Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 NOVEMBER 2021. - Reglement van de Nationale Bank van België van 9 november 2021 met betrekking tot de uitoefening van externe functies door leiders en verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie van gereglementeerde ondernemingen en tot opheffing van het reglement van 6 december 2011 met betrekking tot de uitoefening van externe functies door leiders van gereglementeerde ondernemingen
Titre
9 NOVEMBRE 2021. - Règlement de la Banque nationale de Belgique du 9 novembre 2021 concernant l'exercice de fonctions extérieures par les dirigeants et les responsables d'une fonction de contrôle indépendante d'entreprises réglementées et abrogeant le règlement du 6 décembre 2011 concernant l'exercice de fonctions extérieures par les dirigeants d'entreprises réglementées
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
  1° "wet van 22 februari 1998": de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  2° "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  3° "wet van 25 april 2014": de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
  4° "koninklijk besluit van 26 september 2005": het koninklijk besluit van 26 september 2005 houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen;
  5° "Bank": de Nationale Bank van België;
  6° "interne regels": de interne regels bedoeld in:
  a) artikel 83, § 3 van de wet van 13 maart 2016;
  b) artikel 62, § 3 van de wet van 25 april 2014;
  c) artikel 15, § 2 van het koninklijk besluit van 26 september 2005;
  7° "instelling": een van de volgende ondernemingen:
  a) een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 17 van de wet van 13 maart 2016;
  b) een bijkantoor in de zin van artikel 15, 33° van de wet van 13 maart 2016, van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  c) een kredietinstelling of een beursvennootschap in de zin van artikel 1, § 3, eerste of tweede lid van de wet van 25 april 2014;
  d) een bijkantoor in de zin van artikel 3, 64° van de wet van 25 april 2014, van een kredietinstelling of een beursvennootschap die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  e) een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, als bedoeld in artikel 36/26/1, §§ 4 en 5 van de wet van 22 februari 1998;
  f) een depositobank in de zin van artikel 36/26/1, § 5 van de wet van 22 februari 1998;
  g) een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling en die is opgericht als bijkantoor in België van een buitenlandse instelling, als bedoeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 26 september 2005;
  h) een financiële holding naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 212 van de wet van 25 april 2014;
  i) een verzekeringsholding naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 443 van de wet van 13 maart 2016;
  j) een gemengde financiële holding naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 212 van de wet van 25 april 2014 en artikel 443 van de wet van 13 maart 2016;
  8° "vennootschap": iedere rechtspersoon waarin een effectieve leider of een bestuurder van een instelling een externe functie uitoefent;
  9° "bestuurder": een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de instelling;
  10° "directiecomité": een directiecomité dat is opgericht krachtens:
  a) de artikelen 24, 25 of 503 van de wet van 25 april 2014;
  b) de artikelen 45 of 46 van de wet van 13 maart 2016;
  11° "effectieve leider": een persoon die deelneemt aan de effectieve leiding van de instelling, namelijk:
  a) wanneer er een directiecomité is opgericht, een lid van het directiecomité en iedere andere persoon van een hiërarchisch niveau net daaronder, voor zover die persoon een rechtstreekse en doorslaggevende invloed kan uitoefenen op het beheer van alle of bepaalde activiteiten van de instelling, met inbegrip van de leiders van bijkantoren in het buitenland;
  b) wanneer er geen dergelijk comité is opgericht, de personen die een rechtstreekse en doorslaggevende invloed kunnen uitoefenen op het beheer van alle of bepaalde activiteiten van de instelling;
  12° "verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie": iedere persoon die verantwoordelijk is voor een onafhankelijke functie als bedoeld in:
  a) artikel 35, § 1 van de wet van 25 april 2014, zoals in voorkomend geval van toepassing verklaard op de beursvennootschappen bij artikel 509 van dezelfde wet;
  b) artikel 54, § 1 van de wet van 13 maart 2016;
  c) artikel 10, § 3, tweede, derde en vierde lid van het koninklijk besluit van 26 september 2005;
  13° "externe functie": iedere functie die buiten de instelling wordt uitgeoefend als bedoeld in:
  a) artikel 62, § 2 van de wet van 25 april 2014, zoals in voorkomend geval van toepassing verklaard op de beursvennootschappen bij artikel 525 van dezelfde wet;
  b) artikel 83, § 2 van de wet van 13 maart 2016;
  c) artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 26 september 2005;
  14° "nauwe banden": een situatie als bedoeld in:
  a) artikel 3, 27° van de wet van 25 april 2014;
  b) artikel 15, 41° van de wet van 13 maart 2016.
