Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 MAART 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de tijdelijke huisvesting van gezinnen of alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-04-2022 en tekstbijwerking tot 29-12-2023)
Titre
18 MARS 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant le logement temporaire des ménages ou des personnes isolées qui sont sans abri ou risquent de le devenir à la suite de la guerre en Ukraine(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-04-2022 et mise à jour au 29-12-2023)
Informations sur le document
Numac: 2022031520
Datum: 2022-03-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022031520
Date: 2022-03-18
Moniteur: Voir
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 18 maart 2022: het decreet van 18 maart 2022 tot regeling van de tijdelijke huisvesting van gezinnen of alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne;
  2° kamer: een kamer als vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 25°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid;
  4° sociaal verhuurkantoor: het sociaal verhuurkantoor, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 18 maart 2022;
  5° sociale huisvestingsmaatschappij: een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 18 maart 2022;
  6° tijdelijk ontheemden uit Oekraïne: tijdelijk ontheemden uit Oekraïne als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 18 maart 2022;
  [1 6° /1 Vlaamse huisvestingstool: de tool, vermeld in artikel 1, eerste lid, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2022 tot toekenning van een subsidie aan lokale besturen voor de opbouw van opvangcapaciteit voor tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot intrekking van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2022 tot toekenning van een subsidie aan lokale besturen voor het creëren van bijkomende opvangplaatsen voor de tijdelijk ontheemden uit Oekraïne;]1
  7° VWF: het Vlaams Woningfonds, vermeld in artikel 4.60 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  8° VMSW: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, vermeld in artikel 4.7 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  9° woonmaatschappij: een woonmaatschappij als vermeld in artikel 4.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  10° zelfstandige woning: een woning als vermeld in artikel 1.2, eerste lid, 156°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° décret du 18 mars 2022 : le décret du 18 mars 2022 réglant le logement temporaire des ménages ou des personnes isolées qui sont sans abri ou risquent de le devenir à la suite de la guerre en Ukraine ;
  2° chambre : une chambre telle que visée à l'article 1.3, § 1 er, alinéa premier, 25°, du Code flamand du Logement de 2021 ;
  3° ministre : le ministre flamand ayant la politique du logement dans ses attributions ;
  4° agence immobilière sociale : l'agence immobilière sociale, visée à l'article 2, 2°, du décret du 18 mars 2022 ;
  5° société de logement social : une société de logement social, telle que visée à l'article 2, 3°, du décret du 18 mars 2022 ;
  6° personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine : les personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine, telles que visées à l'article 2, 4°, du décret du 18 mars 2022 ;
  [1 6° /1 Outil de logement flamand : l'outil visé à l'article 1, alinéa 1, 8°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 avril 2022 portant octroi d'une subvention aux administrations locales pour le développement de capacité d'accueil pour les personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine, modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand et abrogeant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mars 2022 portant octroi d'une subvention aux administrations locales pour la création de places d'accueil supplémentaires pour les personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine]1
  7° VWF : le " Vlaams Woningfonds " (Fonds flamand du Logement), visé à l'article 4.60 du Code flamand du Logement de 2021 ;
  8° VMSW : la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social), visée à l'article 4.7 du Code flamand du Logement de 2021 ;
  9° société de logement : une société de logement telle que visée à l'article 4.36 du Code flamand du Logement de 2021 ;
  10° logement indépendant : un logement tel que visé à l'article 1.2, alinéa premier, 156°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
  
Art. 2. § 1. Als een sociale huisvestingsmaatschappij, een woonmaatschappij of het VWF met toepassing van artikel 6.74 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 sociale huurwoningen die leegstaan in afwachting van renovatie, sloop of verkoop, zelf of via een leegstandsbeheerder als vermeld in artikel 6.74, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit, verhuurt aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, komt ze binnen de perken van de kredieten die daarvoor op de begroting van het Vlaamse Gewest beschikbaar zijn, in aanmerking voor de terugbetaling van de reële kosten om de sociale huurwoning minstens te doen beantwoorden aan de vereisten en normen, vermeld in artikel 8 van dit besluit.
