Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 JANUARI 2022. - Besluit van het Verenigd College tot wijziging van het besluit van 10 maart 2016 houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan
Titre
13 JANVIER 2022. - Arrêté du Collège réuni modifiant l'arrêté du Collège réuni du 10 mars 2016 portant exécution de l'ordonnance du 21 juin 2012 relatif à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention
Informations sur le document
Numac: 2022030082
Datum: 2022-01-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022030082
Date: 2022-01-13
Moniteur: Voir
Tekst (50)
Texte (50)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van het Verenigd College van 10 maart 2016 houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 6° in de Franse versie wordt het woord "désigné" vervangen door het woord "désignée";
  2° een punt 7°, 8°, 9°, 10° en 11° worden ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "7° "De Internationale Standaard voor de TTN": de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak;
  8° "De ISRM": de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;
  9° "De ISTI": de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken;
  10° "De directeur van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie": de directeur van de directie Gezondheid en Bijstand aan Personen van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  11° "De DADC": de Disciplinaire antidopingcommissie die is ingesteld in uitvoering van artikel 30/1 van de ordonnantie.".
Article 1er. Dans l'article 1er, de l'arrêté du Collège réuni du 10 mars 2016 portant exécution de l'ordonnance du 21 juin 2012 relatif à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 6°, le mot "désigné" est remplacé par le "désignée";
  2° un 7°, 8°, 9°, 10° et 11° sont insérés, rédigés comme suit :
  "7° "Le Standard international pour les AUT" : le Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques;
  8° "Le SIGR" : le Standard international pour la gestion des résultats;
  9° "Le SICE" : le Standard international pour les contrôles et les enquêtes;
  10° "Le Directeur de l'ONAD de la Commission communautaire commune" : le Directeur de la Direction Santé et Aide aux Personnes des Services du Collège réuni de la Commission communautaire commune.
  11° "La CODA" : la Commission disciplinaire antidopage instituée en exécution de l'article 30/1 de l'ordonnance.".
Art. 2. Artikel 3 wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 3 est abrogé.
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "dient elke sporter die, wegens therapeutische noodzaak, verboden methodes of stoffen wenst te gebruiken, een aanvraag in tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak bij de CTTN" worden vervangen door de woorden "moet elke sporter die een verboden stof of methode moet gebruiken wegens therapeutische noodzaak, een TTN aanvragen en verkrijgen voor hij die methode of stof gebruikt of in het bezit heeft";
  2° het lid wordt paragraaf 1;
  3° een paragraaf 2 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig het artikel 4.1 van de Internationale Standaard voor de TTN mag de aanvraag in de volgende situaties met terugwerkende kracht worden ingediend:
  1° wanneer de verboden stof of methode werd toegediend in een medische noodsituatie of voor de behandeling van een acute medische aandoening;
  2° wanneer, in uitzonderlijke omstandigheden, naar behoren gemotiveerd door de sporter en aanvaard door de CTTN, er onvoldoende tijd of gelegenheid was voor de sporter om een aanvraag in te dienen of voor de CTTN om een aanvraag te onderzoeken vóór de dopingcontrole;
  3° wanneer, wegens nationale prioriteiten in bepaalde sporten, de nationale antidopingorganisatie van de sporter niet toeliet of eiste dat de sporter een prospectieve TTN aanvroeg;
  4° wanneer een antidopingorganisatie kiest om een monster te nemen bij een breedtesporter of een recreatieve sporter en die sporter een verboden stof of methode gebruikt wegens therapeutische noodzaak;
  5° wanneer de sporter buiten wedstrijdverband, wegens therapeutische noodzaak, een verboden stof heeft gebruikt die enkel binnen wedstrijdverband verboden is.";
  4° een paragraaf 3 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig het artikel 4.2 van de Internationale Standaard voor de TTN wordt een TTN toegekend indien kan worden aangetoond dat, naar alle waarschijnlijkheid, aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de verboden stof of methode in kwestie is noodzakelijk voor de behandeling van een gediagnosticeerde medische aandoening die wordt gestaafd met relevante klinische bewijzen;
  2° het therapeutische gebruik van de verboden stof of methode leidt naar alle waarschijnlijkheid niet tot een verbetering van de prestatie die verder gaat dan deze die verwacht zou worden na de terugkeer van de sporter naar een toestand van normale gezondheid na behandeling van zijn medische aandoening;
  3° de verboden stof of methode is een behandeling die aangewezen is voor de behandeling van de medische aandoening en er is geen toegestaan en redelijk therapeutisch alternatief;
  4° de noodzaak om de verboden stof of methode te gebruiken is niet geheel of gedeeltelijk het gevolg van het voorafgaande gebruik (zonder TTN) van een stof of methode die op het ogenblik van het gebruik ervan verboden was.";
  5° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 4.3 van de Internationale Standaard voor de TTN, in uitzonderlijke omstandigheden en niettegenstaande elke andere bepaling van voornoemde standaard, mag een sporter een TTN met terugwerkende kracht aanvragen en verkrijgen als het, gezien de doelstelling van de Code, duidelijk onrechtvaardig zou zijn om hem deze TTN niet toe te kennen. Als de sporter van nationaal niveau is, mag een antidopingorganisatie een TTN met terugwerkende kracht enkel toekennen met het voorafgaande akkoord van het WADA.";
  6° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 4.4 van de Code moeten sporters van internationaal niveau hun aanvraag indienen bij hun internationale federatie. Sporters die niet van internationaal niveau zijn, moeten hun aanvraag indienen bij de bevoegde nationale antidopingorganisatie.".
Art. 3. Dans l'article 3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "souhaite user des substances ou méthodes interdites à des fins thérapeutiques, introduit une demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques auprès de la CAUT" sont remplacés par les mots "a besoin de faire usage d'une substance ou méthode interdite à des fins thérapeutiques doit demander et obtenir une AUT avant l'usage ou la possession de ladite substance ou méthode";
  2° l'alinéa devient le paragraphe 1er;
  3° un paragraphe 2 est inséré, rédigé comme suit :
  "Conformément à l'article 4.1 du Standard international pour les AUT, la demande peut être introduite de manière rétroactive dans les situations suivantes :
  1° lorsque la substance ou méthode interdite a été administrée dans un cas d'urgence médicale ou de traitement d'un état pathologique aigu;
  2° lorsqu'en cas de circonstances exceptionnelles, dûment justifiées par le sportif et acceptées par la CAUT, il n'y a pas eu suffisamment de temps ou de possibilités pour le sportif de soumettre, ou pour la CAUT d'étudier, une demande avant le contrôle du dopage;
  3° lorsqu'en raison des priorités nationales établies dans certains sports, l'organisation nationale antidopage du sportif ne permettait pas à celui-ci de demander une AUT prospective ou ne l'exigeait pas;
  4° lorsqu'une organisation antidopage choisit de prélever un échantillon auprès d'un sportif amateur ou récréatif et que ce sportif fait usage d'une substance ou méthode interdite à des fins thérapeutiques;
  5° lorsque le sportif a fait usage, hors compétition, à des fins thérapeutiques, d'une substance interdite qui n'est interdite qu'en compétition.";
  4° un paragraphe 3 est inséré, rédigé comme suit :
  "Conformément à l'article 4.2 du Standard international pour les AUT, une AUT est accordée s'il peut être démontré, par prépondérance des probabilités, que chacune des conditions suivantes est respectée :
  1° la substance ou la méthode interdite concernée est nécessaire au traitement d'un état pathologique diagnostiqué étayé par des preuves cliniques pertinentes;
  2° l'usage thérapeutique de la substance ou de la méthode interdite ne produira pas, par prépondérance des probabilités, d'amélioration de la performance au-delà de celle attribuable au retour à l'état de santé normal du sportif après le traitement de son état pathologique;
  3° la substance ou la méthode interdite est un traitement indiqué pour le traitement de l'état pathologique et il n'existe pas d'alternative thérapeutique autorisée et raisonnable;
  4° la nécessité d'utiliser la substance ou méthode interdite n'est pas une conséquence partielle ou totale de l'usage antérieur (sans AUT) d'une substance ou méthode qui était interdite au moment de son usage.";
  5° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  "Conformément à l'article 4.3 du Standard international pour les AUT, dans des circonstances exceptionnelles et nonobstant toute autre disposition dudit standard, un sportif peut demander et obtenir une AUT rétroactive si, au vu de l'objectif du Code, il serait manifestement injuste de ne pas le lui accorder. Lorsque le sportif est de niveau national, une organisation antidopage ne peut accorder une AUT rétroactive qu'avec l'accord préalable de l'AMA.";
  6° un paragraphe 5 est inséré, rédigé comme suit :
  "Conformément à l'article 4.4 du Code, les sportifs de niveau international adressent leur demande à leur fédération internationale. Les sportifs qui ne sont pas de niveau international adressent leur demande à l'organisation nationale antidopage compétente.".
Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt een punt 1bis ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "ervaring hebben met de zorgverlening aan en behandeling van sporters en een goede kennis hebben van klinische geneeskunde en sportgeneeskunde;";
  2° in paragraaf 2 wordt een punt 4 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "de vereiste van artikel 20.5.11 van de Code naleven, namelijk niet het voorwerp zijn geweest van een voorlopige schorsing of geschorst zijn op grond van de Code of, als het lid niet onderworpen is aan de Code, in de afgelopen zes jaar niet rechtstreeks en doelbewust gedrag hebben vertoond dat de antidopingregels zou hebben geschonden als de regels overeenkomstig de Code van toepassing zouden zijn geweest op het voornoemde lid.";
  3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
  4° in paragraaf 2, derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "in het eerste en tweede lid" vervangen door de woorden "in het eerste lid";
  5° in paragraaf 3 worden de woorden "maken een einde" vervangen door de woorden "kunnen een einde maken";
  6° in paragraaf 3 worden de woorden "zich schuldig maakt aan fouten of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie" vervangen door de woorden "(een) onverschoonbare fout(en) of lichte maar veelvuldige fouten begaat of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie.".
Art. 4. Dans l'article 4 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, un 1bis° est inséré, rédigé comme suit :
  "avoir une expérience en matière de soins et de traitement de sportifs, ainsi qu'une bonne connaissance de la médecine clinique et sportive;";
  2° au paragraphe 2, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "respecter le prescrit de l'article 20.5.11 du Code, à savoir, ne pas avoir fait l'objet d'une suspension provisoire ou purger une suspension en vertu du Code ou, si le membre n'est pas soumis au Code, ne pas avoir adopté, directement et intentionnellement, au cours des six dernières années, un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables audit membre.";
  3° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est abrogé;
  4° au paragraphe 2, l'alinéa 3, devenu alinéa 2, les mots "aux alinéas 1 et 2" sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1";
  5° au paragraphe 3, le mot "mettent" est remplacé par les mots "peuvent mettre";
  6° au paragraphe 3, les mots "se rend coupable de fautes ou en raison d'infraction à la dignité de la fonction" sont remplacés par les mots " commet une ou des faute(s) inexcusable(s) ou des fautes légères mais habituelles ou porte atteinte à la dignité de la fonction.".
Art. 5. In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1° worden de woorden "Louizalaan 183 te 1050 Brussel" vervangen door de woorden "Belliardstraat 71/1 te 1040 Brussel";
  2° in het tweede lid wordt 2° aangevuld met de woorden "overeenkomstig het model dat beschikbaar is op de website van het WADA;";
  3° in het tweede lid wordt 6° vervangen door wat volgt:
  "Wanneer de TTN-aanvraag door een gehandicapte sporter wordt ingediend, telt de betrokken kamer van de CTTN, onder haar drie zetelende leden, ten minste één lid dat een algemene ervaring inzake zorgverlening aan gehandicapte sporters kan laten gelden. Dit lid wordt door de voorzitter of de ondervoorzitter aangesteld onder alle werkende en plaatsvervangende leden van de CTTN. Wanneer het aangestelde lid een plaatsvervangend lid is, vervangt het een van de werkende leden voor de behandeling van deze specifieke aanvraag. Het werkende lid dat niet zetelt, wordt ook aangesteld door de voorzitter of de ondervoorzitter;";
  4° in het tweede lid, 7° wordt het woord "zetelende" ingevoegd tussen het woord "haar" en het woord "leden";
  5° in het tweede lid, 9° worden de woorden "uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA" vervangen door de woorden "uit de Internationale Standaard voor de TTN".
Art. 5. Dans l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, 1°, les mots " avenue Louise 183, à 1050 Bruxelles " sont remplacés par les mots " rue Belliard 71/1, à 1040 Bruxelles ";
  2° l'alinéa 2, 2° est complété par les mots "conforme au modèle disponible sur le site internet de l'AMA;";
  3° à l'alinéa 2, le 6° est remplacé par ce qui suit :
  "Lorsque la demande AUT est introduite par un sportif handicapé, la chambre concernée de la CAUT comprend, parmi ses trois membres siégeant, au moins un membre pouvant faire valoir une expérience générale en matière de soins aux sportifs handicapés. Ce membre est désigné par le Président ou Vice-président parmi l'ensemble des membres effectifs ou suppléants de la CAUT. Lorsque le membre désigné est un membre suppléant, il remplace un des membres effectifs pour le traitement de cette demande particulière. Le membre effectif qui ne siège pas est également désigné par le Président ou Vice-président;";
  4° à l'alinéa 2, le 7° est complété par le mot "siégeant";
  5° à l'alinéa 2, 9°, les mots " du Standard International portants sur l'Autorisation d'Usage à des fins thérapeutiques de l'AMA" sont remplacés par les mots "du Standard international pour les AUT".
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt aangevuld als volgt:
  "De medische of wetenschappelijke deskundigen zijn gehouden aan een strikte vertrouwelijkheidsplicht. Zij verlenen hun diensten overeenkomstig de instructies die hun door de CTTN zijn gegeven en onder de verantwoordelijkheid van haar leden.";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 8 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est complété par ce qui suit :
  "Les experts médicaux ou scientifiques sont tenus à un devoir de stricte confidentialité. Ils prestent leurs services conformément aux instructions qui leur sont données par la CAUT et sous la responsabilité de ses membres.";
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA" vervangen door de woorden "uit de Internationale Standaard voor de TTN";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  "Het formulier wordt naar het secretariaat van de CTTN gestuurd ten laatste twintig werkdagen voor de sporttraining, de sportmanifestatie of de sportwedstrijd waarvoor de toestemming wordt aangevraagd, behalve in dringende of uitzonderlijke gevallen."
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "Wat de breedtesporters betreft" vervangen door "Onverminderd artikel 3, § 2, 4°, wat de breedtesporters en recreatieve sporters betreft"
  4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 9 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots "du Standard International portant sur l'Autorisation d'Usage à des fins thérapeutiques de l'AMA" sont remplacés par les mots "du Standard international pour les AUT";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Le formulaire est envoyé au secrétariat de la CAUT, au plus tard vingt jours ouvrables avant l'entraînement sportif, la manifestation sportive ou la compétition sportive pour laquelle l'autorisation est demandée, sauf en cas d'urgence ou de situation exceptionnelle.";
  3° au paragraphe 3, les mots " En ce qui concerne les sportifs amateurs " sont remplacés par "Sans préjudice de l'article 3, § 2, 4°, en ce qui concerne les sportifs amateurs et récréatifs "
  4° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 8. In artikel 11, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit wordt, worden de woorden "en eveneens" vervangen door het woord "of".
Art. 8. Dans l'article 11, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " et, en copie, " sont remplacés par le mot " ou ".
Art. 9. In artikel 12 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "de ontvangst van zijn aanvraag of van" geschrapt;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "Wanneer een TTN-aanvraag wordt ingediend binnen een redelijke termijn voor een sportmanifestatie, moet de CTTN alles in het werk stellen om haar beslissing mee te delen voor het begin van de manifestatie." ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin;
  3° in paragraaf 1, eerste lid in de Franse versie worden de woorden " du sportif " geschrapt;
  4° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "en de Internationale Standaard voor de TTN.";
  5° in paragraaf 2, wordt het eerste lid opgeheven;
  6° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven;
  7° in paragraaf 2 wordt een derde lid ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "De CTTN verduidelijkt ook dat de toegekende TTN slechts geldig is op nationaal niveau en dat, als de sporter een internationaal niveau verwerft of deelneemt aan een internationale sportmanifestatie, deze TTN niet geldig is, behalve als zij erkend wordt door de internationale federatie of de organisatie die verantwoordelijk is voor grote sportmanifestaties overeenkomstig de Internationale Standaard voor de TTN.";
  8° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "Het secretariaat van de CTTN voert eveneens de volgende informatie in de databank ADAMS in, ter informatie van het WADA en de andere antidopingorganisaties :" vervangen door de woorden "De beslissing preciseert met name:";
  9° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "in feite en in rechte" ingevoegd tussen de woorden "de motivering" en de woorden "van de beslissing";
  10° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "met inbegrip van de feitelijke en juridische redenen" geschrapt;
  11° tussen de paragrafen 7 en 8 wordt een paragraaf 7/1 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 7/1. Overeenkomstig de artikelen 10, § 3, derde lid en 35/1 van de ordonnantie en de artikelen 4.4.2. en 13.1 van de Code, kan beroep worden aangetekend tegen de op grond van de paragrafen 6 en 7 genomen beslissing bij het Hof van Arbitrage voor Sport.";
  12° een paragraaf 10 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie deelt via het ADAMS-systeem zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 21 dagen na ontvangst van de beslissing, alle beslissingen van de CTTN tot toekenning of weigering van een TTN mee.".
Art. 9. Dans l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " de la réception de sa demande ou " sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, la phrase "Lorsqu'une demande d'AUT est soumise dans un délai raisonnable avant une manifestation, la CAUT doit faire de son mieux pour rendre sa décision avant le début de la manifestation." est insérée entre la première et la deuxième phrase;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "du sportif" sont abrogés;
  4° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est complété par les mots "et du Standard international pour les AUT.";
  5° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est abrogé;
  6° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est abrogé;
  7° dans le paragraphe 2, un alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit :
  "La CAUT précise également que l'AUT accordée n'est valable qu'au plan national, et que si le sportif devient un sportif de niveau international ou participe à une manifestation internationale, cette AUT ne sera pas valable sauf si elle est reconnue par la fédération internationale ou l'organisation responsable de grandes manifestations compétente conformément au Standard international pour les AUT.";
  8° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "Le secrétariat de la CAUT encode, en outre, dans la base de données ADAMS, aux fins d'information de l'AMA et des autres organisations antidopage, les informations suivantes :" sont remplacés par les mots "La décision précise, notamment :";
  9° au paragraphe 3, 3°, les mots "en faits et en droit" sont insérés entre les mots "la motivation" et les mots "de la décision";
  10° au paragraphe 3, 3°, les mots "en ce compris les motifs en faits et en droit" sont abrogés;
  11° un paragraphe 7/1 est inséré entre les paragraphes 7 et 8, rédigé comme suit :
  " § 7/1. Conformément aux articles 10, § 3, alinéa 3 et 35/1 de l'ordonnance et aux articles 4.4.2. et 13.1 du Code, un appel de la décision prise en vertu des paragraphes 6 et 7 peut être introduit auprès du TAS.";
  12° un paragraphe 10 est inséré, rédigé comme suit :
  "L'ONAD de la Commission communautaire commune communique, par l'intermédiaire d'ADAMS, dans les plus brefs délais et en tous cas dans les 21 jours suivant la réception de la décision, toutes les décisions de la CAUT accordant ou refusant une AUT.".
Art. 10. In artikel 14 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de tweede lid worden de woorden "per aangetekende brief en per e-mail" ingevoegd voor de woorden "aan de sporter";
  2° in het vierde lid van hetzelfde besluit worden de woorden "Het secretariaat van de CTTN" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie".
Art. 10. Dans l'article 14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, les mots "par courriers recommandé et électronique" sont insérés entre les mots "est notifiée" et les mots "au sportif";
  2° à l'alinéa 4, du même arrêté, les mots "Le secrétariat de la CAUT" sont remplacés par les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune".
Art. 11. In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 5° ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "5° als de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie denkt dat de kandidaat in contact kan komen met minderjarige sporters, haar een uittreksel uit het strafregister van model 2 bezorgen of een gelijkwaardig document, uitgereikt door de regering van een andere lidstaat van de Europese Unie.";
  2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De controleartsen volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de verschillende soorten dopingcontroleactiviteiten in verband met de functie van controlearts en een praktisch deel dat erin bestaat als waarnemer deel te nemen aan minimum vijf dopingcontroles uitgevoerd door een controlearts van een door het WADA erkende nationale antidopingorganisatie en in een voldoende goed ter plaatse uitgevoerde volledige monsternemingsfase in het bijzijn van een controlearts of zijn gelijke. De waarneming van de productie van een urinemonster behoort niet tot deze vereisten. Bovendien volgen de controleartsen een jaarlijkse bijscholing georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of door de NADO van een andere gemeenschap in België."
  3° in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden "van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn" vervangen door de woorden "als zij daar belang bij hebben. Dit is met name het geval indien:
  1° ze de sport in kwestie beoefenen of betrokken zijn bij het bestuur van die sport op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;
  2° ze betrokken zijn bij persoonlijke aangelegenheden of bij de aangelegenheden van elke sporter die tijdens deze fase een monster kan afstaan;
  3° leden van hun gezin actief betrokken zijn bij de dagelijkse activiteiten van de sport in kwestie op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;
  4° ze commerciële relaties onderhouden in een sport waarbij sporters worden onderworpen aan controles, er een financieel belang bij hebben of er persoonlijk bij betrokken zijn;
  5° ze door eigen beslissingen, genomen bij de uitoefening van hun officiële functie, rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk en/of beroepsmatig voordeel of een voordeel bij een derde halen of kunnen halen;
  6° ze persoonlijke belangen blijken te hebben die afbreuk doen aan hun vermogen om hun verplichtingen integer, onafhankelijk en vastberaden uit te voeren.";
  4° in paragraaf 1, zesde lid, worden de woorden "deelentiteiten, waarmee het Verenigd College een samenwerkingsakkoord heeft gesloten" vervangen door de woorden "door het WADA erkende antidopingorganisaties";
  5° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "De Leden van het Verenigd College kunnen" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan";
  6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit" vervangen door de woorden "deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan de betrokken NADO";
  7° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "de Leden van het Verenigd College" vervangen door de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";
  8° in paragraaf 3 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
  "De controleartsen worden door de Leden van het Verenigd College aangesteld voor een termijn van twee jaar. Deze termijn is vernieuwbaar voor een duur van twee jaar, indien de controleartsen voldoen aan een theoretische en/of praktische evaluatie. De controleartsen moeten ook opnieuw een volledig opleidingsprogramma volgen als ze niet hebben deelgenomen aan een monsternemingsactiviteit in het jaar voor de vernieuwing van de accreditatie.";
  9° in paragraaf 3 wordt het vijfde lid aangevuld met de woorden "Ze bezorgen deze badge terug aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de dag waarop hun aanstelling eindigt.";
  10° in paragraaf 3, zesde lid worden de woorden "Deze laatste worden vrijgesteld van de in § 1, tweede lid, bedoelde, opleiding" vervangen door de woorden "In dit geval moet(en) de aangestelde pers(o)on(en) voldoen aan alle voorwaarden bepaald in paragraaf 1 van dit artikel.";
  11° in paragraaf 4, 3° worden de woorden "behoudens in geval van overmacht" geschrapt;
  12° in paragraaf 4, 4° worden de woorden "ernstig in overtreding is" vervangen door de woorden "wordt door de in hoofdstuk 5bis bedoelde DADC erkend ernstig in overtreding te zijn".
Art. 11. Dans l'article 15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, un 5° est inséré rédigé comme suit :
  "5° si l'ONAD de la Commission communautaire commune estime que le candidat est susceptible d'être en contact avec des sportifs mineurs d'âge, lui transmettre un extrait de leur casier judiciaire modèle 2 ou un document équivalent délivré par le gouvernement d'un autre Etat membre de l'Union européenne.";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les médecins contrôleurs suivent une formation initiale organisée par l'ONAD de la Commission communautaire commune, comportant un volet théorique consistant en une information sur la législation antidopage de la Commission communautaire commune et sur la législation en matière de protection de la vie privée, sur les divers types d'activités de contrôle de dopage liées à la fonction de médecin contrôleur ainsi qu'un volet pratique consistant à assister, en qualité d'observateur, à minimum cinq contrôles antidopage réalisés par le médecin contrôleur d'une organisation nationale antidopage reconnue par l'AMA, et l'exécution satisfaisante d'une phase de prélèvement des échantillons complète sur place, en présence d'un médecin contrôleur ou de son équivalent. L'observation de la production d'un échantillon d'urine ne fait pas partie de ces exigences. Ils suivent, en outre, un recyclage annuel, organisé par l'ONAD de la Commission communautaire commune ou par l'ONAD d'une autre communauté de Belgique.";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " de sportifs avec lesquels ils ont un lien direct ou indirect, ou qui relèvent d'organisations sportives avec lesquelles ils ont un lien direct ou indirect" sont remplacés par les mots "s'ils y ont un intérêt. C'est le cas notamment si :
  1° ils participent au sport concerné ou sont impliqués dans l'administration de ce sport au niveau auquel le contrôle est effectué;
  2° ils sont liés aux affaires personnelles ou sont impliqués dans les affaires de tout sportif susceptible de fournir un échantillon au cours de cette phase;
  3° des membres de leur famille sont activement impliqués dans les activités quotidiennes du sport concerné au niveau auquel le contrôle est effectué;
  4° ils entretiennent des relations commerciales dans un sport où des sportifs sont soumis à des contrôles, y ont un intérêt financier ou y sont engagés à titre personnel;
  5° ils retirent ou sont susceptibles de retirer directement ou indirectement un gain ou un avantage personnel et/ou professionnel d'un tiers en raison de leurs propres décisions prises dans l'exercice de leurs fonctions officielles;
  6° ils semblent avoir des intérêts personnels qui les détournent de leur aptitude à s'acquitter de leurs obligations de manière intègre, indépendante et résolue.";
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 6, les mots " entités fédérées, avec lesquelles le Collège réuni a conclu un accord de coopération" sont remplacés par les mots "organisations antidopage reconnues par l'AMA";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "Les Membres du Collège réuni peuvent" sont remplacés par les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune peut";
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " les Membres du Collège réuni communiquent à l'entité fédérée" sont remplacés par les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune communique à l'ONAD";
  7° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "les Membres du Collège réuni" sont remplacés par les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune";
  8° au paragraphe 3, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Les médecins contrôleurs sont désignés par les Membres du Collège réuni pour un délai de deux ans. Ce délai peut être renouvelé, pour une durée de deux ans, si les médecins contrôleurs satisfont à une évaluation théorique et/ou pratique. Ces derniers sont également tenus de suivre à nouveau un programme de formation complet s'ils n'ont participé à aucune activité de prélèvement d'échantillons au cours de l'année précédant la ré-accréditation.";
  9° au paragraphe 3, l'alinéa 5 est complété par les mots " Ils restituent ce badge à l'ONAD de la Commission communautaire commune le jour où leur désignation prend fin. ";
  10° au paragraphe 3, alinéa 6, les mots "Ces derniers, sont dispensés de la formation visée au § 1er, alinéa 2" sont remplacés par les mots "Dans ce cas, la ou les personne(s) désignée(s) doi(ven)t remplir toutes les conditions prévues au § 1er du présent article.";
  11° dans le paragraphe 4, 3°, les mots "sauf cas de force majeure" sont abrogés;
  12° dans le paragraphe 4, 4°, le mot "manque" est remplacé par les mots " est reconnu, par la CODA visée au chapitre 5bis, d'avoir manqué".
Art. 12. In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 5. Overeenkomstig artikel 18, § 4 van de ordonnantie, worden de monsters die door een andere antidopingorganisatie genomen zijn in naam en voor rekening van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, geanalyseerd door een door het WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium waarmee deze andere antidopingorganisatie gewoonlijk werkt.".
Art. 12. Dans l'article 17 du même arrêté, un paragraphe 5 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 5. Conformément à l'article 18, § 4, de l'ordonnance, les échantillons prélevés par une autre organisation antidopage, au nom et pour le compte de l'ONAD de la Commission communautaire commune, sont analysés par un laboratoire accrédité ou autrement approuvé par l'AMA avec lequel travaille habituellement cette autre organisation antidopage.".
Art. 13. In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt:
  "Zij kunnen ook, op verzoek van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, deelnemen aan door haar georganiseerde preventie-, opvoedings- en/of bewustmakingsactiviteiten.";
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De chaperons volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de studie van alle vereisten in verband met de monsternemingsfase en een praktisch deel over de begeleiding van de gecontroleerde sporters, alsook, maar niet beperkt tot, over situaties in verband met sporters die weigeren hun verplichtingen na te komen, minderjarige sporters en/of sporters met een handicap. Bovendien volgen de chaperons een jaarlijkse bijscholing georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of door de NADO van een andere gemeenschap in België.";
  3° in paragraaf 2 wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "De chaperons eerbiedigen de vertrouwelijkheid van alle dopingcontroles waaraan zij deelnemen. Ze voeren geen dopingcontrole van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn. Ze weigeren een controlearts te assisteren voor elke controle waarbij hun onafhankelijkheid en objectiviteit onvoldoende zouden kunnen worden geacht. Ze mogen niet tussenbeide komen bij dopingcontroles indien ze daarbij een belang hebben en met name indien:
  1° ze de sport in kwestie beoefenen of betrokken zijn bij het bestuur van die sport op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;
  2° ze betrokken zijn bij persoonlijke aangelegenheden of bij de aangelegenheden van elke sporter die tijdens deze fase een monster kan afstaan;
  3° leden van hun gezin actief betrokken zijn bij de dagelijkse activiteiten van de sport in kwestie op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;
  4° ze commerciële relaties onderhouden in een sport waarbij sporters worden onderworpen aan controles, er een financieel belang bij hebben of er persoonlijk bij betrokken zijn;
  5° ze door eigen beslissingen, genomen bij de uitoefening van hun officiële functie, rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk en/of beroepsmatig voordeel of een voordeel bij een derde halen of kunnen halen;
  6° ze privébelangen blijken te hebben die afbreuk doen aan hun vermogen om hun verplichtingen integer, onafhankelijk en vastberaden uit te voeren.";
  4° in paragraaf 2 wordt het zesde lid aangevuld als volgt:
  "Zij bezorgen deze badge terug aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de dag waarop hun aanstelling eindigt.";
  5° in paragraaf 3, eerste lid worden de woorden "De Leden van het Verenigd College kunnen" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan";
  6° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit" vervangen door de woorden "deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan de betrokken NADO";
  7° in paragraaf 3, derde lid worden de woorden "het Verenigd College" vervangen door de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";
  8° in paragraaf 4 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
  "De hoedanigheid van chaperon wordt toegekend voor een periode van twee jaar. Deze periode kan met twee jaar worden verlengd indien de chaperons voldoen aan een theoretische en/of praktische evaluatie. De chaperons moeten ook opnieuw een volledig opleidingsprogramma volgen als ze niet hebben deelgenomen aan een monsternemingsactiviteit in het jaar voor de vernieuwing van de accreditatie ";
  9° in paragraaf 5, eerste zin in de Franse versie worden de woorden "L'ONAD de la Commission communautaire commune retire" vervangen door de woorden "Les Membres du Collège réuni retirent";
  10° in paragraaf 5, 3° worden de woorden "behalve in geval van overmacht" geschrapt;
  11° in paragraaf 5, 4° worden de woorden "ernstig in overtreding is" vervangen door de woorden "wordt door de in artikel 52/1 bedoelde DADC erkend ernstig in overtreding te zijn";
  12° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "informeert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, per aangetekende brief, de chaperon over haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen, en over de redenen van haar beslissing" vervangen door de woorden "informeren de Leden van het Verenigd College, per aangetekende brief, de chaperon over hun voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen, en over de redenen van hun beslissing";
  13° in paragraaf 6, derde lid worden de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie geeft aan de chaperon kennis van haar" vervangen door de woorden "De Leden van het Verenigd College geven aan de chaperon kennis van hun".
Art. 13. Dans l'article 18 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par ce qui suit :
  "Ils peuvent également, à la demande de l'ONAD de la Commission communautaire commune, participer à des activités en matière de prévention, d'éducation et/ou de sensibilisation qu'elle organise.";
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les chaperons suivent une formation initiale organisée par l'ONAD de la Commission communautaire commune, comportant un volet théorique consistant en une information sur la législation antidopage de la Commission communautaire commune et sur la législation en matière de protection de la vie privée, l'étude de toutes les exigences concernant la phase de prélèvement des échantillons, ainsi qu'un volet pratique portant sur les activités d'accompagnement des sportifs contrôlés, y compris, mais sans s'y limiter, les situations liées à un défaut de se conformer, aux sportifs mineurs et/ou aux sportifs handicapés. Ils suivent, en outre, un recyclage annuel, organisé par l'ONAD de la Commission communautaire commune ou par l'ONAD d'une autre communauté de Belgique.";
  3° au paragraphe 2, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Les chaperons respectent la confidentialité de tous les contrôles antidopage auxquels ils participent. Ils n'interviennent dans aucun contrôle antidopage de sportifs avec lesquels ils ont un lien direct ou indirect, ou qui relèvent d'organisations sportives avec lesquelles ils ont un lien direct ou indirect. Ils refusent d'assister un médecin contrôleur pour tout contrôle sur un sportif pour lequel ils pourraient être considérés comme ne présentant pas les garanties suffisantes d'indépendance et d'impartialité. Ils n'interviennent dans aucun contrôle antidopage s'ils ont un intérêt et notamment si :
  1° ils participent au sport concerné ou sont impliqués dans l'administration de ce sport au niveau auquel le contrôle est effectué;
  2° ils sont liés aux affaires personnelles ou sont impliqués dans les affaires de tout sportif susceptible de fournir un échantillon au cours de cette phase;
  3° des membres de leur famille sont activement impliqués dans les activités quotidiennes du sport concerné au niveau auquel le contrôle est effectué;
  4° ils entretiennent des relations commerciales dans un sport où des sportifs sont soumis à des contrôles, y ont un intérêt financier ou y sont engagés à titre personnel;
  5° ils retirent ou sont susceptibles de retirer directement ou indirectement un gain ou un avantage personnel et/ou professionnel d'un tiers en raison de leurs propres décisions prises dans l'exercice de leurs fonctions officielles;
  6° ils semblent avoir des intérêts privés qui les détournent de leur aptitude à s'acquitter de leurs obligations de manière intègre, indépendante et résolue.";
  4° au paragraphe 2, l'alinéa 6 est complété par ce qui suit :
  "Ils restituent ce badge à l'ONAD de la Commission communautaire commune le jour où leur désignation prend fin.";
  5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "Les Membres du Collège réuni peuvent" sont remplacés par les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune";
  6° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " les Membres du Collège réuni communiquent à l'entité fédérée" sont remplacés par les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune communique à l'ONAD";
  7° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "les membres du Collège réuni" sont remplacés par les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune";
  8° au paragraphe 4, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "La qualité de chaperon est accordée pour une durée de deux ans. Ce délai peut être renouvelé, pour deux ans, si les chaperons satisfont à une évaluation théorique et/ou pratique. Ces derniers sont également tenus de suivre à nouveau un programme de formation complet s'ils n'ont participé à aucune activité de prélèvement d'échantillons au cours de l'année précédant la ré-accréditation";
  9° dans le paragraphe 5, première phrase, les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune retire" sont remplacés par les mots "Les Membres du Collège réuni retirent";
  10° dans le paragraphe 5, 3°, les mots "sauf cas de force majeure" sont abrogés;
  11° dans le paragraphe 5, 4°, le mot "manque" est remplacé "est reconnu, par la CODA visée à l'article 52/1, d'avoir manqué";
  12° dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots " l'ONAD de la Commission communautaire commune informe le chaperon, par courrier recommandé, de son intention de lui retirer sa qualité de chaperon et des motifs qui fondent sa décision" sont remplacés par les mots "les Membres du Collège réuni informent le chaperon, par courrier recommandé, de leur intention de lui retirer sa qualité de chaperon et des motifs qui fondent leur décision";
  13° dans le paragraphe 6, alinéa 3, les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune notifie sa" sont remplacés par les mots "Les Membres du Collège réuni notifient leur".
