Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
2° beëindiging van de milieu-investeringen: de laatste van de volgende data:
a) de datum van de laatste factuur;
b) de datum van de akte bij verwerving van een onroerend goed;
c) de datum van de leasingovereenkomst;
3° indieningsdatum van de steunaanvraag: de datum waarop OVAM de steunaanvraag elektronisch ontvangt;
4° onderneming: elk van volgende organisaties:
a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
b) iedere rechtspersoon;
c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.
5° kleine onderneming: een onderneming die, rekening houdend met de partnerondernemingen en de verbonden ondernemingen, vermeld in artikel 3 van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, aan al de volgende voorwaarden voldoet:
a) er zijn minder dan vijftig personen werkzaam;
b) een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 10 miljoen euro hebben;
6° middelgrote onderneming: een onderneming die, rekening houdend met de partnerondernemingen en de verbonden ondernemingen, vermeld in artikel 3 van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, aan al de volgende voorwaarden voldoet:
a) er zijn minder dan 250 personen werkzaam;
b) een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro hebben;
c) geen kleine onderneming zijn;
7° milieu-investeringen: de investeringen die gericht zijn op milieubescherming als vermeld in artikel 2, punt 101, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
8° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de Omgeving;
9° staatssteun: elke maatregel die met de interne markt verenigbaar is omdat ze voldoet aan al de criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;
10° steun: elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun.
De definities, vermeld in artikel 2, punt 101 tot en met 131, van de algemene groepsvrijstellingverordening, zijn van toepassing.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor de toekenning van steun aan ondernemingen om materiaalkringlopen te sluiten
Titre
3 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les règles relatives à l'octroi d'aides aux entreprises pour fermer des cycles de matériaux
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Definitie van een kleine en midde...
Afdeling 3. - Europese regelgeving
Afdeling 4. - Algemene voorwaarden
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 3. - In aanmerking komende milieu-inv...
HOOFDSTUK 4. - Steunintensiteit
HOOFDSTUK 5. - Procedure van de steunaanvraag
HOOFDSTUK 6. - Milieu-investeringen met een str...
HOOFDSTUK 7. - Uitbetaling
HOOFDSTUK 8. - Terugvordering en verjaring
HOOFDSTUK 9. - Opvolging en controle
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Définition de petites et moyennes ...
Section 3. - Réglementation européenne
Section 4. - Conditions générales
CHAPITRE 2. - Champ d'application
CHAPITRE 3. - Investissements environnementaux ...
CHAPITRE 4. - Intensité d'aide
CHAPITRE 5. - Procédure de la demande d'aide
CHAPITRE 6. - Investissements environnementaux ...
CHAPITRE 7. - Paiement
CHAPITRE 8. - Recouvrement et prescription
CHAPITRE 9. - Suivi et contrôle
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° règlement général d'exemption par catégorie : règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité ;
2° fin des investissements environnementaux : dernière des dates suivantes :
a) la date de la dernière facture ;
b) la date de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immeuble ;
c) la date du contrat de leasing ;
3° date d'introduction de la demande d'aide : la date à laquelle l'OVAM reçoit la demande d'aide par voie électronique ;
4° entreprise : chacune des organisations suivantes :
a) toute personne physique qui exerce une activité professionnelle à titre indépendant ;
b) toute personne morale ;
c) toute autre organisation sans personnalité juridique.
5° petite entreprise : une entreprise qui, compte tenu des entreprises partenaires et des entreprises liées visées à l'article 3 de l'annexe Ire du règlement général d'exemption par catégorie, remplit toutes les conditions suivantes :
a) moins de cinquante personnes y travaillent ;
b) avoir un chiffre d'affaires annuel ou un bilan total annuel de maximum 10 millions d'euros ;
6° moyenne entreprise : une entreprise qui, compte tenu des entreprises partenaires et des entreprises liées visées à l'article 3 de l'annexe Ire du règlement général d'exemption par catégorie, remplit toutes les conditions suivantes :
a) moins de 250 personnes y travaillent ;
b) avoir un chiffre d'affaires annuel de maximum 50 millions d'euros ou un bilan total annuel de maximum 43 millions d'euros ;
c) ne pas être une petite entreprise ;
7° investissements environnementaux : les investissements visant à protéger l'environnement énoncés à l'article 2, point 101, du règlement général d'exemption par catégorie ;
8° ministre : le ministre flamand ayant l'environnement dans ses attributions ;
9° aide d'Etat : toute mesure compatible avec le marché intérieur parce qu'elle satisfait à l'ensemble des critères énoncés à l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ;
10° aide : toute forme de financement, y compris les aides d'Etat.
Les définitions visées à l'article 2, points 101 à 131, du règlement général d'exemption par catégorie sont d'application.
1° règlement général d'exemption par catégorie : règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité ;
2° fin des investissements environnementaux : dernière des dates suivantes :
a) la date de la dernière facture ;
b) la date de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immeuble ;
c) la date du contrat de leasing ;
3° date d'introduction de la demande d'aide : la date à laquelle l'OVAM reçoit la demande d'aide par voie électronique ;
4° entreprise : chacune des organisations suivantes :
a) toute personne physique qui exerce une activité professionnelle à titre indépendant ;
b) toute personne morale ;
c) toute autre organisation sans personnalité juridique.
5° petite entreprise : une entreprise qui, compte tenu des entreprises partenaires et des entreprises liées visées à l'article 3 de l'annexe Ire du règlement général d'exemption par catégorie, remplit toutes les conditions suivantes :
a) moins de cinquante personnes y travaillent ;
b) avoir un chiffre d'affaires annuel ou un bilan total annuel de maximum 10 millions d'euros ;
6° moyenne entreprise : une entreprise qui, compte tenu des entreprises partenaires et des entreprises liées visées à l'article 3 de l'annexe Ire du règlement général d'exemption par catégorie, remplit toutes les conditions suivantes :
a) moins de 250 personnes y travaillent ;
b) avoir un chiffre d'affaires annuel de maximum 50 millions d'euros ou un bilan total annuel de maximum 43 millions d'euros ;
c) ne pas être une petite entreprise ;
7° investissements environnementaux : les investissements visant à protéger l'environnement énoncés à l'article 2, point 101, du règlement général d'exemption par catégorie ;
8° ministre : le ministre flamand ayant l'environnement dans ses attributions ;
9° aide d'Etat : toute mesure compatible avec le marché intérieur parce qu'elle satisfait à l'ensemble des critères énoncés à l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ;
10° aide : toute forme de financement, y compris les aides d'Etat.
Les définitions visées à l'article 2, points 101 à 131, du règlement général d'exemption par catégorie sont d'application.
Afdeling 2. - Definitie van een kleine en middelgrote onderneming
Section 2. - Définition de petites et moyennes entreprises
Art. 2. De grootte van de onderneming, vermeld in de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 2 van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, wordt vastgesteld op basis van een verklaring op erewoord van de onderneming en op basis van de gegevens, vermeld in artikel 3 van dit besluit.
Art. 2. L'ampleur de l'entreprise dont il est question dans la définition de petites et moyennes entreprises, visée à l'article 2 de l'annexe Ire du règlement général d'exemption par catégorie, est déterminée sur la base d'une déclaration sur l'honneur de l'entreprise et sur la base des données énoncées à l'article 3 du présent arrêté.
Art. 3. De gegevens voor de berekening van het aantal werkzame personen en van de financiële bedragen hebben betrekking op het laatste afgesloten boekjaar en worden jaarlijks berekend. Zij worden vanaf de datum van afsluiting van de rekeningen in aanmerking genomen. Het bedrag van de omzet wordt berekend exclusief belasting over de toegevoegde waarde (btw) en andere indirecte rechten of heffingen.
Met financiële bedragen wordt bedoeld de jaaromzet en het balanstotaal van de jaarrekening die neergelegd is bij de Nationale Bank van België voor de indieningsdatum van de steunaanvraag, en die beschikbaar is via een centrale databank.
Om de jaaromzet te berekenen, wordt een boekjaar van meer of minder dan twaalf maanden herrekend tot een periode van twaalf maanden.
Wanneer een onderneming op de datum van afsluiting van de rekeningen vaststelt dat de op jaarbasis berekende gegevens boven of onder de in artikel 1, punt 5° en punt 6° bedoelde drempels voor het aantal werkzame personen of de financiële bedragen liggen, verkrijgt of verliest zij de hoedanigheid van middelgrote, kleine of micro- onderneming alleen wanneer deze drempels in twee opeenvolgende boekjaren worden overschreden.
Voor ondernemingen die geen jaarrekening moeten opmaken, worden de gegevens om de jaaromzet te berekenen, vastgesteld op basis van de twee laatste aangiftes bij de directe belastingen voor de indieningsdatum van de steunaanvraag. De gegevens om het aantal werkzame personen te berekenen, worden in dat geval vastgesteld aan de hand van het aantal werknemers in de onderneming gedurende de laatste acht kwartalen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan attesteren voor de indieningsdatum van de steunaanvraag.
