Artikel 1. In artikel 1, van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 tot vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "een interuniversitair getuigschrift executive master voor het management van overheidsbesturen of" opgeheven;
2° in paragraaf 2, derde lid, tweede streepje, wordt het woord ", verhandeling" geschrapt;
4° in paragraaf 2, derde lid, wordt het 3e streepje vervangen als volgt:
"- het examen bedoeld in artikel 7, § 3";
4° in paragraaf 4, worden het tweede en derde lid geschrapt;
5° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § .5. Het urenpakket van het interuniversitair getuigschrift telt minstens honderd zeventig uren. De universiteiten maken afspraken over het aantal ECTS-studiepunten van het interuniversitair getuigschrift. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 MEI 2021. - Samenwerkingsakkoord van 20 mei 2021 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 tot vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
Titre
20 MAI 2021. - Accord de coopération du 20 mai 2021 modifiant l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne
Informations sur le document
Numac: 2021041972
Datum: 2021-05-20
Info du document
Numac: 2021041972
Date: 2021-05-20
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1er. A l'article 1er, de l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " un certificat interuniversitaire d'Executive master en management public ou en " sont abrogés ;
2° au paragraphe 2, alinéa 3, 2e tiret, le mot " , mémoire " est abrogé ;
3 ° au paragraphe 2, alinéa 3, le 3e tiret est remplacé par ce qui suit :
" - l'examen visé à l'article 7, § 3 " ;
4 ° au paragraphe 4, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
5 ° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § .5. Le volume horaire du certificat interuniversitaire est de cent septante heures au moins. Les universités fixent de commun accord le nombre de crédits ECTS du certificat interuniversitaire. ".
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " un certificat interuniversitaire d'Executive master en management public ou en " sont abrogés ;
2° au paragraphe 2, alinéa 3, 2e tiret, le mot " , mémoire " est abrogé ;
3 ° au paragraphe 2, alinéa 3, le 3e tiret est remplacé par ce qui suit :
" - l'examen visé à l'article 7, § 3 " ;
4 ° au paragraphe 4, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
5 ° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § .5. Le volume horaire du certificat interuniversitaire est de cent septante heures au moins. Les universités fixent de commun accord le nombre de crédits ECTS du certificat interuniversitaire. ".
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt vervangen als volgt :
"Art. 2. Niemand kan toegang tot de cyclus krijgen met het oog op het behalen van het getuigschrift management overheidsbesturen indien hij voor afloop van de termijn voor de indiening van de kandidaturen niet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau 1 of niveau A of laureaat zijn van een overgangsexamen naar niveau 1 of niveau A of naar een vergelijkbaar niveau of houder zijn van een getuigschrift van competenties verworven buiten diploma dat toegang geeft tot niveau 1 of niveau A. Dit getuigschrift wordt uitgereikt of erkend door de Openbare bestuursschool of door een orgaan aangewezen bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;
2° zich kunnen beroepen op een beroepservaring van minstens vijf jaar in het leiden van een team. ".
"Art. 2. Niemand kan toegang tot de cyclus krijgen met het oog op het behalen van het getuigschrift management overheidsbesturen indien hij voor afloop van de termijn voor de indiening van de kandidaturen niet aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau 1 of niveau A of laureaat zijn van een overgangsexamen naar niveau 1 of niveau A of naar een vergelijkbaar niveau of houder zijn van een getuigschrift van competenties verworven buiten diploma dat toegang geeft tot niveau 1 of niveau A. Dit getuigschrift wordt uitgereikt of erkend door de Openbare bestuursschool of door een orgaan aangewezen bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;
2° zich kunnen beroepen op een beroepservaring van minstens vijf jaar in het leiden van een team. ".
Art. 2. L'article 2 du même accord de coopération, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Nul ne peut accéder au cycle en vue de l'obtention du certificat de management public s'il ne répond pas, à l'échéance du délai pour le dépôt des candidatures, aux conditions cumulatives suivantes :
1° être titulaire d'un diplôme donnant accès au niveau 1 ou au niveau A, ou être lauréat d'un concours d'accession au niveau 1 ou au niveau A ou à un niveau équivalent ou être porteur d'un certificat de compétences acquises hors diplôme donnant accès au niveau 1 ou au niveau A, ce certificat étant délivré ou reconnu par l'école d'administration publique ou par un autre organe désigné par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne ou par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 22 juillet 1996 portant statut des agents des services du Gouvernement de la Communauté française ;
2° pouvoir se prévaloir d'une expérience professionnelle d'au moins cinq ans de gestion d'équipe. ".
" Art. 2. Nul ne peut accéder au cycle en vue de l'obtention du certificat de management public s'il ne répond pas, à l'échéance du délai pour le dépôt des candidatures, aux conditions cumulatives suivantes :
1° être titulaire d'un diplôme donnant accès au niveau 1 ou au niveau A, ou être lauréat d'un concours d'accession au niveau 1 ou au niveau A ou à un niveau équivalent ou être porteur d'un certificat de compétences acquises hors diplôme donnant accès au niveau 1 ou au niveau A, ce certificat étant délivré ou reconnu par l'école d'administration publique ou par un autre organe désigné par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne ou par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 22 juillet 1996 portant statut des agents des services du Gouvernement de la Communauté française ;
2° pouvoir se prévaloir d'une expérience professionnelle d'au moins cinq ans de gestion d'équipe. ".
