Artikel 1. Artikel 47 van het besluit van de Regering van 14 mei 2009 inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 6 februari 2020, wordt vervangen als volgt:
"Art. 47 - Pleegzorgvergoeding
§ 1 - Personen die overeenkomstig artikel 20, § 1, 3°, van het decreet aan pleegzorg doen, ontvangen per opvangdag per jongere een forfaitaire vergoeding ter dekking van de kosten voor het levensonderhoud van de pleeg- of petekinderen. Die vergoeding wordt pleegzorgvergoeding genoemd.
§ 2 - Een pleeggezin dat één jongere of gelijktijdig hoogstens twee jongeren opvangt, ontvangt op basis van de volgende tabel een pleegzorgvergoeding die afhangt van de vorm van de pleegzorg en van de leeftijd van de opgevangen jongeren:
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 JUNI 2021. - Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van 14 mei 2009 inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming
Titre
17 JUIN 2021. - Arrêté du Gouvernement modifiant l'arrêté du Gouvernement du 14 mai 2009 concernant l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. L'article 47 de l'arrêté du Gouvernement du 14 mai 2009 concernant l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 6 février 2020, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 47 - Allocation d'entretien
§ 1er - Les personnes qui, conformément à l'article 20, § 1er, 3°, du décret, assurent un accueil familial reçoivent, par jeune placé ou parrainé, un forfait journalier pour couvrir les frais d'entretien de ces enfants. Ce dédommagement est appelé "allocation d'entretien".
§ 2 - Si une famille d'accueil s'occupe en même temps d'un jeune ou de deux au plus, elle reçoit, en fonction de la forme d'accueil et de l'âge des jeunes accueillis, une allocation d'entretien conformément au tableau suivant :
" Art. 47 - Allocation d'entretien
§ 1er - Les personnes qui, conformément à l'article 20, § 1er, 3°, du décret, assurent un accueil familial reçoivent, par jeune placé ou parrainé, un forfait journalier pour couvrir les frais d'entretien de ces enfants. Ce dédommagement est appelé "allocation d'entretien".
§ 2 - Si une famille d'accueil s'occupe en même temps d'un jeune ou de deux au plus, elle reçoit, en fonction de la forme d'accueil et de l'âge des jeunes accueillis, une allocation d'entretien conformément au tableau suivant :
| Vorm van de pleegzorg | |||
| Leeftijd van de jongeren | Langdurige pleegzorg | Tijdelijke voltijdse pleegzorg | Peterschap |
| 0 tot 5 jaar | 20,00 euro | 30,15 euro | 25,15 euro |
| 6 tot 11 jaar | 21,00 euro | 30,15 euro | 25,15 euro |
| vanaf 12 jaar | 22,00 euro | 30,15 euro | 25,15 euro |
§ 3 - Een pleeggezin dat gelijktijdig drie of meer jongeren opvangt, ontvangt op basis van de volgende tabel een pleegzorgvergoeding die afhangt van de vorm van de pleegzorg en van de leeftijd van de opgevangen jongere:
| Forme d'accueil | |||
| Age du jeune | Entretien à long terme | Entretien à temps plein temporaire | Parrainage |
| 0 à 5 ans | 20,00 euros | 30,15 euros | 25,15 euros |
| 6 à 11 ans | 21,00 euros | 30,15 euros | 25,15 euros |
| à partir de 12 ans | 22,00 euros | 30,15 euros | 25,15 euros |
§ 3 - Si une famille d'accueil s'occupe en même temps de trois jeunes ou plus, elle reçoit, en fonction de la forme d'accueil et de l'âge des jeunes accueillis, une allocation d'entretien conformément au tableau suivant :
| Vorm van de pleegzorg | |||
| Leeftijd van de jongeren | Langdurige pleegzorg | Tijdelijke voltijdse pleegzorg | Peterschap |
| 0 tot 5 jaar | 22,22 euro | 33,50 euro | 25,15 euro |
| 6 tot 11 jaar | 23,33 euro | 33,50 euro | 25,15 euro |
| vanaf 12 jaar | 24,44 euro | 33,50 euro | 25,15 euro |
§ 4 - Een pleeggezin dat in het kader van langdurige pleegzorg één of meer jongeren opvangt die geen recht hebben op de basiskinderbijslag vermeld in artikel 8 van het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen ontvangt in afwijking van de § § 2 en 3, ongeacht de leeftijd van de opgevangen jongere, een pleegzorgvergoeding ten belope van 25,15 euro per opvangdag per jongere.
Het pleeggezin bezorgt het departement elk nuttig document dat informatie bevat over het ontbrekende recht op basiskinderbijslag vermeld in het eerste lid.
§ 5 - De pleegzorgvergoeding wordt maandelijks uitbetaald.