Art. 14. In artikel 20 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "efficiënt en evenredig te zijn" vervangen door de woorden "in verhouding te staan tot het dopingrisico, doeltreffend te zijn om dergelijke praktijken op te sporen en een ontradend effect erop te hebben";
  2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met een zin opgesteld als volgt:
  "Het houdt rekening met de vereisten in het technisch document voor sportspecifieke analyses.";
  3° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "Dat spreidingsplan moet waarborgen dat dopingcontroles worden uitgevoerd, zonder dat deze lijst volledig is:
  1° bij sporters van alle niveaus, met inbegrip van de minderjarigen, hoewel een belangrijk deel van de controles wordt voorbehouden aan de elitesporters van nationaal niveau en de sporters van heel hoog niveau, met inbegrip van de sporters die zelfstandig trainen, maar die meedingen naar grote sportmanifestaties en geselecteerd kunnen worden voor deze manifestaties;
  2° bij sporters die een publieke financiering krijgen;
  3° bij sporters van heel hoog niveau die in het buitenland wonen, trainen of deelnemen aan wedstrijden;
  4° bij sporters van heel hoog niveau die een buitenlandse nationaliteit hebben maar in België aanwezig zijn (omdat ze in België wonen, trainen, deelnemen aan wedstrijden of om andere redenen);
  5° bij sporters van internationaal niveau, met de medewerking van de internationale federaties;
  6° bij sporters die het voorwerp zijn van een schorsing of een voorlopige schorsing;
  7° bij sporters die prioritair waren voor controles vóór hun terugtrekking uit de sportwereld en die hun terugtrekking willen beëindigen om actief sport te beoefenen;
  8° bij een groot aantal verschillende sportdisciplines, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2;
  9° binnen en buiten wedstrijdverband, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2;
  10° in de ploegsporten en de individuele sporten;
  11° via bloed- en urinetesten en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie;
  12° op het gehele grondgebied en bij de volledige doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.";
  4° in paragraaf 1, vierde lid wordt het woord "schriftelijke" ingevoegd tussen het woord "een" en het woord "strategie";
  5° in paragraaf 1, vijfde lid wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en van de in artikel 23/2, § 2 van de ordonnantie bedoelde instantie voor het beheer van het biologisch paspoort van de elitesporter;";
  6° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid aangevuld met een punt 5° opgesteld als volgt:
  "alle andere informatie die ter beschikking wordt gesteld van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die de langetermijnbewaring of aanvullende analyse van monsters aan haar vrije beoordeling rechtvaardigt.";
  7° in paragraaf 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt:
  "
  a) een of meerdere vroegere overtredingen van de antidopingregels, antecedenten op het gebied van tests, met inbegrip van alle atypische biologische parameters (bloedparameters, steroïdenprofielen, volgens met name de aanbevelingen van een instantie voor het beheer van de elitesporter);
  b) herhaaldelijke niet-nakoming van de verplichtingen inzake de verblijfsgegevens, zoals bedoeld in artikel 26 van de ordonnantie;
  c) laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;
  d) een verhuizing naar of een training op een plaats die afgelegen of moeilijk toegankelijk is voor een controle;
  e) de terugtrekking of de afwezigheid op een of meerdere geplande wedstrijden;
  f) de samenwerking met een derde die voor dopingfeiten werd veroordeeld;
  g) een blessure;
  h) de leeftijd en/of de fase van de loopbaan, met name de overgang van een leeftijdscategorie naar een andere of de mogelijkheid een contract af te sluiten;
  i) financiële incentives ter verbetering van de prestaties, zoals premies of mogelijkheden tot sponsoring;
  j) betrouwbare informatie, komende van derden, gecontroleerd en nagetrokken door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie;
  k) de historiek van de sportprestaties, de routineprestaties en/of prestaties van hoog niveau die niet gepaard gaan met een overeenkomstige testhistoriek. ";
  8° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "richtlijnen bepaald in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1. van de Code en met inachtneming van" vervangen door de woorden "vereisten en";
  9° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt b) vervangen als volgt:
  "de verboden stoffen en/of methoden waarvan een sporter vindt dat ze de prestaties in de betrokken sporten of disciplines het meest kunnen verbeteren;";
  10° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt c) vervangen als volgt:
  "de beschikbare beloningen en andere mogelijke stimuli tot dopinggebruik op de verschillende niveaus van deze sporten en/of sportdisciplines, afhankelijk van de landen die deelnemen aan deze sporten en/of sportdisciplines;";
  11° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt e) aangevuld met de woorden "of door het WADA gepubliceerde statistische rapporten van controles en overtredingen van de antidopingregels;";
  12° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee nieuwe leden, opgesteld als volgt:
  "Naast de evaluatie van de dopingrisico's die de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uitvoert, houdt ze rekening met elke evaluatie van de dopingrisico's die is uitgevoerd door een andere antidopingorganisatie die ook de bevoegdheid heeft om dezelfde sporters te controleren. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is echter niet gebonden aan de evaluatie van de dopingrisico's in een sport of een discipline die is uitgevoerd door een internationale federatie.";
  De evaluatie van de dopingrisico's wordt zo nodig bijgewerkt naargelang de nieuwe omstandigheden en de uitvoering van het in § 1 bedoelde spreidingsplan van de controles.";
  13° een paragraaf 2bis wordt ingevoegd tussen paragraaf 2 en 3 opgesteld als volgt:
  " § 2bis. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie documenteert de opstelling van de evaluatie van de dopingrisico's en het spreidingsplan. Deze documentatie moet op verzoek van deze laatste aan het WADA worden bezorgd.";
  14° in paragraaf 3 worden de woorden "overeenkomstig artikel 24 en volgende" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 21 en volgende";
  15° in paragraaf 4, eerste lid worden de woorden "artikel 5.4.3 van de Code" vervangen door "artikel 5.4.2 van de Code";
  16° in paragraaf 4, derde lid worden de woorden "artikel 26, § 9, vierde lid" vervangen door de woorden "artikel 26, § 10, derde lid";
  17° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid opgesteld als volgt:
  "Indien de verantwoordelijke organisatie weigert of niet binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek antwoordt, kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een schriftelijk verzoek sturen naar het WADA, met een afschrift aan de verantwoordelijke organisatie, waarin alle ondersteunende redenen, een duidelijke beschrijving van de situatie en alle relevante briefwisseling tussen de verantwoordelijke organisatie en de NADO worden vermeld. Het WADA moet dit verzoek uiterlijk 21 dagen voor de aanvang van de sportmanifestatie ontvangen.".
Art. 14. Dans l'article 20 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "efficace et proportionné" sont remplacés par les mots " d'être proportionné au risque de dopage, d'être efficace pour détecter de telles pratiques, d'avoir un effet dissuasif sur celles-ci";
  2° Dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est complété par une phrase rédigée comme suit :
  "Il tient compte des exigences contenues dans le Document technique pour les analyses spécifiques par sport.";
  3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Ce plan de répartition doit garantir, sans que ce soit exhaustif, que des contrôles soient réalisés :
  1° auprès de sportifs de tous niveaux, y compris sur des mineurs, étant précisé qu'une majorité des contrôles soient ciblés et réservés aux sportifs d'élite de niveau national et aux sportifs de haut niveau, y compris ceux qui s'entraînent indépendamment, mais qui concourent lors de grandes manifestations et sont susceptibles d'être sélectionnés pour ces manifestations;
  2° auprès des sportifs qui bénéficient d'un financement public;
  3° auprès des sportifs de haut niveau qui résident à l'étranger, s'y entraînent ou y concourent;
  4° auprès des sportifs de haut niveau qui sont de nationalité étrangère, mais qui sont présents en Belgique (qu'ils y résident, s'y entraînent, y concourent ou pour d'autres raisons);
  5° auprès des sportifs de niveau international, avec la collaboration des fédérations internationales;
  6° auprès des sportifs faisant l'objet d'une suspension ou d'une suspension provisoire;
  7° auprès des sportifs qui étaient prioritaires pour des contrôles avant leur retraite sportive et qui souhaitent désormais quitter leur retraite pour participer activement au sport;
  8° dans un nombre important de disciplines sportives distinctes, en tenant compte de l'évaluation des risques de dopage visée au § 2;
  9° en compétition et hors compétition, en tenant compte de l'évaluation des risques de dopage visée au § 2;
  10° dans les sports d'équipe et dans les sports individuels;
  11° par la voie de tests sanguins, urinaires et, le cas échéant, du passeport biologique du sportif, tel que visé à l'article 23/2 de l'ordonnance;
  12° sur l'ensemble du territoire et du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune.";
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "écrite" est inséré entre les mots "d'une stratégie" et les mots "pour la conservation";
  5° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, le 1° est complété par les mots " et de l'unité de gestion du passeport du sportif d'élite visé à l'article 23/2, § 2, de l'ordonnance";
  6° au paragraphe 1er, l'alinéa 5 est complété par un 5° rédigé comme suit :
  "toute autre information mise à la disposition de l'ONAD de la Commission communautaire commune et justifiant la conservation à long terme ou l'analyse additionnelle d'échantillons à sa libre appréciation.";
  7° au paragraphe 1er, l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit :
  "
  a) une ou plusieurs violations antérieures des règles antidopage, des antécédents en matière de tests, y compris tout paramètre biologique atypique (paramètres sanguins, profils stéroïdiens, selon notamment les recommandations d'une unité de gestion du sportif d'élite);
  b) des manquements répétés aux obligations de localisation, telles que visées à l'article 26 de l'ordonnance;
  c) des transmissions tardives d'informations en ce qui concerne les données de localisation;
  d) un déménagement ou un entraînement en un lieu éloigné ou difficilement accessible pour un contrôle;
  e) le retrait ou l'absence à une ou plusieurs compétition(s) prévu(e)s;
  f) l'association avec un tiers ayant été condamné pour des faits de dopage;
  g) une blessure;
  h) l'âge et/ou le stade de la carrière, notamment le passage d'une catégorie d'âge à une autre ou la possibilité de décrocher un contrat;
  i) les incitations financières à l'amélioration des performances, telles que les primes ou les possibilités de sponsorings;
  j) les informations fiables, provenant de tiers, vérifiées et recoupées par l'ONAD de la Commission communautaire commune dans le cadre de son pouvoir d'enquête tel que visé à l'article 23/1 de l'ordonnance;
  k) l'historique des performances sportives, les performances usuelles et/ou les performances de haut niveau non accompagnées d'un historique de tests correspondant. ";
  8° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " lignes directrices contenues dans le document technique visé à l'article 5.4.1 du Code et dans le respect " sont remplacés par les mots " conditions et ";
  9° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " les substances et/ou méthodes interdites qu'un sportif estime les plus susceptibles d'améliorer les performances dans les sports ou disciplines concerné(e)s; ";
  10° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  "les récompenses et autres incitations potentielles au dopage disponibles aux différents niveaux de ces sports et/ou disciplines sportives, selon les pays participant à ces sports et/ou disciplines sportives;";
  11° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le point e) est complété par les mots "ou des rapports statistiques des contrôles et des violations des règles antidopage publiés par l'AMA;";
  12° le paragraphe 2 est complété par deux nouveaux alinéas rédigés comme suit :
  "Outre l'évaluation des risques qu'elle réalise, l'ONAD de la Commission communautaire commune prend en considération toute évaluation des risques effectuée par une autre organisation antidopage jouissant également de l'autorité de contrôle sur les mêmes sportifs. Toutefois, l'ONAD de la Commission communautaire commune n'est pas liée par l'évaluation des risques de dopage dans un sport ou une discipline effectuée par une fédération internationale.";
  L'évaluation des risques est le cas échéant actualisée en fonction des circonstances nouvelles et de la mise en oeuvre du plan de répartition des contrôlés visé au § 1er.";
  13° un paragraphe 2bis est intégré entre les paragraphes 2 et 3 rédigé comme suit :
  " § 2bis. La rédaction de l'évaluation des risques et du plan de répartition est documentée par l'ONAD de la Commission communautaire commune. Cette documentation est transmise à l'AMA à la demande de celle-ci.";
  14° dans le paragraphe 3, les mots "aux articles 24 et suivants" sont remplacés par les mots "aux articles 21 et suivants";
  15° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " article 5.4.3 du Code " sont remplacés par les mots " article 5.4.2 du Code ";
  16° dans le paragraphe 4, alinéa 3, les mots " article 26, § 9, alinéa 4 " sont remplacés par les mots " article 26, § 10, alinéa 3 ";
  17° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Si l'organisation responsable refuse ou ne répond pas dans les sept jours suivant la réception de la requête, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut envoyer à l'AMA, avec copie à l'organisation responsable, une requête écrite indiquant tous les motifs à l'appui, une description claire de la situation et toute la correspondance pertinente entre l'organisation responsable et l'ONAD. Cette requête doit être reçue par l'AMA au plus tard 21 jours avant le début de la manifestation".
Art. 15. Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met het volgende lid:
  "De verantwoordelijke voor de verwerking van de in punt 5 bedoelde persoonsgegevens is de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Deze gegevens mogen enkel gebruikt worden voor de organisatie en uitvoering van dopingcontroles overeenkomstig artikel 12/1 van de ordonnantie. Deze gegevens mogen niet langer dan één jaar bewaard worden. ".
Art. 15. L'article 21 du même arrêté, est complété par l'alinéa suivant :
  "Le responsable du traitement des données personnelles visées au point 5° est l'ONAD de la Commission communautaire commune. Ces données ne peuvent être utilisées que pour organiser et exécuter des contrôles antidopage conformément à l'article 12/1 de l'ordonnance. Ces données peuvent être conservées pour une durée ne dépassant pas un an.".
Art. 16. In artikel 22 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "de directeur van" ingevoegd tussen het woord "door" en de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";
  2° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "en wordt in twee exemplaren opgemaakt, waarvan het ene bestemd is voor de controlearts en het andere voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" geschrapt;
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5 opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 11, 2° van de ordonnantie en op basis van haar spreidingsplan, kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan nationale of internationale antidopingorganisaties de taak delegeren urine- en bloedmonsters te nemen van sporters uit haar doelgroep die zich op hun grondgebied bevinden en die voor analyse naar hun gebruikelijke laboratorium te sturen.
  Onverminderd het voorgaande mag geen aanvraag worden ingediend bij een antidopingorganisatie die het WADA niet in overeenstemming acht met de Code.".
Art. 16. Dans l'article 22 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots "le Directeur de" sont insérés entre les mots "signée par" et les mots "l'ONAD de la Commission";
  2° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots "et est établie en deux exemplaires, dont l'un est destiné au médecin contrôleur et l'autre à l'ONAD de la Commission communautaire commune" sont abrogés;
  3° l'article est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " Conformément à l'article 11, 2°, de l'ordonnance et sur la base de son plan de répartition, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut déléguer à des organisations antidopage nationales ou internationales, la tâche de prélever, sur des sportifs de son groupe-cible présents sur leur territoire, des échantillons urinaires et sanguins et de les envoyer pour analyse à leur laboratoire habituel.
  Sans préjudice de ce qui précède, aucune demande ne peut être formulée à une organisation antidopage jugée non conforme au Code par l'AMA. ".
Art. 17. In artikel 23 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld als volgt:
  "Hij kan vergezeld worden door een waarnemer die door het WADA is aangesteld in het kader van het programma van onafhankelijke waarnemers, een auditor van het WADA, een auditor die is aangewezen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of een persoon die betrokken is bij de opleiding van controleartsen en chaperons. Deze mensen nemen niet rechtstreeks de productie van een urinemonster waar.";
  2° in paragraaf 1, tweede lid en paragraaf 3, derde lid worden in de Franse versie de woorden "le médecin de contrôle" vervangen door de woorden "le medecin contrôleur";
  3° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld als volgt:
  "Voor controles binnen wedstrijdverband vindt de kennisgeving plaats aan het einde van de wedstrijd waaraan de sporter deelneemt.";
  4° in paragraaf 3 wordt het vierde lid aangevuld als volgt:
  "Hij preciseert daarnaast onder welke overheid de monsterneming wordt uitgevoerd.";
  5° in paragraaf 3 wordt een nieuw lid ingevoegd tussen het vierde en het vijfde lid, opgesteld als volgt:
  "De controlearts onderzoekt de noodzaak een derde op de hoogte te brengen vóór de sporter:
  1° wanneer de handicap van de sporter dit vereist;
  2° wanneer de sporter een minderjarige is;
  3° wanneer een tolk vereist en beschikbaar is voor de kennisgeving;
  4° wanneer deze voorafgaande kennisgeving noodzakelijk is om de controlearts of de eventuele chaperon de te controleren sporter(s) te helpen identificeren en die sporter(s) ervan kennis te geven dat hij een monster moet(en) afstaan.";
  6° in paragraaf 3, zevende lid wordt 5° vervangen als volgt:
  "de plicht om zich onmiddellijk aan te melden voor de monsterneming, tenzij de sporter vertraging ondervindt om een geldige reden vermeld in paragraaf 3, achtste lid, 6° van dit artikel.";
  7° in paragraaf 3, zevende lid, 4° dat het achtste lid, 4° wordt, worden de woorden "bijlage 2.4.4" vervangen door de woorden "bijlage A.4.4";
  8° in paragraaf 3, zevende lid dat het achtste lid wordt, wordt de opsomming aangevuld als volgt:
  "7° het feit dat indien de sporter ervoor kiest te eten of te drinken voor hij een monster afstaat, hij dit op eigen risico doet;
  8° niet buitensporig drinken omdat dit de productie van een geschikt monster kan vertragen;
  9° het feit dat elk urinemonster dat de sporter aan de controlearts of de eventuele chaperon bezorgt, het eerste urinemonster moet zijn dat van de sporter komt na zijn kennisgeving.";
  9° in paragraaf 3, laatste lid worden de woorden "op de plaats en het uur aangegeven tijdens de kennisgeving, overeenkomstig het 4de en het 6de lid" geschrapt;
  10° in paragraaf 5 worden het eerste en derde lid opgeheven;
  11° in paragraaf 7 wordt het derde lid aangevuld als volgt:
  "en blijft hij onder permanente begeleiding van de controlearts of chaperon. Indien het niet mogelijk is de sporter tijdens deze periode doorlopend in het oog te houden, wijst de controlearts het verzoek af.";
  12° in paragraaf 8 worden het derde en vierde lid vervangen door een enkel lid, opgesteld als volgt:
  "Het beheer van de resultaten verloopt zoals beschreven in artikel 40.".
Art. 17. Dans l'article 23 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par ce qui suit :
  "Il peut être accompagné d'un observateur désigné par l'AMA dans le cadre du programme des observateurs indépendants, d'un auditeur de l'AMA, d'un auditeur désigné par l'ONAD de la Commission communautaire commune ou d'une personne impliquée dans la formation des médecins contrôleurs et des chaperons. Ces personnes n'observent pas directement la production d'un échantillon d'urine.";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 et le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "le médecin de contrôle" sont remplacés par les mots "le médecin contrôleur";
  3° au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est complété par ce qui suit :
  "S'agissant des contrôles en compétition, la notification a lieu à la fin de la compétition à laquelle participe le sportif.";
  4° au paragraphe 3, l'alinéa 4 est complété par ce qui suit :
  "Il précise, en outre, l'autorité sous laquelle le prélèvement d'échantillons est effectué.";
  5° dans le paragraphe 3, un nouvel alinéa est inséré entre les alinéas 4 et 5, rédigé comme suit :
  "Le médecin contrôleur examine la nécessité de notifier un tiers avant de notifier le sportif :
  1° lorsque le handicap du sportif l'exige;
  2° lorsque le sportif est un mineur;
  3° lorsqu'un interprète est requis et disponible pour la notification;
  4° lorsque cette notification préalable est nécessaire pour aider le médecin contrôleur ou le chaperon éventuel à identifier le(s) sportif(s) à contrôler et à notifier ce(s) sportif(s) le fait qu'ils est/sont tenu(s) de fournir un échantillon.";
  6° au paragraphe 3, alinéa 7, le 5° est remplacé par ce qui suit :
  "le devoir de se présenter immédiatement pour le prélèvement de l'échantillon à moins d'être retardé pour des raisons valables visées au paragraphe 3, alinéa 8, 6° du présent article.";
  7° au paragraphe 3, alinéa 7 devenu alinéa 8, 4°, les mots " annexe 2.4.4 " sont remplacés par les mots " annexe A.4.4 ";
  8° au paragraphe 3, alinéa 7 devenu alinéa 8, l'énumération est complétée par ce qui suit :
  "7° le fait que si le sportif choisit de consommer de la nourriture ou de boire avant de fournir un échantillon, il le fait à ses propres risques;
  8° ne pas s'hydrater excessivement en ce que cela peut retarder la production d'un échantillon approprié;
  9° du fait que tout échantillon d'urine fourni par le sportif au médecin contrôleur ou au chaperon éventuel doit être la première miction provenant du sportif après sa notification";
  9° au paragraphe 3, dernier alinéa, les mots "aux lieu et heure indiqués lors de la notification, conformément aux alinéas 4 à 7" sont abrogés;
  10° dans le paragraphe 5, les alinéas 1 et 3 sont abrogés;
  11° au paragraphe 7, l'alinéa 3 est complété par ce qui suit :
  "et reste sous l'escorte permanente du médecin contrôleur ou du chaperon. S'il n'est pas possible d'observer le sportif en permanence pendant ce délai, le médecin contrôleur rejette la demande.";
  12° au paragraphe 8, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par un alinéa unique rédigé comme suit :
  "La gestion des résultats se déroule comme décrite à l'article 40.".
Art. 18. In artikel 24 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid en in paragraaf 2, derde lid wordt het woord "proces-verbaal" telkens vervangen door het woord "formulier";
  2° in paragraaf 2, derde lid wordt punt d) vervangen door de woorden "de geboortedatum, het persoonlijke adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de sporter en de gebruikte controlemiddelen voor de identiteit van de sporter;";
  3° in paragraaf 2, derde lid wordt punt g) aangevuld met de woorden "en de verwijzing naar de fabrikant van de uitrusting;";
  4° in paragraaf 2, derde lid, punt h) worden de woorden "met inbegrip van het volume en de soortelijke dichtheid" ingevoegd tussen het woord "bloedmonsters" en het woord "met";
  5° in paragraaf 2, derde lid wordt een punt hbis) ingevoegd opgesteld als volgt:
  "het eventuele nummer van het gedeeltelijke monster en het volume van het ontoereikende monster;";
  6° in paragraaf 2, derde lid wordt punt j) vervangen als volgt:
  "alle vaststellingen die de controlearts tijdens de controleprocedure heeft kunnen doen, elk eventueel gebeurd incident en elke eventuele bekommernis of opmerking van de sporter;";
  7° in paragraaf 2, derde lid worden de punten k) en l) ingevoegd als volgt:
  "k) de toestemming van de sporter voor het gebruik van het monster voor het onderzoek;
  l) de naam van de controleoverheid, van de overheid voor de monsterneming, van de overheid voor het beheer van de resultaten en van de dopingcontrolecoördinator, in voorkomend geval.";
  8° paragraaf 3 wordt aangevuld met een zesde lid opgesteld als volgt:
  "Ondanks het voorgaande hebben zowel de minderjarige sporter als de controlearts of de eventuele chaperon die een minderjarige sporter moet controleren, het recht zich te laten vergezellen door een vertegenwoordiger om de controlearts of de eventuele chaperon die als getuige optreedt, te waarnemen wanneer de minderjarige sporter een urinemonster produceert, echter zonder dat de vertegenwoordiger de urinelozing rechtstreeks waarneemt, tenzij de minderjarige sporter erom verzoekt. In dat geval moeten de na(a)m(en) en de voorna(a)m(en) van de aanwezige persoon in het proces-verbaal van controle worden vermeld.";
  9° in paragraaf 4 worden de woorden "overeenkomstig artikel 24, § 6" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 23, § 6";
  10° in paragraaf 4 wordt het zesde lid opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 24 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 et dans le paragraphe 2, alinéa 3, le mot "procès-verbal" est remplacé par le mot "formulaire";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le point d) est remplacé par les mots "la date de naissance, l'adresse personnelle, l'adresse électronique et le numéro de téléphone du sportif et les moyens de vérification de l'identité du sportif utilisés;";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le point g) est complété par les mots "et la référence au fabricant de l'équipement";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 3, point h), les mots "en ce compris le volume et la gravité spécifique," sont insérés entre les mots "d'urines," et les mots " ou sanguins";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 3, un point hbis) est inséré rédigé comme suit :
  " le numéro d'échantillon partiel éventuel ainsi que le volume de l'échantillon insuffisant; ";
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le point j) est remplacé par ce qui suit :
  "tous les constats qu'a pu faire le médecin contrôleur durant la procédure de contrôle, tout incident éventuellement survenu, ainsi que toute préoccupation ou commentaire formulé(e) par le sportif;";
  7° dans le paragraphe 2, alinéa 3, des points k) et l) sont insérés rédigés comme suit :
  "k) le consentement du sportif à l'utilisation de l'échantillon pour la recherche;
  l) le nom de l'autorité de contrôle, de l'autorité de prélèvement des échantillons, de l'autorité de gestion des résultats et du coordinateur de contrôle du dopage le cas échéant.";
  8° le paragraphe 3 est complété par un alinéa 6 rédigé comme suit :
  "Nonobstant ce qui précède, tant le sportif mineur que le médecin contrôleur ou le chaperon éventuel devant contrôler un sportif mineur ont le droit d'être accompagné d'un représentant pour observer le médecin contrôleur ou le chaperon éventuel servant de témoin quand le sportif mineur produit un échantillon d'urine, mais sans que le représentant n'observe directement la miction, à moins que le sportif mineur ne le demande. Dans cette hypothèse, les nom(s) et prénom(s) de la personne présente sont précisés dans le procès-verbal de contrôle.";
  9° dans le paragraphe 4 les mots "à l'article 24, § 6" sont remplacés par les mots "à l'article 23, § 6";
  10° dans le paragraphe 4, l'alinéa 6 est abrogé.
Art. 19. In artikel 25 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de punten 1° tot 8° vervangen als volgt:
  "Overeenkomstig de ISRM en zijn bijlagen C en F verloopt de controleprocedure voor de urinemonsterneming, behoudens toepassing van § 2 en § 3, op de volgende manier en in de volgende orde:
  1° de controlearts en/of de chaperon en de sporter begeven zich naar een plaats die de privacy garandeert voor de monsterneming. De sporter kiest een opvangbeker voor urinemonsterneming uit een partij, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is. Hij wast zijn handen met water of draagt geschikte handschoenen. Hij vult de opvangbeker onder het visuele toezicht, ofwel een duidelijk en onbelemmerd zicht op de productie van het monster, van de controlearts of van de chaperon, die van hetzelfde geslacht moet zijn als de sporter die het monster produceert en, in voorkomend geval, afhankelijk van de gendercategorie waartoe de sporter behoort. De controlearts of de chaperon letten er meer bepaald op dat zij zonder belemmering het monster zien wanneer het uit het lichaam van de sporter komt en blijven het monster observeren nadat het geproduceerd is totdat het volledig veilig verzegeld is overeenkomstig deze procedure. Om een duidelijk en onbelemmerd zicht op de productie van het monster te garanderen, vragen de controlearts of de chaperon aan de sporter om de kleding die hun zicht kan belemmeren aan te passen of uit te trekken.
  Een sporter met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap mag zich laten bijstaan door zijn vertegenwoordiger of door het personeel van de monsterneming, met toestemming van de sporter en met instemming van de controlearts;
  2° de controlearts of de chaperon letten erop dat de door de sporter geproduceerde urine op het moment van de monsterneming wordt opgevangen in de opvangbeker tot de maximumcapaciteit ervan bereikt is, waarna de sporter wordt verzocht om zijn blaas volledig te ledigen in het toilet. De controlearts of de chaperon controleren, onder het toezicht van de sporter, of een volume urine geproduceerd is dat geschikt is voor de analyse. Indien het volume urine voldoende is, kiest de sporter een analysekit uit een partij van verzegelde kits, die bestaat uit twee flesjes met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter "A" voor het eerste flesje, en de letter "B", voor het tweede flesje. Het tweede flesje is het reservemonster voor de eventuele tegenexpertise. Indien de sporter of de controlearts vaststellen dat de nummers verschillend zijn, vraagt de controlearts aan de sporter om een andere kit te kiezen en neemt hij dit feit op in het proces-verbaal van controle;
  3° De sporter opent de kit en kijkt na of de flesjes leeg en proper zijn; hij giet het minimumvolume urine noodzakelijk voor de analyse, ten minste 30 ml, in het flesje B, dan het overblijvend volume, ten minste 60 ml, in het flesje A. Het minimale volume dat noodzakelijk is voor de analyse wordt beschouwd als een absoluut minimum. Indien er meer urine wordt geproduceerd dan het minimale volume dat noodzakelijk is voor de analyse, letten de controlearts of de chaperon erop dat de sporter het flesje A vult tot het maximum dat aanbevolen is door de fabrikant van de uitrusting. Indien er urine overblijft, verzoeken de controlearts of de chaperon de sporter om het flesje B te vullen tot het maximum dat aanbevolen is door de fabrikant van de uitrusting;
  4° de controlearts of de chaperon vragen de sporter om een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker te laten en leggen uit dat dit moet toelaten de overblijvende urine te controleren overeenkomstig punt 6° ;
  5° de sporter verzegelt vervolgens de flesjes A en B volgens de richtlijnen van de controlearts, die nagaat, voor de ogen van de sporter, of de monsters correct zijn verzegeld.
  De sporter behoudt de controle over de kit en elk afgenomen monster of gedeeltelijk monster tot het verzegeld is, behalve als er hulp nodig is door zijn handicap. In uitzonderlijke gevallen mag de sporter zich tijdens de monsternemingsfase laten bijstaan door zijn vertegenwoordiger, door de controlearts of door de chaperon met toestemming van de sporter en met instemming van de controlearts;
  6° de controlearts meet de soortelijke dichtheid van de urine die in de opvangbeker overblijft door middel van colorimetrische banden, met inachtneming van de gestelde termijn voor het lezen;
  7° indien uit het lezen blijkt dat het monster niet de soortelijke dichtheid heeft die voor de analyse noodzakelijk is, kan de controlearts (een) nieuwe urinemonsterneming(en) eisen, met inachtneming van de in 1° tot 5° bedoelde procedure en tot de vereiste soortelijke dichtheid bereikt is die voor de analyse noodzakelijk is of tot de controlearts de uitzonderlijke omstandigheden vaststelt die het onmogelijk maken om de monsternemingsfase voort te zetten. In dit laatste hypothetische geval worden de uitzonderlijke omstandigheden opgenomen in het proces-verbaal van controle;
  8° indien twee monsters afgenomen worden van dezelfde sporter tijdens dezelfde monsternemingsfase, worden de twee monsters geanalyseerd door het laboratorium. Indien het aantal monsters dat tijdens dezelfde monsternemingsfase afgenomen is hoger of gelijk is aan drie, analyseert het laboratorium het eerste monster en vervolgens het monster met de hoogste soortelijke dichtheid zoals die genoteerd is op het dopingcontroleformulier. Het laboratorium kan, in samenspraak met de controleoverheid, bepalen of de andere monsters ook geanalyseerd moeten worden.";
  2° in paragraaf 1 wordt punt 13° aangevuld als volgt:
  "De urine mag pas worden weggegooid wanneer de twee flesjes A en B verzegeld zijn en de overblijvende urine gecontroleerd is, overeenkomstig punt 6° ;";
  3° in paragraaf 3 worden de punten 1° tot 10° vervangen als volgt:
  "1° de controlearts deelt de sporter mee dat een ander monster moet worden genomen om te voldoen aan het volume urine dat nodig is voor de analyse en vraagt hem een uitrusting te kiezen voor de gedeeltelijke monsterneming, overeenkomstig § 4.
  De weigering om op verzoek een nieuw monster af te staan, wanneer niet voldaan is aan de minimumvereisten voor het volume van de monsterneming, wordt door de controlearts genoteerd en behandeld als een mogelijke niet-naleving;
  2° de sporter opent de uitrusting en giet het onvoldoende urinemonster in de opvangbeker onder het visuele toezicht van de controlearts en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van de chaperon en verzegelt die met een gedeeltelijk monsterverzegelingssysteem, overeenkomstig de instructies van de controlearts. Die controleert, voor de ogen van de sporter, of de beker correct is verzegeld;
  3° de controlearts vermeldt het nummer van het gedeeltelijke monster en het volume van het ontoereikende monster in het proces-verbaal van controle en vraagt de sporter de juistheid ervan te bevestigen. De controlearts behoudt de controle over het verzegelde gedeeltelijke monster;
  4° de sporter blijft onder doorlopend toezicht tot hij klaar is om een nieuw monster af te staan;
  5° wanneer de sporter in staat is een bijkomend monster af te staan, wordt de procedure voor de monsterneming, beschreven in § 1 en § 4, herhaald tot een toereikend volume urine is afgestaan, door het oorspronkelijke monster met de bijkomende monsters te mengen;
  6° telkens een monster wordt afgestaan, controleren de controlearts en de sporter de integriteit van het zegel van de beker(s) die het monster of het (de) vorige gedeeltelijke monster(s) bevat(ten). De controlearts noteert elke onregelmatigheid in de integriteit van het (of de) zegel(s);
  7° de controlearts vraagt de sporter vervolgens de zegel(s) te verbreken en de monsters te mengen, waarbij hij erop toeziet dat de bijkomende monsters aan het oorspronkelijke gedeeltelijke monster worden toegevoegd in de volgorde waarin ze werden genomen, tot ten minste is voldaan aan de vereiste voldoende hoeveelheid urine voor de analyse;
  8° de controlearts controleert de overblijvende urine om na te gaan of deze voldoet aan de noodzakelijke vereisten voor soortelijk dichtheid voor de analyse;
  9° de urine wordt pas weggegooid nadat de flesjes A en B tot hun maximale capaciteit zijn gevuld overeenkomstig het voorgaande en nadat de overblijvende urine werd gecontroleerd overeenkomstig § 1, 6° en 7° ;
  10° de controlearts verwijdert, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine die niet voor de laboratoriumanalyse bestemd is.";
  4° in paragraaf 3 worden de punten 11° tot 15° opgeheven;
  5° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 4. Tijdens de fasen waarbij de sporter een uitrusting voor de rechtstreekse afname van een urinemonster moet kiezen, vraagt de controlearts de sporter na te gaan of alle zegels op de gekozen uitrusting intact zijn en of er niet met de uitrusting is geknoeid. Indien de gekozen uitrusting voor hem niet voldoet, kan de sporter een andere uitrusting kiezen. Indien geen enkel beschikbare uitrusting voor hem voldoet, zal de controlearts dit vermelden in het proces-verbaal van controle. Indien de controlearts het niet eens is met de sporter over de geschiktheid van de beschikbare uitrusting, vraagt hij de sporter om over te gaan tot de monsternemingsfase. Indien hij het met de sporter eens is dat de beschikbare uitrusting niet voldoet, beëindigt hij de monsternemingsfase en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van controle.".
