Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 FEBRUARI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-05-2022 en tekstbijwerking tot 20-06-2025)
Titre
4 FEVRIER 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-05-2022 et mise à jour au 20-06-2025)
Informations sur le document
Numac: 2022020665
Datum: 2022-02-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022020665
Date: 2022-02-04
Moniteur: Voir
Tekst (61)
Texte (61)
Hoofdstuk 1. - Oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies
Chapitre 1er. - Création d'un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie
Afdeling 1. - Oprichting uniek loket
Section 1re. - Création d'un guichet unique
Artikel 1. Conform artikel 12.6.1, § 1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en artikel 5.75/1, § 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt een uniek loket opgericht om de aanvraag, de behandeling, de verwerking en de uitbetaling te faciliteren van de volgende premies of tegemoetkomingen:
  1° de tegemoetkoming, vermeld in Boek 5, Deel 5, Titel 3, hoofdstuk 1 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  2°[1 de premies, vermeld in artikel 6.4.1/6, Ї 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010.]1.
  
Article 1er. Conformément à l'article 12.6.1, § 1er, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et à l'article 5.75/1, § 1er, du Code flamand du Logement de 2021, un guichet unique est créé pour faciliter la demande, l'examen, le traitement et le paiement des primes et interventions suivantes :
  1° l'intervention visée au livre 5, partie 5, titre 3, chapitre 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  2°[1 les primes mentionnées à l'article 6.4.1/6, § 1er, de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010]1.
  
Art. 2. Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid [1 Wonen in Vlaanderen dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen]1, hierna agentschap genoemd, wordt conform artikel 12.6.1, § 2, eerste lid van het Energiedecreet en artikel 5.75/1, § 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, belast met de behandeling en verwerking van de aanvragen, vermeld in artikel 1, in het kader van het unieke loket.
  [2 Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, dat is opgericht bij titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010, hierna het VEKA genoemd, wordt conform artikel 12.6.1, § 2, eerste lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en artikel 5.75/1, § 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, belast met de behandeling en verwerking van de aanvragen, vermeld in artikel 1, in het kader van het unieke loket.]2
  De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij staan mee in voor de behandeling en de verwerking van de aanvragen, vermeld in artikel 1, in het kader van het unieke loket.
  De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij staan in voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen en de premies, vermeld in artikel 1, in het kader van het unieke loket.
  De elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij vorderen de onterecht uitbetaalde tegemoetkomingen en premies, vermeld in artikel 1, terug.
  Als uitgekeerde tegemoetkomingen of premies worden teruggevorderd, gelden de volgende specifieke regelingen:
  1° de teruggevorderde tegemoetkomingen waarvoor een vergoeding is toegekend conform artikel 5.192 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, worden met toepassing van artikel 5.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 toegewezen aan het Fonds voor de Huisvesting;
  2° de teruggevorderde premies waarvoor een vergoeding is toegekend conform artikel 6.4.1/12 van het Energiebesluit van 19 november 2010, worden met toepassing van artikel 3.2.1, § 2, 2° van het Energiedecreet van 8 mei 2009 toegewezen aan het Energiefonds;
  3° de teruggevorderde premies of tegemoetkomingen waarvoor geen vergoeding is toegekend conform punt 1° of 2°, worden toegewezen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder die is aangewezen voor het geografisch gebied waar het gebouw waarvoor de teruggevorderde premie of tegemoetkoming is uitgekeerd, ligt.
  Als er voor een premie of tegemoetkoming een samenloop is tussen meerdere vergoedingen als vermeld in artikel 5.192 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en artikel 6.4.1/12 van het Energiebesluit van 19 november 2010, wordt de teruggevorderde premie of tegemoetkoming, in afwijking van het vijfde lid, naar verhouding toegewezen aan het Fonds voor de Huisvesting, het Energiefonds, en de elektriciteitsdistributienetbeheerder, overeenkomstig het aandeel in de financiering ervan.
  Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010, [2 ...]2 genoemd, wordt, conform artikel 13.1.1 van het Energiedecreet, belast met de controle op de taken uitgevoerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij.
  De verdeling van de taken, vermeld in dit artikel, tussen het agentschap en de elektriciteitsdistributienetbeheerders of hun werkmaatschappij en het VEKA, binnen het unieke loket, wordt verder gedetailleerd vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
  
Art. 2. Conformément à l'article 12.6.1, § 2, alinéa 1er, du décret sur l'Energie et à l'article 5.75/1, § 2 du Code flamand du Logement de 2021, [1 l'Agence Habiter en Flandre, agence autonomisée interne sans personnalité juridique, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen in Vlaanderen " (Habiter en Flandre)]1, ci-après dénommée l'agence, est chargée de l'examen et du traitement des demandes visées à l'article 1er dans le cadre du guichet unique.
  [2 L'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Agence flamande pour l'Energie et le Climat ", créée par le titre II de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, ci-après dénommée la VEKA, est chargée, conformément à l'article 12.6.1, § 2, alinéa 1er du décret sur l'énergie du 8 mai 2009 et à l'article 5.75/1, § 2 du Code flamand du Logement de 2021, de la gestion et du traitement des demandes, visées à l'article 1er, dans le cadre du guichet unique.]2
  Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation se chargent également de l'examen et du traitement des demandes visées à l'article 1er dans le cadre du guichet unique.
  Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation se chargent du paiement des interventions et des primes visées à l'article 1er dans le cadre du guichet unique.
  Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation récupèrent les interventions et les primes, visées à l'article 1er, payées indûment.
  En cas de récupération d'interventions ou de primes versées, les régimes spécifiques suivants s'appliquent :
  1° les interventions récupérées pour lesquelles une indemnité a été octroyée conformément à l'article 5.192 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 sont attribuées, en application de l'article 5.2 du Code flamand du Logement de 2021, au Fonds du Logement ;
  2° les primes récupérées pour lesquelles une indemnité a été octroyée conformément à l'article 6.4.1/12 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, sont attribuées, en application de l'article 3.2.1, § 2, 2°, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009, au Fonds de l'Energie ;
  3° les primes ou interventions récupérées pour lesquelles aucune indemnité n'a été octroyée conformément au point 1° ou 2° sont attribuées au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité qui a été désigné pour la zone géographique où se situe le bâtiment pour lequel la prime ou l'intervention récupérée a été versée.
  Si, pour une prime ou une intervention, il y a concours entre plusieurs indemnités telles que visées à l'article 5.192 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 et à l'article 6.4.1/12 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, la prime ou l'intervention récupérée est attribuée, par dérogation à l'alinéa 5, au Fonds du Logement, au Fonds de l'Energie et au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, au prorata de leur part dans son financement.
  Conformément à l'article 13.1.1 du décret sur l'Energie, l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat, agence autonomisée interne sans personnalité juridique créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, [2 ...]2, est chargée du contrôle des tâches effectuées par les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation.
  La répartition des tâches visée dans le présent article entre l'agence et les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ou leur société d'exploitation et la VEKA, au sein du guichet unique, est détaillée dans un accord de coopération.
  
Afdeling 2. - Procedure voor aanvragen ingediend via het unieke loket
Section 2. - Procédure pour les demandes introduites par le biais du guichet unique
Art. 3. De aanvragen, vermeld in artikel 1, kunnen bij het unieke loket worden ingediend vanaf [1 1 september 2025]1. Hiervoor stelt het unieke loket een elektronisch formulier ter beschikking.
  De aanvragen, vermeld in artikel 1, bevatten:
  1° het digitaal ondertekende en volledig ingevulde aanvraagformulier;
  2° een gedetailleerde opsomming van de uitgevoerde werkzaamheden;
  3° een kopie van de facturen die betrekking hebben op de in aanmerking komende investeringskosten;
  4° een attest van de aannemer over de uitgevoerde werkzaamheden;
  5° het huurcontract met een woonmaatschappij, vermeld in artikel 4.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, als de verhuurder, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, de aanvraag indient;
  6° in voorkomend geval, het attest, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 6°, a) van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  7° alle bewijsstukken die opgelegd zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid;
  8° in voorkomend geval, de meest recente attesten van de werkgever, die de noodzakelijke gegevens bevatten op basis waarvan het belastbaar inkomen en de van belasting vrijgestelde beroepsinkomsten uit het buitenland of verworven bij een Europese of internationale instelling kunnen worden vastgesteld, als de aanvrager een ambtenaar van de Europese Unie of een andere internationale organisatie is;
  9° in voorkomend geval, het meest recente buitenlandse aanslagbiljet waaruit het belastbaar inkomen en de van belasting vrijgestelde beroepsinkomsten kunnen worden vastgesteld, als de aanvrager in het buitenland werkt.
  De aanvrager legt op eenvoudig verzoek van het unieke loket een kopie van de goedgekeurde plannen en de stedenbouwkundige vergunning, die dateren van voor de aanvang van de werkzaamheden, voor aan het unieke loket.
  De aanvrager legt op eenvoudig verzoek van het unieke loket de originelen van de documenten, vermeld in het eerste lid, punt 3° tot en met 9°, voor.
  De aanvrager legt op eenvoudig verzoek van het unieke loket aanvullende bewijsstukken voor om de uitvoering van de werkzaamheden te staven en de voorwaarden van de tegemoetkoming na te gaan.
  Het elektronisch formulier, vermeld in het eerste lid, alsook iedere wijziging aan het elektronisch formulier en in voorkomend geval de bijbehorende attesten die moeten worden gebruikt om de premies en de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 1, te verkrijgen, worden ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap en het VEKA.
  
Art. 3. Les demandes visées à l'article 1er peuvent être introduites auprès du guichet unique à partir du [1 1er septembre 2025]1. A cet effet, le guichet unique met un formulaire électronique à disposition.
  Les demandes visées à l'article 1er contiennent :
  1° le formulaire de demande signé et dûment complété par voie numérique ;
  2° une énumération détaillée des travaux réalisés ;
  3° une copie des factures relatives aux coûts d'investissement éligibles ;
  4° une attestation de l'entrepreneur concernant les travaux réalisés ;
  5° le contrat de bail conclu avec une société de logement visée à l'article 4.36 du Code flamand du Logement de 2021, lorsque le bailleur visé à l'article 5.186, alinéa 1er, 8°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 introduit la demande ;
  6° le cas échéant, l'attestation visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 6°, a) de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  7° toutes les pièces justificatives imposées par ministre flamand compétent pour l'Energie et le ministre flamand compétent pour la Politique du logement ;
  8° le cas échéant, les attestations les plus récentes de l'employeur, qui contiennent les données nécessaires permettant d'établir le revenu imposable et les revenus professionnels exonérés d'impôts provenant de l'étranger ou acquis auprès d'une institution européenne ou internationale lorsque le demandeur est un fonctionnaire de l'Union européenne ou d'une autre organisation internationale ;
  9° le cas échéant, l'avertissement-extrait de rôle étranger le plus récent permettant d'établir le revenu imposable et les revenus professionnels exonérés d'impôts lorsque le demandeur travaille à l'étranger.
  Le demandeur présente au guichet unique, à sa simple demande, une copie des plans approuvés et du permis d'urbanisme datant d'avant le début des travaux.
  Sur simple demande du guichet unique, le demandeur produit les originaux des documents visés à l'alinéa 1er, points 3° à 9°.
  Sur simple demande du guichet unique, le demandeur produit des pièces justificatives complémentaires pour étayer l'exécution des travaux et vérifier les conditions de l'intervention.
  Le formulaire électronique visé à l'alinéa 1er ainsi que toute modification du formulaire électronique et, le cas échéant, les attestations y afférentes à utiliser pour obtenir les primes et les interventions visées à l'article 1er sont soumis à l'approbation de l'agence et de la VEKA.
  
Art. 4. § 1. Het unieke loket bezorgt de aanvrager binnen een maand na de ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding met een elektronisch bericht of per brief, als de aanvrager daar expliciet om verzoekt, met vermelding van het verdere verloop van de procedure.
  § 2. Binnen [1 zes]1 maanden na de aanvraagdatum wordt het overzicht van de elementen die nuttig zijn voor de berekening van de tegemoetkoming of de premie, vermeld in artikel 1, desgevallend aangevuld met het overzicht van de facturen die in aanmerking worden genomen, of de beslissing tot weigering van de tegemoetkoming of de premie, vermeld in artikel 1, bezorgd aan de aanvrager via het unieke loket met een elektronisch bericht of per brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt.
  § 3. Als de aanvrager het niet eens is met het overzicht, vermeld in paragraaf 2, kan die binnen een maand na de ontvangst ervan met een elektronisch formulier dat door het unieke loket ter beschikking wordt gesteld, beroep instellen. Binnen drie maanden nadat de aanvrager het beroep heeft ingediend, wordt de beslissing in beroep overgemaakt aan de aanvrager via het unieke loket met een elektronisch bericht of per brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
  De aanvrager kan een beslissing tot weigering van de tegemoetkoming of de premie, vermeld in artikel 1, betwisten door binnen een maand na de ontvangst ervan beroep in te stellen bij het unieke loket, met een elektronisch formulier dat door het unieke loket ter beschikking wordt gesteld. Binnen drie maanden nadat de aanvrager het beroep heeft ingediend, wordt de weigering bevestigd, of worden de aangepaste berekeningselementen aan de aanvrager bezorgd via het unieke loket met een elektronisch bericht of per brief, als de aanvrager daar expliciet om vraagt. De beslissing bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
  Als de aanvrager binnen [1 zes]1 maanden na de aanvraagdatum noch een beslissing tot weigering, noch het overzicht, vermeld in paragraaf 2, heeft ontvangen, kan de aanvrager binnen een maand, na deze termijn van [1 zes]1 maanden beroep aantekenen bij het unieke loket tegen het stilzitten met een elektronisch formulier dat door het unieke loket ter beschikking wordt gesteld. Binnen drie maanden nadat de aanvrager het beroep heeft ingediend, wordt de aanvraag geweigerd, of worden de berekeningselementen aan de aanvrager bezorgd. De beslissing bevat een verwijzing naar de bevoegde instantie bij betwisting.
  § 4. Het unieke loket bezorgt de definitieve beslissing tot het verlenen van de tegemoetkoming aan de aanvrager met een elektronisch bericht of per brief, als de aanvrager daar expliciet om verzoekt, en betaalt de tegemoetkoming uit binnen [1 tien]1 maanden na de aanvraagdatum. De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de aanvrager.
  De aanvrager houdt de betalingsbewijzen gedurende twee jaar na de uitbetaling van de tegemoetkomingen ter beschikking van het unieke loket en legt ze onmiddellijk voor op eenvoudig verzoek van het unieke loket.
  § 5. [1 ...]1.
  
Art. 4. § 1er. Dans le mois de la réception de la demande, le guichet unique transmet au demandeur un accusé de réception par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande, indiquant la suite de la procédure.
  § 2. Dans les [1 six]1 mois de la date de la demande, la liste des éléments utiles au calcul de l'intervention ou de la prime visée à l'article 1er accompagnée, le cas échéant, de la liste des factures prises en considération ou la décision de refus de l'intervention ou de la prime visée à l'article 1er est transmise au demandeur par le biais du guichet unique par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande.
  § 3. Si le demandeur n'est pas d'accord avec la liste visée au paragraphe 2, il peut introduire un recours dans le mois de sa réception au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par le guichet unique. Dans les trois mois de l'introduction du recours par le demandeur, la décision prise sur recours est transmise au demandeur par le biais du guichet unique par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision contient un renvoi à l'instance compétente en cas de contestation.
  Le demandeur peut contester une décision de refus de l'intervention ou de la prime visée à l'article 1er en introduisant un recours, dans le mois de sa réception, auprès du guichet unique, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par le guichet unique. Dans les trois mois de l'introduction du recours par le demandeur, le refus est confirmé ou les éléments de calcul adaptés sont transmis au demandeur par le biais du guichet unique par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande. La décision contient un renvoi à l'instance compétente en cas de contestation.
  Si le demandeur n'a reçu ni une décision de refus, ni la liste visée au paragraphe 2 dans les [1 six]1 mois de la date de la demande, il peut former un recours contre l'inertie, dans le mois qui suit ce délai de [1 six]1 mois, auprès du guichet unique, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par le guichet unique. Dans les trois mois de l'introduction du recours par le demandeur, la demande est refusée ou les éléments de calcul sont transmis au demandeur. La décision contient un renvoi à l'instance compétente en cas de contestation.
  § 4. Le guichet unique transmet la décision définitive d'octroi de l'intervention au demandeur par message électronique ou par lettre, si le demandeur en fait explicitement la demande, et paie l'intervention dans les [1 dix]1 mois de la date de la demande. La subvention est versée au demandeur.
  Le demandeur tient les preuves de paiement à la disposition du guichet unique pendant les deux années qui suivent le paiement des interventions et les présente immédiatement sur simple demande du guichet unique.
  § 5. [1 ...]1.
  
Art. 5. Binnen het unieke loket worden alle redelijke maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens juist zijn en indien nodig geactualiseerd worden. Onjuiste persoonsgegevens worden onmiddellijk gewist of verbeterd.
  De verwerking van de persoonsgegevens binnen het unieke loket is noodzakelijk voor de behandeling, verwerking en uitbetaling van de premies of tegemoetkomingen vermeld in artikel 1.
Art. 5. Au sein du guichet unique, toutes les mesures raisonnables sont prises afin de garantir que les données à caractère personnel sont exactes et, au besoin, mises à jour. Les données à caractère personnel inexactes sont immédiatement effacées ou rectifiées.
  Le traitement des données à caractère personnel au sein du guichet unique est nécessaire à l'examen, au traitement et au paiement des primes ou interventions visées à l'article 1er.
Afdeling 3. [1Vergoeding voor de personeelsinzet door de werkmaatschappij]1
Section 3. [1 Indemnité pour l'affectation de personnel par la société d'exploitation]1
Art.5/1. [1 § 1. Aan de werkmaatschappij, vermeld in artikel 2, kan een vergoeding worden gegeven voor de kost van de personeelsinzet bij de behandeling en de verwerking van de aanvragen, vermeld in artikel 1, in het kader van het unieke loket. De in aanmerking komende kost is beperkt tot het brutoloon van de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, in fine, en de bijhorende werkgeversbijdrage.
   De vergoeding wordt verstrekt binnen de perken van de daarvoor op de algemene uitgavenbegroting en het Energiefonds beschikbare middelen. De Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, bepaalt jaarlijks het bedrag van de maximale vergoeding voor de werkmaatschappij op basis van de middelen die daarvoor beschikbaar gesteld zijn, alsook respectievelijk het aantal personeelsleden en hun niveau die worden vergoed.
   De vergoedingen, vermeld in het eerste lid, worden vanaf kalenderjaar 2024 en maximaal tot in het kalenderjaar 2034 toegekend. De totaliteit van de gecumuleerde vergoedingen kunnen voor de werkmaatschappij met toepassing van besluit 2012/21/EU echter nooit meer bedragen dan 15 miljoen euro per jaar.
   § 2. Het VEKA is belast met de uitbetaling van de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1. De minister kan nadere regels vastleggen voor de uitbetalingsprocedure.
   Het VEKA houdt tot tien jaar na afloop van de verplichting, vermeld in dit besluit, alle gegevens bij die noodzakelijk zijn om vast te stellen of de verleende vergoeding verenigbaar is met het besluit 2012/21/EU en houdt die gegevens ter beschikking van de Europese Commissie.]1

  
Art.5/1. [1 § 1er. Une indemnité peut être octroyée à la société d'exploitation visée à l'article 2 pour le coût de l'affectation de personnel à la gestion et au traitement des demandes, visées à l'article 1er, dans le cadre du guichet unique. Le coût éligible est limité à la rémunération brute des membres du personnel visés à l'alinéa 2, in fine, et à la cotisation patronale y afférente.
   L'indemnité est octroyée dans les limites des moyens disponibles à cet effet au budget général des dépenses et au Fonds de l'Energie. Le ministre flamand ayant l'énergie dans ses attributions détermine chaque année le montant de l'indemnité maximale de la société d'exploitation sur la base des fonds mis à disposition à cet effet, ainsi que le nombre de membres du personnel indemnisés et leur niveau, respectivement.
   Les indemnités visées à l'alinéa 1er sont octroyées à partir de l'année civile 2024 jusqu'à l'année civile 2034 maximum. En application de la décision 2012/21/UE, la totalité des indemnités cumulées ne peut toutefois jamais dépasser 15 millions d'euros par an.
   § 2. La VEKA est chargée du paiement des indemnités visées au paragraphe 1er. Le ministre peut arrêter les modalités pour la procédure de paiement.
   La VEKA conserve toutes les données nécessaires pour établir la compatibilité de l'indemnité octroyée avec la décision 2012/21/UE pendant un délai maximal de dix ans après l'expiration de l'obligation énoncée dans le présent arrêté et tient ces informations à la disposition de la Commission européenne.]1

