Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
4 DECEMBER 2022. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van de Toezichtcommissie zoals bedoeld in de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg
Titre
4 DECEMBRE 2022. - Arrêté royal fixant les modalités de fonctionnement de la Commission de contrôle visée dans la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - De Kamers
CHAPITRE 1er. - Les Chambres
Afdeling 1. - Het bureau
Section 1re. - Le bureau
Artikel 1. Voor elke Nederlandstalige en elke Franstalige Kamer van de Toezichtcommissie zoals bedoeld in de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, wordt een bureau opgericht dat de dagdagelijkse werking van de betreffende Kamer verzekert.
Article 1er. Au sein de chaque Chambre d'expression néerlandaise et de chaque Chambre d'expression française de la Commission de contrôle visée dans la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé est institué un bureau qui garantit le fonctionnement journalier de la Chambre concernée.
Art. 2. Het in artikel 1 bedoelde bureau is samengesteld uit de voorzitter van de betreffende Kamer, twee door de betreffende Kamer aangewezen leden, een inspecteur die de Toezichtcommissie bijstaat en die arts is evenals het personeelslid van de de Dienst gezondheidszorgberoepen en beroepsuitoefening van het Directoraat-generaal Gezondheidszorg van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu dat het secretariaat van de betreffende Kamer waarneemt.
Art. 2. Le bureau visé à l'article 1er est composé du président de la Chambre concernée, de deux membres désignés par la Chambre concernée, d'un inspecteur qui assiste la Commission de contrôle et qui est médecin, ainsi que du membre du personnel du Service Professions de Santé et Pratique professionnelle de la Direction générale Soins de santé du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement qui assure le secrétariat de la Chambre concernée.
Art. 3. Het bureau regelt en coördineert de werkzaamheden van de betreffende Kamer en neemt alle noodzakelijke initiatieven ter voorbereiding van de werkzaamheden van de Kamer.
Art. 3. Le bureau règle et coordonne les activités de la Chambre concernée et prend toutes les initiatives requises en vue de préparer les travaux de la Chambre.
Afdeling 2. - De modaliteiten van uitnodigen en beraadslagen
Section 2. - Les modalités en matière de convocation et de délibération
Art. 4. De voorzitter van de Kamer stelt de dagorde voor de vergaderingen van de Kamer op en verstuurt de uitnodigingen.
Behalve in geval van dringende omstandigheden, worden bedoelde uitnodigingen ten minste 8 dagen voor de datum van vergadering aan de leden verstuurd.
Behalve in geval van dringende omstandigheden, worden bedoelde uitnodigingen ten minste 8 dagen voor de datum van vergadering aan de leden verstuurd.
Art. 4. Le président de la Chambre établit l'ordre du jour des réunions de la Chambre et envoie les convocations.
Sauf en cas de circonstances urgentes, les convocations visées sont envoyées aux membres au minimum 8 jours avant la date de la réunion.
Sauf en cas de circonstances urgentes, les convocations visées sont envoyées aux membres au minimum 8 jours avant la date de la réunion.
Art. 5. Het plaatsvervangend lid woont de vergaderingen bij wanneer het effectief lid verhinderd is.
Art. 5. Le membre suppléant assiste aux réunions en cas d'empêchement du membre effectif.
Art. 6. De Kamers zetelen achter gesloten deuren.
Art. 6. Les Chambres siègent à huis clos.
Art. 7. Voor het vervullen van de opdrachten bedoeld in artikel 45, tweede lid, 1°, 2°, 4° en 5°, van voornoemde wet van 22 april 2019, beraadslagen en beslissen de Kamers enkel geldig indien minstens de helft van de leden van de Kamer aanwezig is waaronder het lid of de leden die het gezondheidszorgberoep vertegenwoordigen waarop de beraadslaging en beslissing betrekking heeft. Indien het lid of een van deze leden niet aanwezig is, kan de Kamer binnen een termijn minstens 8 dagen geldig beraadslagen over aangelegenheden die voor een tweede keer op de dagorde zijn ingeschreven indien minstens de helft van de leden van de Kamer aanwezig is.