Art. 19. Dans l'article 25 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les points 1° à 8° sont remplacés par ce qui suit :
  "Conformément au SICE et à ses annexes C et F, la procédure de contrôle par prélèvement d'échantillons d'urine s'opère, sauf application des §§ 2 et 3, de la manière et dans l'ordre qui suivent :
  1° le médecin contrôleur et/ou le chaperon ainsi que le sportif se rendent dans un lieu garantissant l'intimité pour le prélèvement de l'échantillon. Le sportif choisit, parmi un lot, un récipient collecteur des échantillons d'urine, l'ouvre, vérifie qu'il est vide et propre. Il se lave les mains à l'eau ou porte des gants appropriés. Il remplit le récipient collecteur sous la surveillance visuelle, soit une vue claire et sans obstruction de la production de l'échantillon, du médecin contrôleur ou du chaperon, qui doit être du même sexe que le sportif qui fournit l'échantillon, et, le cas échéant, en fonction de la catégorie de genre à laquelle le sportif participe. Plus précisément, le médecin contrôleur ou le chaperon veille à voir sans obstruction l'échantillon quittant le corps du sportif et continue à observer l'échantillon après qu'il a été fourni jusqu'à ce que celui-ci soit scellé en toute sécurité, conformément à la présente procédure. Afin de garantir une vue claire et sans obstruction de la production de l'échantillon, le médecin contrôleur ou le chaperon demande au sportif de retirer ou d'ajuster tout vêtement susceptible de restreindre la vue de ce premier.
  Un sportif présentant une déficience intellectuelle, physique ou sensorielle peut se faire aider par son représentant ou par le personnel de prélèvement des échantillons, moyennant l'autorisation du sportif et l'accord du médecin contrôleur;
  2° le médecin contrôleur ou le chaperon veille à ce que l'urine évacuée par le sportif au moment de la miction soit recueillie dans le récipient collecteur jusqu'au maximum de sa capacité, après quoi le sportif est invité à vider totalement sa vessie dans les toilettes. Le médecin contrôleur ou le chaperon vérifie, sous le regard du sportif, qu'un volume d'urine convenant pour l'analyse est fourni. Si le volume d'urine fourni par le sportif est suffisant, le sportif choisit, parmi un lot de kits scellés, un kit de prélèvement contenant deux flacons portant le même numéro de code, suivi de la lettre " A " pour le premier flacon constituant l'échantillon principal, et de la lettre " B " pour le second flacon, constituant l'échantillon de réserve pour la contre-expertise éventuelle. Si le sportif ou le médecin contrôleur constate que les numéros sont différents, le médecin contrôleur demande au sportif de choisir un autre kit et consigne ce fait dans le procès-verbal de contrôle;
  3° le sportif descelle le kit choisi et l'ouvre, vérifie que les flacons sont vides et propres et verse le volume minimum d'urine convenant pour l'analyse dans le flacon B, soit au moins 30 ml, puis le reste de l'urine dans le flacon A, avec un volume minimal de 60 ml. Le volume minimum convenant pour l'analyse est considéré comme un minimum absolu. Si davantage d'urine que le minimum convenant pour l'analyse est fourni, le médecin contrôleur ou le chaperon veille à ce que le sportif remplisse le flacon A au maximum recommandé par le fabricant de l'équipement. S'il reste de l'urine, le médecin contrôleur ou le chaperon demande au sportif de remplir le flacon B au maximum recommandé par le fabricant de l'équipement;
  4° le médecin contrôleur ou le chaperon demande au sportif de laisser une petite quantité d'urine dans le récipient collecteur, en expliquant que cela doit permettre de contrôler l'urine résiduelle conformément au point 6° ;
  5° le sportif scelle ensuite les deux flacons A et B selon les directives du médecin contrôleur, qui vérifie, à la vue du sportif, que les échantillons sont correctement scellés.
  Le sportif garde le contrôle du kit et de tout échantillon ou échantillon partiel prélevé jusqu'à ce qu'il soit scellé, à moins qu'une aide ne soit nécessaire en raison de son handicap. Dans des circonstances exceptionnelles, une aide supplémentaire peut être fournie au sportif par son représentant, par le médecin contrôleur ou par le chaperon pendant la phase de prélèvement des échantillons, moyennant l'autorisation du sportif et le consentement du médecin contrôleur;
  6° le médecin contrôleur mesure la densité spécifique de l'urine laissée dans le récipient collecteur à l'aide de bandes colorimétriques, en respectant le délai de lecture indiqué;
  7° si le champ de lecture indique que l'échantillon n'a pas la densité spécifique convenant à l'analyse, le médecin contrôleur peut demander un nouveau (ou des) prélèvement(s) d'urine additionnel(s), dans le respect de la procédure visée au 1° à 5° et ce, jusqu'à ce que l'exigence de gravité spécifique convenant pour l'analyse soit satisfaite ou jusqu'à ce que le médecin contrôleur détermine des circonstances exceptionnelles rendant impossible de continuer la phase de prélèvement des échantillons. Dans cette dernière hypothèse, les circonstances exceptionnelles sont documentées dans le procès-verbal de contrôle;
  8° Si deux échantillons sont prélevés sur un même sportif au cours de la même phase de prélèvement des échantillons, les deux échantillons sont analysés par le laboratoire. Si le nombre d'échantillons prélevés au cours de la même phase de prélèvement des échantillons est supérieur ou égal à trois, le laboratoire analyse le premier échantillon, puis l'échantillon présentant la gravité spécifique la plus élevée, telle qu'enregistrée sur le formulaire de contrôle du dopage. Le laboratoire peut, de concert avec l'autorité de contrôle, déterminer si les autres échantillons doivent également être analysés.";
  2° dans le paragraphe 1er, le 13° est complété par ce qui suit :
  ". L'urine ne doit être jetée que lorsque les deux flacons A et B ont été scellés et que l'urine résiduelle a été contrôlée, conformément au point 6° ;";
  3° dans le paragraphe 3, les points 1° à 10° sont remplacés par ce qui suit :
  "1° le médecin contrôleur informe le sportif qu'un autre échantillon doit être prélevé pour respecter le volume d'urine convenant pour l'analyse et lui demande de choisir un équipement pour le recueil d'échantillons partiel, conformément au paragraphe 4.
  Le refus de fournir un nouvel échantillon sur demande, lorsque les exigences minimales de volume de prélèvement de l'échantillon ne sont pas satisfaites, est consigné par le médecin contrôleur et traité comme un défaut potentiel de se conformer;
  2° le sportif ouvre l'équipement et verse l'échantillon insuffisant d'urine dans le récipient collecteur, sous la surveillance visuelle du médecin contrôleur et, le cas échéant, en présence du chaperon et le scelle à l'aide d'un système de scellage d'échantillon partiel, selon les instructions du médecin contrôleur. Ce dernier vérifie, sous le regard du sportif, que le récipient est correctement scellé;
  3° le médecin contrôleur enregistre le numéro d'échantillon partiel, ainsi que le volume de l'échantillon insuffisant sur le procès-verbal du contrôle et demande au sportif d'en confirmer l'exactitude. Le médecin contrôleur conserve le contrôle de l'échantillon partiel scellé;
  4° le sportif reste sous observation permanente jusqu'à ce qu'il soit prêt à fournir un autre échantillon;
  5° lorsque le sportif est en mesure de fournir un autre échantillon, les procédures de prélèvement décrites aux paragraphes 1 et 4 sont répétées jusqu'à l'obtention d'un volume d'urine suffisant, en mélangeant l'échantillon initial aux échantillons additionnels;
  6° à l'issue de la fourniture de chaque échantillon, le médecin contrôleur et le sportif vérifient l'intégrité du (ou des) sceau(x) contenant l'échantillon (ou les échantillons) partiel(s) précédent(s). Toute irrégularité au niveau de l'intégrité du (ou des) sceau(x) sera consignée par le médecin contrôleur;
  7° le médecin contrôleur demande alors au sportif de briser le(s) sceau(x) et de mélanger les échantillons, en veillant à ce que les échantillons additionnels soient ajoutés dans l'ordre où ils ont été prélevés, à l'échantillon partiel initial, jusqu'à ce qu'au minimum, l'exigence d'un volume d'urine convenant pour l'analyse soit satisfaite;
  8° le médecin contrôleur vérifie l'urine résiduelle pour s'assurer qu'elle respecte les exigences de gravité spécifique convenant pour l'analyse;
  9° l'urine n'est jetée que lorsque les flacons A et B ont été remplis au maximum de leur capacité, conformément à ce qui précède, et que l'urine résiduelle a été vérifiée, conformément au paragraphe 1er, 6° et 7° ;
  10° le médecin contrôleur élimine, à la vue du sportif, le volume résiduel d'urine qui n'est pas destiné à l'analyse du laboratoire.";
  4° dans le paragraphe 3, les points 11° à 15° sont abrogés;
  5° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lors des étapes au cours desquelles le sportif doit choisir un équipement de prélèvement destiné à recueillir directement un échantillon d'urine, le médecin contrôleur demande au sportif de vérifier que tous les sceaux de l'équipement choisi sont intacts et que l'équipement n'a pas été manipulé. Si l'équipement choisi ne lui donne pas satisfaction, le sportif peut en choisir un autre. Si aucun équipement disponible ne satisfait le sportif, cela est consigné par le médecin contrôleur dans le procès-verbal de contrôle. Si le médecin contrôleur n'est pas d'accord avec le sportif sur le caractère satisfaisant de l'équipement disponible, il demande au sportif de procéder à la phase de prélèvement des échantillons. S'il est d'accord avec le sportif pour reconnaître que l'équipement disponible est insatisfaisant, il met fin à la phase de prélèvement des échantillons et le consigne dans le procès-verbal de contrôle.".
Art. 20. In artikel 26 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "Overeenkomstig de ISTI verloopt" ingevoegd voor de woorden "de controleprocedure" en wordt het woord "verloopt" geschrapt;
  2° de bepaling onder punt 1° wordt aangevuld als volgt:
  "De controlearts vraagt de sporter te controleren of de zegels op de gekozen uitrusting intact zijn en of er niet met de uitrusting is geknoeid. Indien de gekozen uitrusting voor hem niet voldoet, kan de sporter een andere kiezen. Indien geen enkel beschikbare uitrusting voor de sporter voldoet, zal de controlearts dit noteren. Indien de controlearts het niet eens is met de sporter over de ongeschiktheid van de beschikbare uitrusting, vraagt hij de sporter om over te gaan tot de monsternemingsfase. Indien hij het met de sporter eens is dat de beschikbare uitrusting niet voldoet, beëindigt hij de monsternemingsfase en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van controle;";
  3° de bepaling onder punt 2° wordt vervangen als volgt:
  "de sporter controleert of het codenummer van het monster overeenstemt en door de controlearts nauwkeurig is genoteerd op het dopingcontroleformulier. Indien de sporter of de controlearts vaststelt dat de nummers verschillend zijn, vraagt de controlearts de sporter een andere partij te kiezen en vermeldt dit feit in het proces-verbaal van controle;";
  4° punt 4° wordt aangevuld als volgt:
  "In voorkomend geval wordt de knelband onmiddellijk weggenomen na de venapunctie;";
  5° in de bepaling onder punt 6° worden de woorden "analysenormen van het door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratorium" vervangen door de woorden "normen die relevant zijn voor de analyse, zoals bepaald in de richtlijnen van het WADA voor de monsterneming;";
  6° een paragraaf 10bis wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "indien het monster verdere verwerking ter plaatse vereist, zoals centrifugering of afscheiding van serum, neemt de controlearts, nadat het bloed niet meer in het buisje stroomt, het buisje uit de houder en maakt hij het bloed in het buisje handmatig homogeen door het buisje ten minste driemaal voorzichtig om te draaien. De sporter blijft op de plaats van de monsterneming om zijn monster in het oog te houden tot het definitief is verzegeld in een partij met een sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat;";
  7° in de bepaling onder punt 11° worden de woorden "met een sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat" ingevoegd tussen de woorden "de bloedafnameset" en de woorden "volgens de richtlijnen van de controlearts".
Art. 20. Dans l'article 26 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots "Conformément au SICE" sont insérés avant les mots "la procédure de contrôle";
  2° le 1° est complété par ce qui suit :
  "Le médecin contrôleur demande au sportif de vérifier que les sceaux de l'équipement choisi sont intacts et que l'équipement n'a pas été manipulé. Si l'équipement choisi ne lui donne pas satisfaction, le sportif peut en choisir un autre. Si aucun équipement disponible ne satisfait le sportif, cela est consigné par le médecin contrôleur. Si celui-ci n'est pas d'accord avec le sportif pour reconnaître que l'équipement disponible est insatisfaisant, il demande au sportif de procéder à la phase de prélèvement des échantillons. S'il est d'accord avec le sportif pour reconnaître que l'équipement disponible est insatisfaisant, il mettra fin à la phase de prélèvement de l'échantillon et consignera ce fait;";
  3° le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " le sportif vérifie que le numéro de code de l'échantillon concorde et est consigné avec exactitude par le médecin contrôleur sur le formulaire de contrôle du dopage. Si le sportif ou le médecin contrôleur constate que les numéros sont différents, le médecin contrôleur demande au sportif de choisir une autre trousse et consigne ce fait dans le procès-verbal de contrôle;";
  4° le 4° est complété par ce qui suit :
  "Le cas échéant, le garrot est immédiatement retiré après la ponction veineuse;";
  5° au 6°, les mots "d'analyse du laboratoire accrédité ou autrement approuvé par l'AMA" sont remplacés par les mots " pertinentes en matière d'analyse, telles que prévues par les Lignes directrices de l'AMA pour le prélèvement des échantillons;";
  6° un 10bis° est inséré, rédigé comme suit :
  "si l'échantillon nécessite d'autres manipulations sur place, telles qu'une centrifugation ou une séparation de sérum, après que le sang a arrêté de couler dans le tube, le médecin contrôleur retire le tube de son support et homogénéise le sang dans le tube manuellement, en retournant délicatement le tube au moins trois fois. Le sportif reste sur les lieux du prélèvement afin d'observer son échantillon jusqu'à son scellage final dans une trousse à fermeture à effraction évidente;";
  7° au 11°, les mots "à fermeture à effraction évidente" sont insérés entre les mots "la trousse de prélèvement" et les mots "selon les directives du médecin contrôleur".
Art. 21. In artikel 27 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "artikelen 23/1 en 23/2" vervangen door de woorden "artikel 23/2";
  2° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "en in de ISTI";
  3° in paragraaf 1 worden twee leden ingevoegd tussen het derde en het vierde lid, opgesteld als volgt:
  "Indien het monster binnen twee uur na de training of de wedstrijd is genomen, worden de aard, de duur en de intensiteit van de tijdens de training of wedstrijd geleverde inspanning door de controlearts geregistreerd en gemeld aan de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter en vervolgens aan de deskundigen.
  Hoewel voor het biologisch paspoort van de sporter één enkel bloedmonster volstaat, wordt aanbevolen een B-monster te nemen om later het volledige bloed te kunnen onderzoeken op verboden stoffen of methoden.";
  4° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt:
  "De controlearts verzamelt en vermeldt de volgende informatie op een aanvullend rapportageformulier van het biologisch paspoort van de sporter:
  1° is de sporter minstens tien minuten met de voeten op de grond blijven zitten voorafgaandelijk aan de bloedafname;
  2° werd het monster onmiddellijk genomen na ten minste drie opeenvolgende dagen van een intense uithoudingswedstrijd;
  3° heeft de sporter in de twee uur voorafgaandelijk aan de bloedafname een trainings- of wedstrijdsessie gehad;
  4° of de sporter tijdens de vorige twee weken heeft getraind, deelgenomen aan een wedstrijd of verbleven op een plaats op een hoogte van meer dan 1.500 meter en zo ja, of in geval van twijfel, moet de naam van die plaats, de duur van het verblijf en de geschatte hoogte ook worden meegedeeld, indien die informatie gekend is;
  5° of de sporter in de twee laatste weken gebruik heeft gemaakt van een hoogtesimulator, met name een hypoxische tent of een hypoxisch masker, en zo ja, zoveel mogelijk bijzonderheden over het soort toestel dat werd gebruikt en de context van het gebruik (frequentie, duur, intensiteit enz.);
  6° of de sporter in de laatste drie maanden bloed heeft ontvangen, of hij in de laatste drie maanden bloedverlies heeft geleden door een ongeval, een medische aandoening of bloeddonatie, en zo ja, de geschatte hoeveelheid;
  7° of de sporter in de twee uur voorafgaandelijk aan de bloedafname werd blootgesteld aan extreme omgevingsomstandigheden, met inbegrip van sessies in kunstmatige warmte, zoals een sauna, en zo ja, de bijzonderheden van die blootstelling.";
  5° in paragraaf 2, 2° worden de woorden "23/2, § 1, derde lid van de ordonnantie" vervangen door de woorden "23/2, § 1, derde lid van de ordonnantie";
  6° in paragraaf 2 wordt punt 3° opgeheven;
  7° in paragraaf 2, punt 4°, b) dat punt 3°, b) wordt, worden de woorden "overeenkomstig de bijlage" vervangen door de woorden "overeenkomstig bijlage 2 van de ordonnantie";
  8° in paragraaf 2, punt 5° dat punt 4° wordt, worden de woorden "overeenkomstig 4°, d)" vervangen door de woorden "overeenkomstig 3°, d)".
Art. 21. Dans l'article 27 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " aux articles 23/1 et 23/2 " sont remplacés par les mots " à l'article 23/2 ";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par les mots "et dans le SICE";
  3° dans le paragraphe 1er, deux alinéas sont insérés entre les alinéas 3 et 4, rédigés comme suit :
  "Si l'échantillon a été prélevé dans les deux heures suivant la séance d'entraînement ou la compétition, la nature, la durée et l'intensité de l'effort fourni à cette occasion sont consignées par le médecin contrôleur afin d'être portées à la connaissance de l'Unité de gestion du passeport de l'athlète, puis des experts.
  Bien qu'un seul échantillon de sang suffise aux fins du passeport biologique de l'athlète, il est recommandé de prélever un échantillon B afin de permettre la recherche ultérieure de substances ou de méthodes interdites dans le sang total.";
  4° le paragraphe 1er est complété par ce qui suit :
  "Le médecin contrôleur collecte et enregistre les informations suivantes dans un formulaire de rapport supplémentaire du passeport biologique de l'athlète :
  1° si le sportif est resté assis pendant au moins dix minutes, les pieds par terre, avant le prélèvement de sang;
  2° si l'échantillon a été prélevé immédiatement après au moins trois jours consécutifs de compétition d'endurance intense;
  3° si le sportif a eu une session d'entraînement ou de compétition dans les deux heures précédant le prélèvement de sang;
  4° si le sportif s'est entraîné, a concouru ou a séjourné dans un lieu se trouvant à une altitude supérieure à 1,500 mètres au cours des deux semaines précédentes, et si oui, ou en cas de doute, le nom de ce lieu et la durée du séjour, ainsi que l'altitude estimée si cette information est connue;
  5° si le sportif a eu recours à un dispositif de simulation d'altitude, notamment une tente ou un masque hypoxique au cours des deux dernières semaines, et si oui, le plus de détails possibles concernant le type de dispositif utilisé et le contexte d'utilisation (fréquence, durée, intensité, etc.);
  6° si le sportif a reçu du sang au cours des trois derniers mois, s'il a subi des pertes sanguines en raison d'un accident, d'un état pathologique ou d'un don de sang au cours des trois derniers mois, et si oui, le volume estimé;
  7° si le sportif a été exposé à des conditions environnementales extrêmes au cours des deux heures précédant la prise de sang, y compris des séances dans une chaleur artificielle, comme un sauna, et si oui, les détails relatifs à cette exposition. ";
  5° dans le paragraphe 2, 2°, les mots " 23/2, § 1er, alinéa 2, b) de l'ordonnance " sont remplacés par les mots " 23/2, § 1er, alinéa 3, de l'ordonnance ";
  6° dans le paragraphe 2, le point 3° est abrogé;
  7° dans le paragraphe 2, point 4° devenu 3°, b), les mots "conformément à l'annexe" sont remplacés par les mots "conformément à l'annexe 2 de l'ordonnance";
  8° dans le paragraphe 2, point 5° devenu 4°, les mots "conformément au 4°, d)," sont remplacés par les mots "conformément au 3°, d)".
Art. 22. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/1 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 1. Urine- en bloedmonsters worden afgenomen met uitrusting die ten minste:
  1° een uniek nummeringssysteem bevat dat is geïntegreerd in elk A- en B-flesje, beker, buisje of ander materiaal dat wordt gebruikt om het monster te verzegelen en ook een barcode of soortgelijke gegevenscode bevat overeenkomstig de voorschriften van ADAMS voor de betrokken uitrusting voor monsterneming;
  2° een sluiting heeft die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat;
  3° de identiteit van de sporter zodanig beschermt dat die niet op het materiaal zelf verschijnt;
  4° ervoor zorgt dat al het materiaal schoon is en in verzegelde verpakkingen zit voordat de sporter het gebruikt;
  5° vervaardigd is uit een stof en een afdichtingssysteem die bestand zijn tegen de verwerkingsomstandigheden waaraan de uitrusting kan worden blootgesteld en de omgeving waarin het wordt gebruikt, met name vervoer, laboratoriumanalyse en invriezing voor langdurige opslag tot de verjaringstermijn;
  6° vervaardigd is uit een materiaal en een afdichtingssysteem die geschikt zijn om:
  - de integriteit (chemische en fysische eigenschappen) van de te analyseren monsters te bewaren;
  - bestand te zijn tegen temperaturen lager dan -80° C voor urine en bloed. De proeven om de integriteit onder vriesomstandigheden te bepalen moeten worden uitgevoerd op de matrix die in de flesjes, bekers of buisjes voor de monsters zal worden bewaard, namelijk bloed of urine;
  - bestand te zijn tegen drie vries- en dooicycli;
  7° doorzichtige A- en B-flesjes, bekers en buisjes omvat zodat het monster zichtbaar is;
  8° een afdichtingssysteem heeft waarmee de sporter en de controlearts kunnen controleren of het monster correct is verzegeld in de A- en B-flesjes of de bekers;
  9° beveiligingsidentificatiegegevens bevat waarmee de authenticiteit van de uitrusting kan worden gecontroleerd;
  10° voldoet aan de normen van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) voor het vervoer van vrijgestelde menselijke monsters, waaronder urine- en bloedmonsters, om elke vorm van lekkage tijdens het luchtvervoer te voorkomen;
  11° vervaardigd is volgens het internationaal erkende proces met het ISO 9001-certificaat, met inbegrip van beheersystemen voor kwaliteitscontrole;
  12° na de eerste opening door een laboratorium opnieuw kan worden verzegeld met een nieuwe sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat dat een uniek nummeringssysteem omvat om de integriteit van het monster en de veiligheidsketen te bewaren overeenkomstig de eisen van de Internationale Standaard voor laboratoria, met het oog op langdurige bewaring en bijkomende analyse van het monster;
  13° getest is door een officiële controle-instelling die onafhankelijk is van de fabrikant en over het ISO 17025-certificaat beschikt, om er zeker van te zijn dat de uitrusting ten minste voldoet aan de criteria van punt 2°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11° hierboven;
  14° alle veranderingen in de stof of het afdichtingssysteem van de uitrusting moeten opnieuw worden getest om na te gaan of de uitrusting nog steeds voldoet aan de eisen van deze paragraaf.
  § 2. Naast de in paragraaf 1 bepaalde criteria moet de uitrusting voor de afneming van urinemonsters:
  1° een volume van ten minste 85 ml urine kunnen bevatten in elk A- en B-flesje of in elke beker;
  2° een visuele markering hebben op de A- en B-flesjes of bekers, met vermelding van:
  - het minimumvolume urine dat in elk A- en B-flesje of elke beker moet;
  - het maximale volume dat in acht moet worden genomen om uitzetting door vriezen mogelijk te maken, zodat de integriteit van het flesje, de beker of het afdichtingssysteem niet in het gedrang komt;
  - het volume urine dat geschikt is voor analyse van het monster;
  3° voor een gedeeltelijk monster een sluiting bevatten die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat, met een uniek nummeringssysteem, om een ontoereikend monstervolume tijdelijk te verzegelen.
  § 3. Naast de in paragraaf 1 bepaalde criteria moet de uitrusting voor de afname van bloedmonsters:
  1° het mogelijk maken bloed af te nemen, te bewaren en te vervoeren in afzonderlijke A- en B-buisjes en -bekers;
  2° A- en B-buisjes bevatten met een minimuminhoud van 3 ml bloed en EDTA als antistollingsmiddel om verboden stoffen of methoden te analyseren in volbloed of plasma en/of om een profiel op te stellen op basis van de bloedparameters;
  3° A- en B-buisjes bevatten met een minimuminhoud van 5 ml bloed en een inerte polymeergel voor de scheiding van het serum en een stollingsactiverende factor om verboden stoffen of methoden te analyseren in het serum;
  4° een voorziening voor bewaring en vervoer en een temperatuuropnemer bevatten die voldoen aan de eisen gesteld in bijlage I bij de ISTI om de bloedstalen te vervoeren.
  De uitrusting voor de afname van bloedmonsters bestaat uit:
  1° een of meer buisjes voor afname;
  2° A- en B-flesjes om de monsterbuisjes veilig te vervoeren;
  3° unieke etiketten voor de monsterbuisjes met een monstercodenummer;
  4° andere soorten uitrusting die nodig kunnen zijn overeenkomstig de richtlijnen van het WADA voor monsterneming.".
Art. 22. Un article 27/1 est inséré dans le même arrêté, rédigé comme suit :
  " § 1er. Les prélèvements d'échantillons urinaires ou sanguins se font au moyen d'un équipement qui au minimum :
  1° comprend un système de numérotation unique intégré à chaque flacon A et B, récipient, tube ou autre matériel utilisé pour sceller l'échantillon, ainsi qu'un code-barres ou un code de données similaire conforme aux exigences d'ADAMS relatives à l'équipement pour le prélèvement des échantillons concerné;
  2° comporte un système de fermeture à effraction évidente;
  3° protège l'identité du sportif de façon à ce qu'elle n'apparaisse pas sur le matériel lui-même;
  4° garantit que tout le matériel est propre et se trouve dans des emballages scellés avant que le sportif ne l'utilise;
  5° est fait d'un matériau et d'un système d'étanchéité capables de résister aux conditions de traitement auxquelles l'équipement peut être soumis et à l'environnement dans lequel il est utilisé, notamment, le transport, les analyses de laboratoire et la congélation pour sa conservation à long terme jusqu'à concurrence du délai de prescription;
  6° est fait d'un matériau et d'un système d'étanchéité aptes à :
  - préserver l'intégrité (propriétés chimiques et physiques) des échantillons qui doivent faire l'objet d'une analyse;
  - résister aux températures inférieures à -80 ° C pour l'urine et pour le sang. Les essais réalisés afin de déterminer l'intégrité dans des conditions de congélation doivent porter sur la matrice qui sera conservée dans les flacons, récipients ou tubes d'échantillons, soit le sang ou l'urine;
  - résister à trois cycles de gel/dégel;
  7° comprend des flacons A et B, récipients et tubes transparents pour que l'échantillon soit visible;
  8° comporte un système d'étanchéité permettant au sportif et au médecin contrôleur de vérifier que l'échantillon est correctement scellé dans les flacons A et B ou les récipients;
  9° intègre des éléments d'identification de sécurité permettant de vérifier l'authenticité de l'équipement;
  10° est conforme aux normes publiées par l'Association du transport aérien international (IATA) en matière de transport d'échantillons humains exempts, qui incluent les échantillons d'urine et de sang afin de prévenir toute fuite durant le transport aérien;
  11° a été fabriqué selon le processus certifié ISO 9001 reconnu internationalement, incluant des systèmes de gestion du contrôle de la qualité;
  12° peut être rescellé après son ouverture initiale par un laboratoire, au moyen d'un nouveau système de fermeture à effraction évidente comportant un système de numérotation unique afin de préserver l'intégrité de l'échantillon et la chaîne de sécurité, conformément aux exigences du Standard international pour les laboratoires, aux fins de conservation à long terme et d'analyse additionnelle de l'échantillon;
  13° a fait l'objet d'essais par une institution de contrôle indépendante du fabricant et accréditée ISO 17025, afin de garantir que l'équipement respecte au minimum les critères énoncés aux points 2°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° et 11° ci-dessus;
  14° toute modification apportée au matériau ou au système d'étanchéité de l'équipement doit faire l'objet de nouveaux essais afin de garantir que l'équipement respecte toujours les exigences imposées en vertu du présent paragraphe.
  § 2. Outre les critères prévus au paragraphe 1er, s'agissant du prélèvement d'échantillons d'urine, l'équipement :
  1° peut contenir un volume d'au moins 85 ml d'urine dans chaque flacon A et B ou récipient;
  2° comporte un marquage visuel des flacons A et B ou des récipients, qui indique :
  - le volume minimal d'urine requis dans chaque flacon A et B ou récipient;
  - le volume maximal à respecter pour tenir compte de la dilatation sous l'action du gel, afin de ne pas compromettre l'intégrité du flacon, du récipient ou du système d'étanchéité;
  - le volume d'urine convenant pour l'analyse pour du récipient de prélèvement;
  3° inclut un système de fermeture à effraction évidente pour un échantillon partiel, assorti d'un système de numérotation unique, pour sceller temporairement un échantillon dont le volume est insuffisant.
  § 3. Outre les critères prévus au paragraphe 1er, s'agissant du prélèvement d'échantillons de sang, l'équipement :
  1° permet de prélever, conserver et transporter du sang dans des tubes et récipients A et B distincts;
  2° comprend des tubes A et B d'une capacité minimale de 3 ml de sang et contenant de l'EDTA comme anticoagulant aux fins d'analyse des substances ou des méthodes interdites dans le sang total ou le plasma et/ou afin d'établir un profil à partir des paramètres sanguins;
  3° aux fins d'analyse des substances ou des méthodes interdites dans le sérum, comprend des tubes A et B d'une capacité minimale de 5 ml de sang et contenant un gel de polymère inerte pour la séparation du sérum, ainsi qu'un facteur d'activation de coagulation;
  4° aux fins du transport d'échantillons de sang, comprend un dispositif de conservation et de transport ainsi qu'un enregistreur de températures qui respectent les exigences indiquées à l'annexe I du SICE.
  L'équipement pour le prélèvement des échantillons de sang est composé :
  1° d'un ou de plusieurs tube(s) de prélèvement;
  2° des flacons A et B destinés au transport des tubes de prélèvement en toute sécurité;
  3° des étiquettes uniques pour les tubes de prélèvement comportant un numéro de code d'échantillon;
  4° d'autres types d'équipement éventuellement nécessaires conformément aux Lignes directrices de l'AMA pour le prélèvement des échantillons.";
Art. 23. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/2 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  § 1. Overeenkomstig bijlage A van de ISTI bepalen de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de controlearts bij de planning of organisatie van de monsterneming of voor de testen op sporters met een handicap de standaardprocedures voor kennisgeving of monsterneming, met inbegrip van de uitrusting voor monsterneming en het dopingcontrolepunt, moeten worden gewijzigd.
  Deze wijzigingen moeten noodzakelijk zijn en mogen de identiteit, veiligheid of integriteit van het monster niet aantasten. De controlearts kan met de betrokken sporters overleggen welke aanpassingen eventueel noodzakelijk zijn. De wijzigingen worden met bewijsstukken gestaafd.
  Sporters die systemen gebruiken om urine op te vangen of af te voeren, moeten de urine verwijderen uit deze systemen voordat zij een urinemonster afleveren. Indien mogelijk moet het bestaande afname- of afvoersysteem voor urine worden vervangen door een nieuw(e), ongebruikt(e) katheter of afvoersysteem voordat het monster wordt afgenomen. De katheter of het afvoersysteem maakt geen deel uit van de uitrusting om monsters af te nemen die de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie moet verstrekken. Het is de verantwoordelijkheid van de sporter om voor de daartoe benodigde uitrusting te zorgen.
  Voor sporters met een visuele of verstandelijke handicap kunnen de controlearts en/of de sporter ervoor kiezen dat een vertegenwoordiger aanwezig is bij de monsterneming. Tijdens deze fase kunnen een vertegenwoordiger van de sporter en/of een vertegenwoordiger van de controlearts de controlearts of de chaperon als getuige gadeslaan terwijl de sporter het urinemonster produceert. Deze vertegenwoordigers mogen niet rechtstreeks toezien op de productie van het urinemonster, tenzij de sporter hen dat vraagt.
  De controlearts documenteert alle wijzigingen in de standaardprocedures voor monsterneming bij sporters met een handicap, met inbegrip van alle geldende wijzigingen die in de voorgaande leden zijn gespecificeerd.
  § 2. Overeenkomstig bijlage B van de ISTI bepalen de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de controlearts bij de planning of organisatie van de monsterneming of voor de testen op minderjarige sporters de standaardprocedures voor kennisgeving of monsterneming moeten worden gewijzigd.
  Deze wijzigingen moeten noodzakelijk zijn en mogen de identiteit, veiligheid of integriteit van het monster niet aantasten.
  Minderjarige sporters worden op de hoogte gesteld in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de sporter, naast de controlearts of de chaperon. Zij kunnen ervoor kiezen zich tijdens de gehele fase van de monsterneming door een vertegenwoordiger te laten vergezellen.
  Indien de minderjarige sporter afziet van een vertegenwoordiger, beslist de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de controlearts, naargelang het geval, of tijdens de kennisgeving van de sporter een derde aanwezig moet zijn. De afwezigheid van een vertegenwoordiger wordt gedocumenteerd door de controlearts en maakt het onderzoek niet ongeldig.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de controlearts beslist over de passende handelswijze indien er geen vertegenwoordiger van de minderjarige sporter bij de test aanwezig is en helpt de minderjarige sporter een vertegenwoordiger te vinden indien hij dat vraagt.".
Art. 23. Un article 27/2 est inséré dans le même arrêté, rédigé comme suit :
  " § 1er. Conformément à l'annexe A du SICE, lors de la planification ou l'organisation du prélèvement des échantillons, l'ONAD de la Commission communautaire commune et le médecin contrôleur déterminent si les contrôles de sportifs présentant un handicap nécessitent des modifications des procédures standard de notification ou de prélèvement des échantillons, en ce compris l'équipement pour le recueil des échantillons et du poste de contrôle du dopage.