  [1 als de sociale huurwoning, vermeld in het eerste lid, geregistreerd en gevalideerd is in de Vlaamse huisvestingstool]1.
  De terugbetaling van de reële kosten, vermeld in het eerste lid, bedraagt:
  1° maximaal 3.000 euro per sociale huurwoning die ten minste 3 maanden en maximum 5 maanden verhuurd wordt aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne;
  2° maximaal 10.000 euro per sociale huurwoning die ten minste 6 maanden verhuurd wordt aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne.
  § 2. Als een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij of een woonmaatschappij een woning of een collectieve voorziening conform artikel 5, tweede lid, van het decreet van 18 maart 2022 in huur neemt en werken als vermeld in artikel 5, derde lid, van het voormelde decreet, verricht, komt het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij binnen de perken van de kredieten die daarvoor op de begroting van het Vlaamse Gewest beschikbaar zijn, in aanmerking voor de terugbetaling van de reële kosten van die werken. De terugbetaling van de reële kosten bedraagt maximaal 2500 euro per kamer van de collectieve voorziening en 2500 euro voor het geheel van de gemeenschappelijke ruimten van de collectieve voorziening of 10.000 euro per zelfstandige woning.
  Het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij komt in aanmerking voor de terugbetaling, vermeld in het eerste lid, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° [1 1° de woning of de kamer in de collectieve voorziening, vermeld in het eerste lid, is geregistreerd en gevalideerd in de Vlaamse huisvestingstool]1;
  2° de woning wordt ten minste 6 maanden verhuurd aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne.
  § 3. De terugbetaling, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt aangevraagd bij de VMSW nadat de woning of kamer is verhuurd aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne. Het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij voegt bij de aanvraag al de volgende bewijsstukken:
  1°[1 een bewijs dat de sociale huurwoning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, de woning of de kamer in de collectieve voorziening, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, zijn geregistreerd en gevalideerd in de Vlaamse huisvestingstool;]1;
  2° gedetailleerde facturen of andere bewijsstukken van de werken die zijn uitgevoerd.
  Het bedrag op de factuur, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt in voorkomend geval verhoogd met de niet-aftrekbare btw die via verlegging van heffing conform artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, ten laste is van het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij.
  De VMSW controleert of de voorwaarden, vermeld in dit artikel, zijn vervuld en keert vervolgens het bedrag uit.
  
Art. 2. § 1er. Si une société de logement social, une société de logement ou le VWF, en application de l'article 6.74 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, loue lui-même ou par le biais d'un gestionnaire d'inoccupation tel que visé à l'article 6.74, § 1er, alinéa premier, 3°, de l'arrêté précité, des logements locatifs sociaux inoccupés en attendant des travaux de rénovation, la démolition ou la vente à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine, il/elle est éligible, dans les limites des crédits disponibles à cet effet au budget de la Région flamande, au remboursement des frais réels de la mise en conformité du logement locatif social avec au moins les exigences et les normes visées à l'article 8 du présent arrêté.
  La société de logement social, la société de logement ou le VWF est éligible au remboursement visé à l'alinéa premier si la société de logement social, [1 si le logement locatif social visé à l'alinéa 1 est enregistré et validé dans l'Outil de logement flamand ]1.
  Le remboursement des frais réels, visé à l'alinéa premier, s'élève à :
  1° au maximum 3 000 euros par logement locatif social qui est loué pendant au moins 3 mois et au plus 5 mois à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine ;
  2° au maximum 10 000 euros par logement locatif social qui est loué pendant au moins 6 mois à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine.
  § 2. Si une agence immobilière sociale, une société de logement social ou une société de logement prend un logement ou un équipement collectif en location conformément à l'article 5, alinéa deux, du décret du 18 mars 2022, et effectue des travaux tels que visés à l'article 5, alinéa trois, du décret précité, l'agence immobilière sociale, la société de logement social ou la société de logement est éligible au remboursement des frais réels de ces travaux, dans les limites des crédits disponibles à cet effet au budget de la Région flamande. Le remboursement des frais réels s'élève au maximum à 2500 euros par chambre de l'équipement collectif et à 2500 euros pour l'ensemble des espaces communs de l'équipement collectif ou à 10 000 euros par logement indépendant.