Art. 7. Dans le cadre des missions visées à l'article 45, alinéa 2, 1°, 2°, 4° et 5°, de la loi précitée du 22 avril 2019, les Chambres délibèrent et décident valablement uniquement en présence d'au moins la moitié de leurs membres, dont le ou les membres qui représente(nt) la profession des soins de santé concernée par la délibération et la décision. Au cas où le membre ou un de ces membres n'est pas présent, la Chambre peut, dans un délai de 8 jours minimum, délibérer valablement à propos de sujets inscrits pour la seconde fois à l'ordre du jour si au moins la moitié des membres de la Chambre sont présents.
Art. 8. In geval van gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 8. En cas de parité de voix, la voix du président est prépondérante.
Afdeling 3. - Het toezicht op de fysieke en psychische geschiktheid
Section 3. - Le contrôle des aptitudes physiques et psychiques
Art. 9. § 1. Wanneer een Kamer op de hoogte wordt gebracht dat een gezondheidszorgbeoefenaar niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten, roept die Kamer de betrokkene onmiddellijk op om gehoord te worden.
§ 2. Indien, nadat de betrokkene werd gehoord of behoorlijk werd opgeroepen, blijkt dat de gezondheidszorgbeoefenaar niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten, kan de Kamer de Nationale Raad van de Orde der artsen of van de Orde waaronder de betrokkene ressorteert vragen om drie artsen-deskundigen en evenveel plaatsvervangers aan te wijzen. Het staat de Nationale Raad vrij al dan niet op deze vraag in te gaan. De betrokkene wordt onverwijld in kennis gesteld van de instelling van de procedure.
Elke deskundige tegen wiens persoon redenen tot wraking bestaan, is er toe gehouden deze onverwijld mede te delen aan de Nationale Raad.
Binnen een maand na de aanvraag brengt de Nationale Raad indien de Raad beslist om in te gaan op de vraag van de Kamer zoals bedoeld in het eerste lid, de namen van de door hem aangewezen deskundigen ter kennis van de Kamer.
§ 3. Onmiddellijk na de ontvangst van die mededeling bepaalt de Kamer de taak die aan de deskundigen wordt opgedragen en de datum waarop hun rapport moet worden ingediend. Een afschrift van die beslissing wordt, met vermelding van de identiteit van de deskundigen, onverwijld aangetekend naar de betrokkene verstuurd.
§ 4. De deskundigen kunnen door de betrokkene worden gewraakt om de in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde redenen.
Op straffe van verval moet de betrokkene, binnen vijftien dagen na de kennisgeving, de voorzitter van de Kamer bij een aangetekende brief de naam van de door hem gewraakte deskundige alsook de wrakingsgronden mededelen.
De voorzitter verwittigt onmiddellijk de gewraakte deskundige; deze kan, binnen acht dagen na de kennisgeving, zijn schriftelijk antwoord aan de Kamer voorleggen.
De Kamer doet in laatste aanleg, door een met redenen omklede beslissing, uitspraak over de haar ter kennis gebrachte wrakingsgronden. Bij dezelfde beslissing wijst zij eventueel een nieuwe deskundige aan en verlengt zij de termijn voor het indienen van het rapport.
§ 5. Op het met redenen omklede verzoek van de deskundigen kan de Kamer de termijn voor het indienen van het rapport verlengen.
Zij kan ook, op diens verzoek, een deskundige van zijn taak ontlasten en bij dezelfde beslissing een nieuwe deskundige aanwijzen. Een afschrift van die beslissing wordt aan de betrokkene toegezonden.
§ 6. De betrokkene wordt door de deskundigen opgeroepen en gehoord; in het kader van de taak die deze laatsten is opgedragen, moet hij zich onderwerpen aan het onderzoek dat zij menen te moeten verrichten.
§ 7. Het rapport bevat de beschrijving van het onderzoek en de conclusies van de deskundigen. Het wordt door de deskundigen ondertekend.
Hun handtekening wordt voorafgegaan door de als volgt gestelde eed: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb."
De deskundigen maken een enkel rapport op. Zij geven één enkel advies bij meerderheid van stemmen. Bij verschil van mening vermelden zij de onderscheiden meningen met de gronden ervan. De voor echt en waar verklaarde staat van ereloon en kosten van het deskundig onderzoek wordt opgenomen op het einde van het rapport.
§ 8. De minuut en twee afschriften van het rapport worden aan de voorzitter van de Kamer bezorgd. Zodra hij die stukken ontvangen heeft, brengt de voorzitter de leden op de hoogte en roept hij hen op. De oproepingstermijn mag niet minder dan acht dagen bedragen.