Article 1er. Pour l'application du présent règlement, on entend par :
  1° " loi du 22 février 1998 ", la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique ;
  2° " loi du 13 mars 2016 ", la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ;
  3° " loi du 25 avril 2014 ", la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ;
  4° " arrêté royal du 26 septembre 2005 ", l'arrêté royal du 26 septembre 2005 relatif au statut des organismes de liquidation et des organismes de assimilés à des organismes de liquidation ;
  5° " Banque ", la Banque nationale de Belgique ;
  6° " règles internes ", les règles internes visées :
  a) à l'article 83, § 3 de la loi du 13 mars 2016 ;
  b) à l'article 62, § 3 de la loi du 25 avril 2014 ;
  c) à l'article 15, § 2 de l'arrêté royal du 26 septembre 2005 ;
  7° " établissement ", une entreprise qui est :
  a) une entreprise d'assurance ou de réassurance visée à l'article 17 de la loi du 13 mars 2016 ;
  b) une succursale au sens de l'article 15, 33° de la loi du 13 mars 2016, d'une entreprise d'assurance ou de réassurance relevant du droit d'un Etat qui n'est pas membre de l'Espace économique européen ;
  c) un établissement de crédit ou une société de bourse au sens de l'article 1er, § 3, alinéa 1er ou alinéa 2 de la loi du 25 avril 2014 ;
  d) une succursale au sens de l'article 3, 64° de la loi du 25 avril 2014, d'un établissement de crédit ou d'une société de bourse relevant du droit d'un Etat qui n'est pas membre de l'Espace économique européen ;
  e) un organisme de support d'un dépositaire central de titres visé à l'article 36/26/1, §§ 4 et 5 de la loi du 22 février 1998;
  f) une banque dépositaire au sens de l'article 36/26/1, § 5 de la loi du 22 février 1998 ;
  g) un organisme de support d'un dépositaire central de titres qui opère en Belgique sous la forme d'une succursale d'un organisme étranger tel que visé à l'article 36 de l'arrêté royal du 26 septembre 2005 ;
  h) une compagnie financière de droit belge visée à l'article 212 de la loi du 25 avril 2014 ;
  i) une société holding d'assurance de droit belge visée à l'article 443 de la loi du 13 mars 2016 ;
  j) une compagnie financière mixte de droit belge visée à l'article 212 de la loi du 25 avril 2014 et à l'article 443 de la loi du 13 mars 2016 ;
  8° " société ", toute personne morale au sein de laquelle un dirigeant effectif ou un administrateur d'un établissement exerce une fonction extérieure ;
  9° " administrateur ", un membre de l'organe légal d'administration de l'établissement ;
  10° " comité de direction ", un comité de direction institué en vertu :
  a) des articles 24, 25 ou 503 de la loi du 25 avril 2014 ;
  b) des articles 45 ou 46 de la loi du 13 mars 2016 ;
  11° " dirigeant effectif ", une personne participant à la direction effective de l'établissement, c'est-à-dire :
  a) lorsqu'un comité de direction est institué, un membre du comité de direction et toute autre personne dont la fonction est située à un niveau hiérarchique immédiatement inférieur, pour autant que cette personne puisse exercer une influence directe et déterminante sur la direction de tout ou partie des activités de l'établissement, en ce compris les dirigeants de succursales à l'étranger ;
  b) lorsqu'un tel comité n'est pas institué, les personnes qui peuvent exercer une influence directe et déterminante sur la direction de tout ou partie des activités de l'établissement ;
  12° " responsable d'une fonction de contrôle indépendante ", toute personne responsable d'une fonction indépendante visée à :
  a) l'article 35, § 1er de la loi du 25 avril 2014, le cas échéant rendu applicable aux sociétés de bourse par l'article 509 de la même loi ;
  b) l'article 54, § 1er de la loi du 13 mars 2016 ;
  c) l'article 10, § 3, alinéas 2, 3 et 4 de l'arrêté royal du 26 septembre 2005 ;
  13° " fonction extérieure ", toute fonction exercée en dehors de l'établissement et visée à :
  a) l'article 62, § 2 de la loi du 25 avril 2014, le cas échéant rendu applicable aux sociétés de bourse par l'article 525 de la même loi ;
  b) l'article 83, § 2 de la loi du 13 mars 2016 ;
  c) l'article 15, § 1er de l'arrêté royal du 26 septembre 2005 ;
  14° " liens étroits ", une situation visée
  a) à l'article 3, 27° de la loi du 25 avril 2014 ;
  b) à l'article 15, 41° de la loi du 13 mars 2016.