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt vervangen als volgt :
"Art. 3. § 1. Elke cyclus moet schriftelijk aangekondigd worden door de bestuursschool en bekendgemaakt worden door SELOR, ten minste in het Belgisch Staatsblad, in twee in het Frans verschijnende kranten van de Belgische pers en op de website van SELOR.
§ 2. In die aankondiging worden minstens volgende gegevens vermeld:
1° de toegangsvoorwaarden, evenals het maximumaantal deelnemers aan de proef bedoeld in artikel 4, § 2, achtste lid en aan de vorming die leidt tot het behalen van het Interuniversitair getuigschrift ;
2° de verwijzing naar de pagina op de SELOR website via dewelke kandidaten zich kunnen inschrijven voor het vergelijkend overgangsexamen tot de vorming;
3° de identiteit van de diensten en/of personen die de kandidaten elke nuttige informatie kunnen verstrekken over de vorming;
4° de informatie of de documenten die in de kandidaatstelling opgenomen moeten worden;
5° de termijn en de modaliteiten voor de indiening van de kandidaturen.
§ 3. De termijn voor de indiening van de kandidaturen wordt door SELOR vastgesteld zonder dat die minder mag bedragen dan 20 dagen of meer dan twee maanden. De termijn gaat in de dag na de dag van bekendmaking van de aankondiging bedoeld in § 2 in het Belgisch Staatsblad. Indien de termijn niet nageleefd wordt, is de kandidatuur onontvankelijk.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tussen 15 juli en 15 augustus.
§ 4. De kandidaturen worden via e-mail ingediend bij SELOR.
§ 5. SELOR gaat na of de kandidaturen ontvankelijk zijn. ".
"Art. 3. § 1. Elke cyclus moet schriftelijk aangekondigd worden door de bestuursschool en bekendgemaakt worden door SELOR, ten minste in het Belgisch Staatsblad, in twee in het Frans verschijnende kranten van de Belgische pers en op de website van SELOR.
§ 2. In die aankondiging worden minstens volgende gegevens vermeld:
1° de toegangsvoorwaarden, evenals het maximumaantal deelnemers aan de proef bedoeld in artikel 4, § 2, achtste lid en aan de vorming die leidt tot het behalen van het Interuniversitair getuigschrift ;
2° de verwijzing naar de pagina op de SELOR website via dewelke kandidaten zich kunnen inschrijven voor het vergelijkend overgangsexamen tot de vorming;
3° de identiteit van de diensten en/of personen die de kandidaten elke nuttige informatie kunnen verstrekken over de vorming;
4° de informatie of de documenten die in de kandidaatstelling opgenomen moeten worden;
5° de termijn en de modaliteiten voor de indiening van de kandidaturen.
§ 3. De termijn voor de indiening van de kandidaturen wordt door SELOR vastgesteld zonder dat die minder mag bedragen dan 20 dagen of meer dan twee maanden. De termijn gaat in de dag na de dag van bekendmaking van de aankondiging bedoeld in § 2 in het Belgisch Staatsblad. Indien de termijn niet nageleefd wordt, is de kandidatuur onontvankelijk.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tussen 15 juli en 15 augustus.
§ 4. De kandidaturen worden via e-mail ingediend bij SELOR.
§ 5. SELOR gaat na of de kandidaturen ontvankelijk zijn. ".
Art. 3. L'article 3 du même accord de coopération est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. § 1er. Chaque cycle fait l'objet d'une annonce rédigée par l'école d'administration publique et publiée par le SELOR, au moins au Moniteur belge, dans deux titres de presse quotidienne belge édités en langue française et sur le site internet du SELOR.
§ 2. Cette annonce comprend au moins les éléments suivants :
1° les conditions d'accès ainsi que le nombre maximum de participants à l'épreuve visée à l'article 4, § 2, alinéa 8 et à la formation conduisant à la délivrance du Certificat interuniversitaire ;
2° la référence de la page du site internet du SELOR via laquelle les candidats peuvent s'inscrire au concours d'accès à la formation ;
3° l'identité des services ou des personnes qui peuvent fournir, aux candidats, toute information utile sur la formation ;
4° les informations ou documents qui doivent figurer dans l'acte de candidature ;
5° le délai et les modalités de dépôt des candidatures.
§ 3. Le délai de dépôt des candidatures est fixé par le SELOR sans qu'il puisse être inférieur à vingt jours ni excéder deux mois. Il commence à courir le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'annonce visée au paragraphe 2. A défaut de respecter ce délai, la candidature est irrecevable.
Le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu entre le 15 juillet et le 15 août.
§ 4. Les candidatures sont adressées par voie électronique au SELOR.
§ 5. Le SELOR vérifie la recevabilité des candidatures. ".
" Art. 3. § 1er. Chaque cycle fait l'objet d'une annonce rédigée par l'école d'administration publique et publiée par le SELOR, au moins au Moniteur belge, dans deux titres de presse quotidienne belge édités en langue française et sur le site internet du SELOR.
