Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 JUNI 2022. - Decreet over de organisatie van zomerscholen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-07-2022 en tekstbijwerking tot 30-12-2025)
Titre
3 JUIN 2022. - Décret relatif à l'organisation des écoles d'été(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-07-2022 et mise à jour au 30-12-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1re. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions générales
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
1° onderwijsinstellingen: instellingen van het basisonderwijs of het secundair onderwijs die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert;
2° lokale besturen: de gemeenten en de provincies van het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
1° onderwijsinstellingen: instellingen van het basisonderwijs of het secundair onderwijs die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert;
2° lokale besturen: de gemeenten en de provincies van het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
1° établissements d'enseignement : les établissements de l'enseignement primaire ou secondaire reconnus, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
2° administrations locales : les communes et provinces de la Région flamande et de la Région de Bruxelles-Capitale et la Commission communautaire flamande.
1° établissements d'enseignement : les établissements de l'enseignement primaire ou secondaire reconnus, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
2° administrations locales : les communes et provinces de la Région flamande et de la Région de Bruxelles-Capitale et la Commission communautaire flamande.
Art. 3. Een zomerschool bestaat uit een gevarieerd en doelgericht aanbod van onderwijs-en vrijetijdsactiviteiten dat gekoppeld is aan de individuele leernoden van de deelnemende leerlingen.
Een zomerschool heeft een van de volgende doelstellingen of beide doelstellingen:
1° aan de algemene competenties van de leerlingen werken;
2° de leerachterstand van de leerlingen remediëren.
Een zomerschool vindt plaats tijdens de zomervakantie. Een zomerschool heeft een duur van tien volle dagen of twintig halve dagen. De Vlaamse Regering kan een afwijkende duur van een zomerschool bepalen voor een specifieke doelgroep.
Een zomerschool heeft een van de volgende doelstellingen of beide doelstellingen:
1° aan de algemene competenties van de leerlingen werken;
2° de leerachterstand van de leerlingen remediëren.
Een zomerschool vindt plaats tijdens de zomervakantie. Een zomerschool heeft een duur van tien volle dagen of twintig halve dagen. De Vlaamse Regering kan een afwijkende duur van een zomerschool bepalen voor een specifieke doelgroep.
Art. 3. Une école d'été consiste en une offre variée et ciblée d'activités éducatives et de loisirs liée aux besoins d'apprentissage individuels des élèves participants.
Une école d'été poursuit l'un des deux objectifs suivants ou les deux :
1° travailler sur les compétences générales des élèves ;
2° remédier au retard scolaire des élèves.
Une école d'été est organisée pendant les vacances d'été. Une école d'été a une durée de dix jours complets ou de vingt demi-journées. Le Gouvernement flamand peut déterminer une durée alternative d'une école d'été pour un groupe cible spécifique.
Une école d'été poursuit l'un des deux objectifs suivants ou les deux :
1° travailler sur les compétences générales des élèves ;
2° remédier au retard scolaire des élèves.
Une école d'été est organisée pendant les vacances d'été. Une école d'été a une durée de dix jours complets ou de vingt demi-journées. Le Gouvernement flamand peut déterminer une durée alternative d'une école d'été pour un groupe cible spécifique.
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor de organisatie van zomerscholen
CHAPITRE 3. - Conditions relatives à l'organisation des écoles d'été
Art. 4. Een zomerschool kan alleen worden georganiseerd voor kleuters en leerplichtige leerlingen.
De organisator van een zomerschool deelt de leerlingen in zodat de onderwijs- en vrijetijdsactiviteiten op maat van elke deelnemende leerling aangeboden kunnen worden.
Een zomerschool is gratis voor de leerlingen en de leerlingen nemen deel op vrijwillige basis.
De aanstelling van personeelsleden binnen een zomerschool gebeurt overeenkomstig de wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de arbeidsverhouding tussen de organisator van een zomerschool en het personeelslid in kwestie. De aanstelling gebeurt steeds op vrijwillige basis.
