Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 APRIL 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 193/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, wat betreft compenserende maatregelen voor de revalidatievoorzieningen
Titre
29 AVRIL 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'article 193/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant exécution du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs, en ce qui concerne les mesures de compensation en faveur des structures de revalidation
Informations sur le document
Numac: 2022032276
Datum: 2022-04-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022032276
Date: 2022-04-29
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In artikel 193/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 2020 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 april 2021 en 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "het het" vervangen door het woord "het";
2° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid opgeheven;
3° aan paragraaf 1 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"Voor de maanden september tot en met december 2021 wordt een compenserend budget voorzien, op voorwaarde dat de revalidatievoorziening minstens 60% van het theoretisch aantal eenheidsprestaties heeft gepresteerd en gefactureerd aan de verzekeringsinstellingen. Voor de voorzieningen waarvan het erkenningsnummer begint met 7.72, wordt de budgetgarantie voorzien zodra 50% van het theoretisch aantal eenheidsprestaties is gepresteerd en gefactureerd aan de verzekeringsinstellingen. Een compenserend budget voor de maanden september tot en met december 2021 wordt vereffend bij de eindafrekening voor het jaar 2021, conform paragraaf 2.
Voor de maanden januari 2022 tot en met juni 2022 wordt een compenserend budget betaald op voorwaarde dat de revalidatievoorziening minstens 60% van het theoretisch aantal eenheidsprestaties heeft gepresteerd en gefactureerd aan de verzekeringsinstellingen. Voor de voorzieningen waarvan het erkenningsnummer begint met 7.72, wordt het compenserend budget voorzien zodra 50% van het theoretisch aantal eenheidsprestaties is gepresteerd en gefactureerd aan de verzekeringsinstellingen. Het compenserend budget is het verschil tussen het bedrag dat overeenstemt met de reguliere prestaties in de maanden januari 2019 tot en met juni 2019, zoals berekend conform het derde lid, en het bedrag dat, op basis van de bepalingen van dit besluit, aan de verzekeringsinstellingen is gefactureerd voor de gerealiseerde revalidatieprestaties in de maanden januari 2022 tot en met juni 2022. Het compenserend budget voor het eerste kwartaal van 2022 wordt voor 80% betaald in september 2022. Het saldo wordt in september 2023 betaald op basis van de gerapporteerde uitgaven door de verzekeringsinstellingen. Als bij de eindafrekening blijkt dat het compenserend budget voor de maanden januari 2022 tot en met juni 2022 dat al is uitbetaald, te hoog was, vordert het agentschap het te veel betaalde deel van het compenserend budget terug dat al is uitbetaald.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "Het bedrag dat aldus werd berekend wordt hetzij teruggevorderd van de revalidatievoorziening, hetzij betaald door het agentschap." vervangen door de zinnen "Als de voorziening te veel aan compenserende middelen heeft ontvangen, kan dat door de voorziening gebruikt worden als provisie op het compenserend budget voor de maanden september tot en met december 2021. Als de voorziening te weinig aan compenserende middelen heeft ontvangen, wordt het tekort aan compenserende middelen betaald door het agentschap.";
5° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Revalidatievoorzieningen die cashproblemen hebben in het laatste trimester van 2021, kunnen een provisioneel bedrag vragen aan het agentschap. Het agentschap betaalt eenmalig een provisioneel bedrag van maximaal een twaalfde van de jaarenveloppe van de voorziening in kwestie. Onder cashproblemen wordt verstaan dat de revalidatievoorziening een tekort heeft aan liquide middelen om noodzakelijke betalingen op korte termijn te kunnen doen.";
6° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, de zin "Om die eindafrekening te maken, wordt de methodologie, vermeld in het eerste lid, toegepast op het aantal maanden van het jaar 2021 waarvoor de revalidatievoorziening een compenserend budget heeft ontvangen." vervangen door de zinnen "De berekening gebeurt op dezelfde wijze als vermeld in het eerste lid, rekening houdend met de provisionele bedragen, vermeld in het eerste en tweede lid. Voor de controle op de voorwaarde om een compenserend budget voor de maanden juli tot en met december 2021 te verkrijgen, vermeld in paragraaf 1, vijfde en zesde lid, wordt het theoretisch aantal eenheidsprestaties bepaald als de helft van het theoretisch aantal eenheidsprestaties op jaarbasis, vermeld in de revalidatieovereenkomst, vermeld in artikel 157. Het bedrag dat op de voormelde wijze is berekend, wordt teruggevorderd van de revalidatievoorziening of betaald door het agentschap.".