§ 2. Cette annonce comprend au moins les éléments suivants :
1° les conditions d'accès ainsi que le nombre maximum de participants à l'épreuve visée à l'article 4, § 2, alinéa 8 et à la formation conduisant à la délivrance du Certificat interuniversitaire ;
2° la référence de la page du site internet du SELOR via laquelle les candidats peuvent s'inscrire au concours d'accès à la formation ;
3° l'identité des services ou des personnes qui peuvent fournir, aux candidats, toute information utile sur la formation ;
4° les informations ou documents qui doivent figurer dans l'acte de candidature ;
5° le délai et les modalités de dépôt des candidatures.
§ 3. Le délai de dépôt des candidatures est fixé par le SELOR sans qu'il puisse être inférieur à vingt jours ni excéder deux mois. Il commence à courir le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'annonce visée au paragraphe 2. A défaut de respecter ce délai, la candidature est irrecevable.
Le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu entre le 15 juillet et le 15 août.
§ 4. Les candidatures sont adressées par voie électronique au SELOR.
§ 5. Le SELOR vérifie la recevabilité des candidatures. ".
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt vervangen als volgt :
"Art. 4. § 1. Voor zover het een voorwaarde is voor het uitreiken van het getuigschrift management overheidsbesturen, is het interuniversitair getuigschrift toegankelijk voor een beperkt aantal deelnemers. Voor elke cyclus wordt dat aantal op voorhand vastgelegd door de Regeringen na advies van de bestuursschool, die binnen dertig dagen na aanvraag ervan moet zijn uitgebracht, bij ontstentenis waarvan het advies gunstig geacht wordt.
§ 2 De SELOR nodigt de kandidaten wier kandidatuur ontvankelijk is bevonden, uit voor het vergelijkend overgangsexamen tot de vorming.
Het vergelijkend examen wordt georganiseerd door SELOR en bestaat uit twee proeven.
De eerste proef is gebaseerd op de kennis die de kandidaat heeft van de openbare instellingen.
De inhoud van de eerste proef wordt bepaald door de SELOR. De SELOR maakt gebruik van opleiders van universiteiten die door de bestuursschool zijn aangewezen om de proefvragen te schrijven en het vereiste kennisniveau te bepalen.
De SELOR zendt de kandidaten ten minste 30 dagen voor de datum waarop de eerste proef zal worden georganiseerd, een lijst toe met de onderwerpen die tijdens de eerste proef zullen worden behandeld, alsook een niet-limitatieve lijst van referentiewerken.
De laureaten worden door SELOR batig gerangschikt.
De Regering bepaalt hoeveel personen die voor de eerste proef zijn geslaagd, worden uitgenodigd voor een tweede proef. Als twee of meerdere kandidaten ex aequo geklasseerd zijn in de rang die met dat aantal overeenstemt, worden ze allen tot de deelname aan de tweede proef toegelaten.
De tweede proef bestaat uit een generieke proef ter beoordeling van de leidinggevende vaardigheden van de kandidaten.
De SELOR ontwikkelt en organiseert de proef. De proef moet uitwijzen welke managementvaardigheden minimaal van toepassing zijn in de openbare instellingen van de deelnemers. Het kan niet bestaan uit een situatiebeoordelingstest of een STAR-gesprek.
De laureaten van de tweede proef worden door SELOR batig gerangschikt.
Onder "laureaat" wordt verstaan een kandidaat die heeft voldaan aan de door SELOR vastgestelde minimumeisen om voor de in dit artikel beschreven proeven te slagen.
§ 3. Alleen de laureaten die batig zijn gerangschikt ten opzichte van het aantal deelnemers dat door de Regering op advies van de Openbare Bestuursschool is vastgesteld, worden tot het interuniversitair getuigschrift toegelaten. Als twee of meerdere kandidaten ex aequo gerangschikt zijn in de rang die met dat aantal overeenstemt, worden ze allen tot de deelname aan het interuniversitair getuigschrift toegelaten.
SELOR bevestigt de uitslagen van het vergelijkend examen.
§ 4. De opleiding die leidt tot het behalen van het interuniversitair getuigschrift kan slechts eenmaal per cyclus worden gevolgd door de laureaten van de generieke test voor de beoordeling van managementvaardigheden.
In afwijking van lid 1 kan de Regering, op grond van dwingende redenen, toestaan dat een kandidaat die de opleiding niet volgt, die deze verlaat of die daarvoor niet slaagt, het voordeel behoudt dat hij geslaagd is voor de generieke test voor de beoordeling van managementvaardigheden.
De kandidaat die in aanmerking komt voor de in lid 2 bedoelde afwijking, volgt de eerste opleidingscyclus die wordt georganiseerd. Elke kandidaat kan slechts voor één afwijking in aanmerking komen. De integratie van een kandidaat die in aanmerking komt voor één enkele afwijking in een opleidingscyclus heeft geen gevolgen voor het aantal deelnemers dat de Regering overeenkomstig paragraaf 3 heeft vastgesteld. ".