  L'agence immobilière sociale, la société de logement social ou la société de logement est éligible au remboursement visé à l'alinéa premier si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° [1 le logement ou la chambre dans l'équipement collectif visé à l'alinéa 1 est enregistré et validé dans l'Outil de logement flamand ]1 ;
  2° le logement est loué pendant au moins 6 mois à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine.
  § 3. Le remboursement visé aux paragraphes 1er et 2 est demandé auprès de la VMSW après que le logement ou la chambre est loué(e) à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine. L'agence immobilière sociale, la société de logement social ou la société de logement joint toutes les pièces justificatives suivantes à la demande :
  1° [1 1° la preuve que le logement locatif social visé au paragraphe 1, alinéa 1, le logement ou la chambre dans l'équipement collectif visé au paragraphe 2, alinéa 1, sont enregistrés et validés dans l'Outil de logement flamand ]1 ;
  2° des factures détaillées ou d'autres pièces justificatives des travaux effectués.
  Le cas échéant, le montant de la facture, visée à l'alinéa premier, 2°, est majoré de la TVA non déductible qui est due par l'agence immobilière sociale, la société de logement social ou la société de logement par le biais du report de perception conformément à l'article 20 de l'arrêté royal n° 1 du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée.
  La VMSW contrôle si les conditions visées au présent article sont remplies, et verse ensuite le montant.
  
Art. 3. § 1. De VMSW kan aan sociale huisvestingsmaatschappijen en woonmaatschappijen mobiele woonunits ter beschikking stellen voor de tijdelijke opvang van tijdelijk ontheemden uit Oekraïn [2 als de mobiele woonunit geregistreerd en gevalideerd is in de Vlaamse huisvestingstool]2. [3 Op de verhuring van de mobiele woonunit is de specifieke regeling, vermeld in artikel 6, van toepassing. Op de mobiele woonunit zijn de vereisten, vermeld in artikel 3.1, § 1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, van toepassing, met behoud van de toepassing van artikel 8.]3
  [1 De minister, bevoegd voor het woonbeleid, bepaalt de voorwaarden waaronder de ontvangen huurgelden moeten worden terugbetaald aan de VMSW of kunnen worden verrekend in de berekening van de gewestelijke sociale correctie, vermeld in artikel 1.2, eerste lid, 54°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021]1.
  § 2. Voor de installatie van de mobiele woonunit en de aansluiting aan de nutsvoorzieningen kan de VMSW of een sociale huisvestingsmaatschappij, een woonmaatschappij of een lokaal bestuur via de VMSW voor het bedrag van de reële kosten en binnen de kredieten die daarvoor op de begroting van het Vlaamse Gewest beschikbaar zijn, een beroep doen op de subsidie, vermeld in boek 5, deel 2, titel 3, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  
Art. 3. § 1er. La VMSW peut mettre des unités mobiles de logement à la disposition des sociétés de logement social et des sociétés de logement pour l'accueil temporaire de personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine [2 l'unité mobile de logement est enregistrée et validée dans l'Outil de logement flamand]2. [3 Le régime spécifique visé à l'article 6 s'applique à la location de l'unité mobile de logement. Les exigences visées à l'article 3.1, § 1er du Code flamand du Logement de 2021 s'appliquent aux unités mobiles de logement, sans préjudice de l'application de l'article 8.]3
  [1 Le ministre compétent en matière de politique du logement détermine les conditions dans lesquelles les loyers perçus doivent être reversés à la VMSW ou peuvent être inclus dans le calcul de la correction sociale régionale, visée à l'article 1.2, alinéa premier, 54°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021]1.
  § 2. Pour l'installation de l'unité mobile de logement et le raccordement aux équipements d'utilité publique, la VMSW ou une société de logement social, une société de logement ou une administration locale par le biais de la VMSW peut faire appel à la subvention, visée au livre 5, partie 2, titre 3, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à concurrence du montant des frais réels et dans les limites des crédits disponibles à cet effet au budget de la Région flamande.