Bij recent opgerichte ondernemingen, waarvan de eerste jaarrekening nog niet is neergelegd en de eerste fiscale aangifte nog niet is gedaan, worden de gegevens vastgesteld op basis van een in de loop van het boekjaar te goeder trouw gemaakte schatting.
Met financiële bedragen wordt bedoeld de jaaromzet en het balanstotaal van de jaarrekening die neergelegd is bij de Nationale Bank van België voor de indieningsdatum van de steunaanvraag, en die beschikbaar is via een centrale databank.
Om de jaaromzet te berekenen, wordt een boekjaar van meer of minder dan twaalf maanden herrekend tot een periode van twaalf maanden.
Wanneer een onderneming op de datum van afsluiting van de rekeningen vaststelt dat de op jaarbasis berekende gegevens boven of onder de in artikel 1, punt 5° en punt 6° bedoelde drempels voor het aantal werkzame personen of de financiële bedragen liggen, verkrijgt of verliest zij de hoedanigheid van middelgrote, kleine of micro- onderneming alleen wanneer deze drempels in twee opeenvolgende boekjaren worden overschreden.
Voor ondernemingen die geen jaarrekening moeten opmaken, worden de gegevens om de jaaromzet te berekenen, vastgesteld op basis van de twee laatste aangiftes bij de directe belastingen voor de indieningsdatum van de steunaanvraag. De gegevens om het aantal werkzame personen te berekenen, worden in dat geval vastgesteld aan de hand van het aantal werknemers in de onderneming gedurende de laatste acht kwartalen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan attesteren voor de indieningsdatum van de steunaanvraag.
Bij recent opgerichte ondernemingen, waarvan de eerste jaarrekening nog niet is neergelegd en de eerste fiscale aangifte nog niet is gedaan, worden de gegevens vastgesteld op basis van een in de loop van het boekjaar te goeder trouw gemaakte schatting.
Art. 3. Les données retenues pour le calcul du nombre de personnes employées et des montants financiers sont celles afférentes au dernier exercice comptable clôturé et sont calculées sur une base annuelle. Elles sont prises en compte à partir de la date de clôture des comptes. Le montant du chiffre d'affaires retenu est calculé hors taxe sur la valeur ajoutée (T.V.A.) et hors autres droits ou taxes indirects.
Par montants financiers, on entend le chiffre d'affaires annuel et le bilan total des comptes annuels qui sont déposés auprès de la Banque nationale de Belgique avant la date d'introduction de demande d'aide et qui sont disponibles via une banque de données centrale.
Pour calculer le chiffre d'affaires annuel, un exercice de plus ou moins douze mois est recalculé en une période de douze mois.
Lorsqu'une entreprise, à la date de clôture des comptes, constate un dépassement dans un sens ou dans un autre et sur une base annuelle des seuils de l'effectif ou des seuils financiers énoncés à l'article 1er, points 5° et 6°, cette circonstance ne lui fait acquérir ou perdre la qualité de moyenne, petite ou micro-entreprise que si ce dépassement se produit pour deux exercices consécutifs.
Pour les entreprises qui ne doivent pas établir de compte annuel, les données pour le calcul du chiffre d'affaires annuel sont fixées sur la base des deux dernières déclarations auprès des impôts directs avant la date d'introduction de la demande d'aide. Les données pour le calcul du nombre de personnes employées sont dans ce cas fixées à l'aide du nombre de travailleurs qui étaient employés au sein de l'entreprise pendant les huit derniers trimestres attestables par l'Office national de sécurité sociale avant la date d'introduction de la demande d'aide.
Dans le cas d'entreprises récemment créées dont le premier compte annuel n'a pas encore été déposé et dont la première déclaration fiscale n'a pas encore été faite, les données sont établies sur la base d'une estimation faite de bonne foi au cours de l'exercice.
Par montants financiers, on entend le chiffre d'affaires annuel et le bilan total des comptes annuels qui sont déposés auprès de la Banque nationale de Belgique avant la date d'introduction de demande d'aide et qui sont disponibles via une banque de données centrale.
Pour calculer le chiffre d'affaires annuel, un exercice de plus ou moins douze mois est recalculé en une période de douze mois.
Lorsqu'une entreprise, à la date de clôture des comptes, constate un dépassement dans un sens ou dans un autre et sur une base annuelle des seuils de l'effectif ou des seuils financiers énoncés à l'article 1er, points 5° et 6°, cette circonstance ne lui fait acquérir ou perdre la qualité de moyenne, petite ou micro-entreprise que si ce dépassement se produit pour deux exercices consécutifs.
Pour les entreprises qui ne doivent pas établir de compte annuel, les données pour le calcul du chiffre d'affaires annuel sont fixées sur la base des deux dernières déclarations auprès des impôts directs avant la date d'introduction de la demande d'aide. Les données pour le calcul du nombre de personnes employées sont dans ce cas fixées à l'aide du nombre de travailleurs qui étaient employés au sein de l'entreprise pendant les huit derniers trimestres attestables par l'Office national de sécurité sociale avant la date d'introduction de la demande d'aide.
Dans le cas d'entreprises récemment créées dont le premier compte annuel n'a pas encore été déposé et dont la première déclaration fiscale n'a pas encore été faite, les données sont établies sur la base d'une estimation faite de bonne foi au cours de l'exercice.
Afdeling 3. - Europese regelgeving
Section 3. - Réglementation européenne
Art. 4. Dit besluit valt onder de toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening onder de voorwaarden, vermeld in de artikelen 1 tot en met 12 en artikel 47.
Art. 4. Le présent arrêté relève de l'application du règlement général d'exemption par catégorie aux conditions visées aux articles 1 à 12 et à l'article 47.
Afdeling 4. - Algemene voorwaarden
Section 4. - Conditions générales
Art. 5. De steun die in het kader van dit besluit verleend is, kan niet gecumuleerd worden met de steun die verleend is in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012 tot toekenning van steun aan ondernemingen voor strategische ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 tot toekenning van steun aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest.
Art. 5. L'aide octroyée dans le cadre du présent arrêté ne peut être cumulée avec l'aide octroyée dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012 portant octroi d'aides aux entreprises pour des investissements écologiques stratégiques en Région flamande et l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010 portant octroi d'aides aux entreprises pour des investissements écologiques réalisés en Région flamande.
Art. 6. Een onderneming komt alleen voor steun in aanmerking als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
1° de onderneming is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid
2° de onderneming is een opdrachthoudende vereniging, opgericht in het kader van het decreet lokaal bestuur.
3° de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1° tot en met 2°.
Een onderneming komt in aanmerking voor steun als ze voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° ze beschikt over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
2° ze verbindt zich ertoe in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen ten laatste een jaar na de goedkeuring van de steunaanvraag.
1° de onderneming is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid
2° de onderneming is een opdrachthoudende vereniging, opgericht in het kader van het decreet lokaal bestuur.
3° de onderneming is een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1° tot en met 2°.
Een onderneming komt in aanmerking voor steun als ze voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° ze beschikt over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
2° ze verbindt zich ertoe in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen ten laatste een jaar na de goedkeuring van de steunaanvraag.
Art. 6. Une entreprise n'est admissible à l'aide que si elle répond à l'une des conditions suivantes :
1° l'entreprise est une société dotée de la personnalité juridique
2° l'entreprise est une association chargée de mission, créée dans le cadre du décret sur l'administration locale
3° l'entreprise est une entreprise étrangère ayant un statut équivalent au statut visé aux points 1° à 2° inclus.
Une entreprise est admissible à l'aide si elle répond à l'une des conditions suivantes :
1° elle dispose d'un siège d'exploitation en Région flamande ;
2° elle s'engage à établir un siège d'exploitation en Région flamande au plus tard un an après l'approbation de la demande d'aide.
1° l'entreprise est une société dotée de la personnalité juridique
2° l'entreprise est une association chargée de mission, créée dans le cadre du décret sur l'administration locale
3° l'entreprise est une entreprise étrangère ayant un statut équivalent au statut visé aux points 1° à 2° inclus.
Une entreprise est admissible à l'aide si elle répond à l'une des conditions suivantes :
1° elle dispose d'un siège d'exploitation en Région flamande ;
2° elle s'engage à établir un siège d'exploitation en Région flamande au plus tard un an après l'approbation de la demande d'aide.
Art. 7. Er wordt alleen steun verleend aan ondernemingen die voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° ze heeft op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen fiscale schulden of achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
2° ze is op de datum van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in artikel 2, 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3° ze heeft op de datum van de steuntoekenning geen procedure op basis van Europees, nationaal of regionaal recht lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.
In afwijking van het eerste lid geldt de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet voor een starter als vermeld in artikel 22, lid 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
1° ze heeft op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen fiscale schulden of achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
2° ze is op de datum van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in artikel 2, 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3° ze heeft op de datum van de steuntoekenning geen procedure op basis van Europees, nationaal of regionaal recht lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.