"Art. 4. § 1. Voor zover het een voorwaarde is voor het uitreiken van het getuigschrift management overheidsbesturen, is het interuniversitair getuigschrift toegankelijk voor een beperkt aantal deelnemers. Voor elke cyclus wordt dat aantal op voorhand vastgelegd door de Regeringen na advies van de bestuursschool, die binnen dertig dagen na aanvraag ervan moet zijn uitgebracht, bij ontstentenis waarvan het advies gunstig geacht wordt.
§ 2 De SELOR nodigt de kandidaten wier kandidatuur ontvankelijk is bevonden, uit voor het vergelijkend overgangsexamen tot de vorming.
Het vergelijkend examen wordt georganiseerd door SELOR en bestaat uit twee proeven.
De eerste proef is gebaseerd op de kennis die de kandidaat heeft van de openbare instellingen.
De inhoud van de eerste proef wordt bepaald door de SELOR. De SELOR maakt gebruik van opleiders van universiteiten die door de bestuursschool zijn aangewezen om de proefvragen te schrijven en het vereiste kennisniveau te bepalen.
De SELOR zendt de kandidaten ten minste 30 dagen voor de datum waarop de eerste proef zal worden georganiseerd, een lijst toe met de onderwerpen die tijdens de eerste proef zullen worden behandeld, alsook een niet-limitatieve lijst van referentiewerken.
De laureaten worden door SELOR batig gerangschikt.
De Regering bepaalt hoeveel personen die voor de eerste proef zijn geslaagd, worden uitgenodigd voor een tweede proef. Als twee of meerdere kandidaten ex aequo geklasseerd zijn in de rang die met dat aantal overeenstemt, worden ze allen tot de deelname aan de tweede proef toegelaten.
De tweede proef bestaat uit een generieke proef ter beoordeling van de leidinggevende vaardigheden van de kandidaten.
De SELOR ontwikkelt en organiseert de proef. De proef moet uitwijzen welke managementvaardigheden minimaal van toepassing zijn in de openbare instellingen van de deelnemers. Het kan niet bestaan uit een situatiebeoordelingstest of een STAR-gesprek.
De laureaten van de tweede proef worden door SELOR batig gerangschikt.
Onder "laureaat" wordt verstaan een kandidaat die heeft voldaan aan de door SELOR vastgestelde minimumeisen om voor de in dit artikel beschreven proeven te slagen.
§ 3. Alleen de laureaten die batig zijn gerangschikt ten opzichte van het aantal deelnemers dat door de Regering op advies van de Openbare Bestuursschool is vastgesteld, worden tot het interuniversitair getuigschrift toegelaten. Als twee of meerdere kandidaten ex aequo gerangschikt zijn in de rang die met dat aantal overeenstemt, worden ze allen tot de deelname aan het interuniversitair getuigschrift toegelaten.
SELOR bevestigt de uitslagen van het vergelijkend examen.
§ 4. De opleiding die leidt tot het behalen van het interuniversitair getuigschrift kan slechts eenmaal per cyclus worden gevolgd door de laureaten van de generieke test voor de beoordeling van managementvaardigheden.
In afwijking van lid 1 kan de Regering, op grond van dwingende redenen, toestaan dat een kandidaat die de opleiding niet volgt, die deze verlaat of die daarvoor niet slaagt, het voordeel behoudt dat hij geslaagd is voor de generieke test voor de beoordeling van managementvaardigheden.
De kandidaat die in aanmerking komt voor de in lid 2 bedoelde afwijking, volgt de eerste opleidingscyclus die wordt georganiseerd. Elke kandidaat kan slechts voor één afwijking in aanmerking komen. De integratie van een kandidaat die in aanmerking komt voor één enkele afwijking in een opleidingscyclus heeft geen gevolgen voor het aantal deelnemers dat de Regering overeenkomstig paragraaf 3 heeft vastgesteld. ".
Art. 4. L'article 4 du même accord de coopération est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4. § 1er. En tant qu'il conditionne la délivrance du certificat en management public, le certificat interuniversitaire est accessible à un nombre limité de participants. Pour chaque cycle, ce nombre est fixé préalablement par les Gouvernements, après avis de l'Ecole d'administration publique remis dans les trente jours de la demande, faute de quoi l'avis est réputé favorable.
§ 2. Le SELOR convoque les candidats dont la candidature a été jugée recevable au concours d'accès à la formation.
Le concours est organisé par le SELOR et se compose de deux épreuves.
La première épreuve porte sur les connaissances du candidat, notamment sa connaissance des institutions publiques.
Le contenu de la première épreuve est fixé par le SELOR. Le SELOR fait appel aux formateurs des universités désignées par l'Ecole d'administration publique pour la rédaction des questions de l'épreuve et la détermination du niveau de connaissance requis.
Le SELOR transmet aux candidats une liste des matières sur lesquelles portera la première épreuve ainsi qu'une liste non exhaustive d'ouvrages de référence au moins trente jours avant la date prévue pour l'organisation de la première épreuve.
Les lauréats sont classés en ordre utile par le SELOR.
Le Gouvernement détermine le nombre de personnes ayant réussi la première épreuve qui sont invitées à passer une seconde épreuve. Si deux ou plusieurs candidats sont classés ex aequo au rang correspondant à ce nombre, ils sont tous admis à participer à la seconde épreuve.