  
Art. 4. [1 § 1. Als een sociale huisvestingsmaatschappij, een woonmaatschappij of het VWF met toepassing van artikel 6.74 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 sociale huurwoningen die leegstaan in afwachting van renovatie, sloop of verkoop, zelf of via een leegstandsbeheerder als vermeld in artikel 6.74, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit, verhuurt aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, wordt voor de organisatie van de verhuring een eenmalige forfaitaire subsidie toegekend van 250 euro per sociale huurwoning.
  [2 Als een sociale huisvestingsmaatschappij of woonmaatschappij een mobiele woonunit als vermeld in artikel 3, verhuurt aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, wordt voor de organisatie van de verhuring een eenmalige forfaitaire subsidie toegekend van 250 euro per mobiele woonunit.]2
   § 2. Als een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij of een woonmaatschappij een woning of een collectieve voorziening conform artikel 5, tweede lid, van het decreet van 18 maart 2022 in huur neemt, wordt voor de organisatie van de verhuring een eenmalige forfaitaire subsidie toegekend van 250 euro per zelfstandige woning of per kamer van een collectieve voorziening als de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, van dit besluit vervuld zijn.
   § 3. De subsidie, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt aangevraagd bij de VMSW nadat de kamer, de zelfstandige woning [2 , de mobiele woonunit]2 of sociale huurwoning is verhuurd aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne. Bij de subsidieaanvraag wordt een kopie van de huurovereenkomst die is gesloten met de tijdelijk ontheemde uit Oekraïne gevoegd.
   De VMSW controleert of de voorwaarden, vermeld in dit artikel, zijn vervuld en keert vervolgens de subsidie uit. De subsidie wordt aangerekend op begrotingsartikel QF0-1QDG2QK-IS]1
.
  
Art. 4. [1 § 1. Si une société de logement social, une société de logement ou le VWF, en application de l'article 6.74 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, loue elle-même/lui-même ou par le biais d'un gestionnaire d'inoccupation tel que visé à l'article 6.74, § 1er, alinéa premier, 3°, de l'arrêté précité, des logements locatifs sociaux inoccupés à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine en attendant des travaux de rénovation, la démolition ou la vente, une subvention forfaitaire unique de 250 euros par logement locatif social est octroyée pour l'organisation de la location.
  [2 Si une société de logement social ou une société de logement loue une unité mobile de logement telle que mentionnée à l'article 3 à des personnes temporairement déplacées d'Ukraine, une subvention forfaitaire unique de 250 euros par unité mobile de logement est accordée pour l'organisation de la location.]2
   § 2. Si une agence immobilière sociale, une société de logement social ou une société de logement prend en location un logement ou un équipement collectif conformément à l'article 5, alinéa deux, du décret du 18 mars 2022, une subvention forfaitaire unique est accordée pour l'organisation de la location, à concurrence de 250 euros par logement indépendant ou par chambre d'un équipement collectif si les conditions visées à l'article 2, § 2, alinéa deux, du présent arrêté sont remplies.
   § 3. La subvention, visée aux paragraphes 1er et 2, est demandée auprès de la VMSW après que la chambre, le logement indépendant [2 , l'unité mobile de logement]2 ou le logement locatif social est loué(e) à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine. Une copie du contrat de location conclu avec la personne temporairement déplacée d'Ukraine est jointe à la demande de subvention.
   La VMSW contrôle si les conditions visées au présent article sont remplies, et verse ensuite la subvention. La subvention est imputée à l'article budgétaire QF0-1QDG2QK-IS ]1
.
  
Art. 5. Het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatsteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen is van toepassing op de vergoedingen en de subsidies, vermeld in artikel 2 en 4.
Art. 5. La décision 2012/21/UE de la Commission européenne du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, alinéa 2, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général, s'applique aux indemnités et aux subventions visées aux articles 2 et 4.
Art. 6. Artikel 8, eerste lid, 7°, artikel 10, 12, 13, [1 15 tot en met 24, artikel 32 en 35]1 van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 zijn niet van toepassing op de hoofd- en onderhuurovereenkomsten, vermeld in artikel 5, tweede lid, van het decreet van 18 maart 2022.
