Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 JULI 2022. - Wet tot wijziging van de wet van 23 mei 2017 houdende de militaire programmering van investeringen voor de periode 2016-2030
Titre
20 JUILLET 2022. - Loi modifiant la loi du 23 mai 2017 de programmation militaire des investissements pour la période 2016-2030
Informations sur le document
Numac: 2022015617
Datum: 2022-07-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022015617
Date: 2022-07-20
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (28)
Texte (28)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Het opschrift van de wet van 23 mei 2017 houdende de militaire programmering van investeringen voor de periode 2016-2030 wordt vervangen als volgt: "wet houdende de militaire programmering op het gebied van investeringen, personeel en technologische versterking voor de periode 2023-2030".
Art. 2. L'intitulé de la loi du 23 mai 2017 de programmation militaire des investissements pour la période 2016-2030 est remplacé par ce qui suit: "loi de programmation militaire en matière d'investissements, de personnel et de renforcement technologique pour la période 2023-2030".
Art. 3. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen als volgt:
"Inleidende bepalingen".
Art. 3. Dans la même loi, l'intitulé du chapitre 1er est remplacé par ce qui suit:
"Dispositions introductives".
Art. 4. In hoofdstuk 1 van dezelfde wet wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/1. Voor de toepassing van deze wet wordt begrepen onder:
1° "hoofdmaterieel": de wapensystemen en de daaraan verbonden technologie die wegens de lange vernieuwingscyclus en de aanzienlijke investeringsbedragen niet kunnen worden geprogrammeerd in het kader van de courante investeringen;
2° "Ministerie": het Ministerie van Landsverdediging;
3° "defensie-inspanning": de jaarlijkse, Belgische vereffeningsuitgaven voor defensie, met inbegrip van de uitgaven buiten de defensiebegroting (externe uitgaven voor defensie), in verhouding tot het bruto binnenlands product en uitgedrukt in percentage (of het BBP-percentage).".
Art. 4. Dans le chapitre 1er de la même loi, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit:
"Art. 1/1. Aux fins de la présente loi, il y a lieu d'entendre par:
1° "matériel majeur": les systèmes d'armes et la technologie y afférente qui, de par leur long cycle de renouvellement et les montants budgétaires importants, ne peuvent être programmés dans le cadre des investissements courants;
2° "Ministère": le Ministère de la Défense;
3° "effort de défense": les dépenses annuelles belges en liquidation en matière de défense, y inclus les dépenses en dehors du budget de défense (dépenses externes en matière de défense), par rapport au produit intérieur brut et exprimées en pourcents (ou pourcentage du PIB).".
Art. 5. In hoofdstuk 1 van dezelfde wet wordt een artikel 1/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/2. Deze wet bepaalt de basisprincipes gedurende de periode 2023-2030 voor:
1° de evolutie van het personeelbestand, de werving van personeel en de revalorisatiemaatregelen bij het Ministerie;
2° de investeringen in hoofdmaterieel;
3° de versterking van de technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie.".
Art. 5. Dans le chapitre 1er de la même loi, il est inséré un article 1/2 rédigé comme suit:
"Art. 1/2. La présente loi fixe les principes directeurs de la période 2023-2030 pour:
1° l'évolution des effectifs de personnel, le recrutement et les mesures de revalorisation au sein du Ministère;
2° les investissements en matériel majeur;
3° le renforcement de la base industrielle et technologique dans le domaine de la sécurité et de la défense.".
Art. 6. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 1/1 ingevoegd, luidende:
"De evolutie van het personeelsbestand, de personeelswerving en de revalorisatie".
Art. 6. Dans la même loi, il est inséré un chapitre 1/1 intitulé:
"L'évolution des effectifs, le recrutement de personnel et la revalorisation".