  Ces modifications doivent être nécessaires et ne peuvent pas invalider l'identité, la sécurité, ou l'intégrité de l'échantillon. Le médecin contrôleur peut consulter les sportifs concernés afin de déterminer quelles modifications peuvent s'avérer nécessaires. Les modifications sont documentées.
  Les sportifs qui utilisent des systèmes de récupération ou de drainage urinaire vident l'urine de ces systèmes avant de fournir un échantillon d'urine. Si possible, le système existant de prélèvement de l'urine ou de drainage devrait être remplacé avant le prélèvement de l'échantillon par une nouvelle sonde ou un système de drainage non utilisé(e). La sonde ou le système de drainage ne fait pas partie de l'équipement pour le recueil des échantillons que l'ONAD de la Commission communautaire commune est tenue de fournir. Il incombe au sportif de mettre à disposition l'équipement nécessaire à cette fin.
  Pour les sportifs présentant un handicap visuel ou intellectuel, le médecin contrôleur et/ou le sportif peu(ven)t opter pour la présence d'un représentant durant la phase de prélèvement des échantillons. Au cours de cette phase, un représentant du sportif et/ou un représentant du médecin contrôleur peu(ven)t observer le médecin contrôleur ou le chaperon faisant office de témoin pendant que le sportif produit l'échantillon d'urine. Ce(s) représentant(s) peu(ven)t ne pas observer directement la production de l'échantillon d'urine, sauf si le sportif le (leur)lui demande.
  Le médecin contrôleur consigne les modifications apportées aux procédures standard de prélèvement des échantillons pour les sportifs porteur d'un handicap, y compris toutes les modifications applicables spécifiées dans les alinéas qui précèdent.
  § 2. Conformément à l'annexe B du SICE, lors de la planification ou l'organisation du prélèvement des échantillons, l'ONAD de la Commission communautaire commune et le médecin contrôleur déterminent si les contrôles menés sur des sportifs mineurs nécessitent des modifications des procédures standard de notification ou de prélèvement des échantillons.
  Ces modifications doivent être nécessaires et ne peuvent pas invalider l'identité, la sécurité, ou l'intégrité de l'échantillon.
  Les sportifs mineurs sont notifiés en présence d'un représentant du sportif en plus du médecin contrôleur ou du chaperon. Ils peuvent choisir d'être accompagnés par un représentant pendant toute la durée de la phase de prélèvement des échantillons.
  Si le sportif mineur renonce à un représentant, l'ONAD de la Commission communautaire commune ou le médecin contrôleur, selon le cas, décide de la nécessité qu'un tiers soit présent durant la notification du sportif. Cette renonciation est documentée par le médecin contrôleur et n'invalide pas le contrôle.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune ou le médecin contrôleur décide du mode d'action approprié lorsqu'aucun représentant du sportif mineur n'est présent lors du contrôle et aide le sportif mineur à localiser un représentant si le sportif mineur le demande.".
Art. 24. In hetzelfde besluit wordt een artikel 29/1 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "De monsters worden afgenomen in een controlepunt dat de organisator van het sportevenement, de wedstrijd of de training ter beschikking stelt. De privacy van de sporter moet gewaarborgd zijn in dit controlepunt.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie legt de criteria vast waaraan dit controlepunt moet voldoen, namelijk:
  1° de organisator van het sportevenement, de wedstrijd of de training moet verpakt mineraalwater ter beschikking stellen;
  2° in het controlepunt mag geen alcohol worden genuttigd of ter beschikking worden gesteld;
  3° het controlepunt mag uitsluitend worden gebruikt voor dopingcontroledoeleinden en gedurende de gehele fase van de monsterneming.
  Indien de controlearts afwijkingen vaststelt van de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vastgestelde criteria, kan hij een andere ruimte eisen.".
Art. 24. Un article 29/1 est inséré dans le même arrêté, rédigé comme suit :
  "Les prélèvements des échantillons se déroulent dans un poste de contrôle mis à disposition par l'organisateur de la manifestation sportive, de la compétition ou de l'entrainement. Ce poste garantit l'intimité du sportif.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune fixe les critères auxquels doit répondre ce poste et notamment :
  1° la mise à disposition, d'eau minérale sous conditionnement par l'organisateur de la manifestation, la compétition ou l'entraînement;
  2° l'interdiction de consommer ou mettre à disposition de l'alcool à l'intérieur du poste de contrôle;
  3° l'utilisation dudit poste uniquement à des fins de contrôle du dopage et ce, pendant toute la phase de prélèvement des échantillons.
  Si le médecin contrôleur note des écarts par rapport aux critères fixés par l'ONAD de la Commission communautaire commune, il peut exiger un autre local.".
Art. 25. Artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met inachtneming en in het kader van de toepassing van de onderzoeksbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie, zorgt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie er met alle middelen voor dat zij in staat is om antidopinginformatie te verkrijgen of te ontvangen uit alle beschikbare bronnen en met name van sporters, ondersteunend personeel van sporters, het brede publiek, personeel voor monsterneming, laboratoria, farmaceutische bedrijven, andere antidopingorganisaties, het WADA, nationale federaties, agentschappen die de wet moeten toepassen, andere regelgevende en tuchtrechtelijke instanties en de media. De Leden van het Verenigd College sluiten eventueel overeenkomsten en protocollen die nodig zijn om informatie te delen met de bovengenoemde personen.
  De antidopinginformatie dient om te helpen bij de volgende doeleinden: de ontwikkeling, herziening en wijziging van de controleplanning; de bepaling van het tijdstip voor de gerichte controles en de opmaak van gerichte informatiedossiers voor onderzoeksdoeleinden overeenkomstig dit artikel.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voert procedures in om ervoor te zorgen dat:
  - de uit hoofde van artikel 23/1 van de ordonnantie verkregen of ontvangen dopinginformatie op veilige en vertrouwelijke wijze wordt behandeld;
  - de informatiebronnen worden beschermd;
  - risico's op lekken of openbaarmaking worden aangepakt;
  - de informatie die de agentschappen die de wet moeten toepassen, de andere betrokken instanties en/of andere derde partijen met haar delen, wordt verwerkt, gebruikt en openbaar gemaakt om gegronde antidopingdoeleinden.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie beoordeelt de relevantie, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van alle antidopinginformatie zodra zij die ontvangt en houdt daarbij rekening met de aard van de bron en met de omstandigheden waarin de informatie werd verkregen of ontvangen.
  Alle verkregen of ontvangen antidopinginformatie wordt gegroepeerd en geanalyseerd om trends en patronen vast te stellen en verbanden te leggen die de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kunnen helpen om:
  - een doeltreffende strategie voor dopingbestrijding te ontwikkelen;
  - en/of te bepalen of er een gegronde reden is om te vermoeden dat een overtreding van de antidopingregels is begaan en dat nader onderzoek gerechtvaardigd is overeenkomstig artikel 12 van de ISTI en de ISRM.
  § 2. Het doel van het in artikel 23/1 van de ordonnantie bedoelde onderzoek is:
  1° de overtreding van de antidopingregels of de mogelijke betrokkenheid van een persoon bij een overtreding van de antidopingregels uit te sluiten;
  2° bewijsmateriaal te verzamelen ter ondersteuning van de opening van een procedure wegens overtreding van de antidopingregels, overeenkomstig artikel 8 van de Code en artikel 47/1 van dit besluit;
  3° het bewijs te leveren van een overtreding van de Code of van de internationale standaarden.
  § 3. Met inachtneming van en in het kader van de toepassing van de onderzoeksbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23/1, c) van de ordonnantie en het artikel 12.2.1 van de ISTI, zorgt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ervoor dat alle andere analytische of niet-analytische informatie of inlichtingen waaruit een gegronde reden blijkt om te vermoeden dat een overtreding van de antidopingregels is begaan, op vertrouwelijke en doeltreffende wijze worden onderzocht.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verzamelt en bewaart zo spoedig mogelijk alle relevante informatie en documentatie, zodat die toelaatbare en betrouwbare bewijsstukken kunnen vormen voor een mogelijke overtreding van de antidopingregels en/of aanvullende onderzoekssporen kunnen aangeven die tot de ontdekking van bewijsstukken kunnen leiden.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zorgt ervoor dat de onderzoeken steeds eerlijk, objectief en onpartijdig worden uitgevoerd. De uitvoering van onderzoeken, de evaluatie van tijdens onderzoeken ontdekte informatie en bewijsstukken en de onderzoeksresultaten worden volledig schriftelijk gedocumenteerd.
  § 4. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie neemt op efficiënte wijze en binnen een redelijke termijn een besluit over het al dan niet instellen van een strafvordering tegen een sporter of een andere persoon wegens een vermoede overtreding van de antidopingregels. Overeenkomstig artikel 13.3 van de Code kan een antidopingorganisatie die er niet in slaagt binnen een door het WADA gestelde redelijke termijn een dergelijke beslissing te nemen, rechtstreeks beroep instellen bij het Hof van Arbitrage voor Sport, alsof de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie had besloten dat er geen overtreding van de antidopingregels was begaan. Alvorens deze maatregel te nemen, ondervraagt het WADA de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over de redenen van de vertraging.
  Wanneer de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op basis van de resultaten van haar onderzoek besluit dat tegen een sporter of een andere persoon een strafvordering moet worden ingesteld wegens een vermoede overtreding van de antidopingregels, stelt zij overeenkomstig artikel 47/1 de sporter of de andere persoon en ook de betrokken nationale antidopingorganisaties, de internationale federatie en het WADA van deze beslissing in kennis.
  § 5. Wanneer de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op basis van de resultaten van haar onderzoek besluit dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld tegen een sporter of een andere persoon voor een vermoede overtreding van de antidopingregels:
  1° stelt zij het WADA, de internationale federatie en de nationale antidopingorganisatie van de sporter of de andere persoon in kennis van deze met redenen omklede beslissing per e-mail of per post;
  2° verstrekt zij alle informatie over het onderzoek die het WADA en/of de internationale federatie en/of de nationale antidopingorganisatie vragen, zodat zij kunnen beslissen of zij tegen deze beslissing in beroep wensen te gaan;
  3° beslist zij of de tijdens het onderzoek verkregen informatie of getrokken lessen: in aanmerking kunnen worden genomen bij de ontwikkeling van haar planning van de controles, kunnen worden gebruikt om gerichte controles te plannen en/of met een andere organisatie kunnen worden gedeeld.
  § 6. Voor de toepassing van artikel 23/1, tweede lid, c) van de ordonnantie, stelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie automatisch een onderzoek in wanneer in het proces-verbaal van controle wordt vermeld dat een sporter zich heeft onttrokken aan een monsterneming, een monsterneming heeft geweigerd of heeft nagelaten een monster te laten afnemen, het proces-verbaal van controle of het gedeelte van het dopingcontroleformulier over de kennisgeving van de controle te ondertekenen, of op enige andere wijze het goede verloop van de individuele controleprocedure heeft belemmerd. In dit geval wordt de sporter in kennis gesteld overeenkomstig artikel 47/1, § 1.
  § 7. Overeenkomstig artikel 30 van de ordonnantie, moet de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het onderzoeksdossier schriftelijk bezorgen aan een sportvereniging, gestaafd door bewijsstukken die door de Code zijn toegelaten, algemeen in rechte worden toegelaten en in feite en in rechte worden gemotiveerd.
  De doorverwijzing door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie naar de politie voor politieoptreden is gebaseerd op betrouwbare, getoetste en gecontroleerde informatie en/of inlichtingen.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie moet met het oog op de eventuele opening van een strafdossier het onderzoeksdossier schriftelijk bezorgen aan de gerechtelijke instanties, gestaafd door bewijsstukken die door de Code zijn toegelaten, algemeen in rechte worden toegelaten en in feite en in rechte worden gemotiveerd.".
Art. 25. L'article 30 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Dans le respect et dans le cadre de l'application du pouvoir d'enquête, tel que visé à l'article 23/1 de l'ordonnance, l'ONAD de la Commission communautaire commune veille par tous les moyens à être en mesure de se procurer ou recevoir des renseignements antidopage provenant de toute source disponible et, notamment, de la part des sportifs; du personnel d'encadrement du sportif; du grand public; du personnel de prélèvement des échantillons; des laboratoires; des sociétés pharmaceutiques; des autres organisations antidopage; de l'AMA; des fédérations nationales; des agences chargées de l'application de la loi; d'autres organismes réglementaires et disciplinaires; et des médias. Les Membres du Collège réuni concluent, le cas échéant, des conventions et protocoles nécessaires au partage des informations avec les personnes susmentionnées.
  Les renseignements antidopage doivent notamment servir à aider aux finalités suivantes : le développement, la révision et la modification du plan de répartition des contrôles; la détermination du moment choisi pour effectuer des contrôles ciblés; la création de dossiers de renseignement ciblés à des fins d'enquête conformément au présent article.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune met en place des procédures pour veiller à ce que :
  - les renseignements antidopage obtenus ou reçus en vertu de l'article 23/1 de l'ordonnance soient traités de manière sécurisée et confidentielle;
  - les sources de renseignements soient protégées;
  - les risques de fuite ou de divulgation soient traités;
  - les renseignements partagés avec elle par les agences chargées de l'application de la loi, les autres autorités concernées et/ou d'autres tierces parties, soient traités, utilisés et divulgués uniquement à des fins antidopage légitimes.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune évalue la pertinence, la fiabilité et l'exactitude de tout renseignement antidopage dès sa réception, en prenant en compte la nature de la source et les circonstances dans lesquelles ce renseignement a été obtenu ou reçu.
  Tous les renseignements antidopage obtenus ou reçus sont regroupés et analysés afin de dégager des orientations et tendances et d'établir des liens susceptibles d'aider l'ONAD de la Commission communautaire commune :
  - à élaborer une stratégie antidopage efficace;
  - et/ou à déterminer s'il existe une raison légitime de soupçonner qu'une violation des règles antidopage ait été commise et qu'une enquête plus poussée est justifiée conformément à l'article 12 du SICE et au SIGR.
  § 2. L'enquête visée à l'article 23/1 de l'ordonnance a pour but :
  1° d'exclure la violation des règles antidopage ou l'implication potentielle d'une personne dans une violation des règles antidopage;
  2° de réunir des preuves à l'appui de l'ouverture d'une procédure pour violation des règles antidopage, conformément à l'article 8 du Code et à l'article 47/1 du présent arrêté;
  3° d'apporter la preuve d'une violation du Code ou des standards internationaux.
  § 3. Dans le respect et dans le cadre de l'application du pouvoir d'enquête, tel que visé à l'article 23/1, c), de l'ordonnance et de l'article 12.2.1 du SICE, l'ONAD de la Commission communautaire commune veille à examiner confidentiellement et efficacement toute autre information ou renseignement analytique ou non analytique révélant l'existence d'une raison légitime de soupçonner qu'une violation des règles antidopage a été commise.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune collecte et conserve toutes les informations et toute la documentation pertinentes dès que possible, afin que celles-ci puissent constituer des preuves admissibles et fiables en lien avec une violation potentielle des règles antidopage, et/ou qu'elles identifient des pistes d'enquête supplémentaires pouvant mener à la découverte de preuves.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune veille à ce que les enquêtes soient menées de manière équitable, objective et impartiale en tout temps. La réalisation d'enquêtes, l'évaluation des informations et des preuves identifiées au cours des enquêtes et les résultats des enquêtes sont intégralement documentés par écrit.
  § 4. L'ONAD de la Commission communautaire commune rend, de manière efficace et dans un délai raisonnable, une décision portant sur l'opportunité d'engager des poursuites contre un sportif ou une autre personne pour violation présumée des règles antidopage. Conformément à l'article 13.3 du Code, si une organisation antidopage ne prend pas cette décision dans un délai raisonnable fixé par l'AMA, celle-ci peut faire appel directement auprès du TAS, comme si l'ONAD de la Commission communautaire commune avait rendu une décision selon laquelle aucune violation des règles antidopage n'avait été commise. Avant de prendre cette mesure, l'AMA interroge l'ONAD de la Commission communautaire commun sur les raisons du retard.
  Lorsque l'ONAD de la Commission communautaire commune conclut, sur la base des résultats de son enquête, qu'il convient d'engager des poursuites contre un sportif ou une autre personne pour une violation présumée des règles antidopage, elle notifie cette décision au sportif ou à l'autre personne, ainsi qu'aux organisation nationales antidopage concernées, à la fédération internationale et à l'AMA, conformément à l'article 47/1.
  § 5. Lorsque l'ONAD de la Commission communautaire commune conclut, sur la base des résultats de son enquête, qu'il n'y a pas lieu d'engager de poursuites contre un sportif ou une autre personne pour violation présumée des règles antidopage :
  1° elle notifie à l'AMA, à la fédération internationale et à l'organisation nationale antidopage du sportif ou de l'autre personne cette décision motivée par courrier électronique ou postal;
  2° elle fournit toute information sur l'enquête demandée par l'AMA et/ou la fédération internationale et/ou l'organisation nationale antidopage afin que celle(s)-ci puisse(nt) décider si elle(s) veu(len)t faire appel de cette décision;
  3° elle décide si des renseignements obtenus et/ou des leçons tirées au cours de l'enquête peuvent : être pris(es) en compte dans l'élaboration de son plan de répartition des contrôles; servir à planifier des contrôles ciblés; et/ou être partagé(s) avec toute autre organisation.
  § 6. pour l'application de l'article 23/1, alinéa 2 c) de l'ordonnance, l'ONAD de la Commission communautaire commune ouvre automatiquement une enquête lorsque le procès-verbal de contrôle mentionne qu'un sportif s'est soustrait à un prélèvement d'échantillons, a refusé ou a manqué de se soumettre à un prélèvement d'échantillons, a refusé de signer le procès-verbal de contrôle ou la partie du formulaire de contrôle du dopage relative à la notification du contrôle ou qu'il a entravé, d'une quelconque manière, le bon déroulement de la procédure individuelle de contrôle. Dans cette hypothèse, le sportif est notifié conformément à l'article 47/1, § 1er.
  § 7. La transmission d'un dossier d'enquête, par l'ONAD de la Commission communautaire commune, à une association sportive, conformément à l'article 30 de l'ordonnance repose sur un écrit, étayé par des éléments de preuve admis par le Code et généralement admis en droit, et motivé en faits et en droit.
  La saisine de la police par l'ONAD de la Commission communautaire commune, en vue de poser des actes policiers, repose sur des informations et/ou renseignements fiables, croisé(e)s et vérifié(e)s.
  La transmission d'un dossier d'enquête par l'ONAD de la Commission communautaire commune aux autorités judiciaires, en vue de l'ouverture éventuelle d'un dossier répressif, repose sur un écrit étayé par des éléments de preuve admis par le Code et généralement admis en droit belge, et motivé en faits et en droit.".
Art. 26. In artikel 31 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "zijn de nadere regels van de procedure van kennisgeving de volgende" worden vervangen door de woorden "past de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de in artikel 47/1 van dit besluit bedoelde procedures toe";
  2° de bepalingen onder 1° tot 4° worden opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 31 même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "les modalités de la procédure de notification sont les suivantes" sont remplacés par les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune applique les procédures visées à l'article 47/1 du présent arrêté";
  2° les points 1° à 4° sont abrogés.
Art. 27. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" vervangen door "de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aangewezen chauffeur";
  2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid opgeheven;
  3° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, vervangen als volgt:
  "In het geval bedoeld in het vorige lid, voor zover het/de ongeldig verklaarde monster(s) de identificatie van de gecontroleerde sporter zonder enige twijfel mogelijk maakt/maken, stelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de betrokken sporter per brief in kennis van deze ongeldigverklaring.";
  4° in paragraaf 2, eerste, tweede en derde lid worden de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" telkens vervangen door de woorden "De door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aangewezen chauffeur";
  5° paragraaf 2 wordt aangevuld met een vijfde lid opgesteld als volgt:
  "Wanneer het laboratorium massaspectrometrie van isotopenverhoudingen (IRMS) aanbeveelt, wordt de officiële aanvraag ondertekend door een ambtenaar van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, die een gezondheidswerker is.".
Art. 27. Dans l'article 32 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "à l'ONAD de la Commission communautaire commune" est remplacé par les mots "au chauffeur désigné par l'ONAD de la Commission communautaire commune";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est abrogé;
  3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5, devenu alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Dans le cas visé à l'alinéa qui précède, pour autant que l'échantillon (ou les échantillons) invalidé(s) concerné(s) permet(tent) d'identifier, sans aucun doute, le sportif duquel il(s) a (ou ont) été prélevé(s), celui-ci est notifié de cette invalidation par courrier de l'ONAD de la Commission communautaire commune.";
  4° dans le paragraphe 2, alinéas 1,, 2 et 3, les mots "L'ONAD de la Commission communautaire commune " sont remplacés par les mots "Le chauffeur désigné par l'ONAD de la Commission communautaire commune";
  5° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 5 rédigé comme suit :
  "Lorsque le laboratoire recommande de procéder à un spectromètre de masse à ratio isotopique (IRMS), la demande officielle est signée par un agent de l'ONAD de la Commission communautaire commune qui est un professionnel de la santé."
Art. 28. In artikel 33 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, vierde lid wordt het woord "eveneens" geschrapt;
  2° paragraaf 1, vijfde lid wordt vervangen als volgt:
  "Het analyserapport vermeldt de gegevens opgesomd in artikel 5.3.8.4 van de Internationale Standaard voor laboratoria.";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  "Het door het door WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratorium bewaart de gekozen monsters overeenkomstig artikel 20, § 1, vierde en vijfde lid tijdens een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de monsters, overeenkomstig bijlage 2 van de ordonnantie."
Art. 28. Dans l'article 33 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "également" est abrogé;
  2° au paragraphe 1er, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Le rapport d'analyse comprend les mentions reprises à l'article 5.3.8.4 du Standard international pour les laboratoires.";
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Le laboratoire accrédité ou autrement approuvé par l'AMA conserve les échantillons sélectionnés conformément à l'article 20, § 1er alinéas 4 et 5 pendant dix ans à dater de leur réception, conformément à l'annexe 2 de l'ordonnance.".
Art. 29. In artikel 34 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "aangetekende brief en" geschrapt;
  2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "artikel 20" vervangen door de woorden "artikel 19";
  3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Indien het resultaat van de analyse afwijkend is, controleert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie overeenkomstig artikel 5.1.1 van de ISRM:
  1° of een TTN toegekend werd of nog kan worden toegekend;
  2° of een afwijking van de Internationale Standaard voor laboratoria of de ISTI het atypische resultaat heeft veroorzaakt;
  3° of het duidelijk is dat het afwijkende analyseresultaat werd veroorzaakt door de inname van een verboden stof die werd toegediend op een toegelaten manier, overeenkomstig artikel 5.1.1.3 van de ISRM.
  Indien het afwijkende resultaat niet kan worden verklaard door een van de drie bovengenoemde punten, worden de gecontroleerde sporter en zijn sportvereniging op de hoogte gebracht van dit afwijkende resultaat per aangetekende brief of indien nodig per e-mail binnen drie werkdagen nadat de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het in artikel 33 bedoelde analyseverslag van het laboratorium heeft ontvangen.";
  4° in paragraaf 2, tweede lid wordt de bepaling onder 4° aangevuld als volgt:
  "of indien een dergelijk verzoek ontbreekt, het feit dat de analyse van het B-monster onherroepelijk kan gelden als stopgezet;";
  5° in paragraaf 2, tweede lid wordt een bepaling 4bis° ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "de sporter en/of zijn vertegenwoordiger mogen aanwezig zijn bij de opening en de analyse van het B-monster en een exemplaar vragen van de documentatie van het laboratorium voor het A-monster;";
  6° in paragraaf 2, wordt het tweede lid aangevuld als volgt:
  "7° de mogelijkheid voor de sporter om spoedig een verklaring te geven;
  8° de mogelijkheid voor de sporter om substantiële hulp te verlenen overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code, om de overtreding van de antidopingregels te bekennen en, in voorkomend geval, de schorsingsperiode met een jaar te verminderen zoals bepaald in artikel 10.8.1 van de Code, of om te streven naar een schikkingsovereenkomst zoals bepaald in artikel 10.8.2 van de Code;
  9° in voorkomend geval, alle elementen over de voorlopige schorsing;
  10° indien het resultaat betrekking heeft op salbutamol of formoterol, vestigt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de aandacht van de sporter op het feit dat hij door middel van een gecontroleerd farmacokinetisch onderzoek kan aantonen dat het afwijkend analyseresultaat het gevolg is van een therapeutische dosis via inhalatie die niet hoger ligt dan de maximumdosis die is aangewezen voor klasse S3 van de verboden lijst. De aandacht van de sporter wordt ook gevestigd op de belangrijkste richtsnoeren voor de uitvoering van een gecontroleerd farmacokinetisch onderzoek en hij krijgt een lijst van laboratoria die een dergelijk onderzoek kunnen uitvoeren. De sporter heeft zeven dagen de tijd om aan te geven of hij van plan is een gecontroleerd farmacokinetisch onderzoek te ondergaan. Zo niet, dan zet de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het proces van resultatenbeheer voort;
  11° indien het resultaat betrekking heeft op humaan choriongonadotrofine uit urine, volgt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de procedures die zijn vastgelegd in artikel 6 van het technisch document "Reporting & Management of Urinary Human Chorionic Gonadotrophin (hCG) and Luteinizing Hormone (LH) Findings in Male Athletes" (TD2019CG/LH) of een latere versie van dit technisch document;
  12° indien het resultaat betrekking heeft op een andere verboden stof waarvoor specifieke eisen op het vlak van resultatenbeheer gelden overeenkomstig een technisch of ander door het WADA gepubliceerd document, volgt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de nader bepaalde procedures.";
  7° in paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven.
  8° in paragraaf 3, tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "In dat geval" vervangen door de woorden "Indien het analyseresultaat atypisch is";
  9° in paragraaf 3 worden de woorden "overeenkomstig artikel 7.4 van de Code" vervangen door de woorden " overeenkomstig artikel 5.2.1 van de ISRM";
  10° in paragraaf 3, tweede lid, dat het eerste lid wordt, 1° worden de woorden "of nog kan worden toegekend" ingevoegd tussen de woorden "toegekend werd " en de ";";
  11° in paragraaf 3, tweede lid, dat het eerste lid wordt, 2° worden de woorden "of van de ISTI" ingevoegd tussen de woorden "voor de laboratoria" en de woorden "het atypische resultaat heeft veroorzaakt";
  12° in paragraaf 3 wordt het tweede lid, dat het eerste lid wordt, aangevuld met een bepaling 3°, die luidt als volgt:
  "3° of het duidelijk is dat het afwijkende analyseresultaat werd veroorzaakt door de inname van een verboden stof die werd toegediend op een toegelaten manier, overeenkomstig artikel 5.1.1.3 van de ISRM.";
  13° in paragraaf 3, vijfde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de eerste zin vervangen als volgt:
  " § 3bis. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is er niet toe gehouden een atypisch resultaat mee te delen zolang zij haar onderzoek niet heeft afgerond en niet heeft besloten het atypische resultaat te beschouwen als een abnormaal analyseresultaat, tenzij er sprake is van een van de volgende omstandigheden:";
  14° in de nieuwe paragraaf 3bis, 1° worden de woorden "voor de afronding van haar onderzoek" ingevoegd na het woord "geanalyseerd";
  15° in de nieuwe paragraaf 3bis wordt punt 2° vervangen als volgt:
  "indien de gecontroleerde sporter die op de lijst staat die bezorgd is door de organisatie die verantwoordelijk is voor grote sportmanifestaties of door de sportvereniging een atypisch resultaat vertoont dat in behandeling is;";
  16° in de nieuwe paragraaf 3bis wordt een bepaling 3° toegevoegd, die luidt als volgt:
  "3° als volgens het medisch personeel of een bekwaam deskundige het atypische resultaat wellicht te wijten is aan een ernstige ziekte waarvoor dringende medische verzorging nodig is.";
  17° in de nieuwe paragraaf 3bis, laatste lid, worden de woorden "indien wordt aangetoond dat de verboden stof niet volledig endogeen is" geschrapt;
  18° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  "Elke mededeling aan de sporter krachtens dit artikel wordt gelijktijdig door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bezorgd aan de nationale antidopingorganisatie(s) van de sporter, de internationale federatie en het WADA en zal snel in ADAMS gerapporteerd worden.".
Art. 29. Dans l'article 34 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1, alinéa 1er, les mots " courrier recommandé et " sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 1, alinéa 2, les mots "à l'article 20" sont remplacés par les mots "à l'article 19";
  3° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Si le résultat de l'analyse est anormal, conformément à l'article 5.1.1 du SIGR, l'ONAD de la Commission communautaire commune :
  1° vérifie si une AUT a été accordée ou peut encore être accordée;
  2° vérifie si un écart apparent par rapport au Standard international pour les laboratoires ou au SICE a causé le résultat atypique;
  3° vérifie s'il est manifeste que le résultat d'analyse anormal ait été causé par l'ingestion d'une substance interdite par une voie d'administration autorisée, conformément à l'article 5.1.1.3 du SIGR.
  Si le résultat anormal ne s'explique pas par l'un des 3 points susmentionnés, le sportif contrôlé et son association sportive en sont informés de ce résultat anormal par courrier recommandé et, le cas échéant, par courrier électronique, dans les trois jours ouvrables qui suivent la réception par l'ONAD de la Commission communautaire commune du rapport d'analyse du laboratoire visé à l'article 33.";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le 4° est complété par ce qui suit :
  "ou en l'absence d'une telle requêté, le fait que l'analyse de l'échantillon B peut être réputée irrévocablement abandonnée;";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 2, un 4bis° est inséré, rédigé comme suit :
  "la possibilité pour le sportif et/ou son représentant d'assister à l'ouverture de l'échantillon B et à son analyse et de demander une copie de la documentation du laboratoire pour l'échantillon A;";
  6° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est complété par ce qui suit :
  "7° la possibilité pour le sportif de fournir une explication dans un bref délai;
  8° la possibilité pour le sportif de fournir une aide substantielle au sens de l'article 10.7.1 du Code, d'avouer la violation des règles antidopage et de bénéficier, le cas échéant, de la réduction d'un an de la durée de suspension prévue à l'article 10.8.1 du Code, ou de chercher à conclure un accord de règlement de l'affaire en vertu de l'article 10.8.2 du Code;
  9° le cas échéant, toute question relative à la suspension provisoire;
  10° si le résultat concerne du salbutamol ou formotérol, l'ONAD de la Commission communautaire commune attire l'attention du sportif sur le fait qu'il peut prouver, par une étude pharmacocinétique contrôlée, que le résultat d'analyse anormal est la conséquence d'une dose thérapeutique par inhalation ne dépassant pas la dose maximale indiquée pour la classe S3 de la Liste des interdictions. L'attention du sportif est également attirée sur les principes directeurs-clés pour la réalisation d'une étude pharmacocinétique contrôlée et reçoit une liste de laboratoires capables d'effectuer une telle étude. Le sportif dispose d'un délai de sept jours pour indiquer s'il entend entreprendre une étude pharmacocinétique contrôlée. A défaut, l'ONAD de la Commission communautaire commune poursuit le processus de gestion des résultats;
  11° si le résultat concerne de la gonadotrophine chorionique humaine urinaire, l'ONAD de la Commission communautaire commune suit les procédures prévues à l'article 6 du document technique Rapport & gestion des résultats de la gonadotrophine chorionique humaine (HCG) urinaire et de l'hormone lutéinisante (LH) chez les sportifs de sexe masculin (TD2019CG/LH) ou toute version ultérieure de ce document technique;
  12° si le résultat concerne toute autre substance interdite soumise à des exigences spécifiques en matière de gestion des résultats, conformément à un document technique ou tout autre document publié par l'AMA, l'ONAD de la Commission communautaire commune suit les procédures précisées.";
  7° dans le paragraphe 3, l'alinéa 1er est abrogé.
  8° dans le paragraphe 3, alinéa 2, devenu alinéa 1er, les mots "Dans cette hypothèse" sont remplacés par les mots "Si le résultat de l'analyse est atypique";
  9° dans le paragraphe 3, les mots " conformément à l'article 7.4 du Code, " sont remplacés par les mots " conformément à l'article 5.1.1 du SIGR ";
  10° dans le paragraphe 3, alinéa 2 qui devient l'alinéa 1er, le 1° est complété par les mots "ou peut encore être accordée";
  11° dans le paragraphe 3, alinéa 2 qui devient l'alinéa 1er, 2°, les mots "ou au SICE" sont insérés entre les mots "pour les laboratoires" et les mots "a causé le résultat atypique";
  12° au paragraphe 3, l'alinéa 2 qui devient l'alinéa 1er est complété par un 3° rédigé comme suit :
  "3° vérifie s'il est manifeste que le résultat d'analyse anormal ait été causé par l'ingestion d'une substance interdite par une voie d'administration autorisée, conformément à l'article 5.1.1.3 du SIGR.";
  13° dans le paragraphe 3, l'alinéa 5 qui devient l'alinéa 4, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " § 3bis. L'ONAD de la Commission communautaire commune n'est pas tenue de notifier un résultat atypique tant qu'elle n'a pas achevé son enquête et décidé de poursuivre le résultat atypique en tant que résultat d'analyse anormal, à moins que l'une des circonstances suivantes ne soit remplie :";
  14° dans le nouveau paragraphe 3bis, 1° les mots "avant l'achèvement de son enquête" sont introduits entre les mots "être analysé" et les mots "auquel cas";
  15° dans le nouveau paragraphe 3bis, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " si le sportif contrôlé identifié sur la liste fournie par l'organisation responsable de grandes manifestations ou par l'organisation sportive a un résultat atypique en instance;";
  16° dans le nouveau paragraphe 3bis est inséré un 3° rédigé comme suit :
  " 3° si, de l'avis du personnel médical ou d'un expert qualifié, le résultat atypique est susceptible d'être lié à une pathologie grave nécessitant une attention médicale urgente. ";
  17° dans le nouveau paragraphe 3bis, dernier alinéa, les mots "s'il est démontré que la substance interdite n'est pas entièrement endogène," sont abrogés;
  18° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Toute communication faite au sportif en vertu du présent article est fournie simultanément par l'ONAD de la Commission communautaire commune à l'organisation (ou aux organisations) nationale(s) antidopage du sportif, à la fédération internationale et à l'AMA, et sera rapidement rapportée dans ADAMS.".
Art. 30. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "dat het eerste analyserapport heeft opgesteld. De sporter kan eveneens vragen om door de controlearts die de controle heeft uitgevoerd, te worden gehoord, eventueel in aanwezigheid van zijn arts of advocaat" geschrapt;
  2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid aangevuld als volgt:
  "behalve in de uitzonderlijke omstandigheden overeenkomstig artikel 5.3.6.2.3 van de Internationale Standaard voor laboratoria.";
  3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Als de sporter de analyse vraagt van het B-monster, maar verklaart dat hij of zijn vertegenwoordiger niet beschikbaar zijn op de datum en het tijdstip die zijn bedoeld in artikel 34, § 2, 5°, neemt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie contact op met het laboratorium en stelt ten minste twee data ter vervanging voor.