  
Hoofdstuk 2. - Wijzigingen van het Energiebesluit van 19 november 2010
Chapitre 2. - Modifications de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010
Art. 6. In artikel 1.1.1, § 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 23° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "23° /1 eindfactuur: de definitieve en laatste factuur, die is opgemaakt na de levering en plaatsing van materiaal of installaties;";
  2° punt 44° wordt vervangen door wat volgt:
  "44° gebouw:
  a) voor de toepassing van titel VI, hoofdstuk IV, afdeling I, titel VIII, titel IX en titel IX/1, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt en waarvoor energie verbruikt wordt om een specifieke binnentemperatuur te bereiken;
  b) in afwijking van a), voor de toepassing van artikel 6.4.1/5/2, § 3, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt en waar geen gebouwgebonden warmteafgiftetoestel voorzien is;
  c) in afwijking van a), voor de toepassing van artikel 6.4.1/1/2, 6.4.1/5/2, § 1, § 2 en § 4, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt;";
  3° er wordt een punt 55° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "55° /1 investeerder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de werkzaamheden financiert en aan wie de facturen voor de werkzaamheden gericht zijn;";
  4° er wordt een punt 101° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "101° /1 uniek loket: het unieke loket dat opgericht is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;";
  5° punt 108° /2° wordt vervangen door wat volgt:
  "108° /2° woongebouw: wat afdeling I, hoofdstuk IV van titel VI betreft: een gebouw met minstens twee wooneenheden of een wooneenheid en minstens een niet-residentiële eenheid;".
Art. 6. A l'article 1.1.1, § 2, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 23° /1 libellé comme suit :
  " 23° /1 facture finale : la facture définitive et ultime établie après la fourniture et la pose de matériaux ou d'installations ; " ;
  2° le point 44° est remplacé par ce qui suit :
  " 44° bâtiment :
  a) pour l'application du titre VI, chapitre IV, section Ire, et des titres VIII, IX et IX/1, tout bâtiment dans son ensemble ou des parties de bâtiment qui ont été conçues ou modifiées pour être utilisées séparément et dans lesquels de l'énergie est consommée afin d'atteindre une température intérieure spécifique ;
  b) par dérogation à a), pour l'application de l'article 6.4.1/5/2, § 3, tout bâtiment dans son ensemble ou des parties de bâtiment qui ont été conçues ou modifiées pour être utilisées séparément et où aucun système d'émission de chaleur lié au bâtiment n'a été prévu ;
  c) par dérogation à a), pour l'application de l'article 6.4.1/1/2 et de l'article 6.4.1/5/2, §§ 1er, 2 et 4, tout bâtiment dans son ensemble ou des parties de bâtiment qui ont été conçues ou modifiées pour être utilisées séparément ; " ;
  3° il est inséré un point 55° /1 libellé comme suit :
  " 55° /1 investisseur : la personne physique ou morale qui finance les travaux et à laquelle les factures des travaux ont été adressées ; " ;
  4° il est inséré un point 101° /1 libellé comme suit :
  " 101° /1 guichet unique : le guichet unique créé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ; " ;
  5° le point 108/2° est remplacé par ce qui suit :
  " 108° /2° bâtiment résidentiel : en ce qui concerne la section Ire, chapitre IV du titre VI : un bâtiment comportant au moins deux unités de logement ou une unité de logement et au moins une unité non résidentielle ; ".
Art. 7. In artikel 4.1.2, § 5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, wordt de zinsnede "artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5" vervangen door de zinsnede "artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2 van dit besluit, en de tegemoetkomingen die worden berekend volgens artikel 5.191 voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021".
Art. 7. A l'article 4.1.2, § 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2018, le membre de phrase " articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5 " est remplacé par le membre de phrase " articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 du présent arrêté et aux interventions calculées selon l'article 5.191 pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ".
Art. 8. Artikel 6.4.1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1. § 1. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2, § 2, van dit besluit. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verleent investeringssteun als vermeld in artikel 6.4.1/5/2, § 3, van dit besluit. De steun in deze onderafdeling wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verleend onder de voorwaarden, vermeld in de Verordening 1407/2013/EU.
  § 2. De begrippen en definities, vermeld in de volgende artikelen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn van toepassing op artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1 van dit besluit:
  1° de definitie van renovatie, vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 41°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  2° de definitie van een woning, vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 66°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3° de definitie van een nieuwe premiewoning, vermeld in artikel 1.2, 86°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  4° de definitie van een premiewoning, vermeld in artikel 1.2, 105°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  5° de definitie van aanvraagdatum, vermeld in artikel 5.186, 1°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.".
Art. 8. L'article 6.4.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1. § 1er. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité accorde les primes visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2, § 2, du présent arrêté. Le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité accorde une aide à l'investissement telle que visées à l'article 6.4.1/5/2, § 3, du présent arrêté. Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et les gestionnaire du réseau de transport local d'électricité accordent l'aide visée dans la présente sous-section aux conditions énoncées dans le règlement 1407/2013/UE.
  § 2. Les notions et définitions figurant dans les articles suivants du Code flamand du Logement de 2021 et de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 s'appliquent aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 du présent arrêté :
  1° la définition de rénovation, figurant à l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, 41°, du Code flamand du Logement de 2021 ;
  2° la définition d'un logement, figurant à l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, 66°, du Code flamand du Logement de 2021 ;
  3° la définition d'un nouveau logement subventionné, figurant à l'article 1.2, 86°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  4° la définition d'un logement subventionné, figurant à l'article 1.2, 105°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  5° la définition de date de demande, figurant à l'article 5.186, 1°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. ".
Art. 9. Artikel 6.4.1/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/1. Aan de investeerder die daarvoor een aanvraag indient, worden premies verleend voor de volgende categorieën van energiebesparende werkzaamheden in bestaande premiewoningen, woongebouwen en collectieve woongebouwen of andere gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw, en die in het Vlaamse Gewest liggen:
  1° een premie van 4 euro per m2voor door een aannemer nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, op voorwaarde dat de warmteweerstand Rd van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 4,5 m2K/W bedraagt;
  2° een premie van 5 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste spouwmuurisolatie in een buitenmuur, op voorwaarde dat de gebruikte materialen, de plaatsingstechnieken en de plaatsers volledig voldoen aan de STS, vermeld in artikel 1, 1°, van het Koninklijk Besluit van 1 februari 2018 betreffende de statuten en de procedure voor de vaststelling van de Technische Specificaties, voor de plaatsing van isolatie in spouwmuren;
  3° een premie van 30 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, op voorwaarde dat de warmteweerstand Rd van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 3 m2K/W bedraagt;
  4° een premie van 15 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, op voorwaarde dat de warmteweerstand van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 2 m2K/W bedraagt. De uitgevoerde werkzaamheden moeten worden begeleid door een architect die ingeschreven is in de tabel van de Orde van Architecten en die een controletaak uitoefent op de werkzaamheden, of de isolatiematerialen moeten worden geplaatst door een aannemer waarvan op het ogenblik van de uitvoering minstens de zaakvoerder of een werknemer beschikt over een certificaat van bekwaamheid als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8°, van dit besluit. Als de voormelde aannemer niet beschikt over het voormelde certificaat van bekwaamheid, moet de kwaliteitsvolle uitvoering gevalideerd worden door een persoon die beschikt over een certificaat van bekwaamheid als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8° van dit besluit;
  5° een premie van 6 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste vloerisolatie op volle grond of nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, op voorwaarde dat de warmteweerstand van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 2 m2K/W bedraagt;
  6° een premie van 16 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste oppervlakte beglazing, op voorwaarde dat de nieuw geplaatste beglazing een warmtedoorgangscoëfficiënt U van maximaal 1,0 W/m2K heeft.
  De premies, vermeld in het eerste lid, worden telkens begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw.
  Voor huishoudelijke afnemers die zijn aangesloten op het elektriciteitsdistributienet met toepassing van het uitsluitend nachttarief, zijn de volgende verhogingen van toepassing op eindfacturen vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen ingediend tot en met 31 december 2025:
  1° de premie, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 2 euro per m2;
  2° de premie, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt verhoogd met 2,5 euro per m2;
  3° de premie, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verhoogd met 15 euro per m2;
  4° de premie, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt verhoogd met 7,5 euro per m2;
  5° de premie, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt verhoogd met 3 euro per m2;
  6° de premie, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verhoogd met 8 euro per m2.
  De som van de premie, vermeld in het eerste lid, en de verhoging, vermeld in het derde lid, is begrensd tot 50% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  De premie voor nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de dak- of zoldervloerisolatie wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking of een asbesthoudend onderdak. De verhoging is van toepassing op eindfacturen vanaf 1 januari 2021. De som van de premie, vermeld in het eerste lid, 1°, de verhoging, vermeld in het derde lid, 1°, in voorkomend geval, en de verhoging, vermeld in dit lid, is begrensd tot 50% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  De premie voor nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende gevelbekleding. De verhoging is van toepassing op eindfacturen vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. De som van de premie, vermeld in het eerste lid, 3°, de verhoging, vermeld in het derde lid, 3°, in voorkomend geval, en de verhoging, vermeld in dit lid, is begrensd tot 50% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  Opdat de verwijdering van asbest, vermeld in het vijfde en zesde lid, wordt beschouwd als voorafgaand aan de plaatsing van nieuwe isolatie, moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
  1° de eindfacturen van de investeringen in enerzijds dak- of zoldervloerisolatie of muurisolatie en anderzijds asbestverwijdering liggen niet meer dan twaalf maanden uit elkaar;
  2° de eindfactuur van de eerste investering is niet vroeger gedateerd dan 1 januari 2021.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, bedraagt de premie voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur 15 euro per m2 voor eindfacturen tot en met 31 december 2020. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  In afwijking van het eerste lid, 6°, bedraagt de premie voor door een aannemer nieuw geplaatste oppervlakte beglazing 8 euro per m2 voor eindfacturen tot en met 31 december 2020. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, de producten en de gebouwschildelen, vermeld in het eerste, vijfde en zesde lid, of de uitvoerders van de werkzaamheden, respectievelijk de plaatsers van die werkzaamheden en producten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°. De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, producten en installaties, of de uitvoerders respectievelijk plaatsers van de werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de verhoogde premies, vermeld in het vijfde en zesde lid. De minister kan nadere regels bepalen voor de wijze waarop de asbestverwijdering kan worden aangetoond en kan de verhoogde isolatiepremies, vermeld in het vijfde lid, koppelen aan het onderzoek van de haalbaarheid van een zonnedak. De minister kan bepalen welke investeringskosten in aanmerking komen voor de premies, vermeld in het eerste lid.".
Art. 9. L'article 6.4.1/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/1. Des primes sont accordées à l'investisseur qui en fait la demande pour les catégories suivantes de travaux économiseurs d'énergie réalisés dans des logements subventionnés, bâtiments résidentiels et bâtiments résidentiels collectifs existants ou autres bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif et situés en Région flamande :
  1° une prime de 4 euros par m2pour une isolation de toiture ou de plancher des combles nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que la résistance thermique Rd de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 4,5 m2K/W minimum ;
  2° une prime de 5 euros par m2 pour une isolation des murs creux nouvellement posée par un entrepreneur dans un mur extérieur, à condition que les matériaux utilisés, les techniques de pose et les poseurs satisfassent pleinement aux STS visées à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 1er février 2018 relatif aux statuts et à la procédure pour l'établissement de Spécifications techniques, pour la pose d'isolation dans les murs creux ;
  3° une prime de 30 euros par m2 pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'extérieur d'un mur extérieur, à condition que la résistance thermique Rd de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 3 m2K/W minimum ;
  4° une prime de 15 euros par m2 pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'intérieur d'un mur extérieur, à condition que la résistance thermique de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 2 m2K/W minimum. Les travaux réalisés doivent être encadrés par un architecte inscrit au tableau de l'Ordre des Architectes qui a pour mission de contrôler ces travaux, ou les matériaux isolants doivent être posés par un entrepreneur dont au moins le gérant ou un salarié est titulaire, au moment de la réalisation, d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 8°, du présent arrêté. Si l'entrepreneur précité ne dispose pas du certificat d'aptitude précité, l'exécution de qualité doit être validée par une personne titulaire d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 8°, du présent arrêté ;
  5° une prime de 6 euros par m2 pour une isolation de plancher sur terre-plein ou une isolation du plafond d'une cave ou d'un vide ventilé sous un local chauffé nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que la résistance thermique de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 2 m2K/W minimum ;
  6° une prime de 16 euros par m2 pour une surface vitrée nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que le vitrage nouvellement posé présente un coefficient de transmission thermique U de 1,0 W/m2K maximum.
  Les primes visées à l'alinéa 1er sont chaque fois plafonnées à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA.
  Pour les clients résidentiels qui ont été raccordés au réseau de distribution d'électricité avec application du seul tarif de nuit, les majorations suivantes sont applicables aux factures finales à partir du 1er janvier 2021 et aux demandes de prime introduites jusqu'au 31 décembre 2025 :
  1° la prime visée à l'alinéa 1er, 1°, est majorée de 2 euros par m2 ;
  2° la prime visée à l'alinéa 1er, 2°, est majorée de 2,5 euros par m2 ;
  3° la prime visée à l'alinéa 1er, 3°, est majorée de 15 euros par m2 ;
  4° la prime visée à l'alinéa 1er, 4°, est majorée de 7,5 euros par m2 ;
  5° la prime visée à l'alinéa 1er, 5°, est majorée de 3 euros par m2 ;
  6° la prime visée à l'alinéa 1er, 6°, est majorée de 8 euros par m2.
  La somme de la prime visée à l'alinéa 1er et de la majoration visée à l'alinéa 3 est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  La prime pour une isolation de toiture ou de plancher des combles nouvellement posée, visée à l'alinéa 1er, 1°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation de toiture ou de plancher des combles est précédée de l'enlèvement de la couverture contenant de l'amiante ou d'une sous-toiture contenant de l'amiante. La majoration s'applique aux factures finales à partir du 1er janvier 2021. La somme de la prime visée à l'alinéa 1er, 1°, de la majoration visée à l'alinéa 3, 1°, le cas échéant, et de la majoration visée dans le présent alinéa est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  La prime pour une isolation nouvellement posée à l'extérieur d'un mur extérieur, visée à l'alinéa 1er, 3°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation à l'extérieur d'un mur extérieur est précédée de l'enlèvement du revêtement de façade contenant de l'amiante. La majoration s'applique aux factures finales à partir du 1er janvier 2021 jusqu'au 31 décembre 2022. La somme de la prime visée à l'alinéa 1er, 3°, de la majoration visée à l'alinéa 3, 3°, le cas échéant, et de la majoration visée dans le présent alinéa est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  Pour que le désamiantage visé aux alinéas 5 et 6 soit considéré comme précédant la pose d'une nouvelle isolation, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° les factures finales des investissements dans une isolation de toiture ou de plancher des combles ou une isolation des murs, d'une part, et dans le désamiantage, d'autre part, ne sont pas espacées de plus de douze mois ;
  2° la date de la facture finale du premier investissement n'est pas antérieure au 1er janvier 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, la prime pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'extérieur d'un mur extérieur s'élève à 15 euros par m2 pour des factures finales jusqu'au 31 décembre 2020. La prime est plafonnée à 40 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 6°, la prime pour une surface vitrée nouvellement posée par un entrepreneur s'élève à 8 euros par m2 pour des factures finales jusqu'au 31 décembre 2020. La prime est plafonnée à 40 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les parties de l'enveloppe du bâtiment, visés aux alinéas 1er, 5 et 6, ou les exécutants ou poseurs, respectivement, de ces travaux et produits pour être éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er, 1° à 6°. Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les installations ou les exécutants ou poseurs, respectivement, des travaux, produits et installations pour être éligibles aux primes majorées visées aux alinéas 5 et 6. Le ministre peut préciser les modalités selon lesquelles le désamiantage peut être démontré et lier les primes à l'isolation majorées, visées à l'alinéa 5, à l'étude de faisabilité d'une toiture solaire. Le ministre peut déterminer les coûts d'investissement éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 10. Artikel 6.4.1/1/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/1/1. Aan de investeerder die daarvoor een aanvraag indient, worden premies verleend voor de volgende categorieën van energiebesparende werkzaamheden in bestaande premiewoningen, woongebouwen en collectieve woongebouwen of andere gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw, en die in het Vlaamse Gewest liggen:
  1° een premie van 550 euro per m2 apertuuroppervlakte voor een door een aannemer nieuw geplaatst thermisch zonnecollectorsysteem voor de productie van sanitair warm water, beperkt tot 2750 euro per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw en begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw;
  2° een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor een door een aannemer nieuw geplaatste geothermische warmtepomp, volgens de volgende criteria:
Art. 10. L'article 6.4.1/1/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/1/1. Des primes sont accordées à l'investisseur qui en fait la demande pour les catégories suivantes de travaux économiseurs d'énergie réalisés dans des logements subventionnés, bâtiments résidentiels et bâtiments résidentiels collectifs existants ou autres bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif et situés en Région flamande :
  1° une prime de 550 euros par m2 de surface d'ouverture pour un système de capteurs solaires thermiques nouvellement posé par un entrepreneur pour la production d'eau chaude sanitaire, limitée à 2750 euros par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif et plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA ;
  2° une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour une pompe à chaleur géothermique nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 4000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 8000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten
criterium premie / 4000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 8000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten
een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 4000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 8000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles
critère prime / 4000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 8000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles
une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour une pompe à chaleur air-eau nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 2250 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 2700 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 2250 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 2700 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-luchtwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 2250 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 2700 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 2250 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 2700 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour une pompe à chaleur air-air nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 300 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 600 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 300 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 600 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor een door een aannemer nieuw geplaatste warmtepompboiler die uitsluitend gebruikt wordt voor de productie van sanitair warm water en beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 300 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 600 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 300 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 600 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour un chauffe-eau thermodynamique nouvellement posé par un entrepreneur, qui est utilisé exclusivement pour la production d'eau chaude sanitaire et dispose d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude à l'aide d'un signal externe afin de pouvoir effectuer un stockage thermique, selon les critères suivants :
criterium premie
premieaanvragen tot en met 31 december 2025 300 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie premieaanvragen tot en met 31 december 2025 300 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
In afwijking van het eerste lid worden aan bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, derde lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, de volgende premies verleend voor de volgende categorieën van energiebesparende werkzaamheden in bestaande premiewoningen, of andere gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning en die in het Vlaamse Gewest liggen:
  1° een premie van 660 euro per m2 apertuuroppervlakte voor een door een aannemer nieuw geplaatst thermisch zonnecollectorsysteem voor de productie van sanitair warm water. De premie wordt beperkt tot 3300 euro per premiewoning of nieuwe premiewoning en begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw;
  2° een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning, voor een door een aannemer nieuw geplaatste geothermische warmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 300 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 300 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Par dérogation à l'alinéa 1er, les primes suivantes sont accordées aux occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 3, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, et aux bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pour les catégories suivantes de travaux économiseurs d'énergie réalisés dans des logements subventionnés existants ou autres bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné et situés en Région flamande :
  1° une prime de 660 euros par m2 de surface d'ouverture pour un système de capteurs solaires thermiques nouvellement posé par un entrepreneur pour la production d'eau chaude sanitaire. La prime est limitée à 3300 euros par logement subventionné ou nouveau logement subventionné et plafonnée à 50% des coûts d'investissement éligibles, hors TVA ;
  2° une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour une pompe à chaleur géothermique nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 6400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 9600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 6400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 9600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning, voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 6400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 9600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 6400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 9600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour une pompe à chaleur air-eau nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 3600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 5400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 3600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 5400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning, voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-luchtwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 5400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 5400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour une pompe à chaleur air-air nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 480 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 720 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 480 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 720 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning voor een door een aannemer nieuw geplaatste warmtepompboiler die uitsluitend gebruikt wordt voor de productie van sanitair warm water en beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 480 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 720 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 480 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 720 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour un chauffe-eau thermodynamique nouvellement posé par un entrepreneur, qui est utilisé exclusivement pour la production d'eau chaude sanitaire et dispose d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude à l'aide d'un signal externe afin de pouvoir effectuer un stockage thermique, selon les critères suivants :
criterium premie
premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 540 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie premieaanvragen tot en met 31 december 2025 360 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 540 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
De premies voor een thermisch zonnecollectorsysteem en een warmtepompboiler zijn niet cumuleerbaar met elkaar. De premies voor een geothermische warmtepomp,een lucht-waterwarmtepomp en een warmtepompboiler zijn alleen cumuleerbaar met elkaar als de plaatsing van de warmtepompboiler voorafgaat aan die van de warmtepomp.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, zijn volgende premiebedragen en premievoorwaarden van toepassing voor investeringen met eindfactuur tot en met 31 december 2021:
  1° een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 540 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 360 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 540 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Les primes pour un système de capteurs solaires thermiques et un chauffe-eau thermodynamique ne sont pas cumulables entre elles. Les primes pour une pompe à chaleur géothermique, une pompe à chaleur air-eau et un chauffe-eau thermodynamique ne sont cumulables entre elles que si la pose du chauffe-eau thermodynamique précède celle de la pompe à chaleur.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, les montants et conditions de prime suivants s'appliquent aux investissements avec facture finale jusqu'au 31 décembre 2021 :
  1° une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour une pompe à chaleur air-eau nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 1500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 1500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of het volledige collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, of plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
In afwijking van het derde lid, 1°, zijn volgende premiebedragen en premievoorwaarden van toepassing voor investeringen met eindfactuur tot en met 31 december 2021 voor bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, derde lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021:
  1° een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning, voor een door een aannemer nieuw geplaatste lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
critère prime
/ 1500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 1500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1er janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, ou pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel, bâtiment résidentiel collectif, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Par dérogation à l'alinéa 3, 1°, les montants et conditions de prime suivants s'appliquent aux investissements avec facture finale jusqu'au 31 décembre 2021 pour les occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 3, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, et les bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 :
  1° une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour une pompe à chaleur air-eau nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
criterium premie
/ 1800 euro begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3600 euro begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
criterium premie / 1800 euro begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning of plaatsing in een premiewoning of nieuwe premiewoning gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3600 euro begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
In afwijking van het eerste lid, 5° en het tweede lid, 5°, moet de nieuw geplaatste warmtepompboiler niet beschikken over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen voor investeringen met eindfacturen tot en met 31 december 2020.
  In het geval van een nieuwe gemeenschappelijke zonneboiler, warmtepomp of warmtepompboiler in een woongebouw worden de in het eerste en vierde lid van dit artikel vermelde maximumpremies toegekend per wooneenheid of niet-residentiële eenheid in het woongebouw die gebruik maken van deze gemeenschappelijke zonneboiler, warmtepomp of warmtepompboiler en per wooneenheid of niet-residentiële eenheid begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten exclusief btw, die betrekking hebben op de wooneenheid of niet-residentiële eenheid in het woongebouw.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden en de installaties, vermeld in het eerste en tweede lid, of de uitvoerders van de werkzaamheden, respectievelijk de plaatsers van de installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies. De minister kan in het kader van de toepassing van de premies, vermeld in dit artikel, kwaliteitseisen en kwaliteitscontroles opleggen aan installateurs van warmtepompen, thermische zonnecollectorsystemen en warmtepompboilers. De minister kan nadere regels bepalen voor de manier waarop die eisen en controles worden uitgevoerd. De minister kan eisen bepalen waaraan de personen of organisaties die de controles uitvoeren, moeten voldoen. De minister kan bepalen welke investeringskosten in aanmerking komen voor de premies, vermeld in het eerste lid.".
critère prime
/ 1800 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
critère prime / 1800 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou pose dans un logement subventionné ou nouveau logement subventionné situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Par dérogation à l'alinéa 1er, 5°, et à l'alinéa 2, 5°, le chauffe-eau thermodynamique nouvellement posé ne doit pas disposer d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude à l'aide d'un signal externe afin de pouvoir effectuer un stockage thermique, pour les investissements avec factures finales jusqu'au 31 décembre 2020.
  Dans le cas d'un nouveau chauffe-eau solaire, d'une nouvelle pompe à chaleur ou d'un nouveau chauffe-eau thermodynamique communs dans un bâtiment résidentiel, les primes maximales visées aux alinéas 1er et 4 du présent article sont octroyées par unité de logement ou unité non résidentielle du bâtiment résidentiel utilisant ce chauffe-eau solaire, cette pompe à chaleur ou ce chauffe-eau thermodynamique communs et sont plafonnées par unité de logement ou unité non résidentielle à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA, se rapportant à l'unité de logement ou à l'unité non résidentielle du bâtiment résidentiel.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux et les installations, visés aux alinéas 1er et 2, ou les exécutants des travaux ou poseurs des installations, respectivement, pour être éligibles aux primes. Dans le cadre de l'application des primes visées dans le présent article, le ministre peut imposer des exigences de qualité et des contrôles de qualité aux installateurs de pompes à chaleur, systèmes de capteurs solaires thermiques et chauffe-eau thermodynamiques. Le ministre peut préciser les modalités de mise en oeuvre de ces exigences et contrôles. Le ministre peut définir les exigences auxquelles doivent satisfaire les personnes ou organisations en charge des contrôles. Le ministre peut déterminer les coûts d'investissement éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 11. [1 In artikel 6.4.1/1/1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
   1° in het eerste lid wordt een punt 3/1° ingevoegd dat luidt als volgt:
   "3/1° een premie per premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor een door een aannemer nieuw geplaatste hybride lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
Art. 11. [1 A l'article 6.4.1/1/1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
   1° dans l'alinéa 1er, il est inséré un point 3/1°, rédigé comme suit :
   " 3/1° une prime par logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour une pompe à chaleur air-eau hybride nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
datum eindfactuur criterium premie
Tot en met 31 december 2021 / 800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Tot en met 31 december 2021 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectieve woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 960 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Tot en met 31 december 2021 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1600 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 / 2000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectieve woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 2400 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2024 / 1500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2024 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2024 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
datum eindfactuur criterium premie Tot en met 31 december 2021 / 800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Tot en met 31 december 2021 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectieve woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 960 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Tot en met 31 december 2021 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1600 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 / 2000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectieve woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 2400 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2024 / 1500 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2024 plaatsing in een premiewoning, nieuwe premiewoning, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw van een huishoudelijke afnemer met toepassing van uitsluitend nachttarief op het ogenblik van de uitvoering van de werken, voor investeringen met eindfactuur vanaf 1 januari 2021 en premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1800 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2024 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning, nieuwe premiewoning of volledig collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3000 euro, begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
";
   2° in het tweede lid wordt een punt 3/1° ingevoegd dat luidt als volgt:
   "3/1° een premie per premiewoning of nieuwe premiewoning, voor een door een aannemer nieuw geplaatste hybride lucht-waterwarmtepomp, volgens de volgende criteria:
date de la facture finale critère prime
Jusqu'au 31 décembre 2021 / 800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Jusqu'au 31 décembre 2021 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 960 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Jusqu'au 31 décembre 2021 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1600 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 / 2000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 2400 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
A partir du 1 janvier 2024 / 1500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
A partir du 1 janvier 2024 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
A partir du 1 janvier 2024 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
date de la facture finale critère prime Jusqu'au 31 décembre 2021 / 800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Jusqu'au 31 décembre 2021 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 960 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Jusqu'au 31 décembre 2021 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1600 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 / 2000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 2400 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA A partir du 1 janvier 2024 / 1500 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA A partir du 1 janvier 2024 pose dans un logement subventionné, nouveau logement subventionné, bâtiment résidentiel collectif ou nouveau bâtiment résidentiel collectif d'un client résidentiel avec application du seul tarif de nuit au moment de l'exécution des travaux, pour des investissements avec facture finale à partir du 1 janvier 2021 et des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1800 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA A partir du 1 janvier 2024 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné ou dans l'ensemble d'un bâtiment résidentiel collectif ou d'un nouveau bâtiment résidentiel collectif, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3000 euros, plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
" ;
   2° à l'alinéa 2, il est inséré un point 3/1°, rédigé comme suit :
   " 3/1° une prime par logement subventionné ou nouveau logement subventionné, pour une pompe à chaleur air-eau hybride nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
datum eindfactuur criterium premie
Tot en met 31 december 2021 / 960 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Tot en met 31 december 2021 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1920 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 / 3200 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4800 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2024 / 2400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
Vanaf 1 januari 2024 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
datum eindfactuur criterium premie Tot en met 31 december 2021 / 960 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Tot en met 31 december 2021 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 1920 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 / 3200 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 4800 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2024 / 2400 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw Vanaf 1 januari 2024 vervanging elektrische weerstandsverwarming in een volledige premiewoning of nieuwe premiewoning, voor premieaanvragen tot en met 31 december 2025 3600 euro, begrensd tot 50% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
";
   3° in het derde lid wordt de zinsnede "een lucht-waterwarmtepomp" vervangen door de zinsnede "of een lucht-waterwarmtepomp of een hybride lucht-waterwarmtepomp".]1
  
date de la facture finale critère prime
Jusqu'au 31 décembre 2021 / 960 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Jusqu'au 31 décembre 2021 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1920 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 / 3200 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4800 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
A partir du 1 janvier 2024 / 2400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
A partir du 1 janvier 2024 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
date de la facture finale critère prime Jusqu'au 31 décembre 2021 / 960 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Jusqu'au 31 décembre 2021 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 1920 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 / 3200 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 4800 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA A partir du 1 janvier 2024 / 2400 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA A partir du 1 janvier 2024 remplacement chauffage électrique par résistance dans l'ensemble d'un logement subventionné ou d'un nouveau logement subventionné, pour des demandes de prime jusqu'au 31 décembre 2025 3600 euros, plafonnée à 50 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
" ;
   3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " , une pompe à chaleur air-eau " est remplacé par les mots " ou une pompe à chaleur air-eau ou une pompe à chaleur air-eau hybride ".]1
  