Art. 7. In hoofdstuk 1/1, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 1/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/3. De begrotingsmiddelen ondersteunen de evolutie van het personeelsbestand van het Ministerie volgens een groeipad dat overeenstemt met het ambitieniveau en de revalorisatie van het defensiepersoneel.
Het ambitieniveau bedraagt 29100 militaire en burgerpersoneelsleden in 2030.".
Art. 7. Dans le chapitre 1/1 inséré par l'article 6, il est inséré un article 1/3 rédigé comme suit:
"Art. 1/3. Les moyens budgétaires permettent l'évolution des effectifs du Ministère selon un trajet de croissance cohérent avec le niveau d'ambition et la revalorisation du personnel de la défense.
Le niveau d'ambition est de 29100 membres du personnel militaire et civil en 2030.".
Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk 1/1 wordt een artikel 1/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/4. De personeelswerving waarborgt de gewenste evolutie van het personeelsbestand naast en in overeenstemming met de investeringen in hoofdmaterieel. De geraamde wervingsaantallen voor militair en burgerpersoneel zijn opgenomen in bijlage I met het te bereiken doel zoals vermeld in artikel 1/3.".
Art. 8. Dans le même chapitre 1/1, il est inséré un article 1/4 rédigé comme suit:
"Art. 1/4. Le recrutement de personnel garantit l'évolution souhaitée des effectifs parallèlement aux investissements en matériel majeur et conformément à ceux-ci. Les estimations de recrutement de personnel militaire et civil sont présentées dans l'annexe Ire avec l'objectif à atteindre tel que mentionné à l'article 1/3.".
Art. 9. In hetzelfde hoofdstuk 1/1 wordt een artikel 1/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/5. De begrotingsmiddelen laten toe de arbeidsvoorwaarden bij het Ministerie in overeenstemming te brengen met diegene die van toepassing zijn op de arbeidsmarkt in het federaal openbaar ambt in het algemeen, en de veiligheids- en defensiesector in het bijzonder.".
Art. 9. Dans le même chapitre 1/1, il est inséré un article 1/5 rédigé comme suit:
"Art. 1/5. Les moyens budgétaires permettent l'alignement des conditions d'emploi au Ministère sur celles applicables au marché de l'emploi dans la fonction publique fédérale en général, et dans le secteur de la sécurité et de la défense en particulier.".
Art. 10. In het opschrift van het hoofdstuk 2 van dezelfde wet worden de woorden "in hoofdmaterieel" ingevoegd tussen de woorden "De investeringen" en de woorden "en hun financiering".
Art. 10. Dans l'intitulé du chapitre 2 de la même loi, les mots "en matériel majeur" sont insérés entre les mots "Les investissements" et les mots "et leur financement".
Art. 11. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. De programma's voor de investeringen in militair hoofdmaterieel voor de periode 2023-2030, samengebracht per dimensie, zijn opgenomen als bijlage II. Worden vastgesteld in die bijlage: een indicatieve omschrijving van de programma's, de budgettaire raming uitgedrukt in constante euro 2022 en het jaar waarin de vastlegging van een contract gepland is.".
Art. 11. L'article 2 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 2. Les programmes d'investissements en matériel majeur militaire pour la période 2023-2030, regroupés par dimension, sont inclus dans l'annexe II. Sont fixés dans cette annexe: une description indicative des programmes capacitaires, le budget prévisionnel exprimé en euros constants 2022 et l'année dans laquelle l'engagement d'un contrat est planifié.".
Art. 12. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 januari 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. 3. De noodzakelijke vastleggingskredieten voor de realisatie van de in artikel 2 bedoelde investeringen, uitgedrukt in constante euro 2022, bedragen 11 176 070 000 euro.".
Art. 12. L'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 15 janvier 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 3. Les crédits d'engagement nécessaires à la réalisation de l'ensemble des investissements visés à l'article 2, exprimés en euros constants 2022, s'élèvent à 11 176 070 000 d'euros.".