§ 6 - De bedragen vermeld in de § § 3 en 4 worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De referentie voor die aanpassing is de consumptieprijsindex 109,49 op 1 december 2020 die overeenstemt met 100 in het basisjaar 2013."
| Forme d'accueil | |||
| Age du jeune | Entretien à long terme | Entretien à temps plein temporaire | Parrainage |
| 0 à 5 ans | 22,22 euros | 33,50 euros | 25,15 euros |
| 6 à 11 ans | 23,33 euros | 33,50 euros | 25,15 euros |
| à partir de 12 ans | 24,44 euros | 33,50 euros | 25,15 euros |
§ 4 - Si, dans le cadre d'un entretien à long terme, une famille d'accueil s'occupe d'un ou de plusieurs jeunes qui n'ouvrent aucun droit à l'allocation familiale de base mentionnée à l'article 8 du décret du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales, elle reçoit, par dérogation aux § § 2 et 3 et indépendamment de l'âge du jeune accueilli, une allocation d'entretien à concurrence de 25,15 euros par jour d'accueil et par jeune.
La famille d'accueil transmet au département tout document utile susceptible de donner des informations relatives à l'absence de droit à l'allocation familiale de base mentionnée à l'alinéa 1er.
§ 5 - L'allocation d'entretien est liquidée mensuellement.
§ 6 - Les montants mentionnés aux § § 2, 3 et 4 sont adaptés au 1er janvier de chaque année sur la base de l'évolution de l'indice des prix à la consommation. L'indice des prix à la consommation 109,49 arrêté au 1er décembre 2020, qui correspond à la base 100 de 2013, sert de référence pour cette adaptation. "
Art. 2. Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 48 - Bijzondere onkosten
Naast de bijzondere onkosten vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, en § 2, kunnen - binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen - de volgende bijzondere onkosten worden terugbetaald aan de pleegzorggezinnen en crisisgezinnen die deze bijzondere onkosten voor de jongeren hebben gemaakt:
1° uitgaven voor sportactiviteiten en culturele activiteiten tot een jaarlijks maximumbedrag van 500 euro per jongere;
2° uitgaven voor schoolactiviteiten;
3° uitgaven voor de eerste uitrusting bij het opnemen van een pleegkind tot een eenmalig maximumbedrag van 700 euro per jongere.
De bijzondere onkosten vermeld in het eerste lid worden terugbetaald zoals bepaald in artikel 46, § 1, tweede lid."
"Art. 48 - Bijzondere onkosten
Naast de bijzondere onkosten vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, en § 2, kunnen - binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen - de volgende bijzondere onkosten worden terugbetaald aan de pleegzorggezinnen en crisisgezinnen die deze bijzondere onkosten voor de jongeren hebben gemaakt:
1° uitgaven voor sportactiviteiten en culturele activiteiten tot een jaarlijks maximumbedrag van 500 euro per jongere;
2° uitgaven voor schoolactiviteiten;
3° uitgaven voor de eerste uitrusting bij het opnemen van een pleegkind tot een eenmalig maximumbedrag van 700 euro per jongere.
De bijzondere onkosten vermeld in het eerste lid worden terugbetaald zoals bepaald in artikel 46, § 1, tweede lid."
Art. 2. L'article 48 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 48 - Dépenses exceptionnelles
Outre les dépenses exceptionnelles mentionnées à l'article 46, § 1er, alinéa 1er, et § 2, les familles d'accueil et familles d'accueil d'urgence peuvent, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, se voir rembourser les dépenses exceptionnelles suivantes encourues pour ces jeunes :
1° les frais pour des activités sportives et culturelles, à concurrence d'un montant annuel maximum de 500 euros par jeune;
2° les frais pour des activités scolaires;
3° les frais pour les premiers équipements lors de l'accueil d'un enfant placé, à concurrence d'un montant unique de 700 euros par jeune.
Le remboursement des dépenses exceptionnelles mentionnées à l'alinéa 1er intervient conformément aux dispositions de l'article 46, § 1er, alinéa 2. "
" Art. 48 - Dépenses exceptionnelles
Outre les dépenses exceptionnelles mentionnées à l'article 46, § 1er, alinéa 1er, et § 2, les familles d'accueil et familles d'accueil d'urgence peuvent, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, se voir rembourser les dépenses exceptionnelles suivantes encourues pour ces jeunes :
1° les frais pour des activités sportives et culturelles, à concurrence d'un montant annuel maximum de 500 euros par jeune;
2° les frais pour des activités scolaires;
3° les frais pour les premiers équipements lors de l'accueil d'un enfant placé, à concurrence d'un montant unique de 700 euros par jeune.
Le remboursement des dépenses exceptionnelles mentionnées à l'alinéa 1er intervient conformément aux dispositions de l'article 46, § 1er, alinéa 2. "
Art. 3. In de bijlage van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het besluit van de Regering van 3 december 2020, wordt een bepaling onder 15.1 ingevoegd, luidende:
"15.1 klachtencommissie inzake jeugdbijstand"
"15.1 klachtencommissie inzake jeugdbijstand"
Art. 3. Dans l'annexe à l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone, remplacée par l'arrêté du Gouvernement du 3 décembre 2020, il est inséré un 15.1° rédigé comme suit :
" 15.1° Organe de recours pour l'aide à la jeunesse ".
" 15.1° Organe de recours pour l'aide à la jeunesse ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2021.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2021.
Art. 5. De minister bevoegd voor Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre compétent en matière d'Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.