  Als de sporter of zijn vertegenwoordiger verklaren dat zij niet beschikbaar zijn op de data die ter vervanging worden voorgesteld, geeft de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het laboratorium de opdracht verder te gaan en een onafhankelijke getuige aan te stellen om na te gaan of het flesje van het B-monster geen sporen van vervalsing vertoont en dat de identificatienummers overeenstemmen met die in de documentatie over de monsterneming.";
  4° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, opgesteld als volgt:
  "Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, na ontvangst van de verklaring van de sporter of de andere persoon of na het verstrijken van de termijn voor het verstrekken van een dergelijke verklaring, ervan overtuigd blijft dat de sporter of de andere persoon een of meer overtredingen van de antidopingregels heeft begaan, stelt zij de sporter of de andere persoon onverwijld in kennis van de overtreding(en) van de antidopingregels die hij of zij zou hebben begaan. Deze brief omvat ook de volgende onderdelen:
  1° de bepalingen van de antidopingregels waarvan wordt vermoed dat de sporter of de andere persoon ze heeft overtreden;
  2° een gedetailleerd overzicht van de relevante feiten waarop de beschuldiging steunt en alle bewijzen die nog niet zouden gemeld zijn;
  3° de specifieke gevraagde gevolgen als de overtreding zou worden bevestigd en de beperkingen van deze gevolgen voor alle ondertekenaars, in alle sporten en in alle landen, overeenkomstig artikel 15 van de Code;
  4° de vermelding van de mogelijkheid om, binnen een termijn van maximaal twintig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgevingsbrief over de beschuldigingen (die alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden verlengd), de beweerde overtreding(en) van de antidopingregels te bekennen en de voorgestelde gevolgen te aanvaarden door een bij de brief gevoegd formulier ter aanvaarding van de gevolgen te ondertekenen, te dateren en terug te sturen;
  5° de vermelding van de mogelijkheid om, indien de sporter of de andere persoon de voorgestelde gevolgen weigert, binnen een termijn van maximaal twintig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgevingsbrief over de beschuldigingen (die alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden verlengd), (a) de beweerde overtreding(en) van de antidopingregels schriftelijk te betwisten (b) en/of de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voorgestelde gevolgen schriftelijk te betwisten en/of (c) schriftelijk de neerlegging te vragen van het volledige administratieve dossier bij de bevoegde disciplinaire hoorinstantie om door haar te worden gehoord, overeenkomstig artikel 30 en 30/1 van de ordonnantie;
  6° dat, indien de sporter of de andere persoon de beweerde overtreding(en) van de antidopingregels of de voorgestelde gevolgen niet betwist en niet vraagt om gehoord te worden binnen de bepaalde termijnen, de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan veronderstellen dat de sporter of de andere persoon heeft afgezien van zijn recht op een hoorzitting, de overtreding(en) van de antidopingregels heeft bekend en de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de kennisgevingsbrief over de beschuldigingen bepaalde gevolgen heeft aanvaard;
  7° dat de opgelopen gevolgen kunnen worden geschorst indien hij/zij substantiële hulp verleent overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code, dat hij/zij de overtreding(en) van de antidopingregels kan bekennen binnen een termijn van maximaal twintig (20) dagen vanaf de ontvangst van de kennisgevingsbrief over de beschuldigingen en, in voorkomend geval, een vermindering van de schorsingsperiode met een jaar kan genieten zoals bepaald in artikel 10.8.1 van de Code en/of een schikkingsovereenkomst kan trachten af te sluiten door de overtreding(en) van de antidopingregels te bekennen zoals bepaald in artikel 10.8.2 van de Code;
  8° alle elementen in verband met de voorlopige schorsing.";
  5° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt:
  "De kennisgeving van de beschuldigingen aan de sporter of de andere persoon wordt gelijktijdig bezorgd aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de nationale antidopingorganisatie(s) van de sporter, de internationale federatie en het WADA en wordt binnen een redelijke termijn in ADAMS gerapporteerd."
  6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
  "Bij de toepassing van de controleprocedure aan de hand van het biologisch paspoort door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, bezorgt zij ook de elitesporter van nationaal niveau het documentatiedossier van het biologisch paspoort en het daarbij horende verslag van de experten vermeld in bijlage C van de Internationale Standaard voor de TTN.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verzoekt de sporter om, binnen een redelijke termijn, zijn eigen verklaring te geven voor de verstrekte gegevens.
  Zodra de verklaringen en bijkomende informatie van de sporter ontvangen zijn, binnen de bepaalde termijn, bezorgt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie deze aan de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter, die ze voor onderzoek bezorgt aan de expertengroep met alle bijkomende inlichtingen die ze nodig acht om haar advies te verlenen in samenspraak met de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter.
  In dit stadium is het onderzoek niet meer anoniem. De expertengroep evalueert de zaak opnieuw of hernieuwt zijn beweringen en concludeert een van de volgende zaken:
  a) unaniem advies van "waarschijnlijk dopinggebruik" door de experten op basis van de informatie in het paspoort en alle verklaringen van de sporter;
  b) of, op basis van de beschikbare informatie, de onmogelijkheid voor de experten om unaniem een hierboven genoemde conclusie van "waarschijnlijk dopinggebruik" te vormen.
  Indien de expertengroep het advies uitbrengt dat vermeld wordt in het vorige lid, punt a), wordt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie erover ingelicht door de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter, deelt zij de beschuldigingen tegen de sporter mee overeenkomstig dit artikel en zet zij het beheer van de resultaten voort overeenkomstig de Internationale Standaard voor de TTN en dit besluit.
  Indien de expertengroep het advies uitbrengt dat vermeld wordt in het vorige lid, punt b), past de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter het verslag aan van de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter en raadt zij de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan, naargelang het geval, bijkomende controles uit te voeren en/of informatie te vergaren over de sporter. Zij deelt het resultaat van dit onderzoek mee aan de sporter en het WADA.";
  7° een paragraaf 8 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "De fase van het beheer van de resultaten voorafgaandelijk aan beslissingen die geen abnormaal analyseresultaat, een atypisch resultaat of de resultaten van het biologisch paspoort van de sporter met zich meebrengen, verloopt overeenkomstig de bepalingen in artikel 5.3 van de Internationale Standaard voor de TTN.".
Art. 30. Dans l'article 35 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ayant effectué le premier rapport d'analyse. Le sportif peut également demander à être réauditionné par le médecin contrôleur ayant procédé au contrôle en cause, en présence éventuelle de son médecin ou avocat" sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est complété par ce qui suit :
  " sauf dans les circonstances exceptionnelles conformément à l'article 5.3.6.2.3 du Standard international pour les laboratoires.";
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Si le sportif demande l'analyse de l'échantillon B, mais affirme que lui ou son représentant n'est pas disponible à la date et à l'heure visée à l'article 34, § 2, 5°, l'ONAD de la Commission communautaire commune contacte le laboratoire et propose au minimum deux dates de remplacement.
  Si le sportif et son représentant affirment ne pas être disponibles aux dates de remplacement proposées, l'ONAD de la Commission communautaire commune donne au laboratoire l'instruction d'avancer et de désigner un témoin indépendant, afin de vérifier que le flacon de l'échantillon " B " ne présente aucun signe de falsification et que les numéros d'identification correspondent à ceux de la documentation du prélèvement.";
  4° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si, après la réception de l'explication du sportif ou de l'autre personne ou après l'expiration du délai accordé pour fournir une telle explication, l'ONAD de la Commission communautaire commune reste convaincue que le sportif ou l'autre personne a commis une (ou plusieurs) violation(s) des règles antidopage, elle notifie rapidement au sportif ou à l'autre personne la (ou les) violation(s) des règles antidopage qu'il ou elle est présumé(e) avoir commise(s). Cette lettre comprend, en outre, les éléments suivants :
  1° les dispositions des règles antidopage dont la violation par le sportif ou l'autre personne est présumée;
  2° un résumé détaillé des faits pertinents sur lesquels repose l'allégation, ainsi que toute preuve qui n'aurait pas encore été notifiée;
  3° les conséquences spécifiques demandées si la violation devait être confirmée ainsi que le caractère contraignant de ces conséquences pour tous les signataires, dans tous les sports et dans tous les pays, conformément à l'article 15 du Code;
  4° la mention de la possibilité, dans un délai ne dépassant pas vingt jours à compter de la réception de la lettre de notification des charges (qui ne pourra être prolongé que dans des cas exceptionnels), d'avouer la violation des règles anti-dopage alléguée et d'accepter les conséquences proposées, en signant, datant et renvoyant un formulaire d'acceptation des conséquences joint à la lettre;
  5° la mention, en cas de refus par le sportif ou l'autre personne des conséquences proposées, de la possibilité, dans un délai ne dépassant vingt jours à compter de la réception de la lettre de notification des charges (qui ne peut être prolongé qu'en cas de circonstances exceptionnelles) (a) de contester par écrit la violation alléguée des règles antidopage (b) et/ou de contester par écrit les conséquences proposées par l'ONAD de la Commission communautaire commune, et/ou (c) de demander par écrit le dépôt du dossier administratif complet à l'instance d'audition disciplinaire compétente, afin d'être entendu par elle, conformément à l'article 30 et 30/1 de l'ordonnance;
  6° que si le sportif ou l'autre personne ne conteste pas l'allégation de violation des règles antidopage ou les conséquences proposées et ne demande pas d'audition dans les délais fixés, l'ONAD de la Commission communautaire commune pourra présumer que le sportif ou l'autre personne a renoncé à son droit à une audition, avoué la violation des règles antidopage et accepté les conséquences fixées par l'ONAD de la Commission communautaire commune dans la lettre de notification des charges;
  7° que les conséquences encourues pourront être assorties d'un sursis s'il/elle fournit une aide substantielle conformément à l'article 10.7.1 du Code, qu'il/elle peut avouer la (ou les) violation(s) des règles antidopage dans un délai de vingt (20) jours à compter de la réception de la lettre de notification des charges et bénéficier, le cas échéant, d'une réduction d'une année de la durée de suspension conformément à l'article 10.8.1 du Code, et/ou chercher à conclure un accord de règlement de l'affaire en avouant la (ou les) violation(s) des règles antidopage conformément à l'article 10.8.2 du Code;
  8° et tout élément relatif à la suspension provisoire.";
  5° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  "La notification des charges remise au sportif ou à l'autre personne est simultanément notifiée par l'ONAD de la Commission communautaire commune à la (ou aux) organisation(s) nationale(s) antidopage du sportif, à la fédération internationale et à l'AMA, et est rapportée dans ADAMS dans un délai raisonnable.";
  6° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  "Lors de l'application de la procédure de contrôle effectuée au moyen du passeport biologique par l'ONAD de la Commission communautaire commune, celle-ci notifie également au sportif d'élite de niveau national concerné le dossier de documentation du passeport biologique et le rapport conjoint des experts visés à l'annexe C du SIGR.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune invite le sportif à fournir, dans un délai raisonnable, sa propre explication des données fournies.
  Dès réception des explications et informations complémentaires du sportif, dans le délai imparti, l'ONAD de la Commission communautaire commune les transmet à l'unité de gestion du passeport de l'athlète qui les transmet au groupe d'experts pour examen avec tous les renseignements supplémentaires qu'il jugera nécessaire pour rendre son avis en coordination avec l'ONAD de la Commission communautaire commune et avec l'unité de gestion du passeport de l'athlète.
  A ce stade, l'examen n'est plus anonyme. Le groupe d'experts réévalue l'affaire ou renouvelle ses allégations et parvient à l'une des conclusions suivantes :
  a) avis unanime de " dopage probable " rendu par les experts sur la base des informations figurant dans le Passeport et de toute explication donnée par le sportif;
  b) ou, sur la base des informations disponibles, impossibilité pour les experts de parvenir à une conclusion unanime de " dopage probable " énoncée ci-dessus.
  Si le groupe d'experts exprime l'avis énoncé à l'alinéa qui précède, point a), l'ONAD de la Commission communautaire commune en est informé par l'unité de gestion du passeport de l'athlète, elle notifie les charges retenues à l'encontre du sportif conformément au présent article et continue la gestion des résultats conformément au SIGR et au présent arrêté.
  Si le groupe d'experts exprime l'avis énoncé à l'alinéa qui précède, point b), l'unité de gestion du passeport de l'athlète met à jour le rapport de l'unité de gestion du passeport de l'athlète et recommande à l'ONAD de la Commission communautaire commune, selon le cas, d'effectuer des contrôles supplémentaires et/ou de rassembler des renseignements sur le sportif. Celle-ci notifie au sportif et à l'AMA le résultat de cet examen.";
  7° un paragraphe 8 est inséré, rédigé comme suit :
  "La phase de la gestion des résultats préalable aux décisions n'impliquant pas un résultat d'analyse anormal, un résultat atypique ou des résultats du passeport biologique du sportif, se déroulera conformément aux dispositions prévues à l'article 5.3 du SIGR.".
Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 35/1 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 1. Overeenkomstig artikel 7.4.1 van de Code, legt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op het tijdstip van de in artikel 35, § 4 bedoelde kennisgeving onverwijld een voorlopige schorsing op, nadat zij een afwijkend analyseresultaat of een afwijkend paspoortresultaat heeft ontvangen voor een verboden stof of verboden methode die geen specifieke stof of methode is, waarbij een sporter zou betrokken zijn die niet onder de bevoegdheid valt van de in artikel 30 van de ordonnantie bedoelde sportverenigingen of indien zijn sportvereniging de in artikel 30 van de ordonnantie bedoelde verplichting niet nakomt.
  Deze schorsing gaat in op de dag die volgt op de ontvangst van de kennisgeving. De schorsing loopt af op de dag waarop de DADC haar beslissing heeft genomen. De duur van de voorlopige schorsing mag niet langer zijn dan de maximale schorsingsperiode die aan de sporter kan worden opgelegd voor de betrokken overtreding(en) van de antidopingregels.
  Er kan geen voorlopige schorsing worden opgelegd tenzij aan de sporter of de andere betrokken persoon de mogelijkheid wordt gegeven om gebruik te maken van :
  - een inleidende hoorzitting voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, ofwel voordat de voorlopige schorsing wordt opgelegd, ofwel binnen een redelijke termijn nadat de voorlopige schorsing werd opgelegd;
  - of een versnelde hoorzitting voor de DADC overeenkomstig artikel 8 van de Code, binnen een redelijke termijn nadat een voorlopige schorsing werd opgelegd.
  De sporter of de andere betrokken persoon heeft ook de mogelijkheid om gebruik te maken van een versnelde beroepsprocedure tegen een opgelegde voorlopige schorsing of de beslissing om geen voorlopige schorsing op te leggen overeenkomstig artikel 13 van de Code en artikel 52/20 van dit besluit. De bevoegde beroepsinstantie is het Hof van Arbitrage voor Sport.
  § 2. Een in paragraaf 1 bedoelde voorlopige schorsing kan worden opgeheven indien de sporter aan de DADC aantoont dat de overtreding waarschijnlijk een besmet product zou hebben ingehouden of indien de overtreding een verslavende stof inhoudt en de atleet aantoont dat hij recht heeft op een verkorte schorsing overeenkomstig artikel 10.2.4.1 van de Code.
  Tegen de beslissing van de DADC om een verplichte voorlopige schorsing niet op te heffen op grond van de bewering van de sporter dat hij een besmet product heeft gebruikt, kan geen beroep worden aangetekend.
  § 3. Overeenkomstig artikel 7.4.4 van de Code kunnen sporters een voorlopige schorsing vrijwillig aanvaarden, op voorwaarde dat zij dat doen:
  1° uiterlijk voor het verstrijken van een termijn van tien dagen vanaf het verslag van het B-monster (of de ontheffing van het B-monster);
  2° binnen tien dagen na kennisgeving van een andere overtreding van de antidopingregels;
  3° vóór de datum waarop de sporter voor het eerst aan wedstrijden deelneemt na een dergelijk verslag of een dergelijke kennisgeving.
  Andere personen kunnen vrijwillig een voorlopige schorsing aanvaarden, op voorwaarde dat zij dit doen binnen tien dagen na kennisgeving van de overtreding van de antidopingregels. Bij een dergelijke vrijwillige aanvaarding heeft de voorlopige schorsing volledige rechtswerking en wordt op dezelfde wijze behandeld als wanneer de schorsing op grond van paragraaf 1 zou zijn opgelegd. De sporter of andere persoon kan deze aanvaarding evenwel op elk moment na de vrijwillige aanvaarding van een voorlopige schorsing intrekken. In dat geval heeft de sporter of andere persoon geen recht op enige aftrek voor de tijd die hij tijdens de voorlopige schorsing heeft gezeten.".
Art. 31. Dans le même arrêté, un article 35/1 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 1er. Conformément à l'article 7.4.1 du Code, à la réception d'un résultat d'analyse anormal ou d'un résultat de passeport anormal pour une substance ou méthode interdite autre qu'une substance ou méthode spécifiée, qui concernerait un sportif qui ne relève pas de la compétence des associations sportives visées à l'article 30 de l'ordonnance ou si son association sportive manque à l'obligation visée à l'article 30 de l'ordonnance, l'ONAD de la Commission communautaire commune impose une suspension provisoire sans délai au moment de la notification visée à l'article 35, § 4.
  Cette suspension prend court au jour qui suit le jour de la réception de la notification. Elle prend fin le jour du prononcé de la décision de la CODA. La durée de la suspension provisoire ne peut pas dépasser la durée maximale de suspension pouvant être imposée au sportif au titre de la (ou des) violation(s) des règles antidopage en cause.
  Aucune suspension provisoire ne peut être imposée à moins qu'il est donné au sportif ou à l'autre personne concerné(e) la possibilité de bénéficier :
  - d'une audience préliminaire devant l'ONAD de la Commission communautaire commune, soit avant l'imposition de la suspension provisoire, soit dans un délai raisonnable après l'imposition de la suspension provisoire;
  - ou d'une audience accélérée devant la CODA, conformément à l'article 8 du Code, et ce, dans un délai raisonnable après l'imposition d'une suspension provisoire.
  Le sportif ou l'autre personne concerné(e) a également la possibilité de bénéficier d'une procédure d'appel accélérée contre l'imposition d'une suspension provisoire ou la décision de ne pas imposer de suspension provisoire, conformément à l'article 13 du Code et 52/20 du présent arrêté. L'instance d'appel compétente est le TAS.
  § 2. Une suspension provisoire visée au paragraphe 1er peut être levée si le sportif démontre à la CODA qu'il est probable que la violation ait impliqué un produit contaminé ou si la violation implique une substance addictive et que le sportif établit son droit à une durée de suspension réduite conformément à l'article 10.2.4.1 du Code.
  La décision de la CODA de ne pas lever une suspension provisoire obligatoire sur la base de l'assertion du sportif concernant un produit contaminé n'est pas susceptible d'appel.
  § 3. Conformément à l'article 7.4.4 du Code, les sportifs peuvent, de leur propre chef, accepter volontairement une suspension provisoire à condition de le faire :
  1° au plus tard avant l'expiration d'un délai de dix jours à compter du rapport de l'échantillon " B " (ou de la renonciation à l'échantillon " B ");
  2° dans un délai de dix jours à compter de la notification de toute autre violation des règles antidopage;
  3° avant la date à laquelle le sportif concourt pour la première fois après un tel rapport ou une telle notification.
  Les autres personnes peuvent, de leur propre chef, accepter volontairement une suspension provisoire à condition de le faire dans les dix jours à compter de la notification de la violation des règles antidopage. Dans le cas d'une telle acceptation volontaire, la suspension provisoire déploie pleinement ses effets et est traitée de la même manière que si elle avait été imposée au titre du paragraphe 1er. Cependant, le sportif ou l'autre personne peut retirer cette acceptation à tout moment après l'acceptation volontaire d'une suspension provisoire, auquel cas le sportif ou l'autre personne ne peut bénéficier d'aucune déduction pour le temps purgé durant la suspension provisoire.".
Art. 32. In artikel 36 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  "Wanneer de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft bepaald dat zij de controles moet uitvoeren buiten wedstrijdverband op particuliere sporters naar aanleiding van haar evaluatie van de risico's (overeenkomstig artikel 4.2 van de ISRM) en haar bepaling van de prioriteiten (overeenkomstig artikel 4.3 tot 4.7 van de ISRM), moet zij onderzoeken hoeveel verblijfsgegevens zij nodig heeft voor deze sporters om doeltreffend onpartijdige controles te kunnen uitvoeren. Zij mag via e-mail sportverenigingen raadplegen die in de hoogste nationale klasse of categorie spelen.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie stelt de lijst op van de elitesporters van nationaal niveau die deel uitmaken van de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de zin van artikel 2, 62° van de ordonnantie, binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. Deze lijst wordt regelmatig aangepast naar aanleiding van diezelfde raadplegingen.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "en, in voorkomend geval, in overleg met de betrokken elitesporter, mee dat deze laatste" vervangen door de woorden "mee dat de betrokken elitesporter";
  3° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "Overeenkomstig artikel I.6.2 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken werken de sportverenigingen en de sportkringen die hen samenstellen" vervangen door de woorden "De sportverenigingen en de sportkringen die hen samenstellen, werken".
  4° in paragraaf 2, vierde lid, 1° worden de woorden "A, B, C of D" vervangen door de woorden "A, B of C";
  5° in paragraaf 2, vierde lid, wordt punt 4° opgeheven;
  6° in paragraaf 2, vierde lid, wordt een punt 6° ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "6° dat hij ook kan worden gecontroleerd door andere antidopingorganisaties die voor hem bevoegd zijn inzake controle.
  Elke sporter die opgenomen is in categorie A blijft onderworpen aan de vereisten inzake verblijfsgegevens krachtens artikel 2.4 van de Code, behalve: (a) indien hij een schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen van elke antidopingorganisatie die hem heeft opgenomen in zijn doelgroep van sporters die onderworpen zijn aan controles om te melden dat hij er niet meer toe behoort; of (b) hij zich terugtrekt uit de wedstrijd in de sport in kwestie volgens de geldende regels en hiervoor een schriftelijke kennisgeving stuurt naar elke antidopingorganisatie die hem had opgenomen in zijn doelgroep van sporters die onderworpen zijn aan controles.";
  7° in paragraaf 3 worden de woorden "en artikel 4.8.6 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken" geschrapt;
  8° in paragraaf 4, eerste lid worden de woorden "zoals bepaald in § 2, derde lid, 4° " geschrapt.
  11° in paragraaf 4, tweede lid worden de woorden "en brengt een einde aan zijn specifieke verplichtingen inzake TTN's zoals voorzien in artikel 9, § 2, en, indien hij tot de categorieën A tot C behoort, aan de verplichtingen inzake de verblijfsgegevens zoals voorzien in artikel 26 van de ordonnantie en dit besluit" geschrapt.
Art. 32. Dans l'article 36 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Lorsque l'ONAD de la Commission communautaire commune a déterminé qu'elle doit réaliser des contrôles hors compétition sur des sportifs particuliers à l'issue de son évaluation des risques (conformément à l'article 4.2 du SICE) et de sa détermination des priorités (selon les articles 4.3 à 4.7 du SICE), elle doit examiner de quelle quantité d'informations servant à la localisation elle a besoin pour ces sportifs afin de réaliser des contrôles inopinés de manière efficace. Elle peut consulter, par courrier électronique, des associations sportives qui évoluent dans la plus haute division ou catégorie nationale.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune établit la liste des sportifs d'élite de niveau national qui font partie du groupe cible de la Commission communautaire commune, au sens de l'article 2, 62°, de l'ordonnance, dans les trois mois suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Cette liste est régulièrement mise à jour, suite aux mêmes consultations.";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "le cas échéant après concertation avec le sportif d'élite concerné, que celui-ci" sont remplacés par les mots "que le sportif d'élite concerné";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " Conformément à l'article I.6.2 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes, les associations " sont remplacés par les mots " Les associations ";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 4, 1°, les mots " A, B, C ou D " sont remplacés par les mots " A ou B ";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le 4° est abrogé;
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 4, un 6° est inséré, rédigé comme suit :
  "6° le fait qu'il peut également être contrôlé par d'autres organisations antidopage ayant compétence sur lui en matière de contrôles.
  Tout sportif qui a été inclus dans la catégorie A continue à être soumis aux exigences relatives à la localisation en vertu de l'article 2.4 du Code sauf : (a) s'il a reçu une notification écrite de la part de chaque organisation antidopage qui l'a inclus dans son groupe cible de sportifs soumis aux contrôles lui indiquant qu'il n'en fait plus partie; ou (b) s'il se retire de la compétition dans le sport en question conformément aux règles en vigueur et donne une notification écrite à cet effet à chaque organisation antidopage qui l'avait inclus dans son groupe cible de sportifs soumis aux contrôles.";
  7° dans le paragraphe 3, les mots " et à l'article 4.8.6 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes " sont abrogés;
  8° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "telles que prévues au § 2, alinéa 3, 4° " sont abrogés;
  11° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " et met fin à ses obligations spécifiques en matière d'AUT telles que prévues à l'article 9, § 2, et, s'il est de catégorie A à C, à celles en matière de localisation telles que prévues par l'article 26 de l'ordonnance et le présent chapitre" sont abrogés.
Art. 33. In artikel 37 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerst lid en in paragraaf 2, tweede lid worden de woorden "categorie A tot C" vervangen door de woorden "categorie A tot B";
  2° in paragraaf 1, derde lid worden de woorden "artikel I.3, e)" vervangen door de woorden "artikel 4.8.8.2 d)";
  3° in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden "artikelen I.3.2, I.3.3 en I.4" vervangen door de woorden "artikel 4.8.8.3, 4.8.8.4 en 4.8.6.2";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, 3° wordt het woord "stilzwijgende" ingevoegd tussen de woorden "de" en "toestemming";
  5° in paragraaf 2, eerste lid, 3° worden de woorden ", overeenkomstig artikel I.3.I, c), van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken" geschrapt;
  6° in paragraaf 2, eerste lid, 6° worden de woorden "in de bijlage" vervangen door de woorden "in bijlage 2 van de ordonnantie";
  7° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 26, § 2 van de ordonnantie en artikel 4.8 van de ISRM, leidt de niet-nakoming door een elitesporter van categorie A of B van zijn verplichtingen inzake de verblijfsgegevens tot de toepassing van de procedure tot vaststelling van een afschriftverzuim inzake de verblijfsgegevens zoals bedoeld in artikel 40 van dit besluit."
  9° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "artikelen I.1.1. b), I.3.4, I.3.5 en I.5.2 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken" vervangen door de woorden "artikel 4.8.6.2, 4.8.8.5, 4.8.8.6 van de ISTI en bijlage B van de ISRM";
  10° in paragraaf 2, vierde lid worden de woorden "artikel I.4.3, c)" vervangen door de woorden "artikel 4.8.8.5, d)".
Art. 33. Dans l'article 37 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er et dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " de catégorie A à C " sont remplacés par les mots " de catégorie A à B ";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " article I.3. e) " sont remplacés par " article 4.8.8.2 d) ";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " articles I.3.2, I.3.3 et I.4 " sont remplacés par les mots " articles 4.8.8.3, 4.8.8.4 et 4.8.6.2 ";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, le mot " exprès " est remplacé par le mot " tacite ";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots " , conformément à l'article I.3.I. c) du Standard international pour les contrôles et les enquêtes " sont abrogés;
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 6°, les mots "en l'annexe" sont remplacés par les mots "en l'annexe 2 de l'ordonnance";
  7° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Conformément à l'article 26 § 2 de l'ordonnance et à l'article 4.8 du SICE, le non-respect par un sportif d'élite de catégorie A ou B de ses obligations de localisation entraine l'application de la procédure de constat de manquement aux obligations de localisation, telle que visée à l'article 40 du présent arrêté.";
  9° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " articles I.1.1.b), I.3.4, I.3.5 en I.5.2 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes " sont remplacés par " articles 4.8.6.2, 4.8.8.5, 4.8.8.6 du SICE et à l'annexe B du SIGR ";
  10° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots " article I.4.3. c) " sont remplacés par les mots " article 4.8.8.5 d) ".
Art. 34. In artikel 38 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "categorie A tot D" vervangen door de woorden "categorie A en B".
Art. 34. Dans l'article 38 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " de catégorie A à D " sont remplacés par les mots " de catégorie A et B ".
Art. 35. In artikel 39 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste en het tweede lid worden opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden "categorie A tot C" vervangen door de woorden "categorie A tot B".
Art. 35. Dans l'article 39 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Les alinéas 1 et 2 sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 3, les mots " de catégorie A à C " sont remplacés par les mots " de catégorie A à B ".
Art. 36. Artikel 40 wordt van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie geeft per aangetekende brief en eventueel per e-mail kennis van een vaststelling van verzuim, aan elke elitesporter van nationaal niveau van categorie A of B die tot haar doelgroep behoort en die:
  1° ofwel zijn verplichting tot mededeling van gegevens, zoals bepaald in artikel 26 van de ordonnantie en verduidelijkt door de bepalingen van dit hoofdstuk, niet naleeft. De sporter wordt geacht te hebben verzuimd aan de verplichting om verblijfsgegevens mee te delen indien hij (i) geen volledige gegevens kan bezorgen binnen een gepaste termijn voor de start van een volgend kwartaal, uiterlijk op de eerste dag van dat kwartaal en (ii) indien alle gegevens die de sporter bezorgt (ofwel voor de start van het kwartaal, ofwel als aanpassing) onjuist blijken op de (eerste) datum waarop kan worden vastgesteld dat deze gegevens onjuist zijn;
  2° ofwel een controle mist, zoals vastgesteld door de controlearts in het formulier van gemiste controle, dat overeenstemt met de vereisten van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, waarvan het model door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt vastgesteld. Een gemiste controle wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de datum waarop werd geprobeerd de monsterneming uit te voeren.
  § 2. Overeenkomstig bijlage B van de Internationale Standaard voor de TTN, zodra de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie besluit dat aan alle relevante vereisten is voldaan om verzuim aan de verplichting om verblijfsgegevens mee te delen en/of om een gemiste controle vast te stellen, geeft zij de sporter van categorie A binnen veertien dagen na het gebleken verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens een kennisgeving.
  Deze kennisgeving bevat:
  1. voldoende details over dit verzuim om de sporter toe te laten er op nuttige wijze op te antwoorden door hem een redelijke termijn te geven om dit te doen, zodat hij kan aangeven of hij de niet-naleving van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens erkent of, bij gebrek hieraan, welke verklaring hij daarvoor geeft;
  2. de vermelding dat drie niet-nalevingen van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens in een periode van twaalf maanden een overtreding van de antidopingregels inhouden overeenkomstig artikel 2.4 van de Code en artikel 8, § 1, 4° van de ordonnantie en de vermelding of er in de voorgaande twaalf maanden andere niet-nalevingen door de sporter van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens werden genoteerd.
  3. bij een verzuim aan de verplichting om verblijfsgegevens mee te delen, de vermelding dat de sporter, om een nieuw verzuim aan de verplichting om gegevens mee te delen te voorkomen, de ontbrekende verblijfsgegevens moet bezorgen voor de in de kennisgeving bepaalde termijn eindigt, wat binnen achtenveertig uur na ontvangst van de kennisgeving moet plaatsvinden.
  Indien de sporter niet antwoordt binnen de bepaalde termijn, noteert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de niet-naleving van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens die aan de sporter werd gemeld. Indien de sporter binnen de termijn antwoordt, onderzoekt de NADO of zijn antwoord haar oorspronkelijke beslissing wijzigt die stelt dat aan alle vereisten die toelaten een verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens te noteren, is voldaan. In dit geval meldt zij dit aan de sporter, het WADA, de internationale federatie en de nationale federatie, met vermelding van de redenen van haar beslissing. Elke partij heeft het recht om tegen deze beslissing in beroep te gaan overeenkomstig artikel 13 van de Code.
  In het tegengestelde geval deelt zij dit mee aan de sporter (waarbij zij de redenen vermeldt) en stelt zij een redelijke termijn vast waarbinnen de sporter een om administratief onderzoek van de beslissing kan verzoeken.
  Het verslag van de vruchteloze poging wordt in dit stadium aan de sporter bezorgd, tenzij dit document hem eerder werd bezorgd tijdens het proces.
  Indien de sporter niet om een administratief onderzoek vraagt binnen de vastgestelde termijn, noteert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de niet-naleving van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens die aan de sporter werd gemeld. Indien de sporter om een administratief onderzoek vraagt binnen de vastgestelde termijn, gebeurt dit onderzoek enkel op basis van het schriftelijke dossier door een of meerdere personen van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die voordien niet betrokken waren bij de evaluatie van het gebleken verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens. Dit onderzoek heeft tot doel opnieuw te bepalen of al dan niet is voldaan aan alle vereisten om een verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens te noteren.
  Indien het onderzoek leidt tot de conclusie dat niet is voldaan aan alle vereisten om een verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens te noteren, meldt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie dit aan de sporter, het WADA, de internationale federatie en de nationale federatie, met vermelding van de redenen van haar beslissing. Elke partij heeft het recht om tegen deze beslissing in beroep te gaan bij de bevoegde disciplinaire instantie krachtens artikel 30 of 30/1 van de ordonnantie, overeenkomstig artikel 13 van de Code.
  Indien er echter werd geconcludeerd dat er is voldaan aan alle vereisten om een verzuim aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens te noteren, meldt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie dit aan de sporter en noteert zij de niet-naleving door de sporter van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie meldt snel en op een vertrouwelijke manier via ADAMS een beslissing om een niet-naleving door een sporter van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens te registreren aan het WADA en aan alle andere betrokken antidopingorganisaties.
  § 3. De kennisgeving van een in § 1 bedoelde niet-naleving door een sporter van categorie B bevat ten minste de volgende elementen:
  1° een beknopte beschrijving van de feiten die in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van het verzuim;
  2° het verzoek aan de sporter om zijn verplichtingen nauwgezet na te leven;
  3° de herinnering aan de categorie B waartoe de sporter behoort, het (de) mogelijke gevolg(en) waaraan hij zich blootstelt krachtens de ordonnantie bij (een) nieuwe niet-naleving(en);
  4° het recht van de betrokken elitesporter om het verzuim te betwisten overeenkomstig artikel 26, § 6, tweede lid van de ordonnantie, volgens de bepalingen van artikel 45.
  Een in de vorige paragraaf genoemd besluit tot vaststelling van verzuim treedt in werking twintig dagen na de kennisgeving aan de betrokken elitesporter, tenzij er overeenkomstig artikel 45 beroep is aangetekend.".
