Art. 6. Artikel 8, eerste lid, 7°, artikel 10, 12, 13,
[1 15 tot en met 24, artikel 32 en 35]1 van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 zijn niet van toepassing op de hoofd- en onderhuurovereenkomsten, vermeld in artikel 5, tweede lid, van het decreet van 18 maart 2022.
Op de huurovereenkomsten, vermeld in het eerste lid, zijn de volgende specifieke bepalingen van toepassing:
1° het gehuurde goed moet beantwoorden aan de vereisten en de normen, vermeld in artikel 8 van dit besluit;
2° de huurovereenkomst wordt gesloten voor een duur van minstens drie maanden;
3° de huurovereenkomst wordt telkens verlengd onder dezelfde voorwaarden als geen van de partijen ten minste twee maanden vóór de vervaldag een opzegging heeft gedaan;
4° de partijen kunnen de huurovereenkomst op ieder tijdstip beëindigen zonder motivering en zonder opzeggingsvergoeding met inachtneming van een opzeggingstermijn van
[1 ten minste]1 zeven dagen. De onderhuurder kan de huurovereenkomst op ieder tijdstip beëindigen zonder motivering en zonder opzeggingsvergoeding en zonder opzeggingstermijn;
5°
[1 de opzeggingstermijn, vermeld in punt 4°, begint op de derde werkdag na de dag waarop de opzegging is gedaan. Als er geen opzeggingstermijn als vermeld in punt 4°, van toepassing is, wordt de huurovereenkomst beëindigd op de derde werkdag na de dag waarop de opzegging is gedaan]1.
Met behoud van de toepassing van het vierde lid is een huurovereenkomst die wordt gesloten voor een goed dat niet voldoet aan de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, nietig. De nietigheid wordt door de rechter vastgesteld. Met behoud van het recht voor de huurder om een schadevergoeding te eisen, kan de rechter die de nietigheid uitspreekt, een bezettingsvergoeding opleggen die gebaseerd is op de objectieve huurwaarde van het goed, rekening houdend met de gebreken van het goed.
In de hoofdhuurovereenkomst tussen de eigenaar en het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij, kunnen de partijen schriftelijk overeenkomen dat de huurder zich ertoe verbindt in het gehuurde goed bepaalde werkzaamheden uit te voeren die door de verhuurder moeten worden verricht. De partijen bepalen de termijn waarin de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Er kan van de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, worden afgeweken als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de voorgenomen werkzaamheden dienen om het gehuurde goed in overeenstemming te brengen met de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1° ;
2° de voorgenomen werkzaamheden worden precies omschreven in de huurovereenkomst;
3° er zijn geen huurgelden verschuldigd tijdens de overeengekomen duur van de werkzaamheden, waarbij de duur niet korter mag zijn dan de duur die redelijkerwijze noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren;
4° zolang de woning niet voldoet aan de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, mag het gehuurde goed niet worden onderverhuurd aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne.
Als de hoofdverhuurder de hoofdhuurovereenkomst beëindigt, betekent de hoofdhuurder uiterlijk de derde dag na de dag waarop hij de opzegging heeft ontvangen, een afschrift daarvan aan de onderhuurder en brengt hij hem ervan op de hoogte dat de onderhuurovereenkomst op dezelfde dag als de hoofdhuurovereenkomst beëindigd wordt.
Als de hoofdhuurder de hoofdhuurovereenkomst beëindigt voor de overeengekomen termijn is verstreken, geeft hij de onderhuurder een opzeggingstermijn van ten minste zeven dagen en bezorgt hij de bewoner een afschrift van de opzegging die hij aan de hoofdverhuurder richt.