La seconde épreuve consiste en un test générique d'évaluation des compétences managériales des candidats.
Le SELOR élabore et organise l'épreuve. L'épreuve doit permettre d'identifier les capacités minimums en management applicables au sein des organismes publics des participants. Elle ne peut consister en un test de jugement situationnel ni en un entretien STAR.
Les lauréats de la seconde épreuve sont classés en ordre utile par le SELOR.
Par " lauréat ", on entend le candidat qui a satisfait aux exigences minimales définies par le SELOR pour réussir les épreuves décrites au présent article.
§ 3. Seuls sont admis à participer au certificat interuniversitaire les lauréats classés en ordre utile au regard du nombre de participants fixé par le Gouvernement sur avis de l'Ecole d'administration publique. Si deux ou plusieurs candidats sont classés ex aequo au rang correspondant à ce nombre, ils sont tous admis à participer au certificat interuniversitaire.
Le SELOR valide les résultats du concours.
§ 4. La formation conduisant à la délivrance du certificat interuniversitaire peut uniquement être suivie une seule fois par cycle par les lauréats du test générique d'évaluation des compétences managériales.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut, sur base de motifs impérieux dument motivés, autoriser le candidat qui ne suit pas la formation, qui l'abandonne ou qui y échoue à conserver le bénéfice de la réussite du test générique d'évaluation des compétences managériales.
Le candidat qui bénéficie de la dérogation visée à l'alinéa 2 suit le premier prochain cycle de formation organisé. Chaque candidat peut uniquement bénéficier d'une seule dérogation. L'intégration d'un candidat bénéficiant d'une seule dérogation au sein d'un cycle de formation n'a pas d'effet sur le nombre de participants fixés par le Gouvernement conformément au paragraphe 3. ".
" Art. 4. § 1er. En tant qu'il conditionne la délivrance du certificat en management public, le certificat interuniversitaire est accessible à un nombre limité de participants. Pour chaque cycle, ce nombre est fixé préalablement par les Gouvernements, après avis de l'Ecole d'administration publique remis dans les trente jours de la demande, faute de quoi l'avis est réputé favorable.
§ 2. Le SELOR convoque les candidats dont la candidature a été jugée recevable au concours d'accès à la formation.
Le concours est organisé par le SELOR et se compose de deux épreuves.
La première épreuve porte sur les connaissances du candidat, notamment sa connaissance des institutions publiques.
Le contenu de la première épreuve est fixé par le SELOR. Le SELOR fait appel aux formateurs des universités désignées par l'Ecole d'administration publique pour la rédaction des questions de l'épreuve et la détermination du niveau de connaissance requis.
Le SELOR transmet aux candidats une liste des matières sur lesquelles portera la première épreuve ainsi qu'une liste non exhaustive d'ouvrages de référence au moins trente jours avant la date prévue pour l'organisation de la première épreuve.
Les lauréats sont classés en ordre utile par le SELOR.
Le Gouvernement détermine le nombre de personnes ayant réussi la première épreuve qui sont invitées à passer une seconde épreuve. Si deux ou plusieurs candidats sont classés ex aequo au rang correspondant à ce nombre, ils sont tous admis à participer à la seconde épreuve.
La seconde épreuve consiste en un test générique d'évaluation des compétences managériales des candidats.
Le SELOR élabore et organise l'épreuve. L'épreuve doit permettre d'identifier les capacités minimums en management applicables au sein des organismes publics des participants. Elle ne peut consister en un test de jugement situationnel ni en un entretien STAR.
Les lauréats de la seconde épreuve sont classés en ordre utile par le SELOR.
Par " lauréat ", on entend le candidat qui a satisfait aux exigences minimales définies par le SELOR pour réussir les épreuves décrites au présent article.
§ 3. Seuls sont admis à participer au certificat interuniversitaire les lauréats classés en ordre utile au regard du nombre de participants fixé par le Gouvernement sur avis de l'Ecole d'administration publique. Si deux ou plusieurs candidats sont classés ex aequo au rang correspondant à ce nombre, ils sont tous admis à participer au certificat interuniversitaire.
Le SELOR valide les résultats du concours.
§ 4. La formation conduisant à la délivrance du certificat interuniversitaire peut uniquement être suivie une seule fois par cycle par les lauréats du test générique d'évaluation des compétences managériales.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut, sur base de motifs impérieux dument motivés, autoriser le candidat qui ne suit pas la formation, qui l'abandonne ou qui y échoue à conserver le bénéfice de la réussite du test générique d'évaluation des compétences managériales.
Le candidat qui bénéficie de la dérogation visée à l'alinéa 2 suit le premier prochain cycle de formation organisé. Chaque candidat peut uniquement bénéficier d'une seule dérogation. L'intégration d'un candidat bénéficiant d'une seule dérogation au sein d'un cycle de formation n'a pas d'effet sur le nombre de participants fixés par le Gouvernement conformément au paragraphe 3. ".
Art. 5. In hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt een artikel 4/1, luidend als volgt, ingevoegd :
"Art. 4/1. Kandidaten die toegelaten zijn tot deelname aan het interuniversitair getuigschrift moeten een schoolgeld betalen dat overeenstemt met het bedrag van het inschrijvingsgeld voor één jaar universitaire studies, vastgesteld overeenkomstig artikel 39, § 2, eerste lid, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen. ".