Tezelfdertijd stuurt de voorzitter de betrokkene en, in voorkomend geval, de arts die hij heeft aangewezen, bij aangetekend schrijven een afschrift van het deskundigenrapport en deelt hij hen de datum mede waarop de Kamer zal vergaderen.
§ 9. De betrokkene verschijnt in persoon. Hij kan zich laten bijstaan door een of meer personen van zijn keuze.
Tenzij vrijstelling is verleend door de betrokkene of zijn vertegenwoordiger, wordt het rapport voorgelezen door de secretaris of door een van de deskundigen, die verschijnt met toelating of op bevel van de voorzitter van de Kamer.
§ 10. De beslissing van de Kamer wordt binnen acht dagen na de uitspraak bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de betrokkene.
§ 11. Wanneer de beslissing definitief is, wordt zij ter kennis gebracht van het deontologisch orgaan waaronder de betrokkene ressorteert.
§ 2. Indien, nadat de betrokkene werd gehoord of behoorlijk werd opgeroepen, blijkt dat de gezondheidszorgbeoefenaar niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten, kan de Kamer de Nationale Raad van de Orde der artsen of van de Orde waaronder de betrokkene ressorteert vragen om drie artsen-deskundigen en evenveel plaatsvervangers aan te wijzen. Het staat de Nationale Raad vrij al dan niet op deze vraag in te gaan. De betrokkene wordt onverwijld in kennis gesteld van de instelling van de procedure.
Elke deskundige tegen wiens persoon redenen tot wraking bestaan, is er toe gehouden deze onverwijld mede te delen aan de Nationale Raad.
Binnen een maand na de aanvraag brengt de Nationale Raad indien de Raad beslist om in te gaan op de vraag van de Kamer zoals bedoeld in het eerste lid, de namen van de door hem aangewezen deskundigen ter kennis van de Kamer.
§ 3. Onmiddellijk na de ontvangst van die mededeling bepaalt de Kamer de taak die aan de deskundigen wordt opgedragen en de datum waarop hun rapport moet worden ingediend. Een afschrift van die beslissing wordt, met vermelding van de identiteit van de deskundigen, onverwijld aangetekend naar de betrokkene verstuurd.
§ 4. De deskundigen kunnen door de betrokkene worden gewraakt om de in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde redenen.
Op straffe van verval moet de betrokkene, binnen vijftien dagen na de kennisgeving, de voorzitter van de Kamer bij een aangetekende brief de naam van de door hem gewraakte deskundige alsook de wrakingsgronden mededelen.
De voorzitter verwittigt onmiddellijk de gewraakte deskundige; deze kan, binnen acht dagen na de kennisgeving, zijn schriftelijk antwoord aan de Kamer voorleggen.
De Kamer doet in laatste aanleg, door een met redenen omklede beslissing, uitspraak over de haar ter kennis gebrachte wrakingsgronden. Bij dezelfde beslissing wijst zij eventueel een nieuwe deskundige aan en verlengt zij de termijn voor het indienen van het rapport.
§ 5. Op het met redenen omklede verzoek van de deskundigen kan de Kamer de termijn voor het indienen van het rapport verlengen.
Zij kan ook, op diens verzoek, een deskundige van zijn taak ontlasten en bij dezelfde beslissing een nieuwe deskundige aanwijzen. Een afschrift van die beslissing wordt aan de betrokkene toegezonden.
§ 6. De betrokkene wordt door de deskundigen opgeroepen en gehoord; in het kader van de taak die deze laatsten is opgedragen, moet hij zich onderwerpen aan het onderzoek dat zij menen te moeten verrichten.
§ 7. Het rapport bevat de beschrijving van het onderzoek en de conclusies van de deskundigen. Het wordt door de deskundigen ondertekend.
Hun handtekening wordt voorafgegaan door de als volgt gestelde eed: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb."
De deskundigen maken een enkel rapport op. Zij geven één enkel advies bij meerderheid van stemmen. Bij verschil van mening vermelden zij de onderscheiden meningen met de gronden ervan. De voor echt en waar verklaarde staat van ereloon en kosten van het deskundig onderzoek wordt opgenomen op het einde van het rapport.