Article 1er. A l'article 193/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant exécution du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 2020 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 avril 2021 et 16 juillet 2021, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte néerlandais du paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " het het " sont remplacés par le mot " het " ;
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5 est abrogé ;
3° au paragraphe 1er sont ajoutés deux alinéas, rédigés comme suit :
" Un budget de compensation est prévu pour les mois de septembre à décembre 2021, à condition que la structure de revalidation ait effectué au moins 60% du nombre théorique de prestations unitaires et les ait facturé aux organismes assureurs. Pour les structures dont le numéro d'agrément commence par 7.72, la garantie budgétaire est prévue dès que 50% du nombre théorique de prestations unitaires ont été effectuées et facturées aux organismes assureurs. Un budget de compensation pour les mois de septembre à décembre 2021 sera liquidé lors du décompte final de l'année 2021, conformément au paragraphe 2.
Un budget de compensation est payé pour les mois de janvier 2022 à juin 2022 à condition que la structure de revalidation ait effectué au moins 60% du nombre théorique de prestations unitaires et les ait facturé aux organismes assureurs. Pour les structures dont le numéro d'agrément commence par 7.72, le budget de compensation est prévu dès que 50% du nombre théorique de prestations unitaires ont été effectuées et facturées aux organismes assureurs. Le budget de compensation est la différence entre le montant correspondant aux prestations régulières des mois de janvier 2019 à juin 2019, calculé conformément à l'alinéa 3, et le montant facturé aux organismes assureurs, sur la base des dispositions du présent arrêté, pour les prestations de revalidation réalisées au cours des mois de janvier 2022 à juin 2022. 80 % du budget de compensation pour le premier trimestre de 2022 seront payés en septembre 2022. Le solde sera payé en septembre 2023 sur la base des dépenses rapportées par les organismes assureurs. S'il s'avère lors du décompte final que le budget de compensation pour les mois de janvier 2022 à juin 2022 déjà payé était trop élevé, l'agence recouvre la partie payée en trop du budget de compensation déjà payé. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " Le montant ainsi calculé est soit recouvré auprès de la structure de revalidation, soit payé par l'agence. " est remplacée par les phrases " Si la structure a reçu l'excédent des moyens de compensation, cet excédent peut être utilisé par la structure comme une provision sur le budget de compensation pour les mois de septembre à décembre 2021 inclus. Si la structure a reçu trop peu de moyens de compensation, le manque de moyens de compensation est payé par l'agence. " ;
5° dans le paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, un alinéa rédigé comme suit :
" Les structures de revalidation ayant des difficultés financières au cours du dernier trimestre de 2021 peuvent demander un montant provisionnel à l'agence.L'agence paie un montant provisionnel unique d'un douzième maximum de l'enveloppe annuelle de la structure en question. Par difficultés financières, il convient d'entendre que la structure de revalidation est confrontée à un manque de liquidités pour effectuer les paiements nécessaires à court terme. " ;
6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, la phrase " A cet effet, la méthodologie visée à l'alinéa premier est appliquée au nombre de mois de l'année 2021 pour lesquels la structure de revalidation a reçu un budget de compensation. " est remplacée par les phrases " Le calcul est effectué de la même manière que celle mentionnée à l'alinéa 1er, en tenant compte des montants provisionnels visés aux alinéas 1er et 2. En vue de la vérification de la condition d'obtention d'un budget de compensation pour les mois de juillet à décembre 2021, visée au paragraphe 1er, alinéas 5 et 6, le nombre théorique de prestations unitaires est déterminé comme la moitié du nombre théorique de prestations unitaires sur une base annuelle, mentionné dans la convention de revalidation visée à l'article 157. Le montant calculé de la manière précitée est recouvré auprès de la structure de revalidation ou payé par l'agence. ".
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 2. Le ministre flamand compétent pour les soins de santé et les soins résidentiels est chargé de l'exécution du présent arrêté.