Art. 12. Artikel 6.4.1/1/2 van hetzelfde besluit, opnieuw ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/1/2. Aan de investeerder die daarvoor een aanvraag indient, wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder een premie verleend voor een door een aannemer nieuwe op een dak geplaatste fotovoltaïsche installatie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer van 10 kVA volgens de volgende criteria:
Art. 12. L'article 6.4.1/1/2 du même arrêté, réinséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/1/2. Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité accorde à l'investisseur qui en fait la demande une prime pour une nouvelle installation photovoltaïque posée en toiture par un entrepreneur, équipée d'un transformateur d'une puissance CA maximale de 10 kVA, selon les critères suivants:
datum van indienstname premie
1/1/2021-31/12/2022 300 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 150 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen.
1/1/2023-31/12/2023 150 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 75 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen.
1/1/2024-31/12/2024 75 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 37,50 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen.
datum van indienstname premie 1/1/2021-31/12/2022 300 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 150 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen. 1/1/2023-31/12/2023 150 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 75 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen. 1/1/2024-31/12/2024 75 euro vermenigvuldigd met het geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen, uitgedrukt in kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek, en 37,50 euro vermenigvuldigd met het extra geïnstalleerde vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kilowattpiek. Dat extra vermogen komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattpiek extra vermogen van de geplaatste zonnepanelen.
Per gebouw kan maar één premie voor een fotovoltaïsche installatie worden toegekend, op voorwaarde dat achter het aansluitingspunt in kwestie nog geen andere fotovoltaïsche installatie in dienst is gesteld, met uitzondering van het geval van een eigendomsoverdracht waarbij voorafgaand aan de eigendomsoverdracht de installatie is verwijderd. De fotovoltaïsche installatie mag gedurende een periode van minstens vijftien jaar na de indienstname niet worden verplaatst naar een ander perceel.
  De premie, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden toegekend als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
  1° het gebouw is aangesloten op het elektriciteitsdistributienet vóór 1 januari 2014;
  2° de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is meer dan vijf jaar geleden verleend en het gebouw voldoet, als dat van toepassing is, aan de EPB-eisen die erop van toepassing zijn, en de EPB-aangifte is ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 11.1.8, § 1, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  De premie, vermeld in het eerste lid, is begrensd tot 40% van de investeringskosten, exclusief btw, vermeld op de betreffende facturen.
  De premie wordt op straffe van onontvankelijkheid aangevraagd samen met de aanmelding van de fotovoltaïsche installatie bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen uiterlijk drie maanden na de indienstname van de fotovoltaïsche installatie. De premie kan alleen worden toegekend als er binnen de termijn, vermeld in artikel 3.1.52, § 1, vijfde lid, op het toegangspunt een digitale meter is geplaatst. De datum van de indienstname van de fotovoltaïsche installatie bepaalt de premiebedragen en de premievoorwaarden die van toepassing zijn.
  De premie, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden uitbetaald voor investeringen met eindfactuur vanaf 2021 en voor facturen die zijn gedateerd in de periode van 24 maanden die voorafgaan aan de aanvraagdatum.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden en de installaties, vermeld in het eerste lid, of de uitvoerders van de werkzaamheden, respectievelijk de plaatsers van de installaties, moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies. De minister kan in het kader van de toepassing van de premies, vermeld in het eerste lid, kwaliteitseisen en kwaliteitscontroles opleggen aan installateurs van fotovoltaïsche zonnepanelen. De minister kan nadere regels bepalen voor de manier waarop die eisen en controles worden uitgevoerd. De minister kan eisen bepalen waaraan de personen of organisaties die de controles uitvoeren, moeten voldoen. De minister kan bepalen welke investeringskosten in aanmerking komen voor de premies, vermeld in het eerste lid.".
date de mise en service prime
01/01/2021-31/12/2022 300 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 150 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés.
01/01/2023-31/12/2023 150 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 75 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés.
01/01/2024-31/12/2024 75 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 37,50 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés.
date de mise en service prime 01/01/2021-31/12/2022 300 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 150 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés. 01/01/2023-31/12/2023 150 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 75 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés.01/01/2024-31/12/2024 75 euros multipliés par la puissance installée des panneaux solaires posés exprimée en kilowatt-crête pour les 4 premiers kilowatts-crête, et 37,50 euros multipliés par la puissance installée supplémentaire des panneaux solaires posés au-delà des 4 premiers kilowatts-crête. Cette puissance supplémentaire est prise en compte à concurrence de 2 kilowatts-crête maximum de puissance supplémentaire des panneaux solaires posés.
" Par bâtiment, il ne peut être accordé qu'une seule prime pour une installation photovoltaïque à condition que, derrière le point de raccordement en question, aucune autre installation photovoltaïque n'ait déjà été mise en service, hormis le cas d'un transfert de propriété où l'installation a été supprimée préalablement au transfert de propriété. L'installation photovoltaïque ne peut pas être déplacée vers une autre parcelle durant une période de quinze ans minimum suivant la mise en service.
  La prime visée à l'alinéa 1er ne peut être octroyée que si l'une des conditions suivantes est remplie :
  1° le bâtiment a été raccordé au réseau de distribution d'électricité avant le 1er janvier 2014 ;
  2° le permis d'environnement pour des actes urbanistiques a été accordé il y a plus de cinq ans et le bâtiment satisfait, s'il y a lieu, aux exigences PEB y applicables et la déclaration PEB a été introduite dans le délai visé à l'article 11.1.8, § 1er, alinéa 2, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009.
  La prime visée à l'alinéa 1er est plafonnée à 40 % des coûts d'investissement, hors TVA, indiqués sur les factures concernées.
  Sous peine d'irrecevabilité, la prime est demandée en même temps que la déclaration de l'installation photovoltaïque auprès du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité au plus tard dans les trois de la mise en service de l'installation photovoltaïque. La prime ne peut être octroyée que si un compteur numérique a été installé au point d'accès dans le délai visé à l'article 3.1.52, § 1er, alinéa 5. La date de la mise en service de l'installation photovoltaïque détermine les montants et conditions de prime applicables.
  La prime visée à l'alinéa 1er ne peut être payée que pour des investissements avec facture finale à partir du 2021 et pour des factures dont la date se situe dans les 24 mois qui précèdent la date de la demande.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux et les installations, visés à l'alinéa 1er, ou les exécutants des travaux ou poseurs des installations, respectivement, pour être éligibles aux primes. Dans le cadre de l'application des primes visées à l'alinéa 1er, le ministre imposer des exigences de qualité et des contrôles de qualité aux installateurs de panneaux solaires photovoltaïques. Le ministre peut préciser les modalités de mise en oeuvre de ces exigences et contrôles. Le ministre peut définir les exigences auxquelles doivent satisfaire les personnes ou organisations en charge des contrôles. Le ministre peut déterminer les coûts d'investissement éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 13. Aan artikel 6.4.1/1/3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het negende lid wordt tussen de woorden "opheffing ervan" en de zinsnede ", werd toegekend," de zinsnede "bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2020" ingevoegd;
  2° er wordt een tiende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt voor de toekenning van de forfaitaire premiesupplementen, vermeld in dit artikel, gebruik van de gegevens uit de premieaanvragen die bij hem zijn ingediend voor 1 juli 2022 en van de gegevens die vanaf 1 juli 2022 worden ingediend via het unieke loket.".
Art. 13. A l'article 6.4.1/1/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 9, le membre de phrase " par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 septembre 2020 " est inséré entre les mots " son abrogation " et le membre de phrase " , a été accordée, " ;
  2° il est ajouté un alinéa 10 libellé comme suit :
  " Pour l'octroi des suppléments de prime forfaitaires visés dans le présent article, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité utilise les données issues des demandes de prime qui ont été introduites auprès de lui avant le 1er juillet 2022 et les données qui seront introduites par le biais du guichet unique à partir du 1er juillet 2022. ".
Art. 14. In artikel 6.4.1/1/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2020 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De aanvraag van de uitbetaling van de premie wordt ingediend uiterlijk binnen twaalf maanden na het verstrijken van de termijn van vijf jaar, vermeld in het vierde lid."
  2° in § 3, tweede lid, wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "4° de aanvraag van de premie voor de met betrekking tot de op de eindfactuur, vermeld in punt 2°, gedane investeringen wordt ingediend voor 1 juli 2022.".
Art. 14. A l'article 6.4.1/1/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 septembre 2020 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, entre les alinéas 5 et 6, il est inséré un alinéa libellé comme suit :
  " La demande de paiement de la prime est introduite au plus tard dans les douze mois suivant l'expiration du délai de cinq ans visé à l'alinéa 4. ".
  2° au § 3, alinéa 2, il est ajouté un point 4° libellé comme suit :
  " 4° la demande de la prime pour les investissements consentis indiqués sur la facture finale visée au point 2° est introduite avant le 1er juillet 2022. ".
Art. 15. In artikel 6.4.1/1/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De premie, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden uitbetaald voor facturen die zijn gedateerd in de periode van 24 maanden die voorafgaan aan de aanvraagdatum.".
Art. 15. A l'article 6.4.1/1/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, il est inséré, entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4, un alinéa libellé comme suit :
  " La prime visée à l'alinéa 1er ne peut être payée que pour des factures dont la date se situe dans les 24 mois qui précèdent la date de la demande. ".
Art. 16. Artikel 6.4.1/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en 18 september 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/2. Bij woongebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvoor een vereniging van mede-eigenaars is opgericht komen de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 en artikel 6.4.1/1/1, toe aan:
  1° de vereniging van mede-eigenaars, voor werkzaamheden aan gemeenschappelijke delen, waarbij de in artikel 6.4.1/1/1 vermelde maximumpremies per wooneenheid of niet-residentiële eenheid vermenigvuldigd worden met het aantal wooneenheden en niet-residentiële eenheden;
  2° de individuele investeerder, voor werkzaamheden aan privatieve delen.
  "In afwijking van het eerste lid, 2°, kan de vereniging van mede-eigenaars in geval van een gezamenlijke investering voor andere werkzaamheden dan de werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1 en 6.4.1/1/1, met een gezamenlijke factuur en het schriftelijke akkoord van alle individuele investeerders, in hun naam en voor hun rekening, de premieaanvraag indienen.".
Art. 16. L'article 6.4.1/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013 et 18 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/2. Dans le cas de bâtiments résidentiels en copropriété forcée pour lesquels une association de copropriétaires a été constituée, les primes visées aux articles 6.4.1/1 en 6.4.1/1/1 reviennent à :
  1° l'association de copropriétaires, pour les travaux effectués aux parties communes, les primes maximales par unité de logement ou unité non résidentielle, visées à l'article 6.4.1/1/1, étant multipliées par le nombre d'unités de logement et d'unités non résidentielles ;
  2° l'investisseur individuel, pour les travaux effectués aux parties privatives.
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, l'association de copropriétaires peut, dans le cas d'un investissement commun, introduire la demande de prime au nom et pour le compte de tous les investisseurs individuels, avec une facture commune et leur accord écrit, pour des travaux autres que ceux visés aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/1/1. ".
Art. 17. Aan artikel 6.4.1/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, 27 november 2015 en 15 juli 2016, wordt een vijfde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "De aanvraag van de premie wordt ingediend binnen twaalf maanden na de datum van het energieprestatiecertificaat bij de bouw. De premie kan per woning of wooneenheid slechts één keer worden aangevraagd.".
Art. 17. A l'article 6.4.1/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013, 27 novembre 2015 et 15 juillet 2016, il est ajouté un alinéa 5 libellé comme suit :
  " La demande de la prime est introduite dans les douze mois de la date du certificat de performance énergétique à la construction. La prime ne peut être demandée qu'une seule fois par logement ou unité de logement. ".
Art. 18. Artikel 6.4.1/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/4. De elektriciteitsdistributienetbeheerder biedt een premie van 200 euro voor energiezuinige huishoudtoestellen:
  1° aan elke beschermde afnemer die erom verzoekt, in de vorm van een kortingsbon ter waarde van 200 euro voor de aankoop van een nieuwe energiezuinige koelkast met of zonder vriesvak, een nieuwe energiezuinige wasmachine, een nieuwe energiezuinige diepvriezer of een nieuwe energiezuinige droogkast;
  2° aan een niet-commerciële instelling of publiekrechtelijke rechtspersoon die erom verzoekt, in het kader van de verhuur met inbegrepen service- en reparatiekosten op een termijn van tien jaar van een nieuwe energiezuinige koelkast met of zonder vriesvak, een nieuwe energiezuinige wasmachine, een nieuwe energiezuinige diepvriezer of een nieuwe energiezuinige droogkast aan een beschermde afnemer en als die verhuur onderdeel vormt van een traject met het oog op begeleiding bij het aanpakken van energiearmoede.
  Het VEKA bepaalt, rekening houdend met de Europese energielabels die aan koelkasten, diepvriezers, droogkasten en wasmachines worden toegekend, het minimale kwaliteitslabel waaraan de toestellen moeten voldoen.
  Binnen een periode van vierentwintig maanden kan de premie vermeld in het eerste lid, in de vorm van een kortingsbon voor de aankoop per uitvoeringsadres niet meer dan vier keer worden aangevraagd en maar een keer voor hetzelfde type toestel. Bijkomende aanvragen binnen diezelfde periode komen in geen geval in aanmerking voor de kortingsbonnen vermeld in het eerste lid.".
Art. 18. L'article 6.4.1/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/4. Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité offre une prime de 200 euros pour des appareils ménagers économes en énergie :
  1° à chaque client protégé qui en fait la demande, sous la forme d'un bon de réduction d'une valeur de 200 euros pour l'achat d'un nouveau réfrigérateur, avec ou sans compartiment congélation, économe en énergie, d'un nouveau lave-linge économe en énergie, d'un nouveau congélateur économe en énergie ou d'un nouveau sèche-linge économe en énergie ;
  2° à une institution non commerciale ou à une personne morale de droit public qui en fait la demande, dans le cadre de la location, frais de maintenance et de réparation compris, sur une période de dix ans, d'un nouveau réfrigérateur, avec ou sans compartiment congélation, économe en énergie, d'un nouveau lave-linge économe en énergie, d'un nouveau congélateur économe en énergie ou d'un nouveau sèche-linge économe en énergie à un client protégé et si cette location s'inscrit dans un parcours d'accompagnement dans la lutte contre la pauvreté énergétique.
  La VEKA détermine le label de qualité minimal auquel les appareils doivent satisfaire compte tenu des labels énergétiques européens attribués aux réfrigérateurs, congélateurs, sèche-linge et lave-linge.
  Sur une période de vingt-quatre mois, la prime visée à l'alinéa 1er, sous forme de bon de réduction à l'achat, ne peut pas être demandée plus de quatre fois par adresse d'exécution et une fois seulement pour le même type d'appareil. Les demandes supplémentaires introduites durant cette même période ne sont en aucun cas éligibles aux bons de réduction visés à l'alinéa 1er. ".
Art. 19. Artikel 6.4.1/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/5. Aan de investeerder die daarvoor een aanvraag indient, worden premies verleend voor de volgende categorieën van energiebesparende werkzaamheden in andere bestaande gebouwen dan premiewoningen, woongebouwen en collectieve woongebouwen, of gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw, en die in het Vlaamse Gewest liggen:
  1° een premie van 4 euro per m2voor door een aannemer nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, op voorwaarde dat de warmteweerstand Rd van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 4,5 m2K/W bedraagt;
  2° een premie van 5 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste spouwmuurisolatie in een buitenmuur, op voorwaarde dat de gebruikte materialen, de plaatsingstechnieken en de plaatsers volledig voldoen aan de STS, vermeld in artikel 1, 1°, van het Koninklijk Besluit van 1 februari 2018 betreffende de statuten en de procedure voor de vaststelling van de Technische Specificaties, voor de plaatsing van isolatie in spouwmuren;
  3° een premie van 30 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, op voorwaarde dat de warmteweerstand Rd van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 3 m2K/W bedraagt;
  4° een premie van 15 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, op voorwaarde dat de warmteweerstand van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 2 m2K/W bedraagt. De uitgevoerde werkzaamheden moeten worden begeleid door een architect die ingeschreven is in de tabel van de Orde van Architecten en die een controletaak uitoefent op de werkzaamheden, of de isolatiematerialen moeten worden geplaatst door een aannemer waarvan op het ogenblik van de uitvoering minstens de zaakvoerder of een werknemer beschikt over een certificaat van bekwaamheid als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8°, van dit besluit. Als de voormelde aannemer niet beschikt over het voormelde certificaat van bekwaamheid, moet de kwaliteitsvolle uitvoering gevalideerd worden door een persoon die beschikt over een certificaat van bekwaamheid als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8° ;
  5° een premie van 6 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste vloerisolatie op volle grond of nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, op voorwaarde dat de warmteweerstand van de nieuw aangebrachte isolatielaag minimaal 2 m2K/W bedraagt;
  6° een premie van 16 euro per m2 voor door een aannemer nieuw geplaatste oppervlakte beglazing, op voorwaarde dat de nieuw geplaatste beglazing een warmtedoorgangscoëfficiënt U van maximaal 1,0 W/m2K heeft.
  De premies, vermeld in het eerste lid, worden telkens begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw.
  De premie voor nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van de dak- of zoldervloerisolatie wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking of een asbesthoudend onderdak. De som van de premie, vermeld in het eerste lid, 1°, en de verhoging, vermeld in dit lid, is begrensd tot 50% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw. De verhogingen zijn van toepassing op eindfacturen vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022.
  De premie voor nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verhoogd met 8 euro per m2 als de plaatsing van isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur wordt voorafgegaan door de verwijdering van asbesthoudende gevelbekleding. De som van de premie, vermeld in het eerste lid, 3°, en de verhoging, vermeld in dit lid, is begrensd tot 50% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw. De verhogingen zijn van toepassing op eindfacturen vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022.
  Opdat de verwijdering van asbest, vermeld in het derde en vierde lid, wordt beschouwd als voorafgaand aan de plaatsing van nieuwe isolatie, moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
  1° de eindfacturen van de investeringen in enerzijds dak- of zoldervloerisolatie of muurisolatie en anderzijds asbestverwijdering liggen niet meer dan twaalf maanden uit elkaar;
  2° de eindfactuur van de eerste investering is niet vroeger gedateerd dan 1 januari 2021.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, bedraagt de premie voor door een aannemer nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur 15 euro per m2 voor eindfacturen tot en met 31 december 2020. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  In afwijking van het eerste lid, 6°, bedraagt de premie voor door een aannemer nieuw geplaatste oppervlakte beglazing 8 euro per m2 voor eindfacturen tot en met 31 december 2020. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, de producten en de gebouwschildelen, vermeld in het eerste, derde en vierde lid, of de uitvoerders van de werkzaamheden, respectievelijk de plaatsers van die werkzaamheden en producten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°. De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, producten en installaties of de uitvoerders respectievelijk plaatsers van die werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de verhoogde premies, vermeld in het derde en vierde lid. De minister kan nadere regels bepalen voor de wijze waarop de asbestverwijdering kan worden aangetoond en kan de verhoogde isolatiepremies, vermeld in het derde en vierde lid koppelen aan het onderzoek van de haalbaarheid van een zonnedak. De minister kan bepalen welke investeringskosten in aanmerking komen voor de premies, vermeld in het eerste lid.".
Art. 19. L'article 6.4.1/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/5. Des primes sont accordées à l'investisseur qui en fait la demande pour les catégories suivantes de travaux économiseurs d'énergie réalisés dans des bâtiments existants autres que des logements subventionnés, bâtiments résidentiels et bâtiments résidentiels collectifs ou bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif et situés en Région flamande :
  1° une prime de 4 euros par m2pour une isolation de toiture ou de plancher des combles nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que la résistance thermique Rd de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 4,5 m2K/W minimum ;
  2° une prime de 5 euros par m2 pour une isolation des murs creux nouvellement posée par un entrepreneur dans un mur extérieur, à condition que les matériaux utilisés, les techniques de pose et les poseurs satisfassent pleinement aux STS visées à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 1er février 2018 relatif aux statuts et à la procédure pour l'établissement de Spécifications techniques, pour la pose d'isolation dans les murs creux ;
  3° une prime de 30 euros par m2 pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'extérieur d'un mur extérieur, à condition que la résistance thermique Rd de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 3 m2K/W minimum ;
  4° une prime de 15 euros par m2 pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'intérieur d'un mur extérieur, à condition que la résistance thermique de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 2 m2K/W minimum. Les travaux réalisés doivent être encadrés par un architecte inscrit au tableau de l'Ordre des Architectes qui a pour mission de contrôler ces travaux, ou les matériaux isolants doivent être posés par un entrepreneur dont au moins le gérant ou un salarié est titulaire, au moment de la réalisation, d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 8°, du présent arrêté. Si l'entrepreneur précité ne dispose pas du certificat d'aptitude précité, l'exécution de qualité doit être validée par une personne titulaire d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 8° ;
  5° une prime de 6 euros par m2 pour une isolation de plancher sur terre-plein ou une isolation du plafond d'une cave ou d'un vide ventilé sous un local chauffé nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que la résistance thermique de la couche d'isolation nouvellement posée s'élève à 2 m2K/W minimum ;
  6° une prime de 16 euros par m2 pour une surface vitrée nouvellement posée par un entrepreneur, à condition que le vitrage nouvellement posé présente un coefficient de transmission thermique U de 1,0 W/m2K maximum.
  Les primes visées à l'alinéa 1er sont chaque fois plafonnées à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA.
  La prime pour une isolation de toiture ou de plancher des combles nouvellement posée, visée à l'alinéa 1er, 1°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation de toiture ou de plancher des combles est précédée de l'enlèvement de la couverture contenant de l'amiante ou d'une sous-toiture contenant de l'amiante. La somme de la prime visée à l'alinéa 1er, 1°, et de la majoration visée dans le présent alinéa est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA. Les majorations s'appliquent aux factures finales à partir du 1er janvier 2021 jusqu'au 31 décembre 2022.
  La prime pour une isolation nouvellement posée à l'extérieur d'un mur extérieur, visée à l'alinéa 1er, 3°, est majorée de 8 euros par m2 si la pose de l'isolation à l'extérieur d'un mur extérieur est précédée de l'enlèvement du revêtement de façade contenant de l'amiante. La somme de la prime visée à l'alinéa 1er, 3°, et de la majoration visée dans le présent alinéa est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA. Les majorations s'appliquent aux factures finales à partir du 1er janvier 2021 jusqu'au 31 décembre 2022.
  Pour que le désamiantage visé aux alinéas 3 et 4 soit considéré comme précédant la pose d'une nouvelle isolation, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° les factures finales des investissements dans une isolation de toiture ou de plancher des combles ou une isolation des murs, d'une part, et dans le désamiantage, d'autre part, ne sont pas espacées de plus de douze mois ;
  2° la date de la facture finale du premier investissement n'est pas antérieure au 1er janvier 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, la prime pour une isolation nouvellement posée par un entrepreneur à l'extérieur d'un mur extérieur s'élève à 15 euros par m2 pour des factures finales jusqu'au 31 décembre 2020. La prime est plafonnée à 40 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 6°, la prime pour une surface vitrée nouvellement posée par un entrepreneur s'élève à 8 euros par m2 pour des factures finales jusqu'au 31 décembre 2020. La prime est plafonnée à 40 % des coûts d'investissement indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les parties de l'enveloppe du bâtiment, visés aux alinéas 1er, 3 et 4, ou les exécutants ou poseurs, respectivement, de ces travaux et produits pour être éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er, 1° à 6°. Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les installations ou les exécutants ou poseurs, respectivement, de ces travaux, produits et installations pour être éligibles aux primes majorées visées aux alinéas 3 et 4. Le ministre peut préciser les modalités selon lesquelles le désamiantage peut être démontré et lier les primes à l'isolation majorées, visées aux alinéa 3 et 4, à l'étude de faisabilité d'une toiture solaire. Le ministre peut déterminer les coûts d'investissement éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 20. In titel VI, hoofdstuk IV, afdeling I, onderafdeling 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van 9 juli 2021, wordt een artikel 6.4.1/5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.4.1/5/1. Aan de investeerder die daarvoor een aanvraag indient, worden de volgende premies verleend voor de volgende categorieën van energiebesparende werkzaamheden in andere bestaande gebouwen dan premiewoningen, woongebouwen of collectieve woongebouwen, of gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw, en die in het Vlaamse Gewest liggen:
  1° een premie van 200 euro per m2 apertuuroppervlakte voor een door een aannemer nieuw geplaatst thermisch zonnecollectorsysteem voor de productie van sanitair warm water, beperkt tot 20.000 euro per geplaatste installatie;
  2° een premie voor een door een aannemer nieuw geplaatste warmtepomp, volgens de volgende criteria:
Art. 20. Au titre VI, chapitre IV, section Ire, sous-section 1re, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du 9 juillet 2021, il est inséré un article 6.4.1/5/1 libellé comme suit :
  " Art. 6.4.1/5/1. Les primes suivantes sont accordées à l'investisseur qui en fait la demande pour les catégories suivantes de travaux économiseurs d'énergie réalisés dans des bâtiments existants autres que des logements subventionnés, bâtiments résidentiels ou bâtiments résidentiels collectifs ou bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif et situés en Région flamande :
  1° une prime de 200 euros par m2 de surface d'ouverture pour un système de capteurs solaires thermiques nouvellement posé par un entrepreneur pour la production d'eau chaude sanitaire, limitée à 20.000 euros par installation posée ;
  2° une prime pour une pompe à chaleur nouvellement posée par un entrepreneur, selon les critères suivants :
type warmtepomp premie naargelang het elektrische compressorvermogen dan wel het geïnstalleerde gasvermogen, uitgedrukt in kW
geothermische warmtepomp 1) tot en met 10 kW: 4000 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 4000 euro + 800 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 16.000 euro + 600 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 28.000 euro + 400 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 34.000 euro + 200 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 42.000 euro + 150 euro * (vermogen-100) met een maximum van 57.000 euro
lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 2250 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 2250 euro + 450 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 9000 euro + 345 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 15.900 euro + 240 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 19.500 euro + 165 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 26.100 euro + 90 euro * (vermogen-100) met een maximum van 32.250 euro
lucht-luchtwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 300 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 300 euro + 60 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 1200 euro + 46 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 2120 euro + 32 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 2600 euro + 18 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 3320 euro + 14 euro * (vermogen-100) met een maximum van 4800 euro
type warmtepomp premie naargelang het elektrische compressorvermogen dan wel het geïnstalleerde gasvermogen, uitgedrukt in kW geothermische warmtepomp 1) tot en met 10 kW: 4000 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 4000 euro + 800 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 16.000 euro + 600 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 28.000 euro + 400 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 34.000 euro + 200 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 42.000 euro + 150 euro * (vermogen-100) met een maximum van 57.000 euro lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 2250 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 2250 euro + 450 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 9000 euro + 345 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 15.900 euro + 240 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 19.500 euro + 165 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 26.100 euro + 90 euro * (vermogen-100) met een maximum van 32.250 euro lucht-luchtwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 300 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 300 euro + 60 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 1200 euro + 46 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 2120 euro + 32 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 2600 euro + 18 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 3320 euro + 14 euro * (vermogen-100) met een maximum van 4800 euro
een premie voor een door een aannemer nieuw geplaatste warmtepompboiler die uitsluitend gebruikt wordt voor de productie van sanitair warm water en beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen, volgens de volgende criteria:
type de pompe à chaleur prime selon la puissance du compresseur électrique ou la puissance gaz installée exprimée en kW
pompe à chaleur géothermique 1) jusqu'à 10 kW : 4000 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 4000 euros + 800 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 16.000 euros + 600 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 28.000 euros + 400 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 34.000 euros + 200 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 42.000 euros + 150 euros * (puissance-100) avec un maximum de 57.000 euros
pompe à chaleur air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 2250 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 2250 euros + 450 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 9000 euros + 345 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 15.900 euros + 240 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 19.500 euros + 165 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 26.100 euros + 90 euros * (puissance-100) avec un maximum de 32.250 euros
pompe à chaleur air-air 1) jusqu'à 10 kW : 300 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 300 euros + 60 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 1200 euros + 46 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 2120 euros + 32 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 2600 euros + 18 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 3.320 euros + 14 euros * (puissance-100) avec un maximum de 4.800 euros
type de pompe à chaleur prime selon la puissance du compresseur électrique ou la puissance gaz installée exprimée en kW pompe à chaleur géothermique 1) jusqu'à 10 kW : 4000 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 4000 euros + 800 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 16.000 euros + 600 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 28.000 euros + 400 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 34.000 euros + 200 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 42.000 euros + 150 euros * (puissance-100) avec un maximum de 57.000 euros pompe à chaleur air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 2250 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 2250 euros + 450 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 9000 euros + 345 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 15.900 euros + 240 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 19.500 euros + 165 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 26.100 euros + 90 euros * (puissance-100) avec un maximum de 32.250 euros pompe à chaleur air-air 1) jusqu'à 10 kW : 300 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 300 euros + 60 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 1200 euros + 46 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 2120 euros + 32 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 2600 euros + 18 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 3.320 euros + 14 euros * (puissance-100) avec un maximum de 4.800 euros
une prime pour un chauffe-eau thermodynamique nouvellement posé par un entrepreneur, qui est utilisé exclusivement pour la production d'eau chaude sanitaire et dispose d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude à l'aide d'un signal externe afin de pouvoir effectuer un stockage thermique, selon les critères suivants :
vermogen premie
tot en met 2 kW 300 euro per geplaatste warmtepompboiler
hoger dan 2 kW 300 euro + 60 euro * (vermogen-2) met een maximum van 3.780 euro per geplaatste warmtepompboiler
vermogen premie tot en met 2 kW 300 euro per geplaatste warmtepompboiler hoger dan 2 kW 300 euro + 60 euro * (vermogen-2) met een maximum van 3.780 euro per geplaatste warmtepompboiler
Als de warmtepomp wordt geplaatst in een ander gebouw dan een premiewoning, woongebouw of collectief woongebouw, of gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden herbestemd tot nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw, gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken wordt de premie en, in voorkomend geval, het maximum, vermeld in het eerste lid, 2°, verdubbeld voor premieaanvragen ingediend tot en met 31 december 2025.
  De premies, vermeld in het eerste lid, worden telkens begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw. De verdubbeling, vermeld in het tweede lid wordt eveneens beperkt tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw.
  De premies voor een thermisch zonnecollectorsysteem en een warmtepompboiler zijn niet cumuleerbaar met elkaar. De premies voor een geothermische warmtepomp of een lucht-waterwarmtepomp en een warmtepompboiler zijn alleen cumuleerbaar met elkaar als de plaatsing van de warmtepompboiler voorafgaat aan die van de warmtepomp.
  De premie, vermeld in het eerste lid, 3°, kan enkel worden aangevraagd tot en met 31 december 2025.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, is het maximum beperkt tot 10.000 euro en begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten exclusief btw voor investeringen met eindfactuur tot en met 30 juni 2022.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, zijn volgende premiebedragen en premievoorwaarden van toepassing voor investeringen in lucht-waterwarmtepompen met eindfactuur tot en met 31 december 2021:
puissance prime
jusqu'à 2 kW 300 euros par chauffe-eau thermodynamique posé
supérieure à 2 kW 300 euros + 60 euros * (puissance-2) avec un maximum de 3.780 euros par chauffe-eau thermodynamique posé
puissance prime jusqu'à 2 kW 300 euros par chauffe-eau thermodynamique posé supérieure à 2 kW 300 euros + 60 euros * (puissance-2) avec un maximum de 3.780 euros par chauffe-eau thermodynamique posé
Si la pompe à chaleur est posée dans un bâtiment autre qu'un logement subventionné, bâtiment résidentiel ou bâtiment résidentiel collectif ou que des bâtiments entièrement ou partiellement réaffectés en nouveau logement subventionné, nouveau bâtiment résidentiel ou nouveau bâtiment résidentiel collectif, situé dans une région dépourvue de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, la prime et, le cas échéant, le maximum, visé à l'alinéa 1er, 2°, sont doublés pour des demandes de prime introduites jusqu'au 31 décembre 2025.
  Les primes visées à l'alinéa 1er sont chaque fois plafonnées à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA. La multiplication par deux visée à l'alinéa 2 est également limitée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA.
  Les primes pour un système de capteurs solaires thermiques et un chauffe-eau thermodynamique ne sont pas cumulables entre elles. Les primes pour une pompe à chaleur géothermique ou une pompe à chaleur air-eau et un chauffe-eau thermodynamique ne sont cumulables entre elles que si la pose du chauffe-eau thermodynamique précède celle de la pompe à chaleur.
  La prime visée à l'alinéa 1er, 3°, ne peut être demandée que jusqu'au 31 décembre 2025.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le maximum est limité à 10.000 euros et plafonné à 40 % des coûts d'investissement éligibles hors TVA pour des investissements avec facture finale jusqu'au 30 juin 2022.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, les montants et conditions de prime suivants s'appliquent aux investissements dans des pompes à chaleur air-eau avec facture finale jusqu'au 31 décembre 2021 :
type warmtepomp premie naargelang het elektrische compressorvermogen dan wel het geïnstalleerde gasvermogen, uitgedrukt in kW
lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 1500 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 1500 euro + 300 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 6000 euro + 230 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 10.600 euro + 160 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 13.000 euro + 110 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 17.400 euro + 60 euro * (vermogen-100) met een maximum van 23.500 euro en altijd begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
type warmtepomp premie naargelang het elektrische compressorvermogen dan wel het geïnstalleerde gasvermogen, uitgedrukt in kW lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 1500 euro
  2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 1500 euro + 300 euro * (vermogen-10)
  3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 6000 euro + 230 euro (vermogen-25)
  4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 10.600 euro + 160 euro * (vermogen-45)
  5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 13.000 euro + 110 euro * (vermogen-60)
  6) hoger dan 100 kW: 17.400 euro + 60 euro * (vermogen-100) met een maximum van 23.500 euro en altijd begrensd tot 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw
In afwijking van het eerste lid, 3°, moet de warmtepompboiler voor investeringen met eindfactuur tot en met 31 december 2020 niet beschikken over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen.
  In afwijking van het eerste lid worden de premies, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, niet verleend aan een afnemer die behoort tot een doelgroep waarvoor de Vlaamse Regering een energiebeleidsovereenkomst definitief heeft goedgekeurd, die de afnemer niet heeft ondertekend of niet naleeft.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden en de installaties, vermeld in het eerste lid, of de uitvoerders van de werkzaamheden, respectievelijk de plaatsers van de installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies. De minister kan in het kader van de toepassing van de premies, vermeld in het eerste lid, kwaliteitseisen en kwaliteitscontroles opleggen aan installateurs van warmtepompen, thermische zonnecollectorsystemen en warmtepompboilers. De minister kan nadere regels bepalen voor de manier waarop die eisen en controles worden uitgevoerd. De minister kan eisen bepalen waaraan de personen of organisaties die de controles uitvoeren, moeten voldoen. De minister kan bepalen welke investeringskosten in aanmerking komen voor de premies, vermeld in het eerste lid.".
type de pompe à chaleur prime selon la puissance du compresseur électrique ou la puissance gaz installée exprimée en kW
pompe à chaleur air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 1500 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 1500 euros + 300 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 6000 euros + 230 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 10.600 euros + 160 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 13.000 euros + 110 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 17.400 euros + 60 euros * (puissance-100) avec un maximum de 23.500 euros et toujours plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
type de pompe à chaleur prime selon la puissance du compresseur électrique ou la puissance gaz installée exprimée en kW pompe à chaleur air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 1500 euros
  2) supérieure à 10 kW jusqu'à 25 kW : 1500 euros + 300 euros * (puissance-10)
  3) supérieure à 25 kW jusqu'à 45 kW : 6000 euros + 230 euros * (puissance-25)
  4) supérieure à 45 kW jusqu'à 60 kW : 10.600 euros + 160 euros * (puissance-45)
  5) supérieure à 60 kW jusqu'à 100 kW : 13.000 euros + 110 euros * (puissance-60)
  6) supérieure à 100 kW : 17.400 euros + 60 euros * (puissance-100) avec un maximum de 23.500 euros et toujours plafonnée à 40 % des coûts d'investissement éligibles, hors TVA
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, le chauffe-eau thermodynamique ne doit pas disposer d'une commande permettant d'augmenter la température de l'eau chaude à l'aide d'un signal externe afin de pouvoir effectuer un stockage thermique, pour les investissements avec facture finale jusqu'au 31 décembre 2020.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les primes visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas accordées à un client appartenant au groupe cible pour lequel le Gouvernement flamand a définitivement approuvé une convention énergétique que le client n'a pas signée ou ne respecte pas.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux et les installations, visés à l'alinéa 1er, ou les exécutants des travaux ou poseurs des installations, respectivement, pour être éligibles aux primes. Dans le cadre de l'application des primes visées à l'alinéa 1er, le ministre peut imposer des exigences de qualité et des contrôles de qualité aux installateurs de pompes à chaleur, systèmes de capteurs solaires thermiques et chauffe-eau thermodynamiques. Le ministre peut préciser les modalités de mise en oeuvre de ces exigences et contrôles. Le ministre peut définir les exigences auxquelles doivent satisfaire les personnes ou organisations en charge des contrôles. Le ministre peut déterminer les coûts d'investissement éligibles aux primes visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 21. [1 In artikel 6.4.1/5/1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
   1° aan het eerste lid, 2°, worden drie rijen toegevoegd, die luiden als volgt:
   "
Art. 21. [1 A l'article 6.4.1/5/1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
   1° l'alinéa premier, 2°, est complété par trois lignes, rédigées comme suit :
   "
Tot en met 31 december 2021 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 800 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 800 euro + 160 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 3200 euro + 123 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 5660 euro + 85 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 6935 euro + 58 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 9255 euro + 32 euro * (vermogen-100) met een maximum van 12.500 euro
Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 2000 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 2000 euro + 400 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 8000 euro + 307,5 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 14.150 euro + 212,5 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 17.337,5 euro + 145 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 23.137,5 euro + 80 euro * (vermogen-100) met een maximum van 31.250 euro
Vanaf 1 januari 2024 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 1500 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 1500 euro + 300 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 6000 euro + 230 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 10.600 euro + 160 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 13.000 euro + 110 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 17.400 euro + 60 euro * (vermogen-100) met een maximum van 23.500 euro
Tot en met 31 december 2021 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 800 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 800 euro + 160 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 3200 euro + 123 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 5660 euro + 85 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 6935 euro + 58 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 9255 euro + 32 euro * (vermogen-100) met een maximum van 12.500 euro Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 2000 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 2000 euro + 400 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 8000 euro + 307,5 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 14.150 euro + 212,5 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 17.337,5 euro + 145 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 23.137,5 euro + 80 euro * (vermogen-100) met een maximum van 31.250 euro Vanaf 1 januari 2024 hybride lucht-waterwarmtepomp 1) tot en met 10 kW: 1500 euro
   2) hoger dan 10 kW tot en met 25 kW: 1500 euro + 300 euro * (vermogen-10)
   3) hoger dan 25 kW tot en met 45 kW: 6000 euro + 230 euro (vermogen-25)
   4) hoger dan 45 kW tot en met 60 kW: 10.600 euro + 160 euro * (vermogen-45)
   5) hoger dan 60 kW tot en met 100 kW: 13.000 euro + 110 euro * (vermogen-60)
   6) hoger dan 100 kW: 17.400 euro + 60 euro * (vermogen-100) met een maximum van 23.500 euro
";
   2° in het vierde lid wordt de zinsnede "of een lucht-waterwarmtepomp" vervangen door de zinsnede ", een lucht-waterwarmtepomp of een hybride lucht-waterwarmtepomp".]1
  