Art. 13. In artikel 4 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "benodigde kredieten, in vastlegging en in vereffening" worden vervangen door de woorden "vastleggings- en vereffeningskredieten die benodigd zijn voor de realisatie van de in artikel 2 bedoelde investeringen";
2° de woorden "zullen jaarlijks worden" worden vervangen door de woorden "worden jaarlijks";
3° de woorden "organisatie-afdeling 50-22," worden vervangen door de woorden "organisatieafdeling-programmaactiviteit 50-23";
4° de woorden "ter dekking van de uitgaven in dat begrotingsjaar in hoofde van de lopende en nieuw aan te gane verbintenissen" worden opgeheven;
5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De vereffeningskredieten voor de investeringsdossiers vermeld in bijlage III worden ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting, sectie 16, organisatieafdeling-programma-activiteit 50-22.".
Art. 13. A l'article 4 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "crédits nécessaires, en engagement et en liquidation" sont remplacés par les mots "crédits d'engagement et de liquidation nécessaires à la réalisation des investissements visés à l'article 2";
2° les mots "seront inscrits annuellement" sont remplacés par les mots "sont inscrits chaque année";
3° les mots "division organique 50-22," sont remplacés par les mots "division organique-programme-activité 50-23";
4° les mots "afin de couvrir les dépenses dans l'année concernée en vertu des engagements en cours et nouveaux" sont abrogés;
5° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Les crédits de liquidation des dossiers d'investissement énumérés à l'annexe III sont inscrits au budget général de dépenses, section 16, division organique-programme-activité 50-22.".
Art. 14. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "die verworven worden tot en met 2030 uit de verkoop van hoofdmateriëlen die vervangen worden door het materieel dat als bijlage bij deze wet wordt opgesomd, worden jaarlijks ter beschikking gesteld voor de financiering van de in artikel 2 bedoelde investeringsdossiers" vervangen door de woorden "tot en met 2030 uit de verkoop van hoofdmaterieel dat vervangen wordt door het in bijlage II bedoelde materieel worden in de Schatkist gestort".
Art. 14. Dans l'article 5 de la même loi, les mots "annexe à la présente loi, sont mis à disposition annuellement pour le financement des dossiers d'investissement visés à l'article 2" sont remplacés par les mots "l'annexe II sont versés au Trésor".
Art. 15. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "vereffende" wordt vervangen door het woord "vastgelegde";
2° de woorden "in artikel 2 bedoelde investeringsdossiers" worden vervangen door de woorden "investeringen bedoeld in artikel 2,";
3° de woorden "uitgedrukt in constante euro 2022 en" worden ingevoegd tussen de woorden "bedoelde investeringen," en de woorden "ingeschreven in de respectieve, algemene uitgavenbegrotingen";
4° de woorden ", uitgedrukt in constante euro 2015," worden opgeheven;
5° de zin "Indien er verschillen zijn inzake de aankoopprijzen van materieel, kunnen de hiermee verbonden investeringsprogramma's uitsluitend budgettair gecompenseerd worden binnen de betrokken dimensie." wordt vervangen door de volgende zin:
"Bij verschillen in de aankoopprijzen van hoofdmaterieel kan worden gecompenseerd tussen de investeringsprogramma's.".
Art. 15. A l'article 6 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le mot "liquidés" est remplacé par le mot "engagés";
2° les mots "dossiers d'investissement" sont remplacés par le mot "investissements";
3° les mots ", exprimés en euros constants 2022" sont insérés entre les mots "visés à l'article 2" et les mots "et inscrits aux budgets généraux de dépenses respectifs";
4° les mots "pas dépasser le montant exprimé en euros constants 2015 mentionné" sont remplacés par les mot "dépasser le montant indiqué";
5° la phrase "S'il y a des différences dans les prix d'achat du matériel, les programmes d'investissements y liés peuvent uniquement être budgétairement compensés au sein de la dimension concernée." est remplacée par la phrase suivante:
"Des différences dans les prix d'achat du matériel majeur peuvent être compensés entre programmes d'investissement.".