  Op de huurovereenkomsten, vermeld in het eerste lid, zijn de volgende specifieke bepalingen van toepassing:
  1° het gehuurde goed moet beantwoorden aan de vereisten en de normen, vermeld in artikel 8 van dit besluit;
  2° de huurovereenkomst wordt gesloten voor een duur van minstens drie maanden;
  3° de huurovereenkomst wordt telkens verlengd onder dezelfde voorwaarden als geen van de partijen ten minste twee maanden vóór de vervaldag een opzegging heeft gedaan;
  4° de partijen kunnen de huurovereenkomst op ieder tijdstip beëindigen zonder motivering en zonder opzeggingsvergoeding met inachtneming van een opzeggingstermijn van [1 ten minste]1 zeven dagen. De onderhuurder kan de huurovereenkomst op ieder tijdstip beëindigen zonder motivering en zonder opzeggingsvergoeding en zonder opzeggingstermijn;
  5° [1 de opzeggingstermijn, vermeld in punt 4°, begint op de derde werkdag na de dag waarop de opzegging is gedaan. Als er geen opzeggingstermijn als vermeld in punt 4°, van toepassing is, wordt de huurovereenkomst beëindigd op de derde werkdag na de dag waarop de opzegging is gedaan]1.
  Met behoud van de toepassing van het vierde lid is een huurovereenkomst die wordt gesloten voor een goed dat niet voldoet aan de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, nietig. De nietigheid wordt door de rechter vastgesteld. Met behoud van het recht voor de huurder om een schadevergoeding te eisen, kan de rechter die de nietigheid uitspreekt, een bezettingsvergoeding opleggen die gebaseerd is op de objectieve huurwaarde van het goed, rekening houdend met de gebreken van het goed.
  In de hoofdhuurovereenkomst tussen de eigenaar en het sociaal verhuurkantoor, de sociale huisvestingsmaatschappij of de woonmaatschappij, kunnen de partijen schriftelijk overeenkomen dat de huurder zich ertoe verbindt in het gehuurde goed bepaalde werkzaamheden uit te voeren die door de verhuurder moeten worden verricht. De partijen bepalen de termijn waarin de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Er kan van de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, worden afgeweken als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de voorgenomen werkzaamheden dienen om het gehuurde goed in overeenstemming te brengen met de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1° ;
  2° de voorgenomen werkzaamheden worden precies omschreven in de huurovereenkomst;
  3° er zijn geen huurgelden verschuldigd tijdens de overeengekomen duur van de werkzaamheden, waarbij de duur niet korter mag zijn dan de duur die redelijkerwijze noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren;
  4° zolang de woning niet voldoet aan de vereisten en de normen, vermeld in het tweede lid, 1°, mag het gehuurde goed niet worden onderverhuurd aan tijdelijk ontheemden uit Oekraïne.
  Als de hoofdverhuurder de hoofdhuurovereenkomst beëindigt, betekent de hoofdhuurder uiterlijk de derde dag na de dag waarop hij de opzegging heeft ontvangen, een afschrift daarvan aan de onderhuurder en brengt hij hem ervan op de hoogte dat de onderhuurovereenkomst op dezelfde dag als de hoofdhuurovereenkomst beëindigd wordt.
  Als de hoofdhuurder de hoofdhuurovereenkomst beëindigt voor de overeengekomen termijn is verstreken, geeft hij de onderhuurder een opzeggingstermijn van ten minste zeven dagen en bezorgt hij de bewoner een afschrift van de opzegging die hij aan de hoofdverhuurder richt.
  
Art. 6. L'article 8, alinéa premier, 7°, les articles 10, 12, 13 et [1 15 à 24, article 32 et 35]1 du Décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018 ne s'appliquent pas aux contrats de location principaux et aux contrats de sous-location, visés à l'article 5, alinéa deux, du décret du 18 mars 2022.