De organisator van een zomerschool deelt de leerlingen in zodat de onderwijs- en vrijetijdsactiviteiten op maat van elke deelnemende leerling aangeboden kunnen worden.
Een zomerschool is gratis voor de leerlingen en de leerlingen nemen deel op vrijwillige basis.
De aanstelling van personeelsleden binnen een zomerschool gebeurt overeenkomstig de wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de arbeidsverhouding tussen de organisator van een zomerschool en het personeelslid in kwestie. De aanstelling gebeurt steeds op vrijwillige basis.
Art. 4. Une école d'été peut uniquement être organisée pour les jeunes enfants et les élèves soumis à l'obligation scolaire.
L'organisateur d'une école d'été répartit les élèves en groupes afin de pouvoir proposer des activités éducatives et de loisirs adaptées à chaque élève participant.
Une école d'été est gratuite pour les élèves, lesquels y participent sur une base volontaire.
La désignation de membres du personnel dans le cadre d'une école d'été se fait conformément aux dispositions légales ou décrétales applicables à la relation de travail entre l'organisateur d'une école d'été et le membre du personnel concerné. La nomination s'effectue toujours sur la base du volontariat.
L'organisateur d'une école d'été répartit les élèves en groupes afin de pouvoir proposer des activités éducatives et de loisirs adaptées à chaque élève participant.
Une école d'été est gratuite pour les élèves, lesquels y participent sur une base volontaire.
La désignation de membres du personnel dans le cadre d'une école d'été se fait conformément aux dispositions légales ou décrétales applicables à la relation de travail entre l'organisateur d'une école d'été et le membre du personnel concerné. La nomination s'effectue toujours sur la base du volontariat.
Art. 5. § 1. Een zomerschool kan alleen georganiseerd worden door onderwijsinstellingen of lokale besturen.
De organisatoren, vermeld in het eerste lid, kunnen voor de organisatie van een zomerschool onderling samenwerken of samenwerken met instellingen van het volwassenenonderwijs, instellingen van het hoger onderwijs, of andere organisaties.
§ 2. De lokale besturen kunnen een regierol opnemen voor de organisatie van een zomerschool ten aanzien van minstens twee onderwijsinstellingen. Voor de regierol kunnen de lokale besturen onderling samenwerken. De voormelde regierol bestaat minimaal uit de volgende taken:
1° ondersteuning bieden aan de onderwijsinstellingen in kwestie bij de organisatie van het lokale aanbod van de zomerscholen. De voormelde ondersteuning kan bestaan uit de volgende opdrachten:
a) organisaties zoeken die het aanbod van de zomerscholen mee vormgeven om de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, te realiseren en een brugfunctie vervullen tussen die organisaties en de onderwijsinstellingen in kwestie;
b) infrastructuur, didactisch materiaal of ander materiaal ter beschikking stellen om de zomerscholen te organiseren;
2° afstemming verzekeren tussen het lokale aanbod van de zomerscholen en, in voorkomend geval, zelf een complementair aanbod organiseren;
3° een gezamenlijke subsidieaanvraag indienen voor de zomerscholen die lokaal georganiseerd worden, en instaan voor de administratieve afhandeling ervan;
4° instaan voor de toeleiding van leerlingen naar het aanbod van de zomerscholen;
5° leerlingen, hun ouders en eventueel andere betrokken organisaties informeren over het lokale aanbod van zomerscholen;
6° instaan voor de communicatie over het lokale aanbod van zomerscholen.
De organisatoren, vermeld in het eerste lid, kunnen voor de organisatie van een zomerschool onderling samenwerken of samenwerken met instellingen van het volwassenenonderwijs, instellingen van het hoger onderwijs, of andere organisaties.
