Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit betreffende het te gebruiken materiaal bij de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Europees Parlement of de Gemeenschaps- en Gewestparlementen
Titre
30 OCTOBRE 2022. - Arrêté royal relatif au matériel à utiliser lors des élections de la Chambre des représentants, du Parlement européen ou des Parlements de communauté et de région
Informations sur le document
Numac: 2022034699
Datum: 2022-10-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022034699
Date: 2022-10-30
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK 1. - De stembus
CHAPITRE 1er. - L'urne
Artikel 1. De stembussen die gebruikt worden in de stembureaus waar er gestemd wordt met behulp van papieren stembiljetten bij de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Europees Parlement of de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, moeten aan de volgende voorschriften voldoen:
  1° de stembus moet een voldoende groot volume hebben om er de stembiljetten met de vereiste grootte in overeenstemming met de verkiezing in te steken, in functie van het aantal kiezers dat is ingeschreven in het stembureau;
  2° de stembus is uitgerust met een afsluitingssysteem waarmee kan worden gewaarborgd dat een stembiljet er niet zonder instemming van het stembureau kan worden uitgehaald;
  3° de stembus moet vervaardigd zijn uit materiaal dat toelaat een stembiljet in de stembus te steken zonder deze te beschadigen, maar wel moet zij verhinderen dat er een stembiljet kan worden uitgehaald zonder dat kennelijk blijkt dat de stembus werd geopend of beschadigd;
  4° de stembus bevat slechts één gleuf waarin de stembiljetten gestoken kunnen worden zonder ze te beschadigen;
  5° de stembus is niet doorzichtig.
Article 1er. Les urnes utilisées dans les bureaux où le vote se déroule au moyen d'un bulletin de vote en papier lors des élections de la Chambre des représentants, du Parlement européen ou des Parlements de communauté et de région doivent répondre aux prescriptions suivantes :
  1° l'urne doit avoir un volume suffisant permettant d'y insérer des bulletins de vote de la grandeur nécessaire, correspondant à l'élection, en fonction du nombre d'électeurs inscrits dans le bureau de vote;
  2° l'urne est munie d'un dispositif de fermeture permettant de garantir qu'un bulletin de vote ne puisse en être retiré sans intervention autorisée du bureau de vote ;
  3° l'urne doit être conçue dans un matériau permettant qu'un bulletin de vote puisse y être inséré sans endommager l'urne, tout en évitant qu'un bulletin ne puisse en être retiré sans qu'il soit évident que l'urne a été ouverte ou endommagée ;
  4° l'urne ne comporte qu'une seule fente permettant d'y introduire les bulletins de vote sans les abîmer ;
  5° l'urne n'est pas transparente.
Art. 2. Om de stembussen bij het houden van gelijktijdige verkiezingen, en naargelang het geval, te onderscheiden:
  - wordt op zichtbare wijze een witte markering aangebracht op de stembus voorbehouden voor de stemming voor de Kamer van volksvertegenwoordigers;
  - wordt op zichtbare wijze een blauwe markering aangebracht op de stembus voorbehouden voor de stemming voor het Europees Parlement;
  - wordt op zichtbare wijze een roze markering aangebracht op de stembus voorbehouden voor de stemming voor het Waals Parlement, het Vlaams Parlement of het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement;
  - wordt op zichtbare wijze een groene markering aangebracht op de stembus voorbehouden voor de stemming voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 2. Afin de différencier les urnes lors de la tenue d'élections simultanées et selon le cas :
  - un marquage blanc est apposé de manière visible sur l'urne réservée au vote pour la Chambre des représentants ;
  - un marquage bleu est apposé de manière visible sur l'urne réservée au vote pour le Parlement européen ;
  - un marquage rose est apposé de manière visible sur l'urne réservée au vote pour le Parlement wallon, le Parlement flamand ou le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et les membres bruxellois du Parlement flamand ;
  - un marquage vert est apposé de manière visible sur l'urne réservée au vote pour le Parlement de la Communauté germanophone.