  Les dispositions spécifiques suivantes s'appliquent aux contrats de location visés à l'alinéa premier :
  1° le bien loué doit répondre aux exigences et aux normes visées à l'article 8 du présent arrêté ;
  2° le contrat de location est conclu pour une période d'au moins trois mois ;
  3° le contrat de location est chaque fois prolongé aux mêmes conditions si aucune des parties n'a donné un préavis au moins deux mois avant la date d'expiration ;
  4° les parties peuvent résilier le contrat de location à tout moment sans motif et sans indemnité de préavis moyennant un délai de préavis [1 d'au moins sept jours]1. Le sous-locataire peut résilier le contrat de location à tout moment sans motif, sans indemnité de préavis et sans délai de préavis ;
  5° [1 le délai de préavis, visé au point 4°, commence à courir le troisième jour ouvrable suivant le jour où le préavis a été donné. Si aucun délai de préavis tel que visé au point 4° n'est applicable, le contrat de location est résilié le troisième jour ouvrable suivant le jour où le préavis a été donné]1.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa quatre, un contrat de location conclu pour un bien qui ne répond pas aux exigences et aux normes visées à l'alinéa deux, 1°, est nul. La nullité est établie par le juge. Sans préjudice du droit du locataire de réclamer une indemnité, le juge qui prononce la nullité peut imposer une indemnité d'occupation qui est basée sur la valeur locative objective du bien, en tenant compte des défauts du bien.
  Dans le contrat de location principal entre le propriétaire et l'agence immobilière sociale, la société de logement social ou la société de logement, les parties peuvent convenir par écrit que le locataire s'engage à effectuer certains travaux dans le bien loué qui doivent être réalisés par le bailleur. Les parties déterminent le délai dans lequel les travaux doivent être effectués. Il peut être dérogé aux exigences et aux normes visées à l'alinéa deux, 1°, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° les travaux envisagés visent à mettre le bien loué en conformité avec les exigences et les normes visées à l'alinéa deux, 1° ;
  2° les travaux envisagés sont décrits de manière précise dans le contrat de location ;
  3° aucun loyer n'est dû pendant la durée convenue des travaux, qui ne peut pas être inférieure à la durée raisonnablement nécessaire à l'exécution des travaux ;
  4° tant que le logement ne répond pas aux exigences et aux normes visées à l'alinéa deux, 1°, le bien loué ne peut pas être sous-loué à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine.
  Si le bailleur principal résilie le contrat de location principal, le locataire principal doit, au plus tard le troisième jour suivant la réception du préavis, en signifier une copie au sous-locataire et l'informer que le contrat de sous-location prend fin le même jour que le contrat de location principal.
  Si le locataire principal résilie le contrat de location principal avant l'expiration du délai convenu, il doit donner au sous-locataire un délai de préavis d'au moins sept jours et lui remettre une copie du préavis qu'il adresse au bailleur principal.
  
Art. 7. Als een sociale huisvestingsmaatschappij, een woonmaatschappij, [2 een leegstandsbeheerder als vermeld in artikel 6.74, § 1, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021,]2 een sociaal verhuurkantoor [1 of het VWF een slaapfaciliteit in een collectieve voorziening]1 , een kamer, een zelfstandige woning of een mobiele woonunit verhuurt aan tijdelijke ontheemden uit Oekraïne, bedraagt de maandelijkse huurprijs het bedrag dat de Vlaamse Regering vaststelt.
  
Art. 7. Si une société de logement social, une société de logement, [2 un gestionnaire d'inoccupation tel que visé à l'article 6.74, § 1, alinéa 1, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021]2 une agence immobilière sociale [1 ou le VWF ]1 loue [1 une installation de couchage dans un équipement collectif,]1 une chambre, un logement indépendant ou une unité mobile de logement à des personnes temporairement déplacées en provenance d'Ukraine, le loyer mensuel s'élève au montant fixé par le Gouvernement flamand.