§ 2. De lokale besturen kunnen een regierol opnemen voor de organisatie van een zomerschool ten aanzien van minstens twee onderwijsinstellingen. Voor de regierol kunnen de lokale besturen onderling samenwerken. De voormelde regierol bestaat minimaal uit de volgende taken:
1° ondersteuning bieden aan de onderwijsinstellingen in kwestie bij de organisatie van het lokale aanbod van de zomerscholen. De voormelde ondersteuning kan bestaan uit de volgende opdrachten:
a) organisaties zoeken die het aanbod van de zomerscholen mee vormgeven om de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, te realiseren en een brugfunctie vervullen tussen die organisaties en de onderwijsinstellingen in kwestie;
b) infrastructuur, didactisch materiaal of ander materiaal ter beschikking stellen om de zomerscholen te organiseren;
2° afstemming verzekeren tussen het lokale aanbod van de zomerscholen en, in voorkomend geval, zelf een complementair aanbod organiseren;
3° een gezamenlijke subsidieaanvraag indienen voor de zomerscholen die lokaal georganiseerd worden, en instaan voor de administratieve afhandeling ervan;
4° instaan voor de toeleiding van leerlingen naar het aanbod van de zomerscholen;
5° leerlingen, hun ouders en eventueel andere betrokken organisaties informeren over het lokale aanbod van zomerscholen;
6° instaan voor de communicatie over het lokale aanbod van zomerscholen.
Art. 5. § 1er. Une école d'été peut uniquement être organisée par des établissements d'enseignement ou des administrations locales.
Pour l'organisation d'une école d'été, les organisateurs visés à l'alinéa premier, peuvent coopérer entre eux ou avec des établissements de l'éducation des adultes, des établissements d'enseignement supérieur ou d'autres organisations.
§ 2. Les administrations locales peuvent assumer un rôle de régisseur pour l'organisation d'une école d'été à l'égard d'au moins deux établissements d'enseignement. Les administrations locales peuvent coopérer entre elles aux fins du rôle de régisseur. Ce rôle comprend au moins les tâches suivantes :
1° offrir du soutien aux établissements d'enseignement concernés dans le cadre de l'organisation de l'offre locale des écoles d'été. Ce soutien peut comprendre les missions suivantes :
a) rechercher les organisations qui contribuent à façonner l'offre des écoles d'été afin d'atteindre les objectifs visés à l'article 3, alinéa deux, et remplir une fonction de passerelle entre ces organisations et les établissements d'enseignement concernés ;
b) mettre à disposition une infrastructure, du matériel didactique ou tout autre matériel pour organiser les écoles d'été ;
2° assurer la coordination entre l'offre locale des écoles d'été et, le cas échéant, organiser elles-mêmes une offre complémentaire ;
3° introduire une demande de subvention conjointe pour les écoles d'été organisées localement et en assurer le traitement administratif ;
4° assurer l'orientation des élèves vers l'offre des écoles d'été ;
5° informer les élèves, leurs parents et éventuellement les autres organisations impliquée sur l'offre locale d'écoles d'été ;
6° assurer la communication sur l'offre locale d'écoles d'été.
Pour l'organisation d'une école d'été, les organisateurs visés à l'alinéa premier, peuvent coopérer entre eux ou avec des établissements de l'éducation des adultes, des établissements d'enseignement supérieur ou d'autres organisations.
§ 2. Les administrations locales peuvent assumer un rôle de régisseur pour l'organisation d'une école d'été à l'égard d'au moins deux établissements d'enseignement. Les administrations locales peuvent coopérer entre elles aux fins du rôle de régisseur. Ce rôle comprend au moins les tâches suivantes :
1° offrir du soutien aux établissements d'enseignement concernés dans le cadre de l'organisation de l'offre locale des écoles d'été. Ce soutien peut comprendre les missions suivantes :
a) rechercher les organisations qui contribuent à façonner l'offre des écoles d'été afin d'atteindre les objectifs visés à l'article 3, alinéa deux, et remplir une fonction de passerelle entre ces organisations et les établissements d'enseignement concernés ;
b) mettre à disposition une infrastructure, du matériel didactique ou tout autre matériel pour organiser les écoles d'été ;
2° assurer la coordination entre l'offre locale des écoles d'été et, le cas échéant, organiser elles-mêmes une offre complémentaire ;
3° introduire une demande de subvention conjointe pour les écoles d'été organisées localement et en assurer le traitement administratif ;
4° assurer l'orientation des élèves vers l'offre des écoles d'été ;
5° informer les élèves, leurs parents et éventuellement les autres organisations impliquée sur l'offre locale d'écoles d'été ;
6° assurer la communication sur l'offre locale d'écoles d'été.