HOOFDSTUK 2. - De afzonderlijke omslagen bestemd voor het onderbrengen en vervoeren van de in de stembus gevonden stembiljetten
CHAPITRE 2. - Les enveloppes spéciales destinées au placement et au transport des bulletins de votes trouvés dans les urnes
Art. 3. De omslagen bedoeld in de artikelen 130, derde lid, 147, derde tot vijfde lid, en 159, zesde lid, van het Kieswetboek, in de artikelen 7, tweede lid, 16, § 4, tweede en derde lid, en 17, § 2, elfde lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden, in de artikelen 19, § 4, en 20, § 2, elfde lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, in de artikelen 29 en 33 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, en in de artikelen 37, derde tot vijfde lid, en 41, § 2, vijfde lid, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, moeten aan de volgende voorschriften voldoen:
  1° de omslag moet een voldoende groot volume hebben om er de stembiljetten met de vereiste grootte in overeenstemming met de verkiezing, in te steken;
  2° de omslag moet kunnen worden verzegeld;
  3° de omslag moet vervaardigd zijn uit sterk materiaal waardoor wordt verhinderd dat er een stembiljet kan worden uitgehaald zonder dat kennelijk blijkt dat de omslag werd beschadigd;
  4° op de omslag staat in goed zichtbare letters de vermelding van de verkiezing waarop de stembiljetten die erin moeten worden gestopt, betrekking heeft; deze vermelding is aangebracht op een achtergrond in dezelfde kleur als die van de stembiljetten voor de verkiezing.
  De omslag kan, indien nodig, worden vervangen door een transportzak die voldoet aan de voorschriften zoals vermeld in het vorige lid.
Art. 3. Les enveloppes visées aux articles 130, alinéa 3, 147, alinéas 3 à 5, et 159, alinéa 6, du Code électoral, aux articles 7, alinéa 2, 16, § 4, alinéa 2 et 3, et 17, § 2, alinéa 11, de la loi du 12 janvier 1989 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et des membres bruxellois du Parlement flamand, aux articles 19, § 4, et 20, § 2, alinéa 11, de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat, aux articles 29 et 33 de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection du Parlement européen, et aux articles 37, alinéas 3 à 5, et 41, § 2, alinéa 5, de la loi du 6 juillet 1990 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Communauté germanophone, doivent répondre aux prescriptions suivantes :
  1° l'enveloppe doit avoir un volume suffisant permettant d'y insérer le nombre de bulletins de la grandeur nécessaire, correspondant à l'élection;
  2° l'enveloppe doit pouvoir être scellée ;
  3° l'enveloppe doit être conçue dans un matériau solide permettant d'éviter qu'un bulletin ne puisse en être retiré sans qu'il soit évident que l'enveloppe a été endommagée ;
  4° l'enveloppe porte en lettre apparente l'indication de l'élection à laquelle se rapportent les bulletins qu'elle est destinée à recevoir ; cette indication étant apposée sur un fond de couleur identique à celle des bulletins de vote de l'élection.
  L'enveloppe peut, si nécessaire, être remplacée par un sac de transport répondant aux prescriptions mentionnées à l'alinéa précédent.
HOOFDSTUK 3. - De stemhokjes
CHAPITRE 3. - Les isoloirs
Art. 4. § 1. In elk stemlokaal zijn de stemhokjes zo ingericht en geplaatst dat elke kiezer buiten het gezichtsveld blijft en zonder tussenkomst of onderbreking zijn stem kan uitbrengen.
  § 2. De stemhokjes moeten aan de volgende voorschriften voldoen:
  1° het stemhokje moet voldoende hoog zijn zodat de kiezers die zich in de aangrenzende stemhokjes bevinden, het stembiljet van hun buur niet kunnen zien;
  2° de plaat aan de binnenkant moet breed en stevig genoeg zijn zodat de kiezer zijn stembiljet erop kan leggen zonder het te moeten plooien;
  3° het stemhokje is uitgerust met een standaard potlood met rode punt dat via een ketting is vastgemaakt aan het stemhokje; die ketting moet lang genoeg zijn zodat een kiezer gemakkelijk zijn stem kan uitbrengen;
  4° de schotten van het stemhokje mogen slechts de bij wet bepaalde affiches en vermeldingen bevatten;
  5° de stemhokjes waarin elektronische stemsystemen met papieren bewijsstuk zijn geplaatst, moeten openingen bevatten voor de voedingskabels van die systemen; die openingen mogen een andere kiezer geenszins in staat stellen om het kiesscherm aanwezig in het stemhokje te zien.
