c. les procès-verbaux de constatation visés à l'article IV.40/1, alinéa 1er;";
c) le paragraphe est complété par un 10° rédigé comme suit:
"10° l'instrument uniforme au moyen duquel les demandes visées à l'article IV.78/2 et à l'article IV.78/4 sont adressées à l'Autorité belge de la concurrence est rédigé en français, en néerlandais ou en allemand, ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue entre l'auditeur général et l'autorité nationale de concurrence à l'origine de la demande. L'acte à notifier ou la décision permettant l'exécution forcée de l'amende ou de l'astreinte joint à l'instrument uniforme est communiqué dans sa langue d'origine. Si cette langue n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand, l'auditeur général peut en demander la traduction dans une de ces langues nationales ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue avec l'autorité nationale de concurrence à l'origine de la demande.".
a) le 6° est remplacé par ce qui suit:
"6° les demandes de clémence complètes ou sommaires, les demandes d'immunité, les déclarations effectuées en vue d'obtenir la clémence, ainsi que les demandes de marqueur sont rédigées en français, en néerlandais, en allemand, ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue entre l'auditeur et le demandeur de clémence ou d'immunité. Les éléments de preuve sont déposés dans leur langue d'origine. Si cette langue n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand, l'auditeur général, l'auditeur ou le président du Collège de la concurrence peut en demander la traduction dans une de ces langues nationales;";
b) dans le 8°, le c., est remplacé par ce qui suit:
"c. les procès-verbaux de constatation visés à l'article IV.40/1, alinéa 1er;";
c) le paragraphe est complété par un 10° rédigé comme suit:
"10° l'instrument uniforme au moyen duquel les demandes visées à l'article IV.78/2 et à l'article IV.78/4 sont adressées à l'Autorité belge de la concurrence est rédigé en français, en néerlandais ou en allemand, ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue entre l'auditeur général et l'autorité nationale de concurrence à l'origine de la demande. L'acte à notifier ou la décision permettant l'exécution forcée de l'amende ou de l'astreinte joint à l'instrument uniforme est communiqué dans sa langue d'origine. Si cette langue n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand, l'auditeur général peut en demander la traduction dans une de ces langues nationales ou encore dans une autre langue de l'Union européenne convenue avec l'autorité nationale de concurrence à l'origine de la demande.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Strafwetboek
CHAPITRE 3. - Modification du Code pénal
Art. 76. Artikel 314 van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 24 december 1993 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Zij zijn vrijgesteld van straffen indien zij, voor elke vervolging, alle informatie waarover zij beschikken met betrekking tot de omstandigheden en de daders van deze inbreuken ter kennis brengen aan het openbaar ministerie en indien zij hiervoor een verzoek tot immuniteit van vervolging hebben ingediend bij de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel IV.54/4 van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot dezelfde feiten.
In geval van toepassing van het tweede lid, stelt het openbaar ministerie de Belgische Mededingingsautoriteit onverwijld in kennis van de zaak en verzekert zij de nodige contacten met de Belgische mededingingsautoriteit.".
"Zij zijn vrijgesteld van straffen indien zij, voor elke vervolging, alle informatie waarover zij beschikken met betrekking tot de omstandigheden en de daders van deze inbreuken ter kennis brengen aan het openbaar ministerie en indien zij hiervoor een verzoek tot immuniteit van vervolging hebben ingediend bij de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel IV.54/4 van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot dezelfde feiten.
In geval van toepassing van het tweede lid, stelt het openbaar ministerie de Belgische Mededingingsautoriteit onverwijld in kennis van de zaak en verzekert zij de nodige contacten met de Belgische mededingingsautoriteit.".
Art. 76. L'article 314 du Code pénal, remplacé par la loi du 24 décembre 1993 et modifié par la loi du 26 juin 2000, est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
"Elles sont exemptées de peines si, avant toute poursuite, elles ont apporté à la connaissance du ministère public l'intégralité des informations qu'elles détiennent sur les circonstances et les auteurs de ces infractions et si elles ont fait, à cet égard, une demande d'immunité de poursuites auprès de l'Autorité belge de la concurrence conformément à l'article IV.54/4 du Code de droit économique portant sur les mêmes faits.
En cas d'application de l'alinéa 2, le ministère public informe sans délai l'Autorité belge de la concurrence de l'affaire et assure les contacts nécessaires avec l'Autorité belge de la concurrence.".
"Elles sont exemptées de peines si, avant toute poursuite, elles ont apporté à la connaissance du ministère public l'intégralité des informations qu'elles détiennent sur les circonstances et les auteurs de ces infractions et si elles ont fait, à cet égard, une demande d'immunité de poursuites auprès de l'Autorité belge de la concurrence conformément à l'article IV.54/4 du Code de droit économique portant sur les mêmes faits.
En cas d'application de l'alinéa 2, le ministère public informe sans délai l'Autorité belge de la concurrence de l'affaire et assure les contacts nécessaires avec l'Autorité belge de la concurrence.".