HOOFDSTUK 4. - Projectsubsidies voor de organisatie van zomerscholen
CHAPITRE 4. - Subventions de projet pour l'organisation d'écoles d'été
Art. 6. § 1. De Vlaamse Regering kan jaarlijks projecten subsidiëren voor de organisatie van zomerscholen binnen de begrotingskredieten die de Vlaamse Gemeenschap ter beschikking stelt.
§ 2. De organisator van een zomerschool ontvangt een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 45 euro per deelnemende leerling per dag voor de kosten die verbonden zijn aan de organisatie van een aanbod van onderwijs-en vrijetijdsactiviteiten.
Als organisatoren van een zomerschool onderling samenwerken voor de organisatie van een of meer zomerscholen als vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, ontvangt de organisator van de zomerschool die de aanvraag indient, het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid.
Als een regierol wordt opgenomen voor de organisatie van een zomerschool als vermeld in artikel 5, § 2, ontvangt het lokaal bestuur dat de regierol opneemt, naast het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 20 euro per deelnemende leerling per zomerschool voor de kosten die verbonden zijn aan het opnemen van de regierol.
Een organiserende onderwijsinstelling die geen beroep doet op een regierol van een lokaal bestuur, ontvangt naast het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 5 euro per deelnemende leerling per zomerschool voor de overheadkosten.
[1 Met toepassing van artikel 75, eerste lid, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en artikel 11, tweede lid, van de wet van 16 mei 2003 betreffende de algemene bepalingen inzake begrotingen, controle op subsidies en boekhouding van de gemeenschappen en gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, ontvangen het lokaal bestuur dat de regierol, vermeld in het derde lid, opneemt en de organiserende onderwijsinstelling die geen beroep doet op een regierol van een lokaal bestuur respectievelijk het subsidiebedrag om die regierol op te nemen en het subsidiebedrag voor de overheadkosten, vermeld in het vierde lid, zonder dat verantwoording hoeft te worden verstrekt over de aanwending ervan.]1
§ 3. Als organisatoren van een zomerschool onderling samenwerken of samenwerken met andere instellingen of organisaties, of in het kader van de regierol, kunnen de betrokken organisatoren, instellingen of organisaties onderling afspraken maken over de interne verdeling en besteding van de subsidiebedragen, vermeld in paragraaf 2.
§ 4. Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de subsidies, vermeld in paragraaf 2, pro rata verminderd op basis van het beschikbare begrotingskrediet.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure van indiening, goedkeuring en evaluatie van de projecten voor de organisatie van zomerscholen, alsook de wijze van toekenning van de projectsubsidies.
§ 2. De organisator van een zomerschool ontvangt een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 45 euro per deelnemende leerling per dag voor de kosten die verbonden zijn aan de organisatie van een aanbod van onderwijs-en vrijetijdsactiviteiten.
Als organisatoren van een zomerschool onderling samenwerken voor de organisatie van een of meer zomerscholen als vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, ontvangt de organisator van de zomerschool die de aanvraag indient, het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid.
Als een regierol wordt opgenomen voor de organisatie van een zomerschool als vermeld in artikel 5, § 2, ontvangt het lokaal bestuur dat de regierol opneemt, naast het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 20 euro per deelnemende leerling per zomerschool voor de kosten die verbonden zijn aan het opnemen van de regierol.
Een organiserende onderwijsinstelling die geen beroep doet op een regierol van een lokaal bestuur, ontvangt naast het [1 ...]1 subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, een [1 ...]1 subsidiebedrag van maximaal 5 euro per deelnemende leerling per zomerschool voor de overheadkosten.