Art. 36. L'article 40 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. L'ONAD de la Commission communautaire commune notifie un constat de manquement, par courrier recommandé, avec copie éventuelle par courriel, à tout sportif d'élite de niveau national, de catégorie A ou B, faisant partie de son groupe cible :
  1° qui manque à l'obligation de transmettre des informations, telles que prévues par l'article 26 de l'ordonnance et précisées par les dispositions du présent chapitre. Un manquement à l'obligation de transmettre des informations est réputé s'être produit (i) si le sportif ne parvient pas à fournir des informations complètes en temps opportun à l'avance d'un trimestre à venir, le premier jour de ce trimestre et (ii) si toute information fournie par le sportif (soit à l'avance du trimestre, soit à titre de mise à jour) se révèle inexacte, à la (première) date à laquelle cette information peut être établie comme inexacte;
  2° et/ou qui manque un contrôle, tel que constaté par le médecin contrôleur, dans le formulaire de tentative manquée, conforme aux exigences du Standard international pour les contrôles et les enquêtes et dont le modèle est fixé par l'ONAD de la Commission communautaire commune. Un contrôle manqué est réputé s'être produit à la date à laquelle le prélèvement de l'échantillon a été tenté.
  § 2. Conformément à l'annexe B du SIGR, lorsque l'ONAD de la Commission communautaire commune conclut que toutes les exigences pertinentes pour conclure à un manquement à l'obligation de transmettre des informations et/ou à un contrôle manqué ont été remplies, elle notifie le sportif de catégorie A dans les quatorze jours suivant la date de l'apparent manquement aux obligations en matière de localisation.
  Cette notification comporte :
  1. suffisamment de détails relatifs à ce manquement afin de permettre au sportif d'y répondre utilement, en lui impartissant un délai raisonnable pour ce faire, afin qu'il indique s'il reconnaît le manquement aux obligations en matière de localisation ou, à défaut, quelle explication il en donne;
  2. la mention que trois manquements aux obligations en matière de localisation sur une période de douze mois constitue une violation des règles antidopage au titre de l'article 2.4 du Code et de l`article 8, § 1er, 4° de l'ordonnance, et relève s'il y a eu d'autres manquements aux obligations en matière de localisation enregistrés contre lui au cours des douze mois précédents.
  3. en cas de manquement à l'obligation de transmettre des informations, la mention que pour éviter tout nouveau manquement à l'obligation de transmettre des informations, le sportif doit soumettre les informations manquantes sur sa localisation avant l'expiration du délai spécifié dans la notification, qui doit être dans les quarante-huit heures suivant la réception de la notification.
  Si le sportif ne répond pas dans le délai spécifié, l'ONAD de la Commission communautaire commune enregistre le manquement aux obligations en matière de localisation notifié contre lui. Si le sportif répond dans le délai, ladite ONAD examine si sa réponse modifie sa décision initiale selon laquelle toutes les exigences permettant d'enregistrer un manquement aux obligations en matière de localisation ont été remplies. Dans ce cas, elle en avise le sportif, l'AMA la fédération internationale et la fédération nationale, en indiquant les motifs de sa décision. Chacune d'elles aura le droit de faire appel de cette décision conformément à l'article 13 du Code.
  Dans le cas contraire, elle en avise le sportif (avec les motifs) et fixe un délai raisonnable dans lequel celui-ci peut demander un examen administratif de la décision.
  Le rapport de tentative infructueuse est fourni au sportif à ce stade, à moins que ce document ne lui ait été fourni antérieurement durant le processus.
  Si le sportif ne demande pas d'examen administratif dans le délai fixé, l'ONAD de la Commission communautaire commune enregistre le manquement aux obligations en matière de localisation notifié contre lui. Si le sportif demande un examen administratif dans le délai imparti, celui-ci est effectué uniquement sur la base du dossier écrit, par une ou plusieurs personnes de l'ONAD de la Commission communautaire commune n'ayant pas préalablement été impliquées dans l'évaluation de l'apparent manquement aux obligations en matière de localisation. Cet examen a pour but de déterminer à nouveau si toutes les exigences requises pour enregistrer un manquement aux obligations en matière de localisation ont été ou non remplies.
  Si l'examen aboutit à la conclusion que toutes les exigences pour enregistrer un manquement aux obligations en matière de localisation ne sont pas satisfaites, l'ONAD de la Commission communautaire commune en avise le sportif, l'AMA, la fédération internationale et la fédération nationale en indiquant les motifs de sa décision. Chacune d'elles a le droit de faire appel de cette décision devant l'instance disciplinaire compétente en vertu de l'article 30 ou 30/1 de l'ordonnance, conformément à l'article 13 du Code.
  En revanche, s'il est conclu que toutes les exigences pour enregistrer un manquement aux obligations en matière de localisation ont été remplies, l'ONAD de la Commission communautaire commune notifie le sportif et enregistre le manquement aux obligations en matière de localisation notifié contre lui.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune rapporte rapidement une décision d'enregistrer un manquement aux obligations en matière de localisation contre un sportif à l'AMA et à toutes les autres organisations antidopage concernées, à titre confidentiel, par le biais d'ADAMS.
  § 3. La notification d'un manquement visée au § 1er, à l'encontre d'un sportif de catégorie B, fait au moins mention des éléments qui suivent :
  1° elle reprend une description succincte des faits pris en compte pour le constat du manquement;
  2° elle invite le sportif d'élite concerné à se conformer scrupuleusement à ses obligations;
  3° elle lui rappelle la catégorie B à laquelle il appartient, la ou les conséquence(s) potentielle(s) à laquelle ou auxquelles il s'expose, en vertu de l'ordonnance, en cas de nouveau(x) manquement(s);
  4° elle précise le droit du sportif d'élite concerné de contester le manquement, conformément à l'article 26, § 6, alinéa 2, de l'ordonnance, en suivant les modalités prévues à l'article 45.
  Sauf introduction d'un recours conformément à l'article 45, toute décision de constat de manquement visée dans le présent paragraphe prend effet 20 jours après la notification au sportif d'élite concerné."
Art. 37. In artikel 41 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een lid wordt ingevoegd voor het eerste lid, opgesteld als volgt:
  "Drie niet-nalevingen van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens door een elitesporter van categorie A binnen een periode van twaalf maanden vormen een overtreding van de antidopingregels overeenkomstig artikel 2.4 van de Code. De niet-nalevingen van de verplichtingen inzake verblijfsgegevens kunnen elke combinatie zijn van drie niet-nalevingen van de verplichting om gegevens te bezorgen en/of van gemiste controles gemeld overeenkomstig artikel B.3 van de Internationale Standaard voor de TTN.".
Art. 37. Dans l'article 41 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un alinéa est inséré avant l'alinéa 1er, rédigé comme suit :
  " Trois manquements aux obligations en matière de localisation commis par un sportif d'élite de la catégorie A au cours d'une période de douze mois constituent une violation des règles antidopage conformément à l'article 2.4 du Code. Les manquements aux obligations en matière de localisation peuvent être une combinaison quelconque de trois manquements à l'obligation de transmettre des informations et/ou contrôles manqués déclarés conformément à l'article B.3 du SIGR.".
Art. 38. Artikel 42 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 42 du même arrêté est abrogé.
Art. 39. In artikel 43 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 32, § 4, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 26, § 4, derde lid";
  2° in het eerste lid worden de woorden "categorie B tot D" vervangen door de woorden "categorie B tot C";
  3° in het eerste lid worden de woorden "die tot de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoort" geschrapt;
  4° in het eerste lid worden de woorden "artikel 36" vervangen door de woorden "artikel 26".
Art. 39. Dans l'article 43 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " article 32, § 4, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " article 26, § 4, alinéa 3 ";
  2° à l'alinéa 1er, les mots " de catégorie B à D " sont remplacés par les mots " de catégorie B à C ";
  3° à l'alinéa 1er, les mots "faisant partie du groupe cible de la Commission communautaire commune" sont abrogés";
  4° à l'alinéa 1er, les mots " article 36 " sont remplacés par les mots " article 26 ".
Art. 40. In artikel 44 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 32" vervangen door de woorden "artikel 26";
  2° in het eerste lid worden de woorden "B, C of D" vervangen door de woorden "B of C";
  3° in het eerste lid worden de woorden "die tot de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoort" geschrapt.
Art. 40. Dans l'article 44 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " article 32 " sont remplacés par les mots " article 26 ";
  2° à l'alinéa 1er, les mots " B, C ou D " sont remplacés par les mots " B ou C ";
  3° à l'alinéa 1er, les mots "faisant partie du groupe-cible de la Commission communautaire commune" sont abrogés.
Art. 41. In artikel 45 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 32" vervangen door de woorden "artikel 26";
  2° in het eerste lid wordt in de Franse versie het woord "introduite" vervangen door het woord "introduire";
  3° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, opgesteld als volgt: "Het beroep moet worden ingediend per aangetekende brief binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.";
  4° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "in het vorige lid bedoelde" vervangen door de woorden "in het eerste lid bedoelde".
Art. 41. Dans l'article 45 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " article 32 " sont remplacés par les mots " article 26 ";
  2° dans l'alinéa 1er, le mot " introduite " est remplacé par le mot " introduire ";
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1 et 2 : " Le recours doit être introduit par courrier recommandé dans les 15 jours qui suivent la réception de la notification de l'ONAD de la Commission communautaire commune. ";
  4° dans l'alinéa 2 devenu alinéa 3, les mots " visé à l'alinéa qui précède " sont remplacés par les mots " visé à l'alinéa 1er ";
Art. 42. In hetzelfde besluit wordt een artikel 47/1 ingevoegd, opgesteld als volgt:
  " § 1. Zodra de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van oordeel is dat een sporter of een andere persoon een of meer overtredingen kon hebben begaan van de antidopingregels, stelt zij de sporter of de andere persoon onverwijld in kennis van:
  1° de overtreding(en) van de betrokken antidopingregel(s) en de geldende gevolgen;
  2° de relevante feitelijke omstandigheden waarop de beschuldigingen zijn gebaseerd;
  3° de relevante bewijzen die deze feiten staven;
  4° het recht van de sporter of de andere persoon om binnen twee weken een verklaring te geven;
  5° het recht van de sporter of de andere persoon om te worden gehoord, zo nodig vergezeld van een advocaat;
  6° de mogelijkheid voor de sporter of de andere persoon om substantiële hulp te verlenen overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code, om de overtreding(en) van de antidopingregel(s) te bekennen en,
  in voorkomend geval, de schorsingsperiode met een jaar te verminderen zoals bepaald in artikel 10.8.1 van de Code, of om te streven naar een schikkingsovereenkomst zoals bepaald in artikel 10.8.2 van de Code;
  7° in voorkomend geval, alle elementen over de voorlopige schorsing.
  Na ontvangst van de verklaring van de sporter of de andere persoon kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met name binnen drie werkdagen aanvullende informatie en/of documenten van de sporter of andere persoon verlangen, of contact opnemen met derden om de geldigheid van de verklaring te beoordelen.
  § 2. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, na ontvangst van de verklaring van de sporter of de andere persoon of na het verstrijken van de termijn voor het verstrekken van een dergelijke verklaring, ervan overtuigd blijft dat de sporter of de andere persoon een of meer overtredingen van de antidopingregels heeft begaan, stelt zij de sporter of de andere persoon onverwijld in kennis van de overtreding(en) van de antidopingregels die hij of zij zou hebben begaan. De betrokken nationale antidopingorganisaties, de internationale federatie en het WADA worden gelijktijdig in kennis gesteld. De kennisgeving wordt binnen een redelijke termijn in ADAMS gerapporteerd en omvat het volgende:
  1° de wettelijke bepaling(en) waarvan wordt vermoed dat ze zijn overtreden, de gevolgen ervan en het feit dat deze gevolgen bindend zijn voor alle ondertekenaars van de Code, in alle sporten en in alle landen;
  2° een gedetailleerd overzicht van de relevante feiten waarop het vermoeden is gebaseerd, alsmede alle bewijsstukken die nog niet zijn bezorgd op het tijdstip van de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving;
  3° de mogelijkheid om, binnen twintig dagen, de vermoede overtreding van de antidopingregels schriftelijk te bekennen en een jaar minder schorsing te krijgen, overeenkomstig artikel 10.8.1 van de Code;
  4° de mogelijkheid om, binnen twee weken, de vermoede overtreding van de antidopingregels schriftelijk te betwisten;
  5° de mogelijkheid om gehoord te worden door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  6° het feit dat de opgelopen gevolgen kunnen worden geschorst indien substantiële hulp wordt verleend overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code;
  7° in voorkomend geval, alle elementen over de voorlopige schorsing.
  § 3. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op eender welk tijdstip tussen het begin van het resultaatbeheerproces en de in dit artikel bedoelde kennisgeving besluit een zaak niet verder te behandelen, stelt zij de sporter of de andere persoon, indien die reeds op de hoogte is gebracht van het lopende resultaatbeheerproces, daarvan in kennis, en stelt zij de in artikel 13.2.3 van de Code bedoelde antidopingorganisaties die recht van beroep hebben hiervan met opgave van redenen in kennis.".
Art. 42. Dans le même arrêté, un article 47/1 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 1er. Dès que l'ONAD de la Commission communautaire commune considère qu'un sportif ou une autre personne a pu avoir commis une (ou plusieurs) violation(s) des règles antidopage, elle notifie sans délai au sportif ou à l'autre personne :
  1° la (ou les) violation(s) des règles antidopage concernée(s) et les conséquences applicables;
  2° les circonstances factuelles pertinentes sur lesquelles reposent les allégations;
  3° les preuves pertinentes étayant ces faits;
  4° le droit du sportif ou de l'autre personne de fournir une explication dans un délai de quinze jours;
  5° le droit du sportif ou de l'autre personne d'être entendu, le cas échéant, accompagnée d'un avocat;
  6° la possibilité pour le sportif ou l'autre personne de fournir une aide substantielle conformément à l'article 10.7.1 du Code, d'avouer la violation des règles antidopage et de bénéficier, le cas échéant, d'une réduction d'un an de la durée de suspension prévue à l'article 10.8.1 du Code, ou de chercher à conclure un accord de règlement de l'affaire conformément à l'article 10.8.2. du Code;
  7° le cas échéant, toute question relative à la suspension provisoire.
  A la réception de l'explication du sportif ou de l'autre personne, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut, notamment, demander des informations et/ou des documents complémentaires au sportif ou à l'autre personne dans un délai de trois jours ouvrables, ou se mettre en rapport avec des tiers en vue d'évaluer la validité de l'explication.
  § 2. Si, après la réception de l'explication du sportif ou de l'autre personne ou après l'expiration du délai accordé pour fournir une telle explication, l'ONAD de la Commission communautaire commune reste convaincue que le sportif ou l'autre personne a commis une (ou plusieurs) violation(s) des règles antidopage, elle notifie rapidement au sportif ou à l'autre personne la (ou les) violation(s) des règles antidopage qu'il ou elle est présumé(e) avoir commise(s). La notification est simultanément faite aux organisations nationales antidopage concernées, à la fédération internationale et à l'AMA. Elle est rapportée dans ADAMS dans un délai raisonnable et comprend les éléments suivants :
  1° la (ou les) disposition(s) légale(s) dont la violation est présumée, les conséquences de cette violation et le fait que ces dernières ont un effet contraignant sur tous les signataires du Code, dans tous les sports et dans tous les pays;
  2° un résumé détaillé des faits pertinents sur lesquels reposent la présomption, ainsi que toute preuve qui n'aurait pas déjà été produite lors de la notification visée au paragraphe 1er;
  3° la possibilité d'avouer, par écrit, dans les vingt jours, la violation présumée des règles antidopage et de bénéficier d'une réduction d'une année de la durée de la suspension, conformément à l'article 10.8.1 du Code;
  4° la possibilité de contester, par écrit, dans les quinze jours, la violation présumée des règles antidopage;
  5° la possibilité d'être entendue par l'ONAD de la Commission communautaire commune;
  6° la circonstance que les conséquences encourues peuvent être assorties d'un sursis si une aide substantielle est fournie conformément à l'article 10.7.1 du Code;
  7° le cas échéant, tout élément relatif à la suspension provisoire.
  § 3. Si, à un moment quelconque entre le début du processus de gestion des résultats et la notification visée dans cet article, l'ONAD de la Commission communautaire commune décide de ne pas donner suite à une affaire, elle en notifie le sportif ou l'autre personne s'ils ont déjà été informé du processus de gestion des résultats en cours et en avise, de façon motivée, les organisations antidopage visées à l'article 13.2.3 du Code ayant le droit de faire appel."
Art. 43. In artikel 48 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "definitief afwijkend analyseresultaat" vervangen door de woorden "overtreding van een antidopingregel";
  2° in het tweede lid, 1° en 2° wordt het woord "ofwel" geschrapt;
  3° het tweede lid wordt aangevuld met een punt 3° en 4°, opgesteld als volgt:
  "3° bij het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 47/1, § 3, 5° ;
  4° wanneer een elitesporter van categorie A zijn verplichtingen inzake verblijfsgegevens drie keer binnen een periode van minder dan 12 maanden niet nakomt, geeft de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie daarvan eveneens kennis aan de sportvereniging waarbij hij aangesloten is opdat er een tuchtgevolg aan zou kunnen worden gegeven, en deelt haar een ad hoc-dossier mee.";
  4° een derde lid wordt ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 30/1 van de ordonnantie, bij niet-toepassing van de voorgaande leden, zendt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het dossier door naar de Disciplinaire antidopingcommissie (DADC) overeenkomstig hoofdstuk 5 bis.".
Art. 43. Dans l'article 48 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots "résultat d'analyse définitivement anormal" sont remplacés par les mots "violation d'une règle antidopage";
  2° à l'alinéa 2, 1° et 2°, le mot "soit" est abrogé;
  3° l'alinéa 2 est complété par un 3° et un 4° rédigés comme suit :
  "3° à l'expiration du délai visé à l'article 47/1, § 3, 5° ;
  4° lorsqu'un sportif d'élite de catégorie A viole par trois fois ses obligations de localisation en moins de 12 mois, l'ONAD de la Commission communautaire commune le notifie également à l'association sportive à laquelle ce sportif est affilié pour suivi disciplinaire et lui transmet un dossier ad hoc.";
  4° un alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit :
  "Dans le respect de l'article 30/1 de l'ordonnance, en cas non-application des alinéas qui précèdent, l'ONAD de la Commission communautaire commune transmet le dossier à la CODA conformément au chapitre 5bis.".
Art. 44. In artikel 50 van hetzelfde besluit, worden het tweede tot en met het vierde lid opgeheven.
Art. 44. Dans l'article 50 du même arrêté, les alinéas 2 à 4 sont abrogés.
Art. 45. In artikel 52 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de Franse versie worden in het tweede lid de woorden "l'ouverture d'" geschrapt;
  2° in het tweede lid worden de woorden "door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in uitvoering van artikel 37, § 1, van de ordonnantie" geschrapt;
  3° in het derde lid worden de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan de sportvereniging aan de betrokken organisator van een sportmanifestatie of aan sportinfrastructuur de uitbater van een sportinfrastructuur" vervangen door de woorden "zij aan de eerstgenoemde";
  4° in het derde lid, 4° worden de woorden "de vermelding van" geschrapt;
  5° in de Franse versie wordt in het negende lid het woord "peuvent" ingevoegd tussen de woorden "concerné ne" en "plus faire l'objet";
  6° in de Franse versie wordt in het negende lid het woord "lui" geschrapt.
  7° in het elfde lid, 1° worden de woorden "door de sportvereniging, de uitbater van een sportinfrastructuur, de betrokken organisator van een sportmanifestatie, de uitbater van een sportinfrastructuur" vervangen door de woorden "door de betrokken sportvereniging, uitbater van een sportinfrastructuur of organisator van een sportmanifestatie".
Art. 45. Dans l'article 52 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " l'ouverture d' " sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 2, les mots "par l'ONAD de la Commission communautaire commune en exécution de l'article 37, § 1er, de l'ordonnance" sont abrogés;
  3° dans l'alinéa 3, les mots "l'ONAD de la Commission communautaire commune notifie, à l'association sportive à l'organisateur de manifestation sportive ou à l'exploitant d'infrastructure sportive concerné" sont remplacés par les mots "elle notifie à cette première";
  4° dans l'alinéa 3, 4°, les mots "la mention de" sont abrogés;
  5° dans l'alinéa 9, le mot " peuvent " est inséré entre les mots " concerné ne " et " plus faire l'objet ";
  6° dans l'alinéa 9, le mot " lui " est abrogé;
  7° dans l'alinéa 11, 1°, les mots " de l'association sportive l'exploitant d'infrastructure sportive l'organisateur de manifestation sportive ou l'exploitant d'infrastructure sportive concerné" sont remplacés par les mots "de l'association sportive, l'exploitant d'infrastructure sportive ou l'organisateur de manifestation sportive concerné".
Art. 46. Na artikel 52 van hetzelfde besluit, wordt een nieuw hoofdstuk 5bis - Tuchtprocedure ingevoegd, opgesteld als volgt:
  "Hoofdstuk 5bis - Tuchtprocedure
  Afdeling 1. - Disciplinaire antidopingcommissie
  Art. 52/1. - § 1. Overeenkomstig artikel 8.1 van de Code en artikel 30/1 van de ordonnantie wordt de Disciplinaire antidopingcommissie, afgekort als DADC, opgericht.
  § 2. De DADC is de billijke, onafhankelijke en onpartijdige bevoegde disciplinaire hoorinstantie om elk dopingfeit te behandelen op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die een sporter of een andere persoon zou hebben begaan:
  1° die behoort tot een sportvereniging of -federatie die de tuchtprocedure bedoeld in artikel 30 van de ordonnantie niet heeft georganiseerd;
  2° of die niet behoort tot een sportvereniging of -federatie.
  Zij heeft tot doel te horen en te bepalen of de persoon op wie de antidopingregels van toepassing zijn, deze regels heeft overtreden en, als dit het geval is, de toepasselijke gevolgen op te leggen aan deze persoon.
  § 3. In afwijking van § 2 en overeenkomstig artikel 8.5 van de Code, kunnen, met instemming van de in § 2 bedoelde persoon, de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het WADA, de vermeende overtredingen van de antidopingregels door die persoon rechtstreeks door het Hof van Arbitrage voor Sport worden gehoord tijdens een enkele zitting.
  § 4. De DADC bestaat uit twee kamers, een Nederlandstalige en een Franstalige.
  Elke kamer telt drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden: een voorzitter-jurist en zijn plaatsvervanger, een secretaris-jurist en zijn plaatsvervanger en een arts-deskundige en zijn plaatsvervanger, overeenkomstig artikel 8.3 van de ISRM.
  Deze leden voldoen ten minste aan de volgende voorwaarden:
  1° voor de voorzitter-jurist en zijn plaatsvervanger:
  a) houder zijn van een in België erkend diploma van doctor of master in de rechten;
  b) zijn burgerrechten en politieke rechten kunnen uitoefenen;
  c) beschikken over een actieve kennis van het Nederlands of het Frans;
  d) ten minste vijf jaar ervaring hebben met het Belgisch publiek en administratief recht;
  e) een zeer goede kennis hebben van tuchtrechtelijke geschillen en het Belgisch publiek en administratief recht;
  f) ervaring hebben met antidoping;
  g) de vereiste van artikel 20.5.11 van de Code naleven, namelijk niet het voorwerp zijn geweest van een voorlopige schorsing of geschorst zijn op grond van de Code of, als dit lid niet onderworpen is aan de Code, in de afgelopen zes jaar niet rechtstreeks en doelbewust gedrag hebben vertoond dat de antidopingregels zou hebben geschonden als de regels overeenkomstig de Code van toepassing zouden zijn geweest op het voornoemde lid;
  2° voor de secretaris-jurist en zijn plaatsvervanger:
  a) houder zijn van een in België erkend diploma van doctor of master in de rechten;
  b) zijn burgerrechten en politieke rechten kunnen uitoefenen;
  c) beschikken over een actieve kennis van het Nederlands of het Frans;
  d) een zeer goede kennis hebben van het Belgisch publiek en administratief recht en kennis hebben van tuchtzaken of belangstelling tonen op dit gebied;
  e) ten minste drie jaar ervaring hebben met het Belgisch publiek en administratief recht;
  f) ervaring hebben met antidoping;
  g) de vereiste van artikel 20.5.11 van de Code naleven, namelijk niet het voorwerp zijn geweest van een voorlopige schorsing of geschorst zijn op grond van de Code of, als dit lid niet onderworpen is aan de Code, in de afgelopen zes jaar niet rechtstreeks en doelbewust gedrag hebben vertoond dat de antidopingregels zou hebben geschonden als de regels overeenkomstig de Code van toepassing zouden zijn geweest op het voornoemde lid;
  3° voor de arts-deskundige en zijn plaatsvervanger:
  a) houder zijn van een in België erkend diploma van doctor of master in de geneeskunde;
  b) zijn burgerrechten en politieke rechten kunnen uitoefenen;
  c) beschikken over een actieve kennis van het Nederlands of het Frans;
  d) ervaring hebben met de zorgverlening aan en behandeling van sporters en een goede kennis hebben van klinische geneeskunde en sportgeneeskunde;
  e) sinds ten minste zes jaar voorafgaand aan de indiening van een kandidatuur, niet het voorwerp zijn of geweest zijn van een tuchtschorsing of -schrapping uit de Orde van Geneesheren of van elke gelijkwaardige buitenlandse professionele organisatie;
  f) ) ervaring hebben met antidoping;
  g) de vereiste van artikel 20.5.11 van de Code naleven, namelijk niet het voorwerp zijn geweest van een voorlopige schorsing of geschorst zijn op grond van de Code of, als dit lid niet onderworpen is aan de Code, in de afgelopen zes jaar niet rechtstreeks en doelbewust gedrag hebben vertoond dat de antidopingregels zou hebben geschonden als de regels overeenkomstig de Code van toepassing zouden zijn geweest op het voornoemde lid;
  § 5. De leden van de DADC worden aangesteld door de Leden van het Verenigd College voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan telkens voor een duur van vier jaar worden vernieuwd.
  De Leden van het Verenigd College beëindigen het mandaat van een lid van de DADC op diens verzoek of wanneer hij niet langer voldoet aan de in § 4 gestelde voorwaarden. Zij kunnen het ook beëindigen indien een lid bij de uitoefening van zijn functie (een) onverschoonbare fout(en) of lichte maar veelvuldige fouten begaat of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie.
  § 6. Het secretariaat van de DADC wordt waargenomen door de secretaris-jurist van de DADC of zijn plaatsvervanger van de Nederlandstalige of Franstalige kamer, naargelang de taal die in het administratieve dossier wordt gebruikt.
  Art. 52/2. - De DADC moet binnen drie maanden na haar oprichting haar huishoudelijk reglement opstellen en het ter goedkeuring voorleggen aan de Leden van het Verenigd College.
  Het huishoudelijk reglement van de DADC omvat de volgende essentiële regels:
  1° de zetel van de DADC is gevestigd in de Belliardstraat 71 bus 1, 1040 Brussel, het adres waar alle briefwisseling naar moet worden gestuurd;
  2° het secretariaat wordt met de administratieve en juridische taken belast die voortvloeien uit de opdrachten van de DADC, met name: de ontvangst van de administratieve dossiers en de doorzending ervan naar de leden van de DADC, de naleving van de regels van de tuchtprocedure en de termijnen die erop betrekking hebben, het opstellen van de oproepingen voor een tuchtprocedure en de briefwisseling, met name met de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2, zijn eventuele raadsman, zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger, de sportverenigingen, het WADA en het Hof van Arbitrage voor Sport;
  3° de administratieve dossiers worden naargelang de taal die in het administratieve dossier wordt gebruikt, doorgezonden naar de leden van de Nederlandstalige kamer of de Franstalige kamer;
  4° overeenkomstig de ISRM is de DADC eerlijk, onpartijdig en operationeel onafhankelijk. Operationele onafhankelijkheid houdt in dat geen enkel raadgevend of officieel personeelslid of lid van de commissies van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van haar aangeslotenen of geen enkele persoon die betrokken is bij het onderzoek en de fase die aan de beslissing voorafgaat, als lid of secretaris van de hoorinstantie kan worden aangesteld; de DADC is een beslissingsorgaan en kan in geen geval een voor haar gebracht administratief dossier onderzoeken.
  De leden van de DADC zijn in geen geval lid van een bestuursorgaan of administratief orgaan van een sportvereniging of sportfederatie, noch van een organisatie die verantwoordelijk is voor grote sportmanifestaties, een nationaal olympisch comité, een nationaal paralympisch comité of een regeringsdepartement dat verantwoordelijk is voor sport of antidoping.
  De leden van de DADC nemen de principes van objectiviteit en gelijkheid bij de behandeling van de dossiers die ze onderzoeken in acht. Ze weigeren, in voorkomend geval, elk dossier te behandelen, waarvoor het betrokken lid zou kunnen worden beschouwd als een persoon die geen voldoende waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid voorlegt. In geval van een wettige verdenking van partijdigheid van een van haar leden of bij elke verhindering, wordt dit lid door zijn plaatsvervangend lid met dezelfde taal vervangen. Indien deze plaatsvervanger zelf in een mogelijke conflictsituatie verkeert, wordt hij vervangen door het lid met dezelfde functie in de andere taalkamer of door zijn plaatsvervanger, voor zover dit lid voldoende kennis heeft van de taal die in het administratieve dossier wordt gebruikt. Bij gebreke daarvan wordt hij vervangen door een lid van de andere taalkamer met voldoende kennis van de taal die in het administratieve dossier wordt gebruikt.
  Overeenkomstig artikel 8.4 van de ISRM ondertekent elk lid bij de aanstelling van de DADC een verklaring waarin het verzekert dat er geen feiten of omstandigheden in verband met hem bekend zijn waardoor een van de partijen zijn onpartijdigheid in twijfel zou kunnen trekken, met uitzondering van de omstandigheden die in de verklaring worden vermeld. Indien deze feiten of omstandigheden in een later stadium van de tuchtprocedure aan het licht komen, deelt het betrokken lid van de hoorinstantie deze onmiddellijk mee aan de partijen.
  De leden van de DADC zijn tot discretieplicht en vertrouwelijkheid gehouden voor alle feiten, handelingen en informatie waarvan zij bij de uitoefening van hun functie kennis kan hebben;
  5° bij de uitoefening van haar bevoegdheden past de DADC procedures en sancties toe volgens de bepalingen van de Code en de internationale normen van het WADA, de UNESCO-conventie tegen het dopinggebruik in de sport en de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan. Ze eerbiedigt het evenredigheidsbeginsel en de mensenrechten;
  6° onverminderd artikel 52/20, § 7 beslissen de leden van de bevoegde kamer van de DADC met gesloten deuren, bij meerderheid van stemmen;
  7° de voorzitter kan, op eigen initiatief of op vraag van een van de leden, de getuigenissen en deskundigheid inroepen die hij nodig acht om elke beslissing oordeelkundig te nemen.
  Het huishoudelijk reglement is in overeenstemming met de voorschriften van de UNESCO-Conventie, de Code, de internationale normen en in het bijzonder de ISRM, de ordonnantie en dit besluit.
  Art. 52/3. - De DADC maakt aan het Verenigd College een jaarlijks anoniem activiteitenverslag over dat het medisch geheim in acht neemt.
  Art. 52/4. - De Leden van het Verenigd College bepalen de bezoldigingsvoorwaarden van de leden van de DADC en van de deskundigen die ze raadpleegt.
  Art. 52/5. - Overeenkomstig artikel 8.7 van de ISRM, krijgt de DADC voldoende middelen om haar taken uit te voeren overeenkomstig de vereisten van artikel 8 van de ISRM. Alle overeengekomen kosten en redelijke uitgaven van de hoorinstantie worden binnen een redelijke termijn gedragen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  Afdeling 2. - Tuchtprocedure tegen doping voor de DADC
  Art. 52/6. - § 1. Een tuchtzaak wegens overtreding van de antidopingregels wordt aanhangig gemaakt bij de DADC wanneer zij het volledige administratieve dossier van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ontvangt.
  Dit dossier bevat met name: de gegevens over de identiteit en de taal van de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2, de tegen deze persoon ingebrachte bewering, alle door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verzamelde bewijselementen, alle informatie die nuttig is voor het onderzoek van het dossier door de DADC. Indien een (of meer) elementen ontbreken die noodzakelijk zijn voor het onderzoek, verstrekt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie deze op vraag van de DADC.
  § 2. In het geval van de versnelde procedure bedoeld in artikel 52/20, moet het dossier per e-mail aan de DADC worden bezorgd, waarbij het spoedeisende karakter in het onderwerp wordt vermeld.
  Art. 52/7. - Overeenkomstig artikel 8.8, b) van de ISRM moet de disciplinaire hoorprocedure toegankelijk en betaalbaar zijn.
  Art. 52/8. - § 1. Overeenkomstig artikel 8.8, c) van de ISRM wordt bij de tuchtprocedure het algemene rechtsbeginsel inzake de redelijke termijn nageleefd. Behalve bij complexe zaken mag deze termijn niet meer dan twee maanden bedragen.
  § 2. Overeenkomstig artikel 12, § 1 van de ordonnantie is alle informatie die in het kader van de tuchtprocedure wordt verzameld of meegedeeld, vertrouwelijk en noodzakelijk om te voldoen aan de verplichting van artikel 30/1 van de ordonnantie, onverminderd artikel 52/10 van dit besluit.
  Art. 52/9. - § 1. Overeenkomstig artikel 8.8, d) van de ISRM kan de in artikel 52/1, § 2, bedoelde persoon zich in iedere fase van de tuchtprocedure op eigen kosten laten bijstaan door een rechtskundige adviseur en een tolk van zijn keuze.
  Alleen een advocaat of een wettelijke vertegenwoordiger kan worden gemachtigd om de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon bij diens afwezigheid op de disciplinaire hoorzitting geldig te vertegenwoordigen.
  In het geval van de schriftelijke procedure bedoeld in artikel 52/19 mag alleen een advocaat of een wettelijke vertegenwoordiger eraan deelnemen zonder de medeondertekening van de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2. Wanneer deze persoon echter minderjarig en wilsbekwaam is, moet de vereiste van artikel 52/19, § 2, 8° worden nageleefd, tenzij zijn wettelijke vertegenwoordiger een wettige reden van verhindering van de minderjarige kan rechtvaardigen, waarvan de aanvaarding aan het oordeel van de voorzitter wordt overgelaten.
  § 2. De partijen bij de procedure hebben het recht om op eigen kosten getuigen en deskundigen op te roepen en te horen. De DADC kan echter te allen tijde een getuigenis of een deskundigenverklaring gemotiveerd weigeren om gegronde redenen die ze verduidelijkt.
  De voorzitter kan, op eigen initiatief of op vraag van een lid van de DADC, het advies van deskundigen en/of getuigenissen verzoeken.
  § 3. De in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon heeft recht op toegang tot het administratieve dossier en om relevante bewijselementen te bezorgen en toe te lichten tot en tijdens de disciplinaire hoorzitting of overeenkomstig het verloop van de schriftelijke procedure bedoeld in artikel 52/19, § 4.
  Art. 52/10. - § 1. Overeenkomstig artikel 8.8, e), van de IRMS kan de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon om een openbare hoorzitting verzoeken.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan ook om een openbare hoorzitting verzoeken, op voorwaarde dat de in 52/1, § 2 bedoelde persoon daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
  § 2. Het verzoek om een openbare hoorzitting kan echter door de DADC worden geweigerd in het belang van de goede zeden, de openbare orde, 's lands veiligheid, indien de belangen van minderjarigen of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de partijen dit vereisen, indien de openbaarheid de belangen van de justitie zou kunnen schaden of indien de procedure uitsluitend rechtsvragen betreft.
