Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
25 MAART 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de diensten voor oppashulp naar aanleiding van de COVID-19-pandemie
Titre
25 MARS 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux services de garde à la suite de la pandémie COVID-19
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par l'arrêté du 28 juin 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers.
Art. 2. De voorwaarde, vermeld in artikel 6 van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019, is in 2021 niet van toepassing op de diensten voor oppashulp.
Art. 2. La condition énoncée à l'article 6 de l'annexe 3 de l'arrêté du 28 juin 2019 ne s'applique pas aux services de garde en 2021.
Art. 3. In afwijking van artikel 31, § 1, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019 komt een dienst voor oppashulp in 2021 ook voor subsidiëring in aanmerking als hij minder uren presteert dan het aantal uren, vermeld in artikel 6 van bijlage 3 bij het voormelde besluit.
Art. 3. Par dérogation à l'article 31, § 1er, alinéa 1er, de l'annexe 3 de l'arrêté du 28 juin 2019, un service de garde est également éligible à un subventionnement en 2021 s'il réalise moins d'heures que le nombre d'heures prévu à l'article 6 de l'annexe 3 de l'arrêté précité.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2021.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre flamand compétent pour les soins de santé et les soins résidentiels est chargé de l'exécution du présent arrêté.