Art. N. Programma van het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en plaatsvervangend raadsheer
Voorbereid door de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie op 10 juni 2021
Goedgekeurd door de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie op 21 juni 2021
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 JUNI 2021. - Programma van het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer
Titre
21 JUIN 2021. - Programme de l'examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant
Informations sur le document
Numac: 2021A32136
Datum: 2021-06-21
Info du document
Numac: 2021A32136
Date: 2021-06-21
Tekst (4)
Texte (4)
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N Programme de l'examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant
Préparé par la commission de nomination et de désignation réunie le 10 juin 2021
Approuvé par l'assemblée générale du Conseil supérieur de la Justice en date du 21 juin 2021
Préparé par la commission de nomination et de désignation réunie le 10 juin 2021
Approuvé par l'assemblée générale du Conseil supérieur de la Justice en date du 21 juin 2021
Artikel 1. Het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en plaatsvervangend raadsheer bestaat uit een mondelinge proef, eventueel voorafgegaan door een schriftelijke proef zoals bepaald in artikel 2.
De kandidaten hebben de keuze uit twee materies:
- gerechtelijk recht;
- strafprocesrecht.
Zij vermelden hun keuze in hun aanvraag tot deelname aan het examen.
De mondelinge proef bestaat uit een gesprek over:
a) Een casus die de kandidaat gedurende 30 minuten heeft kunnen voorbereiden alsook andere vragen van gerechtelijk recht of strafprocesrecht.
Wanneer een schriftelijke proef werd georganiseerd, volgt er een bespreking van de schriftelijke proef alsook andere vragen van gerechtelijk recht of strafprocesrecht;
b) De motivatie van de kandidaat, de kennis van de rechterlijke organisatie en de werking ervan alsook de kennis van het statuut en de deontologie van de magistraat.
Gedurende de voorbereiding en tijdens het gesprek mag de kandidaat wetboeken meebrengen.
De kandidaten die 60% van de punten op de mondelinge proef hebben behaald ontvangen het getuigschrift van bekwaamheid voor toegang tot het ambt van plaatsvervangend rechter en plaatsvervangend raadsheer.
De kandidaten hebben de keuze uit twee materies:
- gerechtelijk recht;
- strafprocesrecht.
Zij vermelden hun keuze in hun aanvraag tot deelname aan het examen.
De mondelinge proef bestaat uit een gesprek over:
a) Een casus die de kandidaat gedurende 30 minuten heeft kunnen voorbereiden alsook andere vragen van gerechtelijk recht of strafprocesrecht.
Wanneer een schriftelijke proef werd georganiseerd, volgt er een bespreking van de schriftelijke proef alsook andere vragen van gerechtelijk recht of strafprocesrecht;
b) De motivatie van de kandidaat, de kennis van de rechterlijke organisatie en de werking ervan alsook de kennis van het statuut en de deontologie van de magistraat.
Gedurende de voorbereiding en tijdens het gesprek mag de kandidaat wetboeken meebrengen.
De kandidaten die 60% van de punten op de mondelinge proef hebben behaald ontvangen het getuigschrift van bekwaamheid voor toegang tot het ambt van plaatsvervangend rechter en plaatsvervangend raadsheer.
Article 1er. L'examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant consiste en une épreuve orale, éventuellement précédée d'une épreuve écrite comme précisé à l'article 2.
Les candidats ont le choix entre deux matières :
- le droit judiciaire;
- la procédure pénale.
Ils précisent leur choix lors de leur demande de participation à l'examen.
L'épreuve orale comprend une discussion sur:
a) Un casus que le candidat aura pu préparer pendant 30 minutes ainsi que d'autres questions de droit judiciaire ou de procédure pénale.
Si une épreuve écrite est organisée, la discussion portera sur l'épreuve écrite ainsi que sur d'autres questions de droit judiciaire ou de procédure pénale;
b) La motivation du candidat, sa connaissance de l'organisation judiciaire et de son fonctionnement, ainsi que sa connaissance du statut et de la déontologie du magistrat.
Pendant la préparation et lors de l'entretien, le candidat peut se munir de codes.
Obtiennent le certificat d'aptitude à exercer la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant les candidats qui ont obtenu 60 % des points à l'issue de l'épreuve orale.
Les candidats ont le choix entre deux matières :
- le droit judiciaire;
- la procédure pénale.
Ils précisent leur choix lors de leur demande de participation à l'examen.
L'épreuve orale comprend une discussion sur:
a) Un casus que le candidat aura pu préparer pendant 30 minutes ainsi que d'autres questions de droit judiciaire ou de procédure pénale.
Si une épreuve écrite est organisée, la discussion portera sur l'épreuve écrite ainsi que sur d'autres questions de droit judiciaire ou de procédure pénale;
b) La motivation du candidat, sa connaissance de l'organisation judiciaire et de son fonctionnement, ainsi que sa connaissance du statut et de la déontologie du magistrat.
Pendant la préparation et lors de l'entretien, le candidat peut se munir de codes.
Obtiennent le certificat d'aptitude à exercer la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant les candidats qui ont obtenu 60 % des points à l'issue de l'épreuve orale.
Art. 2. Indien de benoemings- en aanwijzingscommissie beslist om een schriftelijke proef aan de mondelinge proef te laten voorafgaan, geldt de door de kandidaat gekozen materie voor de twee proeven.
De schriftelijke proef bestaat uit een vragenlijst en/of casus met betrekking tot het gerechtelijk recht of het strafprocesrecht.
Tijdens de proef mag de kandidaat wetboeken meebrengen.
De kandidaten die ten minste 60% van de punten hebben behaald op de schriftelijke proef worden toegelaten tot de mondelinge proef.
De schriftelijke proef bestaat uit een vragenlijst en/of casus met betrekking tot het gerechtelijk recht of het strafprocesrecht.
Tijdens de proef mag de kandidaat wetboeken meebrengen.
De kandidaten die ten minste 60% van de punten hebben behaald op de schriftelijke proef worden toegelaten tot de mondelinge proef.
Art. 2. Si la commission de nomination et de désignation décide de faire précéder l'épreuve orale d'une épreuve écrite, la matière choisie par le candidat vaut pour les deux épreuves.
L'épreuve écrite consiste en un questionnaire et/ou un casus portant sur le droit judiciaire ou la procédure pénale.
Lors de l'épreuve, le candidat peut se munir de codes.
Sont admis à l'épreuve orale les candidats qui ont obtenu 60 % des points à l'épreuve écrite.
L'épreuve écrite consiste en un questionnaire et/ou un casus portant sur le droit judiciaire ou la procédure pénale.
Lors de l'épreuve, le candidat peut se munir de codes.
Sont admis à l'épreuve orale les candidats qui ont obtenu 60 % des points à l'épreuve écrite.