  Art. 52/11. - § 1. De partijen moeten aanwezig of vertegenwoordigen zijn op de disciplinaire hoorzitting wanneer het een mondelinge procedure betreft en zij moeten, overeenkomstig artikel 52/19, § 4, deelnemen aan de procedure wanneer het een schriftelijke procedure betreft.
  § 2. De beslissing wordt bij verstek uitgesproken indien:
  1° de verweerder afwezig noch vertegenwoordig is op de hoorzitting in de mondelinge procedure, of in het geheel niet heeft deelgenomen aan de schriftelijke procedure bedoeld in artikel 52/19, zonder zich te kunnen beroepen op de toepassing van artikel 52/9, § 1;
  2° zonder dat enig uitstel is gevraagd aan en aanvaard is door de DADC, overeenkomstig artikel 52/12;
  3° en zonder dat enige verklaring van afstand is toegezonden, overeenkomstig artikel 52/13.
  Art. 52/12. - Op uitdrukkelijk schriftelijk verzoek van de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2, zijn eventuele rechtskundige adviseur of zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger, hierna "de verweerder", per e-mail of aangetekende brief gericht aan de DADC, kan de mondelinge hoorzitting of de schriftelijke procedure worden uitgesteld indien het secretariaat de reden wettig acht en de gevraagde termijn van het uitstel redelijk acht. In dat geval bezorgt het secretariaat ofwel een nieuwe datum voor de hoorzitting, ofwel een nieuwe termijn voor de inleidende fase bedoeld in artikel 52/19, § 4, 1°. Indien het secretariaat de reden wettig acht maar de termijn van het uitstel onredelijk acht, kan het met de schriftelijke instemming van de voorzitter beslissen dat de hoorzitting per videoconferentie plaatsvindt, indien dit niet reeds het geval is, of dat de tuchtprocedure schriftelijk wordt gevoerd, indien dit niet reeds het geval is.
  Art. 52/13. - Overeenkomstig artikel 8.3 van de Code kan van het recht op een disciplinaire hoorzitting uitdrukkelijk afstand worden gedaan door de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2, uiterlijk binnen twintig dagen te rekenen vanaf de dag die volgt op de ontvangst van de oproeping en in elk geval vóór de hoorzitting in de mondelinge procedure of vóór het einde van de testfase bedoeld in artikel 52/19, § 4, 2° in de schriftelijke procedure.
  Art. 52/14. - De in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon kan substantiële hulp verlenen of hebben verleend bij de ontdekking of vaststelling van inbreuken op de antidopingregels. In dat geval past de DADC de artikelen 10.7 en 10.8 van de Code toe.
  Art. 52/14bis. - Wanneer er bekentenissen zijn over de totaliteit van de aangevoerde feiten van overtreding van de antidopingregels en het dossier voldoende compleet wordt geacht, kan de voorzitter oordelen dat een hoorzitting of schriftelijke uitwisselingen geen nieuwe elementen zouden opleveren en daardoor hun nut zouden verliezen. In dat geval is er geen oproeping noch hoorzitting of schriftelijke uitwisseling, wordt het debat geacht gesloten te zijn op de datum waarop de voorzitter met zekerheid en nauwkeurigheid kennis heeft genomen van de bekentenissen en de volledigheid van het dossier en wordt de beslissing uitgesproken overeenkomstig de bepalingen van artikel 52/21, § 1. Deze laatste moet de toepassing van dit artikel vermelden en deze toepassing motiveren.
  Onderafdeling 1. - Mondelinge procedure - Hoorzitting
  Art. 52/15. - § 1. Na onderzoek van het volledige administratieve dossier en de ontvankelijkheid ervan, met name met betrekking tot artikel 17 van de Code en artikel 52/1, § 2 van dit besluit, stelt het secretariaat de oproeping voor de disciplinaire hoorzitting op. Deze oproeping wordt door de voorzitter gedateerd en met de hand of elektronisch ondertekend en wordt door het secretariaat per aangetekende brief met ontvangstbevestiging ter kennis gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger.
  § 2. Een mondelinge procedure vindt plaats met de fysieke aanwezigheid van de partijen of via videoconferentie.
  De oproeping vermeldt minstens:
  1° dat ze deel uitmaakt van een tuchtprocedure tegen doping;
  2° de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie gerapporteerde aanvoeringen en haar motivering in feite en in rechte;
  3° de verwijzing naar dit besluit en de toepassing ervan op deze procedure;
  4° het onderzoek van het volledige administratieve dossier door een onafhankelijke en onpartijdige tuchtcommissie. In dit verband vermeldt ze de identiteit van de aangestelde leden van de hoorinstantie, overeenkomstig artikel 8.5 van de ISRM. De partijen worden ingelicht over hun recht om de aanstelling van een lid van de DADC te betwisten indien er motieven zijn voor een mogelijk belangenconflict, binnen zeven dagen nadat zij kennis hebben gekregen van redenen van betwisting. Over elke betwisting wordt beslist door de voorzitter-jurist van de bevoegde kamer of zijn plaatsvervanger of, indien de betwisting de voorzitter-jurist of zijn plaatsvervanger betreft, door de voorzitter-jurist of zijn plaatsvervanger van de andere taalkamer;
  5° het recht op toegang tot het administratieve dossier en om relevante bewijselementen te bezorgen en toe te lichten tot en tijdens de disciplinaire hoorzitting;
  6° het recht om te worden gehoord en zich in feite en in rechte te verdedigen;
  7° de mogelijkheid om schriftelijke opmerkingen in te dienen bij de DADC, tot en tijdens de disciplinaire hoorzitting;
  8° de mogelijkheid om zich bij zijn verdediging op eigen kosten te laten vertegenwoordigen of bijstaan door een rechtskundige adviseur en een tolk;
  9° indien de betrokkene minderjarig of een beschermde persoon is, de verplichting om zich op de hoorzitting te laten vergezellen door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Wanneer de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon minderjarig en wilsbekwaam is, wordt hij ambtshalve door de DADC gehoord in de procedure die hem betreft;
  10° het recht om tot en tijdens de disciplinaire hoorzitting getuigen en deskundigen op te roepen en te ondervragen en om op eigen kosten adviezen en getuigenissen te bezorgen in schriftelijke vorm of in de vorm van audio-opnames. Indien een deskundige of een getuige moet worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet vóór de hoorzitting en tijdig via e-mail aan de DADC worden gevraagd of de getuige of deskundige kan worden gehoord. Indien de hoorzitting per videoconferentie plaatsvindt, moeten ook de noodzakelijke identificatiegegevens van de getuigen en deskundigen worden doorgegeven, zodat zij via e-mail voor de hoorzitting kunnen worden uitgenodigd;
  11° de mogelijkheid om aan de DADC substantiële hulp te verlenen, overeenkomstig artikel 52/14, met de gevolgen die eruit voortvloeien overeenkomstig de artikelen 10.7 en 10.8 van de Code en met de eventuele toepassing van artikel 52/14, tweede lid van dit besluit;
  12° het recht om uitdrukkelijk afstand te doen van een disciplinaire hoorzitting, overeenkomstig artikel 52/13;
  13° onverminderd de eventuele toepassing van artikel 52/13 of de vertegenwoordiging bedoeld in artikel 52/9, § 1, eerste lid, in geval van onbekwaamheid of gewettigde verhindering, de verplichting om snel, per e-mail of aangetekende brief, het verzoek om uitstel en de wettige reden van verhindering of het omstandig medisch attest waaruit de onbekwaamheid blijkt om een hoorzitting bij te wonen, te verzenden;
  14° het recht om een openbare hoorzitting aan te vragen overeenkomstig artikel 52/10, § 1;
  15° de datum, het tijdstip en de plaats van de disciplinaire hoorzitting waarop de verweerder, hun verdedigingsmiddelen kunnen laten gelden. Indien de hoorzitting per videoconferentie plaatsvindt, het precieze gekozen communicatiemiddel en de geplande datum en tijd.
  § 3. Tegelijk met de kennisgeving van de oproeping bedoeld in § 1, zendt het secretariaat via e-mail een kopie van voornoemde oproeping aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  § 4. De in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon moet tussen de ontvangst van de oproeping en de disciplinaire hoorzitting een redelijke termijn krijgen om zijn verdediging doeltreffend voor te bereiden, met de hulp van zijn eventuele rechtskundige adviseur en zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger.
  Art. 52/16. - Tijdens de in artikel 52/16, § 4 bedoelde termijn kan de verweerder aan de DADC elk stuk bezorgen dat relevant en nuttig is voor zijn verdediging of elke schriftelijke opmerking die de beslissing van de DADC zou kunnen beïnvloeden.
  Het is aan de verweerder om zich ervan te verzekeren dat deze eventuele stukken en opmerkingen door de DADC werden ontvangen. Bij gebrek aan een ontvangstbevestiging vóór de disciplinaire hoorzitting moet de verweerder deze eventuele stukken en opmerkingen reproduceren en tijdens de hoorzitting bezorgen volgens het verloop van de procedure bedoeld in artikel 52/17.
  Indien de verweerder vóór de disciplinaire hoorzitting schriftelijke opmerkingen en/of stukken aan de DADC bezorgt, moet de DADC deze via e-mail doorzenden naar de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zodat de verzoeker zijn pleidooi voor de hoorzitting doelgericht kan voorbereiden.
  Art. 52/17. - De disciplinaire hoorzitting verloopt als volgt:
  1° tijdens de inleidende fase stelt de voorzitter de zaak voor en geeft hij de partijen de gelegenheid om kort hun argumenten te bespreken;
  2° tijdens de testfase worden de eventuele stukken en/of opmerkingen bedoeld in artikel 52/16, tweede lid bezorgd en worden alle bewijselementen besproken. De eventuele getuigen en deskundigen worden gehoord, waarbij de verweerder aanwezig blijft. De getuigenissen en deskundigenverklaringen die vóór de zitting zijn bezorgd, worden eveneens toegelicht;
  3° tijdens de slotfase hebben alle partijen de gelegenheid hun slotargumenten uiteen te zetten in het licht van de bewijselementen. De voorzitter sluit vervolgens het debat.
  Art. 52/18. - Tijdens de hoorzitting stelt het secretariaat een proces-verbaal van verschijning op. Deze laatste kan deze taak evenwel delegeren aan eenieder die de in artikel 52/2, tweede lid, 4° bedoelde waarborgen biedt. De genoemde gedelegeerde is dan aanwezig op de hoorzitting zonder echter mondeling te kunnen deelnemen.
  Het proces-verbaal bevat ten minste de volgende beknopte elementen: de naam/namen en voornaam/voornamen van de op de hoorzitting aanwezige personen, de voornaamste en wezenlijke argumenten van de partijen, de eventuele verweerstukken en -elementen die zijn ingediend tijdens de hoorzitting, de stukken, elementen en bewijzen waarover is gedebatteerd, de eventuele getuigenissen en deskundigenverklaringen en de slotargumenten van de partijen, indien deze afwijken van de eerder aangevoerde argumenten.
  In geval van niet-verschijning stelt het secretariaat of de in het eerste lid bedoelde gedelegeerde een proces-verbaal van niet-verschijning op. In dat geval spreekt de DADC haar beslissing uit bij verstek, overeenkomstig artikel 52/11, § 2.
  De voorzitter ondertekent het proces-verbaal.
  Onderafdeling 2. - Schriftelijke procedure - overeenkomstig de opmerkingen bij artikel 81 van de ISRM
  Art. 52/19. - § 1. Wanneer de omstandigheden of de elementen van een tuchtzaak het rechtvaardigen, kan de voorzitter, ambtshalve of op verzoek van zijn secretariaat, besluiten dat de procedure schriftelijk verloopt, op basis van het administratieve dossier en zonder mondelinge hoorzitting.
  Na onderzoek van het volledige administratieve dossier en de ontvankelijkheid ervan, met name met betrekking tot artikel 17 van de Code en artikel 52/1, § 2 van dit besluit, stelt het secretariaat in dit geval de oproeping voor de schriftelijke tuchtprocedure op. Deze oproeping wordt door de voorzitter gedateerd en met de hand of elektronisch ondertekend en wordt door het secretariaat per aangetekende brief met ontvangstbevestiging ter kennis gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger. Deze oproeping wordt ook als kopie via e-mail gestuurd naar de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en naar zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger, voor zover hun e-mailadres bekend is.
  § 2. De oproeping voor de schriftelijke disciplinaire procedure vermeldt ten minste :
  1° dat ze deel uitmaakt van een tuchtprocedure tegen doping overeenkomstig § 1;
  2° de door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie gerapporteerde aanvoeringen en haar motivering in feite en in rechte;
  3° de verwijzing naar dit besluit en de toepassing ervan op deze procedure;
  4° het onderzoek van het volledige administratieve dossier door een onafhankelijke en onpartijdige tuchtcommissie. In dit verband vermeldt ze de identiteit van de aangestelde leden van de kamer die de zaak behandelt, overeenkomstig artikel 8.5 van de ISRM. De partijen worden ingelicht over hun recht om de aanstelling van een lid van die kamer te betwisten indien er motieven zijn voor een mogelijk belangenconflict, binnen zeven dagen nadat zij kennis hebben gekregen van redenen van betwisting. Over elke betwisting wordt beslist door de voorzitter-jurist van de bevoegde kamer of zijn plaatsvervanger of, indien de betwisting de voorzitter-jurist of zijn plaatsvervanger betreft, door de voorzitter-jurist of zijn plaatsvervanger van de andere taalkamer;
  5° het recht op toegang tot het administratieve dossier en om relevante bewijselementen te bezorgen, overeenkomstig het verloop van de schriftelijke procedure;
  6° het recht om zich schriftelijk te verdedigen in feite en in rechte en om zijn schriftelijke opmerkingen te bezorgen aan de DADC, overeenkomstig het verloop van de schriftelijke procedure;
  7° de mogelijkheid om zich bij zijn verdediging op eigen kosten te laten vertegenwoordigen of bijstaan door een rechtskundige adviseur en een tolk;
  8° indien de betrokkene minderjarig of een beschermde persoon is, de verplichting om zich tijdens de schriftelijke procedure te laten vertegenwoordigen door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Wanneer de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon minderjarig en wilsbekwaam is, bezorgt hij ambtshalve zijn opmerkingen aan de DADC in de procedure die hem betreft, overeenkomstig het verloop van de schriftelijke procedure;
  9° het recht om getuigen en deskundigen op te roepen en te ondervragen en om op eigen kosten adviezen en getuigenissen te bezorgen in schriftelijke vorm of in de vorm van audio-opnames, overeenkomstig de schriftelijke procedure;
  10° de mogelijkheid om aan de DADC substantiële hulp te verlenen, overeenkomstig artikel 52/14 van dit besluit, met de gevolgen die eruit voortvloeien overeenkomstig de artikelen 10.7 en 10.8 van de Code en met de eventuele toepassing van artikel 52/14, tweede lid van dit besluit;
  11° de verplichting om deel te nemen aan de schriftelijke procedure, tenzij daarvan uitdrukkelijk afstand werd gedaan via e-mail aan de DADC binnen acht dagen na ontvangst van de oproeping. Bij gebrek aan deelname en uitdrukkelijke verklaring van afstand wordt de beslissing bij verstek uitgesproken overeenkomstig artikel 52/13 en onder voorbehoud van de toepassing van artikel 52/9, § 1, tweede lid;
  12° de voorwaarden en termijnen van de schriftelijke procedure zoals bepaald in § 4;
  13° de noodzaak om via e-mail tijdens de testfase bedoeld in § 4, 2° het e-mailadres mee te delen van de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2, van zijn eventuele rechtskundige adviseur en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger.
  § 3. Tegelijk met de kennisgeving van de oproeping bedoeld in § 1, zendt het secretariaat via e-mail een kopie van voornoemde oproeping aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  § 4. De schriftelijke procedure verloopt als volgt:
  1° de inleidende fase: behoudens in geval van uitstel zoals bedoeld in artikel 52/12, wordt deze fase geacht aan te vangen op de derde werkdag na de verzending van de aangetekende brief met de oproeping aan de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2;
  2° de testfase: deze wordt geacht aan te vangen op de werkdag die volgt op de inleidende fase en begint met een eerste termijn van acht werkdagen waarin de verweerder alle nuttige stukken en/of relevante opmerkingen moet bezorgen, evenals alle getuigenissen en/of deskundige adviezen in schriftelijke vorm of in de vorm van audio-opnames. De opmerkingen van de minderjarige, ongeacht of zij in schriftelijke vorm of in de vorm van audio-opnames zijn, worden ook op dat moment bezorgd. Bij gebrek aan stukken of opmerkingen van de verweerder moet, in het algemeen, een ontvangstbevestiging van de schriftelijke oproeping worden bezorgd. De verzending van een stuk en/of een opmerking binnen de bovengenoemde termijn, of, bij gebrek hieraan, de verzending van de bovengenoemde ontvangstbevestiging, wordt beschouwd als deelname in de zin van artikel 52/11, § 1. Alle stukken of bevestigingen worden via e-mail naar de DADC verzonden. Het e-mailadres van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon, van zijn eventuele rechtskundige adviseur en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger moet eveneens worden verzonden. In dezelfde termijn kan ook een uitdrukkelijke verklaring van afstand zoals bedoeld in artikel 52/13 worden verzonden.
  Op de eerste werkdag na deze termijn zendt de DADC de via e-mail ontvangen elementen door naar de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zodat de verzoeker, binnen een tweede termijn van acht werkdagen na de verzending van deze e-mail, kan antwoorden met eventuele aanvullende stukken en/of opmerkingen. Dit antwoord wordt via e-mail naar de DADC gestuurd;
  3° de slotfase: ze wordt geacht te starten op de werkdag die volgt op het verstrijken van de tweede termijn van acht dagen bedoeld in het vorige lid. Op de eerste dag van de slotfase stuurt de DADC deze aanvullende elementen via e-mail naar de verweerder. De verweerder heeft dan een laatste mogelijkheid om te antwoorden binnen vier werkdagen na de dag waarop deze elementen verzonden werden. Deze doorzending en verzending gebeuren via e-mail naar de DADC;
  4° na afloop van deze termijn wordt het debat geacht gesloten te zijn en begint de termijn bedoeld in artikel 52/21 te lopen.
  Onderafdeling 3. - Versnelde procedure
  Art. 52/20. - § 1. Op grond van artikel 8.3. van de Code kan een versnelde procedure plaatsvinden indien de hoorzitting plaatsheeft in verband met een sportmanifestatie en de beslissing een invloed kan hebben op de deelname van de sporter, de geldigheid van zijn resultaten of zijn verdere deelname aan de genoemde sportmanifestatie.
  In dit geval stelt het secretariaat, na onderzoek van het volledige administratieve dossier en de ontvankelijkheid ervan, met name met betrekking tot artikel 17 van de Code en artikel 52/1, § 2 van dit besluit, de oproeping voor de disciplinaire hoorzitting met de nodige spoed op. Deze oproeping wordt door de voorzitter gedateerd en met de hand of elektronisch ondertekend en wordt door het secretariaat per aangetekende brief met ontvangstbevestiging ter kennis gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger. De oproeping wordt ook naar hen gestuurd als kopie via e-mail. Indien het e-mailadres niet bekend is bij de DADC, zal het secretariaat de nodige opzoekingen verrichten en de nodige contacten leggen om hun e-mailadres te verkrijgen en hun de genoemde kopie te sturen.
  Vooraleer de oproeping te verzenden, verzekert het secretariaat zich van de beschikbaarheid van de verzoeker om te pleiten op de hoorzitting op de daarvoor geplande datum.
  § 2. De hoorzitting in de versnelde tuchtprocedure vindt plaats per videoconferentie.
  De oproeping voor de genoemde hoorzitting vermeldt de in artikel 52/15, § 2, tweede lid opgesomde elementen.
  § 3. Tegelijk met de kennisgeving van de oproeping bedoeld in § 1, zendt het secretariaat via e-mail een kopie van voornoemde oproeping aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  § 4. De termijn waarover de verweerder beschikt om zijn verdediging voor te bereiden en te worden gehoord wordt, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak, noodzakelijkerwijs ingekort en vermeld in de oproeping.
  § 5. De procedure volgt het verloop vermeld in artikel 52/17.
  § 6. Er wordt een proces-verbaal van verschijning opgemaakt overeenkomstig artikel 52/18.
  § 7. De tuchtbeslissing wordt na de hoorzitting uitgesproken: onmiddellijk, schriftelijk of mondeling, en na beraadslaging door de leden van de DADC. De schriftelijke beslissing wordt per aangetekende brief ter kennis gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger en wordt ook als kopie via e-mail naar hen gestuurd. De mondelinge beslissing moet onmiddellijk daarna schriftelijk per aangetekende brief ter kennis worden gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger en wordt ook als kopie via e-mail naar hen gestuurd.
  De motivering van de beslissing moet tegelijk met de beslissing of uiterlijk binnen drie werkdagen na de kennisgeving van de schriftelijke beslissing of de mondelinge beslissing per aangetekende brief ter kennis worden gebracht van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger. De motivering van de beslissing wordt ook als kopie via e-mail naar hen gestuurd. De motivering bevat noodzakelijkerwijs de in artikel 52/21, § 4 bedoelde elementen.
  Onderafdeling 4. - Beslissing
  Art. 52/21. - § 1. Na de sluiting van de debatten, behalve in het geval van de versnelde procedure bedoeld in artikel 52/20, en uiterlijk binnen acht werkdagen daarna, beraadslaagt de DADC en neemt ze een beslissing met gewone meerderheid van stemmen van de leden van de bevoegde taalkamer, tenzij de DADC wettig verhinderd is, wat zij in dat geval motiveert. Het secretariaat stelt tijdens de vergadering een verslag op met de conclusie van de beslissing, dat door de voorzitter met de hand of elektronisch wordt ondertekend.
  Wanneer artikel 52/11, § 2 wordt toegepast, beraadslaagt de DADC en neemt ze een beslissing binnen acht werkdagen na de niet-verschijning op de hoorzitting of de niet-deelname aan de schriftelijke procedure.
  § 2. Wanneer de DADC een eindbeslissing neemt met betrekking tot het (de) vastgestelde dopingfeit(en), beslist ze over de gepaste gevolgen door noodzakelijkerwijs te verwijzen naar de sancties bepaald in artikel 32 en volgende van de ordonnantie en in artikel 9 en volgende van de Code. Daarbij moet zij rekening houden met het evenredigheidsbeginsel tussen de dopingfeiten die zij bewezen acht en de sanctie(s). Zij kan besluiten rekening te houden met objectieve verzachtende of verzwarende omstandigheden en met name met recidive van een dopingovertreding, de leeftijd van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en de gevolgen van de toepassing van een dergelijke sanctie in casu.
  § 3. De beslissing die geacht wordt op tegenspraak te zijn gegeven, wordt schriftelijk vastgelegd en in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig de bepalingen van artikel 8.1 van de Code en van dit artikel.
  Het volledige administratieve dossier, met inbegrip van het proces-verbaal van de eventuele disciplinaire hoorzitting, de uitgewisselde stukken en opmerkingen en elk ander element dat aan het dossier is toegevoegd, zoals een getuigenis of een deskundigenverklaring, wordt bij de beslissing of de motivering gevoegd.
  § 4. De motivering van de beslissing moet de volgende elementen bevatten:
  1° overeenkomstig artikel 9.1.1, a) van de ISRM, de rechtsgrond van de DADC en haar bevoegdheid om in dit geval een beslissing te nemen;
  2° overeenkomstig artikel 9.1.1, b) van de ISRM, een gedetailleerde uiteenzetting van de feiten;
  3° de substantiële argumenten van de partijen en de substantiële reacties erop;
  4° de door de DADC aangevoerde reden(en) om het (de) dopingfeit(en) al dan niet, of slechts gedeeltelijk, bewezen te achten en de ingeroepen antidopingregels;
  5° overeenkomstig artikel 9.1.1, c) van de ISRM, in voorkomend geval, de vastgestelde aard en duur van de bewezen overtreding van de antidopingregels. Bovendien, in voorkomend geval, het type ingenomen verboden stof of de gebruikte verboden methode, alsook de context binnen de wedstrijd, buiten de wedstrijd of zonder enig verband met de wedstrijd waarin deze verboden stof of methode ingenomen of gebruikt werd;
  6° indien de persoon bedoeld in artikel 52/1, § 2 een sporter is: zijn sportniveau, in voorkomend geval, of hij minderjarig of juridisch onbekwaam is, in voorkomend geval, het toepasselijke repressieve beleid met betrekking tot de ingenomen verboden stof(fen);
  7° elk ander objectief element of elke andere objectieve omstandigheid die de DADC in haar beslissing weerhoudt, om de graad van fout of nalatigheid van de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon te verzachten of te verergeren;
  8° overeenkomstig artikel 9.1.1, d) van de ISRM, de toepasselijke gevolgen. In de beslissing worden de specifieke bepalingen vermeld waarop de sanctie is gebaseerd, met inbegrip van elke mogelijke vermindering of opschorting, en worden de redenen voor het opleggen van de toepasselijke gevolgen uiteengezet;
  9° overeenkomstig artikel 9.1.1, e) van de ISRM, de mogelijke rechtsmiddelen en termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden;
  10° overeenkomstig artikel 15 van de Code, de specifieke gevraagde gevolgen indien de overtreding(en) van de antidopingregels wordt (worden) bevestigd en dat deze gevolgen bindend moeten zijn voor alle ondertekenaars in alle sporten en landen.
  § 5. Overeenkomstig artikel 6.2.3.3 van de ISRM eindigt de duur van een voorlopige schorsing uiterlijk met de definitieve beslissing van de DADC.
  § 6. Ongeacht de opgelegde sanctie(s) moet de voor (een) dopingovertreding(en) veroordeelde verweerder de kosten van de procedure betalen. Deze zijn vastgesteld op een forfaitair bedrag van 350 euro.
  § 7. Wanneer de DADC het (de) dopingfeit(en) niet bewezen acht, geeft zij een beslissing tot vrijspraak.
  § 8. Overeenkomstig artikel 13.3 van de Code, indien de DADC niet binnen een door het WADA vastgestelde redelijke termijn beslist of de antidopingregels werden overtreden, kan het WADA beslissen rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het Hof van Arbitrage voor Sport, alsof de DADC van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een beslissing tot vrijspraak zou hebben gegeven. Indien het panel van het Hof van Arbitrage voor Sport vaststelt dat de antidopingregels werden overtreden en dat het WADA redelijkerwijze heeft beslist rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het Hof van Arbitrage voor Sport, vergoedt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan het WADA de kosten en advocatenhonoraria die voor de beroepsprocedure aan het WADA zijn aangerekend.
  Onderafdeling 5. - Kennisgeving
  Art. 52/22. - § 1. Overeenkomstig de artikelen 8.4. en 14.1.1. van de Code, en met uitzondering van de bijzondere voorwaarden die van toepassing zijn in geval van een versnelde procedure, wordt de met redenen omklede beslissing aan de in artikel 52/1, § 2 bedoelde persoon en zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger meegedeeld per aangetekende brief met ontvangstbewijs, binnen een redelijke termijn en met de vereiste spoed.
  Overeenkomstig artikel 14.1.2 van de Code, brengt de DADC tegelijkertijd de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de hoogte van deze beslissing per aangetekende brief of via e-mail.
  § 2. Binnen twintig dagen na een definitieve beslissing verspreidt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie via beveiligde communicatiekanalen de goedgekeurde beslissingen en de identiteit van de gesanctioneerde personen aan de andere Belgische NADO's, het WADA, de nationale en internationale sportverenigingen, de NADO van het land waar de persoon verblijft en/of de NADO van de landen waar de persoon een onderdaan van is of waar hij houder is van een licentie en aan het Internationaal Olympisch Comité en het Internationaal Paralympisch Comité wanneer de beslissingen een invloed kunnen hebben op de mogelijkheid tot deelname aan de Olympische of Paralympische spelen. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie rapporteert deze kennisgeving in ADAMS.
  § 3. Indien de beslissing niet in het Engels of het Frans is opgesteld, bezorgt de DADC een samenvatting van de beslissing en de motivering ervan in een van deze twee talen, alsook een raadpleegbare versie van de beslissing.
  § 4. Overeenkomstig artikel 14.2.2 van de Code kan eenieder die het recht heeft beroep aan te tekenen binnen vijftien dagen na ontvangst van de beslissing een afschrift vragen van het volledige dossier waarop de beslissing betrekking heeft. In dit geval bezorgt de DADC dit dossier snel aan die persoon.
  § 5. Overeenkomstig artikel 9.2.5 van de Code, deelt de aanvrager, wanneer de beslissing een abnormaal analyseresultaat of een atypisch resultaat betreft en zodra de beroepstermijnen zijn verstreken zonder dat tegen de beslissing beroep is aangetekend, snel aan het betrokken laboratorium mee dat de beslissing in laatste aanleg is genomen.
  § 6. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie garandeert de openbare verspreiding overeenkomstig artikel 14.3 van de Code en artikel 31 van de ordonnantie.
  Art. 52/23. - Overeenkomstig artikel 13.1 van de Code en artikel 35/1 van de ordonnantie kan beroep worden aangetekend tegen de beslissingen van de DADC, met inbegrip van de bij verstek genomen beslissingen.
  Het Hof van Arbitrage voor Sport is de beroepsinstantie tegen de beslissingen van de DADC.
  Beslissingen waartegen beroep wordt aangetekend, blijven van kracht tijdens de beroepsprocedure, tenzij de beroepsinstantie anders beslist.
  Overeenkomstig artikel 13.1.2 van de Code is het Hof van Arbitrage voor Sport niet gebonden aan de elementen waarmee rekening is gehouden bij de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend. ".
Art. 46. Dans le même arrêté, un nouveau chapitre 5bis - Procédure disciplinaire est inséré après l'article 52, rédigé comme suit :
  "Chapitre 5bis - Procédure disciplinaire
  Section 1. - Commission disciplinaire antidopage
  Art. 52/1. - § 1er. Conformément aux articles 8.1 du Code et 30/1 de l'ordonnance, est créée la Commission disciplinaire antidopage, en abrégé CODA.
  § 2. La CODA est l'instance disciplinaire d'audition équitable, indépendante et impartiale compétente pour connaître de tout fait de dopage sur le territoire de la région de langue bilingue de Bruxelles-Capitale, présumé commis par un sportif ou une autre personne :
  1° qui relève d'une association ou fédération sportive n'ayant pas organisé la procédure disciplinaire visée à l'article 30 de l'ordonnance;
  2° ou qui ne relève pas d'une association ou fédération sportive.
  Elle a pour mission d'entendre et de déterminer si la personne assujettie aux règles antidopage les a violées et, si c'est le cas, lui imposer les conséquences applicables.
  § 3. Par exception au § 2, et conformément à l'article 8.5 du Code, avec le consentement de la personne visée au § 2, de l'ONAD de la Commission communautaire commune et de l'AMA, les violations des règles antidopage présumées commises par cette personne peuvent être entendues directement par le TAS lors d'une audience unique.
  § 4. La CODA est composée de deux chambres, l'une francophone et l'autre néerlandophone.
  Chacune des chambres compte trois membres effectifs et trois membres suppléants : un président-juriste et son membre suppléant; un secrétaire-juriste et son membre suppléant; et un médecin-expert et son membre suppléant, conformément à l'article 8.3 du SIGR.
  Ces membres remplissent au moins les conditions suivantes :
  1° pour le président-juriste et son membre suppléant :
  a) être en possession d'un diplôme de docteur ou master en droit reconnu en Belgique;
  b) jouir de ses droits civils et politiques;
  c) avoir une connaissance active du français ou du néerlandais;
  d) avoir une expérience d'au moins cinq ans en droit public et administratif belge;
  e) avoir une très bonne connaissance du contentieux disciplinaire et du droit public et administratif belge;
  f) avoir une expérience antidopage;
  g) respecter le prescrit de l'article 20.5.11 du Code, à savoir, ne pas avoir fait l'objet d'une suspension provisoire ou purger une suspension en vertu du Code ou, si ce membre n'est pas soumis au Code, ne pas avoir adopté, directement et intentionnellement, au cours des six dernières années, un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à ce membre;
  2° pour le secrétaire-juriste et son membre suppléant :
  a) être en possession d'un diplôme de docteur ou master en droit reconnu en Belgique;
  b) jouir de ses droits civils et politiques;
  c) avoir une connaissance active du français ou du néerlandais;
  d) avoir une très bonne connaissance du droit public et administratif belge, et des connaissances en matière disciplinaire ou démontrer d'un intérêt pour cette matière;
  e) avoir une expérience d'au moins trois ans en droit public et administratif belge;
  f) avoir une expérience antidopage;
  g) respecter le prescrit de l'article 20.5.11 du Code, à savoir, ne pas avoir fait l'objet d'une suspension provisoire ou purger une suspension en vertu du Code ou, si ce membre n'est pas soumis au Code, ne pas avoir adopté, directement et intentionnellement, au cours des six dernières années, un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à ce membre.
  3° pour le médecin-expert et son membre suppléant :
  a) être en possession d'un diplôme de docteur ou master en médecine reconnu en Belgique;
  b) jouir de ses droits civils et politiques;
  c) avoir une connaissance active du français ou du néerlandais;
  d) justifier d'une expérience en matière de soins et de traitement de sportifs, ainsi que d'une bonne connaissance de la médecine clinique et sportive;
  e) ne faire ou n'avoir fait l'objet, depuis au moins six ans à dater de l'introduction d'une candidature, d'aucune suspension ou radiation disciplinaire de l'Ordre des médecins ou de toute organisation professionnelle étrangère équivalente;
  f) avoir une expérience antidopage;
  g) respecter le prescrit de l'article 20.5.11 du Code, à savoir, ne pas avoir fait l'objet d'une suspension provisoire ou purger une suspension en vertu du Code ou, si ce membre n'est pas soumis au Code, ne pas avoir adopté, directement et intentionnellement, au cours des six dernières années, un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à ce membre;
  5 § . Les membres de la CODA sont désignés par les Membres du Collège réuni, pour une durée de quatre ans. Leur mandat peut être renouvelé chaque fois pour une durée de quatre ans.
  Les Membres du Collège réuni mettent fin au mandat d'un membre de la CODA à sa demande, ou lorsque celui-ci ne remplit plus les conditions requises au § 4. Ils peuvent également y mettre fin lorsqu'un membre commet, dans l'exercice de ses fonctions, une (ou des) faute(s) inexcusable(s) ou des fautes légères mais habituelles, ou porte atteinte à la dignité de la fonction.
  § 6. Le secrétariat de la CODA est assuré par le secrétaire-juriste de la CODA ou son suppléant, de la chambre francophone ou néerlandophone en fonction de la langue employée au dossier administratif.
  Art. 52/2. - Dans les trois mois de son installation, la CODA arrête son règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation des Membres du Collège réuni.