In afwijking van het eerste lid geldt de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet voor een starter als vermeld in artikel 22, lid 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Art. 7. Les aides ne sont accordées qu'aux entreprises qui remplissent toutes les conditions suivantes :
1° elle n'a pas, à la date d'introduction de la demande d'aide, de dettes fiscales ou de dettes arriérées auprès de l'Office national de sécurité sociale ;
2° elle n'est pas, à la date de l'octroi de l'aide, une entreprise en difficulté telle que visée à l'article 2, 18 du règlement général d'exemption par catégorie ;
3° elle n'a pas fait l'objet, à la date de l'octroi de l'aide, d'une procédure de droit européen, national ou régional visant le recouvrement de l'aide octroyée.
Par dérogation à l'alinéa premier, la condition visée à l'alinéa premier, 2°, ne s'applique pas à une start-up tel que visé à l'article 22, alinéa 2, du règlement général d'exemption par catégorie.
1° elle n'a pas, à la date d'introduction de la demande d'aide, de dettes fiscales ou de dettes arriérées auprès de l'Office national de sécurité sociale ;
2° elle n'est pas, à la date de l'octroi de l'aide, une entreprise en difficulté telle que visée à l'article 2, 18 du règlement général d'exemption par catégorie ;
3° elle n'a pas fait l'objet, à la date de l'octroi de l'aide, d'une procédure de droit européen, national ou régional visant le recouvrement de l'aide octroyée.
Par dérogation à l'alinéa premier, la condition visée à l'alinéa premier, 2°, ne s'applique pas à une start-up tel que visé à l'article 22, alinéa 2, du règlement général d'exemption par catégorie.
Art. 8. De milieu-investeringen starten ten laatste een jaar na de beslissing tot toekenning van de steun en worden beëindigd binnen drie jaar na de beslissing tot toekenning van de steun.
De minister kan de termijnen, vermeld in het eerste lid, op gemotiveerd verzoek van de onderneming en op advies van de OVAM verlengen.
De minister kan de termijnen, vermeld in het eerste lid, op gemotiveerd verzoek van de onderneming en op advies van de OVAM verlengen.
Art. 8. Les investissements environnementaux commencent au plus tard un an après la décision d'octroi de l'aide et prennent fin dans les trois ans suivant la décision d'octroi de l'aide.
Le ministre peut prolonger les délais visés à l'alinéa premier, sur demande motivée de l'entreprise et après avis de l'OVAM.
Le ministre peut prolonger les délais visés à l'alinéa premier, sur demande motivée de l'entreprise et après avis de l'OVAM.
Art. 9. De toegekende steun heeft een stimulerend effect.
In het eerste lid wordt verstaan onder stimulerend effect dat de milieu-investeringen op zijn vroegst mogen starten op de eerste dag nadat de steunaanvraag wordt goedgekeurd.
In het tweede lid wordt onder de start van de milieu-investering verstaan:
1° de datum van de eerste activiteit, gestaafd door een factuur, overeenkomst of een ander schriftelijk bewijsmiddel;
2° de datum van de akte bij verwerving van een onroerend goed;
3° de datum van de leasingovereenkomst.
De steun vervalt volledig als de milieu-investeringen starten voor de dag, vermeld in het tweede lid.
In het eerste lid wordt verstaan onder stimulerend effect dat de milieu-investeringen op zijn vroegst mogen starten op de eerste dag nadat de steunaanvraag wordt goedgekeurd.
In het tweede lid wordt onder de start van de milieu-investering verstaan:
1° de datum van de eerste activiteit, gestaafd door een factuur, overeenkomst of een ander schriftelijk bewijsmiddel;
2° de datum van de akte bij verwerving van een onroerend goed;
3° de datum van de leasingovereenkomst.
De steun vervalt volledig als de milieu-investeringen starten voor de dag, vermeld in het tweede lid.
Art. 9. L'aide octroyée a un effet stimulateur.
Au premier alinéa, on entend par effet stimulateur le fait que les investissements environnementaux peuvent démarrer au plus tôt le premier jour suivant l'approbation de la demande d'aide.
Au deuxième alinéa, on entend par démarrage de l'investissement environnemental :
1° la date de la première activité, étayée par une facture, un contrat ou un autre moyen de preuve écrit ;
2° la date de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immeuble ;
3° la date du contrat de leasing.
L'aide est entièrement annulée lorsque les investissements environnementaux prennent cours avant le jour, visé au deuxième alinéa.
Au premier alinéa, on entend par effet stimulateur le fait que les investissements environnementaux peuvent démarrer au plus tôt le premier jour suivant l'approbation de la demande d'aide.
Au deuxième alinéa, on entend par démarrage de l'investissement environnemental :
1° la date de la première activité, étayée par une facture, un contrat ou un autre moyen de preuve écrit ;
2° la date de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immeuble ;
3° la date du contrat de leasing.
L'aide est entièrement annulée lorsque les investissements environnementaux prennent cours avant le jour, visé au deuxième alinéa.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 10. Er wordt steun verleend aan ondernemingen voor milieu-investeringen die worden uitgevoerd in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 10. Des aides sont accordées aux entreprises pour des investissements environnementaux réalisés en Région flamande aux conditions visées au présent arrêté et aux arrêtés d'exécution du présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - In aanmerking komende milieu-investeringen
CHAPITRE 3. - Investissements environnementaux entrant en ligne de compte
Art. 11. Milieu-investeringen komen in aanmerking voor steun als ze aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
1° ze beogen de verwerking van asbesthoudend afval, waardoor minder asbesthoudend afval bestemd is voor storten;
2° ze beogen de recyclage of voorbereiding op recyclage van afvalstoffen, waardoor minder afvalstoffen bestemd zijn voor verwijdering of een hoogwaardigere recyclage mogelijk is;
3° ze bevorderen de inzet van recyclaten in het productieproces of hebben de inzet van recyclaten in het productieproces als resultaat.
De steun kan enkel worden toegekend voor de recycling van door andere ondernemingen geproduceerd afval.
1° ze beogen de verwerking van asbesthoudend afval, waardoor minder asbesthoudend afval bestemd is voor storten;
2° ze beogen de recyclage of voorbereiding op recyclage van afvalstoffen, waardoor minder afvalstoffen bestemd zijn voor verwijdering of een hoogwaardigere recyclage mogelijk is;
3° ze bevorderen de inzet van recyclaten in het productieproces of hebben de inzet van recyclaten in het productieproces als resultaat.
De steun kan enkel worden toegekend voor de recycling van door andere ondernemingen geproduceerd afval.
Art. 11. Des investissements environnementaux entrent en ligne de compte pour l'octroi des aides lorsqu'ils remplissent l'une des conditions suivantes :
1° ils visent le traitement des déchets contenant de l'amiante, réduisant ainsi les déchets contenant de l'amiante destinés à être mis en décharge ;
2° ils visent le recyclage ou la préparation au recyclage des déchets, réduisant ainsi le nombre de déchets destinés à être éliminés ou de permettre un recyclage de qualité supérieure ;
3° ils favorisent l'utilisation des recyclés dans le processus de production ou ont pour résultat l'utilisation des recyclés dans le processus de production.
L'aide ne peut être octroyée que pour le recyclage des déchets produits par d'autres entreprises.
1° ils visent le traitement des déchets contenant de l'amiante, réduisant ainsi les déchets contenant de l'amiante destinés à être mis en décharge ;
2° ils visent le recyclage ou la préparation au recyclage des déchets, réduisant ainsi le nombre de déchets destinés à être éliminés ou de permettre un recyclage de qualité supérieure ;
3° ils favorisent l'utilisation des recyclés dans le processus de production ou ont pour résultat l'utilisation des recyclés dans le processus de production.
L'aide ne peut être octroyée que pour le recyclage des déchets produits par d'autres entreprises.
Art. 12. Milieu-investeringen komen in aanmerking voor steun als ze voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° de milieu-investeringen beantwoorden aan een van de volgende doelstellingen:
a) ze overtreffen de Europese normen die zijn goedgekeurd, ook al zijn die normen nog niet in werking getreden;
b) ze bereiken milieuvoordelen waarbij nog geen Europese normen zijn goedgekeurd;
2° de milieu-investeringen zijn technisch en economisch haalbaar, zoals blijkt uit de aanvraag;
3° de milieu-investeringen overtreffen de stand van de techniek die in de sector van toepassing is.
In het eerste lid wordt verstaan onder Europese norm: de Unienorm, vermeld in artikel 2, punt 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
1° de milieu-investeringen beantwoorden aan een van de volgende doelstellingen:
a) ze overtreffen de Europese normen die zijn goedgekeurd, ook al zijn die normen nog niet in werking getreden;
b) ze bereiken milieuvoordelen waarbij nog geen Europese normen zijn goedgekeurd;
2° de milieu-investeringen zijn technisch en economisch haalbaar, zoals blijkt uit de aanvraag;
3° de milieu-investeringen overtreffen de stand van de techniek die in de sector van toepassing is.