Jusqu'au 31 décembre 2021 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 800 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 800 euros + 160 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 3200 euros + 123 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 5660 euros + 85 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 6935 euros + 58 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 9255 euros + 32 euros * (puissance-100) avec un maximum de 12500 euros
Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 2000 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 2000 euros + 400 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 8000 euros + 307,5 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 14150 euros + 212,5 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 17337,5 euros + 145 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 23137,5 euros + 80 euros * (puissance-100) avec un maximum de 31250 euros
A partir du 1 janvier 2024 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 1500 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 1500 euros + 300 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 6000 euros + 230 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 10600 euros + 160 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 13000 euros + 110 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 17400 euros + 60 euros * (puissance-100) avec un maximum de 23500 euros
Jusqu'au 31 décembre 2021 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 800 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 800 euros + 160 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 3200 euros + 123 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 5660 euros + 85 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 6935 euros + 58 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 9255 euros + 32 euros * (puissance-100) avec un maximum de 12500 euros Du 1 janvier 2022 au 31 décembre 2023 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 2000 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 2000 euros + 400 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 8000 euros + 307,5 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 14150 euros + 212,5 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 17337,5 euros + 145 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 23137,5 euros + 80 euros * (puissance-100) avec un maximum de 31250 euros A partir du 1 janvier 2024 pompe à chaleur hybride air-eau 1) jusqu'à 10 kW : 1500 euros
   2) supérieure à 10 kW et jusqu'à 25 kW : 1500 euros + 300 euros * (puissance-10)
   3) supérieure à 25 kW et jusqu'à 45 kW : 6000 euros + 230 euros * (puissance-25)
   4) supérieure à 45 kW et jusqu'à 60 kW : 10600 euros + 160 euros * (puissance-45)
   5) supérieure à 60 kW et jusqu'à 100 kW : 13000 euros + 110 euros * (puissance-60)
   6) supérieure à 100 kW : 17400 euros + 60 euros * (puissance-100) avec un maximum de 23500 euros
" ;
   2° dans l'alinéa quatre, les mots " ou une pompe à chaleur air-eau " sont remplacés par le membre de phrase " , une pompe à chaleur air-eau ou une pompe à chaleur air-eau hybride ".]1
  