"Art. 4/1. Kandidaten die toegelaten zijn tot deelname aan het interuniversitair getuigschrift moeten een schoolgeld betalen dat overeenstemt met het bedrag van het inschrijvingsgeld voor één jaar universitaire studies, vastgesteld overeenkomstig artikel 39, § 2, eerste lid, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen. ".
Art. 5. Dans le même accord de coopération, il est inséré un article 4/1 rédigé comme suit :
" Art. 4/1. Les candidats admis à participer au certificat interuniversitaire s'acquittent d'un minerval dont le montant équivaut au montant du droit d'inscription à une année d'études universitaire fixé conformément à l'article 39, § 2, alinéa 1er, de la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires. ".
" Art. 4/1. Les candidats admis à participer au certificat interuniversitaire s'acquittent d'un minerval dont le montant équivaut au montant du droit d'inscription à une année d'études universitaire fixé conformément à l'article 39, § 2, alinéa 1er, de la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires. ".
Art. 6. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde akkoord, worden de woorden "en voor de opstelling van de scriptie" geschrapt.
Art. 6. Dans l'article 5, alinéa 1er, du même accord, les mots " et la réalisation du mémoire " sont abrogés.
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt vervangen als volgt:
"Art. 7. § 1. De Openbare Bestuursschool reikt het getuigschrift management overheidsbesturen uit aan alle kandidaten die voor het in artikel 4 bedoelde vergelijkend examen geslaagd zijn, die houder zijn van het interuniversitair getuigschrift en die tevens geslaagd zijn voor het examen dat aan het einde van elke cyclus wordt ingericht.
§ 2. Voor elke cyclus wordt door SELOR in overleg met de School een jury van vijf leden samengesteld. Deze jury bestaat uit:
1° de directeur-generaal van de Algemene Directie Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning of zijn afgevaardigde;
2° twee leden van het academisch personeel van de universiteiten die deelnemen aan de overeenkomst betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen, die beschikken over expertise die relevant is voor de te beoordelen vaardigheden;
3° twee externe managementdeskundigen.
Onder "overeenkomst" wordt verstaan het document waarin de samenwerkingsvoorwaarden tussen de universiteiten en de school zijn opgenomen voor de opzet en uitvoering van de opleiding die leidt tot de toekenning van het getuigschrift management overheidsbesturen.
§ 3. Geslaagde kandidaten die het getuigschrift management overheidsbesturen hebben behaald, worden, nadat zij voor het aan het eind van elke cyclus georganiseerde examen zijn geslaagd, opgenomen in de lijst van kandidaten die in aanmerking komen om te solliciteren naar een mandaatfunctie als bedoeld in artikel 8.
Dit examen bestaat in een mondelinge proef die als doel heeft de voor de uitoefening van een managementfunctie vereiste vaardigheden te evalueren, die in het kader van het interuniversitair getuigschrift zijn ontwikkeld.
De jury beraadslaagt en beslist over het slagen van de kandidaten met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden.
De kandidaten die voor het examen zijn geslaagd, worden niet gerangschikt en krijgen geen melding.
Kandidaten die niet voor het examen zijn geslaagd, mogen het examen slechts éénmaal opnieuw afleggen, ten vroegste zes maanden na de datum van het examen en ten laatste tijdens de volgende zitting die wordt georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kan de Regering een kandidaat die, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet voor het examen verschijnt, om dwingende en naar behoren gemotiveerde redenen toestaan dit examen op een latere datum opnieuw af te leggen. De kandidaat die voor de afwijking in aanmerking komt, moet het examen opnieuw afleggen tijdens de eerstvolgende zitting die wordt georganiseerd. Elke kandidaat kan slechts voor één afwijking in aanmerking komen.
§ 4. De jury stelt een reglement op dat de concrete en materiële organisatie van het examen vaststelt. ".
"Art. 7. § 1. De Openbare Bestuursschool reikt het getuigschrift management overheidsbesturen uit aan alle kandidaten die voor het in artikel 4 bedoelde vergelijkend examen geslaagd zijn, die houder zijn van het interuniversitair getuigschrift en die tevens geslaagd zijn voor het examen dat aan het einde van elke cyclus wordt ingericht.
§ 2. Voor elke cyclus wordt door SELOR in overleg met de School een jury van vijf leden samengesteld. Deze jury bestaat uit:
1° de directeur-generaal van de Algemene Directie Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning of zijn afgevaardigde;
2° twee leden van het academisch personeel van de universiteiten die deelnemen aan de overeenkomst betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen, die beschikken over expertise die relevant is voor de te beoordelen vaardigheden;
3° twee externe managementdeskundigen.
Onder "overeenkomst" wordt verstaan het document waarin de samenwerkingsvoorwaarden tussen de universiteiten en de school zijn opgenomen voor de opzet en uitvoering van de opleiding die leidt tot de toekenning van het getuigschrift management overheidsbesturen.