In het eerste lid wordt verstaan onder Europese norm: de Unienorm, vermeld in artikel 2, punt 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Art. 12. Les investissements environnementaux entrent en ligne de compte pour l'octroi des aides lorsqu'ils remplissent toutes les conditions suivantes :
1° les investissements environnementaux répondent à l'un des objectifs suivants :
a) ils dépassent les normes européennes approuvées, même si elles ne sont pas encore entrées en vigueur ;
b) ils obtiennent des avantages environnementaux pour lesquels aucune norme européenne n'a encore été approuvée ;
2° les investissements environnementaux sont techniquement et économiquement réalisables, comme le montre la demande ;
3° les investissements environnementaux dépassent l'état de la technique applicable dans le secteur.
Au premier alinéa, on entend par norme européenne : la norme de l'Union visée à l'article 2, point 102, du règlement général d'exemption par catégorie.
1° les investissements environnementaux répondent à l'un des objectifs suivants :
a) ils dépassent les normes européennes approuvées, même si elles ne sont pas encore entrées en vigueur ;
b) ils obtiennent des avantages environnementaux pour lesquels aucune norme européenne n'a encore été approuvée ;
2° les investissements environnementaux sont techniquement et économiquement réalisables, comme le montre la demande ;
3° les investissements environnementaux dépassent l'état de la technique applicable dans le secteur.
Au premier alinéa, on entend par norme européenne : la norme de l'Union visée à l'article 2, point 102, du règlement général d'exemption par catégorie.
Art. 13. De volgende milieu-investeringen komen niet voor steun in aanmerking:
1° de milieu-investeringen die vroeger geactiveerd zijn en opgenomen zijn in de afschrijvingstabel, en die verworven worden van:
a) een onderneming waarin de steunaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
b) een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de steunaanvragende onderneming;
c) een verwante patrimoniumvennootschap;
2° de milieu-investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de steunaanvragende onderneming;
3° de milieu-investeringen die in geval van aankoop niet verworven worden in volle eigendom;
4° de milieu-investeringen die gratis of onder bezwarende titel ter beschikking worden gesteld aan derden;
5° de milieu-investeringen voor de oprichting, uitbreiding of modernisering van een bedrijvencentrum als vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2007 houdende subsidiëring van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen, of een doorgangsgebouw als vermeld in artikel 1, 2°, van het voormelde besluit;
6° de milieu-investeringen die in een periode van minder dan drie jaar worden afgeschreven.
1° de milieu-investeringen die vroeger geactiveerd zijn en opgenomen zijn in de afschrijvingstabel, en die verworven worden van:
a) een onderneming waarin de steunaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
b) een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de steunaanvragende onderneming;
c) een verwante patrimoniumvennootschap;
2° de milieu-investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de steunaanvragende onderneming;
3° de milieu-investeringen die in geval van aankoop niet verworven worden in volle eigendom;
4° de milieu-investeringen die gratis of onder bezwarende titel ter beschikking worden gesteld aan derden;
5° de milieu-investeringen voor de oprichting, uitbreiding of modernisering van een bedrijvencentrum als vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2007 houdende subsidiëring van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen, of een doorgangsgebouw als vermeld in artikel 1, 2°, van het voormelde besluit;
6° de milieu-investeringen die in een periode van minder dan drie jaar worden afgeschreven.
Art. 13. Les investissements environnementaux suivants n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi des aides :
1° les investissements environnementaux, auparavant activés et repris dans le tableau d'amortissement, acquis :
a) d'une entreprise à laquelle l'entreprise demandant des aides participe directement ou indirectement ;
b) d'une entreprise qui participe directement ou indirectement dans l'entreprise demandant des aides ;
c) d'une société patrimoniale apparentée ;
2° les investissements environnementaux acquis d'un gérant, d'un administrateur ou d'un actionnaire de l'entreprise demandant des aides ;
3° les investissements environnementaux qui, en cas d'achat, ne sont pas acquis en pleine propriété ;
4° les investissements environnementaux, mis à la disposition de tiers à titre gratuit ou à titre onéreux ;
5° les investissements environnementaux concernant la création, l'extension et la modernisation d'un centre d'entreprises tel que visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 2007 relatif au subventionnement des centres d'entreprises et des immeubles de transit tel que visé à l'article 1er, 2°, de l'arrêté précité ;
6° les investissements environnementaux qui sont récupérés sur une période de moins de trois ans.
1° les investissements environnementaux, auparavant activés et repris dans le tableau d'amortissement, acquis :
a) d'une entreprise à laquelle l'entreprise demandant des aides participe directement ou indirectement ;
b) d'une entreprise qui participe directement ou indirectement dans l'entreprise demandant des aides ;
c) d'une société patrimoniale apparentée ;
2° les investissements environnementaux acquis d'un gérant, d'un administrateur ou d'un actionnaire de l'entreprise demandant des aides ;
3° les investissements environnementaux qui, en cas d'achat, ne sont pas acquis en pleine propriété ;
4° les investissements environnementaux, mis à la disposition de tiers à titre gratuit ou à titre onéreux ;
5° les investissements environnementaux concernant la création, l'extension et la modernisation d'un centre d'entreprises tel que visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 2007 relatif au subventionnement des centres d'entreprises et des immeubles de transit tel que visé à l'article 1er, 2°, de l'arrêté précité ;
6° les investissements environnementaux qui sont récupérés sur une période de moins de trois ans.
Art. 14. De milieu-investeringen kunnen ook uitgevoerd worden door een patrimoniumvennootschap die behoort tot dezelfde groep als de steunaanvragende onderneming. Beide vennootschappen behoren tot dezelfde groep in één van de volgende gevallen:
1° de patrimoniumvennnootschap participeert voor ten minste 25% in de steunaanvragende onderneming;
2° de steunaanvragende onderneming participeert voor ten minste 25% in de patrimoniumvennootschap;
3° een natuurlijke persoon of rechtspersoon participeert voor ten minste 25% in beide vennootschappen.
De patrimoniumvennootschap, vermeld in het eerste lid, stelt de milieu-investeringen gedurende vijf jaar ter beschikking van de steunaanvragende onderneming.
1° de patrimoniumvennnootschap participeert voor ten minste 25% in de steunaanvragende onderneming;
2° de steunaanvragende onderneming participeert voor ten minste 25% in de patrimoniumvennootschap;
3° een natuurlijke persoon of rechtspersoon participeert voor ten minste 25% in beide vennootschappen.
De patrimoniumvennootschap, vermeld in het eerste lid, stelt de milieu-investeringen gedurende vijf jaar ter beschikking van de steunaanvragende onderneming.
Art. 14. Les investissements environnementaux peuvent également être réalisés par une société de patrimoine, appartenant au même groupe que l'entreprise demandant des aides. Les deux sociétés appartiennent au même groupe dans un des cas suivants :
1° la société de patrimoine participe à concurrence d'au moins 25 % dans l'entreprise demandant des aides ;
2° l'entreprise demandant des aides participe à concurrence d'au moins 25 % dans la société de patrimoine ;
3° une personne physique ou morale participe à concurrence d'au moins 25 % dans les deux sociétés.
La société de patrimoine, visée à l'alinéa premier, met les investissements environnementaux à la disposition de l'entreprise demandant des aides pendant cinq ans.
1° la société de patrimoine participe à concurrence d'au moins 25 % dans l'entreprise demandant des aides ;
2° l'entreprise demandant des aides participe à concurrence d'au moins 25 % dans la société de patrimoine ;
3° une personne physique ou morale participe à concurrence d'au moins 25 % dans les deux sociétés.
La société de patrimoine, visée à l'alinéa premier, met les investissements environnementaux à la disposition de l'entreprise demandant des aides pendant cinq ans.
Art. 15. De milieu-investeringen bedragen in de eerste call minimaal 500.000 euro.
De minister kan in een volgende call het minimale investeringsbedrag, vermeld in het eerste lid, aanpassen in functie van de beoogde milieudoelstellingen.
De minister kan in een volgende call het minimale investeringsbedrag, vermeld in het eerste lid, aanpassen in functie van de beoogde milieudoelstellingen.
Art. 15. Les investissements environnementaux s'élèvent au minimum à 500.000 euros lors du premier appel.
Dans un appel suivant, le ministre peut adapter le montant minimum de l'investissement visé à l'alinéa premier en fonction des objectifs environnementaux visés.
Dans un appel suivant, le ministre peut adapter le montant minimum de l'investissement visé à l'alinéa premier en fonction des objectifs environnementaux visés.
HOOFDSTUK 4. - Steunintensiteit
CHAPITRE 4. - Intensité d'aide
Art. 16. De steun wordt toegekend in de vorm van een investeringssubsidie en wordt toegewezen via een callsysteem.