Art. 22. In titel VI, hoofdstuk IV, afdeling I, onderafdeling 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van 9 juli 2021, wordt een artikel 6.4.1/5/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.4.1/5/2. § 1. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent aan investeerders in andere gebouwen dan woningen, wooneenheden of woongebouwen in het Vlaamse Gewest die aangesloten zijn op het elektriciteitsdistributienet en op de aanvraagdatum minstens 15 jaar oud zijn, een premie van maximaal 20.000 euro voor de energiezuinige aanpassing van de binnenverlichting, uitgevoerd door een aannemer.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, producten en installaties, vermeld in het eerste lid, of de uitvoerders respectievelijk aannemers van die werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premie voor de energiezuinige aanpassing van de binnenverlichting. De minister stelt de hoogte van de premie vast aan de hand van de technische prestaties en het geïnstalleerde vermogen van de installatie.
  De ouderdom van het gebouw wordt gecontroleerd aan de hand van de aansluitingsdatum op het elektriciteitsdistributienet of op basis van de meest recente gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën. Bij betwisting geldt de oudste van de twee data.
  § 2. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent aan investeerders in andere gebouwen dan woningen, wooneenheden of woongebouwen in het Vlaamse Gewest die op datum van de premieaanvraag minstens 5 jaar oud zijn, een premie als een uitgevoerde energiestudie of energieaudit aantoont dat een investering in het gebouw een belangrijke energiebesparing oplevert in vergelijking met de bestaande situatie en als die investering ook daadwerkelijk is uitgevoerd.
  De premie bedraagt 0,035 euro per bespaarde kWh primaire energie, zoals berekend in de energiestudie of energieaudit, tot maximaal 25.000 euro per project en per jaar, als de terugverdientermijn van de investering langer is dan twee jaar. In geval van nieuwe installaties of uitbreidingen worden alleen de meerkosten en de meerbesparing ten opzichte van de standaardinvestering in rekening gebracht. De elektriciteitsdistributienetbeheerder voert een administratieve controle uit op de energiestudies of de energieaudits die bij een premieaanvraag zijn gevoegd. Het VEKA voert steekproefsgewijs inhoudelijke en technische controles uit op de energiestudies of de energieaudits die bij een premieaanvraag zijn gevoegd. De elektriciteitsdistributienetbeheerder houdt bij het verdere beheer van de premieaanvraag, tot zes maanden na de indiening ervan, rekening met de opmerkingen die het VEKA gemaakt heeft naar aanleiding van een controle. Als na controle blijkt dat de bespaarde hoeveelheid primaire energie verkeerd is berekend in de energiestudie of in de energieaudit, wordt de steun berekend op basis van de gecorrigeerde hoeveelheid primaire energiebesparing. Als na controle blijkt dat de terugverdientermijn kleiner is dan of gelijk is aan twee jaar, wordt de premie tot 0 euro teruggebracht.
  Het VEKA kan nadere regels vastleggen over de manier waarop de terugverdientermijn en de primaire energiebesparing in de energiestudie of energieaudit moeten worden berekend.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, producten en installaties of de uitvoerders respectievelijk plaatsers van die werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de investeringssteun.
  De premie kan niet worden toegekend voor de maatregelen, vermeld in artikel 6.4.1/5, artikel 6.4.1/5/1 en artikel 6.4.1/5/2, § 1, en kan niet worden gecumuleerd met andere premies of groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten van de Vlaamse overheid voor dezelfde investering. Cumulatie met waarborgen die verleend zijn door de Vlaamse overheid, of ecologiesteun voor dezelfde investering is wel toegelaten.
  § 3. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent aan investeerders in andere gebouwen dan woningen, wooneenheden of woongebouwen die zijn aangesloten op het elektriciteitsdistributienet, een premie van 12 euro per m2 dakoppervlakte voor de gelijktijdige investering in de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de plaatsing van een nieuwe fotovoltaïsche installatie op het dak van een gebouw op de eigen site en waarbij de oppervlakte van de nieuw geplaatste fotovoltaïsche zonnepanelen in verhouding tot de totale gesaneerde dakoppervlakte minstens 10% bedraagt. De premie wordt begrensd tot 50% van de investeringskosten aangaande de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal, vermeld op de betreffende facturen, exclusief btw.
  De premie, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden toegekend als het gebouw is aangesloten op het elektriciteitsdistributienet voor 1 januari 2006 of als de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning voor het gebouw dateert van voor 1 januari 2006. Een herbouw, vermeld in artikel 1.1.1, 47/2°, komt niet in aanmerking.
  De premie, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden toegekend als de fotovoltaïsche installatie wordt geplaatst of gevalideerd door een persoon die beschikt over een certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 1°.
  De premie, vermeld in het eerste lid, wordt uitbetaald aan de investeerder in de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal.
  De premie wordt geactiveerd zodra de investeerder tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2023 hiervoor een aanvraag indient bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Deze aanvraag omvat:
  1° het ingevulde aanvraagformulier met minstens de vermelding van het aantal m2 dak waarvan het asbest wordt verwijderd en dat wordt vernieuwd;
  2° een ondertekende offerte of ondertekende bestelbon die betrekking heeft op de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022;
  3° een voorschotfactuur of voorschotfacturen die betrekking hebben op de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal van minstens 10% van de totale kostprijs voor de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
  In afwijking van het vijfde lid, 2°, volstaat als bewijs voor de afvoer van het asbesthoudend materiaal voor investeerders die deelnemen aan een sectorprotocol asbestafbouwbeleid waar de aanbesteding voor de afvoer van het asbesthoudend materiaal mee deel van uitmaakt, het bewijs van aanmelding bij dit sectorprotocol.
  In afwijking van het vijfde lid, 3°, volstaat voor investeerders die deelnemen aan een sectorprotocol asbestafbouwbeleid waar de aanbesteding voor de afvoer van het asbesthoudend materiaal mee deel van uitmaakt, een voorschotfactuur voor de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak van minstens 10% van de totale kostprijs voor de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak die dateert van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
  De premie kan pas worden uitbetaald nadat de nieuwe fotovoltaïsche installatie is aangemeld bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij, binnen een termijn van drie maanden na indienstname van de nieuwe fotovoltaïsche installatie. De indienstname van de nieuwe fotovoltaïsche installatie is ten vroegste gedateerd op de datum van de eerste factuur die betrekking heeft op de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal. Deze aanmelding moet gebeuren tussen 1 januari 2022 en 31 december 2024. Ten laatste op 31 maart 2025 dient de investeerder de aanvraag tot uitbetaling in. Deze aanvraag omvat minstens:
  1° het ingevulde aanvraagformulier met minstens de volgende vermeldingen:
  a) het aantal nieuw geplaatste fotovoltaïsche zonnepanelen;
  b) de oppervlakte per nieuw geplaatst fotovoltaïsch zonnepaneel;
  c) het g-nummer dat door de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegekend wordt aan de fotovoltaïsche installatie bij aanmelding;
  d) een verklaring dat de fotovoltaïsche zonnepanelen werden geplaatst op het dak van een gebouw op de eigen site;
  e) een verklaring dat de persoon die de kwaliteitsvolle uitvoering van de plaatsing van de fotovoltaïsche zonnepanelen valideert, beschikt over een certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 1°, alsook het certificeringsnummer van deze persoon;
  2° de door de aannemer ingevulde en ondertekende attesten en de facturen die samen met het aanvraagformulier meegeleverd worden en die betrekking hebben op de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak en de afvoer van het asbesthoudend materiaal, die samen minstens volgende vermeldingen bevatten:
  a) de kostprijs van de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak;
  b) de kostprijs van de afvoer van het asbesthoudend materiaal;
  c) de asbesthoudende dak- of onderdakoppervlakte in vierkante meter per type asbesthoudend materiaal (asbestcement onderdak, dakleien, golfplaten) dat werd verwijderd;
  d) de datum van aangifte gevaarlijke werken 30bis bij de Sociale Zekerheid of de datum van melding van de uitvoering van de asbestverwijdering bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk;
  e) een verklaring dat het asbest volledig werd verwijderd van het dak of onderdak;
  f) een verklaring dat het volledige asbesthoudende dakdeel werd vernieuwd;
  g) een verklaring dat de verwijdering van de volledige asbesthoudende dakbedekking of het volledige asbesthoudend onderdak betrekking heeft op een niet-verwarmd gebouw, dat geen woning, wooneenheid of woongebouw is;
  h) een verklaring dat de persoon die de asbestverwijdering uitvoerde, beschikt over een geldig attest eenvoudige handelingen conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk op het moment van uitvoering van de werken;
  i) een verklaring dat de uitvoerende werknemers of de zelfstandige aannemer het asbest verwijderde volgens de code van goede praktijk van OVAM "Veilig werken met asbestdaken en -gevels" ofwel de vermelding dat de aannemer lid is van het `Asbestcharter voor dakaannemers'.
  In afwijking van het achtste lid, 2°, moeten investeerders die deelnemen aan een sectorprotocol asbestafbouwbeleid waar de aanbesteding voor de afvoer van het asbesthoudend materiaal mee deel van uitmaakt, geen factuur voorleggen voor wat betreft de afvoer van het asbesthoudend materiaal.
  Per gebouw, vermeld in het eerste lid, kan maar één premie voor de gelijktijdige asbestverwijdering en plaatsing van een fotovoltaïsche installatie worden toegekend.
  § 4. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verleent aan investeerders in andere gebouwen dan woningen, wooneenheden, woongebouwen of collectieve woongebouwen die zijn aangesloten op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of die aangesloten zijn op gesloten distributienetten die gekoppeld zijn aan zijn plaatselijk vervoernet van elektriciteit, investeringssteun voor energiebesparende werkzaamheden in de gebouwen in kwestie, als die gebouwen in het Vlaamse Gewest liggen.
  De investeringssteun kan alleen worden toegekend als een uitgevoerde energiestudie of energieaudit aantoont dat een investering in het gebouw een belangrijke energiebesparing oplevert in vergelijking met de bestaande situatie, als de investering een terugverdientermijn heeft die langer is dan twee jaar en als de investering ook daadwerkelijk is uitgevoerd.
  De investeringssteun is afhankelijk van de berekende terugverdientermijn in de energiestudie of energieaudit die door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit is goedgekeurd. Bij nieuwe installaties of uitbreidingen worden enkel de meerkosten en de meerbesparing ten opzichte van de standaardinvestering in rekening gebracht, met een totaal jaarlijks maximum van 200.000 euro per eindafnemer en per site. De afnemer die eigenaar, vruchtgebruiker, huurder of verhuurder is van andere gebouwen dan woningen, wooneenheden of woongebouwen die zijn aangesloten op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, moet de energiestudie of energieaudit, alvorens de investering uit te voeren, ter goedkeuring voorleggen aan de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. Als na controle blijkt dat de bespaarde hoeveelheid primaire energie of de terugverdientermijn verkeerd is berekend in de energiestudie of energieaudit, wordt de steun toegekend op basis van de gecorrigeerde hoeveelheid primaire energiebesparing en de gecorrigeerde terugverdientermijn. Als na controle blijkt dat de terugverdientermijn kleiner is dan of gelijk aan twee jaar, wordt de premie niet toegekend. De minister kan de hoogte van de investeringssteun nader bepalen afhankelijk van de goedgekeurde terugverdientermijn.
  De investeringssteun kan niet worden gecumuleerd met andere premies of groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten van de Vlaamse overheid voor dezelfde investering. Cumulatie met waarborgen die verleend zijn door de Vlaamse overheid, of ecologiesteun voor dezelfde investering is wel toegelaten.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, producten en installaties, vermeld in het eerste lid, of de uitvoerders respectievelijk aannemers van die werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de investeringssteun.
  § 5. De premie vermeld in paragraaf 1, wordt altijd begrensd tot maximum 40% van de in aanmerking komende investeringskosten, exclusief btw. Elke individuele premie, vermeld in paragraaf 2, 3 en 4, kan nooit hoger zijn dan het factuurbedrag exclusief btw.
  De premies, vermeld in paragraaf 1, kunnen alleen worden uitbetaald voor facturen die zijn gedateerd in de periode van 24 maanden die voorafgaan aan de datum van de indiening van de aanvraag.
  De premies, vermeld in paragraaf 2 en 4, worden pas uitbetaald als de facturen voor de uitgevoerde investeringen die zijn aangegeven in de energiestudie of energieaudit, worden voorgelegd. Die facturen moeten gedateerd zijn na de datum van de uitvoering van de energieaudit of de energiestudie en mogen daarenboven maximaal één jaar oud zijn op de datum van de indiening van de factuur.
  § 6. In afwijking van paragraaf 1, 2, 3 en 4 wordt de premie niet verleend aan een afnemer die behoort tot een doelgroep waarvoor de Vlaamse Regering een energiebeleidsovereenkomst definitief heeft goedgekeurd, die de afnemer niet heeft ondertekend of niet naleeft.".
Art. 22. Au titre VI, chapitre IV, section Ire, sous-section 1re, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du 9 juillet 2021, il est inséré un article 6.4.1/5/2 libellé comme suit :
  " Art. 6.4.1/5/2. § 1er. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité accorde aux investisseurs dans des bâtiments autres que des logements, unités de logement ou bâtiments résidentiels en Région flamande, raccordés au réseau de distribution d'électricité et âgés de 15 ans au moins à la date de la demande, une prime de 20.000 euros maximum pour les adaptations assurant l'efficacité énergétique de l'éclairage intérieur réalisées par un entrepreneur.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les installations, visés à l'alinéa 1er, ou les exécutants ou entrepreneurs, respectivement, de ces travaux, produits et installations pour être éligibles à la prime pour les adaptations assurant l'efficacité énergétique de l'éclairage intérieur. Le ministre fixe le montant de la prime sur la base des performances techniques et de la puissance installée de l'installation.
  L'âge du bâtiment est contrôlé au moyen de la date de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou sur la base des données les plus récentes du Service public fédéral Finances. En cas de contestation, la plus ancienne des deux dates prévaut.
  § 2. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité accorde une prime aux investisseurs dans des bâtiments autres que des logements, unités de logement ou bâtiments résidentiels en Région flamande, âgés de 5 ans au moins à la date de la demande de prime, s'il apparaît à la réalisation d'une étude énergétique ou d'un audit énergétique qu'un investissement dans le bâtiment générera une économie d'énergie substantielle par rapport à la situation existante et si cet investissement est effectivement consenti.
  La prime s'élève à 0,035 euro par kWh d'énergie primaire économisé, selon le calcul de l'étude énergétique ou de l'audit énergétique, avec un maximum de 25.000 euros par projet et par an, si le temps de retour de l'investissement est supérieur à deux ans. Dans le cas de nouvelles installations ou d'extensions, seuls les surcoûts et l'économie supplémentaire par rapport à l'investissement standard sont pris en compte. Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité procède à un contrôle administratif sur les études ou audits énergétiques joints à la demande de prime. La VEKA procède à des contrôles de fond et techniques aléatoires sur les études ou audits énergétiques joints à la demande de prime. Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité tient compte, pour la gestion ultérieure de la demande de prime, jusqu'à six mois après son introduction, des remarques formulées par la VEKA à l'occasion d'un contrôle. S'il apparaît, après contrôle, que la quantité d'énergie primaire économisée a été incorrectement calculée dans l'étude ou l'audit énergétique, l'aide est calculée sur la base de la quantité d'énergie primaire économisée corrigée. S'il apparaît, après contrôle, que le temps de retour est inférieur ou égal à deux ans, la prime est ramenée à 0 euro.
  La VEKA peut préciser les modalités selon lesquelles le temps de retour et l'économie d'énergie primaire doivent être calculés dans l'étude ou l'audit énergétique.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les installations ou les exécutants ou poseurs, respectivement, de ces travaux, produits et installations pour être éligibles à l'aide à l'investissement.
  La prime ne peut pas être octroyée pour les mesures visées à l'article 6.4.1/5, à l'article 6.4.1/5/1 et à l'article 6.4.1/5/2, § 1er, et ne peut pas être cumulée avec d'autres primes ou certificats verts ou certificats de cogénération de l'autorité flamande pour le même investissement. Cependant, le cumul avec des garanties accordées par l'autorité flamande ou l'aide écologique pour le même investissement est autorisé.
  § 3. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité accorde aux investisseurs dans des bâtiments autres que des habitations, des unités de logement ou des bâtiments résidentiels raccordés au réseau de distribution d'électricité une prime de 12 euros par m2 de surface de toiture pour l'investissement concomitant dans l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et la pose d'une nouvelle installation photovoltaïque sur le toit d'un bâtiment sur le propre site lorsque la surface des panneaux solaires photovoltaïques nouvellement posés représente au moins 10 % de la surface de toiture totale assainie. La prime est plafonnée à 50 % des coûts d'investissement liés à l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et à l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante indiqués sur les factures concernées, hors TVA.
  La prime visée à l'alinéa 1er ne peut être octroyée que si le bâtiment a été raccordé au réseau de distribution d'électricité avant le 1er janvier 2006 ou si la demande d'autorisation urbanistique pour le bâtiment est antérieure au 1er janvier 2006. Une reconstruction telle que visée à l'article 1.1.1, 47/2°, n'entre pas en considération.
  La prime visée à l'alinéa 1er ne peut être octroyée que si l'installation photovoltaïque est posée ou validée par une personne titulaire d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 1°.
  La prime visée à l'alinéa 1er est payée à l'investisseur dans l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante.
  La prime est activée dès que l'investisseur introduit une demande à cet effet auprès du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité durant la période du 1er janvier 2022 au 31 mars 2023. Cette demande comprend :
  1° le formulaire de demande complété, indiquant au moins le nombre de m2 de toiture désamiantés et rénovés ;
  2° une offre signée ou un bon de commande signé, datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022, ayant trait à l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et à l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante ;
  3° une ou plusieurs factures d'acompte, datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022, pour l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante, d'au moins 10 % du coût total de l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et de l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante.
  Par dérogation à l'alinéa 5, 2°, pour les investisseurs qui participent à un protocole sectoriel sur la politique de réduction progressive de l'amiante dont l'appel d'offres pour l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante fait aussi partie, la preuve de l'adhésion à ce protocole sectoriel suffit comme preuve de l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante.
  Par dérogation à l'alinéa 5, 3°, pour les investisseurs qui participent à un protocole sectoriel sur la politique de réduction progressive de l'amiante dont l'appel d'offres pour l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante fait aussi partie, une facture d'acompte pour l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante d'au moins 10 % du coût total de l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante, datant du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022, suffit.
  La prime ne peut être payée qu'une fois la nouvelle installation photovoltaïque déclarée auprès du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou de sa société d'exploitation dans le délai de trois mois de la mise en service de la nouvelle installation photovoltaïque. La mise en service de la nouvelle installation photovoltaïque est datée au plus tôt de la date de la première facture se rapportant à l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et à l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante. Cette déclaration doit intervenir entre le 1er janvier 2022 et le 31 décembre 2024. L'investisseur introduit la demande de paiement au plus tard le 31 mars 2025. Cette demande contient au moins :
  1° le formulaire de demande complété, contenant au moins les éléments suivants :
  a) le nombre de panneaux solaires photovoltaïques nouvellement posés ;
  b) la surface par panneau solaire photovoltaïque nouvellement posé ;
  c) le numéro G attribué par le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité à l'installation photovoltaïque lors de la déclaration ;
  d) une déclaration attestant que les panneaux solaires photovoltaïques ont été posés sur le toit d'un bâtiment sur le propre site ;
  e) une déclaration attestant que la personne qui valide l'exécution de qualité de la pose des panneaux solaires photovoltaïques est titulaire d'un certificat d'aptitude tel que visé à l'article 8.5.1, § 1er, 1°, ainsi que le numéro de certification de cette personne ;
  2° les certificats complétés et signés par l'entrepreneur et les factures jointes au formulaire de demande et relatives à l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante et à l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante, contenant au moins les éléments suivants :
  a) le coût de l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante ;
  b) le coût de l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante ;
  c) la surface de toiture ou de sous-toiture contenant de l'amiante, en mètres carrés, par type de matériau contenant de l'amiante (sous-toiture en amiante-ciment, ardoises, tôles ondulées) qui a été enlevé ;
  d) la date de la déclaration des travaux 30bis (travaux dangereux) à la Sécurité sociale ou la date de la notification du désamiantage au FOD Emploi, Travail et Concertation sociale, conformément aux dispositions du Code du bien-être au travail ;
  e) une déclaration attestant du désamiantage complet de la toiture ou de la sous-toiture ;
  f) une déclaration attestant de la rénovation de toute la partie de la toiture contenant de l'amiante ;
  g) une déclaration attestant que l'enlèvement de la couverture complète contenant de l'amiante ou de la sous-toiture complète contenant de l'amiante concerne un bâtiment non chauffé, qui n'est ni un logement, ni une unité de logement ni un bâtiment résidentiel ;
  h) une déclaration attestant que la personne qui a effectué le désamiantage est titulaire d'une " traitements simples " valable conformément aux dispositions du Code du bien-être au travail au moment de l'exécution des travaux ;
  i) une déclaration attestant que les salariés exécutants ou l'entrepreneur indépendant ont enlevé l'amiante selon le code de bonnes pratiques de l'OVAM " Travail en sécurité sur les toitures et façades en amiante " ou l'indication que l'entrepreneur est affilié à la " Charte amiante des couvreurs "
  Par dérogation à l'alinéa 8, 2°, les investisseurs qui participent à un protocole sectoriel sur la politique de réduction progressive de l'amiante dont l'appel d'offres pour l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante fait aussi partie ne doivent pas présenter de facture en ce qui concerne l'évacuation des matériaux contenant de l'amiante.
  Par bâtiment visé à l'alinéa 1er, il ne peut être octroyé qu'une seule prime pour le désamiantage et la pose d'une installation photovoltaïque réalisés de façon concomitante.
  § 4. Le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité accorde aux investisseurs dans des bâtiments autres que des logements, unités de logement, bâtiments résidentiels ou bâtiments résidentiels collectifs, raccordés au réseau de transport local d'électricité ou raccordés à des réseaux fermés de distribution reliés à son réseau de transport local d'électricité, une aide à l'investissement pour des travaux économiseurs d'énergie dans les bâtiments concernés, si ces bâtiments se situent Région flamande.
  L'aide à l'investissement ne peut être octroyée que s'il apparaît à la réalisation d'une étude énergétique ou d'un audit énergétique qu'un investissement dans le bâtiment générera une économie d'énergie substantielle par rapport à la situation existante, si le temps de retour de l'investissement est supérieur à deux ans et si cet investissement est effectivement consenti.
  L'aide à l'investissement dépend du temps de retour calculé dans l'étude énergétique ou l'audit énergétique que le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité a approuvé(e). Dans le cas de nouvelles installations ou d'extensions, seuls les surcoûts et l'économie supplémentaire par rapport à l'investissement standard sont pris en compte, avec un maximum annuel total de 200.000 euros par client final et par site. Le client qui est propriétaire, usufruitier, locataire ou bailleur de bâtiments autres que des logements, unités de logement ou bâtiments résidentiels raccordés au réseau de transport local d'électricité doit soumettre l'étude énergétique ou l'audit énergétique à l'approbation du gestionnaire du réseau de transport local d'électricité avant d'effectuer l'investissement. S'il apparaît, après contrôle, que la quantité d'énergie primaire économisée ou le temps de retour ont été incorrectement calculés dans l'étude ou l'audit énergétique, l'aide est octroyée sur la base de la quantité d'énergie primaire économisée corrigée et du temps de retour corrigé. S'il apparaît, après contrôle, que le temps de retour est inférieur ou égal à deux ans, la prime n'est pas octroyée. Le ministre peut déterminer le montant de l'aide à l'investissement en fonction du temps de retour approuvé.
  L'aide à l'investissement ne peut pas être cumulée avec d'autres primes ou certificats verts ou certificats de cogénération de l'autorité flamande pour le même investissement. Cependant, le cumul avec des garanties accordées par l'autorité flamande ou l'aide écologique pour le même investissement est autorisé.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux, les produits et les installations, visés à l'alinéa 1er, ou les exécutants ou entrepreneurs, respectivement, de ces travaux, produits et installations pour être éligibles à l'aide à l'investissement.
  § 5. La prime visée au paragraphe 1er est toujours plafonnée à 40 % maximum des coûts d'investissement éligibles, hors TVA. Chaque prime individuelle visée aux paragraphes 2, 3 et 4 ne jamais être supérieur au montant de la facture hors TVA.
  Les primes visées au paragraphe 1er ne peuvent être payées que pour des factures dont la date se situe dans les 24 mois qui précèdent la date d'introduction de la demande.
  Les primes visées aux paragraphes 2 et 4 ne sont payées que sur présentation des factures relatives aux investissements réalisés qui ont été indiqués dans l'étude ou l'audit énergétique. La date de ces factures doit être postérieure à celle de la réalisation de l'audit énergétique ou de l'étude énergétique. En outre, ces factures ne peuvent remonter à plus d'un an à la date de leur introduction.
  § 6. Par dérogation aux paragraphes 1er, 2, 3 et 4, la prime n'est pas accordée à un client appartenant au groupe cible pour lequel le Gouvernement flamand a définitivement approuvé une convention énergétique que le client n'a pas signée ou ne respecte pas. ".
Art. 23. Artikel 6.4.1/6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/6. § 1. De premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1, kunnen alleen worden aangevraagd via het unieke loket, vermeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  § 2. De gebouwen, vermeld artikel 6.4.1/1 en 6.4.1/5, moeten minstens 15 jaar oud zijn op de aanvraagdatum om in aanmerking te komen voor de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 en 6.4.1/5. De ouderdom van het gebouw wordt gecontroleerd aan de hand van de aansluitingsdatum op het elektriciteitsdistributienet of op basis van de meest recente gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën. Bij betwisting geldt de oudste van die twee data.
  Een herbouw, vermeld in artikel 1.1.1, 47/2°, komt niet in aanmerking voor de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, artikel 6.4.1/1/4 en artikel 6.4.1/5.
  De premies, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 en 6.4.1/5/1, worden alleen verleend aan de gebouwen, vermeld in deze afdeling, die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
  1° ze zijn aangesloten op het elektriciteitsdistributienet vóór 1 januari 2014;
  2° de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is meer dan vijf jaar voor de datum van de eindfactuur verleend en het gebouw voldoet, als dat van toepassing is, aan de EPB-eisen die erop van toepassing zijn en de EPB-aangifte is ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 11.1.8, § 1, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  § 3. De premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, worden beschouwd als één categorie van werkzaamheden en kunnen slechts in eenzelfde premieaanvraag worden aangevraagd.
  De premies, vermeld in artikel 6.4.1/5, eerste lid, 2°, 3° en 4°, worden beschouwd als één categorie van werkzaamheden en kunnen slechts in eenzelfde premieaanvraag worden aangevraagd.
  Gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de aanvraagdatum van de toegekende aanvraag van een premie, vermeld in artikel 6.4.1/1 en 6.4.1/5, kan dezelfde investeerder voor dezelfde categorie van werken waarvoor een premie is toegekend, niet opnieuw een premie aanvragen voor hetzelfde gebouw.
  Gedurende een periode van tien jaar te rekenen vanaf de aanvraagdatum van de toegekende aanvraag van een premie, vermeld in artikel 6.4.1/1/1 en 6.4.1/5/1, kan dezelfde investeerder voor dezelfde categorie van werken waarvoor een premie is toegekend, niet opnieuw een premie aanvragen voor hetzelfde gebouw.
  § 4. De elektriciteitsdistributienetbeheerders kennen aan investeerders in andere gebouwen dan premiewoningen, woongebouwen of collectieve woongebouwen die aangesloten zijn op gesloten distributienetten die gekoppeld zijn aan hun net, de premies, vermeld in artikel 6.4.1/5, 6.4.1/5/1 en 6.4.1/5/2, § 1, § 2 en § 3, toe, als die gebouwen in het Vlaamse Gewest liggen. De inhoudelijke premievoorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.
  De elektriciteitsdistributienetbeheerders kennen aan investeerders in gebouwen in het Vlaamse Gewest die aangesloten zijn op privédistributienetten, vermeld in artikel 4.7.1, § 2, eerste lid, 1°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, of aan investeerders in gebouwen in eilandwerking, de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2, toe. De inhoudelijke premievoorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.
  De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kent aan investeerders in andere gebouwen dan woningen, wooneenheden of woongebouwen die aangesloten zijn op gesloten distributienetten die gekoppeld zijn aan zijn net, de premies, vermeld in artikel 6.4.1/5/2, § 3, toe, als die gebouwen in het Vlaamse Gewest liggen. De inhoudelijke premievoorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 5. De premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2, § 1, kunnen pas worden aangevraagd nadat de eindfactuur voor de uitgevoerde werkzaamheden is opgemaakt.
  De premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1, kunnen alleen worden uitbetaald voor facturen die zijn gedateerd in de periode van 24 maanden die voorafgaan aan de aanvraagdatum.
  Het ventilatiesysteem, vermeld in artikel 6.4.1/1/3, eerste lid, kan alleen worden aangemeld voor facturen die gedateerd zijn in de periode van 24 maanden die voorafgaan aan de datum van de aanmelding.
  Elke individuele premie en de som van de uitbetaalde premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/4, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5, 6.4.1/5/1, 6.4.1/5/2 en 6.4.1/9, kan nooit hoger zijn dan het totale factuurbedrag, exclusief btw, dat betrekking heeft op de in aanmerking komende investeringskosten.
  Het in aanmerking komend investeringsbedrag bedraagt minstens 1000 euro, exclusief btw, per categorie van energiebesparende werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1.
  § 6. In afwijking van artikel 6.4.1/1 en 6.4.1/1/1 worden de premies niet verleend aan woonmaatschappijen voor woningen, wooneenheden en woongebouwen die het voorwerp uitmaken van hun opdrachten vermeld in artikel 4.40 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.".
Art. 23. L'article 6.4.1/6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/6. § 1er. Les primes visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 ne peuvent être demandées que par le biais du guichet unique visé à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
  § 2. Pour être éligibles aux primes visées aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/5, les bâtiments visés aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/5 doivent avoir au moins 15 ans à la date de la demande L'âge du bâtiment est contrôlé au moyen de la date de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou sur la base des données les plus récentes du Service public fédéral Finances. En cas de contestation, la plus ancienne de ces deux dates prévaut.
  Une reconstruction, telle que visée à l'article 1.1.1, 47/2°, n'est pas éligible aux primes visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/4 et 6.4.1/5.
  Les primes visées aux articles 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 et 6.4.1/5/1 ne sont accordées qu'aux bâtiments visés dans la présente section, qui remplissent l'une des conditions suivantes :
  1° ils ont été raccordés au réseau de distribution d'électricité avant le 1er janvier 2014 ;
  2° le permis d'environnement pour des actes urbanistiques a été accordé plus de cinq ans avant la date de la facture finale et le bâtiment satisfait, s'il y a lieu, aux exigences PEB y applicables et la déclaration PEB a été introduite dans le délai visé à l'article 11.1.8, § 1er, alinéa 2, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009.
  § 3. Les primes visées à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, sont considérées comme une seule catégorie de travaux et ne peuvent faire l'objet que d'une seule et même demande de prime.
  Les primes visées à l'article 6.4.1/5, alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, sont considérées comme une seule catégorie de travaux et ne peuvent faire l'objet que d'une seule et même demande de prime.
  Pendant une période de cinq ans à compter de la date de demande d'une prime, visée aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/5, qui a été accordée, le même investisseur ne peut pas introduire de nouvelle demande de prime pour la même catégorie de travaux pour laquelle une prime a été octroyée pour le même bâtiment.
  Pendant une période de dix ans à compter de la date de demande d'une prime, visée aux articles 6.4.1/1/1 et 6.4.1/5/1, qui a été accordée, le même investisseur ne peut pas introduire de nouvelle demande de prime pour la même catégorie de travaux pour laquelle une prime a été octroyée pour le même bâtiment.
  § 4. Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité octroient aux investisseurs dans des bâtiments autres que des logements subventionnés, bâtiments résidentiels ou bâtiments résidentiels collectifs, raccordés à des réseaux fermés de distribution reliés à leur réseau, les primes visées à l'article 6.4.1/5, à l'article 6.4.1/5/1 et à l'article 6.4.1/5/2, §§ 1er, 2 et § 3, si ces bâtiments se situent Région flamande. Les conditions de fond de la prime s'appliquent par analogie.
  Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité octroient les primes visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 aux investisseurs dans des bâtiments en Région flamande raccordés aux réseaux de distribution privés visés à l'article 4.7.1, § 2, alinéa 1er, 1°, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009 ou aux investisseurs dans des bâtiments en îlotage. Les conditions de fond de la prime s'appliquent par analogie.
  Le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité octroie aux investisseurs dans des bâtiments autres que des logements, unités de logement ou bâtiments résidentiels, raccordés à des réseaux fermés de distribution reliés à son réseau, les primes visées à l'article 6.4.1/5/2, § 3, si ces bâtiments se situent Région flamande. Les conditions de fond de la prime s'appliquent par analogie.
  § 5. Les primes visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/1 et à l'article 6.4.1/5/2, § 1er, ne peuvent être demandées qu'une fois la facture finale pour les travaux réalisés établie.
  Les primes visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 ne peuvent être payées que pour des factures dont la date se situe dans les 24 mois qui précèdent la date de la demande.
  Le système de ventilation visé à l'article 6.4.1/1/3, alinéa 1er, ne peut être déclaré que pour des factures dont la date se situe dans les 24 mois qui précèdent la date de la déclaration.
  Chaque prime individuelle et la somme des primes payées, visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/4, 6.4.1/1/5, 6.4.1/5, 6.4.1/5/1, 6.4.1/5/2 et 6.4.1/9, ne peuvent jamais être supérieures au montant total de la facture, hors TVA, relative aux coûts d'investissement éligibles.
  Le montant d'investissement éligible s'élève à au moins 1000 euros, hors TVA, par catégorie de travaux économiseurs d'énergie visés aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1.
  § 6. Par dérogation aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/1/1, les primes ne sont pas accordées aux sociétés de logement pour des logements, unités de logement et bâtiments résidentiels qui font l'objet de leurs missions visées à l'article 4.40 du Code flamand du Logement de 2021. ".
Art. 24. In titel VI, hoofdstuk IV, afdeling I, onderafdeling 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, wordt een artikel 6.4.1/6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.4.1/6/1. In afwijking van artikel 6.4.1/1, eerste lid, 1° tot en met 6°, worden voor de categorieën van energiebesparende werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 1° tot en met 6°, de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 5.191 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, toegekend aan:
  1° de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werkzaamheden uitgevoerd in een woongebouw, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 1° tot en met 5° ;
  2° de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 6°, uitgevoerd in de gemeenschappelijke delen van een woongebouw;
  3° de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  In afwijking van het eerste lid komen de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wel in aanmerking voor de premie, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 6°, als niet voldaan is aan de ventilatievoorzieningen in woongebouwen, vermeld in bijlage IX van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor zover de plaatsing van de nieuwe oppervlaktebeglazing niet vergunningsplichtig is of niet onderworpen aan de meldingsplicht, conform de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
  De verhogingen, vermeld in artikel 6.4.1/1, derde, vierde, vijfde en zesde lid, worden ook toegekend aan:
  1° de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 1° tot en met 5°, uitgevoerd in een woongebouw;
  2° de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werkzaamheden, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 6°, uitgevoerd in de gemeenschappelijke delen van een woongebouw;
  3° de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werken, vermeld in artikel 6.4.1/1, 1° tot en met 5°, uitgevoerd in een woongebouw in gedwongen mede-eigendom waarvoor een vereniging van mede-eigenaars is opgericht;
  4° de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de energiebesparende werken, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6°, uitgevoerd in de gemeenschappelijke delen van een woongebouw in gedwongen mede-eigendom waarvoor een vereniging van mede-eigenaars is opgericht.
  In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschappelijke delen: de delen van een woongebouw die niet tot het privatieve gedeelte van een wooneenheid of niet-residentiële eenheid behoren.".
Art. 24. Au titre VI, chapitre IV, section Ire, sous-section 1re, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, il est inséré un article 6.4.6/1/1 libellé comme suit :
  " Art. 6.4.1/6/1. Par dérogation à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 1° à 6°, les interventions visées à l'article 5.191 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 sont octroyées, pour les catégories de travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 1° à 6°, aux :
  1° occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 1° à 5°, réalisés dans un bâtiment résidentiel ;
  2° occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 6°, réalisés dans les parties communes d'un bâtiment résidentiel ;
  3° bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 8° de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, et les bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 8°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, sont bel et bien éligibles à la prime visée à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 6°, s'il n'est pas satisfait aux exigences en matière de dispositifs de ventilation dans les bâtiments résidentiels, visés à l'annexe IX à l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, dans la mesure où la pose de la nouvelle surface vitrée n'est pas soumise à l'obligation d'autorisation ou de déclaration, conformément au Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009.
  Les majorations visées à l'article 6.4.1/1, alinéas 3, 4, 5 et 6, sont également octroyées aux :
  1° occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 1° à 5°, réalisés dans un bâtiment résidentiel ;
  2° occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 6°, réalisés dans les parties communes d'un bâtiment résidentiel ;
  3° bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 8° de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, 1° à 5°, réalisés dans un bâtiment résidentiel en copropriété forcée pour lequel une association de copropriétaires a été constituée ;
  4° bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 8° de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des travaux économiseurs d'énergie visés à l'article 6.4.1/1, 6°, réalisés dans les parties communes d'un bâtiment résidentiel en copropriété forcée pour lequel une association de copropriétaires a été constituée.
  Dans le présent article, on entend par " parties communes " : les parties d'un bâtiment résidentiel qui ne font pas partie de la partie privative d'une unité de logement ou d'une unité non résidentielle. ".
Art. 25. In artikel 6.4.1/9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 5° opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven."
Art. 25. A l'article 6.4.1/9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le point 5° est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé. "
Art. 26. Artikel 6.4.1/9/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 6.4.1/9/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, est abrogé.
Art. 27. Artikel 6.4.1/11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/11. Voor elk van de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/4, 6.4.1/1/5, 6.4.1/3, 6.4.1/4, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9 en 6.4.1/9/1, legt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het ontwerp-aanvraagformulier en in voorkomend geval de bijbehorende attesten die moeten worden gebruikt om de premies te verkrijgen, voor aan het VEKA, alsook iedere wijziging aan dat ontwerp-aanvraagformulier en de bijbehorende attesten. Het VEKA beoordeelt voor de inwerkingtreding van de nieuwe premie of nieuwe premievoorwaarden de voorgelegde ontwerp-aanvraagformulieren en attesten.".
Art. 27. L'article 6.4.1/11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/11. Pour chacune des primes visées aux articles 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/3, 6.4.1/1/4, 6.4.1/1/5, 6.4.1/3, 6.4.1/4, 6.4.1/5/2, 6.4.1/9 et 6.4.1/9/1, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité soumet à la VEKA le projet de formulaire de demande et, le cas échéant, les attestations y afférentes à utiliser pour obtenir les primes, ainsi que toute modification de ce projet de formulaire de demande et les attestations y afférentes. Pour l'entrée en vigueur de la nouvelle prime ou des nouvelles conditions de prime, la VEKA évalue les projets de formulaires de demande et les attestations soumis. ".
Art. 28. Artikel 6.4.1/12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.1/12. § 1. De kosten voor de openbaredienstverplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2 en 6.4.1/7 tot en met 6.4.1/10 en artikel 12.3.7, waaronder de kosten van de verplichtingen die de vergoedingen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 15, overschrijden, met uitzondering van de kosten waarvoor andere vergoedingen zijn verleend door de Vlaamse overheid voor diezelfde verplichtingen, zijn een financiële openbaredienstverplichting voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
  § 2. Er wordt voor de uitvoering van de verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/8, binnen de perken van de daarvoor beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds, aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een forfaitaire vergoeding toegekend van maximaal 240 euro per uitgevoerd eerste bezoek of voor een daaropvolgende begeleiding bij de uitvoering van energiebesparende investeringen, of een forfaitaire vergoeding van maximaal 200 euro voor een op het eerste bezoek volgende begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen. Als het eerste bezoek of de daaropvolgende begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen wordt uitgevoerd bij een afnemer, vermeld in artikel 6.4.1/8, eerste lid, 5°, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend van maximaal 180 euro. Als de begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen zich beperkt tot het begeleiden van een leveranciers- of contractwissel, wordt de vergoeding beperkt tot maximaal 60 euro. Die bedragen worden vanaf kalenderjaar 2019 jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex. De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds, te verdelen over de elektriciteitsdistributienetbeheerders overeenkomstig het aandeel van elke elektriciteitsnetbeheerder in het maximale bedrag voor alle scans, gelet op de door elk van hen uitgevoerde aantallen en soorten scans in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  In afwijking van het eerste lid kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen vergoeding ontvangen voor de energiescans die door of namens een energiehuis zijn uitgevoerd conform artikel 6.4.1/8, vijfde lid.
  In afwijking van het eerste lid worden voor energiescans die uitgevoerd zijn in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 oktober 2022, afwijkende forfaitaire bedragen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegekend van maximaal 286 euro per uitgevoerd eerste bezoek of voor een daaropvolgende begeleiding bij de uitvoering van energiebesparende investeringen, of een forfaitaire vergoeding van maximaal 246 euro voor een op het eerste bezoek volgende begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen. Als het eerste bezoek of de daaropvolgende begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen wordt uitgevoerd bij een afnemer, vermeld in artikel 6.4.1/8, eerste lid, 5°, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend van maximaal 226 euro.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de uitvoering van de verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/9, binnen de perken van de daarvoor beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds, aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend. Het VEKA keert aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder per woning waarvan het dak of de zoldervloer, respectievelijk de spouwmuur geïsoleerd is dan wel waarin hoogrendementsglas geplaatst is ter uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, een vergoeding uit voor de planning en de uitvoering van de werken en de trajectbegeleiding van de huurder en de verhuurder, die maximaal gelijk is aan het totale bedrag dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft uitbetaald aan de projectpromotor. De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds, te verdelen over de elektriciteitsdistributienetbeheerders in verhouding tot het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die verplichting in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds beschikbare middelen voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 3°, en artikel 6.4.1/5/1, eerste lid, 3°. Die vergoeding is per elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijk aan het totaal van de premiebedragen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft uitbetaald in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar, op grond van artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 3°, of artikel 6.4.1/5/1, eerste lid, 3°.
  § 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt er voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1/2, per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds beschikbare middelen. Die vergoeding is per elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijk aan het totaal van de premiebedragen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder op grond van artikel 6.4.1/1/2 heeft uitbetaald in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 6. In afwijking van paragraaf 1 wordt per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de in het Energiefonds beschikbare middelen voor de meerkosten ten gevolge van de verhoging, vermeld in artikel 6.4.1/1, derde lid, en 6.4.1/1/1, zevende lid, ten opzichte van de kosten van de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, en 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° en 3°. Die vergoeding is per elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijk aan het totaal van de premiebedragen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft uitbetaald in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar, op grond van artikel 6.4.1/1, derde lid, en artikel 6.4.1/1/1, zevende lid.
  § 7. In afwijking van paragraaf 1 kan de minister per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toekennen op de beschikbare middelen in het Energiefonds of de algemene uitgavenbegroting voor de meerkosten ten gevolge van de verhoging, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 3° en 6°, en artikel 6.4.1/5, eerste lid, 3° en 6°, ten opzichte van de kosten van de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, eerste lid, 3° en 6°, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020, en artikel 6.4.1/5, § 1 eerste lid, 3° en 6°, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020.
  De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds te verdelen over de elektriciteitsnetbeheerders, overeenkomstig het aandeel van elke elektriciteitsnetbeheerder in het maximale bedrag voor de meerkosten van de verleende premies, als vermeld in het eerste lid, in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 8. In afwijking van paragraaf 1 kan de minister per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toekennen op de beschikbare middelen in het Energiefonds of de algemene uitgavenbegroting voor de meerkosten ten gevolge van de verhoging, vermeld in artikel 6.4.1/1, vierde en vijfde lid, en artikel 6.4.1/5, derde en vierde lid, ten opzichte van de kosten van de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1, 1° en 3°, en artikel 6.4.1/1/5, eerste lid, 1° en 3°.
  De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds te verdelen over de elektriciteitsnetbeheerders, overeenkomstig het aandeel van elke elektriciteitsnetbeheerder in het maximale bedrag voor de meerkosten van de verleende premies, vermeld in het eerste lid, in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het kalenderjaar.
  § 9. In afwijking van paragraaf 1 wordt per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds beschikbare middelen voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1/5. Die vergoeding is per elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijk aan het totaal van de premiebedragen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder op grond van artikel 6.4.1/1/5 heeft uitbetaald in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 10. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de uitvoering van de actieverplichting vermeld in artikel 6.4.1/5/1, § 3, op de in het Energiefonds of algemene uitgavenbegroting beschikbare middelen, per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend.
  De effectieve vergoeding wordt berekend door de op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds beschikbare middelen te verdelen naar rato van het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/5/1, § 3, in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 11. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de uitvoering van de verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/4, § 2 op de in het Energiefonds beschikbare middelen, per kalenderjaar aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend.
  De effectieve vergoeding wordt berekend door de op het Energiefonds beschikbare middelen te verdelen naar rato van het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/4, § 2 in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 12. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan elke elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds of Klimaatfonds beschikbare middelen voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 5° en tweede lid, 2° tot en met 5° en artikel 6.4.1/5/1, eerste lid, 2°.
  De effectieve vergoeding wordt berekend door de op het Energiefonds beschikbare middelen te verdelen naar rato van het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die verplichting, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 5° en tweede lid, 2° tot en met 5° en artikel 6.4.1/5/1, eerste lid, 2°, in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.
  § 13. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds beschikbare middelen voor de uitvoering van de verplichtingen aangaande de premies voor de werken, vermeld in artikel 12.3.27 van dit besluit en in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en de premies voor de werken, vermeld in artikel 42 en 44 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, met uitzondering van de kosten waarvoor andere vergoedingen zijn verleend door de Vlaamse overheid voor diezelfde verplichtingen.
  De vergoeding, vermeld in het eerste lid, is beperkt tot kosten voor de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 5.191, § 3 tot en met § 5, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die worden toegekend voor de werken, vermeld in het eerste lid. Ze wordt toegekend aan de bewoners, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, die voldoen aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de verhuurders, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  De vergoeding, vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 50% van het totaalbedrag van de premies die de elektriciteitsdistributienetbeheerders gedurende de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar hebben uitbetaald. De minister bepaalt jaarlijks het bedrag van die vergoeding per elektriciteitsdistributienetbeheerder.
  § 14. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, of op de in het Energiefonds beschikbare middelen voor de uitvoering van de verplichtingen aangaande de premies, vermeld in artikel 6.4.1/6/1, tweede en derde lid, met uitzondering van de kosten waarvoor andere vergoedingen zijn verleend door de Vlaamse overheid voor diezelfde verplichtingen.
  De vergoeding, vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 100% van het totaalbedrag van de premies die de elektriciteitsdistributienetbeheerders hebben uitbetaald gedurende de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar. De minister bepaalt jaarlijks het bedrag van die vergoeding per elektriciteitsdistributienetbeheerder.
  § 15. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een vergoeding toegekend voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/4 en artikel 6.4.1/9/1, met uitzondering van de kosten waarvoor andere vergoedingen zijn verleend door de Vlaamse overheid voor diezelfde verplichtingen.
  De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds te verdelen over de elektriciteitsdistributienetbeheerders in verhouding tot het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die verplichtingen in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar, verminderd met de uitgaven waarvoor andere vergoedingen zijn verleend door de Vlaamse overheid voor diezelfde actieverplichtingen.
  § 16. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 tot en met 15 kan de minister, binnen de beschikbare middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap of in het Energiefonds, voorschotten geven voor een of meer vergoedingen die vermeld zijn in dit artikel.
  Elk voorschot wordt per elektriciteitsdistributienetbeheerder verkregen door het bedrag dat in dat kader beschikbaar is op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Energiefonds, te vermenigvuldigen met het aandeel van de elektriciteitsdistributienetbeheerder in kwestie in het geheel van toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet op 31 december van het voorgaande jaar.
  De uitbetaalde voorschotten worden in mindering gebracht van de kosten die voor de vergoedingen, vermeld in dit artikel, in aanmerking komen. Als voor een elektriciteitsdistributienetbeheerder het bedrag van de voorschotten die in een bepaalde periode worden uitbetaald, groter is dan het bedrag van de kosten die voor de vergoedingen, vermeld in dit artikel, in aanmerking komen, wordt het resterende bedrag als voorschot gehanteerd voor de kosten in de volgende periode, waar ze in mindering worden gebracht van de kosten die voor die volgende periode in aanmerking komen.".
Art. 28. L'article 6.4.1/12 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.1/12. § 1er. Les coûts des obligations de service public visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 et 6.4.1/7 à 6.4.1/10 et à l'article 12.3.7, dont les coûts des obligations excédant les indemnités visées aux paragraphes 2 à 15, à l'exception des coûts pour lesquels l'autorité flamande a accordé d'autres indemnités pour ces mêmes obligations, constituent une obligation financière de service public pour le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité.
  § 2. Pour l'exécution de l'obligation visée à l'article 6.4.1/8 et dans les limites des moyens disponibles à cet effet au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité se voit octroyer une indemnité forfaitaire de 240 euros maximum par première visite effectuée ou pour un accompagnement subséquent à la réalisation d'investissements économiseurs d'énergie ou une indemnité forfaitaire de 200 euros maximum pour un accompagnement consécutif à une première visite adapté aux groupes cibles vulnérables. Si la première visite ou l'accompagnement subséquent adapté aux groupes cibles vulnérables ont lieu chez un client visé à l'article 6.4.1/8, alinéa 1er, 5°, une indemnité forfaitaire de 180 euros maximum est octroyée. Si l'accompagnement adapté aux groupes cibles se limite à accompagner un changement de fournisseur ou de contrat, l'indemnité est limitée à 60 euros maximum. A partir de l'année civile 2019, ces montants sont adaptés annuellement, au 1er janvier, sur la base de l'évolution de l'indice santé. L'indemnité effective est calculée par année civile en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie entre les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité en fonction de la part de chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité dans le montant maximal pour tous les scans, eu égard aux nombres et aux types de scans effectués par chacun d'eux sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ne peut pas recevoir d'indemnité pour les scans énergétiques réalisés par une maison de l'énergie ou en son nom conformément à l'article 6.4.1/8, alinéa 5.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les scans énergétiques réalisés sur la période du 1er janvier 2021 au 31 octobre 2022, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité se voit octroyer des montants forfaitaires dérogatoires de 286 euros maximum par première visite effectuée ou pour un accompagnement subséquent à la réalisation d'investissements économiseurs d'énergie ou une indemnité forfaitaire de 246 euros maximum pour un accompagnement consécutif à une première visite adapté aux groupes cibles vulnérables. Si la première visite ou l'accompagnement subséquent adapté aux groupes cibles vulnérables ont lieu chez un client visé à l'article 6.4.1/8, alinéa 1er, 5°, une indemnité forfaitaire de 226 euros maximum est octroyée.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, dans les limites des moyens disponibles à cet effet au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie, pour l'exécution de l'obligation visée à l'article 6.4.1/9. Par logement dont la toiture, le plancher des combles ou le mur creux ont été isolés ou dans lequel un vitrage à haut rendement a été posé en exécution de l'accord de coopération, la VEKA verse au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité une indemnité pour la planification et l'exécution des travaux et l'accompagnement de parcours du locataire et du bailleur s'élevant au maximum au montant total payé par le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité au promoteur du projet. L'indemnité effective est calculée par année civile en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie entre les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité au prorata du montant payé dans le cadre de cette obligation sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour l'exécution des obligations visées à l'article 6.4.1/1/1, alinéa 1er, 3°, et à l'article 6.4.1/5/1, alinéa 1er, 3°. Cette indemnité est égale, par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, au total des montants de prime que le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité a versés, en vertu de l'article 6.4.1/1/1, alinéa 1er, 3°, ou de l'article 6.4.1/5, § 1er, alinéa 1er, 3° /2, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour l'exécution des obligations visées à l'article 6.4.1/1/2. Cette indemnité est égale, par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, au total des montants de prime que le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité a versés, en vertu de l'article 6.4.1/1/2, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 6. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour les surcoûts consécutifs à la majoration visée à l'article 6.4.1/1, alinéa 3, et à l'article 6.4.1/1/1, alinéa 7, par rapport aux coûts des primes visées à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, et à l'article 6.4.1/1/1, alinéa 1er, 2° et 3°. Cette indemnité est égale, par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, au total des montants de prime que le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité a versés, en vertu de l'article 6.4.1/1, alinéa 3, et de l'article 6.4.1/1/1, alinéa 7, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 7. Par dérogation au paragraphe 1er, le ministre peut octroyer une indemnité par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie ou sur le budget général des dépenses pour les surcoûts consécutifs à la majoration visée à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 3° et 6°, et à l'article 6.4.1/5, alinéa 1er, 3° et 6°, par rapport aux coûts des primes visées à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 3° et 6°, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020, et à l'article 6.4.1/5, § 1er, alinéa 1er, 3° et 6°, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020.
  L'indemnité effective est calculée par année civile en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie entre les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité en fonction de la part de chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité dans le montant maximal pour les surcoûts des primes accordées, tels que visés à l'alinéa 1er, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 8. Par dérogation au paragraphe 1er, le ministre peut octroyer une indemnité par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie ou sur le budget général des dépenses pour les surcoûts consécutifs à la majoration visée à l'article 6.4.1/1, alinéas 4 et 5, et à l'article 6.4.1/5, alinéas 3 et 4, par rapport aux coûts des primes visées à l'article 6.4.1/1, 1° et 3°, et à l'article 6.4.1/1/5, alinéa 1er, 1° et 3°.
  L'indemnité effective est calculée par année civile en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie entre les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité en fonction de la part de chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité dans le montant maximal pour les surcoûts des primes accordées, tels que visés à l'alinéa 1er, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 9. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée par année civile à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour l'exécution des obligations visées à l'article 6.4.1/1/5. Cette indemnité est égale, par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, au total des montants de prime que le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité a versés, en vertu de l'article 6.4.1/1/5, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 10. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, par année civile, sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie ou au budget général des dépenses, pour l'exécution de l'obligation d'action visée à l'article 6.4.1/5/1, § 3.
  L'indemnité effective est calculée en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie au prorata du montant payé dans le cadre de cette obligation visée à l'article 6.4.1/5/1, § 3, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 11. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, par année civile, sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie, pour l'exécution de l'obligation visée à l'article 6.4.1/4, § 2.
  L'indemnité effective est calculée en répartissant les moyens disponibles au Fonds de l'Energie au prorata du montant payé dans le cadre de cette obligation visée à l'article 6.4.1/4, § 2, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 12. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée à chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie ou au Fonds Climat pour l'exécution des obligations visées à l'article 6.4.1/1/1, alinéa 1er, 2° à 5°, et alinéa 2, 2° à 5°, et à l'article 6.4.1/5/1, alinéa 1er, 2°.
  L'indemnité effective est calculée en répartissant les moyens disponibles au Fonds de l'Energie au prorata du montant payé dans le cadre de cette obligation visée à l'article 6.4.1/1/1, alinéa 1er, 2° à 5°, et alinéa 2, 2° à 5°, et à l'article 6.4.1/5/1, alinéa 1er, 2°, sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours.
  § 13. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour l'exécution des obligations relatives aux primes pour les travaux visés à l'article 12.3.27 du présent arrêté et à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7° de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 et aux primes pour les travaux visés aux articles 42 et 44 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, à l'exception des coûts pour lesquels l'autorité flamande a accordé d'autres indemnités pour ces mêmes obligations.
  L'indemnité visée à l'alinéa 1er est limitée aux coûts des interventions visées à l'article 5.191, §§ 3 à 5, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui sont octroyées pour les travaux visés à l'alinéa 1er. Elle est octroyée aux occupants visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, qui satisfont aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, et aux bailleurs visés à l'article 5.186, alinéa 1er, 8°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
  L'indemnité visée à l'alinéa 1er s'élève à 50 % maximum du montant total des primes que les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ont versées sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours. Le ministre détermine chaque année le montant de cette indemnité par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité.
  § 14. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité sur le budget général des dépenses de la Communauté flamande ou sur les moyens disponibles au Fonds de l'Energie pour l'exécution des obligations relatives aux primes visées à l'article 6.4.1/6/1, alinéas 2 et 3, à l'exception des coûts pour lesquels l'autorité flamande a accordé d'autres indemnités pour ces mêmes obligations.
  L'indemnité visée à l'alinéa 1er s'élève à 100 % maximum du montant total des primes que les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité ont versées sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours. Le ministre détermine chaque année le montant de cette indemnité par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité.
  § 15. Par dérogation au paragraphe 1er, une indemnité est octroyée au gestionnaire du réseau de distribution d'électricité pour l'exécution des obligations visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/4 et à l'article 6.4.1/9/1, à l'exception des coûts pour lesquels l'autorité flamande a accordé d'autres indemnités pour ces mêmes obligations.
  L'indemnité effective est calculée par année civile en répartissant les moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie entre les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité au prorata du montant payé dans le cadre de ces obligations sur la période courant du quatrième trimestre de l'année civile précédente jusqu'au troisième trimestre de l'année civile en cours, diminué des dépenses pour lesquelles l'autorité flamande a accordé d'autres indemnités pour ces mêmes obligations d'action.
  § 16. Sans préjudice de l'application des paragraphes 1er à 15, le ministre peut concéder des avances pour une ou plusieurs des indemnités visées dans le présent article, dans les limites des moyens disponibles au budget général des dépenses de la Communauté flamande ou au Fonds de l'Energie.
  Chaque avance est obtenue par gestionnaire du réseau de distribution d'électricité en multipliant le montant disponible dans ce cadre au budget général des dépenses de la Communauté flamande et au Fonds de l'Energie par la part du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité concerné dans l'ensemble des points d'accès au réseau de distribution d'électricité au 31 décembre de l'année précédente.
  Les avances versées sont déduites des coûts éligibles aux indemnités visées dans le présent article. Si, pour un gestionnaire du réseau de distribution d'électricité, le montant des avances versées au cours d'une période donnée est supérieur au montant des coûts éligibles aux indemnités visées dans le présent article, le reliquat est utilisé à titre d'avance pour les coûts de la période suivante, où il est déduit des coûts éligibles pour cette période suivante. ".
Art. 29. Artikel 6.4.15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, 15 juli 2016, 30 november 2018 en 11 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.4.15. § 1. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit legt jaarlijks voor 1 februari aan het VEKA een ontwerp-REG-rapport voor over de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2 en artikel 6.4.1/7 tot en met 6.4.1/10, alsook de verplichting tot uitbetaling van de tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, van het voorafgaande kalenderjaar. De minister legt vast welke gegevens in dat ontwerp-REG-rapport opgenomen worden.