Art. 2. De interne regels worden vastgesteld door het wettelijk bestuursorgaan van de instelling en worden meegedeeld aan de Bank.
  Het wettelijk bestuursorgaan gaat periodiek na of de regels die het heeft vastgelegd nog aansluiten bij de situatie van de instelling.
Art. 2. Les règles internes sont adoptées par l'organe légal d'administration de l'établissement et sont communiquées à la Banque.
  De manière périodique, l'organe légal d'administration s'assure que les règles qu'il a arrêtées sont toujours appropriées à la situation de l'établissement.
Art. 3. De interne regels bepalen dat voor de uitoefening van een externe functie door een effectieve leider of een verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie toestemming vereist is van het directiecomité en, wanneer er geen dergelijk comité is opgericht of wanneer het een externe functie betreft die in een beursgenoteerde vennootschap of door een niet-uitvoerend bestuurder wordt uitgeoefend, toestemming van het wettelijk bestuursorgaan. In dit laatste geval beslist het wettelijk bestuursorgaan op voorstel van de effectieve leiding of, in voorkomend geval, het directiecomité. In voorkomend geval bepalen de interne regels de voorwaarden en de beperkingen waaraan die toestemming onderworpen is.
  De toestemming kan enkel worden verleend op basis van een dossier dat de nodige gegevens bevat aan de hand waarvan de Bank kan beoordelen welke impact de uitoefening van de externe functie heeft op de situatie van de betrokkene met betrekking tot de interne regels inzake belangenconflicten en op zijn beschikbaarheid om zijn functie binnen de instelling uit te oefenen, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de beperkingen bedoeld in:
  1° artikel 62, §§ 5 tot en met 7 van de wet van 25 april 2014;
  2° artikel 83, §§ 5 en 6 van de wet van 13 maart 2016;
  3° artikel 15, § 3, tweede en derde lid van het koninklijk besluit van 26 september 2005.
  De bovenbedoelde gegevens omvatten het volgende:
  1° belangenconflicten waartoe de uitoefening van de externe functies aanleiding zou kunnen geven met betrekking tot de functie van de betrokkene binnen de instelling;
  2° het aantal dagen per maand dat de betrokkene zal besteden aan elk van zijn functies, ongeacht of het gaat om de externe functies als bedoeld in artikel 2, 13° of om een andere functie die met name wordt uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst; en
  3° de wijze waarop de instelling kan nagaan of die tijd effectief aan de functie binnen de instelling is besteed.
  De bovenbedoelde gegevens hebben in voorkomend geval zowel betrekking op de functies die binnen de groep van de instelling worden uitgeoefend als op die welke daarbuiten worden uitgeoefend.
  Het orgaan dat de toestemming voor de uitoefening van een externe functie heeft verleend, wordt van tevoren in kennis gesteld van alle significante wijzigingen in de gegevens die in het dossier bedoeld in het tweede lid zijn opgenomen.
  Indien een dergelijke wijziging betrekking heeft op de uitoefening van een bepaalde externe functie waarvoor de betrokkene op grond van de interne regels geen toestemming kan verkrijgen, ziet de instelling erop toe dat die persoon de nodige maatregelen neemt om aan die regels te voldoen.
  Dit artikel is echter niet van toepassing op de externe functies bedoeld in:
  1° artikel 62, § 4 van de wet van 25 april 2014;
  2° artikel 83, § 4 van de wet van 13 maart 2016;
  3° artikel 15, § 3, eerste lid van het koninklijk besluit van 26 september 2005.
Art. 3. Les règles internes subordonnent l'exercice d'une fonction extérieure par un dirigeant effectif ou un responsable d'une fonction de contrôle indépendante à une autorisation du comité de direction et, lorsqu'il n'est pas institué de tel comité ou lorsqu'il s'agit d'une fonction extérieure exercée auprès d'une société cotée ou qui concerne un administrateur non-exécutif, à une autorisation de l'organe légal d'administration. Dans ce dernier cas, l'organe légal d'administration statue sur proposition de la direction effective ou, le cas échéant, du comité de direction. Les règles internes énumèrent, le cas échéant, les conditions et les limites auxquelles cette autorisation est subordonnée.