  
Art. 8. [1 Er zijn afwijkingen toegestaan op de vereisten en normen, vermeld in bijlage 4 en 5 die bij het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn gevoegd, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° in de woning worden tijdelijk ontheemden uit Oekraïne gehuisvest;
   2° de woning vertoont geen gebreken van categorie III of gebreken van categorie II in verband met brandveiligheid, ontploffing, elektrocutie, CO-vergiftiging, vocht, stabiliteit en toegankelijkheid, vermeld in voormelde bijlage 4 en 5;
   3° de woning is niet opgenomen in de inventaris, vermeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
   4° de woning is niet opgenomen in het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.44, § 1, derde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
   De afwijkingen, vermeld in het eerste lid, zijn ook van toepassing op de zelfstandige woningen, op de gemeenschappelijke delen, vermeld in artikel 1.2, eerste lid, 44° tot en met 48° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en op de kamers die ontstaan door de tijdelijke opsplitsing van een zelfstandige woning met het oog op de huisvesting van tijdelijk ontheemden uit Oekraïne.
   De afwijkingen, vermeld in het eerste lid, wijzigen op geen enkele manier de beoordeling van overbewoning als vermeld in artikel 3.24 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ]1
.
  [2 De afwijkingen, vermeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing bij de beoordeling van de aanvragen van tegemoetkomingen, vermeld in boek 5, deel 5, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.]2
  
Art. 8. [1 Des dérogations aux exigences et aux normes visées aux annexes 4 et 5 jointes à l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 sont autorisées si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   1° le logement accueille temporairement des personnes déplacées d'Ukraine ;
   2° le logement ne présente pas de défauts de catégorie III ou de catégorie II en matière de sécurité incendie, d'explosion, d'électrocution, d'intoxication CO, d'humidité, de stabilité et d'accessibilité, visés aux annexes 4 et 5 précitées ;
   3° le logement n'est pas repris dans l'inventaire, visé à l'article 3.19 du Code flamand du Logement de 2021 ;
   4° le logement n'est pas repris au registre des actions en réparation, visé à l'article 3.44, § 1er, alinéa trois, du Code flamand du Logement de 2021.
   Les dérogations, visées à l'alinéa premier, sont également applicables aux logements indépendants, aux parties communes visées à l'article 1.2, alinéa premier, 44° à 48° de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 et aux chambres créées par la division temporaire d'un logement indépendant en vue d'accueillir des personnes temporairement déplacées d'Ukraine.
   Les dérogations visées à l'alinéa premier ne modifient d'aucune manière l'évaluation de la suroccupation telle que visée à l'article 3.24 du Code flamand du Logement de 2021 ]1
.
  [2 Les dérogations visées à l'alinéa 1er ne s'appliquent pas lors de l'évaluation des demandes d'interventions, visées au livre 5, partie 5, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021]2
  
Art. 9. Op basis van een rapportering door de VMSW over de terugbetalingen die ter uitvoering van artikel 2 zijn toegekend aan de sociale verhuurkantoren, de sociale huisvestingsmaatschappijen of de woonmaatschappijen, over de aankoop van mobiele woonunits als vermeld in artikel 3, § 1, en over de aangewende en uitbetaalde subsidies voor de installatie van de mobiele woonunit en de aansluiting aan de nutsvoorzieningen, vermeld in artikel 3, § 2, en over de forfaitaire subsidie, vermeld in artikel 4, maakt de minister een toelage over aan de VMSW die wordt aangerekend op het begrotingsartikel QF0-1QDQ2QK-IS van de begroting van het Vlaamse Gewest.
Art. 9. Sur la base d'un compte rendu par la VMSW sur les remboursements accordés en exécution de l'article 2 aux agences immobilières sociales, aux sociétés de logement social ou aux sociétés de logement, concernant l'achat d'unités mobiles de logement tel que visé à l'article 3, § 1er, et concernant les subventions utilisées et payées pour l'installation de l'unité mobile de logement et le raccordement aux équipements d'utilité publique, visés à l'article 3, § 2, et concernant la subvention forfaitaire visée à l'article 4, le ministre verse une allocation à la VMSW, qui est imputée à l'article budgétaire QF0-1QDQ2QK-IS du budget de la Région flamande.
Art. 10. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2022 tot regeling van de tijdelijke huisvesting van gezinnen of alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mars 2022 réglant le logement temporaire des ménages ou des personnes isolées qui sont sans abri ou risquent de le devenir à la suite de la guerre en Ukraine, est abrogé.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre flamand compétent pour la politique du logement est chargé de l'exécution du présent arrêté.