  Voor de rapportering over de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1, in het voorafgaande kalenderjaar alsook voor de rapportering over de tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, maakt de elektriciteitsdistributienetbeheerder gebruik van de rapporteringsmodule van het unieke loket. De minister legt vast welke gegevens moeten worden gerapporteerd via de rapporteringsmodule van het unieke loket.
  De minister kan bijkomende rapporteringsverplichtingen opleggen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit naast het samenvattende rapport over de uitvoering van de verplichtingen door de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het voorafgaande kalenderjaar, vermeld in het eerste en tweede lid. De minister legt vast op welke manier aan die rapporteringsverplichtingen moet worden voldaan.
  Het VEKA kan bijkomende inlichtingen en gegevens opvragen die nodig zijn voor de uitvoering van de controle.
  § 2. Het VEKA beoordeelt voor 1 april het ingediende ontwerp-REG-rapport, vermeld in paragraaf 1, en stelt vast of de verplichtingen, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2 en artikel 6.4.1/7 tot en met 6.4.1/10, alsook de verplichting tot uitbetaling van de tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, al dan niet zijn nageleefd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
  Als het VEKA binnen die termijn geen beslissing meedeelt, wordt het ontwerp-REG-rapport goedgekeurd.
  Het goedgekeurde ontwerp-REG-rapport wordt bewaard in de databank voor premies en subsidies, vermeld in artikel 12.4.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit het oneens is met de beslissing van het VEKA, kan hij binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving de minister met een aangetekende brief op de hoogte brengen van zijn tegenargumenten. Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij het verstrijken van die termijn geen tegenargumenten heeft geformuleerd, wordt de beslissing als definitief beschouwd.
  De minister neemt binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving van de tegenargumenten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit een definitieve beslissing over de onderwerpen waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit tegenargumenten heeft geformuleerd. De door de minister genomen beslissingen worden toegepast. Als de minister binnen de termijn van dertig kalenderdagen geen beslissing neemt, worden de tegenargumenten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit goedgekeurd.
  De minister legt jaarlijks per mededeling aan de Vlaamse Regering een samenvattend rapport voor over de uitvoering van de verplichtingen door de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het voorafgaande kalenderjaar.
  § 3. Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit legt maandelijks aan het VEKA een rapport voor over het aantal aangevraagde, uitbetaalde en geweigerde dossiers per premiecategorie, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/5/2 en artikel 6.4.1/8 tot en met 6.4.1/9/1, alsook het aantal aangevraagde, uitbetaalde en geweigerde dossiers per categorie van tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, van de voorgaande maand. De minister legt vast welke gegevens in dat rapport moeten worden opgenomen.
  Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt voor de maandrapportering over het aantal aangevraagde, uitbetaalde en geweigerde dossiers per premiecategorie, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 en 6.4.1/5/1, alsook voor de rapportering over het aantal aangevraagde, uitbetaalde en geweigerde dossiers voor de tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, gebruik van de rapporteringsmodule van het unieke loket. De minister legt vast welke gegevens in dat rapport opgenomen worden.
  Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder of elke beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit legt ook maandelijks een rapport voor over het aantal klachten dat is ingediend tegen beslissingen over premiedossiers.
  De minister kan bijkomende rapporteringsverplichtingen opleggen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit naast het samenvattende rapport over de uitvoering van de verplichtingen door de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het voorafgaande kalenderjaar, vermeld in paragraaf 1 en 2. De minister legt vast op welke manier aan die rapporteringsverplichtingen moet worden voldaan.
  § 4. Elektriciteitsdistributienetbeheerders en beheerders van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit stellen per premiecategorie, vermeld in titel VI, hoofdstuk IV, afdeling I, alle informatie waarover ze beschikken over de interpretatie- en beslissingsregels voor het verstrekken van die premies, alsook wijzigingen ervan, ter beschikking van het VEKA, op eenvoudig verzoek van het VEKA of uit eigen beweging.".
Art. 29. L'article 6.4.15 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2011, 15 juillet 2016, 30 novembre 2018 et 11 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.4.15. § 1er. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité soumet à la VEKA, avant le 1er février de chaque année, un projet de rapport URE sur l'exécution de ses obligations visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 et aux articles 6.4.1/7 à 6.4.1/10, ainsi que de l'obligation de paiement des interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, de l'année civile précédente. Le ministre détermine les données à reprendre dans ce projet de rapport URE.
  Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité utilise le module de reporting du guichet unique pour les rapports sur l'exécution des obligations visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1 durant l'année année civile précédente ainsi que pour les rapports sur les interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. Le ministre détermine les données à déclarer par le biais du module de reporting du guichet unique.
  Outre le rapport de synthèse sur l'exécution des obligations par les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité durant l'année année civile précédente, visé aux alinéas 1er et 2, le ministre peut imposer des obligations de reporting supplémentaires aux gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et au gestionnaire du réseau de transport local d'électricité. Le ministre arrête les modalités selon lesquelles ces obligations de reporting doivent être remplies.
  La VEKA peut demander des renseignements et données supplémentaires nécessaires à l'exécution du contrôle.
  § 2. Avant le 1er avril, la VEKA évalue le projet de rapport URE déposé, visé au paragraphe 1er, et établit si le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité a ou non respecté les obligations visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 et aux articles 6.4.1/7 à 6.4.1/10, ainsi que l'obligation de paiement des interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
  Si la VEKA ne communique pas de décision dans ce délai, le projet de rapport URE est approuvé.
  Le projet de rapport URE approuvé est conservé dans le base de données des primes et subventions visée à l'article 12.4.1 du décret sur l'Energie du 8 mai 2009.
  En cas de désaccord avec la décision de la VEKA, le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité peut soumettre ses contre-arguments par lettre recommandée adressée au ministre dans les trente jours de la notification. Si le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité n'a pas formulé de contre-arguments à l'expiration de ce délai, la décision est réputée définitive.
  Dans les trente jours calendrier de la notification des contre-arguments du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou du gestionnaire du réseau de transport local d'électricité, le ministre prend une décision définitive sur les sujets à propos desquels le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité a formulé des contre-arguments. Les décisions prises par le ministre sont appliquées. A défaut de décision du ministre dans les trente jours calendrier, les contre-arguments du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou du gestionnaire du réseau de transport local d'électricité sont approuvés.
  Le ministre soumet chaque année, par communication, au Gouvernement flamand un rapport de synthèse sur l'exécution des obligations par les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité durant l'année année civile précédente.
  § 3. Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité soumet chaque mois à la VEKA un rapport sur le nombre de dossiers " demandés ", " payés " et " refusés " par catégorie de primes visées aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/5/2 et aux articles 6.4.1/8 à 6.4.1/9/1, ainsi que sur le nombre de dossiers " demandés ", " payés " et " refusés " par catégorie d'interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, du mois précédent. Le ministre détermine les données à reprendre dans ce rapport.
  Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité utilise le module de reporting du guichet unique pour les rapports mensuels sur le nombre de dossiers " demandés ", " payés " et " refusés " par catégorie de primes visées aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5 et 6.4.1/5/1, ainsi que pour les rapports sur le nombre de dossiers " demandés ", " payés " et " refusés " pour les interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. Le ministre détermine les données à reprendre dans ce rapport.
  Chaque gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou chaque gestionnaire du réseau de transport local d'électricité soumet également un rapport mensuel sur le nombre de plaintes introduites contre des décisions au sujet de dossiers de primes.
  Outre le rapport de synthèse sur l'exécution des obligations par les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité durant l'année année civile précédente, visé aux paragraphes 1er et 2, le ministre peut imposer des obligations de reporting supplémentaires aux gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et au gestionnaire du réseau de transport local d'électricité. Le ministre arrête les modalités selon lesquelles ces obligations de reporting doivent être remplies.
  § 4. Les gestionnaires du réseau de distribution d'électricité et les gestionnaires du réseau de transport local d'électricité mettent à la disposition de la VEKA, sur simple demande de celle-ci ou d'initiative, par catégorie de primes visées au titre VI, chapitre IV, section Ire, toutes les informations dont ils disposent concernant les règles d'interprétation et de décision pour l'octroi de ces primes ainsi que toutes modifications de ces règles. ".
Art. 30. In artikel 7.9.2, § 2, wordt het twaalfde lid, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2020, vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het elfde lid wendt de ontlener van de lening die behoort tot de prioritaire doelgroep van de energieleningen, de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1/1 tot en met 6.4.1/1/3 en artikel 6.4.1/3 tot en met 6.4.1/5/2, van dit besluit, en de tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191 voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, punt 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, aan als terugbetaling van die lening, voor de werken, vermeld in artikel 6.4.1/1 tot en met 6.4.1/1/3 en artikel 6.4.1/3 tot en met 6.4.1/5/2, van dit besluit, en in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en 7°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Het energiehuis vraagt in dat geval in naam en voor rekening van die ontlener die premie bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aan en wendt die aan als een vervroegde terugbetaling van die lening.".
Art. 30. A l'article 7.9.2, § 2, l'alinéa 12, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 11, l'emprunteur du prêt qui relève du groupe cible prioritaire des prêts énergie utilise les primes visées aux articles 6.4.1/1/1 à 6.4.1/1/3 et aux articles 6.4.1/3 à 6.4.1/5/2 du présent arrêté et les interventions, calculées selon l'article 5.191, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, en remboursement de ce prêt pour les travaux visés aux articles 6.4.1/1 à 6.4.1/1/3 et aux articles 6.4.1/3 à 6.4.1/5/2 du présent arrêté, et à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4° et 7°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. Dans ce cas, la maison de l'énergie demande cette prime, au nom et pour le compte de cet emprunteur, auprès du gestionnaire du réseau de distribution d'électricité et l'utilise en remboursement anticipé de ce prêt. ".
Art. 31. In artikel 11.1.4, vijfde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering 30 november 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt de zinsnede "artikel 6.4.1/12, § 2 tot en met § 4/1" vervangen door de zinsnede "artikel 6.4.1/12".
Art. 31. A l'article 11.1.4, alinéa 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, le membre de phrase " l'article 6.4.1/12, §§ 2 à 4/1, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 6.4.1/12 ".
Art. 32. In artikel 12.3.7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, wordt de zinsnede "artikel 6.4.1/1, eerste lid, 1°, artikel 6.4.1/1/2, artikel 6.4.1/4, artikel 6.4.1/5, § 1, 1° " vervangen door de zinsnede "artikel 6.4.1/1 en artikel 6.4.1/5".
Art. 32. A l'article 12.3.7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, le membre de phrase " à l'article 6.4.1/1, alinéa 1er, 1°, à l'article 6.4.1/1/2, à l'article 6.4.1/4, et à l'article 6.4.1/5, § 1er, 1°, " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 6.4.1/1 et 6.4.1/5 ".
Art. 33. Artikel 12.3.8 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 12.3.8. In afwijking van artikel 6.4.1/6, § 5 van het Energiebesluit van 19 november 2010, kunnen de premies die voor 1 januari 2023 worden aangevraagd, worden uitbetaald voor facturen die zijn gedateerd in de periode van 27 maanden die voorafgaan aan de aanvraagdatum.".
Art. 33. L'article 12.3.8 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2018, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 12.3.8. Par dérogation à l'article 6.4.1/6, § 5, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, les primes demandées avant le 1er janvier 2023 peuvent être payées pour des factures dont la date se situe dans les 27 mois qui précèdent la date de la demande. ".
Art. 34. Aan titel XII, hoofdstuk III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2021, wordt een artikel 12.3.27 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 12.3.27. In afwijking van artikel 6.4.1/1 komen beschermde afnemers van wie het inkomen hoger is dan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in aanmerking voor de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 5.191, § 3, tweede lid, 3°, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, op voorwaarde dat de eindfactuur voor de investering dateert van voor 1 juli 2022 en de aanvraag van de premie is ingediend uiterlijk op 31 december 2022.
  In afwijking van artikel 6.4.1/1 komen beschermde afnemers van wie het inkomen voldoet aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, tweede lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in aanmerking voor de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 5.191, § 3, tweede lid, 2°, voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, op voorwaarde dat de eindfactuur voor de investering dateert van voor 1 juli 2022 en de aanvraag van de premie is ingediend uiterlijk op 31 december 2022.".
Art. 34. Au titre XII, chapitre III, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2021, il est ajouté un article 12.3.27 libellé comme suit :
  " Art. 12.3.27. Par dérogation à l'article 6.4.1/1, les clients protégés dont le revenu excède les plafonds de revenus visés à l'article 5.187 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 sont éligibles aux interventions visées à l'article 5.191, § 3, alinéa 2, 3°, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4°, du Code flamand du Logement de 2021, à condition que la date de la facture finale pour l'investissement soit antérieure au 1er juillet 2022 et que la demande de prime ait été introduite au plus tard le 31 décembre 2022.
  Par dérogation à l'article 6.4.1/1, les clients protégés dont le revenu satisfait aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 2, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, sont éligibles aux interventions visées à l'article 5.191, § 3, alinéa 2, 2°, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 4°, à condition que la date de la facture finale pour l'investissement soit antérieure au 1er juillet 2022 et que la demande de prime ait été introduite au plus tard le 31 décembre 2022. ".
Hoofdstuk 3. - Wijzigingen van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Chapitre 3. - Modifications de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021
Art. 35. In artikel 1.2, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 11° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "11° /1. appartementsgebouw: elk bebouwd onroerend goed bestaande uit meerdere premiewoningen of bestaande uit een premiewoning en een of meerdere eenheden zonder woonfunctie;
  2° in punt 86° worden tussen het woord "wordt" en het woord "gerealiseerd" de woorden "of werd" ingevoegd.
Art. 35. A l'article 1.2, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 11° /1 libellé comme suit :
  " 11° /1. immeuble à appartements : tout bien immeuble bâti comprenant plusieurs logements subventionnés ou constitué d'un logement subventionné et d'une ou de plusieurs unités sans fonction de logement ;
  2° au point 86°, les mots " ou a été " sont insérés entre le mot " est " et le mot " réalisé ".
Art. 36. In boek 5, deel 5, titel 3, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 5.186 tot en met 5.195, wordt vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 1. Tegemoetkoming voor te renoveren of te verbeteren bestaande woning of voor te realiseren nieuwe woning
  Afdeling 1. - Algemene bepalingen
  Art. 5.186. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° aanvraagdatum: de datum van de digitale indiening van het aanvraagformulier bij het unieke loket;
  2° aanvrager:
  a) de particulier, houder van het zakelijk recht van de premiewoning, die de aanvraag indient in naam van de bewoner;
  b) de verhuurder, vermeld in punt 8° ;
  3° bewoner: de particulier, houder van het zakelijk recht over de premiewoning, die de premiewoning op de aanvraagdatum volgens het bevolkingsregister als hoofdverblijfplaats bewoont;
  4° gemeenschappelijke delen: de delen van een appartementsgebouw die niet tot het privatieve gedeelte van de premiewoning behoren;
  5° het unieke loket: het unieke loket dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  6° inkomen: de som van de volgende inkomsten die ontvangen zijn in het jaar waarop het laatst beschikbare aanslagbiljet betrekking heeft:
  a) het gezamenlijk belastbaar inkomen en de afzonderlijke belastbare inkomsten;
  b) het leefloon;
  c) de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap;
  d) de beroepsinkomsten uit het buitenland die van belasting vrijgesteld zijn, of de beroepsinkomsten die verworven zijn bij een Europese of internationale instelling en die van belasting vrijgesteld zijn;
  7° persoon ten laste:
  a) het kind dat bij de bewoner gedomicilieerd is en dat minderjarig is of dat recht geeft op gezinsbijslagen;
  b) het kind van de bewoner dat niet gedomicilieerd is bij de bewoner, maar op regelmatige basis bij de bewoner verblijft en dat minderjarig is of dat recht geeft op gezinsbijslagen;
  c) de persoon die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt, of die beschouwd werd als ernstig gehandicapt op het ogenblik van oppensioenstelling;
  8° verhuurder: de meerderjarige particulier of vennootschap die de premiewoning op de aanvraagdatum voor de duur van minstens negen jaar verhuurt aan een woonmaatschappij met het oog op de onderverhuring ervan.
  Voor de bepaling van het gezamenlijk belastbaar inkomen, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt rekening gehouden met de reële eigen beroepsinkomsten.
  Om als persoon ten laste als vermeld in het eerste lid, 7°, c), te worden beschouwd, gelden dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die bepaald zijn ter uitvoering van artikel 6.1, eerste lid, 4°, c).
  Als een persoon ten laste als vermeld in het eerste lid, 7°, a) of b), ook een persoon ten laste is als vermeld in het eerste lid, 7°, c), telt die persoon voor twee personen ten laste."
  Afdeling 2. - Inkomens- en eigendomsvoorwaarden
  Art. 5.187. Voor de bepaling van het inkomen wordt rekening gehouden met het inkomen van de bewoner en de gehuwde of wettelijk samenwonende partner die mee de premiewoning bewoont.
  Het inkomen mag niet meer bedragen dan:
  1° 35.000 euro voor een alleenstaande;
  2° 50.000 euro voor een alleenstaande met één persoon ten laste, te verhogen met 2800 euro per persoon ten laste vanaf de tweede persoon ten laste;
  3° 50.000 euro voor andere personen, te verhogen met 2800 euro per persoon ten laste.
  De tegemoetkoming wordt berekend volgens het percentage, vermeld in artikel 5.191, § 3, tweede lid, 2°, als het inkomen ook voldoet aan de volgende inkomensgrenzen:
  1° 25.000 euro voor een alleenstaande;
  2° 35.000 euro voor een alleenstaande met één persoon ten laste, te verhogen met 2.800 euro per persoon ten laste vanaf de tweede persoon ten laste;
  3° 35.000 euro voor andere personen, te verhogen met 2.800 euro per persoon ten laste.
  De bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, en in artikel 5.193, § 1, derde lid, worden gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer 104,32 van oktober 2006. Ze worden voor de eerste maal geïndexeerd op de datum van inwerkingtreding van dit besluit en worden vervolgens jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die voorafgaat aan de aanpassing, en afgerond naar het hogere tiental.
  In het vierde lid wordt verstaan onder gezondheidsindexcijfer: het prijsindexcijfer dat berekend wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
  Art. 5.188. De bewoner mag op de aanvraagdatum houder van het zakelijk recht zijn van een andere woning of een ander gebouw naast de premiewoning.
  Afdeling 3. - Voorwaarden voor de premiewoning en de in aanmerking te nemen werkzaamheden
  Art. 5.189. § 1. De werkzaamheden moeten erop gericht zijn de premiewoning minstens te doen beantwoorden aan de normen die vastgesteld zijn met toepassing van artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en door of krachtens artikel 6.4.1/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  § 2. De werkzaamheden die in aanmerking komen voor een premie, worden hierna limitatief opgesomd in de volgende categorieën:
  1° dakrenovatie:
  a) het aanbrengen van dak- of zoldervloerisolatie die voldoet aan de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 1°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  b) de afbraak van dakstructuren en de vervanging door draagkrachtige elementen;
  c) de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking of een asbesthoudend onderdak;
  d) het aanbrengen van een onderdak bij hellende daken en de waterdichte bedekking;
  e) de behandeling van houten dakstructuren tegen zwammen en insecten;
  f) het plaatsen van dakdoorbrekingen, zoals de dak(vlak)ramen, de lichtkoepels die voorzien zijn van glas met een warmtegeleidingscoëfficiënt (Ug) van maximaal 1,0 W/m2K en de lichtkokers;
  g) het vervangen en plaatsen van dakgoten en afvoerpijpen;
  2° buitenmuurrenovatie:
  a) het aanbrengen van buitenmuurisolatie volgens de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 2°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  b) het aanbrengen van buitenmuurisolatie volgens de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 3°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  c) het aanbrengen van buitenmuurisolatie volgens de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  d) de afbraak van buitenmuren en de vervanging door nieuwe muren, inclusief de dragende of steunende elementen in die muren, zoals kolommen, balken en lateien, samen met het aanbrengen van buitenmuurisolatie, vermeld in punt a), b), of c);
  e) de verwijdering van asbesthoudende gevelbekleding;
  f) de behandeling van buitenmuren tegen optrekkend vocht door een waterkerende laag te plaatsen of de muren te injecteren met producten die de muur waterdicht maken;
  g) de behandeling van de muren tegen kelder- of huiszwam;
  h) de afbraak van borstweringen of balustrades bij balkons en de plaatsing van nieuwe borstweringen of balustrades bij balkons;
  i) de natte of droge bepleistering op de binnenkant van de buitenmuren (gips-, kalk- en leembepleistering), samen met het aanbrengen van muurisolatie, vermeld in punt c);
  j) de afwerking van buitenmuren met gevelsteen, gevelbekleding of -bepleistering in speciaal daartoe bestemde materialen, samen met het aanbrengen van buitenmuurisolatie, vermeld in punt b), en c);
  3° renovatie van buitenschrijnwerk:
  a) de afbraak van ramen en buitendeuren en de plaatsing van oppervlakte beglazing volgens de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  b) het plaatsen van volle buitendeuren met een maximale U-waarde van 2,0 W/m2K;
  c) de afbraak van borstweringen of balustrades bij lage ramen en de plaatsing van nieuwe borstweringen of balustrades bij lage ramen;
  4° renovatie van vloeren en funderingen:
  a) nieuw geplaatste vloerisolatie op volle grond of nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte volgens de criteria door of krachtens artikel 6.4.1/1, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  b) de afbraak en opbouw van draagvloeren op het gelijkvloers, met inbegrip van het verwijderen van asbest, samen met de werkzaamheden, vermeld in punt a) en d);
  c) het aanbrengen van een dekvloer, ook chape genoemd, samen met de werkzaamheden, vermeld in punt b);
  d) het plaatsen van fundering en de behandeling van stabiliteitsproblemen;
  e) de behandeling van draagvloeren tegen zwammen en insecten;
  f) de behandeling van ondergrondse muren tegen insijpelend vocht.
  5° binnenrenovatie:
  a) de afbraak van binnenmuren en de vervanging door nieuwe muren, inclusief de dragende of steunende elementen in die muren, zoals kolommen, balken en lateien;
  b) de afbraak en opbouw van draagkrachtige vloerelementen en dekvloeren tussen de woonverdiepingen;
  c) de behandeling van binnenmuren tegen optrekkend vocht door een waterkerende laag te plaatsen of de muren te injecteren met producten die de muur waterdicht maken;
  d) de behandeling van de muren tegen kelder- of huiszwam;
  e) de natte of droge bepleistering op de binnenmuren, de binnenkant van de buitenmuren met gips-, kalk- en leembepleistering, de onderkant van draagvloeren en de onderkant van de dakstructuren;
  f) het plaatsen van vaste trappen in de woning zodat de verbinding tussen de verdiepingen veilig beloopbaar is, met inbegrip van het plaatsen van leuningen en borstweringen;
  6° technische installaties: elektriciteit, leidingen en sanitair:
  a) elektrische installatie: het aanbrengen of vervangen van de elementen om stroom en telecommunicatie te verdelen in de woning, inclusief de aansluiting op het openbare net en de plaatsing van de meetinstallatie voor elektriciteit. De conformiteit van de installatie met het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties moet aangetoond worden met een attest van een erkend keuringsorgaan dat dateert van na de uitgevoerde werken en voor de aanvraagdatum;
  b) het vervangen van de leidingen van de centrale verwarming;
  c) sanitaire uitrusting:
  1) het vernieuwen van leidingen en afvoeren;
  2) het plaatsen en vervangen van een regenwaterinstallatie, samen met de werkzaamheden, vermeld in punt 1);
  3) de vernieuwing van de bestaande sanitaire toestellen of de plaatsing van maximaal één douche, één ligbad, twee wastafels en één wc, als die nog niet aanwezig zijn in de woning, samen met de werkzaamheden, vermeld in punt 1);
  Als de werkzaamheden, vermeld in het eerste lid, 3°, a), niet vergunningsplichtig zijn of niet onderworpen zijn aan de meldingsplicht, vermeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, moet voor buitenschrijnwerk voldaan worden aan de ventilatievoorzieningen in woongebouwen, vermeld in bijlage IX van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  De minister kan nadere regels bepalen en technische vereisten vastleggen waaraan de werkzaamheden, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen.
  § 3. De werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, b), tot en met g), komen alleen in aanmerking als ze samen worden uitgevoerd met het werk, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, a), of als de aanvrager kan aantonen dat de premiewoning al voldoet aan het niveau van isolatie, vermeld in artikel 6.4.1/1, 1° van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  De werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, e) tot en met h), komen alleen in aanmerking als ze samen worden uitgevoerd met de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, a), b), of c), of als de aanvrager kan aantonen dat de buitenmuur waarop de werken, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, e), tot en met h), betrekking hebben, voldoet aan het niveau van isolatie, vermeld in artikel 6.4.1/1, 2°, 3° of 4° van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  De werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, c), komen alleen in aanmerking als ze samen worden uitgevoerd met de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, a), of als de aanvrager kan aantonen dat de lage ramen waarvoor de nieuwe borstwering of balustrade wordt geplaatst, voldoen aan het niveau van beglazing, vermeld in artikel 6.4.1/1, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  De werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, d), tot en met f), komen alleen in aanmerking als ze samen worden uitgevoerd met de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, a), of als de aanvrager kan aantonen dat de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, a), al zijn uitgevoerd volgens het niveau van isolatie, vermeld in artikel 6.4.4/1, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  § 4. De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en het Energiedecreet van 8 mei 2009. Het agentschap kan een onderzoek ter plaatse instellen om na te gaan of de werken voldoen aan de voorwaarden en effectief zijn uitgevoerd.
  § 5. Als de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betrekking hebben op een bestaande of nieuwe zorgwoning met toepassing van artikel 4.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en waarbij de ondergeschikte wooneenheid zich bevindt in de premiewoning of in een vrijstaand bijgebouw van de premiewoning, wordt de tegemoetkoming voor de zorgwoning berekend per categorie van werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, ongeacht of de werkzaamheden betrekking hebben op de hoofdwooneenheid of op de ondergeschikte wooneenheid, of op beide samen.
  § 6. Het in aanmerking te nemen investeringsbedrag is de kostprijs van de werken, exclusief btw, zoals vermeld op de facturen, vermeld in artikel 5.191, § 1 en bedraagt minstens 1.000 euro, exclusief btw, per categorie van werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2.
  Het in aanmerking te nemen investeringsbedrag bedraagt maximaal:
  1° 11.500,00 euro, exclusief btw voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1° ;
  2° 12.000,00 euro, exclusief btw, voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° ;
  3° 11.000,00 euro, exclusief btw, voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° ;
  4° 3.000,00 euro, exclusief btw, voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4° ;
  5° 5.000,00 euro, exclusief btw, voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5° ;
  6° 7.500,00 euro, exclusief btw, voor de categorie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 6°.
  § 7. De premiewoning of het gebouw dat geheel of gedeeltelijk wordt of werd herbestemd tot nieuwe premiewoning, moet minstens 15 jaar oud zijn op de aanvraagdatum en ligt in het Vlaamse Gewest. De ouderdom van het gebouw wordt gecontroleerd aan de hand van de aansluitingsdatum op het elektriciteitsdistributienet of op basis van de meest recente gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën. Bij betwisting geldt de oudste van die data.
  § 8. Een herbouw, vermeld in artikel 1.1.1, 47/2°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, komt niet in aanmerking voor een tegemoetkoming volgens dit hoofdstuk.
  § 9. Voor de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, 2° en 4°, die worden uitgevoerd in een appartementsgebouw, kan de bewoner geen tegemoetkoming aanvragen volgens dit hoofdstuk. Voor de werkzaamheden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° die worden uitgevoerd in een appartementsgebouw, en betrekking hebben op de gemeenschappelijke delen, kan de bewoner geen tegemoetkoming aanvragen volgens dit hoofdstuk.
  Afdeling 4. - Procedure en berekening van de tegemoetkoming
  Art. 5.190. § 1. De aanvraag van de tegemoetkoming wordt ingediend na de uitvoering van de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, bij het unieke loket.
  Per aanvraag kunnen alle categorieën, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, worden aangevraagd.
  § 2. De tegemoetkoming die met toepassing van dit hoofdstuk wordt toegekend aan de verhuurder, vermeld in artikel 5.186, eerste lid, 8°, wordt verleend met inachtneming van de voorwaarden, vermeld in de verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.
  Art. 5.191. § 1. Het bedrag van de tegemoetkoming wordt berekend op basis van de facturen die daarvoor voorgelegd zijn op naam van de aanvrager of de meerderjarige persoon of personen met wie de aanvrager samenwoont, of de woonmaatschappij, en die niet dateren van meer dan twee jaar voor de aanvraagdatum, noch van na de aanvraagdatum.
  De facturen, vermeld in het eerste lid, hebben betrekking op:
  1° werkzaamheden die uitgevoerd zijn door een aannemer die daarvoor facturen afgeeft conform het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde of op werkzaamheden uitgevoerd door een dienst die erkend is voor de lokale diensteneconomie conform artikel 4 van het decreet van 22 december 2006 houdende de lokale diensteneconomie;
  2° de aankoop van materialen of uitrustingsgoederen die de aanvrager zelf heeft verwerkt of geplaatst voor werkzaamheden uit te voeren in de categorieën, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 5° en 6° ;
  § 2. De tegemoetkoming wordt berekend per categorie van werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, op basis van het in aanmerking te nemen investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6. De tegemoetkoming wordt per categorie afgerond naar het hogere tiental.
  § 3. Voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 6°, wordt het bedrag van de tegemoetkoming naargelang het geval vastgesteld op 25% of 35% van het in aanmerking te nemen investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6.
  Het percentage, vermeld in het eerste lid, bedraagt:
  1° 35% voor de verhuurder;
  2° 35% voor de bewoner als het inkomen dat conform artikel 5.187, eerste lid, is bepaald, voldoet aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, derde lid;
  3° 25% in alle andere gevallen.
  § 4. Als de in aanmerking te nemen werkzaamheden het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1°, a), omvatten, moet de tegemoetkoming die wordt berekend voor de categorie, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1°, minstens gelijk zijn aan de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 1°, van het Energiebesluit van 19 november 2010 voor het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1°, a). Als het bedrag van de tegemoetkoming lager is dan het bedrag van de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 1°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, wordt de tegemoetkoming verhoogd tot het bedrag van die premie.
  Als de in aanmerking te nemen werkzaamheden een of meer werken, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 2°, a), b) of c), omvatten, moet de tegemoetkoming die wordt berekend voor de categorie, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 2°, minstens gelijk zijn aan de premie, of in voorkomend geval de som van de premies, berekend door of krachtens respectievelijk artikel 6.4.1/1, 2°, artikel 6.4.1/1, 3°, of artikel 6.4.1/1, 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor de werken, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 2°, a), b), of c). Als het bedrag van de tegemoetkoming lager is dan het bedrag van de premie, of in voorkomend geval de som van de premies, berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 2°, 3° of 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, wordt de tegemoetkoming verhoogd tot het bedrag van die premie.
  Als de in aanmerking te nemen werkzaamheden, het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 3°, a), omvatten, moet de tegemoetkoming die wordt berekend voor de categorie, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 3°, minstens gelijk zijn aan de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010 voor het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 3°, a). Als het bedrag van de tegemoetkoming lager is dan het bedrag van de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, wordt de tegemoetkoming verhoogd tot het bedrag van die premie.
  Als de in aanmerking te nemen werkzaamheden, het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, 4°, a), omvatten, moet de tegemoetkoming die wordt berekend voor de categorie, vermeld in artikel 5.189, § 2, 4°, minstens gelijk zijn aan de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010 voor het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, 4°, a). Als het bedrag van de tegemoetkoming lager is dan het bedrag van de premie berekend door of krachtens artikel 6.4.1/1, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, wordt de tegemoetkoming verhoogd tot het bedrag van die premie.
  § 5. Als de tegemoetkoming die overeenkomstig dit hoofdstuk wordt verleend aan de verhuurder betrekking heeft op werkzaamheden die worden uitgevoerd aan de gemeenschappelijke delen in een appartementsgebouw waarvoor een vereniging van mede-eigenaars is opgericht en waar de premiewoning deel van uitmaakt, wordt deze tegemoetkoming verminderd met het proportionele aandeel voor die premiewoning, in de premies, vermeld in artikel 6.4.1/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor die betreffende werkzaamheden aan de gemeenschappelijke delen, die overeenkomstig artikel 6.4.1/2, 1° wordt toegekend aan de vereniging van mede-eigenaars. Het proportionele aandeel voor die premiewoning in de premies vermeld in artikel 6.4.1/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010 wordt berekend volgens het aandeel dat de premiewoning heeft in de gemeenschappelijke delen van het appartementsgebouw. De minister bepaalt welk bewijsstuk de verhuurder moet voorleggen om het aandeel van de premiewoning in de gemeenschappelijke delen van het appartementsgebouw te kunnen bepalen.
  Art. 5.192. Aan de werkmaatschappij wordt binnen de kredieten die daarvoor zijn ingeschreven op de begroting van het Vlaamse Gewest, op kwartaalbasis een vergoeding toegekend voor het uitvoeren van de taken, vermeld in artikel 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Die vergoeding is gelijk aan de som van:
  1° 100% van de voor dat kwartaal uitbetaalde tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191 voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, punt 5° en 6° ;
  2° 50% van de voor dat kwartaal uitbetaalde tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 5.191 voor de werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, punt 1° tot en met 4° ;
  3° 50% van de voor dat kwartaal uitbetaalde tegemoetkomingen, berekend volgens artikel 12.3.27 van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  4° 50% van de voor dat kwartaal uitbetaalde tegemoetkomingen berekend volgens artikel 44 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  Het Agentschap kan voor de vergoeding, vermeld in het eerste lid, voorschotten geven. Het voorschot bedraagt maximaal 25% van het bedrag dat in dat kader ingeschreven is op de algemene uitgavenbegroting. Als bij de afrekening aan het einde van het kwartaal blijkt dat een bedrag is uitbetaald dat hoger of lager is dan de werkelijke afrekening, wordt naargelang het geval het teveel verrekend of het tekort bijgepast bij de eerstvolgende te betalen voorschotten.
  Afdeling 5. - Cumulatiebeperkingen
  Art. 5.193. De categorieën van werken, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1° tot en met 6°, kunnen maar eenmaal worden aangevraagd in een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de aanvraagdatum van de toegekende aanvraag voor dezelfde premiewoning door dezelfde bewoner of dezelfde verhuurder.
  Art. 5.194. De bewoner of verhuurder die een aanvraag indient na de dag van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad en voor 1 juli 2022 voor werkzaamheden die behoren tot een of meer categorieën, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, en een tegemoetkoming heeft ontvangen conform de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals van kracht voor 1 juli 2022, kan gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de aanvraagdatum geen aanvraag doen voor diezelfde categorie van werken voor diezelfde premiewoning conform dit hoofdstuk.
  Facturen, of gedeelten van facturen, die in aanmerking genomen zijn voor de berekening van een tegemoetkoming volgens dit hoofdstuk en hoofdstuk 2, zoals van kracht voor 1 juli 2022, en waarvan de aanvraag is ingediend voor 1 juli 2022, komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming volgens dit hoofdstuk. Facturen of gedeelten van facturen, die in aanmerking genomen zijn voor de berekening van een tegemoetkoming volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie of verbetering van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning, en volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot instelling van een aanpassingspremie, komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming volgens dit hoofdstuk.";
  2° artikel 5.195 wordt opgeheven.
Art. 36. Au livre 5, partie 5, titre 3, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le chapitre 1er, comprenant les articles 5.186 à 5.195, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 1er. Intervention pour un logement existant à rénover ou à améliorer ou pour un logement neuf à réaliser
  Section 1re. Dispositions générales
  Art. 5.186. Dans le présent chapitre, on entend par :
  1° date de demande : la date de l'introduction numérique du formulaire de demande auprès du guichet unique ;
  2° demandeur :
  a) le particulier, détenteur du droit réel sur le logement subventionné, qui introduit la demande au nom de l'occupant ;
  b) le bailleur, visé au point 8° ;
  3° occupant : le particulier, détenteur du droit réel sur le logement subventionné, qui, selon les registres de la population, occupe le logement subventionné à titre de résidence principale à la date de la demande ;
  4° parties communes : les parties d'un immeuble à appartements qui ne font pas partie de la partie privative du logement subventionné ;
  5° le guichet unique : le guichet unique créé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  6° revenu : la somme des revenus suivants, perçus durant l'année à laquelle se rapporte le dernier avertissement-extrait de rôle disponible :
  a) le revenu imposable globalement et les revenus imposables distinctement ;
  b) le revenu d'intégration ;
  c) l'allocation de remplacement de revenus octroyée aux personnes handicapées ;
  d) les revenus professionnels provenant de l'étranger et qui sont exonérés d'impôts ou les revenus professionnels acquis auprès d'une institution européenne ou internationale et qui sont exonérés d'impôts ;
  7° personne à charge :
  a) l'enfant qui est domicilié chez l'occupant et qui est mineur ou ouvre le droit aux allocations familiales ;
  b) l'enfant de l'occupant qui n'est pas domicilié chez ce dernier, mais qui réside régulièrement chez lui et qui est mineur ou ouvre le droit aux allocations familiales ;
  c) la personne qui est considérée comme lourdement handicapée ou qui était considérée comme lourdement handicapée au moment de la mise à la retraite ;
  8° bailleur : le particulier majeur ou la société qui, à la date de la demande, donne le logement subventionné en location pour une durée d'au moins neuf ans à une société de logement en vue de sa sous-location ;
  Pour établir le revenu imposable globalement visé à l'alinéa 1er, 6°, il est tenu compte des revenus professionnels propres réels.
  Afin d'être considérée comme personne à charge, telle que visée à l'alinéa 1er, 7°, c), les conditions applicables sont les mêmes que celles fixées pour l'exécution de l'article 6.1, alinéa 1er, 4°, c).
  Si une personne à charge, telle que visée à l'alinéa 1er, 7°, a) ou b), est également une personne à charge, telle que visée à l'alinéa 1er, 7°, c), cette personne compte alors pour deux personnes à charge. "
  Section 2. Conditions de revenu et de propriété
  Art. 5.187. Pour établir le revenu, il est tenu compte du revenu de l'occupant et de la personne mariée ou du cohabitant légal qui occupe également le logement subventionné.
  Le revenu ne peut pas être supérieur à :
  1° 35.000 euros pour un isolé ;
  2° 50.000 euros pour un isolé avec une seule personne à charge, à majorer de 2800 euros par personne à charge à partir de la deuxième personne à charge ;
  3° 50.000 euros pour les autres personnes, à majorer de 2800 euros par personne à charge.
  L'intervention est calculée selon le pourcentage visé à l'article 5.191, § 3, alinéa 2, 2°, si le revenu satisfait également aux plafonds de revenus suivants :
  1° 25.000 euros pour un isolé ;
  2° 35.000 euros pour un isolé avec une seule personne à charge, à majorer de 2800 euros par personne à charge à partir de la deuxième personne à charge ;
  3° 35.000 euros pour les autres personnes, à majorer de 2800 euros par personne à charge.
  Les montants visés aux alinéas 2 et 3 et à l'article 5.193, § 1er, alinéa 3, sont liés à l'indice de santé 104,32 d'octobre 2006. Ils sont indexés pour la première fois à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et sont ensuite adaptés annuellement, au 1er janvier, à l'indice santé du mois d'octobre précédant l'adaptation et arrondis à la dizaine supérieure.
  A l'alinéa 4, on entend par indice santé : l'indice des prix calculé pour l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales.
  Art. 5.188. A la date de la demande, l'occupant peut être détenteur du droit réel sur un autre logement ou un autre bâtiment en plus du logement subventionné.
  Section 3. Conditions relatives au logement subventionné et aux travaux à prendre en compte
  Art. 5.189. § 1er. Les travaux doivent viser à mettre le logement subventionné en conformité avec, au minimum, les normes établies en application de l'article 3.1 du Code flamand du Logement de 2021 et par ou en vertu de l'article 6.4.1/1 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
  § 2. Les travaux éligibles à une prime sont énumérés ci-après de façon limitative dans les catégories suivantes :
  1° rénovation de la toiture :
  a) la pose d'une isolation de toiture ou de plancher des combles répondant aux critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 1°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  b) la démolition de structures de toit et leur remplacement par des éléments portants ;
  c) l'enlèvement de la couverture contenant de l'amiante ou de la sous-toiture contenant de l'amiante ;
  d) la pose d'une sous-toiture dans le cas de toitures à versants et la couverture étanche à l'eau ;
  e) le traitement de structures de toit en bois contre les champignons et insectes ;
  f) l'installation de pénétrations de toiture telles que les fenêtres de toiture, les coupoles munies de verre d'un coefficient de conductibilité thermique (Ug) de 1,0 W/m2K maximum et les puits de lumière ;
  g) le remplacement et la pose de gouttières et de tuyaux de descente ;
  2° rénovation des murs extérieurs :
  a) la pose d'une isolation des murs extérieurs selon les critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 2°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  b) la pose d'une isolation des murs extérieurs selon les critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 3°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  c) la pose d'une isolation des murs extérieurs selon les critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 4°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  d) la démolition de murs extérieurs et leur remplacement par des murs neufs, y compris les éléments porteurs ou de soutènement dans ces murs, tels que les colonnes, poutres et linteaux, en même temps que la pose de l'isolation des murs extérieurs visée aux points a), b), ou c) ;
  e) l'enlèvement du revêtement de façade contenant de l'amiante ;
  f) le traitement des murs extérieurs contre l'humidité ascensionnelle par la pose d'une couche d'étanchéité ou l'injection de produits hydrofuges ;
  g) le traitement des murs contre le coniophore des caves ou la mérule ;
  h) la démolition de garde-corps ou balustrades dans le cas de balcons et la pose de garde-corps ou balustrades neufs dans le cas de balcons ;
  i) la pose d'enduits humides ou secs sur la face intérieure des murs extérieurs (enduits de plâtre, de chaux et d'argile), en même temps que la pose de l'isolation des murs visée au point c) ;
  j) la finition des murs extérieurs avec une brique de parement, un revêtement ou - un enduisage dans des matériaux spécialement conçus à cet effet, en même temps que la pose de l'isolation des murs visée aux points b) et c) ;
  3° rénovation des menuiseries extérieures :
  a) la démolition des châssis et des portes extérieures et la pose d'une surface vitrée selon les critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 6°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  b) la pose de portes extérieures pleines d'une valeur U maximale de 2,0 W/m2K ;
  c) la démolition de garde-corps ou balustrades dans le cas de châssis bas et la pose de garde-corps ou balustrades neufs dans le cas de de châssis bas ;
  4° rénovation des planchers et fondations :
  a) isolation de plancher sur terre-plein nouvellement posée ou isolation du plafond d'une cave ou d'un vide ventilé sous un local chauffé nouvellement posée selon les critères fixés par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 5°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  b) la démolition et la construction de planchers portants au rez-de-chaussée, y compris le désamiantage, en même temps que les travaux visés aux points a) et d) ;
  c) la pose d'une chape, en même temps que les travaux visés au point b) ;
  d) la pose de fondations et le traitement des problèmes de stabilité ;
  e) le traitement de planchers portants contre les champignons et insectes ;
  f) le traitement des murs enterrés contre l'infiltration d'humidité.
  5° rénovation intérieure :
  a) la démolition de murs intérieurs et leur remplacement par des murs neufs, y compris les éléments porteurs ou de soutènement dans ces murs, tels que les colonnes, poutres et linteaux ;
  b) la démolition et la construction d'éléments de plancher portants et de chapes entre les niveaux d'habitation ;
  c) le traitement des murs intérieurs contre l'humidité ascensionnelle par la pose d'une couche d'étanchéité ou l'injection de produits hydrofuges ;
  d) le traitement des murs contre le coniophore des caves ou la mérule ;
  e) la pose d'enduits humides ou secs sur les murs intérieurs, la face intérieure des murs extérieurs avec des enduits de plâtre, de chaux et d'argile, le dessous de planchers portants et le dessous des structures de toit ;
  f) la pose d'escaliers fixes à l'intérieur du logement de manière à assurer une liaison en toute sécurité entre les étages, y compris l'installation de rampes et de garde-corps ;
  6° installations techniques : électricité, canalisations et sanitaires :
  a) installation électrique : l'installation ou le remplacement des éléments distribuant l'électricité et la télécommunication à l'intérieur du logement, y compris le raccordement au réseau public et l'installation des compteurs d'électricité. La conformité de l'installation au Règlement général sur les installations électriques doit être démontrée par un certificat délivré par un organisme de contrôle agréé dont la date est postérieure à l'exécution des travaux et antérieure à la date de la demande ;
  b) le remplacement des canalisations du chauffage central ;
  c) équipement sanitaire :
  1) le renouvellement des canalisations et décharges ;
  2) la pose et le remplacement d'une installation de collecte des eaux pluviales, en même temps que les travaux visés au point 1) ;
  3) le renouvellement des appareils sanitaires existants ou l'installation de maximum une douche, une baignoire, deux lavabos et un WC, si le logement n'en est pas encore équipé, en même temps que les travaux visés au point 1) ;
  Si les travaux visés à l'alinéa 1er, 3°, a), ne sont pas soumis à l'obligation d'autorisation ou de déclaration visée dans le Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, il doit être satisfait aux exigences en matière de dispositifs de ventilation dans les bâtiments résidentiels, visés à l'annexe IX à l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, pour les menuiseries extérieures.
  Le ministre peut préciser les modalités et fixer les exigences techniques auxquelles doivent satisfaire les travaux visés à l'alinéa 1er.
  § 3. Les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, b), à g), n'entrent en considération que s'ils sont réalisés en même temps que le travail visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, a), ou si le demandeur peut démontrer que le logement subventionné satisfait déjà au niveau d'isolation visé à l'article 6.4.1/1, 1°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
  Les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, e) à h), n'entrent en considération que s'ils sont réalisés en même temps que les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, a), b), ou c), ou si le demandeur peut démontrer que le mur extérieur concerné par les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, e), à h), satisfait au niveau d'isolation visé à l'article 6.4.1/1, 2°, 3° ou 4°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
  Les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, c), n'entrent en considération que s'ils sont réalisés en même temps que les travaux visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, a), ou si le demandeur peut démontrer que les châssis bas devant lesquels le nouveau garde-corps ou la nouvelle balustrade est installé(e) satisfont au niveau de vitrage visé à l'article 6.4.1/1, 6°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
  Les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, d), à f), n'entrent en considération que s'ils sont réalisés en même temps que les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, a), ou si le demandeur peut démontrer que les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, a), ont déjà été réalisés selon le niveau d'isolation visé à l'article 6.4.4/1, 5°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
  § 4. Les travaux doivent être exécutés conformément au Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 et au décret sur l'Energie du 8 mai 2009. L'agence peut procéder à un contrôle sur place pour vérifier si les travaux répondent aux conditions et ont effectivement été réalisés.
  § 5. Si les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, concernent un logement supervisé existant ou neuf en application de l'article 4.2.4 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, où l'unité de logement subordonnée se trouve à l'intérieur du logement subventionné ou dans une annexe indépendante du logement subventionné, l'intervention pour le logement supervisé est calculée par catégorie de travaux visée au paragraphe 2, alinéa 1er, que les travaux concernent l'unité de logement principal ou l'unité de logement subordonnée, ou les deux.
  § 6. Le montant d'investissement à prendre en considération est le coût des travaux, hors TVA, tel qu'indiqué sur les factures visées à l'article 5.191, § 1er, et s'élève à minimum 1.000 euros, hors TVA, par catégorie de travaux visée au paragraphe 2.
  Le montant d'investissement à prendre en considération s'élève au maximum à :
  1° 11.500,00 euros, hors TVA pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ;
  2° 12.000,00 euros, hors TVA, pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 2° ;
  3° 11.000,00 euros, hors TVA, pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° ;
  4° 3.000,00 euros, hors TVA, pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 4° ;
  5° 5.000,00 euros, hors TVA, pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 5° ;
  6° 7.500,00 euros, hors TVA, pour la catégorie visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 6°.
  § 7. Le logement subventionné ou le bâtiment qui est ou a été entièrement ou partiellement réaffecté en nouveau logement subventionné doit avoir au moins 15 ans à la date de la demande et se situe en Région flamande. L'âge du bâtiment est contrôlé au moyen de la date de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou sur la base des données les plus récentes du Service public fédéral Finances. En cas de contestation, la plus ancienne de ces dates prévaut.
  § 8. Une reconstruction, telle que visée à l'article 1.1.1, 47/2°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, n'est pas éligible à une intervention au titre du présent chapitre.
  § 9. Pour les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, réalisés dans un immeuble à appartements, l'occupant ne peut pas demander d'intervention au titre du présent chapitre. Pour les travaux visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, réalisés dans un immeuble à appartements et ayant trait aux parties communes, l'occupant ne peut pas demander d'intervention au titre du présent chapitre.
  Section 4. Procédure et calcul de la subvention
  Art. 5.190. § 1er. La demande d'intervention est introduite auprès du guichet unique après l'exécution des travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er.
  Par demande, toutes les catégories de travaux visées à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de la demande.
  § 2. L'intervention octroyée en application du présent chapitre au bailleur visé à l'article 5.186, alinéa 1er, 8°, est accordée compte tenu des conditions énoncées dans le règlement (UE) n° 360/2012 de la Commission du 25 avril 2012 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis accordées à des entreprises fournissant des services d'intérêt économique général.
  Art. 5.191. § 1er. Le montant de l'intervention est calculé sur la base des factures qui ont été présentées à cet effet au nom du demandeur ou de la personne ou des personnes majeures avec lesquelles le demandeur cohabite, ou de la société de logement, et qui ne sont pas antérieures de plus de deux ans à la date de la demande, ni ne sont postérieures à date de la demande.
  Les factures visées à l'alinéa 1er concernent :
  1° les travaux réalisés par un entrepreneur qui délivre des factures à cet effet conformément à l'arrêté royal n° 1 du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée, ou les travaux réalisés par un service agréé pour l'économie de services locaux conformément à l'article 4 du décret du 22 décembre 2006 relatif à l'économie de services locaux ;
  2° l'achat de matériaux ou de biens d'équipement que le demandeur a lui-même transformés ou installés pour des travaux à réaliser dans les catégories visées à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 5° et 6° ;
  § 2. L'intervention est calculée par catégorie de travaux visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, sur la base du montant d'investissement à prendre en considération, visé à l'article 5.189, § 6. La subvention est arrondie, par catégorie, à la dizaine supérieure.
  § 3. Pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 6°, le montant de l'intervention est fixé, selon le cas, à 25 % ou 35 % du montant d'investissement à prendre en considération, visé à l'article 5.189, § 6.
  Le pourcentage visé à l'alinéa 1er s'élève à :
  1° 35 % pour le bailleur ;
  2° 35 % pour l'occupant si le revenu, déterminé conformément à l'article 5.187, alinéa 1er, satisfait aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 3 ;
  3° 25 % dans tous les autres cas.
  § 4. Si les travaux à prendre en considération englobent le travail visé à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1°, a), l'intervention calculée pour la catégorie visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être au moins égale à la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 1°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 pour le travail visé à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1°, a). Si le montant de l'intervention est inférieur au montant de la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 1°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, l'intervention est portée au montant de cette prime.
  Si les travaux à prendre en considération englobent un ou plusieurs travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 2°, a), b) ou c), l'intervention calculée pour la catégorie visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être au moins égale à la prime ou, le cas échéant, à la somme des primes, calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 2°, l'article 6.4.1/1, 3°, ou l'article 6.4.1/1, 4°, respectivement, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 2°, a), b), ou c). Si le montant de l'intervention est inférieur au montant de la prime ou, le cas échéant, à la somme des primes, calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 2°, 3° ou 4°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, l'intervention est portée au montant de cette prime.
  Si les travaux à prendre en considération englobent le travail visé à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 3°, a), l'intervention calculée pour la catégorie visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être au moins égale à la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 6°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 pour le travail visé à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 3°, a). Si le montant de l'intervention est inférieur au montant de la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 6°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, l'intervention est portée au montant de cette prime.
  Si les travaux à prendre en considération englobent le travail visé à l'article 5.189, § 2, 4°, a), l'intervention calculée pour la catégorie visée à l'article 5.189, § 2, 4°, doit être au moins égale à la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 5°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 pour le travail visé à l'article 5.189, § 2, 4°, a). Si le montant de l'intervention est inférieur au montant de la prime calculée par ou en vertu de l'article 6.4.1/1, 5°, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, l'intervention est portée au montant de cette prime.
  § 5. Si l'intervention accordée au bailleur conformément au présent chapitre concerne des travaux réalisés aux parties communes d'un immeuble à appartements pour lequel une association de copropriétaires a été constituée et dont le logement subventionné fait partie, cette intervention est diminuée de la part proportionnelle pour ce logement subventionné dans les primes visées à l'article 6.4.1/1 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 pour ces travaux en question aux parties communes, qui sont octroyées à l'association de copropriétaires conformément à l'article 6.4.1/2, 1°. La part proportionnelle pour ce logement subventionné dans les primes visées à l'article 6.4.1/1 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 est calculée selon la quote-part du logement subventionné dans les parties communes de l'immeuble à appartements. Le ministre détermine les pièces justificatives que le bailleur doit présenter pour pouvoir établir la quote-part du logement subventionné dans les parties communes de l'immeuble à appartements.
  Art. 5.192. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget de la Région flamande, une indemnité est octroyée à la société d'exploitation, sur une base trimestrielle, pour l'exécution des tâches visées à l'article 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. Cette indemnité est égale à la somme de :
  1° 100 % des interventions versées pour ce trimestre, calculées selon l'article 5.191 pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, point 5° et 6° ;
  2° 50 % des interventions versées pour ce trimestre, calculées selon l'article 5.191 pour les travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, points 1° à 4° ;
  3° 50 % des interventions versées pour ce trimestre, calculées selon l'article 12.3.27 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 ;
  4° 50 % des interventions versées pour ce trimestre, calculées selon l'article 44 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
  L'agence peut concéder des avances pour l'indemnité visée à l'alinéa 1er. L'avance s'élève à 25 % maximum du montant inscrit dans ce cadre au budget général des dépenses. S'il apparaît, lors du décompte en fin de trimestre, qu'un montant versé est supérieur ou inférieur au décompte réel, le trop-perçu est déduit ou le moins-perçu est régularisé, selon le cas, lors des avances suivantes à payer.
  Section 5. Limitations des cumuls
  Art. 5.193. Les catégories de travaux visées à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1° à 6°, ne peuvent faire l'objet que d'une seule demande, par le même occupant ou le même bailleur, pendant une période de cinq ans à compter de la date de la demande qui a été accordée pour le même logement subventionné.
  Art. 5.194. L'occupant ou le bailleur qui introduit une demande après le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge et avant le 1er juillet 2022 pour des travaux relevant d'une ou de plusieurs catégories visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, et qui a reçu une intervention conformément aux dispositions du présent chapitre, telles qu'en vigueur avant le 1er juillet 2022, ne peut pas introduire de demande pour cette même catégorie de travaux pour ce même logement subventionné en vertu du présent chapitre, pendant cinq ans à compter de la date de la demande.
  Les factures ou parties de factures prises en considération pour le calcul d'une intervention au titre du présent chapitre et du chapitre 2, tels qu'en vigueur avant le 1er juillet 2022, et dont la demande a été introduite avant le 1er juillet 2022, ne sont pas éligibles à une intervention au titre du présent chapitre. Les factures ou parties de factures prises en considération pour le calcul d'une intervention, en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 instituant une subvention aux frais de rénovation ou d'amélioration d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation et en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 instaurant une subvention d'adaptation, ne sont pas éligibles à une intervention au titre du présent chapitre. " ;
  2° l'article 5.195 est abrogé.
Art. 37. Aan artikel 5.189, § 2, eerste lid, van het hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° gascondensatieketels: de plaatsing van een gascondensatieketel met Europees productlabel A of beter ter vervanging van een ouder verwarmingssysteem. Zowel aardgascondensatieketels als propaan- of butaangascondensatieketels komen in aanmerking. In gebieden waar een aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, komen alleen aardgascondensatieketels in aanmerking. In gebieden waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken, komen alleen condensatieketels op propaan of butaan in aanmerking.".
Art. 37. A l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par le présent arrêté, il est ajouté un point 7° libellé comme suit :
  " 7° chaudières gaz à condensation : l'installation d'une chaudière gaz à condensation dotée du label produit européen A ou supérieur en remplacement d'un ancien système de chauffage. Tant les chaudières au gaz naturel à condensation que les chaudières au gaz propane ou butane à condensation entrent en considération. Dans les régions pourvues d'un réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, seules les chaudières au gaz naturel à condensation entrent en considération. Dans les régions dépourvues de réseau de distribution de gaz naturel au moment de l'exécution des travaux, seules les chaudières au gaz propane ou butane à condensation entrent en considération. ".
Art. 38. Aan artikel 5.191, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de aankoop van materialen of uitrustingsgoederen die door de aanvrager onder begeleiding van een aannemer of begeleidingsfirma worden verwerkt of geplaatst en die werkzaamheden betreffen in de categorieën, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 7°. De voorgelegde facturen moeten melding maken van de begeleiding.".
Art. 38. A l'article 5.191, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par le présent arrêté, il est ajouté un point 3° libellé comme suit :
  " 3° l'achat de matériaux ou de biens d'équipement que le demandeur a transformés ou installés sous l'encadrement d'un entrepreneur ou d'une entreprise d'accompagnement et qui concernent des travaux des catégories visées à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 7°. Les factures produites doivent mentionner l'encadrement. ".
Art. 39. Aan artikel 5.191 van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 6. Enkel de bewoners van wie het inkomen voldoet aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, derde lid, en verhuurders komen in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de categorie van werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 7° voor zover de aanvraag voor de tegemoetkoming voor deze werkzaamheden wordt ingediend uiterlijk op 30 juni 2026. De tegemoetkoming bedraagt 1800 euro, begrensd tot 40% van het investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6.
  In afwijking van het eerste lid bedraagt de tegemoetkoming 2500 euro, begrensd tot 50% van het investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6, als de gascondensatieketel wordt geplaatst ter vervanging van een stookolieketel.".
Art. 39. A l'article 5.191 du même arrêté, remplacé par le présent arrêté, il est ajouté un paragraphe 6 libellé comme suit :
  " § 6. Seuls les occupants dont le revenu satisfait aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 3, et les bailleurs sont éligibles à une intervention pour la catégorie de travaux visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 7°, pour autant que la demande d'intervention pour ces travaux soit introduite le 30 juin 2026 au plus tard. L'intervention s'élève à 1800 euros, plafonnés à 40 % du montant d'investissement visé à l'article 5.189, § 6.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'intervention s'élève à 2500 euros, plafonné à 50 % du montant d'investissement visé à l'article 5.189, § 6, si la chaudière gaz à condensation est installée en remplacement d'une chaudière au mazout. ".
Art. 40. Aan artikel 5.192, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt de zinsnede "en 7° " toegevoegd;
  2° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  " 5° 50% van de voor dat kwartaal uitbetaalde tegemoetkomingen berekend volgens artikel 43 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.".
Art. 40. A l'article 5.192, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par le présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, le membre de phrase " et 7° " est ajouté ;
  2° il est ajouté un point 5° libellé comme suit :
  " 5° 50 % des interventions versées pour ce trimestre, calculées selon l'article 43 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 créant un guichet unique pour la demande et l'examen de certaines primes au logement et primes énergie et modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010 et l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. ".
Art. 41. Aan artikel 5.193 van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De categorie van werken, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 7°, kan maar eenmaal worden aangevraagd in een periode van tien jaar te rekenen vanaf de aanvraagdatum van de toegekende aanvraag voor dezelfde premiewoning door dezelfde bewoner of dezelfde verhuurder.".
Art. 41. A l'article 5.193 du même arrêté, remplacé par le présent arrêté, la phrase suivante est ajoutée :
  " La catégorie de travaux visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 7°, ne peut faire l'objet que d'une seule demande, par le même occupant ou le même bailleur, pendant une période de dix cinq ans à compter de la date de la demande qui a été accordée pour le même logement subventionné. ".
Art. 41/1. [1 In artikel 5.194, tweede lid van hetzelfde besluit, vervangen bij dit besluit, wordt tussen de zinsnede "hoofdstuk 2" en de zinsnede ", zoals van kracht" de zinsnede "van dit besluit en artikel 6.4.1/1 en artikel 6.4.1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010" ingevoegd.]1
  