Art. 16. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 2/1 ingevoegd, luidende:
"Budgettaire aanrekening van aangevangen, maar onvoltooide investeringen".
Art. 16. Dans la même loi, il est inséré un chapitre 2/1 intitulé:
"Imputation budgétaire des investissements commencés mais non achevés".
Art. 17. In hoofdstuk 2/1, ingevoegd bij artikel 16, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 6/1. De investeringsdossiers die geprogrammeerd waren voor vastlegging ten laste van de begrotingskredieten van 2022 en die opgenomen zijn in bijlage III, kunnen in geval van niet-vastlegging in 2022 alsnog worden vastgelegd na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Daartoe worden de niet-aangewende en geannuleerde vastleggingskredieten van 2022 opnieuw ingeschreven in een volgende algemene uitgavenbegroting, sectie 16, organisatieafdeling-programma-activiteit 50-22.".
Art. 17. Dans le chapitre 2/1 inséré par l'article 16, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit:
"Art. 6/1. Les dossiers d'investissement qui étaient programmés pour un engagement sur les crédits budgétaires de 2022 et qui sont énumérés à l'annexe III peuvent, s'ils n'ont pas été engagés en 2022, encore être engagés après la date d'entrée en vigueur de la présente loi. A cette fin, les crédits d'engagement de 2022 qui ne sont pas utilisés et qui sont annulés sont réinscrits dans un budget général de dépenses ultérieur, section 16, division organique-programme-activité 50-22.".
Art. 18. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 2/2 ingevoegd, luidende:
"Versterking van de technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie".
Art. 18. Dans la même loi, il est inséré un chapitre 2/2 intitulé:
"Renforcement de la base industrielle et technologique dans le domaine de la sécurité et de la défense".
Art. 19. In hoofdstuk 2/2, ingevoegd bij artikel 18, wordt een artikel 6/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 6/2. De begrotingsmiddelen ondersteunen de versterking van de nationale technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie, opdat België zou worden aangemerkt als een voorname en betrouwbare partner op technologisch gebied met het oog op de ontwikkeling van Europese en trans-Atlantische capaciteiten, en opdat België zou beschikken over de technologische en industriële autonomie die nodig is in bepaalde kritische domeinen.
Deze versterking bestaat uit twee luiken:
1° de financiering via de defensiebegroting van de Strategie voor Defensie, Industrie en Onderzoek (SDIO of "Defence, Industry and Research Strategy", DIRS) die een pragmatisch partnerschap beoogt tot stand te brengen tussen het Ministerie, de onderzoekinstellingen en de industriële sector;
2° de financiële bijdrage via de defensiebegroting aan grootschalige Europese en trans-Atlantische ontwikkelingsprogramma's."
Art. 19. Dans le chapitre 2/2 inséré par l'article 18, il est inséré un article 6/2 rédigé comme suit:
"Art. 6/2. Les moyens budgétaires permettent le renforcement de la base technologique et industrielle nationale dans le domaine de la sécurité et défense, permettant à la Belgique d'être reconnue comme un partenaire technologique important et fiable pour le développement des capacités européennes et transatlantiques, et de disposer de l'autonomie technologique et industrielle nécessaire dans certains domaines critiques.
Ce renforcement comprend deux volets:
1° le financement par le budget de défense de la Stratégie Défense, Industrie et Recherche (SDIR ou "Defence, Industry and Research Strategy", DIRS) qui vise à instaurer un partenariat pragmatique entre le Ministère, les institutions de recherche et l'industrie;
2° la participation financière du budget de défense à de grands programmes de développement européens et transatlantiques.".
Art. 20. In hetzelfde hoofdstuk 2/2 wordt een artikel 6/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 6/3. Het is de bedoeling om vanaf 2026 ieder begrotingsjaar de helft van de defensie-inspanning voor te behouden voor de financiering van de SDIO, toegerekend op de defensiebegroting.