  L'autorisation ne peut être donnée que sur la base d'un dossier contenant les éléments d'information permettant à la Banque d'apprécier l'impact de l'exercice de la fonction extérieure sur la situation de la personne concernée au regard des règles internes applicables en matière de conflits d'intérêts et sur sa disponibilité pour l'exercice de sa fonction au sein de l'établissement et tenant compte, le cas échéant, des limites énoncées à :
  1° l'article 62, §§ 5 à 7 de la loi du 25 avril 2014 ;
  2° l'article 83, §§ 5 et 6 de la loi du 13 mars 2016 ;
  3° l'article 15, § 3, alinéas 2 et 3 de l'arrêté royal du 26 septembre 2005.
  Les éléments d'information précités précisent :
  1° les situations de conflits d'intérêts que l'exercice des fonctions extérieures pourrait engendrer au regard de la fonction de la personne concernée au sein de l'établissement ;
  2° le nombre de jours par mois que la personne concernée consacrera à chacune de ses fonctions, qu'il s'agisse des fonctions extérieures visées à l'article 2, 13° ou de toute autre fonction exercée notamment dans le cadre d'un contrat de travail ; et
  3° la manière dont l'établissement pourra s'assurer de l'effectivité du temps qui lui est consacré.
  Les éléments d'information précités portent le cas échéant aussi bien sur les fonctions exercées au sein du groupe de l'établissement que sur celles exercées en-dehors dudit groupe.
  L'organe qui a accordé l'autorisation d'exercer une fonction extérieure est informé préalablement de toutes modifications significatives relatives aux éléments d'information du dossier visé à l'alinéa 2.
  Dans les cas où la modification précitée porte sur l'exercice d'une fonction extérieure déterminée qui ne peut être autorisée à la personne concernée en application des règles internes, l'établissement s'assure que cette personne prend les dispositions nécessaires afin de respecter lesdites règles.
  Le présent article ne s'applique toutefois pas aux fonctions extérieures visées à :
  1° l'article 62, § 4 de la loi du 25 avril 2014 ;
  2° l'article 83, § 4 de la loi du 13 mars 2016 ;
  3° l'article 15, § 3, alinéa 1er de l'arrêté royal du 26 septembre 2005.
Art. 4. Ter voorkoming van belangenconflicten en risico's die verband houden met de uitoefening van een externe functie door een bestuurder, een effectieve leider of een verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie in een vennootschap als bedoeld in artikel 62, § 2 van de wet van 25 april 2014, artikel 83, § 2 van de wet van 13 maart 2016 of artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 26 september 2005 waarmee de instelling geen nauwe banden heeft, schrijven de interne regels minstens voor dat:
  1° de instelling aan die vennootschap enkel een dienst mag verlenen tegen de normale marktvoorwaarden; en
  2° de betrokken effectieve leider, bestuurder of, in voorkomend geval, verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie, zich dient te onthouden van inmenging, binnen de instelling en de vennootschap, in beraadslagingen, stemmingen en adviezen die verband houden met een relatie tussen de instelling en die vennootschap, of van het op enigerlei wijze beïnvloeden, in welk stadium en op welk niveau van de besluitvorming ook, van een discussie over een bestaande of toekomstige relatie tussen de instelling en die vennootschap, met name door het deelnemen aan vergaderingen of het verstrekken van adviezen in verband daarmee.
Art. 4. En vue de prévenir les conflits d'intérêts et les risques liés à l'exercice d'une fonction extérieure par un administrateur, un dirigeant effectif ou un responsable d'une fonction de contrôle indépendante auprès d'une société visée à l'article 62, § 2 de la loi du 25 avril 2014, à l'article 83, § 2 de la loi du 13 mars 2016 ou à l'article 15, § 1er de l'arrêté royal du 26 septembre 2005 avec laquelle l'établissement n'a pas de liens étroits, les règles internes imposent au moins :
  1° que l'établissement ne puisse fournir un service à cette société qu'aux conditions normales du marché ; et
  2° que le dirigeant effectif, l'administrateur ou, le cas échéant, le responsable d'une fonction de contrôle indépendante concerné s'abstienne d'intervenir, au sein de l'établissement et de la société, dans les délibérations, votes et communications d'avis qui sont en rapport avec une relation entre l'établissement et cette société, ou d'influencer de quelque manière que ce soit et quel qu'en soit le stade et le niveau de décision, toute discussion relative à une relation existante ou future entre l'établissement et cette société, notamment par sa participation à des réunions ou la communication d'avis y relatifs.