  § 3. De stemhokjes bevatten de volgende elementen:
  1° een achterschot van 2,10m hoog;
  2° twee zijschotten van dezelfde hoogte;
  3° een plaat aan de binnenkant die als lessenaar dient;
  4° een roede, aan de ingang van het stemhokje, die is vastgemaakt aan de twee zijwanden, waar een gordijn aan kan worden opgehangen;
  5° een gordijn dat tot onder het niveau van de lessenaar reikt. Het gebruik van dit gordijn is facultatief als, ook al is de ingang van het stemhokje open gelaten, de configuratie van het stemhokje het onmogelijk maakt voor de andere kiezers om het stembiljet van de kiezer aanwezig in dit stemhokje te zien.
Art. 4. § 1er. Dans chaque local de vote, les isoloirs sont aménagés et disposés de manière à ce que chaque électeur soit soustrait à la vue et puisse marquer son bulletin de vote sans intervention ni interruption.
  § 2. Les isoloirs doivent répondre aux prescriptions suivantes :
  1° la hauteur de l'isoloir doit être suffisante pour empêcher les électeurs qui se trouvent dans des isoloirs contigus de voir le bulletin de leur voisin;
  2° le plateau intérieur doit être assez large et profond pour que l'électeur puisse y déposer son bulletin sans avoir à le plier;
  3° l'isoloir est équipé d'un crayon standard à mine rouge qui sera attaché via un lien à l'isoloir ; ce lien étant suffisamment long pour permettre à un électeur de voter aisément ;
  4° les cloisons de l'isoloir ne peuvent comporter que les affiches et mentions prévues par la loi ;
  5° les isoloirs dans lesquels sont placés des systèmes de vote électronique avec preuve papier doivent comporter des ouvertures permettant le passage des câbles d'alimentation de ces systèmes ; ces ouvertures ne doivent en aucun cas permettre à un autre électeur de voir l'écran de vote présent dans l'isoloir.
  § 3. Les isoloirs comprennent les éléments suivants :
  1° une cloison arrière de 2,10m de hauteur ;
  2° deux cloisons latérales de la même hauteur ;
  3° un plateau intérieur servant de pupitre ;
  4° une barre, située à l'entrée de l'isoloir et attaché aux deux parois latérales, permettant d'y accrocher une tenture ;
  5° une tenture descendant sous le niveau du pupitre. L'usage de cette tenture est facultatif si, nonobstant l'entrée de l'isoloir laissée ouverte, la configuration de l'isoloir rend impossible aux autres électeurs la vision du bulletin de vote de l'électeur présent dans cet isoloir.
Art. 5. § 1. In elk gebouw waarin meerdere stembureaus zijn ondergebracht, wordt ten minste één speciaal stemhokje voor kiezers met een handicap ingericht per vijf stembureaus. In de gebouwen waarin minder dan vijf stembureaus zijn ondergebracht wordt ten minste één speciaal stemhokje voor kiezers met een handicap ingericht.
  § 2. Het speciale stemhokje moet aan de volgende voorschriften voldoen:
  1° voor het stemhokje moet een draaizone worden voorzien van 150 cm diameter;
  2° in het stemhokje wordt een manoevreerruimte, vrij van obstakels, van 150 cm diameter voorzien;
  3° voorzien zijn van een lessenaar waarvan de bovenkant van de plaat op een hoogte van 80 à 85 cm moet worden geplaatst, de onderkant van de plaat op een hoogte van 75 cm moet worden geplaatst en de plaat 60 cm diep moet zijn;
  4° Er kunnen horizontale steungrepen op de zijwanden worden voorzien (op 90cm hoogte);
  5° De ketting waarmee het standaard potlood met rode punt is vastgemaakt aan het stemhokje moet lang genoeg zijn om gemakkelijk met het potlood te kunnen werken, ook voor personen die klein zijn van gestalte of die zich in een rolstoel verplaatsen;
  6° afgesloten kunnen worden met een gordijn dat tot onder het niveau van de lessenaar reikt; het gebruik van dit gordijn is facultatief als, ook al is de ingang van het stemhokje open gelaten, de configuratie van het stemhokje het onmogelijk maakt voor de andere kiezers om het stembiljet van de kiezer aanwezig in dit stemhokje te zien.