De minister bepaalt het maximale bedrag van een call.
Als het beschikbare steunbedrag niet volledig wordt toegekend binnen een call, dan wordt het resterende steunbedrag overgedragen naar de volgende call.
De minister bepaalt het maximale bedrag van een call.
Als het beschikbare steunbedrag niet volledig wordt toegekend binnen een call, dan wordt het resterende steunbedrag overgedragen naar de volgende call.
Art. 16. L'aide est octroyée sous la forme d'une subvention d'investissement et est octroyée via un système d'appel.
Le ministre fixe le montant maximum d'un appel.
Si le montant de l'aide disponible n'est pas entièrement octroyé dans le cadre d'un appel, le montant restant de l'aide est transféré à l'appel suivant.
Le ministre fixe le montant maximum d'un appel.
Si le montant de l'aide disponible n'est pas entièrement octroyé dans le cadre d'un appel, le montant restant de l'aide est transféré à l'appel suivant.
Art. 17. De subsidie wordt berekend als een percentage van de bijkomende investeringskosten, exclusief btw, die nodig zijn om een investering uit te voeren die tot betere of efficiëntere recyclageactiviteiten leidt, vergeleken met een conventioneel proces van hergebruik en recycling met dezelfde capaciteit dat zonder de steun zou zijn uitgewerkt.
Art. 17. La subvention est calculée comme un pourcentage du coût d'investissement supplémentaire, hors T.V.A., nécessaire à la réalisation d'un investissement conduisant à des activités de recyclage de meilleure qualité ou plus efficaces, comparé à un processus conventionnel de réutilisation et de recyclage de même capacité qui aurait été élaboré sans l'aide.
Art. 18. Bij de berekening van de steun en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt, de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten worden gestaafd met bewijsstukken, die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn.
De steun bevrijdt vervuilers niet indirect van lasten die zij volgens het Unierecht moeten dragen, of van lasten die als normale ondernemingskosten dienen te worden beschouwd.
De steun bevrijdt vervuilers niet indirect van lasten die zij volgens het Unierecht moeten dragen, of van lasten die als normale ondernemingskosten dienen te worden beschouwd.
Art. 18. Aux fins du calcul de l'aide et des coûts admissibles, tous les chiffres utilisés sont avant impôts ou autres prélèvements. Les coûts admissibles sont étayés de pièces justificatives qui sont claires, spécifiques et contemporaines des faits.
Les aides ne soulagent pas indirectement les pollueurs de charges qu'ils devraient supporter en vertu du droit de l'Union, ou de charges devant être considérées comme des coûts normaux pour une entreprise.
Les aides ne soulagent pas indirectement les pollueurs de charges qu'ils devraient supporter en vertu du droit de l'Union, ou de charges devant être considérées comme des coûts normaux pour une entreprise.
Art. 19. Het subsidiepercentage vermeld in artikel 17, bedraagt ten hoogste 35 % van de in aanmerking komende kosten. Het kan met 20 procentpunten worden verhoogd voor steun aan kleine ondernemingen en met 10 procentpunten voor steun aan middelgrote ondernemingen.
Het totale bedrag aan toegekende steun aan een onderneming bedraagt binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen maximaal 3.000.000 euro over een periode van drie jaar.
De minister stelt per call de maximale percentages, vermeld in het eerste lid, en het maximale steunbedrag, vermeld in het tweede lid, vast en kan de periode, vermeld in het tweede lid, verlengen afhankelijk van de budgettaire noodzakelijkheden.
Projecten die niet in aanmerking komen doordat het maximale steunbedrag, vermeld in artikel 16 tweede lid, uitgeput is, kunnen bij een volgende call de ingediende aanvraag herbevestigen.
Het totale bedrag aan toegekende steun aan een onderneming bedraagt binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen maximaal 3.000.000 euro over een periode van drie jaar.
De minister stelt per call de maximale percentages, vermeld in het eerste lid, en het maximale steunbedrag, vermeld in het tweede lid, vast en kan de periode, vermeld in het tweede lid, verlengen afhankelijk van de budgettaire noodzakelijkheden.
Projecten die niet in aanmerking komen doordat het maximale steunbedrag, vermeld in artikel 16 tweede lid, uitgeput is, kunnen bij een volgende call de ingediende aanvraag herbevestigen.
Art. 19. Le taux de subvention visé à l'article 17 ne dépasse pas 35 % des coûts admissibles. Il peut être majoré de 20 points de pourcentage pour les aides aux petites entreprises et de 10 points de pourcentage pour les aides aux moyennes entreprises.
Le montant total de l'aide accordée à une entreprise s'élève, dans les limites des moyens disponibles du budget, au maximum de 3.000.000 d'euros sur une période de trois ans.
Le ministre fixe par appel les pourcentages maximaux visés au premier alinéa et le montant maximal de l'aide visé au deuxième alinéa et peut prolonger la période visée au deuxième alinéa en fonction des nécessités budgétaires.
Les projets qui ne sont pas pris en considération parce que le montant maximal de l'aide visé à l'article 16, deuxième alinéa, est épuisé, peuvent reconfirmer la demande introduite lors d'un appel suivant.
Le montant total de l'aide accordée à une entreprise s'élève, dans les limites des moyens disponibles du budget, au maximum de 3.000.000 d'euros sur une période de trois ans.
Le ministre fixe par appel les pourcentages maximaux visés au premier alinéa et le montant maximal de l'aide visé au deuxième alinéa et peut prolonger la période visée au deuxième alinéa en fonction des nécessités budgétaires.
Les projets qui ne sont pas pris en considération parce que le montant maximal de l'aide visé à l'article 16, deuxième alinéa, est épuisé, peuvent reconfirmer la demande introduite lors d'un appel suivant.
HOOFDSTUK 5. - Procedure van de steunaanvraag
CHAPITRE 5. - Procédure de la demande d'aide
Art. 20. Het aanvraagdossier bevat de volgende gegevens:
1° de naam en de grootte van de onderneming;
2° een verklaring op erewoord over de grootte van de onderneming;
3° een beschrijving van het project, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum;
4° de locatie van het project;
5° een lijst van de projectkosten;
6° een inschatting van de milieu-impact;
7° het bedrag aan overheidsfinanciering dat voor het project nodig is.
De onderneming gebruikt hiervoor een standaardformulier dat beschikbaar is op de website van OVAM.
De OVAM beoordeelt of de steunaanvraag voldoet aan de algemene voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 1 van dit besluit, en de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 en 3, van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten van dit besluit.
De aanvrager van wie het aanvraagdossier ontvankelijk en volledig is, wordt daarvan binnen tien werkdagen na ontvangst op de hoogte gebracht.
De aanvrager van wie het aanvraagdossier niet ontvankelijk of onvolledig is, wordt daarvan binnen tien werkdagen na ontvangst op de hoogte gebracht. Die kennisgeving vermeldt de motivering.
Als het aanvraagdossier onvolledig is, kan de OVAM aan de steunaanvrager vragen om de ontbrekende gegevens of documenten aan het dossier toe te voegen en de termijn bepalen waarin dat moet gebeuren.
1° de naam en de grootte van de onderneming;
2° een verklaring op erewoord over de grootte van de onderneming;
3° een beschrijving van het project, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum;
4° de locatie van het project;
5° een lijst van de projectkosten;
6° een inschatting van de milieu-impact;
7° het bedrag aan overheidsfinanciering dat voor het project nodig is.
De onderneming gebruikt hiervoor een standaardformulier dat beschikbaar is op de website van OVAM.
De OVAM beoordeelt of de steunaanvraag voldoet aan de algemene voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 1 van dit besluit, en de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 en 3, van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten van dit besluit.
De aanvrager van wie het aanvraagdossier ontvankelijk en volledig is, wordt daarvan binnen tien werkdagen na ontvangst op de hoogte gebracht.
De aanvrager van wie het aanvraagdossier niet ontvankelijk of onvolledig is, wordt daarvan binnen tien werkdagen na ontvangst op de hoogte gebracht. Die kennisgeving vermeldt de motivering.
Als het aanvraagdossier onvolledig is, kan de OVAM aan de steunaanvrager vragen om de ontbrekende gegevens of documenten aan het dossier toe te voegen en de termijn bepalen waarin dat moet gebeuren.
Art. 20. Le dossier de demande contient les données suivantes :
1° le nom et l'ampleur de l'entreprise ;
2° une déclaration sur l'honneur sur l'ampleur de l'entreprise ;
3° une description du projet, y compris les dates de début et de fin ;
4° la localisation du projet ;
5° une liste des coûts du projet ;
6° une estimation de l'impact environnemental ;
7° le montant du financement public nécessaire pour le projet.
L'entreprise utilise à cet effet un formulaire standard disponible sur le site web de l'OVAM.
L'OVAM évalue si la demande d'aide satisfait aux conditions générales visées au chapitre 1er du présent arrêté et aux conditions visées aux chapitres 2 et 3 du présent arrêté et aux arrêtés d'exécution du présent arrêté.