§ 3. Geslaagde kandidaten die het getuigschrift management overheidsbesturen hebben behaald, worden, nadat zij voor het aan het eind van elke cyclus georganiseerde examen zijn geslaagd, opgenomen in de lijst van kandidaten die in aanmerking komen om te solliciteren naar een mandaatfunctie als bedoeld in artikel 8.
Dit examen bestaat in een mondelinge proef die als doel heeft de voor de uitoefening van een managementfunctie vereiste vaardigheden te evalueren, die in het kader van het interuniversitair getuigschrift zijn ontwikkeld.
De jury beraadslaagt en beslist over het slagen van de kandidaten met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden.
De kandidaten die voor het examen zijn geslaagd, worden niet gerangschikt en krijgen geen melding.
Kandidaten die niet voor het examen zijn geslaagd, mogen het examen slechts éénmaal opnieuw afleggen, ten vroegste zes maanden na de datum van het examen en ten laatste tijdens de volgende zitting die wordt georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kan de Regering een kandidaat die, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet voor het examen verschijnt, om dwingende en naar behoren gemotiveerde redenen toestaan dit examen op een latere datum opnieuw af te leggen. De kandidaat die voor de afwijking in aanmerking komt, moet het examen opnieuw afleggen tijdens de eerstvolgende zitting die wordt georganiseerd. Elke kandidaat kan slechts voor één afwijking in aanmerking komen.
§ 4. De jury stelt een reglement op dat de concrete en materiële organisatie van het examen vaststelt. ".
Art. 7. L'article 7 du même accord de coopération est remplacé comme suit :
" Art. 7. § 1er. L'Ecole d'administration publique délivre le certificat de management public à tous les lauréats du concours visé à l'article 4, titulaires du certificat interuniversitaire qui ont également réussi l'examen organisé à la fin de chaque cycle.
§ 2. Pour chaque cycle, un jury de cinq membres est composé par le SELOR, en concertation avec l'Ecole. Ce jury comprend :
1° le Directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui ou son délégué ;
2° deux membres issus du corps académique des universités participant à la convention portant sur le certificat en management public qui disposent d'une expertise pertinente au regard des aptitudes à évaluer ;
3° deux experts externes en management.
Par " convention " on entend le document qui contient les modalités de collaboration entre les universités et l'Ecole pour la conception et la mise en oeuvre de la formation conduisant à la délivrance du Certificat de management public.
§ 3. Les lauréats ayant obtenu le certificat de management public sont versés, après la réussite de l'examen organisé à la fin de chaque cycle au pool des candidats pouvant postuler une fonction à mandat visé à l'article 8.
Cet examen consiste en une épreuve orale qui a pour but d'évaluer les aptitudes à l'exercice d'une fonction de management qui ont été développées dans le cadre du certificat interuniversitaire.
Le jury délibère sur la réussite des candidats à la majorité des deux tiers des membres présents.
Les candidats ayant réussi l'examen ne font l'objet d'aucun classement et ne se voient attribuer aucune mention.
Les candidats n'ayant pas réussi l'examen peuvent le représenter une seule fois au plus tôt six mois après la date de l'examen et au plus tard lors de la prochaine session organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le Gouvernement peut, sur base de motifs impérieux dument motivés, autoriser le candidat qui, bien que régulièrement convoqué, ne se présente pas à l'examen à le représenter ultérieurement. Le candidat qui bénéficie de la dérogation représente l'examen lors de la première prochaine session organisée. Chaque candidat peut uniquement bénéficier d'une seule dérogation.
§ 4. Le jury établit un règlement fixant l'organisation concrète et matérielle de l'examen. ".
" Art. 7. § 1er. L'Ecole d'administration publique délivre le certificat de management public à tous les lauréats du concours visé à l'article 4, titulaires du certificat interuniversitaire qui ont également réussi l'examen organisé à la fin de chaque cycle.
§ 2. Pour chaque cycle, un jury de cinq membres est composé par le SELOR, en concertation avec l'Ecole. Ce jury comprend :
1° le Directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui ou son délégué ;
2° deux membres issus du corps académique des universités participant à la convention portant sur le certificat en management public qui disposent d'une expertise pertinente au regard des aptitudes à évaluer ;
3° deux experts externes en management.
Par " convention " on entend le document qui contient les modalités de collaboration entre les universités et l'Ecole pour la conception et la mise en oeuvre de la formation conduisant à la délivrance du Certificat de management public.
§ 3. Les lauréats ayant obtenu le certificat de management public sont versés, après la réussite de l'examen organisé à la fin de chaque cycle au pool des candidats pouvant postuler une fonction à mandat visé à l'article 8.
Cet examen consiste en une épreuve orale qui a pour but d'évaluer les aptitudes à l'exercice d'une fonction de management qui ont été développées dans le cadre du certificat interuniversitaire.
Le jury délibère sur la réussite des candidats à la majorité des deux tiers des membres présents.
Les candidats ayant réussi l'examen ne font l'objet d'aucun classement et ne se voient attribuer aucune mention.