Middelen voor de deelname van België aan grootschalige en langlopende ontwikkelingsprogramma's in Europees en trans-Atlantisch verband worden gereserveerd, als volgt:
1° in het begrotingsjaar 2027 bedraagt de provisie 80 miljoen euro uitgedrukt in constante euro 2022;
2° in het begrotingsjaar 2028 bedraagt de provisie 160 miljoen euro uitgedrukt in constante euro 2022;
3° in de begrotingsjaren 2029 en 2030 is de provisie gelijk aan het drievoud van de defensie-inspanning, toegerekend op de defensiebegroting.".
Art. 20. Dans le même chapitre 2/2, il est inséré un article 6/3 rédigé comme suit:
"Art. 6/3. Le financement de la SDIR vise à réserver chaque année budgétaire à partir de 2026 la moitié de l'effort de défense appliquée sur le budget de défense.
Des moyens sont réservés pour la participation de la Belgique à des programmes européens et transatlantiques de développement de grande ampleur et à long terme, comme suit:
1° pour l'année budgétaire 2027, la provision s'élève à 80 millions d'euros exprimés en euros constants 2022;
2° pour l'année budgétaire 2028, la provision s'élève à 160 millions d'euros exprimés en euros constants 2022;
3° pour les années budgétaires 2029 et 2030, la provision est équivalente au triple de l'effort de défense appliqué sur le budget de la Défense.".
Art. 21. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "minister" wordt vervangen door het woord "Minister";
2° de woorden "verslag uit" worden ingevoegd tussen de woorden "brengt jaarlijks" en de woorden "aan de Kamer";
3° de woorden "verslag uit" worden opgeheven tussen de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers" en de woorden "over de uitvoering van het investeringsplan";
4° de bepaling wordt aangevuld met de woorden "en het plan voor de evolutie van het personeelsbestand, en over de versterking van de nationale technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie";
5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De minister van Defensie evalueert deze wet tijdens elke legislatuur en stelt de conclusies voor aan de Kamer.".
Art. 21. A l'article 7 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le mot "ministre" est remplacé par le mot "Ministre";
2° dans le texte néerlandais, les mots "verslag uit" sont insérés entre les mots "brengt jaarlijks" et les mots "aan de Kamer".
3° dans le texte néerlandais, les mots "verslag uit" sont abrogés entre les mots "Kamer van volksvertegenwoordigers" et les mots "over de uitvoering van het investeringsplan".
4° la disposition est complétée par les mots "et du plan d'évolution des effectifs du personnel, et sur le renforcement de la base technologique et industrielle nationale dans le domaine de la sécurité et de la défense";
5° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le ministre de la Défense procède à une évaluation de la présente loi lors de chaque législature et en présente les conclusions à la Chambre.".
Art. 22. In dezelfde wet wordt de bijlage vervangen door de bijlage I gevoegd bij deze wet. Deze bijlage wordt in de gewijzigde wet aangeduid als "bijlage I".
Art. 22. Dans la même loi, l'annexe est remplacée par l'annexe I jointe à la présente loi. Cette annexe est désignée "annexe Ire" dans la loi modifiée.
Art. 23. In dezelfde wet worden de bijlagen II en III ingevoegd die respectievelijk als bijlagen II en III zijn gevoegd bij deze wet.
Art. 23. Dans la même loi, sont insérées les annexes II et III qui sont jointes à la présente loi en tant qu'annexes II et III respectivement.
Art. 24. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 24. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2023.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-09-2022, p. 65820)
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-09-2022, p. 65824)
Art. N2. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-09-2022, p. 65821)
Art. N2. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-09-2022, p. 65825)
Art. N3. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-09-2022, p. 65823)
Art. N3. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 02-09-2022, p. 65827)