§ 8. De minuut en twee afschriften van het rapport worden aan de voorzitter van de Kamer bezorgd. Zodra hij die stukken ontvangen heeft, brengt de voorzitter de leden op de hoogte en roept hij hen op. De oproepingstermijn mag niet minder dan acht dagen bedragen.
Tezelfdertijd stuurt de voorzitter de betrokkene en, in voorkomend geval, de arts die hij heeft aangewezen, bij aangetekend schrijven een afschrift van het deskundigenrapport en deelt hij hen de datum mede waarop de Kamer zal vergaderen.
§ 9. De betrokkene verschijnt in persoon. Hij kan zich laten bijstaan door een of meer personen van zijn keuze.
Tenzij vrijstelling is verleend door de betrokkene of zijn vertegenwoordiger, wordt het rapport voorgelezen door de secretaris of door een van de deskundigen, die verschijnt met toelating of op bevel van de voorzitter van de Kamer.
§ 10. De beslissing van de Kamer wordt binnen acht dagen na de uitspraak bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de betrokkene.
§ 11. Wanneer de beslissing definitief is, wordt zij ter kennis gebracht van het deontologisch orgaan waaronder de betrokkene ressorteert.
Art. 9. § 1er.Lorsque une chambre est avisée qu'un professionnel des soins de santé ne réunit plus les aptitudes physiques ou psychiques pour poursuivre, sans risque, l'exercice de sa profession, celle-ci convoque immédiatement l'intéressé pour être entendu.
§ 2. Si, après avoir entendu l'intéressé ou l'avoir dûment convoqué, il apparaît que le professionnel des soins de santé ne réunit plus les aptitudes physiques ou psychiques requises pour poursuivre, sans risque, l'exercice de sa profession, la chambre peut demander au Conseil national de l'Ordre des médecins ou de l'Ordre dont relève l'intéressé, de désigner trois médecins experts et autant de suppléants. Le Conseil national est libre d'accéder ou non à cette demande. Notification de l'ouverture de cette procédure est donnée sans délai à l'intéressé.
Tout expert qui sait cause de récusation en sa personne est tenu de le déclarer immédiatement au Conseil national.
Dans le mois qui suit la demande, si le Conseil décide d'accéder à la demande de la chambre visée à l'alinéa 1er, le Conseil national communique à la chambre les noms des experts qu'il a désignés.
§ 3. Dès réception de cette communication, la chambre fixe la mission qui est impartie aux experts et la date à laquelle leur rapport sera déposé. Copie de cette décision comportant l'identité des experts est notifiée sans délai, par courrier recommandée, à l'intéressé.
§ 4. Les experts peuvent être récusés par l'intéressé pour les motifs prévus à l'article 828 du Code judiciaire.
Dans les quinze jours de la notification qui lui est faite, l'intéressé doit à peine de déchéance, faire connaître au président de la chambre, par courrier recommandé, le nom de l'expert qu'il récuse ainsi que les causes de cette récusation.
Le président informe immédiatement l'expert récusé ; celui-ci peut, dans les huit jours de la notification, soumettre par écrit sa réponse à la chambre.
La chambre, par décision motivée, statue en dernier ressort sur les causes de récusation dont elle est saisie. Par la même décision, elle désigne éventuellement un nouvel expert et proroge le délai pour le dépôt du rapport.
§ 5. A la demande motivée des experts, la chambre peut proroger le délai pour le dépôt du rapport.
De même, elle peut, à la demande d'un expert, le décharger de sa mission et par la même décision, désigner un nouvel expert. Copie de cette décision est notifiée à l'intéressé.
§ 6. Les experts convoquent et entendent l'intéressé ; celui-ci est tenu de se soumettre aux examens auxquels les experts estimeraient devoir procéder dans le cadre de la mission qui leur est dévolue.
§ 7. Le rapport relate l'examen et les conclusions des experts. Il est signé par les experts.
La signature de ceux-ci est précédée du serment ainsi conçu : " Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité " .
Les experts dressent un seul rapport. Ils forment un seul avis à la pluralité des voix. Ils indiquent néanmoins, en cas d'avis différents, les motifs des divers avis. L'état des honoraires et des frais d'expertise, certifié sincère et véritable, est inscrit au bas du rapport.
§ 8. La minute et deux copies du rapport sont adressées au président de la chambre. Dès réception de ces documents, le président en avise les membres qu'il convoque. Le délai de convocation ne peut être inférieur à huit jours.