  Le règlement d'ordre intérieur de la CODA inclut les règles essentielles suivantes :
  1° le siège de la CODA est établi au 71/1 rue Belliard, à 1040 Bruxelles, adresse à laquelle toute correspondance est envoyée;
  2° le secrétariat est chargé des travaux administratifs et juridiques qui découlent des attributions de la CODA, et notamment : de la réception des dossiers administratifs et de leur transmission aux membres de la CODA; du respect des règles de procédure disciplinaire et des délais y relatifs; de la rédaction des convocations à une procédure disciplinaire; et des échanges de correspondance notamment avec la personne visée à l'article 52/1, § 2, son conseil éventuel, son représentant légal éventuel, les organisations sportives, l'AMA et le TAS;
  3° la transmission des dossiers administratifs se fait en fonction de la langue employée au dossier administratif, aux membres de la chambre francophone ou de la chambre néerlandophone;
  4° conformément au SIGR, la CODA est équitable, impartiale et indépendante sur le plan opérationnel. L'indépendance opérationnelle signifie qu'aucun membre du personnel, membre de commissions, consultant ou officiel de l'ONAD de la Commission communautaire commune ou de ses affiliés ni aucune personne impliquée dans l'enquête et la phase préalable à la décision, ne peut être désigné(e) membre ou secrétaire de l'instance d'audition; la CODA est un organe décisionnel et elle ne peut en aucun cas instruire un dossier administratif porté devant elle.
  Les membres de la CODA ne sont en aucun cas membres d'un organe de gestion ou d'administration d'une association ou fédération sportive ou d'une organisation responsable de grandes manifestations, d'un comité national olympique, d'un comité national paralympique ou d'un département gouvernemental responsable du sport ou de la lutte contre le dopage.
  Les membres de la CODA respectent les principes d'objectivité et d'égalité de traitement dans les dossiers qu'ils sont amenés à examiner. Ils refusent, le cas échéant, de traiter tout dossier pour lequel le membre concerné pourrait être considéré comme ne présentant pas les garanties suffisantes d'indépendance et d'impartialité. En cas de suspicion légitime de partialité d'un de ses membres, ou d'une autre cause d'empêchement, ce dernier est remplacé par son membre suppléant de la même langue. Si ce suppléant lui-même est en situation de conflit potentiel, il est remplacé par le membre ayant la même fonction que lui dans l'autre chambre linguistique, ou par son membre suppléant, pour autant que ce membre ait une connaissance suffisante de la langue employée au dossier administratif. A défaut, il est remplacé par un membre de l'autre chambre linguistique ayant une connaissance suffisante de la langue employée au dossier administratif.
  Conformément à l'article 8.4 du SIGR, lors de la désignation de la CODA, chacun des membres signe une déclaration assurant qu'il n'existe aucun fait ni aucune circonstance connu(e) de lui, susceptible de remettre en cause son impartialité aux yeux de l'une des parties, à l'exception des circonstances divulguées dans la déclaration. Si ces faits ou circonstances surviennent à un stade ultérieur de la procédure disciplinaire, le membre de l'instance d'audition concerné les divulguera aux parties sans délai.
  Les membres de la CODA sont soumis à un devoir de réserve et astreints à une obligation de confidentialité pour tous les faits, actes et informations dont ils ont pu avoir connaissance dans l'exercice de leurs fonctions;
  5° dans l'exercice de ses compétences, la CODA applique les procédures et sanctions conformément aux dispositions du Code et aux standards internationaux de l'AMA, à la Convention de l'UNESCO contre le dopage dans le sport et à l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution. Elle respecte le principe de proportionnalité et les droits de l'homme;
  6° sans préjudice de l'article 52/20, § 7, les membres de la chambre compétente de la CODA statuent à huis clos, à la majorité des voix;
  7° la présidence peut, d'initiative ou sur demande d'un des membres, solliciter le témoignage et l'expertise qu'il juge appropriés pour prendre toute décision en connaissance de cause.
  Le règlement d'ordre intérieur est conforme aux règles édictées par la Convention de l'UNESCO, au Code, aux standards internationaux et plus particulièrement au SIGR, à l'ordonnance et au présent arrêté.
  Art. 52/3. - La CODA remet au Collège réuni un rapport annuel d'activités, anonyme et respectueux du secret médical.
  Art. 52/4. - Les Membres du Collège réuni déterminent les modalités de rétribution des membres de la CODA et des experts qu'elle consulte.
  Art. 52/5. - Conformément à l'article 8.7 du SIGR, la CODA reçoit les ressources suffisantes afin de garantir la réalisation de ses missions en conformité avec les exigences de l'article 8 du SIGR. Tous les frais convenus et les dépenses raisonnables de l'instance d'audition sont pris en charge par l'ONAD de la Commission communautaire commune dans un délai raisonnable.
  Section 2.-. Procédure disciplinaire antidopage devant la CODA
  Art. 52/6. - § 1er. La CODA est saisie d'une affaire disciplinaire pour violation des règles antidopage, lorsqu'elle réceptionne le dossier administratif complet transmis par l'ONAD de la Commission communautaire commune.
  Ce dossier comprend notamment : les informations quant à l'identité et à la langue de la personne visée à l'article 52/1, § 2; l'allégation visée à l'encontre de cette personne; tous les éléments de preuves recueillis par l'ONAD de la Commission communautaire commune; toutes les informations utiles à l'examen du dossier par la CODA. S'il manque un (ou plusieurs) élément(s) nécessaire(s) à son analyse, l'ONAD de la Commission communautaire commune le(s) transmet(s) sur demande de la CODA.
  § 2. En cas de procédure accélérée visée à l'article 52/20, le dossier est nécessairement transmis par courrier électronique à la CODA, avec mention de l'urgence dans son objet.
  Art. 52/7. - Conformément à l'article 8.8, b) du SIGR, la procédure d'audition disciplinaire doit être accessible et abordable.
  Art. 52/8. - § 1er. Conformément à l'article 8.8, c), du SIGR, la procédure disciplinaire respecte le principe général de droit du délai raisonnable. Sauf pour les affaires complexes, ce délai ne peut pas dépasser deux mois.
  § 2. Conformément à l'article 12, § 1er de l'ordonnance, toutes les informations recueillies ou communiquées dans le cadre de la procédure disciplinaire sont confidentielles et nécessaires au respect de l'obligation prescrite par l'article 30/1 de l'ordonnance, sans préjudice de l'article 52/10 du présent arrêté.
  Art. 52/9. - § 1er. Conformément à l'article 8.8, d), du SIGR, la personne visée à l'article 52/1, § 2 peut se faire assister à tout stade de la procédure disciplinaire par le conseil juridique et l'interprète de son choix, à ses frais.
  Seul un avocat ou un représentant légal peut être mandaté pour représenter valablement la personne visée à l'article 52/1, § 2 en son absence à l'audition disciplinaire.
  En cas de procédure écrite visée à l'article 52/19, seul un avocat ou un représentant légal peut y participer sans la contre-signature de la personne visée à l'article 52/1, § 2. Toutefois, lorsque cette dernière est mineure et à la capacité de discernement, le prescrit de l'article 52/19, § 2, 8° doit être respecté, à moins que son représentant légal ne justifie d'une cause d'empêchement légitime du mineur, l'acceptation de cette dernière étant laissée à la discrétion de la présidence.
  § 2. Les parties à la procédure ont le droit de citer et d'interroger des témoins et experts, à leurs frais. Toutefois, la CODA peut, à tout moment, refuser de manière motivée un témoignage ou une expertise pour les raisons légitimes qu'elle explicite.
  La présidence peut, d'initiative ou sur demande d'un membre de la CODA, solliciter l'avis d'experts et/ou des témoignages.
  § 3. La personne visée à l'article 52/1, § 2 a le droit d'accéder au dossier administratif, et de transmettre et présenter des éléments de preuve pertinents, jusqu'à et pendant l'audition disciplinaire, ou conformément au déroulé de la procédure écrite visé à l'article 52/19, § 4.
  Art. 52/10. - § 1er. Conformément à l'article 8.8, e) du SIGR, la personne visée à l'article 52/1, § 2 peut demander une audience publique.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune peut également demander une audience publique, à condition que la personne visée à 52/1, § 2 y ait consenti par écrit.
  § 2. La demande d'audience publique peut toutefois être rejetée par la CODA dans l'intérêt de la morale, de l'ordre public, de la sécurité nationale, si les intérêts de mineurs ou la protection de la vie privée des parties l'exigent, si la publicité est susceptible de porter préjudice aux intérêts de la justice ou si la procédure porte exclusivement sur des points de droit.
  Art. 52/11. - § 1er. Les parties doivent être présentes ou représentées à l'audition disciplinaire lorsque la procédure est orale, et participer à la procédure, conformément à l'article 52/19, § 4, lorsque celle-ci est écrite.
  § 2. La décision est rendue par défaut si :
  1° le défendeur est absent ou pas représenté à l'audition dans la procédure orale, ou n'a participé aucunement à la procédure écrite visée à l'article 52/19, sans pouvoir se prévaloir de l'application de l'article 52/9, § 1er;
  2° sans qu'aucun report n'ait été demandé à, et accepté par la CODA, conformément à l'article 52/12;
  3° et sans qu'aucune renonciation n'ait été transmise conformément à l'article 52/13.
  Art. 52/12. - A la demande expresse écrite de la personne visée à l'article 52/1, § 2, de son conseil juridique ou représentant légal éventuels, ci-après "le défendeur", transmise par courrier électronique ou recommandé à la CODA, l'audience orale ou la procédure écrite peut être reportée si le secrétariat estime le motif légitime et le délai de report demandé raisonnable. Dans ce cas, le secrétariat transmet soit une nouvelle date d'audition, soit un nouveau délai pour la phase d'ouverture prévue à l'article 52/19, § 4, 1°. Si le secrétariat estime le motif légitime mais le délai de report déraisonnable, il peut décider, avec l'accord écrit de la présidence, que l'audition se fasse par visioconférence si ce n'est pas déjà le cas, ou que la procédure disciplinaire se fasse par écrit, si ce n'est pas déjà le cas.
  Art. 52/13. - Conformément à l'article 8.3 du Code, le droit à une audience disciplinaire peut faire l'objet d'une renonciation expresse par la personne visée à l'article 52/1, § 2, au plus tard dans les vingt jours à dater du lendemain de la réception de la convocation, et dans tous les cas, avant audition dans la procédure orale, ou avant la fin de la phase d'épreuve, visée à l'article 52/19, § 4, 2°, dans la procédure écrite.
  Art. 52/14. - La personne visée à l'article 52/1, § 2 peut fournir ou avoir fourni une aide substantielle dans la découverte ou la détermination de violations des règles antidopage. Dans ce cas, la CODA fait application des articles 10.7 et 10.8 du Code.
  Art. 52/14bis. - Lorsqu'il y a aveu sur la totalité des faits allégués de violation des règles antidopage, et que le dossier est jugé suffisamment complet, la présidence peut estimer qu'une audition ou des échanges écrits n'apporterai(en)t aucun élément nouveau et de ce fait, perd(ent) son (ou leur) utilité. Dans ce cas, il n'y a ni convocation, ni audition ou échanges écrits, les débats sont réputés clos à la date de la connaissance certaine et précise de l'aveu et de la complétude du dossier par la présidence, et la décision est rendue conformément au prescrit de l'article 52/21, § 1er. Cette dernière mentionne nécessairement l'application du présent article et en motive la raison.
  Sous-section 1. - Procédure orale - Audition
  Art. 52/15. - § 1er. Après avoir examiné le dossier administratif complet et la recevabilité de celui-ci, notamment au regard de l'article 17 du Code et de l'article 52/1, § 2 du présent arrêté, le secrétariat établit la convocation à l'audition disciplinaire. Cette convocation est datée et signée à la main ou par voie électronique par la présidence. Elle est notifiée par le secrétariat par courrier recommandé avec accusé de réception, à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel.
  § 2. Une procédure orale a lieu en la présence physique des parties ou par visioconférence.
  La convocation mentionne au moins :
  1° qu'elle s'inscrit dans le cadre d'une procédure disciplinaire antidopage;
  2° les allégations rapportées par l'ONAD de la Commission communautaire commune, et ses motivations en faits et droit;
  3° la référence au présent arrêté et son application à la présente procédure;
  4° l'examen du dossier administratif complet par une commission disciplinaire indépendante et impartiale. A cet égard, elle mentionne l'identité des membres désignés de l'instance d'audition, conformément à l'article 8.5 du SIGR. Les parties sont informées de leur droit de contester la désignation de tout membre de la CODA, s'il existe des motifs de conflits d'intérêts potentiels, dans les sept jours à compter du moment où elles ont connaissance d'un motif de contestation. Toute contestation sera tranchée par le président-juriste de la chambre compétente ou son suppléant ou, si ladite contestation touche ce président-juriste ou son suppléant, par le président-juriste ou son suppléant de l'autre chambre linguistique;
  5° le droit d'accéder au dossier administratif et de transmettre et présenter des moyens de preuve pertinents, jusqu'à et pendant l'audition disciplinaire;
  6° le droit d'être entendu et de se défendre en faits et droit;
  7° la possibilité de transmettre ses observations écrites à la CODA, jusqu'à et pendant l'audition disciplinaire;
  8° la possibilité de se faire représenter ou assister dans sa défense par un conseil juridique et un interprète, à ses propres frais;
  9° si la personne est mineure ou protégée, l'obligation d'être accompagnée de son représentant légal à l'audition disciplinaire. Lorsque la personne visée à l'article 52/1, § 2 est mineure et à la capacité de discernement, elle est d'office entendue par la CODA dans la procédure la concernant;
  10° le droit de citer et d'interroger des témoins et experts et de fournir des avis et témoignages écrits ou audios à ses frais, jusqu'à et pendant l'audition disciplinaire. Lorsqu'il est question d'inviter un expert ou témoin à l'audience, il y a lieu de demander par courrier électronique à la CODA, préalablement à l'audience et en temps utile, la possibilité d'auditionner tel témoin ou expert. Lorsque l'audition a lieu par visioconférence, il y a en outre lieu de transmettre les informations d'identification nécessaires des témoins et experts afin de permettre de les inviter par courrier électronique à l'audience;
  11° la possibilité d'apporter une aide substantielle à la CODA, conformément à l'article 52/14, avec les conséquences qui en découlent conformément aux articles 10.7 et 10.8 du Code, et avec application possible de l'article 52/14, alinéa 2 du présent arrêté;
  12° le droit de renoncer expressément à une audition disciplinaire, conformément à l'article 52/13;
  13° sans préjudice de la possible application de l'article 52/13 ou de la représentation visée à l'article 52/9, § 1er, alinéa 1, en cas d'incapacité ou d'empêchement légitime, l'obligation de transmettre rapidement, par courrier électronique ou recommandé, la demande de report et le motif légitime d'empêchement ou le certificat médical circonstancié précisant l'incapacité de se présenter à une audition disciplinaire;
  14° le droit de demander une audience publique, conformément à l'article 52/10, § 1er;
  15° la date, l'heure et le lieu de l'audition disciplinaire, lors de laquelle le défendeur pourra faire valoir ses moyens de défense. Si l'audience a lieu par visioconférence, le moyen de communication précis qui est choisi, et la date et l'heure programmées.
  § 3. Parallèlement à la notification de la convocation visée au § 1er, le secrétariat envoie une copie de ladite convocation par courrier électronique à l'ONAD de la Commission communautaire commune.
  § 4. Il est laissé à la personne visée à l'article 52/1, § 2, un délai raisonnable entre la réception de la convocation et l'audience disciplinaire pour préparer utilement sa défense, avec l'aide de son conseil juridique et de son représentant légal éventuels.
  Art. 52/16. - Pendant le délai visé à l'article 52/16, § 4, le défendeur peut transmettre à la CODA, toute pièce pertinente et utile à sa défense ou toute observation écrite qui pourrait influencer la décision de la CODA.
  Il appartient au défendeur de s'assurer que ces éventuelles pièces et observations ont été réceptionnées par la CODA. A défaut de confirmation de bonne réception avant l'audition disciplinaire, le défendeur les reproduira et les transmettra à l'audition, conformément au déroulé de procédure visé à l'article 52/17.
  Lorsque le défendeur transmet des pièces et/ou observations écrites à la CODA avant l'audition disciplinaire, celles-ci doivent être retransmises par courrier électronique à l'ONAD de la Commission communautaire commune par la CODA, afin que le demandeur puisse préparer utilement sa plaidoirie pour l'audience.
  Art. 52/17. - Le déroulement de l'audition disciplinaire est le suivant :
  1° lors de la phase d'ouverture, la présidence présente l'affaire et donne l'occasion aux parties de présenter brièvement leurs arguments;
  2° lors de la phase d'épreuve, les pièces et/ou observations éventuelles visées à l'article 52/16, alinéa 2 sont transmises et toutes les preuves sont discutées. Il y a audition des témoins et experts éventuels, durant laquelle le défendeur reste présent. Les témoignages et expertises transmis avant audition sont également présentés;
  3° lors de la phase de clôture, toutes les parties ont l'occasion de présenter leurs arguments finaux à la lumière des preuves. La présidence clôt ensuite les débats.
  Art. 52/18. - Un procès-verbal de comparution est dressé par le secrétariat en cours d'audience. Toutefois, ce dernier peut déléguer cette tâche à toute personne présentant les garanties visées à l'article 52/2, alinéa 2, 4°. Ledit délégué est alors présent à l'audience sans toutefois pouvoir y participer oralement.
  Le procès-verbal reprend au moins, de manière succincte, les éléments suivants : le(s) nom(s) et prénom(s) des personnes présentes à l'audition; les arguments majeurs et substantiels des parties; les pièces et éléments de défense éventuellement déposés en cours d'audience; les pièces, éléments et preuves qui sont débattus; les éventuels témoignages et expertises; et les arguments finaux des parties, si ceux-ci diffèrent de ceux présentés précédemment.
  En cas d'abstention de comparution, le secrétariat ou le délégué visé à l'alinéa 1er dresse un procès-verbal de défaut de comparution. Dans ce cas, la CODA rend sa décision par défaut, conformément à l'article 52/11, § 2.
  Le procès-verbal est signé par la présidence.
  Sous-section 2. - Procédure écrite - conformément aux commentaires de l'article 81 du SIGR
  Art. 52/19. - § 1er. D'office ou à la demande de son secrétariat, la présidence peut, lorsque les circonstances ou éléments propres à une affaire disciplinaire s'y prêtent, décider que la procédure se déroule par écrit, sur la base du dossier administratif et sans audience orale.
  Dans ce cas, après avoir examiné le dossier administratif complet et la recevabilité de celui-ci, notamment au regard de l'article 17 du Code et de l'article 52/1, § 2 du présent arrêté, le secrétariat établit la convocation à la procédure disciplinaire écrite. Cette convocation est datée et signée à la main ou par voie électronique par la présidence, et est notifiée par le secrétariat par courrier recommandé avec accusé de réception à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel. Elle est également envoyée en copie par courrier électronique à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel, lorsque leur adresse électronique est connue.
  § 2. La convocation à la procédure disciplinaire écrite mentionne au moins :
  1° qu'elle s'inscrit dans le cadre d'une procédure disciplinaire antidopage écrite, conformément au § 1er.
  2° les allégations rapportées par l'ONAD de la Commission communautaire commune et ses motivations en faits et droit;
  3° la référence au présent arrêté et son application à la présente procédure;
  4° l'examen du dossier administratif complet par une commission disciplinaire indépendante et impartiale. A cet égard, elle mentionne l'identité des membres désignés de la chambre saisie, conformément à l'article 8.5 du SIGR. Les parties sont informées de leur droit de contester la désignation de l'un de ces membres, s'il existe des motifs de conflits d'intérêts potentiels, dans les sept jours à compter du moment où elles ont connaissance d'un motif de contestation. Toute contestation sera tranchée par le président-juriste de la chambre compétente ou son suppléant, ou si ladite contestation touche ce président-juriste ou son suppléant, par le président-juriste ou son suppléant de l'autre chambre linguistique;
  5° le droit d'accéder au dossier administratif et de transmettre des moyens de preuves pertinents, conformément au déroulé de la procédure écrite;
  6° le droit de se défendre par écrit en faits et droit, et de transmettre ses observations écrites à la CODA, conformément au déroulé de la procédure écrite;
  7° la possibilité de se faire représenter ou assister dans sa défense, par un conseil juridique et un interprète, à ses propres frais;
  8° si la personne est mineure ou protégée, l'obligation d'être représentée par son représentant légal au cours de la procédure écrite. Lorsque la personne visée à l'article 52/1, § 2 est mineure et à la capacité de discernement, elle transmet d'office ses observations à la CODA dans la procédure la concernant, conformément au déroulé de la procédure écrite;
  9° le droit de citer et d'interroger des témoins et experts et de fournir des avis et témoignages écrits ou audios, à ses frais, conformément au déroulé de la procédure écrite;
  10° la possibilité d'apporter une aide substantielle à la CODA, conformément à l'article 52/14 du présent arrêté, avec les conséquences qui en découlent conformément aux articles 10.7 et 10.8 du Code, et avec application possible de l'article 52/14, alinéa 2 dudit arrêté;
  11° l'obligation de participer à la procédure écrite, à défaut d'y avoir renoncé expressément par courrier électronique envoyé à la CODA, dans les huit jours suivant la réception de la convocation. A défaut de participation et de renonciation expresse, la décision est rendue par défaut, conformément à l'article 52/13, et sous réserve de l'application de l'article 52/9, § 1er, alinéa 2;
  12° les modalités et délais du déroulé de procédure écrite, tels qu'arrêtés au § 4;
  13° la nécessité de transmettre par courrier électronique, au cours de la phase d'épreuve visée au § 4, 2°, l'adresse électronique de la personne visée à l'article 52/1, § 2, de son conseil juridique et de son représentant légal éventuels.
  § 3. Parallèlement à la notification de la convocation visée au § 1er, le secrétariat envoie une copie de ladite convocation par courrier électronique à l'ONAD de la Commission communautaire commune.
  § 4. Le déroulement de la procédure écrite est le suivant :
  1° la phase d'ouverture : sauf en cas de report visé à l'article 52/12, elle est réputée débuter le troisième jour ouvrable suivant l'envoi du courrier recommandé de la convocation à la personne visée à l'article 52/1, § 2;
  2° la phase d'épreuve : elle est réputée débuter le jour ouvrable qui suit la phase d'ouverture, et fait entamer un premier délai de huit jours ouvrables pendant lequel est transmis par le défendeur, toute pièce utile et/ou observation pertinente, ainsi que les éventuel(le)s témoignages et/ou expertises écrit(e)s ou audios. Les observations du mineur, qu'elles soient écrites ou audios, sont également transmises à ce moment-là. De manière générale, à défaut de pièce ou d'observation venant du défendeur, il doit être transmis une confirmation de la bonne réception de la convocation écrite. L'envoi d'une pièce et/ou observation endéans le délai susmentionné, ou à défaut, l'envoi de la confirmation de la bonne réception susmentionnée, vaut participation au sens de l'article 52/11, § 1er. Toute pièce ou confirmation est envoyée par courrier électronique à la CODA. Doivent également être envoyées, les adresses électroniques de la personne visée à l'article 52/1, § 2, de son conseil juridique et de son représentant légal éventuels. Au cours de ce même délai, il peut également être transmis une renonciation expresse, telle que visée à l'article 52/13.
  Au premier jour ouvrable suivant ce délai, la CODA retransmet les éléments reçus par courrier électronique à l'ONAD de la Commission communautaire commune, afin que le demandeur apporte en réponse, dans un deuxième délai de huit jours ouvrables suivant l'envoi dudit courrier électronique, toute pièce et/ou observation complémentaire(s) éventuelle(s). Cette réponse est envoyée par courrier électronique à la CODA;
  3° la phase de clôture : elle est réputée débuter le jour ouvrable qui suit l'expiration du deuxième délai de huit jours mentionné à l'alinéa précédent. Au premier jour de la phase de clôture, la CODA retransmet ces éléments complémentaires au défendeur par courrier électronique. Ce dernier a alors une dernière possibilité de répondre dans un délai de quatre jours ouvrables suivant le jour d''envoi de ces éléments. Cette transmission et cet envoi se font par courrier électronique à la CODA;
  4° à l'issue de ce délai, les débats sont réputés clos et le délai visé à l'article 52/21 commence à courir.
  Sous-section 3. - Procédure accélérée
  Art. 52/20. - § 1er. Conformément à l'article 8.3. du Code, une procédure accélérée peut avoir lieu lorsque l'audience est tenue dans le cadre d'une manifestation sportive et que la décision peut avoir une influence sur la participation du sportif, la validité de ses résultats ou la continuation de sa participation à ladite manifestation.
  Dans ce cas, après avoir examiné le dossier administratif complet et la recevabilité de celui-ci, notamment au regard de l'article 17 du Code et de l'article 52/1, § 2 du présent arrêté, le secrétariat établit avec la célérité requise, la convocation à l'audition disciplinaire. Cette convocation est datée et signée à la main ou par voie électronique par la présidence, et est notifiée par le secrétariat par courrier recommandé avec accusé de réception à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel. La convocation leur est également envoyée en copie par courrier électronique. Si l'adresse électronique n'est pas connue de la CODA, le secrétariat fait les recherches et prend les contacts nécessaires à l'obtention de leur adresse électronique et leur envoie ladite copie.
  Préalablement à l'envoi de ladite convocation, le secrétariat s'assure de la disponibilité du demandeur, afin qu'il puisse plaider à la date prévue pour l'audition.
  § 2. L'audition dans la procédure disciplinaire accélérée a lieu par visioconférence.
  La convocation à l'audition mentionne les éléments repris à l'article 52/15, § 2, alinéa 2.
  § 3. Parallèlement à la notification de la convocation visée au § 1er, le secrétariat envoie une copie de ladite convocation par courrier électronique à l'ONAD de la Commission communautaire commune.
  § 4. Le délai réservé au défendeur pour préparer sa défense et être entendu est nécessairement écourté, selon les circonstances propres à l'affaire, et indiqué dans la convocation.
  § 5. La procédure suit le déroulé de l'article 52/17.
  § 6. Un procès-verbal de comparution est dressé conformément à l'article 52/18.
  § 7. La décision disciplinaire est rendue après audience : immédiatement, par écrit ou oralement, et après délibéré des membres de la CODA. La décision écrite est notifiée par courrier recommandé à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel, et leur est envoyée en copie par courrier électronique. La décision rendue oralement est nécessairement notifiée immédiatement après par écrit, par courrier recommandé à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel, et leur est envoyée en copie par courrier électronique.
  La motivation de la décision doit être notifiée par courrier recommandé à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel, en même temps que la décision, ou au plus tard, dans les trois jours ouvrables de la notification de la décision écrite ou rendue oralement. Elle est également envoyée en copie par courrier électronique. La motivation comprend nécessairement les éléments visés à l'article 52/21, § 4.
  Sous-section 4. - Décision
  Art. 52/21. - § 1er. Après clôture des débats, sauf en cas de procédure accélérée visée à l'article 52/20, et au plus tard dans les 8 jours ouvrables qui suivent, sauf si elle est légitimement empêchée, ce qu'elle motive dans ce cas, la CODA délibère et prend une décision à la majorité simple des membres de la chambre linguistique compétente. Un procès-verbal reprenant la conclusion de la décision est dressé en séance par le secrétariat et est signé à la main ou par voie électronique par la présidence.
  Lorsqu'il est fait application de l'article 52/11, § 2, la CODA délibère et prend une décision dans les 8 jours ouvrables qui suivent le défaut de comparution à l'audition ou de participation en cas de procédure écrite.
  § 2. Lorsque la CODA prend une décision finale considérant le(s) fait(s) de dopage établi(s), elle décide des conséquences appropriées en se référant nécessairement aux sanctions reprises aux articles 32 et suivants de l'ordonnance et aux articles 9 et suivants du Code. Pour ce faire, elle doit avoir égard au principe de proportionnalité entre les faits de dopage qu'elle considère établis et la (ou les) sanction(s). Elle peut décider de retenir des circonstances objectives atténuantes ou aggravantes, et notamment, la récidive d'un fait de dopage, l'âge de la personne visée à l'article 52/1, § 2, et les conséquences de l'application d'une telle sanction au cas d'espèce.
  § 3. La décision réputée contradictoire est établie par écrit, dûment motivée en faits et droit conformément au prescrit de l'article 8.1 du Code et du présent article.
  Est joint à la décision ou à la motivation, le dossier administratif complet, en ce compris, le procès-verbal de l'audition disciplinaire éventuelle, les pièces et observations échangées, et tout autre élément versé au dossier, tel qu'un témoignage ou une expertise.
  § 4. La motivation de la décision comprend nécessairement les éléments suivants :
  1° conformément à l'article 9.1.1, a), du SIGR, la base juridictionnelle de la CODA et sa compétence pour prendre une décision en l'espèce;
  2° conformément à l'article 9.1.1, b), du SIGR, l'exposé détaillé des faits;
  3° les arguments substantiels des parties et les réponses substantielles y apportées;
  4° la (ou les) raison(s) soulevée(s) par la CODA pour considérer établi(s) ou non, ou seulement partiellement, le(s) fait(s) de dopage, et les règles antidopage mobilisées;
  5° conformément à l'article 9.1.1, c) du SIGR, s'il échet, la nature et la durée constatée de la violation établie aux règles antidopage. S'il échet également, le type de substance interdite ingérée ou la méthode interdite utilisée, ainsi que le contexte en compétition, hors compétition ou sans aucun rapport avec la compétition dans lequel cette prise de substance ou de méthode interdite a eu lieu;
  6° si la personne visée à l'article 52/1, § 2 est un sportif : son niveau sportif, s'il échet, le fait qu'il soit mineur ou incapable juridiquement; s'il échet, la politique répressive applicable concernant la (ou les) substance(s) interdite(s) ingérée(s);
  7° tout(e) autre élément ou circonstance objective retenu(e) par la CODA, qui est de nature soit à atténuer le degré de faute ou de négligence de la personne visée à l'article 52/1, § 2, soit à l'aggraver;
  8° conformément à l'article 9.1.1, d) du SIGR, les conséquences applicables. La décision identifie les dispositions spécifiques sur lesquelles repose la sanction, y compris toute réduction ou sursis, et fournit les raisons justifiant l'imposition des conséquences applicables;
  9° conformément à l'article 9.1.1, e) du SIGR, les voies et délais de recours possibles;
  10° conformément à l'article 15 du Code, les conséquences spécifiques demandées dans le cas où la (ou les) violation(s) des règles antidopage est (sont) confirmée(s) et que ces conséquences sont appelées à avoir un effet contraignant sur tous les signataires dans tous les sports et pays.
  § 5. Conformément à l'article 6.2.3.3 du SIGR, la durée d'une suspension provisoire prend fin, au plus tard, avec la décision finale de la CODA.
  § 6. Quelle que soit la (ou les) sanction(s) prononcée(s), le défendeur reconnu coupable d'un (ou de) fait(s) de dopage doit s'acquitter des frais de procédure. Ces derniers sont fixés forfaitairement à 350 euros.
  § 7. Lorsque la CODA considère le (ou les) fait(s) de dopage non établi(s), elle rend une décision d'acquittement.
  § 8. Conformément à l'article 13.3 du Code, lorsque la CODA ne rend pas de décision sur la question de savoir si une violation des règles antidopage a été commise, dans un délai raisonnable fixé par l'AMA, cette dernière peut décider de faire appel directement au TAS comme si la CODA avait rendu une décision d'acquittement. Si la formation du TAS établit qu'une violation des règles antidopage a été commise et que l'AMA a agi raisonnablement en décidant de faire appel directement au TAS, les frais et les honoraires d'avocats occasionnés à l'AMA pour la procédure d'appel seront remboursés à l'AMA par l'ONAD de la Commission communautaire commune.
  Sous-section 5. - Notification
  Art. 52/22. - § 1er. Conformément aux articles 8.4. et 14.1.1 du Code, et à l'exception des modalités particulières appliquées en cas de procédure accélérée, la décision motivée est notifiée à la personne visée à l'article 52/1, § 2 et à son représentant légal éventuel, par courrier recommandé avec accusé de réception, dans un délai raisonnable et avec la célérité requise.
  Concomitamment, et conformément à l'article 14.1.2 du Code, la CODA notifie cette décision à l'ONAD de la Commission communautaire commune, par courrier recommandé ou électronique.
  § 2. Dans les vingt jours qui suivent une décision définitive, l'ONAD de la Commission communautaire commune diffuse par le biais de canaux de communication sécurisés, les décisions adoptées et l'identité des personnes sanctionnées, aux autres ONAD belges, à l'AMA, aux organisations sportives nationales et internationales, à l'ONAD du pays où réside la personne et/ou à l'ONAD des pays dont la personne est un ressortissant ou titulaire d'une licence, ainsi qu'au Comité international olympique et au Comité international paralympique lorsque les décisions peuvent affecter la possibilité de participation aux Jeux olympiques ou paralympiques. L'ONAD de la Commission communautaire commune rapporte cette notification dans ADAMS.
  § 3. Si la décision n'est pas en anglais ou en français, la CODA fournit un résumé de la décision et de ses motifs dans l'une de ces deux langues, ainsi qu'une version consultable de la décision.
  § 4. Conformément à l'article 14.2.2 du Code, quiconque ayant le droit de faire appel peut demander une copie de tout le dossier relatif à la décision, dans les quinze jours suivant la réception de la décision. Dans ce cas, celle-ci lui est remise rapidement par la CODA.
  § 5. Conformément à l'article 9.2.5 du Code, lorsque la décision concerne un résultat d'analyse anormal ou un résultat atypique, une fois que les délais d'appel ont expiré sans qu'un appel n'ait été formé à l'encontre de la décision, le demandeur notifie rapidement au laboratoire concerné que l'affaire a été tranchée en dernier ressort.
  § 6. L'ONAD de la Commission communautaire commune assure la diffusion publique conformément à l'article 14.3 du Code et l'article 31 de l'ordonnance.
  Art. 52/23. - Conformément à l'article 13.1 du Code et 35/1 de l'ordonnance, les décisions rendues par la CODA sont susceptibles d'appel, en ce compris, les décisions rendues par défaut.
  L'instance d'appel à l'encontre des décisions de la CODA est le TAS.
  Les décisions dont il est fait appel restent en vigueur durant la procédure d'appel, à moins que l'instance d'appel n'en décide autrement.
  Conformément à l'article 13.1.2 du Code, le TAS n'est pas lié par les éléments retenus dans la décision portée en appel. ".
Art. 47. Artikel 53 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 47. L'article 53 du même arrêté est abrogé.
Art. 48. In artikel 58 en 59 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 10.7" vervangen door de woorden "artikel 10.9".
Art. 48. Dans les articles 58 et 59 du même arrêté, les mots " article 10.7 " sont remplacés par les mots " article 10.9 ".
Art. 49. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  De ordonnantie van 24 december 2021 tot wijziging van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan treedt op dezelfde dag in werking.
Art. 49. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  L'ordonnance du 24 décembre 2021 portant modification de l'ordonnance du 21 juin 2012 relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention entre en vigueur le même jour.
Art. 50. De Leden van het Verenigd College worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Les Membres du Collège réuni sont chargés de l'exécution du présent arrêté.