Le demandeur dont le dossier de demande est recevable et complet en est informé dans les dix jours ouvrables après réception.
Le demandeur dont le dossier de demande n'est pas recevable ou incomplet en est informé dans les dix jours ouvrables après réception. Cette notification mentionne le motif.
Si le dossier de demande est incomplet, l'OVAM peut demander au demandeur d'aide de joindre les données ou documents manquants au dossier et fixer le délai dans lequel cela doit être fait.
1° le nom et l'ampleur de l'entreprise ;
2° une déclaration sur l'honneur sur l'ampleur de l'entreprise ;
3° une description du projet, y compris les dates de début et de fin ;
4° la localisation du projet ;
5° une liste des coûts du projet ;
6° une estimation de l'impact environnemental ;
7° le montant du financement public nécessaire pour le projet.
L'entreprise utilise à cet effet un formulaire standard disponible sur le site web de l'OVAM.
L'OVAM évalue si la demande d'aide satisfait aux conditions générales visées au chapitre 1er du présent arrêté et aux conditions visées aux chapitres 2 et 3 du présent arrêté et aux arrêtés d'exécution du présent arrêté.
Le demandeur dont le dossier de demande est recevable et complet en est informé dans les dix jours ouvrables après réception.
Le demandeur dont le dossier de demande n'est pas recevable ou incomplet en est informé dans les dix jours ouvrables après réception. Cette notification mentionne le motif.
Si le dossier de demande est incomplet, l'OVAM peut demander au demandeur d'aide de joindre les données ou documents manquants au dossier et fixer le délai dans lequel cela doit être fait.
Art. 21. De ontvankelijke steunaanvragen worden op basis van de volgende criteria beoordeeld:
1° de impact van de milieu-investering. De impact wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) de impact op de mate van recyclage en/of de verhoogde inzet van de recyclaten
b) de impact op de circulaire economie
c) de milieu-impact;
2° de maturiteit van de milieu-investering. De maturiteit wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) organisatie en planning van het project
b) start van de operaties
c) technologische maturiteit
d) implementatie maturiteit;
3° de kwaliteit van de milieu-investering. De kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) de kwaliteit van de innovatie
b) de kwaliteit van de strategie
c) de kwaliteit van het operationele plan
d) de kwaliteit van het financiële plan
e) de kwaliteit van de organisatie;
4° de graad van relevantie van de milieu-investering. De graad van relevantie wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) het hefboomeffect van de steun op het project
b) de bijdrage aan het Vlaamse beleid en aan de recyclageketens
c) de bijdrage aan de Vlaamse economie en maatschappij;
De minister bepaalt de wegingsfactoren van de subcriteria, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°.
1° de impact van de milieu-investering. De impact wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) de impact op de mate van recyclage en/of de verhoogde inzet van de recyclaten
b) de impact op de circulaire economie
c) de milieu-impact;
2° de maturiteit van de milieu-investering. De maturiteit wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) organisatie en planning van het project
b) start van de operaties
c) technologische maturiteit
d) implementatie maturiteit;
3° de kwaliteit van de milieu-investering. De kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) de kwaliteit van de innovatie
b) de kwaliteit van de strategie
c) de kwaliteit van het operationele plan
d) de kwaliteit van het financiële plan
e) de kwaliteit van de organisatie;
4° de graad van relevantie van de milieu-investering. De graad van relevantie wordt beoordeeld aan de hand van volgende subcriteria:
a) het hefboomeffect van de steun op het project
b) de bijdrage aan het Vlaamse beleid en aan de recyclageketens
c) de bijdrage aan de Vlaamse economie en maatschappij;
De minister bepaalt de wegingsfactoren van de subcriteria, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°.
Art. 21. Les demandes d'aide recevables sont évaluées sur la base des critères suivants :
1° l'impact de l'investissement environnemental. L'impact est évalué à l'aide des sous-critères suivants :
a) l'impact sur le degré de recyclage et/ou l'utilisation accrue des recyclés
b) l'impact sur l'économie circulaire
c) l'impact environnemental ;
2° la maturité de l'investissement environnemental. La maturité est évaluée à l'aide des sous-critères suivants :
a) organisation et planification du projet
b) démarrage des opérations
c) maturité technologique
d) maturité de la mise en oeuvre ;
3° la qualité de l'investissement environnemental. La qualité est évaluée à l'aide des sous-critères suivants :
a) la qualité de l'innovation
b) la qualité de la stratégie
c) la qualité du plan opérationnel
d) la qualité du plan financier
e) la qualité de l'organisation ;
4° le degré de pertinence de l'investissement environnemental. Le degré de pertinence est évalué à l'aide des sous-critères suivants :
a) l'effet de levier de l'aide au projet
b) la contribution à la politique flamande et aux chaînes de recyclage
c) la contribution à l'économie et à la société flamandes ;
Le ministre détermine les facteurs de pondération des sous-critères visés à l'alinéa premier, 1° à 4° inclus.
1° l'impact de l'investissement environnemental. L'impact est évalué à l'aide des sous-critères suivants :
a) l'impact sur le degré de recyclage et/ou l'utilisation accrue des recyclés
b) l'impact sur l'économie circulaire
c) l'impact environnemental ;
2° la maturité de l'investissement environnemental. La maturité est évaluée à l'aide des sous-critères suivants :
a) organisation et planification du projet
b) démarrage des opérations
c) maturité technologique
d) maturité de la mise en oeuvre ;
3° la qualité de l'investissement environnemental. La qualité est évaluée à l'aide des sous-critères suivants :
a) la qualité de l'innovation
b) la qualité de la stratégie
c) la qualité du plan opérationnel
d) la qualité du plan financier
e) la qualité de l'organisation ;
4° le degré de pertinence de l'investissement environnemental. Le degré de pertinence est évalué à l'aide des sous-critères suivants :
a) l'effet de levier de l'aide au projet
b) la contribution à la politique flamande et aux chaînes de recyclage
c) la contribution à l'économie et à la société flamandes ;
Le ministre détermine les facteurs de pondération des sous-critères visés à l'alinéa premier, 1° à 4° inclus.
Art. 22. Elk project krijgt een score op 200 punten, waarvan 100 punten afhankelijk zijn van de criteria impact, maturiteit en kwaliteit van de milieu-investering en 100 punten afhankelijk zijn van de graad van relevantie.
Indien een project minder dan 50 op 100 scoort op de gecombineerde score van punt 1° tot en met punt 3° van artikel 21 komt het project niet in aanmerking voor steun.
Indien een project minder dan 50 op 100 scoort op punt 4° uit artikel 21 komt het project niet in aanmerking voor steun.
De OVAM maakt binnen een termijn van drie maanden na de afsluiting van de call een rangschikking op van alle aanvragen die voor steun in aanmerking komen met per aanvraag een gemotiveerd advies. Zij kan hiervoor advies inwinnen bij externe deskundigen.
Indien een project minder dan 50 op 100 scoort op de gecombineerde score van punt 1° tot en met punt 3° van artikel 21 komt het project niet in aanmerking voor steun.
Indien een project minder dan 50 op 100 scoort op punt 4° uit artikel 21 komt het project niet in aanmerking voor steun.
De OVAM maakt binnen een termijn van drie maanden na de afsluiting van de call een rangschikking op van alle aanvragen die voor steun in aanmerking komen met per aanvraag een gemotiveerd advies. Zij kan hiervoor advies inwinnen bij externe deskundigen.
Art. 22. Chaque projet est évalué sur 200 points, dont 100 points dépendent des critères d'impact, de maturité et de qualité de l'investissement environnemental et 100 points dépendent du degré de pertinence.
Si un projet obtient moins de 50 sur 100 sur le score combiné des points 1° à 3° de l'article 21, le projet n'entre pas en ligne de compte pour l'octroi d'une aide.
Si un projet obtient moins de 50 sur 100 au point 4° de l'article 21, le projet n'entre pas en ligne de compte pour l'octroi d'une aide.
L'OVAM établit, dans un délai de trois mois à compter de la clôture de l'appel, un classement de toutes les demandes qui entrent en ligne de compte pour une aide, avec un avis motivé par demande. Elle peut demander l'avis d'experts externes à cet effet.
Si un projet obtient moins de 50 sur 100 sur le score combiné des points 1° à 3° de l'article 21, le projet n'entre pas en ligne de compte pour l'octroi d'une aide.
Si un projet obtient moins de 50 sur 100 au point 4° de l'article 21, le projet n'entre pas en ligne de compte pour l'octroi d'une aide.
L'OVAM établit, dans un délai de trois mois à compter de la clôture de l'appel, un classement de toutes les demandes qui entrent en ligne de compte pour une aide, avec un avis motivé par demande. Elle peut demander l'avis d'experts externes à cet effet.