En même temps, le président adresse, par courrier recommandé, à l'intéressé et le cas échéant au médecin désigné par celui-ci, une copie du rapport des experts et leur notifie la date à laquelle la chambre se réunira.
§ 9. L'intéressé comparaît en personne. Il peut se faire assister par une ou plusieurs personnes de son choix.
A moins que dispense n'en soit accordée par l'intéressé ou par la personne qui la représente, lecture du rapport est donnée soit par le secrétaire, soit par l'un des experts dont la comparution aura été autorisée ou ordonnée par le président de la chambre.
§ 10. La décision de la chambre est notifiée par courrier recommandé, à l'intéressé, dans les huit jours de son prononcé.
§ 11. Lorsqu'elle est devenue définitive, la décision est portée à la connaissance de l'Organe déontologique dont relève l'intéressé.
§ 2. Si, après avoir entendu l'intéressé ou l'avoir dûment convoqué, il apparaît que le professionnel des soins de santé ne réunit plus les aptitudes physiques ou psychiques requises pour poursuivre, sans risque, l'exercice de sa profession, la chambre peut demander au Conseil national de l'Ordre des médecins ou de l'Ordre dont relève l'intéressé, de désigner trois médecins experts et autant de suppléants. Le Conseil national est libre d'accéder ou non à cette demande. Notification de l'ouverture de cette procédure est donnée sans délai à l'intéressé.
Tout expert qui sait cause de récusation en sa personne est tenu de le déclarer immédiatement au Conseil national.
Dans le mois qui suit la demande, si le Conseil décide d'accéder à la demande de la chambre visée à l'alinéa 1er, le Conseil national communique à la chambre les noms des experts qu'il a désignés.
§ 3. Dès réception de cette communication, la chambre fixe la mission qui est impartie aux experts et la date à laquelle leur rapport sera déposé. Copie de cette décision comportant l'identité des experts est notifiée sans délai, par courrier recommandée, à l'intéressé.
§ 4. Les experts peuvent être récusés par l'intéressé pour les motifs prévus à l'article 828 du Code judiciaire.
Dans les quinze jours de la notification qui lui est faite, l'intéressé doit à peine de déchéance, faire connaître au président de la chambre, par courrier recommandé, le nom de l'expert qu'il récuse ainsi que les causes de cette récusation.
Le président informe immédiatement l'expert récusé ; celui-ci peut, dans les huit jours de la notification, soumettre par écrit sa réponse à la chambre.
La chambre, par décision motivée, statue en dernier ressort sur les causes de récusation dont elle est saisie. Par la même décision, elle désigne éventuellement un nouvel expert et proroge le délai pour le dépôt du rapport.
§ 5. A la demande motivée des experts, la chambre peut proroger le délai pour le dépôt du rapport.
De même, elle peut, à la demande d'un expert, le décharger de sa mission et par la même décision, désigner un nouvel expert. Copie de cette décision est notifiée à l'intéressé.
§ 6. Les experts convoquent et entendent l'intéressé ; celui-ci est tenu de se soumettre aux examens auxquels les experts estimeraient devoir procéder dans le cadre de la mission qui leur est dévolue.
§ 7. Le rapport relate l'examen et les conclusions des experts. Il est signé par les experts.
La signature de ceux-ci est précédée du serment ainsi conçu : " Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité " .
Les experts dressent un seul rapport. Ils forment un seul avis à la pluralité des voix. Ils indiquent néanmoins, en cas d'avis différents, les motifs des divers avis. L'état des honoraires et des frais d'expertise, certifié sincère et véritable, est inscrit au bas du rapport.
§ 8. La minute et deux copies du rapport sont adressées au président de la chambre. Dès réception de ces documents, le président en avise les membres qu'il convoque. Le délai de convocation ne peut être inférieur à huit jours.
En même temps, le président adresse, par courrier recommandé, à l'intéressé et le cas échéant au médecin désigné par celui-ci, une copie du rapport des experts et leur notifie la date à laquelle la chambre se réunira.
§ 9. L'intéressé comparaît en personne. Il peut se faire assister par une ou plusieurs personnes de son choix.
A moins que dispense n'en soit accordée par l'intéressé ou par la personne qui la représente, lecture du rapport est donnée soit par le secrétaire, soit par l'un des experts dont la comparution aura été autorisée ou ordonnée par le président de la chambre.