  7° in de nabijheid van het speciale stemhokje zal een stoel ter beschikking worden gesteld van kiezers met een beperking die geen rolstoel gebruiken;
  § 3. Het aangepaste stemhokje moet op het gelijkvloers worden geplaatst zodat kiezers die assistentie nodig hebben en die daar gebruik van wensen te maken, het stemhokje vlot kunnen bereiken. Alle niveauverschillen op het gelijkvloers zullen worden voorzien van een al dan niet voorlopig hellend vlak, waardoor een vlotte doorstroming wordt verzekerd waarbij de veiligheid van de voorbijgangers wordt gewaarborgd.
  § 4. Het speciale stemhokje kan in de onmiddellijke omgeving van het stembureau worden geplaatst.
  § 5. De kiezer die van dat speciale stemhokje gebruik wenst te maken, vraagt dit aan de voorzitter van het stembureau, die hem de stembiljetten overhandigt en een bijzitter of een getuige aanwijst om hem tot aan het speciale stemhokje te begeleiden.
  Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, steekt hij het dichtgevouwen stembiljet in de stembus en geeft de bijzitter aan deze kiezer zijn identiteitskaart en zijn afgestempelde oproepingsbrief terug.
Art. 5. § 1er. Dans chaque bâtiment ou plusieurs bureaux de vote sont établis, il sera prévu, par tranche de cinq bureaux de vote, au moins un isoloir spécial à destination des électeurs handicapés. Dans les bâtiments où l'on compte moins de cinq bureaux de vote, il sera prévu au moins un isoloir spécial à destination des électeurs handicapés.
  § 2. L'isoloir spécial doit répondre aux prescriptions suivantes :
  1° une aire de rotation de 150 cm de diamètre doit être prévue devant l'isoloir ;
  2° une aire de rotation de 150 cm de diamètre, libre de tout obstacle, est prévue à l'intérieur de l'isoloir ;
  3° être pourvu d'un pupitre dont la face supérieure de la tablette doit être placée à une hauteur de 80 à 85 cm, la hauteur de la face inférieure de la tablette doit être de 75 cm et la profondeur de la tablette doit être de 60 cm ;
  4° des barres d'appui horizontales peuvent être prévues sur les parois latérales (à 90 cm de hauteur);
  5° le lien reliant le crayon standard à mine rouge à l'isoloir doit être suffisamment long pour permettre une manipulation aisée pour les personnes de petite taille ou se déplaçant en chaise roulante ;
  6° se fermer au moyen d'une tenture descendant sous le niveau du pupitre ; l'usage de cette tenture est facultatif si, nonobstant l'entrée de l'isoloir laissée ouverte, la configuration de l'isoloir rend impossible aux autres électeurs la vision du bulletin de vote de l'électeur présent dans cet isoloir.
  7° à proximité de l'isoloir spécial, une chaise sera présente à destination des électeurs handicapés n'utilisant pas de chaise roulante ;
  § 3. L'isoloir adapté doit être installé au rez-de-chaussée de manière à permettre une circulation aisée des électeurs nécessitant une assistance et qui souhaitent en faire l'usage. Toutes les ruptures de niveau au rez-de-chaussée seront pourvues d'un plan incliné provisoire ou non, assurant la circulation aisée tout en garantissant la sécurité des passants.
  § 4. L'isoloir spécial peut être installé à proximité immédiate du bureau de vote.
  § 5. L'électeur qui souhaite faire usage de l'isoloir spécial en exprime la demande au président du bureau de vote qui lui remet les bulletins de vote et désigne un assesseur ou un témoin pour l'accompagner jusqu'à l'isoloir spécial.
  Après que l'électeur en question y a émis son vote, il place les bulletins de vote repliés dans les urnes et l'assesseur restitue à cet électeur sa carte d'identité ainsi que sa convocation électorale estampillée.
Art. 6. Het koninklijk besluit van 9 augustus 1894 betreffende de kiestoestellen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 mei 1963 en 16 juli 1976 en het ministerieel besluit van 10 augustus 1894 betreffende de kiestoestellen voor de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 mei 1963 en 6 mei 1980 worden opgeheven.
Art. 6. L'arrêté royal du 9 août 1894 concernant le matériel électoral, modifié par les arrêtés royaux du 10 mai 1963 et du 16 juillet 1976, et l'arrêté ministériel du 10 août 1894 relatif au mobilier électoral pour les élections législatives, provinciales et Communales, modifié par les arrêtés ministériels du 13 mai 1963 et du 6 mai 1980, sont abrogés.
Art. 7. Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische vernieuwing, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Notre Ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique est chargée de l'exécution du présent arrêté.