Art. 5. Wanneer een bestuurder, een effectieve leider of een verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie een externe functie uitoefent in een in België of in het buitenland genoteerde vennootschap, worden in de interne regels de verplichtingen en de verbodsbepalingen opgenomen die voortvloeien uit de wettelijke regeling inzake marktmisbruik.
  Bovendien
  1° vullen de interne regels de internecontroleprocedures van de instelling aan door voor te schrijven dat de verrichtingen in financiële instrumenten van een in het eerste lid bedoelde vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgevoerd door een bestuurder, een effectieve leider, een verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie, een met hen verbonden persoon in de zin van artikel 3, 27° /1 van de wet van 25 april 2014, of een door hen gecontroleerde vennootschap:
  a) door de instelling moeten worden uitgevoerd, indien zij hiervoor een vergunning heeft; of
  a) indien zij hiervoor geen vergunning heeft, haar vooraf ter kennis moeten worden gebracht.
  Deze verplichting geldt niet ingeval de bestuurder, de effectieve leider of de verantwoordelijke voor de onafhankelijke controlefunctie aantoont dat zijn vermogen, dat van de met hem verbonden personen of dat van een door hen gecontroleerde vennootschap door een andere instelling wordt beheerd in het kader van een overeenkomst van vermogensbeheer die inhoudt dat de betrokkenen geen individuele instructies mogen geven;
  2° voorzien de interne regels in systemen of procedures waarmee:
  a) duidelijk kan worden aangegeven tijdens welke periodes verrichtingen als bedoeld in 1° hierboven en verrichtingen in dezelfde financiële instrumenten die worden uitgevoerd in het kader van de beleggingsportefeuille van de instelling, al dan niet mogen worden verwezenlijkt;
  b) een daarvoor aangewezen persoon kan beoordelen of de verrichtingen die door de in 1° bedoelde personen en door de instelling in het kader van haar beleggingsportefeuille worden uitgevoerd, in overeenstemming zijn met de geldende wetgeving inzake marktmisbruik en, in voorkomend geval, met de aanvullende instructies van de instelling.
Art. 5. Lorsqu'un administrateur, un dirigeant effectif ou un responsable d'une fonction de contrôle indépendante exerce une fonction extérieure dans une société cotée en Belgique ou à l'étranger, les règles internes rappellent les obligations et les interdictions découlant du régime légal concernant les abus de marché.
  En outre, les règles internes :
  1° complètent les procédures de contrôle interne de l'établissement en imposant que les transactions relatives aux instruments financiers d'une société visée à l'alinéa 1er effectuées directement ou indirectement par un administrateur, un dirigeant effectif, un responsable d'une fonction de contrôle indépendante, une personne leur étant apparentée au sens de l'article 3, 27° /1 de la loi du 25 avril 2014, ou toute société contrôlée par eux :
  a) soient effectuées par l'établissement, lorsqu'il dispose de l'agrément requis à cet effet ; ou
  a) s'il ne dispose pas de cet agrément, qu'elles soient préalablement portées à sa connaissance.
  L'obligation précitée ne s'applique pas dans le cas où l'administrateur, le dirigeant effectif ou le responsable de la fonction de contrôle indépendante démontre que son patrimoine, celui des personnes qui lui sont apparentées ou celui de toute société contrôlée par eux est géré par un autre établissement dans le cadre d'une convention de gestion de fortune stipulant que les intéressés ne peuvent donner d'instructions individuelles.
  2° mettent en place des systèmes ou procédures permettant :
  a) d'identifier clairement les périodes lors desquelles les transactions visées au 1°, ainsi que celles relatives aux mêmes instruments financiers réalisées dans le cadre du portefeuille d'investissement de l'établissement, peuvent ou non être effectuées ;
  b) de faire apprécier par une personne désignée à cet effet la conformité des opérations réalisées par les personnes visées au 1° ainsi que par l'établissement dans le cadre de son portefeuille d'investissement, avec la législation applicable concernant les abus de marché et, le cas échéant, les instructions complémentaires de l'établissement.