Art. 41/1. [1 Dans l'article 5.194, alinéa deux, du même arrêté, remplacé par cet arrêté, le membre de phrase " du présent arrêté et de l'article 6.4.1/1 et de l'article 6.4.1/9 de l'arrêté relatif à l'énergie du 10 novembre 2010 " est inséré entre le membre de phrase " du chapitre 2 " et le membre de phrase " , tels qu'en vigueur ".]1
  
Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen
Chapitre 4. - Dispositions finales
Art. 42. In afwijking van artikel 5.191, § 6, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht op 1 juli 2022, komen bewoners van wie het inkomen voldoet aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, tweede lid, van hetzelfde besluit in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de categorie van werkzaamheden, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 7°, van hetzelfde besluit, als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
  1° de factuur, vermeld in artikel 5.191, § 1, van hetzelfde besluit dateert van voor 1 juli 2022;
  2° de aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 5.190, § 1, van hetzelfde besluit, is ingediend uiterlijk op 31 december 2022;
  3° de premiewoning is minstens 30 jaar oud op de aanvraagdatum.
  De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, bedraagt 1.800 euro, begrensd op maximaal 25% van het investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6, van hetzelfde besluit.
  In afwijking van het tweede lid bedraagt de tegemoetkoming 2.500 euro, begrensd op maximaal 25% van het investeringsbedrag, vermeld in artikel 5.189, § 6, van hetzelfde besluit als de gascondensatieketel wordt geplaatst ter vervanging van een stookolieketel.
Art. 42. Par dérogation à l'article 5.191, § 6, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur au 1er juillet 2022, les occupants dont le revenu satisfait aux plafonds de revenus visés à l'article 5.187, alinéa 2, du même arrêté sont éligibles à une intervention pour la catégorie de travaux visée à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 7°, du même arrêté, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° la date de la facture visée à l'article 5.191, § 1er, du même arrêté est antérieure au 1er juillet 2022 ;
  2° la demande d'intervention visée à l'article 5.190, § 1er, du même arrêté a été introduite le 31 décembre 2022 au plus tard ;
  3° le logement subventionné a au moins 30 ans à la date de la demande.
  L'intervention visée à l'alinéa 1er s'élève à 1.800 euros, plafonnés à 25 % maximum du montant d'investissement visé à l'article 5.189, § 6, du même arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa 2, l'intervention s'élève à 2.500 euros, plafonnés à 25 % maximum du montant d'investissement visé à l'article 5.189, § 6, du même arrêté, si la chaudière gaz à condensation est installée en remplacement d'une chaudière au mazout.
Art. 43. In afwijking van artikel 5.191, § 1, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht op 1 juli 2022, komen facturen die niet dateren van meer dan 27 maanden voor de aanvraagdatum, noch van na de aanvraagdatum in aanmerking, op voorwaarde dat de aanvraag van tegemoetkoming, vermeld in artikel 5.190, § 1, van hetzelfde besluit, is ingediend uiterlijk op 31 december 2022.
Art. 43. Par dérogation à l'article 5.191, § 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur au 1er juillet 2022, les factures qui ne sont pas antérieures de plus de 27 mois à la date de la demande, ni ne sont postérieures à date de la demande entrent en considération à condition que la demande d'intervention visée à l'article 5.190, § 1er, du même arrêté ait été introduite le 31 décembre 2022 au plus tard.
Art. 44. In afwijking van artikel 5.191, § 1, tweede lid, 1°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht op 1 juli 2022, komen de volgende facturen die daarvoor voorgelegd zijn op naam van de aanvrager of de meerderjarige persoon of personen met wie de aanvrager samenwoont, of de woonmaatschappij, en die betrekking hebben op de aankoop van materialen of uitrustingsgoederen die de aanvrager zelf heeft verwerkt of geplaatst, in aanmerking, op voorwaarde dat de premiewoning minstens 30 jaar oud is op de aanvraagdatum, de factuur, vermeld in artikel 5.191, § 1, van hetzelfde besluit dateert van voor 1 juli 2022 en de aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 5.190, eerste lid, van hetzelfde besluit is ingediend uiterlijk op 31 december 2022:
  1° facturen voor werkzaamheden als vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 1°, b), d), e), f) en g), van hetzelfde besluit;
  2° facturen voor werkzaamheden als vermeld in artikel 5.189, § 2 eerste lid, 1°, a) en c), van hetzelfde besluit, samen met één of meerdere facturen vermeld in punt 1° ;
  3° facturen voor werkzaamheden als vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 2°, d), f) g), h), i) en j), van hetzelfde besluit;
  4° facturen voor werkzaamheden als vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 2°, a), b), c) en e), van hetzelfde besluit, samen met één of meerdere facturen als vermeld in punt 3° ;
  5° facturen voor werkzaamheden als vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 4°, b), c), d), e) en f), van hetzelfde besluit;
  6° facturen voor het werk, vermeld in artikel 5.189, § 2, eerste lid, 4°, a), van hetzelfde besluit samen met één of meerdere facturen als vermeld in punt 5°.
Art. 44. Par dérogation à l'article 5.191, § 1er, alinéa 2, 1°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur au 1er juillet 2022, les factures suivantes qui ont été présentées à cet effet au nom du demandeur ou de la personne ou des personnes majeures avec lesquelles le demandeur cohabite, ou de la société de logement, et qui ont trait l'achat de matériaux ou de biens d'équipement que le demandeur a lui-même transformés ou installés, entrent en considération à condition que le logement subventionné ait au moins 30 ans à la date de la demande, que la date de la facture visée à l'article 5.191, § 1er, du même arrêté soit antérieure au 1er juillet 2022 et que la demande d'intervention visée à l'article 5.190, alinéa 1er, du même arrêté ait été introduite le 31 décembre 2022 au plus tard :
  1° les factures des travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 1°, b), d), e), f) et g), du même arrêté ;
  2° les factures des travaux visés à l'article 5.189, § 2 alinéa 1er, 1°, a) et c), du même arrêté, conjointement avec une ou plusieurs factures visées au point 1° ;
  3° les factures des travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 2°, d), f) g), h), i) et j), du même arrêté ;
  4° les factures des travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 2°, a), b), c) et e), du même arrêté, conjointement avec une ou plusieurs factures visées au point 3° ;
  5° les factures des travaux visés à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 4°, b), c), d), e) et f), du même arrêté ;
  6° les factures du travail visé à l'article 5.189, § 2, alinéa 1er, 4°, a), du même arrêté, conjointement avec une ou plusieurs factures visées au point 5°.
Art. 44/1. [1 In afwijking van artikel 5.191, § 3 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bedraagt het percentage van het in aanmerking te nemen investeringsbedrag voor de aanvragen die worden ingediend voor 1 januari [2 2025]2:
   1° 50% voor de verhuurder;
   2° 50% voor de bewoner als het inkomen dat conform artikel 5.187, eerste lid van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 is bepaald, voldoet aan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 5.187, derde lid van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
   3° 35% in alle andere gevallen.]1