Les candidats n'ayant pas réussi l'examen peuvent le représenter une seule fois au plus tôt six mois après la date de l'examen et au plus tard lors de la prochaine session organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le Gouvernement peut, sur base de motifs impérieux dument motivés, autoriser le candidat qui, bien que régulièrement convoqué, ne se présente pas à l'examen à le représenter ultérieurement. Le candidat qui bénéficie de la dérogation représente l'examen lors de la première prochaine session organisée. Chaque candidat peut uniquement bénéficier d'une seule dérogation.
§ 4. Le jury établit un règlement fixant l'organisation concrète et matérielle de l'examen. ".
Art. 8. Artikel 10 van hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt vervangen als volgt:
"Art. 10. Voor de toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 en van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 september 2012 wordt de houder van het managementsbrevet bedoeld in artikel 2, 5°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 2002 tot oprichting van een " Ecole d'Administration publique " (School voor overheidsbestuur) in de Franse Gemeenschap, gelijkgesteld met de houder van het getuigschrift management overheidsbesturen, mits het slagen voor het examen bedoeld in artikel 7 van hetzelfde samenwerkingsakkoord in de versie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 20 mei 2021 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 tot vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest. ".
"Art. 10. Voor de toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 en van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 september 2012 wordt de houder van het managementsbrevet bedoeld in artikel 2, 5°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 2002 tot oprichting van een " Ecole d'Administration publique " (School voor overheidsbestuur) in de Franse Gemeenschap, gelijkgesteld met de houder van het getuigschrift management overheidsbesturen, mits het slagen voor het examen bedoeld in artikel 7 van hetzelfde samenwerkingsakkoord in de versie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 20 mei 2021 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 tot vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest. ".
Art. 8. L'article 10 du même accord de coopération est remplacé par ce qui suit :
" Art. 10. Pour l'application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 septembre 2012 et de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 20 septembre 2012, le titulaire du brevet de management public, visé à l'article 2, 5°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 octobre 2002 créant une école d'administration publique en Communauté française est assimilé au titulaire du certificat en management public pour autant qu'il ait réussi l'examen visé à l'article 7 du même accord de coopération dans sa version applicable avant l'entrée en vigueur de l'accord de coopération du 20 mai 2021 modifiant l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne. ".
" Art. 10. Pour l'application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 septembre 2012 et de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 20 septembre 2012, le titulaire du brevet de management public, visé à l'article 2, 5°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 octobre 2002 créant une école d'administration publique en Communauté française est assimilé au titulaire du certificat en management public pour autant qu'il ait réussi l'examen visé à l'article 7 du même accord de coopération dans sa version applicable avant l'entrée en vigueur de l'accord de coopération du 20 mai 2021 modifiant l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne. ".
Art. 9. De kandidaten die op de dag van inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord houder zijn van het interuniversitair getuigschrift of van het brevet voor overheidsmanagement, bedoeld in artikel 2, 5°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 2002 tot oprichting van een " Ecole d'Administration publique " (School voor overheidsbestuur) in de Franse Gemeenschap, maar die niet zijn geslaagd voor het examen georganiseerd aan het einde van de cyclus, kunnen dit examen opnieuw afleggen. Voor de organisatie van dit examen blijft artikel 7 van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 ter vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, van toepassing in de versie die voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit wijzigende samenwerkingsakkoord. Er wordt slechts één sessie georganiseerd; kandidaten die afwezig zijn, die zich niet inschrijven of die zich terugtrekken, kunnen dit examen niet opnieuw afleggen.
Art. 9. Les candidats qui au jour de l'entrée en vigueur du présent accord de coopération sont titulaires du certificat interuniversitaire ou du brevet de management public, visé à l'article 2, 5°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 octobre 2002 créant une école d'administration publique en Communauté française, mais n'ont pas réussi l'examen organisé à la fin du cycle peuvent présenter cet examen une nouvelle fois. Pour l'organisation de cet examen, l'article 7 de l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne reste applicable dans la version qui précède l'entrée en vigueur du présent accord de coopération modificatif. Une seule session sera organisée, les candidats absents, qui ne s'inscriraient pas ou qui se désisteraient ne pourront pas représenter cet examen.
Art. 10. Bij de eerste toepassing van de bij dit samenwerkingsakkoord ingevoerde bepalingen kunnen kandidaten die niet geslaagd zijn voor het in artikel 7, § 3, eerste lid, bedoelde examen van het samenwerkingsakkoord van 6 februari 2014 tot vervanging van het samenwerkingsakkoord van 20 september 2012 betreffende het getuigschrift management overheidsbesturen voor de toegang tot de betrekkingen vallend onder de mandatenregeling in de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, dit opnieuw kunnen afleggen binnen een termijn van minder dan 6 maanden.
Art. 10. A l'occasion de la première application des dispositions introduites par le présent accord de coopération, les candidats n'ayant pas réussi l'examen visé à l'article 7, § 3, alinéa 1er, de l'accord de coopération du 6 février 2014 remplaçant l'accord de coopération du 20 septembre 2012 relatif au certificat de management public pour l'accès aux emplois soumis au régime des mandats au sein de la Communauté française et de la Région wallonne peuvent, par dérogation à l'article 7, § 3, alinéa 5, du même accord de coopération, le représenter endéans un délai inférieur à 6 mois.
Art. 11. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Le présent accord de coopération entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.