Art. 6. De interne regels regelen de openbaarmaking van de door de bestuurders en effectieve leiders van de instelling uitgeoefende externe functies.
  Ze schrijven minstens voor dat de externe functies openbaar worden gemaakt:
  1° op een van de volgende wijzen:
  a) in het jaarverslag bedoeld in artikel 3:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  b) op de website van de instelling, waarbij in het voornoemde jaarverslag wordt vermeld op welke wijze de externe functies openbaar worden gemaakt. In dat geval wordt de informatie regelmatig en uiterlijk binnen twee maanden na de betrokken wijziging geactualiseerd;
  2° met opgave van de volgende gegevens:
  a) de namen en functies van de bestuurders en effectieve leiders van de instelling die een externe functie uitoefenen;
  b) de naam van de vennootschap, de plaats van haar zetel, het domein waarin ze bedrijvig is en, in voorkomend geval, de gereglementeerde markt waarop de door haar uitgegeven financiële instrumenten zijn genoteerd of worden verhandeld;
  c) de functie die de in punt 2°, a) bedoelde persoon uitoefent in de vennootschap;
  d) het bestaan en de omvang van een kapitaalband van 5 % of meer die de instelling bezit in de vennootschap.
Art. 6. Les règles internes déterminent la publicité à donner aux fonctions extérieures exercées par les administrateurs et les dirigeants effectifs de l'établissement.
  Elles imposent au moins que les fonctions extérieures fassent l'objet d'une publicité :
  1° selon un des modes suivants :
  a) le rapport annuel de gestion visé à l'article 3:5 du Code des sociétés et des associations ;
  b) le site Internet de l'établissement avec indication dans le rapport annuel de gestion précité, de la manière dont la publicité relative aux fonctions extérieures est assurée. Dans ce cas, les informations font l'objet d'une actualisation régulière et au plus tard dans les deux mois de la modification concernée ;
  2° portant sur les éléments suivants :
  a) les noms et fonctions des administrateurs et dirigeants effectifs de l'établissement exerçant une fonction extérieure ;
  b) la dénomination de la société, la localisation de son siège, le domaine de ses activités et, le cas échéant, le marché réglementé sur lequel des instruments financiers qu'elle a émis font l'objet d'une cotation ou d'une négociation ;
  c) la fonction exercée par la personne visée au point 2°, a) au sein de la société ;
  d) l'existence et l'importance d'un lien en capital de 5 % ou plus détenu par l'établissement dans la société.
Art. 7. Het wettelijk bestuursorgaan zorgt ervoor dat een procedure wordt ingesteld voor de controle op de naleving van de interne regels van de instelling.
  Deze controleprocedure houdt in dat jaarlijks op een vaste datum geverifieerd wordt of de informatie die aan de Bank wordt gerapporteerd overeenkomstig artikel 62, § 8 van de wet van 25 april 2014, zoals in voorkomend geval van toepassing verklaard op de beursvennootschappen bij artikel 525 van dezelfde wet, artikel 83, § 7 van de wet van 13 maart 2016 en artikel 15, § 4 van het koninklijk besluit van 26 september 2005, volledig en actueel is.
  De interne regels voorzien in een passende sanctieregeling voor niet-naleving van de erin vervatte bepalingen.
Art. 7. L'organe légal d'administration veille à la mise en place d'une procédure de contrôle concernant le respect des règles internes de l'établissement.
  Cette procédure de contrôle prévoit une vérification annuelle à une date fixe du caractère complet et à jour des informations rapportées à la Banque en application de l'article 62, § 8 de la loi du 25 avril 2014, le cas échéant rendu applicable aux sociétés de bourse par l'article 525 de la même loi, de l'article 83, § 7 de la loi du 13 mars 2016 et de l'article 15, § 4 de l'arrêté royal du 26 septembre 2005.
  Les règles internes prévoient un régime de sanctions adéquat applicable aux manquements aux dispositions qu'elles énoncent.
Art. 8. Het reglement van de Nationale Bank van België van 6 december 2011 met betrekking tot de uitoefening van externe functies door leiders van gereglementeerde ondernemingen wordt opgeheven.
Art. 8. Le règlement de la Banque Nationale de Belgique du 6 décembre 2011 concernant l'exercice de fonctions extérieures par les dirigeants d'entreprises réglementées est abrogé.
Art. 9. Dit reglement treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit tot goedkeuring ervan.
Art. 9. Le présent règlement entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal qui l'approuve.