  
Art. 44/1. [1 Par dérogation à l'article 5.191, § 3, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, le pourcentage du montant d'investissement à prendre en considération pour les demandes introduites avant le 1er janvier [2 2025]2 s'élève à :
   1° 50% pour le bailleur ;
   2° 50% pour l'occupant si le revenu déterminé conformément à l'article 5.187, alinéa premier, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, répond aux limites de revenus visées à l'article 5.187, alinéa trois, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 ;
   3° 35% dans tous les autres cas.]1

  
Art. 45. Tot en met 30 juni 2023 worden de erkende sociale verhuurkantoren die nog niet zijn omgevormd tot woonmaatschappijen, voor de toepassing van boek 5, deel 5, titel 3, hoofdstuk 1, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en artikel 35 van dit besluit gelijkgesteld met woonmaatschappijen.
  Tot en met 30 juni 2023 worden de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen die nog niet zijn omgevormd tot woonmaatschappijen, voor de toepassing van artikel 6.4.1/6, § 6 van het Energiebesluit van 19 november 2010, gelijkgesteld met woonmaatschappijen.
Art. 45. Jusqu'au 30 juin 2023, les agences locatives sociales agréées qui n'ont pas encore été converties en sociétés de logement sont assimilées à des sociétés de logement pour l'application du livre 5, partie 5, titre 3, chapitre 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 et de l'article 35 du présent arrêté.
  Jusqu'au 30 juin 2023, les sociétés de logement social agréées qui n'ont pas encore été converties en sociétés de logement sont assimilées à des sociétés de logement pour l'application de l'article 6.4.1/6, § 6, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010.
Art. 46. Met behoud van toepassing van artikel 12.3.7 en 12.3.27 van het Energiebesluit van 19 november 2010 blijven artikel 6.4.1 tot en met 6.4.1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010, in de lezing voorafgaand aan het vervangen of wijzigen ervan bij artikel 6 tot en met 23 van dit besluit, van toepassing op de premies die bij de elektriciteitsdistributienetbeheerders zijn aangevraagd vóór 1 juli 2022.
  Investeringen waarvoor door de elektriciteitsdistributienetbeheerder een premie werd toegekend volgens de bepalingen van artikel 6.4.1 tot en met 6.4.1/9 en artikel 12.3.7 van het Energiebesluit van 19 november 2010, in de lezing voorafgaand aan het vervangen of wijzigen ervan bij artikel 6 tot en met 23 van dit besluit, komen niet in aanmerking voor een premie volgens artikel 6.4.1 tot en met 6.4.1/9 en artikel 12.3.7 van het Energiebesluit van 19 november 2010 zoals gewijzigd bij hoofdstuk 2 van dit besluit, noch voor een tegemoetkoming volgens Boek 5, Deel 5, Titel 3, hoofdstuk 1 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd volgens hoofdstuk 3 van dit besluit.
Art. 46. Sans préjudice de l'application des articles 12.3.7 et 12.3.27 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, les articles 6.4.1 à 6.4.1/9 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, demeurent applicables, dans leur version antérieure à leur remplacement ou leur modification par les articles 6 à 23 du présent arrêté, aux primes demandées avant le 1er juillet 2022 auprès des gestionnaires du réseau de distribution d'électricité.
  Les investissements pour lesquels le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité a octroyé une prime au titre des dispositions des articles 6.4.1 à 6.4.1/9 et de l'article 12.3.7 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, dans leur version antérieure à leur remplacement ou leur modification par les articles 6 à 23 du présent arrêté, ne sont pas éligibles à une prime au titre des articles 6.4.1 à 6.4.1/9 et de l'article 12.3.7 de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, tels que modifiés par le chapitre 2 du présent arrêté, ni à une intervention au titre du livre 5, partie 5, titre 3, chapitre 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, tel que modifié par le chapitre 3 du présent arrêté.
Art. 47. De bepalingen van boek 5, deel 5, titel 3, hoofdstuk 1, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht op 30 juni 2022, blijven van toepassing op de aanvragen tot tegemoetkoming die conform de vermelde bepalingen zijn aangevraagd vóór 1 juli 2022.
Art. 47. Les dispositions du livre 5, partie 5, titre 3, chapitre 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, telles qu'en vigueur au 30 juin 2022, demeurent applicables aux demandes d'intervention qui ont été introduites avant le 1er juillet 2022 conformément aux dispositions précitées.
Art. 49. Artikel 48 van dit besluit wordt opgeheven.
Art. 49. L'article 48 du présent arrêté est abrogé.
Art. 50. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 juli 2022:
  1° het decreet van 19 november 2021 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  2° dit besluit, met uitzondering van de artikelen 11 en 21, die in werking treden op een datum die de minister, bevoegd voor de Energie, vaststelt en de artikelen 37, 38, 39, 40, 41 en 42 en 49 die in werking treden op een datum die de minister, bevoegd voor het woonbeleid, vaststelt.
Art. 50. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1er juillet 2022 :
  1° le décret du 19 novembre 2021 modifiant le décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et le Code flamand du Logement de 2021 ;
  2° le présent arrêté, à l'exception des articles 11 et 21, qui entrent en vigueur à une date fixée par le ministre compétent pour l'Energie, et des articles 37, 38, 39, 40, 41, 42 et 49, qui entrent en vigueur à une date fixée par le ministre compétent pour la Politique du logement.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 37 ; 38 ; 39 ; 40 ; 41 ; 42 ; 49 fixée au 01-07-2022 par AM 2022-06-28/02, art. 10)
Art. 51. De Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, zijn ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 51. Le ministre flamand qui a l'Energie dans ses attributions et le ministre flamand qui a la Politique du logement dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.