[1 Met toepassing van artikel 75, eerste lid, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en artikel 11, tweede lid, van de wet van 16 mei 2003 betreffende de algemene bepalingen inzake begrotingen, controle op subsidies en boekhouding van de gemeenschappen en gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, ontvangen het lokaal bestuur dat de regierol, vermeld in het derde lid, opneemt en de organiserende onderwijsinstelling die geen beroep doet op een regierol van een lokaal bestuur respectievelijk het subsidiebedrag om die regierol op te nemen en het subsidiebedrag voor de overheadkosten, vermeld in het vierde lid, zonder dat verantwoording hoeft te worden verstrekt over de aanwending ervan.]1
§ 3. Als organisatoren van een zomerschool onderling samenwerken of samenwerken met andere instellingen of organisaties, of in het kader van de regierol, kunnen de betrokken organisatoren, instellingen of organisaties onderling afspraken maken over de interne verdeling en besteding van de subsidiebedragen, vermeld in paragraaf 2.
§ 4. Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de subsidies, vermeld in paragraaf 2, pro rata verminderd op basis van het beschikbare begrotingskrediet.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure van indiening, goedkeuring en evaluatie van de projecten voor de organisatie van zomerscholen, alsook de wijze van toekenning van de projectsubsidies.
Modifications
Art. 6. § 1er. Le Gouvernement flamand peut subventionner annuellement des projets d'organisation d'écoles d'été dans le cadre des crédits budgétaires mis à disposition par la Communauté flamande.
§ 2. L'organisateur d'une école d'été reçoit un montant de subvention [1 ...]1 de 45 euros maximum par élève participant et par jour pour les frais liés à l'organisation d'une offre d'activités éducatives et de loisirs.
Si les organisateurs d'une école d'été coopèrent entre eux pour l'organisation d'une ou plusieurs écoles d'été tel que visé à l'article 5, § 1er, alinéa deux, l'organisateur de l'école d'été qui introduit la demande reçoit le montant de la subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier.
L'administration locale qui assume un rôle de régisseur tel que visé à l'article 5, § 2, pour l'organisation d'une école d'été reçoit, en plus du montant de subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier, un montant de subvention [1 ...]1 de 20 euros maximum par élève participant et par école d'été pour les frais liés à l'acceptation du rôle de régisseur.
Un établissement d'enseignement organisateur qui ne fait pas appel au rôle de régisseur d'une administration locale reçoit, en plus du montant de subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier, un montant de subvention [1 ...]1 de 5 euros maximum par élève participant et par école d'été afin de couvrir les frais généraux.
[1 En application de l'article 75, alinéa 1er, du Code flamand des finances publiques du 29 mars 2019 et de l'article 11, alinéa 2, de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, l'administration locale qui assume le rôle de coordination visé à l'alinéa 3, et l'établissement d'enseignement organisateur qui ne fait pas appel à un rôle de coordination d'une administration locale reçoivent respectivement le montant de la subvention pour assumer ce rôle de coordination et le montant de la subvention pour frais généraux visés à l'alinéa 4, sans devoir justifier de leur utilisation.]1
§ 3. Si les organisateurs d'une école d'été coopèrent entre eux ou avec d'autres établissements ou organisations, ou dans le cadre du rôle de régisseur, les organisateurs, établissements ou organisations concernés peuvent convenir entre eux de la répartition interne et de la dépense des montants de subvention visés au paragraphe 2.
§ 4. Si le crédit budgétaire d'une certaine année est insuffisant, les subventions visées au paragraphe 2, sont réduites au prorata sur la base du crédit budgétaire disponible.
§ 5. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'introduction, d'approbation et d'évaluation des projets d'organisation d'écoles d'été, ainsi que le mode d'attribution des subventions de projet.
§ 2. L'organisateur d'une école d'été reçoit un montant de subvention [1 ...]1 de 45 euros maximum par élève participant et par jour pour les frais liés à l'organisation d'une offre d'activités éducatives et de loisirs.
Si les organisateurs d'une école d'été coopèrent entre eux pour l'organisation d'une ou plusieurs écoles d'été tel que visé à l'article 5, § 1er, alinéa deux, l'organisateur de l'école d'été qui introduit la demande reçoit le montant de la subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier.