Art. 23. De minister beslist over de steuntoekenning. De steun wordt toegekend aan de best gerangschikte projecten die minstens de minimumscores behaalden, tot het maximale steunbedrag van de call is opgebruikt.
Steun kan worden toegekend tot 1 december 2022.
Steun kan worden toegekend tot 1 december 2022.
Art. 23. Le ministre décide de l'octroi de l'aide. L'aide est accordée aux projets les mieux classés qui ont obtenu au moins le score minimal, jusqu'à épuisement du montant maximal de l'aide pour l'appel.
Une aide peut être accordée jusqu'au 1er décembre 2022.
Une aide peut être accordée jusqu'au 1er décembre 2022.
Art. 24. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.
Art. 24. Le demandeur est informé par écrit de la décision.
HOOFDSTUK 6. - Milieu-investeringen met een strategische relevantie voor het Vlaamse Gewest
CHAPITRE 6. - Investissements environnementaux présentant une pertinence stratégique pour la Région flamande
Art. 25. Binnen de maximale Europese grenzen, vermeld in artikel 1 tot en met 12 en artikel 47 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, kan afgeweken worden van de voorwaarden, vermeld in dit besluit, voor milieu-investeringen met een strategische relevantie voor het Vlaamse Gewest.
In het eerste lid wordt verstaan onder strategische relevantie: het project voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het levert een belangrijk aandeel in een milieu-oplossing met gesloten materiaalkringlopen en procesgeïntegreerde oplossingen;
2° het levert een belangrijke bijdrage aan de Vlaamse economie en maatschappij.
In het eerste lid wordt verstaan onder strategische relevantie: het project voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het levert een belangrijk aandeel in een milieu-oplossing met gesloten materiaalkringlopen en procesgeïntegreerde oplossingen;
2° het levert een belangrijke bijdrage aan de Vlaamse economie en maatschappij.
Art. 25. Dans les limites européennes maximales visées aux articles 1er à 12 et 47 du règlement général d'exemption par catégorie, il peut être dérogé aux conditions visées dans le présent arrêté pour les investissements environnementaux ayant une pertinence stratégique pour la Région flamande.
Au premier alinéa, on entend par pertinence stratégique : le projet répond à toutes les conditions suivantes :
1° il apporte une part importante dans une solution environnementale à cycles fermés de matériaux et solutions intégrées aux processus ;
2° il apporte une contribution importante à l'économie et à la société flamandes.
Au premier alinéa, on entend par pertinence stratégique : le projet répond à toutes les conditions suivantes :
1° il apporte une part importante dans une solution environnementale à cycles fermés de matériaux et solutions intégrées aux processus ;
2° il apporte une contribution importante à l'économie et à la société flamandes.
HOOFDSTUK 7. - Uitbetaling
CHAPITRE 7. - Paiement
Art. 26. De subsidie wordt aan de onderneming uitbetaald in de volgende drie schijven:
1° 30% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie op voorwaarde dat de onderneming de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen voor 30% uitgevoerd;
2° 30% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie op voorwaarde dat de onderneming de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen voor 60% uitgevoerd;
3° 40% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en na de beëindiging van de milieu-investeringen op voorwaarde dat de onderneming de volgende drie voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen volledig uitgevoerd en exploiteert de milieu-investeringen in de onderneming;
c) de onderneming voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
1° 30% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie op voorwaarde dat de onderneming de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen voor 30% uitgevoerd;
2° 30% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie op voorwaarde dat de onderneming de volgende twee voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen voor 60% uitgevoerd;
3° 40% op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en na de beëindiging van de milieu-investeringen op voorwaarde dat de onderneming de volgende drie voorwaarden vervult:
a) de onderneming vraagt de uitbetaling van de schijf aan;
b) de onderneming heeft de milieu-investeringen volledig uitgevoerd en exploiteert de milieu-investeringen in de onderneming;
c) de onderneming voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten.
Art. 26. La subvention est payée à l'entreprise dans les trois tranches suivantes :
1° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que l'entreprise remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 30 % des investissements environnementaux ;
2° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que l'entreprise remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 60% des investissements environnementaux ;
3° 40 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et après la fin des investissements environnementaux, à condition que l'entreprise remplisse les trois conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a complètement réalisé les investissements environnementaux et exploite les investissements environnementaux au sein de l'entreprise ;
c) l'entreprise répond à toutes les conditions visées au présent arrêté et aux arrêtés d'exécution.
1° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que l'entreprise remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 30 % des investissements environnementaux ;
2° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention, à condition que l'entreprise remplisse les deux conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a réalisé 60% des investissements environnementaux ;
3° 40 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et après la fin des investissements environnementaux, à condition que l'entreprise remplisse les trois conditions suivantes :
a) l'entreprise demande le paiement de la tranche ;
b) l'entreprise a complètement réalisé les investissements environnementaux et exploite les investissements environnementaux au sein de l'entreprise ;
c) l'entreprise répond à toutes les conditions visées au présent arrêté et aux arrêtés d'exécution.
Art. 27. Er wordt geen subsidie uitbetaald aan ondernemingen die een procedure tot terugvordering van toegekende steun hebben lopen op basis van Europees, nationaal of regionaal recht.
Als er een procedure tot terugvordering als vermeld in het eerste lid, loopt, wordt de uitbetaling van de subsidie opgeschort tot de onderneming het bewijs levert dat het terug te vorderen bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.
Als er een procedure tot terugvordering als vermeld in het eerste lid, loopt, wordt de uitbetaling van de subsidie opgeschort tot de onderneming het bewijs levert dat het terug te vorderen bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.
Art. 27. Aucune subvention n'est versée aux entreprises faisant l'objet d'une procédure de droit européen, national ou régional visant le recouvrement de l'aide octroyée.
Lorsqu'une procédure de recouvrement telle que visée au premier alinéa est en cours, le versement de la subvention est suspendu jusqu'à ce que l'entreprise apporte la preuve que le montant à recouvrer a été remboursé ou que la procédure de recouvrement est terminée.
Lorsqu'une procédure de recouvrement telle que visée au premier alinéa est en cours, le versement de la subvention est suspendu jusqu'à ce que l'entreprise apporte la preuve que le montant à recouvrer a été remboursé ou que la procédure de recouvrement est terminée.
Art. 28. De aanvragen tot uitbetaling worden binnen zes maanden na de beëindiging van de milieu-investeringen ingediend.
Art. 28. Les demandes de paiement sont introduites dans les six mois suivant la fin des investissements environnementaux.
Art. 29. De ondernemingen dienen de aanvraag tot uitbetaling in via het standaardformulier dat beschikbaar is op de website van OVAM.
Art. 29. Les entreprises introduisent la demande de paiement au moyen du formulaire standard disponible sur le site web de l'OVAM.
HOOFDSTUK 8. - Terugvordering en verjaring
CHAPITRE 8. - Recouvrement et prescription
Art. 30. In al de volgende gevallen wordt de toegekende subsidie integraal teruggevorderd:
1° de onderneming in kwestie bevindt zich in een van de volgende situaties:
a) faillissement;
b) vereffening;
c) boedelafstand;
d) ontbinding;
e) vrijwillige of gerechtelijke verkoop;
f) sluiting in het kader van een sociaaleconomische herstructureringsoperatie met tewerkstellingsafbouw tot gevolg binnen vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen;
2° de onderneming in kwestie leeft de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen niet na;
3° er wordt vastgesteld via een proces-verbaal, verslag van vaststelling, boetebeslissing, bestuurlijke maatregel of andere administratieve beslissing, of strafrechtelijke uitspraak dat de onderneming in kwestie binnen een periode van vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen de volgende voorwaarden niet naleeft:
a) de algemene, sectorale of bijzondere (milieu)voorwaarden;
b) de vergunningsvoorwaarden.
Als in een van de gevallen, vermeld in het eerste lid, de subsidie moet worden teruggestort, stuurt de minister daarvoor een aangetekende zending naar de onderneming in kwestie. De onderneming in kwestie is verplicht om binnen dertig dagen na de dag waarop de onderneming in kwestie de voormelde brief heeft ontvangen de subsidie integraal terug te storten.
1° de onderneming in kwestie bevindt zich in een van de volgende situaties:
a) faillissement;
b) vereffening;
c) boedelafstand;
d) ontbinding;
e) vrijwillige of gerechtelijke verkoop;
f) sluiting in het kader van een sociaaleconomische herstructureringsoperatie met tewerkstellingsafbouw tot gevolg binnen vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen;
2° de onderneming in kwestie leeft de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen niet na;
3° er wordt vastgesteld via een proces-verbaal, verslag van vaststelling, boetebeslissing, bestuurlijke maatregel of andere administratieve beslissing, of strafrechtelijke uitspraak dat de onderneming in kwestie binnen een periode van vijf jaar na de beëindiging van de milieu-investeringen de volgende voorwaarden niet naleeft:
a) de algemene, sectorale of bijzondere (milieu)voorwaarden;
b) de vergunningsvoorwaarden.