§ 10. La décision de la chambre est notifiée par courrier recommandé, à l'intéressé, dans les huit jours de son prononcé.
§ 11. Lorsqu'elle est devenue définitive, la décision est portée à la connaissance de l'Organe déontologique dont relève l'intéressé.
HOOFDSTUK 2. - Het coördinatiebureau
CHAPITRE 2. - Le bureau de coordination
Art. 10. De bureaus van de Nederlandstalige en Franstalige Kamer(s) zoals bedoeld in artikel 1 vormen samen het coördinatiebureau.
Art. 10. Les bureaux de la/des Chambre(s) d'expression néerlandaise et française visés à l'article 1er constituent ensemble le bureau de coordination.
Art. 11. Het coördinatiebureau heeft als taak :
1° het goedkeuren van het jaarverslag van de Toezichtcommissie zoals bedoeld in artikel 60, tweede lid, van voornoemde wet van 22 april 2019. Bedoeld jaarverslag bestaat uit een bundeling van de verslaggeving van de onderscheiden Kamers van de Toezichtcommissie omtrent de aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 60, tweede lid;
2° het opstellen van een ontwerp van huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 59/1 van de voornoemde wet van 22 april 2019;
3° het vaststellen van de strategie inzake toezicht evenals de prioriteiten van het optreden van de Kamers, in het bijzonder voor het systematisch toezicht zoals bedoeld in artikel 45, derde lid, 1° van dezelfde wet.
1° het goedkeuren van het jaarverslag van de Toezichtcommissie zoals bedoeld in artikel 60, tweede lid, van voornoemde wet van 22 april 2019. Bedoeld jaarverslag bestaat uit een bundeling van de verslaggeving van de onderscheiden Kamers van de Toezichtcommissie omtrent de aangelegenheden bedoeld in voornoemd artikel 60, tweede lid;
2° het opstellen van een ontwerp van huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 59/1 van de voornoemde wet van 22 april 2019;
3° het vaststellen van de strategie inzake toezicht evenals de prioriteiten van het optreden van de Kamers, in het bijzonder voor het systematisch toezicht zoals bedoeld in artikel 45, derde lid, 1° van dezelfde wet.
Art. 11. Le bureau de coordination est chargé des missions suivantes :
1° approuver le rapport annuel de la Commission de contrôle visée à l'article 60, alinéa 2, de la loi précitée du 22 avril 2019. Ce rapport annuel regroupe les rapports des différentes Chambres de la Commission de contrôle concernant les sujets visés à l'article 60, alinéa 2, précité ;
2° rédiger un projet de règlement d'ordre intérieur tel que visé à l'article 59/1 de la loi précitée du 22 avril 2019 ;
3° déterminer la stratégie de contrôle et les priorités d'action des Chambres, en particulier pour le contrôle systématique visé à l'article 45, alinéa 3, 1°, de la même loi.
1° approuver le rapport annuel de la Commission de contrôle visée à l'article 60, alinéa 2, de la loi précitée du 22 avril 2019. Ce rapport annuel regroupe les rapports des différentes Chambres de la Commission de contrôle concernant les sujets visés à l'article 60, alinéa 2, précité ;
2° rédiger un projet de règlement d'ordre intérieur tel que visé à l'article 59/1 de la loi précitée du 22 avril 2019 ;
3° déterminer la stratégie de contrôle et les priorités d'action des Chambres, en particulier pour le contrôle systématique visé à l'article 45, alinéa 3, 1°, de la même loi.
Art. 12. Het coördinatiebureau maakt het in artikel 11, 1°, bedoelde jaarverslag van het voorbije jaar telkens voor 1 april aan de minister over.
Het coördinatiebureau voegt aan het jaarverslag een uitgavenstaat van het voorbije jaar toe.
Het coördinatiebureau voegt aan het jaarverslag een uitgavenstaat van het voorbije jaar toe.
Art. 12. Le bureau de coordination transmet au ministre, avant le 1er avril, le rapport annuel de l'année précédente visé à l'article 11, 1°.
A ce rapport est joint un état des dépenses effectuées au cours de ce même exercice.
A ce rapport est joint un état des dépenses effectuées au cours de ce même exercice.
HOOFDSTUK 3. - Algemene bepaling
CHAPITRE 3. - Disposition générale
Art. 13. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.