L'administration locale qui assume un rôle de régisseur tel que visé à l'article 5, § 2, pour l'organisation d'une école d'été reçoit, en plus du montant de subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier, un montant de subvention [1 ...]1 de 20 euros maximum par élève participant et par école d'été pour les frais liés à l'acceptation du rôle de régisseur.
Un établissement d'enseignement organisateur qui ne fait pas appel au rôle de régisseur d'une administration locale reçoit, en plus du montant de subvention [1 ...]1 visé à l'alinéa premier, un montant de subvention [1 ...]1 de 5 euros maximum par élève participant et par école d'été afin de couvrir les frais généraux.
[1 En application de l'article 75, alinéa 1er, du Code flamand des finances publiques du 29 mars 2019 et de l'article 11, alinéa 2, de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, l'administration locale qui assume le rôle de coordination visé à l'alinéa 3, et l'établissement d'enseignement organisateur qui ne fait pas appel à un rôle de coordination d'une administration locale reçoivent respectivement le montant de la subvention pour assumer ce rôle de coordination et le montant de la subvention pour frais généraux visés à l'alinéa 4, sans devoir justifier de leur utilisation.]1
§ 3. Si les organisateurs d'une école d'été coopèrent entre eux ou avec d'autres établissements ou organisations, ou dans le cadre du rôle de régisseur, les organisateurs, établissements ou organisations concernés peuvent convenir entre eux de la répartition interne et de la dépense des montants de subvention visés au paragraphe 2.
§ 4. Si le crédit budgétaire d'une certaine année est insuffisant, les subventions visées au paragraphe 2, sont réduites au prorata sur la base du crédit budgétaire disponible.
§ 5. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'introduction, d'approbation et d'évaluation des projets d'organisation d'écoles d'été, ainsi que le mode d'attribution des subventions de projet.
Modifications
Art. 7. [1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.
§ 2. Een organisator van een zomerschool kan de projectsubsidies, vermeld in artikel 6, aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in die zomerschool een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.
§ 3. De organisator van een zomerschool sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij de organisator van de zomerschool hebben.]1
1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4А, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.
§ 2. Een organisator van een zomerschool kan de projectsubsidies, vermeld in artikel 6, aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in die zomerschool een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.
§ 3. De organisator van een zomerschool sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij de organisator van de zomerschool hebben.]1
Art. 7. [1 § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° travailleur exerçant un flexi-job : un travailleur tel que visé à l'article 3, 3°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale ;
2° contrat de travail flexi-job : un contrat de travail tel que visé à l'article 3, 4°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.
§ 2. Un organisateur d'une école d'été peut utiliser les subventions de projet visées à l'article 6 afin d'employer dans cette école d'été, par le biais d'un contrat de travail flexi-job, un travailleur exerçant un flexi-job.
§ 3. L'organisateur d'une école d'été conclut avec le travailleur exerçant un flexi-job un contrat de travail flexi-job. Les dispositions du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas, sauf disposition expresse contraire, aux employés précités.
Le travailleur exerçant un flexi-job ne peut par ailleurs pas avoir d'autre occupation auprès de l'organisateur de l'école d'été.]1
1° travailleur exerçant un flexi-job : un travailleur tel que visé à l'article 3, 3°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale ;
2° contrat de travail flexi-job : un contrat de travail tel que visé à l'article 3, 4°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.
§ 2. Un organisateur d'une école d'été peut utiliser les subventions de projet visées à l'article 6 afin d'employer dans cette école d'été, par le biais d'un contrat de travail flexi-job, un travailleur exerçant un flexi-job.
§ 3. L'organisateur d'une école d'été conclut avec le travailleur exerçant un flexi-job un contrat de travail flexi-job. Les dispositions du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 et les arrêtés d'exécution de ces décrets ne s'appliquent pas, sauf disposition expresse contraire, aux employés précités.
Le travailleur exerçant un flexi-job ne peut par ailleurs pas avoir d'autre occupation auprès de l'organisateur de l'école d'été.]1