Als in een van de gevallen, vermeld in het eerste lid, de subsidie moet worden teruggestort, stuurt de minister daarvoor een aangetekende zending naar de onderneming in kwestie. De onderneming in kwestie is verplicht om binnen dertig dagen na de dag waarop de onderneming in kwestie de voormelde brief heeft ontvangen de subsidie integraal terug te storten.
Art. 30. Dans tous les cas suivants, la subvention octroyée est intégralement recouvrée :
1° l'entreprise se trouve dans l'une des situations suivantes :
a) faillite ;
b) liquidation ;
c) abandon d'actif ;
d) dissolution ;
e) vente volontaire ou judiciaire ;
f) fermeture dans le cadre d'une opération de restructuration socioéconomique ayant pour conséquence une diminution de l'emploi, si ces faits se produisent dans les cinq ans suivant la fin des investissements environnementaux ;
2° l'entreprise concernée ne respecte pas les procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciement collectif dans les cinq ans suivant la fin des investissements environnementaux ;
3° il est constaté par un procès-verbal, un rapport de constatation, une décision d'amende, une mesure administrative ou une autre décision administrative ou une décision pénale que l'entreprise concernée ne respecte pas les conditions suivantes dans un délai de cinq ans à compter de la fin des investissements environnementaux :
a) les conditions (environnementales) générales, sectorielles ou particulières ;
b) les conditions d'autorisation.
Si, dans un des cas visés à l'alinéa premier, la subvention doit être reversée, le ministre enverra à cet effet un envoi recommandé à l'entreprise concernée. L'entreprise concernée est tenue de reverser intégralement la subvention dans les trente jours suivant le jour où elle a reçu la lettre précitée.
1° l'entreprise se trouve dans l'une des situations suivantes :
a) faillite ;
b) liquidation ;
c) abandon d'actif ;
d) dissolution ;
e) vente volontaire ou judiciaire ;
f) fermeture dans le cadre d'une opération de restructuration socioéconomique ayant pour conséquence une diminution de l'emploi, si ces faits se produisent dans les cinq ans suivant la fin des investissements environnementaux ;
2° l'entreprise concernée ne respecte pas les procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciement collectif dans les cinq ans suivant la fin des investissements environnementaux ;
3° il est constaté par un procès-verbal, un rapport de constatation, une décision d'amende, une mesure administrative ou une autre décision administrative ou une décision pénale que l'entreprise concernée ne respecte pas les conditions suivantes dans un délai de cinq ans à compter de la fin des investissements environnementaux :
a) les conditions (environnementales) générales, sectorielles ou particulières ;
b) les conditions d'autorisation.
Si, dans un des cas visés à l'alinéa premier, la subvention doit être reversée, le ministre enverra à cet effet un envoi recommandé à l'entreprise concernée. L'entreprise concernée est tenue de reverser intégralement la subvention dans les trente jours suivant le jour où elle a reçu la lettre précitée.
HOOFDSTUK 9. - Opvolging en controle
CHAPITRE 9. - Suivi et contrôle
Art. 31. De OVAM legt de rangschikking van alle aanvragen die voor steun in aanmerking komen met per aanvraag een gemotiveerd advies, vermeld in artikel 22 laatste lid, voor aan de Inspectie van Financiën.
De Inspectie van Financiën kan individuele subsidiedossiers controleren.
De Inspectie van Financiën kan individuele subsidiedossiers controleren.
Art. 31. L'OVAM soumet à l'Inspection des Finances le classement de toutes les demandes qui entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une aide, avec un avis motivé par demande, tel que visé à l'article 22 dernier alinéa.
L'Inspection des Finances peut contrôler les dossiers individuels de subvention.
L'Inspection des Finances peut contrôler les dossiers individuels de subvention.
Art. 32. De OVAM zorgt voor de opvolging van de projecten waaraan steun wordt toegekend. Zij stelt daarvoor voor elk individueel project een risicoanalyse op.
Art. 32. L'OVAM assure le suivi des projets bénéficiant d'une aide. Elle établit à cet effet une analyse des risques pour chaque projet individuel.
Art. 33. De OVAM zal vanaf het ogenblik dat de steunaanvraag is ingediend, controleren of de voorwaarden van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan worden nageleefd.
De controle, vermeld in het eerste lid, heeft afhankelijk van het feit of de steun al dan niet is toegekend, de volgende gevolgen:
1° beslissing tot weigering van de subsidie;
2° niet-uitbetaling of terugvordering van de toegekende subsidie.
Als de OVAM ter plaatse controle uitvoert en de toegang tot de investering wordt geweigerd, zal de OVAM de steun terugvorderen en de volgende schijf, zoals vermeld in artikel 26, niet toekennen.
De minister kan de uitbetaling van de subsidie vervroegd stopzetten of een of meer ondernemingen uitsluiten van toekomstige calls als vermeld in artikel 16.
Twee jaar na uitbetaling van de laatste schijf voert de OVAM een afsluitende controle uit om na te gaan of de milieu-investering gerealiseerd is zoals aangevraagd.
De onderneming meldt aan de OVAM onmiddellijk:
1° alle wijzigingen die ervoor kunnen zorgen dat niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden voor toekenning van de steun;
2° alle wijzigingen die een invloed kunnen hebben op het bedrag van de toe te kennen steun;
3° iedere wijziging met betrekking tot de natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan de steun toegekend moet worden.
De controle, vermeld in het eerste lid, heeft afhankelijk van het feit of de steun al dan niet is toegekend, de volgende gevolgen:
1° beslissing tot weigering van de subsidie;
2° niet-uitbetaling of terugvordering van de toegekende subsidie.
Als de OVAM ter plaatse controle uitvoert en de toegang tot de investering wordt geweigerd, zal de OVAM de steun terugvorderen en de volgende schijf, zoals vermeld in artikel 26, niet toekennen.
De minister kan de uitbetaling van de subsidie vervroegd stopzetten of een of meer ondernemingen uitsluiten van toekomstige calls als vermeld in artikel 16.
Twee jaar na uitbetaling van de laatste schijf voert de OVAM een afsluitende controle uit om na te gaan of de milieu-investering gerealiseerd is zoals aangevraagd.
De onderneming meldt aan de OVAM onmiddellijk:
1° alle wijzigingen die ervoor kunnen zorgen dat niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden voor toekenning van de steun;
2° alle wijzigingen die een invloed kunnen hebben op het bedrag van de toe te kennen steun;
3° iedere wijziging met betrekking tot de natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan de steun toegekend moet worden.
Art. 33. L'OVAM contrôlera, à partir du moment où la demande d'aide a été introduite, si les conditions du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution sont respectées.
Le contrôle visé à l'alinéa premier a, selon que l'aide ait été octroyée ou non, les conséquences suivantes :
1° décision de refus de la subvention ;
2° non-paiement ou recouvrement de la subvention octroyée.
Si l'OVAM effectue un contrôle sur place et que l'accès à l'investissement est refusé, l'OVAM recouvrira l'aide et n'accordera pas la tranche suivante, telle que visée à l'article 26.
Le ministre peut mettre fin anticipativement au paiement de la subvention ou exclure une ou plusieurs entreprises des appels futurs tels que visés à l'article 16.
Deux ans après le paiement de la dernière tranche, l'OVAM effectuera un contrôle final pour vérifier si l'investissement environnemental a été réalisé comme demandé.
L'entreprise signale immédiatement à l'OVAM :
1° toutes les modifications faisant que les conditions d'octroi de l'aide ne peuvent plus être remplies ;
2° toutes les modifications susceptibles d'affecter le montant de l'aide à octroyer ;
3° toute modification relative à la personne physique ou la personne morale à laquelle l'aide doit être octroyée.
Le contrôle visé à l'alinéa premier a, selon que l'aide ait été octroyée ou non, les conséquences suivantes :
1° décision de refus de la subvention ;
2° non-paiement ou recouvrement de la subvention octroyée.
Si l'OVAM effectue un contrôle sur place et que l'accès à l'investissement est refusé, l'OVAM recouvrira l'aide et n'accordera pas la tranche suivante, telle que visée à l'article 26.
Le ministre peut mettre fin anticipativement au paiement de la subvention ou exclure une ou plusieurs entreprises des appels futurs tels que visés à l'article 16.
Deux ans après le paiement de la dernière tranche, l'OVAM effectuera un contrôle final pour vérifier si l'investissement environnemental a été réalisé comme demandé.
L'entreprise signale immédiatement à l'OVAM :
1° toutes les modifications faisant que les conditions d'octroi de l'aide ne peuvent plus être remplies ;
2° toutes les modifications susceptibles d'affecter le montant de l'aide à octroyer ;
3° toute modification relative à la personne physique ou la personne morale à laquelle l'aide doit être octroyée.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 34. De minister bevoegd voor de Omgeving is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le ministre ayant l'environnement et l'aménagement du territoire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.